{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">In verband met belemmering van de stadsvernieuwing Burgemeester en wethouders kunnen de splitsingsvergunning eveneens weigeren indien: voor het gebied waarin het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft is gelegen, een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.5 van de Wet ruimtelijke ordening van kracht is, dan wel een ontwerp voor een zodanig plan of zodanige verordening of voor een herziening daarvan in procedure is; het ontwerp voor dat plan of voor die verordening, dan wel voor de herziening daarvan ter inzage is gelegd voordat de aanvraag van de splitsingsvergunning is ingediend; de voorgenomen splitsing naar het oordeel van burgemeester en wethouders nadelig gevolgen kan hebben voor de met het plan of die verordening nagestreefde of na te streven doeleinden; en, het belang dat de aanvrager bij splitsing heeft, niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van belemmering van de (voorgenomen) plannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In verband met de toestand van het gebouw Burgemeester en wethouders kunnen de splitsingsvergunning ten slotte weigeren indien: de toestand van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft, zich uit een oogpunt van indeling of de staat van onderhoud geheel of ten dele verzet; en, de desbetreffende gebreken niet door het treffen van voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen worden verholpen, dan wel onvoldoende verzekerd is, dat die gebreken zullen worden opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van gebreken als bedoeld in het derde lid is in ieder geval sprake indien een handhavingsbesluit ingevolge artikel 1b, tweede lid van de Woningwet is genomen of is aangeschreven ingevolge de artikelen 13 of 13a van de Woningwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders kunnen aan de splitsingsvergunning nadere voorwaarden verbinden omtrent de kwaliteit van een gebouw vanuit bouwkundig oogpunt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In verband met de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur Burgemeester en wethouders kunnen de splitsingsvergunning weigeren in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-362\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden en verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Burgemeester en wethouders kunnen indien een aanvraag voor een splitsingsvergunning wordt gedaan in samenhang met een bouwplan in het kader van een complexgewijze aanpak of waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, de vergunning verlenen onder de opschortende voorwaarde dat het betreffende bouwplan is uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Burgemeester en wethouders kunnen een zekerheidstelling eisen, waardoor de uitvoering van het door hen goedgekeurde maar nog niet uitgevoerde bouwplan, dan wel het opheffen van de bouwkundige gebreken aan het gebouw verzekerd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.In geval van toepassing van het tweede lid, wordt binnen acht weken na verlening van de splitsingsvergunning een aanvang gemaakt met de werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De gereedmelding van de werkzaamheden, als bedoeld in het derde lid, dient binnen de door burgemeester en wethouders bepaalde termijn te geschieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Burgemeester en wethouders kunnen op een door aanvrager tijdig gedaan schriftelijk verzoek een afwijkende termijn, als bedoeld in het vierde lid, vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking tot kwaliteitseisen die gelden voor te splitsen woningen en de wijze waarop de aanvrager van een splitsingsvergunning zich dient te houden aan de Gedragscode splitsen Amsterdam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-363\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningverlening corporaties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag voor een splitsingsvergunning door een corporatie wordt niet geweigerd, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: er geen bezwaar is van de kant van burgemeester en wethouders op grond van een zwaarwegend volkshuisvestingsbelang; er van de zijde van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedkeuring is als bedoeld in artikel 27, eerste lid, onderdeel a, van de Woningwet tot verkoop van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft; de woningcorporatie voldoet aan de bepalingen in de Uitvoeringsovereenkomst verkoop sociale huurwoningen 2020 t/m 2024 tussen de gemeente Amsterdam en de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-364\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Quotumvoorwaarde splitsingsvergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met in achtneming van artikel 3.4.1 en 3.4.2 kunnen burgemeester en wethouders voor een gebiedsdeel een quotum vaststellen voor het aantal huurwoningen met een huurprijs onder de liberalisatiegrens, dat bij splitsing in appartementsrechten ten hoogste kan worden betrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-365\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekken vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders kunnen een splitsingsvergunning intrekken: indien niet binnen één jaar nadat de beschikking is afgegeven, is overgegaan tot overschrijving in openbare registers van de akte van splitsing in appartementsrechten, bedoeld in artikel 109 Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, of tot het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten; indien de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; en, indien niet wordt voldaan aan de ingevolge dit hoofdstuk bij de vergunning gestelde voorwaarden of voorschriften.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-366\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Overdracht splitsingsvergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Bij verkoop of andere vorm van overdracht van woonruimten(n) waarvoor een splitsingsvergunning is verleend als bedoeld in dit hoofdstuk wordt de instemming van de nieuwe eigenaar met de vergunde wijziging van de woonruimte(n) verondersteld. De nieuwe eigenaar wordt van rechtswege de nieuwe vergunninghouder.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De nieuwe vergunninghouder, als bedoeld in het eerste lid, kan op verzoek op de vergunning worden vermeld door burgemeester en wethouders.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">AFDELING III TOERISTISCHE VERHUUR VAN WOONRUIMTE</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 7 Werkingsgebied</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-371\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Werkingsgebied</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als woonruimten als bedoeld in artikel 23a, eerste lid, artikel 23b, eerste en tweede lid, en artikel 23c, eerste lid, van de Huisvestingswet zijn alle woonruimten in de gemeente Amsterdam aangewezen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-372\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Registratieplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden om een woonruimte als bedoeld in artikel 3.7.1 voor toeristische verhuur aan te bieden zonder het registratienummer van die woonruimte te vermelden bij iedere aanbieding van die woonruimte voor toeristische verhuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-373\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Nachtencriterium en meldplicht vakantieverhuur</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Onverminderd artikel 3.7.2 is het verboden om een woonruimte als bedoeld in artikel 3.7.1 voor meer dan dertig nachten per kalenderjaar in gebruik te geven voor vakantieverhuur.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Onverminderd artikel 3.7.2 en het eerste lid is het verboden om een woonruimte als bedoeld in artikel 3.7.1 in gebruik te geven voor vakantieverhuur zonder voorafgaande elektronische melding van de nachten van deze toeristische verhuring bij burgemeester en wethouders.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Burgemeester en wethouder kunnen gebieden aanwijzen waar een nachtencriterium van nul nachten geldt, betekenende een verbod op vakantieverhuur.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-373a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7.3a</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht toeristische verhuur</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Onverminderd de artikelen 3.7.2 en 3.7.3 is het verboden om een woonruimte als bedoeld in artikel 3.7.1 in gebruik te geven voor toeristische verhuur zonder vergunning van burgemeester en wethouders.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De in het eerste lid genoemde vergunning kan uitsluitend worden verleend voor vakantieverhuur of B&amp;B.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Voor toeristische verhuur van woonruimte ten behoeve van studenten die korter verblijven dan zes maanden geldt een uitzondering van de vergunningplicht, mits en zolang het een woonruimte betreft die door een instelling voor hoger onderwijs, als bedoeld in artikel 1.1 onderdeel g van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, is gereserveerd als landingsplek voor internationale studenten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-374\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht vakantieverhuur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de artikelen 3.7.2 en 3.7.3 is het verboden om een woonruimte als bedoeld in artikel 3.7.1 in gebruik te geven voor vakantieverhuur zonder vergunning van burgemeester en wethouders.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-375\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht B&amp;B</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 3.7.2 is het verboden om een woonruimte als bedoeld in artikel 3.7.1 te gebruiken als B&amp;B zonder vergunning van burgemeester en wethouders.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 8 Algemene bepalingen toeristische verhuur van woonruimte</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-381\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag registratienummer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aanvragen voor een registratienummer als bedoeld in artikel 3.7.2 worden gedaan door degene die een woonruimte aanbiedt voor toeristische verhuur middels een door burgemeester en wethouders voorgeschreven elektronisch formulier.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-382\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Melding vakantieverhuur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een melding als bedoeld in artikel 3.7.3, tweede lid, wordt gedaan door degene die de woonruimte in gebruik geeft voor vakantieverhuur, middels een door burgemeester en wethouders voorgeschreven elektronisch formulier.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-383\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag vergunning</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Aanvragen voor vergunningen als bedoeld in de artikelen 3.7.4 en 3.7.5 worden ingediend door degene die de woonruimte in gebruik geeft voor vakantieverhuur respectievelijk gebruikt als B&amp;B, op een door burgemeester en wethouders voorgeschreven wijze.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid kan, in het geval van B&amp;B betrekking hebben op meerdere volwassen personen, mits en zolang zij tot hetzelfde huishouden behoren en allen de betreffende woonruimte als hoofdverblijf hebben.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-384\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.8.4</span><span class=\"lf-art-t\">Te verstrekken gegevens en bescheiden aanvraag vergunning vakantieverhuur</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Bij een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.4, worden de volgende gegevens verstrekt: de naam en het adres van het hoofdverblijf van de aanvrager; en, het adres of de kadastrale ligging van de woonruimte waar de aanvraag betrekking op heeft.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Burgemeester en wethouders kunnen het overleggen van andere bescheiden verlangen, die zij voor de beoordeling van de aanvraag nodig achten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-385\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.8.5</span><span class=\"lf-art-t\">Te verstrekken gegevens en bescheiden aanvraag vergunning B&amp;B</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Bij een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.5, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: de naam (of namen) en het adres van het hoofdverblijf van de exploitant(en) van de B&amp;B; het adres of de kadastrale ligging van de woonruimte waar de aanvraag betrekking op heeft; en, een plattegrond van de gehele zelfstandige woonruimte waarbij aangegeven is op welk deel van de woonruimte de aanvraag betrekking heeft.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De plattegrond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, dient op de door burgemeester en wethouders aangegeven wijze te worden verstrekt, waarbij het aantal vierkante meters van de gehele zelfstandige woonruimte met inbegrip van de ruimte van de B&amp;B en het aantal vierkante meters van de B&amp;B moeten zijn weergegeven.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Burgemeester en wethouders kunnen het overleggen van andere bescheiden verlangen, die zij voor de beoordeling van de aanvraag nodig achten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-386\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.8.6</span><span class=\"lf-art-t\">Beslistermijn</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Burgemeester en wethouders beslissen op aanvragen als bedoeld in artikel 3.8.3, eerste lid, binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Burgemeester en wethouders kunnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Indien niet tijdig op de aanvraag tot het geven van een beschikking is beslist, is de gevraagde vergunning van rechtswege gegeven als bedoeld in paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-387\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.8.7</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikkingsvereisten vergunning vakantieverhuur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.4 bevat ten minste de volgende gegevens: de woonruimte waar de aanvraag betrekking op heeft, aangeduid met het adres of de kadastrale ligging van de woonruimte; de naam van de aanvrager; en, de krachtens deze verordening geldende voorwaarden en voorschriften.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-388\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.8.8</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikkingsvereisten vergunning B&amp;B</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.5 bevat ten minste de volgende gegevens: de woonruimte waarop de beschikking betrekking heeft, aangeduid met het adres of de kadastrale ligging van de woonruimte; de naam van de exploitant die de woonruimte gebruikt als B&amp;B; een aanduiding van de ruimte binnen de woonruimte waar de aanvraag betrekking op heeft; en; de mededeling dat binnen een jaar, nadat de vergunning is afgegeven, van de vergunning gebruik moet zijn gemaakt; en, de krachtens deze verordening geldende voorwaarden en voorschriften.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Er kunnen exploitanten op de vergunning worden bijgeschreven mits en zolang het een volwassene betreft, deze tot hetzelfde huishouden behoort en de betreffende woonruimte ook als hoofdverblijf heeft.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Burgemeesters en wethouders kunnen in bijzondere omstandigheden afwijken van de termijn van één jaar als genoemd in het eerste lid, onderdeel d, en uitstel verlenen.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 9 Vergunningverlening</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-391\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden vergunning vakantieverhuur</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.4 wordt geweigerd, indien: sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsproblemen door het openbaar bestuur; de aanvrager al een vergunning voor een B&amp;B heeft; de woonruimte waar de aanvraag op ziet in eigendom is van een woningcorporatie; niet wordt voldaan aan de ingevolge deze paragraaf bij de vergunning gestelde voorwaarden; of, het gaat om een aanvraag tot legalisatie van een bestaande situatie waar een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de woonruimte is opgetreden als bedoeld in artikel 3.9.5, tweede lid, onderdeel f.