{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">In aanvulling op het bepaalde in het eerste lid wordt rekening gehouden met: a. de artikelen 10.14 en 10.29a Wet milieubeheer; en b. de ecologische kwaliteit van het watersysteem; en c. dat de kans op overstroming vanuit een oppervlaktewaterlichaam niet toeneemt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit waaraan regels zijn gesteld in de artikelen 7.8 tot en met 7.57 en de lozingsactiviteit aan die regels voldoet, is op de beoordeling van de aanvraag alleen het bepaalde in het tweede lid onder b en c van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-76\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.6</span><span class=\"lf-art-t\">Bepalen beste beschikbare technieken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoordeling of de lozing voldoet aan het criterium, bedoeld in artikel 7.5, eerste lid, aanhef en onder d, wordt bij het bepalen van de beste beschikbare technieken rekening gehouden met de BBT-conclusies en informatiedocumenten, bedoeld in bijlage XVIII, onder A, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als op een lozing geen BBT-conclusies van toepassing zijn, of als de van toepassing zijnde BBT-conclusies niet alle mogelijke milieugevolgen van de activiteit behandelen, wordt bij het bepalen van de beste beschikbare technieken rekening gehouden met: a. de toepassing van technieken die weinig afvalstoffen veroorzaken; b. de toepassing van stoffen die minder gevaarlijk zijn dan stoffen of mengsels als bedoeld in artikel 3 van de CLP-verordening; c. de ontwikkeling van technieken voor de terugwinning en het opnieuw gebruiken van de uitgestoten en gebruikte stoffen en van afvalstoffen; d. de vergelijkbare processen, apparaten of wijzen van bedrijfsvoering die met succes in de praktijk zijn beproefd; e. de vooruitgang van de techniek en de ontwikkeling van de wetenschappelijke kennis; f. de aard, de gevolgen en de omvang van de emissies; g. de verwachte datum waarop met de lozing wordt begonnen; h. de tijd die nodig is om een betere techniek te gaan toepassen; i. het verbruik en de aard van de grondstoffen, met inbegrip van water, en de energie-efficiëntie; j. de noodzaak de nadelige gevolgen van de emissies en de risico’s voor het milieu te voorkomen of tot een minimum te beperken; k. de noodzaak ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan voor het milieu te beperken; en l. de informatiedocumenten, bedoeld in bijlage XVIII, onder A, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-77\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.7</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel Seveso-inrichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit van een Seveso-inrichting als bedoeld in artikel 3.51, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als voldoende afstand tot een Natura 2000-gebied in acht wordt genomen, of andere passende maatregelen worden genomen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  7.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Omgevingsvergunningvrije lozingen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van grondwater bij sanering of ontwatering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-78\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.8</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van grondwater bij saneringen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan grondwater, afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het lozen van dat grondwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 7.1, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 7.1 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarden bij lozen in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam Emissiegrenswaarden bij lozen in een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam Naftaleen 0,2 μg/l 0,2 μg/l PAK’s 1 μg/l 1 μg/l BTEX 50 μg/l Vluchtige organohalogeen-verbindingen uitgedrukt als chloor 20 μg/l Aromatische organohalogeen-verbindingen 20 μg/l Minerale olie 500 μg/l 50 μg/l Cadmium 4 μg/l 0,4 μg/l Kwik 1 μg/l 0,1 μg/l Koper 11 μg/l 1,1 μg/l Nikkel 41 μg/l 4,1 μg/l Lood 53 μg/l 5,3 μg/l Zink 120 μg/l 12 μg/l Chroom 24 μg/l 2,4 μg/l Onopgeloste stoffen 50 mg/l 20 mg/l Benzeen 2 μg/l Tolueen 7 μg/l Ethylbenzeen 4 μg/l Xyleen 4 μg/l Tetrachlooretheen 3 μg/l Trichlooretheen 20 μg/l 1,2-dichlooretheen 20 μg/l 1,1,1-trichloorethaan 20 μg/l Vinylchloride 8 μg/l Som van de vijf hier bovenstaande stoffen 20 μg/l Monochloorbenzeen 7 μg/l Dichloorbenzenen 3 μg/l Trichloorbenzenen 1 μg/l</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-79\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.9</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van grondwater bij ontwatering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan grondwater bij ontwatering worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam als dat grondwater: a. niet afkomstig is van een bodemsanering, een grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een bodemsanering of grondwatersanering; en b. geen drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van het Besluit activiteiten leefomgeving is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen grondwater is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 50 mg/l, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid is niet van toepassing op het lozen van grondwater bij wonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-710\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.10</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor BTEX: NEN-EN-ISO 15680; b. voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen: NEN-EN-ISO 17993; c. voor tetrachlooretheen, trichlooretheen, 1,2-dichlooretheen, 1,1,1-trichloorethaan, vinylchloride, de som van de vijf hiervoor genoemde stoffen, monochloorbenzeen, dichloorbenzeen, trichloorbenzenen: NEN-EN-ISO 10301 of NEN-EN-ISO 15680, waarbij voor vinylchloride enkel NEN-EN-ISO 15680 gebruikt kan worden; d. voor minerale olie: NEN-EN-ISO 9377-2; e. voor cadmium, koper, nikkel, lood, zink en chroom: NEN 6966 of NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 11885, waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2; f. voor kwik: NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 12846 of NEN-EN-ISO 17852, waarbij kwik wordt ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2; en g. voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-711\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.11</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een voorgenomen lozing wordt ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in de artikelen 7.8 en 7.9, gemeld aan dijkgraaf en hoogheemraden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de melding, bedoeld in het vorige lid, worden gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste en het tweede lid gelden niet voor het lozen van grondwater bij ontwatering, als: a. het lozen niet langer dan 48 uur duurt; of b. het lozen bij wonen plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het lozen langer duurt dan 48 uur, maar niet langer dan 8 weken, bedraagt de termijn, bedoeld in het eerste lid, vijf werkdagen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-712\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.12</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van afvloeiend hemelwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvloeiend hemelwater worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat hemelwater: a. niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening; b. geen drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en c. geen overig afvalwater van een kas als bedoeld in paragraaf 4.78 van het Besluit activiteiten leefomgeving is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid wordt afvloeiend hemelwater, afkomstig van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen, alleen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam geloosd als lozen op of in de bodem redelijkerwijs niet mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid wordt afvloeiend hemelwater, afkomstig van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen, alleen op een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam geloosd als lozen op of in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam of in een schoonwaterriool redelijkerwijs niet mogelijk is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-713\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.13</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste zes maanden voor de voorgenomen aanleg van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen en daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken, wordt daarvan aan dijkgraaf en hoogheemraden melding gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de melding, bedoeld in het vorige lid, worden gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de aard en omvang van de lozing van afvloeiend hemelwater; en b. de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde in de vorige leden is van overeenkomstige toepassing op het veranderen van de lozingsactiviteit door een reconstructie of ingrijpende wijziging van die wegen en daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van huishoudelijk afvalwater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-714\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.14</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van huishoudelijk afvalwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam wordt huishoudelijk afvalwater alleen op een oppervlaktewaterlichaam geloosd als het lozen plaats vindt buiten een bebouwde kom of binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater wordt geloosd met een vervuilingswaarde van minder dan 2000 inwonerequivalenten, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk waarop kan worden aangesloten meer bedraagt dan: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">40 meter bij niet meer dan 10 inwonerequivalenten; b.</p>\n<p class=\"lf-p\">100 meter bij meer dan 10 maar minder dan 25 inwonerequivalenten; c.</p>\n<p class=\"lf-p\">600 meter bij 25 of meer inwonerequivalenten maar minder dan 50 inwonerequivalenten; d.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.500 meter bij 50 of meer inwonerequivalenten maar minder dan 100 inwonerequivalenten; of e.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.000 meter bij 100 of meer inwonerequivalenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het huishoudelijk afvalwater vrijkomt; en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het tweede lid, aanhef en onder a, wordt de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk bij voortzetting van het lozen van huishoudelijk afvalwater in het oppervlaktewaterlichaam dat voor 1 maart 1997 al gebeurde, berekend vanaf het gedeelte van het gebouw dat zich het dichtst bij een vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk bevindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid kan huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd: a. vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-715\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.15</span><span class=\"lf-art-t\">Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam wordt huishoudelijk afvalwater dat wordt geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, geleid via een zuiveringsvoorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 7.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 7.2 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarden bij lozen in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam Emissiegrenswaarden bij lozen in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam Emissiegrenswaarden bij lozen in een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam Emissiegrenswaarden bij lozen in een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam Representatief etmaalmonster Steekmonster Representatief etmaalmonster Steekmonster Biochemisch zuurstofverbruik 30 mg/l 60 mg/l 20 mg/l 40 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 150 mg/l 300 mg/l 100 mg/l 200 mg/l Totaal stikstof 30 mg/l 60 mg/l Ammoniumstikstof 2 mg/l 4 mg/l Onopgeloste stoffen 30 mg/l 60 mg/l 30 mg/l 60 mg/l Fosfor totaal 3 mg/l 6 mg/l 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid is niet van toepassing als het huishoudelijk afvalwater minder dan zes inwonerequivalenten bevat en voorafgaand aan vermenging met ander afvalwater door een septictank wordt geleid: a. met een nominale inhoud van 6 m3 of meer, volgens NEN-EN 12566-1, en met een hydraulisch rendement van niet meer dan 10 g, volgens annex B van NEN-EN 12566-1; of b. die is geplaatst voor 1 januari 2009 en is afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste en het tweede lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam: a. vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-716\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.16</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor biochemisch zuurstofverbruik: NEN-EN-ISO 5815-1/2; b. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705; c. voor nitrietstikstof en nitraatstikstof: NEN-EN-ISO 13395 of NEN-ISO 15923-1; d. voor organisch stikstof: NEN-ISO 5663 of NEN 6646; e. voor ammoniumstikstof: NEN 6646, NEN-EN-ISO 11732 of NEN-EN-ISO 15923-1; en f. voor totaal fosfor: NEN-EN-ISO 15681-1, NEN-EN-ISO 15681-2, NEN-EN-ISO 6878, NEN-EN-ISO 11885 of NEN-EN-ISO 17294-2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-717\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.17</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 7.14, wordt daarvan aan dijkgraaf en hoogheemraden melding gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de melding, bedoeld in het vorige lid, worden gegevens en bescheiden verstrekt over: a. het aantal inwonerequivalenten dat wordt geloosd; b. de wijze van behandeling van het afvalwater; en c. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde in de vorige leden is van overeenkomstige toepassing op de wijziging van de lozingsactiviteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde in de vorige leden geldt niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam: a. vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van koelwater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-718\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.18</span><span class=\"lf-art-t\">Koelwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan koelwater, dat niet afkomstig is van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het te lozen koelwater mogen geen chemicaliën of andere stoffen worden toegevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De warmtevracht van het te lozen koelwater is niet meer dan: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">1000 kJ/s bij lozen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam; en b.</p>\n<p class=\"lf-p\">10 kJ/s bij lozen op een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-719\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.19</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 7.18, wordt daarvan aan dijkgraaf en hoogheemraden melding gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de melding, bedoeld in het vorige lid, worden gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de maximale warmtevracht; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde in de vorige leden is van overeenkomstige toepassing op de wijziging van de lozingsactiviteit.