{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning een hogedrukleiding aan te leggen of te wijzigen in de buitenbeschermingszone van de waterkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning een hogedrukleiding aan te leggen of te wijzigen in het profiel van vrije ruimte van de waterkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning een hogedrukleiding aan te leggen of te wijzigen in de hoge grond basis.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning een hogedrukleiding aan te leggen of te wijzigen in de hoge grond robuust.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Kleine bouwwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-322\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.22</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen, instandhouden en wijzigen van een klein bouwwerk in het beperkingengebied met betrekking tot een waterkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op een hekwerk of schutting als bedoeld in paragraaf 3.1.2 of op straatmeubilair als bedoeld in paragraaf 3.1.9.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-323\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.23</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht kleine bouwwerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12, houdt in ieder geval in dat: a. de stabiliteit van de waterkering niet negatief beïnvloed wordt; en b. de bereikbaarheid van de waterkering niet wordt belemmerd met het oog op het beheer en onderhoud van de waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-324\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.24</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het aanleggen of wijzigen van een klein bouwwerk in het profiel van vrije ruimte van de waterkering, wordt voldaan aan artikel 3.25.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-325\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.25</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel kleine bouwwerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleine bouwwerk is in zijn geheel verwijderbaar of eenvoudig demontabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het aanbrengen van de fundering van het bouwwerk wordt maximaal 50 cm ontgraven ten opzichte van het bestaande maaiveld.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontgraving voor de fundering dient na het maken van de fundering te worden aangevuld tot oorspronkelijk maaiveld met daarvoor geschikte grond.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het derde lid wordt in ieder geval voldaan als de ontgraving wordt aangevuld met klei met erosiebestendigheid categorie 2 met een lutumpercentage tussen 15 en 25%.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleine bouwwerk inclusief fundering wordt in zijn geheel verwijderd als het niet meer wordt gebruikt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-326\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.26</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden de activiteit, bedoeld in artikel 3.24, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo spoedig mogelijk voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-327\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.27</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning een klein bouwwerk aan te leggen in de kernzone van de waterkering.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.8</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bouwwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-328\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.28</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen, instandhouden of uitbreiden van een bouwwerk in het beperkingengebied met betrekking tot een waterkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op een klein bouwwerk als bedoeld in paragraaf 3.1.7.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-329\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.29</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht aanleggen, instandhouden of uitbreiden bouwwerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12, houdt in ieder geval in dat de stabiliteit en bereikbaarheid van de waterkering niet negatief beïnvloed mag worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-330\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.30</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning een bouwwerk aan te leggen of uit te breiden in de kernzone van de waterkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning een bouwwerk aan te leggen of uit te breiden in het profiel van vrije ruimte van de waterkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning een bouwwerk aan te leggen of uit te breiden in de buitenbeschermingszone van de waterkering, waarbij een ontgraving van meer dan 2,5 meter beneden maaiveld plaatsvindt.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.9</h3>\n<p class=\"lf-p\">Straatmeubilair</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-331\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.31</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen, instandhouden, wijzigen en verwijderen van straatmeubilair in het beperkingengebied met betrekking tot een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-332\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.32</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht straatmeubilair</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12, houdt in ieder geval in dat de stabiliteit en bereikbaarheid van de waterkering niet negatief beïnvloed wordt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-333\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.33</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het aanleggen van straatmeubilair binnen de beschermingszone van de waterkering, wordt voldaan aan artikel 3.34.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook bij het aanleggen van straatmeubilair in de kernzone, waarbij geen diepere in- of ontgraving nodig is dan 50 cm, wordt voldaan aan artikel 3.34.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-334\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.34</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel straatmeubilair</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er worden zonder voorafgaande goedkeuring van het dagelijks bestuur geen werkzaamheden in het beperkingengebied met betrekking tot een waterkering uitgevoerd in de periode tussen 15 oktober en 15 maart.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle materialen die vrijkomen bij de werkzaamheden worden afgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het talud van de waterkering wordt niet gebruikt als opslagplaats voor materiaal of materieel.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De locatie van de te plaatsen objecten ten opzichte van andere objecten is zo dat het beheer en onderhoud van de waterkering met gangbaar materieel niet wordt belemmerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gaten die zijn ontstaan bij het verwijderen van het straatmeubilair worden met daarvoor geschikte grond gevuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het vijfde wordt in ieder geval voldaan als: a. voor het buitentalud klei met erosiebestendigheid categorie 1, met een lutumpercentage tussen 25 en 37%, wordt gebruikt; en b. voor het binnentalud klei met erosiebestendigheid categorie 2, met een lutumpercentage tussen 15 en 25% wordt gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangevulde grond wordt ingezaaid met een graszaadmengsel type D1 in een hoeveelheid van 40–70 kg/ha.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-335\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.35</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden de activiteiten, bedoeld in artikel 3.33, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt hier zo spoedig mogelijk melding van gedaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-336\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.36</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning straatmeubilair aan te leggen in de kernzone van de waterkering, waarbij een diepere in- of ontgraving nodig is dan 50 cm.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.10</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aanleg of uitbreiding van een kelder</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-337\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.37</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen of uitbreiden van een kelder in het beperkingengebied met betrekking tot een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-338\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.38</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht aanleggen of uitbreiden kelder</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12 houdt in ieder geval in dat: a. de werkzaamheden worden uitgevoerd op een manier die de stabiliteit en het functioneren van de waterkering niet in gevaar bengt; en b. de waterkering bereikbaar blijft tijdens de uitvoering van de werkzaamheden en inspectie en onderhoud van de waterkering niet wordt belemmerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-339\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.39</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning een kelder aan te leggen of uit te breiden in een bouwwerk in de kernzone van de waterkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning een kelder aan te leggen of uit te breiden in een bouwwerk in de beschermingszone van de waterkering.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.11</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verwijderen van een bouwwerk</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-340\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.40</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het verwijderen van een bouwwerk in het beperkingengebied met betrekking tot een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-341\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.41</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht verwijderen bouwwerk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12 houdt in ieder geval in dat: a. de werkzaamheden op een zodanige wijze worden uitgevoerd dat de stabiliteit en het functioneren van de waterkering niet in gevaar wordt gebracht; en b. de waterkering bereikbaar blijft tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Inspectie en onderhoud van de waterkering mag niet worden belemmerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-342\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.42</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het verwijderen van een bouwwerk in de beschermingszone van de waterkering, waarbij geen kelder of diepe fundering wordt verwijderd, wordt voldaan aan artikel 3.43.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het verwijderen van een bouwwerk in hoge grond basis, wordt voldaan aan artikel 3.43.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook bij het verwijderen van een bouwwerk in hoge grond robuust, wordt voldaan aan artikel 3.43.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-343\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.43</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel verwijderen bouwwerk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ontgraving wordt na verwijdering van het bouwwerk aangevuld tot oorspronkelijk maaiveld en met een opbouw gelijk aan die van het omliggende terrein.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-344\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.44</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden de activiteit, bedoeld in artikel 3.42, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt hier zo spoedig mogelijk melding van gedaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-345\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.45</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning een bouwwerk te verwijderen in de kernzone van de waterkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning een bouwwerk te verwijderen in de beschermingszone van de waterkering, waarbij een kelder of diepe fundering wordt verwijderd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.12</h3>\n<p class=\"lf-p\">Grondmechanisch onderzoek</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-346\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.46</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het uitvoeren van grondmechanisch onderzoek in het beperkingengebied met betrekking tot een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-347\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.47</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht grondmechanisch onderzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12 houdt in ieder geval in dat de werkzaamheden op een zodanige wijze worden uitgevoerd dat schade aan de waterkering wordt vermeden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-348\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.48</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het uitvoeren van grondmechanisch onderzoek in de beschermingszone van de waterkering, wordt voldaan aan artikel 3.49.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-349\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.49</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel grondmechanisch onderzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gaten die zijn ontstaan door de werkzaamheden worden direct volledig aangevuld met zwelklei of bentoniet voor een blijvend waterdichte afdichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorafgaand aan de werkzaamheden worden de graszoden uitgestoken (minimaal 10 cm diep) en worden deze na uitvoering van de werkzaamheden teruggeplaatst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-350\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.50</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden de activiteit, bedoeld in artikel 3.48, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt hier zo spoedig mogelijk melding van gedaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-351\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.51</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning grondmechanisch onderzoek uit te voeren in de kernzone van de waterkering</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.13</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bodemenergiesysteem</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-352\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.52</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen, instandhouden, wijzigen of verwijderen van een bodemenergiesysteem in het beperkingengebied met betrekking tot een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-353\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.53</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht bodemenergiesysteem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12 houdt in ieder geval in dat: a. negatieve effecten van de aanleg en aanwezigheid van een bodemenergiesysteem op de stabiliteit en het functioneren van de waterkering worden voorkomen; en b. de aanwezigheid van het bodemenergiesysteem geen belemmering vormt voor een (toekomstige) aanpassing van de waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-354\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.54</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning een bodemenergiesysteem aan te leggen in de kernzone van de waterkering 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning een bodemenergiesysteem aan te leggen in de beschermingszone van de waterkering.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.14</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aanleggen en verwijderen van verharding</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-355\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.55</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen, instandhouden, wijzigen of verwijderen van verharding in het beperkingengebied met betrekking tot een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-356\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.56</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht verharding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12 houdt in ieder geval in dat: a. voorkomen wordt dat het afvloeiend hemelwater leidt tot aantasting van de stabiliteit van waterkering; en b. negatieve effecten van het aanleggen, hebben, wijzigen en verwijderen van de verharding op de stabiliteit en het functioneren van de waterkering worden voorkomen; en c. het doelmatig voeren van onderhoud niet wordt belemmerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-357\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.57</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het aanleggen, wijzigen of instandhouden van verharding in de beschermingszone van de waterkering, waarbij een ontgraving van maximaal 50 cm diep wordt uitgevoerd, wordt voldaan aan artikel 3.58.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het verwijderen van verharding in de beschermingszone van de waterkering, waarbij een ontgraving van maximaal 50 cm diep wordt uitgevoerd, wordt voldaan aan artikel 3.59.