{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">de melding als bedoeld in het vorige onderdeel en artikel 3.7.3, tweede lid, dient te geschieden door de bewoner die op het adres van de woonruimte staat ingeschreven in de basisregistratie personen en daar het centrum van zijn levensbelangen heeft; er wordt aan niet meer dan vier personen onderdak wordt verleend; er wordt een zelfstandige woonruimte exclusief in gebruik gegeven; en er treedt geen onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de betreffende woonruimte op. Er is sprake van een onaanvaardbare inbreuk als bedoeld in de vorige volzin, indien: er is sprake van aantoonbare overlast op grond van objectieve feiten en omstandigheden; en, de bewoners vooraf door de klagers en door burgemeester en wethouders op de overlast is gewezen en dit niet tot beëindiging van de overlast heeft geleid.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Burgemeester en wethouder kunnen gebieden aanwijzen waar een nachtencriterium van nul nachten geldt, betekenende een verbod op vakantieverhuur.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Burgemeester en wethouders kunnen een andere geldigheidstermijn verbinden aan de vergunning dan de termijn genoemd in het eerste lid, onderdeel d.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-396\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.9.6</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden en voorschriften vergunning B&amp;B</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.5 gelden de volgende voorwaarden: de exploitant heeft de woonruimte als hoofdverblijf en staat op het adres van deze woonruimte ingeschreven in de basisregistratie personen; de B&amp;B voldoet aan de oppervlakte-eisen; de B&amp;B beschikt over maximaal vier slaapplaatsen voor gasten; de ruimte die aan toeristen wordt verhuurd is een deel van een zelfstandige woonruimte; de woonruimte is niet in eigendom van een woningcorporatie; de vergunning is geldig voor een periode van ten hoogste acht jaar; en, de vergunning is niet overdraagbaar en verbonden aan de exploitant- en de specifieke woonruimte.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Voor een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.5 gelden de volgende voorschriften: de exploitant exploiteert de B&amp;B zelf en houdt nachtverblijf in de woonruimte tijdens het verblijf van gasten; er wordt voldaan aan de plicht bij iedere aanbieding van de woonruimte een geldig registratienummer te vermelden, bedoeld in artikel 3.7.2; in de B&amp;B wordt aan maximaal vier personen logies verleend; de toeristen slapen in het deel van de zelfstandige woonruimte zoals in de vergunning vermeld; en er treedt geen onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de betreffende woonruimte op. Er is sprake van een onaanvaardbare inbreuk als bedoeld in de vorige zin, indien: er sprake is van aantoonbare overlast op grond objectieve feiten en omstandigheden; en, de bewoners vooraf door de klagers en door burgemeester en wethouders op de overlast is gewezen en dit niet tot beëindiging van de overlast heeft geleid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Burgemeester en wethouders stellen nadere regels met betrekking tot de oppervlakte-eisen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 10 Verplichtingen voor degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.10.1</span><span class=\"lf-art-t\">Publicatieverbod aanbiedingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het is voor degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur verboden om een aanbod tot het in gebruik geven van een woonruimte voor toeristische verhuur te publiceren zonder dat daarbij een registratienummer is vermeld.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het is voor degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur verboden aanbiedingen van een woonruimte gedurende de rest van het jaar te tonen, indien diegene door burgemeester en wethouders ervan in kennis is gesteld dat die specifieke woonruimte reeds voor het maximum aantal nachten als bedoeld in artikel 3.7.3 in dat jaar in gebruik is gegeven voor toeristische verhuur.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Burgemeester en wethouders kunnen een aanwijzing geven aan degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur om de aanbieding voor toeristische verhuur van de aanbieder, aan wie een verbod tot het in gebruik geven van een woning voor toeristische verhuur als bedoeld artikel 4.2.2 is opgelegd, te blokkeren.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.10.2</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur van woonruimten, informeert degene die een woonruimte aanbiedt voor toeristische verhuur over de registratieplicht als bedoeld in artikel 3.7.2 en het nachtencriterium en de meldplicht als bedoeld in artikel 3.7.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">AFDELINGIVOpkoopbescherming</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 11 werkingsgebied, verbod en vergunningplicht opkoopbescherming</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.11.1</span><span class=\"lf-art-t\">Werkingsgebied</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Als woonruimten waarvoor de vergunningplicht geldt als bedoeld in artikel 41 van de Huisvestingswet zijn de volgende categorieën woonruimten aangewezen: woonruimten die op het moment van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering aan de nieuwe eigenaar een WOZ-waarde hebben van €326.000 of lager; woonruimten die op het moment van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering aan de nieuwe eigenaar een WOZ-waarde hebben tussen de €326.000 en €406.000; en, woonruimten die op het moment van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering aan de nieuwe eigenaar een WOZ-waarde hebben tussen de €406.000 en €512.000.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Woonruimten als bedoeld in het vorige lid vallen alleen onder het werkingsgebied indien: de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte ligt na het tijdstip van inwerkingtreding, zijnde 1 april 2022 de woonruimte op de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan de nieuwe eigenaar: vrij is van huur en gebruik; in verhuurde staat is voor een periode van minder dan zes maanden; of, verhuurd is met een ontheffing of vergunning als bedoeld in artikel 3.11.2. en artikel 3.11.3.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Woonruimten zijn uitgesloten van het werkingsgebied als bedoeld in het eerste lid indien, op de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering, sprake is van een woonruimte: die door één eigenaar wordt verkocht in een cluster van minimaal tien woningen in één pand en deze woningen gelijktijdig worden overdragen aan één opvolgende eigenaar (complexgewijze verkoop ‘groot’); waarvoor een verhuurverbod is opgenomen in de erfpachtvoorwaarden voor de onroerende zaak waar de gemeente bloot eigenaar van is; die na 1 april 2022 is opgeleverd door nieuwbouw of transformatie met de bestemming dan wel het gebruik huurwoonruimte in de erfpachtvoorwaarden of waar op basis van een anterieure overeenkomst met burgemeester en wethouders is overeengekomen dat verhuur van die woonruimte is toegestaan of is verplicht; waarvoor geldt dat voor 1 april 2022 tussen de ontwikkelaar van de woonruimte en burgemeester en wethouders aantoonbare programmatische afspraken zijn gemaakt en nog geen eerste bewoning heeft plaatsgevonden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Als gebieden waarvoor de vergunningplicht geldt als bedoeld in artikel 41 van de Huisvestingswet zijn de volgende stadsdelen aangewezen:</div>\n<p class=\"lf-p\">Centrum;</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuw-West;</p>\n<p class=\"lf-p\">Noord;</p>\n<p class=\"lf-p\">Oost;</p>\n<p class=\"lf-p\">West;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zuid; en Zuidoost.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.11.2</span><span class=\"lf-art-t\">Verbod op in gebruik geven woonruimte en ontheffing</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het is verboden om zonder ontheffing of vergunning een woonruimte aangewezen in artikel 3.11.1 in gebruik te geven binnen een periode van vier jaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte als bedoeld artikel 3.11.1 tweede lid, onderdeel a.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Burgemeester en wethouders kunnen voor woonruimten aangewezen in artikel 3.11.1 een ontheffing van het verbod als bedoeld in het eerste lid verlenen indien: zich omstandigheden voordoen die maken dat naar het oordeel van het college het redelijkerwijs niet van de eigenaar verlangd kan worden dat hij het verbod in het eerste lid naleeft; het naar oordeel van burgemeester en wethouders gaat om een dusdanig maatschappelijk gewenste vorm van verhuur of handeling die gepaard gaat met verhuur, dat het belang van verhuur in dat geval prevaleert boven het belang van het verbod als bedoeld in het eerste lid; of, de woonruimte door één eigenaar wordt verkocht in een cluster bestaande uit vier tot en met negen woningen in één pand en deze woningen gelijktijdig worden overdragen aan één opvolgende eigenaar (complexgewijze verkoop ‘klein’).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Burgemeester en wethouders kunnen voorwaarden en voorschriften verbinden aan de ontheffing als bedoeld in het tweede lid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De ontheffing is niet overdraagbaar en gebonden aan de ontheffingshouder en de specifieke woonruimte.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.11.3</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunning opkoopbescherming voor in gebruik geven van binnen de opkoopbescherming aangewezen woonruimten (vergunning opkoopbescherming)</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De vergunning als bedoeld in artikel 3.11.2, eerste lid, wordt verleend indien: de woonruimte in gebruik wordt gegeven aan een woningzoekende die een bloed- of aanverwantschap in de eerste of tweede graad heeft met de eigenaar; de eigenaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan hem, ten minste twaalf maanden zijn woonadres als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel o, onder 1°, van de Wet basisregistratie personen, in die woonruimte heeft en de eigenaar met een woningzoekende schriftelijk overeenkomt dat de woningzoekende de woonruimte voor een termijn van ten hoogste twaalf maanden, anders dan voor toeristische verhuur, in gebruik neemt; of, de woonruimte onlosmakelijk deel uitmaakt van een winkel-, kantoor of bedrijfsruimte.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De vergunning kan worden verleend indien: de eigenaar van de woonruimte een deel van de woonruimte zelf bewoont en een gedeelte van die woonruimte in gebruik geeft.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De vergunning is niet overdraagbaar en gebonden aan de vergunninghouder en de specifieke woonruimte.</div>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf 12Ontheffing- en vergunningverlening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.12.1</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag ontheffing en vergunning opkoopbescherming</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De ontheffing en vergunning opkoopbescherming, als bedoeld in artikel 3.11.2 en 3.11.3, kan slechts worden aangevraagd door de eigenaar van de woonruimte.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Aanvragen worden gedaan middels een door burgemeester en wethouders voorgeschreven elektronisch formulier.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.12.2</span><span class=\"lf-art-t\">Te verstrekken gegevens en bescheiden ontheffing en vergunning opkoopbescherming</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Bij een aanvraag van een ontheffing of vergunning als bedoeld in artikel 3.11.2 en 3.11.3 worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: de naam (of namen) van de eigenaar(s); en, het adres van de woonruimte.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In het geval dat een aanvraag ziet op een verleningsgrond als bedoeld in artikel 3.11.3, eerste lid, onderdeel a, en indien de aanvrager en de verwant zijn ingeschreven in de Basisregistratie personen, wordt het Burgerservicenummer (BSN) van de aanvrager, alsmede die van de betreffende verwant en de relatie tussen de betreffende verwanten verstrekt. Indien de aanvrager of de verwant niet zijn ingeschreven in de Basisregistratie personen, dient de aanvrager informatie te verstrekken waaruit het verwantschap blijkt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In het geval dat een aanvraag ziet op een verleningsgrond als bedoeld in artikel 3.11.3, eerste lid, onderdeel b, wordt een schriftelijke overeenkomst waaruit blijkt dat de woonruimte voor een termijn van ten hoogste twaalf maanden, anders dan voor toeristische verhuur, in gebruik wordt gegeven, mede aangeleverd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>In het geval dat een aanvraag ziet op een verleningsgrond als bedoeld in artikel 3.11.3, eerste lid, onderdeel c, worden bescheiden aangeleverd waar uit blijkt dat de woonruimte onlosmakelijk deel uitmaakt van een winkel-, kantoor of bedrijfsruimte.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>In het geval dat een aanvraag ziet op een ontheffing als bedoeld in artikel 3.11.2, tweede lid, worden bescheiden geleverd die ter motivering dienen van die aanvraag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Burgemeester en wethouders kunnen het overleggen van andere bescheiden verlangen, die zij voor de beoordeling van de aanvraag nodig achten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.12.3</span><span class=\"lf-art-t\">Beslistermijn</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Burgemeester en wethouders beslissen op aanvragen binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Burgemeester en wethouders kunnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Indien niet tijdig op de aanvraag tot het geven van een beschikking is beslist, is de gevraagde vergunning van rechtswege gegeven als bedoeld in paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3124\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.12.4</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikkingsvereisten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een ontheffing of vergunning als bedoeld in artikel 3.11.2 en 3.11.3 bevatten ten minste de volgende gegevens: de woonruimte waarop de beschikking betrekking heeft, aangeduid met het adres of de kadastrale ligging van de woonruimte; de naam van de eigenaar(s) van de woonruimte, tevens ontheffing- of vergunninghouder(s); en, de vorm van in gebruik geven waarvoor de ontheffing of vergunning is verleend en de mededeling dat deze vergunning of vergunning alleen geldend blijft, mits en zolang deze vorm wordt gehanteerd en voortduurt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3125\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ontheffing of vergunning wordt geweigerd indien niet wordt voldaan aan één of meerdere vormen als bedoeld in artikel 3.11.2, tweede lid, artikel 3.11.3, eerste of tweede lid of als er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.12.6</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekkingsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ontheffing of vergunning wordt ingetrokken indien niet meer wordt voldaan aan de vorm van in gebruik geven waarvoor de ontheffing of vergunning is verleend of als er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk4Verdere bepalingen Paragraaf1Verslaglegging en monitoring</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-411\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Verstrekken van inlichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders verstrekken het regionale portefeuillehoudersoverleg de inlichtingen, die nodig zijn voor een juiste afstemming over de wijze waarop burgemeester en wethouders deze verordening uitvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf2Handhaving en toezicht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-421\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Bestuurlijke boete</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Burgemeester