{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">een document waarin aannemelijk wordt gemaakt dat de exploitatie van het rijksmonument voor een periode van ten minste vijf jaar is gegarandeerd; een verzekeringspolis waaruit de herbouwwaarde van het rijksmonument blijkt, of voor zover geen verzekering is afgesloten of de herbouwwaarde niet uit de verzekeringspolis blijkt, een door een verzekeraar geaccepteerde taxatie van de herbouwwaarde. Deze bepaling geldt niet voor molens. voor zover het een zelfstandig onderdeel betreft dat is aan te merken als een zelfstandige bouwkundige eenheid of als een toren van een kerkgebouw, een tekening waarop het zelfstandig onderdeel duidelijk is weergegeven ten opzichte van aangrenzende zelfstandige onderdelen; indien rijkssubsidie is ontvangen of is aangevraagd in het kader van de Brim of de Sim, een kopie van de subsidiebeschikking danwel de ontvangstbevestiging van de subsidieaanvraag; indien voor het monument een laagrentende lening via het Nationaal Restauratiefonds is afgesloten een kopie van de akte van lening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4208\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.20.8</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4209\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.20.9</span><span class=\"lf-art-t\">Volgorde van behandeling</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Gedeputeerde Staten plaatsen de subsidieaanvragen in een prioriteitsvolgorde. Gedeputeerde Staten verstrekken de subsidie in volgorde van de vastgestelde prioriteit, voor zover het subsidieplafond dat toelaat.</div>\n<p class=\"lf-p\">95[Toelichting: Bij het bepalen van de volgorde van behandeling hanteren Gedeputeerde Staten een prioriteitsvolgorde waarbij punten kunnen worden toebedeeld op basis van een aantal kenmerken van de aanvraag. Investeren in een restauratie heeft pas zin als er planmatig onderhoud aan het rijksmonument wordt uitgevoerd. Aanvragers krijgen dan ook voorrang wanneer ze een aanvraag hebben ingediend bij een instandhoudingsregeling van het Rijk.Een eigenaar die maximaal leent via het Nationaal Restauratiefonds toont de bereidheid te investeren in het onderhoud van het monument. Ook deze aanvragers krijgen voorrang.] 2. De prioriteitsvolgorde als bedoeld in het eerste lid wordt op basis van scoretabel 1 bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">96[Toelichting: Instandhouding van monumenten is een van de hoofdactiviteiten van de POM's. Met het rijk is afgesproken om zorg te dragen voor de POM's vanwege hun bijzondere rol bij het behoud van monumenten. In deze regeling vertaalt zich dat door per POM aan maximaal twee aanvragen een punt in de scoretabel toe te kennen.Scoretabel 1 Onderdeel; Cijfer ; Het rijksmonument is eigendom van een POM (per POM kunnen maximaal twee aanvragen aanspraak maken op een punt. Indien de POM meer aanvragen indient, dient zij zelf een onderlinge prioritering aan te geven); 1; Voor het rijksmonument is in het kader van de Brim of de Sim subsidie ontvangen, danwel aangevraagd; 1; Voor het rijksmonument is een laagrentende lening via het Nationaal Restauratiefonds afgesloten; 1; Het rijksmonument maakt onderdeel uit van een herbestemmingsopgave; 1; De gevraagde subsidie bedraagt 70% van de subsidiabele kosten; 1; De gevraagde subsidie ligt tussen de 69 en 50% van de subsidiabele kosten; 2; De gevraagde subsidie ligt tussen de 49 en 30 % van de subsidiabele kosten; 3; De gevraagde subsidie ligt tussen de 29 en 1 % van de subsidiabele kosten; 4; Totaalscore is de optelsom van toegekende punten; ];</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Bij gelijke score bepaalt de hoogte van het eigen aandeel de rangorde, waarbij het hoogste eigen aandeel, percentueel ten opzichte van de totale subsidiabele kosten, voorrang krijgt.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42010\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.20.10</span><span class=\"lf-art-t\">Adviescommissie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvragen worden voorgelegd aan de provinciale Monumentencommissie, die advies uitbrengt en de aanvragen in een prioriteitsvolgorde plaatst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42011\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.20.11</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt de subsidie geweigerd indien de exploitatie van het rijksmonument voor een periode van ten minste vijf jaren niet aannemelijk kan worden gemaakt.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.21 Herbestemming cultureel erfgoed</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.21.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. cultureel erfgoed: Overijsselse gebouwen en bouwwerken die vanuit het verleden zijn overgebleven, die het waard zijn om behouden te blijven en die bijdragen aan de karakteristieke identiteit van het gebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">97[Toelichting: Te denken valt aan: industrieel erfgoed (fabrieken of fabriekscomplexen bestaande uit gebouwen, installaties en infrastructuur die van cultuurhistorische en architectonische waarde zijn), agrarisch erfgoed (boerenerven, bestaande uit gebouwen en beplanting, die van cultuurhistorische en landschappelijke waarde zijn, het gaat om vrijgekomen of vrijkomende agrarische bebouwing), religieus erfgoed, militair erfgoed etc.] b. herbestemming: geven van een nieuwe functie aan cultureel erfgoed of een belangrijk deel daarvan; c. transformatieplan: verkenning en beschrijving van de mogelijkheden van functieverandering in vrijkomend of vrijgekomen cultureel erfgoed, die bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit en een nieuwe toekomst en exploitatie kunnen bieden. Het transformatieplan wordt opgesteld aan de hand van de \"checklist transformatieplan cultureel erfgoed\".</p>\n<p class=\"lf-p\">98[Toelichting: Het transformatieplan wordt opgesteld aan de hand van de \"checklist transformatieplan cultureel erfgoed\". Deze is in te zien via de provinciale website www.overijssel.nl/erfgoed. De checklist bestaat uit een vijftal onderdelen:- inzicht in de financiële aspecten van een mogelijke herbestemming. Voordat gestart wordt met het opstellen van het transformatieplan, wordt eerst de financiële ruimte in beeld gebracht om zo de kaders waarbinnen een schetsontwerp wordt opgesteld scherp te krijgen. Dit om te voorkomen dat het eindresultaat een transformatieplan oplevert dat voor de betrokken partijen onbetaalbaar blijkt te zijn. In deze eerste stap wordt gekeken naar gemaakte en te maken kosten, mogelijke opbrengsten van de nieuwe bestemming en mogelijke financieringen voor herbestemming (is er eigen kapitaal, zijn er subsidies of fondsen beschikbaar, kan er, eventueel laagrentend, geleend worden etc);- hierna worden de bestaande situatie en de cultuurhistorische waarde van het gebouw en de directe omgeving in beeld gebracht;- het onderdeel ‘architectuurverkenning en verkenning van de mogelijkheden van functieverandering' is het creatieve deel van het transformatieplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kan zijn dat er nog geen duidelijk beeld bestaat over de toekomstige functie. Het ligt dan voor de hand diverse alternatieve functies te bestuderen. Is de toekomstige functie wel bekend dan beperkt de opgave zich tot de vraag of de beoogde functie op een zodanige wijze kan worden gerealiseerd, dat er sprake zal zijn van cultuurhistorische en ruimtelijke kwaliteit; - een goede inrichting van de omgeving van het erfgoed draagt ook bij aan de ruimtelijke kwaliteit. Een terreinontwerp is daarom een wezenlijk onderdeel van het transformatieplan; - tenslotte gaat het transformatieplan ook in op belangrijke uitvoeringsaspecten, bijvoorbeeld op planologisch en financieel gebied. De mate van detaillering van deze ontwerpopgaven uit het transformatieplan kan worden omschreven als schetsplan of schetsontwerp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tevens is een overzicht opgenomen van de processtappen die bij de opstelling van een transformatieplan moeten worden gezet. Voor het opstellen van een transformatieplan kan de aanvrager een professionele procesbegeleider , die aantoonbare ervaring heeft op dit gebied, inschakelen.]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.21.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten: a. het opstellen van een transformatieplan; b. het uitvoeren van een herbestemming op basis van een transformatieplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4213\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.21.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 4.21.2 sub a voldoet aan de volgende criteria: a. de activiteit heeft betrekking op een in cultuurhistorisch opzicht waardevol gebouw of bouwwerk; b. [vervallen]; c. ontwerpende partijen van het transformatieplan zijn professionals met relevante expertise.</div>\n<p class=\"lf-p\">99[Toelichting: Het transformatieplan dient te worden uitgevoerd door een ontwerper/architect en landschapsarchitect die beschikt over een gedegen ontwerpkwaliteit. Voor diverse onderdelen van het transformatieplan kan hij/zij de hulp inroepen van andere deskundigen, bijvoorbeeld een cultuurhistoricus, een financieel deskundige, een constructeur of een stedenbouwkundige.Voor het opstellen van een transformatieplan kan de aanvrager een professionele procesbegeleider die aantoonbare ervaring heeft op dit gebied, inschakelen. ] 2. Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 4.21.2 sub b voldoet aan de volgende criteria: a. de activiteit is gebaseerd op een transformatieplan als bedoeld in artikel 4.21.1 sub c en bevat alle in de \"Checklist transformatieplan cultureel erfgoed\" opgenomen onderdelen; b. de noodzakelijke vergunningen zijn verkregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">100[Toelichting: Voordat een aanvraag voor subsidie voor een project ter uitvoering van het transformatieplan wordt aangevraagd, dient uit vooroverleg met de desbetreffende gemeente te blijken dat er naar verwachting geen planologische bezwaren tegen het project zullen zijn. De noodzakelijke vergunningen moeten zijn verkregen. ] 3. Als de subsidie een steunmaatregel is dan moet het voldoen aan artikel 2 van de de-minimisverordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4214\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.21.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 4.21.2 sub a bedraagt 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 20.000 per transformatieplan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 4.21.2 sub b bedraagt 40% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 100.000 per transformatieplan.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4215\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.21.5</span><span class=\"lf-art-t\">Indieningstermijn</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.2.2 kan een subsidieaanvraag ingediend worden vanaf 1 maart 2013.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4216\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.21.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende stukken bij de aanvraag voor subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het aanvraagformulier ‘Herbestemming cultureel erfgoed'.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvrager overlegt in aanvulling op artikel 1.2.1 bij de aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 4.21.2 sub a tevens: a. kaarten en fotomateriaal van het betreffende erfgoed en het gebied waarin het is gelegen; b. een beknopte toelichting over de aanwezige cultuurhistorische waarden; c. documenten waaruit blijkt dat de desbetreffende gemeente instemt met het opstellen van het transformatieplan; d. informatie over opleiding en ervaring van de deskundigen die het transformatieplan zullen opstellen en begeleiden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De aanvrager overlegt in aanvulling op artikel 1.2.1 bij de aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 4.21.2 sub b tevens het opgestelde transformatieplan.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4217\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.21.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4219\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.21.9</span><span class=\"lf-art-t\">Adviescommissie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen de subsidieaanvraag om advies voorleggen aan de provinciale Monumentencommissie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42110\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.21.10</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt de subsidie als bedoeld in artikel 4.21.2 sub a geweigerd indien de te verlenen subsidie gestapeld wordt met een andere subsidie voor het opstellen van een transformatieplan of het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek ten behoeve van herbestemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.21.11</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.4.1 en 1.4.2 dient de subsidieontvanger: a. binnen drie maanden na subsidieverlening te zijn gestart met het opstellen van het transformatieplan; b. het transformatieplan binnen één jaar na de start te hebben afgerond.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.22 Renovatie buitenpodia</h3>\n<p class=\"lf-p\">[Ingetrokken]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.23 Product Markt Partner Combinaties (PMPC'S) Toerisme Overijssel</h3>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 4.23.1 Algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42311\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.23.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze subparagraaf en de subparagrafen 4.23.2 en 4.23.3 wordt verstaan onder: a. Product Markt Partner Combinatie (PMPC): arrangementen van combinaties van vrijetijdseconomische producten of diensten die door samenwerkende ondernemers of organisaties uit de regio uit, binnen of buiten de vrijetijdsector, ontwikkeld zijn voor, en afgestemd zijn op de wensen van, specifieke bezoekers of bewoners van de provincie Overijssel; b. toeristische A-merken: de A-merken WaterReijk, IJsseldelta, Vechtdal, Salland en Twente of de Hanzesteden zoals bedoeld in de nota Economisch beleid: De kracht van Overijssel 2012-2015; c. toeristische onderneming: een onderneming die valt onder de volgende bedrijfsgroepen van de standaardbedrijfsindeling 2008 versie 2012 van het Centraal Bureau voor de Statistiek: i. 55.1 Hotels e.d. ii. 55.2 Verhuur van vakantiehuisjes en appartementen; jeugdherbergen en vakantiekampen iii. 55.3 Kampeerterreinen iv. 55.9 Overige logiesverstrekking v. 91.02.1 Musea vi. 91.04 Dieren- en plantentuinen; natuurbehoud vii. 93.15 Watersport viii. 93.21 Pret- en themaparken; kermisattracties ix. 93.29.1 Jachthavens. d. onderneming: de natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, gericht op het maken van winst; e. organisatie: het geheel van productiefactoren, procedures en mensen die samenwerken om bepaalde doelstellingen te bereiken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42312\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.23.1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag voor subsidie op grond van de subparagrafen 4.23.2 en 4.23.3 moet voldoen aan de volgende criteria: a. de aanvrager is een toeristische onderneming of een organisatie werkzaam in ten minste één van de sectoren natuur, cultuur, sport of zorg; b. de PMPC versterkt jaarlijks ten minste twee keer de vrijetijdseconomische producten of diensten van één of meerdere toeristische A-merken; c. de PMPC bestaat uit ten minste twee samenwerkende ondernemingen of organisaties, waarvan ten minste één een toeristische onderneming is; d. als de subsidie een steunmaatregel is moet de subsidie voldoen aan artikel 2 van de de-minimisverordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42313\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.23.1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42314\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.23.1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Volgorde van behandeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.1.3 geldt dat indien op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt en er meer dan één aanvraag is ontvangen, Gedeputeerde Staten een aanvraag voor subsidie uit het WaterReijk of Noordoost Twente prioriteit geven op de eventuele overige aanvragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 4.23.2 Businesscase PMPC</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42321\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.23.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze subparagraaf wordt verstaan onder businesscase : een document met de informatie die benodigd is om een gemotiveerde beslissing te nemen over het wel of niet realiseren van een PMPC. Een businesscase bevat in ieder geval een beschrijving van de doelstellingen van een PMPC, een markt- en concurrentieanalyse, de benodigde investeringen, de consequenties van het al dan niet uitvoeren ervan, een analyse van de risico's, een kosten-batenanalyse en een verdienmodel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42322\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.23.