{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Bij het aanplanten of behouden van een boom of bosschage in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam buiten de beperkingengebieden waterkering met bijbehorende beschermingszone A niet zijnde aangewezen hoge gronden, molenbiotoop en vaarwegen in beheer bij het hoogheemraadschap, wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.7, 2.192 en 2.193.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het rooien van een boom of bosschage in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam buiten het beperkingengebied waterkering met bijbehorende beschermingszone A niet zijnde aangewezen hoge gronden, wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2192\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.192</span><span class=\"lf-art-t\">Beheer en onderhoud</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het beheer en onderhoud van de boom of bosschage en de grond binnen 1 meter rondom de kroonbreedte van de boom of bosschage wordt door of namens de initiatiefnemer of de rechtsopvolger uitgevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2193\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.193</span><span class=\"lf-art-t\">Doorstroomprofiel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het oppervlaktewaterlichaam blijft voldoen aan het minimaal benodigde doorstroomprofiel, zoals vastgelegd in de Legger Wateren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2194\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.194</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.3, 2.7, 2.192 en 2.193.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 2.7, 2.192 en 2.193.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het aanplanten of behouden van beplanting in afwijking van artikel 2.7, 2.192 of 2.193. worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  2.1.31</h3>\n<p class=\"lf-p\">Organiseren van evenementen op onverhard oppervlak</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2195\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.195</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het organiseren van evenementen op onverhard oppervlak in het beperkingengebied waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2196\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.196</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een evenement te organiseren dat plaatsvindt op onverhard oppervlak in het beperkingengebied waterkering.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  2.1.32</h3>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsen van explosiegevaarlijk materiaal</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2197\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.197</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen en behouden van explosiegevaarlijk materiaal in het beperkingengebied waterkering met bijbehorende beschermingszones.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2198\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.198</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning explosiegevaarlijk materiaal te plaatsen of te behouden in het beperkingengebied waterkering met bijbehorende beschermingszones.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten bij wegen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  2.2.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2199\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.199</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het uitvoeren van activiteiten in het beperkingengebied weg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2200\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.200</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de verkeersveiligheid; b. het in stand houden van de infrastructuur van de wegen; en c. het waarborgen van een goede verkeersdoorstroming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2201\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.201</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die een activiteit uitvoert en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen heeft of kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 2.200, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze plicht houdt in ieder geval in dat: a. de verkeersveiligheid geborgd wordt; b. de verkeersdoorstroming geborgd wordt; en c. de infrastructuur van de weg intact blijft of, als dit niet mogelijk is, de aantasting van de infrastructuur wordt hersteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die voornemens is een activiteit uit te voeren, informeert en betrekt de omgeving, de direct belanghebbenden en de grondeigenaar op voorhand bij de voorgenomen activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2202\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.202</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten omgevingsvergunning beperkingengebiedactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit in het beperkingengebied weg die op grond van deze afdeling is vereist, worden de volgende gegevens en documenten verstrekt: a. een omschrijving van de activiteit, waarbij wordt vermeld op welke wijze gebruik zal worden gemaakt van het beperkingengebied; b. een toelichtende tekening met daarbij het ontwerp en de afmetingen van het werk of het tracé́ van de kabel of de leiding; c. het adres ter hoogte waarvan de activiteit wordt uitgevoerd; d. en toelichtende tekening en de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting van de activiteit met daarbij het ontwerp en de afmetingen van het werk of het tracé van de kabel of de leiding; en e. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2203\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.203</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld, of een vergunningvoorschrift kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in deze afdeling worden verbonden, over de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.201.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in deze afdeling kan worden verbonden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  2.2.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aanleggen en behouden van uitritten, parkeervoorzieningen en halteplaatsen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2204\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.204</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen en behouden van uitritten, parkeervoorzieningen en halteplaatsen in het beperkingengebied weg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2205\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.205</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een uitrit, parkeervoorziening of halteplaats aan te leggen of te behouden in het beperkingengebied gebiedsontsluitingsweg of het beperkingengebied solitair fietspad.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2206\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.206</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het aanleggen of behouden van een uitrit, parkeervoorziening of halteplaats in het beperkingengebied erftoegangsweg wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.201, en de artikelen 2.207 tot en met 2.210.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2207\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.207</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en documenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vijftien werkdagen voor het aanleggen van de uitrit, parkeervoorziening of halteplaats worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de uitrit, parkeervoorziening of halteplaats wordt geplaatst; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2208\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.208</span><span class=\"lf-art-t\">Het aanbrengen van verharding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De verharding: a. heeft een deugdelijke constructie; b. wordt lager aangebracht dan de weg; c. wordt zodanig aangebracht dat de geldende voorrangssituatie voldoende duidelijk is; d. wordt niet aangebracht in of binnen 5 meter van een bocht; en e. is een constructie die los van de hoofdweg ligt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2209\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.209</span><span class=\"lf-art-t\">Bescherming omgeving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afwatering van de weg verslechtert niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de aanleg en het gebruik wordt zo min mogelijk schade aan de berm en beplanting aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangebrachte schade wordt hersteld door de initiatiefnemer of de rechtsopvolger.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.210</span><span class=\"lf-art-t\">Beheer en onderhoud</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het beheer en onderhoud van de verharding wordt door of namens de initiatiefnemer of de rechtsopvolger uitgevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.211</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.201 en 2.208 tot en met 2.210.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 2.208 tot en met 2.210.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het aanleggen van een uitrit, parkeervoorziening of halteplaats in afwijking van artikel 2.208, 2.209 of 2.210 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.201; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  2.2.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsen en behouden van werken met een verkeersfunctie door een overheidsinstelling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.212</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen en behouden van werken met een verkeersfunctie door een overheidsinstelling in het beperkingengebied weg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2213\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.213</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het plaatsen en behouden werken met een verkeersfunctie door een overheidsinstelling in het beperkingengebied weg wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.201, en de artikelen 2.214 tot en met 2.217.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2214\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.214</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en documenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vijftien werkdagen voor het plaatsen van het werk worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar het werk wordt aangebracht; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2215\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.215</span><span class=\"lf-art-t\">De aanleg</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het werk heeft een deugdelijke constructie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afmetingen van het werk belemmeren de verkeersveiligheid niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verharding wordt niet aangebracht in of binnen 5 meter van een bocht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2216\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.216</span><span class=\"lf-art-t\">Bescherming omgeving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afwatering van de weg verslechtert niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de aanleg en het gebruik wordt zo min mogelijk schade aan de berm en beplanting aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangebrachte schade wordt hersteld door de initiatiefnemer of de rechtsopvolger.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2217\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.217</span><span class=\"lf-art-t\">Beheer en onderhoud</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het beheer en onderhoud van het werk wordt door of namens de initiatiefnemer of de rechtsopvolger uitgevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2218\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.218</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.201 en 2.215 tot en met 2.217.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 2.215 tot en met 2.217.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het plaatsen van een werk met een verkeersfunctie door een overheidsinstelling in afwijking van artikel 2.215, 2.216 of 2.217. worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.201; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  2.2.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Leggen, behouden en weghalen van kabels en leidingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2219\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.219</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het leggen, behouden en weghalen van kabels en leidingen in het beperkingengebied weg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2220\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.220</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het leggen, behouden of weghalen van een kabel of leiding in het beperkingengebied weg wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.201, en de artikelen 2.221, 2.222 en 2.226, als de kabel of leiding langs de weg ligt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het leggen, behouden of weghalen van een kabel of leiding in het beperkingengebied weg wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.201, en de artikelen 2.221 en 2.223 tot en met 2.226, als de kabel of leiding de weg kruist.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2221\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.221</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en documenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vijftien werkdagen voor het leggen of weghalen van de kabel of leiding worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de kabel of leiding wordt gelegd; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De informatie over de start van de werkzaamheden wordt verstrekt door middel van het MOOR platform.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2222\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.222</span><span class=\"lf-art-t\">Ligging langs de weg</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kabel of leiding ligt op een diepte van ten minste 0,60 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De sleuf ligt op een afstand van ten minste 1,25 meter van de wegverharding.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kabel of leiding wordt op een afstand van ten minste 2 meter van de stam van een boom gelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2223\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.223</span><span class=\"lf-art-t\">Mantelbuis</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kabel of leiding wordt in een mantelbuis gelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mantelbuis wordt aan beide kanten afgesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minimale gronddekking van de mantelbuis is 1 meter.