{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Door het verzet wordt de instantie heropend. Het geding verloopt als in de vijfde afdeling bepaald, met dien verstande dat het exploot van verzet als conclusie van antwoord geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Was het verstek tegen de oorspronkelijk gedaagde verleend wegens het niet tijdig voldoen van het door hem verschuldigde griffierecht, dan zorgt de oorspronkelijk gedaagde dat het verschuldigde griffierecht is voldaan op de eerste roldatum van het verzet. Is het verschuldigde griffierecht, bedoeld in de eerste zin, niet alsnog tijdig voldaan, dan bekrachtigt de rechter het verstekvonnis.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Was het verstek tegen de oorspronkelijk gedaagde verleend wegens het niet verschijnen in het geding, dan houdt de rechter de zaak aan zolang de gedaagde het verschuldigde griffierecht niet heeft voldaan en de termijn genoemd in artikel 3, derde lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken nog loopt. De tweede zin van het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Artikel 127a, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-148\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 148</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/148\">Artikel 148 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Door verval van instantie na verzet vervalt ook het verstekvonnis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Negende afdeling Bewijs</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-1\"><span class=\"lf-art-num\">§ 1</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene bepalingen van bewijsrecht</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/1\">Artikel 1 Rv ›</a></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-149\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 149</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/149\">Artikel 149 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tenzij uit de wet anders voortvloeit, mag de rechter slechts die feiten of rechten aan zijn beslissing ten grondslag leggen, die in het geding aan hem ter kennis zijn gekomen of zijn gesteld en die overeenkomstig de voorschriften van deze afdeling zijn komen vast te staan. Feiten of rechten die door de ene partij zijn gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende zijn betwist, moet de rechter als vaststaand beschouwen, behoudens zijn bevoegdheid bewijs te verlangen, zo vaak aanvaarding van de stellingen zou leiden tot een rechtsgevolg dat niet ter vrije bepaling van partijen staat.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Feiten of omstandigheden van algemene bekendheid, alsmede algemene ervaringsregels mogen door de rechter aan zijn beslissing ten grondslag worden gelegd, ongeacht of zij zijn gesteld, en behoeven geen bewijs.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-150\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 150</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/150\">Artikel 150 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten, draagt de bewijslast van die feiten of rechten, tenzij uit enige bijzondere regel of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid een andere verdeling van de bewijslast voortvloeit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-151\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 151</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/151\">Artikel 151 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dwingend bewijs houdt in dat de rechter verplicht is de inhoud van bepaalde bewijsmiddelen als waar aan te nemen dan wel verplicht is de bewijskracht te erkennen die de wet aan bepaalde gegevens verbindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Tegenbewijs, ook tegen dwingend bewijs, staat vrij, tenzij de wet het uitsluit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-152\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 152</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/152\">Artikel 152 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bewijs kan worden geleverd door alle middelen, tenzij de wet anders bepaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De waardering van het bewijs is aan het oordeel van de rechter overgelaten, tenzij de wet anders bepaalt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-153\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 153</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/153\">Artikel 153 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Overeenkomsten waarbij van het wettelijke bewijsrecht wordt afgeweken, blijven buiten toepassing, wanneer zij betrekking hebben op het bewijs van feiten waaraan het recht gevolgen verbindt, die niet ter vrije bepaling van partijen staan, zulks onverminderd de gronden waarop zij krachtens het Burgerlijk Wetboek buiten toepassing blijven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-154\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 154</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/154\">Artikel 154 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een gerechtelijke erkentenis is het in een aanhangig geding door een partij uitdrukkelijk erkennen van de waarheid van een of meer stellingen van de wederpartij.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een gerechtelijke erkentenis kan slechts worden herroepen, indien aannemelijk is dat zij door een dwaling of niet in vrijheid is afgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-155\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 155</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/155\">Artikel 155 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rechter ten overstaan van wie in een zaak bewijs is bijgebracht, zal daarin zoveel als mogelijk het eindvonnis wijzen of medewijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Van een afwijking van deze regel en de oorzaak daarvan wordt in het vonnis melding gemaakt. Tegen de afwijking staat geen voorziening open.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-2\"><span class=\"lf-art-num\">§ 2</span><span class=\"lf-art-t\">Akten en vonnissen</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/2\">Artikel 2 Rv ›</a></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-156\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 156</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/156\">Artikel 156 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Akten zijn ondertekende geschriften, bestemd om tot bewijs te dienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Authentieke akten zijn akten in de vereiste vorm en bevoegdelijk opgemaakt door ambtenaren, aan wie bij of krachtens de wet is opgedragen op die wijze te doen blijken van door hen gedane waarnemingen of verrichtingen. Als authentieke akten worden tevens beschouwd de akten, waarvan het opmaken aan ambtenaren is voorbehouden, doch waarvan de wet het opmaken in bepaalde gevallen aan anderen dan ambtenaren opdraagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Onderhandse akten zijn alle akten die niet authentieke akten zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-156a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 156a</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/156a\">Artikel 156a Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onderhandse akten kunnen op een andere wijze dan bij geschrift worden opgemaakt op zodanige wijze dat het degene ten behoeve van wie de akte bewijs oplevert, in staat stelt om de inhoud van de akte op te slaan op een wijze die deze inhoud toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die is afgestemd op het doel waarvoor de akte bestemd is te dienen, en die een ongewijzigde reproductie van de inhoud van de akte mogelijk maakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Aan een wettelijke verplichting tot het verschaffen van een onderhandse akte kan alleen op een andere wijze dan bij geschrift worden voldaan met uitdrukkelijke instemming van degene aan wie de akte moet worden verschaft. Een instemming ziet, zolang zij niet is herroepen, eveneens op het verschaffen van een gewijzigde onderhandse akte. Het in de eerste zin van dit lid bepaalde lijdt uitzondering indien de akte eveneens is ondertekend door degene aan wie de akte op grond van de wet moet worden verschaft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-157\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 157</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/157\">Artikel 157 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Authentieke akten leveren tegen een ieder dwingend bewijs op van hetgeen de ambtenaar binnen de kring van zijn bevoegdheid omtrent zijn waarnemingen en verrichtingen heeft verklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een authentieke of onderhandse akte levert ten aanzien van de verklaring van een partij omtrent hetgeen de akte bestemd is ten behoeve van de wederpartij te bewijzen, tussen partijen dwingend bewijs op van de waarheid van die verklaring, tenzij dit zou kunnen leiden tot een rechtsgevolg dat niet ter vrije bepaling van partijen staat. Onder partij wordt begrepen de rechtverkrijgende onder algemene of bijzondere titel, voor zover het desbetreffende recht is verkregen na het opmaken van de akte.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-158\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 158</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/158\">Artikel 158 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op een onderhandse akte waarin verbintenissen van slechts één partij zijn aangegaan of vastgelegd, is, voor zover die verbintenissen strekken tot voldoening van een geldsom, het tweede lid van artikel 157 niet van toepassing, tenzij deze partij de akte geheel met de hand heeft geschreven of heeft voorzien van een goedkeuring die de geldsom voluit in letters vermeldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het eerste lid is niet van toepassing op aandelen in een obligatielening en op verbintenissen door de schuldenaar in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf aangegaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-159\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 159</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/159\">Artikel 159 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift dat het uiterlijk heeft van een authentieke akte, geldt als zodanig behoudens bewijs van het tegendeel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een onderhandse akte waarvan de ondertekening door de partij, tegen welke zij dwingend bewijs zou leveren, stellig wordt ontkend, levert geen bewijs op, zolang niet bewezen is van wie de ondertekening afkomstig is. Is degeen tegen wie de akte wordt ingeroepen een ander dan hij die haar ondertekend zou hebben, dan kan worden volstaan met de verklaring, dat men de echtheid van de ondertekening niet erkent.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-160\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 160</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/160\">Artikel 160 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De kracht van het schriftelijke bewijs is in de oorspronkelijke akte gelegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Grossen en gehele afschriften van een authentieke akte die volgens wettelijk voorschrift moet worden bewaard, leveren, wanneer zij zijn afgegeven door een daartoe bevoegde ambtenaar, hetzelfde bewijs op als de oorspronkelijke akte.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-161\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 161</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/161\">Artikel 161 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een in kracht van gewijsde gegaan, op tegenspraak gewezen vonnis waarbij de Nederlandse strafrechter bewezen heeft verklaard dat iemand een feit heeft begaan, levert dwingend bewijs op van dat feit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-161a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 161a</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/161a\">Artikel 161a Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een onherroepelijk besluit houdende een inbreukbeslissing van de Autoriteit Consument en Markt levert onweerlegbaar bewijs op van de vastgestelde inbreuk in een procedure waarin schadevergoeding wordt gevorderd wegens een inbreuk op het mededingingsrecht als bedoeld in artikel 193k, onderdeel a, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-3\"><span class=\"lf-art-num\">§ 3</span><span class=\"lf-art-t\">Openlegging van boeken, bescheiden en geschriften</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/3\">Artikel 3 Rv ›</a></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-162\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 162</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/162\">Artikel 162 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rechter kan in de loop van een geding, op verzoek of ambtshalve, aan partijen of aan een van hen de openlegging bevelen van de boeken, bescheiden en geschriften, die zij ingevolge de wet moeten houden, maken of bewaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Wordt aan dit bevel niet voldaan, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In een geding betreffende een jaarrekening kan de rechter ook ambtshalve de openlegging bevelen op straffe van een dwangsom.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-4\"><span class=\"lf-art-num\">§ 4</span><span class=\"lf-art-t\">Getuigen</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/4\">Artikel 4 Rv ›</a></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-163\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 163</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/163\">Artikel 163 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een getuigenverklaring kan slechts als bewijs dienen, voor zover zij betrekking heeft op aan de getuige uit eigen waarneming bekende feiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-164\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 164</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/164\">Artikel 164 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ook partijen kunnen als getuige optreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien een partij die gehouden is als getuige een verklaring af te leggen, niet ter zitting verschijnt, niet antwoordt op de haar gestelde vragen of weigert haar verklaring te ondertekenen, kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-165\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 165</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/165\">Artikel 165 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een ieder, daartoe op wettige wijze opgeroepen, is verplicht getuigenis af te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Van deze verplichting kunnen zich verschonen: a. de echtgenoot en de vroegere echtgenoot dan wel de geregistreerde partner en de vroegere geregistreerde partner dan wel de levensgezel en vroegere levensgezel van een partij, de bloed- of aanverwanten van een partij of van de echtgenoot of van de geregistreerde partner of de levensgezel van een partij, tot de tweede graad ingesloten, een en ander tenzij de partij in hoedanigheid optreedt; b. zij die tot geheimhouding verplicht zijn uit hoofde van ambt, beroep of betrekking omtrent hetgeen hun in die hoedanigheid is toevertrouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De getuige kan zich verschonen van het beantwoorden van een aan hem gestelde vraag, indien hij daardoor of zichzelf, of een van zijn bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de zijlijn in de tweede of derde graad, dan wel zijn echtgenoot of vroegere echtgenoot of zijn geregistreerde partner of vroegere partner of zijn levensgezel of vroegere levensgezel aan het gevaar van een strafrechtelijke veroordeling ter zake van een misdrijf zou blootstellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-166\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 166</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/166\">Artikel 166 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rechter kan op verzoek van een partij de in artikel 87, derde lid, bedoelde toestemming verlenen voor het horen van getuigen tijdens de mondelinge behandeling of ambtshalve bevelen getuigen voor de mondelinge behandeling op te roepen. Op verzoek van een partij of ambtshalve kan de rechter ook een afzonderlijk getuigenverhoor bevelen. Een verhoor van getuigen vindt plaats als bewijs door getuigen bij de wet is toegelaten en een partij bewijs heeft aangeboden van feiten die betwist zijn en die tot de beslissing van de zaak kunnen leiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De rechter kan ook zelf door hem aangewezen personen als getuigen doen oproepen. In dat geval kan de oproeping door de griffier plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het verhoor van getuigen vindt plaats op de mondelinge behandeling, bedoeld in artikel 87, derde lid, of op een afzonderlijke zitting.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De rechter vermeldt in de beslissing, voor zover mogelijk, aan welke partij en van welke feiten bewijs wordt opgedragen. Als het getuigenverhoor op een afzonderlijke zitting plaatsvindt, vermeldt de rechter dit in elk geval in de beslissing waarin het getuigenverhoor wordt bevolen en vermeldt hij ook de plaats waar, en de dag en het uur waarop de getuigen zullen worden gehoord. Plaats, dag en uur van het getuigenverhoor kunnen ook later door de rechter worden vastgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-167\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 167</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/167\">Artikel 167 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rechter kan bepalen dat partijen bij de getuigenverhoren die op een afzonderlijke zitting plaatsvinden, in persoon aanwezig moeten zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-168\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 168</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/168\">Artikel 168 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het verhoor van getuigen tot het leveren van tegenbewijs staat van rechtswege vrij en wordt gehouden op de plaats, de dag en het uur te bepalen dadelijk na afloop van het verhoor van de voor het bewijs gehoorde getuigen of op een later tijdstip, tenzij de rechter, na overleg met partijen, dit verhoor doet plaatsvinden in aansluiting op het verhoor van de voor het bewijs gehoorde getuigen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-169\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 169</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/169\">Artikel 169 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien een partij verkorting of verlenging van de termijnen, bedoeld in de artikelen 166 en 168, verzoekt, wordt op dit verzoek na verhoor of behoorlijke oproeping van de wederpartij beslist. Tegen de beslissing staat geen hogere voorziening open.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-170\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 170</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/170\">Artikel 170 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De namen en woonplaatsen van de getuigen worden ten minste tien dagen voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier opgegeven. De belanghebbende partij roept de getuigen ten minste tien dagen voor het verhoor bij exploot of bij aangetekende brief op. De dag van de oproeping en de dag van het verhoor worden niet meegerekend bij het bepalen van deze termijn. Indien een partij meer getuigen heeft voorgebracht dan redelijkerwijs noodzakelijk was, kan de rechter daarmee bij de veroordeling in de kosten rekening houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De oproeping maakt melding van dag, uur en plaats van het verhoor, van de feiten waaromtrent bewijs moet worden geleverd en van de gevolgen, verbonden aan het niet verschijnen ter zitting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-171\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 171</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/171\">Artikel 171 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien een bij aangetekende brief opgeroepen getuige niet ter zitting verschijnt, bepaalt de rechter op verzoek van de belanghebbende partij een dag waartegen de getuige bij exploot kan worden opgeroepen. Daarbij wordt de termijn, bedoeld in artikel 170, eerste lid, in acht genomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-172\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 172</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/172\">Artikel 172 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rechter kan bevelen, dat de op een oproeping bij exploot niet ter zitting verschenen getuige door de openbare macht voor hem wordt gebracht op een door hem te bepalen dag en uur om aan zijn verplichting te voldoen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-173\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 173</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/173\">Artikel 173 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien een getuige weigert zijn verklaring af te leggen, kan de rechter op verzoek van de belanghebbende partij bevelen, dat hij op kosten van die partij in gijzeling zal worden gesteld totdat hij aan zijn verplichting zal hebben voldaan, met dien verstande dat de gijzeling ten hoogste een jaar kan duren. Deze bepaling is niet van toepassing als het een partij betreft die als getuige wordt gehoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De rechter beveelt de gijzeling slechts indien naar zijn oordeel het belang van de waarheidsvinding toepassing van die maatregel rechtvaardigt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De rechter die de gijzeling heeft bevolen, beëindigt ambtshalve of op verzoek van de gegijzelde de gijzeling indien voortzetting ervan naar zijn oordeel niet meer door het belang dat met toepassing van de dwangmaatregel werd gediend, wordt gerechtvaardigd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-174\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 174</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/174\">Artikel 174 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien een getuige te ver verwijderd woont, kan de rechter het verhoor opdragen aan de rechter van gelijke rang van de woonplaats van de getuige.