Landsverordening van de 14de juni 2019 houdende regels ter voorkoming van en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering naar aanleiding van de aanbevelingen van de Financial Action Task Force (Landsverordening bestrijding witwassen en terrorismefinanciering)IN NAAM VAN DE KONING! De Gouverneur van Sint Maarten, In overweging genomen hebbende: dat het ter uitvoering van de aanbevelingen van de Financial Action Task Force en naar aanleiding van de in 2013 uitgevoerde evaluatie van het financieel stelsel voor Sint Maarten door de Caribbean Financial Action Task Force, noodzakelijk is enkele landsverordeningen betreffende de bestrijding en voorkoming van witwassen en de financiering van terrorisme en proliferatie van massavernietigingswapens te wijzigen; dat het in het belang van een efficiënte en effectieve uitvoerbaarheid van en vanwege de onderlinge samenhang tussen de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties en de Landsverordening identificatie bij dienstverlening wenselijk is deze twee landsverordeningen samen te voegen tot een nieuwe landsverordening; Heeft, de Raad van Advies gehoord, met gemeen overleg der Staten, vastgesteld de onderstaande landsverordening: HoofdstukIToepassing en bereik §1.Begripsomschrijving Artikel1 1.In deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Bank: Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten; beleggingsinstelling: beleggingsfonds of beleggingsmaatschappij; beleggingsfonds: een niet in een rechtspersoon ondergebracht vermogen waarin ter collectieve belegging gevraagde of verkregen gelden of andere goederen zijn of worden opgenomen teneinde de deelnemers in de opbrengst van de beleggingen te doen delen; beleggingsmaatschappij: een rechtspersoon die gelden of andere goederen ter collectieve belegging vraagt of heeft verkregen teneinde de deelnemers in de opbrengst van de beleggingen te doen delen; cliënt: natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een zakelijke relatie wordt aangegaan of die een transactie laat uitvoeren; credit card: credit card of een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card); correspondentbank-relatie: een vaste relatie tussen een Sint Maartense bank en een buiten Sint Maarten gevestigde respondentbank of een daarmee vergelijkbare instelling voor de afwikkeling van transacties of de uitvoering van opdrachten; dienstverlener: financiële dienstverlener: een ieder die beroeps- of bedrijfsmatig diensten als bedoeld in artikel 2, onder a, verleent; niet-financiële dienstverlener: een ieder die beroeps- of bedrijfsmatig diensten als bedoeld in artikel 2, onder b, verleent; effecten: aandeelbewijzen, schuldbrieven, winst- en oprichtersbewijzen, optiebewijzen, warrants en soortgelijke verhandelbare waardepapieren; rechten van deelgenootschap, opties, termijncontracten, inschrijvingen in aandelen- en schuldregisters en soortgelijke, al dan niet voorwaardelijke rechten; rechten uit overeenkomsten tot verrekening van een koers- of prijsverschil en soortgelijke verhandelbare rechten en geldswaarden; certificaten en recepissen van verhandelbare geldswaarden als onder 3º bedoeld, met uitzondering van verhandelbare geldswaarden die uitsluitend het karakter van betaalmiddel dragen en appartementsrechten; elektronische geldtransactie: een door tussenkomst van een financiële instelling langs elektronische weg namens een opdrachtgever verrichte geldovermaking, met het doel een geldbedrag beschikbaar te stellen ten behoeve van een door een begunstigde aangehouden rekening bij een financiële instelling, ongeacht of de opdrachtgever en de begunstigde dezelfde persoon zijn; factoring: het zorg dragen voor de administratie en inning van de openstaande rekeningen van een bedrijf door een bedrijf dat is gespecialiseerd in het overnemen van het financiële risico en de debiteurenadministratie en daarvoor in de plaats liquide middelen verschaft aan het bedrijf dat zijn administratie heeft overgedragen; financiering van terrorisme: een gedraging als strafbaar gesteld in de artikelen 2:54 en 2:55 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede de financiering van proliferatie van massavernietigingswapens; forfeiting: het financieren van een handelstransactie waarbij een kredietinstelling vorderingen van een exporteur-crediteur op een importeur–debiteur inkoopt, waarbij de kredietinstelling op zich neemt de schuld van de debiteur te betalen, onder garantstelling van de bank van de debiteur; geldtransactie: een transactie, bestaande uit een: contante transactie: betaling, een betaling met fiscale aspecten inbegrepen, met behulp van baar geld of een soortgelijk betaalmiddel waaronder in ieder geval wordt begrepen een creditcard of een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card), debit card, cheque, traveller’s cheque, en een bank- en postwissel; of een, girale transactie: betaling, een betaling met fiscale aspecten inbegrepen, door middel van het doen bijschrijven van een bedrag in geld op een rekening bestemd voor girale betaling bij een bank of een daarmee vergelijkbare financiële instelling; identificeren: opgave van de identiteit laten doen; indicator: een objectief of subjectief feit aan de hand waarvan een dienstverlener een transactie dient te melden, waarbij: het objectieve feit overeenkomt met een bepaald grensbedrag dat bij overschrijding aanleiding vormt om de transactie als ongebruikelijk aan te merken; en, het subjectieve feit wordt aangewend als bij een dienstverlener het vermoeden ontstaat dat er bij het verrichten van een transactie sprake kan zijn van witwassen of terrorismefinanciering; melding: een melding als bedoeld in artikel 25; meldingslandsverordeningen: deze landsverordening, de Landsverordening melding grensoverschrijdende geldtransporten en de Sanctielandsverordening; Meldpunt: Meldpunt Ongebruikelijke Transacties, bedoeld in artikel 2 van de Landsverordening Meldpunt Ongebruikelijke Transacties; minister: Minister van Justitie; non-profitorganisatie: stichting, stichting particulier fonds, vereniging, coöperatie, personenvennootschap, trust zonder rechtspersoonlijkheid of onderlinge waarborgmaatschappij; ongebruikelijke transactie: een transactie die op grond van artikel 24 als zodanig wordt aangemerkt; politiek prominente persoon: persoon die in of buiten Sint Maarten een prominente publieke functie bekleedt of heeft bekleed, dan wel is belast met een prominente functie bij een internationale organisatie, en de familieleden of relaties van deze persoon; rechtspersoon: rechtspersoon alsmede een personenvennootschap of een trust zonder rechtspersoonlijkheid; shell bank: een buiten Sint Maarten gevestigde financiële dienstverlener die in het land van statutaire vestiging geen fysieke aanwezigheid heeft en die niet verbonden is aan een financiële dienstverleners-groep die onderworpen is aan een effectieve vorm van geconsolideerd toezicht; terrorismefinanciering: een gedraging als strafbaar gesteld in artikelen 2:55 en 2:57 van het Wetboek van Strafrecht; toezichthouder: de instantie die toezicht houdt op de wijze waarop een dienstverlener de bepalingen van deze landsverordening uitvoert, ieder voor wat betreft de aan zijn of haar toezicht onderworpen dienstverlener, zijnde: de Bank; het Meldpunt; of, een door de daartoe bevoegde autoriteit ingesteld toezichtorgaan; transactie: een handeling of samenstel van handelingen, van of ten behoeve van de cliënt in verband met afnemen of verlenen van diensten of waarvan de dienstverlener in het kader van haar dienstverlening aan die cliënt, heeft kennisgenomen; transitrekening: een door een betrokken bank bij een andere bank aangehouden rekening waartoe beide partijen rechtstreeks toegang hebben voor de uitvoering van transacties ten behoeve van zichzelf; trust, trustee en insteller: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts (Trb. 1985, 141); uiteindelijk begunstigde: een natuurlijke persoon die: een belang houdt van meer dan 25% van het kapitaal of meer dan 25% van de stemrechten in de aandeelhoudersvergadering kan uitoefenen van een cliënt, dan wel op een andere wijze feitelijke zeggenschap kan uitoefenen in of ten behoeve van de cliënt; begunstigde is van 25% of meer van het vermogen van een juridische constructie, waaronder een stichting of een trust, dan wel feitelijke zeggenschap kan uitoefenen in die juridische constructie; of, zeggenschap heeft over 25% of meer van het vermogen van een cliënt; verifiëren van de identiteit: onderzoeken en vaststellen dat de opgegeven identiteit overeenkomt met de werkelijke identiteit; witwassen: een gedraging als strafbaar gesteld in Titel XXXI van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht; zakelijke relatie: een professionele of commerciële relatie tussen een dienstverlener en een cliënt, die verband houdt met de bedrijfs- of beroepsmatige activiteiten van die dienstverlener en waarvan op het tijdstip dat het contact wordt gelegd, wordt aangenomen dat deze enige tijd zal duren.
- Voor de toepassing van deze landsverordening wordt wat betreft het eerste lid, onderdeel w, verstaan onder: prominente publieke functies, in elk geval: staatshoofd, regeringsleider, minister of staatssecretaris; parlementslid of lid van een soortgelijk wetgevend orgaan; partijleider van een politieke partij; lid van een hooggerechtshof, constitutioneel hof of van een hoge rechterlijke instantie die arresten wijst waartegen, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, geen beroep openstaat; lid van een rekenkamer of van een raad van bestuur van een centrale bank; ambassadeur, zaakgelastigde of hoge officier van de strijdkrachten; lid van het leidinggevend lichaam, toezichthoudend lichaam of bestuurslichaam van een staatsbedrijf; bestuurder, plaatsvervangend bestuurder, lid van de raad van bestuur of bekleder van een gelijkwaardige functie bij een internationale organisatie; met dien verstande dat middelbare of lagere functionarissen niet onder deze prominente publieke functies vallen; familielid van een politiek prominente persoon: de echtgenoot of echtgenote van een politiek prominente persoon of een persoon die als gelijkwaardig met de echtgenoot of echtgenote van een politiek prominente persoon wordt aangemerkt; een kind van een politiek prominente persoon, de echtgenoot of echtgenote van dat kind of een persoon die als gelijkwaardig met de echtgenoot of echtgenote van dat kind wordt aangemerkt; de ouder van een politiek prominente persoon; relatie van een politiek prominente persoon: een natuurlijke persoon van wie bekend is dat deze met een politiek prominente persoon de gezamenlijke uiteindelijk begunstigde is van een juridische entiteit of een juridische constructie, of die met een politiek prominente persoon andere nauwe zakelijke relaties heeft; een natuurlijke persoon die de enige uiteindelijk begunstigde is van een juridische entiteit of juridische constructie waarvan bekend is dat deze is opgezet ten behoeve van de feitelijke begunstiging van een politiek prominente persoon. §
- Dienstenomschrijving Artikel2 In deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder dienst: het door een financiële dienstverlener in of vanuit Sint Maarten: in bewaring nemen van effecten, bankbiljetten, munten, muntbiljetten, edelstenen, edele metalen, sieraden, juwelen, zekerheden of andere verhandelbare geldswaarden; verhuren van een safeloket; openstellen van een rekening waarop een saldo in geld, effecten, edelstenen, edele metalen, sieraden, juwelen, zekerheden of andere verhandelbare geldswaarden kan worden aangehouden; crediteren of debiteren dan wel doen crediteren of debiteren van een rekening waarop een saldo in geld, effecten, edelstenen, edele metalen, sieraden, juwelen, zekerheden of andere verhandelbare geldswaarden kan worden aangehouden; door een kredietverstrekker verlenen van kredieten, waaronder in ieder geval begrepen hypothecaire- en consumentenkredieten, en het stellen van financiële zekerheid, waaronder het verlenen van garanties en het stellen van borgtochten, financiële leasing en forfeiting; inwisselen van coupons of vergelijkbare stukken van obligaties of vergelijkbare verhandelbare waardepapieren tegen geld in contact of langs elektronische weg; wisselen van guldens of vreemde valuta’s; handelen in: guldens of vreemde valuta’s; instrumenten van de geldmarkt, zoals cheques, wissels, certificaten van aandelen en derivaten; wisselkoers-, rentepercentage- en indexinstrumenten; overdraagbare effecten; termijnmarktgoederen; aangaan van een verplichting tot betaling ten behoeve van de houder van een creditcard, aan degene die het vertoon van die creditcard bij wijze van betaling heeft aanvaard, uitgeven van creditcards of het beheer van creditcards waaronder in elk geval wordt verstaan de uitvoering van betalingstransacties ten gunste en ten laste van een creditcard of creditcardrekening, voor zover het niet gaat om een creditcard, die alleen gebruikt kan worden bij de onderneming of instelling die deze creditcard uitgeeft of bij een onderneming of instelling die behoort tot dezelfde economische eenheid waarin de rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden; in het kader van een geldelijke overmaking ter beschikking krijgen van gelden of geldswaarden, teneinde deze gelden of geldswaarden al dan niet in dezelfde vorm elders betaalbaar te stellen of te doen stellen; in het kader van een geldelijke overmaking ter beschikking krijgen van gelden of geldswaarden, teneinde deze gelden of geldswaarden elders aan een derde betaalbaar te stellen of te doen stellen, waarbij deze geldelijke overmaking een op zich zelf staande dienst is; het sluiten, afkopen en uitkeren, alsmede het verlenen van bemiddeling bij het sluiten, afkopen en uitkeren van een levensverzekeringsovereenkomst tegen een premie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, respectievelijk c, van de Landsverordening toezicht verzekeringsbedrijf van meer dan een door de minister bij ministeriële regeling bepaald bedrag en van andere beleggingsgerelateerde verzekeringsproducten; aanbieden van factoringdiensten; participeren in de handel in effecten en de daarmee verband houdende financiële dienstverlening; individueel en collectief portfolio beheren, alsmede het investeren, administreren of beheren van gelden ten behoeve van derden; vragen of verkrijgen van gelden of andere goederen ter collectieve belegging teneinde de deelnemers in de opbrengst van de beleggingen te doen delen; of, ten behoeve van een cliënt als tussenpersoon verrichten van transacties of het aangaan van een zakelijke relatie met derden op de Dutch Caribbean Securities Exchange; al dan niet tegen vergoeding verlenen van administratieve-, trust- en beheersdiensten, waaronder in ieder geval wordt begrepen: het oprichten of doen oprichten van rechtspersonen of trusts; het voeren van het bestuur van een rechtspersoon, met inbegrip van het beschikbaar stellen van natuurlijke personen of rechtspersonen die als directeur, secretaris, vertegenwoordiger of andere leidinggevende functionaris onder meer belast zijn met het nemen van beslissingen; het administreren, zoals onder andere het voeren van de boekhouding, alsmede het verkrijgen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen of doen functioneren van een beleggingsinstelling, respectievelijk het verkrijgen, vastleggen en verwerken van inschrijvingen, het inleveren van effecten in beleggingsinstellingen en het verstrekken van informatie aan de gerechtigden tot die effecten; optreden of doen optreden als trustee of als gevolmachtigd aandeelhouder voor een andere persoon; het liquideren of doen liquideren van een rechtspersoon; of, het verlenen van domicilie en kantoorfaciliteiten; het door een niet-financiële dienstverlener in of vanuit Sint Maarten: geven van advies dan wel verlenen van bijstand door een natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap, die als advocaat, notaris of kandidaat-notaris, accountant, belastingadviseur, dan wel als deskundige op juridisch, fiscaal of administratief gebied, dan wel in de uitoefening van een gelijksoortig juridisch beroep of bedrijf, zelfstandig en onafhankelijk