{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">3.11.3 Compensatie Wtcg en CERLeven met een chronische ziekte of handicap brengt vaak extra kosten met zich mee, bijvoorbeeld voor vervoer, hulpmiddelen en aanpassingen. Hierdoor is het dagelijks leven voor mensen met een chronische ziekte of handicap vaak duurder dan voor anderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bestaande door het rijk uitgevoerde regelingen om deze groep mensen voor de meerkosten te compenseren, blijken volgens onderzoek daarvoor ongeschikt: enerzijds wordt maar een beperkt deel van de beoogde doelgroep bereikt, anderzijds komt het voor dat bedragen worden uitgekeerd aan mensen voor wie de regelingen feitelijk niet zijn bedoeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het rijk heeft daarom besloten de landelijke regelingen voor deze financiële compensatie af te schaffen. Het gaat om de volgende regelingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Per 1 januari 2015: Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg).</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betreft de algemene tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten en de korting van 33% op de eigen bijdrage individuele Wmo-voorzieningen en extramurale AWBZ-zorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per 1 januari 2014: de Compensatie Eigen Risico (CER).</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betreft de compensatie van het eigen risico dat verschuldigd is in het kader van de Zorgverkeringswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze regelingen worden vervangen door de zogenoemde maatwerkvoorziening inkomenssteun, vast te stellen en uit te voeren door de gemeente. Het hiervoor beschikbare budget per 2015 is echter aanzienlijk lager dan de middelen die voorheen beschikbaar waren: circa 1/3 van het budget van de regelingen wordt naar gemeenten overgeheveld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Prognose doelgroep en kostenOnderstaand treft u het aantal inwoners aan dat in 2013 een beroep heeft gedaan op de Wtcg en CER. Ook geven we aan welk bedrag daar in 2013 mee was gemoeid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bloemendaal Rechthebbenden 2013 Kosten (exclusief uitvoering) Wtcg 2.954 681.380 CER 2.765 273.735 Totaal 5.719 955.115 Haarlemmerliede en Spaarnwoude Rechthebbenden 2013 Kosten (exclusief uitvoering) Wtcg 521 134.634 CER 594 58.806 Totaal 1.115 193.460 Heemstede Rechthebbenden 2013 Kosten (exclusief uitvoering) Wtcg 3.673 899.526 CER 3.949 390.951 Totaal 7.622 1.290.477 Het aantal rechthebbenden was als volgt verdeeld over de inkomenscategorieën:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bloemendaal Aantal % Tot € 15.000 852 15% € 15.000-€ 33.000 1.984 35% Vanaf € 33.000 2.883 50% Totaal 5.719 100% Haarlemmerliede en Spaarnwoude Aantal % Tot € 15.000 150 13% € 15.000-€ 33.000 439 39% Vanaf € 33.000 526 47% Totaal 1115 100% Heemstede Aantal % Vanaf € 33.000 1.451 19% € 15.000-€ 33.000 2.760 36% Vanaf € 33.000 3.412 45% Totaal 7.622 100% Prognose beschikbare middelenIn de periode 2015 tot met 2018 verstrekt het rijk de volgende bedragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bloemendaal 2015 2016 2017 2018 Beschikbare middelen 214.000 263.000 265.000 265.000 Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2015 2016 2017 2018 Beschikbare middelen 59.000 72.000 73.000 73.000 Heemstede 2015 2016 2017 2018 Beschikbare middelen 346.000 426.000 429.000 429.000 Naast deze middelen per 2015 heeft het rijk in het kader van de afschaffing van de CER per 1 januari 2014 aan Heemstede in 2014 een bijdrage verstrekt van € 70.000. We stellen voor deze bijdrage toe te voegen aan het budget 2015, zodat de komende 4 jaren een bedrag van (in totaal) ongeveer dezelfde omvang beschikbaar is voor de gemeentelijke maatwerkvoorziening inkomenssteun.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorstel:</p>\n<p class=\"lf-p\">We voegen de in 2014 in het kader van de afschaffing van de CER per 1 januari 2014 ontvangen middelen ad € 70.000 toe aan het in 2015 beschikbare budget voor de uitvoering van de zogenoemde gemeentelijke maatwerkvoorziening inkomenssteun. Het in 2015 beschikbare budget bedraagt daarmee € 416.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een gemeentelijke regelingZoals aangegeven zijn de financiële middelen die lokaal beschikbaar komen voor de gemeentelijke regeling aanzienlijk lager dan nu het geval is. Daarom is het noodzakelijk om keuzes te maken. Hierbij streven we ernaar de uitvoeringskosten zo laag mogelijk te houden, zodat de voor compensatie beschikbaar komende middelen zoveel mogelijk bij de burger terecht komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeentelijke regeling kan ingericht worden onder de Wet werk en bijstand (per 2015: de Participatiewet) óf onder de Wet maatschappelijke ondersteuning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een regeling onder de Wet werk en bijstand is beperkt tot mensen met een laag inkomen (tot maximaal 110% van het minimuminkomen). Ook is het per 1 januari 2015 niet meer mogelijk om categoriale bijzondere bijstand te verlenen. De Wmo biedt hierdoor meer/ruimere mogelijkheden om te komen tot een eenvoudige uitvoering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een belangrijk onderdeel van de Wtcg-regeling is de korting van 33% op de eigen bijdrage Wmo. Het rijk zal deze regeling overigens continueren voor degenen die intramuraal verblijven en daarvoor een eigen bijdrage op grond van de AWBZ zijn verschuldigd. In het verlengde daarvan willen we ook onder de Wmo een regeling opstellen die het vervallen van de korting op de eigen bijdrage Wmo deels gaat compenseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast onderzoeken we of het mogelijk is een specifieke regeling te treffen voor chronisch zieken en gehandicapten met een laag inkomen die geconfronteerd worden met hoge kosten, bijvoorbeeld als gevolg van stapeling van kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">We hanteren bij de invulling van de nieuwe regeling(en) het uitgangspunt dat sprake is van een budgettair neutrale uitvoering. In de uitwerking zullen we er tevens voor zorgdragen dat de beschikbare middelen zoveel mogelijk rechtstreeks bij de burger terechtkomen. Dat betekent dat we streven naar regelingen die eenvoudig zijn uit te voeren, zodat we de organisatiekosten zo laag mogelijk kunnen houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorstel:</p>\n<p class=\"lf-p\">We werken in het laatste kwartaal van 2014 een gemeentelijke compensatieregeling onder de Wmo uit die het vervallen van de korting op de eigen bijdrage Wmo deels gaat compenseren. In aanvulling daarop gaan we onderzoeken of het mogelijk is onder de Wwb (c.q. de Participatiewet) een specifieke regeling te treffen voor chronisch zieken en gehandicapten met een laag inkomen die geconfronteerd worden met hoge kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.11.4 Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ)Gemeenten hebben een wettelijke taak om uitvoering te geven aan de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ). De OGGZ duidt op alle activiteiten en bemoeienis (bemoeizorg) met sociaal kwetsbare mensen, meestal zonder duidelijke hulpvraag. We spreken in dit verband van zorgmijders en zorgmissers. Om verschillende redenen wordt door hen geen beroep gedaan op bestaande zorgvoorzieningen. Voorbeelden zijn dak- en thuislozen, sterk vereenzaamde ouderen, een deel van de verslaafden, mensen met een psychiatrische achtergrond, mensen met woningvervuiling en inwoners met ernstige schuldenproblematiek. Vaak is sprake van multiprobleemsituaties. Dit beleidsveld bevindt zich op het snijvlak van Wmo en volksgezondheidsbeleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sociaal teamBij het uitvoeren van de OGGZ is een onderscheid aan te brengen tussen lokale en bovenlokale taken. Onder lokale OGGZ-taken vallen preventie, signaleren en nazorgtrajecten. Op gemeentelijk niveau vindt regie en monitoring plaats van lichte en beginnende (multi)probleemsituaties. Heemstede beschikt hiervoor over een Sociaal Team. Dit is samenwerkingsverband bestaande uit het Loket Heemstede, de IASZ, de GGD Kennemerland, de woningbouwverenigingen, de politie (wijkagenten), GGZ inGeest, de Brijderstichting, Zorgbalans en de Stichting Kontext. Het team komt circa eenmaal per 6 weken bijeen onder voorzitterschap van de Afdeling Welzijnszaken en kent een caseload van circa 50 situaties. Dit aantal OGGZ-situaties strookt overigens met landelijke cijfers. In grote gemeenten is bij 1% van de inwoners sprake van OGGZ-problematiek. In kleinere gemeenten, zoals Heemstede, is dit het geval bij ruim 1 a 2 ‰ van de inwoners.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het Sociaal Team worden signalen van zorgmijdend gedrag ingebracht en wordt afgestemd of sprake is van een situatie die lokaal kan worden opgelost (en zo ja, door welke organisatie) of dat moet worden opgeschaald naar de centrumgemeente in het kader van de maatschappelijke opvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.11.4.1 Maatschappelijke opvangMaatschappelijke opvang omvat het tijdelijk bieden van onderdak, begeleiding, informatie en advies aan (dreigend) dakloze personen die behoren tot de doelgroep van de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ). Het betreft mensen die te kampen hebben met een combinatie van problemen, met name een psychiatrische stoornis of ernstige psychosociale problematiek, een verslaving, schulden en/of een verstandelijke beperking. Zij zijn niet in staat zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Onder de maatschappelijke opvang valt ook vrouwenopvang, waarbij de thuissituatie is verlaten in verband met problemen van relationele aard of geweld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Taak centrumgemeenteTot 2015 is het verzorgen van de maatschappelijke opvang en de verslavingszorg een verantwoordelijkheid van alle gemeenten, maar is de uitvoering ervan belegd bij de centrumgemeenten. Voor de regio’s Zuid- Kennemerland, Haarlemmermeer en de IJmond is dit de gemeente Haarlem. De gemeente Haarlem ontvangt hiervoor de doeluitkering Maatschappelijke Opvang en subsidieert hiermee instellingen die voor deze doelgroepen activiteiten en opvang aanbieden. Voor 2014 bedraagt de doeluitkering € 6.131.725.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Wmo 2015 wordt de verantwoordelijkheid opnieuw neergelegd bij alle gemeenten. Het is echter nog onduidelijk of de uitvoering ervan in de toekomst nog steeds door de centrumgemeente moet worden verzorgd. Eerder is door het kabinet aangegeven deze constructie te willen herzien. Recent is aangegeven dat voor 2015 de centrumgemeente vooralsnog deze taak zal blijven vervullen. De middelen voor 2015 bedragen € 6.479.593.</p>\n<p class=\"lf-p\">VerwervingGelet op de onduidelijkheden over de taakverdeling en de financiering heeft de gemeente Haarlem begin 2014 aangekondigd alle subsidieafspraken met de huidige partners te beëindigen met ingang van 1 januari 2015. De beëindiging van de subsidies heeft het mogelijk gemaakt om voor de financiering van de maatschappelijke opvang voor 2015 nieuwe afspraken te maken. De verwerving vindt plaats in afstemming met de regiogemeenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stedelijk KompasOnder de Wmo 2007 dient centrumgemeente Haarlem, samen met betrokken instellingen en organisaties, een plan van aanpak te ontwikkelen gericht op de verbetering van de leefsituatie van dak- en thuislozen. Haarlem is hierbij gehouden het beleid met de regiogemeenten af te stemmen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begin 2014 heeft Haarlem het Regionaal Kompas 2015-2020 vastgesteld. Rode draad in het beleid is het streven om dak- en thuisloosheid te voorkomen en waar dit niet mogelijk is gebleken het verblijf in de opvangvoorziening zo kort mogelijkheid te laten zijn. Om dit te realiseren wordt gewerkt aan een samenhangende aanpak op het gebied van welzijn, zorg, inkomen en wonen. Op deze wijze wordt ernaar gestreefd de leefomstandigheden en het maatschappelijk functioneren van dak- en thuislozen, verslaafden en andere kwetsbare en risicovolle groepen te verbeteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">ToegangDe toegang tot de maatschappelijke opvangvoorzieningen loopt voor de regio Zuid-Kennemerland via de Brede Centrale Toegang (BCT), ondergebracht bij de GGD Kennemerland. In de IJmond is de toegang belegd bij het Vangnet- en Adviesteam, waar meerdere partijen deel van uitmaken, en in Haarlemmermeer verloopt de toegang via de gemeente zelf.</p>\n<p class=\"lf-p\">AantallenIn 2013 hebben 640 dak- en thuislozen zich bij de intake gemeld. Hiervan komen zo’n 480 mensen uit de regio’s Zuid-Kennemerland, Haarlemmermeer en IJmond. De overige 105 mensen komen van buiten deze regio’s en van circa 55 personen is de gemeente van herkomst onbekend. Van deze aanmeldingen stroomt lang niet iedereen een opvangvoorziening in. In 2013 is ongeveer 41% van de aanmelders doorverwezen naar reguliere hulpverlening of zorg. Zo worden daklozen zonder OGGZ-problematiek doorverwezen naar het maatschappelijk werk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de gemeenten Bloemendaal, Heemstede en Haarlemmerliede en Spaarnwoude hebben zich in 2013 de volgende aantallen bij de BCT gemeld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantal dak- thuislozen bij BCT, met als herkomst Bloemendaal 2013 7 Aantal dak-thuislozen bij BCT, met als herkomst Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2013 4 Aantal dak- thuislozen bij BCT, met als herkomst Heemstede 2013 8 Acties (regionaal) De ontwikkelingen rond de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de maatschappelijke opvang worden nauwlettend gevolgd om bij een eventuele overdracht van de taken van de regiogemeente zorg te kunnen dragen voor een goede overgang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de verwerving van de voorzieningen maatschappelijke opvang bewaken we de kwaliteit van de zorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gewerkt wordt aan een samenhangende, integrale toegang en aanpak om dakloosheid te voorkomen en mensen zo spoedig mogelijk weer zelfstandig te laten wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.11.5 Beschermd wonenPer 1 januari 2015 wordt ook de voorziening beschermd wonen door het rijk gedecentraliseerd. Beschermd wonen wordt geboden aan mensen met psychische of psychosociale problemen, die alleen met intensieve begeleiding in staat zijn zich te handhaven in de samenleving. De voorziening biedt deze mensen de mogelijkheid om te wonen in een gewone wijk met toezicht en begeleiding. Het einddoel is de cliënten weer staat stellen zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bescherm wonen is gericht op:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bevorderen van herstel van zelfredzaamheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bevorderen van psychisch en psychosociaal functioneren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het stabiliseren van het psychiatrisch ziektebeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bieden van een veilige woonomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Taak centrumgemeenteOp grond van de Wmo 2015 zijn álle gemeenten verantwoordelijk voor beschermd wonen, maar wordt de regie en de feitelijke realisatie van de ondersteuning naar de centrumgemeenten overgeheveld. Dat betekent voor onze regio dat de gemeente Haarlem per 2015 de verantwoordelijkheid krijgt om voor IJmond, Zuid- Kennemerland en Haarlemmermeer de voorziening beschermd wonen te realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">AantallenIn de regio’s IJmond, Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer zijn op dit moment circa 1.000 cliënten voor beschermd wonen geïndiceerd. Hiervan heeft ongeveer 75% de indicatie verzilverd. Het merendeel van de mensen woont in een instelling voor beschermd wonen (zorg in natura). Een klein deel, circa 70 cliënten, regelt de ondersteuning zelf via een persoonsgebonden budget.