{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">voor zover het een zelfstandig onderdeel van een beschermd archeologisch monument betreft, een overzichtskaart waarop de betrokken kadastrale percelen zijn aangegeven; voor zover het een groen monument betreft, een overzichtskaart van de groenaanleg met de plaats van de werkzaamheden en voor zover het een zelfstandig onderdeel betreft, de kadastrale percelen; indien rijkssubsidie is ontvangen of is aangevraagd in het kader van de Brim of de Sim, een kopie van de subsidiebeschikking danwel de ontvangstbevestiging van de subsidieaanvraag; indien voor het monument een laagrentende lening via het Nationaal Restauratiefonds is afgesloten een kopie van de akte van lening; een vergunning van de gemeente voor de uit te voeren werkzaamheden, dan wel een verklaring van de gemeente waaruit blijkt dat de werkzaamheden niet vergunningplichtig zijn. Indien deze stukken bij het indienen van de aanvraag nog niet zijn verkregen, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde tot het verkrijgen van de betreffende vergunning dan wel verklaring van de gemeente waaruit blijkt dat de werkzaamheden niet vergunningplichtig zijn; indien subsidie wordt aangevraagd voor energiemaatregelen als bedoeld in artikel 4.20.2 sub b: het uitgevoerde energieonderzoek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4208\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.20.8</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4209\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.20.9</span><span class=\"lf-art-t\">Volgorde van behandeling</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Gedeputeerde Staten plaatsen de subsidieaanvragen voor de restauratie van een rijksmonument als bedoeld in artikel 4.20.2 sub a in een prioriteitsvolgorde. Gedeputeerde Staten verstrekken de subsidie in volgorde van de vastgestelde prioriteit, voor zover het subsidieplafond dat toelaat.</div>\n<p class=\"lf-p\">99[Toelichting: Bij het bepalen van de volgorde van behandeling hanteren Gedeputeerde Staten een prioriteitsvolgorde waarbij punten kunnen worden toebedeeld op basis van een aantal kenmerken van de aanvraag. Investeren in een restauratie heeft pas zin als er planmatig onderhoud aan het rijksmonument wordt uitgevoerd. Aanvragers krijgen dan ook voorrang wanneer ze een aanvraag hebben ingediend bij een instandhoudingsregeling van het Rijk.Een eigenaar die maximaal leent via het Nationaal Restauratiefonds toont de bereidheid te investeren in het onderhoud van het monument. Ook deze aanvragers krijgen voorrang.] 2. De prioriteitsvolgorde als bedoeld in het eerste lid wordt op basis van scoretabel 1 bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">100[Toelichting: Instandhouding van monumenten is een van de hoofdactiviteiten van de POM's. Met het rijk is afgesproken om zorg te dragen voor de POM's vanwege hun bijzondere rol bij het behoud van monumenten. In deze regeling vertaalt zich dat door per POM aan maximaal twee aanvragen een punt in de scoretabel toe te kennen. Voor groene en archeologische monumenten is het realiseren van een herbestemming geen optie. Ook zal het afsluiten van een lening via het NRF in veel gevallen geen mogelijkheid bieden voor deze categorie monumenten. Om deze monumenten een gelijke kans op subsidie te geven kent de regeling een aanvraag van dit type monument twee punten toe (indien toch sprake is van een lening via het NRF wordt hiervoor geen extra punt berekend, omdat deze hierbij reeds is toebedeeld).</p>\n<p class=\"lf-p\">Scoretabel 1 Onderdeel; Cijfer ; Het rijksmonument is eigendom van een POM (per POM kunnen maximaal twee aanvragen aanspraak maken op een punt. Indien de POM meer aanvragen indient, dient zij zelf een onderlinge prioritering aan te geven); 1; Het betreft een groen of archeologisch rijksmonument; 2; Voor het rijksmonument is in het kader van de Brim of de Sim subsidie ontvangen, danwel aangevraagd; 1; Voor het rijksmonument is een laagrentende lening via het Nationaal Restauratiefonds afgesloten; 1; Het rijksmonument maakt onderdeel uit van een herbestemmingsopgave; 1; De gevraagde subsidie bedraagt 70% van de subsidiabele kosten; 1; De gevraagde subsidie ligt tussen de 69 en 50% van de subsidiabele kosten; 2;</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevraagde subsidie ligt tussen de 49 en 30 % van de subsidiabele kosten; 3; De gevraagde subsidie ligt tussen de 29 en 1 % van de subsidiabele kosten; 4; Totaalscore is de optelsom van toegekende punten; ];</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Bij gelijke score bepaalt de hoogte van het eigen aandeel de rangorde, waarbij het hoogste eigen aandeel, percentueel ten opzichte van de totale subsidiabele kosten, voorrang krijgt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De prioriteitsvolgorde die op basis van het eerste lid is bepaald voor de restauratie van rijksmonumenten geldt ook als prioriteitsvolgorde voor subsidie als bedoeld in artikel 4.20.2 sub b.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42010\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.20.10</span><span class=\"lf-art-t\">Adviescommissie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvragen worden voorgelegd aan de provinciale Monumentencommissie, die advies uitbrengt en de aanvragen in een prioriteitsvolgorde plaatst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42011\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.20.11</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt de subsidie geweigerd indien de exploitatie van het rijksmonument voor een periode van ten minste vijf jaren niet aannemelijk kan worden gemaakt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie wordt geweigerd indien het een aanvraag betreft voor een rijksmonument dat in oorsprong is vervaardigd voor bewoning of dat thans voor meer dan de helft van de oppervlakte voor bewoning in gebruik is, met dien verstande dat niet als woonhuizen worden aangemerkt gebouwen die deel uitmaken van een geregistreerd museum, kerkgebouwen, kastelen, het hoofdhuis van buitenplaatsen, landhuizen, gebouwen van liefdadigheid, molens, gemalen, agrarische gebouwen en watertorens.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het tweede lid is niet van toepassing op een aanvraag van een: gemeente, waterschap of openbaar lichaam dat is ingesteld met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen, of POM.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.21 Herbestemming cultureel erfgoed</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.21.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. cultureel erfgoed: Overijsselse gebouwen en bouwwerken met cultuurhistorische waarde, die het waard zijn om behouden te blijven en die bijdragen aan de karakteristieke identiteit van het gebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">101[Toelichting: Te denken valt aan: religieus erfgoed (bv. kerken en kloosters), industrieel erfgoed (bv. fabrieken, fabriekscomplexen en molens) en agrarisch erfgoed (bv. boerderijen en schuren). Het kan daarbij gaan om een rijksmonument of een gemeentelijk monument of een gebouw/bouwwerk waar de gemeente een verklaring voor af heeft gegeven dat het van cultuurhistorische waarde is. Naast een rijksmonument of een gemeentelijk monument is er ook sprake van cultuurhistorische waarde wanneer het gaat om:- een in het bestemmingsplan aangeduid karakteristiek gebouw of bouwwerk:- een gebouw of bouwwerk dat in een nationale, provinciale of gemeentelijke inventarisatie is aangemerkt als van cultuurhistorische waarde.] b. herbestemming: geven van een nieuwe functie aan cultureel erfgoed of een belangrijk deel daarvan; c. transformatieplan: een beschrijving van de voorgenomen herbestemming van cultureel erfgoed die voldoet aan de criteria als genoemd in artikel 4.21.3 lid 1.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.21.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor het uitvoeren van een herbestemming op basis van een transformatieplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4213\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.21.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende criteria: a. De uitvoering van de herbestemming is gebaseerd op een transformatieplan die aan de volgende eisen voldoet: het is opgesteld door deskundige en vakbekwame professionals; het brengt de bestaande situatie van het cultureel erfgoed alsmede de directe omgeving in beeld; het benoemt de nieuwe functie van het cultureel erfgoed alsmede het maatschappelijk draagvlak voor de nieuwe functie voor het cultureel erfgoed; het beschrijft de specifieke kwaliteiten van het cultureel erfgoed alsmede de directe omgeving en de wijze waarop deze kwaliteiten voor de herbestemming ingezet zijn; het omvat het ontwerp voor de herbestemming van het cultureel erfgoed, alsmede de nieuwe inrichting van de directe omgeving; het geeft een beschrijving van de betrokkenheid van de gemeente bij de herbestemming van het cultureel erfgoed; het onderbouwt hoe het cultureel erfgoed na de transformatie duurzaam geëxploiteerd kan worden. b. Voor de uitvoering van het transformatieplan zijn de eventueel benodigde vergunningen verkregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">102[Toelichting: Voordat een aanvraag voor subsidie voor een project ter uitvoering van het transformatieplan wordt aangevraagd, dient uit het vooroverleg met de desbetreffende gemeente te blijken dat er naar verwachting geen planologische bezwaren tegen het project zullen zijn. De noodzakelijke vergunningen moeten zijn verkregen.] c. Als de subsidie een steunmaatregel is, dan moet het voldoen aan de de-minimisverordening. d. Bij de uitvoering van het transformatieplan wordt ten minste één leerlingwerkplaats gerealiseerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4214\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.21.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt 40% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 75.000 per herbestemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4215\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.21.5</span><span class=\"lf-art-t\">Indieningstermijn</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.2.2 kan een subsidieaanvraag ingediend worden vanaf 2 februari 2016.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4216\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.21.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvrager maakt bij zijn aanvraag voor subsidie gebruik van het aanvraagformulier Herbestemming cultureel erfgoed.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In aanvulling op artikel 1.2.1 tweede lid overlegt de aanvrager bij de aanvraag voor subsidie tevens: het transformatieplan als bedoeld in artikel 4.21.3 sub a; een verklaring van de gemeente waaruit blijkt dat de gemeente instemt met de voorgestelde uitvoering van het transformatieplan; de benodigde vergunningen of een verklaring van de gemeente dat er geen vergunningen voor de transformatie nodig zijn; indien het geen Rijksmonument betreft een verklaring van de gemeente, waarin zij de cultuurhistorische waarde van het cultureel erfgoed erkent; een toelichting op de deskundigheid en vakbekwaamheid van de betrokken professionals, die de transformatie van het culturele erfgoed gaan uitvoeren.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4217\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.21.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4218\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.21.8</span><span class=\"lf-art-t\">Volgorde van behandeling</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor zover door verstrekking van subsidie voor volledige aanvragen die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden , wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld op basis van de procentuele hoogte van de eigen bijdrage en die van derden, waarbij een hogere percentage van de subsidiabele kosten voorgaat op een lagere bijdrage van de subsidiabele kosten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien van toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat subsidieaanvragen op een gelijke plaats eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald op basis van de hoogte van de eigen bijdrage in absolute zin, waarbij een hogere bijdrage voorgaat op een lagere bijdrage.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4219\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.21.9</span><span class=\"lf-art-t\">Adviescommissie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen de subsidieaanvraag om advies voorleggen aan de provinciale Monumentencommissie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42110\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.21.10</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.4.1 en 1.4.2 dient de subsidieontvanger de activiteit uiterlijk binnen drie jaar na subsidieverlening te hebben uitgevoerd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.22 Renovatie buitenpodia</h3>\n<p class=\"lf-p\">[Ingetrokken]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.23 Product Markt Partner Combinaties (PMPC'S) Toerisme Overijssel</h3>\n<p class=\"lf-p\">[ingetrokken]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.24 Initiatieven van Onderop ‘Sociaal Kapitaal Overijssel'</h3>\n<p class=\"lf-p\">[Ingetrokken]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.25 Maatschappelijke initiatieven Overijssel 2014</h3>\n<p class=\"lf-p\">103[Toelichting: Gedeputeerde Staten hechten veel waarde aan maatschappelijke initiatieven in Overijssel, omdat deze de sociale verbanden versterken, maatschappelijke deelname vergroten en/of de eigen burgerkracht bevorderen. Gedeputeerde Staten ondersteunen maatschappelijke initiatieven die een algemeen belang dienen, die niet gericht zijn op persoonlijke belangen en die geen winstoogmerk hebben. Voorbeelden van maatschappelijke initiatieven zijn nieuwe ontmoetingsplekken, gezamenlijk inrichten en onderhouden van openbare ruimte en culturele activiteiten met een sociaal doel. Alle kosten die direct toe te rekenen zijn aan de activiteit zijn subsidiabel. Hierbij geldt dat de kosten van de activiteit ten minste € 1.000 moeten bedragen. De subsidie bedraagt minimaal € 1.000 en maximaal € 3.000. Een aanvrager kan maar 1 keer voor subsidie in aanmerking komen, maar mag wel verschillende maatschappelijke initiatieven in de aanvraag opnemen.]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4251\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. algemeen belang: datgene dat voor het welzijn van de samenleving in het algemeen nuttig, gewenst of nodig is; b. maatschappelijk initiatief: gezamenlijke activiteit van burgers die het algemeen belang dient, die onverplicht is of wordt gestart én die geen winstoogmerk heeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4252\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor een maatschappelijk initiatief in Overijssel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4253\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag voor een subsidie moet voldoen aan de volgende criteria: a. de aanvrager is een rechtspersoon die statutair of volgens het register van de Kamer van Koophandel gevestigd is in Overijssel;</p>\n<p class=\"lf-p\">104[Toelichting: Rechtspersonen zoals plaatselijke belangen kunnen ook aanvragen indienen voor verschillende maatschappelijke initiatieven in hun netwerk. Zij zijn dan wel verantwoordelijk voor het naleven van de subsidievoorschriften.] b. de activiteit vindt plaats in Overijssel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4254\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt per aanvrager minimaal € 1.000 en maximaal € 3.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">105[Toelichting: De subsidie per aanvrager bedraagt maximaal € 3.000 ongeacht het aantal initiatieven. Een aanvrager kan maar één keer een subsidie ontvangen op grond van deze paragraaf (zie artikel 4.25.11 sub d).]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4255\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De kosten die direct aan de subsidiabele activiteit toe te rekenen zijn, worden aangemerkt als subsidiabele kosten. Artikel 1.1.5 en artikel 1.1.6 zijn niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4256\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen voor 2014 een subsidieplafond vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">106[Toelichting: Het subsidieplafond wordt, gelijktijdig met de publicatie van deze subsidieparagraaf, via een publicatie in het provinciaal blad bekend gemaakt.]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4257\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende stukken bij de aanvraag voor subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager maakt gebruik van het aanvraagformulier Maatschappelijke Initiatieven Overijssel 2014.