{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Succesvolle toepassing van grote warmtebronnen vraagt om samenwerking tussen vele partijen. De provincie neemt een regionaal verbindende rol in deze samenwerking en richt zich daarbij specifiek op succesvolle ontwikkeling van bovenlokale CO2 vrije warmtenetwerken zodat voldoende capaciteit ontstaat om vraag en aanbod van warmte op een efficiënte wijze bij elkaar te brengen. Rond Rotterdam-Den Haag (Warmtelinq), de Drechtsteden, Holland Rijnland en andere regio's in de provincie zijn bovenlokale warmtenetwerken in ontwikkeling die stevig gaan bijdragen aan de warmtetransitie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aansluitend op de doelstelling om de warmtetransitie snel en betaalbaar en met minimale impact op de ruimte te realiseren verkent en ontwikkelt de provincie de realisatie van de publieke belangen van warmtenetwerken (duurzaam, betaalbaar, leveringszeker, toegankelijk).</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie streeft naar een bovenregionaal warmtetransportnet voor het transporteren van restwarmte uit de Rotterdamse haven waarbij uitbreidingen naar gebieden met grote warmtevragers zoals in de greenports Westland en Oostland en de regio Leiden. De mogelijke levering van restwarmte aan deze gebieden leveren een grote bijdrage aan de warmtetransitie. De realisatie van het warmtetransportnetwerk zal de aanleg van nieuwe lokale distributienetten aanjagen. Hier kunnen ook lokale warmtebronnen (zoals geothermie en aquathermie) gebruik van maken. Wanneer een lokale bron operationeel is, kan de restwarmte elders worden ingezet en daarmee de warmtetransitie verder helpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het tracé van Vlaardingen naar Den Haag zijn aanvullende studies zoals een MER uitgevoerd ten behoeve van de ruimtelijke besluitvorming en voor het tracé van Rijswijk naar Leiden is ook een ruimtelijke procedure in uitvoering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie verkent de kansen en optimalisaties om warmtenetwerken en daarmee samenhangende bronnen, warmteopslagsystemen te ontwikkelen en uit te breiden en onderdeel te maken van het toekomstige omgevingsbeleid, onder meer gebruik makend van het planMER instrument.</p>\n<p class=\"lf-p\">Glastuinbouwsector De energietransitie in de glastuinbouwsector richt zich op een klimaatneutrale sector en is essentieel om de concurrentiepositie te behouden en onafhankelijk te worden van aardgas.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aansluiting op het Klimaatakkoord vormt het Tuinbouwakkoord en het Energieakkoord Greenport West het kader van waaruit de provincie inzet pleegt. De ambitie van de glastuinbouwsector om te komen tot een klimaatneutrale energievoorziening in 2040 wordt daarbij ondersteund. De provincie werkt in alle glastuinbouwgebieden en in de Greenport West in het bijzonder samen aan kansrijke businesscases, versterking van samenwerkingsverbanden, benutting van regelingen of slimme investeringsconstructies, uitvoering van analyses en onderzoek, bevordering van aansluiting op bovenlokale warmtenetwerken en gebiedsaanpakken om de energietransities met haar partners tot stand te brengen. Tevens wordt verkend hoe de energietransitie ruimtelijk structurerend kan zijn voor de modernisering van het teeltareaal. De provincie bevordert de verbinding van de warmtetransitie in de glastuinbouw met de gebouwde omgeving door de verbinding te maken tussen de vraag binnen de gebouwde omgeving en de warmtebronnen en –systemen waarover de glastuinbouwsector beschikt of nog ontwikkelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwegingskader Warmtekeuze Voor een effectieve afweging tussen inzetbare warmtebronnen heeft de provincie een afwegingskader Warmtekeuze ontwikkeld. Dit afwegingskader is een hulpmiddel voor gemeenten en andere partijen bij de keuze uit klimaatneutrale warmtebronnen voor de gebouwde omgeving. Voor zowel de bestaande bouw als nieuwbouw en zowel op lokale als regionale schaal. Het afwegingskader is een hulpmiddel om keuzes te optimaliseren. De uitgangspunten zijn: ruimtelijk beslag, haalbaarheid, betaalbaarheid, toekomstbestendigheid, optimaal gebruik van de energiekwaliteit van de beschikbare Zuid-Hollandse warmtebronnen, passende woningisolatie en passend in de lokale omstandigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afwegingskader Warmtekeuze ordent potentiële warmtebronnen op een eigenschap die tot nu toe in de energietransitie onderbelicht blijft: de energiekwaliteit van de energiedragers. De provincie erkent daarbij de lage energiekwaliteit van warmte in warm water ten opzichte van hoogwaardige energiedragers zoals elektriciteit, waterstof en biogas. Dit vertaalt zich naar de voorkeur om warmte vooral toe te passen in de gebouwde omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie onderzoekt of verbeteringen mogelijk zijn om de warmtekeuzes in nieuwbouw te laten bijdragen aan de provinciale beleidsambitie voor de warmtetransitie (snel, betaalbaar, minimaal ruimtegebruik, circulair en klimaatadaptief).</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbinding van de warmtetransitie met andere provinciale beleidskeuzes.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie ondersteunt experimenten met o.a. hoge temperatuur opslag (HTO) en onderzoekt de inpassing van warmte opslag in het energiesysteem, de bodem en de openbare ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie ziet de inzet van (groene) grondstoffen graag zoveel mogelijk gecascadeerd volgens de principes van de waardepiramide: dat betekent dat de gebruiksfunctie ‘energie’ pas na toepassing als materiaal of andere hoogwaardige toepassingen komt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Energietoepassing van houtige biomassa heeft niet de voorkeur. Alleen groene grondstoffen die niet (langer) geschikt zijn voor hoogwaardige toepassingen komen in aanmerking. De provincie zet in op afbouw van energietoepassingen van hoogwaardige biomassa te beginnen in sectoren waar al reële energieneutrale alternatieven beschikbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor groene grondstoffen verkent de provincie de mogelijkheid om CO2 reductie in rekenmodellen te waarderen bij biomassa die niet wordt omgezet in energie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de inrichting van de gebouwde omgeving en klimaatadaptieve nieuwbouw wil de provincie de energievraag voor koude(koeling) zoveel mogelijk beperken en daarna voorzien vanuit duurzame bronnen. Dus eerst voorkomen van een koelingsvraag door (bijvoorbeeld meer groen of water in stedelijke omgeving te realiseren. En vervolgens het overige koelingsvraagstuk duurzaam in te vullen. Deze of vergelijkbare oplossingen die een bijdrage leveren aan de leefomgevingskwaliteit zullen de voorkeur krijgen ten opzichte van gebruik van duurzame bronnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de collectieve benutting van geothermie en aquathermie verkent de provincie het belang en de mogelijkheden om sturing van deze bronnen op te nemen in het toekomstige omgevingsbeleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanuit het provinciale belang om de bodem en ondergrond optimaal te beschermen en beheren vindt gebruik van de ondergrond voor de klimaatneutrale energievoorziening van de gebouwde omgeving zodanig plaats dat het bodem-grondwatersysteem voor de lange termijn volledig blijft functioneren. Bovendien wordt rekening gehouden met de bescherming van de drinkwaterwinning en de grondwaterkwaliteit in Zuid-Holland , bescherming van archeologisch erfgoed en andere functies zoals recreatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De door de provincie vastgestelde waterstofvisie ‘De rol van waterstof in de energie- en grondstoffentransitie in Zuid-Holland 2030 (-2050)’ is van toepassing met als kernpunten:</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie ondersteunt pilots, demonstratieprojecten en verkenningen waarmee meer inzicht ontstaat in de toepasbaarheid van waterstof in de gebouwde omgeving en glastuinbouw Voor 2030 wordt geen grootschalige toepassing voorzien en naar de toekomst is toepassing beperkt tot de plekken waar andere duurzame alternatieven technisch, maatschappelijk en financieel niet haalbaar zijn. Daarbij kan gedacht worden aan oude binnensteden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door de uitfasering van de verbranding van aardgas richting 2050, draagt de warmtetransitie bij aan de reductie van fijnstof en NOx, verbetering van de luchtkwaliteit en vermindering van geurhinder. Ook inperking van de verbranding van biomassa voor verwarming draagt hieraan bij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenten en andere uitvoerende partijen wordt gevraagd om, gelet op beperking van de maatschappelijke kosten en overlast aan te sluiten bij de investeringsplanningen van andere (onderhouds)werkzaamheden in de openbare ruimte. Het gaat hierbij onder andere om vervanging van het drinkwaternet, de riolering, aanleg en uitbreiding van groen en waterbergingsmaatregelen en overige aanpassingen in de openbare ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1.4 Klimaatneutrale en circulaire industrie Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Zuid-Holland onderschrijft de nationale doelstellingen om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren tot 49% in 2030 met als uiteindelijke doel om klimaatneutraal te zijn in 2050. En daarnaast onderschrijft de provincie de nationale doelen om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken en in 2050 volledig circulaire economie te realiseren. De Zuid-Hollandse industrie zal daartoe een transitie moeten doormaken naar een industrie die klimaatneutraal en circulair is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samen met haar partners zet de provincie zich hiervoor in langs drie sporen die de basis vormen van drie maatregelen in het Omgevingsprogramma:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>stimuleren van efficiency en het nuttig en slimmer toepassen van reststromen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>vernieuwen van het energiesysteem;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>vernieuwen van het grondstoffensysteem.</div>\n<p class=\"lf-p\">Voor al deze sporen is de tijdige beschikbaarheid van een adequate energie infrastructuur, alsmede voldoende ruimte om deze energie infrastructuur te realiseren, een belangrijke conditie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanleiding In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt over het realiseren van een Klimaatneutrale en circulaire industrie. Door de grote industriële clusters in Nederland zijn uitvoeringsplannen opgesteld om invulling te geven aan deze afspraken. Specifiek voor de benodigde energie infrastructuur zijn er zogenaamde cluster energie strategieën (CES) opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tevens zijn er nationale afspraken gemaakt om in 2050 een volledig circulaire economie te hebben gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten slotte zijn er nationale doelen ten aanzien van stikstofreductie geformuleerd: er is een NOx-emissiereductiedoel vastgesteld voor de sector industrie van 38% in 2030 ten opzichte van 2019.</p>\n<p class=\"lf-p\">Motivering Provinciaal Belang Vanuit het Klimaatakkoord heeft de provincie een inspanningsverplichting om zich in te zetten voor een Klimaatneutrale en circulaire industrie. Daarnaast is de provincie bevoegd gezag voor de handhaving van de wettelijk voorgeschreven energiebesparingsplicht voor een deel van de bedrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opgave staat niet op zichzelf. In de eerste plaats kan de industrie een belangrijke bijdrage leveren aan de verduurzaming van andere sectoren, bijvoorbeeld door het leveren van restwarmte aan bedrijven en huizen, van CO2 (als grondstof) aan de glastuinbouw en van duurzame brandstoffen aan de transportsector. In de tweede plaats is de opgave ook van grote economische betekenis voor de regio, in termen van bijvoorbeeld behoud (of zelfs groei) van werkgelegenheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een groot deel van de nationale opgave ligt in de provincie Zuid-Holland en dan met name in het Haven Industrieel Complex (HIC) in Rotterdam: ruim 30 procent van alle industriële CO2 uitstoot in Nederland is afkomstig uit provincie Zuid-Holland. Hiervan is ruim 90 procent afkomstig uit het HIC.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadere uitwerking De Europese Unie en het Rijk hebben een sterk sturende rol in het realiseren van een Klimaatneutrale en circulaire industrie, bijvoorbeeld via prijsprikkels (zoals het Europese ETS-systeem), via wettelijke voorschriften (zoals de energiebesparingsplicht) en via subsidies voor de wat grotere investeringen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanuit deze context kiest de provincie voor wat betreft de invulling van het provinciaal belang voor een rechtmatige rol ten aanzien van de uitvoering van door het Rijk wettelijk voorgeschreven energiebesparingsplicht. Daarnaast heeft de provincie een mee- en samenwerkende rol. Dit doen we bijvoorbeeld door het stimuleren van (regionale) samenwerking tussen publieke en private partijen en door het (financieel) ondersteunen van verduurzamingsprojecten bij zowel industriële bedrijven als bij andere actoren binnen industriële ketens (bijvoorbeeld toeleveranciers, afnemers). Daarnaast beschikt de provincie over een aantal instrumenten, die kunnen worden ingezet om ruimtelijke processen op regionale schaal te versnellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet van de provincie verloopt zoals aangegeven langs drie sporen. Deze sporen komen overeen met de aanpak uit het Klimaatakkoord en het genoemde koploperprogramma en vormen de basis van drie maatregelen in het Omgevingsprogramma Het eerste spoor betreft door bedrijven zelf te treffen efficiency maatregelen, zoals de opslag van CO2 (onder de Noordzee) en de nuttige toepassing van reststromen (zoals warmte, stoom en CO2) binnen de industrie en in andere sectoren en efficiency op het gebied van water en grondstoffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede spoor betreft het veranderen van het energiesysteem door fossiele energiebronnen te vervangen door duurzame energiebronnen en -dragers, zoals duurzaam opgewekte elektriciteit en groene waterstof (aanvankelijk zal dit nog blauwe waterstof zijn, maar zodra de beschikbaarheid van groene elektriciteit toeneemt en de productiekosten van groene waterstof dalen, wordt de transitie naar ‘groen’ voorzien). In het kader van de waterstoftransitie zal mogelijk veel gebruik gemaakt gaan worden van waterstofdragers, zoals ammoniak. Het grootschalig gebruik van ammoniak (import, overslag, opslag, verwerken en transport) brengt veiligheids- en milieuvraagstukken met zich mee. De provincie staat voor een veilige en gezonde energietransitie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het derde spoor betreft het stapsgewijs vervangen van fossiele grondstoffen voor toepassingen ten behoeve van chemie en industrie. Deze fossiele grondstoffen zullen vervangen worden door biomassa, recycling en gebruik van CO2 in combinatie met groene waterstof.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor realisatie van deze sporen is er (extra) energie infrastructuur nodig op het gebied van o.a. elektriciteit, warmte / stoom, waterstof en CO2. De betreffende projecten van nationaal belang zijn opgenomen in het CES en worden door het Rijk geborgd in de landelijke structuur van het MIEK (meerjarenprogramma infrastructuur energie en klimaat). De provincie is hierbij betrokken en pakt tevens een regierol bij de regionale doorvertaling van het CES, zoals de CES Rotterdam-Moerdijk en de CES Verspreide Industrie/6e cluster.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1.5 Duurzaam Energiesysteem Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie wil samen met netbeheerders, medeoverheden en andere partners integraal werken aan een duurzaam energiesysteem. Het betreft een toekomstbestendig (regionaal) energie-infrastructuurnetwerk dat: tijdig beschikbaar is voor diverse (ruimtelijke) ontwikkelingen; ruimtelijk wordt ingepast; efficiënt benut wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder de regionale energie-infrastructuur wordt infrastructuur van regionaal belang voor warmte, elektriciteit, duurzame gassen en CO2 als grondstof en restproduct verstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het halen van de energietransitiedoelen is het essentieel om tijdig voldoende energie-infrastructuur te hebben in Zuid-Holland. Maar ook voor andere sectorale doelen speelt de tijdige beschikbaarheid van capaciteit op de energie-infrastructuur een essentiële rol, zoals bij de woonopgave, opwekken van elektriciteit of de economische vitaliteit van de regio.