{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">daarbij de grondwaterstand tot niet meer dan 0,5 meter onder het gewenste ontgravings- of saneringsniveau wordt verlaagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater voor een bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering wordt voldaan aan de artikelen 3.12 tot en met 3.17, als: a. niet meer dan 35 m3 grondwater per uur wordt onttrokken; b. niet meer dan 3000 m3 grondwater per dag wordt onttrokken; c. in totaal niet meer dan 12.000 m3 in totaal grondwater wordt onttrokken; d. de onttrekking niet langer duurt dan zes maanden; en e. daarbij de grondwaterstand tot niet meer dan 0,5 meter onder het gewenste ontgravings- of saneringsniveau wordt verlaagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater voor een bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering wordt voldaan aan de artikelen 3.12 tot en met 3.15 en 3.17, als: a. meer dan 35 m3 grondwater per uur wordt onttrokken; b. niet meer dan 3000 m3 grondwater per dag wordt onttrokken; c. in totaal niet meer dan 12.000 m3 in totaal grondwater wordt onttrokken; d. de onttrekking niet langer duurt dan zes maanden; en e. daarbij de grondwaterstand tot niet meer dan 0,5 meter onder het gewenste ontgravings- of saneringsniveau wordt verlaagd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-312\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels grondwaterstand</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De freatische grondwaterstand of de stijghoogte wordt in het eerste watervoerende pakket niet verder verlaagd dan noodzakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als spanningsbemaling wordt toegepast, wordt de stijghoogte met een peilbuis of meetput bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-313\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.13</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels watermeter</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een watermeter geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanvang van de onttrekking worden de datum en de beginstand van de watermeter genoteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij vervanging van de watermeter worden de datum en de eindstand van de te vervangen watermeter en de beginstand van de nieuwe watermeter genoteerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-314\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.14</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels watervoerende pakketten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het aanleggen en beheren van de voorziening voor de grondwateronttrekking wordt voorkomen dat uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na de definitieve beëindiging van de onttrekking worden voorzieningen voor grondwateronttrekking verwijderd of gedicht, zodat er geen uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een retourbemaling wordt het grondwater teruggebracht in het watervoerende pakket waaruit dit afkomstig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-315\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.15</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht schade</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuur wordt zo snel mogelijk geïnformeerd over ontstane schade en over de maatregelen die zijn getroffen of gaan worden getroffen om de schade te beperken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-316\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.16</span><span class=\"lf-art-t\">Vrijstelling meetverplichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De meetverplichting, bedoeld in artikel 3.9, is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-317\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.17</span><span class=\"lf-art-t\">Afwijkende termijn verstrekken gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 3.5, eerste lid, in de aanhef, worden de gegevens en bescheiden tenminste: a. vijf werkdagen voor het begin van de activiteit verstrekt als de onttrekking korter duurt dan acht weken; en b. twee weken voor het begin voor het begin van de activiteit verstrekt als de onttrekking acht weken of langer duurt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-318\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.18</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken voor een bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering, als: a. er meer dan 3000 m3 grondwater per dag wordt onttrokken; b. de onttrekking langer duurt dan zes maanden; of c. daarbij de grondwaterstand tot meer dan 0,5 meter onder het gewenste ontgravings- of saneringsniveau wordt verlaagd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Noodvoorziening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-319\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.19</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het onttrekken van grondwater voor een noodvoorziening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.20</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater voor een noodvoorziening wordt voldaan aan de artikelen 3.21 tot en met 3.25.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-321\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.21</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel aanleg en beheer noodvoorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het aanleggen en beheren van de voorziening voor de grondwateronttrekking wordt voorkomen dat uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-322\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.22</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel beëindigen grondwateronttrekking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Na definitieve beëindiging van de grondwateronttrekking worden de voorzieningen voor de grondwateronttrekking verwijderd en gedicht, zodat geen uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-323\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.23</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht schade</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuur wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd over eventuele ontstane schade en over de reeds door hem getroffen en nog te treffen maatregelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-324\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.24</span><span class=\"lf-art-t\">Vrijstelling meetverplichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De meet- en rapportageplicht, bedoeld in artikel 3.9, is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-325\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.25</span><span class=\"lf-art-t\">Afwijkende termijn verstrekken gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 3.5, eerste lid, in de aanhef, worden de gegevens en bescheiden ten minste twee weken voor het begin van de activiteit verstrekt.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Sanering grondwaterverontreiniging</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-326\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.26</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het onttrekken van grondwater voor sanering van een grondwaterverontreiniging.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-327\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.27</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater voor sanering van een grondwaterverontreiniging wordt voldaan aan de artikelen 3.28 tot en met 3.31 en 3.33 als de onttrekking: a. niet meer dan 35 m3 per uur bedraagt; b. in totaal meer dan 12.000 m3 bedraagt; en c. niet langer duurt dan 5 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater voor sanering van een grondwaterverontreiniging wordt voldaan aan de artikelen 3.28 tot en met 3.33, als de onttrekking: a. niet meer dan 35 m3 per uur bedraagt; b. in totaal niet meer dan 12.000 m3 bedraagt; en c. niet langer duurt dan 5 jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-328\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.28</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels aanleg en beheer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het aanleggen en beheren van de voorziening voor de grondwateronttrekking wordt uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De freatische grondwaterstand of de stijghoogte in het eerste watervoerende pakket wordt niet meer dan noodzakelijk verlaagd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-329\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.29</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel beëindiging</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Na definitieve beëindiging van de onttrekking worden de voorzieningen voor grondwateronttrekking verwijderd of gedicht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-330\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.30</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels watermeter</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een watermeter geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het plaatsen van een watermeter wordt bij aanvang van de onttrekking de datum en de beginstand van deze watermeter genoteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij vervanging van een watermeter wordt de datum, de eindstand van de te vervangen watermeter en de beginstand van de nieuwe watermeter genoteerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-331\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.31</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht schade</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuur wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd over eventuele ontstane schade en over de reeds getroffen of nog te treffen maatregelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-332\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.32</span><span class=\"lf-art-t\">Vrijstelling meetverplichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De meetverplichting, bedoeld in artikel 3.9, is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-333\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.33</span><span class=\"lf-art-t\">Afwijkende termijn verstrekken gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 3.5, eerste lid, in de aanhef, worden de gegevens en bescheiden ten minste: a. vijf werkdagen voor het begin van de activiteit verstrekt als de onttrekking korter duurt dan acht weken; en b. twee weken voor het begin van de activiteit verstrekt als de onttrekking acht weken of langer duurt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-334\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.34</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken voor sanering van een grondwaterverontreiniging, als de onttrekking: a. meer dan 35 m3 per uur bedraagt; of b. langer duurt dan 5 jaar.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Menselijke consumptie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-335\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.35</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het onttrekken van grondwater voor menselijke consumptie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-336\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.36</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater voor menselijke consumptie binnen de provincie Utrecht wordt voldaan aan de artikelen 3.37, 3.38, 3.39, 3.40 en 3.42, als de onttrekking: a. meer dan 12.000 m3 per jaar bedraagt; b. niet meer dan 10 m3 per uur bedraagt; en c.</p>\n<p class=\"lf-p\">10 m3 of meer per dag bedraagt.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>.Bij het onttrekken van grondwater voor menselijke consumptie binnen de provincie Utrecht wordt voldaan aan de artikelen 3.37, 3.38, 3.39, 3.40 en 3.42, als de onttrekking: a. meer dan 12.000 m3 per jaar bedraagt; b. niet meer dan 10 m3 per uur bedraagt; c. minder dan 10 m3 per dag bedraagt; en d. bedoeld is voor meer dan 50 personen.</div>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater voor menselijke consumptie binnen de provincie Utrecht wordt voldaan aan de artikelen 3.37 , 3.38, 3.41 en 3.42, als de onttrekking: a. meer dan 12.000 m3 per jaar bedraagt; b. niet meer dan 10 m3 per uur bedraagt; c. minder dan 10 m3 per dag bedraagt; en d. bedoeld is voor niet meer dan 50 personen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater voor menselijke consumptie binnen de provincie Utrecht wordt voldaan aan de artikelen 3.37, 3.38, 3.39, 3.40 en 3.42, als de onttrekking: a. niet meer dan 12.000 m3 per jaar bedraagt; b. niet meer dan 35 m3 per uur bedraagt; en c.</p>\n<p class=\"lf-p\">10 m3 of meer per dag bedraagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater voor menselijke consumptie binnen de provincie Utrecht wordt voldaan aan de artikelen 3.37, 3.38, 3.39, 3.40 en 3.42, als de onttrekking: a. niet meer dan 12.000 m3 per jaar bedraagt; b. niet meer dan 35 m3 per uur bedraagt; c. minder dan 10 m3 per dag bedraagt; en d. bedoeld is voor meer dan 50 personen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater voor menselijke consumptie binnen de provincie Utrecht wordt voldaan aan de artikelen 3.37, 3.38, 3.41 en 3.42, als de onttrekking: a. niet meer dan 12.000 m3 per jaar bedraagt; b. niet meer dan 35 m3 per uur bedraagt; c. minder dan 10 m3 per dag bedraagt; en d. bedoeld is voor niet meer dan 50 personen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater voor menselijke consumptie binnen de provincie Gelderland wordt voldaan aan de artikelen 3.37, 3.38, 3.39, 3.40 en 3.42, als de onttrekking: a. meer dan 12.000 m3 per jaar bedraagt; en b. niet meer dan 10 m3 per uur bedraagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater voor menselijke consumptie binnen de provincie Gelderland wordt voldaan aan de artikelen 3.37, 3.38, 3.41 en 3.42, als de onttrekking: a. niet meer dan 12.000 m3 per jaar bedraagt; en b. niet meer dan 35 m3 per uur bedraagt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-337\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.37</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels aanleg en beheer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het aanleggen en beheren van de voorziening voor de grondwateronttrekking wordt uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuur wordt zo snel mogelijk geïnformeerd over eventuele schade en over de reeds getroffen en nog te treffen maatregelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-338\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.38</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel beëindiging</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Na definitieve beëindiging van de onttrekking worden voorzieningen voor grondwateronttrekking verwijderd of gedicht, zodat er geen uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-339\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.39</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels watermeter</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een watermeter geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het plaatsen van een watermeter wordt bij aanvang van de onttrekking de datum en de beginstand van deze watermeter genoteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij vervanging van een watermeter wordt de datum, de eindstand van de te vervangen watermeter en de beginstand van de nieuwe watermeter genoteerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-340\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.40</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels kwaliteit van het onttrokken water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kwaliteit van het onttrokken ruwe grondwater wordt gemeten volgens de methoden en parameters, bedoeld in tabel II en tabel IIIC van het Drinkwaterbesluit, voor de eerste keer bij aanvang van de onttrekking en vervolgens elke zes jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens van de eerste meting worden uiterlijk twee maanden na het verstrekken van gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 3.5, aan het bestuur verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens van alle vervolgmetingen worden uiterlijk twee maanden na meting aan het bestuur verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-341\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.41</span><span class=\"lf-art-t\">Vrijstelling meetverplichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De meetverplichting bedoeld in artikel 3.9, is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-342\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.42</span><span class=\"lf-art-t\">Afwijkende termijn verstrekken gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 3.5, eerste lid, in de aanhef, worden de gegevens en bescheiden tenminste twee weken voor het begin van de activiteit verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-343\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.43</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken voor menselijke consumptie, als de onttrekking: a. meer dan 12.000 m3 per jaar en meer dan 10 m3 per uur bedraagt; of b. niet meer dan 12.000 m3 per jaar en meer dan 35 m3 per uur bedraagt.