{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">PAS-herstelmaatregel: gebiedspecifieke maatregel of activiteit, onderzoek of monitoring, opgenomen in een PAS-gebiedsanalyse en ter uitvoering van het PAS-programma of is opgenomen op de PAS-maatregelenkaarten.</p>\n<p class=\"lf-p\">PAS-maatregelenkaarten: kaarten ten behoeve van de uitvoering van de PAS-herstelmaatregelen; prioritaire soorten: soorten als bedoeld in bijlage 3 bij deze regels;</p>\n<p class=\"lf-p\">Programma-aanvraag: een aanvraag van een voor natuurbeheer gecertificeerd begunstigde voor meerdere, niet aaneengesloten natuurterreinen; marktwaarde: de waarde in het vrije economische verkeer; soortenbeschermingsmaatregelen: maatregelen gericht op behoud van een of meer prioritaire soorten of systeemherstel in de parels zoals opgenomen in de nota Actieve soortenbescherming Gelderland, vastgesteld door Gedeputeerde Staten d.d. 6 januari 2015;</p>\n<p class=\"lf-p\">Biodiversiteitsplan: plan dat is gericht op het vergroten van de biodiversiteit en door een orgaan van de gemeente is vastgesteld. faunaschade: schade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet natuurbescherming; invasieve exoten: zonnebaars, Aziatische duizendknopen, reuzenbalsemien, reuzenberenklauw, Canadese guldenroede en late guldenroede; primaire landbouwproductie: de productie van in bijlage I bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vermelde producten van de bodem en van de veehouderij die geen verdere bewerking hebben ondergaan die de aard van deze producten wijzigt</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.2 Landschap en biodiversiteit</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-421\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: de aanleg, het herstel of het uitvoeren van achterstallig onderhoud van landschapselementen; maatregelen die het voortplanten, opgroeien en foerageren van diersoorten mogelijk maken in een bestaand gebied of binnen migratieafstand van een gebied waar diersoorten voorkomen; het opstellen van een biodiversiteitsplan; de aanleg van openbaar toegankelijke onverharde paden; de aanleg van kleinschalige recreatieve voorzieningen; de aanleg van eenvoudige houten loopbruggetjes; burgerparticipatie en het vergroten van de maatschappelijke betrokkenheid bij het landschap; educatieve natuur- en landschapsvoorlichting gericht op jongeren; investeringen in het behoud van kleine vanaf de openbare weg zichtbare cultuurhistorische objecten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-422\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt als: [vervallen] de nieuw aan te leggen landschapselementen, als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel a, niet zijnde struweelhagen en heggen, aan de volgende criteria voldoen: de aan te leggen houtopstanden omvatten tenminste 10 are; de aan te leggen rijbeplanting omvat tenminste 10 bomen; de aan te leggen hoogstamboomgaarden omvatten tenminste 15 en ten hoogste 50 bomen. het achterstallig onderhoud, als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel a, gedurende vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag niet is gesubsidieerd en aan de volgende landschapselementen plaatsvindt: poelen alsmede wielen en kolken; struweelhagen; lanen van ten minste 50 jaar oud; houtwallen in combinatie met het herstel van wallichamen, greppels, en het handhaven van enkele staande dode bomen; hoogstambomen met een diameter van tenminste 20 centimeter op een hoogte van 1,50 meter van de grond en onderdeel zijn van een boomgaard van tenminste tien fruitbomen; knotbomen met een diameter van tenminste 20 centimeter op een hoogte van 1,50 meter van de grond en geplaatst in een rij van tenminste 10 bomen; steilranden; de aanvrager maatregelen ter verbetering of realisering van een gebied, als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel b, onderbouwt met een projectplan; het uitvoeren van de maatregelen ter verbetering of realisatie van een leefgebied, als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel b, is gericht op een niet-prioritaire inheemse diersoort; aan te leggen poelen, zijnde een maatregel ter verbetering of realisatie van een gebied, als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel b: een minimale omvang hebben van 3 are en gelegen zijn op een locatie met grondwatertrap 3 of natter; gelegen zijn in gebieden waar de boomkikker, heikikker of kamsalamander voorkomt; gras- en akkerranden, zijnde een maatregel ter verbetering of realisatie van een gebied, als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel b, minimaal vier meter breed zijn. het biodiversiteitsplan, als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel c, in ieder geval de volgende onderwerpen beschrijft: de in het gebied voorkomende planten en dieren; de in het gebied gewenste planten en dieren; het actief beschermen van de in het plan genoemde soorten; natuurinclusief bouwen en vergunnen; het inrichten en beheren van openbaar groen en bermen, en het betrekken van inwoners bij biodiversiteit; de aanleg van openbaar toegankelijke onverharde paden, als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel d, aan de volgende voorwaarden voldoet: het initiatief voor de aanleg van de paden afkomstig is vanuit de samenleving;</p>\n<p class=\"lf-p\">de aanleg van de paden de beleving van het landschap en de verdiencapaciteit van recreatie en toerisme vergroot; de paden worden opgenomen in een wandelnetwerk. de in artikel 4.2.1, onderdeel f bedoelde loopbruggetjes worden aangelegd in openbaar toegankelijke routes ter vervanging van oorspronkelijk aanwezige bruggen; de investeringen als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel i, van belang zijn voor de identiteit van het landschap en voor zover het wielen en kolken betreft, deze zijn aangewezen als identiteitsbepalend element in het gemeentelijk landschapsbeleid; de kosten voor subsidiabele activiteiten voldoen aan de normen uit het Normenboek Natuur, Bos en Landschap, uitgegeven door Wageningen University &amp; Research, mits hierin voor de betreffende subsidiabele activiteit een norm is opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-423\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen niet in aanmerking kosten voor: activiteiten als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel a en b, binnen het Gelders Natuur Netwerk; rapportage of verantwoording; aankoop of verkoop van onroerende goederen en waardedaling van grond; ambtelijke inzet; vergoeding voor het beheer van gras- of akkerranden en opbrengstderving als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel i, en vergoeding voor het vellen en opruimen van bomen in bestaande lanen bij laanherstel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-424\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1Subsidie kan worden verstrekt aan: gemeenten; bos- of landgoedeigenaren; stichtingen met als statutaire doelstelling educatieve natuur- en landschapsvoorlichting, voor zover het betreft de subsidie als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel h.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Subsidie voor het opstellen van een biodiversiteitsplan, als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel c, wordt alleen verstrekt aan gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-425\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1De subsidie aan gemeenten bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten voor activiteiten binnen de begrenzing van de Gelderse Nationale Landschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2Voor activiteiten buiten de begrenzing van de Nationale Landschappen bedraagt de subsidie aan gemeenten ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3Voor gemeenten geldt een minimum van € 25.000 per subsidieaanvraag en een maximum van € 200.000 per gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">4De subsidie aan bos- en landgoedeigenaren bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten, met een minimum van € 7.500 per subsidieaanvraag en een maximum van € 200.000 per bos- en landgoedeigenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De subsidie als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel h, bedraagt ten hoogste 25% van de subsidiabele kosten, met een minimum van € 7.500 per subsidieaanvraag en een maximum van € 25.000 per aanvrager.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Artikel 1.3.6, vijfde lid, is niet van toepassing als de aanvrager Staatsbosbeheer is.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Planvorming in combinatie met uitvoering van de subsidiabele activiteit als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel a, is subsidiabel tot een maximum van 10% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 500.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Voor particuliere aanvragers is projectleiding en coördinatie subsidiabel tot een maximum van 15% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">9 De normbedragen voor achterstallig onderhoud als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel a, bedragen per eenheid: voor poelen, wielen en kolken: € 3,00 per m2; voor struweelhagen: € 11,00 per m; voor lanen: € 30,00 per boom; voor houtwallen: € 1,53 per m2; voor hoogstamfruitbomen: € 51,15 per boom; voor knotbomen: € 34,11 per boom: voor steilranden: € 0,39 per m2.</p>\n<p class=\"lf-p\">10 In afwijking van het eerste en tweede lid, bedraagt de subsidie voor het opstellen van een biodiversiteitsplan, als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel c, ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 25.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">11 In afwijking van het eerste en tweede lid, bedraagt de subsidie voor investeringen in kleinschalige elementen als bedoeld in artikel 4.2.1 onderdeel j, ten hoogste 25% van de investering met een maximum van € 5.000 per element.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-426\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd als het activiteiten betreft: als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel a, uitgevoerd binnen de begrenzing van een buitenplaats met de status rijksmonument; met betrekking tot het aanleggen van beplanting binnen het agrarisch bouwblok op agrarische bouwpercelen; die plaatsvinden op terreinen in eigendom van een publiekrechtelijke rechtspersoon voor zover deze geen eigendom zijn van Staatsbosbeheer; waarvoor al op grond van artikel 4.6.1, onderdeel g, subsidie is verstrekt; die worden uitgevoerd in het bos of het landgoed dat niet voor het publiek is opengesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-427\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1De subsidieontvanger is verplicht bij de vaststelling van de subsidie een topografische kaart aan te leveren waarop de activiteiten zijn aangegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">2Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor subsidie ontvangen voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel c, g en h.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De subsidieaanvrager is verplicht bij aanleg, herstel of onderhoud van landschapselementen, als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel a, of bij het nemen van maatregelen ter verbetering of realisering van een gebied, als bedoeld in artikel 4.2.1, onderdeel b, inheems plantmateriaal en zaaizaad te gebruiken, of als inheems plantmateriaal en zaaizaad niet beschikbaar is, plantmateriaal en zaaizaad uit dezelfde klimaatzone te gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Landschapselementen die zijn aangelegd of beheerd met toekenning van een subsidie op grond van deze paragraaf, dienen tenminste 10 jaar in stand gehouden te worden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.3 Faunavoorzieningen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-431\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor de aanleg van een faunavoorziening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-432\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover de subsidiabele activiteit: bijdraagt aan het oplossen van een knelpunt voor fauna in de infrastructuur; gericht is op een soort die is aangewezen in de Beleidsnota actieve soortenbescherming Gelderland; en gericht is op een knelpunt waarvan de aanwezigheid gebleken is uit onderzoek en de resultaten van dat onderzoek zijn vastgelegd in een onderzoeksrapport.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-433\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking de kosten voor: de aanleg van de faunavoorziening; en de kosten voor procesondersteuning en begeleiding.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-434\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1Subsidie wordt verstrekt aan eigenaren en beheerders van openbare infrastructuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook aan andere personen dan rechtspersonen worden verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-435\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag in elk geval gevoegd een GIS kaart met daarop aangegeven de faunavoorziening en het onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 4.3.2, onder c.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-436\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1De subsidie als bedoeld in artikel 4.3.3, onder a, bedraagt; ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 150.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidie als bedoeld in artikel 4.3.3, onder b, bedraagt ten hoogste 10% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Artikel 1.3.6, vijfde lid, is niet van toepassing indien de aanvrager Staatsbosbeheer is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-437\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien de faunavoorziening wordt aangelegd op grond van een verplichting tot mitigatie of compensatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-438\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.4 Grondverwerving ten behoeve van het Gelders Natuurnetwerk</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-441\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: de verwerving van een natuurambitieterrein; de beëindiging van pachtovereenkomsten ten aanzien van een natuurambitieterrein; verkrijging van het recht van eigendom van een natuurambitieterrein in combinatie met de waardedaling van gelijktijdig in eigendom verkregen gebouwen als gevolg van functieverandering van het natuurambitieterrein naar natuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-442\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1 wordt slechts verstrekt indien: de landbouwproductiecapaciteit van het natuurambitieterrein in de vijf jaren voorafgaand aan de aanvraag onafgebroken is gebruikt; en de verwerving noodzakelijk is vanuit het oogpunt van natuur- of landschapsbescherming, bescherming van cultuurhistorische waarden of bosbouwkundige waarden, of natuurontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder b, wordt slechts verstrekt voor: de beëindiging van pachtovereenkomsten die reeds waren gevestigd op het moment waarop het natuurambitieterrein door de aanvrager is verworven en die pachtovereenkomsten zijn gevestigd voor vaststelling van het nationaal natuurbeleidsplan in 1990; en beëindiging van de op het natuurambitieterrein gevestigde pachtovereenkomst indien dat noodzakelijk is vanuit het oogpunt van natuur- of landschapsbescherming, bescherming van cultuurhistorische waarden of bosbouwkundige waarden, of natuurontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder c, wordt slechts verstrekt: indien het natuurambitieterrein dat in eigendom wordt verkregen een omvang van ten minste 10 hectare heeft; indien het natuurambitieterrein en de gebouwen deel uitmaken van hetzelfde gebied waarvoor een natuurontwikkelplan is vastgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-443\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van artikel 1.3.5, onder b, komen voor subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder a, in aanmerking de kosten voor: verwerving van een natuurambitieterrein, die bestaan uit het verschil in marktwaarde voor en na de functieverandering en inrichting; een taxatie van het verschil in marktwaarde voor en na functieverandering en inrichting door een onafhankelijke taxateur; het kadastraal recht en het registratierecht; veiling; notaris; inschrijving in de openbare registers; overdrachtsbelasting; schenkingsrecht; het afkopen van landinrichtingsrente voor het verworven terrein; vooronderzoek of historisch bodemonderzoek volgens NEN 5725; milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740; en bemiddeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 1.3.5, onder b, komen voor subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder b, in aanmerking de kosten voor: het vrijmaken van pacht van genoemd terrein, blijkend uit een taxatie door een onafhankelijke taxateur; een taxatie door een onafhankelijke taxateur; en bemiddeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In afwijking van artikel 1.3.5, onder b, komen voor subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder c, in aanmerking: de kosten voor de verwerving van het natuurambitieterrein als bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met k; en het negatieve waardeverschil van de gebouwen ontstaan door het verschil in marktwaarde van het natuurambitieterrein in combinatie met de gebouwen op het moment van aankoop en de reële marktwaarde van de combinatie van het natuurambitieterrein met de gebouwen bij feitelijke en publiekrechtelijke functieverandering van het natuurambitieterrein naar natuur, voor zover het aandeel hierin van de gebouwen betreft en blijkend uit een taxatie door een onafhankelijke taxateur waarin de waarde van de gebouwen is gespecificeerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-444\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder a en c, wordt verstrekt aan een ieder die duurzaam natuurbeheer verricht of voldoende aannemelijk maakt dat hij duurzaam natuurbeheer kan en zal verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder b, wordt verstrekt aan een eigenaar van een terrein die duurzaam natuurbeheer verricht of voldoende aannemelijk maakt dat hij duurzaam natuurbeheer kan en zal verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>De in het vorige lid bepaalde maximum subsidiebedragen kunnen worden toegekend indien een in artikel 4.4.1, onder c bedoeld natuurambitieterrein een omvang heeft van 20 hectare of groter.