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor het opstellen van een businesscase ten behoeve van een PMPC.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42323\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.23.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.23.1.2. moet een aanvraag voor subsidie voldoen aan de volgende criteria: a. de businesscase wordt opgesteld door een adviesbureau met relevante ervaring, aangetoond aan de hand van referenties; b. de projectperiode bedraagt maximaal 12 maanden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42324\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.23.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt 70% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 7.000,-- per businesscase.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42325\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.23.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Overeenkomstig artikel 1.1.5 vierde lid zijn uitsluitend kosten derden subsidiabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">101[Toelichting: In dit artikel is geregeld dat kosten derden subsidiabel zijn. Dit zijn de kosten die rechtstreeks aan de subsidiabele activiteit toe te rekenen zijn én die op factuur aantoonbaar aan derden verschuldigd zijn. Subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 1.1.5 eerste tot en met derde lid zijn niet subsidiabel. ]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42326\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.23.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Stukken bij de aanvraag voor subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het aanvraagformulier 'Product Markt Partner Combinaties (PMPC's) toerisme Overijssel- Businesscase';</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvrager overlegt in afwijking van artikel 1.1.2 tweede lid bij de aanvraag voor subsidie de volgende stukken: a. door de aanvrager en adviesbureau getekende offerte of een overeenkomst, waaruit de subsidiabele kosten en de projectperiode blijken; b. indien de aanvrager een onderneming is een de-minimisverklaring.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42327\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.23.2.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt de subsidie geweigerd als: a. de subsidiabele kosten minder dan € 2.500,-- bedragen; b. er subsidie is verstrekt op basis van paragraaf 5.9.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 4.23.3 Realisatie PMPC</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42331\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.23.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor de realisatie van een PMPC.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42332\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.23.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.23.1.2 moet een aanvraag voor subsidie voldoen aan de volgende criteria: a. de PMPC past ten minste binnen één van de voor toerisme genoemde thema's: Cultuurparels, Plezier varen, Puur genieten of Beleving Routestructuren; b. de totale subsidiabele kosten zijn ten minste € 25.000,--; c. de projectperiode bedraagt maximaal 27 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">102[Toelichting: De definitie van projectperiode is gegeven in artikel 1.1.1 sub k. ]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42333\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.23.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 200.000,-- per aanvrager.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42333a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.23.3.3a</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Indien sprake is van kosten als bedoeld in artikel 1.1.5 tweede lid, dan worden deze kosten aangemerkt als kosten derden zoals bedoeld in artikel 1.1.5 vierde lid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Ontwikkelkosten van boekingsmodules zijn alleen subsidiabel wanneer hiermee een bijdrage wordt geleverd aan de marketingstrategie van de toeristische A-merken of de toeristische thema's.</div>\n<p class=\"lf-p\">103[Toelichting: De toeristische A-merken zijn WaterReijk, IJsseldelta, Vechtdal, Salland, Twente en de Hanzesteden. De toeristische thema's zijn: puur genieten, plezier varen en cultuurparels. ]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42334\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.23.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvrager maakt bij de aanvraag voor subsidie gebruik van het aanvraagformulier ‘Product Markt Partner Combinaties (PMPC's) Toerisme Overijssel- Realisatie PMPC'.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvrager overlegt aanvullend op artikel 1.1.2 tweede lid de volgende stukken: a. een businesscase als bedoeld in artikel 4.23.2.1; b. indien de aanvrager een onderneming is een de-minimisverklaring.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42335\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.23.3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschot</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.3.3 tweede lid wordt bij de verlening van de subsidie een voorschot van maximaal 25% verstrekt. Op verzoek van de subsidieontvanger kan een tweede voorschot van 35% worden verstrekt, indien de subsidieontvanger kan aantonen dat ten minste 50% van de subsidiabele kosten gemaakt en betaald zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.24 Initiatieven van Onderop ‘Sociaal Kapitaal Overijssel'</h3>\n<p class=\"lf-p\">[Ingetrokken]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.25 Maatschappelijke initiatieven Overijssel 2014</h3>\n<p class=\"lf-p\">104[Toelichting: Gedeputeerde Staten hechten veel waarde aan maatschappelijke initiatieven in Overijssel, omdat deze de sociale verbanden versterken, maatschappelijke deelname vergroten en/of de eigen burgerkracht bevorderen. Gedeputeerde Staten ondersteunen maatschappelijke initiatieven die een algemeen belang dienen, die niet gericht zijn op persoonlijke belangen en die geen winstoogmerk hebben. Voorbeelden van maatschappelijke initiatieven zijn nieuwe ontmoetingsplekken, gezamenlijk inrichten en onderhouden van openbare ruimte en culturele activiteiten met een sociaal doel. Alle kosten die direct toe te rekenen zijn aan de activiteit zijn subsidiabel. Hierbij geldt dat de kosten van de activiteit ten minste € 1.000 moeten bedragen. De subsidie bedraagt minimaal € 1.000 en maximaal € 3.000. Een aanvrager kan maar 1 keer voor subsidie in aanmerking komen, maar mag wel verschillende maatschappelijke initiatieven in de aanvraag opnemen.]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4251\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. algemeen belang: datgene dat voor het welzijn van de samenleving in het algemeen nuttig, gewenst of nodig is; b. maatschappelijk initiatief: gezamenlijke activiteit van burgers die het algemeen belang dient, die onverplicht is of wordt gestart én die geen winstoogmerk heeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4252\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor een maatschappelijk initiatief in Overijssel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4253\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag voor een subsidie moet voldoen aan de volgende criteria: a. de aanvrager is een rechtspersoon die statutair of volgens het register van de Kamer van Koophandel gevestigd is in Overijssel;</p>\n<p class=\"lf-p\">105[Toelichting: Rechtspersonen zoals plaatselijke belangen kunnen ook aanvragen indienen voor verschillende maatschappelijke initiatieven in hun netwerk. Zij zijn dan wel verantwoordelijk voor het naleven van de subsidievoorschriften.] b. de activiteit vindt plaats in Overijssel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4254\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt per aanvrager minimaal € 1.000 en maximaal € 3.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">106[Toelichting: De subsidie per aanvrager bedraagt maximaal € 3.000 ongeacht het aantal initiatieven. Een aanvrager kan maar één keer een subsidie ontvangen op grond van deze paragraaf (zie artikel 4.25.11 sub d).]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4255\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De kosten die direct aan de subsidiabele activiteit toe te rekenen zijn, worden aangemerkt als subsidiabele kosten. Artikel 1.1.5 en artikel 1.1.6 zijn niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4256\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen voor 2014 een subsidieplafond vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">107[Toelichting: Het subsidieplafond wordt, gelijktijdig met de publicatie van deze subsidieparagraaf, via een publicatie in het provinciaal blad bekend gemaakt.]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4257\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende stukken bij de aanvraag voor subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager maakt gebruik van het aanvraagformulier Maatschappelijke Initiatieven Overijssel 2014.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4258\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25.8</span><span class=\"lf-art-t\">Stukken bij de aanvraag voor subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.2.1 tweede lid sub c hoeft de aanvrager geen projectplan en geen dekkingsplan van de kosten van de activiteiten te overleggen. De aanvrager moet wel een begroting van de subsidiabele activiteit indienen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4259\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25.9</span><span class=\"lf-art-t\">Indieningstermijn</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.2.2 kan een aanvraag voor subsidie ingediend worden vanaf 2 juni 2014.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42510\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25.10</span><span class=\"lf-art-t\">Volgorde van behandeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt in afwijking op artikel 1.1.3, de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25.11</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten weigeren, in aanvulling op artikel 1.3.1, de subsidie indien: a. de activiteit een buurtfeest betreft. Een buurtfeest is een evenement dat georganiseerd wordt door of namens de bewoners van een bepaalde straat, buurt of wijk voor uitsluitend de bewoners uit die straat, buurt of wijk;</p>\n<p class=\"lf-p\">108[Toelichting: Voorbeeld van een buurtfeest is een buurtbarbecue.] b. de activiteit gericht is op een persoonlijk belang; c. naar het oordeel van Gedeputeerde Staten de activiteit het algemeen belang niet dient; d. de aanvrager al subsidie heeft ontvangen op basis van deze paragraaf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42512\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25.12</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is, in aanvulling op artikel 1.4.1 en artikel 1.4.2 verplicht: a. de activiteit te publiceren op de website www.jijenoverijssel.nl; b. de activiteit uiterlijk op 31 december 2015 te hebben gerealiseerd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 5 Bijzondere bepalingen Wonen en leefomgeving</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.1 Effectuering Ruimtelijk Beleid</h3>\n<p class=\"lf-p\">109[Toelichting: Gedeputeerde staten kunnen subsidie verstrekken voor projecten die bijdragen aan de hoofdpunten van het provinciaal ruimtelijk beleid zoals dit is vastgelegd in de Omgevingsvisie Overijssel. Het provinciaal belang bij het project is maatgevend voor het al dan niet verstrekken van een subsidie. Subsidie kan worden verleend ten behoeve van de kosten van uitbesteding van voorbereidend onderzoek, visievorming en/of planontwikkeling met betrekking tot concrete ruimtelijke projecten of ruimtelijke voorzieningen. Uitvoering van het project is niet subsidiabel. Daarom zijn de kosten voor bouw- en sloop, evenals investeringen, exploitatiekosten en overhead niet subsidiabel.]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder Omgevingsvisie: de op 1 juli 2009 door Provinciale Staten vastgestelde visie en het uitvoeringsprogramma voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel, inclusief de actualisatie door Provinciale Staten vastgesteld op 3 juli 2013.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-512\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor onderzoek, visie- en planontwikkeling van ruimtelijke projecten die van provinciaal belang zijn op het gebied van ruimtelijke ordening en wonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-513\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende criteria: a. de aanvrager is een Overijsselse gemeente, een Overijssels gemeentelijk samenwerkingsverband, of een Overijssels rechtspersoon die zich krachtens zijn statuten inzet voor de bevordering van de ruimtelijke ordening in Overijssel.</p>\n<p class=\"lf-p\">110[Toelichting: Dit betekent dat particulieren geen aanvraag in kunnen dienen.] b. het ruimtelijk project past binnen de centrale beleidsambities en onderwerpen van provinciaal belang zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie Overijssel; c. het ruimtelijk project heeft een regionale schaal, uitstraling of werking of vervult een voorbeeldwerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">111[Toelichting: Regionaal betekent dat de resultaten van het ruimtelijk project neerslaan in ten minste twee Overijsselse gemeenten.] d. als de subsidie een steunmaatregel is dan moet het voldoen aan artikel 2 van de de-minimisverordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-514\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-515\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Uitsluitend kosten derden als bedoeld in artikel 1.1.5 vierde lid zijn subsidiabel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van artikel 1.1.6 sub c zijn kosten die gemaakt zijn voordat de aanvraag is ontvangen wel subsidiabel.</div>\n<p class=\"lf-p\">112[Toelichting: De start van het project kan eerder hebben plaatsgevonden dan de subsidieaanvraag. Dit betekent dat de kosten tussen de start van het project en de daadwerkelijke indiening van de subsidieaanvraag wel subsidiabel zijn.]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-516\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.6</span><span class=\"lf-art-t\">Niet subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend op artikel 1.1.6 zijn de volgende kosten niet subsidiabel: a. kosten voor bouw- en sloop; b. kosten voor investeringen; c. exploitatiekosten; d. overheadkosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-517\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.2 Samen bouwen aan de toekomst van Overijssel</h3>\n<p class=\"lf-p\">113[Toelichting: Ter uitwerking van de Provinciale Omgevingsvisie 2010-2019 hebben Gedeputeerde Staten en Burgemeester en Wethouders van de Overijsselse gemeenten prestatieafspraken gemaakt over een breed pakket van onderwerpen op het gebied van bouwen en wonen. De prestatieafspraken zijn in samenwerking met gemeenten opgesteld en zijn in de eerste helft van 2010 ondertekend. Gedeputeerde Staten en de Burgemeester en Wethouders hebben afspraken gemaakt over de volgende beleidsthema's:1Ruimtelijke kwaliteit: stimulansen voor ruimtelijke kwaliteit (cultureel erfgoed, stedenbouwkundige en architectonische ontwerpen, overgang stad en platteland en verruiming van de openbare ruimte), 2Energie &amp; duurzaamheid (energiebesparing bij de sociale sector, stimuleringsregeling particuliere sector, loket voor begeleiding particulieren, pilotprojecten), 3Woningbouwprogramma (minimaal en maximaal aantal woningen, maximale bestemmingsplancapaciteit), 4Binnenstedelijke vernieuwing (percentage binnenstedelijk en uitleg, herstructurering, bodem, geluid), 5Wonen, zorg en welzijn (realisatie van woonservicegebieden en huisvesting bijzondere doelgroepen), 6Geluid, 7Bodem en 8Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO).</p>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wordt uitvoering gegeven aan de afspraken die gemaakt zijn op het gebied van:1binnenstedelijke vernieuwing, 2wonen, zorg en welzijn, 3geluid. Voor de prestatieafspraken onderdeel Energie &amp; duurzaamheid is paragraaf 8.2 Energiebesparingsfonds woningen Overijssel, van toepassing.] Subparagraaf 5.2.1 Algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder prestatieovereenkomst: prestatieafspraken Wonen 2010-2015, waarin Gedeputeerde Staten en Burgemeester en Wethouders van een gemeente in de provincie Overijssel afspraken hebben gemaakt met betrekking tot de beleidsthema's; ruimtelijke kwaliteit, energie &amp; duurzaamheid, binnenstedelijke vernieuwing, wonen zorg en welzijn, geluid, bodem en Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen over aanvraag van gemeenten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een ondertekende prestatieovereenkomst geldt als aanvraag voor een subsidie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De indieningstermijn uit artikel 1.2.2 is niet van toepassing indien de aanvraag bij ondertekende prestatieovereenkomst wordt ingediend.