{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Toelichting deel B Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte De ruimtebehoefteberekening voor tijdelijke huisvesting ten behoeve van het primair onderwijs moet is aangepast als gevolg van de wijziging van de gewichtenregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gewichtenregeling in het primair onderwijs is per 1 augustus 2006 veranderd. Om beter aan te sluiten bij de feitelijke onderwijsachterstanden, is het Kabinet overgegaan tot het hanteren van een nieuwe gewichtenregeling, waarin de beoordelingscriteria, hoogte van de gewichten, het drempelbedrag en het plafond wijzigen ten opzichte van de bestaande regeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ‘oude’gewichten van 0,25 en 0,90 worden vervangen door gewichten ten bedrage van 0,3 en 1,2. De ‘oude’ gewichten van 0,40 en 0,70 komen dan te vervallen. De drempel wordt verlaagd van 9,0 % naar 6,4 %. Tenslotte komt er een plafond in de bekostiging, waardoor geen extra bekostiging plaatsvindt boven de grens van 80 % van het aantal ongewogen leerlingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nieuwe regeling wordt gefaseerd ingevoerd, eerst voor de leerlingen van 4 en 5 jaar (teldatum 1 oktober 2006). Bij de volgende teldatum (1 oktober 2007) is de nieuwe gewichtenregeling van toepassing op 4- tot en met 7-jarigen (de hele onderbouw). Vanaf de teldatum 1 oktober 2008 geldt de nieuwe situatie voor alle leerlingen in het primair onderwijs. De drempel wordt dienovereenkomstig ook gefaseerd gewijzigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plafond van 80% wordt (door het Rijk) wel direct ingevoerd, omdat dit geen grote herverdeeleffecten met zich meebrengt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting deel C De bepaling van de omvang van de toekenning School voor basisonderwijsVoor blijvend gebruik bestemde voorzieningen BODe omvang van (vervangende) nieuwbouw of uitbreiding is afhankelijk van het aantal groepen zoals vastgesteld volgens de berekeningswijze voor permanente voorzieningen. In het geval van uitbreiding is de reeds beschikbare huisvesting van belang voor het bepalen van de omvang van de capaciteitsvermeerdering. Indien het bestaande gebouw groter is (meer m²) dan de norm behorend bij de capaciteit van het gebouw aangeeft, wordt bezien in hoeverre de noodzakelijke capaciteitsvermeerdering, geheel of gedeeltelijk, kan plaatsvinden door een interne aanpassing van het gebouw. De kosten van deze aanpassing zijn belangrijk: indien de aanpassing duurder is dan een uitbreiding van het gebouw, wordt het gebouw uitgebreid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omvang van de ingebruikneming is eveneens afhankelijk van het aantal groepen zoals vastgesteld volgens de berekeningswijze voor permanente voorzieningen. Afhankelijk van de benodigde capaciteit kan een gebouw volledig dan wel gedeeltelijk in gebruik worden gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omvang van medegebruik wordt bepaald door het aantal groepen waarvoor huisvesting noodzakelijk is en het aantal groepen waarvoor huisvesting aanwezig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen BODe omvang van (vervangende) nieuwbouw of uitbreiding is afhankelijk van het aantal groepen zoals vastgesteld volgens de berekeningswijze voor tijdelijke voorzieningen. In het geval van uitbreiding is de reeds beschikbare huisvesting van belang voor het bepalen van de omvang van de capaciteitsvermeerdering. Indien het bestaande gebouw groter is (meer m²) dan de norm behorend bij de capaciteit van het gebouw aangeeft, wordt bezien in hoeverre de noodzakelijke capaciteitsvermeerdering, geheel of gedeeltelijk, kan plaatsvinden door een interne aanpassing van het gebouw. De kosten van deze aanpassing zijn belangrijk: indien de aanpassing duurder is dan een uitbreiding van het gebouw, wordt het gebouw uitgebreid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omvang van medegebruik wordt bepaald door het aantal groepen waarvoor huisvesting noodzakelijk is en het aantal groepen waarvoor huisvesting aanwezig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omvang van de verplaatsing van noodlokalen wordt bepaald door het aantal groepen waarvoor de huisvesting noodzakelijk is en de kosten in verhouding tot de verwachte gebruiksduur van de lokalen. Indien mogelijkheden van medegebruik aanwezig zijn, zal in eerste instantie hiernaar worden verwezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overige voor blijvend dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen BODe omvang van (de uitbreiding van) het terrein wordt bepaald door de minimaal noodzakelijke oppervlakte op grond van de daartoe in bijlage III, deel D, gestelde eisen met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde eisen. De situatie op zich zal ook van invloed zijn op de omvang van de terreinoppervlakte ten behoeve van het schoolgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omvang van de eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket of de uitbreiding hiervan voor een basisschool wordt bepaald door het aantal groepen, op basis van het gewogen leerlingenaantal, waarvoor deze voorziening noodzakelijk is. In het geval van uitbreiding geldt dat het verschil in groepen wordt bepaald door het aantal groepen zoals aanwezig was op de meest recente teldatum voor het indienen van de aanvraag en het aantal groepen waarvoor reeds eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket is bekostigd. Het aantal groepen waarvoor de eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket reeds is bekostigd, wordt bepaald door het aantal groepen dat wordt bekostigd bij de aanvang van het schooljaar 1996/1997, tenzij het college kan aantonen dat voor meer groepen eerste inrichting van het onderwijsleerpakket is gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omvang van de eerste aanschaf van het meubilair of uitbreiding hiervan voor een basisschool wordt op dezelfde wijze bepaald als de eerste aanschaf of de uitbreiding van het onderwijsleerpakket. De verstrekking of de bekostiging van het meubilair wordt echter bepaald door het aantal groepen op basis van het ongewogen leerlingenaantal. Ook voor meubilair is de systematiek gehanteerd van de ‘meest recente teldatum’.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nieuwe formules ter bepaling van het aantal groepen onderwijsleerpakket en meubilair sluiten aan bij de formules voor de bepaling van de ruimtebehoefte van de school. De toeslag meubilair verdwijnt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt vastgelegd wanneer een basisschool aanspraak kan maken op een toeslag tweede speellokaal. Deze toeslag wordt uitgesplitst in een bedrag onderwijsleerpakket en meubilair.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omvang van de aanpassing wordt bepaald door de activiteiten die strikt noodzakelijk zijn om het gebouw geschikt te maken voor het geven van onderwijs. Dit houdt in dat slechts die activiteiten voor bekostiging in aanmerking komen die de normale eisen te stellen aan het gebouw voor het geven van onderwijs niet overschrijden. De aanpassing kan noodzakelijk zijn omdat een gebouw in gebruik wordt genomen of omdat de capaciteit van het gebouw moet worden vergroot voor het creëren van een extra les of speellokaal. Activiteiten die noodzakelijk zijn als gevolg van specifieke wet en regelgeving, bijvoorbeeld Arboeisen, kunnen eveneens voor bekostiging in aanmerking komen. Als een oliegestookte verwarmingsinstallatie moet worden vervangen door een gasgestookte installatie komen de meerkosten ten opzichte van het vervangen van een gasgestookte installatie door een gasgestookte installatie voor bekostiging in aanmerking. De meerkosten zullen in de meeste gevallen betrekking hebben op de noodzakelijke verplaatsing van de installatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omvang van het onderhoud wordt bepaald door de activiteiten die noodzakelijk zijn aan de buitenzijde van het gebouw zoals deze zijn omschreven in het overzicht ‘onderhoud primair onderwijs’, door de vervanging van de binnenkozijnen en binnendeuren of door de vervanging van radiatoren, convectoren en leidingen voor de centrale verwarming of door het totaal van verschillende van deze activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting deel D Minimumnormen bij realisering van nieuwe voorzieningenDe wet geeft de opdracht aan gemeenten om in de verordening bepalingen op te nemen met betrekking tot de oppervlakte en de indeling van schoolgebouwen. In de verordening is gekozen voor een beperkt aantal bepalingen. Enerzijds omdat op die wijze de autonomie van een schoolbestuur zo groot mogelijk is, anderzijds omdat naar aanleiding van de tweede fase van het Bouwbesluit VROM reeds een aantal centrale eisen aan schoolgebouwen gesteld zullen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook de minister van OCenW heeft, door middel van een Algemene maatregel van bestuur, enkele minimale oppervlakteeisen stellen. Deze betreffen echter niet de specifieke ruimten, doch het totale gebouw, danwel alle bij een school in gebruik zijnde gebouwen. Deze normen zijn gepubliceerd in het Uitvoeringsbesluit voorzieningen in de huisvesting PO / VO (Stb. 1997, 125).</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op de centrale eisen bepaalt de verordening alleen iets over de oppervlakte en de indeling uit het oogpunt van functionaliteit van ruimten, met name in verband met de mogelijkheden voor medegebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omvang van de voorziening aanpassing als gevolg van onderwijskundige vernieuwing wordt bepaald door het verschil in aantal m2 bvo tussen de normering die gold tot deze aanpassingen van de verordening (gesteld wordt voor 1 januari 2003) en de normering die na wijziging geldt, inclusief m2 bvo voor onderwijskundige vernieuwingen. Uitgegaan wordt van het genormeerde aantal m2 – dus niet het feitelijke aantal – omdat dit aantal alleen bepalend is voor de hoogte van de toekenning. Het is geen dwingende eis in de richting van het schoolbestuur om dit aantal m2 bvo te realiseren. Er wordt uitgegaan van het aantal groepen waarvoor de school recht heeft op een lokaal. Of dit tijdelijk of permanent van aard is, is hier niet relevant. Wel wordt als maximum het aantal groepen van de school gesteld waarvoor de school beschikt over permanente huisvesting.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente toetst de ontwerpen van nieuwbouw en aanpassingen op de criteria multifunctionaliteit, onderwijskundige vernieuwing, duurzaam bouwen en veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij multifunctionaliteit gaat het enerzijds om een flexibel gebouw waar wisseling van functies in de tijd plaats zou moeten vinden (bouwkundige flexibiliteit), anderzijds om het feit dat er tegelijkertijd meerdere functies in het gebouw gehuisvest zijn (meervoudig gebruik). Bij terugloop van het aantal leerlingen dienen ruimtes geschikt te maken te zijn voor bijvoorbeeld wijkfuncties.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende functies dienen aanwezig te zijn: onderwijs en ondersteunende functies op basis van het onderwijs-opvoedingsprogramma van de school middels een bewuste detaillering van de werkvormen, leerstijlen en opvoedingssituaties die de school wil creëren; opvoedende functies, ter vervanging van de opvoedkundige taken van het gezin, zoals buitenschoolse opvang; wijkfuncties, o.a. door het ruimtelijk inrichten van het schoolplein; kennis- en informatiefuncties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het combineren van functies is pas effectief wanneer er door het integreren van de functies een meerwaarde voor elk van de gebruikers ontstaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij onderwijskundige vernieuwing gaat het om: zorgruimtes (Voor WSNS [Weer Samen Naar School] en lgf [leerlinggebonden financiering] wordt uitgegaan van de inzet van kleinere ruimten van 20,8 m2 en ruimten voor individuele begeleiding van 10,4 m2. Uitgangspunt is dat elke basisschool gemiddeld over een van elk beschikt.); informatie- en communicatietechnologie middels aansluiting op een netwerk (Voor ICT in het onderwijs wordt uitgegaan van één werkplek van 2,5 m2 per 20 leerlingen in het basisonderwijs.); flexibiliteit en aanpasbaarheid (Bestaande ruimtes in de school zijn geschikt voor uitvoering van gevarieerde activiteiten. Vorm, inhoud en afmeting van de ruimten bepalen de flexibiliteit. Op eenvoudige wijze is het mogelijk wijzigingen in bouwelementen als muren, binnenwanden en leidingen aan te brengen, opdat er ingespeeld kan worden op klassenverkleining, remedial teaching en groepswerk.); integrale toegankelijkheid i.v.m. personen met een functiebeperking. werkplekken voor docenten (Het realiseren van werkplekken voor docenten betekent dat er per 8 fte een werkplek beschikbaar is van 10,4 m2. Van deze vernieuwing wordt gezegd dat dit vooral gelijktijdig met nieuwe voorzieningen gerealiseerd zal moeten worden) Bijlage IV Financiële normeringDe financiële normering valt uiteen in vier delen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>deel A: vergoeding op basis van normbedragen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>deel B: vergoeding op basis van feitelijke kosten;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>deel C: bepaling medegebruiktarief.</div>\n<p class=\"lf-p\">DEEL A Bekostiging op basis van normbedragenIn onderstaande normbedragen voor (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding (paragrafen 1.01, 1.02) is tevens een bekostiging voor bouwvoorbereiding opgenomen. Deze bekostiging omvat 8% (bij projecten tot een brutovloeroppervlakte van 2500 m²) respectievelijk 5% (bij grotere projecten) van het aangegeven normbedrag. Bij de uiteindelijke genormeerde vergoeding van een op het programma geplaatste voorziening voor (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding wordt de toegekende genormeerdevergoeding voor de kosten van de bouwvoorbereiding in mindering gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.00 School voor basisonderwijs In dit hoofdstuk zijn genormeerde bedragen opgenomen voor: -nieuwbouw (paragraaf 1.01);</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>uitbreiding (paragraaf 1.02);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>tijdelijke voorziening (paragraaf 1.03);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair (paragraaf 1.04);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>aanpassing (paragraaf 1.05) en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>gymnastiek (paragraaf 1.06).</div>\n<p class=\"lf-p\">De in dit hoofdstuk opgenomen normbedragen zijn bijgesteld ten behoeve van de vergoedingen voor 2007. De bedragen zijn gebaseerd op het prijspeil van 1 juli 2006 en voorzien van het MEV-indexcijfer voor 2007 (2,46% voor de huisvestingsvoorzieningen nieuwbouw en uitbreiding en 0,59% voor onderhoud, eerste inrichting en klokuurvergoeding gymnastiek). De systematiek van prijsbijstelling en indexering is opgenomen in hoofdstuk 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.01 Nieuwbouw (permanente bouwaard) BO De financiële normering voor nieuwbouw valt uiteen in een vijftal kostencomponenten, te weten:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>kosten voor terrein;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>bouwkosten;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>toeslag voor paalfundering;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>toeslag voor het realiseren van een afzonderlijk speellokaal;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>toeslag voor sloopkosten, herstel van terreinen en verhuiskosten bij vervangende bouw.</div>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van vervangende nieuwbouw waarbij sprake is van uitbreiding van een gebouw ter vervanging van een ander gebouw, gelden de bedragen zoals opgenomen in de financiële normering voor uitbreiding (permanente bouwaard).</p>\n<p class=\"lf-p\">Kosten voor terreinenEr is geen genormeerd bedrag per vierkante meter opgenomen, aangezien de gemeente het terrein om niet beschikbaar (eventueel na aankoop) stelt en het juridisch eigendom overdraagt aan het schoolbestuur. Indien een terrein dient te worden aangekocht, zullen de kosten zichtbaar moeten worden gemaakt ten behoeve van het programma. Ook bij het beschikbaar stellen van gemeentelijke terreinen kan het, ten behoeve van de interne verrekening tussen de gemeentelijke diensten, wenselijk zijn om de kosten van de terreinen zichtbaar te maken. Voor de bepaling van de kosten voor het terrein wordt aangesloten bij de in de gemeente gangbare wijze van waardevaststelling van terreinen. Voor de minimaal benodigde oppervlakte van het terrein wordt verwezen naar bijlage III, deel D.