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het eerste lid is niet van toepassing indien het een partij betreft die als getuige wordt gehoord.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-175\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 175</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/175\">Artikel 175 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien een getuige verhinderd is uit hoofde van ziekte of anderszins om naar het gerechtsgebouw te komen, kan de rechter zich bij hem vervoegen tot het ontvangen van zijn verklaring of de rechter, in artikel 174 bedoeld, verzoeken hem te verhoren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-176\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 176</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/176\">Artikel 176 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover bij verdrag of EG-verordening niet anders is bepaald, kan de rechter, indien een getuige in het buitenland woont, aan een door hem aan te wijzen autoriteit van het land waar de getuige zijn woonplaats heeft, verzoeken het verhoor, indien mogelijk onder ede, te houden, of dat verhoor opdragen aan de Nederlandse consulaire ambtenaar tot wiens ressort de woonplaats van die getuige behoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De rechter bepaalt dan tevens de termijn die in acht genomen moet worden bij het betekenen aan de wederpartij van de plaats, de dag en het uur waarop dit verhoor wordt gehouden en stelt mede de dag vast waarop de zaak weer op de rol zal komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het proces-verbaal van dit getuigenverhoor heeft gelijke kracht als dat van het door de Nederlandse rechter gehouden verhoor.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-177\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 177</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/177\">Artikel 177 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de bepaalde dag vraagt de rechter de getuigen hun naam, voornamen, leeftijd, beroep en woon- of verblijfplaats, of zij bloed- of aanverwant zijn van de partijen of van een van hen, en zo ja in welke graad, alsmede of zij in dienstverband staan tot partijen of een van hen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De getuigen zweren, alvorens hun getuigenis af te leggen, op de bij de wet bepaalde wijze de eed de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Indien een getuige de betekenis van de eed niet voldoende kan beseffen of de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, wordt hij niet beëdigd, maar wordt hij aangemaand de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen. Indien het bewijs mede wordt aangenomen op de verklaring van een zodanige getuige, geeft het vonnis daarvan in het bijzonder reden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Overigens mag de rechter aan een onbeëdigde verklaring slechts bewijs ontlenen indien hij in het vonnis vermeldt dat de eed ten onrechte niet is afgenomen en dat het niet mogelijk is de getuige opnieuw te horen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-178\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 178</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/178\">Artikel 178 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De opgeroepen getuige die niet ter zitting verschijnt of, verschenen zijnde, weigert de eed of zijn verklaring af te leggen, kan worden veroordeeld tot vergoeding van de vergeefs aangewende kosten, onverminderd zijn aansprakelijkheid tot schadevergoeding indien daartoe gronden zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-179\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 179</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/179\">Artikel 179 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rechter hoort ieder van de getuigen buiten tegenwoordigheid van de mede ter zitting verschenen getuigen die nog niet zijn gehoord, voor zover deze laatste getuigen niet tevens partij zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Partijen en hun raadslieden kunnen aan de getuigen vragen stellen, behoudens de bevoegdheid van de rechter om te beletten dat aan een bepaalde vraag gevolg wordt gegeven. De rechter kan ambtshalve of op verzoek van een partij getuigen tegenover elkaar of tegenover partijen of een van hen stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De rechter kan naar aanleiding van de getuigenverklaringen aan partijen vragen stellen. Ook partijen kunnen elkaar zelf of bij monde van hun raadslieden vragen stellen, behoudens de bevoegdheid van de rechter om te beletten dat aan een bepaalde vraag gevolg wordt gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De rechter kan uit de op de voet van het derde lid afgelegde verklaringen, uit het niet-verschijnen ter zitting of uit een weigering om te antwoorden of het proces-verbaal te ondertekenen, de gevolgtrekking maken die hij geraden acht, behoudens hetgeen in artikel 154 is bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-180\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 180</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/180\">Artikel 180 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Van het getuigenverhoor op een afzonderlijke zitting wordt proces-verbaal opgemaakt, waarin achtereenvolgens aantekening geschiedt van de in acht genomen vormen en van al hetgeen met betrekking tot de zaak voorvalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Dit proces-verbaal wordt aan iedere getuige voorgelezen voor het gedeelte dat hem betreft. Hij mag daarin zodanige veranderingen en bijvoegingen maken als hem goeddunkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De getuige ondertekent zijn verklaring. Weigert hij te ondertekenen of verklaart hij dit niet te kunnen, dan wordt die weigering of die verklaring, inhoudende de oorzaak van verhindering, in het proces-verbaal vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Op de door partijen afgelegde verklaringen zijn het eerste, tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Het proces-verbaal wordt ondertekend door de rechter voor wie het getuigenverhoor heeft plaatsgehad.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 De rechter kan bepalen dat het proces-verbaal, bedoeld in het eerste lid, wordt vervangen door een door of namens hem gemaakte beeld- of geluidsopname als bedoeld in artikel 90, zevende en achtste lid. Als naderhand een schriftelijke weergave van het proces-verbaal wordt opgesteld, wordt daarin melding gemaakt van de in acht genomen vormen en wordt het ondertekend door de rechter voor wie het getuigenverhoor heeft plaatsgehad.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-181\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 181</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/181\">Artikel 181 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 180 behoeft in zaken die niet aan hoger beroep zijn onderworpen, geen proces-verbaal van het getuigenverhoor te worden opgemaakt. Het naar aanleiding van het getuigenverhoor te wijzen vonnis houdt, behalve de vermelding van de opgave, verklaringen en eedsaflegging bij artikel 177 aangeduid, de summiere inhoud van de afgelegde getuigenverklaringen in.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het eerste lid wordt niet toegepast in zaken die in eerste aanleg door een gerechtshof worden behandeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-182\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 182</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/182\">Artikel 182 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de getuige schadeloosstelling vordert, wordt deze door de rechter begroot. Daarvan wordt melding gemaakt in het proces-verbaal. De schadeloosstelling wordt voldaan door de partij die de getuige heeft voorgebracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-183\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 183</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/183\">Artikel 183 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval de getuigen niet op één dag kunnen worden gehoord, stelt de rechter het verdere horen tot een nadere dag uit en geschiedt er noch aan de ter zitting verschenen getuigen noch aan de al dan niet aldaar verschenen partij enige nieuwe oproeping.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-184\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 184</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/184\">Artikel 184 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het nalaten van een van de in deze paragraaf voorgeschreven formaliteiten heeft, met uitzondering van artikel 177 omtrent het afleggen van de eed, alleen de nietigheid van het verhoor ten gevolge indien de belanghebbende partij daardoor in haar belangen is benadeeld en het verzuim niet kan worden hersteld; in het tegenovergestelde geval kan de rechter, zo daartoe gronden zijn, herstel van begane onregelmatigheden bevelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-185\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 185</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/185\">Artikel 185 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Na afloop van het getuigenverhoor of indien dit achterwege blijft, bepaalt de rechter de dag waarop de zaak weer op de rol zal komen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-5\"><span class=\"lf-art-num\">§ 5</span><span class=\"lf-art-t\">Deskundigen</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/5\">Artikel 5 Rv ›</a></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-186\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 186</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/186\">Artikel 186 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rechter kan op verzoek van een partij of ambtshalve een bericht of een verhoor van deskundigen bevelen. Het vonnis vermeldt de punten waarover het oordeel van deskundigen wordt gevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De rechter benoemt bij vonnis of bij latere rolbeschikking een of meer deskundigen na overleg met partijen, met opdracht bij hem schriftelijk bericht in te leveren of aan hem mondeling verslag uit te brengen. Tegen deze benoeming staat geen hogere voorziening open.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De griffier zendt afschrift van deze benoeming aan de deskundigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Als een deskundige de benoeming niet aanneemt of zijn taak niet naar behoren zal kunnen volbrengen of weigerachtig is dit te doen, kan de rechter ambtshalve of op verzoek van een of beide partijen, na overleg met partijen, een andere deskundige in zijn plaats benoemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De rechter kan, op verzoek van een partij of ambtshalve, aan de deskundigen het geven van een nadere mondelinge of schriftelijke toelichting of aanvulling bevelen. Pas nadat de deskundigen hiertoe in de gelegenheid zijn gesteld, kan de rechter, na overleg met partijen, een of meer andere deskundigen benoemen, tenzij de rechter een nadere toelichting of aanvulling niet zinvol acht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-187\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 187</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/187\">Artikel 187 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rechter kan ambtshalve of op verzoek van een of meer partijen deskundigen vragen hun kosten te begroten. Door de eisende partij wordt een door de rechter te bepalen voorschot en, als dit is bepaald, een nader voorschot, voor die kosten ter griffie gestort, voor zover niet bij het vonnis, bedoeld in artikel 186, eerste lid, in verband met de omstandigheden van het geding de wederpartij of beide partijen samen daartoe is of zijn aangewezen. Aan partijen aan wie ingevolge de Wet op de rechtsbijstand een toevoeging is verleend of bij wie ingevolge artikel 16 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken het griffierecht voor onvermogenden is geheven, wordt geen voorschot opgelegd. Ook wordt geen voorschot opgelegd aan de partijen van wie geen griffierecht is geheven en aan wie de griffier verklaart dat, als van hen wel griffierecht zou zijn geheven, dat het griffierecht voor onvermogenden zou zijn. Weigert de griffier een verklaring als bedoeld in de vorige zin af te geven, dan staat daartegen verzet open op de wijze als voorzien in artikel 29 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-188\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 188</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/188\">Artikel 188 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rechter kan, zo nodig ambtshalve, bij de bepaling van een voorschot als bedoeld in artikel 187, of later, een termijn vaststellen voor de voldoening van het voorschot. Deze termijn kan een of meerdere keren worden verlengd. Tegen beslissingen ingevolge de eerste en tweede zin staat geen hogere voorziening open.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Wanneer een partij het voorschot niet binnen de daarvoor gestelde termijn voldoet, kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-189\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 189</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/189\">Artikel 189 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de deskundigen een onderzoek moeten verrichten, bepaalt de rechter bij hun benoeming of op een later tijdstip waar en wanneer zij tot het onderzoek zullen overgaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bij de in het eerste lid bedoelde beslissing bepaalt de rechter de termijn waarbinnen de deskundigen hun schriftelijke bericht ter griffie moeten inleveren of de zitting waarop zij mondeling verslag moeten uitbrengen. In het eerste geval wordt ook de dag bepaald waarop de zaak weer op de rol zal komen. In het tweede geval wordt deze dag bepaald op de zitting waarop het verslag is uitgebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Wanneer op die dag het bericht van deskundigen nog niet is ontvangen, kan de rechter op verzoek van partijen of van een van hen een nadere roldatum bepalen. Ook kan de rechter een nadere zitting bepalen, wanneer op de daarvoor vastgestelde zitting het mondelinge verslag niet wordt uitgebracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-190\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 190</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/190\">Artikel 190 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De deskundige die zijn benoeming heeft aanvaard, is verplicht de opdracht onpartijdig en naar beste weten te volbrengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De deskundigen stellen hun onderzoek in, hetzij onder leiding van de rechter, hetzij zelfstandig. De deskundigen moeten bij hun onderzoek partijen in de gelegenheid stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen. Uit het schriftelijke bericht moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan. Van de inhoud van de opmerkingen en verzoeken wordt in het schriftelijke bericht melding gemaakt. Als een partij schriftelijke opmerkingen of verzoeken aan de deskundigen doet toekomen, verstrekt zij daarvan onmiddellijk afschrift aan de wederpartij.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Partijen zijn verplicht mee te werken aan een onderzoek door deskundigen. Wordt aan deze verplichting niet voldaan, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Het schriftelijke bericht is met redenen omkleed zonder dat het persoonlijke gevoelen van ieder van de deskundigen hoeft te blijken. Ieder van de deskundigen kan van zijn afwijkende mening doen blijken. Het schriftelijke bericht wordt door de deskundigen ondertekend. Als een of meer deskundigen niet hebben ondertekend, wordt de oorzaak hiervan zo mogelijk op het schriftelijke bericht vermeld. Aan het niet ondertekenen van het bericht door een of meer deskundigen, kan de rechter de gevolgtrekking verbinden die hij geraden acht. De griffier zendt aan partijen afschrift van het schriftelijke bericht.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Het proces-verbaal van de slotsom van het mondelinge verslag wordt na voorlezing ondertekend door de rechter aan wie het verslag is uitgebracht en door de deskundigen. Verklaart een deskundige niet te kunnen ondertekenen, dan wordt die verklaring met de reden van de verhindering in het proces-verbaal vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 De rechter kan bepalen dat het proces-verbaal, bedoeld in het vijfde lid, wordt vervangen door een door of namens hem gemaakte beeld- of geluidsopname als bedoeld in artikel 90, zevende en achtste lid. Als naderhand een schriftelijke weergave van het proces-verbaal wordt opgesteld, wordt het proces-verbaal ondertekend door de rechter aan wie het mondelinge verslag is uitgebracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-191\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 191</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/191\">Artikel 191 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De deskundigen hebben aanspraak op schadeloosstelling en op loon, door de rechter te begroten onder de minuut van het schriftelijke bericht of onder het van het mondelinge verslag opgemaakte proces-verbaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De griffier betaalt het bedrag ten laste van het gestorte voorschot aan de deskundigen. Als het vastgestelde voorschot niet toereikend is, wordt voor het resterende bedrag een bevelschrift van tenuitvoerlegging op de minuut van het schriftelijke bericht uitgegeven ten laste van de in de tweede volzin van artikel 187 genoemde partij of partijen. In geval van een mondeling verslag of van een gemaakte beeld- of geluidsopname wordt dit bevelschrift gegeven op een in executoriale vorm uitgegeven uittreksel uit het proces-verbaal van het mondelinge verslag of uit de schriftelijke weergave van het proces-verbaal als bedoeld in artikel 190, zesde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Wordt geen voorschot opgelegd als bedoeld in artikel 187, derde tot en met vijfde volzin, en kan het tweede lid als gevolg daarvan niet worden toegepast, dan betaalt de griffier het bedrag waarop de deskundigen aanspraak hebben ten laste van de Staat. Gedurende het geding wordt het ten laste van de Staat betaalde bedrag voorlopig in debet gesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-192\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 192</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/192\">Artikel 192 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op verzoek van een partij kan de rechter toestemming verlenen voor het horen van deskundigen die niet door de rechter zijn benoemd op de mondelinge behandeling, bedoeld in artikel 87, derde lid, of op een afzonderlijke zitting.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De rechter ten overstaan van wie in een zaak bewijs wordt bijgebracht, kan aan partijen toestaan bij die gelegenheid ook zodanige deskundigen te doen horen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Als de rechter een verhoor van een zodanige deskundige heeft toegestaan, is ook de wederpartij bevoegd op dezelfde voet deskundigen te doen horen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De artikelen 166, derde lid, 167 tot en met 170, 174 tot en met 177, eerste lid, 179, tweede, derde en vierde lid, en 180 tot en met 185 over het getuigenverhoor zijn van overeenkomstige toepassing op het verhoor van deze deskundigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Artikel 186, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing wanneer de rechter na een bericht of verhoor van een niet door de rechter benoemde deskundige, op verzoek van een partij of ambtshalve een deskundige wil benoemen als bedoeld in artikel 186, eerste lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-6\"><span class=\"lf-art-num\">§ 6</span><span class=\"lf-art-t\">Plaatsopneming en bezichtiging</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/6\">Artikel 6 Rv ›</a></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-193\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/193\">Artikel 193 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rechter kan op verzoek van een partij of ambtshalve, vergezeld van de griffier, een plaatselijke gesteldheid opnemen of zaken bezichtigen die niet of bezwaarlijk ter zitting kunnen worden meegebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het daartoe strekkende vonnis vermeldt de plaats of de zaak die in ogenschouw moet worden genomen, de tijd van de plaatsopneming, de tijd en de plaats van de bezichtiging, de termijn waarbinnen het van de verrichting op te maken proces-verbaal aan partijen moet zijn verstrekt en de dag waarop de zaak weer op de rol zal komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De rechter heeft voor het doen van een plaatsopneming of een bezichtiging als bedoeld in het eerste lid, toegang tot elke plaats. Op het proces-verbaal als bedoeld in het tweede lid, zijn de artikelen 10 en 11, tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Partijen worden in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken of verzoeken te doen. Uit het proces-verbaal moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan. Van de inhoud van de opmerkingen of verzoeken wordt in het proces-verbaal melding gemaakt. Het proces-verbaal wordt ondertekend door de rechter die de verrichting heeft gedaan. In geval van toepassing van artikel 90, zevende en achtste lid, kan ook een proces-verbaal worden opgemaakt met een zakelijke samenvatting van hetgeen is voorgevallen tijdens de plaatsopneming of bezichtiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De rechter kan ter plaatse getuigen horen. De vierde paragraaf van deze afdeling is hierop van toepassing, met uitzondering van artikel 170.