{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">geen parkeergelegenheid wordt geboden in een parkeergarage voor meer dan 30 personenauto's; h. geen noodstroomaggregaat aanwezig is dat meer dan 50 uren per jaar in werking is; en i. geen transformatoren met een maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen van 200 MVA of meer, die zijn ondergebracht in een gesloten gebouw, worden gebruikt;</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is ook niet van toepassing op een activiteit waarvoor op grond van hoofdstuk 2, 3, 4 of 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 22.61 of een ander artikel in deze afdeling een verplichting geldt om gegevens en bescheiden te verstrekken of een omgevingsvergunning aan te vragen voor het beginnen of wijzigen van die activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:</p>\n<p class=\"lf-p\">1°. de grenzen van het terrein; en 2°. de ligging van de gebouwen; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 22.3.4.2 Geluid door activiteiten, anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2262\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.62</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw, met uitzondering van een activiteit als bedoeld in de paragrafen 22.3.4.3 en 22.3.4.4 .</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op het geluid waarvoor bij maatwerkvoorschrift of maatwerkregel is bepaald dat het niet representatief is voor een activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2262a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.62a</span><span class=\"lf-art-t\">(tijdelijke uitzondering windparken)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op een windpark met 3 of meer windturbines.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2263\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.63</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.1 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw 07.00 – 19.00 uur 19.00 - 23.00 uur 23.00 - 07.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van het eerste lid, het geluid van een activiteit die wordt verricht op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein, op een geluidgevoelig gebouw op dat terrein, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.2 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw gelegen op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein 07.00 – 19.00 uur 19.00 - 23.00 uur 23.00 - 07.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 75 dB(A) 70 dB(A) 65 dB(A) 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit, in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.3 Waarde voor geluid in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw 07.00 – 19.00 uur 19.00 - 23.00 uur 23.00 - 07.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste tot en met derde lid opgenomen maximale geluidniveaus LAmax zijn niet van toepassing op het laden en lossen in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2264\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.64</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: tankstation</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.63, eerste, derde en vierde lid, het geluid door het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.4 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden 07.00 – 21.00 uur 21.00 - 07.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 50 dB(A) 40 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 70 dB(A) 60 dB(A) 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid opgenomen maximale geluidniveaus LAmax zijn niet van toepassing op laden en lossen in de periode tussen 07.00 en 21.00 uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2265\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.65</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.63, eerste lid, het geluid door een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, maar dat geen glastuinbouwbedrijf is dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.5 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door een agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied 06.00 – 19.00 uur 19.00 - 22.00 uur 22.00 - 06.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door de vast opgestelde installaties en toestellen 45 dB(A) 40 dB(A) 35 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.63, derde lid, het geluid door een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, maar dat geen glastuinbouwbedrijf is dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, in geluidgevoelige ruimten binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.6 Waarde voor geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- of aanpandige geluidgevoelige gebouwen, door een agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">06.00 – 19.00 uur 19.00 - 22.00 uur 22.00 - 06.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door de vast opgestelde installaties en toestellen 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het bepalen van het maximaal geluidniveau (LAmax), bedoeld in het eerste en tweede lid, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van: a. laden en lossen en het in- en uitrijden van landbouwtractoren of motorvoertuigen met beperkte snelheid, in de periode tussen 06.00 uur en 19.00 uur; b. laden en lossen in de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur, voor zover dat ten hoogste één keer in die periode plaatsvindt; en c. het wassen van kasdekken in de periode tussen 19.00 uur en 6.00 uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2266\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.66</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: waarde voor geluidgevoelige gebouwen: glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.63, eerste lid, het geluid door een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.7 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door een glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied 06.00 – 19.00 uur 19.00 - 22.00 uur 22.00 - 06.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is in afwijking van artikel 22.63, derde lid, het geluid door een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, in geluidgevoelige ruimten binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.8 Waarde voor geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen, door een glastuinbouwbedrijf binnen een glastuinbouwgebied 06.00 – 19.00 uur 19.00 – 22.00 uur 22.00 - 06.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het bepalen van het maximaal geluidniveau (LAmax), bedoeld in het eerste en tweede lid, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van: a. het laden en lossen in de periode tussen 06.00 uur en 19.00 uur; b. het laden en lossen in de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur, voor zover dat ten hoogste één keer in de genoemde periode plaatsvindt; en c. het wassen van kasdekken in de periode tussen 19.00 uur en 6.00 uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2267\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.67</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geluid: waarden bij of krachtens een voor inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een activiteit wordt verricht in een concentratiegebied voor horecabedrijven of in een concentratiegebied voor detailhandel en ambachtsbedrijven dat bij of krachtens een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening als zodanig is aangewezen en waarin andere waarden zijn opgenomen dan de waarden, bedoeld in artikel 22.63 , gelden de waarden die zijn opgenomen in die verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een agrarische activiteit wordt verricht in een gebied waarvoor bij of krachtens een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgestelde gemeentelijke verordening andere waarden gelden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (L Ar,LT ) op geluidgevoelige gebouwen, bedoeld in de artikelen 22.65 , eerste lid , en 22.66 , eerste lid , gelden de waarden die zijn opgenomen in die verordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2268\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.68</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: waarden op drijvende woonfunctie voor 1 juli 2012</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor een drijvende woonfunctie is de waarde 5 dB(A) hoger dan de waarden, bedoeld in de artikelen 22.63 , eerste lid , 22.64 , eerste lid , 22.65 , eerste lid en 22.66 , eerste lid , als de locatie van de drijvende woonfunctie voor 1 juli 2012: a. voor een woonschip was bestemd; of b. in een gemeentelijke verordening is aangewezen om door een drijvende woonfunctie te worden ingenomen en:</p>\n<p class=\"lf-p\">1°. voor 1 juli 2022 voor een woonschip is bestemd; of 2°. de aanwezigheid van een woonschip voor 1 juli 2022 in dit omgevingsplan is toegelaten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2269\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.69</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: eerbiedigende werking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een activiteit waarop artikel 2.17a, derde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, van toepassing was, blijven het eerste en tweede lid van dat artikel gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een activiteit waarop artikel 2.17a, zesde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, van toepassing was, blijft dat lid gelden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2270\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.70</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: buiten beschouwing laten van geluidbronnen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in de artikelen 22.63 tot en met 22.69 en 22.71 , blijft buiten beschouwing: a. het geluid door de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval; b. het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein; c. het stemgeluid van bezoekers op het open terrein bij sport- of recreatieactiviteiten; d. het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een instelling voor het primair onderwijs, in de periode vanaf een uur voor aanvang van het onderwijs tot een uur na beëindiging van het onderwijs; e. het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een instelling voor kinderopvang; f. het geluid voor het oproepen tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging of het bijwonen van godsdienstige of levensbeschouwelijke bijeenkomsten en lijkplechtigheden, en ook het geluid in verband met het houden van deze bijeenkomsten of plechtigheden; g. het geluid van het traditioneel ten gehore brengen van muziek tijdens het hijsen en strijken van de nationale vlag bij zonsopkomst en zonsondergang op militaire terreinen; h. het ten gehore brengen van muziek wegens het oefenen door militaire muziekkorpsen in de buitenlucht gedurende de dagperiode met een maximum van twee uur per week op militaire terreinen; i. het ten gehore brengen van onversterkte muziek, behalve voor zover daarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld; en j. het traditioneel schieten, bedoeld in paragraaf 22.3.21 , behalve voor zover daarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het bepalen van het maximale geluidniveau (L Amax ), bedoeld in de artikelen 22.63 tot en met 22.67 en 22.69 , blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van: a. het komen en gaan van bezoekers bij een activiteit waarvan horeca-, sport- of recreatieactiviteiten de kern vormen; of b. het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maximale geluidniveaus (L Amax ), bedoeld in de artikelen 22.63 tot en met 22.69 , zijn tussen 23.00 en 7.00 uur niet van toepassing op aandrijfgeluid van motorvoertuigen bij het laden en lossen als: a. voor die activiteit het in die periode geldende maximale geluidniveau (L Amax ) niet te bereiken is door het treffen van maatregelen; en b. het niveau van het aandrijfgeluid op een afstand van 7,5 m van het motorvoertuig niet hoger is dan 65dB(A).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2271\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.71</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: waar waarden gelden voor een activiteit op een gezoneerd industrieterrein</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de activiteit wordt verricht op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld, gelden de waarden van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT), bedoeld in de artikelen 22.63, eerste lid, en 22.64, eerste lid ook op een afstand van 50 m vanaf de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2272\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.72</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: maatregelen of voorzieningen bij stomen van grond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in de artikelen 22.63 tot en met 22.69 , blijft het geluid veroorzaakt door het stomen van grond met een installatie van derden, buiten beschouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het stomen van grond met een installatie van derden worden maatregelen of voorzieningen getroffen die betrekking hebben op: a. de periode waarin het stomen van grond plaatsvindt; b. de locatie waarop de installatie wordt opgesteld; en c. het aanbrengen van geluidbeperkende voorzieningen op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2273\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.73</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: festiviteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarden, bedoeld in de in artikelen 22.63 tot en met 22.71 , zijn voor zover de naleving van deze normen redelijkerwijs niet kan worden gevergd, niet van toepassing op dagen of dagdelen in verband met de viering van: a. festiviteiten die bij of krachtens gemeentelijke verordening zijn aangewezen, in de gebieden in de gemeente waarvoor die verordening geldt; en b. andere festiviteiten die plaatsvinden op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het aantal bij of krachtens die verordening aan te wijzen dagen of dagdelen per gebied of categorie van bedrijfssector kan verschillen en niet meer bedraagt dan twaalf per kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een festiviteit die ten hoogste een etmaal duurt, maar die zowel voor als na 00.00 uur plaatsvindt, wordt beschouwd als plaatshebbende op één dag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2274\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.74</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het bepalen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (L Ar,LT ) of het maximaal geluidniveau (L Amax ), bedoeld in deze paragraaf, zijn de artikelen 6.6 en 6.7 van de Omgevingsregeling van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 22.3.4.3 Geluid door windturbines</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2275\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.75</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 m, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, op een geluidgevoelig gebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is ook niet van toepassing voor zover het gaat om een windpark met 3 of meer windturbines.