{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Deeltraject 01.1 kent, zoals in tabel 5‑1 weergegeven, een bekledingsopgave op het binnen- en buitentalud en piping voor vrijwel de gehele strekking. Voor piping is sprake van een kwelweglengte tekort tot 80 meter. In het meest zuidelijke deel van het project, van de projectgrens bij km 17,8 - 18,0, is alleen sprake van een opgave voor de buitenbekleding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deeltraject 01.2 is sprake van een bekledingsopgave op het buitentalud, piping en stabiliteit binnenwaarts. Het kwelwegtekort voor dit deeltraject bedraagt maximaal 140 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het veiligheidsprobleem voor deeltraject 02 is vergelijkbaar met deeltraject 01.2, behalve bij de Wethouder A.G. Dekkerlaan is geen opgave voor stabiliteit binnenwaarts. Het kwelwegtekort bedraagt maximaal 60 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 5-1: Veiligheidsopgave dijkmodule Zuid 1 Deeltraject Bekleding binnen Bekleding buiten Piping Hoogte Stabiliteit binnenwaarts Stabiliteit buitenwaarts 01.1 X X X 01.2 X X X 02 X X X 5.2.3 Ontwerp versterking dijkmodule Zuid 1 Eerst wordt per deeltraject voor dijkmodule Zuid 1 (DRB) aangegeven hoe het VKA is uitgewerkt tot een dijkversterkingsontwerp, vervolgens wordt in 5.2.4 aangegeven hoe de maatwerklocaties uit de verkenning in het dijkversterkingsontwerp zijn ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deeltraject 01.1, waar het VKA een binnendijkse grondoplossing met verticale pipingmaatregel B is, wordt de opgave voor de bekleding opgelost in grond door het vervangen van de binnen- en buitenbekleding. Voor de binnendijkse bekleding wordt waar mogelijk een leeflaag toegepast die geschikt is voor de ontwikkeling van dijkflora. Het pipingprobleem wordt opgelost doormiddel van een ondoorlatend pipingscherm, ook bij de Reutekolk. De Reutekolk blijft in de definitieve situatie intact, hier vindt geen permanente demping plaats. Een doorlatend pipingscherm is niet mogelijk vanwege de samenstelling van de ondergrond. Om opbarsten tegen te gaan wordt een opbarstberm toegepast. Ten opzichte van het alternatief (pipingscherm in het talud, in combinatie met een taludverflauwing) leidt dit tot het kleinste ruimtebeslag. Het binnendijks aanwezige fietspad wordt teruggebracht op deze (opbarst)berm. Er zijn een aantal maatwerklocaties (zie tabel ‎5‑2) aanwezig aan de binnenzijde van de dijk in het dijktalud. Voor deze locaties wordt het pipingscherm constructief uitgevoerd en in de kruin van de dijk geplaatst. Hierdoor lost het pipingscherm op deze locaties naast piping ook de tekorten voor binnenwaartse stabiliteit en bekleding op. Afbeelding ‎5‑10 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-10: representatief dwarsprofiel deeltraject 1.1 Voor deeltraject 01.2, waar het VKA een binnendijkse grondoplossing met verticale pipingmaatregel B is, wordt de opgave voor de bekleding opgelost in grond door het vervangen van de buitenbekleding. Door de aanwezigheid van een binnendijkse kolk, ter hoogte van km 19,6, wordt het pipingprobleem ten zuiden van km 19,7 opgelost doormiddel van een ondoorlatend pipingscherm. Om permanent ruimtebeslag op de binnendijkse kolk ter hoogte van km 19,6 te voorkomen, wordt daar een constructief pipingscherm toegepast om het stabiliteitstekort op te lossen. De steunberm zou leiden tot ruimtebeslag in de kolk. Er is hier nog wel een berm aanwezig, maar die is kleiner dan de berm van de rest van het deeltraject en is alleen nog voor opbarstveiligheid. Ten noorden van km 19,7 is een doorlatend scherm wel mogelijk en wordt deze ook toegepast. Voor opbarstveiligheid wordt een berm toegepast, die ook het binnenwaartse stabiliteitsprobleem oplost. Tussen km 20,0 - 20,6 is naast een berm ook maaiveld uitvulling nodig om het stabiliteitstekort op te lossen. In verband met ruimtelijke inpassing wordt de binnendijkse teensloot verlegd. Als gevolg van de maatregelen die nodig zijn aan het binnentalud wordt ook de binnenbekleding vervangen. Waar mogelijk wordt een leeflaag toegepast die geschikt is voor de ontwikkeling van dijkflora. Afbeelding ‎5‑11 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-11: Representatief dwarsprofiel deeltraject 1.2 Voor deeltraject 02, waar het VKA een binnendijkse grondoplossing met verticale pipingmaatregel B is, wordt de opgave voor de bekleding opgelost in grond door het vervangen van de buitenbekleding. Het stabiliteitstekort wordt opgelost in grond door het vervangen van de binnenbekleding met het standaardtalud. Waar mogelijk wordt een leeflaag toegepast die geschikt is voor de ontwikkeling van dijkflora. Dit leidt tot een verflauwing van het talud ten opzichte van de huidige situatie. Het pipingtekort wordt opgelost door het toepassen van een ondoorlatend pipingscherm. Door de binnendijks aanwezige beplanting is het niet mogelijk om een doorlatend scherm toe te passen, als gevolg van de benodigde beplantingsvrije zone, waardoor de parkzone anders niet kan worden teruggebracht. Afbeelding 5‑12 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-12: Representatief dwarsprofiel deeltraject 2 Bestaande beheerafritten worden teruggebracht, daarnaast worden enkele nieuwe beheerafritten toegevoegd. Naast de N337 wordt een strook halfverharding aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.4 Inpassing versterking dijkmodule Zuid 1 Hoe de relevante landschappelijke en ruimtelijke uitgangspunten verder doorwerken in het dijkversterkingsontwerp voor deeltraject 01.1, 01.2 en 02 wordt uitgebreid beschreven in het Landschapsplan (bijlage 2.12 bij de Motivering van het Besluit). De algemene doorwerking van de relevante landschappelijke en ruimtelijke uitgangspunten is daarnaast ook opgenomen in paragraaf 11.4.1 van de Motivering bij het Besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">In tabel 5‑2 is aangegeven hoe de maatwerklocaties in het dijkversterkingsontwerp van Zuid 1 (DRB) zijn ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 5-2: Inpassing maatwerklocaties dijkmodule Zuid 1 Maatwerklocatie (deeltraject) Ingepast ontwerp Woning Rijksstraatweg 8 (01.1) Omdat hier alleen een opgave is voor de buitendijkse bekleding is en geen versterkingsopgave binnendijks, is daarmee geen binnendijkse versterking nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Monumentale bomen landgoed de Haere (01.1) Omdat hier alleen een opgave is voor de buitendijkse bekleding is en geen versterkingsopgave binnendijks, is daarmee geen binnendijkse versterking nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inlaatwerk IJssellinie (01.1) Door het toepassen van een buitendijkse klei-ingraving is het niet nodig om een binnendijkse opbarstberm met verticale pipingmaatregel aan te brengen. Waarmee werkzaamheden nabij het inlaatwerk zoveel als mogelijk zijn voorkomen. Ten zuiden van het inlaatwerk vinden binnendijks geen werkzaamheden plaats gezien hier de binnendijkse bekleding is goedgekeurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woning Rijksstraatweg 10 (01.1) Door het toepassen van een verticale stabiliteitsmaatregel in de binnenkruin, tussen N337 en bebouwing, blijft de woning en het ensemble van het monument behouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kruisende waterleiding Vitens (02) Waterleiding wordt verlegd via een gestuurde boring.</p>\n<p class=\"lf-p\">Monumentale bomen Olst, ten noorden van de Wethouder A.G. Dekkerlaan (aandachtspunt uit verkenning) (02) Hier is enkel sprake van een pipingopgave en bekledingbuitendijks en geen sprake van een binnendijkse bekledingsopgave en opgave stabiliteit binnenwaarts Door het toepassen van een buitendijkse klei-ingraving is het niet nodig om een binnendijkse opbarstberm met verticale pipingmaatregel aan te brengen. Hierdoor blijven de bomen behouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overige binnendijkse bomen (aandachtspunt uit verkenning) 02) Het is niet mogelijk om alle binnendijkse bomen te behouden, bij de uitvoering wordt getracht om deze zoveel als mogelijk te behouden. Na de versterking worden bomen teruggebracht volgens het Landschapsplan uit bijlage 2.12 bij de Motivering van het Projectbesluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.5 Ruimtebeslag versterking dijkmodule Zuid 1 De permanente maatregelen voor de versterking van dijkmodule Zuid 1 worden uitgevoerd binnen het definitief ruimtebeslag van deze module, op de kaart aangewezen als Zuid 1 (DRB).</p>\n<p class=\"lf-p\">In afbeelding 5‑13 is dit ruimtebeslag van het dijkversterkingsontwerp van Zuid 1 op kaart grafisch weergegeven. Ook is in afbeelding 5‑14 een impressie van de situatie na de dijkversterking weergeven. Tot slot is het definitieve ruimtebeslag verder ook weergegeven op detailtekeningen en dwarsprofielen in bijlage 9.1 bij de Motivering van het Besluit. Publieksvriendelijke tekeningen zijn onderdeel van het landschapsplan (bijlage 2.12 bij de Motivering van het Besluit).</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-13: Dijkversterkingsontwerp dijkmodule Zuid 1 Afbeelding 5-14: Impressie van de situatie na de dijkversterking dijkmodule Zuid 1 (ansicht) 5.3 Dijkontwerp Dijkmodule Zuid 2 5.3.1 Beschrijving dijkmodule Zuid 2 Dijkmodule Zuid 2 (DRB) bevindt zich in het zuidelijke deel van het projectgebied Zwolle-Olst (afbeelding 5‑15). De dijkmodule is gelegen tussen km 22,3 - 24,5 en heeft een lengte van 2,2 km.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dijkmodule Zuid 2 bestaat uit twee deeltrajecten: ● Deeltraject 04 Olst Noord (km 22,30 – 23,70); ● Deeltraject 05.1 Den Nul Zuid (km 23,70 – 24,50).</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 04 ligt tussen de dorpskernen Olst en Den Nul en wordt gekenmerkt door een breed voorland en Natura 2000-gebied buitendijks. Op de kruin van de dijk ligt de provinciale weg N337. Binnendijks ligt vlak naast de dijk een parallelweg (maatwerklocatie), waaraan een aantal woningen staan. In het zuiden sluit het deeltraject aan op deeltraject 3, waar geen versterkingsopgave is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 05.1 wordt gekenmerkt door Natura 2000-gebied buitendijks en het voorland verloopt van breed naar smal. Tussen km 23,7 - 23,8 verandert de oriëntatie van de dijk en maakt de dijk een knik. Verder verloopt de kruin van breed naar smal, met op het brede gedeelte van de kruin een woning die is aangemerkt als maatwerklocatie (Rijksstraatweg 55, km 23,75). Op de kruin van de dijk ligt een gebiedsontsluitingsweg van het buurtschap Fortmond, de Tichelstraat. De binnendijkse zijde wordt gekenmerkt door een groene dijk met een tweetal woningen, waar twee haakse erfinritten naartoe lopen. Ook ligt in het noorden van dit deeltraject de Lange Kolk binnendijks dicht langs de dijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze dijkmodule is één waterkerend kunstwerk aanwezig: de kruisende effluentleiding met riooloverstort van de RWZI Olst (km 22,78). In tabel 5-4 is aangegeven hoe deze in het ontwerp is ingepast. Binnen deze dijkmodule zijn geen meekoppelkansen aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-15: Locatie dijkmodule Zuid 2 en deeltrajecten 5.3.2 Veiligheidsopgave dijkmodule Zuid 2 Hierna wordt de veiligheidsopgave voor Dijkmodule Zuid 2 (DRB) beschreven. De opgaven voor beide deeltrajecten zijn, zoals in tabel 5‑3 weergegeven, vergelijkbaar. Voor beide deeltrajecten is een opgave voor de bekleding op het binnen- en buitentalud, piping en binnenwaartse stabiliteit. Voor piping variëren de kwelweglengtetekorten tussen minimaal 5 meter en maximaal 120 meter. Ook is een stabiliteitsprobleem binnenwaarts aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 5-3: Veiligheidsopgave dijkmodule Zuid 2 Deeltraject Bekleding binnen Bekleding buiten Piping Hoogte Stabiliteit binnenwaarts Stabiliteit buitenwaarts 04 X X X X 05.1 X X X X 5.3.3 Ontwerp versterking dijkmodule Zuid 2 Eerst wordt per deeltraject voor dijkmodule Zuid 2 (DRB) aangegeven hoe het VKA is uitgewerkt tot een dijkversterkingsontwerp, vervolgens wordt in 5.3.4 Inpassing dijkmodule Zuid 2 aangegeven hoe de maatwerklocaties uit de verkenning in het dijkversterkingsontwerp zijn ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deeltraject 04, waar het VKA een zelfstandig kerende constructie (E) is, worden de opgaven voor de bekleding van het binnentalud, piping en stabiliteit binnenwaarts gecombineerd opgelost door middel van een zelfstandigkerende constructie. Deze constructie komt in de buitenkruin. De opgave voor buitendijkse bekleding wordt in grond opgelost, hierdoor kan de benodigde hoogte van de constructie zo laag mogelijk worden gehouden. Indien nodig wordt een taludverflauwing toegepast, zodat de bovenkant van de constructie altijd onder het maaiveld wordt afgewerkt en het afstromend hemelwater kan afwateren richting de IJssel. Voor de buitendijkse bekleding wordt waar mogelijk een leeflaag toegepast welke geschikt is voor de ontwikkeling van dijkflora. Beheer op- en afritten buitendijks worden teruggebracht waar deze in de huidige situatie ook liggen. Afbeelding 5‑16 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-16: Representatief dwarsprofiel deeltraject 4 Om hinder tijdens uitvoering op de provinciale weg te voorkomen wordt een kruinverbreding toegepast. De buitenkruin van de dijk wordt naar buiten gelegd, zodat het niet nodig is om de constructie direct langs de weg aan te brengen. Dit leidt in combinatie met het aanbrengen van een leeflaag geschikt voor dijkflora weliswaar tot buitendijks ruimtebeslag, maar zorgt er ook voor dat de weg open kan blijven tijdens uitvoering en vergroot de veiligheid tijdens uitvoering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deeltraject 05.1, waar het VKA een binnendijkse grondoplossing met verticale pipingmaatregel (B) is, wordt de opgave voor de binnen- en buitenbekleding opgelost in grond door het vervangen van de bekleding. Voor de buitendijkse bekleding wordt waar mogelijk een leeflaag toegepast die geschikt is voor de ontwikkeling van dijkflora. De relatief kleine kwelweglengtetekorten in deeltraject 05.1 kunnen overwegend worden opgelost in grond doormiddel van een binnendijkse maaivelduitvulling. Deze maaivelduitvulling reikt tot ongeveer 25 - 35 meter uit de teen van de dijk. In het zuidoosten van dit deeltraject is een grondoplossing niet mogelijk door de aanwezigheid van een woning in de binnenkruin.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zelfstandig kerende constructie die wordt toegepast in deeltraject 04 wordt langs de buitenkruin doorgezet. Daardoor zijn binnendijks bij de maatwerklocatie woning Rijksstraatweg 55 geen werkzaamheden nodig. Ook in het noordwesten van de module (richting de aansluiting met deeltraject 05.2) is een grondoplossing niet mogelijk vanwege te grote kwelweglengtetekorten. Hier wordt een ondoorlatend pipingscherm toegepast. Gezien de strekkende lengte van het benodigde pipingscherm is het hier niet doelmatig om een doorlatend pipingscherm toe te passen. Bovendien is een doorlatend pipingscherm ook kwetsbaar voor graafschade door bevers. Afbeelding 5-17 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-17: representatief dwarsprofiel deeltraject 5.1 De maatregelen die worden genomen voor het oplossen van het pipingprobleem zijn veelal ook voldoende voor het oplossen van het stabiliteitsprobleem binnenwaarts. Alleen langs de kolk dient het pipingscherm deels constructief te worden uitgevoerd. Een grondoplossing zou daar ook leiden tot ruimtebeslag in de kolk en het aantasten van de aanwezige ecologische waarden. Een deel van de weg op de kruin (Tichelstraat) wordt verhoogd voor een goede aansluiting op deeltraject 05.2, waar de weg blijft liggen wordt halfverharding naast de Tichelstraat aangebracht. De twee erfinritten naar de percelen van Tichelstraat 2 en Tichelstraat 4 tot en met 10 wordt teruggebracht. Beheer op- en afritten buitendijks worden teruggebracht waar deze in de huidige situatie ook liggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3.4 Inpassing versterking dijkmodule Zuid 2 Hoe de relevante landschappelijke en ruimtelijke uitgangspunten verder doorwerken in het dijkversterkingsontwerp voor deeltraject 04 en 05.1 wordt uitgebreid beschreven in het Landschapsplan (bijlage 2.12 bij de Motivering van het Besluit). De algemene doorwerking van de relevante landschappelijke en ruimtelijke uitgangspunten is daarnaast ook opgenomen in paragraaf 11.4.1 van de Motivering bij het Besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">In tabel 5‑4 is aangegeven hoe de maatwerklocaties van Zuid 2 (DRB) zijn ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 5-4: Inpassing maatwerklocaties dijkmodule Zuid 2 Maatwerklocatie (deeltraject) Parallelweg (04) Door de zelfstandig kerende constructie in de buitenkruin is geen binnendijkse versterking nodig. Hierdoor blijft de parallelweg intact.