{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verleend voor een of meer van de volgende activiteiten: aanpassing van de stalvloer voor dagverse mest in de mestvergister; aanleg van een groengasleiding of biogasleiding vanaf 1000 meter; opslag en nabewerking van vergiste biomassa, het restproduct van de biogasproductie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: de mestvergister wordt gerealiseerd in Overijssel; de verwerkingscapaciteit van de mestvergister bedraagt maximaal 25.000 kuub mest per jaar; het totale energieverbruik voor het in werking hebben van de mestvergister bedraagt maximaal 1/3 van de energielevering van de mestvergister, inclusief de eventuele aanvoer van mest van derden; het biogas uit de mestvergister dient: opgewaardeerd te worden op de boerderij tot groen gas en in het openbare aardgasnet ingevoed te worden; of in een centrale installatie opgewaardeerd te worden tot groen gas en in het openbare aardgasnet ingevoed te worden; of rechtstreeks als biogas aan een afnemer geleverd te worden ten behoeve van warmte- of stoomproductie; de aanvrager heeft de benodigde vergunningen en akkoord op de verplichte meldingen verkregen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3114-207\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.11.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvrager is of wordt een BV, een NV, een maatschap, een commanditaire vennootschap (CV), een v.o.f. of een eenmanszaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Een ondernemer die actief is in de productie van primaire landbouwproducten kan alleen een aanvraag indienen, als de productie en levering van biogas of groen gas onder een aparte organisatie is ondergebracht met een gescheiden financiële administratie.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Als een BV, een NV, een maatschap, commanditaire vennootschap (CV), een v.o.f. of een eenmanszaak nog opgericht moet worden, dan wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat de aanvrager de beoogde rechtsvorm verkrijgt.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.11.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De kosten voor de aanschaf en installatie van de mestvergister zijn niet subsidiabel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3116\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.11.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie is maximaal 50% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie is maximaal € 100.000,- per aanvraag en per mestvergister.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager mag maximaal 1 keer subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3117\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.11.7</span><span class=\"lf-art-t\">Eigen bijdrage</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Minimaal 50% van de subsidiabele kosten wordt betaald met een geldbijdrage van de aanvrager of van derden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3118\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.11.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Kleine mestvergister op boerderijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken en gegevens in: een begroting en dekkingsplan. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken; de energiebalans, opgesteld door de leverancier van de mestvergister. Dit is een opgave van de hoeveelheid geproduceerd biogas in m3 per jaar en van de warmte- en elektriciteitsvraag van de installatie; hoeveel ton mest wordt aangevoerd van buiten het eigen bedrijf en hoeveel vervoerskilometers dat betreft; offerte(s).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3119\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.11.9</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2022 en 2023.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31110\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.11.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is verplicht: de activiteiten binnen 12 maanden na subsidieverlening uitgevoerd te hebben; voor de monitoring van de energiebalans van de mestvergister, een jaar na volledige in bedrijfstelling de volgende informatie in te leveren: de geproduceerde hoeveelheid biogas en ook het warmte- en elektriciteitsverbruik van de installatie; de hoeveelheid aangevoerde mest in ton en het aantal vervoerskilometers dat daarvoor is afgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.11.11</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordeling integriteit van de subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager levert een volledig ingevuld Bibob-formulier subsidies in, als het eigen onderzoek van Gedeputeerde Staten daartoe aanleiding geeft. Artikel 1.2.25 is van toepassing</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.11.12</span><span class=\"lf-art-t\">Geen staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.11.13</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2023.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.12Gereserveerd 3.13Gereserveerd 3.14Gereserveerd 3.15Intensivering energietoezicht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3151\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.15.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van de begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteitenbesluit milieubeheer: besluit van 19 oktober 2007, met algemene regels voor inrichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Energiebesparingsplicht: verplichting tot het nemen van alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder zoals opgenomen in artikel 2.15 lid 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Informatieplicht energiebesparing: verplichting tot het vierjaarlijks rapporteren van energiebesparende maatregelen zoals opgenomen in artikel 2.15 lid 2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inrichting: inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, waarop op grond van artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer de energiebesparingsplicht van toepassing is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3152\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.15.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie energiebesparende maatregelen en de opwekking van hernieuwbare energie stimuleren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3153\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.15.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verleend om energietoezicht door de Omgevingsdienst IJsselland en de Omgevingsdienst Twente te intensiveren. Het gaat om toezicht bij inrichtingen op de naleving van artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer in de jaren 2022 en 2023.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het energietoezicht voldoet aan de volgende voorwaarden: toezicht wordt uitgevoerd door de Omgevingsdienst IJsselland of de Omgevingsdienst Twente; het toezicht wordt gehouden bij energierelevante bedrijven. Dit zijn bedrijven met een energiegebruik van minimaal 50.000 kWh en/of 25.000 m3 aardgas equivalent per jaar; het toezicht wordt niet gehouden bij inrichtingen als bedoeld in artikel 15.51 en artikel 16.5 van de Wet milieubeheer en inrichtingen met een omgevingsvergunning milieu.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3154\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.15.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvrager is een Overijsselse gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De gemeente heeft vergunningverlenings-, toezichts- en handhavingstaken voor energietoezicht gemandateerd aan de Omgevingsdienst;</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De gemeente laat bij minimaal 5% van de inrichtingen zelf energietoezicht uitvoeren en brengt hiervoor extra middelen in.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3155\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.15.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen kosten van derden, namelijk de personeelskosten van de Omgevingsdienst zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3156\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.15.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie is een vast bedrag van € 639,- per inrichting waar energietoezicht wordt gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Voor de gemeenten in IJsselland is de subsidie jaarlijks maximaal: € 8.307,- voor de gemeente Dalfsen; € 21.726,- voor de gemeente Deventer; € 18.531,- voor de gemeente Hardenberg; € 12.141,- voor de gemeente Kampen; € 3.834,- voor de gemeente Olst-Wijhe; € 6.390,- voor de gemeente Ommen; € 12.141,- voor de gemeente Raalte; € 5.751,- voor de gemeente Staphorst; € 10.224,- voor de gemeente Steenwijkerland; € 7.668,- voor de gemeente Zwartewaterland; € 29.394,- voor de gemeente Zwolle.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Voor de gemeenten in Twente is de subsidie jaarlijks maximaal: € 17.892,- voor de gemeente Almelo; € 3.195,- voor de gemeente Borne; € 9.585,- voor de gemeente Dinkelland; € 31.311,- voor de gemeente Enschede; € 7.029,- voor de gemeente Haaksbergen; € 8.307,- voor de gemeente Hellendoorn; € 19.170,- voor de gemeente Hengelo; € 12.780,- voor de gemeente Hof van Twente € 3.834,- voor de gemeente Losser; € 8.946,- voor de gemeente Oldenzaal € 11.502,- voor de gemeente Rijssen-Holten; € 7.029,- voor de gemeente Tubbergen; € 7.029,- voor de gemeente Twenterand; € 6.390,- voor de gemeente Wierden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3157\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.15.7</span><span class=\"lf-art-t\">Eigen bijdrage</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente brengt zelf middelen in bij de Omgevingsdienst IJsselland of de Omgevingsdienst Twente om jaarlijks bij minimaal 5% van de energierelevante bedrijven energietoezicht uit te voeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3158\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.15.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Intensivering energietoezicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in: een document waaruit blijkt dat de aanvrager vergunningverlenings-, toezichts- en handhavingstaken voor energietoezicht heeft gemandateerd aan de Omgevingsdienst; een opdracht aan de Omgevingsdienst waaruit blijkt dat de gemeente bij 10% van de inrichtingen energietoezicht laat uitvoeren en middelen worden ingebracht om 5% van het energietoezicht zelf te betalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De aanvrager hoeft geen begroting en dekkingsplan in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3159\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.15.9</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2022 en 2023.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31510\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.15.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht: mee te werken aan de evaluatie van de provincie en ten behoeve van deze evaluatie de volgende gegevens bij te laten houden door de Omgevingsdienst: het aantal bezochte inrichtingen waar energietoezicht is gehouden, onderverdeeld naar SBI-code; het jaarlijkse energiegebruik per bezochte inrichting; beschrijving per inrichting van de maatregelen die al zijn genomen, voor het uitgevoerde toezicht, die onder artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer vallen. een schatting van het besparingspotentieel per inrichting dat volgt uit het uitgevoerde energietoezicht, en uitgedrukt in kWh elektriciteit en m3 gas; het aantal inrichtingen zoals genoemd onder onderdeel 1 waarbij hercontrole is uitgevoerd, onderverdeeld naar SBI-code; een inschatting van het benutte besparingspotentieel als bedoeld onder onderdeel d, op basis van hercontrole of op basis van de rapportageverplichting onder artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer; de activiteiten voor 31 december 2023 uitgevoerd te hebben.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.15.11</span><span class=\"lf-art-t\">Geen staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt niet als staatssteun gezien.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31512\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.15.12</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2023 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.16Stimuleren energie-innovatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3161\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.16.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van de begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Duurzame energieopwekking: energie opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Duurzaam energieproject: een project waarbij energiebesparing of energieopwekking gerealiseerd wordt en dat bijdraagt aan vergroting van het aandeel duurzame energie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Energie-innovatie: een idee voor een nieuw product of nieuwe productieprocessen. Het gaat hierbij om het geheel van menselijke handelingen gericht op vernieuwing van producten of productieprocessen op het gebied van energiebesparing en energieopwekking met als doel bijdragen aan vergroting van het aandeel duurzame energie of CO2-reductie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Energiebesparing: technische, logistieke of organisatorische voorzieningen die leiden tot verminderd verbruik van energie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ideefase: de beginfase van het ontwikkelen van een nieuw product of productieproces. Het geeft antwoord op een vooraf gestelde hulpvraag. In deze fase wordt een idee nader onderzocht en uitgewerkt. Het doel van deze fase is om het idee uit te werken in een projectplan. Verder wordt er gekeken wie het project zou kunnen uitvoeren, welke partij(en) betrokken zouden moeten zijn bij het project en of er voldoende draagvlak is voor het project bij betrokkenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Supportteam energie-innovatie: een groep van deskundigen, met ervaring op het gebied van energie-innovatie die beschikt over een netwerk, waar initiatiefnemers een beroep op kunnen doen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3162\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.16.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie energiebesparende maatregelen en de opwekking van hernieuwbare energie aanmoedigen. Dit door Overijsselse Mkb-ondernemers te helpen met een idee voor een energie-innovatie, zodat innovaties op het gebied van energie op gang komen en de regionale economie gestimuleerd wordt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3163\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.16.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verleend voor de volgende activiteiten in de ideefase van een energie-innovatie initiatief: ondersteuning bij het uitwerken van ideeën tot een energieprojectplan; technisch, juridisch of financieel advies.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De ondersteuning en het advies voldoen aan de volgende voorwaarden: het gaat over duurzame energieopwekking of energiebesparing die plaatsvindt in Overijssel; het wordt gegeven door een onafhankelijke deskundige. De deskundige heeft aantoonbaar ervaring; het beoogde resultaat is een energieprojectplan voor de energie-innovatie met zicht op eventuele vervolgstappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De energie-innovatie voldoet aan de volgende voorwaarden: het draagt bij aan minimaal één doelstelling en ambitie van het Programma Nieuwe Energie; het draagt bij aan minimaal één van de prioritaire thema’s van het Supportteam energie innovatie, te weten bestaande gebouwde omgeving of Mkb; het is naar het oordeel van het Supportteam energie innovatie realistisch; het is nog niet zo ver uitgewerkt dat niet meer gesproken kan worden van een ideefase. In een ideefase is de technische, juridische en financiële haalbaarheid nog niet onderzocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Een haalbaarheidsstudie komt niet in aanmerking voor de subsidie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3164\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.16.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is een Mkb-onderneming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3165\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.16.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3166\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.16.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie is maximaal 100% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie is maximaal € 5.000,- per aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidie is maximaal € 10.000,- per aanvraag als er sprake is van een energie-innovatie-initiatief, dat mogelijk in aanmerking kan komen voor een bijdrage op basis van de subsidieregeling 6.3 MIT-R&amp;D-samenwerkingsprojecten, EFRO of REACT.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3167\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.16.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvraag moet uiterlijk 30 november 2022 vóór 17.00 uur ontvangen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Stimuleren Energie Innovatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager levert een offerte in waaruit blijkt: wat de kosten zijn; in welke periode het advies of de ondersteuning wordt gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De aanvrager hoeft geen begroting en dekkingsplan in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Als er sprake is van een aanvraag voor subsidie van € 5.000,- of meer, dan wordt het energie-innovatie-initiatief voorafgaand aan het indienen van de aanvraag, besproken met het Supportteam energie-innovatie. Naar het oordeel van het Supportteam energie-innovatie is er sprake van energie-innovatie-initiatief dat mogelijk in aanmerking kan komen voor een bijdrage op basis de subsidieregeling 6.3 MIT-R&amp;D-samenwerkingsprojecten, EFRO of REACT.