{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwater wanneer meer dan 10 m³ grondwater per uur wordt onttrokken in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1216\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.16</span><span class=\"lf-art-t\">Meer dan 5.000 m³ per maand onttrekken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwater wanneer meer dan 5.000 m³ grondwater per maand wordt onttrokken in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1217\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.17</span><span class=\"lf-art-t\">Meer dan 20.000 m³ per jaar onttrekken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwater wanneer meer dan 20.000 m³ grondwater per jaar wordt onttrokken in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsubparagraaf 12.2.1.3.3 In een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1218\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.18</span><span class=\"lf-art-t\">Langer dan vier jaar onttrekken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwater in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen als de onttrekking langer duurt dan vier jaar en gebeurt voor een grondwatersanering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1219\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.19</span><span class=\"lf-art-t\">Meer dan 15 m³ per uur onttrekken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwater wanneer meer dan 15 m³ grondwater per uur wordt onttrokken in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1220\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.20</span><span class=\"lf-art-t\">Meer dan 10.000 m³ per maand onttrekken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwater wanneer meer dan 10.000 m³ grondwater per maand wordt onttrokken in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1221\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.21</span><span class=\"lf-art-t\">Meer dan 200.000 m³ per jaar onttrekken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwater wanneer meer dan 200.000 m³ grondwater per jaar wordt onttrokken in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsubparagraaf 12.2.1.3.4 In een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1222\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.22</span><span class=\"lf-art-t\">Langer dan vier jaar onttrekken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwater in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen als de onttrekking langer duurt dan vier jaar en gebeurt voor een grondwatersanering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1223\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.23</span><span class=\"lf-art-t\">Meer dan 25 m³ per uur onttrekken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwater wanneer meer dan 25 m³ grondwater per uur wordt onttrokken in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1224\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.24</span><span class=\"lf-art-t\">Meer dan 15.000 m³ per maand onttrekken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwater wanneer meer dan 15.000 m³ grondwater per maand wordt onttrokken in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1225\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.25</span><span class=\"lf-art-t\">Meer dan 300.000 m³ per jaar onttrekken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het onttrekken en retourneren van grondwater wanneer meer dan 300.000 m³ grondwater per jaar wordt onttrokken in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen, als dit gebeurt voor een grondwatersanering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 12.2.1.4 Grondwater onttrekken of infiltreren voor een andere reden Subsubparagraaf 12.2.1.4.1 Algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1226\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.26</span><span class=\"lf-art-t\">Grondwater onttrekken of infiltreren voor een andere reden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen uit deze subparagraaf gelden voor het onttrekken of infiltreren van grondwater voor een andere reden dan planten of vee water geven of een grondwatersanering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1227\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.27</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzondering: Brandblusvoorziening en bemalen drainage voor agrarisch doel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen uit deze paragraaf gelden niet voor het onttrekken of infiltreren van grondwater voor een: a. brandblusvoorziening; of b. bemalen drainage voor een agrarische doel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsubparagraaf 12.2.1.4.2 In een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1228\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.28</span><span class=\"lf-art-t\">Langer dan zes maanden onttrekken of infiltreren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een vergunning is nodig voor het langer dan zes maanden onttrekken of infiltreren van grondwater in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied, als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Lid 1 geldt niet voor het onttrekken of infiltreren van grondwater voor het maken van een sleuf waarin een kabel of leiding komt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1229\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.29</span><span class=\"lf-art-t\">Meer dan 10 m³ per uur onttrekken of infiltreren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwater wanneer meer dan 10 m³ grondwater per uur wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1230\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.30</span><span class=\"lf-art-t\">Meer dan 5.000 m³ per maand onttrekken of infiltreren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwater wanneer meer dan 5.000 m³ grondwater per maand wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1231\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.31</span><span class=\"lf-art-t\">Meer dan 20.000 m³ per jaar onttrekken of infiltreren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwater wanneer meer dan 20.000 m³ grondwater per jaar wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsubparagraaf 12.2.1.4.3 In een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1232\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.32</span><span class=\"lf-art-t\">Langer dan zes maanden onttrekken of infiltreren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een vergunning is nodig voor het langer dan zes maanden onttrekken of infiltreren van grondwater in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen, als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Lid 1 geldt niet voor het onttrekken of infiltreren van grondwater voor het maken van een sleuf waarin een kabel of leiding komt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1233\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.33</span><span class=\"lf-art-t\">Meer dan 35 m³ per uur onttrekken of infiltreren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwater wanneer meer dan 35 m³ grondwater per uur wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1234\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.34</span><span class=\"lf-art-t\">Meer dan 10.000 m³ per maand onttrekken of infiltreren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwater wanneer meer dan 10.000 m³ grondwater per maand wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1235\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.35</span><span class=\"lf-art-t\">Meer dan 30.000 m³ per jaar onttrekken of infiltreren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwater wanneer meer dan 30.000 m³ grondwater per jaar wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsubparagraaf 12.2.1.4.4 In een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1236\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.36</span><span class=\"lf-art-t\">Langer dan zes maanden onttrekken of infiltreren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een vergunning is nodig voor het langer dan zes maanden onttrekken of infiltreren van grondwater in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen, als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Lid 1 geldt niet voor het onttrekken of infiltreren van grondwater voor het maken van een sleuf waarin een kabel of leiding komt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1237\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.37</span><span class=\"lf-art-t\">Meer dan 100 m³ per uur onttrekken of infiltreren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwater wanneer meer dan 100 m³ grondwater per uur wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1238\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.38</span><span class=\"lf-art-t\">Meer dan 40.000 m³ per maand onttrekken of infiltreren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwater wanneer meer dan 40.000 m³ grondwater per maand wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1239\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.39</span><span class=\"lf-art-t\">Meer dan 100.000 m³ per jaar onttrekken of infiltreren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het onttrekken of infiltreren van grondwater wanneer meer dan 100.000 m³ grondwater per jaar wordt onttrokken of geïnfiltreerd in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen als dit voor een ander doel is dan vee of planten water geven of een grondwatersanering.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  12.2.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelen van de vergunningaanvraag</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1240\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.40</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelen van de vergunningaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het beoordelen van een vergunningaanvraag, gelden de beoordelingsregels uit: afdeling 3.3 artikel 12.41 artikel 12.42 artikel 12.43 artikel 12.44 artikel 12.45 artikel 12.46 artikel 12.47 artikel 12.48 artikel 12.49</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1241\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.41</span><span class=\"lf-art-t\">Zo min mogelijk water onttrekken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De initiatiefnemer onttrekt zo min mogelijk grondwater om zijn doel te bereiken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1242\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.42</span><span class=\"lf-art-t\">De voorraad zoet grondwater beschermen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beschikbare voorraad zoet grondwater raakt niet op door de grondwateronttrekking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1243\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.43</span><span class=\"lf-art-t\">Negatieve gevolgen voorkomen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De initiatiefnemer voorkomt dat het onttrekken of infiltreren van grondwater negatieve gevolgen heeft in de bodem of in het grondwater.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Als het redelijk is dat negatieve gevolgen niet zijn te voorkomen, dan houdt de initiatiefnemer deze negatieve gevolgen zo klein mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Als het redelijk is dat de negatieve gevolgen niet klein kunnen blijven, dan neemt de initiatiefnemer compenserende maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De initiatiefnemer voorkomt dat het onttrekken of infiltreren van grondwater leidt tot verontreiniging van de bodem of het grondwater.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De initiatiefnemer voorkomt negatieve gevolgen voor de dragende functie van het watersysteem.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1244\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.44</span><span class=\"lf-art-t\">Blijvend onttrekken om bouwwerk droog te houden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Grondwater onttrekken om een bouwwerk droog te houden mag alleen tijdelijk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1245\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.45</span><span class=\"lf-art-t\">Grondwater gebruiken voor laagwaardige doelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Grondwater onttrekken voor laagwaardig doelen mag alleen: a. als het duidelijk minder duurzaam is om op een andere manier dat laagwaardig gebruik te bereiken; of b. als de kosten te veel stijgen wanneer op een andere manier dat laagwaardig gebruik wordt bereikt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1246\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.46</span><span class=\"lf-art-t\">Strategische voorraad zoet grondwater beschermen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Grondwater dat is onttrokken uit de strategische voorraad zoet grondwater wordt helemaal geretourneerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen afwijken van lid 1 als retourneren van al het onttrokken grondwater niet redelijk is om te eisen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1247\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.47</span><span class=\"lf-art-t\">Gevolgen beschrijven van het onttrekken en infiltreren van grondwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De initiatiefnemer beschrijft de gevolgen van het onttrekken en infiltreren van grondwater tot aan de 5 centimeter verlagings-/verhogingslijn van de freatische grondwaterstand. Bij een spanningsbemaling gebeurt dit tot aan de 5 centimeter van de stijghoogte in het watervoerende pakket.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bij het beschrijven gaat de initiatiefnemer in op onttrekkingen en infiltraties die al worden uitgevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1248\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.48</span><span class=\"lf-art-t\">Stoppen of minder grondwater gaan onttrekken of infiltreren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Duurt het onttrekken van grondwater een lange tijd, dan beschrijft een initiatiefnemer de gevolgen van: a. het stoppen van het onttrekken of infiltreren; en b. het minder grondwater gaan onttrekken of infiltreren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1249\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.49</span><span class=\"lf-art-t\">Grondwater onttrekken voor planten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Rijnland staat het onttrekken van grondwater om planten water te geven alleen toe, als het niet redelijk is om hier oppervlaktewater voor te gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De onttrekking uit lid 1 gebeurt uit het eerste watervoerende pakket.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen in een bijzondere situatie afwijken van lid 2 en een onttrekking uit het tweede watervoerende pakket toestaan.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  12.2.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften in de vergunning</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1250\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.50</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften in de vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften staan over: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">De grondwaterstand en stijghoogte; b.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kwaliteit van het oppervlaktewatersysteem (verandering in de situatie van kwel en infiltratie); c.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ligging van het grensvlak tussen zoet en zout; d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Archeologische monumenten en cultureel erfgoed; e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gevolgen buiten het eigen terrein op natuur, landbouw en openbaar groen; f.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zetting van het maaiveld; g.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterkeringen; h.</p>\n<p class=\"lf-p\">Funderingen en gebouwen; i.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overige infrastructuur; j.</p>\n<p class=\"lf-p\">Andere grondwateronttrekkingen in de omgeving; k.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verplaatsen van grondwaterverontreiniging; l.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het moment van melden van de start van de activiteiten; m.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het moment van melden van het einde van de activiteiten; n.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kwaliteit van het in de bodem te brengen water; o.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onder controle houden van de hydrologische situatie; p.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het stoppen van het in de bodem brengen van het water; q.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het controleren van de kwaliteit van het grondwater.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  12.2.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vergunningaanvraag</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1250a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.50a</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten omgevingsvergunning wateronttrekkingsactiviteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening of het in de bodem brengen van water, voor aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het doel waarvoor het te onttrekken grondwater wordt gebruikt; b. het aantal in te richten putten; c. de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting van iedere put; d. de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters van iedere put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil; e. de lengte in meters van het effectieve filter in iedere put; f. de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per put; g. de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar, die ten hoogste wordt onttrokken; h. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; i. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken; en j. als het gaat om het in samenhang met het onttrekken van grondwater in de bodem brengen van water ter aanvulling van het grondwater:</p>\n<p class=\"lf-p\">1º. de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar die ten hoogste in de bodem wordt gebracht;</p>\n<p class=\"lf-p\">2º. de diepte in meters waarop het water in de bodem wordt gebracht;</p>\n<p class=\"lf-p\">3º. een beschrijving van de samenhang van het brengen van water in de bodem met de onttrekking;</p>\n<p class=\"lf-p\">4º. de herkomst en samenstelling van het water dat in de bodem wordt gebracht; en 5º. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van het brengen van water in de bodem en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  12.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarden zonder vergunning</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  12.3.