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2224\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.224</span><span class=\"lf-art-t\">Wijze van plaatsen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kabel of leiding wordt gelegd door middel van een boring of persing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het leggen door middel van een boring of persing door plaatselijke omstandigheden niet mogelijk is, wordt de verharding van de weg opgebroken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2225\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.225</span><span class=\"lf-art-t\">Herstel van de weg</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de verharding van de weg wordt opgebroken, wordt deze na het leggen of weghalen van de kabel of leiding in oorspronkelijk staat hersteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voordat de verharding van de weg in de oorspronkelijke staat wordt hersteld, wordt deze voor de duur van een jaar tijdelijk hersteld door de verharding dicht te leggen met betonklinkers.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betonklinkers: a. sluiten goed aan op de aangrenzende, niet opgebroken of geroerde delen van het wegdek; b. steken niet meer dan 2 centimeter boven het asfalt uit; en c. verzakken niet meer dan 2 centimeter.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de betonklinkers meer dan 2 centimeter verzakken en er kuilvorming ontstaat, wordt het wegdek onmiddellijk hersteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2226\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.226</span><span class=\"lf-art-t\">Bescherming omgeving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het leggen en het gebruik wordt zo min mogelijk schade aan de berm en beplanting aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangebrachte schade wordt hersteld door de initiatiefnemer of de rechtsopvolger.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2227\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.227</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.201 en 2.222 tot en met 2.226.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 2.222 tot en met 2.226.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het leggen of behouden van een kabel of leiding in afwijking van artikel 2.222, 2.223, 2.224, 2.225 of 2.226 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.201; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  2.2.5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsen en behouden van overige werken, reclameborden en stoffen en houden van dieren</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2228\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.228</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen en behouden van werken, reclame-uitingen, stoffen en het houden van dieren in het beperkingengebied weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op: a. het aanleggen en behouden van uitritten, parkeervoorzieningen en halteplaatsen, bedoeld in paragraaf 2.2.2; b. het plaatsen en behouden van werken met een verkeersfunctie door een overheidsinstelling, bedoeld in paragraaf 2.2.3; en c. het leggen van kabels en leidingen, bedoeld in paragraaf 2.2.4.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2229\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.229</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een werk, reclame-uiting of stof te plaatsen of te behouden of dieren te houden in het beperkingengebied gebiedsontsluitingsweg of het beperkingengebied solitair fietspad.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2230\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.230</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het plaatsen of behouden van een werk, reclame-uiting of stof of het houden van dieren in het beperkingengebied erftoegangsweg wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.201, en de artikelen 2.231 tot en met 2.234.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2231\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.231</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en documenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vijftien werkdagen voor het plaatsen van het werk, de reclame-uiting of de stof of het houden van de dieren worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2232\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.232</span><span class=\"lf-art-t\">De plaatsing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het werk, de reclame-uiting, de stof of de dieren worden op een afstand van ten minste 2 meter van de weg geplaatst of gehouden en zijn veilig bereikbaar vanaf de weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het werk heeft een deugdelijke constructie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afmetingen van het werk belemmeren de verkeersveiligheid niet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2233\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.233</span><span class=\"lf-art-t\">Bescherming omgeving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de aanleg en het gebruik wordt zo min mogelijk schade aan de berm en beplanting aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangebrachte schade wordt hersteld door de initiatiefnemer of de rechtsopvolger.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2234\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.234</span><span class=\"lf-art-t\">Beheer en onderhoud</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het beheer en onderhoud van de het werk, de reclame-uiting of de stof wordt door of namens de initiatiefnemer of de rechtsopvolger uitgevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2235\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.235</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.201 en 2.232 tot en met 2.234.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 2.232 tot en met 2.234.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het plaatsen of behouden van een werk, reclame-uiting of stof of het houden van dieren in afwijking van artikel 2.232, 2.233 of 2.234 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.201; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  2.2.6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Afsluiten van een weg</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2236\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.236</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het geheel of gedeeltelijk afsluiten van een weg in het beperkingengebied weg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2237\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.237</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een weg geheel af te sluiten in het beperkingengebied weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een weg gedeeltelijk af te sluiten in het beperkingengebied gebiedsontsluitingsweg of het beperkingengebied solitair fietspad.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2238\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.238</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het gedeeltelijk afsluiten van een weg in het beperkingengebied erftoegangsweg wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.201, en de artikelen 2.239 tot en met 2.241.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2239\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.239</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en documenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vijftien werkdagen voor het afsluiten van de weg worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2240\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.240</span><span class=\"lf-art-t\">Belemmering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bereikbaarheid van aan de weg gelegen bestemmingen wordt zo min mogelijk belemmerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het openbaar vervoer, hulpdiensten en eigenaren of gebruikers van de percelen die hinder van kunnen ondervinden van de afsluiting worden op voorhand, bij aanvang en na afronding over de afsluiting geïnformeerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2241\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.241</span><span class=\"lf-art-t\">Afbakening van de versmalling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het te versmallen weggedeelte wordt afgebakend in overeenstemming met de richtlijnen in publicatie 96b van de CROW.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afbakening van het te versmallen weggedeelte is voor rekening van de initiatiefnemer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2242\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.242</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.201, 2.240 en 2.241.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 2.240 en 2.241.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het gedeeltelijk afsluiten van een weg in afwijking van artikel 2.240 of 2.241 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.201; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozingsactiviteiten</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is van toepassing op lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk, dat in beheer is bij het hoogheemraadschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-32\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; b. het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen; c. het beschermen van de doelmatige werking van het zuiveringtechnisch werk; d. het beschermen van de ecologische toestand van het watersysteem; e. het instandhouden van het peilbeheer; en f. het beperken van een toename van het risico op wateroverlast en waterschaarste.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-33\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk uitvoert en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 3.2, is verplicht: a. alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De plicht houdt in ieder geval in dat: a. alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen; b. de beste beschikbare technieken worden toegepast; c. geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt; d. alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet; e. lozingen van huishoudelijk afvalwater van groepsaccommodaties en bedrijfsmatige lozingen op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk doelmatig kunnen worden bemonsterd; f. metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund; g. meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt en gepresenteerd; h. de activiteit op zodanige wijze en met behulp van zodanige technieken wordt uitgevoerd dat:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de functies van het watersysteem blijven voldoen voor de gebruiksfunctie; en 2. de waterstanden aangehouden blijven zoals vastgesteld is in:</div>\n<p class=\"lf-p\">I. het ter plekke geldende peilbesluit;</p>\n<p class=\"lf-p\">II. het waterbeheerprogramma; of III. een omgevingsvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die voornemens is een activiteit uit te voeren, informeert en betrekt de omgeving, de direct belanghebbenden en de grondeigenaar op voorhand bij de voorgenomen activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-34\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten aanvraag omgevingsvergunning lozingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk worden de volgende gegevens en documenten verstrekt: a. het debiet in kubieke meters per uur van het te lozen afvalwater; b. de regelmaat waarmee lozingen plaatsvinden; c. een aanduiding of de lozing continu of niet-continu plaatsvindt; d. een riooltekening; e. de locaties van de lozingspunten; f. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van het lozen en de verwachte duur ervan; g. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken; h. een onderbouwing van de noodzaak om te lozen; i. de samenstelling van het afvalwater dat wordt geloosd; j. de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; k. de resultaten van de immissietoets voor de te lozen stoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en l. een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-35\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel omgevingsvergunning lozingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk is artikel 8.88 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-36\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften omgevingsvergunning lozingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk zijn de artikelen 8.92 en 8.93 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-37\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld, of een vergunningvoorschrift kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk worden verbonden, over de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3, en de afdelingen 3.2 tot en met 3.20.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk kan worden verbonden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van grondwater bij sanering of ontwatering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-38\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.8</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het lozen van grondwater bij sanering of ontwatering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-39\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning water te lozen in een oppervlaktewaterlichaam in het kwetsbaar gebied oppervlaktewater.