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-358\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.58</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel aanleg verharding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die verharding aanlegt of behoudt: a. legt de bovenkant van de verharding op het huidige maaiveldniveau; b. legt de constructie van de verharding, inclusief fundering, niet dieper aan dan 50 cm onder het bestaande maaiveld; en c. legt de verharding zo aan dat de afwatering van de waterkering niet gehinderd wordt en dat er geen vernatting van de teen van de waterkering optreedt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-359\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.59</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel verwijderen verharding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ontgraving wordt na verwijdering van de verharding aangevuld tot oorspronkelijk maaiveld en met een opbouw gelijk aan die van het omliggende terrein.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-360\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.60</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden de activiteiten, bedoeld in artikel 3.57, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt hier zo spoedig mogelijk melding van gedaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-361\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.61</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning verharding aan te leggen of te verwijderen in de kernzone van de waterkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning verharding aan te leggen of te verwijderen in de beschermingszone van de waterkering, waarbij een ontgraving van meer dan 50 cm diep wordt uitgevoerd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.15</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aanleggen van wegen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-362\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.62</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen, instandhouden of wijzigen van een weg in het beperkingengebied met betrekking tot een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-363\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.63</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht aanleggen van wegen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12 houdt in ieder geval in dat de bereikbaarheid van de waterkering met het oog op beheer en onderhoud geborgd blijft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-364\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.64</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning een weg aan te leggen in de kernzone van de waterkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning een weg aan te leggen in het profiel van vrije ruimte van de waterkering.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.16</h3>\n<p class=\"lf-p\">Ophogen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-365\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.65</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het aanbrengen, instandhouden en wijzigen van een ophoging in het beperkingengebied met betrekking tot een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-366\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.66</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht ophogen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12 houdt in ieder geval in dat: a. de toegankelijkheid en bereikbaarheid van de waterkering niet negatief wordt beïnvloed; b. de aanwezige ophoging geen zettingen en stabiliteitsproblemen veroorzaakt met invloed op de waterkering; en c. voor de ophoging materiaal gebruikt dat voldoet aan de daaraan gestelde eisen in het Besluit bodemkwaliteit en dat geen resten bevat van invasieve exoten zoals de Japanse Duizendknoop.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-367\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.67</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het aanbrengen van een ophoging binnen de beschermingszone van de waterkering, wordt voldaan aan artikel 3.68.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-368\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.68</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel ophogen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ophogingen worden zo aangelegd dat de afwatering van de waterkering en de waterhuishouding niet wordt gehinderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ophogingen leiden niet tot verstoring van de ondergrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afspoeling van grond richting de kernzone wordt met het oog op bescherming van de grasmat van de kernzone vermeden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-369\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.69</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden de activiteit, bedoeld in artikel 3.67, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt hier zo spoedig mogelijk melding van gedaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-370\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.70</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning een ophoging aan te brengen in de kernzone van de waterkering.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.17</h3>\n<p class=\"lf-p\">Ploegen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-371\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.71</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op ploegen binnen het beperkingengebied met betrekking tot een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-372\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.72</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning te ploegen in de kernzone van de waterkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning dieper dan 50 cm beneden maaiveld te ploegen in de beschermingszone van de waterkering.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.18</h3>\n<p class=\"lf-p\">Leidingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-373\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.73</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het leggen, instandhouden, wijzigen of verwijderen van een leiding die deel uitmaakt van een leidingensysteem met een maximale bedrijfsdruk van 10 bar in het beperkingengebied met betrekking tot een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-374\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.74</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht leidingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12 houdt in ieder geval in dat: a. het aanleggen van de leiding op een zodanige wijze plaatsvindt dat het functioneren van de waterkering zo min mogelijk wordt geschaad; en b. initiatiefnemer er rekening mee houdt dat tijdens de uitvoering van het werk een hoge rivierwaterstand op kan treden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-375\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.75</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning een leiding aan te leggen in de kernzone van de waterkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning een leiding aan te leggen in het profiel van vrije ruimte van de waterkering.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.19</h3>\n<p class=\"lf-p\">Kabels</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-376\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.76</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het leggen, instandhouden, wijzigen of verwijderen van een kabel in het beperkingengebied met betrekking tot een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-377\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.77</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht kabels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12 houdt in ieder geval in dat het leggen van een kabel plaatsvindt op een manier waarop en in een periode waarin het functioneren van de waterkering zo min mogelijk wordt geschaad.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-378\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.78</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het leggen van een kabel in het profiel van vrije ruimte van de waterkering, wordt voldaan aan artikel 3.79.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-379\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.79</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel kabels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ontgraving wordt na aanleg van de kabel aangevuld tot oorspronkelijk maaiveld en met een opbouw gelijk aan die van het omliggende terrein.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-380\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.80</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden de activiteit, bedoeld in artikel 3.78, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt hier zo spoedig mogelijk melding van gedaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-381\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.81</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning een kabel te leggen in de kernzone van de waterkering.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.20</h3>\n<p class=\"lf-p\">Recreatief medegebruik</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-382\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.82</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassen op het gebruiken van het beperkingengebied met betrekking tot een waterkering voor recreatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-383\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.83</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht recreatief medegebruik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12, houdt in ieder geval in dat: a. voorkomen wordt dat de waterkering en bijbehorende zonering worden beschadigd als gevolg van het recreatief medegebruik; en b. paardrijden op een waterkering en in de kernzone alleen plaatsvindt op speciaal hiervoor ingerichte ruiterpaden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-384\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.84</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij recreatief medegebruik in de kernzone van de waterkering, wordt voldaan aan artikel 3.85, tenzij een parcours wordt aangelegd of ingericht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het aanleggen of inrichten van een parcours in de beschermingszone van de waterkering, wordt voldaan aan artikel 3.85.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-385\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.85</span><span class=\"lf-art-t\">Verbod recreatief medegebruik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden de waterkering te gebruiken voor recreatieve doeleinden op plaatsen waar dit door het waterschap kenbaar is gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden de taluds van de waterkering te gebruiken voor recreatieve doeleinden, tenzij het gebruik plaatsvindt op de daarvoor ingerichte locaties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-386\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.86</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning een parcours aan te leggen of in te richten in de kernzone van de waterkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning gebruik te maken van de kernzone van de waterkering voor gemotoriseerde vormen van recreatief medegebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning gebruik te maken van de beschermingszone van de waterkering voor gemotoriseerde vormen van recreatief medegebruik.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.21</h3>\n<p class=\"lf-p\">Evenementen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-387\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.87</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het houden van een evenement in het beperkingengebied met betrekking tot een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-388\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.88</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht evenementen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12 houdt in ieder geval in dat geen schade wordt toegebracht aan de waterkering en bijbehorende zoneringen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-389\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.89</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het houden van een evenement in de beschermingszone van de waterkering, wordt voldaan aan artikel 3.90.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-390\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.90</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel evenementen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er worden geen ontgravingen uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdelijke onderkomens en afrasteringen worden niet dieper dan 30 cm in de grond vastgesteld of verankerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kabels en leidingen worden bovengronds aangebracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-391\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.91</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden de activiteit, bedoeld in artikel 3.89, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt hier zo spoedig mogelijk melding van gedaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-392\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.92</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning een evenement te houden in de kernzone van de waterkering.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.22</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beplanting</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-393\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.93</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het aanbrengen, instandhouden, wijzigen of verwijderen van beplanting in het beperkingengebied met betrekking tot een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-394\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.94</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het aanbrengen of verwijderen van tuinbeplanting van 5 meter of minder in de beschermingszone van de waterkering, wordt voldaan aan de artikelen 3.95 en 3.96.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het aanbrengen of verwijderen van een boom of tuinbeplanting groter dan 5 meter in de beschermingszone van de waterkering, wordt voldaan aan de artikelen 3.97 en 3.99.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het aanbrengen of verwijderen van struweel in de beschermingszone van de waterkering, wordt voldaan aan de artikelen 3.98 en 3.99.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-395\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.95</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel aanbrengen tuinbeplanting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die tuinbeplanting aanbrengt: a. houdt een afstand van ten minste 0,5 meter uit de kernzone van een dijklichaam aan die vrij is van beplanting en uitgroei van beplanting; b. houdt een afstand van ten minste 1,5 meter uit de bovengrondse constructie van een vaste harde waterkering aan die vrij is van beplanting en uitgroei van beplanting; c. houdt een afstand van ten minste 2 meter uit de bovengrondse constructie van een demontabele waterkering aan die vrij is van beplanting en uitgroei van beplanting; d. brengt geen ondergrondse voorzieningen aan voor beluchting, drainages of watervoorziening; e. beperkt de ingravingen van het plantgat tot een minimum en zorgt dat het plantgat nooit dieper is dan 1,0 meter; f. dicht aan het einde van elke werkdag het plantgat met het uitgekomen materiaal; en g. snoeit de beplanting op eerste aanzegging van het dagelijks bestuur als dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van beheer- of onderhoudshandelingen door het waterschap of anders in het belang van de waterstaat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-396\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.96</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel verwijderen tuinbeplanting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die tuinbeplanting verwijdert: a. verwijdert ondergrondse delen alleen in de periode van 15 maart tot 15 oktober; b. voert de gerooide beplanting, inclusief wortels, af; en c. vult de gaten die zijn ontstaan bij het verwijderen van de beplanting met het zelfde type grond als de directe omgeving van het gat en verdicht deze grond in lagen van 30 cm.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-397\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.97</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel aanbrengen bomen of tuinbeplanting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die bomen aanbrengt: a. brengt de boom of bomen aan op een afstand van ten minste 8,5 meter uit de teen van een dijklichaam; b. brengt de boom of bomen aan op een afstand van ten minste 5,5 meter uit de teen van een vaste harde waterkering; c. brengt de boom of bomen aan op een afstand van ten minste 5,5 meter uit de teen van een demontabele waterkering; d. brengt geen ondergrondse voorzieningen aan voor beluchting, drainages of watervoorziening; e. beperkt de ingravingen van het plantgat tot een minimum en zorgt dat het plantgat nooit dieper is dan 1,0 meter; f. dicht aan het einde van elke werkdag het plantgat met het uitgekomen materiaal; en g. snoeit of verwijdert de bomen op eerste aanzegging van het dagelijks bestuur als dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van beheer- of onderhoudshandelingen door het waterschap of anders in het belang van de waterstaat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-398\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.98</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel aanbrengen struweel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die struweel aanbrengt: a. brengt de beplanting aan op een afstand van ten minste 8,5 meter uit de teen van een dijklichaam; b. brengt de beplanting aan op een afstand van ten minste 5,5 meter uit de teen van een vaste harde waterkering; c. brengt de beplanting aan op een afstand van ten minste 5,5 meter uit de teen van een demontabele waterkering; d. brengt geen ondergrondse voorzieningen aan voor beluchting, drainages of watervoorziening; e. beperkt de ingravingen van het plantgat tot een minimum en zorgt dat het plantgat nooit dieper is dan 1,0 meter; f. dicht aan het einde van elke werkdag het plantgat met het uitgekomen materiaal; en g. snoeit of verwijdert de beplanting op eerste aanzegging van het dagelijks bestuur als dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van beheer- of onderhoudshandelingen door het waterschap of anders in het belang van de waterstaat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-399\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.99</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel verwijderen bomen of struweel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die bomen of struweel verwijdert: a. verwijdert ondergrondse delen alleen in de periode van 15 maart tot 15 oktober; b. voert de gerooide beplanting, inclusief wortels, af; en c. vult de gaten die zijn ontstaan bij het verwijderen van de beplanting met het zelfde type grond als de directe omgeving van het gat en verdicht deze grond in lagen van 30 cm.