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Grondwater saneren</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1251\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.51</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer gelden deze voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen uit deze paragraaf gelden voor het onttrekken en retourneren van grondwater voor een grondwatersanering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1252\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.52</span><span class=\"lf-art-t\">Saneren in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden uit paragraaf 12.3.3 gelden voor het onttrekken en retourneren van grondwater als dit: a. gebeurt voor een grondwatersanering; en b. gebeurt in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied; en c. minimaal drie maanden tot maximaal zes maanden duurt; en d. geen invloed heeft op de freatische grondwaterstand in de kernzone en beschermingszone van de waterkering; en e. gebeurt met minimaal 5 m³ per uur, of 2.500 m³ per maand of 5.000 m³ per jaar; en f. gebeurt met maximaal 10 m³ per uur; en g. gebeurt met maximaal 5.000 m³ per maand; en h. gebeurt met maximaal 20.000 m³ per jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1253\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.53</span><span class=\"lf-art-t\">Saneren in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden uit paragraaf 12.3.3 gelden voor het onttrekken en retourneren van grondwater als dit: a. gebeurt voor een grondwatersanering; en b. gebeurt in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen; en c. minimaal drie maanden tot maximaal vier jaar duurt; en d. geen invloed heeft op de freatische grondwaterstand in de kernzone enbeschermingszone van de waterkering; en e. gebeurt met minimaal 5 m³ per uur, of 2.500 m³ per maand of 5.000 m³ per jaar; en f. gebeurt met maximaal 15 m³ per uur; en g. gebeurt met maximaal 10.000 m³ per maand; en h. gebeurt met maximaal 200.000 m³ per jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1254\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.54</span><span class=\"lf-art-t\">Saneren in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden uit paragraaf 12.3.3 gelden voor het onttrekken en retourneren van grondwater als dit: a. gebeurt voor een grondwatersanering; en b. gebeurt in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen; en c. minimaal drie maanden en maximaal vier jaar duurt; en d. geen invloed heeft op de freatische grondwaterstand in de kernzone en beschermingszone van de waterkering; en e. gebeurt met minimaal 10 m³ per uur, of 5.000 m³ per maand of 12.000 m³ per jaar; en f. gebeurt met maximaal 25 m³ per uur; en g. gebeurt met maximaal 15.000 m³ per maand; en h. gebeurt met maximaal 300.000 m³ per jaar.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  12.3.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Grondwater onttrekken, retourneren of infiltreren voor een andere reden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1255\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.55</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer gelden deze voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen uit deze paragraaf gelden voor het onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater, wanneer dit gebeurt om een andere reden dan vee of planten water geven of grondwater saneren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1256\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.56</span><span class=\"lf-art-t\">Onttrekken, retourneren of infiltreren in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden uit paragraaf 12.3.3 gelden voor het onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater als dit: a. gebeurt voor iets anders dan vee of planten water geven; en b. gebeurt voor iets anders dan een grondwatersanering; en c. gebeurt voor iets anders dan een brandblusvoorziening; en d. gebeurt voor iets anders dan een bemalen drainage voor een agrarisch doel; en e. gebeurt in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied; en f. minimaal drie maanden en maximaal zes maanden duurt; en g. geen invloed heeft op de freatische grondwaterstand in de kernzone en beschermingszone van de waterkering; en h. gebeurt met minimaal 5 m³ per uur, of 2.500 m³ per maand of 5.000 m³ per jaar; en i. gebeurt met maximaal 10 m³ per uur; en j. gebeurt met maximaal 5.000 m³ per maand; en k. gebeurt met maximaal 20.000 m³ per jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1257\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.57</span><span class=\"lf-art-t\">Onttrekken, retourneren of infiltreren in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden uit paragraaf 12.3.3 gelden voor het onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater als dit: a. gebeurt voor iets anders dan vee of planten water geven; en b. gebeurt voor iets anders dan een grondwatersanering; en c. gebeurt voor iets anders dan een brandblusvoorziening; en d. gebeurt voor iets anders dan een bemalen drainage voor een agrarisch doel; en e. gebeurt in een gebied dat kwetsbaar is voor grondwateronttrekkingen; en f. minimaal drie maanden en maximaal zes maanden duurt; en g. geen gevolgen heeft voor de freatische grondwaterstand in de kernzone en beschermingszone van de waterkering; en h. gebeurt met minimaal 5 m³ per uur, of 2.500 m³ per maand of 5.000 m³ per jaar; i. gebeurt met maximaal 35 m³ per uur; en j. gebeurt met maximaal 10.000 m³ per maand; en k. gebeurt met maximaal 30.000 m³ per jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1258\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.58</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onttrekken, retourneren of infiltreren in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen De voorwaarden uit paragraaf 12.3.3 gelden voor het onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater als dit: a. gebeurt voor iets anders dan vee of planten water geven; en b. gebeurt voor iets anders dan een grondwatersanering; en c. gebeurt voor iets anders dan een brandblusvoorziening; en d. gebeurt voor iets anders dan een bemalen drainage voor een agrarisch doel; en e. gebeurt in een gebied zonder extra risico’s voor grondwateronttrekkingen; en f. maximaal zes maanden duurt; en g. geen gevolgen heeft voor de freatische grondwaterstand in de kernzone en beschermingszone van de waterkering; en h. gebeurt met minimaal 10 m³ per uur, of 5.000 m³ per maand of 12.000 m³ per jaar; en i. gebeurt met maximaal 100 m³ per uur; en j. gebeurt met maximaal 40.000 m³ per maand; en k. gebeurt met maximaal 100.000 m³ per jaar.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  12.3.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarden onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater Subparagraaf 12.3.3.1 Het werk melden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1259\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.59</span><span class=\"lf-art-t\">Tijdstip van melden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van artikel 3.2 meldt een initiatiefnemer het onttrekken, retourneren en infiltreren van grondwater minimaal zes weken voor de werkzaamheden starten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het werk moet binnen één jaar na de melding starten, anders is de melding niet meer geldig.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1260\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.60</span><span class=\"lf-art-t\">Wat moet de initiatiefnemer melden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij de melding uit artikel 12.59 zit deze informatie: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens uit artikel 3.4; en b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een bemalingsadvies met daarin:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van het grondwater onttrekken; en 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aantal bestaande en nieuw in te richten putten; en 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De coördinaten van alle putten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting; en 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van iedere put: i.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe diep in de grond de onderkant en de bovenkant van de filters zitten, gemeten vanaf het maaiveld en vanaf het NAP; en ii.</p>\n<p class=\"lf-p\">De diameter en de lengte van de filters; en iii.</p>\n<p class=\"lf-p\">De pompcapaciteit in m³; en iv. het pompvermogen in m³/uur; en 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoeveelheid grondwater in m³ die maximaal wordt onttrokken per uur, per dag, per maand en per jaar; en 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen die het onttrekken kan veroorzaken; en 7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden genomen om negatieve gevolgen van het onttrekken te voorkomen of beperken; en 8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het infiltreren van water bevat het bemalingsadvies ook deze informatie: i.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoeveelheid water in m³ die maximaal wordt geïnfiltreerd per uur, per dag, per maand en per jaar; en ii.</p>\n<p class=\"lf-p\">De diepte in meters waarop het water in de bodem wordt gebracht; en iii.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een beschrijving over de samenhang tussen het onttrekken en het infiltreren; en iv.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waar het water dat in de bodem wordt gebracht vandaan komt; en v.</p>\n<p class=\"lf-p\">De samenstelling van het water dat in de bodem wordt gebracht; vi.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden genomen om negatieve gevolgen van het infiltreren te voorkomen of beperken. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een technisch bemalingsplan met een monitoringsplan met, afhankelijk van de verwachte effecten, daarin:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>aangegeven hoe de daadwerkelijke effecten van de onttrekking, infiltratie of retournering in beeld worden gebracht door middel van grondwaterstanden; en 2.</div>\n<p class=\"lf-p\">Een nulmeting van: i.</p>\n<p class=\"lf-p\">De grondwaterstanden; en ii.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een opname van het maaiveld; en iii.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een opname van de bouwwerken (met behulp van foto’s); en iv.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het inmeten van hoogtebouten; en 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een meetplan voor de grondwaterstanden (met actiewaarden);</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een meetplan met zakbakens of hoogtebouten;</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een meetplan bodemvocht met eventueel een watergiftenplan;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een meetplan waterkwaliteit als water wordt geïnfiltreerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Actiewaarden wanneer de omgeving waar wordt onttrokken, geïnfiltreerd of geretourneerd daar aanleiding voor geeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 12.3.3.2 Informeren van Rijnland</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1261\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.61</span><span class=\"lf-art-t\">Startdatum en einddatum doorgeven</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Minstens vijf werkdagen voordat het onttrekken of infiltreren start, informeert de initiatiefnemer Rijnland over de startdatum.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Maximaal vijf werkdagen nadat het onttrekken of infiltreren is gestopt, informeert de initiatiefnemer Rijnland over de einddatum.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1263\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.63</span><span class=\"lf-art-t\">Schade doorgeven</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als er schade ontstaat door het onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater, dan informeert de initiatiefnemer Rijnland hier zo snel mogelijk over: a. wat de schade is; en b. welke maatregelen zijn al genomen om meer schade te voorkomen; en c. welke maatregelen worden nog genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 12.3.3.3 Andere voorwaarden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1264\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.64</span><span class=\"lf-art-t\">Volgens de beoordelingsrichtlijn SIKB werken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt gewerkt volgens de Beoordelingsrichtlijn SIKB 12000 Tijdelijke grondwaterbemaling (versie 2;2017), of op een manier die net zo goed is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1265\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.65</span><span class=\"lf-art-t\">Freatische grondwaterstand of stijghoogte verlagen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In het eerste watervoerende pakket wordt de freatische grondwaterstand maximaal 50 centimeter verlaagd onder de ontgravingsdiepte.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bij een spanningsbemaling wordt in het eerste watervoerende pakket de freatische grondwaterstand maximaal 50 centimeter verlaagd onder de benodigde stijghoogte.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1266\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.66</span><span class=\"lf-art-t\">Peilbuis of meetput</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De initiatiefnemer plaatst een peilbuis of meetput om de maximale verlaging van de grondwaterstand of stijghoogte te bepalen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1267\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.67</span><span class=\"lf-art-t\">Uitwisseling grondwater voorkomen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De initiatiefnemer voorkomt uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1268\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.68</span><span class=\"lf-art-t\">Hulpmiddelen grondwateronttrekking verwijderen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan het einde van de onttrekking of infiltratie zorgt de initiatiefnemer voor: a. het verwijderen van alle hulpmiddelen die tijdens het werk zijn gebruikt; en b. het dichtmaken van de gaten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1269\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.69</span><span class=\"lf-art-t\">Grondwater retourneren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het retourneren van onttrokken grondwater brengt de initiatiefnemer het grondwater terug in hetzelfde watervoerende pakket waaruit het onttrokken is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1270\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.70</span><span class=\"lf-art-t\">Voorspuiten mag niet</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De initiatiefnemer mag een peilbuis of boorfilter niet voorspuiten in: a. een kwetsbaar kwelgebied; of b. de kernzone, beschermingszone en buitenbeschermingszone van een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1271\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.71</span><span class=\"lf-art-t\">Onttrekken uit een strategische voorraad zoet grondwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Grondwater dat is onttrokken uit een strategische voorraad zoet grondwater moet volledig worden geretourneerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen afwijken van lid 1 als het grondwater niet wordt onttrokken in een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1272\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.72</span><span class=\"lf-art-t\">Infiltratie stoppen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een initiatiefnemer stopt met het infiltreren van water als Rijnland dat nodig vindt. Dat is om deze redenen: a. er is te weinig water om te infiltreren; of b. de kwaliteit van het grondwater wordt te slecht; of c. een waterstaatswerk wordt slechter; of d. een van de punten hierboven dreigt te gebeuren.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  12.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verdere uitwerking van de zorgplicht</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  12.4.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Het werk melden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1273\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.73</span><span class=\"lf-art-t\">Het werk melden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Is er geen vergunning nodig en gelden er geen voorwaarden zonder vergunning, dan meldt een initiatiefnemer het onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1274\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.74</span><span class=\"lf-art-t\">Wat moet de initiatiefnemer melden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij de melding zit de informatie uit artikel 12.60.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1275\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.75</span><span class=\"lf-art-t\">Het werk starten binnen één jaar na melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het werk moet binnen één jaar na de melding starten, anders is de melding niet meer geldig.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  12.4.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verdere uitwerking van de zorgplicht Subparagraaf 12.4.2.1 Algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1276\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.76</span><span class=\"lf-art-t\">Verdere uitwerking van de zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Is er geen vergunning nodig en gelden er geen voorwaarden zonder vergunning, dan is het onttrekken, retourneren of infiltreren van grondwater in ieder geval toegestaan volgens de artikelen uit deze paragraaf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1277\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.77</span><span class=\"lf-art-t\">Manier van werken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt gewerkt volgens de Beoordelingsrichtlijn voor Tijdelijke grondwaterbemaling, Beoordelingsrichtlijn SIKB 12000 (versie 2;2017).</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 12.4.2.2 bouwputbemaling bij waterkering of kwetsbare bebouwing</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1278\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.78</span><span class=\"lf-art-t\">Monitoringsbuis plaatsen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De initiatiefnemer plaatst een monitoringsbuis tussen de bouwput en een waterkering of kwetsbaar gebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De initiatiefnemer controleert deze monitoringsbuis iedere dag.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De initiatiefnemer vergelijkt de metingen met de berekende of de geïnterpoleerde contourlijnen uit het bemalingsadvies.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1279\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.79</span><span class=\"lf-art-t\">Hoeveelheid onttrokken grondwater controleren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De initiatiefnemer vergelijkt iedere dag de gemeten hoeveelheid onttrokken grondwater met de berekende hoeveelheden uit het bemalingsadvies.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1280\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.80</span><span class=\"lf-art-t\">Niet voorspuiten bij plaatsen van peilbuis of boorfilter</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De initiatiefnemer mag niet voorspuiten bij het plaatsen van een peilbuis of boorfilter in: a. een kwetsbaar kwelgebied; of b. de kernzone, beschermingszone en buitenbeschermingszone van een waterkering.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  13</h3>\n<p class=\"lf-p\">Graven</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  13.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer geldt dit hoofdstuk</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-131\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.1</span><span class=\"lf-art-t\">Graven</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen uit dit hoofdstuk gelden voor graven.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  13.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  13.2.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer is een vergunning nodig Subparagraaf 13.2.1.1 Graven van en in oppervlaktewater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-132\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.2</span><span class=\"lf-art-t\">Oppervlaktewater dieper graven dan 2,5 meter</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor graven van oppervlaktewater dat dieper is dan 2,5 meter.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-133\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.3</span><span class=\"lf-art-t\">Belangrijk oppervlaktewater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een vergunning is nodig voor graven van belangrijk oppervlaktewater.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een vergunning is nodig voor graven in de kernzone van belangrijk oppervlaktewater.