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij reinigen, conserveren, bouwen, renoveren of slopen van bouwwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-720\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.20</span><span class=\"lf-art-t\">Bij reinigen en conserveren geen afvalwater lozen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afvalwater afkomstig van het reinigen of conserveren van bouwwerken wordt niet geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, tenzij: a. het gaat om afwassen of schoonspuiten met enkel water b. bij schoonspuiten de druk ten hoogste 200 bar is; c. geen visuele verontreiniging plaatsvindt; en d. geen thermische verontreiniging plaatsvindt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-720a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.20a</span><span class=\"lf-art-t\">Bij gebruik scherm- en krijtmiddel geen afvalwater lozen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op de bepalingen, genoemd in de artikelen 3.205 en 3.206 van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt afvalwater afkomstig van het aanbrengen en afspuiten van scherm- en krijtmiddel bij bouwwerken niet geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, tenzij: a. geen visuele verontreiniging plaatsvindt; en b. geen thermische verontreiniging plaatsvindt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-721\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.21</span><span class=\"lf-art-t\">Werkinstructie bij reinigen en conserveren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam bij het reinigen of conserveren van bouwwerken: a. is er een werkinstructie opgesteld; en b. wordt voor het deel van het bouwwerk dat boven de waterspiegel ligt een hulpconstructie voor de opvang van stoffen gebruikt die is afgestemd op de gebruikte techniek, de gebruikte stoffen en de stoffen die kunnen vrijkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de werkinstructie is opgenomen: a. welke technieken worden toegepast; b. welke stoffen kunnen vrijkomen; en c. welke stoffen worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een hulpconstructie wordt gebruikt, is in de werkinstructie ook opgenomen: a. op welke manier de vloer, de zijwanden en de bovenzijde van de hulpconstructie zijn uitgevoerd; b. wat de omvang van het bouwwerk dat wordt gereinigd of geconserveerd is en wat de omvang van de hulpconstructie is; c. of de constructie een afzuiging met permanente onderdruk heeft; d. de wijze van opvang van afvalwater, als natte technieken worden gebruikt; en e. de aanvullende maatregelen die worden getroffen als wordt gewerkt bij een windsnelheid van meer dan 8 m/s.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-722\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.22</span><span class=\"lf-art-t\">Werkinstructie bij bouwen, renoveren en slopen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlakte-waterlichaam bij het bouwen, renoveren of slopen van bouwwerken moet een werkinstructie worden opgesteld, waarin is opgenomen: a. op welke manier wordt gebouwd, gerenoveerd of gesloopt; en b. welke maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat stoffen die worden gebruikt of die kunnen vrijkomen, in het oppervlaktewaterlichaam terechtkomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-723\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.23</span><span class=\"lf-art-t\">Beperken stof in het oppervlaktewaterlichaam</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of beperken van de verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam bij het afzuigen van lucht vanuit een hulpconstructie, is voor de emissie in de lucht de emissiegrenswaarde voor stof 10 mg/Nm3, gemeten in een eenmalige meting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-724\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.24</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het meten van stof bij het afzuigen van lucht vanuit een hulpconstructie is NEN-EN 13284-1 van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-725\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.25</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in de artikelen 7.20, 7.21, 7.22 en 7.23, wordt daarvan aan dijkgraaf en hoogheemraden melding gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de melding, bedoeld in het vorige lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. voor het lozen afkomstig van reinigen of conserveren van een bouwwerk: de werkinstructie, bedoeld in artikel 7.21; of b. voor het lozen afkomstig van het bouwen, renoveren of slopen van een bouwwerk: de werkinstructie, bedoeld in artikel 7.22.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde in de vorige leden is van overeenkomstige toepassing op de wijziging van de lozingsactiviteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde in de vorige leden geldt niet voor reinigingswerkzaamheden die periodiek worden uitgevoerd en waarbij alleen vuilafzetting wordt verwijderd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij opslaan en overslaan van inerte goederen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-726\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.26</span><span class=\"lf-art-t\">Inerte goederen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van deze paragraaf worden in ieder geval de volgende goederen als inerte goederen beschouwd, voor zover deze niet verontreinigd zijn: a. bouwstoffen als bedoeld in paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. grond en baggerspecie als bedoeld in paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving; c.</p>\n<p class=\"lf-p\">A-hout en ongeshredderd B-hout; d. snoeihout; e. banden van voertuigen; f. autowrakken waaruit alle vloeistoffen zijn afgetapt bij een autodemontagebedrijf en wrakken van tweewielige motorvoertuigen waaruit alle vloeistoffen zijn afgetapt bij een demontagebedrijf voor tweewielige motorvoertuigen; g. straatmeubilair; h. tuinmeubilair; i. aluminium, ijzer en roestvrijstaal; j. kunststof anders dan lege, ongereinigde verpakkingen van voedingsmiddelen, smeerolie, verf, lak of drukinkt, gewasbeschermingsmiddelen, biociden of gevaarlijke stoffen; k. kunststofgeïsoleerde kabels anders dan oliedrukkabels, gepantserde papier-loodkabels en papiergeïsoleerde grondkabels; l. papier en karton; m. textiel en tapijt; en n. vlakglas.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-727\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.27</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij opslaan van inerte goederen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan te lozen afvalwater, dat in contact is geweest met opgeslagen inerte goederen, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-728\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.28</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij overslaan van inerte goederen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan bij het overslaan van inerte goederen in de buitenlucht worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het overslaan van die goederen in de buitenlucht wordt zo veel mogelijk voorkomen dat goederen op een oppervlaktewaterlichaam geraken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het tweede lid wordt bij het laden en lossen van schepen in ieder geval voldaan als: a. de afstand tussen wal en schip zo klein mogelijk is, en in ieder geval niet groter is dan 5 meter; of b. het schip, waarin of waaruit wordt overgeslagen, met de wal wordt verbonden door een ponton of een morsklep.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing op het overslaan van inerte goederen bij wonen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij opslaan of overslaan van andere dan inerte goederen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-729\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.29</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij opslaan van goederen die kunnen uitlogen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.1058, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater, te lozen afvalwater afkomstig van het opslaan van goederen waaruit stoffen kunnen uitlogen worden geloosd op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam, als de afstand tot een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden aangesloten of geloosd meer dan 40 meter is, gerekend vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 7.3, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 7.3 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarden Som van de metalen arseen, chroom, koper, lood, nikkel en zink 1 mg/l Minerale olie 20 mg/l Polycyclische aromatische koolwaterstoffen 50 μg/l Onopgeloste stoffen 100 mg/l Som van stikstofverbindingen 10 mg/l Som van fosforverbindingen 2 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 200 mg/l</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-730\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.30</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872; b. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705; c. voor olie: NEN-EN-ISO 9377-2; d. voor arseen, chroom, koper, lood, nikkel en zink: NEN 6966 of NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 11885, waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2; e. voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen: NEN-EN-ISO 17993; f. voor nitrietstikstof en nitraatstikstof: NEN-EN-ISO 13395 of NEN-ISO 15923-1; g. voor organisch stikstof: NEN-ISO 5663 of NEN 6646; h. voor ammoniumstikstof: NEN 6646, NEN-EN-ISO 11732 of NEN-EN-ISO 15923-1; en i. voor de som van fosforverbindingen: NEN-EN-ISO 15681-1, NEN-EN-ISO 15681-2, NEN-EN-ISO 6878, NEN-EN-ISO 11885 of NEN-EN-ISO 17294-2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-731\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.31</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij overslaan van niet-inerte goederen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam bij: a. het bedrijfsmatig overslaan van niet-inerte goederen; b. het overslaan van zout voor het strooien op wegen; c. het overslaan van niet-inerte goederen die vrijkomen bij een werk; en d. het overslaan van niet-inerte goederen die nodig zijn in een werk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het overslaan van die goederen in de buitenlucht wordt zo veel mogelijk voorkomen dat goederen op een oppervlaktewaterlichaam geraken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het tweede lid wordt bij het laden en lossen van schepen in ieder geval voldaan als: a. de afstand tussen wal en schip zo klein mogelijk is, en in ieder geval niet groter is dan 5 meter; of b. het schip, waarin of waaruit wordt overgeslagen, met de wal wordt verbonden door een ponton of een morsklep.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-732\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.32</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in de artikelen 7.29 en 7.31, wordt daarvan aan dijkgraaf en hoogheemraden melding gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de melding, bedoeld in het vorige lid, worden gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de stoffen die worden opgeslagen of overgeslagen; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde in de vorige leden is van overeenkomstige toepassing op de wijziging van de lozingsactiviteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde in de vorige leden is niet van toepassing op het overslaan van: a. zout voor het strooien op wegen; b. niet-inerte goederen die vrijkomen bij werkzaamheden of bij een werk; en c. niet-inerte goederen die nodig zijn bij werkzaamheden of in een werk.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.8</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen uit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-733\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.33</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van afvalwater vanuit gemeentelijke rioolstelsels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan het afvalwater afkomstig uit een openbaar ontwateringsstelsel, een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat stelsel of dat riool voorkomt op het in het gemeentelijk rioleringsplan of een gemeentelijk rioleringsprogramma opgenomen overzicht van voorzieningen en maatregelen als bedoeld in artikel 2.16, eerste lid, onder a, onder 1 tot en met 3, van de Omgevingswet, en dat stelsel of dat riool volgens dat plan of programma is uitgevoerd en wordt beheerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-734\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.34</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van huishoudelijk afvalwater vanuit andere systemen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan huishoudelijk afvalwater afkomstig uit een systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat systeem voorkomt op het in het gemeentelijk rioleringsplan of een gemeentelijk rioleringsprogramma opgenomen overzicht van die systemen en volgens dat plan of programma is uitgevoerd en wordt beheerd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.9</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij ontgravingen en baggerwerkzaamheden en bij werkzaamheden door of namens Delfland op een oppervlaktewaterlichaam</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-735\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.35</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij ontgravingen en baggerwerkzaamheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen kunnen stoffen die vrijkomen bij ontgravingen of baggerwerkzaamheden in een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd op dat oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-736\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.36</span><span class=\"lf-art-t\">Werkinstructie bij verontreinigde waterbodem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam is bij ontgravingen of baggerwerkzaamheden in een waterbodem met de kwaliteitsklasse ‘sterk verontreinigd’, bedoeld in artikel 25d, derde lid, onder a, van het Besluit bodemkwaliteit, een werkinstructie opgesteld, waarin is opgenomen: a. de toe te passen baggertechniek, en b. de bij het gebruik van die techniek gehanteerde werkwijze.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-737\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.37</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij werkzaamheden door of namens Delfland</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen kunnen stoffen die vrijkomen bij andere werkzaamheden dan bedoeld in artikel 7.35 op een oppervlaktewaterlichaam, die worden verricht door of namens Delfland in het kader van het waterbeheer, worden geloosd op dat oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-738\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.38</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van algen en bacteriën</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen kunnen algen en bacteriën uit een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd op een ander oppervlaktewaterlichaam dat in beheer is bij Delfland, als die werkzaamheden plaatsvinden door of namens Delfland in het kader van het beheer van dat oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-739\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.39</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 7.35, wordt daarvan aan dijkgraaf en hoogheemraden melding gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de melding, bedoeld in het vorige lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de kwaliteit van de te ontgraven of te baggeren waterbodem; b. als de waterbodem de kwaliteitsklasse ‘sterk verontreinigd’, bedoeld in artikel 25d, derde lid, onder a, van het Besluit bodemkwaliteit, heeft: de werkinstructie, bedoeld in artikel 7.36; en c. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde in de vorige leden is van overeenkomstige toepassing op de wijziging van de lozingsactiviteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing als de ontgraving of baggerwerkzaamheden gedaan worden door of namens Delfland of de onderhoudsplichtige, bedoeld in artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.10</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij schoonmaken drinkwaterleidingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-740\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.40</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij schoonmaken en in gebruik nemen van drinkwaterleidingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat vrijkomt bij het schoonmaken en in gebruik nemen van de middelen voor opslag, transport en distributie van drinkwater of warm tapwater als bedoeld in artikel 1 van de Drinkwaterwet, of van huishoudwater als bedoeld in artikel 1 van het Drinkwaterbesluit, op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het water dat voor het schoonmaken en in gebruik nemen wordt gebruikt, worden geen chemicaliën toegevoegd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.11</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij calamiteitenoefeningen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-741\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.41</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij calamiteitenoefeningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat vrijkomt bij een calamiteitenoefening, anders dan afvalwater afkomstig van een permanente voorziening voor het oefenen van brandbestrijdingstechnieken als bedoeld in artikel 3.259 van het Besluit activiteiten leefomgeving, op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-742\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.42</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 7.41, wordt daarvan aan dijkgraaf en hoogheemraden melding gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de melding, bedoeld in het vorige lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. of er blusschuim bij de oefening wordt gebruikt; en b. welke stoffen dat blusschuim bevat.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.12</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-743\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.43</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen vanuit andere gebouwen dan een kas</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.795, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater, te lozen afvalwater afkomstig van het telen of kweken van gewassen in een gebouw, anders dan een kas, ook op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd, als het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden geloosd, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool waarop kan worden aangesloten en geloosd, meer dan 40 meter is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden bedoeld in tabel 7.4, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 7.4 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarden Onopgeloste stoffen 100 mg/l Biochemisch zuurstofverbruik 60 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 300 mg/l 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt, en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, wordt de afstand bij voortzetting van het lozen dat voor 1 januari 2013 al gebeurde, berekend vanaf de plaats waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-744\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.44</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij spoelen van biologisch geteelde gewassen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.761, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater, te lozen afvalwater afkomstig van het spoelen van biologisch geteelde gewassen ook op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd als: a. het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk, waarop kan worden geloosd, en b. de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool, waarop kan worden aangesloten en geloosd meer dan 40 meter is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 100 mg/l, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt; en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, wordt de afstand bij voortzetting van het lozen dat voor 1 januari 2013 al gebeurde, berekend vanaf de plaats waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-745\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.45</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij sorteren van biologisch geteelde gewassen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.773, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater, te lozen afvalwater afkomstig van het sorteren van biologisch geteelde gewassen ook op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 7.5, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 7.5 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarden Onopgeloste stoffen 100 mg/l Biochemisch zuurstofverbruik 60 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 300 mg/l</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-746\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.46</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij omgekeerde osmose en ionenwisselaars</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater, afkomstig van het zuiveren van water door omgekeerde osmose of ionenwisselaars voor agrarische activiteiten, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 7.6, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 7.6 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarden Chloride 200 mg/l IJzer 2 mg/l 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 4.801 en 4.804 van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-747\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.47</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij ontijzeren grondwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater, afkomstig van het ontijzeren van grondwater voor agrarische activiteiten, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam als het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden geloosd en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool waarop kan worden aangesloten en geloosd, meer dan 40 meter is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater is de emissiegrenswaarde voor ijzer 5 mg/l, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt, en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, wordt de afstand bij voortzetting van het lozen dat voor 1 januari 2013 al gebeurde, berekend vanaf de plaats waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-748\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.48</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor chloride: NEN-EN-ISO 15682; b. onopgeloste stoffen: NEN-EN 872; c. voor biochemisch zuurstofverbruik: NEN-EN-ISO 5815-1/2; en d. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705; en. e. voor ijzerverbindingen: NEN-EN-ISO 17294-2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-749\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.49</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in de artikelen 7.43 tot en met 7.47, wordt daarvan aan dijkgraaf en hoogheemraden melding gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de melding, bedoeld in het vorige lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde in de vorige leden is van overeenkomstige toepassing op de wijziging van de lozingsactiviteit.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.13</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij maken van betonmortel en uitwassen van beton</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-750\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.50</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzondering voorgeschreven lozingsroute</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als in het omgevingsplan voor afvalwater, afkomstig van het reinigen van installaties en voorzieningen voor het maken van betonmortel, het inwendig reinigen van voertuigen waarin betonmortel is vervoerd, of het uitwassen van beton, een andere lozingsroute is toegestaan, wordt, in afwijking van de artikelen 4.140, eerste lid, en 4.158, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, het te lozen afvalwater, bedoeld in die artikelen, geloosd op een oppervlaktewaterlichaam of via die andere lozingsroute.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.14</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij niet-industriële voedselbereiding</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-751\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.51</span><span class=\"lf-art-t\">Afbakening met Besluit activiteiten leefomgeving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van de voedingsmiddelenindustrie, bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van het lozen van afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen voor personen die werken op de locatie waar de activiteit wordt verricht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-752\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.52</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij bereiden van voedingsmiddelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als het bereiden plaatsvindt met: a. grootkeukenapparatuur; b. één of meer bakkerijovens die chargegewijs worden beladen; of c. één of meer bakkerijovens die continu worden beladen met een nominaal vermogen of een aansluitwaarde van ten hoogste 100 kilowatt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afvalwater wordt alleen gezamenlijk met huishoudelijk afvalwater geloosd, en wordt alleen geloosd voor zover de voorzieningen voor het zuiveren van huishoudelijk afvalwater zijn berekend op het zuiveren van het afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen en daarmee samenhangende activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-753\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.53</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 7.52, wordt daarvan aan dijkgraaf en hoogheemraden melding gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de melding, bedoeld in het vorige lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde in de vorige leden is van overeenkomstige toepassing op de wijziging van de lozingsactiviteit.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.15</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van spuiwater uit recreatieve visvijvers</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-754\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.54</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van spuiwater uit recreatieve visvijvers</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan spuiwater uit recreatieve visvijvers worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-755\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.55</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 7.54, wordt daarvan aan dijkgraaf en hoogheemraden melding gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de melding, bedoeld in het vorige lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde in de vorige leden is van overeenkomstige toepassing op de wijziging van de lozingsactiviteit.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.16</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen vanaf vaartuigen of andere drijvende werktuigen bij spoelen of scheiden van zand of grind</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-756\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.56</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van spoelwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kunnen de volgende afvalwaterstromen, afkomstig van een vaartuig of ander drijvend werktuig, op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd: a. afvalwater dat vrijkomt bij het spoelen van door dat vaartuig of werktuig vervoerd zeezand, tijdens het varen; en b. afvalwater dat vrijkomt bij het op dat vaartuig of werktuig scheiden van zand of grind.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  7.2.17</h3>\n<p class=\"lf-p\">Asverstrooiing</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-757\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.57</span><span class=\"lf-art-t\">Asverstrooiing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het op een oppervlaktewaterlichaam individueel verstrooien van as door de nabestaande die de zorg voor de asbus heeft, bedoeld in artikel 66a, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging, is toegestaan.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  8</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aansluiten openbaar vuilwaterriool of ander riool op zuiveringtechnisch werk</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-81\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsvergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een openbaar vuilwaterriool of een ander riool aan te sluiten op een zuiveringtechnisch werk dat in beheer is bij Delfland of bij een rechtspersoon die door Delfland met het beheer van dat zuiveringtechnisch werk is belast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-82\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Vrijstelling omgevingsvergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een omgevingsvergunning is niet vereist als voorafgaand aan de aansluiting, bedoeld in artikel 8.1, tussen degene die het voornemen heeft tot die aansluiting en Delfland met betrekking tot die aansluiting een schriftelijke overeenkomst is gesloten die voldoet aan het gestelde in het tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot de in artikel 8.4 genoemde aangelegenheden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-83\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten omgevingsvergunning (aanvullend)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager om een omgevingsvergunning legt ten minste over bij zijn aanvraag: a. de technische gegevens van het stelsel van het openbaar vuilwaterriool danwel een ander niet-openbaar vuilwaterriool, en een tekening waarop de locaties van eventuele overstorten zijn aangegeven; b. het aantal inwonerequivalenten dat is en/of naar verwachting aangesloten zal worden op het onder a bedoelde stelsel; en c. het aantal en de aard van de bedrijven die zijn aangesloten op het onder a bedoelde stelsel, alsmede het aantal en de aard van bedrijven die naar verwachting zullen worden aangesloten op dat stelsel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-84\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.4</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aansluiten van een openbaar vuilwaterriool of een ander riool op een zuiveringtechnisch werk wordt de capaciteit van dat zuiveringtechnische werk in acht genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het bepaalde in het eerste lid wordt rekening gehouden met: a. de bescherming en de doelmatige werking van het zuiveringtechnische werk waarop wordt aangesloten; b. dat de kosten voor onderhoud, inspectie en monitoring niet onevenredig toenemen; en c. het voorkomen van gevaar, schade en hinder.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  9</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozingsactiviteiten op zuiveringtechnisch werk</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-91\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 1.2, is verplicht: a. alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze plicht houdt in ieder geval in dat: a. alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen; b. de beste beschikbare technieken worden toegepast; c. geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt; d. alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet; e. lozingen op een zuiveringtechnisch werk doelmatig kunnen worden bemonsterd; f. metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund; en g. meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt en gepresenteerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-92\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsvergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit te verrichten op een zuiveringtechnisch werk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod, bedoeld in het vorige lid, geldt niet voor het lozen op een zuiveringtechnisch werk van stoffen, water of warmte afkomstig van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-93\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten omgevingsvergunning (aanvullend)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager om een omgevingsvergunning legt ten minste over bij zijn aanvraag: a. het debiet in m3 per uur van het te lozen afvalwater; b. de regelmaat waarmee lozingen of deellozingen plaatsvinden; c. de aanduiding of de lozing continu of niet-continu plaatsvindt; d. een riooltekening; e. de locaties van de lozingspunten; f. de periode waarin de lozingen plaatsvinden; g. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die zijn of worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken; h. een onderbouwing van de noodzaak om te lozen; i. de samenstelling van het afvalwater dat wordt geloosd; j. de aanduiding van de herkomst van het afvalwater dat wordt geloosd; k. de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de geloosde stoffen, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek 2016, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en l. een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-94\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.4</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende criteria: a. milieuverontreiniging door de lozing wordt geïntegreerd voorkomen of, wanneer dit niet mogelijk is, beperkt; b. emissies in het oppervlaktewater en het ontstaan van afval door de lozing worden voorkomen of, wanneer dit niet mogelijk is, beperkt om een hoog niveau van bescherming van het oppervlaktewater te bereiken; c. alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen; d. de voor de lozing in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast; e. er wordt geen significante milieuverontreiniging veroorzaakt; f. de nodige maatregelen worden getroffen om ongevallen met risico's voor het zuiveringstechnisch werk, de zuivering en het ontvangende oppervlaktewater na de zuivering te voorkomen en de gevolgen van die ongevallen te beperken; en g. bij de definitieve beëindiging van de lozing worden de nodige maatregelen genomen om elk risico van milieuverontreiniging door de lozing voor het oppervlaktewater waarin werd geloosd, te voorkomen of te beperken.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoordeling van de aanvraag wordt rekening gehouden met de artikelen 10.14 en 10.29a Wet milieubeheer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-95\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.5</span><span class=\"lf-art-t\">Bepalen beste beschikbare technieken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoordeling of de lozing voldoet aan het criterium, bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, aanhef en onder d, wordt bij het bepalen van de beste beschikbare technieken rekening gehouden met de BBT-conclusies en informatiedocumenten, bedoeld in bijlage XVIII, onder A, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als op een lozing geen BBT-conclusies van toepassing zijn, of als de van toepassing zijnde BBT-conclusies niet alle mogelijke milieugevolgen van de activiteit behandelen, wordt bij het bepalen van de beste beschikbare technieken rekening gehouden met: a. de toepassing van technieken die weinig afvalstoffen veroorzaken; b. de toepassing van stoffen die minder gevaarlijk zijn dan stoffen of mengsels als bedoeld in artikel 3 van de CLP-verordening; c. de ontwikkeling van technieken voor de terugwinning en het opnieuw gebruiken van de uitgestoten en gebruikte stoffen en van afvalstoffen; d. de vergelijkbare processen, apparaten of wijzen van bedrijfsvoering die met succes in de praktijk zijn beproefd; e. de vooruitgang van de techniek en de ontwikkeling van de wetenschappelijke kennis; f. de aard, de gevolgen en de omvang van de emissies; g. de verwachte datum waarop met de lozing wordt begonnen; h. de tijd die nodig is om een betere techniek te gaan toepassen; i. het verbruik en de aard van de grondstoffen, met inbegrip van water, en de energie-efficiëntie; j. de noodzaak de nadelige gevolgen van de emissies en de risico’s voor het milieu te voorkomen of tot een minimum te beperken; k. de noodzaak ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan voor het milieu te beperken; en l. de informatiedocumenten, bedoeld in bijlage XVIII, onder A, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-96\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9.6</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel Seveso-inrichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit van een Seveso-inrichting als bedoeld in artikel 3.51, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als voldoende afstand tot een Natura 2000-gebied in acht wordt genomen, of andere passende maatregelen worden genomen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  10</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot afvalwatertransportleidingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10.1</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een afvalwatertransportleiding verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 1.2, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze plicht houdt in ieder geval in dat: a. schade aan of verzakking van de afvalwatertransportleiding wordt voorkomen; b. een vlotte toegang voor Delfland tot de afvalwatertransportleiding is verzekerd in geval van een calamiteit; c. een ongehinderde exploitatie van de afvalwatertransportleiding is verzekerd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  11</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verhardingsactiviteiten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-111-158\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11.1</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsvergunningplicht verhardingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een werk aan te leggen op onverhard maaiveld, dat is bedoeld om daar blijvend aanwezig te zijn, en waarvan de aanwezigheid ertoe leidt dat op dat werk neerslaand hemelwater direct of indirect versneld wordt afgevoerd naar het oppervlaktewatersysteem, in de navolgende gevallen: a. de aanleg van een autoweg of autosnelweg als bedoeld in artikel 1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, op- en afritten en in- en uitvoerstroken daaronder begrepen; b. een wijziging van een autoweg of autosnelweg die bestaat uit:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de ombouw van een autoweg tot autosnelweg; of 2. de uitbreiding van een weg met een of meer rijstroken; c. de realisatie van een langs een onder a genoemde weg of onder b genoemde wijziging gelegen parkeerplaats, verzorgingsplaats, tankstation, carpoolplaats of bushalte; d. de aanleg van een hoofdspoorweg als bedoeld in artikel 2 Spoorwegwet, een lokale spoorweg als bedoeld in artikel 2, tweede lid, Wet lokaal spoor, of een bijzondere spoorweg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, Spoorwegwet; e. een wijziging van een spoorweg die bestaat uit een uitbreiding van die spoorweg met een of meer sporen; f. de realisatie van een langs of nabij een onder d genoemde spoorweg of een langs of nabij een onder e genoemde wijziging gelegen stationsgebouw, toegangsvoorziening, perron, rangeerterrein, reinigings- of onderhoudsterrein of -gebouw, alsook, indien overwegend ten behoeve van treinreizigers, een gebouwde of ongebouwde stallingsruimte voor rijwielen, gebouwde of ongebouwde parkeervoorziening voor motorvoertuigen en taxistandplaats.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-112-159\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11.2</span><span class=\"lf-art-t\">Vrijstelling omgevingsvergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.1 is verplicht als het werk: a. strekt tot vervanging van een bouw- of ander werk als bedoeld in artikel 11.1 waarvoor een omgevingsvergunning op grond van het eerste lid is verleend of waarop het bepaalde onder b van toepassing is, mits de grootte van het verhard oppervlak niet wijzigt en de vervanging binnen 5 jaar na verwijdering van het bouw- of ander werk is voltooid; b. is voltooid vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 11.1.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-113-160\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten omgevingsvergunning (aanvullend)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager om een omgevingsvergunning legt bij zijn aanvraag een compensatieplan over. Het compensatieplan omvat: a. kaarten waaruit de bestaande situatie en de situatie na het verrichten van de verhardingsactiviteit blijkt; b. tekeningen van de maatregelen die door of namens de aanvrager worden getroffen om de toename van de verharding als gevolg van de voorgenomen verhardingsactiviteit te compenseren; c. de topografische aanduiding van de locatie of locaties waarop de onder b bedoelde maatregelen worden getroffen en bewijsstukken waaruit blijkt dat de aanvrager over die locatie of locaties voor het treffen van die maatregelen kan beschikken; d. een toelichting op de wijze waarop de omvang van de compensatie is bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde maatregelen: a. worden getroffen in hetzelfde peilgebied of gebied met afwijkend peil als waarbinnen de verhardingsactiviteit plaatsvindt, of, in het boezemgebied, binnen een straal van maximaal 2,5 km gerekend vanaf de verhardingsactiviteit; b. bestaan uit het graven van nieuw oppervlaktewater dat in verbinding staat met het oppervlaktewatersysteem; c. bevatten geen peilregulerende kunstwerken; d. zijn gebaseerd op de einddatum van het klimaatscenario dat Delfland op het moment van het opstellen van het compensatieplan hanteert; en e. zijn dusdanig dat de verhardingsactiviteit niet leidt tot een extra peilstijging in maatgevende situaties met extreme neerslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, aanhef en onder a, kunnen de in het eerste lid bedoelde maatregelen worden getroffen in een ander gebied als: a. het compensatieplan aantoont dat dit geen nadelige gevolgen heeft voor de waterhuishouding in het gebied waarbinnen de verhardingsactiviteit plaatsvindt, of dat die nadelige effecten volledig worden gecompenseerd; b. dat andere gebied benedenstrooms ligt van het gebied waarbinnen de verhardingsactiviteit plaatsvindt; en c. het compensatieplan aantoont dat het water ook daadwerkelijk het benedenstroomse gebied kan bereiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, aanhef en onder b, kunnen in het compensatieplan alternatieve maatregelen worden opgenomen als het graven van voldoende nieuw oppervlaktewater redelijkerwijs niet mogelijk is. De alternatieve maatregelen zijn in overeenstemming met de “Richtlijn toepassen vasthoudmaatregelen ter compensatie van verharding in het watertoetsproces” of daarvoor in de plaats komende richtlijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, aanhef en onder e, kan in het compensatieplan een peilregulerend kunstwerk worden opgenomen als het graven van voldoende nieuw oppervlaktewater redelijkerwijs niet mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inhoud van het compensatieplan wordt voor de indiening van een verzoek om een omgevingsvergunning afgestemd met een medewerker van Delfland.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het compensatieplan is op het moment waarop de omgevingsvergunning wordt aangevraagd niet ouder dan drie jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als tussen het moment van opstellen van het compensatieplan en de aanvraag om een omgevingsvergunning een omgevingsplan wordt vastgesteld dat voorziet in een ontwikkeling die, als die ontwikkeling bekend was geweest ten tijde van het opstellen van het compensatieplan, gevolgen zou hebben gehad voor de inhoud daarvan, stellen dijkgraaf en hoogheemraden de aanvrager in de gelegenheid om het compensatieplan binnen een door hen te bepalen termijn aan te passen. Ook kunnen dijkgraaf en hoogheemraden de aanvrager om een omgevingsvergunning in de gelegenheid stellen om het compensatieplan aan te passen als zij van oordeel zijn dat daartoe aanleiding is. Zij vermelden daarbij de redenen die aan dat oordeel ten grondslag liggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing als de aanvrager bij zijn aanvraag om een omgevingsvergunning aannemelijk maakt dat de compensatie van de toename van de verharding, als gevolg van de verhardingsactiviteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd overeenkomstig het bepaalde in het tweede tot en met het vijfde lid, minder dan 5 m3 bedraagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.</p>\n<p class=\"lf-p\">In een situatie als bedoeld in het vorige lid legt de aanvrager om een omgevingsvergunning de bescheiden over die zijn genoemd in het eerste lid, onder a.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-114-161\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11.4</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregels verhardingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een verhardingsactiviteit wordt het compensatieplan als bedoeld in artikel 11.3 in acht genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een omgevingsvergunning wordt niet verleend als de toename van de verharding als gevolg van de verhardingsactiviteit naar het oordeel van dijkgraaf en hoogheemraden niet toereikend wordt gecompenseerd in het compensatieplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde in de vorige leden is niet van toepassing in de gevallen als bedoeld in artikel 11.3, negende lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11.5</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningvoorschrift (aanvullend)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens de gevallen als bedoeld in artikel 11.3, negende lid, wordt in een omgevingsvergunning aan het verrichten van de daarin vergunde verhardingsactiviteit door middel van een vergunningvoorschrift de voorwaarde verbonden dat het compensatieplan binnen de in het voorschrift gestelde termijn wordt uitgevoerd. Het voorschrift kan voorts inhouden dat met de verhardingsactiviteit niet eerder zal worden aangevangen dan nadat de uitvoering van het compensatieplan is voltooid.