beroeps- of bedrijfsmatig werkzaamheden verricht, of een transactie voorbereidt of verricht, in verband met: het aan- of verkopen van onroerende zaken, voertuigen, bouwmaterialen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten en rechten waaraan deze zaken zijn onderworpen; het beheren van geld, waardepapieren of andere activa voor een cliënt; het beheren van een bank-, spaar-, of effectenrekening; het oprichten, exploiteren of beheren van vennootschappen, rechtspersonen of soortgelijke lichamen; het aan- of verkopen dan wel overnemen van ondernemingen; of, het opstellen, goedkeuren of wijzigen van een jaarrekening; handelen in voertuigen, edelstenen, edele metalen, sieraden, juwelen dan wel andere door de minister bij ministeriële regeling aan te wijzen zaken van grote waarde dan wel het bemiddelen daarbij boven een door de minister bij ministeriële regeling te bepalen bedrag, dat voor de onderscheiden soorten van zaken verschillend kan zijn; aanbieden en verlenen van pandbeleningen als bedoeld in het derde lid door een pandhuis als bedoeld in het vierde lid; aanbieden van de mogelijkheid om deel te nemen aan: kansspelen als bedoeld in de Landsverordening hazardspelen; kansspelen als bedoeld in de Landsverordening buitengaatse hazardspelen; of, een loterij als bedoeld in de Loterijverordening; als tussenpersoon optreden ter zake van het aan- of verkopen van onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen; zelfstandig optreden als projectontwikkelaar al dan niet in opdracht van derden bij de ontwikkeling van grond met inbegrip van de daaraan verbonden of opgerichte gebouwen; zelfstandig of in opdracht van derden uitvoeren van taxaties van registergoederen met inbegrip van rechten waaraan deze goederen zijn onderworpen; of, verlenen van andere bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, aan te wijzen diensten. Met betrekking tot verrichtingen als bedoeld in het eerste lid, onder a, onderdeel 12°, respectievelijk onder b, onderdeel 1° wordt niet als dienst aangemerkt: het in het kader van een premiebetaling uit hoofde van een verzekeringsovereenkomst in ontvangst nemen van gelden of geldswaarden, teneinde deze gelden of geldswaarden al dan niet in dezelfde vorm elders betaalbaar te stellen of te doen stellen aan een instelling waaraan het op grond van de Landsverordening toezicht verzekeringsbedrijf is toegestaan het verzekeringsbedrijf in Sint Maarten uit te oefenen; het in het kader van een uitkering uit hoofde van een verzekeringsovereenkomst betalen of betaalbaar stellen van gelden of geldswaarden, nadat deze gelden of geldswaarden elders al dan niet in dezelfde vorm ter beschikking zijn gesteld door een instelling waar aan het op grond van de Landsverordening toezicht verzekeringsbedrijf is toegestaan het verzekeringsbedrijf in Sint Maarten uit te oefenen; of, werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, onder b, onderdeel 1°, die verband houden met de bepaling van de rechtspositie van een cliënt, diens vertegenwoordiging in rechte, het geven van advies voor, tijdens en na een rechtsgeding, of het geven van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding, voor zover verricht door een advocaat, notaris of kandidaat-notaris. Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze landsverordening wordt onder pandbelening verstaan: overeenkomst waarbij de ene partij, het pandhuis, aan de andere partij, de pandbelener, een geldsom ter beschikking stelt en de pandbelener daartegenover een roerende zaak, niet zijnde een registergoed, in de macht van het pandhuis brengt met het beding: hetzij dat het pandhuis de zaak aan de pandbelener teruggeeft, indien deze binnen de beleentermijn de geldsom volledig aan het pandhuis heeft terugbetaald en de pandbeleningsvergoeding volledig heeft voldaan, en dat het pandhuis eigenaar van de zaak wordt, indien volledige terugbetaling van de geldsom en volledige voldoening van de pandbeleningsvergoeding binnen de beleentermijn uitblijft; hetzij dat de pandbelener de zaak terstond aan het pandhuis in eigendom overdraagt, maar het pandhuis gehouden is de zaak aan de pandbelener terug te geven, indien deze binnen de beleentermijn de geldsom volledig aan het pandhuis heeft terugbetaald en de pandbeleningsvergoeding volledig heeft voldaan. Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze landsverordening wordt onder pandhuis verstaan: natuurlijke of rechtspersoon die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf pandbeleningen aanbiedt. HoofdstukIIHet cliëntenonderzoek §
- De reikwijdte van het cliëntenonderzoek Artikel3 1.Een financiële dienstverlener verricht een cliëntenonderzoek als bedoeld in artikel 6, 7 of 10 in de navolgende gevallen: het in of vanuit Sint Maarten aangaan van een zakelijke relatie; het in of vanuit Sint Maarten verrichten van een incidentele transactie ten behoeve van de cliënt of van twee of meer transacties waartussen een verband bestaat met een waarde respectievelijk gezamenlijke waarde van meer dan NAƒ 25.000,- of de tegenwaarde daarvan in vreemde valuta; het in of vanuit Sint Maarten verrichten van een geldtransactie als bedoeld in artikel 1 van de Landsverordening toezicht geldtransactiekantoren waarbij gelden in contanten ter beschikking worden gekregen en aan een derde betaalbaar worden gesteld; het in of vanuit Sint Maarten verrichten van een elektronische overmaking waarbij de benodigde informatie omtrent opdrachtgever of begunstigde ontbreekt; indien er twijfel bestaat aan de juistheid of toereikendheid van eerder verkregen gegevens van de cliënt; indien zich een wezenlijke verandering heeft voorgedaan in de wijze waarop de rekening van de cliënt wordt gebruikt, die afwijkt van het profiel van de cliënt; indien het een trustkantoor betreft, het in of vanuit Sint Maarten voorbereiden of verrichten van een transactie voor een cliënt, alsmede het verrichten van één of meer van de navolgende activiteiten of werkzaamheden: optreden als oprichter van rechtspersonen; verschaffen van een zetel, zakelijk adres of accommodatie, correspondentie- of administratief adres aan een onderneming, vennootschap of maatschap of een andere rechtspersoon of organisatievorm; optreden dan wel een ander doen optreden als beheerder of vertegenwoordiger van een trust; of, in naam optreden dan wel een ander doen optreden in naam van een aandeelhouder; indien er een vermoeden van witwassen of terrorismefinanciering bestaat; of, indien het risico van betrokkenheid van een bestaande cliënt bij witwassen of terrorismefinanciering daartoe aanleiding geeft. 2.Een niet-financiële dienstverlener verricht een cliëntenonderzoek in de navolgende gevallen: het in of vanuit Sint Maarten aangaan van een zakelijke relatie; het in of vanuit Sint Maarten beroeps- of bedrijfsmatig bemiddelen, advies geven of bijstand verlenen, alsmede het voorbereiden of uitvoeren van een transactie in verband met het: taxeren, aan- en verkopen van registergoederen, alsmede de rechten waaraan deze registergoederen onderworpen zijn; beheren van geld, effecten of andere vermogensbestanddelen; beheren van bank-, spaar- of effectenrekeningen; organiseren van bijdragen ten behoeve van de oprichting, exploitatie of het beheer van ondernemingen; oprichten, exploiteren of beheren van rechtspersonen of met rechtspersonen gelijk te stellen entiteiten, en de aan- en verkoop van ondernemingen; of, het opstellen of goedkeuren van een jaarrekening; indien het een kansspel betreft als bedoeld in de Landsverordening hazardspelen, de Landsverordening buitengaatse hazardspelen of de Loterijverordening waarbij transacties op contante wijze, elektronisch of door middel van andere betaalsystemen worden verricht met een waarde van meer dan NAƒ 5.000,- of de tegenwaarde daarvan in vreemde valuta; indien het een natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap betreft die beroeps- en bedrijfsmatig handelt in voertuigen, kunstvoorwerpen of antiquiteiten waarbij transacties contant, elektronisch of door middel van andere betaalsystemen worden verricht met een waarde van meer dan een door de minister bij ministeriële regeling te bepalen bedrag; indien het een natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap betreft die beroeps- of bedrijfsmatig handelt in edelstenen, edele metalen, sieraden of juwelen, voor zover betaling van deze goederen in contanten plaatsvindt met een waarde van meer dan NAƒ 25.000,- of de tegenwaarde daarvan in vreemde valuta, ongeacht of de transactie plaatsvindt in een handeling of door middel van meer handelingen waartussen een verband bestaat; indien er een vermoeden bestaat dat de cliënt betrokken is bij witwassen of terrorismefinanciering; indien er twijfel bestaat aan de deugdelijkheid of betrouwbaarheid van eerder verkregen gegevens van de cliënt; of, indien het risico van betrokkenheid van een bestaande cliënt bij witwassen of terrorismefinanciering daartoe aanleiding geeft. 3.Een dienstverlener stemt met inachtneming van de artikelen 3, 6 en 10, het cliëntenonderzoek af op de risicogevoeligheid voor witwassen of terrorismefinanciering. Hij stelt daartoe een risicoprofiel op van de cliënt en de uiteindelijk begunstigde. 4.Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de uitvoering van geldelijke overmakingen en de daarbij in het bijzonder vast te leggen gegevens en inlichtingen van degene die de gelden of geldswaarden in het kader van een geldelijke overmaking aan de financiële dienstverlener ter beschikking heeft gesteld en van de begunstigden van de transactie. §
- Het moment van verrichting van het cliëntenonderzoek Artikel4 1.Een dienstverlener verricht een cliëntenonderzoek: voordat de procedure aanvangt voor het aangaan van een zakelijke relatie; en, telkens voordat een incidentele transactie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b of c, dan wel een transactie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b tot en met f, wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat van witwassen of terrorismefinanciering. 2.In afwijking van het eerste lid, kan: een dienstverlener de identiteit van de cliënt en de uiteindelijk begunstigde verifiëren tijdens de procedure voor het aangaan van de zakelijke relatie, indien dit noodzakelijk is om de dienstverlening niet te verstoren en er weinig risico op witwassen of terrorismefinanciering bestaat. In dat geval verifieert de dienstverlener de identiteit zo spoedig mogelijk na het tot stand komen van de zakelijke relatie met de cliënt; een financiële dienstverlener, indien het een levensverzekering of andere belegging gerelateerde verzekering betreft, de begunstigde van de verzekering identificeren en deze verifiëren op of voor het tijdstip van uitbetaling, dan wel op of voor het tijdstip waarop de begunstigde zijn rechten krachtens de verzekering wil uitoefenen; een financiële dienstverlener die een bank is, een rekening openen voordat de verificatie van de identiteit van de cliënt heeft plaatsgevonden indien zij waarborgt dat deze rekening niet kan worden gebruikt voordat de verificatie heeft plaatsgevonden; een financiële dienstverlener effectentransacties verrichten indien de marktomstandigheden rechtvaardigen dat de transactie wordt uitgevoerd voordat de verificatie van de identiteit van de opdrachtgever is voltooid; of, een niet-financiële dienstverlener die een notaris is, de identiteit van de cliënt vaststellen en die van de uiteindelijk begunstigde verifiëren op het moment dat identificatie op grond van artikel 30 juncto 31 van de Landsverordening op het notarisambt is vereist. 3.Indien het een levensverzekering of andere belegging gerelateerde verzekering betreft, dient de financiële dienstverlener, naast het cliëntenonderzoek dat vereist is voor de cliënt en de uiteindelijk begunstigde: de naam, voornamen en geboortedatum en -plaats te noteren van de begunstigde of begunstigden van de verzekering zodra deze zijn geïdentificeerd of aangewezen; of, b. voldoende informatie in te winnen betreffende de begunstigde categorie van personen dan wel de begunstigde rechtspersoon om te garanderen dat de dienstverlener in staat zal zijn de identiteit van de begunstigde of begunstigden vast te stellen op het moment van de uitbetaling. 4.In geval tijdens de loop van de levensverzekering een vermoeden van witwassen of terrorismefinanciering ontstaat, is artikel 25 van overeenkomstige toepassing. Artikel5 1.Het is een dienstverlener verboden anonieme rekeningen of rekeningen op onmiskenbaar gefingeerde namen te voeren. 2.Onverminderd artikel 4, tweede lid, is het een dienstverlener verboden en zakelijke relatie aan te gaan of een transactie uit te voeren indien hij geen cliëntenonderzoek heeft verricht, hij niet in staat is om het cliëntenonderzoek uit te voeren of het cliëntenonderzoek niet heeft geleid tot het met artikel 3, 7 en 8 beoogde resultaat. 3.Een dienstverlener verzamelt voldoende gegevens en verricht periodieke onderzoeken, op basis van relatief belang en risico’s om te kunnen vaststellen of het risicoprofiel van zijn cliënten wijziging behoeft. 4.Indien een dienstverlener na het aangaan van een zakelijke relatie niet langer kan voldoen aan de artikelen 3, 7 en 8, beëindigt hij onverwijld deze zakelijke relatie. §
- Bijzondere voorschriften met betrekking tot de reikwijdte van het cliëntenonderzoek Artikel6 1.In afwijking van artikel 4, eerste lid, kan een dienstverlener met betrekking tot de in de artikelen 3, 7 en 8 gestelde voorschriften een vereenvoudigd cliëntenonderzoek toepassen: ten aanzien van de volgende cliënten: een in Sint Maarten gevestigde financiële dienstverlener die onder het toezicht van de Bank of een andere publiekrechtelijke rechtspersoon staat; een buiten Sint Maarten gevestigde financiële dienstverlener die onderworpen is aan internationaal aanvaarde normen voor de voorkoming en bestrijding van witwassen en terrorisme- financiering en onder effectief toezicht staat ter zake van de naleving van die normen; naamloze vennootschappen en daarmee vergelijkbare entiteiten, die onderworpen zijn aan wettelijke voorschriften ter zake van openbare financiële verslaggeving en waarvan de door hen uitgegeven aandelen verhandeld worden op door de minister bij ministeriële regeling aangewezen erkende aandelenbeurzen; de openbare rechtspersoon Sint Maarten; of, buiten Sint Maarten in het Koninkrijk ingestelde en werkzame publiekrechtelijke rechtspersonen, mits een cliëntenonderzoek is uitgevoerd door een onder toezicht staande dienstverlener; indien een dienstverlener een transactie uitvoert of een zakelijke relatie aangaat met betrekking tot: een levensverzekeringsovereenkomst met een op jaarbasis of een eenmalig verschuldigde premie van minder dan een door de minister bij ministeriële regeling te bepalen bedrag; een pensioen of een soortgelijke regeling die een ouderdomsvoorziening beoogt te verschaffen aan een werknemer, waarbij de stortingen ten behoeve van de pensioenvoorzieningen plaatsvinden door middel van inhouding op het salaris van de werknemer en waarbij het de werknemer niet toegestaan is om zijn uit de pensioenregeling voortvloeiende rechten aan derden over te dragen, te verpanden of tot zekerheid over te dragen; uiteindelijk begunstigden bij door een niet-financiële dienstverlener gehouden rekeningen die uitsluitend gebruikt worden voor het aanhouden van gelden van derden, mits deze dienstverlener onderworpen is aan voorschriften ter voorkoming en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering die voldoen aan internationaal aanvaarde normen voor de voorkoming en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering en onder effectief toezicht staan ter zake van de naleving van die normen; bemiddeling bij de aan- of verkoop van registergoederen en rechten waaraan onroerende goederen zijn onderworpen mits de bemiddelaar een overeenkomst heeft met de notaris die de desbetreffende akte zal passeren waarin de notaris garant staat voor de correcte uitvoering van het cliëntenonderzoek, bedoeld in dit artikel of in artikel 7 of
- Een vereenvoudigd cliëntenonderzoek omvat in elk geval een identificatie en vaststelling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, b, c en e.
