{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">6.Subsidie als bedoeld in artikel 2.15.4.1, onder f, wordt alleen verstrekt als in het plan: concrete doelstellingen zijn opgenomen waaruit blijkt dat het omschreven netwerk voldoende is voor de gekozen doelsoorten; rekening is gehouden met de habitatvereisten en dispersiecapaciteit van de gekozen soorten; een concrete planning is opgenomen waarin is uitgewerkt wanneer de doelstellingen zijn bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Subsidie als bedoeld in artikel 2.15.4.1, onder g, wordt alleen verleend als: het om te vormen perceel: natuurtype N12.02 betreft; is gelegen binnen een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied; weinig meerwaarde heeft voor biodiversiteit en ook de actuele en potentiële ecologische waarde van het perceel gering is; en minimaal 0,5 hectare groot is; wordt aangeplant met autochtone inheemse boom- en struiksoorten of door het handhaven en het bevorderen van spontane opslag; het perceel voor maximaal 80% wordt beplant; en het te realiseren bos voldoet aan de afbakening van natuurtype N14 of N15; en geen verplichtingen op grond van subsidie natuurbeheer of agrarisch natuurbeheer op het perceel rusten;</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Subsidie als bedoeld in artikel 2.15.4.1, onder h, wordt alleen verstrekt: binnen kwalificerende habitattypen bos; voor de volgende maatregelen: lieren, lippen, geheel of gedeeltelijk kandelaberen met behulp van breuksnoei, en voor maatregelen aan bomen met een diameter van minimaal 50 centimeter, gemeten op een hoogte van 1,30 meter vanaf maaiveld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21543\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Niet subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidie: waardedaling van de grond bij omvorming naar bos; kosten voor de verwijdering van bodemverontreiniging of afval; kosten voor de aanschaf van machines; kosten voor de aanschaf of plaatsing van recreatieve voorzieningen; kosten voor het wegwerken van achterstallig onderhoud; en kosten voor de aanschaf van materialen, anders dan voor de subsidiabele activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21544\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvrager van subsidie, bedoeld in artikel 2.15.4.1, onder b, moet: binnen het raster voldoende opvolgend beheer uitvoeren om de in het beheerplan N2000 opgenomen doelen te behalen, tenzij het gaat om houtige opslag met een diameter borsthoogte van minder dan 10 centimeter; binnen het wildraster geen bodembewerking, anders dan maken van plantgaten, uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager van subsidie, bedoeld in artikel 2.15.4.1, onder c en h, moet: vrijkomend hout laten liggen; geen houtoogst toepassen; geen chemische bestrijdingsmiddelen toepassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager van subsidie, bedoeld in artikel 2.15.4.1, onder d en g, moet bij de realisatie geen inheemse spontane opslag verwijderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De aanvrager van subsidie, bedoeld in artikel 4.21.4.1, onder d, e en g, moet bij aanplant gebruik maken van: op oude bosgroeiplaatsen, autochtone herkomsten van de Nederlandse Rassenlijst Bomen. buiten oude bosgroeiplaatsen, autochtone herkomsten van een Europese Rassenlijst Bomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21545\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt voor zover de verstrekking niet in strijd is met artikel 53, tweede lid, onderdeel b, van de AGVV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf2.15.5 Apparaatskosten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21551\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verleend voor kosten die samenhangen met de regievoering of organisatie van voorbereiding en uitvoering van het Provinciaal Uitvoeringsprogramma Gelderland 2021-2025.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21552\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan alleen worden verleend voor: kosten gemaakt vanaf 1 januari 2022; activiteiten die betrekking hebben op: coördinatie en programmaleiding op het uitvoeringsprogramma; communicatie en afstemming met leden en derden over het uitvoeringsprogramma; opmaken inhoudelijke en financiële tussen- en eindrapportages en verantwoording prestaties in GIS; of een bijdrage leveren aan het voorbereiden van projecten voor de jaren 2024 – 2030.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21553\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan alleen worden aangevraagd door een natuurbeheerder die beschikt over een certificaat als bedoeld in de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Gelderland 2016.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21554\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt geweigerd voor zover het minder bedraagt dan € 50.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie bedraagt maximaal € 800.000 per aanvrager.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21555\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie wordt niet verstrekt voor kosten die rechtstreeks samenhangen met de uitvoering van activiteiten als bedoeld in paragraaf 2.15.2 tot en met 2.15.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie wordt niet verstrekt voor apparaatskosten bestemd voor gebiedsprocessen en overgangsgebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Subsidie wordt niet verstrekt aan een gemeente of waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf2.15.6Aanleg nieuw bos buiten GNN</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21561\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verleend voor: functieverandering van landbouwgrond naar bos; realisatie van bos.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21562\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie kan alleen worden verleend als: het bos bij aanplant wordt aangelegd met minimaal 80% inheemse soorten; het project een omvang heeft van minimaal: één hectare, als het wordt aangelegd op een locatie grenzend aan het Gelders natuurnetwerk of wordt aangelegd geheel of gedeeltelijk binnen de Groene ontwikkelingszone; drie hectare, als het wordt aangelegd op een andere locatie; één hectare, als het wordt aangelegd op een andere locatie en het project een duidelijk onderbouwde ecologische meerwaarde heeft; bij de aanvraag een intentieverklaring van het gemeentebestuur wordt overgelegd waaruit blijkt: de intentie het bos planologisch te borgen; de juridische mogelijkheden hiertoe, met name de landschappelijke inpassing; en het bos in overeenstemming is met de vigerende Omgevingsverordening Gelderland.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie, bedoeld in artikel 2.15.6.1, onderdeel a, wordt alleen verleend als: de productiecapaciteit wordt gesloopt of onherroepelijk gesloten; de productiecapaciteit in de laatste vijf jaar voor de aanvraag om subsidie onafgebroken is gebruikt; op de grond waarop subsidie wordt aangevraagd ook realisatie van bos plaatsvindt; de taxatie wordt uitgevoerd door een door Gedeputeerde Staten in te schakelen onafhankelijke taxateur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Artikel 2.15.1.2, eerste lid, onderdeel a tot en met d, is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21563\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen niet in aanmerking: kosten voor natuurbeheer; kosten voor grondaankoop; kosten voor pachtafkoop.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21564\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 2.15.1.4, eerste lid, wordt subsidie voor functieverandering alleen verleend aan de eigenaren van het terrein waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21565\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag bevat in aanvulling op de artikelen 1.2.3 en 2.15.1.5 de volgende gegevens: de grootte van de onderneming; een verklaring of en welke andere subsidies aanvrager voor de activiteit ontvangt en door wie die subsidies worden verstrekt; als op de grond een recht van hypotheek is gevestigd, een verklaring van geen bezwaar van degene aan wie het recht van hypotheek toekomt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21566\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voor functieverandering bedraagt maximaal de door een taxateur bepaalde waardedaling van de grond, gebaseerd op het verschil in marktwaarde voor en na de voorgenomen functieverandering en inrichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie voor de realisatie van bos bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000 per hectare.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21567\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.6.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Ontvanger van subsidie voor functieverandering moet, in aanvulling op artikel 2.15.1.7,: binnen twaalf weken na verlening van de subsidie met provincie een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Awb af sluiten, waarin is opgenomen: de verplichting dat de subsidieontvanger de grond niet gebruikt of doet gebruiken als landbouwgrond, het terrein beheert en datgene nalaat wat de veiligstelling van het bos verstoort; en dat de verplichting, bedoeld onder a, zal overgaan op al degenen die het terrein onder bijzondere of algemene titel zullen verkrijgen en dat ook gebonden zullen zijn al degenen die van de rechthebbende een recht op gebruik van het terrein zullen krijgen; er voor zorg te dragen dat een afschrift van de kwalitatieve verplichting binnen vier weken na inschrijving in de openbare registers in afschrift wordt toegezonden aan de Gedeputeerde Staten; de uit productie genomen gronden binnen twee jaar in bos om te zetten; en wel zodanig dat nadelige milieueffecten worden voorkomen. Tot dan moeten de cultuurgronden in een goede landbouw- en milieuconditie worden gehouden op grond van titel VI, hoofdstuk I, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en de toepasselijke uitvoeringsbepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden uiterlijk binnen vier weken nadat de overeenkomst tot stand is gekomen op initiatief van de subsidieontvanger en op kosten van de provincie als kwalitatieve verplichting voor het terrein ingeschreven in de openbare registers.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Op gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger kunnen de in de voorafgaande leden genoemde termijnen eenmalig worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Subsidieontvanger voor realisatie van bos moet: bij aanplant gebruik maken van soorten genoemd op de Nederlandse Rassenlijst Bomen. het bos voor zover nodig beschermen tegen schade als gevolg van beweiding of bewerking op aangrenzende gronden; aanlegwerkzaamheden in de periode tussen 1 september en 1 april uitvoeren. aanlegwerkzaamheden pas na planologische borging uitvoeren; na aanleg van het bos bij Gedeputeerde Staten een verzoek indienen om dit bos op te nemen op de kaart van het Natuurbeheerplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Artikel 1.4.7 is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21568\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.6.8</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd voor zover: het bos zou worden aangelegd op een locatie binnen de begrenzing van een weidevogelgebied of het Gelders natuurnetwerk, bedoeld in de Omgevingsverordening Gelderland; de onderneming van aanvrager in moeilijkheden verkeert als bedoeld in de Communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (PbEU 2014/C 249/01); er een bevel tot terugvordering is op grond van een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard; op de landbouwgrond of op het natuurterrein nog verplichtingen rusten op grond van deze of andere regeling op grond waarvan subsidie is verstrekt voor agrarisch natuurbeheer of natuurbeheer; voor dezelfde activiteit al eerder subsidie is verleend of verstrekt; subsidie wordt aangevraagd door ondernemingen die niet aan de relevante Unienormen of nationale wet- en regelgeving voldoen en op basis daarvan hun productie hoe dan ook moeten stopzetten; subsidie wordt aangevraagd met door bedrijven uit de houtsector voor commercieel levensvatbare houtwinning, vervoer hout of de verwerking van hout of andere bosrijkdommen tot producten of energiebronnen; het voedselbossen betreft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21569\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.6.9</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze regeling is gebaseerd op de Catalogus Groenblauwe Diensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf2.15.7 Recreatiezonering Veluwe</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21571\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(gereserveerd)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21572\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verleend voor: het aanpassen van de paden- of routestructuur of de toegankelijkheid van gebieden; het aanpassen, verwijderen, plaatsen of verplaatsen van een recreatieve voorziening, uitgezonderd de aanleg van een nieuwe routestructuur; het doen van onderzoek naar de activiteiten, bedoeld onder a en b, of naar het aanpassen van openbare wegen, fietspaden of parkeerplaatsen; communicatie over de uit te voeren recreatiezoneringsactiviteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21573\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In aanvulling op artikel 2.15.1.2 kan subsidie alleen worden verleend als de activiteit: bijdraagt aan de doelen van het recreatiezoneringsplan; deze uitgevoerd wordt in het Natura 2000-gebied Veluwe; en in overeenstemming is met de karakteristieken van de aangegeven zone op de recreatiezoneringskaart waarin de activiteit wordt uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In aanvulling op het vorige lid wordt subsidie als bedoeld in artikel 2.15.7.2, onder c, alleen verleend als het onderzoek wordt gedaan naar de effecten van de onderzochte maatregelen op de natuur en de aanvrager voornemens is de onderzochte maatregelen uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Gedeputeerde Staten kunnen op verzoek van de aanvrager afwijken van het eerste lid, onder b, als de activiteit bijdraagt aan de vermindering van verstoring binnen het Natura 2000-gebied Veluwe.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21574\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In aanvulling op artikel 2.15.1.6 bedraagt de subsidie, bedoeld in artikel 2.15.7.2, onder a, c en d, 100% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie als bedoeld in artikel 2.15.7.2, onder b, bedraagt:</p>\n<p class=\"lf-p\">100% van de subsidiabele kosten als de recreatieve voorziening wordt verwijderd of beperkt;</p>\n<p class=\"lf-p\">75% van de subsidiabele kosten als de recreatieve voorziening primair de natuurkwaliteit dient;</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de subsidiabele kosten als de recreatieve voorziening primair het verbeteren van de belevingskwaliteit dient.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Gedeputeerde Staten kunnen het subsidiebedrag, bedoeld in het tweede lid, onder b of c, met 25% van de subsidiabele kosten verhogen als de activiteit uitgevoerd wordt in combinatie met voldoende andere fysieke maatregelen die gericht zijn op het verminderen van het recreatief gebruik elders op het terrein. Gedeputeerde Staten betrekken in hun afweging de omvang van het terrein, het geheel van fysieke maatregelen, de mate van de vermindering van de verstoring, de natuurwaarden en het habitattype van het terrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Artikel 2.15.1.6, tweede lid, is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21575\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen niet in aanmerking de interne loonkosten van een gemeente of waterschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21576\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.7.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Artikel 2.15.1.5, eerste lid, onder b, sub ii, is niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 2.15.7.2, onder c, gaat vergezeld van een verklaring dat de aanvrager voornemens is de maatregelen waarnaar onderzoek wordt gedaan uit te voeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21577\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.7.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Artikel 2.15.1.7, tweede lid, is niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager moet een verwijderde recreatieve voorziening verwijderd houden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21578\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.15.7.8</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Artikel 2.15.1.8 is niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.15.7.2, onder a en b, wordt niet verstrekt voor beheer en onderhoud.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf2.16Revitalisering en omvorming bos buiten Natura 2000</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2161\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.16.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verleend voor: revitalisering van bos voor: hydrologisch herstel; het aanbrengen van een wildkerend raster; het verwijderen van uitheemse boom- en struiksoorten; het aanplanten van inheemse loofbomen en rijkstrooiselsoorten; het maken van een plan voor een netwerk van oude, aftakelende en dode bomen; het omvormen van kruiden- en faunarijk grasland naar bos.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2162\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.16.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie als bedoeld in artikel 2.16.1 wordt alleen verstrekt als de activiteiten plaatsvinden op percelen binnen het Gelders natuurnetwerk en buiten een Natura 2000-gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie als bedoeld in artikel 2.16.1, onder a, wordt alleen verstrekt als de activiteiten gericht zijn op het mitigeren of wegnemen van knelpunten ten aanzien van de vitaliteit van bos.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Subsidie als bedoeld in artikel 2.16.1, eerste lid, onder a, sub i, wordt alleen verstrekt als de activiteiten gericht zijn op uitvoeren van: onderzoek naar de kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de kringloop van grond- en oppervlaktewater gericht op: hydrologisch systeemherstel; en het tegengaan van verdroging of herstel van vochtige en natte boshabitats; of herstelmaatregelen in vochtige of natte boshabitats.