{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De Greenports moeten, om in de toekomst als economisch cluster hun concurrentiekracht te behouden en versterken, nieuwe verdienmodellen ontwikkelen en duurzamer worden door middel van innovatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie is partner in het Innovatiepact Greenport West-Holland. Doel van het pact is het versnellen van innovatie binnen het regionale tuinbouwcluster door de ontwikkeling van nieuwe innovaties te versnellen en mogelijke belemmeringen weg te nemen. Via het Innovatiepact cofinanciert de provincie innovatieve projecten. Daarnaast cofinanciert de provincie de uitvoering van de programma’s binnen de Greenport West-Holland op het gebied van digitalisering, biobased plantinhoudsstoffen en terugdringen gebruik kunststoffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze programma’s zijn onderdeel van het Innovatiepact.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie Zuid-Holland faciliteert daarnaast de innovatie in de Greenports door het verlenen van subsidie via de MIT-regeling, het ondersteunen van fieldlabs en via de inzet van InnovationQuarter in het tuinbouwcluster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Samenwerkend Bevorderen netwerksamenwerking Greenports Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie faciliteert de triple helix netwerken van de Greenports (zowel regionaal als landelijk) zodat de netwerken betekenisvolle agenda’s kunnen maken en uitvoeren, waarin de provinciale belangen en ambities geborgd zijn. Met deze agenda’s is het netwerk in staat de transitie naar toekomstbestendige Greenports die op mondiale schaal toonaangevend en innovatief opereren, te versnellen De provincie participeert op bestuurlijk niveau in de triple helix netwerken Greenport West-Holland, Greenport Boskoop, Greenport Aalsmeer en Greenports Nederland.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie geeft een financiële bijdrage door middel van een begrotingssubsidie aan de governance van de triple helix netwerken Greenport West-Holland, Greenport Boskoop, Greenport Aalsmeer, Greenport Duin- en Bollenstreek en Greenports Nederland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Samenwerkend Duurzame klimaatbestendige waterhuishouding greenports Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Glastuinbouw, bollenteelt en boomteelt zorgen via emissies voor belasting van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater. Tegelijkertijd vragen deze sectoren een goede kwaliteit zoet water als bron van gietwater. Glastuinbouw en boomteelt zijn gevoelig voor extreme neerslag, waardoor wateroverlast en schade kan ontstaan. Klimaatverandering zet het huidige aanbod van zoet water onder druk, daarnaast neemt de intensiteit van neerslag toe.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie stimuleert samen met de partners in de Greenport West-Holland de transitie naar duurzaam waterbeheer. In de Waterambitie Greenport West-Holland “De waarde van water” hebben de Greenportpartners ambities geformuleerd met betrekking tot kringloopsluiting, duurzaam omgaan met water in de regio en het realiseren van een betere klimaatbestendigheid. De provincie participeert in het overleg “Emissieloze kas”, waarin aanvullend op landelijk beleid maatregelen worden ontwikkeld ter realisering van de doelen van de Kaderrichtlijn Water voor 2027. De provincie participeert in het Deltaprogramma zoet water, waarbij de zoetwatervoorziening voor de greenports een belangrijk element is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op projectniveau participeert de provincie samen met partners in innovatieprojecten voor benutting van de ondergrond ter verduurzaming van de gietwatervoorziening (COASTAR). De provincie ondersteunt de grootschalige collectieve zuivering van gewasbeschermingsmiddelen op de AWZI Nieuwe Waterweg van Delfland. De komende jaren worden de mogelijkheden voor benutting van (gezuiverd) effluent en ontwikkeling en versterking van een meer circulair gebruik van water verder onderzocht (Accez).</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Samenwerkend Energietransitie glastuinbouw Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De glastuinbouw maakt veel gebruik van (fossiele) energie. Wanneer deze sector duurzamer wil opereren, zal een omslag moeten worden gemaakt naar een duurzame energievoorziening. Het gaat vooral om duurzame warmte via geothermie en warmtenetten (restwarmte). Randvoorwaarde is dat de CO2-voorziening gewaarborgd wordt omdat dit onmisbaar is bij de teeltactiviteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie stimuleert de energietransitie in de glastuinbouw op een aantal manieren: actieve deelname en medefinanciering van de de energie-activiteiten van de netwerkorganisatie Greenport West-Holland, inbreng via bestuurlijke deelname aan de Greenport Aalsmeer, deelname in de verduurzaming van de Greenport Duin-Bollenstreek en actieve deelname in de sturing op de afspraken in het Klimaatakkoord / Nationale tuinbouwakkoord via Greenports Nederland en het Transitiecollege Kas als Energiebron i.o.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie is een van de initiatiefnemers en financier van het Energieakkoord Greenport West-Holland (2017), met een looptijd van drie jaar. In het vervolg, in kader van de afspraak in Klimaatakkoord / Tuinbouwakkoord om te komen tot een Gebiedsaanpak naar klimaatneutraal voor elke greenport, zal de provincie actief participeren. Er wordt actief verkend of de glastuinbouw kan worden aangesloten op de hoofdinfrastructuur voor restwarmtelevering (warmterotonde). De provincie is een van de initiatiefnemers voor de oprichting van Energie Transitie Partners, wat zich richt op de ontwikkeling van geothermie en de aanleg van een warmtenetwerk in Westland. Ook in het Oostland ondersteunt de provincie de ontwikkeling van warmtenetten en geothermie, met financiële ondersteuning van de Warmte Samenwerking Oostland (WSO) en via het programma van het Energieakkoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Samenwerkend Gemeentes ondersteunen bij de uitrol van 5G en aanleg van glasvezel door kennisdeling en het organiseren van samenwerking Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De coronacrisis heeft het belang van goede connectiviteit meer dan ooit aangetoond. Waar zorg en scholing op afstand tot enkele maanden geleden door een beperkte groep werd gebruikt is het in korte tijd verheven naar gemeengoed. Het Corona-virus kan een structurele verandering met zich meebrengen in de manier waarop we samenwerken. Goede connectiviteit is daarmee niet alleen een randvoorwaarde maar inmiddels cruciaal geworden voor onze economie. Ook zullen we ons moeten voorbereiden op de toekomst waar nieuwe technologieën en innovaties een goede digitale infrastructuur zullen vragen. Een belangrijk onderdeel van die digitale infrastructuur is het 5G-netwerk. Met behulp van 5G kunnen veel meer apparaten tegelijk verbinding maken en de verwachting is dat er diverse nieuwe diensten ontwikkeld en aangeboden kunnen worden, bijvoorbeeld op het gebied van automatisch vervoer, in de zorg maar we zien ook toepassingen in de land- en tuinbouw en logistiek en bij de leefbaarheid van steden en dorpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Samenwerkend Uitwerking We zien dat er behoorlijk wat op de gemeenten afkomt en dat niet alle gemeenten hier goed zicht op hebben en behoefte hebben aan ondersteuning. In de regio zijn er verschillende initiatieven rondom de uitrol van 5G en de ondergrondse infrastructuur. Vanuit de provincie en de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag ondersteunen we de gemeenten bij het opstellen van antennebeleid en de vele vragen die er op de gemeenten afkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verstrekken van kapitaal en subsidie aan InnovationQuarter Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Door de verstrekking van kapitaal en subsidie aan InnovationQuarter wordt deze in staat gesteld deelnames in en leningen aan innovatief MKB in kansrijke clusters te ondersteunen, nieuwe innovatieprojecten te helpen aanjagen en realiseren en buitenlandse investeringen te helpen aantrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Presterend Internationalisering Greenports Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie onderschrijft de ambitie Feeding and Greening the Megacities van de Economic Board Zuid-Holland. Deze ambitie bestaat uit 3 pijlers: koploper blijven op het gebied van kennis en innovatie, afzetmarkt Europa bedienen en internationaal verkopen van het concept van de Nederlandse tuinbouw (kennis en innovatieve oplossingen) aan wereldsteden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de positie van de Zuid-Hollandse tuinbouw in Europa te verstevigen is de provincie lid van het Europese netwerk ERIAFF. Via dit netwerk vinden de provincie en de Greenports samenwerkingspartners voor ontwikkeling van innovatieve oplossingen en voor deelname aan Europese programma’s. De provincie is één van de trekkers van het Europese project NEFERTITI, gericht op het uitwisselen van kennis en kunde tussen tuinbouwondernemers door middel van demonstraties op het gebied van water en bestrijdingsmiddelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie organiseert periodiek handelsmissies naar China, met name zusterprovincie Hebei en Shanghai, ter bevordering van samenwerking, handel en afzetmarkten voor bedrijven in de tuinbouwketen. De provincie bevordert de deelname van tuinbouwondernemers en vertegenwoordigers van de Greenports aan handelsmissies van andere (overheids)organisaties en participeert indien nodig. Indien de provincie meerwaarde ziet faciliteert en ondersteunt de provincie de deelname aan internationale beurzen en conferenties op het gebied van de tuinbouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie participeert in en cofinanciert de internationaliseringsambitie van de Greenport West-Holland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Samenwerkend Ondersteuning campussen Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Campussen dragen als brandpunt in het regionale ecosysteem voor innovatie en ondernemerschap sterk bij aan de benutting van het innovatiepotentieel. Bedrijven op de campus werken samen met andere bedrijven en kennisinstellingen op de campus aan innovatie door gebruik te maken van gezamenlijke onderzoeks- en innovatiefaciliteiten en een gezamenlijk netwerk. Zonder financiële steun voor deze gezamenlijke faciliteiten en netwerk zouden de campussen niet of later bijdragen aan innovatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Presterend Ondersteuning field labs en pilot plants Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Door subsidies voor de totstandkoming en benutting door bedrijven van field labs en pilot plants ('real life' testomgevingen voor innovaties) stimuleert de Provincie de versnelde introductie op de markt van innovatieve producten, processen en diensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Presterend Optimaliseren agrologistiek netwerk t.b.v. functioneren Greenports Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Door het mogelijk maken van de keuze voor alternatieve modaliteiten voor vervoer over weg (spoor, water) wordt de logistiek verduurzaamd en draagt daarmee bij aan de transitie van de Greenports. Logistiek en handel worden steeds bepalender voor het economisch goed functioneren van de Greenports en zijn daarom essentieel als schakel in de keten. Logistiek vormt de verbinding tussen de Mainports Rotterdamse haven en Schiphol en de tuinbouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie investeert in het opzetten van knooppunten in het logistieke versnetwerkom zo de Mainports te verbinden met de Greenports. De provincie faciliteert het proces om te komen tot een locatiekeuze voor een railterminal voor vers-trailers in samenwerking met het bedrijfsleven evenals de totstandkoming van het Coolportconcept voor opslag en overslag van agro-producten. Verder stimuleert de provincie het vervoer van versproducten via de binnenvaart, onder andere door het geven van subsidie. De provincie ondersteunt het bedrijvennetwerk Green meets Port met de sleutelspelers uit handel en agrologistiek. De provincie maakt met partners een gebiedsvisie Nieuw Reijerwaard om dit bedrijventerrein verder te kunnen laten ontwikkelen ten behoeve van agrologistieke bedrijvigheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zuid-Holland werkt gezamenlijk met de gemeenten Barendrecht, Ridderkerk en Rotterdam om het agrologistieke cluster in Barendrecht en Ridderkerk te versterken en te ontwikkelen tot het duurzaamste agrologistieke cluster van Europa: Dutch Fresh Port. Het betreft hier de deelgebieden Barendrecht-Oost, Verenambacht en Nieuw-Reijerwaard. In nauwe samenwerking met het bedrijfsleven en publieke stakeholders worden de mogelijkheden onderzocht en ontwikkeld om de verkaveling, de bereikbaarheid en de governance te optimaliseren, maar ook de verduurzaming en innovatie vorm te geven. Belang van de provincie is een goed bereikbaar, gezond en duurzaam agrologistiek cluster dat ruimte biedt aan modern ondernemerschap, ter versterking van de Zuid-Hollandse economie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Samenwerkend Ruimtelijk regime teeltareaal buiten de Greenports Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de vier greenports is er een aantal andere locaties met duurzaam glas. Hier is glas gevestigd dat ook in de toekomst tot het teeltareaal blijft behoren. Deze locaties behouden in de Omgevingsverordening de aanduiding duurzaam glastuinbouwgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Rechtmatig Ruimtelijke modernisering teeltareaal Greenport Aalsmeer Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie Zuid-Holland maakt onderdeel uit van de Greenport Aalsmeer en heeft de Ruimtelijke Visie Greenport Aalsmeer vastgesteld. Hierin zijn afspraken gemaakt over de toekomst van de verschillende glastuinbouwgebieden binnen de Greenport Aalsmeer. De provincie Zuid-Holland heeft deze afspraken vertaald in haar beleid en regelgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Rechtmatig Uitwerking Het gaat hierbij concreet om de volgende afspraken:</p>\n<p class=\"lf-p\">De 4 kleinschalige glastuingebieden in Kaag en Braassem en het grootschalig glastuinbouwgebied Nieuwveens Jaagpad/Nieuw Amstel in de gemeente Nieuwkoop willen we als duurzaam glastuinbouwgebied behouden. Het geplande glastuinbouwgebied Nieuw Amstel Oost 1 blijft opgenomen binnen de begrenzing van het glastuinbouwgebied in de Verordening ruimte. Invulling als glastuinbouwgebied is echter pas aan de orde als de behoefte hiertoe is aangetoond.