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2276\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.76</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: waarden windturbines</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine of windpark op een geluidgevoelig gebouw, ten hoogste 47 L den en 41 L night .</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2277\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.77</span><span class=\"lf-art-t\">Registratie gegevens windturbines</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende gegevens worden geregistreerd: a. de emissieterm L E , bedoeld in onderdeel 3.1 van bijlage XXV bij de Omgevingsregeling, gebaseerd op de effectieve werking gedurende het afgelopen kalenderjaar; en b. de voor de duur van een handhavingsmeting benodigde gegevens ter bepaling van de windsnelheid op ashoogte, bedoeld in paragraaf 1.6 van bijlage XXV bij de Omgevingsregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens worden gedurende vijf jaar bewaard.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2278\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.78</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het bepalen van het geluid L den of L night , bedoeld in artikel 22.76, is artikel 6.8 van de Omgevingsregeling van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 22.3.4.4 Geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2279\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.79</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het geluid op een geluidgevoelig gebouw door het exploiteren van een in de buitenlucht of in een gebouw zonder gesloten afdekking of een gebouw met een open zijde gelegen: a. civiele schietbaan waar met vuurwapens wordt geschoten; of b. militaire schietbaan of militair springterrein op een militair terrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op het traditioneel schieten door schutterijen of schuttersgilden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2280\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.80</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: waarden buitenschietbanen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit als bedoeld in artikel 22.79 op een geluidgevoelig gebouw ten hoogste 50 B s,dan .</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2281\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.81</span><span class=\"lf-art-t\">Registratie gegevens buitenschietbanen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende gegevens worden geregistreerd: a. dagelijks het aantal schoten of ontploffingen per wapentype, per dag-, avond- en nachtperiode, per baan; en b. voor de duur van de handhavingsmeting, bedoeld in onderdeel 4.4.1 van bijlage XXVII bij de Omgevingsregeling, de gebruikte wapens en verschoten munitie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens worden gedurende vijf jaar bewaard.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2282\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.82</span><span class=\"lf-art-t\">Geluid: meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het bepalen van het geluid B s,dan , bedoeld in artikel 22.80 , is artikel 6.9 van de Omgevingsregeling van toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Trillingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2283\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.83</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op de trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op trillingen door een activiteit: a. in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat geheel of gedeeltelijk ligt op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; en b. in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2284\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.84</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik: eerbiedigende werking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 22.83 , tweede lid , onder b, is deze paragraaf ook van toepassing op trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar: a. in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of b. in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2285\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.85</span><span class=\"lf-art-t\">Trillingen: meerdere activiteiten beschouwen als een activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 22.41 worden voor de toepassing van deze paragraaf als één activiteit beschouwd, meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die: a. rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan; of b. elkaar functioneel ondersteunen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2286\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.86</span><span class=\"lf-art-t\">Trillingen: functionele binding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De waarden voor trillingen zijn niet van toepassing op trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van een trillinggevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2287\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.87</span><span class=\"lf-art-t\">Trillingen: voormalige functionele binding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een agrarische activiteit zijn de waarden voor trillingen niet van toepassing in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw dat: a. op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, of op grond van een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet aangevraagde omgevingsvergunning, behoort of heeft behoord tot die agrarische activiteit en door een derde bewoond mag worden; of b. eerder functioneel verbonden was met die agrarische activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.85 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is bepaald dat de waarden voor trillingen niet van toepassing zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2288\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.88</span><span class=\"lf-art-t\">Trillingen: waarden voor continue trillingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van trillinghinder zijn de continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarde A1 trillingssterkte Vmax, bedoeld in tabel 22.3.9.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als niet voldaan wordt aan de waarde, bedoeld in het eerste lid, is de waarde van continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarden onder A2 trillingssterkte Vmax en A3 trillingssterkte Vper, bedoeld in tabel 22.3.9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.9 Waarde voor continue trillingen in trillinggevoelige ruimten Soort waarden 07.00 – 23.00 uur 23.00 - 07.00 uur A1 trillingssterkte Vmax 0,1 0,1 A2 trillingssterkte Vmax 0,4 0,2 A3 trillingssterkte Vper 0,05 0,05</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2289\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.89</span><span class=\"lf-art-t\">Trillingen: meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het bepalen van de continue trillingen, bedoeld in deze paragraaf , is artikel 6.11 van de Omgevingsregeling van toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Geur Subparagraaf 22.3.6.1 Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2290\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.90</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig object.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.245, niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig object dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2291\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.91</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik: eerbiedigende werking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 22.90, tweede lid, zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.245, ook van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig object dat voor een duur van niet meer dan tien jaar is toegelaten: a. in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of b. in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 22.90, eerste lid, zijn de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.245, niet van toepassing op de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is maar mag worden gebouwd op grond van: a. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of b. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2292\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.92</span><span class=\"lf-art-t\">Geur: waar waarden en tot waar afstanden gelden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.245, voor de geur door een activiteit op een geurgevoelig object gelden: a. als het gaat om een geurgevoelig object: op of tot de gevel; b. als het gaat om een nieuw te bouwen geurgevoelig gebouw: op of tot de locatie waar een gevel mag komen; en c. in afwijking van de onderdelen a en b, als het gaat om een woonschip of woonwagen: op of tot de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van het woonschip of de woonwagen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2293\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.93</span><span class=\"lf-art-t\">Geur: functionele binding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.245, zijn niet van toepassing als het geurgevoelig object een functionele binding heeft met de activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2294\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.94</span><span class=\"lf-art-t\">Geur: voormalige functionele binding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een activiteit zijn de waarden, bedoeld in paragraaf 22.3.6.2, en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.245, niet van toepassing op een geurgevoelig object dat: a. op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, behoort of heeft behoord tot die activiteit en door een derde bewoond mag worden; of b. eerder functioneel verbonden was met die activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.96 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is bepaald dat de waarden en afstanden voor geur niet van toepassing zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2295\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.95</span><span class=\"lf-art-t\">Geur: cumulatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij de waarden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.5 , en de afstanden, bedoeld in de paragrafen 22.3.6.2 en 22.3.6.4 en artikel 22.245 , is geen rekening gehouden met de cumulatie van geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 22.3.6.2 Geur houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony's voor het berijden in een dierenverblijf</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2296\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.96</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het beginnen met of het wijzigen of uitbreiden van het in een dierenverblijf houden van: a. landbouwhuisdieren; en b. paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op het houden van minder dan 10 schapen, 5 paarden en pony's, 10 geiten, 25 stuks pluimvee, 25 konijnen en 10 overige landbouwhuisdieren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2297\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.97</span><span class=\"lf-art-t\">Geur vanaf waar afstanden gelden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een afstand als bedoeld in deze paragraaf geldt vanaf het emissiepunt van een dierenverblijf, bedoeld in artikel 4.806, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2298\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.98</span><span class=\"lf-art-t\">Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: waarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor de geur op een geurgevoelig object door de activiteit niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.10 Waarde voor geur ouE/m3 als 98-percentiel op een geurgevoelig object bij geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor Geurgevoelig object Waarde Gelegen binnen de bebouwde kom en buiten een concentratiegebied geurhinder en veehouderij 2,0 ouE/m3 Gelegen binnen de bebouwde kom en binnen een concentratiegebied geurhinder en veehouderij 3,0 ouE/m3 Gelegen buiten de bebouwde kom en buiten een concentratiegebied geurhinder en veehouderij 8,0 ouE/m3 Gelegen buiten de bebouwde kom en binnen een concentratiegebied geurhinder en veehouderij 14,0 ouE/m3 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het berekenen van de geur, bedoeld in het eerste lid, is artikel 6.14 van de Omgevingsregeling van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2299\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.99</span><span class=\"lf-art-t\">Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: eerbiedigende werking bij waarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als onmiddellijk voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet de geur op een locatie rechtmatig meer bedraagt dan de waarde, bedoeld in artikel 22.98, eerste lid, mag, in afwijking van artikel 22.98, bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: a. het aantal landbouwhuisdieren met geuremissiefactor per diercategorie niet toenemen, en b. de geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor op die locatie niet toenemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor gevallen als bedoeld in het eerste lid mag het aantal landbouwhuisdieren van een of meer diercategorieën met geuremissiefactor alleen toenemen als: a. een geurbelastingreducerende maatregel wordt getroffen; en b. de totale geur na het uitbreiden niet meer bedraagt dan het gemiddelde van de waarde, bedoeld in artikel 22.96, en de waarde van de geur die de activiteit onmiddellijk voorafgaand aan het treffen van de maatregel rechtmatig mocht veroorzaken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22100\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.100</span><span class=\"lf-art-t\">Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: afstand tot bijzondere geurgevoelige objecten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 22.98, eerste lid, is niet van toepassing bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor, als de afstand op een locatie gelijk of groter is dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.11, tot de volgende geurgevoelige objecten: a. een geurgevoelig object dat een functionele binding heeft met een dierenverblijf in de directe omgeving daarvan; b. een geurgevoelig object dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden een functionele binding te hebben met een dierenverblijf in de directe omgeving daarvan; c. een geurgevoelig object met een woonfunctie dat op of na 19 maart 2000 is gebouwd:</p>\n<p class=\"lf-p\">1°. op een locatie die op dat tijdstip werd gebruikt voor het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf;</p>\n<p class=\"lf-p\">2°. in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van het dierenverblijf; en 3°. in samenhang met de sloop van een dierenverblijf of bedrijfsgebouw dat onderdeel heeft uitgemaakt van een gebouw voor het houden van landbouwhuisdieren of voor functioneel ondersteunende activiteiten; en d. een geurgevoelig object dat aanwezig is op een locatie waar een geurgevoelig object met een woonfunctie als bedoeld onder c is gebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.11 Afstand tot een geurgevoelig object met functionele binding of geen functionele binding meer op of na 19 maart 2000 en ruimte-voor-ruimtewoning bij geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor Geurgevoelig object met functionele binding of functionele binding tot 19 maart 2000 Afstand Gelegen binnen de bebouwde kom 100 m Gelegen buiten de bebouwde kom 50 m</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.101</span><span class=\"lf-art-t\">Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony's voor het berijden: afstand</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is bij het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden, de afstand tot een geurgevoelig object, niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.12 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden Geurgevoelig object Afstand Gelegen binnen de bebouwde kom 100 m Gelegen buiten de bebouwde kom 50 m</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.102</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony's voor het berijden: eerbiedigende werking voor afstand 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 22.101 is niet van toepassing als op een locatie waarop onmiddellijk voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet rechtmatig niet wordt voldaan aan de afstand, bedoeld in dat artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In een geval als bedoeld in het eerste lid mag het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie zonder geuremissiefactor of het aantal paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden, niet toenemen en de afstand tot een geurgevoelig object niet afnemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22103\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.103</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geur landbouwhuisdieren en paarden of pony's voor het berijden: afstand vanaf de gevel dierenverblijf 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de artikelen 22.98 tot en met 22.102 is bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor of zonder geuremissiefactor of paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden, de afstand niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.13.