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3100\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.100</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden de activiteit, bedoeld in artikel 3.94, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt hier zo spoedig mogelijk melding van gedaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.101</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning beplanting aan te brengen of te verwijderen in de kernzone van de waterkering.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.23</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verleggen en reconstructie van een waterkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.102</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het verleggen of reconstrueren van een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3103\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.103</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning een waterkering te verleggen of te reconstrueren.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten met betrekking tot grondwater</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Onttrekken</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het onttrekken van grondwater in een gebied met oppervlaktewateren in kwantitatief waterbeheer bij Waterschap Limburg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden vergunningvrije wateronttrekkingsactiviteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening of het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning voor een wateronttrekkingsactiviteit is vereist, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het doel waarvoor het te onttrekken grondwater wordt gebruikt; b. het aantal in te richten putten; c. de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting van iedere put; d. de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters van iedere put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil; e. de lengte in meters van het effectieve filter in iedere put; f. de capaciteit van de pomp in kubieke meter per uur per put; g. de hoeveelheid water in kubieke meter water per uur, etmaal, maand en jaar, die ten hoogste wordt onttrokken; h. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken; en i. als het gaat om het in samenhang met het onttrekken van grondwater in de bodem brengen van water ter aanvulling van het grondwater:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar die ten hoogste in de bodem wordt gebracht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de diepte in meters waarop het water in de bodem wordt gebracht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>een beschrijving van de samenhang van het brengen van water in de bodem met de onttrekking;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de herkomst en samenstelling van het water dat in de bodem wordt gebracht; en 5. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de negatieve gevolgen van het brengen van water in de bodem te voorkomen of te beperken.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid geldt niet: a. voor wateronttrekkingsactiviteiten als bedoeld in de artikelen 6.34, eerste lid, onder b en c, en 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. voor zover het bepaalde in dat lid in strijd is met regels in het tijdelijke deel van deze waterschapverordening, bedoeld in artikel 4.7, onder a, onder 1°, van de Invoeringswet Omgevingswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-43\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten omgevingsvergunning wateronttrekkingsactiviteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening of het in de bodem brengen van water, voor aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het doel waarvoor het te onttrekken grondwater wordt gebruikt; b. het aantal in te richten putten; c. de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting van iedere put; d. de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters van iedere put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil; e. de lengte in meters van het effectieve filter in iedere put; f. de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per put; g. de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar, die ten hoogste wordt onttrokken; h. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; i. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken; en j. als het gaat om het in samenhang met het onttrekken van grondwater in de bodem brengen van water ter aanvulling van het grondwater:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar die ten hoogste in de bodem wordt gebracht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de diepte in meters waarop het water in de bodem wordt gebracht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>een beschrijving van de samenhang van het brengen van water in de bodem met de onttrekking;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de herkomst en samenstelling van het water dat in de bodem wordt gebracht; en 5. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van het brengen van water in de bodem en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-44\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel omgevingsvergunning wateronttrekkingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, is artikel 8.89, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, is artikel 8.89, tweede en derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een diepe grondwateronttrekking wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als het met de activiteit onttrokken grondwater bestemd is voor menselijke consumptie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-45\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften omgevingsvergunning infiltratie van water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning voor het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, is artikel 8.94 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-46\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Meetverplichting onttrekken van grondwater en infiltratie van water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die grondwater onttrekt door een daarvoor bedoelde voorziening, anders dan een landbouwkundige onttrekking open teelt en anders dan ten behoeve van bluswater, of water in de bodem brengt, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, meet de in elk kwartaal onttrokken hoeveelheid grondwater of geïnfiltreerd water met een nauwkeurigheid van ten minste 95%.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor kortdurende of seizoensgebonden onttrekkingen of infiltraties kan het dagelijks bestuur van het waterschap in de voorschriften van de omgevingsvergunning voor de wateronttrekkingsactiviteit of, als geen omgevingsvergunning is vereist, bij maatwerkvoorschrift bepalen dat de hoeveelheid over een kortere tijdsspanne wordt gemeten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die water in de bodem brengt, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, meet de kwaliteit van dat water door het nemen van representatieve monsters en het analyseren van de in onderstaande tabel opgenomen parameters met de in die tabel 4.1 aangegeven frequentie.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.1 Parameters en meetfrequentie Parameter Afkorting Frequentie bacteriën van de coligroep vierwekelijks Kleur vierwekelijks zwevende stof SS vierwekelijks geleidingsvermogen van elektriciteit vierwekelijks temperatuur T vierwekelijks zuurgraad pH vierwekelijks opgelost zuurstof O2 vierwekelijks totaal organisch koolstof TOC vierwekelijks bicarbonaat HCO3 vierwekelijks nitriet NO2 vierwekelijks nitraat NO3 vierwekelijks ammonium NH4 vierwekelijks totaal fosfaat Totaal P vierwekelijks fluoride F driemaandelijks chloride Cl vierwekelijks sulfaat SO4 driemaandelijks natrium Na driemaandelijks ijzer Fe driemaandelijks mangaan Mn driemaandelijks chroom Cr driemaandelijks lood Pb driemaandelijks koper Cu driemaandelijks zink Zn driemaandelijks cadmium Ca driemaandelijks arseen As driemaandelijks cyanide CN driemaandelijks minerale olie vierwekelijks adsorbeerbaar organisch halogeen AOX vierwekelijks vluchtig organisch gebonden chloor VOC vierwekelijks vluchtige aromaten vierwekelijks polycyclische aromaten PAK driemaandelijks fenolen driemaandelijks 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uiterlijk op 31 januari van elk jaar of, als de onttrekking of infiltratie is beëindigd, binnen een maand na het tijdstip van beëindiging, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens verstrekt: a. de in het voorgaande kalenderjaar gemeten hoeveelheden onttrokken grondwater en geïnfiltreerd water; en b. de kwaliteit van het geïnfiltreerde water.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De analyse van de monsters vindt plaats overeenkomstig bijlage 4 bij de Drinkwaterregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste tot en met vijfde lid gelden niet: a. voor wateronttrekkingsactiviteiten als bedoeld in de artikelen 6.34, eerste lid, onder b en c, en 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. voor zover in deze waterschapsverordening is bepaald dat geen metingen hoeven te worden verricht.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Onttrekken met een pompcapaciteit van maximaal 10 m³ grondwater per uur</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-47\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op grondwateronttrekkingen, anders dan landbouwkundige onttrekkingen open en bedekte teelt, tot maximaal 10 m³ per uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-48\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht onttrekkingen tot maximaal 10 m³ per uur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12, houdt in ieder geval in dat effecten van de grondwateronttrekking op de omgeving zoveel mogelijk worden beperkt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-49\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning grondwater tot maximaal 10 m3 per uur te onttrekken binnen het gebied van de bufferzones grondwaterafhankelijke natuur of middels een diepe onttrekking in de boringsvrije zone Roerdalslenk I (Bovenste Brunssumklei), boringsvrije zone Roerdalslenk II (Bovenste Brunssumklei), boringsvrije zone Roerdalslenk III (Bovenste Brunssumklei), boringsvrije zone Roerdalslenk IV (Bovenste Brunssumklei) of het gebied van Venloschol.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Onttrekken voor bronbemaling of bodemsanering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-410\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het onttrekken van meer dan 10 m³ grondwater per uur ten behoeve van een bronbemaling of een bodemsanering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-411\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht bronbemaling en bodemsanering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12, houdt in ieder geval in dat effecten van de grondwateronttrekking op de omgeving zoveel mogelijk worden beperkt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-412\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van meer dan 10 m³ grondwater per uur ten behoeve van een bronbemaling of een bodemsanering, niet zijnde een diepe onttrekking, waarbij niet meer dan 100 m³ grondwater per uur, niet meer dan 50.000 m³ grondwater per maand, niet langer dan 6 maanden en buiten de bufferzones grondwaterafhankelijke natuur wordt onttrokken, wordt voldaan aan de artikelen 4.13 en 4.14.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-413\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.13</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels onttrekken grondwater ten behoeve van een bronbemaling of een bodemsanering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De freatische grondwaterstand of de stijghoogte in het eerste watervoerende pakket wordt niet meer dan noodzakelijk verlaagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien spanningsbemaling wordt toegepast, wordt een peilbuis of meetput geplaatst om de stijghoogte te bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt voorkomen dat bij het aanleggen en beheren van de voorziening voor de grondwateronttrekking uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorzieningen voor grondwateronttrekking worden afgedicht of verwijderd na tijdelijke en na definitieve beëindiging van de onttrekking zodat geen uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten kan plaatsvinden en grondwaterverontreiniging vanaf maaiveld wordt voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien retourbemaling wordt toegepast, wordt het grondwater teruggebracht in het watervoerende pakket waaruit het onttrokken grondwater afkomstig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uiterlijk 24 uur voor aanvang van de onttrekking wordt het bevoegd gezag hierover geïnformeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uiterlijk 24 uur na beëindiging van de onttrekking wordt het bevoegd gezag hierover geïnformeerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-414\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.14</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels meetplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onttrokken hoeveelheid grondwater wordt gemeten met behulp van een meetinstrument (watermeter) waarvan een geldig meetcertificaat kan worden overgelegd waaruit blijkt dat het meetinstrument voldoet aan de vereiste nauwkeurigheid van 95% conform paragraaf 4.1.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gebruikte watermeter wordt ten minste 1 keer per jaar geijkt waardoor de vereiste nauwkeurigheid gewaarborgd blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De watermeter wordt ingebouwd overeenkomstig de door de leverancier verstrekte voorschriften. Bij het ontbreken van inbouwvoorschriften van de leverancier worden de watermeters zodanig geplaatst, dat minimaal een rechte leiding van 10 keer de diameter van deze leiding vóór de watermeter en 5 keer de diameter ná de watermeters geïnstalleerd is. De watermeter is tijdens het meten volledig gevuld met water.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De watermeters worden geïnstalleerd, op een goed toegankelijke, veilige plaats zodat deze goed afleesbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanvang van de bemaling wordt de begindatum en de beginstand van de watermeter geregistreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij beëindiging van de bemaling wordt de einddatum en de eindstand van de watermeter geregistreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorvallen die van invloed kunnen zijn op de meting worden geregistreerd. Daarbij wordt de datum van de voorvallen vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een defecte watermeter wordt uiterlijk binnen twee werkdag vervangen. Zowel de eindstand van de defecte watermeter alsook de beginstand van de nieuw geplaatste watermeter worden daarbij geregistreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Registraties worden op verzoek binnen een tijdsbestek van twee werkdagen aan een toezichthouder van het Waterschap Limburg overgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uiterlijk op 31 januari of indien de onttrekking is beëindigd, binnen een maand na het tijdstip van beëindiging van de grondwateronttrekking, worden de onttrokken gemeten hoeveelheden grondwater aan het Waterschap Limburg toegestuurd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-415\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden de activiteit, bedoeld in artikel 4.12, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste 10 dagen voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-416\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning meer dan 100 m³ grondwater per uur of meer dan 50.000 m³ grondwater per maand of langer dan 6 maanden ten behoeve van een bronbemaling of een bodemsanering te onttrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning grondwater ten behoeve van een bronbemaling of een bodemsanering te onttrekken middels een diepe onttrekking of binnen de bufferzones grondwaterafhankelijke natuur.