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geplande glastuinbouwgebieden Nieuw Amstel Oost 2 en 3 zijn de eerste decennia waarschijnlijk niet nodig. Deze gebieden zijn daarom niet meer opgenomen binnen de begrenzing van het glastuinbouwgebied, zoals dat begrensd is in de Verordening. Dit neemt niet weg dat het ook voor deze gebieden wenselijk is deze voor de lange termijn beschikbaar te houden voor transformatie naar glastuinbouw mocht daar op termijn behoefte aan ontstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maatwerkgebieden in Nieuwkoop blijven een functie vervullen voor de greenport. Hoewel het gaat om verouderde gebieden, is er toch ook nog een aantal moderne bedrijven gevestigd. In de Verordening zijn deze gebieden opgenomen als glastuinbouwgebied, met de nadere aanduiding ‘maatwerkgebied Greenport Aalsmeer’. Dit betekent dat aan blijvers de ruimte wordt geboden om hun glastuinbouwbedrijf voort te zetten en uit te breiden en dat aan stoppers een andere passende bestemming kan worden toegekend. Belangrijk is dat de sector zelf met initiatieven komt, die onderling en met de omgeving goed zijn afgestemd. In overleg met andere partijen wordt verkend welke ontwikkelingskansen er zijn voor andere functies (agrarisch, wonen, recreatie, natuur, zorg, anders). Het lijkt de provincie gewenst dat de gemeente een gebiedsvisie voor de maatwerkgebieden opstelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de hand van innovatieve gebiedsprocessen wordt onderzocht waar ambities om te komen tot een Greenport 3.0 binnen provinciale kaders gerealiseerd kunnen worden, en ook waar deze kaders wellicht beperkend zijn en een heroverweging gewenst is. In deze gebiedsprocessen wordt nauw samengewerkt met publieke en private belanghebbenden. Met De Baan en Sotaweg in de gemeente Kaag en Braassem is een eerste gebiedsproces van start gegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruimtelijke modernisering teeltareaal Greenport Boskoop Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De grondgebonden boom- en sierteelt in Boskoop heeft een kleinschalig type veenlandschap opgeleverd, dat uniek is in Zuid-Holland. Het aandeel van de pot- en containerteelt (PCT), die niet grondgebonden is, neemt toe. Deze teelt krijgt, in combinatie met de kennis- en handelsfunctie, ruimte voor concentratie in de droogmakerij in en rond het PCT-terrein. Daardoor kan in het veengebied meer ruimte ontstaan voor hoogwaardige en duurzame opengrondteelt in een aantrekkelijke omgeving. Er is ruimte voor kleinschalig (ondersteunend) glas in combinatie met deze opengrondteelt. Deze ontwikkeling en een efficiëntere zoetwatervoorziening maken herstructurering noodzakelijk. Kassen bij volwaardige grondgebonden boom- en sierteeltbedrijven zijn toegestaan tot een derde deel van het bedrijfsoppervlak. Bij volwaardige boom- en sierteeltbedrijven binnen het PCT-terrein gelden ruimere bebouwingsmogelijkheden voor kassen, namelijk tot de helft van het beteelbare oppervlak per bedrijf. Op het PCT-terrein kan in beperkte mate ook ruimte worden geboden aan bedrijven en andere functies indien die een directe binding hebben met de boom- en sierteelt en een bijdrage leveren aan de verdere ontwikkeling van de greenport.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Rechtmatig Ruimtelijke modernisering teeltareaal Greenport Duin- en Bollenstreek Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de Duin- en Bollenstreek is het beleid gericht op verdere ontwikkeling tot een vitale, economisch concurrerende en duurzame greenport, met aanzienlijke verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Om te werken aan een goed investeringsklimaat voor een duurzame en vitale greenport en rekening houdend met de landschappelijke kwaliteiten van de regio, hebben de gezamenlijke gemeenten de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) opgericht. Deze geeft uitvoering aan herstructurering en revitalisering in het gebied. Nauw verweven met het economisch belang van de greenport, is het economisch belang van de regio als toeristische trekker en belangrijk landschappelijk en cultureel erfgoed, met de Keukenhof als exponent.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Rechtmatig Uitwerking Voor beide economische pijlers is behoud van het bollenareaal van belang. In de Bollenstreek is een herinrichtingsopgave aan de orde, waarin verbetering van de productie-omstandigheden gepaard gaat met aanzienlijke verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Hiervoor is een verdergaande schaalvergroting van grondgebonden bollenteeltbedrijven nodig in combinatie met de sanering van vrijkomende bebouwing. Ook wordt op bescheiden schaal een verdere concentratie en herstructurering van bollengerelateerde glastuinbouw en bedrijvigheid nagestreefd. In de Intergemeentelijke Structuurvisie van de gemeenten voor de Greenport Duin- en Bollenstreek (ISG) zijn deze doelstellingen neergelegd. Het werkingsgebied van de GOM is in de ISG gedefinieerd. Het gaat om het gebied buiten bestaand stads- en dorpsgebied en buiten de uitleglocaties voor woningbouw zoals opgenomen in de door Gedeputeerde Staten aanvaarde actuele regionale woonvisie, alsmede de woningbouwlocaties die groter zijn dan 3 ha en die zijn opgenomen op de bij dit programma behorende kaart. Binnen het werkingsgebied van de GOM geeft de ISG invulling aan het handelingskader ruimtelijke kwaliteit, samen met de regeling, opgenomen in visie, programma en verordening. De samenwerkende gemeenten hebben onder meer afgesproken dat binnen het werkingsgebied geen andere woningen worden gebouwd dan ‘Greenportwoningen’ en ‘ruimte voor ruimte’-woningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie Zuid-Holland ondersteunt deze afspraken in haar Omgevingsbeleid. In de Verordening is opgenomen dat op volwaardige bollenbedrijven ten hoogste 3000 m² ondersteunend glas is toegestaan. De regeling ‘glas voor glas’ maakt het onder voorwaarden mogelijk een groter oppervlak aan kassen te realiseren, mits daar sanering van kassen elders binnen het bollenteeltgebied tegenover staat. Voor bestaande gemengde bollenteelt- en glastuinbouwbedrijven en stekbedrijven, die in de huidige situatie al beschikken over meer dan 3.000 m² glas, is in de verordening opgenomen dat ten hoogste 6.000 m² glas is toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Rooversbroekpolder(noord) is een glastuinbouwgebied in de gemeente Lisse. Het gebied is in de Omgevingsverordening aangeduid als ‘maatwerkgebied glastuinbouw’. De polder heeft behoudt enerzijds een functie voor de vestiging of uitbreiding van glastuinbouwbedrijven, maar anderzijds is ook de realisering van andere functies mogelijk. Het concentratiegebied Trappenberg-Kloosterschuur biedt voldoende ruimte biedt als eerste (exclusieve) opvanglocatie voor herstructurering van glastuinbouw. De Rooversbroekpolder hoeft die functie dus niet meer te vervullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruimtelijke modernisering teeltareaal Greenport West-Holland Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie maakt in de Omgevingsverordening weloverwogen vormen van functiemenging binnen het glasteeltareaal van de greenport West-Holland mogelijk, mits het gaat om bedrijven die het greenportcluster versterken. Hiermee reguleert de provincie de vestiging van functies uit de greenportketen in elkaars nabijheid, waarmee de samenwerking in de keten versterkt wordt en nieuwe verdienmodellen ontwikkeld kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van versterking van het tuinbouwcluster werkt de provincie nauw samen met gemeenten en bedrijfsleven om de glastuinbouw te moderniseren, hetgeen heeft geleid tot de werkboeken Westland en Oostland. Gezamenlijk vormen zij een ruimtelijk-economische inventarisatie, op basis waarvan strategisch kan worden ingezet om deze gebieden ruimtelijk optimaal te benutten ter versterking van de Zuid-Hollandse economie. In samenwerking met de provincie zal de Greenport West-Holland beide werkboeken analyseren en waar mogelijk integreren tot één ruimtelijk-economische strategie voor het complete glastuinbouwwcluster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Rechtmatig Uitwerking Specifiek voor het Westland wordt de ontwikkeling naar een moderne Greenport 3.0 in samenhang met de energietransitie en verstedelijkingsopgaven onderzocht in de Gebiedsuitwerking Westland. Het beoogde resultaat is een pakket van mobiliteitsmaatregelen dat beantwoordt aan deze drie opgaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de hand van innovatieve gebiedsprocessen wordt onderzocht waar ambities om te komen tot een Greenport 3.0 binnen provinciale kaders gerealiseerd kunnen worden, en ook waar deze kaders wellicht beperkend zijn en een heroverweging gewenst is. In deze gebiedsprocessen wordt nauw samengewerkt met publieke en private belanghebbenden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De driehoek tussen de Galgeweg, de Piet Struikweg en de N213 is in de Omgevingsverordening aangeduid als ‘maatwerkgebied glastuinbouw’. Een deel van dit gebied heeft al geen glastuinbouwfunctie meer. Er bevindt zich onder andere een sportaccommodatie, een woonwagenkamp en een wateropvang. De nog aanwezige glastuinbouwbedrijven kunnen hun bedrijfsvoering voortzetten. Vrijkomende percelen kunnen een andere functie krijgen, passend in de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het Middengebied van de Zuidplaspolder zullen de komende jaren 8.000 woningen worden gebouwd in een nieuw dorp met bijbehorende voorzieningen. Deze ontwikkeling geeft aanleiding tot het creëren van een landschappelijke buffer om de open ruimte te behouden tussen de bestaande dorpen Nieuwerkerk aan den IJssel, Zevenhuizen en het nieuwe dorp. De Groene Schakel moet een landschappelijke, ecologische en (extensieve) recreatieve schakel vormen tussen de Eendrachtspolder/De Rotte aan de ene kant en de Hollandsche IJssel/Krimpenerwaard aan de nadere kant. De Groene Schakel wordt ontwikkeld in verschillende zones met een eigen karakter. Tussen de 1e en 2e tocht liggen nu een beperkt aantal glastuinbouwbedrijven maar deze locatie is wel onderdeel van de Greenport Oostland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestaande bedrijven kunnen hier blijven ondernemen maar de inzet is ook om het gebied ecologisch en recreatief aantrekkelijker te maken. Er is zodoende sprake van een gedeeltelijke transformatie waarbij meerdere functies naast elkaar kunnen bestaan. Om deze reden heeft de locatie de aanduiding ‘maatwerkgebied glastuinbouw’ gekregen in de provinciale Omgevingsverordening. De aanduiding “maatwerkgebied glastuinbouw” zoals bedoeld in artikel 6.15 lid 7 van de provinciale Omgevingsverordening (artikel 7.53, vijfde lid en 7.54, zevende lid van de ZHOV) geeft ruimte om in een gemeentelijk bestemmingsplan of omgevingsplan bestemmingen/functies op te nemen die transformatie naar andere functies mogelijk maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen deze aanduiding/geometrische begrenzing is zowel voortzetting mogelijk van het gebruik als glastuinbouwgebied, als gehele of gedeeltelijke transformatie naar andere functies. In de Groene Schakel is tevens voortzetting van het huidige gebruik en de gehele of gedeeltelijke transformatie naar andere functies mogelijk, mits dit past in het provinciaal Omgevingsbeleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van het “Werkboek Oostland, kansen voor de glastuinbouw in de gemeenten Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland, Zuidplas en Waddinxveen” van februari 2020 dat in opdracht van onder andere provincie Zuid-Holland is uitgevoerd is tevens geconstateerd dat een functieverandering op korte of middellange termijn voor de hand ligt voor deze locatie. De reden daarvoor heeft te maken met: de structuur van het gebied (kleinschalig kavels) waardoor het gebied lastig te herstructureren is; gebrekkige bereikbaarheid; weinig ondernemerschap/opvolging; moeilijk (energetisch) te verduurzamen; goede kansen in het gebied voor een andere functie in dit geval de Groene Schakel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stimuleren Europese netwerken Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op versterking van het innovatief vermogen en internationaal concurrentievermogen van Zuid-Hollands MKB wordt de vorming en benutting van Europese netwerken (zoals Vanguard Initiative, Eriaff en Interregprojecten) gericht op het 'matchen' van bedrijven en kennisinstellingen met elkaar aanvullende competenties gestimuleerd. Hierdoor kunnen Zuid-Hollandse bedrijven (vooral MKB) beter concurreren op de wereldmarkt, en wordt het innovatiepotentieel van Zuid-Holland beter benut.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Presterend Stimuleren van ketensamenwerking, kennisopbouw en adequaat instrumentarium ten bate van de transitie naar een Circulair Zuid-Holland Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie heeft als doel om een aanjager van ketensamenwerking te zijn en zet daarbij aanvullend in op kennisopbouw en de ontwikkeling van adequaat instrumentarium ten bate van de transitie naar een Circulair Zuid-Holland voor de verschillende transitiethema’s. Dit doel wordt op meerdere manieren gestimuleerd aan de hand van vijf actielijnen:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanjagen netwerken &amp; ketensamenwerking 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kennis &amp; innovatie ontwikkelen en delen 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Actualiseren beleid &amp; regelgeving 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inrichten fysieke leefomgeving 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inkoop &amp; aanbesteding Rolkeuze Presterend Uitwerking Verschillende bestaande provinciale instrumenten worden ingezet. Indien nodig worden nieuwe instrumenten ontwikkeld. Per transitiethema kan de inzet van (nieuwe) instrumenten verschillen. Voor elk transitiethema worden Zuid-Hollandse transitieagenda’s opgesteld. Deze agenda’s worden participatief opgesteld met en door de verschillende partijen die betrokken zijn in het transitiethema: het bedrijfsleven, kennisinstellingen, gemeenten en maatschappelijke organisaties. De provincie faciliteert dit proces. Samen bepalen we met betrokken partijen de ambitie, doelen en inzet. Ieder vanuit zijn eigen kennis, netwerk en bevoegdheden. Daarbij koppelen we voorstellen voor beleid, instrumenten en activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Realiserende overheid De provincie heeft een rol als opdrachtgever in onze eigen inkoop en aanbestedingen. Door circulaire eisen mee te nemen wordt de markt gestimuleerd en geeft de provincie circulaire opdrachtnemers een kans om hun producten te verwezenlijken. Daarmee levert de provincie als organisatie een aandeel in de circulaire doelstellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechtmatige overheid De provincie heeft beleid geformuleerd t.a.v. ruimte, verkeer &amp; vervoer, landschap, economie, energie, veiligheid, milieu, veiligheid en het klimaat. Dit bestaand beleid wordt geactualiseerd aansluitend op de behoefte van een circulaire economie. Ook heeft de provincie vanuit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet milieubeheer, straks de Omgevingswet, een aantal bevoegdheden op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) en het verlenen van ontheffing of experimenteerruimte voor hergebruik van reststromen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerkende overheid Essentieel in de transitie naar een circulaire economie is ketensamenwerking tussen verschillende stakeholders. Als verbindende overheidslaag heeft de provincie een rol om deze ketensamenwerking te stimuleren en daarmee de transitie naar een circulaire economie te versnellen. Voor elk transitiethema worden Zuid-Hollandse transitieagenda’s opgesteld. Deze agenda’s worden participatief opgesteld met en door de verschillende partijen die betrokken zijn in het transitiethema: het bedrijfsleven, kennisinstellingen, gemeenten en maatschappelijke organisaties. De provincie faciliteert dit proces. Samen bepalen we met betrokken partijen de ambitie, doelen en inzet. Ieder vanuit zijn eigen kennis, netwerk en bevoegdheden. Daarbij koppelen we voorstellen voor beleid, instrumenten en activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meewerkende overheid De provincie heeft oog voor initiatieven uit de samenleving en bekijkt op welke wijze deze ondersteund kunnen worden. Met het ondersteunen van circulaire initiatieven stimuleert de provincie partijen die de transitie naar een Circulair Zuid-Holland versnellen. De provincie ondersteunt deze initiatieven op verschillende manieren, bijvoorbeeld door: het faciliteren van verbindingen en kennis, lobbyen en financieel bij te dragen. Deze ondersteuning wordt getoetst aan de hand van een afwegingskader. Het afwegingskader onderbouwt de keuze voor de ondersteuning van een initiatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarden voor ondersteuning van initiatieven De provincie ondersteunt circulaire initiatieven vanuit de transitieagenda’s om te leren wat we onder ‘circulair’ verstaan en waar we onze afwegingen op baseren. Dit doen we aan de hand van de volgende voorwaarden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aannemelijke bijdrage aan de hoofddoelen van het programma: een vermindering van CO2-uitstoot; behoud van kritieke grondstoffen in onze regio; en behoud van maatschappelijke en economische waarde in productieketens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s voor veiligheid en gezondheid in de ondersteuning van initiatieven worden uitgesloten (o.a. zeer zorgwekkende stoffen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervolgens worden de criteria getoetst aan de hand van vijf punten:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het initiatief sluit aan bij minimaal 1 van de 4 transitiethema’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het initiatief helpt om de traditionele economie achter ons te laten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het initiatief leidt aantoonbaar tot lagere milieu-impact, met uitzicht op CO2-neutraal.