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5213\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Jaarlijkse voortgangsrapportage</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente overlegt jaarlijks vóór 1 mei een schriftelijke voortgangsrapportage met betrekking tot de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten, aan de hand van de verplichte rapportage indicatoren zoals genoemd in bijlage 1 van de prestatieovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval van subsidieverlening ex artikel 5.2.2.3 doet de gemeente hierbij tenminste een opgave van het aantal gereed gemelde woningen bij het Centraal bureau voor de Statistiek (CBS).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5214\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond voor de subparagrafen vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 5.2.2 Binnenstedelijk vernieuwing</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5221\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze subparagraaf wordt verstaan onder: a. feitelijk bebouwd gebied: een gebied dat per 1 januari 2010 in de provincie Overijssel geheel is omsloten door binnenstedelijke bebouwing(sranden); b. transformatie: aanpassen- of vervangen van bestaande bebouwing met/door een andere functie dan een woonfunctie naar een woonfunctie; c. ISV I: Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing I, periode 2000 t/m 2004; d. ISV II: Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing II, periode 2005 t/m 2009; e. Bouwimpuls: de subsidieregeling Bouwimpuls Overijssel vastgesteld bij besluit van Gedeputeerde Staten van 1 november 2006, kenmerk RWB/2005/3061 en ingetrokken bij besluit van Gedeputeerde Staten van 15 december 2009, kenmerk 2009/0123586; f. Tijdelijke stimuleringsregeling woningbouw: subsidieregeling Tijdelijke stimuleringsregeling woningbouwprojecten vastgesteld bij besluit van Gedeputeerde Staten van 22 september 2009, kenmerk 2009/0123586; g. woning: een binnen feitelijk bebouwd gebied tot bewoning bestemd gebouw dat, vanuit bouwtechnisch oogpunt gezien, is bestemd voor permanente bewoning door één particulier huishouden; h. Primos: Prognose-, Informatie- en Monitoringssysteem 2007, bevolkingsprognose opgesteld door ABF research in opdracht van het ministerie van VROM.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5222\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor het realiseren van woningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5223\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">114[Toelichting: De gemeente kan subsidie ontvangen voor de realisatie van binnenstedelijke nieuwbouwwoningen. Binnenstedelijk betekent dat de woningen worden gerealiseerd op locaties binnen de contouren van feitelijk bebouwd gebied per 1 januari 2010. Locaties aan de rand van de kern, Vinex-locaties en uitleggebieden vallen hier niet onder. Vinex locaties zijn locaties die zijn aangewezen om op korte termijn een groot aantal woningen te realiseren (Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra). Deze locaties bevinden zich buiten de bestaande bebouwde omgeving. Uitleggebieden zijn gebieden waar de functie verandert in een woon- en/of werkfunctie en daarmee een nieuw stuk stad of dorp wordt ontwikkeld buiten diens bestaande bebouwingscontouren. Meestal heeft het gebied vóór de ontwikkeling een agrarische- of een natuur bestemming. Niet subsidiabel zijn woningen die gerealiseerd worden als onderdeel van een project waarvoor Gedeputeerde Staten een subsidie hebben verstrekt in het kader van ISV I of II, de Bouwimpuls en/of de Tijdelijke stimuleringsregeling woningbouw. ] Een aanvraag voor subsidie voor het realiseren van woningen voldoet aan de volgende criteria: a. de woningen worden gerealiseerd binnen feitelijk bebouwd gebied; b. voor de woning is geen subsidie verleend op grond van ISV I, ISV II de Bouwimpuls of Tijdelijke stimuleringsregeling woningbouw.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5224\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">115[Toelichting: Gedeputeerde Staten verstrekken een subsidie van maximaal € 5.000,-- per gerealiseerde en gereed gemelde woning. De gemeente moet de woningen gereed moet melden vóór 31 december 2014.De subsidie voor de activiteit zoals genoemd in artikel 5.2.2.2 bedraagt maximaal € 5.000,-- per bij het CBS gereed gemelde woning. ] De subsidie bedraagt € 5.000,-- per gerealiseerde en per bij het CBS gereed gemelde woning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5225\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschotverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">116[Toelichting: Voorschot bij verlening bedraagt 20% van de verleende subsidie. Dit wordt als volgt berekend: In de prestatieafspraken staat vermeld wat het aantal binnenstedelijk te realiseren woningen zijn. Stel dat dit 200 woningen zijn, dan bedraagt de subsidie 200 x €5.000,-- = € 1000.000,--. Het eerste voorschot is dan 20% van € 1.000.000,-- is € 200.000,--. Jaarlijks dient de gemeente voor 31 december een voortgangsrapportage in, waarin de gemeente onder andere rapporteert over het aantal gereed gemelde woningen bij het CBS. Naar aanleiding van deze opgave kunnen Gedeputeerde Staten een aanvullend voorschot verstrekken. Stel dat uit de voortgangsrapportage over 2010 blijkt dat de gemeente 20 woningen heeft gereed gemeld in 2010, dan bedraagt het tweede voorschot 20 x 5.000,-- is € 100.000,--. ] 1. In afwijking van artikel 1.3.3 derde lid verstrekken Gedeputeerde Staten de aanvrager in het jaar 2010 een voorschot van 20% van de verleende subsidie.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Jaarlijks ontvangt de gemeente, nadat de voortgangsrapportage als bedoeld in artikel 5.2.1.3 is ontvangen, een aanvullend voorschot. Het aanvullend voorschot is gelijk aan de gereed gemelde woningen in het jaar waarover wordt gerapporteerd, maal € 5.000,--.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het totaal van het eerste voorschot ex artikel 5.2.2.5 eerste lid en de aanvullende voorschotten ex artikel 5.2.2.5 tweede lid bedraagt maximaal het verleende subsidiebedrag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het aanvullend voorschot wordt uitbetaald binnen dertien weken nadat de jaarlijkse voortgangsrapportage is ontvangen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5226\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van de subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en 1.4.2 heeft de gemeente de woningen gereed gemeld bij het CBS vóór 31 december 2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 5.2.3 Wonen, zorg en welzijn</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5231\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze subparagraaf wordt verstaan onder: a. realisatiekosten: kosten die worden gemaakt voor de uitvoering van de projecten van het uitvoeringsplan; b. uitvoeringsplan: een door de gemeente vastgesteld projectplan met projecten ten behoeve van de realisatie van de ambitie met betrekking tot een woonservicegebied, zoals vermeld in paragraaf ‘wonen zorg en welzijn' van de prestatieovereenkomst; c. beleidsvisie: een door de gemeente vastgesteld document waarin de gemeente een definitie formuleert van een woonservicegebied en formuleert op welke wijze de woonservicegebieden vorm zullen worden gegeven; d. woonservicegebied: een door de gemeente in haar beleidsvisie over wonen en zorg vastgestelde definitie voor een gebied, waarin optimale condities worden geschapen langer zelfstandig wonen mogelijk maken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5232\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor: a. het opstellen van een visie, inclusief definitie woonservicegebied en een uitvoeringsplan; b. de realisatiekosten van de uitvoering van de projecten van het uitvoeringsplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5233\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag voor de realisatiekosten van de uitvoering van projecten in het uitvoeringsplan moet voldoen aan de volgende criteria: a. de gemeente heeft een beleidsvisie en een uitvoeringsplan vastgesteld door Burgemeester &amp; Wethouders; b. het uitvoeringsplan bevat een planning met een opleverdatum vóór 31 december 2014.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5234\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">117[Toelichting: De subsidie voor de activiteit zoals genoemd in artikel 5.2.3.2 is bepaald aan de hand van de verdeelsleutel op basis van het percentage 65 plussers binnen de gemeente op 1 januari 2015 conform PRIMOS 2007. ] De subsidie bedraagt maximaal het bedrag dat genoemd is in de prestatieovereenkomst, onder paragraaf Wonen, zorg en welzijn, voor het opstellen van de visie, inclusief definitie woonservicegebied en de realisatie van de projecten uit het uitvoeringsplan tezamen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5235\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschotverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">118[Toelichting: Voorschot bij verlening bedraagt 10% van de verleende subsidie. Dit wordt als volgt berekend: In de prestatieafspraken staat vermeld wat het maximale subsidie voor het onderdeel ‘Wonen, zorg en welzijn bedraagt. Stel dat dit € 100.000,-- is, dan bedraagt het eerste voorschot bij subsidieverlening € 10.000,--, te gebruiken voor het opstellen van het uitvoeringsplan. Het aanvullende voorschot wordt bepaald aan de behaalde resultaten blijkend uit de jaarlijkse voortgangsrapportage. Gedeputeerde Staten bepalen zelf wat het aanvullende voorschot zal zijn. ] 1. In afwijking van artikel 1.3.3 derde lid verstrekken Gedeputeerde Staten de aanvrager in het jaar 2010 een voorschot van 10% van de verleende subsidie.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Jaarlijks ontvangt de gemeente, op basis van de voortgangsrapportage als bedoelt in artikel 5.2.1.3, een aanvullend voorschot te bepalen door Gedeputeerde Staten. Het totaal van het eerste voorschot en de aanvullende voorschotten bedraagt maximaal het verleende subsidiebedrag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het aanvullende voorschot wordt uitbetaald binnen dertien weken nadat de jaarlijkse voortgangsrapportage is ontvangen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5236\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende stukken bij aanvraag tot subsidieverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">119[Toelichting: De gemeente moet de prestatieafspraken aanvullen met een beleidvisie en uitvoeringsplan ten aanzien van realisatie van woonservicegebieden. Naar aanleiding van dit uitvoeringsplan kunnen Gedeputeerde Staten een subsidie verstrekken aan realisatiekosten van het uitvoeringsplan, die het langer zelfstandig wonen mogelijk maken in enigerlei vorm van een woonservicegebied. Een woonservicegebied biedt allerlei voorzieningen en of aanpasbare woningen die geschikt zijn voor zorgbehoevenden bijvoorbeeld: levensloopbestendige of 0-trede woningen. Het budget mag voor maximaal 10% worden ingezet voor het opstellen van de visie en het uitvoeringsplan. Van de overige 90 % mag de subsidie voor maximaal 25% worden ingezet voor het nemen van sociale maatregelen. Het resterende budget dient te worden ingezet voor fysieke maatregelen. Gedeputeerde Staten hebben een format opgesteld dat per project ingevuld dient te worden en als bijlage met het uitvoeringsplan wonen en zorg meegestuurd dient te worden. Dit kan gedownload worden van de website van de provincie Overijssel: www.overijssel.nl/subsidie. ] De aanvrager overlegt in aanvulling op artikel 5.2.1.2 een beleidvisie en een uitvoeringsplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5237\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.3.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van de subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en 1.4.2 dient het uitvoeringsplan gerealiseerd te zijn vóór 31 december 2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 5.2.4 Geluid [Ingetrokken] Subparagraaf 5.2.5 Bodem [Ingetrokken] Subparagraaf 5.2.6 Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5261\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO): een groep particulieren, georganiseerd in een vereniging of stichting, die in eigen met beheer, met zelfgekozen partners, zonder winstoogmerk voor eigen gebruik, een (woning-) bouwproject ontwikkelt en realiseert; b. externe begeleiding: een externe onafhankelijke adviseur die slechts een faciliterende rol heeft in het woningbouwproject.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5262\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken aan: a. een groep particulieren voor het inhuren van externe begeleiding of een architect, ter voorbereiding van een eigen woningbouwproject; b. een Overijsselse gemeente voor het inhuren van externe deskundigheid dat leidt tot vergroting van interne deskundigheid of voor het stimuleren van concrete activiteiten zoals genoemd in sub a.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5263\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 5.2.6.2. sub a moet voldoen aan de volgende criteria: a. de groep particulieren is aantoonbaar georganiseerd in een vereniging of stichting; b. het woningbouwproject van de groep particulieren bestaat uit minimaal 3 woningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5264\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5265\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie voor de activiteit zoals genoemd in artikel 5.2.6.2. sub a bedraagt maximaal € 2.500,-- per woning tot maximaal € 25.000,-- per project.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie voor de activiteit zoals genoemd in artikel 5.2.6.2. sub b bedraagt maximaal 50% van de kosten tot maximaal € 10.000,--.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5266\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Overeenkomstig artikel 1.1.5 vierde lid zijn uitsluitend kosten de volgende kosten derden subsidiabel: inhuur externe begeleiding; inhuur architect; inhuur externe deskundigheid indien de aanvrager een gemeente is.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van artikel 1.1.6 sub c zijn de voorbereidingskosten subsidiabel, indien op het moment van de aanvraag voor de subsidie de feitelijke bouw van het CPO project waarvoor subsidie wordt aangevraagd nog niet is gestart.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5267\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.6.7</span><span class=\"lf-art-t\">Vaststelling van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.5.2. wordt een subsidie van € 25.000,-- direct vastgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5268\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.6.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende stukken bij aanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het aanvraagformulier ‘CPO'.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In aanvulling op artikel 1.2.1 overlegt de aanvrager bij de aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 5.2.6.2 sub a tevens: een oprichtingsakte van de vereniging of stichting; een verklaring van de vereniging of stichting getekend door alle afzonderlijke particulieren die zich verbonden hebben aan het project; een opdrachtverlening welke aansluit bij de begrote kosten in het aanvraagformulier.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5269\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.6.9</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt de subsidie geweigerd indien de aanvrager voor de activiteit al subsidie heeft ontvangen op basis van deze paragraaf.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.3 Ruimtelijke kwaliteit</h3>\n<p class=\"lf-p\">[Ingetrokken]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.4 Ontwikkelen van woonzorgzones (pMJP 4.1.2)</h3>\n<p class=\"lf-p\">[Ingetrokken]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.5. Kulturhusen</h3>\n<p class=\"lf-p\">120[Toelichting: De kern van deze regeling is het geven van een impuls aan de vitaliteit en leefbaarheid in (kleine) kernen door het investeren in basisvoorzieningen. We spreken van een impuls indien door de investering nieuwe activiteiten of voorzieningen kunnen worden toegevoegd en/of nieuwe doelgroepen gebruik kunnen maken van de voorzieningen.Deze subsidieregeling is vraaggericht opgesteld en geeft geen voorwaarden aan ten aanzien van de spreiding van voorzieningen over de gemeenten of provincie. Dit houdt in, dat in één gemeente meerdere kulturhusen gesubsidieerd kunnen worden.]