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning water te lozen in een oppervlaktewaterlichaam buiten het kwetsbaar gebied oppervlaktewater, als: a. er door een initiatiefnemer meer water wordt geloosd dan 50 m3 per uur; b. het water afkomstig is van gecontroleerde of peilgestuurde drainage; of c. er watersysteemvreemd water wordt geloosd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-310\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het lozen van grondwater bij sanering of ontwatering buiten het kwetsbaar gebied oppervlaktewater wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3 en de artikelen 3.11 tot en met 3.14, als er niet meer water wordt geloosd dan 50 m3 per uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-311\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.11</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en documenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 3.13 en 3.14, worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van grondwater bij ontwatering, als: a. het lozen niet langer dan 48 uur duurt; of b. het lozen plaatsvindt bij wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste en tweede lid worden de gegevens en documenten ten minste vijftien werkdagen voor het begin van het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering verstrekt, als het lozen langer duurt dan 48 uur maar niet langer dan 8 weken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-312\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor BTEX: NEN-EN-ISO 15680; b. voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen: NEN-EN-ISO 17993; c. voor tetrachlooretheen, trichlooretheen, 1,2-dichlooretheen, 1,1,1-trichloorethaan, vinylchloride, de som van de vijf hiervoor genoemde stoffen, monochloorbenzeen, dichloorbenzeen, trichloorbenzenen: NEN-EN-ISO 10301 of NEN-EN-ISO 15680, waarbij voor vinylchloride enkel NEN-EN-ISO 15680 gebruikt kan worden; d. voor minerale olie: NEN-EN-ISO 9377-2; e. voor cadmium, koper, nikkel, lood, zink en chroom: NEN 6966 of NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 11885, waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2; f. voor kwik: NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 12846 of NEN-EN-ISO 17852, waarbij kwik wordt ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2; en g. voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-313\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.13</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van grondwater bij saneringen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan grondwater afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het lozen van dat grondwater in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 3.1, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 3.1 Emissiegrenswaarden bij lozen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam Stof Emissiegrenswaarden in µg/l of mg/l Naftaleen 0,2 µg/l PAK's 1 µg/l BTEX 50 µg/l Vluchtige organohalogeenverbindingen uitgedrukt als chloor 20 µg/l Aromatische organohalogeenverbindingen 20 µg/l Minerale olie 500 µg/l Cadmium 4 µg/l Kwik 1 µg/l Koper 11 µg/l Nikkel 41 µg/l Lood 53 µg/l Zink 120 µg/l Chroom 24 µg/l Onopgeloste stoffen 50 mg/l 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het lozen van dat grondwater in een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 3.2, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 3.2 Emissiegrenswaarden bij lozen op een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam Stof Emissiegrenswaarden in µg/l of mg/l Naftaleen 0,2 µg/l PAK's 1 µg/l Minerale olie 50 µg/l Cadmium 0,4 µg/l Kwik 0,1 µg/l Koper 1,1 µg/l Nikkel 4,1 µg/l Lood 5,3 µg/l Zink 12 µg/l Chroom 2,4 µg/l Onopgeloste stoffen 20 mg/l Benzeen 2 µg/l Tolueen 7 µg/l Ethylbenzeen 4 µg/l Xyleen 4 µg/l Tetrachlooretheen 3 µg/l Trichlooretheen 20 µg/l 1,2-dichlooretheen 20 µg/l 1,1,1-trichloorethaan 20 µg/l Vinylchloride 8 µg/l Som van de vijf hier bovenstaande stoffen 20 µg/l Monochloorbenzeen 7 µg/l Dichloorbenzenen 3 µg/l Trichloorbenzenen 1 µg/l</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-314\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.14</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van grondwater bij ontwatering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan grondwater bij ontwatering worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat grondwater: a. niet afkomstig is van een bodemsanering, een grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een bodemsanering of grondwatersanering; en b. geen drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van het Besluit activiteiten leefomgeving is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen grondwater is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 50 mg/l, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid is niet van toepassing op het lozen van grondwater bij wonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-315\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.15</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 3.3, 3.13 en 3.14.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 3.13 en 3.14.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor een lozingsactiviteit in afwijking van artikel 3.13 of 3.14 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de reden voor het aanvragen van het maatwerkvoorschrift; e. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3; en f. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-316\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.16</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-317\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.17</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzingen algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3 en de artikelen 3.18 en 3.19.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-318\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.18</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en documenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste zes maanden voor de voorgenomen aanleg van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen en daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken, worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard en omvang van de lozing van afvloeiend hemelwater; en b. de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste zes maanden voor het veranderen van de lozingsactiviteit door een reconstructie of ingrijpende wijziging van die wegen en daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-319\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.19</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van afvloeiend hemelwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvloeiend hemelwater worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat hemelwater: a. niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening; b. geen drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en c. geen overig afvalwater van een kas als bedoeld in paragraaf 4.78 van dat besluit is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid wordt afvloeiend hemelwater afkomstig van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen, alleen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam geloosd als lozen op of in de bodem redelijkerwijs niet mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid wordt afvloeiend hemelwater afkomstig van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen, alleen op een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam geloosd als lozen op of in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam of in een schoonwaterriool redelijkerwijs niet mogelijk is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.20</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 3.3 en 3.19.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 3.19.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor een lozingsactiviteit in afwijking van artikel 3.19 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de reden voor het aanvragen van het maatwerkvoorschrift; e. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3; en f. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van huishoudelijk afvalwater</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.4.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozingen van huishoudelijk afvalwater afkomstig van wonen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-321\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.21</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van huishoudelijk afvalwater afkomstig van wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op het lozen van huishoudelijk afvalwater afkomstig van groepsaccommodaties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-322\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.22</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het lozen van huishoudelijk afvalwater afkomstig van wonen wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3 en de artikelen 3.23 tot en met 3.27.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-323\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.23</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en documenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 3.25, worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. het aantal inwonerequivalenten dat wordt geloosd; b. de wijze van behandeling van het afvalwater; en c. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam: a. vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-324\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.24</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor biochemisch zuurstofverbruik: NEN-EN-ISO 5815-1 en NEN-EN-ISO 5815-2; b. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705; c. voor nitrietstikstof en nitraatstikstof: NEN-EN-ISO 13395 of NEN-ISO 15923-1; d. voor organisch stikstof: NEN-ISO 5663 of NEN 6646; e. voor ammoniumstikstof: NEN 6646, NEN-EN-ISO 11732 of NEN-ISO 15923-1; en f. voor totaal fosfor: NEN-EN-ISO 15681-1, NEN-EN-ISO 15681-2, NEN-EN-ISO 6878, NEN-EN-ISO 11885 of NEN-EN-ISO 17294-2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-325\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.25</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen huishoudelijk afvalwater afkomstig van wonen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam wordt huishoudelijk afvalwater alleen op een oppervlaktewaterlichaam geloosd als het lozen plaatsvindt buiten een bebouwde kom of binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater wordt geloosd met een vervuilingswaarde van minder dan 2000 inwonerequivalenten, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk waarop kan worden aangesloten meer bedraagt dan: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">40 m bij niet meer dan 10 inwonerequivalenten; b.</p>\n<p class=\"lf-p\">100 m bij meer dan 10 maar minder dan 25 inwonerequivalenten; c.</p>\n<p class=\"lf-p\">600 m bij 25 of meer inwonerequivalenten maar minder dan 50 inwonerequivalenten; d.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.500 m bij 50 of meer inwonerequivalenten maar minder dan 100 inwonerequivalenten; en e.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.000 m bij 100 of meer inwonerequivalenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het huishoudelijk afvalwater vrijkomt; en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het tweede lid, aanhef en onder a, wordt de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk bij voortzetting van het lozen van huishoudelijk afvalwater in het oppervlaktewaterlichaam dat voor 1 maart 1997 al plaatsvond, berekend vanaf het gedeelte van het gebouw dat zich het dichtst bij een vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk bevindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid kan huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd: a. vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-326\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.26</span><span class=\"lf-art-t\">Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam wordt huishoudelijk afvalwater dat wordt geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, geleid via een zuiveringsvoorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden bij het lozen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam de waarden, bedoeld in tabel 3.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 3.3 Emissiegrenswaarden bij lozen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam Stof Emissiegrenswaarden in mg/l Representatief etmaalmonster Steekmonster Biochemisch zuurstofverbruik 30 mg/l 60 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 150 mg/l 300 mg/l Onopgeloste stoffen 30 mg/l 60 mg/l 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden bij het lozen op een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam de waarden, bedoeld in tabel 3.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 3.4 Emissiegrenswaarden bij lozen op een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam Stof Emissiegrenswaarden in mg/l Representatief etmaalmonster Steekmonster Biochemisch zuurstofverbruik 20 mg/l 40 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 100 mg/l 200 mg/l Totaal stikstof 30 mg/l 60 mg/l Ammoniumstikstof 2 mg/l 4 mg/l Onopgeloste stoffen 30 mg/l 60 mg/l Fosfor totaal 3 mg/l 6 mg/l 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing als het huishoudelijk afvalwater minder dan zes inwonerequivalenten bevat en voor vermenging met ander afvalwater door een septictank wordt geleid: a. met een nominale inhoud van 6 m3 of meer, volgens NEN-EN 12566-1, en met een hydraulisch rendement van niet meer dan 10 g, volgens annex B van NEN-EN 12566-1; of b. die is geplaatst voor 1 januari 2009 en is afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste tot en met derde lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam: a. vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-327\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.27</span><span class=\"lf-art-t\">Geen voedselvermaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Huishoudelijk afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen in een huishouden en daarmee samenhangende activiteiten, dat afvalstoffen bevat die door versnijdende of vermalende apparatuur zijn versneden of vermalen, wordt niet geloosd in een beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-328\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.28</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 3.3, 3.25, 3.26 en 3.27 .</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 3.25, 3.26 en 3.27.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor een lozingsactiviteit in afwijking van artikel 3.25, 3.26 of 3.27 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de reden voor het aanvragen van het maatwerkvoorschrift; e. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3; en f. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.4.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bedrijfsmatige lozingen van huishoudelijk afvalwater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-329\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.29</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het bedrijfsmatig lozen van huishoudelijk afvalwater en op het lozen van huishoudelijk afvalwater van afkomstig groepsaccommodaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op het lozen van huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam: a. vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-330\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.30</span><span class=\"lf-art-t\">Verbod bedrijfsmatig lozen huishoudelijk afvalwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden huishoudelijk afvalwater bedrijfsmatig te lozen in het beperkingengebied secundair oppervlaktewater en het beperkingengebied tertiair oppervlaktewater als de vervuilingswaarde 6 of meer inwonerequivalenten bedraagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden huishoudelijk afvalwater afkomstig van groepsaccommodaties te lozen in het beperkingengebied secundair oppervlaktewater en het beperkingengebied tertiair oppervlaktewater als de vervuilingswaarde 6 of meer inwonerequivalenten bedraagt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-331\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.31</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning huishoudelijk afvalwater bedrijfsmatig te lozen in het beperkingengebied primair oppervlaktewater.