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het initiatief draagt bij aan het zo regionaal mogelijk sluiten van kringlopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het initiatief wordt gedragen en uitgevoerd door relevante stakeholders en kent een externe probleemeigenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting over deze criteria bevindt zich in de strategie 'Circulair Zuid-Holland: Samen Versnellen’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stimuleren van toepassing van digitale innovaties in de belangrijkste sectoren in Zuid-Holland Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Stimuleren van toepassing van digitale innovaties in de belangrijkste sectoren in Zuid-Holland door kennisdeling, stimuleren van samenwerkingen tussen fieldlabs en het inzetten van het innovatie-instrumentarium Belangrijke nieuwe digitale technologieën die veel impact (gaan) hebben op de economie zijn bijvoorbeeld Quantum, Kunstmatige Intelligentie, Blockchain en 5G. Bij de universiteiten en HBO’s in de provincie vindt veel onderzoek plaats naar deze technologieën, maar het gaat uiteindelijk om de toepassing van deze technologieën in de economische sectoren in Zuid-Holland, waardoor er nieuwe verdienmodellen kunnen ontstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Samenwerkend Uitwerking Het gaat hierbij om brede toepassing van de technologie in de sectoren en niet alleen om het organiseren van een pilot. Hier zorgen wij voor door samenwerking te organiseren tussen bijvoorbeeld het DoIoT fieldlab in Delft, Living Lab Sensible Sensor in Rotterdam, het Living Lab Scheveningen in Den Haag en Unmannend Valley Katwijk. Doordat de labs met elkaar samenwerken kunnen we de verbinding maken. Zo kunnen we toepassingen van 5G die bedacht zijn door een bedrijf testen in het fieldlab in Delft. Vervolgens in een woonwijk in Rotterdam en Den Haag. Als dit succesvol is kunnen we het gaan opschalen naar de gehele provincie waarna de wereld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook onderzoeken wij samen met InnovationQuarter naar toepassingen van de Quantumtechnologie die wordt ontwikkeld in QuTech voor de bedrijven en sectoren in Zuid-Holland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast hebben wij samen met onze partners een Regionaal AI Actieplan opgesteld met daarin gespecificeerd per sector wat de belangrijkste projecten en acties zijn met betrekking tot Kunstmatige Intelligentie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Strategische versterking Life Sciences &amp; Health Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Life Sciences &amp; Health (LSH) is één van de sterke economische sectoren in Zuid-Holland. Het is een innovatieve en technologie intensieve sector gericht op gezondheid, die tot de top van de wereld behoort op wetenschappelijk gebied en in ondernemerschap. De concurrentiepositie van de sector in Zuid-Holland is goed en de toegevoegde waarde ervan is groot. De sector telt in de provincie 220.000 banen en bijna 18.000 vestigingen. LSH is één van de topsectoren waar de Provincie Zuid-Holland zich op richt. De provincie heeft een uitvoeringsprogramma opgenomen in het Programma Zuid-Hollandse Economie. In de begroting zijn middelen beschikbaar voor strategische versterking van het cluster. Dit bevat onder meer de uitvoering van het Holland US Bridge Programma, dat als belangrijkste doel heeft om Life Sciences bedrijven uit Zuid-Holland toegang te verlenen tot de Amerikaanse kapitaal- en gezondheidszorgmarkt en het stimuleren van de ontwikkeling van regeneratieve geneeskunde, via het samenwerkingsverband RegMedXB.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Samenwerkend Subsidieregeling MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT) Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de MIT regeling stimuleren we het valoriseren van kennis en het versterken van het MKB in de topsectoren en draagt zorg voor vernieuwing van de regionale economie in Zuid-Holland. Dit doen we door het subsidiëren van haalbaarheidsprojecten en R&amp;D samenwerkingsprojecten aan het innovatief MKB.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Presterend Uitwerking Deze regeling is het instrument dat aansluit bij de ambitie om de meest innovatieve regio van Nederland te zijn. Wij zetten hierbij in op de kruisbestuiving tussen de verschillende sectoren en de diensten en producten die veel waarde toevoegen. Daarnaast stimuleren we ontwikkeling en toepassing van innovaties in het MKB. Met de MIT-subsidieregeling wordt het innovatiepotentieel van Zuid-Holland beter benut. Hierbij gaat het ook om cross-sectorale innovatie. Die innovatie over de grenzen van disciplines en sectoren is van toenemend belang voor de transitie naar een duurzame en digitale samenleving en economie. De Provincie zet in op een versnelde transitie naar een nieuwe economie, waarin innovatieve MKB bedrijven van nu de werkgevers van morgen zijn. De toename van werkgelegenheid komt met name van snel groeiende innovatieve MKB bedrijven die inzetten op digitalisering, circulaire economie en/of energietransitie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieregeling Regionale netwerken voor innovatie Zuid-Holland Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidie wil de provincie het organiserend vermogen versterken van regionale netwerken die zijn gericht op innovatie, bestaande uit samenwerkende bedrijven, en waar relevant ook kennisinstellingen en/of overheden. Het vormen van een netwerk per sector met een agenda voorkomt bovendien dat verschillende netwerken binnen dezelfde sector met verschillende agenda’s ontstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Presterend Zorgen voor cyberweerbare economische sectoren en het stimuleren van digitale cyberinnovaties Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Door de steeds sneller gaande technologische ontwikkelingen, toepassingen van IoT en automatisering neemt de dreiging die uitgaat van cyberonveiligheid toe in aard en omvang. Een antwoord hierop blijft vooralsnog uit, en dat levert onacceptabele risico’s op voor de Zuid-Hollandse economie. Door nu actief aan een Zuid-Hollands antwoord te werken, kunnen we deze risico’s niet alleen mitigeren maar zelfs ombuigen tot een hoogwaardige economische propositie van de regio.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Samenwerkend Uitwerking Binnen deze context zien we twee opdrachten. Enerzijds is dat het aanjagen van het besef dat cyber security een randvoorwaarde is voor een florerende digitale economie. Anderzijds betreft het een rol waarin we zorgen voor innovatie op het gebied van cyber security, nadrukkelijk in samenhang met reeds bestaande initiatieven als bijvoorbeeld Hague Security Delta (HSD). In beide facetten wordt zorg gedragen dat de Provincie rol en reikwijdte afstemt op die van andere partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De primaire verantwoordelijkheid zit in het realiseren van een degelijke infrastructuur in de regio in optimale samenhang met een breed palet aan partijen. Bij al deze pijlers is samenwerken in de regio van groot belang en loopt hier dan ook als rode draad doorheen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie werkt aan en Cybersecurity-Roadmap samen met de regionale partijen om uitvoering te geven aan deze twee opdrachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsdoel 4-2 Creëren van een rijk vestigingsklimaat 4-2 Creëren van een rijk vestigingsklimaat VestigingsklimaatVoldoende ruimte voor bedrijvigheid zorgt voor nieuwe investeringen en bedrijfsvestigingen en voorkomt dat de bestaande ondernemers verhuizen naar elders. Een derde van de Zuid-Hollandse economie speelt zich af op bedrijventerreinen. De beschikbaarheid daarvan is goed op peil maar er is nog veel vraag naar bedrijventerreinen in de hogere milieucategorie en terreinen aan het water. Bij kantoren kampt Zuid-Holland met een overschot aan vierkante meters op de verkeerde locaties en een tekort aan toplocaties in Rotterdam en Den Haag. Internationaal onderzoek toont aan dat het voor een regio niet langer volstaat om voldoende bereikbare werklocaties aan te bieden. Ook factoren als reputatie, prettig wonen en leven of arbeidspotentieel bepalen in toenemende mate investeringsbeslissingen in een regio. De provincie wil daarom meer woon-/werkakkoorden met gemeenten sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Human CapitalBinnen Zuid-Holland is de cultuur van een leven lang leren nog onvoldoende ontwikkeld. De arbeidsmarkt is niet goed genoeg georganiseerd en is onvoldoende veerkrachtig en adaptief. Arbeidspotentieel wordt onvoldoende benut. Daardoor is Zuid-Holland momenteel slecht toegerust voor transities en economische schokken. Met een groot aantal partners werkt Zuid-Holland daarom aan het Human Capital Akkoord om dit probleem aan te pakken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samen met de Economic Board Zuid-Holland investeert de provincie in een programmateam. Er is cofinanciering van concrete projecten, ondergebracht in deelakkoorden die aansluiten op het bredere Human Capital Akkoord Zuid-Holland. Deelakkoorden zijn gerealiseerd of voorzien in onder andere de greenports, op gebied van IT, in de Drechtsteden, in Life Sciences, in de bouwsector, bij Internationaal Talent, rond de campus Gouda en binnen de energietransitie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maatregelen van 4-2 Creëren van een rijk vestigingsklimaat Concentratie en bundeling detailhandel Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Concentratie en bundeling detailhandel Rolkeuze Presterend Uitwerking Regionale visies en programmering Het is wenselijk om detailhandelsontwikkelingen in een breder regionaal kader te kunnen plaatsen met afspraken over nieuwe ontwikkelingen maar ook bijvoorbeeld over het saneren van overaanbod.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie zet zich daarom in om regionale samenwerking en programmering op het gebied van detailhandel te stimuleren en levert een actieve bijdrage aan regio’s die actief zijn op het gebied van visievorming en programmering. Elementen die daar onderdeel van kunnen uitmaken zijn het gebruik van actuele cijfers over aanbod en leegstand, regionale programmering, inventarisatie van kansrijke en kansarme centra, profielen per gemeente, nieuwe ontwikkelingen, schrappen (plan)aanbod en transformatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanpak WinkelgebiedenMet de Aanpak Winkelgebieden biedt de provincie gemeenten daarnaast hulp en ondersteuning op gebied van kennisuitwisseling, verbeteren samenwerking, aanpak leegstand, herpositioneren en transformatie winkelgebieden. Deze aanpak bestaat onder andere uit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieregeling planvorming detailhandel Zuid-HollandDe subsidieregeling planvorming detailhandel Zuid-Holland is bedoeld om de kwaliteit en het functioneren van winkel- en centrumgebieden te optimaliseren.Gemeenten, winkeliers- en ondernemersverenigingen en stichtingen kunnen subsidie aanvragen voor activiteiten die zijn gericht op het verhogen en verbeteren van de onderlinge samenwerking van ondernemers en winkeliers, vooronderzoek voor het oprichten van een Bedrijven Investeringszone (BIZ), haalbaarheidsonderzoek om tot compactere winkelgebieden te komen en verspreid aanbod te saneren of het laten opstellen van een sterkte-zwakte analyse voor een winkel- en centrumgebied. Daarnaast kan de subsidieregeling ingezet worden om meer uitvoerende activiteiten op het gebied van herontwikkeling en transformatie te organiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">KoopstromenonderzoekDe provincie laat regelmatig, in 2021 in samenwerking met de provincies Noord-Holland, Utrecht, en Noord-Brabant koopstromenonderzoek (KSO) uitvoeren. Koopstromenonderzoek is een grootschalig consumentenonderzoek onder inwoners van de Randstad. De enquête brengt de kooporiëntatie (waar worden boodschappen gedaan, waar wordt gewinkeld, inclusief internetaankopen) en het koopgedrag (o.a. gebruikt vervoermiddel, koopfrequentie, beoordeling winkelgebieden, combinatiebezoek) van de bevolking in beeld. De provincie gebruikt de KSO-data voor de evaluatie, monitoring en aanpassing van het (ruimtelijk) detailhandelsbeleid, o.a. met betrekking tot de ontwikkelingsmogelijkheden en de detailhandelsstructuur. De KSO-data is voor iedereen beschikbaar. Naast de provincies wordt de KSO-data door gemeenten, regio’s en marktpartijen gebruikt voor bijvoorbeeld de onderbouwing van lokaal en regionaal detailhandelsbeleid of vestigingsplaatskeuzes.</p>\n<p class=\"lf-p\">Professionalisering, samenwerking en kennisdelingDe provincie wil samen met betrokken partijen in (middelgrote) steden werken aan levendige, vitale en aantrekkelijke centrumgebieden. Voor alle type centrumgebieden geldt dat ingrepen noodzakelijk kunnen zijn om tot een toekomstbestendige structuur te komen. Om daadwerkelijke sterke steden en dorpen te krijgen geldt dat de centrumfunctie in balans dient te zijn. Daarom ligt de focus op de volgende subthema’s:</p>\n<p class=\"lf-p\">Versterken toekomst centra van (middelgrote centra) door pilotprojecten en Kennisdeling door middel van masterclasses en kennisplatforms Stimuleren van transformatie door het aanbieden van financiële arrangementen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie ziet een toegevoegde waarde voor zichzelf bij kennisvorming en –deling op het terrein van detailhandel en bredere binnenstadsaanpak. Dit sluit ook goed aan bij het huidige coalitieakkoord. Uit diverse trajecten blijkt dat met name de kleine gemeenten minder goed geëquipeerd zijn om alle trends en ontwikkelingen te volgen en onvoldoende menskracht beschikbaar hebben om benodigde acties uit te voeren. In dit kader wordt ingezet op het breed toepasselijk maken van provinciaal geïnitieerde onderzoeken (DNA van de stad, stadslogistiek), organiseren van breed toegankelijke masterclasses en kennisbijeenkomsten en het opzetten van een monitor werklocaties. Zo zijn er twee platforms opgericht voor centrummanagers en ambtenaren EZ om de binnenstadsaanpak zowel inhoudelijk - bijvoorbeeld als procesmatig te bespreken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overzicht detailhandelsstructuur, PDV- en GDV-locatiesIn de Omgevingsvisie is een beschrijving gegeven van de provinciale detailhandelsstructuur (reguliere detailhandel) die zich onderscheidt in grofweg vier type winkelcentra: te consolideren centra, te herpositioneren, te optimaliseren centra en overige centra. In onderstaande tabel staan de centra opgenomen die behoren tot de provinciale detailhandelsstructuur. Daarnaast zijn in de tabel de PDV- en GDV-locaties opgenomen, die eveneens worden beschreven in de Omgevingsvisie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Functioneren detailhandelsstructuur Het functioneren van de detailhandelsstructuur staat op onderdelen onder druk. Er zijn echter ook locaties en gebieden waar de detailhandel op dit moment goed functioneert en kansen bestaan voor versterking. De provincie heeft inzicht gegeven in de ontwikkelingsmogelijkheden voor de detailhandel in Zuid-Holland, door een berekening te maken die dit indicatief in beeld brengt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovenstaande tabel laat de kwantitatieve ontwikkelingsmogelijkheden (exclusief huidige leegstand) tot 2030 op subregionale schaal zien. Het betreft modelmatige marktruimteberekeningen op basis van een aantal traceerbare cijfers/bronnen (huidige aanbod, vraag, koopstromen, omzetcijfers, marktaandeel online) en modelmatige aannames voor de toekomst (bevolkingsprognose, marktaandeel online,). Het model houdt bewust geen rekening met beleidsmatige ambities, keuzes of ingrepen (beleidsneutraal).