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.4 kan worden geweigerd indien ten aanzien van de aanvrager in de afgelopen vijf jaar een vergunning als bedoeld in artikelen 3.1.1, derde lid, 3.7.4 of 3.7.5 is ingetrokken.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-392\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden vergunning B&amp;B</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.5 wordt geweigerd, indien: sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsproblemen door het openbaar bestuur; de aanvrager al een vergunning voor vakantieverhuur heeft; de woonruimte waar de aanvraag op ziet in eigendom is van een woningcorporatie; niet wordt voldaan aan de ingevolge deze paragraaf bij de vergunning gestelde voorwaarden; het gaat om een aanvraag tot legalisatie van een bestaande situatie waar een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de woonruimte is opgetreden als bedoeld in artikel 3.9.6, tweede lid, onderdeel e; het quotum, bedoeld in artikel 3.9.4, voor de vergunning is bereikt; of, de aanvraag ziet op een melding die is uitgeloot.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.5 kan worden geweigerd indien ten aanzien van de aanvrager in de afgelopen vijf jaar een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid, 3.7.4 of 3.7.5 is ingetrokken.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-393\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.9.3</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekken vergunning</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.4 en 3.7.5 intrekken, indien: de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; niet wordt voldaan aan de ingevolge deze paragraaf bij de vergunning gestelde voorwaarden en/of voorschriften; niet wordt voldaan aan de registratieplicht, bedoeld in artikel 3.7.2; er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; of de vergunninghouder schriftelijk te kennen heeft gegeven van de vergunning geen gebruik meer te willen maken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In aanvulling op het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.4 intrekken, indien niet wordt voldaan aan het nachtencriterium of de meldplicht, bedoeld in artikel 3.7.3, eerste respectievelijk tweede lid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In aanvulling op het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.5. intrekken, indien niet binnen één jaar, nadat de beschikking is afgegeven, gebruik is gemaakt van de vergunning;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Burgemeester en wethouders kunnen verleende vergunningen als bedoeld in artikel 3.7.4 en 3.7.5 wijzigen en verleende vergunningen intrekken indien veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten wijziging of intrekking nodig maken.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-394\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.9.4</span><span class=\"lf-art-t\">Quotumvoorwaarden vergunning B&amp;B</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Vergunningen als bedoeld in artikel 3.7.5 worden met inachtneming van een door burgemeester en wethouders per wijk vastgesteld quotum verstrekt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Wanneer het aantal aanvragen voor een wijk hoger is dan het quotum, bedoeld in het eerste lid, geschiedt de vergunningverlening middels loting.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Burgemeester en wethouders stellen in nadere regels de hoogte van het quotum, bedoeld in het eerste lid, vast, alsmede nadere regels over de wijze waarop vergunningverlening plaatsvindt.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-395\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.9.5</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden en voorschriften vergunning vakantieverhuur</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.4 gelden de volgende voorwaarden:</div>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager staat op het adres van de woonruimte ingeschreven in de basisregistratie personen en heeft daar het centrum van zijn levensbelangen; de woonruimte is niet gelegen in een gebied waar een verbod op vakantieverhuur geldt; de woonruimte is niet in eigendom van een woningcorporatie; de vergunning is geldig gedurende het kalenderjaar waarin deze is verleend en de eerste drie maanden van het daaropvolgende kalenderjaar; en, de vergunning is persoons- en woonruimtegebonden.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Voor een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.4 gelden de volgende voorschriften: degene die de woonruimte in gebruik geeft voor vakantieverhuur, staat op het adres van de woonruimte ingeschreven in de basisregistratie personen en heeft daar het centrum van zijn levensbelangen; er wordt voldaan aan de plicht bij iedere aanbieding van de woonruimte een geldig registratienummer te vermelden, het nachtencriterium en de meldplicht, bedoeld in artikelen 3.7.2 en 3.7.3; de melding als bedoeld in het vorige onderdeel en artikel 3.7.3, tweede lid, dient te geschieden door de bewoner die op het adres van de woonruimte staat ingeschreven in de basisregistratie personen en daar het centrum van zijn levensbelangen heeft; er wordt aan niet meer dan vier personen onderdak wordt verleend; er wordt een zelfstandige woonruimte exclusief in gebruik gegeven; en er treedt geen onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de betreffende woonruimte op. Er is sprake van een onaanvaardbare inbreuk als bedoeld in de vorige volzin, indien: er is sprake van aantoonbare overlast op grond van objectieve feiten en omstandigheden; en, de bewoners vooraf door de klagers en door burgemeester en wethouders op de overlast is gewezen en dit niet tot beëindiging van de overlast heeft geleid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Burgemeester en wethouder kunnen gebieden aanwijzen waar een nachtencriterium van nul nachten geldt, betekenende een verbod op vakantieverhuur.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Burgemeester en wethouders kunnen een andere geldigheidstermijn verbinden aan de vergunning dan de termijn genoemd in het eerste lid, onderdeel d.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-396\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.9.6</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden en voorschriften vergunning B&amp;B</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.5 gelden de volgende voorwaarden: de exploitant heeft de woonruimte als hoofdverblijf en staat op het adres van deze woonruimte ingeschreven in de basisregistratie personen; de B&amp;B voldoet aan de oppervlakte-eisen; de B&amp;B beschikt over maximaal vier slaapplaatsen voor gasten; de ruimte die aan toeristen wordt verhuurd is een deel van een zelfstandige woonruimte; de woonruimte is niet in eigendom van een woningcorporatie; de vergunning is geldig tot 1 juli 2028; en, de vergunning is niet overdraagbaar en gebonden aan de exploitant- en de specifieke woonruimte.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Voor een vergunning als bedoeld in artikel 3.7.5 gelden de volgende voorschriften: de exploitant exploiteert de B&amp;B zelf en houdt nachtverblijf in de woonruimte tijdens het verblijf van gasten; er wordt voldaan aan de plicht bij iedere aanbieding van de woonruimte een geldig registratienummer te vermelden, bedoeld in artikel 3.7.2; in de B&amp;B wordt aan maximaal vier personen logies verleend; de toeristen slapen in het deel van de zelfstandige woonruimte zoals in de vergunning vermeld; en er treedt geen onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de betreffende woonruimte op. Er is sprake van een onaanvaardbare inbreuk als bedoeld in de vorige zin, indien: er sprake is van aantoonbare overlast op grond objectieve feiten en omstandigheden; en, de bewoners vooraf door de klagers en door burgemeester en wethouders op de overlast is gewezen en dit niet tot beëindiging van de overlast heeft geleid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Burgemeester en wethouders stellen nadere regels met betrekking tot de oppervlakte-eisen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 10 Verplichtingen voor degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.10.1</span><span class=\"lf-art-t\">Publicatieverbod aanbiedingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het is voor degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur verboden om een aanbod tot het in gebruik geven van een woonruimte voor toeristische verhuur te publiceren zonder dat daarbij een registratienummer is vermeld.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het is voor degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur verboden aanbiedingen van een woonruimte gedurende de rest van het jaar te tonen, indien diegene door burgemeester en wethouders ervan in kennis is gesteld dat die specifieke woonruimte reeds voor het maximum aantal nachten als bedoeld in artikel 3.7.3 in dat jaar in gebruik is gegeven voor toeristische verhuur.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Burgemeester en wethouders kunnen een aanwijzing geven aan degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur om de aanbieding voor toeristische verhuur van de aanbieder, aan wie een verbod tot het in gebruik geven van een woning voor toeristische verhuur als bedoeld artikel 4.2.2 is opgelegd, te blokkeren.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.10.2</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur van woonruimten, informeert degene die een woonruimte aanbiedt voor toeristische verhuur over de registratieplicht als bedoeld in artikel 3.7.2 en het nachtencriterium en de meldplicht als bedoeld in artikel 3.7.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">AFDELINGIVOpkoopbescherming</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 11 werkingsgebied, verbod en vergunningplicht opkoopbescherming</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.11.1</span><span class=\"lf-art-t\">Werkingsgebied</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Als woonruimten waarvoor de vergunningplicht geldt als bedoeld in artikel 41 van de Huisvestingswet zijn de volgende categorieën woonruimten aangewezen: woonruimten die op het moment van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering aan de nieuwe eigenaar een WOZ-waarde hebben van €341.000 of lager; woonruimten die op het moment van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering aan de nieuwe eigenaar een WOZ-waarde hebben tussen de €341.000 en €424.000; en, woonruimten die op het moment van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering aan de nieuwe eigenaar een WOZ-waarde hebben tussen de €424.000 en €533.000.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Woonruimten als bedoeld in het vorige lid vallen alleen onder het werkingsgebied indien: de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte ligt na het tijdstip van inwerkingtreding, zijnde 1 april 2022 de woonruimte op de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan de nieuwe eigenaar: vrij is van huur en gebruik; in verhuurde staat is voor een periode van minder dan zes maanden; of, verhuurd is met een ontheffing of vergunning als bedoeld in artikel 3.11.2. en artikel 3.11.3.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Woonruimten zijn uitgesloten van het werkingsgebied als bedoeld in het eerste lid indien, op de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering, sprake is van een woonruimte: die door één eigenaar wordt verkocht in een cluster van minimaal tien woningen in één pand en deze woningen gelijktijdig worden overdragen aan één opvolgende eigenaar (complexgewijze verkoop ‘groot’); waarvoor een verhuurverbod is opgenomen in de erfpachtvoorwaarden voor de onroerende zaak waar de gemeente bloot eigenaar van is; die na 1 april 2022 is opgeleverd door nieuwbouw of transformatie met de bestemming dan wel het gebruik huurwoonruimte in de erfpachtvoorwaarden of waar op basis van een anterieure overeenkomst met burgemeester en wethouders is overeengekomen dat verhuur van die woonruimte is toegestaan of is verplicht; waarvoor geldt dat voor 1 april 2022 tussen de ontwikkelaar van de woonruimte en burgemeester en wethouders aantoonbare programmatische afspraken zijn gemaakt en nog geen eerste bewoning heeft plaatsgevonden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Als gebieden waarvoor de vergunningplicht geldt als bedoeld in artikel 41 van de Huisvestingswet zijn de volgende stadsdelen aangewezen:</div>\n<p class=\"lf-p\">Centrum;</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuw-West;</p>\n<p class=\"lf-p\">Noord;</p>\n<p class=\"lf-p\">Oost;</p>\n<p class=\"lf-p\">West;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zuid; en Zuidoost.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.11.2</span><span class=\"lf-art-t\">Verbod op in gebruik geven woonruimte en ontheffing</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het is verboden om zonder ontheffing of vergunning een woonruimte aangewezen in artikel 3.11.1 in gebruik te geven binnen een periode van vier jaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte als bedoeld artikel 3.11.1 tweede lid, onderdeel a.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Burgemeester en wethouders kunnen voor woonruimten aangewezen in artikel 3.11.1 een ontheffing van het verbod als bedoeld in het eerste lid verlenen indien: zich omstandigheden voordoen die maken dat naar het oordeel van het college het redelijkerwijs niet van de eigenaar verlangd kan worden dat hij het verbod in het eerste lid naleeft; het naar oordeel van burgemeester en wethouders gaat om een dusdanig maatschappelijk gewenste vorm van verhuur of handeling die gepaard gaat met verhuur, dat het belang van verhuur in dat geval prevaleert boven het belang van het verbod als bedoeld in het eerste lid; of, de woonruimte door één eigenaar wordt verkocht in een cluster bestaande uit vier tot en met negen woningen in één pand en deze woningen gelijktijdig worden overdragen aan één opvolgende eigenaar (complexgewijze verkoop ‘klein’).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Burgemeester en wethouders kunnen voorwaarden en voorschriften verbinden aan de ontheffing als bedoeld in het tweede lid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De ontheffing is niet overdraagbaar en gebonden aan de ontheffingshouder en de specifieke woonruimte.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.11.3</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunning opkoopbescherming voor in gebruik geven van binnen de opkoopbescherming aangewezen woonruimten (vergunning opkoopbescherming)</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De vergunning als bedoeld in artikel 3.11.2, eerste lid, wordt verleend indien: de woonruimte in gebruik wordt gegeven aan een woningzoekende die een bloed- of aanverwantschap in de eerste of tweede graad heeft met de eigenaar; de eigenaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan hem, ten minste twaalf maanden zijn woonadres als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel o, onder 1°, van de Wet basisregistratie personen, in die woonruimte heeft en de eigenaar met een woningzoekende schriftelijk overeenkomt dat de woningzoekende de woonruimte voor een termijn van ten hoogste twaalf maanden, anders dan voor toeristische verhuur, in gebruik neemt; of, de woonruimte onlosmakelijk deel uitmaakt van een winkel-, kantoor of bedrijfsruimte.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De vergunning kan worden verleend indien: de eigenaar van de woonruimte een deel van de woonruimte zelf bewoont en een gedeelte van die woonruimte in gebruik geeft.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De vergunning is niet overdraagbaar en gebonden aan de vergunninghouder en de specifieke woonruimte.</div>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf 12Ontheffing- en vergunningverlening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.12.1</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag ontheffing en vergunning opkoopbescherming</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De ontheffing en vergunning opkoopbescherming, als bedoeld in artikel 3.11.2 en 3.11.3, kan slechts worden aangevraagd door de eigenaar van de woonruimte.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Aanvragen worden gedaan middels een door burgemeester en wethouders voorgeschreven elektronisch formulier.