{"html": "<div class=\"lf-doc\"><div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Als een BV, een NV, een maatschap, commanditaire vennootschap (CV), een v.o.f., Coöperatie of een eenmanszaak nog opgericht moet worden, dan wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat de aanvrager de beoogde rechtsvorm verkrijgt.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.11.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De kosten voor de aanschaf en installatie van de mestvergister zijn niet subsidiabel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3116\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.11.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie is maximaal 50% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie is maximaal € 100.000,- per aanvraag en per mestvergister.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager mag maximaal 1 keer subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3117\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.11.7</span><span class=\"lf-art-t\">Eigen bijdrage</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Minimaal 50% van de subsidiabele kosten wordt betaald met een geldbijdrage van de aanvrager of van derden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3118\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.11.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Kleine mestvergister op boerderijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken en gegevens in: een begroting en dekkingsplan. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken; de energiebalans, opgesteld door de leverancier van de mestvergister. Dit is een opgave van de hoeveelheid geproduceerd biogas in m3 per jaar en van de warmte- en elektriciteitsvraag van de installatie; hoeveel ton mest wordt aangevoerd van buiten het eigen bedrijf en hoeveel vervoerskilometers dat betreft; offerte(s).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3119\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.11.9</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er geldt een subsidieplafond voor: de jaren 2022 en 2023; het jaar 2024.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31110\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.11.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is verplicht: de activiteiten binnen 12 maanden na subsidieverlening uitgevoerd te hebben; voor de monitoring van de energiebalans van de mestvergister, een jaar na volledige in bedrijfstelling de volgende informatie in te leveren: de geproduceerde hoeveelheid biogas en ook het warmte- en elektriciteitsverbruik van de installatie; de hoeveelheid aangevoerde mest in ton en het aantal vervoerskilometers dat daarvoor is afgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.11.11</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordeling integriteit van de subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager levert een volledig ingevuld Bibob-formulier subsidies in. Artikel 1.2.25 is van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.11.12</span><span class=\"lf-art-t\">Geen staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.11.13</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2025.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.12Zonne-energie op bedrijfsdaken [vervallen] 3.13Zonne-energieleverende parkeerterreinen Overijssel</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3131\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.13.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel wordt een vaker voorkomend begrip uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Energieleverend parkeerterrein: een parkeerruimte waar zonnepanelen geïnstalleerd worden met oplaadfaciliteiten voor elektrische voertuigen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3132\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.13.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie energie-opwekkende maatregelen stimuleren. Dit door de ontwikkeling van zonne-energie op parkeerterreinen te ondersteunen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3133\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.13.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie wordt verleend voor een of meer van de volgende activiteiten die voor het realiseren van een energieleverend parkeerterrein nodig zijn: het realiseren van een draagconstructie; de vervanging of versteviging van de fundering van het parkeerterrein, benodigd voor de draagconstructie; het realiseren van een batterij voor lokale tijdelijke opslag als onderdeel van het energieleverend parkeerterrein.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het beoogde energieleverende parkeerterrein voldoet aan de volgende voorwaarden: het wordt gerealiseerd in Overijssel; er wordt minimaal 420 kWp vermogen geïnstalleerd; de realisatie van het energieleverende parkeerterrein is financieel haalbaar; de gemeente is positief over de realisatie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De activiteiten die niet voor de subsidie in aanmerking komen zijn: het gebruikelijke beheer en onderhoud van het energieleverende parkeerterrein; installatie van het zonne-energiesysteem zelf, zoals de zonnepanelen en de omvormer; de benodigde aansluiting op het elektriciteitsnetwerk; de realisatie van laadpalen; beveiligingsmaatregelen; het plaatsen van hekwerk om het parkeerterrein.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3134\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.13.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvrager is een Overijsselse gemeente, een energiecoöperatie, een parkmanagementorganisatie, een onderneming of een maatschappelijke instelling.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvrager is geen particulier, eenmanszaak, vennootschap onder firma (v.o.f.) of een zzp-er.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3135\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.13.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die in aanmerking komen voor de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3136\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.13.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie voor het realiseren van een energieleverend parkeerterrein is maximaal 45% van de subsidiabele kosten en maximaal € 200.000,- per aanvraag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvrager mag in de jaren 2024 en 2025 maximaal 1 keer subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3137\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.13.7</span><span class=\"lf-art-t\">Eigen bijdrage</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Minimaal 55% van de subsidiabele kosten van de realisatie van het energieleverende parkeerterrein worden betaald met een geldbijdrage van de aanvrager of derden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3138\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.13.8</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvraag kan ingediend worden vanaf 17 juli 2024 om 9.00 uur.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Zonne-energieleverende parkeerterreinen Overijssel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in: een haalbaarheidsonderzoek met een kosten-batenanalyse voor de exploitatietermijn waaruit blijkt dat de realisatie van het energieleverende parkeerterrein financieel haalbaar is; een offerte, een opdrachtverlening of overeenkomst van de beoogde partij die het energieleverende parkeerterrein gaat realiseren. De opdrachtverlening of overeenkomst mag ook onder voorbehoud van subsidieverlening op basis van deze subsidieregeling ondertekend zijn; een berekening van de te installeren vermogen aan zonnepanelen en geschatte jaarlijkse energieopwekking van het zonne-energieleverende parkeerterrein; ontwerpschetsen van het zonne-energieleverende parkeerterrein; als de aanvrager niet de eigenaar van het zonne-energieleverende parkeerterrein is, een getekende instemmingsverklaring van de eigenaar van het parkeerterrein; als de aanvrager geen gemeente is, een bewijsstuk waaruit blijkt dat de gemeente positief is over de realisering van een energieleverend parkeerterrein.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3139\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.13.9</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2024 tot en met 2025.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31310\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.13.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is verplicht de zonnepanelen binnen 24 maanden na subsidieverlening te installeren en in gebruik te nemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31311\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.13.11</span><span class=\"lf-art-t\">Vaststelling van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Bij de aanvraag voor subsidievaststelling levert de aanvrager aanvullend ook een berekening in waaruit de werkelijk gerealiseerde kWp aan capaciteit van de zonnepanelen blijkt die geïnstalleerd zijn op het aangepaste dak.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Wij stellen de subsidie vast op de werkelijk geïnstalleerde kWp aan capaciteit van de zonnepanelen. Als de geïnstalleerde zonnepanelen een totale capaciteit hebben van minder dan 420 kWp, wordt de subsidie op nihil vastgesteld.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31312\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.13.12</span><span class=\"lf-art-t\">Staatssteun</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als de aanvrager geen De-minimisruimte meer heeft, dan kan de subsidie voor het realiseren van een batterij voor lokale tijdelijke opslag verleend worden als het voldoet aan hoofdstuk 1 en artikel 41 van de AGVV. De totale overheidsbijdrage voor de dekking van de kosten van de realisering van de batterij voor lokale tijdelijke opslag is niet meer dan:</div>\n<p class=\"lf-p\">30% als de aanvrager een grote onderneming is;</p>\n<p class=\"lf-p\">40% als de aanvrager een middelgrote onderneming is;</p>\n<p class=\"lf-p\">50% als de aanvrager een kleine onderneming is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31313\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.13.13</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2025 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.14Sprinten naar een duurzaam bedrijventerrein</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3141\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.14.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van de begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedrijventerrein: het geheel aan gebouwen en terreinen voor bedrijven en industrie, inclusief toevoerwegen en tussengelegen water.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sprintsessie: een bijeenkomst over verduurzaming van een bedrijventerrein die door de provincie is georganiseerd. Ondernemers, parkmanagement, gemeente, de netbeheerders en andere relevante partijen komen bij elkaar om de situatie op een bedrijventerrein te bepalen, belemmeringen in kaart te brengen en mogelijke oplossingen te bedenken. De meest kansrijke ideeën zullen verder uitgewerkt worden door de deelnemende partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verduurzamen: het maximaal benutten van lokale opwek, opslag en verbruik van hernieuwbare energie om tot een betere, rendabele en duurzame energiehuishouding te komen. Met als doel het afbouwen van fossiele brandstoffen en technieken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3142\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.14.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het stimuleren van energiebesparende maatregelen en het opwekken van hernieuwbare energie. Dit door bedrijven te stimuleren om in de fase van de planuitwerking (vroege ontwikkelfase) samen te werken aan het verduurzamen van een bedrijventerrein. De netbeheerders op midden- en hoogspanningsniveau worden hiermee ook ontlast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3143\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.14.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie wordt verleend voor het uitwerken van een idee voor het verduurzamen van een bedrijventerrein in Overijssel. Het resultaat is een uitgewerkt plan. De subsidie wordt verleend voor: de externe begeleiding van de samenwerkende partijen om tot een uitgewerkt plan te komen. De begeleider is niet in dienst bij een van de deelnemende partijen; onderzoek en advies om het idee uit te werken tot een plan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het uit te werken idee voldoet aan de volgende voorwaarden: er wordt samengewerkt met meerdere ondernemers, de gemeenten en waar nodig de parkmanager en de netbeheerder; de samenwerkende ondernemers zijn bereid om tijd vrij te maken om het idee verder uit te werken en daarna ook financieel bij te dragen aan de uitvoering van de haalbare ideeën of oplossingen; de gemeente doet actief mee door kennis of middelen in te brengen om het idee uit te werken en eventueel ook te realiseren; met het uitwerken van het idee mag al begonnen zijn nadat deelgenomen is aan de sprintsessie. Dit is een afwijking van artikel 1.2.3.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het uitgewerkte plan bevat minimaal de volgende onderdelen: de uitgewerkte oplossingsrichtingen die geformuleerd zijn in de sprintsessie. De oplossingsrichtingen zijn getoetst op inhoudelijke-, juridische-, financiële- en organisatorische onderdelen. Ook is onderzocht waaraan behoefte is en of er lokaal draagvlak voor is; welke partijen nodig zijn om het idee te realiseren en op welke manier de benodigde partijen worden geworven en betrokken; welke financiering nodig is om de kosten van de realisatie van het idee te kunnen dekken en welke voorwaarden de financiers stellen om de financiering te kunnen krijgen (de contouren financial close).</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3144\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.14.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvrager is een van de volgende partijen die deelgenomen hebben aan de sprintsessie een ondernemersvereniging, een coöperatie, een stichting van ondernemingen; of 2. Als er geen actieve ondernemersvereniging is, dan is de aanvrager een onderneming die namens de samenwerkende partijen de aanvraag indient. Er wordt samengewerkt met meerdere ondernemers, gemeenten en waar nodig de parkmanager en de netbeheerder.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3145\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.14.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. Het gaat hierbij om de kosten van de leiding, begeleiding, advies en ondersteuning.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De kosten van de activiteiten die uitgevoerd zijn voordat de subsidieaanvraag is ingediend zijn wel subsidiabel, maar alleen vanaf de datum van de sprintsessie waaraan is deelgenomen. De kosten die gemaakt zijn voor het verzamelen van informatie voor de sprintsessie zijn subsidiabel als ze gemaakt zijn voor de start van de sprintsessie. Artikel 1.2.8 onderdeel a is niet van toepassing.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3146\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.14.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie is maximaal 33% van de subsidiabele kosten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie is maximaal € 24.999,- per bedrijventerrein.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3147\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.14.7</span><span class=\"lf-art-t\">Eigen bijdrage</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Maximaal 33% van de subsidiabele kosten wordt betaald met een geldbijdrage van de gemeente.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Minimaal 34% van de subsidiabele kosten wordt betaald met een geldbijdrage van de aanvrager of derden.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3148\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.14.8</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidieaanvraag kan het hele jaar worden ingediend, maar moet uiterlijk binnen 6 maanden na de sprintsessie ontvangen zijn door de provincie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Sprinten naar een duurzaam bedrijventerrein.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Per bedrijventerrein mag maximaal één keer een subsidieaanvraag ingediend worden op basis van deze subsidieregeling.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3149\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.14.9</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er geldt een subsidieplafond voor: het jaar 2023; het jaar 2024.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31410\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.14.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht het idee binnen 12 maanden na de datum van de subsidievaststelling uit te werken tot een plan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31411\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.14.11</span><span class=\"lf-art-t\">Geen staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31412\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.14.12</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2027 om 17.00 uur [In het besluit 'Wijzigingen Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022' van 28 november 2023 (bekendgemaakt in Provinciaal blad 2023, 14052) heeft Gedeputeerde Staten artikel 3.14.12 gewijzigd. Het was echter de intentie om artikel 3.13.13 te wijzigen. Op grond van de Regeling elektronische publicaties is de wijziging doorgevoerd zoals deze is bedoeld.] 3.15Intensivering energietoezicht [Vervallen] 3.16Stimuleren energie-innovatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3161\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.16.