- Een dienstverlener verzamelt voldoende gegevens en verricht periodieke onderzoeken om te kunnen vaststellen of het eerste lid op een cliënt van toepassing is.
- Het eerste lid is niet van toepassing, indien de cliënt, zakelijke relatie of transactie een hoger risico op witwassen of terrorismefinanciering met zich brengt of indien er aanwijzingen zijn dat de cliënt betrokken is bij witwassen of terrorismefinanciering. Artikel7 1.Ter voorkoming en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering verricht een dienstverlener een standaard cliëntenonderzoek dat in ieder geval het navolgende omvat: de identificatie van de cliënt en de verificatie van diens identiteit; de identificatie van de uiteindelijk begunstigde en het treffen van redelijke maatregelen om de identiteit van de uiteindelijk begunstigde zodanig te verifiëren dat de dienstverlener overtuigd is van de identiteit van die uiteindelijk begunstigde; de vaststelling van het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie; de verrichting van doorlopende controle op de zakelijke relatie en de tijdens de duur van deze relatie verrichte transacties, teneinde te verzekeren dat deze overeenkomen met de kennis die de dienstverlener heeft van de cliënt, zijn bedrijf en de uiteindelijk begunstigde, alsmede van hun risicoprofiel, inclusief, indien nodig, de herkomst van geldmiddelen; en, het vaststellen of een cliënt voor zichzelf dan wel ten behoeve van een derde optreedt en het treffen van maatregelen teneinde de identiteit van de derde vast te stellen en te verifiëren. 2.Indien het een niet-financiële dienstverlener als bedoeld in artikel 1 betreft, strekt het cliëntenonderzoek zich tevens uit tot de wederpartij van de cliënt bij een overeenkomst inzake onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen. 3.Tot de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, die onderdeel uitmaken van het cliëntenonderzoek behoren in ieder geval: van natuurlijke personen: de geslachtsnaam, de voornamen, de geboortedatum en - plaats, het adres en de woonplaats dan wel plaats van vestiging van de cliënt en de uiteindelijk begunstigde, alsmede van degene die namens die natuurlijke persoon optreedt of een afschrift van het document dat een persoon identificerend nummer bevat en aan de hand waarvan de identificatie heeft plaatsgevonden; de aard, het nummer en de datum en plaats van uitgifte van het document met behulp waarvan de identiteit is geverifieerd; de aard en de datum van de transactie; het soort en de hoeveelheid van de met de transactie gemoeide valuta; het soort en het nummer van de bij de transactie gebruikte rekening; en, alle rekeningenoverzichten en de zakelijke correspondentie; van rechtspersonen: de rechtsvorm, de oprichtingsakte, de statuten, de handelsnaam, het adres en indien de rechtspersoon bij de Kamer van Koophandel en Nijverheid is geregistreerd, het registratienummer bij de Kamer van Koophandel en Nijverheid alsmede de wijze waarop de identiteit is geverifieerd bij een betrouwbare en onafhankelijke bron; van degenen met een leidinggevende positie, degenen die ten behoeve van de rechtspersoon optreden, van de uiteindelijk begunstigde en van degenen die effectieve zeggenschap hebben over de rechtspersoon, de geslachtsnaam, de voornamen en de geboortedatum en -plaats alsmede de wijze waarop de identiteit is geverifieerd bij een betrouwbare en onafhankelijke bron; en, de onder a, onderdelen 3° tot en met 6°, bedoelde gegevens; van trusts: het registratienummer van de inschrijving in het openbare register, bedoeld in titel 1, afdeling 2, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek voor zover het trustvermogen uit registergoederen bestaat of in het register van aandeelhouders voor zover het trustvermogen uit aandelen op naam in een naamloze of besloten vennootschap bestaat of in het handelsregister voor zover het trustvermogen uit een onderneming of aandeel van een volledig aansprakelijke vennoot in een openbare vennootschap bestaat; de documenten aan de hand waarvan de identiteit is geverifieerd van de trustee, degene die effectieve zeggenschap uitoefent over de trust, de insteller van de trust, de protector, de begunstigden of categorie van begunstigden en, indien deze een andere is, de uiteindelijk begunstigde bij het vermogen van de trust, alsmede de wijze waarop de identiteit is geverifieerd bij een betrouwbare en onafhankelijke bron; en, de onder a, onderdelen 3° tot en met 6°, bedoelde gegevens. 4.Indien een cliënt of eigenaar van een meerderheidsbelang een onderneming is die op een aandelenbeurs genoteerd staat en onderworpen is aan regels inzake het publiceren van informatie waardoor transparantie inzake de economische eigendom is gegarandeerd, of een dochteronderneming is van een dergelijke onderneming, is het bepaalde in dit artikel betreffende het vaststellen en controleren van de identiteit niet van toepassing op aandeelhouders of uiteindelijk begunstigden van die onderneming. 5.Het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid is van overeenkomstige toepassing op degene die zegt namens de cliënt op te treden. Artikel8 1.Een dienstverlener gaat ten aanzien van een cliënt die een rechtspersoon of een juridische constructie is na, of de natuurlijke persoon die stelt namens die cliënt te handelen daartoe bevoegd is, stelt de identiteit van die natuurlijke persoon vast en verifieert deze identiteit voordat hij de dienst verleent, en legt de gegevens over de rechtsvorm en de vertegenwoordiging van de cliënt vast. 2.Een dienstverlener treft ten aanzien van een cliënt als bedoeld in het eerste lid, redelijke maatregelen die in ieder geval ertoe leiden dat de dienstverlener inzicht verkrijgt in de eigendoms- en feitelijke zeggenschapsstructuur van de cliënt.
- Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een cliënt die optreedt als een trustee van een trust of als een zakelijke relatie wordt aangegaan of een transactie wordt verricht in het kader van het beheer van een trust, met dien verstande dat de redelijke maatregelen, ertoe leiden dat de identiteit van de insteller van de trust en de uiteindelijk begunstigden bij het vermogen van de trust wordt vastgesteld en geverifieerd. Artikel9 1.Een dienstverlener draagt ervoor zorg dat de gegevens en inlichtingen die in het kader van een cliëntenonderzoek verkregen zijn, in het bijzonder die welke betrekking hebben op cliënten, uiteindelijk begunstigden of zakelijke relaties die een hoger risico voor witwassen of terrorismefinanciering inhouden, bijgewerkt en relevant zijn. 2.Indien een dienstverlener redelijkerwijs van oordeel is dat het proces van het cliëntenonderzoek een cliënt of potentiële cliënt kan waarschuwen, dan kan de dienstverlener ervoor kiezen de controle niet verder uit te voeren nadat hij gegevens heeft verzameld waaruit redelijkerwijs de identiteit van de cliënt of potentiële cliënt kan worden afgeleid, maar een melding van een verdachte transactie in te dienen. 3.Een dienstverlener ziet er op toe dat zijn personeelsleden bekend zijn met, en gevoelig zijn voor, het risico dat een cliënt of potentiële cliënt gewaarschuwd wordt door of tijdens een cliëntenonderzoek. Artikel10 1.Een dienstverlener verricht een verscherpt cliëntenonderzoek, indien en naar gelang een zakelijke relatie of transactie naar de aard een hoger risico op witwassen of terrorismefinanciering met zich brengt. 2.Een verscherpt cliëntenonderzoek als bedoeld in het eerste lid wordt zowel voorafgaand aan het aangaan van de zakelijke relatie of de transactie, als gedurende de zakelijke relatie verricht, indien het betreft: een cliënt die geen ingezetene van Sint Maarten is respectievelijk niet in Sint Maarten gevestigd is; een cliënt die niet fysiek aanwezig is voor identificatie; een complexe, ongewone grote transactie; een transactie zonder duidelijk economisch of wettig doel; particulier vermogensbeheer ten behoeve van vermogende natuurlijke personen; rechtspersonen, trusts of daarmee vergelijkbare entiteiten die bedoeld zijn voor het onderbrengen van persoonlijke vermogens; bij vennootschappen en daarmee vergelijkbare entiteiten waarvan de aandelen aan toonder zijn gesteld of de op naam gestelde aandelen ten behoeve van een derde worden gehouden; natuurlijke personen, rechtspersonen, trusts en daarmee vergelijkbare entiteiten die ingeschreven of gevestigd zijn in een land of jurisdictie die niet of onvoldoende voldoet aan internationaal aanvaarde normen op het gebied van de voorkoming en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering; politiek prominente personen; het aangaan van correspondentbank-relaties; een cliënt of transactie waarvoor een beperking van toepassing is op grond van de Sanctielandsverordening; indien een of meer gegevens als bedoeld in artikel 22, eerste lid, ontbreken.
- Indien de financiële dienstverlener vaststelt dat de begunstigde van een levensverzekering onvoldoende duidelijk kan worden vastgesteld en geïdentificeerd, stelt deze een verscherpt onderzoek in, dat tevens redelijke maatregelen omvat voor het op het moment van uitbetaling vaststellen en verifiëren van de identiteit van de begunstigde en de uiteindelijk begunstigde.
- Een verscherpt cliëntenonderzoek omvat in elk geval een standaard cliëntenonderzoek als bedoeld in artikel 7, eerste lid, aangevuld met: het inwinnen van aanvullende informatie over de cliënt en de uiteindelijk begunstigde; het inwinnen van aanvullende informatie over de beoogde aard van de zakelijke relatie; het inwinnen van informatie over de bron van de gelden of het vermogen van de cliënt; het inwinnen van informatie over de redenen voor de beoogde of verrichte transacties; het verkrijgen van goedkeuring van de directie voor het aangaan of voortzetten van de zakelijke relatie; verscherping van het toezicht op de zakelijke relatie door het aanpassen van het aantal en de timing van de controles en de selectie van transactiepatronen die een uitvoeriger onderzoek vereisen; en, de eis dat de eerste betaling wordt verricht via een rekening op naam van de cliënt bij een bank die een overeenkomstig cliëntenonderzoek heeft verricht. Artikel11 1.Een dienstverlener voert een adequaat beleid en beschikt over op risicobepaling gerichte procedures om vast te stellen of een cliënt, een potentiële cliënt, een uiteindelijk begunstigde of de begunstigde van een levensverzekering een politiek prominent persoon is. Een dienstverlener beschikt voorts over procedures voor de vaststelling van de herkomst van het vermogen en de herkomst van tegoeden van cliënten en uiteindelijk begunstigden die op grond van de eerste volzin als politiek prominente personen worden aangemerkt. 2.Onverminderd het bepaalde in het derde lid, draagt een dienstverlener die een zakelijke relatie aangaat met of een transactie verricht voor een politiek prominente persoon ervoor zorg voor dat de beslissing tot het aangaan van de zakelijke relatie of het verrichten van de individuele transactie slechts genomen of goedgekeurd wordt door personen die belast zijn met de algehele leiding van de dienstverlener; een doorlopend toezicht op de zakelijke relatie wordt uitgeoefend. 3.Indien een cliënt of uiteindelijk begunstigde na de aanvang van de zakelijke relatie als een politiek prominente persoon wordt aangemerkt, wordt de zakelijke relatie slechts voortgezet na goedkeuring door personen die belast zijn met de algehele leiding van de dienstverlener.