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  12</h3>\n<p class=\"lf-p\">Slotbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.1</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze waterschapsverordening wordt aangehaald als Waterschapsverordening Delfland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12.2</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening treedt in werking op een door dijkgraaf en hoogheemraden te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende hoofdstukken of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1 Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: aangeheelde waterkering waterkering waarachter gronden zijn aangebracht die ten minste een gelijke hoogte hebben als de buitenkruinlijn aangewezen oppervlaktewaterlichaam Coolhaven, Delfshavense Schie, Havengebied Delfshaven te Rotterdam, Polderwatering, Schiedamse Schie van Coolhaven tot aan Schie-Schiekanaal, Stadswateren van Schiedam afvalstoffen afvalstoffen waarop de Wet milieubeheer van toepassing is afvalwater alle water waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich dient te ontdoen afvalwatertransportleiding zuiveringtechnisch werk voor het transport van stedelijk afvalwater, effluentleidingen en ontluchtingsleidingen daaronder begrepen, en toebehoren BBT-conclusies document met de conclusies over beste beschikbare technieken, vastgesteld in overeenstemming met artikel 13, vijfde lid en zevende lid, van de Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PbEU 2010, L 334) beperkingengebied bij of krachtens deze verordening aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een waterstaatswerk of zuiveringtechnisch werk regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat waterstaatswerk of zuiveringtechnisch werk beperkingengebiedactiviteit activiteit binnen een beperkingengebied bergend vermogen de hoeveelheid oppervlaktewater die maximaal in een bergingsgebied, een waterberging of een constructie voor waterberging kan worden opgeslagen bergingsgebied gebied waaraan krachtens de wet een functie voor waterstaatkundige doeleinden is toegedeeld, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam of onderdeel daarvan, dat dient ter verruiming van de bergingscapaciteit van een of meer watersystemen en dat ook als bergingsgebied in de legger is opgenomen beschermingszone aan een waterstaatswerk grenzende zone, waarin ter bescherming van dat werk voorschriften en beperkingen kunnen gelden beste beschikbare technieken het meest doeltreffende en geavanceerde ontwikkelingsstadium van de activiteiten en exploitatiemethoden waarbij de praktische bruikbaarheid van speciale technieken om het uitgangspunt voor de emissiegrenswaarden en andere vergunningsvoorwaarden te vormen is aangetoond, met als doel emissies en gevolgen voor het milieu in zijn geheel te voorkomen of, wanneer dit niet mogelijk is, te beperken, waarbij wordt verstaan onder: a. technieken: zowel de toegepaste technieken als de wijze waarop de installatie wordt ontworpen, gebouwd, onderhouden, geëxploiteerd en ontmanteld,</p>\n<p class=\"lf-p\">b. beschikbare: op zodanige schaal ontwikkeld dat de betrokken technieken, kosten en baten in aanmerking genomen, economisch en technisch haalbaar in de betrokken industriële context kunnen worden toegepast, onafhankelijk van de vraag of die technieken wel of niet binnen Nederland worden toegepast of geproduceerd, mits zij voor de exploitant op redelijke voorwaarden toegankelijk zijn, en c. beste: het doeltreffendst voor het bereiken van een hoog algemeen niveau van bescherming van het milieu in zijn geheel binnentalud hellend vlak van de waterkering aan de landzijde van de waterkering bodem het vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen bodembeschermende voorziening vloeistofdichte bodemvoorziening, aaneengesloten bodemvoorziening, elementenbodemvoorziening, lekbak, geomembraanbaksysteem of vulpuntmorsbak bouwwerk constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart buitenkruinlijn snijlijn van de raaklijnen van de kruin en het buitentalud van een waterkering buitentalud hellend vlak van het dijklichaam aan de waterzijde van de waterkering Delfland het Hoogheemraadschap van Delfland Delflandsedijk primaire waterkering die beveiliging biedt tegen overstromingen vanuit de Nieuwe Waterweg, het Scheur en de Nieuwe Maas, en die als zodanig is aangegeven op de leggerkaart dijk-in-boulevard verharde dijk onder de boulevard van Scheveningen, gelegen tussen raai 9990 en raai 10070, die aan weerzijden aansluit op de zandige kust door middel van een diepwand; onderdeel van de primaire waterkering, en als zodanig is aangegeven op de leggerkaart dijkgraaf en hoogheemraden dagelijks bestuur van het Hoogheemraadschap van Delfland drainagewater water dat wordt afgevoerd via een stelsel van waterdoorlatende buizen die in de bodem zijn aangelegd duiker ondersteunend kunstwerk in de vorm van een kokervormige constructie met als doel de verbinding tussen oppervlaktewaterlichamen mogelijk te maken duinvoet de locatie, vanuit zee gezien, waar het droge strand overgaat in de eerste hoge, min of meer gesloten duinenrij, en als zodanig is aangegeven op de leggerkaart</p>\n<p class=\"lf-p\">eigenaar degene die naar burgerlijk recht als eigenaar van de zaak is aan te merken, of degene die jegens deze een zakelijk of persoonlijk recht kan doen gelden emissie directe of indirecte uitstoot, uit puntbronnen of diffuse bronnen, van stoffen, warmte of koude in de lucht, het water of de bodem emissiegrenswaarde massa, gerelateerd aan een parameter, concentratie of niveau van een emissie die tijdens een of meer vastgestelde perioden niet wordt overschreden gebouw bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt gedoogplichtbeschikking beschikking tot oplegging van een gedoogplicht als bedoeld in afdeling 10.3 van de wet gelijkwaardige maatregel gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de wet gemaal pompinrichting, inclusief alle bijbehorende constructies, die de stand van het water of de doorstroming van water regelt gewasbeschermingsmiddel gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009, L 309) goed ecologisch potentieel goed ecologisch potentieel als bedoeld in artikel 2, onder 23, van de Kaderrichtlijn Water grondmechanisch onderzoek uitvoeren van grondonderzoek door middel van sonderingen, handboringen, mechanische boringen, peilbuizen of waterspanningsmeters grondwater water dat zich onder het bodemoppervlak in de verzadigde zone bevindt en dat in direct contact met de bodem of ondergrond staat grondwaterbeschermingsgebied beschermingsgebied voor grondwater zoals bedoeld in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening grondwaterlichaam afzonderlijke grondwatermassa in een of meer watervoerende lagen huishoudelijk afvalwater afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden infiltratie water in de bodem brengen ter aanvulling van het grondwater in samenhang met het onttrekken van grondwater insteek de snijlijn van het bovenwatertalud van het oppervlaktewaterlichaam met het aangrenzende maaiveld inwonerequivalent inwonerequivalent als bedoeld in artikel 2 van de Richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater (PbEG 1991, L 135) kabel transportmedium zonder holle ruimte Kaderrichtlijn Water Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEG 2000, L 327)</p>\n<p class=\"lf-p\">kruin het hoogstgelegen deel van het profiel van een waterkering; hoogstgelegen deel van een ondersteunend kunstwerk waar het water overheen stroomt in extreme afvoersituaties KRW-oppervlaktewaterlichaam oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 2, onder 10, van de Kaderrichtlijn Water landscheiding waterkering die is gelegen op de grens van het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Delfland en aangrenzende waterschappen, en als zodanig is aangegeven in de legger legger de legger van het Hoogheemraadschap van Delfland, bedoeld in artikel 2.39 Omgevingswet, artikel 78 Waterschapswet, artikel 7.1.3.2 Zuid-Hollandse Omgevingsverordening en artikel 5 Reglement van Bestuur voor het Hoogheemraadschap van Delfland, bestaande uit de leggerkaart en de leggertekst leggerdiepte de normatieve diepte van het watervoerend deel van primair of secundair water tot waar het buitengewoon onderhoud moet worden uitgevoerd, en als zodanig is aangegeven op de leggerkaart leiding buis en bijhorende elementen onder of boven de grond waardoorheen of waarlangs iets wordt geleid lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam activiteit, niet zijnde een stortingsactiviteit op zee, inhoudende het brengen van stoffen, warmte, koude of water direct op een oppervlaktewaterlichaam, voor zover het gaat om de gevolgen van die stoffen, warmte of koude of dat water voor het watersysteem lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk activiteit inhoudende het brengen van stoffen, warmte, koude of water met behulp van een werk, niet zijnde een openbaar vuilwaterriool, in een zuiveringtechnisch werk in exploitatie bij een waterschap of een rechtspersoon die door het bestuur van een waterschap met de zuivering van stedelijk afvalwater is belast, voor zover het gaat om de gevolgen van die stoffen, warmte of koude of dat water voor het zuiveringtechnisch werk of het watersysteem lozingspunt het punt waar door middel van een werk een lozingsactiviteit wordt verricht maaiveld bovenkant (hoogte) of oppervlak van natuurlijk of aangelegd terrein maatwerkvoorschriften maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de wet mantelbuis buis waardoorheen kabels of leidingen voeren natte ecologische zone deel van een oppervlaktewaterlichaam waarin door inrichting of ecologisch geoptimaliseerd beheer, of een combinatie daarvan, leefgebied is gecreëerd voor waterplanten en –dieren, waarmee verbetering van de waterkwaliteit en biodiversiteit wordt bevorderd, en dat als zodanig is aangegeven op de leggerkaart NEN norm die door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut is uitgegeven (laatste versie)</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN NEN die door het Europees Comité voor Normalisatie is vastgesteld (laatste versie) NEN-EN-ISO NEN-EN die door de International Organization for Standardization is vastgesteld (laatste versie) NEN-ISO NEN die door de International Organization for Standardization is vastgesteld (laatste versie) niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam ander oppervlaktewaterlichaam dan een aangewezen oppervlaktewaterlichaam Nm³ gashoeveelheid bij 273,15 K en 101,3 kPa en betrokken op droge lucht oeverbescherming beschoeiing of damwand die wordt aangelegd in de oeverlijn om de oever tegen afkalving te beschermen oeverlijn snijlijn van het water met de oever op het schouwpeil omgevingsvergunning de omgevingsvergunning op grond van deze verordening omgevingsvergunningplicht de omgevingsvergunningplicht op grond van deze verordening omgevingswaarde omgevingswaarde als bedoel in afdeling 2.3 van de wet ondersteunend kunstwerk kunstwerk, niet zijnde een waterkering, oppervlaktewaterlichaam of bergingsgebied, dat dienstbaar is aan de functie of werking van een waterstaatswerk of het functioneren van het watersysteem onttrekken van water onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam openbaar vuilwaterriool voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast oppervlaktewaterlichaam samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, en de bijbehorende bodem en oevers, alsmede flora en fauna peilgebied waterhuishoudkundige eenheid waar eenzelfde waterpeil geldt. Dit peil is vastgesteld in een peilbesluit polderkade waterkering die dient als scheiding tussen polders of als scheiding tussen peilgebieden, en die als polderkade is aangegeven op de leggerkaart polderprincipe realiseren onttrekken van grondwater van een kunstmatig grondwaterniveau dat lager ligt dan het omliggende grondwaterniveau voor het permanent drooghouden van civieltechnische en bouwkundige werken primair water door het Hoogheemraadschap van Delfland als zodanig geclassificeerd oppervlaktewaterlichaam dat een belangrijke transport- en bergende functie heeft; het dient als aan- en afvoerweg naar boezem- of poldergemalen, of er komen belangrijke inlaatconstructies op uit, of het verzorgt de afwatering van minimaal 50 hectare in landelijk gebied of minimaal 20 hectare in stedelijk gebied, of het levert een belangrijke bijdrage aan het waterkerend vermogen van een waterkering primaire waterkering</p>\n<p class=\"lf-p\">waterkering die bescherming biedt tegen overstroming door water van een oppervlaktewaterlichaam waarvan de waterstand direct invloed ondergaat van hoge stormvloed en/of hoog water van een van de grote rivieren. profiel van vrije ruimte vrij te houden ruimte, boven, onder en naast een waterkering voor het blijvend kunnen realiseren van de functie van de waterkering, of toekomstige waterkering, en die als zodanig is aangegeven op de leggerkaart. projectbesluit projectbesluit als bedoeld in afdeling 5.2 van de wet regionaal waterprogramma regionaal waterprogramma als bedoeld in artikel 3.8, tweede lid, van de wet regionale waterkering regionale waterkering als bedoeld in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening schouwpeil schouwpeil zoals vastgesteld in het peilbesluit secundair water door het Hoogheemraadschap van Delfland als zodanig geclassificeerd oppervlaktewaterlichaam met een lokale transport- en ontwaterende functie, of dat zorgt voor een zekere drooglegging. sleuf langwerpige smalle ontgraving in de grond sleufloze techniek het aanleggen van kabels, leidingen of mantelbuizen door persen of boren stedelijk afvalwater huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater straatmeubilair objecten die ter inrichting in publiek toegankelijke gebieden staan strategische zoet grondwatervoorraad strategische zoet grondwatervoorraad als bedoeld in Bijlage C bij het Regionaal waterprogramma stroomgebiedsbeheerplan stroomgebiedsbeheerplan als bedoeld in artikel 3.9, tweede lid, onder a, van de wet teenlijn snijlijn van de raaklijnen van het binnentalud van een waterkering en het horizontaal gelegen maaiveld aan de landzijde van de waterkering verheelde waterkering waterkering waarachter van nature gronden aanwezig zijn die ten minste een gelijke hoogte hebben als de buitenkruinlijn voorland het meestal droogstaande gebied aansluitend aan de buitenzijde van de waterkering vuilwaterriool voorziening of werk voor de inzameling en het transport van afvalwater wateractiviteit beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk, lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk, wateronttrekkingsactiviteit of elke andere activiteit waarover in deze verordening regels zijn gesteld waterbeheerprogramma waterbeheerprogramma als bedoeld in artikel 3.7 van de wet waterkerend vermogen vermogen van een waterkering om aan alle faalmechanismen te voldoen, overeenkomstig de veiligheidseisen waterkering zeewering, dijken, kaden en andere kunstmatige of natuurlijke hoogten, onder welke benaming ook, die dienen tot kering van zee-, rivier-, boezem- of polderwater</p>\n<p class=\"lf-p\">wateronttrekkingsactiviteit een activiteit als bedoeld in hoofdstuk 5 of 6 van deze verordening waterstaatswerk oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk watersysteem samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken werken alle door menselijk toedoen ontstane of te maken constructies met toebehoren, niet zijnde waterstaatswerken of zuiveringtechnische werken wet Omgevingswet zeewering primaire waterkering die beveiliging biedt tegen overstroming vanuit de zee en die als zodanig is aangegeven op de leggerkaart zuiveringsvoorziening werk voor het zuiveren van afvalwater dat geen zuiveringtechnisch werk is zuiveringtechnisch werk werk voor het zuiveren van stedelijk afvalwater, in exploitatie bij een waterschap of gemeente, of een rechtspersoon die door het bestuur van een waterschap met de zuivering van stedelijk afvalwater is belast, met inbegrip van bij dat werk behorende werken voor het transport van stedelijk afvalwater, effluentleidingen daaronder begrepen, en toebehoren Bijlage 2 Normering polderkaden De gedetailleerde ligging van de polderkaden is opgenomen in de kaart met de geometrische begrenzing van het waterstaatswerk waterkering polderkaden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 3 Overzicht Geografische Informatieobjecten Afvalwatertransportleiding /join/id/regdata/ws0372/2025-02-25/d9612db0-5a9d-4650-a14e-f51422428b55/nld@2025-02-25;1 Beheergebied Delfland /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/e8f6339e-8044-4ff6-a0c8-bbfc4ffbd669/nld@2024-11-26;4 Beschermingszone oppervlaktewaterlichaam primair water /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/d6b4e472-b510-4388-a9e8-647f62ab7c7b/nld@2025-07-14;6 Beschermingszone oppervlaktewaterlichaam secundair water /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/df0489e7-fd9d-433d-8a28-503f4ad9a259/nld@2025-07-14;6 Beschermingszone waterkering Delflandsedijk /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/fd263a87-03e9-402f-8267-f1a9a2d1e7b2/nld@2024-09-03;3 Beschermingszone waterkering landscheiding /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/41138a5f-2033-4486-be0d-c75b4f295590/nld@2024-09-03;3 Beschermingszone waterkering polderkade /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/28cf14d0-ad65-4020-87ce-74964092d76c/nld@2024-11-26;4 Beschermingszone waterkering regionale waterkering /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/437881b9-60d7-4da4-85a6-fa7142fc0023/nld@2024-11-26;4 Beschermingszone waterkering zeewering /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/4ecd6a66-2100-48c1-8966-2ecb14406fef/nld@2024-09-03;3 Buffer 10 m rondom duiker /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/dc6a31d5-df00-4082-91df-54bdd21a944f/nld@2025-07-14;6 Buffer 10 m rondom inlaat /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/c2032c5c-c06b-4a48-bd0e-da6060b6a1c5/nld@2025-07-14;6 