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.13 Afstand gevel dierenverblijf tot een geurgevoelig object bij geur door het houden van landbouwhuisdieren of paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden Geurgevoelig object Afstand Gelegen binnen de bebouwde kom 50 m Gelegen buiten de bebouwde kom 25 m 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 22.97 geldt de afstand, bedoeld in het eerste lid, vanaf de gevel van een dierenverblijf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22104\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.104</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: eerbiedigende werking voor afstand vanaf gevel dierenverblijf Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor op een locatie rechtmatig niet wordt voldaan aan de afstand, bedoeld in artikel 22.103, mag, in afwijking van dat artikel, bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: a. die afstand niet afnemen; b. de geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor op een geurgevoelig object niet toenemen; en c. het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie met geuremissiefactor niet toenemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22105\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.105</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor en paarden en pony’s voor het berijden: eerbiedigende werking voor afstand vanaf gevel dierenverblijf Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden of pony's die gehouden worden voor het berijden, op een locatie rechtmatig niet wordt voldaan aan de afstand, bedoeld in artikel 22.103, eerste lid, mag, in afwijking van dat artikel, bij het houden van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden: a. die afstand niet afnemen; en b. het aantal landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of het aantal paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden, niet toenemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 22.3.6.3 Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22106\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.106</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22107\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.107</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22108\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.108</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22109\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.109</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22110\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.110</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.111</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.112</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.113</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 22.3.6.4 Geur door andere agrarische activiteiten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.114</span><span class=\"lf-art-t\">Geur opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie: afstand</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is van toepassing op het opslaan van: a. vaste mest die afkomstig is van landbouwhuisdieren of paarden en pony's die gehouden worden voor het berijden; b. champost; of c. dikke fractie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikelis niet van toepassing op: a. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie met een totaal volume van 3 m3 of minder; b. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie korter dan twee weken op een plek; en c. het opslaan van meer dan 600 m3 vaste mest.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand voor geur door het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie vanaf het dichtstbijzijnde punt van de opslagplaats tot een geurgevoelig object niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.17.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.17 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie Opslaan van vaste mest, champost en dikke fractie Afstand Geurgevoelig object gelegen binnen de bebouwde kom 100 m Geurgevoelig object gelegen buiten de bebouwde kom 50 m</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.115</span><span class=\"lf-art-t\">Geur opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong: afstand</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is van toepassing op het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong met een totaal volume van meer dan 3 m3.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand voor geur door het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong vanaf het dichtstbijzijnde punt van de opslagplaats tot een geurgevoelig object niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.18.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.18 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong Opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong Afstand Geurgevoelig object gelegen binnen de bebouwde kom 100 m Geurgevoelig object gelegen buiten de bebouwde kom 50 m</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22116\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.116</span><span class=\"lf-art-t\">Geur opslaan kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen: afstand</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is van toepassing op het opslaan van: a. kuilvoer met een totaal volume van meer dan 3 m3; en b. vaste bijvoedermiddelen met een totaal volume van meer dan 3 m3.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing op in plasticfolie verpakte veevoederbalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand voor geur door het opslaan van kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen vanaf het dichtstbijzijnde punt van de opslagplaats tot een geurgevoelig object, niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.19.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.19 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen Opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen Afstand Niet afgedekt opslaan 50 m Afgedekt opslaan 25 m</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22117\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.117</span><span class=\"lf-art-t\">Geur opslaan drijfmest, digestaat en dunne fractie: afstand</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is van toepassing op het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een of meer mestbassins met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 750 m2 of een gezamenlijke inhoud van ten hoogste 2.500 m3.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand voor geur door het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin vanaf het dichtstbijzijnde punt van het mestbassin tot een geurgevoelig object niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.20.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.20 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin Opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin Afstand tot geurgevoelig gevoelig object Zonder functionele binding met dierenverblijf in directe omgeving Met functionele binding met dierenverblijf in directe omgeving Gezamenlijke oppervlakte minder dan 350 m2 50 m 25 m Gezamenlijke oppervlakte 350 m2 tot en met 750 m2 100 m 50 m</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22118\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.118</span><span class=\"lf-art-t\">Geur voorziening biologisch behandelen dierlijke meststoffen voor of na vergisten: afstand</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is van toepassing op het exploiteren van een voorziening voor het biologisch behandelen van dierlijke meststoffen voor of na het vergisten van dierlijke meststoffen, bedoeld in artikel 4.864 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand vanaf het dichtstbijzijnde punt van de voorziening voor het biologisch behandelen van dierlijke meststoffen voor of na het vergisten tot een geurgevoelig object niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.21.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.21 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door een voorziening voor het biologisch behandelen van dierlijke meststoffen voor of na het vergisten Voorziening voor het biologisch behandelen van dierlijke meststoffen voor of na het vergisten Afstand Geurgevoelig object, gelegen binnen de bebouwde kom 100 m Geurgevoelig object, gelegen buiten de bebouwde kom 50 m</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22119\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.119</span><span class=\"lf-art-t\">Geur composteren of opslaan van groenafval: afstand</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is van toepassing op het composteren of opslaan van groenafval met een volume van 3 m3 tot en met 600 m3.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing op groenafval dat een gevaarlijke afvalstof of gebruikt substraatmateriaal is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand vanaf het dichtstbijzijnde punt van de composteringshoop of de opslagplaats voor groenafval tot een geurgevoelig object niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.22.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.22 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het composteren of opslaan van groenafval Composteren of opslaan van groenafval Afstand Geurgevoelig object, gelegen binnen de bebouwde kom 100 m Geurgevoelig object, gelegen buiten de bebouwde kom 50 m</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22120\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.120</span><span class=\"lf-art-t\">Geur overige agrarische activiteiten: eerbiedigende werking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is van toepassing op het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie, bedoeld in artikel 22.114, het opslaan van substraatmateriaal van plantaardige oorsprong, bedoeld in artikel 22.113, het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen, bedoeld in artikel 22.116, en het composteren of opslaan van groenafval, bedoeld in artikel 22.119, als: a. het opslaan al voor 1 januari 2013 plaatsvond; b. de afstand tussen een activiteit en een geurgevoelig object op 1 januari 2013 rechtmatig kleiner was dan de afstand, bedoeld in artikel 22.114, derde lid, 22.115, tweede lid, 22.116 , derde lid, of 22.119, derde lid; en c. verplaatsing van de opslagplaats of composteringshoop redelijkerwijs niet kan worden gevergd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is ook van toepassing op het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een of meer mestbassins, bedoeld in artikel 22.117, eerste lid, als: a. de afstand tussen de activiteit, bedoeld in artikel 22.117, eerste lid, en een geurgevoelig object op 1 januari 2013 rechtmatig kleiner was dan de afstand, bedoeld in artikel 22.117, tweede lid; b. het mestbassin voor 1 januari 2013 is opgericht; en c. verplaatsing van het mestbassin redelijkerwijs niet kan worden gevergd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In een geval als bedoeld in het eerste of tweede lid is artikel 22.114, derde lid, 22.115, tweede lid , 22.116, derde lid, 22.117, tweede lid, of 22.119, derde lid, niet van toepassing en neemt de afstand tot een geurgevoelig object niet af.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 22.3.6.5 Geur door het exploiteren van zuiveringtechnische werken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.121</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk, bedoeld in artikel 3.173 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.122</span><span class=\"lf-art-t\">Geur zuiveringtechnisch werk: waarde</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de geur op een geurgevoelig object niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.23.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.23 Waarde voor geur ouE/m3als 98-percentiel door een zuiveringtechnisch werk op een geurgevoelig object Activiteit Geurgevoelig object Grenswaarde Het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk Gelegen binnen de bebouwde kom, anders dan op een gezoneerd industrieterrein, een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld of een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein 0,5 ouE/m3 Gelegen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>op een gezoneerd industrieterrein;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein, of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>buiten de bebouwde kom 1 ouE/m3 2.</div>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid is de geur op een geurgevoelig object door het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk dat is opgericht voor 1 februari 1996 en waarvoor op 1 februari 1996 een vergunning op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer in werking en onherroepelijk was, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.24.