{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">verhuiscoach: persoon die 55-plussers ondersteunt bij vragen rondom verhuizen en die als zodanig participeert in de intervisiegroep voor verhuiscoaches van de provincie Gelderland; verhuizen: van woning veranderen door de inboedel over te brengen naar de nieuwe woning; vrijkomende woning: woning die door huurder na verhuizing vrijkomt; woningcorporatie: wooncoöperatie als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2252\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.25.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor een verhuisvergoeding voor het verhuizen van een grotere huurwoning naar een kleinere huurwoning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2253\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.25.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 2.25.2 wordt alleen verstrekt als: de vrijkomende woning: in de provincie Gelderland staat; in eigendom is van een woningcorporatie; beschikbaar blijft als huurwoning voor de woningcorporatie; ten minste drie slaapkamers heeft en tenminste 65 m2 bruto vloeroppervlakte. de woning die wordt betrokken aan de volgende criteria voldoet: de woning is een huurwoning; de woning heeft maximaal twee slaapkamers; de woning is geschikt of kan geschikt gemaakt worden voor senioren; het huurcontract staat op naam van de aanvrager. bij het proces rondom de verhuizing een verhuiscoach is betrokken; de aanvrager aan de volgende criteria voldoet: ten minste één lid van het huishouden van aanvrager is tenminste 55 jaar; aanvrager is tenminste één jaar woonachtig geweest in de vrijkomende woning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2254\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.25.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG wordt subsidie verstrekt aan de huurder.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2255\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.25.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een aanvraag om subsidie wordt ingediend voordat aanvrager verhuist.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van het eerste lid kan een aanvraag om subsidie worden ingediend na de verhuizing als de verhuizing heeft plaatsgevonden in de periode tussen 1 november 2021 en 10 januari 2022.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.In afwijking van artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag de volgende gegevens verstrekt: een verklaring van de woningcorporatie dat de vrijkomende woning voldoet aan de criteria als bedoeld in artikel 2.25.4, onder a; een verklaring van de verhuiscoach dat de te betrekken woning en aanvrager voldoen aan de criteria als bedoeld in artikel 2.25.4, onder b en d.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2256\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.25.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt € 2.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2257\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.25.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 2.25.2 wordt geweigerd als aanvrager of een lid van het huishouden van aanvrager in de afgelopen drie jaren al een tegemoetkoming in verhuiskosten heeft ontvangen van ten minste € 1.000.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3 Milieu, energie &amp; klimaat</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.1 Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-311\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: eigenaar-bewoner: een persoon die op grond van artikel 1 van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek eigenaar is van een koopwoning en zelf deze koopwoning bewoont; bodem en ondergrond: het vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen en antropogene resten van eertijdse bewoning en grondgebruik, inclusief het grondwater; bodem- en ondergrondaspecten: informatie over de karakteristieken van de bodem en ondergrond, de gebruiksmogelijkheden en de effecten van het mogelijke gebruik op andere functies van de bodem en ondergrond en de effecten van bovengronds ruimtegebruik op ondergrondse functies en omgekeerd; bodemgegevens: gegevens afkomstig uit een bodemonderzoeksrapport dat is opgesteld door een erkende persoon of instelling zoals bedoeld in artikel 9 van het Besluit Bodemkwaliteit; energielabelsprong: een verbetering van het energielabel als bedoeld in het Besluit Energieprestatie Gebouwen hernieuwbare energie: niet-fossiele energie zoals windenergie, zonne-energie, geothermische energie, golfenergie, getijdenenergie, waterkrachtinstallaties, biomassa, stortgas, rioolwaterzuiveringsgas en biogas; lokaal duurzaam energiebedrijf: een onderneming die hernieuwbare energie produceert waarbij de afnemers zijn gevestigd binnen een straal van 30 kilometer ten opzichte van een productielocatie van de onderneming;</p>\n<p class=\"lf-p\">NOM-ready: de situatie waarin een woning direct verbeterd wordt en verantwoord voorbereid is op een NOM-renovatie door middel van latere ingrepen;</p>\n<p class=\"lf-p\">NOM-renovatie: een renovatie van een woning die als rechtstreeks gevolg heeft dat de ingaande en uitgaande energiestromen voor gebouw gebonden energie (ruimteverwarming, comfort-koeling, ventilatie, monitoring, regelingen en hulpenergie voor deze installaties) bij een normaal leefpatroon op jaarbasis gelijk zijn aan of lager zijn dan nul; [vervallen] terugverdientijd: de subsidiabele kosten gedeeld door de verwachte jaarlijkse besparing; rd-waarde: het warmte-isolerend vermogen van een materiaallaag;</p>\n<p class=\"lf-p\">VvE: vereniging van eigenaars als bedoeld in artikel 5:124 van het Burgerlijk Wetboek.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.2 Energieloketten [vervallen]</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.3 Lokale hernieuwbare energieprojecten en participatie door natuurlijke personen, rechtspersonen zonder winstoogmerk en VvE’s</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-331\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor de uitvoering van lokale hernieuwbare energieprojecten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-332\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie aan lokale duurzame energiebedrijven en rechtspersonen zonder winstoogmerk wordt slechts verstrekt indien: minimaal 50 natuurlijke personen wonend op 50 verschillende adressen deelnemen door middel van een financiële bijdrage; de financiële deelname van voornoemde personen gezamenlijk ten minste 25% van de kosten bedraagt; de bijdrage per natuurlijk persoon minimaal €50 bedraagt; en het lokale hernieuwbare energieproject een terugverdientijd heeft van minimaal vijf jaar.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie aan VvE’s wordt slechts verstrekt indien: de VvE bestaat uit ten minste 50 natuurlijke personen wonend op 50 verschillende adressen; de financiële deelname van de VvE ten minste 25% van de kosten bedraagt; het lokale hernieuwbare energieproject een terugverdientijd heeft van minimaal vijf jaar; en het lokale hernieuwbare energieproject onderdeel vormt van (aard en nagelvast is verbonden met) het gebouw of groep van gebouwen van de VvE.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-333\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt verstrekt aan lokale duurzame energiebedrijven, rechtspersonen zonder winstoogmerk en VvE’s.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als VvE’s samenwerken bij het lokale hernieuwbare energieproject kan de aanvraag door een van de bij die samenwerking betrokken VvE’s mede namens de andere VvE’s worden ingediend</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-334\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten (nieuw)</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Geen subsidie wordt verstrekt voor verwerving van grond of gebouwen 2. Geen subsidie wordt verstrekt voor exploitatiekosten of kosten voor ontmanteling of beëindiging van het lokale hernieuwbare energieproject</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-335\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag door een lokaal duurzaam energiebedrijf of een rechtspersoon zonder winstoogmerk een document verstrekt met een overzicht van NAW-gegevens van de deelnemende natuurlijke personen, de hoogte van het ingezette bedrag per natuurlijke persoon en een opgave van het project of de projecten waaraan de ingezette bedragen worden of zijn besteed.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag door een VvE verstrekt: een document met een overzicht van NAW-gegevens van haar leden en van de hoogte van het gezamenlijk via de VvE ingezette bedrag; een besluit van de VvE tot financiële deelname met een bedrag dat ten minste 25% van de kosten van het lokale duurzame energieproject bedraagt; als de aanvraag namens samenwerkende VvE’s wordt ingediend een verklaring van alle betrokken VvE’s of een kopie van de samenwerkingsovereenkomst waaruit de aard en de omvang van de samenwerking blijkt.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-336\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt ten hoogste 20% van de subsidiabele kosten, met een minimum van €3.500 en een maximum van €100.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor waterkrachtinstallaties bedraagt de subsidie ten hoogste 20% van de subsidiabele kosten, met een minimum van €3.500 en een maximum van €200.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-337\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.3.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het lokale duurzame energiebedrijf of de rechtspersoon zonder winstoogmerk is verplicht om ervoor zorg te dragen dat de bijdragen van natuurlijke personen ten minste 5 jaar beschikbaar blijven voor de subsidiabele activiteit.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De VvE is verplicht om ervoor zorg te dragen dat haar bijdrage ten minste 5 jaar beschikbaar blijft voor de subsidiabele activiteit.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.4 [vervallen]</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.5 Stimulering energiebesparing bij bedrijven en instellingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-351\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder bedrijfscollectief: een samenwerkingsverband van bedrijven of instellingen dat rechtspersoonlijkheid bezit en waarvan de doelgroep in ieder geval de aangesloten bedrijven en instellingen betreft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-352\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: het uitvoeren van een plan van aanpak voor het werven voor, het coördineren en het evalueren van en het communiceren over energiescans bij bedrijven en instellingen, en het begeleiden van bedrijven of instellingen bij het inventariseren van maatregelen met behulp van een energiescan met als minimale basis de erkende maatregelen als bedoeld in bijlage 10 bij de Activiteitenregeling milieubeheer, voor zover die zijn vastgesteld voor de betreffende branche, waarbij de inventarisatie inzicht moet bieden in de kosten en de terugverdientijd van de wettelijk verplichte maatregelen, alsmede een termijn voor realisatie van die maatregelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-353\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie als bedoeld in artikel 3.5.2, onder a, wordt slechts verstrekt indien de Omgevingsdienst een positieve verklaring over het plan van aanpak heeft afgegeven.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie als bedoeld in artikel 3.5.2, onder b, wordt slechts verstrekt indien de Omgevingsdienst een positieve verklaring over de begeleiding heeft afgegeven en er afstemming met de Omgevingsdienst heeft plaatsgevonden over de voorgenomen activiteiten in relatie tot eventuele toezichts- en handhavingsactiviteiten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Indien de activiteiten zich richten op het gebied van meerdere Omgevingsdiensten, kan volstaan worden met een verklaring van één van de Omgevingsdiensten</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-354\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen subsidie wordt verstrekt voor uitsluitend de activiteiten als bedoeld in artikel 3.5.2, onder a.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-355\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor subsidie komen in aanmerking de kosten voor de inhuur van externe deskundigheid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Geen subsidie wordt verstrekt voor de ontwikkeling en aanschaf van energiebesparende maatregelen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-356\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een bedrijfscollectief.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-357\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.5.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt: ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 24.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 3.5.2, onder a; ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten per bedrijf of instelling met een maximum van € 1.000 en een totaal maximum van € 100.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 3.5.2, onder b.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-358\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.5.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Onverminderd artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 3.5.2, onder a, in elk geval de volgende gegevens verstrekt: een plan van aanpak met daarin een communicatiestrategie, een rolverdeling van bij de subsidiabele activiteit betrokken partijen, een omschrijving van de doelgroep en een borging van de realisatie van minimaal de wettelijk vereiste maatregelen binnen een termijn van maximaal drie jaar; een positieve verklaring van de de gemeente of de Omgevingsdienst over het plan van aanpak als bedoeld onder a.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Onverminderd artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 3.5.2, onder b, in elk geval een verklaring van de Omgevingsdienst verstrekt waaruit blijkt dat er afstemming heeft plaatsgevonden tussen de aanvrager en de Omgevingsdienst over de begeleiding in relatie tot artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-359\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.5.9</span><span class=\"lf-art-t\">Vaststelling</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In de toelichting als bedoeld in artikel 1.5.1, onder a, wordt opgave gedaan van: het aantal bedrijven en instellingen waar voorlichting aan is gegeven als bedoeld in artikel 3.5.2, onder a, het aantal bedrijven en instellingen waar een energiescan is uitgevoerd als bedoeld in artikel 3.5.2, onder b, en de wijze waarop die voorlichting heeft plaatsgevonden; het aantal bedrijven en instellingen dat zich bereid heeft verklaard om binnen drie jaar na de energiescan de energiebesparende maatregelen uit te voeren met een terugverdientijd van maximaal vijf jaar en binnen een half jaar na de energiescan een plan van aanpak hebben opgesteld voor realisatie van deze maatregelen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvraag om vaststelling bevat afschriften van de registratie of verklaringen van de bedrijven en instellingen als bedoeld in het eerste lid, onder b.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.6 bodemgegevens op orde</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-361\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor het selecteren van bodemgegevens en het invoeren daarvan in een digitaal bodeminformatiesysteem.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-362\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien bij het invoeren van de bodemgegevens gebruik wordt gemaakt van het uitwisselingsformat SIKB0101 of een daarvoor in de plaats tredend uitwisselingsformat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-363\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt aan: gemeenten; openbare lichamen als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-364\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie als bedoeld in artikel 3.6.1 bedraagt € 7500.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-365\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.7 Ondergrond in beeld ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-371\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor het uitvoeren van bodemonderzoek of opstellen van een rapport over bodem- en ondergrondaspecten in een gebied en het delen van opgedane kennis hierover.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-372\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht het rapport openbaar te maken via internet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-373\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor subsidie als bedoeld in artikel 3.7.1 komen niet in aanmerking de kosten van wettelijk verplicht bodemonderzoek in het kader van de Wet bodembescherming, het Besluit bodemkwaliteit en, na inwerkingtreding, de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van artikel 1.3.5, onderdeel h, kan subsidie worden verstrekt voor de onderzoekskosten naar stoffen die voorkomen op de Europese lijst van Zeer Zorgwekkende Stoffen en de onderzoekkosten voor de niet genormeerde stoffen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-374\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt aan: gemeenten; openbare lichamen als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-375\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie als bedoeld in 3.7.1 bedraagt € 10.000.