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning huishoudelijk afvalwater afkomstig van groepsaccommodaties te lozen in het beperkingengebied primair oppervlaktewater als de vervuilingswaarde 6 of meer inwonerequivalenten bedraagt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-332\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.32</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het lozen van huishoudelijk afvalwater afkomstig van groepsaccommodaties als de vervuilingswaarde minder dan 6 inwonerequivalenten bedraagt in het beperkingengebied primair oppervlaktewater, in het beperkingengebied secundair oppervlaktewater of in het beperkingengebied tertiair oppervlaktewater, wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3, en artikelen 3.33 tot en met 3.36.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het bedrijfsmatig lozen van huishoudelijk afvalwater als de vervuilingswaarde minder dan 6 inwonerequivalenten bedraagt in het beperkingengebied secundair oppervlaktewater of in het beperkingengebied tertiair oppervlaktewater, wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3 en de artikelen 3.33 tot en met 3.36.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-333\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.33</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en documenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. het aantal inwonerequivalenten dat wordt geloosd; b. de wijze van behandeling en de type zuivering van het afvalwater; en c. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-334\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.34</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor biochemisch zuurstofverbruik: NEN-EN-ISO 5815-1 en NEN-EN-ISO 5815-2; b. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705; c. voor nitrietstikstof en nitraatstikstof: NEN-EN-ISO 13395 of NEN-ISO 15923-1; d. voor organisch stikstof: NEN-ISO 5663 of NEN 6646; e. voor ammoniumstikstof: NEN 6646, NEN-EN-ISO 11732 of NEN-ISO 15923-1; en f. voor totaal fosfor: NEN-EN-ISO 15681-1, NEN-EN-ISO 15681-2, NEN-EN-ISO 6878, NEN-EN-ISO 11885 of NEN-EN-ISO 17294-2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-335\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.35</span><span class=\"lf-art-t\">Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam wordt huishoudelijk afvalwater dat wordt geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, geleid via een zuiveringsvoorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden bij het lozen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam de waarden, bedoeld in tabel 3.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 3.5 Emissiegrenswaarden bij lozen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam Stof Emissiegrenswaarden in mg/l Representatief etmaalmonster Steekmonster Biochemisch zuurstofverbruik 30 mg/l 60 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 150 mg/l 300 mg/l Onopgeloste stoffen 30 mg/l 60 mg/l 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden bij het lozen op een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam de waarden, bedoeld in tabel 3.6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 3.6 Emissiegrenswaarden bij lozen op een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam Stof Emissiegrenswaarden in mg/l Representatief etmaalmonster Steekmonster Biochemisch zuurstofverbruik 20 mg/l 40 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 100 mg/l 200 mg/l Totaal stikstof 30 mg/l 60 mg/l Ammoniumstikstof 2 mg/l 4 mg/l Onopgeloste stoffen 30 mg/l 60 mg/l Fosfor totaal 3 mg/l 6 mg/l 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing als het huishoudelijk afvalwater minder dan zes inwonerequivalenten bevat en voor vermenging met ander afvalwater door een septictank wordt geleid: a. met een nominale inhoud van 6 m3 of meer, volgens NEN-EN 12566-1, en met een hydraulisch rendement van niet meer dan 10 g, volgens annex B van NEN-EN 12566-1; of b. die is geplaatst voor 1 januari 2009 en is afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste tot en met derde lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam: a. vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-336\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.36</span><span class=\"lf-art-t\">Geen voedselvermaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Huishoudelijk afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen in een huishouden en daarmee samenhangende activiteiten, dat afvalstoffen bevat die door versnijdende of vermalende apparatuur zijn versneden of vermalen, wordt niet geloosd in een beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-337\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.37</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over artikel 3.3, 3.35 en 3.36.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 3.35 en 3.36 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor een lozingsactiviteit in afwijking van artikel 3.35 of 3.36 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de reden voor het aanvragen van het maatwerkvoorschrift; e. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3; en f. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van koelwater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-338\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.38</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het lozen van koelwater.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-339\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.39</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning water te lozen in een oppervlaktewaterlichaam in het kwetsbaar gebied oppervlaktewater.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning water te lozen in een oppervlaktewaterlichaam buiten het kwetsbaar gebied oppervlaktewater, als er door een initiatiefnemer meer water wordt geloosd dan 50 m3 per uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-340\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.40</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het lozen van koelwater buiten het kwetsbaar gebied oppervlaktewater wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3 en de artikelen 3.41 en 3.42, als er niet meer water wordt geloosd dan 50 m3 per uur</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-341\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.41</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en documenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 3.42, worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de maximale warmtevracht; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-342\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.42</span><span class=\"lf-art-t\">Koelwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan koelwater dat niet afkomstig is van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het te lozen koelwater worden geen chemicaliën toegevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De warmtevracht van het te lozen koelwater is niet meer dan 1000 kJ/s bij het lozen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De warmtevracht van het te lozen koelwater is niet meer dan 10 kJ/s bij het lozen op een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-343\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.43</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 3.3 en 3.42.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 3.42.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor een lozingsactiviteit in afwijking van artikel 3.42 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de reden voor het aanvragen van het maatwerkvoorschrift; e. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3; en f. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij reinigen, conserveren, bouwen, renoveren of slopen van bouwwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-344\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.44</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het lozen bij het reinigen, conserveren, bouwen, renoveren of slopen van bouwwerken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-345\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.45</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het lozen bij het reinigen, conserveren, bouwen, renoveren of slopen van bouwwerken wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3 en de artikelen 3.46 tot en met 3.51.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-346\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.46</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en documenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in de artikelen 3.48 tot en met 3.50, worden aan het bestuur de volgende gegevens en documenten verstrekt: a. voor het lozen afkomstig van reinigen of conserveren van een bouwwerk: de werkinstructie, bedoeld in artikel 3.49; of b. voor het lozen afkomstig van het bouwen of slopen van een bouwwerk: de werkinstructie, bedoeld in artikel 3.50.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste en tweede lid gelden niet voor reinigingswerkzaamheden die periodiek worden uitgevoerd en waarbij alleen vuilafzetting wordt weggehaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-347\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.47</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het meten van stof bij het afzuigen van lucht vanuit een hulpconstructie is NEN-EN 13284-1 van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-348\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.48</span><span class=\"lf-art-t\">Bij reinigen en conserveren geen afvalwater lozen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afvalwater afkomstig van het reinigen of conserveren van bouwwerken wordt niet geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, tenzij het gaat om: a. afvalwater afkomstig van het afwassen met water; of b. afvalwater afkomstig van het schoonspuiten met water onder een druk van ten hoogste 200 bar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-349\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.49</span><span class=\"lf-art-t\">Werkinstructie bij reinigen en conserveren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam bij het reinigen of conserveren van bouwwerken: a. is een werkinstructie opgesteld; en b. wordt voor het deel van het bouwwerk dat boven de waterspiegel ligt een hulpconstructie voor de opvang van stoffen gebruikt die is afgestemd op de gebruikte techniek, de gebruikte stoffen en de stoffen die kunnen vrijkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de werkinstructie is in ieder geval opgenomen: a. welke technieken worden toegepast; b. welke stoffen kunnen vrijkomen; en c. welke stoffen worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een hulpconstructie wordt gebruikt, is in de werkinstructie ook opgenomen: a. op welke manier de vloer, de zijwanden en de bovenzijde van de hulpconstructie zijn uitgevoerd; b. wat de omvang van het bouwwerk dat wordt gereinigd of geconserveerd is en wat de omvang van de hulpconstructie is; c. of de constructie een afzuiging met permanente onderdruk heeft; d. op welke manier afvalwater wordt opgevangen, als natte technieken worden gebruikt; en e. welke aanvullende maatregelen worden getroffen als wordt gewerkt bij een windsnelheid van meer dan 8 m/s.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-350\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.50</span><span class=\"lf-art-t\">Werkinstructie bij bouwen en slopen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam bij het bouwen, renoveren of slopen van bouwwerken is er een werkinstructie opgesteld, waarin in ieder geval is opgenomen: a. op welke manier wordt gebouwd, gerenoveerd of gesloopt; en b. welke maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat stoffen die worden gebruikt of die kunnen vrijkomen, in het oppervlaktewaterlichaam terechtkomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-351\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.51</span><span class=\"lf-art-t\">Beperken stof in het oppervlaktewaterlichaam</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of beperken van de verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam bij het afzuigen van lucht vanuit een hulpconstructie, is voor de emissie in de lucht de emissiegrenswaarde voor stof 10 mg/Nm3, gemeten in een eenmalige meting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-352\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.52</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 3.3, 3.48, 3.49 en 3.50.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 3.48, 3.49 en 3.50.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor een lozingsactiviteit in afwijking van artikel 3.48, 3.49 of 3.50 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de reden voor het aanvragen van het maatwerkvoorschrift; e. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3; en f. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij opslaan en overslaan van inerte goederen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-353\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.53</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het lozen bij opslaan en overslaan van inerte goederen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-354\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.54</span><span class=\"lf-art-t\">Inerte goederen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van deze afdeling worden in ieder geval de volgende goederen als inerte goederen beschouwd, voor zover deze niet verontreinigd zijn: a. bouwstoffen als bedoeld in paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. grond en baggerspecie als bedoeld in paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving; c.</p>\n<p class=\"lf-p\">A-hout en ongeshredderd B-hout; d. snoeihout; e. banden van voertuigen; f. autowrakken waaruit alle vloeistoffen zijn afgetapt bij een autodemontagebedrijf en wrakken van tweewielige motorvoertuigen waaruit alle vloeistoffen zijn afgetapt bij een demontagebedrijf voor tweewielige motorvoertuigen; g. straatmeubilair; h. tuinmeubilair; i. aluminium, ijzer en roestvrij staal; j. kunststof anders dan lege, ongereinigde verpakkingen van voedingsmiddelen, smeerolie, verf, lak of drukinkt, gewasbeschermingsmiddelen, biociden of gevaarlijke stoffen; k. kunststofgeïsoleerde kabels anders dan oliedrukkabels, gepantserde papier-loodkabels en papiergeïsoleerde grondkabels; l. papier en karton; m. textiel en tapijt; en n. vlakglas.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-355\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.55</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het lozen bij opslaan en overslaan van inerte goederen wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3 en de artikelen 3.56 en 3.57.