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-551\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. kulturhus: een openbaar toegankelijke voorziening, waarin diensten worden aangeboden op minimaal drie van de gebieden van welzijn, sport, cultuur, educatie, zorg, maatschappelijke dienstverlening en commerciële dienstverlening; b. haalbaarheidsonderzoek: een onderzoek naar de financiële en inhoudelijke haalbaarheid van de bouw, verbouw en exploitatie van een kulturhus; c. pMJP: het provinciale meerjarenprogramma voor het landelijk gebied zoals bedoeld in artikel 4 van de Wet Inrichting Landelijk Gebied; d. gebiedsprogramma: jaarlijks voortschrijdend meerjarenprogramma voor de periode 2007 tot en met 2013 tot uitvoering van het pMJP in een gebied. Het programma wordt vastgesteld door Gedeputeerde Staten in overleg met gemeenten en waterschappen in een gebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-552\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">121[Toelichting: Een Kulturhus hoeft niet perse te bestaan uit één gebouw, maar kan ook bestaan uit meerdere gebouwen, een openluchtlokatie of een combinatie daarvan. Het concept kulturhus dient dan tot uitdrukking te komen door de gezamenlijke programmering en gezamenlijk beheer, waarbij onverminderd de criteria uit artikel 5.5.3 van kracht blijft. Sectorale basisvoorzieningen, zoals bijvoorbeeld de renovatie of aanpassing van peuterspeelzalen of een verenigingsgebouw van een tennisvereniging komen op basis van deze definitie niet voor subsidiëring in aanmerking. Reguliere onderhouds- en exploitatiekosten, waaronder (aanvullende) maatregelen die op basis van wettelijke bepalingen moeten worden genomen, komen nadrukkelijk niet voor subsidie in aanmerking. Kulturhusen waarin in het verleden reeds een bijdrage is verstrekt door de provincie Overijssel ten behoeve van de bouw of verbouw, komen niet nogmaals in aanmerking voor een subsidie. ] Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor: a. een haalbaarheidsonderzoek; b. de bouw of verbouw van een kulturhus; c. experimenten die bijdragen aan kennis en ervaring voor het ontwikkelen van toekomstbestendige kulturhusen; d. het leveren van een extra impuls aan de gezamenlijke programmering of het gezamenlijke beheer van een kulturhus.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-553\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een aanvraag voor een subsidie voor een haalbaarheidonderzoek als bedoeld in artikel 5.5.2 sub a voldoet aan de volgende criteria: de aanvrager is een Overijsselse gemeente; er is aantoonbaar voorzien in cofinanciering, in ieder geval door de aanvragende gemeente; het haalbaarheidsonderzoek moet inzicht geven in de volgende aspecten: de financiële haalbaarheid van de bouw/verbouw; de exploitatie van het kulturhus in de eerste 5 jaren na realisatie van de bouw of verbouw; mate van burgerparticipatie en draagvlak onder de lokale bevolking in de voorbereidende fase, opstartfase en exploitatiefase; afstemming tussen behoeften van de lokale bevolking op (middel)lange termijn en aanbod van het te verbouwen of op te richten kulturhus; indien er sprake is van verbouwing van een bestaande voorziening wordt aangetoond dat er substantieel nieuwe activiteiten worden ontplooid of dat nieuwe doelgroepen worden bereikt of dat, zonder deze impuls, voorzieningen uit de kern dreigen te verdwijnen. de aanvraag voldoet aan de bepalingen genoemd in paragraaf 9.1.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een aanvraag voor een subsidie voor de bouw en verbouw van een kulturhus als bedoeld in artikel 5.5.2 sub b voldoet aan de volgende criteria: de aanvraag voldoet aan de bepalingen genoemd in paragraaf 9.1; de aanvrager is een Overijsselse gemeente; het kulturhus ligt in een kern, niet zijnde de stadskern van Zwolle, Deventer, Enschede, Hengelo en Almelo; er is aantoonbaar voorzien in cofinanciering, tenminste door de aanvragende gemeente; er is een haalbaarheidsonderzoek bijgevoegd als bedoeld in artikel 5.5.2 sub a en deze is op alle genoemde punten positief;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Een aanvraag voor experimenten als bedoeld in artikel 5.5.2 sub c voldoet aan de volgende criteria: de aanvrager is een rechtspersoon; het project is innovatief; de resultaten van het project zijn overdraagbaar aan andere kulturhusen. In het projectplan wordt aangegeven hoe de projectuitvoerder actief zal bijdragen aan deze overdracht; bij experimenten met commerciële partijen dient het project aantoonbaar een bijdrage te leveren aan de duurzame exploitatie van kulturhusen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Een aanvraag voor gezamenlijk beheer of gezamenlijke programmering als bedoeld in artikel 5.5.2. sub d voldoet aan de volgende criteria:</div>\n<p class=\"lf-p\">122[Toelichting: Het ontwikkelen van gezamenlijk beheer of gezamenlijke programmering kan bijvoorbeeld worden aangetoond door het oprichten van een Stichtingsbestuur met statuten, het vrijmaken van medewerkers voor het opzetten en ontwikkelen van een gezamenlijk beheer of gezamenlijke programmering, een gezamenlijke (meerjarige) begroting, enz. Het indienen van een gezamenlijk activiteitenplan alleen is niet voldoende. Wij adviseren tijdens het haalbaarheidsonderzoek specifiek aandacht te besteden aan de mogelijkheden voor het ontwikkelen van een gezamenlijk beheer en/of gezamenlijke programmering.] de aanvrager is een rechtspersoon; de activiteiten dragen aantoonbaar bij aan het ontwikkelen van gezamenlijk beheer en/of gezamenlijke programmering van het betrokken kulturhus; er is in het verleden geen provinciale subsidie van 500.000 gulden ontvangen voor het betreffende kulturhus.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-554\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 5.5.2 sub a en d, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met als maximum subsidiebedrag € 25.000,--.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 5.5.2. sub b, bedraagt driemaal de gemeentelijke bijdrage, tot maximaal 50% van de subsidiabel kosten met als maximale subsidie € 100.000,--.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 5.5.2. sub c, bedraagt maximaal € 40.000,--.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-555\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor subsidie als bedoeld in artikel 5.5.2 sub a geldt dat: in aanvulling op artikel 1.1.5 eerste lid alleen de directe loonkosten inclusief sociale lasten, maar exclusief overhead, subsidiabel zijn. in afwijking van artikel 1.1.6 sub a eigen apparaatskosten subsidiabel zijn indien de gemeente zelf het haalbaarheidsonderzoek uitvoert. De gemeente toont dan expliciet aan dat deze uren specifiek gemaakt zijn ten behoeve van de pMJP-prestatie en anders niet zouden zijn gemaakt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Voor subsidie als bedoeld in artikel 5.5.2 sub b geldt: in afwijking van artikel 1.1.5 dat de investeringskosten in bouw of verbouw van het kulturhus en met de bouw of verbouw samenhangende aard- en nagelvaste inventaris, en onkosten(vergoedingen) die gemaakt worden door of voor vrijwilligers subsidiabel zijn. in aanvulling op artikel 1.1.6 zelfwerkzaamheid bij de (ver)bouw niet subsidiabel is.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-556\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.6 Dorpsplanplus (DOP+)</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-561\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onder een dorpsplanplus wordt verstaan een dorpsagenda met een uitvoeringsplan. In de agenda staan de wensen en behoeften voor de komende jaren. Het uitvoeringsplan is een lijst van uitvoeringsgerede projecten die voortkomen uit de agenda.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-562\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">123[Toelichting: Daar waar de gemeente verantwoordelijk is voor het lokale beleid ten aanzien van welzijn en leefbaarheid, kan de provincie meerwaarde leveren door de verknoping van het lokale met het regionale/provinciale beleid en de bevordering van een integrale aanpak van maatschappelijke knelpunten. Hiertoe is in samenwerking met de provinciale steuninstellingen de DOP+-regeling ontwikkeld om op basis van burgerparticipatie knelpunten en kansen aan te pakken. ] Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor het maken van een integraal dorpsplan via de DOP+-regeling, waarin samenhangende knelpunten of kansen binnen een dorpskern worden aangepakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-563\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">124[Toelichting: Conform de bestuurlijke afspraken is het provinciebeleid complementair aan het gemeentelijke beleid. Dit impliceert dat de provincie slechts dan financiert wanneer de gemeente achter het DOP+ staat. Gezien de verantwoordelijkheid en taken van de gemeente heeft een DOP+ ook alleen zin wanneer de gemeente bereid is een bijdrage te leveren. ] Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende criteria: a. Aanvrager is een Overijsselse gemeente. b. Het dorpsplan heeft betrekking op een kern tussen 500 en 4.000 inwoners.</p>\n<p class=\"lf-p\">125[Toelichting: De integrale dorpsplannen hebben het doel om de lokale dynamiek te behouden en te versterken. Daarbij is het van belang dat gekeken wordt naar de haalbaarheid van de te ontwikkelen visie en uitvoeringsprogramma. Om te voorkomen dat het proces te complex wordt en het schaalniveau zich niet leent voor toepassing van de dop+ systematiek, wordt vooralsnog vastgehouden aan de norm van min. 500 en max. 4.000 inwoners.] c. Met behulp van de hiertoe ontwikkelde Toolkit wordt de bevolking uitgedaagd en gestimuleerd een bijdrage te leveren aan het dorpsplan en de uitvoering.</p>\n<p class=\"lf-p\">126[Toelichting: De Toolkit is een verzameling van beproefde methodieken, die door de Overijsselse steuninstellingen is ontwikkeld en waarmee een grote mate van burgerparticipatie wordt gewaarborgd. Indien geen gebruik gemaakt wordt van één van deze methoden dient aannemelijk gemaakt te worden dat eenzelfde mate van burgerparticipatie met de wel gebruikte methode is bereikt.] d. Het resultaat van de DOP+ is een korte ontwikkelingsvisie met een uitvoeringsprogramma (UP). Toelichting: Het UP bestaat uit een aantal uitvoeringsgerede projecten. Dat wil zeggen dat het projectvoorstel is voorzien van een probleemeigenaar (trekker), financieringsplan, plan van aanpak en tijdpad. Tevens dienen de projecten obstakelvrij te zijn of op korte termijn te kunnen worden gemaakt. e. De dop+-systematiek betreft een integrale aanpak, waarbij de sociale, economische en fysieke pijlers in kaart zijn gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">127[Toelichting: De provinciale meerwaarde vertaalt zich in het integraal benaderen van de meervoudige problematiek. Dit betekent dat de aanpak zich richt op knelpunten en kansen op zowel fysiek, economisch, sociaal als cultureel vlak.] f. Er wordt specifieke expertise ingezet voor het aanpakken van knelpunten en kansen uit elk van de drie pijlers.</p>\n<p class=\"lf-p\">128[Toelichting: Bewoners bepalen in onderling overleg welke knelpunten er binnen hun dorpsgemeenschap liggen. Tevens geven zij aan in welke richting zij naar oplossingen willen zoeken. Ingehuurde expertise vanuit diverse disciplines levert de bouwstenen en mogelijkheden om hen hierbij in staat te stellen daadwerkelijk keuzes te kunnen maken. Als de gemeente eigen uren opvoert, zal expliciet moeten worden aangetoond dat deze uren specifiek zijn gemaakt tbv de pMJP-prestatie (en anders niet zouden zijn gemaakt). Werkzaamheden die ook het algemeen belang dienen of als regulier/gangbaar kunnen worden aangemerkt, zijn niet subsidiabel. Alleen de directe kosten (loon/salaris incl. sociale lasten, maar excl. overhead) kunnen als subsidiabele kosten worden aangemerkt. Wij merken voor de volledigheid op dat gemeenten, indien zij zelf het dop+ traject uitvoeren, onverminderd moeten voldoen aan artikel 8.116 lid 3.] g. Gedurende vier jaar of tot de uitvoering van het UP is afgerond wordt er een aantoonbare inspanning geleverd om het UP uit te voeren. De gemeente dient binnen een jaar na oplevering van het DOP+ een tussenrapportage in over de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van het DOP+.</p>\n<p class=\"lf-p\">129[Toelichting: De DOP+-visie behelst het uitgangspunt dat de provincie middelen beschikbaar stelt (maximaal 2/3 tot een maximum van € 35.000,--. De subsidie is bedoeld voor planvorming, voor aanjagen van de uitvoering (bij voorkeur door een externe projectleider.. Vaak blijven plannen liggen omdat er niet direct een probleemeigenaar voorhanden is. De projectleider spreekt partijen aan om er voor te zorgen dat projecten doorgang (blijven) vinden.]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-564\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt maximaal 67% van de subsidiabel kosten tot een maximum subsidiebedrag van € 35.000,-- per integraal dorpsplan en wordt besteed aan het bij artikel 5.6.3, onder sub f en sub g, bedoelde inzet van expertise en het nazorgtraject.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-565\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.7 Herstructurering van bedrijventerreinen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-571\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. Bedrijventerrein: een terrein van minimaal één hectare, dat in gebruik is door twee of meer bedrijven uit de sectoren industrie, nijverheid en/of commerciële en niet-commerciële dienstverlening. Daaronder niet begrepen een terrein dat in overwegende mate bestemd is voor kantoren, detailhandel of horeca.</p>\n<p class=\"lf-p\">130[Toelichting: Het moet gaan over een terrein ouder dan tien jaar gerekend vanaf het moment van eerste bedrijfsvestiging. Het betreffende bedrijventerreinen moet voorts opgenomen zijn in het Meerjarenprogramma Vitale Bedrijvigheid 2009-2015.] b. Kwaliteitsscan: een systematische beoordeling van de aanwezige kwaliteit op een bedrijventerrein, als onderdeel van het kwaliteitsscoresysteem.</p>\n<p class=\"lf-p\">131[Toelichting: Een kwaliteitsscan vindt plaats door middel van een systematische beoordeling van de aanwezige kwaliteit op een bedrijventerrein. De scan is een onderdeel van het kwaliteitsscoresysteem. Dit systeem wordt door Gedeputeerde Staten als een gekwalificeerd systeem beschouwd. Deze moet zijn geborgd in een onafhankelijke stichting. De scan vindt plaats in opdracht van het gemeentebestuur. Door middel van objectieve en toetsbare criteria volgen vanuit de toepassing van dit systeem, de scores met betrekking tot de kwaliteit op de diverse relevante aspecten. Dit leidt tot het geven van één of meer sterren, naar analogie van het hotel-classificatiesysteem. Vervolgens worden door middel van een kansenkaart aanbevelingen gedaan en de concrete activiteiten benoemd, die moeten worden getroffen om een hogere en duurzamere kwaliteit van het bedrijventerrein te bereiken. Dit instrument scherpt de discussies aan tussen de gemeente en de ondernemers over het te bereiken kwaliteitsniveau van een bedrijventerrein. Voorafgaand aan de opstelling van een herstructureringsplan, vindt de scan plaats als nul-meting. Na uitvoering van het herstructureringsproject wordt de kwaliteit als gevolg van de genomen maatregelen, opnieuw met een scan bepaald. Hiermee vindt monitoring van de kwaliteit plaats.] c. Herstructureringsplan: het plan bevat de visie(s) met betrekking tot de herstructurering van het betreffende bedrijventerrein. Het is de nadere uitwerking op uitvoeringsniveau, van de te nemen concrete activiteiten in de publieke ruimte en het daarbij behorende financieringsplan en de planning.