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.24 Waarde voor geur ouE/m3als 98-percentiel door een zuiveringtechnisch werk opgericht voor 1 februari 1996 op een geurgevoelig object Activiteit Geurgevoelig object Grenswaarde Het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk, opgericht voor 1 februari 1996 Gelegen binnen de bebouwde kom, anders dan op een gezoneerd industrieterrein, een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld of een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein 1,5 ouE/m3 Gelegen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>op een gezoneerd industrieterrein;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>op een Activiteitenbesluit- bedrijventerrein, of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>buiten de bebouwde kom 3,5 ouE/m3 3.</div>\n<p class=\"lf-p\">Op het berekenen van de geur is artikel 6.13 van de Omgevingsregeling van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.123</span><span class=\"lf-art-t\">Geur zuiveringtechnisch werk: geen waarde bij specifieke geurgevoelige objecten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De waarden, bedoeld in artikel 22.122 , eerste lid , zijn niet van toepassing op de geur door het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk waarvoor tot 1 januari 2011 een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking en onherroepelijk was, op geurgevoelige objecten die: a. op het moment van verlening van de vergunning niet aanwezig waren en voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn gebouwd; of b. in de vergunning niet als geurgevoelig werden beschouwd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22124\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.124</span><span class=\"lf-art-t\">Geur zuiveringtechnisch werk: eerbiedigende werking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het wijzigen van een zuiveringtechnisch werk als bedoeld in de artikelen 22.122, tweede lid, en 22.123, is de waarde van de geur op een geurgevoelig object als gevolg van dat zuiveringtechnisch werk niet hoger dan de waarde voor geur op een geurgevoelig object, voorafgaand aan de verandering, tenzij de waarden, bedoeld in artikel 22.122, eerste lid, niet worden overschreden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bodembeheer Subparagraaf 22.3.7.1 Nazorg na saneren van de bodem</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22125\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.125</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.126</span><span class=\"lf-art-t\">Nazorg na afloop van saneren van de bodem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">VERVALLEN 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">VERVALLEN Subparagraaf 22.3.7.2 Kleinschalig graven boven de interventiewaarde bodemkwaliteit</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22127\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.127</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">VERVALLEN 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">VERVALLEN 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">VERVALLEN</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22128\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.128</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden: voor het begin van de activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">VERVALLEN 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">VERVALLEN 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">VERVALLEN</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22129\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.129</span><span class=\"lf-art-t\">Bodem en afval: tijdelijke opslag van vrijkomende grond</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22130\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.130</span><span class=\"lf-art-t\">Bodem en afval: milieukundige begeleiding bij kleinschalig graven</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 22.3.7.3 Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22131\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.131</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22132\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.132</span><span class=\"lf-art-t\">Bodem: mitigerende maatregelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 22.3.7.4 Saneren van de bodem in het gebied De Kempen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22133\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.133</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22134\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.134</span><span class=\"lf-art-t\">Voorafgaand bodemonderzoek</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22135\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.135</span><span class=\"lf-art-t\">Bodem: saneringsaanpak open ontgraving tot niveau terugsaneerwaarde</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22136\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.136</span><span class=\"lf-art-t\">Bodem: terugsaneerwaarde</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">VERVALLEN 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">VERVALLEN</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.8</h3>\n<p class=\"lf-p\">Afvalwaterbeheer Subparagraaf 22.3.8.1 Lozen van grondwater bij sanering of ontwatering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22137\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.137</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van grondwater afkomstig van: a. een bodemsanering of grondwatersanering; b. een onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering; en c. ontwatering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22138\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.138</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 22.137 , worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering, als: a. het lozen niet langer dan 48 uur duurt; of b. het lozen plaatsvindt bij wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste en tweede lid worden de gegevens en bescheiden ten minste vijf werkdagen voor het begin van het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering verstrekt, als het lozen langer duurt dan 48 uur maar niet langer dan 8 weken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22139\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.139</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van grondwater bij saneringen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan grondwater afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering, worden geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het lozen van dat grondwater op of in de bodem zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het lozen van dat grondwater in een schoonwaterriool zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 22.3.26, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat grondwater wordt niet geloosd in een vuilwaterriool.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.26 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarden in μg/l of mg/l Naftaleen 0,2 μg/l PAK's 1 μg/l BTEX 50 μg/l Vluchtige organohalogeen-verbindingen uitgedrukt als chloor 20 μg/l Aromatische organohalogeen-verbindingen 20 μg/l Minerale olie 500 μg/l Cadmium 4 μg/l Kwik 1 μg/l Koper 11 μg/l Nikkel 41 μg/l Lood 53 μg/l Zink 120 μg/l Chroom 24 μg/l Onopgeloste stoffen 50 mg/l</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22140\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.140</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van grondwater bij ontwatering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan grondwater bij ontwatering, dat niet afkomstig is van een bodemsanering, een grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een bodemsanering of grondwatersanering en dat geen drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van het Besluit activiteiten leefomgeving is, worden geloosd op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het lozen van dat grondwater in een schoonwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 50 mg/l en voor ijzer 5 mg/l, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het lozen van dat grondwater in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het lozen van dat grondwater in een vuilwaterriool duurt niet langer dan 8 weken en de geloosde hoeveelheid is ten hoogste 5 m 3 /u.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering bij wonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22141\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.141</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor BTEX: NEN-EN-ISO 15680; b. voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen: NEN-EN-ISO 17993; c. voor tetrachlooretheen, trichlooretheen, 1,2-dichlooretheen, 1,1,1-trichloorethaan, vinylchloride, de som van de vijf hiervoor genoemde stoffen, monochloorbenzeen, dichloorbenzeen, trichloorbenzenen: NEN-EN-ISO 10301 of NEN-EN-ISO 15680, waarbij voor vinylchloride enkel NEN-EN-ISO 15680 gebruikt kan worden; d. voor minerale olie: NEN-EN-ISO 9377-2; e. voor cadmium, koper, nikkel, lood, zink en chroom: NEN 6966 of NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 11885, waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN- ISO 15587-2; f. voor kwik: NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 12846 of NEN-EN-ISO 17852, waarbij kwik wordt ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2; g. voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872; h. voor chloride: NEN-EN-ISO 15682; i. voor cyaniden totaal: NEN-EN-ISO 14403-1 en NEN-EN-ISO 14403-2; j. voor ammonium, nitraat, totaal-fosfaat en sulfaat: NEN-ISO 15923-1; k. voor fluoride: NEN 6589 of NEN 6578; l. voor endosulfan, α-HCH, y-HCH (lindaan), DDT (incl. DDD en DDE), aldrin, dieldrin, endrin, hexachloorbutadieen en hexachloorbenzeen: NEN-EN 16693; m. voor dichloorpropeen: NEN-EN-ISO 15680; n. voor mecoprop: NEN-EN-ISO 15913; o. voor trichloorfenolen, tetrachloorfenol, dichloorfenolen en pentachloorfenol: NEN-EN 12673; p. voor minerale olie: NEN-EN-ISO 9377-2; q. voor anthraceen, fenanthreen, chryseen, fluorantheen, benzo(a)anthraceen, benzo(k)fluorantheen, benzo(a)pyreen, benzo(ghi)peryleen en indeno(l23cd)pyreen: NEN-EN-ISO 17993; r. voor trihalomethanen (THM): ISO 11423-1; s. voor adsorbeerbare organische halogeenverbindingen (AOX): NEN-EN-ISO 9562; t. voor de zuurgraad (pH): NEN-EN-ISO 10523; en u. voor ijzerverbindingen: NEN-EN-ISO 17294-2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 22.3.8.2 Lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22142\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.142</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvloeiend hemelwater dat: a. niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening; b. geen drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en c. geen afvalwater van een kas als bedoeld in paragraaf 4.78 van dat besluit is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22143\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.143</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste zes maanden voor de voorgenomen aanleg van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen en daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken, worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de aard en omvang van de lozing van afvloeiend hemelwater; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste zes maanden voor het veranderen van het lozen door een reconstructie of ingrijpende wijziging van die wegen of daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22144\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.144</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van afvloeiend hemelwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvloeiend hemelwater worden geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afvloeiend hemelwater wordt alleen in een vuilwaterriool geloosd als het lozen op of in de bodem, in een schoonwaterriool of op een oppervlaktewaterlichaam redelijkerwijs niet mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid is niet van toepassing op het lozen van afvloeiend hemelwater dat: a. afkomstig is van wonen; of b. al plaatsvond voordat het Activiteitenbesluit milieubeheer of het Besluit lozen buiten inrichtingen op de lozing van toepassing werd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid wordt afvloeiend hemelwater afkomstig van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen, alleen in een schoonwaterriool geloosd als lozen op of in de bodem redelijkerwijs niet mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het lozen vanuit een pompkelder van een tunnel of een verdiept weggedeelte is, als dat redelijkerwijs mogelijk is, een voorziening aanwezig om, in afwijking van het vierde lid , het meest vervuilde hemelwater in een vuilwaterriool te lozen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 22.3.8.3 Lozen van huishoudelijk afvalwater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22145\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.145</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van huishoudelijk afvalwater.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22146\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.146</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 22.148 , worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: a. het aantal inwonerequivalenten dat wordt geloosd; b. de wijze van behandeling van het afvalwater; en c. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater: a. vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22147\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.147</span><span class=\"lf-art-t\">Geen voedselvermaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Huishoudelijk afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen in een huishouden en daarmee samenhangende activiteiten, dat afvalstoffen bevat die door versnijdende of vermalende apparatuur zijn versneden of vermalen, wordt niet geloosd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22148\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.148</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van huishoudelijk afvalwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt huishoudelijk afvalwater alleen op of in de bodem geloosd als het lozen plaatsvindt buiten een bebouwde kom of binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater wordt geloosd met een vervuilingswaarde van minder dan 2000 inwonerequivalenten, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk waarop kan worden aangesloten meer bedraagt dan: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">40 m bij niet meer dan 10 inwonerequivalenten; b.</p>\n<p class=\"lf-p\">100 m bij meer dan 10 maar minder dan 25 inwonerequivalenten; c.</p>\n<p class=\"lf-p\">600 m bij 25 of meer inwonerequivalenten maar minder dan 50 inwonerequivalenten; d.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.500 m bij 50 of meer inwonerequivalenten maar minder dan 100 inwonerequivalenten; en e.