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4258\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25.8</span><span class=\"lf-art-t\">Stukken bij de aanvraag voor subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.2.1 tweede lid sub c hoeft de aanvrager geen projectplan en geen dekkingsplan van de kosten van de activiteiten te overleggen. De aanvrager moet wel een begroting van de subsidiabele activiteit indienen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4259\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25.9</span><span class=\"lf-art-t\">Indieningstermijn</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.2.2 kan een aanvraag voor subsidie ingediend worden vanaf 2 juni 2014.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42510\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25.10</span><span class=\"lf-art-t\">Volgorde van behandeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt in afwijking op artikel 1.1.3, de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25.11</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten weigeren, in aanvulling op artikel 1.3.1, de subsidie indien: a. de activiteit een buurtfeest betreft. Een buurtfeest is een evenement dat georganiseerd wordt door of namens de bewoners van een bepaalde straat, buurt of wijk voor uitsluitend de bewoners uit die straat, buurt of wijk;</p>\n<p class=\"lf-p\">107[Toelichting: Voorbeeld van een buurtfeest is een buurtbarbecue.] b. de activiteit gericht is op een persoonlijk belang; c. naar het oordeel van Gedeputeerde Staten de activiteit het algemeen belang niet dient; d. de aanvrager al subsidie heeft ontvangen op basis van deze paragraaf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42512\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25.12</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is, in aanvulling op artikel 1.4.1 en artikel 1.4.2 verplicht: a. de activiteit te publiceren op de website www.jijenoverijssel.nl; b. de activiteit uiterlijk op 31 december 2015 te hebben gerealiseerd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.26 Festivals en evenementen 2016</h3>\n<p class=\"lf-p\">108[Toelichting: Festivals en evenementen leveren een belangrijke bijdrage aan het versterken van de regionale economie. In de periode 2013-2015 hebben 13 organisaties voor de jaren 2013 t/m 2015 een subsidie ontvangen. Ze hebben daarmee een belangrijke bijdrage geleverd aan de promotie van Overijssel als gastvrije, culturele en sportieve provincie én aan het vergroten van regionaal economische spin-off, werkgelegenheid en naamsbekendheid van de provincie Overijssel. Onderhavige subsidieregeling is bedoeld als een overgangsregeling voor het jaar 2016. Het doel van deze subsidieregeling is drieledig:Ten eerste willen Gedeputeerde staten subsidie verlenen aan 13 festivals en evenementen zodat deze hun activiteiten in 2016 kunnen voortzetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt verleend voor dezelfde activiteiten waarvoor de festivals en evenementen een driejarig subsidie van de provincie hebben ontvangen voor 2013 t/m 2015. Ten tweede willen Gedeputeerde Staten een bijdrage leveren aan 4 nieuwe festivals en evenementen omdat deze een bijdrage leveren aan de uitvoering van het Coalitieakkoord 2015-2019 (werkgelegenheid, breedtesport en cultuur) én met hun (inter-)nationale uitstraling en verbindende elementen van bijzondere betekenis zijn voor Overijssel. Daarnaast passen deze festivals en evenementen goed binnen het profiel van Overijssel als fiets- en sportprovincie (topsport/breedtesport) én binnen het opbouwen van het internationale Hanzeprofiel, zoals het ministerie van EZ dit in de routekaart voor inkomend toerisme wil gaan gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt verleend voor de activiteiten van het evenement of festival. Dit betekent dat het kan gaan om de voorbereiding en uitvoering van het festival of evenement. Tenslotte willen Gedeputeerde Staten kleinschalige festivals en evenementen ondersteunen door ze een subsidie van maximaal € 10.000 te verlenen.]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4261\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.26.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor: a. de activiteiten van de volgende festivals en evenementen: Military Boekelo-Enschede, Deventer op Stelten, Dickens Festijn, Deventer Boekenmarkt, Bevrijdingsfestival Zwolle, IJsbeeldenfestival Zwolle, Zwolle Unlimited, Topsportevents Twente, Stoppelhaene Raalte, Ribs &amp; Blues Raalte/Dauwpop Hellendoorn, Ronde van Overijssel, Kunsten op Straat (KOS), CSI Geesteren; b. de activiteiten van het EK vrouwenvoetbal in Overijssel 2017, NK Veldrijden 2016 in Hellendoorn, Internationale Hanzedagen 2017 in Kampen en het NK Wielrennen 2017 in Ootmarsum/Denekamp; c. de activiteiten van een kleinschalig festival of evenement.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4262\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.26.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 4.26.1 onder sub a voldoet aan de volgende criteria: de aanvrager van de subsidie is dezelfde aanvrager die subsidie heeft ontvangen van de provincie, of de rechtsopvolger van de aanvrager; de activiteit is een herhaling danwel voortzetting van dezelfde activiteit waarvoor een driejarige subsidie is ontvangen van de provincie voor de periode 2013 t/m 2015; de activiteiten worden in 2016 uitgevoerd of zijn in 2016 gestart.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 4.26.1 onder sub b voldoet aan de volgende criteria: de aanvrager is een rechtspersoon; de activiteiten worden in 2016 of 2017 uitgevoerd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 4.26.1 onder sub c voldoet aan de volgende criteria: de aanvrager is een rechtspersoon; de aanvraag heeft betrekking op een kleinschalig festival of evenement dat: openbaar is en voor een ieder toegankelijk; door en voor inwoners van Overijssel is opgezet; in 2016 wordt uitgevoerd; nieuw is voor de eigen leefomgeving van de inwoners; zicht richt op cultuur, noaberschap, sport of bewegen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4263\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.26.3</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 4.26.1 onder sub a bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten met de volgende maximale subsidies per evenement of festival:</div>\n<p class=\"lf-p\">Military Boekelo-Enschede: €100.000 Deventer op Stelten: €98.660 Dickens Festijn: €58.476 Deventer Boekenmarkt: €49.250 Bevrijdingsfestival Zwolle: €99.660 IJsbeeldenfestival Zwolle: €50.000 Zwolle Unlimited: €82.000 Topsportevents Twente, bestaande uit FBK Games Hengelo, Enschede Marathon, Triathlon Holten, Military Boekelo en CSI Geesteren: €100.000 Stoppelhaene Raalte: €97.330 Ribs &amp; Blues Raalte/Dauwpop Hellendoorn: €70.600 Ronde van Overijssel: €55.500 Kunsten op Straat (KOS) €90.000 CSI Geesteren: €30.000 2. De subsidie als bedoeld in artikel 4.26.1 onder sub b bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten met de volgende maximale subsidies per evenement of festival:</p>\n<p class=\"lf-p\">EK vrouwenvoetbal Overijssel 2017: €100.000 NK Veldrijden 2016 Hellendoorn: €10.000 Internationale Hanzedagen 2017 Kampen: €500.000 NK Wielrennen 2017 Ootmarsum/Denekamp: €40.000 109[Toelichting: De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten. De subsidiabele en niet subsidiabele kosten zijn opgenomen in artikel 1.1.5 en artikel 1.1.6. Rekening houdend met artikel 1.1.6 sub c zijn de voorbereidingskosten subsidiabel vanaf het moment dat de aanvraag is ontvangen door de provincie. ] 3. De subsidie als bedoeld in artikel 4.26.1 onder sub c bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximale subsidie van € 10.000 per festival of evenement.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4264\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.26.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende stukken bij de aanvraag voor subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het aanvraagformulier Festivals en evenementen 2016.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4265\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.26.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen eenmalig voor het jaar 2016 een subsidieplafond vast.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.27 Product Markt Partner Combinaties (PMPC's) Toerisme Overijssel 2016</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4271\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.27.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. businesscase: een document met de informatie die benodigd is om een gemotiveerde beslissing te nemen over het wel of niet realiseren van een PMPC. Een businesscase bevat in ieder geval een beschrijving van de doelstellingen van een PMPC inclusief een onderbouwing van de innovatie zoals bedoeld in de scoretabel bij artikel 4.27.9 eerste lid, een onderbouwing van de gerealiseerde samenwerking, een markt- en concurrentieanalyse, de benodigde investeringen, een kosten-batenanalyse en een overzicht van de risico's; b. Product Markt Partner Combinatie (PMPC): een nieuwe vrijetijdseconomische product dat door samenwerkende ondernemers of organisaties uit Overijssel ontwikkeld is en die bijdraagt aan het aantrekkelijker en sterker maken van de vrijetijdssector in Overijssel met dien verstande dat ten minste één samenwerkingspartner een onderneming is; c. onderneming: een natuurlijk of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die tegen betaling een product of dienst op de markt brengt, ongeacht de rechtsvorm of wijze van financiering; d. organisatie: het geheel van productiefactoren, procedures en mensen die samenwerken om bepaalde doelstellingen te bereiken; e. samenwerkingspartner: een partner van de PMPC, die aantoonbaar verantwoordelijkheid heeft in de ontwikkeling en uitvoering van de PMPC, blijkend uit een samenwerkingverklaring.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4272\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.27.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor: a. het opstellen van een businesscase ten behoeve van een PMPC; b. het uitvoeren van een businesscase ten behoeve van een PMPC.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4273\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.27.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende criteria: de aanvrager is een onderneming of organisatie met de volgende SBI codes:</div>\n<p class=\"lf-p\">50.3 Binnenvaart (passagiersvaart en veerdiensten) 55 Logiesverstrekking 56 Eet- en drinkgelegenheden 85.51 Sport- en recreatieonderwijs 85.52 Cultureel onderwijs 90 Kunst 91 Culturele uitleencentra, openbare archieven, musea, dieren- en plantentuinen, natuurbehoud 93 Sport en Recreatie 96.04 Sauna's, solaria, baden e.d; het vrijetijdseconomische product dat de samenwerkingspartners hebben ontwikkeld, wordt jaarlijks ten minste twee keer aangeboden of verstrekt; er is sprake van sectoroverstijgende samenwerking. Dit betekent dat de PMPC bestaat uit ten minste twee samenwerkingspartners uit verschillende sectoren. De eerste twee cijfers van de SBI codes, op basis van de Standaard Bedrijfsindeling 2008 Versie 2016 CBS/KVK, dienen verschillend te zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">110[Toelichting: Sectoroverstijgende samenwerking is niet gelimiteerd tot de SBI-codes als bedoeld onder 4.27.3. lid eerste lid onder sub a. Er is sprake van een samenwerking als een onderneming of organisatie inspanning levert in de PMPC, welke aantoonbaar is door een omschrijving van de geleverde bijdrage en een samenwerkingsverklaring.] ten minste twee van de samenwerkingspartners dragen elk ten minste 10% van de begrote kosten bij; indien de te verstrekken subsidie staatssteun oplevert in de zin van artikel 107, lid 1 van het VWEU, dan moet voldaan worden aan de de-minimisverordening.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De businesscase als bedoeld in artikel 4.27.2 sub a, is alleen subsidiabel als: deze op het moment van de aanvraag niet ouder is dan 12 maanden; én het opgesteld is door een deskundige met relevante ervaring, aangetoond aan de hand van minstens twee referenties.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4274\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.27.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4275\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.27.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Loonkosten van de aanvrager en de samenwerkingspartners zijn subsidiabel als deze voldoen aan artikel 1.1.5 eerste lid sub c, met een maximum van 20% van de begrote kosten en met een maximum van € 30.000.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Externe advieskosten zijn subsidiabel als deze voldoen aan artikel 1.1.5 vierde lid, met een maximum van 20% van de begrote kosten en met een maximum van € 30.000.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Kosten van bouwactiviteiten, zijnde nieuwbouw, aanbouw, verbouw inclusief sloop, zijn subsidiabel als deze voldoen aan artikel 1.1.5 met een maximum van 20% van de begrote kosten en met een maximum van € 30.000.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Indien sprake is van aanschaf van apparatuur, worden deze kosten in afwijking van artikel 1.1.5 tweede lid aangemerkt als kosten derden zoals bedoeld in artikel 1.1.5 vierde lid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>In afwijking van artikel 1.1.6 sub c, zijn de kosten van het opstellen van een businesscase subsidiabel, voordat de aanvraag is ontvangen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4276\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.27.6</span><span class=\"lf-art-t\">Niet subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.1.6 zijn de volgende kosten niet subsidiabel: a. kosten van aankoop van grond en aankoop van gebouwen; b. boekingsmodules.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4277\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.27.7</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 4.27.2 sub a bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 2.500 per aanvraag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 4.27.2 sub b bedraagt maximaal 35% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 50.000 per aanvraag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 4.27.2 sub a en b samen bedraagt maximaal € 50.000 per aanvraag.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4278\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.27.8</span><span class=\"lf-art-t\">Indieningstermijn aanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van artikel 1.2.2. geldt dat een aanvraag voor een subsidie ingediend kan worden: vanaf 1 februari en ontvangen moet zijn uiterlijk 31 maart om 19.00 uur van het betreffende kalenderjaar; vanaf 1 september en ontvangen moet zijn uiterlijk 3 oktober om 19.00 uur van het betreffende kalenderjaar.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een onvolledige aanvraag voor subsidie kan na sluitingsdatum alleen aangevuld worden voor zover het geen inhoudelijke aanvulling of wijziging van de aanvraag betreft.</div>\n<p class=\"lf-p\">111[Toelichting: Het in de beoordeling van de aanvraag meenemen van informatie die dateert van na de sluiting van de aanvraagtermijn verdraagt zich niet met de gelijktijdige onderlinge beoordeling en rangschikking van de ingediende aanvragen die in het tendersysteem centraal staat. Uit de aard van het tendersysteem volgt dat vóór de sluiting van de aanvraagtermijn alle voor die beoordeling en rangschikking relevante gegevens moeten zijn overlegd en dat daarna geen rekening kan worden gehouden met informatie dat neerkomt op een wijziging of aanvulling van de aanvraag. Bij onvolledigheid van de aanvraag na de sluitingsdatum is er alleen ruimte voor het herstel van kleinigheden zoals een handtekening, een bankrekeningnummer, kamer van koophandel gegevens e.d., het moet gaan om informatie die niet inhoudelijk betrekking heeft op de beoordelingscriteria zoals opgenomen in deze subsidieparagraaf. De tijdige volledigheid/juistheid van de aanvraag is de verantwoordelijkheid van de aanvrager. ]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4279\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.27.9</span><span class=\"lf-art-t\">Volgorde van behandeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.1.3. plaatsen Gedeputeerde Staten de subsidieaanvragen in een prioriteitsvolgorde. De prioriteitsvolgorde wordt bepaald op basis van scoretabel 1, waarbij geldt dat de subsidieaanvragen die een hogere score krijgen ook een hogere prioriteit krijgen. Aan de hand van scoretabel 1 wordt berekend welke totale score de PMPC behaalt voor de volgende onderdelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting: Scoretabel 1 Scoretabel 1 Criterium Resultaat Score Innovatie, het product: a. is nieuw voor Overijssel Ja 3 b. is gebaseerd op trends/ontwikkelingen of best practice van elders Ja 2 c. maakt gebruik van duurzame energie of leidt tot energiereductie Ja 2 d. houdt rekening met specifieke doelgroepen Ja 2 e. past in marketingstrategie van een of meer toeristische A-merken (Waterreijk, IJsseldelta, Vechtdal, Salland, Twente) of de Hanzesteden Ja 3 Aantal investerende samenwerkingspartners 3 4 of meer 2 4 Aantal samenwerkingspartners 3 4 of meer 1 2 Verbinding met cultuur, SBI-categorieën 90 en 91 Ja 4 Verschillende sectoren, op basis van SBI-categorieën 3 4 of meer 2 4 Verhouding tussen te verlenen subsidie en begrote kosten 35% of minder 30% of minder 20% of minder 1 3 4 Maximaal 30 1. Gedeputeerde Staten verstrekken subsidie in de volgorde van de vastgestelde prioriteit, voor zover het subsidieplafond dit toelaat.