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van de begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Duurzame energieopwekking: energie opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Duurzaam energieproject: een project waarbij energiebesparing of energieopwekking gerealiseerd wordt en dat bijdraagt aan vergroting van het aandeel duurzame energie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Energie-innovatie: een idee voor een nieuw product of nieuwe productieprocessen. Het gaat hierbij om het geheel van menselijke handelingen gericht op vernieuwing van producten of productieprocessen op het gebied van energiebesparing en energieopwekking met als doel bijdragen aan vergroting van het aandeel duurzame energie of CO2-reductie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Energiebesparing: technische, logistieke of organisatorische voorzieningen die leiden tot verminderd verbruik van energie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ideefase: de beginfase van het ontwikkelen van een nieuw product of productieproces. Het geeft antwoord op een vooraf gestelde hulpvraag. In deze fase wordt een idee nader onderzocht en uitgewerkt. Het doel van deze fase is om het idee uit te werken in een projectplan. Verder wordt er gekeken wie het project zou kunnen uitvoeren, welke partij(en) betrokken zouden moeten zijn bij het project en of er voldoende draagvlak is voor het project bij betrokkenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Supportteam energie-innovatie: een groep van deskundigen, met ervaring op het gebied van energie-innovatie die beschikt over een netwerk, waar initiatiefnemers een beroep op kunnen doen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3162\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.16.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie energiebesparende maatregelen en de opwekking van hernieuwbare energie aanmoedigen. Dit door Overijsselse Mkb-ondernemers te helpen met een idee voor een energie-innovatie, zodat innovaties op het gebied van energie op gang komen en de regionale economie gestimuleerd wordt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3163\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.16.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verleend voor de volgende activiteiten in de ideefase van een energie-innovatie initiatief: ondersteuning bij het uitwerken van ideeën tot een energieprojectplan; technisch, juridisch of financieel advies.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De ondersteuning en het advies voldoen aan de volgende voorwaarden: het gaat over duurzame energieopwekking of energiebesparing die plaatsvindt in Overijssel; het wordt gegeven door een onafhankelijke deskundige. De deskundige heeft aantoonbaar ervaring; het beoogde resultaat is een energieprojectplan voor de energie-innovatie met zicht op eventuele vervolgstappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De energie-innovatie voldoet aan de volgende voorwaarden: het draagt bij aan minimaal één doelstelling en ambitie van het Programma Nieuwe Energie; het draagt bij aan minimaal één van de prioritaire thema’s van het Supportteam energie innovatie, te weten bestaande gebouwde omgeving of Mkb; het is naar het oordeel van het Supportteam energie innovatie realistisch; het is nog niet zo ver uitgewerkt dat niet meer gesproken kan worden van een ideefase. In een ideefase is de technische, juridische en financiële haalbaarheid nog niet onderzocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Een haalbaarheidsstudie komt niet in aanmerking voor de subsidie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3164\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.16.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is een Mkb-onderneming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3165\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.16.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3166\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.16.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie is maximaal 100% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie is maximaal € 5.000,- per aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidie is maximaal € 10.000,- per aanvraag als er sprake is van een energie-innovatie-initiatief, dat mogelijk in aanmerking kan komen voor een bijdrage op basis van de subsidieregeling 6.3 MIT-R&amp;D-samenwerkingsprojecten, EFRO of REACT.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3167\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.16.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Stimuleren Energie Innovatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager levert een offerte in waaruit blijkt: wat de kosten zijn; in welke periode het advies of de ondersteuning wordt gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De aanvrager hoeft geen begroting en dekkingsplan in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Als er sprake is van een aanvraag voor subsidie van € 5.000,- of meer, dan wordt het energie-innovatie-initiatief voorafgaand aan het indienen van de aanvraag, besproken met het Supportteam energie-innovatie. Naar het oordeel van het Supportteam energie-innovatie is er sprake van energie-innovatie-initiatief dat mogelijk in aanmerking kan komen voor een bijdrage op basis de subsidieregeling 6.3 MIT-R&amp;D-samenwerkingsprojecten, EFRO of REACT.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3168\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.16.8</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er geldt een subsidieplafond voor: de jaren 2022 en 2023; het jaar 2024.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3169\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.16.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten binnen 12 maanden na subsidieverlening uitgevoerd te hebben.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31610\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.16.10</span><span class=\"lf-art-t\">Geen staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening en de De-minimisverordening Landbouw. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31611\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.16.11</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2025 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.17Energiezuinige terrasverwarming via kussens [Vervallen] 3.18Investeringssubsidie warmtenetprojecten Vervallen per 1 juli 2023 3.19Inkoopacties energiemaatregelen Overijssel [Vervallen] Hoofdstuk4Vitaal platteland 4.1Faunabeheereenheden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-411\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan faunabeheer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-412\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verleend voor: onderzoeken die nodig zijn voor het opstellen van het faunabeheerplan; het opstellen en uitvoeren van het faunabeheerplan; andere directe of indirecte vormen van faunabeheer dat door Gedeputeerde Staten is goedgekeurd, waaronder valwild.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het faunabeheerplan is of wordt nadat het is opgesteld, op basis van artikel 8.1 lid 2 van de Omgevingswet, goedgekeurd door gedeputeerde staten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In geval van faunabeheer dat niet in het Faunabeheerplan omschreven staat, is subsidie alleen mogelijk als voor dat faunabeheer toestemming is gegeven door de provincie.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-413\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is Stichting Faunabeheereenheid Overijssel. Dit is een samenwerkingsverband van vertegenwoordigers van agrariërs, jachthouders, terrein beherende organisaties en maatschappelijke organisaties met als doelstelling uitvoering te geven aan een door Gedeputeerde Staten goedgekeurd faunabeheerplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-414\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Leges zijn wel subsidiabel. Dit is een afwijking van artikel 1.2.8 onderdeel c.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Exploitatiekosten bestaande uit de vaste kosten van personeel, gebouwen en inventaris zijn subsidiabel. De exploitatiekosten kunnen niet afzonderlijk opgevoerd worden, als deze kosten ook al meegenomen zijn bij de berekening van de personeelskosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-415\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.1.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie is maximaal 100% van de subsidiabele kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-416\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.1.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het digitale aanvraagformulier Faunabeheereenheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-417\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.1.7</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2025 tot en met 2029.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-418\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.1.8</span><span class=\"lf-art-t\">Geen staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt niet als staatssteun gezien.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-419\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.1.9</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2029 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2Meer bos in Overijssel</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-421\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van de begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bos: een vlakvormig en aaneengesloten element met een opgaande begroeiing van minimaal 60% inheemse bomen, struiken en kruiden. Een bos is minimaal 0,5 hectare groot met een minimale breedte van 30 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bossenstrategie: strategische beleidsuitwerking van het Overijssels aandeel van de 10% bosuitbreiding die landelijk is afgesproken. De bossenstrategie is 21 juni 2022 vastgesteld door Gedeputeerde Staten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Catalogus Groenblauwe Diensten (CGBD): set van steunmaatregelen waaraan de Europese Commissie goedkeuring heeft verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Functieverandering: verandering van de huidige functie van grond naar functie bos, natuur of indien mogelijk houtwal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Houtwal: een zelfstandig liggend, lijnvormig landschapselement bestaande uit een beplanting van streekeigen en inheemse bomen en struiken, eventueel met hakhout. Een houtwal/singel kan een aarden wal hebben en kan aan één- of beide kanten begrensd worden door een greppel. Een houtwal is minimaal 25 meter lang en maximaal 20 meter breed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inheemse soorten: boomsoorten die van nature in het wild in Nederland voorkomen. Op de website www.nederlandsesoorten.nl is te raadplegen welke boomsoorten in Nederland inheems zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kaart: zoekgebiedenkaart behorende bij de bossenstrategie. De kaart is te vinden op Bossenstrategie Overijssel (arcgis.com) Landbouwsteunkader: Richtsnoeren van de Europese Unie voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2014-2020 (PbEU 2014, C 204).</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitwerkingsgebied Ontwikkelopgave Natura 2000: gebieden waar maatregelen genomen moeten worden om natuurwaarden in het nabijgelegen Natura 2000-gebieden te beschermen. Het gebied is als een gebiedscategorie of deelgebied NNN aangegeven op de kaarten die bij de Omgevingsverordening Overijssel 2017 tot en met de Tussentijdse Actualisatie Omgevingsverordening 2020/2021 horen. De kaarten zijn te vinden op: viewer (tercera-ro.nl).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-422\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan 10% meer bos in Overijssel zoals bedoeld in de Bossenstrategie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-423\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie wordt verleend voor: de realisatie van bos, inclusief het opstellen van een inrichtingsplan, beplantingsplan en een beheerplan. Categorie IV.5 van de Catalogus Groenblauwe diensten is van toepassing; de realisatie van houtwallen, inclusief het opstellen van een inrichtingsplan, beplantingsplan en een beheerplan. Categorie II.1 en III.4 van de Catalogus groenblauwe diensten zijn van toepassing; functieverandering, waarbij bos of houtwal gerealiseerd wordt op grond die de functie natuur, houtwal of bos krijgt. Functieverandering is niet subsidiabel als sprake is van gronden gelegen binnen Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Realisatie van een voedselbos komt niet in aanmerking voor de subsidie. Een voedselbos is een vitaal ecosysteem dat door mensen is ontworpen naar het voorbeeld van een natuurlijk bos met het doel voedsel te produceren.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het inrichtingsplan en het beplantingsplan voldoen aan de volgende voorwaarden de plannen worden opgesteld door een deskundige, bijvoorbeeld een ecoloog; de plannen voldoen aan de voorwaarden als bedoeld in bijlage 1. Bijlage 1 is te vinden op www.overijssel.nl/subsidie; de plannen bevatten minimaal de volgende informatie: aanleiding en onderbouwing; locatie, soortkeuze en ontwerp; eisen aan plantmateriaal, inclusief keuring en controle; terreinvoorbereiding en aanplant; bescherming, onderhoud en beheer; oplevering; kostenraming.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het te realiseren bos of de houtwal voldoet aan de volgende voorwaarden: het bos bestaat uit minimaal 60% inheemse soorten; de houtwal bestaat volledig uit inheemse soorten; het bos of de houtwal wordt gerealiseerd volgens een inrichtings- en beplantingsplan die voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in lid 3; het bos of de houtwal wordt gerealiseerd in Overijssel in een gebied dat op de Kaart is aangemerkt als: ’bosaanleg wenselijk of mogelijk’; of ’landschapsversterking wenselijk of mogelijk’; of onderbouwingsgebied. Realisatie in dit gebied kan alleen als Gedeputeerde Staten hiervoor de subsidieaanvraag afzonderlijk een besluit over hebben genomen, omdat zij vinden dat realisatie van bos in dit gebied een toegevoegde waarde heeft. het bos is: minimaal 1 hectare als het wordt aangelegd op een locatie grenzend aan het Natuurnetwerk Nederland; of minimaal 5 hectare als het wordt gerealiseerd op een andere locatie; of minimaal 0,5 hectare maar alleen als Gedeputeerde Staten dit voor de subsidieaanvraag specifiek hebben besloten; en minimaal 30 meter breed; de houtwal wordt robuust aangelegd zoals bedoeld in de Catalogus Groenblauwe Diensten; het gemeentebestuur wil de wijziging van het omgevingsplan regelen. Het gaat hierbij vooral om de landschappelijke inpassing; de realisatie past binnen de geldende Omgevingsverordening Overijssel; de huidige functie van de grond verandert naar functie natuur, bos of houtwal; het wordt gerealiseerd buiten de bebouwingscontour houtkap zoals opgenomen in het omgevingsplan; voor de realisatie is geen andere subsidie of bijdrage door een overheid verleend; op de grond mogen in het kader van agrarisch natuurbeheer of natuurbeheer geen verplichtingen meer rusten op grond van deze of een andere regeling.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Als sprake is van functieverandering dan gelden de volgende extra voorwaarden: de functie landbouwgrond wordt veranderd naar bos, houtwal of natuur. Dit betekent dat op de grond geen productie van landbouwproducten meer plaats vindt. De grond wordt afgewaardeerd; betreffende landbouwgrond is de afgelopen 5 jaar onafgebroken landbouwkundig gebruikt; de realisatie van bos of houtwal vindt plaats op de landbouwgrond die afgewaardeerd wordt; de landbouwproductie op de betreffende landbouwgrond wordt onherroepelijk gestopt en de grond wordt niet meer opnieuw voor landbouwproductie gebruikt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat binnen 12 weken na subsidieverlening met provincie een uitvoeringsovereenkomst zoals genoemd in artikel 4.2.10 lid 1 onderdeel g wordt gesloten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-424\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvrager is de eigenaar van de grond waarop de realisatie van bos of houtwal plaats vindt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvrager is geen bedrijf uit de houtsector, die als doel commercieel levensvatbare houtwinning, het vervoer van hout of de verwerking van hout of andere bosrijkdommen tot producten of energiebronnen heeft.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>[vervallen] 4. De aanvrager is geen onderneming die op basis van de geldende Unienormen of nationale wet- en regelgeving de productie van landbouwproducten hoe dan ook moet stopzetten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-425\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor de realisatie van bos of houtwal inclusief het opstellen van een inrichtingsplan, beplantingsplan en een beheerplan zijn de werkelijke personeelskosten, kosten van derden, gebruik van machines en aanschafkosten van materiaal subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. Paragraaf 4.3 van het hoofddocument van de Catalogus Groenblauwe Diensten is van toepassing. Dit hoofddocument is te vinden op Catalogus raadplegen - BIJ12 2. Bij functieverandering is de waardedaling van de grond subsidiabel. De provincie laat de waardedaling bepalen door een taxateur. De taxatie is gebaseerd op het verschil in marktwaarde voor en na de voorgenomen functieverandering en inrichting.</div>\n<p class=\"lf-p\">3.De volgende kosten zijn niet subsidiabel: kosten voor natuurbeheer; kosten voor grondaankoop; kosten voor pachtafkoop;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De voorbereidingskosten zoals het opstellen van een inrichtingsplan, beplantingsplan en een beheerplan zijn niet subsidiabel, als na de aanvraag voor subsidie blijkt dat de aanvraag wordt ingetrokken of het bos of de houtwal niet gerealiseerd wordt of kan worden.