en wethouders kunnen een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van de verboden bedoeld in artikel 8, 21 ,23a, 23b, 23c en 41 van de Huisvestingswet of bij handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften bedoeld in artikel 24 en artikel 26 van de Huisvestingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien burgemeester en wethouders gebruikmaken van de bevoegdheid uit het eerste lid leggen zij een boete op: voor overtredingen in de zin van artikel 8 van de Huisvestingswet overeenkomstig tabel 1 en/of tabel 7 in bijlage 3; voor overtredingen in de zin van artikel 21, 23a, 23b, 23c en 41 van de Huisvestingswet, of handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikelen 24 en 26 van de Huisvestingswet overeenkomstig tabellen 2 tot en met 9 in bijlage 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-422\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Verhuurverbod bij recidive toeristische verhuur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders kunnen een verbod opleggen tot het in gebruik geven van een woonruimte voor toeristische verhuur voor ten hoogste een jaar aan een aanbieder aan wie in de afgelopen vijf jaar ten minste twee maal een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van de regels voor toeristische verhuur zoals gesteld in deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf3Restbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-431\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Experimenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenteraad is bevoegd, op voorstel van burgemeester en wethouders, voor een bepaalde periode af te wijken van (onderdelen van) deze verordening ten behoeve van experimenten in het belang van de volkshuisvesting mits niet in strijd met de Huisvestingswet of het Besluit toegelaten instellingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-432\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Hardheidsclausule</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk5Overgangsrecht en slotbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Vergunningen, urgentieverklaringen en besluiten verleend of genomen op grond van de Huisvestingsverordening Amsterdam zoals deze gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van de onderhavige verordening, gelden als vergunningen, urgentieverklaringen en besluiten, als bedoeld in deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van het eerste lid is voor vergunningen verleend voor short stay de Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2013 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Aanvragen van vergunningen, urgentieverklaringen en andere besluiten worden beoordeeld op grond van de Huisvestingsverordening zoals deze geldt op het moment van indiening van de aanvraag met uitzondering van artikel 3.1.1, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Met betrekking tot een bestuurlijke sanctie genomen wegens de overtreding van het bepaalde bij of krachtens de Huisvestingsverordening Amsterdam 2016 of 2020 of een besluit tot weigering, wijziging of intrekking daarvan, dat nog niet onherroepelijk is, blijft de op het moment van het besluit geldende Huisvestingsverordening van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De voor de inwerkingtreding gedane inschrijvingen van woning- en standplaatszoekenden, worden beschouwd als inschrijvingen gedaan onder deze verordening met behoud van de opgebouwde inschrijfduur.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Voor exploitanten van een B&amp;B die zich voor 1 januari 2019 hebben gemeld geldt dat zij de B&amp;B tot 1 juli 2026 mogen exploiteren onder de tot 2020 geldende voorwaarden, mits zij een vergunning voor een B&amp;B hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Ten aanzien van omzettingsvergunningen als bedoeld in artikel 3.3.13 die zijn aangevraagd voor 1 april 2020 geldt het voorschrift met betrekking tot het individuele schriftelijke huurcontract in artikel 3.3.13, tweede lid, onderdeel a, niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Voor aanbieders die hun woonruimte al voor 1 april 2021 aanboden voor toeristische verhuur, geldt het verbod als bedoeld in artikel 3.7.2, en daarmee het voorschrift ten aanzien van het vermelden van dit registratienummer als bedoeld in artikel 3.9.5, tweede lid, onderdeel b, en 3.9.6, tweede lid, onderdeel b, met ingang van 1 oktober 2021.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>Woongroepen in één zelfstandige woonruimte, zijnde drie of meer personen die geen gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren, maar wel op basis van eigen initiatief kiezen om samen die woonruimte te huren, die zich hebben gemeld bij burgemeester en wethouders vóór 1 januari 2017, zijn uitgezonderd van de omzettingsvergunningplicht als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid, onderdeel c, indien zij na 1 januari 2017 blijven voldoen aan de hierna genoemde voorwaarden: het betreft een zelfstandige woonruimte boven de liberalisatiegrens; de groepsleden melden zich als groep voordat zij de woonruimte in gebruik nemen bij burgemeester en wethouders; de groepsleden huren de woonruimte met één huurcontract; de groep beschikt over het recht van coöptate; elke groepslid beschikt over een eigen kamer; de groep beschikt over een gezamenlijke verblijfsruimte niet zijnde een slaapkamer; de groep beschikt over een gezamenlijke rekening; per groepslid sprake is van vijftien vierkante meter gebruiksoppervlak voor wonen en vijftien vierkante meter gebruiksoppervlak voor de gezamenlijke verblijfsruimte; en, de woonruimte voldoet aan eisen voor geluid reducerende maatregelen om overlast in de leefomgeving te voorkomen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>Na 1 januari 2017 kan een woongroep in een zelfstandige woonruimte zich niet meer melden bij burgemeester en wethouders en zich niet meer beroepen op de voorwaarden in het negende lid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>Ten aanzien van woonruimten, waarvoor ingevolge artikel 1 voor 1 januari 2021 een aanvraag voor erkenning als studentenwoning is gedaan en die als zodanig erkend zijn of worden door burgemeester en wethouders, geldt de vergunningplicht voor omzetting en woningvorming als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid, onderdelen c en d, niet, mits en zolang zij in gebruik blijven als studentenwoning in de zin van artikel 2.1.1.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">14.</span>Beoordelingen van woningzoekenden voor voorrang op grond van lokale economische binding van voor 1 januari 2022 worden omgezet in een bemiddelingsstatus in de zin van artikel 2.5.4, zesde lid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">15.</span>Aanvragen voor voorrang op grond van lokale economische binding die voor 1 januari 2022 zijn ingediend worden beoordeeld voor een bemiddelingsstatus op grond van artikel 2.5.4, zesde lid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">16.</span>Een vergunning voor toeristische verhuur verleend met toepassing van artikel 21 van Huisvestingswet, voor het tijdstip van inwerkingtreding van Afdeling III Toeristische verhuur van woonruimte wordt gelijkgesteld met een vergunning die is verleend met toepassing van artikel 23c van de Huisvestingswet.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1a</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsregeling stadsgebied Weesp</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 geldt voor het gehele grondgebied van Amsterdam. In afwijking hiervan gelden uitsluitend de artikelen opgenomen in bijlage 4 van deze verordening voor het stadsgebied Weesp.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Vergunningen, urgentieverklaringen en besluiten verleend of genomen op grond van de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2019 zoals vastgesteld door de raad van de voormalige gemeente Weesp, gelden als vergunningen, urgentieverklaringen en besluiten, als bedoeld in bijlage 4 van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Burgemeester en wethouders winnen advies in van de regionale urgentiecommissie Gooi en Vechtstreek 2019 bij aanvragen voor verlenging van urgenties die zijn verleend op grond van de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek van de raad van de voormalige gemeente Weesp vóór 24 maart 2022.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Huisvestingsverordening Amsterdam 2016 wordt ingetrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-53\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van het eerste lid treden de artikelen 3.3.11, 3.3.13, eerste lid, onderdeel e, en tweede lid, onderdeel a, en 5.3a, in werking met ingang van 1 april 2020.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-53a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.3a</span><span class=\"lf-art-t\">Invoering geluidseisen voor vier kamers vanaf ingebruikname</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-54\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening wordt aangehaald als Huisvestingsverordening Amsterdam 2020.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 18 19 december 2019.De voorzitterFemke HalsemaDe raadsgriffierJolien HoutmanBijlage1Adressen Solids (artikel 2.1.1, derde lid en artikel 3.1.1, tweede lid) kadastrale_nummer bwjaar adres postcode AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 2011 Eerste Constantijn Huygensstraat 20B 1054 BR AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 2011 Eerste Constantijn Huygensstraat 20D 1054 BR AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 2011 Eerste Constantijn Huygensstraat 20G 1054 BR AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 2011 Eerste Constantijn Huygensstraat 22B 1054 BR AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 2011 Eerste Constantijn Huygensstraat 22E 1054 BR AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 2011 Eerste Constantijn Huygensstraat 22F 1054 BR AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 2011 Eerste Constantijn Huygensstraat 24B 1054 BR AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 2011 Eerste Constantijn Huygensstraat 24D 1054 BR AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 2011 Eerste Constantijn Huygensstraat 28B 1054 BR AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 2011 Eerste Constantijn Huygensstraat 28E 1054 BR AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 2011 Eerste Constantijn Huygensstraat 32B 1054 BR AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 467 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 509A 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 525B 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 531 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 539 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 517B 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 507B 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 519 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 511 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 Cas Oorthuyskade 24 A 1087 BB AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 523B 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 509B 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 527 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 517A 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 525 A 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 513 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 515 A 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 515B 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 521 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 523 A 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 529 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 Cas Oorthuyskade 20A 1087 BB Bijlage 1aAangewezen categorieën woonruimten voor bepaalde voorrangsregelingen Woonruimten in woongemeenschappen voor de toepassing artikel 2.1.1 Krom Boomssloot Krom Boomssloot 55 7 keurvorsten Tuinstraat 199, 201A t/m 201C, 203, 207, 211, 215, 219 t/m 225 Copekcabana Anemoonstraat 1 t/m 11, Oleanderstraat 2 t/m 20 De Branderij Krom Boomssloot 16 De Halve Wereld A.S. Onderwijzerhof 1 t/m 42, Jonas Daniel Meijerplein 10 t/m 50, Nieuwe Amstelstraat 16 t/m 51, Waterlooplein 243 t/m 309</p>\n<p class=\"lf-p\">De Konijnenberg Verversstraat 26 De Son Zwanenburgwal 122 t/m 150 Fort van Sjakoo Jodenbreestraat 24 Grote Keijser Keizersgracht 242 t/m 248 Grote Leeuwenberg Verversstraat 27 Hendrikje &amp; Cornelia Jodenbreestraat 22 Herengracht Herengracht 267 Huize de Vreede Prins Hendrikkade 165 t/m 167 Kloof 21 Kloveniersburgwal 21 La Louvre 1e Passeerdersdwarsstraat 32 t/m 58 Nieuwe Leeuwenbergh Groenburgwal 7 t/m 9 NRC Keizerrijk 4 t/m 8, 24 t/m 36, Nieuwezijds Voorburgwal 228 t/m 234, Paleisstraat 109 t/m 123, 139 t/m 41, Spuistraat 181 t/m 183 Pampus Verversstraat 13 t/m 17 Prinsengracht Prinsengracht 471 t/m 473 SAN Westerkaap Coffijboomstraat 2 t/m 20, 52 t/m 72 Tapioca Uilenburgerwerf 1 t/m 37 Dissonant Vrolikstraat 110 Joubertstraat Joubertstraat 4 t/m 14 Onzelievevrouwebedstro Woltera van Reesstraat 61 t/m 75 Oostvaarder Woltera van Reesstraat 39 t/m 53 Open Hof Waldenlaan 137 t/m 177 Tugelaweg Tugelaweg 113 t/m 114 Zijwaarts Domselaerstraat 74 t/m 80 4711 Frans Halsstraat 7 t/m 11 1e Keucheniusstraat 1e keucheniusstraat 32 Juliana van Stolbergen Juliana van Stolbergstraat 20 t/m 22 Pieter vd Does Pieter van der Doesstraat 15 t/m 17 De Baron Van Boetzelaerstraat 60 t/m 64, Groen van Prinstererstraat 72 t/m 74 De Laatste Hendrik Frederik Hendrikstraat 164 t/m 166 IMOA Teldershof 88 t/m 115 Nassaustaete Nassaukade 61 Lindenstraat Lindenstraat 12C t/m 12G Woongroep de Evolutie Sumatrastraat 164A t/m 164H, 164K Woongroep Meer Wonen Clara Meyer-Wichmannstraat 56 t/m 76 Woongroep Ithaca Troelstralaan 305 t/m 369 Woongroep Vita Nova Laan van Vlaanderen 244 t/m 288 Woongroep de Doorzetters Afroditekade 14 A, 14 B, 15A, 15B, 16A, 16B, 17A, 17B, 18 A, 18B, 19 A, 19B Wiltzanghlaan/Akbarstraat Wiltzanghlaan 83A t/m 83H, 83K t/m 83N, 83P, 83R t/m 83U, 87A t/m 87C, 87L, 87M, Akbarstraat 183, 185 Woongroep Tweede Helmerstraat Tweede Helmersstraat 112A t/m 112D Tweede Constantijn Huygen Tweede Constantijn Huygenstraat 30A t/m 30D, 32A t/m 32C, 34A t/m 34D, 36A t/m 36D, 38A t/m 38E, 40A t/m 40C, 42A t/m 42D Kandeel Eerste Helmersstraat 86A t/m 86D, 88A, 88B Anand Joti Mijehof 5A t/m 5H, 5K t/m 5N, 7B t/m 7E, 9A t/m 9H Dovengroep De IJ-ers Daguerrestraat 55 t/m 67 (oneven), 71 t/m 11 (oneven) De Tweede Lente Elckerlijcstraat 75, 81 t/m 85 (oneven), 89 t/m 95 (oneven), 101,103 De Zes Seizoenen Derde Oosterparkstraat 301 t/m 313 (oneven) Woongroep A en B Eikenweg 9A t/m 9H, 9K t/m 9M Wi Makandra Hudsonhof 4 t/m 28(even) De Amstel Sajetplein 3 t/m 25(oneven), 29 t/m 37(oneven) WOOS Oudeschans 36A t/m 36H, 36K, 36M, 36N, 36P, 36R Pentagon 68-80 Pentagon 68 t/m 80 Wilhelmina Tweede Helmerstraat 118 t/m 146 (even)</p>\n<p class=\"lf-p\">Woongroep 44 Schonerwoerdstraat 4 t/m 58 KNSM 10 KNSM-Laan 768 t/m 804, Levantkade 265 Stadskruid Tweede Constantijn Huygensstraat 14A t/m 14G, 18A t/m 18G Wi Kon Tren Randwijkhof 20 t/m 50 Woonvereniging Possiendum Singel 300B t/m 300H, 300K t/m 300P, 300R, 300T, Treeftsteeg 4 t/m 12 (even) Woonvereniging de Brug Jacob van Lennepkade 105A t/m 105E, 107A t/m 107G, 109A t/m 109G, 111A t/m 109G Ramses Shaffyhuis Klapmutsenveem 44 t/m 114 Vereniging Iraanse Woongroep Andische Th. Weeversweg 11, 25 ,37, 39, 51, 53, 59, 63, 65, 77, 79, 81, 91, 93, 95, Noorderhaakspad 12, 30, 62, 68, 70, 76 Kinkerstraat 63 Kinkerstraat 63-1 t/m 63-3 Woongroep Bos en Lommer Waterspiegelplein 58, 62 t/m 108 Woongroep Carpe Diem Krijn Breurstraat 49 t/m 60 (even/oneven) Woongroep De Groene Gemeenschap Barkasstraat 7A t/m 7G Woongroep De Roef ucien Gaudinstraat 274 t/m 322 Woongroep De Voorde Schinkelhavenkade 42 t/m 49 Woongroep De Vrije Wester De Wittenkade 247 t/m 265 Foe Ooi Leeuw - Nieuw Kempering 3e Kekerstraat 2 t/m 112 Woongroep Hof van Welna Welnastraat 787 t/m 807 Kas Dushi Klaverbladstraat 2 t/m 52 Woongroep Nieuwendam Lucien Gaudinstraat 234 t/m 282 Woongroepvereniging Nos Perla Edith Magnusstraat 2 t/m 46 Woongroep Parelhoenders Krijn Breurstraat 61 t/m 81 (even/oneven) Woongroep Reitzstraat Reitzstraat 