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwkosten nieuwbouwDe bouwkosten omvatten de bouwkosten van het gebouw, inclusief fundering op staal, alsmede aanleg en inrichting van het schoolterrein. De vergoeding bestaat uit een vast bedrag en een bedrag per groep. Met deze vergoedingsbedragen kan de in bijlage III aangegeven bruto-vloeroppervlakte worden gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">2007 Vaste voet (inclusief twee groepen): € 695.712,26 Elke volgende groep € 136.110,32 Toeslag voor paalfunderingBij de hiervoor genoemde bouwkosten is rekening gehouden met fundering van het gebouw op staal. In een aantal gevallen zal fundering op palen nodig zijn. De kosten variëren met de lengte van de paalfundering; er zijn drie categoriën, te weten 1 tot 15 meter, 15 tot 20 meter en 20 meter en langer. De vergoeding is uitgedrukt in een vast bedrag (inclusief twee respectievelijk vier groepen) en een bedrag per groep.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">1&lt;15 m 15&lt;20 m ?20 m 2007 2007 2007 Vaste voet (incl. twee groepen) € 9.794,84 € 14.246,26 € 22.741,25 Elke volgende groep € 1.983,58 € 3.355,07 € 6.004,89 Toeslag voor een afzonderlijk speellokaalIn de hiervoor genoemde bedragen is geen rekening gehouden met de toewijzing van een speellokaal. De toeslag bestaat uit een vast bedrag per ruimte, afhankelijk van de lengte van de paalfundering, waarmee 90 m² ruimte gerealiseerd kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">2007 Geen paalfundering nodig € 106.521,94 Lengte paalfundering 1 &lt; 15 meter € 108.073,73 Lengte paalfundering 15 &lt; 20 meter € 109.147,16 Lengte paalfundering ?20 meter € 111.220,42 Toeslag voor sloopkosten, herstel van terreinen en verhuiskosten bij vervangende bouwIndien vervangende nieuwbouw plaatsvindt bestaat de mogelijkheid dat het oude schoolgebouw gesloopt dient te worden. Het desbetreffende terrein moet daarna worden hersteld en, indien de vervangende nieuwbouw op dezelfde plaats wordt gerealiseerd, dienen de leerlingen te verhuizen naar een tijdelijke, vervangende locatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De genormeerde vergoeding voor sloopkosten (inclusief eventuele verhuiskosten) zoals hieronder opgenomen, is gebaseerd op een vast bedrag per groep, afhankelijk van het type huisvesting dat gesloopt dient te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">2007 Permanente bouw € 5.405,67 per groep Tijdelijke bouw € 2.703,98 per groep 1.02 Uitbreiding (permanente bouwaard) BO Voor uitbreiding van de huisvesting in permanente bouwaard tot 1035 m² brutovloeroppervlakte (maximaal 9 groepen) is onderstaand de financiële normering weergegeven. Bij grotere uitbreidingen dient te worden uitgegaan van de financiële normering voor nieuwbouw (permanente bouwaard) (paragraaf 1.01).</p>\n<p class=\"lf-p\">Kosten voor terreinEr is geen genormeerd bedrag per vierkante meter opgenomen. Indien uitbreiding van het terrein noodzakelijk is, wordt bij de bepaling van de kosten voor het terrein dezelfde systematiek gevolgd als bij nieuwbouw (paragraaf 1.01).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwkosten uitbreidingDe bouwkosten omvatten de bouwkosten van het lokaal, inclusief fundering op staal, alsmede extra aanleg en inrichting van een deel van het schoolterrein. De vergoeding bestaat uit een vast bedrag en een bedrag per groep. Met deze vergoedingsbedragen kan de in bijlage III aangegeven brutovloeroppervlakte worden gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">2007 Vaste voet € 98.231,61 Bedrag per groep € 157.464,92 Toeslag voor paalfunderingBij de hiervoor genoemde bouwkosten is rekening gehouden met fundering van de uitbreiding van het gebouw op staal. In een aantal gevallen zal echter fundering op palen nodig zijn. De kosten variëren met de lengte van de paalfundering; er zijn drie categorieën, te weten 1 tot 15 meter, 15 tot 20 meter en 20 meter en langer. De vergoeding is uitgedrukt in een vast bedrag en een bedrag per groep.</p>\n<p class=\"lf-p\">1&lt;15 m 15&lt;20 m ?20 m 2007 2007 2007 Vaste voet (incl. twee groepen) € 4.397,24 € 5.734,74 € 9.200,62 Elke volgende groep € 695,82 € 1.803,48 € 3.646,00 Toeslag voor een afzonderlijk speellokaalIn de hiervoor genoemde bedragen is geen rekening gehouden met de toewijzing van een speellokaal. De toeslag bestaat uit een vast bedrag per ruimte, afhankelijk van de lengte van de paalfundering, waarmee 90 m² ruimte gerealiseerd kan worden. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat een afzonderlijk speellokaal steeds in combinatie met een uitbreiding van ten minste één groep (lokaal) plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">2007 Geen paalfundering nodig € 123.233,98 Lengte paalfundering 1 &lt; 15 meter € 123.777,88 Lengte paalfundering 15 &lt; 20 meter € 124.644,91 Lengte paalfundering ?20 meter € 126.087,45 In geval van uitbreiding met alleen een speellokaal zonder gelijktijdige toekenning van een ander lokaal, wordt voor een basisschool de bekostiging op basis van de volgende bedragen bepaald:</p>\n<p class=\"lf-p\">2007 Geen paalfundering nodig € 221.433,54 Lengte paalfundering 1 &lt; 15 meter € 227.780,97 Lengte paalfundering 15 &lt; 20 meter € 229.167,18 Lengte paalfundering ?20 meter € 230.292,35 Toeslag voor sloopkosten, herstel van terrein en verhuiskosten bij vervangende bouw Hiervoor gelden dezelfde bedragen als bij nieuwbouw (permanente bouwaard).</p>\n<p class=\"lf-p\">1.03 Tijdelijke voorziening BO De hierna genoemde bedragen zijn afgestemd op de investeringslasten ten behoeve van voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen nieuwbouw van een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw als hoofdlocatie, uitbreiding van een (permanente) hoofdlocatie met een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw en uitbreiding van bestaande voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwen. Daarnaast wordt ingegaan op realisering van een tijdelijke voorziening door middel van huur van een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw. Wat betreft grondkosten wordt ervan uitgegaan dat een tijdelijke voorziening in principe op het aanwezige terrein kan worden gerealiseerd. Is dit niet het geval dan geldt voor de beschikbaarstelling van terrein dezelfde procedure als bij nieuwbouw (paragraaf 1.01).</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwbouw als hoofdlocatie / uitbreiding van permanente hoofdlocatieBij de berekening van de hieronder genoemde bedragen voor nieuwbouw van noodlokalen is uitgegaan van de volgende brutovloeroppervlakte:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>Per groep: 80 m²;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>Toeslag voor eerste groep: 20 m²;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>Toeslag voor nieuwbouw als hoofdlocatie: 160 m².</div>\n<p class=\"lf-p\">Elk voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw heeft een aantal standaardvoorzieningen nodig (entree en dergelijke). In verband hiermee wordt voor het eerste lokaal een toeslag gegeven. Hiernaast dienen voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen, die als hoofdgebouw gaan fungeren, ook te beschikken over een aantal ruimten, die normaliter ook in een permanent hoofdgebouw aanwezig zijn (lerarenkamer, administratieruimte en dergelijke). Hiervoor wordt eveneens een toeslag gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding bestaat uit een vast bedrag, een bedrag per groep alsmede bedragen voor de beide toeslagen. In deze bedragen zijn begrepen de bouwkosten, de toeslag voor paalfundering, de toeslag voor herstel en inrichting van terreinen alsmede eenmalige aansluitkosten op nutsvoorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">2007 2007 Zonder paalfundering Vast bedrag € 40.430,98 € 40.057,27 Bedrag per groep € 79.486,12 € 74.933,67 Toeslag eerste groep € 19.871,39 € 18.733,56 Toeslag hoofdlocatie € 158.971,66 € 149.867,34 Uitbreiding van bestaande tijdelijke voorzieningenOok bij uitbreiding van tijdelijke voorzieningen wordt wat betreft de brutovloeroppervlakte uitgegaan van 80 m² per groep. De vergoeding bestaat uit een vast bedrag en een bedrag per groep. In deze bedragen zijn begrepen de bouwkosten, de toeslag voor paalfundering en de toeslag voor herstel en inrichting van terreinen (tussen haakjes staan de bedragen indien paalfundering niet noodzakelijk is).</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Zonder paalfundering 2007 2007 Vast bedrag € 22.726,58 € 18.248,88 Bedrag per groep € 83.288,25 € 81.199,46 Huur van voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwenNaast aankoop kan een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw ook worden gehuurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In principe zijn er twee typen huur mogelijk, te weten huur van een noodlokaal en huur van een bestaand gebouw. Beide soorten huur worden vergoed op basis van de werkelijke kosten (zie deel B: vergoeding op basis van feitelijke kosten).</p>\n<p class=\"lf-p\">1.04 Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair BO De bedragen voor eerste inrichting vallen uiteen in bedragen voor onderwijsleerpakket (OLP) en bedragen voor meubilair. De hierna opgenomen bedragen zijn investeringsbedragen per school met een gegeven aantal groepen. Bij uitbreiding wordt het uit te keren bedrag bepaald aan de hand van het verschil tussen de `investeringsbedragen van de school met en zonder uitbreiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor nieuwe instituten geldt dat op de hierna genoemde bedragen, bij eerste aanschaf van het totale onderwijsleerpakket en meubilair, een korting wordt toegepast van 10%.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantal groepen OLP Meubilair Totaal 2007 2007 2007 2 € 41.782,02 € 24.937,81 € 66.719,84 incl. speellokaal 3 € 47.546,84 € 33.511,63 € 81.058,47 incl. speellokaal 4 € 59.167,98 € 42.353,75 € 101.521,72 incl. speellokaal 5 € 65.144,74 € 50.928,09 € 116.072,82 incl. speellokaal Elke volgende groep € 6.328,28 € 5.982,96 € 12.311,24 excl. speellokaal Toeslag tweede speellokaal € 825,02 € 5.722,43 € 6.547,45 zowel onderwijsleerpakket als meubilair 1.05 Aanpassing BO Alle aanpassingen met uitzondering van de aanpassing als gevolg van onderwijskundige vernieuwingen en algehele aanpassing worden vergoed op basis van werkelijke kosten (zie deel B: vergoeding op basis van feitelijke kosten).</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanpassing als gevolg van onderwijskundige vernieuwingenVoor zowel een basisschool als een speciale school voor basisonderwijs wordt de normvergoeding bepaald op basis van de verschiloppervlakte tussen het aantal genormeerde m2 bvo behorend bij de minimumnormen zoals deze golden voor 1 januari 2003 en het aantal genormeerde m² bvo behorend bij de minimumnormen (zie bijlage III, deel A) bij het aantal groepen dat bepaald is aan de hand van de bepaling van de omvang van de permanente ruimtebehoefte van de school (uitgedrukt in groepen).De bedragen zijn inclusief een component voor de eerste inrichting. Wanneer het bevoegd gezag van een basisschool of speciale school voor basisonderwijs ervoor kiest om als gevolg van onderwijskundige vernieuwingen in de aanpassingen te voorzien door het op de capaciteit van een gebouw in mindering brengen van een leegstaand lokaal, wordt op het hieronder bepaalde bedrag € 56.034,88 in mindering gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergoeding school voor basisonderwijs Aantal groepen Verschil oppervlakte (in m2 bvo) Bedrag 2 35 € 55.220,15 3 45 € 70.997,34 4 55 € 86.774,52 5 65 € 102.551,71 6 75 € 118.328,90 7 85 € 134.106,08 8 95 € 149.883,27 9 105 € 165.660,45 10 115 € 181.437,64 11 125 € 197.214,83 12 135 € 212.992,01 13 145 € 228.769,20 en vervolgens telkens te verhogen met € 15.777,19 ten behoeve van één groep leerlingen 1.06 Gymnastiek BO 1.Bouwkosten nieuwbouw / uitbreiding 1.Nieuwbouw gymnastiek 1.De bekostiging van de bouwkosten voor nieuwbouw van een gymnastiekzaal voor een basisschool met een brutovloeroppervlakte van 455 m² bedraagt € € 757.357,59 (op het schoolterrein) respectievelijk € 772.675,59 (op afzonderlijk terrein). Deze vergoeding omvat tevens de kosten van fundering op staal, alsmede de inrichting van het terrein. De grondkosten zijn hierin niet begrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.Indien paalfundering noodzakelijk is, wordt een toeslag gegeven afhankelijk van de benodigde paallengte.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Paallengte 1&lt;15 m Paallengte 15&lt;20 m Paallengte ?20 m 2007 2007 2007 € 15.011,92 € 20.694,71 € 29.064,82 1.Uitbreiding gymnastiek 1.Bij uitbreiding van gymnastiekruimte wordt in eerste instantie aangesloten bij de bekostiging voor nieuwbouw van een gymnastiekzaal met een brutovloeroppervlakte van 455 m².</p>\n<p class=\"lf-p\">1.Bij kleine gymnastiekzalen, waarvan de oefenvloer een oppervlakte heeft van 140 m²of minder, kan de oefenvloer worden uitgebreid tot een oppervlakte van 252 m². Afhankelijk van de benodigde uitbreiding zien de bedragen voor een basisschool er als volgt uit:</p>\n<p class=\"lf-p\">2007 Uitbreiding met 112 t/m 120 m² € 173.404,03 Uitbreiding met 121 t/m 150 m² € 210.796,41 1.Indien bij de uitbreiding van de oefenvloer paalfundering noodzakelijk is, wordt een toeslag gegeven afhankelijk van de benodigde paallengte.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">112–120 m² 121–150 m² 2007 2007 Paallengte 1 &lt; 15 meter: € 6.720,58 € 8.403,45 Paallengte 15 &lt; 20 meter € 11.640,42 € 14.546,78 Paallengte ? 20 meter € 19.030,81 € 23.788,51 1.Medegebruik / huur van een niet-eigen voorziening 1.Naast gymnastiek in een eigen lokaal van de school is er tevens gymnastiek mogelijk in een bestaande gymnastiekaccommodatie door middel van medegebruik of huur (van een andere school / de gemeente / een commerciële exploitant). Afhankelijk van de eigenaar van de accommodatie bestaat recht op de volgende vergoeding:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.– Indien de gymnastiekzaal van een andere school voor primair onderwijs wordt gebruikt, wordt het variabele deel van het klokuurbedrag aan de eigenaar vergoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.– Indien een gymnastiekaccommodatie van de gemeente wordt gebruikt, volstaat ingebruikgeving van de accommodatie voor het vastgesteld aantal klokuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.– Indien een gymnastiekaccommodatie van een commerciële exploitant wordt gebruikt, zal de huurprijs (stichtingskosten + materiële instandhouding) worden vergoed. De huurprijs wordt door de gemeente aan de exploitant voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.OLP / meubilair 1.De vergoeding voor de eerste inrichting met OLP / meubilair voor een gymnastiekzaal voor een basisschool bedraagt € 45.305,43. (NB Dit bedrag is gebaseerd op het prijspeil van 1 juli 2006 en voorzien van het MEV-indexcijfer voor 2007).</p>\n<p class=\"lf-p\">1.2 Indexering 1.De in deze bijlage genoemde normbedragen zijn afgeleid van het prijspeil van 1 juli 1996. Jaarlijks worden door het college de werkelijke prijsontwikkeling in het afgelopen jaar en de verwachte prijsontwikkeling ten behoeve van het vaststellen van de hoogte van de vergoeding in het jaar van uitvoering van het programma bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.Werkelijke prijsontwikkeling 1.Jaarlijks worden de normbedragen aangepast aan de werkelijke prijsontwikkeling tot 1 juli van het lopende jaar. Om te voorkomen dat elk jaar alle tabellen aangepast zouden moeten worden, wordt jaarlijks na 1 juli het prijsbijstellingscijfer bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor de voorzieningen nieuwbouw en uitbreiding wordt als prijsbijstellingscijfer aangehouden het verschil tussen het CBS-indexcijfer 'Nieuwbouwwoningen; outputindex 2000=100 (inclusief BTW)', gepubliceerd in de 'Maandstatistiek bouwnijverheid' van het CBS over het tweede kwartaal van het lopende jaar en het tweede kwartaal van het daaraan voorafgaande jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor de voorzieningen onderhoud, eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair en de klokuurvergoeding gymnastiek wordt als prijsbijstellingscijfer aangehouden het verschil tussen het CBS-indexcijfer 'Consumentenindex van alle huishoudens’ (NR-reeks), gepubliceerd in de 'Maandstatistiek van de prijzen' van het CBS over de maand juli van het lopende jaar en de maand juli van het daaraan voorafgaande jaar. Indien de CBS-ondexcijfers “Nieuwbouwwoningen; outputindex 2000 = 100” over het tweede kwartaal van het lopend jaar niet (tijdig) beschikbaar zijn, worden de CBS-cijfers over het eerste kwartaal van het lopende én het tweede kwartaal van het daaraan voorafgaande jaar gehanteerd.