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bij een gelijke score wordt prioriteit gegeven aan een aanvraag die het beste scoort op de volgende onderdelen in deze volgorde; het aantal investerende samenwerkingspartners; de verhouding tussen de te verlenen subsidie en de begrote kosten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42710\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.27.10</span><span class=\"lf-art-t\">Stukken bij de aanvraag voor subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het aanvraagformulier 'Product Markt Partner Combinaties (PMPC's) toerisme Overijssel 2016;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvrager overlegt in afwijking van artikel 1.1.2 tweede lid bij de aanvraag voor subsidie de volgende stukken: begroting op basis van het beschikbaar gestelde format; indien sprake is van kosten van derden een getekende offerte of een opdrachtbevestiging waaruit de subsidiabele kosten blijken; een businesscase als bedoeld in artikel 4.27.1 onder sub a; een door de samenwerkingspartners ondertekende samenwerkingsverklaring; een de-minimisverklaring van de samenwerkingspartners die een onderneming zijn; indien subsidie wordt gevraagd voor het opstellen van de businesscase een factuur en betaalbewijs van de subsidiabele kosten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42711\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.27.11</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt de subsidie geweigerd als: a. de subsidie minder dan € 7.500 bedraagt; b. de aanvraag betrekking heeft op uitsluitend het opstellen van een businesscase.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42712\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.27.12</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschot</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.3.3 tweede lid wordt bij de verlening van de subsidie een voorschot van maximaal 25% van de verleende subsidie verstrekt. Op verzoek van de subsidieontvanger kan een tweede voorschot van 50% van de verleende subsidie worden verstrekt, indien de subsidieontvanger kan aantonen dat ten minste 50% van de verleende subsidie besteed en betaald is aan de activiteiten waarvoor subsidie verkregen is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42713\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.27.13</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van de subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.4.1. en 1.4.2. dient de subsidieontvanger: a. de PMPC uiterlijk binnen 18 maanden na subsidieverlening te hebben gerealiseerd; b. de PMPC ten minste twee jaar na subsidievaststelling in stand te houden .</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42714\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.27.14</span><span class=\"lf-art-t\">Vaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.5.1 wordt de subsidie, ongeacht het verleende bedrag, vastgesteld op werkelijk gemaakte kosten, op basis van artikel 1.5.2 en een verklaring werkelijk gemaakte kosten en opbrengsten als bedoeld in artikel 1.5.2 derde lid.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 5 Bijzondere bepalingen Wonen en leefomgeving</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.1 Effectuering Ruimtelijk Beleid</h3>\n<p class=\"lf-p\">112[Toelichting: Gedeputeerde staten kunnen subsidie verstrekken voor projecten die bijdragen aan de hoofdpunten van het provinciaal ruimtelijk beleid zoals dit is vastgelegd in de Omgevingsvisie Overijssel. Het provinciaal belang bij het project is maatgevend voor het al dan niet verstrekken van een subsidie. Subsidie kan worden verleend ten behoeve van de kosten van uitbesteding van voorbereidend onderzoek, visievorming en/of planontwikkeling met betrekking tot concrete ruimtelijke projecten of ruimtelijke voorzieningen. Uitvoering van het project is niet subsidiabel. Daarom zijn de kosten voor bouw- en sloop, evenals investeringen, exploitatiekosten en overhead niet subsidiabel.]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder Omgevingsvisie: de op 1 juli 2009 door Provinciale Staten vastgestelde visie en het uitvoeringsprogramma voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel, inclusief de actualisatie door Provinciale Staten vastgesteld op 3 juli 2013.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-512\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor onderzoek, visie- en planontwikkeling van ruimtelijke projecten die van provinciaal belang zijn op het gebied van ruimtelijke ordening en wonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-513\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende criteria: a. de aanvrager is een Overijsselse gemeente, een Overijssels gemeentelijk samenwerkingsverband, of een Overijssels rechtspersoon die zich inzet voor ruimtelijke activiteiten in Overijssel.</p>\n<p class=\"lf-p\">113[Toelichting: Dit betekent dat particulieren geen aanvraag in kunnen dienen.] b. het ruimtelijk project past binnen de centrale beleidsambities en onderwerpen van provinciaal belang zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie Overijssel; c. het ruimtelijk project heeft een regionale schaal, uitstraling of werking of vervult een voorbeeldwerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">114[Toelichting: Regionaal betekent dat de resultaten van het ruimtelijk project neerslaan in ten minste twee Overijsselse gemeenten.] d. als de subsidie een steunmaatregel is dan moet het voldoen aan artikel 2 van de de-minimisverordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-514\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-515\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Uitsluitend kosten derden als bedoeld in artikel 1.1.5 vierde lid zijn subsidiabel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van artikel 1.1.6 sub c zijn kosten die gemaakt zijn voordat de aanvraag is ontvangen wel subsidiabel.</div>\n<p class=\"lf-p\">115[Toelichting: De start van het project kan eerder hebben plaatsgevonden dan de subsidieaanvraag. Dit betekent dat de kosten tussen de start van het project en de daadwerkelijke indiening van de subsidieaanvraag wel subsidiabel zijn.]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-516\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.6</span><span class=\"lf-art-t\">Niet subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend op artikel 1.1.6 zijn de volgende kosten niet subsidiabel: a. kosten voor bouw- en sloop; b. kosten voor investeringen; c. exploitatiekosten; d. overheadkosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-517\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.2 Samen bouwen aan de toekomst van Overijssel</h3>\n<p class=\"lf-p\">116[Toelichting: Ter uitwerking van de Provinciale Omgevingsvisie 2010-2019 hebben Gedeputeerde Staten en Burgemeester en Wethouders van de Overijsselse gemeenten prestatieafspraken gemaakt over een breed pakket van onderwerpen op het gebied van bouwen en wonen. De prestatieafspraken zijn in samenwerking met gemeenten opgesteld en zijn in de eerste helft van 2010 ondertekend. Gedeputeerde Staten en de Burgemeester en Wethouders hebben afspraken gemaakt over de volgende beleidsthema's:1Ruimtelijke kwaliteit: stimulansen voor ruimtelijke kwaliteit (cultureel erfgoed, stedenbouwkundige en architectonische ontwerpen, overgang stad en platteland en verruiming van de openbare ruimte), 2Energie &amp; duurzaamheid (energiebesparing bij de sociale sector, stimuleringsregeling particuliere sector, loket voor begeleiding particulieren, pilotprojecten), 3Woningbouwprogramma (minimaal en maximaal aantal woningen, maximale bestemmingsplancapaciteit), 4Binnenstedelijke vernieuwing (percentage binnenstedelijk en uitleg, herstructurering, bodem, geluid), 5Wonen, zorg en welzijn (realisatie van woonservicegebieden en huisvesting bijzondere doelgroepen), 6Geluid, 7Bodem en 8Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO).</p>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wordt uitvoering gegeven aan de afspraken die gemaakt zijn op het gebied van:1binnenstedelijke vernieuwing, 2wonen, zorg en welzijn, 3geluid. Voor de prestatieafspraken onderdeel Energie &amp; duurzaamheid is paragraaf 8.2 Energiebesparingsfonds woningen Overijssel, van toepassing.] Subparagraaf 5.2.1 Algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder prestatieovereenkomst: prestatieafspraken Wonen 2010-2015, waarin Gedeputeerde Staten en Burgemeester en Wethouders van een gemeente in de provincie Overijssel afspraken hebben gemaakt met betrekking tot de beleidsthema's; ruimtelijke kwaliteit, energie &amp; duurzaamheid, binnenstedelijke vernieuwing, wonen zorg en welzijn, geluid, bodem en Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen over aanvraag van gemeenten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een ondertekende prestatieovereenkomst geldt als aanvraag voor een subsidie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De indieningstermijn uit artikel 1.2.2 is niet van toepassing indien de aanvraag bij ondertekende prestatieovereenkomst wordt ingediend.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5213\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Jaarlijkse voortgangsrapportage</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente overlegt jaarlijks vóór 1 mei een schriftelijke voortgangsrapportage met betrekking tot de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten, aan de hand van de verplichte rapportage indicatoren zoals genoemd in bijlage 1 van de prestatieovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval van subsidieverlening ex artikel 5.2.2.3 doet de gemeente hierbij tenminste een opgave van het aantal gereed gemelde woningen bij het Centraal bureau voor de Statistiek (CBS).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5214\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond voor de subparagrafen vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 5.2.2 Binnenstedelijk vernieuwing</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5221\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze subparagraaf wordt verstaan onder: a. feitelijk bebouwd gebied: een gebied dat per 1 januari 2010 in de provincie Overijssel geheel is omsloten door binnenstedelijke bebouwing(sranden); b. transformatie: aanpassen- of vervangen van bestaande bebouwing met/door een andere functie dan een woonfunctie naar een woonfunctie; c. ISV I: Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing I, periode 2000 t/m 2004; d. ISV II: Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing II, periode 2005 t/m 2009; e. Bouwimpuls: de subsidieregeling Bouwimpuls Overijssel vastgesteld bij besluit van Gedeputeerde Staten van 1 november 2006, kenmerk RWB/2005/3061 en ingetrokken bij besluit van Gedeputeerde Staten van 15 december 2009, kenmerk 2009/0123586; f. Tijdelijke stimuleringsregeling woningbouw: subsidieregeling Tijdelijke stimuleringsregeling woningbouwprojecten vastgesteld bij besluit van Gedeputeerde Staten van 22 september 2009, kenmerk 2009/0123586; g. woning: een binnen feitelijk bebouwd gebied tot bewoning bestemd gebouw dat, vanuit bouwtechnisch oogpunt gezien, is bestemd voor permanente bewoning door één particulier huishouden; h. Primos: Prognose-, Informatie- en Monitoringssysteem 2007, bevolkingsprognose opgesteld door ABF research in opdracht van het ministerie van VROM.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5222\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor het realiseren van woningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5223\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">117[Toelichting: De gemeente kan subsidie ontvangen voor de realisatie van binnenstedelijke nieuwbouwwoningen. Binnenstedelijk betekent dat de woningen worden gerealiseerd op locaties binnen de contouren van feitelijk bebouwd gebied per 1 januari 2010. Locaties aan de rand van de kern, Vinex-locaties en uitleggebieden vallen hier niet onder. Vinex locaties zijn locaties die zijn aangewezen om op korte termijn een groot aantal woningen te realiseren (Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra). Deze locaties bevinden zich buiten de bestaande bebouwde omgeving. Uitleggebieden zijn gebieden waar de functie verandert in een woon- en/of werkfunctie en daarmee een nieuw stuk stad of dorp wordt ontwikkeld buiten diens bestaande bebouwingscontouren. Meestal heeft het gebied vóór de ontwikkeling een agrarische- of een natuur bestemming. Niet subsidiabel zijn woningen die gerealiseerd worden als onderdeel van een project waarvoor Gedeputeerde Staten een subsidie hebben verstrekt in het kader van ISV I of II, de Bouwimpuls en/of de Tijdelijke stimuleringsregeling woningbouw. ] Een aanvraag voor subsidie voor het realiseren van woningen voldoet aan de volgende criteria: a. de woningen worden gerealiseerd binnen feitelijk bebouwd gebied; b. voor de woning is geen subsidie verleend op grond van ISV I, ISV II de Bouwimpuls of Tijdelijke stimuleringsregeling woningbouw.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5224\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">118[Toelichting: Gedeputeerde Staten verstrekken een subsidie van maximaal € 5.000,-- per gerealiseerde en gereed gemelde woning. De gemeente moet de woningen gereed moet melden vóór 31 december 2014.De subsidie voor de activiteit zoals genoemd in artikel 5.2.2.2 bedraagt maximaal € 5.000,-- per bij het CBS gereed gemelde woning. ] De subsidie bedraagt € 5.000,-- per gerealiseerde en per bij het CBS gereed gemelde woning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5225\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschotverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">119[Toelichting: Voorschot bij verlening bedraagt 20% van de verleende subsidie. Dit wordt als volgt berekend: In de prestatieafspraken staat vermeld wat het aantal binnenstedelijk te realiseren woningen zijn. Stel dat dit 200 woningen zijn, dan bedraagt de subsidie 200 x €5.000,-- = € 1000.000,--. Het eerste voorschot is dan 20% van € 1.000.000,-- is € 200.000,--. Jaarlijks dient de gemeente voor 31 december een voortgangsrapportage in, waarin de gemeente onder andere rapporteert over het aantal gereed gemelde woningen bij het CBS. Naar aanleiding van deze opgave kunnen Gedeputeerde Staten een aanvullend voorschot verstrekken. Stel dat uit de voortgangsrapportage over 2010 blijkt dat de gemeente 20 woningen heeft gereed gemeld in 2010, dan bedraagt het tweede voorschot 20 x 5.000,-- is € 100.000,--. ] 1. In afwijking van artikel 1.3.3 derde lid verstrekken Gedeputeerde Staten de aanvrager in het jaar 2010 een voorschot van 20% van de verleende subsidie.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Jaarlijks ontvangt de gemeente, nadat de voortgangsrapportage als bedoeld in artikel 5.2.1.3 is ontvangen, een aanvullend voorschot. Het aanvullend voorschot is gelijk aan de gereed gemelde woningen in het jaar waarover wordt gerapporteerd, maal € 5.000,--.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het totaal van het eerste voorschot ex artikel 5.2.2.5 eerste lid en de aanvullende voorschotten ex artikel 5.2.2.5 tweede lid bedraagt maximaal het verleende subsidiebedrag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het aanvullend voorschot wordt uitbetaald binnen dertien weken nadat de jaarlijkse voortgangsrapportage is ontvangen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5226\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van de subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en 1.4.2 heeft de gemeente de woningen gereed gemeld bij het CBS vóór 31 december 2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 5.2.3 Wonen, zorg en welzijn</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5231\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze subparagraaf wordt verstaan onder: a. realisatiekosten: kosten die worden gemaakt voor de uitvoering van de projecten van het uitvoeringsplan; b. uitvoeringsplan: een door de gemeente vastgesteld projectplan met projecten ten behoeve van de realisatie van de ambitie met betrekking tot een woonservicegebied, zoals vermeld in paragraaf ‘wonen zorg en welzijn' van de prestatieovereenkomst; c. beleidsvisie: een door de gemeente vastgesteld document waarin de gemeente een definitie formuleert van een woonservicegebied en formuleert op welke wijze de woonservicegebieden vorm zullen worden gegeven; d. woonservicegebied: een door de gemeente in haar beleidsvisie over wonen en zorg vastgestelde definitie voor een gebied, waarin optimale condities worden geschapen langer zelfstandig wonen mogelijk maken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5232\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor: a. het opstellen van een visie, inclusief definitie woonservicegebied en een uitvoeringsplan; b. de realisatiekosten van de uitvoering van de projecten van het uitvoeringsplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5233\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag voor de realisatiekosten van de uitvoering van projecten in het uitvoeringsplan moet voldoen aan de volgende criteria: a. de gemeente heeft een beleidsvisie en een uitvoeringsplan vastgesteld door Burgemeester &amp; Wethouders; b. het uitvoeringsplan bevat een planning met een opleverdatum vóór 31 december 2014.