{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">kosten voor de verwijdering van bodemverontreiniging of afval; kosten voor de aanschaf van machines; kosten voor de aanschaf of plaatsing van recreatieve voorzieningen; kosten voor het wegwerken van achterstallig onderhoud; kosten voor de aanschaf van materialen, anders dan ten behoeve van de subsidiabele activiteit; afwateringswerkzaamheden, als sprake is van een hydrologische maatregel op landbouwgrond.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21524\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie als bedoeld in artikel 2.15.2.1, onderdeel a en onderdeel b voor zover de activiteit wordt uitgevoerd op natuurgronden, wordt alleen verstrekt voor zover dit niet in strijd is met het besluit van de Europese Commissie van 10 maart 2021, C (2021) 1526, met betrekking tot steunmaatregel SA.59463 (2020/N).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie als bedoeld in artikel 2.15.2.1, onderdeel b, die wordt uitgevoerd op landbouwgronden wordt alleen versterkt voor zover dit niet in strijd is met artikel 14 van de Landbouwgroepsvrijstellingsverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Subsidie als bedoeld in artikel 2.15.2.1, onderdeel c, wordt alleen verstrekt voor zover dit niet in strijd is met artikel 53, tweede lid, onderdeel b, van de Groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 2.15.3 Bestrijding invasieve exoten in Natura 2000-gebied</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21531\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor het verwijderen, verwijderd houden of beheersen van één of meer invasieve exoten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21532\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt als de activiteit: wordt uitgevoerd in een Natura 2000-gebied; voldoet aan ten minste één van de volgende vereisten: wordt uitgevoerd in een kwalificerend habitat; wordt uitgevoerd op een locatie waar het voorkomen van exoten een directe bedreiging vormt voor kwalificerend habitat; of wordt uitgevoerd op een geïsoleerde plaats waar de exoot recent is gevestigd en nog niet wijdverspreid aanwezig is; en ziet op een of meer van de volgende soorten: Aziatische duizendknopen, reuzenbalsemien, reuzenberenklauw, Canadese guldenroede, late guldenroede, watercrassula, hemelboom en dijkviltbraam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21533\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking de kosten voor: het verwijderen, verwijderd houden of beheersen van een invasieve exoot; het planten of zaaien van inheemse plantensoorten als dat nodig is voor het verwijderd houden van de exoot; onderzoekskosten ten behoeve van activiteiten genoemd onder a of b.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21534\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de locatie waar een invasieve exoot is verwijderd worden zo spoedig mogelijk na het verwijderen inheemse plantensoorten geplant of gezaaid, als dat voor het verwijderd houden van de invasieve exoot nodig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21535\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt geweigerd voor zover de bestrijding of beheersing van exoten plaatsvindt met chemische bestrijdingsmiddelen, tenzij de aanvrager aantoont dat er geen andere bestrijdingsmiddelen kunnen worden toegepast.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie wordt geweigerd voor zover de bestrijdingsmethode aantoonbaar ineffectief is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 2.15.4 Revitalisering bos</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21541\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor revitalisering van of omvorming naar bos met betrekking tot de volgende onderdelen: hydrologisch herstel; aanbrengen wildkerend raster; verwijderen van uitheemse boom- en struiksoorten; aanplanten van inheemse loofbomen; inbrengen rijkstrooiselsoorten; het maken van een plan voor een netwerk van oude, aftakelende en dode bomen; omvorming naar bos.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21542\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie als bedoeld in artikel 2.15.4.1, onder a, wordt alleen verstrekt voor: het uitvoeren van onderzoek naar de kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de kringloop van grond- en oppervlaktewater gericht op: hydrologisch systeemherstel; en het tegengaan van verdroging of herstel van vochtige en natte boshabitats ten behoeve van een Natura 2000-gebied; of het uitvoeren van herstelmaatregelen voor vochtige of natte boshabitats ten behoeve van een Natura 2000-gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie als bedoeld in artikel 2.15.4.1, onder b, wordt alleen verstrekt: op locaties: waar meer loofbomen nodig zijn ten behoeve van behoud of uitbreiding van Natura 2000-boshabitats; waar meer loofbomen nodig zijn ten behoeve van brandpreventie, als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: het aanplanten van loofbomen draagt bij aan het minimaliseren op de kans op onbeheersbare natuurbranden; en het aanplanten van loofbomen is noodzakelijk in het kader van de hoofdcompartimentering Veluwe of Achterhoek; of het aanplanten van loofbomen is opgenomen in een natuurbrandpreventieplan opgesteld voor gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing; waar de taakstelling voor het jachtveld dat van toepassing is op het perceel waarop subsidie is aangevraagd, met ten minste 90% is behaald voor de soorten edelhert en ree. met het oog op de aanplant van inheems loofbos of het bevorderen van natuurlijke verjonging van inheems loofhout.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Subsidie als bedoeld in artikel 2.15.4.1, onder c, wordt alleen verstrekt: binnen kwalificerende habitattypen bos als alle op het lokale eigendom van aanvrager in het kwalificerend habitat aanwezige uitheemse boom- en struiksoorten die een bedreiging voor de duurzame instandhouding van het habitat vormen, worden verwijderd; buiten kwalificerende habitattypen onder de volgende voorwaarden: het betreft natuurtype N14, N15 of N16, mits het bos omgezet wordt naar natuurtype N14 of N15; ten behoeve van de uitbreidingen van kwalificerende habitattypen; het perceel is gelegen op of rond een oude bosgroeiplaats of bos te kwalificeren als kraaihei-dennebos; en alle op het lokale eigendom van aanvrager in het potentieel kwalificerend habitat aanwezige of verjonging van uitheemse boom- en struiksoorten die een bedreiging voor de ontwikkeling van het habitat vormen worden verwijderd. als het verwijderen effectief en doelmatig wordt uitgevoerd zonder onevenredige bodemschade.</div>\n<p class=\"lf-p\">4.Subsidie als bedoeld in artikel 2.15.4.1, onder d, wordt alleen verstrekt: binnen bestaande bossen; buiten een kwalificerend habitattype; voor zover het de aanplant inheemse loofbomen betreft; als aanplant kleinschalig en groepsgewijs wordt uitgevoerd om homogenisering van de bosstructuur te voorkomen; als: individuele wildbescherming wordt aangebracht, of wildbescherming in de vorm van een raster wordt aangebracht, mits wordt voldaan aan de criteria genoemd in het tweede lid; en als het leefgebied van soorten als bedoeld in het Natura 2000-beheerplan niet wordt aangetast.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Subsidie als bedoeld in artikel 2.15.4.1, onder e, wordt alleen verstrekt: binnen bestaande bossen aangeduid als natuurtype N14, N15 of N16; buiten een kwalificerend habitattype; als de soorten groepsgewijs worden aangeplant om homogenisering van de bosstructuur te voorkomen; als: individuele wildbescherming wordt aangebracht, of wildbescherming in de vorm van een raster wordt aangebracht, mits wordt voldaan aan de criteria genoemd in het tweede lid; voor zover het de aanplant van de volgende soorten autochtoon inheemse boom- en struiksoorten betreft: boswilg, linde, ratelpopulier, hazelaar, haagbeuk, zoete kers, fladderiep; als het leefgebied van soorten als bedoeld in het Natura 2000-beheerplan niet wordt aangetast; en plantgatbemesting met steenmeel wordt toegepast, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat dit niet noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Subsidie als bedoeld in artikel 2.15.4.1, onder g, wordt alleen verstrekt als: het om te vormen perceel: natuurtype N12.02 betreft; is gelegen binnen een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied; weinig meerwaarde heeft voor biodiversiteit en ook de actuele en potentiële ecologische waarde van het perceel gering is; en minimaal 0,5 hectare groot is; wordt aangeplant met autochtone inheemse boom- en struiksoorten of door het handhaven en het bevorderen van spontane opslag; het perceel voor maximaal 80% wordt beplant; en het te realiseren bos voldoet aan de afbakening van natuurtype N14 of N15; en geen verplichtingen op grond van subsidie natuurbeheer of agrarisch natuurbeheer op het perceel rusten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21543\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Niet subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidie: waardedaling van de grond bij omvorming naar bos; kosten voor de verwijdering van bodemverontreiniging of afval; kosten voor de aanschaf van machines; kosten voor de aanschaf of plaatsing van recreatieve voorzieningen; kosten voor het wegwerken van achterstallig onderhoud; en kosten voor de aanschaf van materialen, anders dan ten behoeve van de subsidiabele activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21544\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Aanvrager van subsidie als bedoeld in artikel 2.15.4.1, onder b, is verplicht: binnen het raster voldoende opvolgend beheer uit te voeren om de in het beheerplan N2000 opgenomen doelen te behalen, tenzij het gaat om houtige opslag met een diameter borsthoogte van minder dan 10 centimeter; binnen het wildraster geen bodembewerking, anders dan maken van plantgaten, uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Aanvrager van subsidie als bedoeld in artikel 2.15.4.1, onder c, is verplicht: vrijkomend hout te laten liggen; geen houtoogst toe te passen; geen chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Aanvrager van subsidie als bedoeld in artikel 2.15.4.1, onder d en g is verplicht bij de realisatie geen inheemse spontane opslag te verwijderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Aanvrager van subsidie als bedoeld in artikel 4.21.4.1, onder d, e en g, is verplicht bij aanplant gebruik te maken van: op oude bosgroeiplaatsen, autochtone herkomsten van de Nederlandse Rassenlijst Bomen. buiten oude bosgroeiplaatsen, autochtone herkomsten van een Europese Rassenlijst Bomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21545\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt voor zover dit niet in strijd is met artikel 53, tweede lid, onderdeel b, van de Groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 2.15.5 Apparaatskosten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21551\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor kosten die samenhangen met de regievoering of organisatie van voorbereiding en uitvoering van het Uitvoeringsprogramma Gelderland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21552\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt voor: kosten gemaakt vanaf 1 januari 2022; activiteiten die betrekking hebben op: coördinatie en programmaleiding op het uitvoeringsprogramma; communicatie en afstemming met leden en derden over het uitvoeringsprogramma; opmaken inhoudelijke en financiële tussen- en eindrapportages en verantwoording prestaties in GIS; of een bijdrage leveren aan het voorbereiden van projecten voor de jaren 2024 – 2030.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21553\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt aan een natuurbeheerder die beschikt over een certificaat als bedoeld in de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Gelderland 2016.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21554\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt geweigerd voor zover het minder bedraagt dan € 50.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie bedraagt maximaal € 400.000 per aanvrager.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21555\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie wordt niet verstrekt voor kosten die rechtstreeks samenhangen met de uitvoering van activiteiten als bedoeld in paragraaf 2.15.2 tot en met 2.15.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie wordt niet verstrekt voor apparaatskosten ten behoeve van gebiedsprocessen en overgangsgebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Subsidie wordt niet verstrekt aan een gemeente of waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 2.15.6 Aanleg nieuw bos buiten GNN</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21561\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor: functieverandering van landbouwgrond naar bos; realisatie van bos.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21562\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie wordt alleen verstrekt als: het bos bij aanplant wordt aangelegd met minimaal 80% inheemse soorten. het project een omvang heeft van minimaal: één hectare, als het wordt aangelegd op een locatie grenzend aan het Gelders natuurnetwerk of binnen de Groene ontwikkelingszone. drie hectare, als het wordt aangelegd op een andere locatie; bij de aanvraag een intentieverklaring van het gemeentebestuur wordt overgelegd waaruit blijkt: de intentie het bos planologisch te borgen; de juridische mogelijkheden hiertoe, met name de landschappelijke inpassing; en het bos in overeenstemming is met de vigerende Omgevingsverordening Gelderland.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie als bedoeld in artikel 2.15.6.1, onderdeel a, wordt alleen verstrekt als: de productiecapaciteit wordt gesloopt of onherroepelijk gesloten; de productiecapaciteit in de laatste vijf jaar voor de aanvraag om subsidie onafgebroken is gebruikt; op de grond waarop subsidie wordt aangevraagd ook realisatie van bos plaatsvindt; de taxatie wordt uitgevoerd door een door Gedeputeerde Staten in te schakelen onafhankelijke taxateur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Artikel 2.15.1.2, onderdeel a tot en met d, is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21563\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen niet in aanmerking: kosten voor natuurbeheer; kosten voor grondaankoop; kosten voor pachtafkoop; en in afwijking van artikel 2.15.1.3, derde lid, kosten die zijn gemaakt voordat de aanvraag is ingediend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21564\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 2.15.1.4, eerste lid, wordt subsidie voor functieverandering alleen verstrekt aan de eigenaren van het terrein waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21565\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag bevat, in aanvulling op artikel 1.2.3 en 2.15.1.5, de volgende gegevens: de grootte van de onderneming; een verklaring of en welke andere subsidies aanvrager voor de activiteit ontvangt en door wie die subsidies worden verstrekt; als op de grond een recht van hypotheek is gevestigd, een verklaring van geen bezwaar van degene aan wie het recht van hypotheek toekomt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21566\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.15.6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie voor functieverandering bedraagt maximaal de door een taxateur bepaalde waardedaling van de grond, gebaseerd op het verschil in marktwaarde voor en na de voorgenomen functieverandering en inrichting.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie voor de realisatie van bos bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000 per hectare.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21567\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.6.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Ontvanger van subsidie voor functieverandering is, in aanvulling op artikel 2.15.1.7, verplicht: binnen twaalf weken na verlening van de subsidie met provincie een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht af te sluiten, waarin is opgenomen: de verplichting dat de subsidieontvanger de grond niet gebruikt of doet gebruiken als landbouwgrond, het terrein beheert en datgene nalaat wat de veiligstelling van het bos verstoort; en dat de verplichting, als bedoeld onder a, zal overgaan op al degenen die het terrein onder bijzondere of algemene titel zullen verkrijgen en dat mede gebonden zullen zijn al degenen die van de rechthebbende een recht op gebruik van het terrein zullen krijgen. er voor zorg te dragen dat een afschrift van de kwalitatieve verplichting binnen vier weken na inschrijving in de openbare registers in afschrift wordt toegezonden aan de Gedeputeerde Staten; de uit productie genomen gronden binnen twee jaar in bos om te zetten; en wel zodanig dat nadelige milieueffecten worden voorkomen. Tot dan moeten de cultuurgronden in een goede landbouw- en milieuconditie worden gehouden overeenkomstig titel VI, hoofdstuk I, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en de toepasselijke uitvoeringsbepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Verplichtingen als bedoeld in het eerste lid onder a worden uiterlijk binnen vier weken nadat de overeenkomst als bedoeld in het eerste lid tot stand is gekomen op initiatief van de subsidieontvanger en op kosten van de provincie als kwalitatieve verplichting ten aanzien van het terrein ingeschreven in de openbare registers.