46 t/m 56 Woongroep Spuit 11 Waterbaan 328 t/m 332 Woongroep Waterleliegracht Waterleliegracht 136 t/m 148 Woonvereniging Abraham-Silodam Silodam 327 t/m 328, 371 t/m 378,424 t/m 425 Andalus Postjesweg 142 t/m 146 Van Breestraat 166 Van Breestraat 166 HV, 166 3A Woongroep 50+ Westerpark Westzaanstraat 89A t/m 99A Spitsbergenstraat Spitsbergenstraat 2 t/m 34 Azartplein Azartplein 3 t/m 43 Woongroep Waaigat Waaigat 20 t/m 28 Woongroep Non Solus Marius Bauerstraat 35 t/m 63, Jan Eisenloeffelstraat 19, 25 C. van Eesterenlaan C. van Eesterenlaan 272, 274, 278, 280, 296 t/m 300 Woongroep Ouderen Buitenveldert Van Heenvlietlaan 349 t/m 391 Stichting L.A. Ries Vinkenstraat 175 t/m 181 Andersensingel Andersensingel 102 t/m 110 Alfred Doblinstraat Alfred Doblinstraat 99 t/m 107 MOAVOE Jan Willem Brouwersstraat 68 t/m 86 t Kasteeltje BG Weesperzijde 33K t/m 33N Bredeweg 21 Bredeweg 21A t/m 21E, 21G, 21K t/m 21N Woonvereniging Levantkade 6 Levantkade 7 t/m 43, KNSM-laan 202 Woonvereniging ’t Seepaert Prinseneiland 323 t/m 421 Woonvereniging Soroti Kazernestraat 1 t/m 27, 29A t/m 35C Wilhelmina Blombergplein Wilhemina Blombergplein 11 t/m 15 C. van Eesterenlaan C. van Eesterenlaan 512 t/m 522 Woongroep Helling Touwslagerstraat 31 t/m 41 Woonvereniging Levanteijn Levantkade 151 t/m 165B</p>\n<p class=\"lf-p\">St. de Roef Pedro de Medinalaan 164 1 t/m 164-6, 166 Vinkenstraat 41 Vinkenstraat 41A t/m 41L De Brandweerkazerne Prinsengracht 237A t/m 237W Vereniging woongroep de Akersingel Geertruida van Lierstraat 57 t/m 87 Woongroep De Rozentuin Akersingel 205 t/m 225, Jungfrau 3 Woongroep Nieuw Sloten Berlaarstraat 217 t/m 283, 33 Woongroep Binnenkadijk Binnenkadijk 180 t/m 184 Akropolis John Blankensteinstraat 1 t/m 29 Woongroep Home Alone Tweede Jacob van Campenstraat 4b, 6a, 6b, 8b, 10, 12 SffinX Zeeburgerdijk 587 t/m 611 Vereniging Kanaalstraat Kanaalstraat 87 Woongroep De Noordhollander Noordhollandstraat 33A t/m 37E Woongroep Sint Antoniesbree Sint Antoniesbreestraat 35G, 35H, 35K, 35L, 35M, 35N, 35P, 35R, 37E, 37F, 37G, 37H, 37K, 37L Woongemeenschap MIX Amsterdam Louis Chrispijnstraat 64, 76 t/m 132 Life Revaleiland 100 t/m 168 Wooncomplexen waar stadsdeelvoorrang geldt (artikel 2.5.1) Paasheuvel 17 Pietersbergweg 301 t/m 773, oneven en Paasheuvelweg 17 t/m 21, oneven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wooncomplexen voor werknemers in bepaalde maatschappelijke sectoren (artikel 2.5.3) Marktplein Zuid in Bijlmer-Centrum Gemengde wooncomplexen (voor de toepassing van artikel 2.4.4) Startblok Riekerhaven Handbalstraat 500 t/m 738 (even), Korfbalstraat 2 t/m 350 (even), Voetbalstraat 1 t/m 469 (oneven) Karmijn Louwesweg 5 t/m 231 (oneven) Lohuizen Th. K. van Lohuizenlaan 2 t/m 164 (even) Set Erich Salomonstraat 135A t/m 135P, 137A t/m 137Z, 139A t/m 139P, 141A t/m 141Z, 143A t/m 143M, 145A t/m 145X, 147A t/m 147K, 149A t/m 149T, 151A, t/m 151S.</p>\n<p class=\"lf-p\">Startblok Elzenhagen J.H. Hisgenpad 2 t/m 88 (even), 90 t/m 176 (even), 178 t/m 266 (even), 268 t/m 386 (even), 400 t/m 840 (even). Elzenhagensingel 1551 t/m 1813 (oneven).</p>\n<p class=\"lf-p\">Stek Oost Ringslangpad 1 t/m 59, 101 t/m 164, 201 t/m 264 en 301 t/m 364.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stek Zuid Henrick de Keijserstraat 14A t/m 14F en 16A t/m 16G.</p>\n<p class=\"lf-p\">Spark Village (Science Park) Science Park 619A t/m 619H, 619K t/m 619N, 619P en 619R, 621A t/m 621H, 621K t/m 621N, 621P, 621R en 621S, 623A t/m 623H, 623K t/m 623N, 623P en 623R, 625A t/m 625H, 625K t/m 625N, 625P, 625R en 625S, 627A t/m 627F, 629A t/m 629H, 629K t/m 629N, 631A t/m 631H, 631K t/m 631N, 631P, 631R t/m 631X, 633A t/m 633H, 635A t/m 635H, 635K en 635L, 637A t/m 637H, 637K t/m 637N, 637P, 637R t/m 637X, 802A t/m 802H, 802K t/m 802N, 802P, 802R t/m 802T, 804A t/m 804H, 804K t/m 804M, 806A t/m 806H, 806K t/m 806N, 806P, 806R t/m 806T, 808A t/m 808H, 808K t/m 808M, 810A t/m 810H, 810K t/m 810N, 810P en 810R, 812A t/m 8212H, 812K t/m 812N, 814A t/m 814H, 814K t/m 814N, 814P en 814R, 816A t/m 816H, 816K t/m 816N.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stek Noord Havikslaan 20A1 t/m 20A8, 20B1 t/m 20B9, 22A1 t/m 22A8 en 22B1 t/m B9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoogte Kadijk 401 Oldskool Admiraal de Ruijterweg 410A1 t/m 410A6, 410B1 t/m 410B6, 410C1 t/m 410C6, 410D1 t/m 410D6, 410E1 t/m 410E6, 410F1 t/m 410F6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Baak Zuid Rijnstraat 115 en Vechtstraat 90A t/m 90R, 92A t/m 92P, 94A t/m 94L, 96.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stek West (SPDC) Tweede Constantijn Huygensstraat 37, 39A1 t/m 39A18, 39B1 t/m 39B24, 39C1 t/m 39C24 en 39D1 t/m 39D24 Papaverhoek 1A t/m 1H, 1K, 1L en 3A t/m 3F Sarphatistraat 92 Startblok Zeeburg 1e Helmerstraat 263 – 269 Wormerveerstraat 15A1 t/m 15A12, 15B1 t/m 15B21, 15C1 t/m 15C21, 15D1 t/m 15D21 en 15E1 t/m 15E21.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage2Werkingsgebied splitsingsvergunning Gemeente Amsterdam Gebouwen van vóór 1940 in: het gebied omgrensd door Javaplantsoen-Kramatweg-Valentijnkade-Molukkenstraat-het spoorwegemplacement-Kruislaan-de Weespertrekvaart-de Amstel- President Kennedylaan-Europaplein-Wielingenstraat-Diepenbrockstraat-het Zuider Amstelkanaal-Stadionplein-de noordzijde van het Olympisch stadion-de Stadiongracht-het Olympiakanaal-de Schinkel- Riekerhaven-Westlandgracht-Theophile de Bockstraat-Warmondstraat-Postjeskade-een lijn geprojecteerd in het noordelijk verlengde daarvan-Orteliuskade-Robert Scottstraat-Erasmusgracht-Rijksweg no.10-Basisweg-Tranformatorweg-Spaarndammerdijk-Tasmanstraat-de steiger van de derde pontverbinding-het IJ-het Zijkanaal I-Klaprozenweg-Floraweg-Sneeuwbalweg-Buiksloterdijk-Purmerweg-Dirkshornplantsoen-Medemblikstraat Watergangseweg-de Schellingwouderbreek-Zuiderzeeweg-Flevoweg-Javaplantsoen; het gedeelte van Tuindorp Watergraafsmeer dat wordt omgrensd door Zaaiersweg-Middenweg-Onderlangs-Duivendrechtselaan; het gedeelte van Tuindorp Oostzaan voor zover dit wordt omgrensd door de Meteorensingel en de Kometensingel; het gedeelte van de bebouwing geleden ter weerszijden van de Oostzanerdijk, de Landsmeerdijk, de Kadoelenweg, de Stoombootweg en het Zuideinde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage3behorende bij artikel 4.2.1 Bestuurlijke boete Tabel 1 bestuurlijke boete onrechtmatig in gebruik nemen of geven van woonruimte Wettelijke bepaling Huisvestingswet Type overtreding Kolom A Boete In gebruik nemen van woonruimte zonder huisvestingsvergunning 8, eerste lid en 35 schending huisvestingsvergunningplicht door huurder € 435,- In gebruik geven van woonruimte zonder huisvestingsvergunning 8, tweede lid en 35 ten aanzien van een overtreder met één woonruimte in de verhuur € 3.400,- In gebruik geven van woonruimte zonder huisvestingsvergunning 8, tweede lid en 35 ten aanzien van een overtreder met meer dan één woonruimte in de verhuur € 7.070,- In gebruik geven van woonruimte zonder huisvestingsvergunning 8, tweede lid en 35 bij doorverhuur tegen hogere huurprijs dan door oorspronkelijke hoofdhuurder wordt betaald € 14.150,- Tabel 2 bestuurlijke boete woningonttrekking, samenvoeging en woningvorming Wettelijke bepaling Huisvestingswet Type overtreding Kolom A Boete Woningonttrekking 21 onder a, 24 en 35 Onttrekken voor sloop of ander gebruik zonder benodigde vergunning (artikelen 3.3.4 en 3.3.9) € 21.750,- Onttrekken voor sloop of ander gebruik, met vergunning, maar schending voorwaarden of voorschriften (artikelen 3.3.4 en 3.3.9) € 10.870,- Samenvoegen 21 onder b, 24 en 35 Samenvoegen zonder benodigde vergunning (artikel 3.3.10) € 18.860,- Samenvoegen met vergunning, maar schending voorwaarden of voorschriften (artikel 3.3.10) € 8.380,- Woningvorming 21 onder d, 24 en 35 Verbouwen van een woonruimte tot twee of meer woonruimten (woningvormen) zonder benodigde vergunning (artikel 3.3.15) € 18.860,- Woningvormen met vergunning, maar schending voorwaarden of voorschriften (artikel 3.3.15) € 8.380,- Tabel 3 bestuurlijke boete omzetting Wettelijke bepaling Huisvestingswet Type overtreding Kolom A Boete Omzetten zonder vergunning 21 onder c en 35 Minder dan vijf onzelfstandige woonruimten € 12.570,- vijf onzelfstandige woonruimten of meer € 21.750,- Omzetten met vergunning, maar schending voorwaarden of voorschriften 21 onder c, 24 en 35 Ontbreken van individueel huurcontract € 8.380,-per ontbrekend individueel huurcontract Omgezet naar meer onzelfstandige woonruimten dan is vergund € 8.380,-per teveel omgezette onzelfstandige woonruimte Overtreding voorwaarde meer dan één volwassene per onzelfstandige woonruimte € 8.380,-per teveel wonende volwassene Niet voldaan aan geluidseisen € 8.380,- Niet voldaan aan gezamenlijke verblijfsruimte van 11 vierkante meter € 4.190,- Tabel 4 bestuurlijke boete vakantieverhuur Wettelijke bepaling Huisvestingswet 2014</p>\n<p class=\"lf-p\">Type overtreding Boete Ernstige overtreding vanwege effect op woonruimtevoorraad en leefbaarheid Vakantieverhuur zonder feitelijke bewoning 23c, 24 en 35 Schending voorwaarden of voorschriften vakantieverhuurvergunning/ schending vergunningplicht € 21.750,- Leefbaarheidsovertredingen Overschrijding aantal nachten 23c, 24 en 35 Schending voorwaarden of voorschriften vakantieverhuurvergunning/ verzwarende omstandigheid bij schending vergunningplicht € 11.600,- Overschrijding aantal personen 23c, 24 en 35 Schending voorwaarden of voorschriften vakantieverhuurvergunning/ verzwarende omstandigheid bij schending vergunningplicht € 11.600,- Vakantieverhuur in een sociale huurwoning 23c, 24 en 35 Schending voorwaarden of voorschriften vakantieverhuurvergunning/ verzwarende omstandigheid bij schending vergunningplicht € 11.600,- Administratieve overtredingen Aanbod woonruimte voor vakantieverhuur zonder registratienummer 23a en 35 Schending registratieplicht € 8.700, - Vakantieverhuur zonder vergunning 23c en 35 Schending vergunningplicht € 8.700, - Vakantieverhuur zonder voorafgaand elektronisch te hebben gemeld 23b, tweede lid en 35 Schending meldplicht € 8.700, - Vakantieverhuur zonder inschrijving BRP 23c, 24 en 35 Schending voorwaarden of voorschriften vakantieverhuurvergunning/ verzwarende omstandigheid bij schending vergunningplicht € 8.700, - Tabel 5 bestuurlijke boete Bed &amp; Breakfast Wettelijke bepaling Huisvestingswet 2014 Type overtreding Boete Ernstige overtreding vanwege effect op woonruimtevoorraad en leefbaarheid B&amp;B zonder feitelijke bewoning 23c, 24 en 35 Schending voorwaarden of voorschriften B&amp;B-vergunning/ schending vergunningplicht € 21.750,- Leefbaarheidsovertredingen Overschrijding aantal personen 23c, 24 en 35 Schending voorwaarden of voorschriften B&amp;B-vergunning/ verzwarende omstandigheid bij schending vergunningplicht € 11.600,- Schending oppervlakte eisen 23c, 24 en 35 Schending voorwaarden of voorschriften B&amp;B-vergunning/ verzwarende omstandigheid bij schending vergunningplicht € 11.600,- Geen nachtverblijf tijdens toeristische verhuur 23c, 24 en 35 Schending voorwaarden of voorschriften B&amp;B-vergunning/ verzwarende omstandigheid bij schending vergunningplicht € 11.600,- Administratieve overtredingen Aanbod woonruimte voor B&amp;B zonder registratienummer 23a en 35 Schending registratieplicht € 8.700, - B&amp;B zonder vergunning 23c en 35 Schending vergunningplicht € 8.700, - B&amp;B zonder inschrijving BRP 23c, 24 en 35 Schending voorwaarden of voorschriften B&amp;B-vergunning/ verzwarende omstandigheid bij schending vergunningplicht</p>\n<p class=\"lf-p\">€ 8.700, - Tabel 6 Cumulatietabel overtredingen toeristische verhuur (tabel 4 vakantieverhuur of tabel 5 B&amp;B) Wettelijke bepaling Huisvestingswet 2014 Boete Ernstige overtreding + andere overtredingen 23a-23c, 24 en 35 € 21.750,- Leefbaarheidsovertreding + andere leefbaarheidsovertreding 23a-23c, 24 en 35 € 21.750,- Leefbaarheidsovertreding + andere administratieve overtreding 23a-23c, 24 en 35 € 11.600 + € 2.900 per administratieve overtreding Administratieve overtreding + andere administratieve overtreding 23a-23c, 24 en 35 € 8.700 + € 2.900 per administratieve overtreding Tabel 7 Overige (Recidiveboete, verdeling boete bij meerdere eigenaren) Wettelijke bepaling Huisvestingswet 2014 Type overtreding Boete Recidiveboete Alle overtredingen genoemd in de tabellen in deze bijlage met uitzondering van: schending verbod in gebruik nemen van woonruimte zonder huisvestingsvergunning schending registratieplicht voor toeristische verhuur schending meldplicht voor vakantieverhuur 8, tweede lid, 21, 23b, 23c, 26, 35, 41 en 45 Tweede maal overtreding van hetzelfde verbod binnen een periode van vier jaar, ten aanzien van de overtreder, die twee of meer adressen in Amsterdam verhuurt aan derden Tweemaal het boetebedrag dat voor de overtreding staat opgenomen in de tabellen in deze bijlage, maar niet hoger dan de maximaal mogelijke boetecategorie als bedoeld in artikel 35 en 45 Huisvestingswet 2014 Verdeling boete bij meerdere eigenaren Overtredingen genoemd in de tabellen in deze bijlage begaan door eigenaren van woonruimten 8, tweede lid, 21, 23a, 23b, 23c, 26, 35, 41 en 45 Functionele overtredingen begaan door eigenaren met betrekking tot woonruimten in bezit van meerdere eigenaren Toedeling naar rato van eigendom woonruimte Tabel 8 Bestuurlijke boete toeristische verhuur voor publicatiediensten Wettelijke bepaling Huisvestingswet 2014 Boete Publicatie advertentie zonder registratienummer 23a derde lid € 8.700,- Publicatie advertentie zonder te informeren over de geldende wet- en regelgeving 23d € 8.700,- Publicatie advertentie van een woonruimte die reeds het nachtenmaximum heeft bereikt (na bericht van burgemeester en wethouders) 23e € 8.700,- Tabel 9 Bestuurlijke boete Opkoopbescherming Wettelijke bepaling Huisvestingswet 2014 Type overtreding Boete In gebruik geven van een binnen de opkoopbescherming aangewezen woonruimte zonder vergunning of ontheffing 41, eerste lid, 45 Legaliseerbare overtreding (administratief): Geen vergunning of ontheffing, maar wel te verkrijgen voor overtreden situatie. € 8.700,- Niet legaliseerbare overtreding: Geen vergunning of ontheffing en ook niet te verkrijgen voor de overtreden situatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">€ 21.750,- In gebruik geven van een binnen de opkoopbescherming aangewezen woonruimte met vergunning of ontheffing, maar schending van de gebruiksvorm waarvoor de vergunning of ontheffing is verleend 41, eerste lid, 45 Schending van de gebruiksvorm waarvoor de vergunning of ontheffing is verleend €21.750, - Bijlage 4Overgangsregeling woonruimteverdeling stadsgebied Weesp</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen</h3>\n<p class=\"lf-p\">1 Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze overgangsregeling wordt verstaan onder: aangepaste woning: woning waarin op grond van de WMO voorzieningen zijn aangebracht waarop woningzoekenden met ergonomische beperkingen en een WMO indicatie zijn aangewezen en/of woningen die geschikt zijn voor rolstoelgebruik;</p>\n<p class=\"lf-p\">Brp: (Wet) Basisregistratie personen; bruto vloeroppervlakte: de oppervlakte van woonkamer, slaapkamer(s), keuken en badkamer, conform het woning waardering systeem; bijzondere maatschappelijke doelgroep: de woningzoekende, die ingezetene van het stadsgebied Weesp is en die vanwege huurschuld en/of ernstige overlast en/of vervuiling ontruimd is of dreigt te worden uit een –sociale- huurwoning van een in het stadsgebied Weesp werkzame toegelaten instelling en waarbij zelfstandig huurderschap vanwege de overlast en of financiële en/of de vervuilingsproblematiek (nog) niet mogelijk is; de woningzoekende die ingezetene is van het stadsgebied Weesp en/of in een maatschappelijke instelling in het stadsgebied Weesp is opgenomen en daaruit kan uitstromen en van wie de zorgverlener (indien aan de orde) aangeeft dat zelfstandig wonen nog niet zonder –voorwaardelijke- begeleiding mogelijk is; directe bemiddeling: beschikbaar stellen van een woning buiten het aanbod- of lotingmodel door direct overleg tussen een daarvoor aangewezen medewerker van de gemeente Amsterdam met een woningcorporatie; doorstromer: woningzoekende in het stadsgebied Weesp die een zelfstandige sociale huurwoning achterlaat in het stadsgebied Weesp; economische binding: de situatie dat de woningzoekende met het oog op de voorziening in het bestaan een redelijk