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.000 m bij 100 of meer inwonerequivalenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het huishoudelijk afvalwater vrijkomt; en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het tweede lid, aanhef en onder a, wordt de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk bij voortzetting van het lozen van huishoudelijk afvalwater op of in de bodem dat voor 1 juli 1990 al plaatsvond, berekend vanaf het gedeelte van het gebouw dat zich het dichtst bij een vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk bevindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid kan huishoudelijk afvalwater in de bodem worden geloosd: a. vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22149\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.149</span><span class=\"lf-art-t\">Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt huishoudelijk afvalwater dat wordt geloosd op of in de bodem, geleid via een zuiveringsvoorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 22.3.27.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.27 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarden in mg/l Representatief etmaalmonster Steekmonster Biochemisch zuurstofverbruik 30 mg/l 60 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 150 mg/l 300 mg/l Onopgeloste stoffen 30 mg/l 60 mg/l 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het huishoudelijk afvalwater minder dan zes inwonerequivalenten bevat kan het, in afwijking van het tweede lid, voor vermenging met ander afvalwater worden geleid door een septictank: a. met een nominale inhoud van 6 m3 of meer, volgens NEN-EN 12566-1, en met een hydraulisch rendement van niet meer dan 10 g, volgens annex B van NEN-EN 12566-1; of b. die is geplaatst voor 1 januari 2009 en is afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater: a. vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22150\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.150</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor biochemisch zuurstofverbruik: NEN-EN-ISO 5815-1/2; en b. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 22.3.8.4 Lozen van koelwater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22151\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.151</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van koelwater dat niet afkomstig is van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22152\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.152</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 22.151 , worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de maximale warmtevracht; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22153\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.153</span><span class=\"lf-art-t\">Koelwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan koelwater worden geloosd in schoonwaterriool.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Koelwater wordt alleen in een vuilwaterriool geloosd als het lozen in een schoonwaterriool of op een oppervlaktewaterlichaam redelijkerwijs niet mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het te lozen koelwater worden geen chemicaliën toegevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 22.3.8.5 Lozen bij onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22154\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.154</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van reinigingswerkzaamheden, conserveringswerkzaamheden of andere onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22155\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.155</span><span class=\"lf-art-t\">Periodiek reinigen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt afvalwater afkomstig van reinigingswerkzaamheden, conserveringswerkzaamheden of andere onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken niet in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater of op of in de bodem geloosd, tenzij het gaat om afvalwater afkomstig van reinigingswerkzaamheden die periodiek worden uitgevoerd en waarbij alleen vuilafzetting wordt verwijderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 22.3.8.6 Lozen bij opslaan en overslaan van goederen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22156\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.156</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van het opslaan en overslaan van goederen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22157\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.157</span><span class=\"lf-art-t\">Inerte goederen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van deze paragraaf worden in ieder geval de volgende goederen als inerte goederen beschouwd, voor zover deze niet verontreinigd zijn: a. bouwstoffen als bedoeld in paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. grond en baggerspecie als bedoeld in paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving; c.</p>\n<p class=\"lf-p\">A-hout en ongeshredderd B-hout; d. snoeihout; e. banden van voertuigen; f. autowrakken bij een autodemontagebedrijf waaruit alle vloeistoffen zijn afgetapt en wrakken van tweewielige motorvoertuigen bij een demontagebedrijf voor tweewielige motorvoertuigen waaruit alle vloeistoffen zijn afgetapt; g. straatmeubilair; h. tuinmeubilair; i. aluminium, ijzer en roestvrij staal; j. kunststof anders dan lege, ongereinigde verpakkingen van voedingsmiddelen, smeerolie, verf, lak of drukinkt, gewasbeschermingsmiddelen, biociden of gevaarlijke stoffen; k. kunststofgeïsoleerde kabels anders dan oliedrukkabels, gepantserde papier-loodkabels en papiergeïsoleerde grondkabels; l. papier en karton; m. textiel en tapijt; en n. vlakglas.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22158\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.158</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 22.156 , worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de opgeslagen goederen; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van wonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22159\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.159</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij opslaan van inerte goederen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat in contact is geweest met opgeslagen inerte goederen, worden geloosd op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat afvalwater wordt alleen in een vuilwaterriool geloosd, als het lozen op of in de bodem, op een oppervlaktewaterlichaam of in een schoonwaterriool redelijkerwijs niet mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het lozen van dat afvalwater in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de opgeslagen inerte goederen worden bevochtigd, wordt afvalwater dat met opgeslagen goederen in contact is geweest, zoveel mogelijk voor dit bevochtigen gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van wonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22160\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.160</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het analyseren van onopgeloste stoffen is NEN-EN 872 van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22161\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.161</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Uitzondering voorgeschreven lozingsroute bij opslaan van lekkende, uitlogende en vermestende goederen Als in de waterschapsverordening een andere lozingsroute is toegestaan, wordt, in afwijking van artikel 4.1057, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, het te lozen afvalwater, bedoeld in dat artikel, geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 22.3.8.7 Lozen vanuit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22162\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.162</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig uit: a. een openbaar ontwateringsstelsel of een openbaar hemelwaterstelsel; en b. een systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22163\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.163</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen vanuit openbaar hemelwaterstelsel en openbaar ontwateringsstelsel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan het afvalwater afkomstig uit een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar ontwateringsstelsel worden geloosd op of in de bodem, als dat stelsel voorkomt op het in het gemeentelijk rioleringsplan of een gemeentelijk rioleringsprogramma opgenomen overzicht van voorzieningen en maatregelen als bedoeld in artikel 2.16, eerste lid, onder a, onder 1° en 2°, van de Omgevingswet, en dat stelsel volgens dat plan of programma is uitgevoerd en wordt beheerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22164\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.164</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van huishoudelijk afvalwater vanuit andere systemen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan huishoudelijk afvalwater afkomstig uit een systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet, worden geloosd op of in de bodem, als dat systeem voorkomt op het in het gemeentelijk rioleringsplan of een gemeentelijk rioleringsprogramma opgenomen overzicht van die systemen en volgens dat plan of programma is uitgevoerd en wordt beheerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 22.3.8.8 Lozen bij schoonmaken drinkwaterleidingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22165\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.165</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van het schoonmaken en in gebruik nemen van middelen voor het opslaan, transporteren en distribueren van drinkwater of warm tapwater als bedoeld in artikel 1 van de Drinkwaterwet of van huishoudwater als bedoeld in artikel 1 van het Drinkwaterbesluit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22166\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.166</span><span class=\"lf-art-t\">Schoonmaken drinkwaterleidingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat vrijkomt bij het schoonmaken en in gebruik nemen van de middelen voor opslag, transport en distributie van drinkwater of warm tapwater, worden geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat afvalwater wordt alleen in een vuilwaterriool geloosd als het lozen op of in de bodem, op een oppervlaktewaterlichaam of in een schoonwaterriool redelijkerwijs niet mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het lozen op of in de bodem ontstaat geen wateroverlast.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het water dat wordt gebruikt voor het schoonmaken en dat wordt geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool worden geen chemicaliën toegevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 22.3.8.9 Lozen bij calamiteitenoefeningen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22167\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.167</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater dat vrijkomt bij een calamiteitenoefening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid geldt niet voor het lozen van afvalwater afkomstig van een permanente voorziening voor het oefenen van brandbestrijdingstechnieken, bedoeld in artikel 3.259 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22168\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.168</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 22.167 , worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de aard en omvang van de activiteit; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22169\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.169</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij calamiteitenoefeningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat vrijkomt bij een calamiteitenoefening worden geloosd op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.9</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22170\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.170</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van het telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen, als een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22171\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.171</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van het lozen, bedoeld in de artikelen 22.174 en 22.175 , worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de aard en omvang van de lozing; b. de plaats van de lozingspunten; en c. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22172\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.172</span><span class=\"lf-art-t\">Recirculatie bij grondgebonden teelt in een kas</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 4.791l van het Besluit activiteiten leefomgeving hoeft bij het lozen van drainagewater afkomstig van het telen van gewassen in een kas die op materiaal groeien dat in verbinding staat met de ondergrond geen recirculatiesysteem aanwezig en in gebruik te zijn, als hergebruik van drainagewater niet doelmatig is en het lozen is aangevangen voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22173\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.173</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij spoelen van biologisch geteelde gewassen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 4.761, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt te lozen afvalwater afkomstig van het spoelen van biologisch geteelde gewassen, gelijkmatig verspreid over landbouwgronden of geloosd in een vuilwaterriool.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het lozen van dat afvalwater in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als in de waterschapsverordening een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater, bedoeld in het eerste lid, gelijkmatig verspreid over landbouwgronden, geloosd in een vuilwaterriool of geloosd via die andere route.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22174\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.174</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij sorteren van biologisch geteeld fruit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 4.773, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt te lozen afvalwater afkomstig van het sorteren van biologisch geteeld fruit, gelijkmatig verspreid over landbouwgronden of geloosd in een vuilwaterriool.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het lozen van dat afvalwater in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als in de waterschapsverordening een andere lozingsroute is toegestaan, wordt het te lozen afvalwater, bedoeld in het eerste lid, gelijkmatig verspreid over landbouwgronden, geloosd in een vuilwaterriool of geloosd via die andere lozingsroute.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22175\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.175</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzondering voorgeschreven lozingsroute afvalwater uit een gebouw</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als in de waterschapsverordening een andere lozingsroute is toegestaan, wordt, in afwijking van artikel 4.795, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, het te lozen afvalwater, bedoeld in dat artikel, gelijkmatig verspreid over landbouwgronden of geloosd in een vuilwaterriool of via die andere route.