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Onttrekken voor grondwatersanering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-417\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.17</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het onttrekken van meer dan 10 m³ grondwater per uur ten behoeve van een grondwatersanering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-418\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.18</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht grondwatersanering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12, houdt in ieder geval in dat effecten van de grondwateronttrekking op de omgeving zoveel mogelijk worden beperkt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-419\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.19</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van meer dan 10 m³ grondwater per uur ten behoeve van een grondwatersanering, niet zijnde een diepe onttrekking, waarbij niet meer dan 20.000 m³ grondwater per maand, niet langer dan 36 maanden en buiten de bufferzones grondwaterafhankelijke natuur wordt onttrokken, wordt voldaan aan de artikelen 4.20 en 4.21.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-420\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.20</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels onttrekken grondwater ten behoeve van grondwatersanering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De freatische grondwaterstand of de stijghoogte in het eerste watervoerende pakket wordt niet meer dan noodzakelijk verlaagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien spanningsbemaling wordt toegepast, wordt een peilbuis of meetput geplaatst om de stijghoogte te bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt voorkomen dat bij het aanleggen en beheren van de voorziening voor de grondwateronttrekking uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorzieningen voor grondwateronttrekking worden afgedicht of verwijderd na tijdelijke en na definitieve beëindiging van de onttrekking zodat geen uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten kan plaatsvinden en grondwaterverontreiniging vanaf maaiveld wordt voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien retourbemaling wordt toegepast, wordt het grondwater teruggebracht in het watervoerende pakket waaruit het onttrokken grondwater afkomstig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uiterlijk 24 uur voor aanvang van de onttrekking wordt het bevoegd gezag hierover geïnformeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uiterlijk 24 uur na beëindiging van de onttrekking wordt het bevoegd gezag hierover geïnformeerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-421\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.21</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels meetplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onttrokken hoeveelheid grondwater wordt gemeten met behulp van een meetinstrument (watermeter) waarvan een geldig meetcertificaat kan worden overgelegd waaruit blijkt dat het meetinstrument voldoet aan de vereiste nauwkeurigheid van 95% conform paragraaf 4.1.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gebruikte watermeter wordt ten minste 1 keer per jaar geijkt waardoor de vereiste nauwkeurigheid gewaarborgd blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De watermeter wordt ingebouwd overeenkomstig de door de leverancier verstrekte voorschriften. Bij het ontbreken van inbouwvoorschriften van de leverancier worden de watermeters zodanig geplaatst, dat minimaal een rechte leiding van 10 keer de diameter van deze leiding vóór de watermeter en 5 keer de diameter ná de watermeters geïnstalleerd is. De watermeter is tijdens het meten volledig gevuld met water.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De watermeters worden geïnstalleerd, op een goed toegankelijke, veilige plaats zodat deze goed afleesbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanvang van de bemaling wordt de begindatum en de beginstand van de watermeter geregistreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij beëindiging van de bemaling wordt de einddatum en de eindstand van de watermeter geregistreerd .</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorvallen die van invloed kunnen zijn op de meting moeten geregistreerd worden. Daarbij dient de datum van de voorvallen vermeld te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een defecte watermeter wordt uiterlijk binnen twee werkdag vervangen. Zowel de eindstand van de defecte watermeter alsook de beginstand van de nieuw geplaatste watermeter wordt daarbij geregistreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Registraties worden op verzoek binnen een tijdsbestek van twee werkdagen aan een toezichthouder van het Waterschap Limburg overgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uiterlijk op 31 januari of indien de onttrekking is beëindigd, binnen een maand na het tijdstip van beëindiging van de grondwateronttrekking, worden de onttrokken gemeten hoeveelheden grondwater aan het Waterschap Limburg toegestuurd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-422\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.22</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden de activiteit, bedoeld in artikel 4.19, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste 10 dagen voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-423\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.23</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning meer dan 20.000 m³ grondwater per maand of langer dan 36 maanden ten behoeve van een grondwatersanering te onttrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning grondwater ten behoeve van grondwatersanering te onttrekken middels een diepe onttrekking of binnen de bufferzones grondwaterafhankelijke natuur.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Onttrekken voor landbouwkundige beregening open teelt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-424\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.24</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het onttrekken van grondwater ten behoeve van beregening van open teelten in de landbouw.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-425\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht landbouwkundige onttrekkingen open teelt</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12, houdt in ieder geval in dat: a. effecten van de grondwateronttrekking op de omgeving zoveel mogelijk worden beperkt; b. uitwisseling van grondwater tussen verschillende watervoerende pakketten worden voorkomen; c. verontreiniging van grondwater wordt voorkomen; en d. het voeren van onderhoud aan primaire of secundaire wateren niet wordt belemmerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-426\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.26</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels zonder meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater ten behoeve van beregening van open teelten in de landbouw waarbij onttrokken wordt uit een bij het waterschap geregistreerde put en met een bij het waterschap geregistreerde pomp, wordt voldaan aan artikel 4.28.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-427\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.27</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels met meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater ten behoeve van beregening van open teelten in de landbouw waarbij onttrokken wordt uit een nieuwe put ter vervanging van een bij het waterschap geregistreerde put of met een nieuwe pomp ter vervanging van een bij het waterschap geregistreerde pomp, wordt voldaan aan de artikelen 4.30 en 4.32.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-428\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.28</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels beregening van open teelten zonder meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De meting als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, vindt plaats door vermenigvuldiging van het aantal uren dat onttrokken is met de pompcapaciteit van de voor de onttrekking gebruikte pomp.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de opgave als bedoeld in artikel 4.6, vierde lid, wordt het daartoe door het bestuur beschikbaar gestelde formulier gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op een geregistreerde pomp wordt het door het bestuur toe te kennen registratienummer (label) aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorzieningen voor grondwateronttrekking worden afgedicht of verwijderd na tijdelijke en na definitieve beëindiging van de onttrekking zodat geen uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten kan plaatsvinden en grondwaterverontreiniging vanaf maaiveld wordt voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuur wordt zo spoedig mogelijk over eventuele ontstane schade en over de reeds getroffen en nog te treffen maatregelen geïnformeerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-429\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.29</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels voorschriften onttrekken ten behoeve van beregening in relatie met waterconservering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het systeem van drainage in het te beregenen perceel is ingesteld in overeenstemming met paragraaf 4.2.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid geldt ook als de ontwatering van het te beregenen perceel deels of geheel wordt bepaald door een aangebrachte stuw of een ander peilregulerend werk als bedoeld in paragraaf 2.1.15.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-430\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.30</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels beregening van open teelten met meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De meting als bedoeld in artikel 4.6, tweede lid, vindt plaats door vermenigvuldiging van het aantal uren dat onttrokken is met de pompcapaciteit van de voor de onttrekking gebruikte pomp.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de opgave als bedoeld in artikel 4.6, vierde lid, wordt het daartoe door het bestuur beschikbaar gestelde formulier gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op een geregistreerde pomp wordt het door het bestuur toe te kennen registratienummer (label) aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijziging van de onttrekkingsput, gelegen in de gebieden aangewezen als in de bufferzones grondwaterafhankelijke natuur op de bij artikel 4.4 van de Omgevingsverordening Limburg behorende kaart, is toegestaan mits: a. de afstand van de locatie van de onttrekkingsput tot het hydrologisch gevoelige natuurgebied niet afneemt; en b. niet wordt onttrokken middels een diepe onttrekking.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijziging van de onttrekkingsput, gelegen buiten de boringsvrije zone Roerdalslenk IV en buiten een bufferzone verdroogde natuurgebieden zoals bedoeld in het vierde lid , is toegestaan, mits: a. het aantal legale onttrekkingsputten niet toeneemt; b. de onttrekkingsput niet wordt geplaatst binnen de in het vierde lid bedoelde gebieden; en c. niet wordt onttrokken middels een diepe onttrekking.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijziging van de onttrekkingspomp is toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorzieningen voor grondwateronttrekking worden afgedicht of verwijderd na tijdelijke en na definitieve beëindiging van de onttrekking zodat geen uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten kan plaatsvinden en grondwaterverontreiniging vanaf maaiveld wordt voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuur wordt zo spoedig mogelijk over eventuele ontstane schade en over de reeds getroffen en nog te treffen maatregelen geïnformeerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-431\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.31</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften onttrekken ten behoeve van beregening in relatie met waterconservering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het systeem van drainage in het te beregenen perceel is ingesteld in overeenstemming met paragraaf 4.2.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid geldt ook als de ontwatering van het te beregenen perceel deels of geheel wordt bepaald door een aangebrachte stuw of een ander peilregulerend werk als bedoeld in paragraaf 2.1.15.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-432\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.32</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste 2 weken voorafgaand aan een wijziging als bedoeld in artikel 4.30, vierde en vijfde en zesde lid wordt een melding gedaan bij het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste 2 weken voorafgaand aan een wijziging als bedoeld in artikel 4.30, zesde lid wordt een melding gedaan bij het waterschap. Indien deze wijziging wordt veroorzaakt als gevolg van het defect raken van de bestaande pomp, dient direct contact opgenomen te worden met het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De melding als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel wordt schriftelijk of digitaal gedaan met behulp van het door het bestuur vastgestelde formulier en kan rechtstreeks bij het waterschap worden gedaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-433\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.33</span><span class=\"lf-art-t\">Algeheel verbod</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden grondwater te onttrekken ten behoeve van beregening van open teelten in de landbouw a. uit een niet door het bestuur geregistreerde put; b. met een niet door het bestuur geregistreerde pomp; c. met een pomp die niet is voorzien van een door het bestuur verstrekt label; of d. middels een diepe onttrekking.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Onttrekken voor landbouwkundige beregening bedekte teelt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-434\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.34</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het onttrekken van grondwater ten behoeve van beregening van bedekte teelten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-435\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.35</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht landbouwkundige onttrekingen bedekte teelt</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12, houdt in ieder geval in dat: a. effecten van de grondwateronttrekking op de omgeving zoveel mogelijk worden beperkt; b. uitwisseling van grondwater tussen verschillende watervoerende pakketten worden voorkomen; en c. verontreiniging van grondwater wordt voorkomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-436\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.36</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels zonder meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van maximaal 12.500 m³ grondwater per hectare teeltoppervlak per jaar ten behoeve van beregening van bedekte teelten in de landbouw waarbij onttrokken wordt uit een bij het waterschap op 15 oktober 2015 gemelde en geregistreerde put en met een op 15 oktober 2015 bij het waterschap gemelde en geregistreerde pomp, wordt voldaan aan de artikel 4.38.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-437\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.37</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels met meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater ten behoeve van beregening van bedekte teelten in de landbouw waarbij onttrokken wordt uit een nieuwe put ter vervanging van een bij het waterschap geregistreerde put of uit een nieuwe pomp ter vervanging van een bij het waterschap geregistreerde pomp, wordt voldaan aan de artikelen 4.39 en 4.40.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-438\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.38</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels beregening van bedekte teelten zonder meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die grondwater onttrekt gebruikt voor de meting als bedoeld in artikel 4.6, tweede lid, een geijkte watermeter.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die grondwater onttrekt gebruikt voor de opgave als bedoeld in artikel 4.6, vierde lid het daartoe door het bestuur beschikbaar gestelde formulier.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na definitieve beëindiging van de onttrekking worden de voorzieningen voor grondwateronttrekkingen verwijderd of afgedicht zodanig dat grondwaterverontreiniging vanaf maaiveld wordt voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuur wordt zo spoedig mogelijk over eventuele ontstane schade en over de reeds getroffen en nog te treffen maatregelen geïnformeerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-439\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.39</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels beregening van bedekte teelten met meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die grondwater onttrekt gebruikt voor de meting als bedoeld in artikel 4.6, tweede lid een geijkte watermeter.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die grondwater onttrekt gebruikt voor de opgave als bedoeld in artikel 4.6, vierde lid, het daartoe door het bestuur beschikbaar gestelde formulier.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijziging van de onttrekkingsput, gelegen in de gebieden aangewezen als in de bufferzones grondwaterafhankelijke natuur op de bij artikel 4.4 van de Omgevingsverordening Limburg behorende kaart, is toegestaan mits: a. de afstand van de locatie van de onttrekkingsput tot het hydrologisch gevoelige natuurgebied niet afneemt; en b. niet wordt onttrokken middels een diepe onttrekking.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijziging van de onttrekkingsput, gelegen buiten de in het derde lid bedoelde gebieden, is toegestaan mits niet wordt onttrokken middels een diepe onttrekking.