{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, geldt niet voor het weiden van alle soorten dieren in de beschermingszone A bij een primaire waterkering of beschermingszone A bij een regionale waterkering, met uitzondering van compartimenteringskeringen en op het weiden met schapen en geiten in de primaire waterkering of regionale waterkering, met uitzondering van compartimenteringskeringen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-321\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.21</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het weiden van van alle soorten dieren in de beschermingszone A bij een primaire waterkering of beschermingszone A bij een regionale waterkering, met uitzondering van compartimenteringskeringen en op het weiden met schapen en geiten in de primaire waterkering of regionale waterkering, met uitzondering van compartimenteringskeringen wordt voldaan aan artikel 3.22.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-322\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.22</span><span class=\"lf-art-t\">Verwijdering van de dieren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het weiden met schapen of geiten op een waterkering mag alleen in de periode tussen 1 april en 1 oktober. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dieren, schapen of geiten worden verwijderd op een bij maatwerkvoorschrift te bepalen tijdstip, als de instandhouding van de grasmat in gevaar is of in gevaar dreigt te komen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Afrasteringen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-323\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.23</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen, hebben, onderhouden en verwijderen van afrasteringen in een primaire waterkering of regionale waterkering, met uitzondering van compartimenteringskeringen, of in de daarbij behorende beschermingszone A bij een primaire waterkering of beschermingszone A bij een regionale waterkering, met uitzondering van compartimenteringskeringen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-324\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.24</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningvrije gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De verboden, bedoeld in artikel 3.2, eerste, tweede en vierde lid, gelden niet voor het plaatsen, hebben, onderhouden of verwijderen van een afrastering in een primaire waterkering of regionale waterkering, of in de daarbij behorende beschermingszone A bij een primaire waterkering of beschermingszone A bij een regionale waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-325\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.25</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het plaatsen, hebben of onderhouden van een afrastering in een waterkering of in de beschermingszone A bij een waterkering wordt voldaan aan de artikelen 3.26 tot en met 3.29.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het verwijderen van een afrastering in een waterkering of in de beschermingszone A bij een waterkering wordt voldaan aan de artikelen 3.26 en 3.29.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-326\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.26</span><span class=\"lf-art-t\">Meldingsplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden de activiteit te verrichten zonder dit tenminste vier weken voor het begin ervan te melden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-327\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.27</span><span class=\"lf-art-t\">Constructie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afrastering: a. bestaat uit rasterpalen met daartussen schapengaas of staaldraad; b. is maximaal 1,20 meter hoog; c. wordt tot maximaal 1 meter diep grondverdringend aangebracht; d. wordt voldoende veekerend uitgevoerd; e. is eenvoudig te verwijderen; en f. is zodanig open dat water vrijwel ongehinderd kan passeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Palen en draad of gaas worden zodanig aangebracht dat het onderhoud aan de waterkering niet wordt belemmerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-328\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.28</span><span class=\"lf-art-t\">Onderhoud</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De afrastering wordt in goede staat gehouden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-329\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.29</span><span class=\"lf-art-t\">Afdichten paalgaten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij verwijdering van de afrastering worden de paalgaten afgedicht met klei.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik van percelen als tuin of bouwland</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-330\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.30</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiken van percelen als tuin of bouwland in een compartimenteringskering of overige waterkering en in beschermingszone A bij een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-331\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.31</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningvrije gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De verboden, bedoeld in artikel 3.2, eerste en tweede lid, gelden niet voor het gebruiken van een perceel als tuin of bouwland in een compartimenteringskering of overige waterkering, of in beschermingszone A bij een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-332\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.32</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het gebruiken van een perceel als tuin of bouwland in een compartimenteringskering of overige waterkering, of in de daarbij behorende beschermingszone A bij een compartimenteringskering of beschermingszone A bij overige waterkering, wordt voldaan aan de artikelen 3.33 en 3.34.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het gebruiken van een perceel als tuin of bouwland in beschermingszone A bij een primaire waterkering of beschermingszone A bij een regionale waterkering wordt voldaan aan de artikelen 3.33 tot en met 3.35.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-333\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.33</span><span class=\"lf-art-t\">Toegestane werkzaamheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er worden alleen werkzaamheden uitgevoerd die bestaan uit: a. spitten, ploegen, eggen of andere vergelijkbare oppervlakkige grondroeringen en bewerkingen; b. bemesten; c. het zaaien, poten, telen of oogsten van éénjarige gewassen; d. het aanbrengen of hebben van gras; e. het planten, hebben of verwijderen van struiken; of f. het planten, hebben of verwijderen van bomen die van nature lager blijven dan 5,0 m, gemeten vanaf maaiveld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-334\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.34</span><span class=\"lf-art-t\">Onderhoud aan de waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gewassen en beplantingen vormen geen belemmering voor het beheer en onderhoud van de waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-335\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.35</span><span class=\"lf-art-t\">Het planten van nieuwe bomen of struiken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwe bomen en struiken worden verder dan 10 meter uit de buitenteen en verder dan 4 meter uit de binnenteen van de waterkering geplant.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.8</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beplanting</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-336\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.36</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het snoeien en verwijderen van beplanting in een waterkering en in de beschermingszone A bij een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-337\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.37</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningvrije gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De verboden, bedoeld in artikel 3.2, eerste en tweede lid, gelden niet voor het snoeien en verwijderen van beplanting in een waterkering of in de beschermingszone A bij een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-338\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.38</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het snoeien van beplanting in een waterkering of in de beschermingszone A bij een waterkering wordt voldaan aan de artikelen 3.39 tot en met 3.41.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het verwijderen van beplanting in een waterkering of in de beschermingszone A bij een waterkering wordt voldaan aan de artikelen 3.39 en 3.42 tot en met 3.45.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-339\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.39</span><span class=\"lf-art-t\">Meldingsplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden de activiteit te verrichten zonder dit tenminste vier weken voor het begin ervan te melden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-340\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.40</span><span class=\"lf-art-t\">Snoeien</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De boom wordt zodanig gesnoeid, dat zich een takvrije stamlengte van 4 meter kan ontwikkelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Snoeihout en bladval worden verwijderd en afgevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-341\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.41</span><span class=\"lf-art-t\">Geen schade</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de waterkering wordt geen schade aan de grasmat veroorzaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In beschermingszone A wordt geen schade aan het maaiveld veroorzaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-342\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.42</span><span class=\"lf-art-t\">Uitfrezen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wortelresten worden uitgefreesd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het uitgefreesde materiaal wordt uit de wortelgaten verwijderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het uitgefreesde materiaal wordt verwerkt buiten een waterkering en buiten beschermingszone A bij een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-343\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.43</span><span class=\"lf-art-t\">Kleigrond inbrengen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In wortelgaten op de waterkering wordt kleigrond ingebracht van dezelfde samenstelling als de dijkbekleding. Deze kleigrond wordt zorgvuldig laagsgewijs verdicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In wortelgaten in beschermingszone A wordt kleigrond ingebracht van dezelfde samenstelling als het maaiveld. Deze kleigrond wordt zorgvuldig laagsgewijs verdicht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-344\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.44</span><span class=\"lf-art-t\">Bedekken wortelgaten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wortelgaten in de waterkering worden voorzien van geschikte graszoden of worden vóór 1 september ingezaaid met het graszaad \"Natuurdijk II\" of met daaraan gelijkwaardig graszaad.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-345\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.45</span><span class=\"lf-art-t\">Seizoen voor werkzaamheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Werkzaamheden op een primaire waterkering of regionale waterkering worden alleen uitgevoerd in de periode van 1 april tot 1 oktober, tenzij de werkzaamheden uitgevoerd worden op of bij een compartimenteringskering.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.9</h3>\n<p class=\"lf-p\">Erfverharding</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-346\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.46</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het aanbrengen, onderhouden en verwijderen van erfverharding in een overige waterkering en in beschermingszone A bij een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-347\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.47</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningvrije gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De verboden, bedoeld in artikel 3.2, eerste, tweede en vierde lid, gelden niet voor het aanbrengen, onderhouden of verwijderen van erfverharding in een overige waterkering of in beschermingszone A bij een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-348\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.48</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het aanbrengen, onderhouden of verwijderen van erfverharding in een overige waterkering of in beschermingszone A bij een waterkering wordt voldaan aan de artikelen 3.49 en 3.50.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-349\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.49</span><span class=\"lf-art-t\">Toegestane werkzaamheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er worden alleen werkzaamheden uitgevoerd die bestaan uit: a. grondroeringen van maximaal 30 centimeter diep; b. het aanbrengen van open verharding; of c. het aanbrengen van een zandbed voor open verharding.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-350\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.50</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullen bij verwijdering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het verwijderen van erfverharding wordt de ontstane ruimte aangevuld tot aan het maaiveld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt aangevuld met materiaal dat vergelijkbaar is met het omliggende maaiveld.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.10</h3>\n<p class=\"lf-p\">Kabels en leidingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-351\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.51</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het leggen, hebben, onderhouden, vervangen en verwijderen van: a. kabels en leidingen in een waterkering, in de beschermingszone A bij een waterkering en in het profiel van vrije ruimte bij een waterkering; en b. leidingen in beschermingszone B bij een primaire waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-352\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.52</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningvrije gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verboden, bedoeld in artikel 3.2, eerste, derde en vierde lid, gelden niet voor het leggen, hebben, onderhouden, vervangen of verwijderen van een kabel of leiding in een primaire waterkering of regionale waterkering, in de daarbij behorende beschermingszone A bij een primaire waterkering, beschermingszone A bij een regionale waterkering, beschermingszone B bij een primaire waterkering of beschermingszone B bij een regionale kering langs regionale rivier, of in het profiel van vrije ruimte bij een waterkering, als het gaat om een huisaansluiting op het kabel- en leidingnetwerk, waarbij een open ontgraving is toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verboden, bedoeld in artikel 3.2, tweede en vierde lid, gelden niet voor het leggen, hebben, onderhouden, vervangen of verwijderen van een kabel of leiding in een compartimenteringskering of in de beschermingszone A bij een compartimenteringskering, als: a. de kabel of leiding wordt gelegd, behouden, onderhouden, vervangen of verwijderd in de bovenste meter van de compartimenteringskering, gemeten vanaf het maaiveld; of b. het een leiding is die niet valt onder het toepassingsgebied van NEN3650-1.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verboden, bedoeld in artikel 3.2, tweede en vierde lid, gelden niet voor het leggen, hebben, onderhouden, vervangen of verwijderen van een kabel of leiding in een overige waterkering, als het een leiding is die niet valt onder het toepassingsgebied van NEN3650-1.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-353\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.53</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het leggen, hebben, onderhouden, vervangen of verwijderen van een kabel of leiding wordt voldaan aan de artikelen 3.54 en 3.55, als voor die kabel of leiding geen omgevingsvergunning is vereist op grond van artikel 3.52.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-354\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.54</span><span class=\"lf-art-t\">Meldingsplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden de activiteit te verrichten zonder dit tenminste vier weken voor het begin ervan te melden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-355\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.55</span><span class=\"lf-art-t\">Bescherming omgeving kabel en leiding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkzaamheden in het buitentalud primaire waterkering en buitentalud regionale waterkering worden alleen uitgevoerd tussen 1 april en 1 oktober, behalve als de kering een compartimenteringskering is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het verrichten van de activiteit worden waterkeringen en waterkerende constructies (bijvoorbeeld damwanden en coupures) niet gekruist.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proefsleuven die noodzakelijk zijn om de ligging van bestaande kabels of leidingen vast te stellen, worden met de hand gegraven.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ontwerp, de aanleg en het beheer van een leiding voldoen aan de laatst vastgestelde NEN 3650-serie.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kabel of leiding in een waterkering of in een beschermingszone wordt alleen aangelegd door middel van een open ontgraving.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kabel of leiding in een waterkering of in een beschermingszone wordt uit één stuk uitgevoerd en wordt trekvast verbonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kunststof leidingen worden uitgevoerd in HDPE (PE80 of PE100) SDR11.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er worden alleen leidingen toegepast met een diameter van maximaal 125 millimeter.