</p>\n<p class=\"lf-p\">132[Toelichting: Een herstructureringsplan komt tot stand in overleg tussen het gemeentebestuur en de ondernemers of de ondernemersvereniging. Het plan wordt door het gemeentebestuur vastgesteld. Het plan is (mede) gebaseerd op de daaraan voorafgaande kwaliteitsscan. Het plan bevat de visie(s) met betrekking tot de herstructurering van het betreffende bedrijventerrein. Het aspect duurzaamheid, waaronder ruimtewinst, maar ook het aspect ruimtelijke kwaliteit, wordt in het plan zichtbaar gemaakt. Het herstructureringsplan is de nadere uitwerking op uitvoeringsniveau, van de te nemen concrete activiteiten en het daarbij behorende financieringsplan (inclusief kosten, c.q. exploitatiebegroting). Als het herstructureringsplan zowel werkzaamheden in de publieke ruimte als in de private sector omvat, dan worden deze in samenhang in het plan beschreven en in samenhang uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plan bevat voorts een overzicht van subsidieabel geachte kosten, waarover - via vooroverleg tussen gemeente en provincie - overeenstemming bestaat. Dit overzicht dient ter bepaling van de prestaties in de beschikking tot subsidieverlening. Het overzicht is tevens basis voor de beoordeling van geleverde prestaties ten behoeve van de vaststelling van de subsidie. Uit het plan blijkt dat alle bij het herstructureringsproject betrokken partijen de uitvoering ervan onderschrijven. Het herstructureringsplan bevat voorts een plan van aanpak om het met de herstructurering bereikte kwaliteitsniveau te borgen. Dat kan zijn door middel van afspraken tussen gemeente en bedrijven over beheer en onderhoud, het structureel beheer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook kan dat plaatsvinden door middel van parkmanagement. Als het herstructureringsplan ook werkzaamheden bevat in de private sector, dan worden de werkzaamheden in de publieke ruimte en die in de private sector in samenhang in het herstructureringsplan beschreven en in samenhang uitgevoerd. Voor zover (de) initiatiefnemer(s) bij het project een betrokkenheid wensen van de HMO, bevat het herstructureringsplan de gemotiveerde reden(en) hiertoe.] d. Publieke ruimte: de fysieke ruimte die het domein is van de overheid en door haar wordt beheerd. e. Structuurvisie: een gemeentelijke structuurvisie op basis van de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening (nWro). De paragraaf Bedrijventerreinen bevat een samenhangende en zorgvuldige beleidsvisie voor de lange termijn voor bedrijventerreinen. f. Herstructurering: alle eenmalige ingrepen op een bedrijventerrein waarvan de economische functie behouden blijft, die tot doel hebben veroudering van het terrein als geheel te bestrijden, en die niet tot het reguliere onderhoud gerekend worden. g. Monitoring Kwaliteitsscan: na uitvoering van het herstructureringsproject wordt de kwaliteit als gevolg van de genomen maatregelen opnieuw met een scan bepaald. Deze monitoringscan heeft een vergelijkbare systematiek als de kwaliteitscan. Hiermee vindt monitoring van de kwaliteit plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">133[Toelichting: Voor deze scan geldt ook dat deze volgens de door de provincie Overijssel gehanteerde kwaliteitsscoresystematiek wordt uitgevoerd. De Monitoring Kwaliteitscan is gekoppeld aan de aanvraag voor vaststelling van de subsidie voor het uitvoeren van het herstructureringsplan. De monitor maakt inzichtelijk welke maatregelen zijn genomen inzake de herstructurering ten aanzien van de sterrenkwalificatie zoals vastgesteld in de nul-meting. Met de uitkomst van de monitor is het voor alle stake-holders (gemeente, ondernemers, provincie etc.) inzichtelijk wat de herstructurering heeft opgeleverd. Voor deze scan vervalt de subsidiemogelijkheid, omdat de kosten ervan geheel voor rekening van de provincie komen. ]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-572\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor de kwaliteitsverbetering van bestaande bedrijventerreinen, opgenomen in het meerjarenprogramma Vitale Bedrijvigheid 2009-2015, betreffende de volgende activiteiten: a. het uitvoeren van een kwaliteitsscan;</p>\n<p class=\"lf-p\">134[Toelichting: De uitvoering van de kwaliteitsscan komt voor subsidiëring in aanmerking als deze op grond van de regeling vereist is. Vereist in die zin dat deze vooraf moet gaan aan een herstructureringsplan waarvoor subsidie wordt gevraagd. De scan wordt uitgevoerd conform de systematiek van het kwaliteitsscoresysteem. Het gaat hier om de eerste nul-meting, ter voorbereiding van de opstelling van het herstructureringsplan. Voor die scan kan subsidie worden aangevraagd. Ook moet er een (monitoring)scan worden uitgevoerd, nadat het herstructureringsproject is afgerond. Voor deze scan geldt ook dat deze volgens de door de provincie Overijssel gehanteerde kwaliteitsscoresystematiek wordt uitgevoerd. De monitoringsscan is gekoppeld aan de aanvraag voor vaststelling van de subsidie voor het uitvoeren van het herstructureringsplan. Voor deze scan vervalt de subsidiemogelijkheid, omdat de kosten ervan geheel voor rekening van de provincie komen.] b. het opstellen van een herstructureringsplan;</p>\n<p class=\"lf-p\">135[Toelichting: Het herstructureringsplan is (mede) gebaseerd op de kwaliteitscan. In de toelichting op het begrip herstructureringsplan wordt op de bedoeling en inhoud van het plan ingegaan.] c. het uitvoeren van een herstructureringsplan;</p>\n<p class=\"lf-p\">136[Toelichting: Een herstructureringsproject mag geen eindeloos aantal jaren doorlooptijd hebben. De termijnen vereisen van initiatiefnemers een voortdurende actieve opstelling met betrekking tot de doorlooptijd van het proces. Om die reden is ook subsidie voor procesmanagement mogelijk gemaakt. De maximale termijn voor de uitvoering van een herstructureringsproject is vastgesteld op 6 jaar. ] d. project- en procesmanagement.</p>\n<p class=\"lf-p\">137[Toelichting: Het onderdeel project- en procesmanagement vormt in de praktijk nogal eens een zwakke schakel. Hierdoor komen herstructureringsprojecten niet van de grond, of hebben een erg lange doorlooptijd. Om ook hierin verbetering te brengen bieden Gedeputeerde Staten de mogelijkheid om hiervoor een subsidie te verkrijgen. ]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-573\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 5.7.2 sub a moet voldoen aan het criterium dat het alleen de door de provincie Overijssel gehanteerde kwaliteitsscoresystematiek betreft.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 5.7.2 sub b moet voldoen aan de volgende criteria:</div>\n<p class=\"lf-p\">Het herstructureringsplan moet gebaseerd zijn op een actuele kwaliteitsscan;</p>\n<p class=\"lf-p\">De opstelling van de kwaliteitsscan en de opstelling, respectievelijk de uitvoering van het herstructureringsplan lopen niet teveel in tijd uiteen;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 5.7.2 sub c, moeten voldoen aan de volgende criteria: er moet een door het gemeentebestuur vastgesteld herstructureringsplan aan de uitvoering van de herstructurering van het bedrijventerrein ten grondslag liggen. Het herstructureringsplan is in overeenstemming met de provincie opgesteld; de kosten voor werkzaamheden, als vermeld in het herstructureringsplan, hebben uitsluitend betrekking op werkzaamheden in de publieke ruimte; de begroting van de werkzaamheden van de uitvoering van het herstructureringsplan is na de verlening van de provinciale subsidie sluitend; met de uitvoeringswerkzaamheden van het herstructureringsplan moet zijn begonnen binnen 9 maanden na de vaststelling van het herstructureringsplan; over de voortgang van de uitvoering van de werkzaamheden van het herstructureringsplan rapporteert het gemeentebestuur eenmaal per jaar aan Gedeputeerde Staten; de uitvoering van de werkzaamheden van het herstructureringsplan zijn afgerond binnen 6 jaar na verlening van de subsidie. Na afronding moet een (monitoring)scan worden uitgevoerd.</div>\n<p class=\"lf-p\">138[Toelichting: Onder \"met de uitvoeringswerkzaamheden moet zijn begonnen\", wordt het volgende verstaan. De werkzaamheden moeten niet alleen zijn aanbesteed en gegund, maar ook daadwerkelijk zijn gestart. Die start mag geen pro forma karakter hebben, maar moet werkzaamheden betreffen, die een fysieke betekenis hebben en een continu karakter. Bodemonderzoek valt daar bij voorbeeld niet onder.] 4. Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 5.7.2 sub d is gericht op de activiteiten als bedoeld in artikel 5.7.2 eerste lid, sub b en c.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 5.7.2 sub b, c en d kan worden ingediend door gemeenten die een paragraaf Bedrijventerreinen in de gemeentelijke structuurvisie hebben opgenomen, dan wel een ander document met een gelijkwaardige status.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-574\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie voor het uitvoeren van een kwaliteitsscan als bedoeld in artikel 5.7.2 sub a bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 5.000,-- per kwaliteitsscan per bedrijventerrein.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie voor het opstellen van het herstructureringsplan als bedoeld in artikel 5.7.2 sub b bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 50.000,--.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De subsidie voor het uitvoeren van het herstructureringsplan als bedoeld in artikel 5.7.2 sub c bedraagt € 50.000,-- per ha van het totale herstructureringsproject, als opgenomen in het herstructureringsplan. De subsidie bedraagt in totaal ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 500.000,-- per bedrijventerrein.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De subsidie voor project- en procesmanagement als bedoeld in artikel 5.7.2 sub d bedraagt 50% van de kosten met een maximum van € 50.000,--.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-574a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.4a</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-575\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.1.6 zijn de volgende kosten niet subsidiabel: a. interne kosten; b. verrekenbare belastingen, BTW, heffingen of lasten, waaronder kosten van aanleg/herstel/vervanging van riolering; c. rente, bank, financierings- en gerechtskosten, geldboetes en sanctiekosten; d. afschrijvingskosten; e. kosten van planschade; f. kosten van werkzaamheden die verband houden met bodemsanering; g. kosten van werkzaamheden die tot het reguliere onderhoud worden gerekend; h. de aanleg of verbetering van bovenwijkse infrastructuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-576\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager overlegt in aanvulling op artikel 1.2.1 tweede lid bij de aanvraag voor subsidie voor het opstellen en uitvoeren van het herstructureringsplan als bedoeld in artikel 5.7.2 sub b en sub c tevens: a. de uitgevoerde kwaliteitsscan die ten grondslag ligt aan de opstelling van het herstructureringsplan, respectievelijk de uitvoering van dat plan; b. de door het gemeentebestuur in de vastgestelde structuurvisie opgenomen paragraaf Bedrijventerreinen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-577\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.7</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschotverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.3.3 tweede lid verstrekken Gedeputeerde Staten bij subsidieverlening: a. voor het opstellen van het herstructureringsplan een voorschot van 50% van het verleende subsidiebedrag; b. voor het uitvoeren van het herstructureringsplan een voorschot van 50% van het verleende subsidiebedrag, als met de uitvoeringswerkzaamheden van het herstructureringsplan is begonnen en de gemeente daarvan de provincie schriftelijk mededeling heeft gedaan; c. voor project- en procesmanagement een voorschot van 50% van het verleende subsidiebedrag, als de projectmanager met de feitelijke werkzaamheden is gestart en de gemeente daarvan de provincie schriftelijk mededeling heeft gedaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-578\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.8</span><span class=\"lf-art-t\">Vergoedingsplicht bij vermogensvorming</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de gevallen bedoeld in artikel 4:41 tweede lid Awb is de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor een vergoeding verschuldigd aan de provincie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-579\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende stukken bij aanvraag tot subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager overlegt in aanvulling op artikel 1.5.2 tweede lid of artikel 1.5.3 tweede lid bij de aanvraag voor vaststelling voor het uitvoeren van het herstructureringsplan tevens de resultaten van de achteraf uitgevoerde \"Monitoring Kwaliteitsscan\".</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.8 Kwaliteit Stedelijke Leefomgeving</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-581\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. herinrichting: werkzaamheden op zowel stedebouwkundig als op sociaal, economisch, cultureel of milieuhygiënisch terrein, gericht op behoud, herstel en verbetering, herindeling of sanering van een gebied; b. gebouw: elk bouwwerk met een minimale oppervlakte van 20m2 dat een voor mensen toegankelijk overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt en bestaat uit minimaal twee muren en een overkapping met een permanent karakter, bedoeld voor verblijf, handel, verkeer of arbeid. Kassen en opslagtanks zijn hierbij niet inbegrepen; c. transformatie: het proces waarbij een gebouw opnieuw wordt ingericht waarbij de bestaande functie wordt omgezet naar een andere functie; d. kwaliteit van de leefomgeving: het vergroten van de belevings- en gebruikswaarde of het verhogen van de sociale veiligheid of het versterken van identiteit en imago of het verbeteren van de beschikbaarheid van voorzieningen; e. stedelijke leefomgeving: feitelijk bebouwd gebied dat geheel is omsloten door binnenstedelijke bebouwing(sranden), met uitzondering van bedrijventerreinen die vallen onder het Meerjarenprogramma vitale bedrijvigheid 2009-2015;</p>\n<p class=\"lf-p\">139[Toelichting: Het Meerjarenprogramma Vitale Bedrijvigheid 2009-2015 is op 1 juli 2009 vastgesteld. Onderdelen van het Meerjarenprogramma Vitale Bedrijvigheid 2009-2015 zijn de provinciale Herstructureringsmaatschappij bedrijventerreinen Overijssel en een subsidieregeling Herstructurering bedrijventerreinen, paragraaf 5.7 van dit Uitvoeringsbesluit.Het Meerjarenprogramma kent een limitatieve lijst met herstructureringsprojecten. De daarin opgenomen bedrijventerreinen zijn op grond van deze subsidieregeling uitgesloten.] f. ruimtelijke kwaliteit: het resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen dat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-582\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor activiteiten die de kwaliteit van het stedelijke leefomgeving verhogen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De activiteit als bedoeld onder het eerste lid betreft één van de volgende activiteiten: het deels of geheel verwijderen van een gebouw gevolgd door herinrichting; transformatie van een gebouw.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-583\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende criteria: a. de aanvrager is een Overijsselse gemeente; b. de activiteit betreft een stedelijke leefomgeving waar ten minste één van de volgende problemen zich voordoen: een verloedering van het straatbeeld, ongewenst gebruik van de openbare ruimte, onveiligheid, vandalisme, hangproblematiek of overlast; de problemen worden aantoonbaar veroorzaakt door de aanwezigheid van een al meer dan 12 maanden leeg staand gebouw, dat zijn functie heeft verloren; c. de activiteit draagt bij aan het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-584\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 200.000 per aanvraag, geldend per 15 juli 2013.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-585\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-586\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende stukken bij de aanvraag voor subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het aanvraagformulier Kwaliteit Stedelijke Leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-587\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-588\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.8</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt de subsidie geweigerd indien: a. de gemeente, na 15 juli 2013, al twee keer subsidie op basis van deze paragraaf verstrekt heeft gekregen; b. de te verlenen subsidie minder dan € 25.000,-- bedraagt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-589\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.9</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op de artikelen 1.4.1. en 1.4.2. moet de subsidieontvanger voldoen aan de volgende verplichtingen: a. de aanvrager start binnen 12 maanden na de datum van subsidieverlening met de uitvoering van de activiteit en rond deze af binnen drie jaar na de datum van subsidieverlening. b. voor zover subsidie is verstrekt op basis van artikel 5.8.2. tweede lid sub b, dient er binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening door de subsidieontvanger een herinrichtingsplan te worden vastgesteld. Het herinrichtingsplan moet worden vastgelegd in een bestemmingsplan of gebiedsvisie.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.9 Gebiedsontwikkeling Noordoost Twente</h3>\n<p class=\"lf-p\">[Ingetrokken]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.10 Ruimtelijke kwaliteit steden, dorpen en randen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. fysieke maatregelen: maatregelen die zichtbaar en tastbaar zijn; b. ruimtelijke kwaliteit: het resultaat van menselijk handelen en natuurlijke processen dat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat mens, plant en dier belangrijk is; c. randen: multifunctionele dan wel gemengde zones in de overgang tussen stad of dorp en groene omgeving; d. uitvoeringsplan: beschrijving van de werkwijze en de maatregelen om tot uitvoering van een opgave te komen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor fysieke maatregelen, die de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid versterken in steden, dorpen of randen.</p>\n<p class=\"lf-p\">140[Toelichting: Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor fysieke maatregelen, zoals omschreven in artikel 5.10.1. sub a, die zichtbaar en tastbaar zijn in steden, dorpen en randen. Dit betekent dat de kosten die gemaakt worden ten behoeve van deze fysieke maatregel subsidiabel zijn. Planvormingsactiviteiten en onderzoek worden niet gezien als fysieke maatregel en komen daarom niet in aanmerking voor subsidie.]