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3168\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.16.8</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond geldt voor het jaar 2022.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3169\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.16.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten voor 31 maart 2023 uitgevoerd te hebben.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31610\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.16.10</span><span class=\"lf-art-t\">Geen staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening en de De-minimisverordening Landbouw. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31611\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.16.11</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2022 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.17Energiezuinige terrasverwarming via kussens</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3171\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.17.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van de begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel wordt een vaker voorkomend begrip uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Warmtekussens: energiezuinige terrasverwarming in de vorm van kussens die elektrisch kunnen worden opgeladen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3172\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.17.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het stimuleren van energiebesparende maatregelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3173\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.17.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verleend voor de aanschaf van warmtekussens inclusief bijbehorende lader.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De warmtekussens worden gebruikt bij een vestiging in Overijssel.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De warmtekussens mogen aangeschaft zijn na 1 oktober 2021. Dit is een afwijking van artikel 1.2.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Na aanschaf van de warmtekussens heeft de horecaondernemer geen gas- of elektrische heaters in gebruik op het terras. De warmtekussens zijn de enige vorm van energieverbruikende terrasverwarming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3174\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.17.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvrager is een horecaonderneming met één van de volgende SBI-codes volgens de KvK-registratie:</p>\n<p class=\"lf-p\">55.10.1 hotel-restaurants;</p>\n<p class=\"lf-p\">56.1 restaurants, cafetaria's e.d.;</p>\n<p class=\"lf-p\">56.10 restaurants, cafetaria's e.d. en ijssalons;</p>\n<p class=\"lf-p\">56.10.1 restaurants;</p>\n<p class=\"lf-p\">56.10.2 cafetaria's e.d., lunchrooms, snackbars, ijssalons, eetkramen e.d.;</p>\n<p class=\"lf-p\">56.3 cafés. en 2.De aanvrager is daarnaast ook: een micro- of kleine horecaonderneming; een horecaonderneming met een geldige terrasvergunning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3175\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.17.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanschafkosten die gemaakt zijn voordat de aanvraag is ontvangen zijn wel subsidiabel, maar alleen als de betaling ervan is gedaan na 1 oktober 2021. Artikel 1.2.8 onderdeel a is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3176\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.17.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie is maximaal 30% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie is maximaal € 3.000,- per horecaonderneming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3177\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.17.7</span><span class=\"lf-art-t\">Eigen bijdrage</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Minimaal 70% van de subsidiabele kosten wordt betaald met een geldbijdrage van de aanvrager of derden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3178\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.17.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Energiezuinige terrasverwarming via kussens.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager levert aanvullend kopieën in van alle facturen en betaalbewijzen van de gemaakte en betaalde kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het is niet nodig om een begroting en een dekkingsplan in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De horecaonderneming met hetzelfde KvK-nummer mag maximaal 1 keer subsidie aanvragen op basis van deze subsidieregeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3179\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.17.9</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond geldt voor het jaar 2022.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31710\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.17.10</span><span class=\"lf-art-t\">Staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder Algemene De-minimisverordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31711\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.17.11</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2022 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.18Investeringssubsidie warmtenetprojecten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3181\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van de begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Basislast: de warmtebron die hoofdzakelijk, dat wil zeggen tenminste 50% hernieuwbare energie, 50% restwarmte, 75% warmte uit warmtekrachtkoppeling of 50% uit een combinatie van dergelijke energie en warmte gebruikt, de voeding vormt voor de warmte-infrastructuur;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bronrisico: het risico dat op de lange termijn onvoldoende hernieuwde energiebronnen beschikbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Business case: de meerjarige financiële doorrekening waaruit de onrendabele top blijkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Distributienet: de warmtetransportleiding tussen warmtebron en het punt waar wordt overgegaan naar een lokale verdeling naar eindgebruikers en het warmtedistributienet voor de uitkoppeling vanaf de warmtetransportleiding ten behoeve van een lokale verdeling naar de eindgebruikers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Energie-efficiënte stadsverwarming en –koeling: een systeem voor stadsverwarming of -koeling dat als basislast hernieuwbare warmte gebruikt en waarbij in het jaar 2030 maximaal 25 kg CO2 per GigaJ warmte wordt uitgestoten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Energie-efficiëntie: een hoeveelheid bespaarde energie die wordt vastgesteld door het verbruik vóór en ná de invoering van een maatregel ter verbetering van de energie-efficiëntie te meten en/of te ramen, gecorrigeerd voor externe factoren die het energieverbruik beïnvloeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Exploitatiewinst: het positieve verschil tussen de gedisconteerde inkomsten en de gedisconteerde exploitatiekosten over de betrokken levensduur van de investering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hernieuwbare warmtebronnen: andere bronnen dan steenkool, aardgas en aardolie, namelijk aardwarmte: geothermische warmte; aquathermie: warmte uit oppervlakte-, afval- of drinkwater; biomassa, niet zijnde houtige biomasa, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen: warmte die ontstaat door de verbranding van de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen; biogas en de biologisch afbreekbare fractie van industrieel en huishoudelijk afval. collectief open bodemenergiesysteem; restwarmte: onvermijdelijke thermische energie die als bijproduct in de bedrijfsvoering van een onderneming wordt opgewekt en die zonder verbinding met een warmtenet ongebruikt terecht zou komen in lucht of water.</p>\n<p class=\"lf-p\">Investeringskosten: kosten voor de aanleg van de warmte-infrastructuur inclusief de algemene kosten die direct toe te rekenen zijn aan de investering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klimaatakkoord: het Nationaal klimaatakkoord van 28 juni 2019 zoals gepubliceerd op www.rijksoverheid.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maatschappelijk rendement: het vermeden gebruik van aardgas als fossiele warmtebron;</p>\n<p class=\"lf-p\">Onrendabele top: het in de businesscase aantoonbare bedrag dat nodig is om de netto contante waarde van de investering over de betrokken levensduur van de investering nul te doen zijn. Dit is inclusief rendement op het eigen vermogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Piek en back-up: warmtebron die noodzakelijk is ter tijdelijke vervanging van en aanvulling op de warmtebron die de voeding vormt voor de basislast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Productielocatie: alle installaties die onderdeel zijn van de centrale warmte-installatie waar warmte wordt opgewekt of in het geval van restwarmte wordt afgevangen en integraal onderdeel zijn van de warmte-infrastructuur, zoals warmtekrachtkoppelingen, warmtepompconfiguraties, warmtewisselaars bij de basislast of warmtewisselaars tussen distributienet en verwarmingsnet, niet zijnde onderdelen van het distributienet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Programma Nieuwe Energie: het op 29 november 2016 door Gedeputeerde Staten vastgestelde programma Nieuwe Energie Overijssel 2017-2023.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stadsverwarming en –koeling: systeem voor distributie van thermische energie in de vorm van stoom, warm water of gekoelde vloeistoffen vanuit een centrale productie-installatie via een netwerk dat verbonden is met meerdere gebouwen of locaties, voor het verwarmen of koelen van ruimten of processen als bedoeld in artikel 2, lid 19 Richtlijn 2010/31/EU betreffende energieprestatie van gebouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwarmingsnet: leidingnet en installatieonderdelen ten behoeve van warmteafgifte binnen het gebouw van de eindgebruiker.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vollooprisico: het risico dat de vraag naar warmte achterblijft op de ten tijde van het investeringsbesluit verwachte afzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Warmte-infrastructuur: systeem voor energie-efficiënte stadsverwarming en -koeling dat voldoet aan de in de punten 41 en 42 van artikel 2 van Richtlijn 2012/27/EU gegeven definitie van een efficiënt systeem van stadsverwarming en –koeling. Onder deze definitie vallen de productielocatie bestaande uit verwarmings-/koelingsinstallaties en het distributienet met inbegrip van de daarmee verband houdende faciliteiten, die nodig zijn om de warmte/koeling van de productie-eenheden tot bij de locatie van de eindgebruikers te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Warmteketen: organisatie en samenwerking van partijen in productie, transport en levering van warmte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Warmtenetproject: het installeren van een systeem voor warmte-infrastructuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3182\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het stimuleren van energiebesparende maatregelen en de opwekking van hernieuwbare energie. Dit door de totstandkoming van warmtenetten voor gebruik van restwarmte, aardwarmte en aquathermie als alternatief voor aardgas te ondersteunen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3183\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verleend voor een warmtenetproject. De volgende investeringen voor nieuw te installeren warmte-infrastructuur komen in aanmerking voor de subisdie: investeringen in het distributienetwerk; bijkomende investeringen voor de productielocatie als deze bijkomende investeringen in vergelijking met een conventionele productielocatie nodig zijn voor de bouw, uitbreiding en renovatie van één of meer productie-eenheden om deze als een energie-efficiënt stadsverwarmings- of stadskoelingssysteem te kunnen exploiteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het warmtenetproject voldoet aan de volgende voorwaarden: het warmtenetproject wordt uitgevoerd in Overijssel; het warmtenetproject draagt bij aan de doelstellingen van het programma Nieuwe Energie Overijssel 2017-2023 of die van het Klimaatakkoord; het warmtenetproject past binnen het beleid van de gemeente in het geval van aansluiting van woningen op de warmte-infrastructuur; het warmtenetproject is het maatschappelijk meest kostenefficiënte alternatief voor aardgas; de aanleg van het energie-efficiënte stadsverwarmings- of stadskoelingssysteem behorende bij het warmtenetproject start binnen een jaar na de dag waarop de aanvraag wordt gedaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het systeem voor warmte-infrastructuur voldoet aan de volgende voorwaarden: de warmtebron voor de basislast gebruikt tenminste 50% hernieuwbare energie, 50% restwarmte, 75% warmte uit warmtekrachtkoppeling of 50% uit een combinatie van dergelijke energie en warmte; de basislast voor de warmtebron is geen biomassa uit voedingsgewassen; de warmte van temperatuur hoger dan 70 graden Celsius wordt niet hoofdzakelijk ingezet voor de verwarming van nieuwbouw; uit het projectplan blijkt dat de aanvrager het bronrisico beperkt tot een minimum; uit het projectplan blijkt dat de aanvrager het vollooprisico tot een minimum beperkt. De volloopperiode bestrijkt maximaal vijf jaar exclusief de bouwtijd; als houtige biomassa, anders dan houtige biomassa als warmtebron wordt gebruikt, moet sprake zijn van: een tijdelijke bron voor de basislast waarbij binnen vijf jaar zicht is op een andere hernieuwbare bron; gebruik voor een piek- en back-upvoorziening; de investering in de productielocatie maakt integrerend deel uit van de warmte-infrastructuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De financiering van het warmtenetproject voldoet aan de volgende voorwaarden: het berekende rendement op eigen vermogen is niet hoger dan het op het moment van aanvraag geldend rendement op eigen vermogen dat de Autoriteit Consument en Markt jaarlijks publiceert als redelijk; er is sprake van een onrendabele top op de investeringen in het warmteproject; het Energiefonds Overijssel kan de activiteiten niet of niet volledig financieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De volgende activiteiten komen niet in aanmerking voor de subsidie: procesactiviteiten, waaronder administratie en toezicht; activiteiten voor de aanleg van het verwarmingsnet; het aansluiten van gebruikers en gebouwen op het warmtenet; activiteiten waarvoor al een financiële bijdrage is gegeven door de Europese Commisse, de Rijksoverheid, een provincie, het Energiefonds Overijssel, een gemeente, een waterschap, een samenwerking van overheden op basis van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen, of een andere bij een overheid behorende organisatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3184\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is een gemeente, waterschap, stichting, vereniging, BV of NV.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3185\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Alleen de investeringskosten van het distributienetwerk en de bijkomende investeringskosten voor de productielocatie zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Bijkomende investeringskosten voor de productielocatie zijn kosten die in vergelijking met een conventionele productielocatie nodig zijn voor de bouw, uitbreiding en renovatie van één of meer productie-eenheden om deze als een energie-efficient stadsverwarmings- of stadskoelingssysteem te kunnen exploiteren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3186\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie is maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 2,5 miljoen per warmtenetproject. De subsidie voor de onrendabele top die daar deel van uitmaakt, bedraagt maximaal 35%.