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 De rechter kan zich tot de uitoefening van de in dit artikel toegekende bevoegdheden buiten zijn rechtsgebied begeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 De reis- en verblijfkosten van de rechter en de griffier komen ten laste van de Staat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-7\"><span class=\"lf-art-num\">§ 7</span><span class=\"lf-art-t\">Inzage, afschrift of uittreksel van gegevens</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/7\">Artikel 7 Rv ›</a></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-194\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 194</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/194\">Artikel 194 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een partij bij een rechtsbetrekking heeft tegenover degene die beschikt over bepaalde gegevens over die rechtsbetrekking, recht op inzage, afschrift of uittreksel van die gegevens als zij daarbij voldoende belang heeft. De partij die om inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens verzoekt, draagt de kosten die voor de verstrekking daarvan moeten worden gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Degene die over de gegevens beschikt, is verplicht daarvan desverzocht inzage, afschrift of uittreksel te verstrekken, tenzij: a. hem een verschoningsrecht als bedoeld in artikel 165, tweede lid, toekomt of b. gewichtige redenen zich daartegen verzetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Betreffen de gegevens publieke informatie als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet open overheid en is degene die over die gegevens beschikt geen partij bij de rechtsbetrekking, bedoeld in het eerste lid, dan is diegene niet verplicht tot verstrekking van inzage, afschrift of uittreksel van de verzochte gegevens voor zover die gegevens op grond van de Wet open overheid ook niet hoeven te worden verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De voorgaande leden zijn niet van toepassing voor zover de gegevens waarvan inzage, afschrift of uittreksel wordt verzocht, de persoonsgegevens van die partij zelf betreffen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-195\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 195</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/195\">Artikel 195 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op verzoek van de partij die daar ingevolge artikel 194, eerste lid, eerste volzin, recht op heeft, kan de rechter de wederpartij bevelen tot het verstrekken van inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens waarover de wederpartij beschikt. Artikel 194, eerste lid, tweede volzin, tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Als de rechter het verzoek toewijst, bepaalt hij in de beslissing de voorwaarden waaronder, de wijze waarop en de termijn waarbinnen inzage, afschrift of uittreksel van de gegevens wordt verstrekt. De rechter kan bepalen dat binnen een door hem te bepalen termijn een voorschot voor de kosten van het verstrekken van inzage, afschrift of uittreksel van de gegevens moet worden voldaan. Deze termijn kan een of meerdere keren worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Wordt de beslissing, bedoeld in het tweede lid, door een hogere rechter vernietigd, dan worden de gegevens waarvan inzage, afschrift of uittreksel is verstrekt onverwijld na het in kracht van gewijsde gaan van die beslissing aan de wederpartij teruggegeven onder gelijktijdige vernietiging van alle kopieën.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-195a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 195a</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/195a\">Artikel 195a Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als degene die over bepaalde gegevens beschikt, geen partij is bij de rechtsbetrekking waarop deze gegevens betrekking hebben, kan de rechter op verzoek van de partij die daar ingevolge artikel 194, eerste lid, eerste volzin, recht op heeft, deze derde veroordelen tot het verstrekken van inzage, afschrift of uittreksel van die gegevens. De artikelen 194, eerste lid, tweede volzin, tweede, derde en vierde lid, en artikel 195 zijn van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voordat de rechter beslist op het verzoek, bedoeld in het eerste lid, roept de rechter de verzoeker, de derde en de wederpartij van de verzoeker in de hoofdzaak op voor de mondelinge behandeling van het verzoek. Artikel 279, tweede lid, is op de oproeping van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-8\"><span class=\"lf-art-num\">§ 8</span><span class=\"lf-art-t\">Voorlopige bewijsverrichtingen</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/8\">Artikel 8 Rv ›</a></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-196\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 196</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/196\">Artikel 196 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voordat een zaak aanhangig is, of als het geding aanhangig is gemaakt, voordat de zaak op de rol is ingeschreven, kan de rechter op verzoek van een belanghebbende een of meer voorlopige bewijsverrichtingen bevelen. De wederpartij en andere belanghebbenden kunnen volgend op dat verzoek ook een of meer voorlopige bewijsverrichtingen verzoeken, waarna de rechter deze gezamenlijk kan behandelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De rechter wijst het verzoek toe, tenzij hij van oordeel is dat: a. de informatie die verlangd wordt, niet voldoende bepaald is; b. onvoldoende belang bij de voorlopige bewijsverrichting bestaat; c. het verzoek om voorlopige bewijsverrichtingen in strijd is met de goede procesorde; d. sprake is van misbruik van bevoegdheid; of e. andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen de voorlopige bewijsverrichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-197\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 197</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/197\">Artikel 197 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het verzoek wordt gedaan aan de rechter die vermoedelijk bevoegd zal zijn van de zaak kennis te nemen als deze aanhangig wordt gemaakt. Het verzoek kan ook worden gedaan aan de rechter tot wiens absolute bevoegdheid de zaak behoort en binnen wiens rechtsgebied degenen van wie informatie wordt verlangd, of het grootste aantal van hen, woonplaats hebben of, als zij geen bekende woonplaats in Nederland hebben, werkelijk verblijven. Als de zaak door de kantonrechter moet worden behandeld en beslist, wordt het verzoek gedaan aan de kantonrechter. De rechter beoordeelt summierlijk of hij absoluut bevoegd is en of de zaak door de kantonrechter moet worden behandeld en beslist. In spoedeisende gevallen kan het verzoek om inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens ook worden gedaan aan de voorzieningenrechter.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het verzoekschrift houdt in: a. een kernachtige omschrijving van het geschil of de gebeurtenis waarop het verzoek betrekking heeft en de gronden van het verzoek; b. de aard en het beloop van de vordering; c. de naam en woonplaats van de wederpartij of de redenen waarom de wederpartij onbekend is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in onderdeel a vermelde wordt op straffe van niet-ontvankelijkheid in acht genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Bij het verzoek om een of meer voorlopige bewijsverrichtingen vermeldt het verzoekschrift ook: a. als wordt verzocht om getuigen te horen, de namen en woonplaatsen van de personen die de verzoeker als getuigen wil horen; b. als wordt verzocht om een bericht of verhoor van deskundigen, de punten waarover het oordeel van deskundigen wordt gevraagd en de namen en hoedanigheid van een of meer door de rechter te benoemen deskundigen; c. als wordt verzocht om een plaatsopneming of bezichtiging, de plaats of de zaak die door de rechter moet worden opgenomen of bezichtigd; d. als wordt verzocht om inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens, de aanduiding van de gegevens waarvan inzage, afschrift of uittreksel wordt verzocht en de namen en woonplaatsen van degenen die de gegevens tot hun beschikking hebben.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-198\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 198</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/198\">Artikel 198 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het verzoek om een of meer voorlopige bewijsverrichtingen wordt pas beslist nadat een behandeling heeft plaatsgevonden, waartoe de verzoeker en de wederpartij worden opgeroepen. Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven als de wederpartij onbekend is, in geval van onverwijlde spoed of als de opgeroepen wederpartij schriftelijk heeft meegedeeld geen bezwaar te hebben tegen inwilliging van het verzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Als de rechter het verzoek om een of meer voorlopige bewijsverrichtingen toestaat, bepaalt hij de dag waarop de verzoeker uiterlijk een afschrift van het verzoekschrift, als dit nog niet is toegezonden, en van de beschikking aan de wederpartij, als die bekend is, moet doen toekomen. Een afschrift van het verzoekschrift en van de beschikking wordt bij aangetekende brief verzonden of bij exploot betekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-199\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 199</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/199\">Artikel 199 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de mondelinge behandeling stelt de rechter de verzoeker in de gelegenheid zijn verzoek toe te lichten en de wederpartij om daarop te reageren. De rechter kan partijen daarbij verzoeken hem inlichtingen te geven, aanwijzingen geven die hij geraden acht of een schikking beproeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Na afloop van een of meer voorlopige bewijsverrichtingen kan de rechter op verzoek van partijen of van een van hen of ambtshalve een nieuwe mondelinge behandeling bevelen om een schikking te beproeven of tot het geven van inlichtingen aan de rechter. Daarbij kan de rechter ook met partijen de verdere wijze van behandeling van geschillen over de vordering bespreken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Als een partij dat verlangt, worden de afspraken die op de mondelinge behandeling tussen partijen worden gemaakt in een proces-verbaal vastgelegd. Het proces-verbaal wordt door de rechter en partijen of hun tot dat doel bijzonderlijk gevolmachtigden ondertekend. Een beroep in rechte op deze afspraken kan niet worden gedaan, voor zover zij in strijd komen met een dwingende wetsbepaling, met fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging of als een beroep daarop in verband met onvoorziene omstandigheden redelijkerwijs niet kan worden gedaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-200\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 200</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/200\">Artikel 200 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tegen de beslissing op het verzoek om inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens kan hoger beroep worden ingesteld binnen vier weken te rekenen van de dag van de uitspraak.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Tegen de beslissing op het verzoek om een of meer andere voorlopige bewijsverrichtingen staat geen hogere voorziening open, tenzij de rechter anders bepaalt. De termijn voor het instellen van de hogere voorziening bedraagt in dat geval vier weken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-201\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 201</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/201\">Artikel 201 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de rechter het verzoek tot het horen van getuigen toestaat, bepaalt hij de plaats, de dag en het uur waarop het voorlopig getuigenverhoor zal plaatshebben. De bepalingen over het getuigenverhoor zijn op het voorlopig getuigenverhoor van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Als de rechter het verzoek toestaat zonder dat een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, gaat de rechter, voordat hij overgaat tot het houden van het voorlopig getuigenverhoor, eerst na of de verzoeker heeft voldaan aan de verplichting bedoeld in artikel 198, tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Verschijnt de wederpartij bij het verhoor van getuigen ter zitting, dan bepaalt de rechter na afloop daarvan op haar verzoek de plaats waar en het tijdstip waarop het voorlopig getuigenverhoor voor tegenbewijs kan plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Als een getuige aannemelijk maakt dat de verzoeker met het voorlopig getuigenverhoor inlichtingen van hem wenst te verkrijgen voor een tegen hem in te stellen vordering, houdt de rechter het verhoor met inachtneming van de bepalingen die van toepassing zijn op het verhoor van de partij als getuige. Hiervan wordt melding gemaakt in het proces-verbaal.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-202\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 202</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/202\">Artikel 202 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de rechter het verzoek om een voorlopig bericht of verhoor van deskundigen toestaat, benoemt hij na overleg met partijen een of meer deskundigen met de opdracht bij hem schriftelijk bericht in te leveren of aan hem mondeling verslag uit te brengen. De beschikking vermeldt de punten waarover het oordeel van deskundigen wordt gevraagd. De bepalingen over deskundigen zijn van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Als artikel 191, derde lid, van toepassing is en het bedrag van de schadeloosstelling en het loon van deskundigen voorlopig in debet zijn gesteld, bepaalt de rechter bij de toezending van het schriftelijke bericht aan partijen of bij de afgifte van het proces-verbaal van de slotsom van het mondelinge verslag, dan wel zo spoedig mogelijk daarna, welk deel van dit bedrag ieder van de partijen moet dragen en veroordeelt hen tot betaling van dat bedrag aan de griffier. Betaalt een partij niet, dan geeft de griffier een dwangbevel uit. Artikel 30 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken is van overeenkomstige toepassing. De tenuitvoerlegging wordt opgeschort als blijkt dat de veroordeling nog niet in kracht van gewijsde is gegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Als de rechter het verzoek toestaat zonder dat een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, gaat de rechter, voordat hij een of meer deskundigen benoemt, eerst na of de verzoeker heeft voldaan aan de verplichting bedoeld in artikel 198, tweede lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-203\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 203</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/203\">Artikel 203 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de rechter het verzoek om een plaatsopneming of bezichtiging toestaat, bepaalt hij de plaats, de dag en het uur waarop de plaatsopneming of bezichtiging plaatsvindt en de termijn waarbinnen het proces-verbaal van de plaatsopneming of bezichtiging aan partijen moet zijn verstrekt. Artikel 193 is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Als de rechter het verzoek toestaat zonder dat een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, gaat de rechter, voordat hij overgaat tot de plaatsopneming of bezichtiging, eerst na of de verzoeker heeft voldaan aan de verplichting bedoeld in artikel 198, tweede lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-204\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 204</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/204\">Artikel 204 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het verzoek om inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens zijn de artikelen 194, 195 en 195a van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-9\"><span class=\"lf-art-num\">§ 9</span><span class=\"lf-art-t\">Maatregelen tot bescherming van bewijs</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/9\">Artikel 9 Rv ›</a></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-205\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 205</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/205\">Artikel 205 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor het leggen van conservatoir beslag tot bescherming van bewijs is verlof vereist van de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen wiens rechtsgebied zich een of meer van de in beslag te nemen gegevens of zaken bevinden of binnen wiens rechtsgebied de wederpartij of degene onder wie het beslag wordt gelegd, woonplaats heeft. De voorzieningenrechter beoordeelt summierlijk of is voldaan aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 194, eerste lid, en of zich geen van de gronden bedoeld in artikel 196, tweede lid, voordoet. De voorschriften over middelen tot bewaring van zijn recht zijn van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 709, derde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het verlof wordt verzocht bij een verzoekschrift waarin wordt vermeld: a. een nauwkeurige omschrijving van de gegevens of zaken waarvan inbeslagneming wordt verzocht en de plaats waar deze zich bevinden; b. de rechtsbetrekking van de verzoeker die aan de beslaglegging ten grondslag ligt; c. de naam en woonplaats van de wederpartij en van de derde als onder een ander dan de wederpartij beslag wordt gelegd; d. het belang bij de beslaglegging en de feiten en omstandigheden op grond waarvan gegronde vrees voor verduistering of verlies van de in beslag te nemen gegevens of zaken bestaat; e. de aard en het beloop van de ingestelde of nog in te stellen vordering of het ingediende of nog in te dienen verzoek; f. de naam en hoedanigheid van de deskundige die de deurwaarder kan doen bijstaan bij de beslaglegging als onder de in beslag te nemen gegevens elektronisch opgeslagen gegevens vallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Op het verzoek worden de wederpartij, de derde als onder een ander dan de wederpartij beslag wordt gelegd, en andere belanghebbenden niet gehoord, tenzij de voorzieningenrechter anders beslist. De eerste volzin is niet van toepassing wanneer verlof tot het leggen van beslag wordt verzocht onder een instelling als bedoeld in artikel 212a, onder a, van de Faillissementswet en het beslag niet uitsluitend op zaken betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Als op het tijdstip van het verlof een procedure nog niet aanhangig is gemaakt, wordt het verlof verleend onder de voorwaarde dat binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn een eis in de hoofdzaak wordt ingesteld. Bij overschrijding van deze termijn vervalt het beslag. De voorzieningenrechter kan onverminderd artikel 64, derde lid, de deurwaarder toestaan het beslag te leggen op alle dagen en uren. Bij het verlof kan de voorzieningenrechter ook nadere voorwaarden stellen, aanwijzingen geven die hij geraden acht en bepalen dat binnen een door hem te bepalen termijn een voorschot voor de kosten van de beslaglegging moet worden voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Verlof tot het leggen van beslag wordt niet verleend als de bescherming van vertrouwelijke gegevens of zaken niet is gewaarborgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Tegen een op grond van dit artikel gegeven verlof is geen hogere voorziening toegelaten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-206\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 206</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/206\">Artikel 206 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het beslag wordt gelegd bij een proces-verbaal van een deurwaarder dat, behalve de gewone formaliteiten, op straffe van nietigheid het verkregen rechterlijk verlof vermeldt. Dadelijk na de beslaglegging of uiterlijk op de volgende dag gaat de deurwaarder over tot een meer nauwkeurige aanduiding van de gegevens of zaken die in beslag zijn genomen. Het proces-verbaal wordt binnen drie dagen na de beslaglegging betekend aan de wederpartij en bij een beslag onder een derde, ook aan de derde en als er een bewaarder is, ook aan hem. Het proces-verbaal dat is bestemd voor de beslaglegger bevat een globale aanduiding van de in beslag genomen gegevens of zaken. Van de in beslag genomen gegevens of zaken krijgt de beslaglegger geen kennis dan nadat de rechter daarover afzonderlijk in de hoofdzaak heeft beslist. Bevatten de in beslag genomen gegevens persoonsgegevens, dan wordt aan de verplichtingen op grond van de artikelen 13 en 14 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming voldaan zodra de rechter heeft beslist dat recht op kennisneming van die gegevens bestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De verzoeker mag bij de beslaglegging niet aanwezig zijn, tenzij de rechter anders heeft bepaald of de deurwaarder zijn aanwezigheid noodzakelijk acht voor het aanwijzen van de in beslag te nemen gegevens of zaken. In alle gevallen wordt de bescherming van vertrouwelijke gegevens gewaarborgd. Degene onder wie beslag wordt gelegd, is verplicht zijn medewerking aan de tenuitvoerlegging van het rechterlijk verlof tot beslaglegging te verlenen. Onder de in beslag te nemen gegevens wordt ook begrepen de gegevensdrager zelf. De artikelen 440, tweede lid, 444, 444a en 444b zijn van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het beslag vervalt van rechtswege zodra de rechter in de aanhangige procedure of in de ingestelde hoofdzaak heeft beslist dat geen recht op kennisneming van de in beslag genomen gegevens of zaken bestaat en deze beslissing in kracht van gewijsde is gegaan. Heeft de rechter beslist dat recht op kennisneming bestaat, dan vervalt het beslag van rechtswege zodra het vonnis of de beschikking in de procedure waarin de in beslag genomen gegevens of zaken tot bewijs kunnen dienen, in kracht van gewijsde is gegaan. De in beslag genomen gegevens of zaken worden onverwijld teruggegeven aan degene onder wie het beslag is gelegd onder gelijktijdige vernietiging van alle kopieën. Als de in beslag genomen gegevens of zaken in gerechtelijke bewaring zijn gegeven, is de bewaarder verplicht tot afgifte daarvan aan degene onder wie het beslag is gelegd. De rechter kan op verzoek van partijen of ambtshalve anders bepalen en nadere aanwijzingen geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Onverminderd artikel 705 kan de wederpartij in de procedure waarin de eis in de hoofdzaak is ingesteld, vorderen dat het beslag wordt opgeheven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-207\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 207</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/207\">Artikel 207 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voorzieningenrechter kan op verzoek van een belanghebbende verlof verlenen tot het opmaken van een proces-verbaal ter vastlegging van persoonlijk door de deurwaarder waargenomen feiten op een niet voor het publiek toegankelijke plaats. Bij het verlenen van het verlof bepaalt de voorzieningenrechter de termijn waarbinnen de waarneming door de deurwaarder moet plaatsvinden en geeft hij zo nodig nadere aanwijzingen aan de deurwaarder. Artikel 205 is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De deurwaarder beschrijft de ter plaatse persoonlijk waargenomen feiten nauwkeurig op het door hem daarvan onverwijld op te maken proces-verbaal, dat binnen drie dagen wordt betekend aan degene bij wie de waarneming heeft plaatsgevonden. Tot de beschrijving kan ook behoren het op enigerlei wijze vastleggen van feiten op beeld- of geluidsmateriaal dat wordt gevoegd bij het proces-verbaal en daarvan deel uitmaakt. Het proces-verbaal vermeldt het rechterlijk verlof. Het proces-verbaal dat is bestemd voor de verzoeker bevat een globale beschrijving. De artikelen 206, eerste en tweede lid, 440, tweede lid, 443, tweede lid, 444, 444a en 444b zijn van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tiende afdeling Incidentele vorderingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">§ 1</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene bepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-208\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 208</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/208\">Artikel 208 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Incidentele vorderingen worden ingesteld bij dagvaarding of bij met redenen omklede conclusie. De artikelen 85, 86, 87, achtste lid, 128 en 133 zijn van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De rechter kan in bijzondere gevallen het nemen van conclusies van repliek en dupliek toestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Incidentele vorderingen worden zoveel mogelijk tegelijk ingesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-209\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 209</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/209\">Artikel 209 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de incidentele vorderingen wordt, indien de zaak dat medebrengt, eerst en vooraf beslist. Voor zover de hoofdzaak niet gelijktijdig is afgedaan, bepaalt de rechter bij de beslissing op het incident tevens de dag waarop de zaak weer op de rol zal komen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">§ 2</span><span class=\"lf-art-t\">Vrijwaring</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 210</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/210\">Artikel 210 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de gedaagde meent gronden te hebben om iemand in vrijwaring op te roepen en hij die oproeping niet heeft gedaan vóór de dag waarop de hoofdzaak moet dienen, neemt hij zijn daartoe strekkende, met redenen omklede conclusie vóór alle weren op de voor het nemen van de conclusie van antwoord bepaalde roldatum.