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor Bloemendaal, Haarlemmerliede en Spaarnwoude en Heemstede is sprake van het volgende aantal cliënten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantal cliënten beschermd wonen Bloemendaal 2013 40 Aantal cliënten beschermd wonen Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2013 5 Aantal cliënten beschermd wonen Heemstede 2013 45 Beschermd wonen: voorbeelden In Heemstede biedt de Regionale Instelling Beschermd Wonen (RIBW) via Flora (zie afbeelding) beschermd wonen (plus) voor cliënten met een (beleving)leeftijd van 55 jaar of ouder. De 20 cliënten hebben, naast psychische problemen, een somatische beperking, waardoor verzorging of lichte verpleging noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In Bloemendaal wordt door de RIBW in Zuidwijk beschermd wonen (plus) geboden voor 26 cliënten met het syndroom van Korsakov of de ziekte van Wernicke. In beide gevallen worden alleen cliënten aangenomen die een half jaar vrij van alcoholgebruik zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">In Haarlemmerliede en Spaarnwoude is geen voorziening voor beschermd wonen gevestigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">OvergangsrechtDe voornaamste opdracht van de overgang van beschermd wonen is het bieden van continuïteit voor de kwetsbare groep burgers die hierop is aangewezen. Het rijksbudget komt dan ook zonder korting over naar de centrumgemeenten (aan Haarlem wordt een budget verstrekt van circa € 37,1 miljoen euro). Daarnaast heeft het rijk voor beschermd wonen een overgangstermijn bepaald van vijf jaar. Anders gezegd, de huidige cliënten houden hun recht op zorg tot maximaal een periode van vijf jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om die reden sluit Haarlem voor de transitie van beschermd wonen zoveel mogelijk aan bij de huidige praktijk en bij de huidige aanbieders, waarbij het uitgangspunt is dat er budgettair neutraal zal worden gewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat neemt niet weg dat er ook een aantal zaken gaan veranderen. Wellicht is een bezuiniging vereist, omdat er signalen zijn dat het toegekende budget niet kostendekkend is. Dit budget is namelijk gebaseerd op het zorgvolume in 2013, terwijl uit inventarisaties blijkt dat dit volume in 2014 is toegenomen. Mocht het budget onvoldoende blijken te zijn, dan kan dit gevolgen hebben voor de inkoop door de gemeente Haarlem. Aangezien volgens de Wmo 2015 alle gemeenten verantwoordelijk zijn voor het bieden van beschermd wonen, zullen we deze ontwikkelingen goed monitoren om de kwaliteit van de zorg te bewaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">ToegangVoor de toegangsprocedure voor beschermd wonen wil Haarlem in grote lijnen aansluiten op de huidige systematiek, waarbij indicaties worden gesteld door de zorgaanbieders. Over het algemeen stromen mensen de beschermd wonen- voorzieningen in via een behandelcentrum of een instelling. In sommige gevallen gaat het echter om personen die vanuit de thuissituatie naar een beschermd wonen-plek verhuizen. Deze groep kan zich melden bij het Wmo-loket van de eigen gemeente. Daarom moeten er vóór 1 januari 2015 goede afspraken worden gemaakt met de centrumgemeente over de toegangsprocedure voor deze groep mensen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook met betrekking tot mensen die door middel van een persoonsgebonden budget een beschermd wonen- voorziening hebben gerealiseerd of aanvragen moeten nog goede afspraken worden gemaakt. Hiervoor wordt een werkgroep gestart waar zowel aanbieders als de regiogemeenten aan zullen deelnemen. De afspraken worden vervolgens vastgelegd in het uitvoeringsbeleid beschermd wonen van de centrumgemeente Haarlem.</p>\n<p class=\"lf-p\">Acties We monitoren de ontwikkelingen rond de inkoop van de voorziening beschermd wonen om de kwaliteit van de zorg te bewaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een werkgroep gestart waarin aanbieders en de regiogemeenten deelnemen om voor 1 januari 2015 afspraken te maken over de toegangsprocedure voor beschermd wonen voor mensen die nog thuis wonen en mensen met een persoonsgebonden budget.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.11.6 Huiselijk geweld en kindermishandelingHuiselijk geweld is lichamelijk en/of psychisch geweld dat door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer wordt gepleegd. Oftewel, alle geweld achter de voordeur. Vrouwen- en kindermishandeling, seksueel misbruik, ouderenmishandeling, het zijn voorbeelden van huiselijk geweld.</p>\n<p class=\"lf-p\">30% van de Nederlanders is slachtoffer van huiselijk geweld dat ingrijpende gevolgen heeft gehad, zoals angstgevoelens, neerslachtigheid, eetproblemen of lichamelijk letsel. Ook hebben slachtoffers van huiselijk geweld vaker gezondheidsklachten, meer last van gevoelens van minderwaardigheid, minder zelfvertrouwen en minder sociale contacten dan niet-slachtoffers. Van de vrouwen tussen de 20 en 60 jaar ondergaat 11% herhaald en matig tot zeer ernstig geweld van de mannelijke partner, met een frequentie van dagelijks tot wekelijks, in combinatie met verkrachting of andere seksueel ongewenste handelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afgelopen jaren is in de regio Zuid-Kennemerland aan beroepsgroepen als politie, het onderwijs, kinderdagverblijven, zorginstellingen, het maatschappelijk werk, consultatiebureaus en huisartsen voorlichting gegeven. Dit vanuit de gedachte dat het essentieel is dat zij weten wat zij moeten doen of juist moeten laten in het geval er signalen zijn van huiselijk geweld. Hiermee wordt beoogd dat huiselijk geweld eerder wordt gesignaleerd, zodat eerder kan worden ingegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de verwerving van de nieuwe voorzieningen (zowel in het kader van de Wmo als de Jeugdwet) per 2015 hebben we het gebruik van de Meldcode huiselijk geweld door organisaties als uitdrukkelijk voorwaarde opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">OuderenmishandelingUit landelijk onderzoek blijkt dat circa 5% van de 65-plussers te maken heeft met lichte tot ernstiger vormen van ouderenmishandeling. Met andere woorden, op elke 5.000 ouderen in een gemeente zijn er gemiddeld 250 het slachtoffer van een vorm van ouderenmishandeling. Er is geen reden aan te nemen dat Heemstede afwijkt van de landelijke cijfers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vormen van ouderenmishandeling:</p>\n<p class=\"lf-p\">Lichamelijke mishandeling (zoals slaan, schoppen, vastbinden aan stoel of bed) Psychische mishandeling (beledigen, bedreigen, treiteren, intimideren, vernederen) Verwaarlozing (zoals het onthouden van lichamelijke en/of medische zorg) Financieel misbruik (afpersen, ontvreemden van geld of goederen, financieel kort houden) Schending van rechten (geen vrijheid, geen privacy, geen bezoek, geen telefoon) Seksueel misbruik (aanranding, verkrachting) Het vaakst is sprake van psychische mishandeling (in 40% van de gevallen). Vaak is echter ook sprake van combinaties van vormen van mishandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ouderenmishandeling wordt geschaard onder huiselijk geweld, maar is breder. Zo komt financiële uitbuiting regelmatig voor als vorm van ouderenmishandeling. Naast de situaties waarin sprake is van moedwillige mishandeling kan de (mantel)zorg ontsporen. Ouderenmishandeling vindt met name plaats door (ex)partners (37%) of familie (51%). Maar ook door buren en kennissen (9%) en professionele hulpverleners (3%)7.Gegevens van MOVISIE, juni 2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afgelopen jaren is in de regio Zuid-Kennemerland sterk ingezet op het leren signaleren van oudermishandeling door professionals. Dit betekent voor Heemstede dat onder andere huisartsen, medewerkers van zorgaanbieders, politie, medewerkers van de Stichting CASCA, de Stichting WOH en het Loket Heemstede signaleringstrainingen hebben gevolgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">We hebben de afgelopen jaren sterk geïnvesteerd in het signaleren van én het bieden van een oplossing in het geval sprake is van ouderenmishandeling. Dit heeft er toe geleid dat er de afgelopen jaren veel expertise is opgebouwd in het Loket Heemstede. We zullen, gelet op de ernst van het onderwerp, de aanwezigheid van deze kennis blijven borgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Actie We dragen - via scholing - zorg voor de borging van de expertise die in het Loket Heemstede aanwezig is met betrekking tot het signaleren van ouderenmishandeling en het kunnen bijdragen aan een oplossingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een belangrijke vorm van preventie is het voorkomen van overbelasting bij mantelzorgers. Op deze manier willen we het ontsporen van zorg zo veel mogelijk zien te voorkomen. Onze voorstellen voor de ondersteuning van mantelzorgers hebben we opgenomen in hoofdstuk 3. Daarnaast blijven we eenzaamheidsbestrijding en het weerbaar maken van ouderen als goede manieren zien om de kwetsbaarheid van ouderen te verminderen. Het preventief huisbezoek en het activerend huisbezoek van de Stichting WOH leveren hier een bijdrage aan. Het project Administratieve ondersteuning voor zelfstandig wonende ouderen, uitgevoerd door de Stichting WOH, kan er een bijdrage aan leveren dat ouderen langer zelf de regie over hun financiële zaken kunnen houden waardoor de kans op financiële uitbuiting vermindert.</p>\n<p class=\"lf-p\">KindermishandelingUit recente studies naar de aard en omvang van kindermishandeling blijkt dat er in Nederland meer kindermishandeling voorkomt dan gedacht werd. Vermoed wordt dat jaarlijks minstens 118.000 kinderen en jongeren thuis worden mishandeld. Oftewel 3% van de minderjarigen in Nederland. Minstens veertig van hen overlijden aan de gevolgen daarvan. Belangrijk is te realiseren dat Heemstede zich voor wat kindermishandeling betreft niet onderscheidt van de landelijke cijfers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vormen van kindermishandeling.:</p>\n<p class=\"lf-p\">Lichamelijke mishandeling (zoals slaan, schoppen, bijten, knijpen, krabben, het toebrengen van brandwonden of laten vallen). Bij ‘lichte’ voorvallen wordt alleen van mishandeling gesproken als het geweld zich regelmatig voordoet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Psychische mishandeling (zoals bewust negeren, uitschelden, denigrerende opmerkingen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Lichamelijke verwaarlozing (zoals structureel te weinig voeding geven, medische zorg onthouden, langdurig niet tegemoet komen aan lichamelijke basisbehoeften).</p>\n<p class=\"lf-p\">Psychische verwaarlozing (zoals het systematisch onthouden van aandacht).</p>\n<p class=\"lf-p\">Seksuele mishandeling (alle opgedrongen seksuele aanrakingen binnen het gezin van een volwassene bij een kind).</p>\n<p class=\"lf-p\">In de praktijk komen in een gezin waarin een of meer kinderen mishandeld worden, vaak meerdere vormen van mishandeling tegelijk voor. Hierbij is het van belang te realiseren dat kindermishandeling in principe in elke bevolkingsgroep voorkomt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiernaast zijn jaarlijks zo’n 100.000 kinderen in Nederland getuige van geweld tussen hun ouders of opvoeders. Bovendien zijn er kinderen die én getuige zijn van gezinsgeweld én zelf mishandeld worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mishandeling kan ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid en lichamelijke ontwikkeling van een kind. We zien hierbij dan ook, evenals bij de andere vormen van huiselijk geweld en mishandeling dat het onderwerp zich bevindt op het snijvlak van verschillende beleidsterreinen: in dit geval gezondheidsbeleid en jeugdbeleid. Bij vormen van verwaarlozing blijven jonge kinderen in veel gevallen achter in lichamelijke ontwikkeling, in de ontwikkeling van de motoriek en in hun cognitieve en spraakontwikkeling. Ook bij het getuige zijn van geweld in het gezin is sprake van grote schade voor kinderen. De negatieve gevolgen van kindermishandeling werken bovendien vaak levenslang door. Volwassenen die als kind mishandeld werden, hebben vaker te maken met psychische klachten en gedragsstoornissen, thuisloosheid, huiselijk geweld, criminaliteit, verslaving en mishandelen vaker hun eigen kinderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afgelopen periode hebben we intensief ingezet op het scholen van medewerkers van het CJG om vroegtijdig signalen van kindermishandeling te kunnen herkennen. Hier zullen we de komende periode aandacht aan blijven geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Actie We continueren het scholen van medewerkers van het CJG om vroegtijdig signalen van kindermishandeling te kunnen herkennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.11.7 Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en KindermishandelingSteunpunten huiselijk geweld (SHG) Landelijk wordt door de regionale Steunpunten huiselijk geweld vanuit een integrale aanpak, gericht op alle betrokkenen, ondersteuning geboden in gevallen van huiselijk geweld. Er is aandacht voor de zorg, veiligheid en opvang zowel vóór als ná huiselijk geweld. De gemeente Haarlem voert als centrumgemeente de regie over de integrale en regionale aanpak van huiselijk geweld en subsidieert in dit kader de Stichting Kontext, die het regionale Steunpunt vormgeeft en zorg draagt voor een sluitende ketenaanpak en optimale samenwerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Advies- en meldpunten kindermishandelingElke provincie en grootstedelijke regio in Nederland heeft een Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). De AMK’s zijn er voor iedereen die zich zorgen maakt over kinderen in zijn of haar omgeving en denkt aan kindermishandeling. Dit is van belang, want meestal vertellen mishandelde kinderen (als gevolg van de relationele en emotionele druk) niet uit zichzelf over de situatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">In ernstige gevallen kan het AMK aangifte doen bij de politie en melding doen van kindermishandeling bij de Raad voor de Kinderbescherming. Dit kan leiden tot civielrechtelijke maatregelen van kinderbescherming en de uitvoering van deze maatregelen (uitoefening van voogdij en gezinsvoogdij). Het AMK in Noord-Holland maakt onderdeel uit van Bureau Jeugdzorg Noord-Holland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenvoeging op grond van de Wmo 2015De Advies- en Steunpunten Huiselijk Geweld en de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling dienen samengevoegd te worden tot één front-office in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Deze front-office gaat het AMHK heten: Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenten krijgen de opdracht om op bovenlokaal niveau een AMHK te ontwikkelen. Het nieuwe meldpunt wordt verankerd in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), met een sterke link naar de Jeugdwet. Er komt hiermee één wettelijk kader voor huiselijk geweld én voor kindermishandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wettelijke taken van het AMHK (Wmo 2015) Het verstrekken van advies en zo nodig het bieden van ondersteuning aan degene die een vermoeden heeft van huiselijk geweld en kindermishandeling met betrekking tot de stappen die in verband daarmee kunnen worden ondernomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het fungeren als herkenbaar en toegankelijk meldpunt voor gevallen of vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het naar aanleiding van een melding van huiselijk geweld of kindermishandeling of een vermoeden daarvan, onderzoeken of daarvan daadwerkelijk sprake is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het - indien noodzakelijk - inschakelen van passende hulpverlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het zo nodig in kennis stellen van de politie of de Raad voor de Kinderbescherming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het terug rapporteren aan de melder van datgene wat met de melding is gebeurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met inzet van provinciale middelen is in 2014 met de ondersteuning van een kwartiermaker een pilot gestart - getrokken door de gemeente Haarlemmermeer - op het niveau van de regio’s Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer om te komen tot een passende inrichting van een AMHK in 2015. De naam voor het AMHK vanaf 2015 is 'Veilig Thuis'.</p>\n<p class=\"lf-p\">De huidige taken van het Steunpunt Huiselijk Geweld (SHG) en het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) zijn breder en betreffen tevens:</p>\n<p class=\"lf-p\">Regie over de ketenaanpak huiselijk geweld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Crisisdienst of crisisinterventie uitvoeren Uitvoeringstaken bij de Wet tijdelijk huisverbod Onderdeel van de pilot is dat bezien wordt waar deze functies worden neergelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per 2015 wordt door Bureau Jeugdzorg Noord-Holland en Kontext, met ondersteuning van de kwartiermaker, gezamenlijk invulling gegeven aan een AMHK dat voldoet aan de wettelijke eisen. Dat zijn: een frontoffice, waar alle inkomende advies/consult gesprekken en meldingen op gebied van kindermishandeling en huiselijk geweld afgehandeld kunnen worden; 1 centraal punt en 1 telefoonnummer. een screeningsoverleg, waar de aanpak van meldingen rondom kindermishandeling en huiselijk geweld afgestemd worden en waar gebruik wordt gemaakt van ieders expertise.