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5234\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">120[Toelichting: De subsidie voor de activiteit zoals genoemd in artikel 5.2.3.2 is bepaald aan de hand van de verdeelsleutel op basis van het percentage 65 plussers binnen de gemeente op 1 januari 2015 conform PRIMOS 2007. ] De subsidie bedraagt maximaal het bedrag dat genoemd is in de prestatieovereenkomst, onder paragraaf Wonen, zorg en welzijn, voor het opstellen van de visie, inclusief definitie woonservicegebied en de realisatie van de projecten uit het uitvoeringsplan tezamen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5235\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschotverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">121[Toelichting: Voorschot bij verlening bedraagt 10% van de verleende subsidie. Dit wordt als volgt berekend: In de prestatieafspraken staat vermeld wat het maximale subsidie voor het onderdeel ‘Wonen, zorg en welzijn bedraagt. Stel dat dit € 100.000,-- is, dan bedraagt het eerste voorschot bij subsidieverlening € 10.000,--, te gebruiken voor het opstellen van het uitvoeringsplan. Het aanvullende voorschot wordt bepaald aan de behaalde resultaten blijkend uit de jaarlijkse voortgangsrapportage. Gedeputeerde Staten bepalen zelf wat het aanvullende voorschot zal zijn. ] 1. In afwijking van artikel 1.3.3 derde lid verstrekken Gedeputeerde Staten de aanvrager in het jaar 2010 een voorschot van 10% van de verleende subsidie.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Jaarlijks ontvangt de gemeente, op basis van de voortgangsrapportage als bedoelt in artikel 5.2.1.3, een aanvullend voorschot te bepalen door Gedeputeerde Staten. Het totaal van het eerste voorschot en de aanvullende voorschotten bedraagt maximaal het verleende subsidiebedrag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het aanvullende voorschot wordt uitbetaald binnen dertien weken nadat de jaarlijkse voortgangsrapportage is ontvangen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5236\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende stukken bij aanvraag tot subsidieverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">122[Toelichting: De gemeente moet de prestatieafspraken aanvullen met een beleidvisie en uitvoeringsplan ten aanzien van realisatie van woonservicegebieden. Naar aanleiding van dit uitvoeringsplan kunnen Gedeputeerde Staten een subsidie verstrekken aan realisatiekosten van het uitvoeringsplan, die het langer zelfstandig wonen mogelijk maken in enigerlei vorm van een woonservicegebied. Een woonservicegebied biedt allerlei voorzieningen en of aanpasbare woningen die geschikt zijn voor zorgbehoevenden bijvoorbeeld: levensloopbestendige of 0-trede woningen. Het budget mag voor maximaal 10% worden ingezet voor het opstellen van de visie en het uitvoeringsplan. Van de overige 90 % mag de subsidie voor maximaal 25% worden ingezet voor het nemen van sociale maatregelen. Het resterende budget dient te worden ingezet voor fysieke maatregelen. Gedeputeerde Staten hebben een format opgesteld dat per project ingevuld dient te worden en als bijlage met het uitvoeringsplan wonen en zorg meegestuurd dient te worden. Dit kan gedownload worden van de website van de provincie Overijssel: www.overijssel.nl/subsidie. ] De aanvrager overlegt in aanvulling op artikel 5.2.1.2 een beleidvisie en een uitvoeringsplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5237\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.3.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van de subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en 1.4.2 dient het uitvoeringsplan gerealiseerd te zijn vóór 31 december 2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 5.2.4 Geluid [Ingetrokken] Subparagraaf 5.2.5 Bodem [Ingetrokken] Subparagraaf 5.2.6 Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) [ingetrokken]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.3 Ruimtelijke kwaliteit</h3>\n<p class=\"lf-p\">[Ingetrokken]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.4 Ontwikkelen van woonzorgzones (pMJP 4.1.2)</h3>\n<p class=\"lf-p\">[Ingetrokken]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.5. Kulturhusen</h3>\n<p class=\"lf-p\">[ingetrokken]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.6 Dorpsplanplus (DOP+)</h3>\n<p class=\"lf-p\">[ingetrokken]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.7 Herstructurering van bedrijventerreinen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-571\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. Bedrijventerrein: een terrein van minimaal één hectare, dat in gebruik is door twee of meer bedrijven uit de sectoren industrie, nijverheid en/of commerciële en niet-commerciële dienstverlening. Daaronder niet begrepen een terrein dat in overwegende mate bestemd is voor kantoren, detailhandel of horeca.</p>\n<p class=\"lf-p\">123[Toelichting: Het moet gaan over een terrein ouder dan tien jaar gerekend vanaf het moment van eerste bedrijfsvestiging. Het betreffende bedrijventerreinen moet voorts opgenomen zijn in het Meerjarenprogramma Vitale Bedrijvigheid 2009-2015.] b. Kwaliteitsscan: een systematische beoordeling van de aanwezige kwaliteit op een bedrijventerrein, als onderdeel van het kwaliteitsscoresysteem.</p>\n<p class=\"lf-p\">124[Toelichting: Een kwaliteitsscan vindt plaats door middel van een systematische beoordeling van de aanwezige kwaliteit op een bedrijventerrein. De scan is een onderdeel van het kwaliteitsscoresysteem. Dit systeem wordt door Gedeputeerde Staten als een gekwalificeerd systeem beschouwd. Deze moet zijn geborgd in een onafhankelijke stichting. De scan vindt plaats in opdracht van het gemeentebestuur. Door middel van objectieve en toetsbare criteria volgen vanuit de toepassing van dit systeem, de scores met betrekking tot de kwaliteit op de diverse relevante aspecten. Dit leidt tot het geven van één of meer sterren, naar analogie van het hotel-classificatiesysteem. Vervolgens worden door middel van een kansenkaart aanbevelingen gedaan en de concrete activiteiten benoemd, die moeten worden getroffen om een hogere en duurzamere kwaliteit van het bedrijventerrein te bereiken. Dit instrument scherpt de discussies aan tussen de gemeente en de ondernemers over het te bereiken kwaliteitsniveau van een bedrijventerrein. Voorafgaand aan de opstelling van een herstructureringsplan, vindt de scan plaats als nul-meting. Na uitvoering van het herstructureringsproject wordt de kwaliteit als gevolg van de genomen maatregelen, opnieuw met een scan bepaald. Hiermee vindt monitoring van de kwaliteit plaats.] c. Herstructureringsplan: het plan bevat de visie(s) met betrekking tot de herstructurering van het betreffende bedrijventerrein. Het is de nadere uitwerking op uitvoeringsniveau, van de te nemen concrete activiteiten in de publieke ruimte en het daarbij behorende financieringsplan en de planning.</p>\n<p class=\"lf-p\">125[Toelichting: Een herstructureringsplan komt tot stand in overleg tussen het gemeentebestuur en de ondernemers of de ondernemersvereniging. Het plan wordt door het gemeentebestuur vastgesteld. Het plan is (mede) gebaseerd op de daaraan voorafgaande kwaliteitsscan. Het plan bevat de visie(s) met betrekking tot de herstructurering van het betreffende bedrijventerrein. Het aspect duurzaamheid, waaronder ruimtewinst, maar ook het aspect ruimtelijke kwaliteit, wordt in het plan zichtbaar gemaakt. Het herstructureringsplan is de nadere uitwerking op uitvoeringsniveau, van de te nemen concrete activiteiten en het daarbij behorende financieringsplan (inclusief kosten, c.q. exploitatiebegroting). Als het herstructureringsplan zowel werkzaamheden in de publieke ruimte als in de private sector omvat, dan worden deze in samenhang in het plan beschreven en in samenhang uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plan bevat voorts een overzicht van subsidieabel geachte kosten, waarover - via vooroverleg tussen gemeente en provincie - overeenstemming bestaat. Dit overzicht dient ter bepaling van de prestaties in de beschikking tot subsidieverlening. Het overzicht is tevens basis voor de beoordeling van geleverde prestaties ten behoeve van de vaststelling van de subsidie. Uit het plan blijkt dat alle bij het herstructureringsproject betrokken partijen de uitvoering ervan onderschrijven. Het herstructureringsplan bevat voorts een plan van aanpak om het met de herstructurering bereikte kwaliteitsniveau te borgen. Dat kan zijn door middel van afspraken tussen gemeente en bedrijven over beheer en onderhoud, het structureel beheer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook kan dat plaatsvinden door middel van parkmanagement. Als het herstructureringsplan ook werkzaamheden bevat in de private sector, dan worden de werkzaamheden in de publieke ruimte en die in de private sector in samenhang in het herstructureringsplan beschreven en in samenhang uitgevoerd. Voor zover (de) initiatiefnemer(s) bij het project een betrokkenheid wensen van de HMO, bevat het herstructureringsplan de gemotiveerde reden(en) hiertoe.] d. Publieke ruimte: de fysieke ruimte die het domein is van de overheid en door haar wordt beheerd. e. Structuurvisie: een gemeentelijke structuurvisie op basis van de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening (nWro). De paragraaf Bedrijventerreinen bevat een samenhangende en zorgvuldige beleidsvisie voor de lange termijn voor bedrijventerreinen. f. Herstructurering: alle eenmalige ingrepen op een bedrijventerrein waarvan de economische functie behouden blijft, die tot doel hebben veroudering van het terrein als geheel te bestrijden, en die niet tot het reguliere onderhoud gerekend worden. g. Monitoring Kwaliteitsscan: na uitvoering van het herstructureringsproject wordt de kwaliteit als gevolg van de genomen maatregelen opnieuw met een scan bepaald. Deze monitoringscan heeft een vergelijkbare systematiek als de kwaliteitscan. Hiermee vindt monitoring van de kwaliteit plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">126[Toelichting: Voor deze scan geldt ook dat deze volgens de door de provincie Overijssel gehanteerde kwaliteitsscoresystematiek wordt uitgevoerd. De Monitoring Kwaliteitscan is gekoppeld aan de aanvraag voor vaststelling van de subsidie voor het uitvoeren van het herstructureringsplan. De monitor maakt inzichtelijk welke maatregelen zijn genomen inzake de herstructurering ten aanzien van de sterrenkwalificatie zoals vastgesteld in de nul-meting. Met de uitkomst van de monitor is het voor alle stake-holders (gemeente, ondernemers, provincie etc.) inzichtelijk wat de herstructurering heeft opgeleverd. Voor deze scan vervalt de subsidiemogelijkheid, omdat de kosten ervan geheel voor rekening van de provincie komen. ]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-572\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor de kwaliteitsverbetering van bestaande bedrijventerreinen, opgenomen in het meerjarenprogramma Vitale Bedrijvigheid 2009-2015, betreffende de volgende activiteiten: a. het uitvoeren van een kwaliteitsscan;</p>\n<p class=\"lf-p\">127[Toelichting: De uitvoering van de kwaliteitsscan komt voor subsidiëring in aanmerking als deze op grond van de regeling vereist is. Vereist in die zin dat deze vooraf moet gaan aan een herstructureringsplan waarvoor subsidie wordt gevraagd. De scan wordt uitgevoerd conform de systematiek van het kwaliteitsscoresysteem. Het gaat hier om de eerste nul-meting, ter voorbereiding van de opstelling van het herstructureringsplan. Voor die scan kan subsidie worden aangevraagd. Ook moet er een (monitoring)scan worden uitgevoerd, nadat het herstructureringsproject is afgerond. Voor deze scan geldt ook dat deze volgens de door de provincie Overijssel gehanteerde kwaliteitsscoresystematiek wordt uitgevoerd. De monitoringsscan is gekoppeld aan de aanvraag voor vaststelling van de subsidie voor het uitvoeren van het herstructureringsplan. Voor deze scan vervalt de subsidiemogelijkheid, omdat de kosten ervan geheel voor rekening van de provincie komen.] b. het opstellen van een herstructureringsplan;</p>\n<p class=\"lf-p\">128[Toelichting: Het herstructureringsplan is (mede) gebaseerd op de kwaliteitscan. In de toelichting op het begrip herstructureringsplan wordt op de bedoeling en inhoud van het plan ingegaan.] c. het uitvoeren van een herstructureringsplan;</p>\n<p class=\"lf-p\">129[Toelichting: Een herstructureringsproject mag geen eindeloos aantal jaren doorlooptijd hebben. De termijnen vereisen van initiatiefnemers een voortdurende actieve opstelling met betrekking tot de doorlooptijd van het proces. Om die reden is ook subsidie voor procesmanagement mogelijk gemaakt. De maximale termijn voor de uitvoering van een herstructureringsproject is vastgesteld op 6 jaar. ] d. project- en procesmanagement.</p>\n<p class=\"lf-p\">130[Toelichting: Het onderdeel project- en procesmanagement vormt in de praktijk nogal eens een zwakke schakel. Hierdoor komen herstructureringsprojecten niet van de grond, of hebben een erg lange doorlooptijd. Om ook hierin verbetering te brengen bieden Gedeputeerde Staten de mogelijkheid om hiervoor een subsidie te verkrijgen. ]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-573\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 5.7.2 sub a moet voldoen aan het criterium dat het alleen de door de provincie Overijssel gehanteerde kwaliteitsscoresystematiek betreft.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 5.7.2 sub b moet voldoen aan de volgende criteria:</div>\n<p class=\"lf-p\">Het herstructureringsplan moet gebaseerd zijn op een actuele kwaliteitsscan;</p>\n<p class=\"lf-p\">De opstelling van de kwaliteitsscan en de opstelling, respectievelijk de uitvoering van het herstructureringsplan lopen niet teveel in tijd uiteen;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 5.7.2 sub c, moeten voldoen aan de volgende criteria: er moet een door het gemeentebestuur vastgesteld herstructureringsplan aan de uitvoering van de herstructurering van het bedrijventerrein ten grondslag liggen. Het herstructureringsplan is in overeenstemming met de provincie opgesteld; de kosten voor werkzaamheden, als vermeld in het herstructureringsplan, hebben uitsluitend betrekking op werkzaamheden in de publieke ruimte; de begroting van de werkzaamheden van de uitvoering van het herstructureringsplan is na de verlening van de provinciale subsidie sluitend; met de uitvoeringswerkzaamheden van het herstructureringsplan moet zijn begonnen binnen 9 maanden na de vaststelling van het herstructureringsplan; over de voortgang van de uitvoering van de werkzaamheden van het herstructureringsplan rapporteert het gemeentebestuur eenmaal per jaar aan Gedeputeerde Staten; de uitvoering van de werkzaamheden van het herstructureringsplan zijn afgerond binnen 6 jaar na verlening van de subsidie. Na afronding moet een (monitoring)scan worden uitgevoerd.</div>\n<p class=\"lf-p\">131[Toelichting: Onder \"met de uitvoeringswerkzaamheden moet zijn begonnen\", wordt het volgende verstaan. De werkzaamheden moeten niet alleen zijn aanbesteed en gegund, maar ook daadwerkelijk zijn gestart. Die start mag geen pro forma karakter hebben, maar moet werkzaamheden betreffen, die een fysieke betekenis hebben en een continu karakter. Bodemonderzoek valt daar bij voorbeeld niet onder.] 4. Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 5.7.2 sub d is gericht op de activiteiten als bedoeld in artikel 5.7.2 eerste lid, sub b en c.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 5.7.2 sub b, c en d kan worden ingediend door gemeenten die een paragraaf Bedrijventerreinen in de gemeentelijke structuurvisie hebben opgenomen, dan wel een ander document met een gelijkwaardige status.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-574\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie voor het uitvoeren van een kwaliteitsscan als bedoeld in artikel 5.7.2 sub a bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 5.000,-- per kwaliteitsscan per bedrijventerrein.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie voor het opstellen van het herstructureringsplan als bedoeld in artikel 5.7.2 sub b bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 50.000,--.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De subsidie voor het uitvoeren van het herstructureringsplan als bedoeld in artikel 5.7.2 sub c bedraagt € 50.000,-- per ha van het totale herstructureringsproject, als opgenomen in het herstructureringsplan. De subsidie bedraagt in totaal ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 500.000,-- per bedrijventerrein.