</p>\n<p class=\"lf-p\">De tabel is bedoeld om kwantitatief gevoel te krijgen wat het doorzetten van een aantal ontwikkelingen betekent voor de kwalitatieve en ruimtelijke provinciale beleidsopgave in centrumgebieden en daarbuiten. De tabel heeft niet als doel als ‘norm’ te dienen voor de lokale haalbaarheid van bepaalde detailhandelsontwikkelingen. Op basis van specifieke lokale omstandigheden zou voor een specifieke branche of winkel een meer locatie-specifieke berekening of afweging kunnen worden gemaakt. Daarbij dient echter wel steeds kritisch te worden gekeken naar de uitgangspunten om te voorkomen dat men zich rijk rekent en rekening wordt gehouden met (verdringings)effecten elders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze tabel maakt duidelijk dat in de dagelijkse sector (levensmiddelen en persoonlijke verzorging) voor uitvoering van de harde en zachte plannen er een overaanbod is voor dagelijks winkelaanbod. Alleen in het sterk verstedelijkte gebied van de MRDH is er beperkte uitbreidingsruimte mogelijk. In 2018 was er op (sub)regionale schaal alleen in de regio Haaglanden beperkte uitbreidingsruimte. De uitbreidingsruimte is voor een groot deel gebaseerd op de toename van het aantal inwoners in 2030 en het effect van het online boodschappen doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De niet-dagelijkse sector (mode &amp; luxe, vrije tijd, in en om het huis, overig) laat een wisselend beeld zien, zowel tussen regio’s als productgroepen. In totaal is er nu voor uitvoering van plannen een uitbreidingsruimte van 81.500 m2 wvo op provinciale schaal. De uitbreidingsruimte is ten opzichte van 2018 met zo’n 60.000 m2 toegenomen. Ook hier is deze uitbreidingsruimte gebaseerd op een verwachte toename van de bevolking (+7,5%) tot 2030. Als deze toename niet van de grond komt, is er geen ruimte voor uitbreidingsruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast is er nog een planvoorraad van bijna 330.000 m2 wvo. Na uitvoering van harde en zachte plannen laat alleen de regio Haaglanden nog een positieve ontwikkelingsruimte zien tot 2030, met name voor niet-dagelijkse artikelen. In de overige gebieden is dan sprake van overaanbod voor alle productgroepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gegeven dat momenteel in sommige regio’s voor sommige branche ontwikkelingsruimte aanwezig is, wil niet wil zeggen dat het locatiebeleid voor detailhandel niet van toepassing is. Toevoeging van detailhandel dient plaats te vinden op de juiste plek, in beginsel in de centra zodat er synergievoordelen behaald kunnen worden door geclusterd aanbod om deze gebieden en de kernen te versterken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Concurrerende en toekomstbestendige bedrijventerreinen Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Toekomstbestendige bedrijventerreinen die de vitaliteit van het bedrijfsleven versterken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Presterend Uitwerking Subsidie planvorming bedrijventerreinen Zuid-Holland: Voor de subsidieregeling planvorming bedrijventerreinen Zuid-Holland kunnen aanvragen ingediend worden voor (haalbaarheids-)onderzoeken om de kwaliteit van een bedrijventerreinen te verbeteren, zoals onderzoek naar energie, groen, verkeersveiligheid, OV, en digitalisering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie energie op bedrijventerreinen: De provincie heeft een specifieke (investerings-) subsidieregeling om duurzame energie en energiebesparing op bedrijventerreinen te ondersteunen. Deze regeling zorgt voor een kwaliteitsimpuls van een bedrijventerrein en is een extra stap op weg richting een toekomstbestendig bedrijventerrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kennisuitwisseling: Kennisdelen is een belangrijk provinciaal instrument, zo ook voor het bedrijventerreinenbeleid. Kennisuitwisseling vindt op verschillende manieren plaats. Zo worden er jaarlijks twee masterclasses bedrijventerreinen georganiseerd. De doelgroep is breed, zowel overheden als bedrijven, ondernemersverenigingen, kennisinstellingen en aanverwante instellingen. Naast deze masterclasses kunnen ook andere thematische bijeenkomsten worden gehouden om de doelgroep te informeren en om input op te halen. De provincie laat daarnaast allerlei beleidsonderbouwende onderzoeken uitvoeren en zet in op het versterken van diverse netwerken. Dit gebeurt onder andere met het bedrijfsleven, overheden en de omgevingsdiensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgericht werken met andere partners: Het wordt steeds belangrijker om samen met partners (zowel overheden, marktpartijen als belangenorganisaties) te werken aan maatschappelijke opgaven. In diverse gebiedscasussen werkt de provincie samen om verschillende ambities te realiseren, waaronder ook het borgen van voldoende werkgelegenheid op bedrijventerreinen en transformatielocaties. Samenwerking op locaties vergt een actieve rol en samenwerkende insteek van de provincie. Dit staat soms op gespannen voet met de toetsende rol van de provincie aan de Omgevingsverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Organisatiegraad verhogen als randvoorwaarde verhogen kwaliteit bedrijventerreinen: Om er voor te zorgen dat het bedrijventerrein investeert in zaken die in de toekomst essentieel zijn voor de ondernemers (zoals duurzame energie, digitale bereikbaarheid et cetera), is het belangrijk dat ondernemers zich organiseren. De ervaring leert dat activiteiten beter, om niet te zeggen alléén, van de grond komen als op het bedrijventerrein een ondernemersvereniging actief is. Een ondernemersvereniging kan professionele ondersteuning inhuren in de vorm van parkmanagement. Via parkmanagement kunnen activiteiten uitgevoerd worden waar de ondernemersvereniging niet aan toekomt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruimtelijk instrumentarium ten behoeve van slim ruimtegebruik en investeringszekerheid: Een fasegewijze implementatie van nieuw instrumentarium (minimale milieucategorie en ‘niet te transformeren bedrijventerrein’) levert een bijdrage om de schaarse ruimte in Zuid-Holland optimaal en duurzaam te benutten en om voldoende ruimte voor werkgelegenheid en investeringszekerheid voor het bedrijfsleven te garanderen. De fasegewijze aanpak hangt samen met de wens voor een zorgvuldige implementatie van dit instrumentarium.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionale visies: Geactualiseerde regionale bedrijventerreinenvisies zorgen voor de kwalitatieve onderbouwing van vraag en aanbod en geven inzicht in de realistische vraag die ontstaat door vervanging (transformatie). Gedeputeerde Staten kunnen op basis van deze visies een goede kwalitatieve en kwantitatieve afweging maken. In de Omgevingsverordening Zuid-Holland zijn regionale bedrijventerreinenvisies niet verplicht gesteld. Gedeputeerde Staten kunnen echter wel voor een bepaalde regio aangeven dat het nodig is om een regionale visie voor bedrijventerreinen te maken. Daarbij zullen Gedeputeerde Staten vooraf duidelijkheid geven over gewenste inhoud van de visie. Als de betreffende regio hier geen goede invulling aan geeft, kunnen Gedeputeerde Staten zo nodig zelf de regionale bedrijventerreinen visie opstellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een regio beschikt over een door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale visie waaruit blijkt dat vraag en aanbod in balans zijn, kan feitelijke compensatie worden toegepast in plaats van planologische compensatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opstellen behoefteramingen en monitoren/onderzoeken: Een belangrijke maatregel om de Omgevingsverordening Zuid-Holland goed te kunnen toepassen is het opstellen van behoefteramingen voor bedrijventerreinen en de monitoring van bedrijventerreinendata. Gedeputeerde Staten stellen de kwantitatieve behoefteraming voor alle regio’s op. Streven is dat deze elke vier jaar worden geactualiseerd. Op basis van de behoefteraming stellen de regio’s regionale bedrijventerreinenvisies op met aandacht voor de kwaliteit van bedrijventerreinen en de vervangingsvraag (o.a. door transformatie). Gedeputeerde Staten monitoren jaarlijks hoe de behoefteraming zich verhoudt tot de werkelijke uitgifte van bedrijventerreinen en andere mutaties in het bedrijventerreinenaanbod.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitbreidingsvraag (kwantitatief en kwalitatief)Onderstaande tabel toont de kwantitatieve en kwalitatieve uitbreidingsvraag in de bestuurlijke regio’s Holland Rijnland, Midden-Holland, Metropoolregio Rotterdam Den Haag en Zuid-Holland Zuid voor de periode 2021 tot en met 2030. Deze tabel is gebaseerd op de behoefteraming bedrijventerreinen 2021. Streven is dat de behoefteraming elke vier jaar wordt geactualiseerd. In deze raming, die per regio nader gespecificeerd is, is (met uitzondering van Midden-Holland) ook een onderverdeling naar subregio’s te vinden. De uitbreidingsvraag is onderverdeeld naar vijf werkmilieus:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemengd stedelijk: lichte bedrijvigheid, stadsverzorgend, klein tot middelgroot;</p>\n<p class=\"lf-p\">Campus: drie locaties in Zuid-Holland (Leiden Bio Science Park, Space Business Park en TU Delft Campus Zuid);</p>\n<p class=\"lf-p\">Regulier: reguliere bedrijventerreinactiviteiten als handel, bouw, productie en transport, (boven)lokaal, klein tot middelgroot;</p>\n<p class=\"lf-p\">Grootschalige distributie (&gt; 3 ha): grootschalige distributie en warehousing, (boven)regionaal;</p>\n<p class=\"lf-p\">Grootschalige productie (dit betreft voornamelijk hogere milieucategorie-bedrijvigheid): grootschalige (overwegend vanaf 1 ha) productie/assemblage/recycling/etc., circulair, regionaal. Deze ruimtevraag bestaat voor circa 95% uit hogere milieucategorie bedrijven. Voor hogere milieucategorie-bedrijvigheid is belangrijk om te onderkennen dat deze met name voor de transitie richting een circulaire economie essentieel is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is voor deze indeling naar werkmilieus gekozen omdat deze recht doet aan twee belangrijke kenmerken die ruimtelijk relevant zijn. Dit zijn de mate van hinder (lage versus hoge milieucategorie) en de omvang van het bedrijf (klein versus zeer groot).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij onderstaande tabel is van belang dat de vraag vanuit verschillende clusters (onder andere greenports, maritiem) dwars door deze werkmilieus heen gaat. Het kan gaan om grootschalige bedrijven, hogere milieucategorie-bedrijven, maar ook reguliere bedrijven met een voorkeur voor vestiging op een locatie aan of nabij het water. Voor de watergebonden bedrijvigheid is de ruimtevraag specifiek in beeld gebracht omdat dit een specifiek deel van de bedrijventerreinmarkt betreft met een aanzienlijk belang voor de Zuid-Hollandse economie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze tabel hanteert een bandbreedte tussen een hoog en een laag scenario. Gezien de economische kenmerken van de regio’s in Zuid-Holland, de bevolkingsprognoses en de ruimtelijke druk is in alle regio’s het hoge scenario het meest waarschijnlijke scenario.</p>\n<p class=\"lf-p\">VervangingsvraagNaast de uitbreidingsvraag is de vervangingsvraag in beeld gebracht. Door transformatie van bestaande bedrijventerreinen is een vervangingsvraag van maximaal 117 hectare geraamd tot en met 2030. Dit is circa 2% van de huidige uitgegeven voorraad. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de vervangingsvraag per bestuurlijke regio. Deze ruimtevraag is afhankelijk van de compensatieplannen van de gemeenten waar deze transformatieplannen spelen. Ondanks een goede onderbouwing vanuit de behoefteraming blijft de vervangingsvraag een onzekere factor. De vervangingsvraag fluctueert door de tijd heen. De onderliggende locaties passen overigens niet bij voorbaat binnen het provinciaal Omgevingsbeleid en moeten daar nog op beoordeeld worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vraag-aanbodconfrontatie per regio (kwantitatief)In onderstaande tabel wordt de hierboven geïnventariseerde vraag (uitbreidingsvraag en vervangingsvraag) geconfronteerd met het harde planaanbod. Dit zijn plannen die al zijn vastgelegd in onherroepelijke bestemmingsplannen. Bij het bepalen van de aanbodzijde is ook rekening gehouden met de leegstand in de bestaande voorraad. Want wanneer sprake is van forse leegstand, zou de bestaande voorraad een deel van de vraag kunnen opvangen. In Zuid-Holland is de leegstand echter zeer beperkt en bevindt zich in bijna alle regio’s onder de frictieleegstand. Dit is de leegstand die nodig is om een markt goed te laten functioneren. Denk hierbij aan leegstand die nodig is als schuifruimte vanwege verhuizingen of verbouwingen. Door deze krapte op de Zuid-Hollandse bedrijfsruimtemarkt is het niet waarschijnlijk dat een significant deel van de vraag zal landen in de bestaande voorraad.In deze tabel is geen rekening gehouden met het zachte planaanbod. Dit zijn namelijk plannen waarvoor nog een bestemmingsplan moet worden vastgesteld. De status van zachte plannen kan sterk verschillen (van idee tot afgestemd in de regio tot voorontwerp bestemmingsplan). Het zachte planaanbod is dynamisch en verandert door de tijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgaande van het hoge scenario is in alle regio’s (met uitzondering van Zuid-Holland Zuid) sprake van een (forse) kwantitatieve behoefte aan bedrijventerrein. Deels zou dit geaccommodeerd kunnen worden door de zachte plannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De watergebonden bedrijventerreinen zijn zeer relevant voor de Zuid-Hollandse economie en zijn van provinciaal belang. Onderstaande tabel geeft daarom een overzicht van de vraag-aanbod confrontatie van de watergebonden bedrijvigheid. Hieruit blijkt dat in alle bestuurlijke regio’s sprake is van behoefte aan watergebonden bedrijventerreinen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vraag-aanbodconfrontatie per regio (kwalitatief)Naast de kwantiteit is het essentieel om naar de kwaliteit van vraag en aanbod te kijken. Hierbij is de onderverdeling naar werkmilieu en de geografische spreiding van het aanbod relevant. Er wordt gekeken naar geografische spreiding omdat marktregio’s van bedrijven vaak niet gelijk zijn aan de bestuur¬lijke regio’s. Grenzen zijn namelijk vaak fluïde en overlappend. Bovendien heeft elk type bedrijfssegment zijn eigen marktregio. Naast regionaal wordt ook kwalitatief onderscheid gemaakt. De reden hiervoor is dat elk segment zijn specifieke behoefte heeft qua kavelkenmerken en –omvang. Daarom is hierboven onderscheid gemaakt naar de vijf typen werkmilieus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionale visies en monitoringBovenstaande cijfers over vraag en aanbod zijn directe input voor de, door de regio’s op te stellen, regionale bedrijventerreinenvisies. In deze visies brengen regio’s in beeld op welke manier vraag en aanbod kwantitatief en kwalitatief in balans komen. Het aanwezige harde planaanbod is logischerwijs onderhevig aan verandering door uitgifte van nieuwe terreinen. En wanneer de economie goed draait, vertaalt zich dat in hoge(re) uitgiftes dan verwacht, tegelijkertijd blijft de uitgifte achter bij de prognose wanneer het economisch minder goed gaat. Het is daarom zeer belangrijk om het beschikbare aanbod goed te monitoren, ook op kwaliteit en of die aansluit bij de vraag. Met name de “dynamische monitor bedrijventerreinen” zal gebruikt worden om data hierover te ontsluiten. Deze monitor maakt onder andere inzichtelijk welk type bedrijf op een bedrijventerrein zit, de beschikbaarheid van kavels, leegstand, planstatus, milieucategorie en aantal mensen dat er werkzaam is. De gemeenten hebben een belangrijke rol in het verzamelen van die gegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het financieel ondersteunen van deelakkoorden Human Capital Zuid-Holland Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Met deze subsidie wil de provincie partijen die samenwerken aan het realiseren van de (kwantitatieve) doelstellingen van het Human Capital akkoord (financieel) ondersteunen. Vooral het zogenaamde loopvermogen, de coördinatie en ontwikkelkosten die niet aan reguliere taken of scholingsmiddelen kunnen worden toegewezen komen voor subsidie in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Samenwerkend Sturen op het juiste kantoor op de juiste plek Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">In de provincie bevindt zich een grote voorraad bestaande