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijziging van de onttrekkingspomp is toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorzieningen voor grondwateronttrekking worden afgedicht of verwijderd na tijdelijke en na definitieve beëindiging van de onttrekking zodat geen uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten kan plaatsvinden en grondwaterverontreiniging vanaf maaiveld wordt voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuur wordt zo spoedig mogelijk over eventuele ontstane schade en over de reeds getroffen en nog te treffen maatregelen geïnformeerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-440\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.40</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste 2 weken voorafgaand aan een wijziging als bedoeld in artikel 4.39, derde lid wordt een melding gedaan bij het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste 2 weken voorafgaand aan een wijziging als bedoeld in 4.39, vierde lid wordt een melding wordt gedaan bij het waterschap. Indien deze wijziging wordt veroorzaakt als gevolg van het defect raken van de bestaande pomp, wordt direct contact opgenomen met het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De melding als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt schriftelijk of digitaal gedaan met behulp van het door het bestuur vastgestelde formulier en kan rechtstreeks bij het waterschap worden gedaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-441\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.41</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning per jaar meer dan 12.500 m³ grondwater per hectare teeltoppervlak te onttrekken ten behoeve van beregening van bedekte teelten in de landbouw waarbij onttrokken wordt uit een bij het waterschap op 15 oktober 2015 gemelde en geregistreerde put en met een op 15 oktober 2015 bij het waterschap gemelde en geregistreerde pomp.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning grondwater te onttrekken uit een niet bij het waterschap geregistreerde put ten behoeve van de beregening van bedekte teelten in de landbouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning grondwater te onttrekken uit een niet bij het waterschap geregistreerde pomp ten behoeve van de beregening van bedekte teelten in de landbouw.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Onttrekken voor industriële doeleinden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-442\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.42</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het onttrekken van meer dan 10 m³ grondwater per uur ten behoeve van industriële doeleinden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-443\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.43</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht industriële doeleinden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12, houdt in ieder geval in dat: a. effecten van de grondwateronttrekking op de omgeving zoveel mogelijk worden beperkt; b. uitwisseling van grondwater tussen verschillende watervoerende pakketten worden voorkomen; en c. verontreiniging van grondwater wordt voorkomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-444\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.44</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning grondwater te onttrekken ten behoeve van industriële doeleinden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.8</h3>\n<p class=\"lf-p\">Onttrekken voor overige doeleinden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-445\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.45</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het onttrekken van meer dan 10 m³ per uur grondwater ten behoeve van doeleinden die niet zijn opgenomen in de paragrafen 4.1.3, 4.1.4, 4.1.5, 4.1.6 en 4.1.7.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-446\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.46</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht overige doeleinden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12, houdt in ieder geval in dat: a. effecten van de grondwateronttrekking op de omgeving zoveel mogelijk worden beperkt; b. uitwisseling van grondwater tussen verschillende watervoerende pakketten worden voorkomen; en c. verontreiniging van grondwater wordt voorkomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-447\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.47</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van meer dan 10 m3 en maximaal 60 m3 grondwater per uur, niet middels een diepe onttrekking en niet ten behoeve van bluswater, wordt voldaan aan de artikelen 4.48, 4.49 en 4.50.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-448\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.48</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels overige doeleinden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die grondwater onttrekt gebruikt voor de meting als bedoeld in artikel 4.6, tweede lid, een geijkte watermeter.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die grondwater onttrekt gebruikt voor de opgave als bedoeld in artikel 4.6, vierde lid het daartoe door het bestuur beschikbaar gestelde formulier.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorzieningen voor grondwateronttrekking worden afgedicht of verwijderd na tijdelijke en na definitieve beëindiging van de onttrekking zodat geen uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten kan plaatsvinden en grondwaterverontreiniging vanaf maaiveld wordt voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuur wordt zo spoedig mogelijk over eventuele ontstane schade en over de reeds getroffen en nog te treffen maatregelen geïnformeerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-449\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.49</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels sportveldberegening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt niet meer grondwater onttrokken dan de te beregenen oppervlakte in m2 vermenigvuldigd met 200 mm per jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-450\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.50</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden de activiteit, bedoeld in artikel 4.47, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste 10 dagen voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-451\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.51</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning meer dan 60 m3 grondwater per uur te onttrekken voor overige doeleinden met uitzondering van bluswater.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning grondwater te onttrekken voor overige doeleinden, met uitzondering van bluswater, middels een diepe onttrekking.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Draineren</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.2.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Draineren van gronden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-452\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.52</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het draineren van gronden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-453\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.53</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht draineren van gronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht, bedoeld in artikel 1.12, houdt in ieder geval in dat: a. het drainagesysteem zodanig is ingesteld dat niet meer wordt gedraineerd dan noodzakelijk is voor bewerking of gebruik van het landbouwperceel; en b. dat de aan te leggen en te hebben lozingsvoorziening op een zodanige wijze wordt aangebracht dat schade aan (het talud van) de watergang wordt voorkomen en dat het voeren van doelmatig onderhoud niet wordt belemmerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-454\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.54</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het draineren van gronden waarbij landbouwpercelen worden gedraineerd via een systeem van peilgestuurde drainage of landbouwpercelen worden gedraineerd die gelegen zijn binnen het peilgestuurde drainagegebied midden, wordt voldaan aan de artikelen 4.55, 4.56, 4.57 en 4.58.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-455\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.55</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels verplichting peilgestuurde drainage</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die in een landbouwperceel een buisdrainage en bijbehorende lozingsvoorzieningen aanlegt of behoudt past hierbij een systeem van peilgestuurde drainage toe.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verplichting geldt tot 1 april 2029 niet in het peilgestuurde drainagegebied midden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-456\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.56</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels draineren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die draineert met een systeem van peilgestuurde drainage, voldoet aan onderstaande gemiddeld hoge of gemiddeld lagestand van het overlooppeil en grondwaterstand in centimeters onder maaiveld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gewas Grondwaterniveau t.o.v. maaiveld Gemiddeld hoog Gemiddeld laag Grasland -0,30 m -0,60 m Bouwland of akkerland -0,50 m -0,80 m Diep wortelende gewassen -0,80 m -1,00 m Tuinbouw -0,50 m -0,80 m 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid, kan het overlooppeil worden bijgesteld: a. indien de werkelijk gemeten grondwaterstand in de direct te ontwateren grond hoger is dan de in lid 1 opgenomen grondwaterstand; b. indien het aannemelijk is dat de grondwaterstand binnen een week hoger wordt dan de grondwaterstand, opgenomen in onderdeel a; of c. indien werkzaamheden binnen een week uitgevoerd worden die bij de werkelijk gemeten grondwaterstand tot gewas- of bodemstructuurschade leiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij bepaling van het overlooppeil van de drains of de grondwaterstand als hiervoor bedoeld, wordt gerekend in centimeters beneden het maaiveld van het 10% laagste deel van de direct te ontwateren grond.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuur kan bekend maken wanneer de hoge stand moet worden ingesteld en kan adviseren wanneer de lage stand ingesteld kan worden, hetgeen afhankelijk is van de hydrologische en meteorologische omstandigheden alsmede van de meteorologische verwachtingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-457\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.57</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels lozingsvoorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lozingsvoorziening wordt zo aangelegd dat de actuele ontwateringsbasis op elk moment afleesbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lozingsvoorziening wordt zo ingericht dat het te lozen water altijd direct afgesteld kan worden op het actuele grondgebruik 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitmonding van de lozingsvoorziening in een primair of secundair oppervlaktewater wordt voorzien van een voorziening om uitspoeling van het talud te voorkomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-458\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.58</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden de activiteit, bedoeld in artikel 4.54, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste 10 dagen voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-459\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.59</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning landbouwpercelen gelegen binnen het peilgestuurde drainagegebied zuid te draineren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning percelen gelegen binnen de beschermingszone bij een waterkering te draineren.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning percelen binnen de kernzone van een waterkering te draineren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-460\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.60</span><span class=\"lf-art-t\">Algeheel verbod</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden landbouwpercelen gelegen binnen het peilgestuurde drainagegebied noord anders dan via een peilgestuurd systeem te draineren.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangs- en slotbepalingen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsbepalingen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  5.1.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsrecht omgevingsvergunning</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Bestaande situaties en vergunningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een omgevingsvergunning voor een activiteit op grond van de waterschapsverordening zoals die luidde direct voor inwerkingtreding van deze verordening en die onherroepelijk is, geldt als een omgevingsvergunning op grond van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als op een activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening geen verbod op grond van deze verordening geldt om zonder omgevingsvergunning voor die activiteit te verrichten, gelden voorschriften uit een onherroepelijke omgevingsvergunning voor die activiteit als maatwerkvoorschrift, voor zover het waterschap over die activiteit maatwerkvoorschriften kan stellen op grond van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend voor een activiteit waarvoor op grond van deze waterschapsverordening een verbod geldt om de activiteit zonder omgevingsvergunning te verrichten, blijft het oude recht van toepassing tot de omgevingsvergunning onherroepelijk wordt. Deze onherroepelijke omgevingsvergunning geldt als een omgevingsvergunning op grond van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een activiteit voor de inwerkingtreding van deze verordening zonder vergunning rechtmatig is verricht en bij de inwerkingtreding van deze verordening voor die activiteit een verbod om zonder omgevingsvergunning de activiteit te verrichten van toepassing wordt, geldt voor die activiteit bij de inwerkingtreding van deze verordening een omgevingsvergunning van rechtswege, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht meldingen en maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een melding of kennisgeving van een activiteit die voor inwerkingtreding van deze verordening is gedaan, geldt als een melding van die activiteit op grond van deze verordening, als op die activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening een verbod om zonder melding te verrichten van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit die voor inwerkingtreding van deze verordening is ingediend, geldt als een melding van die activiteit op grond van deze verordening, als op die activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening een verbod om zonder melding de activiteit te verrichten van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift voor een activiteit op grond van de waterschapsverordening zoals die luidde direct voor inwerkingtreding van deze verordening en die onherroepelijk is, geldt als een maatwerkvoorschrift op grond van deze verordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-53\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht handhavingsbesluiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de inwerkingtreding van deze verordening een overtreding heeft plaatsgevonden, een overtreding is aangevangen of het gevaar voor een overtreding klaarblijkelijk dreigde, en voor die inwerkingtreding een bestuurlijke sanctie is opgelegd voor die overtreding of dreigende overtreding, blijft het oude recht op die bestuurlijke sanctie van toepassing tot het tijdstip waarop: a. de beschikking onherroepelijk is geworden en volledig is uitgevoerd of ten uitvoer is gelegd; b. de beschikking is ingetrokken of is komen te vervallen; of c. als de beschikking gaat om de oplegging van een last onder dwangsom:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de last volledig is uitgevoerd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de dwangsom volledig is verbeurd en betaald; of 3. de last is opgeheven.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Slotbepalingen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  5.2.