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-426\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie voor realisatie van bos of houtwal is maximaal 100% van de subsidiabele kosten. Hierbij geldt dat: de subsidie voor de afwaardering van grond bij functieverandering maximaal € 70.000,- per hectare is; en de subsidie voor plantmateriaal, inboet en inplanten en het opstellen van een inrichtings- en beplantingsplan, maximaal € 20.000,- per hectare is.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-427\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Meer bos in Overijssel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De aanvraag bevat in ieder geval de volgende informatie: naam van de aanvrager; de grootte van de onderneming; een verklaring dat de aanvrager voor de activiteit geen andere subsidie ontvangt of heeft ontvangen; een verklaring dat de aanvrager geen onderneming in moeilijkheden is; de kadastrale nummers van het in te planten perceel of de percelen; een globale omschrijving van het type aan te planten bos; een eigen schatting van de waardedaling van de grond; het eigen nummer van de kaart zoals genoemd in lid 6 onderdeel a.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De aanvrager levert een sluitende begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Als de kosten voor plantmateriaal, inboet en inplanten en het opstellen van een inrichtings- en beplantingsplan gezamenlijk meer bedragen dan € 15.000,- dan stuurt de aanvrager 3 offertes mee, die zijn uitgebracht door daartoe geschikt geachte ondernemingen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in: kaartinformatie over de locatie van het in te planten perceel of de percelen. Dit wordt als volgt ingeleverd: een kaartbeeld (.pdf, .jpg of .txt) met daarop duidelijk herkenbaar de begrenzingen van de aangevraagde objecten en bijbehorende oppervlaktes weergegeven, de kadastrale perceelsgrenzen en ten minste een actuele topografische of luchtfoto als ondergrond of; een shapefile (.shp) of ESRI file geodatabase (.gdb) waarin de kaartbegrenzing digitaal is ingetekend; een intentieverklaring van de gemeente waarin staat dat het gemeente de wijziging van het omgevingsplan wil regelen; als op de grond een recht van hypotheek is gevestigd, een verklaring van geen bezwaar van degene aan wie het recht van hypotheek toekomt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Er mag geen subsidieaanvraag ingediend worden voor alleen het opstellen van een inrichtingsplan, beplantingsplan of een beheerplan of voor alleen de functieverandering.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-428\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.8</span><span class=\"lf-art-t\">Pretoets en taxatie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvrager legt het plan om bos of houtwal te realiseren voor aan de provincie zodat die vooraf kan toetsen of de realisatie op de betreffende grond past binnen de Bossenstrategie en de geldende Omgevingsverordening Overijssel. Een verzoek voor een pretoets bevat de gegevens van aanvrager, kadastrale percelen waar ingeplant wordt, totale oppervlakte van in te planten bos, type bos wat gerealiseerd wordt. Op www.overijssel.nl staat hoe een verzoek voor een pretoets ingediend kan worden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als de subsidieaanvraag is ingediend laat de provincie de waarde van de grond taxeren door een onafhankelijke taxateur. De provincie meldt de aanvrager wat het getaxeerde waarde van de grond is. De aanvrager kan dan besluiten de aanvraag in te trekken. De al gemaakt kosten komen niet voor de subsidie in aanmerking. Artikel 4.2.5 lid 4 is van toepassing.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-429\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.9</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de regeling</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2022 tot en met 2024.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Er geldt een deelplafond voor: realisatie van bos; realisatie van houtwallen; [vervallen] 3. Het subsidieplafond wordt verdeeld in volgorde van de datum en het tijdstip van ontvangst van de aanvragen waarbij de stukken als genoemd in artikel 4.2.7 lid 2, lid 3 en lid 6 ingediend zijn. Dit is een afwijking van artikel 1.2.16 lid 2.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidieontvanger is verplicht: voordat gestart wordt met de realisatie van het bos of de houtwal: het inrichtingsplan, beplantingsplan en beheerplan in te leveren bij de provincie; het omgevingsplan van het aan te planten gebied te laten wijzigen in functie bos, houtwal of natuur; bij aanplant gebruik te maken van soorten genoemd op de Nederlandse Rassenlijst Bomen of inheemse boomsoorten; het bos of de houtwal in de periode tussen 1 september en 1 april aan te planten; alle noodzakelijke maatregelen te nemen om te zorgen dat het plantmateriaal aanslaat, en het bos of de houtwal optimaal kan groeien; het bos of de houtwal zover nodig te beschermen tegen schade als gevolg van beweiding of bewerking op aangrenzende gronden; binnen 4 weken na realisatie van het bos of de houtwal dit te melden bij de provincie; binnen 12 weken na subsidieverlening met provincie een uitvoeringsovereenkomst te sluiten zoals bedoeld in artikel 4:36 van de Awb. In de uitvoeringsovereenkomst staat dat de subsidieontvanger: het bos of de houtwal beheert; geen dingen doet die een veiligheidsrisico voor het bos of de houtwal kan zijn; de verplichtingen als bedoeld in deze regeling en de uitvoeringsovereenkomst door te legen aan allen die het recht hebben of krijgen om het terrein te gebruiken; de verplichtingen uit de uitvoeringsovereenkomst als kwalitatieve verplichting voor het terrein inschrijft in de openbare register kadaster; een kopie van de kwalitatieve verplichting binnen 4 weken na inschrijving in het openbare register van het kadaster in te leveren bij de provincie; het definitieve besluit van de gemeente tot wijziging van het omgevingsplan binnen vier weken na besluit van de gemeente in te leveren bij de provincie; het bos of de houtwal binnen 2 jaar na subsidieverlening gerealiseerd te hebben; het bos of de houtwal voor onbepaalde tijd in stand te houden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als sprake is van functieverandering dan is de subsidieontvanger ook verplicht: de grond niet meer te gebruiken of te doen gebruiken als landbouwgrond; bij de verandering van landbouwgrond in bos of houtwal nadelige milieueffecten te voorkomen. Tot dan moeten de landbouwgronden voldoen aan de normen voor een goede landbouw- en milieuconditie van de grond. Deze normen staan in Titel VI, hoofdstuk I, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en de toepasselijke uitvoeringsbepalingen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De subsidieontvanger kan geen rechten ontlenen aan de opslag van koolstofdioxide door het aangelegde bos of de houtwallen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.11</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een voorschot wordt pas verleend nadat het inrichtingsplan, beplantingsplan en beheerplan zijn ingeleverd en goedgekeurd door de provincie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.12</span><span class=\"lf-art-t\">Het bekend maken van gegevens</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor deze subsidieregeling geldt deel I, paragraaf 3.7, onderdeel 128 van het landbouwsteunkader. Dit betekent dat de provincie na subsidieverlening binnen 6 maanden na subsidieverlening gegevens bekend maakt voor: subsidies vanaf € 10.000,- als sprake is van een landbouwondernemer als eindbegustigde; of subsidies vanaf € 100.000,- voor alle andere eindbegustigden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De volgende gegevens worden bekend gemaakt: naam van de subsidieontvanger, de verleende subsidie, de vorm en het bedrag per eindbegunstigde, de datum waarop de subsidie is verleend, of sprake is van een Mkb-onderneming of grote ondernememing, de regio waarin de subsidieontvager is gevestigd, en de voornaamste economische sector waarin de subsidieontvanger actief is.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4213\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.13</span><span class=\"lf-art-t\">Sisa-verantwoording</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als sprake is van een subsidie aan een gemeente dan loopt de financiële verantwoording volgens de Sisa-verantwoording. Artikel 1.2.22 is van toepassing. De verantwoording wordt ingediend onder Sisa-code L16B.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4214\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.14</span><span class=\"lf-art-t\">Staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie is staatssteun en kan verleend worden omdat het is gebaseerd op en getoetst aan de Catalogus Groenblauwe Diensten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4215\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.15</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieregeling vervalt op 1 december 2025 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.3Natuur en Samenleving 2.0</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-431\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van de begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel wordt een vaker voorkomend begrip uitgelegd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Groene Loper: een lokale, informele werkorganisatie die zoveel mogelijk mensen met natuur in de eigen leefomgeving wil verbinden. Dit door de onderlinge verbinding te leggen en gezamenlijke activiteiten te organiseren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-432\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het versterken van de relatie tussen natuur en mensen. Het gaat daarbij om de betekenis van natuur als bedoeld in de Omgevingsvisie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-433\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verleend voor: activiteiten die de relatie tussen kinderen en natuur sterker maken of de betekenis van natuur voor kinderen vergroten; activiteiten die de natuurwaarde vergroten in en van de bebouwde omgeving, of van randen van steden en dorpen; activiteiten die bijdragen aan de beleving van natuur bij doelgroepen die bijzondere zorg of aandacht nodig hebben. procesondersteuning bij het tot stand brengen van een bewonersplan, ook wel bekend als de Groene Lopers.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: de activiteiten vinden plaats in Overijssel of zijn voor inwoners van Overijssel; onderdelen van de aanpak en uitgangspunten kunnen worden gebruikt bij andere projecten op het gebied van natuur en samenleving; de aanleg van groen vindt plaats in de openbare ruimte of op een plek die vrij toegankelijk of beleefbaar is; als sprake is van gebruik van een locatie of een openbare ruimte, dan dient de eigenaar daarvan toestemming te hebben gegeven; er is sprake van een samenwerking met minimaal twee andere Overijsselse partijen die ook een rol hebben in de uitvoering; de activiteiten dragen bij aan minimaal één van de andere provinciale doelen die te vinden zijn in de Programmabegroting die jaarlijks door Provinciale Staten wordt vastgesteld; de benodigde vergunningen zijn aangevraagd of verkregen; dekking van de begroting is geregeld of zal binnen 3 maanden geregeld kunnen worden; de activiteit draagt bij aan de versterking van de variatie van met name inheemse plant- en diersoorten; met de activiteit wordt een kwaliteitsverbetering gerealiseerd op het gebied van beleefbaarheid en biodiversiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De activiteiten die genoemd zijn in lid 1 onderdeel a voldoen aan de volgende extra voorwaarden : de kinderen uit de omgeving of kinderen die de voorziening gaan gebruiken worden actief betrokken bij het uitwerken van het idee en het uitvoeren van de activiteiten; de buurtbewoners, gebruikers of betrokken vrijwilligers worden actief betrokken bij het uitwerken van het idee en de uitvoering van de activiteiten. er worden extra planten, struiken, bomen of gras aangeplant zodat de ruimte groener wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De activiteiten die genoemd zijn in lid 1 onderdeel b voldoen aan de volgende extra voorwaarden : er worden extra planten, struiken, bomen of gras aangeplant zodat de ruimte groener wordt; er is sprake van een bewonersinitiatief. Dit betekent dat het idee vanuit de samenleving komt óf dat de inwoners van Overijssel intensief worden betrokken bij het uitwerken van het idee en de uitvoering van activiteiten; minimaal één van de volgende partijen is actief betrokken bij de uitvoering: de betreffende gemeente; een lokale stichting, vereniging, bewonersgroep of onderneming; eigenaren van de gronden; als het gaat om een vergroening van een bedrijventerrein dan worden werknemers en buurtbewoners betrokken het uitwerken van het idee en uitvoering van de activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De activiteiten die genoemd zijn in lid 1 onderdeel c voldoen aan de volgende extra voorwaarden: een zorginstelling is actief betrokken bij de uitvoering; er worden extra planten, struiken, bomen of gras aangeplant zodat de ruimte groener wordt; de fysieke vergroening vindt plaats in de buitenruimte; de fysieke vergroening vindt zoveel mogelijk plaats op een plek die vrij toegankelijk of beleefbaar is. Er geldt een uitzondering voor zorginstellingen. Zorginstellingen kunnen de vergroening realiseren op een plek die niet vrij toegankelijk of beleefbaar is, als maximaal wordt ingezet op toegankelijkheid voor zoveel mogelijk gebruikers.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De activiteiten die genoemd zijn in lid 1 onderdeel d voldoen aan de volgende extra voorwaarden: de Groene Loper heeft het doel om een grote afwisseling aan deelnemers te bereiken; de Groene Loper spant zich in om jaarlijks minimaal € 10.000,- aan financiering voor uitvoeringsactiviteiten bij elkaar te krijgen; de Groene Loper is minimaal 2 jaar actief.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.De activiteiten die niet voor de subsidie in aanmerking komen zijn: investering in gebouwen of schoolpleinen, speeltoestellen, beweegtoestellen, verharde wegen, paden en bruggen, boerderijdieren of verblijven voor boerderijdieren. Aanleg van natuurlijke spelaanleidingen zoals heuvels, wilgentenen speelhuisjes, klimbomen of waterelementen kunnen komen wel voor subsidie in aanmerking; regulier onderhoud of beheer, tenzij sprake is van nazorg, zoals inboet, in het eerste jaar, dan zijn deze activiteiten wel subsidiabel;</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-434\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvrager is een organisatie of bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager is geen particulier.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-435\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Inzet van uren van vrijwilligers voor coördinerende of organisatorische werkzaamheden zijn subsidiabel. In de begroting en het dekkingsplan mag die inzet opgenomen worden voor maximaal € 15,- per uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Maximaal 20% van de in de begroting opgenomen subsidiabele kosten is voor aanleg van een half verhard pad voor natuurbeleving.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Maximaal 10% van de in de begroting opgenomen subsidiabele kosten is voor de kosten voor communicatie en educatieve activiteiten, zoals drukkosten voor nieuwsbrieven, folders, flyers, informatieborden, websites.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Maximaal 25% van de subsidiabele kosten is voor ontwerp- en proceskosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De subsidiabele kosten zijn minimaal € 10.000,-.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Als sprake is van een Groene Loper dan zijn alleen proceskosten subsidiabel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>De kosten zijn vanaf 1 juli 2024 subsidiabel. Dit is in afwijking van artikel 1.2.8 lid a.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-436\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie is maximaal 50% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie is maximaal € 30.000,- per aanvraag én € 30.000,- per Groene Loper die voor het eerst aanvraagt op basis van deze subsidieregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidie is maximaal € 20.000,- voor de Groene Lopers die al eerder subsidie hebben ontvangen op basis van deze subsidieregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De subsidie wordt niet verleend als de berekende subsidie minder dan € 5.000,- is. Dit is een afwijking van artikel 1.2.17 lid 2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-437\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.7</span><span class=\"lf-art-t\">Eigen bijdrage</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maximaal 25% van de eigen bijdrage bestaat uit uren van vrijwilligers.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-437a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3.7a</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidies van meer dan € 25.000,- waarbij alleen een schetsontwerp is ingediend wordt een eerste voorschot van maximaal 35% van de verleende subsidie verstrekt. Een volgend voorschot wordt verstrekt nadat het ingediende beplantingsplan positief is beoordeeld. Dit is in afwijking van artikel 1.2.18 lid 1.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-438\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.8</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Natuur en Samenleving 2.0.