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.8 Omgevingsveiligheid</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-381\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor activiteiten die voortvloeien uit Deelprogramma 4 Lokaal EV beleid van de Impuls Omgevingsveiligheid 2020, zoals vastgesteld door het Bestuurlijk Omgevingsberaad op 30 oktober 2019.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-382\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan openbare lichamen die zijn ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen en die fungeren als omgevingsdiensten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-383\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste: voor de Omgevingsdienst Achterhoek: € 93.482; voor de Omgevingsdienst Noord Veluwe: € 42.288; voor de Omgevingsdienst Veluwe IJssel: € 48.990; voor de Omgevingsdienst Regio Arnhem: € 85.457; voor de Omgevingsdienst De Vallei: € 49.299; voor de Omgevingsdienst Regio Nijmegen: € 52.606; voor de Omgevingsdienst Rivierenland: € 68.877.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-384\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.8.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de artikel 1.3.6 bedraagt de subsidie voor de directe loonkosten en de indirecte kosten maximaal een bedrag per uur dat overeenkomt met het door de Omgevingsdiensten bestuurlijk vastgestelde uurtarief.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-385\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.8.5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag een opgave van het bestuurlijk vastgestelde uurtarief als bedoeld in artikel 3.8.4.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.9 Ondersteuning van gemeenten ten behoeve van toezicht op energiebesparing</h3>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.10 Energieloketten 2018</h3>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.11 Voorfinanciering ontwikkelkosten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.11.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In deze paragraaf wordt verstaan onder: duurzaam energiebedrijf: een onderneming voor de productie van windenergie en zonne-energie; windpark: een of meerdere windmolens die organisatorisch en ruimtelijk met elkaar samenhangen en die een totaal gezamenlijk vermogen hebben van ten minste 5 MW; zonnepark: grondgebonden zonnepanelen die organisatorisch en ruimtelijk met elkaar samenhangen met een totaal vermogen van ten minste 1 MW; bevoegde bestuursorgaan: de gemeenteraad of, voor zover toepassing wordt gegeven aan artikel 9e, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998, Provinciale Staten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Artikel 3.1.1, aanhef en onder g, is niet van toepassing.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.11.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor de voorbereiding van een windpark of een zonnepark.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.11.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt slechts verstrekt als: het windpark of het zonnepark niet in strijd is met het provinciale omgevingsbeleid; de realisatie van het windpark of het zonnepark naar verwachting gefinancierd kan worden en een positief bedrijfseconomisch resultaat verwacht wordt binnen een termijn van drie jaren na het in gebruik nemen ervan; natuurlijke personen direct of indirect ten minste voor 50% zeggenschap hebben over de exploitatie en ten minste voor 50% delen in de winst; de aanvrager in staat is om voldoende gekwalificeerde personen aan te trekken of in te zetten om de realisatie en de exploitatie van het windpark of het zonnepark te verzekeren; het bevoegde bestuursorgaan bereid is mee te werken aan het windpark of het zonnepark.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Over de criteria als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, wordt voorafgaand aan een beslissing op een aanvraag advies gevraagd aan Oost NL, tenzij de aanvraag buiten behandeling wordt gelaten of de aanvraag moet worden afgewezen omdat niet wordt voldaan aan enig ander criterium voor het verstrekken van subsidie.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.11.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt verstrekt aan duurzame energiebedrijven waarbij ten minste 50 natuurlijke personen door middel van lidmaatschap, aandelenbezit of op andere wijze bij het duurzame energiebedrijf zijn aangesloten en die wonen op afzonderlijke adressen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van het eerste lid kan subsidie worden verstrekt aan een onderneming die voor ten minste 50% in eigendom is van een duurzaam energiebedrijf als bedoeld in het eerste lid.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.11.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie bedraagt ten hoogste 90% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 400.000.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie maximaal het bedrag dat wordt berekend naar rato van het aandeel dat de natuurlijke personen direct of indirect gezamenlijk hebben in het vermogen van de aanvrager.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De subsidie wordt verstrekt in de vorm van een geldlening met een looptijd van maximaal vijf jaar en een rente van 3% per jaar. De subsidieontvanger is verplicht de geldlening terug te betalen, vermeerderd met de rente.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Als blijkt dat het windpark of het zonnepark niet kan worden gerealiseerd als gevolg van strijd met een goede ruimtelijke ordening, dan besluiten Gedeputeerde Staten op een daartoe strekkend gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger tot het intrekken van de verplichting tot terugbetaling van de lening en de rente.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3116\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.11.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Als de voorbereiding van een zonnepark of windpark in fasen gebeurt, kunnen voor elke fase afzonderlijke aanvragen worden ingediend. De som van alle subsidies voor afzonderlijke aanvragen gaat het maximum van artikel 3.11.5, eerste lid, niet te boven.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Onverminderd artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag in elk geval de volgende gegevens verstrekt: informatie waaruit blijkt dat het windpark of het zonnepark niet in strijd is met het provinciale omgevingsbeleid; informatie waaruit blijkt dat de realisatie van het windpark of het zonnepark naar verwachting gefinancierd kan worden; een onderbouwde prognose van het bedrijfseconomische resultaat in de vijf jaren na het in gebruik nemen van het windpark of het zonnepark; informatie waaruit blijkt dat de natuurlijke personen als bedoeld in artikel 3.11.3, eerste lid onder c, ten minste voor 50% zeggenschap hebben over de exploitatie en ten minste voor 50% delen in de winst; informatie waaruit blijkt dat de aanvrager in staat is om voldoende gekwalificeerde personen aan te trekken of in te zetten om de realisatie en de exploitatie van het windpark of het zonnepark te verzekeren; informatie waaruit blijkt dat het bevoegde bestuursorgaan van het windpark of het zonnepark wil meewerken.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3117\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.11.7</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarde</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt verstrekt op voorwaarde dat de ontvanger meewerkt aan de totstandkoming van een privaatrechtelijke overeenkomst van geldlening als bedoeld in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3118\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.11.8</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor zover dat in overeenstemming is met hoofdstuk I en artikel 22 van de AGVV.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.12 Procesondersteuning Wijk van de toekomst</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: wijk: een geografische eenheid van tenminste 400 woningen; integraal transitieplan: een in overleg met betrokken partijen tot stand gekomen plan met maatregelen gericht op het beperken van het fossiele energieverbruik in de wijk, waaronder in ieder geval bestaande gebouwen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor opdrachtverlening aan een externe deskundige voor: het ontwerpen, voorbereiden en in gang zetten van een proces gericht op het maken van een integraal transitieplan voor de verduurzaming van de wijk; het uitvoeren van een proces gericht op het opstellen van een integraal transitieplan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie kan worden verstrekt voor een proces dat is gericht op een wijk of meerdere aaneengesloten wijken.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de externe deskundige is geselecteerd uit ten minste drie offertes; de externe deskundige aantoonbaar ervaring heeft op het terrein waarop hij wordt ingeschakeld.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van het eerste lid, onder a ten aanzien van subsidie als bedoeld in artikel 3.12.2, eerste lid, onder b.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3124\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12.4</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3.12.2, eerste lid, onder b wordt slechts verstrekt als de aanvrager een document kan overleggen waaruit blijkt: hoe het daar genoemde proces, zal worden ingericht en welke partijen hierbij zullen worden betrokken; hoeveel energie er in de wijk wordt gebruikt voor het treffen van maatregelen en een inschatting van het energiegebruik nadat maatregelen getroffen zijn, en dat er bereidheid is bij bewoners en andere betrokken partijen om deel te nemen aan het proces om te komen tot een transitieplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3125\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking de kosten van: de externe deskundige, en andere kosten die rechtstreeks verband houden met het proces met een maximum van 10% van de totale kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3127\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 3.12.2, eerste lid, onder a bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 10.000.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 3.12.2, eerste lid, onder b bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 50.000.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In afwijking van het tweede lid bedraagt de subsidie als bedoeld in artikel 3.12.2, eerste lid, onder b ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 40.000 indien voor de betreffende wijk subsidie is verleend als bedoeld in artikel 3.12.2, eerste lid 1, onder a.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3128\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Onverminderd artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag de volgende gegevens overgelegd: de offertes als bedoeld in artikel 3.12.3; documenten waaruit blijkt dat de deskundige ervaring heeft op het terrein waarop hij wordt ingeschakeld, en een aanduiding op kaart van de betreffende wijk of wijken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Onverminderd het eerste lid wordt bij de aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 3.12,2, eerste lid, onder b het document gevoegd als bedoeld in artikel 3.12.4.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3129\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12.9</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvrager brengt binnen zes weken na beëindiging van de activiteiten verslag uit aan Gedeputeerde Staten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het verslag van de activiteiten als bedoeld in artikel 3.12.2, eerste lid, onder a bevat ten minste een beschrijving van: de gevolgde aanpak; de bereidheid van de betrokken partijen, met name de bewoners, om deel te nemen aan het proces tot verduurzaming van de wijk, en de wijze waarop de externe deskundige het proces heeft begeleid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het verslag over de activiteiten als bedoeld in artikel 3.12.2, eerste lid, onder b bevat ten minste een beschrijving van: de gevolgde aanpak; het verloop van het proces; gemaakte afspraken; de deelnemende partijen aan het proces en hun inbreng; het netwerk in de wijk; het draagvlak voor een transitie bij de betrokken partijen; risico’s en de wijze waarop deze gemitigeerd kunnen worden, en de wijze waarop is deelgenomen aan communities of practice.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12.10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de subsidie meer bedraagt dan € 24.999 wordt ten behoeve van de vaststelling van de subsidie het verslag als bedoeld in artikel 3.12.9, derde lid, aangemerkt als het inhoudelijk verslag als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de AsG.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.13 [vervallen]</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.14 [vervallen]</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.15 [vervallen]</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.16 [vervallen]</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.17 [vervallen]</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.18Ondersteuning van gemeenten bij toezicht op energiebesparing 2021-2024</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3181\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: energieverbruikers: bedrijven die vallen onder de reikwijdte van artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelderse aanpak: een aanpak gericht op communicatie, stimulering van bedrijven via collectieve projecten en handhaving; toezicht: toezicht op de naleving van artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3182\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor het uitoefenen van toezicht in 2021 tot en met 2024.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3183\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt alleen verstrekt als: de aanvrager de Gelderse aanpak volgt; de aanvrager een overeenkomst heeft met de Omgevingsdienst over toezicht.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie wordt voorts alleen verstrekt als de aanvrager in de periode van 2021 tot en met 2024 bij ten minste 50% van het aantal energieverbruikers in de gemeente toezicht uitoefent 3. Het aantal energieverbruikers in een gemeente wordt bepaald aan de hand van gegevens van de Gelderse omgevingsdiensten</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3184\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een omgevingsdienst kan optreden als aanvrager namens een of meerdere gemeenten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3185\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie bedraagt € 400 per energieverbruiker waar in de periode van 2021 tot en met 2024 toezicht wordt uitgeoefend.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie wordt aangevraagd uiterlijk op 1 juni van het kalenderjaar of het eerste kalenderjaar als de aanvraag betrekking heeft op meerdere kalenderjaren. Artikel 1.3.5, aanhef en onder b, is niet van toepassing.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3186\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag in elk geval de volgende gegevens verstrekt: een plan waarin wordt beschreven op welke wijze gedurende de periode van 2021 tot en met 2024 bij ten minste 50% van de energieverbruikers in de gemeente toezicht is of wordt uitgeoefend; de overeenkomst als bedoeld in artikel 3.18.3, eerste lid, aanhef en onder b; een opgave van het aantal energieverbruikers.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3187\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.19Energieloketten 2021-2024</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3191\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.19.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: actieve marktbenadering: een door de aanvrager geregisseerde planmatige aanpak waarin particuliere woningeigenaren in een wijk of een buurt, of bepaalde doelgroepen in een wijk, een buurt of in de gemeente, worden benaderd om energiebesparende maatregelen aan hun woningen te treffen of om hernieuwbare energie op te wekken; digitaal: via e-mail en via een website; energieloket: een informatiepunt gericht op het informeren van bewoners over energiebesparing en energiebesparende maatregelen aan en opwekking van hernieuwbare energie bij bestaande woningen en mogelijkheden om die maatregelen te financieren; professionalisering: activiteiten gericht op het vergroten van de bekendheid, zichtbaarheid, toegankelijkheid en bereikbaarheid van het energieloket, toepassing van marketing, het ontwikkelen of doorontwikkelen van een klantvolgsysteem, het monitoren van het bereik en de effecten van het energieloket, het inspelen op ontwikkelingen in de energietransitie binnen de bebouwde omgeving en het structureel inrichten en aansturen van het energieloket gedurende het tijdvak waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3192\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.19.