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-356\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.56</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij opslaan inerte goederen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater, dat in contact is geweest met opgeslagen inerte goederen, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-357\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.57</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij overslaan van inerte goederen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan bij het overslaan van inerte goederen in de buitenlucht worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het overslaan van die goederen in de buitenlucht wordt zo veel mogelijk voorkomen dat goederen op een oppervlaktewaterlichaam geraken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het tweede lid wordt bij het laden en lossen van schepen in ieder geval voldaan als: a. de afstand tussen wal en schip zo klein mogelijk is, en in ieder geval niet groter is dan 5 m; of b. het schip waarin of waaruit wordt overgeslagen, met de wal wordt verbonden door een ponton of een morsklep.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op het overslaan van inerte goederen bij wonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-358\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.58</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 3.3, 3.56 en 3.57.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 3.56 en 3.57.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor een lozingsactiviteit in afwijking van artikel 3.56 of 3.57 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de reden voor het aanvragen van het maatwerkvoorschrift; e. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3; en f. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.8</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij opslaan en overslaan van niet-inerte goederen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-359\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.59</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het lozen bij opslaan en overslaan van niet-inerte goederen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-360\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.60</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het lozen bij opslaan en overslaan van niet-inerte goederen wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3 en de artikelen 3.61 tot en met 3.64.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-361\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.61</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en documenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteitworden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de stoffen die worden opgeslagen of overgeslagen; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing op het overslaan van: a. zout voor het strooien op wegen; b. niet-inerte goederen die vrijkomen bij een werk; en c. niet-inerte goederen die nodig zijn in een werk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-362\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.62</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872; b. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705; c. voor olie: NEN-EN-ISO 9377-2; d. voor arseen, chroom, koper, lood, nikkel en zink: NEN 6966 of NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 11885, waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2; e. voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen: NEN-EN-ISO 17993; f. voor nitrietstikstof en nitraatstikstof: NEN-EN-ISO 13395 of NEN-ISO 15923-1; g. voor organisch stikstof: NEN-ISO 5663 of NEN 6646; h. voor ammoniumstikstof: NEN 6646, NEN-EN-ISO 11732 of NEN-ISO 15923-1; en i. voor de som van fosforverbindingen: NEN-EN-ISO 15681-1, NEN-EN-ISO 15681-2, NEN-EN-ISO 6878, NEN-EN-ISO 11885 of NEN-EN-ISO 17294-2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-363\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.63</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij opslaan van goederen die kunnen uitlogen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.1058, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater te lozen afvalwater afkomstig van het opslaan van goederen waaruit stoffen kunnen uitlogen, worden geloosd op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam, als de afstand tot een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden aangesloten of geloosd meer dan 40 m is, gerekend vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 3.7, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 3.7 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarde Som van de metalen arseen, chroom, koper, lood, nikkel en zink 1 mg/l Minerale olie 20 mg/l Polycyclische aromatische koolwaterstoffen 50 µg/l Onopgeloste stoffen 100 mg/l Som van stikstofverbindingen 10 mg/l Som van fosforverbindingen 2 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 200 mg/l</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-364\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.64</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij overslaan van niet-inerte goederen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam bij: a. het bedrijfsmatig overslaan van niet-inerte goederen; b. het overslaan van zout voor het strooien op wegen; c. het overslaan van niet-inerte goederen die vrijkomen bij een werk; en d. het overslaan van niet-inerte goederen die nodig zijn in een werk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het overslaan van die goederen in de buitenlucht wordt zo veel mogelijk voorkomen dat goederen op een oppervlaktewaterlichaam geraken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het tweede lid wordt bij het laden en lossen van schepen in ieder geval voldaan als: a. de afstand tussen wal en schip zo klein mogelijk is, en in ieder geval niet groter is dan 5 m; of b. het schip waarin of waaruit wordt overgeslagen, met de wal wordt verbonden door een ponton of een morsklep.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-365\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.65</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 3.3, 3.63 en 3.64.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 3.63 en 3.64.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor een lozingsactiviteit in afwijking van artikel 3.63 of 3.64 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de reden voor het aanvragen van het maatwerkvoorschrift; e. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3; en f. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.9</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen uit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-366\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.66</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het lozen uit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-367\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.67</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het lozen uit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3 en de artikelen 3.68 en 3.69.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-368\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.68</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van afvalwater vanuit gemeentelijke rioolstelsels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan het afvalwater afkomstig uit een openbaar ontwateringsstelsel, een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat stelsel of dat riool voorkomt op het in het gemeentelijk rioleringsplan of een gemeentelijk rioleringsprogramma opgenomen overzicht van voorzieningen en maatregelen als bedoeld in artikel 2.16, eerste lid, onder a, onder 1° tot en met 3°, van de Omgevingswet, en dat stelsel of dat riool volgens dat plan of programma is uitgevoerd en wordt beheerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-369\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.69</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van huishoudelijk afvalwater vanuit andere systemen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan huishoudelijk afvalwater afkomstig uit een systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat systeem voorkomt op het in het gemeentelijk rioleringsplan of een gemeentelijk rioleringsprogramma opgenomen overzicht van die systemen en volgens dat plan of programma is uitgevoerd en wordt beheerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-370\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.70</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 3.3, 3.68 en 3.69.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 3.68 en 3.69.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor een lozingsactiviteit in afwijking van artikel 3.68 of 3.69 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de reden voor het aanvragen van het maatwerkvoorschrift; e. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3; en f. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.10</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij ontgravingen, baggerwerkzaamheden en werkzaamheden door de waterbeheerder op een oppervlaktewaterlichaam</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-371\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.71</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het lozen bij ontgravingen, baggerwerkzaamheden en werkzaamheden door de waterbeheerder op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-372\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.72</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het lozen bij ontgravingen, baggerwerkzaamheden en werkzaamheden door de waterbeheerder op een oppervlaktewaterlichaam wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3 en de artikelen 3.73 tot en met 3.77.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-373\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.73</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en documenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 3.74, worden aan het bestuur de volgende gegevens en documenten verstrekt: a. de kwaliteit van de te ontgraven of te baggeren waterbodem; b. als de waterbodem de kwaliteitsklasse ‘sterk verontreinigd’, bedoeld in artikel 25d, derde lid, onder a, van het Besluit bodemkwaliteit, heeft: de werkinstructie, bedoeld in artikel 3.75; en c. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing als de ontgraving of baggerwerkzaamheden plaatsvinden door de beheerder of ter uitvoering van een onderhoudsverplichting als bedoeld in artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-374\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.74</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij ontgravingen en baggerwerkzaamheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen kunnen stoffen die vrijkomen bij ontgravingen of baggerwerkzaamheden op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd op dat oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-375\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.75</span><span class=\"lf-art-t\">Werkinstructie bij verontreinigde waterbodem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam is bij ontgravingen of baggerwerkzaamheden in een waterbodem met de kwaliteitsklasse ‘sterk verontreinigd’, bedoeld in artikel 25d, derde lid, onder a, van het Besluit bodemkwaliteit, een werkinstructie opgesteld, waarin in ieder geval is opgenomen: a. de toe te passen baggertechniek, en b. de bij het gebruik van die techniek gehanteerde werkwijze.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-376\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.76</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij werkzaamheden door de waterbeheerder</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen kunnen stoffen die vrijkomen bij andere werkzaamheden dan bedoeld in artikel 3.74 op een oppervlaktewaterlichaam en worden verricht door of namens de waterbeheerder in het kader van het waterbeheer, worden geloosd op dat oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-377\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.77</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van algen en bacteriën</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen kunnen algen en bacteriën uit een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd op een ander oppervlaktewaterlichaam dat in beheer is bij dezelfde waterbeheerder, als die werkzaamheden plaatsvinden door of namens de beheerder in het kader van het beheer van dat oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-378\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.78</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 3.3 en 3.74 tot en met 3.77.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 3.74 tot en met 3.77.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor een lozingsactiviteit in afwijking van artikel 3.74, 3.75, 3.76 of 3.77 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de reden voor het aanvragen van het maatwerkvoorschrift; e. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3; en f. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.11</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij schoonmaken drinkwaterleidingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-379\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.79</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het lozen bij schoonmaken drinkwaterleidingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-380\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.80</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het lozen bij het schoonmaken van drinkwaterleidingen wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3 en artikel 3.81.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-381\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.81</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van reinigingswater drinkwaterleidingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat vrijkomt bij het schoonmaken en in gebruik nemen van de middelen voor opslag, transport en distributie van drinkwater of warm tapwater als bedoeld in artikel 1 van de Drinkwaterwet, of van huishoudwater als bedoeld in artikel 1 van het Drinkwaterbesluit, op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het water dat voor het schoonmaken en in gebruik nemen wordt gebruikt, worden geen chemicaliën toegevoegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-382\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.82</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 3.3 en 3.81.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 3.81.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor een lozingsactiviteit in afwijking van artikel 3.81 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de reden voor het aanvragen van het maatwerkvoorschrift; e. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3; en f. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.12</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij calamiteitenoefeningen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-383\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.83</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het lozen bij calamiteitenoefeningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-384\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.84</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning water te lozen in een oppervlaktewaterlichaam in het kwetsbaar gebied oppervlaktewater.