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Verwachte prijsontwikkeling ten behoeve van het programma 1.Naast de bijstelling van de prijzen tot 1 juli van het jaar waarin het programma wordt vastgesteld is het noodzakelijk om een inschatting te maken van het werkelijk prijsniveau in het jaar van uitvoering van het programma. Dit is noodzakelijk om de hoogte van de vergoeding bij vaststelling van het programma en het moment van vergoeding vast te stellen.</div>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor de voorzieningen nieuwbouw en uitbreiding geldt als prijsindexcijfer het MEV-cijfer (Macro-economische verkenningen) 'bruto investeringen door bedrijven in woningen', zoals bekendgemaakt op de derde dinsdag in september.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor de voorzieningen onderhoud, eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair en de klokuurvergoeding gymnastiek geldt als prijsindexcijfer het MEV-cijfer 'prijsmutatie van de netto-materiële overheidsconsumptie', zoals bekendgemaakt op de derde dinsdag in september.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL B Vergoeding op basis van feitelijke kostenIn artikel 4 van deze verordening is aangegeven welke voorzieningen worden vergoed op basis van normbedragen en welke voorzieningen worden vergoed op basis van feitelijke kosten. Indien goedgekeurde huisvestingsvoorzieningen, ingevolge artikel 4, 3e lid laatste volzin, worden vergoed op basis van feitelijke kosten, dient aan de in dit deel van de bijlage opgenomen aanbestedingsregels te worden voldaan. Europese aanbesteding Indien de omvang van een opdracht of contract boven een bepaald bedrag uitkomt, worden ingevolge het Besluit overheidsaanbestedingen de richtlijnen van de Europese Unie (2004/18/EG) toegepast. Deze richtlijnen gelden vanaf de volgende bedragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">211.000 euro (exclusief BTW) voor leveringen en diensten;</p>\n<p class=\"lf-p\">5.278.000 euro (exclusief BTW) voor werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwactiviteiten, zoals nieuwbouw, uitbreiding en dergelijke, vallen onder de definitie 'werken'. Aankoop van bijvoorbeeld meubilair of onderwijsleerpakket valt onder 'leveringen'. Bij aankoop van gebouwen en terreinen is de richtlijn uiteraard niet van toepassing. Opdrachten onder het Europees drempelbedrag Op opdrachten onder het Europees drempelbedrag zijn de richtlijnen, zoals vastgelegd in het Besluit overheidsaanbestedingen, van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingevolge artikel 15, tweede lid, van de verordening worden afspraken gemaakt over de wijze van aanbesteding. Als uitgangspunt hierbij geldt dat op basis van het vastgestelde gemeentelijk beleid bepaald wordt op welke wijze een opdracht wordt aanbesteed, tenzij het college na overleg anders beslist.</p>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 4 van deze verordening is aangegeven welke voorzieningen worden vergoed op basis van normbedragen en welke voorzieningen worden vergoed op basis van feitelijke kosten. Indien goedgekeurde huisvestingsvoorzieningen, ingevolge artikel 4, 3e lid laatste volzin, worden vergoed op basis van feitelijke kosten, dient aan de in dit deel van de bijlage opgenomen aanbestedingsregels te worden voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL C Bepaling medegebruiktarievenEen bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs betaalt voor het onderwijsgebruik van een lokaal, niet zijnde een gymnastiekruimte, een vergoeding. Deze vergoeding is gelijk aan het bedrag dat voor elke groep bij meer dan zes groepen ter beschikking wordt gesteld binnen de groepsafhankelijke programma’s van eisen voor het basisonderwijs, zoals jaarlijks wordt bekendgemaakt door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL D Taakstellend budgetDoor middel van een taakstellend budget is er een plafond aangebracht in de bekostiging voor aanpassing als gevolg van onderwijskundige vernieuwingen. Het taakstellende budget houdt in, dat er nooit meer uitgegeven kan worden dan het maximale bedrag. Minder uitgaven zijn wel mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">TOELICHTING BIJLAGE IVIn deze bijlage is de systematiek opgenomen op basis waarvan toegekende voorzieningen worden bekostigd. De bijlage valt uiteen in twee mogelijke bekostigingsmethoden, namelijk:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>bekostiging op basis van normbedragen (deel A);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>bekostiging op basis van feitelijke kosten (deel B).</div>\n<p class=\"lf-p\">In deel C is vervolgens de systematiek weergegeven op basis waarvan medegebruiktarieven kunnen worden vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De keuze tussen bekostiging op basis van normbedragen en bekostiging op basis van feitelijke kosten is vooraf vastgelegd in artikel 4 van de verordening. In deze verordening zijn zoveel mogelijk bekostigingen genormeerd. Slechts indien normering niet mogelijk is, dan wel tot irreële uitkomsten leidt, is afgezien van normering. Afhankelijk van de lokale situatie kan de keuze tussen bekostiging op basis van normbedragen en bekostiging op basis van feitelijke kosten een andere zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting deel A Bekostiging op basis van normbedragenProcentuele bekostiging voor bouwvoorbereidingIn de artikelen 3, 4 en 25 t/m 28 van de verordening is een aantal regels gegeven voor het toekennen van een bekostiging voor bouwvoorbereiding. In de toelichting bij deze artikelen is aangegeven dat de bekostiging voor bouwvoorbereiding is opgenomen in de genormeerde bedragen in Deel A van Bijlage IV. Dit betekent dat, indien een genormeerde bekostiging voor bouwvoorbereiding (uitgedrukt in een percentage van de bouwkosten) wordt verstrekt, deze bekostiging in mindering moet worden gebracht op de genormeerde bekostiging voor de uiteindelijke realisering van de voorziening. Het hiervoor genoemde percentage is gebaseerd op de veronderstelling dat de aanvrager de bouw voorbereidt tot aan het moment van aanbesteding (dus inclusief de opstelling van het bestek, bouwvoorbereidingstekeningen en de begroting).</p>\n<p class=\"lf-p\">1.00 School voor basisonderwijs In dit hoofdstuk zijn voor de voorzieningen nieuwbouw, uitbreiding, tijdelijke voorziening, eerste inrichting met onderwijsleerpakket / meubilair, onderhoud en gymnastiek genormeerde bedragen opgenomen. Alle genoemde bedragen zijn bijgesteld ten behoeve van de vergoedingen voor 2007. De bedragen zijn gebaseerd op het prijspeil van 1 juli 2006 en voorzien van het MEV-indexcijfer voor 2007 (2,46% voor de huisvestingsvoorzieningen nieuwbouw en uitbreiding en 0,59% voor onderhoud, eerste inrichting en klokuurvergoeding gymnastiek). De systematiek van prijsbijstelling en indexering is opgenomen in hoofdstuk 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.01 Nieuwbouw/uitbreiding BO Voor nieuwbouw en uitbreiding van een permanent gebouw is zoveel mogelijk genormeerd op een bedrag voor een vaste voet en een bedrag per groep. Hiernaast kunnen, afhankelijk van de beoordeling, toeslagen worden gegeven voor fundering, inrichting van het terrein, het realiseren van een speellokaal en sloopkosten. Kosten voor de verwerving van een terrein zijn niet opgenomen, aangezien deze kosten met de ligging sterk kunnen variëren.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.03 Tijdelijke voorziening BO Tijdelijke voorziening kan worden gerealiseerd in de vorm van nieuwbouw van noodaccommodatie, uitbreiding van een bestaande noodaccommodatie dan wel door middel van huur van een noodlokaal of bestaande huisvesting. Bij de afweging tussen aankoop en huur van een noodlokaal kunnen aspecten als de verwachte gebruiksduur, verwerving van eigendom en multifunctioneel gebruik een rol spelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de verwerving van tijdelijke lokalen wordt onderscheid gemaakt tussen tijdelijke lokalen als eerste voorziening (nieuwbouw), het uitbreiden van een permanent hoofdgebouw door middel van tijdelijke lokalen en uitbreiding van een bestaande noodaccommodatie. Bij tijdelijke lokalen als eerste voorziening is er geen permanent hoofdgebouw aanwezig, zodat er een extra toeslag moet worden gegeven om voorzieningen als directieruimten, lerarenkamer, conciërgeruimte en dergelijke (toeslag hoofdlocatie) te kunnen realiseren. Indien er wel een permanent hoofdgebouw aanwezig is, maar nog geen tijdelijke voorziening, komt de aanvrager bij plaatsing van het eerste noodlokaal in aanmerking voor een toeslag t.b.v. een entree en een garderobe (toeslag eerste lokaal). Indien er reeds een noodaccommodatie aanwezig is, die moet worden uitgebreid, kan worden volstaan met de toekenning van de bedragen (gebaseerd op 80 m²) exclusief de toeslagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien tijdelijke voorziening voor een kortere periode nodig is, kan het aantrekkelijk zijn om in plaats van een investeringsvergoeding voor een noodlokaal een huurvergoeding te geven. Met de huurvergoeding kan een schoolbestuur een noodlokaal huren dan wel ruimte in een bestaand gebouw huren. Bij huur van een bestaand gebouw wordt de feitelijke huurprijs vergoed (zie deel B: vergoeding op basis van feitelijke kosten).</p>\n<p class=\"lf-p\">1.04 Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair BO De bedragen voor eerste inrichting vallen uiteen in bedragen voor onderwijsleerpakket (OLP) en bedragen voor meubilair. De hierna opgenomen bedragen zijn investeringsbedragen per school met een gegeven aantal groepen. Bij uitbreiding wordt het uit te keren bedrag bepaald aan de hand van het verschil tussen de investeringsbedragen van de school met en zonder uitbreiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor nieuwe instituten geldt dat bij eerste aanschaf van het totale onderwijsleerpakket en meubilair, een korting wordt toegepast van 10%.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn geen aparte normvergoedingen voor de eerste inrichting van een speellokaal opgenomen in de verordening. De bekostiging voor de eerste inrichting van een speellokaal maakt deel uit van de bedragen voor de eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair die een school bij een uitbreiding met een extra groep ontvangt. .</p>\n<p class=\"lf-p\">1.05 Aanpassing BO Geen toelichting, omdat de feitelijke kosten gelden. Hiervoor is een protocol afgesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.06 Gymnastiek BO De bekostiging voor gymnastiek valt uiteen in bedragen voor nieuwbouw en uitbreiding van een gymnastiekaccommodatie, eerste inrichting met onderwijsleerpakket / meubilair en onderhoud.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 IndexeringOp grond van artikel 102, derde lid WPO is de gemeente verplicht normen vast te stellen aan de hand waarvan bedragen kunnen worden vastgesteld voor de toegekende voorzieningen in de huisvesting. Een aantal voorzieningen, zoals aanpassing en onderhoud, zal worden bekostigd nadat een offerte is uitgebracht en beoordeeld. Deze voorzieningen zijn gezien de enorme verscheidenheid niet of nauwelijks zinvol te normeren. Voorzieningen als nieuwbouw en uitbreiding kunnen op basis van normbedragen worden bekostigd. De vastgestelde normbedragen worden jaarlijks aangepast aan het geldende prijspeil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het bijstellen aan de hand van een indexcijfer wordt het normbedrag op een actueel prijspeil gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten behoeve van bijvoorbeeld de begrotingsvoorbereiding wordt uitgegaan van vaststaande cijfers in het volgende jaar door met behulp van zogenaamde MEV-cijfers het prijspeil voor een volgend jaar te prognosticeren. Door deze methodiek liggen de bekostigingen voor de voorzieningen vast. Het vorenstaande betreft de methodiek die momenteel wordt gehanteerd in het primair onderwijs. Jaarlijks wordt het prijsniveau gepubliceerd van het daaropvolgende jaar. Voor iedere volgende prijsbijstelling wordt het gepubliceerde prijsniveau eerst herleid naar het werkelijk prijspeil, dus een ‘terugcorrectie’ met het MEVcijfer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de voorzieningen nieuwbouw en uitbreiding geldt als prijsindexcijfer het MEV-cijfer (Macro-economische verkenningen) 'bruto investeringen door bedrijven in woningen', zoals bekendgemaakt op de derde dinsdag in september.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de voorzieningen onderhoud, eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair en de klokuurvergoeding gymnastiek geldt als prijsindexcijfer het MEV-cijfer 'prijsmutatie van de netto-materiële overheidsconsumptie', zoals bekendgemaakt op de derde dinsdag in september.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting deel B Bekostiging op basis van feitelijke kostenIn deze verordening is getracht zoveel mogelijk bekostigingen te normeren (deel A). Voor een beperkt aantal voorzieningen is echter geen genormeerde bekostiging opgenomen. Deze voorzieningen dienen derhalve op basis van feitelijke kosten te worden vergoed. Uiteraard kan op lokaal niveau een andere scheiding tussen de genormeerde bekostiging en bekostiging op basis van feitelijke kosten worden gemaakt. Deze keuze dient echter wel vastgelegd te worden in artikel 4 van de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op deel A is bekostiging op basis van feitelijke kosten, volgens deze verordening, van toepassing op de volgende voorzieningen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>verplaatsing van noodlokalen c.q. sloop van noodlokalen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>uitbreiding en aanpassingen aan gebouwen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>herstel van constructiefouten; herstel van schade; onderhoud van gebouwen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>kosten van bouwvoorbereiding; alsmede</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>gehele of gedeeltelijke ingebruikneming van een bestaand gebouw;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>aankoop van terreinen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>huur van gymnastiekruimten van derden; alsmede sportterreinen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>huur van bestaande gebouwen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Bij bekostiging op basis van feitelijke kosten zijn de aanbestedingsregels, zoals vastgelegd in deze verordening, van toepassing. Dit geldt uiteraard niet voor aankoop c.q. huur van gebouwen en terreinen. Voor deze voorzieningen worden de overeengekomen aankoop- of huurprijs vergoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Procedure bekostiging op basis van feitelijke kostenBekostiging op basis van feitelijke kosten betekent dat de hoogte van de bekostiging wordt gebaseerd op de daadwerkelijke geoffreerde prijs van de uit te voeren voorziening. Omdat offertes over het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben moet in de procedure voor de vaststelling van het programma worden gewerkt met een kostenraming. In eerste instantie dient de aanvrager deze kostenraming bij de aanvraag te voegen. Ten behoeve van de vaststelling van het bedrag en het programma wordt deze kostenraming beoordeeld en zonodig door de gemeente bijgesteld c.q. geactualiseerd. Dit bedrag wordt na vaststelling van het programma in de beschikking voor de aanvrager vermeld. Dit bedrag is echter geen taakstellend budget (er kunnen derhalve geen rechten aan worden ontleend). De daadwerkelijke hoogte van de bekostiging wordt bepaald aan de hand van de laagste geoffreerde prijs. Dat kan derhalve leiden tot meer- of minderkosten ten opzichte van de raming. Deze meer- of minderkosten hebben geen invloed meer op de voorzieningen, die op het reeds vastgestelde programma en overzicht zijn geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">AanbestedingsregelsAangezien de daadwerkelijke hoogte van de bekostiging wordt gebaseerd op de laagst geoffreerde prijs is het van