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in: projectplan waarin is beschreven hoe en in welke mate wordt bijgedragen aan de voorwaarden van de subsidiabele activiteiten. In het projectplan is in ieder geval beschreven: de doelgroepen waarmee wordt gewerkt of samengewerkt; de manier waarop de samenleving wordt betrokken bij het project of hoe er steun uit de samenleving is of wordt gevonden; de activiteiten die worden verricht en de kosten per activiteit; de planning; de gewenste resultaten; een schetsontwerp voor de groene inrichting of een beplantingsplan dat is opgesteld door een deskundige; de manier waarop het beheer en onderhoud duurzaam is geregeld; hoe opgedane kennis en ervaring wordt gedeeld of beschikbaar wordt gesteld. als de aanvrager niet de eigenaar van de gronden is: een door de eigenaar van de gronden ondertekende verklaring waaruit blijkt dat die toestemming heeft gegeven voor de realisatie of herinrichting van groen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-439\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.9</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2022 tot en met 2024.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4310\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidieontvanger is verplicht: de activiteiten binnen 3 maanden na subsidieverlening te starten; de activiteiten binnen 18 maanden na subsidieverlening uitgevoerd te hebben. Dit geldt niet voor de Groene Lopers. De activiteiten van de Groene Lopers worden binnen 24 maanden na subsidieverlening uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie ontvangende Groene Loper is aanvullend verplicht om: deel te nemen aan de activiteiten van de provincie brede Groene Loper Overijssel; actief verbinding te zoeken met andere thema’s uit het Programma Natuur voor Elkaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4311\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.11</span><span class=\"lf-art-t\">Staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4312\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.12</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 1 december 2024 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4Advies en ondersteuning Agro&amp;food in Overijssel</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-441\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel wordt een vaker voorkomend begrip uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Agro&amp;food sector: alle ondernemingen of organisaties in de voedselketen, waarbij de plantaardige en dierlijke economische ketens centraal staan, inclusief de voor de voedingsmiddelen bestemde logistiek, handel, financiële dienstverlening en onderzoek en ontwikkeling. Als niet met zekerheid kan worden bepaald of een aanvrager onder de Agro&amp;food sector valt, wordt gekeken naar de Monitor topsectoren, Methodebeschrijving en tabellenset van het CBS.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-442\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan vernieuwing en verduurzaming van de Agro&amp;food sector.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-443\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verleend voor een of meer van de volgende activiteiten: advies en ondersteuning bij het beantwoorden van een vraagstuk ten behoeve van innovatie in de Agro&amp;food sector; het uitvoeren van een onderzoek ten behoeve van innovatie in de Agro&amp;food sector. het opstellen van een bedrijfsplan voor de overgang naar kringlooplandbouw. Het bedrijfsplan beschrijft in ieder geval: welke veranderingen worden doorgevoerd in het bedrijf; hoe emissiereductie van stikstof wordt gerealiseerd; welke positieve effecten worden bereikt op de omgeving van het bedrijf, zoals natuur, bodem en water, landschap en samenleving; de marktkansen en verdienmodel van de landbouwonderneming nadat de overgang heeft plaatsgevonden; een begroting voor de realisatie van de overgang.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De activiteiten advies en ondersteuning en het uitvoeren van een onderzoek voldoen aan de volgende voorwaarden: de innovatie is voor de Agro&amp;food sector in Overijssel; de activiteiten gaan over een van de volgende thema’s:</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionaal voedselsysteem. Het gaat hierbij om advies en ondersteuning en het uitvoeren van een onderzoek om lokaal consumeren van regionaal geproduceerd voedsel mogelijk te maken. Denk hierbij aan: Eten uit de Regio, agrodiversiteit, voedselzekerheid, samenwerking akkerbouw &amp; veehouderij, regionale ketens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Emissiearme landbouw. Het gaat hierbij om advies en ondersteuning en het uitvoeren van een onderzoek om emissie van NH3, methaan, gewasbescherming, te verminderen. Bijvoorbeeld door technische innovatie en managementmaatregelen, landgebruik of aandacht voor borging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurlijke ecosystemen. Hierbij gaat het om advies en ondersteuning en het uitvoeren van een onderzoek op het gebied van bijvoorbeeld: vitale bodem, regeneratieve landbouw, ecosysteemdiensten, agrarische natuurontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwe teelten. Hierbij gaat het om advies en ondersteuning en het uitvoeren van een onderzoek op het gebied van teelt en ketenverwaarding van nieuwe teelten, specifiek voor biobased materialen, plantaardig eiwit en agroforestry. de innovatie draagt bij aan het versterken van de sociaaleconomische positie van de agrarisch ondernemer in de keten. [vervallen] de bijdrage aan een van de doelen die genoemd zijn bij onderdeel d, mag niet betekenen dat er een negatief effect is op een van de andere doelen die genoemd zijn bij onderdeel d.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-444\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvrager is een stichting, een vereniging, een BV, een NV, CV of een maatschap, een ZZP’er, een v.o.f. of een eenmanszaak, in de Agro&amp;food sector.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager heeft een aantoonbaar belang bij de uitkomsten van de activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager voor de subsidie voor het opstellen van een bedrijfsplan is een landbouwonderneming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-445\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-446\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voor advies en ondersteuning en het uitvoeren van een onderzoek is maximaal 50% van de subsidiabele kosten. maximaal € 10.000,- per aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie voor het opstellen van een bedrijfsplan is: maximaal 80% van de subsidiabele kosten. maximaal € 4.000,- per aanvraag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-447\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Eigen bijdrage</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Minimaal 50% van de subsidiabele kosten van advies en ondersteuning en het uitvoeren van een onderzoek wordt betaald met een geldbijdrage van de aanvrager of derden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Minimaal 20% van de kosten van het opstellen van een bedrijfsplan wordt betaald met een geldbijdrage van de aanvrager of derden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De bijdrage van de aanvrager of van derden mag niet afkomstig zijn van de provincie Overijssel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-448\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een subsidieaanvraag kan het hele jaar worden ingediend 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Advies en ondersteuning Agro&amp;food in Overijssel 2024.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager levert aanvullend een ondertekende offerte in. De offerte is ondertekend door de aanvrager en door de persoon of organisatie die wordt ingezet voor de beantwoording van het vraagstuk, die het onderzoek uitvoert of het bedrijfsplan opstelt. De offerte mag ondertekend zijn onder voorbehoud van het verkrijgen van de subsidie. De aanvrager hoeft geen begroting in te dienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De aanvrager hoeft geen begroting en dekkingplan in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-449\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.9</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2024 tot en met 2028.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4410\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is verplicht: de activiteiten binnen 3 maanden na subsidieverlening te starten; de activiteiten binnen 15 maanden na subsidieverlening uitgevoerd te hebben.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4411\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.11</span><span class=\"lf-art-t\">Staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Als sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan artikel 28 van de AGVV.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De totale overheidsbijdrage om de subsidiabele kosten te dekken is maximaal 50% inclusief de subsidie van de provincie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidie voor het opstellen van een bedrijfsplan voor de overgang naar kringlooplandbouw voldoet aan de De-minimisverordening Landbouw. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4412\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.12</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2028 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.5Verbeteren condities voor aandachtsoorten 5.0 [Vervallen] 4.6Stimulering toekomstbestendige verduurzaming Agro&amp;food sector</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-461\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van de begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Agro&amp;food sector: alle ondernemingen of organisaties in de voedselketen, waarbij de plantaardige en dierlijke economische ketens centraal staan, inclusief de voor de voedingsmiddelen bestemde logistiek, handel, financiële dienstverlening en onderzoek en ontwikkeling. Als niet met zekerheid kan worden bepaald of een aanvrager onder de Agro&amp;food sector valt, wordt gekeken naar de Monitor topsectoren, Methodebeschrijving en tabellenset van het CBS.</p>\n<p class=\"lf-p\">Praktijknetwerk: platform om kennis, ervaringen, knelpunten en oplossingen te delen (netwerk), met aandacht voor het proces en vanuit vragen en wensen vanuit de praktijk (maatwerk). Het doel van een praktijknetwerk is om kennis ontwikkelen door kennis uitwisselen, het bevorderen van de (keten)samenwerking en leren van goede voorbeelden. Praktijknetwerken worden ook wel lerende netwerken genoemd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-462\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan de bevordering van de transitie naar een duurzame en toekomstbestendige Agro&amp;Food sector. Dit door de totstandkoming en borging van praktijknetwerken te ondersteunen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-463\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verleend voor de volgende activiteiten van een praktijknetwerk: onderzoek, voorlichting en demonstratieactiviteiten, praktijkleertrajecten, trainingen, coaching en kennis- ontwikkeling en -deling.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het praktijknetwerk voldoet aan de volgende voorwaarden: de activiteiten van het praktijknetwerk gaan over een van de volgende thema’s:</div>\n<p class=\"lf-p\">Regionaal voedselsysteem. Het gaat hierbij om het lokaal consumeren van regionaal geproduceerd voedsel mogelijk te maken. Denk hierbij aan: eten uit de regio, agrodiversiteit, voedselzekerheid, samenwerking akkerbouw &amp; veehouderij en regionale ketens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Emissiearme landbouw. Het gaat hierbij om het verminderen van emissie van NH3, methaan en gewasbescherming. Bijvoorbeeld door technische innovatie, managementmaatregelen, landgebruik of aandacht voor borging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurlijke ecosystemen. Hierbij gaat het om vitale bodem, regeneratieve landbouw, ecosysteemdiensten en agrarische natuurontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwe teelten. Hierbij gaat het om teelt en ketenverwaarding van nieuwe teelten specifiek voor biobased materialen, plantaardig eiwit en agroforestry. de activiteiten dragen naar het oordeel van de Adviescommissie Agro&amp;food voldoende bij aan een gezonde toekomstbestendige bedrijfsvoering en het versterken van de sociaaleconomische positie van de Agro&amp;food keten in Overijssel. er is aantoonbaar een kennisvraag vanuit de sector, aangetoond aan de hand van een verklaring van minimaal 3 deelnemende ondernemingen uit de Agro&amp;food sector; de activiteiten worden uitgevoerd door voldoende gekwalificeerde partijen; de activiteiten die het praktijkleernetwerk uitvoert hebben betrekking op innovatie in de Agro&amp;food sector. Deze innovatie is technisch, economisch, juridisch en maatschappelijk haalbaar; het praktijknetwerk is naar het oordeel van de Adviescommissie goed georganiseerd en zowel inhoudelijk en financieel haalbaar; er is sprake van een nieuw praktijknetwerk of een bestaand praktijknetwerk die een nieuwe activiteit start.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-464\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is: een stichting, een vereniging, een BV, een NV, en maatschap, een vennootschap onder firma, coöperatie, een commanditaire vennootschap, een eenmanszaak; of een samenwerkingsverband dat het praktijknetwerk organiseert.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-465\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing. Er gelden geen uitzonderingen op de subsidiabele en niet subsidiabele kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-466\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie is maximaal 80% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie is maximaal € 200.000,- per praktijknetwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidie wordt niet verleend als de berekende subsidie per aanvraag minder dan € 5.000,- is. Artikel 1.2.17 lid 2 is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-467\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een subsidieaanvraag kan het hele jaar worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Stimulering toekomstbestendige verduurzaming Agro&amp;food sector 2024.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in: een projectplan waaruit in ieder geval blijkt op welke wijze aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 4.6.3 lid 2 wordt voldaan; als sprake is van een samenwerkingsverband: een samenwerkingsovereenkomst en een staatssteunverklaring van de samenwerkingspartners. Artikel 1.2.13 lid 7 is van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-468\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.8</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2024 tot en met 2028.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-469\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.9</span><span class=\"lf-art-t\">Adviescommissie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag voor subsidie van € 10.000,- of meer kan worden voorgelegd aan de Adviescommissie Agro&amp;Food. De commissie geeft advies of de aanvraag voldoet aan de voorwaarden zoals die genoemd zijn in artikel 4.6.3 lid 2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4610\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht: de activiteiten binnen drie jaar na subsidieverlening te hebben uitgevoerd; de resultaten van of kennis over de activiteiten te delen met de sector in een vorm naar keuze.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4611\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.11</span><span class=\"lf-art-t\">Staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voldoet aan artikel 32 van de LVV. De totale overheidsbijdrage voor de dekking van de subsidiabele kosten inclusief de subsidie van de provincie is maximaal 100%.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4612\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.12</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2028 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7Samenwerking Provinciaal Programma Landelijk gebied Overijssel</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-471\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van de begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel worden veel voorkomende begrippen uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgerichte aanpak: een samenwerkingsproces in het kader van het PPLG waarin de gebiedspartners samen op zoek gaan naar een aanpak van de opgaven in het PPLG-deelgebied die past bij de kenmerken van het gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedspartners: terrein beherende organisaties, vertegenwoordigende organisaties van ondernemers, natuur- en milieuorganisaties en overheden die als partner betrokken zijn, omdat ze een belang hebben bij het realiseren van de doelen van het PPLG.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsprojecten: projecten die het initiatief zijn van één of meerdere gebiedspartners, die bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen van het PPLG. Dit kan gaan om koploperprojecten, ondersteuning van (deel-)gebiedsprocessen, het ontwikkelen van instrumentarium en incidentele uitvoeringsmaatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsteams: de werkorganisatie van de gebiedsgerichte aanpak voor het PPLG. Het gebiedsteam verzamelt onder andere de benodigde informatie en analyseert deze, bereidt de gebiedstafels voor, verzorgt de communicatie, organiseert participatie en ondersteunt bij de uitvoering van gebiedsprojecten. Een gebiedsteam bestaat uit: enkele medewerkers van de provincie Overijssel en enkele medewerkers afkomstig van andere gebiedspartners die in het gebiedsteam werkzaam zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betrokken partijen, brengen hun kennis en ervaring in voor aanpak van de opgaven het algemeen belang en niet voor een specifiek belang of als belangenbehartiger van hun organisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedstafel: het overleg van overheden en organisaties met een belang bij het gebied als geheel als het gaat om het komen tot (gebiedsgerichte) oplossingen voor de transitie van het landelijk gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">PPLG-deelgebied: één van de zes deelgebieden waarin de provincie in het kader van het PPLG is onderverdeeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-472\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie samen met inwoners, bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties op zoek gaan naar oplossingen voor de transitie van het landelijk gebied die passen bij de PPLG-deelgebieden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-473\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verstrekt voor de inzet van gebiedspartners in een gebiedsteam voor de GGA.