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Op gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger kunnen de termijnen als bedoeld in voorgaande leden van dit artikel eenmalig worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Subsidieontvanger voor realisatie van bos is verplicht: bij aanplant gebruik te maken van soorten genoemd op de Nederlandse Rassenlijst Bomen. het bos voor zover nodig te beschermen tegen schade als gevolg van beweiding of bewerking op aangrenzende gronden; aanlegwerkzaamheden in de periode tussen 1 september en 1 april uit te voeren. aanlegwerkzaamheden pas na planologische borging uit te voeren. na aanleg van het bos bij Gedeputeerde Staten een verzoek in te dienen om dit bos op te nemen op de kaart van het Natuurbeheerplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Artikel 1.4.7 is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21568\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.6.8</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd voor zover: het bos zou worden aangelegd op een locatie binnen de begrenzing van een weidevogelgebied of het Gelders natuurnetwerk, bedoeld in de Omgevingsverordening Gelderland; de onderneming van aanvrager in moeilijkheden verkeert als bedoeld in de Communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (PbEU 2014/C 249/01); er een bevel tot terugvordering is ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard op de landbouwgrond of op het natuurterrein nog verplichtingen rusten op grond van deze of andere regeling op grond waarvan subsidie is verstrekt met betrekking tot agrarisch natuurbeheer of natuurbeheer; voor dezelfde activiteit al eerder subsidie is verleend of verstrekt; subsidie wordt aangevraagd door ondernemingen die niet aan de relevante Unienormen of nationale wet- en regelgeving voldoen en op basis daarvan hun productie hoe dan ook moeten stopzetten; subsidie wordt aangevraagd met door bedrijven uit de houtsector met het oog op commercieel levensvatbare houtwinning, vervoer hout of de verwerking van hout of andere bosrijkdommen tot producten of energiebronnen; het voedselbossen betreft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21569\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.6.9</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze regeling is gebaseerd op de Catalogus Groenblauwe Diensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf 2.15.7 Recreatiezonering Veluwe</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21571\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze subparagraaf wordt verstaan onder: recreatieve voorziening: faciliteit ten behoeve van recreatie of toerisme; recreatiezoneringsplan Veluwe: Beleidsplan voor het bereiken van een duurzaam evenwicht tussen de natuurkwaliteit van de Veluwe en de beleving van de Veluwenatuur, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 17 mei 2022 en eventueel nadien gewijzigd; recreatiezoneringskaart: onderdeel van het recreatiezoneringsplan, zijnde een kaart van Natura 2000-gebied Veluwe met een weergave van een de ligging van de recreatiezones A, B, C en D;</p>\n<p class=\"lf-p\">Veluwe: Natura 2000–gebied Veluwe.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21572\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: het aanpassen van de paden- of routestructuur of de toegankelijkheid van gebieden; het aanpassen, verwijderen, plaatsen of verplaatsen van een recreatieve voorziening; het doen van onderzoek naar de activiteiten onder a en b, of naar het aanpassen van openbare wegen, fietspaden of parkeerplaatsen; communicatie over de uit te voeren recreatiezoneringsactiviteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21573\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Onverminderd artikel 2.15.1.2 wordt subsidie alleen verstrekt als de activiteit: bijdraagt aan de doelen van het recreatiezoneringsplan; deze uitgevoerd wordt op de Veluwe; en in overeenstemming is met de karakteristieken van de aangegeven zone op de recreatiezoneringskaart waarin hij wordt uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Onverminderd het vorige lid wordt subsidie als bedoeld in artikel 2.15.7.2, onder c, alleen verstrekt als het onderzoek wordt gedaan naar de effecten van de onderzochte maatregelen op de natuur en de aanvrager voornemens is de onderzochte maatregelen uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Gedeputeerde Staten kunnen op verzoek van de aanvrager afwijken van het eerste lid, onder b, als de activiteit bijdraagt aan de vermindering van verstoring op de Veluwe.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21574\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Onverminderd artikel 2.15.1.6 bedraagt subsidie als bedoeld in artikel 2.15.7.2, onder a, c en d, 100% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie als bedoeld in artikel 2.15.7.2, onder b, bedraagt:</p>\n<p class=\"lf-p\">100% van de subsidiabele kosten als de recreatieve voorziening wordt verwijderd;</p>\n<p class=\"lf-p\">75% van de subsidiabele kosten als de recreatieve voorziening primair de natuurkwaliteit dient;</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de subsidiabele kosten als de recreatieve voorziening primair het verbeteren van de belevingskwaliteit dient.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Gedeputeerde Staten kunnen het subsidiebedrag bedoeld in het tweede lid, onder b of c, met 25% van de subsidiabele kosten verhogen als de activiteit uitgevoerd wordt in combinatie met voldoende andere fysieke maatregelen die gericht zijn op het verminderen van het recreatief gebruik elders op het terrein. Gedeputeerde Staten betrekken in hun afweging de omvang van het terrein, het geheel van fysieke maatregelen, de mate van de vermindering van de verstoring, de natuurwaarden en het habitattype van het terrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Artikel 2.15.1.6, tweede lid, is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21575\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen niet in aanmerking de interne loonkosten van een gemeente of waterschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21576\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.7.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 2.15.1.5, eerste lid, onder b, onder ii, is niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 2.15.7.2, onder c, gaat vergezeld van een verklaring dat de aanvrager voornemens is de maatregelen waarnaar onderzoek wordt gedaan uit te voeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21577\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.7.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Artikel 2.15.1.7, tweede en vierde lid, zijn niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager is verplicht een verwijderde recreatieve voorziening verwijderd te houden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21578\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.7.8</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Artikel 2.15.1.8 is niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.15.7.2, onder a en b, wordt niet verstrekt voor beheer en onderhoud.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 2.16 Revitalisering en omvorming bos buiten Natura 2000</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2161\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.16.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor: revitalisering van bos met betrekking tot: hydrologisch herstel; aanbrengen wildkerend raster; verwijderen van uitheemse boom- en struiksoorten; aanplanten van inheemse loofbomen en rijkstrooiselsoorten; het maken van een plan voor een netwerk van oude, aftakelende en dode bomen; omvorming van kruiden- en faunarijk grasland naar bos.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2162\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.16.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie, als bedoeld in artikel 2.16.1, wordt alleen verstrekt als de activiteiten plaatsvinden op percelen binnen het Gelders natuurnetwerk en buiten een Natura 2000-gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie als bedoeld in artikel 2.16.1, onder a, wordt alleen verstrekt als de activiteiten gericht zijn op het mitigeren of wegnemen van knelpunten ten aanzien van de vitaliteit van bos.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Subsidie als bedoeld in artikel 2.16.1, eerste lid, onder a, onder i, wordt alleen verstrekt als de activiteiten gericht zijn op uitvoeren van: onderzoek naar de kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de kringloop van grond- en oppervlaktewater gericht op: hydrologisch systeemherstel; en het tegengaan van verdroging of herstel van vochtige en natte boshabitats; of herstelmaatregelen in vochtige of natte boshabitats.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Subsidie als bedoeld in artikel 2.16.1, onder a, onder ii, wordt alleen verstrekt op locaties waar meer inheemse loofbomen nodig zijn ten behoeve van brandpreventie, als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: het raster is noodzakelijk in verband met graasdruk door in het wild levende soorten; het aanplanten of bevorderen van natuurlijke verjonging van inheemse loofbomen: draagt bij aan het minimaliseren van de kans op onbeheersbare natuurbranden; en is noodzakelijk in het kader van de hoofdcompartimentering; of het aanplanten van inheemse loofbomen is opgenomen in een natuurbrandpreventieplan opgesteld voor gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Subsidie als bedoeld in artikel 2.16.1, onder a, onder iii, wordt alleen verstrekt voor zover: het betreft natuurtype:</p>\n<p class=\"lf-p\">N14;</p>\n<p class=\"lf-p\">N15; of N16, mits het bos omgezet wordt naar natuurtype N14 of N15; het perceel is gelegen op een oude bosgroeiplaats; en alle op het lokale eigendom van aanvrager aanwezige uitheemse boom- en struiksoorten die een bedreiging voor de natuurlijke bosontwikkeling vormen worden verwijderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Subsidie als bedoeld in artikel 2.16.1, onder a, onder iv, wordt alleen verstrekt: binnen bestaande bossen: aangeduid als natuurtype N14 of N15, voor zover het aanplant van autochtoon inheemse boom- en struiksoorten betreft; of binnen bestaande bossen aangeduid als N16, voor zover het aanplant van inheemse boom- en struiksoorten betreft; en als de soorten groepsgewijs worden aangeplant om homogenisering van de bosstructuur te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Subsidie als bedoeld in artikel 2.16.1, onder b, wordt alleen verstrekt als: het om te vormen perceel: natuurtype N12.02 betreft; weinig meerwaarde heeft voor biodiversiteit en ook de actuele en potentiële ecologische waarde van het perceel gering is; en minimaal 0,5 hectare groot is; de aanplant bestaat uit autochtone inheemse boom- en struiksoorten of sprake is van het handhaven en het bevorderen van spontane opslag; het perceel voor maximaal 60% wordt beplant; en het te realiseren bos gaat voldoen aan de eisen van natuurtype N14 of N15.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2163\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.16.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie wordt alleen verstrekt aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon die krachtens eigendom of erfpacht zeggenschap heeft over het terrein waarvoor subsidie wordt aangevraagd of gemachtigd is door een persoon die krachtens eigendom of erfpacht zeggenschap heeft over het terrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie voor omvorming van kruiden- en faunarijk grasland naar bos wordt alleen verstrekt aan de eigenaar van de grond waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2164\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.16.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor subsidie komen in aanmerking alle kosten die nodig zijn voor het uitvoeren van de subsidiabele activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Artikel 1.3.5, vijfde lid, is niet van toepassing als de aanvrager Staatsbosbeheer is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2165\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.16.5</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.3.4 wordt geen subsidie verstrekt voor: functieverandering; kosten voor de verwijdering van bodemverontreiniging of afval; kosten voor de aanschaf van machines; kosten voor de aanschaf of plaatsing van recreatieve voorzieningen; kosten voor het wegwerken van achterstallig onderhoud; kosten voor de aanschaf van materialen, anders dan ten behoeve van de subsidiabele activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2166\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.16.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 gaat een aanvraag vergezeld van: een beschrijving van het voldoen aan de criteria; een beschrijving per natuurgebied van de gegevens, bedoeld in artikel 1.2.3, eerste lid; een beschrijving van de oppervlakte waarop de activiteiten zullen worden uitgevoerd; een GIS-kaart waarop de maatregelen zijn aangeduid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2167\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.16.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie bedraagt 95% van de subsidiabele kosten en wordt gemaximeerd door de in bijlage 5 opgenomen normkosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Alleen de werkelijk gemaakte kosten zijn subsidiabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Gedeputeerde Staten kunnen in bijzondere gevallen afwijken van de in bijlage 5 opgenomen normkosten als: de activiteiten aantoonbaar meer kosten; en de meerkosten niet kunnen worden gemiddeld binnen het project.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Subsidie wordt niet verleend als deze minder bedraagt dan € 5.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2168\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.16.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Aanvrager van subsidie als bedoeld in artikel 2.16.1, onder a, onder ii, is verplicht: binnen het raster voldoende opvolgend beheer uit te voeren om de voorgenomen doelen te behalen; en binnen het wildraster geen bodembewerking, anders dan maken van plantgaten, uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Aanvrager van subsidie als bedoeld in artikel 2.16.1, onder a, onder iii, is verplicht: vrijkomend hout te laten liggen, tenzij het struikvormers betreft; geen houtoogst toe te passen; niet-mechanisch te verwijderen, tenzij onderbouwd wordt dat het noodzakelijk is; en geen glyfosaat toe te passen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Aanvrager is verplicht om na de uitvoering van de activiteit de herstelde of verbeterde natuur duurzaam in stand te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Aanvrager van subsidie als bedoeld in artikel 2.16.1, onder a, onder iv is verplicht bij de realisatie geen inheemse spontane opslag te verwijderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Aanvrager van subsidie als bedoeld in artikel 2.16.1, onder a, onder iv en b, is verplicht bij aanplant gebruik te maken van herkomsten genoemd op de Nederlandse Rassenlijst Bomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2169\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.16.9</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt voor zover dit niet in strijd is met artikel 53, tweede lid, onderdeel b, van de Groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21610\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.16.10</span><span class=\"lf-art-t\">Transparantie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten maken binnen zes maanden na de datum van de verlening van een subsidie de volgende gegevens bekend:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.de gegevens, bedoeld in deel I, paragraaf 3.7, onderdeel 128, onder a en b, van de Richtsnoeren van de Europese Unie voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2014-2020, 2014/C 204/01; en 2.de gegevens, bedoeld in deel I, paragraaf 3.7, onderdeel 128, onder c, van de Richtsnoeren van de Europese Unie voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2014-2020, 2014/C 204/01, voor zover de individuele steun meer bedraagt dan: € 60.000 voor begunstigden die actief zijn in de primaire landbouwproductie; of € 500.000 voor begunstigden in de sectoren van de verwerking van landbouwproducten, de afzet van landbouwproducten, de bosbouwsector of activiteiten die buiten het toepassingsgebied van artikel 42 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 2.17 Innovatie en modernisering stikstof</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2171\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: bewezen techniek: techniek die ofwel is opgenomen in de lijst in bijlage 1 van de Rav ofwel door een onafhankelijke onderzoeksorganisatie is onderbouwd en elders in de praktijk als effectief is bewezen; brongerichte maatregelen: maatregelen gericht op het voorkomen van emissie bij de bron; eindgebruiker: veehouderij die ontwikkelde technologie gaat toepassen en daarmee stikstofemissie op zijn veehouderijlocatie realiseert; emissiewaarde: effect van uitstoot van milieuvervuilende stoffen in de atmosfeer ten gevolge van menselijke activiteiten; experimentele ontwikkeling: experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, onderdeel 86 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; industrieel onderzoek: industrieel onderzoek als bedoeld in artikel 2, onderdeel 85 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; kleine onderneming: kleine onderneming als bedoeld in bijlage 1 van de Landbouwgroepsvrijstellingsverordening; middelgrote onderneming: middelgrote onderneming als bedoeld in bijlage 1 van de Landbouwgroepsvrijstellingsverordening; nageschakelde techniek: techniek om ontstane emissie te zuiveren; onderzoeksorganisatie: organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding als bedoeld in artikel 2, onderdeel 50, van de Landbouwvrijstellingsverordening;</p>\n<p class=\"lf-p\">Rav: Regeling Ammoniak en Veehouderij;</p>\n<p class=\"lf-p\">Rav-code: code per huisvestingssysteem, opgenomen in bijlage 1 van de Rav, waarvoor een emissiefactor is vastgesteld; referentiewaarde: waarde behorend bij een Rav-code die de hoogte van de emissie die zonder investeringen en managementmaatregelen vanuit het stalsysteem voortkomt, weergeeft; stalsysteem: mest- en voeropslag, mestkelder, mestbewerkingsinstallatie of dierenverblijven, of een combinatie hiervan, die zich bevindt respectievelijk die zich bevinden op een veehouderij; stikstofdepositie: neerslag van stikstofoxiden en ammoniak op de omgeving; stikstofemissie: uitstoot van stikstofoxiden en ammoniak; stikstofgevoelig Natura-2000 gebied: Natura-2000 gebied als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming met een voor stikstof gevoelige habitat met een te hoge stikstofbelasting, dat deel uitmaakte van het programma aanpak stikstof 2015-2021 als vastgesteld door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat; veehouderijlocatie: vestiging van een veehouderij; veehouderij: landbouwbedrijf waarin dieren worden gehouden voor de primaire landbouwproductie of vermeerdering van de desbetreffende dieren.