</p>\n<p class=\"lf-p\">Effluentleiding RWZI Olst (04) De effluentleiding afkomstig van RWZI Olst ter hoogte van km 22,78 wordt in het ontwerp ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kruisende gasleiding (04) De hoge druk gasleiding van de Gasunie wordt voorafgaand aan de versterking verlegd door middel van een gestuurde boring. De hoge druk gasleiding van Enexis wordt in het ontwerp ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woning Rijksstraatweg 55 (05.1) Ter hoogte van Rijksstraatweg 55 wordt de zelfstandig kerende constructie uit deeltraject 04 doorgezet (km 23,70 – 23,85). De stabiliteits- en bekledingsopgave worden ter hoogte van de woning niet binnendijks opgelost in grond, gezien de woning op de kruin van de dijk staat. Dit zou ervoor zorgen dat er geen tuin of leefruimte meer beschikbaar is rondom de woning. Om de constructie in de buitenkruinlijn onder maaiveld in te passen, is het buitentalud verflauwd. Ook is de constructie hier dicht naast de verharding van de Tichelstraat gesitueerd, omdat de kruin van de dijk hier laag is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rioolleidingen (05.1) De rioolleidingen worden in het ontwerp ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lange Kolk (aandachtspunt uit verkenning) (05.1) Rondom de Lange Kolk wordt een verticale stabiliteitsmaatregel toegepast om ruimtebeslag in de kolk te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3.5 Ruimtebeslag versterking dijkmodule Zuid 2 De permanente maatregelen voor de versterking van dijkmodule Zuid 2 worden uitgevoerd binnen het definitief ruimtebeslag van deze module, op de kaart aangewezen als Zuid 2 (DRB).</p>\n<p class=\"lf-p\">In afbeelding 5‑18 is dit ruimtebeslag van het dijkversterkingsontwerp voor Zuid 2 op kaart grafisch weergegeven. Ook is in afbeelding 5‑19 een impressie van de situatie na de dijkversterking weergeven. Tot slot is het definitieve ruimtebeslag verder ook weergegeven op detailtekeningen en dwarsprofielen in bijlage 9.1 bij de Motivering van het Besluit. Publieksvriendelijke tekeningen zijn onderdeel van het landschapsplan (bijlage 2.12 bij de Motivering van het Besluit).</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-18: Dijkversterkingsontwerp dijkmodule Zuid 2 Afbeelding 5-19: Impressie van de situatie na de dijkversterking dijkmodule Zuid 2 (ansicht) 5.4 Dijkontwerp Dijkmodule Zuid 3 5.4.1 Beschrijving dijkmodule Zuid 3 Dijkmodule Zuid 3 (DRB) bevindt zich in het zuidelijke deel van het projectgebied Zwolle-Olst (afbeelding 5‑20). De dijkmodule is gelegen tussen km 24,5 - 27,5 en heeft een lengte van 3 km.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dijkmodule Zuid 3 (DRB) bestaat uit drie deeltrajecten: ● Deeltraject 05.2 Den Nul Midden (km 24,50 – 25,50); ● Deeltraject 05.3 Den Nul Noord (km 25,50 – 26,10); ● Deeltraject 06 Duursche Waarden (km 26,10 – 27,50).</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 05.2 wordt gekenmerkt door een breed voorland en landbouwgrond buitendijks. Op dit brede voorland is Fortmond gelegen. Aan de binnenzijde loopt de Lange Kolk parallel aan de dijk. Aan de dijk (binnendijks) ligt een agrarisch bedrijf (Groene Dijk 2) en ten noorden daarvan een woning (Koetsweg 6).</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 05.3 wordt gekenmerkt door aan de buitendijkse zijde Natura 2000-gebied, waarvan de bosschages tot dicht aan de dijk raken. Aan de binnendijkse zijde bevindt zich in het zuidelijk deel de Barlosche Kolk en ten noorden daarvan een zachthoutooibos. Bij de overgang naar deeltraject 06 bevindt zich aan binnendijkse zijde een hardhoutooibos, welke als maatwerklocatie geldt binnen deze dijkmodule.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 06 wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van de N337 op de kruin van de dijk. Aan de buitendijkse zijde bevindt zich natuurgebied Duursche Waarden. Aan de binnendijkse zijde bevindt zich hoofdzakelijk landbouwgrond (grasland). Halverwege het deeltraject bevindt zich buitendijks het Rijksmonument ’t Mottenhuisje, welke als maatwerklocatie geldt binnen de dijkmodule. In het noorden van het deeltraject bevindt zich nog een maatwerklocatie, namelijk de woning aan Omloop 1a (binnendijks).</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze dijkmodule zijn geen kunstwerken aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deeltraject 05.2 is een meekoppelkans meegenomen, namelijk een op- en afrit van het fietspad van Infocentrum Den Nul richting de Barloseweg buitendijks.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-20: Locatie dijkmodule Zuid 3 en deeltrajecten IJsselwerken 5.4.2 Veiligheidsopgave Hierna wordt de veiligheidsopgave voor Dijkmodule Zuid 3 (DRB) beschreven:</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 05.2 kent, zoals in tabel 5‑5 weergegeven, alleen een bekledingsopgave op het binnen- en buitentalud voor de gehele strekking. In het zuiden bij de aansluiting met deeltraject 05.1 is er een opgave voor piping met een kwelweglengtetekort van 94 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 05.3 kent een bekledingsopgave op het binnen- en buitentalud. Ook is een opgave voor piping met kwelweglengtetekorten variërend tussen 5 meter en 80 meter en een opgave voor stabiliteit binnenwaarts.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opgave voor deeltraject 06 is vergelijkbaar met de opgave voor deeltraject 05.3. Het kwelweglengte tekort bedraagt maximaal 130 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 5-5: Veiligheidsopgave dijkmodule Zuid 3 Deeltraject Bekleding binnen Bekleding buiten Piping Hoogte Stabiliteit binnenwaarts Stabiliteit buitenwaarts 05.2 X X 05.3 X X X X 06 X X X X 5.4.3 Ontwerp dijkversterking Eerst wordt per deeltraject voor dijkmodule Zuid 3 (DRB) aangegeven hoe het VKA is uitgewerkt tot een dijkversterkingsontwerp, vervolgens wordt in 5.4.4 aangegeven hoe de maatwerklocaties uit de verkenning in het dijkversterkingsontwerp zijn ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deeltraject 05.2, waar het VKA een binnendijkse dijkversterking met een buitendijkse klei-ingraving (C) is, wordt de opgave voor de bekleding op het binnen- en buitentalud opgelost door het vervangen van de bekleding. In het zuiden, tussen de aansluiting met deeltraject 05.1 en het perceel van de Groene Dijk 2 is sprake van een pipingtekort en lokaal een hoogtetekort. Gezien de strekkende lengte van het benodigde pipingscherm is het hier niet doelmatig om een doorlatend pipingscherm toe te passen. Daarom wordt een ondoorlatend pipingscherm toegepast. Bovendien is een ondoorlatend pipingscherm ook niet kwetsbaar voor graafschade door bevers. Ook is hier lokaal sprake van een stabiliteitstekort op het binnentalud.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit wordt opgelost in grond door de kruin te verhogen. Hierdoor wordt het overslagdebiet verlaagd. In dit geval is dat voldoende voor het oplossen van het stabiliteitstekort. Daarmee wordt ook direct het hoogtetekort opgelost. Bij de woning Koetsweg 6 leidt het vervangen van de binnenbekleding dat de schuur van Koetsweg 6 en deel van de tuin niet kan worden behouden. Op de kruin komt een onderhoudspad en de erftoegangsweg Groene Dijk 2 wordt teruggebracht. De verharding op de dijk ten zuiden van Koetsweg 6 komt niet terug. Bestaande beheerafritten worden teruggebracht, daarnaast komt een extra beheerafrit. Ook wordt voor de eerdergenoemde meekoppelkans binnen- en buitendijks een afrit aangelegd ter verbetering van de toegankelijkheid van informatiecentrum Den Nul.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5‑21 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-21: representatief dwarsprofiel deeltraject 5.2 Voor deeltraject 05.3, waar het VKA een binnendijkse grondoplossing met verticale pipingmaatregel (B) is, wordt de opgave voor de bekleding op het binnen- en buitentalud opgelost door het vervangen van de bekleding. Bij de Barlosche Kolk wordt het piping en stabiliteitsprobleem gecombineerd opgelost door het toepassen van een binnenberm. Op deze binnenberm mag beplanting terugkomen. Binnen 20 meter van de teen betreft dit relatief lage beplanting (lager dan 5 meter). Buiten de 20 meter mogen grotere bomen zich op de berm ontwikkelen. Ten noorden van de Barlosche Kolk wordt het stabiliteitstekort opgelost in grond door het vervangen van de binnenbekleding met het standaard talud. Voor piping wordt een ondoorlatend pipingscherm toegepast in de teen van de dijk. Door de binnendijks aanwezige beplanting is het niet mogelijk om een doorlatend scherm toe te passen, als gevolg van de benodigde beplantingsvrije zone. Voor opbarstveiligheid is geen aanvullende maatregel nodig. Op de grens van deeltraject 05.3 naar deeltraject 06 is over een afstand van ongeveer 35 meter binnendijks de maatwerklocatie beschermd hardhoutooibos aanwezig. Op de kruin worden het fietspad Barloseweg en onderhoudspad teruggebracht, ook bestaande beheerafritten worden teruggebracht. Afbeelding 5‑22 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-22: Representatief dwarsprofiel deeltraject 5.3 Voor deeltraject 06, waar het VKA een binnendijkse grondoplossing met verticale pipingmaatregel (B) is, wordt de opgave voor de bekleding opgelost in grond door het vervangen van de binnen- en buitenbekleding. Tussen ongeveer km 27,0 - 27,5 is buitendijks sprake van eroderende oevers dicht bij de dijk. Op termijn kan dit de stabiliteit van de dijk beïnvloeden. Daarom is hier gekozen om de oevers vast te leggen doormiddel van steenbestorting. Het pipingprobleem wordt overwegend opgelost door het toepassen van een doorlatend pipingscherm. De provinciale weg ligt in dit deeltraject overwegend op de kruin van de dijk, maar buigt in het zuiden af. Een directe aansluiting tussen het ondoorlatende scherm vanuit deeltraject 05.3 en het doorlatende scherm in deeltraject 06, kan alleen worden gemaakt als het scherm de provinciale weg kruist.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit is onwenselijk in verband met optredende verschilzettingen rondom de constructie en daarmee schade aan de weg. Daarom is een parallel overlap van de pipingschermen aan weerszijden van de kruin nodig. In het noorden van het deeltraject is het niet mogelijk om een doorlatend pipingscherm toe te passen, in verband met een woning in het binnentalud van de dijk. Hier wordt een ondoorlatend pipingscherm aangebracht in de binnenkruin. Dit scherm wordt constructief uitgevoerd, zodat het ook direct de opgaven voor de binnen bekleding en de stabiliteit binnenwaarts oplost. Door de beperkte lengte tussen de woning en de noordelijk gelegen dijktoerit, wordt ook ten noorden van de woning een ondoorlatend pipingscherm toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is hier ruimte voor het toepassen van binnendijkse kleibekleding. Afbeelding 5‑23 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-23: representatief dwarsprofiel deeltraject 6 De opgaven voor opbarstveiligheid en stabiliteit worden voor dit deeltraject overwegend gecombineerd opgelost door het toepassen van verflauwd binnentalud, waarbij het pipingscherm in het talud wordt geplaatst. Vanwege landschappelijke uitgangspunten om een continue biodiverse dijk te realiseren is een steunberm hier ongewenst. De N337 op de kruin van de dijk blijft behouden en de binnendijkse sloot wordt enkele meters verlegd in binnendijkse richting. Naast de N337 wordt een strook halfverharding aangebracht. Bestaande beheerafritten worden teruggebracht, daarnaast komen er twee extra beheerafritten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4.4 Inpassing dijkversterking Hoe de relevante landschappelijke en ruimtelijke uitgangspunten verder doorwerken in het dijkversterkingsontwerp voor deeltraject 05.2, 05.3 en 06 wordt uitgebreid beschreven in het Landschapsplan (bijlage 2.12 bij de Motivering van het Besluit). De algemene doorwerking van de relevante landschappelijke en ruimtelijke uitgangspunten is daarnaast ook opgenomen in paragraaf 11.4.1 van de Motivering bij het Besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">In tabel 5‑6 is aangegeven hoe de maatwerklocaties van Zuid 3 (DRB) zijn ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 5-6: Inpassing maatwerklocaties Maatwerklocatie (deeltraject) Ingepast ontwerp Parallel liggende rioolleiding (05.2) Leiding wordt verlegd, zowel in de tijdelijke als permanente situatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hardhoutooibos (05.3 en 06) Het hardhoutooibos ligt op de overgang van deeltraject 05.3 en 06. Het dijkversterkingsontwerp is hier op hoofdlijnen een taludverflauwing in combinatie met een verticale pipingmaatregel in de binnenteen van de dijk. Over een afstand van ongeveer 35 meter is de ruimte tussen kruin van de dijk en het hardhoutooibos te klein voor een taludverflauwing. Daarom wordt hier de verticale stabiliteitsmaatregel in het talud geplaatst, waardoor aanpassing van de bekleding lokaal niet benodigd is. Het ontwerp is zodanig ingepast dat hier geen ruimtebeslag op het hardhoutooibos is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woning Rijksstraatweg 1, ’t Mottenhuisje (06) De binnendijkse maatregelen zijn gelijk aan het dijkversterkingsontwerp voor deeltraject 06, ook om een ‘continue dijk’ te behouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Rijksmonument ’t Mottenhuisje ligt in deeltraject 06 en moet in het dijkversterkingsontwerp en tijdens de uitvoering gespaard blijven. Gekozen is voor een erosiescherm in de buitenkruin ter hoogte van de schuur, woning en parkeerplaats om de buitenbekledingsopgave op te lossen. Op deze manier blijft zowel het monument als de belevingswaarde behouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woning Omloop 1a (06) De woning Omloop 1a ligt ook in deeltraject 06. Gekozen is om de woning te ontzien door middel van een verticale stabiliteitsmaatregel van ongeveer 40 meter in de binnenkruin, ter hoogte van de woning en de aanliggende stenen schuur. Op deze manier blijft de woning evenals de toegang tot de woning gegarandeerd. Ten noorden van de woning is sprake van een grondoplossing in combinatie met het toepassen van het standaard talud en verticale stabiliteitsmaatregel in het talud, die zodanig is ingepast dat de toegangsweg verplaatst wordt, maar de schuur bereikbaar blijft. Om de grondoplossing veilig te kunnen uitvoeren is ten noorden van de woning de kruin met ongeveer 2,5 meter verbreed. Dit sluit landschappelijk goed aan op de situatie bij de rotonde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Buitendijks wordt langs het gehele traject de nieuwe kleibekleding doorgezet ten behoeve van stabiliteit van de buitenbekleding.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4.5 Ruimtebeslag versterking dijkmodule Zuid 3 De permanente maatregelen voor de versterking van dijkmodule Zuid 3 worden uitgevoerd binnen het definitief ruimtebeslag van deze module, op de kaart aangewezen als Zuid 3 (DRB).