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22176\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.176</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het analyseren van onopgeloste stoffen is NEN-EN 872 van toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.10</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij maken van betonmortel</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22177\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.177</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van het reinigen van installaties en voorzieningen voor het maken van betonmortel en het inwendig reinigen van voertuigen waarin betonmortel is vervoerd, als een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22178\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.178</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.177 worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de lozingsroute; b. de aard en omvang van de lozing; en c. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22179\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.179</span><span class=\"lf-art-t\">Water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.140, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan te lozen afvalwater afkomstig van het reinigen van installaties en voorzieningen voor het maken van betonmortel en het inwendig reinigen van voertuigen waarin betonmortel is vervoerd, ook worden geloosd in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het lozen van dat afvalwater in een schoonwaterriool zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 22.3.28, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.3.28 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarden in mg/l Onopgeloste stoffen 100 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 200 mg/l 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het lozen van dat afvalwater in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een steekmonster.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22180\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.180</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705; en b. voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.11</h3>\n<p class=\"lf-p\">Uitwassen van beton</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22181\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.181</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het uitwassen van beton, als een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22182\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.182</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.181 worden aan het college van burgemeester en wethouders gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22183\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.183</span><span class=\"lf-art-t\">Water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.158, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, kan te lozen afvalwater afkomstig van het uitwassen van beton ook worden geloosd in een vuilwaterriool.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het lozen van dat afvalwater is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 300 mg/l, gemeten in een steekmonster.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22184\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.184</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het analyseren van onopgeloste stoffen is NEN-EN 872 van toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.12</h3>\n<p class=\"lf-p\">Recreatieve visvijvers</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22185\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.185</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het exploiteren van een recreatieve visvijver.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22186\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.186</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.185 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:</p>\n<p class=\"lf-p\">1°. de grenzen van het terrein; en 2°. de plaats van de lozingspunten; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22187\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.187</span><span class=\"lf-art-t\">Water: lozingsroute</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan spuiwater uit recreatieve visvijvers worden geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool. Het spuiwater wordt niet geloosd in een vuilwaterriool.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.13</h3>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22188\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.188</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op: a. digitaal afdrukken; en b. ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal bij wonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22189\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.189</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.188 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:</p>\n<p class=\"lf-p\">1°. de grenzen van het terrein;</p>\n<p class=\"lf-p\">2°. de ligging en de indeling van de gebouwen;</p>\n<p class=\"lf-p\">3°. het gebruik van de te onderscheiden ruimten;</p>\n<p class=\"lf-p\">4°. de ligging van de bedrijfsriolering; en 5°. de plaats van de lozingspunten; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22190\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.190</span><span class=\"lf-art-t\">Water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal worden geloosd in een vuilwaterriool. Het afvalwater wordt niet geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er worden in goede staat verkerende afkwetsrollen gebruikt en er wordt een doelmatige zilverterugwininstallatie toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het tweede lid hoeft geen zilverterugwininstallatie te worden toegepast als per jaar minder dan 700 liter aan gebruiksklare fixeer wordt gebruikt en er gedragsvoorschriften zijn opgesteld en worden nageleefd gericht op het beperken van de emissie van zilver.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het afvalwater is de emissiegrenswaarde voor zilver 4 milligram per liter, gemeten in een steekmonster.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22191\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.191</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het analyseren van zilver is NEN 6966, NEN-EN-ISO 17294-2, NEN-EN-ISO 11885 of NEN 6965 van toepassing, waarbij onopgeloste stoffen worden meegenomen in de analyse en elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.14</h3>\n<p class=\"lf-p\">Wassen van motorvoertuigen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22192\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.192</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het uitwendig wassen van motorvoertuigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing: a. als een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat; en b. op wassen van motorvoertuigen bij wonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22193\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.193</span><span class=\"lf-art-t\">Bodem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met oliën, vetten en koelvloeistof wordt gewassen boven een vloeistofdichte bodemvoorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Motorvoertuigen kunnen ook worden gewassen op een mobiele wasinstallatie die zodanig is uitgevoerd dat vloeistoffen niet in de bodem kunnen geraken, als die mobiele wasinstallatie niet langer dan zes maanden aaneengesloten op eenzelfde locatie is geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing, als per week ten hoogste één motorvoertuig waarmee geen gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast, uitwendig wordt gewassen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22194\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.194</span><span class=\"lf-art-t\">Water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het wassen van motorvoertuigen worden geloosd in een vuilwaterriool. Het afvalwater wordt niet geloosd in een schoonwaterriool.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het lozen op of in de bodem is toegestaan, als per week ten hoogste één motorvoertuig waarmee geen gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast, uitwendig wordt gewassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het afvalwater dat wordt geloosd in een vuilwaterriool is de emissiegrenswaarde voor olie 20 mg/l, gemeten in een steekmonster, of dat afvalwater wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door een slibvangput en olieafscheider: a. volgens NEN-EN 858-1 of NEN-EN 858-1/A1 en NEN-EN 858-2; of b. die zijn geplaatst voor 2 november 2010 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22195\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.195</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is voor olie NEN-EN-ISO 9377-2 van toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.15</h3>\n<p class=\"lf-p\">Niet-industriële voedselbereiding</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22196\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.196</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het bereiden van voedingsmiddelen met: a. keukenapparatuur; b. grootkeukenapparatuur; c. een of meer bakkerijovens die chargegewijs worden beladen; of d. een of meer bakkerijovens die continu worden beladen met een nominaal vermogen of een aansluitwaarde van ten hoogste 100 kW.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing als een activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat, met uitzondering van het bereiden van voedingsmiddelen voor personen die werken op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22197\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.197</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.196 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:</p>\n<p class=\"lf-p\">1°. de grenzen van het terrein;</p>\n<p class=\"lf-p\">2°. de ligging en de indeling van de gebouwen;</p>\n<p class=\"lf-p\">3°. het gebruik van de te onderscheiden ruimten;</p>\n<p class=\"lf-p\">4°. de ligging van de bedrijfsriolering; en 5°. de plaats van de lozingspunten; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op het bereiden van voedingsmiddelen voor personen die wonen of werken op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22198\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.198</span><span class=\"lf-art-t\">Water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen worden geloosd in een vuilwaterriool. Het afvalwater wordt niet geloosd in een schoonwaterriool.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als niet in een vuilwaterriool kan worden geloosd, kan het afvalwater op de bodem worden geloosd, als het afvalwater gezamenlijk met huishoudelijk afvalwater wordt geloosd en de voorzieningen voor het zuiveren van huishoudelijk afvalwater zijn berekend op het zuiveren van het afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afvalwater dat afvalstoffen bevat, die door versnijdende of vermalende apparatuur zijn versneden of vermalen, wordt niet geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vethoudend afvalwater dat wordt geloosd, wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door: a. een vetafscheider en slibvangput volgens NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2; of b. een vetafscheider en slibvangput die zijn geplaatst voor 14 september 2004 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater die wordt geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2 kan met een lagere frequentie van het legen en reinigen dan daar vermeld worden volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van de afscheider.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22199\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.199</span><span class=\"lf-art-t\">Geur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder worden afgezogen dampen en gassen die naar de buitenlucht worden geëmitteerd: a. ten minste 2 m boven de hoogste daklijn van de binnen 25 m van de uitmonding gelegen bebouwing afgevoerd; of b. geleid door een ontgeuringsinstallatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dampen die vrijkomen bij het bereiden van voedingsmiddelen met grootkeukenapparatuur door frituren, bakken in olie of vet of grillen, anders dan met houtskool, worden afgezogen en geleid door een vetvangend filter.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing: a. op het bereiden van voedingsmiddelen met keukenapparatuur; en b. als het mogelijke effect van de geuremissie van de uittredende lucht van een afzuiginstallatie beperkt blijft tot een gezoneerd industrieterrein, op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld of een Activiteitenbesluit- bedrijventerrein met minder dan één geurgevoelig gebouw per hectare.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover er geen verandering van de activiteit plaatsvindt die leidt tot een toename van de geurbelasting op een geurgevoelig gebouw, is het eerste lid niet van toepassing als voor 1 januari 2008 voor die activiteit: a. een vergunning is verleend die voor die datum onherroepelijk is; of b. voorschriften golden op grond van een van de besluiten, genoemd in artikel 6.43 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.16</h3>\n<p class=\"lf-p\">Voedingsmiddelenindustrie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22200\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.200</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 3.129, eerste lid, 3.130 of 3.131 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22201\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.201</span><span class=\"lf-art-t\">Geur: beginnen of uitbreiden activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beginnen of uitbreiden in capaciteit van een activiteit als bedoeld in artikel 22.200 is alleen toegestaan als nieuwe geurhinder op een geurgevoelig gebouw wordt voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is ook van toepassing op het wijzigen van de activiteit, als die wijziging leidt tot een grotere of andere geurbelasting ter plaatse van een geurgevoelig gebouw.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.17</h3>\n<p class=\"lf-p\">Slachten van dieren en bewerken van dierlijke bijproducten of uitsnijden van vlees, vis of organen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22202\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.202</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op: a. het slachten van ten hoogste 10.000 kilogram levend gewicht aan dieren per week en het broeien, koken of pekelen van daarbij vrijkomende dierlijke bijproducten; b. het uitsnijden van vlees van karkassen of karkasdelen; c. het uitsnijden van vis; of d. het uitsnijden en pekelen van organen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing als een activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22203\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.203</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.202 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:</p>\n<p class=\"lf-p\">1°. de grenzen van het terrein;</p>\n<p class=\"lf-p\">2°. de ligging en de indeling van de gebouwen;</p>\n<p class=\"lf-p\">3°. het gebruik van de te onderscheiden ruimten;</p>\n<p class=\"lf-p\">4°. de ligging van de bedrijfsriolering;</p>\n<p class=\"lf-p\">5°. de plaats van de lozingspunten; en 6°. de plaats waar bodembedreigende stoffen worden gebruikt, geproduceerd of uitgestoten; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22204\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.204</span><span class=\"lf-art-t\">Water: lozingsroute en zuivering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater vindt het slachten van dieren en het broeien, koken of pekelen van daarbij vrijkomende dierlijke bijproducten inpandig plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Te lozen afvalwater kan worden geloosd in een vuilwaterriool, als dat afvalwater afkomstig is van: a. het bewerken van dierlijke bijproducten; of b. het reinigen en desinfecteren van ruimtes waar een activiteit als bedoeld in artikel 22.202 is uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afvalwater wordt niet geloosd op of in de bodem of in een schoonwaterriool.