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 2.17a Investeringen in niet-bewezen brongerichte stikstofreducerende innovaties in stalsystemen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-217a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17a</span><span class=\"lf-art-t\">1Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor een innovatieproject gericht op brongerichte reductie van stikstofemissie vanuit een stalsysteem.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het innovatieproject, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een of meer van de volgende fasen: een onderzoeks- en ontwikkelingsfase; een emissiemetingenfase; een resterende productieve levensduurfase.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17a</span><span class=\"lf-art-t\">2Criteria subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie wordt alleen verstrekt als: het innovatieproject bestaat uit alle drie de fasen als bedoeld in artikel 2.17a.1, tweede lid, of de emissiemetingenfase en resterende productieve levensduurfase, als de onderzoeks- en ontwikkelingsfase niet meer dan twee jaar voor de aanvraag is gerealiseerd; aanvrager deelneemt in een samenwerkingsverband; aan het samenwerkingsverband, bedoeld in het vorig onderdeel tenminste één veehouderij, die potentieel eindgebruiker is van de investeringen; en één onderzoeksorganisatie deelnemen; het innovatieproject wordt uitgevoerd op een of meerdere veehouderijlocaties; het minimaal te verwachten reductiepercentage van stikstofemissie, te berekenen ten opzichte van de referentiewaarde per diercategorie, volgend uit Rav-code in bijlage 1 van de Rav, bedraagt tenminste: melkvee: 50% ten opzichte van Rav-code A1.100; vleeskalveren: 50% ten opzichte van Rav-code A4.100; melkgeiten: 25% ten opzichte van 3,4 kg NH3 per dierplaats; varkens: 60% ten opzichte van Rav-codes: D1.1.100, D1.2.100, D1.3.100, D1.3.101, D2.100 of D3.100; leghennen en grootouder- en ouderdieren van leghennen: 50% ten opzichte van Rav-code E2.100; vleeskuikens : 50% ten opzichte van Rav-code E5.100; grootouder- en ouderdieren van vleeskuikens: 60% ten opzichte van Rav-code E4.100; de stikstofdepositie van de gehele veehouderijlocatie op de volgende Natura-2000 gebieden, is voor de aanvraag minimaal:</p>\n<p class=\"lf-p\">14572 mol per jaar in de Veluwe;</p>\n<p class=\"lf-p\">417 mol per jaar in Rijntakken;</p>\n<p class=\"lf-p\">38 mol per jaar in de Achterhoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie als bedoeld in artikel 2.17a.1, tweede lid, onder a, wordt alleen verstrekt: voor investeringen in technieken, installaties, apparatuur, machines en uitrusting die naar verwachting leiden tot reductie van stikstofemissie in bestaande stalsystemen of nieuw te ontwikkelen en te bouwen typen stalsystemen; als de investeringen, bedoeld onder a, zijn gericht op experimentele ontwikkeling of industrieel onderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Subsidie als bedoeld in artikel 2.17a.1, tweede lid, onder b, wordt alleen verstrekt: voor het meten van het effect dat de investeringen, bedoeld in het voorgaande lid, hebben op de stikstofemissie op een veehouderij; en voor technieken, installaties, apparatuur, machines en uitrusting als bedoeld in het tweede lid, onder a die nog geen Rav-code hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Subsidie als bedoeld in artikel 2.17a.1, tweede lid, onder c, wordt alleen verstrekt: voor de afschrijving van de investeringen, bedoeld in het tweede lid, onder a, na het afronden van de onderzoeks- en ontwikkelfase en de emissiemetingenfase; als de investeringen gebruiksklaar zijn ten behoeve van het gebruik bij de primaire landbouwproductie op de desbetreffende veehouderijlocatie; als de investeringen onder b, passen binnen tenminste een van de doelstellingen, bedoeld in artikel 14, derde lid, onderdelen a, b en d van de Landbouwvrijstellingsverordening; als de investeringen onder b, passen binnen de criteria van artikel 14, vijfde lid en elfde lid van de Landbouwvrijstellingsverordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17a</span><span class=\"lf-art-t\">3Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verstrekt aan de veehouderij die blijkens de aanvraag optreedt als penvoerder namens het samenwerkingsverband.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan veehouderijen zonder rechtspersoonlijkheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17a</span><span class=\"lf-art-t\">4Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag een berekening ter onderbouwing van het minimaal te verwachten reductiepercentage van stikstofemissie, te berekenen ten opzichte van de referentiewaarde per diercategorie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17a</span><span class=\"lf-art-t\">5Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie, bedoeld in artikel 2.19a.1, tweede lid onder a bedraagt:</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek;</p>\n<p class=\"lf-p\">25% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het percentage, genoemd in het eerste lid, wordt verhoogd met:</p>\n<p class=\"lf-p\">10 procent, als de aanvrager een middelgrote onderneming is en de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door de middelgrote onderneming;</p>\n<p class=\"lf-p\">20 procent, als de aanvrager een kleine onderneming is en de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door de kleine onderneming.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het percentage, genoemd in het eerste lid, wordt overeenkomstig artikel 25, zesde lid, onder b, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening verhoogd met 15 procent als: de onderzoeks- en ontwikkelingsfase daadwerkelijke samenwerking behelst en voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 25, zesde lid, onderdeel b, onder i, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; de projectresultaten uit de onderzoeks- en ontwikkelingsfase ruim worden verspreid via conferenties, publicaties, open access-repositories of gratis of opensource-software.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De subsidie, bedoeld in artikel 2.17a.1, tweede lid onder a bedraagt ten hoogste € 100.000 per veehouderijlocatie in een innovatieproject, met een maximum van € 400.000 per aanvraag;</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De subsidie, bedoeld in artikel 2.17a.1, tweede lid onder b bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot maximaal € 120.000 per veehouderijlocatie en maximaal € 480.000 per aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De subsidie, bedoeld in artikel 2.17a.1, tweede lid onder c bedraagt 40% van de subsidiabele kosten, te verhogen met 20% als subsidie wordt verstrekt aan jonge landbouwers of landbouwers die zich hebben gevestigd in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van de subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 14, dertiende lid, onder a, van de Landbouwgroepsvrijstellingsverordening; subsidie wordt verstrekt voor de extra kosten van investeringen om het natuurlijke milieu, de hygiëneomstandigheden of de normen inzake dierenwelzijn te verbeteren om een hoger niveau dan de geldende normen van de Europese Unie te halen; en die niet leiden tot een verhoging van de productiecapaciteit, bedoeld in artikel 14, dertiende lid, onder e, van de Landbouwgroepsvrijstellingsverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Voor de resterende productieve levensduurfase bedraagt de subsidie ten hoogste € 200.000 per veehouderijlocatie in een innovatieproject en maximaal € 800.000 per aanvraag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17a</span><span class=\"lf-art-t\">6Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor de onderzoeks- en ontwikkelingsfase, bedoeld in artikel 2.17a.1, tweede lid, onder a, komen de kosten, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening voor subsidie in aanmerking voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Voor de emissiemetingenfase, bedoeld in artikel 2.17a.1, tweede lid, onder b, komen de kosten, bedoeld in artikel 31, zesde lid, van de Landbouwgroepsvrijstellingsverordening voor subsidie in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Voor de resterende productieve levensduurfase, bedoeld in artikel 2.17a.1, tweede lid, onder c komen de afschrijvingskosten van de investeringen, voor subsidie in aanmerking voor zover deze kosten vallen onder de kosten, bedoeld in artikel 14, zesde lid, onder a tot en met d, van de Landbouwgroepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17a</span><span class=\"lf-art-t\">7Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt geweigerd als: voor dezelfde innovatie al subsidie is verstrekt; voor een van de fasen van het innovatieproject al subsidie is verstrekt; met de uitvoering van het innovatieproject de op grond van het Besluit emissiearme huisvesting veehouderij van toepassing zijnde maximale emissiewaarde voor ammoniak wordt overschreden; het innovatieproject naar verwachting leidt tot een verminderd niveau van dierenwelzijn en brandveiligheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17a</span><span class=\"lf-art-t\">8Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Binnen drie maanden na subsidieverlening wordt met de uitvoering van het innovatieproject gestart.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als het innovatieproject bestaat uit alle drie de fasen, bedoeld in artikel 2.17a.2, eerste lid, onder a, onder i, worden de onderzoek- en ontwikkelingsfase en de emissiemetingenfase binnen vijf jaar na subsidieverlening voltooid.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Als het innovatieproject bestaat uit de emissiemetingenfase en de resterende productieve levensduurfase, bedoeld in artikel 2.17a.2, eerste lid, onder a, onder ii, wordt de emissiemetingenfase binnen twee jaar na het verlenen van de subsidie voltooid.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Voor de uitvoering van de emissiemetingenfase maakt de subsidieontvanger gebruik van meetprotocollen die voldoen aan de internationale stand van onderzoek of techniek.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Voorafgaand aan de uitvoering van de emissiemetingenfase maakt de onderzoeksorganisatie de informatie, bedoeld in artikel 31, derde lid, van de Landbouwvrijstellingsverordening bekend op internet.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Na afloop van emissiemetingenfase stelt de onderzoeksorganisatie de resultaten van onderzoek overeenkomstig artikel 31, vierde lid van de Landbouwvrijstellingsverordening beschikbaar op internet; vanaf de datum waarop de emissiemetingenfase is afgerond; of als deze datum ligt voor de datum onder a, vanaf de datum waarop de informatie over de resultaten wordt gegeven aan leden van specifieke organisaties als bedoeld in artikel 31, vierde lid van de Landbouwvrijstellingsverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.De resultaten van de emissiemetingenfase worden door de onderzoeksorganisatie gedurende vijf jaar beschikbaar gehouden vanaf de datum waarop de resultaten op internet beschikbaar zijn gesteld, bedoeld in het vorige lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Als voor de emissiemetingenfase een milieueffectbeoordeling wordt uitgevoerd als bedoeld in artikel 14, vijfde lid, van de Landbouwvrijstellingsverordening, is deze beoordeling uitgevoerd of de vergunning voor het investeringsproject verleend voor de datum waarop de investering wordt uitgevoerd en de resterende productieve levensduurfase van start gaat.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 2.17b Investeringen in bewezen stikstofreducerende maatregelen in stalsystemen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-217b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17b</span><span class=\"lf-art-t\">1Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor een project gericht op de inrichting of herinrichting van een stalsysteem waarvan de toepassing leidt tot reductie van stikstofemissie binnen de veehouderijlocatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17b</span><span class=\"lf-art-t\">2Criteria subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt: voor de aanschaf en het gebruiksklaar maken van een of meer nieuwe bewezen technieken, installaties, apparatuur, machines of uitrusting die leiden tot brongerichte reductie van stikstofemissie in een stalsysteem; of voor een combinatie van een van de brongerichte maatregelen onder a en een nageschakelde techniek; als de investeringen onder a en b, passen binnen tenminste een van de doelstellingen, bedoeld in artikel 14, derde lid, onder a, b en d, van de Landbouwvrijstellingsverordening; als de investeringen onder a en b, passen binnen de criteria van artikel 14, vijfde lid en elfde lid, van de Landbouwvrijstellingsverordening; als aannemelijk is dat het reductiepercentage van stikstofemissie, te berekenen ten opzichte van de referentiewaarde per diercategorie, volgend uit Rav-code in bijlage 1 van de Rav, tenminste bedraagt: melkvee: 30% ten opzichte van Rav-code A1.100; vleeskalveren: 60% ten opzichte van Rav-code A4.100; varkens: 60% ten opzichte van Rav-codes: D1.1.100, D1.2.100, D1.3.100, D1.3.101, D2.100 of D3.100; pluimvee: 50% ten opzichte van Rav-codes: E1.100, E2.100, E3.100, E4.100, E5.100 overig: 60% ten opzichte van B1.100, F1.100, F2.100, F3.100, F4.100, G1.100, G2.1.100, I2.100, K1.100, L3.100; als de stikstofdepositie van de gehele veehouderijlocatie op een van de volgende stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden in Gelderland, minimaal bedraagt:</p>\n<p class=\"lf-p\">22349 mol per jaar in de Veluwe;</p>\n<p class=\"lf-p\">890 mol per jaar in Rijntakken;</p>\n<p class=\"lf-p\">90 mol per jaar in de Achterhoek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17b</span><span class=\"lf-art-t\">3Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verstrekt aan een veehouderij.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan veehouderijen zonder rechtspersoonlijkheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17b</span><span class=\"lf-art-t\">4Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag de volgende gegevens: een onafhankelijke en door onderzoeksorganisatie onderbouwde berekening ter onderbouwing van het minimaal te verwachten reductiepercentage van stikstofemissie, te berekenen ten opzichte van de referentiewaarde per diercategorie; benaming van de investering en Rav-code of de benaming en het reductiepercentage van de techniek zoals onderbouwd en gebleken in de praktijk; offertes van de investeringen als bedoeld in artikel 2.17b.2, onder a.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17b</span><span class=\"lf-art-t\">5Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie bedraagt 40% van de subsidiabele kosten, te verhogen met 20% als subsidie wordt verstrekt aan jonge landbouwers of landbouwers die zich hebben gevestigd in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van de subsidieaanvraag, bedoeld in artikel 14, dertiende lid, onder a, van de Landbouwgroepsvrijstellingsverordening; subsidie wordt verstrekt voor de extra kosten voor investeringen om het natuurlijke milieu, de hygiëneomstandigheden of de normen inzake dierenwelzijn te verbeteren om een hoger niveau dan de geldende normen van de Europese Unie te halen; en die niet leiden tot een verhoging van de productiecapaciteit, bedoeld in artikel 14, dertiende lid, onder e, van de Landbouwgroepsvrijstellingsverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De maximale subsidie is afhankelijk van het percentage waarmee de toegestane stikstofemissie op de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming wordt verlaagd en bedraagt ten hoogste: € 75.000 bij een verlaging van de toegestane stikstofemissie met 30% van het reductiepercentage van stikstofemissie; € 90.000 bij een verlaging van de toegestane stikstofemissie met maximaal 45% van het reductiepercentage van stikstofemissie; € 105.000 bij een verlaging van de toegestane stikstofemissie met maximaal 60% van het reductiepercentage van stikstofemissie; € 120.000 bij een verlaging van de toegestane stikstofemissie met maximaal 75% van het reductiepercentage van stikstofemissie; € 135.000 bij een verlaging van de toegestane stikstofemissie met maximaal 90% van het reductiepercentage van stikstofemissie; € 150.000 bij een verlaging van de toegestane stikstofemissie met meer dan 90% van het reductiepercentage van stikstofemissie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17b</span><span class=\"lf-art-t\">6Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor subsidie komen in aanmerking de kosten, bedoeld in artikel 14, zesde lid onderdelen a tot en met d van de Landbouwgroepsvrijstellingsverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Voor subsidie komen niet in aanmerking de kosten die gemaakt worden om te voldoen aan wettelijke verplichtingen, waaronder verplichtingen ingevolge het Besluit emissiearme huisvesting veehouderij.