{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">of verdere maatregelen of voorzieningen nodig zijn in het belang van het herstel van zijn gezondheid, dan wel in het belang van het behoud, het herstel of de bevordering van zijn arbeidsgeschiktheid; wanneer en in welke mate de vervulling van de betrekking kan worden hervat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de redenen van medisch onderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen aanspraak op doorbetaling bezoldiging</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-13-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:13:1</span><span class=\"lf-art-t\">Geen aanspraak op doorbetaling bezoldiging als bedoeld in artikel 7:3 bestaat:</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">indien blijkens het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 7:12 , sprake is van een omstandigheid waarbij de ambtenaar opzettelijk de verhindering tot het vervullen van zijn betrekking heeft veroorzaakt, tenzij de ambtenaar daarvan op grond van zijn geestelijk toestand geen verwijt kan worden gemaakt; indien de verhindering wegens ziekte zich voordoet binnen een half jaar na de in artikel 2:3 , eerste lid, bedoelde geneeskundige keuring en alsdan blijkt dat de ambtenaar hierbij onjuiste informatie omtrent zijn gezondheidstoestand heeft verstrekt of gegevens heeft verzwegen, ten gevolge waarvan de verklaring dat tegen de vervulling van zijn betrekking uit medisch oogpunt geen bezwaren bestaan, ten onrechte is afgegeven, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Staken van doorbetaling de bezoldiging</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-13-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:13:2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De doorbetaling van de bezoldiging, bedoeld in artikel 7:3 , wordt gestaakt, indien en voor zolang de ambtenaar: weigert de in artikel 7:12 neergelegde verplichting tot het verlenen van medewerking aan een door of vanwege de arbo-dienst in te stellen medische onderzoek na te komen; blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek ten onrechte heeft nagelaten zich onder geneeskundige behandeling te stellen of te blijven stellen; blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek de voorschriften van de behandelende arts niet opvolgt, met uitzondering van voorschriften om mee te werken aan een ingreep van heelkundige aard; zich blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek schuldig maakt aan gedragingen waardoor zijn genezing wordt belemmerd of vertraagd; er de oorzaak van is dat het arbeidsgezondheidskundig onderzoek door een door de arbo-dienst aangewezen arts niet kan plaatshebben; tijdens de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht, tenzij dit door de arbo-dienst in het belang van zijn genezing wenselijk wordt geacht en het college daartoe toestemming heeft verleend; weigert mededeling te doen van inkomsten uit arbeid, die hij heeft in verband met het verrichten van door de arbo-dienst in het belang van zijn genezing wenselijk geachte arbeid voor zichzelf of derden; zijn arbeid verzuimt te hervatten op het door de arbo-dienst bepaalde tijdstip en in de door deze dienst bepaalde mate, indien zulks hem is opgedragen, tenzij hij daarvoor een door de arbo-dienst als geldig erkende reden heeft opgegeven; weigert om – op verzoek van het college – informatie te verstrekken die noodzakelijk is voor de uitvoering van dit hoofdstuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De doorbetaling van de bezoldiging vindt wel plaats indien de ambtenaar op grond van zijn geestelijke toestand geen verwijt kan worden gemaakt van het gedrag, genoemd in het eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sanctie bij nalatigheid algemene verplichtingen ambtenaar</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die zich niet houdt aan zijn verplichtingen, bedoeld in artikel 7:11 , eerste lid, onder c, wordt disciplinair gestraft wegens plichtsverzuim.</p>\n<p class=\"lf-p\">De doorbetaling van de bezoldiging, bedoeld in artikel 7:3 , wordt gestaakt, indien en voor zolang de ambtenaar: weigert mee te werken aan, door het college of een door hem aangewezen deskundige, gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen, als bedoeld in artikel 7:11 , eerste lid, onder a, die erop gericht zijn om de betrokkene in staat te stellen de eigen passende arbeid te verrichten; weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 7:11 , eerste lid, onder b. weigert aangeboden passende arbeid te verrichten, waartoe hij op grond van artikel 7:11 , tweede lid, verplicht is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De doorbetaling van de bezoldiging, als genoemd in het tweede lid, vindt wel plaats indien de ambtenaar op grond van zijn geestelijke toestand geen verwijt kan worden gemaakt van het gedrag, genoemd in het tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bezoldiging uitbetalen aan anderen en nabetaling aan ambtenaar</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-15-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:15:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan, indien daarvoor naar zijn oordeel bijzondere omstandigheden aanleiding geven, bepalen, dat de op grond van de artikelen 7:13:1 , 7:13:2 en 7:14 niet uitbetaalde bezoldiging, geheel of ten dele aan anderen dan de ambtenaar zal worden uitbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover het college van zijn in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, wordt de ingevolge de artikelen 7:13:1 , 7:13:2 en 7:14 niet uitbetaalde bezoldiging alsnog aan de ambtenaar uitbetaald wanneer de ambtenaar op grond van de second opinion die hij conform artikel 32 van de wet SUWI , heeft aangevraagd inzake het oordeel over de ongeschiktheid tot werken in het gelijk gesteld wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Herplaatsing in passende arbeid</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-16\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:16</span><span class=\"lf-art-t\">Passende arbeid, bedoeld in artikel 7:11, tweede lid, wordt de ambtenaar opgedragen:</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">door plaatsing in een andere betrekking voor tijdelijke duur, zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van de aanstelling; door plaatsing in een andere betrekking bij wijze van proef, zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van de aanstelling; bij een andere werkgever, door een tijdelijke detachering, zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van de aanstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na 24 maanden van ziekte wordt passende arbeid, bedoeld in artikel 7:11, tweede lid, aan de ambtenaar opgedragen door definitieve herplaatsing. Deze definitieve herplaatsing vindt plaats door wijziging van de aanstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarde voor definitieve herplaatsing van de ambtenaar die ziek is geworden op of na 1 juli 2007 en die minder dan 35% arbeidsongeschikt is, is in de periode van 12 maanden na de periode van 24 maanden, bedoeld in het tweede lid, dat de ambtenaar met de passende arbeid zijn volledige restverdiencapaciteit benut.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarde voor definitieve herplaatsing van de ambtenaar die ziek is geworden op of na 1 juli 2007 en die 35% of meer, maar minder dan 80% arbeidsongeschikt is, is in de periode van 12 maanden na de periode van 24 maanden, bedoeld in het tweede lid, dat de ambtenaar met de passende arbeid 50% van zijn restverdiencapaciteit of meer benut.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van het eerste tot en met vierde lid wordt onder een andere betrekking mede verstaan het verrichten van dezelfde werkzaamheden onder andere voorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het bepalen van de periode van 24 respectievelijk 12 maanden worden perioden van ongeschiktheid voor de vervulling van de betrekking tengevolge van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de periode van het zwangerschaps- of bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het bepalen van de periode van 24 respectievelijk 12 maanden worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid in dit geval redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">De termijn van 24 maanden wordt verlengd: met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de WIA en met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 25, negende lid, van de WIA heeft vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar verleent alle medewerking en verstrekt alle informatie die nodig is om de restverdiencapaciteit vast te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Terugkeer in betrekking na ziekte</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:17</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van de ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is zijn betrekking te vervullen, kan worden bepaald dat hij zijn betrekking slechts weer zal mogen vervullen, indien het college daarvoor toestemming heeft verleend, onder bepaling van de mate waarin de hervatting kan geschieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten behoeve van de bepaling van het eerste lid zal mede worden gelet op het advies van de arbo-dienst of van het UWV.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde toestemming is in ieder geval vereist indien de ambtenaar gedurende meer dan een jaar volledig verhinderd is geweest zijn betrekking te vervullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inkomsten uit of in verband met arbeid</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-18\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:18</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot het in mindering brengen van inkomsten uit passende arbeid of werkzaamheden in het kader van de reïntegratie op de bezoldiging.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-5\"><span class=\"lf-art-num\">§ 5</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere situaties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Inkomsten andere betrekking in mindering brengen op bezoldiging</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-18-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:18:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar tijdens de verhindering tot het vervullen van zijn betrekking, op grond van een aan het college uitgebracht advies door de arbo-dienst of door het UWV, in het belang van zijn genezing of zijn reïntegratie, dan wel in het kader van herplaatsing wenselijk geachte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht, worden de inkomsten uit deze arbeid in mindering gebracht op de bezoldiging waar de ambtenaar recht op heeft krachtens artikel 7:3 .</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot de in het eerste lid bedoelde inkomsten wordt tevens gerekend een herplaatsingstoelage, toegekend op grond van hoofdstuk 12 van het pensioenreglement, alsmede elke andere toelage, onder welke benaming ook, die geacht kan worden betrekking te hebben op arbeid bedoeld in het eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenloop van bezoldiging bij ziekte met ZW-uitkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-19\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:19</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar ter zake van de desbetreffende ongeschiktheid tot het verrichten van zijn werk recht heeft op een ZW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3 , recht heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar geen ZW-uitkering aanvraagt binnen de in de ZW gestelde termijnen en dit aan zijn schuld of toedoen te wijten is, wordt voor de periode dat hij dientengevolge geen ZW-uitkering ontvangt, voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een volledige ZW-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door de ambtenaar de ZW-uitkering vermindering ondergaat, aan de ambtenaar een boete wordt opgelegd, dan wel het recht op de ZW-uitkering geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit aan zijn schuld of toedoen te wijten is, wordt voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een volledige ZW-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar verleent op verzoek van het college alle medewerking aan het via het college tot uitbetaling laten komen van de ZW-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ZW-uitkering meer bedraagt dan het bedrag waarop de ambtenaar op grond van artikel 7:3 recht heeft, wordt het meerdere aan de ambtenaar uitbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenloop van bezoldiging bij ziekte met een WW-uitkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-20\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:20</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar ter zake van de dienstbetrekking waarbij de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn werk is ontstaan, recht heeft op een WW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3 , recht heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenloop van bezoldiging bij ziekte met uitkering op grond van de WIA</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-21\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:21</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar ter zake van de desbetreffende verhindering tot het vervullen van zijn betrekking recht heeft op een WGA- of een IVA-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3 recht heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de ambtenaar recht heeft op een IVA-uitkering dan wel een WGA-uitkering in verband met volledige, maar niet duurzame arbeidsongeschiktheid, heeft de ambtenaar ten minste recht op een bedrag ter hoogte van deze IVA- of WGA-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar recht heeft op een WGA- of een IVA-uitkering uit hoofde van twee of meer dienstbetrekkingen, wordt die uitkering naar rato van de bezoldiging uit de verschillende functies, in mindering gebracht op de dienstbetrekking op grond waarvan de bezoldiging wordt doorbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar geen WGA- of IVA-uitkering aanvraagt binnen de in de WIA gestelde termijnen en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de periode dat hij dientengevolge geen WGA- of IVA-uitkering ontvangt, voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een IVA-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door de ambtenaar niet kan worden vastgesteld of de ambtenaar in aanmerking komt voor een WGA- of een IVA-uitkering en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een IVA-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door betrokkene de WGA- of IVA-uitkering vermindering ondergaat, dan wel het recht daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de toepassing van dit artikel uitgegaan van de WGA- of IVA-uitkering zoals die werd genoten voor vermindering of gehele of gedeeltelijke weigering van het bedrag plaatsvond.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar verleent op verzoek van het college alle medewerking aan het via het college tot uitbetaling laten komen van de WGA- of IVA-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovenwettelijke aanvulling Pensioenreglement</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-22\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:22</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 7:21 is van overeenkomstige toepassing, wanneer de ambtenaar in aanvulling op de WGA- of IVA-uitkering, bedoeld in artikel 7:21 , recht heeft op een bovenwettelijke aanvulling op grond van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.</p>\n<p class=\"lf-p\">WAJONG/WAZ</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-23\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:23</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar op grond van zijn arbeidsongeschiktheid recht heeft op een WAJONG- of WAZ-uitkering, worden deze uitkeringen voor de toepassing va dit hoofdstuk gelijkgesteld met een uitkering op grond van de WIA.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-23-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:23:1</span><span class=\"lf-art-t\">[ vervallen ]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-6\"><span class=\"lf-art-num\">§ 6</span><span class=\"lf-art-t\">Ziektekosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zorgverzekering artikel 7:24 De VNG sluit voor de zorgverzekering van gemeenteambtenaren, postactieven en inactieven een overeenkomst als bedoeld in artikel 18 van de Zorgverzekeringswet .