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: de inzet van gebiedspartners is ten behoeve van een gebiedsteam van één van de volgende GGA-gebieden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Noordwest-Overijssel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vechtdal;</p>\n<p class=\"lf-p\">Salland;</p>\n<p class=\"lf-p\">West-Twente;</p>\n<p class=\"lf-p\">Noordoost-Twente;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zuidoost-Twente. de inzet van uren is afgestemd met de overige gebiedspartners die als aanvrager zijn genoemd. De betrokken gebiedspartners hebben overeenstemming bereikt over de inzet van het per gebied beschikbaar gestelde maximale bedrag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-474\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is:</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Natuur en Milieu Overijssel, Landschap Overijssel, Overijssels Particulier Grondbezit, LTO Noord afdeling Overijssel, Coöperatieve Agrarisch Natuur Collectief Midden Overijssel, Coöperatie Gebiedscollectief Noordoost-Twente U.A., Coöperatieve Agrarisch Natuur Collectief Noordwest Overijssel U.A.; [vervallen] VNO-NCW Midden, Bouwend Nederland, Transport en Logistiek Nederland, MKB Nederland regio Zwolle; een Overijsselse gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-475\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De eigen personeelskosten en de personeelskosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De kosten van de activiteiten die zijn uitgevoerd voordat de aanvraag is ontvangen zijn wel subsidiabel, maar alleen als de activiteit na 1 juli is uitgevoerd. Artikel 1.2.8 onderdeel a is niet van toepassing.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Indien het Rijk een regeling openstelt voor financiële tegemoetkoming voor de ureninzet van gemeenten in het kader van het Nationaal Programma Landelijk Gebied, dan komen die uren vanaf de datum van inwerkingtreding van de Rijksregeling niet meer in aanmerking voor subsidie op grond van deze subsidieregeling.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-476\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie geldt voor: de subsidieperiode van 1 januari 2024 tot en met 30 juni 2024; of de subsidieperiode van 1 juli 2024 tot en met 31 december 2024.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie per gebied is maximaal 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van: € 120.000,- exclusief Btw voor de subsidieperiode 1 januari 2024 tot en met 30 juni 2024; € 100.000,- exclusief Btw voor de subsidieperiode 1 juli 2024 tot en met 31 december 2024.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-477\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier ‘Samenwerking Provinciaal Programma Landelijk Gebied Overijssel’</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-478\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.8</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er geldt een subsidieplafond voor:</p>\n<p class=\"lf-p\">1 januari 2024 tot en met 30 juni 2024;</p>\n<p class=\"lf-p\">1 juli 2024 tot en met 31 december 2024.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-479\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.9</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4710\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.10</span><span class=\"lf-art-t\">Geen staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt niet gezien als staatssteun.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4711\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.11</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieregeling vervalt op 31 december 2024 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.8Groene schoolpleinen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-481\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van de begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel wordt een vaker voorkomend begrip uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groen schoolplein: een natuurlijke speel- en leeromgeving. Een groen schoolplein voldoet aan minimaal 8 van de 11 doelen zoals opgenomen in Bijlage 1.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-482\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het versterken van de relatie tussen natuur en mensen. Dit door basisscholen te ondersteunen bij het aanleggen van groene schoolpleinen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-483\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verleend voor de volgende activiteiten om groene schoolpleinen te ontwerpen en te realiseren: deskundige procesbegeleiding; het ontwerpen van een groen schoolplein; of de gehele of gedeeltelijke aanleg van een groen schoolplein.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het groene schoolplein wordt gerealiseerd op basis van een ontwerp. Het ontwerp is of wordt opgesteld door of in samenwerking met: een deskundige zoals opgenomen op www.groeneschoolpleinenoverijssel.nl; een deskundige op het gebied van speelnatuur. De deskundigheid wordt aangetoond door minimaal twee referentieprojecten op het gebied van speelnatuur; een deskundige, waarbij de deskundigheid wordt aangetoond door middel van het ingediende ontwerp.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het ontwerp en het aanleggen van een groen schoolplein heeft een minimale begroting van € 17.500,-. De begroting voldoet aan de volgende voorwaarden: in de begroting wordt minimaal €7.500,- begroot voor de aankoop en aanleg van groen, inclusief voorbereidende grondwerkzaamheden; alleen kosten die nog gemaakt moeten worden, mogen worden opgevoerd. kosten van speeltoestellen zoals een houten klimrek of wipkip, worden niet opgevoerd; eventuele kosten voor een speelaanleiding, zoals een klimboom of waterpomp, mogen worden opgevoerd; niet groene onderdelen, zoals het plaatsen van tegels, worden alleen opgevoerd als deze nodig zijn voor het groene schoolplein.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De activiteiten die niet voor de subsidie in aanmerking komen zijn: reguliere herstel of onderhoudswerkzaamheden van het betreffende schoolplein.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-484\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is een basisschool in Overijssel of een koepelorganisatie in Overijssel die aanvraagt voor een basisschool.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-485\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie is een vast bedrag per schoolplein en een vast bedrag per aangeplante boom. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-486\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie is een vast bedrag van € 10.000,- per schoolplein en per schoollocatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvullende subsidie is een vast bedrag van € 100,- per aangeplante boom. Alleen bomen die op moment van aanplanten een minimale stamomtrek, op 1 meter hoogte, van minimaal 8-10 centimeter hebben komen voor de subsidie in aanmerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-487\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.7</span><span class=\"lf-art-t\">Eigen bijdrage</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De eigen bijdrage van de school of van derden aan het ontwerp of de realisatie van het groene schoolplein is minimaal € 7.500,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Inzet van uren door vrijwilligers is subsidiabel. In de begroting en het dekkingsplan mag die inzet opgenomen worden voor maximaal € 15,- per uur tot een maximum bedrag van € 3.500,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-488\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager maakt gebruik van het aanvraagformulier Groene schoolpleinen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.[vervallen] 4.De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in: foto’s van het schoolplein voor de vergroening; als dat beschikbaar is, het ontwerp van het groene schoolplein; twee referentieprojecten van speelnatuur, als de deskundige niet is opgenomen in de lijst van groene ondersteuners op de site www.groeneschoolpleinenoverijssel.nl een offerte van de aanleg van het groene schoolplein als deze beschikbaar is of een kostenraming;</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Als een basisschool meerdere pleinen op 1 locatie heeft, kan er maximaal 1 aanvraag worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Als een basisschool meerdere locaties heeft met elk een eigen plein, kan er per locatie maximaal 1 aanvraag worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Als meerdere basisscholen van verschillende koepelorganisaties een plein delen, kan per basisschool maximaal 1 aanvraag worden ingediend. Voor elke basisschool geldt de voorwaarde voor de eigen bijdrage zoals genoemd in artikel 4.8.8. Per basisschool wordt een aparte begroting ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Er mag geen aanvraag worden ingediend voor alleen deskundige procesbegeleiding of voor alleen het ontwerp van een groen schoolplein.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.Voor het betreffende schoolplein of schoollocatie kan maximaal 1 keer subsidie aangevraagd worden op basis van deze subsidieregeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-489\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.9</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregelging</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2022 tot en met 2024.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4810\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht: kennis te delen met andere scholen als daar om wordt gevraagd; het groene schoolplein na aanleg minimaal 5 jaar in stand te houden; met de aanleg van het groene schoolplein binnen 12 maanden na subsidieverlening te starten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4811\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.11</span><span class=\"lf-art-t\">Geen staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt niet gezien als staatssteun.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4812\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.12</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2025 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1 Omschrijving van een groen schoolplein, bij 4.8 Groene schoolpleinen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een groen schoolplein is een natuurlijke speel- en leeromgeving met veelal de volgende kenmerken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een groen schoolplein biedt een rijk speel- en leerlandschap waar zowel ruimte is voor kinderen om vrij te spelen als voor natuur om zich te ontwikkelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minimaal 50% van de bespeelbare oppervlakte van de schoolomgeving heeft een natuurlijk karakter. We maken onderscheid tussen groen oppervlak (gras, struiken en bomen), onthard oppervlak (boomsnippers, zand) en verhard oppervlak (tegels).</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn verschillende vormen van groen te onderscheiden, zoals: speelgroen (spelen in en met groen), educatief groen, eet- en ruikgroen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een groen schoolplein is ingericht met (vooral) natuurlijke duurzame materialen, waarbij hergebruik van materialen voorop staat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beplanting op een groen schoolplein is bij voorkeur inheems, geschikt bij de natuurlijke omstandigheden van die plek en biedt seizoensvariatie. Waar mogelijk biedt de beplanting en inrichting mogelijkheden voor verbeteren van condities voor aandachtsoorten van Overijssel. Overzicht van de aandachtsoorten is te vinden op www.overijssel.nl/subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inrichting van het plein draagt bij aan biodiversiteit en aan het voorkomen van wateroverlast en hittestress (groene gevels, groene daken, schaduwbomen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is voor kinderen uitdagende en dynamische natuur te vinden en ze kunnen de natuur van top tot teen ervaren; kinderen van alle leeftijden kunnen grenzen verkennen en aanvaardbare risico’s nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De speelomgeving biedt plek voor rust, natuurbeleving, creatieve vormen van spel en avontuurlijk bewegen. De basis hiervoor ligt in de diversiteit en verscheidenheid van het plein met kenmerken als hoog/laag, nat/droog, schaduw/zon.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kinderen kunnen zowel met abiotische natuur (zoals zand en water) als met levende natuur spelen. Hierdoor ontstaan er mogelijkheden om in het spel te exploreren, te vernieuwen, te verbeelden en te creëren. De aanwezigheid van los natuurlijk materiaal is hiervoor een voorwaarde (denk aan zand, takken, stenen, en dergelijke).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van de buitenruimte is geïntegreerd in het lesprogramma. Naast de mogelijkheden om bijvoorbeeld taal- en rekenlessen te geven op het plein kunnen kinderen ook leren over planten, dieren, weersverschijnselen en natuurlijke materialen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het ontwerp, de aanleg én het onderhoud zijn kinderen, docententeam ouders en buren zo veel mogelijk actief betrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.9Verplaatsing landbouwbedrijfsgebouwen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-491\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurnetwerk Nederland (NNN): een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het doel is om natuurgebieden met elkaar te verbinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelopgave Natura 2000: het uitvoeren van maatregelen voor de bescherming van de natuurwaarden in de Natura 2000 gebieden als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN).</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitwerkingsgebied Ontwikkelopgave Natura 2000: gebieden waar maatregelen genomen moeten worden om natuurwaarden in het nabijgelegen Natura 2000-gebieden te beschermen. Het gebied is als een gebiedscategorie of deelgebied NNN aangegeven op de kaarten die bij de geldende Omgevingsverordening horen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verplaatsing: het demonteren, verhuizen en weer opbouwen van bestaande voorzieningen eventueel gecombineerd met de modernisering van deze voorzieningen dan wel verhoging van de productiecapaciteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-492\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan de bescherming van de natuurwaarden in de Natura 2000 gebieden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-493\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie wordt verleend voor de verplaatsing van een landbouwbedrijfsgebouw in het belang van de Ontwikkelopgave Natura 2000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen zijn: de verhuizing van bestaande voorzieningen, zoals de bedrijfsmiddelen en dieren naar de nieuwe locatie; de opbouw van de bestaande voorzieningen op de nieuwe locatie; het demonteren van de bestaande landbouwbedrijfsgebouwen, alleen als dit in de bedrijfsverplaatsingsovereenkomst met de provincie is opgenomen; extern advies voor de verplaatsing. Het gaat dan om advies voor de voorbereiding van de verplaatsing, advies over het demonteren, de verhuizing en het weer opbouwen en advies over de haalbaarheid van de verplaatsing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden:</p>\n<p class=\"lf-p\">De landbouwonderneming heeft grond in gebruik voor akkerbouw of veeteelt, dat voor een deel gelegen is binnen het Uitwerkingsgebied Ontwikkelopgave Natura 2000. Ook landbouwondernemingen die buiten het Uitwerkingsgebied Ontwikkelopgave Natura 2000 liggen, kunnen verplaatst worden als de verplaatsing een essentiële bijdrage levert aan de Ontwikkelopgave Natura 2000 en in die zin een sleutelpositie inneemt in het kader van de grondverwerving ten behoeve van de Ontwikkelopgave Natura 2000; er is een verplaatsingsovereenkomst gesloten met de provincie Overijssel; de op te bouwen landbouwonderneming moet een levensvatbaar bedrijf betreffen; de opbouw van de landbouwonderneming vindt plaats op een locatie waar de onderneming zonder juridische en feitelijke obstakels kan blijven bestaan in de toekomst; de opbouw vindt plaats binnen 24 maanden na het sluiten van de verplaatsingsovereenkomst met de provincie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-494\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is degene die, op het moment van het sluiten van de verplaatsingsovereenkomst met de provincie, het eigendom, regulier pachtrecht of erfpachtrecht heeft van grond behorend bij een landbouwonderneming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-495\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing en aanvullend daarop geldt: als sprake is van interne loonkosten van de aanvrager dan geldt een uurtarief van € 40,-. Artikel 1.2.6 lid 1 onderdeel a is van toepassing. voor de advieskosten geldt een maximaal uurtarief van € 90,-. Dit is een afwijking van artikel 1.2.7 lid 6. de overdrachtsbelasting die in verband met opbouw eventueel is verschuldigd is subsidiabel; de onvoorziene kosten voor de opbouw zijn wel subsidiabel tot een maximum van 15% van de totale opbouwkosten. Dit is een afwijking van artikel 1.2.8 onderdeel f.