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie bedraagt niet meer dan het verschil tussen de subsdiabele investeringskosten en de exploitatiewinst van de investering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3187\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.7</span><span class=\"lf-art-t\">Eigen bijdrage</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Minimaal 20% van de subsidiabele kosten wordt betaald met een geldbijdrage van de aanvrager. Deze geldbijdrage is niet een ontvangen subsidie van bijvoorbeeld van de Rijksoverheid, Europese instanties of waterschappen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3188\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Investeringssubsidie Warmtenetprojecten 3.De aanvrager levert aanvullend een haalbaar en uitvoerbaar projectplan in. In het projectplan staat minimaal: het warmteaanbod: een omschrijving van de warmtebron, hoe de bron in de warmtevraag kan voorzien en de toekomstbestendigheid, bijvoorbeeld contractduur en piek- en back-up voorziening; de warmtevraag, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen contractueel vastgelegde afname en verwachte afname; de benodigde warmte-infrastructuur; een onderbouwing waarom het warmtenetproject het maatschappelijk meest kostenefficiënte alternatief voor aardgas is; een businesscase met daarin uitgewerkt de financiering en onderbouwing van de onrendabele top, inclusief scenario’s; de organisatie van de warmteketen; een deskundige organisatie, aangetoond door het noemen van tenminste twee referentieprojecten; een participatie- en communicatiestrategie afgestemd met de betrokken gemeente; een risicoparagraaf; de energie-efficiëntie van de warmte-infrastructuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3189\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.9</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond wordt jaarlijks vastgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31810\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht: jaarlijks een verslag in te dienen hoever de activiteiten gerealiseerd zijn. Daarbij zijn tenminste beschreven eventuele vooraf niet voorziene knelpunten, problemen of successen; nieuwe, innovatieve juridische, organisatorische, financiële en technische oplossingen voor problemen of knelpunten die bij de voorbereiding of in de uitvoering zijn opgekomen. de activiteiten binnen 5 jaar na subsidieverlening te realiseren; de opgedane kennis en ervaring zonder beperkingen aan het gebruik ervan te delen met de provincie Overijssel als openbare kennis; na de einddatum van de subsidieperiode het warmtenet minimaal 5 jaar in stand te houden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31811\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.11</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het voorschot wordt uitbetaald op basis van in de beschikking nader te bepalen voorwaarden. Dit is een afwijking van artikel 1.2.18 lid 2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31812\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.12</span><span class=\"lf-art-t\">Vaststelling van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidieontvanger dient de aanvraag tot vaststelling van de subsidie in nadat de warmte-infrastructuur is gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidieontvanger vult de aanvraag tot vaststelling aan met: de cumulatieve winst- en verliesrekening over de gesubsidieerde activiteiten voor de duur van de subsidieperiode en een vooruitblik van lasten en baten tijdens de exploitatieperiode. Deze doorkijk omvat de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen; gegevens waaruit het gerealiseerde maatschappelijk rendement van het warmtenetproject opgemaakt kan worden. Deze gegevens laten zien: het vermogen van de opwekinstallatie in megawatt (MW); de hoeveelheid warmte die wordt opgewekt in GigaJoule per jaar; de hoeveelheid warmte die nuttig wordt gebruikt in GigaJoule per jaar; het energieverbruik van de installaties in GigaJoule per jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Bij de vaststelling van de subsidie wordt: de eventuele exploitatiewinst berekend op basis van het op moment van subsidieaanvraag geldend rendement op eigen vermogen; de eventuele exploitatiewinst berekend op grond van de verkoopopbrengst ingeval van eigendomsoverdracht van de warmte-infrastructuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31813\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.13</span><span class=\"lf-art-t\">Staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voldoet aan artikel 46 van de AGVV.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De totale overheidsbijdrage om de subsidiabele kosten te dekken is niet meer dan 45% inclusief de subsidie van de provincie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31814\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.18.14</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2022 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.19Inkoopacties energiemaatregelen Overijssel</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3191\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.19.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van de begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel wordt een vaker voorkomend begrip uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inkoopactie: een actie waardoor er voor een groep particuliere woningeigenaren korting wordt afgesproken bij één of meerdere leveranciers op de inkoop van energiemaatregelen aan de woning. De energiemaatregelen leiden tot energiebesparing of opwekking van hernieuwbare energie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3192\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.19.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan een versnelling van de energietransitie. Met behulp van inkoopacties worden particuliere woningeigenaren gestimuleerd om energiemaatregelen te nemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3193\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.19.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verleend voor het organiseren van inkoopacties voor particuliere woningeigenaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: voor de uitvoering van de activiteiten wordt een derde partij ingeschakeld die aantoonbare ervaring heeft met het organiseren van inkoopacties gericht op energiemaatregelen voor particuliere woningeigenaren. Ervaring kan worden aangetoond door te verwijzen naar eerder georganiseerde inkoopacties. er worden minimaal 2.500 particuliere woningeigenaren individueel, bijvoorbeeld door een persoonlijke uitnodiging per brief, uitgenodigd om aan de inkoopactie deel te nemen. Een advertentie in een plaatselijk blad of een soortgelijke niet-persoonlijke inzet is geen individuele benadering. de communicatie naar de particuliere woningeigenaren verloopt in afstemming met de coördinator van het gemeentelijk energieloket.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3194\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.19.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is een Overijsselse gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3195\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.19.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing. Er gelden geen uitzondering op de subsidiabele en niet subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Voor de personeelskosten van de gemeente geldt artikel 1.2.6 lid 2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3196\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.19.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie is maximaal 100% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie is maximaal € 10.000,- per inkoopactie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Als twee of meer gemeenten samen een inkoopactie organiseren wordt het maximale subsidiebedrag van € 10.000,- vermenigvuldigd met het aantal gemeenten dat de inkoopactie organiseert.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3197\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.19.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvraag moet uiterlijk 30 november 2022 vóór 17.00 uur zijn ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Inkoopacties energiemaatregelen Overijssel.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager levert een begroting en dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De aanvrager levert aanvullend een plan van aanpak in, waarin beschreven staat: met welke partij de aanvrager de inkoopactie gaat organiseren; hoeveel woningeigenaren er minimaal individueel worden benaderd; hoe de afstemming met het gemeentelijk energieloket plaatsvindt; wat de planning is van de inkoopactie.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De gemeente mag maximaal 2 keer subsidie aanvragen op basis van deze subsidieregeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3198\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.19.8</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2021 en 2022.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3199\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.19.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht: de activiteiten binnen 6 maanden na subsidieverlening te starten; bij de evaluatie aan te tonen wat de voortgang en resultaten zijn van de inkoopactie. Hierin worden de volgende gegevens geregistreerd: het aantal particuliere woningeigenaren dat individueel is benaderd; het aantal particuliere woningeigenaren dat informatie of advies heeft opgevraagd; het aantal particuliere woningeigenaren dat meedoet aan de inkoopactie en welke maatregelen zijn genomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31910\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.19.10</span><span class=\"lf-art-t\">Geen staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie van de provincie aan een gemeente levert geen staatssteun op.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31911\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.19.11</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2022 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk4Vitaal platteland 4.1Faunabeheereenheden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-411\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan faunabeheer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-412\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verleend voor het opstellen en uitvoeren van een faunabeheerplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het faunabeheerplan voldoet aan de volgende voorwaarden: het plan gaat over: het duurzaam beheer van populaties van in het wild levende dieren; het voorkomen van schade door schadeveroorzakende dieren door grondgebruikers; het voorkomen van schade door uitoefening van de jacht; uitvoering van de valwildregeling. het plan is of wordt nadat het is opgesteld, op basis van artikel 3.12 lid 7 van de Wet c. natuurbescherming, goedgekeurd door Gedeputeerde Staten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-413\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is Stichting Faunabeheereenheid Overijssel. Dit is een samenwerkingsverband van vertegenwoordigers van agrariërs, jachthouders, terrein beherende organisaties en maatschappelijke organisaties met als doelstelling uitvoering te geven aan een door Gedeputeerde Staten goedgekeurd faunabeheerplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-414\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Leges zijn wel subsidiabel. Dit is een afwijking van artikel 1.2.8 onderdeel c.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Exploitatiekosten bestaande uit de vaste kosten van personeel, gebouwen en inventaris zijn subsidiabel. De exploitatiekosten kunnen niet afzonderlijk opgevoerd worden, als deze kosten ook al meegenomen zijn bij de berekening van de personeelskosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-415\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.1.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie is maximaal 100% van de subsidiabele kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-416\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.1.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het digitale aanvraagformulier Faunabeheereenheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De aanvrager levert aanvullend een werkplan. In het werkplan staan die jaarlijks worden uitgevoerd om een faunabeheerplan op te stellen en uit te voeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-417\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.1.7</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2021 tot en met 2024.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-418\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.1.8</span><span class=\"lf-art-t\">Geen staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt niet als staatssteun gezien.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-419\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.1.9</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2024 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2Meer bos in Overijssel</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-421\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van de begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bos: een vlakvormig en aaneengesloten element met een opgaande begroeiing van minimaal 60% inheemse bomen, struiken en kruiden. Een bos is minimaal 0,5 hectare groot met een minimale breedte van 25 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bossenstrategie: strategische beleidsuitwerking van het Overijssels aandeel van de 10% bosuitbreiding die landelijk is afgesproken. De bossenstrategie is 21 juni 2022 vastgesteld door Gedeputeerde Staten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Catalogus Groenblauwe Diensten (CGBD): set van steunmaatregelen waaraan de Europese Commissie met het goedkeuringsbesluit SA.44848 goedkeuring heeft verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Erfbos: een klein bos van minder dan een hectare op een erf of direct grenzend aan een erf. Ze zijn kenmerkend voor Twente en bestaan voor een groot gedeelte uit Zomereik.</p>\n<p class=\"lf-p\">Functieverandering: verandering van de huidige bestemming van grond naar bestemming bos, natuur of indien mogelijk houtwal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Houtwal: een zelfstandig liggend, lijnvormig landschapselement bestaande uit een beplanting van streekeigen en inheemse bomen en struiken, eventueel met hakhout. Een houtwal/singel kan een aarden wal hebben en kan aan één- of beide kanten begrensd worden door een greppel. Een houtwal is minimaal 25 meter lang en maximaal 20 meter breed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inheemse soorten: boomsoorten die van nature in het wild in Nederland voorkomen. Op de website www.nederlandsesoorten.nl is te raadplegen welke boomsoorten in Nederland inheems zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kaart: zoekgebiedenkaart behorende bij de bossenstrategie. De kaart is te vinden op Bossenstrategie Overijssel (arcgis.com) Landbouwsteunkader: Richtsnoeren van de Europese Unie voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2014-2020 (PbEU 2014, C 204).</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitwerkingsgebied Ontwikkelopgave Natura 2000: gebieden waar maatregelen genomen moeten worden om natuurwaarden in het nabijgelegen Natura 2000-gebieden te beschermen. Het gebied is als een gebiedscategorie of deelgebied NNN aangegeven op de kaarten die bij de Omgevingsverordening Overijssel 2017 tot en met de Tussentijdse Actualisatie Omgevingsverordening 2020/2021 horen. De kaarten zijn te vinden op: viewer (tercera-ro.nl).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-422\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan 10% meer bos in Overijssel zoals bedoeld in de Bossenstrategie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-423\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie wordt verleend voor: de realisatie van bos, inclusief het opstellen van een inrichtingsplan, beplantingsplan en een beheerplan. Categorie IV.5 van de Catalogus Groenblauwe diensten is van toepassing; de realisatie van houtwallen of erfbos, inclusief het opstellen van een inrichtingsplan, beplantingsplan en een beheerplan. Categorie II.1 en III.4 van de Catalogus groenblauwe diensten zijn van toepassing; functieverandering, waarbij bos of houtwal gerealiseerd wordt op grond die de bestemming natuur, houtwal of bos krijgt. Functieverandering is niet subsidiabel als sprake is van gronden gelegen binnen Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Realisatie van een voedselbos komt niet in aanmerking voor de subsidie. Een voedselbos is een vitaal ecosysteem dat door mensen is ontworpen naar het voorbeeld van een natuurlijk bos met het doel voedsel te produceren.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het inrichtingsplan en het beplantingsplan voldoen aan de volgende voorwaarden de plannen worden opgesteld door een deskundige, bijvoorbeeld een ecoloog; de plannen voldoen aan de voorwaarden als bedoeld in bijlage 1. Bijlage 1 is te vinden op www.overijssel.nl/subsidie; de plannen bevatten minimaal de volgende informatie: aanleiding en onderbouwing; locatie, soortkeuze en ontwerp; eisen aan plantmateriaal, inclusief keuring en controle; terreinvoorbereiding en aanplant; bescherming, onderhoud en beheer; oplevering; kostenraming.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het te realiseren bos, de houtwal of het erfbos voldoet aan de volgende voorwaarden: het bos bestaat uit minimaal 60% inheemse soorten; het erfbos en de houtwal bestaat volledig uit inheemse soorten; het bos, de houtwal of het erfbos wordt gerealiseerd volgens een inrichtings- en beplantingsplan die voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in lid 3; het bos, de houtwal of het erfbos wordt gerealiseerd in Overijssel in een gebied dat op de Kaart is aangemerkt als: ’bosaanleg wenselijk of mogelijk’; of ’landschapsversterking wenselijk of mogelijk’; of onderbouwingsgebied. Realisatie in dit gebied kan alleen als Gedeputeerde Staten hiervoor de subsidieaanvraag afzonderlijk een besluit over hebben genomen, omdat zij vinden dat realisatie van bos in dit gebied een toegevoegde waarde heeft. het bos is: minimaal 1 hectare als het wordt aangelegd op een locatie grenzend aan het Natuurnetwerk Nederland; of minimaal 5 hectare als het wordt gerealiseerd op een andere locatie; of minimaal 0,5 hectare maar alleen als Gedeputeerde Staten dit voor de subsidieaanvraag specifiek hebben besloten; en minimaal 25 meter breed; de houtwal of het erfbos wordt robuust aangelegd zoals bedoeld in de Catalogus Groenblauwe Diensten; het gemeentebestuur wil de wijziging van het bestemmingplan regelen. Het gaat hierbij vooral om de landschappelijke inpassing; de realisatie past binnen de geldende Omgevingsverordening Overijssel; de huidige bestemming van de grond verandert naar de bestemming natuur, bos of houtwal; het wordt gerealiseerd buiten de grenzen van de bebouwde kom zoals opgenomen in de gemeentelijke kapverordening; voor de realisatie is geen andere subsidie of bijdrage door een overheid verleend; op de grond mogen in het kader van agrarisch natuurbeheer of natuurbeheer geen verplichtingen meer rusten op grond van deze of een andere regeling.