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5103\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende criteria: a. de aanvrager is een Overijsselse gemeente of Overijssels waterschap; b. de maatregel draagt bij aan de provinciale kwaliteitsambities zoals verwoord in de Omgevingsvisie Overijssel waaronder de versterking van de identiteit en verscheidenheid van kernen;</p>\n<p class=\"lf-p\">141[Toelichting: De omschrijving van de kwaliteitsambities en de genoemde identiteit van de kern is verwoord in de Omgevingsvisie en de daarbijbehorende Catalogus Gebiedskenmerken. Deze zijn te vinden op http://www.overijssel.nl/. ] c. de maatregel draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit, in samenhang met het versterken van duurzaamheid en het vergroten van sociale kwaliteit in de stad, dorp of rand; d. de uitvoering van de maatregel geschiedt op basis van het uitvoeringsplan en past binnen een vastgestelde integrale visie of plan, waar de locatie onderdeel van uitmaakt; e. de aanvraag is vooraf afgestemd met de provinciale beleidsmedewerker voor ruimtelijke ontwikkeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5104\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 250.000 per gemeente, geldend voor de aanvragen die vanaf 1 april 2014 zijn ontvangen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5105\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5106\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvrager maakt bij de aanvraag voor subsidie gebruik van het aanvraagformulier Ruimtelijke kwaliteit steden, dorpen en randen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvrager overlegt in afwijking van artikel 1.2.1 tweede lid bij de aanvraag voor subsidie het uitvoeringsplan. Een uitvoeringsplan bevat onder andere de volgende onderdelen: beschrijving van de opgave: de aanleiding, probleemstelling en het beoogde resultaat; een beknopte beschrijving van de locatie en de situatie; beschrijving van de bijdrage van de fysieke ingreep aan de ruimtelijke kwaliteit, in samenhang met het versterken van duurzaamheid en het vergroten van sociale kwaliteit ter plaatse; alle voorgestelde maatregelen, ook die waarvoor geen subsidie wordt aangevraagd; een beschrijving van het resultaat; beschrijving van draagvlak en participatie door derden; begroting van de kosten en financiering van de afzonderlijke maatregelen met daarbij het dekkingsvoorstel per maatregel; de verwachte planning van de uitvoering.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5107\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.3.1 wordt de subsidie geweigerd indien: a. voor de activiteit subsidie is verstrekt op basis van paragraaf 5.8 van dit uitvoeringsbesluit; b. de te verlenen subsidie minder dan € 25.000 bedraagt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5108\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en 1.4.2 moet de subsidieontvanger binnen 12 maanden na datum van subsidieverlening starten met de uitvoering en deze activiteit binnen drie jaar na datum van subsidieverlening hebben afgerond.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5109\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.9</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschot</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.3.3 tweede lid wordt bij de verlening van de subsidie geen voorschot verstrekt. Het eerste voorschot wordt verleend na de start van de subsidiabele activiteit.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.11 Duurzaam Ontwikkelen Overijssel</h3>\n<p class=\"lf-p\">142[Toelichting: Gedeputeerde Staten willen gemeenten en waterschappen stimuleren de ruimtelijke opgaven duurzaam te ontwikkelen. Dit vraagt om een integrale aanpak waarbij gestreefd wordt naar een evenwicht tussen leefbaarheid en het welbevinden van mensen (People), de kwaliteit van natuur en milieu (Planet) en werkgelegenheid en bereikbaarheid (Profit). Om dat inzichtelijk te maken worden de consequenties van de opgaven voor ‘hier en nu' maar vooral ook de consequenties voor ‘daar en later' in beeld gebracht. De in de Omgevingsvisie Overijssel gehanteerde thema's dienen hierbij leidend te zijn. People: woonomgeving/steden, landschap en veiligheid/gezondheid;Planet: natuur, water/klimaat, ondergrond;Profit: economie/vestigingsklimaat, bereikbaarheid, energie.Om duurzaam ontwikkelen te bevorderen, stellen Gedeputeerde Staten subsidie beschikbaar in de vorm van een bijdrage voor:- onderzoek naar de mogelijkheden om opgaven duurzaam te ontwikkelen:- uitvoering van (extra) maatregelen die een bijdrage leveren aan een duurzame ontwikkeling van opgaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten denken bij onderzoek aan inzet van instrumentarium zoals het Overijssels Ontwikkelmodel waarmee de effecten van realisatie van de opgave op het evenwicht tussen People, Planet en Profit inzichtelijk worden gemaakt. Het onderzoek kan bij aanvang van het project of tussentijds worden uitgevoerd. Subsidie voor uitvoering van maatregelen wordt verstrekt voor die maatregelen die een aantoonbare bijdrage leveren aan het evenwicht tussen People, Planet en Profit en aan het provinciaal belang. Gedacht kan worden aan het combineren van meerdere functies of het inzetten van aanvullende maatregelen. Zo kan bijvoorbeeld besloten worden om een aan te leggen geluidswal rond een woonwijk te upgraden naar een dijk omdat waterveiligheid in het gebied in de toekomst een belangrijk thema wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarmee anticipeert men op toekomstige ontwikkelingen en wordt voorkomen dat er in de toekomst extra ingrepen nodig zijn die een grotere impact hebben. Dit kan extra kosten met zich mee brengen die niet zijn voorzien. Deze kosten kunnen gefinancierd worden met inzet van de provinciale subsidie.Naast de bepalingen die genoemd zijn in deze paragraaf zijn ook de bepalingen uit hoofdstuk 1 van toepassing.]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. duurzaam ontwikkelen: Toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke voorraden. Dit betekent dat er harmonie is tussen de leefbaarheid en het welbevinden van mensen (people), de kwaliteit van natuur en milieu (planet) en werkgelegenheid en bereikbaarheid (profit). b. uitvoeringsplan: beschrijving van de maatregelen en de werkwijze om tot uitvoering van een opgave in de fysieke leefomgeving te komen. Een uitvoeringsplan bevat de volgende onderdelen: beschrijving van de opgave: de aanleiding, probleemstelling en het beoogde resultaat; een beknopte beschrijving van de locatie en de situatie; beschrijving van het resultaat van de afweging tussen People, Planet en Profit, als bedoeld onder sub a; beschrijving van de maatregel waarvoor subsidie wordt gevraagd waarbij wordt aangegeven: wat het beoogde effect zal zijn op het evenwicht of het herstel van het evenwicht tussen People, Planet en Profit; op welke thema's uit het Overijssels Ontwikkelmodel positief gescoord wordt; op welke wijze de uitvoering plaats vindt; welke materialen dan wel duurzame materialen worden gebruikt; een beschrijving van de wijze waarop draagvlak en participatie door derden plaats vindt; begroting van de kosten en de financiering voor de maatregel of maatregelen; de verwachte planning van de uitvoering van de maatregel of maatregelen; c. Overijssels Ontwikkelmodel: een hulpmiddel als bedoeld in de Omgevingsvisie Overijssel wat in stappen omschrijft hoe een duurzame ontwikkeling gestimuleerd kan worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor: a. het opstellen van een uitvoeringsplan b. de uitvoering van een of meer maatregelen uit een uitvoeringsplan die een bijdrage leveren aan een duurzame ontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">143[Toelichting: Het gaat om een extra maatregel of maatregelen die een aantoonbare bijdrage leveren tussenn People, Planet en Profit ontstaat en die de negatieve effecten op het leefklimaat in het ‘hier en nu' en ‘daar en later' voorkomen of verzachten.]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvraag voor subsidie voldoet aan het criterium dat de aanvrager een Overijsselse gemeente of een Overijssels waterschap is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In aanvulling op het eerste lid voldoet de aanvraag voor een subsidie als bedoeld onder artikel 5.11.2 sub b aan de volgende criteria: de maatregel scoort positief op minimaal drie thema's uit het Overijssels Ontwikkelmodel; de uitvoering van de maatregel geschiedt op basis van het uitvoeringsplan en past binnen een vastgestelde integrale visie of plan.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 5.11.2 sub a zijn de werkelijke kosten tot een maximum van € 15.000,-- per aanvraag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 5.11.2 sub b bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 100.000,-- per aanvraag.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5116\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvrager maakt bij de aanvraag voor subsidie gebruik van het aanvraagformulier ‘Duurzame ontwikkeling Overijssel'.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvrager maakt bij de aanvraag voor subsidie als bedoeld onder 5.11.2 sub a de kosten voor het opstellen van een uitvoeringsplan inzichtelijk op basis van één offerte.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De aanvrager overlegt, in afwijking van artikel 1.2.1 tweede lid, bij de aanvraag voor subsidie als bedoeld onder 5.11.2 sub b het uitvoeringsplan.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5117\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op de artikelen 1.4.1 en 1.4.2 moet de subsidieontvanger binnen vier maanden na datum van subsidieverlening starten met de uitvoering van het uitvoeringsplan en dit hebben afgerond uiterlijk op 31 december 2015.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.12 Aanpak leegstand kantoorpanden Overijssel</h3>\n<p class=\"lf-p\">144[Toelichting: Gedeputeerde Staten willen leegstand van kantoorpanden in Overjissel aanpakken. Hierbij zoeken zij naar instrumenten die op regionaal niveau de betrokken partijen in beweging brengen en houden om de leegstand aan te pakken. Enerzijds door partijen met elkaar om tafel te krijgen en anderzijds door innovatieve experimenten te ondersteunen door middel van deze subsidieregeling. ]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. goed functionerende kantorenmarkt: een kantorenvoorraad in Overijssel die toegesneden is op de diverse gebruikersvragen qua kwaliteit, locaties, gebouwfunctionaliteit en omvang; b. innovatief concept: een voor de kantorenmarkt binnen Overijssel nieuwe methode of aanpak om de leegstand van kantoren te verminderen of te voorkomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">145[Toelichting: Een concept dat buiten Overijssel is toegepast en mogelijk een positieve uitwerking heeft op de kantorenmarkt in Overijssel valt ook onder de definitie van innovatief concept. ] c. kantoorpand: bedrijfspand of bedrijfsruimte waar allerlei administratieve handelingen worden uitgevoerd of diensten worden verleend en dat binnen het bestemmingsplan is bestemd als kantoor; d. leegstand of leegstaand kantoorpand: ruimte in een opgeleverd kantoorpand die beschikbaar is voor verhuur of verkoop en die nu niet in gebruik is als kantoor, uitgedrukt in percentage van de Kantorenvoorraad; e. monitoringsinstrument: de ontwikkeling van een methode om de veranderingen in of ontwikkeling van de leegstand van kantoren bij te houden; f. pilot of experiment: een proefproject dat een indicatie oplevert over omvang, inpassing en haalbaarheid van een project; g. procesbegeleiding: een extern ingeschakelde partij die de verschillende deelnemers begeleidt om gezamenlijk de leegstand van een bepaald kantorenpand of kantorengebied aan te pakken. Door inzet van procesbegeleiding dient een vliegwiel te worden gecreëerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">146[Toelichting: Aanvrager dient bij de aanvraag aan te geven wat de toegevoegde waarde is van de inzet procesbegeleiding.]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor: a. een pilot of experiment voor een innovatief concept; b. een pilot of experiment om de effecten van leegstand van kantoren op de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid te beperken of te voorkomen; c. het ontwikkelen van nieuwe monitoringsinstrumenten, mede in relatie tot regionale afstemming van de vraag naar en het aanbod van kantoren; d. inhuur van expertise van derden die een knelpunt in het proces van de aanpak van leegstand van kantoorpanden kunnen oplossen; e. inhuur van procesbegeleiding ten behoeve van een innovatief concept.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag voor subsidie moet voldoen aan de volgende criteria: a. De activiteit is: erop gericht om de leegstand in kantoren in Overijssel terug te dringen; óf draagt bij aan een goed functionerende kantorenmarkt; b. de aanvrager is een rechtspersoon, een vennootschap, maatschap of eenmanszaak; c. er is ten minste één marktpartij betrokken bij het project; d. de activiteit draagt bij om de negatieve effecten van leegstand op ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit te voorkomen; e. de uitkomsten en resultaten van de activiteit dragen bij aan kennisontwikkeling op het gebied van aanpak van leegstand kantoorpanden in Overijssel;</p>\n<p class=\"lf-p\">147[Toelichting: De adviescommissie Leegstand kantoorpanden Overijssel adviseert over of de uitkomsten en resultaten van de activiteit bijdragen aan kennisontwikkeling op het gebied van aanpak leegstand van kantoorpanden in Overijssel. Het criterium kennisontwikkeling is een belangrijke opbrengst: enerzijds voor de verschillende partners om hiervan te leren, anderzijds om als provincie daarnaast input te ontvangen over het beter afstemmen en zo mogelijk samen aanvliegen van de verschillende domeinen van het vestigingsklimaat (werklocaties). ] f. de activiteit past binnen de Kaderstelling Leegstand Kantoren en het Investeringsvoorstel Leegstand Kantoren die door Provinciale Staten op respectievelijk 14 november 2012 en 29 mei 2013 zijn vastgesteld;</p>\n<p class=\"lf-p\">148[Toelichting: Zowel het kaderstellend voorstel (PS/2012/875) als het investeringsvoorstel (PS/2013/335) is te vinden op http://www.overijssel.nl/. ] g. als de subsidie een steunmaatregel is dan moet de subsidie voldoen aan artikel 2 van de de-minimisverordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5124\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie als bedoeld onder 5.12.2 sub a, b of c bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 200.000,-- per aanvraag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie als bedoeld onder artikel 5.12.2 sub d of e bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 50.000,-- per aanvraag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De totale subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.12.2. bedraagt maximaal € 200.000,--.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5125\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.5</span><span class=\"lf-art-t\">Niet subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.1.6 zijn de kosten die verband houden met het daadwerkelijk slopen van kantoorpanden en afschrijvingskosten op een kantoorgebouw niet subsidiabel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5127\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.7</span><span class=\"lf-art-t\">Volgorde van behandeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.1.3 geldt dat indien op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt en er meer dan één aanvraag is ontvangen, Gedeputeerde Staten de onderlinge rangschikking van die aanvragen vaststelt door middel van prioritering op basis van het criterium ‘bijdrage aan provinciale doelen'.</p>\n<p class=\"lf-p\">149[Toelichting: Hierbij moet worden gedacht aan de doelen die genoemd zijn en voortvloeien uit het coalitieakkoord van de provinicie Overijssel: Hoofdlijnenakkoord \"De Kracht van Overijssel\". Bijvoorbeeld de herbestemming van leegstaande panden, in de sfeer van jongerenhuisvesting. Ook het realiseren van broed- en werkplekken voor de creatieve sector hoort daarbij tot de mogelijkheden zoals is aangegeven in de motie De Bree/Tenkink ‘Herstructurering bedrijventerreinen' (PS/2011/679, http://www.overijssel.nl/.]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5128\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.8</span><span class=\"lf-art-t\">Adviescommissie Leegstand kantoorpanden Overijssel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidieaanvraag wordt om advies voorgelegd aan een adviescommissie Leegstand kantoorpanden Overijssel. De adviescommissie adviseert over: a. Of de aanvraag voldoet aan de subsidiabele activiteit zoals genoemd in artikel 5.12.2; en b. Of de uitkomsten en resultaten van de activiteit bijdragen aan kennisontwikkeling op het gebied van aanpak van leegstand van kantoorpanden in Overijssel; en c. Of de activiteit bijdraagt om de negatieve effecten van leegstand op ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit te voorkomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5129\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.9</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.3.1 tweede lid weigeren Gedeputeerde Staten de subsidie als minder dan € 5.000,-- aan subsidie zal worden verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.10</span><span class=\"lf-art-t\">Stukken bij de aanvraag voor subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het aanvraagformulier ‘Aanpak leegstand kantoorpanden Overijssel'.