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/7 bereikbaarheid en beschikbaarheid voor crisis.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de loop van 2015 wordt het AMHK verder vormgegeven én worden het AMK en SHG volledig geïntegreerd, zowel qua uitvoering als qua werkwijze.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK 4 JEUGDWET4.1 AlgemeenIn dit hoofdstuk beschrijven we hoe we de ondersteuning in het kader van de Jeugdwet concreet vorm gaan geven. We schetsen hierbij ons preventieve jeugdbeleid en geven aan welke specialistische voorzieningen (individuele voorzieningen) we per 2015 in kunnen zetten om jeugdigen te ondersteunen. Ook gaan we in op de waarop we, samen met de zorgaanbieders, de noodzakelijke transformatie vorm gaan geven 4.2 De huidige situatieGemeenten zijn op dit moment verantwoordelijk voor het lokale preventieve jeugdbeleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het kader van het huidige preventieve lokale jeugdbeleid zorgen gemeenten voor: een toereikend niveau van algemene voorzieningen het bieden van informatie en advies het regelen van de toegang tot hulp het aanbieden van lichte pedagogische ondersteuning zorgdragen voor de coördinatie van zorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als problemen te zwaar zijn om op te lossen met de gemeentelijke preventieve voorzieningen (d.w.z. bij ernstige opgroei-, opvoedings- of psychiatrische problemen of als er sprake is van een ouder die het opgroeien van kinderen in gevaar brengen), dan zorgen gemeenten ervoor dat jeugdigen zo snel mogelijk terechtkomen bij de jeugdzorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschrijving van de huidige jeugdzorg provinciale jeugdhulpverlening, nu vallend onder de Wet op de Jeugdzorg geestelijke gezondheidszorg voor jeugd (jeugd-GGZ), nu vallend onder Zorgverzekeringswet alle zorg voor jeugd met een (licht) verstandelijke beperking en een psychiatrische beperking, nu vallend onder de AWBZ persoonlijke verzorging, begeleiding (inclusief vervoer) en kortdurend verblijf, nu vallend onder de AWBZ jeugdbescherming, nu verantwoordelijkheid van het Ministerie van Veiligheid en Justitie jeugdreclassering, nu onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Veiligheid en Justitie gesloten jeugdzorg (Jeugdzorg Plus), nu verantwoordelijkheid van het Ministerie van VWS 4.3 Waar worden gemeenten verantwoordelijk voor?Het nieuwe stelsel gaat uit van één wettelijk kader: de Jeugdwet. Alle voorzieningen voor kinderen en jongeren vallen per 2015 onder deze nieuwe wet. Ook voorzieningen die overkomen vanuit de AWBZ vallen, voor zover gericht op jeugd, onder de Jeugdwet. We verwijzen hiervoor naar hoofdstuk 3. Het is natuurlijk van belang dat sprake is van een goede afstemming met de voorzieningen voor jeugd die onder de nieuwe Wmo gaan vallen. Deze gewenste afstemming hebben we zowel in de offerteaanvraag nieuwe voorzieningen Wmo opgenomen, als in de offerteaanvragen ten behoeve van de verwerving van specialistische voorzieningen in het kader van de Jeugdwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de nieuwe Jeugdwet staan de gemeentelijke taken als volgt omschreven:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en hun ouders bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische, psychosociale, gedrags- en/of opvoedingsproblemen of problemen met het omgaan met een verstandelijke beperking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer, het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, chronisch psychische of psychosociale problemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking.</p>\n<p class=\"lf-p\">OpdrachtNet als bij de Wmo 2015 hebben gemeenten de opdracht om het jeugdbeleid eenmaal in de 4 jaar vast te leggen in een Beleidsplan. Met het voorliggende plan voldoen wij aan deze wettelijke eis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook dient een verordening te worden vastgesteld, waarin onder andere is opgenomen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De te verlenen voorzieningen en wie daarvoor in aanmerking kan komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wijze waarop de toegang is geregeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden waaronder iemand recht heeft op het ontvangen van jeugdhulp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om op tijd klaar te zijn voor de uitvoering van de nieuwe taken dient de verordening vóór 1 november 2014 te worden vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Actie De Jeugdhulpverordening leggen wij separaat met dit Beleidsplan Sociaal Domein in oktober 2014 voor besluitvorming aan de raad voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4 OvergangsrechtIn de Jeugdwet is bepaald dat cliënten die in zorg zijn op 31 december 2014 of een indicatie voor zorg hebben, maximaal een jaar dit recht op zorg houden bij de aanbieder waar zij in zorg zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot de pleegzorg geldt dat hiervoor geen termijn is gesteld: in de wet is geregeld dat jongeren niet zonder inhoudelijke redenen geconfronteerd mogen worden met een verandering van pleegouders.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.5 Transitiearrangement Zuid-KennemerlandOmdat de wettelijke overgangsbepaling op zichzelf onvoldoende zekerheid biedt om de continuïteit van zorg in 2015 te kunnen garanderen, dienden de gemeenten per regio een zogenoemd Transitiearrangement Zorg voor Jeugd op te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het regionaal transitiearrangement diende inzicht te geven in de wijze waarop de regio in 2015:</p>\n<p class=\"lf-p\">De continuïteit van zorg realiseert.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hiervoor benodigde infrastructuur realiseert.</p>\n<p class=\"lf-p\">De frictiekosten als gevolg van de transitie in 2015 beperkt De regio Zuid-Kennemerland heeft, evenals de andere 40 jeugdzorgregio’s in het land, voor 31 oktober 2013 een transitiearrangement voor de zorg voor jeugd opgesteld en ingediend bij de Transitiecommissie Stelselherziening Jeugd (TSJ), ingesteld door het rijk. In het arrangement hebben de gemeenten in Zuid- Kennemerland en de zorgaanbieders gezamenlijk aangegeven hoe zij in 2015 met een beperkter budget goede zorg willen blijven bieden en een begin willen maken met de transformatie. Het Transitiearrangement Zorg voor Jeugd Zuid-Kennemerland is ter instemming aan de raad voorgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.6 Sociale basisinfrastructuurIn hoofdstuk 3 hebben we stilgestaan bij het belang van een goede sociale infrastructuur voor alle inwoners. Dit geldt natuurlijk ook voor kinderen en jongeren. Juist zij hebben behoefte aan ondersteuning vanuit hun eigen omgeving: ouders/opvoeders, familie en vrienden. Daarnaast kan de aanwezigheid van een goed algemeen voorzieningenniveau eraan bijdragen dat Heemsteedse jongeren optimale kansen krijgen om op te groeien, zich te ontwikkelen en te ontplooien. Zodat zij nu en later actief kunnen deelnemen aan de samenleving.</p>\n<p class=\"lf-p\">DoelgroepDe doelgroep van het jeugdbeleid bestaat uit Heemsteedse kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar en hun ouders. In Heemstede bestaat deze leeftijdsgroep uit ruim 5.700 kinderen en jongeren (ruim 22% van de totale Heemsteedse bevolking). Procentueel wijkt Heemstede hiermee niet af van het landelijke gemiddelde.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.6.1 Algemene voorzieningen: preventief jeugdbeleidHet algemene voorzieningenaanbod specifiek gericht op jeugdigen en hun ouders maakt onderdeel uit van het preventieve jeugdbeleid. We maken hierbij onderscheid tussen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene (preventieve) voorzieningen voor alle kinderen en jongeren. Dit zijn voorzieningen waar elke jongere, soms tegen betaling, maar zonder indicatie, gebruik van kan maken. Hierbij kan worden gedacht aan voorzieningen en activiteiten op het gebied van recreatie en ontmoeting, kinderopvang en peuterspeelzaalwerk, sport, cultuur, jongerenwerk en vrijwilligerswerk. En met name ook aan het onderwijs. Dit zijn de voorzieningen waar álle jeugdigen en hun opvoeders mee te maken hebben. Het zijn voorzieningen voor het gewone opgroeien en opvoeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente heeft als taak ervoor te zorgen dat deze voorzieningen kwantitatief en kwalitatief op orde zijn, zodat jongeren optimale kansen worden geboden om zich te ontwikkelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene (preventieve) voorzieningen gericht op individuele jeugdigen en hun ouders. Ook bij deze vorm van algemene voorzieningen gericht op specifieke ondersteuning wordt soms een financiële bijdrage gevraagd. Dit betreft voorzieningen als het schoolmaatschappelijk werk, de jeugdgezondheidszorg voor 0-19 jarigen (consultatiebureau en schoolartsen), opvoed- en opgroeiondersteuning, advisering aan jeugdigen en opvoeders en lichte pedagogische hulpverlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenten zijn ook verantwoordelijk voor de realisering van een - kwantitatief en kwalitatief - toereikend aanbod op dit terrein. Belangrijke rol bij de uitvoering op dit vlak is weggelegd voor de Centra voor jeugd en gezin.</p>\n<p class=\"lf-p\">We streven naar een algemeen voorzieningenniveau dat álle kinderen en jongeren van onze gemeente de mogelijkheid biedt zich optimaal te ontwikkelen en te ontplooien en ouders ondersteund bij het opvoeden. Pas wanneer de algemene voorzieningen dit niet mogelijk te maken, zal worden overgegaan tot de verstrekking van een specialistische (individuele) voorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.6.2 Huidige beleidsnota “Jeugd en Onderwijs”: actualiseringIn de nota “Jeugd en Onderwijs” (vastgesteld in oktober 2011) hebben we ons vigerende preventieve jeugdbeleid vastgelegd. Deze nota zullen we gelet op onze nieuwe taken per 2015 in dit Beleidsplan actualiseren en aanvullen, zonder ons gehele beleid te wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorstel:</p>\n<p class=\"lf-p\">Per 2015 vervangt het Beleidsplan Sociaal Domein de nota “Jeugd en onderwijs”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals we in de nota Jeugd en Onderwijs hebben aangegeven, geldt daarbij dat onze basis goed is. In Nederland zijn, volgens onderzoek van Unicef, kinderen het gelukkigst ter wereld. Nederland is een prettig land voor kinderen om op te groeien en te wonen. Landelijk doet het Verwey-Jonker Instituut sinds 2006 jaarlijks onderzoek (‘Kinderen in Tel’) naar de kwaliteit van het jeugdbeleid in gemeenten. Dit aan de hand van 12 indicatoren8.Dit zijn: kindersterfte, zuigelingensterfte, jeugdcriminaliteit, jeugdwerkeloosheid, jeugdzorg, achterstandswijken, kinderen in armoede, kindermishandeling, achterstandsleerlingen, voortijdig schoolverlaters, tienermoeders en kinderen met een handicap.. Heemstede scoort in dit onderzoek aanzienlijk beter dan het landelijk gemiddelde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarmee is ons vertrekpunt goed. Maar het betekent niet dat we geen mogelijkheden zien voor verbeteringen. Integendeel. Wij zien het feit dat we per 2015 ook verantwoordelijk worden voor de specialistische jeugdhulp als een kans om een betere - meer integrale - afstemming mogelijk te maken tussen de verschillende vormen van ondersteuning aan jeugdigen en hun opvoeders. Onze inzet zal daar de komende periode op gericht zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.6.3 Algemene voorzieningen voor alle jeugdigenNatuurlijk blijven we streven naar een kwalitatief en kwantitatief goed algemeen voorzieningenniveau dat gericht is op het ondersteunen van álle jeugdigen bij het opgroeien. In de gemeente is een breed aanbod van activiteiten op het gebied van sport, cultuur, kind- en jongerenwerk en scouting voor kinderen en jongeren aanwezig. Niet alleen op school en in de opvang worden allerlei activiteiten aangeboden, maar ook in de vrije tijd maken veel kinderen gebruik van het aanbod. De oudere jeugd maakt ook gebruik van voorzieningen in de regio, vooral als het gaat om uitgaansgelegenheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een positieve vrijetijdsbesteding kan in belangrijke mate bijdragen aan de fysieke, psychosociale en emotionele ontwikkeling en gezondheid van jongeren. In hun vrije tijd kunnen jongeren doen wat ze leuk vinden en ontdekken waar ze goed in zijn en ontwikkelen ze vaardigheden als omgaan met anderen, plannen, organiseren et cetera.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kinderwerk en JongerenwerkWij onderschrijven het belang dat kinderen en jongeren hun vrije tijd op een positieve en constructieve manier doorbrengen. We willen de voorwaarden scheppen voor deelname van jongeren aan vrijetijdsactiviteiten. En die deelname verder bevorderen door in te spelen op hun behoeften. Het kinder- en jongerenwerk, uitgevoerd door de Stichting CASCA, biedt allerlei activiteiten aan, onder andere in Plexat, maar is ook op straat aanwezig. Met jongeren wordt via dit ambulante jongerenwerk contact gelegd. Jongerenwerk leidt vervolgens toe naar het begeleide reguliere vrijetijdsaanbod.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeentelijke accommodaties met vrije-tijdactiviteiten voor kinderen en jongeren Gemeentelijk sportpark Zwembad Bibliotheek Plexat en Blue Moon-café (CASCA) Kinderboerderij (Groenendaalse bos) BuitenspelenBuitenspelen heeft een grote meerwaarde voor de ontwikkeling van kinderen. Kinderen leren tijdens het spelen motorische en sociale vaardigheden. In dit verband zijn ook de sport- en spelactiviteiten van de Stichting CASCA in straten van belang. Bij het buitenspelen kunnen kinderen naast de directe woonomgeving met informele speelplekken (zoals stoepen, groenstroken en bijvoorbeeld het Groenendaalse bos) ook de daarvoor aangelegde speelplekken gebruiken. Gelet op het belang van het buitenspelen voor kinderen en jongeren zijn de afgelopen periode enkele nieuwe voorzieningen aangelegd, zoals de skatebaan op het gemeentelijk sportpark én het Speelbos in Park Meermond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Buitenspelen in Heemstede:</p>\n<p class=\"lf-p\">Openbare speellocaties: 50 Informele openbare speellocaties: 5 Aantal speeltoestellen: circa 190 Sport en bewegenOnder jongeren is de deelname aan teamsporten hoog: van de Nederlandse kinderen en jongeren van 5 tot 18 jaar is ruim 75% lid van tenminste één vereniging. Heemstede steekt hier gunstig bij af. Van de Heemsteedse kinderen en jongeren is 86 % lid van tenminste één sportvereniging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sport is sterk in beweging. Was vroeger de wedstrijdsport een vanzelfsprekend gegeven, nu is hiernaast de recreatieve sport en de sportieve recreatie sterk ontwikkeld. Ook voor kinderen en jongeren geldt dat er sprake is van een toename van sportieve recreatie en recreatieve sport, bijvoorbeeld fitness, skeeleren, skaten en hardlopen. Deze ontwikkeling heeft gevolgen voor het gebruik en de inrichting van de openbare ruimte én van het gebruik van accommodaties. We hebben hier de afgelopen periode op ingespeeld door de aanleg van het eerder genoemde Speelbos in Park Meermond. Ook het multifunctionele gebruik van het sportpark (inclusief de skatebaan, trimroute en de fitnesstoestellen) bieden mogelijkheden voor jongeren om in de openbare ruimte te sporten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het jaarlijkse Hardloopevenement kent naast een 5- en 10 kilometerloop tevens een hardlooponderdeel bedoeld voor (Heemsteedse) kinderen (1,5 kilometer). De kosten van het evenement komen ten laste van het Wmo 2007 budget. Dit laatste geldt ook voor de Breedtesportactiviteiten, uitgevoerd door Sportservice Noord- Holland. Deze activiteiten zijn gericht op ouderen én jongeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">We stellen voor deze activiteiten te continueren en te blijven bekostigen vanuit het Wmo-budget 2007. Het betreft algemene voorzieningen die een stimulans vormen voor het bewegen en sporten van jongeren en die op een grote waardering van organisaties en inwoners kunnen rekenen. Tevens geldt voor beide activiteiten dat we hierop de laatste jaren al een (aanzienlijke) bezuiniging hebben doorgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorstel We continueren de ondersteuning van het Hardloopevenement (€ 7.500). De financiering hiervan vindt plaats via het Wmo 2007 budget.