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De kosten die niet voor de subsidie in aanmerking komen zijn: kosten voor het saneren van de bodem; fiscale claims, met uitzondering van de hiervoor genoemde overdrachtsbelasting; kosten die gefinancierd zijn op grond van een Rood voor Rood-regeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-496\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voor het advies en de verhuizing is maximaal 100% van de subsidiabele kosten 2.De subsidie voor het advies en de verhuizing is maximaal € 100.000,- per landbouwonderneming.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidie voor de opbouw is maximaal 100% van het verschil tussen: de waarde en eventuele investeringskosten van installaties en bedrijfsgebouwen op de nieuwe locatie exclusief de bedrijfswoning en de ondergrond en inclusief de sloop van niet bruikbare bedrijfsgebouwen op de nieuwe locatie, en de waarde van installaties en bedrijfsgebouwen, exclusief de bedrijfswoning en de ondergrond op de te verlaten locatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beide waarden worden vastgesteld door middel van een in opdracht van de provincie uitgevoerde taxatie. Sloopkosten van de niet bruikbare bedrijfsgebouwen op de nieuwe locatie zullen tegen maximaal € 25,- per m2 te slopen bedrijfsgebouw opgevoerd kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De subsidie voor de opbouw is maximaal € 400.000,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De subsidie voor de demontage is € 25,- per m2 te slopen bedrijfsgebouw tot een maximum van € 100.000,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De subsidie en het aankoopbedrag van het te verplaatsen bedrijf kan nooit meer bedragen dan de hoogte van een volledige schadeloosstelling op grond van de Omgevingswet als het fictieve uitgangspunt gehanteerd zou worden dat het landbouwbedrijf in reconstructie zou worden gebracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-497\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Verplaatsing landbouwbedrijfsgebouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager levert aanvullend een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in: een topografische kaart met een schaal van 1:10.000 waarop de ligging en oppervlakte van de te verplaatsen onderneming en de bijbehorende gronden, en ook de plaats van hervestiging zijn aangegeven. Als deze plaats ten tijde van de aanvraag nog niet bekend is, stuurt de aanvrager de provincie Overijssel per ommegaande een topografische kaart met een schaal van 1:10.000 waarop de plaats van hervestiging is aangegeven een investeringsbegroting van de nieuwe bedrijfslocatie opgesteld door een onafhankelijk deskundige, waaruit ook de financiële haalbaarheid van de investering blijkt; een plan van uitvoering van de werkzaamheden met een daaraan gekoppelde tijdsplanning; kopieën van de al aanwezige vergunningen voor de opbouw van het nieuw te vestigen landbouwbedrijf; als gebruik is gemaakt van een Rood voor Rood regeling: de stukken waaruit blijkt dat de Rood voor Rood aanvraag niet betrekking had op dezelfde kosten als waarvoor nu subsidie wordt aangevraagd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-498\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.8</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2022 tot en met 2026.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-499\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidieontvanger is verplicht binnen 24 maanden na het sluiten van de bedrijfsverplaatsingsovereenkomst met de provincie, het landbouwbedrijf op de nieuwe locatie op te bouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als door aantoonbare overmacht de opbouw van een volwaardig bedrijf op de nieuwe locatie binnen de in de verleningsbeschikking opgenomen termijn niet mogelijk is kan de termijn voor opbouw verlengd worden met maximaal 24 maanden. De opbouw zal na verlenging nooit later zijn dan 16 maanden na het krijgen van de benodigde vergunningen voor de opbouw van het landbouwbedrijf. Onder overmacht wordt in ieder geval verstaan: de situatie waarbij aantoonbaar meerdere serieuze onderhandelingen over een nieuwe locatie niet succesvol zijn geweest; ofwel de situatie waarbij het traject voor het verkrijgen van de benodigde vergunningen door onvoorziene en niet verwijtbare omstandigheden langere tijd in beslag neemt dan voorzien bij het afsluiten van de overeenkomst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4910\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.10</span><span class=\"lf-art-t\">Staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voldoet aan artikel 16 van de LVV.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als de verplaatsing van het landbouwbedrijfsgebouw bestaat uit het demonteren, verhuizen en weer opbouwen van bestaande voorzieningen, mag de steunintensiteit niet hoger zijn dan 100% van de reële kosten van die werkzaamheden. Wanneer de verplaatsing naast het bedoelde demonteren, verhuizen en weer opbouwen van bestaande voorzieningen leidt tot een modernisering van deze voorzieningen of een verhoging van de productiecapaciteit, gelden voor de kosten van de modernisering van de voorzieningen of de verhoging van de productiecapaciteit de steunintensiteiten voor investeringen als bedoeld in artikel 14, leden 12 tot en met 15, van de LVV. Dit is maximaal 65% van de subsidiabele kosten, met eventueel een ophoging tot 80%. Voor de toepassing van dit lid geldt dat alleen de vervanging van een bestaand gebouw of van bestaande voorzieningen door een nieuw, modern gebouw of nieuwe, moderne voorzieningen waarbij de betrokken productie of technologie in de basis niet wordt gewijzigd, niet wordt gezien als modernisering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4911\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.11</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2026 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10 Opstellen plan voor Streekeigen Landschapsbeheer [vervallen] 4.11Stimuleren kleinschalig Streekeigen Landschapsbeheer [Vervallen] 4.12Ecologisch bermbeheer gemeenten [Vervallen] 4.13Iedereen een boom- grootschalige boomaanplant [Vervallen] 4.14Gemeentelijk soortenmanagementplan voor natuurvriendelijk isoleren</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4141\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.14.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermde soorten: vogels en in het wild levende dieren die op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g van de Omgevingswet in samenhang met de artikelen 11.37, 11.46 en 11.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving beschermd zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsvergunning: door Gedeputeerde Staten te verstrekken vergunning voor de verboden, die genoemd zijn in de artikelen 11.37, 11.39 lid 1, 11.46, 11.47, lid 1 aanhef en onder sub b en 11.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Het gaat om een vergunning voor overtredingen in een (groter) plangebied, waarbij maatregelen worden getroffen om het functioneel leefgebied van de beschermde soorten te versterken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurvriendelijk isoleren: het energiebesparend isoleren van de thermische schil van gebouwen in de gebouwde omgeving, met inbegrip van het plaatsen van zonnepanelen op gebouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pré-SMP-methodiek: een werkwijze die voorziet in de bescherming van groepen gebouw-bewonende soorten met de bijbehorende compenserende maatregelen en natuurvriendelijk isoleren van gebouwen gedurende het opstellen van een soortenmanagementplan (SMP). Een pre-SMP kan gebruikt worden als ecologische onderbouwing voor een tijdelijke gebiedsvergunning. De methodiek is uitgewerkt in het provinciaal Beleidskader Natuurvriendelijk isoleren onder het pré-soortenmanagementplan. Dit beleidskader is te vinden op Externe link:www.overijssel.nl/natuurvriendelijkisoleren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Soortenmanagementplan (hierna: SMP): een beleidsplan gericht op het versterken van de staat van instandhouding van beschermde soorten binnen een gemeente of enkele gemeenten. Het berust op ecologisch onderzoek, dat wordt opgesteld met als doel het dienen als onderbouwing voor het aanvragen van een vergunning van een verbod ten aanzien van beschermde soorten of hun voorplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren en voor het versnellen van de energiebesparende isolatie van de thermische schil van gebouwen in de gebouwde omgeving. Het betreft een plan voor ten minste de hele bebouwde kom in een gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4142\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.14.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie de leefomgeving van bedreigde diersoorten herstellen. Dit door gemeenten een soortenmanagementplan (SMP) op te laten stellen en tot dit plan klaar is, gemeenten te stimuleren gebruik te maken van de pré-SMP-methodiek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4143\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.14.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt verstrekt voor de volgende activiteiten: het deelnemen aan de pré-SMP-methodiek en het voorbereiden, opstellen, implementeren, uitvoeren en monitoren van een SMP; of het voorbereiden, opstellen, implementeren, uitvoeren en monitoren van een SMP.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het SMP voldoet aan de volgende voorwaarden: het SMP dient als ecologische onderbouwing voor een gebiedsvergunning. het SMP is erop gericht dat in ieder geval alle eigenaren van bestaande gebouwen, in minimaal de hele bebouwde kom van de betreffende gemeente gedurende 10 jaar gebruik kunnen maken van de beoogde gebiedsvergunning bij het isoleren van hun woning. het SMP mag opgesteld zijn na 1 januari 2022. Dit is een afwijking van artikel 1.2.3; het SMP bevat in elk geval de volgende informatie: beschrijving van de geplande activiteiten en de gebruikers van de gebiedsvergunning; uitleg om welke verbodsbepalingen en om welke beschermde soorten het SMP gaat; onderbouwing van het wettelijk belang; onderbouwing van de alternatieve afweging; resultaten van een gebied dekkend (ecologisch) onderzoek; kansen- en knelpuntenanalyse voor voorkomende soorten; effectbepaling; mitigatie- en compensatieplan met beperkingen om soorten te beschermen en leefgebieden te versterken; monitoringsplan en bijsturing; managementplan voor beheersing en administratie.</div>\n<p class=\"lf-p\">Deze punten worden in de Handreiking soortenbescherming Overijssel toegelicht. Deze is op te vragen bij het Overijssel Loket: Externe link:Loket - Loket provincie Overijssel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4144\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.14.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is een Overijsselse gemeente of een Overijsselse gemeente die optreedt als aanvrager namens meerdere Overijsselse gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4145\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.14.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>[vervallen] 2. De kosten van de activiteiten die zijn uitgevoerd voordat de aanvraag is ontvangen zijn wel subsidiabel, maar alleen als de activiteit is uitgevoerd na 1 januari 2022. Artikel 1.2.8 onderdeel a is niet van toepassing.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4146\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.14.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie is maximaal 100% van de subsidiabele kosten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie voor het deelnemen aan de pré-SMP-methodiek is maximaal € 70.000,-.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De subsidie voor het opstellen van een SMP is maximaal het bedrag dat voor de betreffende gemeente is opgenomen in de Projectenlijst SMP, bijlage 1bij deze regeling. Dit bedrag is exclusief btw.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4147\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.14.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een aanvraag voor subsidie kan het hele jaar worden ingediend.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier ‘Gemeentelijke soortenmanagementplannen voor natuurvriendelijk isoleren’ 3. De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in: [vervallen] de offerte-uitvraag van de gemeente aan het ecologisch adviesbureau; een kaart van het gebied waar het SMP betrekking op heeft. Als het een digitale kaart is dan moet het bestand voldoen aan de voorwaarden als opgenomen in de Eisen van Levering Geografische Informatie die te vinden is op regelen.overijssel.nl: Loket - Loket provincie Overijssel 4. [vervallen] 5. De gemeente kan vaker een aanvraag indienen, tot maximaal € 70.000,- voor het pré-SMP en maximaal het bedrag uit de projectenlijst voor het SMP voor de betreffende gemeente.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4148\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.14.8</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2023 tot en met 2025.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4149a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.14.9a</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht: binnen uiterlijk 2 jaar na subsidieverlening, maar voor 31 december 2027, het SMP vast te stellen en op basis daarvan een aanvraag in te dienen voor een gebiedsvergunning voor ten minste de bebouwde kom van de betreffende gemeente. Bij deelname aan de pré-SMP methodiek is de termijn die is gesteld in de gebiedsvergunning die is verleend op grond van de pré-SMP leidend en dit kan dus leiden tot een kortere periode dan 2 jaar; [vervallen] in geval van subsidie voor pré-SMP een aanvraag voor een tijdelijke vergunning op basis van een pre-SMP in te dienen, uiterlijk binnen 1 week na het indienen van de aanvraag voor subsidieverlening op basis van deze subsidieregeling; de voor het SMP verzamelde ecologische gegevens in te voeren in de Nationale Databank Flora en Fauna. Deze is te vinden op Nationale Databank Flora en Fauna (ndff.nl).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4149b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.14.9b</span><span class=\"lf-art-t\">Sisa-verantwoording</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De financiële verantwoording van de gemeente loopt volgens de Sisa-verantwoording. Artikel 1.2.22 is van toepassing. De verantwoording wordt ingediend onder Sisa-code C117 en C117B.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41410\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.14.10</span><span class=\"lf-art-t\">Geen staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie van de provincie aan een gemeente levert geen staatssteun op.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41411\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.14.11</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2025 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1 Projectenlijst SMP Gemeente Almelo: € 256.847;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Borne: € 123.857;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Dalfsen: € 146.217;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Deventer: € 318.083;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Enschede: € 465.175;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Haaksbergen: € 129.856;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Hardenberg: € 240.720;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Hellendoorn: € 177.692;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Hengelo: € 311.383;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Kampen: € 199.507;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Losser: € 129.077;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Oldenzaal: € 157.981;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Ommen: € 109.756;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Raalte: € 169.823;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Staphorst: € 100.017;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Tubbergen: € 112.483;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Wierden: € 131.882;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Zwolle: € 363.037;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Twenterand: € 149.022;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Steenwijkerland: € 190.625;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Hof van Twente: € 173.875;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Rijssen-Holten: € 160.241;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Olst-Wijhe: € 112.639;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Dinkelland: € 142.711;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Zwartewaterland: € 117.391.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.15Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4151\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.15.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van de begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel worden veel voorkomende begrippen uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland (IBP-VP): samenwerkingsafspraken ‘Naar een Vitaal Platteland’ die in juli 2018 getekend zijn door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen (Kamerstukken II 2018/19, 33 576, NR. 137) en de activiteiten op grond van die afspraken;</p>\n<p class=\"lf-p\">IBP-VP gebiedsplan: een plan waarin staat aangegeven op welke wijze invulling gegeven wordt aan een samenhangende, gebiedsgerichte aanpak in een van de gebieden, waar het Interbestuurlijk programma ‘Naar een Vitaal platteland’ zich op richt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Project: een project dat is opgenomen in de projectenlijst en dat bijdraagt aan de opgaven van het betreffende gebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">Projectenlijst: de Projectenlijst zoals opgenomen in het IBP-VP-gebiedsplan Veedicht gebied Salland Twente, deelgebied Twente dan wel het IBP-VP-gebiedsplan Veenweide Noordwest Overijssel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4152\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.15.