belang heeft zich in het stadsgebied Weesp te vestigen. Hieronder wordt verstaan het duurzaam (ten minste 19 uur per week) verrichten van arbeid binnen of vanuit het stadsgebied Weesp. Er moet eveneens sprake zijn van een duurzame relatie tussen de arbeid en het betrokken gebied.Het duurzaam volgen van een dagopleiding in het stadsgebied Weesp wordt hiermee gelijk gesteld; herhuisvestingsurgentie: urgentie die wordt toegekend omdat een bestaande woning in het stadsgebied Weesp van een toegelaten instelling moet worden verlaten door grootschalige renovatie of sloop; huishouden: een alleenstaande die een huishouden voert, danwel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren, danwel wenst te voeren respectievelijk wensen te voeren; huishoudinkomen: gezamenlijke verzamelinkomens als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 van de aanvragers van een huisvestingsvergunning, met uitzondering van kinderen in de zin van artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, met dien verstande dat in het eerste lid van dat artikel voor ‘belanghebbende’ telkens wordt gelezen ‘aanvrager’; huisvestingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet;</p>\n<p class=\"lf-p\">huren onder voorwaarden (HOV): een (te sluiten) huurcontract met bijzondere voorwaarden over gedrag, goed huurderschap en/of een zorgcontract ten behoeve van een woningzoekende uit de bijzondere maatschappelijke doelgroep waarbij het huurcontract in eerste instantie op naam van een zorgaanbieder gesloten wordt omdat de woningzoekende –nog- niet in staat is tot zelfstandig goed huurderschap; huurprijs: de prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een zelfstandige woonruimte, uitgedrukt in een bedrag per maand; inwoning: bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woning die door een ander huishouden in gebruik is genomen; ingezetene: degene die, direct voorafgaand aan de urgentieaanvraag en/of woningtoewijzing, gedurende ten minste één jaar onafgebroken is ingeschreven in de BRP met een adres in het stadsgebied Weesp en in het stadsgebied Weesp rechtmatig en feitelijk zijn of haar hoofdverblijf heeft dan wel een postadres op het voormalige stadskantoor Nieuwstraat 70A te Weesp hebben. Het hebben van een brief- of postadres is hiervoor in overige gevallen niet voldoende; inschrijving: inschrijving als woningzoekende; inschrijfsysteem: de door of namens burgemeester en wethouders bijgehouden registratie van woningzoekenden als bedoeld in artikel 1.3 van deze overgangsregeling; kamer: elke afzonderlijke ruimte in een woning bestemd voor woon- en/of slaapruimte; loting: het gebruikmaken van een toevalsgenerator om de rangorde bij woningtoewijzing te bepalen; maatschappelijke binding: de situatie dat de woningzoekende een redelijk, met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in het stadsgebied Weesp te vestigen. Hieronder wordt in deze overgangsregeling verstaan: de ingezetene van het stadsgebied Weesp; de woningzoekende die gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van het stadsgebied Weesp; maatschappelijke instelling: een instantie of (zorg)instelling die een verblijfsvoorziening biedt in het stadsgebied Weesp voor beschermd wonen, opvang, intramurale begeleiding of ondersteuning voor specifieke doelgroepen, op basis van door de gemeente Amsterdam geïndiceerde en betaalde –WMO- zorg (zorg op basis van de Wet Langdurige Zorg, valt hier niet onder); mantelzorg: zorg als bedoeld in artikel 1.1.1 van de WMO; onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;</p>\n<p class=\"lf-p\">oude waarde: voor doorstromers: de woonduur van de woningzoekende in de huidige huur- of koopwoning in het stadsgebied Weesp tot 29 september 2011, voor starters en woningzoekenden van buiten het stadsgebied Weesp: de inschrijfduur van de woningzoekende tot 29 september 2011; passend toewijzen: wettelijke verplichting aan toegelaten instellingen om huishoudens met een inkomen onder de huurtoeslaggrens een woning toe te wijzen met een huur onder de zogenaamde aftoppingsgrenzen. Deze verplichting geldt in 95% van de gevallen; regio Gooi en Vechtstreek: woningmarktregio, het grondgebied van de gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren; medisch deskundige: een door burgemeester en wethouders aangewezen onafhankelijk medisch adviseur; sociale huurwoning: woning van een toegelaten instelling in het stadsgebied Weesp waarvoor huurtoeslag mogelijk is; stadsgebiedsbinding: een economische of maatschappelijke binding conform deze overgangsregeling aan uitsluitend het stadsgebied Weesp; starter: de woningzoekende ingezetene van het stadsgebied Weesp die geen zelfstandige sociale huurwoning in het stadsgebied Weesp achterlaat; de woningzoekende die buiten het stadsgebied Weesp woont en die geen zelfstandige sociale huurwoning in het stadsgebied Weesp achterlaat; de woningzoekende die direct voorafgaand aan de urgentieaanvraag of woningtoewijzing in het stadsgebied Weesp woont, maar korter dan één jaar staat ingeschreven in de Brp met een adres in het stadsgebied Weesp en daarom geen ingezetene van het stadsgebied Weesp is in de zin van deze overgangsregeling; toegelaten instelling: instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet (woningcorporatie); urgentie: beschikking verleend door burgemeester en wethouders, waarmee een woningzoekende in een urgentiecategorie als bedoeld in hoofdstuk 3 van deze overgangsregeling wordt ingedeeld en daarmee voorrang krijgt bij een woningtoewijzing; vergunninghouder: (statushouder) vreemdeling die in Nederland een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft aangevraagd en als gevolg daarvan een verblijfsvergunning heeft ontvangen; wet: Huisvestingswet 2014;</p>\n<p class=\"lf-p\">WMO: Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015; woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet die feitelijk werkzaam is in het stadsgebied Weesp;</p>\n<p class=\"lf-p\">Woningruil: ten minste twee partijen besluiten hun eigen huurwoning of koopwoning te willen verlaten en die van de ander te betrekken; woningzoekende: huishouden dat in het inschrijfsysteem is ingeschreven; woonduur: de tijd dat de woningzoekende feitelijk als huurder of koper zijn hoofdverblijf op het huidige adres in het stadsgebied Weesp heeft zoals bedoeld in de wet Brp; woonfraude: alle vormen van onrechtmatige bewoning, onrechtmatige doorverhuur, onrechtmatig gebruik -voor illegale activiteiten-en overbewoning van een woning waarbij geen toestemming is van de eigenaar; zelfstandige woonruimte/woning: woning als gedefinieerd in artikel 7:234 BW welke een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning; zoekwaarde: waarde waarmee sinds 29 september 2011 de rangorde van woningzoekenden bij de woningtoewijzing wordt bepaald; zorgcontract: een door de voormalige gemeente Weesp gecontracteerde instelling opgesteld contract dat onderdeel uitmaakt van/hoort bij de -te sluiten- huurovereenkomst voor zorg of behandeling ter voorkomen van –herhaalde- woonproblemen voor een persoon uit de bijzondere maatschappelijke doelgroep ten behoeve van huisvesting voor die persoon. Het zorgcontract moet geaccordeerd zijn door zowel de gecontacteerde instelling als de voormalige gemeente Weesp en de persoon uit de bijzondere maatschappelijke doelstelling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Berekening Zoekwaarde</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor woningzoekenden die al vóór 29 september 2011 als huurder of eigenaar een zelfstandige huur- of koopwoning bewoonden in de regio Gooi en Vechtstreek en deze ná 29 september 2011 zullen achterlaten bij het betrekken van een sociale huurwoning van de corporaties in de regio Gooi en Vechtstreek geldt de navolgende zoekwaarde: bij inschrijving als woningzoekende vóór 29 september 2011: 100% van de oude waarde (zie artikel 1.1 sub 24) vermeerderd met de inschrijfduur vanaf 29 september 2011; bij inschrijving als woningzoekende ná 29 september 2011: 100% van de oude waarde vermeerderd met de actuele inschrijfduur van na 29 september.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor woningzoekenden die na 1 januari 2011 zijn uitgeschreven als woningzoekende vanwege de acceptatie van een sociale huurwoning van de woningcorporaties in de regio Gooi en Vechtstreek geldt bij nieuwe inschrijving als woningzoekende: 75% van de zoekwaarde die nodig was om de laatste sociale huurwoning te verkrijgen, vermeerderd met de duur van die nieuwe inschrijving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor woningzoekende starters die al vóór 29 september 2011 ingeschreven stonden als woningzoekende en niet als huurder of eigenaar een zelfstandige woning in de regio Gooi en Vechtstreek achterlaten geldt: de oude waarde tot 29 september 2011 vermeerderd met de inschrijfduur vanaf 29 september 2011.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij echtscheiding of verbreken van een relatie in de regio Gooi en Vechtstreek na 29 september 2011 geldt: de laatst in de woning achterblijvende woningzoekende ofwel de woningzoekende die de sociale huurwoning leeg achterlaat, krijgt de zoekwaarde als bepaald in lid 1. of de zoekwaarde uit lid 2; voor de woningzoekende die de woning als eerste gaat verlaten of al verlaten heeft geldt: de eigen inschrijfduur als hoofdaanvrager respectievelijk de inschrijfduur als medeaanvrager van de hoofdaanvrager.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor alle overige woningzoekenden geldt de navolgende zoekwaarde: de duur van de actuele inschrijving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Inschrijfsysteem van woningzoekenden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders houden een uniform inschrijfsysteem van woningzoekenden bij en zij stellen regels op over de wijze van inschrijving, registratie van gegevens, opschorting en einde van de inschrijving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De woningzoekende ontvangt een digitaal bewijs van inschrijving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aangaan van tijdelijk huurcontract voor woonruimte als bedoeld in artikel 2.1 lid 2. sub i. heeft, net als het aangaan van een huurcontract als bedoeld in artikel 3.1 lid 3. sub a., geen gevolgen voor de inschrijving als woningzoekende.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Bekendmaking aanbod van woonruimte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het aanbod van de in artikel 2.1 aangewezen woningen wordt bekendgemaakt door publicatie via een (regionaal) digitaal platform, tenzij: de woning wordt gebruikt voor directe bemiddeling zoals bedoeld in deze overgangsregeling; het een aangepaste –rolstoelwoning- betreft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook andere woningen kunnen via dit platform worden aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bekendmaking bevat in ieder geval: het adres en de huurprijs van de woningen met vermelding van woningtype, aantal kamers en ligging en; de mededeling dat de woning niet voor bewoning in gebruik genomen mag worden als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend en; indien van toepassing, de criteria en voorrangsregels voor het verlenen van de benodigde huisvestingsvergunning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.5</span><span class=\"lf-art-t\">Woningen van een bepaalde aard of grootte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Woningen kunnen door burgemeester en wethouders worden aangemerkt als: woningen die specifiek geschikt zijn voor ouderen vanaf 55 jaar of 65 jaar of jongeren tot 23 jaar of tot en met 25 jaar; aangepaste -rolstoel- woningen die toegankelijk zijn voor mensen die vanwege een fysieke beperking aangewezen zijn op de aanpassingen; woningen in een complex met een zorginfrastructuur, anders dan Huren onder voorwaarden; woningen waarbij ten behoeve van de huurders collectieve zorg wordt ingekocht; nieuwbouwwoningen die voor het eerst worden toegewezen; woningen waarvoor stadsgebiedsbinding een voorwaarde is, inclusief de eerste toewijzing van nieuwbouwwoningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders kunnen op advies van de betrokken woningcorporatie voorwaarden formuleren waaraan een woningzoekende moet voldoen om in aanmerking te komen voor deze woningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.6</span><span class=\"lf-art-t\">Woningen en huishoudensgrootte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Woningen bestaande uit ten hoogste twee kamers (woonkamer en slaapkamer), kunnen met voorrang worden toegewezen aan huishoudens bestaande uit maximaal twee personen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woningen, bestaande uit ten minste vier kamers (woonkamer en drie slaapkamers), kunnen met voorrang worden aangeboden aan huishoudens bestaande uit tenminste drie personen, waarvan minimaal één kind.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.7</span><span class=\"lf-art-t\">Vrije beleidsruimte woningcorporaties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de artikelen 1.4, 2.2, 2.3 en 2.4 kunnen de woningcorporaties jaarlijks maximaal 2% van de in artikel 2.1 lid 1. aangewezen woningen die vrij gemeld worden, inzetten om woonproblematiek van/tussen huurders op te lossen. Het gaat daarbij om huurders van sociale huurwoningen van de woningcorporaties in het stadsgebied Weesp.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 2 De huisvestingsvergunning en rangorde</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige woningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden om zelfstandige woningen van een woningcorporatie in stadsgebied Weesp met een huurprijs beneden de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13 lid 1. onder a. van de Wet op de huurtoeslag voor bewoning in gebruik te nemen of te geven zonder dat daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing op: woningen als bedoeld in artikel 15 lid 1. onder a. tot en met d. van de Leegstandwet; onzelfstandige woonruimte; woonruimte voor inwoning; bedrijfswoningen; woonschepen en ligplaatsen voor woonschepen; woonwagens en standplaatsen voor woonwagens; woongroepen; zorgwoningen met gekoppeld zorgcontract, anders dan Huren onder voorwaarden; woonruimte die specifiek bedoeld is voor tijdelijke verhuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Rangorde woningzoekenden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rangorde van woningzoekenden om in aanmerking te komen voor de huisvestingsvergunning wordt als volgt bepaald:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor op grond van artikel 2.1 aangewezen woningen: eerst de woningzoekende met een urgentie passend bij woningtype en locatie; als tweede de woningzoekende die een stadsgebiedsbinding, maatschappelijke of economische binding heeft als bedoeld in 1.5 onder f., met de hoogste zoekwaarde zoals bepaald in artikel 1.2 binnen deze groep woningzoekenden; overige woningzoekenden met de hoogste zoekwaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij urgente reacties uit verschillende categorieën op één woningaanbieding: eerst de woningzoekende met een urgentie op grond van artikel 3.1 lid 1. of lid 2.; als tweede de woningzoekende met een herhuisvestingsurgentie op grond van artikel 3.1 lid 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Herhuisvestingsurgentie met terugkeergarantie:</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van lid 1. sub a. en lid 2. komen woningzoekenden met een herhuisvestingsurgentie als eerste in aanmerking als sprake is van terugkeer naar de buurt waar de sloop of renovatie heeft plaatsgevonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meerdere urgente reacties op één woningaanbieding: als op grond van lid 1. of lid 2. meerdere urgente woningzoekenden van dezelfde categorie in aanmerking komen: de woningzoekende met de oudste urgentie; als er in geval van onderdeel a meerdere woningzoekenden zijn met een even oude urgentie: de woningzoekende met de hoogste zoekwaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woonruimte van een bepaalde aard of, grootte:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor op grond van artikel 2.1 aangewezen woonruimte, die ook worden aangeduid als woonruimte van een bepaalde aard of, grootte als bedoeld in artikel 1.5 geldt in aanvulling op de leden 1. tot en met 4. van artikel 2.2: woningen