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.11</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.4.1 en 1.4.2 is de aanvrager verplicht: a. binnen maximaal 12 maanden na verlening van de subsidie resultaten te boeken die deelbaar zijn in het kader van kennisdeling als bedoeld in artikel 5.12.3 sub d; b. de resultaten en de kennisontwikkeling kostenloos te delen met andere partijen die er om vragen of belang bij hebben.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.13 Aanpak winkelleegstand Overijssel</h3>\n<p class=\"lf-p\">[Ingetrokken]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.14 Overijssel-Stedendriehoek-Deventer</h3>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 5.14.1 begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. investeringsbesluit: de op 17 april 2013 door Provinciale Staten van Overijssel (PS/2013/182) vastgestelde selectie van prioritaire projecten van provinciaal belang; b. ontwikkelagenda: de door Gedeputeerde Staten van Overijssel en Burgemeester en Wethouders van Deventer op 27 november 2012 vastgestelde Ontwikkelagenda Overijssel-Stedendriehoek-Deventer; c. werkprogramma: het op 5 maart 2013 door Gedeputeerde Staten van Overijssel en Burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer vastgestelde Werkprogramma Overijssel-Stedendriehoek-Deventer 2013-2015.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5142\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.14.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor de uitvoering van de volgende projecten, die in het investeringsbesluit zijn opgenomen:</div>\n<p class=\"lf-p\">Stadsaszone: Opwaarderen Stadsas Hanzetracé (tot aan de Snipperlingsdijk);</p>\n<p class=\"lf-p\">Stad aan de IJssel: versterken van de relatie met de IJssel: \"beleef de Welle\" en Stadsrandentree: Stad aan de IJssel meer etaleren, versterken relatie met de IJssel/Schipbeek;</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardevast werklandschap: Doorontwikkelen Technicampus;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor overige in het werkprogramma opgenomen projecten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5143\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.14.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende criteria: de aanvrager is de gemeente Deventer; de aanvrager voert de activiteit uit zoals opgenomen in het werkprogramma;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De uitvoering van het Hanzetracé in 2015-2017, loopt parallel aan de herprofilering van de Mr. H.F. de Boerlaan, eveneens opgenomen in het werkprogramma;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 5.14.2 eerste lid onder b voldoet aanvullend op het eerste lid, aan de volgende criteria: de activiteit heeft betrekking op het binnenstadsgebied aan de IJssel en het Sluiskwartier en draagt naast het versterken van de relatie met de IJssel bij aan de leefbaarheid en gebruiksmogelijkheden van het gebied; of de activiteit of het project draagt bij aan het versterken van de relatie tussen de IJssel, de Schipbeekzone en de Stadsrand en etaleert daarmee de kwaliteiten van Stad aan de IJssel in de stadsrand-entree.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 5.14.2 eerste lid onder c betreffende de Technicampus voldoet, aanvullend op het eerste lid, aan het volgende criteria: het bedrijfsleven is aantoonbaar betrokken bij de doorontwikkeling van de Technicampus; het nieuwe opleidingsaanbod moet aantoonbaar na 2015 zonder deze subsidie kunnen worden voortgezet, aangetoond door middel van een businesscase.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 5.14.2 tweede lid komt slechts in aanmerking voor subsidie als daarbij wordt aangetoond dat de aanvraag niet ten koste gaat van de realisering van projecten als bedoeld in artikel 5.14.2 eerste lid, dit doordat aangetoond wordt dat de kosten daarvan minder bedragen dan geraamd, of doordat de gemeente aanvullende financiering voor die projecten heeft bewerkstelligd.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5144\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.14.4</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie is een forfaitair vastgesteld bedrag van maximaal € 11.850.000,-- voor alle projecten als bedoeld in artikel 5.14.2 samen. Hierbij geldt dat de provinciale subsidie gelijk is aan de financiële bijdrage van de gemeente, de provinciale subsidie niet meer dan 50% van de totale kosten van de uitvoering van het werkprogramma bedraagt met een maximum subsidie van € 11.850.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5145\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.14.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van de artikelen 1.1.5 en 1.1.6 sub d zijn alle kosten die direct aan de subsidiabele activiteit zijn toe te rekenen subsidiabel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van artikel 1.1.6 sub c zijn de kosten die gemaakt zijn vanaf 17 april 2013 subsidiabel. Daarnaast zijn de planvoorbereidingskosten en kosten voor aankoop van gronden die gemaakt zijn buiten de projectperiode wel subsidiabel.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5146\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.14.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5147\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.14.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende stukken bij de aanvraag voor subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvrager maakt gebruik van het aanvraagformulier Overijssel-Stedendriehoek-Deventer.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien sprake is van een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 5.14.2 eerste lid onder c, overlegt de aanvrager, in aanvulling op artikel 1.2.1 een businesscase, waaruit blijkt dat het nieuwe opleidingsaanbod na 2015 zonder deze subsidie kan worden voortgezet.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5148\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.14.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger voldoet, aanvullend op artikel 1.4.1 aan de volgende verplichtingen: a. het Hanzetracé, als bedoel onder artikel 5.14.2 lid 1 sub a, is uiterlijk op 31 december 2017 gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">150[Toelichting: Dit betekent dat het streven is dat in 2014 de gronden zijn aangekocht en de planontwikkeling is afgerond, in 2015 de uitvoering is gestart en in 2016, 2017 de oplevering heeft plaats gevonden en de waterkavels uitgeefbaar zijn.] b. de activiteiten als bedoeld in artikel 5.14.2 lid 1 b en c en in lid 2 zijn uiterlijk op 31 december 2015 afgerond dan wel onomkeerbaar in uitvoering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5149\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.14.9</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschotverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten verstrekken, in afwijking van artikel 1.3.3, de subsidieontvanger een voorschot van maximaal 100% van de verleende subsidie.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.15 Breedbandinfrastructuur Overijssel</h3>\n<p class=\"lf-p\">151[Toelichting: Doel van deze regeling is subsidie te verlenen (in de vorm van een geldlening dan wel een combinatie van een geldlening en een geldbedrag) teneinde NGA-projecten (Next Generation Access) te realiseren in buitengebieden en op bedrijventerreinen. De regeling is beperkt tot zogenaamde \"witte gebieden\" (waar de markt niet bereid is breedband aan te leggen) die geografisch gelegen zijn in Overijssel. Op deze wijze beoogt de provincie bij te dragen aan de aansluiting van huishoudens, instellingen en bedrijven op snel breedband in buitengebieden en op bedrijventerreinen.] Subparagraaf 5.15.1 Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. Adviescommissie: de door Gedeputeerde Staten ingestelde Adviescommissie Breedband Overijssel, die adviseert over subsidieaanvragen op basis van deze subparagraaf; b. ACM: Autoriteit Consument en Markt; c. Business activated: het aantal bedrijven aangesloten op het NGA-netwerk met een actieve verbinding, door het afnemen van tenminste één dienst; d. Business case: document met onder meer de informatie die benodigd is om een gemotiveerde beslissing te nemen over de uitvoering van een voorgesteld plan, waarin in elk geval is opgenomen de informatie uit bijlage 2 bij deze paragraaf; e. Business passed: het aantal bedrijven dat aangesloten kan worden op het NGA-netwerk, waarbij geldt dat het NGA-netwerk is aangelegd tot minimaal de straatkast; f. Geldlening: subsidie in de vorm van een lening tegen niet-marktconforme voorwaarden; g. Homes activated: het aantal op het NGA-netwerk aangesloten woonhuizen met een actieve verbinding, door het afnemen van ten minste één dienst; h. Homes passed: het aantal woonhuizen dat aangesloten kan worden op het NGA-netwerk, waarbij geldt dat het NGA-netwerk is aangelegd tot minimaal de straatkast; i. NGA-netwerk: aansluitnetwerk dat volledig of gedeeltelijk gebruikmaakt van optische elementen en dat breedbandtoegangsdiensten kan leveren met aanzienlijk betere kenmerken, ‘step change', dan bestaande basisbreedbandnetwerken, zoals bedoeld in de AGVV; j. NGA-project: het realiseren van NGA-netwerken in een buitengebied of een bedrijventerrein behorende tot een wit gebied, geografisch gelegen in de provincie Overijssel conform de businesscase; k. Passief NGA-netwerk: het passieve deel van een NGA-netwerk, te weten het deel zonder enige actieve component dat gewoonlijk civieltechnische infrastructuur, buizen, dark fibre en straatkasten omvat; l. Subsidie: subsidie in de vorm van een geldbedrag dat, voor het bedrag waarvoor het is vastgesteld, niet behoeft te worden terugbetaald; m. Totale uitstaande bedrag: het totale bedrag aan hoofdsom en rente dat de aanvrager op enig momet verschuldigd is uit hoofde van de geldlening, met uitzondering van nog niet opeisbare rente; n. Uitvoeringsovereenkomst: de overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Awb die de provincie Overijssel met de subsidieontvanger sluit ter uitwerking van de beschikking tot subsidieverlening; o. Wet Bibob: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; p. Wit gebied: een buitengebied of bedrijventerrein waar geen NGA-netwerk aanwezig is en waar dze infrastructuur in de komende drie jaar niet wordt ontwikkeld, als bedoeld in de AGVV.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51512\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen een Geldlening en een Subsidie verstrekken ten behoeve van het realiseren van een NGA-project onder de voorwaarden hierna opgenomen in subparagraaf 5.15.2 en subparagraaf 5.15.3.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51513\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van artikel 1.1.5 worden uitsluitend kosten voor de aanleg en installatie van passieve NGA-netwerken betrokken in de berekening van de grondslag van de Geldlening of Subsidie.</div>\n<p class=\"lf-p\">152[Toelichting: Hiermee wordt bedoeld de aanleg- en installatiekosten van een gecertificeerde kabel- en leidingwerkaannemer.] 2. In aanvulling op artikel 1.1.6 behoren niet tot de subsidiabele kosten: kosten die gemaakt worden ten behoeve van het aanvragen van de subsidie voor de businesscase; kosten die anderszins al vergoed zijn door onder andere het Rijk, door andere publiekrechtelijke rechtspersonen of openbare lichamen dan wel de daaraan gelieerde instellingen of door de Europese Commissie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51514\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51515\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.1.5</span><span class=\"lf-art-t\">Procedure toekenning</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Alvorens een subsidieaanvraag te doen voor het realiseren van een NGA-project, dient de aanvrager een vooraanvraag in aan de hand van het formulier voor een vooraanvraag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Na publicatie op de website van de vooraanvraag kan een ieder binnen een periode van 4 weken aantonen dat er een reeds gefinancierd investerings- en realisatieplan ligt, dat voorzien is van voor de uitvoering benodigde goedkeuringen en dat binnen 3 jaar leidt tot tenminste een vergelijkbaar NGA aanbod. Dit plan wordt ingediend aan de hand van een door de rechtsgeldig vertegenwoordiger van de indiener geaccordeerd voorstel voorzien van een investeringplanning, een plan voor de vraagbundeling en een projectplanning. De indiener zal contractueel gehouden worden aan de uitvoering van de plannen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Indien een plan in de zin van het voorgaand lid niet wordt ingediend, zullen Gedeputeerde Staten een ieder (inclusief de vooraanvrager) in staat stellen binnen een periode van 8 weken een subsidieaanvraag in te dienen voor een NGA-project in minimaal hetzelfde gebied waarop de vooraanvraag betrekking heeft. De subsidieaanvraag wordt ingediend aan de hand van het aanvraagformulier.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>In afwijking van artikel 1.1.3 wordt, als er sprake is van meerdere aanvragen voor een NGA-project in hetzelfde gebied die elk voldoen aan de gestelde criteria, de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld aan de hand van de prioriteringcriteria die in bijlage 1 bij deze paragraaf zijn opgenomen.</div>\n<p class=\"lf-p\">153[Toelichting: Bijlage 1 \"Prioriteringscritera bij concurrerende aanvragen NGA financiering\" is te vinden in de rechterkolom op de deze webpagina, onder het kopje bijlagen.] 5. De subsidie zal worden verleend aan de subsidieaanvrager aan wie de meeste punten aan de hand van de prioriteringscriteria zijn toegekend.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Indien op enige dag meerdere aanvragen voor verschillende gebieden worden ingediend waarbij het subsidieplafond dreigt te worden overschreden en die elk voldoen aan de gestelde criteria, vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen subsidieaanvragen plaats door middel van loting.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Een vooraanvraag kan het gehele jaar worden ingediend.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Een subsidieaanvraag kan uitsluitend worden ingediend binnen de periode van 8 weken die daarvoor is opengesteld overeenkomstig het derde lid van dit artikel.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51516\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.1.6</span><span class=\"lf-art-t\">Adviescommissie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidieaanvraag voor het realiseren van een NGA-project wordt, zodra deze volledig is, voor een niet-bindend advies voorgelegd aan de Adviescommissie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De adviescommissie brengt advies uit ten aanzien van de subsidieaanvraag en in het bijzonder:</div>\n<p class=\"lf-p\">De haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de business case De onderlinge rangschikking van aanvragers in de zin van artikel 5.15.1.5 lid 4 De hoogte van de te verstrekken Geldlening en Subsidie De hoogte en het tempo van bevoorschotting</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51517\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.1.7</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden subsidieverlening</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De Geldlening en Subsidie worden verstrekt met inachtneming van de staatssteunregels en in het bijzonder Hoofdstuk 10 van de AGVV.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De Geldlening wordt verstrekt onder de opschortende voorwaarde dat ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening een uitvoeringsovereenkomst is gesloten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51518\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.1.8</span><span class=\"lf-art-t\">Kenmerken uitvoeringsovereenkomst</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De Geldlening wordt aangegaan voor bepaalde tijd doch voor maximaal twintig jaar.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De rente van de Geldlening staat gedurende de looptijd van de lening vast op 3%. Van dit percentage kan worden afgeweken indien de bijzondere situatie van een wit gebied daar aanleiding toe geeft.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Gedeputeerde Staten kunnen boetevrij vervroegde aflossing van de Geldlening toestaan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De Geldlening wordt onderhands verstrekt.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51519\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.1.9</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen subsidieontvanger</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidieontvanger sluit met de provincie Overijssel uiterlijk acht weken na het verlenen van de Geldlening een uitvoeringsovereenkomst, waarvan een concept is gevoegd bij het aanvraagformulier.