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>De in het vierde lid bedoelde maximum subsidiebedragen kunnen naar rato worden toegekend indien een in artikel 4.4.1, onder c bedoeld natuurambitieterrein een omvang heeft kleiner dan 20 ha, waarbij geldt dat het maximum toe te kennen percentage voor ambitieterreinen van 10 hectare 50% bedraagt.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-445\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de AsG wordt een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder a en c, uiterlijk op de dag voor het passeren van de notariële akte van levering ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de AsG wordt een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder b, uiterlijk op de dag voor de beëindiging van de pachtovereenkomst ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Een aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van een GIS-kaart met daarin aangegeven de buitengrenzen van het natuurambitiegebied waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-446\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder a, bedraagt ten hoogste:</p>\n<p class=\"lf-p\">100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, eerste lid, onder a, met een maximum van 85% van de waarde van de grond als landbouwgrond;</p>\n<p class=\"lf-p\">100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, eerste lid, onder b tot en met j; € 4.500 voor de kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, eerste lid, onder k; voor bemiddelingskosten: 90% van de loonkosten, bedoeld in artikel 1.3.8, met uitzondering van het eerste lid, onder c, of 90% van de kosten van derden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2De subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder b, bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, tweede lid, onder a en b. De subsidie voor de kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, tweede lid, onder c bedraagt 90% van de loonkosten, bedoeld in artikel 1.3.8, met uitzondering van het eerste lid, onder c van artikel 1.3.8, of 90% van de kosten van derden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Voor zover voor verwerving of pachtvrij maken van een natuurambitieterrein subsidie is verstrekt door Gedeputeerde Staten op grond van een andere regeling of door een bestuursorgaan van een ander overheidslichaam, wordt de subsidie zoveel lager verstrekt als noodzakelijk om betaling boven de werkelijke kosten of maximale vergoeding op grond van Europese regels of deze regeling te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4De subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder c, bedraagt ten hoogste:</p>\n<p class=\"lf-p\">100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, eerste lid, onder a, met een maximum van 85% van de waarde van de grond als landbouwgrond;</p>\n<p class=\"lf-p\">100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, eerste lid, onder b tot en met j; € 4.500 voor de kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, eerste lid, onder k;</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.4.3, derde lid, onder b, met een maximum van € 500.000 per subsidieaanvraag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-447\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1De subsidieontvanger is verplicht: zorg te dragen voor de verwerving dan wel pachtvrij maken van het natuurambitieterrein waarvoor hij subsidie ontvangt binnen twaalf weken na de subsidieverlening; het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein direct na verwerving dan wel pachtvrij maken als natuur te beheren; het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein binnen twee jaar na verwerving dan wel pachtvrij maken overeenkomstig de indicatieve verhouding beheertypen dat ingevolge het natuurbeheerplan op dit terrein in stand moet worden gehouden in te richten en te beheren; zorg te dragen dat het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein tenminste 358 dagen per jaar wordt opengesteld en toegankelijk blijft voor het publiek, tenzij daarvan door Gedeputeerde Staten ontheffing wordt verleend; eventuele opbrengsten van het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein uitsluitend aan duurzaam natuurbeheer te besteden; en bij het bevoegd gezag een aanvraag in te dienen tot aanpassing van de bestemming inhoudende dat het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein enkel als natuur mag worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2Op verzoek van de subsidieontvanger kunnen de termijnen genoemd in het eerste lid, onder a, b en c worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Ontheffing als bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt verleend indien: gehele of gedeeltelijke sluiting van het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein noodzakelijk is ter voldoening aan de bij of krachtens de Wet natuurbescherming gestelde regels voor soortenbescherming of voor Natura 2000-gebieden vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen en toegangsbeperkingen; het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein door buiten de macht van de subsidieontvanger gelegen oorzaken blijvend geheel of gedeeltelijk niet bereikbaar of naar zijn aard niet begaanbaar is; sluiting van ten hoogste één hectare van het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein wenselijk is vanwege de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; of andere belangen gehele of gedeeltelijke sluiting rechtvaardigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Het is de subsidieontvanger niet toegestaan om het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein te vervreemden, te verpachten of daarop zakelijke rechten te vestigen, behoudens toestemming van Gedeputeerde Staten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De subsidieontvanger is bij vervreemding, verpachting of vestiging van zakelijke rechten verplicht ingevolge deze regeling verstrekte subsidie binnen een termijn van zes maanden terug te betalen aan de provincie Gelderland, tenzij hiervan in de toestemming als bedoeld in het vierde lid ontheffing is verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Binnen twaalf weken na verlening van de subsidie sluit de subsidieontvanger met de provincie Gelderland een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht, waarin is opgenomen: de verplichting, inhoudende dat de subsidieontvanger het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein niet gebruikt of doet gebruiken als landbouwgrond, het terrein inricht en beheert overeenkomstig het natuurbeheertype zoals voorgeschreven in het natuurbeheerplan en datgene nalaat wat de veiligstelling van de ecosystemen met de daarbij behorende soorten in gevaar brengt of verstoort; en dat de verplichting, als bedoeld onder a, zal overgaan op al degenen die het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein onder bijzondere of algemene titel zullen verkrijgen en dat mede gebonden zullen zijn al degenen die van de rechthebbende een recht op gebruik van het terrein zullen krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7De overeenkomst als bedoeld in het zesde lid wordt uiterlijk binnen vier weken na totstandkoming daarvan op last van de subsidieontvanger als kwalitatieve verplichting ten aanzien van het verworven dan wel pachtvrij gemaakte natuurambitieterrein ingeschreven in de openbare registers.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Indien de subsidieontvanger ook andere economische activiteiten verricht dan de verwerving van terreinen ten behoeve van natuurbeheer als bedoeld in deze regeling, is hij verplicht een gescheiden boekhouding te voeren overeenkomstig punt 41 van de EU-kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst (2012/C 8/03).</p>\n<p class=\"lf-p\">9 In afwijking van artikel 1.4.1, derde lid, is de subsidieontvanger verplicht de administratie en alle documenten inzake een aan hem verstrekte subsidie gedurende een periode van twintig jaar nadat de subsidie is verleend te bewaren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-448\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen bij aanvraag subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1In afwijking van artikel 25, tweede lid, van de AsG wordt de subsidie niet ambtshalve vastgesteld en dient de subsidieontvanger binnen 13 weken na afloop van de activiteiten een aanvraag om vaststelling van de subsidie in.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bij de aanvraag om vaststelling wordt een afschrift van de overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.4.7, zevende lid, in de openbare registers ingeschreven kwalitatieve verplichting overlegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Bij de aanvraag om vaststelling van subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, worden de volgende gegevens verstrekt: een afschrift van de notariële akte van levering van het terrein of een afschrift van de notariële akte van vestiging van het erfpachtrecht op het terrein; en in voorkomend geval een afschrift van een schriftelijke overeenkomst tot beëindiging van het recht van opstal, vruchtgebruik, erfdienstbaarheden of een pachtovereenkomst of een afschrift van de uitspraak van de pachtkamer tot ontbinding als bedoeld in artikel 7:377 Burgerlijk Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder b, wordt in elk geval een afschrift van een schriftelijke overeenkomst tot beëindiging van de pachtovereenkomst of een afschrift van de uitspraak van de pachtkamer tot ontbinding van de pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 7:377 Burgerlijk Wetboek verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder c, wordt een afschrift van de notariële akte van levering van het natuurambitieterrein en de gebouwen verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een afschrift overgelegd van het verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Er wordt vrijstelling verleend van de verplichting genoemd in artikel 27, derde lid, van de AsG.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 In afwijking van artikel 24, eerste lid, van de AsG dient aanvrager binnen 13 weken na inschrijving van de kwalitatieve verplichting in de openbare registers een aanvraag in tot vaststelling van de subsidie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-449\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.9</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Artikel 1.3.3, eerste lid, is niet van toepassing.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met het Besluit van de Europese Commissie van 13 juli 2011, (C2011) 4945, met betrekking tot steunmaatregel N308/2010.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.5 Verplaatsing landbouwbedrijfsgebouwen ten behoeve van het Gelders Natuurnetwerk</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-451\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor de verplaatsing van een landbouwbedrijfsgebouw.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-452\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien door verplaatsing van het landbouwbedrijfsgebouw: ten minste 5 hectares natuurambitieterrein gelegen binnen een Natura 2000-gebied beschikbaar komen die daarna ingericht kunnen worden ten behoeve van de Natura 2000-doelstellingen van dat gebied; of ten minste 15 hectares natuurambitieterrein gelegen in het GNN beschikbaar komen in een gebied, welke gronden daarna ingericht kunnen worden ten behoeve van de doelstellingen genoemd in het natuurbeheerplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-453\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking: de kosten voor het demonteren, verplaatsen en weer opbouwen van een bestaand landbouwbedrijfsgebouw; de kosten voor het aanpassen van een landbouwbedrijfsgebouw of het oprichten van een landbouwbedrijfsgebouw op de nieuwe locatie, ter vervanging van een bestaand landbouwbedrijfsgebouw op de bestaande locatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-454\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar of gebruiksgerechtigde van het te verplaatsen landbouwbedrijfsgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-455\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Als de verplaatsing gepaard gaat met modernisering van voorzieningen of verhoging van de productiecapaciteit, bedraagt de subsidie naast het bepaalde in het eerste lid ten hoogste 40% van de met de modernisering of verhoging van de productiecapaciteit gepaard gaande kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De subsidie bedraagt ten hoogste € 400.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-456\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidieontvanger is verplicht binnen 12 maanden na subsidieverlening: zijn landbouwbedrijfsgebouw te verplaatsen; op de als gevolg van de verplaatsing vrijkomende natuurambitieterrein gelegen binnen het Natura 2000-gebied of het GNN een kwalitatieve verplichting te vestigen of te doen vestigen, inhoudende dat het perceel niet gebruikt zal worden als landbouwgrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Op verzoek van de subsidieontvanger kan de termijn genoemd in het eerste lid aanhef en onder a, worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het bepaalde in het eerste lid, onder b, geldt niet voor zover de provincie binnen 12 maanden na de subsidieverlening de gronden aankoopt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-457\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.7</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.3.3, eerste lid, wordt subsidie slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 16 van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening Verordening (EU), Nr. 702/2014 van de Europese Commissie van 25 juni 2014 (Pb EU L 193).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.6 Behoud van prioritaire soorten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-461\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: kweek in combinatie met introductie van een prioritaire soort in een leefgebied; introductie van een prioritaire soort in een leefgebied; handmatig bestuiven van een prioritaire plantensoort in een leefgebied; onderzoek gericht op het in kaart brengen van het voorkomen van een prioritaire soort in een leefgebied en het in kaart brengen van plekken waar maatregelen ten behoeve van die specifieke soort genomen moeten worden; onderzoek gericht op de effectiviteit van maatregelen ten aanzien van het behoud van een prioritaire soort; onderzoek gericht op het bepalen van maatregelen die noodzakelijk zijn voor het behoud van een prioritaire soort in een leefgebied; inrichtingsmaatregelen ten behoeve van het behoud of versterking van het leefgebied van een prioritaire soort.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-462\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt slechts verstrekt ten behoeve van activiteiten en locaties die zijn opgenomen in Bijlage 3 bij deze regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van het eerste lid kan subsidie worden verstrekt voor activiteiten en locaties waarvan op basis van onderzoek of gedocumenteerde veldervaringen aannemelijk is dat zij bijdragen aan het behoud van prioritaire soorten in Gelderland en dat deze activiteiten aanvullend dan wel gelijkwaardig zijn ten opzichte van de activiteiten en locaties bedoeld in het eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">3Subsidie als bedoeld in artikel 4.6.1, onder a en b, wordt slechts verstrekt indien de aanvrager bij de aanvraag een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 75 van de Flora- en Faunawet of de daarvoor in de plaats tredende bepalingen in de Wet Natuurbescherming overlegt die ziet op het betreffende leefgebied en de betreffende soort.</p>\n<p class=\"lf-p\">4Subsidie ten behoeve van onderzoek en bescherming van flora en fauna wordt slechts verstrekt voor maatregelen die uitgevoerd moeten worden in een leefgebied indien voor die uitvoering toestemming en medewerking is verkregen van de eigenaar van het leefgebied, of degene die krachtens overeenkomst of zakelijk recht gerechtigd is tot het gebruik van het leefgebied .