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor het financieren van energieloketten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3193\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.19.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt verstrekt voor een of meerdere kalenderjaren.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie wordt alleen verstrekt als: het energieloket in de periode 2021 tot en met 2024 operationeel is, of een of meerdere jaren binnen die periode; het energieloket fysiek, digitaal en telefonisch bereikbaar is voor het verstrekken van informatie; het energieloket gebruik maakt van een klantvolgsysteem en een monitoringssysteem; de aanvrager met het energieloket afspraken heeft gemaakt over het uitvoeren van een actieve marktbenadering, en professionalisering wordt doorgevoerd.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3194\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.19.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als gemeenten samenwerken bij het in stand houden van een gezamenlijk energieloket kan de aanvraag door een van de bij die samenwerking betrokken gemeenten mede namens de andere gemeenten worden ingediend.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3195\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.19.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie bedraagt de som van het inwoneraantal op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd, vermenigvuldigd met een bedrag van € 0,50 en vervolgens vermenigvuldigd met het aantal jaren waarvoor de subsidie wordt verstrekt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het inwoneraantal wordt bepaald aan de hand van CBS-gegevens.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Kosten die in het jaar of de jaren waarin het energieloket operationeel is worden gemaakt, zijn subsidiabel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Artikel 1.3.5, aanhef en onder b, is niet van toepassing.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3196\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.19.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt aangevraagd uiterlijk op 1 juni van het kalenderjaar of het eerste kalenderjaar als de aanvraag betrekking heeft op meerdere kalenderjaren.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Onverminderd artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag in elk geval de volgende gegevens verstrekt: een plan van aanpak met een beschrijving van de activiteiten die het energieloket zal gaan uitvoeren, waarin ten minste ook wordt ingegaan op de actieve marktbenadering; een beschrijving van de professionalisering van het energieloket, waarin wordt ingegaan op wijze waarop de continuïteit van het energieloket wordt geborgd; een beschrijving van de wijze waarop het energieloket bereikbaar is; als de aanvraag namens samenwerkende gemeenten wordt ingediend een verklaring van alle samenwerkende gemeenten of een kopie van de samenwerkingsovereenkomst waaruit de aard en de omvang van de samenwerking blijkt.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3197\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.19.7</span><span class=\"lf-art-t\">Vaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 25, derde lid, van de AsG wordt de subsidie vastgesteld met toepassing van artikel 25, eerste lid, van de AsG.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3198\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.19.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van artikel 1.4.3 legt de subsidieontvanger jaarlijks uiterlijk in maart een rapportage over het voorgaande kalenderjaar over waarin een beschrijving wordt gegeven van: de activiteiten van het energieloket in het voorgaande kalenderjaar, en de daarbij behaalde resultaten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bij de beschrijving van de resultaten als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, wordt gebruik gemaakt van de data uit het klantvolgsysteem en monitoringsysteem.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 4 Vitaal platteland, natuurbeheer en ontwikkeling natuurgebieden</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.1 Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-411\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: agrarisch collectief: vereniging als bedoeld in artikel 3.1 van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Gelderland 2016; agrarisch natuurbeheer: natuurbeheer op landbouwgronden; agrarisch leefgebied: in het natuurbeheerplan begrensde landbouwgronden waarop planten of dieren voorkomen die bepaalde eisen stellen aan de inrichting en het gebruik van hun omgeving of waarop het voorkomen van zulke planten of dieren wordt nagestreefd; ambitiekaart: kaart behorende bij het vigerende Natuurbeheerplan Gelderland waarop de begrenzing is vastgelegd van bestaande en nieuwe natuur;</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsnota Actieve Soortenbescherming: de Beleidsnota Actieve Soortenbescherming Gelderland zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten bij besluit van 6 januari 2015, inclusief de nadien aangebrachte wijzigingen; duurzaam functioneren van de toplaag: handhaven of herstellen van het op lange termijn functioneren van de werking van het bodem en watersysteem in de bovenlaag van de bodem; faunavoorziening: een voorziening die het dieren mogelijk maakt openbare infrastructuur veiliger over te steken; functieverandering: het feitelijk en publiekrechtelijk wijzigen van het gebruik van grond van landbouw naar natuur en het vestigen van een kwalitatieve verplichting op die grond; ganzenrustgebied: gebied bedoeld om overwinterende beschermde inheemse ganzen rust te bieden en welk gebied door Provinciale Staten als zodanig is vastgesteld; gebouw: opstal alsmede het kadastrale perceel waarop deze opstal is gelegen; gebruiksgerechtigde: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die op grond van pacht of erfpacht zeggenschap heeft over het landbouwbedrijf; gecertificeerde begunstigde: begunstigde die beschikt over of gebruik maakt van een certificaat als bedoeld in artikel 1.11 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Gelderland 2016;</p>\n<p class=\"lf-p\">GNN: Gelders natuurnetwerk zoals begrensd door Provinciale Staten bij vaststelling van de Omgevingsverordening provincie Gelderland bij besluit van 24 september 2014 dan wel de op basis van de Omgevingsverordening provincie Gelderland door Gedeputeerde Staten nadien gewijzigde begrenzing; grondgebruiker: degene die gerechtigd is de grond, waarop het onderzoek wordt uitgevoerd, te gebruiken; grondstrategieplan: een door Gedeputeerde Staten vastgesteld plan waarin is vastgelegd de wijze waarop ruiling , aan- en verkoop van gronden plaatsvindt ten behoeve van het bereiken van provinciale doelen in een bepaald gebied; grote onderneming: onderneming waar minstens 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet 50 miljoen EUR of het jaarlijkse balanstotaal 43 miljoen EUR overschrijdt, zoals bepaald in artikel 2, bijlage I van Landbouw groepsvrijstellingsverordening; hagen en heggen: opgaande lijnvormige elementen bestaande uit loofhoutsoorten, niet zijnde vlecht-, knip- of scheerheggen; inrichting: de uitvoering van maatregelen die de fysieke kenmerken van het natuurterrein wijzigen; knelpunt: een locatie waarvan door onderzoek is gebleken dat daar regelmatig dieren worden aangereden of verdrinken of waarbij het voor ter plaatse levende dieren onmogelijk is om openbare infrastructuur te passeren; landbouwactiviteit: activiteit als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b van de Verordening (EU) Nr. 1306/2013 van het Europees parlement en de Raad van 17 december 2013 (PbEU L347/549 landbouwbedrijf: een eenheid die grond, gebouwen en voorzieningen omvat die voor de primaire landbouwproductie worden gebruikt als bedoeld in artikel 2 onder 8 van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening, Verordening (EU) Nr. 702/2014 van de Europese Commissie van 25 juni 2014 (Pb EU L 193), niet zijnde een glastuinbouwbedrijf; landbouwbedrijfsgebouw: een gebouw met bijbehorende voorzieningen dat gebruikt wordt ten behoeve van de uitoefening van een landbouwbedrijf; landbouwsteunkader: Richtsnoeren van de Europese Unie voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2014-2020 (PbEU 2014, C204); landschapselementen: groene opgaande elementen bestaande uit inheemse loofhoutsoorten; leefgebied: gebied waarin alle fasen in de levenscyclus van een of meer prioritaire soorten zich kunnen afspelen; [vervallen] modernisering: vervanging van een bestaand landbouwbedrijfsgebouw of van bestaande voorzieningen op de nieuwe locatie door een nieuw, modern gebouw of nieuwe, moderne voorzieningen waarbij de betrokken productie, of technologie fundamenteel wordt gewijzigd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Nationale Landschappen: Nationale Landschappen zoals aangewezen in de Uitwerking streekplan Gelderland 2005;</p>\n<p class=\"lf-p\">Natura 2000-gebied: door het Rijk aangewezen Natura 2000-gebieden op basis van de Wet natuurbescherming;</p>\n<p class=\"lf-p\">Natura 2000-doelstellingen: instandhoudings- en ontwikkeldoelstellingen van het betreffende Natura 2000-gebie; natura 2000-maatregelen: maatregelen voor herstel van de natuurkwaliteiten zoals beschreven in Natura 2000-beheerplannen of ontwerpbeheerplannen van door Gedeputeerde Staten vastgestelde Natura 2000-gebieden; [vervallen] natuurambitieterrein: terrein dat is opgenomen op de ambitiekaart, dat is aangeduid als N00.01 en waarvoor onder “indicatieve verhouding beheertypen” is aangegeven welke beheertypen op deze grond van toepassing zijn na functieverandering van landbouw naar natuur; natuurbeheerplan: een plan als bedoeld in artikel 1.3 van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Gelderland 2016; natuurbeheertype: in bijlage 1 van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Gelderland 2016 opgenomen soort natuur zoals nader beschreven in de Index Natuur en Landschap; natuurgebied: gebied bestaande uit meerdere natuurterreinen; natuurontwikkelplan: een door Gedeputeerde Staten vastgesteld plan waarin een gebied is aangewezen en voor subsidie in aanmerking kan komen voor het behoud van hoge actuele natuurwetenschappelijke, landschappelijke, cultuurhistorische of bosbouwkundige waarden; natuurterrein: grond die op de ambitiekaart is begrensd als bestaande of als nieuwe natuur als eenheid is weergegeven, of waarvoor een subsidie voor functieverandering als bedoeld in artikel 4.9.1 is verstrekt; niet-productieve investering: investering die niet leidt tot een aanzienlijke stijging van de waarde of de rentabiliteit van het bedrijf; nieuwe natuur: op de ambitiekaart aangegeven nog niet ingerichte landbouwgronden of voormalige landbouwgronden aangeduid als N00.01 dan wel nog niet ingerichte natuurgronden aangeduid als N00.02, waar het natuurbeheertype of indicatieve verhouding natuurbeheertypen nog niet is gerealiseerd binnen het GNN;</p>\n<p class=\"lf-p\">PAS-gebiedsanalyses: ecologische analyse van een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied dat deel uitmaakt van de passende beoordeling van het PAS, waarin herstel- en andere maatregelen zijn opgenomen die achteruitgang van de kwaliteit van habitattypen en leefgebieden van soorten stopt of de kwaliteit verbetert;</p>\n<p class=\"lf-p\">PAS-herstelmaatregel: gebiedspecifieke maatregel of activiteit, onderzoek of monitoring, opgenomen in een PAS-gebiedsanalyse en ter uitvoering van het PAS-programma of is opgenomen op de PAS-maatregelenkaarten.</p>\n<p class=\"lf-p\">PAS-maatregelenkaarten: kaarten ten behoeve van de uitvoering van de PAS-herstelmaatregelen; prioritaire soorten: soorten als bedoeld in bijlage 3 bij deze regels;</p>\n<p class=\"lf-p\">Programma-aanvraag: een aanvraag van een voor natuurbeheer gecertificeerd begunstigde voor meerdere, niet aaneengesloten natuurterreinen; marktwaarde: de waarde in het vrije economische verkeer; soortenbeschermingsmaatregelen: maatregelen gericht op behoud van een of meer prioritaire soorten of systeemherstel in de parels zoals opgenomen in de nota Actieve soortenbescherming Gelderland, vastgesteld door Gedeputeerde Staten d.d. 6 januari 2015;</p>\n<p class=\"lf-p\">Biodiversiteitsplan: plan dat is gericht op het vergroten van de biodiversiteit en door een orgaan van de gemeente is vastgesteld. faunaschade: schade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet natuurbescherming; invasieve exoot: Soorten van planten en dieren die zijn geïntroduceerd buiten hun natuurlijk verspreidingsgebied, waarvan is vastgesteld dat de introductie of verspreiding ervan een bedreiging of nadelige gevolgen heeft voor de biodiversiteit en aanverwante ecosysteemdiensten in Nederland; primaire landbouwproductie: de productie van in bijlage I bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vermelde producten van de bodem en van de veehouderij die geen verdere bewerking hebben ondergaan die de aard van deze producten wijzigt; uitvoeringsprogramma: programma waarin staat aangegeven hoe gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan het realiseren van de condities, die nodig zijn voor een landelijk gunstige staat van instandhouding op de locaties, waar bij aanvang van het programma sprake is van een te hoge stikstofdepositie voor stikstofgevoelige soorten en habitats.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.2 biodiversiteit en landschap</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-421\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: het opstellen van een biodiversiteitsplan; het uitvoeren van fysieke maatregelen die de biodiversiteit verhogen, of het aanleggen of herstellen van groenblauwe landschapselementen; burgerparticipatie en het vergroten van de maatschappelijke betrokkenheid bij biodiversiteit en het landschap; het uitvoeren van herstel- of inrichtingsmaatregelen op een agrarisch leefgebied, of; inrichting met landschapselementen, al dan niet in combinatie met functieverandering van landbouwgrond naar landschapselement. [vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-422\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-423\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.2abiodiversiteitsplan</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2a</span><span class=\"lf-art-t\">1 Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie voor het opstellen van een biodiversiteitsplan, als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel a, wordt alleen verstrekt als in het biodiversiteitsplan in ieder geval de volgende onderwerpen worden beschreven: de in het gebied voorkomende planten en dieren; de in het gebied gewenste planten en dieren; het actief beschermen van de in het plan genoemde soorten; natuurinclusief bouwen en vergunnen; het inrichten en beheren van openbaar groen en bermen, en het betrekken van inwoners bij biodiversiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2a</span><span class=\"lf-art-t\">2 Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.3.5 komen voor subsidie niet in aanmerking kosten voor: ambtelijke inzet, en projectleiding en coördinatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42a-256\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2a</span><span class=\"lf-art-t\">3 Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2a</span><span class=\"lf-art-t\">4 Hoogte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 25.000.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.2b Fysieke maatregelen biodiversiteit en groenblauwe landschapselementen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2b</span><span class=\"lf-art-t\">1 Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie voor maatregelen die de biodiversiteit verhogen, als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel b, wordt alleen verstrekt als in het projectplan wordt onderbouwd dat de maatregelen het voortplanten, opgroeien en foerageren van inheemse diersoorten mogelijk maakt of verbetert.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie voor het aanleggen of herstellen van groenblauwe landschapselementen, als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel b, wordt alleen verstrekt als: het groenblauwe landschapselementen uit bijlage 1 Index landschap bij de Subsidieverordening Natuur- en landschapsbeheer 2016 betreft, en in een projectplan wordt onderbouwd dat de aanleg bijdraagt aan het gemeentelijk biodiversiteitsplan of landschapsontwikkelingsplan.</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2b</span><span class=\"lf-art-t\">2 Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.3.5 komen voor subsidie niet in aanmerking kosten voor: ambtelijke inzet; projectleiding en coördinatie, als een gemeente de aanvrager is; aan- of verkoop van onroerende goederen; inkomstenderving, en het verwijderen van verharding, drugsafval of bodemverontreiniging.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42b-258\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2b</span><span class=\"lf-art-t\">3 Aanvrager</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt verstrekt aan: een gemeente; of een eigenaar van een bos of landgoed.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG, kan subsidie worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Artikel 1.3.6, vijfde lid, is niet van toepassing als de aanvrager Staatsbosbeheer is.