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beregening en bevloeiing</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-344\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.44</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het onttrekken van grondwater voor beregening en bevloeiing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-345\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.45</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater in een WS 29 Gebied met een natuurfunctie zijnde natte landnatuur inclusief hydrologische beschermingszonewordt voldaan aan de artikelen 3.46, 3.47, 3.48, 3.49 en 3.50, als de pompcapaciteit niet meer dan 10 m3 per uur bedraagt en in totaal niet meer dan 12.000 m3 per jaar wordt onttrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater in een gebied met een natuurfunctie zijnde natte landnatuur inclusief hydrologische beschermingszones wordt voldaan aan de artikelen 3.46, 3.47, 3.48 en 3.50, als de pompcapaciteit niet meer dan 10 m3 per uur bedraagt en in totaal meer dan 12.000 m3 per jaar wordt onttrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater in een WS 30 Gebied zonder een natuurfunctie zijnde natte landnatuur inclusief hydrologische beschermingszone wordt voldaan aan artikel 3.46, 3.47, 3.48, 3.49 en 3.50, als de pompcapaciteit niet meer dan 10 m3 per uur bedraagt, en in totaal niet meer dan 12.000 m3 per jaar wordt onttrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater in een gebied zonder natuurfunctie zijnde natte landnatuur inclusief hydrologische beschermingszones wordt voldaan aan artikelen 3.46, 3.47, 3.48 en 3.50, als de pompcapaciteit niet meer dan 10 m3 per uur bedraagt, en in totaal meer dan 12.000 m3 per jaar wordt onttrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater in een gebied zonder natuurfunctie zijnde natte landnatuur inclusief hydrologische beschermingszones wordt voldaan aan de artikelen 3.46, 3.47, 3.48 en 3.50, als de pompcapaciteit: a. meer dan 10 m3 per uur of bedraagt; b. niet meer dan 100 m3 per uur bedraagt; en c. in totaal meer dan 12.000 m3 per jaar wordt onttrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater in een gebied zonder natuurfunctie zijnde natte landnatuur inclusief hydrologische beschermingszones wordt voldaan aan de artikelen 3.46, 3.47, 3.48, 3.49 en 3.50, als de pompcapaciteit: a. meer dan 10 m3 per uur bedraagt; b. niet meer dan 35 m3 per uur bedraagt; en c. in totaal niet meer dan 12.000 m3 per jaar wordt onttrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater in een gebied zonder natuurfunctie zijnde natte landnatuur inclusief hydrologische beschermingszones wordt voldaan aan de artikelen 3.46, 3.47, 3.48 en 3.50, als de pompcapaciteit: a. meer dan 35 m3 per uur bedraagt; b. niet meer dan 100 m3 per uur bedraagt; en c. in totaal niet meer dan 12.000 m3 per jaar wordt onttrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-346\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.46</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel aanleg en beheer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het aanleggen en beheren van de voorziening voor de grondwateronttrekking vindt geen uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaats.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-347\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.47</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel beëindiging</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voorzieningen worden verwijderd of gedicht na definitieve beëindiging van de onttrekking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-348\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.48</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht schade</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuur wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd over eventuele ontstane schade en over de reeds getroffen of nog te treffen maatregelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-349\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.49</span><span class=\"lf-art-t\">Vrijstelling meetverplichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De meetverplichting, bedoeld in artikel 3.9, is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-350\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.50</span><span class=\"lf-art-t\">Afwijkende termijn verstrekken gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 3.5, eerste lid, in de aanhef, worden de gegevens en bescheiden ten minste twee weken voor het begin van de activiteit verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-351\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.51</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken in een gebied met een natuurfunctie zijnde natte landnatuur inclusief hydrologische beschermingszones, als de pompcapaciteit 10 m3 per uur of meer bedraagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken in een gebied zonder natuurfunctie natte landnatuur inclusief hydrologische beschermingszones, als de pompcapaciteit 100 m3 per uur of meer bedraagt.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overige doeleinden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-352\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.52</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het onttrekken van grondwater, anders dan voor bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering, grondsanering, noodvoorziening, sanering grondwaterverontreiniging, menselijke consumptie, beregening en bevloeiing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-353\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.53</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater wordt voldaan aan de artikelen 3.54, 3.55, 3.56, 3.57 en met 3.58, als: a. er meer dan 10 m3 grondwater per uur maar niet meer dan 35 m3 grondwater per uur wordt onttrokken; en b. er niet meer dan 12.000 m3 grondwater per jaar wordt onttrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater wordt voldaan aan de artikelen 3.54, 3.55, 3.56, 3.57 en 3.58, als: a. er niet meer dan 10 m3 grondwater per uur wordt onttrokken; en b. er niet meer dan 12.000 m3 grondwater per jaar wordt onttrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater wordt voldaan aan de artikelen 3.54, 3.55, 3.56 en 3.58, als: a. er niet meer dan 10 m3 grondwater per uur wordt onttrokken; en b. er meer dan 12.000 m3 grondwater per jaar wordt onttrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-354\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.54</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels aanleggen en beheer voorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het aanleggen en beheren van de voorziening voor de grondwateronttrekking wordt voorkomen dat uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuur wordt zo snel mogelijk geïnformeerd over eventuele schade en over de reeds getroffen en nog te treffen maatregelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-355\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.55</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel beëindiging</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Na de definitieve beëindiging van de onttrekking worden voorzieningen voor grondwateronttrekking verwijderd of gedicht, zodat er geen uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-356\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.56</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels watermeter</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een watermeter geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het plaatsen van een watermeter wordt bij aanvang van de onttrekking de datum en de beginstand van deze watermeter genoteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij vervanging van een watermeter wordt de datum, de eindstand van de te vervangen watermeter en de beginstand van de nieuwe watermeter genoteerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-357\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.57</span><span class=\"lf-art-t\">Vrijstelling meetverplichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De meet- en rapportageplicht, bedoeld in artikel 3.9, is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-358\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.58</span><span class=\"lf-art-t\">Afwijkende termijn verstrekken gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 3.5, eerste lid, in de aanhef, worden de gegevens en bescheiden tenminste twee weken voor het begin van de activiteit verstrekt, als de onttrekking niet langer duurt dan acht weken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-359\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.59</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken als: a. het onttrekken het permanent drooghouden van ondergrondse bouwwerken als doel heeft; b. er meer dan 35 m3 water per uur wordt onttrokken; of c. er meer dan 10 m3 water per uur maar niet meer dan 35 m3 per uur wordt onttrokken en per jaar meer dan 12.000 m3 wordt onttrokken.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  4</h3>\n<p class=\"lf-p\">LOZINGSACTIVITEITEN</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozingsactiviteiten</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is van toepassing op lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk, dat in beheer is bij het waterschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; b. het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen; en c. het beschermen van de doelmatige werking van het zuiveringtechnisch werk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-43\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Normadressaat</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-44\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 4.2, is verplicht: a. alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze plicht houdt in ieder geval in dat: a. alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen; b. de beste beschikbare technieken worden toegepast; c. geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt; d. alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet; e. lozingen op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk doelmatig kunnen worden bemonsterd; f. metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund; en g. meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt en gepresenteerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-45\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 4.4 en 4.9 tot en met 4.63.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 4.9 tot en met 4.63.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-46\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het bestuur van het waterschap worden die ondertekend en voorzien van: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; en d. de dagtekening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-47\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens bij wijzigen naam, adres of normadressaat</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voordat de naam of het adres, bedoeld in artikel 4.6, wijzigt, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de activiteit door een ander zal gaan worden verricht, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-48\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden op verzoek van het bestuur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op verzoek van het bestuur worden de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn om te bezien of de algemene regels en maatwerkvoorschriften voor de activiteit toereikend zijn, gezien de ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en de ontwikkelingen over die kwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegevens en bescheiden worden verstrekt voor zover degene die de activiteit verricht er redelijkerwijs de beschikking over kan krijgen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-49\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9</span><span class=\"lf-art-t\">Informeren over een ongewoon voorval</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuur wordt onverwijld geïnformeerd over een ongewoon voorval.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid geldt niet voor lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam en lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werk afkomstig van: a. een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. wonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-410\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zodra de volgende gegevens en bescheiden bekend zijn, worden ze verstrekt aan het bestuur: a. informatie over de oorzaken van het ongewoon voorval en de omstandigheden waaronder het ongewoon voorval zich heeft voorgedaan; b. informatie over de vrijgekomen stoffen en hun eigenschappen; c. andere gegevens die nodig zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te kunnen inschatten; en d. informatie over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen als bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid geldt niet voor lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam en lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werk afkomstig van: a. een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. wonen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aanvraagvereisten, beoordelingsregels en voorschriften omgevingsvergunning lozingsactiviteit</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-411\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten aanvraag omgevingsvergunning lozingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het debiet in kubieke meters per uur van het te lozen afvalwater; b. de regelmaat waarmee lozingen plaatsvinden; c. een aanduiding of de lozing continu of niet-continu plaatsvindt; d. een riooltekening; e. de locaties van de lozingspunten; f. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van het lozen en de verwachte duur ervan; g. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken; h. een onderbouwing van de noodzaak om te lozen; i. de samenstelling van het afvalwater dat wordt geloosd; j. de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; k. de resultaten van de immissietoets voor de te lozen stoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en l. een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-412\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel omgevingsvergunning lozingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk is artikel 8.88 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-413\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.13</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften omgevingsvergunning lozingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk zijn de artikelen 8.92 en 8.93 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van grondwater bij sanering of ontwatering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-414\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.14</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van grondwater bij saneringen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan grondwater afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het lozen van dat grondwater in GWLZ 01 Aangewezen oppervlaktewaterlichamen zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.1, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 4.1 Emissiegrenswaarden bij lozen in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam Stof Emissiegrenswaarden in μg/l of mg/l Naftaleen 0,2 μg/l PAK’s 1 μg/l BTEX 50 μg/l Vluchtige organohalogeen- verbindingen uitgedrukt als chloor 20 μg/l Aromatische organohalogeen- verbindingen 20 μg/l Minerale olie 500 μg/l Cadmium 4 μg/l Kwik 1 μg/l Koper 11 μg/l Nikkel 41 μg/l Lood 53 μg/l Zink 120 μg/l Chroom 24 μg/l Onopgeloste stoffen 50 mg/l 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het lozen van dat grondwater in GWLZ 02 Niet aangewezen oppervlaktewaterlichamen zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.2, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 4.2 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarden in μg/l of mg/l Naftaleen 0,2 μg/l PAK’s 1 μg/l Minerale olie 50 μg/l Cadmium 0,4 μg/l Kwik 0,1 μg/l Koper 1,1 μg/l Nikkel 4,1 μg/l Lood 5,3 μg/l Zink 12 μg/l Chroom 2,4 μg/l Onopgeloste stoffen 20 mg/l Benzeen 2 μg/l Tolueen 7 μg/l Ethylbenzeen 4 μg/l Xyleen 4 μg/l Tetrachlooretheen 3 μg/l Trichlooretheen 20 μg/l 1,2-dichlooretheen 20 μg/l 1,1,1-trichloorethaan 20 μg/l Vinylchloride 8 μg/l Som van de vijf hier bovenstaande stoffen 20 μg/l Monochloorbenzeen 7 μg/l Dichloorbenzenen 3 μg/l Trichloorbenzenen 1 μg/l</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-415\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van grondwater bij ontwatering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan grondwater bij ontwatering worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat grondwater: a. niet afkomstig is van een bodemsanering, een grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een bodemsanering of grondwatersanering; en b. geen drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van het Besluit activiteiten leefomgeving is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen grondwater is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 50 mg/l, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid is niet van toepassing op het lozen van grondwater bij wonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-416\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor BTEX: NEN-EN-ISO 15680; b. voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen: NEN-EN-ISO 17993; c. voor tetrachlooretheen, trichlooretheen, 1,2-dichlooretheen, 1,1,1-trichloorethaan, vinylchloride, de som van de vijf hiervoor genoemde stoffen, monochloorbenzeen, dichloorbenzeen, trichloorbenzenen: NEN-EN-ISO 10301 of NEN-EN-ISO 15680, waarbij voor vinylchloride enkel NEN-EN-ISO 15680 gebruikt kan worden; d. voor minerale olie: NEN-EN-ISO 9377-2; e. voor cadmium, koper, nikkel, lood, zink en chroom: NEN 6966 of NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN- EN-ISO 11885, waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN- ISO 15587-2; f. voor kwik: NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 12846 of NEN-EN-ISO 17852, waarbij kwik wordt ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2; en g. voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-417\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.17</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 4.14 en 4.15, worden aan het bestuur gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van grondwater bij ontwatering, als: a. het lozen niet langer dan 48 uur duurt; of b. het lozen plaatsvindt bij wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste en tweede lid worden de gegevens en bescheiden ten minste vijf werkdagen voor het begin van het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering verstrekt, als het lozen langer duurt dan 48 uur maar niet langer dan acht weken.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-418\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.18</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van afvloeiend hemelwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvloeiend hemelwater worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat hemelwater: a. niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening; b. geen drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en c. geen overig afvalwater van een kas als bedoeld in paragraaf 4.78 van dat besluit is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid wordt afvloeiend hemelwater afkomstig van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen, alleen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam geloosd als lozen op of in de bodem redelijkerwijs niet mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid wordt afvloeiend hemelwater afkomstig van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen, alleen op een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam geloosd als lozen op of in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam of in een schoonwaterriool redelijkerwijs niet mogelijk is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-419\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.19</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste zes maanden voor de voorgenomen aanleg van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen en daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken, worden aan het bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de aard en omvang van de lozing van afvloeiend hemelwater; en b. de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste zes maanden voor het veranderen van de lozingsactiviteit door een reconstructie of ingrijpende wijziging van die wegen en daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur van het waterschap.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van huishoudelijk afvalwater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-420\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.20</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van huishoudelijk afvalwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam wordt huishoudelijk afvalwater alleen op een oppervlaktewaterlichaam geloosd als het lozen plaatsvindt buiten een bebouwde kom of binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater wordt geloosd met een vervuilingswaarde van minder dan 2000 inwonerequivalenten, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk waarop kan worden aangesloten meer bedraagt dan: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">40 m bij niet meer dan 10 inwonerequivalenten; b.</p>\n<p class=\"lf-p\">100 m bij meer dan 10 maar minder dan 25 inwonerequivalenten; c.</p>\n<p class=\"lf-p\">600 m bij 25 of meer inwonerequivalenten maar minder dan 50 inwonerequivalenten; d.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.500 m bij 50 of meer inwonerequivalenten maar minder dan 100 inwonerequivalenten; en e.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.000 m bij 100 of meer inwonerequivalenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het huishoudelijk afvalwater vrijkomt; en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het tweede lid, aanhef en onder a, wordt de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk bij voortzetting van het lozen van huishoudelijk afvalwater in het oppervlaktewaterlichaam dat voor 1 maart 1997 al plaatsvond, berekend vanaf het gedeelte van het gebouw dat zich het dichtst bij een vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk bevindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid kan huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd: a. vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-421\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.21</span><span class=\"lf-art-t\">Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam wordt huishoudelijk afvalwater dat wordt geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, geleid via een zuiveringsvoorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden bij het lozen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam de waarden, bedoeld in tabel 4.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 4.3 Emissiegrenswaarden bij lozen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam Stof Emissiegrenswaarden in mg/l Representatief etmaalmonster Steekmonster Biochemisch zuurstofverbruik 30 mg/l 60 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 150 mg/l 300 mg/l Onopgeloste stoffen 30 mg/l 60 mg/l 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden bij het lozen op een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam de waarden, bedoeld in tabel 4.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 4.4 Emissiegrenswaarden bij lozen op een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam Stof Emissiegrenswaarden in mg/l Representatief etmaalmonster Steekmonster Biochemisch zuurstofverbruik 20 mg/l 40 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 100 mg/l 200 mg/l Totaal stikstof 30 mg/l 60 mg/l Ammoniumstikstof 2 mg/l 4 mg/l Onopgeloste stoffen 30 mg/l 60 mg/l Fosfor totaal 3 mg/l 6 mg/l 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing als het huishoudelijk afvalwater minder dan zes inwonerequivalenten bevat en voor vermenging met ander afvalwater door een septictank wordt geleid: a. met een nominale inhoud van 6 m3 of meer, volgens NEN-EN 12566-1, en met een hydraulisch rendement van niet meer dan 10 g, volgens annex B van NEN-EN 12566-1; of b. die is geplaatst voor 1 januari 2009 en is afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste tot en met derde lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam: a. vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-422\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.22</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor biochemisch zuurstofverbruik: NEN-EN-ISO 5815-1/2; b. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705; c. voor nitrietstikstof en nitraatstikstof: NEN-EN-ISO 13395 of NEN-ISO 15923-1; d. voor organisch stikstof: NEN-ISO 5663 of NEN 6646; e. voor ammoniumstikstof: NEN 6646, NEN-EN-ISO 11732 of NEN-ISO 15923-1; en f. voor totaal fosfor: NEN-EN-ISO 15681-1, NEN-EN-ISO 15681-2, NEN-EN-ISO 6878, NEN-EN-ISO 11885 of NEN-EN-ISO 17294-2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-423\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.23</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 4.20, worden aan het bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over: a. het aantal inwonerequivalenten dat wordt geloosd; b. de wijze van behandeling van het afvalwater; en c. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam: a. vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van koelwater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-424\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.24</span><span class=\"lf-art-t\">Koelwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan koelwater dat niet afkomstig is van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het te lozen koelwater worden geen chemicaliën toegevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De warmtevracht van het te lozen koelwater is niet meer dan 1000 kJ/s bij het lozen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De warmtevracht van het te lozen koelwater is niet meer dan 10 kJ/s bij het lozen op een niet- aangewezen oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-425\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 4.24, worden aan het bestuur gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de maximale warmtevracht; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij reinigen, conserveren, bouwen, renoveren of slopen van bouwwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-426\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.26</span><span class=\"lf-art-t\">Bij reinigen en conserveren geen afvalwater lozen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afvalwater afkomstig van het reinigen of conserveren van bouwwerken wordt niet geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, tenzij het gaat om: a. afvalwater afkomstig van het afwassen met water; of b. afvalwater afkomstig van het schoonspuiten met water onder een druk van ten hoogste 200 bar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-427\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.27</span><span class=\"lf-art-t\">Werkinstructie bij reinigen en conserveren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam bij het reinigen of conserveren van bouwwerken: a. is een werkinstructie opgesteld; en b. wordt voor het deel van het bouwwerk dat boven de waterspiegel ligt een hulpconstructie voor de opvang van stoffen gebruikt die is afgestemd op de gebruikte techniek, de gebruikte stoffen en de stoffen die kunnen vrijkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de werkinstructie is in ieder geval opgenomen: a. welke technieken worden toegepast; b. welke stoffen kunnen vrijkomen; en c. welke stoffen worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een hulpconstructie wordt gebruikt, is in de werkinstructie ook opgenomen: a. op welke manier de vloer, de zijwanden en de bovenzijde van de hulpconstructie zijn uitgevoerd; b. wat de omvang van het bouwwerk dat wordt gereinigd of geconserveerd is en wat de omvang van de hulpconstructie is; c. of de constructie een afzuiging met permanente onderdruk heeft; d. op welke manier afvalwater wordt opgevangen, als natte technieken worden gebruikt; ene. welke aanvullende maatregelen worden getroffen als wordt gewerkt bij een windsnelheid van meer dan 8 m/s.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-428\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.28</span><span class=\"lf-art-t\">Werkinstructie bij bouwen en slopen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam bij het bouwen, renoveren of slopen van bouwwerken is er een werkinstructie opgesteld, waarin in ieder geval is opgenomen: a. op welke manier wordt gebouwd, gerenoveerd of gesloopt; en b. welke maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat stoffen die worden gebruikt of die kunnen vrijkomen, in het oppervlaktewaterlichaam terechtkomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-429\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.29</span><span class=\"lf-art-t\">Beperken stof in het oppervlaktewaterlichaam</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of beperken van de verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam bij het afzuigen van lucht vanuit een hulpconstructie, is voor de emissie in de lucht de emissiegrenswaarde voor stof 10 mg/Nm3, gemeten in een eenmalige meting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-430\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.30</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het meten van stof bij het afzuigen van lucht vanuit een hulpconstructie is NEN-EN 13284-1 van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-431\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.31</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in de artikelen 4.26 tot en met 4.28, worden aan het bestuur de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. voor het lozen afkomstig van reinigen of conserveren van een bouwwerk: de werkinstructie, bedoeld in artikel 4.27; of b. voor het lozen afkomstig van het bouwen of slopen van een bouwwerk: de werkinstructie, bedoeld in artikel 4.28.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste en tweede lid gelden niet voor reinigingswerkzaamheden die periodiek worden uitgevoerd en waarbij alleen vuilafzetting wordt verwijderd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.8</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij opslaan en overslaan van inerte goederen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-432\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.32</span><span class=\"lf-art-t\">Inerte goederen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van deze afdeling worden in ieder geval de volgende goederen als inerte goederen beschouwd, voor zover deze niet verontreinigd zijn: a. bouwstoffen als bedoeld in paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. grond en baggerspecie als bedoeld in paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving; c.</p>\n<p class=\"lf-p\">A-hout en ongeshredderd B-hout; d. snoeihout; e. banden van voertuigen; f. autowrakken waaruit alle vloeistoffen zijn afgetapt bij een autodemontagebedrijf en wrakken van tweewielige motorvoertuigen waaruit alle vloeistoffen zijn afgetapt bij een demontagebedrijf voor tweewielige motorvoertuigen; g. straatmeubilair; h. tuinmeubilair; i. aluminium, ijzer en roestvrij staal; j. kunststof anders dan lege, ongereinigde verpakkingen van voedingsmiddelen, smeerolie, verf, lak of drukinkt, gewasbeschermingsmiddelen, biociden of gevaarlijke stoffen; k. kunststofgeïsoleerde kabels anders dan oliedrukkabels, gepantserde papier-loodkabels en papiergeïsoleerde grondkabels; l. papier en karton; m. textiel en tapijt; en n. vlakglas.