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Als sprake is van functieverandering dan gelden de volgende extra voorwaarden: de bestemming landbouwgrond wordt veranderd naar bos, houtwal of natuur. Dit betekent dat op de grond geen productie van landbouwproducten meer plaats vindt. De grond wordt afgewaardeerd; betreffende landbouwgrond is de afgelopen 5 jaar onafgebroken landbouwkundig gebruikt; de realisatie van bos, houtwal of erfbos vindt plaats op de landbouwgrond die afgewaardeerd wordt; de landbouwproductie op de betreffende landbouwgrond wordt onherroepelijk gestopt en de grond wordt niet meer opnieuw voor landbouwproductie gebruikt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat binnen 12 weken na subsidieverlening met provincie een uitvoeringsovereenkomst zoals genoemd in artikel 4.2.10 lid 1 onderdeel g wordt gesloten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-424\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvrager is de eigenaar van de grond waarop de realisatie van bos, houtwal of erfbos plaats vindt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvrager is geen bedrijf uit de houtsector, die als doel commercieel levensvatbare houtwinning, het vervoer van hout of de verwerking van hout of andere bosrijkdommen tot producten of energiebronnen heeft.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De aanvrager is geen grote onderneming.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De aanvrager is geen onderneming die op basis van de geldende Unienormen of nationale wet- en regelgeving de productie van landbouwproducten hoe dan ook moet stopzetten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-425\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor de realisatie van bos, houtwal of erfbos inclusief het opstellen van een inrichtingsplan, beplantingsplan en een beheerplan zijn de werkelijke personeelskosten, kosten van derden, gebruik van machines en aanschafkosten van materiaal subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. Paragraaf 4.3 van het hoofddocument van de Catalogus Groenblauwe Diensten is van toepassing. Dit hoofddocument is te vinden op Catalogus raadplegen - BIJ12 2. Bij functieverandering is de waardedaling van de grond subsidiabel. De provincie laat de waardedaling bepalen door een taxateur. De taxatie is gebaseerd op het verschil in marktwaarde voor en na de voorgenomen functieverandering en inrichting.</div>\n<p class=\"lf-p\">3.De volgende kosten zijn niet subsidiabel: kosten voor natuurbeheer; kosten voor grondaankoop; kosten voor pachtafkoop;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De voorbereidingskosten zoals het opstellen van een inrichtingsplan, beplantingsplan en een beheerplan zijn niet subsidiabel, als na de aanvraag voor subsidie blijkt dat de aanvraag wordt ingetrokken of het bos, de houtwal of erfbos niet gerealiseerd wordt of kan worden.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-426\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie voor realisatie van bos, houtwal of erfbos is maximaal 100% van de subsidiabele kosten. Hierbij geldt dat: de subsidie voor de afwaardering van grond bij functieverandering maximaal € 70.000,- per hectare is; en de subsidie voor plantmateriaal, inboet en inplanten en het opstellen van een inrichtings- en beplantingsplan, maximaal € 20.000,- per hectare is.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-427\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Meer bos in Overijssel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De aanvraag bevat in ieder geval de volgende informatie: naam van de aanvrager; de grootte van de onderneming; een verklaring dat de aanvrager voor de activiteit geen andere subsidie ontvangt of heeft ontvangen; een verklaring dat de aanvrager geen onderneming in moeilijkheden is; kadastrale informatie van de in te planten percelen; een globale omschrijving van het type aan te planten bos; een eigen schatting van de waardedaling van de grond; het eigen nummer van de kaart zoals genoemd in lid 6 onderdeel a.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De aanvrager levert een sluitende begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Als de kosten voor plantmateriaal, inboet en inplanten en het opstellen van een inrichtings- en beplantingsplan gezamenlijk meer bedragen dan € 15.000,- dan stuurt de aanvrager 3 offertes mee, die zijn uitgebracht door daartoe geschikt geachte ondernemingen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in: een screenprint van de digitale kaart die gemaakt is op de site Bossenstrategie Overijssel (arcgis.com). De aanvrager geeft op de kaart aan waar de realisatie plaats vindt, geeft dit projectgebied een eigen nummer, maakt daar een print screen van en stuurt deze mee bij de aanvraag. een intentieverklaring van de gemeente waarin staat dat het gemeente de wijziging van het bestemmingsplan wil regelen; als op de grond een recht van hypotheek is gevestigd, een verklaring van geen bezwaar van degene aan wie het recht van hypotheek toekomt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Er mag geen subsidieaanvraag ingediend worden voor alleen het opstellen van een inrichtingsplan, beplantingsplan of een beheerplan of voor alleen de functieverandering.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-428\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.8</span><span class=\"lf-art-t\">Pretoets en taxatie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvrager legt het plan om bos, erfbos of houtwal te realiseren voor aan de provincie zodat die vooraf kan toetsen of de realisatie op de betreffende grond past binnen de Bossenstrategie en de geldende Omgevingsverordening Overijssel. Een verzoek voor een pretoets bevat de gegevens van aanvrager, kadastrale percelen waar ingeplant wordt, totale oppervlakte van in te planten bos, type bos wat gerealiseerd wordt. Op www.overijssel.nl staat hoe een verzoek voor een pretoets ingediend kan worden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als de subsidieaanvraag is ingediend laat de provincie de waarde van de grond taxeren door een onafhankelijke taxateur. De provincie meldt de aanvrager wat het getaxeerde waarde van de grond is. De aanvrager kan dan besluiten de aanvraag in te trekken. De al gemaakt kosten komen niet voor de subsidie in aanmerking. Artikel 4.2.5 lid 4 is van toepassing.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-429\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.9</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de regeling</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2022 en 2023.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Er geldt een deelplafond voor: realisatie van bos; realisatie van houtwallen; realisatie van erfbos</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidieontvanger is verplicht: voordat gestart wordt met de realisatie van het bos, houtwal of erfbos: het inrichtingsplan, beplantingsplan en beheerplan in te leveren bij de provincie; het bestemmingsplan van het aan te planten gebied te laten wijzigen in bestemming bos, houtwal of natuur; bij aanplant gebruik te maken van soorten genoemd op de Nederlandse Rassenlijst Bomen of inheemse boomsoorten; het bos, de houtwal of het erfbos in de periode tussen 1 september en 1 april aan te planten; alle noodzakelijke maatregelen te nemen om te zorgen dat het plantmateriaal aanslaat, en het bos, de houtwal of het erfbos optimaal kan groeien; het bos, de houtwal of het erfbos voor zover nodig te beschermen tegen schade als gevolg van beweiding of bewerking op aangrenzende gronden; binnen 4 weken na realisatie van het bos, de houtwal of het erfbos dit te melden bij de provincie; binnen 12 weken na subsidieverlening met provincie een uitvoeringsovereenkomst te sluiten zoals bedoeld in artikel 4:36 van de Awb. In de uitvoeringsovereenkomst staat dat de subsidieontvanger: het bos, de houtwal of het erfbos beheert; geen dingen doet die een veiligheidsrisico voor het bos, de houtwal of het erfbos kan zijn; de verplichtingen als bedoeld in deze regeling en de uitvoeringsovereenkomst door te legen aan allen die het recht hebben of krijgen om het terrein te gebruiken; de verplichtingen uit de uitvoeringsovereenkomst als kwalitatieve verplichting voor het terrein inschrijft in de openbare register kadaster; een kopie van de kwalitatieve verplichting binnen 4 weken na inschrijving in het openbare register van het kadaster in te leveren bij de provincie; het definitieve besluit van de gemeente tot wijziging van het bestemmingsplan binnen vier weken na besluit van de gemeente in te leveren bij de provincie; het bos, de houtwal of het erfbos binnen 2 jaar na subsidieverlening gerealiseerd te hebben; het bos, de houtwal of het erfbos voor onbepaalde tijd in stand te houden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als sprake is van functieverandering dan is de subsidieontvanger ook verplicht: de grond niet meer te gebruiken of te doen gebruiken als landbouwgrond; bij de verandering van landbouwgrond in bos, houtwal of erfbos nadelige milieueffecten te voorkomen. Tot dan moeten de landbouwgronden voldoen aan de normen voor een goede landbouw- en milieuconditie van de grond. Deze normen staan in Titel VI, hoofdstuk I, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 en de toepasselijke uitvoeringsbepalingen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.11</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een voorschot wordt pas verleend nadat het inrichtingsplan, beplantingsplan en beheerplan zijn ingeleverd en goedgekeurd door de provincie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.12</span><span class=\"lf-art-t\">Het bekend maken van gegevens</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor deze subsidieregeling geldt deel I, paragraaf 3.7, onderdeel 128 van het landbouwsteunkader. Dit betekent dat de provincie na subsidieverlening binnen 6 maanden na subsidieverlening gegevens bekend maakt voor: subsidies vanaf € 60.000,- als sprake is van een landbouwondernemer als eindbegustigde; of subsidies vanaf € 500.000,- voor alle andere eindbegustigden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De volgende gegevens worden bekend gemaakt: naam van de subsidieontvanger, de verleende subsidie, de vorm en het bedrag per eindbegunstigde, de datum waarop de subsidie is verleend, of sprake is van een Mkb-onderneming of grote ondernememing, de regio waarin de subsidieontvager is gevestigd, en de voornaamste economische sector waarin de subsidieontvanger actief is.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4213\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.13</span><span class=\"lf-art-t\">Sisa-verantwoording</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als sprake is van een subsidie aan een gemeente dan loopt de financiële verantwoording volgens de Sisa-verantwoording. Artikel 1.2.22 is van toepassing. De verantwoording wordt ingediend onder Sisa-code L16B.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4214\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.14</span><span class=\"lf-art-t\">Staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie is staatssteun en kan verleend worden omdat het is gebaseerd op en getoetst aan de Catalogus Groenblauwe Diensten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4215\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.15</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieregeling vervalt op 1 december 2023 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.3Natuur en Samenleving 2.0</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-431\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van de begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel wordt een vaker voorkomend begrip uitgelegd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Groene Loper: een lokale, informele werkorganisatie die zoveel mogelijk mensen met natuur in de eigen leefomgeving wil verbinden. Dit door de onderlinge verbinding te leggen en gezamenlijke activiteiten te organiseren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-432\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het versterken van de relatie tussen natuur en mensen. Het gaat daarbij om de betekenis van natuur als bedoeld in de Omgevingsvisie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-433\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verleend voor: activiteiten die de relatie tussen kinderen en natuur sterker maken of de betekenis van natuur voor kinderen vergroten; activiteiten die de natuurwaarde vergroten in en van de bebouwde omgeving, of van randen van steden en dorpen; activiteiten die bijdragen aan de beleving van natuur bij doelgroepen die bijzondere zorg of aandacht nodig hebben. procesondersteuning bij het tot stand brengen van een bewonersplan, ook wel bekend als de Groene Lopers.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: de activiteiten vinden plaats in Overijssel of zijn voor inwoners van Overijssel; onderdelen van de aanpak en uitgangspunten kunnen worden gebruikt bij andere projecten op het gebied van natuur en samenleving; als sprake is van aanleg van groen, dan vindt dit plaats in de openbare ruimte of op een plek die vrij toegankelijk of beleefbaar is; als sprake is van gebruik van een locatie of een openbare ruimte, dan dient de eigenaar daarvan toestemming te hebben gegeven; er is sprake van een samenwerking met minimaal twee andere Overijsselse partijen die ook een rol hebben in de uitvoering; de activiteiten dragen bij aan minimaal één van de andere provinciale doelen die te vinden zijn in de Programmabegroting die jaarlijks door Provinciale Staten wordt vastgesteld; de benodigde vergunningen zijn aangevraagd of verkregen; dekking van de begroting is geregeld of zal binnen 3 maanden geregeld kunnen worden; de activiteit draagt bij aan de versterking van de variatie van met name inheemse plant- en diersoorten; met de activiteit wordt een kwaliteitsverbetering gerealiseerd op het gebied van beleefbaarheid en biodiversiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De activiteiten die genoemd zijn in lid 1 onderdeel a voldoen aan de volgende extra voorwaarden : de kinderen uit de omgeving of kinderen die de voorziening gaan gebruiken worden actief betrokken bij het uitwerken van het idee en het uitvoeren van de activiteiten; de buurtbewoners, gebruikers of betrokken vrijwilligers worden actief betrokken bij het uitwerken van het idee en de uitvoering van de activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De activiteiten die genoemd zijn in lid 1 onderdeel b voldoen aan de volgende extra voorwaarden : er worden extra planten, struiken, bomen of gras aangeplant zodat de ruimte groener wordt; er is sprake van een bewonersinitiatief. Dit betekent dat het idee vanuit de samenleving komt óf dat de inwoners van Overijssel intensief worden betrokken bij het uitwerken van het idee en de uitvoering van activiteiten; minimaal één van de volgende partijen is actief betrokken bij de uitvoering: de betreffende gemeente; een lokale stichting, vereniging, bewonersgroep of onderneming; eigenaren van de gronden; als het gaat om een vergroening van een bedrijventerrein dan worden werknemers en buurtbewoners betrokken het uitwerken van het idee en uitvoering van de activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De activiteiten die genoemd zijn in lid 1 onderdeel c voldoen aan de volgende extra voorwaarden : een zorginstelling is actief betrokken bij de uitvoering; de fysieke vergroening vindt plaats in de buitenruimte; de vergroening vindt zoveel mogelijk plaats op een plek die vrij toegankelijk of beleefbaar is. Er geldt een uitzondering voor zorginstellingen. Zorginstellingen kunnen de vergroening realiseren op een plek die niet vrij toegankelijk of beleefbaar is, als maximaal wordt ingezet op toegankelijkheid voor zoveel mogelijk gebruikers.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De activiteiten die genoemd zijn in lid 1 onderdeel d voldoen aan de volgende extra voorwaarden: de Groene Loper heeft het doel om een grote afwisseling aan deelnemers te bereiken; de Groene Loper spant zich in om jaarlijks minimaal € 10.000,- aan financiering voor uitvoeringsactiviteiten bij elkaar te krijgen; de Groene Loper is minimaal 2 jaar actief.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.De activiteiten die niet voor de subsidie in aanmerking komen zijn: investering in gebouwen of schoolpleinen, speeltoestellen, beweegtoestellen, verharde wegen, paden en bruggen, boerderijdieren of verblijven voor boerderijdieren. Aanleg van natuurlijke spelaanleidingen zoals heuvels, wilgentenen speelhuisjes, klimbomen of waterelementen kunnen komen wel voor subsidie in aanmerking; regulier onderhoud of beheer, tenzij sprake is van nazorg, zoals inboet, in het eerste jaar, dan zijn deze activiteiten wel subsidiabel;</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-434\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvrager is een organisatie of bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager is geen particulier.