</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegemoetkoming ziektekosten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-24a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:24a</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar, die een aanvullende verzekering Extra Zorg 3 of Extra Zorg 4 bij IZA Zorgverzekeraar NV, of Mijn Keuze 3 of Mijn Keuze 4 bij Zilveren Kruis Achmea heeft, heeft recht op een tegemoetkoming in zijn ziektekosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tegemoetkoming in ziektekosten wordt eenmaal per kalenderjaar in de maand december uitbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij indiensttreding op of na 1 januari van een kalenderjaar heeft de ambtenaar naar evenredigheid recht op een tegemoetkoming in ziektekosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoogte tegemoetkoming</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De tegemoetkoming in de ziektekosten is € 168,= per jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tegemoetkoming in de ziektekosten is € 296,= per jaar als het salaris van de ambtenaar maal de deeltijdfactor lager is dan of gelijk is aan het bedrag dat hoort bij de hoogste periodiek van schaal 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die gedurende het jaar in dienst treedt of ontslagen wordt ontvangt een tegemoetkoming in de ziektekosten naar rato van de tijd dat hij in dienst is geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">De peildatum voor de vergelijking van het tweede lid is de maand december. Voor de ambtenaar die gedurende het jaar uit dienst treedt is de peildatum voor de vergelijking van het tweede lid de laatste maand dat de ambtenaar in dienst is geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meerdere dienstverbanden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25a</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar uit hoofde van een ander dienstverband een tegemoetkoming krijgt voor ziektekosten, wordt dit verrekend met de tegemoetkoming op grond van artikel 7:24a en artikel 7:25 . De ambtenaar is verplicht de gemeente te informeren, indien hij een dergelijke tegemoetkoming ontvangt uit hoofde van een andere dienstbetrekking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inhouding ziektekostenpremies</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25b</span><span class=\"lf-art-t\">[ vervallen ]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25:1</span><span class=\"lf-art-t\">[ vervallen ]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25:2</span><span class=\"lf-art-t\">[ vervallen ]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25:3</span><span class=\"lf-art-t\">[ vervallen ]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-25-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:25:4</span><span class=\"lf-art-t\">[ vervallen ]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-7\"><span class=\"lf-art-num\">§ 7</span><span class=\"lf-art-t\">Overige bepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsbepaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-26\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:26</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar of gewezen ambtenaar, die wegens ziekte op 31 december 2000 recht heeft op bezoldiging of uitkering op grond van dit hoofdstuk en waarvan de ziekte ook na deze datum voortduurt, blijven de bepalingen van dit hoofdstuk, zoals deze luidden op 31 december 2000 van kracht tot het moment dat de ziekte van de betrokkene eindigt, dan wel tot de dag met ingang waarvan de betrokkene recht krijgt op een uitkering krachtens de Ziektewet .</p>\n<p class=\"lf-p\">De betrokkene is verplicht de onverschuldigde betalingen aan hem, die op grond van dit artikel zijn verricht, terug te betalen, indien hem met terugwerkende kracht een uitkering krachtens de Ziektewet wordt toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Garantie-uitkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-27\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:27</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die herplaatst is op grond van artikel 7:6, tweede lid onder c, zoals dat luidde voor 1 januari 2003, heeft, indien naderhand maar voor 1 januari 2001, de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager niveau is vastgesteld, recht op een garantie-uitkering, indien hem geen aanvullende gangbare arbeid is aangeboden van een zodanige omvang dat hij in staat is om zijn toegenomen restverdiencapaciteit te benutten. Onder gangbare arbeid wordt in dit artikel verstaan alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe betrokkene in staat is, gezien zijn krachten en bekwaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De garantie-uitkering bedraagt te rekenen vanaf de datum van aanvang van de ziekte in de oorspronkelijke betrekking 18 maanden 100%, vervolgens 39 maanden 80% en daarna 33 maanden 70% van de bezoldiging die de ambtenaar genoot in de oorspronkelijke betrekking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de garantie-uitkering wordt in mindering gebracht hetgeen de ambtenaar ontvangt aan bezoldiging uit de betrekking waarin hij is herplaatst en, in voorkomend geval, met het recht op WAO-uitkering, invaliditeitspensioen, herplaatsingstoelage en inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf verkregen op of na de datum waarop de arbeidsongeschiktheid op een lager niveau is vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de betrokkene nalaat van de gelegenheid gebruik te maken die kan leiden tot het verkrijgen van gangbare arbeid, indien hij weigert gangbare arbeid te aanvaarden of indien hij opzettelijk inkomsten uit gangbare arbeid verloren laat gaan, wordt het bedrag van de garantie-uitkering verminderd met het bedrag van de verzuimde of de verloren gegane inkomsten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De garantie-uitkering eindigt: met ingang van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt; bij ontslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsartikel</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-28\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:28</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 is gelegen voor 1 januari 2004 zijn de artikelen 7:1 , 7:3 , 7:5 , 7:9 , 7:11 , 7:14 , 7:16 , 7:18 , 7:21 en 7:22 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 7:1, 7:3, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16, 7:18, 7:21 en 7:22 zoals die golden op 31 december 2005 , van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar, van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 is gelegen op of na 1 januari 2004 en die op grond van de WAO recht heeft op een WAO-uitkering, zijn de artikelen 7:1 , 7:5 , 7:9 , 7:11 , 7:14 , 7:16 en 7:21 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 7:1, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16 en 7:21, zoals die golden op 31 december 2005 , van toepassing, waarbij de verwijzing in artikel 7:21, eerste lid, naar artikel 7:3, eerste lid, gelezen moet worden als een verwijzing naar artikel 7:3, zoals dat luidt met ingang van 1 januari 2006 .</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college stelt per 1 januari 2006 voor de ambtenaren van wie de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel 7:3 , is gelegen op of na 1 januari 2004, de duur van de ongeschiktheid vast. De hoogte van de loondoorbetaling vanaf 1 januari 2006 wordt bij voortduring van de ongeschiktheid berekend op basis van het bepaalde in artikel 7:3 , eerste tot en met het vierde lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-28-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:28:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 is gelegen voor 1 januari 2004 is artikel 7:18:1 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, is artikel 7:18:1 zoals dat gold op 31 december 2005 , van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-28a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:28a</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 gelegen is voor 1 juli 2007 is artikel 7:16 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 gelegen is voor 1 juli 2007 is artikel 7:16, zoals dat gold op 30 juni 2008, van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-28b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:28b</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel 7:3, gelegen is voor 1 augustus 2008, is artikel 7:16 van toepassing, zoals dat gold op 30 november 2008.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitbetaling werkgeversbijdrage 2006</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-29\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:29</span><span class=\"lf-art-t\">[ vervallen ]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-29-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:29:1</span><span class=\"lf-art-t\">[ vervallen ]</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>ONTSLAG Ontslag op verzoek</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar ontslag verzoekt, wordt hem dit eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, kan worden aangehouden indien een ontslag op grond van artikel 8:13 overwogen wordt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-1-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:1:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het ontslag, bedoeld in artikel 8:1 , wordt niet verleend met ingang van een datum gelegen binnen een maand dan wel later dan drie maanden na de datum waarop het verzoek om ontslag is ingekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar dit verzoekt kan van het bepaalde in het eerste lid worden afgeweken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een strafrechtelijke vervolging tegen de ambtenaar aanhangig is of indien overwogen wordt hem in aanmerking te brengen voor disciplinaire straf kan het nemen van een beslissing op een verzoek om ontslag worden aangehouden totdat de uitspraak van de strafrechter of de beslissing inzake de disciplinaire straf onherroepelijk is geworden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag wegens het bereiken het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag waarop hij de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan een ambtenaar die voldoet aan de voorwaarden voor FPU, maar niet (geheel) gebruik maakt van dit recht, wordt eervol ontslag verleend met ingang van de eerste van de maand volgend op die waarin hij de 65-jarige leeftijd bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan in bijzondere gevallen, indien de ambtenaar hiermede instemt, van het bepaalde in het eerste lid afwijken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-2-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:2:1</span><span class=\"lf-art-t\">[ vervallen ]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-2a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:2a</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanstelling of arbeidsovereenkomst van de medewerker die na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd in dienst is getreden van de gemeente, alsmede de aanstelling of arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 8:2, derde lid, wordt beëindigd wanneer een van de partijen dat wenselijk acht. Hierbij wordt een opzegtermijn van één maand in acht genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag wegens reorganisatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend wegens opheffing van zijn betrekking of wegens verandering in de inrichting van het dienstonderdeel waarbij hij werkzaam is of van andere dienstonderdelen, dan wel wegens verminderde behoefte aan arbeidskrachten. Ontslag op grond van dit artikel wordt eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van dit artikel wordt, individuele gevallen uitgezonderd, ontslag verleend ingevolge een vooraf vastgesteld plan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-3-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:3:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Over het plan, bedoeld in artikel 8:3 , derde lid, wordt overleg gepleegd in de commissie bedoeld in artikel 12:1 , tweede lid. Daarna wordt het aan de betrokken ambtenaren medegedeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reorganisatieontslag kunstzinnige vorming</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-3-1a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:3:1a</span><span class=\"lf-art-t\">[ vervallen ]</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag wegens volledige arbeidsongeschiktheid</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:4</span><span class=\"lf-art-t\">Onder volledige arbeidsongeschiktheid wordt verstaan:</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">arbeidsongeschiktheid voor 80% of meer, waarbij recht bestaat op een WGA-uitkering; arbeidsongeschiktheid voor 80% of meer, waarbij recht bestaat op een IVA-uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van volledige ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking wegens ziekte. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ziekte mede verstaan gebreken. Het ontslag wordt eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag als bedoeld in het tweede lid mag slechts plaatsvinden indien er sprake is van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking wegens ziekte gedurende een periode van 24 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college betrekt bij het beoordelen van de vraag of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid het resultaat van de claimbeoordeling van de WIA en de resultaten van een mogelijke herbeoordeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college stelt de ambtenaar schriftelijk op de hoogte dat een ontslagprocedure als bedoeld in het tweede lid wordt ingesteld. Deze melding geschiedt op zijn vroegst vanaf de 21e maand na de eerste ziektedag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ontslagbesluit moet binnen één jaar na de datum van de meest recente WIA-beschikking zijn genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het ontslagbesluit niet binnen de termijn, bedoeld in het zesde lid, genomen is, moet het college, indien er geen overeenstemming bestaat over het ontslag, een deskundigenoordeel van UWV betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het bepalen van het in het derde lid bedoelde tijdvak van 24 maanden worden perioden van ongeschiktheid voor de vervulling van de betrekking tengevolge van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de periode van het zwangerschaps- of bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het bepalen van het in het derde lid bedoelde tijdvak van 24 maanden worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid in dit geval redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">De termijn van 24 maanden, als bedoeld in het derde lid wordt verlengd: met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de WIA en met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 25, negende lid, van de WIA heeft vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van gedeeltelijke ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking wegens ziekte. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ziekte mede verstaan gebreken. Het ontslag wordt eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een ontslag als bedoeld in het eerste lid mag slechts plaatsvinden indien: er sprake is van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking wegens ziekte gedurende een periode van 36 maanden; het na zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken de ambtenaar binnen de gemeentelijke dienst passende arbeid op te dragen, als bedoeld in artikel 7:9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college betrekt bij het beoordelen van de vraag of er sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid het resultaat van de claimbeoordeling op grond van de WIA en de resultaten van een mogelijke herbeoordeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college stelt de ambtenaar schriftelijk op de hoogte dat sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid op grond waarvan de ontslagprocedure als bedoeld in het eerste lid wordt ingesteld. Deze melding geschiedt op zijn vroegst vanaf de 33e maandna de eerste ziektedag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ontslagbesluit moet binnen één jaar na de datum van de meest recente WIA-beschikking zijn genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het ontslagbesluit niet binnen de termijn, bedoeld in het vijfde lid, genomen is, moet het college, indien er geen overeenstemming bestaat over het ontslag, een deskundigenoordeel van UWV betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het bepalen van het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde tijdvak van 36 maanden worden perioden van ongeschiktheid voor de vervulling van de betrekking tengevolge van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de periode van het zwangerschaps- of bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het bepalen van het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde tijdvak van 36 maanden worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid in dit geval redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">De termijn van 36 maanden, als genoemd in het tweede lid, onderdeel a, wordt verlengd: met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de WIA en met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 25, negende lid, van de WIA heeft vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien voor de ambtenaar buiten de gemeentelijke dienst passende arbeid als bedoeld in artikel 7:16, derde of vierde lid, aanwezig is, is ontslag vanaf 24 maanden na de eerste dag van ongeschiktheid op grond van dit artikel mogelijk. Bij het bepalen van de termijn van 24 maanden worden het zesde, zevende en achtste lid van artikel 7:16 overeenkomstig toegepast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-5a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:5a</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die ongeschikt is voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte of gebrek kan ontslag verleend worden indien hij zonder deugdelijke grond weigert: gevolg te geven aan door het college of een door hem aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften en mee te werken aan door het college of een door hem aangewezen deskundige getroffen maatregelen om hem in staat te stellen de eigen of passende arbeid te verrichten, als bedoeld in artikel 7:9 ; arbeid als bedoeld in artikel 7:11 , tweede lid te verrichten waartoe het college hem in de gelegenheid stelt; zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de WIA ; een uitkering op grond van de WIA aan te vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, wint het college een hierop betrekking hebbend advies van het UWV in.