belang dat het vragen van offertes door middel van een aanbestedingsprocedure op zeer zorgvuldige wijze gebeurt. Alhoewel het schoolbestuur in principe bouwheer is, mag de gemeente, met het oog op de gewenste zorgvuldigheid en de prijsvorming, eisen stellen aan de te volgen aanbestedingsprocedure. In het overleg tussen aanvrager en gemeente ingevolge artikel 15 worden nadere afspraken gemaakt over de te volgen aanbestedingsprocedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aanbestedingsprocedure heeft tot doel de rechtsverhouding tussen opdrachtgever enerzijds en de gegadigde(n) voor de opdracht anderzijds goed te regelen. De in ons land meest gehanteerde aanbestedingsprocedures zijn het Uniforme aanbestedingsreglement 1986 (UAR 1986) en, voor opdrachten die onder de EG-richtlijn vallen, het Uniform aanbestedingsreglement-EG 1991 (UAR-EG 1991). Beide reglementen zijn na uitvoerig overleg tussen de verschillende betrokkenen in de bouwwereld tot stand gekomen. Beide reglementen voldoen tevens aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Slechts de rijksoverheid is verplicht om beide reglementen toe te passen. Veel gemeenten hebben echter het UAR 1986 op zichzelf van toepassing verklaard, dan wel mede op basis hiervan een eigen aanbestedingsbeleid geformuleerd. Als er van een eigen aanbestedingsbeleid sprake is, kan ook dit beleid, in plaats van het UAR 1986, van toepassing worden verklaard op opdrachten in het kader van deze verordening. Voor zover hierover in de gemeente nog niets is geregeld, verdient het aanbeveling om het UAR 1986 op de opdrachten in het kader van de onderwijshuisvesting van toepassing te verklaren. Het UAR 1986 biedt een viertal mogelijke aanbestedingsprocedures, die afhankelijk van de omvang van de opdracht en de lokale omstandigheden kunnen worden toegepast, te weten:</p>\n<p class=\"lf-p\">1 De openbare aanbesteding: de aanbesteding wordt algemeen bekend gemaakt en ieder gegadigde kan een offerte indienen;</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De aanbesteding met voorafgaande selectie: de aanbesteding wordt algemeen bekend gemaakt en gegadigden kunnen zich melden. Een beperkt aantal geselecteerde gegadigden wordt uitgenodigd een offerte in te dienen;</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De onderhandse aanbesteding: voor de aanbesteding wordt een beperkt aantal gegadigden (ten minste 2) uitgenodigd om offerte uit te brengen; en 4 De onderhandse aanbesteding na selectie: voor de aanbesteding wordt een beperkt aantal gegadigden (ten minste 2) uitgenodigd om deel te nemen aan een selectie. De geselecteerde gegadigde wordt uitgenodigd offerte uit te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aspecten die bij de keuze voor een van de procedures een rol spelen zijn bijvoorbeeld de openbaarheid, de optimale prijsvorming door concurrentie, de kwaliteit van de aannemer, de kostendeskundigheid van de opdrachtgever, de mogelijkheden tot adequate directievoering van de opdrachtgever en dergelijke. Bij kleine en middelgrote projecten verdient het aanbeveling de procedure van de onderhandse aanbesteding dan wel de procedure van aanbesteding met voorafgaande selectie te volgen. Bij grote projecten, onder het EG-drempelbedrag, ligt de procedure van de openbare aanbesteding het meest voor de hand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast deze in het UAR 1986 aangegeven wijzen van aanbesteding, kan er ook op basis van enkelvoudige uitnodiging worden gegund. Hierbij wordt vooraf een gegadigde, bijvoorbeeld een plaatselijke aannemer, uitgezocht en gevraagd offerte uit te brengen. Hierbij wordt derhalve afgezien van mogelijke voordelen van concurrentie en brede oriëntatie op de markt. Het vraagt tevens grote kostendeskundigheid van de opdrachtgever om tot reële prijsvorming te komen. Ook zullen er vele afspraken moeten worden vastgelegd bij de gunning, bijvoorbeeld t.a.v. termijnen, afstandsverklaring en dergelijke. Gezien het karakter van de enkelvoudige uitnodiging dient zeer terughoudend met deze mogelijkheid te worden omgegaan. Slechts bij zeer kleine opdrachten, dan wel bij zeer gespecialiseerde werkzaamheden kan overwogen worden van de enkelvoudige uitnodiging gebruik te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting deel C Bepaling medegebruiktarievenMedegebruik is in eerste instantie de competentie van de schoolbesturen. Indien medegebruik plaatsvindt maken de schoolbesturen onderling afspraken over een aantal zaken, waaronder de bekostiging die de medegebruikende school aan de eigenaar geeft. Mocht hierover geen overeenstemming ontstaan, kan de gemeente de hoogte van de bekostiging bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het medegebruiktarief voorziet in een vergoeding voor de gebouwafhankelijke kosten, zoals gas, water, licht en dergelijke. In het bekostigingsstelsel voor de materiële instandhouding voor het basisonderwijs is dit bedrag vormgegeven in het bedrag dat voor elke groep meer dan zes groepen ter beschikking wordt gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting deel D Taakstellend budgetEen derde financieringssystematiek betreft het taakstellend budget. Hierbij geeft de norm de maximale hoogte van het bedrag aan. Op basis van offerets wordt het uiteindelijke bedrag bepaald. De andere twee financieringsstromen zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Normbedragen een van tevoren vaststaand bedrag. Of de werkelijke kosten hoger of lager zijn, is niet van belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Offertelijn / feitelijke kosten een raming van de kosten op basis van een begroting. Als de werkelijke kosten hoger of lager zijn, vindt betaling plaats van de werkelijke kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Taakstellend budget een van tevoren bekend gemaakt maximum bedrag. Als de werkelijke kosten hoger zijn, kunnen uitgaven alleen gedaan worden tot het maximum bedrag. Indien de uitgaven lager zijn, vindt betaling van dit lagere bedrag plaats. .</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage V Criteria voor de urgentie van de aangevraagde voorzieningen1 Volgorde van hoofdprioriteitenHuisvestingsvoorzieningen aangevraagd voor hetzelfde jaar die voldoen aan de criteria, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdelen a, b en c worden ter samenstelling van het programma en het overzicht gerangschikt in volgorde van prioriteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten eerste vindt de rangschikking plaats naar hoofdprioriteit:</p>\n<p class=\"lf-p\">1 voorzieningen om capaciteitstekorten als bepaald op basis van bijlage III op te heffen;</p>\n<p class=\"lf-p\">2 voorzieningen noodzakelijk om een adequaat onderhoudsniveau te handhaven i.c. onderhoud van gebouwen voor primair onderwijs;</p>\n<p class=\"lf-p\">3 voorzieningen noodzakelijk om te voldoen aan bij of krachtens de wet gestelde verplichtingen bestaande uit aanpassingen voor zover deze geen capaciteitsuitbreiding inhouden;</p>\n<p class=\"lf-p\">4 voorzieningen die wenselijk zijn als gevolg van nieuwe onderwijskundige inzichten en / of gewenste bouwkundige aanpassingen om gebouwen aan te passen aan de eigentijdse eisen van het onderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad 1Hieronder vallen nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting (los van andere voorzieningen aangevraagd), verplaatsing noodlokalen, medegebruik en het inpandig of deels inpandig creëren van lesruimten, inclusief (voor zover van toepassing) het daarbij horende terrein en de eerste inrichting. Ook vergroting van de capaciteit voor onderwijs in de lichamelijke oefening bijvoorbeeld door nieuwbouw van een gymnastiekruimte behoort tot deze hoofdprioriteit. Vervangende bouw en ingebruikneming van een gebouw inclusief de noodzakelijke aanpassingen vallen slechts in deze hoofdprioriteit, indien zij dienen om een tekort aan capaciteit op te heffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad 2Vervangende bouw, ingebruikneming van een gebouw ter vervanging van een ander gebouw inclusief de noodzakelijke aanpassingen, onderhoud in het primair onderwijs, herstel van constructiefouten, herstel of vervanging van schade in bijzondere omstandigheden en de aanpassing ‘vervanging van een oliegestookte verwarmingsinstallatie’ in het primair onderwijs vormen de tweede hoofdprioriteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad 3Aanpassingen van gebouwen voor primair onderwijs met uitzondering van het (deels) inpandig creëren van lesruimten en vervanging van een oliegestookte verwarming vallen onder hoofdprioriteit 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ad 4Invulling van hoofdprioriteit 4 zal afhangen van de gevolgen van nieuwe onderwijskundige inzichten voor gebouwen en de voorzieningen op grond van het te voeren lokaal onderwijsbeleid. Daarnaast vallen hieronder de activiteiten van aanpassingen van meer algemene aard en herstel of vervanging van schade in bijzondere omstandigheden voor zover dit niet spoedeisend is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Nadere volgorde binnen de hoofdprioriteiten: de subprioriteitenVervolgens wordt binnen elke hoofdprioriteit op basis van de subprioriteit de nadere volgorde bepaald. Daarbij wordt voor enige hoofdprioriteiten, namelijk de hoofdprioriteiten 2, 3 en 4, de subprioriteit bepaald afhankelijk van de functie die een ruimte heeft. Indien meerdere voorzieningen voor plaatsing op het programma in aanmerking komen, worden de subprioriteiten steeds per voorziening opnieuw toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder lesruimten vallen: theorielokalen / leslokalen, vaklokalen / speellokalen en gymnastiekruimten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder nietlesruimten vallen: kabinetten, personeelsruimten en overige nevenruimten binnen het gebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder het begrip overige ruimte vallen: bergingen, fietsenstallingen en voorzieningen aan het terrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.1 Binnen de hoofdprioriteit ‘voorzieningen om capaciteitstekorten als bepaald op basis van bijlage III op te heffen’ komt voor plaatsing op het programma in aanmerking:a als eerste die voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk kwantitatief tekort opheft in een situatie met herschikking van schoolgebouwen; b vervolgens die voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk kwantitatief tekort opheft in een situatie zonder herschikking van schoolgebouwen en c vervolgens die voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk kwantitatief tekort aan gymnastiekruimten opheft.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2 Binnen de hoofdprioriteit ‘voorzieningen noodzakelijk om een adequaat onderhoudsniveau te handhaven’ komt voor plaatsing op het programma in aanmerking:a als eerste die voorziening aan een gebouw waarbij volgens het bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de laagste score qua kwaliteit wordt toegekend; b vervolgens die voorziening aan een theorielokaal / leslokaal waarbij volgens het bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de laagste score qua kwaliteit wordt toegekend; c vervolgens die voorziening aan een vaklokaal / speellokaal / gymnastiekruimte waarbij volgens het bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de laagste score qua kwaliteit wordt toegekend; d vervolgens die voorziening aan een nietlesruimte waarbij volgens het bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de laagste score qua kwaliteit wordt toegekend; e vervolgens die voorziening aan een overige ruimte waarbij volgens het bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de laagste score qua kwaliteit wordt toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3 Binnen de hoofdprioriteit ‘voorzieningen noodzakelijk om te voldoen aan bij of krachtens de wet gestelde verplichtingen waaronder aanpassingen voor zover deze geen capaciteitsuitbreiding betreffen’ komt voor plaatsing op het programma in aanmerking:a als eerste de voorziening aan een gebouw dat niet voldoet aan de wet en regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie volgens het rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste is; b vervolgens de voorziening aan een theorielokaal / leslokaal dat niet voldoet aan de wet en regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie volgens het rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste is; c vervolgens de voorziening aan een vaklokaal / speellokaal / gymnastiekruimte dat niet voldoet aan de wet en regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie volgens het rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste is; d vervolgens de voorziening aan een nietlesruimte die niet voldoet aan de wet en regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie volgens het rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste is; en e vervolgens de voorziening aan een overige ruimte die niet voldoet aan de wet en regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie volgens het rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder c, de minste is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.4 Binnen de hoofdprioriteit ‘voorzieningen die wenselijk zijn als gevolg van nieuwe onderwijskundige inzichten en / of gewenste bouwkundige aanpassingen om gebouwen aan te passen aan de eigentijdse eisen van het onderwijs’ komt voor plaatsing op het programma in aanmerking:als eerste de voorziening aanpassing als gevolg van onderwijskundige vernieuwingen aan een gebouw dat aangepast wordt waarbij het aantal groepen leerlingen het hoogst is. vervolgens de voorziening voor theorielokalen / leslokalen waarbij het percentage leerlingen waarvoor het nieuwe onderwijskundige beleid geldt het hoogst is; vervolgens de voorziening voor vaklokalen / speellokalen / gymnastiekruimten waarbij het percentage leerlingen waarvoor het nieuwe onderwijskundige beleid geldt het hoogst is; vervolgens de voorziening aan nietlesruimte die als lesruimte in gebruik wordt genomen waarbij het percentage leerlingen waarvoor nieuw onderwijskundig beleid geldt het hoogst is; vervolgens de voorzieningen op grond van het te voeren lokaal onderwijsbeleid; vervolgens herstel of vervanging van schade in bijzondere omstandigheden, waarbij de ernst van de schade het hoogst is; en vervolgens de activiteit ten behoeve van aanpassingen van meer algemene aard, waarbij de ouderdom van het nietaangepaste gebouw het hoogst is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting BIJLAGE VVoor de vaststelling van het programma moet in de situatie dat het beschikbaar gestelde of beschikbaar te stellen budget onvoldoende is voor alle potentiële toekenningen – alle aanvragen voor voorzieningen die voldoen aan de beoordelingscriteria en die niet een spoedeisend zijn – een nadere en eenduidige volgorde worden vastgesteld. De urgentiecriteria zijn dan nodig om te bepalen welke voorzieningen achtereenvolgens als eerste in aanmerking komen voor bekostiging. Indien het budget ruim genoeg is, behoeven de urgentiecriteria niet te worden toegepast en volstaat het toepassen van de beoordelingscriteria en de toekenning van een bedrag, dus de beschreven regels in de bijlagen I tot en met IV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het vast te stellen budget onvoldoende ruimte biedt, ontkomt de gemeente niet aan toepassing van de urgentiecriteria. Exacte en daarmee correcte toepassing is zeer belangrijk, omdat de aandacht van de gemeenteraad zeker zal uitgaan naar de voorzieningen waarvoor geen budget meer is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het staande houden van een budgettaire afwijzing in beroep is het nodig de criteria die de volgorde bepalen, eenduidig vast te leggen en in de uitvoering daaraan strikt de hand te houden. Met de hieronder gehanteerde indeling in hoofd en subprioriteiten is dit mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zorg voor adequate huisvesting volgens de wet betekent concreet dat het vastgestelde bedrag voor het programma minimaal zo groot dient te zijn dat: a elke groep een dak boven het hoofd kan worden geboden (medegebruik / nieuwbouw / uitbreiding; blijvend of tijdelijk); b vervanging en onderhoud / aanpassing (bouwkundige calamiteiten, constructiefouten, herstel en vervanging van schade in verband met bijzondere omstandigheden) absoluut noodzakelijk om de voortgang van het onderwijs niet in gevaar te brengen, worden vergoed; c voor alle aanwezige leerlingen eerste aanschaf van onderwijsleerpakket / leer en hulpmiddelen en meubilair wordt vergoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze voorzieningen zullen altijd moeten worden toegekend los van het feit of het budget het op dat moment toelaat of niet. Dat kan invloed hebben op het budget voor de volgende programma’s en op de mogelijkheden andere, minder urgente voorzieningen toe te kennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij twee of meer aanvragen die in één categorie voor bekostiging in aanmerking komen, dient in de hoofdprioriteit nadere invulling plaats te vinden om te bepalen welke aanvraag steeds als eerste op het programma wordt geplaatst. De volgorde van subprioriteit is bepalend voor de volgorde van de lijst van goed te keuren voorzieningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de subprioriteiten is met enkelvoudige criteria gewerkt om de bewerkingen niet nodeloos gecompliceerd te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente kan één integraal budget vaststellen voor alle drie de onderwijssectoren tezamen. Dit zorgt voor een integrale afweging. Van die systematiek is in deze verordening uitgegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een gemeente een bepaald beleid wil prioriteren, dan dient dit in de systematiek van de verordening te geschieden door een wijziging van de urgentiecriteria, en dus door een wijziging van de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorzieningen die in het kader van dat beleid aan de orde zijn worden opgenomen als hoofdprioriteit 1. Desgewenst kunnen daarbinnen nog subprioriteiten worden onderscheiden. (Eerste) nieuwbouw, ingebruikneming, uitbreidingen en aanpassingen die capaciteitstoevoegingen inhouden voor hetzelfde relatieve aandeel, worden gelijkgeschakeld qua prioriteit ongeacht de onderwijssector, de benodigde oppervlakte en de kosten. De prioriteit is hier dus hoger naarmate de voorziening bestemd is voor een groter deel van de school (de prioriteit wordt dus in een percentage uitgedrukt).