- Een cliënt, potentiële cliënt of uiteindelijk begunstigde wordt tot twee jaar nadat hij opgehouden heeft de prominente publieke functie te bekleden, als een politiek prominente persoon aangemerkt. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op diens familieleden en relaties. Artikel12 1.Een dienstverlener besteedt bijzondere aandacht aan: zakelijke relaties en transacties met natuurlijke personen, rechtspersonen en trusts die ingeschreven of gevestigd zijn in een land of jurisdictie die niet of onvoldoende voldoet aan internationaal aanvaarde normen op het gebied van de voorkoming en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering; en, alle complexe en ongebruikelijke transacties en aan alle ongebruikelijke kenmerken van transacties die geen verklaarbaar economisch of legaal doel hebben. 2.Indien een dienstverlener redelijkerwijs kan vermoeden dat een transactie met een natuurlijke persoon, rechtspersoon of trust die ingeschreven of gevestigd is in een land of jurisdictie als bedoeld in het eerste lid, onder a, geen verklaarbaar economisch of legaal doel heeft, of indien het een transactie als bedoeld in het eerste lid, onder b, betreft, verricht de dienstverlener onderzoek naar de achtergrond en het doel van die transactie en legt zijn bevindingen schriftelijk vast. 3.De bevindingen, bedoeld in het tweede lid, worden ten minste tien jaar bewaard. §
- De introductie van cliënten Artikel13 Onverminderd diens eigen verantwoordelijkheid als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, b en c, kan een dienstverlener, in afwijking van artikel 5, tweede lid, zich bij een cliënt, die wordt geïntroduceerd door een in Sint Maarten gevestigde dienstverlener, afgaan op het door die dienstverlener verrichte cliëntenonderzoek, voor zover dit onderzoek de in artikel 7,eerste lid, onder a, b en c, beschreven elementen omvat, mits: de dienstverlener zich ervan vergewist dat kopieën van alle gegevens en inlichtingen betreffende het door de derde verrichte cliëntenonderzoek als bedoeld in de aanhef, onverwijld op verzoek van de dienstverlener door de derde aan hem beschikbaar kunnen worden gesteld; en, de dienstverlener zich ervan vergewist dat de derde over procedures en maatregelen beschikt die de derde in staat stelt om een cliëntenonderzoek uit te voeren en de gegevens en inlichtingen die als gevolg van dat cliëntenonderzoek zijn verkregen te bewaren op de wijze, bedoeld in Hoofdstuk IV. Artikel14 1.Artikel 13 is niet van toepassing op cliënten die geïntroduceerd worden door buiten Sint Maarten gevestigde dienstverleners die gevestigd zijn in een land of jurisdictie die niet of onvoldoende voldoet aan internationaal aanvaarde normen op het gebied van de voorkoming en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. 2.Bij de toepassing van de artikelen 10, tweede lid, onder h, 12, eerste lid onder a, en tweede lid, 14, eerste lid, en 19, tweede en derde lid, wordt een land of jurisdictie geacht in elk geval niet of onvoldoende te voldoen aan internationaal aanvaarde normen op het gebied van de voorkoming en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering indien het land of jurisdictie voorkomt op de lijst met ‘high-risk and non-cooperative jurisdictions’, als gepubliceerd op de website van de Financial Action Task Force te Parijs. §
- Het onderhouden door banken van correspondent-bankrelaties Artikel15 1.Een financiële dienstverlener die een bank is, en die voornemens is een correspondent-bankrelatie aan te gaan, draagt ervoor zorg dat: hij voldoende informatie over de betrokken correspondent-bank verzamelt om een volledig beeld te krijgen van de aard van haar activiteiten en om op basis van openbaar beschikbare informatie de reputatie vast te stellen van de correspondent-bank en de kwaliteit van het toezicht dat op die bank wordt uitgeoefend, met inbegrip van informatie over eventuele onderzoeken terzake van witwassen en terrorismefinanciering en eventuele uit hoofde van toezicht genomen maatregelen; hij de procedures en maatregelen ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering van de betrokken bank beoordeelt en zich ervan vergewist dat deze adequaat en doeltreffend zijn; en, hij de verantwoordelijkheden van beide banken op het gebied van de voorkoming en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering doorgrondt en dat deze schriftelijk worden vastgelegd. 2.Een financiële dienstverlener die een bank is, gaat een nieuwe correspondent-bankrelatie alleen aan na een daartoe strekkende beslissing van de personen die belast zijn met de algehele leiding van de bank. 3.Indien een correspondent-bankrelatie het gebruik van transitrekeningen inhoudt, vergewist de financiële dienstverlener die een bank is, zich ervan dat de betrokken correspondent-bank haar cliënten die rechtstreeks toegang hebben tot rekeningen bij die bank, heeft geïdentificeerd en hun identiteit heeft geverifieerd overeenkomstig de internationaal aanvaarde normen voor identificatie en identiteitsverificatie. 4.Een financiële dienstverlener die een bank is, vergewist zich voorts ervan dat de betrokken correspondent-bank in staat is om op verzoek alle relevante identiteitsgegevens van een cliënt aan de dienstverlener te verschaffen. Artikel16 1.Het is een financiële dienstverlener die een bank is, niet toegestaan een correspondent-bankrelatie aan te gaan of te onderhouden met een shell bank. 2.Een financiële dienstverlener die een bank is, vergewist zich ervan dat de buiten Sint Maarten gevestigde bank met wie zij een correspondent- bankrelatie aangaat of onderhoudt, haar rekeningen niet laat gebruiken door shell banken. Indien zich een situatie voordoet als bedoeld in de eerste volzin, beëindigt de desbetreffende bank de correspondent- bankrelatie onverwijld. §
- De voor verificatie vereiste documenten, gegevens en inlichtingen Artikel17 1.Indien een cliënt een natuurlijke persoon is, wordt diens identiteit geverifieerd aan de hand van betrouwbare en onafhankelijke documenten, gegevens of inlichtingen. 2.Indien een cliënt een rechtspersoon naar Sint Maartens recht is en zijn zetel in Sint Maarten heeft of een buitenlandse rechtspersoon is en gevestigd in Sint Maarten, wordt diens identiteit geverifieerd aan de hand van documenten, gegevens of inlichtingen uit betrouwbare en onafhankelijke bron. 3.Indien een cliënt een buitenlandse rechtspersoon is die niet in Sint Maarten is gevestigd, wordt diens identiteit geverifieerd op basis van betrouwbare en in het internationale verkeer aanvaarde documenten, gegevens of inlichtingen of op basis van documenten, gegevens of inlichtingen die bij wettelijke regeling als geldig middel voor identificatie zijn erkend in de staat van herkomst van de cliënt. 4.Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op een trustee en de persoon die anderszins effectieve zeggenschap uitoefent, de insteller van de trust en de uiteindelijk begunstigden bij het vermogen van de trust. 5.Een dienstverlener verifieert de identiteit van de uiteindelijk begunstigde aan de hand van betrouwbare en in het internationale verkeer aanvaarde documenten, gegevens of inlichtingen of op basis van documenten, gegevens of inlichtingen en die bij wettelijke regeling als geldig middel voor identificatie zijn erkend in de staat van herkomst van de uiteindelijk begunstigde, op zodanige wijze dat hij overtuigd is van de identiteit van de uiteindelijk begunstigde. 6.De dienstverlener maakt een kopie van de documenten, bedoeld in het eerste tot en met vijfde lid. 7.Indien een dienstverlener redelijkerwijs van oordeel is dat het maken van een kopie als bedoeld in het zesde lid een cliënt of potentiële cliënt kan waarschuwen, dan kan de dienstverlener ervoor kiezen in plaats van het maken van een kopie te volstaan met het verzamelen van zodanige gegevens dat daaruit redelijkerwijs de identiteit van de cliënt of potentiële cliënt kan worden afgeleid. 8.De minister kan bij ministeriële regeling regels stellen met betrekking tot het soort en de inhoud van de documenten, gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste tot en met het vijfde lid, alsmede met betrekking tot de verificatie van de identiteit van andere cliënten dan bedoeld in het eerste tot en met het vijfde lid. 9.De minister kan bij ministeriële regeling, al dan niet onder beperking dan wel onder het stellen van nadere voorschriften, vrijstelling verlenen van het bepaalde in het zesde lid aan in die regeling aangewezen categorieën dienstverleners. HoofdstukIIIProcedures en maatregelen ter voorkoming en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering Artikel18 1.De minister stelt een nationaal beleid vast ter bevordering van transparantie, integriteit en het vertrouwen van het publiek in het bestuur en het beheer van alle non-profitorganisaties, alsmede nationaal beleid ter voorkoming of vermindering van witwassen en terrorismefinanciering, dat gebaseerd is op de geconstateerde risico's. 2.Het beleid is er onder meer op gericht dat beleidsmakers, het Meldpunt, de opsporingsautoriteiten, toezichthouders en andere relevante bevoegde autoriteiten op het niveau van beleidsvorming en operationele uitvoering beschikken over doeltreffende mechanismen die hen in staat stellen om samen te werken, de risico’s op witwassen en financiering van terrorisme van verschillende types van in Sint Maarten opgerichte rechtspersonen te beoordelen, alsmede, in voorkomende gevallen, de ontwikkeling en uitvoering van beleid en activiteiten ter bestrijding van het witwassen van geld, het financieren van terrorisme en van de proliferatie van massavernietigingswapens in onderlinge afstemming te laten verlopen. 3.Het beleid wordt telkens om de tien jaren opnieuw beoordeeld, zo nodig aangepast, en opnieuw vastgesteld. 4.De minister houdt rekening met de adviezen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder k en l, van de Landsverordening Meldpunt Ongebruikelijke Transacties. Artikel19 1.Een financiële dienstverlener die een bijkantoor of dochtermaatschappij heeft buiten Sint Maarten, draagt ervoor zorg dat het bijkantoor respectievelijk de dochtermaatschappij in elk geval de internationaal aanvaarde normen voor de voorkoming en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering, alsmede de voorschriften bij of krachtens deze landsverordening betreffende cliëntenonderzoek, registratie en melding toepast, en verder zoveel mogelijk de overige bij of krachtens deze landsverordening gestelde voorschriften toepast. 2.Een dienstverlener als bedoeld in het eerste lid betracht verhoogde waakzaamheid ten aanzien van bijkantoren of dochtermaatschappijen in landen en jurisdicties die onvoldoende voldoen aan de internationaal aanvaarde normen voor de voorkoming en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. 3.Het bepaalde in het eerste lid is slechts van toepassing indien en zolang: toezicht wordt uitgeoefend op het bijkantoor of de dochtermaatschappij door de bevoegde autoriteit in het andere land; het bijkantoor respectievelijk de dochtermaatschappij in elk geval de internationaal aanvaarde normen voor de voorkoming en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering, alsmede de voorschriften bij of krachtens deze landsverordening betreffende cliëntenonderzoek, registratie en melding toepast, en verder zoveel mogelijk de overige bij of krachtens deze landsverordening gestelde voorschriften toepast; en, het bijkantoor respectievelijk de dochtermaatschappij deelneemt aan programma’s van de financiële dienstverlener voor de voorkoming en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. 4.Indien het recht van het betrokken land of jurisdictie toepassing van het eerste lid niet toestaat, stelt een dienstverlener het Meldpunt hiervan in kennis en neemt, zo nodig in overleg met het Meldpunt, maatregelen om het risico van witwassen en terrorismefinanciering tegen te gaan. Artikel20 1.Een dienstverlener is verplicht zijn kwetsbaarheid voor witwassen en terrorismefinanciering te identificeren en te beoordelen, en met behulp van een op risico gebaseerde aanpak op effectieve wijze tegen te gaan. 2.Een dienstverlener voert een adequaat beleid en beschikt over schriftelijk vastgelegde procedures en maatregelen die gericht zijn op de voorkoming en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering, in het bijzonder van de toepassing van de Hoofdstukken II, III, IV, V en VI van deze landsverordening. Een adequaat beleid als bedoeld in de eerste volzin houdt onder meer in dat indien hogere risico’s worden onderkend, de dienstverlener en zijn personeel verscherpte maatregelen nemen om de risico’s te beheersen en te beperken. 3.Een dienstverlener voert een adequaat beleid en beschikt over adequate procedures die gericht zijn op de voorkoming van misbruik van nieuwe technologische ontwikkelingen, nieuwe producten, nieuwe zakelijke praktijken en instrumenten ten behoeve van witwassen en terrorismefinanciering. De procedures, bedoeld in de eerste volzin, hebben tevens betrekking op de risicobeoordeling voorafgaand aan de introductie van nieuwe producten en zakelijke praktijken en aan de toepassing van nieuwe of in ontwikkeling zijnde technologieën. 4.De identificatie en beoordeling, bedoeld in het eerste lid, en de procedures en maatregelen, bedoeld in het tweede en derde lid, hebben in ieder geval betrekking op de interne organisatie en interne controle van de dienstverlener, de indienstneming, functiewijziging, achtergrond, opleiding, voorlichting en doorlopende training van het desbetreffende personeel, de toepassing van het cliëntenonderzoek, de vastlegging van gegevens en inlichtingen, het interne besluitvormingsproces voor het doen van meldingen, alsmede op de periodieke evaluatie van de effectiviteit van die procedures en maatregelen. 5.Een dienstverlener voert periodiek evaluaties ter zake van procedures en maatregelen uit teneinde te kunnen beoordelen, of en in hoeverre hij als gevolg van zijn activiteiten en werkzaamheden kwetsbaar is voor witwassen of terrorismefinanciering, en onderwerpt deze aan een onafhankelijke audit. 6.De bevindingen van de periodieke evaluaties, bedoeld in het vijfde lid, worden schriftelijk vastgelegd en in afschrift gezonden aan het Meldpunt. Artikel21 1.Een dienstverlener draagt er zorg voor dat zijn werknemers, voor zover relevant voor de uitoefening van hun taken, bekend zijn met de bepalingen van deze landsverordening en periodiek opleidingen genieten die hen in staat stellen een ongebruikelijke transactie te herkennen. 2.Een dienstverlener beschikt over een persoon die ten behoeve van zijn organisatie in het bijzonder belast is met de zorg voor de naleving van de wettelijke voorschriften op het gebied van de voorkoming en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. 3.Een dienstverlener beschikt over ten minste één persoon binnen zijn organisatie die belast is met de interne ontvangst en beoordeling van potentiële meldingen en het doen van meldingen namens de dienstverlener aan het Meldpunt. 