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het welzijn en de welvaart in het landelijk gebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4153\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.15.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verleend voor activiteiten die zijn opgenomen in de Projectenlijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De activiteiten mogen gestart zijn na 1 maart 2019. Dit is een afwijking van artikel 1.2.3.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4154\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.15.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is de aanvrager van het desbetreffende project zoals dat is opgenomen in de Projectenlijst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4155\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.15.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie is een vast bedrag per project. Artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De kosten van de activiteiten die zijn uitgevoerd voordat de subsidieaanvraag is ontvangen zijn wel subsidiabel, maar alleen als de activiteit zijn uitgevoerd na 1 maart 2019 en voor 31 december 2023 voor het IBP-VP-gebiedsplan Veedicht gebied Salland-Twente, deelgebied Twente, dan wel 31 december 2025 voor het IB-VP-gebiedsplan Veenweide Noordwest-Overijssel. Artikel 1.2.8 onderdeel a is niet van toepassingDe.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Lid 2 geldt niet als sprake is van staatssteun.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4156\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.15.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie is maximaal 100% van het bedrag dat voor het betreffende project is opgenomen in de Projectenlijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als de aanvrager een gemeente is, dan wordt het bedrag zoals genoemd in lid 1 verminderd met de vooraf geraamde compensabele Btw zoals is opgenomen in de projectenlijst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4157\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.15.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidieaanvraag kan het hele jaar worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager maakt gebruik van het aanvraagformulier Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager levert aanvullend een projectplan in waarin de activiteiten, planning en begroting van de kosten is opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De aanvrager hoeft geen begroting en dekkingplan in te leveren volgens het format van de provincie. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4158\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.15.8</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2022 tot en met 2025.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Er geldt een deelplafond voor: projecten Veenweide Noordwest Overijssel (Weerribben-Wieden); projecten Veedicht gebied Salland-Twente, deelgebied Twente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4159\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.15.9</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het voorschot is maximaal 80% van de verleende subsidie. Dit is een afwijking van artikel 1.2.18 lid 1.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41510\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.15.10</span><span class=\"lf-art-t\">Sisa-verantwoording</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De financiële verantwoording van gemeenten en openbare lichamen op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen loopt volgens de Sisa-verantwoording. Artikel 1.2.22 is van toepassing. De verantwoording wordt ingediend onder Sisa-code L7B als het gaat om IBP-VP-gebiedsplan Veenweide Noordwest Overijssel en L7-2B als het gaat om Veedicht gebied Salland-Twente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.15.11</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht om in het geval een project gaat wijzigen ten opzichte van de Projectenlijst dit vooraf ter advisering voor te leggenaan het Programmateam van het IBP-VP-gebiedsplan Veenweide Noordwest Overijssel, of het Ambtelijk Kernteam van het IVP-VP-gebeidsplan Veedicht gebied Salland-Twente, deelgebied Twente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41512\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.15.12</span><span class=\"lf-art-t\">Staatssteun</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Rekening houdend met de in artikel 4.15.6 genoemde maximale overheidsbijdragen kan de totale subsidie maximaal 100% van de kosten zijn. Dat zal alleen het geval zijn als sprake is van subsidie die voldoet aan artikel 38 LVV, fundamenteel onderzoek of een combinatie met een subsidiabele activiteit die geen staatssteun oplevert 2. De subsidie voor een onderzoek of pilotproject wordt verleend onder artikel 25 van de AGVV of artikel 22 of 38 van de LVV.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Een pilotproject kan bestaan uit fundamenteel of industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling, een haalbaarheidsonderzoek of een combinatie ervan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De totale overheidsbijdrage voor de dekking van de kosten is op grond van artikel 25 AGVV lid 5, 6 en 7 maximaal:</div>\n<p class=\"lf-p\">100% voor fundamenteel onderzoek;</p>\n<p class=\"lf-p\">80% voor industrieel onderzoek;</p>\n<p class=\"lf-p\">60% voor experimentele ontwikkeling;</p>\n<p class=\"lf-p\">70% voor een haalbaarheidsstudie 5. Op grond van artikel 22 LVV geldt dat voor advies dat door dienstverleners wordt verstrekt aan een enkele begunstigde die actief is in de primaire landbouwproductie, het totale steunbedrag van de overheid beperkt is tot 100% van de in aanmerking komende kosten, met een maximumbedrag van € 25.000,- per drie jaar. Dit geldt niet als sprake is van advies zoals genoemd in artikel 22 lid 4 van de LVV. Bij advies aan een enkele begunstigde die actief is in de verwerking en de afzet van landbouwproducten, is het steunbedrag beperkt tot 100% van de in aanmerking komende kosten, met een maximumbedrag van € 200.000,- per drie jaar. Dit geldt niet voor kosten op grond van artikel 22 lid 4 van de LVV.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Als de subsidie rechtstreeks aan een organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding wordt toegekend dan is de maximale overheidsbijdrage voor de dekking van de kosten 100% op basis van artikel 38 LVV en alleen als de onderzoeksresultaten kosteloos beschikbaar worden gesteld op het internet.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Als de subsidie niet voldoet aan artikel 25 AGVV of artikel 22 of 38 van de LVV, dan wordt de subsidie alleen verleend als de subsidie voldoet aan de Algemene de-minimisverordening of de De-minimisverordening Landbouw.</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.15.12</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2025 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.16Iedereen een boom - kleinschalige aanplant [Vervallen] 4.17Aanpak van invasieve exoten 2.0</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4171\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.17.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van de begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvoerende watergangen: watergangen die met Natura 2000-gebieden in verbinding staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hybriden: vruchtbare kruisingen van invasieve exoten met inheemse soorten, waardoor oorspronkelijke eigenschappen van inheemse soorten verdwijnen. Enkele voorbeelden zijn kruisingen tussen een Edelhert en een Sikahert, een kruising tussen een Witkopeend en een Rosse stekelstaart en een kruising tussen een Italiaanse kamsalamander en een Kamsalamander.</p>\n<p class=\"lf-p\">Invasieve exoten: planten of dieren die niet zelfstandig, maar enkel door menselijk handelen, Nederland hebben kunnen bereiken en die grote schade toebrengen aan inheemse soorten of risico’s opleveren voor humane of veterinaire gezondheid, hoogwaterveiligheid, hydrologie of economie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Invloedsgebieden van N2000: aanvoerende watergangen of direct naastgelegen percelen buiten Natura 2000-gebieden, als vanuit deze plekken infectiebronnen van invasieve exoten richting een N2000-gebied bestaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Natura 2000-gebieden (hierna: N2000-gebieden): de in bijlage 2 opgenomen gebieden in Overijssel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurnetwerk Nederland (NNN): een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuurvoorrang heeft. Het doel is om natuurgebieden met elkaar te verbinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwijderen: het volledig bestrijden of zo goed mogelijk terugdringen (beheersen) van invasieve exoten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4172\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.17.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie Overijssel de verwijdering van aangewezen invasieve exoten stimuleren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4173\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.17.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verleend voor de verwijdering van invasieve exoten en de hybriden daarvan: die opgenomen zijn in bijlage 1A en die worden verwijderd buiten de begrenzing van N2000-gebieden, buiten de invloedsgebieden van N2000 en buiten het NNN; die opgenomen zijn in bijlage 1B en die worden verwijderd binnen het NNN, maar niet binnen N2000-gebieden en niet in de invloedsgebieden van N2000; die opgenomen zijn in bijlage 1B en die worden verwijderd binnen de begrenzing van N2000-gebieden of de invloedsgebieden van N2000, waarvan de aanpak niet past binnen het reguliere beheer, zoals weergegeven in de beheerplannen van het betreffende N2000-gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De volgende activiteiten die met de verwijdering van de aangewezen soorten te maken hebben komen in aanmerking voor de subsidie: de coördinatie van vrijwilligers en de coördinatie van extern in te huren bestrijders; het inventariseren van het plangebied, zodat een goede kostenraming gemaakt kan worden; het opstellen van een uitvoeringsplan voor de aanpak van de invasieve exoot of exoten; het feitelijk verwijderen van de invasieve exoot of exoten, vervoer en vernietiging, verbranding of vergisting en de schoonmaak van apparatuur als dat nodig is om verdere verspreiding van de invasieve exoot te voorkomen; het voorbereiden, opstellen of uitvoeren van communicatieve activiteiten of communicatieve producten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De verwijdering van een invasieve exoot of hybride daarvan voldoet aan de volgende voorwaarden: het vindt plaats in Overijssel; het gebeurt zonder biologische of chemische bestrijdingsmiddelen, tenzij Gedeputeerde Staten vinden dat er geen andere verwijderingsmethoden kunnen worden toegepast. Daarbij moet de aanvrager aantonen dat de inzet van deze biologische of chemische middelen binnen de daarvoor geldende wettelijke kaders valt; de toegepaste verwijderingsmethoden zijn verantwoord en aantoonbaar effectief. Dit houdt in dat er geen goedkopere en even verantwoorde en effectieve alternatieve verwijderingsmethode bekend en beschikbaar is en dat een eventuele ecologische schade zo klein mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Met het opstellen van een uitvoeringsplan mag voor ontvangst van de subsidieaanvraag al gestart zijn. Dit is een afwijking van artikel 1.2.3.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4174\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.17.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is een gemeente, een waterschap, een Terreinbeherende Organisatie, een stichting of een vereniging, een BV, een NV, maatschap, vof of een particuliere grondeigenaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4175\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.17.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Voor personeelskosten geldt een uurtarief van € 40,-. Artikel 1.2.6 lid 1 onderdeel a is van toepassing.;</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Alleen reiskosten van vrijwilligers zijn subsidiabel met een maximum van € 0,19 per km.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De kosten van het inventariseren van het plangebied zijn maximaal 20% van de totale subsidiabele kosten per subsidieaanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De kosten voor het opstellen van een uitvoeringsplan zijn wel subsidiabel, maar alleen als deze kosten toe te rekenen zijn aan de uitvoering van de verwijdering binnen 6 maanden na subsidieverlening. Artikel 1.2.8 onderdeel a is niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Voor de feitelijke verwijdering geldt dat alleen de kosten van derden subsidiabel zijn. Artikel 1.2.7 is van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4176\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.17.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie is voor de verwijdering van invasieve exoten en de hybriden van invasieve exoten die worden verwijderd binnen of buiten het NNN, maar buiten de begrenzing van de N2000-gebieden en invloedsgebieden van N2000. Het gaat hier dus om de activiteiten die zijn opgenomen in artikel 4.17.3 lid 1 onderdelen a en b. Daarvoor bedraagt de subsidie: maximaal 75% van de subsidiabele kosten; en maximaal € 50.000,- per subsidieaanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie voor de verwijdering van invasieve exoten en de hybriden van invasieve exoten die worden verwijderd binnen de begrenzing van de N2000-gebieden en binnen de invloedsgebieden van N2000. Het gaat hierbij om de activiteiten als genoemd in artikel 4.17.3 lid 1 onderdeel c. Daarvoor bedraagt de subsidie: maximaal 100% van de subsidiabele kosten; en maximaal € 100.000,- per subsidieaanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Voor de subsidie voor het opstellen van een uitvoeringsplan voor de aanpak van de invasieve exoot of exoten geldt aanvullend dat de subsidie maximaal € 5.000,- per subsidieaanvraag is.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De subsidie voor het voorbereiden, opstellen of uitvoeren van communicatieve activiteiten of communicatieve producten is maximaal € 1.000,- per subsidieaanvraag.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4177\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.17.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidieaanvraag kan het hele jaar worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager maakt gebruik van het aanvraagformulier Aanpak van Invasieve Exoten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De aanvrager levert aanvullend een plan van aanpak in waarin is opgenomen: een planning; een topografische overzichtskaart; en een detailkaart waarop te zien is waar de verwijdering van welke invasieve exoot of hybride(n) daarvan, plaats zal vinden en op welke wijze wordt ingezet op een duurzaam resultaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Een aanvrager kan maximaal één keer per jaar subsidie aanvragen. Waterschappen, Terreinbeherende Organisaties, -stichtingen, -verenigingen en landgoedeigenaren kunnen twee keer per kalenderjaar een subsidieaanvraag indienen zowel buiten als binnen de N2000-gebieden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4178\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.17.8</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond geldt voor: de jaren 2022 en 2023; het jaar 2024.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Er geldt een deelplafond voor: de verwijdering van invasieve exoten en de hybriden van invasieve exoten binnen of buiten NNN, maar buiten de begrenzing van de N2000-gebieden en invloedsgebieden van N2000-gebieden. Het gaat hierbij om activiteiten die zijn opgenomen in artikel 4.17.3. lid 1 onderdelen a en b. de subsidie voor de verwijdering van invasieve exoten en de hybriden van invasieve exoten binnen de begrenzing van de N2000-gebieden en binnen de invloedsgebieden van N2000. Het gaat hierbij dus om, de activiteiten als genoemd in artikel 4.17.3 lid 1 onderdeel c.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4179\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.17.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplichtde activiteiten binnen 6 maanden na subsidieverlening te starten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4179a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.17.9a</span><span class=\"lf-art-t\">Sisa-verantwoording</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als sprake is van een subsidie aan een gemeente voor beheersing en bestrijding binnen N2000, dan loopt de financiële verantwoording volgens de Sisa-verantwoording. Artikel 1.2.22 is van toepassing. De verantwoording wordt ingediend onder Sisa-code L16B.