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-433\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.33</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij opslaan van inerte goederen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater, dat in contact is geweest met opgeslagen inerte goederen, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-434\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.34</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij overslaan van inerte goederen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan bij het overslaan van inerte goederen in de buitenlucht worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het overslaan van die goederen in de buitenlucht wordt zo veel mogelijk voorkomen dat goederen op een oppervlaktewaterlichaam geraken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het tweede lid wordt bij het laden en lossen van schepen in ieder geval voldaan als: a. de afstand tussen wal en schip zo klein mogelijk is, en in ieder geval niet groter is dan 5 m; of b. het schip waarin of waaruit wordt overgeslagen, met de wal wordt verbonden door een ponton of een morsklep.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op het overslaan van inerte goederen bij wonen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.9</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij opslaan of overslaan van andere dan inerte goederen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-435\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.35</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij opslaan van goederen die kunnen uitlogen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.1058, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater te lozen afvalwater afkomstig van het opslaan van goederen waaruit stoffen kunnen uitlogen, worden geloosd op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam, als de afstand tot een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden aangesloten of geloosd meer dan 40 m is, gerekend vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.5, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 4.5 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarde in μg/l of mg/l Som van de metalen arseen, chroom, koper, lood, nikkel en zink 1 mg/l Minerale olie 20 mg/l Polycyclische aromatische koolwaterstoffen 50 μg/l Onopgeloste stoffen 100 mg/l Som van stikstofverbindingen 10 mg/l Som van fosforverbindingen 2 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 200 mg/l</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-436\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.36</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872; b. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705; c. voor olie: NEN-EN-ISO 9377-2; d. voor arseen, chroom, koper, lood, nikkel en zink: NEN 6966 of NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN- EN-ISO 11885, waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN- ISO 15587-2; e. voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen: NEN-EN-ISO 17993; f. voor nitrietstikstof en nitraatstikstof: NEN-EN-ISO 13395 of NEN-ISO 15923-1; g. voor organisch stikstof: NEN-ISO 5663 of NEN 6646; h. voor ammoniumstikstof: NEN 6646, NEN-EN-ISO 11732 of NEN-ISO 15923-1; en i. voor de som van fosforverbindingen: NEN-EN-ISO 15681-1, NEN-EN-ISO 15681-2, NEN-EN-ISO 6878, NEN-EN-ISO 11885 of NEN-EN-ISO 17294-2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-437\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.37</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij overslaan van niet-inerte goederen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam bij: a. het bedrijfsmatig overslaan van niet-inerte goederen; b. het overslaan van zout voor het strooien op wegen; c. het overslaan van niet-inerte goederen die vrijkomen bij een werk; en d. het overslaan van niet-inerte goederen die nodig zijn in een werk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het overslaan van die goederen in de buitenlucht wordt zo veel mogelijk voorkomen dat goederen op een oppervlaktewaterlichaam geraken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het tweede lid wordt bij het laden en lossen van schepen in ieder geval voldaan als: a. de afstand tussen wal en schip zo klein mogelijk is, en in ieder geval niet groter is dan 5 m; of b. het schip waarin of waaruit wordt overgeslagen, met de wal wordt verbonden door een ponton of een morsklep.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-438\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.38</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in de artikelen 4.35 en 4.37, worden aan het bestuur gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de stoffen die worden opgeslagen of overgeslagen; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing op het overslaan van: a. zout voor het strooien op wegen; b. niet-inerte goederen die vrijkomen bij een werk; en c. niet-inerte goederen die nodig zijn in een werk.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.10</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen uit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-439\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.39</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van afvalwater vanuit gemeentelijke rioolstelsels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan het afvalwater afkomstig uit een openbaar ontwateringsstelsel, een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat stelsel of dat riool voorkomt op het in het gemeentelijk rioleringsplan of een gemeentelijk rioleringsprogramma opgenomen overzicht van voorzieningen en maatregelen als bedoeld in artikel 2.16, eerste lid, onder a, onder 1° tot en met 3°, van de Omgevingswet, en dat stelsel of dat riool volgens dat plan of programma is uitgevoerd en wordt beheerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-440\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.40</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van huishoudelijk afvalwater vanuit andere systemen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan huishoudelijk afvalwater afkomstig uit een systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat systeem voorkomt op het in het gemeentelijk rioleringsplan of een gemeentelijk rioleringsprogramma opgenomen overzicht van die systemen en volgens dat plan of programma is uitgevoerd en wordt beheerd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.11</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij ontgravingen, baggerwerkzaamheden en werkzaamheden door de waterbeheerder op een oppervlaktewater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-441\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.41</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij ontgravingen en baggerwerkzaamheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen kunnen stoffen die vrijkomen bij ontgravingen of baggerwerkzaamheden op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd op dat oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-442\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.42</span><span class=\"lf-art-t\">Werkinstructie bij verontreinigde waterbodem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam is bij ontgravingen of baggerwerkzaamheden in een waterbodem met de kwaliteitsklasse ‘sterk verontreinigd’, bedoeld in artikel 25d, derde lid, onder a, van het Besluit bodemkwaliteit, een werkinstructie opgesteld, waarin in ieder geval is opgenomen: a. de toe te passen baggertechniek, en b. de bij het gebruik van die techniek gehanteerde werkwijze.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-443\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.43</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij werkzaamheden door de waterbeheerder</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen kunnen stoffen die vrijkomen bij andere werkzaamheden dan bedoeld in artikel 4.41 op een oppervlaktewaterlichaam en worden verricht door of namens de waterbeheerder in het kader van het waterbeheer, worden geloosd op dat oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-444\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.44</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van algen en bacteriën</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen kunnen algen en bacteriën uit een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd op een ander oppervlaktewaterlichaam dat in beheer is bij dezelfde waterbeheerder, als die werkzaamheden plaatsvinden door of namens de beheerder in het kader van het beheer van dat oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-445\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.45</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 4.41, worden aan het bestuur de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de kwaliteit van de te ontgraven of te baggeren waterbodem; b. als de waterbodem de kwaliteitsklasse ‘sterk verontreinigd’, bedoeld in artikel 25d, derde lid, onder a, van het Besluit bodemkwaliteit, heeft: de werkinstructie, bedoeld in artikel 4.42; en c. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing als de ontgraving of baggerwerkzaamheden plaatsvinden door de beheerder of ter uitvoering van een onderhoudsverplichting als bedoeld in artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.12</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij schoonmaken drinkwaterleidingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-446\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.46</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van reinigingswater drinkwaterleidingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat vrijkomt bij het schoonmaken en in gebruik nemen van de middelen voor opslag, transport en distributie van drinkwater of warm tapwater als bedoeld in artikel 1 van de Drinkwaterwet, of van huishoudwater als bedoeld in artikel 1 van het Drinkwaterbesluit, op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het water dat voor het schoonmaken en in gebruik nemen wordt gebruikt, worden geen chemicaliën toegevoegd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.13</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij calamiteitenoefeningen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-447\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.47</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij calamiteitenoefeningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat vrijkomt bij een calamiteitenoefening, anders dan afvalwater afkomstig van een permanente voorziening voor het oefenen van brandbestrijdingstechnieken als bedoeld in artikel 3.259 van het Besluit activiteiten leefomgeving, op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-448\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.48</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 4.47, worden aan het bestuur de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. of er blusschuim bij de oefening wordt gebruikt; en b. welke stoffen dat blusschuim bevat.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.14</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-449\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.49</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen vanuit andere gebouwen dan een kas</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.795, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater, te lozen afvalwater afkomstig van het telen of kweken van gewassen in een gebouw, anders dan een kas, ook op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd, als het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden geloosd, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool waarop kan worden aangesloten en geloosd, meer dan 40 m is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.6, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 4.6 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarde in mg/l Onopgeloste stoffen 100 mg/l Biochemisch zuurstofverbruik 60 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 300 mg/l 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt, en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, wordt de afstand bij voortzetting van het lozen dat voor 1 januari 2013 al plaatsvond, berekend vanaf de plaats waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-450\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.50</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij spoelen van biologisch geteelde gewassen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.761, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater, te lozen afvalwater afkomstig van het spoelen van biologisch geteelde gewassen ook op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd, als het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk, waarop kan worden geloosd, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool waarop kan worden aangesloten en geloosd, meer dan 40 m is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 100 mg/l, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt, en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, wordt de afstand bij voortzetting van het lozen dat voor 1 januari 2013 al plaatsvond, berekend vanaf de plaats waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-451\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.51</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij sorteren van biologisch geteelde gewassen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.773, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater, te lozen afvalwater afkomstig van het sorteren van biologisch geteelde gewassen ook op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.7, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 4.7 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarde in mg/l Onopgeloste stoffen 100 mg/l Biochemisch zuurstofverbruik 60 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 300 mg/l</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-452\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.52</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij omgekeerde osmose en ionenwisselaars</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het zuiveren van water door omgekeerde osmose of ionenwisselaars voor agrarische activiteiten, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.8, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 4.8 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarde in mg/l Chloride 200 mg/l IJzer 2 mg/l 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 4.801 en 4.804 van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-453\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.53</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij ontijzeren grondwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het ontijzeren van grondwater voor agrarische activiteiten, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam als het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden geloosd en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool waarop kan worden aangesloten en geloosd, meer dan 40 m is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater is de emissiegrenswaarde voor ijzer 5 mg/l, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt, en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, wordt de afstand bij voortzetting van het lozen dat voor 1 januari 2013 al plaatsvond, berekend vanaf de plaats waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-454\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.54</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor chloride: NEN-EN-ISO 15682; b. onopgeloste stoffen: NEN-EN 872; c. voor biochemisch zuurstofverbruik: NEN-EN-ISO 5815-1/2; d. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705; en e. voor ijzerverbindingen: NEN-EN-ISO 17294-2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-455\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.55</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in de artikelen 4.49 tot en met 4.53, worden aan het bestuur de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.15</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij maken van betonmortel en uitwassen van beton</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-456\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.56</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzondering voorgeschreven lozingsroute</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als in het omgevingsplan voor afvalwater afkomstig van het reinigen van installaties en voorzieningen voor het maken van betonmortel, het inwendig reinigen van voertuigen waarin betonmortel is vervoerd of het uitwassen van beton een andere lozingsroute is toegestaan, wordt, in afwijking van de artikelen 4.140, eerste lid, en 4.158, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, het te lozen afvalwater, bedoeld in die artikelen, geloosd op een oppervlaktewaterlichaam of via die andere route.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.16</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij niet-industriële voedselbereiding</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-457\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.57</span><span class=\"lf-art-t\">Afbakening met Besluit activiteiten leefomgeving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is niet van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van de voedingsmiddelenindustrie, bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving met uitzondering van het lozen van afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen voor personen die werken op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-458\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.58</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bereiden van voedingsmiddelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als het bereiden plaatsvindt met: a. grootkeukenapparatuur; b. één of meer bakkerijovens die chargegewijs worden beladen; of c. één of meer bakkerijovens die continu worden beladen met een nominaal vermogen of een aansluitwaarde van ten hoogste 100 kilowatt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afvalwater wordt alleen gezamenlijk met huishoudelijk afvalwater geloosd, en wordt alleen geloosd voor zover de voorzieningen voor het zuiveren van huishoudelijk afvalwater zijn berekend op het zuiveren van het afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen en daarmee samenhangende activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-459\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.59</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 4.57, worden aan het bestuur de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.17</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van spuiwater uit recreatieve visvijvers</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-460\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.60</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van spuiwater uit recreatieve visvijvers</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan spuiwater uit recreatieve visvijvers worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-461\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.61</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 4.60, worden aan het bestuur de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.18</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen vanaf vaartuigen of andere drijvende werktuigen bij spoelen of scheiden van zand of grind</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-462\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.62</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van spoelwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kunnen de volgende afvalwaterstromen afkomstig van een vaartuig of ander drijvend werktuig, op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd: a. afvalwater dat vrijkomt bij het spoelen van zeezand tijdens het transport daarvan met een vaartuig of werktuig; en b. afvalwater dat vrijkomt bij het op dat vaartuig of werktuig scheiden van zand of grind.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.19</h3>\n<p class=\"lf-p\">Asverstrooing</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-463\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.63</span><span class=\"lf-art-t\">Asverstrooiing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het op een oppervlaktewaterlichaam individueel verstrooien van as door de nabestaande die de zorg voor de asbus heeft, bedoeld in artikel 66a, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging, is toegestaan.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.1.20</h3>\n<p class=\"lf-p\">Andere lozingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-464\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.64</span><span class=\"lf-art-t\">Vangnetvergunningplicht lozen op oppervlaktewater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, als daarbij stoffen of warmte worden geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod geldt niet voor: a. het lozen van stoffen of warmte op een oppervlaktewaterlichaam afkomstig van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. het lozen, bedoeld in de paragrafen 4.1.3 tot en met 4.1.19; c. het lozen van water dat afkomstig is uit dat oppervlaktewaterlichaam en waaraan geen stoffen zijn toegevoegd; en d. het lozen van stoffen of warmte afkomstig van wonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-465\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.65</span><span class=\"lf-art-t\">Vangnetvergunningplicht lozen op zuiveringtechnisch werk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk te verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod geldt niet voor het lozen van stoffen, water of warmte op een zuiveringtechnisch werk afkomstig van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  5</h3>\n<p class=\"lf-p\">OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht omgevingsvergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een omgevingsvergunning voor een activiteit op grond van de waterschapsverordening zoals die luidde direct voor inwerkingtreding van deze verordening en die onherroepelijk is, geldt als een omgevingsvergunning op grond van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als op een activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening geen verbod op grond van deze verordening geldt om zonder omgevingsvergunning voor die activiteit te verrichten, gelden voorschriften uit een onherroepelijke omgevingsvergunning voor die activiteit als maatwerkvoorschrift, voor zover het waterschap over die activiteit maatwerkvoorschriften kan stellen op grond van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend voor een activiteit waarvoor op grond van deze verordening een verbod geldt om de activiteit zonder omgevingsvergunning te verrichten, blijft het oude recht van toepassing tot de omgevingsvergunning onherroepelijk wordt. Deze onherroepelijke omgevingsvergunning geldt als een omgevingsvergunning op grond van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een activiteit voor de inwerkingtreding van deze verordening zonder vergunning rechtmatig is verricht en bij de inwerkingtreding van deze verordening voor die activiteit een verbod om zonder omgevingsvergunning de activiteit te verrichten van toepassing wordt, geldt voor die activiteit bij de inwerkingtreding van deze verordening een omgevingsvergunning van rechtswege, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht meldingen en maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een melding of kennisgeving van een activiteit die voor inwerkingtreding van deze verordening is gedaan, geldt als een melding van die activiteit op grond van deze verordening, als op die activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening een verbod om zonder melding te verrichten van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit die voor inwerkingtreding van deze verordening is ingediend, geldt als een melding van die activiteit op grond van deze verordening, als op die activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening een verbod om zonder melding de activiteit te verrichten van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift voor een activiteit op grond van de waterschapsverordening zoals die luidde direct voor inwerkingtreding van deze verordening en die onherroepelijk is, geldt als een maatwerkvoorschrift op grond van deze verordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-53\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht handhavingsbesluiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de inwerkingtreding van deze verordening een overtreding heeft plaatsgevonden, een overtreding is aangevangen of het gevaar voor een overtreding klaarblijkelijk dreigde, en voor die inwerkingtreding een bestuurlijke sanctie is opgelegd voor die overtreding of dreigende overtreding, blijft het oude recht op die bestuurlijke sanctie van toepassing tot het tijdstip waarop: a. de beschikking onherroepelijk is geworden en volledig is uitgevoerd of ten uitvoer is gelegd; b. de beschikking is ingetrokken of is komen te vervallen; of c. als de beschikking gaat om de oplegging van een last onder dwangsom:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de last volledig is uitgevoerd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de dwangsom volledig is verbeurd en betaald;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>de last is opgeheven.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Slotbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-54\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2024.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-55\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening wordt aangehaald als: Waterschapsverordening Waterschap Vallei en Veluwe Bijlage I Overzicht Informatieobjecten ALG 01 Beheergebied /join/id/regdata/ws0662/2023/6a3afaa2d9124f9d937488622c340389/nld@2024-05-21;08470792 ALG 02 Gebieden in ontwikkeling /join/id/regdata/ws0662/2023/ac20d07216a34561a57499df72e30f76/nld@2024-09-24;13021152 GWLZ 01 Aangewezen oppervlaktewaterlichamen /join/id/regdata/ws0662/2023/f624d5c1065a43bcba511da703227679/nld@2024-05-21;08470792 GWLZ 02 Niet aangewezen oppervlaktewaterlichamen /join/id/regdata/ws0662/2023/60f314a68f3b499d864e5cd0fa24efc5/nld@2024-05-21;08470792 WK 01 Beperkingengebied met betrekking tot een waterkering /join/id/regdata/ws0662/2023/d6cb8f9d6bff437a839323e1974c7bb4/nld@2024-09-24;13021152 WK 02 Beperkingengebied met betrekking tot een verholen waterkering /join/id/regdata/ws0662/2023/bb01de09ca854d71bdd825e1b96f4f78/nld@2024-05-21;08470792 WK 03 Beperkingengebied met betrekking tot een niet verholen waterkering /join/id/regdata/ws0662/2023/bf8e5f498a9e49f68412b8200d84dd54/nld@2024-09-24;13021152 WK 04 Kernzone van een verholen waterkering /join/id/regdata/ws0662/2023/b76b34a1b04c4f0db17347490395f34e/nld@2024-05-21;08470792 WK 05 Kernzone van een niet verholen waterkering /join/id/regdata/ws0662/2023/45968e386cf74f44afad519af08f80da/nld@2024-09-24;13021152 WK 07 Beschermingszone A van een niet verholen waterkering /join/id/regdata/ws0662/2023/8e81b3328fa54e2ca41841bcea6e8c8d/nld@2024-09-24;13021152 WK 09 Beschermingszone B van een niet verholen waterkering /join/id/regdata/ws0662/2023/1d63483778d547dea924b28e2617eaf1/nld@2024-05-21;08470792 WK 10 Beschermingszone A en B van een verholen waterkering /join/id/regdata/ws0662/2023/9a88763a93d544f6aed97b84e22f2f7a/nld@2024-05-21;08470792 WK 11 Beschermingszone A en B van een niet verholen waterkering /join/id/regdata/ws0662/2023/0a717b5dc977469eb0f82bf2ed38bddb/nld@2024-09-24;13021152 WK 12 Kernzone en beschermingszone A van een verholen waterkering /join/id/regdata/ws0662/2023/724e2e32b2784e198c660ae98ef4a316/nld@2024-05-21;08470792 WK 13 Kernzone en beschermingszone A van een niet verholen waterkering /join/id/regdata/ws0662/2023/2be307d058d54ef5ae7cd69c1f89c9ea/nld@2024-09-24;13021152 WK 14 Beschermingszone B binnen reserveringszone van een verholen waterkering1 /join/id/regdata/ws0662/2023/5c83e013dc6d4d3d9b36fdcdbf2ea9b5/nld@2024-05-21;08470792 WK 15 Beschermingszone B binnen reserveringszone van een niet verholen waterkering /join/id/regdata/ws0662/2023/5cbb94140bd44caba6846fc6775bffd7/nld@2024-05-21;08470792</p>\n<p class=\"lf-p\">WK 16 Beschermingszone B buiten reserveringszone van een verholen waterkering /join/id/regdata/ws0662/2023/f45ec9f2ca76481e874c3d36992bc54b/nld@2024-05-21;08470792 WK 17 Beschermingszone B buiten reserveringszone van een niet verholen waterkering /join/id/regdata/ws0662/2023/a513c774581548e4b68d4d85a2b99871/nld@2024-05-21;08470792 WK 18 Beschermingszone A en B binnen de reserveringszone van een verholen waterkering /join/id/regdata/ws0662/2023/da85b94fd01b44ed8057e8bd5661638d/nld@2024-05-21;08470792 WK 20 Beschermingszone A en B buiten de reserveringszone van een verholen waterkering /join/id/regdata/ws0662/2023/605053f5eea947bbb5edffc88b55b119/nld@2024-05-21;08470792 WS 01 Beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam /join/id/regdata/ws0662/2023/e898accb3c4c4df4a3349c513760fbc3/nld@2024-05-21;08470792 WS 02 Oppervlaktewaterlichaam categorie A /join/id/regdata/ws0662/2023/cb69706b14f14b238981ad014ae88cac/nld@2024-05-21;08470792 WS 03 Oppervlaktewaterlichaam categorie B /join/id/regdata/ws0662/2023/67490e783e604980bce9db1aeb76927f/nld@2024-05-21;08470792 WS 04 Oppervlaktewaterlichaam categorie C /join/id/regdata/ws0662/2023/f62b65601c3341258bb02066b700944c/nld@2024-05-21;08470792 WS 10 Oppervlaktewaterlichaam categorie C buiten een poldergebied /join/id/regdata/ws0662/2023/fcf397494e1f4187b4af9e924f691d3a/nld@2024-05-21;08470792 WS 11 Oppervlaktewaterlichaam categorie C in een poldergebied /join/id/regdata/ws0662/2023/f13a08a0c2744f34b392c087f86197d6/nld@2024-05-21;08470792 WS 12 Bergingsgebieden /join/id/regdata/ws0662/2023/7d05025bc24f46a1b9a285185ecc4d3c/nld@2024-05-21;08470792 WS 13 Oppervlaktewaterlichaam categorie A binnen de werkstrook beschoeiing /join/id/regdata/ws0662/2023/38300ea2e88b459d8d99e99921970d04/nld@2024-05-21;08470792 WS 14 Oppervlaktewaterlichaam categorie A buiten de werkstrook beschoeiing /join/id/regdata/ws0662/2023/3375e220b88f49f0841a00d1a055da01/nld@2024-05-21;08470792 WS 15 Oppervlaktewaterlichaam in gebied met een natuurfunctie /join/id/regdata/ws0662/2023/9e75e6873bde4aa8b442ca1ea44590e6/nld@2024-05-21;08470792 WS 16 Oppervlaktewaterlichaam in gebied zonder een natuurfunctie /join/id/regdata/ws0662/2023/3bbadf6440e142ad9dad8a94f9392572/nld@2024-05-21;08470792 WS 18 Oppervlaktewaterlichaam buiten vaarwater categorie I /join/id/regdata/ws0662/2023/02194b21968b4374a315c39c3e9f6348/nld@2024-05-21;08470792 WS 19 Oppervlaktewaterlichaam categorie A met natuurfunctie /join/id/regdata/ws0662/2023/8367081e1ffc47168460186b17611282/nld@2024-05-21;08470792</p>\n<p class=\"lf-p\">WS 20 Oppervlaktewaterlichaam categorie A zonder natuurfunctie /join/id/regdata/ws0662/2023/065cbe75f8894e8e8a42428d32c8d463/nld@2024-05-21;08470792 WS 21 Oppervlaktewaterlichaam categorie B met natuurfunctie /join/id/regdata/ws0662/2023/3f8ef781dd7345c885f2fc4c51768a1c/nld@2024-05-21;08470792 WS 22 Oppervlaktewaterlichaam categorie B zonder natuurfunctie /join/id/regdata/ws0662/2023/b2ea54177879481c8bc78cfcc515c74d/nld@2024-05-21;08470792 WS 27 Oppervlaktewaterlichaam met natuurfunctie /join/id/regdata/ws0662/2023/7d4b511d9be648fda623353c33beb3d4/nld@2024-05-21;08470792 WS 28 Oppervlaktewaterlichaam zonder natuurfunctie /join/id/regdata/ws0662/2023/239c9e87d5be49ea873de476154ad4d0/nld@2024-05-21;08470792 WS 29 Gebied met een natuurfunctie zijnde natte landnatuur inclusief hydrologische beschermingszone /join/id/regdata/ws0662/2023/eba793a2a16a42c78f2fc7758e9c9e21/nld@2024-05-21;08470792 WS 30 Gebied zonder een natuurfunctie zijnde natte landnatuur inclusief hydrologische beschermingszone /join/id/regdata/ws0662/2023/a3599eed4c2249f8bbe8fbf0b62652fa/nld@2024-05-21;08470792 WS 32 Oppervlaktewaterlichaam categorie A met natuurfunctie of KRW-functie /join/id/regdata/ws0662/2023/b0e01f92ee2c44d994bcd5b931ee8a32/nld@2024-05-21;08470792 WS 33 Oppervlaktewaterlichaam categorie A zonder natuurfunctie of KRW-functie /join/id/regdata/ws0662/2023/6c79513e5da64027949e7bc13bcf384d/nld@2024-05-21;08470792 WS 34 Oppervlaktewaterlichaam categorie B met natuurfunctie of KRW-functie /join/id/regdata/ws0662/2023/dfd2fd6a55164b859c825f2c72a035df/nld@2024-05-21;08470792 WS 35 Oppervlaktewaterlichaam categorie B zonder natuurfunctie of KRW-functie /join/id/regdata/ws0662/2023/bf654bd8cd9a4c3587948edacd539f99/nld@2024-05-21;08470792 WS 36 Oppervlaktewaterlichaam A, zonder