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-134\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.4</span><span class=\"lf-art-t\">Overig oppervlaktewater in kwetsbaar kwelgebied</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een vergunning is nodig voor graven van overig oppervlaktewater in een kwetsbaar kwelgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een vergunning is nodig voor het graven in de kernzone van overig oppervlaktewater in een kwetsbaar kwelgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 13.2.1.2 Graven in de zeewering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-135\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.5</span><span class=\"lf-art-t\">Graven om delfstoffen of specie te winnen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor graven om delfstoffen of specie te winnen bij een dijk-in-duin-constructie in de kernzone, beschermingszone en buitenbeschermingszone van een zeewering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-136\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.6</span><span class=\"lf-art-t\">Meer dan 3 m³ graven binnen bebouwde deel zeewering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een vergunning is nodig voor graven van meer dan 3 m³ in het bebouwde deel van de kernzone en beschermingszone van een zeewering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In uitzondering op lid 1 is er geen vergunning nodig voor graven op het strand.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-137\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.7</span><span class=\"lf-art-t\">Graven buiten bebouwde deel zeewering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een vergunning is nodig voor graven buiten het bebouwde deel van de kernzone en beschermingszone van de zeewering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In uitzondering op lid 1 is er geen vergunning nodig voor graven op het strand.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-137a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.7a</span><span class=\"lf-art-t\">Graven in zone voor duinaangroei</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het graven in de zone voor duinaangroei.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-138\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.8</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzondering voor plaatsen kabel, leiding of mantelbuis</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In uitzondering op artikel 13.6, artikel 13.7 en artikel 13.7a is er geen vergunning nodig voor het graven als: a. dit gebeurt voor het plaatsen van een kabel, leiding en/of mantelbuis; en b. tot een diepte van maximaal 80 centimeter wordt gegraven; en c. tot een breedte van maximaal 50 centimeter wordt gegraven; en d. de gegraven sleuf voor maximaal 5 dagen achter elkaar open ligt; en e. aan het einde van het werk de gegraven sleuf wordt gevuld met grond met dezelfde samenstelling en/of verdichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 13.2.1.3 Graven in een waterkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-139\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.9</span><span class=\"lf-art-t\">Graven om delfstoffen of specie te winnen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor graven om delfstoffen of specie te winnen in de kernzone, beschermingszone en buitenbeschermingszone van een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1310\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.10</span><span class=\"lf-art-t\">Graven in de kruin van een waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor graven in de kernzone van de waterkering als dit gebeurt in de kruin.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1311\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.11</span><span class=\"lf-art-t\">Meer dan 3 m³ graven in een waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor meer dan 3 m³ graven in de kernzone en beschermingszone van een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1312\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.12</span><span class=\"lf-art-t\">Diepte van graven in een waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor dieper dan 30 centimeter graven in de kernzone en beschermingszone van een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1313\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.13</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzondering voor plaatsen kabel, leiding of mantelbuis</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In uitzondering op artikel 13.10, artikel 13.11 en artikel 13.12 is er geen vergunning nodig voor het graven als: a. dit gebeurt voor het plaatsen van een kabel, leiding en/of mantelbuis; en b. tot een diepte van maximaal 80 centimeter wordt gegraven; en c. tot een breedte van maximaal 50 centimeter wordt gegraven; en d. niet binnen 2 meter van de oeverlijn wordt gegraven; en e. het horizontale deel van de waterkering minstens 4 meter breed is; en f. de gegraven sleuf voor maximaal 5 dagen achter elkaar open ligt; en g. aan het einde van het werk de gegraven sleuf wordt gevuld met grond met dezelfde samenstelling en/of verdichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 13.2.1.4 Graven in kwetsbaar kwelgebied</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1314\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.14</span><span class=\"lf-art-t\">Dieper dan 1,5 meter graven in kwetsbaar kwelgebied</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor dieper dan 1,5 meter onder het maaiveld graven in een kwetsbaar kwelgebied.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  13.2.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelen van de vergunningaanvraag Subparagraaf 13.2.2.1 Beoordelen van de vergunningaanvraag algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1315\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.15</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelen van de vergunningaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het beoordelen van een vergunningaanvraag, gelden de beoordelingsregels uit: afdeling 3.3 artikel 13.16 artikel 13.17 artikel 13.18 artikel 13.19 artikel 13.20 artikel 13.21 artikel 13.22 artikel 13.23 artikel 13.24 artikel 13.25 artikel 39.2 artikel 39.3 artikel 39.4 Subparagraaf 13.2.2.2 Beoordelen van de vergunningaanvraag voor graven van en in oppervlaktewater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1316\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.16</span><span class=\"lf-art-t\">Nieuw belangrijk oppervlaktewater graven</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een nieuw belangrijk oppervlaktewater wordt alleen gegraven als dat nodig is voor de aanvoer en afvoer van water.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1317\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.17</span><span class=\"lf-art-t\">Belangrijk oppervlaktewater breder of dieper maken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een water in de kernzone van belangrijk oppervlaktewater wordt alleen breder of dieper gemaakt als dat nodig is voor: a. het aanvoeren en afvoeren van water; of b. het bergen van water.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1318\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.18</span><span class=\"lf-art-t\">Talud belangrijk oppervlaktewater flauwer maken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het talud in de kernzone en beschermingszone van belangrijk oppervlaktewater wordt alleen flauwer gemaakt als dat nodig is voor: a. het goed blijven werken van het watersysteem; of b. het bergen van water.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 13.2.2.3 Beoordelen van de vergunningaanvraag voor graven in de zeewering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1319\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.19</span><span class=\"lf-art-t\">Weggehaalde grond blijft aanwezig</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Weggehaalde grond blijft aanwezig binnen het deel van de kernzone of de beschermingszone van de zeewering waaruit het is weggegraven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1320\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.20</span><span class=\"lf-art-t\">Niet graven in het grensprofiel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt niet gegraven in het grensprofiel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1320a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.20a</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Graven in zone voor duinaangroei.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het graven in de zone voor duinaangroei mag de groei van het duin niet verstoren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1321\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.21</span><span class=\"lf-art-t\">Graven om delfstoffen of specie te winnen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Graven om delfstoffen of specie te winnen bij een dijk-in-duin-constructie in de kernzone, beschermingszone en buitenbeschermingszone van de zeewering, mag alleen als er een goede reden is waarom graven op een plek buiten deze zones niet mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 13.2.2.4 Beoordelen van de vergunningaanvraag voor graven in de waterkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1322\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.22</span><span class=\"lf-art-t\">Graven in het profiel van vrije ruimte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Graven binnen het profiel van vrije ruimte mag alleen bij zwaarwegende belangen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1323\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.23</span><span class=\"lf-art-t\">Tijdelijk graven</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Bij tijdelijk graven wordt de grond weer tot aan het maaiveld aangevuld als de graafwerkzaamheden klaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het aanvullen gebeurt met grond met dezelfde samenstelling en/of verdichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1324\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.24</span><span class=\"lf-art-t\">Verplaatsen van de waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Rijnland verplaatst de kernzone, beschermingszone of buitenbeschermingszone van de waterkering alleen als: a. er een schriftelijke toestemming is van personen of organisaties voor wie de plaats van de waterkering belangrijk is; en b. de andere plaats van de waterkering niet zorgt voor te veel extra kosten, zoals onderhoudskosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1325\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.25</span><span class=\"lf-art-t\">Graven om delfstoffen of specie te winnen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Graven om delfstoffen of specie te winnen in de kernzone, beschermingszone en buitenbeschermingszone van een waterkering, mag alleen als er een goede reden is waarom graven op een plek buiten deze zones niet mogelijk is.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  13.2.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften in de vergunning</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1326\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.26</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene voorschriften in de vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften staan over: a. de manier van graven; b. het gebied waar in mag worden gegraven; c. hoe diep maximaal mag worden gegraven; d. de volgorde van de graafwerkzaamheden; e. het monitoren van de mogelijke gevolgen van het graven; f. het repareren van ondoorlatende grondlagen die beschadigd zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1327\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.27</span><span class=\"lf-art-t\">Extra voorschriften voor graven in waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften staan over: a. het maken van een vervangende waterkering; b. hoe de initiatiefnemer laat zien dat de bodem verticaal stevig en stabiel blijft; c. de kosten van het verplaatsen van een waterkering; d. een berekening om te laten zien dat:</p>\n<p class=\"lf-p\">1º. de waterkering het water kan blijven tegenhouden;</p>\n<p class=\"lf-p\">2º. de bodem niet opbarst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1328\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.28</span><span class=\"lf-art-t\">Extra voorschriften voor graven van en in oppervlaktewater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften staan over: a. de plaats waar het oppervlaktewater wordt gegraven; b. de grootte van het te graven oppervlaktewater; c. de vorm van het te graven oppervlaktewater; d. het talud van het oppervlaktewater; e. de gevolgen van het graven voor de omgeving.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  13.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarden zonder vergunning</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  13.3.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarden graven in een waardevolle oever</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1329\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.29</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden graven in een waardevolle oever</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De voorwaarden uit afdeling 39.2 gelden als door het graven meer dan 2 m² waardevolle oever verdwijnt die met subsidie van Rijnland is aangelegd bij de tuin van een woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De voorwaarden uit afdeling 39.2 gelden als door het graven meer dan 2 m² waardevolle oever verdwijnt op een plek die niet bij een tuin van een woning hoort.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  13.3.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarden graven van oppervlaktewater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1330\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.30</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer gelden deze voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden uit deze paragraaf gelden voor graven: a. van overig oppervlaktewater buiten een kwetsbaar kwelgebied; en b. tot 2,5 meter onder het winterpeil; en c. waarbij de werkzaamheden niet alleen bestaan uit:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het flauwer maken van het talud boven de waterspiegel; en/of 2. het dieper maken van bestaand oppervlaktewater.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1331\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.31</span><span class=\"lf-art-t\">Werkzaamheden melden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De initiatiefnemer meldt het graven van oppervlaktewater bij Rijnland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1332\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.32</span><span class=\"lf-art-t\">Wat moet de initiatiefnemer melden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de melding staan de gegevens uit artikel 3.4 en deze informatie: a. een dwarsprofiel van het te graven oppervlaktewater; en b. de oude breedte van het oppervlaktewater op de waterspiegel bij winterpeil; en c. de nieuwe breedte van het oppervlaktewater op de waterspiegel bij winterpeil; en d. een berekening van het oppervlak van het te graven oppervlaktewater; en e. een situatietekening met de plaats van het te graven oppervlaktewater, op een schaal van minimaal 1:2000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1333\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.33</span><span class=\"lf-art-t\">Minimale maten van een nieuw oppervlaktewater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De diepte van het nieuwe oppervlaktewater is minimaal 60 centimeter.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De breedte van de waterbodem van het nieuwe oppervlaktewater is minimaal 40 centimeter.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De breedte van het nieuwe oppervlaktewater is op de waterspiegel bij winterpeil minimaal 2,5 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De helling van het talud is 1:3 of flauwer.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen met een maatwerkvoorschrift afwijken van lid 1, lid 2, lid 3 of lid 4 als een kleiner oppervlaktewater voldoende water kan aanvoeren en afvoeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1334\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.34</span><span class=\"lf-art-t\">Oppervlaktewater breder maken voor een waterberging</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een bestaand oppervlaktewater moet minimaal 50 centimeter breder worden, als een initiatiefnemer dat oppervlaktewater gaat gebruiken als nieuwe waterberging om zo te voldoen aan de verplichting uit: a. hoofdstuk 16 over dempen; of b. hoofdstuk 41 over de waterberging bij het maken van hard oppervlak.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  13.3.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarden graven bij de zeewering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1335\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.35</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer gelden deze voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden uit deze paragraaf gelden voor het graven van maximaal 3 m³ in het bebouwde deel van de kernzone en beschermingszone van de zeewering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1336\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.36</span><span class=\"lf-art-t\">Grond niet weghalen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De afgegraven grond blijft liggen in het deel van de kernzone en beschermingszone van de zeewering waar wordt gegraven.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  13.3.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarden graven bij de waterkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1337\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.37</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer gelden deze voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden uit deze paragraaf gelden voor het graven in de kernzone en beschermingszone van de waterkering als: a. maximaal 3 m3 wordt gegraven; en b. maximaal 30 centimeter diep wordt gegraven; en c. niet in de kruin wordt gegraven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1338\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.38</span><span class=\"lf-art-t\">Grond niet weghalen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De afgegraven grond blijft liggen in het deel van de kernzone en beschermingszone van de waterkering waar wordt gegraven.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  13.3.5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarden graven in kwetsbaar kwelgebied</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1339\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.39</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer gelden deze voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden uit deze paragraaf gelden voor het graven tot maximaal 1,5 meter diep in een kwetsbaar kwelgebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1340\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.40</span><span class=\"lf-art-t\">Niet meer kwel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het graven zorgt niet voor meer kwel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1341\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.41</span><span class=\"lf-art-t\">Geen verzilting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het graven zorgt niet voor verzilting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1342\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.42</span><span class=\"lf-art-t\">Verticale stabiliteit van de bodem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Op elk ontgravingsdiepte is de bodem verticaal stabiel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Tijdens het graven laat de initiatiefnemer met metingen zien wat de verticale stabiliteit van de bodem is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1343\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.43</span><span class=\"lf-art-t\">Informeren Rijnland</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als tijdens het uitvoeren van het werk blijkt dat niet kan worden voldaan aan artikel 13.40, artikel 13.41 of artikel 13.42, dan moet de initiatiefnemer Rijnland hier gelijk over informeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1344\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.44</span><span class=\"lf-art-t\">Sleufloze technieken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een sleufloze techniek zoals een boring of een boogzinker, mag niet dieper dan 2,5 meter boven de onderkant van de afsluitende laag plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen met een maatwerkvoorschrift afwijken van lid 1, als het doorboren van de afsluitende laag gebeurt via een horizontaal gestuurde boring, waarbij: a. zo veel mogelijk verticaal wordt geboord; en b. een omhullende mantelbuis wordt gebruikt; en c. het diepste punt van de boring minimaal 2,5 meter onder de afsluitende laag komt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen afwijken van lid 1 wanneer dat voor een of meer belanghebbende gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de lid 1 te dienen doelen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  13.