</p>\n<p class=\"lf-p\">In afbeelding 5‑24 is dit ruimtebeslag van het dijkversterkingsontwerp van Zuid 3 op kaart grafisch weergegeven. Ook is in afbeelding 5‑25 een impressie van de situatie na de dijkversterking weergeven. Tot slot is het definitieve ruimtebeslag verder ook weergegeven op detailtekeningen en dwarsprofielen in bijlage 9.1 bij de Motivering van het Besluit. Publieksvriendelijke tekeningen zijn onderdeel van het landschapsplan (bijlage 2.12 bij de Motivering van het Besluit).</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-24: Dijkversterkingsontwerp dijkmodule Zuid 3 Afbeelding 5-25: Impressie van de situatie na de dijkversterking dijkmodule Zuid 3 (ansicht) 5.5 Dijkontwerp Midden-Zuid 1 5.5.1 Beschrijving dijkmodule Midden - Zuid 1 Dijkmodule Midden - Zuid 1 (DRB) bevindt zich in het midden van het projectgebied Zwolle-Olst (afbeelding ‎8‑21). De dijkmodule is gelegen tussen km 27,5 - 28,7 en heeft een lengte van 1,2 km.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dijkmodule Midden-Zuid 1 bestaat uit twee deeltrajecten: ● Deeltraject 07.1 Wijhe-Zuid (km 27,50 - 28,20); ● Deeltraject 07.2 Wijhe-Dorp (km 28,20 - 28,70).</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 07.1 loopt langs het zuidelijk deel van het dorp Wijhe en wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van de N337 op de kruin van de dijk. Aan de buitenzijde van dijk langs vrijwel het gehele deeltraject is een smal voorland aanwezig, hier stroomt de IJssel dicht langs de dijk. Buitendijks ligt Natura 2000-gebied en een insteekhaven/loslocatie met trailerhelling en een deel van de camperplaatsen. Binnendijks liggen een waterberging, met een parkzone tussen de dijk en de waterberging in, bedrijventerrein de Enk en het gemeentehuis van de gemeente Olst-Wijhe.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 07.2 loopt langs de kern van het dorp Wijhe tussen de loswal en de Veerweg en ook hier ligt de N337 op de kruin van de dijk. Buitendijks is Natura 2000-gebied en de haven van Wijhe met camperplaatsen en een toeristisch overstappunt aanwezig, hier ligt de Veerweg vlak naast de dijk en bevindt zich ook een diepe waterpartij. De Veerweg is een doorgaande route naar de veerpont Vorchten. Binnendijks staan ongeveer twintig huizen op of dicht tegen de dijk aan en bevindt zich de dorpskern van Wijhe.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze dijkmodule zijn geen kunstwerken in de dijk aanwezig. Binnen deze dijkmodule zijn ook geen meekoppelkansen aanwezig, behalve een oprit van het verbrede fietspad. Deze meekoppelkans wordt nader toegelicht bij de volgende dijkmodule.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding ‎5-26: Locatie dijkmodule Midden-Zuid 1 5.5.2 Veiligheidsopgave dijkmodule Midden - Zuid 1 Hierna wordt de veiligheidsopgave voor Midden - Zuid 1 (DRB) beschreven:</p>\n<p class=\"lf-p\">De opgaven voor beide deeltrajecten zijn vergelijkbaar, zoals hieronder in tabel ‎5‑7 weergegeven. Beide deeltrajecten kennen een opgave voor de binnen- en buitenbekleding. Ook zijn er opgaven voor piping en stabiliteit van het binnentalud. Het kwelwegtekort is maximaal 120 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 5.7 Veiligheidsopgave dijkmodule Midden Zuid 1 Deeltraject Bekleding binnen Bekleding buiten Piping Hoogte Stabiliteit Binnenwaarts Stabiliteit Buitenwaarts 07.1 X X X X 07.2 X X X X 5.5.3 Ontwerp dijkversterking dijkmodule Midden - Zuid 1 Eerst wordt voor Midden - Zuid 1 (DRB) per deeltraject aangegeven hoe het VKA is uitgewerkt tot een dijkversterkingsontwerp, vervolgens wordt in 5.5.4 aangegeven hoe de maatwerklocaties uit de verkenning in het dijkversterkingsontwerp zijn ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deeltraject 07.1, waar het VKA een binnendijkse grondoplossing met verticale pipingmaatregel (B) is, worden de opgaven voor de binnen- en buitenbekleding opgelost in grond door het vervangen van de bekleding. Het huidige binnentalud is in de huidige situatie steiler dan het vereiste standaardtalud, daarom wordt deze verflauwd. Voor de binnendijkse bekleding wordt een leeflaag toegepast die geschikt is voor de ontwikkeling van dijkflora. Het pipingprobleem wordt opgelost door het toepassen van een ondoorlatend pipingscherm. Een doorlatend pipingscherm is vanwege twee redenen niet toepasbaar. Ten eerste is de samenstelling van de ondergrond niet geschikt. Daarnaast moet na de werkzaamheden de binnendijkse parkzone hersteld worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierdoor wordt beplanting dicht tegen de teen van de dijk teruggebracht. Bij het toepassen van een doorlatend pipingscherm is dit niet mogelijk, in verband met de benodigde beplantingsvrije zone. De maatregel voor opbarstveiligheid en het binnendijkse stabiliteitsprobleem wordt gecombineerd opgelost in de vorm van een steunberm. Deze oplossing leidt weliswaar tot ruimtebeslag op de parkzone, maar heeft de voorkeur boven alternatieven zoals een taludverflauwing of een constructie. De eerste valt af doordat dit leidt tot meer ruimtebeslag. De tweede valt af doordat een constructie minder duurzaam en toekomstbestendig is dan een oplossing in grond. Bovendien past een constructie op deze locatie niet binnen het uitgangspunt van sober en doelmatig. Binnendijks wordt een beheerafrit toegevoegd, daarnaast worden de bestaande beheerafritten in dit deeltraject teruggebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de N337 wordt een strook halfverharding aangebracht. Afbeelding ‎5‑27 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-27: Representatief dwarsprofiel deeltraject 7.1 Voor deeltraject 07.2, waar het VKA een versterking binnen het huidige ruimtebeslag van de dijk met een verticale pipingmaatregel (D) is, is zoveel mogelijk rekening gehouden met de binnendijks gelegen woningen, de parallelweg en de provinciale weg N337. Door deze binnendijks aanwezige waarden zijn binnendijkse werkzaamheden ongewenst. Daarom is gekozen om de oplossing voor de tekorten voor de binnenbekleding, piping en stabiliteit binnenwaarts te combineren in een pipingscherm die in de buitenkruin wordt geplaatst. Het pipingscherm wordt constructief uitgevoerd, zodat het ook dient als erosie-, en stabiliteitsmaatregel. Hierdoor zijn binnendijks geen aanpassingen benodigd. Door de buitenbekleding te vervangen, wordt de hoogte van de constructie beperkt en kan deze onder het maaiveld worden afgewerkt. Daar waar de nieuwe dijkteen aansluit op de Veerweg, wordt een strook halfverharding aangebracht. Evenals de parkeerplaatsen tussen de Veerweg en de dijk, deze worden teruggebracht met halfverharding. Afbeelding ‎5‑28 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-28: Representatief dwarsprofiel deeltraject 7.2 De pipingschermen voor deeltraject 07.1 en 07.2 kunnen niet direct op elkaar worden aangesloten doordat het pipingscherm voor deeltraject 07.1 zich aan de binnenzijde van de dijk bevindt en voor deeltraject 07.2 aan de buitenzijde. Een directe aansluiting kan alleen worden gerealiseerd door de provinciale weg te kruisen. Dit is door toekomstige verschilzettingen (en daarmee schade aan de weg) rondom de constructie ongewenst. Daarom is gekozen om de constructies elkaar te laten overlappen in deeltraject 07.1, waardoor ook achterloopsheid wordt voorkomen. Beide buitendijkse dijktrappen (ter hoogte van km 28,2 en km 28,6) worden teruggebracht waar deze in de huidige situatie ook liggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.5.4 Inpassing dijkversterking dijkmodule Midden - Zuid 1 Hoe de relevante landschappelijke en ruimtelijke uitgangspunten verder doorwerken in het dijkversterkingsontwerp voor deeltraject 07.1 en 07.2 wordt uitgebreid beschreven in het Landschapsplan (bijlage 2.12 bij de Motivering van het Besluit). De algemene doorwerking van de relevante landschappelijke en ruimtelijke uitgangspunten is daarnaast ook opgenomen in paragraaf 11.4.1 van de Motivering bij het Besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">In tabel 5‑8 is voor Midden - Zuid 1 (DRB) aangegeven hoe de maatwerklocaties zijn ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 5-8: Inpassing maatwerklocaties dijkmodule Midden-Zuid 1 Maatwerklocatie (deeltraject) Ingepast ontwerp De binnendijkse bomenrij in de parkzone langs de waterberging (aandachtspunt uit verkenning) (07.1) De herinrichting van de oeverzone met nieuwe beplanting, wandelpad en natuurvriendelijke oevers wordt bij het uitvoeringsgereed maken van het ontwerp nader uitgewerkt. In het Landschapsplan in bijlage 2.12 bij de Motivering bij het Besluit is de opzet voor herstel beschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De binnendijks, in/aan het talud, gelegen woningen (07.2) Doordat de constructie in de buitenkruin is geplaatst, is geen binnendijkse versterking nodig. Daarmee is geen inpassing nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.5.5 Ruimtebeslag versterking dijkmodule Midden - Zuid 1 De permanente maatregelen voor de versterking van dijkmodule Midden-Zuid 1 worden uitgevoerd binnen het definitief ruimtebeslag van deze module, op de kaart aangewezen als Midden - Zuid 1 (DRB).</p>\n<p class=\"lf-p\">In afbeelding 5‑29 is dit ruimtebeslag van het dijkversterkingsontwerp van Midden Zuid 1 op kaart grafisch weergegeven. Ook is in afbeelding 5‑30 een impressie van de situatie na de dijkversterking weergeven. Tot slot is het definitieve ruimtebeslag verder ook weergegeven op detailtekeningen en dwarsprofielen in bijlage 9.1 bij de Motivering van het Besluit. Publieksvriendelijke tekeningen zijn onderdeel van het landschapsplan (bijlage 2.12 bij de Motivering van het Besluit).</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-29: Dijkversterkingsontwerp dijkmodule Midden-Zuid 1 Afbeelding 5-30: Impressie van de situatie na de dijkversterking dijkmodule Midden-Zuid 1 (impressie) 5.6 Dijkontwerp Midden-Zuid 2 5.6.1 Beschrijving dijkmodule Midden - Zuid 2 Dijkmodule Midden - Zuid 2 (DRB) bevindt zich ongeveer halverwege het projectgebied Zwolle-Olst (afbeelding ‎5‑31). De dijkmodule is gelegen tussen km 28,7 - 32,6 en heeft een lengte van bijna 4 km.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dijkmodule Midden-Zuid 2 bestaat uit: ● Deeltraject 08 Wijhe Noord (km 28,70 –31,40); ● Deeltraject 09a dijkversterking Paddenpol (km 31,40 –31,50).</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 08 wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van de N337 op de kruin van de dijk. Buitendijks is er een breed voorland met verschillende waterpartijen (strangen en poelen) en waardevol Natura 2000-gebied. Buitendijks loopt er ook een recreatief fietspad langs het gehele deeltraject. Binnendijks ligt in het zuiden het dorp Wijhe. Verder loopt binnendijks langs bijna het gehele deeltraject een parallelweg (Het Anem) aan de teen van de dijk en zijn meerdere landbouwbedrijven en woningen aanwezig. Halverwege het deeltraject bevinden zich binnendijks een vliegroute voor de vleermuis en leefgebied voor de wezel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 09a wordt gekenmerkt door aan de buitendijkse zijde Natura 2000-gebied op het (brede) voorland. Aan binnendijkse zijde bevindt zich een bedrijf met paarden, waarvan het perceel reikt tot aan de binnenteen van de dijk. Op de kruin van de dijk ligt een fietspad. De dijkversterking van deeltraject 9a gaat in het noorden over in dijkverlegging Paddenpol.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze dijkmodule is één kunstwerk aanwezig, ter hoogte van km 29,50. Dit betreft de voormalig riooloverstort van RWZI Wijhe, nu in gebruik als effluentleiding van de vleesverwerker Stegeman. De meekoppelkans natuurlijke inrichting Paddenpol is onderdeel van deze dijkmodule. Ook zijn het verbreed fietspad Veerweg Wijhe-Herxen en verbeteren kruising N337 Brabantse Wagen meekoppelkansen binnen deze dijkmodule.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-31: Locatie dijkmodule Midden-Zuid 2 5.6.2 Veiligheidsopgave dijkmodule Midden - Zuid 2 Hierna wordt de veiligheidsopgave voor Midden - Zuid 2 (DRB) beschreven:</p>\n<p class=\"lf-p\">De opgaven voor beide deeltrajecten zijn vergelijkbaar, zoals in tabel ‎5‑9 weergegeven. Zo is een bekledingsopgave op het binnen- en buitentalud. De opgave voor piping varieert langs de deeltrajecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deeltraject 08 zijn de kwelwegtekorten tot 60 meter, maar hier zijn ook strekkingen waar geen opgave is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 09a kent langs de hele strekking een pipingprobleem met tekorten in de orde van 100 meter. Beide deeltrajecten kennen een binnenwaarts stabiliteitsprobleem.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel ‎5‑9: Veiligheidsopgave dijkmodule Midden-Zuid 2 Deeltraject Bekleding binnen Bekleding buiten Piping Hoogte Stabiliteit Binnenwaarts Stabiliteit Buitenwaarts 08 X X X X 09a X X X X 5.6.3 Ontwerp dijkversterking dijkmodule Midden - Zuid 2 Eerst wordt voor Midden - Zuid 2 (DRB) per deeltraject aangegeven hoe het VKA is uitgewerkt tot een dijkversterkingsontwerp, vervolgens wordt in 5.6.4 aangegeven hoe de maatwerklocaties uit de verkenning in het dijkversterkingsontwerp zijn ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deeltraject 08, waar het VKA een binnendijkse grondoplossing met verticale pipingmaatregel (B) is, wordt de opgave voor de bekleding opgelost in grond door het vervangen van de bekleding op het binnen- en buitentalud.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de binnendijkse bekleding wordt waar mogelijk een leeflaag toegepast die geschikt is voor de ontwikkeling van dijkflora. Uitzondering hierop is het midden van het deeltraject (ter hoogte van de parkeerhaven van de provinciale weg N337). Hier wordt een verflauwd talud in combinatie met een hoge buitenberm toegepast, hierdoor wordt het overslagdebiet verlaagd, waardoor geen erosiebestendige binnenbekleding nodig is. De binnendijks aanwezige vliegroute voor de vleermuis en leefgebied voor de wezel blijven hierdoor behouden. Afbeelding 5‑32 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-32: Representatief dwarsprofiel deeltraject 8 Afgezien het gedeelte bij de parkeerhaven, is het vervangen van de binnenbekleding op het grootste gedeelte van het deeltraject ook voldoende om het stabiliteitsprobleem binnenwaarts op te lossen. Door het toepassen van het standaard binnentalud bij het vervangen van de binnendijkse bekleding ontstaat op een aantal locaties een knelpunt met de binnendijks gelegen parallelweg Het Anem. Dit is opgelost door de parallelweg binnendijks tussen 0,5 en 2 meter te verleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het pipingprobleem wordt opgelost door vrijwel langs het hele deeltraject een ondoorlatend pipingscherm toe te passen. De ondergrond langs het deeltraject is niet geschikt voor het toepassen van een doorlatend pipingscherm. Ter hoogte van de parkeerhaven km 30,2 - 30,4 wordt aan de noord- en zuidzijde een buitendijkse klei-ingraving aangebracht om het pipingprobleem op te lossen. Hierdoor blijven de binnendijks aanwezige ecologisch waardevolle bomen behouden. Over de hele strekking wordt het pipingscherm in het dijktalud geplaatst. Een opbarstberm is landschappelijk ongewenst vanwege de benodigde hoogte van de berm en de variatie in hoogte. Dit leidt bovendien tot extra binnendijks ruimtebeslag. Daar waar een buitendijkse klei-ingraving wordt toegepast is geen maatregel voor opbarstveiligheid nodig. De bestaande beheerafritten worden teruggebracht. Zowel naast de N337 als de te verplaatsen parallelweg Het Anem wordt een strook halfverharding aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ter hoogte van de verkeerskruising van de N337 en de Brabantse Wagen wordt buitendijks extra grond aangebracht voor de eerdergenoemde meekoppelkansen. Hierdoor kan in een latere fase een rotonde en fietsoversteek worden aangelegd. Ook wordt het buitendijkse fietspad hier als meekoppelkans verbreed teruggebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tussen km 29,50 - 29,95 is de kruin relatief breed en daarom wordt de kruin hier versmald. Dit past landschappelijk beter binnen het uitgangspunt van een slanke dijk. Bovendien ontstaat zo ruimte voor de rivier en kan ter hoogte