Buffer 10 m rondom keerschot /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/e845cf1c-4747-49e5-ada5-9a74b2f4f657/nld@2025-07-14;5 Buffer 10 m rondom stuw /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/801ab2f8-2776-4fe0-9a48-f4b769c6f636/nld@2025-07-14;6 Buffer 5 m rondom ondersteunend kunstwerk /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/d9e03f93-2049-4237-8f41-9c635a0a06b2/nld@2025-07-14;6 Buffer 50 m rondom gemaal /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/ef1ed2ac-13b7-4d64-8352-1d5b00e27e11/nld@2025-07-14;6 Buitenwaartse beschermingszone waterkering zeewering /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/502a0132-93eb-4bc5-a72a-f44b67c536d2/nld@2024-09-03;3 Profiel van vrije ruimte Delflandsedijk /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/73c84a0d-f72d-4e9f-9b62-314dcc363438/nld@2024-09-03;3 Profiel van vrije ruimte polderkade /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/434543fd-54d2-4282-b803-bed4e1e89961/nld@2024-09-03;2 Profiel van vrije ruimte regionale waterkering /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/17cf5986-0e63-43e8-bb5b-23c8da2983a6/nld@2024-09-03;3 Profiel van vrije ruimte zeewering /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/40d5a600-d9fe-4f74-a1c6-4ba9e6bc15a7/nld@2024-09-03;3</p>\n<p class=\"lf-p\">Strook van 10 meter aan weerszijden van een afvalwatertransportleiding /join/id/regdata/ws0372/2025-02-25/d67bfc24-9346-45fe-a558-a97234777fb0/nld@2025-02-25;1 Waterstaatswerk bergingsgebied /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/cd100054-3e63-4796-84d9-18f0afcc282c/nld@2024-09-03;3 Waterstaatswerk ondersteunend kunstwerk duiker /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/9b93825d-fc13-46b8-9bfb-abe553eace71/nld@2025-07-14;6 Waterstaatswerk ondersteunend kunstwerk gemaal /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/bb90e0e4-129e-4dec-9f29-3732130464e8/nld@2025-07-14;6 Waterstaatswerk ondersteunend kunstwerk inlaat /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/5cbcf7e1-05ed-4474-afa6-61839d17a15f/nld@2025-07-14;5 Waterstaatswerk ondersteunend kunstwerk keerschot /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/f11ddd48-cec6-4a7d-bc12-a8b528a418e7/nld@2025-07-14;5 Waterstaatswerk ondersteunend kunstwerk sluis /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/349adf25-0429-4fcf-a6e3-3e25e7ddd4be/nld@2024-09-03;3 Waterstaatswerk ondersteunend kunstwerk stuw /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/539855f9-1af4-4dc3-8f3f-c44b7b72cbb9/nld@2025-07-14;6 Waterstaatswerk ondersteunend kunstwerk vispassage /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/e0ecfb48-257e-4c26-87b0-de3ad5055050/nld@2024-11-26;4 Waterstaatswerk ondersteunend kunstwerk waterkerende constructie /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/a7594e5a-bb64-4166-b5f2-8ff7515f1060/nld@2025-07-14;6 Waterstaatswerk oppervlaktewaterlichaam NEZ /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/7e683e6f-a80a-4c6e-aa95-2f071deed2e2/nld@2025-07-14;6 Waterstaatswerk oppervlaktewaterlichaam primair water /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/f4ec91b6-91da-42ba-b74c-a0f5188dd487/nld@2025-07-14;6 Waterstaatswerk oppervlaktewaterlichaam secundair water /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/8acab9ed-b5a8-4f3f-9637-a44b585d99c6/nld@2025-07-14;6 Waterstaatswerk waterkering Delflandsedijk /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/243b8a47-aecc-4554-aa12-e583d2a5a2ba/nld@2024-09-03;3 Waterstaatswerk waterkering landscheiding /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/3e3d5b9e-1ac5-4c5c-91a0-ae674a5d2c53/nld@2024-09-03;3 Waterstaatswerk waterkering polderkade /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/96f86f4d-47c9-41ee-bc21-1caf2a0d47cd/nld@2024-11-26;4 Waterstaatswerk waterkering regionale waterkering /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/ed105d85-b25c-45ef-a6c2-ab903b539e82/nld@2024-11-26;4 Waterstaatswerk waterkering zeewering /join/id/regdata/ws0372/2023-12-01/93b07626-5ca0-478f-abda-a7f96a2bb2ae/nld@2024-09-03;3 Toelichting Algemene Toelichting DEEL1 ALGEMENE TOELICHTING op de wijzigingen zoals verwerkt in de Waterschapsverordening Delfland (november 2023)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 1 AANLEIDING</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bij het omzetten van regelgeving in de Waterschapsverordening Delfland en het aansluiten bij het geheel nieuwe stelsel van de Omgevingswet is het niet te vermijden dat de regels op onderdelen onvolkomenheden bevatten en reguliere actualisatie behoeven. Met dit (ontwerp)besluit Wijziging van de Waterschapsverordening Delfland wordt een aantal van die onvolkomenheden opgelost. Ook wordt de Waterschapsverordening geactualiseerd naar aangepaste provinciale regelgeving.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 2 ACHTERGROND</h3>\n<p class=\"lf-p\">2.1 OmgevingswetHet stelsel van de Omgevingswet integreert de gebiedsgerichte onderdelen van het omgevingsrecht in één samenhangend stelsel van planning, besluitvorming en uitvoering. De stelselherziening leidt daarmee tot betere mogelijkheden voor integraal beleid, betere bruikbaarheid en substantiële vereenvoudiging van het omgevingsrecht. De Omgevingswet en de daarmee samenhangende nieuwe regelgeving bieden het juridisch kader voor maatschappelijke opgaven en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Met dit nieuwe stelsel kan volgens de wetgever beter worden ingespeeld op de dynamiek in de fysieke leefomgeving en de opgaven waarvoor het gebied gesteld staat.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2 WaterschapsverordeningIn het kader van de Omgevingswet worden alle regels van het waterschap die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen in één Waterschapsverordening. In november 2022 heeft Delfland hiervoor de Waterschapsverordening Delfland vastgesteld. Dit betreft een in hoofdzaak beleidsarme omzetting van de regels uit onder andere de Keur Delfland en de bijbehorende algemene regels en beleidsregels. Daarbij is aangekondigd dat de Waterschapverordening in de loop der tijd zal worden aangepast en geactualiseerd met zogenoemde partiële wijzigingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambitie is om deze aanpassingen in een continu verbeterproces door te voeren. Zodoende kan Delfland flexibel reageren op toekomstige ontwikkelingen in het gebied en de regels uit de Waterschapverordening laten aansluiten bij: de maatschappelijke opgaven in ons gebied en de rol die Delfland daarin wil innemen de samenwerking en participatie met gemeenten, burgers en bedrijven; de ervaringen uit de uitvoeringspraktijk; veranderingen in de regelgeving van rijk, provincie en gemeenten, en het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 3 INHOUD VAN HET (ONTWERP)BESLUIT</h3>\n<p class=\"lf-p\">De wijzigingen betreffen hoofdzakelijk een verbetering van onvolkomenheden die in de omzetting van de Keur naar de Waterschapsverordening terecht zijn gekomen en een actualisatie na aangepaste provinciale regelgeving. Het gaat om wijzigingen die niet leiden tot grotere andere of nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betreft de volgende onderwerpen: aanpassingen ten behoeve van de aanwijzing van werkingsgebieden zodat de regels uit de Waterschapsverordening Delfland kunnen worden ontsloten in het DSO; aanpassingen als gevolg van instructieregels voor de Waterschapsverordening over grondwaterkwaliteit uit de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening; correcties en verbeteringen voor een goede dienstverlening in de vergunningverlening, en uitstel van de inwerkingtreding van de regels uit hoofdstuk 10 tot een later tijdstip.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1 Werkingsgebieden in de WaterschapsverordeningDe Waterschapsverordening is in het kader van de Omgevingswet niet langer een op zichzelf staand papieren document, maar een digitale set van regels, indieningsvereisten en bijbehorende werkingsgebieden. De juridische regels uit de Waterschapsverordening worden gedigitaliseerd waardoor initiatiefnemers, aan de hand van de beoogde activiteit(en) en de aangegeven locatie, met een vergunningencheck door de regels worden geleid. Dit geheel wordt na de inwerkingtreding van de Omgevingswet digitaal ontsloten in het DSO.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het DSO stelt daarmee eisen aan de vorm en de inhoud van de Waterschapsverordening. Dit geldt onder meer voor het aanwijzen van de werkingsgebieden. Dit zijn de digitaal vormgegeven gebieden waar regels uit de Waterschapsverordening van toepassing zijn. Met een ‘klik op de kaart’ worden de regels in de werkingsgebieden in het DSO zichtbaar voor initiatiefnemers. In de eerste versie van de Waterschapsverordening Delfland zoals vastgesteld in november 2022 was voor die werkingsgebieden een verwijzing opgenomen naar de legger Delfland. Deze zogenoemde dynamische verwijzing kan niet worden ontsloten in het DSO. Op grond van de Omgevingswet en het DSO worden de werkingsgebieden aangewezen in de Waterschapsverordening. Om dit te verbeteren zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2 Provinciale instructieregelsDe provincie Zuid-Holland heeft op 9 november 2022 een wijziging van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening vastgesteld met instructieregels over grondwaterkwaliteit. Een instructieregel is een algemene regel waarmee de provincie aangeeft hoe het waterschap een taak of bevoegdheid moet uitoefenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die instructieregels voor de grondwaterkwaliteit zijn noodzakelijk, omdat met de komst van de Omgevingswet de Wet bodembescherming zal worden ingetrokken en tegelijkertijd de bescherming van de grondwaterkwaliteit door de provincie blijvend moet worden gewaarborgd. De instructieregels uit de Omgevingsverordening geven aanleiding om de Waterschapsverordening aan te passen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3 Correcties en verbeteringenUit testen met de aansluiting op het DSO en andere reviews zijn verbeterpunten naar voren gekomen die bij de eerste omzetting van de Keur in de Waterschapsverordening tot onbedoelde en ongewenste effecten leiden. Het betreft voor een groot deel correcties van verschrijvingen, aanpassen van verwijzingen, een eenmalige vernummering (zie de tabel vernummering onder 3.5 van deze algemene toelichting) en andere taalkundige en structuurverbeteringen die de leesbaarheid van het stuk verbeteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De belangrijkste inhoudelijke wijzingen hebben betrekking op de volgende onderwerpen: a. aanvraagvereisten omgevingsvergunning b. beoordelingsregels Delflandsedijk c. meetverplichting onttrekken grondwater en infiltratie water d. indieningsvereisten melding e. vrijstelling omgevingsvergunningplicht Rainlevelr Ad a. Aanvraagvereisten omgevingsvergunningIn de Waterschapsverordening zijn de aanvraagvereisten opgenomen voor een omgevingsvergunning. In de eerste versie van de Waterschapsverordening van november 2022 werden als aanvraagvereisten een aantal verplichte bijlagen gevraagd. Deze kunnen tot problemen leiden in de uitvoering, omdat voor een initiatiefnemer niet duidelijk is wat wordt bedoeld, deze niet altijd nodig zijn en zaken in één bijlage kunnen worden gecombineerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad b. Beoordelingsregels DelflandsedijkVoor een adequaat beheer van de Delflandsedijk, nu en in de toekomst, moet een initiatiefnemer voor activiteiten in het waterstaatswerk eerst een zwaarwegend belang aantonen. De eerdere positie van het desbetreffende lid deed onvoldoende recht aan het belang van deze bepaling. Om het zwaarwegend belang de juiste zwaarte te geven, is het noodzakelijk om hiervoor een apart artikel op te stellen, waarbij bij de beoordeling van een activiteit in het waterstaatswerk het zwaarwegend belang in acht wordt genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad c. Meetverplichting onttrekken grondwater en infiltratie waterDe in de Waterschapsverordening opgenomen meetverplichting voor het onttrekken en infiltreren van water sluit niet aan op de huidige praktijk. Zo zijn in Tabel 5.1 parameters en frequenties opgenomen die niet van toepassing zijn en ontbreken er parameters. Hierdoor kunnen voornamelijk bij de glastuinbouw ongewenste situaties ontstaan, omdat het merendeel van de aanvragen betrekking heeft op deze doelgroep. Om hier goed op te kunnen sturen is het noodzakelijk om de huidige praktijksituatie op te nemen in de Waterschapsverordening door in alle situaties ruimte te geven voor het kunnen toepassen van maatwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad d. Indieningsvereisten melding en vergunningDe indieningsvereisten zijn aangepast zodat deze meer gericht zijn op specifieke activiteiten. Hiermee vraagt Delfland de initiatiefnemer gericht naar de relevante informatie die aansluit bij de situatie en sluit deze beter aan op de informatiebehoefte bij Delfland voor het afhandelen van een melding of vergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Delfland voorkomt hiermee dat bij het indienen van een melding of vergunning niet-relevante of onvoldoende informatie wordt gevraagd, waarmee het indienen veel klantvriendelijker wordt en vergunningverleners de aanvragen efficiënter kunnen beoordelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad e. Vrijstelling omgevingsvergunningplicht RainlevelrRainlevelr is een samenwerkingsverband van Hoogheemraadschap van Delfland, gemeente Westland, Glastuinbouw Nederland, en individuele glastuinbouwbedrijven. In Rainlevelr dragen glastelers bij aan droge voeten door vóór een zware bui ruimte te maken in hun hemelwaterbassin of silo. Dat doen ze op vrijwillige basis. Delfland informeert de deelnemers over de neerslagverwachting en laat weten wanneer meer ruimte nodig is. Deelnemende glastelers moeten daarvoor hun water uit het bassin of silo lozen op een oppervlaktewaterlichaam. Om te voorkomen dat deze handelingen vergunningplichtig zijn, is in het wijzigingsbesluit geregeld dat, voorafgaand aan een verzoek van Delfland, deelnemende glastelers zonder vergunning water mogen lozen op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4 Uitstel inwerkingtreding hoofdstuk 10In hoofdstuk 10 staan bepalingen voor de bescherming van de afvalwatertransportleidingen. Om de vergunningplicht en de handhaving van deze nieuwe regels binnen onze eigen organisatie en jegens externe partijen goed te borgen, is meer tijd nodig. Tijdens de ter inzagelegging van de ontwerp Waterschapsverordening in 2022, hebben leidingbeheerders uit ons beheergebied hierover bezwaren geuit. Hun bezwaar was dat deze nieuwe regels tot veel extra bureaucratie zouden leiden en dat zij hinder zouden ervaren bij het doen van hun maatschappelijke werkzaamheden. De inwerkingtreding van hoofdstuk 10 leidt ook binnen Delfland zelf tot veel extra werkzaamheden in de vergunningverlening en de handhaving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij vaststelling van de Waterschapverordening in 2022 was daarom de inwerkingtreding van hoofdstuk 10 uitgesteld met een jaar en vastgesteld op 1 januari 2024. Echter, om de integrale impact van inwerkingtreding van hoofdstuk 10, zowel intern als extern, goed te kunnen voorbereiden, is gebleken dat meer tijd nodig is dan voorzien bij de vaststelling van de Waterschapverordening vorig jaar. In het voorliggende wijzigingsbesluit treedt hoofdstuk 10 daarom niet in werking per 1 januari 2024 maar op een nader door D&amp;H te bepalen tijdstip.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.5 VernummeringAls gevolg van de doorgevoerde wijzigingen, is in de hoofdstukken 3 en 4 en de bijlagen van de Waterschapsverordening vernummerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hieronder is een was-wordt tabel opgenomen. In kolom ‘Was’ staan de nummers van de Waterschapsverordening zoals vastgesteld in november 2022 en de kolom ‘Wordt’ is de nieuwe nummering opgenomen (Waterschapsverordening zoals vastgesteld in november 2023).