</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-463\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar van het leefgebied of degene die krachtens overeenkomst of zakelijk recht gerechtigd is tot het gebruik van het leefgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie wordt verstrekt aan een organisatie gericht op onderzoek en bescherming van flora en fauna.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook aan andere personen dan rechtspersonen worden verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-464\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt ten hoogste 95% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 2.500 en een maximum van € 30.000 per activiteit als bedoeld in artikel 4.6.1, onder a tot en met f.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie voor meerdere activiteiten, als bedoeld in artikel 4.6.1, onder a tot en met g, kan gestapeld worden tot een maximum van € 300.000 per aanvraag.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De subsidie bedraagt ten hoogste 95% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 2.500 en een maximum van € 95.000 per activiteit als bedoeld in artikel 4.6.1, onder g.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Artikel 1.3.6, vijfde lid, is niet van toepassing indien de aanvrager Staatsbosbeheer is.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-465\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd ten behoeve van maatregelen die zijn opgelegd op grond van de Wet Natuurbescherming.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.7 Rustgebieden voor ganzen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-471\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor het bieden van rust voor trekganzen in de winter.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-472\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit betrekking heeft op het niet verjagen van ganzen in de periode tussen 1 november en 1 april op percelen die zijn aangewezen als ganzenrustgebied; een aanvraag om een tegemoetkoming in faunaschade is ingediend via www.faunaschade.nl; door of in opdracht van Gedeputeerde Staten schade is getaxeerd die is veroorzaakt door overwinterende natuurlijk in het wild levende ganzen van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn in het betreffende seizoen; en de percelen voldoen aan de in de Beleidsregels tegemoetkoming faunaschade Gelderland gestelde voorwaarden om voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-473\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1Subsidie wordt verstrekt aan de geregistreerde grondgebruiker van de percelen volgens de jaarlijkse Gecombineerde Opgave van RVO.</p>\n<p class=\"lf-p\">2In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-474\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de AsG wordt een aanvraag om subsidie ingediend voor 1 juli van het jaar waarin de periode als bedoeld in artikel 4.7.1 eindigt waarop de aanvraag betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel kunnen Gedeputeerde Staten besluiten de subsidie met toepassing van artikel 4:44 Algemene wet bestuursrecht ambtshalve te verlenen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-475\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste € 50 per hectare waarop zich schade heeft voorgedaan per periode als bedoeld in artikel 4.7.1.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-476\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7.6</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.3.3, eerste lid, wordt subsidie slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Europese Commissie van 18 december 2013 (PbEU L 352/09).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.8 Inrichting van het Gelders Natuurnetwerk</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-481\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: de inrichting van nieuwe natuur; het treffen van PAS-herstelmaatregelen, niet zijnde de inrichting van nieuwe natuur; het uitvoeren van natura 2000-maatregelen, niet zijnde de inrichting van nieuwe natuur; het uitvoeren van herstelmaatregelen voor natte landnatuur, niet zijnde de inrichting van nieuwe natuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-482\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie voor inrichting van nieuwe natuur als bedoeld in artikel 4.8.1, onder a, wordt slechts verstrekt als de inrichtingsmaatregelen de gewenste natuurkwaliteit zoals aangegeven als indicatieve verhouding beheertypen op de ambitiekaart van het natuurterrein realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van het eerste lid kan een subsidie worden verleend voor een ander natuurbeheertype of een indicatieve verhouding beheertype dan is opgenomen op de ambitiekaart, als: de aanvrager door middel van een landschapsecologische onderbouwing aantoont dat het vigerende natuurbeheertype of indicatieve verhouding beheertype van het natuurgebied niet realiseerbaar of doelmatig is; of het voorgestelde nieuwe natuurbeheertype invulling geeft aan hogere potenties die in het natuurterrein voorkomen en doelmatig zijn; en met het door de aanvrager voorgestelde natuurbeheertype de natuurkwaliteit van het natuurgebied wordt geborgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3Subsidie voor PAS-herstelmaatregelen als bedoeld in artikel 4.8.1, onder b, wordt alleen verstrekt voor activiteiten opgenomen in de PAS-gebiedsanalyse of de PAS-maatregelenkaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Subsidie voor Natura 2000-maatregelen als bedoeld in artikel 4.8.1, onder c, wordt slechts verstrekt indien in het investeringsplan als bedoeld in artikel 4.8.5, tweede lid, voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de maatregelen bijdragen aan de beoogde kwaliteitsverbetering van het Natura 2000-gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">5Subsidie voor herstelmaatregelen voor natte landnatuur als bedoeld in artikel 4.8.1, onder d, wordt alleen verstrekt als in het investeringsplan als bedoeld in artikel 4.8.5, tweede lid, voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de maatregelen bijdragen aan herstel van de natte landnatuur binnen de gebieden aangegeven op de kaart Natte Natuur Gelderland, opgenomen als bijlage 4 bij de Omgevingsvisie.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 [vervallen] 7 Als de aanvrager een grote onderneming is, wordt subsidie slechts verstrekt als aanvrager het stimulerend effect van de aangevraagde subsidie aantoont door middel van een beschrijving van de situatie zonder steun, te staven met bewijsstukken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-483\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van artikel 1.3.5, onder a en b, komen voor subsidie in aanmerking: inrichtingskosten; voorbereidingskosten die gemaakt zijn voor het opstellen van het investeringsplan als bedoeld in artikel 4.8.5, tweede lid, of het opstellen van een programma-aanvraag met een maximum van 15% van de totale subsidiabele kosten; onderzoekskosten die nodig zijn voor het bepalen van de te nemen inrichtingsmaatregelen; accountantskosten, als de subsidiebeschikking een accountantsverklaring voorschrijft; beheerkosten voor agrarische natuurterreinen die gemaakt zijn in een periode direct voorafgaand aan de omvorming van agrarisch natuurbeheer tot natuurbeheer, waarvoor geen vergoeding voor agrarisch natuurbeheer is ontvangen, en kosten voor beheer dat nodig is na afloop van de inrichting, totdat voor de terreinen een subsidie voor natuurbeheer kan worden aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 1.3.5, onder b, komen naast de kosten als bedoeld in het eerste lid voor subsidie als bedoeld in artikel 4.8.1, onder b, ook in aanmerking: kosten voor de uitvoering van onderzoek; kosten voor de uitvoering van monitoring.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-484\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie kan worden verstrekt aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zeggenschap heeft over het terrein waarvoor subsidie wordt aangevraagd krachtens eigendom of erfpacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een programma-aanvraag kan slechts worden aangevraagd door een gecertificeerde begunstigde.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In afwijking van het eerste lid kan een gecertificeerde begunstigde een programma-aanvraag indienen voor gronden waarover deze begunstigde geen zeggenschap heeft, mits de eigenaar of erfpachter instemt met de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-485\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Als het natuurterrein is belast met erfpacht dient de aanvraag vergezeld te gaan van een verklaring van geen bezwaar van de eigenaar dan wel de erfpachter.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een aanvraag gaat vergezeld van een investeringsplan bestaande uit: een beschrijving van de uitgangssituatie; een beschrijving van het op de ambitiekaart opgenomen natuurbeheertype ter uitvoering van de onder 4.8.1, onderdeel a, genoemde activiteiten; een beschrijving van de uit te voeren maatregelen; een beschrijving van het te voeren beheer nadat de maatregelen zijn uitgevoerd; een opgave van de oppervlakte waarop de maatregelen zullen worden uitgevoerd; een tijdplanning waarbinnen de maatregelen zullen worden uitgevoerd en een planning van de uitgaven; een gespecificeerde begroting; topografische kaart met een schaal van ten hoogste 1:10.000 waarop de locatie van de te treffen maatregelen is weergegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Een aanvraag tot subsidieverlening voor een programma-aanvraag gaat vergezeld van: opgave van het aantal hectares nieuwe natuur per natuurgebied waarop de maatregelen ter uitvoering van de onder 4.8.1, onder a, genoemde activiteiten zal worden uitgevoerd, voorzien van een jaarplanning voor de looptijd van het programma; een beschrijving van de uit te voeren activiteiten als bedoeld in artikel 4.8.1, onder b tot en met d, met per activiteit en per natuurgebied per natuurbeheertype een beknopte beschrijving van: de uit te voeren maatregelen binnen het natuurgebied; de oppervlakte waarop de maatregelen zullen worden uitgevoerd, afgerond in hectares; een begroting; een jaarplanning van de realisatie voor de looptijd van het programma en een planning van de uitgaven. een GIS-kaart met daarin aangegeven de buitengrenzen van het natuurgebied waarin de maatregelen als bedoeld in artikel 4.8.1 worden gerealiseerd; een GIS-kaart waarop de PAS-herstelmaatregelen zijn aangeduid.</p>\n<p class=\"lf-p\">4Voor een aanvraag tot subsidieverlening voor een programma-aanvraag dient, indien de aanvrager geen zeggenschap heeft over het natuurgebied, de aanvrager te beschikken over een verklaring waarmee de eigenaar dan wel de erfpachter instemt met de subsidieaanvraag, welke verklaring op verzoek van het bevoegd gezag dient te worden overlegd;</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Een programma-aanvraag kan slechts worden ingediend als het een aanvraag betreft voor ten minste 40 hectare inrichting van nieuwe natuur, zoals bedoeld in artikel 4.8.1, onder a, of ten minste 150 hectare uitvoering herstelmaatregelen, als bedoeld in artikel 4.8.1, onder b, c en d.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Als de aanvrager een grote onderneming is, gaat de subsidieaanvraag vergezeld van een uitgebreide beschrijving van het contrafeitelijke scenario waarin de begunstigde geen steun toegekend krijgt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Een aanvraag om subsidie wordt ingediend voor 1 januari 2022.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-486\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt ten hoogste:</p>\n<p class=\"lf-p\">95% van de subsidiabele kosten voor inrichting van nieuwe natuur als bedoeld in artikel 4.8.1, onder a, met een maximum van € 13.000 per hectare per subsidieaanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">100% van de subsidiabele kosten voor uitvoering PAS-herstelmaatregelen, als bedoeld in artikel 4.8.1, onder b, tot de maximale subsidiebedragen per maatregel zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels;</p>\n<p class=\"lf-p\">95% van de subsidiabele kosten voor maatregelen als bedoeld in artikel 4.8.1, onder c en d, tot de maximale subsidiebedragen per maatregel zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Gedeputeerde Staten kunnen in bijzondere gevallen afwijken van de maximale bedragen als bedoeld in het eerste lid, op voorwaarde dat: de aanvrager aantoont dat de inrichting meer kost dan de maxima; en de kosten niet kunnen worden gemiddeld binnen het project of het programma.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Artikel 1.3.6, vijfde lid, is niet van toepassing indien de aanvrager Staatsbosbeheer is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-487\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt niet verstrekt voor verwijderen van bodemverontreiniging of afval.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-488\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidieontvanger is verplicht om na de uitvoering van de inrichting de gerealiseerde natuur in stand te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ontvanger van subsidie voor inrichting van nieuwe natuur binnen een programma-aanvraag als bedoeld in artikel 4.8.1, onder a, dient het natuurterrein in te richten overeenkomstig de indicatieve verhouding beheertypen op de ambitiekaart zoals die luidt op het moment van indiening van de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">3[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-489\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.9</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het tijdvak tot verlening van subsidie bedraagt: maximaal drie jaar voor een individuele aanvraag; maximaal zes jaar voor een programma-aanvraag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4810\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.10</span><span class=\"lf-art-t\">Gescheiden boekhouding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de ontvanger van subsidie als bedoeld in artikel 4.8.1, ook economische activiteiten verricht, is hij verplicht een gescheiden boekhouding te voeren overeenkomstig punt 44 van de EU-kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst (2012/C 8/03).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4811\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.11</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1.3.3, eerste lid, is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4812\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.12</span><span class=\"lf-art-t\">Transparantie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van subsidie die op grond van deze regeling wordt verleend maken Gedeputeerde Staten binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening de volgende gegevens bekend: de gegevens, bedoeld in deel I, paragraaf 3.7, onderdeel 128, onder a en b, van het landbouwsteunkader; en de gegevens, bedoeld in deel I, paragraaf 3.7, onderdeel 128, onder c, van het landbouwsteunkader, voor zover de individuele steun meer bedraagt dan: € 60.000 voor begunstigden die actief zijn in de primaire landbouwproductie; of € 500.000 voor begunstigden in de sectoren van de verwerking van landbouwproducten, de afzet van landbouwproducten, de bosbouwsector of activiteiten die buiten het toepassingsgebied van artikel 42 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.9 Functieverandering ten behoeve van het Gelders Natuurnetwerk</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-491\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor functieverandering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-492\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de grond waarvoor subsidie is aangevraagd is begrensd als N00.01 op de ambitiekaart; de landbouwproductiecapaciteit van de grond in de vijf jaren voorafgaand aan de aanvraag onafgebroken is gebruikt; de grond waarvoor subsidie is aangevraagd tevens inrichting plaatsvindt als bedoeld in artikel 4.8.1, onder a; en de taxatie uitgevoerd wordt door een door Gedeputeerde Staten in te schakelen taxateur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-493\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komt in aanmerking de door een taxateur bepaalde waardedaling van de grond, gebaseerd op het verschil in marktwaarde voor en na de functieverandering en inrichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-494\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar van de grond waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-495\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag een topografische kaart met een schaal van ten hoogste 1:10.000 gevoegd waarop de grenzen van de grond zijn aangegeven, en de op die grond gelegen wegen en paden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Als op de grond een recht van hypotheek is gevestigd, wordt onverminderd artikel 1.2.3 bij de aanvraag een verklaring van geen bezwaar gevoegd van degene aan wie het recht van hypotheek toekomt.