</p>\n<p class=\"lf-p\">We continueren de projecten van Sportservice Noord-Holland op het vlak van Breedtesportactiviteiten (€ 25.000).</p>\n<p class=\"lf-p\">De financiering hiervan vindt plaats via het Wmo 2007 budget.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiernaast bieden we de mogelijkheid van financiële ondersteuning van sport- en beweegactiviteiten ouderen, mensen met een beperking én jeugd via het Budget Incidentele subsidies sportstimulering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook de scholen spelen een belangrijke rol bij het bewegen en sporten van kinderen en jongeren. Onder andere door bewegingsonderwijs te geven. Wij dragen hieraan bij via financiële ondersteuning van de vakdocent gymnastiekonderwijs op alle Heemsteedse basisscholen. Ook maken we gebruik van zogenoemde combinatiefunctionarissen. Dit zijn medewerkers die zowel voor het onderwijs als voor de sport werkzaamheden verrichten, onder andere sportdagen voor scholen en ten behoeve van het schoolzwemmen. Het werkgeverschap is neergelegd bij Sportsupport Kennemerland, de bekostiging vindt plaats via rijksmiddelen, een gemeentelijke bijdrage en een bijdrage vanuit het onderwijs. In hoofdstuk 8, als we het beleid op het gebied van gezondheid formuleren, treft u nadere informatie over dit aanbod voor jongeren op het gebied van sport en bewegen aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrijetijd-activiteiten voor jeugdigen die de gemeente financieel ondersteund:</p>\n<p class=\"lf-p\">Stichting CASCA: Kinder- en Jongerenwerk (ambulant en Plexat); - Cultureel Jongeren Paspoort ; - Activiteiten voor kinderen en jongeren in bibliotheek; - Projecten in het kader van Sportstimulering; - Scouting; - Jeugdorkesten; - Activiteiten op het gebied van Breedtesport- Hardloopevenement MinimabeleidVoor kinderen voor wie het reguliere aanbod van sport of cultuur als gevolg van financiële omstandigheden moeilijk bereikbaar is, biedt het minimabeleid mogelijkheden (bijvoorbeeld voor de betaling van de contributie van een vereniging of voor de aanschaf van sportmateriaal). Ook voor hen is immers het maatschappelijk participeren van groot belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">VrijwilligerswerkVrijwilligerswerk door jongeren draagt bij aan hun sociale competenties en hun maatschappelijke betrokkenheid. De afgelopen jaren was de maatschappelijke stage een wettelijk verplicht onderdeel van het lesprogramma van het voortgezet onderwijs. Wij hebben in dit kader vanuit de middelen die door het rijk werden verstrekt de instellingen die een maatschappelijke stage aanboden gesubsidieerd per jeugdige die een stage vervult. Zodat zij enige financiële steun ontvingen voor de begeleiding van jongeren. Van deze subsidieregeling is door instellingen veelvuldig gebruik gemaakt. Deze regeling eindigt per 2015, in de lijn van het rijksbeleid dat per 2015 stopt met de financiering van gemeenten voor maatschappelijke stages, beëindigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit laat onverlet dat we het van belang vinden om het vrijwilligerswerk door jongeren de komende jaren verder te stimuleren. Hierbij geldt dat met name jongeren om iets anders vragen dan het ‘ouderwetse’ vrijwilligerswerk: hun vrijwillige inzet moet aansluiten bij hun (directe) leefwereld en kortdurend en afwisselend zijn. We gaan het Steunpunt Vrijwilligerswerk in dit kader verzoeken initiatieven te ontwikkelen die een wezenlijke bijdrage leveren aan het vrijwilligerswerk door jongeren. Dit betrekken we bij het overleg met de Stichting CASCA over de afspraken over de budgetsubsidie per 2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals in paragraaf 3.6 aangegeven vindt jaarlijks in Heemstede een feest plaats als waardering voor alle vrijwilligers. Deze feestelijke bijeenkomst is bedoeld voor álle vrijwilligers, jong en oud. Daarnaast kennen we de verkiezing van de “Jonge Held”, die specifiek gericht is op jongeren tussen de 12 en 21 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.6.4 Algemene voorzieningen gericht op individuele jeugdigenSoms is meer nodig om ouders en kinderen te ondersteunen. We gaan ons richten op het verder versterken van het algemene voorzieningenniveau voor zover dat gericht is op jeugdigen die behoefte hebben aan specifieke ondersteuning. We vinden dit van belang omdat we het voorkomen dat jeugdigen een beroep moeten gaan doen op individuele voorzieningen. We zien hierbij een belangrijke rol weggelegd voor het Centrum van Jeugd en Gezin.</p>\n<p class=\"lf-p\">Centrum voor Jeugd en Gezin HeemstedeHet CJG Heemstede is sinds maart 2010 geopend voor ouders, jeugdigen en professionals. Het CJG, gelokaliseerd op de Lieven de Keylaan 7, is er voor álle ouders en jongeren én professionals met vragen over opvoeden en opgroeien. Voorkomen is immers beter dan genezen. Zij kunnen hiervoor vier dagdelen per week terecht bij het CJG.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het CJG wordt samengewerkt met het maatschappelijk werk, de jeugdgezondheidszorg, Streetcornerwork, Stichting MEE, OCK het Spalier en Bureau Jeugdzorg. De gemeente faciliteert de samenwerking via de aanstelling van de CJG-coördinator én via de financiering de deelname van de participanten en de huur van de locatie. Hiernaast zijn er intensieve contacten met andere instellingen, zoals Jeugd-Riagg, Brijder Stichting en de Stichting CASCA.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ter bevordering van het werken in het CJG is sinds de opening veel aandacht besteed aan de deskundigheidsbevordering van en het op uniforme wijze werken binnen het team. Hierbij streven we naar een outreachende werkwijze uitgaande van één gezin, één plan, één regisseur. In het kader van het outreachende werken is aan alle scholen in Heemstede een CJG-coach gekoppeld. Ook de verbinding met het peuterspeelzaalwerk en de kinderopvang wordt in dat verband nadrukkelijk gezocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk 6 treft u nadere informatie over de samenstelling en de werkwijze van het CJG-team aan. Ook gaan we in dat hoofdstuk nader in op de doorontwikkeling van het CJG-team die vereist is met het oog op de nieuwe taken per 2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">In 2010 is tevens de website van het CJG Heemstede opgezet. Deze site, die op regionaal niveau wordt onderhouden door de Stichting Stadsbibliotheek Haarlem e.o., richt zich met name op ouders en professionals.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet alleen kunnen de jongeren, hun ouders en professionals zich tot het CJG wenden, ook treedt het CJG naar buiten. Zo worden er jaarlijks 15 themabijeenkomsten voor zowel ouders, jongeren als voor professionals georganiseerd. Deze bijeenkomsten worden goed bezocht. De keuze van de thema’s, de opzet, uitvoering en evaluatie van de bijeenkomsten vindt plaats in overleg met de participerende partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten van het CJGIn het CJG komt alle kennis over opvoeden en opgroeien samen. Hiernaast is het van belang dat het CJG bekend is bij professionals, bijvoorbeeld huisartsen, scholen, peuterspeelzalen en kinderopvanginstellingen. Ook ouders hebben dit aangegeven. De afgelopen jaren hebben we hierin sterk geïnvesteerd, bijvoorbeeld door het benaderen van huisartsen, peuterspeelzaalwerk en scholen. En het ontwikkelen van folders speciaal voor professionals. Ook zijn de activiteiten van het CJG opgenomen in schoolgidsen en nieuwsbrieven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In 2010 is tevens de website van het CJG Heemstede opgezet. Deze site richt zich met name op ouders en professionals.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet alleen kunnen de jongeren, hun ouders en professionals zich tot het CJG wenden, ook treedt het CJG naar buiten. Zo worden er circa 15 themabijeenkomsten per jaar voor zowel ouders, jongeren als voor professionals georganiseerd. Deze bijeenkomsten worden goed bezocht. De keuze van de thema’s, de opzet, uitvoering en evaluatie van de bijeenkomsten heeft plaatsgevonden in overleg met de samenwerkingspartners.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurlijk is het van belang dat het aanbod opvoedondersteuning aansluit bij de behoeften van ouders en jongeren. De mening van ouders en jongeren zal daarom regelmatig gepeild worden, bijvoorbeeld via enquêtes en de inzet van sociale media.</p>\n<p class=\"lf-p\">Soms is meer nodig om ouders en kinderen te ondersteunen. In die gevallen biedt het CJG passende hulp. Dit aanbod is uitgebreid en divers. Door in een vroeg stadium hulp te bieden kan de weerbaarheid van gezinnen worden vergroot, bijvoorbeeld door het versterken van de sociale relaties. We hebben dit aanbod in de afgelopen periode intensief vorm gegeven. Zo zijn de CJG-coaches in dit verband getraind in de Eigen- krachtmethodiek. En kunnen zij ondersteuning en hulp bieden aan kinderen die te maken hebben met echtscheiding. Deze hulp wordt geboden in de vorm van het KIES-programma (kind in een echtscheidingssituatie). CJG-coaches zijn het afgelopen jaar geschoold in het kunnen bieden van dit programma. Daarnaast wordt vanuit het CJG onder ander ondersteuning geboden gericht op de bevordering van sociaal-emotionele vaardigheden op basisscholen. Dit gebeurt met de inzet van OOK Pedagogische Expertisegroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook kan vanuit het CJG ondersteuning worden geboden aan jongeren die vanuit een jeugdzorgtraject komen en behoefte hebben aan nazorg. Het afgelopen jaar is in dit kader een pilot uitgevoerd, samen met OCK het Spalier. In dit kader kan ook worden gewezen op het programma Nieuwe Kansen. Dit is een vorm van intensieve begeleiding van jongeren met complexe problemen op het vlak van huisvesting, verslaving, justitie, et cetera. We hebben de afgelopen periode CJG-coaches getraind in het kunnen bieden van dit programma.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tevens worden verschillende voorlichtingsactiviteiten aan scholieren geboden. Onder andere door HALT. Met de inzet van de Brijderstichting, L&amp;F (basisonderwijs) en de Stichting Kikid (voortgezet onderwijs) geven we vanuit het CJG tevens nadrukkelijke (theater)voorlichting op het gebied van het gebruik van genotmiddelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bekostiging van het aanbod vanuit het CJG vindt plaats vanuit de middelen die beschikbaar zijn voor opvoed- en opgroeiondersteuning in het kader van de Brede doeluitkering CJG (zie hiervoor hoofdstuk 11).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor individuele en groepsbegeleiding van jongeren - onder andere het contact leggen en begeleiden van hanggroepen en de aanpak van jeugdoverlast - maken we gebruik van de inzet van Streetcornerwork. Deze inzet wordt voor een deel gefinancierd vanuit het Wmo 2007 budget. We stellen voor deze ondersteuning, gelet op het belang van dit aanbod, per 2015 te continueren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorstel:</p>\n<p class=\"lf-p\">We continueren per 2015 de subsidiëring van het Streetcornerwork De kosten (€ 26.800) blijven we per 2015 ten laste brengen van het Wmo-budget 2007.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uiteraard is de samenwerking van het CJG met externe partijen van groot belang. Zeker met het oog op de nieuwe taken per 2015. Met name het onderwijs zien we als een belangrijke partij om te komen tot een integraal, afgestemd aanbod aan ondersteuning.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.6.5 Onderwijs en opvangHet Nederlandse onderwijsbeleid is erop gericht de bevolking kansen voor een optimaal opleidingsniveau te geven. Ook wij willen de voorwaarden scheppen voor een zo optimaal mogelijke schoolloopbaan voor de Heemsteedse kinderen en jongeren. In dit kader geven we invulling aan onze wettelijke taken, zoals de handhaving van de leerplicht en het zorgen voor voldoende, adequate onderwijshuisvesting. En aan het uitvoering geven van het leerlingenvervoer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Basisscholen in Heemstede:</p>\n<p class=\"lf-p\">Valkenburgschool; Jacobaschool; De Ark; De Evenaar; Bosch en Hovenschool; Nicolaas Beetsschool; Prinses Beatrixschool; De Icarus, Crayenesterschool, Voorwegschool Scholen voor voortgezet onderwijs in Heemstede Haemstede Barger, Atheneum College Hageveld Maar onze inzet beperkt zich niet tot het voldoen aan wettelijke taken: we zien onderwijs als een onderdeel van de hele keten van voorzieningen voor de jeugd en willen via een integrale benadering van het onderwijsbeleid en andere beleidsvelden kinderen en jongeren optimale opgroei- en leermogelijkheden bieden. Aan de basisscholen bieden we middelen aan voor onderwijsbegeleiding. In aanvulling op de bijdrage die de scholen hiervoor rechtstreeks van het rijk ontvangen. De activiteiten die in dit kader aan de scholen worden aangeboden, bestaan uit begeleiding bij leer- en/of gedragsmoeilijkheden zoals dyslexie, discalculie of sociaal-emotionele problematiek, en zijn gericht op het optimaliseren van de schoolontwikkelingen van individuele kinderen. Daarnaast bieden we via de Verordening Materiele financiële gelijkstelling financiële ondersteuning aan scholen voor onder andere muziekonderwijs, schoolzwemmen en de vakleerkrachten gymnastiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per 2015 zien we tevens goede kansen om het aanbod vanuit de school, c.q. de samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs, goed aan te laten sluiten bij het gemeentelijk aanbod, zodat we optimale kansen aan jongeren kunnen bieden. In paragraaf 4.11 gaan we hier nader op in.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet OKEDe Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (OKE) heeft als doel onderwijsachterstanden (met name taalachterstanden) bij kinderen te voorkomen via een versterking van voor- en vroegschoolse educatie. Voorschoolse educatie wordt aangeboden in peuterspeelzalen of kinderdagverblijven en is gericht op twee- en driejarigen. Vroegschoolse educatie is bedoeld voor de groepen 1 en 2 van de basisschool (vier- en vijfjarigen. We vinden de afstemming met kinderopvangorganisaties en peuterspeelzalen van groot belang en geven dit vorm via het CJG.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor wat betreft het peuterspeelzaalwerk merken we terzijde op dat recent sprake is van veranderde subsidievoorwaarden. Dit in het kader van bezuinigingen en ter uitwerking van het beleid van de nota Jeugd en Onderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7 Specialistische voorzieningen (individuele voorzieningen)Als het algemene voorzieningenniveau en het sociaal netwerk niet voldoende is om jongeren te ondersteunen, kan de inzet van een specialistische (individuele) voorziening vereist zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7.1 Het proces van verwerving van het aanbodBij de voorbereiding op de nieuwe taken op grond van de Jeugdwet werken we intensief samen met de andere gemeenten in Zuid-Kennemerland en IJmond. Deze samenwerking is vooral gericht op het verwerven van de nieuwe maatwerkvoorzieningen. De regio’s Zuid-Kennemerland en IJmond hebben daarin gezamenlijk opgetrokken. Waarbij op onderdelen is aangesloten door de gemeente Haarlemmermeer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Verwervingsstrategie nieuwe voorzieningen Jeugdwet (vastgesteld in maart 2014) heeft de kaders en uitgangspunten gegeven voor dit proces van verwerven. In deze strategie is ingegaan op de wijze van verwerven (waaronder de vraagformulering en marktbenadering), de wijze van bekostiging (zoals vorm, duur en techniek van financiering) en de sturing (zoals budgetbeheersing en sturing op kwaliteit). Ook is in dit kader besloten over te gaan tot een meervoudig onderhandse aanbesteding. De strategie is de basis geweest voor de hierna opgestelde 6 offerteaanvragen (inclusief Programma van eisen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt in het proces was dat de individuele gemeenten overeenkomsten wilden aangaan met alle huidige leveranciers. Dit omdat we de zorgcontinuïteit voor zowel cliënten als aanbieders van groot belang vinden. En omdat we op deze wijze onze afspraken, gemaakt in het kader van het Transitiearrangement jeugd Zuid-Kennemerland, kunnen concretiseren én uitvoering kunnen keven aan het overgangsrecht van de Jeugdwet. Hierbij waren de volgende voorwaarden van toepassing:</p>\n<p class=\"lf-p\">De geoffreerde tarieven dienen te passen binnen het beschikbare budget; dit impliceert een daling van de tarieven in verband met de korting op het budget door de rijksoverheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leveranciers dienen te voldoen aan de huidige kwaliteitseisen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is geen gerede twijfel over het voorbestaan van de organisatie (surseance van betaling of faillissement.