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toe te passen HDPE-leidingen worden gekoppeld door middel van spiegellassen of elektrolasmoffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij verruiming van de diameter van de kabel of leiding worden verlooplasmoffen toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">11.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een sleuf wordt niet dieper en breder uitgegraven dan noodzakelijk is en wordt in ieder geval niet breder dan 0,5 meter en niet dieper dan 1 meter uitgegraven.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontgravingen worden laagsgewijs uitgevoerd, waarbij verschillende grondsoorten gescheiden worden. Deze grondsoorten worden bij het aanvullen weer gebruikt en verdicht, zodanig dat de opbouw, draagkracht en waterdichtheid nagenoeg hetzelfde zijn als voor de werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">13.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zowel voor het einde van iedere werkdag als na het voltooien van de werkzaamheden wordt de sleuf afgedicht met de uitkomende grond.</p>\n<p class=\"lf-p\">14.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een primaire waterkering worden huisaansluitingen voor binnendijkse nieuwbouw aangelegd en binnengevoerd vanaf het achterland.</p>\n<p class=\"lf-p\">15.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschadigde gedeelten van de grasmast worden vóór 1 september ofwel ingezaaid met het graszaad \"Natuurdijk II\" of met daarmee vergelijkbaar graszaad, ofwel voorzien van geschikte graszoden.</p>\n<p class=\"lf-p\">16.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een hoge rivierwaterstand worden de werkzaamheden gestaakt op een bij maatwerkvoorschrift te bepalen tijdstip. Bij dat maatwerkvoorschrift kunnen beschermende maatregelen voor de waterkering worden opgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-356\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.56</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld over artikel 3.55, waarbij, in afwijking van dat artikel, ruimere maatvoeringen of andere uitvoeringswijzen worden toegestaan, als die voorschriften geen belemmering vormen voor het beheer, het onderhoud of de instandhouding van de kering.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.11</h3>\n<p class=\"lf-p\">Interne verbouwing van panden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-357\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.57</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het uitvoeren van interne verbouwingen in bestaande panden in een waterkering en in de beschermingszone A bij een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-358\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.58</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningvrije gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De verboden, bedoeld in artikel 3.2, eerste en tweede lid, gelden niet voor het uitvoeren van een interne verbouwing in een bestaand pand in een waterkering of in de beschermingszone A bij een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-359\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.59</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het uitvoeren van een interne verbouwing in een bestaand pand in een waterkering of in de beschermingszone A bij een waterkering wordt voldaan aan artikel 3.60.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-360\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.60</span><span class=\"lf-art-t\">Geen constructieve wijziging</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt geen constructieve wijziging uitgevoerd aan een kelder, fundering of vloerpeil.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.12</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bodemonderzoek</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-361\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.61</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het uitvoeren van bodemonderzoek in beschermingszone A bij een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-362\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.62</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningvrije gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De verboden, bedoeld in artikel 3.2, eerste en tweede lid, gelden niet voor het uitvoeren van bodemonderzoek in beschermingszone A bij een waterkering, als dat onderzoek alleen bestaat uit het uitvoeren van sonderingen of grondboringen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-363\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.63</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het uitvoeren van bodemonderzoek in beschermingszone A bij een waterkering wordt voldaan aan de artikelen 3.64 tot en met 3.66, als dat onderzoek alleen bestaat uit het uitvoeren van sonderingen of grondboringen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-364\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.64</span><span class=\"lf-art-t\">Meldingsplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden de activiteit te verrichten zonder dit tenminste vier weken voor het begin ervan te melden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-365\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.65</span><span class=\"lf-art-t\">Herstel waterdichtheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De boor- en sondeergaten worden zodanig met bentoniet gevuld dat de waterdichtheid van de doorbroken grondlagen wordt hersteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-366\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.66</span><span class=\"lf-art-t\">Geen werkzaamheden bij verhoogde waterspanning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er worden geen sonderingen en grondboringen uitgevoerd als er een verhoogde waterspanning in de bodem is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-367\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.67</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld over het uitvoeren van sonderingen en grondboringen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.13</h3>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten in de schil van compartimenteringskeringen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-368\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.68</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van activiteiten in een compartimenteringskering of in de beschermingszone A bij een compartimenteringskering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op: a. het aanleggen, wijzigen en verwijderen van kabels en leidingen; en b. het aanbrengen, snoeien en verwijderen van beplanting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-369\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.69</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningvrije gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, geldt niet voor het verrichten van een activiteit in een compartimenteringskering of in de beschermingszone A bij een compartimenteringskering, als: a. de activiteit alleen wordt verricht in de bovenste meter van de compartimenteringskering of de beschermingszone A bij een compartimenteringskering, gemeten vanaf het maaiveld; en b. er door de activiteit geen blijvende verbinding wordt gemaakt tussen beide zijden van de compartimenteringskering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-370\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.70</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het uitvoeren van een activiteit in een compartimenteringskering of in de beschermingszone A bij een compartimenteringskering wordt voldaan aan de artikelen 3.71 tot en met 3.73, als: a. de activiteit alleen wordt verricht in de bovenste meter van de compartimenteringskering of de beschermingszone A bij een compartimenteringskering, gemeten vanaf het maaiveld; en b. er door de activiteit geen blijvende verbinding wordt gemaakt tussen beide zijden van de compartimenteringskering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-371\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.71</span><span class=\"lf-art-t\">Meldingsplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden de activiteit te verrichten zonder dit tenminste vier weken voor het begin ervan te melden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-372\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.72</span><span class=\"lf-art-t\">Herstel na werkzaamheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het profiel van de waterkering en de beschermingszone A bij een waterkering worden na de werkzaamheden in de oorspronkelijke toestand teruggebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdelijke ontgravingen worden zodanig laagsgewijs gevuld en gedicht dat de oorspronkelijke bodemopbouw wordt hersteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschadigde gedeelten van de grasmast worden ofwel ingezaaid met het graszaad \"Natuurdijk II\" of met daarmee vergelijkbaar graszaad, ofwel voorzien van geschikte graszoden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-373\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.73</span><span class=\"lf-art-t\">Onderhoud</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De activiteit vormt geen belemmering voor het beheer en onderhoud van de waterkering.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten in bergingsgebieden</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten in bergingsgebieden</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten in bergingsgebieden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van een activiteit in een bergingsgebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning in een bergingsgebied: a. het maaiveld te verhogen; b. een waterkerende constructie aan te brengen, te wijzigen of te verwijderen; of c. een bouwwerk aan te brengen of te wijzigen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten met grondwater en activiteiten Project Sloten, oevers en dijken op orde</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten met betrekking tot grondwater</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  5.1.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het onttrekken van grondwater en het infiltreren van water.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is ook van toepassing op het ontwateren van gronden met drainagemiddelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken of water te infiltreren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden te ontwateren met drainagemiddelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet voor gemeenten bij het treffen van maatregelen op grond van artikel 2.16, eerste lid, onder a, aanhef en onder 1e en 2e, van de Omgevingswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-53\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht beëindiging vergunningplichtige onttrekkingen en infiltraties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De houder van een omgevingsvergunning voor het onttrekken van grondwater of het infiltreren van water informeert het bevoegd gezag tijdig over het voornemen om de onttrekking of infiltratie definitief te beëindigen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-54\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden vergunningvrije onttrekkingen en infiltraties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening of het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning voor een wateronttrekkingsactiviteit is vereist, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het doel waarvoor het te onttrekken grondwater wordt gebruikt; b. het aantal in te richten putten; c. de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting van iedere put; d. de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters van iedere put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil; e. de lengte in meters van het effectieve filter in iedere put; f. de capaciteit van de pomp in kubieke meter per uur per put; g. de hoeveelheid water in kubieke meter water per uur, etmaal, maand en jaar, die ten hoogste wordt onttrokken; h. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken; en i. als het gaat om het in samenhang met het onttrekken van grondwater in de bodem brengen van water ter aanvulling van het grondwater:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar die ten hoogste in de bodem wordt gebracht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de diepte in meters waarop het water in de bodem wordt gebracht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>een beschrijving van de samenhang van het brengen van water in de bodem met de onttrekking;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de herkomst en samenstelling van het water dat in de bodem wordt gebracht; en 5. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de negatieve gevolgen van het brengen van water in de bodem te voorkomen of te beperken.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid geldt niet: a. voor wateronttrekkingsactiviteiten als bedoeld in de artikelen 6.34, eerste lid, onder b en c, en 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. voor zover het bepaalde in dat lid in strijd is met regels in het tijdelijke deel van deze waterschapverordening, bedoeld in artikel 4.7, onder a, onder 1°, van de Invoeringswet Omgevingswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-55\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten omgevingsvergunning onttrekkingen en infiltraties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening of het in de bodem brengen van water, voor aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het doel waarvoor het te onttrekken grondwater wordt gebruikt; b. het aantal in te richten putten; c. de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting van iedere put; d. de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters van iedere put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil; e. de lengte in meters van het effectieve filter in iedere put; f. de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per put; g. de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar, die ten hoogste wordt onttrokken; h. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; i. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken; en j. als het gaat om het in samenhang met het onttrekken van grondwater in de bodem brengen van water ter aanvulling van het grondwater:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar die ten hoogste in de bodem wordt gebracht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de diepte in meters waarop het water in de bodem wordt gebracht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>een beschrijving van de samenhang van het brengen van water in de bodem met de onttrekking;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de herkomst en samenstelling van het water dat in de bodem wordt gebracht; en 5. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van het brengen van water in de bodem en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-56\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel omgevingsvergunning onttrekkingen en infiltraties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, is artikel 8.89, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, is artikel 8.89, tweede en derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-57\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften omgevingsvergunning infiltratie van water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning voor het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, is artikel 8.94 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8</span><span class=\"lf-art-t\">Meetverplichting onttrekken van grondwater en infiltratie van water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die grondwater onttrekt door een daarvoor bedoelde voorziening of water in de bodem brengt, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, meet de in elk kwartaal onttrokken hoeveelheid grondwater of geïnfiltreerd water met een nauwkeurigheid van ten minste 95%.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor kortdurende of seizoensgebonden onttrekkingen of infiltraties kan het dagelijks bestuur van het waterschap in de voorschriften van de omgevingsvergunning voor de wateronttrekkingsactiviteit of, als geen omgevingsvergunning is vereist, bij maatwerkvoorschrift bepalen dat de hoeveelheid over een kortere tijdsspanne wordt gemeten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die water in de bodem brengt, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, meet de kwaliteit van dat water door het nemen van representatieve monsters en het analyseren van de in tabel 5.1 opgenomen parameters met de in die tabel aangegeven frequentie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 5.1 Parameters en meetfrequentie Parameter Afkorting Frequentie Bacteriën van de coligroep vierwekelijks Kleur vierwekelijks Zwevende stof SS vierwekelijks Geleidingsvermogen voor elektriciteit vierwekelijks Temperatuur T vierwekelijks Zuurgraad pH vierwekelijks Opgelost zuurstof O2 vierwekelijks Totaal organisch koolstof TOC vierwekelijks Bicarbonaat HCO3 vierwekelijks Nitriet NO2 vierwekelijks Nitraat NO3 vierwekelijks Ammonium NH4 vierwekelijks Totaal fosfaat Totaal P vierwekelijks Fluoride F driemaandelijks Chloride Cl vierwekelijks Sulfaat SO4 driemaandelijks Natrium Na driemaandelijks IJzer FE driemaandelijks Mangaan Mn driemaandelijks Chroom Cr driemaandelijks Lood Pb driemaandelijks Koper Cu driemaandelijks Zink Zn driemaandelijks Cadmium Ca driemaandelijks Arseen As driemaandelijks Cyanide CN driemaandelijks Minerale olie Adsorbeerbaar organisch halogeen AOX Vluchtig organisch gebonden chloor VOC Vluchtige aromaten Polycyclische aromaten PAK driemaandelijks Fenolen driemaandelijks 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uiterlijk op 31 januari van elk jaar of, als de onttrekking of infiltratie is beëindigd, binnen een maand na het tijdstip van beëindiging, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens verstrekt: a. de in het voorgaande kalenderjaar gemeten hoeveelheden onttrokken grondwater en geïnfiltreerd water; en b. de kwaliteit van het geïnfiltreerde water.