</p>\n<p class=\"lf-p\">Was Wordt 3.1 - 3.2 3.1 3.3 3.2 3.4 3.3 3.5 3.4 3.6 3.5 3.7 3.6 3.8 3.7 3.9 3.8 3.10 3.9 4.1 4.1 4.2 - 4.3 4.1 4.4 4.2 4.5 4.3 4.6 4.4 4.5 nieuw 4.7 4.6 4.8 4.7 4.9 4.8 4.10 4.9 4.11 4.10 4.12 4.11 4.13 4.12 4.14 4.13 4.15 4.14 4.16 4.15 4.17 4.16 4.18 4.17 4.19 4.18 4.20 4.19 4.21 4.20 4.22 4.21 4.23 4.22 4.24 4.23 4.25 4.24 4.26 4.25 4.27 4.26 4.28 4.27 4.29 4.28 4.30 4.29 4.31 4.30 4.32 4.31 4.33 4.32 4.34 4.33 4.35 4.34 4.36 4.35 4.37 4.36 Bijlage 1 Bijlage 1 Bijlage 2 - Bijlage 3 Bijlage 2 - Bijlage 3 nieuw Omwille van de gebruiksvriendelijkheid en herleidbaarheid is deze vernummering ook doorgevoerd in de Toelichting. Het gaat dan zowel om de aangepaste nummering van de artikelsgewijze toelichting als om verwijzingen in de tekst van de algemene en artikelsgewijze toelichting naar (de toelichting op) de betreffende artikelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het DSO is de publicatie en weergave van de algemene en artikelsgewijze toelichting vergelijkbaar met aanpassingen aan de juridische tekst van de Waterschapsverordening. Bij een nieuwe versie van de Toelichting wordt voortgeborduurd op de eerdere versie(s) van de toelichting. Deze zijn versie-beheerd, waardoor eerdere versies altijd terug te vinden zijn op datum. Daarbij is de artikelsgewijze toelichting specifiek gekoppeld aan het betreffende artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL 2 ALGEMENE TOELICHTING op de Waterschapsverordening Delfland (november 2022)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 1 INLEIDING</h3>\n<p class=\"lf-p\">Het Hoogheemraadschap van Delfland is verantwoordelijk voor het beheer van het watersysteem en de zuivering van afvalwater in zijn beheergebied. Daarmee werkt Delfland aan het bewoonbaar houden van het land en aan de bescherming en verbetering van de leefomgeving. Om in dit gebied te kunnen wonen, werken en zorgen voor de natuur moet het watersysteem goed blijven werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toepassing van deze verordening is gericht op: bescherming van het gebied tegen overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; voldoende water van goede chemische en ecologische kwaliteit, van zowel het oppervlaktewater als het grondwater; zuiveren en transporteren van afvalwater; en vervulling maatschappelijke functies door watersystemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om te zorgen dat in de toekomst het watersysteem de gebruiksdoelen goed blijft ondersteunen zijn regels opgesteld waaraan veranderingen in de inrichting van het gebied moeten voldoen. Deze staan in de waterschapsverordening en in andere regelgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze verordening staan regels die bepalen wanneer een vergunning nodig is om veranderingen aan te brengen en onder welke voorwaarden veranderingen zonder vergunning mogen worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deel 1 van deze toelichting wordt een beeld op hoofdlijnen geschetst van deze verordening. In deel 2 wordt door middel van een artikelsgewijze toelichting gedetailleerder ingegaan op de werking van de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de tekst van deze toelichting kunnen geen rechten worden ontleend. Bij strijdigheid tussen de waterschapsverordening en toelichting geldt het gestelde in de verordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 2 DOEL WATERSCHAPSVERORDENING</h3>\n<p class=\"lf-p\">De inrichting van het gebied en die van het watersysteem moeten goed op elkaar afgestemd zijn. Het reguleren van activiteiten in en rondom het watersysteem is hier een belangrijk onderdeel van. Het draagt bij aan het goed laten functioneren van het watersysteem, waardoor het gebied bewoonbaar kan blijven. Delfland heeft regels opgesteld over het uitvoeren van activiteiten. Daaronder kan ook worden verstaan het laten voortduren van een bepaalde situatie. Dat geldt ook voor een goede werking van zuiveringtechnische werken. De regels in deze verordening bepalen welke activiteiten vergunningplichtig zijn en onder welke voorwaarden een activiteit zonder vergunning is toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een ander doel van de waterschapsverordening is invulling geven aan de wettelijke verplichting om alle Delflandse regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving in één verordening te concentreren, waarover later meer.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 3 WETTELIJK KADER WATERSCHAPSVERORDENING</h3>\n<p class=\"lf-p\">3.1 Regelingen van het RijkDe Omgevingswet reguleert activiteiten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Inwoners, bedrijven en overheden voeren activiteiten uit die invloed hebben op de fysieke leefomgeving of die leefomgeving wijzigen. Doel van de Omgevingswet is om een veilige en gezonde leefomgeving te behouden en ook de door mensen gewenste veranderingen in de omgeving mogelijk te maken. De Omgevingswet en de regels van de andere overheden zorgen dat de door mensen gewenste veranderingen niet leiden tot onaanvaardbare of ongewenste schade voor de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 2.5 van de Omgevingswet bepaalt dat alle Delflandse regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving in één verordening moeten staan. Die verordening is deze waterschapsverordening. Regels over het onderhoud van waterstaatswerken zijn uitgezonderd van die verplichting. Die regels staan in de Legger Delfland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 4.6 van de Omgevingswet bepaalt dat Delfland in bepaalde gevallen kan afwijken van regels die door het Rijk of provincie zijn gesteld. Als Delfland gebruik maakt van die bevoegdheid, worden die regels ‘maatwerkregels’ genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Rijk heeft bepaalde regels in de Omgevingswet uitgewerkt in een viertal Algemene maatregelen van bestuur en een ministeriële regeling. Hierin staan regels waaraan de deze verordening moet voldoen. Deze regels worden ook al instructieregels genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervallen sommige rijksregels over lozingen. Het gaat om lozingen op een oppervlaktewaterlichaam of zuiveringtechnisch werk in beheer van een waterschap. De bevoegdheid om die regels vast te stellen, wordt toebedeeld aan de waterschappen. Ter voorkoming van een vacuüm heeft het Rijk regels vastgesteld die van rechtswege in de waterschapsverordening komen. Deze regels staan bekend als de bruidsschat. Delfland heeft ervoor gekozen de bruidsschat te integreren in de waterschapsverordening (zie hoofdstukken 5, 6 en 7).</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot heeft het Rijk overgangsrecht vastgesteld (Invoeringswet, Invoeringsbesluit en Invoeringsregeling). Deze wet- en regelgeving van het Rijk voorziet grotendeels in het overgangsrecht met betrekking tot de Keur Delfland, de Algemene regels behorende bij de Keur en de Aansluitverordening Delfland. Voor zover de rijksregelgeving daarin niet voorziet, is het geregeld in de Invoeringsverordening Waterschapsverordening Delfland.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2 Zuid-Hollandse OmgevingsverordeningDe provincie stelt ook regels waar de waterschapsverordening aan moet voldoen. Deze staan in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening en worden ook wel instructieregels genoemd. De instructieregels hebben onder meer betrekking op de onttrekking van grondwater.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3 WaterschapswetDe Verenigde Vergadering van Delfland is op grond van artikel 78, eerste lid, Waterschapswet bevoegd om verordeningen vast te stellen. Die verordeningen moeten betrekking hebben op de taken die aan Delfland zijn toebedeeld. Met de vaststelling van deze waterschapsverordening heeft de Verenigde Vergadering gebruik gemaakt van deze bevoegdheid.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 4 AAN WATERSCHAPSVERORDENING GERELATEERDE INSTRUMENTEN</h3>\n<p class=\"lf-p\">4.1 BeleidsregelsIn de waterschapsverordening is geregeld dat bepaalde activiteiten vergunningplichtig zijn. De beoordelingsregels in de waterschapsverordening geeft op hoofdlijnen aan waar een vergunningaanvraag op wordt beoordeeld. In de beleidsregels zijn deze beoordelingsregels verder uitgewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vooral bij projecten waar gebruik wordt gemaakt van innovatieve oplossingen of nieuwe contractvormen, zoals design en construct, is veel onderling overleg nodig. Vroegtijdig overleg tussen de aanvrager van de vergunning en Delfland draagt bij aan een vlotte vergunningverlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2 Legger DelflandVoor elk waterstaatswerk legt Delfland vast waar het ligt, waaraan het moet voldoen en wie welk onderhoud doet. De legger is het wettelijke document waar deze gegevens en plichten in worden vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de legger staat waaraan de waterstaatswerken en bijbehorende zonering naar ligging, vorm, afmeting en constructie moeten voldoen. Dit is de normatieve functie van de legger. Daarnaast staat in de legger op wie de onderhoudsplicht en verplichting rust. De legger bestaat uit twee delen die elkaar aanvullen: de leggertekst en de leggerkaart. De legger is te bekijken op https://www.hhdelfland.nl/legger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is geen formele relatie tussen de Legger Delfland en de waterschapsverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.3 Legger afvalwatertransportleidingen DelflandGereserveerd voor werkingsgebieden afvaltransportleidingen Delfland.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4 Omgevingsvergunning en maatwerkvoorschriftenDe omgevingsvergunning voor een wateractiviteit en het maatwerkvoorschrift aangaande een wateractiviteit zijn belangrijke instrumenten om de (potentieel) nadelige effecten van activiteiten op het watersysteem of zuiveringtechnische werken weg te nemen, althans tot een aanvaardbaar niveau te reduceren. Kort gezegd zijn er vier situaties uit de regels te destilleren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eerste situatie is dat een activiteit alleen is toegestaan als Delfland daarvoor een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit (in deze toelichting ook wel ‘vergunning’ genoemd) heeft verleend. De effecten van zo’n activiteit voor het watersysteem of een zuiveringtechnisch werk kunnen ingrijpend zijn. Daarom dat Delfland vóóraf die activiteit wil toetsen. In de verordening staat waaraan een aanvraag voor zo’n vergunning wordt getoetst. Dit zijn de zogenaamde beoordelingsregels. Als de negatieve effecten tot een aanvaardbaar niveau zijn te reduceren, zal Delfland in beginsel de vergunning verlenen. Wel kan Delfland voorwaarden verbinden aan die activiteit. Dit wordt ook wel het verbinden van voorschriften aan een vergunning genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tweede situatie is dat een activiteit alleen is toegestaan wanneer er wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden en vooraf een melding is gedaan bij Delfland. De effecten van zo’n activiteit voor het watersysteem of een zuiveringtechnisch werk kunnen weliswaar ingrijpend zijn, maar zijn doorgaans minder verstrekkend dan in de vorige alinea is beschreven. Delfland kan geen voorschriften verbinden aan een melding, dat kan alleen bij de vergunning. Wel kan Delfland zogenaamde maatwerkvoorschriften stellen. Dat zijn regels die in acht moeten worden genomen bij het uitvoeren van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De derde situatie is dat de activiteit onder voorwaarden is toegestaan zonder dat vooraf een melding is gedaan. De effecten van zo’n activiteit voor het watersysteem of een zuiveringtechnisch werk zijn doorgaans beperkt. Delfland kan wel maatwerkvoorschriften stellen (zie vorige alinea).</p>\n<p class=\"lf-p\">De vierde situatie is dat de activiteit bij voorbaat niet is toegestaan. De effecten van zo’n activiteit op het watersysteem of een zuiveringtechnisch werk zijn dermate groot of risicovol dat er een verbod geldt.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 5 OPBOUW WATERSCHAPSVERORDENING</h3>\n<p class=\"lf-p\">5.1 Opbouw van de waterschapsverordeningDe waterschapsverordening heeft een gelaagde structuur. Die structuur komt er in grote lijnen op neer dat de hoofdstukken 1 en 3, voor zoveel zij zich daarvoor lenen, van toepassing zijn op alle wateractiviteiten in de verordening, en de hoofdstukken 4 tot en met 11 elk aanvullende bepalingen bevatten voor de afzonderlijke categorieën wateractiviteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 1 omvat enkele algemene bepalingen zoals definities en doelen van de verordening.Hoofdstuk 2 omvat de veiligheidsnormen voor polderkaden.Hoofdstuk 3 omvat algemene regels over vergunningen en maatwerkvoorschriften.Hoofdstuk 4 omvat regels over activiteiten ter plaatse van waterstaatwerken.Hoofdstuk 5 gaat over grondwateronttrekkingen.Hoofdstuk 6 gaat over onttrekkingen aan oppervlaktewaterlichamen.Hoofdstuk 7 omvat regels over lozingen op oppervlaktewaterlichamen.Hoofdstuk 8 heeft betrekking op het aansluiten van het openbaar vuilwaterriool of ander riool op een zuiveringtechnisch werk.Hoofdstuk 9 gaat over lozingen op zuiveringtechnische werken.Hoofdstuk 10 is gereserveerd voor activiteiten ter plaatse van afvalwatertransportleidingen.Hoofdstuk 11 omvat regels over (grootschalige) verharding.Hoofdstuk 12 omvat de slotbepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2 Kort overzicht van de waterschapsverordeningIn onderstaande paragrafen staat een kort overzicht per hoofdstuk van de waterschapsverordening. Er staat waar het hoofdstuk over gaat en hoe u het hoofdstuk moet lezen. In Deel 2 van deze toelichting worden de hoofdstukken per artikel toegelicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.1 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingenIn het eerste artikel wordt verwezen naar bijlage 1. In die bijlage staan begrippen die nodig zijn om de waterschapsverordening te begrijpen. Ook worden de doelen benoemd waarop de toepassing van de waterschapsverordening is gericht. De doelen kunnen worden gezien als reden dat Delfland regels heeft gemaakt en waarom niet iedereen alles zomaar mag doen in het beheergebied van Delfland.