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afspraken tussen de aanbieders en de individuele gemeenten worden vastgelegd in overeenkomsten. In deze overeenkomsten - en de daarbij behorende documenten (o.a. de offerteaanvraag en de offerte) - worden afspraken vastgelegd over onder meer de kwaliteit van de diensten, de wijze waarop de opdrachtnemer verantwoording aflegt, de prijzen en het maximaal beschikbare bedrag. De planning is zodanig dat de overeenkomsten tijdig kunnen worden ondertekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7.2 Transformatie van het aanbodDe mogelijkheden om te komen tot veranderingen in het ondersteuningsaanbod zullen per geboden voorziening en doelgroep verschillend zijn. In het proces dat we hebben gevoerd om te komen tot verwerving van het aanbod per 2015 hebben we onderstaande mogelijkheden met aanbieders besproken. We hebben hen gevraagd bij de offerte aan te geven op welke wijze zij het de vereiste transformatie gaan invullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mogelijkheden voor transformatie:</p>\n<p class=\"lf-p\">Minder en kortere inzet van specialistische zorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Snellere inzet van de juiste specialistische zorg (minder schakels).</p>\n<p class=\"lf-p\">Ombouwen van residentiële zorg naar ambulante zorg en deeltijdvarianten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Crisiszorg integraler vormgeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verschuiving realiseren van residentiële zorg naar pleegzorg Verschuiving realiseren van dwang naar drang 4.7.3 Overzicht ingekochte specialistische voorzieningenDe volgende individuele voorzieningen worden door ons ingekocht. In het kader van deze verwerving is sprake (geweest) van 7 offertetrajecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overzicht aanbod individuele ondersteuning Jeugdwet 2015 Jeugd- en Opvoedhulp Ambulante hulp Dagbehandeling Pleegzorg Residentiële zorg Crisiszorg Jeugdzorg Plus 3a Jeugdbescherming (voorlopige) Ondertoezichtstelling Voogdij Begeleiding multiproblem gezinnen (drang) 3b Jeugdreclassering Maatregel Toezicht en Begeleiding Gedragsbeïnvloedende maatregel Intensieve trajectbegeleiding Plus (begeleiding Harde Kern9.Harde Kern: dit betreft intensieve begeleiding in geval van structurele, ernstige delicten, waarvan het laatste delict “detentie waardig” is.) Intensieve trajectbegeleiding CRIEM10.CRIEM: Criminaliteit in Relatie tot integratie van Etnische Minderheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Scholings- en trainingsprogramma 4 Begeleiding, Behandeling, Persoonlijke verzorging en (Kortdurend) Verblijf Begeleiding individueel Begeleiding groep Behandeling individueel Behandeling groep Persoonlijke verzorging Verblijf Kortdurend verblijf Dyslexiezorg 6 Jeugd Geestelijke gezondheidszorg (GGZ): instellingen Generalistische basis GGZ Gespecialiseerde GGZ Crisiszorg 7 Jeugd Geestelijke gezondheidszorg (GGZ): vrij gevestigden Generalistische basis GGZ Gespecialiseerde GGZ 4.7.3.1. Jeugd- en OpvoedhulpAls er problemen zijn in de opvoedings- of opgroeisituatie zorgen we er voor dat er in beginsel in de thuissituatie ambulante hulp aan de jeugdige en het gezin geboden. Als ambulante hulp thuis niet meer toereikend is, kan een meer intensieve vorm van hulp worden ingezet: de dagbehandeling. Deze is bedoeld voor jeugdigen met een ontwikkelingsachterstand en/of complexe gedragsproblematiek. Soms leidt het thuis wonen ertoe dat dat hulp niet toereikend ingezet kan worden. Ook kan sprake zijn van een onveilige situatie in de thuisomgeving. In die gevallen kan een uithuisplaatsing het gevolg zijn. De inzet van pleegzorg heeft dan onze voorkeur. Deze vorm van opvang in gezinsverband staat het dichtst bij de natuurlijke gezinssituatie. Pas wanneer in de thuissituatie of in een pleeggezin geen veilige en stabiele omgeving kan worden geboden, wordt de zorg residentieel geboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondanks alle inzet die geleverd gaat worden kunnen we niet uitsluiten dat zich spoedeisende situaties gaan voordoen. Dan gaan we er voor zorgen dat binnen 24 uur ambulante spoedhulp geboden wordt. Of, indien de noodzaak daartoe aanwezig is, zorgen we voor een crisisplaatsing.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7.3.2 Jeugdzorgplus (gesloten jeugdzorg)Jeugdzorgplus is een zware en intensieve vorm van gespecialiseerde jeugdhulp, waarbij de vrijheden van een jeugdige worden ingeperkt. Opname in een gesloten accommodatie is uitsluitend mogelijk nadat de kinderrechter daartoe een machtiging heeft verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gesloten jeugdhulp is noodzakelijk in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van een jeugdige ernstig belemmeren. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk om te voorkomen dat de jeugdige zich aan de jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. De hulp, waarbij vanuit een integrale aanpak wordt gewerkt, heeft als doel jeugdigen met ernstige gedragsproblemen te behandelen en een dusdanige gedragsverandering te bewerkstelligen dat zij weer kunnen participeren in de maatschappij.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7.3.3 JeugdbeschermingDe Raad voor de Kinderbescherming wordt ingeschakeld als de omstandigheden van een kind en zijn/haar gezin zorgelijk zijn, geboden vrijwillige hulpverlening niet (meer) voldoende is of het gezin geen hulp accepteert. De raad kan - na onderzoek - de rechter verzoeken een jeugdbeschermingsmaatregel op te leggen. Het kan gaan om (voorlopige) ondertoezichtstelling of (voorlopige) voogdij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle organisaties die jeugdbeschermingsmaatregelen en/of jeugdreclassering (JB/JR) uitvoeren moeten vanaf 1 januari 2015 gecertificeerd zijn. Gemeenten sluiten vanaf die datum alleen overeenkomsten af met gecertificeerde instellingen. Instellingen die in aanmerking willen komen voor een certificaat, kunnen de kwaliteit van de wijze waarop zij JB/JR uitvoeren laten beoordelen door het Keurmerkinstituut.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de uitvoering van deze maatregelen maken we afspraken met de gecertificeerde instellingen in de regio: Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, het Leger des Heils en de William Schrikker Groep.</p>\n<p class=\"lf-p\">BeschermingstafelWe gaan de samenwerking met de Raad voor de Kinderbescherming vormgeven via de zogenoemde Beschermingstafel. Medewerkers van het Centrum voor Jeugd en Gezin kunnen (waar mogelijk met het betreffende gezin) via de Beschermingstafel advies vragen in een specifieke casus. Samen met professionals (onder andere vanuit Bureau Jeugdzorg) kan dan beoordeeld worden of de jeugdige en het gezin verder geholpen kunnen worden in het vrijwillig kader (met extra handvatten en/of met de inzet van drang) of dat inzet vanuit het gedwongen kader nodig is. Recent is in Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer een pilot gestart om te komen tot een werkwijze per 2015 van de Beschermingstafel. De pilot wordt financieel ondersteund door de provincie (Subsidieregeling Regionaal Sociale Agenda’s). De resultaten van deze pilot zullen in het laatste kwartaal van 2014 beschikbaar komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7.3.4 JeugdreclasseringIn geval een jeugdige wordt aangehouden door de politie (of in geval van een proces verbaal voor schoolverzuim), stelt de Raad voor de Kinderbescherming direct een onderzoek in. Op basis van de verkregen informatie en inzichten, wordt een rapportage opgesteld met daarin opgenomen een strafadvies. Uiteindelijk kan de Officier van Justitie of de Kinderrechter besluiten een Jeugdreclasseringsmaatregel op te leggen. Voor de uitvoering van deze maatregel maken we afspraken met de gecertificeerde instellingen in de regio.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7.3.5 Begeleiding, Behandeling, Persoonlijke verzorging en (Kortdurend) Verblijf Begeleiding (individueel en groep)Bij Begeleiding gaat het om activiteiten voor jeugdigen met een somatische of psychiatrische aandoening, of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking die op het terrein van sociale redzaamheid, bewegen en verplaatsen, psychisch functioneren of probleemgedrag ondersteuning nodig hebben. De begeleiding kan individueel of in groepsverband worden uitgevoerd. En ook hier gaat het, evenals bij de volwassen om extramurale begeleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Begeleiding is gericht op het compenseren en herstellen van het beperkte of afwezige regelvermogen van de jeugdige, waardoor hij geen of onvoldoende regie over het eigen leven kan voeren. Daarnaast kan de Begeleiding bestaan uit praktische hulp en ondersteuning bij het uitvoeren van of het ondersteunen van handelingen die het bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid tot doel hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een jeugdige als gevolg van de ernst van de beperking niet kan deelnemen aan het onderwijs, wordt met de inzet van Begeleiding groep voorzien in een aanbod dat hem/haar gedurende maximaal 5 dagen per week structuur biedt.</p>\n<p class=\"lf-p\">BehandelingHet gaat hier om behandeling van specifiek medische, gedragswetenschappelijke of paramedische aard, gericht op herstel of voorkoming van verergering van een somatische of psychiatrische aandoening of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking. De behandeling is gericht op het voorkomen van gevolgen of complicaties van de aandoening door het aanleren van vaardigheden en/of gedrag. Ook behandeling kan zowel individueel als in groepsverband worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Persoonlijke verzorgingPersoonlijke verzorging omvat het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging van de jeugdige in verband met een somatische of psychiatrische aandoening, of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking. De Persoonlijke verzorging is gericht op het opheffen van een (tijdelijk) tekort aan zelfredzaamheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">VerblijfUitgangspunt is dat jeugdigen met een beperking zoveel mogelijk thuis wonen. Als zich problemen voordoen in de opvoed- of opgroeisituatie wordt in beginsel in de thuissituatie (ambulante) hulp aan de jeugdige en het gezin geboden. Als hulp thuis niet (meer) toereikend ingezet kan worden, kan besloten worden tot – tijdelijk - verblijf in een instelling. De zorg die wordt geboden is inclusief Persoonlijke verzorging, Begeleiding en Behandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met Verblijf wordt een veilig en stabiele omgeving, ondersteuning en behandeling geboden aan de jeugdige met een beperking. Voor jongeren voor wie levenslang verblijf in een instelling wordt geprognosticeerd geldt de Wet langdurige zorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kortdurend verblijfKortdurend verblijf omvat het logeren van een jeugdige met een beperking in een instelling gedurende een etmaal. Kortdurend verblijf wordt ingezet om de ouders/verzorgers van de jeugdige te ontlasten in die situaties waarin de jeugdige 24-uurs toezicht nodig heeft. De duur is afhankelijk van de individuele situatie en bedraagt maximaal drie etmalen per week en/of tijdens vakantie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld van Kortdurend verblijf (Hartekamp/Wielewaal) De Hartekamp Groep biedt al jaren wonen, dagbesteding en logeren voor mensen met een beperking in Midden- en Zuid-Kennemerland en omstreken. Stichting Wielewaal heeft ruim 35 jaar ervaring met het organiseren van vakantie- en logeeractiviteiten voor deze doelgroep. Stichting Wielewaal en de Hartekamp Groep bieden per 2013 gezamenlijk logeerweekenden voor kinderen en jongeren vanaf 4 jaar met een lichamelijke of verstandelijke beperking en/of ADHD/autisme. Het bijzondere van de weekenden is dat de begeleiding in handen is van geschoolde vrijwilligers onder leiding van een recreatieleider en indien nodig een verpleegkundige De logeerweekenden vinden wekelijks tot maandelijks plaats in onder andere Haarlem (Stay-okay) voor kinderen van 12 jaar en ouder en in Haarlemmerliede en Spaarnwoude (Fort Penningsveer) voor kinderen in de leeftijd 4-14 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7.3.6 DyslexiezorgDeze zorg is gericht op kinderen (van 7 tot en met 12 jaar) die een ernstige beperking hebben bij het lezen en spellen van taal, waardoor de schoolprestaties ernstig belemmerd worden. Deze leerlingen scoren zwak op lezen en/of spellen en boeken gedurende een periode van ten minste zes maanden intensieve extra begeleiding op school onvoldoende vooruitgang. Als deze extra begeleiding te weinig resultaat oplevert én er is voldoende onderbouwing voor het vermoeden van ernstige dyslexie (vastgelegd in een leerling dossier van de school) dan kan sprake zijn van de inzet van deze dyslexiezorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7.3.7 Jeugd Geestelijke gezondheidszorgGeneralistische basis GGZDe generalistische basis GGZ is gericht op de zorg voor jeugdigen met lichte tot matige niet complexe ggz problematiek, met grote kans op herstel en waar geen/weinig veiligheidsrisico’s aanwezig zijn. Daarnaast is de generalistische basis GGZ gericht op de zorg voor jeugdigen met chronische (stabiele) problematiek met een laag risico. Binnen de generalistische basis GGZ wordt hulp geboden die kan bestaan uit diagnostiek, behandeling, e-health, consultatie en advies. De hulp wordt altijd ambulant geboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gespecialiseerde GGZDe gespecialiseerde GGZ wordt ingezet bij een vermoeden van een psychische of psychiatrische stoornis en bestaat uit acute zorg. Deze zorg wordt ook ingezet voor jeugdige met ernstige klachten met een hoge mate van complexiteit en/of met een hoog (gezondheid en/of veiligheid) risico voor de jeugdige en zijn omgeving. Ook wanneer sprake is van gespecialiseerde behandeling, wordt deze zoveel mogelijk ambulant geboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrij gevestigden en groepspraktijkenHet aanbod van ondersteuning op het gebied van Jeugd GGZ en dyslexiezorg wordt ook geleverd door de zogenoemde vrij gevestigden en groepspraktijken. Dit betreft circa 5% van de totale inzet op dit onderdeel van de jeugdhulp. Het betreft onder andere psychotherapeuten en kinder- en jeugdpsychologen en -psychiaters.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenten in de regio’s IJmond, Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer willen ook dit aanbod graag verwerven. Dit gebeurt via de (jaarlijkse) openstelling in de periode van oktober t/m december van een digitale portal. Vrij gevestigden die voldoen aan de gestelde eisen - die voor zover mogelijk van uniform zijn aan de aan instellingen gestelde eisen - kunnen in aanmerking komen voor een contract met de betreffende gemeenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.8 WoonplaatsbeginselHet woonplaatsbeginsel bepaalt welke gemeente verantwoordelijk is voor de het bepalen en financieren van de benodigde jeugdhulp of voor de uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering. De verantwoordelijke gemeente is in beginsel de gemeente waar de ouder met gezag woont. Bij een verhuizing, een wijziging in het gezag of als de jeugdige meerderjarig wordt, verandert de situatie. Bij het bepalen van het woonadres wordt aangesloten bij de inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP). Een wijziging van de inschrijving in de BRP betekent de start van overleg tussen gemeente die verantwoordelijk was en de gemeente die verantwoordelijk wordt. Dit overleg is gericht op de feitelijke overdracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Acute situatiesBij acute situaties wordt natuurlijk direct jeugdhulp aan de jeugdige geleverd. De gemeente die de acute hulp levert, stelt vast welke gemeente formeel verantwoordelijk is. De kosten van alle geleverde acute hulp zijn immers voor rekening van die gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gescheiden ouders: verschillende gemeentenAls ouders na een echtscheiding in verschillende gemeenten wonen en de jeugdige bij beide ouders woont, moet er een hoofdverblijf worden aangewezen. De rechter kan bij de scheidingsuitspraak het hoofdverblijf bepalen. Als het hoofdverblijf niet door de rechter is bepaald, geven de ouders aan wat het hoofdverblijf van de jeugdige is. Kunnen of willen de ouders dit niet aangeven, dan gaan de twee desbetreffende gemeenten met elkaar in overleg. Daarbij hanteren zij het criterium: de verantwoordelijke gemeente is die gemeente waar de jeugdhulp in het belang van de jeugdige binnen zijn sociale netwerk (school, sport en vriendenkring) georganiseerd kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorlopige voogdijDe kinderrechter kan om verschillende redenen een voorlopige voogdij uitspreken. Het gaat daarbij altijd om acute noodsituaties waarin een snel ingrijpen ter (tijdelijke) bescherming van de minderjarige nodig is. Zo kan het nodig zijn om een medische behandeling voor een kind mogelijk te maken, als toestemming door de ouder(s) wordt geweigerd. Dan wordt het gezag van de ouder(s) geschorst, in afwachting van een definitieve maatregel. Uitgangspunt is voor de bepaling van het woonplaatsbeginsel is dan de situatie die gold voordat sprake was van voorlopige voogdij. De gemeente waar de ouder die het gezag had woont is verantwoordelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdelijke voogdijSoms wordt er tijdelijk in de voogdij voorzien. Deze situatie kan onbeperkt duren, tot het moment waarop ouders terugkeren, bijvoorbeeld na het uitzitten van een gevangenisstraf in het buitenland, of totdat een jeugdige terugkeert naar het land van herkomst of tot het moment waarop een jeugdige meerderjarig wordt. De verblijfplaats van de jeugdige is in deze situaties bepalend.