{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor zover dat in overeenstemming is met hoofdstuk I en artikel 22 van de AGVV.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.12 Procesondersteuning Wijk van de toekomst</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: wijk: een geografische eenheid van tenminste 400 woningen; integraal transitieplan: een in overleg met betrokken partijen tot stand gekomen plan met maatregelen gericht op het beperken van het fossiele energieverbruik in de wijk, waaronder in ieder geval bestaande gebouwen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor opdrachtverlening aan een externe deskundige voor: het ontwerpen, voorbereiden en in gang zetten van een proces gericht op het maken van een integraal transitieplan voor de verduurzaming van de wijk; het uitvoeren van een proces gericht op het opstellen van een integraal transitieplan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie kan worden verstrekt voor een proces dat is gericht op een wijk of meerdere aaneengesloten wijken.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de externe deskundige is geselecteerd uit ten minste drie offertes; de externe deskundige aantoonbaar ervaring heeft op het terrein waarop hij wordt ingeschakeld.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van het eerste lid, onder a ten aanzien van subsidie als bedoeld in artikel 3.12.2, eerste lid, onder b.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3124\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12.4</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3.12.2, eerste lid, onder b wordt slechts verstrekt als de aanvrager een document kan overleggen waaruit blijkt: hoe het daar genoemde proces, zal worden ingericht en welke partijen hierbij zullen worden betrokken; hoeveel energie er in de wijk wordt gebruikt voor het treffen van maatregelen en een inschatting van het energiegebruik nadat maatregelen getroffen zijn, en dat er bereidheid is bij bewoners en andere betrokken partijen om deel te nemen aan het proces om te komen tot een transitieplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3125\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking de kosten van: de externe deskundige, en andere kosten die rechtstreeks verband houden met het proces met een maximum van 10% van de totale kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3127\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 3.12.2, eerste lid, onder a bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 10.000.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 3.12.2, eerste lid, onder b bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 50.000.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In afwijking van het tweede lid bedraagt de subsidie als bedoeld in artikel 3.12.2, eerste lid, onder b ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 40.000 indien voor de betreffende wijk subsidie is verleend als bedoeld in artikel 3.12.2, eerste lid 1, onder a.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3128\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Onverminderd artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag de volgende gegevens overgelegd: de offertes als bedoeld in artikel 3.12.3; documenten waaruit blijkt dat de deskundige ervaring heeft op het terrein waarop hij wordt ingeschakeld, en een aanduiding op kaart van de betreffende wijk of wijken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Onverminderd het eerste lid wordt bij de aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 3.12,2, eerste lid, onder b het document gevoegd als bedoeld in artikel 3.12.4.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3129\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12.9</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvrager brengt binnen zes weken na beëindiging van de activiteiten verslag uit aan Gedeputeerde Staten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het verslag van de activiteiten als bedoeld in artikel 3.12.2, eerste lid, onder a bevat ten minste een beschrijving van: de gevolgde aanpak; de bereidheid van de betrokken partijen, met name de bewoners, om deel te nemen aan het proces tot verduurzaming van de wijk, en de wijze waarop de externe deskundige het proces heeft begeleid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het verslag over de activiteiten als bedoeld in artikel 3.12.2, eerste lid, onder b bevat ten minste een beschrijving van: de gevolgde aanpak; het verloop van het proces; gemaakte afspraken; de deelnemende partijen aan het proces en hun inbreng; het netwerk in de wijk; het draagvlak voor een transitie bij de betrokken partijen; risico’s en de wijze waarop deze gemitigeerd kunnen worden, en de wijze waarop is deelgenomen aan communities of practice.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12.10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de subsidie meer bedraagt dan € 24.999 wordt ten behoeve van de vaststelling van de subsidie het verslag als bedoeld in artikel 3.12.9, derde lid, aangemerkt als het inhoudelijk verslag als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de AsG.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.13 [vervallen]</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.14 [vervallen]</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.15 [vervallen]</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.16 [vervallen]</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.17 [vervallen]</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.18Ondersteuning van gemeenten bij toezicht op energiebesparing 2021-2024</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3181\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: energieverbruikers: bedrijven die vallen onder de reikwijdte van artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelderse aanpak: een aanpak gericht op communicatie, stimulering van bedrijven via collectieve projecten en handhaving; toezicht: toezicht op de naleving van artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3182\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor het uitoefenen van toezicht in 2021 tot en met 2024.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3183\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt alleen verstrekt als: de aanvrager de Gelderse aanpak volgt; de aanvrager een overeenkomst heeft met de Omgevingsdienst over toezicht.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie wordt voorts alleen verstrekt als de aanvrager in de periode van 2021 tot en met 2024 bij ten minste 50% van het aantal energieverbruikers in de gemeente toezicht uitoefent 3. Het aantal energieverbruikers in een gemeente wordt bepaald aan de hand van gegevens van de Gelderse omgevingsdiensten</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3184\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een omgevingsdienst kan optreden als aanvrager namens een of meerdere gemeenten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3185\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie bedraagt € 400 per energieverbruiker waar in de periode van 2021 tot en met 2024 toezicht wordt uitgeoefend.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie wordt aangevraagd uiterlijk op 1 juni van het kalenderjaar of het eerste kalenderjaar als de aanvraag betrekking heeft op meerdere kalenderjaren. Artikel 1.3.5, aanhef en onder b, is niet van toepassing.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3186\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag in elk geval de volgende gegevens verstrekt: een plan waarin wordt beschreven op welke wijze gedurende de periode van 2021 tot en met 2024 bij ten minste 50% van de energieverbruikers in de gemeente toezicht is of wordt uitgeoefend; de overeenkomst als bedoeld in artikel 3.18.3, eerste lid, aanhef en onder b; een opgave van het aantal energieverbruikers.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3187\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.19Energieloketten 2021-2024</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3191\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.19.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: actieve marktbenadering: een door de aanvrager geregisseerde planmatige aanpak waarin particuliere woningeigenaren in een wijk of een buurt, of bepaalde doelgroepen in een wijk, een buurt of in de gemeente, worden benaderd om energiebesparende maatregelen aan hun woningen te treffen of om hernieuwbare energie op te wekken; digitaal: via e-mail en via een website; energieloket: een informatiepunt gericht op het informeren van bewoners over energiebesparing en energiebesparende maatregelen aan en opwekking van hernieuwbare energie bij bestaande woningen en mogelijkheden om die maatregelen te financieren; professionalisering: activiteiten gericht op het vergroten van de bekendheid, zichtbaarheid, toegankelijkheid en bereikbaarheid van het energieloket, toepassing van marketing, het ontwikkelen of doorontwikkelen van een klantvolgsysteem, het monitoren van het bereik en de effecten van het energieloket, het inspelen op ontwikkelingen in de energietransitie binnen de bebouwde omgeving en het structureel inrichten en aansturen van het energieloket gedurende het tijdvak waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3192\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.19.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor het financieren van energieloketten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3193\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.19.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt verstrekt voor een of meerdere kalenderjaren.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie wordt alleen verstrekt als: het energieloket in de periode 2021 tot en met 2024 operationeel is, of een of meerdere jaren binnen die periode; het energieloket fysiek, digitaal en telefonisch bereikbaar is voor het verstrekken van informatie; het energieloket gebruik maakt van een klantvolgsysteem en een monitoringssysteem; de aanvrager met het energieloket afspraken heeft gemaakt over het uitvoeren van een actieve marktbenadering, en professionalisering wordt doorgevoerd.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3194\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.19.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als gemeenten samenwerken bij het in stand houden van een gezamenlijk energieloket kan de aanvraag door een van de bij die samenwerking betrokken gemeenten mede namens de andere gemeenten worden ingediend.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3195\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.19.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie bedraagt de som van het inwoneraantal op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd, vermenigvuldigd met een bedrag van € 0,50 en vervolgens vermenigvuldigd met het aantal jaren waarvoor de subsidie wordt verstrekt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het inwoneraantal wordt bepaald aan de hand van CBS-gegevens.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Kosten die in het jaar of de jaren waarin het energieloket operationeel is worden gemaakt, zijn subsidiabel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Artikel 1.3.5, aanhef en onder b, is niet van toepassing.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3196\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.19.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt aangevraagd uiterlijk op 1 juni van het kalenderjaar of het eerste kalenderjaar als de aanvraag betrekking heeft op meerdere kalenderjaren.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Onverminderd artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag in elk geval de volgende gegevens verstrekt: een plan van aanpak met een beschrijving van de activiteiten die het energieloket zal gaan uitvoeren, waarin ten minste ook wordt ingegaan op de actieve marktbenadering; een beschrijving van de professionalisering van het energieloket, waarin wordt ingegaan op wijze waarop de continuïteit van het energieloket wordt geborgd; een beschrijving van de wijze waarop het energieloket bereikbaar is; als de aanvraag namens samenwerkende gemeenten wordt ingediend een verklaring van alle samenwerkende gemeenten of een kopie van de samenwerkingsovereenkomst waaruit de aard en de omvang van de samenwerking blijkt.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3197\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.19.7</span><span class=\"lf-art-t\">Vaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 25, derde lid, van de AsG wordt de subsidie vastgesteld met toepassing van artikel 25, eerste lid, van de AsG.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3198\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.19.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van artikel 1.4.3 legt de subsidieontvanger jaarlijks uiterlijk in maart een rapportage over het voorgaande kalenderjaar over waarin een beschrijving wordt gegeven van: de activiteiten van het energieloket in het voorgaande kalenderjaar, en de daarbij behaalde resultaten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bij de beschrijving van de resultaten als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, wordt gebruik gemaakt van de data uit het klantvolgsysteem en monitoringsysteem.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 4 Vitaal platteland, natuurbeheer en ontwikkeling natuurgebieden</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.1 Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-411\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: agrarisch collectief: vereniging als bedoeld in artikel 3.1 van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Gelderland 2016; agrarisch natuurbeheer: natuurbeheer op landbouwgronden; agrarisch leefgebied: in het natuurbeheerplan begrensde landbouwgronden waarop planten of dieren voorkomen die bepaalde eisen stellen aan de inrichting en het gebruik van hun omgeving of waarop het voorkomen van zulke planten of dieren wordt nagestreefd; ambitiekaart: kaart behorende bij het vigerende Natuurbeheerplan Gelderland waarop de begrenzing is vastgelegd van bestaande en nieuwe natuur;</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsnota Actieve Soortenbescherming: de Beleidsnota Actieve Soortenbescherming Gelderland zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten bij besluit van 6 januari 2015, inclusief de nadien aangebrachte wijzigingen; duurzaam functioneren van de toplaag: handhaven of herstellen van het op lange termijn functioneren van de werking van het bodem en watersysteem in de bovenlaag van de bodem; faunavoorziening: een voorziening die het dieren mogelijk maakt openbare infrastructuur veiliger over te steken; functieverandering: het feitelijk en publiekrechtelijk wijzigen van het gebruik van grond van landbouw naar natuur en het vestigen van een kwalitatieve verplichting op die grond; ganzenrustgebied: gebied bedoeld om overwinterende beschermde inheemse ganzen rust te bieden en welk gebied door Provinciale Staten als zodanig is vastgesteld; gebouw: opstal alsmede het kadastrale perceel waarop deze opstal is gelegen; gebruiksgerechtigde: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die op grond van pacht of erfpacht zeggenschap heeft over het landbouwbedrijf; gecertificeerde begunstigde: begunstigde die beschikt over of gebruik maakt van een certificaat als bedoeld in artikel 1.11 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Gelderland 2016;</p>\n<p class=\"lf-p\">GNN: Gelders natuurnetwerk zoals begrensd door Provinciale Staten bij vaststelling van de Omgevingsverordening provincie Gelderland bij besluit van 24 september 2014 dan wel de op basis van de Omgevingsverordening provincie Gelderland door Gedeputeerde Staten nadien gewijzigde begrenzing; grondgebruiker: degene die gerechtigd is de grond, waarop het onderzoek wordt uitgevoerd, te gebruiken; grondstrategieplan: een door Gedeputeerde Staten vastgesteld plan waarin is vastgelegd de wijze waarop ruiling , aan- en verkoop van gronden plaatsvindt ten behoeve van het bereiken van provinciale doelen in een bepaald gebied; grote onderneming: onderneming waar minstens 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet 50 miljoen EUR of het jaarlijkse balanstotaal 43 miljoen EUR overschrijdt, zoals bepaald in artikel 2, bijlage I van Landbouw groepsvrijstellingsverordening; hagen en heggen: opgaande lijnvormige elementen bestaande uit loofhoutsoorten, niet zijnde vlecht-, knip- of scheerheggen; inrichting: de uitvoering van maatregelen die de fysieke kenmerken van het natuurterrein wijzigen; knelpunt: een locatie waarvan door onderzoek is gebleken dat daar regelmatig dieren worden aangereden of verdrinken of waarbij het voor ter plaatse levende dieren onmogelijk is om openbare infrastructuur te passeren; landbouwactiviteit: activiteit als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b van de Verordening (EU) Nr. 1306/2013 van het Europees parlement en de Raad van 17 december 2013 (PbEU L347/549 landbouwbedrijf: een eenheid die grond, gebouwen en voorzieningen omvat die voor de primaire landbouwproductie worden gebruikt als bedoeld in artikel 2 onder 8 van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening, Verordening (EU) Nr. 702/2014 van de Europese Commissie van 25 juni 2014 (Pb EU L 193), niet zijnde een glastuinbouwbedrijf; landbouwbedrijfsgebouw: een gebouw met bijbehorende voorzieningen dat gebruikt wordt ten behoeve van de uitoefening van een landbouwbedrijf; landschapselementen: groene opgaande elementen bestaande uit inheemse loofhoutsoorten; leefgebied: gebied waarin alle fasen in de levenscyclus van een of meer prioritaire soorten zich kunnen afspelen; [vervallen] modernisering: vervanging van een bestaand landbouwbedrijfsgebouw of van bestaande voorzieningen op de nieuwe locatie door een nieuw, modern gebouw of nieuwe, moderne voorzieningen waarbij de betrokken productie, of technologie fundamenteel wordt gewijzigd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Nationale Landschappen: Nationale Landschappen zoals aangewezen in de Uitwerking streekplan Gelderland 2005;</p>\n<p class=\"lf-p\">Natura 2000-gebied: door het Rijk aangewezen Natura 2000-gebieden op basis van de Wet natuurbescherming;</p>\n<p class=\"lf-p\">Natura 2000-doelstellingen: instandhoudings- en ontwikkeldoelstellingen van het betreffende Natura 2000-gebie; natura 2000-maatregelen: maatregelen voor herstel van de natuurkwaliteiten zoals beschreven in Natura 2000-beheerplannen of ontwerpbeheerplannen van door Gedeputeerde Staten vastgestelde Natura 2000-gebieden; natuur, groen of landschap: natuurlijk ingerichte of in te richten openbaar toegankelijke plekken of vanaf de openbare weg zichtbare plekken; natuurambitieterrein: terrein dat is opgenomen op de ambitiekaart, dat is aangeduid als N00.01 en waarvoor onder “indicatieve verhouding beheertypen” is aangegeven welke beheertypen op deze grond van toepassing zijn na functieverandering van landbouw naar natuur; natuurbeheerplan: een plan als bedoeld in artikel 1.3 van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Gelderland 2016; natuurbeheertype: in bijlage 1 van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Gelderland 2016 opgenomen soort natuur zoals nader beschreven in de Index Natuur en Landschap; natuurgebied: gebied bestaande uit meerdere natuurterreinen; natuurontwikkelplan: een door Gedeputeerde Staten vastgesteld plan waarin een gebied is aangewezen en voor subsidie in aanmerking kan komen voor het behoud van hoge actuele natuurwetenschappelijke, landschappelijke, cultuurhistorische of bosbouwkundige waarden; natuurterrein: grond die op de ambitiekaart is begrensd als bestaande of als nieuwe natuur als eenheid is weergegeven, of waarvoor een subsidie voor functieverandering als bedoeld in artikel 4.9.1 is verstrekt; nieuwe natuur: op de ambitiekaart aangegeven nog niet ingerichte landbouwgronden of voormalige landbouwgronden aangeduid als N00.01 dan wel nog niet ingerichte natuurgronden aangeduid als N00.02, waar het natuurbeheertype of indicatieve verhouding natuurbeheertypen nog niet is gerealiseerd binnen het GNN;</p>\n<p class=\"lf-p\">PAS-gebiedsanalyses: ecologische analyse van een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied dat deel uitmaakt van de passende beoordeling van het PAS, waarin herstel- en andere maatregelen zijn opgenomen die achteruitgang van de kwaliteit van habitattypen en leefgebieden van soorten stopt of de kwaliteit verbetert;</p>\n<p class=\"lf-p\">PAS-herstelmaatregel: gebiedspecifieke maatregel of activiteit, onderzoek of monitoring, opgenomen in een PAS-gebiedsanalyse en ter uitvoering van het PAS-programma of is opgenomen op de PAS-maatregelenkaarten.</p>\n<p class=\"lf-p\">PAS-maatregelenkaarten: kaarten ten behoeve van de uitvoering van de PAS-herstelmaatregelen; prioritaire soorten: soorten als bedoeld in bijlage 3 bij deze regels;</p>\n<p class=\"lf-p\">Programma-aanvraag: een aanvraag van een voor natuurbeheer gecertificeerd begunstigde voor meerdere, niet aaneengesloten natuurterreinen; marktwaarde: de waarde in het vrije economische verkeer; soortenbeschermingsmaatregelen: maatregelen gericht op behoud van een of meer prioritaire soorten of systeemherstel in de parels zoals opgenomen in de nota Actieve soortenbescherming Gelderland, vastgesteld door Gedeputeerde Staten d.d. 6 januari 2015;</p>\n<p class=\"lf-p\">Biodiversiteitsplan: plan dat is gericht op het vergroten van de biodiversiteit en door een orgaan van de gemeente is vastgesteld. faunaschade: schade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet natuurbescherming; invasieve exoot: Soorten van planten en dieren die zijn geïntroduceerd buiten hun natuurlijk verspreidingsgebied, waarvan is vastgesteld dat de introductie of verspreiding ervan een bedreiging of nadelige gevolgen heeft voor de biodiversiteit en aanverwante ecosysteemdiensten in Nederland; primaire landbouwproductie: de productie van in bijlage I bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vermelde producten van de bodem en van de veehouderij die geen verdere bewerking hebben ondergaan die de aard van deze producten wijzigt</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.2 biodiversiteit en landschap</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-421\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: het opstellen van een biodiversiteitsplan; het uitvoeren van fysieke maatregelen die de biodiversiteit verhogen, of het aanleggen of herstellen van groenblauwe landschapselementen; burgerparticipatie en het vergroten van de maatschappelijke betrokkenheid bij het landschap; het uitvoeren van herstel- of inrichtingsmaatregelen op een agrarisch leefgebied; functieverandering, of periodiek onderhoud aan groenblauwe landschapselementen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-422\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.3.5 komen voor subsidie niet in aanmerking kosten voor: ambtelijke inzet; projectleiding en coördinatie, als een gemeente de aanvrager is; aan- of verkoop van onroerende goederen; inkomstenderving, en het verwijderen van drugsafval of bodemverontreiniging.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-423\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel c, die wordt aangevraagd door ondernemingen die actief zijn in de landbouwsector wordt alleen verstrekt voor zover dat in overeenstemming is met hoofdstuk I en artikel 14 of 22 van de Landbouwgroepsvrijstellingsverordening. In aanvulling op artikel 1.3.3, eerste lid, wordt subsidie als bedoeld in artikel 4.2.1 onderdeel b, e, en f, slechts verstrekt zover deze niet in strijd is met de de minimis steun in de landbouwsector Verordening (EU), Nr. 1408/2013 van de Europese Commissie van 18 december 2013 (Pb EU L 352/9”</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.2abiodiversiteitsplan</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2a</span><span class=\"lf-art-t\">1 Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie voor het opstellen van een biodiversiteitsplan, als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel a, wordt alleen verstrekt als in het biodiversiteitsplan in ieder geval de volgende onderwerpen worden beschreven: de in het gebied voorkomende planten en dieren; de in het gebied gewenste planten en dieren; het actief beschermen van de in het plan genoemde soorten; natuurinclusief bouwen en vergunnen; het inrichten en beheren van openbaar groen en bermen, en het betrekken van inwoners bij biodiversiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42a-226\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2a</span><span class=\"lf-art-t\">2 Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2a</span><span class=\"lf-art-t\">3 Hoogte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 25.000.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.2b Fysieke maatregelen biodiversiteit en groenblauwe landschapselementen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2b</span><span class=\"lf-art-t\">1 Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie voor maatregelen die de biodiversiteit verhogen, als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel b, wordt alleen verstrekt als in het projectplan wordt onderbouwd dat de maatregelen het voortplanten, opgroeien en foerageren van inheemse diersoorten mogelijk maakt of verbetert.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie voor het aanleggen of herstellen van groenblauwe landschapselementen, als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel b, wordt alleen verstrekt als: het groenblauwe landschapselementen uit bijlage 1 Index landschap bij de Subsidieverordening Natuur- en landschapsbeheer 2016 betreft, en in een projectplan wordt onderbouwd dat de aanleg bijdraagt aan het gemeentelijk biodiversiteitsplan of landschapsontwikkelingsplan.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42b-228\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2b</span><span class=\"lf-art-t\">2 Aanvrager</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt verstrekt aan: een gemeente; een eigenaar van een bos of landgoed, of een agrarisch collectief, in het geval ook een subsidie voor functieverandering als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel e, wordt verstrekt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG, kan subsidie worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Artikel 1.3.6, vijfde lid, is niet van toepassing als de aanvrager Staatsbosbeheer is.</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2b</span><span class=\"lf-art-t\">3 Hoogte</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie bedraagt:</div>\n<p class=\"lf-p\">75% van de subsidiabele kosten voor activiteiten die worden uitgevoerd binnen de begrenzing van de Gelderse nationale landschappen en worden aangevraagd door een gemeente, met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 200.000 per aanvrager;</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de subsidiabele kosten voor activiteiten die worden uitgevoerd buiten de begrenzing van de Gelderse nationale landschappen en worden aangevraagd door een gemeente, met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 200.000 per aanvrager;</p>\n<p class=\"lf-p\">75% van de subsidiabele kosten die worden aangevraagd door een eigenaar van een bos of landgoed, met een minimum van € 7.500 en een maximum van € 200.000 per aanvrager, en 75% van de subsidiabele kosten die worden aangevraagd door een agrarisch collectief.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De kosten voor het maken van een inrichtingsplan bedragen maximaal € 500 per inrichtingsplan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De kosten voor projectleiding of coördinatie bedragen maximaal 15% van de totale subsidiabele kosten als de aanvrager een gemeente of eigenaar van een bos of landgoed is.</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2b</span><span class=\"lf-art-t\">4 Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd voor zover de subsidiabele activiteit wordt uitgevoerd binnen: terreinen waarvoor subsidie op grond van de Subsidieverordening Natuur- en landschapsbeheer is verleend; een berm; een bedrijventerrein; een woningbouwlocatie, of de begrenzing van een buitenplaats met de status rijksmonument.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2b</span><span class=\"lf-art-t\">5 Verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidieontvanger is verplicht inheems plantmateriaal en zaaizaad te gebruiken, tenzij de activiteit ziet op een vorm van agro forestry.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Landschapselementen die worden aangelegd worden tenminste 10 jaar in stand gehouden.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.2c burgerparticipatie en het vergroten van de maatschappelijke betrokkenheid bij het landschap</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42c\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2c</span><span class=\"lf-art-t\">1 Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie voor burgerparticipatie en het vergroten van de maatschappelijke betrokkenheid bij het landschap als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel c, wordt alleen verstrekt aan: een gemeente, of een eigenaar van een bos of landgoed.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42c-230\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2c</span><span class=\"lf-art-t\">2 Hoogte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt:</p>\n<p class=\"lf-p\">75% van de subsidiabele kosten voor activiteiten die worden uitgevoerd binnen de begrenzing van de Gelderse nationale landschappen en worden aangevraagd door een gemeente, met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 200.000 per aanvrager;</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de subsidiabele kosten voor activiteiten die worden uitgevoerd buiten de begrenzing van de Gelderse nationale landschappen en worden aangevraagd door een gemeente, met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 200.000 per aanvrager, en 75% van de subsidiabele kosten die worden aangevraagd door een eigenaar van een bos of landgoed, met een minimum van € 7.500 en een maximum van € 200.000 per aanvrager.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.2d Herstel- of inrichtingsmaatregelen op een agrarisch leefgebied</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42d\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2d</span><span class=\"lf-art-t\">1Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie voor het uitvoeren van herstel- of inrichtingsmaatregelen op een agrarisch leefgebied als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel d, wordt alleen verstrekt als: de maatregel niet leidt tot een aanzienlijke stijging van de waarde of rentabiliteit van het bedrijf; de maatregel bijdraagt aan de effectiviteit van het agrarisch natuur- en landschapsbeheer, en de maatregel wordt uitgevoerd op een perceel waarvoor subsidie op grond van artikel 3.2 van de Subsidieverordening Natuur- en landschapsbeheer 2016 is aangevraagd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42d-232\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2d</span><span class=\"lf-art-t\">2 Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een agrarisch collectief.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2d</span><span class=\"lf-art-t\">3 Hoogte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt 95% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 8.000 per hectare.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.2e functieverandering</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42e\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2e</span><span class=\"lf-art-t\">1 Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie voor functieverandering als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel e, wordt alleen verstrekt als: de landbouwproductiecapaciteit van de grond in de vijf jaren voorafgaand aan de aanvraag onafgebroken is gebruikt; en het perceel wordt ingericht met een of meer van de volgende landschapselementen:</p>\n<p class=\"lf-p\">L 01.01 Poel en klein historisch water;</p>\n<p class=\"lf-p\">L01.02 Houtwal en houtsingel;</p>\n<p class=\"lf-p\">L01.04 Bosje;</p>\n<p class=\"lf-p\">L01.06 Struweelhaag, of L01.10 Struweelrand.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2e</span><span class=\"lf-art-t\">2 Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een agrarisch collectief.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42e-234\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2e</span><span class=\"lf-art-t\">3 Hoogte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt 100% van het verschil tussen de marktwaarde voor en na de functieverandering en inrichting, met een maximum van 85% van de waarde van de grond als landbouwgrond, blijkend uit een waardeadvies.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2e</span><span class=\"lf-art-t\">4 Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht: binnen twaalf weken na verlening met de provincie Gelderland de grondeigenaar een overeenkomst af te laten sluiten als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht, waarin is opgenomen: de verplichting dat de eigenaar de grond niet gebruikt of doet gebruiken als landbouwgrond, het terrein beheert overeenkomstig het landschapsbeheertype zoals voorgeschreven in de index en datgene nalaat wat de veiligstelling van het landschapsbeheertype verstoort, en dat deze verplichting zal overgaan op al degenen die het terrein onder bijzondere of algemene titel zullen verkrijgen en dat mede gebonden zullen zijn al degenen die van de rechthebbende een recht op gebruik van het terrein zullen krijgen. binnen vier weken nadat de overeenkomst is tot stand gekomen, op kosten van de provincie, de overeenkomst in te laten schrijven als kwalitatieve verplichting ten aanzien van het terrein in de openbare registers. een afschrift van de kwalitatieve verplichting binnen vier weken na inschrijving in de openbare registers toe te zenden aan de Gedeputeerde Staten, en bij de gemeenteraad een verzoek in te dienen om de grond waarop het landschapselement staat te bestemmen als natuur of landschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2e</span><span class=\"lf-art-t\">5 Vaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.5.1, wordt een subsidie niet vastgesteld zonder voorafgaande subsidieverlening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.2f Periodiek onderhoud van groenblauwe landschapselementen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42f\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2f</span><span class=\"lf-art-t\">1 Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie voor het periodiek onderhoud aan een landschapselement als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel f, wordt alleen verstrekt als: het groenblauwe landschapselementen uit bijlage 1 Index landschap bij de Subsidieverordening Natuur- en landschapsbeheer 2016 betreft; het onderhoud ecologisch noodzakelijk is, en het een streekeigen landschapselement betreft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42f-236\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2f</span><span class=\"lf-art-t\">2 Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een agrarisch collectief.