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Subsidie als bedoeld in artikel 2.16.1, onder a, sub ii, wordt alleen verstrekt op locaties waar meer inheemse loofbomen nodig zijn voor brandpreventie, als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: het raster is noodzakelijk in verband met graasdruk door in het wild levende soorten; het aanplanten of bevorderen van natuurlijke verjonging van inheemse loofbomen is noodzakelijk in het kader van de hoofdcompartimentering zoals opgenomen in een natuurbrandpreventieplan; of het aanplanten van inheemse loofbomen is opgenomen in een natuurbrandpreventieplan opgesteld voor gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Subsidie als bedoeld in artikel 2.16.1, onder a, sub iii, wordt alleen verstrekt voor zover: het perceel is gelegen op een oude bosgroeiplaats; en alle op het lokale eigendom van aanvrager aanwezige uitheemse boom- en struiksoorten die een bedreiging voor de natuurlijke bosontwikkeling vormen worden verwijderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Subsidie als bedoeld in artikel 2.16.1, onder a, sub iv, wordt alleen verstrekt: binnen bestaande bossen: aangeduid als natuurtype N14 of N15, voor zover het aanplant van autochtoon inheemse boom- en struiksoorten betreft; of binnen bestaande bossen aangeduid als N16, voor zover het aanplant van inheemse boom- en struiksoorten betreft; en als de soorten groepsgewijs worden aangeplant om homogenisering van de bosstructuur te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Subsidie als bedoeld in artikel 2.16.1, onder a, sub v, wordt alleen verstrekt als in het plan: concrete doelstellingen zijn opgenomen waaruit blijkt dat het omschreven netwerk voldoende is voor de gekozen doelsoorten; rekening is gehouden met de habitatvereisten en dispersiecapaciteit van de gekozen soorten; een concrete planning is opgenomen waarin is uitgewerkt wanneer de doelstellingen zijn bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Subsidie als bedoeld in artikel 2.16.1, onder b, wordt alleen verstrekt als: het om te vormen perceel: natuurtype N12.02 betreft; weinig meerwaarde heeft voor biodiversiteit en ook de actuele en potentiële ecologische waarde van het perceel gering is; en minimaal 0,5 hectare groot is; de aanplant bestaat uit autochtone inheemse boom- en struiksoorten of sprake is van het handhaven en het bevorderen van spontane opslag; het perceel voor maximaal 60% wordt beplant; en het te realiseren bos gaat voldoen aan de eisen van natuurtype N14 of N15.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2163\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.16.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie kan worden aangevraagd door een natuurlijk persoon of rechtspersoon die krachtens eigendom of erfpacht zeggenschap heeft over het terrein waarvoor subsidie wordt aangevraagd of gemachtigd is door een persoon die krachtens eigendom of erfpacht zeggenschap heeft over het terrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie voor omvorming van kruiden- en faunarijk grasland naar bos kan worden aangevraagd door de eigenaar van de grond waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2164\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.16.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor subsidie komen in aanmerking alle kosten die nodig zijn voor het uitvoeren van de subsidiabele activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Artikel 1.3.5, tweede lid, is niet van toepassing als de aanvrager Staatsbosbeheer is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2165\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.16.5</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.3.4 wordt geen subsidie verstrekt voor: functieverandering; kosten voor de verwijdering van bodemverontreiniging of afval; kosten voor de aanschaf van machines; kosten voor de aanschaf of plaatsing van recreatieve voorzieningen; kosten voor het wegwerken van achterstallig onderhoud; kosten voor de aanschaf van materialen, anders dan voor de subsidiabele activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2166\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.16.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.2.3 bevat de aanvraag: een beschrijving van het voldoen aan de criteria; een beschrijving per natuurgebied van de gegevens, bedoeld in artikel 1.2.3, eerste lid; een beschrijving van de oppervlakte waarop de activiteiten zullen worden uitgevoerd; een GIS-kaart waarop de maatregelen zijn aangeduid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2167\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.16.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie bedraagt 95% van de subsidiabele kosten en wordt gemaximeerd door de in bijlage 5 opgenomen normkosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Alleen de werkelijk gemaakte kosten zijn subsidiabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Gedeputeerde Staten kunnen in bijzondere gevallen afwijken van de in bijlage 5 opgenomen normkosten als de activiteiten aantoonbaar meer kosten en die meerkosten niet kunnen worden gemiddeld binnen het project.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Subsidie wordt niet verleend als deze minder bedraagt dan € 5.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2168\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.16.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvrager van de subsidie, bedoeld in artikel 2.16.1, onder a, sub ii, moet: binnen het raster voldoende opvolgend beheer uitvoeren om de voorgenomen doelen te behalen; en binnen het wildraster geen bodembewerking, anders dan maken van plantgaten, uitvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager van de subsidie, bedoeld in artikel 2.16.1, onder a, sub iii, moet: vrijkomend hout laten liggen, tenzij het struikvormers betreft; geen houtoogst toe passen; niet-mechanisch verwijderen, tenzij onderbouwd wordt dat het noodzakelijk is; en geen glyfosaat toepassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager moet na de uitvoering van de activiteit de herstelde of verbeterde natuur duurzaam in stand houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De aanvrager van subsidie, bedoeld in artikel 2.16.1, onder a, sub iv moet bij de realisatie geen inheemse spontane opslag verwijderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De aanvrager van subsidie, bedoeld in artikel 2.16.1, onder a, sub iv, en onder b, moet bij aanplant gebruik maken van herkomsten genoemd op de Nederlandse Rassenlijst Bomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2169\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.16.9</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt voor zover de verstrekking niet in strijd is met artikel 53, tweede lid, onderdeel b, van de AGGV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf2.17Innovatie en modernisering stalemissies</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2171\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: emissiewaarde: effect van uitstoot van milieuvervuilende stoffen in de atmosfeer als gevolg van menselijke activiteiten; experimentele ontwikkeling: experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, onderdeel 86 van de AGGV; onderzoeksorganisatie: organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding als bedoeld in artikel 2, onderdeel 50, van de LVV; methaanemissie: uitstoot van methaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Rav: Regeling Ammoniak en Veehouderij;</p>\n<p class=\"lf-p\">Rav-code: code per huisvestingssysteem, opgenomen in bijlage 1 van de Rav, waarvoor een emissiefactor is vastgesteld; referentiewaarde: waarde behorend bij een Rav-code die de hoogte van de emissie die zonder investeringen en managementmaatregelen vanuit het stalsysteem voortkomt, weergeeft; stalsysteem: mest- en voeropslag, mestkelder, mestbewerkingsinstallatie of dierenverblijven, of een combinatie hiervan, die zich bevindt respectievelijk die zich bevinden op een veehouderij; stikstofdepositie: neerslag van stikstofoxiden en ammoniak op de omgeving; stikstofemissie: uitstoot van stikstofoxiden en ammoniak; veehouderij: landbouwbedrijf waarin dieren worden gehouden voor de primaire landbouwproductie of vermeerdering van de die dieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf2.17aInvesteringen in niet-bewezen brongerichte stikstofreducerende innovaties in stalsystemen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-217a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17a</span><span class=\"lf-art-t\">1Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie kan worden verleend voor een innovatieproject gericht op brongerichte reductie van stikstofemissie en methaanemissie vanuit een stalsysteem.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het innovatieproject bestaat uit een of meer van de volgende fasen: een onderzoeks- en ontwikkelingsfase; een emissiemetingenfase; een resterende productieve levensduurfase.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17a</span><span class=\"lf-art-t\">2Criteria subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie kan alleen worden verleend als: het innovatieproject bestaat uit alle drie de fasen, bedoeld in artikel 2.17a.1, tweede lid; of de emissiemetingenfase en resterende productieve levensduurfase, als de onderzoeks- en ontwikkelingsfase niet meer dan twee jaar voor de aanvraag is gerealiseerd; aanvrager deelneemt in een samenwerkingsverband en aan dit samenwerkingsverband in ieder geval één veehouderij, die potentieel eindgebruiker is van de investeringen, en één onderzoeksorganisatie deelnemen; het innovatieproject wordt uitgevoerd op een of meerdere veehouderijlocaties; het minimaal te verwachten reductiepercentage van stikstofemissie, te berekenen ten opzichte van de referentiewaarde per diercategorie, volgend uit Rav-code in bijlage 1 van de Rav, in ieder geval bedraagt: bij melkvee: 50% ten opzichte van Rav-code A1.100; bij vleeskalveren: 60% ten opzichte van Rav-code A4.100; bij melkgeiten: 25% ten opzichte van 3,4 kg NH3 per dierplaats; bij varkens: 60% ten opzichte van Rav-codes: D1.1.100, D1.2.100, D1.3.100, D1.3.101, D2.100 of D3.100; bij leghennen en grootouder- en ouderdieren van leghennen: 50% ten opzichte van Rav-code E2.100; bij vleeskuikens : 50% ten opzichte van Rav-code E5.100; bij grootouder- en ouderdieren van vleeskuikens: 60% ten opzichte van Rav-code E4.100; de stikstofdepositie van de gehele veehouderijlocatie op de volgende Natura-2000 gebieden, voor de aanvraag minimaal bedraagt:</p>\n<p class=\"lf-p\">10.000 mol per jaar in de Veluwe;</p>\n<p class=\"lf-p\">300 mol per jaar in Rijntakken;</p>\n<p class=\"lf-p\">18 mol per jaar in de Achterhoek; het innovatieproject gericht is op reductie van methaanemissie; de emissiereductie van het innovatieproject realtime wordt gemeten en gemonitord met sensoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie als bedoeld in artikel 2.17a.1, tweede lid, onder a, kan alleen worden verleend: voor investeringen in technieken, installaties, apparatuur, machines en uitrusting die naar verwachting leiden tot reductie van stikstof- en methaanemissie in bestaande stalsystemen of nieuw te ontwikkelen en te bouwen typen stalsystemen en voor sensoren voor werkelijke en continue meting van stikstof- en methaanemissie; als de investeringen, bedoeld onder a, zijn gericht op experimentele ontwikkeling of industrieel onderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Subsidie als bedoeld in artikel 2.17a.1, tweede lid, onder b, kan alleen worden verleend: voor het meten van het effect dat de investeringen bedoeld in het tweede lid, onder a, hebben op de stikstof- en methaanemissie op een veehouderij; en voor technieken, installaties, apparatuur, machines en uitrusting als bedoeld in het tweede lid, onder a, die nog geen Rav-code hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Subsidie als bedoeld in artikel 2.17a.1, tweede lid, onder c, kan alleen worden verleend: voor de afschrijving van de investeringen, bedoeld in het tweede lid, onder a, na het afronden van de onderzoeks- en ontwikkelfase en de emissiemetingenfase; als de investeringen gebruiksklaar zijn voor het gebruik bij de primaire landbouwproductie op die veehouderijlocatie; als deze investeringen passen binnen de criteria van artikel 14, vijfde lid en tiende lid, van de LVV.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17a</span><span class=\"lf-art-t\">3Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie kan worden aangevraagd door de veehouderij die volgens de aanvraag optreedt als penvoerder namens het samenwerkingsverband.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17a</span><span class=\"lf-art-t\">4Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.2.3 bevat de aanvraag een berekening ter onderbouwing van het minimaal te verwachten reductiepercentage van stikstof- en methaanemissie, te berekenen ten opzichte van de referentiewaarde per diercategorie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17a</span><span class=\"lf-art-t\">5Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie, bedoeld in artikel 2.17a.1, tweede lid, onder a, bedraagt:</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de subsidiabele kosten voor zover deze kosten betrekking hebben op industrieel onderzoek;</p>\n<p class=\"lf-p\">25% van de subsidiabele kosten voor zover deze kosten betrekking hebben op experimentele ontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het percentage, genoemd in het eerste lid, wordt verhoogd met:</p>\n<p class=\"lf-p\">10%, als de aanvrager een middelgrote onderneming is en de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door die onderneming;</p>\n<p class=\"lf-p\">20%, als de aanvrager een kleine onderneming is en de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door die onderneming.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het percentage, genoemd in het eerste lid, wordt op grond van artikel 25, zesde lid, onder b, van de AGVV verhoogd met 15% als: in de onderzoeks- en ontwikkelingsfase daadwerkelijk wordt samengewerkt en voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 25, zesde lid, onderdeel b, onder i, van de AGVV; de projectresultaten uit de onderzoeks- en ontwikkelingsfase ruim worden verspreid via conferenties, publicaties, open access-repositories of gratis of opensource-software.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De subsidie, bedoeld in artikel 2.17a.1, tweede lid, onder a, bedraagt ten hoogste € 180.000 per veehouderijlocatie, met een maximum van € 720.000 per aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De subsidie, bedoeld in artikel 2.17a.1, tweede lid, onder b, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot maximaal € 120.000 per veehouderijlocatie en maximaal € 480.000 per aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De subsidie, bedoeld in artikel 2.17a.1, tweede lid, onder c, bedraagt 80% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Voor de resterende productieve levensduurfase bedraagt de subsidie ten hoogste € 200.000 per veehouderijlocatie in een innovatieproject en maximaal € 800.000 per aanvraag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17a</span><span class=\"lf-art-t\">6Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor de onderzoeks- en ontwikkelingsfase, bedoeld in artikel 2.17a.1, tweede lid, onder a, komen de kosten, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de AGVV voor subsidie in aanmerking voor zover deze kosten betrekking hebben op experimentele ontwikkeling of industrieel onderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Voor de emissiemetingenfase, bedoeld in artikel 2.17a.1, tweede lid, onder b, komen de kosten, bedoeld in artikel 38, zevende lid, van de LVV voor subsidie in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Voor de resterende productieve levensduurfase, bedoeld in artikel 2.17a.1, tweede lid, onder c, komen de afschrijvingskosten van de investeringen voor subsidie in aanmerking voor zover deze kosten vallen onder de kosten, bedoeld in artikel 14, zesde lid, onder a tot en met d, van de LVV.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17a</span><span class=\"lf-art-t\">7Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt geweigerd als: voor dezelfde innovatie al subsidie is verstrekt; voor een van de fasen van het innovatieproject al subsidie is verstrekt; met de uitvoering van het innovatieproject de op grond van het Besluit emissiearme huisvesting veehouderij van toepassing zijnde maximale emissiewaarde voor ammoniak wordt overschreden; het innovatieproject naar verwachting leidt tot een verminderd niveau van dierenwelzijn of van brandveiligheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17a</span><span class=\"lf-art-t\">8Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Als het innovatieproject bestaat uit alle drie de fasen, bedoeld in artikel 2.17a.2, eerste lid, onder a, sub i, worden de onderzoek- en ontwikkelingsfase en de emissiemetingenfase binnen vijf jaar na subsidieverlening voltooid.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als het innovatieproject bestaat uit de emissiemetingenfase en de resterende productieve levensduurfase, bedoeld in artikel 2.17a.2, eerste lid, onder a, sub ii, wordt de emissiemetingenfase binnen twee jaar na het verlenen van de subsidie voltooid.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Voor de uitvoering van de emissiemetingenfase maakt de subsidieontvanger gebruik van meetprotocollen die voldoen aan de internationale stand van onderzoek of techniek.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Voorafgaand aan de uitvoering van de emissiemetingenfase maakt de onderzoeksorganisatie de informatie, bedoeld in artikel 38, derde lid, van de LVV bekend op een openbaar toegankelijke website op nationaal of regionaal niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Na afloop van emissiemetingenfase stelt de onderzoeksorganisatie de resultaten van onderzoek overeenkomstig artikel 38, vierde lid van de LVV beschikbaar op een openbaar toegankelijke website op nationaal of regionaal niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De resultaten van de emissiemetingenfase worden door de onderzoeksorganisatie gedurende vijf jaar beschikbaar gehouden vanaf de datum waarop de resultaten op internet beschikbaar zijn gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Als voor de emissiemetingenfase een milieueffectbeoordeling wordt uitgevoerd als bedoeld in artikel 14, vijfde lid, van de LVV, is deze beoordeling uitgevoerd of de vergunning voor het investeringsproject verleend voor de datum waarop de investering wordt uitgevoerd en de resterende productieve levensduurfase van start gaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subparagraaf2.17bInvesteringen in bewezen stikstofreducerende maatregelen in stalsystemen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-217b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17b</span><span class=\"lf-art-t\">1Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verleend voor een project gericht op de inrichting of herinrichting van een stalsysteem waarvan de toepassing leidt tot reductie van stikstofemissie binnen de veehouderijlocatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17b</span><span class=\"lf-art-t\">2Criteria subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan alleen worden verleend: voor de aanschaf en het gebruiksklaar maken van een of meer nieuwe bewezen technieken, installaties, apparatuur, machines of uitrusting die leiden tot brongerichte reductie van stikstofemissie in een stalsysteem; of voor een combinatie van een van de brongerichte maatregelen, bedoeld onder a, en een nageschakelde techniek; als de investeringen, bedoeld onder a en b, passen binnen de criteria van artikel 14, vijfde en tiende lid, van de LVV; als aannemelijk is dat het reductiepercentage van stikstofemissie, te berekenen ten opzichte van de referentiewaarde per diercategorie, volgend uit Rav-code in bijlage 1 van de Rav, in ieder geval bedraagt: bij melkvee: 30% ten opzichte van Rav-code A1.100; bij vleeskalveren: 60% ten opzichte van Rav-code A4.100; bij varkens: 60% ten opzichte van Rav-codes: D1.1.100, D1.2.100, D1.3.100, D1.3.101, D2.100 of D3.100; bij pluimvee: 50% ten opzichte van Rav-codes: E1.100, E2.100, E3.100, E4.100, E5.100 bij overig: 60% ten opzichte van Rav-codes: B1.100, F1.100, F2.100, F3.100, F4.100, G1.100, G2.1.100, I2.100, K1.100, L3.100; als de stikstofdepositie van de gehele veehouderijlocatie op een van de volgende stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden in Gelderland, minimaal bedraagt:</p>\n<p class=\"lf-p\">22349 mol per jaar in de Veluwe;</p>\n<p class=\"lf-p\">890 mol per jaar in Rijntakken;</p>\n<p class=\"lf-p\">90 mol per jaar in de Achterhoek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17b</span><span class=\"lf-art-t\">3Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden aangevraagd door een veehouderij.