{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Op subsidies die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van het Wijzigingsbesluit hoofdstukken 6 t/m 8 Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen zijn aangevraagd, blijft de regeling van toepassing zoals deze luidde vóór dat tijdstip.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6</span><span class=\"lf-art-t\">A.15Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk treedt in werking met ingang van 17 maart 2025 en vervalt van rechtswege op 31 december 2033 met dien verstande dat vaststellingen van subsidies die onder dit hoofdstuk vallen nog onder dit hoofdstuk worden afgehandeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 6B Verduurzamende Woningverbetering Noord</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span><span class=\"lf-art-t\">B.1 Definities</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: achterstallig onderhoud: een zodanige tekortkoming van een bouwwerk dat er op grond van artikel 3.7 of de afdelingen 3.2 tot en met 3.7 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, of op grond van artikel 13 van de Woningwet, aan dat bouwwerk voorzieningen noodzakelijk zijn, dan wel een tekortkoming van een bouwwerk die krachtens artikel 7:241 van het Burgerlijk Wetboek als een gebrek heeft te gelden; geregistreerd energielabel: een in de officiële landelijke database, EP-online, opgenomen registratie van de energieprestaties van een gebouw, opgenomen door een gecertificeerd EP-adviseur;</p>\n<p class=\"lf-p\">ASA 2023: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023; bestaand gebouw: een bouwwerk waarvoor een melding of kennisgeving van het gereedkomen van bouwwerkzaamheden is gedaan; biobased isolatiemateriaal: isolatiemateriaal waarvan ten minste 70% van de massa bestaat uit biobased materiaal als bedoeld in de EN16575:2014 en opgenomen in de meldcodelijsten ISDE en SVVE van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; bouwbedrijf: bedrijf dat in het handelsregister is ingeschreven in de sectie bouwnijverheid of een vergelijkbare sectie; certificaathouder: certificaathouder als bedoeld in BRL 9500-W voor woningen en woongebouwen; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam; eengezinswoning: elke woning die tevens een geheel pand vormt. Hieronder vallen vrijstaande woningen, aaneen gebouwde woningen, zoals twee-onder-één-kap gebouwde hele huizen en rijenhuizen; eigenaar-bewoner: een natuurlijk persoon die een woning in eigendom heeft waarin hij zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben; energielabel: voorlopige inschatting van de energiezuinigheid van een woning of gebouw, gebaseerd op algemene kenmerken, zoals het bouwjaar, woningtype, en beschikbare informatie uit openbare registers of een in de officiële landelijke database, EP-online, opgenomen registratie van de energieprestaties van een gebouw;</p>\n<p class=\"lf-p\">EP-maatwerkadviseur: een persoon die voldoet aan de eisen aan de vakbekwaamheid van ‘EP-maatwerkadviseur’ conform bijlage 2 van BRL9500-MWA-W; inpandige installaties: alle bouwwerkinstallaties zoals bedoeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving; labelstap: de verbetering van het energielabel van een gebouw of woning door de verbetering van de met één letter of lettercombinatie uitgedrukte weergave van de energieprestaties met één stap; bijvoorbeeld de stap van energielabel F naar energielabel E of van energielabel A+ naar energielabel A++; maatwerkadvies: energieadvies op maat dat is opgesteld door een vakbekwaam EP-maatwerkadviseur volgens BRL9500-MWA-W; meldcodelijst: een overzicht van merk- en productnamen die zijn goedgekeurd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; slecht geïsoleerde woning: een woning met een energielabelklasse D, E, F, G of een met die labelklassen vergelijkbare energetische staat, waaronder wordt verstaan een woning waarin ten minste twee van de volgende bestaande bouwdelen niet of slecht geïsoleerd zijn: de vloer en de bodem (geen of slechte isolatie aanwezig: minder dan 5 cm isolatiemateriaal aanwezig, Rc ≤ 1,3); de gevel, waaronder de spouwmuur (geen spouwmuurisolatie, voorzetwand of buitengevelisolatie aanwezig, Rc ≤ 1,1); het dak (geen, slechte en matige isolatie, minder dan 9 cm aanwezig / een Rc ≤ 2,0); de zolder/vlieringvloer (geen zolder-/vlieringvloerisolatie aanwezig, Rc ≤ 0,5); de ramen en deuren (enkel glas, oud dubbelglas en HR glas, kozijnen, Ug waarde ≥ 1,6); verbeterplan: een grondige bouwkundige analyse van een woning, inclusief een inspectie van de bouwschil, een warmteverliesberekening en advies voor verbetermaatregelen gericht op energiebesparing en onderhoud; verduurzamende woningverbetering: een combinatie van fysieke maatregelen aan een bestaand gebouw die ertoe leiden dat er geen sprake meer is van achterstallig onderhoud, gebrekkig functionerende inpandige installaties en leiden tot een vermindering van de hoeveelheid energie die nodig is om het gebouw geschikt te houden voor verblijf en gebruik door personen; vve: een vereniging van eigenaren en andere rechtspersonen met leden waarbij het gebouw in eigendom van die rechtspersoon is en de leden een exclusief en verhandelbaar recht hebben tot bewoning van woningen in dat gebouw, zoals coöperatieve flatverenigingen; woning: een adresseerbaar verblijfsobject dat in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen geregistreerd kan worden met het gebruiksdoel woonfunctie; woning in particulier bezit: een woning die of appartementsrecht dat eigendom is van een natuurlijke persoon;</p>\n<p class=\"lf-p\">woning in corporatiebezit: een woning die eigendom is van een woningcorporatie of een woning waarvoor geldt dat het eigendom van de exclusieve en verhandelbare bewonings- of appartementsrechten bij een woningcorporatie liggen; woningcorporatie: een toegelaten instelling zoals bedoeld in artikel 19 van de Woningwet en het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span><span class=\"lf-art-t\">B.2Toepasselijkheid ASA 2023</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ASA 2023 is van toepassing op dit hoofdstuk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span><span class=\"lf-art-t\">B.3Doel van de in het hoofdstuk omschreven subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van dit hoofdstuk is het stimuleren van de realisatie van verduurzamende woningverbetering in de in bijlage V genoemde buurten in stadsdeel Noord.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span><span class=\"lf-art-t\">B.4Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan een eenmalige subsidie verlenen aan een vve voor het door een bouwbedrijf laten uitvoeren van maatregelen die onder de verantwoordelijkheid van de vve vallen gericht op verduurzaming in combinatie met achterstallig onderhoud aan slecht geïsoleerde woningen binnen een bestaand gebouw gelegen in de in bijlage V genoemde buurten in stadsdeel Noord, waarbij na uitvoering van deze maatregelen: geen sprake meer is van achterstallig onderhoud; en ten minste drie labelstappen zijn gemaakt of het geregistreerde energielabel B is bereikt; en inpandige installaties naar behoren functioneren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan een eenmalige subsidie verlenen aan de eigenaar van een eengezinswoning voor het door een bouwbedrijf laten uitvoeren van maatregelen gericht op ofwel verduurzaming ofwel verduurzaming in combinatie met achterstallig onderhoud aan een bestaande eengezinswoning gelegen in de in bijlage V genoemde buurten in stadsdeel Noord, waarbij na uitvoering van deze maatregelen: geen sprake is van achterstallig onderhoud; en ten minste drie labelstappen zijn gemaakt of het geregistreerde energielabel B is bereikt; en ventilatie-installaties naar behoren functioneren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span><span class=\"lf-art-t\">B.5 Subsidiabele kosten en hoogte subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In aanmerking voor subsidie op grond van dit hoofdstuk komt 50% van de kosten voor de uitvoering van de in artikel 6B.4 bedoelde maatregelen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De hoogte van de subsidie bedraagt ten hoogste de voor subsidie in aanmerking komende kosten en is niet hoger dan: € 11.660,- per woning in particulier bezit binnen een vve; € 7.440,- per woning in corporatiebezit binnen een vve, voor zover de subsidie als gevolg van corporatiebezit niet meer is dan één vierde van het bedrag dat uit onderdeel a volgt; € 13.765,- voor een eengezinswoning van een eigenaar-bewoner.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Bij gebruik van biobased isolatiemateriaal wordt de hoogte van de subsidie bedoeld in het tweede lid vermeerderd met maximaal € 500,- per woning.</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span><span class=\"lf-art-t\">B.6 Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan voor de activiteiten die volgens dit hoofdstuk voor subsidie in aanmerking komen jaarlijks een subsidieplafond vaststellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span><span class=\"lf-art-t\">B.7 Verdeelsleutel subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieaanvragen worden in behandeling genomen in de volgorde van ontvangst daarvan. Als tijdstip van indiening geldt daarbij het moment waarop de aanvraag compleet is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span><span class=\"lf-art-t\">B.8 De aanvrager</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een vereniging van eigenaren of een eigenaar-bewoner van een eengezinswoning.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een vereniging van eigenaren bedoeld in het eerste lid kan uitsluitend subsidie aanvragen als de appartementsrechten van een gebouw in eigendom zijn van meerdere eigenaren.</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span><span class=\"lf-art-t\">B.9 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De beschrijving van activiteiten, zoals bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a van de ASA 2023, bevat een overzichtstabel met de volgende zaken of gegevens over de woning of woningen waar de subsidiabele activiteiten plaats zullen vinden: straatnaam; huisnummer; huisnummertoevoeging; postcode; de juridisch eigenaar van de woning of het appartementsrecht; het energielabel voor uitvoering van de subsidiabele activiteiten; of er gebruik wordt gemaakt van biobased isolatiemateriaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien de subsidiabele activiteiten niet tot gevolg hebben dat het geregistreerde energielabel B is bereikt zoals bedoeld in artikel 6B.4, wordt het energielabel voorafgaand aan de uitvoering van de subsidiabele activiteiten opgenomen in de officiële landelijke database EP-online.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.In aanvulling op artikel 6, tweede lid van de ASA 2023 worden door een vve de volgende gegevens en stukken overlegd: een meerjarenonderhoudsplan dat voldoet aan de volgende vereisten: is opgesteld conform NEN 2767; omvat alle collectieve gebouwelementen en onderbouwt de collectiviteit van die elementen met behulp van een verwijzing naar het specifieke artikel in de splitsingsakte of andere documenten waarin de verdeling van eigendom en verantwoordelijkheden tussen de leden is vastgelegd; voorziet in een plan voor het onderhoud voor alle collectieve gebouwelementen voor een periode van minimaal 30 jaar en voor het casco voor een periode van minimaal 50 jaar; bevat een gedetailleerde tabel die voor ieder jaar op basis van de onderhouds- en vervangingscyclus van alle collectieve gebouwelementen voor een periode van 30 jaar inzichtelijk maakt welke werkzaamheden moeten gebeuren en welke kosten daaraan zijn verbonden en waarvoor verder geldt dat: de omschrijving van de werkzaamheden en de geraamde kosten in deze tabel in ieder geval gekwantificeerd onderbouwd worden door vermelding van het aantal eenheden, het aantal strekkende meter of het aantal vierkante meter van de werkzaamheden en de eenheidsprijzen voor de aan die werkzaamheden verbonden eenheden, strekkende meters of vierkante meters; en de vervangingscyclus in deze tabel er niet toe leidt dat de vervanging gebouwelementen op een later moment gepland wordt dan uit de theoretische levensduur van het gebouwelement volgt; bevat voldoende, duidelijke en gedetailleerde foto’s die de conditiemeting onderbouwen; benoemt welke collectieve gebouwelementen niet visueel geïnspecteerd konden worden, welk aanvullend onderzoek plaatsgevonden heeft met betrekking tot die elementen en hoe de benodigde maatregelen die uit het aanvullend onderzoek volgden opgenomen zijn in het meerjarenonderhoudsplan; een maatwerkadvies, dat tenminste de volgende kenmerken heeft: het beschrijft welke maatregelen nodig zijn om ten minste drie labelstappen te maken of het geregistreerde energielabel B te bereiken met de woningen waarvoor subsidie wordt aangevraagd; het is niet eerder opgesteld dan 1 januari 2021; het bevat de naam en het adres van de EP-maatwerkadviseur die de woningen heeft opgenomen ten behoeve dit rapport; en het bevat de naam, het adres, het inschrijfnummer bij de Kamer van Koophandel en het nummer van het certificaat van de certificaathouder waarvoor de in onderdeel iii genoemde EP-maatwerkadviseur werkt; een bewijs dat de rekening waarop het subsidiebedrag gestort zal worden op naam van de aanvrager staat, zoals een bankrekeningafschrift of een bankpas;</p>\n<p class=\"lf-p\">een kopie van de vigerende splitsingsakte of indien die niet bestaat andere documenten waarin de verdeling van eigendom en verantwoordelijkheden tussen de leden is vastgelegd; indien woningen binnen de vve zijn verhuurd een bewijs waaruit blijkt dat verhuurders zijn geïnformeerd over de regels die volgen uit het huurrecht met betrekking tot huurprijsverhogingen bij woningverbetering en de mogelijkheid de huurcommissie uitspraak te laten doen over welke huurverhoging redelijk is; indien nieuw glas wordt geplaatst in een bestaand kozijn, een bewijs dat het kozijn zodanig is samengesteld en geïnstalleerd dat dit bij normaal onderhoud naar verwachting een levensduur zal hebben van ten minste vijfentwintig jaar gerekend vanaf het plaatsen van het nieuwe glas.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.In aanvulling op artikel 6, tweede lid van de ASA 2023 worden bij de subsidieaanvraag door een eigenaar-bewoner van een eengezinswoning de volgende gegevens en stukken overlegd: een verbeterplan opgesteld na 1 januari 2021 die tenminste de volgende onderdelen bevat: een bouwkundige analyse van de huidige onderhoudsstaat van de woning, inclusief een inspectie van de bouwschil, zoals gevels, dak, kozijnen en deuren, en inspectie van verwarmings- en elektriciteitsinstallaties, om de staat van isolatie en (achterstallig) onderhoud vast te stellen; een warmteverliesberekening die inzicht biedt in het isolatieniveau en de relatieve warmtevraag kWh/m2/jaar; een advies over het wegwerken van achterstallig of aanstaand onderhoud aan de bouwdelen of installaties. Hierbij dienen koudebruggen in kaart gebracht te worden en meegenomen te worden in de oplossing; een omschrijving van de maatregelen die nodig zijn om ten minste drie labelstappen te maken of het geregistreerde energielabel B te bereiken in combinatie met uitgebreide aandacht voor ventilatiemaatregelen; een onderbouwing waarin de voorgestelde ingrepen aansluiten bij de levensduur van dat bouwdeel of dat de theoretische levensduur van de maatregel niet langer is dan de vervangingscyclus van dat bouwdeel; de naam, het adres en het inschrijfnummer bij de Kamer van Koophandel van het bedrijf of de adviseur die de woning heeft opgenomen ten behoeve dit rapport; adres van de woning en datum van opname; een bewijs dat de rekening waarop het subsidiebedrag gestort zal worden op naam van de aanvrager staat, zoals een bankrekeningafschrift of een bankpas; indien nieuw glas wordt geplaatst in een bestaand kozijn, een bewijs dat het kozijn zodanig is samengesteld en geïnstalleerd dat dit bij normaal onderhoud naar verwachting een levensduur zal hebben van ten minste vijfentwintig jaar gerekend vanaf het plaatsen van het nieuwe glas; indien spouwmuur-, borstwering-, buitengevel- of buitendakisolatie wordt toegepast, een bewijs dat deze maatregelen worden uitgevoerd door een bouwbedrijf dat gecertificeerd is voor natuurvriendelijk isoleren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span><span class=\"lf-art-t\">B.10 Weigeringsgronden</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In aanvulling op artikel 8, eerste lid, van de ASA 2023 weigert het college een subsidie te verlenen voor de subsidiabele activiteiten in dit hoofdstuk, indien: reeds begonnen is met het treffen van de maatregelen voordat de subsidieaanvraag is ingediend; al eerder subsidie is verleend op basis van deze regeling voor dezelfde activiteit, met uitzondering van de subsidie op grond van hoofdstuk 7; de aanvraag voor subsidie ontvangen is na 1 december 2032; nieuw glas wordt geplaatst in een bestaand kozijn maar het kozijn niet zodanig is samengesteld en geïnstalleerd dat dit bij normaal onderhoud naar verwachting een levensduur zal hebben van ten minste vijfentwintig jaar gerekend vanaf het plaatsen van het nieuwe glas; een van de in artikel 6B.9 gevraagde gegevens bij de subsidieaanvraag niet geleverd wordt waardoor de aanvraag onvoldoende beoordeeld kan worden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In aanvulling op artikel 8, tweede lid, van de ASA 2023 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie te verlenen voor de subsidiabele activiteiten in dit hoofdstuk, indien: een vve bij aanvraag geen achterstallig onderhoud heeft of als het meerjarenonderhoudsplan geen of weinig conditiescores van 4, 5 of 6 bevat; de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd niet bijdragen aan de realisatie van het doel van dit hoofdstuk; het maatwerkadvies, het meerjarenonderhoudsplan of verbeterplan, zoals bedoeld in respectievelijk artikel 6B.9, derde lid, onderdelen a en b en vierde lid, onderdeel a, niet voldoende informatie bieden om de noodzaak of de subsidiabele kosten van de uit te voeren maatregelen te bepalen; niet blijkt dat het subsidiebedrag zal worden gestort op een rekening die op naam van de aanvrager staat; niet blijkt dat verhuurders zijn geïnformeerd over de regels die volgen uit het huurrecht met betrekking tot huurprijsverhogingen bij woningverbetering en de mogelijkheid de huurcommissie uitspraak te laten doen over welke huurverhoging redelijk is.