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-5-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:5:1</span><span class=\"lf-art-t\">[ vervallen ]</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking anders dan op grond van ziekten of gebreken. Ontslag op grond van dit artikel wordt eervol verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overige ontslaggronden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:7</span><span class=\"lf-art-t\">Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van:</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">verlies van een vereiste bij de aanstelling door het bestuursorgaan gesteld, tenzij het vereiste alleen bij aanvaarding van de betrekking geldt; aangaan van een graad van zwagerschap die de aanstelling in de betrekking zou uitsluiten; staat van curatele krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak; toepassing van lijfsdwang wegens schulden krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak; onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf wegens misdrijf; het verstrekken van onjuiste gegevens in verband met indiensttreding, tenzij hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-7-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:7:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behalve in het geval, bedoeld in artikel 8:7 , onder e, wordt een ontslag op grond van evengenoemd artikel eervol verleend. Het ontslag kan niet eerder ingaan dan op de dag volgende op die waarop de reden voor het ontslag voor het eerst aanwezig was.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een ambtenaar die vast is aangesteld kan eervol worden ontslagen op een bij het besluit omschreven grond, niet vallende onder de gronden in vorige artikelen van dit hoofdstuk genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-8-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:8:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De grond waarop het ontslag berust, dat is verleend ingevolge artikel 8:8 , wordt slechts op verzoek van de ambtenaar in het ontslagbesluit vermeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan de ambtenaar die in verband met de aanvaarding van een functie in een publiekrechtelijk college, waarin hij was benoemd of verkozen tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn ambt, wordt, indien hij ophoudt zodanige functie te bekleden en hij naar het oordeel van het college niet in actieve dienst kan worden hersteld, eervol ontslag verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag wegens Pré-vut</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:10</span><span class=\"lf-art-t\">[ vervallen ]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-10-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:10:1</span><span class=\"lf-art-t\">[ vervallen ]</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag wegens FPU</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan de ambtenaar die ontslag vraagt met het oog op een uitkering op grond van de FPU-regeling wordt eervol ontslag verleend indien het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel alsmede het bestuur van de Stichting pensioenfonds Abp op grond van een desbetreffende aanvraag hebben vastgesteld dat na te verlenen ontslag recht bestaat op een uitkering op grond van die regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid genoemde ontslag kan ook voor een gedeelte van de voor de ambtenaar geldende formele arbeidsduur per week worden verleend, tenzij de belangen van de dienst zich hiertegen verzetten. Het deeltijdontslag bedraagt ten minste 10% van de formele arbeidsduur per week. Het deeltijdontslag bedraagt telkenmale dat het wordt verleend, ten minste 10% van de oorspronkelijke formele arbeidsduur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-11-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:11:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het ontslag, bedoeld in artikel 8:11 , gaat eerst in met ingang van de dag waarop het recht op een uitkering ingevolge de FPU-regeling bestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde in artikel 8:1:1 is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag uit een tijdelijke aanstelling of tijdelijke urenuitbreiding</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor bepaalde tijd is van rechtswege ontslagen op de datum waarop die tijd verstrijkt. Indien na de datum, bedoeld in de eerste volzin, het dienstverband feitelijk wordt gehandhaafd zonder dat opnieuw een aanstelling is verleend, wordt de tijdelijke aanstelling geacht voor dezelfde tijd te zijn aangegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar met wie een urenuitbreiding voor bepaalde tijd is aangegaan, is, voor zover het die urenuitbreiding betreft, van rechtswege ontslagen op de datum dat de urenuitbreiding eindigt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor onbepaalde tijd kan ontslag worden verleend indien de omstandigheid die tot de aanstelling leidde is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar met wie een urenuitbreiding voor onbepaalde tijd is aangegaan, kan, voor zover het die urenuitbreiding betreft, ontslag worden verleend, indien de omstandigheid die tot de urenuitbreiding leidde, is vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ontslag als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid kan niet plaatsvinden wanneer de termijnen als genoemd in artikel 2:4 zijn overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan omtrent de opzegtermijnen voor het ontslag uit een tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd nadere regels stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tussentijds ontslag uit een tijdelijke aanstelling of urenuitbreiding</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-12-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:12:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar, bedoeld in artikel 8:12 , eerste en tweede lid, kan ook ontslag worden verleend op een van de andere gronden genoemd in dit hoofdstuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar, bedoeld in artikel 8:12 , derde en vierde lid, kan ook ontslag worden verleend op een van de andere gronden genoemd in dit hoofdstuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opzegtermijn bij beëindiging tijdelijke aanstelling of urenuitbreiding voor onbepaalde tijd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-12-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:12:2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een ontslag als bedoeld in artikel 8:12 , derde en vierde lid, wordt een opzegtermijn in acht genomen: van drie maanden, indien de tijdelijke aanstelling respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de opzegtermijn onafgebroken twaalf maanden heeft geduurd; van twee maanden, indien de tijdelijke aanstelling respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de opzegtermijn onafgebroken zes maanden of langer, doch korter dan twaalf maanden, heeft geduurd; van één maand, indien de tijdelijke aanstelling respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de opzegtermijn onafgebroken korter dan zes maanden heeft geduurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de tijd die aan de in het eerste lid bedoelde opzegtermijn mocht ontbreken, heeft de betrokkene recht op doorbetaling van de bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag als disciplinaire straf</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als disciplinaire straf kan aan de ambtenaar ongevraagd ontslag verleend worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontslagbescherming leden ondernemingsraad en vakorganisaties</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:14</span><span class=\"lf-art-t\">In dit artikel wordt verstaan onder:</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet:</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet op de ondernemingsraden ; ondernemingsraad: de ondernemingsraad zoals bedoeld in de wet ; ambtenaar: de persoon zoals bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet .</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag op grond van artikel 8:8 kan niet geschieden: wegens de plaatsing van de ambtenaar op een kandidatenlijst als bedoeld in artikel 9 van de wet ; wegens het lidmaatschap van een ondernemingsraad; wegens het lidmaatschap van een commissie bedoeld in artikel 15 van de wet ; van een ambtenaar die korter dan twee jaar geleden lid is geweest van een ondernemingsraad; van een ambtenaar die korter dan twee jaar geleden lid is geweest van een commissie bedoeld in artikel 15 van de wet .</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag op grond van artikel 8:8 kan niet geschieden wegens het feit dat de ambtenaar door een toegelaten organisatie als bedoeld in artikel 12:1 , derde lid, of door een daarbij aangesloten bond is aangewezen om bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen zijn centrale of een daarbij aangesloten bond c.q. binnen de organisatie van de werkgever, die er toe strekken de doelstellingen van zijn centrale van overheidspersoneel en de daarbij aangesloten bonden te ondersteunen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het gestelde in het tweede en derde lid kan ontslag op grond van artikel 8:8 plaatsvinden wanneer de betrokkene schriftelijk in het ontslag toestemt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ondernemer aan de ondernemingsraad een secretaris heeft toegevoegd, zijn de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing op die secretaris.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schorsing als ordemaatregel</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-15-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:15:1</span><span class=\"lf-art-t\">Onverminderd het bepaalde in artikel 16:1:2 kan de ambtenaar door het college worden geschorst:</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wanneer hem het voornemen tot bestraffing met onvoorwaardelijk ontslag is te kennen gegeven of hem van de oplegging van deze straf mededeling is gedaan; wanneer tegen hem volgens de terzake geldende bepalingen van het Wetboek van Strafvordering een bevel tot inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis wordt ten uitvoer gelegd; wanneer tegen hem een strafrechtelijke vervolging wegens misdrijf wordt ingesteld; in andere gevallen waarin schorsing wordt gevorderd door het belang van de dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het schorsingsbesluit bevat in ieder geval: een aanduiding van het tijdstip waarop de schorsing ingaat; een nauwkeurige aanduiding van de in het eerste lid bedoelde omstandigheid of omstandigheden welke tot de schorsing aanleiding heeft of hebben gegeven; een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de duur van de schorsing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-15-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:15:2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de schorsing ingevolge artikel 8:15:1 , eerste lid, onder b of c, kan de bezoldiging voor een derde gedeelte worden ingehouden; na verloop van een termijn van zes weken kan een verdere vermindering van het uit te keren bedrag, ook tot het volle bedrag van de bezoldiging, plaatsvinden, behoudens het bepaalde in het derde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de schorsing ingevolge artikel 8:15:1 , eerste lid, onder a, kan tot de in de strafaanzegging of –oplegging genoemde datum van ingang van het ontslag de bezoldiging geheel of gedeeltelijk worden ingehouden, behoudens het bepaalde in het derde lid. Met ingang van de datum van het ontslag wordt de uitkering van de bezoldiging geheel gestaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betaalbare gedeelte van de bezoldiging kan aan anderen dan de ambtenaar worden uitgekeerd. Gedurende de schorsingsperiode blijft de ambtenaar in ieder geval in het genot van een bedrag, gelijk aan het op hem verhaalbare gedeelte van de premies voor pensioen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ingevolge het eerste lid niet uitgekeerde bezoldiging wordt alsnog uitbetaald, indien de schorsing niet door een door de strafrechter opgelegde straf wordt gevolgd of ook indien en in zoverre op andere gronden alsnog tot uitbetaling wordt besloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ingevolge het tweede lid niet uitgekeerde bezoldiging wordt alsnog uitbetaald, indien op de schorsing bestraffing van de ambtenaar met onvoorwaardelijk ontslag niet volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bevoegdheid tot ontslagverlening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-15-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:15:3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ontslag wordt verleend door het bestuursorgaan dat bevoegd is tot aanstelling in de betrekking, laatstelijk door de ambtenaar vervuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het besluit tot het verlenen van ontslag wordt op schrift gesteld, met vermelding van de datum van ingang van het ontslag dan wel een omschrijving of aanduiding van die datum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval aan een ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor onbepaalde tijd ontslag wordt verleend, wordt de grond waarop het ontslag berust slechts op verzoek van de ambtenaar vermeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-16-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:16:1</span><span class=\"lf-art-t\">[ vervallen ]</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Overlijdensuitkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-16-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:16:2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De bezoldiging van de ambtenaar wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van het overlijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de ambtenaar wordt aan de weduwe, weduwnaar of geregistreerde partner een bedrag uitgekeerd gelijk aan de bezoldiging over een tijdvak van drie maanden vermeerderd met de vakantietoelage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als maatstaf bij de berekening van het in de vorige volzin bedoelde bedrag wordt in aanmerking genomen de voor de ambtenaar op de dag van overlijden geldende bezoldiging per maand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de overledene geen weduwe, weduwnaar of geregistreerde partner nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige wettige, natuurlijke en pleegkinderen. Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering, indien de overledene kostwinner was van ouders, meerderjarige kinderen, broeders of zusters, ten behoeve van deze betrekkingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de overledene geen betrekkingen, bedoeld in het tweede lid, nalaat, kan het daarbedoelde bedrag door het bevoegd bestuursorgaan geheel of ten dele worden uitgekeerd voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging, indien de nalatenschap van de overledene voor de betaling van die kosten ontoereikend is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de uitkering, bedoeld in het tweede lid, wordt in mindering gebracht het bedrag van de uitkering waarop de nagelaten betrekkingen van de ambtenaar ter zake van diens overlijden aanspraak kunnen maken krachtens enig wettelijk voorgeschreven verzekering tegen ziekte of arbeidsongeschiktheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-16-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:16:3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de maand waarin het overlijden van de ambtenaar plaatsvond en de daarop volgende drie maanden behouden de achterblijvende gezinsleden het gebruik van de dienstwoning waarin zij met de ambtenaar woonden. Daarvan kan echter worden afgeweken als het college dat in het belang van de dienst noodzakelijk acht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien door de ambtenaar voor het gebruik van de dienstwoning een vergoeding verschuldigd was, voldoen de achtergebleven gezinsleden deze over de tijd gedurende welke zij het gebruik van de woning behouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overlijdensuitkering bij een ongeval in en door de dienst</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-16a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:16a</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar overlijdt en zijn overlijden een rechtstreeks gevolg is van een ongeval in en door de dienst, dan wordt aan de weduwe, weduwnaar of geregistreerd partner een uitkering verstrekt. Indien de overledene geen weduwe, weduwnaar of geregistreerd partner nalaat, wordt de uitkering verstrekt aan de minderjarige wettige, natuurlijke en pleegkinderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitkering bedraagt één jaarbezoldiging, berekend over de 12 kalendermaanden onmiddellijk voorafgaande aan de maand van overlijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het college een verzekering heeft afgesloten die tot uitkering komt in geval de ambtenaar overlijdt als gevolg van een ongeval in en door de dienst, bedraagt de uitkering in afwijking van het tweede lid het bedrag waarvoor het college zich terzake heeft verzekerd, met een minimum van één jaarbezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedeeltelijk ontslag na terugbrengen formele arbeidsduur</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:17</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien door de werkgever de formele arbeidsduur per week gedeeltelijk wordt teruggebracht, al dan niet na een tijdelijke uitbreiding daarvan, dient dit te geschieden door een gedeeltelijk ontslag op grond van dit hoofdstuk, behalve in het geval van wijziging van de aanstelling op grond van artikel 7:16 .