kantoren, alleen niet altijd kwalitatief voldoende en niet altijd meer op de juiste plek. De kantorenmarkt wordt steeds tweekoppiger. Aan de ene kant is toevoeging van kwalitatief goed en modern aanbod van kantoorruimte nodig op de toplocaties in Zuid-Holland omdat hier een tekort is. Aan de andere kant is er te veel incourant aanbod en plancapaciteit op minder courante plekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van het beschikbare kantorenaanbod is maar een beperkt aandeel kansrijk in termen van verhuurmogelijkheden. De provincie streeft er vanuit haar taak naar om de leegstand te beperken door plancapaciteit te reduceren. Daarnaast willen we vanuit het principe van de uitgestoken hand een bijdrage leveren aan het verminderen van de leegstand door het herstructureren of transformeren van bestaande leegstaande kantoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionale kantorenvisies: Om de 5 jaar dienen de regio’s hun kantorenvisie te actualiseren. Middels deze uitvraag wordt direct en indirect gestuurd om het juiste kantoor op de juiste plek te krijgen. Direct via het updaten van de planlijsten. Deze planlijsten dienen overeen te komen met de hoofdstructuur van de provincie. Verder wordt er indirecter gestuurd door gemeente een visie te laten opnemen over de kantorenvoorraad en hoe wat hun plannen hiervoor zijn, o.a. vernieuwing en transformatie naar een andere functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behoefteramingen en monitoring: De kantorenbehoefteramingen zijn de basis voor het beleid en de kantorenstructuur. Middels monitoring zal gekeken worden in hoeverre de behoefteramingen nog aansluiten op de ontwikkelingen in de kantorenmarkt. Indien nodig zullen we onderdelen van ons beleid hierop aanpassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderzoeken en kennisdeling: Belangrijke onderwerpen waar we meer inzicht in willen hebben zijn duurzaamheid/energie, kantoren in nieuwe gebiedsontwikkelingen, en kantoorontwikkelingen naar aanleiding van de Corona crisis. Goede monitoring en rapportages kunnen ons hier bij helpen maar eventueel kan ook aanvullend onderzoek nodig zijn om deze ontwikkelingen in de kantorenmarkt beter in beeld te krijgen. Middels het organiseren en bijwonen van bijeenkomsten zullen we samen met onze partners meer inzicht krijgen in de meest urgente opgaves en oplossingen, zodat we samen kunnen toewerken naar een nog gezondere kantorenmarkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Rechtmatig Uitwerking Kantorenstructuur Zuid-Holland Daarbij hanteert de provincie de onderstaande hoofdstructuur voor kantoren. Deze hoofdstructuur is gebaseerd of de ‘behoefteraming kantoorruimte provincie Zuid-Holland’ uit 2018. Het saldo in de hoofdstructuur en de nieuwbouwvraagramingen kantoren hebben betrekking op de tijdsperiode 2017-2030.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor bijzondere locaties die geen onderdeel uitmaken van de reguliere kantorenmarkt zoals science locaties (Bio Science Park (Leiden), TU Delft Campus Zuid (Delft), Estec en Space Business Park (Noordwijk) en Erasmus Hoboken en Woudenstein (Rotterdam), Internationale Zone en (Oude) Waalsdorperweg (Den Haag) en World Horti Center (Westland), wordt geadviseerd vooral te kijken naar de groeiontwikkeling in combinatie met de specifieke bestemming/doelgroepen voor deze locaties. Ze opereren veelal op (inter)nationale schaal en passen daarmee in de top van de kantorenstructuur. Bedrijfskantoren (solitaire kantoorpanden op bedrijventerreinen) maken wel onderdeel uit van de behoefteraming, maar niet van de structuur voor de reguliere kantorenmarkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bovenstaande tabel betekent niet dat harde plancapaciteit op de snelweglocaties, ov-knooppuntlocaties en overige en de kleinschalige kantoorruimte niet meer gerealiseerd kan worden. Bestemmingsplannen kunnen worden uitgevoerd. Aanpassing daarvan is pas aan de orde indien de locaties niet zijn opgenomen in een actuele regionale visie die is aanvaard door Gedeputeerde Staten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwbouwvraagramingen kantoren De cijfers in de bovenstaande tabel zijn de cijfers per regio voor uitbreidingsvraag en vervangingsvraag met een minimaal en maximaal scenario. Deze scenario’s voornamelijk gebaseerd om trends en ontwikkelingen waarbij de verwachte kantoor quotiënt (kantoorruimte per werkzame persoon) een belangrijk rol speelt. Door de grote invloed van deze quotiënt op de ruimtevraag blijven we continue monitoren welke richting de kantorenmarkt naar toe beweegt. In de nieuwe methodiek wordt gekozen voor een hoofdstructuur, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende locaties en daar bijhorende strategieën.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionale kantorenvisies Met regionale visies voor kantoren stemmen gemeenten in regionaal verband het planaanbod af op de vraag. De schaal van deze regionale visies is afgestemd op de markt voor de desbetreffende functie. De provincie is betrokken bij de totstandkoming van deze visies en committeert zich aan de afspraken in de door haar aanvaarde regionale visies. Het is gewenst de regionale visies actueel te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regio’s, gemeenten, experts en andere partners zijn in het voortraject nauw betrokken geweest bij het opstellen van nieuwe behoefteramingen kantoren, die door Gedeputeerde Staten zijn vastgesteld. Vervolgens heeft Gedeputeerde Staten de uitvraag aan de regio’s voor ‘actualisatie regionale kantorenvisies’ vastgesteld. In deze uitvraag staan behoefteramingcijfers per gemeente en de regio. De provincie acht het wenselijk dat regionale visies voor kantoren afgestemd worden op deze behoefteramingen. Aanvullend kan het Programma ruimte ook kwalitatieve- en locatiecriteria formuleren als uitgangspunten voor de regionale visies.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de uitvraag aan de regio’s heeft de provincie Zuid-Holland de regio’s gevraagd om in te gaan op:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Visie op kwaliteit en kwantiteit van de bestaande kantorenvoorraad, inclusief aanpak leegstand 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gevolgen van de visie op de bestaande kantorenvoorraad voor toekomstige kwaliteit en kwantiteit en benodigde plancapaciteit, met inachtneming van het kwantitatieve kader zoals opgenomen in de Behoefteraming kantoren Zuid-Holland (Stec, 2018) 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Speciale kantorenlocaties vanuit ruimtelijk beleid 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Visie op duurzaamheid (bijvoorbeeld energieverbruik van kantoren).</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie heeft een verwijzing naar de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in de Verordening ruimte. De onderbouwing conform de Ladder voor duurzame verstedelijking vormt een belangrijk uitgangspunt bij het opstellen van regionale visies. Als het plan qua regionale behoefteraming past in een actuele regionale visie die de instemming heeft van Gedeputeerde Staten, kan daarnaar worden verwezen bij de beschrijving van de behoefte als bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking. Gedeputeerde Staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau volgens de provincie geheel of gedeeltelijk is doorlopen. Naast het toepassen van de Ladder voor duurzame verstedelijking wil de provincie de ruimte beter benutten door in te zetten op transformeren, herstructureren en verdichten bij voorkeur binnen de invloedsgebieden van de stations en haltes van Stedenbaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie hanteert een vijfjaarstermijn voor de actualisatie van de regionale kantorenvisies. Op dit moment heeft Gedeputeerde de geactualiseerde regionale kantorenvisies van alle regio’s aanvaard tot 1 juli 2024.</p>\n<p class=\"lf-p\">Heroverwegen van onbenutte plancapaciteit De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het verwerken van de regionale visie wonen, kantoren, en –indien van toepassing – detailhandel en bedrijventerreinen. De provincie gaat er vooralsnog vanuit dat de samenwerkende gemeenten zelf hun verantwoordelijkheid nemen en zo nodig bestaande plancapaciteit voor stedelijke ontwikkelingen die niet (langer) in overeenstemming is met een regionale visie, zullen weg- of herbestemmen. In het overleg met gemeenten of bij de beoordeling van bestemmingsplannen, zal de provincie hier aandacht voor vragen. Mocht het provinciaal belang dat noodzakelijk maken, dan kan de provincie alsnog overwegen om generieke of specifieke maatregelen te treffen, gericht op het schrappen van onbenutte plancapaciteit. De provincie kan in dat geval regels in de verordening opnemen, een (proactieve) aanwijzing geven of een inpassingsplan maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsdoel 4-3 Erfgoed, cultuur en toerisme 4-3 Erfgoed, cultuur en toerisme Op de wereld zijn er weinig plekken waar je in een kwartiertje fietsen twintig eeuwen geschiedenis tegenkomt, zoals hier in Zuid-Holland. Resten van Romeinse forten, een eeuwenoud polderlandschap, trekvaarten, kunstig aangelegde landgoederen, historische steden, vestingen, bunkers, molens, pakhuizen en kerken. De weerslag van eeuwen van menselijke bedrijvigheid; het verhaal van Zuid-Holland. De provincie Zuid-Holland is een rijk archeologisch gebied. Het is mooi als Zuid-Hollanders kennis kunnen maken met de historische vondsten in hun bodem. De provincie wil bodemvondsten zorgvuldig opslaan en deze voor het publiek bereikbaar maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Al dat erfgoed vormt een immens kapitaal: voor bewoners, bedrijfsleven en toeristen. De provincie Zuid-Holland werkt samen met vele vrijwilligers, mede-overheden, maatschappelijk middenveld en ondernemers om ons erfgoed te behouden en te laten beleven. Zo worden identiteit van dorpen en streken bewaard en wordt onze provincie voor inwoners en voor toeristen steeds aantrekkelijker. Toerisme is daarbij geen doel, maar een middel dat bijdraagt aan de maatschappelijke opgaven. Door spreiding van toerismestromen gaan we een te grote impact op de leefomgeving tegen. En door culturele erfgoedcollecties digitaal te ontsluiten en toegankelijk te maken voor het grote publiek blijft ons erfgoed voor de toekomst behouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Actief of passief aan cultuur meedoen zorgt voor persoonlijke ontwikkeling en draagt in belangrijke mate bij aan ons welbevinden. In Zuid-Holland is de deelname aan culturele voorzieningen relatief laag. Wij willen die deelname stimuleren Maatregelen van 4-3 Erfgoed, cultuur en toerisme Bijdragen, ondersteunen en faciliteren van data-allianties op het gebied van toerisme Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is meer en meer behoefte aan vraag gestuurd en richtinggevend onderzoek. Als provincie willen we investeren in goede data en duiding hiervan. Zodat er zicht is op de toeristische en zakelijke bezoekers in Zuid-Holland: hun wensen, motieven en gedrag, de impact op gebieden en de match tussen vraag en aanbod. Dit doen we door deel te nemen aan de Landelijke Data Alliantie (DLA) en het opbouwen van een Zuid-Hollandse tak hiervan samen met onze regionale partners. Daarmee stimuleren we een brede samenwerking op het gebied van kennisdeling met betrekking tot recreatie en toerisme. Beschikbaarheid en toegang tot data over toerisme is voorwaarde voor sturing van toerisme. Alle beschikbare data, geografische bestanden en onderzoeksrapporten worden gedeeld via een digitaal kennisplatform.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Samenwerkend Ondersteunen regionale samenwerking en ontwikkeling op het gebied van toerisme Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Een toeristisch gebied en de omgeving ervan mag niet onevenredig veel lijden onder het toerisme. Daarvoor is het van belang om eerst met elkaar de identiteit van het gebied te bepalen en de regionale ontwikkelstrategie daarop aan te laten sluiten. Wat kan waar wel en wat niet mede i.r.t. draagkracht en bewonersbelangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">We stimuleren regionale samenwerking op het gebied van toerisme in zogenaamde ‘sfeergebieden’ om te komen tot een werkbare, gebiedsgerichte aanpak. Binnen deze sfeergebieden kunnen gezamenlijke toeristische maatregelen worden geformuleerd, waarmee de inzet om toerisme in balans te brengen wordt geoptimaliseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Samenwerkend Uitwerking Zuid-Holland wort opgedeeld in (toeristische) sfeergebieden om te komen tot gezamenlijke toeristische maatregelen. De sfeergebieden worden de komende periode nader uitgewerkt met regionale partners.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieregeling Publieksbereik Archeologie Zuid-Holland Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De thematiek van de te subsidiëren activiteiten sluit aan op de provinciebrede thema’s uit de Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie (POA): thema 1: strijd tegen en leven met het water; thema 2: overgangsfasen in de bewoningsgeschiedenis; thema 3: leven en wonen rond de Limes; thema 4: Holland, ontstaan en vorming van het graafschap; thema 5: stad en platteland in de vroegmoderne tijd; aanvullend, thema 6: de Tweede Wereldoorlog.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Presterend Subsidieregelingen erfgoedlijnen, restauratie rijksmonumenten en molens Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">In het jaarlijks door GS vast te stellen Maatregelenpakket erfgoedlijnen staan de activiteiten die worden uitgevoerd t.b.v. het ontwikkelen en beleefbaar maken van erfgoedlijnen. Dit maatregelenpakket erfgoedlijnen wordt vastgesteld op basis van de adviezen van de erfgoedtafels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betreft de gebieden en cultuurhistorische objecten behorende bij de geografische structuur en het verhaal van de erfgoedlijnen. De erfgoedlijnen zijn opgenomen op de cultuurhistorische kaart/ kwaliteitskaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten Zuid-Holland 2013 en de subsidieregeling Molens Zuid-Holland 2013 worden opengesteld voor alle eigenaren van rijksmonumenten (niet zijnde woonhuizen) in Zuid-Holland danwel eigenaren van historische windmolens in Zuid-Holland.</p>\n<p class=\"lf-p\">A. Subsidieregeling erfgoedlijnen Zuid-Holland 2020 met bijbehorend Maatregelenpakket erfgoedlijnen (jaarlijks vastgesteld door GS) B. Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten Zuid-Holland 2013 C. Subsidieregeling Molens Zuid-Holland 2013 Rolkeuze Presterend Uitwerking A. Samenwerken bij erfgoedlijnen De provincie Zuid-Holland heeft een samenwerkende rol bij het ontwikkelen van erfgoedlijnen. Het ontwikkelen van erfgoedlijnen is een complexe opgave die de provincie samen met andere partijen wil realiseren. Er wordt in co-creatie samengewerkt met vele in- en externe partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rond elke erfgoedlijn is een erfgoedtafel gevormd, waar deze partijen in wisselende samenstelling aanzitten. De erfgoedtafels staan open voor iedereen en worden voorgezeten door onafhankelijke voorzitters. De provincie is ambtelijk vertegenwoordigd in deze erfgoedtafels. Eén keer per jaar heeft de gedeputeerde een intervisieoverleg met de voorzitters van de erfgoedtafels.</p>\n<p class=\"lf-p\">De erfgoedtafels hebben voor hun eigen erfgoedlijn een ambitie vastgesteld en een bijbehorend afwegingskader voor de beoordeling van uitvoeringsprojecten. Op basis van de ambitie en met behulp van het afwegingskader geven de erfgoedtafels een zwaarwegend advies aan de provincie over de te subsidiëren projecten. Op basis van deze adviezen stellen Gedeputeerde Staten het Maatregelenpakket erfgoedlijnen vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">B. Stimuleren/ faciliteren bij restaureren en herbestemmen rijksmonumenten Met de Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten Zuid-Holland 2013 wil de provincie Zuid-Holland eigenaren stimuleren om hun rijksmonument (incl. molens) te restaureren en om hun rijksmonument bij herbestemming toegankelijk te maken voor een breed publiek en te verduurzamen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de adviezen op maat herbestemming wil de provincie partijen stimuleren om te komen tot een goede (her)bestemming van rijksmonumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het aanjagen van herbestemming speelt de provincie een faciliterende rol door eigenaren te helpen een goede herbestemming te vinden voor hun rijksmonument.