</p>\n<p class=\"lf-p\">InstellingsvoogdijAls de voogdij door een instelling wordt uitgeoefend is het werkelijke verblijf van de jeugdige bepalend. Vaak woont deze jeugdige in een pleeggezin of in een residentiële instelling. Als de jeugdige in een residentiële instelling woont, geldt niet het adres van de hoofdvestiging van de jeugdhulpaanbieder maar het werkelijke verblijf van een jeugdige bij de nevenvestiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woonplaats van gezagsdrager(s) onbekend/in het buitenlandAls de woonplaats van de gezagsdrager onbekend is, geldt het werkelijk verblijf van de jeugdige op het moment van de hulpvraag. Als de gezagsdrager(s) in het buitenland woont en de jeugdige in Nederland verblijft, geldt het werkelijk verblijf van de jeugdige. Er is dus altijd een gemeente verantwoordelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">BriefadresSoms wordt iemand op een briefadres en niet op een woonadres ingeschreven in de BRP. Dit kan voorkomen als iemand bijvoorbeeld in een psychiatrische instelling, een Blijf van mijn Lijf-huis of in een gevangenis verblijft. Bij een briefadres geldt het werkelijke verblijf van de jeugdige op het moment van de hulpvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.9 Landelijk werkende instellingenNamens gemeenten maakt de VNG afspraken in de vorm van raamovereenkomsten met een vastgestelde prijs met aanbieders van jeugdhulp met een landelijke schaal, een kleine doelgroep en een specialistische functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze raamovereenkomst is een hulpconstructie om de achterliggende doelen van de decentralisatie voor de landelijke functies beter te doen slagen. De hulpconstructie geldt in beginsel voor de eerste jaren na de transitie. Tijdens de eerste drie jaren wordt bekeken of de landelijke hulpconstructie (nog) nodig is na die periode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenten kunnen deze zorg conform de gesloten raamovereenkomsten en de vastgestelde prijs afnemen. Aangegeven is dat de kosten hiervan 3,76% van het macrobudget betreffen. Gemeenten wordt geadviseerd 3,76% vanuit hun jeugdmiddelen te reserveren voor de bekostiging van landelijk werkende instellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Bijlagen treft u een overzicht van de betreffende landelijk werkende instellingen en de zorg die wordt geboden aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">KindertelefoonIn de Jeugdwet krijgen gemeenten de opdracht om jongeren gratis te adviseren over hun (anonieme) vragen of problemen. Voor gemeenten is het belangrijk dat de Kindertelefoon blijft bestaan en landelijk is georganiseerd. Voor kinderen is de Kindertelefoon vaak het eerste contact met de Jeugdzorg. Vanaf januari 2015 gaat de VNG de Kindertelefoon financieren Nadere informatie Kindertelefoon De Kindertelefoon is een Nederlandse telefonische hulpdienst voor kinderen, waar kinderen en jongeren tot 18 jaar, die behoefte hebben aan een gesprek gratis en anoniem naar kunnen bellen.. Er worden ruim 400.000 gesprekken per jaar gevoerd via deze telefonische hulpdienst. De mensen aan de telefoon zijn vrijwilligers (in totaal circa 700), die een uitgebreide training hebben gevolgd. Het landelijk telefoonnummer wordt doorgeschakeld naar zo'n 20 locaties verspreid over het land. Het bellen is altijd anoniem. Er zal nooit zonder toestemming van het kind contact worden opgenomen met ouders of derden over het gevoerde gesprek. Elk kind moet in vertrouwen kunnen praten over een onderwerp of probleem. Het kan gaan om informatie, advies, hulp of ondersteuning. Onderwerpen als pesten, seks en relaties komen veel voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10 Kwaliteit, toezicht en vertrouwenspersoonKwaliteitIn het verwervingsproces voor de nieuwe voorzieningen in het kader van de Jeugdwet hebben we alle wettelijke kwaliteitseisen in acht genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wettelijke kwaliteitseisen voor aanbieders van jeugdhulp, uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering:</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor alle professionals Verlenen van verantwoorde hulp en de verplichting om zo nodig geregistreerde professionals in te zetten De verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling De meldplicht calamiteiten De meldplicht geweld bij de verlening van jeugdhulp Daarnaast zijn er voorschriften omtrent toestemming, dossiervorming en bescherming van de persoonlijke levenssfeer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Extra wettelijke kwaliteitseisen aan gecertificeerde instellingen, jeugdhulp met verblijf, intensieve ambulante jeugdzorg in het gedwongen kader en het meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling:</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwaliteit van het zorgaanbod: dit betreft onder meer extra eisen aan een hulpverleningsplan en verplichte kwaliteitsbewaking De rechtspositie van de cliënt: dit betreft eisen zoals recht op een effectieve en laagdrempelige klachten- en geschillenregeling, een onafhankelijk vertrouwenspersoon, het instellen van een cliëntenraad en eisen rondom verslaglegging over toepassing van de wettelijke kwaliteitseisen en maatschappelijke verantwoording ToezichtDe Rijksoverheid oefent ook na 1 januari 2015 landelijk toezicht uit op: de jeugdhulpaanbieders, de gecertificeerde instellingen, de certificerende instelling, het Advies- en Meldpunt Huiselijke geweld en kindermishandeling (AMHK), de Raad voor de Kinderbescherming en de justitiële jeugdinrichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit landelijk toezicht wordt uitgevoerd door de Inspectie Jeugdzorg (IJZ), de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en de Inspectie Veiligheid en Justitie (IVenJ). Deze drie toezichthouders treden bij het toezicht op de Jeugdwet gezamenlijk op. Daarnaast werken de drie inspecties samen in het Samenwerkend Toezicht Jeugd, waar ook de Inspectie van het Onderwijs en de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid deel van uitmaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inspecties zien toe op de verlening van verantwoorde hulp door de jeugdhulpaanbieders. Daarbij houden zij de belangen van de jeugdigen en hun ouders goed in de gaten. Mocht een verbetermaatregel zijn opgelegd, dan toetst de inspectie ook of de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerd instellingen hun toezeggingen tot verbeteringen nakomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">VertrouwenspersoonWij zullen jeugdigen en/of hun ouders erop wijzen dat zij in voorkomende gevallen een beroep kunnen doen of zich kunnen laten bijstaan door een onafhankelijk vertrouwenspersoon. Hier wordt landelijk invulling aan gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.11 Samenhang met Passend onderwijsDe Wet passend onderwijs is op 9 oktober 2012 aangenomen. Vanaf januari 2013 is een aantal voorbereidende artikelen in werking getreden, zoals de inrichting van de samenwerkingsverbanden. Het belangrijkste element, de zorgplicht voor scholen, is per 1 augustus 2014 ingevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZorgplichtHet doel van (de Wet) passend onderwijs is dat voor alle leerlingen met een specifieke zorgbehoefte zo passend mogelijk onderwijs wordt gerealiseerd. Er wordt een zorgplicht ingevoerd voor de bevoegde gezagsorganen voor leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte. De wet schrijft voor dat elke school een ondersteuningsprofiel maakt, dat een beeld geeft van de mogelijkheden en de voorzieningen die een school heeft om te voorzien in de verschillende onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van leerlingen. De zorgplicht van het schoolbestuur brengt met zich mee dat voor jeugdigen die niet terecht kunnen op de school waar zij zich hebben aangemeld, die school wel de verplichting heeft om binnen het samenwerkingsverband een andere school te vinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs zijn daarom verplicht om samenwerkingsverbanden te vormen, waarvan ook het speciaal onderwijs deel uitmaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondersteuningsmiddelen voor het regulier en speciaal onderwijs worden gebudgetteerd en verdeeld door het samenwerkingsverband, dat zelf de criteria voor toewijzing daarvan vaststelt. De landelijke indicatiecriteria voor het speciaal onderwijs vervallen daarmee.</p>\n<p class=\"lf-p\">De scholen voor primair onderwijs in de 5 gemeenten in Zuid-Kennemerland vormen gezamenlijk het “Samenwerkingsverband Passend Onderwijs PO Zuid-Kennemerland”</p>\n<p class=\"lf-p\">De scholen voor voortgezet onderwijs in de 5 gemeenten in Zuid-Kennemerland én Velsen vormen gezamenlijk het “Samenwerkingsverband Passend Onderwijs VO Zuid-Kennemerland”</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ondersteuningsplanDe schoolbesturen binnen een samenwerkingsverband maken (periodiek, maar in ieder geval één keer per 4 jaar) met elkaar een ondersteuningsplan. Dat plan laat zien welk niveau van ondersteuning afzonderlijke scholen bieden, hoe de middelen voor extra ondersteuning zijn verdeeld en aangewend, hoe ondersteuning wordt toegewezen en hoe de verwijzing naar speciaal onderwijs gaat. Natuurlijk wordt ook in het plan opgenomen hoe ouders over het proces worden geïnformeerd. Beide samenwerkingsverbanden in onze regio hebben een ondersteuningsplan opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">OOGODe samenwerkingsverbanden zijn op grond van de Wet passend onderwijs verplicht om over het ondersteuningsplan op overeenstemming gericht overleg (OOGO) met de betrokken gemeenten te voeren. Door beide samenwerkingsverbanden in Zuid-Kennemerland is deze procedure gevolgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omgekeerd wordt op grond van de Jeugdwet van ons gevraagd over (het concept van) dit Beleidsplan, voor zover het de afstemming van en effectieve samenwerking met het onderwijs betreft, op overeenstemming gericht overleg te voeren met de betrokken samenwerkingsverbanden passend onderwijs. We geven hier in oktober 2014 uitvoering aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het volgende dient in een OOGO te worden vastgesteld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ondersteuningsplan passend onderwijs en het gemeentelijke Beleidsplan voor wat betreft het onderdeel jeugd zijn vanuit een gezamenlijke visie opgesteld: het belang van het kind.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle betrokken partijen in de samenwerking van jeugdhulp en passend onderwijs zijn in beeld (gebracht).</p>\n<p class=\"lf-p\">Betrokken partijen zijn, over en weer, op de hoogte van het doel en de globale inhoud van het ondersteuningsplan passend onderwijs en het Beleidsplan voor zover gericht op jeugd.</p>\n<p class=\"lf-p\">We vinden de afstemming met de samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs van groot belang. En cruciaal voor een goede ondersteuning van jeugdigen. Daarom zullen we in de eerste helft van 2015 afstemmingsafspraken maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Actie We willen met de samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs - en zo mogelijk in regionaal verband - afspraken maken over een gezamenlijke ontwikkelagenda met onder andere de volgende onderwerpen: gezamenlijk monitoren van de samenwerking tussen jeugdhulp en passend onderwijs preventie: samenwerken in (vroeg) signaleren en opvolgen van signalen. Hierbij zien wij een belangrijke rol weggelegd voor de CJG-coaches het zo nodig gezamenlijk ondersteuning bieden (organisatie van integraal aanbod voor leerlingen met een grote zorgvraag) het realiseren van soepele overgangen en zorgdragen voor continuïteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK 5 PARTICIPATIEWET5.1 Stand van zaken Participatiewet en overige wetgevingDe Eerste Kamer heeft op 2 juli 2014 ingestemd met de Participatiewet. Met ingang van 1 januari 2015 valt iedereen die zich bij de gemeente meldt en kan werken maar niet in staat is om het minimumloon te verdienen onder deze regeling. Het rijk heeft met de sociale partners afspraken gemaakt om te zorgen voor extra banen voor deze doelgroep. 100.000 garantiebanen worden gecreëerd door het bedrijfsleven. Overheidswerkgevers moeten zorgen voor 25.000 garantiebanen. De stok achter de deur om dit daadwerkelijk te bereiken, de Wet banenafspraak en quotum arbeidsgehandicapten, is door de staatssecretaris ingediend bij de Tweede Kamer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorstellen tot aanscherping van de Wet werk en bijstand (de zogenoemde maatregelen Wet werk en bijstand) zijn aangenomen door de Eerste Kamer en worden ook in de Participatiewet opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is een vervolg op de Beleidskadernota Participatiewet 2015 zoals die in juni in de raden van de gemeenten Bloemendaal, Haarlemmerliede en Spaarnwoude en Heemstede is vastgesteld. In deze beleidskadernota zijn de uitgangspunten en keuzes die op het moment van schrijven bekend waren opgenomen. Hierbij is aansluiting gezocht bij het in januari 2014 vastgestelde Beleidskader Sociaal Domein (Wmo 2015 en Jeugdwet). We verwachten dat er een overlap is in de doelgroepen die gebruik zullen gaan maken van de regelingen in het kader van de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet. Zeker op het niveau van huishoudens. We zullen hier bij de uitvoering nadrukkelijk rekening mee houden door uit te gaan van een integrale aanpak.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitwerking van de Participatiewet door het rijk is nog volop gaande. De huidige stand van zaken met betrekking tot de Participatiewet, als ook de beleidskeuzes die we inmiddels verder hebben kunnen uitwerken, hebben we in het onderstaande opgenomen. De beleidskeuzes zullen uiteindelijk worden vastgelegd in de verordeningen en beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2 Mensen met een arbeidsbeperking in de Participatiewet5.2.1 Instroom werkzoekenden onder de ParticipatiewetMet de invoering van de Participatiewet krijgen gemeenten de verantwoordelijkheid om mensen met een arbeidsbeperking te ondersteunen bij het vinden van werk. Het betreft mensen die op dit moment nog onder de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong) of de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) vallen en die als gevolg van een beperking niet zelfstandig minstens 100% van het minimumloon kunnen verdienen. Als gemeenten krijgen we per 1 januari 2015 te maken met deze nieuwe instroom.