</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2b</span><span class=\"lf-art-t\">4 Hoogte</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie bedraagt:</div>\n<p class=\"lf-p\">75% van de subsidiabele kosten voor activiteiten die worden uitgevoerd binnen de begrenzing van de Gelderse nationale landschappen en worden aangevraagd door een gemeente, met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 200.000 per aanvrager;</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de subsidiabele kosten voor activiteiten die worden uitgevoerd buiten de begrenzing van de Gelderse nationale landschappen en worden aangevraagd door een gemeente, met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 200.000 per aanvrager;</p>\n<p class=\"lf-p\">75% van de subsidiabele kosten die worden aangevraagd door een eigenaar van een bos of landgoed, met een minimum van € 7.500 en een maximum van € 200.000 per aanvrager, en maximaal € 20.000 voor zover subsidie wordt aangevraagd door een onderneming die actief is in de primaire productie, verwerking of afzet van landbouwproducten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De kosten voor het maken van een inrichtingsplan bedragen maximaal € 500 per inrichtingsplan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De kosten voor projectleiding of coördinatie bedragen maximaal 15% van de totale subsidiabele kosten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2b</span><span class=\"lf-art-t\">5 Weigeringsgrond</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt geweigerd voor zover de activiteit wordt uitgevoerd binnen: terreinen waarvoor subsidie op grond van de Subsidieverordening Natuur- en landschapsbeheer is verleend; een nieuw bedrijventerrein; een nieuwe woningbouwlocatie, of de begrenzing van een buitenplaats met de status rijksmonument.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie wordt geweigerd voor zover de activiteit het beheer van natuur of landschap betreft.</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2b</span><span class=\"lf-art-t\">6 Verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidieontvanger is verplicht inheems plantmateriaal en zaaizaad te gebruiken, tenzij de activiteit ziet op een vorm van agro forestry.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Landschapselementen die worden aangelegd worden tenminste 10 jaar in stand gehouden.</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2b</span><span class=\"lf-art-t\">7 Communautair toetsingskader</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie aan een eigenaar van een bos of landgoed wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met de de minimis steun Verordening (EU), nr. 1407/2013 van de Europese Commissie van 18 december 2013 (Pb EU L 352/1).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie aan een onderneming actief in de primaire productie, verwerking of afzet van landbouwproducten wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met de minimis steun in de landbouwsector Verordening (EU), Nr. 1408/2013 van de Europese Commissie van 18 december 2013 (Pb EU L 352/9).</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.2c Burgerparticipatie en het vergroten van de maatschappelijke betrokkenheid bij biodiversiteit en landschap</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42c\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2c</span><span class=\"lf-art-t\">1 Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie voor burgerparticipatie en het vergroten van de maatschappelijke betrokkenheid bij biodiversiteit en landschap, als bedoeld in artikel 4.2.1, onder d, wordt alleen verstrekt aan: een gemeente, of een eigenaar van een bos of landgoed.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2c</span><span class=\"lf-art-t\">2 Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.3.5 komen voor subsidie niet in aanmerking kosten voor: ambtelijke inzet; projectleiding en coördinatie, als een gemeente de aanvrager is, en aan- of verkoop van onroerende goederen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42c-260\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2c</span><span class=\"lf-art-t\">3 Hoogte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt:</p>\n<p class=\"lf-p\">75% van de subsidiabele kosten voor activiteiten die worden uitgevoerd binnen de begrenzing van de Gelderse nationale landschappen en worden aangevraagd door een gemeente, met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 200.000 per aanvrager;</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de subsidiabele kosten voor activiteiten die worden uitgevoerd buiten de begrenzing van de Gelderse nationale landschappen en worden aangevraagd door een gemeente, met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 200.000 per aanvrager, en 75% van de subsidiabele kosten die worden aangevraagd door een eigenaar van een bos of landgoed, met een minimum van € 7.500 en een maximum van € 200.000 per aanvrager.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.2d Herstel- of inrichtingsmaatregelen op een agrarisch leefgebied</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42d\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2d</span><span class=\"lf-art-t\">1Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie voor het uitvoeren van herstel- of inrichtingsmaatregelen op een agrarisch leefgebied als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel d, wordt alleen verstrekt als: de maatregel niet leidt tot een aanzienlijke stijging van de waarde of rentabiliteit van het bedrijf; de maatregel bijdraagt aan de effectiviteit van het agrarisch natuur- en landschapsbeheer, en de maatregel wordt uitgevoerd op een perceel waarvoor subsidie op grond van artikel 3.2 van de Subsidieverordening Natuur- en landschapsbeheer 2016 is aangevraagd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42d-262\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2d</span><span class=\"lf-art-t\">2 Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.3.5 komen voor subsidie niet in aanmerking kosten voor: aan- of verkoop van onroerende goederen; inkomstenderving; afwateringswerkzaamheden, en het verwijderen van drugsafval of bodemverontreiniging.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2d</span><span class=\"lf-art-t\">3 Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een agrarisch collectief.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2d</span><span class=\"lf-art-t\">4 Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie bedraagt 95% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 8.000 per hectare.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie bedraagt maximaal € 500.000 per onderneming per investeringsproject.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.2e Functieverandering en inrichting</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42e\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2e</span><span class=\"lf-art-t\">1 Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie voor inrichting wordt alleen verstrekt voor de volgende landschapselementen:</div>\n<p class=\"lf-p\">L01.01 poel en klein historisch water, mits: de oppervlakte van de poel of het water minimaal 50 m2 en maximaal 3000 m2 bedraagt, en de diepte van de poel of het water minimaal 0,5 meter bedraagt in de periode tussen 1 oktober en 1 april;</p>\n<p class=\"lf-p\">L01.02 houtwal, mits: sprake is van een op een wallichaam gelegen lijnvormige opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken, en de houtwal maximaal 5 meter breed en minimaal 50 meter lang is;</p>\n<p class=\"lf-p\">L01.06 struweelhaag, mits: sprake is van een lijnvorige, aaneengesloten opgaande begroeiing van inheemse struiken, en de haag minimaal 25 meter lang is; struweelrand, mits: sprake is van een aaneengesloten rand met een mozaïek van struweel en een kruidachtige begroeiing van inheemse grassen en kruiden die zich spontaan kan ontwikkelen; maximaal 10% van de rand wordt ingenomen door bomen of struiken, die inheems moeten zijn; de rand minimaal 1 meter en maximaal 5 meter breed is; de rand minimaal 25 meter lang is; en de mantel en zoom is gelegen langs een bos;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bosje, mits: sprake is van een vlakvormig element met een begroeiing van inheemse bomen en struiken; en het minimaal 2000 m2 en maximaal 10.000 m2 groot is.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie voor functieverandering, als bedoeld in artikel 4.2.1, onder e, wordt alleen verstrekt als: de landbouwproductiecapaciteit van de grond in de vijf jaren voorafgaand aan de aanvraag onafgebroken is gebruikt; de subsidieontvanger de betrokken productiecapaciteit sloopt of onherroepelijk sluit; en het perceel wordt ingericht met een of meer landschapselementen, genoemd in het eerste lid.</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2e</span><span class=\"lf-art-t\">2 Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.3.5 komen voor subsidie niet in aanmerking kosten voor: aan- of verkoop van onroerende goederen; inkomstenderving, en het verwijderen van verharding, drugsafval of bodemverontreiniging.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42e-264\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2e</span><span class=\"lf-art-t\">3 Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan de deelnemers aan een samenwerkingsverband dat bestaat uit een agrarisch collectief en meerdere grondeigenaren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2e</span><span class=\"lf-art-t\">4 Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.5 wordt bij de aanvraag vermeldt: de grootte van de onderneming; als sprake is van een grote onderneming, een beschrijving van de levensvatbaarheid van het project of de activiteiten door de situatie te schetsen waarin er geen steun verleend wordt; of en welke andere subsidies de aanvrager ontvangt voor de activiteit en door wie die subsidies worden verstrekt. een beschrijving van de locatie en de start- en einddatum van het project;</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2e</span><span class=\"lf-art-t\">5 Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie voor inrichting bedraagt 75% van de subsidiabele kosten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie functieverandering bedraagt 100% van het verschil tussen de marktwaarde voor en na de functieverandering en inrichting blijkend uit een in opdracht van Gedeputeerde Staten uitgevoerde taxatie.</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2e</span><span class=\"lf-art-t\">6 Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De grondeigenaar in het samenwerkingsverband is verplicht: binnen twaalf weken na verlening met de provincie Gelderland een overeenkomst af te laten sluiten als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht, waarin is opgenomen: de verplichting dat de eigenaar de grond niet gebruikt of doet gebruiken als landbouwgrond, het terrein beheert overeenkomstig het landschapsbeheertype zoals voorgeschreven in de Index Natuur en landschap en datgene nalaat wat de veiligstelling van het landschapsbeheertype verstoort, en dat deze verplichting zal overgaan op al degenen die het terrein onder bijzondere of algemene titel zullen verkrijgen en dat mede gebonden zullen zijn al degenen die van de rechthebbende een recht op gebruik van het terrein zullen krijgen; binnen vier weken nadat de overeenkomst is tot stand gekomen, op kosten van de provincie, de overeenkomst in te laten schrijven als kwalitatieve verplichting ten aanzien van het terrein in de openbare registers; een afschrift van de kwalitatieve verplichting binnen vier weken na inschrijving in de openbare registers toe te zenden aan de Gedeputeerde Staten; bij de gemeenteraad een verzoek in te dienen om de grond waarop het landschapselement staat te bestemmen als natuur of landschap, en de uit productie genomen gronden binnen twee jaar in natuurgebied landschapselement om te zetten, en wel zodanig dat nadelige milieueffecten worden voorkomen. Tot dan moeten de cultuurgronden in een goede landbouw- en milieuconditie worden gehouden overeenkomstig titel VI, hoofdstuk I, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en de toepasselijke uitvoeringsbepalingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2e</span><span class=\"lf-art-t\">7 Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd als: voor dezelfde activiteit al eerder subsidie is verstrekt; subsidie wordt aangevraagd door een onderneming die niet aan de relevante Unienormen of nationale wet- en regelgeving voldoen en op basis daarvan hun productie hoe dan ook moeten stopzetten; de subsidieaanvrager een onderneming is die in financiële moeilijkheden verkeert, als bedoeld in de Communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (PbEU 2014/C 249/01); voor zover op de landbouwgrond of het natuurterrein nog verplichtingen rusten op grond van deze regeling of enige andere regeling op grond waarvan een subsidie is verstrekt met betrekking tot agrarisch natuurbeheer of natuurbeheer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2e</span><span class=\"lf-art-t\">8 Vaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 25 van de AsG wordt een subsidie niet vastgesteld zonder voorafgaande subsidieverlening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2e</span><span class=\"lf-art-t\">9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze regeling is gebaseerd op de Catalogus Groenblauwe Diensten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.2f Periodiek onderhoud van groenblauwe landschapselementen</h3>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.3 Faunavoorzieningen</h3>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.4 Grondverwerving ten behoeve van het Gelders Natuurnetwerk</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-441\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: de verwerving van een natuurambitieterrein; de beëindiging van pachtovereenkomsten ten aanzien van een natuurambitieterrein; verkrijging van het recht van eigendom van een natuurambitieterrein in combinatie met de waardedaling van gelijktijdig in eigendom verkregen gebouwen als gevolg van functieverandering van het natuurambitieterrein naar natuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-442\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1 wordt slechts verstrekt indien: de landbouwproductiecapaciteit van het natuurambitieterrein in de vijf jaren voorafgaand aan de aanvraag onafgebroken is gebruikt; en de verwerving noodzakelijk is vanuit het oogpunt van natuur- of landschapsbescherming, bescherming van cultuurhistorische waarden of bosbouwkundige waarden, of natuurontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder b, wordt slechts verstrekt voor: de beëindiging van pachtovereenkomsten die reeds waren gevestigd op het moment waarop het natuurambitieterrein door de aanvrager is verworven en die pachtovereenkomsten zijn gevestigd voor vaststelling van het nationaal natuurbeleidsplan in 1990; en beëindiging van de op het natuurambitieterrein gevestigde pachtovereenkomst indien dat noodzakelijk is vanuit het oogpunt van natuur- of landschapsbescherming, bescherming van cultuurhistorische waarden of bosbouwkundige waarden, of natuurontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder c, wordt slechts verstrekt: indien het natuurambitieterrein dat in eigendom wordt verkregen een omvang van ten minste 10 hectare heeft; indien het natuurambitieterrein en de gebouwen deel uitmaken van hetzelfde gebied waarvoor een natuurontwikkelplan is vastgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-443\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van artikel 1.3.5, onder b, komen voor subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder a, in aanmerking de kosten voor: verwerving van een natuurambitieterrein, die bestaan uit het verschil in marktwaarde voor en na de voorgenomen functieverandering en inrichting; een taxatie van het verschil in marktwaarde voor en na de voorgenomen functieverandering en inrichting door een onafhankelijke taxateur; het kadastraal recht en het registratierecht; veiling; notaris; inschrijving in de openbare registers; overdrachtsbelasting; schenkingsrecht; het afkopen van landinrichtingsrente voor het verworven terrein; vooronderzoek of historisch bodemonderzoek volgens NEN 5725; milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740; en bemiddeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 1.3.5, onder b, komen voor subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder b, in aanmerking de kosten voor: het vrijmaken van pacht van genoemd terrein, blijkend uit een taxatie door een onafhankelijke taxateur; een taxatie door een onafhankelijke taxateur; en bemiddeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In afwijking van artikel 1.3.5, onder b, komen voor subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder c, in aanmerking: de kosten voor de verwerving van het natuurambitieterrein als bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met k; en het negatieve waardeverschil van de gebouwen ontstaan door het verschil in marktwaarde van het natuurambitieterrein in combinatie met de gebouwen op het moment van aankoop en de reële marktwaarde van de combinatie van het natuurambitieterrein met de gebouwen bij feitelijke en publiekrechtelijke functieverandering van het natuurambitieterrein