die met name geschikt zijn voor jongeren tot 23 jaar kunnen met voorrang aangeboden worden aan woningzoekenden tot 23 jaar; woningen die met name geschikt zijn voor ouderen kunnen met voorrang aangeboden worden aan woningzoekenden vanaf 55 jaar of 65 jaar en ouder; in afwijking van lid 1. sub a. van dit artikel geldt voor lid 5 sub a. en sub b. dat uitsluitend urgenties van woningzoekenden in de gevraagde leeftijdscategorie voorgaan; voor de eerste toewijzing van nieuwbouwwoningen komen woningzoekenden in aanmerking op grond van nader door burgemeester en wethouders te bepalen criteria. Zij vragen advies bij en stemmen af met de verhurende woningcorporatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de woningzoekende de woning weigert of niet binnen de daarvoor gestelde tijd reageert op berichtgeving van kandidaatstelling voor een woning, vervalt zijn rangorde voor deze specifieke woning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Woningverdeling door loting: spoedzoekregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 2.2 kunnen maximaal 50 van de toe te wijzen woningen per kalenderjaar met voorrang aangeboden worden aan woningzoekenden die met spoed een woning zoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat geval geldt het navolgende: de woningzoekende schrijft zich apart in voor de spoedzoekregeling; de woningzoekende is ingezetene of heeft een maatschappelijke of economische binding aan het stadsgebied Weesp; registratie en deelname vinden per maand plaats; de rangorde wordt bepaald door loting; het aanbod aan woningen is niet inzichtelijk voor de woningzoekenden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders bepalen de passendheid van de woning, met dien verstande dat het aantal kamers het aantal bewoners met ten hoogste één mag overtreffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij weigering van een aangeboden woning wordt de woningzoekende voor twee jaar uitgesloten van de spoedzoekregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de woningzoekende de woning weigert of niet binnen de daarvoor gestelde tijd reageert op berichtgeving van kandidaatstelling voor een woning vervalt zijn rangorde voor deze specifieke woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er geen inschrijvingen van ingezetenen van het stadsgebied Weesp zijn voor de spoedzoekregeling komen overige woningzoekenden in aanmerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-24\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Woningverdeling door loting: jongeren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 2.2 kunnen woningen verloot worden met voorrang voor jongeren tot en met 25 jaar;</p>\n<p class=\"lf-p\">Als eerste komt de jongere woningzoekende als bedoeld in het eerste lid in aanmerking die ingezetene is van of een maatschappelijke of economische binding heeft aan het stadsgebied Weesp en daarna overige jongere woningzoekenden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bruto woonoppervlak van de te verloten woningen is maximaal 55 vierkante meter;</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de woningzoekende de woning weigert of niet binnen de daarvoor gestelde tijd reageert op berichtgeving van kandidaatstelling voor een woning vervalt zijn rangorde voor deze specifieke woning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag huisvestingsvergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die de hoogste rangorde heeft: op grond van artikel 2.2, 2.3 of 2.4 of; direct bemiddeld wordt op grond van de artikelen 1.7, 3.1 lid 3. sub b. en 3.4 of; bemiddeld wordt op grond van woningruil en de woning wil huren, wordt geacht van rechtswege een vergunning te hebben aangevraagd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria voor verlening huisvestingsvergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het bepaalde in artikel 10. lid 2. van de wet, komen woningzoekenden voor een huisvestigingsvergunning in aanmerking als zij: de Nederlandse nationaliteit bezitten of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander worden behandeld of vreemdeling zijn en rechtmatig verblijf in Nederland hebben als bedoeld in artikel 8, onderdelen a. tot en met e. en l. van de Vreemdelingenwet 2000 en; meerderjarig zijn, en; een gezamenlijk inkomen hebben dat lager is dan de regionale toewijzingsgrens voor sociale huurwoningen: jaarinkomen € 48.655, - (prijspeil 2019).</p>\n<p class=\"lf-p\">De huisvestingsvergunning wordt van rechtswege verleend aan: de woningzoekende met de hoogste rangorde bepaald op grond van artikel 2.2, 2.3 of 2.4 of; de woningzoekende die direct bemiddeld wordt op grond van artikelen 1.7, 3.1. lid 3. sub b. of 3.4 of; de woningzoekende die bemiddeld wordt op grond van woningruil.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-27\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.7</span><span class=\"lf-art-t\">Vruchteloos aanbieden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 2.6 lid 2. kunnen burgemeester en wethouders de huisvestingsvergunning verlenen aan een woningzoekende die niet de hoogste rangorde heeft als de woning gedurende vier weken vruchteloos is aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in lid 1. bedoelde termijn van vier weken gaat lopen op de dag van eerste publicatie van de aanbieding van de woning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-28\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.8</span><span class=\"lf-art-t\">Inhoud huisvestingsvergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval: de woning waarop de vergunning betrekking heeft; aan wie de vergunning is verleend; de voorwaarde dat de vergunninghouder de woonruimte enkel binnen de in de vergunning genoemde termijn in gebruik kan nemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.9</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden en voorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders kunnen aan het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 2.6 -mede op advies van betrokken zorgpartijen- bijzondere voorwaarden en voorschriften verbinden over onder andere: het voorkomen van huurachterstand en/of overlast en/of vervuiling; de voorwaarde van zorgcontract met persoonlijke begeleiding en zorg om te komen tot goed huurderschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.10</span><span class=\"lf-art-t\">Uitsluiting van een huisvestingsvergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders kunnen besluiten om een (potentieel) woningzoekende voor een periode van maximaal één jaar uit te sluiten van een huisvestingsvergunning als: de woningzoekende uit de bijzondere maatschappelijke doelgroep weigert mee te werken aan voorwaarden van zorg en/of begeleiding, op te nemen in een zorgcontract; de woningzoekende uit de bijzondere maatschappelijke doelgroep de voorwaarde van zorg en/of begeleiding heeft aangenomen, maar opnieuw op basis van slecht huurderschap ontruimd wordt of dreigt te worden; de woningzoekende werd ontruimd vanwege huurschuld, overlast en/of vervuiling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders kunnen in het geval van woonfraude besluiten om een potentieel woningzoekende voor een periode van minimaal één jaar en maximaal drie jaar uit te sluiten van een huisvestingsvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders kunnen besluiten de woningzoekende met huur en/of mutatieschuld die nog geen betalingsregeling heeft afgesproken en/of de afgesproken betalingsregeling niet naleeft, uit te sluiten van een huisvestingsvergunning tot er een betalingsregeling is afgesproken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-211-148\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.11</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekken huisvestingsvergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders trekken de vergunning in: als de woning niet binnen de in artikel 2.8 lid 3. bedoelde termijn in gebruik is genomen; als blijkt dat de woningzoekende onjuiste gegevens heeft aangeleverd, waardoor de woningzoekende ten onrechte de woning heeft aangeboden gekregen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 3 Urgentie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Toekenning urgentie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders kennen voor de in artikel 2.1 lid 1. aangewezen woningen urgentie toe aan woningzoekenden die voldoen aan artikel 12 lid 3. van de wet: woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten: voorwaarde: de woningzoekende toont dit aan door middel van een verklaring van de instelling dat de woningzoekende daar daadwerkelijk verblijft; woningzoekenden die mantelzorg ontvangen of verlenen in het stadsgebied Weesp: voorwaarde: er zijn voor de mantelzorger en mantelzorgontvanger geen voorliggende voorzieningen waarmee de noodzaak tot verhuizen vervalt; voorwaarde: de mantelzorgrelatie wordt zo nodig aangetoond met een verklaring van deskundigen, bijvoorbeeld een huisarts of andere sociaal medische adviseur waaruit -de mate van- zorg blijkt; burgemeester en wethouders wijzen de aanvraag af als de aanvrager niet is ingeschreven als woningzoekende en/of niet wordt voldaan aan artikel 2.6 lid 1. of de onder lid 1. sub a. en b. gestelde voorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders kennen voor de in artikel 2.1 lid 1. aangewezen woonruimte urgentie toe aan woningzoekenden die een urgentie aanvragen op basis van deze overgangsregeling en voldoen aan: de criteria voor de verlening van een huisvestingsvergunning uit artikel 2.6 met uitzondering van het criterium over de rangorde en; de randvoorwaarden uit artikel 3.2 en; één of meer van de criteria van artikel 3.3 en de daarbij gestelde voorwaarden; burgemeester en wethouders wijzen de aanvraag af als niet wordt voldaan aan één of meer voorwaarden uit artikel 3.1 lid 2. sub a. tot en met c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders kennen voor de in artikel 2.1 lid 1. aangewezen woningen een urgentie toe aan: huurders van een –sociale- huurwoning in het stadsgebied Weesp van een woningcorporatie als er een concreet plan voor sloop of renovatie van de bestaande woning voorligt dat noopt tot vertrek uit die woning; vergunninghouders (statushouders) als bedoeld in artikel 28 van de wet, die onder de taakstelling van de gemeente Amsterdam vallen voor de vergunninghouders uit sub b. geldt eveneens dat zij in afwijking van artikel 2.2 lokaal, in samenwerking tussen de gemeente en een woningcorporatie, bemiddeld kunnen worden naar een woning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-32\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Randvoorwaarden voor urgentie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toekenning van urgentie gelden de navolgende randvoorwaarden: de aanvrager moet aantonen dat het woonprobleem niet kon worden voorkomen en; de aanvrager moet aantonen dat vanaf het moment dat hij het woonprobleem kon zien aankomen naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate heeft gereageerd op alle bij het huishouden passende woningaanbiedingen in alle gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek; de aanvrager heeft aanbiedingen van passende woningen niet geweigerd en; de aanvrager kan aantonen dat er geen, al dan niet tijdelijke, alternatieve oplossing is voor het woonprobleem en; de aanvrager die geen ingezetene is van het stadsgebied Weesp moet aantonen dat het woonprobleem uitsluitend in het stadsgebied Weesp kan worden opgelost en; de aanvrager is ingezetene van het stadsgebied Weesp of kan aantonen dat hij of zij: een vergunninghouder is die onder de taakstelling van de gemeente Amsterdam valt; mantelzorg gaat verlenen aan een ingezetene van Weesp.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-33\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria voor urgentie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toekenning van urgentie moet er sprake zijn van een zeer ernstige noodsituatie van aanvrager zelf of een lid van zijn/haar huishouden dat meeverhuist, die rechtstreeks het gevolg is van de woonsituatie en maakt dat er snel –binnen drie maanden- een oplossing moet komen ter voorkoming van ernstige schade aan het welzijn of het lid van zijn/haar huishouden dat meeverhuist. Er is (alleen) sprake van de bedoelde noodsituatie op basis van de navolgende criteria. De aanvraag moet voldoen aan de voorwaarden van één of meer van deze criteria:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Medische gronden: er moet sprake zijn van een noodsituatie die vergt dat direct of uiterlijk binnen drie maanden een woning beschikbaar komt ter voorkoming van ernstige schade voor het welzijn van de aanvrager en/of lid van het huishouden dat mee verhuist, waarbij die schade het rechtstreeks gevolg is van de huidige woonsituatie; een onafhankelijk medisch deskundige brengt advies uit.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Dakloosheid ten gevolge van calamiteiten: de huidige woning is blijvend onbewoonbaar en de aanvrager kan niet zelf of met behulp van een verzekering in andere woonruimte voorzien.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Dakloosheid van een ouder met minderjarig(e) kind(eren): de ouder kan na een scheiding of verbroken relatie niet meer over woonruimte beschikken voor zichzelf en één of meer minderjarige kinderen, en; de andere ouder kan de kinderen redelijkerwijs niet -tijdelijk- huisvesten en; wanneer sprake is van een (voormalige) echtelijke sociale huurwoning toont de aanvrager aan dat hij/zij het huurrecht van de woning heeft geclaimd in de scheidingsprocedure en; in alle andere gevallen moet aanvrager aantonen dat niet van hem/haar gevergd kan worden dat hij/zij de woning opeist en; in het geval er minderjarige kinderen zijn, heeft aanvrager alles in het werk gesteld om te voorkomen dat die kinderen dakloos -dreigen te- worden, bijvoorbeeld door het –tijdelijk- claimen van de voormalige gezamenlijke woning bij echtscheiding of een verbroken relatie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Financiële ontwrichting: onvoorziene en onverwachte financiële problemen die niet aan de aanvrager te verwijten zijn, waardoor de woonlasten (huur/hypotheek) niet langer opgebracht kunnen worden en; de aanvrager moet aantonen dat er geen andere oplossingen -zoals bijvoorbeeld huurtoeslag of een woonkostentoeslag van de gemeente- mogelijk zijn.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Geweld: geweld of reële bedreiging met geweld die maakt dat de aanvrager redelijkerwijs niet langer meer in de huidige woning kan blijven en; de aanvrager moet aantonen dat er geen (tijdelijk) onderdak te verkrijgen is en; het geweld of de bedreiging moet aangetoond kunnen worden, bijvoorbeeld door een rapport van de politie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Langdurige inwoning: van een ouder met minderjarig(e) kind(eren) bij familie, vrienden of kennissen in het stadsgebied Weesp en; de inwoning met minderjarig(e) kind(eren) in het stadsgebied Weesp heeft ten minste twee jaar geduurd en; de aanvrager moet aantonen dat in een periode van twee jaar direct voorafgaand aan de urgentieaanvraag naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is gereageerd op passende woningaanbiedingen in alle gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Sociale indicatie: zeer ernstige sociale problemen die een directe relatie hebben met de woonsituatie waar bij die problemen tot gevolg hebben dat de aanvrager en/of zijn/haar gezin niet langer zelfstandig kunnen functioneren als gezin of in de maatschappij; er dient sprake te zijn van een noodsituatie die vergt dat direct of uiterlijk binnen drie maanden een woning beschikbaar komt ter voorkoming van ernstige schade voor het welzijn van de aanvrager en/of lid van het huishouden dat mee verhuist, waarbij die schade het rechtstreeks gevolg is van de huidige woonsituatie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Bijzondere maatschappelijke doelgroep: uitstroom uit maatschappelijke instellingen als gedefinieerd onder artikel 1.1 sub 21. onder de volgende voorwaarden: de aanvrager staat ingeschreven als woningzoekende en; de aanvrager heeft tijdens het verblijf in de maatschappelijke instelling ten minste één jaar direct voorafgaand aan de aanvraag in voldoende mate ingeschreven op passende woningaanbiedingen in alle gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek en is niet in aanmerking gekomen voor woningtoewijzing. De eventuele inschrijfduur van vóór de opname in de maatschappelijke instelling telt hier in niet mee en; de maatschappelijke instelling heeft geadviseerd dat de aanvrager in staat is om ofwel -eventueel met ambulante begeleiding- zelfstandig te wonen ofwel dat de aanvrager onder de voorwaarde van een zorgcontract zelfstandig kan wonen (zie artikel 3.4); dit artikel geldt ook voor terugkeer in de maatschappij van een gedetineerde die voorafgaand aan de detentie ingezetene was van het stadsgebied Weesp, mits voldaan wordt aan sub a. tot en met c.