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verdere uitwerking van de zorgplicht voor graven</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  13.4.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verdere uitwerking zorgplicht voor graven in een peilgrens</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1345\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.45</span><span class=\"lf-art-t\">Verdere uitwerking van de zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Is er geen vergunning nodig en gelden er geen voorwaarden zonder vergunning, dan mag een initiatiefnemer in ieder geval gaan graven in een peilgrens volgens de artikelen in deze paragraaf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1346\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13.46</span><span class=\"lf-art-t\">Geen verbinding tussen de peilvakken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het graven in een peilgrens voldoet in ieder geval aan de zorgplicht, als er geen verbinding tussen beide peilvakken komt.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  14</h3>\n<p class=\"lf-p\">Kabels, leidingen en mantelbuizen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  14.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer geldt dit hoofdstuk</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-141\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.1</span><span class=\"lf-art-t\">Kabel, leiding of mantelbuis</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen uit dit hoofdstuk gelden voor het plaatsen, vervangen of hebben van een kabel, leiding of mantelbuis.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  14.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  14.2.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer is een vergunning nodig Subparagraaf 14.2.1.1 Leiding waardoor water van hoog naar laag oppervlaktewater kan stromen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-142\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.2</span><span class=\"lf-art-t\">Leiding waardoor water van hoog naar laag oppervlaktewater kan stromen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een vergunning is nodig voor het plaatsen van een leiding waardoor water van een hoger liggend oppervlaktewater naar een lager liggend oppervlaktewater kan stromen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In uitzondering op lid 1 is er geen vergunning nodig als deze leiding: a. wordt gebruikt voor de aanvoer van water voor een op grond van hoofdstuk 6 toegestane verhoging van het waterpeil; en b. niet in de kernzone en beschermingszone van de waterkering wordt geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 14.2.1.2 Kabel, leiding of mantelbuis in de zeewering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-143\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.3</span><span class=\"lf-art-t\">Kabel, leiding of mantelbuis in de dijk-in-duin constructie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het plaatsen en hebben van een kabel, leiding of mantelbuis in de dijk-in-duin constructie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-144\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.4</span><span class=\"lf-art-t\">Leiding met meer dan 10 bar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het plaatsen en hebben van een leiding met een druk groter dan 10 bar in de kernzone, beschermingszone en buitenbeschermingszone van de zeewering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 14.2.1.3 Leiding of mantelbuis in de waterkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-145\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.5</span><span class=\"lf-art-t\">Leiding met diameter groter dan 500 mm</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het plaatsen en hebben van een leiding met een diameter groter dan 500 mm in de kernzone, beschermingszone en buitenbeschermingszone van de waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-146\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.6</span><span class=\"lf-art-t\">Drukloze leiding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het plaatsen en hebben van een drukloze leiding met een diameter groter dan 160 mm in de kernzone en beschermingszone van de waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-147\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.7</span><span class=\"lf-art-t\">Drukhoudende leiding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een vergunning is nodig voor het plaatsen en hebben van een drukhoudende leiding met een diameter groter dan 63 mm in de kernzone en beschermingszone van de waterkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een vergunning is nodig voor het plaatsen en hebben van een leiding met een druk groter dan 10 bar in de kernzone, beschermingszone en buitenbeschermingszone van de waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-148\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.8</span><span class=\"lf-art-t\">Mantelbuis met diameter groter dan 160 mm</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het plaatsen en hebben van een mantelbuis met een diameter groter dan 160 mm in de kernzone en beschermingszone van de waterkering.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  14.2.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelen van de vergunningaanvraag Subparagraaf 14.2.2.1 Beoordelen van de vergunningaanvraag algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-149\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.9</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelen van de vergunningaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het beoordelen van een vergunningaanvraag, gelden de beoordelingsregels uit: afdeling 3.3 artikel 14.10 artikel 14.11 artikel 14.12 artikel 14.13 artikel 14.14 artikel 14.15 Subparagraaf 14.2.2.2 Beoordelen van de vergunningaanvraag voor een leiding om oppervlaktewater een gebied in te laten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1410\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.10</span><span class=\"lf-art-t\">Er is geen andere manier om water van hoog naar laag oppervlaktewater te laten stromen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is echt nodig dat water van een hoger liggend oppervlaktewater naar een lager liggend oppervlaktewater gaat stromen, en er is geen redelijke andere manier om dat te doen dan via een leiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 14.2.2.3 Beoordelen van de vergunningaanvraag voor een kabel, leiding of mantelbuis in de zeewering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1411\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.11</span><span class=\"lf-art-t\">Niet onder dijk-in-duin constructie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De kabel, leiding of mantelbuis mag niet onder de dijk in duin constructie worden aangelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1412\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.12</span><span class=\"lf-art-t\">Boven de dijk-in-duin constructie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De kabel, leiding of mantelbuis mag boven de dijk in duin constructie worden aangelegd, als deze niet op een andere plaats kan komen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1413\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.13</span><span class=\"lf-art-t\">Leiding met meer dan 10 bar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een leiding met een druk boven de 10 bar mag in de kernzone, beschermingszone en buitenbeschermingszone van de zeewering worden geplaatst, als deze niet op een andere plaats kan komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 14.2.2.4 Beoordelen van de vergunningaanvraag voor een leiding in de waterkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1414\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.14</span><span class=\"lf-art-t\">Leiding met meer dan 10 bar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een leiding met een druk boven de 10 bar mag in de kernzone, beschermingszone en buitenbeschermingszone van de waterkering worden geplaatst, als deze niet op een andere plaats kan komen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1415\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.15</span><span class=\"lf-art-t\">Leiding met een druk tot en met 10 bar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als het kan, moet een leiding in de kernzone en beschermingszone van de waterkering met een druk niet groter dan 10 bar voldoen aan NEN 3650 en NEN 3651, de richtlijn boortechnieken (versie: juni 2019-v1.0) van Rijkswaterstaat en Voorschrift Toetsen op Veiligheid Primaire Waterkeringen (versie: september 2007).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  14.2.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften in de vergunning</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1416\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.16</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften in de vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften staan over: a. de constructie van de kabel, leiding of mantelbuis; b. het in- en uittredepunt van de kabel, leiding of mantelbuis; c. het eventueel verwijderen van de kabel, leiding of mantelbuis; d. de plaats van de kabel, leiding of mantelbuis; e. noodzakelijke maatregelen in de uitvoeringsfase; f. eventuele voorzieningen die nodig zijn om de waterkerendheid van de waterkering te waarborgen; en g. het gebruiken en het bedienen van de leiding waardoor water van een hoger liggend oppervlaktewater naar een lager liggend oppervlaktewater kan stromen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  14.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarden zonder vergunning</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  14.3.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer gelden deze voorwaarden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1417\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.17</span><span class=\"lf-art-t\">Drukloze leiding in waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden uit deze afdeling gelden voor het plaatsen en hebben van een drukloze leiding met een maximale diameter van 160 mm in de kernzone en beschermingszone van de waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1418\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.18</span><span class=\"lf-art-t\">Drukhoudende leiding in waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De voorwaarden uit deze afdeling gelden voor het plaatsen en hebben van een drukhoudende leiding in de kernzone en beschermingszone van de waterkering, als: a. de diameter maximaal 63 mm is; en b. de druk maximaal 10 bar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De voorwaarden uit deze afdeling gelden voor het plaatsen en hebben van een drukhoudende leiding in de kernzone, beschermingszone en buitenbeschermingszone van de waterkering, als: a. dit niet gebeurt in de kernzone en beschermingszone van de waterkering; en b. de diameter maximaal 500 mm is; en c. de druk maximaal 10 bar is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1419\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.19</span><span class=\"lf-art-t\">Mantelbuis in waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden uit deze afdeling gelden voor het plaatsen en hebben van een mantelbuis met een maximale diameter van 160 mm in de kernzone en beschermingszone van de waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1420\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.20</span><span class=\"lf-art-t\">Kabel in waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden uit deze afdeling gelden voor het plaatsen en hebben een kabel in de kernzone en beschermingszone van de waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1421\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.21</span><span class=\"lf-art-t\">Renoveren of vervangen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden uit deze afdeling gelden voor het renoveren of vervangen van een kabel, leiding of mantelbuis in de kernzone en beschermingszone van de waterkering.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  14.3.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1422\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.22</span><span class=\"lf-art-t\">Kwaliteit leiding of mantelbuis</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De leiding of mantelbuis is minimaal gemaakt van PE 100 SDR 11.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1423\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.23</span><span class=\"lf-art-t\">Manier van plaatsen leiding of mantelbuis</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De initiatiefnemer plaatst een leiding of mantelbuis: a. met een open ontgraving in de vorm van een tijdelijke sleuf; of b. met een ondiepe gestuurde boring, als: i. deze boring maximaal 2,5 meter boven de basis van het basisveen wordt uitgevoerd; en ii. de plekken waar deze boring in en uit de waterkering komt niet in de kernzone en beschermingszone van de waterkering liggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bij het plaatsen van een leiding of mantelbuis wordt voldaan aan NEN 3650 en NEN 3651.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen met een maatwerkvoorschrift afwijken van lid 1 en lid 2, als de waterkering stabiel blijft en water kan blijven tegenhouden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1424\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.24</span><span class=\"lf-art-t\">Manier van plaatsen kabel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De initiatiefnemer plaatst de kabel: a. met een open ontgraving in de vorm van een tijdelijke sleuf; of b. door een bestaande mantelbuis heen, die voldoet aan NEN 3650 en NEN 3651; of c. met een ondiepe gestuurde boring, als: i. deze boring maximaal 2,5 meter boven de basis van het basisveen wordt uitgevoerd; en ii. het intredepunt en uittredepunt niet in de kernzone en beschermingszone van de waterkering liggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen met een maatwerkvoorschrift afwijken van lid 1 als de waterkering stabiel blijft en water kan blijven tegenhouden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  14.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verdere uitwerking van de zorgplicht voor kabels en leidingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1425\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.25</span><span class=\"lf-art-t\">Verdere uitwerking van de zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als voor het plaatsen van een kabel of leiding geen vergunning nodig is en er geen voorwaarden zonder vergunning gelden, dan mag een initiatiefnemer een kabel of leiding in ieder geval volgens de artikelen in deze afdeling plaatsen in de: a. kernzone en beschermingszone van belangrijk oppervlaktewater; of b. kernzone en beschermingszone van overig oppervlaktewater.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1426\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.26</span><span class=\"lf-art-t\">Kabel of leiding kruist de kernzone van belangrijk oppervlaktewater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een kabel of leiding mag de kernzone van belangrijk oppervlaktewater kruisen: a. op minimaal 2 meter onder de ingreepmaat; of b. op minimaal 50 centimeter onder de ingreepmaat als de kabel of leiding wordt beschermd tegen beschadigen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1427\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.27</span><span class=\"lf-art-t\">Kabel of leiding kruist de kernzone van overig oppervlaktewater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een kabel of leiding mag de kernzone van overig oppervlaktewater kruisen: a. op minimaal 1,3 meter onder de ingreepmaat; of b. op minimaal 50 centimeter onder de ingreepmaat als de kabel of leiding wordt beschermd tegen beschadigen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1428\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.28</span><span class=\"lf-art-t\">Kabel of leiding in een dam met duiker</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De initiatiefnemer plaatst de kabel of leiding onder de duiker.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1429\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.29</span><span class=\"lf-art-t\">kabel of leiding langs oppervlaktewater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De initiatiefnemer plaatst een kabel of leiding minimaal 1 meter uit de insteek van het oppervlaktewater.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  15</h3>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik van voertuigen en werktuigen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  15.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer geldt dit hoofdstuk</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-151\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.1</span><span class=\"lf-art-t\">Voertuig of werktuig gebruiken bij de waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen uit dit hoofdstuk gelden voor het gebruiken van een voertuig of werktuig in de kernzone en beschermingszone van de waterkering.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  15.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  15.2.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer is een vergunning nodig</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-152\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.2</span><span class=\"lf-art-t\">Voertuig of werktuig zwaarder dan 8.000 kg op een waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor een voertuig of werktuig in de kernzone van de waterkering als: a. het voertuig of werktuig met de lading erbij meer weegt dan 8.000 kilogram; en b. het voertuig of werktuig niet op een weg blijft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-153\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.3</span><span class=\"lf-art-t\">Voertuig of werktuig zwaarder dan 50.000 kg op een waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor een voertuig of werktuig in de kernzone van een waterkering als: a. het voertuig of werktuig met de lading erbij meer weegt dan 50.000 kilogram; en b. het voertuig of werktuig wordt neergezet en gebruikt voor het uitvoeren van activiteiten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  15.2.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften in de vergunning</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-154\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.4</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften in de vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften staan over: a. het maximale gewicht van het voertuig of werktuig met de lading erbij; en b. maatregelen die nodig zijn om nadelige gevolgen voor de waterkering te voorkomen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  15.