naar natuur, voor zover het aandeel hierin van de gebouwen betreft en blijkend uit een taxatie door een onafhankelijke taxateur waarin de waarde van de gebouwen is gespecificeerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-444\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder a en c, wordt verstrekt aan een ieder die duurzaam natuurbeheer verricht of voldoende aannemelijk maakt dat hij duurzaam natuurbeheer kan en zal verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder b, wordt verstrekt aan een eigenaar van een terrein die duurzaam natuurbeheer verricht of voldoende aannemelijk maakt dat hij duurzaam natuurbeheer kan en zal verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>[vervallen] 6. [vervallen]</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-445\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de AsG wordt een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder a en c, uiterlijk op de dag voor het passeren van de notariële akte van levering ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de AsG wordt een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder b, uiterlijk op de dag voor de beëindiging van de pachtovereenkomst ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Een aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van een GIS-kaart met daarin aangegeven de buitengrenzen van het natuurambitiegebied waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-446\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder a, bedraagt ten hoogste:</p>\n<p class=\"lf-p\">100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, eerste lid, onder a, met een maximum van 85% van de waarde van de grond als landbouwgrond;</p>\n<p class=\"lf-p\">100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, eerste lid, onder b tot en met j; € 4.500 voor de kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, eerste lid, onder k; voor bemiddelingskosten: 90% van de loonkosten, bedoeld in artikel 1.3.8, met uitzondering van het eerste lid, onder c, of 90% van de kosten van derden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2De subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder b, bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, tweede lid, onder a en b. De subsidie voor de kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, tweede lid, onder c bedraagt 90% van de loonkosten, bedoeld in artikel 1.3.8, met uitzondering van het eerste lid, onder c van artikel 1.3.8, of 90% van de kosten van derden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Voor zover voor verwerving of pachtvrij maken van een natuurambitieterrein subsidie is verstrekt door Gedeputeerde Staten op grond van een andere regeling of door een bestuursorgaan van een ander overheidslichaam, wordt de subsidie zoveel lager verstrekt als noodzakelijk om betaling boven de werkelijke kosten of maximale vergoeding op grond van Europese regels of deze regeling te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4De subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder c bedraagt ten hoogste: als het natuurambitieterrein een omvang heeft van 20 hectare of groter:</p>\n<p class=\"lf-p\">100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, eerste lid, onder a, met een maximum van 85% van de waarde van de grond als landbouwgrond;</p>\n<p class=\"lf-p\">100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, eerste lid, onder b tot en met j;</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, derde lid, onder b, met een maximum van € 500.000 per subsidieaanvraag. € 4.500 voor de kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, eerste lid, onder k;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Als het natuurambitieterrein een omvang heeft van minder dan 20 hectare, worden de maximum subsidiebedragen als bedoeld in het vorige lid, onderdeel b, naar rato verstrekt, waarbij geldt dat het maximum toe te kennen percentage voor natuurambitieterreinen van 10 hectare 50% bedraagt.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-447\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1De subsidieontvanger is verplicht: zorg te dragen voor de verwerving dan wel pachtvrij maken van het natuurambitieterrein waarvoor hij subsidie ontvangt binnen twaalf weken na de subsidieverlening; het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein direct na verwerving dan wel pachtvrij maken als natuur te beheren; het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein binnen twee jaar na verwerving dan wel pachtvrij maken overeenkomstig de indicatieve verhouding beheertypen dat ingevolge het natuurbeheerplan op dit terrein in stand moet worden gehouden in te richten en te beheren; zorg te dragen dat het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein tenminste 358 dagen per jaar wordt opengesteld en toegankelijk blijft voor het publiek, tenzij daarvan door Gedeputeerde Staten ontheffing wordt verleend; eventuele opbrengsten van het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein uitsluitend aan duurzaam natuurbeheer te besteden; en bij het bevoegd gezag een aanvraag in te dienen tot aanpassing van de bestemming inhoudende dat het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein enkel als natuur mag worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2Op verzoek van de subsidieontvanger kunnen de termijnen genoemd in het eerste lid, onder a, b en c worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Ontheffing als bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt verleend indien: gehele of gedeeltelijke sluiting van het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein noodzakelijk is ter voldoening aan de bij of krachtens de Wet natuurbescherming gestelde regels voor soortenbescherming of voor Natura 2000-gebieden vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen en toegangsbeperkingen; het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein door buiten de macht van de subsidieontvanger gelegen oorzaken blijvend geheel of gedeeltelijk niet bereikbaar of naar zijn aard niet begaanbaar is; sluiting van ten hoogste één hectare van het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein wenselijk is vanwege de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; of andere belangen gehele of gedeeltelijke sluiting rechtvaardigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Het is de subsidieontvanger niet toegestaan om het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein te vervreemden, te verpachten of daarop zakelijke rechten te vestigen, behoudens toestemming van Gedeputeerde Staten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De subsidieontvanger is bij vervreemding, verpachting of vestiging van zakelijke rechten verplicht ingevolge deze regeling verstrekte subsidie binnen een termijn van zes maanden terug te betalen aan de provincie Gelderland, tenzij hiervan in de toestemming als bedoeld in het vierde lid ontheffing is verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Binnen twaalf weken na verlening van de subsidie sluit de subsidieontvanger met de provincie Gelderland een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht, waarin is opgenomen: de verplichting, inhoudende dat de subsidieontvanger het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein niet gebruikt of doet gebruiken als landbouwgrond, het terrein inricht en beheert overeenkomstig het natuurbeheertype zoals voorgeschreven in het natuurbeheerplan en datgene nalaat wat de veiligstelling van de ecosystemen met de daarbij behorende soorten in gevaar brengt of verstoort; en dat de verplichting, als bedoeld onder a, zal overgaan op al degenen die het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein onder bijzondere of algemene titel zullen verkrijgen en dat mede gebonden zullen zijn al degenen die van de rechthebbende een recht op gebruik van het terrein zullen krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7De overeenkomst als bedoeld in het zesde lid wordt uiterlijk binnen vier weken na totstandkoming daarvan op last van de subsidieontvanger als kwalitatieve verplichting ten aanzien van het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein ingeschreven in de openbare registers.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Indien de subsidieontvanger ook andere economische activiteiten verricht dan de verwerving van terreinen ten behoeve van natuurbeheer als bedoeld in deze regeling, is hij verplicht een gescheiden boekhouding te voeren overeenkomstig punt 41 van de EU-kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst (2012/C 8/03).</p>\n<p class=\"lf-p\">9 In afwijking van artikel 1.4.1, derde lid, is de subsidieontvanger verplicht de administratie en alle documenten inzake een aan hem verstrekte subsidie gedurende een periode van twintig jaar nadat de subsidie is verleend te bewaren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-448\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen bij aanvraag subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1In afwijking van artikel 25, tweede lid, van de AsG wordt de subsidie niet ambtshalve vastgesteld en dient de subsidieontvanger binnen 13 weken na afloop van de activiteiten een aanvraag om vaststelling van de subsidie in.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bij de aanvraag om vaststelling wordt een afschrift van de overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.4.7, zevende lid, in de openbare registers ingeschreven kwalitatieve verplichting overlegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Bij de aanvraag om vaststelling van subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, worden de volgende gegevens verstrekt: een afschrift van de notariële akte van levering van het terrein of een afschrift van de notariële akte van vestiging van het erfpachtrecht op het terrein; en in voorkomend geval een afschrift van een schriftelijke overeenkomst tot beëindiging van het recht van opstal, vruchtgebruik, erfdienstbaarheden of een pachtovereenkomst of een afschrift van de uitspraak van de pachtkamer tot ontbinding als bedoeld in artikel 7:377 Burgerlijk Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder b, wordt in elk geval een afschrift van een schriftelijke overeenkomst tot beëindiging van de pachtovereenkomst of een afschrift van de uitspraak van de pachtkamer tot ontbinding van de pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 7:377 Burgerlijk Wetboek verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder c, wordt een afschrift van de notariële akte van levering van het natuurambitieterrein en de gebouwen verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een afschrift overgelegd van het verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Er wordt vrijstelling verleend van de verplichting genoemd in artikel 27, derde lid, van de AsG.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 In afwijking van artikel 24, eerste lid, van de AsG dient aanvrager binnen 13 weken na inschrijving van de kwalitatieve verplichting in de openbare registers een aanvraag in tot vaststelling van de subsidie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-449\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.9</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Artikel 1.3.3, eerste lid, is niet van toepassing.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met het Besluit van de Europese Commissie van 13 juli 2011, (C2011) 4945, met betrekking tot steunmaatregel N308/2010.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.5 Verplaatsing landbouwbedrijfsgebouwen ten behoeve van het Gelders Natuurnetwerk</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-451\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor de verplaatsing van een landbouwbedrijfsgebouw.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-452\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien door verplaatsing van het landbouwbedrijfsgebouw: ten minste 5 hectares natuurambitieterrein gelegen binnen een Natura 2000-gebied beschikbaar komen die daarna ingericht kunnen worden ten behoeve van de Natura 2000-doelstellingen van dat gebied; of ten minste 15 hectares natuurambitieterrein gelegen in het GNN beschikbaar komen in een gebied, welke gronden daarna ingericht kunnen worden ten behoeve van de doelstellingen genoemd in het natuurbeheerplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-453\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking: de kosten voor het demonteren, verplaatsen en weer opbouwen van een bestaand landbouwbedrijfsgebouw; de kosten voor het aanpassen van een landbouwbedrijfsgebouw of het oprichten van een landbouwbedrijfsgebouw op de nieuwe locatie, ter vervanging van een bestaand landbouwbedrijfsgebouw op de bestaande locatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-454\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar of gebruiksgerechtigde van het te verplaatsen landbouwbedrijfsgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-455\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Als de verplaatsing gepaard gaat met modernisering van voorzieningen of verhoging van de productiecapaciteit, bedraagt de subsidie naast het bepaalde in het eerste lid ten hoogste 40% van de met de modernisering of verhoging van de productiecapaciteit gepaard gaande kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De subsidie bedraagt ten hoogste € 400.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-456\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidieontvanger is verplicht binnen 12 maanden na subsidieverlening: zijn landbouwbedrijfsgebouw te verplaatsen; op de als gevolg van de verplaatsing vrijkomende natuurambitieterrein gelegen binnen het Natura 2000-gebied of het GNN een kwalitatieve verplichting te vestigen of te doen vestigen, inhoudende dat het perceel niet gebruikt zal worden als landbouwgrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Op verzoek van de subsidieontvanger kan de termijn genoemd in het eerste lid aanhef en onder a, worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het bepaalde in het eerste lid, onder b, geldt niet voor zover de provincie binnen 12 maanden na de subsidieverlening de gronden aankoopt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-457\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.7</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.3.3, eerste lid, wordt subsidie slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 16 van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening Verordening (EU), Nr. 702/2014 van de Europese Commissie van 25 juni 2014 (Pb EU L 193).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.6 Behoud van prioritaire soorten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-461\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: kweek in combinatie met introductie van een prioritaire soort in een leefgebied; introductie van een prioritaire soort in een leefgebied; handmatig bestuiven van een prioritaire plantensoort in een leefgebied; onderzoek gericht op het in kaart brengen van het voorkomen van een prioritaire soort in een leefgebied en het in kaart brengen van plekken waar maatregelen ten behoeve van die specifieke soort genomen moeten worden; onderzoek gericht op de effectiviteit van maatregelen ten aanzien van het behoud van een prioritaire soort; onderzoek gericht op het bepalen van maatregelen die noodzakelijk zijn voor het behoud van een prioritaire soort in een leefgebied; inrichtingsmaatregelen ten behoeve van het behoud of versterking van het leefgebied van een prioritaire soort.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-462\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt slechts verstrekt ten behoeve van activiteiten en locaties die zijn opgenomen in Bijlage 3 bij deze regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van het eerste lid kan subsidie worden verstrekt voor activiteiten en locaties waarvan op basis van onderzoek of gedocumenteerde veldervaringen aannemelijk is dat zij bijdragen aan het behoud van prioritaire soorten in Gelderland en dat deze activiteiten aanvullend dan wel gelijkwaardig zijn ten opzichte van de activiteiten en locaties bedoeld in het eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">3Subsidie als bedoeld in artikel 4.6.1, onder a en b, wordt slechts verstrekt indien de aanvrager bij de aanvraag een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 75 van de Flora- en Faunawet of de daarvoor in de plaats tredende bepalingen in de Wet Natuurbescherming overlegt die ziet op het betreffende leefgebied en de betreffende soort.</p>\n<p class=\"lf-p\">4Subsidie ten behoeve van onderzoek en bescherming van flora en fauna wordt slechts verstrekt voor maatregelen die uitgevoerd moeten worden in een leefgebied indien voor die uitvoering toestemming en medewerking is verkregen van de eigenaar van het leefgebied, of degene die krachtens overeenkomst of zakelijk recht gerechtigd is tot het gebruik van het leefgebied .</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-463\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar van het leefgebied of degene die krachtens overeenkomst of zakelijk recht gerechtigd is tot het gebruik van het leefgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie wordt verstrekt aan een organisatie gericht op onderzoek en bescherming van flora en fauna.