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien de eiser meent gronden te hebben om iemand in vrijwaring op te roepen, neemt hij zijn daartoe strekkende, met redenen omklede conclusie uiterlijk op de roldatum, op zijn verzoek bepaald bij de verschijning van partijen ter terechtzitting op de voet van artikel 131. Vindt geen verschijning van partijen op de voet van artikel 131 plaats, dan neemt de eiser zijn conclusie uiterlijk op de voor het nemen van de conclusie van repliek bepaalde datum.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Indien de vordering wordt toegewezen, bepaalt de rechter de dag waarop zowel de hoofdzaak als de zaak in vrijwaring weer op de rol zullen komen. Betreft de zaak in vrijwaring een vordering die ongeacht het beloop of de waarde door de kantonrechter moet worden behandeld, dan verwijst de rechter beide zaken daarbij zo nodig, met overeenkomstige toepassing van artikel 71, naar de kantonrechter.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Het vonnis waarbij de dagvaarding in vrijwaring is toegestaan, behoeft aan de waarborg niet betekend te worden. De dagvaarding moet de in het vonnis vermelde beslissing behelzen; bij die dagvaarding moet de dagvaarding in de hoofdzaak in afschrift worden betekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Indien de vordering wordt afgewezen, bepaalt de rechter bij die beslissing de dag waarop de zaak weer op de rol zal komen of beveelt hij een verschijning van partijen ter terechtzitting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 211</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/211\">Artikel 211 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de vordering tot oproeping in vrijwaring niet tijdig is gedaan, wordt zonder uitstel in de hoofdzaak voortgeprocedeerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 212</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/212\">Artikel 212 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van vrijwaring wegens uitwinning van een goed of wegens een recht waarmee het goed niet belast had mogen zijn, mag de waarborg de hoofdzaak van de gewaarborgde overnemen met dien verstande dat de gewaarborgde als partij in het geding blijft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-213\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 213</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/213\">Artikel 213 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het geval, bedoeld in artikel 212, kan het tegen de waarborg gewezen vonnis tegen de gewaarborgde ten uitvoer worden gelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Wat de kosten en de vordering tot schadevergoeding betreft, kunnen de vereffening en de tenuitvoerlegging slechts tegen de waarborg geschieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Indien echter de waarborg geen verhaal biedt, moet de gewaarborgde de kosten dragen en, zo daartoe gronden zijn, ook de schade vergoeden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-214\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 214</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/214\">Artikel 214 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">In zaken van eenvoudige vrijwaring mag de waarborg zich in de hoofdzaak slechts voegen zonder de zaak van de gewaarborgde over te nemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-215\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 215</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/215\">Artikel 215 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval de hoofdzaak en de zaak in vrijwaring tegelijk in staat van wijzen zijn, wordt daarin gelijktijdig beslist. Indien dit niet het geval is, wordt op vordering van de oorspronkelijke eiser of gedaagde de hoofdzaak afzonderlijk beslist.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-216\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 216</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/216\">Artikel 216 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hij die ter zake van vrijwaring is gedagvaard, moet procederen voor de rechter waar de hoofdzaak aanhangig is, zelfs indien hij ontkent waarborg te zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">§ 3</span><span class=\"lf-art-t\">Voeging en tussenkomst</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-217\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 217</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/217\">Artikel 217 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, kan vorderen zich daarin te mogen voegen of daarin te mogen tussenkomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-218\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 218</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/218\">Artikel 218 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze vordering wordt ingesteld bij incidentele conclusie vóór of op de roldatum waarop de laatste conclusie in het aanhangige geding wordt genomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-219\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 219</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/219\">Artikel 219 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De conclusie vermeldt: a. de voornaam, de naam en de woonplaats van degene die de vordering instelt; b. de vordering en de gronden waarop zij berust; c. in zaken waarin partijen niet in persoon kunnen procederen, de naam van degene die als advocaat wordt gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De in het eerste lid aangeduide gegevens worden vermeld op straffe van nietigheid. Artikel 122 is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-219a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 219a</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/219a\">Artikel 219a Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rechter houdt de zaak aan zolang degene die vordert zich te mogen voegen of te mogen tussenkomen het griffierecht niet heeft voldaan en de termijn genoemd in artikel 5, tweede lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken nog loopt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Heeft degene die de vordering instelt, het griffierecht niet tijdig voldaan, dan verklaart de rechter hem niet ontvankelijk in de vordering. Voordat de rechter hiertoe overgaat, stelt hij degene die de vordering heeft ingesteld in de gelegenheid zich uit te laten over het niet tijdig voldoen van het verschuldigde griffierecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Artikel 127a, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">§ 4</span><span class=\"lf-art-t\">Verwijzing en voeging van zaken</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-220\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 220</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/220\">Artikel 220 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">In zaken die reeds eerder bij een andere gewone rechter van gelijke rang aanhangig zijn gemaakt tussen dezelfde partijen over hetzelfde onderwerp, of in geval de zaak verknocht is aan een zaak die reeds bij een andere gewone rechter van gelijke rang aanhangig is, kan de verwijzing naar die andere rechter worden gevorderd. In deze zaken kan de rechter ook ambtshalve naar die andere rechter verwijzen, nadat partijen hierover zijn gehoord. Verwijzing is ook mogelijk indien één der zaken bij de kantonrechter in behandeling is en de andere niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Door de eiser kan deze vordering slechts worden ingesteld bij de inleidende dagvaarding of bij incidentele conclusie vóór het antwoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Door de gedaagde moet de vordering worden ingesteld bij met redenen omklede conclusie vóór alle weren op de voor het nemen van de conclusie van antwoord bepaalde roldatum.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 In het geval van verwijzing naar een andere kamer van hetzelfde gerecht vermeldt de rechter in de beslissing tot verwijzing een nieuwe roldatum alsmede, indien daarin een wijziging optreedt, op welke wijze partijen in het geding moeten verschijnen. Indien tegen de gedaagde verstek is verleend, beveelt de rechter dat de nieuwe roldatum door de eiser bij exploot aan de gedaagde wordt aangezegd onder betekening van de beslissing tot verwijzing. Artikel 221 is bij verwijzing naar een andere kamer van hetzelfde gerecht niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Indien bij hetzelfde gerecht één der zaken in behandeling is bij de kantonrechter en deze een vordering betreft als bedoeld in artikel 93 onder c of d, kan in de andere zaak verwijzing van die andere zaak naar de kantonrechter worden gevorderd, ook als die zaak reeds eerder aanhangig was.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Artikel 71, vierde lid, eerste zin, is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-221\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 221</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/221\">Artikel 221 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien een zaak naar een andere rechter wordt verwezen, heeft iedere partij het recht de overige partijen bij exploot op te roepen tegen de dag waarop zij de zaak ter rolle wil doen dienen. Voor deze oproeping moeten de voor dagvaarding voorgeschreven termijnen in acht worden genomen. Is met het oog op het geding voor de eerste rechter woonplaats gekozen, dan kan het in dit artikel bedoelde exploot ook aan die woonplaats worden gedaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-222\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 222</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/222\">Artikel 222 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval voor dezelfde rechter tussen dezelfde partijen en over hetzelfde onderwerp tegelijk zaken aanhangig zijn, of voor dezelfde rechter verknochte zaken aanhangig zijn, kan daarvan de voeging worden gevorderd. In deze zaken kan de rechter ook ambtshalve tot voeging overgaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Artikel 220, tweede en derde lid, zijn op deze vordering van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">§ 5</span><span class=\"lf-art-t\">Voorlopige voorzieningen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-223\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 223</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/223\">Artikel 223 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens een aanhangig geding kan iedere partij vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Deze vordering moet samenhangen met de hoofdvordering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">§ 6</span><span class=\"lf-art-t\">Zekerheidstelling voor proceskosten</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-224\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 224</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/224\">Artikel 224 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Allen zonder woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland die bij een Nederlandse rechter een vordering instellen of zich voegen of tussenkomen in een geding alhier, zijn verplicht op vordering van de wederpartij zekerheid te stellen voor de proceskosten en de schadevergoeding tot betaling waarvan zij veroordeeld zouden kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Geen verplichting tot het stellen van zekerheid bestaat: a. indien dit voortvloeit uit een verdrag of uit een EG-verordening; b. indien een veroordeling tot betaling van proceskosten en schadevergoeding op grond van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, een verdrag, een EG-verordening of een wet ten uitvoer zal kunnen worden gelegd ter plaatse waar degene van wie zekerheid gevorderd wordt, zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft; c. indien redelijkerwijs aannemelijk is dat verhaal voor een veroordeling tot betaling van proceskosten en schadevergoeding in Nederland mogelijk zal zijn; d. indien daardoor voor degene van wie zekerheid wordt gevorderd de effectieve toegang tot de rechter zou worden belemmerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De wederpartij is bevoegd de vordering, bedoeld in het eerste lid, in te stellen vóór alle weren.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De partij die het stellen van zekerheid vordert, wordt niet geacht daardoor de rechtsmacht van de rechter te hebben erkend.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Het vonnis waarbij het stellen van zekerheid wordt bevolen, drukt de som uit tot beloop waarvan de zekerheid moet worden verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elfde afdeling Schorsing en hervatting</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-225\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 225</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/225\">Artikel 225 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gronden voor schorsing van het geding zijn: a. de dood van een partij; b. verandering van de persoonlijke staat van een partij; c. het ophouden van de betrekkingen waarin een partij het geding voerde, hetzij ten gevolge van rechtsopvolging onder algemene titel op een ander, hetzij door een andere oorzaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Schorsing vindt plaats door betekening van de ingeroepen grond voor de schorsing aan de wederpartij dan wel door een daartoe strekkende akte ter rolle. Bij gebreke hiervan wordt het geding op naam van de oorspronkelijke partij voortgezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Alle proceshandelingen, verricht nadat de schorsing is ingetreden, zijn nietig.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Schorsing kan niet meer plaatsvinden nadat de dag is bepaald waarop het vonnis zal worden uitgesproken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-226\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 226</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/226\">Artikel 226 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">In zaken waarin partijen niet in persoon kunnen procederen, wordt het geding van rechtswege geschorst doordat de gestelde advocaat overlijdt of doordat hij zijn hoedanigheid van advocaat verliest.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Artikel 225, derde en vierde lid, is van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-227\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 227</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/227\">Artikel 227 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de gevallen, bedoeld in artikel 225, eerste lid, wordt het geding hervat in de stand waarin dit zich bij de schorsing bevond: a. doordat de partij bij wie de grond voor de schorsing is opgekomen bij de betekening van de schorsingsgrond verklaart dat het geding wordt hervat; b. doordat een der partijen, met instemming van de andere partij, een daartoe strekkende akte ter rolle neemt, dan wel bij exploot verklaart dat het geding wordt hervat.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De partij die bij de in het eerste lid, onder a, bedoelde betekening of het in het eerste lid, onder b, bedoelde exploot verklaart dat het geding wordt hervat, roept daarbij de andere partij op tegen de dag waarop zij de zaak ter rolle wil doen dienen. Voor deze oproeping moeten de voor dagvaarding voorgeschreven termijnen in acht worden genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In zaken waarin partijen niet in persoon kunnen procederen, stellen zij opnieuw advocaat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-228\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 228</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/228\">Artikel 228 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van schorsing wegens overlijden of verlies van de hoedanigheid van de gestelde advocaat, wordt het geding hervat in de stand waarin dit zich bij de schorsing bevond doordat een der partijen, met instemming van de andere partij, een daartoe strekkende akte ter rolle neemt, dan wel bij exploot verklaart dat het geding wordt hervat.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Artikel 227, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. Partijen stellen opnieuw advocaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Twaalfde afdeling Het vonnis</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">§ 1</span><span class=\"lf-art-t\">Algemeen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-229\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 229</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/229\">Artikel 229 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rechter bepaalt de dag waarop hij uitspraak zal doen en deelt deze dag aan de eiser en aan de in het geding verschenen gedaagde mede. Op verlangen van de in het geding verschenen partijen stelt de rechter de uitspraak uit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-230\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 230</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/230\">Artikel 230 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het vonnis vermeldt: a. de namen en de woonplaats van de partijen, en de namen van hun gemachtigden of advocaten; b. het verloop van het geding; c. de slotsom van de dagvaarding en de conclusies van partijen; d. de slotsom van de conclusie van het openbaar ministerie in de gevallen waarin het is gehoord; e. de gronden van de beslissing, waaronder begrepen de feiten waarop de beslissing rust; f. de beslissing; g. de naam van de rechter of, bij een meervoudige kamer, de namen van de rechters door wie het vonnis is gewezen; h. de dag van de uitspraak.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien tegen de gedaagde of, bij meer gedaagden, tegen hen allen verstek is verleend en de vorderingen van de eiser geheel of gedeeltelijk worden toegewezen, kan ten aanzien van de ingevolge het eerste lid onder a, c, e en f te vermelden gegevens worden volstaan met verwijzing naar een door de griffier gewaarmerkt afschrift van het exploot van dagvaarding waarop het vonnis wordt gesteld of dat aan het vonnis wordt gehecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het vonnis wordt door de rechter, of, bij een meervoudige kamer, door de voorzitter en de griffier ondertekend. Het vonnis kan ook worden ondertekend door de rechter die het uitspreekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-231\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 231</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/231\">Artikel 231 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Van de vonnissen verstrekt de griffier op de dag van de uitspraak een afschrift aan de eiser en aan de gedaagde die in het geding is verschenen. Betreft het een eindvonnis, dan is het afschrift dat wordt verstrekt aan een partij die tot tenuitvoerlegging van dat vonnis kan overgaan, opgemaakt in executoriale vorm.