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning water te lozen in een oppervlaktewaterlichaam buiten het kwetsbaar gebied oppervlaktewater, als er door een initiatiefnemer meer water wordt geloosd dan 50 m3 per uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-385\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.85</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het lozen bij calamiteitenoefeningen buiten het kwetsbaar gebied oppervlaktewater wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3 en de artikelen 3.86 en 3.87, als er niet meer water wordt geloosd dan 50 m3 per uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-386\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.86</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en documenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 3.87, worden aan het bestuur de volgende gegevens en documenten verstrekt: a. of er blusschuim bij de oefening wordt gebruikt; en b. welke stoffen dat blusschuim bevat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-387\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.87</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij calamiteitenoefeningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat vrijkomt bij een calamiteitenoefening, anders dan afvalwater afkomstig van een permanente voorziening voor het oefenen van brandbestrijdingstechnieken als bedoeld in artikel 3.259 van het Besluit activiteiten leefomgeving, op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-388\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.88</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 3.3 en 3.87.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 3.87.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor een lozingsactiviteit in afwijking van artikel 3.87 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de reden voor het aanvragen van het maatwerkvoorschrift; e. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3; en f. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.13</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-389\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.89</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-390\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.90</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning water te lozen in een oppervlaktewaterlichaam in het kwetsbaar gebied oppervlaktewater.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning water te lozen in een oppervlaktewaterlichaam buiten het kwetsbaar gebied oppervlaktewater, als er door een initiatiefnemer meer water wordt geloosd dan 50 m3 per uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-391\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.91</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen buiten het kwetsbaar gebied oppervlaktewater wordt voldaan aan de regels die daarover zijn opgenomen in paragrafen 3.6.2, 3.6.3 en 3.6.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving, als er niet meer water wordt geloosd dan 50 m3 per uur 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen buiten het kwetsbaar gebied oppervlaktewater wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3 en de artikelen 3.92 tot en met 3.98, als er niet meer water wordt geloosd dan 50 m3 per uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-392\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.92</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en documenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in de artikelen 3.94 tot en met 3.98, worden aan het bestuur de volgende gegevens en documenten verstrekt: a. de aard en omvang van de lozing; b. de verwachte datum van het begin van de activiteit; en c.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van het lozen van afvalwater afkomstig van omgekeerde osmose en ionenwisselaars zoals bedoeld in artikel 3.97, de gebruikte hulpstoffen die zijn toegevoegd aan het te lozen water.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-393\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.93</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor chloride: NEN-EN-ISO 15682; b. onopgeloste stoffen: NEN-EN 872; c. voor biochemisch zuurstofverbruik: NEN-EN-ISO 5815-1 en NEN-EN-ISO 5815-2; d. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705; en e. voor ijzerverbindingen: NEN-EN-ISO 17294-2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-394\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.94</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen vanuit andere gebouwen dan een kas</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.795, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater, te lozen afvalwater afkomstig van het telen of kweken van gewassen in een gebouw, anders dan een kas, ook op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd, als het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden geloosd, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool waarop kan worden aangesloten en geloosd, meer dan 40 m is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 3.8, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 3.8 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarde in mg/l Onopgeloste stoffen 100 mg/l Biochemisch zuurstofverbruik 60 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 300 mg/l 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt, en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, wordt de afstand bij voortzetting van het lozen dat voor 1 januari 2013 al plaatsvond, berekend vanaf de plaats waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-395\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.95</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij spoelen van biologisch geteelde gewassen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.761, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater, te lozen afvalwater afkomstig van het spoelen van biologisch geteelde gewassen ook op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd, als het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk, waarop kan worden geloosd, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool waarop kan worden aangesloten en geloosd, meer dan 40 m is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 100 mg/l, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt, en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, wordt de afstand bij voortzetting van het lozen dat voor 1 januari 2013 al plaatsvond, berekend vanaf de plaats waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-396\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.96</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij sorteren van biologisch geteelde gewassen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.773, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater, te lozen afvalwater afkomstig van het sorteren van biologisch geteelde gewassen ook op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 3.9, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 3.9 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarde in mg/l Onopgeloste stoffen 100 mg/l Biochemisch zuurstofverbruik 60 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 300 mg/l</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-397\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.97</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij omgekeerde osmose en ionenwisselaars</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het zuiveren van water door omgekeerde osmose of ionenwisselaars voor agrarische activiteiten, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 3.10, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 3.10 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarde in mg/l Chloride 200 mg/l IJzer 2 mg/l 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 4.801 en 4.804 van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-398\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.98</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij ontijzeren grondwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het ontijzeren van grondwater voor agrarische activiteiten, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam als het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden geloosd en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool waarop kan worden aangesloten en geloosd, meer dan 40 m is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater is de emissiegrenswaarde voor ijzer 5 mg/l, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt, en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, wordt de afstand bij voortzetting van het lozen dat voor 1 januari 2013 al plaatsvond, berekend vanaf de plaats waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-399\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.99</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 3.3 en 3.94 tot en met 3.98.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 3.94 tot en met 3.98.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor een lozingsactiviteit in afwijking van artikel 3.94, 3.95, 3.96, 3.97 of 3.98 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de reden voor het aanvragen van het maatwerkvoorschrift; e. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3; en f. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.14</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij maken van betonmortel en uitwassen van beton</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3100\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.100</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het lozen bij maken van betonmortel en uitwassen van beton.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.101</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning water te lozen in een oppervlaktewaterlichaam in het kwetsbaar gebied oppervlaktewater.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning water te lozen in een oppervlaktewaterlichaam buiten het kwetsbaar gebied oppervlaktewater, als er door een initiatiefnemer meer water wordt geloosd dan 50 m3 per uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.102</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het lozen bij het maken van betonmortel en uitwassen van beton buiten het kwetsbaar gebied oppervlaktewater wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3 en artikel 3.103, als er niet meer water wordt geloosd dan 50 m3 per uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3103\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.103</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzondering voorgeschreven lozingsroute</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als in het omgevingsplan voor afvalwater afkomstig van het reinigen van installaties en voorzieningen voor het maken van betonmortel, het inwendig reinigen van voertuigen waarin betonmortel is vervoerd of het uitwassen van beton een andere lozingsroute is toegestaan, wordt, in afwijking van de artikelen 4.140, eerste lid, en 4.158, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, het te lozen afvalwater, bedoeld in die artikelen, geloosd op een oppervlaktewaterlichaam of via die andere route.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3104\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.104</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 3.3 en 3.103.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 3.103.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor een lozingsactiviteit in afwijking van artikel 3.103 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de reden voor het aanvragen van het maatwerkvoorschrift; e. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3; en f. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.15</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij niet-industriële voedselbereiding</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3105\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.105</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het lozen bij niet-industriële voedselbereiding.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3106\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.106</span><span class=\"lf-art-t\">Afbakening met Besluit activiteiten leefomgeving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is niet van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van de voedingsmiddelenindustrie, bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving met uitzondering van het lozen van afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen voor personen die werken op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3107\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.107</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning water te lozen in een oppervlaktewaterlichaam in het kwetsbaar gebied oppervlaktewater.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning water te lozen in een oppervlaktewaterlichaam buiten het kwetsbaar gebied oppervlaktewater, als er door een initiatiefnemer meer water wordt geloosd dan 50 m3 per uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3108\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.108</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het lozen bij niet-industriële voedselbereiding buiten het kwetsbaar gebied oppervlaktewater wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3 en de artikelen 3.109 en 3.110, als er niet meer water wordt geloosd dan 50 m3 per uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3109\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.109</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en documenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 3.110, worden aan het bestuur de volgende gegevens en documenten verstrekt: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3110\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.110</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bereiden van voedingsmiddelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als het bereiden plaatsvindt met: a. grootkeukenapparatuur; b. één of meer bakkerijovens die chargegewijs worden beladen; of c. één of meer bakkerijovens die continu worden beladen met een nominaal vermogen of een aansluitwaarde van ten hoogste 100 kilowatt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afvalwater wordt alleen gezamenlijk met huishoudelijk afvalwater geloosd, en wordt alleen geloosd voor zover de voorzieningen voor het zuiveren van huishoudelijk afvalwater zijn berekend op het zuiveren van het afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen en daarmee samenhangende activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.111</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 3.3 en 3.110.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 3.110.