natuurfunctie of KRW-functie, binnen de werkstrook beschoeiing /join/id/regdata/ws0662/2023/ea97b593b05641429a064eb191157f24/nld@2024-05-21;08470792 WS 37 Oppervlaktewaterlichaam A, zonder natuurfunctie of KRW-functie, buiten de werkstrook beschoeiing /join/id/regdata/ws0662/2023/0830e94fdcbf4e6ca89b942bdc05e4c8/nld@2024-05-21;08470792 WS 38 Oppervlaktewaterlichaam A binnen onderhoudsstrook /join/id/regdata/ws0662/2023/ac8703ce8f69439ebbadcefd3e1b8a88/nld@2024-05-21;08470792 WS 39 Oppervlaktewaterlichaam A binnen natuurvriendelijke oever en onderhoudsstrook /join/id/regdata/ws0662/2023/192ffacc0c6941df87bb6fc6c1a9c906/nld@2024-05-21;08470792 WS 40 Oppervlaktewaterlichaam A buiten natuurvriendelijke oever en onderhoudsstrook /join/id/regdata/ws0662/2023/a9c123e334c6450ca722e83f17752531/nld@2024-09-24;13021152</p>\n<p class=\"lf-p\">WS 41 Oppervlaktewaterlichaam A zonder natuurfunctie of KRW-functie en buiten natuurvriendelijke oever of onderhoudsstrook /join/id/regdata/ws0662/2023/fba0e99a51754905ab193c62736b0980/nld@2024-05-21;08470792 WS 43 Oppervlaktewaterlichaam A buiten onderhoudsstrook /join/id/regdata/ws0662/2023/44204ba212ee48f5b2f1f1e9d048e19d/nld@2024-05-21;08470792 WS 44 Oppervlaktewaterlichaam A zonder natuurfunctie of KRW-functie en binnen natuurvriendelijke oever en onderhoudsstrook /join/id/regdata/ws0662/2023/bbbf22da4aca444696a2e24328723b7a/nld@2024-05-21;08470792 WS 45 Oppervlaktewaterlichaam categorie A met natuurfunctie of KRW-functie bij NVO /join/id/regdata/ws0662/2023/0bcd09ab28614fbe92f087c1aa2c9490/nld@2024-05-21;08470792 WS 46 Oppervlaktewaterlichaam categorie A met natuurfunctie of KRW-functie buiten NVO /join/id/regdata/ws0662/2023/6fbf123bf7314f1a85283772024c4b3f/nld@2024-05-21;08470792 Bijlage II Begripsbepalingen Afrastering of erfafscheiding afbakening van een erf of perceel van een ernaast gelegen erf of van een naastgelegen erf of perceel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwde kom de bebouwde kom als bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bemesten verspreiden van meststoffen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Beplanting bomen, heesters, struiken en lage beplanting;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bergingsgebied een voor waterstaatkundige doeleinden bestemd gebied, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam of onderdeel daarvan, dat dient ter verruiming van de bergingscapaciteit van een of meer watersystemen en ook als bergingsgebied op de legger is opgenomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschoeiing constructie in de oeverlijn om de oever tegen afkalving te beschermen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestaande profiel breedte en diepte van het oppervlaktewaterlichaam als aangegeven op de legger of keurkaart;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestuur het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Vallei en Veluwe;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwputbemaling het onttrekken van grondwater met als doel het in den droge kunnen uitvoeren van werkzaamheden in de bodem;</p>\n<p class=\"lf-p\">Brug een werk over een oppervlaktewaterlichaam dat bedoeld is voor de doorgang van een perceel aan de ene kant van het oppervlaktewaterlichaam naar een perceel aan de andere kant van het oppervlaktewaterlichaam;</p>\n<p class=\"lf-p\">Leidingen alle leidingen die geen lozingswerk zijn, dat wil zeggen niet in open verbinding staan met oppervlaktewater;</p>\n<p class=\"lf-p\">Drainage ontwateringsmiddel voor het kunstmatig laag houden van de grondwaterstand;</p>\n<p class=\"lf-p\">Duiker een kokervormige constructie die is bedoeld om oppervlaktewaterlichamen met elkaar te verbinden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Evenement een georganiseerde activiteit waaraan meerdere mensen deelnemen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gestuurde boring een sleufloze boortechniek waarbij obstakels zoals oppervlaktewater diep onder het maaiveld kunnen worden gepasseerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Groen dak dak dat bedekt is met vegetatie met een waterbergende functie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Grondroering het omwerken van grond met inbegrip van ploegen, frezen en spitten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Grondsanering verwijderen van verontreinigde grond uit de bodem;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het veranderen van het talud het steiler of flauwer maken van het talud;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kabel transportmedium, veelal voor elektriciteit of communicatie, zonder holle ruimte;</p>\n<p class=\"lf-p\">Infiltreren in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater;</p>\n<p class=\"lf-p\">Insteek de snijlijn van het bovenwatertalud van het oppervlaktewaterlichaam met het aangrenzende maaiveld;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kunstwerk werken die ondersteunend zijn aan waterstaatwerken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Motorvoertuig elk gemotoriseerd voertuig dat niet over rails rijdt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurvriendelijke oever oever die de watervoerende aspecten van een watersysteem combineert met een zo natuurlijk mogelijke ontwikkeling;</p>\n<p class=\"lf-p\">Noodvoorziening voorziening die permanent aanwezig is, maar slechts in noodsituaties dienst zal doen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderhoudsstrook een bij het waterstaatswerk behorende strook grond ten behoeve van het onderhoud;</p>\n<p class=\"lf-p\">Onttrekken onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam of van grondwater door middel van een onttrekkingsinrichting;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overhangend bouwwerk bouwwerk dat al dan niet gedeeltelijk over het oppervlaktewaterlichaam, of het talud is geplaatst waarover gelopen kan worden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Peil in het peilbesluit vastgesteld referentiepeil;</p>\n<p class=\"lf-p\">Proefbronnering het onttrekken van grondwater met als doel het onderzoeken van de hoeveelheid grondwater dat tijdens toekomstige werkzaamheden moet worden onttrokken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Profiel breedte en diepte van het oppervlaktewaterlichaam als aangegeven op de legger;</p>\n<p class=\"lf-p\">Sanering van een grondwaterverontreiniging het onttrekken van verontreinigd grondwater met als doel de verontreinigde bodem of het grondwater te reinigen en de verontreinigende stoffen te verwijderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Spanningsbemaling bemaling ter verlaging van de stijghoogte in een watervoerend pakket onder een slecht doorlatende laag met spanningswater, vaak ter voorkoming van opbarsten van een bouwput;</p>\n<p class=\"lf-p\">Sleufbemaling het onttrekken van grondwater voor bronbemaling voor het drooghouden van sleuven ten behoeve van de aanleg van riolering, kabels, leidingen en watergangen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Steiger constructie die gedeeltelijk over een oppervlaktewaterlichaam is geplaatst en is verankerd in het achterliggende perceel waarover gelopen kan worden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Stof vaste substanties die geen werk of voorwerp zijn, met inbegrip van grond, stenen, mest en tuinafval;</p>\n<p class=\"lf-p\">Terras een verhard gedeelte van een tuin en heeft tot doel het verblijf in de tuin te veraangenamen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Teen van de dijk de overgang van de dijk naar het maaiveld dan wel de bodem van de langsliggende watergang;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vlonder losse houten vloer op het maaiveld grenzend aan het oppervlaktewaterlichaam waarover gelopen kan worden, met inbegrip van visstoepen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitstroomvoorziening een constructie om water in een oppervlaktewaterlichaam te laten stromen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Wegmeubilair alle voor het wegbeheer noodzakelijke objecten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Werken alle door menselijk toedoen ontstane of te maken constructies met toebehoren; en Wet Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Algemene toelichting 1 Titel 1 Doelen, strekking en uitgangspunten 1.1 Inleiding De waterschapsverordening van Waterschap Vallei en Veluwe bevat regels over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor het watersysteem binnen het waterschapsgebied. De waterschapsverordening berust op artikel 2.5 van de Omgevingswet en vervangt de keur van Waterschap Vallei en Veluwe en de daarbij horende algemene regels. Bovendien bevat het regels over lozingen, die voorheen op rijksniveau waren geregeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze algemene toelichting wordt ingegaan op de doelstelling van de nieuwe waterschapsverordening, de systematiek van deze regelgeving en de belangrijkste wijzigingen. Daarna volgt een artikelsgewijze toelichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.2 Verbeterdoelen van Omgevingswet Naar aanleiding van de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking treedt, heeft het waterschap de regelgeving over de fysieke leefomgeving in een waterschapsverordening vastgelegd. Wat voorheen in de keur werd geregeld is nu opgenomen in de waterschapsverordening. De Omgevingswet maakt onderdeel uit van een complete stelselherziening van het omgevingsrecht. De invoering van de waterschapsverordening draagt bij aan de landelijke verbeterdoelen die zijn beoogd met de invoering van de Omgevingswet: een inzichtelijk omgevingsrecht, waarin de leefomgeving centraal staat, waarin ruimte is voor maatwerk en waarin besluitvorming over projecten sneller en beter verloopt. In de toelichting op de Omgevingswet zijn deze doelen verder uitgewerkt en die luiden als volgt:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Minder en daardoor overzichtelijkere regels</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Ingericht volgens het 'ja, mits'-principe</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Meer ruimte voor initiatieven</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Lokaal maatwerk</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Vertrouwen 1.3 Systematiek waterschapsverordening 1.3.1 Gewijzigde systematiek waterschapsverordening Waterschap Vallei en Veluwe heeft ervoor gekozen om de keur beleidsarm om te zetten en de verbeterdoelen uit de Omgevingswet uit te werken in de nieuwe waterschapsverordening. Dit heeft ertoe geleid dat de waterschapsverordening is gebaseerd op een andere systematiek dan de keur. De keur is ingericht op basis van het 'nee, tenzij' principe. Dit betekent dat activiteiten niet zijn toegestaan, tenzij hiervoor een vergunning met bijbehorende voorwaarden is verleend. De waterschapsverordening is ingericht conform het 'ja, mits' principe. Dit betekent dat activiteiten zijn toegestaan, mits wordt voldaan aan de in de waterschapsverordening genoemde voorwaarden. Om dit vorm te geven wordt er gewerkt met zorgplichten en algemene regels. Dit zorgt ervoor dat de waterschapsdoelen goed worden beschermd en dat er tegelijkertijd voldoende ruimte is voor initiatieven van derden en lokaal maatwerk.</div>\n<p class=\"lf-p\">1.3.2 Doelstelling waterschapsverordening Waterschap Vallei en Veluwe Een van de doelstellingen van de Omgevingswet is het gebruik van minder en vooral overzichtelijkere regels. Een belangrijk onderdeel hiervan is de verbinding van de regels aan de doelstellingen van het waterschap. De kerntaken van een waterschap zijn het beheer van het watersysteem en het waterketenbeheer. Volgens de Omgevingswet worden er regels gesteld ten aanzien van deze taken met het oog op:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen,</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Het beschermen van de doelmatige werking van een zuiveringtechnisch werk Het doel van de waterschapsverordening is ervoor te zorgen dat deze taken goed en onbelemmerd door activiteiten van derden uitgevoerd kunnen worden en de doelstellingen worden gewaarborgd. Daarmee wordt beschermd wat nodig is en vrijgelaten wat kan. Om dit te bewerkstelligen is de waterschapsverordening opgebouwd aan de hand van vier thema’s: Waterkeringen, Oppervlaktewaterlichamen, Bergingsgebieden, Grondwater en Waterkwaliteit &amp; Zuiveringen. Voor het thema Waterkwaliteit &amp; Zuiveringen is aangesloten bij de regels die vanuit de centrale overheid naar het waterschap overgaan. Voor de overige thema's heeft het waterschap hoofdoelen geformuleerd die zijn opgenomen in de onderstaande tabel.</div>\n<p class=\"lf-p\">Oppervlaktewater-lichamen Waarborgen van een onbelemmerde aan- en afvoer van oppervlaktewater;</p>\n<p class=\"lf-p\">Waarborgen van het waterbergend vermogen van het oppervlaktewaterlichaam;</p>\n<p class=\"lf-p\">Waarborgen van de chemische en ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrijhouden van het oppervlaktewaterlichaam en onderhoudsstrook van feitelijke belemmeringen voor het uitvoeren van onderhoud en inspectie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoeren van het onderhoud tegen aanvaardbare maatschappelijke lasten; en Waarborgen van de vervulling van maatschappelijke functies door oppervlaktewaterlichamen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterkeringen Waarborgen van de goede staat en werking van de waterkering;</p>\n<p class=\"lf-p\">Waarborgen van de mogelijkheid van doelmatige inspectie van de staat en werking van de waterkering; en In stand houden van het waterkerend vermogen van de waterkering tegen maatschappelijk aanvaardbare lasten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bergingsgebieden Waarborgen van het waterbergend vermogen van het bergingsgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grondwater De beschikbaarheid van voldoende grondwater van een goede kwaliteit voor een duurzaam gebruik van het water; en Een grondwaterstand die geen afbreuk doet aan de bij het grondwaterbeheer betrokken belangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.3.3 Zorgplicht Ter bescherming van de genoemde doelen is per thema een zorgplicht geformuleerd. Kort gezegd is hierin bepaald dat initiatiefnemers alle maatregelen moeten nemen om te voorkomen dat activiteiten nadelige gevolgen hebben voor de hiervoor genoemde doelen van het waterschap. Initiatiefnemers die activiteiten uitvoeren, die de te beschermen doelen mogelijkerwijs (nadelig) beïnvloeden, zullen deze zorgplicht altijd in acht moeten nemen. Activiteiten die de doelen van het waterschap bedreigen, kunnen met behulp van deze zorgplicht worden voorkomen dan wel teniet worden gedaan. De zorgplicht werkt daarmee als een vangnet. Dat betekent dat als er niets specifieks geregeld is, het waterschap kan handhaven op grond van de specifieke zorgplichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.3.4 Algemene voorschriften en informatieve meldplicht Met inachtneming van de zorgplicht, geldt als uitgangspunt dat activiteiten zijn toegestaan. Om initiatiefnemers houvast te bieden, zijn voor bepaalde veel voorkomende activiteiten aanvullende voorschriften geformuleerd. Activiteiten die conform de zorgplicht en de aanvullende voorschriften worden uitgevoerd, zijn vergunningvrij. Wel geldt voor deze activiteiten soms een informatieve meldplicht, zodat het waterschap op voorhand bekend is met activiteiten die worden uitgevoerd en zo nodig toezicht kan houden en eventueel een maatwerkvoorschrift kan opleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.3.5 Maatwerkvoorschriften Indien noodzakelijk, kan het waterschap wanneer in een bepaalde situatie algemene regels gelden maatwerkvoorschriften opleggen. Deze kunnen een verzwaring van de voorschriften betekenen maar ook een verlichting daarvan inhouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.3.6 Vergunningsplicht Voor bepaalde activiteiten blijft een vergunningplicht gelden. Het betreft activiteiten die een grote(re) invloed hebben op de te beschermen doelstellingen van het waterschap en slechts bij uitzondering zijn toegestaan. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een peilafwijking of bouwwerk op een waterkering. Deze activiteiten laten zich niet goed reguleren met behulp van algemene voorschriften en een meldplicht. Voor deze activiteiten blijft daarom een vergunningplicht gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.3.7 Samenvatting systematiek Resumerend zijn er dus feitelijk drie hoofdcategorieën. De eerste hoofdcategorie bestaat uit activiteiten die zijn toegestaan met inachtneming van de zorgplicht. Daarnaast zijn er activiteiten waarvoor naast de zorgplicht algemene voorschriften gelden. Een van die voorschriften kan een informatieve meldplicht zijn. De derde hoofdcategorie bestaat uit activiteiten waar een vergunningplicht voor blijft gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.4 Digitalisering 1.4.1 DSO en werkingsgebieden De regelgeving van het waterschap wordt onder de Omgevingswet ontsloten via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Deze digitalisering is onderdeel van het landelijke DSO waarin ook de regelgeving van Rijk, provincie, gemeenten en andere waterschappen digitaal ontsloten wordt. Nieuw is dat de regels over activiteiten zijn gekoppeld aan geometrisch aangewezen en begrensde werkingsgebieden, waarbij men met een eenvoudige klik op een kaart kan zien welke regels op het betreffende gebied van toepassing zijn. Om dit mogelijk te maken, moet iedere individuele regel van het waterschap voorzien worden van een zogenoemd werkingsgebied en op een kaartlaag aangeleverd worden. Waar geen specifiek werkingsgebied is benoemd, geldt het hele beheergebied van het waterschap als werkingsgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.4.2 Toepasbare regels Naast het sec laten zien welke regels van toepassing zijn, maakt het DSO eveneens inzichtelijk onder welke voorwaarden activiteiten zijn toegestaan. Om dit mogelijk te maken, is de juridische regelgeving van het waterschap vertaald in zogenaamde toepasbare regels en vragenbomen. Zo kan aan de hand van vragen die men doorloopt in het DSO worden bepaald of er al dan niet een vergunning aangevraagd moet worden, of dat er bijvoorbeeld alleen een meldplicht geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.5 Belangrijke wijzigingen waterschapsverordening Behalve de wijziging van de systematiek van de waterschapsverordening in vergelijking met de huidige keur, zijn er nog twee belangrijke wijzigingen: het vervallen van de onderhoudsbepalingen en het opnemen van Rijksregels met betrekking tot lozingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.5.1 Verhouding tot de onderhoudslegger In het stelsel van de Omgevingswet mogen onderhoudsplichten niet in de waterschapsverordening opgenomen worden. Bij de invoering van de waterschapsverordening worden deze onderdelen van de keur daarom opgenomen in een aparte onderhoudsverordening. In de bijbehorende onderhoudslegger zijn de onderhoudsplichtigen van de waterstaatswerken genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.5.2 Decentralisatie van lozingen: de bruidsschat Een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingswet is het bieden van meer ruimte voor gebiedsgericht maatwerk. Om dit mogelijk te maken, wordt bepaalde regelgeving overgeheveld van het Rijk als centrale overheid naar lokale overheden. Dit wordt ook wel de bruidsschat genoemd. De lokale overheden kunnen deze wetgeving vervolgens naar eigen inzicht aanpassen. Voor waterschappen betreft het regelgeving over lozingen op oppervlaktewateren of een zuiveringtechnisch werk. Waterschap Vallei en Veluwe heeft ervoor gekozen om de regels in eerste instantie ongewijzigd over te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.6 Hoofdstukindeling De waterschapsverordening bestaat uit vijf hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk bevat algemene bepalingen over begrippen, beperkingengebieden, beoordelingsregels en enkele algemene bepalingen over de omgevingsvergunning, melding en informatieplicht. Verder komen er nog enkele uitzonderingen aan bod, waaronder het uitvoeren van beheeractiviteiten door het waterschap zelf en een regeling voor bijzondere omstandigheden zoals calamiteiten en ongewone voorvallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 2 bevat regels over activiteiten bij waterkeringen, oppervlaktewaterlichamen, waterkeringen en bergingsgebieden. In het eerste deel van elke afdeling zijn de doelen uitgewerkt, het toepassingsbereik, de specifieke zorgplicht en de indieningsvereisten voor de aanvraag van een omgevingsvergunning. Vervolgens worden per activiteit het toepassingsbereik gegeven en worden -indien van toepassing- de gevallen aangegeven waarvoor aanvullende voorschriften (de algemene regels) gelden en de gevallen waarvoor een vergunningplicht geldt. Hoofdstuk 3 gaat over grondwateronttrekkingsactiviteiten en hoofdstuk 4 gaat over lozingsactiviteiten. Deze hoofdstukken hebben dezelfde opbouw als hoofdstuk 2. Hoofdstuk 4 maakt onderdeel uit van de bruidsschat en is ongewijzigd overgenomen van het Rijk. Tot slot bevat hoofdstuk 5 de overgangs- en slotbepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelsgewijze Toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het eerste lid van dit artikel zijn de begripsbepalingen van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) van toepassing verklaard op deze waterschapsverordening. Dit bevordert de eenduidigheid van begrippen in het nieuwe stelsel. In aanvulling op de begrippen van de wet en de algemene maatregelen van bestuur, bevat bijlage II bij deze verordening de overige begripsbepalingen die nog nodig zijn voor de goede toepassing van deze verordening. In de begripsomschrijvingen is zoveel mogelijk aangesloten bij de begripsbepalingen uit de stelselcatalogus bij de Omgevingswet</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsgebied</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan iedere regel in deze waterschapsverordening is een werkingsgebied gekoppeld. De werkingsgebieden verschillen per type activiteit. Dit artikel geeft aan dat de verordening bedoeld is voor het beheergebied van het waterschap. Deze bepaling fungeert als een vangnet voor alle regels waarvoor in hoofdstukken 2 tot en met 4 geen specifieker werkingsgebied is opgenomen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Doelen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling bevat een hele algemene omschrijving van de doelen (soort samenvatting) zoals die ook in het Omgevingswet is opgenomen voor de rijksregels (zie artikelen 4.23 en 4.25 Omgevingswet). Dit geeft een brede basis voor verdere uitwerking van de regels in de waterschapsverordening en de uitvoering daarvan. Deze doelen komen grotendeels overeen met de doelen uit de huidige Waterwet. Deze doelen worden verderop in de volgende hoofdstukken specifieker uitgewerkt per type waterstaatswerk (waterkeringen, oppervlaktewaterlichamen en bergingsgebieden) en voor grondwater. De specifiekere uitwerking geeft een duidelijke en transparante motivering bij de (activiteitgerichte regels) en bij de uitvoering daarvan De verwijzing naar de maatschappelijke doelen van 1.3 Omgevingswet maakt duidelijk dat het waterschap vanuit de eigen (beheer)taken een bijdrage levert aan de maatschappelijke doelen die worden beoogd met de Omgevingswet en de na te streven waterdoelen niet op zichzelf staan. Artikel 2.1, eerste lid, van de Omgevingswet, schrijft voor dat bestuursorganen de taken en bevoegdheden op grond van de wet uitoefenen met het oog op deze maatschappelijke doelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing en begrenzing van gebieden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1.4 De werkingsgebieden van de regels in deze verordening zijn in bijlage I bij deze verordening aangewezen en geometrisch begrensd. Door het opnemen van de geometrische informatieobjecten (GIO’s) in de bijlage, worden de GIO’s met daarin de werkingsgebieden een integraal onderdeel van de verordening. In dit artikel gaat het om de beperkingengebieden waarvoor het waterschap het waterbeheer voert. Beperkingengebieden zijn in de Omgevingswet gedefinieerd als “bij of krachtens de wet aangewezen gebieden waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object”. Ieder gebied waar een regel geldt ter bescherming van een oppervlaktewaterlichaam, waterkering of bergingsgebied, is dus onderdeel van het beperkingengebied met betrekking tot dat waterstaatswerk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.5</span><span class=\"lf-art-t\">Waterstaatswerken die niet geometrisch begrensd zijn</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor waterstaatswerken die niet geometrisch zijn begrensd en waarvoor de ligging niet volgt uit een projectbesluit of omgevingsvergunning, gelden de grenzen van het waterstaatswerk, de beschermingszone en de onderhoudsstrook zoals aangegeven in deze bepaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.6</span><span class=\"lf-art-t\">Nadere uitwerking gebieden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn verschillende zones waarvoor de bepalingen uit de waterschapsverordening gelden. Zo staan vermeld beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam en beperkingengebied waterkering. Andere voorbeelden zijn waterstaatswerk primaire waterkering en beschermingszone A bij een primaire waterkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.7</span><span class=\"lf-art-t\">Normadressaat</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eigenaren, overige zakelijk gerechtigden tot en gebruikers van de grond zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de nakoming van verplichtingen, die ingevolge de verordening op de eigenaar van de grond rusten. Veelal is niet de eigenaar, maar de feitelijke gebruiker van de grond degene die bij machte is aan die verplichtingen te voldoen of die bij de voldoening aan die verplichtingen is gebaat</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.8</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene gegevens bij een melding of informatieverplichting</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-18-350\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1.8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als op grond van deze verordening een melding wordt gedaan of gegevens en bescheiden aan het waterschap worden verstrekt, worden die gegevens en bescheiden begeleid door een aantal algemene gegevens. Er is aansluiting gezocht bij de algemene gegevens die op grond van artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht bij een aanvraag voor een beschikking worden gevraagd. In plaats van de aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd, gaat het om een aanduiding van welke activiteit er zal worden verricht. Daarnaast is ter identificatie van belang de naam en het adres van degene die de activiteit verricht. Als het adres waarop de activiteit wordt verricht waarover gegevens worden verstrekt, een ander adres is dan het adres van degene die de activiteit verricht, bijvoorbeeld omdat er meerdere bedrijfslocaties zijn, wordt ook dat adres verstrekt Artikel 1.8 lid 2 regelt dat gegevens en bescheiden moeten worden verstrekt aan het waterschap, als het waterschap die gegevens en bescheiden nodig heeft om voor een specifieke activiteit of een specifieke locatie te beoordelen of de algemene regels en eventuele maatwerkvoorschriften die voor die activiteit of die locatie gelden, nog volstaan. Het gaat om gegevens en bescheiden waar het waterschap om vraagt. Degene die de activiteit verricht hoeft in beginsel niet uit eigen beweging gegevens of bescheiden te verstrekken. Ook kan in het kader van toezicht op de naleving om gegevens worden gevraagd. Zulke bevoegdheden van toezichthouders zijn geregeld in titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht; dit artikel staat daar niet aan in de weg. Het gaat in dit artikel alleen om de situatie dat het waterschap wil bekijken of de algemene regels en maatwerkvoorschriften voor de activiteit nog toereikend zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verstrekken van gegevens en bescheiden (ook wel informatieverplichting genoemd) is iets anders dan een melding in de zin van artikel 4.4 van de Omgevingswet; het daaruit voortvloeiende verbod om te starten met de activiteit is niet van toepassing. Overigens kan naar aanleiding van een melding een verzoek om gegevens en bescheiden te verstrekken worden gedaan. Het verstrekken van gegevens en bescheiden kan zowel elektronisch als per post; zie daarvoor afdeling 14.1 van het Omgevingsbesluit en de toelichting daarop. Gegevens waarover degene die de activiteit niet redelijkerwijs de beschikking kan krijgen hoeven uiteraard niet te worden verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten algemeen vergunning</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hier staan de indieningsvereisten die gelden voor iedere vergunningaanvraag. Per specifieke activiteit kunnen daar aanvullende gegevens nodig zijn. Die worden dan bij die specifieke regels vermeld</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.10</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel omgevingsvergunning wateractiviteiten</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid van dit artikel bevat de algemene gronden waarop een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit op grond van deze verordening wordt verleend. Een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit wordt alleen verleend als, kort gezegd, de aangevraagde activiteit in overeenstemming is met de doelen van het waterbeheer. Als de aangevraagde activiteit niet met deze doelen verenigbaar is, dan wordt de aanvraag voor een dergelijke omgevingsvergunning geweigerd. Deze beoordelingsregel sluit aan op de beoordelingsregel die het Rijk hanteert voor aanvragen voor omgevingsvergunningen voor wateractiviteiten als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet (zie artikel 8.84, eerste lid, van het Bal). Het tweede en derde lid van dit artikel bevatten de beoordelingsregels die volgens de instructieregel van artikel 6.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in de waterschapsverordening moeten worden opgenomen. Inhoudelijk zijn deze leden een voortzetting van de regel die voorheen in artikel 6.1a van het Waterbesluit was opgenomen, maar dan beter toegesneden op de eisen die de Kaderrichtlijn Water stelt. In aanvulling op deze algemene beoordelingsregels, zijn specifieke beoordelingsregels voor lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam, lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werk, wateronttrekkingsactiviteiten en beperkingengebiedactiviteiten die betrekking hebben op een waterstaatswerk opgenomen in de hoofdstukken 2 tot en met 4</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.11</span><span class=\"lf-art-t\">Zorgplicht watersysteem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1.11 De specifieke zorgplicht van dit artikel geldt naast de meer uitgewerkte artikelen in de hoofdstukken 2 en 3. De specifieke zorgplicht treedt dus (anders dan de algemene zorgplicht van de Omgevingswet) niet terug als er meer uitgewerkte regels zijn gesteld. De specifieke zorgplicht geldt ook voor activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning op grond van deze afdeling is vereist. Dit sluit aan op de keuze die het Rijk heeft gemaakt over de werking van de specifieke zorgplichten van het Bal. De specifieke zorgplicht fungeert zoals een basisnorm voor alle activiteiten die onder de reikwijdte van deze afdeling vallen. De algemene regels van de afdeling en de voorschriften die aan een omgevingsvergunning worden verbonden, zijn een nadere uitwerking van de specifieke zorgplicht voor een concrete activiteit. Die algemene regels en vergunningvoorschriften moeten steeds assen binnen de doelen van artikel 1.3. Deze brede werking van de specifieke zorgplicht maakt het mogelijk om maatregelen, die voor zich spreken en die ieder redelijk denkend mens zal nemen, niet uit te schrijven in de algemene regels van dit hoofdstuk en in vergunningvoorschriften. De specifieke zorgplicht waarborgt dat zulke vanzelfsprekende maatregelen worden genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze specifieke zorgplicht is de opvolger van de zorgplichten diein artikel 2.1 van het voormalige activiteitenbesluit milieubeheer, artikel 2.1 van het voormalige Besluit lozen buiten inrichtingen en artikel 4 van het voormalige Besluit lozing afvalwater huishoudens waren opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegen een overtreding van de specifieke zorgplicht kan handhavend worden opgetreden. Handhavend optreden ligtvoor de hand bij evidente overtredingen van de specifieke zorgplicht. Daarvan is sprake in situaties waarin het handelen of nalaten van degene die de activiteit verricht onmiskenbaar in strijd is met de specifieke zorgplicht. Er kunnen ook situaties aan de orde zijn waarin niet direct duidelijk is of van onmiskenbare strijd sprake is. Het waterschap zal dan een keuze moeten maken tussen een handhavingstraject of het eerst verduidelijken wat de specifieke zorgplicht inhoudt. Die verduidelijking kan in de vorm van het stellen van een maatwerkvoorschrift maar dat hoeft niet. Ook wanneer het waterschap degene die de activiteit verricht mondeling of schriftelijk informeert over wat er in een concreet geval onder de specifieke zorgplicht moet worden verstaan, is het voor diegene na ontvangst van die informatie duidelijk wat er verwacht wordt. Als daar geen gevolg aan wordt gegeven, is er sprake van onmiskenbare strijd met de specifieke zorgplicht. Een uitgebreidere uiteenzetting van de mogelijkheden om handhavend op te treden tegen overtredingen van de specifieke zorgplicht is opgenomen in de nota van toelichting bij het Bal (Stb. 2018, 293, p. 526–527).