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanleiding Uit de landelijke Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050 en de provinciale Systeemstudie Energie-infrastructuur Zuid-Holland 20-30-50 blijkt dat de komende 30 jaar in Zuid-Holland veel nieuwe energie-infrastructuur nodig is voor warmte, elektriciteit, duurzame gassen en CO2. Verandering in energievraag en toename van niet-regelbare opwek (zon en wind) in de toekomst wordt de grootste drijfveer voor aanpassingen aan de infrastructuur voor energie in Zuid-Holland.</p>\n<p class=\"lf-p\">De sectorale verduurzamingsplannen en ambities hebben gezamenlijk een grote impact en leiden tot een verschuivende vraag naar regionale energie-infrastructuur. Dat resulteert bijvoorbeeld in toenemende congestieproblematiek op het elektriciteitsnet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Motivering Provinciaal Belang In het nationale klimaatakkoord is afgesproken dat in Nederland in 2030 en 2050 respectievelijk 55% en 95% minder CO2 wordt uitgestoten ten opzichte van 1990. De provincie Zuid-Holland onderschrijft deze doelstelling. Een goede regionale energie-infrastructuur is van belang voor het behalen van nationale en sectorale klimaatdoelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook is een robuuste energie-infrastructuur een belangrijke conditie voor het versterken van de regionale concurrentiepositie waarin economische en maatschappelijke ontwikkelingen (waaronder de woningbouwopgave) kunnen worden gefaciliteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontwikkeling en inpassing van het regionale energiesysteem is een vraagstuk met aanzienlijke ruimtelijke impact. De ruimte in de boven- en ondergrond wordt steeds voller in Zuid-Holland. Daarom is een goede ruimtelijke ordening en planning, met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit, noodzakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadere uitwerking De extra benodigde infra-capaciteit heeft een aanzienlijk fysiek ruimtebeslag, terwijl in Zuid-Holland de boven- en ondergrondse ruimte steeds voller wordt. Naast het bouwen van nieuwe stations en tracés is efficiënter en slimmer gebruik van het energiesysteem nodig om de benodigde extra capaciteit voor alle energiedragers te realiseren. Ook de inzet van de meest passende energiedrager voor de energievraag is daarbij van belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Efficiënt benutten, tijdige beschikbaarheid en ruimtevraag van (geplande) energie-infrastructuurcapaciteit is daarom een belangrijk onderdeel van integrale afwegingen bij (ruimtelijke) ontwikkelingen in Zuid-Holland.</p>\n<p class=\"lf-p\">De energietransitie en autonome maatschappelijke ontwikkelingen beïnvloeden ons gebruik van energie. Er wordt bijvoorbeeld steeds meer elektrisch gereden, lokaal met elektriciteit of restwarmte verwarmd, en waterstof als grond- en brandstof gebruikt in de industrie. Daarnaast kent Zuid-Holland veel potentie voor geothermie en industriële restwarmte om te benutten voor verwarming van de gebouwde omgeving en de glastuinbouw, en wordt in toenemende mate elektriciteit opgewekt door zon en wind. Uit de scenario’s van de Systeemstudie Energie-Infrastructuur Zuid-Holland 20-30-50 blijkt onder meer dat de elektriciteitsvraag in Zuid-Holland in 2050 kan toenemen met een factor 2,5 tot 3,1 ten opzichte van 2020.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om al deze ontwikkelingen goed te kunnen faciliteren is een grootschalige verbouwing van het onderliggende integrale energiesysteem noodzakelijk. Deze beleidskeuze richt zich op het handelen van de provincie ten aanzien van het regionale energiesysteem in Zuid-Holland. Daarnaast zal ook op nationale en lokale schaal een aanpak nodig zijn. Provincie vraagt gemeenten bij (ruimtelijke) ontwikkelingen rekening te houden met het energiegebruik (zowel vraag, aanbod en transport) passend bij het energiesysteem, of en welke gevolgen er zijn voor het beheer en beschikbaarheid van de energie-infrastructuur en daarnaast zorg te dragen voor het reserveren van benodigde ruimte voor energie-infrastructuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beschikbare capaciteit op energie-infrastructuur is dus schaars en de voorbereiding en aanleg van nieuwe energie-infrastructuur duurt vaak lang. De ontwikkeling van nieuwe energie-infrastructuur vergt ruimte (zowel boven- als ondergronds) en brengt maatschappelijke kosten met zich mee voor arbeid en materialen. Daarnaast is schaarste op de grondstoffen- en arbeidsmarkt limiterend voor de uitvoeringscapaciteit van nieuwe projecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De snelle verandering van het energiesysteem leidt tot een nieuw integraal programmeringsvraagstuk. Provincie initieert hiervoor een integraal programmeerproces voor het energiesysteem, het provinciaal Meerjarenprogramma Energie en Infrastructuur (pMIEK). Met dit pMIEK wordt toekomstige energie-infrastructuur, als onderdeel van het energiesysteem, bepaald in samenhang met de vraag- en aanbodsectoren van energie. Er wordt 2-jaarlijks een actualisatie van het pMIEK opgesteld, waarbij energie-infraprojecten geprogrammeerd worden. Door in het proces af te stemmen met sectoraal beleid worden sectorale doelen en ruimtelijke ontwikkelingen beter in lijn gebracht met de ontwikkeling van benodigde energie-infrastructuur. Belangrijke regionale projecten komen daarmee tijdig en ruimtelijk ingepast tot realisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie streeft ernaar bij het opstellen en uitvoeren beleid ten aanzien van de ontwikkeling van het energiesysteem een passend participatieproces te organiseren. De 4D’s (van Doelen, Diversiteit, Dialoog en Doorwerking) vormen de basis voor het participatieplan of de inbreng van de provincie hiervoor wanneer de provincie niet zelf initiatiefnemer is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsdoel 4-1 Toekomstbestendig economisch vestigingsklimaat 4-1 Toekomstbestendig economisch vestigingsklimaat Zuid-Holland wil een economie die duurzaam, innovatief en inclusief is:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een duurzame economie is een economie die uiteindelijk geen uitstoot heeft, en die gebaseerd is op een circulair energie- en grondstoffensysteem (onder andere voor stroom, warmte, CO2 en waterstof).</p>\n<p class=\"lf-p\">Een innovatieve economie heeft een sterke kennis- en concurrentiepositie, het vermogen om transities het hoofd te bieden en een vestigingsklimaat te creëren dat aantrekkelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een inclusieve economie heeft gelijke kansen voor iedereen, waarin iedereen meetelt, meedoet en op een prettige en gezonde manier kan leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Innovatieve Economie In de provincie Zuid-Holland wordt het innovatiemogelijkheden onvoldoende benut. Dit terwijl er een extra uitdaging ligt in de verandering naar een duurzame, inclusieve, circulaire en digitale economie. De provincie wil het innovatiemogelijkheden daarom beter benutten. Zo kan ze (brede) welvaart behouden en liefst verhogen, én het mogelijk maken dat bedrijven een grotere bijdrage leveren aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast zorgt innovatie ervoor dat er een klimaat ontstaat waarin bedrijven zich graag willen vestigen: innovatie is belangrijk voor het behoud van de economische positie van Zuid-Hollandse bedrijven. Door innovatie kunnen concurrentievoordelen worden behaald en kan meer toegevoegde waarde worden gegenereerd voor economie en maatschappij, hier en ergens anders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Innovatie aanmoedigen doet de provincie door het werkveld van vernieuwende bedrijven te ondersteunen en sterker te maken. Dat betekent dat de provincie kijkt naar de ‘omgeving’ waarin bedrijven werken, om daarbij aan te sluiten met haar beleid. De provincie is de aangewezen laag om dit werkveld te laten groeien en de samenwerking tussen (grote en kleine) bedrijven, kennisinstellingen en overheden te bevorderen. Bovendien komen innovaties vaak niet of trager tot stand zonder ondersteunende overheidsmaatregelen (marktfalen). Voor innovaties die bijdragen aan de overgang naar een duurzame economie is daarnaast vaak sprake van ‘transitiefalen’ (bv. hoge kosten van nieuwe technologieën omdat er in de basis nog geen markt voor bestaat).</p>\n<p class=\"lf-p\">Provincie Zuid-Holland heeft aandacht voor alle soorten bedrijven. Veranderingen zijn namelijk pas succesvol als niet alleen een kopgroep innovaties ontwikkelt, maar ook het ‘peloton’ van het brede mkb én de grote bedrijven meegaat in de overgang. Het innovatieve midden- en kleinbedrijf (mkb), - vooral binnen de topsectoren van Zuid-Holland - vervult een belangrijke rol als plek waar vernieuwende producten ontstaan. Grote bedrijven hebben meestal geen hulp nodig, maar zijn wel interessant als sterke partners in een overgang. Het brede mkb vormt de ruggengraat van de lokale en regionale economie, waarin ze ook geworteld zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie Zuid-Holland versterkt kennis en innovatie in het werkveld door de inzet van 5 beleidsmaatregelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Strategische samenwerking om een innovatieve economie te aan te moedigen, door ondersteuning van haar Regionale ontwikkelingsmaatschappij Innovation Quarter en de Economic Board Zuid-Holland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Campussen en fieldlabs sneller ontwikkelen waardoor innovatie makkelijker kan plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Versterken van netwerken gericht op kennis en innovatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Innovatie stimuleren binnen specifieke clusters, zoals Life Sciences &amp; Health, Industriële biotechnologie of Aerospace.</p>\n<p class=\"lf-p\">Innovatie stimuleren in het MKB.</p>\n<p class=\"lf-p\">Transitie van de tuinbouw De tuinbouw is één van de economische topsectoren in Nederland. Zuid-Holland is met een groot deel van de Nederlandse teelt, de meeste bedrijfsinvesteringen in onderzoek en ontwikkeling, en het grootste deel van de handelsbedrijven en logistiek, dé tuinbouwprovincie van Nederland. De tuinbouw levert de nationale en regionale economie veel op, maar heeft tegelijkertijd invloed op het ruimtegebruik, de transportbewegingen, de leefomgeving en de waterkwaliteit. Daarnaast gebruikt de tuinbouw nu nog veel (fossiele) energie. Dit wil de provincie versneld veranderen zodat de tuinbouw ook in de toekomst een duurzaam verdienmodel binnen onze provincie heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie zet daarom in op:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bevorderen van duurzame tuinbouwgebieden: gebieden die aan de wettelijke kaders en randvoorwaarden voldoen. Dit met als belangrijkste doel om een klimaat neutrale sector te zijn in 2040, en de doelen van de Kaderrichtlijn Water te halen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbeteren duurzaam verdienmodel: binnen de wettelijke kaders en randvoorwaarden op het gebied van water, biodiversiteit, natuur, klimaat en circulariteit, met een goede balans tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en duurzame inzetbaarheid van flexibele arbeidskrachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bevorderen netwerksamenwerking: door samenwerking in de regionale Greenports, het landelijke netwerk Greenports Nederland en in andere (internationale) netwerken. Men kan zo voordeel hebben van clusterkracht, kennisdeling, gezamenlijke lobby en belangenbehartiging. Dit leidt tot samenwerkingsvoordelen en een versterkte concurrentiepositie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie past hiervoor de volgende hulpmiddelen toe:</p>\n<p class=\"lf-p\">Netwerkkracht. Actieve deelname aan de triple helix organisaties van de regionale Greenports en Greenports Nederland en het Europese netwerk ERIAFF.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgericht werken. Samen met de tuinbouwpartners het beleid, met behulp van geld en hulpmiddelen, vertalen in een per Greenport samenhangend uitvoeringsprogramma met (gebiedsgerichte) projecten en maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteunen van projecten die de transitie van de tuinbouw versnellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wetgeving via omgevingsverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Monitoring, dataverzameling en kennisontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Transitie van het Havenindustrieel Complex Het Havenindustrieel complex (HIC) bestaat uit een grootindustrieel complex, een logistieke hub en een maritiem cluster. De provincie Zuid-Holland wil eraan bijdragen dat het HIC in Rotterdam, de verspreide industrie en het maritieme cluster in Zuid-Holland klimaatneutraal, circulair en slim werken. Dit vraagt om een overgang naar een economie waarin minder tot helemaal geen broeikasgassen worden uitgestoten, de stikstofuitstoot wordt verminderd en minder natuurlijke grondstoffen worden gebruikt. Hierbij is het belangrijk om een goed vestigingsklimaat te behouden voor de bedrijven en (startende) ondernemers in de industrie en het maritieme cluster. Belangrijk is dat hierbij wordt gelet op de invloed op de omgeving, de nodige (milieu)ruimte en hoogwaardige toepassing en hergebruik van grondstoffen/materialen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie gaat daarvoor innovaties ondersteunen en duurzame investeringen bevorderen. Daarnaast zal zij ervoor zorgen dat netwerken en samenwerkingsverbanden versterken, en bijdragen aan het op orde brengen van randvoorwaarden. Dit doet de provincie met de inzet van haar economisch- en innovatie instrumentarium, haar ruimtelijke instrumentarium, haar taken op het gebied van infrastructuur en milieu, en de lobby en samenwerking in de Europese Unie en bij het Rijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie zet zich als onderdeel van dit beleid ook in voor het behoud, de versterking en de verduurzaming van de Zuid-Hollandse maritieme sector. De provinciale inzet komt grotendeels inhoudelijk voort uit de Regionale Maritieme Agenda en draagt bij aan de nationale Sectoragenda Maritieme Maakindustrie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Digitale economie Het gebruik van digitalisering in de economische sectoren in Zuid-Holland heeft grote gevolgen. Door het gebruik van digitalisering zijn processen efficiënter geworden en zijn er nieuwe businessmodellen gekomen in bijna alle sectoren. Het bedrijfsleven in Zuid-Holland kent in verhouding veel werkvelden waarin veel digitaal gebeurt. Denk hierbij aan vervoer en opslag, handel en tuinbouw. Daardoor heeft digitalisering ook een bovengemiddeld grote invloed op onze economie. De provincie weet dat sterke sectoren zoals het havenindustrieel complex en de tuinbouwsector in de komende 10-15 jaar hun manier om geld te verdienen sterk zullen veranderen. Dit wordt ook mogelijk gemaakt door digitalisering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie wil zorgen voor een goede ondersteuning van de economie bij deze digitale verandering en dat alle sectoren de juiste digitale voorwaarden hebben. De provincie Zuid-Holland zet daarom in op:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het van nieuwe manieren om geld te verdienen door gebruik te maken van nieuwe, digitale technieken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbeteren van het vestigingsklimaat voor de digitale economie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijdragen aan de digitale verandering voor het hele mkb en de kruisbestuiving tussen sectoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vastleggen en versterken van publieke waarden in de digitalisering van de Zuid-Hollandse economie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in beweging brengen en houden van een mensgerichte digitale verandering. Met hierbij bijzondere aandacht voor digitale weerbaarheid, ethiek en inclusie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Circulair Zuid-Holland In april 2024 stelde de provincie de nieuwe strategie “Samen bouwen aan een Circulair Zuid-Holland” vast. Hierin geeft de provincie aan hoe zij toewerkt naar 50% circulair in 2030 en een volledig circulaire samenleving in 2050. Met deze strategie komt de provinciale aanpak in een nieuwe fase. Hierbij ligt de nadruk op de invloed. De provincie richt zich daarbij naast de koplopers ook in het bijzonder op de brede groep daarachter. Zij zet aan de ene kant in op zaken waar de provincie een verschil kan maken. En aan de andere kant waarbij circulair bijdraagt aan de oplossing van meerdere maatschappelijke vraagstukken waar de provincie aan werkt. Dat betekent ook dat de rol van de provincie verandert. Eerst zorgde zij ervoor dat alles in beweging kwam, nu verbindt de provincie vraagstukken vaker met elkaar. Daarnaast stelt de provincie kaders en geeft zij opdrachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toekomstbestendige ruimte voor ondernemen Bedrijventerreinen De ruimte voor bedrijventerreinen is beperkt. Maar bedrijventerreinen hebben vaak nog ongebruikte mogelijkheden in energie, ruimte en klimaat. Ondernemers spelen een belangrijke rol in hoe goed de provincie kan concurreren, daarom blijft de provincie hen ruimte bieden. Daarbij onderzoekt de provincie of zij, via het stellen van randvoorwaarden bij het faciliteren van die ruimte, voorrang kan geven aan bedrijven die bijdragen aan de overgang naar een klimaat neutrale en/of circulaire economie en verbetering van het welzijn van de inwoners van Zuid-Holland.