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Als de aanvrager een grote onderneming is, gaat de subsidieaanvraag vergezeld van een uitgebreide beschrijving van het contrafeitelijke scenario waarin de begunstigde geen steun toegekend krijgt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Een aanvraag om subsidie wordt ingediend voor 1 januari 2022.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-496\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.9.3, met een maximum van 85% van de waarde van de grond als landbouwgrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Als voor verwerving of pachtvrij maken van een natuurambitieterrein, al op grond van deze of een andere regeling subsidie is verstrekt, waardoor het totaal aan subsidie voor de betreffende activiteit meer bedraagt dan: de werkelijke kosten die de activiteiten met zich meebrengen; de maximale vergoeding die op grond van Europese voorschriften mag worden gegeven; de maximale vergoeding die op grond van het plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 mag worden gegeven, of 85% van de waarde van de grond als landbouwgrond, wordt de subsidie als bedoeld in artikel 4.9.1 zoveel lager vastgesteld als noodzakelijk is om te voorkomen dat de subsidie meer bedraagt dan de hiervoor genoemde onderdelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-497\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt geweigerd voor functieverandering die dient tot uitvoering van wettelijke of contractuele verplichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie wordt geweigerd voor grond die om niet van de overheid is verkregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Subsidie kan worden geweigerd voor gronden die niet tegen marktwaarde van de overheid zijn verkregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Subsidie wordt niet verstrekt voor grond waarop nog verplichtingen rusten op grond van: de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Gelderland; de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister van economische zaken; hoofdstuk 4 of afdeling 5.1.3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Gelderland 2009; de Regeling stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden; of de Beschikking ter zake van het uit productie nemen van bouwland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-498\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Binnen twaalf weken na verlening van de subsidie sluit de subsidieontvanger met de provincie Gelderland een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht, waarin is opgenomen: de verplichting dat de subsidieontvanger de grond niet gebruikt of doet gebruiken als landbouwgrond, het terrein beheert overeenkomstig het natuurbeheertype zoals voorgeschreven in het natuurbeheerplan en datgene nalaat wat de veiligstelling van het natuurbeheertype verstoort; en dat de verplichting, als bedoeld onder a, zal overgaan op al degenen die het terrein onder bijzondere of algemene titel zullen verkrijgen en dat mede gebonden zullen zijn al degenen die van de rechthebbende een recht op gebruik van het terrein zullen krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De verplichtingen als bedoeld in het eerste lid worden uiterlijk binnen vier weken nadat de overeenkomst als bedoeld in het eerste lid is tot stand gekomen op initiatief van de subsidieontvanger en op kosten van de provincie als kwalitatieve verplichting ten aanzien van het terrein ingeschreven in de openbare registers.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Subsidieontvanger is verplicht er voor zorg te dragen dat een afschrift van de kwalitatieve verplichting binnen vier weken na inschrijving in de openbare registers in afschrift wordt toegezonden aan de Gedeputeerde Staten.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Op verzoek van de subsidieontvanger kunnen de termijnen als bedoeld in voorgaande leden van dit artikel worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Subsidieontvanger is verplicht zorg te dragen dat de grond waarvoor subsidie wordt aangevraagd ten minste 358 dagen per jaar wordt opengesteld en toegankelijk blijft voor het publiek, tenzij daarvan door Gedeputeerde Staten ontheffing wordt verleend;</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Ontheffing als bedoeld in lid 5 wordt verleend als: gehele of gedeeltelijke sluiting van het terrein noodzakelijk is ter voldoening aan de bij of krachtens de Wet natuurbescherming gestelde regels voor soortenbescherming of voor Natura-2000-gebieden vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen en toegangsbeperkingen. het terrein door buiten de macht van de subsidieontvanger gelegen oorzaken blijvend geheel of gedeeltelijk niet bereikbaar of naar zijn aard niet begaanbaar is; sluiting van ten hoogste één hectare van het terrein wenselijk is vanwege de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; of andere belangen gehele of gedeeltelijke sluiting rechtvaardigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Subsidieontvanger is verplicht binnen twaalf weken na subsidieverlening bij het bevoegd gezag een aanvraag in te dienen tot aanpassing van de bestemming inhoudende dat de grond enkel als natuur mag worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Artikel 1.4.7 is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-499\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.9</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen bij aanvraag subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een afschrift overgelegd van het verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4910\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.10</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 21 van de AsG wordt nadat de aanvrager een afschrift heeft overgelegd van de vestiging van de kwalitatieve verplichting een voorschot uitgekeerd van ten hoogste 90%.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4911\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.11</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1.3.3, eerste lid, is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4912\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.12</span><span class=\"lf-art-t\">Transparantie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van subsidie die op grond van deze regeling wordt verleend maken Gedeputeerde Staten binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening de volgende gegevens bekend: de gegevens, bedoeld in deel I, paragraaf 3.7, onderdeel 128, onder a en b, van het landbouwsteunkader; en de gegevens, bedoeld in deel I, paragraaf 3.7, onderdeel 128, onder c, van het landbouwsteunkader, voor zover de individuele steun meer bedraagt dan: € 60.000 voor begunstigden die actief zijn in de primaire landbouwproductie; of € 500.000 voor begunstigden in de sectoren van de verwerking van landbouwproducten, de afzet van landbouwproducten, de bosbouwsector of activiteiten die buiten het toepassingsgebied van artikel 42 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.10 Inrichting ten behoeve van agrarisch natuur- en landschapsbeheer</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor het aanpassen van de fysieke condities of kenmerken van percelen landbouwgrond gelegen in een leefgebied SNLG.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: voor de percelen landbouwgrond een subsidie is verstrekt voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer op grond van artikel 3.2 van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Gelderland 2016 of een subsidie op grond van die regeling is aangevraagd voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer voor het volgende kalenderjaar, en de inrichting bijdraagt aan de verhoging van de effectiviteit van het agrarisch natuur- en landschapsbeheer voor de soorten waarvoor het beheer op het betreffende perceel wordt uitgevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4103\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor subsidie komen in aanmerking: kosten voor het maken van een inrichtingsplan voor zover het plan betrekking heeft op maatregelen gericht op wijziging van de oppervlaktewaterstand of grondverzet; kosten voor maatregelen gericht op wijziging van de oppervlaktewaterstand; kosten van grondverzet; kosten van verwijdering van begroeiing en beplanting, en overige kosten voor zover die noodzakelijk zijn voor de inrichting van het leefgebied SNLG.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Geen subsidie wordt verstrekt voor het verwijderen van bodemverontreiniging of afval.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4104\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een agrarisch collectief.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4105\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag een kaart gevoegd waarop de locatie van de werkzaamheden is aangeduid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4106\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt ten hoogste 95% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000,-met dien verstande dat de subsidie niet meer bedraagt dan € 8.000,- per hectare van het leefgebied SNLG.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.10.3, eerste lid onder a, bedragen maximaal 15% van het totaalbedrag dat voor subsidie in aanmerking komt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4107\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen subsidie wordt verstrekt als voor de aangevraagde percelen al eerder een subsidie op grond van artikel 4.10.1 is verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4108\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van de subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht de subsidiabele activiteiten binnen 12 maanden na de subsidieverlening uit te voeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4109\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10.9</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met het Besluit van de Europese Commissie van 7 juli 2017, C(2017) 4589, met betrekking tot steunmaatregel SA.37960 (2015/N).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.11 Soortenmanagementplan</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: gebiedsgerichte ontheffing: ontheffing van de verboden als bedoeld in de artikelen 3.1, 3.2, zesde lid, 3.5, 3.6, tweede lid en 3.10, eerste lid, van de Wet natuurbescherming bij activiteiten binnen een plangebied waarbij de maatregelen het functioneel leefgebied van de beschermde soorten, ongeacht de aard van de negatieve effecten van de toegestane activiteiten, versterken; soortenmanagementplan: plan gericht op het verbeteren van de staat van instandhouding van soorten en ter onderbouwing van de aanvraag om een gebiedsgerichte ontheffing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor het opstellen van een soortenmanagementplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie voor het opstellen van een soortenmanagementplan wordt alleen verstrekt als: het plan de informatie bevat genoemd in Bijlage 2 van de Uitvoeringsregels Wet natuurbescherming Gelderland 2018; het plan gericht is op: verduurzaming van woningen in de bebouwde kom; laanbeplantingen of houtwallen buiten de bebouwde kom; asbestsanering of de sloop van schuren op gronden met een agrarische bestemming, of inrichting en beheer van watergangen van een geheel stroomgebied; de maatregelen in het plan ertoe leiden dat de staat van instandhouding van de soorten, die voorkomen in het plangebied en die beïnvloed worden door de gebiedsgerichte ontheffing, verbetert, en de ecologische gegevens van het plan maximaal vijf jaar oud zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie als bedoeld in artikel 4.11.1 onder a komen in aanmerking: kosten voor het opstellen van een soortenmanagementplan; kosten voor het hiervoor benodigde inventarisatieonderzoek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een gemeente of waterschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 verstrekt de aanvrager bij de aanvraag: een offerte van een adviesbureau voor de kosten als bedoeld in artikel 4.11.3, en een kaart en een beknopte beschrijving van het plangebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4116\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor het opstellen van een soortenmanagementplan bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 25.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4117\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd als aan de aanvrager al eerder subsidie op grond van deze regeling is verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4118\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger van subsidie stelt het soortenmanagementplan binnen 18 maanden na het verlenen van de subsidie vast.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.12 Burgerbetrokkenheid bij natuur, groen en landschap</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: het aanleggen of beheren van natuur, groen of landschap door burgers in hun leefomgeving, het betrekken van burgers bij activiteiten op het gebied van natuur, groen of landschap in hun leefomgeving, of het betrekken van burgers bij activiteiten op het gebied van natuur, groen of landschap in hun leefomgeving door bijdragen te verstrekken aan initiatieven van vrijwilligers om natuur, groen of landschap aan te leggen of te beheren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Onder het aanleggen of beheren wordt in ieder geval verstaan: het planten van bomen, struiken en planten; het geschikt maken van een terrein zodat er zich planten of dieren kunnen vestigen; snoeien, maaien en dunnen; het plaatsen van houten zitbankjes.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Onder het betrekken van burgers als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder b, wordt in ieder geval verstaan: het organiseren van bijeenkomsten en werkdagen; het opstellen en verspreiden van informatiemateriaal, niet zijnde boeken; het geven van voorlichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.2</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Voor subsidie komen niet in aanmerking kosten voor: aankoop van onroerende goederen; waardedaling van grond of opbrengstderving; gebouwen of inrichting daarvan, of aankoop van machines die benodigd zijn om de activiteiten uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Onverminderd het eerste lid komen kosten voor subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder c, niet in aanmerking voor subsidie als de vrijwilligers die een initiatief ondernemen niet ten minste een financiële bijdrage leveren ter hoogte van 35% van het verstrekte bedrag als bedoeld in artikel 4.12.7, derde lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG, wordt subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder a, uitsluitend verstrekt aan een samenwerkingsverband van ten minste vijf natuurlijke personen dat of een rechtspersoon die zich inzet voor natuur, groen of landschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 4.12, eerste lid, onder b of c, wordt uitsluitend verstrekt aan een vereniging of stichting met de statutaire doelstelling betreffende inzet voor natuur, groen of landschap, niet zijnde een bos- of landgoedeigenaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4124\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Onverminderd artikel 1.2.3 verstrekt de aanvrager bij de aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, aanhef en onder a, in ieder geval: een door de deelnemende personen ondertekend schriftelijk document waarin zij verklaren de activiteit uit te voeren; een schriftelijke toestemming van de eigenaar van het perceel waarop de aanleg of het beheer betrekking heeft; een kaart waarop is aangegeven waar de activiteit wordt gerealiseerd, en een onderbouwing waaruit blijkt dat de activiteit past binnen het bestemmingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2Onverminderd artikel 1.2.3 verstrekt de aanvrager bij de aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, aanhef en onder b of c, in ieder geval een plan van aanpak.</p>\n<p class=\"lf-p\">3In het plan van aanpak, bedoeld in het tweede lid, beschrijft de aanvrager hoe hij burgers betrekt bij activiteiten op het gebied van natuur, groen of landschap in hun leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Een aanvrager kan maximaal éénmaal per kalenderjaar subsidie ontvangen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4125\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder a of b, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000 en een maximum van € 50.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder c, bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 50.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten bij de subsidie als bedoeld in artikel 4.12, eerste lid, onder a, mag bestaan uit kosten voor externe ondersteuning.