</p>\n<p class=\"lf-p\">Herschikking levert altijd een extra waarde op ten opzichte van de som van individuele nieuwbouw en uitbreidingen. In de fase van de beoordeling moet scherp gelet worden op de noodzakelijkheid van elk van de in de herschikking gevraagde voorzieningen om te voorkomen dat er een sluiproute ontstaat voor individuele aanvragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afweging van de volgorde bij de voorzieningen voor een adequaat onderhoudsniveau wordt op basis van de conditie van het onderdeel of de onderdelen gemaakt. Er wordt gewerkt met scores van het bouwkundig onderzoek en de hoogte van de scores bepaalt de volgorde. De slechtste conditie wordt als eerste gehonoreerd. In de subprioriteit bij de hoofdprioriteiten 2 en 3 is een volgorde qua gewicht bepaald: eerst voorzieningen als het hele gebouw een zekere mate van onderhoud / aanpassingen nodig heeft; vervolgens voorzieningen voor (bepaalde) lesruimten en eindigend met overige ruimten / nietlesgebouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanpassingen om te voldoen aan wettelijke verplichtingen (bijvoorbeeld Bouwbesluit, Arbo, brandweereisen) vallen onder hoofdprioriteit 3. Voor zover sancties dreigen, die leiden tot sluiting van het schoolgebouw op korte termijn indien niet aan het vereiste wordt voldaan, is er sprake van een voorziening die spoedeisend is Realisatie van aanpssing als gevolg van onderwijskundige vernieuwingen of algehele aanpassing dient gelijk op te gaan met groot onderhoud voor zover dit niet een capaciteitsprobleem betreft. Groot onderhoud behoudt prioriteit 2. Aanpassing als gevolg van onderwijskundige vernieuwingen is urgentiegroep 4, subprioriteit a Samenvatting urgentiecriteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdprioriteiten Subprioriteiten Rangorde bepaling door:</p>\n<p class=\"lf-p\">1 capaciteitstekorten a met herschikking percentage capaciteitstekort b zonder herschikking percentage capaciteitstekort c bij gymnastiekruimten percentage capaciteitstekort 2 adequaat a gebouw score bouwkundige kwaliteit onderhoudsniveau b theorie / leslokaal score bouwkundige kwaliteit c vak / speellokaal / gymnastiekruimte score bouwkundige kwaliteit d nietlesruimte score bouwkundige kwaliteit e overige ruimte score bouwkundige kwaliteit 3 voldoen aan wettelijke a gebouw score bouwkundige kwaliteit verplichtingen b theorie / leslokaal score bouwkundige kwaliteit c vak / speellokaal / gymnastiekruimte score bouwkundige kwaliteit d nietlesruimte score bouwkundige kwaliteit e overige ruimte score bouwkundige kwaliteit 4 nieuwe onderwijs- a voor theorie / leslokalen percentage leerlingen waarvoor kundige inzichten c.a. nieuw onderwijskundig beleid geldt b voor vak / speellokalen/ percentage leerlingen waarvoor gymnastiekruimten nieuw onderwijskundig beleid geldt c overige (toekomstige) percentage leerlingen waarvoor onderwijsruimten nieuw onderwijskundig beleid geldt d op grond van lokaal onderwijsbeleid percentage leerlingen waarvoor nieuw onderwijskundig beleid geldt e herstel / vervanging schade mate van ernst van de schade in bijzondere omstandigheden, voor zover niet spoedeisend f.overige activiteiten ouderdom van het gebouw Voorbeeld:Na toepassing van de beoordelingscriteria blijken er in de gemeente X zeven aanvragen te zijn, die potentieel voor goedkeuring in aanmerking komen. Het totale bedrag, dat hiermee gemoeid is bedraagt hf 730.000. Het gaat om de volgende aanvragen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderwerp: Bedrag: a Aanpassingen ond. Vernieuwing 220.000,00 b ARBOaanpassing lokaal 10.000,00 c ARBOaanpassing lokaal 40.000,00 d Uitbreiding 1 groep 50.000,00 e Uitbreiding oefenvloer 300.000,00 f Onderhoud dak 30.000,00 g Onderhoud erfscheiding 80.000,00 TOTAAL: € 730.000,00 Deze zeven aanvragen worden allereerst ingedeeld in hoofd en subprioriteiten, vervolgens voorzien van de score en ten slotte in volgorde van de urgentiecriteria gezet. Daar waar meerdere aanvragen in dezelfde hoofd en subprioriteit voorkomen komt als eerste de aanvraag met de hoogste score.</p>\n<p class=\"lf-p\">De score wordt als volgt bepaald:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>Voor de aanvragen in hoofdprioriteit 1 door het relatieve tekort aan capaciteit.</div>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanvraag d is het tekort bijvoorbeeld 1 groepsruimte op een aanwezige capaciteit voor 8 groepen. De 55%score bij aanvraag e komt tot stand omdat de bestaande oefenvloer van 140 m² wordt uitgebreid tot 252 m²;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>Voor de aanvragen in de hoofdprioriteiten 2 en 3 door de uitkomst van de bouwtechnische opname. Hoe hoger de score hoe meer noodzaak het probleem aan te pakken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>Voor de aanvragen in hoofdprioriteit 4 door het relatieve gebruik van de onderwijskundige vernieuwing.</div>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanvraag a is de score bijvoorbeeld 33%, omdat de vernieuwing voor de bovenste twee leerjaren van een zes leerjaren tellende opleiding is bedoeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het resultaat van deze exercitie is de volgende lijst:</p>\n<p class=\"lf-p\">Rang- Aanvraag Onderwerp Hoofd Sub Score Bedrag Cumulatieforde1 d Uitbreiding 1 groep 1 b 12% € 50.000 € 50.000 2 e Uitbreiding oefenvloer 1 c 55% € 300.000 € 350.000 3 g Onderhoud erfscheiding 2 a 96 € 80.000 € 430.000 4 f Onderhoud dak 2 a 84 € 30.000 € 460.000 5 c ARBOaanpassing lokaal 3 b 67 € 40.000 € 500.000 6 b ARBOaanpassing lokaal 3 b 62 € 10.000 € 510.000 7 a Aanpassing onderwijskundige vernieuwing 4 d 33% € 220.000 € 730.000 Afhankelijk van de hoogte van het huisvestingsbudget komt de grens tussen goedkeuring en weigering op financiële gronden hoger of lager te liggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van X kan op grond van bovenstaande lijst het programma met het daarbij behorende huisvestingsbudget vaststellen. Als het college er bijvoorbeeld voor kiest het huisvestingsbudget vast te stellen op € 510.000 dan kan en zal aanvraag a op financiële gronden worden afgewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Formulier voor aanvragen van voorzieningen in de onderwijshuisvestingPer type aanvraag (programma, spoedeisende aanvraag of bouwvoorbereiding) 1 formulier invullen1 Bestuursgegevens van het bevoegd gezagNaam: _________________________________________________________________________ Adres: ________________________________________________Postcode/Plaats:____________ Contactpersoon huisvestingszaken:____________________________________________________ Telefoonnummer:____________________________________Telefaxnummer:_________________ 2 Type aanvraag*De aanvraag betreft een:</p>\n<p class=\"lf-p\">0 opneming in het programma 0 aanvraag op basis van de spoedprocedure 0 aanvraag bouwvoorbereiding (Bij bouwvoorbereiding na invullen van 3a verder gaan met invullen van 5!) 3 Gegevens over de gewenste voorzieninga De aanvraag is bedoeld voor: schoolnaam:________________________________________________________________ BRIN-nummer:______________________________________________________________ gebouwadres:______________________________________ te______________________ gebouw(deel)nr.: functie gebouw: 0 hoofdgebouw van hoofdvestiging 0 hoofdgebouw van nevenvestiging 0 dislocatie van de hoofd-/nevenvestiging** b Gevraagde voorziening Te overleggen gegevens (codering: zie toelichting) 1 0 nieuwbouw A, B of C, E, F, J 2 0 vervangende bouw B of C, D, E, F, J 3 0 uitbreiding B of C, D (alleen invullen bij vervanging van gebouw), E, F, J 4 0 ingebruikneming A (alleen bij nieuwe bekostiging), B of C, E/F, J 5 0 verplaatsing noodlokalen C, E, J 6 0 terrein – 7 0 eerste inrichting olp (PO) – 8 0 eerste inrichting meubilair (PO) – 9 0 eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair (VO) - 10 0 medegebruik G 11 0 aanpassing B, D (enkel voor VO), E, F, J 12 0 onderhoud (PO) C, D, E, J 13 0 herstel van constructiefouten D, E 14 0 herstel/vervanging van schade in geval van bijzondere omstandigheden E, H 15 0 huur sportterrein VO I c Gewenste omvang voorziening:</p>\n<p class=\"lf-p\">0 bij voorziening 1 / 2 / 3 / 4 / 5 / 7 / 8A / 8B / 9 / 10 / 15: _________ groepen / leerlingen 0 bij voorziening 11 / 12 / 13 / 14 omschrijving werkzaamheden: d Gewenste bouwaard voorziening: 0 permanent 0 tijdelijk e Gewenste plaats voorziening (bij nieuwbouw / vervangende bouw ingebruikneming en verplaatsing noodlokalen): f Gewenste datum aanvang uitvoering ___________________________________________ 4 Spoedprocedureb Reden waarom voorziening niet kon worden aangevraagd in het kader van een nog vast te stellen programma:</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Bouwvoorbereiding Te overleggen gegevens (codering: zie toelichting) 0 nieuwbouw A, B of C, E, J 0 vervangende bouw B of C, D, E, J 0 uitbreiding B of C, D (enkel bij vervanging van een gebouw), E, J 0 aanpassing B, D, E, J, Gewenste locatie van de voorziening:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gewenst tijdstip realisering:</p>\n<p class=\"lf-p\">BijlagenAantal bijlagen bij dit formulier:</p>\n<p class=\"lf-p\">Omschrijving bijlagen:</p>\n<p class=\"lf-p\">1 _____________________________________________ 2 _____________________________________________ 3 _____________________________________________ OndertekeningOndergetekenden verklaren dat de aanvraag namens het bestuur van het bevoegd gezag is ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plaats, datum ______________________________________ Voorzitter Secretaris * Aankruisen / invullen hetgeen van toepassing is. ** Doorhalen hetgeen niet van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">ToelichtingHet formulier is bedoeld om de werkzaamheden van de gemeente voor onderwijshuisvesting zo effectief mogelijk gestalte te geven. Het formulier ondersteunt de gemeente bij de verwerking en beoordeling van aanvragen voor de huisvesting van het onderwijs. Essentiële gegevens over de aanvraag, de gewenste voorziening en dergelijke kunnen op het formulier worden ingevuld. Daarnaast zal een aantal gegevens worden geleverd in rapporten, formulieren en dergelijke, die ook onderdeel uitmaken van de onderbouwing van de noodzaak van de gewenste voorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvragen worden onderscheiden in aanvragen voor het programma, voor spoedvoorzieningen en voor bouwvoorbereiding. Per type aanvraag, als hiervoor aangegeven, en per gebouw wordt gevraagd één formulier in te dienen. Zo ontstaat voor de gemeente optimale duidelijkheid over hetgeen het schoolbestuur in één bouwsituatie in of bij een gebouw wenst te realiseren In het onderdeel ‘gevraagde voorziening’ kunnen verschillende – met elkaar verband houdende – voorzieningen tegelijk worden aangekruist.</p>\n<p class=\"lf-p\">Codering benodigde gegevens:</p>\n<p class=\"lf-p\">A Beschikking van de minister inzake schikking van school of afdeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">B Prognose voor ten minste 15 jaren bij permanente bouwaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">C Prognose voor ten minste 4 jaren bij tijdelijke bouwaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">D Bouwkundige opname volgens het formulier ‘bouwkundige opname’ a voor onderhoud en constructiefouten: desbetreffende element(en); b voor vervangende bouw: alle gebouwelementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">E Alleen indien de feitelijke kostensystematiek van toepassing is: kostenraming.</p>\n<p class=\"lf-p\">F (Eventueel) na bouwvoorbereiding: bouwplan en bouwbegroting.</p>\n<p class=\"lf-p\">G Opgave van aantal groepen waarvoor medegebruik wordt gewenst en – indien bekend – gebouw waarin medegebruik wordt gewenst.</p>\n<p class=\"lf-p\">H Aard van de schade, aard van de bijzondere omstandigheden en – bij inbraak – aangifte bij politie.</p>\n<p class=\"lf-p\">I Opgave noodzaak en aantal lestijden gebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">J Indien van toepassing: opgave (voorgenomen) beschikkingen (fusies / opheffingen / verplaatsingen en dergelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">De formulieren maken het voor de gemeente mogelijk de aanvragen eenvoudig te rubriceren voor de bekendmaking van ingediende aanvragen aan alle schoolbesturen in de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebouw(deel)nummer wordt gevraagd in de veronderstelling dat veel gemeenten de nummers van OCenW/C wensen te handhaven. Eventueel kan daar een eigen nummer of in het geheel geen nummer ingevuld worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Achter elke gevraagde voorziening (ook bij de aanvraag voor bouwvoorbereiding) is door middel van een codering aangegeven welke gegevens overgelegd moeten worden. In de verordening is de verplichting de gegevens te leveren vastgelegd. Voor de prognose kan afhankelijk van de bouwaard van de voorziening (permanent of tijdelijk) of de prognosevereiste bij de voorziening met name bij aanpassing en onderhoud worden gekozen voor een kortetermijnprognose of een langetermijnprognose. Vanzelfsprekend dient de prognose te voldoen aan het gestelde voor de desbetreffende onderwijssoort in bijlage II.