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie Zuid-Holland zet daarom in op:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beter gebruikmaken en duurzaam functioneren van bedrijventerreinen. De provincie moedigt meervoudig ruimtegebruik op bedrijventerreinen aan. Waar mogelijk mengt zij functies zoals bedrijven met een lage milieucategorie met woningbouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het behoud van voldoende ruimte voor bedrijven in hoge milieucategorieën, milieuzones en watergebonden bedrijven. De provincie blijft controleren of woningbouwplannen van gemeenten botsen met aanwezige bedrijven uit de hogere milieucategorieën.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het stimuleren van de verduurzaming van bedrijventerreinen door eigen duurzame opwekking en de realisatie van lokale warmtenetten. Ook kunnen deze terreinen bijdragen aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en recreatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van bedrijven die werken met arbeidsmigranten verwacht de provincie een menswaardig huisvestingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kantoren Nieuwe kantorenontwikkelingen komen bij voorkeur op toplocaties (centrum Rotterdam en centrum Den Haag) en scienceparken. De provincie Zuid-Holland zet daarom in op:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verminderen van het kantorenaanbod op minder kansrijke locaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waar mogelijk het veranderen van leegstaande kantoren naar andere functies (wonen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Detailhandel Gezonde, krachtige en aantrekkelijke stads- en dorpscentra zijn belangrijk voor de levenskwaliteit van onze inwoners. De provincie zet daarom in op:</p>\n<p class=\"lf-p\">De detailhandelsstructuur versterken door deze kwalitatief te verbeteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bereikbaarheid te garanderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Human Capital De provincie ambieert een beroepsbevolking die past bij de economie van de toekomst. Dit kan de provincie bereiken door her-, bij- en omscholing van 55.000 werknemers en flexwerkers. En door begeleiding naar toekomstbestendig werk van 10.000 mensen en voldoende stage- en werkplekken voor alle studenten. Dit zorgt ervoor dat onze bedrijven belangrijk blijven voor het aanbod van banen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidskeuzes van 4-1 Toekomstbestendig economisch vestigingsklimaat 4.1.1 Innovatieve economie Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Nederland, en hiermee dus ook Zuid-Holland, zijn kenniseconomieën. Innovatie is een essentieel onderdeel van een kenniseconomie. Het stimuleren van een innovatieve economie doet de provincie door kennisontwikkeling en kennisdeling tussen ondernemers, kennisinstellingen en overheden te stimuleren. Denk aan samenwerkingsverbanden bewerkstelligen, digitale technologieën helpen ontwikkelen en onderzoeksprojecten financieren om toepassing van innovatie mogelijk te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De economie staat onder druk omdat deze nog sterk leunt op fossiele en analoge productieprocessen. Tegelijkertijd staat de provincie voor tal van uitdagingen, op het gebied van stikstof, klimaat, human capital, schone en betaalbare energie, en een gezonde en inclusieve leefomgeving. De transitie naar een duurzame en digitale economie wordt door de provincie geholpen om te versnellen door in te zetten op innovatie. Hiermee wordt de economie toekomstbestendig gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verschillende beleidsmaatregelen zijn ingericht om aan bovenstaande doelen een bijdrage te leveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanleiding Zuid-Holland kent een brede en dynamische economie, en levert daarmee een forse bijdrage aan de nationale economie en het welzijn van de inwoners van Zuid-Holland. Belangrijke onderdelen van de Zuid-Hollandse economie zijn kennis en innovatie. Een sterk Kennis &amp; Innovatie ecosysteem (zoals bijvoorbeeld het startup ecosysteem of het innovatie ecosysteem rondom de verschillende campussen) is belangrijk voor de kennis- en concurrentiepositie van Zuid-Holland en voor het vestigingsklimaat. Bovenal is een sterk Kennis &amp; Innovatie ecosysteem van belang voor het vinden van oplossingen voor de maatschappelijke opgaves waar we in Zuid-Holland voor staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maar zonder (publieke) investeringen stagneert het kennis en innovatie-niveau van Zuid-Holland. Innovaties komen vaak niet of trager tot stand zonder overheidsmaatregelen gericht op het stimuleren en faciliteren van innovatie. Er is daarmee sprake van marktfalen. Voor innovaties die bijdragen aan de transitie naar een duurzame economie is bovendien vaak sprake van transitiefalen: het speelveld bevoordeelt activiteiten die passen bij de dominante fossiele, lineaire en analoge economie ten opzichte van activiteiten gericht op een duurzame (en circulaire) en digitale economie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarom investeert de Provincie, samen met andere overheden, ondernemers en kennisinstellingen in het stimuleren van een sterk Kennis &amp; Innovatie ecosysteem.</p>\n<p class=\"lf-p\">Motivering Provinciaal Belang Het stimuleren van de regionale economie is door de nationale overheid bij de regio’s belegd. De provincies in Nederland geven hier uitvoering aan. De economie in Zuid-Holland staat onder druk om een transitie te maken naar een duurzame en digitale economie, waarbij brede welvaart en inclusie geborgd worden. Binnen de beleidskeuze Innovatieve economie, wordt uitvoering gegeven aan het stimuleren van innovatie en het versterken van de kennisinfrastructuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadere uitwerking Investeren in kennis en innovatie loont. Elke euro aan overheidsinvesteringen in kennis en innovatie resulteert in €9 toegevoegde waarde in de Nederlandse economie (Biggar, 2022). Juist voor het versnellen van de verschillende transities en bespoedigen van inclusie is kennis en innovatie belangrijk. Door oplossingen voor de transities te ontwikkelen, kennis te verspreiden en ondernemers te helpen innovaties toe te passen. De provincie Zuid-Holland versterkt het kennis &amp; innovatie ecosysteem door de inzet van verschillende beleidsmaatregelen. Deze zijn:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Strategische samenwerking om een innovatieve economie te stimuleren2. Innovatie infrastructuur versterken door de ontwikkeling van campussen en fieldlabs te versnellen3. Versterken van netwerken gericht op kennis en innovatie4. Innovatie stimuleren binnen specifieke clusters5. Innovatie stimuleren in het MKB 4.1.2 Transitie van de tuinbouwketen Wat wil de provincie bereiken?</div>\n<p class=\"lf-p\">De provincie Zuid-Holland versnelt de transitie naar een toekomstbestendig en duurzaam tuinbouwcluster om de toppositie te behouden. De provincie zet in op het clusteren en concentreren van de glastuinbouw, met aandacht voor de internationale concurrentiepositie en het behouden van voldoende ruimte voor glastuinbouw als economisch cluster. Dit is een tuinbouwketen met minder schadelijke uitstoot naar bodem, lucht en water. En een internationaal concurrerende tuinbouwketen, waar bedrijven een gezond verdienmodel hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie zet hiervoor een mix van instrumenten in: versterken van netwerken, financiële bijdragen, ruimtelijk beleid, regelgeving, dataverzameling en monitoring.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanleiding Bedrijven in de tuinbouwketen dragen direct en indirect bijna 24 miljard bij aan de Nederlandse economie (Tuinbouwcijfers 2022, CBS). Ongeveer 70% van het tuinbouwcluster bevindt zich in Zuid-Holland. Hiermee is het tuinbouwcluster, na het haven industrieel complex, de 2e sector van de Nederlandse (en van de Zuid-Hollandse) economie. Tegelijk verbruikt de tuinbouw nog veel fossiele grondstoffen, gewasbeschermingsmiddelen en kunststoffen en staat de zoetwatervoorziening onder druk. Transitie van het tuinbouwcluster is nodig om de toppositie te behouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Motivering Provinciaal Belang Het tuinbouwcluster is gemeente-overstijgend, de provincie is verantwoordelijk voor de regionale economie en de ruimtelijke ordening op regionaal niveau. De provincie heeft vanwege haar positie in het netwerk, haar bevoegdheden en haar (ruimtelijk en financieel) instrumentarium een belangrijke regulerende, ontwikkelende, stimulerende en faciliterende rol in het versnellen van de transitie van de tuinbouw. Daarom zet de provincie zich al meer dan 20 jaar intensief in voor dit cluster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadere uitwerking Zuid-Holland kent een diversiteit aan tuinbouwgebieden (die Greenports worden genoemd): de Duin- en Bollenstreek met bollenteelt en sierteelt, het tuinbouwcluster met vruchtgroenten, bloemen en potplanten in West-Holland, het sierteeltcluster in de Greenport Aalsmeer en de boomteelt in de regio Boskoop.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast zijn er glastuinbouwgebieden buiten de regionale Greenports.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Greenports vormen een belangrijke motor voor de Zuid-Hollandse en de Nederlandse economie. De combinatie van excellente teelt, de nabijheid van twee Mainports (haven Rotterdam en luchthaven Schiphol), een efficiënt logistiek systeem en de inzet op kennis en innovatie maakt dat Zuid-Holland internationaal een toppositie heeft als productie- en handelsgebied voor vers- en sierteeltproducten. De tuinbouwketen in Zuid-Holland is internationaal leidend voor wat betreft de ontwikkeling van nieuwe groente-, fruit- en plantensoorten en innoveert hierbij op het gebied van effectieve inzet van ruimte, energie en water.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegelijkertijd verbruikt de tuinbouwketen nog veel fossiele grondstoffen (energie, vervoer), nutriënten en chemische gewasbeschermingsmiddelen die deels uitspoelen naar het oppervlaktewater. Het cluster staat voor een grote opgave om de doelen van de Kaderrichtlijn Water (2027) te halen en een tekort aan zoet water dreigt. Ook als het gaat om het sluiten van kringlopen en het hergebruiken van materialen moeten er nog stevige stappen gezet worden. De tuinbouw heeft in de Nationale Tuinbouwagenda 2019-2030 afgesproken om energieneutraal te zijn in 2040 en circulair in 2050. Dit betekent dat de sector in hoog tempo zal moeten transformeren naar duurzame productiegebieden, slimmer moet omgaan met grondstoffen, oplossingen moet vinden voor het tekort aan arbeid, en dat alles in betere synergie met de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie Zuid-Holland voert meerjarig beleid op de versnelling van deze transities en heeft samen met ondernemers, kennisinstellingen en mede-overheden de Nationale Tuinbouwagenda 2019-2030 ondertekend. Het garanderen van een duurzame, innovatieve toekomst voor dit belangrijke economische cluster vraagt inzet van ondernemers, kennisinstellingen én overheden. De provincie heeft hiervoor een brede opgave geïdentificeerd met verschillende maatregelen, zowel regulerend via de verordening, als algemeen en gebiedsspecifiek. Hierbij gaat het om maatregelen ten aanzien van het ruimtelijk regime per Greenportregio en op het gebied van watervoorziening, biodiversiteit, klimaat, energietransitie, agrologistiek, innovatie, arbeid, circulariteit, samenwerking en internationalisering.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.1.3 Transitie van het Havenindustrieel Complex Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Havenindustrieel complex (HIC) bestaat uit een groot industrieel complex, een logistieke hub en een maritiem cluster en is van groot belang voor de economie. Het HIC verkeert in een energietransitie, een grondstoffentransitie en een digitale transitie. De provincie Zuid-Holland wil deze transities en dit moderniseringsproces faciliteren en versnellen in samenwerking met mede overheden, Havenbedrijf Rotterdam, (vertegenwoordiging van) bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. De provincie gaat daarvoor innovaties ondersteunen en duurzame investeringen stimuleren, organiserend vermogen van netwerken en samenwerkingsverbanden versterken en bijdragen aan het op orde brengen van randvoorwaarden. Dit doet de provincie met de inzet van haar economisch- en innovatie instrumentarium, haar ruimtelijk instrumentarium, haar taken op het gebied van infrastructuur en milieu en de lobby en samenwerking in Brussel en bij het Rijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie zet zich als onderdeel van deze beleidskeuze ook in voor het behoud, de versterking en de verduurzaming van het Zuid-Hollandse maritieme cluster. De provinciale inzet komt grotendeels inhoudelijk voort uit de Regionale Maritieme Agenda en draagt bij aan de nationale Sectoragenda Maritieme Maakindustrie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanleiding Mondiale en nationale afspraken over het beperken van klimaatverandering (klimaatneutraal in 2050) Nationale afspraken over een volledig circulaire economie in 2050 Nationale doelen stikstofreductie: er is een NOx-emissiereductiedoel vastgesteld voor de sector industrie van 38% in 2030 ten opzichte van 2019.</p>\n<p class=\"lf-p\">Noodzaak om koploper te blijven in een mondiaal opererend logistiek en industrieel systeem en in het maritiem cluster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Motivering Provinciaal Belang De provincie Zuid-Holland wil een aantrekkelijke en concurrerende provincie zijn. Een sterke, slimme en schone haven is één van de pijlers daarvan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het HIC is van grote betekenis voor Europa, en van groot economisch belang voor de provincie Zuid-Holland. Het HIC maakt deel uit van het provinciale weefsel op vele vlakken waaronder economie, transport, bereikbaarheid, energie, brede welvaart, milieu, gezondheid en veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de provincie is het van belang dat het HIC toekomstbestendig kan doorontwikkelen op een economisch en ecologisch gezonde wijze, zonder afwenteling op haar omgeving. De provincie hecht belang aan een blijvend strategisch sterke positie van het havenindustrieel complex in Europa.