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten bij de subsidie als bedoeld in artikel 4.12, eerste lid, onder b, mag bestaan uit kosten voor personele inzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Ten hoogste 20% van de subsidiabele kosten bij de subsidie als bedoeld in artikel 4.12, eerste lid, onder c, mag bestaan uit kosten voor personele inzet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.6</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder a wordt niet verstrekt voor zover de activiteit betrekking heeft op: terreinen die zijn opgenomen in het natuurbeheerplan; het periodiek inzaaien van terreinen en de daarmee gepaard gaande werkzaamheden; sier- en groenteteelt, of privé tuinen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4127\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Als de subsidie direct is vastgesteld als bedoeld in artikel 25 van de AsG, is de ontvanger verplicht de activiteit binnen een jaar na de vaststelling van de subsidie te hebben uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ontvanger is verplicht binnen vier weken na het afronden van de activiteit publiciteit aan de activiteit te geven via een website of sociale media.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Onverminderd het tweede lid verstrekt de ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, aanhef en onder c, ten hoogste € 5.000 per initiatief van vrijwilligers.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.13 Kennisontwikkeling- en overdracht duurzaam functioneren van de toplaag</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4131\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.13.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor een project dat is gericht op: het ontwikkelen van kennis over het duurzaam functioneren van de toplaag; het overdragen van kennis over het duurzaam functioneren van de toplaag, of een combinatie van a en b.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4132\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.13.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: het project wordt verricht door een kennis- of onderzoeksinstelling en tenminste een grondgebruiker; de afspraken, taken en verantwoordelijkheden van de deelnemende partijen voor de uitvoering van het project zijn vastgelegd in een overeenkomst; aantoonbaar sprake is van een kennishiaat over het duurzaam functioneren van de toplaag; de onderzoeksvragen van het project voortvloeien uit wetenschappelijk onderzoek; het onderzoek betrekking heeft op ten minste twee van de volgende onderwerpen: organische stof, bodemchemie, bodemleven, bodemstructuur, waterhuishouding of beworteling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4133\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.13.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een kennis- of onderzoeksinstelling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4134\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.13.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 4.13.1 onder a, gevoegd een kaart waarop de locatie van het project is aangeduid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 4.13.1 onder b, gevoegd een beschrijving van de wijze van kennisoverdracht.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4135\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.13.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 4.13.1, onder a, bedraagt ten hoogste 80% van de kosten met een een maximum van € 75.000.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 4.13.1, onder b, bedraagt ten hoogste 80% van de kosten met een een maximum van € 10.000.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4136\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.13.6</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 4.13.1 onder a wordt geweigerd indien: het onderzoek betrekking heeft op het ontwikkelen van machines voor landbouwmechanisatie of mestverwerkingsinstallaties; het onderzoek betrekking heeft op een project dat is gericht op het maximaliseren van de winst van een bedrijf of onderneming; het project kan leiden tot risico’s op bodemuitputting of bodemverontreiniging op de korte en lange termijn, of het project uitsluitend gericht is op het in beeld brengen van bodemverontreiniging of bemestingstoestand van een individuele grondgebruiker.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4137\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.13.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van de subsidieontvanger</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidieontvanger is verplicht de subsidiabele activiteiten binnen 4 jaar na de subsidieverlening uit te voeren.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidieontvanger zendt binnen de in het eerste lid gestelde termijn een exemplaar van het onderzoeksresultaat aan Gedeputeerde Staten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Als de subsidie na de in het eerste lid gestelde termijn nog moet worden vastgesteld, wordt het onderzoeksrapport bij de aanvraag tot vaststelling gevoegd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De subsidieontvanger stelt de opgedane kennis en ervaring beschikbaar aan een brede groep van grondgebruikers. De subsidieontvanger zal daarbij afzien van het inroepen van eventuele intellectuele eigendomsrechten. De onderzoeksresultaten zullen worden gepubliceerd op de website van de provincie en blijven daar beschikbaar gedurende tenminste vijf jaar.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4138\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.13.8</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.1.3, eerste lid, worden subsidies onder deze paragraaf slechts verstrekt indien deze niet in strijd zijn met hoofdstuk I en artikel 31 van de Landbouwgroepsvrijstellingsverordening, Verordening (EU), Nr. 702/2014 van de Europese Commissie van 25 juni 2014 (Pb EU L 193).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.14Agrarisch waterbeheer door loonwerkbedrijven</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4141\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.14.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder loonwerkbedrijf: een onderneming waarin de activiteiten overwegend bestaan uit het met, aan of door machines of werktuigen voor derden verrichten van landbouwambachtenwerkzaamheden, cultuurtechnische werkzaamheden of meststoffendistributie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4142\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.14.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor bovenwettelijke investeringen door loonwerkbedrijven in machines die bijdragen aan de doelstellingen van de Kaderrichtlijn water (Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000) en de Nitraatrichtlijn (Richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4143\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.14.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt als: de investering is opgenomen in bijlage 2 bij deze regels, en de aanvrager blijkens het Handelsregister een vestiging heeft in de provincie Gelderland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4144\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.14.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking: de kosten voor de koop van nieuwe onderdelen voor de aanpassing van bestaande machines; de montage van de in onderdeel a bedoelde nieuwe onderdelen; de meerkosten voor de koop van nieuwe machines die een aanpassing vormen ten opzichte van standaardmachines</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4145\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.14.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan MKB-ondernemingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4146\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.14.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Onverminderd artikel 1.2.3 verstrekt de aanvrager bij de aanvraag een offerte van een leverancier voor de kosten als bedoeld in artikel 4.14.4.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een aanvrager kan maximaal éénmaal per kalenderjaar subsidie ontvangen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4147\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.14.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie bedraagt ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie bedraagt ten minste € 3.000 en ten hoogste € 20.000.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4148\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.14.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.4.1, eerste lid, is de subsidieontvanger verplicht om de activiteit binnen 18 maanden na de subsidievaststelling uit te voeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4149\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.14.9</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.15 Groene schoolpleinen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4151\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: school: onderwijsinstelling voor basis- of voorgezet onderwijs; groen schoolplein: buitenruimte met natuurlijke elementen en beplanting nabij de school waarvan leerlingen in ieder geval tijdens schooltijd gebruik maken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4152\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de Algemene subsidieverordening Gelderland 2016 kan worden verstrekt voor het ontwerp en de aanleg van groene schoolpleinen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4153\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidie kan worden verstrekt: voor het ontwerpen en het aanleggen van een groen schoolplein; als het groene schoolplein natuurlijke elementen en beplanting bevat en een deel van de bestrating wordt vervangen door een waterdoorlatende ondergrond; als het ontwerp van het groene schoolplein tot stand is gekomen in samenwerking met leerlingen en docenten; als het groene schoolplein de mogelijkheid biedt om buitenlessen te geven, en als de grondeigenaar toestemming geeft voor het aanleggen van het groene schoolplein.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4154\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een school.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4155\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag een projectbeschrijving, voorzien van een ontwerp van het groene schoolplein, waarin staat: op welke wijze wordt voldaan aan artikel 4.15.3; op welke wijze het project bijdraagt aan de biodiversiteit; op welke wijze de subsidieontvanger voornemens is de buitenlessen te geven op het groene schoolplein, en op welke wijze het onderhoud en beheer van het groene schoolplein wordt geborgd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4156\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.15.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking: de kosten van de aanleg; in afwijking van artikel 1.3.5, onder b, de kosten van het ontwerp van het groene schoolplein.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4157\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de totale subsidiabele kosten van het project met een maximum van € 17.500 per project.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie voor het ontwerp van het groene schoolplein bedraagt ten hoogste 10% van de totale subsidiabele kosten van het project.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4158\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.8</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen niet in aanmerking: vergoedingen voor vrijwilligers; kosten voor kunstgras; interne loonkosten van de school.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4159\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.9</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt geweigerd als: de te verlenen subsidie minder bedraagt dan € 5.000; aan de school voor hetzelfde schoolplein al subsidie is verstrekt op grond van deze paragraaf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41510\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15.10</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidieontvanger is verplicht het groene schoolplein binnen 24 maanden na de subsidieverlening aan te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidieontvanger stelt foto’s beschikbaar van het schoolplein voor en na de aanleg van het groene schoolplein, die vrij van rechten door de subsidieverstrekker gebruikt kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De subsidieontvanger meldt de subsidieverstrekker wanneer het groene schoolplein geopend wordt.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.16 Medegebruik van graslanden door edelherten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4161\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor het toestaan van medegebruik van graslanden door edelherten gedurende het hele kalenderjaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4162\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt als: de subsidiabele activiteit betrekking heeft op percelen die zijn gelegen in een gebied dat door Gedeputeerde Staten is aangewezen als gebied waarvoor geen aanvraag hoeft te worden ingediend voor een tegemoetkoming voor faunaschade; door of in opdracht van Gedeputeerde Staten faunaschade aan graslanden is getaxeerd die is veroorzaakt door edelherten, en de percelen voldoen aan de in de Beleidsregels tegemoetkoming faunaschade Gelderland gestelde voorwaarden om voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4163\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan agrariërs.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4164\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de AsG dient de aanvrager een aanvraag om subsidie in tijdens het kalenderjaar waarin faunaschade is geleden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de AsG wordt de aanvraag om subsidie tijdens of na uitvoering van de subsidiabele activiteit ingediend.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Artikel 1.2.3, eerste lid, onder b tot en met e, is niet van toepassing.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4165\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt € 50 per hectare waarop in het betreffende kalenderjaar faunaschade is getaxeerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4166\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16.6</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt geweigerd als voor het betreffende perceel al subsidie is verstrekt op grond van paragraaf 3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Gelderland 2016.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4167\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16.7</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.3.3, eerste lid, wordt subsidie alleen verstrekt als deze niet in strijd is met Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Europese Commissie van 18 december 2013 (PbEU L 352/09).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.17 Aanpak invasieve exoten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4171\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.17.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: het verwijderen en verwijderd houden gedurende drie jaren of beheersen van één of meer invasieve exoten in combinatie met een projectplan; het opstellen van een gebiedsplan voor de aanpak van invasieve exoten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4172\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.17.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder a, wordt alleen verstrekt als: de subsidiabele activiteit wordt uitgevoerd in het Gelders Natuurnetwerk of in een Natura 2000-gebied; de subsidiabele activiteit bijdraagt aan de bescherming van de biodiversiteit in een Gelderse natuurparel, als opgenomen in bijlage 1 bij de Beleidsnota Actieve Soortenbescherming, en de subsidiabele activiteit betrekking heeft op de aanpak van een geïsoleerde populatie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het eerste lid, onder b en c, is niet van toepassing voor zover de aanvraag betrekking heeft op de zonnebaars.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Onverminderd het eerste en het tweede lid wordt subsidie voor de zonnebaars alleen verstrekt als er sprake is van een geïsoleerd water.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder b, wordt alleen verstrekt als het gebiedsplan: betrekking heeft op het totale grondgebied van een gemeente of het stroomgebied van een of meer waterlopen dat wordt beheerd door het waterschap, en betrekking heeft op een of meer invasieve exoten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4173\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.17.3</span><span class=\"lf-art-t\">Gebiedsplan</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het gebiedsplan, als bedoeld in artikel 4.17.1, onder b, bevat een beschrijving van: de verspreiding van de aan te pakken invasieve exoten; de maatregelen om de invasieve exoten aan te pakken; een prioritering van de te nemen maatregelen, en hoe de samenwerking tussen verschillende partijen die actief zijn binnen het grondgebied of stroomgebied wordt bevorderd of vormgegeven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4174\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.17.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.3.5, onderdeel b, komen de kosten voor het opstellen van een plan van aanpak als bedoeld in het aanvraagformulier die gemaakt zijn voordat de aanvraag is ontvangen voor subsidie in aanmerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4175\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.17.