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-435\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Inzet van uren van vrijwilligers voor coördinerende of organisatorische werkzaamheden zijn subsidiabel. In de begroting en het dekkingsplan mag die inzet opgenomen worden voor maximaal € 15,- per uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Maximaal 20% van de in de begroting opgenomen subsidiabele kosten is voor aanleg van een half verhard pad voor natuurbeleving.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Maximaal 10% van de in de begroting opgenomen subsidiabele kosten is voor de kosten voor communicatie en educatieve activiteiten, zoals drukkosten voor nieuwbrieven, folders, flyers, informatieborden, websites.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De subsidiabele kosten zijn minimaal € 10.000,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Als sprake is van een Groene Loper dan zijn alleen proceskosten subsidiabel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-436\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie is maximaal 50% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie is maximaal € 30.000,- per aanvraag én € 30.000,- per Groene Loper die voor het eerst aanvraagt op basis van deze subsidieregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidie is maximaal € 20.000,- voor de Groene Lopers die al eerder subsidie hebben ontvangen op basis van deze subsidieregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De subsidie wordt niet verleend als de berekende subsidie minder dan € 5.000,- is. Dit is een afwijking van artikel 1.2.17 lid 2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-437\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.7</span><span class=\"lf-art-t\">Eigen bijdrage</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maximaal 25% van de eigen bijdrage bestaat uit uren van vrijwilligers.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-438\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Natuur en Samenleving 2.0.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in: projectplan waarin is beschreven hoe en in welke mate wordt bijgedragen aan de voorwaarden van de subsidiabele activiteiten. In het projectplan is in ieder geval beschreven: de doelgroepen waarmee wordt gewerkt of samengewerkt; de manier waarop de samenleving wordt betrokken bij het project of hoe er steun uit de samenleving is of wordt gevonden; de activiteiten die worden verricht en de kosten per activiteit; de planning; de gewenste resultaten; een beplantingsplan, als daar subsidie voor wordt gevraagd; de manier waarop het beheer en onderhoud duurzaam is geregeld; hoe opgedane kennis en ervaring wordt gedeeld of beschikbaar wordt gesteld. een door de eigenaar van de gronden ondertekende verklaring waaruit blijkt dat die toestemming heeft gegeven voor de realisatie of herinrichting van groen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-439\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.9</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2022 en 2023.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4310\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidieontvanger is verplicht: de activiteiten binnen 3 maanden na subsidieverlening te starten; de activiteiten binnen 18 maanden na subsidieverlening uitgevoerd te hebben. Dit geldt niet voor de Groene Lopers. De activiteiten van de Groene Lopers worden binnen 24 maanden na subsidieverlening uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie ontvangende Groene Loper is aanvullend verplicht om: deel te nemen aan de activiteiten van de provincie brede Groene Loper Overijssel; actief verbinding te zoeken met andere thema’s uit het Programma Natuur voor Elkaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4311\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.11</span><span class=\"lf-art-t\">Staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4312\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.12</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2023 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4Advies en ondersteuning Agro&amp;food in Overijssel</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-441\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel wordt een vaker voorkomend begrip uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Agro&amp;food sector: alle ondernemingen of organisaties in de voedselketen, waarbij de plantaardige en dierlijke economische ketens centraal staan, inclusief de voor de voedingsmiddelen bestemde logistiek, handel, financiële dienstverlening en onderzoek en ontwikkeling. Als niet met zekerheid kan worden bepaald of een aanvrager onder de Agro&amp;food sector valt, wordt gekeken naar de Monitor topsectoren, Methodebeschrijving en tabellenset van het CBS.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-442\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan vernieuwing en verduurzaming van de Agro&amp;food sector.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-443\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verleend voor een of meer van de volgende activiteiten: advies en ondersteuning bij het beantwoorden van een vraagstuk ten behoeve van innovatie in de Agro&amp;food sector; het uitvoeren van een onderzoek ten behoeve van innovatie in de Agro&amp;food sector. het opstellen van een bedrijfsplan voor de overgang naar kringlooplandbouw. Het bedrijfsplan beschrijft in ieder geval: welke veranderingen worden doorgevoerd in het bedrijf; hoe emissiereductie van stikstof wordt gerealiseerd; welke positieve effecten worden bereikt op de omgeving van het bedrijf, zoals natuur, bodem en water, landschap en samenleving; de marktkansen en verdienmodel van de landbouwonderneming nadat de overgang heeft plaatsgevonden; een begroting voor de realisatie van de overgang.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De activiteiten advies en ondersteuning en het uitvoeren van een onderzoek voldoen aan de volgende voorwaarden: de innovatie is voor de Agro&amp;food sector in Overijssel; de innovatie heeft betrekking op verduurzaming van de voedselketen. Bij verduurzaming gaat het om: het sluiten van kringlopen; het terugdringen van emissies; en het verminderen van verspilling van biomassa in het gehele voedselsysteem. de innovatie draagt bij aan het versterken van de sociaaleconomische positie van de agrarisch ondernemer in de keten. de innovatie draagt bij aan minimaal één van de volgende doelen: de activiteiten leveren een bijdrage aan de klimaatopgave voor landbouw en landgebruik; de activiteiten bevorderen de aantrekkelijkheid en vitaliteit van het platteland en dragen bij aan een bloeiende regionale economie; de activiteiten leveren winst op voor ecosystemen, zijnde water, bodem en lucht, biodiversiteit en de natuurwaarde van het boerenlandschap; de activiteiten leveren een bijdrage aan het dierenwelzijn; de activiteiten leveren een bijdrage aan de erkenning van de waarde van voedsel en het versterken van de relatie tussen boer en burger; de activiteiten versterken de positie van Nederland als ontwikkelaar en exporteur van integrale oplossingen voor klimaat slimme en ecologisch duurzame voedselsystemen; de activiteiten dragen wat betreft visserij bij aan een duurzaam bestandsbeheer zonder schade aan de natuurlijke omgeving. de bijdrage aan een van de doelen die genoemd zijn bij onderdeel d, mag niet betekenen dat er een negatief effect is op een van de andere doelen die genoemd zijn bij onderdeel d.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-444\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvrager is een stichting, een vereniging, een BV, een NV of een maatschap, een ZZP’er, een v.o.f. of een eenmanszaak, in de Agro&amp;food sector.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager heeft een aantoonbaar belang bij de uitkomsten van de activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager voor de subsidie voor het opstellen van een bedrijfsplan is een landbouwonderneming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-445\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-446\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voor advies en ondersteuning en het uitvoeren van een onderzoek is maximaal 50% van de subsidiabele kosten. maximaal € 10.000,- per aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie voor het opstellen van een bedrijfsplan is: maximaal 80% van de subsidiabele kosten. maximaal € 4.000,- per aanvraag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-447\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Eigen bijdrage</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Minimaal 50% van de subsidiabele kosten van advies en ondersteuning en het uitvoeren van een onderzoek wordt betaald met een geldbijdrage van de aanvrager of derden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Minimaal 20% van de kosten van het opstellen van een bedrijfsplan wordt betaald met een geldbijdrage van de aanvrager of derden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De bijdrage van de aanvrager of van derden mag niet afkomstig zijn van de provincie Overijssel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-448\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Kennisondersteuning Agro&amp;food in Overijssel.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager levert aanvullend een ondertekende offerte in. De offerte is ondertekend door de aanvrager en door de persoon of organisatie die wordt ingezet voor de beantwoording van het vraagstuk, die het onderzoek uitvoert of het bedrijfsplan opstelt. De offerte mag ondertekend zijn onder voorbehoud van het verkrijgen van de subsidie. De aanvrager hoeft geen begroting in te dienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De aanvrager hoeft geen begroting en dekkingplan in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-449\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.9</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2022 en 2023.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4410\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is verplicht: de activiteiten binnen 3 maanden na subsidieverlening te starten; de activiteiten binnen 15 maanden na subsidieverlening uitgevoerd te hebben.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4411\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.11</span><span class=\"lf-art-t\">Staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Als sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan artikel 28 van de AGVV.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De totale overheidsbijdrage om de subsidiabele kosten te dekken is maximaal 50% inclusief de subsidie van de provincie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidie voor het opstellen van een bedrijfsplan voor de overgang naar kringlooplandbouw voldoet aan de De-minimisverordening Landbouw. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4412\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.4.12</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2023 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.5Verbeteren condities voor aandachtsoorten 5.0</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-451\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van de begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aandachtsoort: een soort die op de Aandachtsoortenlijst staat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aandachtsoortenlijst Overijssel: door Gedeputeerde Staten vastgestelde lijst met soorten: waarvoor het leefgebied in Overijssel bovengemiddeld belangrijk is, die volgens de rode lijst bedreigd zijn of waarvan de trend negatief is, en waarvoor het huidige beleid onvoldoende effectief is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leefgebied/biotoop: een door specifieke abiotische en biotische factoren bepaald milieu waarin de soort tenminste tijdens één van de fasen van zijn biologische cyclus leeft. Hieronder worden ook de gebieden verstaan waar de soort vroeger voorkwam en nu niet meer, maar waar de soort mogelijk terug kan keren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-452\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie de leefgebieden van de aandachtsoorten verbeteren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-453\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt verstrekt voor: kleine projecten Aandachtsoorten: het treffen van maatregelen die bijdragen aan het doel van de regeling; maatregelen Poelen: de aanleg of het herstel van poelen of het bijbehorende leefgebied ten behoeve van Kamsalamander, Boomkikker of Knoflookpad; maatregelen Erven: maatregelen op en in de directe omgeving van erven ten behoeve van de Kerkuil, Boerenzwaluw, Huiszwaluw, Ringmus, Grauwe vliegenvanger of Patrijs; maatregelen Bosranden: het creëren van bosranden met mantels en zomen ten behoeve van Klein wintergroen, Klein glidkruid, Anemonenbekerzwam, Kleine ijsvogelvlinder, Sleedoornpage, Bruine eikenpage, Ranonkelbij, Gewone kleine wespbij, Kauwende metselbij, Stronkmier, Boomkikker, Geelgors, Zomertortel, Kerkuil, Hermelijn, Das, Franjestaart, Bosvleermuis, Baardvleermuis, Bechsteins vleermuis, Brandts vleermuis, Rosse vleermuis of Gewone grootoorvleermuis; maatregelen Heide: het verbeteren van de biotopen droge en vochtige heide en droge en vochtige heischrale graslanden door: het verbinden van heideterreinen of heischrale graslanden; het kruidenrijker maken van de heide; het realiseren van nestgelegenheid voor bijen door open plekken te creëren, steilrandjes aan te leggen of dood hout te plaatsen; het beschikbaar stellen van grond: het beschikbaar stellen van grond om aan de herbeplantingsverplichting, als bedoeld in artikel 4.3, lid 1 van de Wet Natuurbescherming te kunnen voldoen om heide te verbinden. Dit geldt alleen als de herbeplantingsverplichting niet ingevuld kan worden door spontane bosontwikkeling, maar elders gerealiseerd moet worden; voorbereidingswerkzaamheden: de voorbereidende werkzaamheden om te komen tot de in de onderdelen a tot en met f genoemde maatregelen. Het gaat om het opstellen van een plan of organisatiekosten die leiden tot de uitvoering van die maatregelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-454\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden voor alle maatregelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: de maatregelen dragen bij aan minimaal één van de twee volgende doelen: het geschikt maken van de milieuomstandigheden voor aandachtsoorten in hun leefgebieden; het behoud of herstel van voldoende grote leefgebieden van goede kwaliteit door voldoende rust, geborgenheid en voedselbeschikbaarheid en de mogelijkheden voor soorten om zich te kunnen verplaatsen tussen delen van leefgebieden; de maatregelen worden uitgevoerd in Overijssel; het gaat om eenmalige maatregelen; de aanleg van houtwallen, singels, hagen, kruidenrijke randen, ruigten, poelen of erfwateren is gebaseerd op de richtlijnen Verbeteren condities voor aandachtsoorten 4.0 die voor die aanleg gelden; de grondeigenaar heeft toestemming gegeven om de grondgebonden maatregelen te mogen uitvoeren; het beheer en onderhoud van de maatregelen is voor minimaal zes jaar geregeld met uitzondering van instandhoudingsmaatregelen voor bloemrijke akkerrandenranden langs akkers en weilanden. Deze randen moeten tijdens de beheerperiode van 6 jaar gedeeltelijk gefreesd en opnieuw ingezaaid worden om het bloemrijke karakter van de randen te behouden; uit een referentie onderzoek of uit deskundige advisering blijkt dat de activiteiten of maatregelen bijdragen aan de versterking van de betreffende aandachtsoort; de maatregelen hebben geen betrekking op de Grutto, Kemphaan, Scholekster, Tureluur en Wulp.