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Beleidskadernota Participatiewet hebben wij deze groepen als volgt beschreven:</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwe instromers van voorheen Wajong-ers:</p>\n<p class=\"lf-p\">Mensen die - op grond van hun beperkingen - voorheen tot de doelgroep van de Wajong behoorden maar zich nu, in verband met de nieuwe Participatiewet, per 1 januari 2015 moeten melden bij gemeenten. Als blijkt dat de Wajongers arbeidsvermogen hebben en zij tot de doelgroep van de Participatiewet horen, kunnen zij een beroep doen op ondersteuning bij re-integratie en/of een uitkering in het kader van de Participatiewet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwe instroom van voorheen SW-ers:</p>\n<p class=\"lf-p\">De sociale werkvoorziening oude stijl wordt afgebouwd, terwijl naar verwachting de doelgroep voor een voorziening als deze blijft bestaan. Dit betekent dat er een (nieuwe) groep zal zijn die voortaan een beroep zal doen op de gemeente voor ondersteuning op het terrein van werk en inkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze groep mensen - nieuwe instroom van voorheen SW-ers - valt uiteen in twee groepen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschut werken groep:</p>\n<p class=\"lf-p\">Mensen die op grond van zware arbeidsbeperkingen - voorheen- onder de Wet Sociale Werkvoorziening zouden zijn gevallen. Deze groep heeft veel arbeidsbeperkingen en kan alleen in een beschutte omgeving werken. Na 1 januari 2015 vallen zij onder de nieuwe voorziening Beschut werken, zoals die in de Participatiewet wordt opgenomen. Gemeenten krijgen van de rijksoverheid een budget om deze Beschut werken plekken te organiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwe instroom Participatiewet:</p>\n<p class=\"lf-p\">Mensen uit deze groep komen niet in aanmerking voor de voorziening Beschut werken, omdat zij voldoende arbeidsvermogen hebben om - met ondersteuning - te kunnen werken bij een reguliere werkgever. Wij zullen deze groep moeten ondersteunen bij het vinden van werk. Mensen uit deze groep kunnen in aanmerking komen voor loonkostensubsidie en begeleiding op de werkplek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor ons is het natuurlijk van belang om te weten hoe groot de doelgroep is van instromers (voorheen Wajongers) met een beperkt arbeidsvermogen, van SW-ers die zullen instromen in Beschut Werken en van SW-ers die in aanmerking zouden kunnen komen voor de reguliere re-integratiedienstverlening..</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) heeft op basis van de beschikbare gegevens de volgende prognoses gemaakt. Deze prognoses treffen het WWB-stand en de nieuwe instroom van de drie bovenbeschreven doelgroepen11.Bron UWV, 13 oktober 2013.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bloemendaal 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 WWB/Participatiewet uitkeringen 158 170 172 177 160 160 Voorheen SW-ers met arbeidsvermogen 3 6 6 8 Voorheen Wajongers 4 7 11 14 Beschut werken 1 2 2 3 Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 WWB/Participatiewet uitkeringen 50 50 48 43 40 40 Voorheen SW-ers met arbeidsvermogen 0 0 0 0 Voorheen Wajongers 1 1 2 3 Beschut werken 4 7 11 14 Heemstede 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 WWB/Participatiewet uitkeringen 213 208 232 235 221 210 Voorheen SW-ers met arbeidsvermogen 3 6 8 13 Voorheen Wajongers 11 22 32 43 Beschut werken 2 4 6 7 De instroom van deze nieuwe werkzoekenden bij de IASZMet de invoering van de Participatiewet gaat de Intergemeentelijke Afdeling Sociale Zaken deze nieuwe groepen ondersteunen bij het vinden van werk. Zoals uit bovenstaande overzichten blijkt, is de jaarlijkse groei van klanten beperkt. Dit geeft de gemeenten de ruimte om zich voor te bereiden en zich te verdiepen in de specifieke problematiek van deze groepen. Het betreft klanten met arbeidsvermogen, maar wel met beperkingen van zeer diverse aard. Omdat we streven naar maatwerk voor de klant, is het belangrijk dat de consulenten kennis krijgen van de problematiek van deze nieuwe groepen. Natuurlijk zorgen we ervoor dat zij tijdig over deze kennis beschikken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor alle nieuwe klanten geldt dat het belangrijkste doel is en blijft: de bemiddeling naar regulier werk. Als regulier werk voor de klant niet haalbaar blijkt dan geldt: participeren naar vermogen, dat wil zeggen meedoen in de samenleving door bijvoorbeeld vrijwilligerswerk of mantelzorg. Hierbij zullen we afstemmen met de beleidsvoorstellen in eerdere hoofdstukken van dit Beleidsplan. En zorgen we voor nauwe samenwerking met name het Loket Heemstede.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.2 Instrumenten loonkostensubsidie en beschut werkenPer 1 januari 2015 kunnen bovengenoemde nieuwe klanten met een arbeidsbeperking, mogelijk in aanmerking komen voor de volgende voorzieningen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Loonkostensubsidie: dit instrument is gericht op mensen die kunnen werken en in dienst komen bij een werkgever maar als gevolg van een arbeidsbeperking niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen Beschut werk: dit instrument is gericht op mensen die alleen kunnen werken in een beschutte omgeving en zoveel begeleiding en aanpassingen op het werk nodig hebben dat van een werkgever niet verwacht kan worden dat zij deze mensen in dienst nemen. Beschut werken kan ook door middel van loonkostensubsidie of door middel van detachering worden gerealiseerd. In de Participatiewet is vastgelegd dat het UWV op basis van de door het rijk gestelde criteria vaststelt of iemand behoort tot de doelgroep voor beschut werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad 1 LoonkostensubsidieMet de Participatiewet wordt het mogelijk om loonkostensubsidie voor onbepaalde tijd te verstrekken voor mensen met een arbeidsbeperking. De hoogte van de loonkostensubsidie wordt bepaald op basis van de loonwaarde. Wanneer na een zogenaamde proefplaatsing uit de loonwaarde meting op de werkplek blijkt dat iemand een loonwaarde heeft van minder dan 100% van het minimumloon, dan kan een loonkostensubsidie worden verstrekt. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de loonwaarde meting. De loonwaarde moet jaarlijks worden vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Actie We gaan in de Verordening loonkostensubsidie benoemen welke klanten voor loonkostensubsidie in aanmerking kunnen komen. De minimumeisen voor de loonwaardebepaling en de verstrekking van loonkostensubsidie, zoals die door de Werkkamer zouden worden opgelegd en verder uitgewerkt in de regionale Werkbedrijven, zijn nog niet klaar. Dit heeft tot gevolg dat het rijk in het laatste kwartaal van 2014 met een Algemene maatregel van bestuur en een ministeriële regeling komt die voorlopig als kader kunnen dienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de verordening die uiterlijk in december 2014 wordt voorgelegd, worden deze minimumeisen meegenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad 2 Beschut werkenDe gemeente kan mensen die uitsluitend kunnen werken in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden een beschutte werkplek aanbieden. In de beleidskadernota Participatiewet hebben de IASZ- gemeenten afgesproken dat zij mensen met een arbeidsbeperking die niet bij reguliere werkgevers in dienst kunnen, de kans willen bieden om mee te doen. In de Participatiewet is geregeld dat gemeenten de mensen van wie zij denken dat zij in aanmerking komen voor beschut werk worden voordragen aan het UWV. Het UWV beoordeelt op basis van landelijke criteria of mensen tot de doelgroep beschut werken behoren. De criteria voor beschut werken worden nog uitgewerkt en vastgelegd in een Algemene Maatregel van Bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Actie Gemeenten zijn verplicht om de voorziening Beschut werken vorm te geven en vast te leggen in een verordening. In de beleidskadernota Participatiewet 2015 is vastgesteld dat in samenwerking met Haarlem en Zandvoort wordt gekeken naar aanbieders voor Beschut werken. De beoordelingscriteria UWV voor Beschut werken moeten nog nader worden uitgewerkt door het rijk. De voorziening Beschut werken wordt opgenomen in de Re-integratieverordening, die in oktober 2014 ter besluitvorming wordt voorgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de individuele situatie van de cliënt zodanig is dat beschut werken niet (meer) haalbaar is, gaan we vanuit onze integrale benadering na of ondersteuning in het kader van de Wmo mogelijk is. Bijvoorbeeld via Begeleiding Groep (arbeidsmatige dagbesteding).</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.3 Overige instrumenten in de ParticipatiewetIn de Participatiewet zijn nog meer instrumenten opgenomen die kunnen worden ingezet om participatie zoveel mogelijk te bevorderen. Om er voor te zorgen dat werkgevers en werkzoekenden in de regio zoveel mogelijk te maken krijgen met dezelfde instrumenten, hebben de bestuurders in de regionale arbeidsmarktregio met elkaar afgesproken om zoveel mogelijke dezelfde instrumenten aan te bieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">No riskpolisWerkgevers hebben een verantwoordelijkheid in geval van ziekte van een medewerker. Om te voorkomen dat het risico op ziektekosten een reden wordt om iemand met een arbeidsbeperking niet aan te nemen, kan voor een individuele werknemer een no riskpolis worden ingezet. De precieze voorwaarden voor de no riskpolis worden meegenomen in de Re-integratieverordening en de betreffende beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Job coachingJob coaching is een vorm van intensieve begeleiding op de werkvloer. Job coaching kan een bijdrage leveren bij het aan het werk krijgen én houden van mensen. Op welke wijze en op welke manier job coaching kan worden ingezet, wordt afgesproken in overleg met de werkzoekende en de werkgever. De mogelijkheid van job coaching wordt opgenomen in de Re-integratieverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">WerkplekaanpassingIn het individuele geval kan een werkplekaanpassing nodig zijn. In de Re-integratieverordening wordt de mogelijkheid van een werkplekaanpassing opgenomen. De voorwaarden voor een werkplek aanpassing worden in deze verordening en de beleidsregels nader uitgewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Actie De betrokken wethouders van de negen gemeenten uit de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond (zie verder paragraaf 5.3) hebben de intentie om zo veel als mogelijk overeenstemming te bereiken over het aanbod van voorzieningen als no riskpolis, job coaching en werkplekaanpassingen. Het toekomstig regionaal Werkbedrijf gaat ook een rol spelen bij de samenwerkingsafspraken over deze voorzieningen. De voorzieningen en de voorwaarden worden vastgelegd in de Re- integratieverordening en de beleidsregels. De verordening wordt in oktober 2014 ter besluitvorming voorgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">StudieregelingDe gemeente krijgt met de Participatiewet de mogelijkheid om studerende jongeren met een arbeidsbeperking een studievergoeding te verstrekken. Jongeren met een arbeidsbeperking hebben minder mogelijkheden om te werken naast hun studie. Wij willen jongeren met een substantiële arbeidsbeperking via de studieregeling een tegemoetkoming in hun inkomen aanbieden. De invulling van deze studieregeling wordt afgestemd met de gemeenten in de arbeidsmarktregio en gefinancierd met de middelen van het rijk. De studieregeling wordt vastgelegd in de Verordening Studietoeslag en in beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenten Bloemendaal, Haarlemmerliede en Spaarnwoude ontvangen de volgende middelen voor de verstrekking van studietoeslagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Budget individuele studietoeslag Participatiewet 2015 2016 2017 2018 Bloemendaal € 2.500 € 7.300 € 11.200 € 12.800 Budget individuele studietoeslag Participatiewet 2015 2016 2017 2018 Haarlemmerliede en Spaarnwoude € 700 € 2.000 € 3.100 € 3.800 Budget individuele studietoeslag Participatiewet 2015 2016 2017 2018 Heemstede € 3.500 € 10.500 € 16.800 € 21.000 Actie Wij willen jongeren met een arbeidsbeperking via de studieregeling een tegemoetkoming in hun inkomen aanbieden. De invulling van deze studieregeling wordt afgestemd met de gemeenten in de arbeidsmarktregio en gefinancierd met de middelen van het rijk. De studieregeling wordt vastgelegd in een verordening en beleidsregels. De Verordening individuele studietoeslag wordt separaat met dit Beleidsplan in oktober 2014 voor besluitvorming voorgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3 Regionale samenwerking5.3.1 Arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmondBegin 2014 is er een intentieverklaring getekend voor bestuurlijke regionale samenwerking in de regio. De samenwerking heeft betrekking op werkgeversdienstverlening, sociale zekerheid en arbeidsmarktbeleid in Zuid-Kennemerland en IJmond. De arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond bestaat uit de volgende gemeenten: Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Heemskerk, Heemstede, Uitgeest, Velsen en Zandvoort Deze arbeidsmarktregio is één van de arbeidsmarktregio’s zoals die door het rijk zijn aangewezen en ingedeeld. Het rijk wil hiermee samenwerken in de regio’s bevorderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3.2 Werkplein en werkgeversservicepunt WerkpleinOp 24 januari 2014 hebben het UWV en de 9 gemeenten van de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond een intentieverklaring getekend voor bestuurlijke regionale samenwerking. Deze intentieverklaring geeft vorm aan regionale samenwerking op het brede terrein van arbeidsmarktbeleid en sociale zekerheid. De verplichting om regionaal samen te werken is vastgelegd in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (wet SUWI). Het doel is om meer mensen (óók de kwetsbare groepen) aan het werk te krijgen door samenwerking tussen publieke spelers én tevens werkgevers optimale dienstverlening te bieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het regionaal Werkplein krijgt daar een belangrijke functie in. Haarlem is centrumgemeente van de arbeidsmarktregio en leidt de oprichting van het Werkplein. Inmiddels wordt de huisvesting van het regionaal Werkplein, inclusief Werkgeverservicepunt (WSP), voorbereid in een pand aan Zijlsingel 1 te Haarlem. Naar verwachting kan op 1 oktober 2014 gestart worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurlijk is de wijze waarop de dienstverlening op dit plein tot stand komt van belang. In het regionaal overleg van het Keten-MT12.Het regionaal Keten MT is het afstemmingsoverleg voor afspraken over de bevordering van de werking van de arbeidsmarkt. Aan het Keten MT nemen deel: managers Werk en Inkomen uit de arbeidsmarktregio, UWV, Paswerk en IJmond werkt!! is besloten een eenduidige werkwijze voor de dienstverlening te hanteren, waarmee het effect van de samenwerking tussen alle partners (gemeenten, UWV, werknemers en werkgevers) het grootst is. Regionaal worden dezelfde uitgangspunten gehanteerd, waarbij de nadruk op werk komt te liggen én op de eigen kracht en verantwoordelijkheid van de burger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de dienstverlening op het Werkplein zullen de zogenoemde participatiegesprekken met de klanten gevoerd worden door de medewerkers van de IASZ. Hiervoor zullen spreekkamers gehuurd worden op de Zijlsingel.13.De huurprijs van een spreekkamer bedraagt naar verwachting € 1.750. Met het UWV moeten nog afspraken worden gemaakt over de facilitaire kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">DienstverleningsmodelHaarlem heeft als centrumgemeente opdracht gegeven om als uitwerking van de uitgangspunten een implementatieplan te schrijven dat onder andere moet bijdragen aan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een effectief en efficiënt dienstverleningsmodel op het Werkplein Hierbij dient dit dienstverleningsmodel in te spelen op de toekomstige ontwikkelingen - zoals de Participatiewet - en op de gewenste dienstverlening op het Werkplein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene werking van het modelHet model is zo opgebouwd dat vanaf het begin de werkzoekende bewust wordt geactiveerd met een fysieke “meldingsplicht” bij de receptie en een huiswerkopdracht om zich voor te bereiden op het Participatiegesprek (“eigen kracht”).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Participatiegesprek is gericht op empowerment van de werkzoekende (denken in mogelijkheden van de werkzoekende en van zijn/haar netwerk en het overtuigen van de klant om die mogelijkheden in te zeten waardoor hij/zij op eigen kracht verder gaat).