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De subsidie voor project- en procesmanagement als bedoeld in artikel 5.7.2 sub d bedraagt 50% van de kosten met een maximum van € 50.000,--.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-574a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.4a</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-575\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.1.6 zijn de volgende kosten niet subsidiabel: a. interne kosten; b. verrekenbare belastingen, BTW, heffingen of lasten, waaronder kosten van aanleg/herstel/vervanging van riolering; c. rente, bank, financierings- en gerechtskosten, geldboetes en sanctiekosten; d. afschrijvingskosten; e. kosten van planschade; f. kosten van werkzaamheden die verband houden met bodemsanering; g. kosten van werkzaamheden die tot het reguliere onderhoud worden gerekend; h. de aanleg of verbetering van bovenwijkse infrastructuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-576\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager overlegt in aanvulling op artikel 1.2.1 tweede lid bij de aanvraag voor subsidie voor het opstellen en uitvoeren van het herstructureringsplan als bedoeld in artikel 5.7.2 sub b en sub c tevens: a. de uitgevoerde kwaliteitsscan die ten grondslag ligt aan de opstelling van het herstructureringsplan, respectievelijk de uitvoering van dat plan; b. de door het gemeentebestuur in de vastgestelde structuurvisie opgenomen paragraaf Bedrijventerreinen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-577\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.7</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschotverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.3.3 tweede lid verstrekken Gedeputeerde Staten bij subsidieverlening: a. voor het opstellen van het herstructureringsplan een voorschot van 50% van het verleende subsidiebedrag; b. voor het uitvoeren van het herstructureringsplan een voorschot van 50% van het verleende subsidiebedrag, als met de uitvoeringswerkzaamheden van het herstructureringsplan is begonnen en de gemeente daarvan de provincie schriftelijk mededeling heeft gedaan; c. voor project- en procesmanagement een voorschot van 50% van het verleende subsidiebedrag, als de projectmanager met de feitelijke werkzaamheden is gestart en de gemeente daarvan de provincie schriftelijk mededeling heeft gedaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-578\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.8</span><span class=\"lf-art-t\">Vergoedingsplicht bij vermogensvorming</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de gevallen bedoeld in artikel 4:41 tweede lid Awb is de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor een vergoeding verschuldigd aan de provincie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-579\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende stukken bij aanvraag tot subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager overlegt in aanvulling op artikel 1.5.2 tweede lid of artikel 1.5.3 tweede lid bij de aanvraag voor vaststelling voor het uitvoeren van het herstructureringsplan tevens de resultaten van de achteraf uitgevoerde \"Monitoring Kwaliteitsscan\".</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.8 Vitaliteit en ruimtelijke identiteit Steden en Dorpen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-581\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. centrum: centrale deel van een stad of dorp dat een concentratie van diensten kent; b. fysieke maatregelen: maatregelen die zichtbaar en tastbaar zijn; c. kwaliteit van de leefomgeving: het vergroten van de belevings- en gebruikswaarde of het verhogen van de sociale veiligheid of het versterken van identiteit en imago of het verbeteren van de beschikbaarheid van voorzieningen; d. ruimtelijke identiteiten: objecten of locaties die beeldbepalend zijn en het eigen karakter van een stad of dorp bepalen; e. ruimtelijke kwaliteit: het resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen dat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat mens, plant en dier belangrijk is; f. uitvoeringsplan: beschrijving van de werkwijze en de maatregelen om tot uitvoering van een opgave te komen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-582\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor fysieke maatregelen die de kwaliteit van een centrum of de ruimtelijke identiteiten van een stad of dorp verhogen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-583\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende criteria: a. de aanvrager is een Overijsselse gemeente; b. de activiteit draagt bij aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en de kwaliteit van de leefomgeving; c. er is ten minste één partij die gezamenlijk met de gemeente financieel bijdraagt voor ten minste 50% van de subsidiabele kosten; d. de aanvraag heeft betrekking op een project welke door B&amp;W van de gemeente is goedgekeurd; e. de financiële dekking van de activiteit is rond; f. de uitvoering van de maatregel geschiedt op basis van het uitvoeringsplan en past binnen een door de gemeenteraad vastgestelde integrale visie of plan, waar de locatie onderdeel van uitmaakt; g. de aanvraag is vooraf afgestemd met de adviseur Stedelijke Ontwikkeling van de provincie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-584\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 500.000 per aanvraag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-585\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Overeenkomstig artikel 1.1.5 vierde lid, zijn uitsluitend kosten van derden subsidiabel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-586\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende stukken bij de aanvraag voor subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het aanvraagformulier Kwaliteit stad-of dorpcentrum.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In aanvulling op artikel 1.2.1 tweede lid overlegt de aanvrager: een schriftelijk en getekende verklaring van de cofinancier waaruit blijkt dat de cofinancier gezamenlijk met de gemeente voor ten minste 50% financieel bijdraagt; het uitvoeringsplan.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-587\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-588\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.8</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt de subsidie geweigerd indien de te verlenen subsidie minder dan € 125.000 bedraagt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-589\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.9</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op de artikelen 1.4.1. en 1.4.2. moet de subsidieontvanger uiterlijk binnen 12 maanden nadat de aanvraag is ingediend gestart zijn met de uitvoering van de activiteit en deze binnen drie jaar na de datum van subsidieverlening hebben afgerond.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.9 Gebiedsontwikkeling Noordoost Twente</h3>\n<p class=\"lf-p\">[Ingetrokken]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.10 Leefbare kleine kernen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. fysieke maatregelen: maatregelen die zichtbaar en tastbaar zijn; b. ruimtelijke kwaliteit: het resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen dat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is; c. kleine kern: een aaneengesloten bebouwd gebied met maximaal 8000 inwoners; d. uitvoeringsplan: beschrijving van de werkwijze en de maatregelen om tot uitvoering van een opgave te komen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor fysieke maatregelen, die de ruimtelijke kwaliteit, identiteit en leefbaarheid versterken van de kleine kernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">132[Toelichting: Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor fysieke maatregelen, zoals omschreven in artikel 5.10.1. sub a, die zichtbaar en tastbaar zijn in kleine kernen. Dit betekent dat de kosten die gemaakt worden ten behoeve van deze fysieke maatregel subsidiabel zijn. Planvormingsactiviteiten en onderzoek worden niet gezien als fysieke maatregel en komen daarom niet in aanmerking voor subsidie.]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5103\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende criteria: a. de aanvrager is een Overijsselse gemeente of Overijssels waterschap; b. de uitvoering van de maatregel geschiedt op basis van het uitvoeringsplan, waar de locatie onderdeel van uitmaakt; c. de aanvraag is, voordat deze wordt ingediend, afgestemd met de provinciale beleidsmedewerker voor ruimtelijke ontwikkeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5104\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 50.000 per aanvrager en maximaal twee subsidieverleningen per aanvrager.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5105\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5106\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvrager maakt bij de aanvraag voor subsidie gebruik van het aanvraagformulier Leefbare kleine kernen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvrager overlegt in afwijking van artikel 1.2.1 tweede lid bij de aanvraag voor subsidie het uitvoeringsplan. Een uitvoeringsplan bevat onder andere de volgende onderdelen: beschrijving van de opgave: de aanleiding, probleemstelling en het beoogde resultaat; een beknopte beschrijving van de locatie en de situatie; beschrijving van de bijdrage van de fysieke ingreep aan de ruimtelijke kwaliteit, in samenhang met het versterken van de identiteit en leefbaarheid ter plaatse; alle voorgestelde maatregelen, ook die waarvoor geen subsidie wordt aangevraagd; een beschrijving van het resultaat; een beschrijving van draagvlak en participatie door derden; een begroting van de kosten en financiering van de afzonderlijke maatregelen met daarbij het dekkingsvoorstel per maatregel; de verwachte planning van de uitvoering.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5107\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt de subsidie geweigerd indien: a. voor de activiteit subsidie is verstrekt op basis van paragraaf 5.8 van dit uitvoeringsbesluit; b. de te verlenen subsidie minder dan € 25.000 bedraagt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5108\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en 1.4.2 moet de subsidieontvanger binnen 12 maanden na datum van subsidieverlening starten met de uitvoering en deze activiteit binnen drie jaar na datum van subsidieverlening hebben afgerond.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5109\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.9</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschot</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.3.3 tweede lid wordt bij de verlening van de subsidie geen voorschot verstrekt. Het eerste voorschot wordt verleend na de start van de subsidiabele activiteit.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.11 Duurzaam Ontwikkelen Overijssel</h3>\n<p class=\"lf-p\">133[Toelichting: Gedeputeerde Staten willen gemeenten en waterschappen stimuleren de ruimtelijke opgaven duurzaam te ontwikkelen. Dit vraagt om een integrale aanpak waarbij gestreefd wordt naar een evenwicht tussen leefbaarheid en het welbevinden van mensen (People), de kwaliteit van natuur en milieu (Planet) en werkgelegenheid en bereikbaarheid (Profit). Om dat inzichtelijk te maken worden de consequenties van de opgaven voor ‘hier en nu' maar vooral ook de consequenties voor ‘daar en later' in beeld gebracht. De in de Omgevingsvisie Overijssel gehanteerde thema's dienen hierbij leidend te zijn. People: woonomgeving/steden, landschap en veiligheid/gezondheid;Planet: natuur, water/klimaat, ondergrond;Profit: economie/vestigingsklimaat, bereikbaarheid, energie.Om duurzaam ontwikkelen te bevorderen, stellen Gedeputeerde Staten subsidie beschikbaar in de vorm van een bijdrage voor:- onderzoek naar de mogelijkheden om opgaven duurzaam te ontwikkelen:- uitvoering van (extra) maatregelen die een bijdrage leveren aan een duurzame ontwikkeling van opgaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten denken bij onderzoek aan inzet van instrumentarium zoals het Overijssels Ontwikkelmodel waarmee de effecten van realisatie van de opgave op het evenwicht tussen People, Planet en Profit inzichtelijk worden gemaakt. Het onderzoek kan bij aanvang van het project of tussentijds worden uitgevoerd. Subsidie voor uitvoering van maatregelen wordt verstrekt voor die maatregelen die een aantoonbare bijdrage leveren aan het evenwicht tussen People, Planet en Profit en aan het provinciaal belang. Gedacht kan worden aan het combineren van meerdere functies of het inzetten van aanvullende maatregelen. Zo kan bijvoorbeeld besloten worden om een aan te leggen geluidswal rond een woonwijk te upgraden naar een dijk omdat waterveiligheid in het gebied in de toekomst een belangrijk thema wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarmee anticipeert men op toekomstige ontwikkelingen en wordt voorkomen dat er in de toekomst extra ingrepen nodig zijn die een grotere impact hebben. Dit kan extra kosten met zich mee brengen die niet zijn voorzien. Deze kosten kunnen gefinancierd worden met inzet van de provinciale subsidie.Naast de bepalingen die genoemd zijn in deze paragraaf zijn ook de bepalingen uit hoofdstuk 1 van toepassing.]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. duurzaam ontwikkelen: Toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke voorraden. Dit betekent dat er harmonie is tussen de leefbaarheid en het welbevinden van mensen (people), de kwaliteit van natuur en milieu (planet) en werkgelegenheid en bereikbaarheid (profit). b. uitvoeringsplan: beschrijving van de maatregelen en de werkwijze om tot uitvoering van een opgave in de fysieke leefomgeving te komen. Een uitvoeringsplan bevat de volgende onderdelen: beschrijving van de opgave: de aanleiding, probleemstelling en het beoogde resultaat; een beknopte beschrijving van de locatie en de situatie; beschrijving van het resultaat van de afweging tussen People, Planet en Profit, als bedoeld onder sub a; beschrijving van de maatregel waarvoor subsidie wordt gevraagd waarbij wordt aangegeven: wat het beoogde effect zal zijn op het evenwicht of het herstel van het evenwicht tussen People, Planet en Profit; op welke thema's uit het Overijssels Ontwikkelmodel positief gescoord wordt; op welke wijze de uitvoering plaats vindt; welke materialen dan wel duurzame materialen worden gebruikt; een beschrijving van de wijze waarop draagvlak en participatie door derden plaats vindt; begroting van de kosten en de financiering voor de maatregel of maatregelen; de verwachte planning van de uitvoering van de maatregel of maatregelen; c. Overijssels Ontwikkelmodel: een hulpmiddel als bedoeld in de Omgevingsvisie Overijssel wat in stappen omschrijft hoe een duurzame ontwikkeling gestimuleerd kan worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor: a. het opstellen van een uitvoeringsplan b. de uitvoering van een of meer maatregelen uit een uitvoeringsplan die een bijdrage leveren aan een duurzame ontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">134[Toelichting: Het gaat om een extra maatregel of maatregelen die een aantoonbare bijdrage leveren tussenn People, Planet en Profit ontstaat en die de negatieve effecten op het leefklimaat in het ‘hier en nu' en ‘daar en later' voorkomen of verzachten.]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvraag voor subsidie voldoet aan het criterium dat de aanvrager een Overijsselse gemeente of een Overijssels waterschap is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In aanvulling op het eerste lid voldoet de aanvraag voor een subsidie als bedoeld onder artikel 5.11.2 sub b aan de volgende criteria: de maatregel scoort positief op minimaal drie thema's uit het Overijssels Ontwikkelmodel; de uitvoering van de maatregel geschiedt op basis van het uitvoeringsplan en past binnen een vastgestelde integrale visie of plan.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 5.11.2 sub a zijn de werkelijke kosten tot een maximum van € 15.000,-- per aanvraag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 5.11.2 sub b bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 100.000,-- per aanvraag.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5116\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvrager maakt bij de aanvraag voor subsidie gebruik van het aanvraagformulier ‘Duurzame ontwikkeling Overijssel'.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvrager maakt bij de aanvraag voor subsidie als bedoeld onder 5.11.2 sub a de kosten voor het opstellen van een uitvoeringsplan inzichtelijk op basis van één offerte.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De aanvrager overlegt, in afwijking van artikel 1.2.1 tweede lid, bij de aanvraag voor subsidie als bedoeld onder 5.11.2 sub b het uitvoeringsplan.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5117\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en 1.4.2 moet de subsidieontvanger binnen vier maanden na datum van subsidieverlening starten met de uitvoering van het uitvoeringsplan en dit hebben afgerond uiterlijk op 31 december 2016.