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie onderschrijft de doelstellingen wat betreft klimaatneutraal en 100% circulair in 2050, en werkt daartoe samen met haar partners aan het vormgeven van de energietransitie, grondstoffentransitie, materialentransitie en digitale transitie in en om het HIC. De haven draagt bij aan de (verdere) reductie van CO2, stikstof en andere emissies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op o.m. de schaarse (milieu)ruimte in Zuid-Holland en zeker ook in en om het HIC ligt hier een grote uitdaging. De provincie zet in op behoud van voldoende ruimte voor bedrijven in de hogere milieucategorie en watergebonden bedrijven(terreinen). De provincie hecht daarbij waarde aan de goede balans met de leefomgeving. Gezond, veilig en een hoge leefomgevingskwaliteit hebben voor de provincie topprioriteit. Ten aanzien van het maritieme cluster richt de provincie zich met name op het faciliteren van voldoende (milieu)ruimte voor en het versnellen van de transities in de maritieme maakindustrie en draagt daarmee substantieel bij aan de nationale Sectoragenda Maritieme Maakindustrie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om geschikte en passende arbeidskrachten aan te trekken voor de transitie van het HIC is de provinciale inzet op Human Capital in de haven en het maritieme cluster een zeer belangrijke randvoorwaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadere uitwerking De provincie zet in op een versnelling van de transitie naar een duurzame en digitale economie en naar een inclusieve economie met gelijke kansen voor iedereen. Versnelling van de transities is juist in Zuid-Holland nodig omdat de regionale economie sterk leunt op economische activiteiten waarbij gebruik gemaakt wordt van een lineaire productiewijze met behulp van veel fossiele grond- en brandstoffen. Het HIC en de maritieme maakindustrie brengen veel welvaart, maar om te kunnen blijven bijdragen aan het verdienvermogen én een inclusieve samenleving moet de transitie naar een duurzame en digitale economie versneld worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Rotterdamse haven is de grootste haven van Europa. Ongeveer 45% van de overslag en verwerking bestaat uit natte bulkgoederen, voornamelijk fossiele olieproducten, waarmee Rotterdam een echte chemie- en energiehaven is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het HIC in Rotterdam en omgeving is één van de belangrijke mainports voor Nederland, heeft de grootste bijdrage aan de Zuid-Hollandse economie, is van groot belang voor de werkgelegenheid en dé plek waar de transities vorm (moeten) krijgen. Direct en indirect is de haven goed voor 565.000 banen in Nederland, en 8,2% van het BNP.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regio tot en met de Drechtsteden omvat een sterk en vitaal maritiem cluster. Met 152.000 medewerkers en een omzet van meer dan 66 miljard euro (2021) levert het regionale maritieme cluster een grote bijdrage aan de Zuid-Hollandse, Nederlandse en Europese economie en werkgelegenheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wereldwijde afspraken over de beperking van de opwarming van de aarde en nationale afspraken over een volledig circulaire economie in 2050 plaatsen de haven voor de uitdaging om te veranderen naar een duurzame haven. Het behouden van een sterke positie in zowel een veranderend chemie- en energiespeelveld, het logistieke systeem en het maritieme clusterén het binden van (nieuwe) ketens aan de haven in balans met een goede leefomgeving zijn de uitdagingen voor de toekomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie werkt ruimtelijke vraagstukken en milieu-ruimtelijke vraagstukken t.a.v. de transitie van de Haven momenteel met de samenwerkende partners uit binnen het traject NOVEX gebied Rotterdamse haven, in nauwe afstemming met andere genoemde trajecten en omliggende gemeenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.1.4 Digitale Economie Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie wil de digitale transitie van de economie versnellen zodat de provincie zich digitaal innovatief kan blijven profileren. De digitale transitie is nodig om de concurrentiepositie te handhaven, efficiëntiewinsten te halen in een krappe arbeidsmarkt en om de circulaire en energie transitie te ondersteunen. Om de Zuid-Hollandse concurrentiepositie te handhaven, is het van belang dat iedereen kan meekomen in de digitale transitie, ook mensen en ondernemers voor wie digitalisering niet vanzelfsprekend is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om dit te bereiken richt de provincie zich op digitale vaardigheden van inwoners en het midden- en kleinbedrijf (MKB). De provincie heeft in het bijzonder aandacht voor participatie , digitale geletterdheid , diversiteit en inclusie. Dit doet de provincie om ervoor te zorgen dat iedereen kan meekomen in de digitale transitie. De digitale transitie vergt andere vaardigheden en kennis, de provincie wil ervoor zorgen dat zoveel mogelijk burgers en ondernemers kunnen meedoen om een armoedeval en uitsluiting te voorkomen, wat weer ten goede komt aan een sterke economie en de brede welvaart die de provincie nastreeft. De provincie probeert rond deze onderwerpen kennis en bewustzijn te verspreiden samen met haar partners: zoals gemeenten en onderwijsinstellingen, via festivals, trainingen, workshops en subsidies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is hierbij aandacht voor de ethische vraagstukken rondom digitalisering, met bijzondere aandacht voor een van de grootste uitdagingen van dit decennium, het tekort aan arbeidskrachten in alle sectoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanleiding Digitalisering verandert ons werk, verdienmodellen en hoe we (samen)leven. Gebruik en beschikbaarheid van technologie is bepalend voor de concurrentiepositie van de provincie en de manier van werken. De provincie Zuid-Holland zet zich in om de digitale transitie van de economie te versnellen en om de regio als innovatieve digitale regio te profileren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In 2016 is het document de Roadmap Next Economy (RNE) gepubliceerd voor de Provincie Zuid-Holland. De RNE geeft aan dat er een belangrijke opgave ligt voor de provincie Zuid-Holland als het gaat om digitalisering en verduurzaming. Voor deze opgaven is een programma Digitale Economie gestart met als doel initiatieven te verbinden en te zorgen voor de toepassing van technologieën in de voor Zuid-Holland belangrijkste sectoren, zoals tuinbouw, haven, logistiek en de maakindustrie .</p>\n<p class=\"lf-p\">Motivering Provinciaal Belang Klimaatverandering en snelle wereldwijde technologische ontwikkelingen, zorgen ervoor dat de economie in Zuid-Holland onder druk staat om een transitie te maken naar een duurzame en digitale economie. Europese wetgeving zoals de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), Data act en Kunstmatige intelligentie (AI) act zorgen ervoor dat brede welvaart en inclusie geborgd worden tijdens deze verandering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De digitale transitie biedt de provincie kansen om de economie via innovatie klaar te maken voor de toekomst. In samenwerking met haar regionale partners streeft de provincie ernaar een van de innovatiefste en economisch sterkste regio’s van Europa te blijven. Het stimuleren van de regionale economie is door de nationale overheid bij de regio’s belegd. De provincies in Nederland geven hier uitvoering aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadere uitwerking De digitale transitie heeft impact op alle opgaven en sectoren. Zonder digitale middelen zijn de energie transitie en de circulaire transitie lastiger haalbaar en verliezen de sectoren hun concurrentiepositie. De provincie geeft uitvoering aan de digitale transitie door het stimuleren van innovatie en het versterken van de kennisinfrastructuur. Dit wordt gedaan voor alle regio’s en alle bedrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit onderzoek blijkt dat investeren in kennis en innovatie loont: elke euro aan overheidsinvesteringen in kennis en innovatie resulteert in €9 toegevoegde waarde in de Nederlandse economie. Juist voor het versnellen van de verschillende transities is kennis en innovatie belangrijk. Door oplossingen voor de transities te ontwikkelen, kennis te verspreiden en ondernemers te helpen innovaties toe te passen zorgt de provincie ervoor dat de digitale transitie versneld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie Zuid-Holland zet zich in om de digitale transitie van de economie te versnellen en heeft hiervoor, in samenspraak met haar partners, de volgende doelstellingen geformuleerd:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Inclusieve transitie Inclusieve transitie waarbij bewoners en ondernemers de kans wordt gegeven hun digitale vaardigheden te verbeteren zodat ze mee kunnen komen in de digitale transitie. De provincie ondersteund trajecten waarbij het MKB geholpen word met digitaliseringsvraagstukken. In samenwerking met partners wordt kennis en informatie rond digitale technologie gedeeld met het MKB, dit gebeurt bijvoorbeeld via het platform MKBDigitaal.com.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Ethisch verantwoord digitaliseren De provincie heeft een gerichte aanpak op verantwoord digitaliseren met oog voor ethische dillema’s. De provincie bouwt met (semi)overheidsorganisaties, kennisinstellingen en bedrijven aan de ambitie om hét kenniscluster van Nederland te worden voor digitalisering, vrede, recht en ethiek. Europese wetgeving, denk aan data act, AVG en AI act, biedt kansen voor ethisch verantwoord ondernemen. De provincie wil dit samen met partners verder onderzoeken en ondersteunen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Digitaal weerbaar De provincie wil de cyberweerbaarheid in de economische sectoren versterken door bewustwording van risico's te vergroten en door concrete ondersteuning te bieden per sector. Gemeenten worden geholpen bij het verhogen van de cyberweerbaarheid en de preventie van ondermijning. Zij worden in het internationale veiligheidscluster van Zuid-Holland ondersteund door middel van Security Delta (HSD).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Digitale Innovatie De provincie stimuleert maatschappelijk verantwoorde digitale innovaties (zoals ethisch verantwoorde AI en Quantum Internet), op deze wijze worden economische sectoren ondersteund bij het toepassen van en investeren in innovaties.</div>\n<p class=\"lf-p\">4.1.5 Circulair Zuid-Holland Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie wil een volledige circulaire samenleving in Zuid-Holland bereiken in 2050 met als tussendoel 50% minder verbruik van primaire fossiele grondstoffen, mineralen en metalen in 2030. De provincie zet in op verschillende inhoudelijke thema’s waar de provincie impact kan maken. Dit doet de provincie met een transitieaanpak in samenwerking met medeoverheden, bedrijven, kennisinstellingen en andere organisaties en groepen die aan de transitie bijdragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanleiding Een toekomstbestendig welvarend Zuid-HollandDe haven, onze industrie, land- en tuinbouw, woningbouw en infrastructuur, de energievoorziening. Het zijn sectoren waarin grote hoeveelheden grondstoffen en materialen omgaan. En aan de andere kant van het spectrum de energietransitie. Door minder gebruik te maken van fossiele brandstoffen wordt een belangrijke bijdrage aan de circulaire transitie geleverd. Tegelijkertijd: elektromotoren, windturbines, zonnepanelen, accu’s en elektrolyse-installaties zijn afhankelijk van kostbare en schaarse grondstoffen als lithium, koper, nikkel en platina. Van sommige van die grondstoffen is nu al bekend dat – wanneer er niet wordt ingegrepen – de wereldvoorraden ontoereikend zullen zijn voor een globale energietransitie. Nu landen als China, Zimbabwe en Chili de export ervan controleren worden ze meer en meer de inzet van een geopolitiek spel. Anders omgaan met grondstoffen én inzetten op strategische autonomie is daarmee essentieel. Het zorgt voor een toekomstbestendig Zuid-Hollands verdienmodel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie Zuid-Holland heeft een unieke positie in de circulaire transitie. Zuid-Holland is een diverse provincie met zowel landbouw als de meeste de meest verstedelijkte provincie van Nederland. Met de haven, industrie en Greenports is Zuid-Holland ook het economisch zwaartepunt van ons land. Daarnaast huisvest de provincie zowel vele (innovatieve) startups, MKB’ers als grote internationale bedrijven. Bedrijven die (inter)nationaal opereren of juist geworteld zijn in de vele regio’s van Zuid-Holland. Ook huisvest de provincie enkele toonaangevende kennisinstellingen van MBO tot WO die de kennis in huis hebben om de transitie aan te pakken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de grootte van de economie in Zuid-Holland is het dan ook geen verrassing dat Zuid-Holland verantwoordelijk is voor 30% van het grondstoffengebruik in Nederland1. Dat aandeel maakt de provincie verantwoordelijk en geeft verantwoordelijkheid. Het doel is een halvering van het grondstoffengebruik in 2030. Dat is al halverwege de volgende collegeperiode. Op dit moment wordt er de provincie Zuid-Holland 17,5% minder primaire grondstoffen gebruikt voor onze productie in vergelijking met 2014 2. Er wordt dus meer gebruik gemaakt van circulaire grondstoffen, echter groeit de Zuid-Hollandse economie harder en worden er per saldo niet minder maar steeds méér grondstoffen verbruikt 3. De provincie moet dan ook stevig aan de bak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gesloten akkoordenDe provincie ondersteunt de realisatie van het ‘Nationaal Grondstoffenakkoord’. Dit bevat afspraken om Nederland per 2050 een volledig circulaire economie te bezorgen, met als tussenstap 50 procent minder gebruik van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metaal) in 2030. Ook heeft de provincie Zuid-Holland verschillende akkoorden getekend die invloed hebben op verduurzaming en circulariteit in het inkoop- en aanbestedingsbeleid, waaronder de Green Deal Circulair Inkopen 2.0, de Green Deal Duurzaam GWW 2.0 en het Manifest Verantwoord Opdrachtgeverschap en Inkopen (MVOI).</p>\n<p class=\"lf-p\">Motivering Provinciaal Belang Vanuit de Omgevingswet heeft de provincie verschillende taken en bevoegdheden waar circulariteit aan bod komt. Bijvoorbeeld in het toekomstbestendig bouwen van woningen, het beschermen van bedrijventerreinen voor circulaire industrie, vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) en het verlenen van ontheffing of experimenteerruimte voor hergebruik van reststromen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadere uitwerking Voordelen van een circulaire economie in Zuid-Holland Een circulaire economie zorgt voor het voorkomen verspilling van grondstoffen en materialen; er worden minder primaire grondstoffen gebruikt, grondstoffen, materialen en producten blijven langer in de loop, en het afval wordt gerecycled. Dit zorgt voor verschillende positieve effecten:</p>\n<p class=\"lf-p\">De Zuid-Hollandse economie is minder afhankelijk van geopolitieke ontwikkelingen en is meer autonoom;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondernemers in Zuid-Holland zijn minder afhankelijk van schaarse grondstoffen, hebben meer leveringszekerheid, blijven concurrerend en toekomstbestendig Er wordt ruimte geboden aan nieuwe verdienmodellen en innovatieve ondernemers De milieudruk wordt verminderd en zorgt voor een verbetering van de leefomgeving Het zorgt voor een prettige en gezonde leefomgeving voor inwoners in Zuid-Holland Inzet op impactDe provincie kiest voor thema’s of onderwerpen waar een verschil kan worden gemaakt. Door een directe bijdrage aan het doel bijvoorbeeld door grondstofstromen in kilo’s te reduceren, het behouden van kritieke materialen en nutriënten voor een gezonde bodem of het verminderen van milieudruk. Een andere manier van impact is dat het bijdraagt aan de systeemverandering die nodig is. Bijvoorbeeld doordat het beleid en regelgeving verandert, circulair ondernemen makkelijker wordt of dat kennis beter ontsloten wordt Het ene doel behalen brengt soms het behalen van een ander doel in gevaar, denk bij voorbeeld aan energie-intensief hergebruik van beton. Die afweging wordt steeds integraal gemaakt. Hierbij wordt gekozen voor een impactvolle aanpak en thema’s die goed bij de rol, invloed, de regionale schaal en het economisch profiel van Zuid-Holland passen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat betekent dat de inhoudelijke thema’s waar de provincie zich op richt, divers zijn. Een inhoudelijk thema kan een productketen zijn, bijvoorbeeld zonnepanelen of meubels. Een materiaal of grondstof zoals beton of natuurlijke reststromen. Een sector zoals tuinbouw of petrochemische industrie. Een cluster zoals maritieme maakindustrie of biobased bouwen. Ook wil de provincie in de komende periode meer aandacht geven aan de verschillende handelingsperspectieven die je kunt gebruiken om slimmer om te gaan met grondstoffen. Dan is het thema bijvoorbeeld kunststof retoursystemen of reparatie van elektronica.