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verdere uitwerking zorgplicht voor een voertuig of werktuig op de waterkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-155\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.5</span><span class=\"lf-art-t\">Verdere uitwerking van de zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als voor een voertuig of werktuig in de kernzone en beschermingszone van de waterkering geen vergunning nodig is, dan mag een initiatiefnemer in ieder geval met een voertuig of werktuig in de kernzone en beschermingszone van de waterkering komen als wordt voldaan aan de artikelen in deze afdeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-156\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.6</span><span class=\"lf-art-t\">Maximaal gewicht voor rijden over weg op waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Rijden over een weg op een waterkering mag alleen als het gewicht van het voertuig of werktuig met de lading erbij, niet zwaarder is dan het maximale gewicht waarmee over die weg mag worden gereden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-157\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.7</span><span class=\"lf-art-t\">Planten niet kapot rijden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voertuigen en werktuigen rijden de planten op de waterkering niet kapot.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-158\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.8</span><span class=\"lf-art-t\">Voertuig of werktuig neerzetten en gebruiken voor activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een voertuig of werktuig staat alleen in de kernzone en beschermingszone van de waterkering als het niet op een andere plek kan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Door het neerzetten en gebruiken van het voertuig of werktuig wordt de waterkering niet minder stabiel. Dit heeft de initiatiefnemer voor de start van de activiteiten vastgesteld.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  16</h3>\n<p class=\"lf-p\">Dempen van oppervlaktewater</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  16.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer geldt dit hoofdstuk</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-161\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.1</span><span class=\"lf-art-t\">Dempen van oppervlaktewater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen uit dit hoofdstuk gelden voor het dempen van oppervlaktewater.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  16.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  16.2.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer is een vergunning nodig</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-162\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.2</span><span class=\"lf-art-t\">Dempen in de kernzone van belangrijk oppervlaktewater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het dempen van oppervlaktewater in de kernzone van belangrijk oppervlaktewater.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-163\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.3</span><span class=\"lf-art-t\">Dempen in een kernzone en beschermingszone van de waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het dempen van oppervlaktewater in de kernzone en beschermingszone van de waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-164\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.4</span><span class=\"lf-art-t\">Dempen van meer dan 100 m² oppervlaktewater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het dempen van meer dan 100 m² oppervlaktewater in de kernzone van overig oppervlaktewater.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-165\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.5</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzondering voor steiler optrekken talud boven de waterspiegel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In uitzondering op artikel 16.2, artikel 16.3 en artikel 16.4 is geen vergunning nodig als de initiatiefnemer alleen het talud boven de waterspiegel steiler optrekt.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  16.2.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelen van de vergunningaanvraag</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-166\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.6</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelen van de vergunningaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het beoordelen van een vergunningaanvraag, gelden de beoordelingsregels uit: afdeling 3.3 artikel 16.7 artikel 16.8 artikel 16.9 artikel 16.10 artikel 39.2 artikel 39.3 artikel 39.4 artikel 40.2</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-167\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.7</span><span class=\"lf-art-t\">Maken van nieuwe waterberging</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De initiatiefnemer maakt een nieuwe waterberging.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De nieuwe waterberging is nieuw oppervlaktewater dat minimaal net zo groot is als het oppervlak van de demping.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Dijkgraaf en hoogheemraden wijken af van lid 1 en lid 2 als; a. de demping wordt uitgevoerd om de oever te repareren; en b. de initiatiefnemer kan bewijzen dat de oeverlijn op de kaart te veel landinwaarts is getekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Dijkgraaf en hoogheemraden wijken af van lid 1 en lid 2 als de demping tijdelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Dijkgraaf en hoogheemraden wijken af van lid 1 en lid 2 als: a. de demping voordelen heeft voor een ander doel van het waterbeheer; en b. de demping gebeurt in: i. de Nieuwkoopse plassen; of ii. de Reeuwijkse plassen; of iii. de Langeraarse plassen; of iv. de Amstelveense poel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-168\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.8</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer wordt de waterberging gemaakt</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De waterberging moet eerder dan of tegelijk met de demping worden gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De waterberging is maximaal 5 jaar voor de vergunningaanvraag voor de demping gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De waterberging is niet gemaakt om te voldoen aan een andere verplichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen afwijken van lid 1 als: a. het technisch niet mogelijk is de nieuwe waterberging eerder dan of tegelijk met de demping te maken, en; b. er geen wateroverlast ontstaat als de nieuwe waterberging op een later tijdstip wordt gemaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-169\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.9</span><span class=\"lf-art-t\">Plaats van de waterberging</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Bij een demping in een polder wordt de waterberging gemaakt binnen het peilvak waarin wordt gedempt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bij een demping in de boezem wordt de waterberging gemaakt in de boezem binnen 5 kilometer van de demping.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen afwijken van lid 1 of lid 2 als: a. er te weinig ruimte is om de waterberging op de voorgeschreven plaats te maken, en; b. het maken van de waterberging op een andere plaats niet zorgt voor wateroverlast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1610\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.10</span><span class=\"lf-art-t\">Waterberging afschrijven van de Berging Rekening Courant</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Er hoeft geen nieuw oppervlaktewater te worden gemaakt als het oppervlak wordt afgeschreven van een Berging Rekening Courant.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In uitzondering op artikel 16.8, lid 2 mag ook een tegoed dat langer dan 5 jaar op de Berging Rekening Courant staat, worden afgeschreven.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  16.2.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften in de vergunning</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1611\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.11</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften in de vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften staan over: a. de breedte van een oppervlaktewater dat smaller wordt gemaakt; en b. de plaats van de nieuwe waterberging; en c. de maten van de nieuwe waterberging; en d. de volgorde van het dempen en het maken van de waterberging; en e. het uitvoeren van de demping.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  16.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarden zonder vergunning</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1612\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.12</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer gelden deze voorwaarden?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden uit deze afdeling gelden voor dempen als: a. de demping gebeurt in de kernzone van overig oppervlaktewater; en b. de demping niet in de kernzone en beschermingszone van de waterkering gebeurt; en c. maximaal 100 m² oppervlaktewater wordt gedempt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1613\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.13</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzondering voor steiler optrekken talud boven de waterspiegel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In uitzondering op artikel 16.12 gelden de voorwaarden uit deze afdeling niet als de initiatiefnemer alleen het talud boven de waterspiegel steiler optrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1614\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.14</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden voor dempen in waardevolle oever</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De voorwaarden uit afdeling 39.2 gelden wanneer door het dempen meer dan 2,0 m² waardevolle oever verdwijnt die met subsidie van Rijnland is aangelegd bij de tuin van een woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De voorwaarden uit afdeling 39.2 gelden wanneer door het dempen meer dan 2,0 m² waardevolle oever verdwijnt op een plaats die niet bij een tuin van een woning hoort.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1615\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.15</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden voor dempen een vaarweg</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden uit afdeling 40.2 gelden voor dempen in vaarwegen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1616\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.16</span><span class=\"lf-art-t\">Werkzaamheden melden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De initiatiefnemer meldt de demping bij Rijnland voor het werk start.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1617\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.17</span><span class=\"lf-art-t\">Wat moet de initiatiefnemer melden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In de melding staan de gegevens uit artikel 3.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bij de melding zit een situatietekening met een schaal van ten minste 1:200. Op deze situatietekening staat de volgende informatie: a. de plaats en het aantal m² van de demping, en; b. de plaats en het aantal m² van het nieuwe oppervlaktewater.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Maakt de initiatiefnemer gebruikt van de Berging Rekening Courant, dan zit bij de melding: a. een bewijs dat water is overgedragen, of: b. een toestemming van de eigenaar van de Berging Rekening Courant.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Gebruikt de initiatiefnemer eerder gegraven oppervlaktewater, dan zit bij de melding toestemming van de eigenaar van het eerder gegraven oppervlaktewater.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1618\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.18</span><span class=\"lf-art-t\">Nieuwe waterberging</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De initiatiefnemer maakt een nieuwe waterberging.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Deze nieuwe waterberging is nieuw oppervlaktewater dat minimaal net zo groot is het oppervlak van de demping.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen met een maatwerkvoorschrift afwijken van lid 1 en lid 2 als: a. de demping wordt uitgevoerd om de oever te repareren; en b. de initiatiefnemer kan bewijzen dat de oeverlijn op de kaart te veel landinwaarts is getekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen met een maatwerkvoorschrift afwijken van lid 1 en lid 2 als: a. de dempingtijdelijk is; en b. de aanvoer en afvoer van water goed mogelijk blijft; c. en er voldoende waterberging aanwezig blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen met een maatwerkvoorschrift afwijken van lid 1 en lid 2 als: a. de demping voordelen heeft voor een ander doel van het waterbeheer; en b. de demping gebeurt in: i. de Nieuwkoopse plassen; of ii. de Reeuwijkse plassen; of iii. de Langeraarse plassen; of iv. de Amstelveense poel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1619\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.19</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer wordt de waterberging gemaakt</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De waterberging moet eerder dan of tegelijk met de demping worden gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De waterberging is maximaal 5 jaar voor de vergunningaanvraag voor de demping gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De waterberging is niet gemaakt om te voldoen aan een andere verplichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen met een maatwerkvoorschrift afwijken van lid 1 als: a. het technisch niet mogelijk is de nieuwe waterberging eerder dan of tegelijk met de demping te maken, en; b. er geen wateroverlast ontstaat als de nieuwe waterberging op een later tijdstip wordt gemaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1620\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.20</span><span class=\"lf-art-t\">Plaats van de waterberging</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Bij een demping in een polder wordt de waterberging gemaakt binnen het peilvak waarin wordt gedempt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bij een demping in de boezem wordt de waterberging gemaakt in de boezem binnen 5 kilometer van de demping.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen met een maatwerkvoorschrift afwijken van lid 1 of lid 2 als: a. er te weinig ruimte is om de waterberging op de voorgeschreven plaats te maken, en; b. het maken van de waterberging op een andere plaats niet zorgt voor wateroverlast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1621\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.21</span><span class=\"lf-art-t\">Waterberging afschrijven van de Berging Rekening Courant</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Er hoeft geen nieuw oppervlaktewater te worden gemaakt als het oppervlak wordt afgeschreven van een Berging Rekening Courant.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In uitzondering op artikel 16.19, lid 2 mag ook een tegoed dat langer dan 5 jaar op de Berging Rekening Courant staat, worden afgeschreven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1622\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.22</span><span class=\"lf-art-t\">Wateraanvoer en waterafvoer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvoer en afvoer van water blijft goed mogelijk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1623\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.23</span><span class=\"lf-art-t\">Dempen van doodlopend oppervlaktewater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Doodlopend oppervlaktewater wordt vanaf de kopse kant gedempt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1624\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.24</span><span class=\"lf-art-t\">Versmallen oppervlaktewater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Als een oppervlaktewater smaller wordt gemaakt, is dit oppervlaktewater na de demping op de waterspiegel bij winterpeil minimaal 4 meter breed.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen met een maatwerkvoorschrift afwijken van lid 1 en een kleinere breedte toestaan als de aanvoer en afvoer van water goed mogelijk blijft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1625\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.25</span><span class=\"lf-art-t\">Dempen in veengronden en kleigronden op veen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Bij een demping buiten het bebouwde deel van veengronden en kleigronden op veen mogen nieuwe percelen maximaal 80 meter breed worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen met een maatwerkvoorschrift afwijken van lid 1 en een breder perceel toestaan, als de maximale grondwaterdiepte niet meer is dan bij een perceel van 80 meter breed.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  17</h3>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsen van een drijvend voorwerp</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  17.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer geldt dit hoofdstuk</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-171\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.1</span><span class=\"lf-art-t\">Plaatsen van drijvend voorwerp op een vaste plek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen uit dit hoofdstuk gelden voor het op een vaste plek plaatsen van een drijvend voorwerp.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  17.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarden zonder vergunning</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-172\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.2</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer gelden deze voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden uit deze afdeling gelden voor het op een vaste plek plaatsen van een drijvend voorwerp in de kernzone van belangrijk oppervlaktewater.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-173\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.3</span><span class=\"lf-art-t\">Drijvend voorwerp ligt in de lengte langs de oeverlijn</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het drijvende voorwerp ligt in de lengte langs de oeverlijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen met een maatwerkvoorschrift afwijken van lid 1 als: a. de aanvoer en afvoer van water goed mogelijk blijft; en b. onderhoud van het oppervlaktewater mogelijk blijft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-174\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.4</span><span class=\"lf-art-t\">Drijvend voorwerp is maximaal 8 meter breed</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het drijvende voorwerp is maximaal 8 meter breed.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen met een maatwerkvoorschrift afwijken van lid 1 als: a. de aanvoer en afvoer van water goed mogelijk blijft; en b. onderhoud van het oppervlaktewater mogelijk blijft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-175\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.5</span><span class=\"lf-art-t\">Minimaal 2/3 van het oppervlaktewater blijft leeg</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Na plaatsen van het drijvende voorwerp is minimaal 2/3 van het oppervlaktewater aaneengesloten leeg.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Dijkgraaf en hoogheemraden kunnen met een maatwerkvoorschrift afwijken van lid 1 als: a. de aanvoer en afvoer van water goed mogelijk blijft; en b. onderhoud van het oppervlaktewater mogelijk blijft.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  17.