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De griffier verstrekt desverlangd tweede of verdere in executoriale vorm opgemaakte afschriften van een vonnis aan de partij die tot tenuitvoerlegging van dat vonnis kan overgaan, dan wel aan de rechtverkrijgenden onder algemene titel van deze partij. Artikel 29, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Elk afschrift dat in executoriale vorm is opgemaakt, wordt gedagtekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-232\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 232</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/232\">Artikel 232 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rechter kan, voordat hij definitief over de zaak beslist, een tussenvonnis wijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Van de artikelen 230 en 231, eerste lid, kan, voor zover nodig, worden afgeweken indien een tussenvonnis wordt gewezen ter beslissing op een incidentele vordering en de wederpartij te kennen geeft tegen toewijzing geen bezwaar te hebben.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-233\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 233</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/233\">Artikel 233 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tenzij uit de wet of uit de aard van de zaak anders voortvloeit, kan de rechter, indien dit wordt gevorderd, verklaren dat zijn vonnis uitvoerbaar bij voorraad zal zijn niettegenstaande daartegen aan te wenden rechtsmiddelen. De rechter kan een vonnis waarbij op de voet van artikel 187 wordt beslist omtrent een voorschot ter zake van de kosten van deskundigen, ook ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De uitvoerbaarverklaring bij voorraad kan het gehele vonnis betreffen of een gedeelte daarvan.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De rechter kan aan de uitvoerbaarverklaring bij voorraad de voorwaarde verbinden dat tot een door hem te bepalen bedrag zekerheid wordt gesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-234\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 234</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/234\">Artikel 234 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard en tegen dat vonnis een rechtsmiddel is aangewend, kan alsnog een incidentele vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad van dat vonnis worden ingesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-235\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 235</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/235\">Artikel 235 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, evenwel zonder dat daaraan de voorwaarde is verbonden dat zekerheid wordt gesteld, en indien tegen dat vonnis een rechtsmiddel is aangewend, kan alsnog een daartoe strekkende incidentele vordering worden ingesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-236\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 236</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/236\">Artikel 236 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beslissingen die de rechtsbetrekking in geschil betreffen en zijn vervat in een in kracht van gewijsde gegaan vonnis, hebben in een ander geding tussen dezelfde partijen bindende kracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Onder partijen worden mede begrepen de rechtverkrijgenden onder algemene of bijzondere titel, tenzij uit de wet anders voortvloeit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het gezag van gewijsde wordt niet ambtshalve toegepast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">§ 2</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-237\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 237</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/237\">Artikel 237 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld, wordt in de kosten veroordeeld. De kosten mogen echter geheel of gedeeltelijk worden gecompenseerd tussen echtgenoten of geregistreerde partners of andere levensgezellen, bloedverwanten in de rechte lijn, broers en zusters of aanverwanten in dezelfde graad, alsmede indien partijen over en weer op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld. Ook kan de rechter de kosten die nodeloos werden aangewend of veroorzaakt, voor rekening laten van de partij die deze kosten aanwendde of veroorzaakte.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bij een tussenvonnis kan de beslissing over de kosten tot het eindvonnis worden aangehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het bedrag van de kosten waarin de verliezende partij wordt veroordeeld, wordt, voor zover die kosten vóór de uitspraak zijn gemaakt en niet aan haar zijde zijn gevallen, bij het vonnis vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De na de uitspraak ontstane kosten worden op verzoek van de partij in het voordeel van wie een kostenveroordeling is uitgesproken, begroot door de rechter die het vonnis heeft gewezen. Deze geeft daarvoor een bevelschrift af. Hiertegen is geen hogere voorziening toegelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De rechter kan bepalen dat het griffierecht tot betaling waarvan de partij, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt veroordeeld, niet hoger is dan het griffierecht dat van deze partij is geheven of, in het geval dat deze partij gedaagde is in een zaak bij de kantonrechter en van haar geen griffierecht is geheven, het griffierecht dat deze partij verschuldigd zou zijn geweest als zij eiser was geweest. De rechter kan hiertoe besluiten indien hij van oordeel is dat veroordeling tot betaling van het hogere griffierecht, gelet op de proceshouding van de in het gelijk gestelde partij, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Hiertegen is geen hogere voorziening toegelaten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-238\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 238</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/238\">Artikel 238 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">In zaken waarin partijen in persoon kunnen procederen, wordt, indien de wederpartij van de in het ongelijk gestelde partij zonder gemachtigde procedeert, onder de kosten waarin laatstgenoemde partij wordt veroordeeld, opgenomen een door de rechter te bepalen bedrag voor noodzakelijke reis- en verblijfkosten van die wederpartij. De rechter kan onder de kosten waarin de in het ongelijk gestelde partij wordt veroordeeld, ook opnemen een door hem te bepalen bedrag voor noodzakelijke verletkosten van de wederpartij.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Procedeert de wederpartij van de in het ongelijk gestelde partij met een gemachtigde, dan wordt onder die kosten een door de rechter te bepalen bedrag opgenomen voor salaris en noodzakelijke verschotten van de gemachtigde, tenzij de rechter om in het vonnis te vermelden redenen anders beslist.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-239\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 239</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/239\">Artikel 239 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">In zaken waarin partijen niet in persoon kunnen procederen, kunnen van de kosten van de wederpartij slechts de salarissen en verschotten van de advocaat van die wederpartij ten laste van de in het ongelijk gestelde partij worden gebracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-240\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 240</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/240\">Artikel 240 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Kosten terzake van ambtshandelingen, verricht door gerechtsdeurwaarders, worden berekend overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde tarieven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-241\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 241</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/241\">Artikel 241 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ter zake van verrichtingen waarvoor de in de artikelen 237 tot en met 240 bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten, zoals die ter voorbereiding van gedingstukken en ter instructie van de zaak, kan jegens de wederpartij geen vergoeding op grond van artikel 96, tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek worden toegekend, maar zijn alleen de regels betreffende proceskosten van toepassing. Dit artikel is niet van toepassing ter zake van kosten als bedoeld in artikel 96, vijfde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-242\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 242</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/242\">Artikel 242 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rechter kan bedragen die geacht kunnen worden te zijn bedongen ter vergoeding van proceskosten of van buitengerechtelijke kosten als bedoeld in artikel 96, tweede lid, onder b en c, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek ambtshalve matigen, doch niet tot onder het bedrag van de krachtens de wet te begroten proceskosten respectievelijk het bedrag van de buitengerechtelijke kosten die, gelet op de tarieven volgens welke zodanige kosten aan de opdrachtgevers gewoonlijk in rekening worden gebracht, jegens de wederpartij redelijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het eerste lid is niet van toepassing ter zake van kosten als bedoeld in artikel 96, vijfde lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en geldt niet voor overeenkomsten die strekken tot regeling van een reeds gerezen geschil.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-243\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 243</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-244\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 244</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/244\">Artikel 244 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien ten aanzien van een partij, met toepassing van het derde lid van artikel 191, het bedrag van de schadeloosstelling en het loon van deskundigen voorlopig in debet zijn gesteld, veroordeelt de rechter de partij die in de kosten van het geding wordt verwezen ambtshalve om dit bedrag aan de griffier te voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien de kosten geheel of gedeeltelijk worden gecompenseerd, stelt de rechter vast welk deel van het in het eerste lid bedoelde bedrag elk der partijen dient te dragen en veroordeelt hen dienovereenkomstig tot voldoening aan de griffier.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De tweede zin van artikel 202, tweede lid, is van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-245\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 245</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/245\">Artikel 245 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien blijkt dat een partij niet bestaat, of dat zij niet rechtsgeldig in het geding is verschenen doordat een daartoe niet bevoegde voor haar is opgetreden of tot het voeren van een geding opdracht heeft gegeven, geschiedt een veroordeling in de kosten, wanneer daartoe aanleiding is, in plaats van ten laste van de partij in naam van wie in rechte is opgetreden, ten laste van de gemachtigde of advocaat van die partij, of van degene die tot het voeren van het geding opdracht heeft gegeven, in het eerste geval onverminderd het verhaal van die advocaat of gemachtigde op zijn opdrachtgever.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Alvorens aldus te beslissen, stelt de rechter de betrokkene in de gelegenheid zijn standpunt naar voren te brengen en toe te lichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dertiende afdeling Afbreking van de instantie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">§ 1</span><span class=\"lf-art-t\">Doorhaling op de rol</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-246\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 246</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/246\">Artikel 246 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op verlangen van partijen wordt de zaak op de rol doorgehaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De enkele doorhaling op de rol heeft geen rechtsgevolgen. Partijen kunnen de rechtsgevolgen bij overeenkomst bepalen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-247\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 247</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/247\">Artikel 247 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien geen van partijen er, na in de gelegenheid te zijn gesteld zich daarover uit te laten, blijk van geeft het geding te willen voortzetten, kan de zaak ook ambtshalve op de rol worden doorgehaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-248\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 248</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/248\">Artikel 248 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien ten aanzien van een partij, met toepassing van het derde lid van artikel 191, het bedrag van de schadeloosstelling en het loon van deskundigen voorlopig in debet zijn gesteld, beslist de rechter met overeenkomstige toepassing van artikel 244, tweede lid, welk deel van dit bedrag elk der partijen dient te dragen en veroordeelt hen dienovereenkomstig tot voldoening aan de griffier.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">§ 2</span><span class=\"lf-art-t\">Afstand van instantie</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-249\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 249</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/249\">Artikel 249 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zolang de gedaagde niet voor antwoord heeft geconcludeerd, kan de eiser afstand doen van de instantie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De eiser is verplicht de proceskosten van de gedaagde te betalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Artikel 248 is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-250\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 250</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/250\">Artikel 250 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afstand van instantie wordt gedaan bij akte ter rolle.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien de afstand door een advocaat of een gemachtigde wordt gedaan, legt deze een hem daartoe door de eiser verstrekte bijzondere volmacht over.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Door afstand van instantie worden partijen van rechtswege hersteld in de toestand als ware het geding niet in deze instantie aanhangig geweest, onverminderd het bepaalde in artikel 316, tweede lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Ter zake van de betaling van de kosten vaardigt de rechter op verlangen van de gedaagde een bevelschrift uit. Het bevelschrift is uitvoerbaar bij voorraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Nadat hij de kosten heeft betaald, kan de eiser de vordering opnieuw instellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">§ 3</span><span class=\"lf-art-t\">Verval van instantie</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-251\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 251</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/251\">Artikel 251 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de proceshandeling waarvoor de zaak staat, langer dan twaalf maanden niet is verricht, bepaalt de rechter op verlangen van de wederpartij van de partij die de proceshandeling moet verrichten, een roldatum waarop deze wederpartij verval van instantie kan vorderen, dan wel kan vragen om een laatste uitstel te verlenen aan de partij die de proceshandeling moet verrichten of om vonnis te wijzen. De rechter kan hiertoe, eveneens na verloop van twaalf maanden, ook ambtshalve een roldatum bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De in het eerste lid bedoelde roldatum wordt in beide gevallen bepaald op een termijn van ten hoogste drie maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Verval van instantie kan op de bepaalde roldatum slechts worden gevorderd indien het voornemen daartoe ten minste twee weken vóór die roldatum aan de nalatige partij is aangezegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De rechter wijst de vordering tot verval van instantie toe, tenzij voor of op die roldatum a. de proceshandeling alsnog wordt verricht, of b. de wederpartij van de partij die het verval vordert, aannemelijk maakt dat voor de vertraging van het geding een reden bestaat die deze in redelijkheid kan rechtvaardigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Indien op de ingevolge het eerste lid bepaalde roldatum de proceshandeling waarvoor de zaak staat niet alsnog is of wordt verricht, en voorts de wederpartij van degene die de proceshandeling moet verrichten geen verval van instantie vordert noch zich anderszins uitlaat over de voortgang van het geding als bedoeld in het eerste lid, wordt de zaak op de rol doorgehaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-252\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 252</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/252\">Artikel 252 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De kosten van de vervallen instantie worden van rechtswege gecompenseerd. De rechter kan echter, indien hij daartoe gronden aanwezig acht, een partij geheel of gedeeltelijk in de kosten veroordelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Artikel 248 is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-253\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 253</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/253\">Artikel 253 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Door verval van instantie worden partijen van rechtswege hersteld in de toestand als ware het geding niet in deze instantie aanhangig geweest, onverminderd het bepaalde in artikel 316, tweede lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Wordt de vordering opnieuw ingesteld, dan kan wederom gebruik worden gemaakt van in de vervallen instantie gedane gerechtelijke erkentenissen en bijgebracht bewijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veertiende afdeling Het kort geding</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-254\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 254</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/254\">Artikel 254 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">In alle spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, is de voorzieningenrechter bevoegd deze te geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Op aanvraag van de belanghebbende partij kan de voorzieningenrechter de dagvaarding bevelen tegen de dag en het uur, de zondag daarbij inbegrepen, voor elk geval te bepalen. Hij kan daarbij tevens bevelen dat de terechtzitting op een andere plaats dan in het gerechtsgebouw wordt gehouden. De voorzieningenrechter kan aan de dagbepaling voorwaarden verbinden, die door de eiser in acht moeten worden genomen. Deze voorwaarden moeten uit de dagvaarding blijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De zaak kan ook worden aangebracht op een terechtzitting, door de voorzieningenrechter te houden op de daartoe door hem te bepalen werkdagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De artikelen 127a en 128, tweede lid en zesde lid, zijn niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 In zaken die ten gronde door de kantonrechter worden behandeld en beslist is ook de kantonrechter bevoegd tot het geven van een voorziening als in deze afdeling bedoeld. Daarbij is op de kantonrechter van toepassing hetgeen omtrent de voorzieningenrechter is bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Indien de gevorderde voorziening betrekking heeft op een zaak betreffende het personen- en familierecht als bedoeld in de zesde titel van het derde boek is artikel 803 van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-255\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 255</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/255\">Artikel 255 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gedaagde kan in de zaken, bedoeld in artikel 79, tweede lid, behalve bij advocaat ook in persoon procederen, maar niet vertegenwoordigd door een gemachtigde die geen advocaat is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Partijen kunnen ook vrijwillig ter terechtzitting van de voorzieningenrechter in kort geding verschijnen. Het eerste lid is van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In andere korte gedingen niet ingeleid met een dagvaarding, kunnen partijen behalve bij advocaat ook in persoon procederen, maar niet vertegenwoordigd door een gemachtigde die geen advocaat is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-256\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 256</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/256\">Artikel 256 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de voorzieningenrechter oordeelt dat de zaak niet geschikt is om in kort geding te worden beslist, weigert hij de voorziening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-257\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 257</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/257\">Artikel 257 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beslissingen bij voorraad brengen geen nadeel toe aan de zaak ten principale.