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.12.2</span><span class=\"lf-art-t\">Te verstrekken gegevens en bescheiden ontheffing en vergunning opkoopbescherming</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Bij een aanvraag van een ontheffing of vergunning als bedoeld in artikel 3.11.2 en 3.11.3 worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: de naam (of namen) van de eigenaar(s); en, het adres van de woonruimte.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In het geval dat een aanvraag ziet op een verleningsgrond als bedoeld in artikel 3.11.3, eerste lid, onderdeel a, en indien de aanvrager en de verwant zijn ingeschreven in de Basisregistratie personen, wordt het Burgerservicenummer (BSN) van de aanvrager, alsmede die van de betreffende verwant en de relatie tussen de betreffende verwanten verstrekt. Indien de aanvrager of de verwant niet zijn ingeschreven in de Basisregistratie personen, dient de aanvrager informatie te verstrekken waaruit het verwantschap blijkt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In het geval dat een aanvraag ziet op een verleningsgrond als bedoeld in artikel 3.11.3, eerste lid, onderdeel b, wordt een schriftelijke overeenkomst waaruit blijkt dat de woonruimte voor een termijn van ten hoogste twaalf maanden, anders dan voor toeristische verhuur, in gebruik wordt gegeven, mede aangeleverd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>In het geval dat een aanvraag ziet op een verleningsgrond als bedoeld in artikel 3.11.3, eerste lid, onderdeel c, worden bescheiden aangeleverd waar uit blijkt dat de woonruimte onlosmakelijk deel uitmaakt van een winkel-, kantoor of bedrijfsruimte.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>In het geval dat een aanvraag ziet op een ontheffing als bedoeld in artikel 3.11.2, tweede lid, worden bescheiden geleverd die ter motivering dienen van die aanvraag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Burgemeester en wethouders kunnen het overleggen van andere bescheiden verlangen, die zij voor de beoordeling van de aanvraag nodig achten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.12.3</span><span class=\"lf-art-t\">Beslistermijn</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Burgemeester en wethouders beslissen op aanvragen binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Burgemeester en wethouders kunnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Indien niet tijdig op de aanvraag tot het geven van een beschikking is beslist, is de gevraagde vergunning van rechtswege gegeven als bedoeld in paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3124\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.12.4</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikkingsvereisten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een ontheffing of vergunning als bedoeld in artikel 3.11.2 en 3.11.3 bevatten ten minste de volgende gegevens: de woonruimte waarop de beschikking betrekking heeft, aangeduid met het adres of de kadastrale ligging van de woonruimte; de naam van de eigenaar(s) van de woonruimte, tevens ontheffing- of vergunninghouder(s); en, de vorm van in gebruik geven waarvoor de ontheffing of vergunning is verleend en de mededeling dat deze ontheffing of vergunning alleen geldend blijft, mits en zolang deze vorm wordt gehanteerd en voortduurt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3125\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ontheffing of vergunning wordt geweigerd indien niet wordt voldaan aan één of meerdere vormen als bedoeld in artikel 3.11.2, tweede lid, artikel 3.11.3, eerste of tweede lid of als er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3.12.6</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekkingsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ontheffing of vergunning wordt ingetrokken indien niet meer wordt voldaan aan de vorm van in gebruik geven waarvoor de ontheffing of vergunning is verleend of als er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk4Verdere bepalingen Paragraaf1Verslaglegging en monitoring</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-411\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Verstrekken van inlichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders verstrekken het regionale portefeuillehoudersoverleg de inlichtingen, die nodig zijn voor een juiste afstemming over de wijze waarop burgemeester en wethouders deze verordening uitvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf2Handhaving en toezicht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-421\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Bestuurlijke boete</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Burgemeester en wethouders kunnen een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van de verboden bedoeld in artikel 8, 21 ,23a, 23b, 23c en 41 van de Huisvestingswet of bij handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften bedoeld in artikel 24 en artikel 26 van de Huisvestingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien burgemeester en wethouders gebruikmaken van de bevoegdheid uit het eerste lid leggen zij een boete op: voor overtredingen in de zin van artikel 8 van de Huisvestingswet overeenkomstig tabel 1 en/of tabel 7 in bijlage 3; voor overtredingen in de zin van artikel 21, 23a, 23b, 23c en 41 van de Huisvestingswet, of handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikelen 24 en 26 van de Huisvestingswet overeenkomstig tabellen 2 tot en met 9 in bijlage 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-422\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Verhuurverbod bij recidive toeristische verhuur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders kunnen een verbod opleggen tot het in gebruik geven van een woonruimte voor toeristische verhuur voor ten hoogste een jaar aan een aanbieder aan wie in de afgelopen vijf jaar ten minste twee maal een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van de regels voor toeristische verhuur zoals gesteld in deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf3Restbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-431\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Experimenten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenteraad is bevoegd, op voorstel van burgemeester en wethouders, voor een bepaalde periode af te wijken van (onderdelen van) deze verordening ten behoeve van experimenten in het belang van de volkshuisvesting mits niet in strijd met de Huisvestingswet of het Besluit toegelaten instellingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-432\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Hardheidsclausule</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk5Overgangsrecht en slotbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Vergunningen, urgentieverklaringen en besluiten verleend of genomen op grond van de Huisvestingsverordening Amsterdam zoals deze gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van de onderhavige verordening, gelden als vergunningen, urgentieverklaringen en besluiten, als bedoeld in deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van het eerste lid is voor vergunningen verleend voor short stay de Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2013 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Aanvragen van vergunningen, urgentieverklaringen en andere besluiten worden beoordeeld op grond van de Huisvestingsverordening zoals deze geldt op het moment van indiening van de aanvraag met uitzondering van artikel 3.1.1, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Met betrekking tot een bestuurlijke sanctie genomen wegens de overtreding van het bepaalde bij of krachtens de Huisvestingsverordening Amsterdam 2016 of 2020 of een besluit tot weigering, wijziging of intrekking daarvan, dat nog niet onherroepelijk is, blijft de op het moment van het besluit geldende Huisvestingsverordening van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De voor de inwerkingtreding gedane inschrijvingen van woning- en standplaatszoekenden, worden beschouwd als inschrijvingen gedaan onder deze verordening met behoud van de opgebouwde inschrijfduur.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Voor exploitanten van een B&amp;B die zich voor 1 januari 2019 hebben gemeld geldt dat zij de B&amp;B tot 1 juli 2026 mogen exploiteren onder de tot 2020 geldende voorwaarden, mits zij een vergunning voor een B&amp;B hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Ten aanzien van omzettingsvergunningen als bedoeld in artikel 3.3.13 die zijn aangevraagd voor 1 april 2020 geldt het voorschrift met betrekking tot het individuele schriftelijke huurcontract in artikel 3.3.13, tweede lid, onderdeel a, niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Voor aanbieders die hun woonruimte al voor 1 april 2021 aanboden voor toeristische verhuur, geldt het verbod als bedoeld in artikel 3.7.2, en daarmee het voorschrift ten aanzien van het vermelden van dit registratienummer als bedoeld in artikel 3.9.5, tweede lid, onderdeel b, en 3.9.6, tweede lid, onderdeel b, met ingang van 1 oktober 2021.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>Woongroepen in één zelfstandige woonruimte, zijnde drie of meer personen die geen gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren, maar wel op basis van eigen initiatief kiezen om samen die woonruimte te huren, die zich hebben gemeld bij burgemeester en wethouders vóór 1 januari 2017, zijn uitgezonderd van de omzettingsvergunningplicht als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid, onderdeel c, indien zij na 1 januari 2017 blijven voldoen aan de hierna genoemde voorwaarden: het betreft een zelfstandige woonruimte boven de liberalisatiegrens; de groepsleden melden zich als groep voordat zij de woonruimte in gebruik nemen bij burgemeester en wethouders; de groepsleden huren de woonruimte met één huurcontract; de groep beschikt over het recht van coöptate; elke groepslid beschikt over een eigen kamer; de groep beschikt over een gezamenlijke verblijfsruimte niet zijnde een slaapkamer; de groep beschikt over een gezamenlijke rekening; per groepslid sprake is van vijftien vierkante meter gebruiksoppervlak voor wonen en vijftien vierkante meter gebruiksoppervlak voor de gezamenlijke verblijfsruimte; en, de woonruimte voldoet aan eisen voor geluid reducerende maatregelen om overlast in de leefomgeving te voorkomen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>Na 1 januari 2017 kan een woongroep in een zelfstandige woonruimte zich niet meer melden bij burgemeester en wethouders en zich niet meer beroepen op de voorwaarden in het negende lid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>Ten aanzien van woonruimten, waarvoor ingevolge artikel 1 voor 1 januari 2021 een aanvraag voor erkenning als studentenwoning is gedaan en die als zodanig erkend zijn of worden door burgemeester en wethouders, geldt de vergunningplicht voor omzetting en woningvorming als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid, onderdelen c en d, niet, mits en zolang zij in gebruik blijven als studentenwoning in de zin van artikel 2.1.1.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>De inschrijfduur van een woningzoekende als bedoeld in artikel 2.4.5, tweede lid, wordt bij de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening omgezet naar wachtpunten in de verhouding 1:1.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">13.</span>De wachtpunten die zijn ontstaan door in inschrijfduur omgezette woonduur vervallen op 1 juli 2030.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">14.</span>Beoordelingen van woningzoekenden voor voorrang op grond van lokale economische binding van voor 1 januari 2022 worden omgezet in een bemiddelingsstatus in de zin van artikel 2.9.4, zesde lid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">15.</span>Aanvragen voor voorrang op grond van lokale economische binding die voor 1 januari 2022 zijn ingediend worden beoordeeld voor een bemiddelingsstatus op grond van artikel 2.9.4, zesde lid. De volgorde van de uiteindelijke toewijzing van woonruimten wordt gedaan aan de hand van de geldende regels op moment van toewijzing.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">16.</span>Een vergunning voor toeristische verhuur verleend met toepassing van artikel 21 van Huisvestingswet, voor het tijdstip van inwerkingtreding van Afdeling III Toeristische verhuur van woonruimte wordt gelijkgesteld met een vergunning die is verleend met toepassing van artikel 23c van de Huisvestingswet.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">17.</span>Voor woonruimten waarvoor de vergunningplicht geldt als bedoeld in artikel 41 van de Huisvestingswet geldt de WOZ-waarde zoals deze gold op grond van deze verordening op moment van inschrijving van de akte van levering in de openbare registers.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">18.</span>Verwijzingen naar wet- en regelgeving in deze verordening of in de nadere regels bij deze verordening, die na inwerkingtreding van de Omgevingswet worden vervangen, moeten gelezen worden aan de hand van de transponeringstabel zoals opgenomen in bijlage 4.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1a</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsregeling stadsgebied Weesp</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 geldt voor het gehele grondgebied van Amsterdam. De bepalingen in hoofdstuk 2 en 3 zijn op gelijke wijze van toepassing op het stadsgebied Weesp, met uitzondering van het bepaalde in dit artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Voor toepassing van dit artikel wordt onder stadsgebied Weesp verstaan: het grondgebied van de voormalige gemeente Weesp.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Vergunningen, urgentieverklaringen en besluiten verleend of genomen op grond van de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek vastgesteld door de raad van de voormalige gemeente Weesp of op grond van de overgangsregeling stadsgebied Weesp zoals deze was opgenomen in bijlage 4 van deze verordening en geldig was tot 1 januari 2023, gelden als vergunningen, urgentieverklaringen en besluiten, als bedoeld in deze verordening.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Beschikkingen die op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn verstrekt door de voormalige gemeente Weesp gelden voor de toepassing van deze verordening als beschikkingen die zijn verstrekt door de gemeente Amsterdam.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Woningzoekenden die op 31 december 2022 woonachtig waren in het stadsgebied Weesp en ingeschreven stonden in het aanbodinstrument van de regio Gooi en Vechtstreek, krijgen van rechtswege een inschrijving met dezelfde inschrijfduur in het aanbodinstrument van de woningmarktregio.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Het vierde en vijfde lid van artikel 2.4.5 zijn niet van toepassing op woningzoekenden woonachtig in het stadsgebied Weesp.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Voor toepassing van artikel 2.8.3, vierde lid wordt voor het bepalen van de ingezetenschap om in aanmerking te komen voor een jongerenwoning, ingezetenschap in de voormalige gemeente Weesp meegerekend.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Voor toepassing van de artikelen 2.10.5, eerste lid, onderdeel i en 2.10.7, eerste lid, onderdeel a worden de jaren waarbij een aanvrager en alle personen behorend tot zijn huishouden woonachtig waren in de voormalige gemeente Weesp ook meegeteld.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>In afwijking van de artikelen 2.8.3, 2.9.1 en 2.9.2 komt tot 1 januari 2031 voor een huisvestingsvergunning voor woonruimten gelegen in stadsgebied Weesp, als bedoeld in artikel 2.4.1, achtereenvolgens de volgende woningzoekende in aanmerking: woningzoekende die voldoet aan de passendheidscriteria in artikel 2.8.1 en minimaal een jaar ingezetene is van het stadsgebied Weesp; woningzoekende die voldoet aan de passendheidscriteria in artikel 2.8.1; de woningzoekende die minimaal een jaar ingezetene is van het stadsgebied Weesp; overige woningzoekenden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>Binnen dezelfde categorie woningzoekenden komt de woningzoekende met de langste inschrijfduur als bedoeld in artikel 2.4.5, tweede lid, als eerste in aanmerking voor de huisvestingsvergunning.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>De verlening van huisvestingsvergunningen met toepassing van het negende en het tiende lid wordt toegepast binnen de limiet van zestig procent van het jaarlijkse aantal toewijzingen van woonruimten in het stadsgebied Weesp als bedoeld in artikel 2.4.1.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>Tot 1 januari 2031 komen ingezetenen van Driemond in aanmerking voor de stadsdeelvoorrang op aangewezen complexen, als bedoeld in paragraaf 9 van Hoofdstuk 2, gelegen in stadsdeel Zuidoost. Voor het bepalen van de binding aan het stadsdeel Zuidoost als bedoeld in artikel 2.9.1, tweede lid wordt ook de ingezetenschap in Driemond meegerekend. 