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-34\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Urgentie onder voorwaarden van een zorgcontract (HOV)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van artikel 3.2 en 3.3, met inachtneming van artikel 2.10 en 2.6 een urgentie toekennen aan de woningzoekende uit de bijzondere maatschappelijke doelgroep die ontruimd is of dreigt te worden onder de voorwaarde van een zorgcontract als vaststaat dat een woning noodzakelijk is voor de benodigde zorg en de woningzoekende uit de maatschappelijke doelgroep -nog- niet zelf in staat is een goed huurder te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de aanvraag wordt een door aanvrager, zorginstantie en gemeente ondertekend zorgcontract ingediend: in het zorgcontract moeten de zorgen ten aanzien van goed huurderschap zijn afgedekt; het huurcontract wordt zonodig voor een periode van twee jaar op naam van de zorginstantie afgesloten, hierna eindigt de huurovereenkomst met de zorginstantie. Evaluatie van het resultaat van de zorg wijst uit of de aanvrager het huurcontract al dan niet kan voortzetten; deze urgentie wordt alleen verleend met directe bemiddeling voor een eenmalige passende woningaanbieding; een urgentie onder voorwaarden wordt uitsluitend verleend als de aanvrager schriftelijk instemt met de voorwaarden –vermeld in zorgcontract- die aan een urgentie verbonden zijn; als de houder van een urgentie de voorwaarden die verbonden zijn aan de toekenning van de urgentie niet naleeft, dan kunnen burgemeester en wethouders de toegekende urgentie intrekken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-35\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag, behandeling, verlening en afwijzing van urgentie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aanvraag: urgentie wordt schriftelijk - of digitaal - aangevraagd bij burgemeester en wethouders; burgemeester en wethouders stellen een aanvraagformulier vast en bepalen welke gegevens bij de aanvraag moeten worden overgelegd; een aanvraag wordt niet in behandeling genomen als de behandelkosten niet zijn voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behandeling: burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag binnen acht weken na ontvangst van de volledige aanvraag en de behandelkosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verlening:</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders besluiten alleen tot toekenning van een urgentie als de woningzoekende ingeschreven staat als woningzoekende in het (regionale) digitale aanbodplatform als bedoeld in artikel 1.4 en voldoet aan: artikel 12 lid 3. van de wet: de eisen uit artikel 2.6 lid.1 en; de voorwaarden van artikel 3.1 lid 1. onder a. of b. op basis van deze overgangsregeling: de eisen uit artikel 2.6 lid.1 en; de randvoorwaarden uit artikel 3.2 en; één of meer van de criteria en voorwaarden uit artikel 3.3 of; artikel 3.4. burgemeester en wethouders beoordelen de aanvraag op basis van de individuele situatie van de aanvrager; burgemeester en wethouders wegen de eigen verantwoordelijkheid van de aanvrager voor het ontstaan van de problematische woonsituatie en de mate waarin aanvrager getracht heeft zelf het woonprobleem op lossen mee in de besluitvorming; burgemeester en wethouders beperken de urgentie tot een bepaald woningtype dat volstaat om het woonprobleem van de aanvrager op te lossen; burgemeester en wethouders kennen de urgentie uitsluitend toe met een zoekprofiel voor het stadsgebied Weesp;</p>\n<p class=\"lf-p\">Woningzoekenden waarvan de urgentieverklaring een zoekprofiel heeft dat geldig is in de regio Gooi en Vechtstreek kunnen de urgentieverklaring alsnog geldend maken in de regio Gooi en Vechtstreek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwijzen Burgemeester en wethouders wijzen de aanvraag af als: de aanvrager niet staat ingeschreven als woningzoekende in het (regionale) digitale aanbodplatform als bedoeld in artikel 1.4; niet wordt voldaan aan de eisen uit artikel 2.6 lid 1.; niet wordt voldaan aan de voorwaarden uit artikel 3.1 lid 1. sub a. en b.; niet wordt voldaan aan één of meer randvoorwaarden uit artikel 3.2; niet wordt voldaan aan ten minste één van de criteria en voorwaarden uit artikel 3.3; niet word voldaan aan de voorwaarden uit artikel 3.4.; sub d., e. en f. zijn niet van toepassing bij een aanvraag op basis van artikel 3.1 lid 1.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-36\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Gelding urgentie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met uitzondering van urgenties als bedoeld in artikel 3.1 lid 3. is de toegekende urgentie geldig tot drie maanden na de datum van verzending.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een urgentie vervalt van rechtswege binnen de geldingstermijn na acceptatie van een woningaanbieding.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-37\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7</span><span class=\"lf-art-t\">Inhoud urgentiebeschikking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het besluit tot toekenning van de urgentie vermeldt in ieder geval: naam en adresgegevens van de woningzoekende; de datum van de aanvraag; de voorwaarden die aan de urgentie zijn verbonden; de verzenddatum en de daaraan verbonden geldigheidstermijn; het registratienummer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-38\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verlenging van de gelding van de urgentie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag tot verlenging –van drie maanden- van de geldingstermijn van een urgentie wordt vóór afloop van die termijn schriftelijk of digitaal ingediend bij het college van burgemeester en wethouders.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geldingstermijn van drie maanden van de urgentie wordt alleen verlengd als de woningzoekende naar het oordeel van burgemeester en wethouders: in voldoende mate heeft gereageerd op beschikbare passende woningen zoals verbonden aan de urgentie; de woningzoekende geen aangeboden woning(en) zonder goede reden heeft geweigerd; er binnen de geldingstermijn geen aanbod is geweest van bij de toegekende urgentie passende woningen; de bij de toegekende urgentie gestelde voorwaarden van zorg en/of begeleiding uit het zorgcontract in voldoende mate naleeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-39\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.9</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekking van de urgentie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders kunnen de urgentie in ieder geval intrekken als: niet meer wordt voldaan aan de artikelen 3.1 tot en met 3.4; de aanvrager daarom verzoekt; de aanvrager een aangeboden woning zonder goede reden heeft geweigerd; de urgentie is toegekend op basis van gegevens waarvan de aanvrager wist of kon weten dat deze onjuist of onvolledig waren; de houder van een urgentie onder voorwaarden de voorwaarden die verbonden zijn aan de toekenning van een urgentie niet naleeft.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 4 Slotbepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Experimenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij wijze van experiment kunnen burgemeester en wethouders besluiten om maximaal 10% van de per kalenderjaar toe te wijzen woningen te verdelen op grond van regels die afwijken van deze overgangsregeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Hardheidsclausule</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders kunnen voor de in artikel 2.1 lid 1. aangewezen woonruimte afwijken van de rangorde indien strikte toepassing van de regels zou leiden tot niet gerechtvaardigde hardheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de regels voor urgentie indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot niet gerechtvaardigde hardheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting IAlgemeen 1.Aanleiding Op grond van de Huisvestingswet 2014 kunnen gemeenten regels opstellen voor de verdeling van schaarse huurwoningen en regels waarmee wijzigingen in de voorraad van zowel huur- als koopwoningen worden gereguleerd. Voor de inzet van dit instrumentarium dient een gemeenteraad aan te tonen dat er sprake is van schaarste aan woningen. Een huisvestingsverordening heeft een geldigheidstermijn van vier jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De huidige Huisvestingsverordening dateert van 2016 en moet daarom worden vervangen. Daarnaast is opnieuw onderzocht of er sprake is van schaarste aan woningen in Amsterdam en welke categorieën woonruimten dit betreft. De conclusie van dit onderzoek luidt dat in het gehele grondgebied van Amsterdam en wat betreft alle categorieën woonruimten sprake is van schaarste. De analyse is te vinden in het rapport “Schaarstepatronen op de Amsterdamse woningmarkt, mei 2019”. Dit onderzoek laat ook zien dat er redenen zijn om onevenwichtigheden als gevolg van schaarste aan woningen met regulering te bestrijden. Om deze redenen stelt Amsterdam in 2020 een nieuwe Huisvestingsverordening vast (hierna: HVV 2020), de opvolger van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2016 (hierna: HVV 2016).</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze toelichting worden de regels in de HVV 2020 eerst in algemene zin en daarna artikelsgewijs uitgelegd. Het Beleidskader Huisvestingsverordening 2020 beschrijft doel en strekking van de wijzigingen die per 2020 in de Huisvestingsverordening worden aangebracht en dient daarmee mede als interpretatiebron voor de onderhavige regels in de HVV 2020.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Woonruimteverdeling 2.1 Waarom regels over woonruimteverdeling?</p>\n<p class=\"lf-p\">In de woningmarkt van Amsterdam overschrijdt de vraag naar sociale en middeldure huurwoningen het aanbod in ruime mate. Dit wordt veroorzaakt door het aantal woningzoekenden dat door hun inkomen aangewezen is op dit deel van de voorraad. De vraag overstijgt het woningaanbod. Als gevolg van deze schaarste zitten veel woningzoekenden in de knel. Om in termen van de Huisvestingswet 2014 te spreken: zij ervaren de onevenwichtige en onrechtvaardige gevolgen van de schaarste aan woonruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lokale overheid kan proberen de schaarste aan goedkope woonruimte te beperken door te sturen op beschikbaarheid. Daar geeft de gemeente grond voor uit, zet planologische instrumenten in en in de HVV zijn regels opgenomen teneinde de woonruimtevoorraad te beschermen. Tot slot maakt de gemeente (prestatie)afspraken met corporaties over de omvang van hun voorraad aan betaalbare huurwoningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Net als de Huisvestingswet van 1993, biedt de Huisvestingswet 2014 hiernaast de mogelijkheid om de onevenwichtige en onrechtvaardige gevolgen van schaarse woonruimte te bestrijden door in een Huisvestingsverordening te regelen hoe schaarse huurwoningen worden verdeeld. Deze regels beschrijven, kort gezegd, welke groepen woningzoekenden met voorrang in aanmerking komen voor bepaalde huurwoningen. Ook kan een Huisvestingsverordening regels bevatten over hoe verhuurders deze huurwoningen te huur aanbieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2 De huisvestingsvergunningplicht In artikel 2.1.1. van de verordening zijn de categorieën woonruimte aangewezen die niet zonder huisvestingsvergunning voor bewoning in gebruik mogen worden genomen of gegeven. Dit zijn “gereguleerde woonruimten”. In de gemeente Amsterdam betreft dit huurwoningen met een huur tot de liberalisatiegrens en middeldure huurwoningen. Huurwoningen met een huur tot de liberalisatiegrens in eigendom van een corporatie worden aangeduid als “sociale huurwoningen”. Indien dergelijke woningen in particulier bezit zijn worden zij aangeduid als “particuliere huurwoningen onder de liberalisatiegrens”. Onder particuliere eigenaren worden in dit verband alle eigenaren verstaan niet zijnde een toegelaten instelling voor volkshuisvesting (oftewel niet zijnde een woningcorporatie). Gereguleerde middeldure huurwoningen worden gerealiseerd door dit bij gronduitgifte of transformatie op te nemen in private- of erfpachtovereenkomsten of middels een bestemmingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een huisvestingsvergunning wordt verleend met inachtneming van de regels in de Huisvestingsverordening. Er zijn algemene voorwaarden voor toelating tot een gereguleerde woonruimte (paragraaf 2 van de HVV 2020). Zo geldt voor alle gereguleerde woonruimten dat er sprake moet zijn van een meerderjarige huurder en dat alle personen behorend tot het huishouden de Nederlandse nationaliteit dienen te bezitten of anderszins rechtmatig in Nederland mogen verblijven (artikel 2.2.1). En voor de categorieën sociaal, particulier onder de liberalisatiegrens en gereguleerd middelduur gelden inkomensnormen om toegelaten te kunnen worden(artikel 2.2.2). Daarnaast zijn er per categorie gereguleerde woonruimte regels die bepalen wie als eerste in aanmerking komt voor de woning (toewijzingsregels). Paragraaf 3 van de HVV 2020 bevat de toewijzingsregels voor de particuliere huurvoorraad onder de liberalisatiegrens en de gereguleerde middeldure huurvoorraad. Paragraaf 4 bevat de toewijzingsregels voor de sociale huurwoningen van woningcorporaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hieronder wordt eerst ingegaan op de regels om een huisvestingsvergunning te krijgen voor sociale huurwoningen van woningcorporaties, omdat deze het meest omvangrijk zijn. Daarna wordt de huisvestingsvergunningverlening voor huurwoningen tot de liberalisatiegrens in particulier bezit en de huisvestingsvergunningverlening voor de gereguleerde middeldure huurvoorraad in algemene zin toegelicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3 Huisvestingsvergunning voor sociale huurwoningen van woningcorporaties In paragraaf 4 van de verordening is de toewijzing van sociale huurwoningen die in bezit zijn van een corporatie geregeld. Hiervoor is een belangrijke voorwaarde dat het inkomen van het huishouden niet hoger is dan de inkomensgrens voor de doelgroep van corporaties krachtens de Woningwet en het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (artikel 2.4.2, eerste lid, onderdeel f). Op basis hiervan moeten corporaties 90% van hun woningbezit aan de “DAEB (Diensten van Algemeen Economisch Belang)”-doelgroep toewijzen. 1 Dit zijn in 2019 woningzoekenden met een huishoudinkomen tot € 38.035,- of in sommige gevallen € 42.436,-, want tot en met 2020 is toegestaan dat corporaties 10% van minimale 90% sociale voorraad toewijzen aan huishoudens met een huishoudinkomen tot € 42.436,-. Passend toewijzen op inkomen is vanwege deze nationale wetgeving niet verder uitgewerkt in paragraaf 4 van de verordening. De HVV verwijst daarom naar deze wetgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Centraal bij de verdeling van sociale huurwoningen staat de volgordebepaling van belangstellenden. Op elke te huur aangeboden sociale huurwoning reageren gemiddeld enkele honderden woningzoekenden. Deze worden in het systeem van WoningNet op basis van de regels van de HVV in volgorde gezet en de eerste tien of twintig kandidaten krijgen een uitnodiging voor bezichtiging. Vervolgens krijgen ze in de gestelde volgorde de kans om de woning te accepteren. De regels voor de volgordebepaling houden rekening met passendheid bij de woning, urgentie, lokale of regionale binding en inschrijfduur.