</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span><span class=\"lf-art-t\">B.11 Aanvullende verplichtingen subsidieverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Naast de verplichtingen op grond van artikelen 9, 10 en 12 van de ASA 2023, wordt aan de subsidie op grond van dit hoofdstuk de volgende verplichtingen verbonden: de start van de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten dient uiterlijk binnen één jaar na de datum van de verleningsbeschikking te zijn begonnen, tenzij in de verleningsbeschikking een andere termijn gesteld wordt. Deze termijn kan door het college op verzoek worden verlengd indien het college dit uitstelverzoek, voorzien van een onderbouwing, vóór het verstrijken van de voor start van uitvoering gestelde termijn ontvangt. de gesubsidieerde activiteiten dienen uiterlijk binnen drie jaar na datum van de verleningsbeschikking en maximaal 1 december 2035 te zijn uitgevoerd, tenzij in de verleningsbeschikking een andere termijn gesteld wordt. Deze termijn kan door het college op verzoek worden verlengd indien het college dit uitstelverzoek, voorzien van een onderbouwing, vóór het verstrijken van de voor oplevering gestelde termijn ontvangt. een door de gemeente aangestelde inspecteur wordt in de gelegenheid gesteld de uitgevoerde werkzaamheden ter plaatse te inspecteren. na uitvoering van de subsidiabele activiteiten draagt de aanvrager er zorg voor dat het geregistreerde energielabel van de woning correspondeert met de werkelijke energieprestaties van de woning. de vve draagt zorgt voor de vaststelling van een herzien meerjarenonderhoudsplan, dat: is opgesteld conform NEN 2767; alle collectieve gebouwelementen omvat en de collectiviteit van die elementen onderbouwt met behulp van een verwijzing naar het specifieke artikel in de splitsingsakte of andere documenten waarin de verdeling van eigendom en verantwoordelijkheden tussen de leden is vastgelegd; voorziet in een plan voor het onderhoud voor alle collectieve gebouwelementen voor een periode van minimaal 30 jaar en voor het casco voor een periode van minimaal 50 jaar; een gedetailleerde tabel bevat die voor ieder jaar op basis van de onderhouds- en vervangingscyclus van alle collectieve gebouwelementen voor een periode van 30 jaar inzichtelijk maakt welke werkzaamheden moeten gebeuren en welke kosten daaraan zijn verbonden en waarvoor verder geldt dat: de omschrijving van de werkzaamheden en de geraamde kosten in deze tabel in ieder geval gekwantificeerd onderbouwd worden door vermelding van het aantal eenheden, het aantal strekkende meter of het aantal vierkante meter van de werkzaamheden en de eenheidsprijzen voor de aan die werkzaamheden verbonden eenheden, strekkende meters of vierkante meters; en</p>\n<p class=\"lf-p\">de vervangingscyclus in deze tabel er niet toe leidt dat de vervanging van gebouwelementen op een later moment gepland wordt dan uit de theoretische levensduur van het gebouwelement volgt; voldoende, duidelijke en gedetailleerde foto’s bevat die de conditiemeting onderbouwen; benoemt welke collectieve gebouwelementen niet visueel geïnspecteerd konden worden, welk aanvullend onderzoek plaatsgevonden heeft met betrekking tot die elementen en hoe de benodigde maatregelen die uit het aanvullend onderzoek volgden opgenomen zijn in het meerjarenonderhoudsplan. gedurende een periode van vijf jaar, na de uitvoering van de subsidiabele activiteiten is er geen sprake van achterstallig onderhoud en wordt het verbeterde kwaliteitsniveau van het bouwwerk en de gebouwgebonden installaties, dat het gevolg is van de subsidiabele activiteiten, in stand gehouden. indien nieuw glas is geplaatst, is het bestaande kozijn zodanig samengesteld en geïnstalleerd dat dit bij normaal onderhoud naar verwachting een levensduur zal hebben van ten minste vijfentwintig jaar gerekend vanaf het plaatsen van het nieuwe glas. de kwaliteit van het bouwwerk mag wat betreft constructie, inbraakveiligheid, ventilatie, luchtkwaliteit, condensatie en vocht als gevolg van de ingreep niet achteruit zijn gegaan. de activiteit leidt niet tot strijdigheid met redelijke eisen van welstand en, in geval het een monument of voorbeschermd monument betreft, tast de activiteit de monumentale waarden niet aan, tenzij er voor het uit te voeren werk een monumentenvergunning is verleend. indien een eigenaar-bewoner van een eengezinswoning spouwmuur-,borstwering-, buitengevel- of buitendakisolatie toepast, moeten deze maatregelen worden uitgevoerd door een bouwbedrijf dat gecertificeerd is voor natuurvriendelijk isoleren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span><span class=\"lf-art-t\">B.12 Bevoorschotting</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een verzoek tot verlening van een voorschot op een subsidie op grond van dit hoofdstuk gaat gepaard met: offertes voor de realisatie van de subsidiabele activiteiten waarop de kosten voor de realisatie van de subsidiabele activiteiten voldoende duidelijk zijn uitgesplitst en aangemerkt; een tijdsplanning voor uitvoering van de subsidiabele activiteiten die bij voorkeur gebaseerd is op de door het bouwbedrijf opgestelde uitvoeringsplanning.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een voorschot op een subsidie voor een vve is maximaal 100% van het in de verleningsbeschikking bepaalde subsidiebedrag, maar niet hoger dan 50% van de, in het eerste lid bedoelde, op offertes uitgesplitste en aangemerkte kosten voor de realisatie van de subsidiabele activiteiten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Een voorschot op een subsidie voor een eigenaar-bewoner is maximaal 50% van het in de verleningsbeschikking bepaalde subsidiebedrag, maar niet hoger dan 50% van de, in het eerste lid bedoelde, op offertes uitgesplitste en aangemerkte kosten voor de realisatie van de subsidiabele activiteiten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span><span class=\"lf-art-t\">B.13 Vaststelling en verantwoording van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidies verleend op grond van dit hoofdstuk worden niet direct vastgesteld, ongeacht het verleende bedrag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De ontvanger van een subsidie dient uiterlijk 12 weken na afloop van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling van de subsidie bij het college in.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In aanvulling op artikel 16 van de ASA 2023 bevat een aanvraag tot vaststelling van subsidie: een activiteitenverslag waaruit voor ieder van de woningen waaraan de subsidiabele activiteiten zijn uitgevoerd overzichtelijk blijkt: straatnaam; huisnummer; huisnummertoevoeging; postcode; de juridisch eigenaar van de woning of het appartementsrecht; en het geregistreerde energielabel na uitvoering van de activiteiten. een financieel verslag, inclusief een overzicht waaruit blijkt welke kosten aan de subsidiabele activiteiten zijn verbonden en waarin de hoogte van deze kosten inzichtelijk wordt gemaakt; de betaalde facturen voor de uitgevoerde subsidiabele activiteiten, waarop de subsidiabele kosten voldoende duidelijk zijn uitgesplitst en aangemerkt, inclusief betaalbewijzen; het geregistreerde energielabel waaruit blijkt dat na de uitvoering van de subsidiabele activiteiten ten minste drie labelstappen zijn gemaakt of het energielabel B is bereikt; en indien de aanvrager een vereniging van eigenaren betreft, het herzien meerjarenonderhoudsplan, zoals bedoeld wordt in artikel 6A.11, onderdeel e; indien gebruik is gemaakt van biobased isolatiemateriaal, in de factuur voor de uitgevoerde subsidiabele activiteiten de meldcode van het isolatiemateriaal zoals opgenomen in de meldcodelijsten ISDE en SVVE van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; indien een eigenaar-bewoner van een eengezinswoning spouwmuur-, borstwering-, buitengevel- of buitendakisolatie heeft toegepast, een bewijs dat deze maatregelen zijn uitgevoerd door een bouwbedrijf dat gecertificeerd is voor natuurvriendelijk isoleren.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De subsidiabele activiteiten kunnen door een inspecteur worden gecontroleerd voordat de subsidie wordt vastgesteld.</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span><span class=\"lf-art-t\">B.14 Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk treedt in werking met ingang van 1 december 2025 en vervalt van rechtswege op 1 december 2035 met dien verstande dat vaststellingen van subsidies die onder dit hoofdstuk vallen nog onder dit hoofdstuk worden afgehandeld.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 7 Extra Isolatie Subsidie Amsterdam (EISA)</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-71\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Definities</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">ASA 2023: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023; biobased isolatiemateriaal: isolatiemateriaal waarvan ten minste 70% van de massa bestaat uit biobased materiaal als bedoeld in de EN16575:2014 en opgenomen in de meldcodelijsten ISDE en SVVE van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; bouwbedrijf: bedrijf dat in het handelsregister is ingeschreven in de sectie bouwnijverheid of een vergelijkbare sectie; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam; de-minimisverordening: Verordening betreffende de toepassing van artikelen 107 en 108 VWEU op de-minimissteun (Verordening (EU) Nr. 1407/2013 PbEU 2013 L 352); eigenaar-bewoner: een natuurlijk persoon die: een woning in eigendom heeft waarin hij zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben; of gerechtigde is van een bestaand appartementsrecht en in het desbetreffende appartement zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van dat appartement zal hebben; of zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben in een woning van een wooncoöperatie en in verband daarmee lid is van die wooncoöperatie; of op basis van zijn lidmaatschap van een woonvereniging het recht heeft om in een woning te wonen en daarin zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben. energieadviesrapport: een op een huisbezoek gebaseerd adviesrapport zoals dat door de gemeente wordt verstrekt of een vergelijkbaar adviesrapport over mogelijke verduurzamingsmaatregelen, met daarin een inventarisatie van de huidige energetische en bouwkundige staat van de woning of pand en de geschatte kosten en besparingen; energiebesparende isolatiemaatregelen: activiteiten of aanpassingen in of aan de woning om het energiegebruik te verminderen en de efficiëntie van energiegebruik te verbeteren zoals toegelicht in artikel 7.4; energielabel: een in de officiële landelijke database, EP-online.nl, opgenomen registratie van de energieprestaties van een gebouw, zoals bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; energiezuinige ventilatiemaatregelen: het voor de eerste keer aanleggen van een systeem voor vraaggestuurde ventilatie of het voor de eerste keer aanleggen van een systeem voor balansventilatie met warmteterugwinning met een rendement van ten minste 90%; investeringsbesluit verduurzaming: een besluit van een vereniging van eigenaren waarin investeringen in duurzaamheid zoals het verbeteren van isolatie, het installeren van zonnepanelen of andere energiebesparende maatregelen zijn vastgelegd;</p>\n<p class=\"lf-p\">natuurvriendelijk isoleren: het uitvoeren van isolatiemaatregelen zoals spouwmuur-, borstwering-, buitengevel- en buitendakisolatie met minimale impact op de biodiversiteit door gecertificeerde bouwbedrijven; onderneming: onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de de-minimisverordening, uitgezonderd woningcorporaties; slecht geïsoleerde woning: een woning met een energielabelklasse D, E, F, G of een met die labelklassen vergelijkbare energetische staat, waaronder wordt verstaan een woning waarin ten minste twee van de volgende bestaande bouwdelen niet of slecht geïsoleerd zijn: de vloer en de bodem (geen of slechte isolatie aanwezig: minder dan 5 cm isolatiemateriaal aanwezig, Rc ≤ 1,3); de gevel, waaronder de spouwmuur (geen spouwmuurisolatie, voorzetwand of buitengevelisolatie aanwezig, Rc ≤ 1,1); het dak (geen, slechte en matige isolatie, minder dan 9 cm aanwezig / een Rc ≤ 2,0); de zolder/vlieringvloer (geen zolder-/vlieringvloerisolatie aanwezig, Rc ≤ 0,5); de ramen en deuren (enkel glas, oud dubbelglas en HR glas, kozijnen, Ug waarde ≥ 1,6); in een gebouw waarvoor een vereniging van eigenaren bestaat en waarin ten minste twee van de volgende bestaande bouwdelen van het gebouw niet of slecht geïsoleerd zijn: de vloer en de bodem (geen of slechte isolatie aanwezig: minder dan 5 cm isolatiemateriaal aanwezig, Rc ≤ 1,3); de gevel, waaronder de spouwmuur (geen spouwmuurisolatie, voorzetwand of buitengevelisolatie aanwezig, Rc ≤ 1,1); het dak (geen, slechte en matige isolatie, minder dan 9 cm aanwezig / een Rc ≤ 2,0); de zolder/vlieringvloer (geen zolder-/vlieringvloerisolatie aanwezig, Rc ≤ 0,5); de ramen en deuren (enkel glas, oud dubbelglas en HR glas, kozijnen, Ug waarde ≥ 1,6); en waarbij de woning fysiek grenst aan het bouwdeel van het gebouw waaraan ten minste één van de voorgenomen energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 7.4 worden getroffen. vve: vereniging van de eigenaren en andere rechtspersonen met leden waarbij het gebouw in eigendom van die rechtspersoon is en de leden een exclusief en verhandelbaar recht hebben tot bewoning van woningen in dat gebouw, zoals coöperatieve flatverenigingen; woning: een adresseerbaar object dat in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen geregistreerd is met het gebruiksdoel woonfunctie; woning in corporatiebezit: een woning die eigendom is van een woningcorporatie of een woning waarvoor geldt dat het eigendom van de exclusieve en verhandelbare bewonings- of appartementsrechten bij een woningcorporatie liggen;</p>\n<p class=\"lf-p\">woningcorporatie: een toegelaten instelling zoals bedoeld in artikel 19 van de Woningwet en het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-72\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Toepasselijkheid ASA 2023</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ASA 2023 is van toepassing op dit hoofdstuk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-73\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van in het hoofdstuk omschreven subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van dit hoofdstuk is het stimuleren