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder a, wordt verstrekt aan de eigenaar van het perceel, degene die krachtens overeenkomst of zakelijk recht gerechtigd is tot het gebruik van het perceel of anderszins met schriftelijke toestemming van de eigenaar van het perceel gebruik kan maken van het perceel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder a, ook aan andere personen dan rechtspersonen worden verstrekt 3. Subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder b, kan worden verstrekt aan een gemeente of waterschap.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4176\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.17.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder a, bedraagt maximaal 90% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 75.000 per aanvrager.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie voor het projectplan als bedoeld in artikel 4.17.1, onder a, bedraagt maximaal 10% van de totale subsidiabele kosten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder b, bedraagt € 10.000.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4177\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.17.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder a, wordt geweigerd als voor hetzelfde perceel voor dezelfde activiteit al subsidie op grond van de Subsidieverordening Natuur- en landschapsbeheer Gelderland 2016 is verleend of verstrekt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder b, wordt geweigerd als voor hetzelfde gebied al eerder subsidie op grond van deze paragraaf is verleend of verstrekt.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4178\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.17.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvrager van de subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder a, monitort en evalueert de effecten van de getroffen maatregelen en rapporteert hierover twee jaar na de start van de uitvoering aan Gedeputeerde Staten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvrager van subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder b, stuurt het gebiedsplan naar Gedeputeerde Staten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De aanvrager van subsidie als bedoeld in artikel 4.17.1, onder b, meldt de voortgang van de uitvoering van gebiedsplan in het tweede jaar na de totstandkoming van het plan aan Gedeputeerde Staten aan de hand van de in artikel 4.17.3 genoemde onderdelen.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 5 Regionale bereikbaarheid en regionaal openbaar vervoer</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.1 Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: beroepsvervoer: beroepsvervoer als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet wegvervoer goederen; [vervallen] Bestedingsplan DU: een door Gedeputeerde Staten vastgesteld plan, waarin de besteding is vastgelegd van de decentralisatie-uitkering Projecten verkeer en vervoer;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestedingsplan BDU: door Gedeputeerde Staten vastgesteld plan, waarin de besteding is vastgelegd van de brede doeluitkering als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet BDU verkeer en vervoer; communautaire vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 4 van verordening (EG) nr. 1072/2009 van de Raad van de Europese Unie van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg (PbEU L 300/72); [vervallen] [vervallen] gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning: een gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning als bedoeld in artikel 4, derde lid, van Verordening 1072/2009/EG, dat bij de indiening van de aanvraag niet ouder is dan vier weken; goederenvervoer: vervoer van goederen over de weg en over water; koopovereenkomst: schriftelijke overeenkomst tussen leverancier en de subsidieaanvrager over de koop van de vrachtauto of elektrische bestelauto;</p>\n<p class=\"lf-p\">LNG-vrachtauto: een voertuig dat een vrachtauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet wegvervoer goederen is, valt onder categorie N2 of categorie N3 van Richtlijn 2007/46/EG en bij de feitelijke levering overeenkomstig de koopovereenkomst door de fabrikant als bedoeld in Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 september 2007 (PbEU L263) is uitgerust met een motor die als hoofdaandrijving in de vrachtauto is geplaatst en uitsluitend Liquefied Bio Gas of Liquefied Natural Gas als motorbrandstof gebruikt;</p>\n<p class=\"lf-p\">MIAM: Meerjaren InvesteringsAgenda Mobiliteit met een overzicht van alle (beoogde) projecten en programma’s die een bijdrage leveren aan regionale bereikbaarheid en regionaal openbaar vervoer; mobiliteitsmanagement: alle activiteiten gericht op het afstemmen van vraag en aanbod van verkeer en vervoer gericht op het keuzeproces en bewustwording van de reiziger en goederen; openbaar vervoer: vervoer per trein, bus, tram of regiotaxi dat wordt verzorgd door een vervoerder waaraan op grond van de Wet personenvervoer 2000 een concessie is verleend; operational lease: de lessee betaalt voor het exclusieve gebruik van een vrachtauto of elektrische bestelauto gedurende een met de leasemaatschappij overeengekomen periode, waarbij de eigendom van de vrachtauto elektrische bestelauto bij de leasemaatschappij blijft;</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerkingsovereenkomst basismobiliteit : overeenkomst tussen provincie en in regioverband samenwerkende gemeenten waarbij de vervoerstaken van de regiotaxi worden overgedragen aan de regio’s; snelle fietsroute: een regionale hoofdfietsroute die hoogwaardig is ingericht voor woon-werk fietsbewegingen over langere afstanden en primair gericht is op snelle en efficiënte verplaatsing met optimale veiligheid;</p>\n<p class=\"lf-p\">SSK-raming: Standaardsystematiek voor Kostenramingen: de systematiek voor kostenramingen zoals deze is vastgelegd in publicatie 137 van het door het CROW uitgegeven handboek Kostenramingen - SSK 2010 of de kennismodule kostenmanagement – SSK 2018; verlader: bedrijf dat dat goederen van het ene transportmiddel overlaadt in het andere; vervoerder: de rechtspersoon die openbaar vervoer verricht, waaronder begrepen regiotaxi;</p>\n<p class=\"lf-p\">Definitiekader voor het Hoofdfietsnet Gelderland: door Provinciale Staten op 31 januari 2018 (PS2017-766) vastgesteld beleidskader voor het bepalen van het hoogwaardig regionaal fietsnet in Gelderland.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.2 Infrastructuurprojecten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-521\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: infrastructurele projecten waarvoor in het MIAM middelen beschikbaar zijn gesteld; en infrastructurele projecten waarvoor in de bestedingsplannen BDU en de bestedingsplannen DU middelen beschikbaar zijn gesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-522\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan publiekrechtelijke rechtspersonen en aan ProRail B.V.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-523\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie als bedoeld in artikel 5.2.1, onderdeel a, bedraagt ten hoogste 100% van de kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidie als bedoeld in artikel 5.2.1, onderdeel b, bedraagt ten hoogste het bedrag dat in de bestedingsplannen BDU is opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht erop worden voor ten hoogste 15% meegerekend in de kosten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.3 Regiotaxi</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-531\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor het verrichten van vervoer in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning in de vorm van regiotaxi en de bijbehorende kosten voor het beheer van de regiotaxi.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-532\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie voor het verrichten van openbaar vervoer wordt slechts verstrekt als de aanvrager met de provincie een Samenwerkingsovereenkomst basismobiliteit heeft gesloten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-533\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten en openbare lichamen in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van het eerste lid kan subsidie worden verstrekt aan een rechtspersoon waaraan de in het eerste lid genoemde aanvragers haar taak ten aanzien van de regiotaxi heeft overgedragen</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-534\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt het bedrag zoals is overeengekomen in artikel 8 van de Samenwerkingsovereenkomst basismobiliteit.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.4 Infrastructurele Hoogwaardig Openbaar Vervoer</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-541\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: plan HOV: plan van gemeenten in een regio en de provincie op het gebied van HOV; hoogwaardig openbaar vervoer: openbaar vervoer per bus met een storingsvrije afwikkeling, gestrekte routes met waar nodig vrijliggende infrastructuur voor de bus, een hoge frequentie, herkenbare en goed bereikbare halte- en knooppuntvoorzieningen, een hoog niveau van dynamische reizigersinformatie en beschikbaarheid van goede en voldoende stallingsvoorzieningen voor de fiets;</p>\n<p class=\"lf-p\">HOV-lijn: buslijn die hoogwaardig openbaar vervoer biedt en opgenomen is in het Plan HOV;</p>\n<p class=\"lf-p\">OV-visie: visie, vastgesteld door Provinciale Staten op 28 mei 2014 (PS2014-248); vervoerberaad: bestuurlijk overleg tussen de regio en de provincie; personele inzet: werkzaamheden verricht door medewerkers van de gemeente dan wel door de gemeente ingehuurde medewerkers.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-542\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Plan HOV</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen een plan HOV vast als aan de volgende vereisten wordt voldaan: het plan HOV bevat activiteiten ter verbetering van de infrastructuur voor hoogwaardig openbaar vervoer; de activiteiten passen in de OV-visie; het vervoerberaad heeft ingestemd met het plan HOV; de activiteiten zijn uitgesplitst per HOV-lijn en gemeente; het plan HOV bevat een beschrijving van de voorgenomen aanpak voor het verrichten van de activiteiten, en het plan HOV bevat per activiteit een SSK-raming waarin geen kosten voor personele inzet zijn opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-543\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan wordt verstrekt voor activiteiten die zijn opgenomen in een plan HOV.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-544\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van het bedrag dat voor die activiteit in het plan HOV is opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-545\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor subsidie komen in aanmerking de kosten zoals die zijn vastgelegd in de bij het plan HOV gevoegde SSK-raming.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Onverminderd artikel 1.3.5 komen kosten voor personele inzet van de aanvrager niet in aanmerking voor subsidie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In afwijking van artikel 1.3.5, onder b, komen de kosten die gemaakt zijn in het jaar voorafgaand aan de datum waarop de aanvraag is ontvangen voor subsidie in aanmerking.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De artikelen 1.3.6 tot en met 1.3.10 zijn niet van toepassing.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-546\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan de gemeente die in het plan HOV opgenomen is en op wier grondgebied de activiteit plaatsvindt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-547\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager geeft opdracht voor realisatie van de activiteiten die opgenomen zijn in het plan HOV binnen een jaar vanaf de datum van de verleningsbeschikking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-548\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd als voor dezelfde activiteit al subsidie is verstrekt op grond van paragraaf 5.5 Overstappunten mobiliteit.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.5 Overstappunten mobiliteit</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-551\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: overstappunt: een locatie waar een reiziger kan overstappen op een andere vorm van vervoer; voorziening: openbare fysieke faciliteit die het overstappunt toegankelijker, sociaal veiliger of comfortabeler maakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-552\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor verbeteringen aan, dan wel nieuwbouw of uitbreiding van voorzieningen op of in de directe nabijheid van een overstappunt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-553\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie voor nieuwbouw of uitbreiding wordt slechts verstrekt als: de voorziening ten dienste staat van het overstappunt; de bezettingsgraad van de bestaande voorziening maximaal is, en rekening wordt gehouden met de groei van het aantal reizigers.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie voor verbetering wordt slechts verstrekt als deze leidt tot een verbetering van de sociale veiligheid, toegankelijkheid of comfort van het overstappunt voor de reiziger.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Onverminderd het eerste en tweede lid wordt subsidie slechts verstrekt als er onderzoek is gedaan naar de knelpunten op het overstappunt, waarbij het overstappunt in zijn geheel is bekeken en waaruit blijkt welke afwegingen aan de subsidiabele activiteit ten grondslag liggen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-554\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar van de grond waarop het overstappunt is gelegen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als het overstappunt gelegen is op grond van meerdere eigenaren, dan sluiten de grondeigenaren onderling een samenwerkingsovereenkomst waarin zij in ieder geval een penvoerder aanwijzen. Subsidie wordt verstrekt aan de penvoerder.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-555\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag: de locatie van het overstappunt; een beschrijving van de huidige situatie; het onderzoek als bedoeld in artikel 5.5.3, derde lid; een schetsontwerp van de activiteit; een SSK-raming waarin geen interne loonkosten zijn opgenomen; de planning van de werkzaamheden, en indien van toepassing afschrift van de samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 5.5.4, tweede lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-556\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 50.000 en een maximum van € 500.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-557\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor subsidie komen in aanmerking de kosten op basis van de bij de aanvraag gevoegde SSK-raming.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van artikel 1.3.5, onder b, komen de kosten die gemaakt zijn in het jaar voorafgaand aan de datum waarop de aanvraag is ingediend voor subsidie in aanmerking.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Voor subsidie komen niet in aanmerking de interne loonkosten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De artikelen 1.3.6 tot en met 1.3.10 zijn niet van toepassing.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-558\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.5.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager geeft opdracht voor realisatie van de activiteit binnen een jaar na de datum van de verleningsbeschikking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-559\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.9</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Geen subsidie wordt verstrekt voor: een voorziening die niet primair tot doel heeft een overstap te faciliteren. beheer en onderhoud; vervanging en herstel in geval van schade.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie wordt geweigerd als voor de activiteit reeds subsidie is verstrekt op grond paragraaf 5.4 Infrastructuur Hoogwaardig Openbaar Vervoer.</div>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf5.6Vrachtfiets en elektrische bestelauto</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-561\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: vrachtfiets: bakfiets bedoeld voor goederenvervoer; elektrische bestelauto: elektrisch aangedreven bestelauto die opgenomen is in de Milieulijst milieu-en investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen 2019; kentekenbewijs: bewijs als bedoeld in artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-562\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan wordt verstrekt voor de aanschaf of operational lease van een elektrische bestelauto of vrachtfiets.