7. In het dertiende lid wordt “paragraaf 7” vervangen door “paragraaf 11”.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">13.</span>Paragraaf 11 van hoofdstuk 2 van deze verordening is niet van toepassing op standplaatsen gelegen in het stadsgebied Weesp die niet in eigendom of in beheer zijn van de gemeente Amsterdam.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">14.</span>Eigenaren van zelfstandige woonruimten gelegen in het stadsgebied Weesp die voor 1 januari 2023 volgens de toen geldende regels legaal zijn omgezet naar onzelfstandige woonruimten komen in afwijking van de voorwaarden als bedoeld in de artikelen 3.3.1 en 3.3.13 in aanmerking voor een omzettingsvergunning. De voorschriften als bedoeld in artikel 3.3.13, tweede lid zijn niet van toepassing op deze vergunningen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">15.</span>In afwijking van artikel 3.11.1, tweede lid, onder a geldt voor het stadsgebied Weesp de datum 1 januari 2023.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">16.</span>Voor het stadsgebied Weesp geldt dat burgemeester en wethouders vanaf 1 juli 2023 op overtredingen van de toeristische verhuurregels, als opgenomen in Afdeling III van hoofdstuk 3, handhaven.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">17.</span>Voor exploitanten van een B&amp;B in het stadsgebied Weesp geldt dat de B&amp;B-vergunning ten hoogste geldig is tot 1 juli 2028.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">18.</span>De verboden ten aanzien van woningvormen, onttrekken en samenvoegen als bedoeld in artikel 3.1.1, derde lid onder a, b en d, gelden niet voor woonruimten gelegen in het stadsgebied Weesp die voor 1 januari 2023 volgens de toen geldende regels legaal zijn gevormd, onttrokken of samengevoegd.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Huisvestingsverordening Amsterdam 2016 wordt ingetrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-53\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.In afwijking van het eerste lid treden de artikelen 3.3.11, 3.3.13, eerste lid, onderdeel e, en tweede lid, onderdeel a, en 5.3a, in werking met ingang van 1 april 2020.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-53a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.3a</span><span class=\"lf-art-t\">Invoering geluidseisen voor vier kamers vanaf ingebruikname</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-54\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening wordt aangehaald als Huisvestingsverordening Amsterdam 2020.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 18 19 december 2019.De voorzitterFemke HalsemaDe raadsgriffierJolien HoutmanBijlage1Adressen Solids (artikel 2.1.1, derde lid en artikel 3.1.1, tweede lid) kadastrale_nummer bwjaar adres postcode AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 2011 Eerste Constantijn Huygensstraat 20B 1054 BR AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 2011 Eerste Constantijn Huygensstraat 20D 1054 BR AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 2011 Eerste Constantijn Huygensstraat 20G 1054 BR AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 2011 Eerste Constantijn Huygensstraat 22B 1054 BR AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 2011 Eerste Constantijn Huygensstraat 22E 1054 BR AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 2011 Eerste Constantijn Huygensstraat 22F 1054 BR AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 2011 Eerste Constantijn Huygensstraat 24B 1054 BR AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 2011 Eerste Constantijn Huygensstraat 24D 1054 BR AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 2011 Eerste Constantijn Huygensstraat 28B 1054 BR AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 2011 Eerste Constantijn Huygensstraat 28E 1054 BR AMSTERDAM Q Q 8446 A 0001 2011 Eerste Constantijn Huygensstraat 32B 1054 BR AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 467 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 509A 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 525B 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 531 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 539 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 517B 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 507B 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 519 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 511 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 Cas Oorthuyskade 24 A 1087 BB AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 523B 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 509B 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 527 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 517A 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 525 A 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 513 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 515 A 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 515B 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 521 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 523 A 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 IJburglaan 529 1087 BE AMSTERDAM AU AU 2813 2011 Cas Oorthuyskade 20A 1087 BB Bijlage 1aAangewezen categorieën woonruimten voor bepaalde voorrangsregelingen Woonruimten in woongemeenschappen voor de toepassing artikel 2.1.1 Krom Boomssloot Krom Boomssloot 55 7 keurvorsten Tuinstraat 199, 201A t/m 201C, 203, 207, 211, 215, 219 t/m 225 Copekcabana Anemoonstraat 1 t/m 11, Oleanderstraat 2 t/m 20 De Branderij Krom Boomssloot 16 De Halve Wereld A.S. Onderwijzerhof 1 t/m 42, Jonas Daniel Meijerplein 10 t/m 50, Nieuwe Amstelstraat 16 t/m 51, Waterlooplein 243 t/m 309</p>\n<p class=\"lf-p\">De Konijnenberg Verversstraat 26 De Son Zwanenburgwal 122 t/m 150 Fort van Sjakoo Jodenbreestraat 24 Grote Keijser Keizersgracht 242 t/m 248 Grote Leeuwenberg Verversstraat 27 Hendrikje &amp; Cornelia Jodenbreestraat 22 Herengracht Herengracht 267 Huize de Vreede Prins Hendrikkade 165 t/m 167 Kloof 21 Kloveniersburgwal 21 La Louvre 1e Passeerdersdwarsstraat 32 t/m 58 Nieuwe Leeuwenbergh Groenburgwal 7 t/m 9 NRC Keizerrijk 4 t/m 8, 24 t/m 36, Nieuwezijds Voorburgwal 228 t/m 234, Paleisstraat 109 t/m 123, 139 t/m 41, Spuistraat 181 t/m 183 Pampus Verversstraat 13 t/m 17 Prinsengracht Prinsengracht 471 t/m 473 SAN Westerkaap Coffijboomstraat 2 t/m 20, 52 t/m 72 Tapioca Uilenburgerwerf 1 t/m 37 Dissonant Vrolikstraat 110 Joubertstraat Joubertstraat 4 t/m 14 Onzelievevrouwebedstro Woltera van Reesstraat 61 t/m 75 Oostvaarder Woltera van Reesstraat 39 t/m 53 Open Hof Waldenlaan 137 t/m 177 Tugelaweg Tugelaweg 113 t/m 114 Zijwaarts Domselaerstraat 74 t/m 80 4711 Frans Halsstraat 7 t/m 11 1e Keucheniusstraat 1e keucheniusstraat 32 Juliana van Stolbergen Juliana van Stolbergstraat 20 t/m 22 Pieter vd Does Pieter van der Doesstraat 15 t/m 17 De Baron Van Boetzelaerstraat 60 t/m 64, Groen van Prinstererstraat 72 t/m 74 De Laatste Hendrik Frederik Hendrikstraat 164 t/m 166 IMOA Teldershof 88 t/m 115 Nassaustaete Nassaukade 61 Lindenstraat Lindenstraat 12C t/m 12G Woongroep de Evolutie Sumatrastraat 164A t/m 164H, 164K Woongroep Meer Wonen Clara Meyer-Wichmannstraat 56 t/m 76 Woongroep Ithaca Troelstralaan 305 t/m 369 Woongroep Vita Nova Laan van Vlaanderen 244 t/m 288 Woongroep de Doorzetters Afroditekade 14 A, 14 B, 15A, 15B, 16A, 16B, 17A, 17B, 18 A, 18B, 19 A, 19B Wiltzanghlaan/Akbarstraat Wiltzanghlaan 83A t/m 83H, 83K t/m 83N, 83P, 83R t/m 83U, 87A t/m 87C, 87L, 87M, Akbarstraat 183, 185 Woongroep Tweede Helmerstraat Tweede Helmersstraat 112A t/m 112D Tweede Constantijn Huygen Tweede Constantijn Huygenstraat 30A t/m 30D, 32A t/m 32C, 34A t/m 34D, 36A t/m 36D, 38A t/m 38E, 40A t/m 40C, 42A t/m 42D Kandeel Eerste Helmersstraat 86A t/m 86D, 88A, 88B Anand Joti Mijehof 5A t/m 5H, 5K t/m 5N, 7B t/m 7E, 9A t/m 9H Dovengroep De IJ-ers Daguerrestraat 55 t/m 67 (oneven), 71 t/m 11 (oneven) De Tweede Lente Elckerlijcstraat 75, 81 t/m 85 (oneven), 89 t/m 95 (oneven), 101,103 De Zes Seizoenen Derde Oosterparkstraat 301 t/m 313 (oneven) Woongroep A en B Eikenweg 9A t/m 9H, 9K t/m 9M Wi Makandra Hudsonhof 4 t/m 28(even) De Amstel Sajetplein 3 t/m 25(oneven), 29 t/m 37(oneven) WOOS Oudeschans 36A t/m 36H, 36K, 36M, 36N, 36P, 36R Pentagon 68-80 Pentagon 68 t/m 80 Wilhelmina Tweede Helmerstraat 118 t/m 146 (even)</p>\n<p class=\"lf-p\">Woongroep 44 Schonerwoerdstraat 4 t/m 58 KNSM 10 KNSM-Laan 768 t/m 804, Levantkade 265 Stadskruid Tweede Constantijn Huygensstraat 14A t/m 14G, 18A t/m 18G Wi Kon Tren Randwijkhof 20 t/m 50 Woonvereniging Possiendum Singel 300B t/m 300H, 300K t/m 300P, 300R, 300T, Treeftsteeg 4 t/m 12 (even) Woonvereniging de Brug Jacob van Lennepkade 105A t/m 105E, 107A t/m 107G, 109A t/m 109G, 111A t/m 109G Ramses Shaffyhuis Klapmutsenveem 44 t/m 114 Vereniging Iraanse Woongroep Andische Th. Weeversweg 11, 25 ,37, 39, 51, 53, 59, 63, 65, 77, 79, 81, 91, 93, 95, Noorderhaakspad 12, 30, 62, 68, 70, 76 Kinkerstraat 63 Kinkerstraat 63-1 t/m 63-3 Woongroep Bos en Lommer Waterspiegelplein 58, 62 t/m 108 Woongroep Carpe Diem Krijn Breurstraat 49 t/m 60 (even/oneven) Woongroep De Groene Gemeenschap Barkasstraat 7A t/m 7G Woongroep De Roef ucien Gaudinstraat 274 t/m 322 Woongroep De Voorde Schinkelhavenkade 42 t/m 49 Woongroep De Vrije Wester De Wittenkade 247 t/m 265 Foe Ooi Leeuw - Nieuw Kempering 3e Kekerstraat 2 t/m 112 Woongroep Hof van Welna Welnastraat 787 t/m 807 Kas Dushi Klaverbladstraat 2 t/m 52 Woongroep Nieuwendam Lucien Gaudinstraat 234 t/m 282 Woongroepvereniging Nos Perla Edith Magnusstraat 2 t/m 46 Woongroep Parelhoenders Krijn Breurstraat 61 t/m 81 (even/oneven) Woongroep Reitzstraat Reitzstraat 46 t/m 56 Woongroep Spuit 11 Waterbaan 328 t/m 332 Woongroep Waterleliegracht Waterleliegracht 136 t/m 148 Woonvereniging Abraham-Silodam Silodam 327 t/m 328, 371 t/m 378,424 t/m 425 Andalus Postjesweg 142 t/m 146 Van Breestraat 166 Van Breestraat 166 HV, 166 3A Woongroep 50+ Westerpark Westzaanstraat 89A t/m 99A Spitsbergenstraat Spitsbergenstraat 2 t/m 34 Azartplein Azartplein 3 t/m 43 Woongroep Waaigat Waaigat 20 t/m 28 Woongroep Non Solus Marius Bauerstraat 35 t/m 63, Jan Eisenloeffelstraat 19, 25 C. van Eesterenlaan C. van Eesterenlaan 272, 274, 278, 280, 296 t/m 300 Woongroep Ouderen Buitenveldert Van Heenvlietlaan 349 t/m 391 Stichting L.A. Ries Vinkenstraat 175 t/m 181 Andersensingel Andersensingel 102 t/m 110 Alfred Doblinstraat Alfred Doblinstraat 99 t/m 107 MOAVOE Jan Willem Brouwersstraat 68 t/m 86 t Kasteeltje BG Weesperzijde 33K t/m 33N Bredeweg 21 Bredeweg 21A t/m 21E, 21G, 21K t/m 21N Woonvereniging Levantkade 6 Levantkade 7 t/m 43, KNSM-laan 202 Woonvereniging ’t Seepaert Prinseneiland 323 t/m 421 Woonvereniging Soroti Kazernestraat 1 t/m 27, 29A t/m 35C Wilhelmina Blombergplein Wilhemina Blombergplein 11 t/m 15 C. van Eesterenlaan C. van Eesterenlaan 512 t/m 522 Woongroep Helling Touwslagerstraat 31 t/m 41 Woonvereniging Levanteijn Levantkade 151 t/m 165B</p>\n<p class=\"lf-p\">St. de Roef Pedro de Medinalaan 164 1 t/m 164-6, 166 Vinkenstraat 41 Vinkenstraat 41A t/m 41L De Brandweerkazerne Prinsengracht 237A t/m 237W Vereniging woongroep de Akersingel Geertruida van Lierstraat 57 t/m 87 Woongroep De Rozentuin Akersingel 205 t/m 225, Jungfrau 3 Woongroep Nieuw Sloten Berlaarstraat 217 t/m 283, 33 Woongroep Binnenkadijk Binnenkadijk 180 t/m 184 Akropolis John Blankensteinstraat 1 t/m 29 Woongroep Home Alone Tweede Jacob van Campenstraat 4b, 6a, 6b, 8b, 10, 12 SffinX Zeeburgerdijk 587 t/m 611 Vereniging Kanaalstraat Kanaalstraat 87 Woongroep De Noordhollander Noordhollandstraat 33A t/m 37E Woongroep Sint Antoniesbree Sint Antoniesbreestraat 35G, 35H, 35K, 35L, 35M, 35N, 35P, 35R, 37E, 37F, 37G, 37H, 37K, 37L Woongemeenschap MIX Amsterdam Louis Chrispijnstraat 64, 76 t/m 132 Life Revaleiland 92 t/m 168 House of Besma New Beginnings Decartesstraat 21, 27, 45, 51, 57, 63, 81, 87, 93, 103, 111, 127, 133, 141, 147, 155 Paulus van Hemertstraat 29, 35, 47 Thomas á Kempisstraat 64, 66, 78, 84 Woongemeenschap Wildeman Notweg 32 D t/m 32 Y en 34 D t/m 34 L Wooncomplexen waar stadsdeelvoorrang geldt (artikel 2.9.1) Paasheuvel 17 Pietersbergweg 301 t/m 773, oneven en Paasheuvelweg 17 t/m 21, oneven Nieuw Develstein Develstein 122 – 646 (even) Framebuilding Bijlmerplein 858B2 t/m 858B6, 858C8, 858C9, 858C14 t/m 858C19, 858C22, 858C24, 858D1, 858D2, 858D5 t/m 858D9, 858D14 t/m 858D19, 858D22 t/m 858D24, 858E1, 858E2, 858E5 t/m 858E9, 858E14 t/m 858E19, 858E22 t/m 858E24, 858F1, 858F2, 858F5 t/m , 858F9, 858F14 t/m , 858F19,858F22 t/m 858F24.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wooncomplexen voor werknemers in bepaalde maatschappelijke sectoren (artikel 2.9.3) Marktplein Zuid in Bijlmer-Centrum Kamerling Onneslaan Hamerkwartier Gemengde wooncomplexen (voor de toepassing van artikel 2.8.1) Startblok Riekerhaven Handbalstraat 500 t/m 738 (even), Korfbalstraat 2 t/m 350 (even), Voetbalstraat 1 t/m 469 (oneven) Karmijn Louwesweg 5 t/m 231 (oneven) Lohuizen Th. K. van Lohuizenlaan 2 t/m 164 (even) Set Erich Salomonstraat 135A t/m 135P, 137A t/m 137Z, 139A t/m 139P, 141A t/m 141Z, 143A t/m 143M, 145A t/m 145X, 147A t/m 147K, 149A t/m 149T, 151A, t/m 151S.</p>\n<p class=\"lf-p\">Startblok Elzenhagen J.H. Hisgenpad 2 t/m 88 (even), 90 t/m 176 (even), 178 t/m 266 (even), 268 t/m 386 (even), 400 t/m 840 (even). Elzenhagensingel 1551 t/m 1813 (oneven).</p>\n<p class=\"lf-p\">Stek Oost Ringslangpad 1 t/m 59, 101 t/m 164, 201 t/m 264 en 301 t/m 364.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stek Zuid Henrick de Keijserstraat 14A t/m 14F en 16A t/m 16G.</p>\n<p class=\"lf-p\">Spark Village (Science Park) Science Park 619A t/m 619H, 619K t/m 619N, 619P en 619R, 621A t/m 621H, 621K t/m 621N, 621P, 621R en 621S, 623A t/m 623H, 623K t/m 623N, 623P en 623R, 625A t/m 625H, 625K t/m 625N, 625P, 625R en 625S, 627A t/m 627F, 629A t/m 629H, 629K t/m 629N, 631A t/m 631H, 631K t/m 631N, 631P, 631R t/m 631X, 633A t/m 633H, 635A t/m 635H, 635K en 635L, 637A t/m 637H, 637K t/m 637N, 637P, 637R t/m 637X, 802A t/m 802H, 802K t/m 802N, 802P, 802R t/m 802T, 804A t/m 804H, 804K t/m 804M, 806A t/m 806H, 806K t/m 806N, 806P, 806R t/m 806T, 808A t/m 808H, 808K t/m 808M, 810A t/m 810H, 810K t/m 810N, 810P en 810R, 812A t/m 8212H, 812K t/m 812N, 814A t/m 814H, 814K t/m 814N, 814P en 814R, 816A t/m 816H, 816K t/m 816N.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stek Noord Havikslaan 20A1 t/m 20A8, 20B1 t/m 20B9, 22A1 t/m 22A8 en 22B1 t/m B9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoogte Kadijk 401 Oldskool Admiraal de Ruijterweg 410A1 t/m 410A6, 410B1 t/m 410B6, 410C1 t/m 410C6, 410D1 t/m 410D6, 410E1 t/m 410E6, 410F1 t/m 410F6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Baak Zuid Rijnstraat 115 en Vechtstraat 90A t/m 90R, 92A t/m 92P, 94A t/m 94L, 96.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stek West (SPDC) Tweede Constantijn Huygensstraat 37, 39A1 t/m 39A18, 39B1 t/m 39B24, 39C1 t/m 39C24 en 39D1 t/m 39D24 Papaverhoek 1A t/m 1H, 1K, 1L en 3A t/m 3F Sarphatistraat 92 Startblok Zeeburg 1e Helmerstraat 263 – 269 Wormerveerstraat 15A1 t/m 15A12, 15B1 t/m 15B21, 15C1 t/m 15C21, 15D1 t/m 15D21 en 15E1 t/m 15E21 Crossover Gelrestraat 28 t/m 30 even, 44 t/m 54, 58 en 62 t/m 314 even Rozenoordpad 7 t/m 25 oneven Tafelberg campus Tafelbergweg, huisnummers ntb.