</p>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsbepaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-18\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:18</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking wegens ziekte, bedoeld in de artikelen 8:5 en 8:5a , is gelegen voor 1 januari 2004 zijn de artikelen 8:5 en 8:5a niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 8:5 en 8:5a, zoals die golden op 30 juni 2006 , van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar, van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking wegens ziekte, bedoeld in de artikelen 8:5 en 8:5a , is gelegen op of na 1 januari 2004, maar die op grond van de WAO recht hebben op een WAO-uitkering, zijn de artikelen 8:5 en 8:5a niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 8:5 en 8:5a, zoals die golden op 30 juni 2006 , van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-19\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:19</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking wegens ziekte, bedoeld in artikel 8:5, is gelegen voor 1 juli 2007 is artikel 8:5 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, is artikel 8:5, zoals dat gold op 30 juni 2008, van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-20\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:20</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel 7:3, gelegen is voor 1 augustus 2008, is artikel 8:4 of artikel 8:5 van toepassing, zoals dat gold op 30 november 2008.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>UITKERING FUNCTIONEEL LEEFTIJDSONTSLAG Ontslag wegens FLO</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan de ambtenaar aan wie ontslag wordt verleend op grond van het bepaalde in artikel 8:3 , zoals bedoeld in artikel 9:15 , wordt met ingang van de datum van het ontslag ten laste van de gemeente een maandelijkse uitkering toegekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-1-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:1:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onder gewezen ambtenaar wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaan de ambtenaar die aan zijn ontslag aanspraak kan ontlenen op een uitkering volgens de bepalingen van dit hoofdstuk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-1-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:1:2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De in artikel 8:3:1 , eerste lid bedoeld in artikel 9:15:1 , bedoelde datum van ingang van ontslag kan op verzoek van de ambtenaar, dan wel ingeval deze desgevraagd daarmee instemt voor de duur van ten hoogste een jaar, telkens met een periode van ten hoogste een jaar te verlengen, worden opgeschort, indien dit door het bestuursorgaan, bevoegd tot het verlenen van ontslag, in het belang van de dienst wordt geacht en de ambtenaar, blijkens de uitslag van een geneeskundig onderzoek, geestelijk en lichamelijk in staat kan worden geacht zijn betrekking te blijven vervullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar voor wie toepassing is gegeven aan het bepaalde in het eerste lid, blijkens de uitslag van een geneeskundig onderzoek tussentijds ongeschikt is geworden voor de verdere vervulling van zijn betrekking, kan hem ontslag worden verleend met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin de uitslag van het geneeskundig onderzoek te zijner kennis is gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedrag en duur</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De uitkering bedraagt gedurende 60 maanden aansluitend aan het ontslag 80% van de laatstelijk voor het ontslag van de ambtenaar aan diens betrekking verbonden bezoldiging vermeerderd met zoveel doch ten hoogste 10 malen 0,5% van die bezoldiging als het totaal aantal volle dienstjaren geldig voor pensioen krachtens het pensioenreglement op de dag van het ontslag meer dan 30 bedraagt. Vervolgens bedraagt de uitkering 70% van bedoelde bezoldiging, met dien verstande dat het bedrag van de uitkering niet lager is dan het bedrag van het pensioen waarop de gewezen ambtenaar recht zou hebben indien hij zou zijn gepensioneerd met ingang van de datum van zijn ontslag en in aanmerking zou zijn genomen de diensttijd bedoeld in artikel 5.4 van het pensioenreglement, welke hij bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar zal kunnen aanwijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder laatstelijk voor het ontslag aan de betrekking verbonden bezoldiging wordt voor de toepassing van deze regeling verstaan de bezoldiging als bedoeld in artikel 3:1 , vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 6:3 , berekend over een maand, en de eindejaarsuitkering bedoeld in artikel 3:6 , met dien verstande dat de vergoeding, bedoeld in artikel 3:3 en de prestatiebeloning slechts geacht worden te behoren tot de bezoldiging tot een bedrag dat overeenkomt met hetgeen in de twaalf maanden voorafgaande aan het ontslag gemiddeld per maand aan die vergoeding of beloning aan de gewezen ambtenaar is toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien in de laatstelijk voor het ontslag aan de betrekking verbonden bezoldiging uit anderen hoofde dan wegens periodieke verhogingen wijziging zou zijn gekomen wanneer de gewezen ambtenaar op deze bezoldiging in dienst zou zijn gebleven, geldt van de datum van in werking treden dier wijziging af het aldus gewijzigde bedrag als laatstelijk voor het ontslag aan de betrekking verbonden bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de uitkering wordt actuarieel neutraal herrekend indien de ambtenaar na 1 januari 2006 gebruik maakt van de mogelijkheid van artikel 9:1:2 , eerste lid om de ingang van het ontslag uit te stellen. Overschrijdt de uitkering de oude bezoldiging dan wordt het meerdere omgezet in ouderdoms- en nabestaandenpensioen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijdrage Vereveningsfonds FLO sector Gemeenten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:3</span><span class=\"lf-art-t\">In dit artikel wordt verstaan onder:</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vereveningsfonds: het Vereveningsfonds FLO sector Gemeenten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vereveningsregeling: de tijdelijke regeling die deel uitmaakt van de LOGA-overeenkomst met betrekking tot de financiering van het functioneel leeftijdsontslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenten zijn verplicht de in de Vereveningsregeling bedoelde bijdrage af te dragen aan het Vereveningsfonds voor alle bij hun in dienst zijnde personen voor wie premie ten behoeve van de FPU-regeling moet worden afgedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het tweede lid bedoelde bijdrage wordt voor de helft verhaald op de bij de instellingen in dienst zijnde personen voor wie premie ten behoeve van de FPU-regeling wordt afgedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenloop met FPU</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de datum van ontslag van de ambtenaar van 55 jaar of ouder gelegen is na 1 april 1997, is deze ambtenaar verplicht een uitkering krachtens de FPU-regeling aan te vragen. De uitkering als bedoeld in artikel 9:1 komt niet tot uitbetaling indien de ambtenaar geen toestemming verleent om de uitkering krachtens de FPU-regeling via de werkgever tot uitbetaling te laten komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de in het eerste lid bedoelde ambtenaar niet of niet tijdig de uitkering krachtens de FPU-regeling aanvraagt, en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt, voor de periode waarin hij dientengevolge voornoemde uitkering niet of niet volledig ontvangt, voor de toepassing van lid 3 van dit artikel rekening gehouden met de uitkering die hij vanaf de ontslagdatum zou hebben genoten, indien hij de voornoemde uitkering wel tijdig zou hebben aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitkering wordt, indien en voorzover recht daarop bestaat, verminderd met het bedrag van de uitkering krachtens de FPU-regeling, met dien verstande dat buiten beschouwing blijft dat gedeelte van de uitkering krachtens de FPU-regeling dat gebaseerd is op een individuele opbouw krachtens artikel 16.2, 16.3 of 16.4 van het pensioenreglement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door de in het tweede lid bedoelde ambtenaar, de uitkering krachtens de FPU-regeling geheel of ten dele vervallen wordt verklaard dan wel geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt deze uitkering voor de toepassing van lid 3 van dit artikel geacht onverminderd te zijn genoten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verrekening inkomsten uit of in verband met arbeid</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-4-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:4:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een gewezen ambtenaar, die aan deze regeling recht op uitkering kan ontlenen, inkomsten geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid, waaronder mede wordt verstaan een uitkering krachtens de WAJONG of de WAZ, of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de datum waarop zijn ontslag is ingegaan, wordt op de uitkering een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmede de inkomsten en de onverminderde uitkering krachtens artikel 9:2 samen de laatstelijk genoten bezoldiging te boven gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen gedurende verlof, vakantie of non-activiteit, onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag ter zake waarvan hem de uitkering krachtens deze regeling is toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de gewezen ambtenaar op of na de dag, bedoeld in het eerste lid, inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf ter hand genomen vóór evenbedoelde dag, is ten aanzien van die inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing. De hierbedoelde vermindering vindt echter niet plaats indien de inkomsten of hogere inkomsten het gevolg zijn van algemene loonsverhogingen, of indien de gewezen ambtenaar aannemelijk maakt dat die inkomsten niet het gevolg zijn van verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken, verband houdende met het ontslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden niet verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als gratificatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-4-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:4:2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Van het ter hand nemen van enige arbeid of bedrijf doet de gewezen ambtenaar onverwijld mededeling aan het college. Daarbij doet hij, voor zover mogelijk, opgave van de inkomsten, die hij uit dien hoofde zal verwerven; hij is verplicht om, indien die inkomsten tijdelijk of blijvend wijziging ondergaan, daarvan tijdig voor het verschijnen van de eerstvolgende uitkeringstermijn nadere opgave te doen. Zijn de inkomsten niet vooraf op te geven, dan doet hij tijdig vóór het verschijnen van elke uitkeringstermijn opgave van de inkomsten die hij sedert het ter hand nemen van de werkzaamheden of sinds de vorige opgave heeft genoten. Brengt echter de aard der werkzaamheden mede dat de inkomsten over een langere termijn moeten worden berekend, dan geschiedt de opgave over die langere termijn en kan op de uitkering een voorlopige vermindering worden toegepast naar een geraamd bedrag van die inkomsten, onder voorbehoud van nadere verrekening aan het einde van evenbedoelde termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de arbeid of bedrijf en de inkomsten daaruit, bedoeld in artikel 9:4:1 , tweede en derde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de gewezen ambtenaar de verplichtingen, genoemd in het eerste lid, niet of niet volledig nakomt, kan het college bepalen dat de uitkering, zolang zulks niet het geval is, niet of slechts gedeeltelijk wordt uitbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gewezen ambtenaar wordt geacht door het aanvaarden van de uitkering er in te bewilligen dat zij die daarvoor naar het oordeel van het college in aanmerking komen, de inlichtingen verstrekken welke voor de uitvoering van deze regeling noodzakelijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenloop met aanspraken uit hoofde van ziekte of ongeval</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-4-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:4:3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van hem die aan deze regeling recht op uitkering ontleent en die na zijn ontslag uit hoofde van ziekte of ongeval nog aanspraken in verband met de dienstbetrekking waaruit hij is ontslagen heeft of verkrijgt, wordt de uitkering tot het einde van de periode waarover die aanspraken bestaan, verminderd met het bedrag daarvan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pensioenopbouw vanaf 62 jaar</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de gewezen ambtenaar bij het bereiken van de leeftijd van 62 jaar gebruik maakt van de mogelijkheid die artikel 16.3 van het pensioenreglement biedt tot vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw, worden de kosten van deze vrijwillig voortzetting gedragen door de gemeente voor zover het pensioenopbouw voor de helft betreft, met dien verstande dat per 1 januari 2007 30% van het bedrag van de premie dat door de werkgever afgedragen zou moeten worden, indien de gewezen ambtenaar nog verplicht pensioen zou opbouwen, voor rekening blijft van de gewezen ambtenaar. De kosten van een vrijwillige aanvullende deelname waardoor de pensioenopbouw voor meer dan de helft plaats vindt, komen volledig ten laste van de gewezen ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De werkgever stelt de ambtenaar in de drie maanden voor zijn ontslag schriftelijk op de hoogte van: de mogelijkheid om ook na het bereiken van de leeftijd van 62 jaar de pensioenopbouw voort te zetten op basis van artikel 16.3 van het pensioenreglement; dat indien de gewezen ambtenaar van de onder a weergegeven mogelijkheid gebruik maakt om voor de helft pensioen te blijven opbouwen dit niet leidt tot extra kosten in vergelijking tot de situatie zoals die gold voor de gewezen ambtenaar voordat hij de leeftijd van 62 jaar bereikte als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 9:5 lid 1; de termijn waarbinnen een schriftelijk verzoek van de gewezen ambtenaar om gebruik te maken van de mogelijkheid die artikel 16.3 van het pensioenreglement bieden, ingediend moet zijn bij het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP; de mogelijkheid dat de gewezen ambtenaar op zijn verzoek bij de indiening van de aanvraag wordt ondersteund door de werkgever.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanschrijving bedoeld in het eerste lid wordt herhaald in de drie maanden voor de dag dat de ambtenaar de leeftijd van 62 jaar bereikt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-6-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:6:1</span><span class=\"lf-art-t\">[ vervallen ]</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verval van uitkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-7-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:7:1</span><span class=\"lf-art-t\">De uitkering vervalt:</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">met ingang van de dag, volgende op die waarop de gewezen ambtenaar is overleden; op de datum waarop de gewezen ambtenaar de leeftijd van 65 jaren bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitkering kan geheel of ten delen vervallen worden verklaard indien de gewezen ambtenaar zich naar het oordeel van het college zodanig gedraagt, dat hij, ware hij in dienst gebleven, zou zijn ontslagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overlijdensuitkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-8-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:8:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de gewezen ambtenaar heeft de weduwe, weduwnaar of geregistreerde partner die krachtens het pensioenreglement recht heeft op een nabestaandenpensioen, recht op een bedrag gelijk aan de bezoldiging bedoeld in artikel 9:2 over een tijdvak van drie maanden welk bedrag in voorkomend geval wordt verminderd met de uitkering bij overlijden krachtens de FPU-regeling. Wordt geen weduwe, weduwnaar of geregistreerde partner als bedoeld in de vorige volzin nagelaten, dan verkrijgen de minderjarige kinderen van de overledene recht op bedoelde uitkering. Ontbreken ook zodanige kinderen, dan hebben, indien de overledene kostwinner was van ouders, meerderjarige kinderen, broers of zusters, deze betrekkingen recht op bedoelde uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Laat de overledene geen betrekkingen na die krachtens het eerste lid recht hebben op de uitkeringen als in dat lid bedoeld, dan kan dit bedrag door het college geheel of ten dele worden aangewend voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging.</p>\n<p class=\"lf-p\">FLO-betrekkingen en leeftijdsgrenzen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-9-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:9:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In een nader vast te stellen regeling wordt bepaald welke leeftijdsgrenzen gelden voor de vervulling van de daarbij vermelde betrekkingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingangsdatum ontslag wegens FLO</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-10-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:10:1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien een ambtenaar die een betrekking vervult als in artikel 9:9:1 genoemd op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling de leeftijdsgrens als genoemd in dat artikel reeds heeft bereikt, wordt hem eervol ontslag verleend met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin deze regeling in werking treedt, tenzij overeenkomstige toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 9:1:2 , eerste lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:11</span><span class=\"lf-art-t\">[ vervalen ]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die op 1 januari 2006 of daarna FLO-ontslag wordt verleend en die recht heeft op een uitkering op grond van dit hoofdstuk, heeft totdat het FLO-overgangsrecht is vastgesteld recht op een maandelijkse uitkering waarvan het bedrag berekend wordt op basis van de bepalingen van dit hoofdstuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Slotbepaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ambtenaren aan wie op of na 1 januari 2006 FLO-ontslag is verleend en die op grond van artikel 9:12 een maandelijkse uitkering hebben ontvangen, worden met ingang van 1 juli 2006 geacht te zijn ontslagen op grond van artikel 8:11 en worden onder de werking van hoofdstuk 9b gebracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met ingang van 1 juli 2006 kan ambtenaren op grond van dit hoofdstuk geen uitkering meer verleend worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdelijke regeling ambtenaren geboren vóór 1950 die werkzaam zijn in een betrekking bij het gemeentelijk stadsvervoer, waarvoor door het college krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, leeftijdsgrenzen zijn bepaald</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-15\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:15</span><span class=\"lf-art-t\">[ vervallen ]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-15-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:15:1</span><span class=\"lf-art-t\">[ vervallen ]</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-16\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:16</span><span class=\"lf-art-t\">[ vervalen ]</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">9a. AMBTENAREN DIE VANAF 1 JANUARI 2006 IN DIENST ZIJN GETREDEN OP EEN BEZWARENDE FUNCTIE Algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die vanaf 1 januari 2006 in dienst is getreden op een bezwarende functie, die op 31 december 2005 recht gaf op functioneel leeftijdsontslag op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005 .</p>\n<p class=\"lf-p\">Definities</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: bezwarende functie: een betrekking met een hoge belasting door het frequent draaien van piket of het werken in roosterdiensten en deelname aan daaruit voortvloeiende werkzaamheden in de uitruk met als gevolg een verhoogde kans op gezondheidsklachten; de tweede loopbaan: iedere functie binnen de organisatie van de gemeente of buiten de organisatie van de gemeente die, in het kader van het loopbaanplan, volgt op de bezwarende functie en die past bij de richting zoals afgesproken is in het loopbaanplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Medische keuring</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[ vervallen ] Het loopbaanplan</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar blijft maximaal 20 jaar werkzaam in een bezwarende functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar heeft recht op een loopbaanplan, waardoor het de ambtenaar mogelijk is na maximaal 20 jaar gewerkt te hebben in de bezwarende functie een tweede loopbaan te beginnen binnen of buiten de gemeentelijke dienst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van hoofdstuk 17 gelden voor de ambtenaar de volgende bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college en de ambtenaar leggen in een persoonlijk loopbaanplan de afspraken vast over de loopbaanontwikkeling en de vereiste kennis en vaardigheden, alsmede de in dat kader door de ambtenaar te volgen opleiding en de te ondernemen activiteiten, die nodig zijn om na maximaal 20 jaar gewerkt te hebben in een bezwarende functie een tweede loopbaan te beginnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het loopbaanplan omvat in ieder geval die opleidingselementen die nodig zijn om de ambtenaar die bij de brandweer werkzaam is, in 20 jaar op te leiden tot MBO-niveau. Hierbij moet het gaan om opleidingen die extern erkend worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college en de ambtenaar zijn verplicht medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van het loopbaanplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het loopbaanplan wordt in het jaar van indiensttreding opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het loopbaanplan wordt ten minste een keer per drie jaar geëvalueerd, geactualiseerd en zonodig bijgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het loopbaanplan wordt rekening gehouden met zowel de belangen van het college als met de belangen van de ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het loopbaanplan worden afspraken vastgelegd met betrekking tot benodigd verlof en eventuele verdere medewerking van het college die de ambtenaar in staat moeten stellen de gemaakte afspraken uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kosten die gemaakt zullen worden in het kader van de in het loopbaanplan opgenomen opleiding en activiteiten worden door het college vergoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het loopbaanplan worden, indien mogelijk, ten aanzien van de activiteiten en de opleiding in ieder geval de volgende aspecten vastgelegd: het aanspreekpunt binnen de organisatie; het beroep of de richting die als tweede loopbaan gekozen wordt; de keuze van opleidingsvorm of het instituut, waar de activiteit plaatsvindt; de te maken kosten; de start- en einddatum van de te ondernemen activiteit of de te volgen scholing; de te maken voortgang binnen de activiteit of scholing; de minimaal te behalen resultaten van de activiteit of scholing; de planning van vervolgafspraken; de omstandigheden onder welke een te volgen opleiding of te ondernemen activiteit kan worden onderbroken of gestopt; eventuele andere onderwerpen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de gemaakte afspraken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Terugbetaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die evident misbruik maakt van de loopbaanfaciliteiten die het college biedt, is verplicht de kosten, verband houdende met de activiteiten dan wel opleidingen, die door het college zijn vergoed, terug te betalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede loopbaan binnen / buiten de gemeentelijke dienst</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsing van een ambtenaar in het kader van de tweede loopbaan binnen of buiten de gemeentelijke dienst vindt definitief plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Definitieve plaatsing binnen de gemeentelijke dienst vindt plaats door aanpassing van de aanstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Definitieve plaatsing buiten de gemeentelijke dienst vindt plaats door ontslag op grond van artikel 8:1 uit de bezwarende functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Disciplinaire straf</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die de verplichtingen, zoals neergelegd in het loopbaanplan, niet nakomt, wordt disciplinair gestraft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de tweede loopbaan na 20 jaar gewerkt te hebben in de bezwarende functie door schuld of toedoen van de ambtenaar niet begonnen kan worden, wordt de ambtenaar op grond van artikel 8:13 disciplinair ontslag verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gevolgen niet starten tweede loopbaan</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar blijft na 20 jaar in de bezwarende functie werkzaam wanneer: de tweede loopbaan niet begonnen kan worden, omdat het college zijn verplichtingen uit het loopbaanplan niet nakomt; de tweede loopbaan niet begonnen wordt, omdat het college en de ambtenaar daar gezamenlijk toe besluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarde is dat de ambtenaar medisch geschikt is om in de bezwarende functie door te werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het loopbaanplan wordt voortgezet tot de tweede loopbaan begonnen wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid na 20 jaar niet medisch geschikt is om in de bezwarende functie door te werken, geldt de procedure, bedoeld in artikel 9a:10 .</p>\n<p class=\"lf-p\">Medisch niet meer geschikt; overbruggingsuitkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die niet meer medisch geschikt is om in de bezwarende functie door te werken, ontvangt een overbruggingsuitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De duur van de overbruggingsuitkering is afhankelijk van het aantal jaren dat betrokkene in een bezwarende functie werkzaam is geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per dienstjaar in een bezwarende functie is de duur van de overbruggingsuitkering 12/10 maand. De maximumduur van de overbruggingsuitkering is 24 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zodra de medische ongeschiktheid voor de bezwarende functie is vastgesteld, stopt de opbouw van de overbruggingsuitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de overbruggingsuitkering bedraagt de eerste 12 maanden 100% van het salaris en de maanden daarna 80% van het salaris.</p>\n<p class=\"lf-p\">De duur van de overbruggingsuitkering wordt in mindering gebracht op de duur van de loondoorbetaling, bedoeld in artikel 7:3 .</p>\n<p class=\"lf-p\">De overbruggingsuitkering komt tot uitbetaling voor zover deze hoger is dan de loondoorbetaling bij ziekte, bedoeld in artikel 7:3 .</p>\n<p class=\"lf-p\">Garantiesalaris en afbouw toelagen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9a</span><span class=\"lf-art-t\">11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel wordt onder oude bezoldiging verstaan de optelsom van: het salaris, als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid, onderdeel b, de vakantieuitkering, de eindejaarsuitkering, de functioneringstoelage, de waarnemingstoelage en de in de lokale bezoldigingsverordening genoemde andere toelagen en emolumenten, voor zover die aan de ambtenaar zijn toegekend, berekend over een periode van 12 maanden onmiddellijk voorafgaande aan het begin van de tweede loopbaan. Indien verlofopname door de ambtenaar in deze 12 maanden heeft geleid tot een wijziging van de feitelijke uitbetaling van de bezoldiging, werkt die wijziging door in de oude bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die binnen de organisatie van de gemeente de tweede loopbaan begint, krijgt een garantietoelage ter hoogte van het negatieve verschil tussen het oude en het nieuwe salaris. Het oude salaris wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de garantietoelage wordt een vermindering toegepast tot het bedrag waarmee het nieuwe salaris en eventuele toelagen en vergoedingen, behorende bij de nieuwe functie, samen met de garantietoelage de oude bezoldiging overstijgt. De oude bezoldiging wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die als gevolg van de tweede loopbaan binnen de organisatie van de gemeente de toelagen en vergoedingen verliest, die behoorden bij de bezwarende functie, krijgt een aflopende afbouwtoelage ter hoogte van een percentage van het verschil tussen de oude toelagen en vergoedingen en eventuele toelagen en vergoedingen die bij de nieuwe functie behoren. De afbouwtoelage bedraagt: het eerste jaar 100%; het tweede jaar 75%; het derde jaar 50%; het vierde jaar 25%.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oude toelagen en vergoedingen worden niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de afbouwtoelage wordt een vermindering toegepast tot het bedrag waarmee het nieuwe salaris en eventuele toelagen en vergoedingen, behorende bij de nieuwe functie, samen met de garantietoelage en de afbouwtoelage de oude bezoldiging overstijgt. De oude bezoldiging wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die een tweede loopbaan begint buiten de organisatie van de gemeente ontvangt een afkoopbedrag ter hoogte van 175% van het verschil tussen de oude bezoldiging en het nieuwe jaarsalaris, inclusief eventuele toelagen en vergoedingen. Het nieuwe jaarsalaris, inclusief eventuele toelagen en vergoedingen, wordt berekend naar het bedrag dat voor de ambtenaar bij indiensttreding bij de nieuwe werkgever is vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">9b. OVERGANGSRECHT AMBTENAREN IN EEN FUNCTIE DOE OP 31 DECEMBER 2005 RECHT GAF OP FUNCTIONEEL LEEFTIJDSONTSLAG</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 1 Algemene Bepalingen</h3>\n<p class=\"lf-p\">Werkingssfeer</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die: op 31 december 2005 werkzaam was bij een gemeentelijk beroepsbrandweerkorps of bij een gemeentelijke ambulancedienst; en op 31 december 2005 een betrekking vervulde, waarvoor door het college krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005 , leeftijdsgrenzen zijn bepaald; en sinds 31 december 2005 onafgebroken de betrekking heeft vervuld, op grond waarvan krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005 , ontslag werd verleend op de leeftijd van 55 jaar of ouder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is overeenkomstig van toepassing voor de ambtenaar die overstapt naar een andere functie bij dezelfde gemeente of ambulancedienst, of overstapt naar een ander gemeentelijk beroepsbrandweerkorps, dan wel naar een andere gemeentelijke ambulancedienst tenzij bij de overstap tussen de werkgever en ambtenaar andere afspraken zijn gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voorwaarde bij de toepassing van het tweede lid geldt dat de functie waarnaar de ambtenaar overstapt ook een bezwarende functie is, op grond waarvan krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005 , ontslag werd verleend op de leeftijd van 55 jaar of ouder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf 2 De ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer in een bezwarende functie op 1 januari 2006 en die op het eerst mogelijk moment van verstrekking van de werkgeversbijdrage levensloop - in december 2006 - als bedoeld in artikel 9e:8 en 9e:9 niet in aanmerking kwam voor een WIA/WAO uitkering en die werkgeversbijdragen levensloop heeft ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: bezoldiging: de optelsom van het salaris, als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid, onderdeel b, de vakantieuitkering; de eindejaarsuitkering; de functioneringstoelage; de waarnemingstoelage en de in de lokale bezoldigingsverordening genoemde andere toelagen en emolumenten, voor zover die aan de ambtenaar zijn toegekend, met uitzondering van de levensloopbijdrage bedoeld in artikel 9e:8 en 9e:9, berekend over een periode van 12 maanden onmiddellijk voorafgaande aan de datum, die voortvloeit uit de toepassing van artikel 9b:4, artikel 9b:20, artikel 9b:25, zesde lid, artikel 9b:26, artikel 9b:47 en artikel 9b:52. De bezoldiging wordt, met uitzondering van de bezoldiging bedoeld in artikel 9b:20 en 9b:25, na deze datum geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze in de gemeentelijke sector wordt overeengekomen. Indien verlofopname door de ambtenaar in deze 12 maanden heeft geleid tot een wijziging van de feitelijke uitbetaling van de bezoldiging genoemd in artikel 3:1, tweede lid, onderdeel c, werkt die wijziging door in de bezoldiging. bezwarende functie: een betrekking met een hoge belasting door het frequent draaien van piket of het werken in roosterdiensten en deelname aan daaruit voortvloeiende werkzaamheden in de uitruk met als gevolg een verhoogde kans op gezondheidsklachten; dienstjaren voor brandweerpersoneel: de jaren in dienst van een gemeentelijk beroepsbrandweerkorps, de jaren werkzaam als buschauffeur of trambestuurder bij het stadsvervoer, mits dit een functie was, die op dat moment recht gaf op functioneel leeftijdsontslag en de jaren als vrijwilliger bij de brandweer, mits het om jaren gaat waarin daadwerkelijk en regelmatig in de uitruk is ingezet en men niet tegelijkertijd een