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-563\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt als: de aanvrager blijkens het Handelsregister een vestiging heeft in de provincie Gelderland; de aanvrager in geval van koop de eerste eigenaar van de vrachtfiets zal zijn; de aanvrager in geval van koop de eerste houder van het kenteken van de elektrische bestelauto zal worden; de aanvrager in geval van operational lease de eerste gebruiker van de elektrische bestelauto of vrachtfiets zal worden, en het vervoermiddel ingezet wordt voor goederenvervoer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-564\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie bedraagt: € 4000 voor de aanschaf of operational lease van een elektrische bestelauto; € 1500 voor de aanschaf of operational lease van een vrachtfiets bij een aanschafwaarde vanaf € 3000; € 500 voor de aanschaf of operational lease van een vrachtfiets bij een aanschafwaarde tot € 3000.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Per aanvrager wordt voor maximaal zeven voertuigen op basis van deze paragraaf subsidie verstrekt.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-565\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.5</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor subsidie komen in aanmerking de kosten voor de aanschaf of operational lease van de elektrische bestelauto of vrachtfiets.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Artikelen 1.3.4 en 1.3.5, eerste lid, onderdeel b, zijn niet van toepassing.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-566\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-567\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag om subsidie in ieder geval de volgende gegevens verstrekt: een afschrift van de koopovereenkomst bij de aanschaf van een vrachtfiets of een bestelauto; ingeval van koop van een bestelauto een afschrift van het kentekenbewijs; ingeval van operational lease een verklaring van de leasemaatschappij dat zij zelf afziet van een aanvraag tot subsidie voor dit voertuig, en een verklaring van de aanvrager dat: in geval van koop van een bestelauto het kenteken van de elektrische bestelauto op naam staat van de subsidieontvanger en tenminste drie jaar onafgebroken op naam van de subsidieontvanger blijft staan. in geval van operational lease van een bestelauto het kenteken met ingang van de dag van feitelijke levering op naam staat van de leasemaatschappij en tenminste drie jaar onafgebroken op naam van de leasemaatschappij blijft staan; de aanvrager het gesubsidieerde vervoermiddel tenminste drie jaar onafgebroken vanaf de datum van de subsidiebeschikking zal inzetten als transportmiddel voor goederenvervoer vanuit de Gelderse vestiging van de onderneming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-568\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.4.4 meldt de subsidieontvanger aan Gedeputeerde Staten de volgende omstandigheden binnen twee weken nadat zij hebben plaatsgevonden: de vermelding van de subsidieontvanger in het Handelsregister is ingetrokken of gegevens in verband met die vermelding zijn gewijzigd; de tenaamstelling van de bestelauto is geschorst of gegevens in verband met deze tenaamstelling zijn gewijzigd, of het kentekenbewijs van de bestelauto is ingetrokken of gegevens in dat kentekenbewijs zijn gewijzigd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-569\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.9</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd als: de koop- of operational leaseovereenkomst gedateerd is voor 1 januari 2019, of het voertuig ingezet wordt voor personenvervoer.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.7 Fietsvoorzieningen</h3>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.8 Mobiliteitsprojecten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-581\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor haalbaarheidsstudies, onderzoek, pilots en projecten gericht op gedragsbeïnvloeding met betrekking tot mobiliteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-582\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan: gemeenten; privaatrechtelijke rechtspersonen: voor zover de activiteit gericht is op de eigen organisatie en uitsluitend voor eigen gebruik is; of die zich krachtens hun statuten inzetten voor de bevordering van mobiliteitsmanagement.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-583\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een minimum van € 5.000 en een maximum van € 50.000.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.9 Logistiek en Goederenvervoer</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-591\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: haalbaarheids- en onderzoeksstudies voor multimodaal of efficiënt en schoon goederenvervoer; investeringsprojecten infrastructuur ten behoeve van overslagvoorzieningen voor multimodaal goederenvervoer; pilots of praktijkproeven voor multimodaal of efficiënt en schoon goederenvervoer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-592\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de activiteiten worden uitgevoerd in de provincie Gelderland dan wel, in geval van een provinciegrensoverschrijdende goederenvervoerstroom, het eind- of beginpunt in Gelderland ligt; de activiteiten passen binnen het strategisch uitvoeringsprogramma logistiek en Goederenvervoer; voor zover het een activiteit betreft als bedoeld in artikel 5.9.1 onder c, de beoogde innovatie een bijdrage of besparing oplevert voor de Gelderse logistieke sector.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-593\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie als bedoeld in artikel 5.9.1, onder a, bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een minimum van € 5.000 en een maximum van € 100.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidie als bedoeld in artikel 5.9.1, onder b, bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een minimum van € 5.000 en een maximum van € 1.000.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De subsidie als bedoeld in artikel 5.9.1, onder c, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000 en een maximum van: € 100.000 voor zover de subsidie betrekking heeft op transport over de weg; € 200.000 voor zover de subsidie geen betrekking heeft op transport over de weg; € 300.000 voor zover de activiteit wordt uitgevoerd door publiekrechtelijke rechtspersonen of publiekrechtelijke instellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht worden voor ten hoogste 15% meegerekend in de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Indien de activiteit als bedoeld in artikel 5.9.1, eerste lid, aanhef en onder a is opgenomen in een lijst met initiatieven als bedoeld in artikel 2.9.2, is het maximum als bedoeld in het eerste lid niet van toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.10 Beter Benutten Vervolg</h3>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.11 Impuls goederenvervoer LNG-vrachtauto’s</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor de koop of operational lease van een of meerdere LNG-vrachtauto’s.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1Subsidie kan worden verstrekt voor de kosten die voor de aanvrager volgen uit de koop- of operational leaseovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Artikel 1.3.5, aanhef en onder b, is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt aan een vervoerder in de zin van artikel 1.1. van de Wet wegvervoer goederen of aan een verlader.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.4</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de aanvrager blijkens het Handelsregister een vestiging heeft in de provincie Gelderland; de aanvrager in geval van koop de eerste houder van het kenteken van de vrachtauto zal worden; de aanvrager in geval van operational lease de eerste gebruiker van de vrachtauto zal worden; de vrachtauto zal worden gebruikt of mede zal worden gebruikt voor vervoer vanuit een of meer bedrijfslocaties binnen de provincie Gelderland; en de aanvrager beschikt over een communautaire vergunning indien de vrachtauto zal worden gebruikt of mede zal worden gebruikt voor beroepsvervoer en op de aanvrager geen vrijstelling op grond van artikel 4 van het Besluit wegvervoer goederen van toepassing is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt maximaal € 8.000 per vrachtauto, tot een maximum van € 56.000 indien een aanvraag betrekking heeft op meerdere vrachtauto’s.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5116\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.6</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien de door de aanvrager aangeschafte of geleasde vrachtauto voor 1 oktober 2016 op kenteken is gezet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5117\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag subsidieverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Onverminderd het bepaalde artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag om verlening van subsidie in ieder geval de volgende gegevens verstrekt: een afschrift van de koop- of operational leaseovereenkomst; een verklaring van de aanvrager dat: de vrachtauto uitsluitend zal worden gebruikt door de aanvrager zelf; de vrachtauto zal worden gebruikt of mede gebruikt voor vervoer vanuit een of meer bedrijfslocaties binnen de provincie Gelderland.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien sprake is van een subsidie als bedoeld in artikel 1.2.3, vierde lid, wordt bij de aanvraag om verlening van subsidie over de subsidie als bedoeld in artikel 1.2.3, vierde lid, de volgende gegevens verstrekt: de instantie die verantwoordelijk is voor de toekenning van de subsidie; de naam en adres- en woonplaatsgegevens van de aanvrager van de subsidie; de datum en het kenmerk van de subsidie; de hoogte van de subsidie; de datum en het kenmerk van de besluiten tot verstrekking van de subsidie, voor zover reeds genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Indien de vrachtauto zal worden gebruikt of mede zal worden gebruikt voor beroepsvervoer en op de subsidieontvanger geen vrijstelling op grond van artikel 4 van het Besluit wegvervoer goederen van toepassing is, wordt bij de aanvraag een gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning van de aanvrager verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5118\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.8</span><span class=\"lf-art-t\">Beslissing op de aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 25, eerste tot en met derde lid, van de AsG en artikel 1.3.1 zijn niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5119\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.9</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt geen voorschot uitgekeerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51110\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.10</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidieontvanger zorgt ervoor dat: de feitelijke levering van de vrachtauto aan de subsidieontvanger plaatsvindt binnen zes maanden na verlening van de subsidie; in geval van koop het kenteken van de vrachtauto met ingang van de dag van feitelijke levering van de vrachtauto op naam staat van de subsidieontvanger en tenminste drie jaar onafgebroken op naam van de subsidieontvanger blijft staan; in geval van operational lease het kenteken met ingang van de dag van feitelijke levering van de vrachtauto op naam staat van de leasemaatschappij en tenminste drie jaar onafgebroken op naam van de leasemaatschappij blijft staan; de subsidieontvanger de vrachtauto, onverminderd artikel 1.4.7, tenminste drie jaar onafgebroken vanaf de datum van de subsidiebeschikking gebruikt; [vervallen] 2 Onverminderd artikel 1.4.4 meldt de subsidieontvanger aan Gedeputeerde Staten de volgende omstandigheden binnen twee weken nadat de omstandigheid heeft plaatsgevonden: de vermelding van de subsidieontvanger in het Handelsregister is ingetrokken, of gegevens in verband met die vermelding zijn gewijzigd; de tenaamstelling als bedoeld in artikel 25 van het Kentekenreglement van de vrachtauto is geschorst, of gegevens in verband met deze tenaamstelling zijn gewijzigd; het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994 van de vrachtauto is ingetrokken, of gegevens in dat kentekenbewijs zijn gewijzigd; of de communautaire vergunning van de subsidieontvanger is ingetrokken, of gegevens in die vergunning zijn gewijzigd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.11</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen bij aanvraag subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag om vaststelling in ieder geval een afschrift van het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 36 van de Wegenverkeerswet van de vrachtauto verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien de vrachtauto wordt gebruikt of mede wordt gebruikt voor beroepsvervoer en op de subsidieontvanger geen vrijstelling op grond van artikel 4 van het Besluit wegvervoer goederen van toepassing is, wordt bij de aanvraag om vaststelling van subsidie een gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning van de subsidieontvanger verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.12</span><span class=\"lf-art-t\">Indieningstermijn aanvraag subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.4.1, eerste lid, is de subsidieontvanger verplicht om binnen 26 weken na de beschikking tot verlening van de subsidie de aanvraag om vaststelling van subsidie in te dienen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.13</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 36 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.12 Slimme Mobiliteit</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: regionaal uitvoeringsplan Slimme Mobiliteit: plan van de regio voor Slimme Mobiliteit; regio: Arnhem Nijmegen City Region, Regio FoodValley, Regio Achterhoek, Regio Rivierenland, Regio Stedendriehoek en de meervoudige centrumregeling Noord-Veluwe;</p>\n<p class=\"lf-p\">Slimme Mobiliteit: toepassing of gebruik van nieuwe techniek, data, diensten, kennis en mogelijkheden voor gedragsbeïnvloeding met als doel bestaande infrastructuur beter te benutten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.2</span><span class=\"lf-art-t\">Regionaal uitvoeringsplan Slimme Mobiliteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Op verzoek van een regio kunnen Gedeputeerde Staten een regionaal uitvoeringsplan Slimme Mobiliteit goedkeuren.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Gedeputeerde Staten verlenen goedkeuring aan het plan als aan de volgende vereisten wordt voldaan: het plan bevat projecten gericht op Slimme Mobiliteit; het plan bevat een beschrijving van de voorgenomen aanpak voor het verrichten van de beschreven projecten; het plan bevat een sluitende begroting, en het plan past binnen de door Gedeputeerde Staten vastgestelde Werkagenda Slimme Mobiliteit.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor de uitvoering van een regionaal uitvoeringsplan Slimme Mobiliteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5124\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.4</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien Gedeputeerde Staten het regionaal uitvoeringsplan Slimme Mobiliteit van de betreffende regio hebben goedgekeurd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5125\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan: een deelnemende gemeente als bedoeld in de Regeling Gemeenschappelijk Orgaan Arnhem Nijmegen City Region;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regio FoodValley;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regio Achterhoek;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regio Rivierenland;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regio Stedendriehoek; een gastheergemeente als bedoeld in de meervoudige centrumregeling Noord-Veluwe 2017</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Kosten voor de uitvoering van een regionaal uitvoeringsplan Slimme Mobiliteit die zijn gemaakt voordat de aanvraag is ingediend, komen in afwijking van artikel 1.3.5, aanhef en onder b, voor subsidie in aanmerking als deze zijn gemaakt in het kalenderjaar waarin Gedeputeerde Staten het regionale uitvoeringsplan Slimme Mobiliteit hebben goedgekeurd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5127\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.7</span><span class=\"lf-art-t\">Indieningstermijn</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag om subsidie wordt ingediend binnen 13 weken nadat Gedeputeerde Staten het regionale uitvoeringsplan Slimme Mobiliteit hebben goedgekeurd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5128\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.8</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt maximaal de bijdrage van de provincie Gelderland die in het regionale uitvoeringsplan Slimme Mobiliteit is opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5129\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de subsidie wordt aangevraagd door een deelnemende gemeente of een gastheergemeente, dan wordt bij de aanvraag onverminderd artikel 1.2.3 een verklaring overlegd waaruit blijkt dat de deelnemende gemeente of de gastheergemeente als zodanig is aangewezen door de andere gemeenten in de Regeling Gemeenschappelijk Orgaan Arnhem Nijmegen City Region of de meervoudige centrumregeling Noord-Veluwe 2017.