</p>\n<p class=\"lf-p\">TransitieaanpakDe provincie gaat uit van een transitieaanpak. Een transitieaanpak vergt een andere sturing dan klassieke beleidsvelden. Sturing in transitie gaat om het geleiden van de beweging van links naar rechts in de X-curve. Deze curve bevat vier bewegingen: opbouw, ombouw, afbouw en voortbouw. Deze vier bewegingen spelen min of meer gelijktijdig, maar zijn allesbehalve gelijksoortig. Ze zijn voor een geslaagde (werkelijke) transitie ook allemaal nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opbouw: gaat om het opkomen van nieuwe manieren van denken, doen en organiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ombouw: gaat over bestaande elementen die nieuwe toepassingen krijgen of aangepast worden aan een veranderende context.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbouw: gaat om manieren van denken, doen en organiseren die verdwijnen Voortbouw: gaat over institutionaliseren en normaliseringsprocessen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zuid-Holland staat aan de beginfase van de transitie naar een circulaire economie en dus vaak in de opbouw/ombouw fase. Hierbij zijn innovatie, experimenten via bijvoorbeeld doorbraakprojecten, in beeld krijgen en agenderen van belemmeringen essentieel. Andere transities, zoals de energietransitie of klimaatadaptatie, bevinden zich al verder in de X-curve.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze en interventiesOm de transitie te versnellen moet de provincie aan de slag. De provincie kan vanuit haar taken en rollen een omgeving creëren die de transitie – samen met anderen – verder brengt. Daarom bestaat de actieagenda uit acht bouwstenen. Met deze bouwstenen wordt richting gegeven en focus aangebracht op de inzet van de provincie de komende jaren. De bouwstenen zijn gericht op het verbreden en versterken van de circulaire beweging én het steviger inzetten van de provinciale rollen en instrumenten om de transitie te stimuleren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bouwstenen zijn als volgt:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inclusieve transitie 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Circulaire innovatie 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Coalitie en netwerken 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruimte 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Circulaire organisatie 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Financiering en subsidies 7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleid en monitoring 8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunning, toezicht en handhaving In de maatregel ‘Samen bouwen aan een Circulair Zuid-Holland’ worden de bouwstenen beschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.1.6 Toekomstbestendige ruimte voor ondernemen Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie streeft naar een welvarend en krachtig Zuid-Holland met ruimte voor ondernemerschap. Een goed vestigingsklimaat met concurrerende, toekomstbestendige bedrijventerreinen, vitale, krachtige en aantrekkelijke stads- en dorpscentra en een sterke kantorenmarkt dragen daaraan bij. Het gaat daarbij om voldoende werklocaties van de juiste kwaliteit en op de juiste plek. De provincie zet daarom in op:</p>\n<p class=\"lf-p\">Concurrerende en toekomstbestendige bedrijventerreinen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Concentratie en bundeling van nieuwe detailhandel primair in de centra van wijken, dorpen en steden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Juiste kantoor op de juiste plek;</p>\n<p class=\"lf-p\">Selectief vestigingsbeleid voor grote ruimtevragers.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie zet hiervoor verschillende instrumenten in zoals het opstellen van ruimtelijke regels, maar ook door flankerend beleid via subsidieregelingen, het delen van kennis en informatie, onderzoek, het organiseren van netwerken en het inzetten van ambassadeurs. De provincie past alle vier de vormen van overheidssturing uit het NSOB-kwadrantenmodel voor overheidssturing toe omdat de huidige vraagstukken vragen om meer dan (ruimtelijke) regels alleen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanleiding De verantwoordelijkheid voor de regionale economie is gedecentraliseerd naar provincies. De ruimte in Zuid-Holland is schaars en die ruimte staat onder druk door vele functies die om ruimte vragen. Om ervoor te zorgen dat er voldoende ruimte beschikbaar blijft voor bedrijvigheid stelt de provincies regels op met betrekking tot de hoeveelheid ruimte die nodig is voor een gezonde, toekomstbestendige economie en de plek waar bedrijvigheid zich kan vestigen. Daarnaast hecht de provincie veel waarde aan vitale, krachtige en aantrekkelijke stads- en dorpscentra en wil, om dat te bereiken, detailhandel concentreren in de centra, de detailhandelsstructuur versterken door deze vooral kwalitatief te verbeteren en ook de bereikbaarheid en de beschikbaarheid van detailhandelsvoorzieningen te garanderen. Op dit moment wordt ruim 30% van het bruto regionaal product van Zuid-Holland op de bedrijventerreinen gerealiseerd en zijn de terreinen goed voor ruim een derde van de werkgelegenheid in Zuid-Holland. Inclusief kantoren en detailhandel zijn de werklocaties goed voor ca. 50% van de werkgelegenheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Motivering Provinciaal Belang De Provincie Zuid-Holland streeft naar een economie die een bijdrage levert aan de brede welvaart voor alle Zuid-Hollanders. De provincie is verantwoordelijk voor de regionale ruimtelijke ordening en regionale economie. Om ervoor te zorgen dat er voldoende ruimte beschikbaar blijft voor bedrijvigheid, stelt de provincie regels op met betrekking tot de hoeveelheid ruimte die nodig is voor een gezonde, toekomstbestendige economie en de plek waar bedrijvigheid zich kan vestigen. De keuze van de ene gemeente heeft al snel gevolgen voor de andere gemeente: bijvoorbeeld als het gaat om de hoeveelheid ruimte voor ondernemen (tegengaan van overcapaciteit, bijvoorbeeld bij detailhandelsontwikkelingen), ‘not in my backyard’ (NIMBY) gedrag (bij bijvoorbeeld ruimte beschikbaar stellen voor bedrijven met een hogere milieucategorie) of de juiste locatie (bijvoorbeeld kantoren, vooral op de toplocaties in Den Haag en Rotterdam en detailhandel concentreren en clusteren in het centrum). Dit alles vraagt om regionale afstemming. De provincie kan met haar ruimtelijk beleid lokale belangen overstijgen en effecten van nieuwe ontwikkelingen op elkaar afstemmen en waar nodig tegen elkaar afwegen. Hiermee wordt ook voor iedereen een gelijkwaardig en evenwichtig speelveld bevorderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadere uitwerking Concurrerende en toekomstbestendige bedrijventerreinen Kwalitatief goede en voldoende bedrijventerreinen zijn nodig voor een optimaal vestigingsklimaat voor het Zuid-Hollandse bedrijfsleven. Bedrijventerreinen zijn dé locaties waar hinder veroorzakende functies zich kunnen vestigen, zoals stadsverzorgende bedrijven (bouw, service, reparatiediensten), (stads)logistiek en (circulaire) industrie. Ook zijn het locaties waar mede de provinciale natuur-inclusieve, circulaire en energie-neutrale doelen kunnen worden gerealiseerd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Van de huidige bedrijventerreinen bestaat slechts 1% uit natuurlijke elementen. Als er niets verandert, zal de gemiddelde gevoelstemperatuur op een zomerse dag op een bedrijventerrein 40,8 graden zijn. (Bron: RIVM) Bedrijventerreinen zijn met 60% van het Nederlandse grondstoffengebruik de geografische hotspots in de transitie naar een circulaire economie. (Bron: circulair.biz – een platform mede door de provincie opgericht).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedrijventerreinen die niet onder de 6 grote industriële clusters vallen, verbruiken samen 5% van het aardgas en 15% van de elektriciteit in Nederland. (Bron: CE Delft) De provincie zet in op vier beleidslijnen:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het behouden van het huidige (harde en zachte plan)aanbod van bedrijventerreinen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beter benutten van bedrijventerreinen 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verduurzamen van bedrijventerreinen (energieneutraal, circulair en natuur-inclusief) 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Selectief vestigingsbeleid grote ruimtevragers 1. Het behouden van het huidige (harde en zachte plan)aanbod van bedrijventerreinen In de (nu nog concept) Ruimtelijke koers voor Zuid-Holland (vast te stellen door Provinciale Staten januari 2024) zijn de volgende 4 sturende ruimtelijke principes opgenomen:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een toekomstbestendige leefomgeving is topprioriteit;</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij wordt geaccepteerd dat niet voor alles ruimte is in Zuid-Holland;</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt gestuurd op kwaliteit en maximale maatschappelijke toegevoegde waarde;</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt rekening gehouden met de maatschappelijke kosten en baten op de korte en lange termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder is hierin over ruimte voor economie opgenomen: “Om dit mogelijk te maken moeten wonen en werken zich ontwikkelen binnen de ruimte die daarvoor al is gereserveerd. De provincie gaat voor kwaliteit en selectieve groei. Dat betekent dat er niet meer vanzelfsprekend ruimtelijk gefaciliteerd wordt op basis van ramingen en prognoses.”</p>\n<p class=\"lf-p\">Werken moet zich dus ontwikkelen binnen de ruimte die daarvoor al is gereserveerd. Tegelijk weet de provincie dat de transitie naar een duurzame, circulaire economie – al dan niet tijdelijk – extra ruimte nodig heeft: circulaire bedrijvigheid bestaat voorlopig náást lineaire bedrijvigheid. Ook de transitie naar een energie-neutrale economie zal ruimte vragen voor bijv. waterstoffabrieken of energieopslag. Het Rijk schat in dat er in 2050 15% extra ruimte nodig is voor de economie (Programma Ruimte voor Economie, oktober 2023).</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de ene kant moet de economie zich dus ontwikkelen binnen de ruimte die beschikbaar is (en tot 2030 nog ontwikkeld kan worden) en aan de andere kant is er ook na 2030 meer ruimte nodig. Om deze paradox op te vangen, wordt in beleidslijn 2 gewerkt aan het beter benutten van bedrijventerreinen. Naast schuifruimte is er immers ook behoefte aan nieuwe oplossingen om ruimte optimaal, intensief en meervoudig te gebruiken. Op deze manier kan binnen de bestaande fysieke ruimte voor bedrijventerreinen meer bedrijvigheid gehuisvest worden. Daarnaast is het van belang om de bestaande en nog tot 2030 te ontwikkelen ruimte voor bedrijventerreinen te behouden en niet verder terug te laten lopen door transformatie naar andere functies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot nu toe heeft de provincie altijd uitsluitend hogere milieucategorieën (&gt;3) en watergebonden bedrijvigheid beschermd met een compensatieplicht. Daarnaast zijn er sinds 2023 nieuwe instrumenten toegevoegd: een minimale milieucategorie voor nieuw te ontwikkelen omgevingsplannen en een lijst met ‘niet te transformeren bedrijventerreinen’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien bovenstaande ontwikkelingen breidt de provincie haar bescherming uit naar alle bedrijventerreinen. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: (onderdelen van) Bedrijventerreinen met MC 3 en hoger en/of watergebonden kavels kunnen niet langer (deels) gewijzigd worden naar andere functies; (onderdelen van) Bedrijventerreinen met MC 1 en 2 kunnen ontwikkeld worden tot gebieden met een combinatie van functies, mits hierbij evenveel ruimte voor ondernemen in m2 en bedrijfscategorie terugkomt. Omdat deze m2 boven elkaar kunnen worden gerealiseerd, kan ruimte gemaakt worden voor andere functies. Vrijgespeelde ruimte wordt met voorrang ingezet voor het ontwikkelen van circulaire, natuur-inclusieve en energie-neutrale bedrijvigheid. Functiemenging is alleen mogelijk met functies die ondersteunend zijn aan het profiel van het bedrijventerrein. Er komen geen functies die de hoofdfunctie bedrijventerrein verdringen Alleen indien sprake is van een zwaarwegend algemeen belang en er geen reële andere mogelijkheid is, kan bij uitzondering en in goed regionaal overleg een andere ruimtelijke ontwikkeling mogelijk worden gemaakt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestaande afspraken, zoals opgenomen in de aanvaarde regionale bedrijventerreinenvisies en afgesloten woon-werk akkoorden en bestuursakkoorden, blijven van kracht. Voor de uitvoering van deze afspraken komt er een overgangsrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een specifieke afspraak over eventuele transformatie van Bleizo West volgt de afspraken die in PS hierover zijn en worden gemaakt.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het beter benutten van bedrijventerreinen De ruimte in Zuid-Holland is schaars en in de concept-ruimtelijke koers voor Zuid-Holland is bepaald dat werken zich op de lange termijn (2030-2050) moet ontwikkelen binnen de ruimte die hiervoor tot 2030 is gereserveerd. Daarom is het belangrijk de beschikbare ruimte voor bedrijvigheid op bedrijventerreinen effectief en efficiënt te benutten. Voorbeelden van beter benutten zijn het (opnieuw) vestigen van een watergebonden bedrijf op een watergebonden kavel, benutting van de hoge milieu categorieën, het weren of verplaatsen van bepaalde typen bedrijven (bouwmarkten, speelparadijzen en tuincentra) op terreinen die geschikt zijn voor een hogere milieucategorie/-zone of watergebonden bedrijventerreinen, het benutten van het volledige bouwvlak en toegestane bouwhoogte, ander meervoudig ruimtegebruik (parkeren, waterberging, energie, groene gevels en daken) en het weer in gebruik nemen van zeer langdurig leegstaand vastgoed. Ook het realiseren van een groene en klimaat-adaptieve omgeving op bedrijventerreinen hoort daarbij.</div>\n<p class=\"lf-p\">Bovenstaande voorbeelden laten zien dat beter benutten nauw verbonden is met de opgaven rond het behouden van voldoende ruimte voor bedrijventerreinen en daarbinnen voldoende ruimte maken voor de toenemende ruimtevraag en het verduurzamen van bedrijventerreinen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om aan beter benutten een impuls te geven is in de vorige herziening van het Omgevingsbeleid het instrument “minimale milieucategorie” geïntroduceerd. Dit instrument kan nu alleen nog maar op nieuwe terreinen worden ingezet en is daarmee niet voldoende. Er wordt een verkenning gedaan naar inzet van dit instrument op bestaande bedrijventerreinen en naar andere inzetbare instrumenten op Rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hierbij ligt ook veel verantwoordelijkheid bij gemeenten. Handhaven, accountmanagement en goede omgevingsplannen zijn instrumenten die nu al ingezet kunnen worden.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het verduurzamen van bedrijventerreinen (energie-neutraal, circulair en natuur-inclusief) Voor een goed vestigingsklimaat is het van belang dat bedrijventerreinen de basis op orde hebben (schoon, heel, veilig) en zich ontwikkelen in de richting van energie-neutraal, circulair en natuur-inclusief. Maatregelen voor toekomstbestendige bedrijventerreinen, het verduurzamen, zoals collectieve energie (besparing en duurzame opwekking), vergroening en glasvezelnetwerk, kunnen efficiënter gezamenlijk worden uitgevoerd. De meeste bedrijven op een bedrijventerrein behoren tot het MKB. Zij missen vaak de slagkracht van een groot bedrijf. Door samen te werken kunnen er collectieve acties opgezet worden. Daarom is de organisatiegraad op bedrijventerreinen in de vorm van een ondernemersvereniging of een Bedrijventerreinen Investeringszone (BIZ) erg belangrijk. Via een BIZ of een breder ondernemersfonds kunnen activiteiten gefinancierd worden ter bevordering van de kwaliteit van het bedrijventerreinen als dat van te voren in het programma is opgenomen. Als er geen BIZ aanwezig is op het terrein zijn er aparte draagvlakonderzoeken nodig om dit gezamenlijk te kunnen bereiken.