van het verduurzamen en verbeteren van slecht geïsoleerde woningen met een WOZ-waarde van maximaal € 666.000 in het peiljaar 2024, door het laten uitvoeren van een of meer energiebesparende isolatiemaatregelen, in samenhang met eventuele energiezuinige ventilatiemaatregelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-74\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor het, in een uit een energieadvies blijkend slecht geïsoleerde woning met een WOZ-waarde van maximaal € 666.000 in het peiljaar 2024, door een bouwbedrijf laten uitvoeren van een of meerdere van de volgende activiteiten: vloer-, dan wel bodemisolatie: ten minste 20 vierkante meter van de oppervlakte van de bestaande vloer of de bestaande bodem in de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd voor een woning van een eigenaar-bewoner; minimaal 70% van de oppervlakte van de gehele vloer behorend tot de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd voor een vve; het isolatiemateriaal moet tenminste een Rd-waarde hebben van 3,5 m2K/W; het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen. gevelisolatie: ten minste 10 vierkante meter van de oppervlakte van de binnen- of buitengevel van de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd; en het isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 3,5 m2K/W heeft of in het geval van een monument een Rd-waarde van ten minste 2,5 m2K/W heeft. spouwmuurisolatie: tenminste 10 vierkante meter van de oppervlakte van bestaande spouwmuren in de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd; het isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 1,1 m2K/W heeft; en het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen. dakisolatie dan wel zolder- of vlieringvloerisolatie, waarbij: tenminste 20 vierkante meter van de oppervlakte van het bestaande dak in de bestaande thermische schil dan wel, indien de zolder of vliering onverwarmd is, van ten minste 20 vierkante meter van de oppervlakte van de bestaande zolder- of vlieringvloer, wordt geïsoleerd voor een woning van een eigenaar-bewoner; minimaal 70% van de oppervlakte van het gehele dak behorend tot de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd voor een vve; het isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 3,5 m2K/W heeft of in het geval van een monument een Rd-waarde van ten minste 2,5 m2K/W heeft; en het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen. glas-, kozijnpaneel- of deurisolatie in de bestaande thermische schil door: het vervangen van ten minste 3 vierkante meter van de oppervlakte, of raamoppervlakte van glas, kozijnpanelen of deuren door HR++ glas, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,5 W/m2K; het vervangen van ten minste 3 vierkante meter van de oppervlakte, of raamoppervlakte van glas, kozijnpanelen of deuren door triple-glas, in combinatie met een nieuw isolerend raamkozijn met een Uf-waarde van ten hoogste 1,5 W/m2K, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 1,0 W/m2K;</p>\n<p class=\"lf-p\">het in het geval van een monument vervangen of toevoegen van ten minste 3 vierkante meter van de oppervlakte, of raamoppervlakte van glas, kozijnpanelen of deuren door glas of voor- of achterzetbeglazing met een U-waarde van ten hoogste 3,0 W/m2K, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met een Ud-waarde van ten hoogste 2,0 W/m2K; of het vervangen of toevoegen van ten minste 3 vierkante meter van de oppervlakte, of raamoppervlakte van glas, kozijnpanelen of deuren door glas of voor- of achterzetbeglazing met een U-waarde van ten hoogste 2,0 W/m2K, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen of nieuwe isolerende deuren met een U-waarde van ten hoogste 1,5W/m2K, of triple-glas, in combinatie met een nieuw isolerend raamkozijn met een Uf-waarde van ten hoogste 1,5 W/m2K. ventilatiemaatregelen, alleen in combinatie met de energiebesparende isolatiemaatregelen. benodigde afwerking van de isolatiemaatregelen die in redelijkheid direct verband houden met deze maatregelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-75\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De hoogte van de subsidie voor de in artikel 7.4 genoemde subsidiabele activiteiten bedraagt niet meer dan de kosten voor de uitvoering van die activiteiten en maximaal: € 2.500,- per eengezinswoning van een eigenaar-bewoner; € 1.250,- per woning in corporatiebezit binnen een vve; € 2.500,- per woning niet in corporatiebezit binnen een vve.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Bij gebruik van biobased isolatiemateriaal wordt de hoogte van de subsidie bedoeld in het eerste lid vermeerderd met maximaal € 250,- per woning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-76\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond voor de activiteiten, zoals omschreven in artikel 7.4, bedraagt tussen de inwerkingtreding van dit hoofdstuk en 30 juni 2028 € 18.150.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-77\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verdeelsleutel subsidieplafond</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidieaanvragen op grond van dit hoofdstuk worden in behandeling genomen in de volgorde van ontvangst daarvan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De ontvangstdatum voor toepassing van het eerste lid is het tijdstip waarop de aanvraag is ingediend en als volledig wordt beschouwd.</div>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 7.8 De aanvrager De subsidie op grond van dit hoofdstuk kan uitsluitend worden aangevraagd door een eigenaar-bewoner van een eengezinswoning in Amsterdam of een vereniging van eigenaren van een gebouw in Amsterdam waarin zich tenminste één woning van een eigenaar-bewoner bevindt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-79\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagtermijn</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidieaanvraag moet uiterlijk 30 juni 2028 zijn ingediend bij het college.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-710\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel7.10</span><span class=\"lf-art-t\">Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In aanvulling op artikel 6, tweede lid, van de ASA 2023 worden bij de subsidieaanvraag op basis van dit hoofdstuk door een eigenaar-bewoner de volgende gegevens en stukken overlegd: de datum waarop de activiteiten zullen starten en uiterlijk zullen zijn verricht; een energieadviesrapport dat niet ouder is dan vijf jaar of een energielabelrapport dat niet ouder is dan uit 2024 waaruit blijkt dat het gaat om een slecht geïsoleerde woning; een activiteitenplan waarin wordt aangegeven wanneer en waar welke maatregelen worden genomen met de daarbij horende isolatiewaarden, aantal vierkante meter isolatie en het al dan niet toepassen van biobased isolatiemateriaal; een overzicht van welke subsidies nog meer zijn aangevraagd en voor welke activiteit; een offerte van de voor subsidie in aanmerking komende activiteiten waarin de subsidiabele kosten duidelijk zijn uitgesplitst en aangemerkt en de Rd-waarde of Ud-waarde en aantal vierkante meter van de isolatie is opgenomen; een splitsingsakte of ander bewijs waaruit de verdeling van eigendom en verantwoordelijkheden van de vve blijkt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In aanvulling op artikel 6, tweede lid, van de ASA 2023 worden bij de subsidieaanvraag op basis van dit hoofdstuk door een vve de volgende gegevens en stukken overlegd: het aantal woningen binnen de vve; een overzicht van het aantal woningen dat voldoet aan de WOZ-waarde eis; een energieadviesrapport waaruit blijkt dat het gaat om een slecht geïsoleerde bouwschil; een activiteitenplan waarin wordt aangegeven wanneer en waar welke maatregelen worden genomen met de daarbij horende isolatiewaarden, aantal vierkante meter isolatie en het al dan niet toepassen van biobased isolatiemateriaal; een investeringsbesluit voor verduurzaming van de vve, waarin isolatiemaatregelen een belangrijk onderdeel vormen; een overzicht van welke subsidies nog meer zijn aangevraagd en voor welke activiteit; een offerte van de voor subsidie in aanmerking komende activiteiten waarin de subsidiabele kosten duidelijk zijn uitgesplitst en aangemerkt en de Rd-waarde of Ud-waarde en aantal vierkante meter van de isolatie is opgenomen; een kopie van de vigerende splitsingsakte of indien die niet bestaat andere documenten waarin de verdeling van eigendom en verantwoordelijkheden tussen de leden is vastgelegd; voor ondernemingen: een volledig ingevulde en getekende verklaring de-minimissteun, waaruit volgt dat het drempelbedrag van de-minimissteun van € 300.000 niet wordt overschreden; de datum waarop de activiteiten zullen starten en uiterlijk zullen zijn verricht.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-711\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.11</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In aanvulling op artikel 8, eerste lid, van de ASA 2023 weigert het college een subsidie te verlenen voor de subsidiabele activiteiten in dit hoofdstuk, indien: de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd niet bijdragen aan de realisatie van het doel van dit hoofdstuk; er geen sprake is van een slecht geïsoleerde woning; de WOZ-waarde van de woning of woningen boven € 666.000 in het peiljaar 2024 valt; er geen energieadvies voorafgegaan is aan de subsidieaanvraag; er geen energieadvies aan de vve voorafgegaan is aan de subsidieaanvraag van een eigenaar-bewoner, die deel uitmaakt van een vve; een eigenaar-bewoner binnen een vve de subsidie aanvraagt en de subsidie zich richt op activiteiten waarvoor een vve verantwoordelijk is; de activiteiten door een eigenaar-bewoner of vve zelf zullen worden uitgevoerd; al eerder subsidie is aangevraagd voor dezelfde activiteit en de aangevraagde subsidie hoger is dan de werkelijke kosten voor het realiseren van de subsidiabele activiteit na aftrek van andere verleende of vastgestelde subsidies.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In aanvulling op artikel 8, tweede lid, van de ASA 2023 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie te verlenen voor subsidiabele activiteiten in dit hoofdstuk, indien: er geen investeringsbesluit tot verduurzaming binnen de vve is genomen; uit de de-minimisverklaring blijkt dat er meer dan het toegelaten bedrag aan staatssteun is of zal worden ontvangen; de activiteiten niet vóór 31 oktober 2028 worden verricht; de activiteiten niet voldoen aan de gestelde technische eisen; reeds begonnen is met het uitvoeren van de activiteiten voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-712\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.12</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschot</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager krijgt een voorschot van 70% van het subsidiebedrag bij verlening van de subsidie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-713\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.13</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 en 10 van de ASA 2023, zijn aan de subsidie op grond van dit hoofdstuk de volgende verplichtingen verbonden: de energiebesparende isolatiematerialen dienen op de Nederlandse markt te zijn toegelaten; de activiteiten dienen uiterlijk binnen één jaar na de datum van de verleningsbeschikking te hebben plaatsgevonden, tenzij in de verleningsbeschikking een andere termijn gesteld wordt. Deze termijn kan door het college op verzoek worden verlengd indien het college dit uitstelverzoek, voorzien van een onderbouwing, voor het verstrijken van de gestelde termijn ontvangt en de nieuwe termijn niet later dan 31 oktober 2028 is; indien een eigenaar-bewoner spouwmuur-, borstwering-, buitengevel- of buitendakisolatie toepast moeten deze maatregelen worden uitgevoerd door een bouwbedrijf die gecertificeerd is voor natuurvriendelijk isoleren; voor zover vereist, het verkrijgen van de vergunningen voor de subsidiabele activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-714\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.14</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording en vaststelling subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie verleend op grond van dit hoofdstuk wordt niet direct vastgesteld, ongeacht het verleende bedrag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De ontvanger van een subsidie dient uiterlijk 12 weken na afloop van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij het college.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Bij de aanvraag tot vaststelling van een subsidie dienen de volgende stukken te worden ingediend: facturen waarop de subsidiabele kosten voldoende duidelijk zijn uitgesplitst en aangemerkt, met daarbij de vierkante meters en isolatiewaarden van de werkzaamheden, het offertebedrag en KVK en IBAN-nummer en contactgegevens van het bouwbedrijf dat de werkzaamheden heeft uitgevoerd; betaalbewijzen van de betaalde facturen; meldcodes van de isolatiematerialen zoals opgenomen in de meldcodelijsten ISDE en SVVE van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; foto's van de installatie van de maatregelen bij of in de woning; een financieel overzicht indien meer dan één isolatie- of ventilatiemaatregel is genomen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De subsidiabele activiteiten kunnen door een inspecteur worden gecontroleerd voordat de subsidie wordt vastgesteld.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-715\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.15</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op subsidies die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van het Wijzigingsbesluit hoofdstukken 6 t/m 8 Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen zijn aangevraagd, blijft de regeling van toepassing zoals deze luidde vóór dat tijdstip</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-716\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.16</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk vervalt van rechtswege op 1 januari 2029 met dien verstande dat vaststellingen van subsidies die onder dit hoofdstuk vallen nog onder dit hoofdstuk worden afgehandeld, zoals dat luidde op 31 december 2028.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 8 Planvorming verduurzaming voor vve’s</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-81\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Definities</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">ASA 2023: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023;</p>\n<p class=\"lf-p\">ALV: algemene ledenvergadering;</p>\n<p class=\"lf-p\">BRL 9500-MWA-W: de Beoordelingsrichtlijn Maatwerkadvies Woningen. De door de Stichting Kwaliteit voor Installaties Nederland bindend verklaarde Nationale Beoordelingsrichtlijn 9500, zoals vastgesteld op 31 augustus 2011, inclusief latere wijzigingen; erkend juridisch bureau: een bureau waarbij een advocaat, lid van de Nederlandse Orde van Advocaten, of een notaris, zoals bedoeld in de Wet op het notarisambt, is aangesloten; haalbaarheidsonderzoek: een onderzoek waarin 3 verduurzamingsscenario's worden gedefinieerd voor de vve; labelstap: de verbetering van het energielabel van een gebouw of woning door de verbetering van de met één letter of lettercombinatie uitgedrukte weergave van de energieprestaties met één stap;</p>\n<p class=\"lf-p\">MJOP: meerjaren onderhoudsplan voor de delen van een gebouw of groep van gebouwen waarvoor de vve verantwoordelijk is voor het beheer en het onderhoud; opdrachtnemer: een bureau dat aantoonbaar ervaring heeft met verduurzamende woningverbetering van vve’s en optreedt als opdrachtnemer van de vve; planvorming: de werkzaamheden omschreven in artikel 8.4 van dit hoofdstuk om tot een plan voor verduurzamende woningverbetering te komen; planvormingsfase: de periode na de adviesfase en voor de uitvoeringsfase waarin plannen worden gemaakt voor de uitvoering van verduurzamende woningverbetering; verduurzamende woningverbetering: een combinatie van fysieke maatregelen aan een bestaand gebouw die ertoe leiden dat er geen sprake meer is van achterstallig onderhoud, gebrekkig functionerende inpandige installaties en bovendien leiden tot een vermindering van de hoeveelheid energie die nodig is om het gebouw geschikt te houden voor verblijf en gebruik door personen; verduurzamingsscenario: een combinatie van verduurzamingsmaatregelen waarmee de vve het verlies van warmte en energie in het gebouw beperkt, de ventilatie verbetert en de energievoorziening zo duurzaam mogelijk wordt opgewekt; vergunningstraject: het inventariseren van de benodigde vergunningen, het onderzoeken en uitwerken van alle stukken die nodig zijn voor het aanvragen van de vergunningen en het aanvragen van de vergunningen; vve: een vereniging van eigenaren en andere rechtspersonen met leden waarbij het gebouw in eigendom van die rechtspersoon is en de leden een exclusief en verhandelbaar recht hebben tot bewoning van woningen in dat gebouw, zoals coöperatieve flatverenigingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">ZEP: Zeer energiezuinig pakket, een samenhangend pakket aan energiebesparende maatregelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-82\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Toepasselijkheid ASA 2023</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ASA 2023 is van toepassing op dit hoofdstuk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-83\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de in het hoofdstuk omschreven subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van dit hoofdstuk is om verduurzaming en het verbeteren van slecht geïsoleerde woningen te stimuleren. Vve’s kunnen subsidie aanvragen voor de kosten voor het laten opstellen van plannen voor verduurzaming van de gebouwen in haar eigendom door een opdrachtnemer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-84\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan een vve eenmalig subsidie verlenen voor planvorming voor verduurzamende woningverbetering, mits deze verbetering resulteert in: een stijging van tenminste drie labelstappen, of een energielabel van minimaal B voor alle woningen binnen de vve.