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2f</span><span class=\"lf-art-t\">3 Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd voor zover voor het beheer al subsidie agrarisch natuurbeheer is verleend of verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2f</span><span class=\"lf-art-t\">4 Hoogte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt 75% van de subsidiabele kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2f</span><span class=\"lf-art-t\">5 Verplichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Landschapselementen worden tenminste 10 jaar in stand gehouden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.3 Faunavoorzieningen</h3>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.4 Grondverwerving ten behoeve van het Gelders Natuurnetwerk</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-441\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: de verwerving van een natuurambitieterrein; de beëindiging van pachtovereenkomsten ten aanzien van een natuurambitieterrein; verkrijging van het recht van eigendom van een natuurambitieterrein in combinatie met de waardedaling van gelijktijdig in eigendom verkregen gebouwen als gevolg van functieverandering van het natuurambitieterrein naar natuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-442\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1 wordt slechts verstrekt indien: de landbouwproductiecapaciteit van het natuurambitieterrein in de vijf jaren voorafgaand aan de aanvraag onafgebroken is gebruikt; en de verwerving noodzakelijk is vanuit het oogpunt van natuur- of landschapsbescherming, bescherming van cultuurhistorische waarden of bosbouwkundige waarden, of natuurontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder b, wordt slechts verstrekt voor: de beëindiging van pachtovereenkomsten die reeds waren gevestigd op het moment waarop het natuurambitieterrein door de aanvrager is verworven en die pachtovereenkomsten zijn gevestigd voor vaststelling van het nationaal natuurbeleidsplan in 1990; en beëindiging van de op het natuurambitieterrein gevestigde pachtovereenkomst indien dat noodzakelijk is vanuit het oogpunt van natuur- of landschapsbescherming, bescherming van cultuurhistorische waarden of bosbouwkundige waarden, of natuurontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder c, wordt slechts verstrekt: indien het natuurambitieterrein dat in eigendom wordt verkregen een omvang van ten minste 10 hectare heeft; indien het natuurambitieterrein en de gebouwen deel uitmaken van hetzelfde gebied waarvoor een natuurontwikkelplan is vastgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-443\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van artikel 1.3.5, onder b, komen voor subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder a, in aanmerking de kosten voor: verwerving van een natuurambitieterrein, die bestaan uit het verschil in marktwaarde voor en na de voorgenomen functieverandering en inrichting; een taxatie van het verschil in marktwaarde voor en na de voorgenomen functieverandering en inrichting door een onafhankelijke taxateur; het kadastraal recht en het registratierecht; veiling; notaris; inschrijving in de openbare registers; overdrachtsbelasting; schenkingsrecht; het afkopen van landinrichtingsrente voor het verworven terrein; vooronderzoek of historisch bodemonderzoek volgens NEN 5725; milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740; en bemiddeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 1.3.5, onder b, komen voor subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder b, in aanmerking de kosten voor: het vrijmaken van pacht van genoemd terrein, blijkend uit een taxatie door een onafhankelijke taxateur; een taxatie door een onafhankelijke taxateur; en bemiddeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In afwijking van artikel 1.3.5, onder b, komen voor subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder c, in aanmerking: de kosten voor de verwerving van het natuurambitieterrein als bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met k; en het negatieve waardeverschil van de gebouwen ontstaan door het verschil in marktwaarde van het natuurambitieterrein in combinatie met de gebouwen op het moment van aankoop en de reële marktwaarde van de combinatie van het natuurambitieterrein met de gebouwen bij feitelijke en publiekrechtelijke functieverandering van het natuurambitieterrein naar natuur, voor zover het aandeel hierin van de gebouwen betreft en blijkend uit een taxatie door een onafhankelijke taxateur waarin de waarde van de gebouwen is gespecificeerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-444\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder a en c, wordt verstrekt aan een ieder die duurzaam natuurbeheer verricht of voldoende aannemelijk maakt dat hij duurzaam natuurbeheer kan en zal verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder b, wordt verstrekt aan een eigenaar van een terrein die duurzaam natuurbeheer verricht of voldoende aannemelijk maakt dat hij duurzaam natuurbeheer kan en zal verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>[vervallen] 6. [vervallen]</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-445\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de AsG wordt een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder a en c, uiterlijk op de dag voor het passeren van de notariële akte van levering ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de AsG wordt een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder b, uiterlijk op de dag voor de beëindiging van de pachtovereenkomst ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Een aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van een GIS-kaart met daarin aangegeven de buitengrenzen van het natuurambitiegebied waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-446\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder a, bedraagt ten hoogste:</p>\n<p class=\"lf-p\">100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, eerste lid, onder a, met een maximum van 85% van de waarde van de grond als landbouwgrond;</p>\n<p class=\"lf-p\">100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, eerste lid, onder b tot en met j; € 4.500 voor de kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, eerste lid, onder k; voor bemiddelingskosten: 90% van de loonkosten, bedoeld in artikel 1.3.8, met uitzondering van het eerste lid, onder c, of 90% van de kosten van derden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2De subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder b, bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, tweede lid, onder a en b. De subsidie voor de kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, tweede lid, onder c bedraagt 90% van de loonkosten, bedoeld in artikel 1.3.8, met uitzondering van het eerste lid, onder c van artikel 1.3.8, of 90% van de kosten van derden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Voor zover voor verwerving of pachtvrij maken van een natuurambitieterrein subsidie is verstrekt door Gedeputeerde Staten op grond van een andere regeling of door een bestuursorgaan van een ander overheidslichaam, wordt de subsidie zoveel lager verstrekt als noodzakelijk om betaling boven de werkelijke kosten of maximale vergoeding op grond van Europese regels of deze regeling te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4De subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder c bedraagt ten hoogste: als het natuurambitieterrein een omvang heeft van 20 hectare of groter:</p>\n<p class=\"lf-p\">100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, eerste lid, onder a, met een maximum van 85% van de waarde van de grond als landbouwgrond;</p>\n<p class=\"lf-p\">100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, eerste lid, onder b tot en met j;</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, derde lid, onder b, met een maximum van € 500.000 per subsidieaanvraag. € 4.500 voor de kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, eerste lid, onder k;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Als het natuurambitieterrein een omvang heeft van minder dan 20 hectare, worden de maximum subsidiebedragen als bedoeld in het vorige lid, onderdeel b, naar rato verstrekt, waarbij geldt dat het maximum toe te kennen percentage voor natuurambitieterreinen van 10 hectare 50% bedraagt.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-447\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1De subsidieontvanger is verplicht: zorg te dragen voor de verwerving dan wel pachtvrij maken van het natuurambitieterrein waarvoor hij subsidie ontvangt binnen twaalf weken na de subsidieverlening; het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein direct na verwerving dan wel pachtvrij maken als natuur te beheren; het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein binnen twee jaar na verwerving dan wel pachtvrij maken overeenkomstig de indicatieve verhouding beheertypen dat ingevolge het natuurbeheerplan op dit terrein in stand moet worden gehouden in te richten en te beheren; zorg te dragen dat het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein tenminste 358 dagen per jaar wordt opengesteld en toegankelijk blijft voor het publiek, tenzij daarvan door Gedeputeerde Staten ontheffing wordt verleend; eventuele opbrengsten van het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein uitsluitend aan duurzaam natuurbeheer te besteden; en bij het bevoegd gezag een aanvraag in te dienen tot aanpassing van de bestemming inhoudende dat het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein enkel als natuur mag worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2Op verzoek van de subsidieontvanger kunnen de termijnen genoemd in het eerste lid, onder a, b en c worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Ontheffing als bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt verleend indien: gehele of gedeeltelijke sluiting van het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein noodzakelijk is ter voldoening aan de bij of krachtens de Wet natuurbescherming gestelde regels voor soortenbescherming of voor Natura 2000-gebieden vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen en toegangsbeperkingen; het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein door buiten de macht van de subsidieontvanger gelegen oorzaken blijvend geheel of gedeeltelijk niet bereikbaar of naar zijn aard niet begaanbaar is; sluiting van ten hoogste één hectare van het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein wenselijk is vanwege de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; of andere belangen gehele of gedeeltelijke sluiting rechtvaardigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Het is de subsidieontvanger niet toegestaan om het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein te vervreemden, te verpachten of daarop zakelijke rechten te vestigen, behoudens toestemming van Gedeputeerde Staten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De subsidieontvanger is bij vervreemding, verpachting of vestiging van zakelijke rechten verplicht ingevolge deze regeling verstrekte subsidie binnen een termijn van zes maanden terug te betalen aan de provincie Gelderland, tenzij hiervan in de toestemming als bedoeld in het vierde lid ontheffing is verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Binnen twaalf weken na verlening van de subsidie sluit de subsidieontvanger met de provincie Gelderland een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht, waarin is opgenomen: de verplichting, inhoudende dat de subsidieontvanger het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein niet gebruikt of doet gebruiken als landbouwgrond, het terrein inricht en beheert overeenkomstig het natuurbeheertype zoals voorgeschreven in het natuurbeheerplan en datgene nalaat wat de veiligstelling van de ecosystemen met de daarbij behorende soorten in gevaar brengt of verstoort; en dat de verplichting, als bedoeld onder a, zal overgaan op al degenen die het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein onder bijzondere of algemene titel zullen verkrijgen en dat mede gebonden zullen zijn al degenen die van de rechthebbende een recht op gebruik van het terrein zullen krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7De overeenkomst als bedoeld in het zesde lid wordt uiterlijk binnen vier weken na totstandkoming daarvan op last van de subsidieontvanger als kwalitatieve verplichting ten aanzien van het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein ingeschreven in de openbare registers.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Indien de subsidieontvanger ook andere economische activiteiten verricht dan de verwerving van terreinen ten behoeve van natuurbeheer als bedoeld in deze regeling, is hij verplicht een gescheiden boekhouding te voeren overeenkomstig punt 41 van de EU-kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst (2012/C 8/03).</p>\n<p class=\"lf-p\">9 In afwijking van artikel 1.4.1, derde lid, is de subsidieontvanger verplicht de administratie en alle documenten inzake een aan hem verstrekte subsidie gedurende een periode van twintig jaar nadat de subsidie is verleend te bewaren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-448\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen bij aanvraag subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1In afwijking van artikel 25, tweede lid, van de AsG wordt de subsidie niet ambtshalve vastgesteld en dient de subsidieontvanger binnen 13 weken na afloop van de activiteiten een aanvraag om vaststelling van de subsidie in.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bij de aanvraag om vaststelling wordt een afschrift van de overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.4.7, zevende lid, in de openbare registers ingeschreven kwalitatieve verplichting overlegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Bij de aanvraag om vaststelling van subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, worden de volgende gegevens verstrekt: een afschrift van de notariële akte van levering van het terrein of een afschrift van de notariële akte van vestiging van het erfpachtrecht op het terrein; en in voorkomend geval een afschrift van een schriftelijke overeenkomst tot beëindiging van het recht van opstal, vruchtgebruik, erfdienstbaarheden of een pachtovereenkomst of een afschrift van de uitspraak van de pachtkamer tot ontbinding als bedoeld in artikel 7:377 Burgerlijk Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder b, wordt in elk geval een afschrift van een schriftelijke overeenkomst tot beëindiging van de pachtovereenkomst of een afschrift van de uitspraak van de pachtkamer tot ontbinding van de pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 7:377 Burgerlijk Wetboek verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder c, wordt een afschrift van de notariële akte van levering van het natuurambitieterrein en de gebouwen verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een afschrift overgelegd van het verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Er wordt vrijstelling verleend van de verplichting genoemd in artikel 27, derde lid, van de AsG.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 In afwijking van artikel 24, eerste lid, van de AsG dient aanvrager binnen 13 weken na inschrijving van de kwalitatieve verplichting in de openbare registers een aanvraag in tot vaststelling van de subsidie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-449\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.9</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Artikel 1.3.3, eerste lid, is niet van toepassing.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met het Besluit van de Europese Commissie van 13 juli 2011, (C2011) 4945, met betrekking tot steunmaatregel N308/2010.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.5 Verplaatsing landbouwbedrijfsgebouwen ten behoeve van het Gelders Natuurnetwerk</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-451\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor de verplaatsing van een landbouwbedrijfsgebouw.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-452\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien door verplaatsing van het landbouwbedrijfsgebouw: ten minste 5 hectares natuurambitieterrein gelegen binnen een Natura 2000-gebied beschikbaar komen die daarna ingericht kunnen worden ten behoeve van de Natura 2000-doelstellingen van dat gebied; of ten minste 15 hectares natuurambitieterrein gelegen in het GNN beschikbaar komen in een gebied, welke gronden daarna ingericht kunnen worden ten behoeve van de doelstellingen genoemd in het natuurbeheerplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-453\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking: de kosten voor het demonteren, verplaatsen en weer opbouwen van een bestaand landbouwbedrijfsgebouw; de kosten voor het aanpassen van een landbouwbedrijfsgebouw of het oprichten van een landbouwbedrijfsgebouw op de nieuwe locatie, ter vervanging van een bestaand landbouwbedrijfsgebouw op de bestaande locatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-454\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar of gebruiksgerechtigde van het te verplaatsen landbouwbedrijfsgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-455\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Als de verplaatsing gepaard gaat met modernisering van voorzieningen of verhoging van de productiecapaciteit, bedraagt de subsidie naast het bepaalde in het eerste lid ten hoogste 40% van de met de modernisering of verhoging van de productiecapaciteit gepaard gaande kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De subsidie bedraagt ten hoogste € 400.