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17b</span><span class=\"lf-art-t\">4Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.2.3 bevat de aanvraag de volgende gegevens: een onafhankelijke en door onderzoeksorganisatie onderbouwde berekening ter onderbouwing van het minimaal te verwachten reductiepercentage van stikstofemissie, te berekenen ten opzichte van de referentiewaarde per diercategorie; benaming van de investering en Rav-code of de benaming en het reductiepercentage van de techniek zoals onderbouwd en gebleken in de praktijk; en offertes van de investeringen, bedoeld in artikel 2.17b.2, onder a.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17b</span><span class=\"lf-art-t\">5Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie bedraagt 80% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De maximale subsidie is afhankelijk van het percentage waarmee de in de omgevingsvergunning toegestane stikstofemissie wordt verlaagd en bedraagt ten hoogste: € 75.000 bij een verlaging van de toegestane stikstofemissie met 30% van het reductiepercentage van stikstofemissie; € 90.000 bij een verlaging van de toegestane stikstofemissie met maximaal 45% van het reductiepercentage van stikstofemissie; € 105.000 bij een verlaging van de toegestane stikstofemissie met maximaal 60% van het reductiepercentage van stikstofemissie; € 120.000 bij een verlaging van de toegestane stikstofemissie met maximaal 75% van het reductiepercentage van stikstofemissie; € 135.000 bij een verlaging van de toegestane stikstofemissie met maximaal 90% van het reductiepercentage van stikstofemissie; € 150.000 bij een verlaging van de toegestane stikstofemissie met meer dan 90% van het reductiepercentage van stikstofemissie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17b</span><span class=\"lf-art-t\">6Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor subsidie komen in aanmerking de kosten, bedoeld in artikel 14, zesde lid, de onderdelen a tot en met d, van de LVV.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Voor subsidie komen niet in aanmerking de kosten die gemaakt worden om te voldoen aan wettelijke verplichtingen, waaronder verplichtingen op grond van het Besluit emissiearme huisvesting veehouderij.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17b</span><span class=\"lf-art-t\">7Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt geweigerd als: met de uitvoering van de activiteit de op grond van het Besluit emissiearme huisvesting veehouderij van toepassing zijnde maximale emissiewaarde voor ammoniak wordt overschreden; de activiteit naar verwachting leidt tot een verminderd niveau van dierenwelzijn of van brandveiligheid; of voor dezelfde activiteiten subsidie is verleend op grond van paragraaf 2.21.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17b</span><span class=\"lf-art-t\">8Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De activiteit is binnen twee jaar na start van de activiteit voltooid.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Gedeputeerde Staten kunnen de in het eerste lid genoemde termijn op verzoek verlengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Binnen zes maanden na de start van de uitvoering van de activiteit, dient aanvrager een verzoek in tot wijziging van omgevingsvergunning om de daarin toegestane stikstofemissie te verlagen met het percentage, bedoeld in artikel 2.17b.5, tweede lid, waarop de subsidie is verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.17b</span><span class=\"lf-art-t\">9Opschortende voorwaarde</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat de subsidieontvanger binnen één jaar na de verlening aantoont dat een milieueffectbeoordeling is uitgevoerd of de vergunning voor het investeringsproject is verleend als voor de uitvoering van het project een milieueffectbeoordeling wordt uitgevoerd als bedoeld in artikel 14, vijfde lid, van de LVV.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Op verzoek kunnen Gedeputeerde Staten deze termijn verlengen tot een periode van maximaal twee jaar na de beschikking tot subsidieverlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidieontvanger verstrekt de stukken binnen één maand na de uitvoering van de milieueffectbeoordeling of ontvangst van de benodigde vergunning, bedoeld in het eerste lid, aan Gedeputeerde Staten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf2.18Aanleg agroforestry</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2181\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.18.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(gereserveerd)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2182\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.18.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor de aanleg van een landbouwsysteem waarbij bomen en houtige, meerjarige gewassen bewust gecombineerd worden met akkerbouw of groententeelt van eenjarige gewassen, of veeteelt op eenzelfde perceel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2183\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.18.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan alleen worden verstrekt als: het perceel waarop de bomen en houtige, meerjarige gewassen worden aangeplant een minimale oppervlakte heeft van één hectare; en een minimum van 30 bomen of houtige, meerjarige gewassen per hectare wordt aangeplant; of de aangeplante bomen of houtige, meerjarige gewassen worden geplaatst in een of meer rijen van ieder minimaal 20 meter.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2184\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.18.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking: de kosten van de aankoop van bomen en houtige, meerjarige gewassen; de kosten voor de aankoop van toebehoren voor de aanleg en instandhouding van de activiteit voor zover deze kosten niet zijn betrokken in een andere subsidieaanvraag; de kosten van huur van machines in verband met de aanplant; de kosten voor de inhuur van personeel; directe arbeidskosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2185\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.18.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden aangevraagd door ondernemingen die actief zijn in de landbouwsector.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2186\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.18.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag de volgende gegevens verstrekt: een projectplan volgens het door de provincie beschikbaar gestelde format; offertes voor de aankoop van de bomen en houtige, meerjarige gewassen; een topografische kaart waarop de ligging van het perceel is aangegeven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2187\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.18.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 20.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2188\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.18.8</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd als de aanleg is gericht op aanplant van invasieve soorten die een bedreiging zijn voor de biodiversiteit zoals opgenomen in Unielijst bij Verordening (EU) Nr. 1143/2014 van het Europees parlement en de Raad van 22 oktober 2014 over de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2189\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.18.9</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt voor zover de verstrekking niet in strijd is met de De-minimisverordening voor de landbouwsector.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf2.19Adviezen voor natuurinclusieve kringlooplandbouw</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2191\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.19.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor het geven van een bedrijfsspecifiek advies voor natuurinclusieve kringlooplandbouw aan een landbouwonderneming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2192\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.19.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan alleen worden verstrekt als: het advies wordt gegeven aan een landbouwonderneming die gevestigd is in Gelderland; het advies wordt gegeven aan een landbouwonderneming die actief is in de primaire landbouwproductie met SBI-code 01.1, 01.2, 01.3, 01.4 of 01.5; het advies is gericht op minimaal één van de volgende onderwerpen: brongerichte vermindering van emissies; duurzaam landgebruik; toename biodiversiteit; gesloten voedselsysteem of gesloten mineralenkringloop; reductie middelengebruik; of beter verdienmodel zonder toename veestapel; het advies ingaat op minimaal de volgende elementen: de veranderingen die noodzakelijk zijn in het bedrijf; de positieve effecten die met de veranderingen worden bereikt op de fysieke leefomgeving van het bedrijf; de marktkansen en het verdienmodel van de landbouwonderneming, nadat de veranderingen hebben plaatsgevonden; en een indicatieve kostenbegroting voor de realisatie van de veranderingen; de aanvrager onafhankelijk is van de te adviseren landbouwonderneming; de aanvrager voor 1 mei 2022 stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel met SBI-code 62, 66.1, 70.2, 71, 72.1, 73.2, 74.9, 85.41 of 85.42; er voorafgaand aan het advies minimaal één bedrijfsbezoek is afgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2193\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.19.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie kan worden aangevraagd door een aanbieder van adviesdiensten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2194\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.19.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.2.3 bevat de aanvraag: een volledig ingevulde adviesvoucher, die door de provincie beschikbaar is gesteld aan landbouwondernemingen; een offerte, die is ondertekend door de aanvrager en de opdracht gevende landbouwonderneming en een voorbehoud van het verkrijgen van de subsidie bevat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2195\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.19.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt € 1.500 per advies.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2196\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.19.6</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidieontvanger legt het advies schriftelijk vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Binnen zes maanden na subsidieverlening wordt het advies gegeven aan de landbouwonderneming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2197\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.19.7</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt onder toepassing van artikel 22 van de LVV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf2.20Soortenmanagementplan</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2201\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.20.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Soortenmanagementplan: beleidsplan gericht op het versterken van de staat van instandhouding van beschermde soorten als bedoeld in het Besluit activiteiten leefomgeving binnen een gemeente of enkele gemeenten, berustend op ecologisch onderzoek, dat wordt opgesteld met als doel het dienen als onderbouwing van de aanvraag om een gebiedsgerichte omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in de artikelen 11.37, 11.46 en 11.54, van het Besluit activiteiten leefomgeving ter versnelling van de energiebesparende isolatie van de thermische schil van gebouwen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2202\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.20.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verleend voor activiteiten die zijn gericht zijn op het voorbereiden, opstellen, implementeren of monitoren van soortenmanagementplannen, die ten minste de informatie bevat genoemd in bijlage 1 van de Beleidsregels soortenbescherming Gelderland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2203\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.20.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt als de activiteiten ten minste het volledige stedelijk gebied van een gemeente beslaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2204\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.20.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor subsidie komen in aanmerking alle kosten die nodig zijn voor het uitvoeren van de subsidiabele activiteit.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van artikel 1.3.4, onder b, komen de kosten die vanaf 1 januari 2021 zijn gemaakt voor subsidie in aanmerking.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2205\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.20.5</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.3.4 wordt geen subsidie verstrekt voor interne loonkosten van een gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2206\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.20.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2207\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.20.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.2.3 bevat de aanvraag: de offerte-uitvraag voor de subsidiabele activiteit; een offerte van een adviesbureau voor de kosten als bedoeld in artikel 2.20.4; een kaart en een beknopte beschrijving van het plangebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2208\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.20.8</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten en bedraagt maximaal de in bijlage II onderdeel 4 van de Regeling specifieke uitkering versnelling natuurinclusief isoleren genoemde bedrag per gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2209\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.20.9</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten, waarvoor subsidie wordt verleend, moeten uiterlijk 31 december 2027 zijn gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf2.21Circulaire mestverwerking</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.21.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: circulaire mestverwerking: behandeling van mest waarbij nutriënten of andere herbruikbare bestanddelen uit de mest worden gehaald ten behoeve van hergebruik in een gesloten kringloop of het zoveel mogelijk voorkomen van verliezen naar het milieu; stikstofstripper: technische installatie voor het terugwinnen van stikstof uit mest of digestaat; veehouderij: landbouwbedrijf waarin dieren worden gehouden voor de primaire landbouwproductie of vermeerdering van de desbetreffende dieren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.21.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende activiteiten voorcirculaire mestverwerking: het aanpassen van een stalvloer inclusief apparatuur voor het verzamelen van mest; of het plaatsen van een stikstofstripper eventueel samen met een mestscheider.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2213\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.21.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt als: de activiteit aantoonbaar bijdraagt aan een van de volgende doelstellingen: de matiging van en aanpassing aan klimaatverandering, onder meer door de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en een betere koolstofvastlegging, en bevorderen van duurzame energie en energie-efficiëntie; een duurzame circulaire bio-economie en bevorderen van de duurzame ontwikkeling en het efficiënte beheer van natuurlijke hulpbronnen zoals water, bodem en lucht, onder meer door het verminderen van de afhankelijkheid van chemische middelen; de activiteit wordt uitgevoerd in de provincie Gelderland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2214\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.21.4</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd als voor dezelfde activiteiten al eerder subsidie is verleend op grond van deze regeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2215\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.21.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking: kosten van de aanpassing van de stalvloer inclusief apparatuur voor het verzamelen van mest; kosten van de aanschaf en installatie van de stikstofstripper en mestscheider; accountantskosten, als de subsidiebeschikking een accountantsverklaring voorschrijft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2216\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.21.6</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Directe loon- en arbeidskosten komen niet in aanmerking voor subsidie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2217\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.21.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden aangevraagd door een veehouderij met of zonder rechtspersoonlijkheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2218\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.21.