van de parkeerhaven het verflauwd talud en buitenberm worden toegepast zonder dat dit leidt tot effecten op de rivierwaterstand. Bij de kruinversmalling is overal een minimale wegbermbreedte aangehouden van 6,0 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tussen km 30,4-31,1 wordt de binnendijkse sloot beperkt verbreed, ter compensatie van de aangebrachte halfverharding langs de wegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deeltraject 09a, waar het VKA een binnendijkse grondoplossing met verticale pipingmaatregel (B) en een dijkverlegging (F) is, wordt over het grootste gedeelte een binnendijkse dijkverlegging toegepast. De dijkverlegging bestaat uit het aanbrengen van een nieuwe dijk op bestaand maaiveld. De kern van de nieuwe dijk bestaat uit zand, die op het binnen- en buitentalud is bekleed met een erosiebestendige kleibekleding met standaard taludhellingen. Binnendijks leidt deze helling niet tot een stabiele situatie, hiervoor is een binnendijkse stabiliteitsberm opgenomen. De huidige primaire waterkering wordt afgegraven naar zomerkadeniveau en de status primaire waterkering komt na de dijkverlegging te vervallen. Het gebied tussen de plaats waar de oorspronkelijke primaire waterkering is gelegen, en de plaats waar de nieuwe primaire waterkering komt te liggen wordt binnen de natuurlijke inrichting Paddenpol ook landschappelijk ingepast (zie 5.6.5). Afbeelding ‎8‑29 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding ‎5.33 Representatief dwarsprofiel deeltraject 9a Voor de nieuwe dijk is geen pipingprobleem en zijn geen extra pipingmaatregelen nodig, doordat in het voorland over voldoende afstand een dikke kleilaag van tenminste 1,5 meter aanwezig is. Wel is een binnendijkse watergang noodzakelijk om een goede afvoer van kwelwater te waarborgen en om opbarsten in het achterland te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het zuiden van dit deeltraject wordt de bestaande dijk versterkt door het vervangen van de binnen- en buitenbekleding en het toepassen van een ondoorlatend pipingscherm om het pipingprobleem tegen te gaan. Een doorlatend pipingscherm is niet mogelijk vanwege ruimtegebrek. Het pipingscherm wordt over een afstand van ongeveer 65 meter doorgezet in de nieuwe dijk, zodat een veilige overgang wordt gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het noorden van het deeltraject is het nodig om het pipingscherm over een afstand 180 meter door te zetten langs de nieuwe dijk om een veilige overgang te realiseren. In verband met de aanwezigheid van de binnendijks ecologische waarden (het Herxer bosje) wordt binnendijks permanent ruimtebeslag zoveel mogelijk voorkomen. Waar sprake is van een stabiliteitstekort wordt het pipingscherm deels constructief uitgevoerd en daarom is hier geen stabiliteitsberm nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bestaande afritten worden teruggebracht en daarnaast worden nieuwe beheerafritten toegevoegd aan de dijkverlegging, zowel binnen- als buitendijks. Op de kruin van de dijk bevindt zich net als in de huidige situatie een fietspad, deze wordt verbreed aangebracht, en fungeert ook als onderhoudspad. Ter hoogte van de bebouwing verplaatst het fietspad zich naar halverwege het buitentalud, het onderhoudspad blijft daar met halfverharding wel op de kruin liggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.6.4 Inpassing dijkversterking dijkmodule Midden - Zuid 2 Hoe de relevante landschappelijke en ruimtelijke uitgangspunten verder doorwerken in het dijkversterkingsontwerp voor deeltraject 08 en 09a wordt uitgebreid beschreven in het Landschapsplan (bijlage 2.12 bij de Motivering van het Besluit). De algemene doorwerking van de relevante landschappelijke en ruimtelijke uitgangspunten is daarnaast ook opgenomen in paragraaf 11.4.1 van de Motivering bij het Besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">In tabel 5‑10 is voor Midden - Zuid 2 (DRB) aangegeven hoe de maatwerklocaties zijn ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel ‎5‑10: Inpassing maatwerklocaties dijkmodule Midden-Zuid 2 Maatwerklocatie (deeltraject) Ingepast ontwerp De voormalige riooloverstort in Wijhe en kruising effluentleiding vleesfabriek Stegeman (08) Deze is niet langer in gebruik als riooloverstort, maar wordt nu door vleesfabriek Stegeman gebruikt als effluentleiding. In de oude rioolbuis is een kleinere persleiding aangebracht (20 cm). De rest van de rioolbuis is gedämmerd. In het buitentalud is naast de kruin een afsluiterput aanwezig met een terugslagklep en spindelschuif. De nieuwe buitenbekleding wordt hierop aangesloten waarbij ook een nieuwe taludtrap wordt aangelegd. Om een goede aansluiting te maken wordt een strook halfverharding langs de put gelegd. Daarnaast wordt de rioolbuis ingepast in de verticale pipingmaatregel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Parkeerhaven N337, met binnendijks vleermuisbos (aandachtspunt uit verkenning) (08) Door het toepassen van een buitendijkse versterking met horizontale klei-ingraving in het voorland en verflauwing van het buitentalud blijven de binnendijkse bomen gespaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.6.5 Natuurlijke inrichting Paddenpol Voor de Natuurlijke inrichting Paddenpol zijn in het inrichtingsplan (bijlage 2.6 bij de Motivering van het Besluit) de opgaven benoemd. Om een totaalbeeld te geven van de landschappelijke inpassing en natuurlijke inrichting van het gebied na afronding van de dijkverlegging worden de maatregelen hieronder beschreven maar deze maken zelf geen onderdeel uit van het Projectbesluit. In afbeelding 5‑34 is aangegeven welke onderdelen onderdeel zijn van dit Projectbesluit en voor welke onderdelen een separate omgevingsvergunning wordt aangevraagd, omdat dit onderdeel is van de meekoppelkans natuurlijke inrichting Paddenpol. Voor het realiseren en in stand houden van deze maatregelen worden door het project IJsselwerken, namens de samenwerkingspartners, de benodigde omgevingsvergunningen aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-34: Onderscheid projectbesluit en Natuurlijke inrichting Paddenpol De landschappelijke inpassing en natuurlijke inrichting Paddenpol bestaat uit zes hoofdelementen: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een nieuwe dijk aan de oostzijde Paddenpol (onderdeel van dit Projectbesluit, zie 5.6.3); b.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oorspronkelijke dijk verlaagd naar zomerkadeniveau (onderdeel van dit Projectbesluit, zie 5.6.3); c.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hank, een continue aangehaakte hank, flauw en breed (westelijk van de nieuwe zomerkade) in de uiterwaard met eenzijdige aantakking aan de IJssel en een laag dynamische hank flauw en breed oostelijk van de nieuwe zomerkade en smaller naar het noorden toe; d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Moeraszone en overstromingsgrasland in het nieuwe, deels verlaagde en nutriëntarme oostelijk gelegen buitendijks gebied; e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Fietspad op/naast de nieuwe dijk (onderdeel van dit Projectbesluit, zie vorige paragraaf), met een informatiepunt; en; f.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een extensief wandelpad op de nieuwe zomerkade.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze hoofdelementen zijn op de maatregelenkaart voor Paddenpol weergegeven in afbeelding 5-35 Afbeelding 5-35: Maatregelenkaart Natuurlijke Inrichting Paddenpol De hank, diepe poel, moeraszone en overstromingsgrasland en het extensieve wandelpad op de oorspronkelijke dijk zijn onderdeel van de natuurlijke inrichting Paddenpol en worden hieronder toegelicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hank en diepe poel De hank bestaat uit een laag dynamisch deel ten oosten van de oorspronkelijke dijk. Aan de westzijde van de oorspronkelijke dijk komt een meer dynamische hank met benedenstrooms een directe aansluiting op de IJssel. De twee geulen worden met elkaar verbonden door een vispassage via de toekomstige zomerkade. De hank bestaat uit flauwe, slikkige oevers, zandige bodems en geleidelijke, natuurlijk overgangen van nat naar droog voor de slijkgroen en winde. Langs de oostzijde van de hank wordt een ondiepe vooroever aangelegd die het grootste deel van het jaar onder water staat. Het is de verwachting de hank door waterstandsfluctuaties en overstromingen gaat eroderen, waardoor de insteek van de hank in de loop van de tijd verplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om te voorkomen dat de insteek van de hank eigendomsgrenzen overschrijdt of binnen de invloedsfeer van de primaire waterkering komt, is een interventielijn vastgesteld. Deze grens heeft als doel om te fungeren als signaalwerking, zodat het verplaatsen van de hank bij het overschrijden van de interventiegrens wordt tegengehouden (bijvoorbeeld door taludbescherming) of wordt teruggeplaatst. De hank is benedenstrooms aangetakt op de IJssel, hier is steenbestorting tegen uitspoeling voorzien. Ten oosten van de afgegraven oorspronkelijke dijk wordt nieuwe (rivier)natuur gecreëerd. Deze nieuwe uiterwaard wordt ingericht als interessant paaigebied voor riviervissen en als opgroeigebied voor juveniele vissen en ontwikkeling van natte/droge natuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Delen van dit gebied staan permanent onderwater met als doel geschikt leef- en opgroeigebied te bieden aan jonge vis. De opgroeiende vis heeft behoefte aan voedsel en dekking, en is zodoende gebaat bij een plantenrijk water. Het nieuwe paaigebied ligt ter hoogte van de bestaande laagtes in het gebied. Deze laagtes liggen in een zone langs afgegraven oude dijk waar ook het Herxer bosje en de diepe poel onderdeel van zijn. De nieuwe watergangen langs het Herxer bosje staan zodanig in verbinding met de diepe poel, dat ook in zeer droge zomers geen losgekoppelde poelen ontstaan. Langs de oevers van het permanente water zullen brede rietkragen ontstaan die een belangrijk broedbiotoop vormen voor algemeen voorkomende riet- en ruigtesoorten, maar ook leefgebied bieden aan porseleinhoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de opgroeiende vis, moet altijd oppervlaktewater aanwezig te zijn van voldoende oppervlak en diepte om te voorkomen dat de vissen sterven tijdens extreme droogte. De diepe poel fungeert als vluchtplaats voor vissen in zeer droge tijden wanneer zelfs het permanent water terugloop en/of droogvalt en de vispassage niet meer functioneert. Afstervende en dode bomen vertegenwoordigen in de biotoop van de uiterwaarden zowel onder als boven water belangrijke natuurwaarden. Onder water bieden de stammen dekking aan vissen en een onderkomen aan macrofauna die zich in of aan de stammen willen vestigen. Boven water bieden de stammen onder andere een geschikte nestplaats aan spechten die in het rottende hout zowel prooidieren als geschikt nestomstandigheden vinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook boombewonende vleermuizen kunnen in holten, spleten en kieren in de bomen verblijfplaatsen vinden. Om bovenstaande redenen wordt het bestaande Herxer bosje niet gekapt, maar blijft deze in stand. Door het benedenstrooms aantakken van de hank op de IJssel wordt de aanwezige zomerkade doorbroken. Daarom moet een nieuwe zomerkade gerealiseerd worden, zodanig dat de overstromingsfrequentie van de noordelijk gelegen uiterwaard niet verandert. Deze nieuwe zomerkade komt ten noorden van de aantakking te liggen en sluit aan oostelijke zijde aan ter plaatse van een bestaand verhard pad, dit pad komt terug op de nieuwe zomerkade.</p>\n<p class=\"lf-p\">Moeraszone en overstromingsgrasland De moeraszone grenzend aan de hank vormt een belangrijk onderdeel van het leef- en broedgebied van een groot aantal moerasvogels. Onder andere de porseleinhoen en kwartelkoning vinden hier een geschikt leefgebied. Vanuit de hank parallel langs de afgegraven oude dijk loopt het maaiveld geleidelijk en met een natuurlijk reliëf op richting de nieuwe (verlegde) dijk. De moeraszone staat onder normale omstandigheden ongeveer 100 dagen per jaar onder water.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tussen de nattere delen zoals de diepe poel, moeraszone en de nieuwe dijk ligt het overstromingsgrasland. Dit grasland vormt een geschikt broedbiotoop voor weidevogels zoals kievit, grutto en tureluur. In en langs de ruigere randen van dit gebied liggen kansen als broedgebied voor kwartelkoning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het overstromingsgrasland is het gedeelte dat direct droogvalt na een hoogwatergolf. Deze plekken zullen als eerste in het voorjaar door de grote grazers worden bezocht. Hierdoor ontstaat op deze hogere delen een grazige vegetatie afgewisseld met ruigere delen waar minder voedzame plantensoorten groeien die door de grazers gemeden worden. Hierdoor ontstaat een mozaïek van vegetatiestructuren die typerend zijn voor een extensief begraasd uiterwaardenlandschap. Bestaande watergangen in dit gebied worden hiervoor gedempt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Extensief wandelpad Het extensieve wandelpad is gelegen op de afgegraven oorspronkelijke dijk en is toegankelijk voor recreanten met periodiek maaibeheer. Het wandelpad is op twee punten aangesloten op de nieuwe dijk. Het stop- en informatiepunt bij de noordelijke aansluiting wordt bij het uitvoeringsgereedmaken van het ontwerp nader ingevuld. Door middel van een natuurlijke afscherming moet voorkomen worden dat recreanten toegang krijgen tot de Waardman. Afrastering is langs de afgegraven oorspronkelijke dijk daardoor niet nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afbeelding 5‑36 is een impressie van de situatie na dijkverlegging en natuurlijke inrichting weergeven. Hoe de relevante landschappelijke en ruimtelijke uitgangspunten verder doorwerken in de natuurlijke inrichting Paddenpol is opgenomen in het Landschapsplan in bijlage 2.12 bij de Motivering van het Besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-36: Impressie van de situatie na de dijkverlegging en natuurlijke inrichting Paddenpol dijkmodule Midden-Zuid 2 (ansicht) 5.6.6 Ruimtebeslag versterking dijkmodule Midden - Zuid 2 De permanente maatregelen voor de versterking van dijkmodule Midden - Zuid 2 worden uitgevoerd binnen het definitief ruimtebeslag van deze module, op de kaart aangewezen als Midden - Zuid 2 (DRB).</p>\n<p class=\"lf-p\">In afbeelding 5‑37 is dit ruimtebeslag van het dijkversterkingsontwerp van Midden Zuid 2 op kaart grafisch weergegeven. Ook is in afbeelding 5‑38 een impressie van de situatie na de dijkversterking weergeven. Tot slot is het definitieve ruimtebeslag verder ook weergegeven op detailtekeningen en dwarsprofielen in bijlage 9.1 bij de Motivering van het Besluit. Publieksvriendelijke tekeningen zijn onderdeel van het landschapsplan (bijlage 2.12 bij de Motivering van het Besluit).</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-37: Dijkversterkingsontwerp dijkmodule Midden-Zuid 2 (bijlage 9.1) Afbeelding 5-38 Impressie van de situatie na de dijkversterking dijkmodule Midden-Zuid 2 (ansicht) 5.7 Dijkmodule Midden-Zuid 3 5.7.1 Beschrijving dijkmodule Midden - Zuid 3 Dijkmodule Midden - Zuid 3 (DRB) bevindt zich ook ongeveer halverwege het projectgebied Zwolle-Olst (afbeelding 5‑40). De dijkmodule is gelegen tussen km 32,6 - 35,5 en heeft een lengte van bijna 3 km.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dijkmodule Midden-Zuid 3 bestaat uit drie deeltrajecten: ● Deeltraject 09b Paddenpol noord (km 32,60 – 33,00); ● Deeltraject 10.1 Herxen dorp (km 33,00 – 34,75); ● Deeltraject 10.2 Herxen Tichelgaten (km 34,75 – 35,50).