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage2Werkingsgebied splitsingsvergunning Gemeente Amsterdam Gebouwen van vóór 1940 in: het gebied omgrensd door Javaplantsoen-Kramatweg-Valentijnkade-Molukkenstraat-het spoorwegemplacement-Kruislaan-de Weespertrekvaart-de Amstel- President Kennedylaan-Europaplein-Wielingenstraat-Diepenbrockstraat-het Zuider Amstelkanaal-Stadionplein-de noordzijde van het Olympisch stadion-de Stadiongracht-het Olympiakanaal-de Schinkel- Riekerhaven-Westlandgracht-Theophile de Bockstraat-Warmondstraat-Postjeskade-een lijn geprojecteerd in het noordelijk verlengde daarvan-Orteliuskade-Robert Scottstraat-Erasmusgracht-Rijksweg no.10-Basisweg-Tranformatorweg-Spaarndammerdijk-Tasmanstraat-de steiger van de derde pontverbinding-het IJ-het Zijkanaal I-Klaprozenweg-Floraweg-Sneeuwbalweg-Buiksloterdijk-Purmerweg-Dirkshornplantsoen-Medemblikstraat Watergangseweg-de Schellingwouderbreek-Zuiderzeeweg-Flevoweg-Javaplantsoen; het gedeelte van Tuindorp Watergraafsmeer dat wordt omgrensd door Zaaiersweg-Middenweg-Onderlangs-Duivendrechtselaan; het gedeelte van Tuindorp Oostzaan voor zover dit wordt omgrensd door de Meteorensingel en de Kometensingel; het gedeelte van de bebouwing geleden ter weerszijden van de Oostzanerdijk, de Landsmeerdijk, de Kadoelenweg, de Stoombootweg en het Zuideinde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage3behorende bij artikel 4.2.1 Bestuurlijke boete Tabel 1 bestuurlijke boete onrechtmatig in gebruik nemen of geven van woonruimte Wettelijke bepaling Huisvestingswet Type overtreding Kolom A Boete In gebruik nemen van woonruimte zonder huisvestingsvergunning 8, eerste lid en 35 schending huisvestingsvergunningplicht door huurder € 435,- In gebruik geven van woonruimte zonder huisvestingsvergunning 8, tweede lid en 35 ten aanzien van een overtreder met één woonruimte in de verhuur € 3.400,- In gebruik geven van woonruimte zonder huisvestingsvergunning 8, tweede lid en 35 ten aanzien van een overtreder met meer dan één woonruimte in de verhuur € 7.070,- In gebruik geven van woonruimte zonder huisvestingsvergunning 8, tweede lid en 35 bij doorverhuur tegen hogere huurprijs dan door oorspronkelijke hoofdhuurder wordt betaald € 14.150,- Tabel 2 bestuurlijke boete woningonttrekking, samenvoeging en woningvorming Wettelijke bepaling Huisvestingswet Type overtreding Kolom A Boete Woningonttrekking 21 onder a, 24 en 35 Onttrekken voor sloop of ander gebruik zonder benodigde vergunning (artikelen 3.3.4 en 3.3.9) € 21.750,- Onttrekken voor sloop of ander gebruik, met vergunning, maar schending voorwaarden of voorschriften (artikelen 3.3.4 en 3.3.9) € 10.870,- Samenvoegen 21 onder b, 24 en 35 Samenvoegen zonder benodigde vergunning (artikel 3.3.10) € 18.860,- Samenvoegen met vergunning, maar schending voorwaarden of voorschriften (artikel 3.3.10) € 8.380,- Woningvorming 21 onder d, 24 en 35 Verbouwen van een woonruimte tot twee of meer woonruimten (woningvormen) zonder benodigde vergunning (artikel 3.3.15) € 18.860,- Woningvormen met vergunning, maar schending voorwaarden of voorschriften (artikel 3.3.15) € 8.380,- Tabel 3 bestuurlijke boete omzetting Wettelijke bepaling Huisvestingswet Type overtreding Kolom A Boete Omzetten zonder vergunning 21 onder c en 35 Minder dan vijf onzelfstandige woonruimten € 12.570,- vijf onzelfstandige woonruimten of meer € 21.750,- Omzetten met vergunning, maar schending voorwaarden of voorschriften 21 onder c, 24 en 35 Ontbreken van individueel huurcontract € 8.380,-per ontbrekend individueel huurcontract Omgezet naar meer onzelfstandige woonruimten dan is vergund € 8.380,-per teveel omgezette onzelfstandige woonruimte Overtreding voorwaarde meer dan één volwassene per onzelfstandige woonruimte € 8.380,-per teveel wonende volwassene Niet voldaan aan geluidseisen € 8.380,- Niet voldaan aan gezamenlijke verblijfsruimte van 11 vierkante meter € 4.190,- Tabel 4 Bestuurlijke boete toeristische verhuur/ vakantieverhuur</p>\n<p class=\"lf-p\">Wettelijke bepaling Huisvestingswet 2014 Type overtreding Boete Ernstige overtreding vanwege effect op woonruimtevoorraad en leefbaarheid Toeristische verhuur/ vakantieverhuur zonder feitelijke bewoning 23c, 24 en 35 Schending voorwaarden of voorschriften vakantieverhuurvergunning/ schending vergunningplicht € 21.750,- Leefbaarheidsovertredingen Overschrijding aantal nachten 23c, 24 en 35 Schending voorwaarden of voorschriften vakantieverhuurvergunning/ verzwarende omstandigheid bij schending vergunningplicht € 11.600,- Overschrijding aantal personen 23c, 24 en 35 Schending voorwaarden of voorschriften vakantieverhuurvergunning/ verzwarende omstandigheid bij schending vergunningplicht € 11.600,- Vakantieverhuur in een sociale huurwoning 23c, 24 en 35 Schending voorwaarden of voorschriften vakantieverhuurvergunning/ verzwarende omstandigheid bij schending vergunningplicht € 11.600,- Administratieve overtredingen Aanbod woonruimte voor vakantieverhuur zonder registratienummer 23a en 35 Schending registratieplicht € 8.700, - Vakantieverhuur zonder vergunning 23c en 35 Schending vergunningplicht € 8.700, - Vakantieverhuur zonder voorafgaand elektronisch te hebben gemeld 23b, tweede lid en 35 Schending meldplicht € 8.700, - Vakantieverhuur zonder inschrijving BRP 23c, 24 en 35 Schending voorwaarden of voorschriften vakantieverhuurvergunning/ verzwarende omstandigheid bij schending vergunningplicht € 8.700, - Tabel 5 Bestuurlijke boete toeristische verhuur/ Bed &amp; Breakfast Wettelijke bepaling Huisvestingswet 2014 Type overtreding Boete Ernstige overtreding vanwege effect op woonruimtevoorraad en leefbaarheid Toeristische verhuur/ B&amp;B zonder feitelijke bewoning 23c, 24 en 35 Schending voorwaarden of voorschriften B&amp;B-vergunning/ schending vergunningplicht € 21.750,- Leefbaarheidsovertredingen Overschrijding aantal personen 23c, 24 en 35 Schending voorwaarden of voorschriften B&amp;B-vergunning/ verzwarende omstandigheid bij schending vergunningplicht € 11.600,- Schending oppervlakte eisen 23c, 24 en 35 Schending voorwaarden of voorschriften B&amp;B-vergunning/ verzwarende omstandigheid bij schending vergunningplicht € 11.600,- Geen nachtverblijf tijdens toeristische verhuur 23c, 24 en 35 Schending voorwaarden of voorschriften B&amp;B-vergunning/ verzwarende omstandigheid bij schending vergunningplicht € 11.600,- Administratieve overtredingen Aanbod woonruimte voor B&amp;B zonder registratienummer 23a en 35 Schending registratieplicht € 8.700, - B&amp;B zonder vergunning 23c en 35 Schending vergunningplicht € 8.700, - B&amp;B zonder inschrijving BRP 23c, 24 en 35</p>\n<p class=\"lf-p\">Schending voorwaarden of voorschriften B&amp;B-vergunning/ verzwarende omstandigheid bij schending vergunningplicht € 8.700, - Tabel 6 Cumulatietabel overtredingen toeristische verhuur (tabel 4 of tabel 5) Wettelijke bepaling Huisvestingswet 2014 Boete Ernstige overtreding + andere overtredingen 23a-23c, 24 en 35 € 21.750,- Leefbaarheidsovertreding + andere leefbaarheidsovertreding 23a-23c, 24 en 35 € 21.750,- Leefbaarheidsovertreding + andere administratieve overtreding 23a-23c, 24 en 35 € 11.600 + € 2.900 per administratieve overtreding Administratieve overtreding + andere administratieve overtreding 23a-23c, 24 en 35 € 8.700 + € 2.900 per administratieve overtreding Tabel 7 Overige (Recidiveboete, verdeling boete bij meerdere eigenaren) Wettelijke bepaling Huisvestingswet 2014 Type overtreding Boete Recidiveboete Alle overtredingen genoemd in de tabellen in deze bijlage met uitzondering van: schending verbod in gebruik nemen van woonruimte zonder huisvestingsvergunning schending registratieplicht voor toeristische verhuur schending meldplicht voor vakantieverhuur 8, tweede lid, 21, 23b, 23c, 26, 35, 41 en 45 Tweede maal overtreding van hetzelfde verbod binnen een periode van vier jaar, ten aanzien van de overtreder, die twee of meer adressen in Amsterdam verhuurt aan derden Tweemaal het boetebedrag dat voor de overtreding staat opgenomen in de tabellen in deze bijlage, maar niet hoger dan de maximaal mogelijke boetecategorie als bedoeld in artikel 35 en 45 Huisvestingswet 2014 Verdeling boete bij meerdere eigenaren Overtredingen genoemd in de tabellen in deze bijlage begaan door eigenaren van woonruimten 8, tweede lid, 21, 23a, 23b, 23c, 26, 35, 41 en 45 Functionele overtredingen begaan door eigenaren met betrekking tot woonruimten in bezit van meerdere eigenaren Toedeling naar rato van eigendom woonruimte Tabel 8 Bestuurlijke boete toeristische verhuur voor publicatiediensten Wettelijke bepaling Huisvestingswet 2014 Boete Publicatie advertentie zonder registratienummer 23a derde lid € 8.700,- Publicatie advertentie zonder te informeren over de geldende wet- en regelgeving 23d € 8.700,- Publicatie advertentie van een woonruimte die reeds het nachtenmaximum heeft bereikt (na bericht van burgemeester en wethouders) 23e € 8.700,- Tabel 9 Bestuurlijke boete Opkoopbescherming Wettelijke bepaling Huisvestingswet 2014 Type overtreding Boete In gebruik geven van een binnen de opkoopbescherming aangewezen woonruimte zonder vergunning of ontheffing 41, eerste lid, 45 Legaliseerbare overtreding (administratief): Geen vergunning of ontheffing, maar wel te verkrijgen voor overtreden situatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">€ 8.700,- Niet legaliseerbare overtreding: Geen vergunning of ontheffing en ook niet te verkrijgen voor de overtreden situatie. € 21.750,- In gebruik geven van een binnen de opkoopbescherming aangewezen woonruimte met vergunning of ontheffing, maar schending van de gebruiksvorm waarvoor de vergunning of ontheffing is verleend 41, eerste lid, 45 Schending van de gebruiksvorm waarvoor de vergunning of ontheffing is verleend €21.750, - Bijlage 4Transponeringstabel Omgevingswet Vindplaats Artikel Was Wordt Huisvestingsverordening Artikel 2.10.5, lid 3 Wro Artikel 3.5.3, lid 1 onder h Bouwbesluit Besluit bouwwerken leefomgeving Artikel 3.6.1, lid 2 onder a</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-35\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Wro</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-24\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingswet</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 3.6.1, lid 4 onder a</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1b</span><span class=\"lf-art-t\">Woningwet</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 4.3, lid 1 onder a Omgevingswet Artikel 3.6.1, lid 4 onder b</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13</span><span class=\"lf-art-t\">Woningwet</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-37\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7</span><span class=\"lf-art-t\">Bbl</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Nadere regels hfst 1 Ad. K) (pag. 5) Wet ruimtelijke ordening Omgevingswet Nadere regels hfst 3 Begrippen 1a Bouwbesluit Besluit bouwwerken leefomgeving Nadere regels hfst 6 Artikel 4.2 onder f</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 2.2.2 Bb (bestaande bouw)</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.2.2 Bbl (bestaande bouw)</h3>\n<p class=\"lf-p\">Nadere regels hfst 7 5.8 Geluidwering</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 3.4 Bouwbesluit</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.3.4 Bbl</h3>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Ingrijpende vernieuwbouw onder 2 en b</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 2.5.1 Bb (trap)</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.2.4 (veilig overbruggen van hoogteverschillen)</h3>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Ingrijpende vernieuwbouw onder 2 en c</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.1 Bb (bescherming tegen geluid van buiten)</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.3.1 Bbl (bescherming tegen geluid van buiten)</h3>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Ingrijpende vernieuwbouw onder 2 en d</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3.1.10 Bb (daglicht)</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.3.10 Bbl (daglicht)</h3>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Ingrijpende vernieuwbouw onder 2 en e Paragrafen 4.1.1, 4.2.1 en 4.3.1 Bb (verblijfsgebied, verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte) Paragrafen 4.5.2, 4.5.3 en 4.5.4 Bbl (verblijfsgebied, verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte) 3. Ingrijpende vernieuwbouw onder 2 en f Paragrafen 4.4 en artikel 4.2.4 Bb (aanwezigheid toegankelijkheidssector) Paragrafen 4.6.2 en artikel 4.184 Bbl (aanwezigheid toegankelijkheidssector) 3. Ingrijpende vernieuwbouw onder 2 en g</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 4 Bb (technische voorschriften uit het oogpunt van bruikbaarheid)</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 4.5 Bbl (technische voorschriften uit het oogpunt van bruikbaarheid)</h3>\n<p class=\"lf-p\">5.7 Sterkte bij brand Sterkte bij brand Bbl Paragraaf 2.2.2 (bestaande bouw) Constructieve veiligheid bij brand Bbl Paragraaf 3.2.2 (bestaande bouw) *Bbl = Besluit bouwwerken leefomgeving *Bb = Bouwbesluit Toelichting [De toelichting bij de Huisvestingsverordening 2020 is niet meer actueel. Per 1 januari 2024 zal de toelichting worden geactualiseerd.] IAlgemeen 1.Aanleiding Op grond van de Huisvestingswet 2014 kunnen gemeenten regels opstellen voor de verdeling van schaarse huurwoningen en regels waarmee wijzigingen in de voorraad van zowel huur- als koopwoningen worden gereguleerd. Voor de inzet van dit instrumentarium dient een gemeenteraad aan te tonen dat er sprake is van schaarste aan woningen. Een huisvestingsverordening heeft een geldigheidstermijn van vier jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De huidige Huisvestingsverordening dateert van 2016 en moet daarom worden vervangen. Daarnaast is opnieuw onderzocht of er sprake is van schaarste aan woningen in Amsterdam en welke categorieën woonruimten dit betreft. De conclusie van dit onderzoek luidt dat in het gehele grondgebied van Amsterdam en wat betreft alle categorieën woonruimten sprake is van schaarste. De analyse is te vinden in het rapport “Schaarstepatronen op de Amsterdamse woningmarkt, mei 2019”. Dit onderzoek laat ook zien dat er redenen zijn om onevenwichtigheden als gevolg van schaarste aan woningen met regulering te bestrijden. Om deze redenen stelt Amsterdam in 2020 een nieuwe Huisvestingsverordening vast (hierna: HVV 2020), de opvolger van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2016 (hierna: HVV 2016).</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze toelichting worden de regels in de HVV 2020 eerst in algemene zin en daarna artikelsgewijs uitgelegd. Het Beleidskader Huisvestingsverordening 2020 beschrijft doel en strekking van de wijzigingen die per 2020 in de Huisvestingsverordening worden aangebracht en dient daarmee mede als interpretatiebron voor de onderhavige regels in de HVV 2020.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 15 september 2021 is de Wijzigingsverordening Huisvestingsverordening 2020 naar aanleiding van het Beleidsvoorstel voor een nieuwe woonruimteverdeling, tevens wijziging betreffende differentiatie boetes vastgesteld en deels in werking getreden (Gemeenteblad 2021, 333920).</p>\n<p class=\"lf-p\">Doordat de inwerkingtreding wordt bepaald na 1 januari 2023, op welke datum de jaarlijkse actualisatie (vastgelegd in een andere wijzigingsverordening) in werking treedt, moet de wijzigingsverordening van 15 september 2021 daarop worden aangepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze wijzingen zijn hier verwerkt door het laten vervallen van alle bepalingen in de wijzigingsverordening van 15 september 2021 die betrekking hadden op het nieuwe woonruimtebeleid en deze na correctie opnieuw vast te stellen. Dit was tevens nodig in de Wijziging huisvestingsverordening Amsterdam 2022 (Gemeenteblad 2021, 484954).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Woonruimteverdeling 2.1 Waarom regels over woonruimteverdeling?