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-258\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 258</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/258\">Artikel 258 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voorzieningenrechter kan zijn vonnis ook ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-259\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 259</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/259\">Artikel 259 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het verzet moet worden gedaan bij de voorzieningenrechter. Artikel 255, eerste lid, is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-260\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 260</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/260\">Artikel 260 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Derde titel De verzoekschriftprocedure in eerste aanleg Eerste afdeling Algemene bepaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-261\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 261</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/261\">Artikel 261 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover uit de wet niet anders voortvloeit, is deze titel van toepassing op alle zaken die met een verzoekschrift moeten worden ingeleid, alsmede op zaken waarin de rechter ambtshalve een beschikking geeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Met een verzoekschrift worden ingeleid de zaken ten aanzien waarvan dit uit de wet voortvloeit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede afdeling Relatieve bevoegdheid</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-262\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 262</span><span class=\"lf-art-t\">Tenzij de wet anders bepaalt, is bevoegd:</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/262\">Artikel 262 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">a. de rechter van de woonplaats van hetzij de verzoeker of één van de verzoekers, hetzij één van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbenden dan wel, als zodanige woonplaats in Nederland niet bekend is, de rechter van het werkelijk verblijf van één van hen; b. indien het verzoek betrekking heeft op een bij dagvaarding ingeleid of in te leiden geding, de rechter die bevoegd is van dat geding kennis te nemen, tenzij het verzoek niet behoort tot diens absolute bevoegdheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-263\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 263</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/263\">Artikel 263 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">In zaken die uitsluitend betreffen de aanvulling van de registers van de burgerlijke stand of de inschrijving, doorhaling of wijziging van daarin in te schrijven of ingeschreven akten, is bevoegd de rechter binnen wiens rechtsgebied de akte is of moet worden ingeschreven. In zaken als bedoeld in de eerste zin, die betrekking hebben op krachtens Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage in te schrijven of ingeschreven akten, is bevoegd de rechter van de rechtbank Den Haag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-264\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 264</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/264\">Artikel 264 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">In zaken betreffende huur van gebouwde onroerende zaken of een gedeelte daarvan is uitsluitend bevoegd de rechter binnen wiens rechtsgebied het gehuurde of het grootste gedeelte daarvan is gelegen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-265\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 265</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/265\">Artikel 265 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">In zaken betreffende minderjarigen is bevoegd de rechter van de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, van het werkelijk verblijf van de minderjarige.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-266\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 266</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/266\">Artikel 266 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">In zaken betreffende curatele, onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen of mentorschap ten behoeve van meerderjarigen is bevoegd de rechter van de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, van het werkelijk verblijf van degene wiens curatele onderscheidenlijk goederen of mentorschap het betreft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-267\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 267</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/267\">Artikel 267 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">In zaken van afwezigheid of vermissing is bevoegd de rechter van de verlaten woonplaats van de afwezige of vermiste. Ten aanzien van de vaststelling van overlijden is bevoegd de rechter van de rechtbank Den Haag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-268\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 268</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/268\">Artikel 268 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">In zaken betreffende nalatenschappen is bevoegd de rechter van de laatste woonplaats van de overledene. In afwijking van de eerste zin is in zaken die volgens afdeling 7 van titel 5 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek met een verzoekschrift moeten worden ingeleid, bevoegd de rechter van de woonplaats van de rechthebbende.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Van de in artikel 12, vierde lid, tweede volzin, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, bedoelde beschikking wordt door de griffier afschrift gezonden aan de als uitsluitend bevoegde aangewezen kantonrechter, aan de onder curatele gestelde, de rechthebbende en degene ten behoeve van wie een mentorschap is ingesteld en voorts aan de curator, de mentor en aan ieder der bewindvoerders. Van de beslissing is geen hogere voorziening toegelaten. De kantonrechter die als uitsluitend bevoegde is aangewezen, is aan die aanwijzing gebonden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-268a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 268a</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-269\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 269</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/269\">Artikel 269 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wijzen de artikelen 262 tot en met 268 geen bevoegde rechter aan, dan is de rechter te 's-Gravenhage bevoegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-270\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 270</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/270\">Artikel 270 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de rechter, zonodig ambtshalve, beslist dat niet hij, maar een andere rechter van gelijke rang bevoegd is, verwijst hij de zaak in de stand waarin deze zich bevindt, naar die andere rechter. De griffier zendt een afschrift van de beschikking aan de rechter naar wie de zaak is verwezen. Verwijzing als bedoeld in dit lid vindt niet plaats indien de verzoeker en de opgeroepen belanghebbenden hebben aangegeven dat zij geen verwijzing wensen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In zaken met betrekking tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed, ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed en ontbinding van een geregistreerd partnerschap en daarmee verband houdende verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening of een nevenvoorziening, vindt een verwijzing als bedoeld in het eerste lid slechts plaats indien de andere echtgenoot of geregistreerde partner de bevoegdheid betwist.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Tegen de beslissing waarbij een betwisting van bevoegdheid wordt verworpen of de zaak naar een andere rechter wordt verwezen, is geen hogere voorziening toegelaten. De rechter naar wie de zaak is verwezen, is aan die verwijzing gebonden. De vorige zin mist toepassing indien de rechter zich tevens absoluut onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar een hogere rechter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Derde afdeling Oproeping</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-271\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 271</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/271\">Artikel 271 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De oproeping van verzoekers of van in de procedure verschenen belanghebbenden geschiedt door de griffier bij gewone brief, tenzij de rechter anders bepaalt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-272\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 272</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/272\">Artikel 272 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De oproeping van niet in de procedure verschenen belanghebbenden van wie de woonplaats of het werkelijk verblijf onbekend zijn geschiedt door plaatsing van de oproeping in de Staatscourant. De rechter kan bepalen dat de oproeping tevens op andere wijze geschiedt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oproeping van overige niet in de procedure verschenen belanghebbenden geschiedt door de griffier bij aangetekende brief, tenzij de rechter anders bepaalt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-273\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 273</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/273\">Artikel 273 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De oproeping van een rechterlijke autoriteit, het openbaar ministerie of de raad voor de kinderbescherming geschiedt door de griffier bij gewone brief.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-274\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 274</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/274\">Artikel 274 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Oproepingen die bij brief geschieden, vermelden de dag van de verzending. Deze vermelding geschiedt niet slechts op de envelop.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-275\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 275</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/275\">Artikel 275 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de griffier een bij aangetekende brief verzonden oproeping terug ontvangt en hem blijkt dat de geadresseerde op de dag van verzending of uiterlijk een week nadien in de daartoe bestemde registers ingeschreven stond op het op de oproeping vermelde adres, verzendt hij de oproeping onverwijld bij gewone brief. In de overige gevallen waarin de griffier de oproeping terug ontvangt, verbetert de griffier, indien mogelijk, het op de oproeping vermelde adres en verzendt hij de oproeping opnieuw bij aangetekende brief, tenzij de rechter anders bepaalt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-276\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 276</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/276\">Artikel 276 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Oproepingen vermelden de plaats, de dag en het uur van de terechtzitting. Zij worden zo spoedig mogelijk en ten minste een week vóór die dag verzonden, tenzij de rechter anders bepaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De oproeping bevat tevens de mededeling of voor de indiening van een verweerschrift griffierecht zal worden geheven en dat indien de verweerder het verschuldigde griffierecht niet tijdig heeft voldaan de rechter het ingediende verweerschrift niet bij zijn beslissing op het verzoek betrekt, binnen welke termijn dit griffierecht betaald dient te worden, alsmede een verwijzing naar een vindplaats van de meest recente bijlage behorende bij de Wet griffierechten burgerlijke zaken waarin de hoogte van de griffierechten staan vermeld. Hierbij wordt vermeld dat van een persoon die onvermogend is, een bij of krachtens de wet vastgesteld griffierecht voor onvermogenden wordt geheven, indien hij op het tijdstip waarop het griffierecht wordt geheven heeft overgelegd:</p>\n<p class=\"lf-p\">1°. een afschrift van het besluit tot toevoeging, bedoeld in artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstand, of indien dit niet mogelijk is ten gevolge van omstandigheden die redelijkerwijs niet aan hem zijn toe te rekenen, een afschrift van de aanvraag als bedoeld in artikel 24, tweede lid, van de Wet op de Rechtsbijstand, dan wel 2°. een verklaring van het bestuur van de raad voor rechtsbijstand als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel e, van de Wet op de rechtsbijstand waaruit blijkt dat zijn inkomen niet meer bedraagt dan de inkomens, bedoeld in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 35, tweede lid, van die wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Indien het een zaak betreft waarbij meerdere belanghebbenden zijn betrokken, bevat de oproeping tevens de mededeling dat van belanghebbenden die bij dezelfde advocaat verschijnen en gelijkluidende verweerschriften indienen, op basis van artikel 15 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken slechts eenmaal een gezamenlijk griffierecht wordt geheven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-277\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 277</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/277\">Artikel 277 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De oproeping bij brief van verzoekers of belanghebbenden die geen bekende woonplaats of bekend werkelijk verblijf in Nederland hebben, maar wel een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf in een Staat waar de verordening (EU) 2020/1784 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (de betekening en kennisgeving van stukken) van toepassing is, geschiedt door rechtstreekse verzending overeenkomstig artikel 18 van de verordening. In plaats daarvan mag het gerecht ook een vertaling van de oproeping verzenden in een taal als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening. Het gerecht maakt in de oproeping melding van de verzending, alsmede van het volgende: a. de datum van verzending; b. de wijze van verzending; c. of een vertaling is verzonden en zo ja, in welke taal; d. de mededeling in een van de in artikel 12, eerste lid, van de verordening bedoelde talen, dat degene voor wie het stuk bestemd is, dit mag weigeren als het niet gesteld is in of niet vergezeld gaat van een vertaling in een van de in artikel 12, eerste lid, van de verordening bedoelde talen en dat geweigerde stukken naar hem moeten worden gezonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het gerecht mag de oproeping ook verrichten door verzending daarvan aan een ontvangende instantie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de verordening, ter betekening aan degene voor wie de oproeping bestemd is, via het systeem zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de verordening of via alternatieve middelen van verzending in het geval van artikel 5, vierde lid, van de verordening. Indien de oproeping niet is opgesteld in een van de in artikel 12, eerste lid, van de verordening bedoelde talen, verzendt het gerecht ook een vertaling in een taal als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening.»</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gerecht maakt in de oproeping melding van de verzending, alsmede van volgende gegevens: a. de datum van verzending; b. de naam en het adres van de ontvangende instantie; c. de wijze van verzending; d. in het geval van artikel 5 lid 4 van de verordening, de reden van de verzending met alternatieve middelen; e. of een vertaling is meegezonden en, zo ja, in welke taal; f. de taal waarin het formulier als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de verordening is ingevuld; g. de gevraagde wijze van betekening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-277a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 277a</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/277a\">Artikel 277a Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vreemde staat in de zin van artikel 2, eerste lid, onder b, van het te New York gesloten Verdrag van de Verenigde Naties inzake de immuniteit van rechtsmacht van Staten en hun eigendommen van 2 december 2004, (Trb. 2010, 272), wordt opgeroepen bij exploot waarbij het verzoekschrift wordt betekend overeenkomstig artikel 22, eerste en derde lid, van het Verdrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vierde afdeling Verloop van de procedure</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-278\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 278</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/278\">Artikel 278 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het verzoekschrift vermeldt de voornamen, naam en woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, het werkelijk verblijf van de verzoeker, alsmede een duidelijke omschrijving van het verzoek en de gronden waarop het berust. In zaken betreffende een nalatenschap vermeldt het verzoekschrift tevens de laatste woonplaats van de overledene of de reden waarom deze vermelding niet mogelijk is. De artikelen 111, derde lid, en 120, vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard van de zaak of de procedure zich hiertegen verzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het verzoekschrift wordt ondertekend en ter griffie ingediend. Indien de voorzieningenrechter daarop moet beschikken, kan het aan deze ter hand worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Tenzij indiening bij de kantonrechter plaatsvindt of ingevolge bijzondere wettelijke bepaling niet door een advocaat behoeft te geschieden, wordt het verzoekschrift ondertekend door een advocaat. Het kantoor van die advocaat geldt als gekozen woonplaats van de verzoeker.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De griffier tekent de dag van indiening of de dag van terhandstelling aan de voorzieningenrechter op het verzoekschrift aan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-279\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 279</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/279\">Artikel 279 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rechter bepaalt, tenzij hij zich aanstonds onbevoegd verklaart of het verzoek toewijst, onverwijld dag en uur waarop de behandeling aanvangt. Hij beveelt tevens oproeping van de verzoeker en voor zover nodig van de in het verzoekschrift genoemde belanghebbenden. Bovendien kan hij te allen tijde belanghebbenden, bekende of onbekende, doen oproepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De oproepingen, behalve die van de verzoeker, gaan vergezeld van een afschrift van het verzoekschrift, tenzij een oproeping op andere wijze dan bij brief of exploot geschiedt, of de rechter anders bepaalt; in deze gevallen bevat de oproeping een korte omschrijving van het verzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De opgeroepene verschijnt ter terechtzitting in persoon of bij een gemachtigde. In zaken waarin het verzoekschrift door een advocaat moet worden ingediend, verschijnt de opgeroepene in persoon of bij advocaat. De rechter kan verschijning in persoon bevelen. De opgeroepene die in persoon verschijnt, mag zich laten bijstaan door zijn raadsman. In zaken waarin het verzoekschrift door een advocaat moet worden ingediend, is de raadsman een advocaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Van het verhandelde en van de zakelijke inhoud van de afgelegde verklaringen wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat door de rechter voor wie de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, wordt ondertekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Indien de behandeling van een zaak wordt aangehouden, blijft een hernieuwde oproeping van diegenen, aan wie de dag en het uur reeds mondeling ter terechtzitting waren medegedeeld, achterwege.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 De artikelen 87 tot en met 90 zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard van de zaak of de procedure zich hiertegen verzet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-280\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 280</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/280\">Artikel 280 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">In zaken waarin de indiening van het verzoekschrift niet door een advocaat behoeft te geschieden, zijn de artikelen 80 en 81 van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-281\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 281</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/281\">Artikel 281 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien het verzoekschrift ten onrechte niet door een advocaat is ingediend, biedt de rechter de verzoeker de gelegenheid binnen een door hem te bepalen termijn dit verzuim te herstellen. Maakt de verzoeker van deze gelegenheid geen gebruik, dan wordt hij in het verzoek niet ontvankelijk verklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Tegen een beslissing ingevolge het eerste lid staat geen hogere voorziening open.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-282\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 282</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/282\">Artikel 282 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Iedere belanghebbende kan tot de aanvang van de behandeling of, indien de rechter dit toestaat, in de loop van de behandeling een verweerschrift indienen. Artikel 278 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat, indien de rechter dit bepaalt, indiening van een verweerschrift in de loop van de behandeling kan geschieden ter terechtzitting onder verstrekking van een afschrift aan de verzoeker en de andere opgeroepen belanghebbenden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het verweerschrift en de overgelegde bescheiden gaan vergezeld van de nodige afschriften. Tenzij de indiening overeenkomstig het eerste lid ter terechtzitting plaatsvindt, zendt de griffier onverwijld een afschrift toe aan de verzoeker en aan de andere opgeroepen belanghebbenden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De griffier roept, voor zover dat nog niet is geschied, hen die verweerschriften hebben ingediend op tegen de dag van de behandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Het verweerschrift mag een zelfstandig verzoek bevatten, mits dit betrekking heeft op het onderwerp van het oorspronkelijke verzoek. De rechter kan aan de verzoeker en aan de overige belanghebbenden gelegenheid geven tegen dit zelfstandige verzoek een verweerschrift in te dienen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-282a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 282a</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/282a\">Artikel 282a Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover bij of krachtens deze wet of een andere wet niet anders is bepaald, houdt de rechter de zaak aan zolang de verzoeker en de belanghebbende het griffierecht niet hebben voldaan en de termijn genoemd in artikel 3, vierde lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken nog loopt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Heeft de verzoeker het verschuldigde griffierecht niet tijdig voldaan, dan verklaart de rechter de verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek. Voordat de rechter hiertoe overgaat, stelt hij de verzoeker in de gelegenheid zich uit te laten over het niet tijdig voldoen van het verschuldigde griffierecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Heeft de belanghebbende het verschuldigde griffierecht niet tijdig voldaan, dan betrekt de rechter het ingediende verweerschrift niet bij zijn beslissing op het verzoek. Voordat de rechter hiertoe overgaat, stelt hij de belanghebbende in de gelegenheid zich uit te laten over het niet tijdig voldoen van het verschuldigde griffierecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De rechter laat het eerste lid, tweede lid, eerste volzin, en derde lid, eerste volzin geheel of ten dele buiten toepassing, indien hij van oordeel is dat de toepassing van die bepalingen gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Tegen beslissingen ingevolge het tweede, derde of vierde lid staat geen hogere voorziening open.