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De analyse van de monsters vindt plaats overeenkomstig bijlage 4 bij de Drinkwaterregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste tot en met vijfde lid gelden niet: a. voor wateronttrekkingsactiviteiten als bedoeld in de artikelen 6.34, eerste lid, onder b en c, en 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. voor zover in deze waterschapsverordening is bepaald dat geen metingen hoeven te worden verricht.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  5.1.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Drainage</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-59\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het ontwateren van gronden met drainagemiddelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningvrije gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, geldt niet voor het ontwateren van gronden met drainagemiddelen buiten beschermd gebied, beperkt beschermd gebied en attentiegebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het ontwateren van gronden met drainagemiddelen buiten beschermd gebied, beperkt beschermd gebied en attentiegebied wordt voldaan aan de artikelen 5.12 en 5.13.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-512\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12</span><span class=\"lf-art-t\">Onderhoud</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het onderhoud aan het oppervlaktewaterlichaam wordt niet belemmerd of onmogelijk gemaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-513\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.13</span><span class=\"lf-art-t\">Bescherming oppervlaktewaterlichaam</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het (doorstroom)profiel van het oppervlaktewaterlichaam wordt niet aangetast.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen een straal van 0,5 meter rondom het drainagemiddel worden in het talud alle voor het functioneren van het oppervlaktewaterlichaam schadelijke begroeiing en afval verwijderd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  5.1.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beregenen van grasland</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-514\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.14</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het onttrekken van grondwater voor het beregenen van grasland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-515\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningvrije gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, geldt niet voor het onttrekken van grondwater voor het beregenen van grasland, als: a. de onttrekkingsinrichting is gelegen buiten beschermd gebied, beperkt beschermd gebied, attentiegebied en invloedsgebied Natura 2000; b. de pompcapaciteit per onttrekkingsinrichting maximaal 70 m3 per uur is; c. er maximaal 1 put per 5 hectare aanwezig is; en d. de put niet dieper is dan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het watervoerende pakket zoals aangegeven in tabel 1 van bijlage V; of 2.</div>\n<p class=\"lf-p\">30 meter wanneer er geen afscheidende lagen aanwezig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, geldt niet voor het onttrekken van grondwater voor het beregenen van grasland, als: a. de onttrekkingsinrichting is gelegen buiten beschermd gebied, beperkt beschermd gebied, attentiegebied en invloedsgebied Natura 2000; b. de pompcapaciteit maximaal 10 m3 water per uur is; en c. de put niet dieper is dan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het watervoerende pakket zoals aangegeven in tabel 1 van bijlage V; of 2.</div>\n<p class=\"lf-p\">30 meter wanneer er geen afscheidende lagen aanwezig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, geldt niet voor het onttrekken van grondwater voor het beregenen van grasland als: a. de onttrekkingsinrichting gelegen is in een attentiegebied of invloedsgebied Natura 2000; b. de pompcapaciteit maximaal 10 m3 water per uur is; c. de put niet dieper is dan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het watervoerende pakket zoals aangegeven in tabel 1 van bijlage V; of 2.</div>\n<p class=\"lf-p\">30 meter wanneer er geen afscheidende lagen aanwezig zijn; d. de onttrekkingsinrichting voor 1 juli 2024 is gemeld, en; e. uit die melding blijkt dat de onttrekkingsinrichting voor 1 juli 2023 aanwezig was.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-516\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.16</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater voor het beregenen van grasland wordt voldaan aan de artikelen 5.17 en 5.20 tot en met 5.22, als: a. de onttrekkingsinrichting is gelegen buiten beschermd gebied, beperkt beschermd gebied, attentiegebied en invloedsgebied Natura 2000; b. de pompcapaciteit per onttrekkingsinrichting maximaal 70 m3 per uur is; c. er maximaal 1 put per 5 hectare aanwezig is; en d. de put niet dieper is dan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het watervoerende pakket zoals aangegeven in tabel 1 van bijlage V; of 2.</div>\n<p class=\"lf-p\">30 meter wanneer er geen afscheidende lagen aanwezig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater voor het beregenen van grasland wordt voldaan aan de artikelen 5.21 en 5.22 als: a. de onttrekkingsinrichting is gelegen buiten beschermd gebied, beperkt beschermd gebied, attentiegebied en invloedsgebied Natura 2000; b. de pompcapaciteit maximaal 10 m3 water per uur is; en c. de put niet dieper is dan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het watervoerende pakket zoals aangegeven in tabel 1 van bijlage V; of 2.</div>\n<p class=\"lf-p\">30 meter wanneer er geen afscheidende lagen aanwezig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het boren of afdichten van een put voor het onttrekken van grondwater voor het beregenen van grasland wordt voldaan aan de artikelen 5.18 en 5.19, als hoofdstuk 2 van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing is op de boring of afdichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-517\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.17</span><span class=\"lf-art-t\">Meldingsplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden grondwater te onttrekken voor het beregenen van grasland zonder dit tenminste vier weken voor het begin ervan te melden, als: a. er niet eerder een melding is gedaan voor het onttrekken van grondwater voor het beregenen van grasland; of b. er eerder een melding is gedaan voor het onttrekken van grondwater voor het beregenen van grasland, maar de voorgenomen onttrekking afwijkt van de bij die melding verstrekte gegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De melding bevat: a. de locatie van de put; b. de maximale pompcapaciteit; c. de diepte van de put; en d. het bedrijfswaterplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-518\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.18</span><span class=\"lf-art-t\">Meldingsplicht booractiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden een put te boren of af te dichten zonder dit tenminste vier weken voor het begin ervan te melden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-519\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.19</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht boring en afdichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen vier weken na afloop van de boring of afdichting wordt de beschrijving van het veldwerk, bedoeld in de Regeling bodemkwaliteit, verstrekt aan het bestuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-520\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.20</span><span class=\"lf-art-t\">Bescherming grondwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onttrokken grondwater wordt alleen gebruikt voor het beregenen van grasland.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De houder van de onttrekkingsinrichting beschikt over een bedrijfswaterplan en de daarin opgenomen maatregelen zijn uitgevoerd voorafgaand aan de onttrekking.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het opstellen en uitvoeren van het bedrijfswaterplan wordt voldaan aan de voorschriften die zijn opgenomen in bijlage VI bij deze verordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-521\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.21</span><span class=\"lf-art-t\">Hoeveelheid van de onttrekking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt niet meer grondwater onttrokken dan noodzakelijk is voor het beoogde gebruik.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-522\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.22</span><span class=\"lf-art-t\">Afdichten put</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een put die niet langer gebruikt wordt of niet meer geschikt is voor het gebruik waarvoor deze is aangelegd, wordt afgedicht.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  5.1.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beregenen voor akkerbouw, vollegronds tuinbouw, vollegronds boomteelt, glastuinbouw, container- en substraatteelt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-523\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.23</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het onttrekken van grondwater voor het beregenen voor akkerbouw, vollegronds tuinbouw, vollegronds boomteelt, glastuinbouw, container- en substraatteelt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-524\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.24</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningvrije gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, geldt niet voor het onttrekken van grondwater voor het beregenen voor akkerbouw, vollegronds tuinbouw, vollegronds boomteelt, glastuinbouw, container- en substraatteelt, als: a. de onttrekkingsinrichting is gelegen buiten beschermd gebied, beperkt beschermd gebied, attentiegebied en invloedsgebied Natura 2000; b. de pompcapaciteit per onttrekkingsinrichting maximaal 100 m3 per uur is; c. er maximaal 1 put per 5 hectare aanwezig is; en d. de put niet dieper is dan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het watervoerende pakket zoals aangegeven in tabel 1 van bijlage V; of 2.</div>\n<p class=\"lf-p\">30 meter wanneer er geen afscheidende lagen aanwezig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, geldt niet voor het onttrekken van grondwater voor het beregenen voor akkerbouw, vollegronds tuinbouw, vollegronds boomteelt, glastuinbouw, container- en substraatteelt, als: a. de onttrekkingsinrichting is gelegen buiten beschermd gebied, beperkt beschermd gebied, attentiegebied en invloedsgebied Natura 2000; b. de pompcapaciteit maximaal 10 m3 water per uur is; en c. de put niet dieper is dan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het watervoerende pakket zoals aangegeven in tabel 1 van bijlage V; of 2.</div>\n<p class=\"lf-p\">30 meter wanneer er geen afscheidende lagen aanwezig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, geldt niet voor het onttrekken van grondwater voor het beregenen voor akkerbouw, vollegronds tuinbouw, vollegronds boomteelt, glastuinbouw, container-en substraatteelt als: a. de onttrekkingsinrichting gelegen is in een attentiegebied of invloedsgebied Natura 2000; b. de pompcapaciteit maximaal 10 m3 water per uur is; c. de put niet dieper is dan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het watervoerende pakket zoals aangegeven in tabel 1 van bijlage V; of 2.</div>\n<p class=\"lf-p\">30 meter wanneer er geen afscheidende lagen aanwezig zijn; d. de onttrekkingsinrichting voor 1 juli 2024 is gemeld, en; e. uit die melding blijkt dat de onttrekkingsinrichting voor 1 juli 2023 aanwezig was.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-525\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.25</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater voor het beregenen voor akkerbouw, vollegronds tuinbouw, vollegronds boomteelt, glastuinbouw, container- en substraatteelt wordt voldaan aan de artikelen 5.26, 5.29 tot en met 5.31, als: a. de onttrekkingsinrichting is gelegen buiten beschermd gebied, beperkt beschermd gebied, attentiegebied en invloedsgebied Natura 2000; b. de pompcapaciteit per onttrekkingsinrichting maximaal 100 m3 per uur is; c. er maximaal 1 put per 5 hectare aanwezig is; en d. de put niet dieper is dan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het watervoerende pakket zoals aangegeven in tabel 1 van bijlage V; of 2.</div>\n<p class=\"lf-p\">30 meter wanneer er geen afscheidende lagen aanwezig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater voor het beregenen voor akkerbouw, vollegronds tuinbouw, vollegronds boomteelt, glastuinbouw, container- en substraatteelt wordt voldaan aan de artikelen 5.30 en 5.31, als: a. de onttrekkingsinrichting is gelegen buiten beschermd gebied, beperkt beschermd gebied, attentiegebied en invloedsgebied Natura 2000; b. de pompcapaciteit maximaal 10 m3 water per uur is; en c. de put niet dieper is dan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het watervoerende pakket zoals aangegeven in tabel 1 van bijlage V; of 2.</div>\n<p class=\"lf-p\">30 meter wanneer er geen afscheidende lagen aanwezig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het boren of afdichten van een put voor het onttrekken van grondwater voor het beregenen voor akkerbouw, vollegronds tuinbouw, vollegronds boomteelt, glastuinbouw, container- en substraatteelt wordt voldaan aan de artikelen 5.27 en 5.28, als hoofdstuk 2 van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing is op de boring of afdichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-526\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.26</span><span class=\"lf-art-t\">Meldingsplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden grondwater te onttrekken voor het beregenen voor akkerbouw, vollegronds tuinbouw, vollegronds boomteelt, glastuinbouw, container- en substraatteelt zonder dit tenminste vier weken voor het begin ervan te melden, als: a. er niet eerder een melding is gedaan voor het onttrekken van grondwater voor het beregenen voor akkerbouw, vollegronds tuinbouw of vollegronds boomteelt; of b. er eerder een melding is gedaan voor het onttrekken van grondwater voor het beregenen voor akkerbouw, vollegronds tuinbouw of vollegronds boomteelt, maar de voorgenomen onttrekking afwijkt van de bij die melding verstrekte gegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De melding bevat: a. de locatie van de put(ten); b. de maximale pompcapaciteit; c. de diepte van de put; en d. het bedrijfswaterplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-527\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.27</span><span class=\"lf-art-t\">Meldingsplicht booractiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden een put te boren of af te dichten zonder dit tenminste vier weken voor het begin ervan te melden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-528\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.28</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht boring en afdichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen vier weken na afloop van de boring of afdichting wordt de beschrijving van het veldwerk, bedoeld in de Regeling bodemkwaliteit, verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-529\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.29</span><span class=\"lf-art-t\">Bescherming grondwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onttrokken grondwater wordt alleen gebruikt voor het beregenen voor akkerbouw, vollegronds tuinbouw, vollegronds boomteelt, glastuinbouw, container- en substraatteelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De houder van de onttrekkingsinrichting beschikt over een bedrijfswaterplan en de daarin opgenomen maatregelen zijn uitgevoerd voorafgaand aan de onttrekking.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het opstellen en uitvoeren van het bedrijfswaterplan wordt voldaan aan de voorschriften die zijn opgenomen in bijlage VI bij deze verordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-530\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.30</span><span class=\"lf-art-t\">Hoeveelheid van de onttrekking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt niet meer grondwater onttrokken dan noodzakelijk is voor het beoogde gebruik.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-531\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.31</span><span class=\"lf-art-t\">Afdichten put</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een put die niet langer gebruikt wordt of niet meer geschikt is voor het gebruik waarvoor deze is aangelegd, wordt afgedicht.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  5.1.5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Brandblusvoorzieningen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-532\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.32</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het onttrekken van grondwater voor brandblusvoorzieningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-533\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.33</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningvrije gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, geldt niet voor het onttrekken van grondwater voor een brandblusvoorziening, als: a. de brandblusvoorziening noodzakelijk is op grond van de bepalingen over brandbestrijding van het Besluit bouwwerken leefomgeving en er geen redelijk alternatief is voor het gebruik van grondwater om aan die bepalingen te kunnen voldoen; b. de brandblusvoorziening:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>een geboorde put is die is voorzien van een aansluitstuk voor gebruik door de brandweer; of 2. onderdeel uitmaakt van een brandblusinstallatie, conform de daarvoor geldende (landelijke) normen en voorschriften; c. er alleen grondwater wordt onttrokken voor de brandblusvoorziening of voor het vereiste onderhoud aan de put; en d. de put niet dieper is dan:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het watervoerende pakket zoals aangegeven in tabel 1 van bijlage V; of 2.