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17b</span><span class=\"lf-art-t\">7Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt geweigerd als: met de uitvoering van de activiteit de op grond van het Besluit emissiearme huisvesting veehouderij van toepassing zijnde maximale emissiewaarde voor ammoniak wordt overschreden; de activiteit naar verwachting leidt tot een verminderd niveau van dierenwelzijn en brandveiligheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17b</span><span class=\"lf-art-t\">8Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Binnen drie maanden na de subsidieverlening wordt met de uitvoering van de activiteit gestart.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Gedeputeerde Staten kunnen de in het eerste lid genoemde termijn op verzoek met maximaal twaalf maanden verlengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De activiteit is binnen twee jaar na start van de activiteit voltooid.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Binnen zes maanden na de start van de uitvoering van de activiteit, dient aanvrager een verzoek in tot wijziging van de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming, om de toegestane stikstofemissie op de vergunning te verlagen met het percentage, bedoeld in artikel 2.17b.5, tweede lid, waarop de subsidie is verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17b</span><span class=\"lf-art-t\">9Opschortende voorwaarde</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat de subsidieontvanger binnen één jaar na de verlening aantoont dat een milieueffectbeoordeling is uitgevoerd of de vergunning voor het investeringsproject is verleend als voor de uitvoering van het project een milieueffectbeoordeling wordt uitgevoerd als bedoeld in artikel 14, vijfde lid, van de Landbouwvrijstellingsverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Op verzoek kunnen Gedeputeerde Staten de termijn als bedoeld in het eerste lid, verlengen tot een periode van maximaal twee jaar na de beschikking tot subsidieverlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidieontvanger verstrekt de bescheiden bedoeld in het eerste lid, binnen één maand na de uitvoering van de milieueffectbeoordeling of ontvangst van de benodigde vergunning, bedoeld in het eerste lid, aan Gedeputeerde Staten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 2.18 Aanleg agroforestry</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2181\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.18.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder agroforestry: een landbouwsysteem waarbij bomen en houtige, meerjarige gewassen bewust gecombineerd worden met akkerbouw of groententeelt van eenjarige gewassen, of veeteelt op eenzelfde perceel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2182\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.18.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor de aanleg van agroforestry.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2183\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.18.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt als: het perceel waarop de bomen en houtige, meerjarige gewassen worden aangeplant een minimale oppervlakte heeft van één hectare; en een minimum van 30 bomen of houtige, meerjarige gewassen per hectare wordt aangeplant, of; de aangeplante bomen of houtige, meerjarige gewassen worden geplaatst in een of meer rijen van ieder minimaal 20 meter.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2184\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.18.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking: de kosten van de aankoop van bomen en houtige, meerjarige gewassen; de kosten voor de aankoop van toebehoren voor de aanleg en instandhouding van de activiteit voor zover deze niet zijn betrokken in een andere subsidieaanvraag; de kosten van huur van machines in verband met de aanplant; de kosten voor de inhuur van personeel; directe arbeidskosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2185\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.18.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie wordt verstrekt aan ondernemingen die actief zijn in de landbouwsector.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2186\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.18.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag de volgende gegevens verstrekt: een projectplan volgens het door de provincie beschikbaar gestelde format; offertes voor de aankoop van de bomen en houtige, meerjarige gewassen; een topografische kaart waarop de ligging van het perceel is aangegeven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2187\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.18.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van €20.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2188\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.18.8</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd als de aanleg is gericht op aanplant van invasieve soorten die een bedreiging zijn voor de biodiversiteit zoals opgenomen in Unielijst bij Verordening (EU) Nr. 1143/2014 van het Europees parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2189\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.18.9</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt zover deze niet in strijd is met de De-minimissteun in de landbouwsector Verordening (EU), Nr. 1408/2013 van de Europese Commissie van 18 december 2013 (Pb EU L 352/9).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 2.19 Adviezen voor natuurinclusieve kringlooplandbouw</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2191\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.19.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor het geven van een bedrijfsspecifiek advies voor natuurinclusieve kringlooplandbouw aan een landbouwonderneming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2192\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.19.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt als: het advies wordt gegeven aan een landbouwonderneming die gevestigd is in Gelderland; het advies wordt gegeven aan een landbouwonderneming die actief is in de primaire landbouwproductie met SBI-code 01.1, 01.2, 01.3, 01.4 of 01.5; het advies is gericht op ten minste één van de volgende onderwerpen: brongerichte vermindering van emissies; duurzaam landgebruik; toename biodiversiteit; gesloten voedselsysteem of gesloten mineralenkringloop; reductie middelengebruik; beter verdienmodel zonder toename veestapel; het advies ingaat op ten minste de volgende elementen: de veranderingen die noodzakelijk zijn in het bedrijf; de positieve effecten die met de veranderingen worden bereikt op de fysieke leefomgeving van het bedrijf; de marktkansen en het verdienmodel van de landbouwonderneming, nadat de veranderingen hebben plaatsgevonden; een indicatieve kostenbegroting voor de realisatie van de veranderingen; de aanvrager onafhankelijk is van de te adviseren landbouwonderneming; de aanvrager voor 1 mei 2022 stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel met SBI-code 62, 66.1, 70.2, 71, 72.1, 73.2, 74.9, 85.41 of 85.42; er voorafgaand aan het advies ten minste één bedrijfsbezoek wordt afgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2193\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.19.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verstrekt aan een aanbieder van adviesdiensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2194\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.19.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.2.3 bevat de aanvraag: een volledig ingevulde adviesvoucher, die door de provincie beschikbaar is gesteld aan landbouwondernemingen; een offerte, die: is ondertekend door de aanvrager en de opdrachtgevende landbouwonderneming; en een voorbehoud van het verkrijgen van de subsidie bevat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2195\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.19.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt € 1.500 per advies.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2196\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.19.6</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidieontvanger legt het advies schriftelijk vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Binnen zes maanden na subsidieverlening wordt het advies gegeven aan de landbouwonderneming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2197\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.19.7</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt onder toepassing van artikel 22 van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraa 2.20 Soortenmanagementplan</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2201\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.20.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: gebiedsgerichte ontheffing: ontheffing van de verboden als bedoeld in de artikelen 8.1, 3.2, zesde lid, 8.8, 3.6, tweede lid en 3.10, eerste lid, van de Wet natuurbescherming bij activiteiten binnen een plangebied waarbij de maatregelen het functioneel leefgebied van de beschermde soorten, ongeacht de aard van de negatieve effecten van de toegestane activiteiten, versterken; soortenmanagementplan: plan gericht op het verbeteren van de staat van instandhouding van soorten en ter onderbouwing van de aanvraag om een gebiedsgerichte ontheffing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2202\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.20.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor het opstellen van een soortenmanagementplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2203\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.20.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie voor het opstellen van een soortenmanagementplan wordt alleen verstrekt als: het plan de informatie bevat genoemd in Bijlage 2 van de Uitvoeringsregels Wet natuurbescherming Gelderland 2018; het plan gericht is op: verduurzaming van woningen in de bebouwde kom; laanbeplantingen of houtwallen buiten de bebouwde kom; asbestsanering of de sloop van schuren op gronden met een agrarische bestemming, of inrichting en beheer van watergangen van een geheel stroomgebied; de maatregelen in het plan ertoe leiden dat de staat van instandhouding van de soorten, die voorkomen in het plangebied en die beïnvloed worden door de gebiedsgerichte ontheffing, verbetert; en de ecologische gegevens van het plan maximaal vijf jaar oud zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2204\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.20.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie als bedoeld in artikel 2.20.1 onder a komen in aanmerking: kosten voor het opstellen van een soortenmanagementplan; kosten voor het hiervoor benodigde inventarisatieonderzoek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2205\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.20.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een gemeente of waterschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2206\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.20.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 verstrekt de aanvrager bij de aanvraag: een offerte van een adviesbureau voor de kosten als bedoeld in artikel 2.20.4; en een kaart en een beknopte beschrijving van het plangebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2207\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.20.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor het opstellen van een soortenmanagementplan bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 25.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2208\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.20.8</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd als aan de aanvrager al eerder subsidie op grond van deze regeling is verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2209\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.20.9</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger van subsidie stelt het soortenmanagementplan binnen 18 maanden na het verlenen van de subsidie vast.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3 Bodem en Water</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.1 Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-311\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: bodem en ondergrond: het vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen en antropogene resten van eertijdse bewoning en grondgebruik, inclusief het grondwater; bodem- en ondergrondaspecten: informatie over de karakteristieken van de bodem en ondergrond, de gebruiksmogelijkheden en de effecten van het mogelijke gebruik op andere functies van de bodem en ondergrond en de effecten van bovengronds ruimtegebruik op ondergrondse functies en omgekeerd; bodemgegevens: gegevens afkomstig uit een bodemonderzoeksrapport dat is opgesteld door een erkende persoon of instelling zoals bedoeld in artikel 9 van het Besluit Bodemkwaliteit; knelpunt: een locatie waarvan door onderzoek is gebleken dat daar regelmatig dieren worden aangereden of verdrinken of waarbij het voor ter plaatse levende dieren onmogelijk is om openbare infrastructuur te passeren.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.2 Subsidieregeling Samenwerkingsovereenkomsten Waterschappen 2022-2027</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-321\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: samenwerkingsovereenkomst: een samenwerkingsovereenkomst tussen de provincie en een waterschap waarin afspraken zijn gemaakt over de onderwerpen en projecten waarop het waterschap en de provincie zullen samenwerken en die passen binnen het provinciaal beleid en dat van het waterschap; waterschap: het waterschap Rijn en IJssel, het waterschap Vallei en Veluwe of het waterschap Rivierenland; projectenlijst: een op grond van de samenwerkingsovereenkomst door het bevoegd gezag van het waterschap en gedeputeerde staten periodiek vastgestelde lijst met door het waterschap uit te voeren projecten; financieringsbronnen: middelen die beschikbaar zijn op grond van nationale regelingen waaronder de Regeling specifieke uitkering Programma Natuur, Europese regelingen en provinciale middelen, waaronder middelen die kunnen worden besteed conform de Bestedingsdoelen Egalisatiefonds Grondwaterheffing Gelderland 2022; natuurpact 2013-2025: rijksmiddelen die aan de provincie ter beschikking zijn gesteld uit hoofde van het “Onderhandelingsakkoord decentralisatie natuur\" van 20 september 2011 en de aanvullingen en uitvoeringsafspraken van respectievelijk 7 december 2011 en 8 februari 2012;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestedingsdoelen Egalisatiefonds Grondwaterheffing Gelderland 2022: paragrafen 2.2 en 3.2 uit de Bestedingsdoelen Egalisatiefonds Grondwaterheffing Gelderland 2022, van 11 november 2022.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-322\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Samenwerkingsovereenkomst</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de samenwerkingsovereenkomst worden in ieder geval afspraken vastgelegd hoe: partijen gezamenlijk werken aan de realisatie van verschillende doelen; partijen gezamenlijk komen tot één projectenlijst; de subsidiabele kosten worden bepaald; de te behalen resultaten kunnen worden bepaald; en; partijen periodiek overleggen over de voortgang, financiering, monitoring en evaluatie van projecten en de verslaglegging ervan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-323\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Projectenlijst</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de projectenlijst wordt in ieder geval van ieder project opgenomen: projectnaam; de resultaten per financieringsbron; de kosten per resultaat; de gevraagde subsidie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-324\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG wordt verstrekt voor het uitvoeren van projecten die zijn beschreven op de projectenlijst waarvoor subsidie uit hoofde van provinciale middelen wordt gevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG wordt verstrekt voor het uitvoeren van projecten die zijn beschreven op de projectenlijst waarvoor subsidie uit hoofde van Europese of nationale middelen, waaronder middelen uit natuurpact 2013-2025, wordt gevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de ASG wordt verstrekt voor het uitvoeren van projecten die zijn beschreven op de projectenlijst waarvoor middelen uit hoofde van het Natuurpact 2013-2025 wordt gevraagd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-325\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In afwijking van artikel 1.3.4, aanhef en onder b, zijn de kosten bij subsidieverstrekking op grond van artikel 3.2.4 vanaf 1 januari 2021 subsidiabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van artikel 1.3.5, vijfde lid, geldt het uurtarief zoals vastgelegd in de Handleiding overheidstarieven 2021 en daaropvolgende publicaties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-326\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste het bedrag of percentage dat in de projectenlijst is opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-327\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.2.