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag in ieder geval de volgende gegevens verstrekt: een projectplan volgens het door de provincie beschikbaar gestelde format waarin ten minste is opgenomen: voor subsidie als bedoeld in artikel 2.21.2, onder a, de hoeveelheid m3 drijfmest of vaste mest en urine die jaarlijks opgevangen gaat worden na aanpassing van de stalvloer en de bijbehorende emissiefactor volgens de fabrikant van het stalvoersysteem; voor subsidie als bedoeld in artikel 2.21.2, onder b, de hoeveelheid m3 mest die jaarlijks door de stikstofstripper bewerkt gaat worden, het te verwachten gehalte minerale stikstof uit het stikstofconcentraat en de soorten en hoeveelheid herbruikbare bestanddelen die naar verwachting vrijkomen voor hergebruik in een gesloten kringloop; een begroting volgens het door de provincie beschikbaar gestelde format; offertes voor de aanschaf en uitvoering van de subsidiabele activiteiten, inclusief technische specificaties van de apparatuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2219\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.21.9</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie bedraagt: voor subsidie als bedoeld in artikel 2.21.2, onder a, 60% van de subsidiabele kosten; voor subsidie als bedoeld in artikel 2.21.2, onder b, 80% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De totale subsidie per aanvraag bedraagt minimaal €26.000 en maximaal €250.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22110\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.21.10</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De activiteiten zijn binnen 12 maanden na subsidieverlening voltooid.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Gedeputeerde staten kunnen deze termijn op verzoek van de subsidieontvanger met maximaal 12 maanden verlengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Voor de start van de activiteit draagt aanvrager zorg voor wijziging van omgevingsvergunning, om ten minste de omschrijving van de activiteiten waarvoor de vergunning is verleend, aan te passen aan de met deze subsidie te realiseren investeringen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.21.11</span><span class=\"lf-art-t\">Vaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 26 van de AsG is artikel 27 van de AsG van toepassing op de vaststelling van de subsidie, met dien verstande dat voor subsidie tot € 125.000 in plaats van een accountantsverklaring kan worden volstaan met een verklaring als bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de AsG ondersteund met facturen van de gerealiseerde kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.21.12</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie op grond van deze paragraaf wordt alleen verstrekt voor zover de verstrekking niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 14 van de LVV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf2.22Beëindigen van de houtoogst</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2221\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.22.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: herstelprogramma Bossen Natura 2000 Veluwe: uitwerking van de herstelmaatregel M17a en M17b van het Beheerplan Natura 2000 Veluwe (057) vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Gelderland op 9 mei 2023 Herstelprogramma Bossen (gelderland.nl); kwalificerende boshabitats: boshabitattypen H9120 Beuken-eikenbossen met hulst en H9190 Oude eikenbossen binnen de begrenzing van de herstelmaatregelengebieden Herstel historische boscomplexen en Herstel (en uitbreiding) eikenstrubbenboscomplexen zoals aangegeven op de kaarten houtoogstbeperking en -verbod deelgebied in bijlage 8 van het herstelprogramma Bossen Natura 2000 Veluwe.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2222\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.22.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt voor het beëindigen van de houtoogst in kwalificerende boshabitats zoals omschreven in paragraaf 6.1.2, onder 2 en 3, van het herstelprogramma Bossen Natura 2000 Veluwe.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2223\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.22.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt als: de aanvrager eigenaar is van het perceel; en de totale omvang van de kwalificerende boshabitats minimaal 1 hectare bedraagt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2224\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.22.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de subsidie bedraagt: € 6.250 per hectare voor H9190 Oude eikenbossen; € 6.550 per hectare voor H9120 Beuken-eikenbossen met hulst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2225\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.22.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan publiekrechtelijke rechtspersonen en rechtspersonen met een wettelijke taak.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2226\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.22.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.2.3, eerste en tweede lid, bevat de aanvraag een overzicht van de gronden met kwalificerende boshabitats en hun oppervlakte.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2227\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.22.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd als voor het beëindigen van de houtoogst op hetzelfde perceel subsidie is verleend of nadeelcompensatie is verkregen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2228\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.22.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidieontvanger is verplicht: binnen twaalf weken na verlening met de provincie Gelderland een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 Algemene wet bestuursrecht af te sluiten waarin is opgenomen: de verplichting dat de subsidieontvanger de kwalificerende boshabitats niet gebruikt of doet gebruiken voor de houtoogst en nalaat activiteiten te verrichten of te laten verrichten strijdig met paragraaf 6.1.2, onder 2 en 3, van het Herstelprogramma Bossen Natura 2000 Veluwe; en dat deze verplichting overgaat op al degenen die het perceel onder bijzondere of algemene titel verkrijgen en dat ook gebonden zullen zijn al degenen die van de rechthebbende een recht op gebruik van het perceel krijgen; binnen vier weken nadat de overeenkomst tot stand is gekomen de overeenkomst in te laten schrijven als kwalitatieve verplichting ten aanzien van het perceel in de openbare registers; en een afschrift van de kwalitatieve verplichting binnen vier weken na inschrijving in de openbare registers toe te zenden aan Gedeputeerde Staten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Artikel 1.4.7 is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2229\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.22.9</span><span class=\"lf-art-t\">Staatsteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger mag de subsidie niet inzetten voor het verrichten van economische activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.22.10</span><span class=\"lf-art-t\">Vaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onder toepassing van artikel 26, vijfde lid, van de AsG is artikel 26 van toepassing op de vaststelling van alle subsidies op grond van deze paragraaf, waarbij voor het activiteitenverslag kan worden volstaan met de overeenkomst, bedoeld in artikel 2.22.8, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf2.23 (gereserveerd) Paragraaf2.24 (gereserveerd) Paragraaf2.25Managementmaatregelen melkveehouderij</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2251\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.25.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: agromilieuklimaatverbintenis: verbintenis als bedoeld in artikel 34 van de LVV, die door een melkveehouderij wordt aangegaan voor een periode van vier jaar en die gericht is op het reduceren van stikstof- en methaanemissie en het monitoren daarvan; melkveehouderij: landbouwbedrijf waarin melkkoeien worden gehouden voor de productie van melk of de vermeerdering van melkkoeien.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2252\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.25.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van een agromilieuklimaatverbintenis voor een of meer van de volgende managementmaatregelen: het verminderen van eiwit in het rantsoen; meer uren weidegang.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2253\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.25.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt als de managementmaatregelen worden uitgevoerd in de provincie Gelderland binnen het gebied dat wordt begrensd door de Nederrijn, de IJssel en de Veluwerandmeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2254\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.25.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan aangevraagd worden door een melkveehouderij met of zonder rechtspersoonlijkheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2255\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.25.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag om subsidie bevat: de meest recente Kringloopwijzer van de betreffende melkveehouderij; de meest recente Gecombineerde opgave; indien van toepassing: een offerte voor de aankoop van de meetsensoren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2256\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.25.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De volgende kosten komen voor subsidie in aanmerking: de extra kosten en de gederfde inkomsten door de uitvoering van de managementmaatregelen; de kosten van meetsensoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als in de nationale wetgeving of in het recht van de Europese Unie nieuwe voorschriften in werking treden waardoor de managementmaatregel als bedoeld in artikel 2.25.2, onder b, niet langer als bovenwettelijk is te beschouwen, komen de kosten van de uitvoering van deze managementmaatregel vanaf dat moment niet meer voor subsidie in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.In afwijking van het tweede lid komen bedoelde kosten nog maximaal twee jaar voor subsidie in aanmerking, voor zover het gaat om nieuwe nationale voorschriften die verder gaan dan de betrokken minimumvoorschriften van het recht van de Europese Unie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2257\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.25.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voor het verrichten van de managementmaatregel, bedoeld in artikel 2.25.2, aanhef en onder a, wordt in overeenstemming met bijlage 6 bij deze regels berekend op basis van het aantal gram ruw eiwit per kilogram droge stof, en is een bedrag per koe, tot een maximum van 110 koeien, en bedraagt maximaal € 20.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie voor het verrichten van de managementmaatregel, bedoeld in artikel 2.25.2, onder b, wordt in overeenstemming met bijlage 6 bij deze regels berekend met een bedrag per jaar per hectare, tot een maximum van 75 hectare, gebaseerd op het aantal uren weidegang per jaar per koe.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidie voor de aanschaf van meetsensoren bedraagt maximaal 65% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 19.500.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Als de subsidie wordt verstrekt aan een jonge landbouwer als bedoeld in artikel 2, onderdeel 31, van de LVV, bedraagt de subsidie voor de aanschaf van meetsensoren in afwijking van het vijfde lid maximaal 80% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 24.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De totale subsidie bedraagt minimaal € 25.001 en maximaal € 80.000 per aanvrager.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2258\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.25.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht om: binnen één maand na de verlening van de subsidie met de provincie een agromilieuklimaatverbintenis aan te gaan voor de managementmaatregelen waarvoor subsidie is verleend; tijdens de uitvoering van de agromilieuklimaatverbintenis doorlopend de stikstof- en methaanemissies te meten met meetsensoren conform een meetprotocol dat voldoet aan de internationale stand van onderzoek of techniek; en de gegevens aan te leveren die de provincie nodig heeft voor monitoring, rapportage en verantwoording in het kader van de Regeling specifieke uitkering provinciale versnellingsvoorstellen transitie landelijk gebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2259\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.25.9</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt geweigerd als voor het verrichten van een van de in artikel 2.25.2 genoemde managementmaatregelen al eens subsidie is verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22510\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.25.10</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover de subsidie betrekking heeft op de kosten, bedoeld in artikel 2.25.6, onder a, vindt de bevoorschotting als volgt plaats:</p>\n<p class=\"lf-p\">20% bij verlening van de subsidie;</p>\n<p class=\"lf-p\">20% na afloop van het eerste jaar;</p>\n<p class=\"lf-p\">20% na afloop van het tweede jaar;</p>\n<p class=\"lf-p\">20% na afloop van het derde jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.25.11</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.5.1 gaat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie vergezeld van de volgende bewijsstukken over de vier jaren waarop de in artikel 2.25.2 bedoelde agromilieuklimaatverbintenis betrekking heeft: de Kringloopwijzer van de betreffende melkveehouderij; de Gecombineerde opgave; de meetgegevens van de meetsensoren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22512\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.25.12</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie, bedoeld in artikel 2.25.2, onder a, wordt alleen verstrekt voor zover de verstrekking niet in strijd is met de De-minimisverordening voor de landbouwsector .</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie, bedoeld in artikel 2.25.2, onder b, wordt alleen verstrekt voor zover de verstrekking niet in strijd is met artikel 34 van de LVV.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidie voor de kosten, bedoeld in 2.25.6, eerste lid, onder b, wordt alleen verstrekt voor zover de verstrekking niet in strijd is met artikel 14 van de LVV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf2.26Stikstofreductie via aanpassing van veehouderijen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2261\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.26.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: landbouwhuisdier: zoogdier of vogel voor de productie van vlees, eieren, melk, wol of veren of een paard of pony voor het fokken; natuurvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming of omgevingsvergunning voor een Natura 2000- activiteit; stikstofdepositie: neerslag van stikstofoxiden en ammoniak op de omgeving; veehouderij: onderneming voor het houden van landbouwhuisdieren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2262\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.26.2</span><span class=\"lf-art-t\">Berekening reductie stikstofdepositie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De stikstofdepositie wordt berekend met gebruik van de meest recente versie van de AERIUS Calculator.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Bij de berekening van de stikstofdepositie wordt uitgegaan van: het aantal landbouwhuisdieren dat gemiddeld in 2021 op de veehouderijlocatie is gehouden, onderscheiden naar de diercategorieën, die tot 1 januari 2024 staan vermeld in bijlage 1 van de Regeling ammoniak en veehouderij en vanaf 1 januari 2024 in de bijlagen V en VI van de Omgevingsregeling; het huisvestingssysteem, tot 1 januari 2024 genoemd in bijlage 1 van de Regeling ammoniak en veehouderij en vanaf 1 januari 2024 genoemd in de bijlagen V en VI van de Omgevingsregeling, waarin de onderscheidenlijke diercategorieën in 2021 zijn gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Als de aanvrager aannemelijk kan maken dat de situatie in 2021 niet representatief is voor het jaarlijks gemiddeld gehouden aantal landbouwhuisdieren, kan bij de berekening worden uitgegaan van het aantal landbouwhuisdieren dat gemiddeld is gehouden in 2019 of 2020.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2263\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.26.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor de gehele of gedeeltelijke aanpassing van een veehouderij in Gelderland naar: een nieuw landbouwbedrijf, of een nieuw, ander type bedrijf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2264\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.26.4</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt als: op de veehouderij na de aanpassing geen of minder landbouwhuisdieren worden gehouden; de aanpassing leidt tot een reductie van in ieder geval 85% van de stikstofdepositie op een Natura2000-gebied in Gelderland; en gedurende de vijf jaren voorafgaande aan het tijdstip van het indienen van de aanvraag de veehouderij onafgebroken en op bedrijfseconomische gangbare wijze in gebruik is geweest.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2265\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.26.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie kan worden aangevraagd door een veehouder met of zonder rechtspersoonlijkheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2266\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.26.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.2.3 bevat de aanvraag een afschrift van de natuurvergunning van aanvrager.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2267\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.26.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot maximaal: € 20.000 in geval van gehele of gedeeltelijke aanpassing naar een nieuw landbouwbedrijf als bedoeld in artikel 2.26.3, onder a; of € 200.000 in geval van gehele of gedeeltelijke aanpassing naar een nieuw ander type bedrijf als bedoeld in artikel 2.26.3, onder b.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2268\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.26.8</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking de kosten voor de gehele of gedeeltelijke aanpassing van het landbouwbedrijf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2269\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.26.9</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt geweigerd als: de aanvrager de vrijkomende stikstofdepositie vanwege extern salderen geheel of gedeeltelijk beschikbaar stelt of heeft gesteld voor andere activiteiten met het oog op een daarvoor aangevraagde of aan te vragen natuurvergunning; met de uitvoering van de activiteit de op grond van het Besluit emissiearme huisvesting veehouderij van toepassing zijnde maximale emissiewaarde voor ammoniak wordt overschreden; de activiteit naar verwachting leidt tot een verminderd niveau van dierenwelzijn of van brandveiligheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22610\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.26.10</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Binnen zes maanden na de subsidieverlening voldoet de subsidieontvanger aan de volgende verplichtingen: het indienen van een verzoek tot gedeeltelijke intrekking of wijziging van de natuurvergunning; het indienen van een verzoek tot functiewijziging in het omgevingsplan; het doen van een kennisgeving overeenkomstig artikel 31, eerste lid, van de Meststoffenwet van de vervallen productierechten; het doen van een melding van het verminderen van het aantal landbouwhuisdieren; het indienen van een verzoek tot gedeeltelijke intrekking van de omgevingsvergunning beperkte milieutoets; of het indienen van een verzoek tot gedeeltelijke intrekking van de omgevingsvergunning milieu vanwege het verminderen van het aantal landbouwhuisdieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanpassing is binnen twee jaar na de start ervan voltooid.