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Voor de maatregelen kan geen subsidie worden verstrekt op grond van de Subsidieregeling Natuur en Landschap, de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap of via de Groenblauwe Diensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Geen subsidie wordt verstrekt aan maatregelen voor aandachtsoorten die al binnen Natura 2000-gebieden uitgevoerd worden of gepland zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-455\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Extra voorwaarden voor Poelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De maatregelen Poelen voldoen aan de volgende extra voorwaarden: de maatregelen worden uitgevoerd binnen de gebieden die zijn aangegeven op kaart 1: Zoekgebied poelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De maatregelen kunnen zowel poelen als leefgebied aangrenzend aan de poel betreffen; de maatregelen leiden tot versterking of vergroting van bestaand leefgebied; er worden minimaal 3 poelen aangelegd; de nieuw aan te leggen poelen moeten voldoende dicht bij andere poelen of voortplantingswateren liggen om te komen tot een effectief netwerk van wateren voor de betreffende aandachtsoort. Te denken valt aan een afstand van maximaal 350 meter; de poelen zijn niet aangesloten op continue watervoerende waterlichamen; het herstel of de aanleg van nieuwe poelen voldoet qua vormgeving aan de eisen voor voortplantingswateren voor Kamsalamander, Boomkikker of Knoflookpad. Dit betekent dat een poel aan de volgende eisen voldoet: een wateroppervlak van minimaal 300 m2 en maximaal 750 m2; voldoende zoninstraling; een geleidelijk oplopende noordoever (maximaal 1 meter stijging per 3 meter lengte); de bodem van een poel bevindt zich binnen het grondwaterpeil of de schijngrondwaterspiegel. Om lekkage tegen te gaan kan leem worden gebruikt. poelen voor Kamsalamanders of Knoflookpadden hebben een diepte van 50-70 cm onder de gemiddelde laagste grondwaterstand. poelen voor Boomkikkers hebben een diepte van 20-30 cm onder de gemiddelde laagste grondwaterstand; om bladinval en schaduw te voorkomen is hoog opgaande begroeiing aan de zuid- en westkant onwenselijk; poelen worden zo ingericht dat opschonen niet vaker dan 1 keer per 6 jaar nodig is; vestiging van vis in de poelen moet worden voorkomen; in de directe omgeving van een poel is een geschikt landbiotoop aanwezig of deze wordt met het treffen van de maatregelen gerealiseerd. Het landbiotoop kan bestaan uit: ruigte of kruidenrijk grasland en houtwallen, heggen, hakhoutbosjes of stobbenwallen (winterbiotoop). Als de poel specifiek voor Boomkikkers wordt aangelegd, moet in het landbiotoop ook braamstruweel aanwezig zijn; de maatregelen voldoen aan de kenmerken van een geschikte poel en aan de richtlijnen voor de aanleg van een poel; kunststoffolies zoals landbouwplastics, vijverfolie of EPDM worden niet gebruikt voor de aanleg van vijvers en poelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-456\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Extra voor de maatregelen Erven</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De maatregelen Erven voldoen aan de volgende extra voorwaarden: de aanvraag omvat minimaal 5 erven; er is een ruimtelijke of organisatorische samenhang tussen de deelnemende erven. Bij ruimtelijke samenhang gaan meerdere deelnemende erven lokaal samen aan de slag om de kwaliteit van de erven te verbeteren. Bij organisatorische samenhang maken erven van bedrijven deel uit van een organisatie die een biodiversiteitsdoelstelling nastreeft; de maatregelen op ieder erf sluiten aan bij nabijgelegen bestaande natuur of agrarisch natuurbeheer, of waar deze verbonden gaan worden bij de betreffende erven, bij natuurvriendelijk ingerichte oevers en natuurvriendelijk beheerde bermen, bij het landschapselement, houtwal, singel, bosje of, als het wordt aangelegd in het leefgebied van de Kamsalamander, Boomkikker of Knoflookpad, een poel; de maatregelen bestaan uit het creëren van nestgelegenheid voor Kerkuil, Huiszwaluw, Boerenzwaluw, Grauwe vliegenvanger of Ringmus in combinatie met biotoopverbetering, waar ook andere aandachtsoorten zoals Patrijs, Geelgors en Hermelijn van profiteren. De combinatie van maatregelen zorgt er voor dat een totaal leefgebied, zowel foerageergebied, rustgebied als voortplantingsgebied, voor genoemde soorten gecreëerd wordt; de maatregelen kunnen aangelegd worden op en in directe verbinding met erven; de maatregelen betreffen geen onderhoudsmaatregelen, dunnen, opschonen van dichtgegroeide poelen, bijenhotels en vleermuizenkasten en minder kostbare maatregelen zoals takkenrillen; de planten worden geplant tussen 1 september en 1 januari.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-457\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.7</span><span class=\"lf-art-t\">Extra voorwaarden voor de maatregelen Bosranden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De maatregelen Bosranden voldoen aan de volgende extra voorwaarden: de maatregelen omvatten inrichtingsmaatregelen om te komen tot bosranden met mantels en zomen die daarna als hakhout beheerd kunnen worden in: de overgang van open land naar bos of stroken langs boswegen; de ontwikkeling binnen open land naar structuurrijke vegetaties. de maatregelen vinden plaats door de bosrand over een lengte van minimaal 1.000 m terug te zetten. De bosrand is voldoende breed om zonlicht toe te laten en variërend in breedte en begroeiing om te komen tot een kruidenrijke en structuurrijke rand. De voorgenomen kap van bomen is goed onderbouwd en er heeft vooraf overleg over plaatsgevonden met omwonenden en de provincie Overijssel; als uitlopen, natuurlijke opslag of variatie in bomen achterwege blijft, dan is inplanten met inheemse soorten in de mantel noodzakelijk. Om te voldoen aan de Wet Natuurbescherming moet de bosrand op een bosbouwkundig verantwoorde wijze worden herbebost. Als uitlopen natuurlijke opslag of variatie in bomen niet in voldoende mate plaatsvindt is inplanten in de mantel met inheemse soorten die passen bij de regio noodzakelijk; de maatregelen vinden plaats op basis van een plan voor een gebied waar bosrandzomen in samenhang kunnen worden ontwikkeld. In het plan wordt aangeven hoe de bosranden worden beheerd en op welke wijze gecommuniceerd wordt over de inrichting van de bosranden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-458\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.8</span><span class=\"lf-art-t\">Extra voorwaarden maatregelen Heide</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De maatregelen Heide voldoen aan de volgende extra voorwaarden: de maatregelen dragen bij aan de versterking van het leefgebied van de Blonde zegge, Blauwe knoop, Heidekartelblad, Vetblad, Melkviooltje, Draadgentiaan, Kleine tijm, IJslands mos, Bruine eikenpage, Bruine vuurvlinder, Kommavlinder, Gentiaanblauwtje, Zilveren maan, Aardbeivlinder, Ericabij, Heidewespbij, Gewone kleine wespbij, Ranonkelbij, Paardenbloembij, Stronkmier, Adder, Tapuit of Veldleeuwerik; de maatregelen gaan over: het verbinden van heideterreinen of heischrale graslanden die op korte afstand van elkaar zijn gelegen. Waardoor het leefgebied wordt vergroot en versterkt en uitwisseling van deelpopulaties mogelijk wordt. De te realiseren verbinding bestaat uit droge- of vochtige heide of droog of nat heischraal grasland. Voldaan moet worden aan de herplantplicht indien van toepassing; het kruidenrijker maken van heideterreinen door kruidenrijke randen of kleine veldjes (akkertjes) met een mengsel van granen en inheemse akkerkruiden in te zaaien direct naast of op bestaande heideterreinen, nadat de aanwezige vegetatie zeer diep is weggemaaid of gechopperd en daarna gefreesd. De randen of veldjes mogen niet groter zijn dan 10 are; het realiseren van nestgelegenheid. de maatregelen worden getroffen bij terreinen met heide, voormalige heide of heischraal grasland, waar de genoemde aandachtsoorten nog voorkomen en natuurbeheer ten behoeve van de doelsoorten gewaarborgd is, of waar heideterreinen of schraalgraslanden met elkaar kunnen worden verbonden; bij het verbinden van kleine heideterreinen of schraalgraslanden heeft de aan te leggen verbinding een minimale breedte van 25 meter. Na verwijdering van de begroeiing dient het beheer gericht te zijn op droge of natte heide of droog of nat heischraal grasland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-459\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is een particulier, een stichting, een vereniging, een BV, een NV, een maatschap, een ZZP’er, een v.o.f., een eenmanszaak of een kerkgenootschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4510\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.10</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor de volgende specifieke maatregelen gelden de volgende maximale subsidiabele tarieven: € 100,- als sprake is van een solitaire boom inclusief het planten en toebehoren; € 75,- als sprake is van een kerkuilenkast; € 500,- als sprake is van erfwater; € 2.500,- als sprake is van de aanleg van een poel; € 0,67/m² voor de aanleg (inclusief zaaimengsel) van een kruidenrijke rand; € 0,16/m² voor het in stand houden van de kruidenrijke rand voor de totale periode van 6 jaar; € 0,08/m² voor het in stand houden van een ruigtestrook of natuuroever; € 0,83/m² voor de aanleg van een natuuroever (afgraven talud, plaatsen afrastering).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Kosten voor inzaai of herplant zijn alleen subsidiabel als dit plaats vindt met inheemse soorten passend bij de regio waar de maatregelen worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Als sprake is van maatregel Heide dan is waardedaling van de grond subsidiabel. Deze waardedaling is alleen subsidiabel als: de waardedaling is gebaseerd op het verschil in marktwaarde voor en na de voorgenomen maatregel en inrichting tot bosgrond; de waarde van de grond door een onafhankelijke deskundige wordt getaxeerd; [vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.11</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voor kleine maatregelen Aandachtssoorten is maximaal 80% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 10.000,- per aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie voor de maatregelen Poelen is maximaal 80% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 30.000,- per aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidie voor maatregelen Erven is maximaal 80% van de subsidiabele met een maximum van € 5.000,- per erf. Het maximum per aanvraag is € 100.000,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De subsidie voor maatregelen Bosranden bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten , met een maximum van € 50.000,- per aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De subsidie voor de maatregelen Heide bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 100.000,- per aanvraag;</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De subsidie voor het beschikbaar stellen van grond bedraagt 100% van de waardevermindering, met een maximum van 85% van de waarde van de grond als landbouwgrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.De subsidie voor de voorbereidende werkzaamheden bedraagt maximaal 25% van de subsidiabele kosten van de in artikel 4.5.3 onderdelen a tot en met f genoemde maatregelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4512\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.12</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager maakt gebruik van het aanvraagformulier Verbeteren condities voor aandachtsoorten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in: een overzichtskaart op minimaal schaal 1:25.000 waarop de ligging van het gebied waar de maatregelen worden uitgevoerd is aangegeven op minimaal schaal 1:25.000 en detailkaarten dan wel luchtfoto’s op minimaal schaal 1:2.500 waarop de huidige en toekomstige situatie is aangegeven. Voor de maatregelen Erven wordt een detailkaart per erf aangeleverd; als sprake is van grondgebonden activiteiten, de ondertekende afspraken of toestemming van de grondeigenaar; een projectplan volgens het format Projectplan Verbeteren condities voor soorten op orde algemeen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De aanvrager levert, als het gaat om maatregelen Poelen of maatregelen Erven, aanvullend de volgende stukken in: een projectplan volgens het format Projectplan Erven; een detailbegroting per erf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4513\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.13</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2022 en 2023.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Er geldt een deelplafond voor: de kleine projecten; de maatregelen Poelen; de maatregelen Erven; de maatregelen Bosranden; de maatregelen Heide.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4514\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.14</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is verplicht: om de effecten van de maatregelen voor de planten- of diersoorten te monitoren. De resultaten worden toegestuurd aan de provincie en ingevoerd in Waarnemingen.nl of, als dat mogelijk is, in de Nationale Database Flora en Fauna; als sprake is van de maatregelen Erven, de erfvogels jaarlijks half mei te monitoren tijdens een periode van minimaal 6 jaar. De resultaten van de tellingen worden voor 1 juli van elk jaar doorgegeven aan de provincie; communicatieactiviteiten uit te voeren met als doel om kennis te delen of nieuwe projecten te starten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4515\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.15</span><span class=\"lf-art-t\">Staatssteun</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Als sprake is van subsidie voor maatregel Heide en de subsidie is voor de waardedaling van landbouwgrond én de subsidieontvanger of de eindbegunstigde is een landbouwonderneming, dan voldoet de subsidie aan artikel 14 lid 3 onderdeel d van de LVV. De subsidie voor de waardedaling van landbouwgrond is dan maximaal 10% van de totale kosten van de maatregel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als sprake is van subsidie voor de waardedaling van grond van andere aanvragers dan een landbouwonderneming dan is er geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening of De-minimisverordening Landbouw. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De subsidie voor de andere maatregelen is geen staatssteun, omdat sprake is van natuurbehoud.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4516\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.5.16</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2023 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.6Stimulering toekomstbestendige verduurzaming Agro&amp;food sector</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-461\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van de begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Agro&amp;food sector: alle ondernemingen of organisaties in de voedselketen, waarbij de plantaardige en dierlijke economische ketens centraal staan, inclusief de voor de voedingsmiddelen bestemde logistiek, handel, financiële dienstverlening en onderzoek en ontwikkeling. Als niet met zekerheid kan worden bepaald of een aanvrager onder de Agro&amp;food sector valt, wordt gekeken naar de Monitor topsectoren, Methodebeschrijving en tabellenset van het CBS.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ecosysteemdiensten: de diensten die de natuur de mens biedt gerelateerd aan de landbouw, zoals bestuiving, bodemvruchtbaarheid, koolstofvastlegging in de bodem, aantrekkelijk landschap voor recreatie, natuurlijke plaagonderdrukking en waterregulatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kringlooplandbouw: landbouw waarbij zo min mogelijk afval vrijkomt, de uitstoot van schadelijke stoffen zo klein mogelijk is en grondstoffen en eindproducten met zo min mogelijk verliezen worden benut.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-462\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan de bevordering van de transitie naar kringlooplandbouw.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-463\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verleend voor: demonstraties, praktijkleertrajecten en kennisdeling over kringlooplandbouw; de ontwikkeling en het uitvoeren van een methode of aanpak om meerdere landbouwondernemers te stimuleren om de ecosysteemdiensten op het landbouwbedrijf te verbeteren of uit te breiden. Hieronder valt ook het vormen van een netwerk ten behoeve van de hiervoor genoemde activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: de activiteiten zijn voor de Agro&amp;food sector in Overijssel; de activiteiten dragen bij aan: het sluiten van kringlopen, het terugdringen van emissies, het verminderen van verspilling van biomassa in het gehele voedselsysteem. de activiteiten dragen bij aan een gezonde toekomstbestendige bedrijfsvoering en het versterken van de sociaaleconomische positie van de landbouwondernemer in de Agro&amp; food keten. de activiteiten dragen bij aan minimaal twee van de volgende doelen uit de meetlat kringlooplandbouw van LNV (publicatiedatum 17 juni 2019): de activiteiten leveren een bijdrage aan de klimaatopgave voor landbouw en landgebruik; de activiteiten bevorderen de aantrekkelijkheid en vitaliteit van het platteland en dragen bij aan een bloeiende regionale economie; de activiteiten leveren winst op voor ecosystemen, zijnde water, bodem en lucht, biodiversiteit en de natuurwaarde van het boerenlandschap; de activiteiten leveren een bijdrage aan het dierenwelzijn; de activiteiten leveren een bijdrage aan de erkenning van de waarde van voedsel en het versterken van de relatie tussen boer en burger; de activiteiten versterken de positie van Nederland als ontwikkelaar en exporteur van integrale oplossingen voor klimaatslimme en ecologisch duurzame voedselsystemen; de activiteiten dragen wat betreft visserij bij aan een duurzaam bestandsbeheer zonder schade aan de natuurlijke omgeving. de bijdrage aan minimaal twee van de doelen zoals genoemd bij onderdeel c, mag niet betekenen dat er een negatief effect is op een of meer van de andere doelen zoals genoemd bij onderdeel c; het beoogde effect van de activiteiten is naar het oordeel van de Adviescommissie voldoende in relatie tot de gevraagde subsidie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-464\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voor demonstraties, praktijkleertrajecten of kennisdeling wordt aangevraagd door degene die de demonstraties, praktijkleertrajecten of kennisdeling levert aan de ondernemingen. Deze moet aantoonbaar voldoende gekwalificeerd zijn en kan aantonen dat er een concrete vraag is vanuit de primaire agrarische sector.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie voor de ontwikkeling en het uitvoeren van een methode of aanpak wordt aangevraagd door een samenwerkingsverband waaraan minimaal 1 ondernemer uit de Agro&amp;food sector deelneemt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-465\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing. Er gelden geen uitzonderingen op de subsidiabele en niet subsidiabele kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-466\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie is maximaal 50% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie is maximaal € 200.000,- per aanvraag, waarbij de subsidie voor: productieve investeringen op een landbouwbedrijf, maximaal 40% van de investeringskosten per landbouwondernemer is; als adviesdiensten aan een landbouwondernemer, maximaal € 1.500,- per landbouwondernemer is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidie wordt niet verleend als de berekende subsidie per aanvraag € 5.000,- of minder is. Artikel 1.2.17 lid 2 is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-467\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Stimulering toekomstbestendige verduurzaming agrofFood sector.