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verder uitwerking van de zorgplicht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-176\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.6</span><span class=\"lf-art-t\">Verdere uitwerking van de zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Is er geen vergunning nodig en gelden er geen voorwaarden zonder vergunning, dan mag een initiatiefnemer een drijvend voorwerp op een vaste plek plaatsen volgens de artikelen uit deze afdeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-177\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.7</span><span class=\"lf-art-t\">Drijvend voorwerp is maximaal 8 meter breed</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het drijvende voorwerp is maximaal 8 meter breed.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-178\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.8</span><span class=\"lf-art-t\">Minimaal 2/3 van het oppervlaktewater blijft leeg</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Na plaatsen van het drijvende voorwerp is minimaal 2/3 van het oppervlaktewater aaneengesloten leeg.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  18</h3>\n<p class=\"lf-p\">Ophogen maaiveld</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  18.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer geldt dit hoofdstuk</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-181\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18.1</span><span class=\"lf-art-t\">Ophogen maaiveld</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De artikelen uit dit hoofdstuk gelden voor ophogen van het maaiveld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In uitzondering op lid 1 gelden de artikelen uit dit hoofdstuk niet voor: a. verspreiden van bagger met een baggerspuit bij het onderhoud van oppervlaktewater; en b. als daardoor het maaiveld tot maximaal 10 centimeter wordt opgehoogd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  18.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  18.2.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer is een vergunning nodig Subparagraaf 18.2.1.1 Ophogen maaiveld bij de zeewering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-182\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18.2</span><span class=\"lf-art-t\">Maaiveld met meer dan 3 m³ ophogen binnen bebouwde deel van de zeewering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een vergunning is nodig voor het ophogen van het maaiveld met meer dan 3 m³ binnen het bebouwde deel van de kernzone en de beschermingszone van de zeewering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In uitzondering op lid 1 is er geen vergunning nodig voor ophogen op het strand.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-183\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18.3</span><span class=\"lf-art-t\">Maaiveld ophogen buiten bebouwde deel van de zeewering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een vergunning is nodig voor ophogen van het maaiveld buiten het bebouwde deel van de kernzone en de beschermingszone van de zeewering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In uitzondering op lid 1 is er geen vergunning nodig voor ophogen op het strand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 18.2.1.2 Ophogen maaiveld bij een waterkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-184\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18.4</span><span class=\"lf-art-t\">Maaiveld meer dan 50 centimeter ophogen in een waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het meer dan 50 centimeter ophogen van het maaiveld in de kernzone en beschermingszone van de waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-185\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18.5</span><span class=\"lf-art-t\">Maaiveld ophogen op kruin van waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een vergunning is nodig voor ophogen van het maaiveld op de kruin in de kernzone van de waterkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In uitzondering op lid 1 is er geen vergunning nodig voor ophogen met klei.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-186\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18.6</span><span class=\"lf-art-t\">Maaiveld ophogen met natte bagger in kernzone van waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor ophogen van het maaiveld met natte bagger in de kernzone van de waterkering.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  18.2.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelen van de vergunningaanvraag Subparagraaf 18.2.2.1 Beoordelen van de vergunningaanvraag algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-187\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18.7</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelen van de vergunningaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het beoordelen van een vergunningaanvraag, gelden de beoordelingsregels uit: afdeling 3.3 artikel 18.8 artikel 18.9 artikel 39.2 artikel 39.3 artikel 39.4 Subparagraaf 18.2.2.2 Beoordelen van de vergunningaanvraag voor maaiveld ophogen bij de waterkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-188\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18.8</span><span class=\"lf-art-t\">Neerslag stroomt van waterkering af</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Neerslag moet van de waterkering af kunnen stromen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-189\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18.9</span><span class=\"lf-art-t\">Maaiveld op de kruin ophogen met klei</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Op de kruin wordt opgehoogd met klei.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In uitzondering op lid 1 kan Rijnland een ander materiaal op de kruin toestaan, maar alleen in een heel bijzondere situatie.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  18.2.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften in de vergunning</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1810\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18.10</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften in de vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften staan over: a. hoe de initiatiefnemer het maaiveld mag ophogen; b. het gebied waarin de initiatiefnemer het maaiveld mag ophogen; c. het controleren van de mogelijke gevolgen van het ophogen van het maaiveld.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  18.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verdere uitwerking van de zorgplicht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1811\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18.11</span><span class=\"lf-art-t\">Verdere uitwerking zorgplicht voor ophogen maaiveld bij waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als voor het ophogen van het maaiveld geen vergunning nodig is, dan mag een initiatiefnemer het maaiveld in de kernzone en beschermingszone van de waterkering ieder geval ophogen volgens de artikelen in deze afdeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1812\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18.12</span><span class=\"lf-art-t\">Waterkering na ophogen van maaiveld beschermen tegen erosie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De initiatiefnemer beschermt de waterkering na het ophogen van het maaiveld tegen erosie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1813\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18.13</span><span class=\"lf-art-t\">Schoon materiaal gebruiken voor ophogen maaiveld op waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De initiatiefnemer gebruikt schoon materiaal voor het ophogen van het maaiveld bij de waterkering. In het materiaal komt in ieder geval geen steen, puin, stronken of andere vervuiling voor.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  19</h3>\n<p class=\"lf-p\">Boom of struik planten of hebben</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  19.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer geldt dit hoofdstuk</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-191\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19.1</span><span class=\"lf-art-t\">Boom of struik planten of hebben</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen uit dit hoofdstuk gelden voor het planten of hebben van een boom of struik in de kernzone en beschermingszone van de waterkering.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  19.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  19.2.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer is een vergunning nodig</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-192\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19.2</span><span class=\"lf-art-t\">Boom of struik hoger dan 2 meter in de kruin van waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het planten of hebben van een boom of struik in de kernzone en beschermingszone van de waterkering in deze situaties: a. de boom of struik komt of staat in de kruin; en b. de boom of struik wordt volgroeid hoger dan 2 meter.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-193\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19.3</span><span class=\"lf-art-t\">Boom of struik hoger dan 2 meter in buitentalud van waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het planten of hebben van een boom of struik in de kernzone en beschermingszone van de waterkering in deze situaties: a. de boom of struik komt of staat in het buitentalud; en b. de boom of struik wordt volgroeid hoger dan 2 meter.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-194\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19.4</span><span class=\"lf-art-t\">Boom of struik hoger dan 5 meter</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning is nodig voor het planten of hebben van een boom of struik in de kernzone en beschermingszone van de waterkering als de boom of struik volgroeid hoger wordt dan 5 meter.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  19.2.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelen van de vergunningaanvraag</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-195\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19.5</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelen van de vergunningaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het beoordelen van een vergunningaanvraag, gelden de beoordelingsregels uit: afdeling 3.3 artikel 19.6 artikel 19.7 artikel 19.8</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-196\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19.6</span><span class=\"lf-art-t\">Nieuwe boom of struik in de kruin van waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Rijnland staat alleen een nieuwe boom of struik toe op de kruin van een waterkering, als er een zwaarwegend maatschappelijk belang is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-197\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19.7</span><span class=\"lf-art-t\">Nieuwe boom of struik in buitentalud van waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Rijnland staat alleen een nieuwe boom of struik toe in het buitentalud van een waterkering, als er een zwaarwegend maatschappelijk belang is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-198\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19.8</span><span class=\"lf-art-t\">Boom of struik in andere delen van de waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Rijnland staat een boom of struik toe in de kernzone en beschermingszone van de waterkering als: a. de boom of struik buiten de kruin en het buitentalud staat; en b. de ontgrondingskuil buiten het profiel van vrije ruimte ligt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ontgrondingskuil uit lid 1: a. wordt gemeten vanuit het hart van de boom of struik; en b. is een cirkel met een straal van 2 meter; en c. is 1 meter dik.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In uitzondering op lid 2, sub b en c is een kleinere ontgrondingskuil toegestaan, als de initiatiefnemer aantoont dat dit voor de boom of struik voldoende is.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 In afwijking van lid 1 is een bestaande boom toegestaan als de waterkering stabiel is en blijft.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  19.2.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften in de vergunning</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-199\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19.9</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften in de vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de vergunning kunnen in ieder geval voorschriften staan over: a. het controleren van de waterkering; b. de gevolgen van bomen en struiken op de waterkering; c. het onderhoud van de bomen en struiken.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  19.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarden zonder vergunning</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1910\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19.10</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer gelden deze voorwaarden?</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden uit deze afdeling gelden voor het planten van een boom of struik in de kernzone en beschermingszone van de waterkering, als de boom of struik: a. niet in de kruin komt; en b. niet in het buitentalud komt; en c. volgroeid hoger wordt dan 2 meter; en d. volgroeid niet hoger wordt dan 5 meter.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1911\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19.11</span><span class=\"lf-art-t\">Geen erosie aan de waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De boom of struik veroorzaakt geen erosie aan de waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1912\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19.12</span><span class=\"lf-art-t\">Controle van de waterkering blijft mogelijk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De boom of struik wordt zo geplant en onderhouden, dat Rijnland de waterkering altijd goed kan controleren.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  19.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verdere uitwerking van de zorgplicht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1913\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19.13</span><span class=\"lf-art-t\">Verdere uitwerking van de zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Is er geen vergunning nodig en gelden er geen voorwaarden zonder vergunning, dan mag een initiatiefnemer een boom of struik in ieder geval in de kernzone en beschermingszone van de waterkering planten of hebben volgens de artikelen uit deze afdeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1914\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19.14</span><span class=\"lf-art-t\">Geen erosie van het gras op de waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er ontstaat geen erosie van het gras op de waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1915\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19.15</span><span class=\"lf-art-t\">Controle van de waterkering blijft mogelijk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De boom of struik wordt zo geplant en onderhouden, dat Rijnland de waterkering altijd goed kan controleren.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  20</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van grondwater bij saneringen of ontwatering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-201\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 20.1</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van grondwater bij saneringen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan grondwater afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor het lozen van dat grondwater in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 20.1, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 20.1 Emissiegrenswaarden bij lozen in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam Stof Emissiegrenswaarden in µg/l of mg/l Naftaleen 0,2 µg/l PAK’s 1 µg/l BTEX 50 µg/l Vluchtige organohalogeenverbindingen uitgedrukt als chloor 20 µg/l Aromatische organohalogeenverbindingen 20 µg/l Minerale olie 500 µg/l Cadmium 4 µg/l Kwik 1 µg/l Koper 11 µg/l Nikkel 41 µg/l Lood 53 µg/l Zink 120 µg/l Chroom 24 µg/l Onopgeloste stoffen 50 mg/l 3 Voor het lozen van dat grondwater in een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 20.2, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 20.2 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarden in µg/l of mg/l Naftaleen 0,2 µg/l PAK’s 1 µg/l Minerale olie 50 µg/l Cadmium 0,4 µg/l Kwik 0,1 µg/l Koper 1,1 µg/l Nikkel 4,1 µg/l Lood 5,3 µg/l Zink 12 µg/l Chroom 2,4 µg/l Onopgeloste stoffen 20 mg/l Benzeen 2 µg/l Tolueen 7 µg/l Ethylbenzeen 4 µg/l Xyleen 4 µg/l Tetrachlooretheen 3 µg/l Trichlooretheen 20 µg/l 1,2-dichlooretheen 20 µg/l 1,1,1-trichloorethaan 20 µg/l Vinylchloride 8 µg/l Som van de vijf hier bovenstaande stoffen 20 µg/l Monochloorbenzeen 7 µg/l Dichloorbenzenen 3 µg/l Trichloorbenzenen 1 µg/l</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-202\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 20.2</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van grondwater bij ontwatering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan grondwater bij ontwatering worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat grondwater: a. niet afkomstig is van een bodemsanering, een grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een bodemsanering of grondwatersanering; en b. geen drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van het Besluit activiteiten leefomgeving is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor het te lozen grondwater is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 50 mg/l, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het tweede lid is niet van toepassing op het lozen van grondwater bij wonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-203\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 20.3</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor BTEX: NEN-EN-ISO 15680; b. voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen: NEN-EN-ISO 17993; c. voor tetrachlooretheen, trichlooretheen, 1,2-dichlooretheen, 1,1,1-trichloorethaan, vinylchloride, de som van de vijf hiervoor genoemde stoffen, monochloorbenzeen, dichloorbenzeen, trichloorbenzenen: NEN-EN-ISO 10301 of NEN-EN-ISO 15680, waarbij voor vinylchloride enkel NEN-EN-ISO 15680 gebruikt kan worden; d. voor minerale olie: NEN-EN-ISO 9377-2; e. voor cadmium, koper, nikkel, lood, zink en chroom: NEN 6966 of NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 11885, waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2; f. voor kwik: NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 12846 of NEN-EN-ISO 17852, waarbij kwik wordt ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2; en g. voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-204\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 20.4</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 20.1 en 20.2, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van grondwater bij ontwatering, als: a. het lozen niet langer dan 48 uur duurt; of b. het lozen plaatsvindt bij wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 In afwijking van het eerste en tweede lid worden de gegevens en bescheiden ten minste vijf werkdagen voor het begin van het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering verstrekt, als het lozen langer duurt dan 48 uur maar niet langer dan 8 weken.