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Voor vve’s waarvan meer dan de helft van de woningen energielabel C of beter heeft, kan subsidie uitsluitend worden verleend bij minimaal twee labelstappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Planvorming bestaat uit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het door een opdrachtnemer laten doen en beoordelen van een of meerdere van de volgende onderzoeken: asbestinventarisatie als bedoeld in Persoonscertificaat DIA SCA-code of een Bedrijfscertificaat SCA-code, SC-540 voor asbestinventarisaties; gevelonderzoek als bedoeld in, NEN-EN 1996-1-1 en NEN-EN 845-1; betonschade-onderzoek dat voldoet aan de CUR 79 klasse II en de herstelofferte conform BRL 2818; gelijkwaardigheidsonderzoek (ZEP); koudebrugberekening door een bouwfysicus; ventilatieonderzoek; flora- en faunaonderzoek door een ecoloog die werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties die zich aantoonbaar actief inzetten op het gebied van de soorten monitoring of bescherming; brandveiligheidsonderzoek door een brandpreventiedeskundige 1; installatieonderzoek; constructieonderzoek; dynamische temperatuuroverschrijdingsberekening; houtrotinventarisatie; dakonderzoek (dakinsnijding). een architectonisch ontwerp van de aanpassingen aan het gebouw en de installaties; het doorlopen van het vergunningstraject; het aanvragen van beschikbare financieringen en subsidies; een bouwkostenraming op basis van elementen conform de NL/SfB-codering; elementenraming volgens NEN 2699 niveau 4, uitgevoerd door een extern calculatiebureau; het voorbereiden en begeleiden van het besluitvormingstraject.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.In aanvulling op het derde lid kan planvorming bestaan uit: het verrichten van juridische aanpassingen in de splitsingsakte en het opstellen van contracten om de verduurzamende woningverbetering mogelijk te maken. het verrichten van benodigde aanpassingen van het MJOP om te komen tot een MJOP dat: is opgesteld conform NEN 2767; alle collectieve gebouwelementen omvat en onderbouwt de collectiviteit van die elementen met behulp van een verwijzing naar het specifieke artikel in de splitsingsakte of andere documenten waarin de verdeling van eigendom en verantwoordelijkheden tussen de leden is vastgelegd; voorziet in een plan voor het onderhoud voor alle collectieve gebouwelementen voor een periode van minimaal 30 jaar; een gedetailleerde tabel bevat die voor ieder jaar op basis van de onderhouds- en vervangingscyclus van alle collectieve gebouwelementen voor een periode van 30 jaar inzichtelijk maakt welke werkzaamheden moeten gebeuren en welke kosten daaraan zijn verbonden en waarvoor verder geldt dat: de omschrijving van de werkzaamheden en de geraamde kosten in deze tabel in ieder geval gekwantificeerd onderbouwd worden door vermelding van het aantal eenheden, het aantal strekkende meters of het aantal vierkante meters van de werkzaamheden en de eenheidsprijzen voor de aan die werkzaamheden verbonden eenheden, strekkende meters of vierkante meters; en de vervangingscyclus in deze tabel er niet toe leidt dat de vervanging gebouwelementen op een later moment gepland wordt dan uit de theoretische levensduur van het gebouwelement volgt; voldoende, duidelijke en gedetailleerde foto’s bevat die de conditiemeting onderbouwen; benoemd worden welke collectieve gebouwelementen die niet visueel geïnspecteerd konden worden, welk aanvullend onderzoek plaatsgevonden heeft met betrekking tot die elementen en hoe de benodigde maatregelen die uit het aanvullend onderzoek volgden opgenomen zijn in het MJOP. de extra inzet van de huidige beheerder van de vve voor de planvormingsfase.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-85\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De hoogte van de subsidie voor de in artikel 8.4, derde en vierde lid genoemde activiteiten bedraagt niet meer dan 50% van de totale kosten van de subsidiabele activiteiten en niet meer dan € 6.000,- per zelfstandige woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De hoogte van de subsidie voor de in artikel 8.4, derde lid en vierde lid, onderdeel a genoemde activiteiten is minimaal € 20.000,- en maximaal € 133.000,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De hoogte van de subsidie voor de in artikel 8.4, vierde lid, onderdeel b genoemde activiteiten is maximaal € 2.000,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De hoogte van de subsidie voor de in artikel 8.4, vierde lid, onderdeel c genoemde activiteiten is maximaal € 5.000,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Vóór indiening van de subsidieaanvraag gemaakte kosten komen niet voor subsidie in aanmerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-86\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond gedurende de periode tussen de inwerkingtreding van het Wijzigingsbesluit subsidie planvorming verduurzaming voor vve’s en 31 december 2026 voor de activiteiten zoals omschreven in artikel 8.4 bedraagt € 2.683.747, -.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-87\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.7</span><span class=\"lf-art-t\">Volgorde behandeling aanvragen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieaanvragen op grond van dit hoofdstuk worden in behandeling genomen in de volgorde van ontvangst daarvan. Als tijdstip van indiening geldt daarbij het moment waarop de aanvraag compleet is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-88\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.8</span><span class=\"lf-art-t\">De aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie op grond van dit hoofdstuk kan uitsluitend worden aangevraagd door een vve waarvan maximaal 75% van de woningen eigendom is van één eigenaar en uitsluitend ten behoeve van een gebouw dat is gelegen in een in bijlage II of bijlage V genoemde buurt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-89\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagtermijn</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidieaanvraag voor de in dit hoofdstuk genoemde subsidiabele activiteiten wordt uiterlijk 31 december 2026 ingediend bij het college.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-810\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.10</span><span class=\"lf-art-t\">Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In aanvulling op artikel 6, tweede lid, van de ASA 2023 worden bij de subsidieaanvraag op grond van dit hoofdstuk door de vve de volgende gegevens en stukken overlegd: een bewijs van inschrijving van de opdrachtnemer in het handelsregister van de Kamer van Koophandel; een polis van de opdrachtnemer voor een beroepsaansprakelijkheidsverzekering van € 500.000 met de volgens de branche geldende voorwaarden volgens de DNR 2011; een definitief ontwerp van een eerder verduurzamingstraject, opgesteld door de opdrachtnemer in opdracht van een vve voor een ZEP, of de notulen van de ALV van een vve waarin staat dat deze vve op basis van het plan van de opdrachtnemer in de afgelopen 7 jaar een investeringsbesluit heeft genomen voor verduurzamende woningverbetering waarmee de vereiste labelstappen uit artikel 8.4, eerste lid, worden behaald; indien de kozijnen ouder zijn dan 10 jaar, een technisch onderzoek naar de staat van de kozijnen als in het gekozen scenario voor verduurzamende woningverbetering niet toeziet op vervanging van de kozijnen; in geval van een aanvraag voor activiteiten bedoeld in artikel 8.4, vierde lid, onderdeel a, een offerte van een erkend juridisch bureau; in geval van een aanvraag voor activiteiten bedoeld in artikel 8.4, vierde lid, onderdeel b, een offerte van een bureau dat aantoonbaar ervaring heeft met het opstellen van een MJOP als bedoeld in dat onderdeel; in geval van een aanvraag voor activiteiten bedoeld in artikel 8.4, vierde lid, onderdeel c, een offerte voor de extra inzet van de huidige beheerder van de vve; de verwachte aanvangsdatum van de activiteiten en de verwachte datum waarop de activiteiten uit deze subsidieaanvraag uiterlijk zijn verricht; een overzicht welke subsidies nog meer zijn aangevraagd en/of verleend voor de verduurzamende woningverbetering of voorbereiding daarvan, voor welke activiteiten en de relevante subsidieverleningsbeschikkingen; het aantal woningen binnen de vve; als de vereniging niet alleen uit eigenaar-bewoners bestaat, een opgave van het percentage van de appartements- of woonrechten dat toebehoort aan de leden die wél eigenaar-bewoners zijn; een kopie van de vigerende splitsingsakte waarin de verdeling van eigendom en verantwoordelijkheden tussen de leden is vastgelegd; indien niet alle leden van de vereniging eigenaar-bewoners maar een onderneming zijn een volledig ingevulde en getekende verklaring de-minimissteun, waaruit volgt dat het drempelbedrag van de-minimissteun van € 300.000 niet wordt overschreden;</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Voor activiteiten als bedoeld in artikel 8.4, derde lid wordt door de vve in ieder geval de volgende gegevens overgelegd: een haalbaarheidsonderzoek of een gecertificeerd maatwerkadvies volgens de BRL 9500-MWA-W, niet ouder dan vijf jaar, waarin de huidige energielabels van de woningen en de verwachtte energielabels na uitvoering vermeld staan, ter onderbouwing van de verduurzamende woningverbetering; een kopie van de notulen van de ALV van de vve: waarin zichtbaar is voor welke scenario uit het haalbaarheidsonderzoek of het maatwerkadvies gekozen is; en waarin de benodigde meerderheid van de leden van de vve heeft ingestemd met de offerte voor planvorming, eventueel onder voorbehoud van het toekennen van deze subsidie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-811\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.11</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In aanvulling op artikel 8, eerste lid van de ASA 2023 weigert het college een subsidie te verlenen voor de subsidiabele activiteiten in dit hoofdstuk indien: de activiteiten niet bijdragen aan de doelstelling van de subsidieregeling; de subsidie niet minimaal voor de activiteiten als genoemd in artikel 8.4, derde lid, wordt aangevraagd; reeds begonnen is met het uitvoeren van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; voor dezelfde subsidiabele activiteiten al subsidie is of zal worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In aanvulling op artikel 8, tweede lid van de ASA 2023 kan het college een subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren, indien: de kosten voor de activiteit genoemd in artikel 8.4, derde lid, onderdeel f meer dan 5% bedraagt van de subsidiabele kosten; een eventuele post onvoorzien meer dan 10% van de subsidiabele kosten bedraagt; door aanvrager overgelegde offertes ouder zijn dan drie maanden; aannemelijk is dat het drempelbedrag van de-minimissteun wordt overschreden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-812\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.12</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschot</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvrager ontvangt een voorschot van 50% van het subsidiebedrag bij verlening van de subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan in afwijking van het eerste lid een hoger voorschot tot maximaal 75% van het subsidiebedrag verstrekken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-813\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.13</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 en 10 van de ASA 2023, zijn aan de subsidie op grond van dit hoofdstuk de volgende verplichtingen verbonden:</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitvoeringstermijn van de activiteiten bedraagt maximaal 12 maanden vanaf de datum van de verleningsbeschikking, tenzij in de verleningsbeschikking een andere termijn is gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de subsidiabele activiteiten binnen de termijn, genoemd in artikel 8.13, eerste lid, buiten de schuld van de subsidieontvanger niet worden uitgevoerd, kan op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger de termijn eenmaal met ten hoogste twaalf maanden worden verlengd, mits binnen de termijn gesteld in het derde lid van dit artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidiabele activiteiten moeten uiterlijk 31 december 2027 zijn uitgevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-814\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel8.14</span><span class=\"lf-art-t\">Vaststelling subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In afwijking van artikel 15, eerste lid van de ASA 2023 worden subsidies van € 20.000 niet direct vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidieontvanger dient uiterlijk 12 weken na het tijdstip waarop de activiteiten moeten zijn afgerond, een aanvraag tot vaststelling van de subsidie bij het college in.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvraag tot vaststelling van subsidies op grond van dit hoofdstuk bevat facturen inclusief betaalbewijzen waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De vaststellingsaanvraag gaat vergezeld met een verslag van de activiteiten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 9 Pilot voor verwijderen rookkanalen houtstook</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-91\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Definities</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: aannemer: een persoon of bedrijf dat beroepsmatig bouwopdrachten uitvoert;</p>\n<p class=\"lf-p\">Actieplan schone lucht; actieplan van de Gemeente Amsterdam, zoals vastgesteld op 1 oktober 2019, dat op hoofdlijnen beschrijft hoe de stad tot 2030 toewerkt naar schonere en gezondere lucht;</p>\n<p class=\"lf-p\">ASA 2023: Algemene subsidieverordening Amsterdam 2023;</p>\n<p class=\"lf-p\">BRP: basisregistratie personen; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam; houtkachel: toestel voor lokale ruimteverwarming, in het rookkanaal geplaatst, specifiek bedoeld om hout of houtachtige biomassa als vaste brandstof te verbranden; open haard: een op het rookkanaal aangesloten open vuurplaats of stookplaats binnenshuis voor het stoken van hout; pelletkachel: een moderne, volautomatisch gestuurde verbrandingskachel waarin houtpellets verbrand worden; rookkanaal: een afvoersysteem voor rookgassen, afkomstig van een houtkachel, open haard of pelletkachel; stadspashouder: inwoner van de gemeente Amsterdam aan wie een stadspas is verstrekt;</p>\n<p class=\"lf-p\">VVE: Vereniging van Eigenaren als bedoeld in afd. 2, Titel 9 van Boek 5 BW; woning: een gebouw of verblijfsobject die bestemd is voor bewoning door particulieren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-92\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Toepasselijkheid ASA 2023</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ASA 2023 is van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij hiervan uitdrukkelijk wordt afgeweken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-93\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.3</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de in het hoofdstuk omschreven subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van dit hoofdstuk is het verminderen van de uitstoot door houtstook en de daarmee samenhangende gezondheidsklachten en overlast in Amsterdam. Een bijkomend doel van de pilot is het verkrijgen van inzicht in de behoefte aan het verwijderen van rookkanalen in de stad.