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen indien de feitelijke kostensystematiek van toepassing is, moet de begroting van de kosten worden ingediend. Indienen van een bouwplan en bouwbegroting is slechts van toepassing bij een aanvraag nadat daaraan voorafgaand bouwvoorbereiding heeft plaatsgevonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om een goed oordeel over de aanvraag mogelijk te maken, moeten alle relevante factoren worden vermeld, dus ook eventuele herschikkingen die het bevoegd gezag voornemens is uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Formulier voor het verstrekken van informatie over eigen gymnastiekruimten en jaarlijkse opgave gebruik GymnastiekruimtenOpgave eigen gymnastiekruimte eenmalig en bij wijzigingen verstrekken.Opgave gewenst gebruik eerstvolgende schoollaar jaarlijks indienen per instituut.Opgave gewenst gebruik gymnastieklokaal voor het komend schooljaarGebruiker (instituut): __________________________________________________________ Aanduiding gymnastiekruimte waarvan het gebruik wordt gewenst:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantal formatieplaatsen (zie tabel 5a verordening) Aantal groepen 3-8 (zie tabel 5 verordening) Gewenste dagdelen aankruisen Aantal lesuren van maximaal 45 minuten Aantal klokuren Maandagochtend Maandagmiddag Dinsdagochtend Dinsdagmiddag Woensdagochtend Donderdagochtend Donderdagmiddag Vrijdagochtend Vrijdagmiddag OndertekeningOndergetekenden verklaren dat de opgave namens het bestuur van het bevoegd gezag is ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plaats, datum Voorzitter Secretaris ToelichtingDit formulier ondersteunt de gemeente bij de planning van het gebruik van de gymnastieklokalen. Tevens biedt het formulier de mogelijkheid een (wijziging van een) opgave te doen van noodzakelijke gegevens van een gymnastiekruimte in eigendom van het schoolbestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegevens over de gymnastiekruimteEenmalig, op basis van de situatie per 1 januari 1997, geeft het schoolbestuur dat zelf eigenaar is van de gymnastiekruimte de gegevens op. Bij wijzigingen in de gegevens – anders dan het gebruik – wordt hernieuwd een opgave gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het formulier beperkt zich tot de gebouwgegevens opgenomen in de verordening voorzieningen huisvestingonderwijs. Eventueel gewenste aanvullende gegevens (over brutovloeroppervlakte, over aanwezigheid van was- en kleedgelegenheid bijvoorbeeld) kan de gemeente vragen opnemen in het formulier. Voordat de gemeente daartoe overgaat, is wel overleg met het bijzonder onderwijs nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opgave gewenst gebruik gymnastiekruimteVoor het inroosteren van gymnastiekruimten doet het bevoegd gezag voor elke school in het primair onderwijs jaarlijks voor het volgende schooljaar een opgave van het aantal klokuren gewenst gebruik. Daarbij geeft zij ook aan welke gymnastiekruimte zij wenst te gebruiken en wanneer. Er is rekening gehouden met opgave van gewenste dagdelen (ochtend en / of middag).</p>\n<p class=\"lf-p\">FormatieplaatsenVoor een basisschool is het aantal groepen bepalend voor het aantal klokuren gymnastiek. Per groep 6-12-jarigen wordt maximaal 1,5 klokuur gymnastiek vergoed (conform artikel 38 en 39 van de verordening). Het aantal groepen is afhankelijk van het aantal formatieplaatsen. Ten behoeve van de bepaling van het aantal formatieplaatsen wordt uitgegaan van de formule G = (A + B + C + D) / 179 G= de ruimtebehoefte van de school uitgedrukt in een aantal groepen. Het verkregen getal G wordt rekenkundig afgerond op een geheel aantal groepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">A= het aantal leerlingen van 4 tot en met 7 jaar dat op de meest recente teldatum 1 oktober op de school is ingeschreven, vermenigvuldigd met 9. (indien de formatie opnieuw wordt berekend bij een toename van het aantal leerlingen zoals bedoeld in het Formatiebesluit WPO) het aantal leerlingen van 4 tot en met 7 jaar dat op de datum van de meest recente telling op de school is ingeschreven, vermenigvuldigd met 9. Het verkregen getal wordt niet afgerond.</p>\n<p class=\"lf-p\">B = het aantal leerlingen van 8 jaar en ouder dat op de meest recente teldatum 1 oktober op de school is ingeschreven, vermenigvuldigd met 6,17. (indien de formatie opnieuw wordt berekend bij een toename van het aantal leerlingen zoals bedoeld in het Formatiebesluit WPO) het aantal leerlingen van 8 jaar en ouder dat op de datum van de meest recente telling op de school is ingeschreven, vermenigvuldigd met 6,17. Het verkregen getal wordt niet afgerond.</p>\n<p class=\"lf-p\">C = 280 minus (het totaal aantal leerlingen dat op de meest recente teldatum 1 oktober op de school is ingeschreven, vermenigvuldigd met 2,06). (indien de formatie opnieuw wordt berekend bij een toename van het aantal leerlingen zoals bedoeld in het Formatiebesluit WPO) 280 minus (het totaal aantal leerlingen dat op de datum van de meest recente telling op de school is ingeschreven, vermenigvuldigd met 2,06). Indien de uitkomst van deze berekening negatief is, wordt de factor C op 0 bepaald. Het verkregen getal wordt niet afgerond.</p>\n<p class=\"lf-p\">D = som van de gewichten op basis van het totaal aantal leerlingen dat op de meest recente teldatum 1 oktober op de school is ingeschreven, verminderd met 8 % van het totaal aantal leerlingen dat op de meest recente teldatum 1 oktober op de school is ingeschreven. Indien het schoolgewicht D hoger is dan 80% van het aantal op de meest recente teldatum 1 oktober ingeschreven leerlingen van de school, wordt het schoolgewicht D vastgesteld op 80% van het aantal op de meest recente teldatum 1 oktober op de school ingeschreven leerlingen. Het verkregen getal wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal. Dit gehele getal wordt vervolgens vermenigvuldigd met 3,2. (indien de formatie opnieuw wordt berekend bij een toename van het aantal leerlingen zoals bedoeld in het Besluit bekostiging WPO) som van de gewichten op basis van het totaal aantal leerlingen dat op de datum van de meest recente telling op de school is ingeschreven, verminderd met 8 % van het totaal aantal leerlingen dat op de datum van de meest recente telling op de school is ingeschreven. Indien het schoolgewicht D hoger is dan 80% van het aantal op de meest recente telling ingeschreven leerlingen van de school, wordt het schoolgewicht D vastgesteld op 80% van het aantal op de meest recente telling op de school ingeschreven leerlingen. Het verkregen getal wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal. Dit gehele getal wordt vervolgens vermenigvuldigd met 3,2. Indien de uitkomst van deze berekening negatief is, wordt de factor D op 0 bepaald. Het verkregen getal wordt niet afgerond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het bepalen van het aantal groepen 6-12 jarigen wordt aangesloten bij het normatieve overzicht 'splitsing aantal groepen leerlingen' zoals weergegeven in tabel 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 5 ‘Splitsingstabel aantal groepen leerlingen (G)’Deze tabel geeft inzicht in de genormeerde splitsing van het aantal groepen leerlingen (G) in groepen 4- en 5-jarigen en groepen 6- tot en met 12-jarigen ten behoeve van het onderwijs in de lichamelijke oefening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantal groepen per school (G) Aantal groepen 4-5 jarigen Aantal groepen 6-123 jarigen 2 1 1 3 1 2 4 2 2 5 2 3 6 2 4 7 3 4 8 3 5 9 3 6 10 3 7 11 4 7 12 4 8 13 4 9 14 5 9 15 5 10 16 5 11 17 6 11 18 6 12 19 6 13 20 6 14 21 7 14 22 7 15 23 7 16 24 8 16 25 8 17 26 8 18 27 9 18 28 9 19 29 9 20 30 9 21 31 10 21 32 10 22 33 10 23 34 11 23 35 11 24 36 11 25 37 11 26 38 12 26 39 12 27 40 12 28 41 13 28 42 13 29 43 13 30 44 14 30 45 14 31 46 14 32 47 14 33 48 15 33 49 15 34 50 15 35 Formulier bouwkundige opnamePer voorziening en per gebouw (gedeelte) 1 formulier invullen1 Schoolnaam ________________________________________________________________ adres ________________________________________________________________ plaats ________________________________________________________________ BRIN-nummer _________________ gebouw (deel)nummer ___________ gebouw (-gedeelte) gehele gebouw / theorielokaal; leslokaal / vaklokaal; speellokaal / niet lesruimte / overige ruimte (doorhalen hetgeen niet van toepassing is) 2 Opnameopnamedatum __________________opname door __________________________ 3 Voorzieninga (elementnummers, zoals aangegeven onder 4, vermelden)_________________________ b 0 noodzakelijk om een adequaat onderhoudsniveau te handhaven 0noodzakelijk om te voldoen aan bij of krachtens de wet gestelde eisen (Doorhalen hetgeen niet van toepassing is (zie bijlage 5 van de verordening, paragrafen 2.2 en 2.3)).</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Bouwkundige staatIndien vervangende nieuwbouw wordt gevraagd, dienen naast de volgende elementen ook de onderstaande elementen te worden ingevuld. Indien het herstel van constructiefouten wordt gevraagd, wordt het element aangevuld waarop de aanvraag betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Fundering vloeren dakconstructie draagconstructie vloerafwerkingen plafondafwerkingen warmteopwekking waterleiding/riolering luchtbehandeling elektrotechniek OndertekeningOndergetekenden verklaren dat de opname van de bouwkundige staat van het betreffende gebouw namens het bestuur van het bevoegd gezag van de school is opgesteld, plaats, datum voorzitter secretaris Element Omschrijving gebouwonderdeel Naam school ___________________________ Voor berekening score = Conditie (in %) Totaal 100% PO 1= 0% 2= 10% 3= 20% 4= 40% 5= 80% 6= 100% Buitenwanden prioriteit 13 Wegingsgetal in % zie toelichting A62 Vervangen / herstel buitenwanden inclusief rollaag, schoorsteen, metselwerk, exclusief muisrooster, voetenrooster) A23 Vervangen buitenzonwering Binnenwanden prioriteit 7 Wegingsgetal in % zie toelichting A35 A55 Vervangen binnenkozijnen, inclusief hang- en sluitwerk (renovatieactiviteit) Buitenwandopeningen prioriteit 12 Wegingsgetal in % zie toelichting A36 A56 Vervangen buitenkozijnen, inclusief hang- en sluitwerk (renovatieactiviteit) Dakafwerkingen prioriteit 8 Wegingsgetal in % zie toelichting A32 Vervangen dakpannen A28 Vervangen houtwerk A29 A30 Vervangen goten A26 Vervangen lichtkoepels, dakvensters/herstellen glas A28 Vervangen dakranden A27 Vervangen dakbedekking (plat dak) A31 Vervangen HWA A28 Vervangen boeiboorden Warmtedistributie prioriteit 4 Wegingsgetal in % zie toelichting B14 Vervangen radiatoren (renovatieactiviteit) B15 Vervangen convectoren (renovatieactiviteit) B16 Vervangen leidingen (renovatieactiviteit) Transportinstallatie prioriteit 1 Wegingsgetal in % zie toelichting A10 Vervangen brandtrap / stalen buitentrap Terreinafwerking prioriteit 2 Wegingsgetal in % zie toelichting A09 Vervangen rijwielstalling A08 Vervangen rijwielstaanders A06 Vervangen erfafscheiding / hekwerk A66 Vervangen binnenriolering Herstellen binnenriolering Herstellen buitenriolering A66 Vervangen buitenriolering A03 Herstellen bestrating A04 Vervangen bestrating A11 Vervangen buitenberging A11 Vervangen dak buitenberging ToelichtingAlgemeenVoor de beoordeling van de bouwkundige staat van schoolgebouwen wordt een opnamemethodiek gehanteerd die is ontwikkeld door de Rijksgebouwendienst (RGD).</p>\n<p class=\"lf-p\">De beoordeling van de bouwkundige staat van schoolgebouwen wordt gemeten aan de hand van de navolgende gobouwonderdelen: fundering -buitenwanden -binnenwanden vloeren -dakconstructie -draagconstructie buitenwandopeningen -vloerafwerkingen -plafondafwerkingen dakafwerkingen -warmteopwekking -warmtedistributie luchtbehandeling -elektrotechniek -transportinstallatie terreinafwerkingen In het primair onderwijs is ook het onderdeel ‘waterleiding/riolering’ opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijgaande ‘kruisjeslijst’ is het overzicht met de elementen die voor rekening van het bevoegd gezag dan wel de gemeente komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten behoeve van een aanvraag voor onderhoud/aanpassing kan de noodzaak worden vastgesteld met behulp van de beoordeling van de bouwkundige staat. De elementen zijn onder te brengen in de rubrieken van het formulier dat wordt gehanteerd voor het vastleggen van de bouwkundige staat.</p>\n<p class=\"lf-p\">PrioriteitenstellingDe opnamemethode biedt de mogelijkheid een inventarisatie te maken van de staat waarin de gebouwonderdelen zich bevinden. De inventarisatie wordt gemaakt om een onderlinge afweging tussen de gebouwonderdelen te maken: het gebouwonderdeel met de hoogste score komt als eerste in aanmerking voor herstel of vervanging. De hoogste score impliceert in de onderlinge samenhang de laagste kwaliteit! In bijlage V, paragraaf 2.2 van de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs, wordt in dit verband gesproken van de ‘laagste score qua kwaliteit’. De inventarisatie wordt ook gemaakt om de verschillende aanvragen onderling te kunnen vergelijken. De score wordt bepaald door de conditie van het onderdeel en de mate van invloed van het onderdeel op het gebouw. In deze afweging is een slechte gevel belangrijker dan een slecht plafond. Ter onderlinge afweging wordt de navolgende reeks gehanteerd: fundering 5 buitenwanden 13 binnenwanden 7 vloeren 10 dakconstructie 12 draagconstructie 6 buitenwandopeningen 12 vloerafwerkingen 5 plafondafwerking 4 dakafwerking 8 warmteopwekking 4 warmtedistributie 4 luchtbehandeling 3 elektrotechniek 4 transport 1 terrein 2 De conditie van een gebouwonderdeel bepaalt de mate waarin het wegingsgetal meetelt in de totale afweging, volgens de volgende verdeling: conditie 1 0% conditie 2 10% conditie 3 20% conditie 4 40% conditie 5 80% conditie 6 100% Voorbeeld: buitenwandopeningen: 40% in conditie 3 en 60% in conditie 5 40% * 20% + 60% * 80% = 56% de score is derhalve 56% van 12 = 6.72 Op deze wijze kunnen de gebouwonderdelen in een onderlinge prioritering worden gerangschikt. Indien de conditie van een gebouw ten opzichte van een ander gebouw wordt afgewogen, bijvoorbeeld bij vervangende nieuwbouw, bepaalt de som van de scores per gebouwonderdeel de totale conditie van het gebouw ten opzichte van een ander gebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting specifiekHet formulier dient te zijn toegevoegd aan het formulier voor aanvragen van voorzieningen in de onderwijshuisvesting indien bij de gevraagde voorziening onder ‘te overleggen gegevens’ code D is vermeld. De invulling van het formulier geschiedt door iemand met voldoende bouwkundige expertise om de staat van de elementen van het gebouw te relateren aan de omschrijving van de onderscheiden condities, zoals is weergegeven onder 4 (bouwkundige staat).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>SchoolBij ‘school’ wordt, indien een gebouwnummer ontbreekt, de gebouwnaam vermeld.</div>\n<p class=\"lf-p\">Bij ‘omvang’ kan worden aangegeven of het formulier betrekking heeft op het gehele gebouw of op een van de onderscheiden gebouwgedeelten. Voor de bouwbepalingen wordt verwezen naar bijlage V, hoofdstuk 2.2, van de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Indien de voorziening betrekking heeft op het gehele gebouw of één gebouwgedeelte (bijvoorbeeld alleen het speellokaal) kan worden volstaan met het formulier. Indien de voorziening betrekking heeft op meerdere gebouwgedeelten moet voor ieder gebouwgedeelte een apart formulier worden ingevuld. Dit is noodzakelijk om op basis van bijlage V van de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs, de prioriteiten te kunnen stellen zoals deze zijn aangegeven in hoofdstuk 2.2 en 2.3. Indien de gewenste voorziening noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan bij of krachtens de wet gestelde eisen, bijlage V hoofdstuk 2.3, kan in de meeste gevallen worden volstaan met een rapportage waaruit blijkt dat de gewenste voorziening noodzakelijk is.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>VoorzieningBij ‘voorziening’ wordt, onder a, het elementnummer aangegeven dat overeenkomt met de voorziening zoals deze op de aanvraag bij de gemeente is ingediend. Het betreft de elementnummers zoals deze zijn aangegeven onder punt 4 (bouwkundige staat) van het formulier.</div>\n<p class=\"lf-p\">Tevens dient, onder b, te worden aangegeven of de gevraagde voorziening noodzakelijk is om een adequaat onderhoudsniveau te handhaven (3a) of dat de voorziening noodzakelijk is om te voldoen aan bij of krachtens de wet gestelde voorlichting (3b). Het onderdeel dat niet van toepassing is, kan worden doorgehaald.