</div>\n<p class=\"lf-p\">Concentratie en bundeling van nieuwe detailhandel primair in de centra van wijken, dorpen en steden Detailhandel is nog steeds het belangrijkste bezoekmotief voor centra ondanks het afnemend draagvlak voor winkels. Uitbreiding van het detailhandelsaanbod is, gelet op de transitie waar alle centra voor staan, niet meer de focus. Centra veranderen van gebieden waar detailhandel de boventoon voert naar gebieden waar inwoners en bezoekers graag komen en verblijven maar niet meer alleen voor het doen van aankopen. Het gaat in de toekomst veel meer over het relevant houden van centrumgebieden als huiskamer van de wijken, dorpen en steden. Detailhandelsvoorzieningen onderling en andere (maatschappelijke en commerciële) voorzieningen versterken elkaar waardoor synergie en combinatiebezoek ontstaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierdoor functioneren de voorzieningen als geheel beter dan de som der delen. De kern van het provinciaal detailhandelsbeleid ligt daarom bij de concentratie en bundeling van detailhandelsvoorzieningen in de centra. Hierdoor wordt de detailhandelsstructuur versterkt. Verspreid liggend aanbod draagt niet bij aan het clusteren en concentreren van het detailhandelsaanbod en tast de detailhandelsstructuur in ruimtelijke zin (afname ruimtelijke kwaliteit, toename leegstand) aan. De provincie benut hiermee de kracht van detailhandel voor vitale, sterke en aantrekkelijke centra en draagt daarmee bij aan de bereikbaarheid en beschikbaarheid van detailhandelsvoorzieningen. Omdat voorzieningen worden geclusterd, kunnen ook vervoersstromen efficiënter worden ingericht en ontstaat er ook meer draagvlak voor Openbaar Vervoer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door het bevorderen en faciliteren van herbestemming en transformatie kunnen slecht functionerende detailhandelslocaties, naast een versterking van de detailhandelsstructuur, een bijdrage leveren aan de woningbouwopgave of andere opgaven in het bestaand stedelijk gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Buiten de centra biedt de provincie alleen vestigingsruimte aan enkele specifieke branches van detailhandel. Het gaat dan vooral om detailhandel die vanwege de aard en omvang van de te verkopen goederen in ruimtelijke zin niet goed is in te passen in de centra.</p>\n<p class=\"lf-p\">Detailhandel binnen de centra: Verschillende type winkelcentra De provinciale detailhandelsstructuur onderscheidt voor reguliere detailhandel vier typen winkelcentra met bijbehorende ontwikkelingsperspectieven: te consolideren centra, te herpositioneren centra, te optimaliseren centra en overige centra. Deze vierdeling maakt het ‘level playing field’ herkenbaar. Hierdoor wordt duidelijk en inzichtelijk welke positie een centrum heeft in de provinciale detailhandelsstructuur en worden de gemaakte keuzes voor ontwikkelingsmogelijkheden (investeringen, ruimtelijke toevoegingen en herstructureringen/transformaties) daarbinnen helder. De typen centra en de behorende ontwikkelingsperspectieven worden nader uitgewerkt in het Omgevingsprogramma. In Bijlage IX (onderdeel C) van de Omgevingsverordening is een tabel opgenomen waarin duidelijk wordt welke centra tot welke type centra van de provinciale detailhandelsstructuur behoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">Detailhandel buiten de centra: welke detailhandel kan zich buiten de centra vestigen?</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanuit ruimtelijke overwegingen, om de kracht en attractiviteit van centra te bevorderen en het beleid om bedrijventerreinen voor reguliere bedrijven te behouden, benadert de provincie uitbreiding van de perifere, solitaire en verspreide detailhandel zeer terughoudend. De provincie biedt vestigingsmogelijkheden buiten de centra alleen aan enkele specifieke branches van detailhandel aan. Het gaat dan om detailhandel die vanwege de aard of de omvang van de goederen in ruimtelijke zin niet of niet goed inpasbaar is in de centra en die niet essentieel is voor de kwaliteit van de centra. Het gaat dan om detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen, detailhandel in volumineuze goederen, detailhandel in meubels en volumineuze woongoederen, tuincentra en bouwmarkten. In het Omgevingsprogramma worden de aangewezen Perifere Detailhandels Vestigingen- (PDV) en Grootschalige Detailhandels Vestigingen (GDV)-locaties aangeduid. Ook kan er onder voorwaarden ruimte worden geboden aan enkele vormen van kleinschalige detailhandel, ondergeschikte detailhandel en afhaalpunten voor niet-dagelijkse artikelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een nadere toelichting op de vestigingsmogelijkheden buiten de centra, wordt verwezen naar (de toelichting op) artikel 7.3.9 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV).</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelaatbaarheid nieuwe ontwikkelingen, zowel binnen als buiten de centra Aan nieuwe detailhandelsontwikkelingen verbindt de provincie voorwaarden op het gebied van toelaatbaarheid. Ontwikkelingen die met nieuwe detailhandel gepaard gaan, moeten in de toelichting op het omgevingsplan onderbouwd worden via de ladder voor duurzame verstedelijking. Daarnaast moet o.a. inzicht gegeven worden in de eventuele toename van de leegstand, de gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid in het verzorgingsgebied, ontwrichting van het voorzieningenniveau alsmede eventuele mogelijkheden voor saldering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast kan een advies van de Adviescommissie Detailhandel Zuid-Holland nodig zijn. Dit advies is nodig bij nieuwe ontwikkelingen binnen de centra vanaf 2000 m2 bruto vloeroppervlak (binnensteden Rotterdam en Den Haag vanaf 4000 m2 bruto vloeroppervlak) en buiten de centra vanaf 1000 m2 bruto vloeroppervlak. De adviescommissie valideert objectief de onderbouwing van de nieuwe detailhandelsontwikkeling. Het gaat dan om de (regionale) kwantitatieve en kwalitatieve behoefte en de ruimtelijke effecten van de nieuwe detailhandel (zoals woon- en leefklimaat, ruimtelijke kwaliteit en leegstand).</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanwege de mogelijke bovenlokale ruimtelijke effecten van grootschalige detailhandelsontwikkelingen, vindt de provincie het van belang dat nieuwe grootschalige ontwikkelingen in regionaal verband worden afgestemd. Hierbij dienen gemeenten het ruimtelijk relevante verzorgingsgebied in kaart te brengen. Binnen dit verzorgingsgebied dient dan inzichtelijk gemaakt te worden in welke gemeenten ruimtelijke effecten op zouden kunnen treden als gevolg van de nieuwe ontwikkeling en met welke gemeenten hier dan afstemming over plaats zou moeten vinden. De Adviescommissie Detailhandel kan hierbij een advies uitbrengen over de door gemeenten in kaart gebrachte ruimtelijk relevante verzorgingsgebieden. De provincie beoordeelt vervolgens de toelichting op het omgevingsplan waarin de uitkomsten van deze regionale afstemming zijn opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Juiste kantoor op de juiste plek De provincie streeft naar het concentreren van kantoren op de juiste plek, het reduceren van plancapaciteit op kansarme plekken en het bevorderen van transformatie van leegstaande kantoren. Dit vraagt aan de ene kant om een aantal sterke kantorenclusters en aan de andere kant ook (beperkte) ruimte voor kleine kantoren met een lokale reikwijdte. Transformatie van kantoren op incourante locaties naar bijvoorbeeld woningen is niet alleen goed voor de toename van het aantal woningen en zorgvuldig ruimtegebruik, maar werkt ook versterkend voor de kantorenmarkt. De centra waar zich kantoren bevinden dienen multimodaal goed bereikbaar, en in de buurt van diverse .De kantorenmarkt is een markt die sterk in ontwikkeling is en door zijn grilligheid lastig te voorspellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belangrijke trends zijn onder andere de doorontwikkeling van het Nieuwe Werken, de opkomst van flexkantoren en business centers met flexibele verhuur van kleinschalige units en gebruik van ‘mixed-used’ kantoren. Door de onzekerheid van verschillende trends is de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan kantoorruimte lastig te voorspellen. De toekomstige vraag naar kantoren kent een grote bandbreedte met een minimum en maximum scenario. Kwalitatief is er een mismatch.Over de gewenste locaties bestaat meer duidelijkheid. De kantorenmarkt is grillig en wordt tweekoppiger. Aan de ene kant is toevoeging van kwalitatief goed en modern/duurzaam aanbod van kantoorruimte nodig op de toplocaties en enkele goed bereikbare centrumlocaties in Zuid-Holland, omdat hier een tekort is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de andere kant is er incourant aanbod en plancapaciteit op minder courante plekken.KantorenstructuurDe provincie hanteert een kantorenstructuur die recht doet aan de eigenschappen van een bepaalde locatie en bestaat uit: grootstedelijke toplocaties/centrumlocaties, OV-knooppuntlocaties en centrum/(intercity)stationslocaties, snelweglocaties/OV-knooppuntlocaties/overige en kleinschalige kantoorruimte. De provincie geeft meer ruimte voor uitbreiding van de toplocaties, enkele goed bereikbare centrumlocaties en beperkte uitbreiding voor kleinschalige en lokale vraag. Daarnaast streeft de provincie naar het terugdringen van overaanbod en plancapaciteit op locaties met (sub)regionale reikwijdte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder hanteert de provincie bijzondere locaties, deze maken geen onderdeel uit van de reguliere kantorenmarkt zoals science locaties (Bio Science Park (Leiden), TU Delft Campus Zuid (Delft), Estec en Space Business Park (Noordwijk)) of locaties zoals Erasmus Hoboken (Rotterdam), Internationale Zone en (Oude) Waalsdorperweg (Den Haag). Hier wordt geadviseerd vooral te kijken naar de groeiontwikkeling in combinatie met de specifieke functies/doelgroepen voor deze locaties. Ze opereren veelal op (inter)nationale schaal en passen daarmee in de top van de kantorenstructuur. Bedrijfskantoren (solitaire kantoorpanden op bedrijventerreinen) maken wel onderdeel uit van de behoefteraming, maar niet van de structuur voor de reguliere kantorenmarkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze typen locaties en de behorende ontwikkelingsperspectieven worden nader uitgewerkt in het Omgevingsprogramma. In het Omgevingsprogramma is ook een tabel opgenomen welke locatie tot welk kantorentype in de provincie kantorenstructuur ze behoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Via monitoring zal er gekeken worden of de kantorenlocatie en het locatietype nog matchen of dat er aanleiding is om dit te wijzigen. De regionale kantorenstrategie dient ten alle tijden binnen de kaders van de meest recente behoefteraming te zijn.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Selectief vestigingsbeleid grote ruimtevragers De provincie wil gericht sturen op de vraag of, waar en hoe nieuwe grootschalige ontwikkelingen in Zuid-Holland ruimtelijk gefaciliteerd kunnen worden. Het gaat daarbij vooral om de ruimtevraag van grote specifieke functies in de logistiek (xxl-logistiek) en de digitale economie (bijvoorbeeld hyperscale en co-locatie-datacenters), maar ook om andere bedrijfsfuncties die gehuisvest worden in een groot gebouwencomplex. Het beleid is niet gericht op nutsvoorzieningen voor maatschappelijk opgaven zoals bijvoorbeeld onderstations voor het elektriciteitsnetwerk of infrastructuur voor de drinkwatervoorziening. Datacenters worden in ons beleid niet beschouwd als nutsvoorzieningen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Het beleid zet in op het optimaal benutten van de schaarse ruimte door te prioriteren voor huidige en toekomstig wenselijke ruimtevragers De provincie hanteert daarom als uitgangspunt dat nieuwe grote ruimtevragers alleen ruimtelijk gefaciliteerd kunnen worden wanneer onderbouwd is dat de functies en activiteiten maatschappelijke en economische waarde toevoegen en tegelijkertijd rekening houden met de ruimtelijke kwaliteit van Zuid-Holland. Een ontwikkeling zal dan aantoonbaar bij moeten dragen aan brede welvaart en toekomstbestendigheid in Zuid-Holland. Dit kan door aan te tonen hoe een ontwikkeling bij draagt aan duurzaamheid, energietransitie, welzijn, klimaatadaptatie en biodiversiteit en tegelijkertijd aan de versterking van het Zuid-Hollandse economische ecosysteem. Dit kan door kwalitatieve toevoeging van werkgelegenheid maar ook door bij te dragen aan innovatiekracht, vergroening, circulariteit en digitalisering van de economie. Doel is een slimmer gebruik van ruimte, infrastructuur, water en energie. Nieuwe locaties worden daarom daarnaast afgewogen ten opzichte van de multimodale bereikbaarheid, de capaciteit van onze infrastructuur (weg, water, spoor), de bijdrage aan slim ruimtegebruik en de capaciteit van het energienetwerk. De provincie kiest waar mogelijk, voor het samenbrengen (clusteren) en ruimtelijk combineren van grootschalige functies Het beleid richt zich op grootschalige bedrijfsmatige ontwikkelingen in een samenhangend gebouwd complex op een bedrijfskavel met een oppervlak van 3 hectare of meer. Afwijking van dit beleid is mogelijk voor bestaande bestuurlijke afspraken, de uitplaatsing van bedrijven en voor nutsvoorzieningen (niet zijnde datacenters), zoals bijvoorbeeld onderstations voor de energietransitie of infrastructuur voor de watervoorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">UitgangspuntenDe provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor het mogelijk maken van deze grootschalige ontwikkelingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het optimaal benutten van de schaarse ruimte en het prioriteren voor huidig en toekomstig wenselijke ruimtevragers. Dit in samenhang met het bedrijventerreinbeleid en de inzet van de provincie Zuid-Holland op maatschappelijke opgaven zoals energietransitie, klimaatbestendigheid, en een circulair Zuid-Holland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verdichting, concentratie, bundeling van complementaire functies passend bij de hiërarchie van (logistieke) knooppunten in de betreffende infrastructuurnetwerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Versterken agglomeratiekracht met aandacht voor vestigingskwaliteit, nabijheid en diversiteit van functies en activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij wordt gebiedsgericht rekening gehouden met de lokale en regionale behoefte aan verschillende typen van logistiek (zoals stadslogistiek, hubs, bevoorrading, grote internationale vervoersstromen en hubs).</p>\n<p class=\"lf-p\">Criteria voor het toelaten van grote ruimtevragersVoornoemde uitgangspunten hebben we uitgewerkt en geconcretiseerd tot een aantal criteria voor het toelaten van grote ruimtevragers. De volgende vragen zijn relevant voor het antwoord op de vraag of het wenselijk is een grote ruimtevrager te accommoderen en zo ja, waar en hoe?</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de ontwikkeling noodzakelijk in Zuid-Holland?</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de ontwikkeling regionaal afgestemd?</p>\n<p class=\"lf-p\">Waarom op deze locatie?</p>\n<p class=\"lf-p\">Draagt de ontwikkeling bij aan economische en maatschappelijke doelstellingen voor vergroening, circulariteit, digitalisering en verduurzaming van de economie?</p>\n<p class=\"lf-p\">Draagt de ontwikkeling bij aan het efficiënt gebruik van de bestaande infrastructuur, energie, water en ruimte?</p>\n<p class=\"lf-p\">Draagt de ontwikkeling bij aan verduurzaming van de mobiliteit en logistiek (bijvoorbeeld emissievrije stadslogistiek)?</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de ontwikkeling een waardevolle en zinvolle toevoeging op reeds aanwezige economische ecosystemen en clusters ?</p>\n<p class=\"lf-p\">Brengt de ontwikkeling waardevolle werkgelegenheid met zich mee? Is de inzet van arbeidsmigranten nodig en wat betekent dat voor de huisvesting?</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de ontwikkeling noodzakelijk of relevant voor andere bedrijven in de regionale keten?</p>\n<p class=\"lf-p\">Wordt door de ontwikkeling ruimte elders (bij voorkeur in Zuid-Holland) voor andere maatschappelijke opgaves (bijvoorbeeld woningbouw of betaalbare bedrijfsruimte in de nabijheid van inwoners, werknemers en voorzieningen) vrijgespeeld?