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-94\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een aanvrager op grond van dit hoofdstuk een eenmalige subsidie verlenen voor het laten verwijderen of het duurzaam onbruikbaar maken van een rookkanaal waarop een werkende houtkachel, pelletkachel of open haard is aangesloten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-95\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In geval de aanvrager een eigenaar-bewoner of een huurder is bedraagt het subsidiebedrag €1.500- per woning;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In geval de aanvrager een VvE is bedraagt het subsidiebedrag €1500- per woning met een maximum van €6.500,-;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In geval de aanvrager een stadspashouder is bedraagt de hoogte van het subsidiebedrag € 1.500 of €3.000,- per woning, afhankelijk van de offerte van de aannemer.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-96\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond voor verlening van subsidie voor de in artikel 8.4 genoemde activiteiten voor het tijdvak lopende van de dag van inwerkingtreding van dit hoofdstuk van de regeling tot 1 juli 2026 bedraagt € 120.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-97\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.7</span><span class=\"lf-art-t\">Volgorde behandeling aanvragen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidieaanvragen op grond van dit hoofdstuk worden in behandeling genomen in de volgorde van ontvangst daarvan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als ontvangstdatum bedoeld in het eerste lid geldt de datum waarop de aanvraag als volledig wordt beschouwd.</div>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 9.8 De aanvrager Subsidie op grond van dit hoofdstuk kan eenmalig worden aangevraagd door een:</p>\n<p class=\"lf-p\">Eigenaar-bewoner van een woning in de gemeente Amsterdam;</p>\n<p class=\"lf-p\">Huurder die geregistreerd staat in de BRP op het adres van de woning in de gemeente Amsterdam waarvoor de aanvraag wordt gedaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kleinschalige VvE bestaande uit maximaal 6 woningen in de gemeente Amsterdam;</p>\n<p class=\"lf-p\">Stadspashouder die eigenaar-bewoner of huurder is als bedoeld in sub a of sub b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 9.9 bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens In aanvulling op artikel 6, tweede lid van de ASA 2023, bevat een subsidieaanvraag: adresgegevens van de woning; offerte van de aannemer, gericht aan de aanvrager, die is gedateerd op of na de datum van inwerkingtreding van deze regeling; als aanvrager een huurder is, een toestemmingsverklaring voor de subsidiabele activiteit van de verhuurder; als aanvrager een VvE is, een beslissing van de algemene ledenvergadering strekkende tot het uitvoeren van de subsidiabele activiteit; als aanvrager een stadspashouder is, een kopie van de geldige stadspas; foto’s van de woning, waaronder foto’s waarop zichtbaar is dat de openhaard, houtkachel, of pelletkachel is aangesloten op het rookkanaal en indien praktisch mogelijk, de schoorsteen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-910\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 9 van de ASA 2023 zijn aan de subsidie op grond van dit hoofdstuk de volgende verplichtingen verbonden:</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger voert de activiteiten binnen 6 maanden na datum van de subsidiebeschikking uit;</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van een controle als bedoeld in artikel 9 lid 5 van de ASA 2023 zal de subsidieontvanger hieraan meewerken overeenkomstig de door de gemeente aangegeven instructies. Deze controle zal steekproefsgewijs plaatsvinden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-911\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.11</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding en toepassingsduur</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Dit hoofdstuk treedt in werking op de dag na de bekendmaking in het gemeenteblad.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Dit hoofdstuk vervalt op 31 december 2026. Subsidieaanvragen die vóór deze datum zijn ingediend, worden behandeld op basis van deze regeling.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Na de vervaldatum blijft dit hoofdstuk van toepassing voor de afhandeling van reeds ingediende of toegekende subsidieaanvragen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk10 Slotbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10.1</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel10.2</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus vastgesteld in de vergadering van 19 november 2019. De voorzitterFemke HalsemaDe gemeentesecretarisPeter Teesink Bijlage I In artikel 3.1, eerste lid van de subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen wordt verwezen naar deze bijlage voor de bepaling van de deelgebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inhoudsoverzicht Tranche A Buurt 5 Zuid (Confuciusbuurt) Hakfoort-Huigenbos K-buurt Midden Wildemanbuurt Deelgebieden Tranche A i. Buurt 5 Zuid (Confuciusbuurt);</p>\n<p class=\"lf-p\">Het deelgebied Buurt 5 Zuid (Confuciusbuurt) wordt, onder verwijzing naar deze bijlage, in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel i aangewezen. Dit deelgebied wordt als volgt begrensd: aan de westzijde door de gracht die overbrugd wordt door de bruggen met nummers 621, 622; aan de zuidzijde door het waterlichaam dat wordt overbrugd door de brug met nummer 630; aan de oostzijde door de Slotermeerlaan en de President Allendelaan; en aan de noordzijde door de Burgemeester Röellstraat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende postcode en huisnummercombinaties worden geacht binnen Buurt 5 Zuid (Confuciusbuurt) te vallen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer 1064 BL alle 1064 NA alle 1064 XG alle 1064 GX alle 1064 NB alle 1064 XH alle 1064 KJ alle 1064 NC alle 1064 XJ alle 1064 KK alle 1064 ND alle 1064 ZB alle 1064 KS alle 1064 NE alle 1064 ZD alle 1064 KT alle 1064 NG alle 1064 ZG alle 1064 KV alle 1064 NH alle 1064 ZH alle 1064 KW alle 1064 NJ alle 1064 ZJ alle 1064 LD alle 1064 NK alle 1064 ZK alle 1064 LE alle 1064 NL alle 1064 ZL alle 1064 LG alle 1064 NM alle 1064 ZM alle 1064 LH alle 1064 NN alle 1064 ZN alle 1064 LJ alle 1064 NP alle 1064 ZP alle 1064 LK alle 1064 NR alle 1064 ZR alle 1064 LL alle 1064 VR alle 1064 ZS alle 1064 LM alle 1064 VS alle 1064 ZT alle 1064 LN alle 1064 VT alle 1064 ZV alle 1064 LP alle 1064 VV alle 1064 ZW alle 1064 LR alle 1064 VW alle 1064 ZX alle 1064 LS alle 1064 VX alle 1064 ZZ alle 1064 LT alle 1064 VZ alle 1064 LV alle 1064 XB alle 1064 LW alle 1064 XC alle 1064 LX alle 1064 XD alle 1064 LZ alle 1064 XE alle Afbeelding 3.1.1.a.i.a – Ligging Buurt 5 Confuciusbuurt in Amsterdam Afbeelding 3.1.1.a.i.b – Detailweergave van Buurt 5 Zuid (Confuciusbuurt) ii. Hakfoort-Huigenbos Het deelgebied Hakfoort-Huigenbos wordt, onder verwijzing naar deze bijlage, in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel ii aangewezen. Dit deelgebied wordt als volgt begrensd: aan de noordnoordwestzijde door de Karspeldreef; aan de oostnoordoostzijde door de Huntumdreef; aan de zuidzuidoostzijde door de autosnelweg A9; en aan de westzuidwestzijde door het metrospoor waaraan het station Bullewijk is gelegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende postcode en huisnummercombinaties worden geacht binnen Hakfoort-Huigenbos te vallen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Postcode Huisnummer 1102 BX alle 1102 KA alle 1102 LA alle 1102 LB alle 1102 SB alle 1102 SC alle 1102 SE alle Afbeelding 3.1.1.a.ii.a – Ligging Hakfoort-Huigenbos in Amsterdam Afbeelding 3.1.1.a.ii.b – Detailweergave van Hakfoort-Huigenbos iii. K-buurt Midden Het deelgebied K-buurt Midden wordt, onder verwijzing naar deze bijlage, in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel iii aangewezen. Dit deelgebied wordt als volgt begrensd: aan de noordnoordwestzijde door het Kikkensteinhof, het Kruitberghof, de Oliepalmstraat en een denkbeeldige gekromde lijn die het noordoostelijke uiteinde van de Kruitberghof met het zuidwestelijke uiteinde van de Oliepalmstraat verbindt en zo de gebouwen op het Kraaiennest insluit, maar de flat Kleiburg uitsluit; aan de oostnoordoostzijde door de ’s Gravendijkdreef en de denkbeeldige recht lijn die de weg-as van de ’s Gravendijkdreef in zijn zuidzuidoostelijk richting voortzet. aan de zuidzuidoostzijde door het Nellesteinpad, het Kantershofpad en de denkbeeldige rechte lijn die de weg-as van het Kantershofpad in zijn westzuidwestelijke richting voortzet; aan de westzuidwestzijde door de Groesbeekdreef en de denkbeeldige rechte lijn die de weg-as van de Groesbeekdreef in zijn zuidzuidoostelijke richting voortzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende postcode en huisnummercombinaties worden geacht binnen K-buurt Midden te vallen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer 1104 BB alle 1104 KD alle 1104 BC alle 1104 KG alle 1104 CD alle 1104 KJ alle 1104 CE alle 1104 SC alle 1104 CH alle 1104 SE alle 1104 KB alle 1104 SG alle 1104 KC alle 1104 SH alle Afbeelding 3.1.1.a.iii.a – Ligging K-buurt Midden in Amsterdam Afbeelding 3.1.1.a.iii.b – Detailweergave van K-buurt Midden iv. Wildemanbuurt Het deelgebied Wildemanbuurt wordt, onder verwijzing naar deze bijlage, in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel iv aangewezen. Dit deelgebied is als volgt begrensd: aan de noordzijde, tussen de Hoekenesgracht en de Notweg door de Ookmeerweg; tussen het deel van het Groenpad dat in het verlengde van de Notweg ligt en de Geer Ban door het deel van het Groenpad dat parallel loopt aan het Blomwijkerpad; tussen de Geer Ban en Meer en Vaart door de hoofdweg van de Osdorperban aan de westzijde tussen de Ookmeerweg en de Osdorpergracht door de Hoekenesgracht; tussen het deel van het Groenpad dat parallel loopt aan het Blomwijkerpad en hoofdweg van de Osdorperban door de Geer Ban aan de oostzijde, tussen de hoofdweg van Osdorper ban en de Osdorpergracht door de Meer en Vaart tussen de Ookmeerweg en het deel van het Groenpad dat parallel loopt aan het Blomwijkerpad door de Notweg en het deel van het Groenpad dat in het verlengde van de Notweg ligt aan de zuidzijde door de Osdorpergracht de volgende postcode en huisnummercombinaties worden geacht binnen de Wildemanbuurt te vallen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer 1068 AA Alle 1068 BW Alle 1068 ED Alle 1068 AB Alle 1068 BX Alle 1068 EE Alle 1068 AC Alle 1068 BZ Alle 1068 EG Alle 1068 AD Alle 1068 CA Alle 1068 EH Alle 1068 AE Alle 1068 CB Alle 1068 EJ Alle 1068 AG Alle 1068 CC Alle 1068 LD Alle 1068 AH Alle 1068 DB Alle 1068 LE Alle 1068 AJ Alle 1068 DC Alle 1068 LJ Alle 1068 AK Alle 1068 DD Alle 1068 LK Alle 1068 AX Alle 1068 DE Alle 1068 LL Alle 1068 AZ Alle 1068 DG Alle 1068 LM Alle 1068 BA Alle 1068 DH Alle 1068 LN Alle 1068 BB Alle 1068 DJ Alle 1068 LP Alle 1068 BC Alle 1068 DK Alle 1068 MC Alle 1068 BD Alle 1068 DL Alle 1068 MD Alle 1068 BE Alle 1068 DM Alle 1068 ME Alle 1068 BG Alle 1068 DN Alle 1068 MG Alle 1068 BH Alle 1068 DP Alle 1068 MH 30 tm 48 1068 BJ Alle 1068 DR Alle 1068 MJ Alle 1068 BK Alle 1068 DS Alle 1068 MK Alle 1068 BL Alle 1068 DT Alle 1068 ML Alle 1068 BM Alle 1068 DV Alle 1068 MT Alle 1068 BN Alle 1068 DW Alle 1068 PN Alle 1068 BP Alle 1068 DX Alle 1068 PP Alle 1068 BR Alle 1068 DZ Alle 1068 PR Alle 1068 BS Alle 1068 EA Alle 1068 SL Alle 1068 BT Alle 1068 EB 1 tm 15 oneven, 2 , 4, 1068 SM Alle 1068 BV Alle 1068 EC Alle Afbeelding 3.1.1.a.iv.a – Ligging Wildemanbuurt in Amsterdam Afbeelding 3.1.1.a.iv.b – Detailweergave van de Wildemanbuurt Bijlage II In artikel 6.4 en artikel 8.8 van de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen wordt verwezen naar deze bijlage voor de bepaling van de buurten. De grenzen zijn conform de door het college vastgestelde buurtindeling OiS/CBS.</p>\n<p class=\"lf-p\">Buurten stadsdeel Zuidoost Venserpolder-Oost Bijlmermuseum-Noord Kantershof Gein 4 Bijlmermuseum-Zuid D-buurt De Kameleon e.o.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kortvoort Amsterdamse Poort Reigersbos 4 L-buurt Vogeltjeswei Kelbergen Hoptille Reigersbos 3 G-buurt-West Reigersbos 2 Gein 1 K-buurt-Zuidoost G-buurt-Noord G-buurt-Oost Holendrecht-Zuid Gein 2 F-buurt Rechte H-buurt Holendrecht-West K-buurt-Zuidwest Amstel III deel A/B-Zuid Reigersbos 1 Venserpolder-West Hakfort/Huigenbos Bijlage III In artikel 3a.1 van de subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen wordt verwezen naar deze bijlage voor het bepalen van deelgebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inhoudsoverzicht de Bernard Loderbuurt de Reimerswaalbuurt de Banne Noord de Molenwijk de Gentiaanbuurt de Wildemanbuurt de Bernard Loderbuurt Het deelgebied Bernard Loderbuurt is als volgt begrensd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de noordzijde door de Antony Moddermanstraat, tussen de Jan de Louterstraat en de Burgemeester de Vlughtlaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de noord- en oostzijde door de Slotermeerlaan, tussen aan de westzijde de burgemeester de Vlughtlaan en aan de zuidzijde de Burgemeester Vening Meineszlaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de noordzijde door de Burgemeester Vening Meineszlaan, tussen de Slotermeerlaan en de Jacob Melkmanstraat;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de oostzijde door de Jacob Melkmanstraat, tussen de Burgemeester Vening Meineszlaan en de David Vosstraat;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de zuidzijde door een lijn die zowel het noordelijke uiteinde van de David Vosstraat en het oostelijke uiteinde van de Nieuwenhuysenstraat raakt, tussen de Slotermeerlaan en Jacob Melkmanstraat;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de oostzijde door de Slotermeerlaan, tussen de Nieuwenhuysenstraat en Jan de Louterstraat;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de zuid- en westzijde door de Jan de Louterstraat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overzichtskaart Detailkaart Postcodes en huisnummer De volgende postcodes en bijbehorende huisnummers worden geacht binnen het deelgebied te liggen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Postcodes Huisnummers Postcodes Huisnummers 1063 BA alle 1063 JV alle 1063 BB alle 1063 JW 150 1063 BK alle 1063 KS alle 1063 BL alle 1063 KT alle 1063 BM alle 1063 KV alle 1063 BN alle 1063 KW alle 1063 BP alle 1063 KX 2 t/m 92 (even) 1063 BT alle 1063 LB alle 1063 HZ alle 1063 LC alle 1063 JA alle 1063 LD alle 1063 JB alle 1063 NZ alle 1063 JC alle 1063 PA alle 1063 JD alle 1063 PB alle 1063 JE alle 1063 PC alle 1063 JG alle 1063 PD 55, 57 1063 JH alle 1063 PJ alle 1063 JJ alle 1063 PK alle 1063 JK alle 1063 PL alle 1063 JL alle 1063 PM alle 1063 JM alle 1063 PN alle 1063 JN 105 t/m 133 (oneven) 1063 PP alle 1063 JP Alle 1063 PR alle 1063 JR Alle 1063 PS alle 1063 JS alle 1063 PT alle 1063 JT alle de Reimerswaalbuurt Het deelgebied Reimerswaalbuurt is als volgt begrensd: aan de noordzijde door de Ookmeerweg; aan de oostzijde door het Wevelswalepad; aan de zuidzijde door de Osdorperban; en aan de Westzijde door de Baden Powellweg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overzichtskaart Detailkaart Postcodes en huisnummers De volgende postcodes en bijbehorende huisnummers worden geacht binnen het deelgebied te liggen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Postcodes Huisnummers Postcodes Huisnummers 1069 AA alle 1069 BP alle 1069 AB alle 1069 BR alle 1069 AC alle 1069 BS alle 1069 AD alle 1069 BT alle 1069 AE alle 1069 BV alle 1069 AG alle 1069 BW alle 1069 AJ alle 1069 BX alle 1069 AL alle 1069 MP alle 1069 AT alle 1069 MR alle 1069 BB alle 1069 MS alle 1069 BC alle 1069 MT alle 1069 BD alle 1069 MV alle 1069 BE alle 1069 MX alle 1069 BG alle 1069 MZ alle 1069 BH alle 1069 ZR 130 tot en met 138, 698 tot en met 840 (even) 1069 BJ alle 1069 ZT alle 1069 BK alle 1069 ZW alle 1069 BL alle 1069 ZZ alle 1069 BM alle 1069 BN alle de Banne Noord Het deelgebied van Banne Noord is volgt begrensd: aan de zuidwestzijde door de IJdoornlaan; aan de zuidoostzijde door het Noord-Hollandsch Kanaal; aan de noordoostzijde door de Ringweg A10; en aan de noordwestzijde door de sloot die overbrugd wordt door de bruggen met nummers 1729 en 1731.