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Bouwkundige staatBij ‘conditie’ wordt aangegeven welk percentage van een gebouwonderdeel in welke conditie verkeert. De invulling geschiedt zodanig dat het totaal op 100% uitkomt. Om te kunnen voldoen aan het in bijlage I van de huisvestingsverordening aangegeven noodzakelijkheidscriterium, dient het gehele bouwelement of het in ogenschouw genomen gedeelte van het bouwelement ten minste in conditie 3, 4, 5 of 6 te verkeren. Het betreft het percentage dat als ondergrens wordt gehanteerd om te bepalen of bijvoorbeeld de buitenkozijnen voor vervanging in aanmerking komen. In de eerste plaats wordt de conditie van een gebouwonderdeel bepaald door de mate waarin de functies van het onderdeel zijn aangetast. In de tweede plaats wordt de conditie van een onderdeel bepaald door de mate van veroudering of aantasting. De condities zoals deze per gebouwonderdeel worden aangetroffen, zijn als volgt gedefinieerd:</div>\n<p class=\"lf-p\">Conditie 1 Algemeen: Nieuwbouwkwaliteit en / of met nieuwbouw vergelijkbare kwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Functioneel: Functionele gebreken veroorzaakt door veroudering van materialen en constructies mogen niet voorkomen of voorgekomen zijn. Wel kunnen functionele gebreken voorgekomen zijn na bijvoorbeeld een calamiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroudering: Tamelijk ernstige gebreken, ontstaan door veroudering, mogen niet voorkomen. Zeer incidenteel kunnen lichte mechanische beschadigingen voorkomen die niet bedreigend zijn voor het functioneren van (het deel van) het gebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Basiskwaliteit: Het werk is onder meer als goed en degelijk te typeren. Zeer incidenteel kan een goed uitgevoerde en duurzame reparatie aangetroffen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conditie 2 Algemeen: Nieuwbouwkwaliteit met eerste tekenen van feitelijke veroudering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Functioneel: Functionele gebreken kunnen zich incidenteel onder ongunstige omstandigheden voordoen. Functionele gebreken die onbruikbaarheid veroorzaken, mogen niet voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroudering: Zeer incidenteel kan zich een ernstig gebrek in de vorm van bijvoorbeeld materiaalaantasting voordoen. Tamelijk ernstige gebreken, zoals duidelijke verweringsverschijnselen, kunnen zich incidenteel en plaatselijk voordoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Basiskwaliteit: Het werk is als redelijk tot goed te typeren. Plaatselijk kunnen goed uitgevoerde en duurzame reparaties worden aangetroffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conditie 3 Algemeen: Het verouderingsproces is over de gehele linie duidelijk op gang gekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Functioneel: Functionele gebreken kunnen zich incidenteel en plaatselijk onder normale omstandigheden voordoen. Functionele gebreken die onbruikbaarheid veroorzaken, mogen niet voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroudering: Plaatselijk kunnen zich ernstige gebreken aan materialen en / of constructies voordoen zonder te resulteren in functionele gebreken. Tamelijk ernstige gebreken, zoals een duidelijke verwering, kunnen plaatselijk tot regelmatig voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Basiskwaliteit: Het werk is als matig te typeren. Goed uitgevoerde en duurzame reparaties kunnen regelmatig voorkomen. Anderzijds kunnen ook plaatselijke reparaties worden aangetroffen die slecht zijn uitgevoerd en / of zijn uitgevoerd met minder geschikte materialen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conditie 4 Algemeen: Het verouderingsproces heeft het gebouwonderdeel duidelijk in zijn greep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Functioneel: Functionele gebreken kunnen zich plaatselijk tot regelmatig voordoen onder normale omstandigheden. Functionele gebreken die onbruikbaarheid veroorzaken, kunnen zich in de afgelopen jaren incidenteel op beperkte schaal hebben voorgedaan naar aanleiding van veroudering van materialen en / of constructies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroudering: Plaatselijk tot regelmatig kunnen zich ernstige gebreken aan materialen en / of constructies voordoen (incidenteel kunnen zich hierdoor functionele gebreken voordoen en / of hebben voorgedaan).</p>\n<p class=\"lf-p\">Tamelijk ernstige gebreken, zoals een duidelijke verwering, kunnen algemeen voorkomen. Onderdelen die het directe functioneren van een deel van een gebouw niet bedreigen, kunnen vrijwel volledig zijn verdwenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Basiskwaliteit: Het werk is als zeer matig te typeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conditie 5 Algemeen: Het verouderingsproces is min of meer onomkeerbaar geworden c.q. heeft het deel van een gebouw zeer duidelijk in zijn greep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Functioneel: Functionele gebreken kunnen zich regelmatig voordoen. Functionele gebreken die de onbruikbaarheid veroorzaken, kunnen zich incidenteel plaatselijk voordoen en / of in de afgelopen jaren met duidelijke regelmaat op beperkte schaal hebben voorgedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroudering: Regelmatig kunnen zich ernstige gebreken aan materialen en / of constructies voordoen (incidenteel kunnen zich hierdoor functionele gebreken voordoen en / of met enige regelmaat voorgedaan hebben). Tamelijk ernstige gebreken aan materialen en / of constructies kunnen tamelijk algemeen in duidelijk gevorderde stadia voorkomen. Onderdelen welke het directe functioneren (van het deel) van het gebouw bedreigen, kunnen duidelijke gebreken vertonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Basiskwaliteit: Het werk is als slecht te typeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conditie 6 Algemeen: Een zodanig slechte toestand dat dit niet meer te classificeren is onder conditie 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omschrijving gebreken:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>ernstige gebreken:functionele gebreken zoals lekkage, vochtdoorslag, vochtoptrek, niet beloopbaar zijn e.d.; primaire constructieve gebreken: gebreken met betrekking tot verankering, oplegging, houtrot, corrosie, betonschade, delaminatie e.d.; materiaalwezenlijke gebreken: houtrot, corrosie, betonschade, delaminatie e.d 2. tamelijk ernstige gebrekenmateriaaloppervIakte-gebreken; verwering, erosie, afschilfering e.d.; secundaire constructieve gebreken: doorbuiging, scheuren, vervorming e.d.; gebreken aan beschermde afwerklagen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>geringe gebrekenesthetische gebreken, verkleuring, bekladding, vervuiling; defecten aan kleine en / of ondergeschikte onderdelen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Omschrijving gebouwonderdelenDe in het opnameformulier weergegeven gebouwonderdelen moeten vrij ruim worden geïnterpreteerd. In principe moet het weergegeven onderdeel in zijn algehele verschijningsvorm worden beoordeeld Bij de verschillende gebouwonderdelen is aangegeven welke elementen, zoals deze kunnen worden aangevraagd bij de gemeente, behoren bij het desbetreffende gebouwonderdeel. Indien een element wordt aangevraagd, dient de conditie te worden ingevuld van het bijhorende deel van het gebouw. -Buitenwanden: Zowel dragende als niet-dragende gevelwanden, inclusief isolatie en afwerking. maar zonder de buitenwandopeningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elementen: A62 vervangen/herstel buitenwanden, inclusief rollaag, schoorsteen, metselwerk A23 vervangen buitenzonwering -Binnenwanden: Zowel dragende als niet-dragende binnenwanden, inclusief binnenwandopeningen, afwerkingen etc.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elementen: A35/55 vervangen binnenkozijnen (incl. hang- en sluitwerk) renovatieactiviteit -Buitenwandopeningen: Alle openingen voor uitzicht, ventilatie en verkeer in een gevel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elementen: A36/56 vervangen buitenkozijnen (incl. hang- en sluitwerk) renovatieactiviteit -Dakafwerkingen: De waterdichte laag inclusief de direct onder of boven de laag aanwezige isolatie en inclusief eventuele goten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elementen: A32 vervangen dakpannen. houtwerk, goten, lichtkoepels, dakvensters, dakranden A27 vervangen dakbedekking (plat dak), hemelwaterafvoer, boeiboorden -Warmtedistributie: Verwarmingsleidingen. radiatoren/convectors etc., koud- en warmwaterleidingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elementen: B14,15,16 vervangen radiatoren, convectors, leidingen renovatieactiviteit -Transportinstallaties: Liftinstallaties, buitentrappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elementen: A10 vervangen brandtrap -Terrein(-afwerking): Alle afwerkingen van het terrein, bestrating en begroeiing. Buitenbergingen en erfafscheiding Elementen: A09 vervangen rijwielstalling (-staanders) A06 vervangen erfscheiding ‘hekwerk A66 vervangen/herstel riolering/bestrating A11 vervangen buitenberging De navolgende gebouwonderdelen worden slechts geïnventariseerd indien de totale vervanging van het gebouw wordt gewenst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Fundering: Dit onderdeel heeft zowel betrekking op de eventuele dieptefundering (paalfundering), funderingsbalken, vloeren op grondslag, etc.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vloeren: Alle horizontale vloerdelen: op begane grond en verdiepingen, exclusief de afwerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dakconstructie: De volledige opbouw van het dak, inclusief dakbalken, dakplaten, exclusief de dakafwerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Draagconstructie: Voornamelijk kolommen en balken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vloerafwerkingen: De toplaag van de vloer inclusief eventuele deklagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plafondafwerkingen: Systeemplafonds, stuclagen, sauswerk, etc.</p>\n<p class=\"lf-p\">Warmteopwekking: Verwarmingsketels en warmwaterboilers, geisers, inclusief randapparatuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterleiding/sanitair: Warm- en koudwaterleidingen, toiletpotten, wastafels etc.</p>\n<p class=\"lf-p\">Luchtbehandeling: Mechanische ventilatie; afzuiging/toevoer luchtbehandelingskasten, randapparatuur, distributieleidingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elektrotechniek: Alle elektrotechnische verordeningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage bij OnderwijshuisvestingsbeleidOverzicht activiteiten éénjarig, respectievelijk meerjarig onderhoud onderwijsgebouwen, onderverdeeld naar verantwoordelijkheid schoolbestuur - gemeente (toelichting zie noot 1 aan het slot van dit overzicht).</p>\n<p class=\"lf-p\">Nummer Omschrijving activiteit t.l.v. schoolbestuur P.O. t.l.v. gemeente A. Bouwkundig onderhoud A-1 Algemeen A-01 Herstellen gebroken glas (muv. vandalisme) x A-02 Herstellen loszittende geveldelen (bijv. dorpels) x A-2 Terrein/buiteninrichting A-03 Herstellen beschadigde verharding x A-04 Herstraten verzakte verharding x A-05 Herstellen beschadigd hekwerk x A-06 Vervangen hekwerk x A-07 Herstellen beschadigingen rijwielstalling x A-08 Vervangen rijwielstaanders x A-09 Vervangen rijwielstalling x A-10 Vervangen stalen buitentrappen x A-11 Vervangen buitenopstallen x A-12 Vervangen leidingen/putten x A-13 Herstellen / controle / vervangen! voegwerk x A-14 Herstellen lateien / controle wapeningsdekking x A-15 Vervangen zand in zandbak x A-16 Ontstoppen riolering x A-17 Herstellen tuinberging/afvalberging x A-18 Vervangen speeltoestellen (= meubilair) x A-3 Zonwering A-19 Herstellen van zonwering x A-20 Onderhoud touwen/banden van binnenzonwering x A-21 Onderhoud overgordijnen/vitrages/verduistering x A-22 Vervangen van binnenzonwering (horizontale lamellen x A-23 Vervangen van buitenzonwering nvt x A-4 Daken A-23 Herstellen daklekkages x A-24 Partieel herstel dakranden x A-25 Herstellen/controle daken semi-permanente buitenopstallen x A-26 Vervangen/herstellen glas in daklichten, lichtstraten en lichtkoepels (excl. Vandalisme) x A-27 Vervangen dakbedekking platte daken x A-28 Vervangen boeiboorden, daktrimmen, windveren c.a. x A-29 Vervangen lood- en zinkwerken (PVC) bij platte daken met boeiboord (mci. HWA en kiezelbakken) x A-30 Vervangen (bij schuin dak) dakgoot/mastgoot van PVC (incl. HWA) x A-31 Vervangen hemelwaterafvoer x A-32 Vervangen dakpannen x A-5 Voorzieningen inpandig gebouw A-33 Herstellen hang- en sluitwerk x A-34 Vervangen sluitwerk binnendeuren x A-35 Vervangen binnenkozijnen (incl. hang- en sluitwerk) x A-36 Vervangen buitenkozijnen (incl. hang- en sluitwerk) x A-37 Vervangen kapstokhaken x A-38 Vervangen prikborden x A-39 Vervangen sanitair x A-40 Partieel herstel plafond, dakoversteken en luifels x A-41 Vervangen (systeem)plafonds x A-41 Herstellen losse/gebroken vloertegels x A-42 Herstellen vloerbedekking x A-43 Vervangen vloerbedekking x A-44 Vernieuwen plastic toplaag x A-45 Herstellen losse/gebroken wandtegels x A-46 Herstellen kapotte wandplaten (gips/spaanplaat) x A-47 Herstellen stuc- en schuurwerk en gipsplaten x A-48 Gangbaar maken van vouwwanden x A-49 Vervangen verplaatsbare scheidingswanden x A-50 Vastzetten losgeraakte systeemplafonds x A-51 Vastzetten losgeraakte zachtboardplafonds x A-52 Onderhoud prikborden x A-53 Onderhoud waterreservoirs (tap- en afsluitkranen) x A-54 Ontstoppen van afvoeren x</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Renovatie (v/h onderdeel van algehele aanpassing) A-55 Vervangen binnenkozijnen (incl. hang- en sluitwerk) x A-56 Vervangen binnendeuren (incl. hang- en sluitwerk) x A-57 Fundering x A-58 Buitenwanden x A-59 Vloeren x A-60 Dakconstructie x A-61 Draagconstructies x A-62 Buitenwandopeningen x A-63 Dakafwerkingen x A-64 Vervangen buitenkozijnen x A-65 Vervangen buitendeuren x A-66 Waterleiding / riolering x A-67 Transportinstallaties x A-68 Terreinafwerkingen x B. Werktuigbouwkundige installaties.</div>\n<p class=\"lf-p\">B-01 Onderhoud kleine installatieonderdelen (thermokoppelelement cv) x B-02 Jaarlijks onderhoud cv-installatie x B-03 Vervangen pomp en expansievat cv-installatie x B-04 Herstellen beschadigde ventilatiekokers, buizen etc. bij natuurlijke ventilatie x B-05 Jaarlijks onderhoud ventilatiesysteem x B-06 Vervangen ventielen, inlaatcombinatie en pompkranen x B-07 Controle en onderhoud brandsiangen x B-08 Vervangen ketel centrale verwarming (+ aansluitingen en bouwkundige voorzieningen) x B-09 Vervangen regelapparatuur, kleppen, schakelkasten, elektrische bedrading cv-installatie) x B-10 Vervangen luchtbehandelingsunit, incl. accessoires, appendages, regelinstallatie, schakelkast en pompje x B-11 Vervangen brandhaspels met slang x B-12 Vervangen brandslang x B-13 Vervangen beveiligingsapparaten (alarminstallatie) x B-14 Vervangen radiatoren (bij algehele aanpassing) x B-15 Vervangen convectoren (bij algehele aanpassing) x B-16 Vervangen leidingen centrale verwarming (bij algehele aanpassing) x C. Elektrotechnische installaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">C-01 Vernieuwen gloeilampen x C-02 Vernieuwen T. L.-buizen x C-03 Vervangen gebroken schakelaars/wandcontaLti~en X C-04 Jaarlijks onderhoud boiler/geyser x C-05 Controle en vervangen poederblussers (inhoud) x C-06 Controle en vervangen poederblussers (geheel) x C-07 Controle en onderhoud alarminstallaties x C-08 Vervangen hoofdgroepkast x C-09 Vervangen armaturen x C-10 Vervangen electrische boiler (incl. accessoires) x C-11 Vervangen gasboiler/gasgeiser (incl. accessoires) x C-12 Elektrische installaties (bij algehele aanpassing) x C-13 Luchtbehandeling x D. Schilderwerk (binnen en buiten) D-01 Schilderwerk stalen onderdelen (buitenkozijnen, ramen en deuren) x (6) D-02 Schilderwerk houten onderdelen (kozijnen, ramen, deuren, dichte puien, boeiboorden, goten en draagconstructies) x (6) D-03 Houtconserveringsolie op afscheidingen x (6) D-04 Betonverf op betonnen draagconstructies/afscheidingen x (6) D-05 Schilderwerk stalen onderdelen (binnenkozijnen, ramen, deuren, draagconstructies en plinten) x (10) D-06 Betonverf op draagconstructies x (10) D-07 Schilderwerk wanden en plafonds x (15/20) D-08 Behang suède of vinyl op wanden x(10) D-09 Behangpapier x (5) D-10 Vervangen/reparatie wandplaten (0,5) x (10) D-11 Schilderwerk radiatoren en leidingen x (20) E. Toegankelijkheid schoolgebouw en -terrein (1) E-01 Toegankelijk maken van het terrein x E-02 Aanbrengen traplift x Toegankelijk maken van het schoolgebouw (binnenzijde) E-03 Verbreden deurkozijnen X E-04 Verwijderen van drempels x E-05 Aanbrengen van een invalidentoilet x Toegankelijk maken van het schoolgebouw (buitenzijde) E-06 Aanpassen van de entreedeur x E-07 Overbruggen van niveauverschillen x F. Nieuwbouw F-01 Nieuwbouw schoolgebouw (eerste voorziening) x F-02 Aanschaf eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair (eerste voorziening) x F-03 Uitbreiding schoolgebouw x F-04 Uitbreiding eerste inrichting x F-05 Vervangende (nieuw)bouw (2) x x F-07 Aankoop schoolterrein x F-08 Aanpassingen buitenzijde x F-09 Aanpassingen binnenzijde (bv. creëren extra ruimte om zodoende dislocatie te kunnen afstoten) x F-10 Herstel constructiefouten, alsmede schade aan gebouw en inventaris (verzekeringen) X G. Voorzieningen op basis van wet- en regelgeving G-01 ARBO x G-02 Milieu/energie x G-03 Brandweereisen x Noot:1) Het betreft een opstelling van verdeling verantwoordelijkheden gebaseerd op uitgangspunten huidige bekostiging in; gemeenten kunnen van deze verdeling afwijken in overleg met de schoolbesturen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2)</span>Bij vervangende nieuwbouw worden in principe de investeringskosten van de totale vervanging meegenomen in het bouwkrediet, terwijl vanaf 1 januari 1997 de schoolbesturen voor een groot deel van de binnenkant een vergoeding ontvangen (vervangen vloerbedekking, cv-installatie en het schilderwerk); gemeente en schoolbesturen moeten op dit onderdeel per situatie apart beoordelen hoe hiermede moet worden omgegaan.