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Onder de administratieplicht, bedoeld in artikel 1.4.1, vallen in ieder geval de volgende bewijsstukken: een kopie van de uitkomsten van de berekening van de reductie van stikstofdepositie op één of meer Natura 2000-gebieden; een kopie van de administratie voor het voor de berekening van de reductie van stikstofdepositie gebruikte referentiejaar, voor zover deze administratie betrekking heeft op de gegevens, bedoeld in artikel 32, tweede lid, onderdelen d en e, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag de termijnen, genoemd in het eerste en tweede lid, verlengen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22611\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.26.11</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie als bedoeld in artikel 2.26.2, onder a, wordt alleen verstrekt als de verstrekking niet in strijd is met de De-minimisverordening voor de landbouwsector.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie als bedoeld in artikel 2.26.2, onder b, wordt alleen verstrekt als de verstrekking niet in strijd is met de De-minimisverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf2.27Investeringen in bewezen stikstofreducerende maatregelen door PAS-melders</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2271\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.27.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(gereserveerd)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2272\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.27.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor de aanschaf en het gebruiksklaar maken van een of meer bewezen technieken, uit de lijst in bijlage 1 van de Regeling ammoniak en veehouderij, installaties, apparatuur, machines of uitrusting die leiden tot reductie van stikstofemissie in het stalsysteem.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2273\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.27.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt als: de activiteiten worden uitgevoerd in de provincie Gelderland; aanvrager onder het Programma Aanpak Stikstof een rechtmatige melding heeft gedaan van de berekende stikstofdepositie op kwetsbare natuur en hiermee kon volstaan; de activiteit, al dan niet in combinatie met andere maatregelen aantoonbaar leidt tot zicht op legalisatie; de investeringen passen binnen de criteria van artikel 14, vijfde en tiende lid, van de LVV.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2274\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.27.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie kan worden aangevraagd door een veehouder met of zonder rechtspersoonlijkheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2275\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.27.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.2.3 bevat de aanvraag de benaming van de investering en de Rav-code.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2276\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.27.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie bedraagt 65% van de subsidiabele kosten met een minimum van €25.001 en een maximum van €200.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het percentage kan worden verhoogd tot 80% als: wordt voldaan aan een van de doelstellingen, bedoeld in artikel 14, derde lid, onder e, f of g, van de LVV; of subsidie wordt verstrekt aan een jonge landbouwer als bedoeld in artikel 2, onder 61, van de LVV.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2277\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.27.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking de kosten, bedoeld in artikel 14, zesde lid, onder a tot en met d, van de LVV.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2278\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.27.8</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt geweigerd als met het gebruik van de technieken, installaties, apparatuur, machines of uitrusting de op grond van het Besluit emissiearme huisvesting veehouderij van toepassing zijnde maximale emissiewaarde voor ammoniak wordt overschreden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2279\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.27.9</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De activiteit is binnen twee jaar na start ervan voltooid.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Binnen zes maanden na de start van de uitvoering van de activiteit, dient aanvrager een verzoek in tot wijziging van het legalisatieverzoek in het kader van het Programma Aanpak Stikstof en zo nodig een aanvraag om de voor legalisatie benodigde natuurvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag de in het eerste en tweede lid genoemde termijnen verlengen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22710\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.27.10</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt als de verstrekking niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 14 van de LVV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf2.28Verplaatsing veehouderij</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2281\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.28.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: natuurvergunning: vergunning als bedoeld artikel 5.1, eerste lid, onderdeel e, van de Omgevingswet; stikstofdepositie: neerslag van stikstofoxiden en ammoniak op de omgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2282\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.28.2</span><span class=\"lf-art-t\">Berekening reductie stikstofdepositie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De stikstofdepositie wordt berekend met gebruik van de meest recente versie van de AERIUS Calculator.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Bij de berekening van de stikstofdepositie wordt uitgegaan van: het aantal landbouwhuisdieren dat gemiddeld in 2021 op de veehouderijlocatie is gehouden, onderscheiden naar de diercategorieën, vermeld in bijlagen V en VI van de Omgevingsregeling; het huisvestingssysteem, genoemd in bijlagen V en VI van de Omgevingsregeling, waarin de onderscheidenlijke diercategorieën in 2021 zijn gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Als de aanvrager aannemelijk kan maken dat de situatie in 2021 niet representatief is voor het jaarlijks gemiddeld gehouden aantal landbouwhuisdieren, kan bij de berekening worden uitgegaan van het aantal landbouwhuisdieren dat gemiddeld is gehouden in 2019 of 2020.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2283\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.28.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor de verplaatsing van landbouwbedrijfsgebouwen van een veehouderij ten behoeve van reductie van stikstofdepositie op een of meer Natura 2000-gebieden in Gelderland naar een andere locatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2284\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.28.4</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt als door verplaatsing van het landbouwbedrijfsgebouw:</p>\n<p class=\"lf-p\">85% reductie van stikstofdepositie op een Natura 2000- gebied in Gelderland wordt gerealiseerd; voor de nieuwe locatie gebruik gemaakt kan worden van een bestaande natuurvergunning; en de stikstofdepositie op de nieuwe locatie niet hoger wordt door de verplaatsing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2285\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.28.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden aangevraagd door een veehouder met of zonder rechtspersoonlijkheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2286\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.28.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.2.3 bevat de aanvraag offertes voor de te maken subsidiabele kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2287\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.28.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor subsidie komen in aanmerking de kosten voor het demonteren, verplaatsen en weer opbouwen van bestaande voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In aanvulling op het eerste lid komen, als sprake is van modernisering van voorzieningen of verhoging van productiecapaciteit, ook voor subsidie in aanmerking de kosten, bedoeld in artikel 14, zesde lid, onderdelen a tot en met d, van de LVV.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2288\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.28.8</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie bedraagt:</p>\n<p class=\"lf-p\">100% van de subsidiabele kosten voor het demonteren, verplaatsen en weer opbouwen van bestaande voorzieningen, bedoeld in artikel 2.28.7, eerste lid;</p>\n<p class=\"lf-p\">65% van de subsidiabele kosten van modernisering van voorzieningen of verhoging van de productiecapaciteit, bedoeld in artikel 2.28.7, tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie bedraagt in ieder geval € 25.001 en maximaal € 600.000 per aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het percentage genoemd in het eerste lid, onder b, kan worden verhoogd tot 80% als: wordt voldaan aan een van de doelstellingen, bedoeld in artikel 14, derde lid, onder e, f of g, van de LVV; of subsidie wordt verstrekt aan een jonge landbouwer als bedoeld in artikel 2, onder 61, van de LVV.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2289\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.28.9</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie wordt geweigerd als de aanvrager de vrijkomende stikstofdepositie door extern salderen geheel of gedeeltelijk beschikbaar stelt of heeft gesteld voor andere activiteiten met het oog op een daarvoor aangevraagde of aan te vragen natuurvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Geen subsidie wordt verstrekt aan een grote onderneming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22810\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.28.10</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor de achterblijvende locatie dient aanvrager een verzoek tot intrekking van de natuurvergunning in.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Voor de nieuwe locatie dient subsidieontvanger een verzoek tot wijziging van de natuurvergunning in.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De verplaatsing is binnen twee jaar na start van de activiteit voltooid.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag de in het derde lid genoemde termijn verlengen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22811\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.28.11</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt als de verstrekking niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 16 in samenhang met artikel 14 van de LVV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk3Water en bodem Paragraaf3.1Algemene bepalingen (gereserveerd) Paragraaf3.2Subsidieregeling samenwerkingsovereenkomsten waterschappen 2022-2027</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-321\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder projectenlijst: door het bevoegd gezag van het waterschap Rijn en IJssel, van het waterschap Vallei en Veluwe of van het waterschap Rivierenland en Gedeputeerde Staten periodiek vastgestelde lijst met uit te voeren projecten, waarvoor door het waterschap subsidie wordt aangevraagd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-322\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Samenwerkingsovereenkomst</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de samenwerkingsovereenkomst tussen gedeputeerde staten en het bevoegd gezag van het waterschap Rijn en IJssel, van het waterschap Vallei en Veluwe of van het waterschap Rivierenland worden in ieder geval afspraken vastgelegd: hoe partijen gezamenlijk werken aan de realisatie van verschillende doelen; hoe partijen gezamenlijk komen tot één projectenlijst; hoe de subsidiabele kosten worden bepaald; hoe de te behalen resultaten kunnen worden bepaald; en over een periodiek overleg over de voortgang, financiering, monitoring en evaluatie van projecten en over de verslaglegging van dat overleg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-323\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Projectenlijst</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de projectenlijst wordt in ieder geval voor ieder project opgenomen: de projectnaam; de resultaten per financieringsbron; de geraamde kosten per beoogd resultaat; de gevraagde subsidie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-324\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG wordt verstrekt voor het uitvoeren van projecten die zijn beschreven op de projectenlijst waarvoor subsidie op grond van Europese of nationale middelen wordt gevraagd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-325\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In afwijking van artikel 1.3.4, aanhef en onder b, zijn de kosten bij subsidieverstrekking op grond van artikel 3.2.4 vanaf 1 januari 2021 subsidiabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van artikel 1.3.5, tweede lid, geldt het uurtarief zoals vastgelegd in de Handleiding overheidstarieven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-326\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste het bedrag of percentage dat in de projectenlijst is opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-327\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.2.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.2.3 bevat de aanvraag een planning met de te behalen resultaten inclusief een tijds- en uitgavenplanning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-328\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.2.8</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschotverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het voorschot voor subsidie op grond van artikel 3.2.4, eerste lid, bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het voorschot voor subsidie op grond van artikel 3.2.4, tweede lid en derde lid, bedraagt maximaal 80% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De betalingstermijnen worden aan de hand van de uitgavenplanning bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-329\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.2.9</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor subsidies die zijn verstrekt op grond van grond artikel 3.2.4, onderdeel b, gelden de volgende verplichtingen: de projecten waarvoor subsidie wordt verleend, zijn uiterlijk 31 juni 2025 gerealiseerd; de subsidieontvanger houdt na de uitvoering van de activiteit de herstelde of verbeterde natuur gedurende zes jaar in stand; de subsidieontvanger levert de gegevens aan die de provincie nodig heeft voor monitoring, rapportage en verantwoording.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De projecten waarvoor subsidie is verleend op grond van artikel 3.2.4, onderdeel c, zijn uiterlijk 31 december 2025 gerealiseerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.2.10</span><span class=\"lf-art-t\">Vaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In afwijking van artikel 27 van de AsG is artikel 26 van de AsG van toepassing op de vaststelling van de subsidie, bedoeld in artikel 3.2.4, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie, bedoeld in artikel 3.2.4, tweede lid, wordt in afwijking van artikel 27 van de AsG op grond van artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet verantwoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf3.3Overdracht bodemtaken onder de Omgevingswet</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-331\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie kan worden verstrekt voor: het oplossen van knelpunten rondom de overname van bodemtaken in het kader van de Omgevingswet; of advies en kennisdeling over het inrichten van de gemeentelijke organisatie in het kader van de overname van de bodemtaken bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Onder het oplossen van knelpunten wordt in ieder geval verstaan het implementeren van bodem en ondergrond in: de omgevingsvisie, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Omgevingswet; het omgevingsplan, bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet; of een programma als bedoeld in afdeling 3.2 van de Omgevingswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-332\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht de subsidiabele activiteit binnen zes maanden na subsidieverlening te starten en af te ronden vóór 1 januari 2025.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-333\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie als bedoeld in artikel 3.3.1 komen niet in aanmerking de kosten van saneringsprojecten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-334\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie, bedoeld in artikel 3.3.1, bedraagt € 50.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-335\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden aangevraagd door gemeenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf3.4Ondergrond in beeld bestemd voor ruimtelijke ontwikkeling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-341\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor het uitvoeren van bodemonderzoek of opstellen van een rapport over bodem- en ondergrondaspecten in een gebied en het delen van opgedane kennis hierover.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-342\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger maakt het rapport openbaar via internet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-343\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor subsidie komen niet in aanmerking de kosten van wettelijk verplicht bodemonderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van artikel 1.3.4, onderdeel f, kan subsidie worden verstrekt voor de onderzoekskosten naar stoffen die voorkomen op de Europese lijst van Zeer Zorgwekkende Stoffen en de onderzoekskosten voor niet genormeerde stoffen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-344\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden aangevraagd door: gemeenten; openbare lichamen als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-345\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie, bedoeld in artikel 3.4.1, bedraagt € 10.