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-456\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidieontvanger is verplicht binnen 12 maanden na subsidieverlening: zijn landbouwbedrijfsgebouw te verplaatsen; op de als gevolg van de verplaatsing vrijkomende natuurambitieterrein gelegen binnen het Natura 2000-gebied of het GNN een kwalitatieve verplichting te vestigen of te doen vestigen, inhoudende dat het perceel niet gebruikt zal worden als landbouwgrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Op verzoek van de subsidieontvanger kan de termijn genoemd in het eerste lid aanhef en onder a, worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het bepaalde in het eerste lid, onder b, geldt niet voor zover de provincie binnen 12 maanden na de subsidieverlening de gronden aankoopt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-457\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.7</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.3.3, eerste lid, wordt subsidie slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 16 van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening Verordening (EU), Nr. 702/2014 van de Europese Commissie van 25 juni 2014 (Pb EU L 193).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.6 Behoud van prioritaire soorten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-461\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: kweek in combinatie met introductie van een prioritaire soort in een leefgebied; introductie van een prioritaire soort in een leefgebied; handmatig bestuiven van een prioritaire plantensoort in een leefgebied; onderzoek gericht op het in kaart brengen van het voorkomen van een prioritaire soort in een leefgebied en het in kaart brengen van plekken waar maatregelen ten behoeve van die specifieke soort genomen moeten worden; onderzoek gericht op de effectiviteit van maatregelen ten aanzien van het behoud van een prioritaire soort; onderzoek gericht op het bepalen van maatregelen die noodzakelijk zijn voor het behoud van een prioritaire soort in een leefgebied; inrichtingsmaatregelen ten behoeve van het behoud of versterking van het leefgebied van een prioritaire soort.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-462\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt slechts verstrekt ten behoeve van activiteiten en locaties die zijn opgenomen in Bijlage 3 bij deze regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van het eerste lid kan subsidie worden verstrekt voor activiteiten en locaties waarvan op basis van onderzoek of gedocumenteerde veldervaringen aannemelijk is dat zij bijdragen aan het behoud van prioritaire soorten in Gelderland en dat deze activiteiten aanvullend dan wel gelijkwaardig zijn ten opzichte van de activiteiten en locaties bedoeld in het eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">3Subsidie als bedoeld in artikel 4.6.1, onder a en b, wordt slechts verstrekt indien de aanvrager bij de aanvraag een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 75 van de Flora- en Faunawet of de daarvoor in de plaats tredende bepalingen in de Wet Natuurbescherming overlegt die ziet op het betreffende leefgebied en de betreffende soort.</p>\n<p class=\"lf-p\">4Subsidie ten behoeve van onderzoek en bescherming van flora en fauna wordt slechts verstrekt voor maatregelen die uitgevoerd moeten worden in een leefgebied indien voor die uitvoering toestemming en medewerking is verkregen van de eigenaar van het leefgebied, of degene die krachtens overeenkomst of zakelijk recht gerechtigd is tot het gebruik van het leefgebied .</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-463\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar van het leefgebied of degene die krachtens overeenkomst of zakelijk recht gerechtigd is tot het gebruik van het leefgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie wordt verstrekt aan een organisatie gericht op onderzoek en bescherming van flora en fauna.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook aan andere personen dan rechtspersonen worden verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-464\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt ten hoogste 95% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 2.500 en een maximum van € 30.000 per activiteit als bedoeld in artikel 4.6.1, onder a tot en met f.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie voor meerdere activiteiten, als bedoeld in artikel 4.6.1, onder a tot en met g, kan gestapeld worden tot een maximum van € 300.000 per aanvraag.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De subsidie bedraagt ten hoogste 95% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 2.500 en een maximum van € 95.000 per activiteit als bedoeld in artikel 4.6.1, onder g.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Artikel 1.3.6, vijfde lid, is niet van toepassing indien de aanvrager Staatsbosbeheer is.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-465\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd ten behoeve van maatregelen die zijn opgelegd op grond van de Wet Natuurbescherming.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.7 Rustgebieden voor ganzen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-471\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor het bieden van rust voor trekganzen in de winter.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-472\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit betrekking heeft op het niet verjagen van ganzen in de periode tussen 1 november en 1 april op percelen die zijn aangewezen als ganzenrustgebied; een aanvraag om een tegemoetkoming in faunaschade is ingediend via www.faunaschade.nl; door of in opdracht van Gedeputeerde Staten schade is getaxeerd die is veroorzaakt door overwinterende natuurlijk in het wild levende ganzen van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn in het betreffende seizoen; en de percelen voldoen aan de in de Beleidsregels tegemoetkoming faunaschade Gelderland gestelde voorwaarden om voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-473\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1Subsidie wordt verstrekt aan de geregistreerde grondgebruiker van de percelen volgens de jaarlijkse Gecombineerde Opgave van RVO.</p>\n<p class=\"lf-p\">2In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-474\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de AsG wordt een aanvraag om subsidie ingediend voor 1 juli van het jaar waarin de periode als bedoeld in artikel 4.7.1 eindigt waarop de aanvraag betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel kunnen Gedeputeerde Staten besluiten de subsidie met toepassing van artikel 4:44 Algemene wet bestuursrecht ambtshalve te verlenen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-475\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste € 50 per hectare waarop zich schade heeft voorgedaan per periode als bedoeld in artikel 4.7.1.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-476\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7.6</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.3.3, eerste lid, wordt subsidie slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Europese Commissie van 18 december 2013 (PbEU L 352/09).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.8 Inrichting van het Gelders Natuurnetwerk</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-481\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: de inrichting van nieuwe natuur; het treffen van PAS-herstelmaatregelen, niet zijnde de inrichting van nieuwe natuur; het uitvoeren van natura 2000-maatregelen, niet zijnde de inrichting van nieuwe natuur; het uitvoeren van herstelmaatregelen voor natte landnatuur, niet zijnde de inrichting van nieuwe natuur; de eenmalige verhoging van de natuurkwaliteit van een bestaand natuurbeheertype.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-482\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie voor inrichting van nieuwe natuur als bedoeld in artikel 4.8.1, onder a, wordt slechts verstrekt als de inrichtingsmaatregelen de gewenste natuurkwaliteit zoals aangegeven als indicatieve verhouding beheertypen op de ambitiekaart van het natuurterrein realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van het eerste lid kan een subsidie worden verleend voor een ander natuurbeheertype of een indicatieve verhouding beheertype dan is opgenomen op de ambitiekaart, als: de aanvrager door middel van een landschapsecologische onderbouwing aantoont dat het vigerende natuurbeheertype of indicatieve verhouding beheertype van het natuurgebied niet realiseerbaar of doelmatig is; of het voorgestelde nieuwe natuurbeheertype invulling geeft aan hogere potenties die in het natuurterrein voorkomen en doelmatig zijn; en met het door de aanvrager voorgestelde natuurbeheertype de natuurkwaliteit van het natuurgebied wordt geborgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3Subsidie voor PAS-herstelmaatregelen als bedoeld in artikel 4.8.1, onder b, wordt alleen verstrekt voor activiteiten opgenomen in de PAS-gebiedsanalyse of de PAS-maatregelenkaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Subsidie voor Natura 2000-maatregelen als bedoeld in artikel 4.8.1, onder c, wordt slechts verstrekt indien in het investeringsplan als bedoeld in artikel 4.8.5, tweede lid, voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de maatregelen bijdragen aan de beoogde kwaliteitsverbetering van het Natura 2000-gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">5Subsidie voor herstelmaatregelen voor natte landnatuur als bedoeld in artikel 4.8.1, onder d, wordt alleen verstrekt als in het investeringsplan als bedoeld in artikel 4.8.5, tweede lid, voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de maatregelen bijdragen aan herstel van de natte landnatuur binnen de gebieden aangegeven op de kaart Natte Natuur Gelderland, opgenomen als bijlage 4 bij de Omgevingsvisie.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Subsidie voor de verhoging van de natuurkwaliteit, als bedoeld in artikel 4.8.1, onder e, wordt alleen verstrekt als: het de verhoging van de kwaliteit van het natuurbeheertype N12.05 Kruiden- en faunarijke akker betreft; een of meer van de volgende maatregelen worden toegepast: zaden oogsten in bronakker en inzaaien in doelakker, of aangepaste grondbewerking voor bedreigde akkerplanten; de maatregelen volgen uit onderzoek met daarbij gestelde doelen ten aanzien van akkerflora, -fauna en -beheer; de verhoging van de natuurkwaliteit wordt gemonitord, en professionele ecologische en landbouwkundige coaching plaatsvindt bij de verhoging van de natuurkwaliteit.</div>\n<p class=\"lf-p\">7 Als de aanvrager een grote onderneming is, wordt subsidie slechts verstrekt als aanvrager het stimulerend effect van de aangevraagde subsidie aantoont door middel van een beschrijving van de situatie zonder steun, te staven met bewijsstukken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-483\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van artikel 1.3.5, onder a en b, komen voor subsidie in aanmerking: inrichtingskosten; voorbereidingskosten die gemaakt zijn voor het opstellen van het investeringsplan als bedoeld in artikel 4.8.5, tweede lid, of het opstellen van een programma-aanvraag met een maximum van 15% van de totale subsidiabele kosten; onderzoekskosten die nodig zijn voor het bepalen van de te nemen inrichtingsmaatregelen; accountantskosten, als de subsidiebeschikking een accountantsverklaring voorschrijft; beheerkosten voor agrarische natuurterreinen die gemaakt zijn in een periode direct voorafgaand aan de omvorming van agrarisch natuurbeheer tot natuurbeheer, waarvoor geen vergoeding voor agrarisch natuurbeheer is ontvangen, en kosten voor beheer dat nodig is na afloop van de inrichting, totdat voor de terreinen een subsidie voor natuurbeheer kan worden aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 1.3.5, onder b, komen naast de kosten als bedoeld in het eerste lid voor subsidie als bedoeld in artikel 4.8.1, onder b, ook in aanmerking: kosten voor de uitvoering van onderzoek; kosten voor de uitvoering van monitoring.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In afwijking van artikel 1.3.5, onder b, komen voor subsidie als bedoeld in artikel 4.8.1, onder e, in aanmerking kosten voor het opstellen van een onderzoek met daarbij gestelde doelen ten aanzien van akkerflora, -fauna en -beheer.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-484\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie kan worden verstrekt aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zeggenschap heeft over het terrein waarvoor subsidie wordt aangevraagd krachtens eigendom of erfpacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een programma-aanvraag kan slechts worden aangevraagd door een gecertificeerde begunstigde.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In afwijking van het eerste lid kan een gecertificeerde begunstigde een programma-aanvraag indienen voor gronden waarover deze begunstigde geen zeggenschap heeft, mits de eigenaar of erfpachter instemt met de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-485\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Als het natuurterrein is belast met erfpacht dient de aanvraag vergezeld te gaan van een verklaring van geen bezwaar van de eigenaar dan wel de erfpachter.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een aanvraag gaat vergezeld van een investeringsplan bestaande uit: een beschrijving van de uitgangssituatie; een beschrijving van het op de ambitiekaart opgenomen natuurbeheertype ter uitvoering van de onder 4.8.1, onderdeel a, genoemde activiteiten; een beschrijving van de uit te voeren maatregelen; een beschrijving van het te voeren beheer nadat de maatregelen zijn uitgevoerd; een opgave van de oppervlakte waarop de maatregelen zullen worden uitgevoerd; een tijdplanning waarbinnen de maatregelen zullen worden uitgevoerd en een planning van de uitgaven; een gespecificeerde begroting; topografische kaart met een schaal van ten hoogste 1:10.000 waarop de locatie van de te treffen maatregelen is weergegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Een aanvraag tot subsidieverlening voor een programma-aanvraag gaat vergezeld van: opgave van het aantal hectares nieuwe natuur per natuurgebied waarop de maatregelen ter uitvoering van de onder 4.8.1, onder a, genoemde activiteiten zal worden uitgevoerd voorzien van een jaarplanning voor de looptijd van het programma; een beschrijving van de uit te voeren activiteiten als bedoeld in artikel 4.8.1, onder b tot en met e, met per activiteit en per natuurgebied per natuurbeheertype een beknopte beschrijving van: de uit te voeren maatregelen binnen het natuurgebied; de oppervlakte waarop de maatregelen zullen worden uitgevoerd, afgerond in hectares; een begroting; een jaarplanning van de realisatie voor de looptijd van het programma en een planning van de uitgaven. een GIS-kaart met daarin aangegeven de buitengrenzen van het natuurgebied waarin de maatregelen als bedoeld in artikel 4.8.1 worden gerealiseerd; een GIS-kaart waarop de PAS-herstelmaatregelen zijn aangeduid.</p>\n<p class=\"lf-p\">4Voor een aanvraag tot subsidieverlening voor een programma-aanvraag dient, indien de aanvrager geen zeggenschap heeft over het natuurgebied, de aanvrager te beschikken over een verklaring waarmee de eigenaar dan wel de erfpachter instemt met de subsidieaanvraag, welke verklaring op verzoek van het bevoegd gezag dient te worden overlegd;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Een programma-aanvraag kan slechts worden ingediend als het een aanvraag betreft voor: ten minste 40 hectare inrichting van nieuwe natuur, zoals bedoeld in artikel 4.8.1, onder a; ten minste 150 hectare uitvoering herstelmaatregelen, als bedoeld in artikel 4.8.1, onder b, c en d, of ten minste 20 hectare voor het verhogen van de natuurkwaliteit van een bestaand natuurbeheertype, als bedoeld in artikel 4.8.1, onder e.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Als de aanvrager een grote onderneming is, gaat de subsidieaanvraag vergezeld van een uitgebreide beschrijving van het contrafeitelijke scenario waarin de begunstigde geen steun toegekend krijgt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Een aanvraag om subsidie wordt ingediend voor 1 januari 2022.