</div>\n<p class=\"lf-p\">30 meter wanneer er geen afscheidende lagen aanwezig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, geldt niet voor het onttrekken van grondwater voor een brandblusvoorziening, als: a. de onttrekkingsinrichting is gelegen buiten beschermd gebied, beperkt beschermd gebied, attentiegebied en invloedsgebied Natura 2000; b. de pompcapaciteit maximaal 10 m3 water per uur is; en c. de put niet dieper is dan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het watervoerende pakket zoals aangegeven in tabel 1 van bijlage V; of 2.</div>\n<p class=\"lf-p\">30 meter wanneer er geen afscheidende lagen aanwezig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, geldt niet voor het onttrekken van grondwater voor een brandblusvoorziening, als: a. de onttrekkingsinrichting gelegen is in een attentiegebied of invloedsgebied Natura 2000; b. de pompcapaciteit maximaal 10 m3 water per uur is; c. de put niet dieper is dan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het watervoerende pakket zoals aangegeven in tabel 1 van bijlage V; of 2.</div>\n<p class=\"lf-p\">30 meter wanneer er geen afscheidende lagen aanwezig zijn; d. de onttrekkingsinrichting voor 1 juli 2024 is gemeld, en; e. uit die melding blijkt dat de onttrekkingsinrichting voor 1 juli 2023 aanwezig was.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-534\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.34</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater voor een brandblusvoorziening wordt voldaan aan de artikelen 5.37 en 5.38, als de onttrekking vergunningvrij is op grond van artikel 5.33.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het boren of afdichten van een put voor het onttrekken van grondwater voor een brandblusvoorziening wordt voldaan aan de artikelen 5.35 en 5.36, als hoofdstuk 2 van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing is op de boring of afdichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-535\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.35</span><span class=\"lf-art-t\">Meldingsplicht booractiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden een put te boren of af te dichten zonder dit tenminste twee weken voor het begin ervan te melden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-536\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.36</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht boring en afdichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen vier weken na afloop van de boring of afdichting wordt de beschrijving van het veldwerk, bedoeld in de Regeling bodemkwaliteit, verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-537\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.37</span><span class=\"lf-art-t\">Hoeveelheid van de onttrekking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt niet meer grondwater onttrokken dan noodzakelijk is voor het beoogde gebruik.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-538\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.38</span><span class=\"lf-art-t\">Afdichten put</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een put die niet langer gebruikt wordt of niet meer geschikt is voor het gebruik waarvoor deze is aangelegd, wordt afgedicht.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  5.1.6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Tijdelijke bronbemalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-539\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.39</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het tijdelijk onttrekken van grondwater voor bronbemaling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-540\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.40</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningvrije gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, geldt niet voor het onttrekken van grondwater voor bronbemaling, als: a. de te onttrekken hoeveelheid grondwater maximaal 70 m3 per uur is; en b. de onttrekking niet langer dan vijf dagen op één locatie plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, geldt niet voor het onttrekken van grondwater voor bronbemaling binnen een beschermd gebied, beperkt beschermd gebied, attentiegebied of invloedsgebied Natura 2000 als: a. de bronbemaling alleen gebruikt wordt voor het droog houden van een bouwput voor:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>bouwkundige of civieltechnische werking; of 2. bodemsanering; b. de te onttrekken hoeveelheid grondwater maximaal 50.000 m3 per maand is; c. de onttrekking niet langer duurt dan 6 maanden; en d. het onttrokken grondwater volledig wordt teruggebracht in de bodem.</div>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, geldt niet voor het onttrekken van grondwater voor bronbemaling buiten beschermd gebied, beperkt beschermd gebied, attentiegebied en invloedsgebied Natura 2000, als: a. de bronbemaling alleen gebruikt wordt voor het droog houden van een bouwput voor:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>bouwkundige of civieltechnische werking; of 2. bodemsanering b. de te onttrekken hoeveelheid grondwater maximaal 50.000 m3 per maand is; en c. de onttrekking niet langer duurt dan 6 maanden 4.</div>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, geldt niet voor het onttrekken van grondwater voor bronbemaling, als: a. de onttrekkingsinrichting is gelegen buiten beschermd gebied, beperkt beschermd gebied, attentiegebied en invloedsgebied Natura 2000; b. de pompcapaciteit maximaal 10 m3 water per uur is; en c. de put niet dieper is dan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het watervoerende pakket zoals aangegeven in tabel 1 van bijlage V; of 2.</div>\n<p class=\"lf-p\">30 meter wanneer er geen afscheidende lagen aanwezig zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-541\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.41</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater voor bronbemaling wordt voldaan aan de artikelen 5.42 en 5.44, als de activiteit vergunningvrij is op grond van artikel 5.40, tweede, derde of vierde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater voor bronbemaling wordt voldaan aan de artikelen 5.43 en 5.44, als: a. de onttrekkingsinrichting is gelegen buiten beschermd gebied, beperkt beschermd gebied, attentiegebied en invloedsgebied Natura 2000; b. de pompcapaciteit maximaal 10 m3 water per uur is; en c. de put niet dieper is dan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het watervoerende pakket zoals aangegeven in tabel 1 van bijlage V; of 2.</div>\n<p class=\"lf-p\">30 meter wanneer er geen afscheidende lagen aanwezig zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-542\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.42</span><span class=\"lf-art-t\">Bescherming grondwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verlaging van de grondwaterstand en de hoeveelheid water die onttrokken wordt, zijn niet groter dan noodzakelijk is voor het uitvoeren van het werk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onttrekking duurt niet langer dan noodzakelijk is voor het uitvoeren van het werk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-543\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.43</span><span class=\"lf-art-t\">Hoeveelheid van de onttrekking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt niet meer grondwater onttrokken dan noodzakelijk is voor het beoogde gebruik.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-544\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.44</span><span class=\"lf-art-t\">Afdichten put</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een put die niet langer gebruikt wordt of niet meer geschikt is voor het gebruik waarvoor deze is aangelegd, wordt afgedicht.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  5.1.7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Grondwatersanering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-545\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.45</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het uitvoeren van grondwatersaneringen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-546\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.46</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningvrije gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, geldt niet voor het uitvoeren van een grondwatersanering binnen een beschermd gebied, beperkt beschermd gebied, attentiegebied of invloedsgebied Natura 2000, als: a. de te onttrekken hoeveelheid grondwater maximaal 20.000 m3 per maand is; b. de onttrekking niet langer duurt dan 30 maanden; en c. het onttrokken grondwater volledig wordt teruggebracht in de bodem.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, geldt niet voor het uitvoeren van een grondwatersanering buiten beschermd gebied, beperkt beschermd gebied, attentiegebied en invloedsgebied Natura 2000, als: a. de te onttrekken hoeveelheid grondwater maximaal 20.000 m3 per maand is; en b. de onttrekking niet langer duurt dan 30 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, geldt niet voor het uitvoeren van een grondwatersanering, als: a. de onttrekkingsinrichting is gelegen buiten beschermd gebied, beperkt beschermd gebied, attentiegebied en invloedsgebied Natura 2000; b. de pompcapaciteit maximaal 10 m3 water per uur is; en c. de put niet dieper is dan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het watervoerende pakket zoals aangegeven in tabel 1 van bijlage V; of 2.</div>\n<p class=\"lf-p\">30 meter wanneer er geen afscheidende lagen aanwezig zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-547\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.47</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het uitvoeren van een grondwatersanering wordt voldaan aan de artikelen 5.48 en 5.50, als de activiteit vergunningvrij is op grond van artikel 5.46, tweede en derde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het uitvoeren van een grondwatersanering wordt voldaan aan de artikelen 5.49 en 5.50, als: a. de onttrekkingsinrichting is gelegen buiten beschermd gebied, beperkt beschermd gebied, attentiegebied en invloedsgebied Natura 2000; b. de pompcapaciteit maximaal 10 m3 water per uur is; en c. de put niet dieper is dan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het watervoerende pakket zoals aangegeven in tabel 1 van bijlage V; of 2.</div>\n<p class=\"lf-p\">30 meter wanneer er geen afscheidende lagen aanwezig zijn</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-548\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.48</span><span class=\"lf-art-t\">Bescherming grondwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verlaging van de grondwaterstand en de hoeveelheid water die onttrokken wordt, zijn niet groter dan noodzakelijk is voor het uitvoeren van het werk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onttrekking duurt niet langer dan noodzakelijk is voor het uitvoeren van de grondwatersanering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-549\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.49</span><span class=\"lf-art-t\">Hoeveelheid van de onttrekking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt niet meer grondwater onttrokken dan noodzakelijk is voor het beoogde gebruik.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-550\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.50</span><span class=\"lf-art-t\">Afdichten put</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een put die niet langer gebruikt wordt of niet meer geschikt is voor de grondwatersanering wordt afgedicht.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  5.1.8</h3>\n<p class=\"lf-p\">Veedrenkputten en overige grondwateronttrekkingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-551\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.51</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op: a. het onttrekken van grondwater voor veedrenkputten; en b. het onttrekken van grondwater, voor zover de vorige paragrafen 5.1.2 tot en met 5.1.7 daarop niet van toepassing zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-552\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.52</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningvrije gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, geldt niet voor het onttrekken van grondwater voor een veedrenkput en handpompen, als de put niet dieper is dan: a. het watervoerende pakket zoals aangegeven in tabel 1 van bijlage V; of b.</p>\n<p class=\"lf-p\">30 meter wanneer er geen afscheidende lagen aanwezig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, geldt niet voor het onttrekken van grondwater, als: a. de onttrekkingsinrichting is gelegen buiten beschermd gebied, beperkt beschermd gebied, attentiegebied en invloedsgebied Natura 2000; b. de pompcapaciteit maximaal 10 m3 water per uur is; en c. de put niet dieper is dan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het watervoerende pakket zoals aangegeven in tabel 1 van bijlage V; of 2.</div>\n<p class=\"lf-p\">30 meter wanneer er geen afscheidende lagen aanwezig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, geldt niet voor het onttrekken van grondwater voor een veedrenkput en handpompen, als: a. de onttrekkingsinrichting gelegen is in een attentiegebied of invloedsgebied Natura 2000; b. de pompcapaciteit maximaal 10 m3 water per uur is; c. de put niet dieper is dan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het watervoerende pakket zoals aangegeven in tabel 1 van bijlage V; of 2.</div>\n<p class=\"lf-p\">30 meter wanneer er geen afscheidende lagen aanwezig zijn; d. de onttrekkingsinrichting voor 1 juli 2024 is gemeld, en; e. uit die melding blijkt dat de onttrekkingsinrichting voor 1 juli 2023 aanwezig was.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-553\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.53</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater wordt voldaan aan de artikelen 5.54 en 5.55, als de activiteit vergunningvrij is op grond van artikel 5.52.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-554\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.54</span><span class=\"lf-art-t\">Hoeveelheid van de onttrekking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt niet meer grondwater onttrokken dan noodzakelijk is voor het beoogde gebruik.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-555\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.55</span><span class=\"lf-art-t\">Afdichten put</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een put die niet langer gebruikt wordt of niet meer geschikt is voor het gebruik waarvoor deze is aangelegd, wordt afgedicht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-556\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.56</span><span class=\"lf-art-t\">Meldingsformulier</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onttrekkingen die voldoen aan artikel 5.52 tweede of derde lid moeten worden gemeld overeenkomstig het door het dagelijks bestuur vastgesteld formulier.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aanwijzing vergunningvrije gevallen in het kader van Project Sloten, oevers en dijken op orde</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  5.2.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aanwijzing vergunningvrije gevallen in het kader van Project Sloten, oevers en dijken op orde</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-557\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.57</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op gevallen als bedoeld in artikel 6.6 van deze verordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-558\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.58</span><span class=\"lf-art-t\">Bomen op de beschermingszone</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Van de vergunningplicht, bedoeld in artikel 2.2 van de Waterschapsverordening, wordt vrijstelling verleend, voor het hebben van één of meerdere bomen op de bijbehorende beschermingszone bij een a-water, voor zover: a. de boom of de rij bomen reeds aanwezig was vóór de peildatum van 1 januari 2013; en b. de boom of de rij bomen op een afstand van meer dan 3 meter van de insteek staat; of c. de boom of de rij bomen op een afstand tussen de 1 meter en 3 meter van de insteek van de watergang staat, en bij de rij bomen de hart-op-hart-afstand tussen de bomen minimaal 10 meter is; of d. de boom of de rij bomen op een afstand van minder dan 1 meter van de insteek staat of op een afstand tussen de 1 meter en 3 meter van de insteek en de hart-op-hart afstand minder dan 10 meter bedraagt; en e. ongeacht de locatie van de boom of de rij bomen, de aanwezigheid hiervan het regulier onderhoud van de watergang en het talud niet belemmert of verzwaart, dat wil zeggen dat de aanwezigheid van de boom of bomen niet tot gevolg mag hebben dat alleen handmatig onderhoud aan de watergang mogelijk is of dat geen (varend of machinaal) onderhoud mogelijk is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-559\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.59</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om hinder van overhangende takken te voorkomen dienen de bomen, tot een afstand van minimaal 3 meter van de insteek, te allen tijde aan beide zijden opgekroond te zijn tot 4 meter. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de bomen zich op een afstand van minder dan 1 meter van de insteek of zich tussen de 1 en 3 meter van de insteek bevinden met een hart-op-hart afstand van minder dan 10 meter (zie 2.2 onder d), worden deze, ten behoeve van (buitengewoon) onderhoud aan de watergang, op eerste aanzegging van, of bij gelasting via een openbare bekendmaking door of namens het bestuur van het waterschap door de eigenaar verwijderd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-560\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.60</span><span class=\"lf-art-t\">Struiken en planten op beschermingszone</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Van de vergunningplicht, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid van de Waterschapsverordening, wordt vrijstelling verleend voor het hebben van struiken en planten op de bijbehorende beschermingszone bij een a-water, voor zover: a. de struiken en planten reeds aanwezig waren vóór de peildatum van 1 januari 2013; en b. er geen andere obstakels op de beschermingszone aanwezig zijn, en c. het reguliere onderhoud van de watergang varend of machinaal vanaf de overzijde wordt uitgevoerd, en d. de struiken en planten op een afstand van minimaal 1 meter van de insteek staan; óf e. de struiken en planten op minder dan 1 meter afstand van de insteek staan als:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het onderhoud machinaal plaatsvindt, en 2. de breedte van de watergang niet breder dan 7 meter (gemeten van insteek tot insteek) is, en 3. de grond aan de andere zijde van de watergang in eigendom van de gemeente is.