aanstelling had als beroepsbrandweer. Bij twijfel over het aantal dienstjaren als vrijwilliger dient de ambtenaar aannemelijk te maken hoeveel jaren hij als vrijwilliger is ingezet; dienstjaren voor ambulancepersoneel: de jaren werkzaam bij een gemeentelijke ambulancedienst, de jaren werkzaam bij een ambulancedienst van een ziekenhuis of bij een ambulancedienst in de particuliere sector en de jaren werkzaam als buschauffeur of trambestuurder bij het stadsvervoer, mits dit een functie was, die op dat moment recht gaf op functioneel leeftijdsontslag;</p>\n<p class=\"lf-p\">FPU-uitkering: de uitkering in het kader van de FPU-regeling; niet-bezwarende functie: een functie die niet valt onder de definitie van onderdeel b; tweede loopbaan: iedere functie binnen de organisatie van de gemeente of buiten de organisatie van de gemeente die, in het kader van het loopbaanplan, volgt op de bezwarende functie; onbezoldigd volledig verlof: verlof voor de formele arbeidsduur per week, zonder behoud van bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkingssfeer</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar die geboren is na 1949 en die op 1 januari 2006 20 dienstjaren of meer had in een bezwarende functie en die op het eerst mogelijke moment van verstrekking van de werkgeversbijdrage levensloop - in december 2006 - als bedoeld in artikel 9e:8 en 9e:9 niet in aanmerking kwam voor een WIA/WAO uitkering en die werkgeversbijdragen levensloop heeft ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Keuzemogelijkheid voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar wordt op zijn verzoek vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt volledig buitengewoon verlof verleend, tegen doorbetaling van 80% van de voor de ambtenaar geldende bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover het dienstbelang het toelaat, kan de ambtenaar vanaf de datum bedoeld in de eerste volzin in plaats van het volledig buitengewoon verlof als hiervoor bedoeld, een keuze maken uit de volgende mogelijkheden:</p>\n<p class=\"lf-p\">100% werken, waarbij voor ieder vol jaar dat gewerkt wordt een bonus wordt verstrekt van 20% van het voor de ambtenaar geldende jaarsalaris in het jaar voorafgaande aan toekenning van de bonus;</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de voor hem geldende formele arbeidsduur werken, tegen doorbetaling van 90% van de voor de ambtenaar geldende bezoldiging; volledig ontslag op grond van artikel 8:1, waarbij een bonus wordt verstrekt van 100% van het voor de ambtenaar geldende jaarsalaris in het jaar voorafgaande aan toekenning van de bonus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien dit voor het behouden van vakbekwaamheidseisen noodzakelijk is en de werkgever dit kan aantonen, geldt voor ambulancepersoneel als alternatief voor onderdeel b: 60% van een volledige betrekking werken tegen doorbetaling van 95% van de voor de ambtenaar geldende bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar maakt zes kalendermaanden voor de in het eerste lid bedoelde datum het college door middel van een verzoek bekend naar welke variant zijn voorkeur uitgaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het bepaalde in artikel 9b:11, gaat de datum, bedoeld in het eerste lid zoveel later in als het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die kiest voor het in het eerste lid gestelde onder a en b moet medisch geschikt zijn om in de bezwarende functie door te werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, met inachtneming van het derde lid, de in het eerste lid gestelde keuzemogelijkheden later laten ingaan, telkens met een periode van een jaar. Voorwaarde hierbij is dat de ambtenaar medisch geschikt is om door te werken in de bezwarende functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die van het vijfde lid gebruik wil maken, moet, met inachtneming van het derde lid, het college uiterlijk zes kalendermaanden voor de beoogde ingangsdatum daartoe verzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die eenmaal een keuze heeft gemaakt, kan, voor zover het dienstbelang dat toelaat, gedurende de periode tot het moment, bedoeld in artikel 9b:11, zijn keuze herzien, met dien verstande dat de bonus van artikel 9b:4, eerste lid, onderdeel c, berekend wordt naar rato van de tijd die resteert tot de datum, bedoeld in artikel 9b:11, eerste lid. Hierbij geldt als voorwaarde dat als tweede en eventueel volgende keuze alleen een optie in aanmerking komt waarbij minder gewerkt wordt dan bij de eerdere keuze. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die in de periode van 1 januari 2006 tot 1 januari 2011 gebruik maakt van de mogelijkheid, bedoeld in de eerste zin van het eerste lid van dit artikel, en direct daaraan voorafgaand een functie bekleedde waaraan salarisschaal 6 of lager was verbonden, ontvangt gedurende die periode € 500,- netto per kalenderjaar. De ambtenaar die in deze periode geen volledig kalenderjaar gebruik maakt van de genoemde mogelijkheid, ontvangt een bedrag naar rato. Deze uitkering wordt eenmaal per kalenderjaar in de maand december betaald. Aan de ambtenaar die op grond van lokaal beleid al een vergoeding heeft ontvangen, wordt alleen het deel van het totaalbedrag, waarop op grond van dit lid recht bestaat, uitbetaald dat hoger is dan de reeds ontvangen vergoeding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pensioenopbouw tijdens keuzes van artikel 9b:4</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Over de bonus, bedoeld in artikel 9b:4, eerste lid, onderdeel a en c wordt geen pensioen opgebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vakantieopbouw tijdens de periode van artikel 9b:4</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de periode, bedoeld in artikel 9b:4 , vindt opbouw van vakantie-uren plaats naar rato van het aantal uren dat de ambtenaar werkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelage onregelmatige dienst, eindejaarsuitkering en vakantietoelage tijdens de periode van artikel 9b:4</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:4 , eerste lid, eerste volzin en onder onderdeel a en b, zijn de artikelen 3:3 en 3:3:1 , respectievelijk artikel 19a:8 , artikel 3:6 en artikel 6:3 niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[ vervallen ] Ambtsjubileumgratificatie tijdens periode van artikel 9b:4</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De jaren dat de ambtenaar op grond van artikel 9b:4 volledig buitengewoon verlof is verleend, tegen doorbetaling van 80% van de voor de ambtenaar geldende bezoldiging, tellen voor de berekening van de ambtsjubileumgratificatie niet mee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verrekening inkomsten tijdens de periode van artikel 9b:4</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de ambtenaar tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:4 , eerste volzin of onder b, inkomsten geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de datum waarop artikel 9b:4 van toepassing is geworden, wordt op de doorbetaling van de bezoldiging een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmede de inkomsten en de doorbetaalde bezoldiging samen de laatstelijk genoten bezoldiging te boven gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen gedurende verlof, vakantie of non-activiteit, onmiddellijk voorafgaande aan de datum waarop artikel 9b:4 van toepassing is geworden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de ambtenaar op of na de datum, bedoeld in het eerste lid, inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf ter hand genomen vóór die dag, is ten aanzien van die inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het derde lid bedoelde vermindering vindt echter niet plaats indien de inkomsten of hogere inkomsten het gevolg zijn van algemene loonsverhogingen, of indien de ambtenaar aannemelijk maakt dat die inkomsten niet het gevolg zijn van verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken, verband houdende met de toepassing van artikel 9b:4 .</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden niet verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als gratificatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van het aanvaarden van arbeid of het starten van een bedrijf of het vermeerderen van werkzaamheden uit arbeid of bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf die hij ontvangt en van de wijzigingen daarin. Hij is verplicht daarvan de bewijzen te overleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het zesde lid niet nakomt, kan het college besluiten een korting op de door te betalen bezoldiging toe te passen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbezoldigd volledig verlof voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die op grond van artikel 9b:4, eerste lid, gedeeltelijk doorbetaald volledig buitengewoon verlof geniet dan wel die heeft gekozen voor artikel 9b:4, eerste lid, onderdeel a of b, wordt vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 59 jaar bereikt onbezoldigd volledig verlof verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid, gaat het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in het eerste lid, in vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 60 jaar bereikt, wanneer het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een leeftijdsgrens had vastgesteld van 60 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onbezoldigd volledig verlof wordt uitgesteld met die periode, waarmee de keuze van de ambtenaar, die gebruik heeft gemaakt van het vijfde lid van artikel 9b:4, later is ingegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, wanneer het college op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, een leeftijdsgrens had vastgesteld van 59 of 60 jaar, het onbezoldigd volledig verlof later laten ingaan, telkens met een periode van een jaar. Voorwaarde hierbij is dat de ambtenaar medisch geschikt is om door te werken in de bezwarende functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die van het vierde lid gebruik wil maken, moet het college uiterlijk zes kalendermaanden voor de beoogde ingangsdatum daartoe verzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Premieverdeling bij pensioenopbouw tijdens onbezoldigd volledig verlof</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:11, eerste lid, langer is dan drie jaar, is vanaf dat moment het verhaal van de pensioenpremies en de Vut-fonds bijdrage als bedoeld in artikel 21 van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering gelijk aan het bedrag van de premies en de bijdragen die voor de ambtenaar zijn verschuldigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:11, tweede lid, langer is dan twee jaar, is vanaf dat moment het verhaal van de pensioenpremies en de Vut-fonds bijdrage als bedoeld in artikel 21 van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering gelijk aan het bedrag van de premies en de bijdragen die voor de ambtenaar zijn verschuldigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Premie IZA-verzekering tijdens onbezoldigd volledig verlof</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[ vervallen ] Vakantieopbouw tijdens onbezoldigd volledig verlof</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:11 , vindt geen opbouw van vakantie-uren plaats.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">15</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[ vervallen ]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">16</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[ vervallen ] Ziekte tijdens onbezoldigd volledig verlof</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">17</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ziekte tijdens de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:11 , leidt niet tot stopzetting van het onbezoldigd volledig verlof.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ambtsjubileumgratificatie tijdens onbezoldigd volledig verlof</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">18</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:11 , telt niet mee voor de berekening van de ambtsjubileumgratificatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Garantieregeling bij arbeidsongeschiktheid na de leeftijd van 50 jaar voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">19</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar wiens eerste ziektedag na de leeftijd van 50 jaar valt en die volledig, maar niet duurzaam, of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt, is artikel 8:4 respectievelijk artikel 8:5 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar, genoemd in het eerste lid, wordt hersteld verklaard vanaf de datum, bedoeld in artikel 9b:4 , eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De datum, bedoeld in het tweede lid gaat zoveel later in als het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005 , voor de bezwarende functie een hogere leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar, genoemd in het tweede lid, zijn vanaf de datum van herstel, voor zover de medische geschiktheid dat toelaat, artikel 9b:4 tot en met artikel 9b:18 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar wiens eerste ziektedag ligt na de leeftijd van 55 jaar en die wegens ziekte ongeschikt wordt om zijn betrekking te vervullen, wordt niet ziek gemeld. Vanaf de datum dat de door deze ambtenaar gemaakte keuze op grond van artikel 9b:4 , eerste lid, vanwege medische geschiktheid niet meer mogelijk is, verandert deze keuze in een keuze die op grond van zijn medische geschiktheid nog wel mogelijk is, met dien verstande dat de bonus van artikel 9b:4 , eerste lid, onderdeel c, berekend wordt naar rato van de tijd die resteert tot de datum, bedoeld in artikel 9b:11 , eerste lid. Op hem blijft artikel 9b:11 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De datum, bedoeld in het vijfde lid gaat zoveel later in als het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005 , voor de bezwarende functie een hogere leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Salarisgarantie bij definitieve herplaatsing bij ziekte</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">20</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die op grond van hoofdstuk 7 binnen de organisatie van de gemeente definitief herplaatst wordt, heeft recht op een garantietoelage ter hoogte van het negatieve verschil tussen de oude bezoldiging en het nieuwe totaalinkomen van de ambtenaar. Tot het totaalinkomen wordt de nieuwe bezoldiging gerekend, alsmede de uitkeringen die de ambtenaar in verband met zijn arbeidsongeschiktheid ontvangt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de ambtenaar op grond van hoofdstuk 7 definitief herplaatst wordt in een functie met een lager totaalinkomen buiten de organisatie van de gemeente, maken het college en de ambtenaar afspraken over een financiële regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Levensloop voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">21</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar, die een bezwarende functie bekleedt, waaraan het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, een leeftijdsgrens had vastgesteld, is de levensloopregeling van hoofdstuk 9e van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inkoop OP voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">22</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten behoeve van de ambtenaar wordt, onder de voorwaarde dat hij daarvoor fiscale ruimte beschikbaar heeft, op de leeftijd van 53 jaar een bedrag in ABP Extra Pensioen gestort ter hoogte van 57% van het geïndexeerde loon maal de leeftijdsafhankelijke factor, die behoort bij de leeftijd van 53 jaar. Hierbij is het geïndexeerde loon het gemiddelde pensioengevend inkomen zoals dat bij ABP bekend is over de dienstjaren tot 53 jaar maal de indexatie per betreffend dienstjaar zoals door ABP is vastgesteld. Indien het loon uit enig dienstjaar bij ABP niet bekend is, toont de ambtenaar wat het loon is geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer er onvoldoende fiscale ruimte is, wordt hetgeen niet in ABP Extra Pensioen gestort kan worden, aan de ambtenaar ter beschikking gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten behoeve van de ambtenaar die voor de leeftijd van 53 jaar uittreedt uit een bezwarende functie wordt, met inachtneming van het tweede lid, het in het eerste lid genoemde bedrag in ABP Extra Pensioen gestort op het moment van uittreden, waarbij de leeftijdsafhankelijke factor wordt toegepast die hoort bij de leeftijd op het moment van uittreden en het gemiddelde loon wordt berekend tot het moment van uittreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het op grond van dit artikel uitgekeerde bedrag behoort niet tot het pensioengevend inkomen als bedoeld in artikel 3.1 van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het op grond van dit artikel uitgekeerde bedrag behoort niet tot de bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar kan zijn werkgever eenmalig verzoeken om een indicatie van het verwachte te storten bedrag. Het college bepaalt, in overleg met de ambtenaar, het geschikte moment voor deze indicatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leeftijdsafhankelijke factor voor de ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">22a</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De in artikel 9b:22 genoemde leeftijdsafhankelijke factor is afhankelijk van de door ABP gehanteerde actuariële tarieven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leeftijdsafhankelijke factor bedraagt: leeftijd factor leeftijd factor leeftijd factor 18 0,280 33 0,436 48 0,680 19 0,288 34 0,449 49 0,700 20 0,297 35 0,463 50 0,721 21 0,306 36 0,477 51 0,743 22 0,315 37 0,491 52 0,765 23 0,325 38 0,506 53 0,788 24 0,334 39 0,521 54 0,811 25 0,344 40 0,536 55 0,836 26 0,355 41 0,553 56 0,861 27 0,365 42 0,569 57 0,887 28 0,376 43 0,586 58 0,913 29 0,388 44 0,604 59 0,941 30 0,399 45 0,622 60 0,969 31 0,411 46 0,641 61 0,998 32 0,423 47 0,660 Wanneer de in lid 1 genoemde tarieven door ABP worden gewijzigd, stellen LOGA-partijen nieuwe leeftijdafhankelijke factoren vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inkoop OP bij regionalisering</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">22b</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 9b:22, derde lid, wordt voor de ambtenaar die wegens regionalisering van de gemeentelijke beroepsbrandweer uit de bezwarende functie wordt ontslagen en op wie bij de nieuwe werkgever hoofdstuk 9b van toepassing blijft, geen bedrag in ABP Extra Pensioen gestort op het moment van uittreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf 3 De ambtenaar geboren na 1949 met minder dan 20 dienstjaren in een bezwarende functie op 1 januari 2006 en die op het eerst mogelijk moment van verstrekking van de werkgeversbijdrage levensloop - in december 2006 - als bedoeld in artikel 9e:8 en 9e:9 niet in aanmerking kwam voor een WIA/WAO uitkering en die werkgeversbijdragen levensloop heeft ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkingssfeer</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">23</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar die geboren is na 1949 en die op 1 januari 2006 minder dan 20 dienstjaren had in een bezwarende functie en die op het eerst mogelijke moment van verstrekking van de werkgeversbijdrage levensloop - in december 2006 - als bedoeld in artikel 9e:8 en 9e:9 niet in aanmerking kwam voor een WIA/WAO uitkering en die werkgeversbijdragen levensloop heeft ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doorwerken zolang dat medisch verantwoord is en tenzij tweede loopbaan gestart wordt</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">24</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zolang dit medisch verantwoord is, blijft de ambtenaar, onder toepassing van artikel 9b:26 , in de bezwarende functie werkzaam tot het moment, bedoeld in artikel 9b:28 .