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk4Verkeer en vervoer Paragraaf4.1Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-411\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: definitiekader Hoofdfietsnet Gelderland: door Provinciale Staten op 31 januari 2018 (PS2017-766) vastgesteld beleidskader voor het bepalen van het hoogwaardig regionaal fietsnet in Gelderland; openbaar vervoer: vervoer per trein, bus, tram of regiotaxi dat wordt verzorgd door een vervoerder waaraan op grond van de Wet personenvervoer 2000 een concessie is verleend;</p>\n<p class=\"lf-p\">SSK-raming: Standaardsystematiek voor Kostenramingen: systematiek voor kostenramingen zoals deze is vastgelegd in publicatie 137 van het door het CROW uitgegeven handboek Kostenramingen – SSK 2010 of de kennismodule kostenmanagement – SSK 2018.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf4.2Infrastructurele Maatregelen Hoogwaardig Openbaar Vervoer</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-421\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: hoogwaardig openbaar vervoer: openbaar vervoer per bus met een storingsvrije afwikkeling, gestrekte routes met waar nodig vrij liggende infrastructuur voor de bus, een hoge frequentie, herkenbare en goed bereikbare halte- en knooppuntvoorzieningen, een hoog niveau van dynamische reizigersinformatie en beschikbaarheid van goede en voldoende stallingsvoorzieningen voor de fiets;</p>\n<p class=\"lf-p\">HOV-lijn: buslijn die hoogwaardig openbaar vervoer biedt en opgenomen is in het Plan HOV; plan HOV: plan van gemeenten in een regio en de provincie op het gebied van hoogwaardig openbaar vervoer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-422\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Plan HOV</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen een plan HOV vast als aan de volgende vereisten wordt voldaan: het plan HOV bevat activiteiten ter verbetering van de infrastructuur voor hoogwaardig openbaar vervoer; de activiteiten passen in de OV-visie; het vervoerberaad heeft ingestemd met het plan HOV; de activiteiten zijn uitgesplitst per HOV-lijn en gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-423\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die zijn opgenomen in een plan HOV.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-424\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van het bedrag dat voor die activiteit in het plan HOV is opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-425\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor subsidie komen in aanmerking de kosten zoals die zijn vastgelegd in de bij de aanvraag gevoegde SSK-raming.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In aanvulling op artikel 1.3.4 komen kosten voor personele inzet van de aanvrager niet in aanmerking voor subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.In afwijking van artikel 1.3.4, onder b, komen de kosten die gemaakt zijn in het jaar voorafgaand aan de datum waarop de aanvraag is ontvangen voor subsidie in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De artikelen 1.3.5 tot en met 1.3.9 zijn niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-426\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan alleen worden aangevraagd door de gemeente die in het plan HOV opgenomen is en op wier grondgebied de activiteit plaatsvindt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-427\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag bevat een SSK-raming waarin geen kosten voor personele inzet zijn opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-428\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager geeft binnen een jaar vanaf de datum van de beschikking tot subsidieverlening opdracht voor realisatie van de subsidiabele activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-429\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.9</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd als voor dezelfde activiteit al subsidie is verstrekt op grond van paragraaf 5.5 Overstappunten mobiliteit zoals die bestond in de RRvG 2016 die gold t/m 31 december 2022.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf4.3Duurzame vrachtauto’s Vervallen Paragraaf4.4Slimme en Schone Mobiliteit</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-441\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Slimme en Schone Mobiliteit: toepassing of gebruik van nieuwe techniek, data, diensten, kennis en mogelijkheden voor gedragsbeïnvloeding met als doel bestaande infrastructuur beter te benutten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-442\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Regionaal uitvoeringsplan Slimme en Schone Mobiliteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Op verzoek van een regio kunnen Gedeputeerde Staten een regionaal uitvoeringsplan Slimme en Schone Mobiliteit goedkeuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Gedeputeerde Staten verlenen goedkeuring aan het plan als aan de volgende vereisten wordt voldaan: het plan bevat projecten gericht op Slimme en Schone Mobiliteit; het plan bevat een beschrijving van de voorgenomen aanpak voor het verrichten van de beschreven projecten; het plan bevat een sluitende begroting; en het plan past binnen de door Gedeputeerde Staten vastgestelde Werkagenda Slimme en Schone Mobiliteit 2023 en verder.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-443\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van een door Gedeputeerde Staten goedgekeurd regionaal uitvoeringsplan Slimme en Schone Mobiliteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-444\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden aangevraagd door: de Regio Arnhem-Nijmegen; de Regio FoodValley; de Regio Achterhoek; de Regio Rivierenland; de Regio Stedendriehoek; een samenwerkingsverband van de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-445\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Kosten voor de uitvoering van een regionaal uitvoeringsplan Slimme en Schone Mobiliteit die zijn gemaakt voordat de aanvraag is ingediend, komen in afwijking van artikel 1.3.4, aanhef en onder b, voor subsidie in aanmerking als deze zijn gemaakt in het kalenderjaar waarin Gedeputeerde Staten het regionaal uitvoeringsplan Slimme en Schone Mobiliteit hebben goedgekeurd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-446\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Indieningstermijn</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag om subsidie wordt ingediend binnen 13 weken nadat Gedeputeerde Staten het regionaal uitvoeringsplan Slimme en Schone Mobiliteit hebben goedgekeurd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-447\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt maximaal de bijdrage van de provincie Gelderland die in het regionaal uitvoeringsplan Slimme en Schone Mobiliteit is opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-448\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de aanvraag door een bij het samenwerkingsverband betrokken gemeente ook namens de andere gemeenten wordt ingediend, dan wordt bij de aanvraag in aanvulling op artikel 1.2.3 een verklaring van alle samenwerkende gemeenten overgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-449\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.9</span><span class=\"lf-art-t\">Vaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de artikelen 25 en 26 van de AsG is artikel 27 van de AsG van toepassing op de vaststelling van de subsidies op grond van deze paragraaf, waarbij voor subsidies tot € 125.000 in plaats van een accountantsverklaring kan worden volstaan met een verklaring als bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de AsG.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf4.5Grootschalige maatregelen hoofdfietsnet</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-451\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: grootschalige maatregel: aanleg van fietsbrug, fietstunnel, fietsstraat of vrijliggend fietspad, een verbeterde fietskruising, het verbreden van een bestaand fietspad; hoofdfietsnet: netwerk van fietsroutes als bedoeld in het definitiekader Hoofdfietsnet Gelderland; doorfietsroute: snelle fietsroute als bedoeld in het definitiekader Hoofdfietsnet Gelderland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-452\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verleend voor het nemen van een grootschalige maatregel om het hoofdfietsnet te verbeteren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-453\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Vooroverleg</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voordat een aanvraag wordt ingediend, vindt vooroverleg plaats aan de hand van het ontwerp dat door de aanvrager wordt aangeleverd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het doel van het vooroverleg is het bespreken van het ontwerp aan de hand van de geldende CROW-richtlijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het vooroverleg vindt plaats binnen 4 weken na ontvangst van het ontwerp.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-454\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden aangevraagd door een gemeente of door de gemeente of regio die volgens de aanvraag optreedt als penvoerder van samenwerkende gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-455\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In aanvulling op artikel 1.2.3 wordt bij een aanvraag om subsidie bijgevoegd: een kaart met de Basisregistratie Grootschalige Topografie als onderlegger; een dwarsprofiel van de huidige situatie op de weg en een ontwerp en dwarsprofiel van de maatregel; een SSK-raming waarin geen interne loonkosten zijn opgenomen; en een beschrijving van de huidige verkeerssituatie op locatie en een toelichting op de wijze waarop het nemen van de voorgestelde grootschalige maatregel het hoofdfietsnet verbetert.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Op de kaart zijn de locatie van de maatregel, de lengte van de maatregel en de aanduiding van de grootschalige maatregel op de fietsroute of een deel daarvan ingetekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-456\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voor een grootschalige maatregel anders dan voor een doorfietsroute bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 750.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie voor een grootschalige maatregel voor een doorfietsroute bedraagt ten hoogste 65% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 2.000.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.In afwijking van het tweede lid kan subsidie tot ten hoogste 90% van de subsidiabele kosten worden verleend als dat in een samenwerkingsovereenkomst tussen de provincie en aanvrager is vastgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-457\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De kosten op basis van de bij de aanvraag gevoegde SSK-raming komen voor subsidie in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van artikel 1.3.4 komen de kosten die zijn gemaakt voor de datum van de aanvraag ook voor subsidie in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Voor subsidie komen niet in aanmerking: kosten voor de aankoop van grond; kosten voor onderhoud van het traject; de interne loonkosten van de aanvrager.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Artikel 1.3.5 tot en met 1.3.9 zijn niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-458\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidieontvanger start binnen een jaar na het besluit tot subsidieverlening met het uitvoeren van de subsidiabele activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van artikel 1.4.7 moet de subsidieontvanger de grootschalige maatregel minimaal tien jaar in stand te houden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-459\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.9</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd als: voor het traject waarop de grootschalige maatregel wordt genomen op grond van deze regeling al eerder subsidie is verleend; of naar het oordeel van de provincie het ontwerp niet in afdoende mate voldoet aan de geldende CROW-richtlijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf4.6Hoogwaardige fietsroute Vervallen Paragraaf4.7Rapport en training duurzaam goederenvervoer over de weg</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-471\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: goederenvervoer: vervoer van goederen over de weg en over water; vervoerder: rechtspersoon die openbaar vervoer verricht, waaronder ook begrepen regiotaxi.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-472\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor: het opstellen van een rapport over het verduurzamen van het wagenpark voor goederenvervoer; het opstellen van een rapport over laadinfra voor logistieke voertuigen; het volgen van een training over het verduurzamen van het wagenpark voor goederenvervoer; of het volgen van een training over laadinfra voor logistieke voertuigen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-473\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie als bedoeld in artikel 4.7.2, onder a, wordt alleen verstrekt als: het rapport minimaal inzicht geeft in: het gebruik van het wagenpark op het gebied van goederenvervoer; de alternatieven voor het verduurzamen van het wagenpark; de financiële consequenties van het verduurzamen van het wagenpark, en uit het rapport blijkt dat de externe deskundige die het rapport heeft opgesteld ervaring heeft met het adviseren en begeleiden van vervoerders en verladers op het gebied van het verduurzamen van hun wagenpark.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie als bedoeld in artikel 4.7.2, onder b, wordt alleen verstrekt als: het rapport inzicht geeft in: de huidige en toekomstige situatie van het wagenpark en de energiebehoefte; de mogelijkheden voor het zelf opwekken van energie; de mogelijkheden voor energieopslag en de mogelijkheden van laden bij netcongestie; de financiële consequenties van het gebruik van energie vanuit eigen opwek en investeren in laadinfrastructuur; en uit het rapport blijkt dat de externe deskundige die het rapport heeft opgesteld ervaring heeft met het adviseren van bedrijven over eigen opwek van duurzame energie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Subsidie als bedoeld in artikel 4.7.2, onder c, wordt alleen verstrekt als: de training minimaal inzicht geeft in: het gebruik van het wagenpark op het gebied van goederenvervoer; de alternatieven voor het verduurzamen van het wagenpark; de financiële consequenties van het verduurzamen van het wagenpark, en de training wordt gegeven door een externe deskundige die ervaring heeft met het adviseren en begeleiden van vervoerders en verladers op het gebied van het verduurzamen van hun wagenpark.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Subsidie als bedoeld in artikel 4.7.2, onder d, wordt alleen verstrekt als: de training minimaal inzicht geeft in: de huidige en toekomstige situatie van het wagenpark en de energiebehoefte; de mogelijkheden voor het zelf opwekken van energie; de mogelijkheden voor energieopslag en de mogelijkheden van laden bij netcongestie; de financiële consequenties van het gebruik van energie vanuit eigen opwek en investeren in laadinfrastructuur; en de training wordt gegeven door een externe deskundige die ervaring heeft met het adviseren van bedrijven over eigen opwek van duurzame energie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-474\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden aangevraagd door een rechtspersoon die gevestigd is in Gelderland of die zoals blijkt uit het Handelsregister verbonden is aan een rechtspersoon die gevestigd is in Gelderland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-475\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking de kosten van het rapport of de kosten van de training.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-476\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie, bedoeld in artikel 4.7.2, onder a, bedraagt € 3.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie, bedoeld in artikel 4.7.2, onder b, bedraagt € 6.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidie, bedoeld in artikel 4.7.2, onder c of d, bedraagt maximaal € 1.250.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-477\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In aanvulling op artikel 1.2.3 bevat de aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 4.7.2, onder a en b, de offerte voor het rapport waarin ook de ervaring van de externe deskundige wordt vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In aanvulling op artikel 1.2.3 bevat de aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 4.7.2, onder c en d, de offerte van de training waarin ook de ervaring van de externe deskundige wordt vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Per aanvrager, inclusief een met de aanvrager organisatorisch samenhangende of verbonden rechtspersoon, wordt maximaal twee keer subsidie verstrekt, waarbij geldt dat: als eerst subsidie is aangevraagd als bedoeld in artikel 4.7.2, onder a, geen subsidie wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 4.7.1, onder c, en andersom; of als eerst subsidie is aangevraagd als bedoeld in artikel 4.7.2, onder b, geen subsidie wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 4.7.1, onder d, en andersom.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-478\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht het rapport bedoeld in artikel 4.7.2, onder a en b, aan de provincie te verstrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf4.8Buurtbus</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-481\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: buurtbus: vorm van openbaar vervoer per achtpersoonsbus, waarmee dunbevolkte gebieden of wijken volgens vaste route en dienstregeling verbonden worden; buurtbuslijn: vaste route en dienstregeling die door de concessiehouder is vastgesteld; buurtbusvereniging: rechtspersoon die een buurtbuslijn verzorgt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-482\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor de activiteiten van vrijwilligers die zich inzetten voor een buurtbusvereniging.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-483\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt alleen verstrekt aan een aanvrager die in de vigerende dienstregeling een buurtbuslijn verzorgt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-484\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt: € 7.500 per buurtbus per jaar; € 500 per buurtbusvereniging als er sprake is van een lustrum.