4.Een dienstverlener stelt het Meldpunt op de hoogte van de benoeming van de personen, bedoeld in het eerste en tweede lid, binnen een maand na de datum van ingang van een zodanige benoeming. HoofdstukIVDe bewaring door dienstverleners van de krachtens deze landsverordening verkregen gegevens en inlichtingen Artikel22 1.Een financiële dienstverlener voegt aan een elektronische geldtransactie en daaraan gerelateerde berichten accurate gegevens toe betreffende de opdrachtgever en de begunstigde, benodigd voor de gehele betalingsketen. 2.Een dienstverlener bewaart gedurende een periode van ten minste tien jaar na het uitvoeren van een transactie alle gegevens met betrekking tot transacties op nationaal en internationaal niveau die nodig zijn om onverwijld te voldoen aan een verzoek om informatie door een daartoe bevoegde autoriteit. De bewaring geschiedt steeds zodanig dat afzonderlijke transacties te allen tijde gereconstrueerd kunnen worden en als bewijsmateriaal voor de vervolging van strafbare feiten kunnen dienen. 3.Een dienstverlener bewaart gedurende een periode van ten minste tien jaar na de beëindiging van de zakelijke relatie of het uitvoeren van een transactie alle gegevens, verkregen door middel van een cliëntenonderzoek, de boekhouding, de zakelijke correspondentie, bedoeld in artikel 3, derde lid, alsmede de resultaten van uitgevoerde analyses van ongebruikelijke transacties die nodig zijn om onverwijld te voldoen aan een verzoek om informatie door een daartoe bevoegde autoriteit. De bewaring geschiedt steeds zodanig dat afzonderlijke transacties te allen tijde gereconstrueerd kunnen worden en als bewijsmateriaal voor de vervolging van strafbare feiten kunnen dienen. 4.Een financiële dienstverlener houdt een register bij waarin de gegevens met betrekking tot transacties en uit cliëntenonderzoeken verkregen gegevens op een toegankelijke wijze worden geregistreerd. Artikel23 Een dienstverlener bewaart de kopieën, bedoeld in artikel 17, zesde lid, op een toegankelijke wijze gedurende ten minste tien jaar na het tijdstip van het beëindigen van de zakelijke relatie en verstrekt deze onverwijld op verzoek aan een daartoe bevoegde autoriteit. HoofdstukVDe meldplicht van de dienstverlener Artikel24 De minister stelt bij ministeriële regeling, na overleg met het Meldpunt, en zo nodig per daarbij te onderscheiden groepen dienstverleners of categorieën transacties, indicatoren vast aan de hand waarvan wordt beoordeeld of een transactie wordt aangemerkt als een ongebruikelijke transactie. Artikel25 1.Een dienstverlener meldt een verrichte of voorgenomen ongebruikelijke transactie binnen 2 x 24 uur aan het Meldpunt nadat het ongebruikelijke karakter van de transactie hem bekend is geworden, tenzij het Meldpunt voor bepaalde meldingen een langere periode heeft bepaald. 2.Bij een melding als bedoeld in het eerste lid verstrekt de dienstverlener tenminste de navolgende gegevens: betreffende natuurlijke personen: de identiteit van de cliënt zoals vastgesteld op grond van artikel 3, derde lid; de aard en het nummer, de datum en plaats van uitgifte van het document van het identiteitsbewijs van de cliënt; de aard, het tijdstip en de plaats van de transactie; de omvang, de bestemming en herkomst van de gelden, effecten, edele metalen of andere waarden die bij een transactie betrokken zijn; de omstandigheden en op grond waarvan de transactie als ongebruikelijk wordt aangemerkt; en, indien het betreft een transactie met betrekking tot een zaak van een grotere waarde dan door de minister bij ministeriële regeling is vastgesteld, een omschrijving van de desbetreffende zaak; de indicator of indicatoren aan de hand waarvan de transactie als ongebruikelijk wordt of is aangemerkt; het soort en het nummer van de bij de transactie gebruikte rekening; en, de rekeningoverzichten en de zakelijke correspondentie; betreffende naar Sint Maartens recht opgerichte rechtspersonen: de rechtsvorm, de statutaire naam, de handelsnaam, het adres en, indien de rechtspersoon bij de Kamer van Koophandel en Nijverheid is geregistreerd, het registratienummer bij de Kamer van Koophandel en Nijverheid, en de wijze waarop de identiteit is geverifieerd; de geslachtsnaam, de voornamen en de geboortedatum van degenen die ten behoeve van de rechtspersoon optreden en van de uiteindelijk begunstigde; en, de gegevens, bedoeld onder a, onderdelen 3° tot en met 6°; betreffende buitenlandse rechtspersonen en daarmee vergelijkbare entiteiten: de documenten aan de hand waarvan de identiteit is geverifieerd; de geslachtsnaam, de voornamen en de geboortedatum van degenen die ten behoeve van de rechtspersoon optreden en van de uiteindelijk begunstigde; en, de gegevens, bedoeld onder a, onderdelen 3° tot en met 6°; betreffende trusts: het registratienummer van de inschrijving in het openbare register bedoeld in titel 1, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek voor zover het trustvermogen uit registergoederen bestaat of in het register van aandeelhouders voor zover het trustvermogen uit aandelen op naam in een naamloze of besloten vennootschap bestaat of in het handelsregister voor zover het trustvermogen uit een onderneming of aandeel van een volledig aansprakelijke vennoot in een openbare vennootschap bestaat; de documenten aan de hand waarvan de identiteit is geverifieerd van de trustee of degene die effectieve zeggenschap uitoefent over de trust, de insteller van de trust en de uiteindelijk begunstigden bij het vermogen van de trust; en, de gegevens, bedoeld onder a, onderdelen 3° tot en met 6°. 3.Een dienstverlener meldt onverwijld aan het Meldpunt indien het cliëntenonderzoek niet de gewenste informatie heeft opgeleverd en er indicaties zijn dat de cliënt betrokken is bij witwassen of terrorismefinanciering. Bij de melding wordt een beschrijving gegeven van de redenen waarom het cliëntenonderzoek niet de gewenste informatie heeft opgeleverd. 4.Bij ministeriële regeling kunnen andere gegevens worden vastgesteld die bij een melding als bedoeld in het eerste lid dienen te worden verstrekt. Artikel26 1.Een dienstverlener meldt onverwijld aan het Meldpunt de ingevolge het Handelsregisterbesluit verplichte in het handelsregister in te schrijven gegevens, welke diensten als bedoeld in artikel 2 hij verleent, en de wijzigingen daarvan. 2.De directeur van het Meldpunt bepaalt de wijze waarop meldingen als bedoeld in artikel 25 en in het eerste lid worden gedaan. HoofdstukVIGeheimhouding Artikel27 1.Tot geheimhouding zijn, behoudens voor zover uit de doelstelling van deze landsverordening de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit, verplicht: een dienstverlener die ingevolge artikel 25 een melding doet of die op verzoek aan het Meldpunt nadere gegevens of inlichtingen verstrekt; de directeur en het overige personeel van de dienstverlener, bedoeld onder a; personen en instanties die op verzoek aan het Meldpunt gegevens of inlichtingen verstrekken of inzage verlenen uit de onder hun beheer staande registers en andere informatiebronnen; de directeur en het overige personeel van het Meldpunt die uit hoofde van de toepassing van deze landsverordening of van krachtens deze landsverordening genomen besluiten enige taak vervult of heeft vervuld, en daarbij kennis heeft genomen of kunnen nemen van gegevens of inlichtingen, die ingevolge deze landsverordening zijn verstrekt of ontvangen; en, de toezichthouders op dienstverleners als bedoeld in artikel 1 die bij de uitoefening van hun taak kennisnemen van gegevens, inlichtingen en feiten die kunnen duiden op witwassen of terrorismefinanciering. 2.Een toezichthouder die bij de uitoefening van zijn taak feiten ontdekt die kunnen duiden op witwassen of terrorismefinanciering licht, zo nodig in afwijking van de toepasselijke wettelijke geheimhoudingsplicht, het Meldpunt onverwijld in. 3.Een dienstverlener kan, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, mededelingen doen aan: dienstverleners die behoren tot dezelfde groep en die ten minste hebben voldaan aan de verplichting tot het uitvoeren van een cliëntenonderzoek; dienstverleners, gevestigd of met zetel in een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden, die hun werkzaamheden, al dan niet als werknemer, uitoefenen binnen eenzelfde rechtspersoon of netwerk; een advocaat, notaris, kandidaat-notaris, makelaar, accountant of financiële onderneming, gevestigd of met zetel in een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden, mits het dezelfde cliënt en dezelfde transactie betreft en de mededeling uitsluitend is bedoeld ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme; een advocaat, notaris, kandidaat-notaris, makelaar, accountant of financiële onderneming, gevestigd of met zetel in een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden, die is onderworpen aan gelijkwaardige verplichtingen op het gebied van het beroepsgeheim en de bescherming van persoonsgegevens, en tot dezelfde beroepscategorie behoren, mits het dezelfde cliënt en dezelfde transactie betreft en de mededeling uitsluitend is bedoeld ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. 4.Voor de toepassing van het derde lid wordt verstaan onder netwerk: de grotere structuur waartoe de persoon behoort en die eigendom, beheer, of controle op de naleving van de verplichtingen gezamenlijk deelt. Artikel28 Privacyregelingen van financiële instellingen mogen er niet toe leiden dat de uitvoering van de meldingslandsverordeningen wordt belemmerd. HoofdstukVIIVrijwaring Artikel29 1.Een dienstverlener die te goeder trouw tot een melding als bedoeld in artikel 25 is overgegaan of gegevens of inlichtingen heeft verstrekt aan het Meldpunt, is gevrijwaard van straf- en civielrechtelijke aansprakelijkheid wegens schending van een verbod op openbaarmaking van informatie uit hoofde van een overeenkomst of enig wettelijke of bestuursrechtelijk voorschrift. 2.Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op aansprakelijkheid voor de schade die een cliënt, tussenpersoon of derde dientengevolge lijdt, tenzij de schade het gevolg is van opzettelijk of bewust roekeloos handelen door de dienstverlener. 3.Het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de directeur en het overige personeel van de dienstverlener die hebben meegewerkt aan of betrokken waren bij handelingen als bedoeld in het eerste lid. Artikel30 1.Gegevens of inlichtingen die te goeder trouw door de dienstverlener ter uitvoering van het bepaalde bij of krachtens deze landsverordening zijn gemeld of anderszins verstrekt, kunnen jegens hem niet dienen als grondslag voor of ten behoeve van een opsporingsonderzoek of een vervolging wegens verdenking van, of als bewijs ter zake van een tenlastelegging wegens witwassen of terrorismefinanciering. 2.Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de directeur en het overige personeel van de dienstverlener die hebben meegewerkt aan of betrokken waren bij handelingen als bedoeld in het eerste lid. HoofdstukVIIIToezicht en handhaving Artikel31 1.Het Meldpunt is belast met het handhaven van de meldingslandsverordeningen en het uitoefenen van toezicht op de naleving van die landsverordeningen door niet-financiële dienstverleners. De Bank is belast met het handhaven en het uitoefenen van toezicht op de naleving van die landsverordeningen door financiële dienstverleners. 2.Het Meldpunt is bevoegd aan dienstverleners, met inbegrip van financiëledienstverleners, richtlijnen te geven met het oog op de bevordering van de naleving van de meldingslandsverordeningen. 3.Het Meldpunt en de Bank zijn ter uitvoering van deze landsverordening bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom, een last onder bestuursdwang en een bestuurlijke boete. De Landsverordening bestuurlijke handhaving is van toepassing op het Meldpunt en de Bank, met dien verstande dat een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 55 van die landsverordening maximaal NAƒ 4.000.000,- bedraagt. HoofdstukIXOpsporing Artikel32 1.Met de opsporing van de bij artikel 33 strafbaar gestelde feiten zijn, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren, belast de toezichthouders, werkzaam bij het Meldpunt, die bij landsbesluit zijn aangewezen. Een zodanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in de Landscourant. 2.Een melding als bedoeld in artikel 25 en informatie, in welke vorm dan ook, verschaft door een financiële inlichtingeneenheid in een ander land, kan niet dienen als zelfstandig bewijs voor een strafrechtelijke veroordeling. 3.Het Meldpunt kan, in afwijking van het bepaalde in artikel 27, met gebruikmaking van gegevens of inlichtingen, verkregen bij de vervulling van de hem ingevolge deze landsverordening opgedragen taak, mededelingen doen, mits deze niet kunnen worden herleid tot afzonderlijke transacties. Met schriftelijke toestemming van de dienstverlener die het aangaat, worden de gegevens of inlichtingen met betrekking tot afzonderlijke transacties wel gepubliceerd. HoofdstukXStrafbepalingen Artikel33 1.Elke handeling in strijd met het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3, 4, 5, 6, 8, 10, 11, 12, 15, 16, 17, zesde lid, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 25, 26, eerste lid, 27 of 37, tweede lid, wordt, voor zover deze opzettelijk is verricht, gestraft met hetzij een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of een geldboete van de zesde categorie. 2.Elke handeling in strijd met het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3, 4, 5, 6, 8, 10, 11, 12, 15, 16, 17, zesde lid, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 25, 26, eerste lid, 27 of 37, tweede lid, wordt, voor zover deze niet opzettelijk is verricht, gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of een geldboete van de zesde categorie. 3.Indien een handeling in strijd met het bepaalde in artikel 27 tot gevolg heeft dat de melding of de informatie bekend wordt aan degene op wie de melding of de informatie betrekking heeft, wordt de op het feit gestelde gevangenisstraf anderhalf maal verhoogd. 4.De feiten, in het eerste lid strafbaar gesteld, worden beschouwd als misdrijf. De feiten, strafbaar gesteld in het tweede lid, worden beschouwd als overtreding. 