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook aan andere personen dan rechtspersonen worden verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-464\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt ten hoogste 95% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 2.500 en een maximum van € 30.000 per activiteit als bedoeld in artikel 4.6.1, onder a tot en met f.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie voor meerdere activiteiten, als bedoeld in artikel 4.6.1, onder a tot en met g, kan gestapeld worden tot een maximum van € 300.000 per aanvraag.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De subsidie bedraagt ten hoogste 95% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 2.500 en een maximum van € 95.000 per activiteit als bedoeld in artikel 4.6.1, onder g.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Artikel 1.3.6, vijfde lid, is niet van toepassing indien de aanvrager Staatsbosbeheer is.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-465\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd ten behoeve van maatregelen die zijn opgelegd op grond van de Wet Natuurbescherming.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.7 Rustgebieden voor ganzen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-471\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor het bieden van rust voor trekganzen in de winter.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-472\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit betrekking heeft op het niet verjagen van ganzen in de periode tussen 1 november en 1 april op percelen die zijn aangewezen als ganzenrustgebied; een aanvraag om een tegemoetkoming in faunaschade is ingediend via www.faunaschade.nl; door of in opdracht van Gedeputeerde Staten schade is getaxeerd die is veroorzaakt door overwinterende natuurlijk in het wild levende ganzen van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn in het betreffende seizoen; en de percelen voldoen aan de in de Beleidsregels tegemoetkoming faunaschade Gelderland gestelde voorwaarden om voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-473\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1Subsidie wordt verstrekt aan de geregistreerde grondgebruiker van de percelen volgens de jaarlijkse Gecombineerde Opgave van RVO.</p>\n<p class=\"lf-p\">2In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-474\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de AsG wordt een aanvraag om subsidie ingediend voor 1 juli van het jaar waarin de periode als bedoeld in artikel 4.7.1 eindigt waarop de aanvraag betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel kunnen Gedeputeerde Staten besluiten de subsidie met toepassing van artikel 4:44 Algemene wet bestuursrecht ambtshalve te verlenen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-475\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste € 50 per hectare waarop zich schade heeft voorgedaan per periode als bedoeld in artikel 4.7.1.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-476\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7.6</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.3.3, eerste lid, wordt subsidie slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Europese Commissie van 18 december 2013 (PbEU L 352/09).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.8 Inrichting van het Gelders Natuurnetwerk</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-481\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: de inrichting van nieuwe natuur; [vervallen] het uitvoeren van Natura 2000-maatregelen, niet zijnde de inrichting van nieuwe natuur; het uitvoeren van herstelmaatregelen voor natte landnatuur, niet zijnde de inrichting van nieuwe natuur; de eenmalige verhoging van de natuurkwaliteit van een bestaand natuurbeheertype; haalbaarheidsonderzoek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-482\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie voor inrichting van nieuwe natuur als bedoeld in artikel 4.8.1, onder a, wordt slechts verstrekt als de inrichtingsmaatregelen de gewenste natuurkwaliteit zoals aangegeven als indicatieve verhouding beheertypen op de ambitiekaart van het natuurterrein realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van het eerste lid kan een subsidie worden verleend voor een ander natuurbeheertype of een indicatieve verhouding beheertype dan is opgenomen op de ambitiekaart, als: de aanvrager door middel van een landschapsecologische onderbouwing aantoont dat het vigerende natuurbeheertype of indicatieve verhouding beheertype van het natuurgebied niet realiseerbaar of doelmatig is; of het voorgestelde nieuwe natuurbeheertype invulling geeft aan hogere potenties die in het natuurterrein voorkomen en doelmatig zijn; en met het door de aanvrager voorgestelde natuurbeheertype de natuurkwaliteit van het natuurgebied wordt geborgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3[vervallen] 4 Subsidie voor Natura 2000-maatregelen als bedoeld in artikel 4.8.1, onder c, wordt slechts verstrekt indien in het investeringsplan als bedoeld in artikel 4.8.5, tweede lid, voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de maatregelen bijdragen aan de beoogde kwaliteitsverbetering van de niet-stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden Arkemheen of Veluwerandmeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">5Subsidie voor herstelmaatregelen voor natte landnatuur als bedoeld in artikel 4.8.1, onder d, wordt alleen verstrekt als in het investeringsplan als bedoeld in artikel 4.8.5, tweede lid, voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de maatregelen bijdragen aan herstel van de natte landnatuur, binnen de gebieden aangegeven als natte landnatuur op de Themakaart Waterbeleid, opgenomen als bijlage bij de Omgevingsvisie.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Subsidie voor de verhoging van de natuurkwaliteit, als bedoeld in artikel 4.8.1, onder e, wordt alleen verstrekt als: het de verhoging van de kwaliteit van het natuurbeheertype N12.05 Kruiden- en faunarijke akker betreft; een of meer van de volgende maatregelen worden toegepast: zaden oogsten in bronakker en inzaaien in doelakker, of aangepaste grondbewerking voor bedreigde akkerplanten; de maatregelen volgen uit onderzoek met daarbij gestelde doelen ten aanzien van akkerflora, -fauna en -beheer; de verhoging van de natuurkwaliteit wordt gemonitord, en professionele ecologische en landbouwkundige coaching plaatsvindt bij de verhoging van de natuurkwaliteit.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Subsidie voor haalbaarheidsonderzoek, als bedoeld in artikel 4.8.1, onder f, wordt alleen verstrekt: bij de voorbereiding van een programma-aanvraag; met het oog op: het inrichten van nieuwe natuur; het uitvoeren van Natura 2000-maatregelen, of het uitvoeren van herstelmaatregelen voor natte landnatuur, en als het onderzoek is gericht op het treffen van maatregelen die nodig en haalbaar zijn om te komen tot systeemherstel van de natuurgebieden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Als de aanvrager een grote onderneming is, wordt subsidie slechts verstrekt als aanvrager het stimulerend effect van de aangevraagde subsidie aantoont door middel van een beschrijving van de situatie zonder steun, te staven met bewijsstukken.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-483\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van artikel 1.3.5, onder a en b, komen voor subsidie in aanmerking: inrichtingskosten; voorbereidingskosten die gemaakt zijn voor het opstellen van het investeringsplan als bedoeld in artikel 4.8.5, tweede lid, of het opstellen van een programma-aanvraag met een maximum van 15% van de totale subsidiabele kosten; onderzoekskosten die nodig zijn voor het bepalen van de te nemen inrichtingsmaatregelen of Natura 2000-herstelmaatregelen; accountantskosten, als de subsidiebeschikking een accountantsverklaring voorschrijft; beheerkosten voor agrarische natuurterreinen die gemaakt zijn in een periode direct voorafgaand aan de omvorming van agrarisch natuurbeheer tot natuurbeheer, waarvoor geen vergoeding voor agrarisch natuurbeheer is ontvangen, en kosten voor beheer dat nodig is na afloop van de inrichting, totdat voor de terreinen een subsidie voor natuurbeheer kan worden aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 1.3.5, onder b, komen naast de kosten als bedoeld in het eerste lid voor subsidie als bedoeld in artikel 4.8.1, onder b, ook in aanmerking: kosten voor de uitvoering van onderzoek; kosten voor de uitvoering van monitoring.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In afwijking van artikel 1.3.5, onder b, komen voor subsidie als bedoeld in artikel 4.8.1, onder e, in aanmerking kosten voor het opstellen van een onderzoek met daarbij gestelde doelen ten aanzien van akkerflora, -fauna en -beheer.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-484\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie kan worden verstrekt aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zeggenschap heeft over het terrein waarvoor subsidie wordt aangevraagd krachtens eigendom of erfpacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een programma-aanvraag kan slechts worden aangevraagd door een gecertificeerde begunstigde.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In afwijking van het eerste lid kan een gecertificeerde begunstigde een programma-aanvraag indienen voor gronden waarover deze begunstigde geen zeggenschap heeft, mits de eigenaar of erfpachter instemt met de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-485\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Als het natuurterrein is belast met erfpacht dient de aanvraag vergezeld te gaan van een verklaring van geen bezwaar van de eigenaar dan wel de erfpachter.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een aanvraag gaat vergezeld van een investeringsplan bestaande uit: een beschrijving van de uitgangssituatie; een beschrijving van het op de ambitiekaart opgenomen natuurbeheertype ter uitvoering van de onder 4.8.1, onderdeel a, genoemde activiteiten; een beschrijving van de uit te voeren maatregelen; een beschrijving van het te voeren beheer nadat de maatregelen zijn uitgevoerd; een opgave van de oppervlakte waarop de maatregelen zullen worden uitgevoerd; een tijdplanning waarbinnen de maatregelen zullen worden uitgevoerd en een planning van de uitgaven; een gespecificeerde begroting; topografische kaart met een schaal van ten hoogste 1:10.000 waarop de locatie van de te treffen maatregelen is weergegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Een aanvraag tot subsidieverlening voor een programma-aanvraag gaat vergezeld van: opgave van het aantal hectares nieuwe natuur per natuurgebied waarop de maatregelen ter uitvoering van de onder 4.8.1, onder a, genoemde activiteiten zal worden uitgevoerd voorzien van een jaarplanning voor de looptijd van het programma; een beschrijving van de uit te voeren activiteiten als bedoeld in artikel 4.8.1, onder c tot en met e, met per activiteit en per natuurgebied per natuurbeheertype een beknopte beschrijving van: de uit te voeren maatregelen binnen het natuurgebied; de oppervlakte waarop de maatregelen zullen worden uitgevoerd, afgerond in hectares; een begroting; een jaarplanning van de realisatie voor de looptijd van het programma en een planning van de uitgaven; een GIS-kaart met daarin aangegeven de buitengrenzen van het natuurgebied waarin de maatregelen als bedoeld in artikel 4.8.1 worden gerealiseerd; [vervallen] 4Voor een aanvraag tot subsidieverlening voor een programma-aanvraag dient, indien de aanvrager geen zeggenschap heeft over het natuurgebied, de aanvrager te beschikken over een verklaring waarmee de eigenaar dan wel de erfpachter instemt met de subsidieaanvraag, welke verklaring op verzoek van het bevoegd gezag dient te worden overlegd;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Een programma-aanvraag kan slechts worden ingediend als het een aanvraag betreft voor: ten minste 40 hectare inrichting van nieuwe natuur, zoals bedoeld in artikel 4.8.1, onder a; ten minste 150 hectare uitvoering herstelmaatregelen, als bedoeld in artikel 4.8.1, onder c en d, of ten minste 20 hectare voor het verhogen van de natuurkwaliteit van een bestaand natuurbeheertype, als bedoeld in artikel 4.8.1, onder e.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Als de aanvrager een grote onderneming is, gaat de subsidieaanvraag vergezeld van een uitgebreide beschrijving van het contrafeitelijke scenario waarin de begunstigde geen steun toegekend krijgt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Een aanvraag om subsidie wordt ingediend voor 1 oktober 2027.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-486\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt ten hoogste:</p>\n<p class=\"lf-p\">95% van de subsidiabele kosten voor inrichting van nieuwe natuur als bedoeld in artikel 4.8.1, onder a, met een maximum van € 15.000 per hectare per subsidieaanvraag. [vervallen] 95% van de subsidiabele kosten voor maatregelen als bedoeld in artikel 4.8.1, onder c en d, tot de maximale subsidiebedragen per maatregel zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels;</p>\n<p class=\"lf-p\">95% van de subsidiabele kosten voor maatregelen als bedoeld in artikel 4.8.1, onderdeel e met een minimum van € 2.500 en tot de maximale subsidiebedragen per maatregel of kostenpost zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Gedeputeerde Staten kunnen in bijzondere gevallen afwijken van de maximale bedragen als bedoeld in het eerste lid, op voorwaarde dat: de aanvrager aantoont dat de inrichting meer kost dan de maxima; en de kosten niet kunnen worden gemiddeld binnen het project of het programma.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Artikel 1.3.6, vijfde lid, is niet van toepassing indien de aanvrager Staatsbosbeheer is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-487\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt niet verstrekt voor verwijderen van bodemverontreiniging of afval.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-488\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidieontvanger is verplicht om na de uitvoering van de inrichting de gerealiseerde natuur in stand te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ontvanger van subsidie voor inrichting van nieuwe natuur binnen een programma-aanvraag als bedoeld in artikel 4.8.1, onder a, dient het natuurterrein in te richten overeenkomstig de indicatieve verhouding beheertypen op de ambitiekaart zoals die luidt op het moment van indiening van de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">3[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-489\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.9</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het tijdvak tot verlening van subsidie bedraagt: voor een individuele aanvraag; maximaal drie jaar voor de subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 4.8.1, onderdeel a tot en met d, of maximaal vier jaar voor de subsidiabele activiteit als bedoeld in artikel 4.8.1, onderdeel e, en maximaal zes jaar voor een programma-aanvraag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4810\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.10</span><span class=\"lf-art-t\">Gescheiden boekhouding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de ontvanger van subsidie als bedoeld in artikel 4.8.1, ook economische activiteiten verricht, is hij verplicht een gescheiden boekhouding te voeren overeenkomstig punt 44 van de EU-kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst (2012/C 8/03).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4811\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.11</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Artikel 1.3.3, eerste lid, is niet van toepassing.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover dit niet in strijd is met het besluit van de Europese Commissie van 10 maart 2021, C(2021) 1526, met betrekking tot steunmaatregel Sa 59463 (2020/N).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Subsidie als bedoeld in artikel 4.8.1, onderdeel f, wordt slechts verstrekt voor zover dit niet in strijd is met artikel 53 van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4812\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.12</span><span class=\"lf-art-t\">Transparantie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van subsidie die op grond van deze regeling wordt verleend maken Gedeputeerde Staten binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening de volgende gegevens bekend: de gegevens, bedoeld in deel I, paragraaf 3.7, onderdeel 128, onder a en b, van het landbouwsteunkader; en de gegevens, bedoeld in deel I, paragraaf 3.7, onderdeel 128, onder c, van het landbouwsteunkader, voor zover de individuele steun meer bedraagt dan: € 60.000 voor begunstigden die actief zijn in de primaire landbouwproductie; of € 500.000 voor begunstigden in de sectoren van de verwerking van landbouwproducten, de afzet van landbouwproducten, de bosbouwsector of activiteiten die buiten het toepassingsgebied van artikel 42 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.9 Functieverandering ten behoeve van het Gelders Natuurnetwerk</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-491\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor functieverandering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-492\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de grond waarvoor subsidie is aangevraagd is begrensd als N00.01 op de ambitiekaart; de landbouwproductiecapaciteit van de grond in de vijf jaren voorafgaand aan de aanvraag onafgebroken is gebruikt; op de grond waarvoor subsidie is aangevraagd tevens inrichting plaatsvindt als bedoeld in artikel 4.8.1, onder a; en de taxatie uitgevoerd wordt door: een door Gedeputeerde Staten in te schakelen onafhankelijke taxateur, als de aanvraag alleen betrekking heeft op functieverandering; of een door aanvrager in te schakelen onafhankelijk taxateur als de aanvraag ook betrekking heeft op de beëindiging van pachtovereenkomsten ten aanzien van een natuurambitieterrein, als bedoeld in artikel 4.4.1, aanhef en onder b.