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag een planning met de te behalen resultaten inclusief een tijds- en uitgavenplanning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-328\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.2.8</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschotverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het voorschot voor subsidie op grond van artikel 3.2.4, eerste lid, bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het voorschot voor subsidie op grond van artikel 3.2.4, tweede lid en derde lid, bedraagt maximaal 80% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De betalingstermijnen worden aan de hand van de uitgavenplanning bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-329\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.2.9</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor subsidies die zijn verstrekt op grond van grond artikel 3.2.4, tweede lid, gelden de volgende verplichtingen: de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend, zijn uiterlijk 31 juni 2025 gerealiseerd; de subsidieontvanger is verplicht om na de uitvoering van de activiteit de herstelde of verbeterde natuur gedurende zes jaar in stand te houden; de subsidieontvanger is verplicht om de gegevens aan te leveren die de provincie nodig heeft voor monitoring, rapportage en verantwoording.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De activiteiten waarvoor subsidie is verleend op grond van artikel 3.2.4, derde lid, zijn uiterlijk 31 december 2025 gerealiseerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.2.10</span><span class=\"lf-art-t\">Vaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In afwijking van artikel 27 van de AsG is artikel 26 van de AsG van toepassing op de vaststelling van de subsidie als bedoeld in artikel 3.2.4, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie als bedoeld in artikel 3.2.4, tweede lid, wordt in afwijking van artikel 27 AsG overeenkomstig artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet verantwoord.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.3 Overdracht bodemtaken onder de Omgevingswet</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-331\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: oplossen van knelpunten rondom de overname van bodemtaken in het kader van de Omgevingswet, of advies en kennisdeling over het inrichten van de gemeentelijke organisatie in het kader van de overname van de bodemtaken bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Onder oplossen van knelpunten wordt in ieder geval verstaan het implementeren van bodem en ondergrond in omgevingsvisie, omgevingsplan of programma.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-332\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht de subsidiabele activiteit binnen 6 maanden na subsidieverlening te starten en af te ronden binnen één jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-333\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie als bedoeld in artikel 3.3.1 komen niet in aanmerking de kosten van saneringsprojecten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-334\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie als bedoeld in artikel 3.3.1 bedraagt € 50.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-335\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.4 Ondergrond in beeld ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-341\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor het uitvoeren van bodemonderzoek of opstellen van een rapport over bodem- en ondergrondaspecten in een gebied en het delen van opgedane kennis hierover.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-342\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht het rapport openbaar te maken via internet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-343\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4.1 komen niet in aanmerking de kosten van wettelijk verplicht bodemonderzoek in het kader van de Wet bodembescherming, het Besluit bodemkwaliteit en, na inwerkingtreding, de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van artikel 1.3.4, onderdeel f, kan subsidie worden verstrekt voor de onderzoekskosten naar stoffen die voorkomen op de Europese lijst van Zeer Zorgwekkende Stoffen en de onderzoekkosten voor de niet genormeerde stoffen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-344\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt aan: gemeenten; openbare lichamen als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-345\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie als bedoeld in artikel 3.4.1 bedraagt € 10.000.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 4 Verkeer en vervoer</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.1 Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-411\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">CNG-vrachtauto: een vrachtauto die wordt aangedreven door een verbrandingsmotor die gebruik maakt van aardgas dat met behulp van een compressor is gecomprimeerd tot een druk van 200 bar, waarbij het aardgas vervangen kan worden door biogas dat is gezuiverd tot aardgas goederenvervoer: vervoer van goederen over de weg en over water; koopovereenkomst: schriftelijke overeenkomst tussen leverancier en de subsidieaanvrager over de koop van de vrachtauto of elektrische bestelauto;</p>\n<p class=\"lf-p\">LNG-vrachtauto: een voertuig dat een vrachtauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet wegvervoer goederen is, valt onder categorie N2 of categorie N3 van Richtlijn 2007/46/EG en bij de feitelijke levering overeenkomstig de koopovereenkomst door de fabrikant als bedoeld in Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 september 2007 (PbEU L263) is uitgerust met een motor die als hoofdaandrijving in de vrachtauto is geplaatst en uitsluitend Liquefied Bio Gas of Liquefied Natural Gas als motorbrandstof gebruikt; openbaar vervoer: vervoer per trein, bus, tram of regiotaxi dat wordt verzorgd door een vervoerder waaraan op grond van de Wet personenvervoer 2000 een concessie is verleend; operational lease: de lessee betaalt voor het exclusieve gebruik van een vrachtauto of elektrische bestelauto gedurende een met de leasemaatschappij overeengekomen periode, waarbij de eigendom van de vrachtauto elektrische bestelauto bij de leasemaatschappij blijft; hoogwaardige fietsroute: een regionale hoofdfietsroute die hoogwaardig is ingericht voor woon-werk fietsbewegingen over langere afstanden en primair gericht is op snelle en efficiënte verplaatsing met optimale veiligheid;</p>\n<p class=\"lf-p\">SSK-raming: Standaardsystematiek voor Kostenramingen: de systematiek voor kostenramingen zoals deze is vastgelegd in publicatie 137 van het door het CROW uitgegeven handboek Kostenramingen - SSK 2010 of de kennismodule kostenmanagement – SSK 2018; vrachtauto: motorvoertuig of een samenstel van voertuigen, dat uitsluitend wordt gebruikt voor vervoer van goederen; vervoerder: de rechtspersoon die openbaar vervoer verricht, waaronder begrepen regiotaxi;</p>\n<p class=\"lf-p\">Definitiekader voor het Hoofdfietsnet Gelderland: door Provinciale Staten op 31 januari 2018 (PS2017-766) vastgesteld beleidskader voor het bepalen van het hoogwaardig regionaal fietsnet in Gelderland.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.2 Infrastructurele Maatregelen Hoogwaardig Openbaar Vervoer</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-421\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: plan HOV: plan van gemeenten in een regio en de provincie op het gebied van HOV; hoogwaardig openbaar vervoer: openbaar vervoer per bus met een storingsvrije afwikkeling, gestrekte routes met waar nodig vrijliggende infrastructuur voor de bus, een hoge frequentie, herkenbare en goed bereikbare halte- en knooppuntvoorzieningen, een hoog niveau van dynamische reizigersinformatie en beschikbaarheid van goede en voldoende stallingsvoorzieningen voor de fiets;</p>\n<p class=\"lf-p\">HOV-lijn: buslijn die hoogwaardig openbaar vervoer biedt en opgenomen is in het Plan HOV;</p>\n<p class=\"lf-p\">OV-visie: visie, vastgesteld door Provinciale Staten op 28 mei 2014 (PS2014-248); vervoerberaad: bestuurlijk overleg tussen de regio en de provincie; personele inzet: werkzaamheden verricht door medewerkers van de gemeente dan wel door de gemeente ingehuurde medewerkers.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-422\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Plan HOV</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen een plan HOV vast als aan de volgende vereisten wordt voldaan: het plan HOV bevat activiteiten ter verbetering van de infrastructuur voor hoogwaardig openbaar vervoer; de activiteiten passen in de OV-visie; het vervoerberaad heeft ingestemd met het plan HOV; de activiteiten zijn uitgesplitst per HOV-lijn en gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-423\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan wordt verstrekt voor activiteiten die zijn opgenomen in een plan HOV.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-424\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van het bedrag dat voor die activiteit in het plan HOV is opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-425\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor subsidie komen in aanmerking de kosten zoals die zijn vastgelegd in de bij de aanvraag gevoegde SSK-raming.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.Onverminderd artikel 1.3.4 komen kosten voor personele inzet van de aanvrager niet in aanmerking voor subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.In afwijking van artikel 1.3.4, onder b, komen de kosten die gemaakt zijn in het jaar voorafgaand aan de datum waarop de aanvraag is ontvangen voor subsidie in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De artikelen 1.3.5 tot en met 1.3.9 zijn niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-426\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan de gemeente die in het plan HOV opgenomen is en op wier grondgebied de activiteit plaatsvindt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-427\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag een SSK-raming waarin geen kosten voor personele inzet zijn opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-428\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager geeft opdracht voor realisatie van de activiteiten die opgenomen zijn in het plan HOV binnen een jaar vanaf de datum van de verleningsbeschikking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-429\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.9</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd als voor dezelfde activiteit al subsidie is verstrekt op grond van paragraaf 5.5 Overstappunten mobiliteit zoals die bestond in de RRvG 2016 die gold t/m 31 december 2022.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.3 Duurzame vrachtauto’s</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-431\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor de koop of operational lease van een CNG- of LNG-vrachtauto.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-432\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor de kosten die voor de aanvrager volgen uit de koop- of operationallease-overeenkomst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-433\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt als: de aanvrager gevestigd is in Gelderland of die blijkens het Handelsregister verbonden is aan een rechtspersoon die gevestigd is in Gelderland; de aanvrager in geval van koop de eerste houder van het kenteken van de vrachtauto wordt; de aanvrager in geval van operational lease de eerste gebruiker van de vrachtauto wordt; de vrachtauto zal worden gebruikt of mede zal worden gebruikt voor goederenvervoer vanuit een of meer bedrijfslocaties binnen Gelderland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-434\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie bedraagt € 8.000 per CNG- of LNG-vrachtauto.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Per aanvraag wordt voor maximaal zeven vrachtauto’s subsidie verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-435\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd als: de datum van de offerte voor de koop- of operationallease-overeenkomst een jaar of meer voor de datum van de aanvraag ligt; de datum van de koop of operationallease-overeenkomst voor de datum van de aanvraag ligt, of de vrachtauto voorafgaand aan de aanvraag op kenteken is gezet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-436\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag subsidieverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Onverminderd artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag om subsidie in ieder geval de volgende gegevens verstrekt: een afschrift van de offerte voor de koop of operationallease-overeenkomst van de vrachtauto; een verklaring van de aanvrager dat: de vrachtauto uitsluitend gebruikt gaat worden door de aanvrager zelf; de vrachtauto gaat gebruikt worden of gaat mede gebruikt worden voor vervoer vanuit een of meer bedrijfslocaties binnen Gelderland.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Onverminderd artikel 1.2.3, derde lid, bevat de aanvraag om subsidie: de instantie die verantwoordelijk is voor de toekenning van de subsidie; de hoogte van de subsidie; de data en kenmerken van de besluiten tot verstrekking van de subsidie, voor zover reeds genomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-437\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.7</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt geen voorschot uitgekeerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-438\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidieontvanger zorgt ervoor dat: in geval van koop het kenteken van de vrachtauto met ingang van de dag van feitelijke levering van de vrachtauto op naam staat van de subsidieontvanger en tenminste drie jaar onafgebroken op naam van de subsidieontvanger blijft staan; in geval van operational lease het kenteken met ingang van de dag van feitelijke levering van de vrachtauto op naam staat van de leasemaatschappij en tenminste drie jaar onafgebroken op naam van de leasemaatschappij blijft staan; de subsidieontvanger de vrachtauto, onverminderd artikel 1.4.7, tenminste drie jaar onafgebroken vanaf de datum van de subsidiebeschikking gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Onverminderd artikel 1.4.4 meldt de subsidieontvanger aan Gedeputeerde Staten de volgende omstandigheden binnen twee weken nadat de omstandigheid heeft plaatsgevonden: de vermelding van de subsidieontvanger in het Handelsregister is ingetrokken, of gegevens in verband met die vermelding zijn gewijzigd; de tenaamstelling als bedoeld in artikel 25 van het Kentekenreglement van de vrachtauto is geschorst, of gegevens in verband met deze tenaamstelling zijn gewijzigd; het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994 van de vrachtauto is ingetrokken, of gegevens in dat kentekenbewijs zijn gewijzigd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-439\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.9</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In afwijking van artikel 25, eerste en tweede lid, van de AsG gaat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie vergezeld van: een afschrift van het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 36 van de Wegenverkeerswet van de vrachtauto; en een afschrift van de koop- of operationallease-overeenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van artikel 25, vierde lid, van de AsG is artikel 24 van de AsG wel van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4310\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.10</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 36 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.4 Slimme en Schone Mobiliteit</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-441\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: regionaal uitvoeringsplan Slimme en Schone Mobiliteit: plan van de regio voor Slimme en Schone Mobiliteit;</p>\n<p class=\"lf-p\">Slimme en Schone Mobiliteit: toepassing of gebruik van nieuwe techniek, data, diensten, kennis en mogelijkheden voor gedragsbeïnvloeding met als doel bestaande infrastructuur beter te benutten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-442\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Regionaal uitvoeringsplan Slimme en Schone Mobiliteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Op verzoek van een regio kunnen Gedeputeerde Staten een regionaal uitvoeringsplan Slimme en Schone Mobiliteit goedkeuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Gedeputeerde Staten verlenen goedkeuring aan het plan als aan de volgende vereisten wordt voldaan: het plan bevat projecten gericht op Slimme en Schone Mobiliteit; het plan bevat een beschrijving van de voorgenomen aanpak voor het verrichten van de beschreven projecten; het plan bevat een sluitende begroting; en het plan past binnen de door Gedeputeerde Staten vastgestelde Werkagenda Slimme en Schone Mobiliteit 2023 en verder.