</p>\n<p class=\"lf-p\">Naar aanleiding van de bevindingen in het Participatiegesprek kan: beoordeeld worden dat de werkzoekende met het juiste advies het zelf moet kunnen; de werkzoekende een vervolggesprek krijgen vanwege onvoldoende inspanningen met betrekking tot de huiswerkopdracht; een medisch advies worden opgevraagd om de arbeidsbelastbaarheid te kunnen vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Via groepsgewijze workshops (met inzet van externe partijen) na het Participatiegesprek wordt gekeken of klanten direct te ‘matchen’ zijn op aanwezige vacatures in de regio of dat de klant direct op een traject geplaatst kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitzonderingen deelname dienstverleningsmodelHet dienstverleningsmodel is niet vrijblijvend. Het is echter goed denkbaar dat bepaalde groepen vanwege in de persoon gelegen belemmeringen niet aan het model kunnen deelnemen. Om toch zoveel mogelijk effect te bewerkstelligen van het model zijn er slechts 2 uitzonderingen die uitsluiting rechtvaardigen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Klanten die de Nederlandse taal niet machtig zijn en zich voor het eerst vestigen in een gemeente Klanten die een gevaar vormen voor zichzelf of hun omgeving en daardoor opgenomen zijn in een instelling Deze klanten kunnen meteen een aanvraag voor een bijstandsuitkering indienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Dienstverleningsmodel en de klantMet het dienstverleningsmodel wordt allereerst een beroep gedaan op de eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheid van de klant. Niet het inkomen staat centraal, maar de mogelijkheden om op eigen kracht een inkomen te verwerven. Dat vergt van de medewerkers IASZ overtuigingskracht en het vermogen de klant te motiveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarmee wordt gestreefd naar een maximale benutting van arbeidspotentie en wordt uitgegaan van de gedachte dat ieder mens zelfstandig wil zijn en zelf de regie op zijn/haar leven wil voeren. Daar waar het de klant zelf niet lukt, zal ondersteuning worden geboden. Door een gedegen vooronderzoek in het proces, nog vóórdat de aanvraag wordt ingediend, zullen de klanten zo nodig tijdig worden gewezen op het recht op voorliggende voorzieningen, zoals studiefinanciering.</p>\n<p class=\"lf-p\">ImplementatieteamAls ingestemd wordt met de inhoud van het dienstverleningsmodel op het Werkplein zal er een regionaal implementatieteam vanuit diverse disciplines in het leven worden geroepen, dat verantwoordelijk wordt voor de daadwerkelijke implementatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het implementatieteam moet bijzondere aandacht hebben voor:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verder door ontwikkelen en preciseren van het model Het waar mogelijk anticiperen op de toekomstige dienstverlening op het Werkplein en het Werkgeversservicepunt Het inpassen van maatwerk. In dit kader zullen vanuit de IASZ ‘best-practices’ van de huidige werkwijze worden ingebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het bestuurlijk overleg en het Keten MT is de intentie uitgesproken het beleid en uitvoering in de regio zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. Zoals in paragraaf 5.3.1 aangegeven is dit ook vastgelegd in een intentieverklaring. Het streven is dan ook om de loonkostensubsidie en loonwaarde meting regionaal zoveel mogelijk af te stemmen. Het Keten MT en de werkgroep Arbeidsmarktagenda proberen overeenstemming te bereiken over een loonkostensystematiek (loonkostensubsidie en loonwaarde meting) in de regio. Enerzijds vloeit dit voort uit de eis van het rijk om zoveel mogelijk regionaal samen te werken. Anderzijds worden werkgevers in de arbeidsmarktregio niet belast met verschillende systemen en regelingen. Ook wordt voorkomen dat gemeenten met elkaar concurreren door verschillen in de hoogte van subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3.3 Het regionale WerkbedrijfIn de Participatiewet worden gemeenten verplicht om regionaal samen te werken op de arbeidsmarkt. Om die reden heeft het rijk arbeidsmarktregio’s aangewezen. Binnen hun eigen arbeidsmarktregio zijn gemeenten verplicht om een regionaal werkbedrijf op te richten. De vormgeving van het Werkbedrijf wordt uitgewerkt in de Werkkamer door een vertegenwoordiging van gemeenten en sociale partners (werkgevers en werknemers).</p>\n<p class=\"lf-p\">Op dit moment is in ieder geval duidelijk dat de inrichting van de Werkbedrijven moet aansluiten bij de al bestaande structuren in de arbeidsmarktregio. Tevens is duidelijk dat het moet gaan om een bestuurlijk overleg van de deelnemende gemeenten, het UWV en sociale partners waarin afspraken worden gemaakt over de wijze waarop werkzoekenden naar werk begeleid worden. Voor onze arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond betekent dit dat aansluiting gezocht moet worden bij het huidige bestuurlijk overleg in de regio. Dit overleg heeft als doel het maken van regionale afspraken om de werking van de arbeidsmarktregio te bevorderen. De huidige deelnemers aan het overleg zijn de negen wethouders Werk en Inkomen in de regio en de regiomanager van het UWV. Vaste gastdeelnemers voor advisering zijn de hoofden Sociale Zaken in de regio en de directeuren van de sociale werkvoorzieningsschappen Paswerk en IJmond werkt! De sociale partners moeten aansluiten op dit bestuurlijk overleg. Er is een regionale werkgroep opgericht die vorm gaat geven aan het Werkbedrijf en de sociale partners bij het Werkbedrijf gaat betrekken. Het Werkbedrijf moet afspraken maken over de werkgeversdienstverlening en in te zetten re-integratie-instrumenten moeten vastgelegd worden in de regionale arbeidsmarktagenda.</p>\n<p class=\"lf-p\">Acties:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een regionale werkgroep gaat vorm geven aan het regionale Werkbedrijf. Naast gemeenten, UWV en SW- organisaties in de regio, worden ook de sociale partners (werkgevers en werknemers) betrokken bij het Werkbedrijf Het regionale Werkbedrijf gaat samenwerkingsafspraken maken over voorzieningen als werkplekaanpassingen, no risk polis, job coaching, loonkostensubsidie, loonwaardebepaling en beschut werken en werkgeversdienstverlening in de regio.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4 Maatregelen Wet werk en bijstand (voorstellen tot aanscherping van de WWB)Gemeenten zijn al sinds de invoering van de Wet werk en bijstand in 2004 verantwoordelijk voor de handhaving van de wet en het opleggen van maatregelen. Het rijk wil door het invoeren van een aantal aanscherpingsmaatregelen de bijstand voor klanten meer activerend maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4.1 Beperkingen mogelijkheden categoriale bijzondere bijstandDoor de maatregelen WWB worden de wettelijke mogelijkheden om categoriale bijzondere bijstand te verstrekken beperkt. Het doel van het rijk is dat er meer individueel maatwerk wordt geleverd. Het rijk kort niet op de middelen voor categoriale bijzondere bijstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">WijzigingenCategoriale bijzondere bijstand wordt voor de volgende groepen afgeschaft: (ouders met) schoolgaande kinderen chronische zieken en gehandicapten ouderen met pensioengerechtigde leeftijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De collectieve aanvullende zorgverzekering voor minima dan wel tegemoetkoming in de premie van de zorgverzekering blijft gehandhaafd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op dit moment hanteren wij de verordening Maatschappelijke Participatie waarin regelingen voor bovengenoemde groepen zijn opgenomen. Een aantal van deze regelingen is op declaratiebasis. In dat geval is er geen sprake van categoriale bijstand. Oftewel, dit is al in overeenstemming met de doelstellingen van de Participatiewet vorm gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Actie Eerder is al aangegeven dat de middelen die zijn bestemd voor de uitvoering van de verordening Maatschappelijke Participatie behouden moeten blijven voor de doelgroep. In het laatste kwartaal van 2014 wordt door middel van beleidsregels een voorstel gedaan over hoe de beschikbare middelen voor de minima worden ingezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4.2 Individuele inkomenstoeslagOp dit moment kan een bijstandsgerechtigde jaarlijks langdurigheidtoeslag krijgen als hij of zij langer dan vijf jaar in de bijstand zit. Met ingang van 1 januari 2015 is dat niet meer mogelijk. Gemeenten krijgen de mogelijkheid om een individuele inkomenstoeslag toe te kennen aan mensen die langdurig (drie jaar) een laag inkomen hebben dat niet uitkomt boven 110% van de bijstandsnorm en voor wie geen uitzicht is op inkomensverbetering. De gemeente moet daarbij beoordelen of iemand voldoende inspanning heeft geleverd om tot inkomensverbetering te komen. Dit wordt getoetst door te kijken of iemand een maatregel heeft opgelegd gekregen in de afgelopen drie jaar, bijvoorbeeld door het niet voldoen aan de sollicitatieplicht of het weigeren van een baan. In een verordening moet de definitie van langdurig laag inkomen en hoogte van de toeslag worden vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de huidige langdurigheidstoeslag is de definitie van langdurig een laag inkomen: vijf jaar. Hierbij wordt echter niet gekeken of iemand voldoende inspanningen heeft geleverd om tot inkomensverbetering te komen. Nu de voorwaarde om inspanningen te leveren om tot inkomensverbetering te komen, wordt toegevoegd, stelt het college voor de termijn te verlagen naar drie jaar. Dit betekent dat voor een periode van drie jaar wordt teruggekeken of iemand een maatregel heeft gekregen. De klant kan op deze manier na drie jaar weer met een schone lei beginnen en zich richten op het zoeken naar werk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarden individuele inkomenstoeslag Bij de beoordeling of iemand recht heeft op individuele inkomenstoeslag wordt gekeken naar de inspanningen die iemand heeft geleverd om zijn inkomenspositie te verbeteren;</p>\n<p class=\"lf-p\">De definitie van een langdurig en laag inkomen wordt een periode van drie jaar met een inkomen dat niet uitkomt boven 110 % van de bijstandsnorm.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4.3 TegenprestatieSinds 1 januari 2012 hebben gemeenten op grond van de Wet werk en bijstand al de mogelijkheid om de tegenprestatie in hun beleid op te nemen. Per 1 januari 2015 wordt de tegenprestatie een verplichting op grond van de Participatiewet. Dat betekent dat gemeenten beleid moeten formuleren met betrekking tot de tegenprestatie en tevens vast moeten leggen in een verordening. Sinds 2012 geven de IASZ-gemeenten al vorm aan de tegenprestatie door vrijwilligerswerk te stimuleren bij bijstandsgerechtigden. Dit beleid heeft er toe geleid dat inmiddels 66 personen actief zijn in het vrijwilligerswerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Actie De volgende verordeningen leggen wij separaat met dit Beleidsplan in oktober 2014 ter vaststelling aan de raad voor:</p>\n<p class=\"lf-p\">Re-integratieverordening Verordening individuele studietoeslag Maatregelenverordening Verordening individuele inkomenstoeslag Verordening tegenprestatie Verordening cliëntenparticipatie Handhavingsverordening Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive De Verordening loonkostensubsidie leggen wij uiterlijk december 2014 ter vaststelling aan de raad voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">BeleidsregelsVoor een aantal onderwerpen moet nog het een en ander uitgewerkt worden door het rijk dan wel de Werkkamer of het regionaal Werkbedrijf (nog in wording). Dit betekent dat voor een aantal onderwerpen de minimumeisen, dan wel de voorwaarden, nog niet bekend zijn en pas later zullen worden uitgewerkt in beleidsregels.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>TOEGANG TOT ONDERSTEUNING6.1 AlgemeenIn dit hoofdstuk gaan we in op de wijze waarop wij de toeleiding en de toegang tot de ondersteuning van Heemsteedse inwoners vorm gaan geven. Het omvat het proces van het eerste contact tot een passend ondersteuningsarrangement.</div>\n<p class=\"lf-p\">We starten hierbij in 2015 met het voortzetten van de huidige toegangen: het Loket Heemstede, het CJG en de IASZ. Waarbij we wel uitgaan van meer samenwerking tussen de bestaande toegangen. Immers, we kiezen uitdrukkelijk voor een integrale aanpak bij de ondersteuning. De komende jaren zullen we de nadere integratie van de toegangen overwegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2 Toegang Wmo voorzieningen6.2.1 Huidige situatieIn 2002 zijn we gestart met het Loket Heemstede. Het loket heeft van het begin af aan een belangrijke rol gespeeld bij het geven van advies en informatie over wonen, welzijn en zorg. Sinds 2007 speelt het loket tevens een grote rol bij de toegang tot de Wmo-voorzieningen. Naast het Loket is ook een belangrijke rol weggelegd voor de Intergemeentelijke afdeling Sociale Zaken. De IASZ vormt de back office voor de Wmo. Binnen de IASZ hebben we, evenals in het Loket, gekozen voor kwalitatief hooggeschoolde medewerkers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sinds 2009 vormt het Loket tevens de toegang voor de ondersteunende begeleiding voor Heemsteedse inwoners met een psychosociaal probleem14.Deze taak is in 2009 als onderdeel van de zogenoemde Pakketmaatregel AWBZ aan gemeenten overgedragen.. Dit betreft intensieve ondersteuning afgestemd op de individuele problematiek en gericht op het aanleren van vaardigheden om (weer) zelfstandig te kunnen functioneren. Met Zorgbalans is een overeenkomst gesloten voor het bieden van deze (tijdelijke) begeleiding. De afdeling Welzijnszaken is gemachtigd om, na beoordeling door de Loketmedewerker, deze begeleiding in te zetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenstelling en omvang van het teamIn het loket werken we samen met de Stichting Welzijn Ouderen Heemstede, Kontext, Tandem, Zorgbalans, de Stichting MEE en de IASZ. De coördinatie is ondergebracht bij de Afdeling Welzijnszaken. Hiervoor is een coördinator aangesteld in dienst van de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel huidige samenstelling Loket HeemstedeUren per week Coördinator 18 Stichting Welzijn Ouderen 23 Heemstede 18 Kontext 18 Tandem 11 MEE 16 Zorgbalans 15 IASZ 23 Totaal 142 Het Loketteam bestaat uit professionals die minimaal 10 uur in het team werken en onafhankelijk kunnen opereren van hun moederorganisatie. Alle medewerkers zijn generalisten, met een eigen specifieke expertise. Hierdoor is sprake van een deskundig, competent team.</p>\n<p class=\"lf-p\">WerkwijzeHet Loket Heemstede is op werkdagen te bezoeken van 9.00 uur tot 13.00 (inloopspreekuur). In de middagen is er de mogelijkheid van huisbezoeken en van bezoek op afspraak De werkwijze die in het Loket wordt gehanteerd, sluit aan bij het VNG project “De Kanteling”. In een gesprek met de burger, al dan niet in de thuissituatie, wordt breed gesproken over de hulpvraag, de persoonlijke situatie en de mogelijke oplossingen voor het probleem. Doel is om de ondersteuningsvraag in beeld te brengen en samen met de aanvrager passende oplossingen te vinden, waarbij ook gekeken wordt naar de eigen kracht van de burger en zijn netwerk. Vanzelfsprekend kan, als dat voor een zorgvuldige beoordeling nodig is, advies worden ingewonnen bij een extern deskundige. Deze werkwijze heeft geleid tot de verkiezing in 2013 van het “beste loket van Nederland”.</p>\n<p class=\"lf-p\">We gaan in het laatste kwartaal van 2014 de medewerkers van het Loketteam gericht scholen op het gebied van kennis van de nieuwe doelgroepen. En van het nieuwe aanbod. We zijn ons er immers van bewust dat de doelgroep die gebruikmaakt van extramurale begeleiding bestaat uit mensen met uiteenlopende problematiek. Om de ondersteuningsbehoefte van deze mensen goed te begrijpen en hen in de toekomst op de juiste wijze te kunnen begeleiden is een brede expertise nodig. We zetten hiervoor in op het vergroten van de expertise van de medewerkers in het Loket. Dit doen we samen met de nieuw gecontracteerde aanbieders.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kennis die nog onvoldoende in het Loket aanwezig is betreft vooral mensen met een psychiatrische problematiek. We zorgen ervoor dat deze expertise, door participatie van een deskundige partij op dit vlak, aan het Loketteam wordt toegevoegd. Hier maken we in het laatste kwartaal van 2014 afspraken over.</p>\n<p class=\"lf-p\">Actie In het laatste kwartaal van 2014 voegen we expertise toe aan het Loket Heemstede door de participatie van een deskundige partij op het vlak van psychiatrische problematiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schil van expertiseDaarnaast kan het noodzakelijk zijn experts in te schakelen voor advisering in specifieke situaties. In de inkoopprocessen hebben we hierover met partijen afspraken gemaakt. We gaan voor de Loketmedewerkers inzichtelijk maken wie, wat, waarover, wanneer geraadpleegd kan worden. Ook in het leer- en ontwikkelingstraject van de medewerkers wordt dit betrokken. Daarnaast zullen we concrete afspraken maken voor de eventueel benodigde ondersteuning in het geval sprake is van een verstandelijke beperking, zodat ook deze kennis is geborgd.</p></div>", "next": 239670}