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Inwerkingtreding</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-54\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening treedt in werking met ingang van inwerkingtreding van de Omgevingswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-55\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening wordt aangehaald als: Waterschapsverordening Waterschap Limburg Bijlage I Overzicht Informatieobjecten beschermingszone bij een waterkering /join/id/regdata/ws0665/2023/a6843902b31242ab8d448e5fea5878b1/nld@2023-11-07;1 bijbehorende beschermingszone /join/id/regdata/ws0665/2023/a52e017c8d314570b293ab0fc7783090/nld@2024-07-30;12150665 boringsvrije zone Roerdalslenk I (Bovenste Brunssumklei) /join/id/regdata/ws0665/2023/9f13bba648ef4c9580557eee5bded311/nld@2023-11-07;1 boringsvrije zone Roerdalslenk II (Bovenste Brunssumklei) /join/id/regdata/ws0665/2023/4686bbcf1f8449a2ad1003a2a0c2acf2/nld@2023-11-07;1 boringsvrije zone Roerdalslenk III (Bovenste Brunssumklei) /join/id/regdata/ws0665/2023/e4773c8b647c4fb98845289b8e160365/nld@2023-11-07;1 boringsvrije zone Roerdalslenk IV (Bovenste Brunssumklei) /join/id/regdata/ws0665/2023/1dca0595afb047739a8634e9b903f978/nld@2023-11-07;1 bronlopen /join/id/regdata/ws0665/2023/9b17131b96414b42b3fbdb2771af1f9f/nld@2023-11-07;1 Buiten de boringsvrije zone Roerdalslenk IV en buiten een bufferzone verdroogde natuurgebieden /join/id/regdata/ws0665/2023/17e1296310a44adfaee04fc38ad0163c/nld@2023-11-07;1 buitenbeschermingszone /join/id/regdata/ws0665/2023/1c703a6b9f0d4b59a5bb6c2b3cd40be4/nld@2023-11-07;1 gebied kanovaart overig /join/id/regdata/ws0665/2023/1414c07f682a484984baf59a319e4f76/nld@2023-11-07;1 gebied kanovaart Roer /join/id/regdata/ws0665/2023/21a3655aae5f46b7b343ab0f2bc7aa91/nld@2023-11-07;1 gebied met wateren in kwantitatief waterbeheer bij Waterschap Limburg /join/id/regdata/ws0665/2023/e6dea36984974bf3a7badc5e14a167dd/nld@2023-11-07;1 gebied van de bufferzones grondwaterafhankelijke natuur /join/id/regdata/ws0665/2023/b605c6664e804567a91c0c860878dcf7/nld@2023-11-07;1 gebied van Venloschol /join/id/regdata/ws0665/2023/a7a733087f7049a19abf733e8ee4ffe3/nld@2023-11-07;1 hoge grond basis /join/id/regdata/ws0665/2023/3326ed9fefc04ebd8a694fc56044b8c4/nld@2023-11-07;1 hoge grond robuust /join/id/regdata/ws0665/2023/cded48cea90a447cadeb1fb671ced38e/nld@2023-11-07;1 inundatiegebied /join/id/regdata/ws0665/2023/569fcb01b86c4e1abbd168fcc14da1be/nld@2023-11-07;1 Inundatiegebied /join/id/regdata/ws0665/2023/dc63331b8b0a4835b0ec7d376eb13d49/nld@2023-11-07;1 kernzone van een waterkering /join/id/regdata/ws0665/2023/f5591a74c344486281c072313976b7c0/nld@2023-11-07;1 kernzone van het oppervlaktewater of een buffer van 0,5 meter eromheen /join/id/regdata/ws0665/2023/147241b8d34d4795824b0fd58ec8b04f/nld@2024-10-18;11460023 lijnvormig element /join/id/regdata/ws0665/2023/f67c727bd47b4e6abe6a82e2a2ba2205/nld@2023-11-07;1</p>\n<p class=\"lf-p\">meanderzone /join/id/regdata/ws0665/2023/1eb42d083772496eaa5d5fa9ce629b57/nld@2023-11-07;1 Meanderzone /join/id/regdata/ws0665/2023/b7c41652816648adb45f94111d81a986/nld@2023-11-07;1 oppervlaktewater in kwalitatief waterbeheer bij Waterschap Limburg /join/id/regdata/ws0665/2023/ab4c1088fb4046c4b5a4a2b53167918a/nld@2023-11-07;1 oppervlaktewater met een hoge basisafvoer /join/id/regdata/ws0665/2023/02271b684d94452eb4ac013b9a20a694/nld@2023-11-07;1 oppervlaktewater met een lage basisafvoer /join/id/regdata/ws0665/2023/6fb55e3b075b47108d58160b25f0e6c6/nld@2023-11-07;1 oppervlaktewateren Afwateringskanaal, Neerbeek, Haelensebeek, Tungelroysebeek, Leukerbeek en Uffeltsebeek /join/id/regdata/ws0665/2023/a9a21a48c937439b91733765836b8736/nld@2023-11-07;1 oppervlaktewateren Niers, Helenavaart en Oude Helenavaart /join/id/regdata/ws0665/2023/21490ed063c64479976951651cf4f522/nld@2023-11-07;1 peilgestuurde drainagegebied midden /join/id/regdata/ws0665/2023/ec1c660892064ea3971f96cb3969a2c9/nld@2023-11-07;1 peilgestuurde drainagegebied noord /join/id/regdata/ws0665/2023/94e6abb4098c43d0aa1477b77d0ad3cd/nld@2023-11-07;1 peilgestuurde drainagegebied zuid /join/id/regdata/ws0665/2023/eea6c9cf1b024c008fa441c54d6df6f7/nld@2023-11-07;1 primair water /join/id/regdata/ws0665/2023/258994943bd342fe9afc38152fb334d2/nld@2024-10-18;11460023 primair water of een zone van 2 meter eromheen /join/id/regdata/ws0665/2023/ff34fa7b8bc54e4d8c5addec74355f47/nld@2024-10-18;11460023 profiel van vrije ruimte /join/id/regdata/ws0665/2023/14cd69a779a448499bb01f8c704b7793/nld@2024-10-18;11460023 profiel van vrije ruimte bij een waterkering /join/id/regdata/ws0665/2023/a44d307801d14d12828204c1d42143d6/nld@2023-11-07;1 secundair water /join/id/regdata/ws0665/2023/9bdd833ff4054fc98cc3d54612c7dbca/nld@2023-11-07;1 secundair water of een zone van 2 meter eromheen /join/id/regdata/ws0665/2023/e353214b01d0408fa8684140c5919d0b/nld@2023-11-07;1 traject dat niet is opgenomen op de kaarten kanovaren /join/id/regdata/ws0665/2023/5646adea9f1a41a3aa592838e2725944/nld@2023-11-07;1 traject I /join/id/regdata/ws0665/2023/41be669fe9a7451e91d2490191144203/nld@2023-11-07;1 traject II /join/id/regdata/ws0665/2023/5c5f9676984c4e77a717363060d345e4/nld@2023-11-07;1 traject III /join/id/regdata/ws0665/2023/f68f09acd951448793005e1a7c8cbbd7/nld@2023-11-07;1 traject IV /join/id/regdata/ws0665/2023/fe3c4021bbd94ebd835f09d93c1b525e/nld@2023-11-07;1 traject V /join/id/regdata/ws0665/2023/c9bd9695d53d4ae98170d508cb06ca96/nld@2023-11-07;1 watergangen anders dan de trajecten I tot en met V van de Roer en Hambeek</p>\n<p class=\"lf-p\">/join/id/regdata/ws0665/2023/5c0f39133258493ca3db5c939856ab73/nld@2024-10-18;11460023 Bijlage II Bijlage 1 Bijlage bij artikel 1.2 van deze Waterschapsverordening Voor de toepassing van afdeling 1.2 en de hoofdstukken 2 tot en met 4 van deze waterschapsverordening wordt verstaan onder: aangewezen oppervlaktewaterlichaam: oppervlaktewaterlichaam dat als zodanig is aangewezen en begrensd in bijlage I;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN 6600-1: NEN 6600-1:2019: Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater, versie 2019;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN 6646: NEN 6646/C1:2015: Water - Fotometrische bepaling van het gehalte aan ammoniumstikstof en van de som van de gehalten aan ammoniumstikstof en organisch gebonden stikstof volgens Kjeldahl, door mineralisatie met seleen, met behulp van een doorstroomanalysesysteem - Ontsluiting met zwavelzuur, seleen en kaliumsulfaat, versie 2015 + C1:2015;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN 6966: NEN 6966:2006: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2006;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN 12566-1: NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE - Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN 13284-1: NEN-EN 13284-1:2001: Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van massaconcentratie van stof in lage concentraties – Deel 1: Manuele gravimetrische methode, versie 2001;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN 872: NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen –Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 5667-3: NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 5815-1: NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 5815-2: NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 6878: NEN-EN-ISO 6878:2004: Water - Bepaling van fosfor – Ammoniummolybdaat spectometrische methode, versie 2004;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 9377-2: NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water - Bepaling van de minerale-olie-index - Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 10301: NEN-EN-ISO 10301:1997: Water - Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen - Gaschromatografische methoden, versie 1997;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 11732: NEN-EN-ISO 11732:2005: Water - Bepaling van ammonium stikstof - Methode voor doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie, versie 2005;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 11885: NEN-EN-ISO 11885:2009: Water - Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 12846: NEN-EN-ISO 12846:2012: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 13395: NEN-EN-ISO 13395:1997: Water - Bepaling van het stikstofgehalte in de vorm van nitriet en in de vorm van nitraat en de som van beide met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie, versie 1997;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15587-1: NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15587-2: NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15680: NEN-EN-ISO 15680:2003: Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met 'purge-and-trap' en thermische desorptie, versie 2003;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15681-1: NEN-EN-ISO 15681-1:2005: Water - Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 1: Methode met een doorstroominjectiesysteem (FIA), versie 2005;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15681-2: NEN-EN-ISO 15681-2:2018: Water - Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 2: Methode met een continu doorstroomanalysesysteem (CFA), versie 2018;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15682: NEN-EN-ISO 15682:2001: Water - Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 17294-2: NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water - Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma - Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 17852: NEN-EN-ISO 17852:2008: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 17993: NEN-EN-ISO 17993:2004: Water - Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-ISO 5663: NEN-ISO 5663:1993: Water - Bepaling van het gehalte aan Kjeldahl-stikstof - Methode na mineralisatie met seleen, versie 1993;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-ISO 15705: NEN-ISO 15705:2003: Water - Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) - Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-ISO 15923-1: NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit - Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie - Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013; niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam: ander oppervlaktewaterlichaam dan een oppervlaktewaterlichaam dat is aangewezen en begrensd in bijlage I.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Algemene toelichting 1 Toelichtingen Algemeen Het Algemeen Bestuur heeft in zijn vergadering van juli 2021 de Waterschapsverordening Waterschap Limburg (verder: Wsv) vastgesteld. De inwerkingtreding daarvan was beoogd per 2 januari 2022, de dag na de beoogde inwerkingtreding van de Omgevingswet. Zoals bekend is de inwerkingtreding van de Omgevingswet uitgesteld tot 1 januari 2024. Dit betekent dat de Wsv per 2 januari 2024 in werking zal treden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebleken is dat de in 2021 vastgestelde Wsv enkele onvolkomen bevat en op onderdelen kan worden verduidelijkt en of kan worden vereenvoudigd. Dit geldt met name voor een aantal voorschriften met betrekking tot grondwateronttrekkingen. Deze wijziging voorziet hierin. De wijzigingen worden in de hierna volgende artikelsgewijze toelichting nader toegelicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen geldt dat deze wijziging niet leidt tot nieuwe of gewijzigde verplichtingen. Dit is alleen anders in de nieuwe werkingsgebieden voor hoge gronden. Het algemeen bestuur heeft op 30 november 2022 het Beleidskader hoge gronden vastgesteld. Daarin is uitgewerkt hoe Waterschap Limburg invulling geeft aan het aanwijzen, beschermen en in stand houden van hoge gronden. Als gevolg van een wijziging van de Waterwet in 2017 is het waterschap verplicht de hoge gronden die deel uitmaken van de bescherming tegen hoogwater van de Maas integraal onderdeel uit te laten maken van de waterkeringszorg conform de zorgplichtprocessen. Dit beleidskader ligt ten grondslag aan de regelgeving die is gericht op bescherming van (het functioneren van) de hoge gronden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het beleidskader is een onderscheid gemaakt tussen hoge gronden basis en hoge gronden robuust. Het onderscheid hiertussen hangt met name samen met het potentiële risico op aantasting van de waterkerende functie ervan. Bij hoge gronden robuust is sprake van een dusdanige overhoogte dat het risico op aantasting van de waterkerende functie daarvan als beperkt wordt ingeschat. Om die reden zijn de regels die gaan gelden voor hoge gronden robuust afgestemd op de regels die al gelden voor de buitenbeschermingszones van de waterkeringen (verbod om zonder vergunning te ontgronden en hogedruk leidingen aan te leggen). Omdat het risico voor de hoge gronden basis, vanwege de minder grote overhoogte, groter wordt ingeschat zijn in deze zone in aanvulling op de verboden die gelden bij de hoge grond robuust, ook minder omvangrijke graafwerkzaamheden aan regels gebonden (meldplicht).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorts is een paragraaf toegevoegd die zich richt op het doorgraven van een waterkering of hoge grond. Vanwege de potentiële impact van deze activiteit is hiervoor een aparte vergunningplicht opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Waterschapsverordening Waterschap Limburg is verder artikelsgewijze toegelicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelsgewijze Toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Toevoeging van de hoge gronden als werkingsgebieden leidt tot de noodzaak dit begrip toe te voegen aan de begripsomschrijvingen. In de praktijk is het zelfde gebleken voor de begrippen ‘doorgraving’ en ‘ontgraven’. Toevoeging van deze begrippen leidt, in combinatie met de aanpassing van het begrip ‘ontgronding’ tot meer duidelijkheid in de uitvoeringspraktijk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het eerste lid van dit artikel zijn de begripsbepalingen van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) van toepassing verklaard op deze waterschapsverordening. Dit bevordert de eenduidigheid van begrippen in het nieuwe stelsel. In aanvulling op de begrippen van de wet en de AMvB’s, bevat bijlage I bij deze verordening de overige begripsbepalingen die nog nodig zijn voor de goede toepassing van deze verordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing gebieden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met de aanvulling van het 4de artikel lid worden de werkingsgebieden van de hoge grond basis en robuust in de Waterschapsverordening vastgelegd. Het algemeen bestuur heeft in zijn vergadering van 30 november 2022 het Beleidskader hoge gronden vastgesteld. Daarin is uitgewerkt wat hoge gronden zijn en hoe deze, met het oog op de waterveiligheid, beschermd dienen te worden tegen ongewenste ingrepen. In de algemene toelichting wordt nadere aandacht geschonken aan de hoge gronden. Op deze plaats wordt daarnaar verwezen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.5</span><span class=\"lf-art-t\">Normadressaat en hoofdelijke aansprakelijkheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het eerste lid wordt erop gewezen dat verplichtingen volgend uit deze waterschapsverordening rusten op de eigenaar en/of gebruikers, bijvoorbeeld als er sprake is van een zakelijk of persoonlijk gebruiksrecht, dan wel op de initiatiefnemer van een handeling. Veelal is immers niet de eigenaar, maar de feitelijke gebruiker van de grond of de initiatiefnemer degene die bij machte is aan die verplichtingen te voldoen of die bij de voldoening aan die verplichtingen is gebaat. Indien een overtreding van de waterschapsverordening wordt geconstateerd zal het waterschap per geval bepalen wie hierop moet worden aangesproken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.6</span><span class=\"lf-art-t\">Doelcriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel, en meer specifiek in de volgende artikelen, is de verordenende bevoegdheid van het algemeen bestuur beschreven en de opdrachtverlening aan het dagelijks bestuur tot verdere uitwerking. Deze artikelen hebben vooral interne werking en dienen voor de bevoegdheidsverdeling tussen het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur heeft op hoofdlijnen bepaald wat de doelcriteria zijn waar de waterschapsverordening van het waterschap aan moet voldoen. De doelcriteria zijn afgeleid uit bestaande wet- en regelgeving en eigen beleid van het waterschap - zoals het Waterbeheerplan/Waterbeheerprogramma - en hangen samen met aspecten als: risico inschatting, veiligheidsaspecten, de bestaande dimensionering en capaciteit van het waterstaatswerk in relatie tot de normale werking en de werking in geval van piekbelasting van het systeem, de mogelijkheid om onderhoud te kunnen uitvoeren, de bestaande en gewenste ecologische waterkwaliteit en/of de mogelijkheden voor maatschappelijk medegebruik. De doelcriteria zijn voor de onderdelen oppervlaktewater, waterkeringen en grondwater, uitgewerkt in specifieke criteria (artikelen 1.8 t/m 1.10).</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.7</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene doelcriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor handelingen die betrekking hebben op oppervlaktewater, waterkeringen en/of grondwater, heeft het algemeen bestuur eerst algemene doelcriteria vastgesteld. Voorbeelden hiervan zijn:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de ecologische kwaliteit van oppervlaktewater mag niet verslechteren;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de mogelijkheid tot maatschappelijk medegebruik moet in stand blijven;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de veiligheid moet gewaarborgd blijven;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de taakuitoefening van het waterschap mag niet worden belemmerd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de in het waterstaatswerk moet in goede toestand worden achtergelaten.</div>\n<p class=\"lf-p\">Deze algemene criteria worden in de volgende artikelen verder uitgewerkt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.8</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke doelcriteria bij oppervlaktewateren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor handelingen bij oppervlaktewater zijn specifieke doelcriteria vastgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.9</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke doelcriteria bij waterkeringen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor handelingen bij waterkeringen zijn specifieke doelcriteria vastgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.10</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke doelcriteria bij grondwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor handelingen bij grondwater zijn specifieke doelcriteria vastgesteld. Het doelcriterium onder d. heeft betrekking op bekende grondwaterverontreinigingslocaties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.11</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingscriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel verleent het algemeen bestuur opdracht aan het dagelijks bestuur om de in bovenstaande artikelen geformuleerde doelcriteria uit te werken in de waterschapsverordening en beleidsregels.