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-443\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor de uitvoering van een regionaal uitvoeringsplan Slimme en Schone Mobiliteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-444\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt als Gedeputeerde Staten het regionaal uitvoeringsplan Slimme en Schone Mobiliteit van de betreffende regio hebben goedgekeurd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-445\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Regio Arnhem-Nijmegen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regio FoodValley;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regio Achterhoek;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regio Rivierenland;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regio Stedendriehoek; een samenwerkingsverband van de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-446\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Kosten voor de uitvoering van een regionaal uitvoeringsplan Slimme en Schone Mobiliteit die zijn gemaakt voordat de aanvraag is ingediend, komen in afwijking van artikel 1.3.4, aanhef en onder b, voor subsidie in aanmerking als deze zijn gemaakt in het kalenderjaar waarin Gedeputeerde Staten het regionale uitvoeringsplan Slimme en Schone Mobiliteit hebben goedgekeurd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-447\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Indieningstermijn</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag om subsidie wordt ingediend binnen 13 weken nadat Gedeputeerde Staten het regionale uitvoeringsplan Slimme en Schone Mobiliteit hebben goedgekeurd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-448\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt maximaal de bijdrage van de provincie Gelderland die in het regionale uitvoeringsplan Slimme en Schone Mobiliteit is opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-449\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de aanvraag door een bij het samenwerkingsverband betrokken gemeente mede namens de andere gemeenten wordt ingediend, dan wordt bij de aanvraag, onverminderd artikel 1.2.3, een verklaring van alle samenwerkende gemeenten overgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4410\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.10</span><span class=\"lf-art-t\">Vaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de artikelen 25 en 26 van de AsG is artikel 27 van de AsG van toepassing op de vaststelling van alle subsidies op grond van deze paragraaf, met dien verstande dat voor subsidies tot €125.000 in plaats van een accountantsverklaring kan worden volstaan met een verklaring als bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de AsG.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.5 Complexe maatregelen hoofdfietsnet</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-451\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: complexe maatregel: aanleg van fietsbrug, fietstunnel, fietsstraat of vrijliggend fietspad, of het verbreden van een bestaand fietspad; hoofdfietsnet: netwerk van fietsroutes als bedoeld in het Definitiekader Hoofdfietsnet Gelderland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-452\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor het nemen van een complexe maatregel om het hoofdfietsnet te verbeteren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-453\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie wordt alleen verstrekt als de complexe maatregel: gerealiseerd wordt op een fietsroute binnen het hoofdfietsnet; ten minste voldoet aan de richtlijnen uit de Ontwerpwijzer fietsverkeer 2016 van het CROW.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Gedeputeerde Staten kunnen op verzoek van de aanvrager afwijken van het eerste lid, onder b.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-454\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-455\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij een aanvraag om subsidie bijgevoegd: een kaart met de Basisregistratie Grootschalige Topografie als onderlegger. Hierop zijn de locatie van de maatregel, de lengte van de maatregel en de aanduiding van de complexe maatregel op de fietsroute of een deel daarvan ingetekend; een dwarsprofiel van de huidige situatie op de weg en een ontwerp en dwarsprofiel van de maatregel; een SSK-raming waarin geen interne loonkosten zijn opgenomen; een beschrijving van de huidige verkeerssituatie op locatie en een toelichting op de wijze waarop het nemen van de voorgestelde complexe maatregel het hoofdfietsnet verbetert.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-456\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van €750.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-457\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor subsidie als bedoeld in artikel 4.5.2 komen in aanmerking de kosten op basis van de bij de aanvraag gevoegde SSK-raming.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Voor subsidie komen niet in aanmerking: kosten voor de aankoop van grond; de interne loonkosten van de aanvrager.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Artikel 1.3.5 tot en met 1.3.9 zijn niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-458\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De complexe maatregel wordt gerealiseerd binnen drie jaar na het besluit tot subsidieverlening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-459\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.9</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen subsidie wordt verstrekt voor: onderhoud; een traject waarvoor op grond van deze regeling al eerder subsidie is verstrekt; de aanleg of verbetering van een hoogwaardige fietsroute als bedoeld in het Definitiekader voor het Hoofdfietsnet Gelderland.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.6 Hoogwaardige fietsroute</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-461\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor de aanleg van een hoogwaardige fietsroute.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-462\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie wordt alleen verstrekt als: het een hoogwaardige fietsroute betreft als bedoeld in het Definitiekader voor het Hoofdfietsnet Gelderland; de aanvrager samen met één of meerdere gemeenten uitvoering geeft aan de subsidiabele activiteit; en de samenwerkende gemeenten een overeenkomst hebben gesloten met elkaar en met de provincie voor de realisatie van de hoogwaardige fietsroute volgens een door Gedeputeerde Staten vastgesteld model.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Gedeputeerde Staten kunnen afwijken van het eerste lid, onderdeel a.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-463\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan de gemeente die blijkens de aanvraag optreedt als penvoerder van de samenwerkende gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-464\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag om subsidie wordt ingediend binnen 13 weken na het aangaan van de overeenkomst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-465\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.4.7 is de subsidieontvanger verplicht de hoogwaardige fietsroute tenminste 10 jaar in stand te houden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-466\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor subsidie komen in aanmerking de kosten zoals deze zijn vastgelegd in de bij de overeenkomst gevoegde SSK-raming.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van artikel 1.3.4, onder b, komen de kosten die gemaakt zijn voor de datum van de aanvraag voor subsidie in aanmerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-467\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de subsidie bedraagt ten hoogste 90% procent van de subsidiabele kosten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.7 Rapport duurzaam goederenvervoer over de weg</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-471\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: het opstellen van een rapport over het verduurzamen van het wagenpark voor goederenvervoer; het opstellen van een rapport over het gebruik van energie vanuit eigen opwek voor het laden van elektrische voertuigen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-472\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie als bedoeld in artikel 4.7.1, onder a, wordt alleen verstrekt als: het rapport ten minste inzicht geeft in: een beschrijving van het gebruik van het wagenpark van de aanvrager op gebied van het goederenvervoer; de verduurzamingsalternatieven voor het wagenpark; de businesscase; en uit het rapport blijkt dat de externe deskundige die het rapport heeft opgesteld ervaring heeft met het adviseren en begeleiden van vervoerders en verladers op het gebied van het verduurzamen van hun wagenpark.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie als bedoeld in artikel 4.7.1, onder b, wordt alleen verstrekt als: het rapport inzicht geeft in: de huidige situatie van het wagenpark en de energiebehoefte; de toekomstige situatie van het wagenpark en de verwachte energiebehoefte; mogelijkheden voor eigen opwek; mogelijkheden voor energieopslag; de businesscase; en uit het rapport blijkt dat de externe deskundige die het rapport heeft opgesteld ervaring heeft met het adviseren van bedrijven over eigen opwek van duurzame energie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-473\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt aan een rechtspersoon die gevestigd is in Gelderland of die blijkens het Handelsregister verbonden is aan een rechtspersoon die gevestigd is in Gelderland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-474\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking de kosten van het rapport.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-475\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie, bedoeld in artikel 4.7.1, onder a, bedraagt € 3.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie, bedoeld in artikel 4.7.1, onder b, bedraagt € 6.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-476\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de AsG wordt de aanvraag om subsidie ingediend na uitvoering van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag: het rapport; de factuur van de externe deskundige.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Per aanvrager, inclusief een met de aanvrager organisatorisch samenhangende of verbonden rechtspersoon, wordt slechts eenmaal subsidie verstrekt.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.8 Buurtbus</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-481\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: buurtbus: vorm van openbaar vervoer per achtpersoonsbus, waarmee dunbevolkte gebieden of wijken volgens vaste route en dienstregeling verbonden worden; buurtbuslijn: een lijn met vaste route en dienstregeling die door de concessiehouder is vastgesteld; buurtbusvereniging: een rechtspersoon die een buurtbuslijn verzorgt; versterkingsbus: extra bus die incidenteel wordt ingezet als de beschikbare capaciteit niet toereikend is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-482\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor de activiteiten van vrijwilligers die zich inzetten voor een buurtbusvereniging</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-483\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt alleen verstrekt aan een aanvrager die in de vigerende dienstregeling een buurtbuslijn verzorgt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-484\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt: € 7.500 per buurtbus per jaar; € 500 per buurtbusvereniging als er sprake is van een lustrum.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-485\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.5</span><span class=\"lf-art-t\">Beslissing op de aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 25, derde lid, van de AsG is op de subsidie van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-486\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een buurtbusvereniging in Gelderland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-487\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.7</span><span class=\"lf-art-t\">Periode</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt verstrekt voor een periode van maximaal drie jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-488\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.8</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie voor een versterkingsbus wordt geweigerd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.9 Bushalte</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-491\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: concessie: concessie als bedoeld in de Wet personenvervoer 2000; halteren: het stoppen van de bus bij een halte; instapper: in- of uitstappende reiziger; vervoerplan: plan van de concessiehouder waarin beschreven is waar de bus gaat rijden en halteren; wegbeheerder: Rijkswaterstaat, gemeente of waterschap, die verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van de weg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-492\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor het realiseren, verwijderen of aanpassen van een bushalte.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-493\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie voor het realiseren of aanpassen van een bushalte wordt slechts verstrekt als: deze ligt aan de route van een buslijn die opgenomen is in het geldende vervoerplan; en de route van de buslijn nieuw is ten opzichte van het vorige vervoerplan, of de bestaande bushalte volgens het geldende vervoerplan door meer of minder instappers wordt bezocht ten opzichte van het vorige vervoerplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie voor het verwijderen van een bushalte wordt slechts verstrekt als de halte volgens het geldende vervoerplan niet meer aan de route van een buslijn ligt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-494\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-495\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor subsidie komen in aanmerking de kosten zoals die zijn vastgelegd in de bij de aanvraag gevoegde SSK-raming 2.Onverminderd artikel 1.3.4 komen kosten voor personele inzet van de aanvrager niet in aanmerking voor subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.In afwijking van artikel 1.3.4, onder b, komen de kosten die gemaakt zijn in het jaar voorafgaand aan de datum waarop de aanvraag is ontvangen voor subsidie in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De artikelen 1.3.5 tot en met 1.3.9 zijn niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-496\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt aan een wegbeheerder.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.10 Veilige fietspaden</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.10.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie kan worden verstrekt voor het uitvoeren van een eenvoudige maatregel die de fietsveiligheid verbetert.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als eenvoudige maatregel wordt aangemerkt: het aanbrengen van kantmarkering op een fietspad; het aanbrengen van asmarkering op een fietspad; het saneren van onnodig geplaatste paaltjes (inclusief het dichten van het gat) en verticale elementen op of vlak naast het fietspad; het saneren van verticale stoepranden en hoogteverschillen tussen verharding en berm op of langs een fietsstrook of fietspad; een fietsstrook aanleggen; gesloten verharding aanbrengen op fietsstroken en -paden zodat het wegdek vervlakt; een drempel aanleggen op een fietskruispunt op een gebiedsontsluitingsweg of erftoegangsweg; het verbeteren van de zichtbaarheid van de overgebleven noodzakelijke paaltjes en verticale elementen op of vlak naast het fietspad; verlichting aanbrengen langs fietspaden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.10.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie voor een eenvoudige maatregel wordt alleen verstrekt als deze ten minste voldoet aan de richtlijnen van de Ontwerpwijzer fietsverkeer 2016 van het CROW.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Onverminderd het vorige lid wordt subsidie voor een fietsstrook alleen verstrekt als de aanvrager aantoont dat een vrijliggend fietspad in de fysieke ruimte niet haalbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Gedeputeerde Staten kunnen op verzoek van de aanvrager afwijken van het eerste lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4103\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.10.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4104\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.10.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij een aanvraag om subsidie bijgevoegd een overzicht van de eenvoudige maatregelen en de locatie daarvan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Per aanvrager wordt slechts eenmaal per kalenderjaar subsidie verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Een aanvraag kan een bundeling van eenvoudige maatregelen bevatten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4105\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.10.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Per aanvraag wordt maximaal € 50.000 verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4106\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.10.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor subsidie komen in aanmerking de fysieke uitvoeringskosten van de maatregel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Voor subsidie komen niet in aanmerking de interne loonkosten van de aanvrager.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Kosten die zijn gemaakt voordat de aanvraag is ingediend komen voor subsidie in aanmerking als zij zijn gemaakt in hetzelfde kalenderjaar als de aanvraag is ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Artikel 1.3.4, aanhef en onder b, is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4107\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.10.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De eenvoudige maatregel wordt uitgevoerd binnen een jaar nadat subsidie is verstrekt.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.11 Veilige kruisingen en fietsoversteken</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.11.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor het nemen van: een infrastructurele maatregel; een maatregel die gebaseerd is op technieken voor gedragsbeïnvloeding.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.11.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie wordt verstrekt als de maatregel gericht is op het verbeteren van de verkeersveiligheid op of ten behoeve van een kruising of fietsoversteek die vermeld staat op https://geoportaal.gelderland.nl/portaal/apps/webappviewer/index.html?id=c8d1d1ebf4df44cdb56050c40cce91e6.