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overzichtskaart Detailkaart Postcodes en huisnummers De volgende postcodes en bijbehorende huisnummers worden geacht binnen het deelgebied te liggen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer 1034JE Alle 1034MX Alle 1034RK Alle 1034KL Alle 1034MZ Alle 1034RL Alle 1034KM Alle 1034NA Alle 1034RM Alle 1034KN Alle 1034NB Alle 1034RN Alle 1034KP Alle 1034NC Alle 1034RP Alle 1034KP Alle 1034ND Alle 1034RR Alle 1034KR Alle 1034NE Alle 1034RS Alle 1034KS Alle 1034NG Alle 1034RT Alle 1034KT Alle 1034NH Alle 1034RV Alle 1034KV Alle 1034NJ Alle 1034RW Alle 1034KW Alle 1034NK Alle 1034RX Alle 1034KX Alle 1034NL Alle 1034RZ Alle 1034KZ Alle 1034NM Alle 1034SB Alle 1034LA Alle 1034NN Alle 1034SC Alle 1034LB Alle 1034NP Alle 1034SE Alle 1034LC Alle 1034NR Alle 1034SG Alle 1034LD Alle 1034NS Alle 1034SH Alle 1034LE Alle 1034NT Alle 1034SJ Alle 1034LG Alle 1034NV Alle 1034SK Alle 1034LH Alle 1034NX Alle 1034SL Alle 1034LJ Alle 1034NZ Alle 1034SM Alle 1034LK Alle 1034PA Alle 1034SN Alle 1034LL Alle 1034PB Alle 1034SP Alle 1034LM Alle 1034PC Alle 1034SR Alle 1034LN Alle 1034PD Alle 1034ST Alle 1034LP Alle 1034PE Alle 1034SV Alle 1034LR Alle 1034PG Alle 1034SW Alle 1034LS Alle 1034PH Alle 1034SX Alle 1034LT Alle 1034PJ Alle 1034SZ Alle 1034LV Alle 1034PL Alle 1034TA Alle 1034LW Alle 1034PK Alle 1034TB Alle 1034LX Alle 1034PM Alle 1034TC Alle 1034LZ Alle 1034PN Alle 1034TD Alle 1034MA Alle 1034PP Alle 1034TE Alle 1034MB Alle 1034PR Alle 1034TG Alle 1034MC Alle 1034PS Alle 1034TH Alle 1034MD Alle 1034PT Alle 1034TJ Alle 1034ME Alle 1034PV Alle 1034TK Alle 1034MG Alle 1034PW Alle 1034TL Alle 1034MH Alle 1034PX Alle 1034TM Alle 1034MJ Alle 1034PZ Alle 1034TN Alle 1034MK Alle 1034RA Alle 1034TP Alle 1034ML Alle 1034RB Alle 1034TR Alle 1034MN Alle 1034RC Alle 1034TS Alle 1034MP Alle 1034RD Alle 1034TT Alle 1034MR Alle 1034RE Alle 1034TV Alle 1034MS Alle 1034RG Alle 1034VA Alle 1034MT Alle 1034RH Alle 1034VB Alle 1034MV Alle 1034RJ Alle 1034VC Alle de Molenwijk Het deelgebied Molenwijk is als volgt begrensd: aan de noordzijde door de Molenaarsweg; aan de oostzijde, door de Molenaarsweg; tussen de Molenaarsweg en de Stellingweg door de sloot tussen basisschool de Krijtmolen en de gebouwen aan het Zuideinde ligt door de delen van de Stellingweg die niet bij de Molenflats eindigen; aan de zuid- en westzijde door de delen van de Stellingweg die niet bij de Molenflats eindigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overzichtskaart Detailkaart Postcodes en huisnummers De volgende postcodes en bijbehorende huisnummers worden geacht binnen het deelgebied te liggen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Postcode Huisnummers Postcode Huisnummers Postcode Huisnummers 1035AA alle 1035BJ alle 1035CV alle 1035AB alle 1035BK alle 1035CW alle 1035AC alle 1035BL alle 1035CX alle 1035AD alle 1035BM alle 1035CZ alle 1035AE alle 1035BN alle 1035EA alle 1035AG alle 1035BP alle 1035EB alle 1035AH alle 1035BR alle 1035EC alle 1035AJ alle 1035BS alle 1035ED alle 1035AK alle 1035BT alle 1035EE alle 1035AL alle 1035BV alle 1035EG alle 1035AM alle 1035BW alle 1035EH alle 1035AN alle 1035CA alle 1035EJ alle 1035AP alle 1035CB alle 1035EK alle 1035AR alle 1035CC alle 1035EL alle 1035AS alle 1035CD alle 1035EM alle 1035AT alle 1035CE alle 1035EN alle 1035AV alle 1035CG alle 1035EP alle 1035AW alle 1035CH alle 1035ER alle 1035AX alle 1035CJ alle 1035ES alle 1035AZ alle 1035CK alle 1035ET alle 1035BA alle 1035CL alle 1035EV alle 1035BB alle 1035CM alle 1035BC alle 1035CN alle 1035BD alle 1035CP alle 1035BE alle 1035CR alle 1035BG alle 1035CS alle 1035BH alle 1035CT alle de Gentiaanbuurt Het deelgebied Gentiaanbuurt is als volgt begrensd: aan de noordoostzijde tussen de Gentiaanstraat en de Wingerdweg door het Mosveld; aan de zuidoostzijde tussen het Mosveld en de Hagedoornweg door de Wingerdweg; aan de oostzijde tussen de Wingerdweg en het Hagedoornplein door de Hagedoornweg; aan de zuidzijde tussen het Hagedoornplein en de Silenestraat door de Heimansweg; aan de westzijde tussen de Heimansweg en de Malvastraat door de Silenestraat; aan de noordzijde tussen de Silenestraat en de Hagedoornweg door de Malvastraat; aan de westzijde tussen de Malvastraat en de Gentiaanstraat door de Hagedoornweg; en aan de noordwestzijde tussen de Hagedoornweg en het Mosveld door de Gentiaanstraat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overzichtskaart Detailkaart De volgende postcodes en bijbehorende huisnummers worden geacht binnen het deelgebied te liggen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Postcode Huisnummers Postcode Huisnummers 1031AB Alle 1031BB Alle 1031AC Alle 1031BC Alle 1031AD 49 t/m 71 oneven 1031BD Alle 1031AG Even 1031BE Alle 1031AL Alle 1031BG Alle 1031AP Alle 1031BH Alle 1031AR Alle 1031BJ Alle 1031AS Alle 1031BK Alle 1031AT Alle 1031BL Alle 1031AV Alle 1031BR Alle 1031AW Alle 1031BS Alle 1031AZ Alle 1031BT Alle 1031BA Alle 1031BW Alle 1031BM Alle 1031BX Alle 1031BN Alle 1031BZ Alle 1031TT Alle 1031TW 2 t/m 30 even 1031VA 2 t/m 16 even de Wildemanbuurt Het deelgebied Wildemanbuurt is als volgt begrensd: aan de Westzijde, tussen de Ookmeerweg en de Osdorpergracht, door de Hoekenesgracht; aan de Westzijde, tussen de Osdorpergracht en de winkelstraat binnen het Osdorpplein ten zuiden van bouwblokken GH15 en GH64, de westzijde van het Osdorpplein; aan de zuidzijde, tussen de Hoekenesgracht en de westzijde van het Osdorpplein, door de Osdorpergracht; aan de zuidzijde, tussen de westzijde van het Osdorpplein en de Meer en Vaart, door de winkelstraat binnen het Osdorpplein ten zuiden van bouwblokken GH15 en GH64; aan de oostzijde, tussen de winkelstraat binnen het Osdorpplein ten zuiden van bouwblokken GH15 en GH 64 en de Osdorperban, de Meer en Vaart; aan de oostzijde, tussen de Osdorperban en de Ookmeerweg, de Geer Ban; aan de noordzijde, tussen de Meer en Vaart en de Geer ban, de Osdorperban; aan de noordzijde, tussen de Geer Ban en de Hoekenesgracht, de Ookmeerweg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overzichtskaart Detailkaart Postcodes en huisnummers Alle huisnummers binnen de volgende postcodes worden geacht binnen het deelgebied te liggen:</p>\n<p class=\"lf-p\">1068AB 1068XB 1068BA 1068LD 1068CA 1068MB 1068AC 1068XC 1068BB 1068LE 1068CB 1068MC 1068AD 1068XD 1068BC 1068LJ 1068CC 1068MD 1068AE 1068XE 1068BD 1068LK 1068DB 1068ME 1068AJ 1068XH 1068BE 1068LL 1068DC 1068MG 1068AG 1068XG 1068BG 1068LM 1068DD 1068MH 1068AH 1068XJ 1068BH 1068LN 1068DJ 1068MJ 1068AK 1068XK 1068BJ 1068LP 1068DG 1068MK 1068AL 1068XL 1068BK 1068LS 1068DH 1068ML 1068AM 1068XM 1068BL 1068LR 1068DK 1068MT 1068AN 1068XN 1068BM 1068LT 1068DL 1068SL 1068AP 1068XP 1068BN 1068LV 1068DE 1068SM 1068AR 1068XR 1068BP 1068LW 1068DM 1068SR 1068AS 1068XS 1068BR 1068LX 1068DN 1068ST 1068AT 1068XT 1068BS 1068LZ 1068DP 1068SW 1068AV 1068XV 1068BT 1068ZA 1068DR 1068PP 1068AW 1068XW 1068BV 1068ZB 1068DS 1068PR 1068AX 1068XX 1068BW 1068ZC 1068DT 1068PN 1068AZ 1068XZ 1068BX 1068ZD 1068DV 1068EA 1068EH 1068BZ 1068ZE 1068DW 1068EB 1068EN 1068ZG 1068DX 1068EC 1068EP 1068ZH 1068DZ 1068ED 1068ER 1068ZJ 1068MA 1068EE 1068ES 1068EJ 1068ET 1068EG 1068EV Bijlage IV In artikel 3b.1 van de subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen wordt verwezen naar bijlage voor bepalen van de deelgebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inhoudsoverzicht Buikslotermeer Noord Deelgebieden A. Buikslotermeer Noord Het deelgebied Buikslotermeer Noord, waarbinnen de subsidiabele activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3b.3, plaats dienen te vinden is als volgt begrenst: aan de noordwestzijde door de Nieuwe Leeuwarderweg; aan de noordoostzijde tussen de Wieden en de H.Cleyndertweg door de Bakkerswaal en tussen de H.Cleyndertweg en de Nieuwe Leeuwarderweg door een denkbeeldige rechte lijn die in het verlengde van weg-as van Bakkerswaal ligt; aan de zuidoostzijde tussen Bakkerswaal en Dijkwater door de Wieden en tussen Dijkwater en de IJdoornlaan door de H.Cleyndertweg; aan de zuidwestzijde tussen de Wieden en de H.Cleyndertweg door Dijkwater en tussen de H.Cleynderweg en de Nieuwe Leeuwarderweg door de IJdoornlaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 3b.a.a – overzichtskaart van Amsterdam met het gebied ‘Buikslotermeer Noord’ gemarkeerd Figuur 3b.a.a – detailkaart met het gebied Buikslotermeer Noord gemarkeerd De volgende postcodes en bijbehorende huisnummers worden geacht binnen het gebied te liggen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Postcode Huisnummers 1025 CX Alle 1025 CZ Alle 1025 DA 2 t/m 42 even 1025 DE Alle 1025 DG Alle 1025 DH Alle 1025 DJ Alle 1025 DK Alle 1025 DL Alle 1025 EG Alle 1025 EH Alle 1025 EJ Alle Bijlage V:Prioriteitsbuurten van het isolatieoffensief In de artikelen 6A.4, 6B.4 en 8.8 van de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen wordt verwezen naar deze bijlage voor de bepaling van de buurten. De grenzen zijn conform de door het college vastgestelde buurtindeling OiS/CBS.</p>\n<p class=\"lf-p\">Buurtnaam Stadsdeel Planciusbuurt-Zuid Centrum Arondeusbuurt Nieuw-West Bakemabuurt Nieuw-West Bedrijvencentrum Osdorp Nieuw-West Belgiëplein e.o.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuw-West Botteskerkbuurt Nieuw-West Calandlaan/Lelylaan Nieuw-West Confuciusbuurt Nieuw-West Coronelbuurt Nieuw-West Delflandpleinbuurt-Oost Nieuw-West Dichtersbuurt Nieuw-West Dijkgraafpleinbuurt Nieuw-West Dobbebuurt Nieuw-West Dudokbuurt Nieuw-West Eendrachtspark Nieuw-West Emanuel van Meterenbuurt Nieuw-West Jacob Geelbuurt Nieuw-West Jan de Louterbuurt Nieuw-West Johan Jongkindbuurt Nieuw-West Lodewijk van Deysselbuurt Nieuw-West Louis Chrispijnbuurt Nieuw-West Louis Couperusbuurt Nieuw-West Meer en Oever Nieuw-West Meerwaldtbuurt Nieuw-West Middelveldsche Akerpolder Nieuw-West Nieuwe Meer Nieuw-West Noordoever Sloterplas Nieuw-West Ookmeer Nieuw-West Oostoever Sloterplas Nieuw-West Osdorpplein e.o.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuw-West Osdorp-Zuidoost Nieuw-West Overtoomse Veld-Noord Nieuw-West Reimerswaal Nieuw-West Riekerhaven Nieuw-West Ruys de Beerenbrouckbuurt Nieuw-West Sloterdijk Stationskwartier Nieuw-West Sloterpark Nieuw-West Staalmanbuurt Nieuw-West Van Tijenbuurt Nieuw-West Wegener Sleeswijkbuurt Nieuw-West Wildeman Nieuw-West Zuidwestkwadrant-Noord Nieuw-West Zuidwestkwadrant-Zuid Nieuw-West Banne-Noordoost Noord Banne-Noordwest Noord Banne-Zuidoost Noord Banne-Zuidwest Noord Blauwe Zand Noord Bloemenbuurt-Noord Noord Bloemenbuurt-Zuid Noord Buikslotermeerplein Noord De Kleine Wereld Noord Elzenhagen-Zuid Noord IJplein e.o.</p>\n<p class=\"lf-p\">Noord Loenermark Noord Markengouw-Midden Noord Markengouw-Zuid Noord Molenwijk Noord NDSM terrein Noord Plan van Gool Noord Terrasdorp Noord Tuindorp Nieuwendam-Oost Noord Tuindorp Nieuwendam-West Noord Tuindorp Oostzaan-Oost Noord Tuindorp Oostzaan-West Noord Van der Pekbuurt Noord Vliegenbos Noord Vogelbuurt-Noord Noord Vogelbuurt-Zuid Noord Werengouw-Midden Noord Werengouw-Zuid Noord Ambonpleinbuurt Oost Baaibuurt-West Oost Betondorp Oost Dapperbuurt-Noord Oost Drieburg Oost Havenkwartier IJburg Oost Makassarpleinbuurt Oost Nieuwe Oosterbegraafplaats Oost Oosterpark Oost Oosterparkbuurt-Zuidwest Oost Oostpoort Oost Science Park-Zuid Oost Sportheldenbuurt Oost Sportpark Middenmeer-Noord Oost Sumatraplantsoenbuurt Oost Transvaalbuurt-West Oost Tuindorp Amstelstation Oost Tuindorp Frankendael Oost Van der Kunbuurt Oost Hogewey-Midden Weesp Hogewey-Zuid Weesp Weesp-Zuid I Weesp Balboaplein e.o.</p>\n<p class=\"lf-p\">West Bedrijventerrein Landlust West Borgerbuurt West Bosleeuw West Columbusplein e.o.</p>\n<p class=\"lf-p\">West De Wester Quartier West De Wittenbuurt-Zuid West Erasmusparkbuurt-Oost West Geuzenhofbuurt West Gibraltarbuurt West Jan Maijenbuurt West John Franklinbuurt West Kolenkitbuurt-Noord West Kolenkitbuurt-Zuid West Landlust-Noord West Landlust-Zuid West Mercatorpark West Orteliusbuurt-Midden West Orteliusbuurt-Noord West Orteliusbuurt-Zuid West Pieter van der Doesbuurt West Robert Scottbuurt-Oost West Robert Scottbuurt-West West Spaarndammerbuurt-Midden West Spaarndammerbuurt-Noordoost West Spaarndammerbuurt-Noordwest West Spaarndammerbuurt-Zuidwest West Staatsliedenbuurt-Noordoost West Trompbuurt West Van Brakelkwartier West Bertelmanpleinbuurt Zuid Burgemeester Tellegenbuurt-Oost Zuid Burgemeester Tellegenbuurt-West Zuid Diamantbuurt Zuid IJsbaanpad e.o.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zuid IJselbuurt-Oost Zuid IJselbuurt-West Zuid Kromme Mijdrechtbuurt Zuid Marathonbuurt-Oost Zuid Marathonbuurt-West Zuid Olympisch Stadion e.o.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zuid Rijnbuurt-Midden Zuid Rijnbuurt-Oost Zuid Rijnbuurt-West Zuid Van Tuyllbuurt Zuid Zorgvlied Zuid Amstel III deel A/B-Zuid Zuidoost Amsterdamse Poort Zuidoost Bijlmermuseum-Noord Zuidoost Bijlmermuseum-Zuid Zuidoost D-buurt Zuidoost De Kameleon e.o.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zuidoost F-buurt Zuidoost G-buurt-Noord Zuidoost G-buurt-West Zuidoost Gein 1 Zuidoost Gein 2 Zuidoost Gein 4 Zuidoost Hakfort/Huigenbos Zuidoost Holendrecht-West Zuidoost Holendrecht-Zuid Zuidoost Hoptille Zuidoost Kantershof Zuidoost K-buurt-Zuidoost Zuidoost K-buurt-Zuidwest Zuidoost Kelbergen Zuidoost Kortvoort Zuidoost L-buurt Zuidoost Rechte H-buurt Zuidoost Reigersbos 1 Zuidoost Reigersbos 2 Zuidoost Reigersbos 3 Zuidoost Reigersbos 4 Zuidoost Venserpolder-Oost Zuidoost Venserpolder-West Zuidoost Vogeltjeswei Zuidoost Bijlage VI [vervallen] Toelichting Algemene toelichting Inleiding De gemeente Amsterdam wil de verduurzaming van de stad versnellen. De op 3 maart 2020 door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 geeft uitdrukking aan die ambitie en stippelt de weg erheen aan de hand van een viertal transitiepaden uit. Het woord transitie verwijst naar de transitie van CO2 (en equivalenten) uitstotende manieren van dingen doen naar manieren van dingen doen die geen CO2 (of equivalenten) uitstoten en daarmee een vrijwel verwaarloosbare invloed op het klimaat hebben, ook wel klimaatneutraal genoemd. De gebouwde omgeving is één van die transitiepaden. Dit transitiepad is verantwoordelijk voor 25% van de Amsterdamse CO2 uitstoot. Deze subsidieregeling is er op gericht om de versnelling op dit transitiepad te realiseren. In de verschillende hoofdstukken van deze regeling worden subsidies voor verschillende doelgroepen en verschillende aspecten van deze verduurzaming van de gebouwde omgeving geregeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgeschiedenis De gemeente Amsterdam heeft al jaren verschillende subsidies beschikbaar om mensen aan te moedigen om hun in Amsterdam gelegen vastgoed te verduurzamen of het nu ging om isolatie, dubbel glas, duurzame nieuwbouw of aardgasvrij. De regeling zelf is het resultaat van een naamswijziging van de, op 19 november 2019 door het college van B&amp;W vastgestelde, subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij Amsterdam, naar subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen. Deze naamswijziging was nodig om de subsidieregeling een naam te geven die bredere inhoud (breder dan aardgasvrij) van de regeling en de toekomstige ontwikkelingen op dit gebied dekt. Ook komt de regeling dan beter te passen in het subsidielandschap op het gebied van duurzaamheid dat bestaat uit: Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie, duurzame Amsterdamse vervoersmiddelen, duurzame Amsterdamse gebouwen en Groen in Amsterdam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verdient noot dat de subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij Amsterdam op zichzelf al een opvolger was van de subsidieregeling Amsterdam aardgasvrij, die op 31 december 2019 is komen te vervallen en die op zichzelf weer het resultaat was van een naamswijziging van de subsidieregeling Amsterdam aardgasloos.