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.12</span><span class=\"lf-art-t\">Zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht is het eerste instrument om handelingen in, aan, boven en onder watersystemen en hun beschermingszones te reguleren. Met deze zorgplicht wordt recht gedaan aan het 'ja, mits'-uitgangspunt. De handelingen zijn toegestaan, mits er voldoende zorg in acht is genomen. Op basis van deze zorgplicht krijgt eenieder de verantwoording om bij het uitvoeren van handelingen voldoende zorg voor het functioneren van het watersysteem en de beschermingszones in acht te nemen. Het waterschap gebruikt de zorgplicht bovendien als vangnet om te kunnen optreden tegen handelingen waarin daadwerkelijk schade is of dreigt te worden toegebracht aan het watersysteem. De zorgplicht moet dus altijd worden nageleefd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.13</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Algemene regels vormen het tweede instrument om handelingen te reguleren. Er is pas gekozen voor een algemene regel, wanneer alleen de zorgplicht voor de betreffende handeling onvoldoende bescherming biedt voor het functioneren van het watersysteem. Het is, vanwege geografische verschillen, mogelijk dat voor een handeling slechts in bepaalde gebieden sprake is van een algemene regel. In de algemene regels worden concrete voorschriften opgenomen waaraan bij de handeling moet worden voldaan. De handelingen waarvoor algemene regels gelden zijn toegestaan, mits aan alle voorschriften wordt voldaan. De initiatiefnemer heeft daarbij de zorgplicht om na te gaan of het naleven van de voorschriften in het specifieke geval voldoende is om nadelige effecten voor het watersysteem te voorkomen. Een van de voorschriften van de algemene regels kan zijn dat de handeling vooraf moet worden gemeld aan het waterschap. Dit is niet altijd het geval. Een meldplicht is alleen opgenomen wanneer: (1) het waterschap bekend wil zijn met de activiteit (bijv. vanuit een oogpunt van onderhoud) en/of (2) het waterschap wil kunnen beoordelen of het opstellen van een maatwerkvoorschrift nodig is. Om het toezicht goed te kunnen uitoefenen is het belangrijk dat de melding tijdig, dat wil zeggen met inachtneming van de termijn die daarvoor is bepaald in de betreffende algemene regel, wordt ingediend. De algemene indieningstermijn is 4 weken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunningplicht is het derde instrument in de waterschapsverordening om handelingen te reguleren. In deze waterschapsverordening is alleen gekozen voor een vergunningplicht, wanneer toetsing van de plannen voorafgaand aan de uitvoering van de handeling, noodzakelijk is met oog op bescherming van de waterstaatswerken en/of de daaraan verbonden belangen van het waterschap. De vergunningplicht beperkt zich derhalve tot de handelingen die een aanzienlijke bedreiging vormen voor het functioneren van het watersysteem. Het is vanwege geografische verschillen mogelijk dat voor een handeling slechts in bepaalde gebieden sprake is van een vergunningplicht. De wijze waarop vergunningaanvragen worden beoordeeld, is vastgelegd in beleidsregels. Bij het uitvoeren van de handeling moet initiatiefnemer de voorschriften in de vergunning naleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handelen in strijd met aan een vergunning verbonden voorschriften is op grond van artikel 5.5 lid 3 van de Omgevingswet verboden. De initiatiefnemer heeft daarbij de zorgplicht om na te gaan of het naleven van de voorschriften in het specifieke geval voldoende is om nadelige effecten voor het watersysteem te voorkomen. Per specifieke uitvoeringsregel is in de stroomschema's aangegeven voor welke handelingen naast de zorgplicht, ook een vergunningplicht geldt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.15</span><span class=\"lf-art-t\">Keuzevrijheid melding of vergunningaanvraag bij meerdere gecombineerde handelingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De initiatiefnemer heeft de vrijheid, tenzij anders is aangegeven, om gecombineerde handelingen te splitsen of samen te voegen. De basis hiervoor ligt in dit artikel van de waterschapsverordening. Als een voorgenomen initiatief uit meerdere handelingen bestaat waarbij voor één of meer van de handelingen een vergunningplicht geldt, dan kan de initiatiefnemer een gecombineerde vergunning aanvragen, waarin dus ook de handelingen worden opgenomen waarvoor een algemene regel bestaat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.16</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel omgevingsvergunning wateractiviteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid van dit artikel bevat de algemene gronden waarop een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit op grond van deze verordening wordt verleend. Een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit wordt alleen verleend als, kort gezegd, de aangevraagde activiteit in overeenstemming is met de doelen van het waterbeheer. Als de aangevraagde activiteit niet met deze doelen verenigbaar is, dan wordt de aanvraag voor een dergelijke omgevingsvergunning geweigerd. Deze beoordelingsregel sluit aan op de beoordelingsregel die het Rijk hanteert voor aanvragen voor omgevingsvergunningen voor wateractiviteiten als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet (zie artikel 8.84, eerste lid, van het Bal).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede en derde lid van dit artikel bevatten de beoordelingsregels die volgens de instructieregel van artikel 6.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in de waterschapsverordening moeten worden opgenomen. Inhoudelijk zijn deze leden een voortzetting van de regel die voorheen in artikel 6.1a van het Waterbesluit was opgenomen, maar dan beter toegesneden op de eisen die de Kaderrichtlijn Water stelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op deze algemene beoordelingsregels, zijn specifieke beoordelingsregels voor lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam, lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werk, wateronttrekkingsactiviteiten en beperkingengebiedactiviteiten die betrekking hebben op een waterstaatswerk opgenomen in de hoofdstukken 2, 3 en 4.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.17</span><span class=\"lf-art-t\">Verbod bij calamiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met dit artikel heeft het dagelijks bestuur de mogelijkheid om in geval van een calamiteit een verbod in te stellen. Het dagelijks bestuur kan dan bijvoorbeeld in een periode van droogte verbieden oppervlaktewater of grondwater te onttrekken. Naast de bepaling in de waterschapsverordening zijn in de Omgevingswet (afdeling 19.4) regels gesteld omtrent het gevaar voor waterstaatswerken. Deze artikelen geven de waterbeheerder ruime bevoegdheden. Indien een calamiteit zich voordoet en het dagelijks bestuur gebruik maakt van een van de bevoegdheden uit dit artikel, zal dit duidelijk aan de betrokkenen bekend worden gemaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.18</span><span class=\"lf-art-t\">Vrijstelling beheer door het waterschap</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien het waterschap handelingen uitvoert, zoals het verrichten van onderhoud, dan hoeft hij daarvoor geen vergunning aan zichzelf te verlenen of een melding te doen. Voor grotere werken of de aanleg van nieuwe werken zal het waterschap in sommige gevallen op grond van de Omgevingswet wel een projectbesluit moeten opstellen, waarop de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Bij het uitvoeren van de werken zal het waterschap uiteraard wel zoveel mogelijk rekening houden met de regels op grond van de waterschapsverordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten omgevingsvergunning beperkingengebiedactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel zijn de indieningsvereisten overgenomen die voorheen in het voormalige artikel 6.24 van de Waterregeling stonden. Gelet op het belang van waterkeringen heeft de waterbeheerder in het algemeen specifiek beleid vastgesteld over activiteiten bij waterkeringen. Als een initiatiefnemer vermoedt dat voor zijn activiteit geen stabiliteitsberekening nodig is, kan hij daarover contact opnemen met de waterbeheerder.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten omgevingsvergunning beperkingengebiedactiviteit waterbodem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als sprake is van werkzaamheden aan of in een waterstaatswerk waarbij een verontreinigde of een niet verontreinigde waterbodem geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, zoals bij baggeren van een haven, moet inzicht worden gegeven in de hoeveelheid te verwijderen baggerspecie. Daarnaast moet de omvang van het te baggeren oppervlak worden vermeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten omgevingsvergunning wateronttrekkingsactiviteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is ontleend aan de Omgevingsregeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf staat het onttrekken uit een oppervlaktewater centraal. Het onttrekken van water uit een oppervlaktewater kan het watersysteem ontregelen. Het onttrekken van water uit bijvoorbeeld kleine, kwetsbare bronbeken kan grote schade toebrengen aan dit type oppervlaktewateren. Daarom is het onttrekken van water niet zonder meer toegestaan en zijn hier regels voor opgesteld. Het onttrekken van water vindt plaats door middel van een onttrekkingsvoorziening. Deze paragraaf heeft tevens betrekking op de bijbehorende onttrekkingsvoorziening. Voor wat betreft het aanleggen, hebben, wijzigen en verwijderen van een onttrekkingsvoorziening kan meestal volstaan worden met de zorgplicht. Als de onttrekking vergunningplichtig is, dan worden in de vergunningvoorschriften opgenomen met betrekking tot de onttrekkingsvoorziening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht oppervlaktewater onttrekken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De onttrekking mag niet leiden tot beschadiging van bodem, oevers en taluds, omdat uitspoeling van bodem en taluds een negatief effect kan hebben voor de ecologie en de doorstroming kan belemmeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht zoals bedoeld in artikel 1.12 is altijd van toepassing op onttrekkingen uit alle oppervlaktewateren binnen het beheergebied van het waterschap (primaire, secundaire en overige). Voor wat betreft het aanleggen en hebben van een onttrekkingsvoorziening geldt dat de zorgplicht alleen van toepassing is op voorzieningen die zijn aangelegd in de op de legger opgenomen primaire en secundaire oppervlaktewateren. De onttrekking mag niet leiden tot beschadiging van bodem, oevers en taluds, omdat uitspoeling van bodem en taluds een negatief effect kan hebben voor de ecologie en de doorstroming kan belemmeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.7</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels onttrekken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Als maximaal 100 m³ onttrokken wordt uit een oppervlaktewater met een hoge basisafvoer, dient voldaan te worden aan de voorschriften zoals opgenomen in dit artikel. Met het oog op het doelmatig kunnen voeren van onderhoud en het voorkomen van schade is het van belang dat een onttrekkingsvoorziening zichtbaar is. In specifieke situaties kunnen door het dagelijks bestuur via een maatwerkvoorschrift voorschriften worden gesteld in aanvulling op of in afwijking van de in de algemene regel opgenomen voorschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 In beginsel leidt elk werk in een oppervlaktewater tot risico’s voor het functioneren van het oppervlaktewater, bijvoorbeeld schade aan de oever of het talud. Om deze reden wordt voorgeschreven dat onttrekkingsvoorzieningen die niet meer worden gebruikt, dienen te worden verwijderd. Op grond van de zorgplicht dient het talud zodanig te worden hersteld dat het aansluit op de rest van het talud en dat geen verzakkingen ontstaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.8</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels onttrekken ten behoeve van beregening in relatie met waterconservering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op waterconservering (water zo lang mogelijk vast houden in het gebied) dient drainage van landbouwgronden peilgestuurd plaats te vinden. In het noordelijk deel van ons beheersgebied geldt deze verplichting sinds 2018 voor alle gedraineerde landbouwgronden. In het midden geldt sinds 2014 dat nieuw aan te leggen drainagesystemen peilgestuurd moeten zijn. Voor 2014 aanwezig traditionele drainagesystemen moeten voor 2029 worden omgebouwd tot een peilgestuurd systeem. Het dagelijks bestuur kan op grond van artikel 4.56 vierde lid van deze verordening bekend maken dat een peilgestuurd systeem in de hoge stand moet worden ingesteld met het oog op het beperken van de noodzaak tot onttrekking van water uit oppervlaktewaterlichamen en van grondwater.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald dat het alleen toegestaan is oppervlaktewater te onttrekken t.b.v. beregening indien het systeem van drainage in het te beregenen perceel is ingesteld in overeenstemming met de regels inzake het draineren van gronden (paragraaf 4.2.1 van deze verordening). Dit betekent dat een drainage peilgestuurd moet zijn en dat het peil daarvan is ingesteld conform de uitvoeringsregel. Deze voorwaarde is gesteld omdat een traditioneel drainagesysteem of een niet juist ingesteld systeem van peilgestuurde drainage er toe leidt dat eerder een noodzaak tot beregening ontstaat en dat beregening op percelen met een traditioneel drainagesysteem of met een onjuist ingesteld systeem van peilgestuurde drainage tot gevolg heeft dat meer onttrokken moet worden dan in de situatie dat het systeem van peilgestuurde drainage correct is ingesteld. Met het oog op het beperken van de noodzaak tot onttrekken t.b.v. beregening en daarmee met het oog op bestrijding van verdroging, geldt de in dit artikel opgenomen voorwaarde.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.9</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het onttrekken dient gemeld te worden om zicht te houden op het aantal onttrekkingen en daarmee op de totale hoeveelheid water die uit een oppervlaktewater kan worden onttrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.10</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Als meer dan 100 m³ per uur wordt onttrokken uit een oppervlaktewater met een hoge basisafvoer is een individuele beoordeling nodig. In verband met de omvang van de onttrekking of de status of aard van het oppervlaktewater van waaruit water wordt onttrokken, is een individuele beoordeling van het verzoek nodig met het oog op de te beschermen belangen. Naast de vergunning geldt de zorgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Als onttrokken wordt uit andere wateren dan de aangewezen oppervlaktewateren met een hoge basisafvoer is een individuele beoordeling nodig. Dit geldt ook voor onttrekkingen uit overige oppervlaktewateren (oppervlaktewateren die niet in de legger zijn opgenomen). In verband met de omvang van de onttrekking of de status of aard van het oppervlaktewater waaruit wordt onttrokken is een individuele beoordeling van het verzoek nodig met het oog op de te beschermen belangen. Naast de vergunning geldt de zorgplicht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.11</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf staat het aanleggen, wijzigen en verwijderen van een duiker of een overkluizing in een oppervlaktewater dat in beheer is bij het waterschap centraal. De aanleg van een duiker is vaak nodig als percelen van elkaar gescheiden worden door een watergang. Door het plaatsen van een duiker worden percelen bereikbaar. Een overkluizing wordt in het algemeen om andere redenen aangelegd en heeft een grotere lengte (ten minste 15 meter) dan een duiker. Het plaatsen van een duiker en een overkluizing kan de doorstroming van een oppervlaktewater in gevaar brengen. Zeker als er in het oppervlaktewater al meerdere duikers en of overkluizingen aanwezig zijn. De aanleg van een nieuwe duiker en overkluizing kan grote impact hebben en dient om die reden afzonderlijk beoordeeld te worden. Voor de aanleg van een duiker en van een overkluizing dient daarom altijd een vergunning te worden aangevraagd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.12</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht duikers en overkluizingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht is altijd van toepassing als activiteiten worden verricht in het beheergebied van het waterschap. Ook wanneer een duiker of overkluizing wordt gelegd in een oppervlaktewater dat niet op de legger van het waterschap staat, dient de zorgplicht in acht genomen te worden. Ook overige wateren maken deel uit van het watersysteem. Problemen in de af- en doorvoer in overige wateren kunnen tot overlast leiden. De zorgplicht ziet onder andere op het voorkomen van wateroverlast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.13</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanleg van een duiker of overkluizing kan grote impact hebben op het functioneren van een watersysteem (waterdoorvoer en waterafvoer) en dient per situatie beoordeeld te kunnen worden. Daarom geldt voor deze handeling voor alle oppervlaktewateren die op de legger van het waterschap staan een vergunningplicht. Op die wijze kan elk voornemen tot het plaatsen van een duiker of overkluizing individueel beoordeeld worden en kunnen aan een te verlenen vergunning de voor die situatie benodigde voorschriften worden verbonden. De zorgplicht geldt aanvullend op de vergunning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.14</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf staat het plaatsen, wijzigen, vervangen en verwijderen van een brug centraal. Een brug kan op verschillende manieren worden geplaatst. Indien voor de aanleg van een brug pijlers in een oppervlaktewater moeten worden geplaatst, kan dit van grote invloed zijn op de doorstroming van een oppervlaktewater. Ook kan de aanwezigheid van een brug gevolgen hebben voor het kunnen