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.12 Aanpak leegstand kantoorpanden Overijssel</h3>\n<p class=\"lf-p\">135[Toelichting: Gedeputeerde Staten willen leegstand van kantoorpanden in Overijssel aanpakken. Hierbij zoeken zij naar instrumenten die op regionaal niveau de betrokken partijen in beweging brengen en houden om de leegstand aan te pakken. Enerzijds door partijen met elkaar om tafel te krijgen en anderzijds door experimenten te ondersteunen door middel van deze subsidieregeling. ]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. goed functionerende kantorenmarkt: een kantorenvoorraad in Overijssel die toegesneden is op de diverse gebruikersvragen qua kwaliteit, locaties, gebouwfunctionaliteit en omvang; b. [vervallen] c. kantoorpand: bedrijfspand of bedrijfsruimte waar allerlei administratieve handelingen worden uitgevoerd of diensten worden verleend en dat binnen het vigerende bestemmingsplan is bestemd als kantoor; d. leegstand of leegstaand kantoorpand: ruimte in een opgeleverd kantoorpand die beschikbaar is voor verhuur of verkoop en die nu niet in gebruik is als kantoor; e. [vervallen] f. [vervallen] g. [vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor een project om de leegstand van kantoren in Overijssel te reduceren dat leidt tot: a. een uitgewerkte businesscase voor het betreffende pand of de betreffende panden; b. een voor Overijssel nieuwe aanpak voor het terugdringen van leegstand;</p>\n<p class=\"lf-p\">136[Toelichting: Een voor Overijssel nieuwe werkwijze of methodiek om leegstand op te lossen. Aanpakken die alleen beogen om de leegstand in beeld te brengen komen niet voor subsidie in aanmerking.] c. een reductie van het aantal leegstaande meters verhuurbare kantoorruimte van minimaal 500 m2 volgens NEN2580 door transformatie van het pand zodat het pand daarmee geschikt wordt voor een andere functie; of d. een reductie van het aantal leegstaande meters verhuurbare kantoorruimte van minimaal 500 m2 volgens NEN2580 door verbouw van een pand zonder dat dat leidt tot een andere functie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende criteria: a. De activiteit is: erop gericht om de leegstand in kantoren in Overijssel terug te dringen; óf draagt bij aan een goed functionerende kantorenmarkt; b. de aanvrager is een rechtspersoon, een vennootschap, maatschap of eenmanszaak; c. er is ten minste één kantooreigenaar betrokken bij het project; d. de activiteit draagt ertoe bij om de negatieve effecten van leegstand op ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit te voorkomen; e. de uitkomsten en resultaten van de activiteit dragen bij aan kennisontwikkeling op het gebied van aanpak van leegstand kantoorpanden in Overijssel die overgedragen wordt aan andere partijen in Overijssel;</p>\n<p class=\"lf-p\">137[Toelichting: De adviescommissie Leegstand kantoorpanden Overijssel adviseert over of de uitkomsten en resultaten van de activiteit bijdragen aan kennisontwikkeling op het gebied van aanpak leegstand van kantoorpanden in Overijssel. Het criterium kennisontwikkeling is een belangrijke opbrengst: enerzijds voor de verschillende partners om hiervan te leren, anderzijds om als provincie daarnaast input te ontvangen over het beter afstemmen en zo mogelijk samen aanvliegen van de verschillende domeinen van het vestigingsklimaat (werklocaties). ] f. voor aanvragen op grond van artikel 5.12.2 sub c en d geldt dat de te reduceren aantal m2 leegstand aangetoond moet worden en dat de ruimte(n) binnen zes maanden na verbouwen aantoonbaar in gebruik genomen wordt; g. de activiteit past binnen de Kaderstelling Leegstand Kantoren en het Investeringsvoorstel Leegstand Kantoren die door Provinciale Staten op respectievelijk 14 november 2012 en 29 mei 2013 zijn vastgesteld;</p>\n<p class=\"lf-p\">138[Toelichting: Zowel het kaderstellend voorstel (PS/2012/875) als het investeringsvoorstel (PS/2013/335) is te vinden op http://www.overijssel.nl/. ] h. als de subsidie een steunmaatregel is dan moet de subsidie voldoen aan artikel 2 van de de-minimisverordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5124\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 5.12.2 sub a en b bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 50.000 per aanvraag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 5.12.2 sub c bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 200.000 waarvan maximaal 25% besteed mag worden aan loonkosten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 5.12.2 sub d bedraagt maximaal 20% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 100.000 waarvan maximaal 25% besteed mag worden aan loonkosten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De totale subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.12.2 samen bedraagt maximaal € 200.000.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5125\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.5</span><span class=\"lf-art-t\">Niet subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.1.6 zijn de kosten die verband houden met het daadwerkelijk slopen van kantoorpanden en afschrijvingskosten op een kantoorgebouw niet subsidiabel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5127\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.7</span><span class=\"lf-art-t\">Volgorde van behandeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.1.3 geldt dat indien op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt en er meer dan één aanvraag is ontvangen, Gedeputeerde Staten de onderlinge rangschikking van die aanvragen vaststelt door middel van de volgende werkwijze: aanvragen voor artikel 5.12.2 sub c komen eerst in aanmerking voor subsidie, aanvragen voor artikel 5.12.2 sub d daarna en vervolgens aanvragen voor artikel 5.12.2. sub a en tenslotte sub b.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5128\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.8</span><span class=\"lf-art-t\">Adviescommissie Leegstand kantoorpanden Overijssel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidieaanvraag wordt om advies voorgelegd aan de adviescommissie Leegstand kantoorpanden Overijssel. De adviescommissie adviseert over of de aanvraag voldoet aan de subsidiabele activiteit zoals genoemd in artikel 5.12.2 en artikel 5.12.3 sub d en e.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5129\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.9</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.3.1 tweede lid weigeren Gedeputeerde Staten de subsidie als minder dan € 5.000,-- aan subsidie zal worden verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.10</span><span class=\"lf-art-t\">Stukken bij de aanvraag voor subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het aanvraagformulier ‘Aanpak leegstand kantoorpanden Overijssel'.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.11</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.4.1 en 1.4.2 is de aanvrager verplicht: a. binnen maximaal 12 maanden na verlening van de subsidie resultaten te boeken die deelbaar zijn in het kader van kennisdeling als bedoeld in artikel 5.12.3 sub d; b. de resultaten en de kennisontwikkeling kostenloos te delen met andere partijen die er om vragen of belang bij hebben.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.13 Aanpak winkelleegstand Overijssel</h3>\n<p class=\"lf-p\">[Ingetrokken]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.14 Overijssel-Stedendriehoek-Deventer</h3>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 5.14.1 begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. investeringsbesluit: de op 17 april 2013 door Provinciale Staten van Overijssel (PS/2013/182) vastgestelde selectie van prioritaire projecten van provinciaal belang; b. ontwikkelagenda: de door Gedeputeerde Staten van Overijssel en Burgemeester en Wethouders van Deventer op 27 november 2012 vastgestelde Ontwikkelagenda Overijssel-Stedendriehoek-Deventer; c. werkprogramma: het op 5 maart 2013 door Gedeputeerde Staten van Overijssel en Burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer vastgestelde Werkprogramma Overijssel-Stedendriehoek-Deventer 2013-2015.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5142\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.14.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor de uitvoering van de volgende projecten, die in het investeringsbesluit zijn opgenomen:</div>\n<p class=\"lf-p\">Stadsaszone: Opwaarderen Stadsas Hanzetracé (tot aan de Snipperlingsdijk);</p>\n<p class=\"lf-p\">Stad aan de IJssel: versterken van de relatie met de IJssel: \"beleef de Welle\" en Stadsrandentree: Stad aan de IJssel meer etaleren, versterken relatie met de IJssel/Schipbeek;</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardevast werklandschap: Doorontwikkelen Technicampus;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor overige in het werkprogramma opgenomen projecten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5143\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.14.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende criteria: de aanvrager is de gemeente Deventer; de aanvrager voert de activiteit uit zoals opgenomen in het werkprogramma;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De uitvoering van het Hanzetracé in 2015-2017, loopt parallel aan de herprofilering van de Mr. H.F. de Boerlaan, eveneens opgenomen in het werkprogramma;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 5.14.2 eerste lid onder b voldoet aanvullend op het eerste lid, aan de volgende criteria: de activiteit heeft betrekking op het binnenstadsgebied aan de IJssel en het Sluiskwartier en draagt naast het versterken van de relatie met de IJssel bij aan de leefbaarheid en gebruiksmogelijkheden van het gebied; of de activiteit of het project draagt bij aan het versterken van de relatie tussen de IJssel, de Schipbeekzone en de Stadsrand en etaleert daarmee de kwaliteiten van Stad aan de IJssel in de stadsrand-entree.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 5.14.2 eerste lid onder c betreffende de Technicampus voldoet, aanvullend op het eerste lid, aan het volgende criteria: het bedrijfsleven is aantoonbaar betrokken bij de doorontwikkeling van de Technicampus; het nieuwe opleidingsaanbod moet aantoonbaar na 2015 zonder deze subsidie kunnen worden voortgezet, aangetoond door middel van een businesscase.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 5.14.2 tweede lid komt slechts in aanmerking voor subsidie als daarbij wordt aangetoond dat de aanvraag niet ten koste gaat van de realisering van projecten als bedoeld in artikel 5.14.2 eerste lid, dit doordat aangetoond wordt dat de kosten daarvan minder bedragen dan geraamd, of doordat de gemeente aanvullende financiering voor die projecten heeft bewerkstelligd.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5144\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.14.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie is een forfaitair vastgesteld bedrag van maximaal € 11.850.000,-- voor alle projecten als bedoeld in artikel 5.14.2 samen. Hierbij geldt dat de provinciale subsidie gelijk is aan de financiële bijdrage van de gemeente, de provinciale subsidie niet meer dan 50% van de totale kosten van de uitvoering van het werkprogramma bedraagt met een maximum subsidie van € 11.850.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5145\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.14.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van de artikelen 1.1.5 en 1.1.6 sub d zijn alle kosten die direct aan de subsidiabele activiteit zijn toe te rekenen subsidiabel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van artikel 1.1.6 sub c zijn de kosten die gemaakt zijn vanaf 17 april 2013 subsidiabel. Daarnaast zijn de planvoorbereidingskosten en kosten voor aankoop van gronden die gemaakt zijn buiten de projectperiode wel subsidiabel.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5146\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.14.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5147\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.14.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende stukken bij de aanvraag voor subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvrager maakt gebruik van het aanvraagformulier Overijssel-Stedendriehoek-Deventer.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien sprake is van een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 5.14.2 eerste lid onder c, overlegt de aanvrager, in aanvulling op artikel 1.2.1 een businesscase, waaruit blijkt dat het nieuwe opleidingsaanbod na 2015 zonder deze subsidie kan worden voortgezet.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5148\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.14.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger voldoet, aanvullend op artikel 1.4.1 aan de volgende verplichtingen: a. het Hanzetracé, als bedoel onder artikel 5.14.2 lid 1 sub a, is uiterlijk op 31 december 2017 gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">139[Toelichting: Dit betekent dat het streven is dat in 2014 de gronden zijn aangekocht en de planontwikkeling is afgerond, in 2015 de uitvoering is gestart en in 2016, 2017 de oplevering heeft plaats gevonden en de waterkavels uitgeefbaar zijn.] b. de activiteiten als bedoeld in artikel 5.14.2 lid 1 b en c en in lid 2 zijn uiterlijk op 31 december 2015 afgerond dan wel onomkeerbaar in uitvoering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5149\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.14.9</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschotverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten verstrekken, in afwijking van artikel 1.3.3, de subsidieontvanger een voorschot van maximaal 100% van de verleende subsidie.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.15 Breedbandinfrastructuur Overijssel</h3>\n<p class=\"lf-p\">140[Toelichting: Doel van deze regeling is subsidie te verlenen (in de vorm van een garantie of een geldbedrag) teneinde NGA-projecten (Next Generation Access) te realiseren in buitengebieden en op bedrijventerreinen. De regeling is beperkt tot zogenaamde \"witte gebieden\" (waar de markt niet bereid is breedband aan te leggen) die geografisch gelegen zijn in Overijssel. Op deze wijze beoogt de provincie bij te dragen aan de aansluiting van huishoudens, instellingen en bedrijven op snel breedband.] Subparagraaf 5.15.1 Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. adviescommissie: de door Gedeputeerde Staten ingestelde Adviescommissie Breedband Overijssel, die adviseert over subsidieaanvragen op basis van deze paragraaf; b. ACM: Autoriteit Consument en Markt; c. business case: document met onder meer de informatie die benodigd is om een gemotiveerde beslissing te nemen over de uitvoering van een voorgesteld plan, waarin in elk geval is opgenomen de informatie uit bijlage 2 bij deze verordening. d. eigen bijdrage eindgebruikers: eigen bijdrage die eindgebruikers dienen af te dragen om aansluiting van hun verblijfseenheid op het NGA-netwerk te ontvangen. e. Garantie: aan subsidieaanvrager te verstrekken subsidie waarbij de provincie garant staat voor de gehele dan wel gedeeltelijke nakoming van de betalingsverplichtingen uit hoofde van een tussen kredietnemer en kredietgever gesloten overeenkomst; f. homes activated : op het NGA-netwerk aangesloten verblijfseenheden met een actieve verbinding (door het afnemen van ten minste één dienst); g. homes passed: verblijfseenheden die aangesloten kunnen worden op het NGA-netwerk, waarbij geldt dat het NGA-netwerk is aangelegd tot minimaal de straatkast; h. NGA-netwerk: aansluitnetwerk dat volledig of gedeeltelijk gebruikmaakt van optische elementen en dat breedbandtoegangsdiensten kan leveren met aanzienlijk betere kenmerken [‘step change'] dan bestaande basisbreedbandnetwerken, zoals gedefinieerd in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. i. NGA-project: het realiseren van NGA-netwerken in een buitengebied of op een bedrijventerrein behorende tot een wit gebied, geografisch gelegen in de provincie Overijssel; j. passief NGA-netwerk: het passieve deel van een NGA-netwerk, te weten het deel zonder enige actieve component dat gewoonlijk civieltechnische infrastructuur, buizen, dark fibre en straatkasten omvat; k. Subsidie: subsidie in de vorm van een geldbedrag dat, voor het bedrag waarvoor het is vastgesteld, niet behoeft te worden terugbetaald; l. totale uitstaande bedrag: het totale bedrag aan hoofdsom en rente dat de aanvrager op enig moment verschuldigd is uit hoofde van een geldlening aan een kredietgever, met uitzondering van nog niet opeisbare rente; m. uitvoeringsovereenkomst: de overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Awb die de provincie Overijssel met de subsidieontvanger sluit ter uitwerking van de beschikking tot subsidieverlening; n. verblijfseenheden: woonhuizen, instellingen of bedrijven; o. [vervallen) p. wit gebied: een buitengebied of bedrijventerrein waar geen NGA-netwerk aanwezig is en waar deze infrastructuur in de komende drie jaar niet wordt ontwikkeld, als gedefinieerd in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51512\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Uitsluitend kosten derden als bedoeld in artikel 1.1.5 lid 4 voor de aanleg en installatie van passieve NGA-netwerken worden betrokken in de berekening van de grondslag van de Subsidie.