</p>\n<p class=\"lf-p\">In de woningmarkt van Amsterdam overschrijdt de vraag naar sociale en middeldure huurwoningen het aanbod in ruime mate. Dit wordt veroorzaakt door het aantal woningzoekenden dat door hun inkomen aangewezen is op dit deel van de voorraad. De vraag overstijgt het woningaanbod. Als gevolg van deze schaarste zitten veel woningzoekenden in de knel. Om in termen van de Huisvestingswet 2014 te spreken: zij ervaren de onevenwichtige en onrechtvaardige gevolgen van de schaarste aan woonruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lokale overheid kan proberen de schaarste aan goedkope woonruimte te beperken door te sturen op beschikbaarheid. Daar geeft de gemeente grond voor uit, zet planologische instrumenten in en in de HVV zijn regels opgenomen teneinde de woonruimtevoorraad te beschermen. Tot slot maakt de gemeente (prestatie)afspraken met corporaties over de omvang van hun voorraad aan betaalbare huurwoningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Net als de Huisvestingswet van 1993, biedt de Huisvestingswet 2014 hiernaast de mogelijkheid om de onevenwichtige en onrechtvaardige gevolgen van schaarse woonruimte te bestrijden door in een Huisvestingsverordening te regelen hoe schaarse huurwoningen worden verdeeld. Deze regels beschrijven, kort gezegd, welke groepen woningzoekenden met voorrang in aanmerking komen voor bepaalde huurwoningen. Ook kan een Huisvestingsverordening regels bevatten over hoe verhuurders deze huurwoningen te huur aanbieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2 De huisvestingsvergunningplicht In artikel 2.1.1. van de verordening zijn de categorieën woonruimte aangewezen die niet zonder huisvestingsvergunning voor bewoning in gebruik mogen worden genomen of gegeven. Dit zijn “gereguleerde woonruimten”. In de gemeente Amsterdam betreft dit huurwoningen met een huur tot de liberalisatiegrens en middeldure huurwoningen. Huurwoningen met een huur tot de liberalisatiegrens in eigendom van een corporatie worden aangeduid als “sociale huurwoningen”. Indien dergelijke woningen in particulier bezit zijn worden zij aangeduid als “particuliere huurwoningen onder de liberalisatiegrens”. Onder particuliere eigenaren worden in dit verband alle eigenaren verstaan niet zijnde een toegelaten instelling voor volkshuisvesting (oftewel niet zijnde een woningcorporatie). Gereguleerde middeldure huurwoningen worden gerealiseerd door dit bij gronduitgifte of transformatie op te nemen in private- of erfpachtovereenkomsten of middels een bestemmingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een huisvestingsvergunning wordt verleend met inachtneming van de regels in de Huisvestingsverordening. Er zijn algemene voorwaarden voor toelating tot een gereguleerde woonruimte (paragraaf 2 van de HVV 2020). Zo geldt voor alle gereguleerde woonruimten dat er sprake moet zijn van een meerderjarige huurder en dat alle personen behorend tot het huishouden de Nederlandse nationaliteit dienen te bezitten of anderszins rechtmatig in Nederland mogen verblijven (artikel 2.2.1). En voor de categorieën sociaal, particulier onder de liberalisatiegrens en gereguleerd middelduur gelden inkomensnormen om toegelaten te kunnen worden(artikel 2.2.2). Daarnaast zijn er per categorie gereguleerde woonruimte regels die bepalen wie als eerste in aanmerking komt voor de woning (toewijzingsregels). Paragraaf 3 van de HVV 2020 bevat de toewijzingsregels voor de particuliere huurvoorraad onder de liberalisatiegrens en de gereguleerde middeldure huurvoorraad. Paragraaf 4 bevat de toewijzingsregels voor de sociale huurwoningen van woningcorporaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hieronder wordt eerst ingegaan op de regels om een huisvestingsvergunning te krijgen voor sociale huurwoningen van woningcorporaties, omdat deze het meest omvangrijk zijn. Daarna wordt de huisvestingsvergunningverlening voor huurwoningen tot de liberalisatiegrens in particulier bezit en de huisvestingsvergunningverlening voor de gereguleerde middeldure huurvoorraad in algemene zin toegelicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3 Huisvestingsvergunning voor sociale huurwoningen van woningcorporaties In paragraaf 4 van de verordening is de toewijzing van sociale huurwoningen die in bezit zijn van een corporatie geregeld. Hiervoor is een belangrijke voorwaarde dat het inkomen van het huishouden niet hoger is dan de inkomensgrens voor de doelgroep van corporaties krachtens de Woningwet en het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (artikel 2.4.2, eerste lid, onderdeel f). Op basis hiervan moeten corporaties 90% van hun woningbezit aan de “DAEB (Diensten van Algemeen Economisch Belang)”-doelgroep toewijzen. 1 Dit zijn in 2019 woningzoekenden met een huishoudinkomen tot € 38.035,- of in sommige gevallen € 42.436,-, want tot en met 2020 is toegestaan dat corporaties 10% van minimale 90% sociale voorraad toewijzen aan huishoudens met een huishoudinkomen tot € 42.436,-. Passend toewijzen op inkomen is vanwege deze nationale wetgeving niet verder uitgewerkt in paragraaf 4 van de verordening. De HVV verwijst daarom naar deze wetgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Centraal bij de verdeling van sociale huurwoningen staat de volgordebepaling van belangstellenden. Op elke te huur aangeboden sociale huurwoning reageren gemiddeld enkele honderden woningzoekenden. Deze worden in het systeem van WoningNet op basis van de regels van de HVV in volgorde gezet en de eerste tien of twintig kandidaten krijgen een uitnodiging voor bezichtiging. Vervolgens krijgen ze in de gestelde volgorde de kans om de woning te accepteren. De regels voor de volgordebepaling houden rekening met passendheid bij de woning, urgentie, lokale of regionale binding en inschrijfduur.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3.a Passendheidscriteria De passendheidscriteria zorgen ervoor dat woningen die met name geschikt zijn voor bepaalde doelgroepen met voorrang aan die doelgroep worden toegewezen. In dit verband wordt ook wel gesproken van “gelabelde” woningen. Artikel 2.4.4 geeft in een tabel de categorieën woonruimte weer die met name geschikt zijn voor bepaalde doelgroepen. Bij de grootste woningen (70m2 woonoppervlak en vier kamers of meer) krijgen grote gezinnen (met drie of meer minderjarige kinderen) voorrang, daarna komen kleine gezinnen in aanmerking. Bij middelgrote woningen (tussen 61 en 70 m2 woonoppervlak) krijgen kleine gezinnen (één of twee minderjarige kinderen) voorrang, bij seniorenwoningen personen van 65 jaar of ouder. Bij jongerenwoningen geldt dat deze uitsluitend verhuurd worden aan jong volwassenen (18 tot en met 27 jaar). Bij woningen die geschikt zijn voor personen met medische beperkingen (begane grond, 1e etage en woningen bereikbaar met lift) wordt voorrang gegeven aan eerst de woningzoekenden met een medische urgentie, dan degenen met een WMO-verhuiskostenindicatie en vervolgens aan senioren (met een leeftijd van 65 jaar of ouder). Rolstoelwoningen worden toegewezen aan kandidaten met een indicatie van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) voor een rolstoelwoning. In beginsel wordt voorrang gegeven op basis van de datum van afgifte van deze Wmo-beschikking, maar burgemeester en wethouders kunnen hiervan afwijken als een persoon zeer dringend een rolstoelwoning nodig heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3.b Urgentie Naast het verlenen van voorrang vanwege passendheid bij de woning, maakt de Huisvestingswet 2014 het mogelijk om voorrang te verlenen aan mensen voor wie \"voorziening in de woonruimte dringend noodzakelijk is\" (artikel 12 Huisvestingswet 2014). Daartoe moet een gemeente in een Huisvestingsverordening woningzoekenden indelen in urgentiecategorieën en de daarbij behorende regels vaststellen. In de HVV 2020 wordt in paragraaf 6 in welke situatie een woningzoekende urgentie krijgt zodat hij of zij met voorrang een woning krijgt toegewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit zijn woningzoekenden die: slachtoffer zijn van huiselijk geweld (artikel 2.6.6) mantelzorg geven of ontvangen (artikel 2.6.6) uitstromen uit een instelling voor opvang of zorg krijgen in een sociale huurwoning (artikel 2.6.7) in een acute noodsituatie verkeren (artikel 2.6.8, eerste lid, onderdeel a) sociale of medische problemen hebben (artikel 2.6.8, eerste lid, onderdeel b) een woning nodig hebben vanwege stadsvernieuwing (artikel 2.6.8, eerste lid, onderdeel c) statushouders zijn (artikel 2.6.8, eerste lid, onderdeel d) jonge statushouders zijn of een jongere die zorg krijgt in een sociale huurwoning, die oorspronkelijk met een jongerencontract van vijf jaar zijn gehuisvest en nu dienen te verhuizen (artikel 2.6.8, eerste lid, onderdeel d).</p>\n<p class=\"lf-p\">De procedure om als urgente woningzoekende een woning te krijgen, verschilt per categorie. Bij de categorieën “sociale of medische problemen” en mantelzorg geeft de urgentie het recht om een half jaar met voorrang te zoeken naar een passende woning op WoningNet. Ook als sprake is van urgentie vanwege stadsvernieuwing zoekt degene met de urgentieverklaring zelf met voorrang op WoningNet. Voor de overige groepen doet niet de burger zelf de aanvraag maar wordt deze door een externe organisatie gedaan zoals het COA (statushouders) of een zorginstelling (uitstroom uit een instelling voor opvang of bij zorg in een sociale huurwoning).</p>\n<p class=\"lf-p\">In Nadere Regel 1 Urgenties geeft het college nadere regels over de bovengenoemde urgentiecategorieën. Hierin worden onder meer de weigeringsgronden uitgewerkt alsmede de criteria voor ‘sociale of medische problemen’. Ook omvat Nadere Regel 1 Urgenties urgentieregels voor enkele bijzondere groepen: Multi-probleemgezinnen, Laatste Kans-regeling, uitstapprogramma prostitutie, slachtoffers van mensenhandel en huisvesting na revalidatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3.c Maatwerk corporaties &amp; experimenten woonruimteverdeling De Huisvestingsverordening maakt het in twee situaties mogelijk dat woningen worden toegewezen buiten de regels van de verordening om. Dat is het geval bij maatwerk door woningcorporaties en bij experimenten. In geval van maatwerk wijzen de corporaties in bijzondere gevallen een woning op maat toe (artikel 2.4.9). Het aantal bijzondere gevallen mag maximaal 5 procent beslaan van het totaal aantal toegewezen sociale huurwoningen. Daarnaast is in de verordening de mogelijkheid opgenomen om aanvragen in te dienen voor experimenten met de verdeling van gereguleerde huurwoningen (artikelen 2.5.1 en 2.5.2). Het college moet toestemming geven voor een dergelijk experiment.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.4 Huisvestingsvergunning voor sociale huurwoningen in particulier bezit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdeling van huurwoningen met een rekenhuur tot de liberalisatiegrens in particulier bezit is aan slechts één regel gebonden, namelijk een maximale inkomensgrens voor de huurders (artikel 2.2.2, eerste lid, onderdeel a). Deze inkomensgrens is € 44.360,- en ligt iets boven de inkomensgrens voor sociale huurwoningen van corporaties. Huisvestingsvergunningen voor de huurwoningen in particulier bezit onder de liberalisatiegrens verstrekt de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.5 Huisvestingsvergunning voor de gereguleerde middeldure huurvoorraad De gemeente Amsterdam neemt maatregelen om het aandeel middeldure huur te laten groeien. Een aantal maatregelen dat hieraan bij moet dragen, is vastgelegd in het Actieplan Meer Middeldure Huur 2017-2025, zoals op 8 juni 2017 door de gemeenteraad is aangenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel van dit plan is dat de gemeente bij de uitgifte van grond voor middeldure huurwoningen door nieuwbouw of transformatie, in voorwaarden vastlegt dat woningen alleen mogen worden verhuurd in het middensegment voor een periode van 25 jaar. Daarnaast heeft de gemeenteraad op 8 mei 2019 de Verordening doelgroepen woningbouw Amsterdam 2019 vastgesteld. Met deze doelgroepenverordening kan de gemeente door middel van een bestemmingsplan vastleggen dat een deel van de te realiseren woningen verhuurd moet worden in het sociale of middeldure huursegment. Hiermee ontstaat een segment gereguleerde middeldure huurwoningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ter voorkoming van verdringing door meer kapitaalkrachtige huishoudens geldt vanaf 1 januari 2018 ook een huisvestingsvergunningsplicht voor deze gereguleerde middeldure huurwoningen. De huisvestingsvergunning wordt alleen afgegeven aan huishoudens met een inkomen in het middensegment (artikel 2.2.2., eerste lid, onderdeel b). Het gaat hier om huishoudens met een jaarinkomen tussen de € 38.035,-,- en € 60.095,-,- (vanaf de inkomensgrens voor sociale huurwoningen tot 1,58 maal die grens (prijspeil 2019)). Ter bevordering van doorstroming uit sociale huurwoningen van een Amsterdamse woningcorporatie worden huishoudens die een sociale huurwoning achterlaten vrijgesteld van dit toelatingscriterium.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf 2020 zijn aanvullende regels opgenomen over de toewijzing van het gereguleerde middensegment. De grotere woningen worden met voorrang aan gezinnen toegewezen. De woningen met een huurprijs tot € 876,55 euro met voorrang aan lagere middeninkomens met een jaarinkomen tot € 49.413 (prijspeil 2019). Verder wordt bij bepaalde aangewezen woonruimten voorrang verleend aan huishoudens die werkzaam zijn in het onderwijs of de zorg en woningzoekenden die in de woningmarktregio een sociale huurwoning van een woningcorporatie achterlaten (artikelen 2.3.4 t.m. 2.3.6). Voor deze categorie middeldure huurwoningen verstrekt de gemeente de huisvestingsvergunningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Wijzigingen in de woonruimtevoorraad 3.1 Waarom regels met betrekking tot de woonruimtevoorraad?</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onttrekken, samenvoegen, omzetten in onzelfstandige woonruimten of vormen in twee of meer zelfstandige woonruimten van aangewezen woonruimte alsmede het splitsen van een gebouw in appartementsrechten kan door de gemeenteraad vergunningplichtig gemaakt worden. Een vergunning kan worden geweigerd in het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad. Bescherming van die belangen kan, behalve vanwege bestaande of dreigende schaarste, ook om andere redenen, zoals de leefbaarheid, wenselijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2 Voorraadvergunningen Alle woningen in Amsterdam vormen samen de woonruimtevoorraad. De Huisvestingswet biedt gemeenten in het geval van schaarse woningen de mogelijkheid om te sturen op het behoud en de samenstelling van de woonruimtevoorraad, waaronder ook bescherming van de leefbaarheid valt. In Amsterdam is schaarste in alle segmenten van de woningmarkt dus gelden de regels om de voorraad en leefbaarheid te beschermen voor de gehele woonruimtevoorraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Huisvestingswet bepaalt nader dat voor de volgende vier categorieën wijzigingen in de woonruimtevoorraad een vergunning vereist is (art. 21):</p>\n<p class=\"lf-p\">Onttrekken: woonruimte voor een ander doel dan bewoning gebruiken. Een (gedeelte van een) woning wordt bijvoorbeeld gesloopt, gebruikt als bedrijfsruimte of verhuurd aan toeristen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenvoegen: meerdere woonruimtes worden samengevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omzetten: zelfstandige woonruimte wordt omgezet in onzelfstandige woonruimte, bijvoorbeeld voor kamerverhuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woningvorming: een woonruimte wordt verbouwd tot meerdere woonruimten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze vergunningen kunnen gezamenlijk worden aangemerkt als de voorraadvergunningen. Een gemeente kan hier in een huisvestingsverordening regels over opnemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onttrekkingsvergunning is bijvoorbeeld nodig als iemand een Bed &amp; Breakfast (B&amp;B) wil exploiteren of een woning wil gebruiken als restaurant. De omzettingsvergunning is nodig wanneer iemand een woning kamergewijs wil verhuren en kan gezien worden als kamerverhuurvergunning. In de afzonderlijke artikelen zullen de verschillende vergunning worden toegelicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">IIArtikelsgewijze toelichting</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-152\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Definities</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1 bevat definities van begrippen die op meerdere plaatsen in de verordening worden gebezigd. Indien een begrip uit artikel 1 in een bepaling wordt gebruikt dient deze met inachtneming van de definitie in artikel 1 te worden toegepast. a.Adres:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het adres als geregistreerd in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). b.Basisregistratie personen De Basisregistratie personen, of kortweg de BRP (voorheen bekend als GBA of het bevolkingsregister), bevat de persoonsgegevens van iedereen die in Amsterdam woont of gewoond heeft. De gemeente Amsterdam raadpleegt de BRP in het kader van haar wettelijke taak om toezicht te houden op naleving van de Huisvestingswet en de daarop gebaseerde Huisvestingsverordening (artikel 31, Huisvestingswet 2014). c.Bed &amp; Breakfast (B&amp;B) Een Bed&amp; Breakfast is het tegen betaling in gebruik geven van een onzelfstandige woonruimte binnen een zelfstandige woonruimte voor kort verblijf bij de bewoner van de zelfstandige woonruimte. Het verschilt van vakantieverhuur, bijvoorbeeld omdat het slechts een gedeelte van de woning betreft en omdat de exploitant tijdens de verhuur in dezelfde woning dient te overnachten. Alle specifieke voorwaarden en voorschriften zijn opgenomen en toegelicht bij de artikelen in hoofdstuk 3 aangaande de onttrekkingsvergunning ten behoeve van een B&amp;B. d.Bewoner Als in deze verordening het begrip bewoner van een woonruimte wordt gehanteerd gaat het om degene die zijn of haar hoofdverblijf in deze woonruimte heeft. In onderdeel j is gedefinieerd wanneer voor de toepassing van de Huisvestingsverordening sprake is van hoofdverblijf. e.Corporaties Corporaties zijn verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid en stichtingen die zich ten doel stellen uitsluitend op het gebied van de volkshuisvesting werkzaam te zijn, aldus artikel 19, eerste lid van de Woningwet. In de woningmarktregio Amsterdam zijn dit: de Alliantie, DUWO, Woningstichting Eigen Haard, Woonstichting De Key, Woningstichting Rochdale, Woningcorporatie Stadgenoot, Ymere, Woonzorg Nederland en