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in: een projectplan waaruit in ieder geval blijkt op welke wijze aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 4.6.3 lid 2 wordt voldaan; een samenwerkingverklaring en een Staatssteunverklaring Partners, als sprake is van een aanvraag van een samenwerkingsverband. Artikel 1.2.13 lid 7 is van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-468\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.8</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2022 en 2023.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-469\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.9</span><span class=\"lf-art-t\">Adviescommissie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag voor subsidie van € 10.000,- of meer kan worden voorgelegd aan de Adviescommissie agro&amp;food. De commissie geeft advies of de aanvraag voldoet aan de voorwaarden zoals die genoemd zijn in artikel 4.6.3 lid 2 en artikel 4.6.4 lid 2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4610\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht: de activiteiten binnen 3 jaar na subsidieverlening en uiterlijk 31 december 2025 te hebben uitgevoerd; de resultaten van of kennis over de activiteiten te delen met de sector in een vorm naar keuze.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4611\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.11</span><span class=\"lf-art-t\">Staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voor demonstraties, praktijkleertrajecten en kennisdeling over kringlooplandbouw voldoet aan artikel 21 lid 3 van de LVV. De totale overheidsbijdrage voor de dekking van de subsidiabele kosten inclusief de subsidie van de provincie is maximaal 100%. Voor demonstratieprojecten geldt aanvullend dat de totale overheidsbijdrage voor de dekking van de subsidiabele kosten inclusief de subsidie van de provincie maximaal € 100.000,- is voor een periode van maximaal 3 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie voor de ontwikkeling en het uitvoeren van een methode of aanpak om meerdere landbouwondernemers te stimuleren om de ecosysteemdiensten op het landbouwbedrijf te verbeteren of uit te breiden levert geen staatssteun op, tenzij sprake is van een investering bij een landbouwonderneming of maatwerkadvies aan een landbouwonderneming. In dat geval voldoet: de subsidie voor een productieve investering bij een landbouwonderneming aan artikel 14 van de LVV. De totale overheidsbijdrage voor de dekking van de subsidiabele kosten inclusief de subsidie van de provincie is maximaal 40%.; de subsidie voor maatwerkadvies aan een landbouwonderneming aan artikel artikel 22 van de LVV . De subsidie wordt dan verleend aan de aanbieder van de maatwerkadvies.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidie voor de andere activiteiten is geen staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening, De-minimisverordening Landbouw of de De-minimisverordening Visserij. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4612\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.6.12</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2023 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7Gebiedsgerichte aanpak Stikstof</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-471\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van de begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel worden veel voorkomende begrippen uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied: het deelgebied dat als onderdeel van de gebiedsgerichte aanpak bepaald is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof (GGA): een samenwerkingsproces waarbij de gebiedspartners samen op zoek gaan naar oplossingen die passen bij de kenmerken van de gebieden en projecten uitvoeren die inzicht geven in de stikstofproblematiek en oplossingsrichtingen vergroten of bijdragen aan het verminderen van de stikstofemissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsagenda: een plan voor de middellange termijn met daarin opgenomen de gebiedsgerichte uitwerking en een effectanalyse van al beschikbare maatregelen en middelen en een voorstel voor mogelijke aanvullende maatregelen inclusief de daartoe benodigde middelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedspartners: terrein beherende organisaties, vertegenwoordigende organisaties van ondernemers, natuur- en milieuorganisaties en overheden die als partner betrokken zijn, omdat ze een belang hebben bij het realiseren van de doelen van de GGA.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsteams: de werkorganisatie van de GGA. Een gebiedsteam bestaat uit: de gebiedsregisseurs en de gebiedsondersteuner die de provincie Overijssel levert, enkele medewerkers afkomstig van andere gebiedspartners, die in het gebiedsteam werkzaam zijn. Die werkzaamheden doen ze in het algemeen belang. Ze zijn bij die werkzaamheden dus geen belangenbehartiger van hun organisatie. Het gebiedsteam verzamelt onder andere de benodigde informatie en analyseert deze, bereidt de gebiedstafels voor, stelt de Gebiedsanalyse en de Gebiedsagenda op, verzorgt de communicatie en organiseert participatie en ondersteunt bij de uitvoering van projecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedstafel: het overleg van overheden en organisaties met een belang bij het gebied als geheel als het gaat om oplossingen voor de stikstofproblematiek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-472\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie samen met inwoners, bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties op zoek gegaan naar oplossingen voor de stikstofproblematiek die passen bij de GGA-gebieden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-473\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verstrekt voor de inzet van gebiedspartners in een gebiedsteam voor de GGA.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: de inzet van gebiedspartners is ten behoeve van een gebiedsteam van één van de volgende GGA-gebieden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Noordwest-Overijssel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vechtdal;</p>\n<p class=\"lf-p\">Salland;</p>\n<p class=\"lf-p\">West-Twente;</p>\n<p class=\"lf-p\">Noordoost-Twente;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zuidoost-Twente. de inzet van uren is afgestemd met de overige gebiedspartners die als aanvrager zijn genoemd. De betrokken gebiedspartners hebben overeenstemming bereikt over de inzet van het per gebied beschikbaar gestelde maximale bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten mag gestart zijn na 1 juli 2022. Dit is een afwijking van artikel 1.2.3.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-474\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is:</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Natuur en Milieu Overijssel, Landschap Overijssel, Overijssels Particulier Grondbezit, LTO Noord afdeling Overijssel, Coöperatieve Agrarisch Natuur Collectief Midden Overijssel, Coöperatie Gebiedscollectief Noordoost-Twente U.A., Coöperatieve Agrarisch Natuur Collectief Noordwest Overijssel U.A.;</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterschap Vechtstromen, Waterschap Drents Overijsselse Delta, Waterschap Rijn en Ijssel;</p>\n<p class=\"lf-p\">VNO-NCW Midden, Bouwend Nederland, Transport en Logistiek Nederland, MKB Nederland regio Zwolle; een Overijsselse gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-475\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De eigen personeelskosten en de personeelskosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De kosten van de activiteiten die zijn uitgevoerd voordat de aanvraag is ontvangen zijn wel subsidiabel, maar alleen als de activiteit na 1 juli 2022 is uitgevoerd. Artikel 1.2.8 onderdeel a is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-476\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie per gebied is maximaal 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 75.000,- exclusief btw.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie geldt voor de subsidieperiode van 1 juli 2022 tot en met 31 december 2022.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-477\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Gebiedsgerichte aanpak Stikstof.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-478\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.8</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2022 en 2023.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.[vervallen] 3.Er geldt een deelplafond voor de indieningstermijn 1 juli 2022 tot en met 31 december 2022.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-479\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.9</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het voorschot is maximaal 75% van de verleende subsidie. Dit is een afwijking van artikel 1.3.2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4710\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.10</span><span class=\"lf-art-t\">Geen staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt niet gezien als staatssteun.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4711\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.7.11</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieregeling vervalt op 30 november 2023 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.8Groene schoolpleinen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-481\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van de begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel wordt een vaker voorkomend begrip uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groen schoolplein: een natuurlijke speel- en leeromgeving. Een groen schoolplein voldoet aan minimaal 8 van de 11 doelen zoals opgenomen in Bijlage 1.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-482\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het versterken van de relatie tussen natuur en mensen. Dit door basisscholen te ondersteunen bij het aanleggen van groene schoolpleinen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-483\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verleend voor de volgende activiteiten om groene schoolpleinen te ontwerpen en te realiseren: deskundige procesbegeleiding; het ontwerpen van een groen schoolplein; of de gehele of gedeeltelijke aanleg van een groen schoolplein.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het groene schoolplein wordt gerealiseerd op basis van een ontwerp. Het ontwerp is of wordt opgesteld door of in samenwerking met: een deskundige zoals opgenomen op www.groeneschoolpleinenoverijssel.nl; een deskundige op het gebied van speelnatuur. De deskundigheid wordt aangetoond door minimaal twee referentieprojecten op het gebied van speelnatuur; een deskundige, waarbij de deskundigheid wordt aangetoond door middel van het ingediende ontwerp.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het ontwerp en het aanleggen van een groen schoolplein heeft een minimale begroting van € 17.500,-. De begroting voldoet aan de volgende voorwaarden: in de begroting wordt minimaal €7.500,- begroot voor de aankoop en aanleg van groen, inclusief voorbereidende grondwerkzaamheden; alleen kosten die nog gemaakt moeten worden mogen worden opgevoerd; kosten van speeltoestellen zoals een houten klimrek of wipkip, worden niet opgevoerd; eventuele kosten voor een speelaanleiding, zoals een klimboom of waterpomp mogen worden opgevoerd; niet groene onderdelen, zoals het plaatsen van tegels, worden alleen opgevoerd als deze nodig zijn voor het groene schoolplein.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De activiteiten die niet voor de subsidie in aanmerking komen zijn: reguliere herstel of onderhoudswerkzaamheden van het betreffende schoolplein.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-484\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is een basisschool in Overijssel of een koepelorganisatie in Overijssel die aanvraagt voor een basisschool.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-485\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie is een vast bedrag per schoolplein en een vast bedrag per aangeplante boom. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-486\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie is een vast bedrag van € 10.000,- per schoolplein en per schoollocatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvullende subsidie is een vast bedrag van € 100,- per aangeplante boom. Alleen bomen die op moment van aanplanten een minimale stamomtrek, op 1 meter hoogte, van minimaal 8-10 centimeter hebben komen voor de subsidie in aanmerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-488\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.8</span><span class=\"lf-art-t\">Eigen bijdrage</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De eigen bijdrage van de school of van derden aan het ontwerp of de realisatie van het groene schoolplein is minimaal € 7.500,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Inzet van uren door vrijwilligers is subsidiabel. In de begroting en het dekkingsplan mag die inzet opgenomen worden voor maximaal € 15,- per uur tot een maximum bedrag van € 3.500,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-489\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager maakt gebruik van het aanvraagformulier Groene schoolpleinen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in: foto’s van het schoolplein voor de vergroening; als dat beschikbaar is, het ontwerp van het groene schoolplein; twee referentieprojecten van speelnatuur, als de deskundige niet is opgenomen in de lijst van groene ondersteuners op de site www.groeneschoolpleinenoverijssel.nl 5.Als een basisschool meerdere pleinen op 1 locatie heeft, kan er maximaal 1 aanvraag worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Als een basisschool meerdere locaties heeft met elk een eigen plein, kan er per locatie maximaal 1 aanvraag worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Als meerdere basisscholen van verschillende koepelorganisaties een plein delen, kan per basisschool maximaal 1 aanvraag worden ingediend. Voor elke basisschool geldt de voorwaarde voor de eigen bijdrage zoals genoemd in artikel 4.8.8. Per basisschool wordt een aparte begroting ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Er mag geen aanvraag worden ingediend voor alleen deskundige procesbegeleiding of voor alleen het ontwerp van een groen schoolplein.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.Voor het betreffende schoolplein of schoollocatie kan maximaal 1 keer subsidie aangevraagd worden op basis van deze subsidieregeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4810\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.10</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregelging</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2022 en 2023.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4811\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.11</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht: kennis te delen met andere scholen als daar om wordt gevraagd; het groene schoolplein na aanleg minimaal 5 jaar in stand te houden; met de aanleg van het groene schoolplein binnen 12 maanden na subsidieverlening te starten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4812\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.12</span><span class=\"lf-art-t\">Geen staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt niet gezien als staatssteun.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4813\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.8.13</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2023 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1 Omschrijving van een groen schoolplein, bij 4.8 Groene schoolpleinen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een groen schoolplein is een natuurlijke speel- en leeromgeving met veelal de volgende kenmerken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een groen schoolplein biedt een rijk speel- en leerlandschap waar zowel ruimte is voor kinderen om vrij te spelen als voor natuur om zich te ontwikkelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minimaal 50% van de bespeelbare oppervlakte van de schoolomgeving heeft een natuurlijk karakter. We maken onderscheid tussen groen oppervlak (gras, struiken en bomen), onthard oppervlak (boomsnippers, zand) en verhard oppervlak (tegels).