</p>\n<p class=\"lf-p\">C. Stimuleren bij (groot) onderhoud molens Met de Subsidieregeling Molens Zuid-Holland 2013 wil de provincie Zuid-Holland eigenaren stimuleren om hun rijksmonument te onderhouden zodat een (duurdere) restauratie kan worden voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toeristische productontwikkeling in aansluiting op andere provinciale opgaven Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieregeling toerisme provincie Zuid-Holland ten behoeve van productontwikkeling dat bijdraagt aan de (toeristische) aantrekkelijkheid van Zuid-Holland, gekoppeld aan andere provinciale beleidsopgaven. Naast de aansluiting op andere opgaven zijn ook de mate waarin aanvragers een eigen bijdrage doen, en bovenlokaal de samenwerking zoeken en aangaan, belangrijk criteria voor de verstrekking van een subsidie met deze regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Presterend Beleidsdoel 5-1 Gezonde natuur 5-1 Gezonde natuur Een toekomstbestendig Zuid-Holland begint bij het landschap. Zuid-Holland heeft landschappen met natuurwaarden die in heel Europa bijzonder zijn: de duinen, de delta en het veenweidegebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beschermen, behouden, beheren en stimuleren van biodiversiteit is meer dan alleen een wettelijke provinciale taak vanuit de Wet natuurbescherming: het is ook een maatschappelijke én economische taak die de provincie samen met haar partners heeft. Dit maakt dat Zuid-Holland gaat werken aan een basiskwaliteit van de natuur die het fundament vormt voor natuurinclusieve landbouw en een gezonde circulaire economie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie streeft naar vitale hoogwaardige natuur en fraaie landschappen die beginnen bij de voordeur en zich uitstrekken tot de kernen van onze natuur- en groengebieden, verbonden met water en erfgoed. Door overal natuur- en landschapswaarden te versterken, wordt gewerkt aan het behoud en herstel van de biodiversiteit en aan een aantrekkelijke omgeving. Met andere woorden, de provincie wil overal een goede basiskwaliteit van de natuur, en binnen natuurgebieden specifieke en hoogwaardige natuur. Daarvoor bevorderen we de transitie naar een natuurinclusieve samenleving voor algeheel biodiversiteitsherstel. Een goed functionerend natuurlijk systeem is immers een belangrijke randvoorwaarde voor een gezonde en duurzame economie, ruimtelijke ontwikkeling en leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het soortenbeleid omvat soortenbescherming, faunabeheer en exotenbestrijding. Deze onderwerpen liggen deels in elkaars verlengde en raken aan veel andere provinciale opgaven, waaronder wonen, ruimtelijk ontwikkelingen, landbouw, vlieg- en verkeersveiligheid, waterbeheer, waterveiligheid en versterking van de biodiversiteit. Vanwege samenhang met andere opgaven heeft de provincie biodiversiteit als dwarsdoorsnijdend thema benoemd. Met biodiversiteit als vertrekpunt worden opgaven natuurinclusief benaderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maatregelen van 5-1 Gezonde natuur (Her)introductie van inheemse faunasoorten Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie faciliteert de (her)introductie van soorten alleen als dit vanuit het versterken/behouden van een genetische gezonde populatie wenselijk is, wanneer een lokaal uitgestorven soort niet op eigen kracht kan terugkeren of wanneer het vanuit natuurbeheeraspect wenselijk is. Randvoorwaarde is dat het leefgebied op orde is. Vooraf worden afspraken gemaakt over beheer van de soort indien dit vanuit andere belangen noodzakelijk kan zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Presterend Uitwerking Een goede kwaliteit van het leefgebied (bodem, water, ecologische verbindingen) is noodzakelijk voor een gezonde natuur en de diversiteit aan soorten die daar samenleven. Als het leefgebied op orde is, zullen onder de juiste omstandigheden op termijn ook de daarbij behorende soorten verschijnen. Dit is uiteraard afhankelijk van de verspreidingsmogelijkheden van de soort en de verbinding met gebieden waar deze voorkomen. Indien bepaalde inheemse soorten een (natuur)gebied niet kunnen bereiken, maar ze wel een bijdrage kunnen leveren aan het gebied, dan kunnen we ze een handje helpen. Voor het beheer aspect kan het lokaal (her)introduceren van inheemse (sleutel) soorten (zoals het konijn in onze duingebieden) worden ingezet voor het behoud van specifieke biodiversiteit in natuurgebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Actieve soortenbescherming via het instrument icoonsoorten Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie heeft 40 icoonsoorten vastgesteld die zij wil beschermen. De 40 icoonsoorten staan voor de diverse natuur- en landschapstypen binnen Zuid-Holland. Door de leefgebieden van deze icoonsoorten op orde te brengen, zal het beter gaan met de Zuid-Hollandse natuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Icoonsoorten worden ook gebruikt om uit te leggen waarom bepaalde ingrepen in de fysieke leefomgeving worden gedaan ter versterking van de biodiversiteit. De provincie stuurt op het structureel benutten van kansen in de fysieke leefomgeving om het leefgebied van icoonsoorten te verbeteren en de biodiversiteit te bevorderen. Zij maakt hier middelen (zoals capaciteit, informatie en/of financiën) voor vrij. Ook wordt de verbetering van het leefgebied van de icoonsoorten, waar mogelijk en zinvol, integraal meegenomen bij ruimtelijke projecten of relevante beleidsvelden van de Provincie Zuid-Holland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Rechtmatig Uitwerking Het hanteren van icoonsoorten met bijbehorende leefgebieden biedt goede communicatiemogelijkheden. Deze communicatie helpt bij het beschermen, verbeteren en versterken van de biodiversiteit in Zuid-Holland. Maatregelen gericht op icoonsoorten bevorderen niet alleen het leefgebied van die ene soort; het geldt als een paraplu voor de leefomstandigheden van vele andere soorten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door icoonsoorten integraal te koppelen aan andere opgaven kan de biodiversiteit worden versterkt. Denk hierbij aan natuurinclusieve (land)bouw, waarbij binnen de icoonsoorten de prioriteit ligt bij Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten (VHR) buiten natuurgebieden, aangevuld met de typische Zuid-Hollandse soorten zoals de zandhommel of begeleidende soorten die typisch Zuid-Hollands zijn maar geen VHR-soort zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beheer ganzenpopulaties Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie handelt met name faciliterend door het verlenen van vrijstellingen, ontheffingen en opdrachten op grond van de Wet natuurbescherming. In het kader van bijvoorbeeld van de veiligheid van het luchtverkeer; ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, ter bescherming van flora of fauna of andere wettelijke belangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Rechtmatig Uitwerking Binnen Zuid-Holland komen diverse soorten ganzen voor. De meest voorkomende zijn de grauwe gans, brandgans, kolgans, Canadese gans en nijlgans. Canadese gans en nijlgans zijn zowel exoten als standvogels, zonder trekgedrag tussen broedlocaties en overwinteringslocaties. De kolgans is bijna alleen in de winter aanwezig in Zuid-Holland: broeden doet deze soort in noordelijker streken. Voor de grauwe gans en brandgans geldt dat een deel hier het hele jaar verblijft en dat een deel jaarlijks in het voorjaar wegtrekt om in het noorden van Europa te broeden en de zomer door te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zuid-Holland heeft een belangrijke verantwoordelijkheid voor de trekkende ganzen (grauwe gans, brandgans, kolgans) vanwege de belangrijke natuurwaarde: in Europees verband zijn afspraken gemaakt over de bescherming ten aanzien van trekkende vogels en hebben lidstaten een inspanningsverplichting voor een duurzame instandhouding. Om de trekkende ganzen te beschermen zijn binnen de provincie een aantal Natura 2000-gebieden als rust- en foerageergebied voor deze soorten aangewezen en daarnaast zijn er ook ganzenrustgebieden aangewezen waarbinnen de ganzen in de winterperiode met rustgelaten worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de genoemde ganzen soorten gaat het goed: afgelopen twintig jaar zijn de populaties (zeer) fors gegroeid. Vooral de jaarrond verblijvende ganzen zijn explosief in aantal toegenomen. De groei van deze populaties heeft ook een keerzijde, de ganzen veroorzaken forse schade aan de landbouwgewassen en natuurlijke vegetatie binnen Natura-2000 gebieden, zoals rietvegetatie, waardoor habitat van zeldzame broedvogels verdwijnt. Ook vormen de ganzen risico's voor het (vlieg)verkeer en de (zwem)waterkwaliteit. De veroorzaakte schade aan landbouwgewassen van grauwe ganzen neemt de afgelopen jaren fors toe.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Wet natuurbescherming is bepaald dat Gedeputeerde Staten in voorkomende gevallen tegemoetkomingen verlenen in geleden schade door natuurlijk in het wild levende en beschermde dieren. De provincie wil de inheemse ganzenpopulaties in Zuid-Holland duurzaam in stand houden, waarbij een evenwicht wordt gevonden tussen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De omvang van de van nature voorkomende populaties ganzen, in relatie tot;</p>\n<p class=\"lf-p\">De veiligheid en volksgezondheid;</p>\n<p class=\"lf-p\">De schade aan flora en fauna (natuurwaarden);</p>\n<p class=\"lf-p\">De schade aan landbouwgewassen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De beschikbare financiën voor schadetegemoetkomingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie zet zich jaarrond actief in om de populatie standganzen binnen de provincie te reduceren tot op een niveau waarbij de schade acceptabel en de populatie beheersbaar is. Daarnaast is van groot belang dat ganzen met alle geschikte middelen, inclusief afschot, worden verjaagd van plaatsen waar ernstige schade kan ontstaan. Gedurende de winterperiode wordt rekening gehouden met de rust binnen Natura 2000-gebieden en met de aangewezen ganzenrustgebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beheer van (on)beschermde diersoorten in de stedelijke/industriële omgeving Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie handelt met name faciliterend door het verlenen van vrijstellingen, ontheffingen en opdrachten op grond van de Wet natuurbescherming. In het kader van bijvoorbeeld de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere wettelijke belangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Rechtmatig Uitwerking In het verstedelijkte Zuid-Holland trekken de dieren steeds meer de stad in. Deze veroorzaken in sommige gevallen veel overlast, schade of risico’s voor de openbare veiligheid of volksgezondheid. Denk aan bruine ratten en verwilderde duiven. Maar ook beschermde dieren waaronder steenmarters die schade en geluids- en stankoverlast veroorzaken, meeuwen die broeden op de daken en daar voor overlast zorgen voor bewoners of konijnen die risico vormen voor de veiligheid in de haven- en industriegebieden of schade veroorzaken aan sportvelden, begraafplaatsen en taluds van wegen en spoorwegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het wegvangen of beheren van deze soorten mag op dit moment enkel als ze bijvoorbeeld de volksgezondheid in gevaar brengen of ernstige economische schade veroorzaken. Overlast is geen belang volgens de wet natuurbescherming. Vanuit de ernst van de overlast ontstaat vanuit de stad wel steeds meer een roep om eerder in te kunnen grijpen bij overlast. Op grond van de Wet natuurbescherming kunnen Provinciale Staten een vrijstelling uitgegeven voor (beschermde) diersoorten voor het bestrijden van overlast binnen de bebouwde kom door gemeenten. Wel wordt verwacht van gemeenten dat zij eerst andere (preventieve)middelen hebben ingezet om de overlast zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie kan de gemeenten waar mogelijk ondersteunen bij de onderbouwing van de problematiek van overlast veroorzakende fauna binnen het stedelijk gebied en maakt het nemen van passende maatregelen mogelijk, bijvoorbeeld door middel van het verlenen van een vrijstelling. Bij het nemen van maatregelen bij steenmarters is de provincie van mening dat elders uitzetten van deze soort binnen de provincie niet wenselijk is gezien het effect van deze soort op andere kwetsbare soorten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Provincie maakt het mogelijk mits dit geen effect heeft op de staat van instandhouding maatregelen te treffen om risico's in het kader van de veiligheid en volksgezondheid van broedende meeuwen te beperken waarbij van de initiatiefnemer wordt verlangd om compenserende al dan niet mitigerende maatregelen uit te voeren. Meeuwen horen bij deze provincie en de provincie onderzoekt of het mogelijk is om de broedende meeuwen zoveel mogelijk in de buiten stedelijke (predatievrije) broedkolonies te houden of naar nieuwe (predatie- en verstoringsvrije) broedkolonies te verplaatsen waarbij dit niet conflicteert met broedgelegenheid van andere kustbroedvogels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsmaatregelen Natura 2000 Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De door het Rijk aangewezen doelen van een Natura 2000-gebied worden uitgewerkt in een Natura 2000-beheerplan. In het beheerplan staat wat er moet gebeuren om de doelstellingen in het gebied te behalen en wie dat uitvoert. Het beheerplan vormt het uitgangspunt voor handhaving en het toetsingskader voor vergunningverlening. Momenteel worden de beheerplannen van stikstofgevoelige gebieden geëvalueerd met de natuurdoelanalyses. De uitkomsten hiervan worden met de omgeving afgestemd in de gebiedsprocessen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Rechtmatig Uitwerking De beleidsmaatregelen Natura 2000 betreffen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Evalueren en actualiseren van beheerplannen (voor stikstofstofgevoelige gebieden is de evaluatie versneld middels de natuurdoelanalyses) Uitvoeren van beheerplan-maatregelen (maatregelen kunnen zowel binnen als buiten - bijv bufferzones - N2000-gebieden nodig zijn) Voor elk Natura 2000 gebied in Zuid-Holland wordt een apart beheerplan opgesteld. Onderstaande tabel geeft inzicht in het laatst vastgestelde beheerplan en het al dan niet stikstofgevoelig zijn van het gebied. *Er is nog geen definitief aanwijzingsbesluit voor het Krammer-Volkerak, dus ook geen N2000-beheerplan. Het ontwerp aanwijzingsbesluit heeft in het najaar van 2017 ter visie gelegen, maar de vaststellingsprocedure is vanwege de stikstofdiscussie on hold gezet (Kabinetsbrief van 13 november 2019). Vervolg nog niet bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestrijding en beheer invasieve exoten Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie is verantwoordelijk voor invasieve exoten welke zijn benoemd in bijlage 10 van de Regeling natuurbescherming. Het Rijk en de provincies hebben voor de Unielijst-soorten gezamenlijk werkdocumenten opgesteld voor de gewenste aanpak per soort, het zogenaamde ‘Masterplan uitroeiing en beheersing Unielijstsoorten’. Dit masterplan is een handreiking, vertrekpunt voor het te formuleren beleid per provincie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie heeft een aanvoerende/regisserende rol bij de eliminatie van invasieve exoten die zich nog niet gevestigd hebben of nog niet wijdverspreid en nog uitroei baar zijn. De provincie faciliteert het beheer van wijdverspreide invasieve exoten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Presterend Uitwerking De aanpak van exoten vanuit de provincie is onder te verdelen in de onderstaande sporen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nog niet gevestigde invasieve exoten (Unielijst artikel 17-soorten).