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vethoudend afvalwater dat wordt geloosd, wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door: a. een vetafscheider en slibvangput volgens NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2; b. een vetafscheider en slibvangput die zijn geplaatst voor 14 september 2004 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd; of c. een flocculatieafscheider die is geplaatst voor 1 januari 2013 en is afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2 kan met een lagere frequentie van het legen en reinigen dan in die normen vermeld worden volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van de afscheider.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afvalwater wordt niet door een biologische zuivering geleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing op afvalwater afkomstig van wonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22205\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.205</span><span class=\"lf-art-t\">Geur: voorkomen of beperken geurhinder</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder: a. wordt bij het slachten van dieren ten minste de vaste dierlijke mest die vrijkomt bij het slachten in afgesloten, lekvrije tonnen of bakken opgeslagen; en b. worden dampen en gassen van het broeien of koken van dierlijke bijproducten afgezogen, als deze op de buitenlucht worden geëmitteerd:</p>\n<p class=\"lf-p\">1°. ten minste 2 m boven de hoogste daklijn van de binnen 25 m van de uitmonding gelegen gebouwen afgevoerd; of 2°. geleid door een doelmatige ontgeuringsinstallatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover er geen verandering van de activiteit plaatsvindt die leidt tot een toename van de geurbelasting op een geurgevoelig gebouw, is het eerste lid, onder b, niet van toepassing als voor 1 januari 2008 voor die activiteit: a. een vergunning is verleend die voor die datum onherroepelijk is; of b. voorschriften golden op grond van een van de besluiten, genoemd in artikel 6.43 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22206\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.206</span><span class=\"lf-art-t\">Bodem: bodembeschermende voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem vindt het pekelen van dierlijke bijproducten en organen plaats boven een aaneengesloten bodemvoorziening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22207\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.207</span><span class=\"lf-art-t\">Bodem: logboek bodembeschermende voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een logboek bijgehouden waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22208\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.208</span><span class=\"lf-art-t\">Bodem: eindonderzoek bodem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het beëindigen van het pekelen van dierlijke bijproducten of organen wordt een eindonderzoek bodem verricht om de kwaliteit van de bodem vast te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bodemonderzoek gaat over de bodembedreigende stoffen die zijn gebruikt, geproduceerd of uitgestoten op het gedeelte van de locatie waar het pekelen van dierlijke bijproducten of organen is verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bodemonderzoek voldoet aan NEN 5725 en NEN 5740 en het veldwerk wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatie- instantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22209\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.209</span><span class=\"lf-art-t\">Bodem: rapport van het eindonderzoek bodem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het rapport van het eindonderzoek bodem bevat: a. de naam en het adres van degene die het onderzoek heeft verricht; b. de wijze waarop het onderzoek is verricht; c. de aard en de mate van de aangetroffen verontreinigde stoffen en de herkomst daarvan; d. informatie over het huidige en eerdere gebruik van het terrein; e. bestaande informatie over bodemmetingen en grondwatermetingen die de toestand van de bodem en het grondwater weergeven op het tijdstip van opstelling van het rapport, of anders nieuwe bodemmetingen en grondwatermetingen voor het constateren van eventuele verontreiniging van de bodem door de bodemverontreinigende stoffen die bij de activiteit zijn gebruikt, zijn geproduceerd of zijn vrijgekomen; en f. als de kwaliteit van de bodem wordt hersteld: de wijze waarop en de mate waarin dit gebeurt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.210</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden: beëindigen activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten hoogste zes maanden na het beëindigen van het pekelen van dierlijke bijproducten of organen wordt een rapport van het eindonderzoek bodem verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.211</span><span class=\"lf-art-t\">Bodem: herstel van de bodemkwaliteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de bodem is verontreinigd, wordt uiterlijk zes maanden na het toezenden van het rapport van het eindonderzoek bodem de bodemkwaliteit hersteld tot: a. de bodemkwaliteit en grondwaterkwaliteit, die is vastgesteld in een rapport volgens NEN 5740 dat is opgesteld voor het begin van de het pekelen van dierlijke bijproducten of organen; b. de bodemkwaliteit van de locatie waarop de activiteit is verricht, zoals die is vastgelegd op een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in artikel 47, onder a, of 57, tweede lid, van het Besluit bodemkwaliteit; of c. de achtergrondwaarden, vastgesteld op grond van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het herstel wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.212</span><span class=\"lf-art-t\">Informeren: herstelwerkzaamheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders wordt ten minste vijf dagen voor het begin van de herstelwerkzaamheden geïnformeerd over de begindatum.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders wordt ten hoogste vijf dagen na beëindiging van de herstelwerkzaamheden geïnformeerd over de einddatum.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22213\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.213</span><span class=\"lf-art-t\">Water: opruimen gemorste en gelekte stoffen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater worden bij het pekelen van dierlijke bijproducten en organen de gemorste of gelekte stoffen zoveel mogelijk zonder verder toevoegen van water opgeruimd en afgevoerd als afvalstof en wordt zoveel mogelijk voorkomen dat deze stoffen in het afvalwater terecht kunnen komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing op afvalwater afkomstig van wonen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.18</h3>\n<p class=\"lf-p\">Opwekken van elektriciteit met een windturbine</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22214\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.214</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het opwekken van elektriciteit met een windturbine, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving als: a. die slagschaduw veroorzaakt in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit; of b. die lichtschittering veroorzaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine, in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is ook niet van toepassing voor zover het gaat om een windpark met 3 of meer windturbines.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22215\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.215</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik: eerbiedigende werking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 22.214 , tweede lid , is deze paragraaf ook van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar: a. in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of b. in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 22.214 , eerste lid , is deze paragraaf niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is maar mag worden gebouwd op grond van: a. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of b. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22216\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.216</span><span class=\"lf-art-t\">Slagschaduw: stilstandvoorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of beperken van slagschaduw is de windturbine voorzien van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine afschakelt als gemiddeld meer dan zeventien dagen per jaar gedurende meer dan twintig minuten per dag slagschaduw kan optreden in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw en voor zover de afstand tussen de windturbine en een slagschaduwgevoelig gebouw minder dan twaalf maal de rotordiameter bedraagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand wordt gemeten van een punt op ashoogte van de windturbine: a. tot de gevel van een slagschaduwgevoelig gebouw; en b. tot de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22217\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.217</span><span class=\"lf-art-t\">Slagschaduw: functionele binding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 22.216is niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een slagschaduwgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met de windturbine.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22218\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.218</span><span class=\"lf-art-t\">Slagschaduw: voormalige functionele binding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een agrarische activiteit is artikel 22.216 niet van toepassing op slagschaduw door een windturbine in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw dat: a. op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet of een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet aangevraagde omgevingsvergunning behoort of heeft behoord tot die agrarische activiteit en door een derde bewoond mag worden; of b. eerder functioneel verbonden was met die agrarische activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.62 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is bepaald dat regels voor slagschaduw niet van toepassing zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22219\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.219</span><span class=\"lf-art-t\">Lichtschittering: beperken van reflectie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lichtschittering wordt bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine voorkomen of zoveel mogelijk beperkt door toepassing van niet reflecterende materialen of coatinglagen op de betrokken onderdelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22220\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.220</span><span class=\"lf-art-t\">Lichtschittering: meten reflectiewaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het uitvoeren van een meting van reflectiewaarden is NEN-EN-ISO 2813 van toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.19</h3>\n<p class=\"lf-p\">In werking hebben van een acculader</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22221\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.221</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het met een acculader laden van een natte accu die vloeibare bodembedreigende stoffen bevat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22222\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.222</span><span class=\"lf-art-t\">Bodem: bodembeschermende voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem vindt het laden van een accu plaats boven een aaneengesloten bodemvoorziening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22223\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.223</span><span class=\"lf-art-t\">Bodem: logboek bodembeschermende voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een logboek bijgehouden waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.20</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22224\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.224</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage met meer dan 20 parkeerplaatsen die voorzien is van mechanische ventilatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22225\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.225</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van het bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage met meer dan 30 parkeerplaatsen worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:</p>\n<p class=\"lf-p\">1°. de grenzen van het terrein;</p>\n<p class=\"lf-p\">2°. de ligging en de indeling van de gebouwen;</p>\n<p class=\"lf-p\">3°. het gebruik van de te onderscheiden ruimten; en 4°. de ligging van de bedrijfsriolering; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22226\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.226</span><span class=\"lf-art-t\">Lucht en geur: afvoeren emissies</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het beschermen van de kwaliteit van de lucht en het voorkomen of beperken van geurhinder: a. worden de aanzuigopeningen voor de ventilatie van de parkeergarage in een verkeersluwe omgeving, of, als dat niet mogelijk is, op ten minste 5 m boven het straatniveau en buiten de beïnvloeding van de uitblaasopeningen aangebracht; b. wordt de uit de parkeergarage afgezogen lucht verticaal uitgeblazen op ten minste 5 m boven het straatniveau of, als binnen 25 m van de uitblaasopening een gebouw is gelegen met een hoogste daklijn die meer dan vijf meter boven het straatniveau is gelegen, ten minste één meter boven de hoogste daklijn van dat gebouw; en c. bedraagt de snelheid van de uitgeblazen lucht, gemeten bij de rand van de uitblaasopening, ten minste tien meter per seconde.