Habion. f.Directe bemiddeling In beginsel bieden corporaties hun voor verhuur beschikbare sociale huurwoningen aan op WoningNet. Woningen die corporaties via directe bemiddeling toewijzen zijn hier een uitzondering op. Artikel 2.4.8 beschrijft in welke gevallen corporaties sociale huurwoningen direct aan woningzoekenden kunnen aanbieden. g.Eigenaar Onder eigenaar wordt in deze verordening verstaan de juridische eigenaar van een woonruimte of appartementsrecht die aan de eigenaar door een notaris is overgedragen en door middel van notariële akte is ingeschreven bij het Kadaster op naam van deze eigenaar. Dat betekent dat een eventuele economische eigenaar niet als eigenaar wordt gezien in deze verordening. h.Gebruiksoppervlak</p>\n<p class=\"lf-p\">Het begrip gebruiksoppervlak is relevant voor de toepassing van de regels omtrent de voorraad in hoofdstuk 3. Waar in de verordening het begrip gebruiksoppervlak wordt gehanteerd wordt dit gemeten aan de hand van de normen voor het netto gebruiksoppervlak in NEN 2580. In de meest simpele vorm is dit een meting op vloerniveau en tussen de bouwmuren. Door uit te gaan van de netto oppervlakte worden \"niet goed bruikbare\" delen niet meegerekend. Niet tot de netto vloeroppervlakte behoren onder meer: een trapgat, liftschacht of schalmgat indien de oppervlakte daarvan groter is dan 4 m2 de oppervlakte van delen van vloeren, waarboven de hoogte kleiner is dan 1,5 m een vrijstaande kolom of vrijstaande leidingschacht, indien het grondvlak daarvan groter is dan 0,5 m2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat in de definitie van het begrip gebruiksoppervlak één op één koppeling is opgenomen met de NEN 2580 zullen (latere) wijzigingen in de NEN 2580 doorwerken in de toepassing van de verordening. i.Gemengd wooncomplex Een gemengd wooncomplex is een woonvorm binnen de sociale woningvoorraad van corporaties waarin een meer kwetsbare doelgroep wordt gehuisvest met een doelgroep die de kwetsbare doelgroep wil ondersteunen met als doel een snellere integratie of een goede woonomgeving voor kwetsbare personen te realiseren. Woonruimten in een gemengd wooncomplex worden op basis van geschiktheid van de woningzoekende toegewezen (artikel 2.4.4 in combinatie met 2.4.7). In de definitie ligt besloten dat burgemeester en wethouders een complex na overleg met de eigenaar erkend moeten hebben als gemengd wooncomplex. j.Hoofdverblijf Hoofdverblijf komt in verschillende bepalingen in de verordening terug om bepaalde mogelijkheden die de verordening biedt met betrekking tot een woonruimte limitatief te koppelen aan de persoon die deze woonruimte van mogelijk verschillende ter beschikking staande woonruimten het intensiefst gebruikt. Daarnaast wordt een minimale mate van verblijf vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">In Amsterdam wordt onttrekking ten behoeve van vakantieverhuur bijvoorbeeld onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van de vergunningplicht. Eén daarvan is dat degene die verhuurt zijn hoofdverblijf in de verhuurde woonruimte dient te hebben. Voor een onttrekkingsvergunning ten behoeve van Bed &amp; Breakfast is ook vereist dat de exploitant zijn of haar hoofdverblijf in de woonruimte heeft. Aan dit criterium worden de volgende voorwaarden gesteld: iemand moet de afgelopen twaalf maanden overheersend op het adres zijn verbleven (minimaal 183 nachten, mag versnipperd zijn); en, en iemand moet het centrum van zijn of haar levensbelangen op dat adres hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beide elementen worden getoetst op basis van feitelijke omstandigheden. Voor het centrum van levensbelangen kan bijvoorbeeld worden beoordeeld of op het adres persoonlijke spullen aanwezig zijn en op welk adres iemand zijn bankrekeningen, verzekeringen en abonnementen aanhoudt. Dit wordt van geval tot geval beoordeeld en het feit dat er persoonlijke spullen zijn en een bankrekening of verzekering op het adres staat, betekent niet per definitie dat iemand zijn of haar centrum van levensbelangen op het adres heeft. k.Huishouden Van duurzame gemeenschappelijke huishouding is sprake indien het gaat om een vaste groep van personen tussen wie een band bestaat die het enkel gezamenlijk bewonen van bepaalde woonruimte te boven gaat en die de bedoeling hebben om bestendig voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de beantwoording van de vraag of een duurzame gemeenschappelijke huishouding bestaat, spelen volgens vaste jurisprudentie zowel objectieve als subjectieve factoren, zoals de bedoeling van de betrokkenen, van belang zijn. Slechts onder bijzonder omstandigheden kan een samenleven van een kind en een ouder na het zelfstandig worden van het kind worden aangemerkt als een blijvende samenwoning met een gemeenschappelijke huishouding. Daarbij kan mede betekenis toekomen aan het ontbreken van wederkerigheid in de relatie tussen ouder en kind. Als verzorgen de reden is voor het inwonen, dan is er geen sprake van een huishouden. l.Huisvestingsvergunning Artikel 8 van de Huisvestingswet geeft gemeenten de mogelijkheid woonruimten aan te wijzen die niet in gebruik mogen worden genomen of gegeven zonder een huisvestingsvergunning. Aan een dergelijke huisvestingsvergunning kunnen voorwaarden worden gekoppeld. Bijvoorbeeld voor welke doelgroep een woonruimte ter beschikking staat. Het begrip huisvestingsvergunning is in dit onderdeel gekoppeld aan een aanwijzing op grond van artikel 8 van de Huisvestingswet. m.Huisvestingswet Met de Huisvestingswet wordt gedoeld op de landelijke Huisvestingwet 2014, met inbegrip van eventueel vast te stellen wijzigingen dan wel later in de plaats tredende regelgeving. Deze Huisvestingsverordening is gebaseerd op de Huisvestingswet. De Huisvestingswet biedt gemeenten de mogelijkheid om in een huisvestingsverordening regels vast te leggen over de toewijzing van schaarse huurwoningen en over het bepalen van de voorrangsvolgorde van woningzoekenden. Daarnaast kunnen wijzigingen in de woningvoorraad vergunningplichtig worden gesteld. Bijvoorbeeld bij het onttrekken of samenvoegen van woonruimte, het overgaan tot kamergewijze verhuur of het vormen van nieuwe woonruimten. n.Huurprijs De definitie van huurprijs is in overeenstemming met de definitie van het begrip in de Huisvestingswet. Het betreft de kale huur, dus zonder servicekosten. o.Huurpunten Met huurpunten wordt gedoeld op het totaal aantal punten dat op basis van het woningwaarderingsstelsel aan een woonruimte kan worden toegekend. Het puntensysteem bepaalt de maximale huurprijs van een huurwoning onder de liberalisatiegrens (zie onderdeel t). Het puntensysteem geldt niet voor huurwoningen in de vrije sector. Het puntensysteem geeft de kwaliteit van een huurwoning in punten weer. Het puntensysteem heet ook wel het woningwaarderingsstelsel. Elk onderdeel van de woning, zoals oppervlakte en sanitair, krijgt punten. Bij elkaar opgeteld leveren de punten een maximale huurprijs op. Deze wordt elk jaar opnieuw vastgesteld. Het aantal punten en de maximale huurprijs van een woning kan worden berekend met de huurprijscheck van de Huurcommissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">p.Huurwaarde De huurwaarde is de verschuldigde huur die tussen huurder en verhuurder overeen is gekomen en wordt dus niet vastgesteld aan de hand van het woningwaarderingsstelsel. Indien de tussen huurder en verhuurder overeengekomen huur hoger is dan de maximale huursom, zoals die is vastgelegd in erfpachtvoorwaarden, private overeenkomsten of het bestemmingsplan is de huurwaarde gelijk aan de in het contract vastgelegde maximale huur. Daarmee is voor het gebruiken van een woonruimte altijd een huisvestingsvergunning nodig als in erfpachtvoorwaarden, private overeenkomsten of het bestemmingsplan is opgenomen dat de woning gedurende een bepaalde periode onder de liberalisatiegrens of in het middensegment moet worden verhuurd. q.Indicatie In een indicatiebesluit wordt vastgesteld welke voorzieningen iemand nodig heeft vanwege sociale en medische beperkingen. Op grond van een indicatie wordt met deze beperkingen rekening gehouden bij het toewijzen van een woonruimte. r.Inkomen Het begrip inkomen is in deze verordening gekoppeld aan wat onder rekeninkomen wordt verstaan in de Wet op de huurtoeslag. s.Jongere Een jongere is een persoon van tenminste 18 en ten hoogste 27 jaar. t.Liberalisatiegrens De liberalisatiegrens is de grens die bepaalt of een huurwoning binnen de sociale huur of de vrije sector valt. Om vast te stellen of de huurprijs van je woning onder of boven de liberalisatiegrens ligt wordt gekeken naar de kale huurprijs bij de start van de huurovereenkomst. Als de huur boven de huurliberalisatiegrens ligt geldt er voor de woning geen wettelijke maximale huurprijs of maximale huurverhoging en mag de verhuurder de huurprijs zelf bepalen. De huurliberalisatiegrens wordt jaarlijks vastgesteld. In het jaar 2019 was het grensbedrag € 720,42. Dit bedrag is dus bepalend voor woonruimten waarvoor in 2019 een huurovereenkomst is gesloten. u.Mantelzorg Het begrip mantelzorg is in deze verordening gekoppeld aan wat onder mantelzorg wordt verstaan in de Wet maatschappelijke ondersteuning. v.Onzelfstandige woonruimte Een onzelfstandige woonruimte is een woonruimte welke geen eigen toegang heeft of welke niet door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. Hierbij worden als wezenlijke voorzieningen aangemerkt: keuken en sanitaire voorzieningen. Meestal betreft een onzelfstandige woonruimte een kamer in een woning die is omgezet, denk aan een studentenhuis. De losse slaapkamers van de studenten zijn onzelfstandige woonruimten. De studenten vormen samen namelijk geen gemeenschappelijk huishouden omdat het geen gezin is of partners zijn. Voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in meerdere onzelfstandige woonruimten is een vergunning vereist. Alle specifieke voorwaarden en voorschriften zijn opgenomen en toegelicht bij de artikelen over omzetting (kamerverhuur) in hoofdstuk 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">w.Pand Met een pand wordt gedoeld op de definitie van een pand als bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen. Dat wil zeggen de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. Meestal gaat het dan om een losstaande woning, een flatgebouw of een blok binnen aangrenzende gebouwen. x.Regiogemeenten Dit zijn de gemeenten binnen de woningmarktregio Amsterdam, te weten: Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad. y.Rekenhuur De rekenhuur bestaat uit de kale huur vermeerderd met servicekosten. z.Splitsingsvergunning Met de splitsingsvergunning wordt gedoeld op de vergunning in de zin van artikel 22 van de Huisvestingswet. Een gebouw kan bestaan uit meerdere woningen en/of bedrijfsruimte(n). Als de eigenaar deze woningen of bedrijfsruimten afzonderlijk wil verkopen, moet het recht op het gebouw (juridisch) gesplitst worden. Door splitsing in appartementsrechten krijgen de appartementen van het gebouw een eigen kadastraal registratienummer. De regels in de verordening hebben betrekking op de situatie dat er woningen bij splitsing zijn betrokken en door splitsing in appartementsrechten individueel overdraagbare woningen ontstaan. Alle specifieke voorwaarden en voorschriften zijn opgenomen en toegelicht bij de specifieke artikelen over splitsen in hoofdstuk 3. aa.Student Voor toepassing van de verordening is een student iemand die voltijds is ingeschreven bij een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of bij een universiteit of hogeschool als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek gevestigd binnen het gebied van de woningmarktregio. bb.Studentenwoning Dit begrip is van belang voor artikel 2.1.1 dat het werkingsgebied voor de regels omtrent woonruimteverdeling bevat. Door burgemeester en wethouders erkende studentenwoningen zijn van deze regels (hoofdstuk 2) uitgezonderd. Dit betekent bijvoorbeeld dat bij verhuur van een studentenwoning als bedoeld in deze begripsbepaling geen huisvestingsvergunning verplicht is. Het college wil deze mogelijkheid geven bij studentenwoningen die met een campuscontract als bedoeld in artikel 274d, vijfde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek worden verhuurd en die in overleg met de gemeente zijn of worden gerealiseerd, bijvoorbeeld in het kader van een gemeentelijk programma studentenhuisvesting.</p>\n<p class=\"lf-p\">cc.Tweede woning Voor de toepassing van de verordening wordt onder een tweede woning een zelfstandige woonruimte verstaan die naast een ander hoofdverblijf wordt gebruikt als verblijf mits en zolang deze zelfstandige woonruimte uitsluitend door de eigenaar of huurder, of personen behorend tot diens huishouden, wordt gebruikt. Dat er sprake is van personen behorend tot het huishouden van een eigenaar of huurder van een tweede woning dient aangetoond te worden door een uittreksel van een inschrijving op hetzelfde adres in de Basisregistratie personen. dd.Urgentieverklaring De indeling van urgent-woningzoekenden in urgentiecategorieën geschiedt bij besluit door (of namens) burgemeester en wethouders. Dit volgt uit artikel 13, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014. Zo'n besluit wordt ook wel een \"urgentieverklaring\" genoemd. ee.Vakantieverhuur Vakantieverhuur is het tijdens afwezigheid van de bewoner tegen betaling in gebruik geven van een zelfstandige woonruimte. Bij vakantieverhuur wordt de gehele woning bij afwezigheid van de bewoner verhuurd aan toeristen. Bij B&amp;B wordt juist tijdens aanwezigheid van de bewoner een gedeelte van de woning verhuurd aan toeristen. B&amp;B mag het hele jaar door, voor vakantieverhuur geldt een maximum aantal verhuurde nachten van dertig per kalenderjaar. Vakantieverhuur en B&amp;B vormen samen het geheel van toeristische verhuur in woningen. Amsterdam heeft er echter voor gekozen om vakantieverhuur onder bepaalde voorwaarden zonder vergunning toe te staan. De voorwaarden waaronder vakantieverhuur is toegestaan worden bij artikel 3.1.2 toegelicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een hoofdbewoner mag incidenteel wel een familielid of andere bekende op de woning laten passen ten tijde dat hij/zij zelf (wegens vakantie) afwezig is, zolang er geen tegenprestatie tegenover staat en het gedurende de afwezigheid slechts aan één huishouden, zijnde een vriend en/of familie, in gebruik wordt gegeven. ff.Verblijfsruimte Verblijfsruimte is gedefinieerd conform Bouwbesluit 2012. gg.Volwassene Een volwassene is een persoon met een minimale leeftijd van 18 jaar. hh.Voorraadvergunningen Met de term voorraadvergunning wordt gedoeld op de vergunningen in de zin van artikel 21 van de Huisvestingswet. Dit zijn de vergunningen voor onttrekken, samenvoegen, omzetten en vormen. Deze vergunningen worden allemaal apart uitgebreid toegelicht in deze verordening. De generieke term ‘voorraadvergunning’ is in het leven geroepen om algemene regels te stellen ten aanzien van het geheel van deze vergunningen. Een aantal regels is voor deze vergunningen namelijk hetzelfde. ii.Woningmarktregio De woningmarktregio voor de toepassing van de huisvestingsverordening is het gebied waarbinnen de gemeente Amsterdam een evenwichtige regionale verdeling van woonruimten afstemt (artikel 1 van de Huisvestingswet). De woningmarktregio bestaat uit (situatie 2019) de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad. Deze woningmarktregio staat ook bekend als de voormalige Stadsregio Amsterdam. jj.Wet maatschappelijke ondersteuning Met de Wet maatschappelijke ondersteuning wordt gedoeld op de landelijke Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, met inbegrip van eventueel vast te stellen wijzigingen dan wel later in de plaats tredende regelgeving. In deze wet is ondersteuning geregeld voor personen die onvoldoende zelfredzaam zijn of onvoldoende in staat zijn tot participatie in de samenleving. kk.Woningwaarderingsstelsel Het woningwaarderingsstelsel kent een puntensysteem (zie onderdeel o) voor woningen aan de hand waarvan een maximale huurprijs wordt bepaald. Het Besluit huurprijzen woonruimte bevat hier de wettelijke grondslag voor. ll.Woonoppervlak Het begrip woonoppervlak is relevant voor de toepassing van artikel 2.3.5 en artikel 2.4.4 waarin aan de hand van dit begrip wordt bepaald of een woonruimte met voorrang aan een huishouden met één of meer minderjarige kinderen of een huishouden met drie of meer minderjarige kinderen moet worden toegewezen. Het begrip woonoppervlak is krapper dan het begrip gebruiksoppervlak dat aan de hand van NEN 2580 wordt gemeten.