5.Strafbaar is degene die de handeling verricht, alsmede zijn directeuren en overige leidinggevenden, ongeacht of deze natuurlijke personen, rechtspersonen, groepen van natuurlijke personen of rechtspersonen, of organisaties zijn. HoofdstukXIWijziging van andere landsverordeningen Artikel34 De Sanctielandsverordening wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd: In het eerste lid wordt “de bevordering van de internationale rechtsorde of de bestrijding van terrorisme” vervangen door: de bevordering van de internationale rechtsorde, de bestrijding van terrorisme en terrorismefinanciering, of de preventie, bestrijding en verstoring van proliferatie van massavernietigingswapens en de financiering ervan. In het tweede lid wordt “de bevordering van de internationale rechtsorde of de bestrijding van terrorisme” vervangen door: de bevordering van de internationale rechtsorde, de bestrijding van terrorisme en terrorismefinanciering, of de preventie, bestrijding en verstoring van proliferatie van massavernietigingswapens en de financiering ervan. Een nieuw derde en vierde lid wordt toegevoegd, luidende: Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat natuurlijke en rechtspersonen verplicht zijn onverwijld en zonder voorafgaande kennisgeving de geldmiddelen of andere activa van in de ministeriële regeling aangewezen personen en entiteiten te bevriezen. Deze verplichting geldt mede voor: alle geldmiddelen of andere activa die eigendom zijn van of beheerd worden door de aangewezen persoon of entiteit, en niet alleen de tegoeden die kunnen worden gekoppeld aan een bepaalde terroristische daad, plot of dreiging; de geldmiddelen of andere activa die geheel of gedeeltelijk, rechtstreeks dan wel onrechtstreeks, eigendom zijn van of gecontroleerd worden door aangewezen personen of entiteiten; de geldmiddelen of andere activa die afkomstig zijn van of gegenereerd zijn door geldmiddelen of andere activa die rechtstreeks of onrechtstreeks eigendom zijn van of onder zeggenschap staan van aangewezen personen of entiteiten; en, de geldmiddelen of andere activa van personen en entiteiten die handelen namens of in opdracht van aangewezen personen of entiteiten. Bij ministeriële regeling kan worden verboden dat, tenzij hiervoor een vergunning of toestemming is gegeven door de minister of een internationale organisatie overeenkomstig de betreffende resoluties van de Veiligheidsraad, natuurlijke en rechtspersonen geldmiddelen of andere activa, economische middelen of financiële of andere daarmee verband houdende diensten, rechtstreeks of onrechtstreeks, geheel of gezamenlijk, ter beschikking stellen van: aangewezen personen en entiteiten; entiteiten waarvan de eigendom of de zeggenschap rechtstreeks of onrechtstreeks berust bij aangewezen personen of entiteiten; of, personen en entiteiten die handelen namens of in opdracht van aangewezen personen of entiteiten. B In artikel 3, tweede lid, vervalt “met betrekking tot de in een sanctieregeling aangewezen gebieden”. C Onder vernummering van de artikelen 7 tot en met 13 tot 11 tot en met 17, worden vier nieuwe artikelen 7, 8, 9 en 10 ingevoegd, luidende: Artikel 7 De natuurlijke en rechtspersonen, bedoeld in artikel 2, derde of vierde lid, zijn verplicht aan het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties, bedoeld in artikel 2 van de Landsverordening Meldpunt Ongebruikelijke Transacties, binnen 48 uur verslag uit te brengen omtrent alle bevroren activa en andere ondernomen acties ter naleving van het bepaalde bij of krachtens deze landsverordening, met inbegrip van pogingen tot transacties. Artikel 8 Ingeval de Veiligheidsraad, Sanctiecomité 1718, Comité 1267 of Comité 1988 van de Verenigde Naties, of de Raad van de Europese Unie besluit om de aanwijzing van een staat, gebied, natuurlijke persoon, rechtspersoon, groep of organisatie te wijzigen of te schrappen, wijzigt respectievelijk vervalt met ingang van de dag waarop die beslissing in werking treedt de overeenkomstige aanwijzing in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel
- Met ingang van hetzelfde tijdstip wijzigen respectievelijk vervallen alle verplichtingen als bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4 met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde staat, gebied, natuurlijke persoon, rechtspersoon, groep of organisatie. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ingeval de minister of de rechter beslist dat verplichtingen als bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4 ten onrechte worden toegepast op een staat, gebied, natuurlijke persoon, rechtspersoon, groep of organisatie met dezelfde of een gelijkende naam als aangewezen in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel
- Artikel 9 De minister maakt een beslissing als bedoeld in deze landsverordening onverwijld bekend, en geeft daarvan kennis aan de dienstverleners, bedoeld in artikel 1, onder h, van de Landsverordening bestrijding witwassen en terrorismefinanciering. De geconsolideerde tekst van de Sanctielandsregeling wordt bekend gemaakt op de website van het Meldpunt. Artikel 10 Tegen een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 2 staat beroep open op grond van de Landsverordening administratieve rechtspraak. Natuurlijke en rechtspersonen die te goeder trouw handelen bij de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens deze landsverordening zijn niet aansprakelijk jegens derden voor de door hun bevroren activa en andere ondernomen acties ter naleving van het bepaalde bij of krachtens deze landsverordening. D In artikel 14 (nieuw), eerste lid, komt “Meldpunt Ongebruikelijke Transacties,” te luiden: Meldpunt Ongebruikelijke Transacties, bedoeld in artikel 2 van de Landsverordening Meldpunt Ongebruikelijke Transacties,. Artikel35 Het Handelsregisterbesluit wordt als volgt gewijzigd: A Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een punt komma, wordt aan artikel 1 een nieuw onderdeel d toegevoegd, luidende: uiteindelijk begunstigde: uiteindelijk begunstigde als bedoeld in artikel 1, onder ee, van de Landsverordening bestrijding witwassen en terrorismefinanciering. B Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een punt komma, wordt aan artikel 16 een nieuw onderdeel f toegevoegd, luidende: de persoonlijke gegevens van de uiteindelijk begunstigden indien deze niet reeds op grond van de overige voorschriften van dit artikel dienen te worden ingeschreven. C Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel g door een punt komma, wordt aan artikel 17 een nieuw onderdeel h toegevoegd, luidende: de persoonlijke gegevens van de uiteindelijk begunstigden indien deze niet reeds op grond van de overige voorschriften van dit artikel dienen te worden ingeschreven. D Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel f door een punt komma, wordt aan artikel 18, eerste lid, een nieuw onderdeel g toegevoegd, luidende: de persoonlijke gegevens van de uiteindelijk begunstigden indien deze niet reeds op grond van de overige voorschriften van dit artikel dienen te worden ingeschreven, dan wel de plaats waar het register, bedoeld in artikel 109 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, kan worden ingezien voor zover het uiteindelijk begunstigden betreft die in dat register zijn ingeschreven. E Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een punt komma, wordt aan artikel 19, eerste lid, een nieuw onderdeel f toegevoegd, luidende: de persoonlijke gegevens van de uiteindelijk begunstigden indien deze niet reeds op grond van de overige voorschriften van dit artikel dienen te worden ingeschreven, dan wel de plaats waar het register, bedoeld in artikel 109 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, kan worden ingezien voor zover het uiteindelijk begunstigden betreft die in dat register zijn ingeschreven. F Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een punt komma, wordt aan artikel 20, eerste lid, een nieuw onderdeel e toegevoegd, luidende: de persoonlijke gegevens van de uiteindelijk begunstigden indien deze niet reeds op grond van de overige voorschriften van dit artikel dienen te worden ingeschreven, dan wel de plaats waar het register, bedoeld in artikel 109 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, kan worden ingezien voor zover het uiteindelijk begunstigden betreft die in dat register zijn ingeschreven. G Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een punt komma, wordt aan artikel 21, eerste lid, een nieuw onderdeel f toegevoegd, luidende: de persoonlijke gegevens van de uiteindelijk begunstigden indien deze niet reeds op grond van de overige voorschriften van dit artikel dienen te worden ingeschreven. H Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel f door een punt komma, wordt aan artikel 22, eerste lid, een nieuw onderdeel g toegevoegd, luidende: de persoonlijke gegevens van de uiteindelijk begunstigden indien deze niet reeds op grond van de overige voorschriften van dit artikel dienen te worden ingeschreven, dan wel de plaats waar het register, bedoeld in artikel 109 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, al dan niet door tussenkomst van het bestuur kan worden ingezien voor zover het uiteindelijk begunstigden betreft die in dat register zijn ingeschreven. Artikel36 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd: A Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b in een punt komma, worden aan artikel 25, eerste lid, twee onderdelen toegevoegd, luidende: het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties, bedoeld in artikel 2 van de Landsverordening Meldpunt Ongebruikelijke Transacties, de Kamer heeft bericht dat de rechtspersoon verdachte transacties heeft verricht; of, de rechtspersoon niet voldoet aan het bepaalde in artikel 59 of 89, vierde lid. B Na artikel 58 wordt een nieuw artikel 59 ingevoegd, luidende: Artikel 59 Jaarlijks binnen acht maanden na afloop van het boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn op grond van bijzondere omstandigheden met ten hoogste zes maanden, stelt het bestuur een jaarverslag vast over de gang van zaken in de stichting en over het gevoerde beleid. Het stelt tevens een jaarrekening vast, ten minste bestaande uit een balans, een staat van baten en lasten en een toelichting op deze stukken. De jaarrekening wordt door alle bestuurders ondertekend. Ontbreekt een handtekening dan wordt de reden daarvoor medegedeeld. De jaarrekening geeft volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent het vermogen en het resultaat alsmede, voor zover de aard van een jaarrekening dat toelaat, omtrent de solvabiliteit en de liquiditeit van de stichting. Artikel 15, derde lid, vindt overeenkomstige toepassing op de opgemaakte en goedgekeurde jaarrekening en de daarbij behorende stukken. Het jaarverslag vermeldt: de identiteit van de personen die verantwoordelijkheid dragen voor de activiteiten van de stichting en deze controleren of besturen, met inbegrip van hooggeplaatste functionarissen en beheerders, alsmede van leden van een Raad van Toezicht indien deze binnen de stichting bestaat; over welke controlemiddelen het bestuur beschikt om ervoor te zorgen dat de geldmiddelen volledig worden verantwoord en worden besteed op een wijze die consistent is met de doelstellingen van de stichting; en, over welke controlemiddelen het bestuur beschikt om de identiteit van haar belangrijke donoren en de identiteit en goede naam van haar begunstigden te controleren. De jaarrekening bevat een gedetailleerde uitsplitsing van inkomsten en uitgaven, alsmede een overzicht van alle transacties aan of van een persoon of rechtspersoon in het buitenland boven een waarde van NAƒ 25.000,- of het equivalent daarvan in vreemde valuta. Het jaarverslag en de jaarrekening zijn openbaar. Zij worden door het bestuur binnen een week na de ondertekening ervan op het internet gepubliceerd en gezonden aan de Kamer van Koophandel en Nijverheid en het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties, bedoeld in artikel 2 van de Landsverordening Meldpunt Ongebruikelijke Transacties. Indien de termijn, bedoeld in het eerste lid, op grond van bijzondere omstandigheden met ten hoogste zes maanden wordt verlengd, zendt het bestuur binnen een week na het besluit tot verlenging een kennisgeving daarvan aan de Kamer van Koophandel en Nijverheid en het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties, bedoeld in artikel 2 van de Landsverordening Meldpunt Ongebruikelijke Transacties. Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing indien zowel de balans, als het totaal van de baten of lasten minder bedraagt dan NAƒ 100.000,-. C Aan artikel 89 wordt een nieuw vierde lid toegevoegd, luidende: Het bepaalde in artikel 59, zesde, zevende en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing, tenzij zowel de balans, als het totaal van de baten of lasten minder bedraagt dan NAƒ 100.000,-. Artikel37 De Landsverordening bescherming persoonsgegevens wordt als volgt gewijzigd: Aan artikel 2 wordt een nieuw vierde lid toegevoegd, luidende: Voor zover noodzakelijk voor de goede uitvoering van de Landsverordening bestrijding witwassen en terrorismefinanciering, de Sanctielandsverordening, de Landsverordening Meldpunt Ongebruikelijke Transacties of de Landsverordening melding grensoverschrijdende geldtransporten is deze landsverordening niet van toepassing op verwerking van persoonsgegevens. Artikel38 Hoofdstuk VII, § 14, van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht wordt als volgt gewijzigd: A Het opschrift van § 14 Vertrouwenspersoon integriteit wordt vervangen door: § 14 Bevordering van integriteit. B Na artikel 83 wordt een nieuw artikel 83a ingevoegd, luidende: Artikel 83a De Minister van Algemene Zaken, alsmede het bevoegde gezag, bedoeld in artikel 4, onder b, onderdeel ii,: voert een integriteitsbeleid dat is gericht op het bevorderen van goed ambtelijk handelen en dat in ieder geval aandacht besteedt aan het bevorderen van integriteitsbewustzijn en aan het voorkomen van misbruik van bevoegdheden, belangenverstrengeling en discriminatie; zorgt ervoor dat het integriteitsbeleid een vast onderdeel uitmaakt van het personeelsbeleid in ieder geval door integriteit in functioneringsgesprekken en werkoverleg aan de orde te stellen en door het aanbieden van scholing en vorming op het gebied van integriteit; draagt zorg voor de totstandkoming van een gedragscode voor goed ambtelijk handelen; stelt vast op welke wijze jaarlijks verantwoording wordt afgelegd over het gevoerde integriteitsbeleid en over de naleving van de gedragscode. Artikel39 De Landsverordening inrichting en organisatie landsoverheid wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 12 wordt na ”personeelsbeleid,” ingevoegd: integriteitsbeleid. B In artikel 13, onder a, wordt “personeel en organisatie” vervangen door: personeel en organisatie, alsmede integriteitsbeleid. HoofdstukXIIOvergangs- en slotbepalingen Artikel40 1.De Landsverordening melding ongebruikelijke transacties wordt ingetrokken. 2.Het Landsbesluit dwangsommen en bestuurlijke boetes melders ongebruikelijke transacties wordt ingetrokken. 3.De wettelijke grondslag van de Regeling indicatoren ongebruikelijke transacties wordt gewijzigd in de artikelen2, eerste lid, onder a, onderdeel 2º, en 24 van de Landsverordening bestrijding witwassen en terrorismefinanciering. Artikel41 1.De Landsverordening identificatie bij financiële dienstverlening wordt ingetrokken. 2.Het Landsbesluit, houdende algemene maatregelen, ter uitvoering van artikel 1, onderdeel b, onder 9°, van de Landsverordening identificatie bij financiële dienstverlening (AB 2013, GT no. 704) wordt ingetrokken. 3.Het Landsbesluit dwangsommen en bestuurlijke boetes dienstverleners wordt ingetrokken. Artikel42 De Landsverordening tot strafbaarstelling van het witwassen van geld wordt ingetrokken. Artikel43 Deze landsverordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Landsverordening Meldpunt Ongebruikelijke Transacties in werking treedt Artikel44 Deze landsverordening wordt aangehaald als: Landsverordening bestrijding witwassen en terrorismefinanciering. Deze landsverordening wordt met de memorie van toelichting in het Afkondigingsblad geplaatst. Gegeven te Philipsburg, veertiende juni 2019 De Gouverneur van Sint Maarten De veertiende juni 2019 De Minister van Justitie Gegeven de negentiende juni 2019 De Minister van Algemene Zaken Namens deze, Hoofd Afdeling Juridische Zaken & WetgevingMEMORIE VAN TOELICHTING Algemeen deel Inleiding Dit ontwerp van landsverordening heeft ten doel om de Landsverordening identificatie bij financiële dienstverlening en de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties samen te voegen en in overeenstemming te brengen met de aanbevelingen van de Financial Action Task Force (hierna: FATF). Bovendien bevat de ontwerplandsverordening aanvullende bepalingen teneinde alle resterende gebreken in de wet- en regelgeving van Sint Maarten te verhelpen. De regering heeft zich namelijk ten doel gesteld om de wet- en regelgeving van Sint Maarten geheel te laten voldoen aan alle aanbevelingen van de FATF, zoals deze luiden na de laatste aanpassing in oktober