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-493\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komt in aanmerking de door een taxateur bepaalde waardedaling van de grond, gebaseerd op het verschil in marktwaarde voor en na de voorgenomen functieverandering en inrichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-494\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar van de grond waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-495\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag een topografische kaart met een schaal van ten hoogste 1:10.000 gevoegd waarop de grenzen van de grond zijn aangegeven, en de op die grond gelegen wegen en paden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Als op de grond een recht van hypotheek is gevestigd, wordt onverminderd artikel 1.2.3 bij de aanvraag een verklaring van geen bezwaar gevoegd van degene aan wie het recht van hypotheek toekomt.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Als de aanvrager een grote onderneming is, gaat de subsidieaanvraag vergezeld van een uitgebreide beschrijving van het contrafeitelijke scenario waarin de begunstigde geen steun toegekend krijgt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Een aanvraag om subsidie wordt ingediend voor 1 oktober 2027.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-496\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.9.3.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als voor verwerving of pachtvrij maken van een natuurambitieterrein al op grond van deze of een andere regeling subsidie is verstrekt, wordt de subsidie op grond van deze regeling zoveel lager vastgesteld als noodzakelijk is om te voorkomen dat het totaal aan subsidie voor de betreffende activiteit meer bedraagt dan: de werkelijke kosten die de activiteiten met zich meebrengen; of de maximale vergoeding die op grond van Europese voorschriften mag worden gegeven.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-497\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt geweigerd voor functieverandering die dient tot uitvoering van wettelijke of contractuele verplichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie wordt geweigerd voor grond die om niet van de overheid is verkregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Subsidie kan worden geweigerd voor gronden die niet tegen marktwaarde van de overheid zijn verkregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Subsidie wordt niet verstrekt voor grond waarop nog verplichtingen rusten op grond van: de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Gelderland; de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister van economische zaken; hoofdstuk 4 of afdeling 5.1.3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Gelderland 2009; de Regeling stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden; of de Beschikking ter zake van het uit productie nemen van bouwland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-498\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Binnen twaalf weken na verlening van de subsidie sluit de subsidieontvanger met de provincie Gelderland een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht, waarin is opgenomen: de verplichting dat de subsidieontvanger de grond niet gebruikt of doet gebruiken als landbouwgrond, het terrein beheert overeenkomstig het natuurbeheertype zoals voorgeschreven in het natuurbeheerplan en datgene nalaat wat de veiligstelling van het natuurbeheertype verstoort; en dat de verplichting, als bedoeld onder a, zal overgaan op al degenen die het terrein onder bijzondere of algemene titel zullen verkrijgen en dat mede gebonden zullen zijn al degenen die van de rechthebbende een recht op gebruik van het terrein zullen krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De verplichtingen als bedoeld in het eerste lid worden uiterlijk binnen vier weken nadat de overeenkomst als bedoeld in het eerste lid is tot stand gekomen op initiatief van de subsidieontvanger en op kosten van de provincie als kwalitatieve verplichting ten aanzien van het terrein ingeschreven in de openbare registers.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Subsidieontvanger is verplicht er voor zorg te dragen dat een afschrift van de kwalitatieve verplichting binnen vier weken na inschrijving in de openbare registers in afschrift wordt toegezonden aan de Gedeputeerde Staten.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Op verzoek van de subsidieontvanger kunnen de termijnen als bedoeld in voorgaande leden van dit artikel worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Subsidieontvanger is verplicht zorg te dragen dat de grond waarvoor subsidie wordt aangevraagd ten minste 358 dagen per jaar wordt opengesteld en toegankelijk blijft voor het publiek, tenzij daarvan door Gedeputeerde Staten ontheffing wordt verleend;</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Ontheffing als bedoeld in lid 5 wordt verleend als: gehele of gedeeltelijke sluiting van het terrein noodzakelijk is ter voldoening aan de bij of krachtens de Wet natuurbescherming gestelde regels voor soortenbescherming of voor Natura-2000-gebieden vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen en toegangsbeperkingen. het terrein door buiten de macht van de subsidieontvanger gelegen oorzaken blijvend geheel of gedeeltelijk niet bereikbaar of naar zijn aard niet begaanbaar is; sluiting van ten hoogste één hectare van het terrein wenselijk is vanwege de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; of andere belangen gehele of gedeeltelijke sluiting rechtvaardigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Subsidieontvanger is verplicht binnen twaalf weken na subsidieverlening bij het bevoegd gezag een aanvraag in te dienen tot aanpassing van de bestemming inhoudende dat de grond enkel als natuur mag worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Artikel 1.4.7 is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-499\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.9</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen bij aanvraag subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een afschrift overgelegd van het verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4910\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.10</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 21 van de AsG wordt nadat de aanvrager een afschrift heeft overgelegd van de vestiging van de kwalitatieve verplichting een voorschot uitgekeerd van ten hoogste 90%.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4911\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.11</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1.3.3, eerste lid, is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4912\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.12</span><span class=\"lf-art-t\">Transparantie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van subsidie die op grond van deze regeling wordt verleend maken Gedeputeerde Staten binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening de volgende gegevens bekend: de gegevens, bedoeld in deel I, paragraaf 3.7, onderdeel 128, onder a en b, van het landbouwsteunkader; en de gegevens, bedoeld in deel I, paragraaf 3.7, onderdeel 128, onder c, van het landbouwsteunkader, voor zover de individuele steun meer bedraagt dan: € 60.000 voor begunstigden die actief zijn in de primaire landbouwproductie; of € 500.000 voor begunstigden in de sectoren van de verwerking van landbouwproducten, de afzet van landbouwproducten, de bosbouwsector of activiteiten die buiten het toepassingsgebied van artikel 42 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.10 Inrichting ten behoeve van agrarisch natuur- en landschapsbeheer</h3>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.11 Soortenmanagementplan</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: gebiedsgerichte ontheffing: ontheffing van de verboden als bedoeld in de artikelen 3.1, 3.2, zesde lid, 3.5, 3.6, tweede lid en 3.10, eerste lid, van de Wet natuurbescherming bij activiteiten binnen een plangebied waarbij de maatregelen het functioneel leefgebied van de beschermde soorten, ongeacht de aard van de negatieve effecten van de toegestane activiteiten, versterken; soortenmanagementplan: plan gericht op het verbeteren van de staat van instandhouding van soorten en ter onderbouwing van de aanvraag om een gebiedsgerichte ontheffing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor het opstellen van een soortenmanagementplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie voor het opstellen van een soortenmanagementplan wordt alleen verstrekt als: het plan de informatie bevat genoemd in Bijlage 2 van de Uitvoeringsregels Wet natuurbescherming Gelderland 2018; het plan gericht is op: verduurzaming van woningen in de bebouwde kom; laanbeplantingen of houtwallen buiten de bebouwde kom; asbestsanering of de sloop van schuren op gronden met een agrarische bestemming, of inrichting en beheer van watergangen van een geheel stroomgebied; de maatregelen in het plan ertoe leiden dat de staat van instandhouding van de soorten, die voorkomen in het plangebied en die beïnvloed worden door de gebiedsgerichte ontheffing, verbetert, en de ecologische gegevens van het plan maximaal vijf jaar oud zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie als bedoeld in artikel 4.11.1 onder a komen in aanmerking: kosten voor het opstellen van een soortenmanagementplan; kosten voor het hiervoor benodigde inventarisatieonderzoek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een gemeente of waterschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 verstrekt de aanvrager bij de aanvraag: een offerte van een adviesbureau voor de kosten als bedoeld in artikel 4.11.3, en een kaart en een beknopte beschrijving van het plangebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4116\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor het opstellen van een soortenmanagementplan bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 25.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4117\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd als aan de aanvrager al eerder subsidie op grond van deze regeling is verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4118\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger van subsidie stelt het soortenmanagementplan binnen 18 maanden na het verlenen van de subsidie vast.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.12 Inwonersinitiatieven voor biodiversiteit</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: het uitvoeren van fysieke maatregelen die de biodiversiteit vergroten door inwoners in hun leefomgeving; het activeren van inwoners om aan de slag te gaan met het vergroten van de biodiversiteit in hun leefomgeving; of het verstrekken van financiële bijdragen aan inwonersinitiatieven voor het vergroten van de biodiversiteit in hun leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Onder het uitvoeren van fysieke maatregelen die de biodiversiteit vergroten wordt in ieder geval verstaan: het planten van inheemse bomen, struiken en planten; maatregelen die het voortplanten, opgroeien en foerageren van inheemse diersoorten mogelijk maken of verbeteren; beheermaatregelen, zoals snoeien, maaien en dunnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Onder het activeren van inwoners als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder b, wordt in ieder geval verstaan: het organiseren van bijeenkomsten en werkdagen; het opstellen en verspreiden van informatiemateriaal, niet zijnde boeken; het geven van voorlichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie wordt alleen verstrekt voor activiteiten die worden uitgevoerd: op openbaar en kosteloos toegankelijke plekken; of vanaf de openbare weg zichtbare plekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie voor het verstrekken van financiële bijdragen aan inwonersinitiatieven wordt alleen verstrekt als: de ontvanger per inwonersinitiatief maximaal € 5.000 bijdraagt; en het inwonersinitiatief een financiële bijdrage levert van minstens 35% van het bedrag bedoeld in onderdeel a.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.3</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen niet in aanmerking kosten voor: aankoop van onroerende goederen; waardedaling van grond of opbrengstderving; gebouwen of inrichting daarvan; of aankoop van machines of apparatuur die benodigd zijn om de activiteiten uit te voeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4124\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG, wordt subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder a, uitsluitend verstrekt aan een samenwerkingsverband van ten minste vijf natuurlijke personen of aan een rechtspersoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">2Subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder b of c, wordt uitsluitend verstrekt aan een vereniging of stichting met een statutaire doelstelling tot inzet voor biodiversiteit, niet zijnde een bos- of landgoedeigenaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4125\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Onverminderd artikel 1.2.3 verstrekt de aanvrager bij de aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, aanhef en onder a, in ieder geval: een schriftelijke toestemming van de eigenaar van het perceel waarop de aanleg of het beheer betrekking heeft; een kaart waarop is aangegeven waar de activiteit wordt gerealiseerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een aanvrager kan maximaal éénmaal per kalenderjaar subsidie ontvangen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder a of b, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000 en een maximum van € 50.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder c, bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 100.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten bij de subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder a, mag bestaan uit kosten voor externe ondersteuning.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten bij de subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder b, mag bestaan uit kosten voor personele inzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Ten hoogste 20% van de subsidiabele kosten bij de subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder c, mag bestaan uit kosten voor personele inzet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4127\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder a, wordt niet verstrekt voor zover de activiteit betrekking heeft op: terreinen die zijn opgenomen in het natuurbeheerplan; het periodiek inzaaien van terreinen en de daarmee gepaard gaande werkzaamheden; fruit, noten, sier- en groenteteelt, of privé tuinen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4128\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Als de subsidie direct is vastgesteld als bedoeld in artikel 25, eerste lid onder a, van de AsG, is de ontvanger verplicht de activiteit binnen twee jaar na de vaststelling van de subsidie te hebben uitgevoerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De ontvanger is verplicht binnen vier weken na het afronden van de activiteit publiciteit aan de activiteit te geven via een website of sociale media en beelden te tonen van de activiteit.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.13 Kennisontwikkeling- en overdracht duurzaam functioneren van de toplaag</h3>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.14Innovatie Agrifood</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4141\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.14.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Kadernota Agrifood: Kadernota Agrifood “Toekomst voor de Gelderse Boer 2021-2030”, zoals vastgesteld door Provinciale Staten bij besluit van 31 maart 2021, inclusief de nadien aangebrachte wijzigingen; kringlooplandbouw: een vorm van duurzame landbouw waarbij de kringloop van mineralen gesloten is.</p>\n<p class=\"lf-p\">MKB-onderneming: kleine, middelgrote of micro-onderneming die voldoet aan de criteria uit bijlage 1 van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening; natuurinclusieve landbouw: een economisch rendabel landbouwsysteem, dat optimaal beheer van natuurlijke hulpbronnen duurzaam integreert in bedrijfsvoering, inclusief zorg voor ecologische functies en de biodiversiteit op en om het bedrijf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4142\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.14.