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-486\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt ten hoogste:</p>\n<p class=\"lf-p\">95% van de subsidiabele kosten voor inrichting van nieuwe natuur als bedoeld in artikel 4.8.1, onder a, met een maximum van € 15.000 per hectare per subsidieaanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">100% van de subsidiabele kosten voor uitvoering PAS-herstelmaatregelen, als bedoeld in artikel 4.8.1, onder b, tot de maximale subsidiebedragen per maatregel zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels;</p>\n<p class=\"lf-p\">95% van de subsidiabele kosten voor maatregelen als bedoeld in artikel 4.8.1, onder c en d, tot de maximale subsidiebedragen per maatregel zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels;</p>\n<p class=\"lf-p\">95% van de subsidiabele kosten voor maatregelen als bedoeld in artikel 4.8.1, onderdeel e met een minimum van € 2.500 en tot de maximale subsidiebedragen per maatregel of kostenpost zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Gedeputeerde Staten kunnen in bijzondere gevallen afwijken van de maximale bedragen als bedoeld in het eerste lid, op voorwaarde dat: de aanvrager aantoont dat de inrichting meer kost dan de maxima; en de kosten niet kunnen worden gemiddeld binnen het project of het programma.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Artikel 1.3.6, vijfde lid, is niet van toepassing indien de aanvrager Staatsbosbeheer is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-487\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt niet verstrekt voor verwijderen van bodemverontreiniging of afval.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-488\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidieontvanger is verplicht om na de uitvoering van de inrichting de gerealiseerde natuur in stand te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ontvanger van subsidie voor inrichting van nieuwe natuur binnen een programma-aanvraag als bedoeld in artikel 4.8.1, onder a, dient het natuurterrein in te richten overeenkomstig de indicatieve verhouding beheertypen op de ambitiekaart zoals die luidt op het moment van indiening van de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">3[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-489\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.9</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het tijdvak tot verlening van subsidie bedraagt: voor een individuele aanvraag; maximaal drie jaar voor de subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 4.8.1, onderdeel a tot en met d, of maximaal vier jaar voor de subsidiabele activiteit als bedoeld in artikel 4.8.1, onderdeel e, en maximaal zes jaar voor een programma-aanvraag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4810\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.10</span><span class=\"lf-art-t\">Gescheiden boekhouding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de ontvanger van subsidie als bedoeld in artikel 4.8.1, ook economische activiteiten verricht, is hij verplicht een gescheiden boekhouding te voeren overeenkomstig punt 44 van de EU-kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst (2012/C 8/03).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4811\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.11</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Artikel 1.3.3, eerste lid, is niet van toepassing.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover dit niet in strijd is met het besluit van de Europese Commissie van 7 juli 2017, C(2017) 4589, met betrekking tot steunmaatregel SA.48351 (2017/N).</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4812\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.12</span><span class=\"lf-art-t\">Transparantie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van subsidie die op grond van deze regeling wordt verleend maken Gedeputeerde Staten binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening de volgende gegevens bekend: de gegevens, bedoeld in deel I, paragraaf 3.7, onderdeel 128, onder a en b, van het landbouwsteunkader; en de gegevens, bedoeld in deel I, paragraaf 3.7, onderdeel 128, onder c, van het landbouwsteunkader, voor zover de individuele steun meer bedraagt dan: € 60.000 voor begunstigden die actief zijn in de primaire landbouwproductie; of € 500.000 voor begunstigden in de sectoren van de verwerking van landbouwproducten, de afzet van landbouwproducten, de bosbouwsector of activiteiten die buiten het toepassingsgebied van artikel 42 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.9 Functieverandering ten behoeve van het Gelders Natuurnetwerk</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-491\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor functieverandering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-492\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de grond waarvoor subsidie is aangevraagd is begrensd als N00.01 op de ambitiekaart; de landbouwproductiecapaciteit van de grond in de vijf jaren voorafgaand aan de aanvraag onafgebroken is gebruikt; op de grond waarvoor subsidie is aangevraagd tevens inrichting plaatsvindt als bedoeld in artikel 4.8.1, onder a; en de taxatie uitgevoerd wordt door: een door Gedeputeerde Staten in te schakelen onafhankelijke taxateur, als de aanvraag alleen betrekking heeft op functieverandering; of een door aanvrager in te schakelen onafhankelijk taxateur als de aanvraag ook betrekking heeft op de beëindiging van pachtovereenkomsten ten aanzien van een natuurambitieterrein, als bedoeld in artikel 4.4.1, aanhef en onder b.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-493\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komt in aanmerking de door een taxateur bepaalde waardedaling van de grond, gebaseerd op het verschil in marktwaarde voor en na de voorgenomen functieverandering en inrichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-494\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar van de grond waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-495\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag een topografische kaart met een schaal van ten hoogste 1:10.000 gevoegd waarop de grenzen van de grond zijn aangegeven, en de op die grond gelegen wegen en paden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Als op de grond een recht van hypotheek is gevestigd, wordt onverminderd artikel 1.2.3 bij de aanvraag een verklaring van geen bezwaar gevoegd van degene aan wie het recht van hypotheek toekomt.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Als de aanvrager een grote onderneming is, gaat de subsidieaanvraag vergezeld van een uitgebreide beschrijving van het contrafeitelijke scenario waarin de begunstigde geen steun toegekend krijgt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Een aanvraag om subsidie wordt ingediend voor 1 januari 2022.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-496\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.9.3, met een maximum van 85% van de waarde van de grond als landbouwgrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Als voor verwerving of pachtvrij maken van een natuurambitieterrein, al op grond van deze of een andere regeling subsidie is verstrekt, waardoor het totaal aan subsidie voor de betreffende activiteit meer bedraagt dan: de werkelijke kosten die de activiteiten met zich meebrengen; de maximale vergoeding die op grond van Europese voorschriften mag worden gegeven, of 85% van de waarde van de grond als landbouwgrond, wordt de subsidie als bedoeld in artikel 4.9.1 zoveel lager vastgesteld als noodzakelijk is om te voorkomen dat de subsidie meer bedraagt dan de hiervoor genoemde onderdelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-497\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt geweigerd voor functieverandering die dient tot uitvoering van wettelijke of contractuele verplichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie wordt geweigerd voor grond die om niet van de overheid is verkregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Subsidie kan worden geweigerd voor gronden die niet tegen marktwaarde van de overheid zijn verkregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Subsidie wordt niet verstrekt voor grond waarop nog verplichtingen rusten op grond van: de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Gelderland; de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister van economische zaken; hoofdstuk 4 of afdeling 5.1.3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Gelderland 2009; de Regeling stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden; of de Beschikking ter zake van het uit productie nemen van bouwland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-498\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Binnen twaalf weken na verlening van de subsidie sluit de subsidieontvanger met de provincie Gelderland een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht, waarin is opgenomen: de verplichting dat de subsidieontvanger de grond niet gebruikt of doet gebruiken als landbouwgrond, het terrein beheert overeenkomstig het natuurbeheertype zoals voorgeschreven in het natuurbeheerplan en datgene nalaat wat de veiligstelling van het natuurbeheertype verstoort; en dat de verplichting, als bedoeld onder a, zal overgaan op al degenen die het terrein onder bijzondere of algemene titel zullen verkrijgen en dat mede gebonden zullen zijn al degenen die van de rechthebbende een recht op gebruik van het terrein zullen krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De verplichtingen als bedoeld in het eerste lid worden uiterlijk binnen vier weken nadat de overeenkomst als bedoeld in het eerste lid is tot stand gekomen op initiatief van de subsidieontvanger en op kosten van de provincie als kwalitatieve verplichting ten aanzien van het terrein ingeschreven in de openbare registers.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Subsidieontvanger is verplicht er voor zorg te dragen dat een afschrift van de kwalitatieve verplichting binnen vier weken na inschrijving in de openbare registers in afschrift wordt toegezonden aan de Gedeputeerde Staten.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Op verzoek van de subsidieontvanger kunnen de termijnen als bedoeld in voorgaande leden van dit artikel worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Subsidieontvanger is verplicht zorg te dragen dat de grond waarvoor subsidie wordt aangevraagd ten minste 358 dagen per jaar wordt opengesteld en toegankelijk blijft voor het publiek, tenzij daarvan door Gedeputeerde Staten ontheffing wordt verleend;</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Ontheffing als bedoeld in lid 5 wordt verleend als: gehele of gedeeltelijke sluiting van het terrein noodzakelijk is ter voldoening aan de bij of krachtens de Wet natuurbescherming gestelde regels voor soortenbescherming of voor Natura-2000-gebieden vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen en toegangsbeperkingen. het terrein door buiten de macht van de subsidieontvanger gelegen oorzaken blijvend geheel of gedeeltelijk niet bereikbaar of naar zijn aard niet begaanbaar is; sluiting van ten hoogste één hectare van het terrein wenselijk is vanwege de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; of andere belangen gehele of gedeeltelijke sluiting rechtvaardigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Subsidieontvanger is verplicht binnen twaalf weken na subsidieverlening bij het bevoegd gezag een aanvraag in te dienen tot aanpassing van de bestemming inhoudende dat de grond enkel als natuur mag worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Artikel 1.4.7 is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-499\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.9</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen bij aanvraag subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een afschrift overgelegd van het verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4910\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.10</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 21 van de AsG wordt nadat de aanvrager een afschrift heeft overgelegd van de vestiging van de kwalitatieve verplichting een voorschot uitgekeerd van ten hoogste 90%.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4911\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.11</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1.3.3, eerste lid, is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4912\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.12</span><span class=\"lf-art-t\">Transparantie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van subsidie die op grond van deze regeling wordt verleend maken Gedeputeerde Staten binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening de volgende gegevens bekend: de gegevens, bedoeld in deel I, paragraaf 3.7, onderdeel 128, onder a en b, van het landbouwsteunkader; en de gegevens, bedoeld in deel I, paragraaf 3.7, onderdeel 128, onder c, van het landbouwsteunkader, voor zover de individuele steun meer bedraagt dan: € 60.000 voor begunstigden die actief zijn in de primaire landbouwproductie; of € 500.000 voor begunstigden in de sectoren van de verwerking van landbouwproducten, de afzet van landbouwproducten, de bosbouwsector of activiteiten die buiten het toepassingsgebied van artikel 42 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.10 Inrichting ten behoeve van agrarisch natuur- en landschapsbeheer</h3>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.11 Soortenmanagementplan</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: gebiedsgerichte ontheffing: ontheffing van de verboden als bedoeld in de artikelen 3.1, 3.2, zesde lid, 3.5, 3.6, tweede lid en 3.10, eerste lid, van de Wet natuurbescherming bij activiteiten binnen een plangebied waarbij de maatregelen het functioneel leefgebied van de beschermde soorten, ongeacht de aard van de negatieve effecten van de toegestane activiteiten, versterken; soortenmanagementplan: plan gericht op het verbeteren van de staat van instandhouding van soorten en ter onderbouwing van de aanvraag om een gebiedsgerichte ontheffing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor het opstellen van een soortenmanagementplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie voor het opstellen van een soortenmanagementplan wordt alleen verstrekt als: het plan de informatie bevat genoemd in Bijlage 2 van de Uitvoeringsregels Wet natuurbescherming Gelderland 2018; het plan gericht is op: verduurzaming van woningen in de bebouwde kom; laanbeplantingen of houtwallen buiten de bebouwde kom; asbestsanering of de sloop van schuren op gronden met een agrarische bestemming, of inrichting en beheer van watergangen van een geheel stroomgebied; de maatregelen in het plan ertoe leiden dat de staat van instandhouding van de soorten, die voorkomen in het plangebied en die beïnvloed worden door de gebiedsgerichte ontheffing, verbetert, en de ecologische gegevens van het plan maximaal vijf jaar oud zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie als bedoeld in artikel 4.11.1 onder a komen in aanmerking: kosten voor het opstellen van een soortenmanagementplan; kosten voor het hiervoor benodigde inventarisatieonderzoek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een gemeente of waterschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 verstrekt de aanvrager bij de aanvraag: een offerte van een adviesbureau voor de kosten als bedoeld in artikel 4.11.3, en een kaart en een beknopte beschrijving van het plangebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4116\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor het opstellen van een soortenmanagementplan bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 25.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4117\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd als aan de aanvrager al eerder subsidie op grond van deze regeling is verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4118\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger van subsidie stelt het soortenmanagementplan binnen 18 maanden na het verlenen van de subsidie vast.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.12 Burgerbetrokkenheid bij natuur, groen en landschap</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: het aanleggen of beheren van natuur, groen of landschap door burgers in hun leefomgeving, het betrekken van burgers bij activiteiten op het gebied van natuur, groen of landschap in hun leefomgeving, of het betrekken van burgers bij activiteiten op het gebied van natuur, groen of landschap in hun leefomgeving door bijdragen te verstrekken aan initiatieven van vrijwilligers om natuur, groen of landschap aan te leggen of te beheren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Onder het aanleggen of beheren wordt in ieder geval verstaan: het planten van bomen, struiken en planten; het geschikt maken van een terrein zodat er zich planten of dieren kunnen vestigen; snoeien, maaien en dunnen; het plaatsen van houten zitbankjes.