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Onverminderd het vorige lid wordt subsidie voor een infrastructurele maatregel verstrekt als deze ten minste voldoet aan de richtlijnen uit de Ontwerpwijzer fietsverkeer 2016 van het CROW.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Gedeputeerde Staten kunnen afwijken van het vorige lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.11.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.11.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij een aanvraag om subsidie bijgevoegd een beschrijving van de huidige verkeersveiligheidssituatie op de locatie en een toelichting op de wijze waarop het nemen van de voorgestelde maatregel de verkeersveiligheid van die locatie verbetert en de kans op verkeersongevallen verkleint.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Onverminderd het vorige lid wordt bij een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 4.11.1, aanhef en onder a, bijgevoegd: een ontwerp en een dwarsprofiel van de weg; een SSK-raming waarin geen interne loonkosten zijn opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.11.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie als bedoeld in artikel 4.11.1, aanhef en onder a, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 400.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie als bedoeld in artikel 4.11.1, aanhef en onder b, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 25.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4116\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.11.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor subsidie als bedoeld in artikel 4.11.1, aanhef en onder a, komen in aanmerking de kosten op basis van de bij de aanvraag gevoegde SSK-raming.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Voor subsidie als bedoeld in artikel 4.11.1, aanhef en onder a, komen niet in aanmerking: kosten voor de aankoop van grond; de interne loonkosten van de aanvrager.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Artikel 1.3.5 tot en met 1.3.9 zijn niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4117\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.11.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een maatregel als bedoeld in artikel 4.11.1 wordt uitgevoerd binnen twee jaar nadat subsidie is verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4118\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.11.8</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd als de kruising of fietsoversteek is gelegen op een niet gerealiseerd deel van een hoogwaardige fietsroute.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 5 Cultuur en Erfgoed</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.1 Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: artistieke productie: creatie, ontwikkeling of uitvoering van een uiting op het terrein van minstens één van de volgende kunstdisciplines: muziek, theater, dans, beeldende kunst en vormgeving, film, nieuwe media of literaire cultuur; begeleider: persoon die de professional begeleidt in zijn artistieke ontwikkeling en die aantoonbaar in staat is tot deze begeleiding; cultuur- en erfgoedparticipatie: alle vormen van het actief beoefenen en artistiek ontwikkelen van of betrokken zijn bij cultuur en erfgoed in de vrije tijd; duurzaam: een wijze van uitvoering waarbij energie wordt bespaard dan wel opgewekt, (schaarse) materialen bespaard, water bespaard, een gezond binnenmilieu gecreëerd, de maatregelen niet tot vervuiling leiden, uit materialen bestaan die men kan hergebruiken of bijdragen tot een (grond)waterstand die de instandhouding van erfgoed bevordert; erfgoed: monument(en), niet zijnde een woonhuis, dat door de Rijksoverheid of een gemeente is aangewezen als beschermd monument als bedoeld in de Erfgoedwet of een gemeentelijke verordening; erkend aannemer: in het Register Kennis en Kunde van de Monumentenwacht Gelderland opgenomen bedrijf of een bedrijf dat is aangesloten bij de landelijke Vakgroep Restauratie; gemeentelijk monument: door de gemeente aangewezen beschermd monument op grond van een gemeentelijke verordening; groen erfgoed: parken, tuinen, vestingwerken en begraafplaatsen die door de Rijksoverheid of een gemeente zijn aangewezen als beschermd monument als bedoeld in de Erfgoedwet of een gemeentelijke verordening. hernieuwbare energiebronnen: de hernieuwbare energiebronnen zoals bedoeld in artikel 2 onder 110 van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 187). historische molen: een door wind, water of ros aangedreven krachtwerktuig inclusief het bouwwerk, geschikt of bedoeld voor een historisch maal- productieactiviteitbedrijf; historische organisaties: organisaties die lid zijn van de Coöperatie Erfgoed Gelderland; professional: artistiek talent wonende in Gelderland, op het gebied van muziek, theater, beeldende kunst en vormgeving, film, nieuwe media of literaire cultuur, dat zijn talent bewezen heeft blijkend uit diploma’s of curriculum vitae; monumentnummer: het unieke nummer en de daaraan gekoppelde beschrijving waaronder het erfgoed staat ingeschreven in het Rijks- of gemeentelijk monumentenregister.</p>\n<p class=\"lf-p\">kleine musea: musea met een personele bezetting van minder dan drie fte, vrijwilligers niet meegerekend; woonhuis: beschermd monument dat in oorsprong is vervaardigd voor bewoning, met dien verstande dat niet als woonhuizen worden aangemerkt voor bewoning gebruikte onderdelen van: geregistreerde musea, kerkgebouwen, pastorieën, kastelen, paleizen, buitenplaatsen, landhuizen, gebouwen van liefdadigheid, molens, gemalen, agrarische gebouwen en watertorens.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.2 Talentontwikkeling van professionals</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-521\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor het begeleiden van een professional bij de ontwikkeling van zijn artistieke kwaliteiten in het kader van de uitvoering van ten minste één artistieke productie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-522\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt als: er een plan is waarin beschreven staat welke ontwikkelstap wordt beoogd en hoe de professional hierin begeleid wordt; de ontwikkelstap past binnen de beoogde ontwikkeling van de professional; in het plan van het ontwikkeltraject blijkt dat evaluatie en borging van het ontwikkeltraject belangrijke elementen vormen van de begeleiding; het ontwikkeltraject leidt tot een artistieke productie; en de artistieke productie geen herhaling of een heropvoering van een muziek- of een theatervoorstelling betreft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-523\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt € 4.500.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-524\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie wordt verstrekt aan een professional.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-525\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag voor het verkrijgen van subsidie: diploma’s en curriculum vitae van de betreffende professional en de begeleider; en een plan voor het ontwikkeltraject.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-526\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De artistieke productie moet binnen 2 jaar gerealiseerd of uitgevoerd zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Een verslag van de begeleiding en de artistieke productie moet binnen twee maanden na afronding van de productie geplaatst worden op het provinciale forum www.cultuurenerfgoed.gelderland.nl, ondersteund met beeld en zo mogelijk geluid, of op een ander door de provincie aan te wijzen forum.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.3 Functioneel gebruik erfgoed</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-531\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: restauratie van erfgoed; maatregelen ter vermindering van energieverbruik van erfgoed of maatregelen, specifiek gericht op behoud van monumentale waarden, die energiedistributie uit hernieuwbare energiebronnen mogelijk maken; herbestemming van erfgoed; een combinatie van de activiteiten onder a, b en c; het verrichten van onderzoek of procesondersteuning ter voorbereiding van de activiteiten in de onderdelen a, b, c, of d; het onderzoek of de procesondersteuning als bedoeld onder e kan ook betrekking hebben op gebieden met erfgoedwaarden of beeldbepalende panden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-532\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Vooroverleg en procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een aanvraag voor het verkrijgen van een subsidie als bedoeld in artikel 5.3.1, onder a tot en met d, wordt niet in behandeling genomen als bij de voorbereiding van de aanvraag niet de volgende stappen zijn gevolgd: er is een verkennend gesprek gevoerd waarbij alle mogelijkheden om het project te ondersteunen zijn onderzocht. Daarbij komen in ieder geval aan de orde de mogelijkheden om het project anders dan door middel van provinciale subsidie met expertise, een lening of anderszins, te ondersteunen; als uit het verkennend gesprek blijkt dat er een concrete financieringsvraag in de vorm van een subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.3.1, onder a tot en met d, aan de orde is, wordt er een intakegesprek gevoerd aan de hand van een door de provincie vastgesteld en beschikbaar gesteld intakeformulier.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Aan de hand van het overleg bedoeld in het eerste lid wordt een onderscheid gemaakt tussen categorie I en categorie II aanvragen. In categorie I vallen aanvragen voor reguliere restauratiewerkzaamheden of energiemaatregelen aan één object. In categorie II vallen complexe restauraties en energiemaatregelen in combinatie met herbestemming.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Een aanvraag voor het verkrijgen van subsidie als bedoeld in artikel 5.3.1, aanhef en onder e, wordt niet in behandeling genomen als bij de voorbereiding van de aanvraag geen verkennend gesprek als bedoeld in het eerste lid onder a is gevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-533\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De hoogte van de subsidie voor categorie I aanvragen als bedoeld in artikel 5.3.2, tweede lid, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 250.000 per aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De hoogte van de subsidie voor categorie II aanvragen als bedoeld in artikel 5.3.2, tweede lid, bedraagt niet meer dan de bijdragen van de aan het project deelnemende partijen met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 500.000 per aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 5.3.1, eerste lid, aanhef en onder e, bedraagt maximaal 50% van de kosten van de subsidiabele activiteit, met een minimum van € 5.000 en een maximum van € 50.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-534\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria categorie I en II aanvragen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie als bedoeld in artikel 5.3.3, eerste lid, wordt slechts verstrekt als: met de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd het erfgoed haar bestendige bestemming en cultuurhistorische waarde houdt of krijgt; de voor de activiteit noodzakelijke vergunningen verleend zijn; de activiteit bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit; het erfgoed beleefbaar is; door de activiteit leegstand wordt voorkomen of opgeheven; de activiteit met betrekking tot het erfgoed als bedoeld in artikel 5.3.1, onder a, b, c en d, onderdeel uitmaakt van een integrale instandhoudingsvisie op en financiering van het erfgoed; in het overleg als bedoeld in artikel 5.3.2 door de aanvrager aannemelijk is gemaakt dat er geen sprake is van achterstallig onderhoud ontstaan door aan de huidige eigenaar verwijtbare verwaarlozing. de aanvrager in het vooroverleg als bedoeld in artikel 5.3.2 aannemelijk heeft gemaakt dat de activiteiten niet op een andere wijze bekostigd kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie als bedoeld in artikel 5.3.3, tweede lid, wordt slechts verstrekt als, in aanvulling op de in het eerste lid genoemde criteria, in het intakegesprek als bedoeld in artikel 5.3.2, eerste lid, onder b, aan de hand van een financiële onderbouwing door de aanvrager aannemelijk is gemaakt dat er sprake is van een tekort in de financiering van de voorgenomen activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd en dat de te plegen investeringen niet binnen een redelijke termijn kunnen worden terug verdiend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-535\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie als bedoeld in artikel 5.3.1, eerste lid, aanhef en onder a, b, c en d, wordt verstrekt aan de eigenaar van of de zakelijk gerechtigde tot het erfgoed waarvoor subsidie wordt gevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie als bedoeld in artikel 5.3.1, eerste lid, aanhef en onder e, wordt verstrekt aan de partij die opdracht geeft tot het verrichten van onderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-536\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag voor het verkrijgen van subsidie als bedoeld in artikel 5.3.3, eerste lid (categorie I aanvragen): het intakeformulier als bedoeld in artikel 5.3.2, eerste lid, onder b; een projectplan, inclusief kaart van de locatie en toelichting op de voorgenomen maatregelen in relatie met de omgeving; een financiële onderbouwing en toelichting, inclusief een overzicht van de kosten en opbrengsten en een exploitatiebegroting voor de komende vijf jaren; een onafhankelijk bouwkundig inspectierapport niet ouder dan vier jaar; een restauratiebestek volgens stabu-systematiek bij projecten waarvoor een subsidie van € 50.000 of meer gevraagd wordt. Wanneer de gevraagde subsidie minder dan € 50.000 bedraagt, of bij groen erfgoed, volstaat een werkbeschrijving; een afschrift van de onherroepelijke omgevingsvergunning; een instemmende verklaring van de eigenaar als de aanvraag door een zakelijk gerechtigde wordt ingediend; in geval van energiemaatregelen, een energiescan of rapport van een bedrijf dat aantoonbare ervaring heeft met het opstellen van energiescans voor monumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag voor het verkrijgen van subsidie als bedoeld in artikel 5.3.3, tweede lid (categorie II aanvragen), in aanvulling op het eerste lid bij herbestemming een onafhankelijk taxatierapport van het betreffende erfgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag voor het verkrijgen van subsidie als bedoeld in artikel 5.3.1, eerste lid, aanhef en onder e (onderzoek en procesondersteuning): een onderzoeksplan waarin in ieder geval het doel en het resultaat van de activiteit is aangegeven; offertes van de voor de subsidiabele activiteiten in te schakelen derden; een instemmende verklaring van de eigenaar als de aanvraag door een ander wordt ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag voor het verkrijgen van de subsidie als bedoeld in artikel 5.3.3, eerste en tweede lid, voor monumenten die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor particuliere bewoning, een onafhankelijke taxatie van zowel de waarde voor als de waarde na de restauratie, herbestemming of verduurzaming.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Per monumentnummer kan maximaal één keer per kalenderjaar een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 5.3.1, eerste lid, onder a, b, c en d worden ingediend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-537\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.3.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Onverminderd artikel 5.3.5 en in afwijking van de artikelen 1.3.5 tot en met 1.3.9 wordt de subsidie voor de activiteiten als bedoeld in artikel 5.3.1, aanhef en onder a, b, c en d, berekend op basis van bijlage 3 bij deze regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Uitsluitend subsidiabel zijn kosten voor uitgevoerde werkzaamheden die het normale onderhoud te boven gaan en die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van het erfgoed, de functie ervan en het behoud van monumentale waarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Geen subsidie wordt verstrekt voor de kosten van regulier onderhoud en voor de kosten van exploitatie en beheer van het erfgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Geen subsidie wordt verstrekt voor verwervingen of inbrengwaarde van onroerende zaken die in de financiële onderbouwing van het project zijn opgenomen en waarvan de waarde hoger is dan getaxeerd dan de actuele marktwaarde op basis van het huidige gebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Bij de berekening van het tekort als bedoeld in artikel 5.3.4, tweede lid, wordt geen rekening gehouden met bruto aanvangsrendementen en risicovoorzieningen hoger dan 5% bij (her)bestemming naar een hoofdfunctie wonen of een commerciële functie. Bij (her)bestemming naar een andere functie geldt bij deze berekening een bruto aanvangsrendement van 8%.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Geen subsidie als bedoeld in artikel 5.3.1, eerste lid, aanhef en onder e en f, wordt verstrekt voor onderzoek ten behoeve van het verkrijgen van de benodigde vergunningen en voor plankosten die nodig zijn om het project uitvoeringsgereed te maken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-538\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.3.