</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn verschillende vormen van groen te onderscheiden, zoals: speelgroen (spelen in en met groen), educatief groen, eet- en ruikgroen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een groen schoolplein is ingericht met (vooral) natuurlijke duurzame materialen, waarbij hergebruik van materialen voorop staat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beplanting op een groen schoolplein is bij voorkeur inheems, geschikt bij de natuurlijke omstandigheden van die plek en biedt seizoensvariatie. Waar mogelijk biedt de beplanting en inrichting mogelijkheden voor verbeteren van condities voor aandachtsoorten van Overijssel. Overzicht van de aandachtsoorten is te vinden op www.overijssel.nl/subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inrichting van het plein draagt bij aan biodiversiteit en aan het voorkomen van wateroverlast en hittestress (groene gevels, groene daken, schaduwbomen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is voor kinderen uitdagende en dynamische natuur te vinden en ze kunnen de natuur van top tot teen ervaren; kinderen van alle leeftijden kunnen grenzen verkennen en aanvaardbare risico’s nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De speelomgeving biedt plek voor rust, natuurbeleving, creatieve vormen van spel en avontuurlijk bewegen. De basis hiervoor ligt in de diversiteit en verscheidenheid van het plein met kenmerken als hoog/laag, nat/droog, schaduw/zon.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kinderen kunnen zowel met abiotische natuur (zoals zand en water) als met levende natuur spelen. Hierdoor ontstaan er mogelijkheden om in het spel te exploreren, te vernieuwen, te verbeelden en te creëren. De aanwezigheid van los natuurlijk materiaal is hiervoor een voorwaarde (denk aan zand, takken, stenen, en dergelijke).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van de buitenruimte is geïntegreerd in het lesprogramma. Naast de mogelijkheden om bijvoorbeeld taal- en rekenlessen te geven op het plein kunnen kinderen ook leren over planten, dieren, weersverschijnselen en natuurlijke materialen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het ontwerp, de aanleg én het onderhoud zijn kinderen, docententeam ouders en buren zo veel mogelijk actief betrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.9Verplaatsing landbouwbedrijfsgebouwen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-491\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurnetwerk Nederland (NNN): een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het doel is om natuurgebieden met elkaar te verbinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontwikkelopgave Natura 2000: het uitvoeren van maatregelen voor de bescherming van de natuurwaarden in de Natura 2000 gebieden als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN).</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitwerkingsgebied Ontwikkelopgave Natura 2000: gebieden waar maatregelen genomen moeten worden om natuurwaarden in het nabijgelegen Natura 2000-gebieden te beschermen. Het gebied is als een gebiedscategorie of deelgebied NNN aangegeven op de kaarten die bij de geldende Omgevingsverordening horen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verplaatsing: het demonteren, verhuizen en weer opbouwen van bestaande voorzieningen eventueel gecombineerd met de modernisering van deze voorzieningen dan wel verhoging van de productiecapaciteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-492\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan de bescherming van de natuurwaarden in de Natura 2000 gebieden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-493\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidie wordt verleend voor de verplaatsing van een landbouwbedrijfsgebouw in het belang van de Ontwikkelopgave Natura 2000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen zijn: de verhuizing van bestaande voorzieningen, zoals de bedrijfsmiddelen en dieren naar de nieuwe locatie; de opbouw van de bestaande voorzieningen op de nieuwe locatie; het demonteren van de bestaande landbouwbedrijfsgebouwen, alleen als dit in de bedrijfsverplaatsingsovereenkomst met de provincie is opgenomen; extern advies voor de verplaatsing. Het gaat dan om advies voor de voorbereiding van de verplaatsing, advies over het demonteren, de verhuizing en het weer opbouwen en advies over de haalbaarheid van de verplaatsing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden:</p>\n<p class=\"lf-p\">De landbouwonderneming heeft grond in gebruik voor akkerbouw of veeteelt, dat voor een deel gelegen is binnen het Uitwerkingsgebied Ontwikkelopgave Natura 2000. Ook landbouwondernemingen die buiten het Uitwerkingsgebied Ontwikkelopgave Natura 2000 liggen, kunnen verplaatst worden als de verplaatsing een essentiële bijdrage levert aan de Ontwikkelopgave Natura 2000 en in die zin een sleutelpositie inneemt in het kader van de grondverwerving ten behoeve van de Ontwikkelopgave Natura 2000; er is een verplaatsingsovereenkomst gesloten met de provincie Overijssel; de op te bouwen landbouwonderneming moet een levensvatbaar bedrijf betreffen; de opbouw van de landbouwonderneming vindt plaats op een locatie waar de onderneming zonder juridische en feitelijke obstakels kan blijven bestaan in de toekomst; de opbouw vindt plaats binnen 24 maanden na het sluiten van de verplaatsingsovereenkomst met de provincie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-494\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is degene die, op het moment van het sluiten van de verplaatsingsovereenkomst met de provincie, het eigendom, regulier pachtrecht of erfpachtrecht heeft van grond behorend bij een landbouwonderneming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-495\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing en aanvullend daarop geldt: als sprake is van interne loonkosten van de aanvrager dan geldt een uurtarief van € 40,-. Artikel 1.2.6 lid 1 onderdeel a is van toepassing. voor de advieskosten geldt een maximaal uurtarief van € 90,-. Dit is een afwijking van artikel 1.2.7 lid 6. de overdrachtsbelasting die in verband met opbouw eventueel is verschuldigd is subsidiabel; de onvoorziene kosten voor de opbouw zijn wel subsidiabel tot een maximum van 15% van de totale opbouwkosten. Dit is een afwijking van artikel 1.2.8 onderdeel f.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De kosten die niet voor de subsidie in aanmerking komen zijn: kosten voor het saneren van de bodem; fiscale claims, met uitzondering van de hiervoor genoemde overdrachtsbelasting; kosten die gefinancierd zijn op grond van een Rood voor Rood-regeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-496\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voor het advies en de verhuizing is maximaal 100% van de subsidiabele kosten 2.De subsidie voor het advies en de verhuizing is maximaal € 100.000,- per landbouwonderneming.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidie voor de opbouw is maximaal 40% van het verschil tussen: de waarde en eventuele investeringskosten van installaties en bedrijfsgebouwen op de nieuwe locatie exclusief de bedrijfswoning en de ondergrond en inclusief de sloop van niet bruikbare bedrijfsgebouwen op de nieuwe locatie, en de waarde van installaties en bedrijfsgebouwen, exclusief de bedrijfswoning en de ondergrond op de te verlaten locatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beide waarden worden vastgesteld door middel van een in opdracht van de provincie uitgevoerde taxatie. Sloopkosten van de niet bruikbare bedrijfsgebouwen op de nieuwe locatie zullen tegen maximaal € 25,- per m2 te slopen bedrijfsgebouw opgevoerd kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De subsidie voor de opbouw is maximaal € 400.000,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De subsidie voor de demontage is € 25,- per m2 te slopen bedrijfsgebouw tot een maximum van € 100.000,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De subsidie en het aankoopbedrag van het te verplaatsen bedrijf kan nooit meer bedragen dan de hoogte van een volledige schadeloosstelling op grond van de Onteigeningswet als het fictieve uitgangspunt gehanteerd zou worden dat het landbouwbedrijf in reconstructie zou worden gebracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-497\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Verplaatsing landbouwbedrijfsgebouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager levert aanvullend een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in: een topografische kaart met een schaal van 1:10.000 waarop de ligging en oppervlakte van de te verplaatsen onderneming en de bijbehorende gronden, en ook de plaats van hervestiging zijn aangegeven. Als deze plaats ten tijde van de aanvraag nog niet bekend is, stuurt de aanvrager de provincie Overijssel per ommegaande een topografische kaart met een schaal van 1:10.000 waarop de plaats van hervestiging is aangegeven een investeringsbegroting van de nieuwe bedrijfslocatie opgesteld door een onafhankelijk deskundige, waaruit ook de financiële haalbaarheid van de investering blijkt; een plan van uitvoering van de werkzaamheden met een daaraan gekoppelde tijdsplanning; kopieën van de al aanwezige vergunningen voor de opbouw van het nieuw te vestigen landbouwbedrijf; als gebruik is gemaakt van een Rood voor Rood regeling: de stukken waaruit blijkt dat de Rood voor Rood aanvraag niet betrekking had op dezelfde kosten als waarvoor nu subsidie wordt aangevraagd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-498\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.8</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2022 en 2023.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-499\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidieontvanger is verplicht binnen 24 maanden na het sluiten van de bedrijfsverplaatsingsovereenkomst met de provincie, het landbouwbedrijf op de nieuwe locatie op te bouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als door aantoonbare overmacht de opbouw van een volwaardig bedrijf op de nieuwe locatie binnen de in de verleningsbeschikking opgenomen termijn niet mogelijk is kan de termijn voor opbouw verlengd worden met maximaal 24 maanden. De opbouw zal na verlenging nooit later zijn dan 16 maanden na het krijgen van de benodigde vergunningen voor de opbouw van het landbouwbedrijf. Onder overmacht wordt in ieder geval verstaan: de situatie waarbij aantoonbaar meerdere serieuze onderhandelingen over een nieuwe locatie niet succesvol zijn geweest; ofwel de situatie waarbij het traject voor het verkrijgen van de benodigde vergunningen door onvoorziene en niet verwijtbare omstandigheden langere tijd in beslag neemt dan voorzien bij het afsluiten van de overeenkomst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4910\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.10</span><span class=\"lf-art-t\">Staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voldoet aan artikel 16 van de LVV.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als de verplaatsing naast demonteren, verhuizen en weer opbouwen leidt tot een modernisering van voorzieningen of een verhoging van productiecapaciteit van het landbouwbedrijf, dan zijn de kosten van modernisering van de voorzieningen of verhoging van de productiecapaciteit voor 40% subsidiabel tot een maximum van € 500.000,- per onderneming per investeringsproject. Er is geen sprake van modernisering als het een vervanging van een bestaand gebouw of van bestaande voorzieningen door een nieuw modern gebouw of nieuwe, moderne voorzieningen betreft waarbij de betrokken productie of technologie niet fundamenteel wordt gewijzigd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4911\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.9.11</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2023 om 17.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10Opstellen plan voor Streekeigen Landschapsbeheer</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.10.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenis van de begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel worden veel voorkomende begrippen uitgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landschapselementen: groene of blauwe elementen, zoals een houtwal, singel, solitaire boom, poel of wandelpad, die in het landschap aanwezig zijn en iets vertellen over het ontstaan van het landschap. Ze laten bijvoorbeeld zien hoe onze voorouders het landschap hebben gebruikt. Hun oorspronkelijke functie van perceel begrenzing, houtproductie of vee drinkplaats hebben ze deels verloren, maar ze vormen nog steeds een belangrijke leefomgeving voor bijvoorbeeld vogels, insecten en amfibieën.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landschapscoördinator: de landschapscoördinator geeft procesmatige ondersteuning aan georganiseerde groepen inwoners of ondernemers om een plan voor streekeigen landschapsbeheer op te stellen. De coördinator voert een oriënterend gesprek met de initiatiefnemers en adviseert of het haalbaar is om een plan streekeigen landschapsbeheer op te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Streekeigen landschapsbeheer: het onderhouden van landschapselementen in agrarische cultuurlandschappen in Overijssel voor een periode van 21 tot 30 jaar. Bij agrarische cultuurlandschappen gaat het om landschap dat onder invloed van de mens is gevormd, waarvan de hoofdfunctie agrarisch is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.10.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan natuurbeheer. Dit door het behoud en beheer van waardevolle en karakteristieke landschapselementen in agrarische cultuurlandschappen in de provincie Overijssel te ondersteunen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4103\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.10.3</span><span class=\"lf-art-t\">Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie wordt verleend voor: het opstellen van een plan voor streekeigen landschapsbeheer, ook wel een bidbook genoemd. Het plan wordt door een georganiseerde groep inwoners of ondernemers opgesteld; de ondersteuning om de beheerorganisatie voor streekeigen landschapsbeheer op te zetten. Hierbij gaat het om onder andere de ondersteuning die nodig is om de financiën en bijbehorende contracten en administratie op een rij te krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het streekeigen landschapsbeheer voldoet aan de volgende voorwaarden: het streekeigen landschapsbeheer wordt uitgevoerd in Overijssel; het streekeigen landschapsbeheer, past binnen Kwaliteitsambitie 2, zoals verwoord op bladzijde 14 e.v. van de catalogus gebiedskenmerken; het streekeigen landschapsbeheer wordt niet uitgevoerd op gronden die liggen binnen het natuurnetwerk - NNN gebied als bedoeld in artikel 4.20.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.In het op te stellen plan voor het streekeigen landschapsbeheer zijn de volgende punten in beeld gebracht: wat er nodig is voor het landschapsbeheer in de woon- of werkomgeving; hoe de beheerorganisatie vormgegeven wordt; wat de wensen en eisen van het gebied is voor het toekomstige landschapsbeheer; wat het plangebied is; omschrijving van de landschappelijke kwaliteit; de ambitie; de voorgenomen aanpak; de aansluiting dan wel afstemming met andere projecten in het gebied, en de koppelkansen worden genoemd; de financiën; de administratie; de monitoring; de risico’s; de communicatie; de planning.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Voor het beheer is niet eerder subsidie of een bijdrage verleend door de provincie of een ander bestuursorgaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4104\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.10.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvrager is een georganiseerde groep van inwoners of ondernemers in de vorm van een stichting, een vereniging, een BV of een NV.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager heeft een oriënterend gesprek gehad met de landschapscoördinator en deze adviseert een vervolg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4105\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.10.5</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten die voor subsidie in aanmerking komen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4106\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.10.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie is maximaal 100% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie is maximaal: € 40.000,- per aanvraag voor het opstellen van een plan streekeigen landschapsbeheer; € 5.000,- per aanvraag voor de ondersteuning die ingehuurd wordt om de beheerorganisatie voor streekeigen landschapsbeheer op te zetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidie wordt niet verleend als de berekende subsidie minder dan € 5.000,- is. Artikel 1.2.17 lid 2 is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4107\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.10.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De aanvraag kan het hele jaar ingediend worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Opstellen plan streekeigen landschapsbeheer.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De aanvrager levert aanvullend ook de volgende stukken in: een plan van aanpak waarin minimaal de volgende informatie staat: de grenzen van het betreffende gebied; de landschappelijke kwaliteit van het gebied; een beeld van de aanwezige landschapselementen op de kaart en foto‘s van de locatie waar het streekeigen landschapsbeheer uitgevoerd gaat worden; de betrokkenheid van de inwoners in het gebied; de gekozen aanpak en hoe deze tot het gewenste resultaat, namelijk het plan voor streekeigen landschapsbeheer, leidt; een beschrijving van de organisatiestructuur; de in te huren deskundigheid en hoe die bijdraagt aan het plan voor streekeigen landschapsbeheer; een beschrijving over op welke manier de maatschappelijke betrokkenheid versterkt wordt en meer eigenaarschap gerealiseerd wordt in het gebied; de manier waarop de ondersteuning voor de beheerorganisatie is geregeld en hoe deze ten opzichte van de contracten, administratie, financiën, controles en monitoring voor de beheerorganisatie ingevuld gaat worden; de planning.</p></div>", "next": 239865}