</p>\n<p class=\"lf-p\">mm.Woonruimte Met een woonruimte wordt gedoeld op een besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden. ‘Bestemd’ verwijst naar bestemmingsplannen. In bestemmingsplannen zijn panden en gebouwen vaak aangewezen als woonruimten. Dat betekent dat er gewoond moet worden. Daarnaast kan het zijn dat er feitelijk in een ruimte wordt gewoond waardoor er sprake is van een woonruimte. Of er bij elkaar genomen sprake is van een woonruimte moet worden beoordeeld aan de hand van objectieve maatstaven, waarbij het feitelijk gebruik alleen niet doorslaggevend is. nn.Zelfstandige woonruimte Met de term zelfstandige woonruimte wordt gedoeld op een woonruimte die een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte. Hiermee wordt in het gebruikelijke spraakgebruik aangesloten bij wat men normaal verstaat onder een woning. Het gaat hierbij om een woonruimte die door één huishouden wordt bewoond, zoals een alleenstaande, een samenwonend stel of een gezin. Bij verschillende huishoudens, zoals bijvoorbeeld studenten of andere woningdelers, is er sprake van meerdere onzelfstandige woonruimten waarvoor een omzettingsvergunning vereist is. oo.Zorgregio Dit is het gebied waarvoor Amsterdam de functie van centrumgemeente vervult voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen blijkend uit een gezamenlijk budget van de Rijksoverheid (in 2020: Amsterdam, Amstelveen, Diemen, Uithoorn, Aalsmeer en Ouder-Amstel).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2 Verdeling van woonruimte</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling I Woonruimteverdeling</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 1 Werkingsgebied woonruimteverdeling</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-211-153\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Werkingsgebied</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 2.1.1 is neergelegd voor welke categorieën woonruimte in de gemeente Amsterdam regels gelden met betrekking tot de doelgroep die (als eerste) in aanmerking komt voor de woning. Dit worden kortgezegd “gereguleerde woonruimten” genoemd. Voor het in gebruik geven of nemen van dergelijke woonruimten is een huisvestingsvergunning verplicht en hoofdstuk 2 van de verordening bevat hier regels over. Dit gaat bijvoorbeeld over de doelgroep waarvoor bepaalde typen woonruimten “in het bijzonder” geschikt zijn (passendheidscriteria) of over de volgorde waarin personen in aanmerking komen voor een woning (voorrangsregels).</p>\n<p class=\"lf-p\">In het eerste lid zijn de categorieën gereguleerde woonruimte aangewezen. Deze woonruimten mogen alleen voor bewoning in gebruik worden gegeven of genomen, indien daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend. Een huisvestingsvergunning wordt verleend met inachtneming van de verordeningsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betreft:</p>\n<p class=\"lf-p\">Huurwoningen met een rekenhuur tot de liberalisatiegrens. 2 In 2019 ligt de liberalisatiegrens op € 720,42. Rekenhuur is het bedrag van de kale huur vermeerderd met servicekosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Huurwoningen met een kale huur tot de liberalisatiegrens of huurwoningen waarvoor op basis van erfpachtvoorwaarden, private overeenkomsten of bestemmingsplan een maximale huur onder de liberalisatiegrens geldt (de huurwaarde).</p>\n<p class=\"lf-p\">Middeldure huurwoningen, waarbij voorwaarden zijn gesteld bij gronduitgifte, in erfpachtovereenkomsten of in een bestemmingsplan met betrekking tot de hoogte van de huur(waarde).</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze categorie middeldure huurwoningen is in 2018 toegevoegd aan het werkingsgebied van de regels voor woonruimteverdeling, ter uitvoering van het Actieplan Meer Middeldure Huur 2017-2025. 3 Gemeenteblad 2017, nr. 152/433.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid van artikel 2.1.1 bepaalt dat voor de aanwijzing van gereguleerde woonruimten de huur die gold voor de oorspronkelijke hoofdhuurder leidend is. Hiermee wordt voorkomen dat woonruimte die illegaal door een hoofdhuurder voor een hogere huurprijs wordt doorverhuurd, buiten het werkingsgebied van de woonruimteverdelingsregels zou vallen. Degene die illegaal doorverhuurt als ook degene die de woning betrekt, kan door het college worden beboet als deze niet over een huisvestingsvergunning beschikken. Daarnaast kan de woningeigenaar het huurcontract met de illegale doorverhuurder ontbinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het derde lid bevat woonruimten, die niet onder de werking van de woonruimteverdelingsregels in de Huisvestingsverordening zijn gebracht. Uitgezonderd zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onzelfstandige woonruimten en woonruimten die gebruikt worden voor inwoning. Deze zijn uitgezonderd omdat hier specifieke voorraadregels op van toepassing zijn, zoals de omzettingsvergunningplicht (zie de toelichting bij hoofdstuk 3 van de verordening).</p>\n<p class=\"lf-p\">Solids. Dit betreft twee bestemmingsvrije complexen die in 2011 in Amsterdam zijn gerealiseerd, geheel vrij indeelbaar en in te richten zijn door de huurder. De betreffende woonruimten zijn limitatief opgenomen in bijlage 1 bij de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woonruimten waarvoor burgemeester en wethouders een vergunning voor verhuur hebben verleend op grond van artikel 15 van de Leegstandwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Studentenwoningen als bedoeld in artikel 1 van de HVV 2020. Deze uitzondering ziet derhalve op door het college van burgemeester en wethouders erkende studentenwoningen die bij de realisatie zijn bestemd en gebouwd voor bewoning door studenten en onderdeel zijn van het gemeentelijke programma studentenhuisvesting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-212-154\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Reikwijdte huisvestingsvergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel geeft aan dat het verboden is om een gereguleerde woonruimte in gebruik te nemen (huren) of in gebruik te geven (verhuren) zonder een huisvestingvergunning. Toepassing van de huisvestingsvergunning is gebaseerd op artikel 7 van de Huisvestingswet 2014.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 2 Toelating tot een gereguleerde woonruimte</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-221-155\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Toelatingscriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bevat twee criteria waar een huishouden aan moet voldoen om een huisvestingsvergunning te kunnen krijgen: ten minste één van de personen behorend tot het huishouden heeft een leeftijd van 18 jaar of ouder; alle personen behorend tot het huishouden verblijven rechtmatig in Nederland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze toelatingscriteria zijn, via artikel 2.3.2, eerste lid, en artikel 2.4.2, eerste lid, tevens weigeringsgronden voor een huisvestingsvergunning voor alle categorieën gereguleerde woonruimte.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-222-156\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende toelatingscriteria (inkomensgrenzen en atelierwoningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De verordening kent voor twee categorieën gereguleerde woonruimte aanvullende inkomensgrenzen. In het eerste lid van artikel 2.2.2 is enerzijds een inkomensgrens bepaald die aanvullend geldt voor huurwoningen tot de liberalisatiegrens van particuliere eigenaren, en anderzijds een inkomensgrens voor middeldure huurwoningen van particulieren of corporaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor huurwoningen van particulieren met een huurprijs tot de liberalisatiegrens, geldt een maximaal huishoudinkomen tot € 44.360,-. Voor middeldure huurwoningen van particulieren of corporaties, geldt een maximaal huishoudinkomen van € 60.065,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inkomensgrens voor sociale huurwoningen van corporaties ligt vast op grond van de Woningwet en het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015. In de verordening wordt hier in artikel 2.4.2, dat de algemene weigeringsgronden voor een huisvestingsvergunning bevat, naar verwezen (onderdeel f). In 2019 ligt deze inkomensgrens op € 38.035, bij maximaal 10% van de toegewezen woning ligt de grens op € 42.436. Deze inkomensgrenzen voor sociale huurwoningen worden, in principe jaarlijks, door het Rijk geïndexeerd en opnieuw vastgesteld. In het derde lid is geregeld dat deze aanpassingen doorwerken in de inkomensgrenzen van deze verordening in het eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het tweede lid is bepaald dat de inkomensgrens voor middeldure huurwoningen niet geldt voor huishoudens die een middeldure huurwoning willen betrekken vanuit een in de gemeente Amsterdam gelegen sociale huurwoning van een corporatie. Dit ter uitvoering van de Motie van het raadslid Flentge inzake het actieplan ‘meer middeldure huur” (vrijspelen sociale huur). 4 Motie van het raadslid Flentge inzake het actieplan 'meer middeldure huur” (vrijspelen sociale huur), Gemeenteblad afdeling 1, nr. 612 (publicatiedatum 16 juni 2017). Na het vertrek van het huishouden moet de achtergelaten sociale huurwoning leeg zijn. Dat wil zeggen dat alle leden van een huishouden de woning moeten hebben verlaten. Verhuizing na inwoning valt dus niet onder deze uitzondering. Door in deze gevallen de inkomenseis niet te stellen, wil de gemeente de doorstroming stimuleren van huishoudens die met een hoger inkomen wonen in de sociale sector.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontwikkeling van kunst en cultuur is belangrijk voor een stad. De gemeente hecht er aan (beginnende) kunstenaars mogelijkheden te bieden om zich te kunnen ontplooien. De gemeente Amsterdam kent daarom een aantal woningen met voor kunstproductie geschikte ruimte die op grond van het vierde lid worden toegewezen aan kunstenaren (atelierwoningen). Deze woningen zijn bedoeld voor (beginnende) beroepsmatige kunstenaars die voldoen aan de criteria van professioneel kunstenaarschap om in aanmerking te komen voor een atelierwoning, zoals is neergelegd in het Reglement van de Commissie voor Ateliers en (Woon)Werkpanden Amsterdam (CAWA 5 Besluit “Aanpassen reglement Commissie Ateliers voor (Woon)Werkpanden Amsterdam d.d. 20 januari 2015, gepubliceerd in het Gemeenteblad, Afdeling 3B, jaargang 2015, nr 12.).</p>\n<p class=\"lf-p\">Om in aanmerking te kunnen komen voor een atelierwoning dient de kunstenaar zich eerst te registreren via de hiervoor in het leven geroepen website van de gemeente Amsterdam. Eenmaal ingeschreven kan worden gereageerd op atelierwoningen die vrij komen. Alvorens de kunstenaar en zijn of haar huishouden de woning kan betrekken, wordt door de CAWA beoordeeld of de kunstenaar voldoet aan de criteria van professioneel kunstenaarschap. De atelierwoning wordt toegewezen aan de kandidaat, die gezien de door deze kandidaat uitgeoefende kunstdiscipline, het meest geschikt is voor de ruimte. Bij gelijke geschiktheid gaat degene die het langst staat ingeschreven op de hiervoor bedoelde website, voor op degene met een kortere inschrijving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-223-157\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Bekendmaken en aanbieden van sociale huurwoningen van corporaties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 2.2.3, eerste lid, is opgenomen dat corporaties hun voor verhuur beschikbare sociale huurwoningen eenduidig en transparant aanbieden via een aanbodinstrument. Woningen die corporaties via directe bemiddeling toewijzen zijn hier een uitzondering op. Deze woningen worden ingevolgde de definitie van directe bemiddeling in artikel 1 niet via het aanbodinstrument aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De sociale huurwoningen van de corporaties in de woningmarktregio worden, uitgezonderd twee corporaties in Purmerend en Edam-Volendam, gezamenlijk aangeboden via het regionale aanbod- en verdeelsysteem van WoningNet, toegankelijk via de website: www.woningnetregioamsterdam.nl. De twee hiervoor bedoelde corporaties in Purmerend en Edam-Volendam bieden woningen aan op www.woonmatchwaterland.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat bij het aanbieden van een woning moet worden vermeld aan welke eisen een woningzoekende dient te voldoen. Het gaat daarbij in ieder geval om de op basis van de HVV 2020 geldende passendheid- en bindingscriteria. Maar bijvoorbeeld ook om de eisen voor passend toewijzen op inkomen op grond van landelijke wetgeving of om aanvullende eisen die corporaties stellen op grond van eigen beleid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-224-158\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Woningzoekenden en inschrijving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 2.2.4 bevat bepalingen over de inschrijving van woningzoekende in het aanbodinstrument en over inschrijfduur. Het eerste lid regelt dat personen zich als woningzoekende kunnen inschrijven vanaf een leeftijd van 18 jaar en dat een inschrijving in een aanbodinstrument geldt als inschrijving in elk in die woningmarktregio gebruikt aanbodinstrument.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid definieert het begrip ‘inschrijfduur’ als de periode dat men als woningzoekende staat ingeschreven. Het derde lid regelt dat een inschrijving eindigt, nadat een woningzoekende als huurder een gereguleerde sociale huurwoning van een corporatie in gebruik heeft genomen. Het vijfde lid bevat hier een aantal uitzonderingen op.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het vierde lid is bepaald dat inschrijfduur die een doorstomer door omzetting van woonduur heeft verkregen vervalt op 1 juli 2030. Een doorstromer als bedoeld in dit lid is iemand die een zelfstandige woonruimte leeg heeft achtergelaten in de woningmarktregio of in Almere.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot 1 juli 2015 werd de volgordebepaling van doorstromers gebaseerd op woonduur in de voormalige woonruimte. Vanwege de invoering van de Huisvestingswet 2014 werd woonduur losgelaten en ging inschrijfduur als volgordecriterium gelden. Daarbij hebben de gemeenten van de woningmarktregio een overgangs- en coulanceregeling getroffen op grond waarvan woonduur kon worden omgezet in inschrijfduur. Het Convenant woonruimteverdeling Stadsregio Amsterdam 2013 behelst de oorspronkelijke afspraken over woonduur. Hier is geen wijziging in beoogd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het vijfde lid zijn in afwijking van het derde lid, drie situaties opgenomen waarin de inschrijving van een woningzoekende niet eindigt ondanks dat hij of zij een gereguleerde sociale huurwoning van een corporatie in gebruik heeft genomen. Dit is het geval indien: een woningzoekende een jongerenwoning heeft betrokken met een huurcontract als bedoeld in artikel 7:274c, vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek. Dergelijke huurovereenkomsten kunnen alleen worden gesloten met woningzoekenden onder de 28 jaar. Gemeenten zijn krachtens artikel 11a Huisvestingswet verplicht te verordenen dat de inschrijfduur in dit geval niet eindigt. een woningzoekende een zelfstandige woonruimte in gebruik neemt met een tijdelijk huurcontract voor maximaal twee jaar. Of een onzelfstandige woonruimte met een tijdelijk huurcontract voor maximaal vijf jaar. Dit vloeit voort uit artikel 11b van de Huisvestingswet. een woningzoekende een meeverhuizend kind betreft en deze meeverhuizing niet noodzakelijk was voor het in gebruik kunnen nemen van de desbetreffende woonruimte.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-225-159\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden aan inschrijving via het aanbodinstrument</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan de inschrijving als woningzoekende via een aanbodinstrument kunnen voorwaarden worden verbonden. Het gaat hierbij om inschrijfgeld en kosten voor jaarlijkse verlenging van de inschrijving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-226\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag vergunning en in te dienen bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 2.2.6 bevat algemene regels over de verlening van een huisvestingsvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het eerste lid is bepaald dat burgemeester en wethouders bevoegd zijn om een huisvestingsvergunning te verlenen, te weigeren of in te trekken. Burgemeester en wethouders kunnen deze bevoegdheid op basis van artikel 13 van de Huisvestingswet ook mandateren aan corporaties. In Amsterdam is de verstrekking van huisvestingsvergunningen voor sociale huurwoningen van corporaties ook bij de corporaties in mandaat gegeven. Het verstrekken van huisvestingsvergunningen voor sociale huurwoningen van particuliere eigenaren en voor gereguleerde middensegmentwoningen is niet gemandateerd. De gemeente verstrekt deze vergunningen zelf.</p></div>", "next": 239675}