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  21</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-211-484\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.1</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van afvloeiend hemelwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvloeiend hemelwater worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat hemelwater: a. niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening; b. geen drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en c. geen overig afvalwater van een kas als bedoeld in paragraaf 4.78 van dat besluit is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van het eerste lid wordt afvloeiend hemelwater afkomstig van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen, alleen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam geloosd als lozen op of in de bodem redelijkerwijs niet mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In afwijking van het eerste lid wordt afvloeiend hemelwater afkomstig van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen, alleen op een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam geloosd als lozen op of in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam of in een schoonwaterriool redelijkerwijs niet mogelijk is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-212-485\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21.2</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Ten minste zes maanden voor de voorgenomen aanleg van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen en daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de aard en omvang van de lozing van afvloeiend hemelwater; en b. de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ten minste zes maanden voor het veranderen van de lozingsactiviteit door een reconstructie of ingrijpende wijziging van die wegen en daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  22</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van huishoudelijk afvalwater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-221\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.1</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van huishoudelijk afvalwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam wordt huishoudelijk afvalwater alleen op een oppervlaktewaterlichaam geloosd als het lozen plaatsvindt buiten een bebouwde kom of binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater wordt geloosd met een vervuilingswaarde van minder dan 2000 inwonerequivalenten, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk waarop kan worden aangesloten meer bedraagt dan: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">40 m bij niet meer dan 10 inwonerequivalenten; b.</p>\n<p class=\"lf-p\">100 m bij meer dan 10 maar minder dan 25 inwonerequivalenten; c.</p>\n<p class=\"lf-p\">600 m bij 25 of meer inwonerequivalenten maar minder dan 50 inwonerequivalenten; d.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.500 m bij 50 of meer inwonerequivalenten maar minder dan 100 inwonerequivalenten; en e.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.000 m bij 100 of meer inwonerequivalenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het huishoudelijk afvalwater vrijkomt; en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In afwijking van het tweede lid, aanhef en onder a, wordt de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk bij voortzetting van het lozen van huishoudelijk afvalwater in het oppervlaktewaterlichaam dat voor 1 maart 1997 al plaatsvond, berekend vanaf het gedeelte van het gebouw dat zich het dichtst bij een vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk bevindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 In afwijking van het eerste lid kan huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd: a. vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-222\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.2</span><span class=\"lf-art-t\">Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Met het oog op het beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam wordt huishoudelijk afvalwater dat wordt geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, geleid via een zuiveringsvoorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden bij het lozen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam de waarden, bedoeld in tabel 22.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.1 Emissiegrenswaarden bij lozen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam Stof Emissiegrenswaarden in mg/l in een representatief etmaalmonster Emissiegrenswaarden in mg/l in een steekmonster Biochemisch zuurstofverbruik 30 mg/l 60 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 150 mg/l 300 mg/l Onopgeloste stoffen 30 mg/l 60 mg/l 3 Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden bij het lozen op een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam de waarden, bedoeld in tabel 22.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 22.2 Emissiegrenswaarden bij lozen op een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam Stof Emissiegrenswaarden in mg/l in een representatief etmaalmonster Emissiegrenswaarden in mg/l in een steekmonster Biochemisch zuurstofverbruik 20 mg/l 40 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 100 mg/l 200 mg/l Totaal stikstof 30 mg/l 60 mg/l Ammoniumstikstof 2 mg/l 4 mg/l Onopgeloste stoffen 30 mg/l 60 mg/l Fosfor totaal 3 mg/l 6 mg/l 4 Het tweede lid en derde lid zijn niet van toepassing als het huishoudelijk afvalwater minder dan zes inwonerequivalenten bevat en voor vermenging met ander afvalwater door een septictank wordt geleid: a. met een nominale inhoud van 6 m3 of meer, volgens NEN-EN 12566-1, en met een hydraulisch rendement van niet meer dan 10 g, volgens annex B van NEN-EN 12566-1; of b. die is geplaatst voor 1 januari 2009 en is afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Het eerste lid, tweede lid en derde lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam: a. vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-223\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.3</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor biochemisch zuurstofverbruik: NEN-EN-ISO 5815-1/2; b. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705; c. voor nitrietstikstof en nitraatstikstof: NEN-EN-ISO 13395 of NEN-ISO 15923-1; d. voor organisch stikstof: NEN-ISO 5663 of NEN 6646; e. voor ammoniumstikstof: NEN 6646, NEN-EN-ISO 11732 of NEN-ISO 15923-1; en f. voor totaal fosfor: NEN-EN-ISO 15681-1, NEN-EN-ISO 15681-2, NEN-EN-ISO 6878, NEN-EN-ISO 11885 of NEN-EN-ISO 17294-2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-224\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22.4</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 22.1, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over: a. het aantal inwonerequivalenten dat wordt geloosd; b. de wijze van behandeling van het afvalwater; en c. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het eerste lid en tweede lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam: a. vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  23</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van koelwater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-231\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 23.1</span><span class=\"lf-art-t\">Koelwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan koelwater dat niet afkomstig is van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Aan het te lozen koelwater worden geen chemicaliën toegevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De warmtevracht van het te lozen koelwater is niet meer dan 1000 kJ/s bij het lozen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De warmtevracht van het te lozen koelwater is niet meer dan 10 kJ/s bij het lozen op een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-232\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 23.2</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 23.1, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de maximale warmtevracht; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  24</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij reinigen, conserveren, bouwen, renoveren of slopen van bouwwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-241\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 24.1</span><span class=\"lf-art-t\">Bij reinigen en conserveren geen afvalwater lozen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afvalwater afkomstig van het reinigen of conserveren van bouwwerken wordt niet geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, tenzij het gaat om: a. afvalwater afkomstig van het afwassen met water; of b. afvalwater afkomstig van het schoonspuiten met water onder een druk van ten hoogste 200 bar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-242\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 24.2</span><span class=\"lf-art-t\">Werkinstructie bij reinigen en conserveren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam bij het reinigen of conserveren van bouwwerken: a. is een werkinstructie opgesteld; en b. wordt voor het deel van het bouwwerk dat boven de waterspiegel ligt een hulpconstructie voor de opvang van stoffen gebruikt die is afgestemd op de gebruikte techniek, de gebruikte stoffen en de stoffen die kunnen vrijkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In de werkinstructie is in ieder geval opgenomen: a. welke technieken worden toegepast; b. welke stoffen kunnen vrijkomen; en c. welke stoffen worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Als een hulpconstructie wordt gebruikt, is in de werkinstructie ook opgenomen: a. op welke manier de vloer, de zijwanden en de bovenzijde van de hulpconstructie zijn uitgevoerd; b. wat de omvang van het bouwwerk dat wordt gereinigd of geconserveerd is en wat de omvang van de hulpconstructie is; c. of de constructie een afzuiging met permanente onderdruk heeft; d. op welke manier afvalwater wordt opgevangen, als natte technieken worden gebruikt; en e. welke aanvullende maatregelen worden getroffen als wordt gewerkt bij een windsnelheid van meer dan 8 m/s.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-243\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 24.3</span><span class=\"lf-art-t\">Werkinstructie bij bouwen en slopen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam bij het bouwen, renoveren of slopen van bouwwerken is er een werkinstructie opgesteld, waarin in ieder geval is opgenomen: a. op welke manier wordt gebouwd, gerenoveerd of gesloopt; en b. welke maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat stoffen die worden gebruikt of die kunnen vrijkomen, in het oppervlaktewaterlichaam terechtkomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-244\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 24.4</span><span class=\"lf-art-t\">Beperken stof in het oppervlaktewaterlichaam</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of beperken van de verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam bij het afzuigen van lucht vanuit een hulpconstructie, is voor de emissie in de lucht de emissiegrenswaarde voor stof 10 mg/Nm3, gemeten in een eenmalige meting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-245\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 24.5</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het meten van stof bij het afzuigen van lucht vanuit een hulpconstructie is NEN-EN 13284-1 van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-246\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 24.6</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 24.1, artikel 24.2 en artikel 24.3, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. voor het lozen afkomstig van reinigen of conserveren van een bouwwerk: de werkinstructie, bedoeld in artikel 24.2; of b. voor het lozen afkomstig van het bouwen of slopen van een bouwwerk: de werkinstructie, bedoeld in artikel 24.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het eerste lid en het tweede lid gelden niet voor reinigingswerkzaamheden die periodiek worden uitgevoerd en waarbij alleen vuilafzetting wordt verwijderd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  25</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij opslaan en overslaan van inerte goederen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-251\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 25.1</span><span class=\"lf-art-t\">Inerte goederen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van deze afdeling worden in ieder geval de volgende goederen als inerte goederen beschouwd, voor zover deze niet verontreinigd zijn: a. bouwstoffen als bedoeld in paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. grond en baggerspecie als bedoeld in paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving; c.</p>\n<p class=\"lf-p\">A-hout en ongeshredderd B-hout; d. snoeihout; e. banden van voertuigen; f. autowrakken waaruit alle vloeistoffen zijn afgetapt bij een autodemontagebedrijf en wrakken van tweewielige motorvoertuigen waaruit alle vloeistoffen zijn afgetapt bij een demontagebedrijf voor tweewielige motorvoertuigen; g. straatmeubilair; h. tuinmeubilair; i. aluminium, ijzer en roestvrij staal; j. kunststof anders dan lege, ongereinigde verpakkingen van voedingsmiddelen, smeerolie, verf, lak of drukinkt, gewasbeschermingsmiddelen, biociden of gevaarlijke stoffen; k. kunststofgeïsoleerde kabels anders dan oliedrukkabels, gepantserde papier-loodkabels en papiergeïsoleerde grondkabels; l. papier en karton; m. textiel en tapijt; en n. vlakglas.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-252\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 25.2</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij opslaan van inerte goederen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater, dat in contact is geweest met opgeslagen inerte goederen, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-253\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 25.3</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij overslaan van inerte goederen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan bij het overslaan van inerte goederen in de buitenlucht worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bij het overslaan van die goederen in de buitenlucht wordt zo veel mogelijk voorkomen dat goederen op een oppervlaktewaterlichaam geraken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Aan het tweede lid wordt bij het laden en lossen van schepen in ieder geval voldaan als: a. de afstand tussen wal en schip zo klein mogelijk is, en in ieder geval niet groter is dan 5 m; of b. het schip waarin of waaruit wordt overgeslagen, met de wal wordt verbonden door een ponton of een morsklep.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Het tweede lid en het derde lid zijn niet van toepassing op het overslaan van inerte goederen bij wonen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  26</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij opslaan of overslaan van andere dan inerte goederen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-261\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 26.1</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij opslaan van goederen die kunnen uitlogen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In aanvulling op artikel 4.1058, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater te lozen afvalwater afkomstig van het opslaan van goederen waaruit stoffen kunnen uitlogen, worden geloosd op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam, als de afstand tot een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden aangesloten of geloosd meer dan 40 m is, gerekend vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 26.1, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 26.1 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarde in µg/l of mg/l Som van de metalen arseen, chroom, koper, lood, nikkel en zink 1 mg/l Minerale olie 20 mg/l Polycyclische aromatische koolwaterstoffen 50 µg/l Onopgeloste stoffen 100 mg/l Som van stikstofverbindingen 0 mg/l Som van fosforverbindingen 2 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 200 mg/l</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-262\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 26.2</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872; b. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705; c. voor olie: NEN-EN-ISO 9377-2; d. voor arseen, chroom, koper, lood, nikkel en zink: NEN 6966 of NEN-EN-ISO 17294-2 of NENEN-ISO 11885, waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2; e. voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen: NEN-EN-ISO 17993; f. voor nitrietstikstof en nitraatstikstof: NEN-EN-ISO 13395 of NEN-ISO 15923-1; g. voor organisch stikstof: NEN-ISO 5663 of NEN 6646; h. voor ammoniumstikstof: NEN 6646, NEN-EN-ISO 11732 of NEN-ISO 15923-1; en i. voor de som van fosforverbindingen: NEN-EN-ISO 15681-1, NEN-EN-ISO 15681-2, NEN-EN-ISO 6878, NEN-EN-ISO 11885 of NEN-EN-ISO 17294-2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-263\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 26.3</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij overslaan van niet-inerte goederen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam bij: a. het bedrijfsmatig overslaan van niet-inerte goederen; b. het overslaan van zout voor het strooien op wegen; c. het overslaan van niet-inerte goederen die vrijkomen bij een werk; en d. het overslaan van niet-inerte goederen die nodig zijn in een werk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bij het overslaan van die goederen in de buitenlucht wordt zo veel mogelijk voorkomen dat goederen op een oppervlaktewaterlichaam geraken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Aan het tweede lid wordt bij het laden en lossen van schepen in ieder geval voldaan als: a. de afstand tussen wal en schip zo klein mogelijk is, en in ieder geval niet groter is dan 5 m; of b. het schip waarin of waaruit wordt overgeslagen, met de wal wordt verbonden door een ponton of een morsklep.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-264\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 26.4</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 26.1 en artikel 26.3, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de stoffen die worden opgeslagen of overgeslagen; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Dit artikel is niet van toepassing op het overslaan van: a. zout voor het strooien op wegen; b. niet-inerte goederen die vrijkomen bij een werk; en c. niet-inerte goederen die nodig zijn in een werk.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  27</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen uit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-271\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 27.1</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van afvalwater vanuit gemeentelijke rioolstelsels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan het afvalwater afkomstig uit een openbaar ontwateringsstelsel, een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat stelsel of dat riool voorkomt op het in het gemeentelijk rioleringsplan of een gemeentelijk rioleringsprogramma opgenomen overzicht van voorzieningen en maatregelen als bedoeld in artikel 2.16, eerste lid, onder a, onder 1° tot en met 3°, van de Omgevingswet, en dat stelsel of dat riool volgens dat plan of programma is uitgevoerd en wordt beheerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-272\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 27.2</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van huishoudelijk afvalwater vanuit andere systemen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan huishoudelijk afvalwater afkomstig uit een systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat systeem voorkomt op het in het gemeentelijk rioleringsplan of een gemeentelijk rioleringsprogramma opgenomen overzicht van die systemen en volgens dat plan of programma is uitgevoerd en wordt beheerd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  28</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij ontgravingen, baggerwerkzaamheden en werkzaamheden door de waterbeheerder op een oppervlaktewaterlichaam</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-281\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.1</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij ontgravingen en baggerwerkzaamheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen kunnen stoffen die vrijkomen bij ontgravingen of baggerwerkzaamheden op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd op dat oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-282\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.2</span><span class=\"lf-art-t\">Werkinstructie bij verontreinigde waterbodem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam is bij ontgravingen of baggerwerkzaamheden in een waterbodem met de kwaliteitsklasse ‘sterk verontreinigd’, bedoeld in artikel 25d, derde lid, onder a, van het Besluit bodemkwaliteit, een werkinstructie opgesteld, waarin in ieder geval is opgenomen: a. de toe te passen baggertechniek, en b. de bij het gebruik van die techniek gehanteerde werkwijze.