</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1.11 bevat een specifieke zorgplicht ten aanzien van het watersysteem. Deze zorgplicht geldt voor eenieder, en eenieder kan op een schending van deze zorgplicht worden aangesproken. Het artikel bestaat uit twee delen. Het eerste deel, bestaande uit het eerste lid, verplicht degene die de activiteit verricht om zorg te dragen voor bepaalde milieubelangen. In het tweede deel (lid 2) wordt de open norm van lid 1 nader geconcretiseerd. Dit geeft een handvat aan degene die de activiteit verricht om de vereiste zorg in te vullen. Het derde lid van dit artikel bevat de verplichting voor initiatiefnemer de direct belanghebbenden en de grondeigenaar op voorhand bij de voorgenomen activiteit te informeren en te betrekken. Deze geldt ook voor activiteiten die onder algemene regels vallen. Dit betekent dat burgers of bedrijven ook het waterschap als grondeigenaar moeten betrekken. Participatie door initiatiefnemers bij de aanvraag van omgevingsvergunningen is al geregeld in artikel 7.4 Omgevingsregeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.12</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel geeft het waterschap de mogelijkheid om maatwerkvoorschriften te stellen over de specifieke zorgplicht van artikel 1.11 en de algemene regels in de hoofdstukken 2 en 3. De keuze om maatwerkvoorschriften mogelijk te maken sluit aan bij de keuze die het Rijk heeft gemaakt in het Besluit activiteiten leefomgeving De bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften is de opvolger van onder meer de maatwerkbevoegdheden ter uitwerking van de zorgplichten van artikel 2.1 van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, artikel 2.1 van het voormalige Besluit lozen buiten inrichtingen en artikel 4 van het voormalige Besluit lozing afvalwater huishoudens, en de specifieke maatwerkbevoegdheden die in diverse artikelen van die besluiten waren opgenomen. Ook de Keur Waterschap Vallei en Veluwe 2013 bevatte de bevoegdheid maatwerkvoorschriften te stellen. Overigens wordt hiermee niet beoogd dat het waterschap vaker dan voor inwerkingtreding van de Omgevingswet gebruik zal maken van die bevoegdheid. Maatwerk blijft een uitzondering; de algemene regels in dit hoofdstuk voldoen in de meeste gevallen. Maar als lokale omstandigheden of een bijzondere bedrijfsvoering maatwerk nodig maken, dan kan daarin wel worden voorzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat een maatwerkvoorschrift niet kan worden gesteld, als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in afdeling 2.1 kan worden verbonden. Hiervoor is gekozen om voorschriften voor een activiteit zo veel mogelijk samen te brengen in één document.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.13</span><span class=\"lf-art-t\">Gesloten periode</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tussen 1 november en 1 april valt het stormseizoen. In deze periode komen over het algemeen de meeste stormen en hoogwater voor. De golven slaan bij een storm hard tegen de waterkering. Een goede grasbekleding is noodzakelijk voor de stabiliteit van de waterkering in het stormseizoen en bij hoog water. Werkzaamheden die mogelijk een negatief effect kunnen hebben op de waterkering zijn gedurende de stormperiode niet toegestaan</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.14</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing bijzondere omstandigheden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-114-351\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1.14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 19.0 van de Omgevingswet biedt de mogelijkheid om bij waterschapsverordening een onderwerp aan te wijzen als een ‘bijzondere omstandigheid in de fysieke leefomgeving’. Door dit te doen kan het dagelijks bestuur met een besluit afwijken van de regels uit de verordening, op het moment dat de bijzondere omstandigheid zich voordoet Als zich een omstandigheid zoals genoemd in dit artikel voordoet, kan het dagelijks bestuur van het waterschap dus beslissen om bijvoorbeeld uitzonderingen op de vergunningplicht geheel of gedeeltelijk op te schorten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.15</span><span class=\"lf-art-t\">Algeheel verbod bij bijzondere omstandigheden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.15</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel worden regels gesteld als zich bijzondere omstandigheden voordoen. Het gaat om alle activiteiten, of deze vergunningplichtig zijn of niet. Het bestuur kan dan bijvoorbeeld verbieden water af te voeren of water te onttrekken. Er wordt dan afgeweken van de normaal geldende regels, verleende vergunningen of geldende peilbesluiten. Die afwijking is tijdelijk en duurt zolang de bijzondere omstandigheden duren. Voor de afwijking is geen vergunning nodig en gelden ook geen algemene regels. De Omgevingswet (afdeling 19.4) stelt regels omtrent het gevaar voor waterstaatswerken en beschermingszones. Deze artikelen geven de waterbeheerder ruime bevoegdheden</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.16</span><span class=\"lf-art-t\">Ongewoon voorval</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.16</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een ongewoon voorval is een gebeurtenis, ongeacht de oorzaak daarvan, die afwijkt van het normale verloop van een activiteit, zoals een storing, ongeluk, calamiteit, waardoor significante nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving ontstaan of dreigen te ontstaan, waaronder: a. een geval van een inbreuk op vergunningsvoorwaarden als bedoeld in artikel 8 van de richtlijn industriële emissies, of b. een zwaar ongeval als bedoeld in artikel 3, onderdeel 13, van de Seveso- richtlijn Dit artikel bepaalt dat het waterschap onverwijld over een ongewoon voorval moet worden geïnformeerd. Om de gepaste mate van spoed uit te drukken, is gekozen voor het begrip onverwijld. Dit houdt in dat zodra vastgesteld is dat er sprake is van een ongewoon voorval het waterschap direct moet worden geïnformeerd; vertraging is gezien de gevolgen voor de waterkwaliteit, waterkwantiteit, veiligheid van de waterkering of wegen niet wenselijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het tweede lid is omschreven welke gegevens en bescheiden over het ongewoon voorval aan het waterschap moeten worden verstrekt, zodra deze informatie beschikbaar is. Dat hoeft dus niet met dezelfde spoed als het informeren over het ongewone voorval zelf. Uit onderdeel d volgt dat ook informatie moet worden verstrekt over de maatregelen die worden genomen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewone voorval te voorkomen of te beperken. Voor het ‘voorkomen van de nadelige gevolgen van ongewone voorvallen’ is aangesloten bij de uitleg die daarover wordt gegeven in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.17</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzondering beheeractiviteiten</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.17</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het waterschap voert als beheerder van het watersysteem vele handelingen aan waterstaatswerken uit. De handelingen die het waterschap daar uitvoert, zijn in het belang van de aan het waterschap opgedragen taken en vallen onder beheer en onderhoud. Vaak zijn deze handelingen overeenkomstig de functie van het betreffende waterstaatswerk. Daarom geldt voor deze handelingen geen vergunningplicht of meldplicht. Wel heeft het waterschap een vergunning nodig voor handelingen die het waterschap niet als beheerder verricht, maar bijvoorbeeld als eigenaar van grond of gebouwen Indien het waterschap als beheerder evenwel nieuwe werken uitvoert of wijzigingen aanbrengt in bestaande waterstaatswerken, waardoor de legger wijzigt, of die grote impact hebben op de omgeving, kan het bestuur ofwel: - een projectbesluit vaststellen als bedoeld in artikel 5.44 van de Omgevingswet; - een vergunning aanvragen op grond van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er een projectbesluit is vastgesteld, is vergunning op grond van deze verordening niet meer aan de orde.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.18</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoegdheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1.18 De waterschapsverordening wordt in principe vastgesteld door het algemeen bestuur. Artikel 2.8 van de Omgevingswet biedt het algemeen bestuur echter de mogelijkheid om het vaststellen van delen van de waterschapsverordening te delegeren aan het dagelijks bestuur. In deze bepaling is hieraan invulling gegeven en wordt de reikwijdte van de gedelegeerde bevoegdheid aangegeven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.19</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.19</span><span class=\"lf-art-t\">Het dagelijks bestuur rapporteert één keer per jaar aan het algemeen bestuur over de uitvoering van de gedelegeerde bevoegdheden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Doelen waterkeringen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel geeft aan met welke doelen de regels in deze afdeling zijn gesteld. Deze zijn een uitwerking van de artikel 1.3 benoemde algemene doelen van de waterschapsverordening ten aanzien van waterkeringen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elke paragraaf, afdeling of hoofdstuk van deze verordening begint met een artikel dat het toepassingsbereik bevat. Dat artikel geeft aan over welke activiteiten de paragraaf gaat met bijbehorend werkingsgebied. Het toepassingsbereik van de paragraaf is veelal ruim, zoals het beperkingengebied met betrekking tot een waterstaatswerk. De inhoudelijke regels over die activiteiten in de betreffende paragraaf hebben vaak een beperkter werkingsgebied zoals de kernzone of de kernzone plus beschermingszone. Door het artikel over het toepassingsbereik het ruimste werkingsgebied te geven, is voor alle activiteiten in dat gebied in ieder geval de specifieke zorgplicht van de afdeling of paragraaf van toepassing is. De specifieke zorgplicht fungeert daarmee als vangnet voor activiteiten die niet aan andere inhoudelijke algemene regels of een vergunningplicht zijn gebonden. Zo heeft het waterschap altijd een grond om een initiatiefnemer aan te spreken als diegene een activiteit verricht die potentiële schade voor een waterstaatswerk kan opleveren. Dit artikel bepaalt dat deze afdeling van toepassing is op het verrichten van activiteiten met gevolgen voor waterkeringen. Een verholen waterkering is een waterkering die niet dusdanig zichtbaar is als waterkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Inhoud specifieke zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 2.3 De voor de waterkering uitgewerkte specifieke zorgplicht van dit artikel geldt in aanvulling op de specifieke zorgplicht van artikel 1.11 naast de meer uitgewerkte artikelen in deze afdeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht gebieden in ontwikkeling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-24-352\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een gebied in ontwikkeling is een gebied waarbinnen nog geen geometrische begrenzing van de waterstaatswerken is vastgesteld of de begrenzing als gevolg van een vergunning of projectbesluit is gewijzigd maar dit besluit nog niet onherroepelijk is of de feitelijke situatie niet overeenkomstig deze vergunning of projectbesluit is. Om deze reden moet iedereen die in een ontwikkelingsgebied een activiteit gaat verrichten informatie bij het bestuur aanleveren over deze activiteit. Naar aanleiding van de ontvangen informatie wordt bekeken of de activiteit kan interfereren met een nieuw of binnenkort te realiseren of te wijzigen waterstaatswerk. Als dat het geval is, zal alsnog een melding moeten worden gedaan of een vergunning moeten worden aangevraagd in overeenstemming met dit hoofdstuk</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten omgevingsvergunning beperkingengebiedactiviteit</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel zijn de indieningsvereisten overgenomen die voorheen in het voormalige artikel 6.24 van de Waterregeling stonden. Gelet op het belang van waterkeringen heeft de waterbeheerder in het algemeen specifiek beleid vastgesteld over activiteiten bij waterkeringen. Als een initiatiefnemer vermoedt dat voor zijn activiteit geen stabiliteitsberekening nodig is, kan hij daarover contact opnemen met de waterbeheerder</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het onderhouden van wegen en wegbermen in het beperkingengebied niet verholen waterkering. Op het onderhouden van wegen en wegbermen in het beperkingengebied verholen waterkering is alleen de zorgplicht waterkeringen (art. 2.3) van toepassing</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 2.7 en 2.8 Het onderhouden van wegen en wegbermen heeft invloed op de stabiliteit van de waterkering. Het waterschap heeft voor specifieke gevallen algemene regels opgesteld om deze invloed zoveel mogelijk te mitigeren. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in deze gevallen voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels in aanvulling op de zorgplicht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.8</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels onderhoud</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 2.7 en 2.8 Het onderhouden van wegen en wegbermen heeft invloed op de stabiliteit van de waterkering. Het waterschap heeft voor specifieke gevallen algemene regels opgesteld om deze invloed zoveel mogelijk te mitigeren. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in deze gevallen voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels in aanvulling op de zorgplicht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.9</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.9</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel verplicht om minimaal twee weken voor het begin ervan de activiteit te melden aan het bestuur, overeenkomstig artikel 1.8, eerste lid</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vanwege de invloed op de stabiliteit waterkering wil het waterschap in een specifiek benoemde situatie elk geval beoordelen onder welke voorwaarden de activiteit gerealiseerd kan worden en onder welke vergunningvoorschriften</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.11</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf gaat over het verrichten van grondonderzoek door middel van grondboring, sondering, het plaatsen van peilbuizen en het graven van proefsleuven in het beperkingengebied van de niet verholen waterkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.12</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Grondonderzoek heeft invloed op de grondmechanische stabiliteit en waterdichtheid van de waterkering. Het waterschap heeft voor specifieke gevallen algemene regels opgesteld om deze invloed zoveel mogelijk te mitigeren. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in deze gevallen voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels in aanvulling op de zorgplicht</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.13</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel grondboring en sondering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 2.13 De erosiebestendigheid van de waterkering moet gewaarborgd blijven. Na het uitvoeren van het onderzoek moet de toplaag hersteld worden om te zorgen dat er geen erosie optreedt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.14</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4></div>", "next": 239963}