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Het eerste tot en met vijfde lid is niet van toepassing in zaken bij de voorzieningenrechter.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-283\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 283</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/283\">Artikel 283 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zolang de rechter nog geen eindbeschikking heeft gegeven, is de verzoeker bevoegd het verzoek of de gronden daarvan te verminderen, dan wel schriftelijk te veranderen of te vermeerderen. In het geval van verandering of vermeerdering is artikel 130 van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-284\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 284</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/284\">Artikel 284 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De negende afdeling van de tweede titel is van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard van de zaak zich hiertegen verzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De overeenkomstige toepassing van de artikelen 187 en 191 vindt aldus plaats dat de daarin bedoelde voorschotheffing, tenuitvoerlegging of voorlopige indebetstelling geschiedt ten laste van de belanghebbende die het verzoekschrift heeft ingediend dan wel mede of uitsluitend ten laste van een of meer andere door de rechter aangewezen belanghebbenden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-285\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 285</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/285\">Artikel 285 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rechter kan, indien een verzoekschrift over hetzelfde of een verknocht onderwerp reeds bij een andere rechter is ingediend, de verwijzing naar die andere rechter bevelen. Een verzoek daartoe kan worden gedaan tot de aanvang van de behandeling. De griffier zendt een afschrift van de beschikking aan de rechter naar wie is verwezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien bij dezelfde rechter meer verzoekschriften over hetzelfde of een verknocht onderwerp zijn ingediend, kan de voeging daarvan worden bevolen. Een verzoek daartoe kan worden gedaan tot het einde van de behandeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-286\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 286</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/286\">Artikel 286 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rechter bepaalt na afloop van de behandeling de dag waarop hij uitspraak zal doen en deelt deze dag aan de verzoeker en de in de procedure verschenen belanghebbenden mede. Op verlangen van de verzoeker en de in de procedure verschenen belanghebbenden kan de rechter de uitspraak uitstellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-287\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 287</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/287\">Artikel 287 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op een beschikking is artikel 230, eerste en derde lid, van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien het verzoekschrift rechtstreeks aan de voorzieningenrechter ter hand is gesteld en de voorzieningenrechter toewijzend op het verzoek beschikt, is ook artikel 230, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-288\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 288</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/288\">Artikel 288 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rechter kan de eindbeschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaren, met of zonder zekerheidstelling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-289\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 289</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/289\">Artikel 289 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De eindbeschikking kan tevens een veroordeling in de proceskosten inhouden. Artikel 244 is van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-290\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 290</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/290\">Artikel 290 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De verzoeker en iedere belanghebbende hebben recht op inzage en afschrift van het verzoekschrift, de verweerschriften, de op de zaak betrekking hebbende bescheiden en de processen-verbaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De griffier verstrekt zo spoedig mogelijk een afschrift van processen-verbaal aan de verzoeker en aan de in de procedure verschenen belanghebbenden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Van de beschikkingen verstrekt de griffier zo spoedig mogelijk een afschrift aan de verzoeker en aan de in de procedure verschenen belanghebbenden. Betreft het een eindbeschikking, dan is het afschrift dat wordt verstrekt aan degene die tot tenuitvoerlegging van de beschikking kan overgaan, opgemaakt in executoriale vorm.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De griffier verstrekt desverlangd tweede of verdere in executoriale vorm opgemaakte afschriften van een beschikking aan de belanghebbende die tot tenuitvoerlegging van die beschikking kan overgaan, dan wel aan de rechtverkrijgenden onder algemene titel van deze belanghebbende. Artikel 29, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Elk afschrift dat in executoriale vorm is opgemaakt, wordt gedagtekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-291\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 291</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/291\">Artikel 291 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De verzending van processtukken en van mededelingen aan de verzoeker en belanghebbenden, geschiedt op de wijze als in de derde afdeling van deze titel voor oproepingen bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-292\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 292</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-293\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 293</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-294\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 294</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-295\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 295</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-296\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 296</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-297\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 297</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-298\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 298</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-299\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 299</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-300\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 300</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-301\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 301</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-302\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 302</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/302\">Artikel 302 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vierde titel</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-303\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 303</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-304\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 304</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-305\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 305</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-306\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 306</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-307\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 307</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-308\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 308</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-309\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 309</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-310\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 310</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-311\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 311</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-312\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 312</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-313\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 313</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-314\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 314</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-315\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 315</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-316\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 316</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-317\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 317</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-318\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 318</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-319\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 319</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320a</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320b</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320c\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320c</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320d\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320d</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320e\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320e</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320f\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320f</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320g\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320g</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320h\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320h</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320i\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320i</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320j\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320j</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320k\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320k</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320l\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320l</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320m\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320m</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320n\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320n</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320o\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320o</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320p\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320p</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320q\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320q</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320r\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320r</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320s\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320s</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320t\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320t</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320u\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320u</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320v\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320v</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320w\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320w</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320x\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320x</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320y\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320y</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320z\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 320z</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-321\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 321</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/321\">Artikel 321 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vijfde titel</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-322\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 322</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-323\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 323</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-324\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 324</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-325\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 325</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-326\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 326</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-327\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 327</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-328\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 328</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/328\">Artikel 328 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zesde titel Prorogatie van rechtspraak aan het gerechtshof</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-329\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 329</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/329\">Artikel 329 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">In alle voor hoger beroep bij het gerechtshof vatbare geschillen over zaken die ter vrije bepaling van de partijen staan, kunnen partijen overeenkomen die geschillen bij de aanvang van het geding dadelijk ter kennis te brengen van het gerechtshof dat in hoger beroep bevoegd zou zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-330\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 330</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/330\">Artikel 330 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voogden, curators of bewindvoerders zijn hiervan niet uitgesloten, mits zij daarbij de verplichtingen in acht nemen die bij wet aan hen zijn opgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-331\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 331</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/331\">Artikel 331 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor het gerechtshof gelden, bij deze rechtsgedingen, de voorschriften, ten aanzien van het rechtsgeding in eerste aanleg.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het gerechtshof doet uitspraak in eerste aanleg, tevens in hoogste ressort.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zevende titel Hoger beroep Eerste afdeling Van de zaken aan hooger beroep onderworpen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-332\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 332</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/332\">Artikel 332 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Partijen kunnen van een in eerste aanleg gewezen vonnis in hoger beroep komen, tenzij de vordering waarover de rechter in eerste aanleg had te beslissen niet meer beloopt dan € 1750 of, in geval van een vordering van onbepaalde waarde, er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 1750, een en ander tenzij de wet anders bepaalt. Voor de toepassing van de eerste zin wordt de tot aan de dag van dagvaarding in eerste aanleg verschenen rente bij de vordering inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien de zaak meer dan één vordering tussen dezelfde partijen betreft, is voor de toepassing van het eerste lid beslissend het totale beloop of de totale waarde van deze vorderingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Was in eerste aanleg een eis in reconventie ingesteld, dan is voor de toepassing van het eerste lid beslissend het totale beloop of de totale waarde van de vordering in conventie en van de vordering in reconventie, met dien verstande dat met betrekking tot de vordering in reconventie de rente wordt berekend tot aan de dag van instelling van de eis in reconventie. Indien echter de beide zaken zijn gesplitst en daarin afzonderlijk is beslist, zijn op elk van beide vonnissen de gewone regels voor de vatbaarheid voor hoger beroep van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-333\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 333</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/333\">Artikel 333 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen hoger beroep staat open in zaken die slechts rechtsgevolgen betreffen die ter vrije bepaling van partijen staan en waarbij partijen zijn overeengekomen van hoger beroep af te zien. In zaken als bedoeld in artikel 96 staat hoger beroep slechts open indien partijen zich dat beroep, binnen de grenzen van artikel 332, hebben voorbehouden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-334\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 334</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/334\">Artikel 334 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elke partij welke zal berust hebben in een vonnis, kan niet meer ontvankelijk zijn om daarvan te komen in hooger beroep.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-335\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 335</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/335\">Artikel 335 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Van veroordeelingen bij verstek valt geen hooger beroep, doch indien de oorspronkelijke eischer van het vonnis in hooger beroep komt, zal de gedaagde alle zijne verdedigingen insgelijks in het hooger beroep kunnen doen gelden, zelfs bij wege van incidenteel beroep, zonder van het middel van verzet in eersten aanleg meer te kunnen gebruik maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van het eerste lid kan de gedaagde die niet is verschenen of het griffierecht niet tijdig heeft voldaan van een vonnis als bedoeld in artikel 140, derde lid, in hoger beroep komen, mits hij vooraf bij voorraad, tegen het stellen van zekerheid, aan het vonnis voldoet, zelfs wanneer dat vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad was verklaard.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-336\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 336</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-337\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 337</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/337\">Artikel 337 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Van vonnissen waarbij een voorlopige voorziening wordt getroffen of geweigerd, kan hoger beroep worden ingesteld voordat het eindvonnis is gewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Van andere tussenvonnissen kan hoger beroep slechts tegelijk met dat van het eindvonnis worden ingesteld, tenzij de rechter anders heeft bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-338\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 338</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/338\">Artikel 338 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tweede afdeling Van den termijn van beroep</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-339\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 339</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/339\">Artikel 339 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De termijn voor het instellen van hoger beroep is drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak van het vonnis dan wel de dag van de mondelinge uitspraak als bedoeld in artikel 29a.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van het eerste lid is de termijn van beroep van een vonnis in kort geding vier weken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De gedaagde in hoger beroep kan incidenteel beroep instellen, zelfs na verloop van deze termijnen en na berusting in het vonnis. Het incidenteel beroep wordt, op straffe van verval, ingesteld bij de conclusie van antwoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De afstand van instantie laat de mogelijkheid incidenteel beroep in te stellen onverlet. De gedaagde in hoger beroep kan op de roldatum waarop de afstand van instantie is gedaan, de rechter verzoeken voor het instellen van incidenteel beroep een termijn te bepalen. De gedaagde in hoger beroep kan het incidenteel beroep ook instellen op een roldatum die binnen twee weken na de afstand van instantie bij exploot aan eiser in hoger beroep is aangezegd. Artikel 74, eerste lid, tweede tot en met vierde volzin, is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Indien in eerste aanleg een vordering tot vrijwaring geheel of gedeeltelijk is afgewezen op grond van de afwijzing van de vordering in de hoofdzaak, staat het hoger beroep daartegen open tot het moment dat in de hoofdzaak in hoger beroep de conclusie van antwoord wordt genomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-340\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 340</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/340\">Artikel 340 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien tijdig beroep in cassatie van een vonnis is ingesteld, doch dit vonnis voor cassatie niet vatbaar wordt bevonden, vangt de termijn van beroep van dat vonnis opnieuw aan te rekenen van de dag der uitspraak in cassatie, mits het beroep in cassatie werd ingesteld binnen de termijn van beroep.