</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing wanneer het college en de ambtenaar in het kader van het loopbaanplan hierover andere afspraken maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede loopbaan voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">25</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar is tot de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt hoofdstuk 9a van toepassing, met inachtneming van de volgende leden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De datum, bedoeld in het eerste lid gaat zoveel later in als het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor brandweerpersoneel geldt dat in het kader van de tweede loopbaan eerst gezocht wordt naar een functie binnen de organisatie van de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar met geen of onvoldoende diploma's kan via een procedure voor erkenning verworven competenties zijn competenties laten erkennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien dit behulpzaam is bij het vormgeven van de tweede loopbaan heeft de ambtenaar recht op vergoeding van de kosten, voor zover redelijk, van een extern loopbaanadvies.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die in het kader van de tweede loopbaan een andere functie aanvaardt binnen de organisatie van de gemeente, ontvangt, in afwijking van artikel 9a:11, eerste tot en met zevende lid, een garantietoelage ter hoogte van het negatieve verschil tussen de oude bezoldiging en de nieuwe bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college en de ambtenaar maken in het kader van het loopbaanplan afspraken over een financiële regeling wanneer de ambtenaar in het kader van de tweede loopbaan buiten de organisatie van de gemeente een functie aanvaardt met een lager totaalinkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Recht voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">26</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar gaat met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt 50% van de voor hem geldende formele arbeidsduur werken tegen doorbetaling van 90% van de voor de ambtenaar geldende bezoldiging. Indien dit voor het behouden van vakbekwaamheidseisen noodzakelijk is en de werkgever dit kan aantonen, geldt voor ambulancepersoneel als alternatief 60% van een volledige betrekking werken tegen doorbetaling van 95% van de voor de ambtenaar geldende bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het bepaalde in artikel 9b:35, gaat de datum, bedoeld in het eerste lid, zoveel later in als het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar moet medisch geschikt zijn om op de wijze, bedoeld in het eerste lid, in zijn bezwarende functie door te werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die medisch niet geschikt is om op de wijze, bedoeld in het eerste lid, in zijn bezwarende functie door te werken, wordt ziek gemeld. Op hem is artikel 9b:43, eerste lid, van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, met inachtneming van het tweede lid, het in het eerste lid bedoelde moment later laten ingaan, telkens met een periode van een jaar. Voorwaarde hierbij is dat de ambtenaar medisch geschikt is om door te werken in de bezwarende functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die van het vijfde lid gebruik wil maken, moet, met inachtneming van het tweede lid, het college uiterlijk zes kalendermaanden voor de beoogde ingangsdatum daartoe verzoeke</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">27</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[ vervallen ] Toelage onregelmatige dienst, eindejaarsuitkering en vakantietoelage tijdens de periode van artikel 9b:26</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">27a</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:26 , eerste lid, zijn de artikelen 3:3 en 3:3:1 , respectievelijk artikel 19a:8 , artikel 3:6 en artikel 6:3 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedeeltelijk doorbetaald buitengewoon verlof voor de ambtenaar geboren na 1949 met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">28</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die op 1 januari 2006 minder dan 20 dienstjaren heeft, wordt vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij een bepaalde leeftijd bereikt, volledig buitengewoon verlof verleend, tegen doorbetaling van een bepaald percentage van de voor de ambtenaar geldende bezoldiging. De leeftijd en het percentage zijn afhankelijk van het aantal dienstjaren op 1 januari 2006. De leeftijd waaraan de ingangsdatum van het volledig buitengewoon verlof is gekoppeld, en het percentage dat vanaf dat moment wordt betaald zijn bij een aantal dienstjaren op 1 januari 2006 van:</p>\n<p class=\"lf-p\">5 tot 10 jaar: 58 jaar en 75% 10 tot 15 jaar: 57 jaar en 78% 15 tot 20 jaar: 56 jaar en 80%.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het bepaalde in artikel 9b:35, gaat de datum, bedoeld in het eerste lid, zoveel later in als het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere leeftijdgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De datum, bedoeld in het eerste lid wordt uitgesteld met die periode, waarmee het moment van de ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van het vijfde lid van artikel 9b:26 later is ingegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pensioenopbouw tijdens periode van artikel 9b:28</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">29</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:28 , bouwt de ambtenaar pensioen op over de volledige bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ambtsjubileumgratificatie tijdens periode van artikel 9b:28</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">30</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De jaren dat de ambtenaar op grond van artikel 9b:28 volledig buitengewoon verlof is verleend, tegen doorbetaling van 75%, 78% of 80% van de voor de ambtenaar geldende bezoldiging, tellen voor de berekening van de ambtsjubileumgratificatie niet mee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vakantieopbouw tijdens de periode van artikel 9b:26 en 9b:28</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">31</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de periode, bedoeld in artikel 9b:26 en artikel 9b:28 , vindt opbouw van vakantie-uren plaats naar rato van het aantal uren dat de ambtenaar werkt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">32</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[ vervallen ]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">33</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[ vervallen ] Verrekening inkomsten tijdens de periode van artikel 9b:26 en artikel 9b:28</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">34</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de ambtenaar tijdens de periode, bedoeld in artikel 9b:26 en artikel 9b:28 inkomsten geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de datum waarop artikel 9b:26 van toepassing is geworden, wordt op de doorbetaling van de bezoldiging een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmede de inkomsten en de doorbetaalde bezoldiging samen de laatstelijk genoten bezoldiging te boven gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen gedurende verlof, vakantie of non-activiteit, onmiddellijk voorafgaande aan de datum waarop artikel 9b:26 van toepassing is geworden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de ambtenaar op of na de datum, bedoeld in het eerste lid, inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf ter hand genomen vóór die dag, is ten aanzien van die inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het derde lid bedoelde vermindering vindt echter niet plaats indien de inkomsten of hogere inkomsten het gevolg zijn van algemene loonsverhogingen, of indien de ambtenaar aannemelijk maakt dat die inkomsten niet het gevolg zijn van verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken, verband houdende met de toepassing van artikel 9b:26 .</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden niet verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als gratificatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van het aanvaarden van arbeid of het starten van een bedrijf of het vermeerderen van werkzaamheden uit arbeid of bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf die hij ontvangt en van de wijzigingen daarin. Hij is verplicht daarvan de bewijzen te overleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het zesde lid niet nakomt, kan het college besluiten een korting op de door te betalen bezoldiging toe te passen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onbezoldigd volledig verlof voor de ambtenaar geboren na 1949 met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">35</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar wordt vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de ambtenaar de leeftijd van 59 jaar bereikt onbezoldigd volledig verlof verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid, gaat het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in het eerste lid, in vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de medewerker de leeftijd van 60 jaar bereikt, wanneer het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een leeftijdsgrens had vastgesteld van 60 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onbezoldigd volledig verlof wordt uitgesteld met die periode, waarmee het moment van de ambtenaar, die gebruik heeft gemaakt van het vijfde lid van artikel 9b:26 later is ingegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, voor wie het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een leeftijdsgrens had vastgesteld van 59 of 60 jaar, het onbezoldigd volledig verlof later laten ingaan, telkens met een jaar. Voorwaarde hierbij is dat de ambtenaar medisch geschikt is om door te werken in de bezwarende functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die van het vierde lid gebruik wil maken, moet het college uiterlijk zes kalendermaanden voor de beoogde ingangsdatum daartoe verzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Premieverdeling bij pensioenopbouw tijdens onbezoldigd volledig verlof</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">36</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:35, eerste lid, langer is dan drie jaar, is vanaf dat moment het verhaal van de pensioenpremies en de Vut-fonds bijdrage als bedoeld in artikel 21 van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering gelijk aan het bedrag van de premies en de bijdragen die voor de ambtenaar zijn verschuldigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:35, tweede lid, langer is dan twee jaar, is vanaf dat moment het verhaal van de pensioenpremies en de Vut-fonds bijdrage als bedoeld in artikel 21 van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering gelijk aan het bedrag van de premies en de bijdragen die voor de ambtenaar zijn verschuldigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Premie IZA-verzekering tijdens onbezoldigd volledig verlof</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">37</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[ vervallen ] Vakantieopbouw tijdens onbezoldigd volledig verlof</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">38</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:35 , vindt geen opbouw van vakantie-uren plaats.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">39</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[ vervallen ]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">40</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[ vervallen ] Ziekte tijdens onbezoldigd volledig verlof</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">41</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ziekte tijdens de periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:35 , leidt niet tot stopzetting van het onbezoldigd volledig verlof.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ambtsjubileumgratificatie tijdens onbezoldigd volledig verlof</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">42</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De periode van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:35 , telt niet mee voor de berekening van de ambtsjubileumgratificatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Arbeidsongeschiktheid en garantieregeling bij arbeidsongeschiktheid na de leeftijd van 50 jaar voor de ambtenaar geboren na 1949 met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006 in een bezwarende functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">43</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die medisch niet geschikt is om op de wijze, bedoeld in artikel 9b:26 , eerste lid, in zijn bezwarende functie door te werken, wordt beter gemeld op de datum, bedoeld in artikel 9b:28 .