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3.a Passendheidscriteria De passendheidscriteria zorgen ervoor dat woningen die met name geschikt zijn voor bepaalde doelgroepen met voorrang aan die doelgroep worden toegewezen. In dit verband wordt ook wel gesproken van “gelabelde” woningen. Artikel 2.4.4 geeft in een tabel de categorieën woonruimte weer die met name geschikt zijn voor bepaalde doelgroepen. Bij de grootste woningen (70m2 woonoppervlak en vier kamers of meer) krijgen grote gezinnen (met drie of meer minderjarige kinderen) voorrang, daarna komen kleine gezinnen in aanmerking. Bij middelgrote woningen (tussen 61 en 70 m2 woonoppervlak) krijgen kleine gezinnen (één of twee minderjarige kinderen) voorrang, bij seniorenwoningen personen van 65 jaar of ouder. Bij jongerenwoningen geldt dat deze uitsluitend verhuurd worden aan jong volwassenen (18 tot en met 27 jaar). Bij woningen die geschikt zijn voor personen met medische beperkingen (begane grond, 1e etage en woningen bereikbaar met lift) wordt voorrang gegeven aan eerst de woningzoekenden met een medische urgentie, dan degenen met een WMO-verhuiskostenindicatie en vervolgens aan senioren (met een leeftijd van 65 jaar of ouder). Rolstoelwoningen worden toegewezen aan kandidaten met een indicatie van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) voor een rolstoelwoning. In beginsel wordt voorrang gegeven op basis van de datum van afgifte van deze Wmo-beschikking, maar burgemeester en wethouders kunnen hiervan afwijken als een persoon zeer dringend een rolstoelwoning nodig heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3.b Urgentie Naast het verlenen van voorrang vanwege passendheid bij de woning, maakt de Huisvestingswet 2014 het mogelijk om voorrang te verlenen aan mensen voor wie \"voorziening in de woonruimte dringend noodzakelijk is\" (artikel 12 Huisvestingswet 2014). Daartoe moet een gemeente in een Huisvestingsverordening woningzoekenden indelen in urgentiecategorieën en de daarbij behorende regels vaststellen. In de HVV 2020 wordt in paragraaf 6 in welke situatie een woningzoekende urgentie krijgt zodat hij of zij met voorrang een woning krijgt toegewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit zijn woningzoekenden die: slachtoffer zijn van huiselijk geweld (artikel 2.6.6) mantelzorg geven of ontvangen (artikel 2.6.6) uitstromen uit een instelling voor opvang of zorg krijgen in een sociale huurwoning (artikel 2.6.7) in een acute noodsituatie verkeren (artikel 2.6.8, eerste lid, onderdeel a) sociale of medische problemen hebben (artikel 2.6.8, eerste lid, onderdeel b) een woning nodig hebben vanwege stadsvernieuwing (artikel 2.6.8, eerste lid, onderdeel c) statushouders zijn (artikel 2.6.8, eerste lid, onderdeel d) jonge statushouders zijn of een jongere die zorg krijgt in een sociale huurwoning, die oorspronkelijk met een jongerencontract van vijf jaar zijn gehuisvest en nu dienen te verhuizen (artikel 2.6.8, eerste lid, onderdeel d).</p>\n<p class=\"lf-p\">De procedure om als urgente woningzoekende een woning te krijgen, verschilt per categorie. Bij de categorieën “sociale of medische problemen” en mantelzorg geeft de urgentie het recht om een half jaar met voorrang te zoeken naar een passende woning op WoningNet. Ook als sprake is van urgentie vanwege stadsvernieuwing zoekt degene met de urgentieverklaring zelf met voorrang op WoningNet. Voor de overige groepen doet niet de burger zelf de aanvraag maar wordt deze door een externe organisatie gedaan zoals het COA (statushouders) of een zorginstelling (uitstroom uit een instelling voor opvang of bij zorg in een sociale huurwoning).</p>\n<p class=\"lf-p\">In Nadere Regel 1 Urgenties geeft het college nadere regels over de bovengenoemde urgentiecategorieën. Hierin worden onder meer de weigeringsgronden uitgewerkt alsmede de criteria voor ‘sociale of medische problemen’. Ook omvat Nadere Regel 1 Urgenties urgentieregels voor enkele bijzondere groepen: Multi-probleemgezinnen, Laatste Kans-regeling, uitstapprogramma prostitutie, slachtoffers van mensenhandel en huisvesting na revalidatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3.c Maatwerk corporaties &amp; experimenten woonruimteverdeling De Huisvestingsverordening maakt het in twee situaties mogelijk dat woningen worden toegewezen buiten de regels van de verordening om. Dat is het geval bij maatwerk door woningcorporaties en bij experimenten. In geval van maatwerk wijzen de corporaties in bijzondere gevallen een woning op maat toe (artikel 2.4.9). Het aantal bijzondere gevallen mag maximaal 5 procent beslaan van het totaal aantal toegewezen sociale huurwoningen. Daarnaast is in de verordening de mogelijkheid opgenomen om aanvragen in te dienen voor experimenten met de verdeling van gereguleerde huurwoningen (artikelen 2.5.1 en 2.5.2). Het college moet toestemming geven voor een dergelijk experiment.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.4 Huisvestingsvergunning voor sociale huurwoningen in particulier bezit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdeling van huurwoningen met een rekenhuur tot de liberalisatiegrens in particulier bezit is aan slechts één regel gebonden, namelijk een maximale inkomensgrens voor de huurders (artikel 2.2.2, eerste lid, onderdeel a). Deze inkomensgrens is € 44.360,- en ligt iets boven de inkomensgrens voor sociale huurwoningen van corporaties. Huisvestingsvergunningen voor de huurwoningen in particulier bezit onder de liberalisatiegrens verstrekt de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.5 Huisvestingsvergunning voor de gereguleerde middeldure huurvoorraad De gemeente Amsterdam neemt maatregelen om het aandeel middeldure huur te laten groeien. Een aantal maatregelen dat hieraan bij moet dragen, is vastgelegd in het Actieplan Meer Middeldure Huur 2017-2025, zoals op 8 juni 2017 door de gemeenteraad is aangenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel van dit plan is dat de gemeente bij de uitgifte van grond voor middeldure huurwoningen door nieuwbouw of transformatie, in voorwaarden vastlegt dat woningen alleen mogen worden verhuurd in het middensegment voor een periode van 25 jaar. Daarnaast heeft de gemeenteraad op 8 mei 2019 de Verordening doelgroepen woningbouw Amsterdam 2019 vastgesteld. Met deze doelgroepenverordening kan de gemeente door middel van een bestemmingsplan vastleggen dat een deel van de te realiseren woningen verhuurd moet worden in het sociale of middeldure huursegment. Hiermee ontstaat een segment gereguleerde middeldure huurwoningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ter voorkoming van verdringing door meer kapitaalkrachtige huishoudens geldt vanaf 1 januari 2018 ook een huisvestingsvergunningsplicht voor deze gereguleerde middeldure huurwoningen. De huisvestingsvergunning wordt alleen afgegeven aan huishoudens met een inkomen in het middensegment (artikel 2.2.2., eerste lid, onderdeel b). Het gaat hier om huishoudens met een jaarinkomen tussen de € 38.035,-,- en € 60.095,-,- (vanaf de inkomensgrens voor sociale huurwoningen tot 1,58 maal die grens (prijspeil 2019)). Ter bevordering van doorstroming uit sociale huurwoningen van een Amsterdamse woningcorporatie worden huishoudens die een sociale huurwoning achterlaten vrijgesteld van dit toelatingscriterium.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf 2020 zijn aanvullende regels opgenomen over de toewijzing van het gereguleerde middensegment. De grotere woningen worden met voorrang aan gezinnen toegewezen. De woningen met een huurprijs tot € 876,55 euro met voorrang aan lagere middeninkomens met een jaarinkomen tot € 49.413 (prijspeil 2019). Verder wordt bij bepaalde aangewezen woonruimten voorrang verleend aan huishoudens die werkzaam zijn in het onderwijs of de zorg en woningzoekenden die in de woningmarktregio een sociale huurwoning van een woningcorporatie achterlaten (artikelen 2.3.4 t.m. 2.3.6). Voor deze categorie middeldure huurwoningen verstrekt de gemeente de huisvestingsvergunningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Wijzigingen in de woonruimtevoorraad 3.1 Waarom regels met betrekking tot de woonruimtevoorraad?</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onttrekken, samenvoegen, omzetten in onzelfstandige woonruimten of vormen in twee of meer zelfstandige woonruimten van aangewezen woonruimte alsmede het splitsen van een gebouw in appartementsrechten kan door de gemeenteraad vergunningplichtig gemaakt worden. Een vergunning kan worden geweigerd in het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad. Bescherming van die belangen kan, behalve vanwege bestaande of dreigende schaarste, ook om andere redenen, zoals de leefbaarheid, wenselijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2 Voorraadvergunningen Alle woningen in Amsterdam vormen samen de woonruimtevoorraad. De Huisvestingswet biedt gemeenten in het geval van schaarse woningen de mogelijkheid om te sturen op het behoud en de samenstelling van de woonruimtevoorraad, waaronder ook bescherming van de leefbaarheid valt. In Amsterdam is schaarste in alle segmenten van de woningmarkt dus gelden de regels om de voorraad en leefbaarheid te beschermen voor de gehele woonruimtevoorraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Huisvestingswet bepaalt nader dat voor de volgende vier categorieën wijzigingen in de woonruimtevoorraad een vergunning vereist is (art. 21):</p>\n<p class=\"lf-p\">Onttrekken: woonruimte voor een ander doel dan bewoning gebruiken. Een (gedeelte van een) woning wordt bijvoorbeeld gesloopt, gebruikt als bedrijfsruimte of verhuurd aan toeristen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenvoegen: meerdere woonruimtes worden samengevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omzetten: zelfstandige woonruimte wordt omgezet in onzelfstandige woonruimte, bijvoorbeeld voor kamerverhuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woningvorming: een woonruimte wordt verbouwd tot meerdere woonruimten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze vergunningen kunnen gezamenlijk worden aangemerkt als de voorraadvergunningen. Een gemeente kan hier in een huisvestingsverordening regels over opnemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onttrekkingsvergunning is bijvoorbeeld nodig als iemand een Bed &amp; Breakfast (B&amp;B) wil exploiteren of een woning wil gebruiken als restaurant. De omzettingsvergunning is nodig wanneer iemand een woning kamergewijs wil verhuren en kan gezien worden als kamerverhuurvergunning. In de afzonderlijke artikelen zullen de verschillende vergunning worden toegelicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">IIArtikelsgewijze toelichting</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-160\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Definities</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1 bevat definities van begrippen die op meerdere plaatsen in de verordening worden gebezigd. Indien een begrip uit artikel 1 in een bepaling wordt gebruikt dient deze met inachtneming van de definitie in artikel 1 te worden toegepast. a.Adres:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het adres als geregistreerd in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). b.Basisregistratie personen De Basisregistratie personen, of kortweg de BRP (voorheen bekend als GBA of het bevolkingsregister), bevat de persoonsgegevens van iedereen die in Amsterdam woont of gewoond heeft. De gemeente Amsterdam raadpleegt de BRP in het kader van haar wettelijke taak om toezicht te houden op naleving van de Huisvestingswet en de daarop gebaseerde Huisvestingsverordening (artikel 31, Huisvestingswet 2014). c.Bed &amp; Breakfast (B&amp;B) Een Bed&amp; Breakfast is het tegen betaling in gebruik geven van een onzelfstandige woonruimte binnen een zelfstandige woonruimte voor kort verblijf bij de bewoner van de zelfstandige woonruimte. Het verschilt van vakantieverhuur, bijvoorbeeld omdat het slechts een gedeelte van de woning betreft en omdat de exploitant tijdens de verhuur in dezelfde woning dient te overnachten. Alle specifieke voorwaarden en voorschriften zijn opgenomen en toegelicht bij de artikelen in hoofdstuk 3 aangaande de onttrekkingsvergunning ten behoeve van een B&amp;B. d.Bewoner Als in deze verordening het begrip bewoner van een woonruimte wordt gehanteerd gaat het om degene die zijn of haar hoofdverblijf in deze woonruimte heeft. In onderdeel j is gedefinieerd wanneer voor de toepassing van de Huisvestingsverordening sprake is van hoofdverblijf. e.Corporaties Corporaties zijn verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid en stichtingen die zich ten doel stellen uitsluitend op het gebied van de volkshuisvesting werkzaam te zijn, aldus artikel 19, eerste lid van de Woningwet. In de woningmarktregio Amsterdam zijn dit: de Alliantie, DUWO, Woningstichting Eigen Haard, Woonstichting De Key, Woningstichting Rochdale, Woningcorporatie Stadgenoot, Ymere, Woonzorg Nederland en Habion. f.Directe bemiddeling In beginsel bieden corporaties hun voor verhuur beschikbare sociale huurwoningen aan op WoningNet. Woningen die corporaties via directe bemiddeling toewijzen zijn hier een uitzondering op. Artikel 2.4.8 beschrijft in welke gevallen corporaties sociale huurwoningen direct aan woningzoekenden kunnen aanbieden. g.Eigenaar Onder eigenaar wordt in deze verordening verstaan de juridische eigenaar van een woonruimte of appartementsrecht die aan de eigenaar door een notaris is overgedragen en door middel van notariële akte is ingeschreven bij het Kadaster op naam van deze eigenaar. Dat betekent dat een eventuele economische eigenaar niet als eigenaar wordt gezien in deze verordening. h.Gebruiksoppervlak</p>\n<p class=\"lf-p\">Het begrip gebruiksoppervlak is relevant voor de toepassing van de regels omtrent de voorraad in hoofdstuk 3. Waar in de verordening het begrip gebruiksoppervlak wordt gehanteerd wordt dit gemeten aan de hand van de normen voor het netto gebruiksoppervlak in NEN 2580. In de meest simpele vorm is dit een meting op vloerniveau en tussen de bouwmuren. Door uit te gaan van de netto oppervlakte worden \"niet goed bruikbare\" delen niet meegerekend. Niet tot de netto vloeroppervlakte behoren onder meer: een trapgat, liftschacht of schalmgat indien de oppervlakte daarvan groter is dan 4 m2 de oppervlakte van delen van vloeren, waarboven de hoogte kleiner is dan 1,5 m een vrijstaande kolom of vrijstaande leidingschacht, indien het grondvlak daarvan groter is dan 0,5 m2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat in de definitie van het begrip gebruiksoppervlak één op één koppeling is opgenomen met de NEN 2580 zullen (latere) wijzigingen in de NEN 2580 doorwerken in de toepassing van de verordening. i.Gemengd wooncomplex Een gemengd wooncomplex is een woonvorm binnen de sociale woningvoorraad van corporaties waarin een meer kwetsbare doelgroep wordt gehuisvest met een doelgroep die de kwetsbare doelgroep wil ondersteunen met als doel een snellere integratie of een goede woonomgeving voor kwetsbare personen te realiseren. Woonruimten in een gemengd wooncomplex worden op basis van geschiktheid van de woningzoekende toegewezen (artikel 2.4.4 in combinatie met 2.4.7). In de definitie ligt besloten dat burgemeester en wethouders een complex na overleg met de eigenaar erkend moeten hebben als gemengd wooncomplex. j.Hoofdverblijf Hoofdverblijf komt in verschillende bepalingen in de verordening terug om bepaalde mogelijkheden die de verordening biedt met betrekking tot een woonruimte limitatief te koppelen aan de persoon die deze woonruimte van mogelijk verschillende ter beschikking staande woonruimten het intensiefst gebruikt. Daarnaast wordt een minimale mate van verblijf vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">In Amsterdam wordt onttrekking ten behoeve van vakantieverhuur bijvoorbeeld onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van de vergunningplicht. Eén daarvan is dat degene die verhuurt zijn hoofdverblijf in de verhuurde woonruimte dient te hebben. Voor een onttrekkingsvergunning ten behoeve van Bed &amp; Breakfast is ook vereist dat de exploitant zijn of haar hoofdverblijf in de woonruimte heeft. Aan dit criterium worden de volgende voorwaarden gesteld: iemand moet de afgelopen twaalf maanden overheersend op het adres zijn verbleven (minimaal 183 nachten, mag versnipperd zijn); en, en iemand moet het centrum van zijn of haar levensbelangen op dat adres hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beide elementen worden getoetst op basis van