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-485\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.5</span><span class=\"lf-art-t\">Beslissing op de aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 25, derde lid, van de AsG is op de subsidie van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-486\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden aangevraagd door een buurtbusvereniging in Gelderland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-487\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.7</span><span class=\"lf-art-t\">Periode</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt verstrekt voor een periode van maximaal drie jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-488\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.8</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie voor een extra bus die incidenteel wordt ingezet als de beschikbare capaciteit niet toereikend is, wordt geweigerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf4.9Bushalte</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-491\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: instapper: in- of uitstappende reiziger; vervoerplan: plan van de concessiehouder waarin beschreven is waar de bus gaat rijden en waar de bus stopt bij welke halte; wegbeheerder: Rijkswaterstaat, gemeente of waterschap, die verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van de weg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-492\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor het realiseren, verwijderen of aanpassen van een bushalte.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-493\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie voor het realiseren of aanpassen van een bushalte wordt alleen verstrekt als: deze ligt aan de route van een buslijn die opgenomen is in het geldende vervoerplan; en de route van de buslijn nieuw is ten opzichte van het vorige vervoerplan, of de bestaande bushalte volgens het geldende vervoerplan door meer of minder instappers wordt bezocht ten opzichte van het vorige vervoerplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie voor het verwijderen van een bushalte wordt alleen verstrekt als de halte volgens het geldende vervoerplan niet meer aan de route van een buslijn ligt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-494\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-495\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor subsidie komen in aanmerking de kosten zoals die zijn vastgelegd in de bij de aanvraag gevoegde SSK-raming 2.In aanvulling op artikel 1.3.4 komen kosten voor personele inzet van de aanvrager niet in aanmerking voor subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.In afwijking van artikel 1.3.4, onder b, komen de kosten die gemaakt zijn in het jaar voorafgaand aan de datum waarop de aanvraag is ontvangen voor subsidie in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De artikelen 1.3.5 tot en met 1.3.9 zijn niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-496\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt aan een wegbeheerder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf4.10Eenvoudige maatregelen fietsveiligheid</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.10.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie kan worden verstrekt voor het uitvoeren van een eenvoudige maatregel die de fietsveiligheid verbetert.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als eenvoudige maatregel wordt aangemerkt: het aanbrengen van kantmarkering op een fietspad; het aanbrengen van asmarkering op een fietspad; het saneren van onnodig geplaatste paaltjes (inclusief het dichten van het gat) en verticale elementen op of vlak naast het fietspad; het saneren van verticale stoepranden en hoogteverschillen tussen verharding en berm op of langs een fietsstrook of fietspad; een fietsstrook aanleggen; gesloten verharding aanbrengen op fietsstroken en -paden zodat het wegdek vervlakt; een drempel aanleggen op een fietskruispunt op een gebiedsontsluitingsweg of erftoegangsweg; het verbeteren van de zichtbaarheid van de overgebleven noodzakelijke paaltjes en verticale elementen op of vlak naast het fietspad; verlichting aanbrengen langs fietspaden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.10.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie voor een eenvoudige maatregel wordt alleen verstrekt als deze minimaal voldoet aan de richtlijnen van de Ontwerpwijzer fietsverkeer 2016 van het CROW.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie voor een fietsstrook wordt alleen verstrekt als de aanvrager aantoont dat een vrijliggend fietspad in de fysieke ruimte niet haalbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Van het eerste lid kan worden afgeweken in de beschikking tot subsidieverlening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4103\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.10.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden aangevraagd door een gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4104\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.10.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In aanvulling op artikel 1.2.3 wordt bij een aanvraag om subsidie bijgevoegd een overzicht van de eenvoudige maatregelen en de locatie daarvan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Per aanvrager wordt alleen eenmaal per kalenderjaar subsidie verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Een aanvraag kan een bundeling van eenvoudige maatregelen bevatten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4105\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.10.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Per aanvraag wordt maximaal € 100.000 verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4106\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.10.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor subsidie komen in aanmerking de fysieke uitvoeringskosten van de maatregel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Voor subsidie komen niet in aanmerking de interne loonkosten van de aanvrager.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Kosten die zijn gemaakt voordat de aanvraag is ingediend komen voor subsidie in aanmerking als zij zijn gemaakt in hetzelfde kalenderjaar als de aanvraag is ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Artikel 1.3.4, aanhef en onder b, is niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf4.11Kruisingen en fietsoversteken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.11.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor het nemen van: een infrastructurele maatregel; een maatregel die gebaseerd is op technieken voor gedragsbeïnvloeding.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.11.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt als de maatregel is gericht op het verbeteren van de verkeersveiligheid op of direct te relateren aan een kruising of fietsoversteek die vermeld staat op https://atlas.gelderland.nl/gevaarlijke_fietsoversteekplaatsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.11.3Vooroverleg 1.Voordat een aanvraag wordt ingediend, vindt vooroverleg plaats aan de hand van het ontwerp van de beoogde maatregel dat door de aanvrager wordt aangeleverd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het doel van het vooroverleg is het bespreken van het ontwerp aan de hand van de geldende CROW-richtlijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het vooroverleg vindt plaats binnen 4 weken na ontvangst van het ontwerp.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.11.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden aangevraagd door een gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.11.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In aanvulling op artikel 1.2.3 wordt bij een aanvraag om subsidie bijgevoegd een beschrijving van de huidige verkeersveiligheidssituatie op de locatie en een toelichting op de wijze waarop het nemen van de voorgestelde maatregel de verkeersveiligheid van die locatie verbetert en de kans op verkeersongevallen verkleint.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In aanvulling op het vorige lid wordt bij een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 4.11.1, aanhef en onder a, bijgevoegd: een ontwerp en een dwarsprofiel van de weg; een SSK-raming waarin geen interne loonkosten zijn opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4116\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.11.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie als bedoeld in artikel 4.11.1, aanhef en onder a, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 400.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie als bedoeld in artikel 4.11.1, aanhef en onder b, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 25.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4117\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.11.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor subsidie als bedoeld in artikel 4.11.1, aanhef en onder a, komen in aanmerking de kosten op basis van de bij de aanvraag gevoegde SSK-raming.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Voor subsidie als bedoeld in artikel 4.11.1, aanhef en onder a, komen niet in aanmerking: kosten voor de aankoop van grond; de interne loonkosten van de aanvrager.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Artikel 1.3.5 tot en met 1.3.9 zijn niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4118\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.11.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger start binnen een jaar na het besluit tot subsidieverlening met het uitvoeren van de subsidiabele activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4119\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.11.9</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd als: de kruising of fietsoversteek is gelegen op het hoofdfietsnet, bedoeld in het definitiekader Hoofdfietsnet Gelderland; of naar het oordeel van de provincie het ontwerp niet in afdoende mate voldoet aan de geldende CROW-richtlijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf4.12DC-snellader en stationaire batterij voor logistieke voertuigen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.12.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">DC-snellader: laadsysteem voor het opladen van elektrische voertuigen uit categorie N2 en N3, waarvoor gebruik wordt gemaakt van gelijkstroom tussen het laadsysteem en het voertuig, waarbij de benodigde omvormer zich buiten het voertuig bevindt; semi-publieke opstelling: DC-snellader die minimaal zes uur per werkdag beschikbaar is voor derden tegen een marktconforme vergoeding; stationaire batterij: systeem voor het opslaan en op een later tijdstip leveren van elektriciteit, dat zich niet bevindt in een elektrisch voertuig.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.12.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verleend voor de koop of lease, installatie en servicediensten van een DC-snellader in een semi-publieke opstelling voor: logistieke voertuigen, of logistieke voertuigen in combinatie met een stationaire batterij.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.12.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie wordt alleen verstrekt als de DC-snellader: een CCS2 of MCS stekker heeft; een laadvermogen heeft van 250 kW of meer; fysieke ruimte biedt voor het laden van een trekker met oplegger combinatie van 16,5 meter; alleen via vooruit inrijden en wegrijden te bereiken is; en in de provincie Gelderland wordt geïnstalleerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Een subsidie voor de DC-snellader in combinatie met een stationaire batterij wordt alleen verstrekt als de stationaire batterij: een opslagcapaciteit heeft van minimaal 300 kWh; een vermogen heeft van minimaal 150 kW; communiceert met de DC-snellader; geschikt is voor portfoliomanagement, balancering van het elektriciteitsnet of netcongestiemanagement.; en in de provincie Gelderland wordt geïnstalleerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4124\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.12.4</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd als: de koop- of leaseovereenkomst voor de DC-snellader en stationaire batterij voor ontvangst van de aanvraag is ondertekend; deze is aangevraagd door een rechtspersoon voor wie het verkopen van stroom volgens de statuten het primaire doel is; of de DC-snellader niet op het grondgebied van de provincie Gelderland wordt geïnstalleerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4125\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.12.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor de kosten die zijn opgenomen in de offertes van de koop- of leaseovereenkomst voor de DC-snellader en de daaraan eventueel verbonden stationaire batterij.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.12.6</span><span class=\"lf-art-t\">Steunintensiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie voor een DC-snellader met een semi-publieke opstelling bedraagt 30% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 60.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie voor een DC-snellader met een semi-publieke opstelling in combinatie met een stationaire batterij bedraagt 30% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 100.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4127\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.12.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.2.3, eerste lid, bevat de aanvraag: een afschrift van de offertes voor de koop of lease en installatie, die maximaal zes maanden voor het indienen van de aanvraag zijn opgesteld; en schriftelijke instemming van de grondeigenaar, als de aanvrager geen eigenaar is van de grond waarop de DC-snellader of de stationaire batterij wordt geplaatst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4128\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.12.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De DC-snellader met daarbij eventueel de stationaire batterij moet binnen een jaar na het besluit tot subsidieverlening zijn geïnstalleerd en beschikbaar gesteld voor gebruik door eigenaren van logistieke voertuigen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4129\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.12.9</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verleend voor zover de verstrekking niet in strijd is met de De-minimisverordening Hoofdstuk5Cultuur en erfgoed Paragraaf5.1Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: artistieke productie: creatie, ontwikkeling of uitvoering van een uiting op het terrein van minstens één van de volgende kunstdisciplines: muziek, theater, dans, beeldende kunst en vormgeving, film, nieuwe media of literaire cultuur; begeleider: persoon die de professional begeleidt in zijn artistieke ontwikkeling en die aantoonbaar in staat is tot deze begeleiding; cultuur- en erfgoedparticipatie: alle vormen van het actief beoefenen en artistiek ontwikkelen van of betrokken zijn bij cultuur en erfgoed in de vrije tijd; duurzaam: wijze van uitvoering waarbij energie wordt bespaard of opgewekt, (schaarse) materialen bespaard, water bespaard, een gezond binnenmilieu gecreëerd, de maatregelen niet tot vervuiling leiden, uit materialen bestaan die men kan hergebruiken of bijdragen tot een (grond)waterstand die de instandhouding van erfgoed bevordert; erfgoed: monument(en), maar geen woonhuis, dat door de Rijksoverheid of een gemeente is aangewezen als beschermd monument als bedoeld in de Erfgoedwet of een gemeentelijke verordening; erkend aannemer: in het Register Kennis en Kunde van de Monumentenwacht Gelderland opgenomen bedrijf of een bedrijf dat is aangesloten bij de landelijke Vakgroep Restauratie; gemeentelijk monument: door de gemeente aangewezen beschermd monument op grond van een gemeentelijke verordening; groen erfgoed: parken, tuinen, vestingwerken en begraafplaatsen die door de Rijksoverheid of een gemeente zijn aangewezen als beschermd monument als bedoeld in de Erfgoedwet of een gemeentelijke verordening; hernieuwbare energiebronnen: hernieuwbare energiebronnen zoals bedoeld in artikel 2 onder 110 van de AGVV; historische organisaties: organisaties die lid zijn van de Coöperatie Erfgoed Gelderland; professional: artistiek talent wonende in Gelderland, op het gebied van muziek, theater, beeldende kunst en vormgeving, film, nieuwe media of literaire cultuur, dat zijn talent bewezen heeft blijkend uit diploma’s of curriculum vitae; monumentnummer: het unieke nummer en de daaraan gekoppelde beschrijving waaronder het erfgoed staat ingeschreven in het Rijks- of gemeentelijk monumentenregister: kleine musea: musea met een personele bezetting van minder dan drie fte, vrijwilligers niet meegerekend; woonhuis: beschermd monument dat in oorsprong is vervaardigd voor bewoning, waarbij niet als woonhuizen worden aangemerkt voor bewoning gebruikte onderdelen van: geregistreerde musea, kerkgebouwen, pastorieën, kastelen, paleizen, buitenplaatsen, landhuizen, gebouwen van liefdadigheid, molens, gemalen, agrarische gebouwen en watertorens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf5.2Talentontwikkeling van professionals</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-521\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor het begeleiden van een professional bij de ontwikkeling van zijn artistieke kwaliteiten in het kader van de uitvoering van minimaal één artistieke productie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-522\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt als: er een plan is waarin beschreven staat welke ontwikkelstap wordt beoogd en hoe de professional hierin begeleid wordt; de ontwikkelstap past binnen de beoogde ontwikkeling van de professional; uit het plan van het ontwikkeltraject blijkt dat evaluatie en borging van het ontwikkeltraject belangrijke elementen vormen van de begeleiding; het ontwikkeltraject leidt tot een artistieke productie; en de artistieke productie geen herhaling of een heropvoering van een muziek- of een theatervoorstelling betreft; de begeleider van de professional niet werkzaam is voor een culturele instelling die al structurele subsidie ontvangt van de provincie Gelderland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-523\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie bedraagt € 4.500.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie wordt per aanvrager eens per vier jaar verstrekt.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-524\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden aangevraagd door een professional, zijn begeleider, of de rechtspersoon waar de begeleider werkzaam is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-525\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.2.3 bevat de aanvraag voor het verkrijgen van subsidie: diploma’s en curriculum vitae van die professional en de begeleider; en een plan voor het ontwikkeltraject.