</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 09b wordt gekenmerkt door een breed voorland, waar ook het buitendijkse perceel De Waardman (zie vorige paragraaf) zich bevindt, en Natura 2000-gebied buitendijks. Binnendijks ligt het Herxer bosje dicht tegen de dijk aan en zijn landbouwgronden aanwezig. Op de kruin van de dijk ligt een fietspad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 10.1 wordt gekenmerkt door Natura 2000-gebied op het brede buitendijkse voorland. Aan binnendijkse zijde bevindt zich buurtschap Herxen, waarvan de percelen veelal raken tot aan de binnendijkse watergang of tot aan de binnenteen van de dijk. Op de kruin van de dijk ligt een fietspad tot aan Herxen 85. Ter hoogte van Herxen 25 en Herxen 85 bevinden zich dijkovergangen waar fietsverkeer en gemotoriseerde voertuigen de dijk op en af kunnen. Tussen Herxen 87 en Herxen 95 ligt geen fietspad op de dijk en reikt landbouwgrond tot aan de dijk. Herxen 95 is een perceel met belangrijke cultuur-historische waarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 10.2 wordt gekenmerkt door Natura 2000-gebied aan zowel buitendijkse als binnendijkse zijde. De buitendijkse zijde heeft een relatief kort voorland. De binnendijkse zijde wordt gekenmerkt door een begroeiing van riet tot aan de teen van de dijk. Tot een afstand van ongeveer 4 meter uit de teen wordt het riet jaarlijks gemaaid, zodat de dijk onderhouden kan worden. In het noorden van deeltraject 10.2 liggen de Tichelgaten, waterkolken met een belangrijke functie voor de waterhuishouding in de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze dijkmodule zijn geen kunstwerken of maatwerklocaties aanwezig. Het verbeteren fietspad Herxen – afrit Herxen noord is een meekoppelkans binnen deze dijkmodule.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-39 Locatie dijkmodule Midden-Zuid 3 5.7.2 Veiligheidsopgave dijkmodule Midden - Zuid 3 Hierna wordt de veiligheidsopgave voor Midden - Zuid 3 (DRB) beschreven:</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 09b kent, zoals weergegeven in tabel 5‑11, een bekledingsopgave op het binnen- en buitentalud voor de gehele strekking. Voor piping is sprake van een kwelweglengtetekort tot 90 meter. Ook is een binnenwaarts stabiliteitsprobleem aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deeltraject 10.1 geldt dat de buitenbekleding is goedgekeurd op basis van beschikbaar grondonderzoek. Wel is een opgave voor bekleding binnentalud, piping en stabiliteit binnenwaarts. Het kwelweglengtetekort voor piping bedraagt maximaal 115 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opgave voor deeltraject 10.2 komt voor een groot deel overeen met de opgave voor deeltraject 10.1. Aanvullend is voor dit deeltraject ook een hoogtetekort van maximaal 40 cm. Het kwelweglengte tekort loopt op tot maximaal 160 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel ‎5‑11: Veiligheidsopgave dijkmodule Midden-Zuid 3 Deeltraject Bekleding binnen Bekleding buiten Piping Hoogte Stabiliteit Binnenwaarts Stabiliteit Buitenwaarts 09b X X X X 10.1 X X X 10.2 X X X X 5.7.3 Ontwerp dijkversterking dijkmodule Midden - Zuid 3 Eerst wordt voor Midden - Zuid 3 (DRB) per deeltraject aangegeven hoe het VKA is uitgewerkt tot een dijkversterkingsontwerp, vervolgens wordt in 5.7.4 aangegeven hoe de maatwerklocaties uit de verkenning in het dijkversterkingsontwerp zijn ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deeltraject 09b, waar het VKA een binnendijkse grondoplossing met verticale pipingmaatregel (B) is, worden de opgaven voor binnen- en buitenbekleding opgelost in grond, doordat de bekleding wordt vervangen. Met uitzondering van de noordelijke 65 meter van dit deeltraject zijn binnendijks ecologische waarden aanwezig in het Herxer bosje. Op drie manieren wordt hier permanent ruimtebeslag voorkomen. Ten eerste wordt een ondoorlatend pipingscherm toegepast. Voor een doorlatend pipingscherm moet een beplantingsvrije zone aangehouden worden, wat zou leiden tot permanent ruimtebeslag op het Herxer bosje. Ten tweede wordt voor opbarstveiligheid het pipingscherm in het dijktalud geplaatst, waardoor geen opbarstberm nodig is. Ten derde wordt het pipingscherm constructief uitgevoerd, waardoor geen steunberm nodig is. Afbeelding 5‑41 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-40 Representatief dwarsprofiel deeltraject 9b De noordelijke 65 meter lijkt qua oplossing op het zuidelijke deel van dit deeltraject. Echter, het stabiliteitsprobleem wordt opgelost door het toepassen van een lage berm, in combinatie met een dikkere kleibekleding. Daardoor hoeft het pipingscherm niet constructief te worden uitgevoerd. Er zijn geen maatregelen nodig voor opbarstveiligheid, waardoor het pipingscherm in de teen van de dijk geplaatst wordt. Op de kruin van de dijk ligt een fietspad, deze wordt als meekoppelkans verbreed teruggebracht. Daarnaast wordt een binnendijkse dijkopgang toegevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deeltraject 10.1 waar het VKA een binnendijkse grondoplossing met verticale pipingmaatregel (B) is, wordt de opgave voor de binnenbekleding opgelost in grond, doordat de bekleding wordt vervangen. In het noorden van dit deeltraject vervalt over een afstand van ongeveer 300 meter ook deze opgave en zijn helemaal geen werkzaamheden aan de bekleding benodigd. Voor een groot gedeelte van dit deeltraject wordt een doorlatend pipingscherm toegepast om het pipingprobleem op te lossen, omdat hier geen beperkingen (technisch, ecologisch en/of landschappelijk) zijn tegen deze maatregel. In het zuiden (vanaf de deeltrajectgrens tot aan ongeveer km 33,3) wordt een ondoorlatend pipingscherm toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nabij Herxen 95 wordt de dijksloot doorgetrokken door het grasland om een goede afvoer van kwelwater te waarborgen en om opbarsten in het achterland te voorkomen. Een doorlatend pipingscherm is hier niet mogelijk door de aanwezigheid van landschappelijk en ecologisch waardevolle beplanting dicht tegen de dijk, waardoor de benodigde beplantingsvrije zone niet mogelijk is. Ook de dijkopgang om bij de buitendijkse woning te komen wordt teruggebracht. De bocht in de dijkopgang nabij Herxen 23 wordt beperkt aangepast ten behoeve van de verkeersveiligheid. Op de kruin van de dijk ligt een fietspad, deze wordt als meekoppelkans verbreed teruggebracht. Ter hoogte van Herxen 85 wordt als meekoppelkans een nieuwe verkeersveilige afrit van het fietspad gerealiseerd, door het fietspad vanaf km 34 vanaf de kruin naar beneden te laten lopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het voormalige fietspad wordt vanaf km 34 een onderhoudspad en de aansluitende dijkopgang wordt anders ingericht, ook wordt een binnendijkse dijkopgang toegevoegd. Afbeelding 5‑42 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-41: Representatief dwarsprofiel deeltraject 10.1 Voor deeltraject 10.2, waar het VKA een binnendijkse grondoplossing met verticale pipingmaatregel (B) is, wordt de bekledingsopgave op het binnentalud en de hoogte opgelost in grond door het verhogen van de kruin en het vervangen van de binnenbekleding. Binnendijks zijn voor dit deeltraject belangrijke natuurwaarden aanwezig in het gebied ‘Tichelgaten’. Ruimtebeslag op dit gebied is voorkomen door het stabiliteitsprobleem op te lossen met een ondoorlatend pipingscherm die constructief worden uitgevoerd, in plaats van een oplossing in grond. Met deze oplossing wordt ook direct het pipingprobleem opgelost. Hierbij wordt opbarsten tegengegaan door het scherm in het dijktalud te plaatsen, in plaats van het aanbrengen van een berm. De binnendijkse dijkopgangen worden anders vormgegevens en in het noorden van het deeltraject wordt een dijkopgang toegevoegd. Afbeelding 5‑43 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-42: Representatief dwarsprofiel deeltraject 10.2 5.7.4 Inpassing dijkversterking dijkmodule Midden - Zuid 3 Bij Midden - Zuid 3 (DRB) zijn geen maatwerklocaties aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe de relevante landschappelijke en ruimtelijke uitgangspunten verder doorwerken in het dijkversterkingsontwerp voor deeltraject 09b, 10.1 en 10.2 wordt uitgebreid beschreven in het Landschapsplan (bijlage 2.12 bij de Motivering van het Besluit). De algemene doorwerking van de relevante landschappelijke en ruimtelijke uitgangspunten is daarnaast ook opgenomen in paragraaf 11.4.1 van de Motivering bij het Besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.7.5 Ruimtebeslag versterking dijkmodule Midden - Zuid 3 De permanente maatregelen voor de versterking van dijkmodule Midden - Zuid 3 worden uitgevoerd binnen het definitief ruimtebeslag van deze module, op de kaart aangewezen als Midden - Zuid 3 (DRB).</p>\n<p class=\"lf-p\">In afbeelding 5‑43 is dit ruimtebeslag van het dijkversterkingsontwerp van Midden Zuid 3 op kaart grafisch weergegeven. Ook is in afbeelding 5‑44 een impressie van de situatie na de dijkversterking weergeven. Tot slot is het definitieve ruimtebeslag verder ook weergegeven op detailtekeningen en dwarsprofielen in bijlage 9.1 bij de Motivering van het Besluit. Publieksvriendelijke tekeningen zijn onderdeel van het landschapsplan (bijlage 2.12 bij de Motivering van het Besluit).</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-43: Dijkversterkingsontwerp dijkmodule Midden-Zuid 3 (bijlage 9.1) Afbeelding 5-44 Impressie van de situatie na de dijkversterking dijkmodule Midden-Zuid 3 (ansicht) 5.8 Dijkmodule Midden-Noord 1 5.8.1 Beschrijving dijkmodule Midden - Noord 1 Dijkmodule Midden - Noord 1 (DRB) bevindt zich in de noordelijke helft van het projectgebied Zwolle-Olst (afbeelding 5‑46). De dijkmodule is gelegen tussen km 35,5 - 38,0 en heeft een lengte van 2,5 km.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dijkmodule Midden-Noord 1 bestaat uit deeltraject 11: ● Deeltraject 11 Windesheim-Noord &amp; Harculo (km 35,50 - 38,00).</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 11 loopt vanaf de Tichelgaten tot aan Harculo. Buitendijks ligt Natura 2000-gebied en bevinden zich verschillende strangen, poelen en rietmoeras. Binnendijks bevinden zich meerdere woningen en in het noordelijk deel een waardevol rabattenbos tot op het dijktalud. Tot slot kruisen twee hoge drukleidingen van de Gasunie de dijk ter hoogte van km 37,7.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze dijkmodule zijn geen kunstwerken of meekoppelkansen aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-45: Locatie dijkmodule Midden-Noord 1 5.8.2 Veiligheidsopgave dijkmodule Midden - Noord 1 Hierna wordt de veiligheidsopgave voor Midden - Noord 1 (DRB) beschreven:</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 11 kent, zoals weergegeven in tabel 5‑11, een bekledingsopgave op het binnen- en buitentalud. Er is sprake van een pipingprobleem over vrijwel het hele traject, met uitzondering van het gedeelte bij buurtschap Harculo. De kwelwegtekorten lopen op tot maximaal 185 meter. Er is een stabiliteitsopgave binnenwaarts tussen km 36,96 en km 37,45. Lokaal is ook sprake van een hoogtetekort bij dijkovergangen (orde 10 tot 50 cm) en voor het noordelijke deel van buurtschap Harculo (maximaal 15 cm).</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel ‎5‑11: Veiligheidsopgave dijkmodule Midden-Noord 1 Deeltraject Bekleding binnen Bekleding buiten Piping Hoogte Stabiliteit Binnenwaarts Stabiliteit Buitenwaarts 11 X X X X X 5.8.3 Ontwerp dijkversterking dijkmodule Midden - Noord 1 Eerst wordt voor Midden - Noord 1 (DRB) per deeltraject aangegeven hoe het VKA is uitgewerkt tot een dijkversterkingsontwerp, vervolgens wordt in 5.8.4 aangegeven hoe de maatwerklocaties uit de verkenning in het dijkversterkingsontwerp zijn ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deeltraject 11, waar het VKA een binnendijkse grondoplossing met verticale pipingmaatregel (B) is,worden de opgaven voor de binnen en buitenbekleding zoveel mogelijk opgelost in grond, door het vervangen van de bekleding. Voor de binnendijkse bekleding wordt waar mogelijk een leeflaag toegepast die geschikt is voor de ontwikkeling van dijkflora. Ten zuiden van km 37 wordt lokaal de dijk naar binnen geplaatst. Hierdoor ontstaat buitendijks enige werkruimte voor het vervangen van de buitenbekleding, zonder dat de aanwezige buitendijkse natuurwaarden worden geraakt. Ook wordt de binnendijkse sloot hier beperkt verbreed. Afbeelding 5‑45 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-46 Representatief dwarsprofiel deeltraject 11 In de zuidelijke helft van het deeltraject (ten zuiden van km 37) wordt een doorlatend pipingscherm toegepast, met uitzondering van de aansluiting met deeltraject 10.2. Daar wordt het ondoorlatende pipingscherm dat wordt toegepast in deeltraject 10.2 doorgezet in deeltraject 11 over een afstand van ongeveer 80 meter. Dit pipingscherm is ook een erosiescherm en wordt in de kruin van de dijk geplaatst. Als gevolg van deze oplossing is geen binnendijks ruimtebeslag nodig en blijven de binnendijkse natuurwaarden gespaard. Vanaf km 37 tot aan het buurtschap Harculo wordt ook een ondoorlatend pipingscherm toegepast. Door de aanwezige binnendijkse waarden (woningen en het rabattenbos) is hier onvoldoende ruimte om een doorlatend pipingscherm te plaatsen (ter plaatse van de woningen), en de noodzaak tot het (vrijwel volledige) herstel van het rabattenbos. Ter plaatse van de woningen wordt het pipingscherm constructief uitgevoerd, zodat het ook dient als erosie- en stabiliteitsmaatregel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het rabattenbos wordt in de permanente situatie vrijwel niet geraakt. Het dijkontwerp is hier op twee manieren op afgestemd. Ten eerste is voor opbarstveiligheid gekozen om geen opbarstberm toe te passen, maar het pipingscherm in het talud te plaatsen. Ten tweede wordt het stabiliteitstekort niet opgelost in grond (door middel van een steunberm), maar door het pipingscherm constructief uit te voeren. Beide maatregelen leiden ertoe dat het benodigde binnendijkse ruimtebeslag beperkt is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ter plaatse van de twee dijkovergangen van de fabrieksweg (in het zuiden van het deeltraject en ter hoogte van km 37) is sprake van een hoogtetekort. Dit wordt opgelost door de dijkovergangen op te hogen. Het hoogtetekort bij buurtschap Harculo wordt opgelost doormiddel van een verflauwing van het buitentalud.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestaande onderhoudspad, die nabij km 37 overgaat in dijkweg op de kruin, wordt teruggebracht. Binnen het deeltraject bevinden zich zeven dijkopgangen voor beheer en onderhoud, deze worden teruggebracht, daarnaast wordt buitendijks één extra dijkopgang gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.8.4 Inpassing dijkversterking dijkmodule Midden - Noord 1 Hoe de relevante landschappelijke en ruimtelijke uitgangspunten verder doorwerken in het dijkversterkingsontwerp voor deeltraject 11 wordt uitgebreid beschreven in het Landschapsplan (bijlage 2.12 bij de Motivering van het Besluit). De algemene doorwerking van de relevante landschappelijke en ruimtelijke uitgangspunten is daarnaast ook opgenomen in paragraaf 11.4.1 van de Motivering bij het Besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">In tabel 5‑12 is voor Midden - Noord 1 (DRB) aangegeven hoe de maatwerklocaties zijn ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel ‎5‑12: Inpassing maatwerklocaties dijkmodule Midden-Noord 1 Maatwerklocatie (deeltraject) Ingepast ontwerp Fabrieksweg 17 en Kattenwinkelweg 32 (11) Binnendijks zijn de woningen aan Fabrieksweg 17 en Kattenwinkelweg 32 aanwezig, in combinatie met de dijkovergang richting de buitendijks gelegen woningen Fabrieksweg 6, 8 en 10. Het ingepaste dijkversterkingsontwerp betreft hier een kruinverhoging, het vervangen van de buitenbekleding en het aanbrengen van een verticale stabiliteitsmaatregel in de binnenkruinlijn. Ook wordt de binnendijkse dijkopgang naar het zuiden verplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kruisende gasleidingen Gasunie (11) Er mag geen extra grond op de gasleidingen worden aangebracht, waardoor de opbarstveiligheid alleen geborgd kan worden door de verticale pipingmaatregel in het talud te plaatsen. Ter plaatse van de gasleidingen wordt de verticale pipingmaatregel onderbroken en wordt een groutscherm in combinatie met een kleikist rondom de leidingen aangebracht. Omdat in een straal van 50 cm rondom de leidingen niet machinaal gewerkt mag worden, kan de klei niet worden verdicht tegen de leidingen aan. Daarom worden hier zwelkleikorrels aangebracht. Door die tijdens uitvoering te vernatten ontstaat de verdichting. Om veranderingen in de dekking van grond op de gasleiding te voorkomen, wordt de buitenbekleding aangebracht door het huidige talud te volgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Fabrieksweg 7, 9 en 15 (11) In het buurtschap Harculo liggen drie woningen in het dijktalud of in de kruin. Het buitentalud wordt hier verflauwd en de buitenbekleding wordt vervangen, daardoor zijn aan de binnenzijde geen werkzaamheden benodigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.8.5 Ruimtebeslag versterking dijkmodule Midden - Noord 1 De permanente maatregelen voor de versterking van dijkmodule Midden - Noord 1 worden getroffen binnen het definitief ruimtebeslag van deze module, op de kaart aangewezen als Midden - Noord 1 (DRB).