uitvoeren van onderhoud aan de watergang. Daarom is het plaatsen, wijzigen, vervangen of verwijderen van een brug niet zonder meer toegestaan en zijn hier regels voor opgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.15</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht bruggen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Door het plaatsen van palen of pijlers in een oppervlaktewater wordt deze versmald en kan het zijn dat de doorstroming van een oppervlaktewater wordt belemmerd. Voor het aanleggen van een brug over een overig oppervlaktewater stelt het waterschap geen specifieke regels. Wel geldt hiervoor de zorgplicht, die met name ziet op het borgen van de water af- en doorvoer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.16</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een brug over een secundair water wordt geplaatst, dan kan worden volstaan met algemene voorschriften die in een algemene regel zijn opgenomen. Dit geldt ook in het geval een brug over een primair water wordt aangelegd, met dien verstande dat geen pijlers of palen in het oppervlaktewater worden geplaatst. Deze kunnen de doorstroming van het oppervlaktewater ernstig belemmeren. Wel is aan de algemene regel een meldplicht verbonden. Op deze wijze weet het waterschap waar een brug wordt aangelegd en kunnen, als dat in een specifieke situatie nodig mocht blijken, via een maatwerkvoorschrift aanvullende of van de algemene regels afwijkende voorschriften worden gesteld. Naast de voorschriften zoals opgenomen in de algemene regels geldt aanvullend ook de zorgplicht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.17</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels brug over een oppervlaktewater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een brug is een object dat risico’s kan opleveren voor de doorstroming van het oppervlaktewater en voor het doelmatig kunnen uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden. De in dit artikel opgenomen voorschriften zijn gericht op het beperken van de belemmeringen die de aanwezigheid van een brug kunnen opleveren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.18</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels varend onderhoud</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Enkele oppervlaktewateren in het noorden van het beheersgebied worden varend onderhouden. Teneinde dit op een doelmatige wijze uit te kunnen voeren, is het voorschrift gesteld dat een minimale doorvaarhoogte in acht genomen moet worden bij deze wateren. Informatie over het hoogwaterpeil van het betreffende oppervlaktewater kan worden verkregen bij het waterschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.19</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan de hand van de bij de melding te verstrekken informatie kan het waterschap beoordelen of in de concrete situatie naast de in artikel 2.17 en 2.18 opgenomen voorschriften aanvullende of afwijkende voorschriften noodzakelijk zijn met het oog op de bescherming van het functioneren van het oppervlaktewater. Het waterschap kan via een maatwerkvoorschrift (artikel 1.14) aanvullende of afwijkende voorschriften voorschrijven. Om die reden is het dan ook van belang dat wijzigingen ten opzichte van de oorspronkelijk ingediende melding zo spoedig mogelijk aan het waterschap worden doorgegeven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.20</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als een brug met pijlers of palen in een primair oppervlaktewater wordt geplaatst dan kan dit ernstige gevolgen hebben voor de doorstroming als gevolg van bijvoorbeeld ophopende takken en maaisel. Als een brug in een meanderzone of inundatiezone wordt geplaatst dient zorgvuldig beoordeeld te worden wat het effect van de brug is op de doelstellingen die zijn verbonden aan beide zones. Een meanderzone is vastgelegd om een meanderende watergang de ruimte te geven te meanderen. Het plaatsen van een brug kan het meanderproces belemmeren. Een inundatiegebied is vastgelegd om in tijden van overvloedige neerslag overtollig water op te kunnen vangen en vervult daarmee een belangrijke functie met het oog op het voorkomen van wateroverlast in stedelijke gebieden. Van geval tot geval zal beoordeeld moeten worden wat de effecten zijn en welke maatregelen er getroffen moeten worden om nadelige consequenties voor de doorstroming zoveel mogelijk te voorkomen. Daarom geldt voor deze gevallen een vergunningplicht. Aanvullend aan de vergunning geldt ook de zorgplicht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.21</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf staat het aanleggen, behouden of wijzigen van bouwwerken langs een oppervlaktewater dat in beheer is bij het waterschap centraal. Door het plaatsen van een bouwwerk in de zones van en behorende bij een oppervlaktewater kan het functioneren van het oppervlaktewater en de bijbehorende zones ernstig worden aangetast. Ook het kunnen voeren van doelmatig onderhoud kan dusdanig worden belemmerd dat uitvoering ervan niet meer (doelmatig) mogelijk is. Daarom is het niet zonder meer toegestaan een bouwwerk te plaatsen langs een oppervlaktewater en zijn hiervoor regels zijn opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op de aanleg van grotere en gefundeerde bouwwerken die niet behoren tot kleine bouwwerken. Een klein bouwwerk is een bouwwerk zonder woon- of bedrijfsfunctie, niet dieper gefundeerd dan 50 cm in de grond. Voorbeelden zijn een tuinschuurtje, kippenhok, e.d. Voorbeelden van bouwwerken die wel onder deze paragraaf vallen zijn woningen, bedrijfspanden, garages, gefundeerde carports, e.d. Ook infrastructurele werken als wegen, spoorwegen en daarvan deel uitmakende bruggen, viaducten, e.d. worden als bouwwerk in de zin van deze paragraaf aangemerkt. Een hekwerk of schutting wordt in het kader van deze paragraaf niet als bouwwerk aangemerkt. Hierop is de aparte paragraaf afrasteringen, hekwerken en schuttingen van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.23</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Voordat een bouwwerk in de kernzone geplaatst kan worden dient beoordeeld te worden wat de gevolgen hiervan zijn voor de stabiliteit van het oppervlaktewater en daarmee voor het functioneren ervan. Een bouwwerk te dicht bij een oppervlaktewater kan tot inzakkingen van het talud leiden. Daarnaast leidt de aanwezigheid van een bouwwerk binnen de kernzone tot consequenties voor het doelmatig kunnen uitvoeren van onderhoud. Daarom is het plaatsen van een bouwwerk in de kernzone van een oppervlaktewater altijd vergunningplichtig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het profiel van vrije ruimte is een zone die is vastgesteld teneinde ruimte beschikbaar te hebben voor het kunnen aanpassen van een oppervlaktewater. De aanwezigheid van bouwwerken kan een belemmering opleveren voor het uitvoeren van aanpassingen aan een oppervlaktewater. Ter bescherming van de aanpassingsmogelijkheden geldt voor het realiseren van een bouwwerk een vergunningplicht. De aanwezigheid van een bouwwerk maakt - anders dan het realiseren van een klein bouwwerk (zie paragraaf 2.1.9) - een aanpassing aan een oppervlaktewater ter plaatse nagenoeg onmogelijk. Per situatie moet de afweging gemaakt kunnen worden of medewerking kan worden verleend aan het initiatief. Om deze reden geldt het verbod om zonder voorafgaande vergunningen een bouwwerk te bouwen in het profiel van vrije ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 De meanderzone is een zone die is vastgesteld teneinde ruimte beschikbaar te hebben voor het kunnen meanderen van een oppervlaktewater. Het realiseren van een bouwwerk in een meanderzone is niet mogelijk zonder tot beperkingen te leiden voor de functie van het gebied. Zonder individuele beoordeling en afweging kan onvoldoende worden beoordeeld of medewerking kan worden verleend aan een initiatief. Om deze reden geldt het verbod om zonder voorafgaande vergunningen een bouwwerk te bouwen in een meanderzone.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 4 Een inundatiegebied is een gebied dat is vastgesteld teneinde ruimte beschikbaar te hebben voor het kunnen opvangen van overtollig water met het oog op het voorkomen van wateroverlast in stedelijk gebied. Het realiseren van een bouwwerk in een inundatiegebied is niet mogelijk zonder tot beperkingen te leiden voor de functie van het gebied. Zonder individuele beoordeling en afweging kan onvoldoende worden beoordeeld of medewerking kan worden verleend aan een initiatief. Om deze reden geldt het verbod om zonder voorafgaande vergunningen een bouwwerk te bouwen in een inundatiegebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.24</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf staat het leggen, wijzigen of verwijderen van kabels en leidingen onder of langs een oppervlaktewater dat in beheer is van het waterschap centraal. Kabels en leidingen kunnen parallel aan een oppervlaktewater worden gelegd of kunnen een oppervlaktewater kruisen. Het kruisen van oppervlaktewateren met kabels en leidingen vindt plaats onder de bodem van het oppervlaktewater en veelal langs openbare wegen. Een kabel- en leidingkruising is vanuit waterstaatkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. Dit geldt ook voor het leggen en wijzigen van een kabel of leiding parallel aan een oppervlaktewater. De relevante waterstaatkundige belangen kunnen in veel gevallen voldoende worden gewaarborgd via het stellen van algemene regels.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.25</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht kabels en leidingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht is altijd van toepassing op het leggen, hebben en wijzigen van kabels en leidingen in alle oppervlaktewateren die op de legger van het waterschap staan en binnen de daarin opgenomen zones. Met het vereiste dat het werk na afloop van de werkzaamheden in nette staat wordt achtergelaten wordt bedoeld dat oevers en taluds zodanig zijn afgewerkt dat er geen grond of puin in de watergang kan raken en dat verondiepingen of vernauwingen van het oppervlaktewater zijn verwijderd. Hiermee wordt voorkomen dat de doorstroming kan worden belemmerd als gevolg van de werkzaamheden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.26</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 Het aanleggen van een kabel of leiding kruisend of parallel aan een primair of secundair water, is vanuit waterstaatkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante waterstaatkundige belangen kunnen in veel gevallen voldoende worden gewaarborgd via het stellen van algemene regels. Het is met het oog op het voorkomen van schade aan het oppervlaktewater van belang dat de ingrepen in het waterstaatswerk goed worden uitgevoerd. Ook is van belang dat kabels en leidingen op een juiste diepte worden gelegd om te voorkomen dat als gevolg van (onderhouds)werkzaamheden kabels of leidingen worden beschadigd. Daarvoor is het noodzakelijk dat het waterschap toezicht kan uitoefenen op de uitgevoerde werkzaamheden. Dit geldt ook voor het verwijderen van een kabel- of leidingkruising of parallel liggende kabel. In specifieke situaties kunnen door het dagelijks bestuur via een maatwerkvoorschrift specifieke voorschriften worden gesteld in aanvulling op of in afwijking van de in de algemene regel opgenomen voorschriften. Om deze redenen is de meldplicht in deze algemene regel opgenomen. Naast de algemene regel geldt tevens de zorgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 2 Het leggen, wijzigen en verwijderen van een kabel of leiding binnen het profiel van vrije ruimte behorende bij een oppervlaktewater is vanuit waterstaatkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante waterstaatkundige belangen kunnen in veel gevallen voldoende worden gewaarborgd via het stellen van algemene regels. Het profiel van vrije ruimte is een zone die is vastgesteld teneinde ruimte beschikbaar te hebben voor het kunnen aanpassen van een oppervlaktewater. Om die reden is het van belang dat kabels en leidingen zodanig worden aangelegd dat deze in geval van aanpassing van het oppervlaktewater geen belemmering vormen. Daarvoor is het noodzakelijk dat het waterschap toezicht kan uitoefenen op de uitgevoerde werkzaamheden. In specifieke situaties kunnen door het dagelijks bestuur via een maatwerkvoorschrift specifieke voorschriften worden gesteld in aanvulling op of in afwijking van de in de algemene regel opgenomen voorschriften. Om deze redenen is de meldplicht in deze algemene regel opgenomen. Naast de algemene regel geldt tevens de zorgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 3 Het leggen, wijzigen en verwijderen van een kabel of leiding binnen een meanderzone is vanuit waterstaatkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante waterstaatkundige belangen kunnen in veel gevallen voldoende worden gewaarborgd via het stellen van algemene regels. De meanderzone is een zone die is vastgesteld teneinde ruimte beschikbaar te hebben voor het kunnen meanderen van een oppervlaktewater. Om die reden is het van belang dat kabels en leidingen zodanig worden aangelegd dat deze geen belemmering vormen voor het meanderen van het oppervlaktewater binnen de daarvoor gestelde zone. In specifieke situaties kunnen door het dagelijks bestuur via een maatwerkvoorschrift specifieke voorschriften worden gesteld in aanvulling op of in afwijking van de in de algemene regel opgenomen voorschriften. Om deze redenen is de meldplicht in deze algemene regel opgenomen. Naast de algemene regel geldt tevens de zorgplicht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.28</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel parallel aan oppervlaktewater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel zijn de technische voorschriften opgenomen waaraan u bij het leggen van een kabel of leidingen parallel aan een oppervlaktewater bent gebonden. In specifieke situaties kunnen door het dagelijks bestuur via een maatwerkvoorschrift voorschriften worden gesteld in aanvulling op of in afwijking van de in de algemene regel opgenomen voorschriften. Naast de algemene regels is ook altijd de zorgplicht van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.29</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel profiel van vrije ruimte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel zijn de technische voorschriften opgenomen waaraan u bij het leggen van een kabel of leidingen in het profiel van vrije ruimte bent gebonden. In specifieke situaties kunnen door het dagelijks bestuur via een maatwerkvoorschrift voorschriften worden gesteld in aanvulling op of in afwijking van de in de algemene regel opgenomen voorschriften. Naast de algemene regels is ook altijd de zorgplicht van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.30</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel meanderzone</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel zijn de technische voorschriften opgenomen waaraan u bij het leggen van een kabel of leidingen in een meanderzone bent gebonden. In specifieke situaties kunnen door het dagelijks bestuur via een maatwerkvoorschrift voorschriften worden gesteld in aanvulling op of in afwijking van de in de algemene regel opgenomen voorschriften. Naast de algemene regels is ook altijd de zorgplicht van toepassing</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.32</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan de hand van de bij de melding te verstrekken informatie kan het waterschap beoordelen of in de concrete situatie naast de in artikel 2.27, 2.28, 2.29, 2.30 en 2.31 opgenomen voorschriften aanvullende of afwijkende voorschriften noodzakelijk zijn met het oog op de bescherming van de bij het werk betrokken belangen. Het waterschap kan via een maatwerkvoorschrift aanvullende of afwijkende voorschriften voorschrijven. Om die reden is het dan ook van belang dat wijzigingen ten opzichte van de oorspronkelijk ingediende melding zo spoedig mogelijk aan het waterschap worden doorgegeven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.33</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf staat recreatief medegebruik in en nabij een oppervlaktewater dat door het waterschap wordt beheerd centraal. Het waterschap biedt, tenzij nadrukkelijk verboden met verbodsborden, de mogelijkheid om langs oppervlaktewateren te recreëren. Recreatief medegebruik kent vele vormen: wandelen, fietsen, kanoën, beoefenen van ruitersport, mountainbiken etc. Niet alle vormen van recreatief medegebruik zijn toegestaan. Gemotoriseerde vormen van recreatief medegebruik in en langs oppervlaktewateren zijn niet toegestaan, buiten enkele trajecten van de Roer en de Hambeek. Dit met het oog op het beschermen van oppervlaktewateren. Voor andere vormen van recreatief medegebruik zoals kanoën zijn algemene regels opgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.34</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht recreatief medegebruik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht is altijd van toepassing op recreatief medegebruik in een oppervlaktewater dat op de legger van het waterschap staat en binnen de daarbij behorende zones.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.36</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel varen met een kano, kajak of stand-up paddle board op de Roer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel zijn de voorschriften opgenomen die nageleefd moeten worden bij het varen met een kanoop de Roer. Deze voorschriften zijn gericht op het beperken van nadelige consequenties als gevolg van het varen met een kano, kajak of stand-up paddle board op de Roer. In specifieke situaties kunnen door het dagelijks bestuur via een maatwerkvoorschrift voorschriften worden gesteld in aanvulling op of in afwijking van de in de algemene regel opgenomen voorschriften.</p></div>", "next": 239869}