</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar wiens eerste ziektedag na de leeftijd van 50 jaar valt en die volledig, maar niet duurzaam, of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt, is artikel 8:4 respectievelijk artikel 8:5 niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar, genoemd in het tweede lid, wordt hersteld verklaard vanaf de datum, bedoeld in artikel 9b:26 , eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De datum, bedoeld in het derde lid gaat zoveel later in als het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005 , voor de bezwarende functie een hogere leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar, genoemd in het derde lid, blijven vanaf de datum van herstel artikel 9b:26 tot en met artikel 9b:42 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Levensloop voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">44</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar, die een bezwarende functie bekleedt, waaraan het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, een leeftijdsgrens had vastgesteld, is de levensloopregeling van hoofdstuk 9e van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inkoop OP voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">45</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten behoeve van de ambtenaar wordt, onder de voorwaarde dat hij daarvoor fiscale ruimte beschikbaar heeft en 20 bezwarende dienstjaren heeft op het moment van storting, op de leeftijd van 53 jaar een bedrag in ABP Extra Pensioen gestort ter hoogte van 57% van het geïndexeerde loon maal de leeftijdsafhankelijke factor, die behoort bij de leeftijd van 53 jaar. Hierbij is het geïndexeerde loon het gemiddelde pensioengevend inkomen zoals dat bij ABP bekend is over de dienstjaren tot 53 jaar maal de indexatie per betreffend dienstjaar zoals door ABP is vastgesteld. Indien het loon uit enig dienstjaar bij ABP niet bekend is, toont de ambtenaar wat het loon is geweest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de ambtenaar, die op de leeftijd van 53 jaar nog geen 20 dienstjaren heeft, wordt het percentage van 57% genoemd in het eerste lid gedeeld door 20 en vermenigvuldigd met het aantal dienstjaren dat de ambtenaar heeft op de leeftijd van 53 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de ambtenaar na de leeftijd van 53 jaar doorwerkt in de bezwarende functie, wordt voor hem in ieder jaar tot de leeftijd van 59 jaar of tot een moment hiervoor, wanneer eerder 20 dienstjaren bereikt zijn, een bedrag in ABP Extra Pensioen gestort ter hoogte van het inkomen in dat jaar x de deeltijdfactor in dat jaar x 2,85% maal de leeftijdsafhankelijke factor, die hoort bij de leeftijd op het moment van het recht op uitbetaling. De leeftijd van 59 jaar is 60 jaar, wanneer het een functie betreft waaraan, op 31 december 2005, een FLO-leeftijd van 60 jaar was verbonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer er onvoldoende fiscale ruimte is, wordt hetgeen niet in ABP Extra Pensioen gestort kan worden, aan de ambtenaar overgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten behoeve van de ambtenaar die voor de leeftijd van 53 jaar uittreedt uit een bezwarende functie wordt, met inachtneming van het vierde lid, het in het eerste lid genoemde of, indien van toepassing, het in het tweede lid genoemde bedrag in ABP Extra Pensioen, gestort op het moment van uittreden, waarbij de leeftijdsafhankelijke factor wordt toegepast die hoort bij de leeftijd op het moment van uittreden en het gemiddelde loon wordt berekend tot het moment van uittreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het op grond van dit artikel uitgekeerde bedrag behoort niet tot het pensioengevend inkomen als bedoeld in artikel 3.1 van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het op grond van dit artikel uitgekeerde bedrag behoort niet tot de bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij opschuiven van het moment waarop mensen minder gaan werken, als bedoeld in artikel 9b:26, vijfde lid, wordt het aantal dienstjaren niet verhoogd met het aantal jaren na 59 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij opschuiven van het moment van onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:35, vierde lid, wordt het aantal dienstjaren niet verhoogd met het aantal jaar na 59 jaar. De leeftijd van 59 jaar is 60 jaar, wanneer het een functie betreft waaraan, op 31 december 2005, een FLO-leeftijd van 60 jaar was verbonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar kan zijn werkgever eenmalig verzoeken om een indicatie van het verwachte te storten bedrag. Het college bepaalt, in overleg met de ambtenaar, het geschikte moment voor deze indicatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leeftijdsafhankelijke factor voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">45a</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De in het artikel 9b:45 genoemde leeftijdsafhankelijke factor is afhankelijk van de door ABP gehanteerde actuariële tarieven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leeftijdsafhankelijke bijdrage bedraagt: leeftijd factor leeftijd factor leeftijd factor 18 0,280 33 0,436 48 0,680 19 0,288 34 0,449 49 0,700 20 0,297 35 0,463 50 0,721 21 0,306 36 0,477 51 0,743 22 0,315 37 0,491 52 0,765 23 0,325 38 0,506 53 0,788 24 0,334 39 0,521 54 0,811 25 0,344 40 0,536 55 0,836 26 0,355 41 0,553 56 0,861 27 0,365 42 0,569 57 0,887 28 0,376 43 0,586 58 0,913 29 0,388 44 0,604 59 0,941 30 0,399 45 0,622 60 0,969 31 0,411 46 0,641 61 0,998 32 0,423 47 0,660 Wanneer de in lid 1 genoemde tarieven door ABP worden gewijzigd, stellen LOGA-partijen nieuwe leeftijdsafhankelijke factoren vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inkoop OP bij regionalisering</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">45b</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 9b:45, vijfde lid, wordt voor de ambtenaar die wegens regionalisering van de gemeentelijke beroepsbrandweer uit de bezwarende functie wordt ontslagen en op wie bij de nieuwe werkgever hoofdstuk 9b van toepassing blijft, geen bedrag in ABP Extra Pensioen gestort op het moment van uittreden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4 De ambtenaar in een bezwarende functie geboren voor 1950</h3>\n<p class=\"lf-p\">Werkingssfeer</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">46</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar in een bezwarende functie, die geboren is voor 1950.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvulling op FPU-uitkering voor de ambtenaar geboren voor 1950 in een bezwarende functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">47</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar wordt onder de voorwaarde dat hij een FPU-uitkering aanvraagt en ontvangt, vanaf de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt, volledig ontslag verleend op grond van artikel 8:11.</p>\n<p class=\"lf-p\">De datum van ontslag, bedoeld in het eerste lid, gaat zoveel later in als het college op 31 december 2005 op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005, voor de bezwarende functie een hogere leeftijdsgrens had vastgesteld dan 55 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover het dienstbelang dit toelaat, kan de ambtenaar, met inachtneming van het tweede lid, verzoeken om de datum van ontslag, bedoeld in het eerste lid, later laten ingaan, telkens met een periode van een jaar. Voorwaarde hierbij is dat de ambtenaar medisch geschikt is om door te werken in de bezwarende functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De FPU-uitkering van de ambtenaar wordt tot de leeftijd van 60 jaar aangevuld tot 80% van de bezoldiging. Daarna wordt de FPU-uitkering aangevuld tot 70% van de bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij toepassing van het derde lid wordt de aanvulling bedoeld in het vierde lid actuarieel neutraal verhoogd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pensioenopbouw vanaf 62 jaar</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">47a</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de gewezen ambtenaar bij het bereiken van de leeftijd van 62 jaar gebruik maakt van de mogelijkheid die artikel 16.3 van het pensioenreglement biedt tot vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw, worden de kosten van deze vrijwillig voortzetting gedragen door de gemeente voor zover het pensioenopbouw voor de helft betreft, met dien verstande dat per 1 januari 2007 30% van het bedrag van de premie dat door de werkgever afgedragen zou moeten worden, indien de gewezen ambtenaar nog verplicht pensioen zou opbouwen, voor rekening blijft van de gewezen ambtenaar. De kosten van een vrijwillige aanvullende deelname waardoor de pensioenopbouw voor meer dan de helft plaats vindt, komen ten allen tijde volledig ten laste van de gewezen ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De werkgever stelt de ambtenaar in de drie maanden voor zijn ontslag schriftelijk op de hoogte van: de mogelijkheid om ook na het bereiken van de leeftijd van 62 jaar de pensioenopbouw voort te zetten op basis van artikel 16.3 van het pensioenreglement; het feit dat indien de gewezen ambtenaar van de onder a weergegeven mogelijkheid gebruik maakt om voor de helft pensioen te blijven opbouwen dit niet leidt tot extra kosten in vergelijking tot de situatie zoals die gold voor de gewezen ambtenaar voordat hij de leeftijd van 62 jaar bereikte als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 9b:47 lid 1; de termijn waarbinnen een schriftelijk verzoek van de gewezen ambtenaar om gebruik te maken van de mogelijkheid die artikel 16.3 van het pensioenreglement bieden, ingediend moet zijn bij het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP; de mogelijkheid dat de gewezen ambtenaar op zijn verzoek bij de indiening van de aanvraag wordt ondersteund door de werkgever.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanschrijving bedoeld in lid 2 wordt herhaald in de drie maanden voor het moment dat de ambtenaar de leeftijd van 62 jaar bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verrekening inkomsten na ontslag op grond van artikel 9b:47</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">48</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de gewezen ambtenaar inkomsten geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de datum van ontslag, bedoeld in artikel 9b:47 , wordt op uitkering, bedoeld in artikel 9b:47 , vierde lid, een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmede de inkomsten en uitkering de laatstelijk genoten bezoldiging te boven gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen gedurende verlof, vakantie of non-activiteit, onmiddellijk voorafgaande aan de datum, bedoeld in het eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de ambtenaar op of na de datum, bedoeld in het eerste lid, inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf ter hand genomen vóór die dag, is ten aanzien van die inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het derde lid bedoelde vermindering vindt echter niet plaats indien de inkomsten of hogere inkomsten het gevolg zijn van algemene loonsverhogingen, of indien de ambtenaar aannemelijk maakt dat die inkomsten niet het gevolg zijn van verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken, verband houdende met het ontslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden niet verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als gratificatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van het aanvaarden van arbeid of het starten van een bedrijf of het vermeerderen van werkzaamheden uit arbeid of bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf die hij ontvangt en van de wijzigingen daarin. Hij is verplicht daarvan de bewijzen te overleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het zesde lid niet nakomt, kan het college besluiten een korting op de door te betalen bezoldiging toe te passen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ambtenaar, geboren voor 1950 in een bezwarende functie, die niet voldoet aan voorwaarden voor FPU</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">49</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar die niet voldoet aan de voorwaarden voor een FPU-uitkering: zijn de artikelen 9b:3 tot en met 9b:22 van overeenkomstige toepassing als de ambtenaar op 1 januari 2006 20 dienstjaren of meer had; zijn de artikelen 9b:23 tot en met 9b:45 van overeenkomstige toepassing als de ambtenaar op 1 januari 2006 minder dan 20 dienstjaren had.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5 De ambtenaar in een niet bezwarende functie</h3>\n<p class=\"lf-p\">Werkingssfeer</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">50</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar in een niet bezwarende functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar geboren na 1949 met 20 dienstjaren of meer op 1 januari 2006, in een niet bezwarende functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">51</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die geboren is na 1949 en die op 1 januari 2006 20 dienstjaren of meer had, krijgt voor ieder jaar dat hij de niet bezwarende functie bekleed heeft, waarvoor door het college krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005 , leeftijdsgrenzen zijn bepaald, een levensloopbijdrage van 2% van het voor ambtenaar geldende jaarsalaris over het jaar dat de functie werd bekleed.</p>\n<p class=\"lf-p\">De levensloopbijdrage wordt betaald over maximaal 20 jaar, die direct voorafgaan aan 1 januari 2006.</p>\n<p class=\"lf-p\">De levensloopbijdrage behoort niet tot het pensioengevend inkomen als bedoeld in artikel 3.1, lid 1, sub g van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar geboren voor 1950, in een niet bezwarende functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">52</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover het dienstbelang dit toelaat en onder de voorwaarde dat de ambtenaar een FPU-uitkering aanvraagt en ontvangt, maakt de ambtenaar een keuze uit de volgende mogelijkheden: volledig ontslag op grond van artikel 8:11 , ingaande op de eerste dag van de maand, volgend op die waarin de ambtenaar 60 jaar en drie maanden is geworden; volledig ontslag op grond van artikel 8:11 op een latere datum dan bedoeld onder a.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die kiest voor het in het eerste lid gestelde onder b moet medisch geschikt zijn om in de bezwarende functie door te werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De FPU-uitkering van de ambtenaar die gekozen heeft voor volledig ontslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt tot de leeftijd van 62 jaar aangevuld tot 80% van de bezoldiging. Daarna wordt de FPU-uitkering aangevuld tot 70% van de bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar die gekozen heeft voor volledig ontslag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is hoofdstuk 5a van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de ambtenaar die niet voldoet aan de voorwaarden voor een FPU-uitkering is artikel 9b:51 van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pensioenopbouw vanaf 62 jaar</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">52a</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de gewezen ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid van artikel 9b:52 lid 1 onder a, bij het bereiken van de leeftijd van 62 jaar gebruik maakt van de mogelijkheid die artikel 16.3 van het pensioenreglement biedt tot vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw, worden de kosten van deze vrijwillig voortzetting gedragen door de gemeente voor zover het pensioenopbouw voor de helft betreft, met dien verstande dat per 1 januari 2007 30% van het bedrag van de premie dat door de werkgever afgedragen zou moeten worden, indien de gewezen ambtenaar nog verplicht pensioen zou opbouwen, voor rekening blijft van de gewezen ambtenaar. De kosten van een vrijwillige aanvullende deelname waardoor de pensioenopbouw voor meer dan de helft plaats vindt, komen ten allen tijde volledig ten laste van de gewezen ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De werkgever stelt de ambtenaar in de drie maanden voor zijn ontslag schriftelijk op de hoogte van: de mogelijk om ook na het bereiken van de leeftijd van 62 jaar de pensioenopbouw voort te zetten op basis van artikel 16.3 van het pensioenreglement; het feit dat indien de gewezen ambtenaar van de onder a weergegeven mogelijkheid gebruik maakt om voor de helft pensioen te blijven opbouwen dit niet leidt tot extra kosten in vergelijking tot de situatie zoals die gold voor de gewezen ambtenaar voordat hij de leeftijd van 62 jaar bereikte als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 9b:47 lid 1; de termijn waarbinnen een schriftelijk verzoek van de gewezen ambtenaar om gebruik te maken van de mogelijkheid die artikel 16.3 van het pensioenreglement bieden, ingediend moet zijn bij het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP; de mogelijkheid dat de gewezen ambtenaar op zijn verzoek bij de indiening van de aanvraag wordt ondersteund door de werkgever.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanschrijving als bedoeld in lid 2 wordt herhaald in de drie maanden voor het moment dat de ambtenaar de leeftijd van 62 jaar bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verrekening inkomsten na ontslag op grond van artikel 9b:52</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9b</span><span class=\"lf-art-t\">53</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de gewezen ambtenaar inkomsten geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de datum van ontslag, bedoeld in artikel 9b:52 , wordt op uitkering, bedoeld in artikel 9b:52 , derde en vierde lid, een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmede de inkomsten en uitkering de laatstelijk genoten bezoldiging te boven gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen gedurende verlof, vakantie of non-activiteit, onmiddellijk voorafgaande aan de datum, bedoeld in het eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de ambtenaar op of na de datum, bedoeld in het eerste lid, inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf ter hand genomen vóór die dag, is ten aanzien van die inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het derde lid bedoelde vermindering vindt echter niet plaats indien de inkomsten of hogere inkomsten het gevolg zijn van algemene loonsverhogingen, of indien de ambtenaar aannemelijk maakt dat die inkomsten niet het gevolg zijn van verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken, verband houdende met het ontslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden niet verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als gratificatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van het aanvaarden van arbeid of het starten van een bedrijf of het vermeerderen van werkzaamheden uit arbeid of bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar is verplicht tijdig mededeling te doen van de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf die hij ontvangt en van de wijzigingen daarin. Hij is verplicht daarvan de bewijzen te overleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de ambtenaar de verplichtingen van het zesde lid niet nakomt, kan het college besluiten een korting op de door te betalen bezoldiging toe te passen.</p></div>", "next": 239813}