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Onder het betrekken van burgers als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder b, wordt in ieder geval verstaan: het organiseren van bijeenkomsten en werkdagen; het opstellen en verspreiden van informatiemateriaal, niet zijnde boeken; het geven van voorlichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.2</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Voor subsidie komen niet in aanmerking kosten voor: aankoop van onroerende goederen; waardedaling van grond of opbrengstderving; gebouwen of inrichting daarvan, of aankoop van machines die benodigd zijn om de activiteiten uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Onverminderd het eerste lid komen kosten voor subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder c, niet in aanmerking voor subsidie als de vrijwilligers die een initiatief ondernemen niet ten minste een financiële bijdrage leveren ter hoogte van 35% van het verstrekte bedrag als bedoeld in artikel 4.12.7, derde lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG, wordt subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder a, uitsluitend verstrekt aan een samenwerkingsverband van ten minste vijf natuurlijke personen dat of een rechtspersoon die zich inzet voor natuur, groen of landschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 4.12, eerste lid, onder b of c, wordt uitsluitend verstrekt aan een vereniging of stichting met de statutaire doelstelling betreffende inzet voor natuur, groen of landschap, niet zijnde een bos- of landgoedeigenaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4124\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Onverminderd artikel 1.2.3 verstrekt de aanvrager bij de aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, aanhef en onder a, in ieder geval: een door de deelnemende personen ondertekend schriftelijk document waarin zij verklaren de activiteit uit te voeren; een schriftelijke toestemming van de eigenaar van het perceel waarop de aanleg of het beheer betrekking heeft; een kaart waarop is aangegeven waar de activiteit wordt gerealiseerd, en een onderbouwing waaruit blijkt dat de activiteit past binnen het bestemmingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2Onverminderd artikel 1.2.3 verstrekt de aanvrager bij de aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, aanhef en onder b of c, in ieder geval een plan van aanpak.</p>\n<p class=\"lf-p\">3In het plan van aanpak, bedoeld in het tweede lid, beschrijft de aanvrager hoe hij burgers betrekt bij activiteiten op het gebied van natuur, groen of landschap in hun leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Een aanvrager kan maximaal éénmaal per kalenderjaar subsidie ontvangen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4125\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder a of b, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000 en een maximum van € 50.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder c, bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 50.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten bij de subsidie als bedoeld in artikel 4.12, eerste lid, onder a, mag bestaan uit kosten voor externe ondersteuning.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten bij de subsidie als bedoeld in artikel 4.12, eerste lid, onder b, mag bestaan uit kosten voor personele inzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Ten hoogste 20% van de subsidiabele kosten bij de subsidie als bedoeld in artikel 4.12, eerste lid, onder c, mag bestaan uit kosten voor personele inzet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.6</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder a wordt niet verstrekt voor zover de activiteit betrekking heeft op: terreinen die zijn opgenomen in het natuurbeheerplan; het periodiek inzaaien van terreinen en de daarmee gepaard gaande werkzaamheden; sier- en groenteteelt, of privé tuinen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4127\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Als de subsidie direct is vastgesteld als bedoeld in artikel 25 van de AsG, is de ontvanger verplicht de activiteit binnen een jaar na de vaststelling van de subsidie te hebben uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ontvanger is verplicht binnen vier weken na het afronden van de activiteit publiciteit aan de activiteit te geven via een website of sociale media.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Onverminderd het tweede lid verstrekt de ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, aanhef en onder c, ten hoogste € 5.000 per initiatief van vrijwilligers.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.13 Kennisontwikkeling- en overdracht duurzaam functioneren van de toplaag</h3>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.14Innovatie Agrifood</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4141\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.14.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Koersnotitie AgriFood: Koersnotitie AgriFood “Toekomst voor de Gelderse boer“, zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten bij besluit van 2 juni 2020, inclusief de nadien aangebrachte wijzigingen; kringlooplandbouw: een vorm van duurzame landbouw waarbij de kringloop van mineralen gesloten is.</p>\n<p class=\"lf-p\">MKB-onderneming: kleine, middelgrote of micro-onderneming die voldoet aan de criteria uit bijlage 1 van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening; natuurinclusieve landbouw: een economisch rendabel landbouwsysteem, dat optimaal beheer van natuurlijke hulpbronnen duurzaam integreert in bedrijfsvoering, inclusief zorg voor ecologische functies en de biodiversiteit op en om het bedrijf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4142\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.14.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking projecten die gericht zijn op het bevorderen van de ontwikkeling van een kringlooplandbouw of natuurinclusieve landbouw en die bijdragen aan de doelen van de Koersnotitie AgriFood in de vorm van: met de primaire landbouwproductie verband houdende investeringen in activa op landbouwbedrijven als bedoeld in artikel 14 van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening; marktonderzoek, productontwerp en productdesign of het opstellen van aanvragen voor de erkenning van kwaliteitsregelingen als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onder a, van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening; kennisoverdracht en voorlichting als bedoeld in artikel 21 van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening; afzetbevorderingsmaatregelen voor landbouwproducten als bedoeld in artikel 24 van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening; of onderzoek en ontwikkeling in de landbouwsector als bedoeld in artikel 31 van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4143\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.14.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt als: het project een bijdrage levert aan ten minste twee van de volgende aspecten in de provincie Gelderland: de verduurzaming van de fysieke leefomgeving; het tot waarde brengen van producten en diensten van het agrarische bedrijf door middel van nieuwe verdienmodellen of vernieuwende marktconcepten; de maatschappelijke inbedding van de landbouwsector of aantrekkelijk landbouwondernemerschap; het project een innovatief karakter heeft; het project een slagingskans heeft, onder meer gelet op het draagvlak binnen de landbouwsector en de betrokkenheid van ondernemers bij het project; het project zich richt op een praktijkrijp resultaat en leent voor grootschalige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4144\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.14.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor subsidie als genoemd in artikel 4.14.2, aanhef en onder a, komen de volgende kosten in aanmerking: kosten van de bouw, verwerving, inclusief leasing, of verbetering van onroerende goederen, waarbij grond alleen in aanmerking komt voor zover de kosten daarvan niet hoger zijn dan 10% van de totale subsidiabele kosten; kosten van de koop of huurkoop van machines en uitrusting, tot ten hoogste de marktwaarde van de activa; algemene kosten in verband met de uitgaven, bedoeld onder a of b; kosten van de aankoop of ontwikkeling van computersoftware en de verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en handelsmerken; kosten van uitgaven voor niet-productieve investeringen in verband met de verwezenlijking van agromilieuklimaatdoelstellingen als bedoeld in artikel 14, derde lid, onder d, van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Voor subsidie als bedoeld in artikel 4.14.2, aanhef en onder b, komen de volgende kosten in aanmerking: kosten van marktonderzoek; kosten van productontwerp en productdesign; kosten voor het opstellen van aanvragen voor de erkenning van kwaliteitsregelingen als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onder a, van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Voor subsidie als bedoeld in artikel 4.14.2, aanhef en onder c, komen de volgende kosten in aanmerking: kosten van acties voor de verwerving van vaardigheden, waaronder opleidingscursussen, workshops en coaching, en kosten van voorlichtingsacties; kosten van demonstratieactiviteiten, waarbij demonstratieprojecten in verband met investeringen subsidiabel zijn overeenkomstig het eerste lid, onder a tot en met d, en slechts voor zover en zolang zij voor het demonstratieproject worden gemaakt, waardoor het enkel de afschrijvingskosten betreft die met de looptijd van het demonstratieproject overeenstemmen, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Voor subsidie als bedoeld in artikel 4.14.2, aanhef en onder d, komen de volgende kosten in aanmerking: kosten van het organiseren van en deelnemen aan wedstrijden, handelsbeurzen en tentoonstellingen als bedoeld in artikel 24, vierde lid, van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening; kosten van publicaties om landbouwproducten beter bekend te maken bij het brede publiek onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 24, derde en vijfde lid, van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Voor subsidie als bedoeld in artikel 4.14.2, aanhef en onder e, komen de volgende kosten in aanmerking: personeelskosten voor onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met het onderzoeksproject bezighouden; kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en zolang zij worden gebruikt voor het project; kosten van gebouwen en gronden voor zover en zolang zij worden gebruikt voor het project; kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien die worden gekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, en kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor het project worden gebruikt; extra algemene kosten en andere operationele uitgaven, die rechtstreeks uit het project voortvloeien.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4145\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.14.5</span><span class=\"lf-art-t\">Niet subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.3.5 wordt geen subsidie verstrekt voor: kosten voor werkkapitaal; kosten voor de aankoop van productierechten, betalingsrechten, dieren en eenjarige gewassen; kosten voor de aanplant van eenjarige gewassen; kosten voor afwateringswerkzaamheden; kosten voor investeringen om aan Europese wetgeving te voldoen; kosten voor reguliere vervangingsinvesteringen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4146\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.14.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 4.14.2, aanhef en onder a, kan worden verstrekt aan:</div>\n<p class=\"lf-p\">MKB-ondernemingen die actief zijn in de primaire landbouwproductie; een samenwerkingsverband van MKB-ondernemingen dat rechtspersoonlijkheid bezit als bedoeld onder a.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 4.14.2, aanhef en onder b, kan worden verstrekt aan:</div>\n<p class=\"lf-p\">MKB-ondernemingen die aanbieder van onderzoeksdiensten of adviesverstrekker zijn; een samenwerkingsverband van MKB-ondernemingen dat rechtspersoonlijkheid bezit als bedoeld onder a.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 4.14.2, aanhef en onder c, kan worden verstrekt aan:</div>\n<p class=\"lf-p\">MKB-ondernemingen die activiteiten over kennisoverdracht of voorlichting aanbieden; een samenwerkingsverband van MKB-ondernemingen dat rechtspersoonlijkheid bezit als bedoeld onder a.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 4.14.2, aanhef en onder d, kan worden verstrekt aan:</div>\n<p class=\"lf-p\">MKB-ondernemingen die actief zijn in de landbouwsector; een samenwerkingsverband van MKB-ondernemingen dat rechtspersoonlijkheid bezit als bedoeld onder a.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 4.14.2, aanhef en onder e, kan worden verstrekt aan: organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding; een samenwerkingsverband van organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding dat rechtspersoonlijkheid bezit partijen als bedoeld onder a.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4147\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.14.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend van:</p>\n<p class=\"lf-p\">1 december 2020 tot en met 31 december 2021;</p>\n<p class=\"lf-p\">1 februari 2022 tot en met 31 december 2022;</p>\n<p class=\"lf-p\">1 februari 2023 tot en met 31 december 2023;</p>\n<p class=\"lf-p\">1 februari 2024 tot en met 31 december 2024.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4148\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.14.8</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De hoogte van de subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.14.2, aanhef en onder a, bedraagt ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 35.000 per jaar voor ten hoogste drie jaren.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van het eerste lid bedraagt de hoogte van de subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.14.2, aanhef en onder a, ten hoogste 60% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 35.000 per jaar voor ten hoogste drie jaren, als: het activiteiten betreft gericht op de verbetering van het natuurlijke milieu, de hygiëneomstandigheden of normen voor dierenwelzijn; de investering verder gaat dan de investering die nodig is om aan de Europese wetgeving te voldoen, en de verbetering niet leidt tot een verhoging van de productiecapaciteit.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De hoogte van de subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.14.2, aanhef en onder b tot en met e, bedraagt ten hoogste 60% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 35.000 per jaar voor ten hoogste drie jaren.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4149\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.14.9</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Onverminderd paragraaf 1.4 heeft subsidieontvanger de volgende verplichtingen: draagt de innovaties uit en verspreidt ze naar sectorgenoten en partners in de landbouwketen; maakt de resultaten van het project toegankelijk voor derden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Onverminderd het eerste lid voldoet de subsidieontvanger in geval van subsidie als bedoeld in artikel 4.14.2, aanhef en onder e, aan de volgende verplichtingen: maakt de informatie, bedoeld in artikel 31, derde lid, van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening, voor de begindatum van het project bekend op internet; en stelt de resultaten van het project beschikbaar op internet vanaf de einddatum van het project of vanaf de datum waarop informatie over die resultaten wordt gegeven aan leden van specifieke organisaties, afhankelijk van wat als eerste plaatsvindt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de resultaten, bedoeld in het tweede lid, onder b, gedurende ten minste vijf jaar vanaf de einddatum van het project beschikbaar blijven op internet.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.15 Groene schoolpleinen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4151\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: school: onderwijsinstelling voor basis- of voorgezet onderwijs; groen schoolplein: buitenruimte met natuurlijke elementen en beplanting nabij de school waarvan leerlingen in ieder geval tijdens schooltijd gebruik maken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4152\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de Algemene subsidieverordening Gelderland 2016 kan worden verstrekt voor het ontwerp en de aanleg van groene schoolpleinen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4153\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidie kan worden verstrekt: voor het ontwerpen en het aanleggen van een groen schoolplein; als het groene schoolplein natuurlijke elementen en beplanting bevat en een deel van de bestrating wordt vervangen door een waterdoorlatende ondergrond; als het ontwerp van het groene schoolplein tot stand is gekomen in samenwerking met leerlingen en docenten; als het groene schoolplein de mogelijkheid biedt om buitenlessen te geven, en als de grondeigenaar toestemming geeft voor het aanleggen van het groene schoolplein.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4154\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een school.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4155\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag een projectbeschrijving, voorzien van een ontwerp van het groene schoolplein, waarin staat: op welke wijze wordt voldaan aan artikel 4.15.3; op welke wijze het project bijdraagt aan de biodiversiteit; op welke wijze de subsidieontvanger voornemens is de buitenlessen te geven op het groene schoolplein, en op welke wijze het onderhoud en beheer van het groene schoolplein wordt geborgd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4156\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.15.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking: de kosten van de aanleg; in afwijking van artikel 1.3.5, onder b, de kosten van het ontwerp van het groene schoolplein.