</p>\n<p class=\"lf-p\">Worden mee-koppelkansen maximaal benut (meervoudig ruimtegebruik)?</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de ontwikkeling inpasbaar met hoge aandacht voor ruimtelijke kwaliteit?</p>\n<p class=\"lf-p\">Is bij de ontwikkeling rekening gehouden met toekomstbestendig bouwen, zoals zonnepanelen op het dak, natuurinclusief bouwen en circulariteit?</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van deze criteria wordt geconstateerd dat de vestiging van grote datacenters niet passend is, ook niet op de aangewezen clusters.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruimtelijke strategie De provincie stuurt vanuit een ruimtelijke strategie. Bovengenoemde uitgangspunten en criteria leiden tot een ruimtelijk structuurbeeld met knooppunten, bundelingslocaties en corridors. Op basis hiervan zijn locaties geselecteerd waar vestiging van grote ruimtevragers mogelijk blijft. Nieuwe grote ruimtevragers buiten deze locaties zijn uitgesloten. We zien dit als een gerichte sturing waarbij voldoende ruimte blijft voor gewenste ontwikkelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In overleg met de regio’s en het rijk zullen we het ruimtelijk structuurbeeld blijven verfijnen. De regionale visies voor bedrijventerreinen spelen hierin net als lopende trajecten met het rijk (GRIP op grote ruimtevragers) een rol. We vragen de regio’s daarom bovengenoemde criteria te hanteren bij het opstellen van de regionale visies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beleid richt zich op nieuwe ontwikkelingen. Het gaat dan in ieder geval om de locaties die op de 3 hectare kaart (grote buitenstedelijke bouwlocaties) zijn aangeduid als ‘bedrijventerrein zachte plancapaciteit’. De ontwikkelingen van die bedrijventerreinen is nog niet opgenomen in een bestemmingsplan. Het gaat ook om locaties voor bedrijventerreinen die al wel in een bestemmingsplan zijn opgenomen, maar waar via een herziening van het bestemmingsplan alsnog de vestiging van grote ruimtevragers mogelijk wordt gemaakt Daarnaast vraagt de provincie aan gemeenten en regio’s om te kijken naar bedrijventerreinen die al wel zijn opgenomen in een bestemmingsplan, maar waar nog uitgeefbare ruimte is. Als het vigerende bestemmingsplan vestiging van grote ruimtevragers mogelijk maakt, is het wenselijk dat opnieuw te bezien.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.1.7 Human Capital Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanwezigheid van voldoende en goed geschoold personeel is een belangrijke randvoorwaarde voor een goed functionerende regionale economie en het slagen van de maatschappelijke transities (energie, circulair, digitalisering). Een arbeidspotentieel dat beschikt over de juiste kennis en vaardigheden, goed onderwijs om nieuwe instroom te realiseren en om bestaande werknemers bij en om te scholen, alsmede een goed werkende arbeidsmarkt zijn daarmee essentieel voor een krachtig Zuid-Holland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast is er een persoonlijk belang voor de mensen die het ‘menselijk kapitaal’ vormen. Waardevol werk versterkt namelijk de brede welvaart. Werk is tenslotte meer dan inkomen. Het vervult een belangrijke sociale en maatschappelijk functie, en voorziet in de mogelijkheid om je te kunnen ontplooien, deel te kunnen nemen en bij te kunnen dragen aan de maatschappij.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie draagt bij aan het versterken van human capital. Dit doet ze door samen met de Economic Board Zuid-Holland (EBZ) geïnitieerde Human Capital Agenda 2.0 Zuid-Holland (HCA) uit te voeren, waarin kwantitatieve doelstellingen zijn benoemd die nodig zijn om tot die gewenste situatie te komen. Een agenda die inmiddels door meer dan 100 partijen in Zuid-Holland is onderschreven. Daarnaast investeert de provincie in een programmateam, dat gedetacheerd is bij de EBZ, en zorgt ze met een provinciale subsidieregeling voor cofinanciering van concrete projecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanleiding Uit onderzoek naar de arbeidsmarkt in Zuid-Holland komen vier belangrijke knelpunten naar voren:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zuid-Holland kampt met de grootste arbeidstekorten van Nederland: 1 op de 5 bedrijven kan onvoldoende gekwalificeerd personeel krijgen en dreigt daarmee economisch gezien niet te kunnen groeien;</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De arbeidsmarkt in Zuid-Holland is versnipperd en werknemers stappen niet snel over naar andere sectoren en regio’s. De veerkracht van de arbeidsmarkt neemt daarmee af doordat transities van werk naar werk onvoldoende plaatsvinden;</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zuid-Holland scoort slecht op het activeren van onbenut arbeidspotentieel: zowel niet werkende mensen als deeltijdwerkers;</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is gebrek aan organiserend vermogen en uitvoeringskracht op provinciaal niveau. Dit belemmert Zuid-Holland om deze knelpunten aan te pakken Door demografische ontwikkelingen – als gevolg van de vergrijzing wordt de arbeidsmarkt gekenmerkt door een grotere uitstroom van gepensioneerden dan een instroom van jongeren – houden de arbeidstekorten volgens experts de komende decennia aan. Hierdoor is de noodzaak om tot een meer wendbare en weerbare beroepsbevolking te komen, het potentieel beter te benutten en het organiserend vermogen te verbeteren alleen maar groter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Motivering Provinciaal Belang Gezien de economische dynamiek wordt het vermogen om snel in te spelen op de veranderingen die zich voordoen, mede bepalend voor de concurrentiekracht. Dat gold tot voor kort in de situatie waarin veel sectoren met oplopende tekorten werden geconfronteerd en dat geldt de komende periode waarin vanwege de transitieopgaven richting een duurzame, circulaire en digitale economie een aanzienlijk aantal werknemers naar een andere sector moet omzien. Beide aspecten, baanwisselingen en de opkomst van een nieuwe economie met nieuwe sectoren, vragen om een opleidingsstelsel dat in kan spelen op deze trends en ontwikkelen. Er ontstaat immers een vraag naar nieuwe en andere vaardigheden en competenties voor de 21e eeuw, waar scholing (publiek of privaat) een belangrijke rol bij heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet alleen het onderwijs heeft hierbij een rol. Ook Rijk, gemeenten en het bedrijfsleven hebben verantwoordelijkheden om bij te dragen aan een goed functionerend ecosysteem waarin alle betrokken partijen vanuit hun rol en kracht een bijdrage leveren aan de voorliggende opgave. De provincie is daarbij een schaalgrootte die past om te komen tot een gerichte, gecoördineerde en gezamenlijke aanpak. De transities, die nieuwe vaardigheden en kennis vragen, vinden in de gehele provincie plaats, er is een tekort aan geschikte arbeidskrachten in diverse sectoren in de gehele provincie en de Zuid-Hollandse arbeidsmarkt werd gekenmerkt door talloze initiatieven zonder goede afstemming, waardoor het voor werkgevers en werknemers onoverzichtelijk is welk scholingsaanbod beschikbaar is en wat de kwaliteit daarvan is. Door op provinciaal niveau in te zetten op ontschotting en ontsnippering, worden de benodigde verbindingen gelegd en de kwaliteit van scholingstrajecten verhoogd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadere uitwerking Meer dan 100 partijen hebben het gezamenlijke belang onderkend en hebben onder de regie van de EBZ en de provincie medio 2019 hun handtekening gezet onder de HCA. Daarin zijn doelstellingen geformuleerd die nodig zijn om te komen tot die goed opgeleide beroepsbevolking en een veerkrachtige arbeidsmarkt waarin de aanwezige potentie optimaal wordt benut. Zaken die juist ook in veranderende economische tijden van cruciaal belang zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsdoel 4-2 Erfgoed en cultuur 4-2 Erfgoed en cultuur De kwaliteit van de leefomgeving hangt onlosmakelijk samen met het erfgoed en de cultuur(beleving) in Zuid-Holland. De provincie is hier zuinig op en wil dan ook dat ons erfgoed beschermd is en samen met de cultuur die onze provincie rijk is door iedereen beleefd en benut kan worden. Zij brengt de geschiedenis van Zuid-Holland in beeld en maakt dit beleefbaar. Daarbij is er vanuit diverse perspectieven aandacht voor de pijnlijke aspecten uit het verleden. Hierbij: blijft de kern van het erfgoedbeleid het beschermen van het provinciale erfgoed waar vanuit de provincie werkt aan een beter beleefd en benut erfgoed. De provincie zet zich daarbij in voor onze provinciale kroonjuwelen, stimulering van restauratie, herbestemmen en verduurzamen van rijksmonumenten, onderhoud van historische windmolens en de erfgoedlijnen. zet de provincie zich in op het beschermen, benutten, en beleven van de archeologische waarden om een breed publiek hiervan te laten genieten. Het gaat dan om bekende terreinen van provinciaal archeologisch belang, om de bekende en in Unesco-verband vastgestelde waarden van de Romeinse Limes, en om de vondsten die de provincie bewaart in haar archeologisch depot. is cultuureducatie in Zuid-Holland belangrijk voor de gezondheid, sociale verbinding en het vestigingsklimaat. Iedereen in Zuid-Holland heeft toegang tot culturele voorzieningen, zodat men van cultuur kan genieten of cultuur kan maken, met name jongeren. Iedereen in Zuid-Holland heeft toegang tot goed bereikbare en volwaardige bibliotheken en is welkom om zich te ontwikkelen en anderen te ontmoeten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidskeuzes van 4-2 Erfgoed en cultuur 4.2.1 Erfgoed beschermen in de omgeving Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De kern van het erfgoedbeleid van Zuid-Holland is het behoud van erfgoed door het beschermen, beleven en benutten van erfgoed. Deze beleidskeuze concentreert zich op het beschermen van het erfgoed in Zuid-Holland. Dit doet de provincie door:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Behouden en versterken werelderfgoed (erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde); - Behouden en verbeteren kroonjuwelen cultureel erfgoed; - Garanderen van windvang en zicht op historische windmolens; - In stand houden en verbeteren van de omgeving van landgoederen en kastelen of kasteelterreinen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Behouden en versterken werelderfgoedDe provincie wil de unieke en universele waarden van werelderfgoed in Zuid-Holland behouden, versterken en beleefbaar maken. De provincie regelt dit door via de Omgevingsverordening Zuid-Holland begrenzing en kernkwaliteiten van werelderfgoed uit te werken, alsmede regels te stellen omtrent de inhoud van of de toelichting bij omgevingsplannen en de inhoud van omgevingsvergunningen, gericht op instandhouding en versterking van de kernkwaliteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behouden en verbeteren kroonjuwelen cultureel erfgoedDe provincie wil de waarden van de kroonjuwelen cultureel erfgoed in Zuid-Holland behouden en/of verbeteren en versterken. De provincie regelt dit door kroonjuwelen aan te wijzen, via de Omgevingsverordening Zuid-Holland, als beschermingscategorie voor ruimtelijke kwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Garanderen van windvang en zicht op historische windmolensDe provincie wil voldoende vrije windvang voor en het zicht op historische windmolens in Zuid-Holland behouden. De provincie regelt dit door kaders te stellen in de Omgevingsverordening Zuid-Holland en de provincie te vertegenwoordigen ten behoeve van het garanderen van vrije windvang van en het zicht op historische windmolens in Zuid-Holland (molenbiotoop).</p>\n<p class=\"lf-p\">In stand houden en verbeteren van de omgeving van landgoederen en kastelen of kasteelterreinenDe provincie wil de cultuurhistorische waarden van de landgoed- en kasteelbiotopen in Zuid-Holland instandhouden en/of verbeteren. De provincie regelt dit door kaders te stellen via de Omgevingsverordening Zuid-Holland ten behoeve van cultureel erfgoed, zijnde landgoed- en kasteelbiotopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanleiding Bij behoud van erfgoed gaat het steeds om de betekenis van erfgoed voor de omgeving, de bijdrage die het levert aan de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van het landschap en de bijdrage aan de leefbaarheid en het welbevinden van bewoners en bezoekers (wonen, werken en recreëren). Beschermen, beleven en benutten van erfgoed is een omvangrijke en complexe zaak is. Dat gaat niet vanzelf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werelderfgoed is van unieke en universele waarde, en zodoende van groot belang voor de kwaliteit en identiteit van de leefomgeving in Zuid-Holland. Op basis van de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving dient de provincie regels te stellen voor de bescherming van dit erfgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kroonjuwelen zijn zeer karakteristieke en waardevolle cultuurlandschappen in Zuid-Holland. Ze bepalen de kwaliteit en identiteit van de bebouwde en groene ruimte in de provincie, en vertellen de geschiedenis van Zuid-Holland. Deze landschappen en complexen zijn geïnventariseerd en gewaardeerd in de provinciale Cultuurhistorische Atlas van Zuid-Holland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Historische windmolens zijn iconen van Zuid-Holland. Zuid-Holland telt 224 complete molens, maar liefst een vijfde van het Nederlandse molenbestand. Zuid-Holland zonder zijn historische windmolens is ondenkbaar. Het zijn blikvangers in het landschap en op (buitenlandse) toeristen hebben zij een grote aantrekkingskracht. Een molen moet kunnen draaien en malen, want ‘rust roest’. Bovendien is een draaiende molen - als functionerend monument - van extra waarde voor zijn omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landgoederen en kastelen zijn een kenmerkend ensemble van cultuurhistorie, natuur en landschap voor Zuid-Holland. Daarbij gaat het niet alleen om het monument op zich maar ook om zijn omgeving en de ensemblewaarde (biotoop). De provincie wil die waarden van de historische landgoederen en kastelen integraal mee (laten) wegen in ruimtelijke ordenings- en ontwikkelingsprocessen ter verbetering van de fysieke leefomgeving. Veel kasteelterreinen zijn ook van archeologische waarde en daarmee beschermd bodemarchief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Motivering Provinciaal Belang Behouden en versterken werelderfgoed Op basis van de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving dient de provincie de bescherming van de kernkwaliteiten van werelderfgoed verder uit te werken in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Dit belang overstijgt dat van individuele gemeenten en regio’s omdat het uniek erfgoed betreft op mondiaal schaalniveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behouden en verbeteren kroonjuwelen cultureel erfgoedDe aangewezen kroonjuwelen zijn iconen van de Zuid-Hollandse ruimte en identiteit. Het provinciaal belang betreft behoud, versterking en verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van dit erfgoed. Dit doet de provincie mede vanuit een wettelijke taak op grond van de Omgevingswet. Dit belang overstijgt dat van individuele gemeenten en regio’s. Sommige landschappen en ensembles zijn zelfs uniek in de wereld zoals de karakteristieke veenweidegebieden en het Schurvelingenlandschap op Goeree. Vaak sluit dit provinciaal belang aan op rijks- en gemeentelijk belang. Zo bevinden zich binnen de provinciale erfgoedgebieden of: kroonjuwelen veel beschermde stads- en dorpsgezichten en monumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Garanderen van windvang en zicht op historische windmolens Zuid-Holland zonder zijn historische windmolens is ondenkbaar. Ze zijn iconen en blikvangers in het landschap en op buitenlandse toeristen hebben zij een grote aantrekkingskracht. Gezien het grote belang van historische windmolens voor Zuid-Holland is hier sprake van een provinciaal belang wat het niveau van de gemeente te boven gaat. Vanuit haar ambitie voor een goede ruimtelijke ontwikkeling en een aantrekkelijke leefomgeving stelt de provincie zodoende bij historische windmolens regels voor behoud van hun omgeving en ten behoeve van het functioneren. Deze ‘molenbiotoopregel’ kent een verschil tussen landelijk en stedelijk gebied. Voor het stedelijk gebied is de regel soepeler, om zo rekening te houden met de grotere druk op de ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">In stand houden en verbeteren van de omgeving van landgoederen en kastelen of kasteelterreinen De meeste van de ca 150 historische landgoederen en kasteelplaatsen in Zuid-Holland zijn ook van nationaal belang. Doorgaans is het hoofdgebouw beschermd als rijksmonument. Dat geldt vaak ook voor het bijbehorende landgoedpark met zijn tuinen en bijgebouwen. De wijdere omgeving is vaak niet beschermd. Die omgeving - met zijn groene en statige karakter - bepaalt in sterke mate de identiteit en unieke kwaliteit van een gebied. Om ervoor te zorgen dat dit unieke culturele erfgoed niet verloren gaat, heeft de provincie een zogeheten ‘landgoed- en kasteelbiotoop‘ ingesteld. Hier geldt - in aanvulling op de bescherming van monumentale objecten - een bredere ruimtelijke bescherming voor het landgoed- of kasteelensemble, of voor het kasteelterrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2.2 Rijksmonumenten en historische molens in goede staat Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermen van erfgoed vormt de basis van waaruit de provincie werkt aan een beter beleefbaar en benut erfgoed, waaronder rijksmonumenten en historische molens. De provincie wil dat erfgoed voor de toekomst behouden blijft. Daarvoor stimuleert de provincie het restaureren en toekomstbestendig maken van rijksmonumenten en draagt ze zorg voor het onderhouden en laten draaien van historische windmolens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor rijksmonumenten doet de provincie dit door het verlenen van subsidies, door de inzet van de aanjager voor herbestemming van rijksmonumenten, financieren van adviezen op maat voor herbestemming, inzet op verduurzaming en inspelen op klimaatverandering en het stimuleren van de werkgelegenheid en het vakmanschap in de restauratiebranche.