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regelingsstructuur De regeling bevat in verschillende hoofdstukken subsidies voor verschillende onderwerpen. Hoofdstukken 1 tot 4 gaan over het aardgasvrij maken van bestaande gebouwen. Hoofdstuk 5 gaat over de verduurzaming van de nieuwbouw in bepaalde delen van de stad. Hoofdstuk 6, hoofdstuk 6A en hoofdstuk 6B gaan over het behalen van een aantal labelstappen in bestaande bouw in bepaalde delen van de stad in combinatie met het wegwerken van achterstallig onderhoud.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstukken 1 tot 4 Aardgasvrij Met de laatste naamswijziging zijn de structuur en inhoud van de subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij behouden gebleven. De aardgasvrij regeling heeft zijn plaats gekregen in hoofdstuk 1 tot 4 van deze regeling. Het gaat nadrukkelijk om tot 4, zodat hoofdstuk 4 en de eventuele vervolghoofdstukken er geen onderdeel van zijn, maar de hoofdstukken 3a, 3b, 3c enzovoort wel. Dit deel van de regeling voorziet in de ambitie om specifieke uitwerkingen van de regeling mogelijk te maken voor nader te bepalen gebieden in Amsterdam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 1 bevat de algemene voorwaarden die gelden voor alle subsidies die op grond van hoofdstukken 1 tot 4 worden gegeven. Hoofdstuk 2 bevat de voorwaarden voor een stadsbrede die geldt voor alle delen van de stad die niet aangewezen zijn in een hoofdstuk waarvan het nummer met een 3 begint. Lees daarover meer bij het hoofdstuk stadsbrede subsidie. De hoofdstukken waarvan het nummer met 3 begint bevatten techniekafhankelijk voorwaarden die gelden subsidieaanvragen voor vastgoed dat gelegen is in de deelgebieden die dat hoofdstuk zijn aangewezen. In de bijlagen bij de regeling worden de deelgebieden, die samen het werkingsgebied van ieder van de hoofdstuk vormen, precies omschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er kan op verschillende niveaus gevarieerd worden in de subsidievoorwaarden. 1. Op het niveau van de algemene voorwaarden, zoals bepaalt in hoofdstuk 1, zodat een voorwaarde voor alle subsidieaanvragen geldt. 2. Op gebiedsniveau, zodat een voorwaarde voor het gebied in dat hoofdstuk en dus voor alle gevallen waar die specifieke voorkeurstechniek bestaat geldt. 3. Op deelgebiedsniveau, zodat een voorwaarde uitsluitend voor één deelgebied geldt. Vanuit het oogpunt van de gelijke en eenvoudige behandeling van aanvragen is het streven om zoveel mogelijk zaken op het niveau van de algemene voorwaarden te regelen, maar sommige zaken moeten nu eenmaal iets specifieker bepaald worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepalen van die afwijkende subsidievoorwaarden gebeurt op basis van de uitkomsten van de voor dat gebied bepaalde wijkaanpak. In de wijkaanpak wordt samen met de eigenaren, gebruikers en partijen die de infrastructuur aanleggen en beheren gezocht naar de beste oplossing voor de hele wijk om de stap (en eventuele tussenstappen) naar aardgasvrij te maken. Dit vraagt om een complexe belangenafweging met betrekking tot de volgende zaken: de breed gedragen voorkeuren van eigenaren en gebruikers in een gebied voor een specifiek alternatief; de isolatiegraad van bestaand vastgoed; het beschermde of monumentale karakter van het bestaand vastgoed; renovatieplannen van vastgoedeigenaren; de geschiktheid van inpandige installaties in bestaand vastgoed voor bepaalde aardgas alternatieven; de geschiktheid van bestaande bouwkundige constructies voor bepaalde aardgas alternatieven; de mate van afschrijving die gedaan is op de aanwezige aardgasverbrandingsinstallaties; de mate waarin het eigendom van bestaande gebouwen is gefragmenteerd; de investeringsbereidheid en -gereedheid van eigenaren van de bestaande gebouwen; de mate waarin verhuurders instemming van huurders nodig hebben en kunnen krijgen voor alternatieven voor aardgas; de uitvoeringscapaciteit van installatiebedrijven; de ligging en nabijheid van potentiële alternatieve warmtebronnen; de beperkte beschikbaarheid van potentiële alternatieve warmtebronnen; de ontwikkeling en stimulering van alternatieve warmtebronnen; de ligging en nabijheid van potentiële alternatieve energieinfrastructuur; de geschiktheid van bestaande energieinfrastructuur voor de implementatie van alternatieven; de hoeveelheid vastgoed of het percentage van vastgoed dat minimaal moet kiezen voor een collectieve oplossing om de aanleg ervan rendabel en betaalbaar te maken. de mate van afschrijving op de bestaande energieinfrastructuur; de investeringsbereidheid en -gereedheid van partijen die energieinfrastructuur aanleggen en beheren; de uitvoeringscapaciteit bij de partijen die de energieinfrastructuur aanleggen en beheren; de onderhoudsplanning voor bestaande ondergrondse infrastructuur; de mate waarin de bestaande inrichting van de openbare ruimte is afgeschreven; de onderhoudsplanning voor de openbare ruimte in het gebied; de hoeveelheid beschikbare ruimte in de ondergrond voor de aanleg van alternatieve of supplementaire energieinfrastructuur; de ontwikkelingsplannen van de gemeente in nabijgelegen gebieden; de verkeerkundige consequenties van de aanleg van alternatieve infrastructuur;</p>\n<p class=\"lf-p\">de bedrijfsvoeringsconsequenties voor bestaande ondernemers van de aanleg van alternatieve infrastructuur. het wettelijke kader en de beschikbare juridische instrumenten die betrekking hebben op de energietransitie; de algemene stand van de techniek voor alternatieve warmtebronnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast zijn er nog zaken die niet specifiek zijn voor ieder (deel)gebied, maar met het verstrijken van tijd kunnen veranderen en kunnen leiden tot aanzienlijke verschillen tussen gebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veel van de voorgenoemde zaken treffen belangen die aanmerkelijk breder zijn dan het belang van de eigenaar of gebruiker van het vastgoed die subsidie kan aanvragen op basis van een gebiedsgerichte uitwerking. Deze belangen in overweging nemende, is het te rechtvaardigen dat verschillende voorwaarden worden bepaald in verschillende gebieden. Voorbeelden van voorwaarden waarin gevarieerd kan worden, zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van het subsidieplafond voor een (deel)gebied, zodat dat aansluit bij het aantal gebouwen in het gebied en de te verwachten te verlenen subsidie per gebouw. Dit is ter voorkoming van reservering van grote hoeveelheden gemeentemiddelen voor gebouwen in (delen van) gebieden waarvan de uitvoering niet binnen afzienbare tijd zal beginnen of waar subsidieaanvragen niet mogelijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten waarvoor subsidie aangevraagd kan worden, zodat gericht voorkeursalternatieven kunnen worden gestimuleerd en het subsidiëren van tussenoplossingen en deeloplossingen mogelijk wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de subsidie, zodat deze beter aansluit bij de te verwachten kosten voor de installatie van het voorkeursalternatief in het vastgoed in het gebied of zodat een vast subsidiebedrag in plaats van een maximaal subsidiebedrag bepaald kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De functies van de gebouwen waarvoor subsidie beschikbaar gesteld kan worden, zodat naast woningen ook bestaande maatschappelijke organisaties of kleine ondernemingen in een bepaald gebied gestimuleerd kunnen worden om de transitie te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvragers, zodat bijvoorbeeld uitgesloten kan worden dat aanvragers een winstoogmerk hebben of zodat verzekerd kan worden dat aanvragen uitsluitend vanuit VvE verband gedaan kunnen worden om de besturen van de in het gebied aanwezige VvE’s in een stevigere positie te brengen ten opzichte van de deeleigenaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in te dienen gegevens, zodat deze aansluiten bij de afwijkende activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De weigeringsgronden, zodat deze beter aansluiten bij de concrete plannen en afspraken die uit de wijkaanpak volgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De termijn waarbinnen de subsidie kan worden aangevraagd, zodat eigenaren en bewoners in een gebied gestimuleerd worden om snel de overstap naar het alternatief te maken en de kosten die gemoeid zijn met een functionerend maar deels gebruikte alternatieve verwarmingsinstallatie worden vermeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvullende verplichtingen, zodat deze beter aansluiten bij eventuele andere activiteiten en de concrete afspraken die uit de wijkaanpak volgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De-minimisverklaring en staatssteun Op 2 juni 2020 heeft het college van B&amp;W met het oog op grotere aanvragen van vastgoedbezitters voor aardgasvrij subsidie (zoals geregeld in hoofdstukken 1 tot 4) besloten om minder dwingend te zijn met betrekking tot de de-minimisverklaring. Als gevolg daarvan is de de-minimisverklaring in deze gevallen geen gedwongen weigeringsgrond meer. Het voldoen aan de de-minimisvereisten is een ‘kan’ bepaling geworden. De bedoeling hiervan is dat het college aanvragers van subsidie, geen toegelaten instellingen zijnde, die subsidie aanvragen voor meerdere woningen of meerdere bedrijfs- of maatschappelijke ruimten, waardoor er meer dan €200.000,- gemoeid zou zijn, niet direct meer weigert. In de plaats daarvan onderzoekt en bepaalt het college in die individuele gevallen of er vanuit de artikel 107 of 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (of daarop gebaseerde regelgeving en richtlijnen) beperkingen worden opgelegd. Het college zal bij de verlening rekening houden met deze beperkingen en daardoor de subsidie mogelijk lager of zelfs op nihil verlenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stadsbrede subsidie (hoofdstuk 2) De eerste en uitzonderlijke gebiedsgerichte aardgasvrije subsidie ligt besloten in hoofdstuk 2. Het werkingsgebied voor dit hoofdstuk betreft de gehele stad, met uitzondering van gebieden die in andere hoofdstukken zijn aangewezen. Zodra er een gebiedsgerichte uitwerking voor een gebied bestaat, is het voor eigenaren en gebruikers van vastgoed in dat gebied dus in principe niet meer mogelijk om subsidie aan te vragen voor dat vastgoed op basis van de stadsbrede regeling in hoofdstuk 2. Als vanzelfsprekend is het ook niet mogelijk om subsidie aan te vragen op basis van de voorwaarden die voor een ander gebied gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het stadsbrede hoofdstuk fungeert als een waarborg dat iedereen die slechts een appartement of enkele gebouwen bezit aanspraak kan maken op subsidie voor het aardgasvrij maken van zijn of haar gebouwen. Grote vastgoedbezitter met meer dan 20 verblijfsobjecten in hun bezit zijn kunnen geen gebruik maken van de stadsbrede subsidie. Deze partijen worden geacht mee te werken aan het stand brengen van gebiedsgerichte oplossingen. Het grote werkingsgebied van dit hoofdstuk laat weinig ruimte voor maatwerk en de maximale subsidiebedragen zijn aan de lage kant.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de inwerkingtreding van de subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij voorzag de stadsbrede regeling uitsluitend in subsidie voor het aardgasvrij maken van woningen. Met de inwerkingtreding van het Wijzigingsbesluit duurzame Amsterdamse gebouwen is het ook voor bedrijven en maatschappelijke organisaties, binnen het werkingsgebied van hoofdstuk 2, mogelijk geworden om aanspraak te maken op subsidie voor het aardgasvrij maken van bedrijfsruimten en maatschappelijk vastgoed. Scholen zijn uitgesloten van deze subsidie, omdat voor deze groep een andere subsidie is voorzien. De bedoeling is dat nieuwe gebiedsgerichte uitwerkingen ook zullen voorzien in subsidie voor bedrijfsruimten en maatschappelijk vastgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Warm Amsterdam (hoofdstuk 3) Het op 10 april 2022 door het college vastgestelde hoofdstuk 3 regelt de subsidie voor gebieden waar aansluiting op het stadwarmtenet de voorkeur geniet. Deze voorkeur is een direct gevolg van de Warmtemotor, een samenwerkingsverband gebaseerd op concrete afspraken tussen Vattenfal, de Amsterdamse woningcorporaties en de gemeente Amsterdam om voor 2030 10.000 van het aardgas te halen. Het gebied waar de voorwaarden uit hoofdstuk 3 van toepassing zijn wordt in zogenaamde tranches uitgebreid. Elke tranche bestaat uit een aantal deelgebieden. Door de vraag in deze gebieden te bundelen onderhandelen de woningcorporaties samen sterker met de exploitant van het warmtenet over de prijs die voor de aansluiting wordt betaalt en de termijn waarbinnen zij hun vastgoed in die gebieden aan zullen sluiten. De gemeente stemt de hoogte van de beschikbare subsidies in elke tranches af op de hoogte van de kosten die geraamd worden. Particulieren en andere eigenaren van vastgoed kunnen onder dezelfde voorwaarden als de corporaties een aansluiting aanvragen en krijgen een gelijke subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Techniekneutraal gebied (hoofdstuk 3a) Op 25 oktober 2022 stelde het college het nieuwe hoofdstuk 3a vast. Dit hoofdstuk was een bundeling van de gebiedsspecifieke uitwerkingen die voorheen in de hoofdstukken met nummers 3a, 3b, 3c, 3d, 3e en 3z waren besloten. Bij de bundeling van deze hoofdstukken zijn de voorwaarden zoveel als redelijkerwijs mogelijk geüniformeerd. Dit betekent dat de subsidiabele activiteiten in sommige gevallen iets veranderd zijn. Een belangrijke vereenvoudiging is dat de systematiek van forfaitaire kosten niet meer wordt gebruikt, waardoor het voor aanvragers beter te begrijpen is hoeveel subsidie ze kunnen verwachten. De hoogte en de looptijden van de subsidieplafonds zijn gelijk gebleven. Een aantal uitzonderlijke bepalingen over subsidiabele kosten in de Gentiaanbuurt en de Wildemanbuurt, die voortkomen uit toezeggingen aan de vastgoedbezitters in die gebieden komen ook terug.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoewel het hoofdstuk de naam techniekneutraal draagt zijn er vanuit de algemene voorwaarden in hoofdstuk 1 wel vereisten aan de techniek die gebruikt wordt om het vastgoed in het gebied van dit hoofdstuk aardgasvrij te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in hoofdstuk 3a gebundelde en dus vervallen hoofdstukken 3a, 3b, 3c, 3d, 3e en 3z waren respectievelijk op 2 juni 2020, 2 juni 2020, 26 oktober 2021, 18 januari 2022, 18 januari 2022 en 19 november 2019 door het college vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Riothermie Buikslotermeer Noord en de Kleine Wereld Op 24 januari 2023 heeft het college van B&amp;W met het oog op de concrete plannen en afspraken die voorlagen voor het aardgasvrij maken van delen van het vastgoed in de Buikslotermeer Noord en de Kleine Wereld, besloten om een specifieke (i.e. op die buurt gerichte) uitwerking van de subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen vast te stellen. Deze subsidie is opgenomen in het nieuwe hoofdstuk 3b.