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-341\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 341</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/341\">Artikel 341 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij overlijden van de in het ongelijk gestelde partij gedurende de loop van de termijn voor het hoger beroep, kan het beroep door haar erfgenamen of rechtverkrijgenden nog worden ingesteld binnen drie maanden na het overlijden, of binnen een maand na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 185 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-342\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 342</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/342\">Artikel 342 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Derde afdeling Van de regtspleging in hooger beroep en de gevolgen van hetzelve</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-343\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 343</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/343\">Artikel 343 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het hoger beroep wordt aangevangen door een dagvaarding in dezelfde vorm en met dezelfde vereisten als die in eerste aanleg, zonder dat zij de middelen waarop het hoger beroep gegrond is, behoeft uit te drukken. Artikel 111, tweede lid, onder i, en derde lid, is niet van toepassing. In aanvulling op artikel 111, tweede lid, vermeldt de dagvaarding ook de gevolgen van niet tijdige betaling van het griffierecht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-344\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 344</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/344\">Artikel 344 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alle zaken die in hoger beroep bij de hogere rechter aanhangig worden gemaakt, worden ingeschreven ter rolle van een enkelvoudige kamer en door haar behandeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De enkelvoudige kamer verwijst een zaak, ingevolge dit artikel bij haar aanhangig, naar een meervoudige kamer indien zij dit wenselijk acht, doch uiterlijk wanneer een mondelinge behandeling als bedoeld in artikel 87 zal worden gehouden of uitspraak zal worden gedaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-344a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 344a</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-344b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 344b</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/344b\">Artikel 344b Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voorschriften omtrent de behandeling in hoger beroep zijn zowel op de behandeling door de enkelvoudige als op die door de meervoudige kamer van toepassing, met dien verstande, dat degene die zitting heeft in een enkelvoudige kamer tevens de bevoegdheden bezit die aan de voorzitter van een meervoudige kamer toekomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-345\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 345</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-346\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 346</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-347\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 347</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/347\">Artikel 347 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoger beroep worden een conclusie van eis en een conclusie van antwoord genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Niettemin zal ingeval van incidenteel beroep of indien door den verweerder eene exceptie tegen het principaal beroep wordt aangevoerd, den appellant, op zijn verlangen, een termijn verleend worden om het incidenteel beroep of de voorgestelde exceptie bij conclusie te beantwoorden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-348\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 348</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/348\">Artikel 348 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De oorspronkelijke verweerder kan nieuwe weren van regten, eene verdediging ten principale opleverende, inbrengen, tenzij dezelve in het geding ter eerster instantie zijn gedekt, waaronder niet begrepen is het geval, dat het regt om ten principale te antwoorden ingevolge artikel 128 vervallen is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-349\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 349</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/349\">Artikel 349 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zoo wel in het principaal als in het incidenteel beroep, kunnen de nieuwe verweringen, waarvan in het voorgaande artikel is gesproken, gedaan worden bij met redenen omkleede conclusiën.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-350\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 350</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/350\">Artikel 350 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het hooger beroep schorst de ten uitvoerlegging van het vonnis, indien daarbij niet is bepaald, dat hetzelve bij voorraad zal worden ten uitvoer gelegd in de gevallen waarin dit is toegelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het hoger beroep, ingesteld tegen een tussenvonnis waartegen ingevolge artikel 337, tweede lid, geen hoger beroep openstaat voordat het eindvonnis is gewezen of ingesteld met gebruikmaking van de nieuwe termijn ingevolge artikel 340, schorst de tenuitvoerlegging niet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-351\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 351</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/351\">Artikel 351 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien hoger beroep is ingesteld tegen een vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, kan de hogere rechter op vordering van een partij alsnog de tenuitvoerlegging van het vonnis schorsen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-352\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 352</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-353\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 353</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/353\">Artikel 353 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover uit deze titel dan wel uit een andere wettelijke regeling niet anders voortvloeit, is de tweede titel in hoger beroep van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat partijen slechts bij advocaat kunnen procederen, dat artikel 131 niet van toepassing is en dat geen eis in reconventie kan worden ingesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Niettemin is artikel 224 niet anders van toepassing dan behoudens de navolgende bepalingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De oorspronkelijke gedaagde, eischer wordende in hooger beroep, is niet gehouden tot de in dat artikel bedoelde zekerheidstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gedaagde in hooger beroep is daartoe evenmin gehouden, zelfs niet bij het instellen van incidenteel beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in eersten aanleg gestelde zekerheid blijft ook verbonden voor de kosten van hooger beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zekerheidstelling wordt gevorderd vóór alle weren van regten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-354\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 354</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-355\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 355</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/355\">Artikel 355 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van beroep van een tussenvonnis verwijst de rechter in beroep, wanneer hij het vonnis bekrachtigt, de zaak naar de rechter in eerste aanleg om op de hoofdzaak te worden beslist.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niettemin kan de rechter in beroep de hoofdzaak in het hoogste ressort zelf afdoen op eenstemmig verlangen van partijen of indien het geding in staat van wijzen is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-356\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 356</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/356\">Artikel 356 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de rechter in hoger beroep een tussenvonnis vernietigt, kan hij de zaak aan zich houden om in hoger beroep op de hoofdzaak te beslissen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-357\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 357</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/357\">Artikel 357 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vierde afdeling Hoger beroep tegen beschikkingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-358\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 358</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/358\">Artikel 358 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tegen eindbeschikkingen in zaken als bedoeld in artikel 261 staat, behoudens berusting, hoger beroep open.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Door de verzoeker en door de in de procedure verschenen belanghebbenden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak en door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden. De artikelen 340 en 350, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de nieuwe termijn van hoger beroep openstaat voor degene die beroep in cassatie heeft ingesteld. Bij het beroepschrift worden zoveel afschriften gevoegd als er anderen dan hij in eerste aanleg zijn opgeroepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De termijn loopt in zaken die volgens afdeling 7 van titel 5 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek met een verzoekschrift moeten worden ingeleid, vanaf de dag van de uitspraak, behoudens voor zover het niet verschenen belanghebbenden betreft die, hoewel zij ten tijde van de indiening van het verzoekschrift bekend waren, niet bij name, en zo zij toen onbekend waren, in het geheel niet zijn opgeroepen. Voor de in de vorige zin bedoelde belanghebbenden loopt de termijn vanaf de betekening van de beschikking of het tijdstip waarop de beschikking hun op andere wijze bekend geworden is. Hetzelfde geldt in zaken betreffende executele en vereffening van een nalatenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Van tussenbeschikkingen kan hoger beroep slechts tegelijk met dat van de eindbeschikking worden ingesteld, tenzij de rechter anders heeft bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Indien hoger beroep is ingesteld, kan ondanks het verstrijken van de in de eerste zin van het tweede lid genoemde termijn en ondanks berusting ieder van de aldaar genoemde personen alsnog bij verweerschrift incidenteel hoger beroep instellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-359\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 359</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/359\">Artikel 359 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hoger beroep wordt ingesteld door indiening van een beroepschrift ter griffie van het gerechtshof. Het beroepschrift vermeldt, naast hetgeen ingevolge artikel 278, eerste lid, in het verzoekschrift moet worden vermeld, naam en woonplaats van hen die in eerste aanleg in de procedure zijn verschenen of bij name zijn opgeroepen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-360\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 360</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/360\">Artikel 360 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hoger beroep schorst de werking, tenzij de beschikking uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Deze uitvoerbaarverklaring bij voorraad kan ook in hoger beroep geschieden. Niettegenstaande de uitvoerbaarverklaring bij voorraad in eerste aanleg kan de hogere rechter schorsing van de werking bevelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het hoger beroep ingesteld tegen een tussenbeschikking waartegen ingevolge artikel 358, derde lid, geen hoger beroep openstaat, schorst de werking niet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-361\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 361</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/361\">Artikel 361 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rechter bepaalt dag en uur waarop de behandeling aanvangt. Hij beveelt tevens oproeping van de appellant, van de verzoeker in eerste aanleg en van de in eerste aanleg in de procedure verschenen belanghebbenden. Bovendien kan hij te allen tijde belanghebbenden, bekende of onbekende, doen oproepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien aangaande dezelfde beschikking meer beroepschriften zijn ingediend, kan voeging worden bevolen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Iedere belanghebbende kan een verweerschrift indienen. Door belanghebbenden die in hoger beroep zijn opgeroepen, moet het verweerschrift worden ingediend binnen vier weken na de toezending aan hen van een afschrift van het beroepschrift, tenzij de rechter anders bepaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Indien een belanghebbende incidenteel hoger beroep heeft ingesteld, kunnen de appellant en de in hoger beroep opgeroepen belanghebbenden daartegen binnen vier weken na de toezending aan hen van een afschrift van het verweerschrift waarbij dit incidentele hoger beroep is ingesteld, een verweerschrift indienen, tenzij de rechter anders bepaalt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-362\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 362</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/362\">Artikel 362 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover uit deze afdeling dan wel uit een andere wettelijke regeling niet anders voortvloeit, is de derde titel in hoger beroep van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat artikel 285 niet van toepassing is en dat geen zelfstandig verzoek kan worden gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Achtste titel</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-363\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 363</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-364\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 364</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-365\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 365</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-366\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 366</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-367\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 367</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-368\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 368</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-369\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 369</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-370\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 370</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-371\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 371</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-372\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 372</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-373\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 373</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-374\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 374</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-375\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 375</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/375\">Artikel 375 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Negende titel Verzet door derden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-376\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 376</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/376\">Artikel 376 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Derden zijn bevoegd zich te verzetten tegen een vonnis hetwelk hunne regten benadeelt, indien zij noch in persoon, noch wettiglijk vertegenwoordigd, of indien zij welke zij vertegenwoordigen, in het regtsgeding niet zijn geroepen, of door voeging of tusschenkomst geene partij zijn geweest.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-377\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 377</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/377\">Artikel 377 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit verzet wordt beoordeeld door den regter, bij wien zoodanig vonnis is gewezen. Het wordt aangebragt door eene dagvaarding tegen alle de partijen tusschen welke hetzelve is gevallen, en de algemeene voorschriften wegens de wijze van procederen zijn op dit verzet toepasselijk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-378\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 378</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/378\">Artikel 378 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien zoodanig vonnis aan eenen derde is tegengeworpen in een regtsgeding, en het verzet daartegen is ingesteld op den voet van het vorige artikel, staat het vrij aan den regter voor wien dat regtsgeding aanhangig is, indien daartoe gronden bestaan, de schorsing van hetzelve toe te staan, tot dat het ingestelde verzet zal zijn uitgewezen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-379\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 379</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/379\">Artikel 379 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regter die over een verzet van derden oordeelt, kan, indien daartoe gronden bestaan, de uitvoering van het aangevallen vonnis schorsen, tot dat het verzet zal zijn uitgewezen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-380\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 380</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/380\">Artikel 380 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij wettiging van het verzet wordt het vonnis, waartegen dit gerigt is geweest, alleen in zoo verre verbeterd als het de regten van derden heeft benadeeld, ten zij het onsplitsbare der gevallene uitspraak eene geheele vernietiging daarvan noodzakelijk mogt maken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-381\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 381</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/381\">Artikel 381 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tiende titel Herroeping Eerste afdeling Herroeping van vonnissen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-382\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 382</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/382\">Artikel 382 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, kan op vordering van een partij worden herroepen indien: a. het berust op bedrog door de wederpartij in het geding gepleegd, b. het berust op stukken, waarvan de valsheid na het vonnis is erkend of bij gewijsde is vastgesteld, of c. de partij na het vonnis stukken van beslissende aard in handen heeft gekregen die door toedoen van de wederpartij waren achtergehouden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-383\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 383</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/383\">Artikel 383 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het rechtsmiddel moet worden aangewend binnen drie maanden nadat de grond voor de herroeping is ontstaan en de eiser daarmee bekend is geworden. De termijn vangt niet aan dan nadat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien de partij die gronden heeft de herroeping te vorderen binnen die termijn is overleden, is artikel 341 van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-384\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 384</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/384\">Artikel 384 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De vordering tot herroeping wordt gebracht voor de rechter die in laatste feitelijke instantie over de zaak heeft geoordeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien de Hoge Raad na vernietiging ten principale recht heeft gedaan, wordt de vordering gebracht voor de rechter van wie het vonnis of het arrest door de Hoge Raad is vernietigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Is in laatste feitelijke instantie beslist door de voorzieningenrechter in kort geding, dan wordt de vordering gebracht voor de rechtbank.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-385\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 385</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/385\">Artikel 385 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het geding wordt ingeleid met een dagvaarding die voldoet aan de eisen van artikel 111 en wordt verder gevoerd op de wijze als in de tweede titel is bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-386\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 386</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/386\">Artikel 386 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De vordering tot herroeping schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis niet. De rechter die over de herroeping oordeelt, kan evenwel, desgevorderd, bij voorlopige voorziening de tenuitvoerlegging schorsen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-387\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 387</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/387\">Artikel 387 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rechter die de voor herroeping aangevoerde grond of gronden juist bevindt, heropent het geding geheel of gedeeltelijk. Hij geeft partijen gelegenheid hun stellingen en verweren te wijzigen en aan te vullen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-388\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 388</span><span class=\"lf-art-t\">1</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/388\">Artikel 388 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het vonnis waarbij het geding is heropend, schorst de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis in zoverre.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De beslissing inzake de heropening van het geding is niet vatbaar voor hoger beroep. Een vordering tot herroeping kan daartegen evenmin worden ingesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-389\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 389</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/389\">Artikel 389 Rv ›</a></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de rechter met betrekking tot het geding voor zover het is heropend, tot een ander oordeel komt, doet hij daarin opnieuw uitspraak met herroeping in zoverre van het bestreden vonnis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede afdeling Herroeping van beschikkingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-390\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 390</span><a class=\"ag4-cl\" href=\"/nl/z/rv/390\">Artikel 390 Rv ›</a></h4></div>", "next": 239778}