- Er is reeds een serie ontwerplandsverordeningen in procedure gebracht. Doel van de onderhavige ontwerplandsverordening is om als sluitstuk van die serie ontwerplandsverordeningen de laatste nog resterende gebreken op te lossen. De Landsverordening identificatie bij dienstverlening (hierna: Landsverordening ID) en de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties (hierna: Landsverordening melding) hebben als doel het witwassen van opbrengsten uit misdrijven en het financieren van terrorisme tegen te gaan. De Landsverordening ID verplicht tot identificatie van cliënten en tot het verrichten van cliëntenonderzoek, en de Landsverordening melding verplicht tot het melden van ongebruikelijke transacties, en regelt het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (hierna: MOT). Beide landsverordeningen vormen tezamen een sluitend geheel van maatregelen ter voorkoming van gebruik van het financiële stelsel voor witwassen en financieren van terrorisme. Zij zijn echter tot dusver op verschillende wijze ingericht, met een verminderde inzichtelijkheid in de voorschriften uit de beide landsverordeningen als gevolg. Het voorliggende ontwerp van landsverordening strekt tot een samenvoeging van de Landsverordening ID en de Landsverordening melding teneinde de bruikbaarheid te verbeteren, en om deze up to date te brengen aan de hand van de meest recente tekst van de aanbevelingen van de FATF. Daarnaast worden de bepalingen over het MOT overgeheveld naar de ontwerp-Landsverordening Meldpunt Ongebruikelijke Transacties. Momenteel is de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (hierna: Centrale Bank) belast met het financiële toezicht op de financiële instellingen. Zulks op grond van de verschillende toezicht landsverordeningen voor de financiële sector. Maar de Centrale Bank is ook belast met het toezicht dat die instellingen de Landsverordening ID en de Landsverordening melding naleven. Het MOT is momenteel belast met het toezicht dat alle andere dienstverleners de Landsverordening ID en de Landsverordening melding naleven. In de praktijk van de afgelopen jaren is dit een goede formule gebleken, mede door de goede onderlinge samenwerking tussen de Bank en het MOT. Onder het motto ‘never change a winning team’ stelt de regering voor om hierin geen wijziging te brengen. Het MOT heeft enkele jaren geleden van de Minister van Justitie de opdracht gekregen om ervoor te zorgen dat vóór 2022 alle wet- en regelgeving van Sint Maarten geheel zal voldoen aan alle 40 aanbevelingen van de FATF. Die opdracht vereist dat een minister politiek verantwoordelijk moet zijn voor het succesvol afronden van deze taak. De Minister van Justitie draagt daarvoor de verantwoordelijkheid. Hij is er dus ook verantwoordelijk voor dat hij het MOT de nodige financiële en juridische middelen ter beschikking moet stellen voor een succesvolle afronding van deze taak, naast de politieke verdediging van de ontwerplandsverordeningen die het gevolg zijn van deze opdracht. De aanbevelingen van de FATF De wetgeving ter voorkoming van witwassen vindt haar oorsprong in de 40 aanbevelingen ter bestrijding van witwassen van de FATF. De FATF is een samenwerkingsverband van 37 staten, waaronder het Koninkrijk der Nederlanden, de Europese Commissie en het samenwerkingsverband van de Golfstaten, dat in 1989 is opgericht door de G-
- Momenteel zijn er door middel van regionale organisaties wereldwijd meer dan 180 landen bij de FATF aangesloten. Sint Maarten is via een regionale organisatie, de Caribbean Financial Action Task Force (hierna: CFATF), aangesloten. De FATF heeft ten doel: Het vaststellen van een internationale standaard ter voorkoming van witwassen en de financiering van terrorisme en de beoordeling van de implementatie van deze standaard (mutual evaluation proces). Die standaard wordt gevormd door de aanbevelingen van de FATF. De FATF heeft 40 aanbevelingen opgesteld en verwacht dat landen deze implementeren in nationale wet- en regelgeving en garanderen dat dit systeem effectief is in de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. De FATF voert periodiek evaluaties uit om te zien in hoeverre landen aan de aanbevelingen voldoen. Deze evaluaties worden verricht door de CFATF. Daartoe wordt een speciale commissie met vertegenwoordigers uit verschillende landen in de Caribische regio samengesteld. De uitkomsten ervan worden plenair besproken in de CFATF en vastgesteld; dat verklaart het gebruik van het woord ‘mutual’. Het opstellen van leidraden, best practices en methoden die landen en instellingen ondersteunen bij de implementatie van de standaard en bijdragen aan het identificeren van nieuwe risico’s op het gebied van witwassen en de financiering van terrorisme. Het identificeren van hoog risico of niet-coöperatieve landen (zwarte en grijze lijsten) waarbij een hoger risico op witwassen en terrorismefinanciering bestaat. De FATF stelt drie keer per jaar een lijst op met landen die de FATF aanbevelingen onvoldoende hebben geïmplementeerd 1 Zie http://www.fatf-gafi.org/countries/#high-risk, en verwacht van de leden dat adequate maatregelen worden genomen om de risico’s gerelateerd aan deze landen, te mitigeren. De in 1990 door de FATF vastgestelde, in 2012 herziene en in 2015 geüpdatete “40 Aanbevelingen ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering” zijn internationaal toonaangevend als standaard voor de bestrijding van witwassen en de financiering van terrorisme2 Zie voor de tekst van de 40 aanbevelingen, en van de toelichting op een groot aantal van die aanbevelingen, de bijlage bij deze memorie van toelichting. Daarin wordt ook verslag gedaan van de wijze waarop aan de aanbevelingen is, of zal worden voldaan.. De aanbevelingen worden met een zekere regelmaat onder de loep genomen om te bezien of de tekst van een aanbeveling of van de toelichting erop, moet worden geactualiseerd. Sinds eind 2015 is de tekst van vier aanbevelingen aangevuld of gewijzigd, en de tekst van vijf toelichtende passages. Met deze aanvullingen en wijzigingen is rekening gehouden in de ontwerplandsverordening. De aanbevelingen zien onder meer op verbetering van de nationale rechtsstelsels inzake de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering, de rol van de financiële instellingen en het versterken van de internationale samenwerking. De aanbevelingen die zien op de rol van de financiële instellingen hebben met name betrekking op het achterhalen en verifiëren van de identiteit van cliënten of van derden, het geven van de nodige aandacht aan ongebruikelijke of verdachte transacties en risicovolle relaties en het ontwikkelen van interne procedures en het nemen van maatregelen om te voorkomen dat de financiële instelling betrokken raakt bij witwassen. Ook worden diverse eisen gesteld aan de instelling, toerusting en onafhankelijkheid van het MOT. Daarnaast zien deze aanbevelingen op diverse maatregelen zoals het bevriezen van terroristische tegoeden en het meesturen van informatie bij elektronische overboekingen. Alle lidstaten van de FATF worden met een zekere regelmaat onderworpen aan een evaluatie vanuit de FATF. Een team van diverse experts uit andere FATF-lidstaten beoordeelt tijdens een evaluatie het systeem dat het betreffende land heeft opgezet ter bestrijding van witwassen en de financiering van terrorisme. Deze evaluatierapporten zijn een belangrijke bron voor landen en financiële instellingen om te kunnen beoordelen hoe dit systeem van een specifiek land is ingericht. De rapporten worden gepubliceerd op de website van de FATF. Sint Maarten wordt geëvalueerd door de regionale organisatie CFATF. De FATF heeft in 2013 de nieuwe methodologie voor de evaluaties gepubliceerd. De methodologie ziet op twee facetten van het raamwerk ter voorkoming van witwassen en de financiering van terrorisme: Technische Compliance: het juridische en institutionele raamwerk in een land waarbij de 40 aanbevelingen van de FATF geëvalueerd worden. Effectiviteit: de resultaten die verwacht worden bij een effectief raamwerk waarbij 11 door FATF opgestelde ‘resultaten’ geëvalueerd worden. Voor beide facetten worden ratings toegekend aan een land. De methodologie zal door zowel FATF als de regionale organisaties worden gebruikt bij de evaluatie van de FATF standaard in de komende jaren. De rechtsontwikkeling van Sint Maarten heeft de aanpak in Nederland en Europa op enige afstand gevolgd, maar is daarin in toenemende mate achterop geraakt, zoals meermalen is geconstateerd in de evaluaties en de halfjaarlijkse follow up-rapporten van de CFATF. Dat is voor de regering aanleiding geweest om een veelomvattend project op te zetten, met als doel om alle wet- en regelgeving van Sint Maarten overeenkomstig de 40 aanbevelingen aan te passen. De 40 aanbevelingen van de FATF vormen de basis voor de richtlijnen van de Europese Gemeenschappen tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Binnen het Koninkrijk der Nederlanden is alleen Nederland daaraan gehouden. Sint Maarten is verplicht om – als onderdeel van het Koninkrijk – te voldoen aan de aanbevelingen van de FATF en de overige verplichtingen die uit het lidmaatschap van het Koninkrijk van de FATF voortvloeien. Maar Sint Maarten is zelf geheel verantwoordelijk voor de uitvoering en de nodige aanpassingen van de eigen wet- en regelgeving. De aanpak van witwassen is van groot belang voor een effectieve bestrijding van allerlei vormen van ernstige criminaliteit. Het versluieren van de criminele herkomst van opbrengsten van misdrijven stelt daders van deze misdrijven immers in staat om buiten het bereik van opsporingsinstanties te blijven en ongestoord van het vergaarde vermogen te genieten. Het opgebouwde vermogen biedt hen tevens de gelegenheid om posities te verwerven in bonafide ondernemingen en om in landen waar de rechtsstaat onvoldoende is ontwikkeld, het gezag van de overheid te ondermijnen. Het is daarom cruciaal dat de kanalen waarlangs het witwasproces zich kan voltrekken worden beschermd tegen misbruik voor criminele doeleinden. Dit geschiedt door het creëren van transparantie in het financiële stelsel, het verrichten van gedegen cliëntenonderzoek en het melden van ongebruikelijke transacties. Het grote belang van de bestrijding van witwassen heeft ervoor gezorgd dat de maatregelen ter voorkoming van witwassen inmiddels zijn overgenomen in een groot aantal internationale verdragen die zijn gericht op de bestrijding van ernstige vormen van criminaliteit. Te noemen vallen onder andere het VN Verdrag tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (Trb. 2001, 68), het VN Verdrag tegen corruptie (Trb. 2004, 11) en het Raad van Europa Verdrag inzake witwassen, opsporing, inbeslagneming en confiscatie van opbrengsten van misdrijven en financiering van terrorisme (Trb. 2006, 104). Met de bepalingen in dit ontwerp van landsverordening wordt tevens uitvoering gegeven aan de verplichtingen inzake de preventie van witwassen die voortvloeien uit deze verdragen. Reeds vóór de aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten van Amerika is de FATF zich ook gaan richten op de bestrijding van de financiering van terrorisme. Voor de financiering van terroristische daden zal veelal van dezelfde kanalen gebruik worden gemaakt als bij witwassen het geval is. Op 9 december 1999 is in New York het Internationaal Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme tot stand gekomen. In artikel 2 van dat verdrag wordt als misdrijf aangemerkt een strafbaar feit als omschreven in de 9 internationale verdragen die zijn vermeld in de bijlage bij het verdrag. Voor een goed begrip wordt daarnaar verwezen3 http://wetten.overheid.nl/BWBV
- Sindsdien heeft de FATF in aanvulling op de bestaande aanbevelingen ter voorkoming van witwassen, negen speciale aanbevelingen over de bestrijding van de financiering van terrorisme en de proliferatie van massavernietigingswapens opgesteld. Deze speciale aanbevelingen zijn bij de grondige herziening van alle aanbevelingen in 2012 omgezet en geïntegreerd als ‘normale’ aanbevelingen. De kennis en ervaring die sinds het begin van de bestrijding van witwassen zijn opgedaan hebben de FATF in staat gesteld haar aanbevelingen aan te scherpen. Het betrof onder meer een uitbreiding van de reikwijdte van de maatregelen ter voorkoming van witwassen toen bleek dat witwassers als gevolg van het ingestelde toezicht op financiële instellingen uitweken naar andere sectoren van de economie. Ook is de reikwijdte van de aanbevelingen uitgebreid tot vrije beroepsbeoefenaren, zoals accountants, notarissen en advocaten. Deze beroepsbeoefenaren kunnen door de sleutelposities die zij innemen in het economische en maatschappelijke verkeer, betrokken raken bij pogingen om opbrengsten van misdrijven een ogenschijnlijk legale herkomst te geven. In 2017 is binnen de FATF overeenstemming bereikt over verduidelijking van de FATF-standaarden voor het delen van informatie over ongebruikelijke of verdachte transacties. Deze verduidelijking is tweeledig: ten eerste is verduidelijkt dat informatie over ongebruikelijke of verdachte transacties gedeeld kan worden binnen een financiële groep, inclusief dochters en bijkantoren, indien dit noodzakelijk is voor de beheersing van witwas- en terrorismefinancieringrisico’s4 Aanpassing van de toelichting bij Aanbeveling
- Ten tweede is verduidelijkt dat het delen van deze informatie binnen de groep voor dit doel niet in strijd is met de verplichting voor instellingen om de melding van een ongebruikelijke of verdachte transactie, of de informatie daaromtrent, geheim te houden (het verbod op ‘tipping off’)5 Aanpassing van Aanbeveling