</p>\n<p class=\"lf-p\">Exoten die zich nog niet in Nederland gevestigd hebben. Zodra er een populatie is of gaat ontstaan, moet deze volledig worden verwijderd. Voor deze soorten heeft de provincie de verantwoordelijkheid om deze populaties te verwijderen. Bij melding van een nog uit te roeien soort benadert de provincie de terreineigenaren. De terreineigenaar kan uitroeiingsmaatregelen treffen of de provincie geeft een derde partij opdracht dat te doen. De kosten voor eliminatie, indien de eliminatie niet meegenomen kan worden bij het reguliere beheer, worden door de provincie gedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gevestigde invasieve exoten (Unielijst artikel 19-soorten).</p>\n<p class=\"lf-p\">Exoten die al in ons land gevestigd waren op het moment van plaatsing op de Unielijst. De maatregelen kunnen gericht zijn op uitroeien, beheersen of indammen. Daarbij is landelijk er een onderscheid gemaakt tussen:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitroeibare soorten (artikel 19a-soorten): exoten die zich al in ons land hebben gevestigd maar nog maar op één of enkele locaties voor komen. Dergelijke soorten kunnen met de nodige inspanningen nog volledig worden uitgeroeid. Voor de aanpak van deze exoten neemt de provincie het initiatief en maakt afspraken met stakeholders over uitroeiing van deze soorten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijdverspreide soorten (artikel 19b-soorten): deze exoten hebben zich in ons land gevestigd en zijn inmiddels zo wijdverspreid dat volledige uitroeiing in heel Nederland niet meer tot de mogelijkheden behoort. Bij de aanpak van deze wijdverspreide, niet meer uitroeibare soorten, heeft de provincie een grotere mate van beleidsvrijheid dan bij de nog niet gevestigde en beperkt verspreide, nog uitroeibare soorten. Er mag geprioriteerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Andere overheden en terreineigenaren hebben een medeverantwoordelijkheid voor hun publieke taak en/of privaat eigendom. Daar waar bestrijding/beheer van wijdverspreide exoten samenvalt met een publieke taak van een andere overheid, en niet of in zeer beperkte mate met het provinciale beschermde biodiversiteitsbelang, ligt het initiatief en de verantwoordelijkheid bij het betreffende bestuursorgaan en komen de met de bestrijding en samenhangende kosten komen in dat geval voor diens rekening. Hetzelfde geldt voor particulieren of particuliere organisaties. Dit sluit een bijdrage van de provincie in de kosten op voorhand niet uit, mits er (ook) een biodiversiteitsbelang in het geding is. Het provinciale biodiversiteitsbelang ligt vooral in de hiertoe aangewezen Natura 2000-gebieden, de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland, ter bescherming van vogel- en habitatrichtlijn soorten of rode lijst soorten buiten deze gebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Exoten die niet in bijlage 10 van Regeling natuurbescherming staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de maatregelen om een verdere verspreiding van de Unielijstsoorten tegen te gaan, kan de provincie maatregelen nemen tegen invasieve exoten die niet in bijlage 10 van Regeling natuurbescherming, hierbij hanteert de provincie dezelfde aanpak als bij beheersbare soorten (artikel 19b-soorten). Om schade aan landbouw gewassen te beperken dan wel te voorkomen maakt de provincie het mogelijk voor zo ver het fauna betreft om maatregelen te nemen tegen een exoot indien deze schade veroorzaakt aan landbouwgewassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestrijding/beheermethode Fauna soorten Voor de bestrijding/beheer van nog niet gevestigde, beperkt en wijdverspreide exoten, voor zover het fauna betreft, geeft de provincie een opdracht aan de Faunabeheereenheid om het mogelijk te maken dat deze soorten bestreden kunnen. Bij deze bestrijding wordt het mogelijk dat uitvoerders ook gronden van anderen kunnen betreden. De provincie heeft ook de mogelijkheid om een dergelijk opdracht tot uitroeiing aan derden te geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plan van aanpak invasieve exoten De eliminatie of beheer van invasieve exoten wordt verder uitgewerkt in een plan van aanpak invasieve exoten in samenwerking met een vertegenwoordiging van o.a. terrein beherende organisaties waaronder; natuurbeheerders, gemeenten en waterschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Biodiversiteit als dwarsdoorsnijdend thema om een natuurinclusieve benadering te realiseren Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie stuurt aan de voorkant van ontwikkelingen en processen op behoud en versterking van biodiversiteit. De huidige manier van wonen en werken blijkt immers ontoereikend, om aan de vele uitdagingen (bodemdaling, verzilting, verdroging, afname biodiversiteit) het hoofd te bieden en om aan (inter)nationale afspraken (natuur, stikstof, klimaat, fijnstof) te voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door biodiversiteit als dwarsdoorsnijdend thema onderdeel van ons handelen te maken, werken we aan een aantrekkelijk, natuurinclusief en toekomstbestendig Zuid-Holland. Dan ontstaat zowel meer ruimte voor flora en fauna als voor het oplossen van maatschappelijke problemen. Het integraal meenemen van biodiversiteit levert ook veel op voor de diensten die de natuur de mensheid levert, de zogenaamde ecosysteemdiensten. Denk hierbij aan de zuivering van lucht en water en aan een gezondere leefomgeving, maar ook aan onze hoogwaterveiligheid. Deze ecosysteemdiensten vormen de belangrijkste randvoorwaarde voor ons bestaan én onze economie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Rechtmatig Uitwerking Natuurinclusiviteit betekent “de natuur inbegrepen”. Het betreft een manier van denken – in beleid, uitvoering en beheer – waarin natuur altijd wordt meegewogen opdat er meer biodiversiteit ontstaat. Het gaat om proactief handelen ten bate van de biodiversiteit, om op die wijze de leefomgeving van dier en mens een positieve impuls te geven. Vanuit soortenbescherming bedoelen we met natuurinclusiviteit vooral maatregelen die worden genomen ten gunste van de vogel en habitatrichtlijnsoorten (VHR-soorten), rode lijst soorten en nationaal beschermde soorten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als provincie geven wij invulling aan natuurinclusief in zowel bestaand als nieuw te ontwikkelen stedelijk gebied via drie sporen. Ten eerste het stimuleren en voorlichten van initiatiefnemers om voor VHR-soorten de leefgebieden ruimhartiger te compenseren en te realiseren bij ruimtelijke ontwikkelingen. Ten tweede het stimuleren en faciliteren van soortmanagementplannen door soortenbescherming gebiedsgericht op te zetten waardoor niet voor elke losse activiteit een aparte ontheffing nodig is. Als laatst door voorwaarden op te nemen in de verordening om bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling rekening te houden met de kansen voor het versterken van de biologische diversiteit. Hiermee streeft de provincie naar betere groenblauwe dooradering van het stedelijk gebied en goede verbindingen voor flora- en faunasoorten met het buitengebied. Met het inzetten op natuurinclusiviteit wil de provincie in de stedelijke omgeving een gunstige staat van instandhouding realiseren voor de beschermde plant- en diersoorten in deze omgeving. Het ruimhartiger terug laten keren van de beschermde soorten kan de druk verlagen op het benodigde beschermingsniveau. Een gunstige staat van instandhouding draagt ook bij aan het eenvoudiger kunnen afgeven van een ontheffing voor ruimtelijke ontwikkelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ganzenrustgebieden voor de overwinterende inheemse ganzen Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie heeft ganzenrustgebieden aangewezen waarbij overwinterende beschermde inheemse ganzen ongestoorde foerageermogelijkheden hebben gedurende de periode 1 november tot 1 april.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Rechtmatig Uitwerking Provincie Zuid-Holland heeft naast een aantal Natura 2000-gebieden die zijn aangewezen als foerageergebied en of Slaap- en rustplaats voor ganzen in de winter, ook ganzenrustgebieden aangewezen. Met de ganzenrustgebieden wordt doormiddel van een subsidieregeling getracht de schade zoveel mogelijk te concentreren binnen deze gebieden zodat de schadedruk buiten deze gebieden vermindert. De deelnemende agrariërs binnen deze gebieden hebben recht op een 100% tegemoetkoming voor de gewasschade en een aanvullende subsidie per hectare beschadigd grasland. Voorwaarde is wel dat de ganzen op de deelnemende percelen gedurende de winterperiode met rust worden gelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de huidige situatie werken de ganzenrustgebieden niet optimaal. Ook buiten deze gebieden bevinden zich ’s winters namelijk nog veel ganzen en veroorzaken de ganzen aanzienlijke schade. Dit komt door het ontbreken van consistente rust binnen de foerageergebieden, de voortgaande groei van een aantal van de ganzenpopulaties en onvoldoende intensieve en consistente inspanning om ganzen buiten ganzenrustgebieden te verjagen. De provincie gaat de werking en de locaties van de ganzenrustgebieden evalueren en op basis daarvan aanpassen indien dit wenselijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beheer van reeën en damherten Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie handelt met name faciliterend door het verlenen van vrijstellingen, ontheffingen en opdrachten op grond van de Wet natuurbescherming. In het kader van bijvoorbeeld van de veiligheid van het verkeer; ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, ter bescherming van flora of fauna of de wettelijke belangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Rechtmatig Uitwerking De ree hoort in het Zuid-Hollandse landschap en wordt sterk gewaardeerd door mensen. Het gaat goed met de reeën en populatie neemt toe waardoor de reeën op steeds meer plekken binnen de provincie voorkomen. De reeën populatie binnen de drukbevolkte provincie zorgen voor risico’s voor het verkeer, schade aan landbouwgewassen en overlast en schade aan particuliere eigendommen. De provincie neemt maatregelen, waaronder het toestaan van beheer van de reeënpopulatie in het kader van o.a. het belang verkeersveiligheid en ter voorkoming en ter beperking van belangrijke schade aan landbouwgewassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Noord- en Zuid-Hollandse duingebieden (tussen IJmuiden en Den Haag) komen veel damherten voor. De populatie in de regio heeft zich ontwikkeld van enkele uitgezette en ontsnapte dieren in de vijftiger jaren, tot een piek van meer dan 5500 dieren in 2016. Doordat de herten ook regelmatig de duingebieden verlaten, zorgen ze ook voor (dreigende) schade in het verkeer, aan landbouwgewassen (hoofdzakelijk bollenvelden) en voor overlast en schade aan particuliere eigendommen. Verder veroorzaken de damherten in het Natura 2000-gebied ook aanzienlijke schade aan natuurwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zuid-Holland zet in op een gezonde populatie damherten in het huidige leefgebied in de duinen (Kennemerland-Zuid) waarbij wordt gestreefd naar een evenwicht met de belangen verkeersveiligheid, schade aan gewassen en aan de inheemse flora en fauna. Buiten de eerdergenoemde duingebieden vindt de provincie het vestigen van nieuwe (populaties) (verwilderde) damherten niet wenselijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omgaan met bevers in Zuid-Holland Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie maakt het mogelijk om, onder voorwaarden, bevers te verjagen, verblijfs- en voortplantingsplaatsen van bevers te verwijderen en in het uiterste geval bevers te doden. Bijvoorbeeld ter bescherming van diverse belangen waaronder de openbare veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Rechtmatig Uitwerking Het gaat de beverpopulatie in Zuid-Holland, evenals in de rest van Nederland, voor de wind. De bever is een beschermde diersoort en één van de icoonsoorten van Zuid-Holland. Het dier spreekt tot de verbeelding, vervult een ecologische sleutelrol en is een voorbeeld van succesvol natuurherstel. Helaas gaat de toename van de aantallen bevers gepaard met enkele problemen waardoor actie is vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo kunnen door bevers gegraven gangen en holen in waterkeringen en onder wegen grote en ernstige gevolgen hebben voor de openbare veiligheid. Door de bever aangelegde dammen kunnen o.a. gevolgen hebben voor de openbare veiligheid maar ook schade veroorzaken aan de flora en fauna. Ingrijpen zal in de nodige gevallen onontkoombaar zijn om grote risico’s en ernstige schade als gevolg van deze bever-activiteiten te voorkomen. Afhankelijk van de situatie ter plaatse kunnen beveractiviteiten wel of niet acceptabel zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bevers verspreiden zich binnen de provincie van nature. Het verplaatsen van een op een risicolocatie gevangen bever vindt de provincie geen reële optie vanwege de onderstaande redenen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Verplaatsen kan alleen naar gebieden waar nog geen bevers leven;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanwege het sterke territoriale karakter van het dier leidt verplaatsen tot veel stress, gevechten en sterfte onder bevers;</p>\n<p class=\"lf-p\">De meeste geschikte leefgebieden in Zuid-Holland zijn bezet;</p>\n<p class=\"lf-p\">De nog niet-bezette geschikte gebieden zullen binnen afzienbare tijd langs de natuurlijke weg door de bever bezet worden;</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gebieden onder zeeniveau vormt de bever een ernstig veiligheidsrisico;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een enkele bever die uitgezet wordt, kan zich over tientallen kilometers verplaatsen alvorens zich te vestigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingrijpen bij de bever vindt, net zoals bij andere diersoorten, plaats op basis van de escalatieladder. Dit heeft tot gevolg dat doden pas wordt toegestaan als duidelijk is dat minder ingrijpende maatregelen de door bevers veroorzaakte problemen niet goed kunnen oplossen. Dit betekent dat proactief doden van bevers niet kan worden uitgesloten, bijvoorbeeld wanneer preventieve maatregelen technisch niet kunnen worden genomen, onvoldoende werken of wanneer deze maatregelen financieel buitenproportioneel zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteuning organisatie en uitvoering van het faunabeheer Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Het faunabeheer in Zuid-Holland wordt gecoördineerd door de stichting Faunabeheereenheid Zuid-Holland (FBE), de uitvoering in het veld gebeurt door de 15 wildbeheereenheden (WBE). De bekostiging van de FBE vindt volledig plaats door middel van een subsidie door de provincie. Daarnaast faciliteert de provincie de wildbeheereenheden zodat zij zich verder kunnen professionaliseren en ondersteund worden in de uitvoering van hun wettelijke en maatschappelijke taken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Presterend Uitwerking Op basis van de Wet natuurbescherming stellen Provinciale Staten middels de Omgevingsverordening regels waaraan de wildbeheereenheden (WBE), de faunabeheereenheid (FBE) en de door de FBE vastgestelde faunabeheerplannen in elk geval moeten voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De FBE wordt volledig gefinancierd door de provincie. Dat is in alle provincies het geval. Vanuit de provinciale verordening zijn regels gesteld aan de bestuurssamenstelling en de onafhankelijke voorzitter van de FBE. In het bestuur van de FBE zit ten minste een vertegenwoordiger van agrariërs, particuliere grondeigenaren, terrein beherende organisaties, vereniging van jachtaktehouders en van een of meer maatschappelijke organisaties die het doel nastreeft van een duurzaam beheer van populaties van in het wild levende dieren in Zuid-Holland. De voorzitter van de FBE is niet als bestuurslid of werknemer verbonden aan de hier voor genoemde organisaties. De Faunabeheereenheid Zuid-Holland heeft op grond van de Wet natuurbescherming o.a. de taak om invulling te geven aan planmatig faunabeheer, bestaande uit: het planmatig beheer van diersoorten én het voorkomen en bestrijden van schade aangericht door dieren. Hiervoor stelt zij faunabeheerplannen en rapportages op over de uitvoering van het faunabeheer. Deze werkzaamheden worden uitgevoerd door een kleine organisatie die bestaat uit enkele betaalde beroepskrachten. De FBE legt de door haar uit te voeren werkzaamheden vast in een werkplan voor minimaal drie en maximaal 6 jaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 15 WBE’s in Zuid-Holland bestaan qua leden hoofdzakelijk uit vrijwillige jachtaktehouders en worden geleid door vrijwillige bestuurders. De wettelijke taak van de wildbeheereenheden is de uitvoering van de diverse faunabeheerplannen en daarmee de voorkoming en beperking van allerlei vormen van schade en of risico's. Ten behoeve van een professionele en uniforme uitvoering binnen Zuid-Holland, en gelet op het toenemende aantal taken en de complexiteit daarvan, ondersteunt de provincie in samenwerking met de FBE de vijftien WBE’s om zich verder te ontwikkelen en te professionaliseren o.a. door het verstrekken van middelen/subsidies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Passieve soortenbescherming middels vrijstellingen, ontheffingen en gebruik leges Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Het werken met vergunningen en ontheffingen kost veel tijd en geld van zowel overheid als aanvragers en de effectiviteit op het gebied van soortenbescherming is beperkt. De provincie is blijvend op zoek naar een zo doelmatig mogelijke inrichting van vrijstellingen, ontheffingen en leges om dit proces te faciliteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Rechtmatig Uitwerking De provincie stuurt met passieve soortbescherming op naleving van de wettelijke taak voor het beschermen van in het wild levende plant- en diersoorten. Omgevingsdiensten Haaglanden en Zuid-Holland Zuid hebben namens de provincie het mandaat voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Door het zorgvuldig verlenen van vergunningen kan de balans tussen soortbescherming en andere belangen worden gewaarborgd. Voor de wettelijk beschermde soorten bestaat een landelijke lijst. Provincies mogen hier beargumenteerd generiek van afwijken door vergunningsvrije gevallen aan te wijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie onderzoekt voor de algemeen voorkomende soorten, per soort in hoeverre het juridisch mogelijk is vergunningsvrije gevallen aan te wijzen, zodanig dat de onderzoeklast lager wordt, maar tevens meer wordt geïnvesteerd in het leefgebied van die soort vanuit het betreffende project.