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk staat ook wat de algemene zorgplicht inhoudt. Meer uitleg over de zorgplicht is te vinden in de artikelsgewijze toelichting. Tevens zijn in dit hoofdstuk bevoegdheden opgenomen die kunnen worden benut in het geval zich extreme weersomstandigheden voordoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.2 Hoofdstuk 2. Normering polderkadenIn dit hoofdstuk staan de veiligheidsnormen die Delfland stelt aan polderkaden. Een polderkade is een waterkering. Dit type waterkering is niet rijks- of provinciaal gereglementeerd. Delfland wijst de polderkaden aan en legt dit vast in de Legger Delfland. Polderkaden zijn meestal peilscheidingen tussen twee polders of scheiden peilgebieden met een aanzienlijk peilverschil, hogere polderdelen van de iets lagergelegen delen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.3 Hoofdstuk 3. Wateractiviteiten algemeenIn hoofdstuk 3 staan artikelen die gaan over vergunningen en maatwerkvoorschriften. Vanwege de gelaagde structuur (zie hierboven) gelden die artikelen voor alle bepalingen in de verordening die over vergunningen of maatwerkvoorschriften gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk staat dat Delfland voorschriften in een vergunning kan stoppen. Dit wordt ook wel het verbinden van voorschriften aan een vergunning genoemd. U moet zich aan die voorschriften houden. Delfland houdt toezicht om te kijken of de initiatiefnemer zich aan de voorschriften houdt. Waarom maakt Delfland voorschriften? De inspanningen van Delfland zijn gericht op de doelen uit hoofdstuk 1. De voorschriften vormen een belangrijk instrument hierbij. Dit geldt ook voor maatwerkvoorschriften. Dit zijn voorschriften die Delfland kan stellen bij een activiteit waarvoor geen vergunning nodig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Soms is het nodig om een vergunning of maatwerkvoorschrift te wijzigingen of in te trekken. Ook kan het nodig zijn om een activiteit te stoppen. Dan is bijvoorbeeld de kwaliteit van het water niet meer goed genoeg. Of stelt het Rijk of de Provincie strengere eisen voor waterkeringen. In dit hoofdstuk staat dat Delfland dan een activiteit mag laten stoppen door bijvoorbeeld de vergunning in te trekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.4 Hoofdstuk 4. Beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot waterstaatswerkenIn hoofdstuk 4 staan de regels voor beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot waterstaatswerken. Voorbeelden zijn een steiger plaatsen in een kanaal, een stuw bouwen in een sloot of het leggen van een kabel in een waterkering. Een oppervlaktewaterlichaam (bijvoorbeeld een kanaal, sloot) en een waterkering (bijvoorbeeld een dijk of kade) zijn waterstaatswerken die in de Legger Delfland staan. De legger en regels in deze verordening zorgen ervoor dat een waterstaatswerk goed blijft functioneren én dat Delfland in de toekomst onderhoud kan uitvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elke beperkingengebiedactiviteit bij waterstaatswerken moet u deze vragen stellen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Heb ik een vergunning nodig voor deze wateractiviteit? Meestal heeft u een vergunning nodig. Dit is de omgevingsvergunningsplicht uit de waterschapsverordening. Soms mag u ook een wateractiviteit doen zonder vergunning. Wanneer dit is, staat in de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als ik een vergunning nodig heb, naar welke criteria kijkt Delfland bij de beoordeling van de aanvraag voor die vergunning? Die criteria staan in de beoordelingsregels in de waterschapsverordening. De beoordelingsregels zijn uitgewerkt in beleidsregels. Delfland mag voorschriften in een vergunning stoppen. Hier moet u zich bij de activiteit aan houden. Meestal is het mogelijk om een vergunning te krijgen. Maar een activiteit heeft soms zo’n groot negatief effect op de waterstaatswerken, dat u geen vergunning krijgt. Zonder vergunning is het verboden om de activiteit te doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welke informatie moet ik Delfland geven bij de aanvraag van een vergunning? Dit staat in de eisen in de waterschapsverordening bij aanvraagvereisten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als ik geen vergunning nodig heb, zijn er eisen voor een wateractiviteit zonder vergunningplicht? Ja, dit zijn de eisen voor omgevingsvergunningvrije wateractiviteiten die in de waterschapsverordening staan. Als uw activiteit hier niet bij staat, geldt de zorgplicht in hoofdstuk 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Moet ik Delfland informatie geven over een activiteit die geen vergunningplicht heeft? Ja, soms moet u een melding doen. Dit staat in de eisen in de waterschapsverordening bij die specifieke activiteit. In de verordening vindt u ook wat u moet melden en wanneer. Zonder een correcte melding mag u de activiteit niet uitvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kan Delfland extra eisen stellen bij een activiteit zonder vergunningplicht? Ja, dan kan. Dit noemen we maatwerkvoorschriften. Dat Delfland dit kan doen, staat in de verordening. De voorschriften staan niet in de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Let op: kijk eerst goed waar u de activiteit wilt doen, en welke sets met regels daarbij horen. Soms moet u zich houden aan 2 sets regels. Bijvoorbeeld: de regels voor het plaatsen van een steiger bij een kanaal, én de regels voor het plaatsen van een steiger bij een dijk of kade.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.5 Hoofdstuk 5. Wateronttrekkingsactiviteiten grondvlaktewaterIn hoofdstuk 5 staan de regels voor wateronttrekkingsactiviteiten grondwater. Het gaat om onttrekken van grondwater en infiltratie van water in de bodem. De regels uit dit hoofdstuk gelden voor het hele beheergebied van Delfland. Grondwater zit namelijk overal. In dit hoofdstuk worden twee gebieden genoemd. Dit zijn de strategische zoetwatervoorraad en grondwaterbeschermingsgebied. Deze gebieden zijn door de Provincie Zuid-Holland bepaald. Hier gelden extra regels. Deze staan ook in deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Let op: voor bepaalde (grootschalige) onttrekkingen is de Provincie Zuid-Holland het bevoegd gezag. U moet dan naar de regels van de provincie kijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elke wateronttrekkingsactiviteit moet u deze vragen stellen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Heb ik een vergunning nodig voor deze wateractiviteit? Meestal heeft u een vergunning nodig. Dit is de omgevingsvergunningsplicht uit de waterschapsverordening. Soms mag u ook een wateractiviteit doen zonder vergunning. Wanneer dit is, staat in de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als ik een vergunning nodig heb, naar welke criteria kijkt Delfland bij de beoordeling van de aanvraag voor die vergunning? Die criteria staan in de beoordelingsregels uit de waterschapsverordening. De beoordelingsregels zijn uitgewerkt in beleidsregels. Delfland mag voorschriften in een vergunning stoppen. Hier moet u zich bij de activiteit aan houden. Meestal is het mogelijk om een vergunning te krijgen. Maar een activiteit heeft soms zo’n groot negatief effect op het grondwater, dat u geen vergunning krijgt. Zonder vergunning is het verboden om de activiteit te doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welke informatie moet ik Delfland geven bij de aanvraag van een vergunning? Dit staat in de eisen in de waterschapsverordening bij aanvraagvereisten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als ik geen vergunning nodig heb, zijn er eisen voor een wateractiviteit zonder vergunningplicht? Ja, dit zijn de eisen voor omgevingsvergunningvrije wateronttrekkingsactiviteiten die in de waterschapsverordening staan. Als uw activiteit hier niet bij staat, geldt de zorgplicht in hoofdstuk 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Moet ik Delfland informatie geven over een activiteit die geen vergunningplicht heeft? Ja, meestal moet u een melding doen. Dit staat in de eisen in de waterschapsverordening bij die specifieke activiteit. In de verordening vindt u ook wat u moet melden en wanneer. Zonder een correcte melding mag u de activiteit niet uitvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kan Delfland extra eisen stellen bij een activiteit zonder vergunningplicht? Ja, dan kan. Dit noemen we maatwerkvoorschriften. Dat Delfland dit kan doen, staat in de verordening. De voorschriften staan niet in de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.6 Hoofdstuk 6. Wateronttrekkingsactiviteiten oppervlaktewaterIn hoofdstuk 6 staan de regels voor het onttrekken van oppervlaktewater. Oppervlaktewaterlichamen zijn waterstaatswerken en staan in de Legger Delfland of staan nu nog in een vergunning of projectbesluit en komen nog in de Legger Delfland te staan. Voorbeelden zijn een kanaal of sloot. De legger en regels in deze verordening zorgen ervoor dat een waterstaatswerk goed blijft functioneren én dat Delfland in de toekomst onderhoud kan uitvoeren. Zo zorgen we samen voor droge voeten, stevige dijken en schoon water.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elke wateronttrekkingsactiviteit moet u deze vragen stellen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Heb ik een vergunning nodig voor deze wateractiviteit? Meestal heeft u een vergunning nodig. Dit is de omgevingsvergunningsplicht uit de waterschapsverordening. Soms mag u ook een wateractiviteit doen zonder vergunning. Wanneer dit is, staat in de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als ik een vergunning nodig heb, naar welke criteria kijkt Delfland bij de beoordeling van de aanvraag voor die vergunning? Die criteria staan in de beoordelingsregels in de waterschapsverordening. De beoordelingsregels kunnen zijn uitgewerkt in beleidsregels. Delfland mag voorschriften in een vergunning stoppen. Hier moet u zich bij de activiteit aan houden. Meestal is het mogelijk om een vergunning te krijgen. Maar een activiteit heeft soms zo’n groot negatief effect op het grondwater, dat u geen vergunning krijgt. Het is dan verboden om de activiteit te doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welke informatie moet ik Delfland geven bij de aanvraag van een vergunning? Dit staat in de eisen in de waterschapsverordening bij aanvraagvereisten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als ik geen vergunning nodig heb, zijn er eisen voor een wateractiviteit zonder vergunningplicht? Ja, dit zijn de eisen voor omgevingsvergunningvrije wateronttrekkingsactiviteiten die in de waterschapsverordening staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kan Delfland extra eisen stellen bij een activiteit zonder vergunningplicht? Ja, dan kan. Dit noemen we maatwerkvoorschriften. Dat Delfland dit kan doen, staat in de verordening. De voorschriften staan niet in de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.7 Hoofdstuk 7. Lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaamHoofdstuk 7 geeft de regels voor lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam. Het gaat om het lozen van water, stoffen of warmte. Een oppervlaktewaterlichaam is een waterstaatswerk en staat op de leggerkaart van de Legger Delfland of staat nu nog in een vergunning of projectbesluit en moet nog in de Legger Delfland komen te staan. Voorbeelden zijn een kanaal of sloot. De legger en regels in deze verordening zorgen ervoor dat een waterstaatswerk goed blijft functioneren én dat Delfland in de toekomst onderhoud kan uitvoeren. Zo zorgen we samen voor droge voeten, stevige dijken en schoon water.</p>\n<p class=\"lf-p\">Let op: voor bepaalde lozingen is Delfland niet het bevoegd gezag. U moet dan in ieder geval naar de regels kijken in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elke lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam moet u deze vragen stellen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Heb ik een vergunning nodig voor deze wateractiviteit? Meestal heeft u een vergunning nodig. Dit is de omgevingsvergunningsplicht uit de waterschapsverordening. Soms mag u ook een wateractiviteit doen zonder vergunning. Wanneer dit is, staat in de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als ik een vergunning nodig heb, naar welke criteria kijkt Delfland bij de beoordeling van de aanvraag voor die vergunning? Die criteria staan in de beoordelingsregels uit de waterschapsverordening. Delfland mag voorschriften in een vergunning stoppen. Hier moet u zich bij de activiteit aan houden. Meestal is het mogelijk om een vergunning te krijgen. Maar een activiteit heeft soms zo’n groot negatief effect op de waterstaatswerken, dat u geen vergunning krijgt. Zonder vergunning is het verboden om de activiteit te doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welke informatie moet ik Delfland geven bij de aanvraag van een vergunning? Dit staat in de eisen in de waterschapsverordening bij aanvraagvereisten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als ik geen vergunning nodig heb, zijn er eisen voor een wateractiviteit zonder vergunningplicht? Ja, dit zijn de eisen voor omgevingsvergunningvrije wateractiviteiten die in de waterschapsverordening staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Moet ik Delfland informatie geven over een activiteit die geen vergunningplicht heeft? Ja, soms moet u een melding doen. Dit staat in de eisen in de waterschapsverordening bij die specifieke activiteit. In de verordening vindt u ook wat u moet melden en wanneer. Zonder een correcte melding mag u de activiteit niet uitvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kan Delfland extra eisen stellen bij een activiteit zonder vergunningplicht? Ja, dan kan. Dit noemen we maatwerkvoorschriften. Dat Delfland dit kan doen, staat in de verordening. De voorschriften staan niet in de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.8 Hoofdstuk 8. Aansluiten openbaar vuilwaterriool of ander riool op zuiveringtechnisch werkIn hoofdstuk 8 staan de regels voor het aansluiten van openbaar vuilwaterriool of ander riool op een zuiveringtechnisch werk. Dit is een werk voor het vervoer en zuiveren van stedelijk afvalwater. Het laatstgenoemde werk wordt ook wel waterzuivering genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als u een openbaar vuilwaterriool of ander riool op een zuiveringtechnisch werk wilt aansluiten, moet u deze vragen stellen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Heb ik een vergunning nodig voor deze wateractiviteit? Meestal heeft u een vergunning nodig. Dit is de omgevingsvergunningsplicht uit de waterschapsverordening. Soms mag u ook een wateractiviteit doen zonder vergunning. Wanneer dit is, staat in de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als ik een vergunning nodig heb, naar welke criteria kijkt Delfland bij de beoordeling van de aanvraag voor die vergunning? Die criteria staan in de beoordelingsregels uit de waterschapsverordening. De beoordelingsregels kunnen zijn uitgewerkt in beleidsregels. Delfland mag voorschriften in een vergunning stoppen. Hier moet u zich bij de activiteit aan houden. Meestal is het mogelijk om een vergunning te krijgen. Maar een activiteit heeft soms zo’n groot negatief effect op een zuiveringtechnisch werk, dat u geen vergunning krijgt. Zonder vergunning is het verboden om de activiteit te doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welke informatie moet ik Delfland geven bij de aanvraag van een vergunning? Dit staat in de eisen in de waterschapsverordening bij aanvraagvereisten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als ik geen vergunning nodig heb, zijn er eisen voor een wateractiviteit zonder vergunningplicht? Ja, dit zijn de eisen voor omgevingsvergunningvrije wateractiviteiten die in de waterschapsverordening staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.9 Hoofdstuk 9. Lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werkIn hoofdstuk 9 staan regels voor lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werk. Dit is een werk voor het zuiveren van stedelijk afvalwater, ook wel waterzuivering genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als u wilt lozen op een zuiveringtechnisch werk, moet u deze vragen stellen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Heb ik een vergunning nodig voor deze wateractiviteit? Ja, u heeft altijd een vergunning nodig. Dit is de omgevingsvergunningsplicht uit de waterschapsverordening. Alleen als de activiteit in artikel 3.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staat, gelden andere regels. Deze regels staan in dat artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naar welke criteria kijkt Delfland bij de beoordeling van de aanvraag voor die vergunning? Die criteria staan in de beoordelingsregels uit de waterschapsverordening. Delfland mag voorschriften in een vergunning stoppen. Hier moet u zich bij de activiteit aan houden. Meestal is het mogelijk om een vergunning te krijgen. Maar een activiteit heeft soms zo’n groot negatief effect op een zuiveringtechnisch werk, dat u geen vergunning krijgt. Zonder vergunning is het verboden om de activiteit te doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welke informatie moet ik Delfland geven bij de aanvraag van een vergunning? Dit staat in de eisen in de waterschapsverordening bij aanvraagvereisten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.10 Hoofdstuk 10. Beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot afvalwatertransportleidingenHoofdstuk 10 is gereserveerd voor regels over beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot afvalwatertransportleidingen.</p></div>", "next": 239822}