</p>\n<p class=\"lf-p\">In afbeelding 5‑47 is dit ruimtebeslag van het dijkversterkingsontwerp van Midden Noord 1 op kaart grafisch weergegeven. Ook is in afbeelding 5‑48 een impressie van de situatie na de dijkversterking weergeven. Tot slot is het definitieve ruimtebeslag verder ook weergegeven op detailtekeningen en dwarsprofielen in bijlage 9.1 bij de Motivering van het Besluit. Publieksvriendelijke tekeningen zijn onderdeel van het landschapsplan (bijlage 2.12 bij de Motivering van het Besluit).</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-47 Dijkversterkingsontwerp dijkmodule Midden-Noord 1 Afbeelding 5-48 Impressie van de situatie na de dijkversterking dijkmodule Midden-Noord 1 (ansicht) 5.9 Dijkmodule Midden-Noord 2 5.9.1 Beschrijving dijkmodule Midden - Noord 2 Dijkmodule Midden - Noord 2 (DRB) ligt direct ten zuiden van Zwolle (afbeelding 5‑50). De dijkmodule is gelegen tussen km 38,0 - 40,9 en heeft een lengte van ongeveer 2,9 km.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dijkmodule Midden-Noord 2 bestaat: ● Deeltraject 12.1 Centrale Harculo-Zuid (km 38,00 - 39,05); ● Deeltraject 12.2 Centrale Harculo-Midden (km 39,05 - 39,45); ● Deeltraject 12.3 Centrale Harculo-Noord (km 39,45 - 40,30); ● Deeltraject 13.1a Schellerdijk (km 40,30 - 40,90).</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 12.1 ligt ten zuiden van de Centrale Harculo. Buitendijks ligt de zuidelijke kolk van de voormalige energiecentrale met op de kop gemaal Harculo ter hoogte van km 38,6. Binnendijks ligt het terrein van de voormalige energiecentrale en is er landbouwgrond. Het betreft de dijk die de zuidelijke haven (Materiaalhaven) van de voormalige energiecentrale van Harculo omsluit. Hier zijn enkele overblijfselen (zoals een steiger en wachthuisjes) van de al gesloopte centrale aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 12.2 ligt op de kop van het terrein van de voormalige energiecentrale Harculo en betreft het gedeelte van de dijk dat de twee havens van de voormalige energiecentrale met elkaar verbindt. Buitendijks is Natura 2000-gebied aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 12.3 ligt ten noorden van de Centrale Harculo. Buitendijks ligt de noordelijke kolk van de voormalige energiecentrale. Binnendijks liggen het terrein van de voormalige energiecentrale en het Oldenelerpark met een rij beschermde bomen. Het betreft de dijk die de noordelijke haven (Kolenhaven) van de voormalige energiecentrale omsluit. Ook hier zijn enkele overblijfselen van de centrale aanwezig (hevelhuisje en steiger). Op de kruin van de dijk is hier een fietspad aanwezig en op de kop van de kolk is een te waterlaat plaats van de brandweer aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 13.1a ligt tussen de voormalige energiecentrale Harculo en Oldeneel. Buitendijks ligt Natura 2000-gebied en bevinden zich verschillende ondiepe plassen. Binnendijks ligt het Oldenelerpark, Op de kruin van de dijk is hier een fietspad aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze dijkmodule is het gemaal Harculo als waterkerend kunstwerk aanwezig. Ook zijn enkele objecten aanwezig: de steigers, het hevelhuisje en het wachthuisje van de voormalige energiecentrale Afbeelding 5-49: Locatie dijkmodule Midden-Noord 2 5.9.2 Veiligheidsopgave dijkmodule Midden - Noord 2 Hierna wordt de veiligheidsopgave voor Midden - Noord 2 (DRB) beschreven:Deeltraject 12.1 kent, zoals weergegeven in tabel 5‑13, een bekledingsopgave op het binnen- en buitentalud en piping voor vrijwel de gehele strekking. Voor piping is sprake van een kwelweglengte tekort tot 125 meter. Bij de aansluiting met deeltraject 11 is sprake van een stabiliteitstekort binnenwaarts over een lengte van ruim 100 meter. Vanaf km 38,75 (ter hoogte van de voormalige IJsselcentrale) is alleen nog sprake van een bekledingsopgave op het buitentalud.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deeltraject 12.2 is alleen sprake van een bekledingsopgave op het buitentalud. De dijk biedt voldoende veiligheid voor de overige faalsporen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deeltraject 12.3 kent de dijk langs de voormalige IJsselcentrale (tot aan km 39,70) alleen een opgave voor de buitenbekleding. Vanaf km 39,70 is een opgave voor de binnen- en buitenbekleding en piping. De kwelweglengtetekorten lopen op tot ongeveer 95 meter. Tussen km 39,95 - 40,15 is een stabiliteitsopgave binnenwaarts.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opgave voor deeltraject 13.1a is vergelijkbaar met de opgave voor deeltraject 12.3. De opgave voor stabiliteit binnenwaarts ligt voor dit deeltraject bij de overgang naar deeltraject 13.1b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel ‎5‑13: Veiligheidsopgave dijkmodule Midden-Noord 2 Deeltraject Bekleding binnen Bekleding buiten Piping Hoogte Stabiliteit Binnenwaarts Stabiliteit Buitenwaarts 12.1 X X X X 12.2 X 12.3 X X X X 13.1a X X X X 5.9.3 Ontwerp dijkversterking dijkmodule Midden - Noord 2 Eerst wordt voor Midden - Noord 2 (DRB) per deeltraject aangegeven hoe het VKA is uitgewerkt tot een dijkversterkingsontwerp, vervolgens wordt in 5.9.4 aangegeven hoe de maatwerklocaties uit de verkenning in het dijkversterkingsontwerp zijn ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deeltraject 12.1, waar het VKA een binnendijkse grondoplossing met verticale pipingmaatregel (B) is, worden de opgaven voor de binnen- en buitenbekleding opgelost in grond door het vervangen van de bekleding. Voor de binnendijkse bekleding wordt waar mogelijk een leeflaag toegepast die geschikt is voor de ontwikkeling van dijkflora. Ook het tekort voor stabiliteit in het zuidwesten van dit deeltraject wordt opgelost in grond door het aanbrengen van een steunberm, die landschappelijk is ingepast. De binnendijkse greppel wordt teruggebracht. Het pipingprobleem wordt opgelost door het aanbrengen van een doorlatend pipingscherm. Voor de dijk langs de voormalige IJsselcentrale wordt alleen de buitenbekleding vervangen, voorzien van een leeflaag die geschikt is voor de ontwikkeling van dijkflora. Op de kruin van de dijk komt een onderhoudspad. De niet waterkende objecten worden aangesloten op de bekleding, het is niet nodig om deze objecten (tijdelijk) te verwijderen. Afbeelding 5‑50 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-50 Representatief dwarsprofiel deeltraject 12.1 Gezien de beperkte opgave voor deeltraject 12.2 wordt alleen de buitenbekleding vervangen. Deze wordt voorzien van een leeflaag die geschikt is voor de ontwikkeling van dijkflora. Op de kruin van de dijk komt een onderhoudspad en de buitendijkse dijkopgang wordt teruggebracht. Afbeelding 5‑51 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-51 Representatief dwarsprofiel deeltraject 12.2 Voor deeltraject 12.3, waar het VKA een binnendijkse grondoplossing met verticale pipingmaatregel (B) is, wordt voor de dijk langs de voormalige IJsselcentrale alleen de buitenbekleding vervangen. Voor de overige delen worden zowel de binnen- als buitenbekleding vervangen. Waar mogelijk wordt zowel de binnen- als buitenbekleding voorzien van een leeflaag die geschikt is voor de ontwikkeling van dijkflora. Het pipingprobleem wordt opgelost door het toepassen van een ondoorlatend pipingscherm, zodat de binnendijkse bomen behouden kunnen blijven. In verband met een te grote beplantingsvrije zone bij de bomenrij was een doorlatend pipingscherm geen optie. Het pipingscherm wordt in de teen van de dijk geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf km 40,0 is een maatregel nodig tegen opbarsten. Door lokaal de kruin van de dijk te versmallen met ongeveer 1 meter (waarbij de kruinbreedte wel minimaal 4 meter blijft), ontstaat binnendijks ruimte voor het toepassen van een opbarstberm Deze berm lost ook het stabiliteitsprobleem langs deze strekking op. De niet waterkerende objecten worden hier ook aangesloten op de bekleding, het is niet nodig om deze objecten (tijdelijk) te verwijderen. De helling voor de brandweer wordt teruggebracht. Ook wordt het fiets- en onderhoudspad op de kruin terugbracht, deze wordt vanaf km 40,0 verbreed. Voor de verbreding van het fietspad is verbreding van de kruin benodigd, hierdoor is een buitenwaartse asverschuiving benodigd van maximaal 0,5 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5‑52 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-52 Representatief dwarsprofiel deeltraject 12.3 Voor deeltraject 13.1a, waar het VKA een binnendijkse grondoplossing met verticale pipingmaatregel (B) is, worden de opgaven voor de binnen- en buitenbekleding opgelost in grond door het vervangen van de bekleding. Het pipingprobleem wordt opgelost door het toepassen van een ondoorlatend pipingscherm. Door de aanwezig van de binnendijkse kolken is hier sprake van een risico op graafschade door bevers en is een doorlatend pipingscherm niet mogelijk. Bovendien is de samenstelling van de ondergrond ongeschikt voor een ondoorlatend pipingscherm. Voor opbarstveiligheid wordt het pipingscherm in het talud geplaatst. Landschappelijk is hier het toepassen van een opbarstberm ongewenst. Richting de aansluiting met deeltraject 13.1b wordt een verflauwd binnentalud toegepast. Hierdoor komt het pipingscherm minder ver het talud in en is een minder lang scherm benodigd. Bovendien wordt met deze maatregel het lokaal aanwezige stabiliteitsprobleem opgelost. Ook wordt het fiets- en onderhoudspad op de kruin teruggebracht, deze wordt verbreed, hier is de kruin breed genoeg. Afbeelding 5‑53 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer Afbeelding 5-53 Representatief dwarsprofiel deeltraject 13.1 5.9.4 Inpassing dijkversterking dijkmodule Midden - Noord 2 Hoe de relevante landschappelijke en ruimtelijke uitgangspunten verder doorwerken in het dijkversterkingsontwerp voor deeltraject 12.1, 12.2, 12.3 en 13.1a wordt uitgebreid beschreven in het Landschapsplan (bijlage 2.12 bij de Motivering van het Besluit). De algemene doorwerking van de relevante landschappelijke en ruimtelijke uitgangspunten is daarnaast ook opgenomen in paragraaf 11.4.1 van de Motivering bij het Besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">In tabel 5‑14 is voor Noord 2 (DRB) aangegeven hoe de maatwerklocaties zijn ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel ‎5‑14: Inpassing maatwerklocaties dijkmodule Midden-Noord 2 Maatwerklocatie (deeltraject) Ingepast ontwerp Gemaal Harculo (12.1) Het gemaal is doormiddel van een leiding onder de dijk verbonden met het binnendijkse watersysteem. De leiding ligt ruim onder de aan te brengen verticale pipingmaatregelen. Omdat hier alleen een deel van de buitenbekleding vervangen wordt is het niet nodig om het gemaal aan te passen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnendijks bomenrij in het Oldenelerpark (12.3, 13.1a) Bij de beschermde bomenrij in het Oldenelerpark in deeltraject 12.3 wordt de kruin versmald en een opbarstberm aangebracht, waardoor de bomen buiten het ruimtebeslag vallen. In deeltraject 13.1a wordt de verticale pipingmaatregel in het binnentalud geplaatst, in plaats van het aanbrengen van een opbarstberm. Hierdoor kan het grootste gedeelte van de bomen behouden blijven. Enkele bomen staan in het dijktalud en kunnen niet behouden blijven omdat de binnenbekleding moet worden vervangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.9.5 Ruimtebeslag versterking dijkmodule Midden - Noord 2 De permanente maatregelen voor de versterking van dijkmodule Midden - Noord 2 worden getroffen binnen het definitief ruimtebeslag van deze module, op de kaart aangewezen als Midden - Noord 2 (DRB).</p>\n<p class=\"lf-p\">In afbeelding 5‑54 is dit ruimtebeslag van het dijkversterkingsontwerp van Midden - Noord 2 (DRB) op kaart weergegeven. Ook is in afbeelding 5‑55 een impressie van de situatie na de dijkversterking weergeven. Tot slot is het definitieve ruimtebeslag verder ook weergegeven op detailtekeningen en dwarsprofielen in bijlage 9.1 bij de Motivering van het Besluit. Publieksvriendelijke tekeningen zijn onderdeel van het landschapsplan (bijlage 2.12 bij de Motivering van het Besluit).</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-54 Dijkversterkingsontwerp dijkmodule Midden-Noord 2 Afbeelding 5-55 Impressie van de situatie na de dijkversterking dijkmodule Midden-Noord 2 (ansicht) 5.10 Dijkmodule Midden-Noord 3 5.10.1 Beschrijving dijkmodule Midden - Noord 3 De dijkmodule Midden - Noord 3 (DRB) bevindt zich in de noordelijke helft van het projectgebied Zwolle-Olst (afbeelding 5‑56). De dijkmodule is gelegen tussen km 40,9 - 42,1 en heeft een lengte van ongeveer 1,2 km.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dijkmodule Midden-Noord 3 bestaat uit twee deeltrajecten: ● deeltraject 13.1b Schellerdijk (km 40,90 – 41,65); ● deeltraject 13.2 Schellerdijk Oldeneel (km 41,65 – 42,10).</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 13.1b ligt tussen het Oldenelerpark en Oldeneel. Buitendijks ligt een breed voorland met Natura 2000-gebied en bevinden zich verschillende ondiepe plassen. Binnendijks liggen een parallelweg en een paar huizen met zicht op de dijk en een kolk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 13.2 loopt door het buurtschap Oldeneel. Buitendijks ligt Natura 2000-gebied. Rondom de dijk bevinden zich huizen met cultuurhistorische waarde. Dit deeltraject valt tevens binnen de grondwaterbeschermingszone.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze dijkmodule zijn geen kunstwerken of meekoppelkansen aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-56: Locatie dijkmodule Midden Noord 3 5.10.2 Veiligheidsopgave dijkmodule Midden - Noord 3 Hierna wordt de veiligheidsopgave voor Midden - Noord 3 (DRB) beschreven:</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 13.1b kent, zoals weergegeven in tabel 5‑15, opgaven voor bekleding op het binnen- en buitentalud en piping voor de gehele strekking. Het kwelweglengtetekort loopt op tot ongeveer 110 meter. Het hoogtetekort bedraagt maximaal 30 cm. Over de hele strekking is sprake van een binnenwaarts stabiliteitstekort.