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-526\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artistieke productie moet binnen 2 jaar gerealiseerd of uitgevoerd zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf5.3Functioneel gebruik erfgoed</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-531\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor: restauratie van erfgoed; maatregelen ter vermindering van energieverbruik van erfgoed of maatregelen, specifiek gericht op behoud van monumentale waarden, die energiedistributie uit hernieuwbare energiebronnen mogelijk maken; herbestemming van erfgoed; een combinatie van de activiteiten onder a, b en c; het verrichten van onderzoek of procesondersteuning ter voorbereiding van de activiteiten in de onderdelen a, b, c, of d; het onderzoek of de procesondersteuning als bedoeld onder e kan ook betrekking hebben op gebieden met erfgoedwaarden of beeldbepalende panden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-532\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Vooroverleg en procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 5.3.2, onder a tot en met d, wordt alleen in behandeling genomen als bij de voorbereiding van de aanvraag de volgende stappen zijn gevolgd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is een verkennend gesprek gevoerd waarbij alle mogelijkheden om het project te ondersteunen zijn onderzocht. Daarbij komen in ieder geval aan de orde de mogelijkheden om het project, anders dan met provinciale subsidie, met expertise, een lening of op een andere manier te ondersteunen; als uit het verkennend gesprek blijkt dat een concrete financieringsvraag in de vorm van een subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.3.2, onder a tot en met d, aan de orde is, wordt een intakegesprek gevoerd aan de hand van een door de provincie vastgesteld en beschikbaar gesteld intakeformulier.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Aan de hand van het overleg bedoeld in het eerste lid wordt een onderscheid gemaakt tussen categorie I en categorie II aanvragen. In categorie I vallen aanvragen voor reguliere restauratiewerkzaamheden of energiemaatregelen aan één object. In categorie II vallen complexe restauraties en energiemaatregelen in combinatie met herbestemming.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 5.3.2, aanhef en onder e, wordt alleen in behandeling genomen als bij de voorbereiding van de aanvraag een verkennend gesprek als bedoeld in het eerste lid onder a is gevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-533\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De hoogte van de subsidie voor categorie I aanvragen als bedoeld in artikel 5.3.2, tweede lid, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 250.000 per aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De hoogte van de subsidie voor categorie II aanvragen als bedoeld in artikel 5.3.2, tweede lid, bedraagt niet meer dan de bijdragen van de aan het project deelnemende partijen met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 500.000 per aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 5.3.2, eerste lid, aanhef en onder e, bedraagt maximaal 50% van de kosten van de subsidiabele activiteit met een minimum van € 5.000 en een maximum van € 50.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-534\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria categorie I en II aanvragen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie als bedoeld in artikel 5.3.4, eerste lid, wordt alleen verleend als: met de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd het erfgoed haar bestendige functie en cultuurhistorische waarde houdt of krijgt; de voor de activiteit noodzakelijke vergunningen onherroepelijk zijn; de activiteit bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit; het erfgoed beleefbaar is; door de activiteit leegstand wordt voorkomen of opgeheven; de activiteit met betrekking tot het erfgoed als bedoeld in artikel 5.3.2, onder a, b, c en d, onderdeel uitmaakt van een integrale instandhoudingsvisie op en financiering van het erfgoed; in het overleg als bedoeld in artikel 5.3.3 door de aanvrager aannemelijk is gemaakt dat er geen sprake is van achterstallig onderhoud ontstaan door aan de huidige eigenaar verwijtbare verwaarlozing. de aanvrager in het vooroverleg als bedoeld in artikel 5.3.3 aannemelijk heeft gemaakt dat de activiteiten niet op een andere wijze bekostigd kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie als bedoeld in artikel 5.3.4, tweede lid, wordt alleen verleend als, in aanvulling op de in het eerste lid genoemde criteria, in het intakegesprek als bedoeld in artikel 5.3.2, eerste lid, onder b, aan de hand van een financiële onderbouwing door de aanvrager aannemelijk is gemaakt dat sprake is van een tekort in de financiering van de voorgenomen activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd en dat de te plegen investeringen niet binnen een redelijke termijn kunnen worden terug verdiend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Subsidie wordt niet verleend voor restauratie van een woonhuis.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-535\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie als bedoeld in artikel 5.3.2, eerste lid, aanhef en onder a, b, c en d, kan worden aangevraagd door de eigenaar van of de zakelijk gerechtigde tot het erfgoed waarvoor subsidie wordt gevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie als bedoeld in artikel 5.3.2, eerste lid, aanhef en onder e, kan worden aangevraagd door de partij die opdracht geeft tot het verrichten van onderzoek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-536\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In aanvulling op artikel 1.2.3 bevat de aanvraag voor het verkrijgen van subsidie als bedoeld in artikel 5.3.4, eerste lid (categorie I aanvragen): het intakeformulier als bedoeld in artikel 5.3.3, eerste lid, onder b; een projectplan, inclusief kaart van de locatie en toelichting op de voorgenomen maatregelen in verhouding met de omgeving; een financiële onderbouwing en toelichting, inclusief een overzicht van de kosten en opbrengsten en een exploitatiebegroting voor de komende vijf jaren; een onafhankelijk bouwkundig inspectierapport niet ouder dan vier jaar; een restauratiebestek volgens stabu-systematiek bij projecten waarvoor een subsidie van € 50.000 of meer gevraagd wordt. Wanneer de gevraagde subsidie minder dan € 50.000 bedraagt, of bij groen erfgoed of orgels, volstaat een werkbeschrijving; een afschrift van de onherroepelijke omgevingsvergunning; een instemmende verklaring van de eigenaar als de aanvraag door een zakelijk gerechtigde wordt ingediend; in geval van energiemaatregelen, een energiescan of rapport van een bedrijf dat aantoonbare ervaring heeft met het opstellen van energiescans voor monumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In aanvulling op artikel 1.2.3 bevat de aanvraag voor het verkrijgen van subsidie als bedoeld in artikel 5.3.4, tweede lid (categorie II aanvragen), in aanvulling op het eerste lid bij herbestemming een onafhankelijk taxatierapport van dit erfgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.In aanvulling op artikel 1.2.3 bevat de aanvraag voor als bedoeld in artikel 5.3.2, eerste lid, aanhef en onder e (onderzoek en procesondersteuning): een onderzoeksplan waarin in ieder geval het doel en het resultaat van de activiteit is aangegeven; offertes van de voor de subsidiabele activiteiten in te schakelen derden; een instemmende verklaring van de eigenaar als de aanvraag door een ander wordt ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.In aanvulling op artikel 1.2.3 bevat de aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 5.3.4, eerste en tweede lid, voor monumenten die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor particuliere bewoning, een onafhankelijke taxatie van zowel de waarde voor als de waarde na de restauratie, herbestemming of verduurzaming.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Per monumentnummer kan maximaal één keer per kalenderjaar een aanvraag als bedoeld in artikel 5.3.2, eerste lid, onder a, b, c en d worden ingediend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-537\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.3.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In aanvulling op artikel 5.3.6 en in afwijking van de artikelen 1.3.5 tot en met 1.3.9 wordt de subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.3.2, aanhef en onder a, b, c en d, berekend op basis van bijlage 3 bij deze regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Alleen subsidiabel zijn kosten voor uitgevoerde werkzaamheden die het normale onderhoud te boven gaan en die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van het erfgoed, de functie ervan en het behoud van monumentale waarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Geen subsidie wordt verstrekt voor de kosten van regulier onderhoud en voor de kosten van exploitatie en beheer van het erfgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Geen subsidie wordt verstrekt voor verwervingen of inbrengwaarde van onroerende zaken die in de financiële onderbouwing van het project zijn opgenomen en waarvan de waarde hoger is dan getaxeerd dan de actuele marktwaarde op basis van het huidige gebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Bij de berekening van het tekort als bedoeld in artikel 5.3.5, tweede lid, wordt geen rekening gehouden met bruto aanvangsrendementen en risicovoorzieningen hoger dan 5% bij hoger dan 5% bij de toedeling van een hoofdfunctie wonen of een commerciële functie. Bij de toedeling van een andere functie geldt bij deze berekening een bruto aanvangsrendement van 8%.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Geen subsidie als bedoeld in artikel 5.3.2, eerste lid, aanhef en onder e en f, wordt verstrekt voor onderzoek voor het verkrijgen van de benodigde vergunningen en voor plankosten die nodig zijn om het project uitvoeringsgereed te maken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-538\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.3.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De activiteiten gesubsidieerd op grond van de aanvraag als bedoeld in artikel 5.3.3, eerste lid, zijn binnen twee jaar na de subsidieverlening gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De activiteiten gesubsidieerd op grond van de aanvraag als bedoeld in artikel 5.3.3, tweede lid, zijn binnen drie jaar na de subsidieverlening gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De activiteiten als bedoeld in artikel 5.3.1, eerste lid, aanhef en onder e, zijn binnen één jaar na de subsidieverlening verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.In bijzondere gevallen kunnen Gedeputeerde Staten afwijken van de in het eerste, tweede en derde lid bedoelde termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De activiteiten als bedoeld in artikel 5.3.1, aanhef en onder a, b, c en d voldoen aan de in bijlage 4 opgenomen Provinciale Uitvoeringsvoorschriften Duurzame Instandhouding Cultuurhistorische Waarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De werkzaamheden worden uitgevoerd door een erkend aannemer in de restauratiebouw, waarbij een inspanningsverplichting geldt om de bij de uitvoering van de werkzaamheden één of meer leerwerkplekken te realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Als de werkzaamheden betrekking hebben op groen erfgoed, dan worden deze uitgevoerd door een hovenier met aantoonbare ervaring met groen erfgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Als de werkzaamheden betrekking hebben op orgels, dan worden deze uitgevoerd door een bouwer met aantoonbare ervaring met de restauratie van monumentale orgels.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.De subsidieontvanger stelt het erfgoed meerdere dagen per jaar aantoonbaar open voor een breed publiek. De exacte wijze van openstelling wordt in het vooroverleg als bedoeld in artikel 5.3.2 in overleg tussen de aanvrager en de provincie bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.Bij vervreemding van het erfgoed binnen drie jaar na de datum van subsidievaststelling doet de subsidieontvanger hiervan onverwijld melding aan Gedeputeerde Staten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-539\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.3.9</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie als bedoeld in artikel 5.3.2, aanhef en onder a en c, wordt alleen verstrekt voor zover de verstrekking niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 53 van de AGVV.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie als bedoeld in artikel 5.3.1, aanhef en onder b, wordt alleen verstrekt voor zover de verstrekking niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 38 bis en 41 van de AGVV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf5.4Instandhouding gemeentelijke monumenten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-541\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor het uitvoeren van een verordening voor het subsidiëren van instandhouding van gemeentelijke monumenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-542\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt als: de gemeente op het moment van het indienen van de aanvraag een geldende verordening heeft voor het subsidiëren van instandhouding van gemeentelijke monumenten; en de gemeente voor het onder a bedoelde doel een budget heeft opgenomen in de vastgestelde begroting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-543\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden aangevraagd door gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-544\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Aanvragen kunnen worden ingediend voor 31 december van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor het budget als bedoeld in artikel 5.4.2, aanhef en onder b, is vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvraag bevat een afschrift van het onderdeel van de vastgestelde begroting waarin het budget is opgenomen als bedoeld in artikel 5.4.2, aanhef en onder b. Artikel 1.2.3 is niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na afloop van de periode waarin de aanvragen kunnen worden ingediend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-545\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De hoogte van de subsidie wordt bepaald door het bedrag van het subsidieplafond te delen door het totale bedrag dat de gemeenten samen in het jaar waarvoor subsidie wordt gevraagd in hun vastgestelde begrotingen voor de gemeentelijke monumenten hebben opgenomen. De uitkomst daarvan, uitgedrukt in procenten, wordt vervolgens vermenigvuldigd met het bedrag dat iedere afzonderlijke gemeente volgens haar begroting van datzelfde jaar beschikbaar heeft voor de instandhouding van gemeentelijke monumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van het berekende uitkomst, met een maximum per gemeente tot € 125.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-546\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.3.4 wordt geen subsidie verstrekt voor de uitvoeringskosten van de gemeentelijke organisatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-547\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvrager moet in de subsidieverordening, bedoeld in artikel 5.4.2, aanhef en onder a, bepaald hebben dat geen subsidie wordt verstrekt voor instandhouding van monumenten die in eigendom zijn van de gemeente, de Staat of een provincie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De gemeente bepaalt bij het verlenen van subsidie dat bij werkzaamheden aan een gemeentelijk monument voldaan moet worden aan de in bijlage 4 opgenomen Provinciale Uitvoeringsvoorschriften Duurzame Instandhouding Cultuurhistorische Waarden of daarvoor in de plaats vastgestelde voorschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf5.5Historische molens en stoomgemalen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-551\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: historische molen: door wind, water of ros aangedreven krachtwerktuig inclusief het bouwwerk, geschikt of bedoeld voor een historisch maalproductieactiviteitbedrijf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-552\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor onderhoud en het laten draaien van historische molens en stoomgemalen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-553\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt als de historische molen of het stoomgemaal: is aangewezen als Rijksmonument of als gemeentelijk monument; en draaivaardig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-554\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden aangevraagd door eigenaren van historische molens of stoomgemalen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-555\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Aanvragen kunnen jaarlijks worden ingediend in het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In aanvulling op artikel 1.2.3 bevat de aanvraag een afschrift van de beschikking van het Rijk die de eigenaar heeft ontvangen op grond van de Subsidieregeling instandhouding monumenten of, in het geval het een gemeentelijk monument betreft, een meerjarig onderhoudsplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-556\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt per historische molen of stoomgemaal € 2.000 per jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-557\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen subsidie wordt verstrekt als: de historische molen of stoomgemaal in het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem is gelegen; of voor dezelfde activiteit subsidie is verstrekt op grond van paragraaf 5.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf5.6Gelderse thematische verhaallijnen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-561\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie kan worden verstrekt voor een publieksactiviteit over de Gelderse thematische verhaallijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Tot de thematische verhaallijnen behoren in ieder geval: prehistorie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Romeinen; koninklijk; kastelen, buitenplaatsen en landgoederen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Hanzesteden;</p>\n<p class=\"lf-p\">80-jarige oorlog;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelderse Gouden Eeuw;</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwe Hollandse Waterlinie; herinneringstoerisme; menselijke migratie; of “mens, natuur en klimaat” in het licht van historie en actualiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-562\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4></div>", "next": 239988}