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderhoud en laten draaien van historische windmolens stimuleert de provincie door het verlenen van subsidies voor (groot)onderhoud en door het beschikbaar stellen van draaipremies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanleiding Bij behoud van erfgoed gaat het steeds om de betekenis van erfgoed voor de omgeving, de bijdrage die het levert aan de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van het landschap en de bijdrage aan de leefbaarheid en het welbevinden van bewoners en bezoekers (wonen, werken en recreëren).</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermen, beleven en benutten van erfgoed is een omvangrijke en complexe zaak. Dat gaat niet vanzelf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Monumenten zijn op zichzelf mooi en waardevol, maar de waarde wordt nog groter in combinatie met bijvoorbeeld groen en water als onderdeel van stad en land. De restauratie en herbestemming wordt ingezet voor alle rijksmonumenten (niet-woonhuizen) in Zuid-Holland, inclusief de 225 historische molens (een vijfde van het Nederlandse molenbestand). Zuid-Holland zonder zijn iconische historische windmolens is ondenkbaar. Om het behoud hiervan te garanderen en toekomstige restauraties te voorkomen, wordt ingezet op (groot) onderhoud van deze molens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leegstand leidt vaak tot een slechte onderhoudsstaat van monumenten. De provincie wil leegstand van monumenten daarom tegengaan en voorkomen door herbestemming te stimuleren. (Rijks)monumenten maken een belangrijk onderdeel uit van de energietransitie, waarin gebouwen energiezuiniger worden gemaakt en vóór 2050 voorzien moeten worden van duurzame warmte en elektriciteit. Voor de verduurzaming van monumenten wordt gezocht naar een optimale balans tussen CO2-reductie, comfortverbetering, kostenefficiëntie én behoud van monumentale waarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Motivering Provinciaal Belang Op grond van de Bestuurlijke afspraken Rijk (OCW) – IPO restauratie rijksmonumenten en ruimtelijk beleid voor erfgoed (05-03-2012 ondertekend) en aanvulling daarvan (dd. 20-05-2015) zijn de rijksmiddelen van restauratie rijksmonumenten (niet-woonhuizen) gedecentraliseerd naar de provincie vanwege de relatie met provinciaal ruimtelijk beleid. De provincie is rijk aan cultuurhistorisch erfgoed. Hiertoe behoren 9.289 rijksmonumenten en 65 van rijkswege beschermde stads- en dorpsgezichten. De provincie koestert haar erfgoed. Om het behoud van rijksmonumenten te garanderen wordt ingezet op de restauratie en herbestemming van rijksmonumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De historische windmolens zijn een afzonderlijke categorie binnen de rijksmonumenten en vormen iconen en blikvangers in het landschap. Ze hebben op buitenlandse toeristen een grote aantrekkingskracht, de molens en Holland zijn voor hen vrijwel synoniem. De provincie kan het (groot) onderhoud van historische windmolens verbinden aan de kwaliteit van de leefomgeving. De historische windmolens vertellen het verhaal van de provinciale geschiedenis en geven identiteit aan de omgeving Eind 2018 is de routekaart voor verduurzaming monumenten ondertekend. De monumentensector wil verduurzamen en daarmee een belangrijke bijdrage leveren aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs. Partijen, waaronder provincies hebben zich gecommitteerd aan een gemiddelde CO2-reductie van 40% in 2030 en 60% in 2040 over de gehele monumentenvoorraad in Nederland.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verduurzaming van monumenten is essentieel om het gebruik en daarmee de instandhouding van monumenten, ook bij toenemende energiekosten, in de toekomst aantrekkelijk te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om te bepalen welke opgave de provincie heeft op het gebied van rijksmonumenten, wordt jaarlijks de Erfgoedmonitor uitgevoerd. Uit de gegevens van de Erfgoedmonitor uit 2017 bleek dat zo’n 15% van de Zuid-Hollandse niet-woonhuis rijksmonumenten in een matige tot slechte staat verkeert. In 2020 is deze restauratie-achterstand teruggebracht naar 12,8%. De provincie streeft naar een maximale restauratie-achterstand van 10%.</p>\n<p class=\"lf-p\">In 2012 is de Wet Revitalisering Generiek Toezicht (Wrgt) in werking getreden. Daarmee is een aantal toezichttaken van het Rijk naar de provincies verschoven. Taken voor het domein erfgoed (monumenten en archeologie) vallen hier ook onder.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2.3 Provinciale erfgoedlijnen ontwikkeld en beleefbaar Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie wil de erfgoedlijnen ontwikkelen en beleefbaar maken en het erfgoed rondom de erfgoedlijnen behouden door bescherming, beleving en benutting. Dit gebeurt in samenwerking en afstemming met belanghebbende partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanleiding Sinds 2012 maakt de provincie enkele belangrijke hoofdstukken uit de Zuid-Hollandse geschiedenis beter zichtbaar en beleefbaar met zeven erfgoedlijnen. De (toekomstige) inwoners en bezoekers van Zuid-Holland kunnen hierdoor het erfgoed bezoeken en kennisnemen van de bijbehorende verhalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie wil partijen die een bijdrage kunnen en willen leveren aan het beschermen, beleven en benutten van het erfgoed rondom de erfgoedlijnen verbinden. Het erfgoed in de provincie wordt onderhouden en beleefbaar gemaakt door veel vrijwilligers, stichtingen, overheden, ondernemers en participatie van inwoners van Zuid-Holland. De waardevolle inzet van al deze partijen wordt sterker door samenwerking en afstemming. Iedere erfgoedlijn heeft een erfgoedtafel. Aan deze erfgoedtafels werken de betrokken partijen samen en wisselen zij kennis uit. Uit de synergie die zo ontstaat komen waardevolle projectvoorstellen naar boven, die bijdragen aan de ambities van de erfgoedlijn. Deze kunnen worden gehonoreerd met een subsidie vanuit de Subsidieregeling erfgoedlijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Herbestemming en restauratie van rijksmonumenten binnen de erfgoedlijnen draagt bij aan de beleving en benutting van het betreffende erfgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Motivering Provinciaal Belang De provincie wil de Zuid-Hollandse geschiedenis onder de aandacht brengen van (toekomstige) inwoners en bezoekers van Zuid-Holland. Er zijn 7 erfgoedlijnen die deze belangrijke hoofdstukken uit de geschiedenis van Zuid-Holland beleefbaar maken: de Neder-Germaanse Limes, de Waterdriehoek, Historisch Haringvliet, de Landgoederenzone, de Oude Hollandse Waterlinie, de Trekvaarten en de Atlantikwall.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadere uitwerking Erfgoedlijnen zijn opgebouwd uit drie kenmerkende elementen:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geografische structuur, zoals een rivier, de strandwallen of de kust die gemeentegrenzen overschrijdt;</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een gezamenlijk verhaal dat de monumentale objecten met bovengenoemde geografische structuur verbindt. De erfgoedlijnen bestaan uit erfgoed (monumenten, objecten en collecties), landschap en water, verbeteren de kwaliteit van de leefomgeving en zijn aantrekkelijk voor recreanten en toeristen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een open netwerk van belanghebbenden (overheden, private sector en maatschappelijk middenveld); de zogenaamde erfgoedtafels. Het ontwikkelen van de erfgoedlijnen kan de provincie namelijk niet alleen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2.4 Archeologie beschermen en zichtbaar Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat willen we bereiken De provincie heeft de wettelijke taak om:</p>\n<p class=\"lf-p\">Archeologische waarden ruimtelijk te beschermen (Erfgoedwet, Omgevingswet) Haar archeologische vondsten (provincie is eigenaar van een groot deel van wat er gevonden wordt) en bijbehorende documentatie deskundig te bewaren in een geschikt archeologisch depot en toegankelijkheid te bevorderen (Erfgoedwet, Omgevingswet) De provincie zet zich in om archeologische vindplaatsen in stand te houden en te benutten bij ruimtelijke inpassingen in het landschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij archeologisch waardevolle terreinen proberen gemeenten en provincie verstoring van de bodem zo veel mogelijk te voorkomen. Maar soms kan het niet anders, bijvoorbeeld bij de aanleg van een weg of brug. Dan wordt de betreffende vindplaats opgegraven. De resultaten van de opgraving worden gepubliceerd en de vondsten komen daarna in het provinciaal depot voor Bodemvondsten. De provincie zet zich in om deze vondsten actief uit te lenen en onderzoek te stimuleren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De sites van de Romeinse Limes zijn als icoon van het derde venster van de Canon en Werelderfgoed toeristisch te vermarkten en een belangrijk aspect in de ruimtelijke bescherming als provinciale taak. De meeste archeologische vindplaatsen liggen echter verscholen in de bodem en vormen daar als het ware een bodemarchief dat je alleen via opgravingen bereikt. Deze onzichtbaarheid maakt ze extra kwetsbaar voor ruimtelijke ontwikkelingen die gepaard gaan met bodemingrepen. Het behoud van dit ‘bodemarchief’ vraagt dan ook continu aandacht en zorg. Als onderdeel van deze zorgplicht wil de provincie regionale archeologische thema’s die onbelicht zijn samen met gemeenten beter naar voren brengen. Door het vergaren en delen van deze nieuwe kennis kan de provincie beter zorgen voor het rijke provinciale bodemarchief. Tevens zet de provincie zich in om het publiek actief te betrekken bij het verleden van de provincie d.m.v. subsidieregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanleiding Op grond van de Erfgoedwet en de Omgevingswet stelt de provincie regels voor behoud van deze waarden. Uitgangspunt van het provinciaal beleid is zoveel mogelijk behoud ‘in situ’ van archeologische waarden; dat wil zeggen dat het archeologisch erfgoed in principe niet verstoord mag worden. Op grond van internationale verdragen stimuleert de provincie tevens het maatschappelijk belang door archeologie op diverse wijzen zichtbaar te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Motivering Provinciaal Belang De provincie beschermt provincie zowel in als ex situ. Overheden zijn gehouden om bij vaststelling van nieuwe ruimtelijke plannen rekening te houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In situ:</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie heeft als wettelijke taak (omgevingsrecht) zowel in haar eigen handelen als in toezicht op gemeenten dat de archeologische waarden in haar grondgebied adequaat worden beschermd. De provincie zet haar ruimtelijk instrumentarium hiertoe in, heeft archeologisch waardevolle terreinen benoemd als archeologisch belang en ziet toe op de verankering hiervan in het beleid van lagere overheden. In het bijzonder voor het Unesco Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ex situ:</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van de Erfgoedwet heeft de provincie daarnaast de taak om alle archeologische vondsten uit Zuid-Holland (inclusief documentatie) vakkundig toegankelijk te bewaren en te beschrijven (uitgezonderd de vondsten uit de negen Zuid-Hollandse gemeenten die zelf een gemeentelijk depot hebben).</p>\n<p class=\"lf-p\">De Erfgoedwet bepaalt dat de provincie eigenaar is van alle archeologische vondsten en dat de provincie de taak heeft een archeologisch depot in stand te houden “ (….) op een wijze die vanuit het oogpunt van behoud en toegankelijkheid verantwoord is “(hoofdstuk 5 artikel 5.7 a en artikel 5.8 lid 1). Om al deze vondsten te kunnen bergen beschikt de provincie over een speciaal ingericht archeologisch depot in Alphen aan den Rijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">In 2012 is de Wet Revitalisering Generiek Toezicht (Wrgt) in werking getreden. Daarmee is een aantal toezichttaken van het Rijk naar de provincies verschoven waaronder taken voor het domein erfgoed (monumenten en archeologie) vallen hier ook onder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadere uitwerking Archeologische voorwerpen die bij opgravingen of bij toeval zijn gevonden, vertellen het verhaal van het Zuid-Hollandse verleden. Die voorwerpen vormen een informatief kapitaal, dat de provincie en haar partners willen tonen en doorgeven aan volgende generaties. Een groot deel van de archeologische waarden in Zuid-Holland bevindt zich in de bodem. De natte bodem van Zuid-Holland met zijn hoge grondwaterstand bewaart organisch materiaal, zoals bot, hout en leer of textielresten, uitstekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Archeologische waarden kunnen zowel binnen als buiten bestaand stads- en dorpsgebieden worden aangetroffen. De bekende en te verwachten archeologische vindplaatsen zijn aangegeven in de provinciale Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS). Behoud van deze eeuwenoude kwetsbare waarden is een complexe zaak en gaat niet vanzelf.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2.5 Cultuurparticipatie en bibliotheken Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Het provinciaal cultuurbeleid richt zich op a) waarborging van de basisvoorziening cultuurparticipatie en b) ondersteuning van de openbare bibliotheken in Zuid-Holland. Hiertoe verstrekt de provincie boekjaarsubsidies aan enkele ondersteuningsinstellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad a) De basisvoorziening cultuurparticipatie wordt ingevuld door de volgende vier ondersteuningsinstellingen: Kunstgebouw, Jeugdtheaterhuis, Popunie en Stichting Educatieve Orkestprojecten. Deze instellingen werken op reguliere basis samen met onderwijsinstellingen. Het doel is dat meer kinderen en jongeren in aanraking komen met cultuur, dankzij kwalitatief goede en gespreide cultuurparticipatie en cultuureducatie. Daar waar mogelijk wordt aangesloten bij landelijke programma’s van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zoals Cultuureducatie met Kwaliteit en Cultuurparticipatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad b) De ondersteuning van de openbare bibliotheken in Zuid-Holland wordt ingevuld door middel van een boekjaarsubsidie voor de provinciale ondersteuningsinstelling Probiblio. Probiblio voert de ondersteuningsactiviteiten voor de openbare bibliotheken uit. Het doel is dat iedereen in Zuid-Holland recht heeft op toegang tot informatie en cultuur, en dat op een laagdrempelige wijze.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanleiding</p></div>", "next": 239033}