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12.10</span><span class=\"lf-art-t\">Vaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de artikelen 25 en 26 van de AsG is artikel 27 van de AsG van toepassing op de vaststelling van alle subsidies op grond van deze paragraaf, met dien verstande dat voor subsidies tot €125.000 in plaats van een accountantsverklaring kan worden volstaan met een verklaring als bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de AsG.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.13 Hoofdfietsnet</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5131\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.13.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: kern: bebouwde kom met minimaal 5000 inwoners; regio: Arnhem Nijmegen City Region, Regio FoodValley, Regio Achterhoek, Regio Rivierenland, Regio Stedendriehoek of de meervoudige centrumregeling Noord-Veluwe.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5132\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.13.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 AsG kan worden verstrekt voor de aanleg of verbeteren van een fietsroute of een gedeelte daarvan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5133\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.13.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt alleen verstrekt als: de fietsroute kwalificeert als een fietsroute binnen het Definitiekader voor het Hoofdfietsnet Gelderland; de activiteit is gericht op de directheid, veiligheid of comfort en aantrekkelijkheid van de fietsroute; de aanleg of verbetering ten minste voldoet aan de eisen die CROW stelt in de Ontwerpwijzer fietsverkeer 2016 aan directheid, veiligheid of comfort en aantrekkelijkheid, en de regio heeft ingestemd met de activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5134\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.13.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5135\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.13.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Onverminderde artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag om subsidie de volgende gegevens verstrekt: een kaart met de Basisregistratie Topografie als onderlegger waarop de locatie van de activiteit, de lengte van de maatregel en de aanduiding van de activiteit op de fietsroute of een deel daarvan zijn ingetekend. een schriftelijke aanduiding van het begin- en eindpunt van de activiteit; een dwarsprofiel van de huidige situatie en een dwarsprofiel van de activiteit; een schriftelijke onderbouwing dat de activiteit binnen het hoofdfietsnet past, en bij het verbeteren van een fietsroute of een deel daarvan: een fietstelling die op de datum van de aanvraag niet ouder is dan twee jaar en waaruit blijkt hoeveel fietsers er in een aaneengesloten periode van 21 dagen gedurende 24 uur per dag gebruikmaken van de fietsroute of het deel van de fietsroute waarop de activiteit betrekking heeft; of bij het aanleggen van een fietsroute of een deel daarvan: een schriftelijke onderbouwing van het aantal verwachte fietsers op dat deel van de fietsroute na uitvoering van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Artikel 1.2.3, eerste lid, onder b en c, is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5136\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.13.6</span><span class=\"lf-art-t\">Beslissing op de aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1.3.4 is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5137\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.13.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt per kilometer aan te leggen of te verbeteren fietsroute of een deel daarvan, per type maatregel en aantallen fietsers:</p>\n<p class=\"lf-p\">Maatregel/aantal fietsers 0 tot 200 fietsers 200 tot 500 fietsers 500 tot 1000 fietsers 1000 tot 2000 fietsers Meer dan 2000 fietsers Directheid € 260.000 € 280.000 € 300.000 € 330.000 € 360.000 Veiligheid € 160.000 € 180.000 € 200.000 € 230.000 € 260.000 Comfort en aantrekkelijkheid € 60.000 € 80.000 € 100.000 € 130.000 € 160.000 2 De subsidie wordt berekend per 0,01 kilometer.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De subsidie wordt met 20% verhoogd als de activiteit betrekking heeft op het aanleggen of verbeteren van een gehele fietsroute tussen twee kernen die het begin- en eindpunt vormen van de fietsroute.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De hoogte van de subsidie bedraagt ten minste € 25.000 en ten hoogste € 500.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5138\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.13.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De activiteit is binnen drie jaar afgerond na het besluit tot subsidieverlening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5139\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.13.9</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen subsidie wordt verstrekt voor: de aanleg of de verbetering van een snelle fietsroute als bedoeld in het Definitiekader voor het Hoofdfietsnet Gelderland; onderhoud.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51310\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.13.10</span><span class=\"lf-art-t\">Accountantsverklaring</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 27, derde lid, van de AsG, is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-514\"><span class=\"lf-art-num\">§ 5.14</span><span class=\"lf-art-t\">Snelle fietsroutes</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5141\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.14.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5142\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.14.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor de aanleg van een snelle fietsroute.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5143\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.14.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt alleen verstrekt als: het een snelle fietsroute betreft als bedoeld in het Definitiekader voor het Hoofdfietsnet Gelderland; de aanvrager samen met één of meerdere gemeenten uitvoering geeft aan de subsidiabele activiteit, en de samenwerkende gemeenten een overeenkomst hebben gesloten met elkaar en met de provincie voor de realisatie van de snelle fietsroute volgens een door Gedeputeerde Staten vastgesteld model.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Gedeputeerde Staten kunnen afwijken van het eerste lid, onderdeel a.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5144\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.14.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan de gemeente die blijkens de aanvraag optreedt als penvoerder van de samenwerkende gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5145\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.14.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag om subsidie wordt ingediend binnen 13 weken na het aangaan van de overeenkomst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5146\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.14.6</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.4.7 is de subsidieontvanger verplicht de snelle fietsroute tenminste 10 jaar in stand te houden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5147\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.14.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Voor subsidie komen in aanmerking de kosten zoals deze zijn vastgelegd in de bij de overeenkomst gevoegde SSK-raming.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 1.3.5, onder b, komen de kosten die gemaakt zijn voor de datum van de aanvraag voor subsidie in aanmerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5148\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.14.8</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de subsidie bedraagt ten hoogste 90% procent van de subsidiabele kosten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 6 Regionale economie</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.1 Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-611\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Actieplan Vrijetijdseconomie: het actieplan zoals vastgesteld bij besluit van Gedeputeerde Staten van Gelderland van 22 mei 2012; arbeidsmarktdiscrepantie: kwalitatief of kwantitatief verschil tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt; arm’s length-voorwaarden: de voorwaarden van de transactie tussen de contractpartijen die niet afwijken van die welke zouden zijn overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen, en die geen enkele vorm van heimelijke verstandhouding behelzen. Iedere transactie die voortvloeit uit een open, transparante en niet-discriminerende procedure wordt geacht te voldoen aan het arm's length-beginsel; basisvoorwaarden: voorwaarden waaraan een business case moet voldoen, zijnde duidelijkheid omtrent een beproefde techniek, aangetoonde marktkansen, een beschouwing van de financiering van de marktintroductie en de organisatorische inbedding van de marktintroductie; [vervallen] [vervallen] vervallen; bedrijventerrein: terrein in gebruik van meer dan één bedrijf, dat vanwege zijn bestemming bestemd en geschikt is voor gebruik door handel, nijverheid, industrie en commerciële en niet-commerciële dienstverlening; [vervallen] [vervallen] concept: een schriftelijke uitwerking van een innovatie met een onderbouwing ter voldoening aan ten minste één van de basisvoorwaarden; daadwerkelijke samenwerking: samenwerking tussen ten minste twee onafhankelijke partijen om kennis of technologie uit te wisselen of om een gemeenschappelijke doelstelling op basis van een taakverdeling te bereiken, waarbij de partijen samen de omvang van het samenwerkingsproject bepalen, bijdragen aan de tenuitvoerlegging ervan, en het risico en de resultaten ervan delen. Eén of meer partijen kunnen de volledige kosten van het project dragen en zodoende de andere partijen bevrijden van de aan het project verbonden financiële risico's. Contractonderzoek en het verrichten van onderzoeksdiensten worden niet als vormen van samenwerking beschouwd. demonstratiefabriek: een productielocatie waar een bewezen technologie op industriële schaal wordt toegepast en verbeterd en de op die productielocatie opgedane kennis en ervaring wordt gedeeld met MKB-ondernemingen; economische spin-off: het realiseren van de additionele opbrengsten door het vergroten van bestedingen van bezoekers, deelnemers, media en de organisaties in Gelderland; [vervallen] [vervallen] experimentele ontwikkeling: het verwerven, combineren, vormgeven en gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technologische, zakelijke en andere relevante kennis en vaardigheden, gericht op het ontwikkelen van nieuwe of verbeterde producten, procedés of diensten. Dit kan ook activiteiten omvatten die gericht zijn op de conceptuele formulering, de planning en documentering van alternatieve producten, procedés of diensten. Experimentele ontwikkeling kan prototyping, demonstraties, pilotontwikkeling, testen en validatie omvatten van nieuwe of verbeterde producten, procedés of diensten in omgevingen die representatief zijn voor het functioneren onder reële omstandigheden, met als hoofddoel verdere technische verbeteringen aan te brengen aan producten, procedés of diensten die niet grotendeels vast staan. Dit kan de ontwikkeling omvatten van een commercieel bruikbaar prototype of pilot die noodzakelijkerwijs het commerciële eindproduct is en die te duur is om te produceren alleen met het oog op het gebruik voor demonstratie- en validatiedoeleinden. Onder experimentele ontwikkeling wordt niet verstaan routinematige of periodieke wijziging van bestaande producten, productielijnen, fabricageprocessen, diensten en andere courante activiteiten, zelfs indien die wijzigingen verbeteringen kunnen inhouden;</p>\n<p class=\"lf-p\">haalbaarheidsproject: haalbaarheidsproject: een project ten behoeve van een innovatie dat bestaat uit een haalbaarheidsstudie of een combinatie van een haalbaarheidsstudie en experimentele ontwikkeling of industrieel onderzoek; haalbaarheidsstudie: het onderzoek en de analyse van het potentieel van een project, met als doel de besluitvorming te ondersteunen door objectief en rationeel de sterke en de zwakke punten van een project, de kansen en risico's in kaart te brengen, waarbij ook wordt aangegeven welke middelen nodig zijn om het project te kunnen doorvoeren en wat uiteindelijk de slaagkansen zijn; [vervallen] industrieel onderzoek: planmatig of kritisch onderzoek dat is gericht op het opdoen van nieuwe kennis en vaardigheden met het oog op de ontwikkeling van nieuwe producten, procedés of diensten, of om bestaande producten, procedés of diensten aanmerkelijk te verbeteren. Het omvat de creatie van onderdelen voor complexe systemen en kan ook de bouw omvatten van prototypes in een laboratoriumomgeving en/of in een omgeving met gesimuleerde interfaces voor bestaande systemen, alsmede pilotlijnen, wanneer dat nodig is voor het industriële onderzoek en met name voor de validering van generieke technologie; innovatie: het proces waarbij kennis en technologie, worden samengebracht met het benutten van marktkansen voor nieuwe of betere producten, diensten en zakelijke processen ten opzichte van wat al op de markt beschikbaar is; innovatieadviesproject: een door een kennisinstelling of een onafhankelijke adviesorganisatie, niet zijnde de aanvrager, ten behoeve van een innovatie verrichte activiteit bestaande uit het, al dan niet op basis van te verrichten nader onderzoek, adviseren over een toepassingsgerichte kennisvraag van een ondernemer, uitgaande van voor de ondernemer nieuwe kennis met betrekking tot de vernieuwing van producten, productieprocessen of diensten, dan wel het verstrekken van innovatiesteun in de vorm van innovatieadviesdiensten of innovatieondersteuningsdiensten als bedoeld in artikel 2, nummers 94 en 95 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; innovatieprogramma Topsectoren: programma zoals bedoeld in artikel 3.4.2 van de Regeling nationale EZ-subsidies en gepubliceerd in Staatscourant 2015, 10567 en te raadplegen op www.op-oost.eu of daarvoor in de plaats tredende programma’s; innovatieve onderneming: een onderneming die aan de hand van een door een externe deskundige uitgevoerde evaluatie kan aantonen dat zij in de voorzienbare toekomst producten, diensten of procedés zal ontwikkelen die in technologisch opzicht nieuw zijn of een wezenlijke verbetering inhouden ten opzichte van de huidige stand van de techniek in deze sector, en die een risico op technologische of industriële mislukking inhouden; of</p>\n<p class=\"lf-p\">waarvan de kosten voor onderzoek en ontwikkeling ten minste 10 % bedragen van haar totale exploitatiekosten in ten minste één van de drie jaren voorafgaande aan de toekenning van de steun of, in het geval van een startende onderneming zonder enige financiële voorgeschiedenis, bij de audit van haar lopende belastingjaar, gecertificeerd door een onafhankelijke accountant; kennisinstelling: een instelling zoals bedoeld in artikel 3.4.1, eerste lid, van de Regeling nationale EZ-subsidies of een daarvoor in de plaats tredende regeling; kernsport: atletiek, judo, tennis, hippische sport, volleybal en wielersport; kernsportbond: atletiek: Koninklijke Nederlandse Atletiekunie en Koninklijke Wandel Bond Nederland; hippische sport: Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie; wielersport: Koninklijke Nederlandsche Wielerunie en Nederlandse Toerfietsunie; volleybal: Nederlanse Volleybalbond; judo: Judobond Nederland; tennissport: Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond; maakindustrie: het met behulp van machines bedrijfsmatig bewerken van grondstoffen en produceren van halffabricaten en eindproducten voor de commerciële markt; [vervallen] marktintroductie: overgang van de eindfase van het innovatieproces naar de pioniersfase van ondernemerschap; fase waarin afnemers en producenten van innovatieve producten overeenkomsten aangaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">MKB-onderneming: een onderneming die behoort tot de categorie kleine, middelgrote en micro-ondernemingen in de zin van artikel 2 van de bijlage bij de Aanbeveling (EG) nr. 2003/361 van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU L 124); multisportevenement: een sportevenement, dat bestaat uit wedstrijden tussen georganiseerde teams of individuele sporters in tenminste twee verschillende kernsporten. ondersteunende sector: de sectoren ICT, water, creatieve industrie, chemie of maakindustrie; startende onderneming: een kleine onderneming tot vijf jaar na haar registratie, die nog geen winst heeft uitgekeerd en niet uit een fusie is ontstaan. Voor een onderneming die zich niet hoeft te laten registreren, kan de periode van vijf jaar geacht worden aan te vangen op het tijdstip dat de onderneming ofwel haar economische activiteiten aanvangt of belastingplichtig wordt voor haar economische activiteiten [vervallen] Nationale Topevenementenkalender: Nationale Topevenementenkalender als bedoeld in het Beleidskader sportevenementen van de minister van VWS, bekendgemaakt op 17 maart 2015; [vervallen] primaire landbouwproductie: de in bijlage I bij het Verdrag betreffende de werking van de EU vermelde producten van de bodem en van de veehouderij die geen verdere bewerking hebben ondergaan die de aard van deze producten wijzigt;</p></div>", "next": 239733}