- In 2018 betroffen de wijzigingen vooral privacybescherming in relatie tot cliëntonderzoeken6 Aanpassing van Aanbeveling 2, en de toevoeging van nieuwe definities van virtuele activa en van levering van virtuele valuta7 Aanpassing van Aanbeveling 15 en toevoeging van twee definities. Het nationale instrumentarium Het nationale instrumentarium ter bestrijding van witwassen is als gevolg van de beschreven internationale ontwikkelingen de afgelopen jaren eveneens enkele malen gewijzigd, en er zijn diverse ontwerpen van landsverordening reeds in procedure gebracht. De Landsverordening ID en de Landsverordening melding zagen bij inwerkingtreding voornamelijk op dienstverlening door financiële instellingen. Via wetswijzigingen is of wordt de werkingssfeer van de antiwitwaswetgeving echter uitgebreid tot casino’s, geldtransactiekantoren, effectenbeurzen, handelaren in goederen van grote waarde, makelaars en vrije beroepsbeoefenaren. De wijziging van de Landsverordening aanmeldingsplicht van grensoverschrijdende geldtransporten is bij de Staten ingediend. De eerste aanpassing van de Sanctielandsverordening, de nieuwe Landsverordening toezicht geldtransactiekantoren en een aanpassing van alle landsverordeningen betreffende het toezicht door de Centrale Bank op financiële instellingen zijn reeds medio 2017 aangenomen door de Staten. Voorts is overeenkomstig FATF-aanbeveling 29 een moderne regeling betreffende de instelling, bevoegdheden en toerusting van het MOT in een apart ontwerp van landsverordening opgenomen, met als doel om het MOT uit de organisatie van het Ministerie van Justitie te lichten, en in te richten als een zelfstandig bestuursorgaan – zoals aanbevolen door de Raad van Advies. Tot slot is de Landsverordening bestuurlijke handhaving na de goedkeuring door de Staten bekrachtigd, waardoor beter wordt voorzien in het toezicht en de handhaving van bedoelde landsverordeningen. Voor de inhoud van de Landsverordening ID en de Landsverordening melding heeft dit alles gevolgen gehad. De in deze landsverordeningen opgenomen voorschriften zijn in aantal gegroeid. Daarbij is evenwel de afwijkende systematiek van de Landsverordening ID en de Landsverordening melding in stand gebleven. Dit levert nu in de praktijk problemen op indien instellingen snel inzicht willen verkrijgen in de op hen van toepassing zijnde verplichtingen tot identificatie van cliënten en het melden van ongebruikelijke transacties. Daartoe dienen zij twee qua opzet verschillende landsverordeningen te raadplegen, alsmede de verschillende uitvoeringsbesluiten en –regelingen. Dit ontwerp van landsverordening strekt tot samenvoeging van de Landsverordening ID en de Landsverordening melding in één landsverordening. Deze samenvoeging biedt de mogelijkheid tot invoering van een uniforme regeling voor aanwijzing van de instellingen die cliëntenonderzoek moeten uitvoeren en onder de meldingsplicht vallen, alsmede voor het bewaren van gegevens en dergelijke voorschriften. Vanuit een oogpunt van overzichtelijkheid van de op de instellingen rustende verplichtingen is het niet wenselijk om de identificatie- en meldingsverplichtingen in twee afzonderlijke landsverordeningen te handhaven. Derhalve verdient het aanbeveling om beide landsverordeningen samen te voegen. Cliëntenonderzoek Het verrichten van cliëntenonderzoek draagt bij aan het herkennen en beheersen van risico’s die bepaalde cliënten of bepaalde soorten dienstverlening met zich meebrengen. Het vormt derhalve een belangrijk onderdeel van de maatregelen om witwassen en de financiering van terrorisme te voorkomen. Verschillende internationale gremia besteden al jaren specifiek aandacht aan de ontwikkeling van cliëntenonderzoek. Zo heeft het Basel Committee on Banking Supervision (het Bazels Comité) in oktober 2001 het rapport «Customer Due Diligence for banks» uitgebracht. De door het Bazels Comité voorgeschreven procedures voor cliëntenonderzoek hebben een bredere werkingssfeer dan dit ontwerp van landsverordening. Ze zijn gericht op het bevorderen van integriteit in de financiële sector in algemene zin. Dit voorstel richt zich echter specifiek op het cliëntenonderzoek en de melding van ongebruikelijke transacties ter voorkoming van witwassen en de financiering van terrorisme. De derde witwasrichtlijn van het Europees parlement en de raad van de Europese Unie van 20058 http://eurlex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2005:309:0015:0036:nl:PDF omvat wijzigingen met betrekking tot het cliëntenonderzoek en de mogelijkheid tot differentiatie daarbij. Instellingen in Nederland dienen in beginsel aan alle maatregelen van cliëntenonderzoek zoals voorgeschreven in deze richtlijn te voldoen, maar de intensiteit waarmee de maatregelen worden toegepast kan worden afgestemd op het risico dat een bepaald type cliënt, relatie, product of transactie oplevert. Sint Maarten is door de aansluiting bij de FATF verplicht dienovereenkomstige voorschriften in de wet- en regelgeving neer te leggen. Verder hebben instellingen, met inachtneming van de risicobenadering, de verplichting om de uiteindelijke belanghebbende van een transactie of een relatie te identificeren en zich te vergewissen van de structuur van de groep waartoe een cliënt behoort. Ook bestaat de verplichting om de activiteiten van de cliënt te controleren gedurende de relatie, informatie in te winnen bij aanvang van de relatie en in bepaalde gevallen de herkomst van gelden te achterhalen. Instellingen moeten extra maatregelen nemen indien een dienst wordt verleend aan zogenoemde “politiek prominente personen” (politically exposed persons, ook wel afgekort tot: PEP’s) en in andere gevallen waarin er een verhoogd risico bestaat op witwassen of de financiering van terrorisme. Bij minder kwetsbare dienstverlening mogen de maatregelen daarentegen soepeler worden toegepast. Het geheel wordt aangeduid als “cliëntenonderzoek op basis van een risicogeoriënteerde benadering”. Een en ander vindt zijn uitwerking in de artikelen omtrent een standaard cliëntenonderzoek, een verscherpt cliëntenonderzoek en een vereenvoudigd cliëntenonderzoek. Melding van ongebruikelijke transacties Een belangrijk onderdeel van de bestrijding van witwassen en de financiering van terrorisme is de verplichting om ongebruikelijke transacties te melden aan het MOT. Een gemelde transactie wordt door het MOT nader onderzocht. Indien dit onderzoek leidt tot het verdacht verklaren van de transactie wordt deze ter kennis gebracht van de opsporingsinstanties. Aldus kunnen meldingen van ongebruikelijke transacties leiden tot strafrechtelijk onderzoek naar witwassen of financiering van terrorisme. De verdachte transacties kunnen eveneens inzicht bieden in financiële handelingen die samenhangen met andere misdrijven en zodoende bijdragen aan het onderzoek naar deze misdrijven. Voor opsporingsinstanties bestaat tevens de mogelijkheid om via de officier van justitie het MOT vragen te stellen in het kader van een lopend strafrechtelijk onderzoek naar ernstige misdrijven. Naast de rol die de meldingsplicht kan spelen voor de opsporing van witwassen en de financiering van terrorisme, gaat van de meldingsplicht ook een belangrijke preventieve werking uit. Een persoon die van plan is om geld wit te wassen kan weten dat de bank een vermoeden van witwassen moet melden, waarna er een onderzoek volgt of de transactie ook inderdaad verdacht is. Die wetenschap kan hem ervan weerhouden om te proberen om zwart geld wit te wassen. De meldingsplicht geldt voor alle instellingen die zijn aangewezen in artikel 2 van dit ontwerp van landsverordening. Onder de meldingsplicht vallen derhalve financiële ondernemingen zoals kredietinstellingen, geldtransactiekantoren, levensverzekeraars, beleggingsondernemingen, beleggingsinstellingen en financiële dienstverleners. De meldingsplicht geldt ook voor een aantal niet-financiële instellingen, in het bijzonder belastingadviseurs, accountants, casino’s, handelaren in goederen die contant geld accepteren, trustkantoren, makelaars en juridische dienstverleners. Zogenoemde indicatoren geven nadere invulling aan de meldingsplicht. De indicatoren zijn neergelegd in de – begin 2016 herziene - Regeling indicatoren ongebruikelijke transacties van de Minister van Justitie9 Zie de Regeling indicatoren ongebruikelijke transacties; http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/historie/Sint%20Maarten/143506/143506_1.html. De indicatoren beschrijven de situaties waarin een transactie als ongebruikelijk moet worden aangemerkt. In voorkomende gevallen dient de instelling over te gaan tot melding van de transactie. De indicatoren worden onderscheiden in objectieve en subjectieve indicatoren. Objectieve indicatoren beschrijven een situatie waarin altijd dient te worden gemeld. Subjectieve indicatoren daarentegen scheppen een meldingsplicht op basis van de inschatting die de instelling zelf van een bepaalde situatie maakt. Verhouding tot andere regelgeving In de praktijk hebben financiële ondernemingen naast dit voorstel ook te maken met andere regelgeving met betrekking tot de integriteit van het financieel-economische verkeer. In deze paragraaf wordt kort aangegeven wat deze regelingen qua doel en inhoud van elkaar en van het onderhavige ontwerp van landsverordening doet verschillen. De betreffende regelingen zijn de Sanctielandsverordening, de acht landsverordeningen inzake het toezicht door de Centrale Bank op de financiële sector 10 Dit zijn de Landsverordening toezicht bank- en kredietwezen, de Landsverordening ondernemingspensioenfondsen, de Landsverordening toezicht verzekeringsbedrijf, de Landsverordening toezicht effectenbeurzen, de Landsverordening toezicht beleggingsinstellingen en administrateurs, de Landsverordening toezicht trustwezen, de Landsverordening assurantiebemiddelingsbedrijf en de Landsverordening toezicht geldtransactiekantoren., en de Landsverordening aanmeldingsplicht van grensoverschrijdende geldtransporten. Sinds oktober 2018 zijn in aanbeveling 15 onder financiële dienstverleners ook begrepen de dienstverleners die handelen in virtuele activa, ook wel crypto valuta genoemd. Bitcoin en Ethereum zijn daarvan de meest bekende voorbeelden. In opdracht van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten wordt thans een ontwerplandsverordening opgesteld om de handel in virtuele activa te regelen en aan het toezicht door de Centrale Bank te onderwerpen. Die landsverordening zal, evenals de andere toezichtlandsverordeningen, eveneens en gelijkluidend in Sint Maarten moeten worden vastgesteld. Naar verwachting zal bedoelde ontwerplandsverordening medio 2020 bij de Staten worden ingediend. De Sanctielandsverordening De Sanctielandsverordening neemt een aparte positie in. Zij heeft als doel om uitvoering te geven aan internationale sanctieregimes. Voor financiële instellingen behelst dit met name het bevriezen van tegoeden van personen of organisaties die door internationale organisaties zijn aangewezen. Sanctiemaatregelen zijn politieke beleidsinstrumenten van de Verenigde Naties en de Europese Unie. Het zijn dwingende, niet-militaire instrumenten die worden ingezet als reactie op onder andere schendingen van het internationale recht of van mensenrechten door regimes die rechtsstatelijke en democratische beginselen niet eerbiedigen, in een poging een kentering teweeg te brengen. Daarnaast vervullen sancties een rol in de bestrijding van terrorisme, vooral met sancties gericht tegen individuen en niet-statelijke entiteiten. Afgekondigde sancties zijn in alle gevallen een objectieve indicator voor een melding aan het MOT van een voorgenomen transactie als een ongebruikelijke transactie 11 Zie de Regeling indicatoren ongebruikelijke transacties; http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/historie/Sint%20Maarten/143506/143506_1.html. Sanctiemaatregelen berusten vaak op een resolutie van de VN-Veiligheidsraad. Sanctiemaatregelen kunnen echter ook een autonome grondslag binnen de Europese Unie hebben. De meest voorkomende sancties zijn: wapenembargo’s en handelsrestricties; financiële sancties (bevriezing van tegoeden); en, reis- en visumrestricties. Sint Maarten is gehouden internationale sancties te implementeren op grond van artikel 25 van het Handvest van de Verenigde Naties en artikel 3 van het Statuut van het Koninkrijk. Daartoe is in 1997 de Sanctielandsverordening vastgesteld. De effectiviteit van sancties als instrument van internationaal beleid verlangt dat implementerende nationale wetgeving subiet tot stand komt. In de FATF-aanbevelingen wordt deze eis met de woorden ‘without delay’ aangeduid. In de follow-up rapporten van de CFATF is meermalen geconstateerd dat de in de Sanctielandsverordening gehanteerde systematiek niet voldeed In de praktijk bleken de meeste sancties niet te gelden in Sint Maarten. Aan deze uiterst onwenselijke situatie is voorlopig een eind gekomen door de Sanctieregeling van 23 juni 2015 12 Zie www.sintmaartengov.org onder Laws/search engine . Teneinde een mogelijke herhaling te voorkomen, is een wijziging van de Sanctielandsverordening in procedure gebracht, met als oogmerk dat internationale sancties in alle gevallen ‘without delay’ 13 In juni 2017 heeft de FATF de volgende verklaring van dit woord vastgesteld. Het woord ‘onverwijld’ betekent idealiter binnen een paar uren na een aanwijzing door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties of zijn relevante sanctiecommissie (bijvoorbeeld het Comité 1267, het Comité 1988, of het 1718 Sanctiecomité). Voor de toepassing van Resolutie S/RES/1373
(2001)betekent het woord ‘onverwijld’ dat er redelijke gronden of een redelijke grondslag moet zijn om te vermoeden of te geloven dat een persoon of entiteit een terrorist is, of dat iemand terrorisme of een terroristische organisatie financiert. In beide gevallen moet het woord ‘onverwijld’ worden geïnterpreteerd in de context van de noodzaak om de vlucht of het verdwijnen van middelen of andere activa die verband houden met terroristen, terroristische organisaties, degenen die terrorisme financieren, of met de financiering van proliferatie van massavernietigingswapens, te voorkomen vanwege de noodzaak van mondiale, gecoördineerde actie om deze te verbieden en het verplaatsen ervan op korte termijn te verstoren. bij ministeriële regeling kunnen worden uitgevaardigd. Bedoelde ontwerplandsverordening is gepubliceerd in Afkondigingsblad 2017, no. 25, en is op 5 augustus 2017 inwerking getreden. Tegelijkertijd heeft de Minister van Justitie op basis van de gewijzigde Sanctielandsverordening een geheel nieuwe Sanctielandsregeling 14 http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Sint%20Maarten/475646/475646_1.html tot stand gebracht. Deze is op 8 augustus 2017 inwerking getreden. Daarmee voldoet Sint Maarten nog niet aan de in 2015 opnieuw vastgestelde (en in 2017 geüpdatete) tekst van de FATF aanbevelingen 5 tot en met 7. Zo wordt onvoldoende rekening gehouden met de proliferatie van massavernietigingswapens, de variëteit in verschillende nationale sanctiemaatregelen, de verplichting voor dienstverleners die uitvoering geven aan een sanctiemaatregel om het MOT daarover in te lichten, de mogelijkheid van bezwaar en beroep tegen een sanctiemaatregel en een vrijwaring van de dienstverleners die te goeder trouw uitvoering geven aan een sanctiemaatregel. Deze aanvullende wijzigingen van de Sanctielandsverordening zijn opgenomen in artikel 34 van dit ontwerp van landsverordening. De toezicht landsverordeningen Het belangrijkste verschil tussen de toezicht landsverordeningen en dit ontwerp van landsverordening is gelegen in de doelstelling en het toepassingsbereik. Bij de toezicht landsverordeningen gaat het om regelgeving ter bevordering van integriteit van dienstverlening, gericht op onderdelen van de financiële sector en activiteiten van financiële instell