</p>\n<p class=\"lf-p\">De veiligheidsopgave voor deeltraject 13.2 is vergelijkbaar met de opgave voor deeltraject 13.1b. Het kwelweglengtetekort loopt op tot ongeveer 100 meter. Het hoogtetekort is maximaal 20 cm en daarmee kleiner dan het tekort voor deeltraject 13.1b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel ‎5‑15: Veiligheidsopgave dijkmodule Midden-Noord 2 Deeltraject Bekleding binnen Bekleding buiten Piping Hoogte Stabiliteit Binnenwaarts Stabiliteit Buitenwaarts 13.1b X X X X X 13.2 X X X X 5.10.3 Ontwerp dijkversterking dijkmodule Midden - Noord 3 Eerst wordt voor Midden - Noord 3 (DRB) per deeltraject aangegeven hoe het VKA is uitgewerkt tot een dijkversterkingsontwerp, vervolgens wordt in 5.10.3 aangegeven hoe de maatwerklocaties uit de verkenning in het dijkversterkingsontwerp zijn ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deeltraject 13.1b, waar het VKA een binnendijkse grondoplossing met verticale pipingmaatregel (B) is, worden de opgaven voor binnen- en buitenbekleding en hoogte opgelost in grond, doordat de bekleding wordt vervangen en de kruin wordt verhoogd. Tijdens de verkenning is nog de vraag gesteld om het hoogtetekort op te lossen doormiddel van een buitendijkse taludverflauwing. Een taludverflauwing leidt tot buitendijks ruimtebeslag. Dat is hier onvergunbaar als gevolg van de buitendijkse natuurwaarde. Er is daarom geconcludeerd dat het hoogtetekort niet is op te lossen met een taludverflauwing. Het pipingprobleem wordt opgelost door het toepassen van een doorlatend pipingscherm tot aan km 41,35. Vanaf km 41,35 wordt een ondoorlatend pipingscherm toegepast. Het is niet mogelijk om een doorlatend pipingscherm toe te passen in verband met beperkte ruimte door de aanwezigheid van een woning. Ook langs de Oldenelerkolk is het niet mogelijk om een doorlatend pipingscherm toe te passen, door het risico op graafschade door bevers. Een aanvullende maatregel voor opbarstveiligheid is niet nodig. Afbeelding 5‑57 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-57: Representatief dwarsprofiel deeltraject 13.1b Over de hele strekking wordt het stabiliteitsprobleem opgelost in grond door het toepassen van een flauwer binnentalud. Tussen km 41,30 - 41,40 is daarnaast nog een lage steunberm nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Oldeneelweg wordt maximaal 0,3 meter opgehoogd, zodat deze goed aansluit op het dijktalud. Hierdoor is het niet nodig de weg te verleggen en is geen ruimtebeslag op de binnendijkse percelen. De dijkopgangen worden terugbracht. Zowel binnen-, als buitendijks wordt één dijkopgang toegevoegd. Op de kruin van de dijk komt een onderhoudspad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deeltraject 13.2, waar het VKA een zelfstandig kerende constructie (E) is, worden de opgaven opgelost doormiddel van een zelfstandig kerende constructie in de kruin van de dijk. Deze constructie lost alle veiligheidstekorten op. De constructie wordt hoger afgewerkt dan de bestaande hoogte van de dijk zodat hij ook het hoogteprobleem oplost. Om te zorgen dat de constructie geen obstakel wordt in de kruin van de dijk, wordt, afhankelijk van de locatie, de kruin van de dijk met 10 tot 30 cm opgehoogd. De constructie komt overwegend in de binnenkruinlijn. Hierdoor kan de weg op de dijk in zijn huidige staat weer worden teruggebracht. Bij de overgang naar deeltraject 13.3, na km 40, wordt een berm toegepast en wordt de constructie in de binnenteen aangebracht, Tussen km 41,70 - 41,77 staan de woningen Kleine Veerweg 25 en 27 aan weerszijden van de dijk in de kruin. Door de beperkte ruimte komt de constructie hier in het midden van de kruin. Ter hoogte van de woningen Kleine Veerweg 33 en 35 wordt de as van de dijk enigszins naar binnen verlegd, zodat voldoende ruimte ontstaat voor de aansluiting van de weg met de percelen van deze woningen. De weg wordt teruggebracht. Afbeelding 5‑58 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer Afbeelding 5‑58: Representatief dwarsprofiel deeltraject 13.2 5.10.4 Inpassing dijkversterking dijkmodule Midden - Noord 3 Hoe de relevante landschappelijke en ruimtelijke uitgangspunten verder doorwerken in het dijkversterkingsontwerp voor deeltraject 13.1b en 13.2 wordt uitgebreid beschreven in het Landschapsplan (bijlage 2.12 bij de Motivering van het Besluit). De algemene doorwerking van de relevante landschappelijke en ruimtelijke uitgangspunten is daarnaast ook opgenomen in paragraaf 11.4.1 van de Motivering bij het Besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">In tabel 5‑16 is aangegeven hoe de maatwerklocaties zijn ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel ‎5‑16: Inpassing maatwerklocaties dijkmodule Midden-Noord 3 Maatwerklocatie (deeltraject) Ingepast ontwerp Binnendijkse (parallelweg) Oldeneelweg (13.1b) De weg blijft op de huidige locatie liggen en daarmee ingepast in het ontwerp, wel wordt deze ongeveer 0,3 meter verhoogd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woningen aan Oldeneelweg 6 en 9a en de gemeentelijk beschermde bomen (13.1b) Op de percelen is zo min mogelijk definitief ruimtebeslag en de waardevolle bomen bij de Oldeneelweg 6 blijven behouden Woningen aan Kleine Veerweg 20, 22, 25, 27, 31, 33 en 35 (13.2) Door het toepassen van een zelfstandig kerende constructie blijft het ruimtebeslag op de percelen zoveel als mogelijk voorkomen. De erftoegangen en opritten worden aangesloten op de nieuwe situatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.10.5 Ruimtebeslag versterking dijkmodule Midden - Noord 3 De permanente maatregelen voor de versterking van dijkmodule Midden - Noord 3 worden getroffen binnen het definitief ruimtebeslag van deze module, op de kaart aangewezen als Midden - Noord 3 (DRB).</p>\n<p class=\"lf-p\">In afbeelding 5‑59 is dit ruimtebeslag van het dijkversterkingsontwerp van Midden - Noord 3 (DRB) op kaart grafisch weergegeven. Ook is in afbeelding 5‑60 een impressie van de situatie na de dijkversterking weergeven. Tot slot is het definitieve ruimtebeslag verder ook weergegeven op detailtekeningen en dwarsprofielen in bijlage 9.1 bij de Motivering van het Besluit. Publieksvriendelijke tekeningen zijn onderdeel van het landschapsplan (bijlage 2.12 bij de Motivering van het Besluit).</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-59 Dijkversterkingsontwerp dijkmodule Midden-Noord 3 Afbeelding 5-60 Impressie van de situatie na de dijkversterking dijkmodule Midden-Noord 3 (ansicht) 5.11 Dijkmodule Noord 1 5.11.1 Beschrijving dijkmodule Noord 1 Dijkmodule Noord 1 (DRB) ligt in het zuidwesten van de gemeente Zwolle (afbeelding 5‑61). Dijkmodule Noord 1 is gelegen tussen km 41,1 - 43,9 en beslaat het traject vanaf buurtschap Oldeneel tot net voorbij de spoorbrug over de IJssel en heeft een lengte van ongeveer 1,9 km.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dijkmodule Noord 1 bestaat uit twee deeltrajecten: ● Deeltraject13.3 Schellerdijk-Schellerwade (km 42,1 – 43,1); ● Deeltraject13.4 Schellerdijk-Vitens (km 43,1 – 43,95).</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 13.3 ligt langs de Schellerwade en een toekomstig waterwingebied van Vitens binnendijks. Buitendijks ligt Natura 2000-gebied en bevinden zich verschillende strangen en poelen. In het noorden van dit deeltraject ligt de Schellerterp met aan de buitenzijde woningen op de dijk en aan de binnenzijde tuinen. Dit deeltraject valt tevens binnen de grondwaterbeschermingszone.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 13.4 ligt ten zuiden van de spoorbrug over de IJssel. Buitendijks ligt Natura 2000-gebied. Binnendijks bevindt zich een waterwingebied van Vitens en een rangeerterrein van ProRail. Aan de noordzijde van de spoorbrug is buitendijks een gebied aanwezig dat tijdens het project Ruimte voor de Rivier Zwolle is ingericht voor bevers en die hebben zich daar ook gevestigd. Dit deeltraject valt tevens binnen de grondwaterbeschermingszone.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze dijkmodule zijn geen kunstwerken of meekoppelkansen aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5.61 Locatie dijkmodule Noord 1 5.11.2 Veiligheidsopgave dijkmodule Noord 1 Hierna wordt de veiligheidsopgave voor Noord 1 (DRB) beschreven:</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 13.3 kent, zoals weergegeven in tabel 5‑17, een bekledingsopgave op het binnen- en buitentalud voor de gehele strekking, met uitzondering van de Schellerterp. Voor piping is er sprake van een kwelweglengte tekort tot 105 meter. Ter hoogte van het centrale deel van de Schellerterp is ook geen pipingopgave. Ter hoogte van het zuidelijke deel van de Schellerterp (km 42,8 - 43,0) is een hoogtetekort van 10 tot 30 cm. Op dit gedeelte is er ook een tekort op stabiliteit binnenwaarts (tussen km 42,8 - 43,1).</p>\n<p class=\"lf-p\">De veiligheidsopgave voor deeltraject 13.4 is vergelijkbaar met de opgave voor deeltraject 13.3, behalve de stabiliteitsopgave. Ook is over vrijwel de gehele strekking van dit deeltraject een hoogtetekort tussen ongeveer 10 en 30 cm. Uitzondering hierop is de spoorbrug. Hier is de dijk voldoende hoog. Voor piping is sprake van een kwelweglengtetekort tot 50 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel ‎5‑17: Veiligheidsopgave dijkmodule Noord 1 Deeltraject Bekleding binnen Bekleding buiten Piping Hoogte Stabiliteit Binnenwaarts Stabiliteit Buitenwaarts 13.3 X X X X X 13.4 X X X X 5.11.3 Ontwerp dijkversterking dijkmodule Noord 1 Eerst wordt voor Noord 1 (DRB) per deeltraject aangegeven hoe het VKA is uitgewerkt tot een dijkversterkingsontwerp, vervolgens wordt in 5.11.4 aangegeven hoe de maatwerklocaties uit de verkenning in het dijkversterkingsontwerp zijn ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deeltraject 13.3, waar het VKA een binnendijkse grondoplossing met verticale pipingmaatregel (B) is, worden de opgaves voor binnen- en buitenbekleding en hoogte opgelost in grond, doordat de bekleding wordt vervangen en (indien nodig) de kruin wordt verhoogd. De verticale pipingmaatregel betreft overwegend een doorlatend pipingscherm. In het noorden (vanaf km 42,7) en het zuiden (bij de aansluiting met deeltraject 13.2) van dit deeltraject wordt een ondoorlatend pipingscherm toegepast. Een doorlatend scherm is daar niet mogelijk omdat de ondergrond ongeschikt is (noorden) en het risico op graafschade door bevers (zuiden). Afbeelding 5‑62 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-62 Representatief dwarsprofiel deeltraject 13.3 Voor de opbarstveiligheid wordt overwegend een opbarstberm toegepast, veelal uitgevuld naar het maaiveld. Op het binnentalud wordt een leeflaag toegepast die geschikt is voor de ontwikkeling van dijkflora. Bij de Schellerterp is vanwege het beperken van het ruimtebeslag op binnendijkse percelen het pipingscherm in het binnentalud geplaatst. Het scherm wordt hier constructief uitgevoerd zodat het ook direct het stabiliteitstekort oplost.</p>\n<p class=\"lf-p\">De buitendijkse woningen zijn aangemerkt als maatwerklocaties. In tabel 5‑19 is beschreven hoe hiermee is omgegaan. De Schellerdijk en Schellerenkweg worden na de versterking weer teruggebracht, waarbij de aansluitingen zijn ingepast. De bestaande dijkopgangen worden teruggebracht, ook wordt een extra binnendijkse dijkopgang aangebracht. Het fietspad op de kruin wordt teruggebracht en ook wordt het buitendijkse pad weer teruggebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deeltraject 13.4, waar het VKA een binnendijkse grondoplossing met verticale pipingmaatregel (B) is, worden de opgaves voor binnen- en buitenbekleding en hoogte opgelost in grond, doordat de bekleding wordt vervangen en over vrijwel de gehele strekking van dit deeltraject de kruin wordt verhoogd. Bij het brughoofd van de spoorbrug is de dijk voldoende hoog en is verhoging niet nodig. De verticale pipingmaatregel betreft een ondoorlatend pipingscherm, omdat de samenstelling van de ondergrond ongeschikt is voor een doorlatend pipingscherm. Voor de opbarstveiligheid wordt een opbarstberm toegepast. Op het binnentalud wordt een leeflaag toegepast die geschikt is voor de ontwikkeling van dijkflora. Binnendijks is het waterwingebied van Vitens aanwezig. Als de pompputten binnen de risicocontour voor trillingen liggen, wordt een trillingsarme aanbrengmethode toegepast. Afbeelding 5‑63 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding ‎5.63 Representatief dwarsprofiel deeltraject 13.4 Ter hoogte van de spoorbrug wordt aan de zuidzijde een buitendijkse klei-ingraving, in combinatie met het uitvullen van enkele laagtes, binnendijks toegepast. Aan de noordzijde van de spoorbrug wordt een binnen- en buitendijkse klei-ingraving aangebracht in combinatie met een pipingberm binnendijks. Daarmee is onder het spoor geen verticale pipingmaatregel nodig. Het fietspad op de kruin wordt teruggebracht. Bestaande dijkopgangen worden teruggebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.11.4 Inpassing dijkversterking dijkmodule Noord 1 Hoe de relevante landschappelijke en ruimtelijke uitgangspunten verder doorwerken in het dijkversterkingsontwerp voor deeltraject 13.3 en 13.4 wordt uitgebreid beschreven in het Landschapsplan (bijlage 2.12 bij de Motivering van het Besluit). De algemene doorwerking van de relevante landschappelijke en ruimtelijke uitgangspunten is daarnaast ook opgenomen in paragraaf 11.4.1 van de Motivering bij het Besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">In tabel 5‑18 is voor aangegeven hoe de maatwerklocaties zijn ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel ‎5‑18: Inpassing maatwerklocaties dijkmodule Noord 1 Maatwerklocatie (deeltraject) Ingepast ontwerp Kolk Schellerwade (13.3) Het ontwerp is zodanig ingepast dat de kolk in de definitieve situatie niet wordt geraakt. Na afloop van de werkzaamheden wordt de kolk in zijn oorspronkelijke vorm hersteld, inclusief ontwikkelen van beplanting.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bebouwing en objecten aan Schellerdijk 6, 6a, 6b, 6c, 8 en 10 (13.3) De Schellerterp is onderdeel van dit deeltraject. Aan de buitenzijde van de dijk liggen enkele woningen, aan de binnenkant liggen tuinen. In verband met de kruinverhoging tussen km 42,90–42,96 wordt ook nieuwe buitenbekleding aangebracht. De woningen (en de functies) worden behouden door het buitentalud deels in te graven. Om voldoende ruimte te creëren voor de kruinverhoging, in combinatie met de noodzakelijke verlenging van het buitentalud, wordt de as van de dijk ter hoogte van km 42,93 (woningen Schellerdijk 8 en 10) naar binnen verlegd. Daarvoor moet een (klein) deel van het binnendijkse bos worden verwijderd. In het middengedeelte, tussen km 42,96–43,04 volstaat het om de binnenbekleding te vervangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het noordelijke gedeelte, tussen km 43,04–43,10 wordt dezelfde oplossing toegepast als voor het middengedeelte, maar wordt de kruin ook verhoogd. De kruinverhoging vindt plaatst aan de binnenzijde van de terp. De noordelijke dijkoprit richting de binnendijkse tuinen wordt naar het noorden verlegd. De binnendijkse schuur van de Schellerenkweg 1 kan behouden blijven. De schuur moet in de tijdelijke situatie echter wel worden verwijderd, maar kan met een vergunning wel weer terugkeren. De kuil voor de ingegraven trampoline moet worden gedicht. Tussen de weg op de kruin en de dijkopgang nabij de Schellerdijk 6 wordt een strook halfverharding aangelegd, zodat het mogelijk blijft om de dijkopgang te blijven gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast wordt een verticale stabiliteitsmaatregel in het binnentalud geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.11.5 Ruimtebeslag versterking dijkmodule Noord 1 De permanente maatregelen voor de versterking van dijkmodule Noord 1 worden getroffen binnen het definitief ruimtebeslag van deze module, op de kaart aangewezen als Noord 1 (DRB).</p>\n<p class=\"lf-p\">In afbeelding 5‑64 is dit ruimtebeslag van het dijkversterkingsontwerp van Noord 1 op kaart grafisch weergegeven. Ook is in afbeelding 5‑65 een impressie van de situatie na de dijkversterking weergeven. Tot slot is het definitieve ruimtebeslag verder ook weergegeven op detailtekeningen en dwarsprofielen in bijlage 9.1 bij de Motivering van het Besluit. Publieksvriendelijke tekeningen zijn onderdeel van het landschapsplan (bijlage 2.12 bij de Motivering van het Besluit).</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5‑64: Dijkversterkingsontwerp dijkmodule Noord 1 Afbeelding 5-65: Impressie van de situatie na de dijkversterking dijkmodule Noord 1 (ansicht) 5.12 Dijkmodule Noord 2 5.12.1 Beschrijving dijkmodule Noord 2 Dijkmodule Noord 2 (DRB) ligt ook in het zuidwesten van de gemeente Zwolle (afbeelding 5‑66). Dijkmodule Noord 2 beslaat het traject vanaf de spoorbrug tot en met het Katerveercomplex tussen km 43,9 – 45,4 en heeft een lengte van ongeveer 1,5 km.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dijkmodule Noord 2 bestaat uit drie deeltrajecten: ● Deeltraject 14.1 Engelse Werk (km 43,95– 44,8); ● Deeltraject 14.2 Katerveerdijk (km 44,8 – 45,1); ● Deeltraject 14.3 Katerveercomplex (km 45,1 – 45,4).