feitelijke omstandigheden. Voor het centrum van levensbelangen kan bijvoorbeeld worden beoordeeld of op het adres persoonlijke spullen aanwezig zijn en op welk adres iemand zijn bankrekeningen, verzekeringen en abonnementen aanhoudt. Dit wordt van geval tot geval beoordeeld en het feit dat er persoonlijke spullen zijn en een bankrekening of verzekering op het adres staat, betekent niet per definitie dat iemand zijn of haar centrum van levensbelangen op het adres heeft. k.Huishouden Van duurzame gemeenschappelijke huishouding is sprake indien het gaat om een vaste groep van personen tussen wie een band bestaat die het enkel gezamenlijk bewonen van bepaalde woonruimte te boven gaat en die de bedoeling hebben om bestendig voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de beantwoording van de vraag of een duurzame gemeenschappelijke huishouding bestaat, spelen volgens vaste jurisprudentie zowel objectieve als subjectieve factoren, zoals de bedoeling van de betrokkenen, van belang zijn. Slechts onder bijzonder omstandigheden kan een samenleven van een kind en een ouder na het zelfstandig worden van het kind worden aangemerkt als een blijvende samenwoning met een gemeenschappelijke huishouding. Daarbij kan mede betekenis toekomen aan het ontbreken van wederkerigheid in de relatie tussen ouder en kind. Als verzorgen de reden is voor het inwonen, dan is er geen sprake van een huishouden. l.Huisvestingsvergunning Artikel 8 van de Huisvestingswet geeft gemeenten de mogelijkheid woonruimten aan te wijzen die niet in gebruik mogen worden genomen of gegeven zonder een huisvestingsvergunning. Aan een dergelijke huisvestingsvergunning kunnen voorwaarden worden gekoppeld. Bijvoorbeeld voor welke doelgroep een woonruimte ter beschikking staat. Het begrip huisvestingsvergunning is in dit onderdeel gekoppeld aan een aanwijzing op grond van artikel 8 van de Huisvestingswet. m.Huisvestingswet Met de Huisvestingswet wordt gedoeld op de landelijke Huisvestingwet 2014, met inbegrip van eventueel vast te stellen wijzigingen dan wel later in de plaats tredende regelgeving. Deze Huisvestingsverordening is gebaseerd op de Huisvestingswet. De Huisvestingswet biedt gemeenten de mogelijkheid om in een huisvestingsverordening regels vast te leggen over de toewijzing van schaarse huurwoningen en over het bepalen van de voorrangsvolgorde van woningzoekenden. Daarnaast kunnen wijzigingen in de woningvoorraad vergunningplichtig worden gesteld. Bijvoorbeeld bij het onttrekken of samenvoegen van woonruimte, het overgaan tot kamergewijze verhuur of het vormen van nieuwe woonruimten. n.Huurprijs De definitie van huurprijs is in overeenstemming met de definitie van het begrip in de Huisvestingswet. Het betreft de kale huur, dus zonder servicekosten. o.Huurpunten Met huurpunten wordt gedoeld op het totaal aantal punten dat op basis van het woningwaarderingsstelsel aan een woonruimte kan worden toegekend. Het puntensysteem bepaalt de maximale huurprijs van een huurwoning onder de liberalisatiegrens (zie onderdeel t). Het puntensysteem geldt niet voor huurwoningen in de vrije sector. Het puntensysteem geeft de kwaliteit van een huurwoning in punten weer. Het puntensysteem heet ook wel het woningwaarderingsstelsel. Elk onderdeel van de woning, zoals oppervlakte en sanitair, krijgt punten. Bij elkaar opgeteld leveren de punten een maximale huurprijs op. Deze wordt elk jaar opnieuw vastgesteld. Het aantal punten en de maximale huurprijs van een woning kan worden berekend met de huurprijscheck van de Huurcommissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">p.Huurwaarde De huurwaarde is de verschuldigde huur die tussen huurder en verhuurder overeen is gekomen en wordt dus niet vastgesteld aan de hand van het woningwaarderingsstelsel. Indien de tussen huurder en verhuurder overeengekomen huur hoger is dan de maximale huursom, zoals die is vastgelegd in erfpachtvoorwaarden, private overeenkomsten of het bestemmingsplan is de huurwaarde gelijk aan de in het contract vastgelegde maximale huur. Daarmee is voor het gebruiken van een woonruimte altijd een huisvestingsvergunning nodig als in erfpachtvoorwaarden, private overeenkomsten of het bestemmingsplan is opgenomen dat de woning gedurende een bepaalde periode onder de liberalisatiegrens of in het middensegment moet worden verhuurd. q.Indicatie In een indicatiebesluit wordt vastgesteld welke voorzieningen iemand nodig heeft vanwege sociale en medische beperkingen. Op grond van een indicatie wordt met deze beperkingen rekening gehouden bij het toewijzen van een woonruimte. r.Inkomen Het begrip inkomen is in deze verordening gekoppeld aan wat onder rekeninkomen wordt verstaan in de Wet op de huurtoeslag. s.Jongere Een jongere is een persoon van tenminste 18 en ten hoogste 27 jaar. t.Liberalisatiegrens De liberalisatiegrens is de grens die bepaalt of een huurwoning binnen de sociale huur of de vrije sector valt. Om vast te stellen of de huurprijs van je woning onder of boven de liberalisatiegrens ligt wordt gekeken naar de kale huurprijs bij de start van de huurovereenkomst. Als de huur boven de huurliberalisatiegrens ligt geldt er voor de woning geen wettelijke maximale huurprijs of maximale huurverhoging en mag de verhuurder de huurprijs zelf bepalen. De huurliberalisatiegrens wordt jaarlijks vastgesteld. In het jaar 2019 was het grensbedrag € 720,42. Dit bedrag is dus bepalend voor woonruimten waarvoor in 2019 een huurovereenkomst is gesloten. u.Mantelzorg Het begrip mantelzorg is in deze verordening gekoppeld aan wat onder mantelzorg wordt verstaan in de Wet maatschappelijke ondersteuning. v.Onzelfstandige woonruimte Een onzelfstandige woonruimte is een woonruimte welke geen eigen toegang heeft of welke niet door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. Hierbij worden als wezenlijke voorzieningen aangemerkt: keuken en sanitaire voorzieningen. Meestal betreft een onzelfstandige woonruimte een kamer in een woning die is omgezet, denk aan een studentenhuis. De losse slaapkamers van de studenten zijn onzelfstandige woonruimten. De studenten vormen samen namelijk geen gemeenschappelijk huishouden omdat het geen gezin is of partners zijn. Voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in meerdere onzelfstandige woonruimten is een vergunning vereist. Alle specifieke voorwaarden en voorschriften zijn opgenomen en toegelicht bij de artikelen over omzetting (kamerverhuur) in hoofdstuk 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">w.Pand Met een pand wordt gedoeld op de definitie van een pand als bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen. Dat wil zeggen de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. Meestal gaat het dan om een losstaande woning, een flatgebouw of een blok binnen aangrenzende gebouwen. x.Regiogemeenten Dit zijn de gemeenten binnen de woningmarktregio Amsterdam, te weten: Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad. y.Rekenhuur De rekenhuur bestaat uit de kale huur vermeerderd met servicekosten. z.Splitsingsvergunning Met de splitsingsvergunning wordt gedoeld op de vergunning in de zin van artikel 22 van de Huisvestingswet. Een gebouw kan bestaan uit meerdere woningen en/of bedrijfsruimte(n). Als de eigenaar deze woningen of bedrijfsruimten afzonderlijk wil verkopen, moet het recht op het gebouw (juridisch) gesplitst worden. Door splitsing in appartementsrechten krijgen de appartementen van het gebouw een eigen kadastraal registratienummer. De regels in de verordening hebben betrekking op de situatie dat er woningen bij splitsing zijn betrokken en door splitsing in appartementsrechten individueel overdraagbare woningen ontstaan. Alle specifieke voorwaarden en voorschriften zijn opgenomen en toegelicht bij de specifieke artikelen over splitsen in hoofdstuk 3. aa.Student Voor toepassing van de verordening is een student iemand die voltijds is ingeschreven bij een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of bij een universiteit of hogeschool als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek gevestigd binnen het gebied van de woningmarktregio. bb.Studentenwoning Dit begrip is van belang voor artikel 2.1.1 dat het werkingsgebied voor de regels omtrent woonruimteverdeling bevat. Door burgemeester en wethouders erkende studentenwoningen zijn van deze regels (hoofdstuk 2) uitgezonderd. Dit betekent bijvoorbeeld dat bij verhuur van een studentenwoning als bedoeld in deze begripsbepaling geen huisvestingsvergunning verplicht is. Het college wil deze mogelijkheid geven bij studentenwoningen die met een campuscontract als bedoeld in artikel 274d, vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek worden verhuurd en die in overleg met de gemeente zijn of worden gerealiseerd, bijvoorbeeld in het kader van een gemeentelijk programma studentenhuisvesting.</p>\n<p class=\"lf-p\">cc.Tweede woning Voor de toepassing van de verordening wordt onder een tweede woning een zelfstandige woonruimte verstaan die naast een ander hoofdverblijf wordt gebruikt als verblijf mits en zolang deze zelfstandige woonruimte uitsluitend door de eigenaar of huurder, of personen behorend tot diens huishouden, wordt gebruikt. Dat er sprake is van personen behorend tot het huishouden van een eigenaar of huurder van een tweede woning dient aangetoond te worden door een uittreksel van een inschrijving op hetzelfde adres in de Basisregistratie personen. dd.Urgentieverklaring De indeling van urgent-woningzoekenden in urgentiecategorieën geschiedt bij besluit door (of namens) burgemeester en wethouders. Dit volgt uit artikel 13, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014. Zo'n besluit wordt ook wel een \"urgentieverklaring\" genoemd. ee.Vakantieverhuur Vakantieverhuur is het tijdens afwezigheid van de bewoner tegen betaling in gebruik geven van een zelfstandige woonruimte. Bij vakantieverhuur wordt de gehele woning bij afwezigheid van de bewoner verhuurd aan toeristen. Bij B&amp;B wordt juist tijdens aanwezigheid van de bewoner een gedeelte van de woning verhuurd aan toeristen. B&amp;B mag het hele jaar door, voor vakantieverhuur geldt een maximum aantal verhuurde nachten van dertig per kalenderjaar. Vakantieverhuur en B&amp;B vormen samen het geheel van toeristische verhuur in woningen. Amsterdam heeft er echter voor gekozen om vakantieverhuur onder bepaalde voorwaarden zonder vergunning toe te staan. De voorwaarden waaronder vakantieverhuur is toegestaan worden bij artikel 3.1.2 toegelicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een hoofdbewoner mag incidenteel wel een familielid of andere bekende op de woning laten passen ten tijde dat hij/zij zelf (wegens vakantie) afwezig is, zolang er geen tegenprestatie tegenover staat en het gedurende de afwezigheid slechts aan één huishouden, zijnde een vriend en/of familie, in gebruik wordt gegeven. ff.Verblijfsruimte Verblijfsruimte is gedefinieerd conform Bouwbesluit 2012. gg.Volwassene Een volwassene is een persoon met een minimale leeftijd van 18 jaar. hh.Voorraadvergunningen Met de term voorraadvergunning wordt gedoeld op de vergunningen in de zin van artikel 21 van de Huisvestingswet. Dit zijn de vergunningen voor onttrekken, samenvoegen, omzetten en vormen. Deze vergunningen worden allemaal apart uitgebreid toegelicht in deze verordening. De generieke term ‘voorraadvergunning’ is in het leven geroepen om algemene regels te stellen ten aanzien van het geheel van deze vergunningen. Een aantal regels is voor deze vergunningen namelijk hetzelfde. ii.Woningmarktregio De woningmarktregio voor de toepassing van de huisvestingsverordening is het gebied waarbinnen de gemeente Amsterdam een evenwichtige regionale verdeling van woonruimten afstemt (artikel 1 van de Huisvestingswet). De woningmarktregio bestaat uit (situatie 2019) de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad. Deze woningmarktregio staat ook bekend als de voormalige Stadsregio Amsterdam. jj.Wet maatschappelijke ondersteuning Met de Wet maatschappelijke ondersteuning wordt gedoeld op de landelijke Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, met inbegrip van eventueel vast te stellen wijzigingen dan wel later in de plaats tredende regelgeving. In deze wet is ondersteuning geregeld voor personen die onvoldoende zelfredzaam zijn of onvoldoende in staat zijn tot participatie in de samenleving. kk.Woningwaarderingsstelsel Het woningwaarderingsstelsel kent een puntensysteem (zie onderdeel o) voor woningen aan de hand waarvan een maximale huurprijs wordt bepaald. Het Besluit huurprijzen woonruimte bevat hier de wettelijke grondslag voor. ll.Woonoppervlak Het begrip woonoppervlak is relevant voor de toepassing van artikel 2.3.5 en artikel 2.4.4 waarin aan de hand van dit begrip wordt bepaald of een woonruimte met voorrang aan een huishouden met één of meer minderjarige kinderen of een huishouden met drie of meer minderjarige kinderen moet worden toegewezen. Het begrip woonoppervlak is krapper dan het begrip gebruiksoppervlak dat aan de hand van NEN 2580 wordt gemeten.</p>\n<p class=\"lf-p\">mm.Woonruimte Met een woonruimte wordt gedoeld op een besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden. ‘Bestemd’ verwijst naar bestemmingsplannen. In bestemmingsplannen zijn panden en gebouwen vaak aangewezen als woonruimten. Dat betekent dat er gewoond moet worden. Daarnaast kan het zijn dat er feitelijk in een ruimte wordt gewoond waardoor er sprake is van een woonruimte. Of er bij elkaar genomen sprake is van een woonruimte moet worden beoordeeld aan de hand van objectieve maatstaven, waarbij het feitelijk gebruik alleen niet doorslaggevend is. nn.Zelfstandige woonruimte Met de term zelfstandige woonruimte wordt gedoeld op een woonruimte die een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte. Hiermee wordt in het gebruikelijke spraakgebruik aangesloten bij wat men normaal verstaat onder een woning. Het gaat hierbij om een woonruimte die door één huishouden wordt bewoond, zoals een alleenstaande, een samenwonend stel of een gezin. Bij verschillende huishoudens, zoals bijvoorbeeld studenten of andere woningdelers, is er sprake van meerdere onzelfstandige woonruimten waarvoor een omzettingsvergunning vereist is. oo.Zorgregio Dit is het gebied waarvoor Amsterdam de functie van centrumgemeente vervult voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen blijkend uit een gezamenlijk budget van de Rijksoverheid (in 2020: Amsterdam, Amstelveen, Diemen, Uithoorn, Aalsmeer en Ouder-Amstel).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2 Verdeling van woonruimte</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling I Woonruimteverdeling</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 1 Werkingsgebied woonruimteverdeling</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-211-161\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Werkingsgebied</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 2.1.1 is neergelegd voor welke categorieën woonruimte in de gemeente Amsterdam regels gelden met betrekking tot de doelgroep die (als eerste) in aanmerking komt voor de woning. Dit worden kortgezegd “gereguleerde woonruimten” genoemd. Voor het in gebruik geven of nemen van dergelijke woonruimten is een huisvestingsvergunning verplicht en hoofdstuk 2 van de verordening bevat hier regels over. Dit gaat bijvoorbeeld over de doelgroep waarvoor bepaalde typen woonruimten “in het bijzonder” geschikt zijn (passendheidscriteria) of over de volgorde waarin personen in aanmerking komen voor een woning (voorrangsregels).</p>\n<p class=\"lf-p\">In het eerste lid zijn de categorieën gereguleerde woonruimte aangewezen. Deze woonruimten mogen alleen voor bewoning in gebruik worden gegeven of genomen, indien daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend. Een huisvestingsvergunning wordt verleend met inachtneming van de verordeningsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betreft:</p>\n<p class=\"lf-p\">Huurwoningen met een rekenhuur tot de liberalisatiegrens. 2 In 2019 ligt de liberalisatiegrens op € 720,42. Rekenhuur is het bedrag van de kale huur vermeerderd met servicekosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Huurwoningen met een kale huur tot de liberalisatiegrens of huurwoningen waarvoor op basis van erfpachtvoorwaarden, private overeenkomsten of bestemmingsplan een maximale huur onder de liberalisatiegrens geldt (de huurwaarde).</p></div>", "next": 239713}