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4157\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de totale subsidiabele kosten van het project met een maximum van € 17.500 per project.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie voor het ontwerp van het groene schoolplein bedraagt ten hoogste 10% van de totale subsidiabele kosten van het project.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4158\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.8</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen niet in aanmerking: vergoedingen voor vrijwilligers; kosten voor kunstgras; interne loonkosten van de school.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4159\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.9</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt geweigerd als: de te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 5.000; aan de school voor hetzelfde schoolplein al subsidie is verstrekt op grond van deze paragraaf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41510\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.10</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidieontvanger is verplicht het groene schoolplein binnen 24 maanden na de subsidieverlening aan te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidieontvanger stelt foto’s beschikbaar van het schoolplein voor en na de aanleg van het groene schoolplein, die vrij van rechten door de subsidieverstrekker gebruikt kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De subsidieontvanger meldt de subsidieverstrekker wanneer het groene schoolplein geopend wordt.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.16 Medegebruik van graslanden door edelherten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4161\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor het toestaan van medegebruik van graslanden door edelherten gedurende het hele kalenderjaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4162\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt als: de subsidiabele activiteit betrekking heeft op percelen die zijn gelegen in een gebied dat door Gedeputeerde Staten is aangewezen als gebied waarvoor geen aanvraag hoeft te worden ingediend voor een tegemoetkoming voor faunaschade; door of in opdracht van Gedeputeerde Staten faunaschade aan graslanden is getaxeerd die is veroorzaakt door edelherten, en de percelen voldoen aan de in de Beleidsregels tegemoetkoming faunaschade Gelderland gestelde voorwaarden om voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4163\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan agrariërs.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4164\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de AsG dient de aanvrager een aanvraag om subsidie in tijdens het kalenderjaar waarin faunaschade is geleden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de AsG wordt de aanvraag om subsidie tijdens of na uitvoering van de subsidiabele activiteit ingediend.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Artikel 1.2.3, eerste lid, onder b tot en met e, is niet van toepassing.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4165\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt € 50 per hectare waarop in het betreffende kalenderjaar faunaschade is getaxeerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4166\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16.6</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt geweigerd als voor het betreffende perceel al subsidie is verstrekt op grond van paragraaf 3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Gelderland 2016.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4167\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16.7</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.3.3, eerste lid, wordt subsidie alleen verstrekt als deze niet in strijd is met Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Europese Commissie van 18 december 2013 (PbEU L 352/09).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.17 Aanpak Invasieve exoten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4171\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.17.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: een project om gedurende drie jaren een of meer invasieve exoten op een of meer locaties te verwijderen en verwijderd houden of te beheersen; een programma om binnen een periode van zes jaren meerdere projecten als bedoeld onder a uit te voeren; het opstellen van een plan van aanpak voor de bestrijding van een of meer invasieve exoten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4172\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.17.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt alleen verstrekt voor de volgende soorten invasieve exoten: zonnebaars, Aziatische duizendknopen, reuzenbalsemien, reuzenberenklauw, Canadese guldenroede en late guldenroede.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder a, wordt alleen verstrekt als op basis van een projectplan wordt aangetoond dat de subsidiabele activiteit bijdraagt aan de bescherming van de biodiversiteit in een Gelderse natuurparel, als opgenomen in bijlage 1 bij de Beleidsnota Actieve Soortenbescherming.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In afwijking van het vorige lid is de bestrijding van de zonnebaars mogelijk buiten een Gelderse natuurparel mits de soort gevestigd is in geïsoleerd water.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder b, wordt alleen verstrekt als: de subsidiabele activiteit wordt uitgevoerd in het Gelders Natuurnetwerk of in een Gelders Natura 2000-gebied; en een programma-aanpak wordt overgelegd waaruit in ieder geval de planning van de uit te voeren projecten gedurende zes jaren blijkt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder c, wordt alleen verstrekt als het plan van aanpak betrekking heeft op het totale grondgebied van een gemeente.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder c, wordt alleen verstrekt als het plan van aanpak betrekking heeft op het totale beheergebied van het waterschap of een deel daarvan, waarbij het waterschap maximaal vier deelgebieden aanwijst.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4173\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.17.3</span><span class=\"lf-art-t\">Plan van aanpak</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het plan van aanpak, als bedoeld in artikel 4.17.1, onder c, brengt in beeld: de locaties van de aan te pakken invasieve exoten; de te nemen maatregelen en een prioritering daarvan; en met welke partijen binnen het grondgebied of beheergebied kan worden samengewerkt om tot een effectieve bestrijding te komen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4174\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.17.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Kosten voor het opstellen van een projectplan als bedoeld in artikel 4.17.1, onder a, die gemaakt zijn voordat de aanvraag is ontvangen, komen in afwijking van artikel 1.3.5, onder b, voor subsidie in aanmerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4175\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.17.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder a, ook aan andere personen dan rechtspersonen worden verstrekt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder b, wordt verstrekt aan een organisatie die: minimaal 5.000 hectare natuurterrein beheert; of een organisatie die grondeigenaren vertegenwoordigd die gezamenlijk minimaal 5.000 hectare natuurterrein beheren.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder c, wordt verstrekt aan een gemeente of waterschap.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4176\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.17.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder a, bedraagt ten hoogste 90% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 75.000 per aanvrager.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie voor het projectplan als bedoeld in artikel 4.17.1, onder a, bedraagt maximaal 10% van de totale subsidiabele kosten van het project.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder b, bedraagt maximaal 90% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 600.000 per aanvrager per zes jaar.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder c, bedraagt € 10.000.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4177\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.17.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt geweigerd voor zover de bestrijding of beheersing van exoten plaatsvindt met chemische bestrijdingsmiddelen, tenzij de aanvrager aantoont dat er geen andere bestrijdingsmiddelen kunnen worden toegepast.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie wordt geweigerd voor zover de bestrijdingsmethode aantoonbaar ineffectief is.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder a of b, wordt geweigerd als voor hetzelfde perceel voor dezelfde activiteit al subsidie op grond van de paragraaf 4.8 is verstrekt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Subsidie voor een project als bedoeld in artikel 4.17.1, onder a, wordt geweigerd als aan dezelfde aanvrager al subsidie voor een programma als bedoeld in artikel 4.17.1, onder b, is verstrekt.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4178\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.17.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidieontvanger als bedoeld in artikel 4.17.1, onder a, monitort en evalueert de effecten van de getroffen maatregelen en rapporteert hierover twee jaar na de start van de uitvoering van het project aan Gedeputeerde Staten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidieontvanger als bedoeld in artikel 4.17.1, onder b, monitort en evalueert de effecten van de projecten gedurende de looptijd van het programma en rapporteert hierover elke drie jaar na de start van de uitvoering aan Gedeputeerde Staten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De subsidieontvanger als bedoeld in artikel 4.17.1, onder c, stuurt het plan van aanpak naar Gedeputeerde Staten.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.18 Voorkomen van schade door wolven</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4181\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.18.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: het plaatsen van een nieuwe vaste afrastering of het uitbreiden of aanpassen van een bestaande vaste afrastering voor het voorkomen van schade aan schapen en geiten door wolven; of het aanschaffen van een verplaatsbare afrastering voor het voorkomen van schade aan schapen en geiten door wolven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4182\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.18.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 4.18.1 wordt alleen verstrekt als: de vaste afrastering is geplaatst, uitgebreid of aangepast en de verplaatsbare afrastering wordt gebruikt in een door Gedeputeerde Staten aangewezen leefgebied van wolven; de gehele afrastering voldoet aan de eisen die de Gebiedscommissie preventie wolvenschade Gelderland hiervoor heeft vastgesteld in een schadepreventieplan; aanvrager al voor de publicatie van de aanwijzing eigen schapen of geiten hield in het aangewezen leefgebied van wolven; en de subsidiabele activiteit heeft plaatsgevonden voor de datum dat de aanvraag is ingediend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4183\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.18.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van artikel 1.3.5, onder b, komen kosten voor activiteiten, als bedoeld in artikel 4.18.1, die zijn gemaakt voordat de aanvraag is ontvangen, voor subsidie in aanmerking.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van artikel 1.3.5, onder h, komen kosten om te voldoen aan wettelijke verplichtingen voor subsidie in aanmerking.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4184\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.18.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie wordt verstrekt aan een schapen- of geitenhouder die in het Identificatie- en Registratiesysteem van dieren staat geregistreerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook aan andere personen dan rechtspersonen worden verstrekt.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4185\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.18.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag om subsidie in elk geval: een fotoverslag van de gehele afrastering; het gemiddeld geregistreerd aantal schapen en geiten aangetoond door vier uitdraaien van het Identificatie- en Registratiesysteem voor dieren met de peildata 1 februari, 1 mei, 1 augustus en 1 november in het jaar voorafgaand aan de datum van publicatie van de aanwijzing; een verklaring van het aantal schapen en geiten waarvoor: een vaste afrastering is geplaatst, uitgebreid of aangepast in het aangewezen leefgebied, of een verplaatsbare afrastering is aangeschaft en wordt gebruikt in het aangewezen leefgebied, en een verklaring dat is voldaan aan de criteria als bedoeld in artikel 4.18.2.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvraag om subsidie voor een vaste afrastering bevat, in aanvulling op het eerste lid: een kaart waarop is aangegeven waar de vaste afrastering is geplaatst, uitgebreid of aangepast, en de totale lengte in meters van de afrastering waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De aanvraag om subsidie voor een verplaatsbare afrastering bevat, in aanvulling op het eerste lid, een kaart waarop is aangegeven op welke percelen in het aangewezen leefgebied van wolven de afrastering wordt gebruikt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het gemiddeld aantal schapen en geiten wordt naar boven afgerond op hele aantallen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4186\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.18.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie voor een vaste afrastering bedraagt: € 500 en € 3,00 per strekkende meter afrastering met een maximum van € 100 per dier, waarbij voor het totale aantal dieren wordt uitgegaan van het gemiddeld geregistreerd aantal schapen en geiten in het jaar voorafgaand aan de datum van publicatie van de aanwijzing.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie voor een verplaatsbare afrastering bedraagt: € 30,- per dier, waarbij voor het totale aantal dieren wordt uitgegaan van het gemiddeld geregistreerd aantal schapen en geiten in het jaar voorafgaand aan de datum van publicatie van de aanwijzing, en € 4.000 als: de verplaatsbare afrastering een afrastering met draden is; een automatisch draadoprolsysteem is aangeschaft, en de verplaatsbare afrastering op moment van indienen van de aanvraag wordt gebruikt voor minimaal 100 schapen en geiten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Als een verklaring, als bedoeld in artikel 4.18.5, eerste lid, aanhef en onder c, is ingediend, wordt, voor het totale aantal dieren, uitgegaan van het aantal schapen en geiten zoals opgenomen in die verklaring.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Als het aantal schapen en geiten zoals opgenomen in de in artikel 4.18.5, eerste lid, aanhef en onder c, hoger is dan het gemiddeld geregistreerd aantal schapen en geiten in het jaar voorafgaand aan de datum van publicatie van de aanwijzing, wordt voor het totale aantal dieren uitgegaan van dit gemiddeld geregistreerd aantal schapen en geiten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Bij meerdere aanvragen voor een vaste afrastering door dezelfde aanvrager bedraagt de totale subsidie van deze aanvragen niet meer dan het maximum zoals bepaald in het eerste of derde lid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>De subsidie bedraagt in totaal maximaal € 20.000 per aanvrager.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4187\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.18.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie voor een vaste afrastering wordt geweigerd als al eerder een subsidie voor het plaatsen van een vaste afrastering op grond van deze regeling is verleend voor het betreffende perceel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie voor een verplaatsbare afrastering wordt geweigerd als: aan de aanvrager al eerder een subsidie voor een verplaatsbare afrastering op grond van deze regeling is verstrekt; of aan dezelfde houder op grond van een andere regeling met hetzelfde doel als deze regeling al eerder subsidie is verstrekt voor een afrastering ter bescherming van één of meerdere zelfde schapen en geiten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4188\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.18.8</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.3.3, eerste lid, wordt subsidie als bedoeld in artikel 4.18.1 die wordt aangevraagd door ondernemingen die actief zijn in de landbouwsector, slechts verstrekt zover deze niet in strijd is met de de minimis steun in de landbouwsector Verordening (EU), Nr. 1408/2013 van de Europese Commissie van 18 december 2013 (Pb EU L 352/9).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.19 Groene icoonprojecten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4191\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.19.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor: het ontwerp van een groen icoonproject, of het realiseren van een groen icoonproject.