</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 14.1 ligt ter hoogte van het Engelse Werk. Buitendijks is Natura 2000-gebied en binnendijks bevindt zich het voormalige vestingwerk, park en waterwingebied van Vitens het Engelse Werk met horecagelegenheid. Het park is een rijksmonument. De bomen maken onderdeel uit van het rijksmonument en hebben dus ook een beschermde status. Buitendijks moet onder andere rekening worden gehouden met een bevergebied. Dit deeltraject valt ook binnen de grondwaterbeschermingszone en waterwingebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 14.2 ligt tussen het Engelse Werk en het Katerveercomplex in. Halverwege het deeltraject gaat de dijk onder de oprit van de IJsselbrug naar Hattem door (Spoolderbergweg). Binnendijks staan een paar woningen dicht op de dijk. Dit deeltraject valt ook binnen de grondwaterbeschermingszone.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 14.3 betreft de Katerveerdijk en het Katerveercomplex. Het complex bestaat uit het gemaal Katerveer (gebouwd in de Grote Sluis) en de Kleine Sluis. De primaire waterkering loopt over de buitenste sluishoofden van beide waterkerende kunstwerken aan de IJsselzijde. De sluishoofden aan de binnenzijde maken geen onderdeel uit van de primaire waterkering. Het Katerveercomplex is als geheel aangewezen als Rijksmonument. Het waterschap is verantwoordelijk voor de waterveiligheid van de primaire waterkering die over dit complex loopt en beheert het gemaal Katerveer, dat voor de peilbeheersing van het binnendijkse stedelijke watersysteem zorgt. De gemeente Zwolle is als objectbeheerder verantwoordelijk voor de instandhouding (beheer en onderhoud) van de Kleine Sluis en kolk en het binnenhoofd van de voormalige Grote Sluis. De Kleine Sluis is een handbediende schutsluis, die in de zomerperiode kan worden gebruikt voor het schutten van recreatievaart. In het stormseizoen wordt de Kleine Sluis afgesloten voor de scheepvaart. In het buitenhoofd worden dan schotbalken geplaatst, die samen met de sluisdeuren de hoogwaterkerende functie vervullen. Dit deeltraject valt tevens binnen de grondwaterbeschermingszone.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze dijkmodule zijn naast het Katerveercomplex geen kunstwerken of meekoppelkansen aanwezig. Het verplaatsen van de parkeergelegenheid Engelse Werk valt buiten de scope van dit Projectbesluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-66: Locatie dijkmodule Noord 2 5.12.2 Veiligheidsopgave dijkmodule Noord 2 Hierna wordt de veiligheidsopgave voor Noord 2 (DRB) beschreven:</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 14.1 kent, zoals weergegeven in tabel 5‑19, een bekledingsopgave op het binnen- en buitentalud voor de gehele strekking. Er is met name in de zuidelijke helft van dit deeltraject sprake van een piping- en stabiliteitstekort binnenwaarts. De kwelweglengtetekorten lopen op tot ongeveer 175 meter. Ook is de dijk onvoldoende hoog langs vrijwel het gehele traject, met uitzondering van de buitendijkse terp in het noorden van het deeltraject. De hoogtetekorten variëren sterk langs het deeltraject, maar bedragen maximaal 1,70 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deeltraject 14.2 is ten zuiden van de Spoolderbergweg alleen sprake van een tekort voor de buitenbekleding. Ten noorden van de Spoolderbergweg zijn er ook tekorten voor de binnenbekleding en piping. Het kwelweglengte tekort bedraagt 65 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opgave voor deeltraject 14.3 is vergelijkbaar met de opgave voor deeltraject 14.2, behalve dat ook sprake is van een hoogtetekort (ongeveer 15 cm). Het kwelweglengtetekort is met ongeveer 30 meter kleiner dan voor deeltraject 14.2. Het Katerveercomplex kent tekorten voor piping bij kunstwerken en de sluisdeur van de Kleine Sluis is onvoldoende sterk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel ‎5‑19: Veiligheidsopgave dijkmodule Noord 2 Deeltraject Bekleding binnen Bekleding buiten Piping Hoogte Stabiliteit Binnenwaarts Stabiliteit Buitenwaarts 14.1 X X X X X 14.2 X X X X 14.3 X X X X 5.12.3 Ontwerp dijkversterking dijkmodule Noord 2 Eerst wordt voor Noord 2 (DRB) per deeltraject aangegeven hoe het VKA is uitgewerkt tot een dijkversterkingsontwerp, vervolgens wordt in 5.12.4 aangegeven hoe de maatwerklocaties uit de verkenning in het dijkversterkingsontwerp zijn ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deeltraject 14.1, waar het VKA een zelfstandig kerende constructie (E) is, worden de veiligheidstekorten opgelost door het toepassen van een zelfstandig kerende constructie. Deze constructie wordt over het hele deeltraject aangebracht. De benodigde hoogte van de constructie wordt beperkt door erosiebekleding op het buitentalud aan te brengen. De constructie wordt in de kruin van de dijk geplaatst, zodat binnendijkse waarden (monument en woningen) gespaard blijven. Over vrijwel het hele deeltraject wordt de kruin verhoogd. Om dit in te passen zonder binnendijkse waarden te raken, is buitendijks ruimtebeslag nodig. De mate van benodigd ruimtebeslag hangt af van de benodigde kruinverhoging. De weg/fietspad op de kruin wordt teruggebracht en ook wordt op de delen waar geen weg is gelegen een onderhoudspad op de kruin aangelegd. Afbeelding 5‑67 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer Afbeelding 5‑67: Representatief dwarsprofiel deeltraject 14.1 De inpassing van de dijkversterking doet recht aan de cultuurhistorische en monumentale waarde van het deeltraject. Dit is verder onderbouwd in 5.12.5 Inpassing Engelse Werk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deeltraject 14.2, waar het VKA een binnendijkse grondoplossing met verticale pipingmaatregel (B) is, worden de opgaven voor de binnen- en buitenbekleding opgelost in grond, doordat de bekleding wordt vervangen. Ten zuiden van de Spoolderbergweg wordt alleen de buitenbekleding vervangen. Op dit gedeelte zijn geen overige tekorten. Ten noorden van de Spoolderberg is ook een pipingprobleem. Deze wordt opgelost door een ondoorlatend pipingscherm. In verband met de aanwezigheid van de hoge druk gasleiding kan hier geen opbarstberm worden toegepast. Om veiligheid te bieden tegen opbarsten wordt het pipingscherm daarom in het binnentalud geplaatst. De fietsop- en afgang wordt teruggebracht. De weg wordt ter hoogte van de Katerveerdijk 10 en 12 buitenwaarts verplaatst. Afbeelding 5‑68 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5‑68: Representatief dwarsprofiel deeltraject 14.2 Voor deeltraject 14.3, waar het VKA een buitendijkse grondoplossing met verticale pipingmaatregel (D) is, worden de veiligheidstekorten opgelost door het vervangen van de buitenbekleding, in combinatie met een ondoorlatend pipingscherm om het pipingtekort op te lossen. In verband met de binnendijks aanwezige waarden (bomen en woningen) dient het scherm ook als binnendijkse erosie maatregel. Om ruimte te creëren voor het aanbrengen van het pipingscherm wordt een buitenwaartse asverschuiving toegepast. Ter hoogte van km 45,1 ligt een pompput van Vitens. In de huidige situatie is de kruin hier verbreed. Deze kruinverbreding blijft gehandhaafd, zodat geen wijzigingen aan de pompinstallatie nodig zijn. Afbeelding 5‑69 geeft een representatief dwarsprofiel voor dit deeltraject weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5‑69: Representatief dwarsprofiel deeltraject 14.3 In verband met de monumentale status van het Katerveercomplex is gekozen voor een versterkingsoplossing waarbij zo min mogelijk aanpassingen nodig zijn aan het complex. Daarom wordt de verticale pipingmaatregel buitendijks geplaatst en worden de voorhavens van de Kleine Sluis en Grote Sluis voorzien van een ondoorlatende bodemafdekking. Ook worden de sluisdeuren van de Kleine Sluis vervangen. De fietsop- en afgang wordt teruggebracht. De weg wordt ter hoogte van de Katerveerdijk 3 buitenwaarts verplaatst. Ten noorden van het Katerveercomplex wordt de dijkopgang teruggebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.12.4 Inpassing dijkversterking dijkmodule Noord 2 Hoe de relevante landschappelijke en ruimtelijke uitgangspunten verder doorwerken in het dijkversterkingsontwerp voor deeltraject 14.1, 14.2 en 14.3 wordt uitgebreid beschreven in het Landschapsplan (bijlage 2.12 bij de Motivering van het Besluit). De algemene doorwerking van de relevante landschappelijke en ruimtelijke uitgangspunten is daarnaast ook opgenomen in paragraaf 11.4.1 van de Motivering bij het Besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">In tabel 5‑20 is voor aangegeven hoe de maatwerklocaties zijn ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 5-20 Inpassing maatwerklocaties dijkmodule Noord 2 Maatwerklocatie (deeltraject) Ingepast ontwerp De kruising met de gasleiding van de Gasunie (14.2) Rondom de gasleiding wordt een kleikist aangebracht, die in de diepte wordt verlengd doormiddel van groutinjecties. Hiermee wordt deze in het dijkversterkingsontwerp ingepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">De woningen aan het Engelse Werk 1, 2, 3 en 6 (14.1) Door het toepassen van een zelfstandig kerende constructie is er geen ruimtebeslag op deze percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het monument het Engelse Werk (inclusief bomen) (14.1) Door het toepassen van een zelfstandig kerende constructie wordt het monument ingepast, zie 5.12.5 Inpassing Engelse Werk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De woningen aan de Katerveerdijk 10 en 12 (14.2) Hier wordt een buitenwaartse asverschuiving toegepast, waardoor nabij de woningen niet versterkt wordt. Als gevolg van de as verplaatsing wordt ook de weg op de dijk richting de rivier verplaatst en komt zodoende verder af te liggen van de woningen aan de Katerveerdijk 10 en 12.</p>\n<p class=\"lf-p\">De woning aan Katerveerdijk 3 (14.3) Hier wordt een buitenwaartse asverschuiving toegepast, waardoor nabij de woning niet versterkt wordt. Als gevolg van de as verplaatsing wordt ook de weg op de dijk richting de rivier verplaatst en komt zodoende verder af te liggen van de woning aan de Katerveerdijk 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De woningen aan Katerveerdijk 5 en 7 (14.3) Bij de Katerveerdijk 5 en 7 wordt alleen een verticale pipingmaatregel toegepast, deze heeft geen ruimtebeslag op de percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.12.5 Inpassing Engelse Werk Uitgangspunt voor de dijkversterking is het behoud en versterken van de schansvorm van de bolwerkdijk en het behoud van het monumentale landschapspark van het Engelse Werk. Voor de onderdelen Ravelijn, Groot Hoornwerk en Klein Hoornwerk (zie afbeelding 5‑70) wordt hieronder beschreven hoe het dijkontwerp inspeelt op de in het RKK benoemde uitgangspunten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5‑70: Onderdelen Het Engelse Werk Het onderdeel Ravelijn betreft een klein stukje dijk van ongeveer 100 meter tussen km 44,05 – 44,15: ● De dijk stijgt geleidelijk in hoogte van ongeveer NAP+5,6 meter, naar ongeveer NAP+6,25 meter; ● De dijk krijgt aan buitendijkse zijde een strak talud. Het ‘getrapte’ talud in de huidige situatie als gevolg van een vorige dijkversterking, die afbreuk doet aan de schansvorm, verdwijnt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onderdeel Groot Hoornwerk betreft een stuk dijk van ongeveer 300 m tussen km 44,15 – 44,45: ● De dijk krijgt een hoogte van ongeveer NAP+6,25 meter, respectievelijk ongeveer NAP+6,8 meter. De hoogte overgang is ‘onzichtbaar’ opgelost over de volledige lengte van de haakse bocht. ● De bocht op het hoekpunt van het hoornwerk heeft een radius van ongeveer 30 meter, ongeveer gelijk aan de huidige situatie. ● De dijk krijgt aan buitendijkse zijde een strak talud. Het ‘getrapte’ talud in de huidige situatie als gevolg van een vorige dijkversterking, die afbreuk doet aan de schansvorm, verdwijnt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onderdeel Klein Hoornwerk heeft betrekking op een stuk dijk van ongeveer 250 meter tussen km 44,45 – 44,70: ● De dijk krijgt een hoogte van ongeveer NAP+5,6 meter. Ten opzichte van de bestaande dijk is dit een verhoging van enkele decimeters, waardoor het uitzicht vanaf de uitspanning/boomweide richting de IJssel en uiterwaarden behouden blijft. ● De hoogteovergang naar NAP+6,8 meter vindt plaats ten zuiden van de solitaire beuk, op de mogelijke locatie van een hellingbaan uit het schansontwerp uit 1774. ● Het verdwenen hoekpunt keert terug in het tracé van de nieuwe dijk. De as van de nieuwe dijk loopt parallel aan het glacis uit 1774.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.12.6 Ruimtebeslag versterking dijkmodule Noord 2 De permanente maatregelen voor de versterking van dijkmodule Noord 2 worden getroffen binnen het definitief ruimtebeslag van deze module, op de kaart aangewezen als Noord 2 (DRB).</p>\n<p class=\"lf-p\">In afbeelding 5‑71 is dit ruimtebeslag van het dijkversterkingsontwerp Noord 2 op kaart grafisch weergegeven. Ook is in afbeelding 5‑72 een impressie van de situatie na de dijkversterking weergeven. Tot slot is het definitieve ruimtebeslag verder ook weergegeven op detailtekeningen en dwarsprofielen in bijlage 9.1 bij de Motivering van het Besluit. Publieksvriendelijke tekeningen zijn onderdeel van het landschapsplan (bijlage 2.12 bij de Motivering van het Besluit).</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5‑71: Dijkversterkingsontwerp dijkmodule Noord 2 Afbeelding 5‑72: Impressie van de situatie na de dijkversterking dijkmodule Noord 2 (ansicht).</p>\n<p class=\"lf-p\">5.13 Dijkmodule Noord 3 5.13.1 Beschrijving dijkmodule Noord 3 Dijkmodule Noord 3 (DRB) is de meest noordelijk gelegen module van het projectgebied Zwolle-Olst (zie afbeelding 5‑73). De dijkmodule is gelegen tussen km 45,4 - 46,6 en heeft een lengte van ongeveer 1,2 km.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dijkmodule Noord 3 (DRB) bestaat uit drie deeltrajecten: ● Deeltraject 15.1 Spoolde 1 (km 45,40 – 45,95); ● Deeltraject 15.2 Spoolde 2 (km 45,95 – 46,20); ● Deeltraject 15.3 Spoolde-kanaal (km 46,20 – 46,55).</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 15.1 ligt ter hoogte van Spoolde en sluit in het zuiden aan op het Katerveercomplex. Richting het noorden wordt het traject over een afstand van ongeveer 40 meter overspannen door de Rijksweg 28 (A28). Binnendijks bevinden zich woningen met tuinen tot aan de dijk en in het noordelijk deel van het traject liggen de woningen aan de Nilantsweg 81 en 83 in het binnentalud van de dijk. In de verkenning zijn deze woningen als maatwerklocaties aangemerkt. Buitendijks ligt Natura 2000-gebied. Dit deeltraject valt tevens binnen de grondwaterbeschermingszone.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 15.2 ligt op de hoek van de IJssel en het Zwolle-IJsselkanaal. Buitendijks ligt Natura 2000-gebied. Binnendijks is landbouwgrond en bevindt zich een aantal woningen op enige afstand van de dijk. In het zuidelijk deel van het traject staan monumentale bomen in het dijktalud. Deze bomen dienen behouden te worden en zijn als maatwerklocatie aangewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deeltraject 15.3 is het meest noordelijke deeltraject van deze dijkmodule (en van het project) en loopt langs het Zwolle-IJsselkanaal van de IJssel tot aan de Spooldersluis. Buitendijks liggen het kanaal en de aanmeervoorzieningen van de sluis. Binnendijks ligt een aantal woningen en weilanden. Ook staat de woning aan de Turnhoutsweg 3 op de dijk. In de verkenning is deze woning als maatwerklocatie aangemerkt. Het ontwerp van dijkmodule sluit aan op de Spooldersluis die in beheer bij Rijkswaterstaat Oost-Nederland is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze dijkmodule zijn geen kunstwerken of meekoppelkansen aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5-73: Locatie dijkmodule Noord 3 5.13.2 Veiligheidsopgave dijkmodule Noord 3 Hierna wordt de veiligheidsopgave voor Noord 3 (DRB) beschreven:</p></div>", "next": 239548}