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover er geen verandering van de activiteit plaatsvindt die leidt tot een toename van de geurbelasting op een geurgevoelig gebouw, is het eerste lid niet van toepassing als voor 1 januari 2008 voor die activiteit: a. een vergunning is verleend die voor die datum onherroepelijk is; of b. voorschriften golden op grond van een van de besluiten, genoemd in artikel 6.43 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.21</h3>\n<p class=\"lf-p\">Traditioneel schieten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22227\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.227</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het traditioneel schieten door schutterijen of schuttersgilden met buksen of geweren vanaf een vaste standplaats op een stilstaand doel in de buitenlucht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22228\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.228</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.227 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:</p>\n<p class=\"lf-p\">1°. de grenzen van het terrein;</p>\n<p class=\"lf-p\">2°. de ligging en de indeling van de gebouwen; en 3°. de plaats waar bodembedreigende stoffen worden gebruikt; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22229\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.229</span><span class=\"lf-art-t\">Bodem en externe veiligheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en het beperken van verontreiniging van de bodem vindt het schieten op zodanige wijze plaats dat alle afgeschoten kogels worden opgevangen in een voorziening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22230\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.230</span><span class=\"lf-art-t\">Bodem: bodembeschermende voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het beperken van verontreiniging van de bodem, vindt traditioneel schieten plaats boven een bodembeschermende voorziening, als bij het schieten hulzen van verschoten munitie vrijkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorziening voor het opvangen van afgeschoten kogels, bedoeld in artikel 22.229 , is opgesteld boven een bodembeschermende voorziening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22231\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.231</span><span class=\"lf-art-t\">Bodem: logboek bodembeschermende voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een logboek bijgehouden waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22232\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.232</span><span class=\"lf-art-t\">Bodem: eindonderzoek bodem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het beëindigen van het traditioneel schieten wordt een eindonderzoek bodem verricht om de kwaliteit van de bodem vast te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eindonderzoek bodem gaat over de bodembedreigende stoffen die zijn gebruikt op het gedeelte van de locatie waar het traditioneel schieten heeft plaatsgevonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bodemonderzoek voldoet aan NEN 5725 en NEN 5740 en het veldwerk wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatie- instantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22233\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.233</span><span class=\"lf-art-t\">Bodem: rapport van het eindonderzoek bodem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het rapport van het eindonderzoek bodem bevat: a. de naam en het adres van degene die het onderzoek heeft verricht; b. de wijze waarop het onderzoek is verricht; c. de aard en de mate van de aangetroffen verontreinigde stoffen en de herkomst daarvan; d. informatie over het huidige en eerdere gebruik van het terrein; e. bestaande informatie over bodemmetingen en grondwatermetingen die de toestand van de bodem en het grondwater weergeven op het tijdstip van opstelling van het rapport, of anders nieuwe bodemmetingen en grondwatermetingen voor het constateren van eventuele verontreiniging van de bodem door de bodemverontreinigende stoffen die bij de activiteit zijn gebruikt, zijn geproduceerd of zijn vrijgekomen; en f. als de kwaliteit van de bodem wordt hersteld, de wijze waarop en de mate waarin dit gebeurt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22234\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.234</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden: beëindigen activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten hoogste zes maanden na het beëindigen van het traditioneel schieten wordt een rapport van het eindonderzoek bodem verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22235\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.235</span><span class=\"lf-art-t\">Bodem: herstel van de bodemkwaliteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de bodem is verontreinigd, wordt uiterlijk zes maanden na het toezenden van het rapport van het eindonderzoek bodem, de bodemkwaliteit hersteld tot: a. de bodemkwaliteit en grondwaterkwaliteit, die is vastgesteld in een rapport volgens NEN 5740 dat is opgesteld voor het begin van de activiteit; b. de bodemkwaliteit van de locatie waarop de activiteit is verricht, zoals die is vastgelegd op een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in artikel 47, onder a, of artikel 57, tweede lid, van het Besluit bodemkwaliteit; of c. de achtergrondwaarden, vastgesteld op grond van artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het herstel wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22236\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.236</span><span class=\"lf-art-t\">Informeren: herstelwerkzaamheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders wordt ten minste vijf dagen voor het begin van de herstelwerkzaamheden, bedoeld in artikel 22.235 geïnformeerd over de begindatum.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders wordt ten hoogste vijf dagen na beëindiging van de herstelwerkzaamheden, bedoeld in artikel 22.235 geïnformeerd over de einddatum.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.22</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bieden van gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22237\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.237</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het bieden van gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht waarbij terreinverlichting wordt toegepast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22238\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.238</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.237 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:</p>\n<p class=\"lf-p\">1°. de grenzen van het terrein;</p>\n<p class=\"lf-p\">2°. de ligging en de indeling van de gebouwen; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22239\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.239</span><span class=\"lf-art-t\">Licht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het beperken van lichthinder is de verlichting die hoort bij een gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht uitgeschakeld: a. tussen 23.00 uur en 07.00 uur; en b. als er geen sport wordt beoefend en geen onderhoud plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op dagen of dagdelen in verband met: a. de viering van festiviteiten die bij of krachtens een gemeentelijke verordening zijn aangewezen in de gebieden in de gemeente waarvoor de verordening geldt; b. de viering van andere festiviteiten die plaatsvinden op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het aantal bij of krachtens een gemeentelijke verordening aan te wijzen dagen of dagdelen niet meer mag bedragen dan twaalf per kalenderjaar; of c. door het college van burgemeester en wethouders aangewezen activiteiten, anders dan festiviteiten als bedoeld onder b, waarbij het aantal aan te wijzen dagen of dagdelen gebaseerd op dit artikel samen niet meer bedraagt dan twaalf dagen per kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een festiviteit of activiteit als bedoeld in het tweede lid die ten hoogste een etmaal duurt, maar die zowel voor als na 00.00 uur plaatsvindt, wordt hierbij beschouwd als plaatshebbende op één dag.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.23</h3>\n<p class=\"lf-p\">Opslaan van vaste mest</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22240\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.240</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het opslaan van vaste mest met een totaal volume van ten minste 3 m 3 en ten hoogste 600 m 3 .</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing: a. op het opslaan van vaste mest, korter dan twee weken op één plek; en b. als een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.90, 3.200, 3.208, 3.211, 3.215 of 3.225 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22241\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.241</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.240 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:</p>\n<p class=\"lf-p\">1°. de grenzen van het terrein;</p>\n<p class=\"lf-p\">2°. de ligging en de indeling van de gebouwen;</p>\n<p class=\"lf-p\">3°. het gebruik van de te onderscheiden ruimten;</p>\n<p class=\"lf-p\">4°. de ligging van de bedrijfsriolering;</p>\n<p class=\"lf-p\">5°. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;</p>\n<p class=\"lf-p\">6°. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd, zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en 7°. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22242\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.242</span><span class=\"lf-art-t\">Bodem: opslag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt vaste mest, met uitzondering van gedroogde pluimveemest, opgeslagen: a. op een aaneengesloten bodemvoorziening, waarbij de vloeistoffen die vrijkomen worden opgevangen; of b. op een voldoende dikke absorberende laag als de opslag niet meer dan zes maanden duurt en tegen inregenen is beschermd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedroogde pluimveemest wordt opgeslagen: a. in een gebouw met een aaneengesloten bodemvoorziening waar de pluimveemest wordt beschermd tegen weersinvloeden en waar voldoende ventilatie is om condensvorming te voorkomen; b. in een afgedekte container als de pluimveemest ten minste elke twee weken wordt afgevoerd; of c. op een voldoende dikke absorberende laag als de opslag niet meer dan zes maanden duurt en tegen inregenen is beschermd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22243\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.243</span><span class=\"lf-art-t\">Bodem: logboek bodembeschermende voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een logboek bijgehouden waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22244\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.244</span><span class=\"lf-art-t\">Water: lozingsroute</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kunnen vrijkomende vloeistoffen afkomstig van het opslaan van vaste mest gelijkmatig worden verspreid over onverharde bodem.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrijkomende vloeistoffen worden niet geloosd in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22245\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.245</span><span class=\"lf-art-t\">Geur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder wordt vaste mest opgeslagen: a. in een afgesloten voorziening voor een periode van ten hoogste twee weken; of b. op ten minste 50 m afstand vanaf de begrenzing van de opslag van vaste mest tot een geurgevoelig object.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op het opslaan van vaste mest afkomstig van landbouwhuisdieren of van paarden en pony's die worden gehouden voor het berijden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.24</h3>\n<p class=\"lf-p\">Opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22246\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.246</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het opslaan van: a. kuilvoer met een totaal volume van meer dan 3 m 3 ; of b. vaste bijvoedermiddelen met een totaal volume van meer dan 3 m 3 .</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing als een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.200 of 3.215 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22247\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.247</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.246 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:</p>\n<p class=\"lf-p\">1°. de grenzen van het terrein;</p>\n<p class=\"lf-p\">2°. de ligging en de indeling van de gebouwen;</p>\n<p class=\"lf-p\">3°. het gebruik van de te onderscheiden ruimten;</p>\n<p class=\"lf-p\">4°. de ligging van de bedrijfsriolering;</p>\n<p class=\"lf-p\">5°. op welke punten welk afvalwater wordt geloosd;</p>\n<p class=\"lf-p\">6°. of de punten waarop afvalwater wordt geloosd, zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool; en 7°. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitkomen; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; d. gegevens over de lozingsroutes; en e. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22248\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.248</span><span class=\"lf-art-t\">Bodem: bodembeschermende voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem worden kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen opgeslagen op een elementenbodemvoorziening, waarbij de vloeistoffen die vrijkomen worden opgevangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing als kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen als veevoederbalen in plastic folie zijn verpakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22249\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.249</span><span class=\"lf-art-t\">Bodem: logboek bodembeschermende voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een logboek bijgehouden waarin voor bodembeschermende voorzieningen gegevens worden vastgelegd over controles, beoordelingen, onderhoud en reparaties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22250\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.250</span><span class=\"lf-art-t\">Water: lozingsroute vrijkomende vloeistoffen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kunnen vrijkomende vloeistoffen afkomstig van de opslag van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen gelijkmatig worden verspreid over onverharde bodem.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrijkomende vloeistoffen worden niet geloosd in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing op afvalwater afkomstig van wonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22251\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.251</span><span class=\"lf-art-t\">Water: lozingsroutes afvalwater bodembeschermende voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van de bodembeschermende voorziening voor opslag van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen worden geloosd op of in de bodem als: a. het niet in contact is geweest met het kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen; en b. het niet is vermengd met daaruit vloeiende vloeistoffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afvalwater wordt niet geloosd in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing op afvalwater afkomstig van wonen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  22.3.25</h3>\n<p class=\"lf-p\">Het fokken, houden of trainen van landbouwhuisdieren, andere zoogdieren of vogels</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22252\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.252</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het fokken, houden of trainen van meer dan 25 vogels of meer dan 5 zoogdieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing als een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving de activiteit omvat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22253\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.253</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in artikel 22.252 worden aan het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:</p>\n<p class=\"lf-p\">1°.</p></div>", "next": 239956}