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking projecten die gericht zijn op het bevorderen van de ontwikkeling van een kringlooplandbouw of natuurinclusieve landbouw en die bijdragen aan de doelen van de Kadernota AgriFood in de vorm van: met de primaire landbouwproductie verband houdende investeringen in activa op landbouwbedrijven als bedoeld in artikel 14 van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening; marktonderzoek, productontwerp en productdesign of het opstellen van aanvragen voor de erkenning van kwaliteitsregelingen als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onder a, van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening; kennisoverdracht en voorlichting als bedoeld in artikel 21 van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening, of afzetbevorderingsmaatregelen voor landbouwproducten als bedoeld in artikel 24 van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4143\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.14.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt als: het project een bijdrage levert aan ten minste twee van de volgende aspecten in de provincie Gelderland: de verduurzaming van de fysieke leefomgeving; het tot waarde brengen van producten en diensten van het agrarische bedrijf door middel van nieuwe verdienmodellen of vernieuwende marktconcepten; de maatschappelijke inbedding van de landbouwsector of aantrekkelijk landbouwondernemerschap; het project een innovatief karakter heeft; het project een slagingskans heeft, onder meer gelet op het draagvlak binnen de landbouwsector en de betrokkenheid van ondernemers bij het project; het project zich richt op een praktijkrijp resultaat en leent voor grootschalige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4144\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.14.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor subsidie als genoemd in artikel 4.14.2, aanhef en onder a, komen de volgende kosten in aanmerking: kosten van de bouw, verwerving, inclusief leasing, of verbetering van onroerende goederen, waarbij grond alleen in aanmerking komt voor zover de kosten daarvan niet hoger zijn dan 10% van de totale subsidiabele kosten; kosten van de koop of huurkoop van machines en uitrusting, tot ten hoogste de marktwaarde van de activa; algemene kosten in verband met de uitgaven, bedoeld onder a of b; kosten van de aankoop of ontwikkeling van computersoftware en de verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en handelsmerken; kosten van uitgaven voor niet-productieve investeringen in verband met de verwezenlijking van agromilieuklimaatdoelstellingen als bedoeld in artikel 14, derde lid, onder d, van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Voor subsidie als bedoeld in artikel 4.14.2, aanhef en onder b, komen de volgende kosten in aanmerking: kosten van marktonderzoek; kosten van productontwerp en productdesign; kosten voor het opstellen van aanvragen voor de erkenning van kwaliteitsregelingen als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onder a, van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Voor subsidie als bedoeld in artikel 4.14.2, aanhef en onder c, komen de volgende kosten in aanmerking: kosten van acties voor de verwerving van vaardigheden, waaronder opleidingscursussen, workshops en coaching, en kosten van voorlichtingsacties; kosten van demonstratieactiviteiten, waarbij demonstratieprojecten in verband met investeringen subsidiabel zijn overeenkomstig het eerste lid, onder a tot en met d, en slechts voor zover en zolang zij voor het demonstratieproject worden gemaakt, waardoor het enkel de afschrijvingskosten betreft die met de looptijd van het demonstratieproject overeenstemmen, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Voor subsidie als bedoeld in artikel 4.14.2, aanhef en onder d, komen de volgende kosten in aanmerking: kosten van het organiseren van en deelnemen aan wedstrijden, handelsbeurzen en tentoonstellingen als bedoeld in artikel 24, vierde lid, van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening; kosten van publicaties om landbouwproducten beter bekend te maken bij het brede publiek onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 24, derde en vijfde lid, van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>[vervallen]</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4145\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.14.5</span><span class=\"lf-art-t\">Niet subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.3.5 wordt geen subsidie verstrekt voor: kosten voor werkkapitaal; kosten voor de aankoop van productierechten, betalingsrechten, dieren en eenjarige gewassen; kosten voor de aanplant van eenjarige gewassen; kosten voor afwateringswerkzaamheden; kosten voor investeringen om aan Europese wetgeving te voldoen; kosten voor reguliere vervangingsinvesteringen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4146\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.14.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 4.14.2, aanhef en onder a, kan worden verstrekt aan:</div>\n<p class=\"lf-p\">MKB-ondernemingen die actief zijn in de primaire landbouwproductie; een samenwerkingsverband van MKB-ondernemingen dat rechtspersoonlijkheid bezit als bedoeld onder a.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 4.14.2, aanhef en onder b, kan worden verstrekt aan:</div>\n<p class=\"lf-p\">MKB-ondernemingen die aanbieder van onderzoeksdiensten of adviesverstrekker zijn; een samenwerkingsverband van MKB-ondernemingen dat rechtspersoonlijkheid bezit als bedoeld onder a.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 4.14.2, aanhef en onder c, kan worden verstrekt aan:</div>\n<p class=\"lf-p\">MKB-ondernemingen die activiteiten over kennisoverdracht of voorlichting aanbieden; een samenwerkingsverband van MKB-ondernemingen dat rechtspersoonlijkheid bezit als bedoeld onder a.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 4.14.2, aanhef en onder d, kan worden verstrekt aan:</div>\n<p class=\"lf-p\">MKB-ondernemingen die actief zijn in de landbouwsector; een samenwerkingsverband van MKB-ondernemingen dat rechtspersoonlijkheid bezit als bedoeld onder a.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>[vervallen]</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4147\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.14.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend van:</div>\n<p class=\"lf-p\">6 september 2021 tot en met 31 december 2021;</p>\n<p class=\"lf-p\">1 februari 2022 tot en met 31 december 2022;</p>\n<p class=\"lf-p\">1 februari 2023 tot en met 31 december 2023;</p>\n<p class=\"lf-p\">1 februari 2024 tot en met 31 december 2024.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag een beschrijving van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verplichtingen bedoeld in artikel 4.14.9.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4148\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.14.8</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De hoogte van de subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.14.2, aanhef en onder a, bedraagt ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 35.000.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van het eerste lid bedraagt de hoogte van de subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.14.2, aanhef en onder a, ten hoogste 60% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 35.000: het activiteiten betreft gericht op de verbetering van het natuurlijke milieu, de hygiëneomstandigheden of normen voor dierenwelzijn; de investering verder gaat dan de investering die nodig is om aan de Europese wetgeving te voldoen, en de verbetering niet leidt tot een verhoging van de productiecapaciteit.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De hoogte van de subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.14.2, aanhef en onder b tot en met d, bedraagt ten hoogste 60% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 35.000.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4149\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.14.9</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd paragraaf 1.4 heeft subsidieontvanger de volgende verplichtingen: draagt de innovaties uit en verspreidt ze naar sectorgenoten en partners in de landbouwketen; maakt de resultaten van het project toegankelijk voor derden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41410\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.14.10</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd als aan de aanvrager op grond van deze paragraaf al eerder subsidie in hetzelfde kalenderjaar of voor dezelfde activiteit is verstrekt.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.15 Groene schoolpleinen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4151\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: school: onderwijsinstelling voor basis- of voorgezet onderwijs; groen schoolplein: buitenruimte met natuurlijke elementen en beplanting nabij de school waarvan leerlingen in ieder geval tijdens schooltijd gebruik maken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4152\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de Algemene subsidieverordening Gelderland 2016 kan worden verstrekt voor het ontwerp en de aanleg van groene schoolpleinen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4153\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidie kan worden verstrekt: voor het ontwerpen en het aanleggen van een groen schoolplein; als het groene schoolplein natuurlijke elementen en beplanting bevat en een deel van de bestrating wordt vervangen door een waterdoorlatende ondergrond; als het ontwerp van het groene schoolplein tot stand is gekomen in samenwerking met leerlingen en docenten; als het groene schoolplein de mogelijkheid biedt om buitenlessen te geven, en als de grondeigenaar toestemming geeft voor het aanleggen van het groene schoolplein.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4154\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een school.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4155\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag een projectbeschrijving, voorzien van een ontwerp van het groene schoolplein, waarin staat: op welke wijze wordt voldaan aan artikel 4.15.3; op welke wijze het project bijdraagt aan de biodiversiteit; op welke wijze de subsidieontvanger voornemens is de buitenlessen te geven op het groene schoolplein, en op welke wijze het onderhoud en beheer van het groene schoolplein wordt geborgd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4156\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.15.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking: de kosten van de aanleg; in afwijking van artikel 1.3.5, onder b, de kosten van het ontwerp van het groene schoolplein.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4157\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de totale subsidiabele kosten van het project met een maximum van € 17.500 per project.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie voor het ontwerp van het groene schoolplein bedraagt ten hoogste 10% van de totale subsidiabele kosten van het project.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4158\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.8</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen niet in aanmerking: vergoedingen voor vrijwilligers; kosten voor kunstgras; interne loonkosten van de school.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4159\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.9</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt geweigerd als: de te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 5.000; aan de school voor hetzelfde schoolplein al subsidie is verstrekt op grond van deze paragraaf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41510\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.10</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidieontvanger is verplicht het groene schoolplein binnen 24 maanden na de subsidieverlening aan te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidieontvanger stelt foto’s beschikbaar van het schoolplein voor en na de aanleg van het groene schoolplein, die vrij van rechten door de subsidieverstrekker gebruikt kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De subsidieontvanger meldt de subsidieverstrekker wanneer het groene schoolplein geopend wordt.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.16 Medegebruik van graslanden door edelherten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4161\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor het toestaan van medegebruik van graslanden door edelherten gedurende het hele kalenderjaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4162\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt als: de subsidiabele activiteit betrekking heeft op percelen die zijn gelegen in een gebied dat door Gedeputeerde Staten is aangewezen als gebied waarvoor geen aanvraag hoeft te worden ingediend voor een tegemoetkoming voor faunaschade; door of in opdracht van Gedeputeerde Staten faunaschade aan graslanden is getaxeerd die is veroorzaakt door edelherten, en de percelen voldoen aan de in de Beleidsregels tegemoetkoming faunaschade Gelderland gestelde voorwaarden om voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4163\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan agrariërs.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4164\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de AsG dient de aanvrager een aanvraag om subsidie in tijdens het kalenderjaar waarin faunaschade is geleden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de AsG wordt de aanvraag om subsidie tijdens of na uitvoering van de subsidiabele activiteit ingediend.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Artikel 1.2.3, eerste lid, onder b tot en met e, is niet van toepassing.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4165\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt € 50 per hectare waarop in het betreffende kalenderjaar faunaschade is getaxeerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4166\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16.6</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt geweigerd als voor het betreffende perceel al subsidie is verstrekt op grond van paragraaf 3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Gelderland 2016.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4167\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16.7</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.3.3, eerste lid, wordt subsidie alleen verstrekt als deze niet in strijd is met Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Europese Commissie van 18 december 2013 (PbEU L 352/09).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.17 Aanpak Invasieve exoten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4171\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.17.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: een project om gedurende drie jaren een of meer invasieve exoten op een of meer locaties te verwijderen en verwijderd houden of te beheersen; een programma om binnen een periode van zes jaren meerdere projecten als bedoeld onder a uit te voeren; het opstellen van een plan van aanpak voor de bestrijding van een of meer invasieve exoten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4172\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.17.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt alleen verstrekt voor de volgende soorten invasieve exoten: zonnebaars, Aziatische duizendknopen, reuzenbalsemien, reuzenberenklauw, Canadese guldenroede en late guldenroede.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder a, wordt alleen verstrekt als op basis van een projectplan wordt aangetoond dat de subsidiabele activiteit bijdraagt aan de bescherming van de biodiversiteit in een Gelderse natuurparel, als opgenomen in bijlage 1 bij de Beleidsnota Actieve Soortenbescherming.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In afwijking van het vorige lid is de bestrijding van de zonnebaars mogelijk buiten een Gelderse natuurparel mits de soort gevestigd is in geïsoleerd water.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder b, wordt alleen verstrekt als: de subsidiabele activiteit wordt uitgevoerd in het Gelders Natuurnetwerk; en een programma-aanpak wordt overgelegd waaruit in ieder geval de planning van de uit te voeren projecten gedurende zes jaren blijkt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder c, wordt alleen verstrekt als het plan van aanpak betrekking heeft op het totale grondgebied van een gemeente.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder c, wordt alleen verstrekt als het plan van aanpak betrekking heeft op het totale beheergebied van het waterschap of een deel daarvan, waarbij het waterschap maximaal vier deelgebieden aanwijst.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4173\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.17.3</span><span class=\"lf-art-t\">Plan van aanpak</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het plan van aanpak, als bedoeld in artikel 4.17.1, onder c, brengt in beeld: de locaties van de aan te pakken invasieve exoten; de te nemen maatregelen en een prioritering daarvan; en</p></div>", "next": 239844}