</div>\n<p class=\"lf-p\">141[Toelichting: Hiermee wordt gedoeld op de aanleg- en installatiekosten van een gecertificeerde kabel- en leidingwerkaannemer.] 2. In afwijking van artikel 1.1.5 en artikel 1.1.6 worden voor de Garantie als subsidiabele kosten beschouwd alle investeringskosten van de aanvrager die noodzakelijk zijn om de businesscase uit te voeren en die zijn toe te rekenen aan deze activiteit. Alleen kosten van activiteiten die zijn gestart en uitgevoerd na het indienen van de aanvraag zijn subsidiabel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51513\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51514\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden subsidieverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Garantie wordt verstrekt onder de opschortende voorwaarde dat ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening een uitvoeringsovereenkomst is gesloten waarin de rechten en verplichtingen zijn neergelegd die de provincie, kredietgever en subsidieaanvrager over en weer ten opzichte van elkaar hebben.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51515\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.1.5</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen subsidieontvanger</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In aanvulling op artikel 1.4.1 en artikel 1.4.2 is de subsidieontvanger verplicht: met de provincie Overijssel uiterlijk acht weken na het verlenen van de Garantie een uitvoeringsovereenkomst te sluiten;</div>\n<p class=\"lf-p\">142[Toelichting: De voorwaarden waaronder de uitvoeringsovereenkomst zal worden gesloten zullen worden gepubliceerd op www.overijssel.nl/subsidies.] binnen een jaar na subsidieverlening te starten met de realisatie van het NGA-project; binnen drie jaar na subsidieverlening de activiteiten waarvoor de Garantie of Subsidie wordt verstrekt te hebben uitgevoerd; het netwerk voldoende te onderhouden volgens de in de betreffende industrie geldende standaarden en mutaties te registreren in een netwerkadministratie; het netwerk niet te vervreemden dan wel met rechten te bezwaren zonder toestemming van Gedeputeerde Staten; toegang te verlenen aan alle actieve operators tot buizen, masten, dark fibre en straatkasten en ontbundelde toegang tot local loop dan wel subloopontbundeling en bitstroomtoegang te verlenen tegen marktconforme voorwaarden, zoals gedefinieerd in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening; wholesaletoegang tot het gesubsidieerde netwerk te verlenen voor een periode van tenminste zeven jaar tegen eerlijke en niet-discriminerende voorwaarden en indien van toepassing, volgens de door de ACM vastgestelde beginselen inzake tarifering en toegang tot buizen en masten niet in tijd te beperken, zoals gedefinieerd in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Gedeputeerde Staten kunnen de verplichting opleggen om ter zake van de te verlenen Garantie zekerheden te verstrekken. Ter uitvoering van deze verplichting kunnen bepalingen worden opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51516\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.1.6</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschotverlening</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van artikel 1.3.3 tweede lid kunnen Gedeputeerde Staten de aanvrager een voorschot verstrekken tot een maximum van 100% van de verleende Subsidie.</div>\n<p class=\"lf-p\">143[Toelichting: De hoogte en het tempo van bevoorschotting worden bepaald op basis van prestaties, besteding, liquiditeitsbehoefte en het risicoprofiel van de subsidieontvanger.] 2. Gedeputeerde Staten verlenen geen voorschot op een Garantie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51517\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.1.7</span><span class=\"lf-art-t\">Indieningstermijn aanvraag tot subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.5.2 eerste lid en artikel 1.5.3 eerste lid, wordt de aanvraag tot vaststelling van de Garantie ingediend uiterlijk 13 weken nadat de Garantietermijn is verstreken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51518\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.1.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager overlegt in aanvulling op artikel 1.5.2 tweede lid of artikel 1.5.3 tweede lid: a. bij de aanvraag tot vaststelling van de Garantie: een overzicht van de gerealiseerde contracten (homes activated) en een financieel verslag en een verantwoording van de werkelijk gemaakte kosten. b. bij de aanvraag tot vaststelling van de Subsidie: een protocol oplevering van de aannemer waaruit de conformiteit met het bij de subsidieaanvraag ingediende businesscase blijkt en een verantwoording van de werkelijk gemaakte kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 5.15.2 Grote NGA-projecten in het buitengebied</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51521\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Gedeputeerde Staten kunnen een Garantie verstrekken voor de aanleg en installatie van een NGA-netwerk in het buitengebied van Overijssel in de vorm van homes activated.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Gedeputeerde Staten kunnen een Subsidie verstrekken voor de aanleg en installatie van een NGA-netwerk in het buitengebied van Overijssel in de vorm van homes passed.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51522\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een aanvraag voor een Garantie of een Subsidie moet voldoen aan de volgende criteria: de aanvrager is: een rechtspersoon die in het NGA-project investeert door het aanleggen of laten aanleggen van een NGA-netwerk ten behoeve van de gebruikers van dat netwerk; dan wel een rechtspersoon die ten behoeve van de gebruikers van het te realiseren NGA-netwerk financiering faciliteert voor de aanleg van dat NGA-netwerk; het NGA-project voorziet in het realiseren van een passief NGA-netwerk; het NGA-project wordt uitgevoerd in een wit gebied; het NGA-project voorziet in minimaal 2000 homes passed; het NGA-project voorziet in minimaal 60% homes activated, blijkend uit een aanbetaling van de eigen bijdrage eindgebruikers van minimaal €100 per home activated. het NGA-netwerk heeft een minimale technische levensduur van 20 jaar; het NGA-netwerk moet de distributie van het gebruikelijke breedbanddienstenportfolio, te weten internet, telefonie en tv mogelijk maken; de gemiddelde aanleg- en aansluitkosten per gerealiseerde home activated zijn hoger dan € 2.500. de aanvraag bevat een sluitende business case die voldoende haalbaar en uitvoerbaar is en die voldoet aan de criteria die zijn opgenomen in bijlage 2 bij deze paragraaf;</div>\n<p class=\"lf-p\">144[Toelichting: Bijlage 2 is te vinden in de rechterkolom op deze webpagina, onder het kopje bijlagen.] de debt service coverage ratio van het project is groter dan 1,2.</p>\n<p class=\"lf-p\">145[Toelichting: Deze ratio geeft aan in hoeverre de operationele kasstroom voldoende is om de aflossingen en rentebetalingen op het vreemd vermogen te dekken.] de Garantie en Subsidie dienen te voldoen aan de staatssteunregels en in het bijzonder artikel 52 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Gedeputeerde Staten kunnen afwijken van: de criteria genoemd onder lid 1 sub e, sub h en sub j van dit artikel mits dit geen invloed heeft op de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de business case; van het criterium genoemd onder lid 1 sub d van dit artikel indien de ligging van het gebied de realisatie van een groter project onmogelijk maakt en mits het project minimaal gemeentedekkend is.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51523\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De Garantie als bedoeld in artikel 5.15.2.1 eerste lid bevat een passende risicoverdeling tussen de kredietgever en de provincie, waarbij de provincie maximaal 80% garandeert van de investeringskosten minus eventuele door de provincie verstrekte subsidies.</div>\n<p class=\"lf-p\">146[Toelichting: De risicoverdeling wordt bepaald aan de hand van de bij de subsidieaanvraag ingediende business case.] 2. De looptijd van de Garantie is gelimiteerd tot aan het moment waarop het NGA-project zelfstandig financierbaar is, te bepalen aan de hand van de bij aanvraag ingediende business case, met een maximum van 20 jaar.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De lening waarvoor de Garantie wordt verstrekt bedraagt niet meer dan €4000 per home activated.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De Subsidie als bedoeld in artikel 5.15.2.1. tweede lid bedraagt een forfaitair tarief van maximaal €400 per gerealiseerde home passed.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>De hoogte van het forfaitair tarief wordt bepaald aan de hand van de hoogte van de gemiddelde aansluitingskosten per home activated.</div>\n<p class=\"lf-p\">147[Toelichting: Alleen voor zover de gemiddelde aansluitingskosten een rendabele exploitatie van het NGA-netwerk in de weg staan, is subsidieverlening gerechtvaardigd.]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51524\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Weigerings- en intrekkingsgrond</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Gedeputeerde Staten weigeren de Garantie of Subsidie indien: de aanvrager in financiële moeilijkheden verkeert; de aanvrager over onvoldoende financiële middelen kan beschikken om de business case uit te voeren.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van artikel 1.3.1 tweede lid, weigeren Gedeputeerde Staten de Garantie of Subsidie indien de hoogte van de te verstrekken Garantie en Subsidie tezamen minder dan € 200.000 bedraagt.</div>\n<p class=\"lf-p\">3.(vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51525\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Procedure vooraanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Alvorens een subsidieaanvraag te doen voor het realiseren van een NGA-project, dient de aanvrager een vooraanvraag in aan de hand van het formulier \"Breedbandinfrastructuur - vooraanvraag\".</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Na publicatie van de vooraanvraag op de provinciale website kan een ieder binnen een periode van 4 weken aantonen dat er een reeds gefinancierd investerings- en realisatieplan ligt, dat voorzien is van voor de uitvoering benodigde goedkeuringen en dat binnen 3 jaar leidt tot tenminste een vergelijkbaar NGA aanbod. Dit plan wordt ingediend aan de hand van een door de rechtsgeldig vertegenwoordiger van de indiener geaccordeerd voorstel voorzien van een investeringplanning, een plan voor de vraagbundeling en een projectplanning. De indiener zal contractueel gehouden worden aan de uitvoering van de plannen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Indien een plan in de zin van het voorgaand lid niet wordt ingediend, zullen Gedeputeerde Staten een ieder (inclusief de vooraanvrager) in staat stellen binnen een periode van 8 weken na openstelling van de aanvraagperiode een subsidieaanvraag in te dienen voor een NGA-project in het gebied waarop de vooraanvraag betrekking heeft.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Een vooraanvraag kan het gehele jaar worden ingediend.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51526\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Volgorde van behandeling</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van artikel 1.1.3 wordt, als er sprake is van meerdere aanvragen voor een NGA-project in hetzelfde gebied die elk voldoen aan de gestelde criteria, de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld aan de hand van de prioriteringcriteria die in bijlage 1 bij deze paragraaf zijn opgenomen.</div>\n<p class=\"lf-p\">148[Toelichting: Bijlage 1 is te vinden in de rechterkolom op deze webpagina, onder het kopje bijlagen.] 2. De subsidie zal worden verleend aan de subsidieaanvrager aan wie de meeste punten aan de hand van de prioriteringscriteria zijn toegekend.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Indien op enige dag meerdere aanvragen voor verschillende gebieden worden ingediend waarbij het subsidieplafond dreigt te worden overschreden en die elk voldoen aan de gestelde subsidiecriteria, vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen subsidieaanvragen plaats door middel van loting.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Een subsidieaanvraag kan uitsluitend worden ingediend binnen de periode van 8 weken die daarvoor is opengesteld overeenkomstig artikel 5.15.2.5 lid 3.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51527\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.2.7</span><span class=\"lf-art-t\">Bij de aanvraag in te dienen stukken</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidieaanvraag wordt ingediend aan de hand van het aanvraagformulier \"Breedbandinfrastructuur- grote NGA-projecten buitengebied\".</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Aanvullend op artikel 1.2.1 overlegt de aanvrager alle in het aanvraagformulier genoemde stukken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Een onvolledige aanvraag voor subsidie kan na sluitingsdatum alleen volledig worden gemaakt voor zover het geen inhoudelijke aanvulling of wijziging van de aanvraag betreft.</div>\n<p class=\"lf-p\">149[Toelichting: Het in de beoordeling van de aanvraag meenemen van informatie die dateert van na de sluiting van de aanvraagtermijn verdraagt zich niet met de gelijktijdige onderlinge beoordeling en rangschikking van de ingediende aanvragen die in het tendersysteem centraal staat. Uit de aard van het tendersysteem vloeit derhalve voort dat vóór de sluiting van de aanvraagtermijn alle voor die beoordeling en rangschikking relevante gegevens moeten zijn overlegd en dat daarna geen rekening kan worden gehouden met informatie die neerkomt op een wijziging of aanvulling van de aanvraag.Bij onvolledigheid van de aanvraag na de sluitingsdatum is er alleen ruimte voor het herstel van kleinigheden zoals een handtekening, een bankrekeningnummer, kamer van koophandel gegevens e.d., het moet gaan om informatie die niet inhoudelijk betrekking heeft op de beoordelingscriteria zoals opgenomen in deze subsidieparagraaf. De volledigheid/juistheid van de aanvraag is de verantwoordelijkheid van de aanvrager.]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51528\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.2.8</span><span class=\"lf-art-t\">Adviescommissie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidieaanvraag voor het realiseren van een NGA-project wordt zodra deze volledig is, voor een niet-bindend advies voorgelegd aan de adviescommissie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De adviescommissie brengt advies uit ten aanzien van de subsidieaanvraag en in het bijzonder ten aanzien van: de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de business case; de onderlinge rangschikking van aanvragers in de zin van artikel 5.15.2.6 lid 3; de hoogte en voorwaarden waaronder de Garantie en Subsidie worden verstrekt; de hoogte en het tempo van bevoorschotting.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51529\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.2.9</span><span class=\"lf-art-t\">Vermogensvorming en terugvordering</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Bij verkoop of vervreemding van het NGA-netwerk aan een derde, niet-zijnde een aan de subsidieontvanger verbonden persoon, binnen de looptijd van de Garantie en voor zover het bedrag waarvoor de Garantie wordt verstrekt en de Subsidie tezamen meer dan € 500.000 bedragen, wordt de door vervreemding verkregen bovenmatige winst naar rato van het aandeel van de beschikbaar gestelde Garantie en Subsidie in de totale financiering, tussen de subsidieontvanger en Gedeputeerde Staten verrekend. Onder bovenmatige winst wordt verstaan het positief verschil tussen de kosten van het netwerk bij aanleg inclusief een redelijk rendement en de transactiewaarde op het moment van vervreemding.</div>\n<p class=\"lf-p\">150[Toelichting: Deze bepaling beoogt te voorkomen dat een marktpartij door verkoop van het door de provincie gesubsidieerde netwerk, onevenredig hoge winsten maakt. In de beschikking tot subsidieverlening of uitvoeringsovereenkomst wordt daartoe een bepaling opgenomen.] 2. Indien de Garantie en Subsidie tezamen tot staatssteun leiden van meer dan € 10.000.000, geldt een terugvorderingsmechanisme in de zin van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. Deze dient te voorkomen dat er winst wordt gemaakt die een redelijk rendement te boven gaat. Onder winst die het redelijk rendement te boven gaat wordt verstaan het positief verschil tussen de kosten van het netwerk bij aanleg inclusief een redelijk rendement en de actuele waarde op het moment van subsidievaststelling van de Geldlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">151[Toelichting: Het terugvorderingsmechanisme moet voorkomen dat met subsidiegeld van de provincie onevenredig hoge winsten worden gemaakt. In de uitvoeringsovereenkomst wordt daartoe een bepaling opgenomen.] 