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor een lozingsactiviteit in afwijking van artikel 3.110 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de reden voor het aanvragen van het maatwerkvoorschrift; e. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3; en f. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.16</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van spuiwater uit recreatieve visvijvers</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.112</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het lozen van spuiwater uit recreatieve visvijvers.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.113</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning water te lozen in een oppervlaktewaterlichaam in het kwetsbaar gebied oppervlaktewater.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning water te lozen in een oppervlaktewaterlichaam buiten het kwetsbaar gebied oppervlaktewater, als: a. er door een initiatiefnemer meer water wordt geloosd dan 50 m3 per uur; of b. er watersysteemvreemd water wordt geloosd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.114</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het lozen van spuiwater uit recreatieve visvijvers buiten het kwetsbaar gebied oppervlaktewater wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3 en de artikelen 3.115 en 3.116, als er niet meer water wordt geloosd dan 50 m3 per uur en als er geen watersysteemvreemd water wordt geloosd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.115</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en documenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 3.116 worden aan het bestuur de volgende gegevens en documenten verstrekt: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3116\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.116</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van spuiwater uit recreatieve visvijvers</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan spuiwater uit recreatieve visvijvers worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3117\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.117</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over artikel 3.3 en 3.116.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 3.116.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor een lozingsactiviteit in afwijking van artikel 3.116 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de reden voor het aanvragen van het maatwerkvoorschrift; e. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3; en f. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.17</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen vanaf vaartuigen of andere drijvende werktuigen bij spoelen of scheiden van zand of grind</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3118\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.118</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het lozen vanaf vaartuigen of andere drijvende werktuigen bij spoelen of scheiden van zand of grind.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3119\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.119</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning water te lozen in een oppervlaktewaterlichaam in het kwetsbaar gebied oppervlaktewater.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning water te lozen in een oppervlaktewaterlichaam buiten het kwetsbaar gebied oppervlaktewater, als: a. er door een initiatiefnemer meer water wordt geloosd dan 50 m3 per uur; of b. er watersysteemvreemd water wordt geloosd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3120\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.120</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het lozen vanaf vaartuigen of andere drijvende werktuigen bij spoelen of scheiden van zand of grind buiten het kwetsbaar gebied oppervlaktewater wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3 en artikel 3.121, als er niet meer water wordt geloosd dan 50 m3 per uur en als er geen watersysteemvreemd water wordt geloosd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.121</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen Spoelwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kunnen de volgende afvalwaterstromen afkomstig van een vaartuig of ander drijvend werktuig, op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd: a. afvalwater dat vrijkomt bij het spoelen van zeezand tijdens het transport daarvan met een vaartuig of werktuig; en b. afvalwater dat vrijkomt bij het op dat vaartuig of werktuig scheiden van zand of grind.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.122</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 3.3 en 3.121.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 3.121.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor een lozingsactiviteit in afwijking van artikel 3.121 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de reden voor het aanvragen van het maatwerkvoorschrift; e. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3; en f. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.18</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van afvalwater vanuit een weilanddepot</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.123</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van afvalwater vanuit een weilanddepot, bedoeld in paragraaf 4.124, van het Besluit activiteiten leefomgeving. De artikelen in paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving blijven van toepassing, tenzij daarvan in deze paragraaf expliciet wordt afgeweken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3124\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.124</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning water te lozen in een oppervlaktewaterlichaam in het kwetsbaar gebied oppervlaktewater.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning water te lozen in een oppervlaktewaterlichaam buiten het kwetsbaar gebied oppervlaktewater, als: a. er meer water wordt geloosd dan 50 m3 per uur; of b. er watersysteemvreemd water wordt geloosd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3125\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.125</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het lozen van afvalwater vanuit een weilanddepot, bedoeld in paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving, buiten het kwetsbaar gebied oppervlaktewater wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3 en artikelen 3.126 tot en met 3.128, als er niet meer water wordt geloosd dan 50 m3 per uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.126</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en documenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 3.128 worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aard en omvang van de lozing; b.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verwachte datum van het begin van de activiteit; en c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wettelijk erkend bewijsmiddel van de kwaliteit van de baggerspecie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3127\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.127</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3128\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.128</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen vanuit een weilanddepot</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de activiteit geldt dat: a. de beste beschikbare technieken worden toegepast; b. het afvalwater door een goed onderhouden en toegankelijke bemonsteringsvoorziening stroomt; c. het te lozen afvalwater, gemeten volgens NEN-EN 872, voldoet aan de emissiegrenswaarden van de in tabel 3.11 genoemde stoffen/parameters. d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het lozingswater dient gedurende de baggerwerkzaamheden en tot twee weken na afronding daarvan wekelijks door de vergunninghouder te worden bemonsterd, en door een STERLAB gecertificeerd laboratorium geanalyseerd te worden op onopgeloste bestanddelen conform NEN-EN 872. e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na deze periode dient het lozingswater elke drie weken door de vergunninghouder te worden bemonsterd, en door een STERLAB gecertificeerd laboratorium geanalyseerd te worden op onopgeloste bestanddelen conform NEN-EN 872.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 3.11 Emissiegrenswaarde Stof Emissiegrenswaarde in mg/l Onopgeloste stoffen 500 bij een lozing in het zelfde watersysteem; of 250 bij een lozing in een ander watersysteem dan waaruit het te lozen water afkomstig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3129\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.129</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 3.3 en 3.128.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 3.128.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor een lozingsactiviteit in afwijking van artikel 3.128 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. wettelijk erkend bewijsmiddel van de kwaliteit van de baggerspecie; d. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; e. de reden voor het aanvragen van het maatwerkvoorschrift; f. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3; en g. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.19</h3>\n<p class=\"lf-p\">Uitstrooien van as</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3130\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.130</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het uitstrooien van as in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3131\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.131</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het uitstrooien van as in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3 en artikel 3.132.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3132\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.132</span><span class=\"lf-art-t\">Uitstrooien van as</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het op een oppervlaktewaterlichaam individueel uitstrooien van as door de nabestaande die de zorg voor de asbus heeft, bedoeld in artikel 66a, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging, is toegestaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3133\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.133</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 3.3 en 3.132.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 3.132.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor een lozingsactiviteit in afwijking van artikel 3.132 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de reden voor het aanvragen van het maatwerkvoorschrift; e. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 3.3; en f. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.20</h3>\n<p class=\"lf-p\">Andere lozingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3134\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.134</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op andere lozingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3135\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.135</span><span class=\"lf-art-t\">Vangnetvergunningplicht lozen op oppervlaktewater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, als daarbij stoffen of warmte worden geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid geldt niet voor: a. het lozen van stoffen of warmte op een oppervlaktewaterlichaam afkomstig van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. het lozen, bedoeld in de afdelingen 3.2 tot en met3.19; c. het lozen van water dat afkomstig is uit dat oppervlaktewaterlichaam en waaraan geen stoffen zijn toegevoegd; en</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3136\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.136</span><span class=\"lf-art-t\">Vangnetvergunningplicht lozen op zuiveringtechnisch werk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk te verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod geldt niet voor het lozen van stoffen, water of warmte op een zuiveringtechnisch werk afkomstig van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Wateronttrekkingsactiviteiten</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is van toepassing op het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam en het onttrekken van grondwater.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op: a. het in stand houden van de aanwezige grondwaterkwaliteit; b. het voorkomen van grondwaterschaarste en grondwateroverlast; en c. het handhaven van een grondwaterstand die geen inbreuk maakt op de bij het grondwaterbeheer betrokken belangen; d. het beschermen van de ontwaterende, af- en aanvoerende en bergende functie van het watersysteem; e. het beschermen van de ecologische toestand van het watersysteem; f. het instandhouden van het peilbeheer; en g. het beperken van een toename van het risico op wateroverlast en waterschaarste.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-43\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die oppervlaktewater of grondwater onttrekt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 4.2, is verplicht: a. alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze plicht houdt in ieder geval in dat: a. een wijziging van de grondwaterstromen en verspreiding van aanwezige verontreinigingen of van koude- en warmtebellen wordt voorkomen; b. doorboring van slecht doorlatende bodemlagen wordt voorkomen of ongedaan wordt gemaakt; c. de aanwezige grondwaterkwaliteit in stand wordt gehouden; d. verzilting van zoet grondwater wordt voorkomen; e. verzakkingen van de bodem worden voorkomen; f. uitwisseling van grondwater tussen van elkaar gescheiden watervoerende pakketten wordt voorkomen; g. de functies van het watersysteem blijven voldoen voor de gebruiksfunctie; h. de waterstanden aangehouden blijven zoals vastgesteld is in:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het ter plekke geldende peilbesluit;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>het waterbeheerprogramma; of 3. een omgevingsvergunning; i. de aan- en afvoercapaciteit van het watersysteem en het waterkwantiteitsbeheer gewaarborgd blijft; j. het onderhoud van het watersysteem en de beschikbare aan- en afvoercapaciteit op elkaar is afgestemd en de onderhoudskosten niet toenemen; k. de aanwezige waterberging intact blijft of wordt gecompenseerd; en l. geen verontreiniging wordt veroorzaakt.</div>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die voornemens is oppervlaktewater of grondwater te onttrekken, informeert en betrekt de omgeving, de direct belanghebbenden en de grondeigenaar op voorhand bij de voorgenomen activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-44\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en documenten vergunningvrije wateronttrekkingsactiviteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vijftien werkdagen voor het begin van het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening of het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, waarvoor op grond van dit hoofdstuk geen omgevingsvergunning voor een wateronttrekkingsactiviteit is vereist, worden aan het bestuur de volgende gegevens en documenten verstrekt: a. het doel waarvoor het te onttrekken grondwater wordt gebruikt; b. het aantal in te richten putten; c. de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting van iedere put; d. de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters van iedere put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil; e. de lengte in meters van het effectieve filter in iedere put; f. de capaciteit van de pomp in kubieke meter per uur per put; g. de hoeveelheid water in kubieke meter water per uur, etmaal, maand en jaar, die ten hoogste wordt onttrokken; h. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken; i. als het gaat om het in samenhang met het onttrekken van grondwater in de bodem brengen van water ter aanvulling van het grondwater:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar die ten hoogste in de bodem wordt gebracht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de diepte in meters waarop het water in de bodem wordt gebracht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>een beschrijving van de samenhang van het brengen van water in de bodem met de onttrekking;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de herkomst en samenstelling van het water dat in de bodem wordt gebracht; en 5. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de negatieve gevolgen van het brengen van water in de bodem te voorkomen of te beperken.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid geldt niet: a. voor wateronttrekkingsactiviteiten als bedoeld in de artikelen 6.34, eerste lid, onder b en c, en 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. voor zover in deze waterschapsverordening is bepaald dat geen melding van de wateronttrekkingsactiviteit hoeft te worden gedaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-45\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten omgevingsvergunning wateronttrekkingsactiviteit grondwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening of het in de bodem brengen van water, voor aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, die op grond van dit hoofdstuk is vereist, worden de volgende gegevens en documenten verstrekt: a. het doel waarvoor het te onttrekken grondwater wordt gebruikt; b. het aantal in te richten putten; c. de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting van iedere put; d. de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters van iedere put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil; e. de lengte in meters van het effectieve filter in iedere put; f. de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per put; g. de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar, die ten hoogste wordt onttrokken; h. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; i. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken; en j. als het gaat om het in samenhang met het onttrekken van grondwater in de bodem brengen van water ter aanvulling van het grondwater:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar die ten hoogste in de bodem wordt gebracht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de diepte in meters waarop het water in de bodem wordt gebracht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>een beschrijving van de samenhang van het brengen van water in de bodem met de onttrekking;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de herkomst en samenstelling van het water dat in de bodem wordt gebracht; en 5. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van het brengen van water in de bodem en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-46\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten omgevingsvergunning wateronttrekkingsactiviteit oppervlaktewaterlichaam</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en documenten verstrekt: a. het doel waarvoor het te onttrekken oppervlaktewater wordt gebruikt; b. de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting van ieder onttrekkingspunt; c. de capaciteit van de pomp in kubieke meter water per uur per onttrekkingspunt; d. de hoeveelheid water in kubieke meter water per uur, etmaal, maand en jaar die ten hoogste wordt onttrokken; e. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; en f. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de gevolgen te voorkomen of te beperken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-47\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel omgevingsvergunning wateronttrekkingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning voor het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, die op grond van dit hoofdstuk is vereist, is artikel 8.94 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening die op grond van dit hoofdstuk is vereist, is artikel 8.89, tweede en derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-48\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel omgevingsvergunning wateronttrekkingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning voor het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, die op grond van dit hoofdstuk is vereist, is artikel 8.94 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-49\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9</span><span class=\"lf-art-t\">Meetverplichting onttrekking van grondwater en infiltratie van water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die grondwater onttrekt door een daarvoor bedoelde voorziening of water in de bodem brengt, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, meet de in elk kwartaal onttrokken hoeveelheid grondwater of geïnfiltreerd water met een nauwkeurigheid van ten minste 95%.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor kortdurende of seizoensgebonden onttrekkingen of infiltraties kan het dagelijks bestuur van het hoogheemraadschap in de voorschriften van de omgevingsvergunning voor de wateronttrekkingsactiviteit of, als geen omgevingsvergunning is vereist, bij maatwerkvoorschrift bepalen dat de hoeveelheid over een kortere tijdsspanne wordt gemeten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die water in de bodem brengt, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, meet de kwaliteit van dat water door het nemen van representatieve monsters en het analyseren van de in tabel 4.1 opgenomen parameters met de in die tabel aangegeven frequentie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 4.1 Parameters en meetfrequentie Parameter Afkorting Frequentie bacteriën van de coligroep vierwekelijks kleur vierwekelijks zwevende stof SS vierwekelijks geleidingsvermogen voor elektriciteit vierwekelijks temperatuur T vierwekelijks zuurgraad pH vierwekelijks opgelost zuurstof O2 vierwekelijks totaal organisch koolstof TOC vierwekelijks bicarbonaat HCO3 vierwekelijks nitriet NO2 vierwekelijks nitraat NO3 vierwekelijks ammonium NH4 vierwekelijks totaal fosfaat Totaal P vierwekelijks fluoride F driemaandelijks chloride CL vierwekelijks sulfaat SO4 driemaandelijks natrium Na driemaandelijks ijzer Fe driemaandelijks mangaan Mn driemaandelijks chroom Cr driemaandelijks lood Pb driemaandelijks koper Cu driemaandelijks zink Zn driemaandelijks cadmium Ca driemaandelijks arseen As driemaandelijks nikkel Ni driemaandelijks cyanide CN driemaandelijks minerale olie vierwekelijks adsorbeerbaar organisch halogeen AOX vierwekelijks vluchtig organisch gebonden chloor VOC vierwekelijks vluchtige aromaten vierwekelijks polycyclische aromaten PAK driemaandelijks fenolen driemaandelijks gewasbeschermingsmiddelen GBM vierwekelijks 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uiterlijk op 31 januari van elk jaar of, als de onttrekking of infiltratie is beëindigd, binnen een maand na het tijdstip van beëindiging, worden aan het bestuur de volgende gegevens verstrekt: a. de in het voorgaande kalenderjaar gemeten hoeveelheden onttrokken grondwater en geïnfiltreerd water; en b. de kwaliteit van het geïnfiltreerde water.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De analyse van de monsters vindt plaats overeenkomstig bijlage 4 bij de Drinkwaterregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste tot en met vijfde lid gelden niet: a. voor wateronttrekkingsactiviteiten als bedoeld in de artikelen 6.34, eerste lid, onder b en c, en 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. voor zover in deze waterschapsverordening is bepaald dat geen metingen hoeven te worden uitgevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-410\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld, of een vergunningvoorschrift kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk worden verbonden, over de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 4.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk kan worden verbonden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-411\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-412\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning water te onttrekken aan een oppervlaktewaterlichaam op in het kwetsbaar gebied oppervlaktewater.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-413\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.13</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam buiten het kwetsbaar gebied oppervlaktewater wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 4.3 en aan de artikelen 4.14 en 4.15.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-414\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.14</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en documenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vijftien werkdagen voor het onttrekken van water aan een het oppervlaktewaterlichaam worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar water wordt onttrokken; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-415\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15</span><span class=\"lf-art-t\">Omvang van de onttrekking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onttrekking is afgestemd op de capaciteit van de waterloop zoals vastgelegd in de Legger Wateren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onttrekking wordt beperkt in overeenstemming met de aanvoernormen zoals vastgelegd in de Legger Wateren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-416\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 4.3 en 4.15.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 4.15.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam in afwijking van artikel 4.15 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 4.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Onttrekken van grondwater voor proefonttrekkingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-417\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.17</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het onttrekken van grondwater voor proefonttrekkingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-418\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.18</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken voor een proefonttrekking in het beperkingengebied waterkering, beschermingszone A bij een waterkering of het kwetsbaar gebied grondwater.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-419\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.19</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater voor een proefonttrekking buiten het beperkingengebied waterkering en beschermingszone A bij een waterkering en buiten het kwetsbaar gebied grondwater wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 4.3 en aan de artikelen 4.9 en 4.20 tot en met 4.24.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-420\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.20</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en documenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vijftien werkdagen voor het onttrekken van het grondwater worden aan het bestuur de gegevens en documenten verstrekt zoals bedoeld in artikel 4.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uiterlijk twee weken na aanvang van de onttrekking worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de definitieve ligging van de onttrekking; en b. de objectgegevens.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-421\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.21</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzondering meetverplichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 4.9 is niet van toepassing als er niet meer grondwater wordt onttrokken dan 12.000 m3 per jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-422\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.22</span><span class=\"lf-art-t\">Debiet en duur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt niet meer grondwater onttrokken dan 15.000 m3 per maand.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onttrekking duurt ten hoogste zes kalendermaanden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-423\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.23</span><span class=\"lf-art-t\">Stijghoogte watervoerend pakket</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De stijghoogte in het eerste watervoerende pakket wordt niet verder verlaagd dan 0,5 meter onder het ontgravingsniveau.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-424\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.24</span><span class=\"lf-art-t\">Retourneren of lozen van onttrokken water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onttrokken water kan worden geretourneerd in de bodem in hetzelfde watervoerende pakket als waaruit het onttrokken is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onttrokken water kan ook op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd als retourneren in de bodem redelijkerwijs niet mogelijk is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-425\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 4.3 en 4.22 tot en met 4.24.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 4.22 tot en met 4.24.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het onttrekken van grondwater voor een proefonttrekking in afwijking van artikel 4.22, 4.23 of 4.24 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 4.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Onttrekken van grondwater voor bronbemalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-426\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.26</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het onttrekken van grondwater voor bronbemalingen, tenzij dit gebeurt voor het leggen, behouden of weghalen van kabels en leidingen zoals bedoeld in paragraaf 2.1.18.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-427\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.27</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken voor bronbemaling in het beperkingengebied waterkering of beschermingszone A bij een waterkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken voor bronbemaling in het kwetsbaar gebied grondwater, als er meer grondwater wordt onttrokken dan 10.000 m3 per maand.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p></div>", "next": 239560}