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in hoofdstuk 3b voor delen van de Buikslotermeer Noord en de Kleine Wereld bepaalde subsidiabele activiteiten wijken af van die in hoofdstuk 2. Door deze afwijking is er uitsluitend subsidie op grond van hoofdstuk 3b als woningen aangesloten worden op het lokale bronnet dat gevoed wordt met behulp van riothermie. Er is gericht een klein gebied aangewezen waar grote zekerheid is over de investeringsbereidheid van de vastgoedbezitters in het lokale bronnet op Riothermie. Het is daarom uitsluitend mogelijk om in dit gebied subsidie te krijgen als aangesloten wordt op het te realiseren bronnet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidiabele activiteiten in de aangewezen delen van de Buikslotermeer Noord en de Kleine Wereld vereisen in afwijking van de subsidie in andere gebieden niet dat de woningen direct geheel aardgasvrij worden. Riothermie is een relatief nieuwe techniek, het in de praktijk ervaring opdoen met de toepassing er van op de beoogde schaal is onderdeel van het project. De planvorming het lokale bronnet voorziet in een gefaseerde ontwikkeling van installaties die de capaciteit van de het lokale bronnet om warmte te leveren vergroten. Tegelijkertijd is er sprake van een gefaseerd plan van betrokken vastgoedeigenaren om hun vastgoed aanvullend te isoleren. Dit zal op termijn leiden tot een daling van de warmtevraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Totdat beide maatregelen getroffen zijn wordt het verstandig geacht om een gasgestookt alternatief voor de piekvraag en storing te gebruiken en achter de hand te houden. Normaliter wordt een dergelijke gasgestookte achtervang- en piekvoorziening als onderdeel van de installaties in de kosten van de aanleg van het lokale bronnet berekend. Om de kosten voor de aanleg van dit lokale bronnet laag te houden en om de vastgoedeigenaren de tijd te gunnen om de benodigde isolatiemaatregelen door te voeren is gekozen om de bestaande inpandige gasgestookte verwarmingsinstallaties in stand te houden. Aanvullend wordt voorzien in de mogelijkheid om een onzelfstandige woonruimten te subsidiëren om aan te sluiten op het lokale bronnet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van deze subsidie wordt bepaald op basis van het aardgasverbruik van de onzelfstandige woonruimten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een potentieel hoger subsidiebedrag beschikbaar gesteld voor de subsidiabele activiteiten in deze buurt, dan op grond van de stadsbrede subsidie beschikbaar is. Om echter aanspraak te kunnen maken op dit hogere bedrag zullen ook aanzienlijk hogere werkelijk subsidiabele kosten gemaakt moeten worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond voor deze delen van de Buikslotermeer Noord en de Kleine Wereld is lager dan de som van de op basis van de afspraken en concrete plannen voor deze buurt verwachte aanvragen gedurende de beperkte periode dat het mogelijk is om subsidie aan te vragen. De reden hiervoor is dat verwacht wordt dat de aanvragers gebruik zullen maken van de Subsidieregeling Aardgasvrij Huurwoningen van het Rijk en daarom uiteindelijk minder subsidie van de gemeente nodig zullen hebben.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 4 Subsidie voor hybride warmtepompen</h3>\n<p class=\"lf-p\">In de raadsbrief van 30 januari 2025 is een koerswijziging in de warmtetransitie aangekondigd. In de brief wordt benoemd dat de gemeente wil sturen op CO2-reductie op korte termijn, zonder de ambitie aardgasvrij uit het oog te verliezen. Uitgangspunten daarvoor zijn en blijven dat warmte duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar is. We sturen daarbij op rechtvaardigheid door ook in de warmtetransitie ongelijk te investeren voor gelijke kansen. In de raadsbrief van 3 juli 2025 wordt verdere invulling gegeven aan de koerswijziging. De bovenstaande subsidieregeling voor hybride warmtepompen is de concrete uitwerking van de toegezegde warmtepompsubsidie zoals aangekondigd in de brief van juli 2025. Uit het oogpunt van ongelijk investeren voor gelijke kansen richt deze subsidieregeling zich op woningcorporaties en woningen van eigenaar-bewoners met een maximale WOZ-waarde. Hiermee biedt deze subsidieregeling ook Amsterdammers met een smallere beurs de mogelijkheid om middels een hybride warmtepomp te besparen op de energierekening. Het doel van dit hoofdstuk is daarom stadsbreed bij een deel van de woningvoorraad de aanschaf van een hybride warmtepomp te stimuleren en zo bij te dragen aan CO2-reductie op de korte termijn. Het gebruik van hybride warmtepompen draagt bij aan de vermindering van het aardgasverbruik en de daarmee samenhangende CO₂-uitstoot binnen de gemeente Amsterdam. Ook zorgt het in deze woningen voor de bewoners voor lagere energiekosten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 5 Duurzame Nieuwbouw</h3>\n<p class=\"lf-p\">Uit de Routekaart naar een Klimaatneutrale stad blijken de zeer hoge ambities van de gemeente Amsterdam op het gebied van de duurzaamheid van nieuwbouw. In vele gevallen leiden deze ambities ertoe dat de eisen die gemeente Amsterdam stelt aan deze gebouwen ver boven de wettelijke vereisten liggen. De bovenwettelijke maatregelen zijn vaak duur en voor organisatie die te maken hebben met maximale huurprijzen zijn de kosten voor het realiseren van deze gemeentelijke ambities moeilijk op te brengen. Tegelijkertijd heeft college de ambities om aanzienlijk aandeel van de nieuwbouw te laten bestaan uit sociale huurwoningen. Het college acht het onwenselijk om de duurzaamheidseisen voor sociale huurwoningen lager te maken en daarmee op termijn de minder bedeelden op te zadelen met hogere energierekeningen. Om de partijen die dergelijke woningen realiseren een steun in de rug te geven heeft het college daarom besloten om in specifieke gebieden waar dergelijke eisen van toepassing zijn aan partijen die te maken hebben met de maximale huurprijzen een subsidie beschikbaar te stellen die een deel van de hogere kosten dekt. De bepalingen die betrekking hebben op deze subsidie zijn opgenomen hoofdstuk 5 van deze regeling. Het doel van dit hoofdstuk is het in specifieke gebieden stimuleren van de realisatie van duurzame sociale nieuwbouw die bijzonder gunstige eigenschappen heeft qua energiehuishouding en een bijzonder lage milieubelasting tot gevolg heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie voor duurzame sociale huurwoningen Strandeiland en Buiksloterham Op 23 november 2021 heeft het college besloten om voor het Strandeiland en de Buiksloterham subsidies beschikbaar te stellen aan corporaties om uiterst duurzame sociale huurwoningen te realiseren. Dit zijn twee gebieden waar uitzonderlijk hoge ambities gelden op het gebied van de duurzaamheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is nadrukkelijk de bedoeling om in dit hoofdstuk voorwaarden te stellen die het voor de aanvrager eenvoudig maken om de subsidie binnen een jaar voor de start van de bouw aan te vragen. De lichte ingangsvereisten hebben als gevolg dat de gemeente weinig zekerheid heeft over hetgeen daadwerkelijke gerealiseerd zal worden. Er is daarom gekozen om bij de subsidieverlening een maximaal subsidiebedrag te bepalen dat afhankelijk van hetgeen daadwerkelijk wordt gerealiseerd lager vastgesteld kan worden. Na de oplevering van de bouw kan de subsidie worden vastgesteld en daarbij kan de aanvrager om aanmerkelijk meer informatie gevraagd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 6, 6A en 6B Verduurzamende woningverbetering Zuidoost, Nieuw-West en Noord</h3>\n<p class=\"lf-p\">Met hoofdstuk 6 wordt subsidie in Zuidoost mogelijk gemaakt voor verenigingen van eigenaren. Er is geld beschikbaar voor woningen in particulier bezit en in corporatiebezit. Dit is op basis van de mogelijkheden die de gemeente heeft gekregen van financiële steun van het Rijk vanuit het door het Rijk bestuurde Volkshuisvestingsfonds in de vorm van een specifieke uitkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met hoofdstuk 6A wordt subsidie in Nieuw-West mogelijk gemaakt voor verenigingen van eigenaren en eengezinswoningen. Er is geen geld beschikbaar voor woningen in corporatiebezit vanwege een beperkter kader van het Rijk van het Volkshuisvestingsfonds.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met hoofdstuk 6B wordt subsidie in Noord mogelijk gemaakt voor verenigingen van eigenaren en eengezinswoningen. Voor verenigingen van eigenaren is er geld beschikbaar voor woningen in particulier bezit en in corporatiebezit.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 7 Extra Isolatie Subsidie Amsterdam</h3>\n<p class=\"lf-p\">Op 16 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam besloten om hoofdstuk 7 toe te voegen aan de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen. Net als hoofdstuk 6, betreft hoofdstuk 7 een zelfstandig hoofdstuk. Het hoofdstuk, Extra Isolatie Subsidie Amsterdam, ondersteunt eigenaar-bewoners en verenigingen van eigenaars bij het laten nemen van energiebesparende isolatiemaatregelen en energiezuinige ventilatiemaatregelen, met als doel de verduurzaming van slecht geïsoleerde woningen met een WOZ-waarde van maximaal € 666.000 in het peiljaar 2024.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 8 Planvorming verduurzaming voor vve’s</h3>\n<p class=\"lf-p\">Op 10 december 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam besloten om hoofdstuk 8 Planvorming verduurzaming voor vve’s toe te voegen aan de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen (SDAG). Net als hoofdstuk 6 en 7, betreft hoofdstuk 8 een zelfstandig hoofdstuk. Het hoofdstuk ondersteunt verenigingen van eigenaars (vve’s) bij de voorbereiding van het verduurzamen van haar gebouw(en). Dit hoofdstuk heeft als doel om planvorming ter verduurzaming en verbeteren van slecht geïsoleerde woningen te stimuleren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelsgewijze toelichting</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen met betrekking tot gebiedsgericht aardgasvrij</h3>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen in dit hoofdstuk zijn algemeen van aard en zijn van algemene toepassing binnen hoofdstukken 1 tot 4 van deze regeling. De artikelen in de daaropvolgende hoofdstukken hebben uitsluitend betrekking op het in het eerste artikel van dat hoofdstuk bepaalde gebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11-114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel zijn definities opgenomen van begrippen die in hoofdstukken 1 tot 4 van deze regeling gebruikt worden. Het is in mogelijk dat de betekenis van deze definities afwijkt van de betekenis die de gebruikte begrippen in het algemeen taalgebruik hebben. In dat laatste geval is, de definitie leidend. Een aantal begrippen wordt nader toegelicht, mede omdat in de uitvoeringspraktijk is gebleken dat er onduidelijkheid over de duiding ervan kan ontstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aardgasvrij: de definitie van een “aardgasvrij” omvat ook de mogelijkheid van groen gas in een gebouw. Ook is er ruimte voor verschillende soorten kookoplossingen, zolang deze minder fijnstof produceren dan aardgas. Reden daartoe is dat fijnstofproductie een zorg is voor de gemeente Amsterdam. Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om aan te tonen dat de voorgestelde oplossing minder fijnstof produceert. De begrippen groen gas, verwijderen aardgas aansluiting, bestaand gebouw zijn later gedefinieerd. Het begrip gebouwgebonden verwijst naar de later gedefinieerde fysieke gebouwgebonden voorziening. Met fossiele brandstoffen wordt gedoeld op exotherm oxideerbare koolwaterstoffen die uit de aardkorst worden gewonnen, zoals o.a. kolen, aardolie en aardgas.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een verblijfsobject (bijv. een appartement), onderdeel is van een pand met meerdere woningen of een groter gebouw en aangesloten is op een collectieve gebouwgebonden warmte of warm water installatie (bijv. gasgestookte blokverwarming), dan worden deze installaties ook aan de verblijfsobject verbonden geacht. Dit heeft als gevolg dat een appartementseigenaar die aan blokverwarming is aangesloten geen subsidie kan ontvangen voor het aardgasvrij maken van de aardgas verbruikende installaties in het appartement, zolang het de blokverwarming niet ook aardgasvrij is. In samenhang met weigeringsgrond in artikel 1.8, tweede lid, onderdeel h worden eigenaren van appartementen met een collectieve verwarmingsinstallatie uitsloten van subsidie als ze niet de collectieve verwarmingsinstallatie aardgasvrij maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lees hierover meer bij artikel 1.8, tweede lid, onderdeel h.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afsluiting: het verwijderen van de aardgasaansluiting wordt gedaan door de netbeheerder. De kosten die de netbeheerder in rekening brengt voor de afsluiting worden bepaald in lagere wet- en regelgeving die volgt uit de gaswet en worden gecontroleerd door de Autoriteit Consument en Markt. De kosten hiervoor worden in sommige gebieden aangemerkt als subsidiabele activiteiten. De netbeheerder levert de aanvrager een schriftelijk bewijs van afsluiting bijvoorbeeld in de vorm van een voldane factuur. Het college kan gebruik maken van de informatie in het EAN codeboek om te controleren of een woning daadwerkelijk afgesloten is van het aardgas. Bij het gebruik van Het EAN codeboek moet echter wel rekening gehouden worden met de relatieve lage updatefrequentie, waardoor deze soms verouderde informatie bevat. Het codeboek is beschikbaar via www.eancodeboek.nl. Afsluiting gaat nadrukkelijk over het permanent verwijderen van de gasmeter, niet het verzegelen van de meter om tijdelijk de gaslevering te stoppen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Fysieke gebouwgebonden activiteiten: Met het begrip fysiek wordt gedoeld op het materiele en tastbare aspect van activiteiten. Immateriële zaken als bijvoorbeeld rechten, vergoedingen of afspraken vallen er dus niet onder. Met gebouwgebonden wordt gedoeld op het duurzaam schoef- of nagelvast met het gebouw of de bijbehorende gronden verbonden zijn. Een andere mogelijke indicator van het gebouwgebonden karakter van een activiteiten is of deze bij beëindiging van verhuring in de woning aanwezig blijft en dus als onderdeel van het gehuurde aangemerkt wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied: Gebieden in deze regeling komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de gebieden, zoals die gedefinieerd worden in artikel 1 van de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam. Een gebied kan bestaan uit verschillende deelgebieden en deze deelgebieden zijn niet noodzakelijkerwijs aan elkaar verbonden. Een gebied of deelgebied is nooit kleiner dan één adres.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woning: Met het begrip woning wordt aangesloten bij de definities die gebruikt worden in de Wet Basisregistratie Adressen en Gebouwen. Dit maakt het bij de beoordeling eenvoudig om de in de basisregistratie beschikbare gegevens te gebruiken. Een burger kan deze informatie met betrekking tot zijn eigen woning controleren door zijn adres op te zoeken op data.amsterdam.nl. Als er voor het adres van de woning onder het kopje ‘verblijfsobject’ bij het gebruiksdoel ‘woonfunctie’ staat voldoet de woning aan deze voorwaarde. Als het adres niet te vinden is of een ander gebruiksdoel heeft, dan wordt het niet aangemerkt als woning. De begrippen verblijfsobject, stand- of ligplaats volgen de Catalogus Basisregistratie Adressen en Gebouwen 2018 die bijlage I vormt van de ministeriele Regeling BAG.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruiksdoel woonfunctie sluit aan bij de Bijlage van het Besluit basisregistratie adressen en gebouwen. Het gebruiksdoel (bouwkundige bestemming) is initieel afgeleid uit de bouwkundige gebruiksfunctie conform de categorisering van het Bouwbesluit 2012. De Wet op de huurtoeslag en artikel 7:234 BW stellen dezelfde eisen aan zelfstandige woonruimte als de Wet bag aan adresseerbaar object met woonfunctie. Weliswaar kent de BAG alleen een gebruiksdoel toe aan een verblijfsobject, maar ook standplaatsen en bepaalde ligplaatsen kennen een BAG+-gebruiksdoel op grond van art. 2.1 lid 1 onder a, c of d, en art. 8.2a Wabo. Dit heeft als consequentie dat woonboten met ligplaatsvergunning en vergunde standplaatsen voor woonwagen ook in aanmerking komen voor subsidie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de regeling in hoofdstukken 1 tot 4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zie ook de inleiding hiervoor. Om in 2040 een stad zonder aardgas te zijn, moet het aantal aardgasvrije bestaande woningen en nieuwe woningen binnen kleinschalige transformatie in Amsterdam fors stijgen. Door in plaats van aardgas te verwarmen met en te koken op een duurzaam alternatief wordt de CO2-uitstoot in de gemeente Amsterdam teruggedrongen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van hoofdstukken 1 tot 4 van deze regeling is daarom het stimuleren van het uitvoeren van activiteiten die het gebruik van aardgas gebiedsgericht terugdringen. Met een robuuste en laagdrempelige subsidieregeling wordt een zo groot mogelijk aantal eigenaren of gebruikers gestimuleerd om over te gaan tot het uitvoeren van activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-14-116\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Europees kader bij subsidie aan woningcorporaties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstukken 1 tot 4 van de subsidieregeling Duurzame Amsterdamse gebouwen is getoetst aan de staatssteunregels. Onderscheid kan worden gemaakt tussen subsidie die wordt verstrekt aan i) woningcorporaties, ii) ondernemers, niet zijnde woningcorporaties en iii) niet-ondernemers.</p></div>", "next": 239252}