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-283\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.3</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij werkzaamheden door de waterbeheerder</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen kunnen stoffen die vrijkomen bij andere werkzaamheden dan bedoeld in artikel 28.2 op een oppervlaktewaterlichaam en worden verricht door of namens de waterbeheerder in het kader van het waterbeheer, worden geloosd op dat oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-284\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.4</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van algen en bacteriën</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen kunnen algen en bacteriën uit een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd op een ander oppervlaktewaterlichaam dat in beheer is bij dezelfde waterbeheerder, als die werkzaamheden plaatsvinden door of namens de beheerder in het kader van het beheer van dat oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-285\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28.5</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 28.1, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de kwaliteit van de te ontgraven of te baggeren waterbodem; b. als de waterbodem de kwaliteitsklasse ‘sterk verontreinigd’, bedoeld in artikel 25d, derde lid, onder a, van het Besluit bodemkwaliteit, heeft: de werkinstructie, bedoeld in artikel 28.2; en c. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Dit artikel is niet van toepassing als de ontgraving of baggerwerkzaamheden plaatsvinden door de beheerder of ter uitvoering van een onderhoudsverplichting als bedoeld in artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  29</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij schoonmaken drinkwaterleidingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-291\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29.1</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van reinigingswater drinkwaterleidingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat vrijkomt bij het schoonmaken en in gebruik nemen van de middelen voor opslag, transport en distributie van drinkwater of warm tapwater als bedoeld in artikel 1 van de Drinkwaterwet, of van huishoudwater als bedoeld in artikel 1 van het Drinkwaterbesluit, op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Aan het water dat voor het schoonmaken en in gebruik nemen wordt gebruikt, worden geen chemicaliën toegevoegd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  30</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij calamiteitenoefeningen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-301\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 30.1</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij calamiteitenoefeningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat vrijkomt bij een calamiteitenoefening, anders dan afvalwater afkomstig van een permanente voorziening voor het oefenen van brandbestrijdingstechnieken als bedoeld in artikel 3.259 van het Besluit activiteiten leefomgeving, op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-302\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 30.2</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 30.1, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. of er blusschuim bij de oefening wordt gebruikt; en b. welke stoffen dat blusschuim bevat.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  31</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-311-515\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 31.1</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen vanuit andere gebouwen dan een kas</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In aanvulling op artikel 4.795, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater, te lozen afvalwater afkomstig van het telen of kweken van gewassen in een gebouw, anders dan een kas, ook op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd, als het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden geloosd, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool waarop kan worden aangesloten en geloosd, meer dan 40 m is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 31.1, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 31.1 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarde in mg/l Onopgeloste stoffen 100 mg/l Biochemisch zuurstofverbruik 60 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 300 mg/l 3 De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt, en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, wordt de afstand bij voortzetting van het lozen dat voor 1 januari 2013 al plaatsvond, berekend vanaf de plaats waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-312-516\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 31.2</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij spoelen van biologisch geteelde gewassen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In aanvulling op artikel 4.761, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater, te lozen afvalwater afkomstig van het spoelen van biologisch geteelde gewassen ook op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd, als het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk, waarop kan worden geloosd, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool waarop kan worden aangesloten en geloosd, meer dan 40 m is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor het te lozen afvalwater is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 100 mg/l, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt, en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, wordt de afstand bij voortzetting van het lozen dat voor 1 januari 2013 al plaatsvond, berekend vanaf de plaats waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-313-517\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 31.3</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij sorteren van biologisch geteelde gewassen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In aanvulling op artikel 4.773, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater, te lozen afvalwater afkomstig van het sorteren van biologisch geteelde gewassen ook op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 31.2, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 31.2 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarde in mg/l Onopgeloste stoffen 100 mg/l Biochemisch zuurstofverbruik 60 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 300 mg/l</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-314-518\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 31.4</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij omgekeerde osmose en ionenwisselaars</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het zuiveren van water door omgekeerde osmose of ionenwisselaars voor agrarische activiteiten, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 31.3, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 31.3 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarde in mg/l Chloride 200 mg/l IJzer 2 mg/l 3 Artikel 4.801 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 4.804 van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-315-519\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 31.5</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij ontijzeren grondwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het ontijzeren van grondwater voor agrarische activiteiten, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam als het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden geloosd en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool waarop kan worden aangesloten en geloosd, meer dan 40 m is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor het te lozen afvalwater is de emissiegrenswaarde voor ijzer 5 mg/l, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt, en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, wordt de afstand bij voortzetting van het lozen dat voor 1 januari 2013 al plaatsvond, berekend vanaf de plaats waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-316-520\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 31.6</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor chloride: NEN-EN-ISO 15682; b. onopgeloste stoffen: NEN-EN 872; c. voor biochemisch zuurstofverbruik: NEN-EN-ISO 5815-1/2; d. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705; en e. voor ijzerverbindingen: NEN-EN-ISO 17294-2</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-317-521\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 31.7</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in de artikel 31.1, artikel 31.2, artikel 31.3, artikel 31.4 of artikel 31.5, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  32</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij maken van betonmortel en uitwassen van beton</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-321-522\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32.1</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzondering voorgeschreven lozingsroute</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als in het omgevingsplan voor afvalwater afkomstig van het reinigen van installaties en voorzieningen voor het maken van betonmortel, het inwendig reinigen van voertuigen waarin betonmortel is vervoerd of het uitwassen van beton een andere lozingsroute is toegestaan, wordt, in afwijking van artikel 4.140, eerste lid van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 4.158, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, het te lozen afvalwater, bedoeld in die artikelen, geloosd op een oppervlaktewaterlichaam of via die andere route.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  33</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij niet-industriële voedselbereiding</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-331\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 33.1</span><span class=\"lf-art-t\">Afbakening met Besluit activiteiten leefomgeving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van de voedingsmiddelenindustrie, bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving met uitzondering van het lozen van afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen voor personen die werken op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-332\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 33.2</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bereiden van voedingsmiddelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als het bereiden plaatsvindt met: a. grootkeukenapparatuur; b. één of meer bakkerijovens die chargegewijs worden beladen; of c. één of meer bakkerijovens die continu worden beladen met een nominaal vermogen of een aansluitwaarde van ten hoogste 100 kilowatt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het afvalwater wordt alleen gezamenlijk met huishoudelijk afvalwater geloosd, en wordt alleen geloosd voor zover de voorzieningen voor het zuiveren van huishoudelijk afvalwater zijn berekend op het zuiveren van het afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen en daarmee samenhangende activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-333\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 33.3</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 33.2, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  34</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van spuiwater uit recreatieve visvijvers</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-341\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 34.1</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van spuiwater uit recreatieve visvijvers</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan spuiwater uit recreatieve visvijvers worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-342\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 34.2</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 34.1, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  35</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen vanaf vaartuigen of andere drijvende werktuigen bij spoelen of scheiden van zand of grind</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-351\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 35.1</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van spoelwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kunnen de volgende afvalwaterstromen afkomstig van een vaartuig of ander drijvend werktuig, op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd: a. afvalwater dat vrijkomt bij het spoelen van zeezand tijdens het transport daarvan met een vaartuig of werktuig; en b. afvalwater dat vrijkomt bij het op dat vaartuig of werktuig scheiden van zand of grind.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  36</h3>\n<p class=\"lf-p\">Asverstrooiing</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-361\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 36.1</span><span class=\"lf-art-t\">Asverstrooiing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het op een oppervlaktewaterlichaam individueel verstrooien van as door de nabestaande die de zorg voor de asbus heeft, bedoeld in artikel 66a, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging, is toegestaan.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  37</h3>\n<p class=\"lf-p\">Andere lozingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-371\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 37.1</span><span class=\"lf-art-t\">Vangnetvergunningplicht lozen op oppervlaktewater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, als daarbij stoffen of warmte worden geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het verbod geldt niet voor: a. het lozen van stoffen of warmte op een oppervlaktewaterlichaam afkomstig van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. het lozen, bedoeld in de hoofdstukken 20 tot en met 36; c. het lozen van water dat afkomstig is uit dat oppervlaktewaterlichaam en waaraan geen stoffen zijn toegevoegd; en d. het lozen van stoffen of warmte afkomstig van wonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-372\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 37.2</span><span class=\"lf-art-t\">Vangnetvergunningplicht lozen op zuiveringtechnisch werk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk te verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het verbod geldt niet voor het lozen van stoffen, water of warmte op een zuiveringtechnisch werk afkomstig van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-373\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 37.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten aanvraag omgevingsvergunning lozingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het debiet in kubieke meters per uur van het te lozen afvalwater; b. de regelmaat waarmee lozingen plaatsvinden; c. een aanduiding of de lozing continu of niet-continu plaatsvindt; d. een riooltekening; e. de locaties van de lozingspunten; f. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van het lozen en de verwachte duur ervan; g. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken; h. een onderbouwing van de noodzaak om te lozen; i. de samenstelling van het afvalwater dat wordt geloosd; j. de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; k. de resultaten van de immissietoets voor de te lozen stoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en l. een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-374\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 37.4</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel omgevingsvergunning lozingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk is artikel 8.88 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-375\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 37.5</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften omgevingsvergunning lozingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk zijn de artikel 8.92 en artikel 8.93 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  38</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aanvraagvereisten omgevingsvergunning beperkingengebiedactiviteiten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-381\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 38.1</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten omgevingsvergunning beperkingengebiedactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een omschrijving van de activiteit, waarbij wordt vermeld op welke wijze gebruik zal worden gemaakt van het beperkingengebied; b. een toelichtende tekening en de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting van de activiteit met daarbij het ontwerp en de afmetingen van het werk of het tracé van de kabel of de leiding; c. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; d. als een waterstaatswerk wordt gekruist door een boring: een boorplan met de volgende informatie:</p>\n<p class=\"lf-p\">1º. een beschrijving van de horizontaal gestuurde boring overeenkomstig de Handleiding wegenbouw, ontwerp onderbouw, richtlijn Boortechnieken (versie: juni 2019-v1.0), uitgegeven door Rijkswaterstaat;</p>\n<p class=\"lf-p\">2º. een tekening met een aanduiding van de boorlijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">3º. een tekening van de dwarsdoorsnede in de langsrichting van de gekozen boorlijn; en 4º. gegevens over de controleberekening of sterkteberekening van de buis op basis van een grondmechanisch onderzoek; en e. als de activiteit op, in of bij een kade of waterkering plaatsvindt: een stabiliteitsberekening van de kade of waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-382\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 38.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten omgevingsvergunning beperkingengebiedactiviteit waterbodem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden, als de activiteit betrekking heeft op werkzaamheden waarbij een waterbodem geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, in aanvulling op artikel 38.1 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van de hoeveelheid te verwijderen materiaal; en b. een aanduiding van het totaal te baggeren oppervlak in kubieke meter.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  39</h3>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten in waardevolle oevers</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  39.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelen vergunningaanvraag op verdwijnen van waardevolle oever</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-391\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 39.1</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelen van de vergunningaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen uit deze afdeling gelden voor het uitvoeren van een activiteit, als dat in deze verordening is aangegeven bij de artikelen voor die activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-392\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 39.2</span><span class=\"lf-art-t\">Verlies van waardevolle oever compenseren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een initiatiefnemer legt een nieuwe waardevolle oever aan die minimaal even groot is als het stuk waardevolle oever dat verdwijnt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van lid 1 kan een initiatiefnemer gebruik maken van een waardevolle oever die al eerder is aangelegd en minimaal even groot is. Deze oever mag maximaal drie jaar eerder zijn aangelegd dan het moment waarop het stuk waardevolle oever verdwijnt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-393\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 39.3</span><span class=\"lf-art-t\">Tijdstip waarop de nieuwe waardevolle oever is aangelegd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een nieuwe waardevolle oever moet zijn aangelegd binnen een maand nadat de activiteit klaar is.</p></div>", "next": 239817}