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41710\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.17.10</span><span class=\"lf-art-t\">Geen staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41711\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.17.11</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2027 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1A. Soortenlijst subsidieregeling aanpak invasieve exoten Overijssel buiten NNN en buiten de begrenzing van de N2000-gebieden en invloedsgebieden van N2000-gebieden. Het gaat hierbij dus om de activiteiten die zijn opgenomen in artikel 4.17.3. lid 1 onderdeel a, voor onderstaande soorten en hybriden van deze soorten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Cat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Invasieve uitheemse landplanten (terrestrische planten) Verplichte aanpak Europese Unie voor:</p>\n<p class=\"lf-p\">G Fraai lampenpoetsergras (Pennisetum setaceum) G Japans steltgras (Microstegium vimineum) G Amerikaans bezemgras (Andropogon virginicus) G Roze rimpelgras (Ehrharta calycina) G Hoog pampagras (Cortaderia juba) L Japanse klimvaren (Lygodium japonicum) L Ballonrank (Cardiospermum grandiflorum) L Kudzu (Pueraria montana var. lobata) L Oosterse hop (Humulus scandens) L Aziatische boomwurger (Celastrus orbiculatus) K Schijnambrosia (Parthenium hysterophorus) K Perzische berenklauw (Heracleum persicum) K Sosnowsky's berenklauw (Heracleum sosnowskyi) K Reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) K Reuzenbalsemien (Impatiens grandulifera) V Zijdeplant (Asclepias syriaca) V Gewone gunnera (Gunnera tinctoria) V Chinese struikklaver (Lespedeza cuneata) V Struikaster (Baccharis halimifolia) V Wilgacacia (Acacia saligna) V Mesquite (Prosopis juliflora) V Talgboom (Triadica sebifera) V Hemelboom (Ailanthus altissima) V Hakea (Hakea sericea) Aanvullende soorten provincie Overijssel (onmiddellijk gevaar volksgezondheid):</p>\n<p class=\"lf-p\">K Alsem-ambrosia (Ambrosia artimisiifolia) K Zandambrosia (Ambrosia psilostachya) K Driedelige ambrosia (Ambrosia trifida) K Canadese guldenroede (Solidago canadensis) K Late guldenroede (Solidago gigantea) Aanvullende soorten provincie Overijssel (onmiddellijk gevaar biodiversiteit):</p>\n<p class=\"lf-p\">K Penninghertshooi (Hypericum anagalloides) H Trosbosbes (Vaccinium corymbosum) H Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina) H Rimpelroos (Rosa rugosa) H Zwarte appelbes (Aronia x prunifolia) H Pontische (= Europese) rododendron (Rhododendron ponticum) Toelichting categorieën: G=gras, L=klimplant, K=kruidachtige plant (1-/2-jarigen), H=houtachtige plant (heester of boom) Cat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Invasieve uitheemse oever- en waterplanten Verplichte aanpak Europese Unie voor:</p>\n<p class=\"lf-p\">O Smalle theeplant (Gymnocoronis spilanthoides) O Alligatorkruid (Alternanthera philoxerioides) O Moeraslantaarn (Lysichiton americanus) O Kleine waterteunisbloem (Ludwigia peploides) O Waterteunisbloem (Ludwigia grandiflora) O/W Grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides) W Verspreidbladige waterpest (Lagarosiphon major) W Smalle waterpest (Elodea nuttallii) W Parelvederkruid (Myriophyllum aquaticum) W Ongelijkbladig vederkruid (Myriophyllum heterophyllum) W Waterwaaier (Cabomba caroliniana) W Waterhyacint (Eichhornia crassipes) W Grote vlotvaren (Salvinia molesta) W Watersla (Pistia stratiotes) Aanvullende soorten provincie Overijssel (onmiddellijk gevaar biodiversiteit):</p>\n<p class=\"lf-p\">O/W Watercrassula (Crassula helmsii) Toelichting categorieën: O=oeverplant, W=waterplant Invasieve uitheemse zoogdieren Verplichte aanpak Europese Unie voor:</p>\n<p class=\"lf-p\">Indische mangoeste (Herpestes javanicus) Wasbeer (Procyon lotor) Rode neusbeer (Nasua nasua) Amerikaanse voseekhoorn (Sciurus niger) Grijze eekhoorn (Sciurus carolinensis) Pallas' eekhoorn (Callosciurus erythraeus) Thaise eekhoorn (Callosciurus finlaysonii) Axishert (Axis axis) Muntjak (Muntiacus reevesi) Wasbeerhond (Nyctereutes procyonoides) Siberische grondeekhoorn (Tamias sibiricus) Aanvullende soorten provincie Overijssel (onmiddellijk gevaar biodiversiteit):</p>\n<p class=\"lf-p\">Amerikaanse nerts (Neovison vison) Amerikaanse rode eekhoorn (Tamiascurius hudsonicus) Sikahert (Cervus nippon) De Beverrat en Muskusrat ontbreken in deze lijst van invasieve zoogdieren, omdat de bestrijding van deze beide soorten onder verantwoording valt van de waterschappen en hiervoor geen provinciale subsidie aangevraagd kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Invasieve uitheemse vogels Verplichte aanpak Europese Unie voor:</p>\n<p class=\"lf-p\">Huiskraai (Corvus splendens) Treurmaina (Acridotheres tristis) Heilige ibis (Threskiornis aethiopicus) Rosse stekelstaart (Oxyura jamaicensis) Nijlgans (Alopochen aegyptiacus) Invasieve uitheemse reptielen en amfibieën Verplichte aanpak Europese Unie voor:</p>\n<p class=\"lf-p\">Letterschildpadden (Trachemys scripta):</p>\n<p class=\"lf-p\">Geelbuikschildpad (Tr. scripta scripta) Geelwangschildpad (Tr. scripta troostii) Roodwangschildpad (Tr. scripta elegans) Amerikaanse stierkikker (Lithobates catesbeianus, syn. Rana catesbeiana) Afrikaanse klauwkikker (Xenopus leavis) Aanvullende soorten provincie Overijssel (onmiddellijk gevaar biodiversiteit):</p>\n<p class=\"lf-p\">Italiaanse kamsalamander (Triturus carnifex) Marmersalamander (Triturus marmoratus) Springkikker (Rana dalmatina) Russische rattenslang (Elaphe schrenkii) Invasieve uitheemse vissen Verplichte aanpak Europese Unie voor:</p>\n<p class=\"lf-p\">Amoergrondel (Perccottus glenii) Noordelijke slangenkopvis (Channa argus) Oosterse muskietenvis (Gambusia holbrooki) Westerse muskietenvis (Gambusia affinis) Zwarte dwergmeerval (Ameiurus melas) Blauwband (Pseudorasbora parva) Zonnebaars (Lepomis gibbosus) Aanvullende soorten provincie Overijssel (onmiddellijk gevaar biodiversiteit):</p>\n<p class=\"lf-p\">Kesslers grondel (Ponticola kessleri) Marmergrondel (Proterorhinus semilunaris) Pontische stroomgrondel (Neogobius fluviatilis) Zwartbekgrondel (Neogobius melanostomus) Invasieve uitheemse terrestrische invertebraten Verplichte aanpak Europese Unie voor:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aziatische hoornaar (Vespa velutina) Nieuw-Zeelandse landplatworm (Arthurdendyus triangulates) De invasieve uitheemse aquatische invertebraten van de Unielijst zijn in deze bijlage niet vermeld, omdat de bestrijding van deze soorten onder verantwoording van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (op basis van de Visserijwet) en niet van de provincie en hiervoor geen subsidie aangevraagd kan worden. Het gaat om: Gouden mossel (Limnoperna fortune), Chinese wolhandkrab (Eriocheir sinensis) en zes Amerikaanse rivierkreeften: Californische rivierkreeft (Pacifastacus leniusculus), Marmerkreeft (Procambarus virginalis), Rode Amerikaanse rivierkreeft (Procambarus clarkii), Gevlekte Amerikaanse rivierkreeft (Faxonius limosus), Roestbruine Amerikaanse rivierkreeft (Faxonius rusticus) en Geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft (Faxonius virilis).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1B. Soortenlijst subsidieregeling aanpak invasieve exoten Overijssel binnen NNN (inclusief N2000-gebieden en de invloedsgebieden van N2000). Dat wil zeggen voor de activiteiten als genoemd in artikel 4.17.3 lid 1 onderdeel b (NNN) en onderdeel c (N2000 en invloedsgebieden van N2000) Bijlage 1B omvat alle soorten als genoemd in bijlage 1A, inclusief onderstaande soorten en hun hybriden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Extra soorten binnen NNN-gebieden (incl. N2000) Amerikaanse eik (Quercus rubra) Amerikaanse rododendron (Rhododendron catawbiense) Bonte gele dovenetel (Lamium galeobdolon subsp. argentatum) Japanse bamboe (Pseudosasa japonica) Sneeuwbes (Symphoricarpos albus) Stijve zonnebloem (Helianthus laetiflorus) NB. De exotische duizendknopen staan niet op de lijst als soorten waarvan de verwijdering door de provincie Overijssel gesubsidieerd wordt. Reden hiervoor is dat nog onvoldoende zicht is op een juiste wijze van verwijdering. Hier wordt nog veel onderzoek naar verricht. Bovendien verspreiden deze soorten zich langzaam met zaadverspreiding. Het grootste gevaar in verspreiding huist in maaien: dit stimuleert de wortelstokken tot snellere groei in ondergrondse biomassa en afgemaaide stukjes kunnen voor verspreiding van de soorten zorgen. Daarnaast is ook vanwege de hoge kosten van afgraving ervoor gekozen om de prioriteit bij de bestrijding bij bovengenoemde soorten te leggen en de aanpak van exotische duizendknopen in een later stadium te subsidiëren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 2. Natura 2000-gebieden in Overijssel Habitatrichtlijngebieden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aamsveen Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek Bergvennen en Brecklenkampseveld Boetelerveld de Borkeld Buurzerzand-Haaksbergerveen Dinkeldal Engbertsdijksvenen Landgoederen Oldenzaal Lemselermaten het Lonnekermeer Olde maten en Veerslootlanden Punthuizen-Stroothuizen Sallandse Heuvelrug Springendal en Dal van de Mosbeek IJsseluiterwaarden (onderdeel Rijntakken) Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht Vecht en Beneden-Regge de Weerribben de Wieden Wierdense Veld Witte Veen Vogelrichtlijngebieden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ketelmeer Veluwerandmeren Vossemeer Zwarte meer 4.18Uitvoeren Streekeigen Landschapsbeheer [Vervallen] 4.19Procesondersteuning Streekeigen Landschapsbeheer [Vervallen] 4.20Uitvoering ontwikkelopgave Natura 2000</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4201\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.20.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestuurlijk overleg: het overleg dat alle partijen van Samen werkt beter op bestuurlijk niveau op regelmatige basis voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beheerplan: een plan als bedoeld in artikel 3.8 lid 3 van de Omgevingswet voor een Natura 2000-gebied in Overijssel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsplan: plan dat is opgesteld door een SWB-partij om overheidsdoelen en -opgaven binnen de gestelde kaders van de PS-besluiten van 3 juli 2013 (kenmerk PS/2013/412) en 23 april 2014 (PS/2014/62) te realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik- en beheerfase: de fase na afronding van de realisatie waarbij de resultaten worden gebruikt en waar nodig overgedragen naar exploitanten of beheerders, publieke of private partijen. Onder beheer valt ook het aanvullend beheer en overgangsbeheer zoals opgenomen in de beheerplannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsproces: proces in een gebied met relatief complexe of grote opgaven, veelal met veel actoren en veel grote belangenconflicten dat moet leiden tot een gedragen realisering van maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Instandhoudingsdoelstelling: de doelstellingen, als bedoeld in artikel 3.58 lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, voor een Natura 2000-gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Interne maatregelen: de inrichtings- en beheermaatregelen in de natuurterreinen binnen de Natura 2000-gebieden die bijdragen aan de duurzame instandhouding van deze gebieden en voortvloeien uit het beheerplan van het betreffende gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurnetwerk Nederland (NNN): een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het doel is om natuurgebieden met elkaar te verbinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">NNN-maatregelen: de maatregelen die voortvloeien uit de afronding van het Natuurnetwerk Nederland zoals door Provinciale Staten vastgesteld op 3 juli 2013. (PS/2013/413) in het kader van de Ontwikkelopgave N2000, en gewijzigd door Provinciale Staten op 8 oktober 2014 (PS/2014/702);</p>\n<p class=\"lf-p\">Natura 2000-maatregelen: De inrichtings- en beheermaatregelen zoals deze volgen uit de beheerplannen van de Natura 2000gebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelopgave: alle inrichtings- en beheermaatregelen die de provincie Overijssel in de beheerplannen laat vastleggen voor wat betreft de Natura 2000-gebieden en het NNN.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samen werkt beter: het op 29 mei 2013 gesloten bestuurlijk akkoord voor een economisch en ecologisch vitale toekomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoeringsagenda: door de partners van het bestuurlijk akkoord Samen werkt beter, opgestelde agenda, waarin als bijlage de gebiedsprocessen en -projecten zijn opgenomen en de wijze van uitvoering is vastgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4202\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.20.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan de uitvoering van het Natuurnetwerk Nederland en de realisatie van natuurherstelmaatregelen voor de instandhouding van de Natura 2000-gebieden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4203\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.20.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verleend voor: de verkenning van een gebiedsproces met als resultaat een programma van eisen (fase 1); het opstellen van een gebiedsplan op basis van het programma van eisen (fase 2); het realiseren van een gebiedsplan dan wel het realiseren van interne maatregelen (fase 3), waarbij voor particuliere grondeigenaren, als bedoeld in artikel 4.20.4 onderdeel b geldt dat een subsidieaanvraag niet eerder mogelijk is dan nadat zijn of haar percelen zijn opengesteld op de Ambitiekaart die onderdeel is van het Natuurbeheerplan Overijssel; het gebruik en beheer (fase 4); het opstellen van een plan van aanpak voor fase 2, fase 3 of fase 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: de activiteiten passen binnen de kaders en doelstellingen zoals omschreven in de Omgevingsvisie, wateropgave (Kaderrichtlijn water), het investeringsbesluit sociaal flankerend beleid, de afspraken met de Rijksoverheid, Natura 2000 en het akkoord ‘Samen werkt beter’; de activiteiten zijn na 1 januari 2015 uitgevoerd. Dit is een afwijking van artikel 1.2.8 onderdeel a. de voorzitter van het Bestuurlijk overleg (fase 1) of de programmaleider van de Ontwikkelopgave Natura 2000 (fase 2, 3 en 4) heeft een positief advies gegeven over de subsidieaanvraag;</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Voor de activiteiten is niet eerder subsidie verleend door Gedeputeerde Staten of door een ander bestuursorgaan, waardoor het totaal aan subsidie meer bedraagt dan 100% van de subsidiabele kosten van de Natura 2000-maatregel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4204\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.20.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is: een partner van Samen werkt Beter, dit zijn Provincie Overijssel;</p>\n<p class=\"lf-p\">LTO Noord;</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuur en Milieu Overijssel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Landschap Overijssel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurmonumenten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Staatbosbeheer;</p>\n<p class=\"lf-p\">VNO NCW Midden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterschap Drents Overijsselse Delta;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overijsselse Particulier Grondbezit;</p>\n<p class=\"lf-p\">HISWA-RECRON;</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterschap Vechtstromen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterschap Rijn en IJssel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Boerennatuuroverijssel.nl;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vitens;</p>\n<p class=\"lf-p\">VNG Overijssel. een particulier, een Overijsselse gemeente, een stichting, een vereniging, een BV, een NV of een maatschap die gronden in eigendom heeft die relevant zijn voor de Ontwikkelopgave en binnen de begrenzing van de Omgevingsvisie vallen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4205\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.20.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidiabele kosten zijn: toerekenbaar. Dit betekent dat de kosten direct verband houden met de subsidiabele activiteit; aantoonbaar. Dit betekent dat de aanvrager de kosten kan uitleggen en bewijzen met facturen en offertes; acceptabel. Dit betekent dat de kosten redelijk zijn; in geval van meerjarige activiteiten en als er geen sprake is van een IKT: indexering van de loonkosten op basis van de European Harmonised Price Index; als er sprake is van een IKT: het werkelijke IKT dat is goedgekeurd door provincie Overijssel; de artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.8 zijn niet van toepassing.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De kosten van activiteiten die uitgevoerd zijn voor ontvangst van de subsidieaanvraag, zijn wel subsidiabel, maar alleen als de activiteiten uitgevoerd zijn na 1 januari 2015.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De volgende kosten zijn niet subsidiabel: kosten van bodemsanering die voor vergoeding in aanmerking komen op grond van de Omgevingswet; kosten voor de opruiming van explosieven die door een gemeente worden vergoed; kosten voor de bouw van opstallen zonder directe relatie met de Natura 2000-maatregelen; kosten voor de aanschaf van machines, behalve als de machines noodzakelijk zijn voor het treffen van Natura 2000-maatregelen; kosten voor de aanschaf of plaatsing van recreatieve voorzieningen; kosten voor de aanleg van parkeergelegenheid; kosten die voortkomen uit achterstallig onderhoud; kosten die de subsidieontvanger op andere wijze vergoed kan krijgen; kosten voor de aanschaf van materialen, behalve materialen voor het treffen van Natura 2000-maatregelen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4206\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.20.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4207\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.20.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een subsidieaanvraag voor subsidie kan het hele kalenderjaar worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Uitvoering Ontwikkelopgave Natura 2000.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. Als een IKT wordt gehanteerd wordt een verwacht IKT begroot voor de jaren die de subsidieperiode omvatten. Voor deze prognose kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van de European Harmonised Price Index.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in: een plan van aanpak waarin de te subsidiëren activiteiten zijn beschreven;</p></div>", "next": 239743}