3. Bij het bepalen van de hoogte van een vergoeding op grond van dit artikel wordt de waarde van het NGA-netwerk en het redelijk rendement vastgesteld door een college van deskundigen. Gedeputeerde Staten en de subsidieontvanger wijzen elk een deskundige aan, die in onderling overleg een derde deskundige aanwijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 5.15.3 NGA-projecten van beperkte omvang</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51531\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen een Subsidie verstrekken voor het realiseren van een NGA-project van beperkte omvang.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51532\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag voor een Subsidie moet voldoen aan de volgende criteria: a. de aanvrager is: een rechtspersoon die in het NGA-project investeert door het aanleggen of laten aanleggen van een NGA-netwerk ten behoeve van de gebruikers van dat netwerk; dan wel een rechtspersoon die ten behoeve van de gebruikers van het te realiseren NGA-netwerk financiering faciliteert voor de aanleg van dat NGA-netwerk; b. Het NGA-project voorziet in het realiseren van een passief NGA-netwerk; c. Het NGA-project wordt uitgevoerd in een wit gebied; d. Het NGA-netwerk heeft een minimale technische levensduur van 20 jaar; e. De aanvraag bevat een projectplan dat voldoet aan de criteria opgenomen in bijlage 3 bij deze paragraaf;</p>\n<p class=\"lf-p\">152[Toelichting: Bijlage 3 is te vinden in de rechterkolom op deze webpagina, onder het kopje bijlagen.] f. Rendabele exploitatie van het NGA-netwerk zonder Subsidie is niet mogelijk; g. Het NGA-project kan geen deel uitmaken van een groter NGA-project in de zin van subparagraaf 5.15.2 van dit Uitvoeringsbesluit. h. De Subsidie wordt verstrekt met inachtneming van de staatssteunregels en in het bijzonder de de-minimis verordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51533\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De Subsidie als bedoeld in artikel 5.15.3.1 bedraagt een forfaitair tarief van maximaal € 400 per gerealiseerde home passed.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De hoogte van het forfaitair tarief wordt bepaald aan de hand van de hoogte van de gemiddelde aanleg- en aansluitingskosten per home activated.</div>\n<p class=\"lf-p\">153[Toelichting: Alleen voor zover de gemiddelde aansluitingskosten een rendabele exploitatie van het NGA-netwerk in de weg staan, is subsidieverlening gerechtvaardigd.] 3. De Subsidie bedraagt niet meer dan 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van €200.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51534\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Weigerings- en intrekkingsgronden</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van artikel 1.3.1 tweede lid, weigeren Gedeputeerde Staten de Subsidie indien deze minder dan € 5.000 bedraagt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>(vervallen)</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51535\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Bij de aanvraag in te dienen stukken</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het aanvraagformulier \"Breedbandinfrastructuur - NGA-projecten van beperkte omvang\".</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvrager overlegt in aanvulling op artikel 1.2.1. een projectplan dat tenminste de informatie bevat opgenomen in bijlage 3 bij deze paragraaf en de stukken die gevraagd worden in het aanvraagformulier.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.16 Energielandschappen Overijssel</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5161\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.16.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. bio-energie: energieopwekking door benutting van biomassa, zijnde de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van industrieel en huishoudelijk afval, (conform Richtlijn 2001/77/EG;); bodemenergie: energieopwekking door benutting van warmte die in de bodem is opgeslagen. Tot een diepte van 500 meter wordt gesproken over warmte- en koudeopslag; op grotere dieptes, vanaf 500 meter, is sprake van geothermie; b. duurzame ontwikkeling: toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke voorraden. Dit betekent dat er harmonie is tussen de leefbaarheid en het welbevinden van mensen (people), de kwaliteit van natuur en milieu (planet) en werkgelegenheid en bereikbaarheid (profit); c. hernieuwbare energieopwekking: energieopwekkingvoorzieningen die geheel of gedeeltelijk gebruik maken van energie uit hernieuwbare energiebronnen; d. integrale omgevingskwaliteit: balans tussen ruimtelijke kwaliteit, duurzame ontwikkeling en sociale kwaliteit; e. Omgevingsvisie: op 1 juli 2009 door Provinciale Staten vastgestelde visie en uitvoeringsprogramma voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel, inclusief de actualisatie door provinciale Staten vastgesteld op 3 juli 2013; f. Omgevingsverordening:Omgevingsverordening Overijssel 2009, zoals vastgesteld door Provinciale Staten van Overijssel op 1 juli 2009 en nadien gewijzigd; g. ruimtelijke kwaliteit: het resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen dat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat belangrijk is voor mens, plant en dier; h. sociale kwaliteit: het begrip sociale kwaliteit bevat vier componenten die in samenhang aanwezig zijn, te weten: sociale cohesie: het geheel van sociale relaties en de kwaliteit van deze relaties tussen mensen in de samenleving, gebaseerd op gedeelde normen en waarden, sociale verbanden en identiteiten; sociaal- economische zekerheid: de mate waarin mensen kunnen beschikken over materiële en immateriële bronnen om zo optimaal mogelijk te kunnen participeren; eigen kracht: het versterken en ontwikkelen van eigen capaciteiten en het versterken van zelfredzaamheid; maatschappelijke participatie: de mate waarin mensen toegang hebben tot of deel uit maken van sociale relaties in het economische, sociale en culturele leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">j. Werkatelier Energielandschappen: een multidisciplinair ontwerpatelier dat zich richt op het benutten van de kansen van hernieuwbare energieopwekking voor ruimtelijke ontwikkelingen; k. zonne-energie: energieopwekking door middel van Photo-voltaïsche panelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5162\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.16.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor: a. procesondersteuning bij de voorbereiding van een plan voor hernieuwbare energieopwekking in de vorm van een werkatelier energielandschappen; b. extra maatregelen of activiteiten rondom de realisatie van de inrichting hernieuwbare energieopwekking, die de integrale omgevingskwaliteit versterken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5163\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.16.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende criteria: de hernieuwbare energieopwekking vindt plaats in Overijssel; de hernieuwbare energieopwekking betreft bio-energie, bodemenergie, waterenergie of zonne-energie; windenergie komt niet in aanmerking tenzij: het een onderdeel is van integrale gebiedsprojecten waarbij meerdere vormen van duurzame energie gecombineerd worden; en het past binnen de bestaande provinciale verplichtingen voor windenergie; er is sprake van een ontwerpgericht planproces waarbij aantoonbaar: aandacht is voor ruimtelijke kwaliteit en kenmerken van het plangebied en haar omgeving; aandacht is voor de integrale omgevingskwaliteit; rekening is gehouden met de belangen van bewoners, bedrijven, de gemeente en waterschap in het betreffende plangebied; ontwerpers, stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten of architecten, worden ingezet.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 5.16.2 sub a voldoet, in aanvulling op het eerste lid, aan de volgende criteria: bewoners, bedrijven, gemeente en waterschap in het betreffende plangebied zijn betrokken bij het werkatelier; het werkatelier wordt begeleid door een team met relevante expertise op het gebied van multidisciplinaire ontwerpateliers; tijdens het werkatelier is kennis en kunde beschikbaar op het gebied van ontwerp, ruimtelijke kwaliteit, sociale kwaliteit, duurzame energie en provinciaal ruimtelijk beleid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 5.16.2 sub b, voldoet, in aanvulling op het eerste lid, aan de volgende criteria: er is sprake van een ruimtelijk relevant hernieuwbare energieopwekking. Dit betekent dat de hernieuwbare energieopwekking zichtbare effecten of resultaten heeft in het plangebied en haar omgeving én het plangebied 0,5 hectare of meer bedraagt; of de totale investering in de hernieuwbare energieopwekking € 50.000,-- of meer bedraagt; de activiteit past binnen de beleidsdoelstellingen zoals omschreven in de Omgevingsvisie; indien de subsidie een steunmaatregel is voldoet de aanvraag aan artikel 2 van de-minimisverordening.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5164\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.16.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie als bedoeld onder artikel 5.16.2 sub a bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000,-- per aanvraag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie als bedoeld onder artikel 5.16.2 sub b bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 100.000,-- per aanvraag.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5165\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.16.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de subsidie als bedoeld in artikel 5.16.2 sub a geldt dat uitsluitend kosten van derden, als bedoeld in artikel 1.1.5 vierde lid subsidiabel zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 5.16.6 niet subsidiabele kosten In aanvulling op artikel 1.1.6 zijn de kosten die voortvloeien uit verplichtingen op basis van de Omgevingsverordening niet subsidiabel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5167\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.16.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5168\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.16.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende stukken bij de aanvraag voor subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvrager maakt gebruikt van het aanvraagformulier Energielandschappen Overijssel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvrager voor de subsidie als bedoeld in artikel 5.16.2 sub a overlegt in aanvulling op artikel 1.2.1 tweede lid, een offerte waaruit de projectperiode en de subsidiabele kosten blijken.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5169\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.16.9</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag voor subsidie wordt, in aanvulling op artikel 1.4.1, geweigerd: a. indien de aanvraag betrekking heeft op uitsluitend de investering in hernieuwbare energieopwekking; b. voor de activiteit is geen subsidie verstrekt op basis van paragraaf 5.10 Ruimtelijke Kwaliteit stads- en dorpsranden of paragraaf 5.11 Duurzaam Ontwikkelen Overijssel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51610\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.16.10</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.4.1 en 1.4.2 moet de subsidieontvanger de activiteit voor 31 december 2015 hebben afgerond.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.17 Verbeteren van de haveninfrastructuur en -faciliteiten</h3>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 5.17.1 begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. bedrijf: een privaatrechtelijke rechtspersoon, een vennootschap, een maatschap of een eenmanszaak; b. kade: verharde oever waarlangs schepen kunnen afmeren en aanleggen voor het laden en lossen van goederen; c. Omgevingsvisie:de op 1 juli 2009 door Provinciale Staten vastgestelde visie en het uitvoeringsprogramma voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel, inclusief de actualisatie door Provinciale Staten vastgesteld op 3 juli 2013.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5172\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.17.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor: a. het oplossen van knelpunten op het gebied van ondiepten bij bruggen en sluizen; b. [vervallen]; c. aanleggen, uitbreiden of verbeteren van een kade;</p>\n<p class=\"lf-p\">154[Toelichting: Voor het afwikkelen van vervoersstromen via water is het op orde hebben van voldoende kades van groot belang. Gedeputeerde Staten stellen daarom subsidie beschikbaar voor het aanleggen, uitbereiden of verbeteren van een kade.] d. het verbeteren van de wacht- of ligplaatsfaciliteiten ten behoeve van de binnenvaart.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5173\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.17.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende criteria: a. de aanvrager is: een Overijsselse gemeente; of een bedrijf met kadefaciliteiten bestemd voor goederenvervoer indien de subsidieaanvraag wordt ingediend voor de subsidie als bedoeld onder artikel 5.17.2 sub c of d; b. de activiteit vindt plaats in Overijssel; c. de activiteit past binnen de beleidsdoelstellingen zoals omschreven in de Omgevingsvisie; d. de activiteit als bedoeld in artikel 5.17.2 sub a is gericht op het verbeteren van de haveninfrastructuur ter bevordering van het gebruik van een rivier of een kanaal voor goederenvervoer, met uitsluiting van de opwaardering van de Twentekanalen of de zijtak daarvan;</p>\n<p class=\"lf-p\">155[Toelichting: Opwaardering Twentekanalen of de zijtak daarvan is uitgesloten, omdat hiervoor reeds subsidie is verstrekt door het Rijk.] e. [vervallen]; f. de activiteit als bedoeld in artikel 5.17.2. sub c en sub d zijn uitsluitend bedoeld voor openbare voorzieningen; g. een activiteit als bedoeld onder artikel 5.17.2 sub d, betreft een maatregel die gerealiseerd wordt in of nabij een binnenhaven ten behoeve van wachtende of tijdelijk afgemeerde binnenvaartschepen; h. indien de subsidie een steunmaatregel is moet de subsidie voldoen aan artikel 2 van de de-minimisverordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5174\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.17.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 5.17.2 sub a bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 250.000 per aanvraag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>[vervallen 3. De subsidie als bedoeld in artikel 5.17.2 sub c bedraagt maximaal 25% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 150.000 per aanvraag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 5.17.2 sub d bedraagt maximaal 25% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 50.000 per aanvraag.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5175\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.17.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Uitsluitend kosten derden als bedoeld in artikel 1.1.5 vierde lid zijn subsidiabel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5176\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.17.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5177\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.17.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.3.1 weigeren Gedeputeerde Staten de subsidie als bedoeld in artikel 5.17.2 sub a, c of d, indien minder dan € 25.000 aan subsidie zal worden verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5178\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.17.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende stukken bij de aanvraag voor subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvrager maakt gebruik van het aanvraagformulier Goederenvervoer over water, Verbeteren van de haveninfrastructuur en -faciliteiten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvrager overlegt in aanvulling op artikel 1.2.1 bij de aanvraag tevens een offerte waaruit de subsidiabele kosten blijken.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5179\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.17.9</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.4.1 en artikel 1.4.2 moet de subsidieontvanger: a. de activiteit waarvoor subsidie is verstrekt op basis van artikel 5.17.2 sub a,c of d, uiterlijk op 31 december 2018 hebben afgerond; b. [vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.18. Investeringsimpuls verduurzaming goederenvervoer over water</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5181\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.18.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. afmeerlocatie: kade waarlangs binnenvaartschepen voor langere duur kunnen afmeren; b. LNG: vloeibaar aardgas, bestemd als brandstof voor binnenvaartschepen; c. LNG vulpunt: installatie op een bunkerstation of kade waarmee LNG wordt afgeleverd in de brandstoftanks van vaartuigen;</p></div>", "next": 239715}