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidieontvanger betaalt het overeengekomen aflossingsbedrag en de verschuldigde rente, met ingang van de in de uitvoeringsovereenkomst overeengekomen datum, aan Gedeputeerde Staten terug in de overeengekomen termijnen. Ter zake wordt in de uitvoeringsovereenkomst een betalingsregime afgesproken en kunnen verplichtingen worden opgenomen ten aanzien van de kredietwaardigheid van de subsidieontvanger.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan Gedeputeerde Staten van de omstandigheid dat hij verwacht niet binnen de in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen termijn te beschikken over de vereiste vergunningen, ontheffingen of andere (rechtens benodigde) toestemmingen in verband met het realiseren van het NGA-project of indien hij verwacht dat het NGA-project om andere redenen (gedeeltelijk) niet uitvoerbaar is dan wel hij zijn verplichtingen niet kan nakomen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De subsidieontvanger dient binnen een jaar na subsidieverlening te starten met de realisatie van het NGA-project.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>De activiteiten waarvoor de Geldlening of Subsidie wordt verstrekt moeten binnen drie jaar na subsidieverlening zijn uitgevoerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Indien de looptijd van de Geldlening langer duurt dan één jaar, rapporteert de subsidieontvanger jaarlijks aan Gedeputeerde Staten over de voortgang van de business case en overlegt daarbij in ieder geval de jaarrekening.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Gedeputeerde Staten kunnen de subsidieontvanger de verplichting opleggen om ter zake van de te verlenen Geldlening zekerheden te verstrekken. Ter uitvoering van deze verplichting kunnen bepalingen worden opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>In afwijking van artikel 1.4.1, derde lid, kunnen Gedeputeerde Staten de verplichting opleggen tot het vaker dan één keer per jaar afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden inkomsten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>De subsidieontvanger of diens moedermaatschappij dient tot en met de subsidievaststelling een minimale ratingcategorie te behouden op basis waarvan de continuïteit gewaarborgd kan worden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>De subsidieontvanger zal het netwerk voldoende onderhouden volgens de in de betreffende industrie geldende standaarden en zal mutaties registreren in een netwerkadministratie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>De subsidieontvanger zal het netwerk niet vervreemden dan wel met rechten bezwaren zonder toestemming van Gedeputeerde Staten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>De subsidieontvanger is verplicht toegang aan alle actieve operators te verlenen tot buizen, masten, dark fiber en straatkasten en ontbundelde toegang tot local loop dan wel subloopontbundeling en bitstroomtoegang te verlenen tegen marktconforme voorwaarden en met in achtneming van de bepalingen van de AGVV.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">13.</span>De wholesale toegang tot het gesubsidieerde netwerk tegen eerlijke en niet-discriminerende voorwaarden moet overeenkomstig de AGVV voor een periode van tenminste zeven jaar worden aangeboden en toegang tot buizen en masten mag niet in tijd worden beperkt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">14.</span>[vervallen].</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-515110\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.1.10</span><span class=\"lf-art-t\">Uitstel of ontheffing betalingsverplichting</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidieontvanger kan Gedeputeerde Staten verzoeken om de Geldlening in andere termijnen terug te betalen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidieontvanger kan Gedeputeerde Staten deugdelijk gemotiveerd verzoeken om ontheffing te verlenen van de verplichting genoemd in artikel 5.15.1.9 tweede lid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De ontheffing, bedoeld in het tweede lid, kan worden verleend indien: terugbetaling naar het oordeel van Gedeputeerde Staten door bijzondere omstandigheden niet mogelijk is; een strikte toepassing van artikel 5.15.1.9 tweede lid naar het oordeel van Gedeputeerde Staten door bijzondere omstandigheden zou leiden tot een onredelijke beslissing.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Gedeputeerde Staten kunnen bepalen dat bij het verzoek om ontheffing als bedoeld in het tweede lid van dit artikel een accountantsverklaring als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het BW wordt overgelegd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Er wordt geen uitstel of ontheffing verleend wanneer de ontheffing naar het oordeel van Gedeputeerde Staten in strijd is met de toepasselijke staatssteunregels.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-515111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.1.11</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschotverlening</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van artikel 1.3.3 tweede lid kunnen Gedeputeerde Staten de aanvrager een voorschot verstrekken tot een maximum van 100% van de verleende Geldlening of Subsidie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De hoogte en het tempo van bevoorschotting worden bepaald op basis van prestaties, besteding, liquiditeitsbehoefte en het risicoprofiel van de subsidieontvanger.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het voorschot wordt betaald in termijnen waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald dan wel in de uitvoeringsovereenkomst worden overeengekomen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-515112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.1.12</span><span class=\"lf-art-t\">Vermogensvorming en claw back</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Bij verkoop of vervreemding van het NGA-netwerk aan een derde, niet-zijnde een aan de subsidieontvanger verbonden persoon, binnen de looptijd van de lening en voor zover de Geldlening en de Subsidie tezamen meer dan € 500.000 bedragen, wordt de door vervreemding verkregen bovenmatige winst naar rato van het aandeel van de beschikbaar gestelde Geldlening en Subsidie tussen de subsidieontvanger en Gedeputeerde Staten verrekend. Onder bovenmatige winst wordt verstaan het positief verschil tussen de kosten van het netwerk bij aanleg inclusief een redelijk rendement en de transactiewaarde op het moment van vervreemding.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien de Geldlening en Subsidie tezamen tot staatssteun leiden van meer dan € 10.000.000 geldt een terugvorderingsmechanisme in de zin van de AGVV. Deze dient te voorkomen dat er winst wordt gemaakt die een redelijk rendement te boven gaat. Onder winst die het redelijk rendement te boven gaat wordt verstaan het positief verschil tussen de kosten van het netwerk bij aanleg inclusief een redelijk rendement en de actuele waarde op het moment van subsidievaststelling van de Geldlening.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Bij het bepalen van de hoogte van een vergoeding op grond van dit artikel wordt de waarde van het NGA-netwerk en het redelijk rendement vastgesteld door een college van deskundigen. Gedeputeerde Staten en de subsidieontvanger wijzen elk een deskundige aan, die in onderling overleg een derde deskundige aanwijzen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-515113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.1.13</span><span class=\"lf-art-t\">Indieningstermijn aanvraag tot subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.5.2 eerste lid en artikel 1.5.3 eerste lid, wordt de aanvraag tot vaststelling van de Geldlening ingediend uiterlijk 13 weken voor aflossing van de lening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-515114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.1.14</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager overlegt in aanvulling op artikel 1.5.2 tweede lid of artikel 1.5.3 tweede lid: a. Bij de aanvraag tot vaststelling van de Geldlening een overzicht van de gerealiseerde contracten (homes activated en business activated) en een financieel verslag en een verantwoording van de werkelijk gemaakte kosten. b. Bij de aanvraag tot vaststelling van de Subsidie een protocol oplevering van de aannemer waaruit de conformiteit met het bij de subsidieaanvraag ingediende businesscase blijkt en een verantwoording van de werkelijk gemaakte kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-515115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.1.15</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieaanvragen die zijn ontvangen na 1 januari 2015 op basis van een tender die voor 1 januari 2015 is opengesteld, worden verleend op basis van de regeling zoals die gold op 31 december 2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 5.15.2 NGA-project in buitengebied</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51521\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten buitengebieden</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Gedeputeerde Staten kunnen een Geldlening verstrekken voor het realiseren van een NGA-project waarbij minimaal met 60% van het totale aantal woonhuizen contractueel is overeengekomen dat deze als homes activated zullen worden aangesloten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Gedeputeerde Staten kunnen aanvullend op de Geldlening een Subsidie dan wel een aanvullende Geldlening verstrekken voor het realiseren van een NGA-project in de vorm van homes passed.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51522\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een aanvraag voor een Geldlening of een Subsidie moet voldoen aan de volgende criteria: de aanvrager is: een rechtspersoon die in het NGA-project investeert door het aanleggen of laten aanleggen van een NGA-netwerk ten behoeve van de gebruikers van dat netwerk; dan wel een rechtspersoon die ten behoeve van de gebruikers van het te realiseren NGA-netwerk financiering faciliteert voor de aanleg van dat NGA-netwerk; het NGA-project voorziet in het realiseren van een passief NGA-netwerk; het NGA-project wordt uitgevoerd in een wit gebied; het NGA-netwerk heeft een minimale levensduur van 20 jaar; derden-exploitanten, waaronder maatschappelijke operators, hebben gedurende minimaal 7 jaar wholesale toegang tot het NGA-netwerk tegen eerlijke en non-discriminatoire voorwaarden, zoals bedoeld in de AGVV en indien van toepassing, volgens de door de ACM vastgestelde beginselen inzake tarifering; de aanvraag bevat een sluitende business case die voldoende haalbaar en uitvoerbaar is en die voldoet aan de criteria die zijn opgenomen in bijlage 2 bij deze paragraaf;</div>\n<p class=\"lf-p\">154[Toelichting: Bijlage 2 \"Inhoud businesscase\" is te vinden in de rechterkolom op deze webpagina, onder het kopje \"bijlagen\".] de debt service coverage ratio van het project is groter dan 1,2.</p>\n<p class=\"lf-p\">155[Toelichting: Deze ratio geeft aan in hoeverre de operationele kasstroom voldoende is om de aflossingen en rentebetalingen op het vreemd vermogen te dekken.] 2. In aanvulling op het eerste lid voldoet een aanvraag voor een Geldlening tevens aan de volgende criteria: het NGA-project voorziet in minimaal 2000 homes passed; het NGA-netwerk moet de distributie van het gebruikelijke breedbanddienstenportfolio, te weten internet, telefonie en tv mogelijk maken; de gemiddelde aansluitkosten per gerealiseerde home passed zijn hoger dan € 1.000 3. In aanvulling op het eerste lid voldoet een aanvraag voor een Subsidie tevens aan het volgende criterium: de gemiddelde aansluitkosten per gerealiseerde home activated zijn hoger dan € 2.500.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51523\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De Geldlening als bedoeld in artikel 5.15.2.1 eerste lid bedraagt maximaal € 650 per gerealiseerde home activated.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De Subsidie als bedoeld in artikel 5.15.2.1. tweede lid bedraagt maximaal € 500 per gerealiseerde home passed.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De hoogte van de Subsidie wordt bepaald door het verschil tussen de aansluitkosten per home activated, minus het drempelbedrag van €2.500.</div>\n<p class=\"lf-p\">156[Toelichting: Alleen indien de gemiddelde aansluitingskosten boven het in artikel 5.15.2.2, derde lid genoemde drempelbedrag uitkomen, is subsidieverlening gerechtvaardigd.] 4. Indien de business case hiertoe aanleiding geeft, kan het maximale subsidiebedrag als bedoeld in het tweede lid minus het reeds als Subsidie te verstrekken bedrag, in de vorm van een aanvullende Geldlening worden verstrekt tegen dezelfde condities als de Geldlening als bedoeld in het eerste lid.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Op verzoek van de aanvrager kan de onder het tweede lid bedoelde Subsidie ook in de vorm van een Geldlening worden verstrekt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>De Geldlening en Subsidie tezamen bedragen niet meer dan 50% van de subsidiabele kosten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51524\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Gedeputeerde Staten weigeren de Geldlening of Subsidie indien: de aanvrager voor de activiteit al subsidie heeft ontvangen op basis van dit Uitvoeringsbesluit subsidies of de Algemene Subsidieverordening; de aanvrager in financiële moeilijkheden verkeert; de aanvrager over onvoldoende financiële middelen beschikt om de business case uit te voeren.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van artikel 1.3.1 tweede lid, weigeren Gedeputeerde Staten de Geldlening of Subsidie indien het door de provincie ter beschikking te stellen bedrag minder dan € 250.000 bedraagt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Gedeputeerde Staten kunnen besluiten dat een Geldlening of Subsidie wordt geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.</div>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 5.15.3 NGA-project op bedrijventerrein</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51531\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Gedeputeerde Staten kunnen een Geldlening verstrekken voor het realiseren van een NGA-project op een bedrijventerrein.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Gedeputeerde Staten kunnen aanvullend op de Geldlening een Subsidie dan wel een aanvullende Geldlening verstrekken voor het realiseren van een NGA-project.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51532\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een aanvraag voor een Geldlening of een Subsidie moet voldoen aan de volgende criteria: de aanvrager is: een rechtspersoon die in het NGA-project investeert door het aanleggen of laten aanleggen van een NGA-netwerk ten behoeve van de gebruikers van dat netwerk; dan wel een rechtspersoon die ten behoeve van de gebruikers van het te realiseren NGA-netwerk financiering faciliteert voor de aanleg van dat NGA-netwerk; het NGA-project voorziet in het realiseren van een passief NGA-netwerk; het NGA-project wordt uitgevoerd in een wit gebied; het NGA-netwerk heeft een minimale technische levensduur van 20 jaar; derden-exploitanten, waaronder maatschappelijke operators, hebben gedurende minimaal 7 jaar wholesale toegang tot het NGA-netwerk tegen eerlijke en non-discriminatoire voorwaarden, zoals bedoeld in de AGVV en indien van toepassing, volgens de door de ACM vastgestelde beginselen inzake tarifering; de aanvraag bevat een sluitende business case die voldoende haalbaar en uitvoerbaar is en die voldoet aan de criteria opgenomen in bijlage 2 bij deze paragraaf;</div>\n<p class=\"lf-p\">157[Toelichting: Bijlage 2 \"Inhoud businesscase\" is te vinden in de rechterkolom op deze webpagina, onder het kopje \"bijlagen\".] de debt service coverage ratio van het project is groter dan 1,2.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In aanvulling op het eerste lid voldoet een aanvraag voor een Geldlening tevens aan de volgende criteria: het NGA-project voorziet in 100% business passed; het NGA-project voorziet in minimaal 20% businesses activated; de gemiddelde aansluitkosten per gerealiseerde business connected zijn hoger dan €1.500 voor aansluitingen op bedrijventerreinen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In aanvulling op het eerste lid voldoet een aanvraag voor een Subsidie tevens aan het volgende criterium: de gemiddelde aansluitkosten per gerealiseerde business activated zijn hoger dan €3.500.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51533\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Grondslag subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De Geldlening als bedoeld in artikel 5.15.3.1 eerste lid bedraagt maximaal € 1500 per gerealiseerde business activated.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De Subsidie als bedoeld in artikel 5.15.3.1 tweede lid bedraagt maximaal € 500 per gerealiseerde business passed.</div></div>", "next": 239733}