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4192\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.19.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie als bedoeld in artikel 4.19.1 wordt slechts verstrekt als een ruimte in de bebouwde kom van tenminste 1.000 m2 beschikbaar is voor de realisatie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie als bedoeld in artikel 4.19.1, aanhef en onder b, wordt slechts verstrekt als het icoonproject: bijdraagt aan klimaatadaptatie, waarbij relevante aspecten zijn: de relatie met de gemeentelijke of regionale stresstest klimaatadaptatie conform het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie; het voorkomen van opwarming van de omgeving; het voorkomen van overstroming op de locatie en in de directe omgeving, en het voorkomen van droogte op de locatie en in de directe omgeving; bijdraagt aan biodiversiteit, waarbij relevante aspecten zijn: het beplanten met inheemse kruiden, struiken of bomen; de variatie aan inheemse soorten; de aansluiting van het icoonproject op andere groene structuren in de omgeving, als onderdeel van een groter natuurlijk systeem; het treffen van voorzieningen voor diersoorten, bijvoorbeeld nestkasten, vleermuiskasten of insectenhotels, en het opstellen van een beheerplan; maatschappelijke waarde heeft, waarbij relevante aspecten zijn: de beleefbaarheid voor een breed publiek; het inrichten van het project met recreatieve voorzieningen; ontmoeten en bewegen; de relatie met de omgeving, en het betrekken van inwoners en bedrijven bij de planvorming, uitvoering en beheer; iconisch is, waarbij relevante aspecten zijn: de creativiteit van het project; de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; beeldbepalend voor de omgeving, en vernieuwende of inspirerende inzichten geeft in energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie of biodiversiteit;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Aan de subsidiabele activiteit, als bedoeld in artikel 4.19.1, aanhef en onder b, wordt een score van maximaal 100 punten toegekend.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De punten worden als volgt over de criteria verdeeld: maximaal 30 punten voor de bijdrage aan selectiecriterium klimaatadaptatie; maximaal 30 punten voor de bijdrage aan selectiecriterium biodiversiteit; maximaal 20 punten voor de bijdrage aan selectiecriterium maatschappelijke waarde, en maximaal 20 punten voor de bijdrage aan selectiecriterium iconisch.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4193\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.19.3</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie als bedoeld in artikel 4.19.1, aanhef en onder b, wordt geweigerd als aan de activiteit minder dan 60 punten wordt toegekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4194\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.19.4</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.3.5 wordt geen subsidie verstrekt voor: grondverwerving; ambtelijke inzet; kosten voor gebouwen, tenzij het de vergroening van het gebouw betreft, en marketing voor commerciële doeleinden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4195\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.19.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt alleen verstrekt aan een gemeente of een samenwerkingsverband bestaande uit ten minste een gemeente en de grondeigenaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4196\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.19.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 4.19.1, aanhef en onder a, bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, met een minimum van € 7.500 en een maximum van € 15.000.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 4.19.1, aanhef en onder b, bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, met een minimum van € 30.000 en een maximum van € 100.000.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4197\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.19.7</span><span class=\"lf-art-t\">Adviescommissie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Volledige aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 4.19.1, aanhef en onder b, worden voor advies voorgelegd aan een door Gedeputeerde Staten ingestelde Adviescommissie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De adviescommissie beoordeelt of een aanvraag voldoet aan artikel 4.19.2, tweede lid, en adviseert over de toekenning van het aantal punten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4198\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.19.8</span><span class=\"lf-art-t\">Wijze van verdeling</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Aanvragen als bedoeld in artikel 4.19.1, aanhef en onder b, die voor subsidie in aanmerking komen, worden op basis van een onderlinge vergelijking in een rangorde geplaatst.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De rangorde wordt bepaald door toepassing van de in artikel 4.19.2 opgenomen selectiecriteria met de daaraan gegeven weging van die criteria. Het totaal aantal punten dat na toepassing van deze criteria wordt behaald, bepaalt de plaats in de rangorde.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4199\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.19.9</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De ontvanger van subsidie als bedoeld in artikel 4.19.1, aanhef en onder a, is verplicht in het ontwerp: aandacht te besteden aan klimaatadaptatie door: de uitkomsten van gemeentelijke of regionale stresstest klimaatadaptatie conform het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie te verwerken, en bij te dragen aan het voorkomen van: droogte, wateroverlast op de locatie of in de omgeving, of opwarming van de omgeving; aandacht te besteden aan biodiversiteit, door: minimaal 500 m2 te beplanten met inheemse kruiden, struiken of bomen; gebruik te maken van een variatie aan inheemse kruiden, struiken of bomen; voorzieningen te treffen voor diersoorten, bijvoorbeeld nestkasten, vleermuiskasten of insectenhotels, en het opstellen van een beheerplan. aandacht te besteden aan maatschappelijke waarde, door: het realiseren van recreatieve voorzieningen, en inwoners betrokkenen uit de omgeving te betrekken bij het ontwerp; en aandacht te besteden aan het iconische van het project.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De ontvanger van subsidie, als bedoeld in artikel 4.19.1, onder b, stelt het icoonproject kosteloos toegankelijk voor het publiek</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41910\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.19.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 4.19.1, onderdeel b, kan worden ingediend vanaf 9.00 uur op 1 juni 2021 tot en met 16.00 uur op 29 oktober 2021.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.20 Overdracht bodemtaken onder de Omgevingswet</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4201\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.20.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: oplossen van knelpunten rondom de overname van bodemtaken in het kader van de Omgevingswet, of advies en kennisdeling over het inrichten van de gemeentelijke organisatie in het kader van de overname van de bodemtaken bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Onder oplossen van knelpunten wordt in ieder geval verstaan het implementeren van bodem en ondergrond in omgevingsvisie, omgevingsplan of programma.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4202\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.20.2</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht de subsidiabele activiteit binnen 6 maanden na subsidieverlening te starten en af te ronden binnen één jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4203\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.20.3</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie als bedoeld in artikel 4.20.1 komen niet in aanmerking de kosten van saneringsprojecten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4204\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.20.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie als bedoeld in artikel 4.20.1 bedraagt ten hoogste € 50.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4205\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.20.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 5 Regionale bereikbaarheid en regionaal openbaar vervoer</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.1 Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: beroepsvervoer: beroepsvervoer als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet wegvervoer goederen; [vervallen] [vervallen] [vervallen] [vervallen] CNG-vrachtauto: een vrachtauto die wordt aangedreven door een verbrandingsmotor die gebruik maakt van aardgas dat met behulp van een compressor is gecomprimeerd tot een druk van 200bar, waarbij het aardgas vervangen kan worden door biogas dat is gezuiverd tot aardgas elektrische vrachtauto: een vrachtauto die alleen wordt aangedreven door een of meer elektromotoren met energieopslag in een batterij [vervallen] goederenvervoer: vervoer van goederen over de weg en over water; koopovereenkomst: schriftelijke overeenkomst tussen leverancier en de subsidieaanvrager over de koop van de vrachtauto of elektrische bestelauto;</p>\n<p class=\"lf-p\">LNG-vrachtauto: een voertuig dat een vrachtauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet wegvervoer goederen is, valt onder categorie N2 of categorie N3 van Richtlijn 2007/46/EG en bij de feitelijke levering overeenkomstig de koopovereenkomst door de fabrikant als bedoeld in Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 september 2007 (PbEU L263) is uitgerust met een motor die als hoofdaandrijving in de vrachtauto is geplaatst en uitsluitend Liquefied Bio Gas of Liquefied Natural Gas als motorbrandstof gebruikt; [vervallen] [vervallen] openbaar vervoer: vervoer per trein, bus, tram of regiotaxi dat wordt verzorgd door een vervoerder waaraan op grond van de Wet personenvervoer 2000 een concessie is verleend; operational lease: de lessee betaalt voor het exclusieve gebruik van een vrachtauto of elektrische bestelauto gedurende een met de leasemaatschappij overeengekomen periode, waarbij de eigendom van de vrachtauto elektrische bestelauto bij de leasemaatschappij blijft;</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerkingsovereenkomst basismobiliteit : overeenkomst tussen provincie en in regioverband samenwerkende gemeenten waarbij de vervoerstaken van de regiotaxi worden overgedragen aan de regio’s; snelle fietsroute: een regionale hoofdfietsroute die hoogwaardig is ingericht voor woon-werk fietsbewegingen over langere afstanden en primair gericht is op snelle en efficiënte verplaatsing met optimale veiligheid;</p>\n<p class=\"lf-p\">SSK-raming: Standaardsystematiek voor Kostenramingen: de systematiek voor kostenramingen zoals deze is vastgelegd in publicatie 137 van het door het CROW uitgegeven handboek Kostenramingen - SSK 2010 of de kennismodule kostenmanagement – SSK 2018; [vervallen] vervoerder: de rechtspersoon die openbaar vervoer verricht, waaronder begrepen regiotaxi;</p>\n<p class=\"lf-p\">Definitiekader voor het Hoofdfietsnet Gelderland: door Provinciale Staten op 31 januari 2018 (PS2017-766) vastgesteld beleidskader voor het bepalen van het hoogwaardig regionaal fietsnet in Gelderland; waterstofvrachtauto: een vrachtauto die volledig elektrisch worden aangedreven door middel van een of meer elektromotoren in combinatie met een waterstofbrandstofcel</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.2 [vervallen]</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.3 [vervallen]</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.4 Infrastructurele Hoogwaardig Openbaar Vervoer</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-541\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: plan HOV: plan van gemeenten in een regio en de provincie op het gebied van HOV; hoogwaardig openbaar vervoer: openbaar vervoer per bus met een storingsvrije afwikkeling, gestrekte routes met waar nodig vrijliggende infrastructuur voor de bus, een hoge frequentie, herkenbare en goed bereikbare halte- en knooppuntvoorzieningen, een hoog niveau van dynamische reizigersinformatie en beschikbaarheid van goede en voldoende stallingsvoorzieningen voor de fiets;</p>\n<p class=\"lf-p\">HOV-lijn: buslijn die hoogwaardig openbaar vervoer biedt en opgenomen is in het Plan HOV;</p>\n<p class=\"lf-p\">OV-visie: visie, vastgesteld door Provinciale Staten op 28 mei 2014 (PS2014-248); vervoerberaad: bestuurlijk overleg tussen de regio en de provincie; personele inzet: werkzaamheden verricht door medewerkers van de gemeente dan wel door de gemeente ingehuurde medewerkers.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-542\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Plan HOV</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen een plan HOV vast als aan de volgende vereisten wordt voldaan: het plan HOV bevat activiteiten ter verbetering van de infrastructuur voor hoogwaardig openbaar vervoer; de activiteiten passen in de OV-visie; het vervoerberaad heeft ingestemd met het plan HOV; de activiteiten zijn uitgesplitst per HOV-lijn en gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-543\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan wordt verstrekt voor activiteiten die zijn opgenomen in een plan HOV.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-544\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van het bedrag dat voor die activiteit in het plan HOV is opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-545\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor subsidie komen in aanmerking de kosten zoals die zijn vastgelegd in de bij de aanvraag gevoegde SSK-raming.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Onverminderd artikel 1.3.5 komen kosten voor personele inzet van de aanvrager niet in aanmerking voor subsidie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In afwijking van artikel 1.3.5, onder b, komen de kosten die gemaakt zijn in het jaar voorafgaand aan de datum waarop de aanvraag is ontvangen voor subsidie in aanmerking.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De artikelen 1.3.6 tot en met 1.3.10 zijn niet van toepassing.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-546\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan de gemeente die in het plan HOV opgenomen is en op wier grondgebied de activiteit plaatsvindt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-547\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag een SSK-raming waarin geen kosten voor personele inzet zijn opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-548\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager geeft opdracht voor realisatie van de activiteiten die opgenomen zijn in het plan HOV binnen een jaar vanaf de datum van de verleningsbeschikking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-549\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.9</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd als voor dezelfde activiteit al subsidie is verstrekt op grond van paragraaf 5.5 Overstappunten mobiliteit.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.5 Overstappunten mobiliteit</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-551\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: overstappunt: een locatie waar een reiziger kan overstappen op een andere vorm van vervoer; voorziening: openbare fysieke faciliteit die het overstappunt toegankelijker, sociaal veiliger of comfortabeler maakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-552\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor verbeteringen aan, dan wel nieuwbouw of uitbreiding van voorzieningen op of in de directe nabijheid van een overstappunt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-553\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie voor nieuwbouw of uitbreiding wordt slechts verstrekt als: de voorziening ten dienste staat van het overstappunt; de bezettingsgraad van de bestaande voorziening maximaal is, en rekening wordt gehouden met de groei van het aantal reizigers.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie voor verbetering wordt slechts verstrekt als deze leidt tot een verbetering van de sociale veiligheid, toegankelijkheid of comfort van het overstappunt voor de reiziger.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Onverminderd het eerste en tweede lid wordt subsidie slechts verstrekt als er onderzoek is gedaan naar de knelpunten op het overstappunt, waarbij het overstappunt in zijn geheel is bekeken en waaruit blijkt welke afwegingen aan de subsidiabele activiteit ten grondslag liggen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-554\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar van de grond waarop het overstappunt is gelegen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als het overstappunt gelegen is op grond van meerdere eigenaren, dan sluiten de grondeigenaren onderling een samenwerkingsovereenkomst waarin zij in ieder geval een penvoerder aanwijzen. Subsidie wordt verstrekt aan de penvoerder.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-555\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag: de locatie van het overstappunt; een beschrijving van de huidige situatie;</p></div>", "next": 239947}