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-561\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.61</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de struiken en planten zich op een afstand van minder dan 1 meter van de insteek bevinden worden deze, ten behoeve van buitengewoon onderhoud aan de watergang, op eerste aanzegging van, of bij gelasting via een openbare bekendmaking door of namens het bestuur van het waterschap door de eigenaar tijdelijk verwijderd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-562\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.62</span><span class=\"lf-art-t\">Overige permanente bouwwerken in de watergang</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Van de vergunningplicht, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid van de Waterschapsverordening, wordt vrijstelling verleend, voor het hebben van een brug in een a-water, voor zover de brug reeds aanwezig was vóór de peildatum van 1 januari 2013.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-563\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.63</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die een brug behoudt, tast de stabiliteit van de oevers niet aan; en b. belemmert de waterdoorvoer en eventueel varend onderhoud van de watergang niet; en c. brengt bij definitieve verwijdering van de brug het oppervlaktewaterlichaam terug naar de oorspronkelijke afmetingen zoals opgenomen in de Legger; en d. de brug inclusief de daarmee samenhangende constructies verkeert voortdurend in goede staat van onderhoud; en e. indien de brug zich op particulier eigendom (niet zijnde een overheidsorgaan) bevindt en deze enkel als doel heeft het perceel te ontsluiten dan wordt de brug, ten behoeve van groot onderhoud aan de watergang, op eerste aanzegging van, of bij gelasting via een openbare bekendmaking door of namens het bestuur door de eigenaar tijdelijk verwijderd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-564\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.64</span><span class=\"lf-art-t\">Eenvoudig te verwijderen obstakels op de beschermingszone</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Van de vergunningplicht, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid van de Waterschapsverordening, wordt vrijstelling verleend voor het hebben van obstakels op de bijbehorende beschermingszone bij een a-water voor zover: a. het obstakel reeds aanwezig was vóór de peildatum van 1 januari 2013, en b. door de aanwezigheid van het obstakel het reguliere onderhoud van de watergang en het talud niet wordt belemmerd of verzwaard.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-565\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.65</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de obstakels zich op een afstand van minder dan 1 meter van de insteek of zich op de insteek bevinden worden deze, ten behoeve van (buitengewoon) onderhoud aan de watergang, op eerste aanzegging van, of bij gelasting via een openbare bekendmaking door of namens het bestuur van het waterschap door de eigenaar tijdelijk verwijderd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-566\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.66</span><span class=\"lf-art-t\">Obstakels op duikers</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Van de vergunningplicht, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid van de Waterschapsverordening, wordt vrijstelling verleend, voor het hebben van obstakels op / nabij duikers in a-water, voor zover: a. het obstakel en de duiker reeds aanwezig waren vóór de peildatum van 1 januari 2013; en b. het waterschap níet onderhoudsplichtig is voor het bouwkundig onderhoud van de duiker; en c. het obstakel de functie van de duiker niet belemmert; en d. de uitvoering van het onderhoud door het waterschap ten behoeve van het doorstroomprofiel te allen tijde geborgd is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-567\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.67</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar van het obstakel zorgt ervoor dat het obstakel de bouwkundige constructie van de duiker niet aantast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-568\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.68</span><span class=\"lf-art-t\">Bomen en beplanting op duikers</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Van de vergunningplicht, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid van de Waterschapsverordening, wordt vrijstelling verleend, voor het hebben van bomen en beplanting op / nabij duikers in a-water, voor zover: a. de boom en / of beplanting en duiker reeds aanwezig waren vóór de peildatum van 1 januari 2013; en b. het waterschap níet onderhoudsplichtig is voor het bouwkundig onderhoud van de duiker; en c. de boom en/ of beplanting inclusief wortels de functie van de duiker niet belemmeren; en d. de uitvoering van het onderhoud door het waterschap ten behoeve van het doorstroomprofiel te allen tijde geborgd is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-569\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.69</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar van de boom en / of de beplanting zorgt ervoor dat de boom en / of de beplanting de bouwkundige constructie van de duiker niet aantasten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-570\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.70</span><span class=\"lf-art-t\">Obstakels in B-watergangen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Van de vergunningplicht, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid van de Waterschapsverordening, wordt vrijstelling verleend, voor het hebben van obstakels in b-water, voor zover: a. het obstakel reeds aanwezig was vóór de peildatum van 1 januari 2013; en b. het obstakel de waterafvoer van de aangrenzende/omliggende percelen niet belemmert; en c. het obstakel de doorstroming van de watergang niet belemmert.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-571\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.71</span><span class=\"lf-art-t\">Bomen, struiken en planten (tuintjes) tot in de watergang zonder bouwwerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid van de Waterschapsverordening, voor het hebben van bomen, struiken en planten (tuintjes) op de bijbehorende beschermingszone bij een a-water en/of op de oever van a-water, voor zover: a. de bomen, struiken en planten reeds aanwezig waren vóór de peildatum van 1 januari 2013; en b. het reguliere onderhoud van de watergang varend of machinaal vanaf de overzijde wordt uitgevoerd; en c. door de aanwezigheid van de bomen, stuiken en planten het reguliere onderhoud van de watergang, de oever en het talud niet wordt belemmerd of verzwaard; en d. de bomen, struiken en planten niet in of boven het water aanwezig zijn; en e. er geen ontvangstplicht is voor maaisel of specie of deze ontvangstplicht niet wordt belemmerd; en f. de bomen, struiken en planten geen wijzigingen aanbrengen of schade veroorzaken aan het profiel van de watergang, aan de oever, het talud en/of de aanwezige beschoeiingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-572\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.72</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de bomen, struiken en planten zich op een afstand van minder dan 1 meter van de beschoeiingen bevinden worden deze, ten behoeve van buitengewoon onderhoud aan de watergang, op eerste aanzegging van, of bij gelasting via een openbare bekendmaking door of namens het bestuur van het waterschap, door de eigenaar en voor zijn eigen rekening tijdelijk verwijderd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-573\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.73</span><span class=\"lf-art-t\">Eenvoudig te verwijderen obstakels in de watergang</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid van de Waterschapsverordening, voor het hebben van obstakels op de bijbehorende beschermingszone bij een a-water en/of op de oever van a-water voor zover: a. het obstakel reeds aanwezig was vóór de peildatum van 1 januari 2013, en b. door de aanwezigheid van het obstakel het reguliere onderhoud van de watergang, de oever en het talud niet wordt belemmerd of verzwaard.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-574\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.74</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien het obstakel zich op een afstand van minder dan 1 meter van de beschoeiingen bevindt wordt deze, ten behoeve van buitengewoon onderhoud aan de watergang, op eerste aanzegging van, of bij gelasting via een openbare bekendmaking door of namens het bestuur van het waterschap, door de eigenaar en voor zijn eigen rekening tijdelijk verwijderd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-575\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.75</span><span class=\"lf-art-t\">Enkele boom op de beschermingszone A van de kering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Van de vergunningplicht, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid van de Waterschapsverordening, wordt vrijstelling verleend, voor het hebben van een enkele boom op de beschermingszone A bij een primaire waterkering of de beschermingszone A bij een regionale waterkering, voor zover: de boom reeds aanwezig was voor 1 januari 2013; en de boom, inclusief de ontgrondingskuil, zich buiten het beperkingengebied met betrekking tot de waterkering bevindt. Hierbij wordt uitgegaan van een schijfvormige ontgrondingskuil met een diepte van 1 meter en een straal, vanuit het hart van de boom, van 2 meter; en de boom geen belemmering voor inspectie en onderhoud van de waterkering vormt. óf de boom reeds aanwezig was voor 1 januari 2013; en de boom voldoet aan de VTA-toets (of een vergelijkbare toets); en de boom op meer dan 10 meter uit de buitenteen en verder dan 4 meter uit de binnenteen van de primaire waterkering en regionale waterkering staat; of de boom op minder dan 10 meter uit de buitenteen en minder dan 4 meter uit de binnenteen staat en er sprake is van een andere functie met betrekking tot de boom zoals een ecologische verbindingszone, ecologische hoofdstructuur, monumentale of cultuurhistorische waarde; en de boom geen belemmering voor inspectie en onderhoud van de waterkering vormt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-576\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.76</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van noodzakelijke waterstaatkundige werkzaamheden aan de waterkering, bijvoorbeeld een dijkverbetering, die de boom in de weg staat, verwijdert de eigenaar / gebruiker van het perceel waar de boom zich bevindt, de boom op eerste aanzegging van het dagelijks bestuur van het waterschap en op eigen kosten. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de boom naar het oordeel van het dagelijks bestuur op enig moment een risico vormt voor de waterveiligheid dan dient de boom op eerste aanzegging van het dagelijks bestuur op eigen kosten door de perceel eigenaar/gebruiker verwijderd te worden. De waterveiligheid is in ieder geval in het geding als uit het technisch en/of beheerdersoordeel op grond van de vigerende leidraad voor het toetsen van veiligheid van regionale waterkering of primaire waterkering blijkt dat de waterkering niet meer voldoet aan de veiligheidsnormen. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar / gebruiker dient de boom geen belemmering te laten vormen voor inspectie en onderhoud van de waterkering. d.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar / gebruiker is verplicht om de boom te allen tijde in goede staat van onderhoud te laten verkeren. e.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanwezigheid van de boom op de beschermingszone A bij een waterkering tast door schaduwwerking niet de staat van de grasmat op de waterkering aan. f.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om hinder van overhangende takken te voorkomen dienen bomen te allen tijde aan beide zijden opgekroond te zijn tot 4 meter (zie figuur 6) en neemt hierbij de voorschriften van de vigerende regel met betrekking tot het ‘snoeien van bomen en struiken’ van de Waterschapsverordening in acht. g.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot bomen die op overheidsgrond staan, laat het betreffende overheidsorgaan drie jaarlijks vóór 1 april een VTA-toets (of vergelijkbaar) uitvoeren. h.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het rapport van de VTA-toets (of vergelijkbaar) wordt op het eerste verzoek van het dagelijks bestuur ter beoordeling voorgelegd. i.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het resultaat van de VTA-toets of een vergelijkbare toets negatief is dan dient de boom direct verwijderd te worden. j.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar/gebruiker van het perceel neemt bij verwijdering van de boom de voorschriften van de vigerende regel met betrekking tot het ‘verwijderen van bomen en struiken’ van de Waterschapsverordening in acht. k.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval er sprake is van een teensloot direct gelegen naast de waterkering dan geldt, behalve de hiervoor opgenomen voorschriften, ook dat de boom op de beschermingszone bij een a-water dient te voldoen aan het bepaalde in regel 2 (bomen op de beschermingszone) van de algemene regels van het Project ‘Sloten, oevers en dijken op orde’ die betrekking hebben op oppervlaktewaterlichamen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-577\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.77</span><span class=\"lf-art-t\">Struiken en planten op de kering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Van de vergunningplicht, , bedoeld in artikel 3.2, eerste lid van de Waterschapsverordening, wordt vrijstelling verleend, voor het hebben van struiken en planten op de regionale waterkering en primaire waterkering en de daarbij behorende beschermingszone A bij een regionale waterkering en beschermingszone A bij een primaire waterkering, voor zover: de plant of struik reeds aanwezig was vóór de peildatum van 1 januari 2013; en de struik/plant, inclusief de ontgrondingskuil, zich buiten het beperkingengebied met betrekking tot de waterkering bevindt. Hierbij wordt uitgegaan van een schijfvormige ontgrondingskuil, met een diepte van 0,5 meter en een straal, vanuit het hart van de struik/plant, van 1 meter; en de plant of struik geen belemmering vormt voor inspectie en onderhoud ten behoeve van de waterkering. óf de plant of struik reeds aanwezig was vóór de peildatum van 1 januari 2013; en de plant of struik zich op meer dan 10 meter afstand uit de buitenteen van de waterkering bevindt; of de plant of struik op het waterstaatswerk of op minder dan 10 meter uit de buitenteen van de waterkering staat en er sprake is van een andere functie met betrekking tot de plant of struik zoals openbaar groen, een ecologische verbindingszone, ecologische hoofdstructuur, monumentale of cultuurhistorische waarde of het oeverbescherming van een primaire waterkering (zoals riet) betreft; of de plant of struik zich binnen de bebouwde kom aan de binnenzijde van de waterkering bevindt; en de plant of struik geen belemmering vormt voor inspectie en onderhoud ten behoeve van de waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-578\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.78</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van noodzakelijke waterstaatkundige werkzaamheden aan de waterkering, bijvoorbeeld dijkverbetering, verwijdert de eigenaar/gebruiker van het perceel waar de plant of struik zich bevindt op eigen kosten de plant of struik op eerste aanzegging van het dagelijks bestuur van het waterschap. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de plant of struik naar het oordeel van het dagelijks bestuur op enig moment een risico vormt voor de waterveiligheid dan dient de plant of struik op eerste aanzegging van het dagelijks bestuur op eigen kosten door de perceel eigenaar/gebruiker verwijderd te worden. De waterveiligheid is in ieder geval in het geding als uit het technisch en/of beheerdersoordeel op grond van de vigerende leidraad voor het toetsen van veiligheid van regionale waterkering of primaire waterkering blijkt dat de waterkering niet meer voldoet aan de veiligheidsnormen. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar/gebruiker van het perceel dient planten en struiken geen belemmering te laten vormen voor inspectie en onderhoud van de waterkering. d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien struiken worden gesnoeid, dienen hierbij de voorschriften met betrekking tot het ‘snoeien van bomen en struiken’ van de Waterschapsverordening in acht te worden genomen. e.