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie onderzoekt de mogelijkheid om korting op leges te geven bij duidelijk bovenwettelijke maatregelen die bijdragen aan de biodiversiteit. Deze maatregelen richten zich op het leefgebied van icoonsoorten en beschermde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen waarbij geen provinciale middelen zijn ingezet om dit te bewerkstelligen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is een grote blinde vlek ten aanzien van activiteiten die negatief effect hebben op de beschermde soorten en waar geen ontheffing voor wordt aangevraagd en nagenoeg onopgemerkt blijven: naar verwachting krijgt de provincie nu 10% van het mogelijk aantal vergunningaanvragen binnen. Het wettelijk kader is zeer strikt en leidt in sommige gevallen tot het illegaal uitvoeren van projecten. Door onderzoek naar de juridische mogelijkheden tot aanpassing van de vergunningverlening verwacht de provincie tot een aanpak te komen die met minder kosten meer effect voor de beschermde soorten sorteert.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afweging ten aanzien van de gunstige staat van instandhouding van soorten in relatie tot individuele vergunningsaanvragen kan makkelijker worden, als bekend is in hoeverre deze soorten al in een gunstige staat verkeren. Met soortmanagementplannen kan gebiedsspecifiek worden gekeken naar de kansen en bedreigingen van de betreffende soorten in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen. De provincie spreekt de ambitie uit om met soortmanagementplannen te willen werken en verleent goedkeuring aan soortmanagementplannen. Zij neemt een actieve rol in het verzamelen en ontsluiten van data en biedt ondersteuning aan gemeenten inzake het opstellen van soortmanagementplannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie onderzoekt ook welke mogelijkheden er zijn om het leefgebied van kleine marterachtigen actief te bevorderen om de populatie hiermee gezond te houden. Zij werkt met de uitkomsten gericht aan de verbetering van het leefgebied, zowel in de communicatie als in concrete projecten in de fysieke leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proactieve soortenbescherming door faunavoorzieningen bij provinciale infrastructuur te realiseren Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het duurzaam voortbestaan van populaties is uitwisseling met soortgenoten uit de omgeving van belang. Infrastructuur zorgt voor versnippering van de leefgebieden. Met faunapassages kan dit ten dele worden verholpen, waardoor de connectiviteit tussen de gebieden voor diverse icoonsoorten wordt verbeterd. Een groenblauw netwerk van voldoende kwaliteit maakt dit mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Rechtmatig Uitwerking De provincie werkt dus actief aan faunavoorzieningen in gebieden waar het Natuurnetwerk Nederland provinciale infrastructuur kruist. Daarbij werkt de provincie ook aan de passeerbaarheid van fauna waar geen Natuurnetwerk Nederland ligt, maar waar wel een faunapassage gewenst is vanuit natuur of (verkeers-)veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proactieve soortenbescherming door natuurinclusief bouwen en -werken bij grote ruimtelijke projecten te stimuleren Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie stimuleert biodiversiteit in de nabijheid van ruimtelijke ontwikkelingen. Er wordt onderzocht in hoeverre biodiversiteit in de toekomst als randvoorwaarde kan worden gesteld bij nieuwe projecten en hoe dit in het ruimtelijke beleid geïntegreerd wordt. Binnen de wettelijke kaders treedt de provincie waar mogelijk ook regulerend op, bijvoorbeeld door het meenemen van maatregelen ter versterking van biodiversiteit bij nieuwbouw verplicht te stellen. Ook de landelijke Agenda Natuurinclusief biedt hiervoor een kader waarin de provincie haar rol neemt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurinclusief ontwikkelen is in een provincie met schaarse ruimte een belangrijke manier om zowel een basiskwaliteit natuur als een gezonde groenblauwe omgeving te realiseren. De provincie stimuleert dat natuurinclusief handelen een uitgangspunt wordt voor nieuwe ontwikkelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Rechtmatig Uitwerking De provincie beschouwt natuur in de stad primair als taak van de gemeenten. De provincie stimuleert gemeenten om de leefgebieden binnen de stad te versterken, met name voor de vogel- en habitatrichtlijnsoorten (VHR-soorten). Aanvullend neemt de provincie ook een actieve rol als facilitator en verbinder om het leefgebied van VHR-soorten en icoonsoorten te versterken in het stedelijk gebied en bij natuurinclusief bouwen in haar eigen projecten. Hiermee probeert de provincie andere partijen te enthousiasmeren, waarbij de provincie samen met netwerkpartners in beeld brengt waar potenties liggen voor deze soorten en hiervoor een stimuleringsprogramma ontwikkelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het stedelijk gebied herbergt diverse kwetsbare VHR-soorten die onder andere door vermindering van groen, andere bouwstijlen en isolatie van woningen een steeds kleiner leefgebied krijgen. Daarmee verslechtert de staat van instandhouding van de beschermende soorten. Door meer natuur in de stad en natuurinclusief bouwen te incorporeren, krijgt biodiversiteit in de stad een betere kans.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met deze Agenda Natuurinclusief markeert de provincie dat de natuur in Nederland niet verder achteruit mag gaan in kwantiteit, kwaliteit en diversiteit, maar zich kan herstellen tot gezonde, veerkrachtige systemen. Natuurinclusief wordt daarmee de norm.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toestemmingen voor faunabeheer Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie handelt met name faciliterend door het verlenen van vrijstellingen, ontheffingen en opdrachten op grond van de Wet natuurbescherming. Het doel hierbij is het tegengaan van economische schade, zoals schade aan landbouwgewassen, het beperken van schade aan flora en fauna, het beschermen van de volksgezondheid en de openbare veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door het goedkeuren van faunabeheerplannen van de Faunabeheereenheid Zuid-Holland (FBE) geven Gedeputeerde Staten hun instemming met de door de FBE voorgestelde manier waarop het beleid wordt uitgevoerd. Door het opnemen van voorschriften in de diverse besluiten handelt de provincie regulerend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Rechtmatig Uitwerking De provincie is het bevoegde gezag op grond van de Wet natuurbescherming voor het nemen van diverse besluiten en het stellen van regels die samenhangen met faunabeleid. Zo moet de provincie regels stellen waar de Faunabeheereenheid en de faunabeheerplannen aan moeten voldoen, maar ook staat de provincie aan de lat om in voorkomende gevallen een tegemoetkoming te verlenen wanneer een ondernemer schade lijdt door in het wild levende inheemse dieren. De provincie zet faunabeheer ook in als hier uiteindelijk dieren bij gedood moeten worden. Hierbij is het streven om, in geval van (dreigende) schade of overlast, in eerste instantie gebruik te maken van diervriendelijke methodes, zoals weren, verplaatsen of verjagen. Een ontheffing voor het doden van een soort is de laatste optie op de zogenoemde escalatieladder. Als het gaat om enkel economische schade verleent de provincie geen toestemming voor faunabeheer bij een dreigende schade met een totale omvang die lager is dan €20.000,- in de gehele provincie. Deze dreigende schade kan in ieder geval blijken uit de taxaties van de reeds opgetreden schade.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een vrijstelling kan worden verleend door Provinciale Staten en wordt opgenomen in de Omgevingsverordening. Onder de Omgevingswet spreekt men van het aanwijzen van vergunning vrije activiteiten. Dit is een generieke toestemming om bepaalde handelingen uit te voeren. De vrijstelling kent relatief weinig voorschriften en voorwaarden en is in de gehele provincie of een groot deel daarvan van kracht. Met de vrijstelling krijgt de grondgebruiker de mogelijkheid om faunabeheer in te zetten om schade op zijn percelen te voorkomen. Uitvoering van de vrijstelling is wel gebonden aan een goedgekeurd faunabeheerplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een ontheffing kan worden verleend door Gedeputeerde Staten. Een ontheffing is maatwerk, wordt in beginsel alleen aan de FBE verstrekt en kent meerdere, specifieke en op de betreffende situatie toegesneden voorwaarden. De FBE machtigt de leden van een Wildbeheereenheid om uitvoering te geven aan de ontheffing en daarmee aan het faunabeheerplan. Ontheffingen worden in principe gebaseerd op een faunabeheerplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een opdracht kan worden verleend door Gedeputeerde Staten. Dit is in feite een heel specifieke vorm van ontheffing, gericht aan een specifieke groep personen en gericht op een specifieke populatie. Hierbij kan bijvoorbeeld ook toestemming worden gegeven om andermans gronden te betreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Faunabeheerplannen worden opgesteld en vastgesteld door de FBE en moeten worden goedgekeurd door Gedeputeerde Staten. Een faunabeheerplan geeft uitvoering aan het beleid en zet in op planmatig beheer van dieren met oog op instandhouding van de populatie ten behoeve van de bescherming van andere belangen. Een faunabeheerplan heeft daarmee meerdere functies: de nadere uitwerking en uitvoering van een vrijstelling, maar ook de onderbouwing van een ontheffing. (Grote) Populaties al dan niet beschermde diersoorten kunnen schade veroorzaken aan de Natura 2000-doelen. Denk hierbij aan de populatie damherten in de Noord en Zuid-Hollandse duinen maar ook aan ganzen die schade veroorzaken aan rietvegetatie, waardoor er een negatief effect ontstaat op aangewezen doelen van het Natura 2000-gebied. De provincie is van mening dat faunabeheer binnen de Natura 2000-gebieden o.a. ook nodig kan zijn om doelen van het gebied te realiseren of om de doelstanden voor de standganzen te behalen. Faunabeheer binnen de Natura 2000-gebieden is wettelijk toegestaan indien het niet de aangewezen natuurdoelen van het gebied schaadt. In het kader van de integraliteit neemt de provincie faunabeheer mee in de Natura 2000-beheerplannen. Door faunabeheer te toetsen binnen de Natura 2000-beheerplannen wordt de vergunningverlening ontlast en ontstaat er duidelijkheid over wat wel en niet wenselijk is ten opzichte van de doelen van het gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorkomen dan wel beperken van de predatie ter bescherming van kwetsbare soorten waaronder grond broedende vogels Wat wil de provincie bereiken?</p>\n<p class=\"lf-p\">Ter bescherming van kwetsbare soorten waaronder grond-broedende vogels zoals weidevogels en kustbroedvogels, zet de provincie in op het voorkomen dan wel beperken van predatie door bijvoorbeeld de vos en (verwilderde) huiskatten. Waar mogelijk zet de provincie zich specifiek in om de nulstand te behouden of te realiseren in gebieden of locaties waar de vos nog niet voorkomt of tot voorkort nog niet voorkwam ter bescherming van grondbroeders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de kaders van de wet natuurbescherming kan de provincie populatiebeheer en of schadebestrijding inzetten ter bescherming van de wettelijke belangen landbouw, de verkeers- en vliegveiligheid, volksgezondheid en flora en fauna.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rolkeuze Rechtmatig Uitwerking In de weidegebieden, kust en Natura 2000-gebieden broeden diverse grondbroeders waaronder weidevogels en kustbroedvogels. Deze zijn beschermd en iconisch voor het Zuid-Hollandse landschap. Deze soorten gaan echter hard achteruit en op verschillende manieren zet de provincie in op bescherming en herstel (zie ook eerder in dit beleidskader).</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast factoren als landgebruik en verstoring door de mens, vormen ook predatoren zoals de vos, kraai, steenmarter en verwilderde katten een bedreiging voor deze grondbroeders. Dit speelt met name als een van de predatoren eerder niet (van nature) voorkwam in het gebied met grondbroeders en zich daar nieuw vestigt en vermeerdert. Zo duiken vossen binnen de provincie op steeds meer plaatsen op, waaronder in de polders en het stedelijk gebied, waar negatieve effecten op grondbroeders zichtbaar worden. Zeker wanneer deze predatoren ook beschermde soorten zijn zorgt dit in het beheer voor een moreel en ecologisch dilemma.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie staat TNRC (Trap (vangen), Neuter (castreren/steriliseren), Return/Relocate (herplaatsen of als het echt niet anders kan terugplaatsen) en Care (structureel monitoren en nazorg verlenen) toe in Zuid-Holland. Dit gebeurt alleen wanneer verwilderde katten worden vrijgelaten op de locatie waar ze gevangen zijn. Met uitzondering als het gaat om gebieden met N2000-status, Natuurnetwerk Nederland, weidevogelbescherming of gebieden in eigendom van een terrein beherende organisatie. Daarbij onderzoekt de provincie welke mogelijkheden er zijn om verwilderde katten niet meer uit te zetten ter bescherming van de inheemse fauna.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsdoel 5-2 Toekomstbestendige landbouw 5-2 Toekomstbestendige landbouw Landbouw onder drukDe identiteit van het landschap in Zuid-Holland wordt voor een belangrijk deel gevormd door de veelzijdige land- en tuinbouwsector. De boeren zijn daarmee naast voedselproducent ook belangrijk als beheerders van het landschap.Tegelijk staat de landbouw flink onder druk vanwege klimaatverandering, bodemdaling, uitstoot van stikstof en andere stoffen, de afname van biodiversiteit en de economische vitaliteit van de sector.Om een vitale en toekomstbestendige sector te behouden lijkt een ingrijpende transitie van de landbouw en het landgebruik noodzakelijk.</p></div>", "next": 239667}