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9</span><span class=\"lf-art-t\">Toelichting aanvraag; overleg over ingediende begrotingDe aanvraag kan op verzoek van de aanvrager of van het college nader worden toegelicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aanvraag een voorziening betreft waarop het gestelde in artikel 4, derde lid, voorlaatste volzin van toepassing is, treedt het college in overleg met de aanvrager indien het college van oordeel is dat de door de aanvrager overgelegde begroting van de kosten dient te worden aangepast. Wanneer in het overleg geen overeenstemming wordt bereikt over de hoogte van het geraamde bedrag dan geeft het college dat, onder vermelding van de redenen, aan in het voorstel tot vaststelling van het bedrag, het programma en het overzicht als bedoeld in paragraaf 2.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college geeft in dit voorstel tevens de hoogte van het geraamde bedrag aan waarvan voor de aangevraagde voorziening wordt uitgegaan bij de toepassing van het gestelde in paragraaf 2.3.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Overleg programma en overzicht; advies OnderwijsraadAlvorens het college het programma en het overzicht vaststelt, worden de bevoegde gezagsorganen in een overleg in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de voorgenomen inhoud van dat voorstel naar voren te brengen Het overleg als bedoeld in het eerste lid vindt plaats voor 15 september. De bevoegde gezagsorganen worden ten minste twee weken voor de door het college vastgestelde datum schriftelijk daarvan in kennis gesteld. Zij worden hierbij tevens in kennis gesteld van de voorgenomen inhoud van het voorstel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg als bedoeld in het eerste lid, kunnen vóór de in het tweede lid bedoelde datum hun zienswijze schriftelijk kenbaar maken aan het college. Het college stelt de deelnemers aan het overleg hiervan in kennis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van de in het overleg door de bevoegde gezagsorganen naar voren gebrachte zienswijzen, van de tijdig ingediende, schriftelijk kenbaar gemaakte zienswijzen en van de reactie van het college op deze zienswijzen, wordt door het college een verslag gemaakt. Het verslag wordt toegezonden aan alle bevoegde gezagsorganen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een bevoegd gezag of het college een advies wenst van de Onderwijsraad over het voorstel met betrekking tot de voorgenomen inhoud van het programma in relatie tot de vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting, dan wordt dit door het bevoegd gezag of het college tijdens het overleg als bedoeld in het eerste lid kenbaar gemaakt. Dit gebeurt aan de hand van een schriftelijk gemotiveerde omschrijving van de onderwerpen waarover het advies van de Onderwijsraad wordt verwacht. Hierbij wordt tevens het verband aangegeven tussen deze onderwerpen en de vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevoegde gezagsorganen en het college worden in het overleg in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen naar voren te brengen over een verzoek om advies van de Onderwijsraad. Het schriftelijke verzoek om advies en de daarover naar voren gebrachte zienswijzen maken deel uit van het verslag van het overleg als bedoeld in het vierde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college is belast met de indiening van een verzoek om advies bij de Onderwijsraad. Daarbij zorgen zij ervoor dat de Onderwijsraad alle stukken, waaronder het schriftelijk verslag van het overleg met de daarin opgenomen zienswijzen, ontvangt die nodig zijn voor de beoordeling van het verzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte advies wordt zo spoedig mogelijk door het college toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen. Indien het geheel of gedeeltelijk opvolgen van het advies van de Onderwijsraad zou leiden tot een of meer inhoudelijke bijstellingen van de voorgenomen inhoud van het programma, dan worden de bevoegde gezagsorganen door het college bij de toezending van het afschrift van het advies uitgenodigd voor een nader overleg.</p>\n<p class=\"lf-p\">In alle andere gevallen beoordeelt het college of nader bestuurlijk overleg over het advies van de Onderwijsraad noodzakelijk is. Het college geeft dit aan bij de toezending van het afschrift van het advies van de Onderwijsraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">9 Het nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt binnen twee weken plaats na toezending van het advies van de Onderwijsraad aan de bevoegde gezagsorganen. Het college maakt van dit overleg een verslag en voegt dit toe aan het verslag als bedoeld in het vierde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf 2.3 Vaststelling bekostigingsplafond, programma en overzicht (artikel 11 t/m 14)Artikel 11 Tijdstip vaststellingHet college stelt het bekostigingsplafond vast dat beschikbaar is voor de vergoeding van de aangevraagde voorzieningen. Dit bekostigingsplafond kan worden gesplitst in afzonderlijke bedragen per onderwijssoort en / of per voorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het programma en het overzicht worden vastgesteld uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de datum genoemd in artikel 6 valt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Inhoud programmaDe aangevraagde voorzieningen waarmee in het jaar volgend op het jaar van vaststelling van het programma een aanvang kan worden gemaakt, komen, voor zover het college heeft vastgesteld dat geen van de in de Wet op het primair onderwijs opgenomen weigeringsgronden van toepassing is, in aanmerking voor plaatsing op het programma. Daarbij past het college de regels toe met betrekking tot de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage I; de prognosecriteria als bedoeld in bijlage II; de oppervlakte en indeling van schoolgebouwen als bedoeld in bijlage III.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van de voor plaatsing op het programma in aanmerking komende voorzieningen neemt het college, aan de hand van de urgentiecriteria als bedoeld in bijlage V, uitsluitend voorzieningen op in het programma voor zover het bedrag of de deelbedragen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, toereikend zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op voorstel van het overleg als bedoeld in artikel 10, kan het college de raad verzoeken bij de vaststelling van het programma af te mogen wijken van de urgentiecriteria als bedoeld in bijlage V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van de in het programma opgenomen voorzieningen wordt, voor zover van toepassing, door het college aangegeven: het genormeerde bedrag dat ingevolge bijlage IV, deel A voor de betreffende voorziening beschikbaar wordt gesteld; het geraamde bedrag gemoeid met de uitvoering van de voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, voorlaatste volzin; de voorwaarden betreffende ingebruikneming of buitengebruikstelling van gebouwen of lokalen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13</span><span class=\"lf-art-t\">Inhoud overzichtHet overzicht bevat de aangevraagde voorzieningen die, gelet op het bepaalde in artikel 12, eerste lid, niet in het programma zijn opgenomen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van elk van de in het overzicht opgenomen voorzieningen wordt aangegeven waarom deze niet in het programma zijn opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bekendmaking besluiten vaststelling bekostigingsplafond, programma De bekendmaking van de besluiten tot vaststelling van het bekostigingsplafond, het programma en het overzicht geschiedt binnen twee weken na de datum van vaststelling door toezending door het college van de besluiten aan de aanvragers. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van de besluiten door het college schriftelijk mededeling gedaan aan de overige bevoegde gezagsorganen De besluiten als bedoeld in het eerste lid worden tegelijkertijd met de bekendmaking ter inzage gelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf 2.4 Uitvoering programma (artikel 15 t/m 18)Artikel 15 Overleg wijze van uitvoeringBinnen vier weken na de datum van vaststelling van het programma treedt het college in overleg met de aanvrager over de wijze van uitvoering van de op het programma geplaatste voorziening. In dit overleg wordt alle informatie verstrekt die nodig is voor de uitvoering van de voorziening. Daarbij worden, voor zover van toepassing, afspraken gemaakt over: het bouwheerschap als bedoeld in de wet; het tijdstip van indiening van het bouwplan en de begroting door de aanvrager; een andere wijze van uitvoering van het besluit met inachtneming van het beschikbaar te stellen bedrag; de wijze waarop door het college toepassing wordt gegeven aan de toetsing van het bouwplan en de begroting, alsmede aan de toetsing in verband met wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 16; de controle op en het afleggen van verantwoording over de besteding van de beschikbaar te stellen middelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het overleg betrekking heeft op de uitvoering van een voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin, dan geeft de aanvrager aan op welke wijze de aanbesteding van de uitvoering zal plaatsvinden. Daarbij worden, voor zover van toepassing gezien de aard van de voorziening, de gestelde richtlijnen als bedoeld in bijlage IV, deel B in acht genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De inhoud van de afspraken of de constatering dat het overleg niet tot overeenstemming heeft geleid, wordt door het college schriftelijk vastgelegd in een verslag van het overleg en binnen vier weken na afloop van het overleg ter kennis gebracht van de aanvrager. Indien de aanvrager schriftelijk instemt met het verslag of binnen twee weken na ontvangst nog niet schriftelijk heeft gereageerd, wordt, afhankelijk van de inhoud van het vastgestelde verslag, geacht dat er overeenstemming of geen overeenstemming is bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 16, vierde lid, neemt het college binnen vier weken nadat de overeenstemming als bedoeld in het derde lid is bereikt, een beslissing over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang kan nemen. Het bepaalde in artikel 17 is daarbij van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien in het overleg geen overeenstemming als bedoeld in het derde lid is bereikt, deelt het college binnen vier weken nadat het verslag is vastgesteld, dit schriftelijk mee aan de aanvrager. Daarbij wordt aangegeven dat de bekostiging van de uitvoering van de voorziening geen aanvang zal nemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Instemming bouwplannen en begroting; tijdstip aanvang bekostiging; toetsing wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en omstandigheden; overlegging offertes Nadat de overeenstemming als bedoeld in artikel 15, derde lid is bereikt en voorafgaand aan het verlenen van een bouwopdracht, dient de aanvrager met inachtneming van de hierover gemaakte afspraken, de bouwplannen, de desbetreffende begroting en een aanduiding van het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang dient te nemen, ter goedkeuring in bij het college Binnen zes weken na ontvangst beslist het college over de instemming met de bouwplannen en de desbetreffende begroting en over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang kan nemen. Het college kan, onder mededeling daarvan aan de aanvrager, deze termijn verlengen met drie weken. Indien niet binnen deze termijn is besloten, wordt geacht instemming te zijn verleend met de bouwplannen en de begroting en vangt de bekostiging aan op het door de aanvrager aangegeven tijdstip.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen twee weken na de datum van de beslissing over het bouwplan, de desbetreffende begroting en het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang neemt, deelt het college de beslissing schriftelijk mee aan de aanvrager.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beslissing als bedoeld in het tweede lid stelt het college eveneens vast of de feiten en omstandigheden waarin de school verkeert ten opzichte van de feiten en omstandigheden ten tijde van de vaststelling van het programma, al dan niet ingrijpend zijn gewijzigd. Bij een naar oordeel van het college ingrijpende wijziging van de feiten en omstandigheden komt de voorziening alsnog niet voor bekostiging in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De instemming met de bouwplannen, de instemming met de begroting, de toetsing of voldaan wordt aan de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften en de toetsing of er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden kunnen achterwege blijven, als naar het oordeel van het college, dat niet noodzakelijk is gezien de inhoud van de in het programma opgenomen voorziening. Het college doet hiervan mededeling aan de aanvrager in het overleg als bedoeld in artikel 15.</p>\n<p class=\"lf-p\">De indiening van de in het eerste en het tweede lid bedoelde begroting blijft achterwege indien het de uitvoering betreft van een voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, voorlaatste volzin. De beslissing van het college als bedoeld in het tweede lid betreft dan uitsluitend de beoordeling van het bouwplan. Daarbij zijn de genoemde termijnen in het tweede lid van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Nadat het college met het bouwplan van een voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, voorlaatste volzin heeft ingestemd, overlegt de aanvrager met inachtneming van de hierover gemaakte afspraken als bedoeld in artikel 15, tweede lid, aan het college de aan de aanvrager uitgebrachte offertes voor de uitvoering van de voorziening. Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van de offertes over het bedrag dat definitief beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering van de voorziening en over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang kan nemen. De aanvrager wordt binnen twee weken na de datum van deze beslissing hiervan schriftelijk in kennis gesteld. Voor de vaststelling van het definitieve bedrag is de offerte met de laagste prijsstelling bepalend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aanvang bekostigingHet college kunnen bij de beslissing als bedoeld in artikel 16, tweede lid of artikel 16, zesde lid, over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang kan nemen, bepalen dat de beschikbaarstelling van de gelden in termijnen plaatsvindt. De beschikbaarstelling van de gelden geschiedt dan telkens op een zodanig tijdstip dat de aanvrager kan voldoen aan de financiële verplichtingen voortkomend uit de realisering van de op het programma geplaatste voorziening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-18\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen aanspraak op bekostigingDe aanspraak op bekostiging van een voorziening vervalt, indien niet door de aanvrager vóór1 oktober van het jaar volgend op de vaststelling van het programma een bouwopdracht is verleend dan wel een koop, huur of erfpachtovereenkomst is gesloten en een afschrift hiervan niet voor 15 oktober daaropvolgend aan het college is gezonden. De in de eerste volzin bedoelde bouwopdracht is onherroepelijk en vermeldt de aanvangsdatum van het werk en de termijn, uitgedrukt in het aantal werkbare dagen, binnen welke het werk wordt opgeleverd De in de eerste volzin bedoelde overeenkomsten zijn onherroepelijk. In geval van een huur of erfpachtovereenkomst wordt daarin de datum van inwerkingtreding vermeld, alsmede de duur van de overeenkomst. In geval van een koopovereenkomst wordt daarin de datum van aankoop vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanspraak op bekostiging vervalt niet, indien de overschrijding van de termijn als bedoeld in het eerste lid veroorzaakt wordt door bijzondere omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen en de aanvrager voor 1 september een schriftelijk gemotiveerd verzoek heeft ingediend bij het college tot verlenging van de termijn als bedoeld in het eerste lid.</p></div>", "next": 239763}