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar/gebruiker van het perceel neemt bij verwijdering van de planten en struiken de voorschriften van de vigerende regel met betrekking tot het ‘verwijderen van bomen en struiken’ van de Waterschapsverordening in acht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-579\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.79</span><span class=\"lf-art-t\">Rij bomen op de kering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Van de vergunningplicht, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid van de Waterschapsverordening, wordt vrijstelling verleend, voor het hebben van een rij bomen op het waterstaatswerk van een primaire waterkering of regionale waterkering en de daarbij behorende beschermingszone A bij een primaire waterkering of beschermingszone A bij een regionale waterkering, voor zover: de bomen reeds aanwezig waren voor 1 januari 2013; en de bomen, inclusief de ontgrondingskuil, zich buiten het beperkingengebied met betrekking tot de waterkering bevinden. Hierbij wordt uitgegaan van een schijfvormige ontgrondingskuil met een diepte van 1 meter en een straal, vanuit het hart van de boom, van 2 meter; en de bomen geen belemmering voor inspectie en onderhoud van de waterkering vormen. óf de bomen reeds aanwezig waren voor 1 januari 2013; en de bomen voldoen aan de VTA-toets (of een vergelijkbare toets); en de bomen op meer dan 10 meter van de buitenteen en verder dan 4 meter uit de binnenteen tot het waterstaatswerk van de primaire waterkering en regionale waterkering staan; óf de bomen op het waterstaatswerk óf op minder dan 10 meter uit de buitenteen of minder dan 4 meter uit de binnenteen staan en er sprake is van een andere functie met betrekking tot de bomen zoals een ecologische verbindingszone, ecologische hoofdstructuur, monumentale of cultuurhistorische waarde; en de bomen geen belemmering voor inspectie en onderhoud van de waterkering vormen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-580\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.80</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van noodzakelijke waterstaatkundige werkzaamheden aan de waterkering, bijvoorbeeld dijkverbetering, verwijdert de eigenaar/gebruiker van het perceel waar de bomen zich bevinden, de bomen op eerste aanzegging van het dagelijks bestuur van het waterschap en op eigen kosten. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de bomen naar het oordeel van het dagelijks bestuur op enig moment een risico vormen voor de waterveiligheid, dienen de bomen op eerste aanzegging van het dagelijks bestuur op eigen kosten door de perceel eigenaar/gebruiker verwijderd te worden. De waterveiligheid is in ieder geval in het geding als uit het technisch en/of beheerdersoordeel, op grond van de vigerende leidraad voor het toetsen van veiligheid van regionale waterkering of primaire waterkering, blijkt dat de waterkering niet meer voldoet aan de veiligheidsnormen. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar/gebruiker dient de bomen geen belemmering te laten vormen voor inspectie en onderhoud van de waterkering. d.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar/gebruiker is verplicht om de bomen te allen tijde in goede staat van onderhoud te laten verkeren. e.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar/gebruiker van het perceel neemt bij verwijdering van de bomen de voorschriften met betrekking tot het ‘verwijderen van bomen en struiken’ van de Waterschapsverordening in acht. f.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanwezigheid van de bomen op de waterkering tast door schaduwwerking niet de staat van de grasmat aan. g.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om hinder van overhangende takken te voorkomen dienen de bomen te allen tijde aan beide zijden opgekroond te zijn tot 4 meter (zie figuur 6) en neemt hierbij de voorschriften met betrekking tot het ‘snoeien van bomen en struiken’ van de Waterschapsverordening in acht. h.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot bomen die op overheidsgrond staan, laat het betreffende overheidsorgaan 3 jaarlijks vóór 1 april een VTA-toets (of vergelijkbaar) uitvoeren. i.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het rapport van de VTA-toets (of vergelijkbaar) wordt op het eerste verzoek van het dagelijks bestuur ter beoordeling voorgelegd. j.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het resultaat van de VTA-toets of een vergelijkbare toets negatief is dan dient de boom direct verwijderd te worden. k.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval er sprake is van een teensloot direct gelegen naast de waterkering dan geldt, behalve de hiervoor opgenomen voorschriften, ook dat de bomen op de beschermingszone bij een a-water dienen te voldoen aan het bepaalde in regel 2 (bomen op de beschermingszone) van de algemene regels van het Project ‘Sloten, oevers en dijken op orde’ die betrekking hebben op oppervlaktewaterlichamen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-581\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.81</span><span class=\"lf-art-t\">Tuinen zonder bomen op de kering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Van de vergunningplicht, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid van de Waterschapsverordening, wordt vrijstelling verleend, voor het gebruik van het waterstaatswerk van een primaire waterkering en regionale waterkering als tuin zonder boom, voor zover: a. het gebruik als tuin reeds is ontstaan vóór de peildatum van 1 januari 2013; en b. de tuininrichting geen belemmering vormt voor inspectie en onderhoud ten behoeve van de waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-582\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.82</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van noodzakelijke waterstaatkundige werkzaamheden, zoals dijkverbetering, aan de waterkering verwijdert de eigenaar / gebruiker van het perceel waar de tuin zich bevindt op eigen kosten de tuininrichting op eerste aanzegging van het dagelijks bestuur van het waterschap. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de tuininrichting naar het oordeel van het dagelijks bestuur op enig moment een risico vormt voor de waterveiligheid, dient de tuininrichting op eerste aanzegging van het dagelijks bestuur op eigen kosten door de perceel eigenaar/gebruiker verwijderd te worden. De waterveiligheid is in ieder geval in het geding als uit het technisch en/of beheerdersoordeel op grond van de vigerende leidraad voor het toetsen van veiligheid van regionale waterkering of primaire waterkering blijkt dat de waterkering niet meer voldoet aan de veiligheidsnormen. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar/ gebruiker die de waterkering als tuin gebruikt, voert alleen werkzaamheden uit die bestaan uit:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>spitten, ploegen, eggen en andere vergelijkbare oppervlakkige grondroeringen en bewerkingen (maximaal 0,30 meter diep); en/of 2. bemesten; en/of 3. aanbrengen en hebben van gras; en/of 4. hebben en verwijderen van struiken. d.</div>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar / gebruiker dient gewassen en beplanting geen belemmering te laten vormen voor inspectie en onderhoud van de waterkering. e.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar/gebruiker dient nieuwe struiken en planten buiten het waterstaatswerk en op een afstand verder dan 10 meter uit de buitenteen en verder dan 4 meter uit de binnenteen van het waterstaatswerk van de primaire waterkering en regionale waterkering te planten. f.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar / gebruiker is verplicht om aanwezige bouwwerken en beplanting in de tuin te allen tijde in goede staat van onderhoud te laten verkeren. g.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar/ gebruiker van het perceel neemt bij verwijdering van de struiken de voorschriften van de vigerende regel met betrekking tot het ‘verwijderen van bomen en struiken’ van de Waterschapsverordening waterschap Brabantse Delta in acht. h.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien struiken worden gesnoeid, dienen hierbij de voorschriften met betrekking tot het ‘snoeien van bomen en struiken’ van de Waterschapsverordening waterschap Brabantse Delta in acht te worden genomen. i.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bouwwerken in tuinen, zoals schuren, tuinhuizen etc. dienen te allen tijde in goede staat van onderhoud te verkeren. j.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van verwijdering of wijziging van bouwwerken dient op voorhand een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit aangevraagd en verleend te zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-583\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.83</span><span class=\"lf-art-t\">Tuinen met bomen op de kering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid van de Waterschapsverordening, voor het gebruik van het waterstaatswerk van een primaire waterkering en regionale waterkering als tuin met boom, voor zover: het gebruik als tuin reeds is ontstaan vóór de peildatum van 1 januari 2013; en de tuininrichting inclusief boom geen belemmering vormt voor inspectie en onderhoud ten behoeve van de waterkering. óf het gebruik als tuin reeds is ontstaan vóór de peildatum van 1 januari 2013; en de tuininrichting geen belemmering vormt voor inspectie en onderhoud ten behoeve van de waterkering; en de boom voldoet aan de VTA-toets (of een vergelijkbare toets).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-584\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.84</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van noodzakelijke waterstaatkundige werkzaamheden, zoals een dijkverbetering, aan de waterkering verwijdert de eigenaar/gebruiker van het perceel waar de tuin zich op bevindt, de gehele tuininrichting op eerste aanzegging van het dagelijks bestuur van het waterschap en op eigen kosten. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de tuininrichting naar het oordeel van het dagelijks bestuur op enig moment een risico vormt voor de waterveiligheid, dient de tuininrichting op eerste aanzegging van het dagelijks bestuur op eigen kosten door de perceel eigenaar/gebruiker verwijderd te worden. De waterveiligheid is in ieder geval in het geding als uit het technisch en/ of beheerdersoordeel, op grond van de vigerende leidraad voor het toetsen van veiligheid van regionale waterkering of primaire waterkering, blijkt dat de waterkering niet meer voldoet aan de veiligheidsnormen. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar/ gebruiker die de waterkering als tuin gebruikt, voert alleen werkzaamheden uit die bestaan uit:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>spitten, ploegen, eggen en andere vergelijkbare oppervlakkige grondroeringen en bewerkingen (maximaal 0,30 meter diep); en/of 2. bemesten; en/of 3. aanbrengen en hebben van gras; en/of 4. hebben en verwijderen van struiken en bomen. d.</div>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar/gebruiker dient gewassen en beplanting geen belemmering te laten vormen voor inspectie en onderhoud van de waterkering. e.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar/gebruiker dient nieuwe bomen, struiken en planten buiten het waterstaatswerk en op een afstand verder dan 10 meter uit de buitenteen en verder dan 4 meter uit de binnenteen van het waterstaatswerk van de primaire waterkering en regionale waterkering te planten. f.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar/gebruiker is verplicht om aanwezige bouwwerken en beplanting in de tuin te allen tijde in goede staat van onderhoud te laten verkeren. g.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om hinder van overhangende takken te voorkomen dienen de bomen te allen tijde aan beide zijden opgekroond te zijn tot 4 meter (zie figuur 6) en neemt hierbij de voorschriften met betrekking tot het ‘snoeien van bomen en struiken’ van de Waterschapsverordening waterschap Brabantse Delta in acht. Dit geldt ook voor het snoeien van struiken. h.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het resultaat van de VTA-toets of een vergelijkbare toets met betrekking tot de boom of bomen negatief is dan dienen deze direct verwijderd te worden. i.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar/gebruiker van het perceel neemt bij verwijdering van bomen en struiken de voorschriften van de vigerende regel met betrekking tot het ‘verwijderen van bomen en struiken’ van de Waterschapsverordening waterschap Brabantse Delta in acht. j.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bouwwerken in tuinen, zoals schuren, tuinhuizen etc. dienen te allen tijde in goede staat van onderhoud te verkeren. k.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van verwijdering of wijziging van bouwwerken dient op voorhand een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit aangevraagd en verleend te zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-585\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.85</span><span class=\"lf-art-t\">Obstakels overig op de kering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van de vergunningplicht, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid van de Waterschapsverordening, voor het hebben en verwijderen van overige obstakels op het waterstaatswerk van de regionale waterkering en primaire waterkering en de daarbij behorende beschermingszone A bij een regionale waterkering en beschermingszone A bij een primaire waterkering, voor zover: a. het obstakel reeds aanwezig was vóór de peildatum van 1 januari 2013; en b. het obstakel geen belemmering vormt voor inspectie en onderhoud ten behoeve van de waterkering; en c. het obstakel zich niet op het buitentalud regionale waterkering of buitentalud primaire waterkering bevindt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-586\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.86</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van noodzakelijke waterstaatkundige werkzaamheden aan de kering, zoals dijkverbetering, verwijdert de eigenaar/ gebruiker van het perceel waar het obstakel zich bevindt deze op eigen kosten op eerste aanzegging van het dagelijks bestuur van het waterschap. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het obstakel naar het oordeel van het dagelijks bestuur op enig moment een risico vormt voor de waterveiligheid, dient het obstakel op eerste aanzegging van het dagelijks bestuur op eigen kosten door de perceel eigenaar/gebruiker verwijderd te worden. De waterveiligheid is in ieder geval in het geding als uit het technisch en/of beheerdersoordeel op grond van de vigerende leidraad voor het toetsen van veiligheid van regionale waterkering of primaire waterkering blijkt dat de waterkering niet meer voldoet aan de veiligheidsnormen. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">De obstakels dienen te allen tijde in goede staat van onderhoud te verkeren. d.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar van het perceel dient de daarop aanwezige obstakels geen belemmering te laten vormen voor inspectie en onderhoud van de waterkering. e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na verwijdering van het obstakel worden door de eigenaar/ gebruiker van het perceel de ontstane gaten met kleigrond van (nagenoeg) dezelfde samenstelling als de dijkbekleding gedicht. f.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervolgens moeten de gaten worden voorzien van geschikte graszoden of vóór 1 september worden ingezaaid met graszaad “Natuurdijk II” ten behoeve van de ontwikkeling van een goed doorwortelde grasmat voor aanvang gesloten seizoen. Indien de waterkering is bekleed met ander door het waterschap toegestaan erosiebestendig materiaal (anders dan gras) dan dienen de gaten te worden voorzien van datzelfde materiaal zodat er weer een aangesloten bekleding van de waterkering ontstaat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-587\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.87</span><span class=\"lf-art-t\">Hekwerk op regionale kering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Van de vergunningplicht, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid van de Waterschapsverordening, wordt vrijstelling verleend, voor het hebben en verwijderen van een hekwerk op het waterstaatswerk van een regionale waterkering en de daarbij behorende beschermingszone A bij een regionale waterkering, voor zover: a. het hekwerk reeds aanwezig was vóór de peildatum van 1 januari 2013; en b. het hekwerk geen belemmering vormt voor inspectie en onderhoud ten behoeve van de waterkering; en c. het hekwerk zich niet op het buitentalud regionale waterkering bevindt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-588\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.88</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van noodzakelijke waterstaatkundige werkzaamheden aan de waterkering, zoals dijkverbetering, verwijdert de eigenaar/ gebruiker van het perceel waar het hekwerk zich bevindt deze op eigen kosten op eerste aanzegging van het dagelijks bestuur van het waterschap. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hekwerk dient te allen tijde in goede staat van onderhoud te verkeren. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar/ gebruiker van het perceel dient de daarop aanwezige hekwerken geen belemmering te laten vormen voor inspectie en onderhoud van de waterkering. d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het hekwerk naar het oordeel van het dagelijks bestuur op enig moment een risico vormt voor de waterveiligheid, dient dit op eerste aanzegging van het dagelijks bestuur op eigen kosten door de perceel eigenaar/gebruiker verwijderd te worden. De waterveiligheid is in ieder geval in het geding als uit het technisch en/of beheerdersoordeel op grond van de vigerende leidraad voor het toetsen van veiligheid van regionale of primaire waterkeringen blijkt dat de waterkering niet meer voldoet aan de veiligheidsnormen. e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na verwijdering van het hekwerk worden door de eigenaar van het perceel de ontstane gaten met kleigrond van (nagenoeg) dezelfde samenstelling als de dijkbekleding gedicht. f.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gaten moeten worden voorzien van geschikte graszoden of vóór 1 september worden ingezaaid met graszaad “Natuurdijk II” ten behoeve van de ontwikkeling van een goed doorwortelde grasmat voor aanvang gesloten seizoen. Indien de waterkering is bekleed met ander door het dagelijks bestuur toegestaan erosiebestendig materiaal (anders dan gras) dan dienen de gaten te worden voorzien van datzelfde materiaal zodat er weer een aangesloten bekleding van de waterkering ontstaat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-589\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.89</span><span class=\"lf-art-t\">Huizen op de kering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Van de vergunningplicht, bedoeld in artikel 3.2, eerste en derde lid van de Waterschapsverordening, wordt vrijstelling verleend, voor het hebben van een huis op het waterstaatswerk van de primaire waterkering en regionale waterkering en in de daarbij behorende beschermingszone A bij een primaire waterkering, beschermingszone B bij een primaire waterkering en beschermingszone A bij een regionale waterkering, voor zover het huis reeds aanwezig was vóór de peildatum van 1 januari 2013. Het betreft de huizen die opgenomen zijn op een daarvoor bestemde kaartlaag in het geodatasysteem van het waterschap, en waarvan inzage op locatieniveau is op te vragen bij het waterschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-590\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.90</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het huis en alles wat daarmee (in)direct is verbonden, zoals funderingen, kelders, zwembaden etc. dienen te allen tijde in goede staat van onderhoud te verkeren. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van noodzakelijke waterstaatkundige werkzaamheden aan de waterkering, zoals dijkverbetering, dient het huis mogelijk aangepast of (deels) verwijderd te worden. Het waterschap zal in voorkomende gevallen tijdig, tenzij er sprake is van directe spoed en/ of calamiteiten, in overleg treden met de eigenaar over de noodzakelijke werkzaamheden aan de waterkering. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de woning naar het oordeel van het dagelijks bestuur op enig moment een risico vormt voor de waterveiligheid, dient het huis mogelijk aangepast of (deels) verwijderd te worden. Het waterschap zal in voorkomende gevallen tijdig, tenzij er sprake is van directe spoed en/ of calamiteiten, in overleg treden met de eigenaar over de noodzakelijke werkzaamheden aan de waterkering. De waterveiligheid is in ieder geval in het geding als uit het technisch en/of beheerdersoordeel op grond van de vigerende leidraad voor het toetsen van veiligheid van regionale waterkering of primaire waterkering blijkt dat de waterkering niet meer voldoet aan de veiligheidsnormen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-591\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.91</span><span class=\"lf-art-t\">Overige permanente bouwwerken (gefundeerd) op de kering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Van de vergunningplicht, bedoeld in artikel 3.2, eerste en derde lid van de Waterschapsverordening, wordt vrijstelling verleend, voor het hebben van gefundeerde bouwwerken op het waterstaatswerk van de primaire waterkering en regionale waterkering en de daarbij behorende beschermingszone A bij een primaire waterkering, beschermingszone B bij een primaire waterkering en beschermingszone A bij een regionale waterkering, voor zover het bouwwerk reeds aanwezig was vóór de peildatum van 1 januari 2013. Het betreft de bouwwerken die opgenomen zijn op een daarvoor bestemde kaartlaag in het geodatasysteem van het waterschap, en waarvan inzage op locatieniveau is op te vragen bij het waterschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-592\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.92</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bouwwerk en alles wat daarmee (in)direct is verbonden, zoals funderingen, kelders etc. dient te allen tijde in goede staat van onderhoud te verkeren. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van noodzakelijke waterstaatkundige werkzaamheden aan de waterkering, zoals dijkverbetering, dient het bouwwerk mogelijk aangepast of (deels) verwijderd te worden. Het waterschap zal in voorkomende gevallen tijdig, tenzij er sprake is van directe spoed en/ of calamiteiten, in overleg treden met de eigenaar over de noodzakelijke werkzaamheden aan de waterkering. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het bouwwerk naar het oordeel van het dagelijks bestuur op enig moment een risico vormt voor de waterveiligheid, dient het bouwwerk mogelijk aangepast of (deels) verwijderd te worden. Het waterschap zal in voorkomende gevallen tijdig, tenzij er sprake is van directe spoed en/ of calamiteiten, in overleg treden met de eigenaar over de noodzakelijke werkzaamheden aan de waterkering. De waterveiligheid is in ieder geval in het geding als uit het technisch en/of beheerdersoordeel op grond van de vigerende leidraad voor het toetsen van veiligheid van regionale waterkering of primaire waterkering blijkt dat de waterkering niet meer voldoet aan de veiligheidsnormen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-593\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.93</span><span class=\"lf-art-t\">Niet permanente bouwwerken (ongefundeerd)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Van de vergunningplicht, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid van de Waterschapsverordening, wordt vrijstelling verleend, voor het hebben of verwijderen van ongefundeerde bouwwerken op het waterstaatswerk van regionale waterkering en primaire waterkering, voor zover: a. het bouwwerk reeds aanwezig was vóór de peildatum van 1 januari 2013; en b. het bouwwerk zich op een open of gesloten erfverharding bevindt; en c. het bouwwerk geen belemmering vormt voor inspectie en onderhoud ten behoeve van de waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-594\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.94</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van noodzakelijke waterstaatkundige werkzaamheden aan de waterkering, zoals dijkverbetering, verwijdert de eigenaar / gebruiker het bouwwerk alsmede de erfverharding op eigen kosten op eerste aanzegging van het dagelijks bestuur van het waterschap. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bouwwerk en de daar onderliggende erfverharding dienen te allen tijde in goede staat van onderhoud te verkeren. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar / gebruiker van het perceel dient de daarop aanwezige bouwwerken en erfverharding geen belemmering te laten vormen voor het beheer en onderhoud van de waterkering. d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het bouwwerk en de daar onderliggende erfverharding naar het oordeel van het dagelijks bestuur op enig moment een risico vormt voor de waterveiligheid, dient dit op eerste aanzegging van het dagelijks bestuur op eigen kosten door de perceel eigenaar/gebruiker verwijderd te worden. De waterveiligheid is in ieder geval in het geding als uit het technisch en/of beheerdersoordeel op grond van de vigerende leidraad voor het toetsen van veiligheid van regionale waterkering of primaire waterkering blijkt dat de waterkering niet meer voldoet aan de veiligheidsnormen. e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die een erfverharding houdt, onderhoudt of verwijdert op een primaire waterkering en regionale waterkering voert alleen werkzaamheden uit die bestaan uit:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>oppervlakkige grondroering (maximaal 0,30 meter diep), en/of;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>aanbrengen van open verharding zoals klinkers, stelconplaten e.d., en/of;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>aanbrengen zandbed ten behoeve van open verharding;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>vult bij verwijderen de ontstane ruimte aan tot aan het maaiveld. f.</div>\n<p class=\"lf-p\">Het na verwijdering van de verharding opvullen tot aan het maaiveld wordt gevolgd door de waterkering te voorzien van geschikte graszoden of de kering vóór 1 september in te zaaien met graszaad “Natuurdijk II” ten behoeve van de ontwikkeling van een goed doorwortelde grasmat voor aanvang van het gesloten seizoen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-595\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.95</span><span class=\"lf-art-t\">Verharding bij beschadigingen grasmat</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Van de vergunningplicht, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid van de Waterschapsverordening, wordt vrijstelling verleend, voor het hebben, onderhouden en verwijderen van verharding op het waterstaatswerk van de primaire waterkering en regionale waterkering, voor zover: a. de erfverharding reeds aanwezig was vóór de peildatum van 1 januari 2013; en b. er sprake is van een open of gesloten erfverharding; en c. de erfverharding geen belemmering vormt voor inspectie en onderhoud ten behoeve van de waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-596\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.96</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">a.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van noodzakelijke waterstaatkundige werkzaamheden aan de waterkering, zoals dijkverbetering, verwijdert de eigenaar / gebruiker de erfverharding op eigen kosten op eerste aanzegging van het dagelijks bestuur van het waterschap. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">De erfverharding dient te allen tijde in goede staat van onderhoud te verkeren. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar / gebruiker van het perceel dient de erfverharding geen belemmering te laten vormen voor het beheer en onderhoud van de waterkering. d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de erfverharding naar het oordeel van het dagelijks bestuur op enig moment een risico vormt voor de waterveiligheid, dient dit op eerste aanzegging van het dagelijks bestuur op eigen kosten door de perceel eigenaar/gebruiker verwijderd dan wel conform de eisen van het waterschap aangepast te worden. De waterveiligheid is in ieder geval in het geding als uit het technisch en/of beheerdersoordeel op grond van de vigerende leidraad voor het toetsen van veiligheid van regionale waterkering of primaire waterkering blijkt dat de waterkering niet meer voldoet aan de veiligheidsnormen. e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die een erfverharding houdt, onderhoudt of verwijdert op een primaire waterkering en regionale waterkering voert alleen werkzaamheden uit die bestaan uit:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>oppervlakkige grondroering (maximaal 0,30 meter diep), en/of;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>aanbrengen van open verharding zoals klinkers, stelconplaten e.d., en/of;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>aanbrengen klei ten behoeve van open verharding;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>vult bij verwijderen de ontstane ruimte aan tot aan het maaiveld met klei erosiebestendigheidsklasse 2 of 3. f.</div>\n<p class=\"lf-p\">Het na verwijdering van de verharding opvullen tot aan het maaiveld wordt gevolgd door de waterkering te voorzien van geschikte graszoden of de kering vóór 1 september in te zaaien met graszaad “Natuurdijk II” ten behoeve van de ontwikkeling van een goed doorwortelde grasmat voor aanvang van het gesloten seizoen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangs- en slotbepalingen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  6.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangs- en slotbepalingen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  6.1.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsbepalingen algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-61\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht omgevingsvergunningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een omgevingsvergunning voor een activiteit op grond van de waterschapsverordening zoals die luidde direct voor inwerkingtreding van deze verordening en die onherroepelijk is, geldt als een omgevingsvergunning op grond van deze verordening. Vanaf het moment van vervanging, wijziging of verwijdering van het object en/of de handeling, moet voldaan worden aan de geldende regels van de onderhavige waterschapsverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor al hetgeen vóór inwerkingtreding van deze waterschapsverordening zonder vergunning rechtmatig tot stand is gebracht en/of wordt uitgevoerd, wordt geacht een vergunning ingevolge deze waterschapsverordening te zijn verleend. Vanaf het moment van vervanging, wijziging of verwijdering van het object en/of de handeling, moet voldaan worden aan de geldende regels van de onderhavige waterschapsverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor een activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening geen verbod op grond van deze verordening geldt om zonder omgevingsvergunning de activiteit te verrichten, gelden voorschriften uit een onherroepelijke omgevingsvergunning voor die activiteit als maatwerkvoorschrift. Dit geldt alleen voor zover het waterschap over die activiteit maatwerkvoorschriften kan stellen op grond van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend voor een activiteit waarvoor op grond van deze waterschapsverordening een verbod geldt om de activiteit zonder omgevingsvergunning te verrichten, blijft het oude recht van toepassing tot de omgevingsvergunning onherroepelijk wordt. Deze onherroepelijke omgevingsvergunning geldt als een omgevingsvergunning op grond van deze verordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-62\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht meldingen en maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een melding of kennisgeving van een activiteit die voor inwerkingtreding van deze verordening is gedaan, geldt als een melding van die activiteit op grond van deze verordening, als op die activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening een verbod om zonder melding de activiteit te verrichten van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit die voor inwerkingtreding van deze verordening is ingediend, geldt als een melding van die activiteit op grond van deze verordening, als op die activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening een verbod om zonder melding de activiteit te verrichten van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift voor een activiteit op grond van de waterschapsverordening zoals die luidde direct voor inwerkingtreding van deze verordening en die onherroepelijk is, geldt als een maatwerkvoorschrift op grond van deze verordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-63\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht handhavingsbesluiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de inwerkingtreding van deze verordening een overtreding heeft plaatsgevonden, een overtreding is aangevangen of het gevaar voor een overtreding klaarblijkelijk dreigde, en voor die inwerkingtreding een bestuurlijke sanctie is opgelegd voor die overtreding of dreigende overtreding, blijft het oude recht op die bestuurlijke sanctie van toepassing: a. tot het tijdstip waarop de beschikking onherroepelijk is geworden en volledig is uitgevoerd of ten uitvoer is gelegd; b. tot het tijdstip waarop de beschikking is ingetrokken of is komen te vervallen; of c. als de beschikking gaat om de oplegging van een last onder dwangsom, tot het tijdstip waarop:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de last volledig is uitgevoerd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de dwangsom volledig is verbeurd en betaald; of 3. de last is opgeheven.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  6.1.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsbepalingen begrenzing waterstaatswerken vanwege omgevingsverordening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-64\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht begrenzing waterstaatswerken vanwege omgevingsverordening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de artikelen 1.2 en 1.3 wordt een oppervlaktewaterlichaam ten aanzien waarvan in de omgevingsverordening registratie als a-water is voorgeschreven, maar nog niet heeft plaatsgevonden, voor de toepassing van deze waterschapsverordening aangemerkt als a-water.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de artikelen 1.2 en 1.3 wordt een oppervlaktewaterlichaam ten aanzien waarvan in de omgevingsverordening registratie als b-water is voorgeschreven, maar nog niet heeft plaatsgevonden, voor de toepassing van deze waterschapsverordening aangemerkt als b-water.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-65\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht begrenzing waterstaatswerken vanwege waterschapsverordening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de artikelen 1.2 en 1.3 gelden voor een waterkering met bijbehorende beschermingszone(s) ten aanzien waarvan aanwijzing en begrenzing als beperkingengebied in deze waterschapsverordening is voorgeschreven en is vastgesteld, maar de begripsbepalingen nog niet overeenkomen met de begripsbepalingen uit deze waterschapsverordening de volgende bepalingen: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een waterkeringszone wordt gelijk gesteld aan het waterstaatswerk, samen met beschermingszone A bij een waterkering. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een beschermingszone bij een primaire waterkering wordt gelijk gesteld aan beschermingszone B bij een primaire waterkering.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  6.1.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsbepaling algemene regels project Sloten, oevers en dijken op orde SODO</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-66\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepaling algemene regels project Sloten, oevers en dijken op orde SODO</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De vergunningvrije gevallen (algemene regels) die specifiek zijn vastgesteld in het kader van het project “Sloten, oevers en dijken op orde” per besluit van het dagelijks bestuur van 4 april 2017 met nummer 17IT010130, van 28 november 2017 met nummer 17IN030259 en gewijzigd per besluit van het dagelijks bestuur van 15 maart 2022 met nummer 507183, zijn in deze waterschapsverordening geïntegreerd en opgenomen onder afdeling 5.2 “Aanwijzing vergunningvrije gevallen in het kader van Project Sloten, oevers en dijken op orde”.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  6.1.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Citeertitel</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-67\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.7</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening wordt aangehaald als: Waterschapsverordening waterschap Brabantse Delta 2024.