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De activiteiten gesubsidieerd op grond van de aanvraag als bedoeld in artikel 5.3.3, eerste lid, zijn binnen twee jaar na de subsidieverlening gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De activiteiten gesubsidieerd op grond van de aanvraag als bedoeld in artikel 5.3.3, tweede lid, zijn binnen drie jaar na de subsidieverlening gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De activiteiten als bedoeld in artikel 5.3.1, eerste lid, aanhef en onder e, zijn binnen één jaar na de subsidieverlening verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De activiteiten als bedoeld in artikel 5.3.1, aanhef en onder a, b, c en d voldoen aan de in bijlage 4 opgenomen Provinciale Uitvoeringsvoorschriften Duurzame Instandhouding Cultuurhistorische Waarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De werkzaamheden worden uitgevoerd door een erkend aannemer in de restauratiebouw, waarbij een inspanningsverplichting geldt om bij de uitvoering van de werkzaamheden één of meer leerwerkplekken te realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Als de werkzaamheden betrekking hebben op groen erfgoed, dan worden deze uitgevoerd door een hovenier met aantoonbare ervaring met groen erfgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.De subsidieontvanger stelt het erfgoed meerdere dagen per jaar aantoonbaar open voor een breed publiek. De exacte wijze van openstelling wordt in het vooroverleg als bedoeld in artikel 5.3.2 in overleg tussen de aanvrager en de provincie bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Bij vervreemding van het erfgoed binnen drie jaar na de datum van subsidievaststelling doet de subsidieontvanger hiervan onverwijld melding aan Gedeputeerde Staten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-539\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.3.9</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie als bedoeld in artikel 5.3.1, aanhef en onder a en c, wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 53 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie als bedoeld in artikel 5.3.1, aanhef en onder b, wordt alleen verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 38 en 41 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.4 Instandhouding gemeentelijke monumenten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-541\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor het uitvoeren van een verordening voor het subsidiëren van instandhouding van gemeentelijke monumenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-542\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt als: de gemeente op het moment van het indienen van de aanvraag een geldende verordening heeft voor het subsidiëren van instandhouding van gemeentelijke monumenten; en de gemeente voor het onder a bedoelde doel een budget heeft opgenomen in de vastgestelde begroting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-543\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-544\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Aanvragen kunnen worden ingediend voor 31 december van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor het budget als bedoeld in artikel 5.4.2, aanhef en onder b, is vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvraag bevat een afschrift van het onderdeel van de vastgestelde begroting waarin het budget is opgenomen als bedoeld in artikel 5.4.2, aanhef en onder b. Artikel 1.2.3 is niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na afloop van de periode waarin de aanvragen kunnen worden ingediend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-545\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De hoogte van de subsidie wordt bepaald door het bedrag van het subsidieplafond te delen door het totale bedrag dat de gemeenten samen in het jaar waarvoor subsidie wordt gevraagd in hun vastgestelde begrotingen voor de gemeentelijke monumenten hebben opgenomen. De uitkomst daarvan, uitgedrukt in procenten, wordt vervolgens vermenigvuldigd met het bedrag dat iedere afzonderlijke gemeente volgens haar begroting van datzelfde jaar beschikbaar heeft voor de instandhouding van gemeentelijke monumenten. Dit is de hoogte van de subsidie per gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De procentuele bijdrage gebaseerd op de uitkomst van lid 1 bedraagt maximaal 100%, waarbij tevens geldt dat de hoogte van de subsidie per gemeente nooit meer dan € 124.999 bedraagt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-546\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.3.4 wordt geen subsidie verstrekt voor de uitvoeringskosten van de gemeentelijke organisatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-547\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvrager is verplicht om in de subsidieverordening als bedoeld in artikel 5.4.2, aanhef en onder a, bepaald te hebben dat geen subsidie wordt verstrekt voor instandhouding van monumenten die in eigendom zijn van de gemeente, de Staat of een provincie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De gemeente dient bij het verlenen van subsidie te bepalen dat bij werkzaamheden aan een gemeentelijk monument voldaan moet worden aan de op 24 januari 2006 door Gedeputeerde Staten vastgestelde Provinciale Uitvoeringsvoorschriften Duurzame Instandhouding Cultuurhistorische Waarden (PB 2006/17) of daarvoor in de plaats vastgestelde voorschriften.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.5 Historische molens en stoomgemalen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-551\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor onderhoud en het laten draaien van historische molens en stoomgemalen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-552\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt als de historische molen of het stoomgemaal: is aangewezen als Rijksmonument of als gemeentelijk monument; en draaivaardig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-553\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie wordt verstrekt aan eigenaren van historische molens of stoomgemalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-554\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Aanvragen kunnen jaarlijks worden ingediend in het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag voor het verkrijgen van subsidie een afschrift van de beschikking van het Rijk die de eigenaar heeft ontvangen op grond van de Subsidieregeling instandhouding monumenten of, in het geval het een gemeentelijk monument betreft, een meerjarig onderhoudsplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-555\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie bedraagt per historische molen of stoomgemaal € 2.000 per jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie voor het kalenderjaar 2017 € 3.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-556\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen subsidie wordt verstrekt als: de historische molen of stoomgemaal in het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem is gelegen; of voor dezelfde activiteit subsidie is verstrekt op grond van paragraaf 5.4.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.6 Gelderse thematische verhaallijnen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-561\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor een publieksactiviteit over de Gelderse thematische verhaallijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Tot de thematische verhaallijnen behoren in ieder geval:</p>\n<p class=\"lf-p\">Prehistorie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Romeinen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Koninklijk;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kastelen, buitenplaatsen en Landgoederen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Hanzesteden;</p>\n<p class=\"lf-p\">80 jarige oorlog;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelderse Gouden Eeuw;</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwe Hollandse Waterlinie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Herinneringstoerisme;</p>\n<p class=\"lf-p\">Menselijke migratie of “Mens, natuur en klimaat” in het licht van historie en actualiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-562\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Publieksactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt verstrekt als de publieksactiviteit bestaat uit: het presenteren van collecties; het houden van een tentoonstelling; het uitvoeren van educatieve activiteiten; het uitvoeren van een interactief programma, of het presenteren van een digitaal beeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-563\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag de volgende gegevens verstrekt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een door alle deelnemende musea en organisaties ondertekend document waarin voor iedere deelnemer is uitgewerkt welk onderdeel van de publieksactiviteit hij zal uitvoeren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een onderbouwing waaruit blijkt dat de publieksactiviteit past binnen de Gelderse thematische verhaallijnen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Inzicht in de wijze waarop: het publieksbereik en de toegankelijkheid is of zal worden onderzocht; de publieksactiviteit door iedere deelnemer zelf wordt vormgegeven en uitgevoerd en; de met de publieksactiviteit verkregen kennis en ervaring zal worden geborgd en gedeeld met andere aanvragers van een subsidie voor een publieksactiviteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-564\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 5 van de AsG kan subsidie worden verstrekt aan een organisatie zonder rechtspersoonlijkheid uit de evenementenbranche, horeca of dag- of verblijfsrecreatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-565\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een aanvrager kan maximaal eenmaal per kalenderjaar subsidie ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie wordt niet verstrekt als: de activiteit niet wordt georganiseerd en uitgevoerd door tenminste twee musea en tenminste één organisatie uit de evenementenbranche, horeca of dag- of verblijfsrecreatie en; alle bij de publieksactiviteit betrokken musea niet geregistreerd staan in het Museumregister of geen lid zijn van de coöperatie Erfgoed Gelderland.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Als de publieksactiviteit betrekking heeft op een andere thematische verhaallijn, wordt de subsidie niet verstrekt, tenzij de publieksactiviteit naar het oordeel van Gedeputeerde Staten aantoonbaar bijdraagt aan de identiteitsvorming van een deel van Gelderland en daarmee specifiek is voor dat gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De subsidie wordt niet verstrekt als het thema of het geheel van de thema’s van de publieksactiviteit uitsluitend een plaatselijk karakter heeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-566\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 60% van de kosten met een maximum van € 100.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-567\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.6.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De publieksactiviteit wordt binnen 27 maanden na de datum van het indienen van de aanvraag gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidieontvanger is verplicht om de kennis en de ervaring die met gesubsidieerde activiteit is opgedaan tot één jaar na afloop van de subsidiabele activiteit te delen met andere aanvragers van een subsidie voor een publieksactiviteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-568\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.6.8</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 53 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.7 Kleine musea en historische organisaties</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-571\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: het organiseren van vaste presentaties, tijdelijke tentoonstellingen of educatieve activiteiten; het nemen van maatregelen op het gebied van bedrijfsvoering, toegankelijkheid, automatisering, digitalisering, professionalisering van communicatie, vrijwilligersbeleid of sponsorbeleid om het publieksbereik te vergroten; het aangaan van samenwerkingsprojecten met andere erfgoedinstellingen of het tot stand brengen van samenwerking met andere instellingen die werkzaam zijn binnen de vrijetijds- of welzijnssector om het netwerk te versterken; of het organiseren van activiteiten die bijdragen aan het beleefbaar maken van de geschiedenis van Gelderland, niet zijnde festivals als bedoeld in artikel 7.11.1, aanhef en onder c, uit de RRvG 2016 zoals die gold t/m 31 december 2022.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-572\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, wordt alleen verstrekt als de aanvrager geregistreerd staat in het Museumregister of lid is van de coöperatie Erfgoed Gelderland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-573\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan kleine musea en aan historische organisaties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-574\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvrager kan jaarlijks tot 1 oktober één aanvraag indienen voor eigen activiteiten. Naast de aanvraag bedoeld in de vorige volzin kan een aanvrager als penvoerder mede namens andere musea of organisaties voor gezamenlijke activiteiten een keer per kalenderjaar een aanvraag indienen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-575\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de kosten met een maximum van € 10.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-576\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.7.6</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 5.7.1 worden binnen 27 maanden na de datum van het indienen van de aanvraag gerealiseerd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.8 Jeugdpodiumkunsten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-581\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: jeugdpodiumkunsten: professioneel aanbod op het gebied van muziek, muziektheater, theater en dans voor jeugd in de leeftijd van 0 tot en met 18 jaar;</p>\n<p class=\"lf-p\">BIS-instelling: een instelling die meerjarig gesubsidieerd wordt vanuit de Culturele Basis Infrastructuur;</p>\n<p class=\"lf-p\">Fondsinstelling: een instelling die meerjarig gesubsidieerd wordt vanuit één van de Rijkscultuurfondsen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-582\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG, kan worden verstrekt voor het ontwikkelen en uitvoeren of voor het enkel uitvoeren van voorstellingen en producties op het gebied van jeugdpodiumkunsten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-583\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien de subsidiabele activiteit wordt ontwikkeld en uitgevoerd of wordt uitgevoerd door een samenwerking: bestaande uit tenminste twee professionele aanbieders of afnemers van jeugdpodiumkunsten; waarvan tenminste één partij een aanbieder is die ten tijde van de aanvraag een BIS- of een Fondsinstelling is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-584\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.8.4</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien sprake is van een herhaling van een voorstelling of productie in Gelderland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-585\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.8.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden aangevraagd door een BIS-instelling, een Fondsinstelling of een andere professionele aanbieder of afnemer van jeugdpodiumkunsten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-586\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.8.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Onverminderd artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag de volgende gegevens verstrekt: een door de samenwerkende partijen ondertekend document waarin zij verklaren hoe de samenwerking bijdraagt aan de artistieke kwaliteit van de activiteiten; een projectplan dat inzicht geeft in de wijze waarop: de activiteiten bijdragen aan talentontwikkeling of innovatie binnen de jeugdpodiumkunsten in Gelderland en de artistieke begeleiding hiervan; de activiteiten bijdragen aan regionale spreiding en verscheidenheid van jeugdpodiumkunsten in Gelderland; ctief kennis en ervaring zal worden gedeeld in het Netwerk Jeugdpodiumkunsten Gelderland anders dan door het louter informeren van andere aanbieders en afnemers van jeugdpodiumkunsten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Een aanvrager mag maximaal twee aanvragen per jaar doen, mits sprake is van wisselende samenwerkingsverbanden ten behoeve van te onderscheiden voorstellingen en producties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-587\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.8.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt maximaal 60 % van de subsidiabele kosten met een maximum van € 75.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-588\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.8.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvrager voert de subsidiabele activiteiten binnen 24 maanden na de subsidieverlening uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager bereikt met de activiteiten een publiek van minstens 1000 jeugdigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager onderschrijft de Fair Practice Code, de Governance Code Cultuur en de Code Diversiteit en Inclusie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-589\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.8.9</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.2 wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met Hoofdstuk I en artikel 53 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.9 Grote artistieke producties en festivals</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-591\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor: het maken van een artistieke productie op het gebied van muziek, theater, dans, film, nieuwe media of literaire cultuur;</p></div>", "next": 239941}