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage I Begripsbepalingen aangewezen oppervlaktewaterlichaam oppervlaktewaterlichaam dat is aangewezen en begrensd in bijlage II afkoppelen van verhard oppervlak onderbreken van de afvoer van op bestaand verhard oppervlak vallend hemelwater via een gemengde of verbeterd gescheiden riolering naar een afvalwaterzuiveringsinstallatie afrastering (overwegend) verticale afrastering van niet-levend materiaal afscheidende laag afdichtende of slecht waterdoorlatende bodemlaag anti-worteldoek kunststof doek dat wel water maar geen licht en wortelgroei doorlaat bedrijfswaterplan plan van waterconserverende of waterbesparende maatregelen dat wordt opgesteld en uitgevoerd door of namens de houder van een onttrekkingsinrichting of degene die grondwater onttrekt, conform een door het bestuur vastgesteld model bergingsvoorziening voorziening die moet worden aangelegd om te voorkomen dat de extra hoeveelheid hemelwater ten gevolge van een toename van verhard oppervlak versneld wordt afgevoerd naar het ontvangende watersysteem beschoeiing grondkerende constructie in de oeverlijn/talud om de oever/talud tegen afkalving te beschermen bestuur dagelijks bestuur van waterschap Brabantse Delta bodemsanering beheren, beperken of ongedaan maken van verontreiniging van de bodem brandblusvoorziening voorziening die permanent aanwezig is, maar slechts in noodsituaties benut wordt ten behoeve van bluswatervoorziening bronbemaling uit de bodem of bouwputten onttrekken van grondwater door middel van een pomp brug werk over een oppervlaktewaterlichaam dat bedoeld is voor de doorgang van een perceel aan de ene kant van het oppervlaktewaterlichaam naar een perceel aan de andere kant van het oppervlaktewaterlichaam buitentalud hellend vlak van een waterkering aan de waterkerende zijde c-water alle oppervlaktewaterlichamen die geen a-water of b-water zijn drainagemiddel ontwateringsmiddel voor het kunstmatig laag houden van de grondwaterstand welke vrij afstroomt waarbij niet direct of indirect gebruik gemaakt wordt van een pomp(constructie) eenjarige gewassen een gewas/plant die zijn levenscyclus voltooit van kieming tot zaad binnen één jaar. De plant sterft na de zaadzetting af, zoals bij zomertarwe, of gaat aan het eind van het jaar dood. gestuurde persing of boring een sleufloze boortechniek waarbij obstakels zoals een waterstaatswerk diep onder het maaiveld kunnen worden gepasseerd groen dak dak dat bedekt is met vegetatie met een waterbergende functie grondwatersanering beheren, beperken of ongedaan maken van verontreiniging van het grondwater</p>\n<p class=\"lf-p\">huisaansluiting deel van een kabel of leiding dat een directe verbinding vormt tussen één specifiek pand (gebouw met een BAG-adres) en het distributienet van de netbeheerder infiltreren van water in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater insteek het als zodanig in de legger aangegeven snijpunt van de lijn van talud en maaiveld, dan wel de lijn van een oppervlaktewaterlichaam waar talud en maaiveld elkaar snijden kabel voorziening voor het aanleggen, hebben en onderhouden van onder andere elektriciteitssignaal en telecommunicatievoorzieningen leiding mediumvoerende buisconstructie, die geen lozingswerk is en die niet in open verbinding staat met oppervlaktewater maaisel begroeiing met enige aanhangende (bagger)specie, die vrijkomt bij het uitvoeren van onderhoud natuurvriendelijke oever oever die zo is aangelegd of wordt gewijzigd dat deze niet alleen dient om de afvoercapaciteit van het oppervlaktewaterlichaam te waarborgen, maar ook om landschappelijke en ecologische functies te versterken NEN 6600-1 Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater NEN 6646 Water - Fotometrische bepaling van het gehalte aan ammoniumstikstof en van de som van de gehalten aan ammoniumstikstof en organisch gebonden stikstof volgens Kjeldahl, door mineralisatie met seleen, met behulp van een doorstroomanalysesysteem - Ontsluiting met zwavelzuur, seleen en kaliumsulfaat NEN 6966 Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma NEN-EN 872 Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters NEN-EN 12566-1 Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE - Deel 1: Geprefabriceerde septictanks NEN-EN 13284-1 Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van massaconcentratie van stof in lage concentraties – Deel 1: Manuele gravimetrische methode NEN-EN-ISO 5667-3 Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters NEN-EN-ISO 5815-1 Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum NEN-EN-ISO 5815-2 Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 2: Methode voor onverdunde monsters NEN-EN-ISO 6878 Water - Bepaling van fosfor - Ammoniummolybdaat spectometrische methode NEN-EN-ISO 9377-2 Water - Bepaling van de minerale-olie-index - Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 10301 Water - Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen - Gaschromatografische methoden NEN-EN-ISO 11732 Water - Bepaling van ammonium stikstof - Methode voor doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie NEN-EN-ISO 11885 Water - Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES) NEN-EN-ISO 12846 Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie NEN-EN-ISO 13395 Water - Bepaling van het stikstofgehalte in de vorm van nitriet en in de vorm van nitraat en de som van beide met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie NEN-EN-ISO 15587-1 Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 1: Koningswater ontsluiting NEN-EN-ISO 15587-2 Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur NEN-EN-ISO 15680 Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met 'purge-and-trap' en thermische desorptie NEN-EN-ISO 15681-1 Water - Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 1: Methode met een doorstroominjectiesysteem (FIA) NEN-EN-ISO 15681-2 Water - Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 2: Methode met een continu doorstroomanalysesysteem (CFA) NEN-EN-ISO 15682 ater - Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie NEN-EN-ISO 17294-2 Water - Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma - Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen NEN-EN-ISO 17852 Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire fluorecentiespectometrie NEN-EN-ISO 17993 Water - Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie NEN-ISO 5663 Water - Bepaling van het gehalte aan Kjeldahl-stikstof - Methode na mineralisatie met seleen NEN-ISO 15705 Water - Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) - Kleinschalige gesloten buis methode NEN-ISO 15923-1 Waterkwaliteit - Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie - Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat</p>\n<p class=\"lf-p\">niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam ander oppervlaktewaterlichaam dan een oppervlaktewaterlichaam dat is aangewezen en begrensd in bijlage II ondersteunend kunstwerk werk dat van belang is voor de taakuitoefening van het waterschap, voor de waterkering of voor het functioneren van de waterhuishouding onttrekken onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam of van grondwater door middel van een werk openbare weg weg in beheer van een overheid overhangend bouwwerk bouwwerk dat geheel of gedeeltelijk over het oppervlaktewaterlichaam of het talud is geplaatst poel relatief klein oppervlaktewaterlichaam met een natuurdoelstelling, in hoofdzaak een ecologische functie ten behoeve van amfibieën pompcapaciteit het maximum wateropbrengend vermogen van een inrichting in kubieke meters per uur put alle in de bodem aangebrachte buizen met boorgat en doorlatende filters regulier onderhoud periodiek uit te voeren werkzaamheden om de aan een perceel gegeven bestemming in stand te kunnen houden roven oppervlakkig, over een kleine diepte weghalen van de grond schil bovenste meter van de compartimenteringskering of bijbehorende beschermingszone A, gemeten vanaf het maaiveld. sleufbemaling bronbemaling ten behoeve van een smalle, meestal voortschrijdende bouwput specie bij onderhoud aan oppervlaktewaterlichamen vrijkomende grond inclusief daarin voorkomende stoffen steiger constructie die over een oppervlaktewaterlichaam is geplaatst en is verankerd in het achterliggende perceel talud hellend oppervlak van oppervlaktewaterlichamen en waterkeringen teen de als zodanig in de legger aangegeven lijn van de onderrand van een waterkering, dan wel de lijn waar talud en maaiveld elkaar snijden toename van verhard oppervlak wijziging van onverhard naar verhard oppervlak veedrenkput inrichting voor het drenken van vee waarvan de pomp niet mechanisch wordt aangedreven verhard oppervlak al het oppervlak dat er voor zorgt dat water sneller tot afvoer komt vlonder constructie op het maaiveld grenzend aan het oppervlaktewaterlichaam waterhuishoudkundige functie functie die de provincie of het waterschap aan het waterstaatswerk heeft toegekend werken alle door menselijk toedoen ontstane of gemaakte constructies of inrichtingen, inclusief bouwwerken, en restanten daarvan zinkerbord bord dat markeert waar een leiding of kabel een watergang ondergronds doorkruist Bijlage II Aangewezen oppervlaktewaterlichamen 1 Aangewezen oppervlaktewaterlichamen Waterschap Brabantse Delta Aangewezen oppervlaktewaterlichamen als bedoeld in deze waterschapsverordening zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aa of Weerijs Bovenmark De Baak (onderdeel Kruislandse Kreken) De Beek (onderdeel Kruislandse Kreken) Dintel Donge Gat van den Ham Haven Roosendaal Kerkvaart en Capelsche Haven Markkanaal Mark-Vliet kanaal Mark Oude Leij benedenstrooms van de kruising met de N282 (Oude Rijksweg) Oude Maasje Roode vaart ten noorden van Zevenbergen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Singels Breda Steenbergse Haven Steenbergse Vliet Vloedspui en Haven van Hooge Zwaluwe Waalwijkse Haven Zuiderafwateringskanaal 2 Niet-aangewezen oppervlaktewaterlichamen Waterschap Brabantse Delta Bijlage III Overzicht Informatieobjecten a-water /join/id/regdata/ws0652/2023/6b9263ed614a45d1911c7974ffddea1a/nld@2024-04-18;12332363 attentiegebied /join/id/regdata/ws0652/2023/4c8fb23947cc4112a22add48e9d522ea/nld@2024-04-18;12332363 b-water /join/id/regdata/ws0652/2023/1a55a5d3a8134270bba2bd5a8d4e5e6c/nld@2024-04-18;12332363 b-water buiten beschermd gebied, beperkt beschermd gebied en attentiegebied /join/id/regdata/ws0652/2023/6595ab0eccba406dad63339b08cc8055/nld@2024-04-18;12332363 beperkingengebied met betrekking tot een waterkering /join/id/regdata/ws0652/2023/3f6a792e6ad24f4b9f3d464606c7b013/nld@2024-04-18;12332363 beperkt beschermd gebied /join/id/regdata/ws0652/2023/fc6b6ca7aa9c4a7a81504cb60e08daa4/nld@2024-04-18;12332363 bergingsgebied /join/id/regdata/ws0652/2023/658bb4ad0a9a4e1da45a4d3a2e11086b/nld@2024-04-18;12332363 beschermd gebied /join/id/regdata/ws0652/2023/f6a2faab362c4df69a66d6ec9873bfe2/nld@2024-04-18;12332363 beschermingszone A bij een compartimenteringskering /join/id/regdata/ws0652/2023/096e04b605054095a4d0c9d61dfb634c/nld@2024-04-18;12332363 beschermingszone A bij een primaire waterkering /join/id/regdata/ws0652/2023/fad9514cc19d43d48ac633d80e51d9e5/nld@2024-04-18;12332363 beschermingszone A bij een regionale waterkering /join/id/regdata/ws0652/2023/0d3f7051b0404e70a9826cb115996886/nld@2024-04-18;12332363 beschermingszone A bij een regionale waterkering, met uitzondering van compartimenteringskeringen /join/id/regdata/ws0652/2023/f2b2920ea2a9406b8763d3e2a6680bb0/nld@2024-04-18;12332363 beschermingszone A bij een waterkering /join/id/regdata/ws0652/2023/9661a8ff3e604e8b8efd5bbb276dbec9/nld@2024-04-18;12332363 beschermingszone A bij overige waterkering /join/id/regdata/ws0652/2023/9094a2f040fb4c0d998c99e05bcfa7bd/nld@2024-04-18;12332363 beschermingszone B bij een primaire waterkering /join/id/regdata/ws0652/2023/3e42ad5c27964c1288ffe83103f05e4b/nld@2024-04-18;12332363 beschermingszone B bij een regionale kering langs regionale rivier /join/id/regdata/ws0652/2023/4796b729416b41ffae5fa960611a0bda/nld@2024-04-18;12332363 beschermingszone bij een a-water /join/id/regdata/ws0652/2023/6512160c25b94c1bb684272ec816f2eb/nld@2024-04-18;12332363 beheergebied buiten beschermd gebied, beperkt beschermd gebied en attentiegebied /join/id/regdata/ws0652/2023/4d76cc78608141a2824d78fc4185cd8e/nld@2024-04-18;12332363</p>\n<p class=\"lf-p\">beheergebied buiten beschermd gebied, beperkt beschermd gebied, attentiegebied en invloedsgebied Natura 2000 /join/id/regdata/ws0652/2023/192b7458d6d240a6ae8a875e46ae56bb/nld@2024-04-18;12332363 beheergebied buiten een waterkering en buiten beschermingszone A bij een waterkering /join/id/regdata/ws0652/2023/2db2b88a6d8140389316c460089e5d53/nld@2024-04-18;12332363 buitentalud primaire waterkering /join/id/regdata/ws0652/2023/ec49a3ccd468402d930413d868107cbf/nld@2024-04-18;12332363 buitentalud regionale waterkering /join/id/regdata/ws0652/2023/54156c047fe44824b9c166f420f4b8b9/nld@2024-04-18;12332363 c-water /join/id/regdata/ws0652/2023/f1408c814f49426a8669709d86166e70/nld@2024-04-18;12332363 c-water binnen attentiegebied /join/id/regdata/ws0652/2023/0b0bf35f70d7492483b626e8c5432755/nld@2024-04-18;12332363 c-water binnen beperkt beschermd gebied /join/id/regdata/ws0652/2023/44695860465648bbbbf239d5ec9b74b0/nld@2024-04-18;12332363 c-water binnen beschermd gebied /join/id/regdata/ws0652/2023/26c5b9c2495b43a1a598bf3492bbb519/nld@2024-04-18;12332363 c-water buiten beschermingszone bij een a-water,beschermd gebied,beperkt beschermd gebied en attentiegebied /join/id/regdata/ws0652/2023/088b30730edc4c36a7b83702cbf6dbd6/nld@2024-04-18;12332363 compartimenteringskering /join/id/regdata/ws0652/2023/745232dafc2846f693c4104b522aaf4c/nld@2024-04-18;12332363 invloedsgebied Natura 2000 /join/id/regdata/ws0652/2023/7eedd41b204f4ffe9de17a27aa84d558/nld@2024-04-18;12332363 overige waterkering /join/id/regdata/ws0652/2023/03e1816a36c9403382cca21ab9e9aafe/nld@2024-04-18;12332363 peilbesluitgebieden /join/id/regdata/ws0652/2023/1fd510ecabf7413b87c13fe4ea2a2a6a/nld@2024-04-18;12332363 primaire waterkering /join/id/regdata/ws0652/2023/09388c054b5c4e038e76094dc1cdfd13/nld@2024-04-18;12332363 profiel van vrije ruimte bij een oppervlaktewaterlichaam /join/id/regdata/ws0652/2023/ff95fc0a3ce3446a8f477b8a59e571a4/nld@2024-04-18;12332363 profiel van vrije ruimte bij een waterkering /join/id/regdata/ws0652/2023/7afa1b26b05e4db9b3f0c13bed63fcdb/nld@2024-04-18;12332363 regionale waterkering /join/id/regdata/ws0652/2023/6e56705d00f2476da3b3386b3150dc7a/nld@2024-04-18;12332363 regionale waterkering, met uitzondering van compartimenteringskeringen /join/id/regdata/ws0652/2023/89dfc43f43914c508f567ba61eda75ff/nld@2024-04-18;12332363 vaarweg /join/id/regdata/ws0652/2023/ee2222b0d67846d0a7464155c9ea8444/nld@2024-04-18;12332363 waterkering /join/id/regdata/ws0652/2023/9f118bd937b148a7b47c968d7a3d2341/nld@2024-04-18;12332363 Bijlage IV Begrenzingen niet geometrisch begrensde waterstaatswerken</p>\n<p class=\"lf-p\">oppervlaktewaterlichaam de begrenzing van een oppervlaktewaterlichaam wordt gevormd door de insteek beschermingszone bij een oppervlaktewaterlichaam met een maatgevende aan- en/of afvoer van meer dan 30 liter per seconde (a-water) de beschermingszone is aan weerszijden van het oppervlaktewaterlichaam 5 meter, gemeten uit de insteek waterkering de begrenzing van een waterkering wordt gevormd door de teen beschermingszone A bij een primaire waterkering beschermingszone A bij een primaire waterkering is aan weerszijden van de waterkering 30 meter, gemeten vanuit de teen beschermingszone B bij een primaire waterkering beschermingszone B bij een primaire waterkering is aan weerszijden van de waterkering vanaf 30 meter tot 50 meter, gemeten vanuit de teen beschermingszone A bij een regionale waterkering beschermingszone A bij een regionale waterkering is aan weerszijden van de waterkering 10 meter, gemeten vanuit de teen beschermingszone A bij een compartimenteringskering de beschermingszone A bij een compartimenteringskering is aan weerszijden van de waterkering 5 meter, gemeten vanuit de teen profiel van vrije ruimte bij een primaire waterkering het profiel van vrije ruimte ligt voor primaire waterkeringen 1 meter boven het in de legger opgenomen leggerprofiel van de waterkering en het maaiveld van beschermingszone A profiel van vrije ruimte bij een regionale waterkering het profiel van vrije ruimte ligt voor regionale waterkeringen 0,5 meter boven het in de legger opgenomen leggerprofiel van de waterkering en het maaiveld van beschermingszone A Bijlage V Aanduidingen 1 Tabel 1: aanduidingen watervoerend pakket per grondwaterdeelgebied Gebied Naam Kleine onttrekkingen en beregening van grasland Akkerbouw, vollegronds tuinbouw, vollegronds boomteelt, glastuinbouw en container- en substraatteelt en brandblusvoorzieningen Akkerbouw, vollegronds tuinbouw, vollegronds boomteelt, glastuinbouw en container- en substraatteelt en brandblusvoorzieningen I Westelijke zandgronden wak2/kik1 kik1/ook1/msk1/wak2 30 meter II Centrale Slenk syk1/syk2/wak1 syk1/syk2/wak1 30 meter III Peelhorst brk1/brz2 brk1/brz2 30 meter IV Polders kik1/ook1/msk1/wak2 kik1/ook1/msk1/wak2 30 meter Bijlage VI Model Bedrijfswaterplan 1 Bedrijfsgegevens 1.1 Gegevens van het bedrijf Naam bedrijf :</p>\n<p class=\"lf-p\">Naam en voorletter(s) :</p>\n<p class=\"lf-p\">Adres :</p>\n<p class=\"lf-p\">Postcode en woonplaats :</p>\n<p class=\"lf-p\">Telefoon :</p>\n<p class=\"lf-p\">E-mailadres :</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien bedrijfswaterplan is ingevuld door een gemachtigd adviseur Naam en voorletter(s) adviseur :</p>\n<p class=\"lf-p\">Adres :</p>\n<p class=\"lf-p\">Postcode en woonplaats :</p>\n<p class=\"lf-p\">Telefoon :</p>\n<p class=\"lf-p\">E-mailadres :</p>\n<p class=\"lf-p\">1.2 Naar waarheid ingevuld Enkel vereist indien het bedrijfswaterplan wordt meegestuurd bij een papieren melding of vergunningaanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naam :</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum :</p>\n<p class=\"lf-p\">Handtekening :</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Inleiding 2.1 Waarom een bedrijfswaterplan?</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschikbaarheid van voldoende water is een belangrijke voorwaarde om goed te kunnen ondernemen. Tegelijk is Brabant een gebied dat kwetsbaar is voor perioden van droogte. Grondwater voor beregening is dan een belangrijke bron om op terug te kunnen vallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">We willen tot in lengten van jaren gebruik kunnen maken van het kostbare grondwater. Niet alleen voor landbouw, maar ook voor drinkwater en natuur. Slim en zuinig omgaan met het grondwater is dan van groot belang.</p></div>", "next": 239470}