{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De ontvanger van subsidie voor mondiale bewustwording is verplicht om de Groningse bevolking te informeren over de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten en in zijn werkplan informatie op te nemen over de wijze waarop hij deze verplichting invult.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:12</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als het totaal van de aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, dan is de verdeling daarvan als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen; leidt bovenstaande verdeelwijze tot overschrijding van het subsidiebudget dan wordt dat naar evenredigheid over de op tijd ingediende vervolgaanvragen verdeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Resteert er na bovenstaande verdeelwijze nog een deel van het subsidiebudget dan wordt dat over de overige aanvragen verdeeld op basis van de volgorde waarop ze bij het college zijn binnengekomen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.4Diversiteit</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:13</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening en in paragraaf 4.1 wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Diversiteitsbeleid: beleid gericht op gelijke kansen voor iedere inwoner om op een gelijkwaardige wijze deel te nemen aan de samenleving en zich te kunnen ontwikkelen en ontplooien ongeacht sekse, huidskleur, leeftijd, mate van gezondheid, seksuele voorkeur, religieuze en politieke overtuiging, burgerlijke staat of opleiding. integratie: het proces dat leidt tot zelfredzaamheid van etnisch culturele groepen in de samenleving in economisch, educatief, sociaal en cultureel opzicht; emancipatie: het streven naar gelijke kansen en eerlijke maatschappelijke verhoudingen door het bevorderen van zelfontplooiing, zelfredzaamheid, eigen kracht, veiligheid en weerbaarheid; dialoog: een gesprek tussen meerdere personen of groepen gericht op het vergroten van het wederzijds begrip over thema’s op het gebied van diversiteit, integratie of emancipatie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelstellingen: de doelstellingen in het burgerschap en diversiteitsbeleid met onder meer de resultaatgebieden mensenrechten, antidiscriminatie, vrouwenemancipatie en emancipatie en acceptatie van LHBTI’ers Vrijwilligersorganisatie: organisatie die voor de uitvoering van haar activiteiten geen permanente arbeidsrelatie is aangegaan met degenen die de activiteit(en) ondersteunen en uitvoeren. Wel kan zij voor de uitvoering van activiteiten arbeidsrelaties van beperkte duur aangaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Platform voor religie en levensbeschouwing: een samenwerkingsverband van in Groningen aanwezige religies en levensbeschouwingen dat tot doel heeft de onderlinge samenwerking, respect en solidariteit tussen verschillende religieuze en levensbeschouwelijke groeperingen, maar ook tussen burgers algemeen te bevorderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Discriminatiemeldpunt: Het Discriminatie Meldpunt Groningen (DMG) is een onafhankelijke en bij of krachtens wet ingestelde organisatie die zich ten doel stelt het voorkomen, signaleren en bestrijden van discriminerende uitingen, gedragingen of regelgeving;</p>\n<p class=\"lf-p\">COC Groningen en Drenthe: Een organisatie die de belangen van de Groninger LHBTI-gemeenschap behartigt en activiteiten uitvoert die deze belangen ten goede komen en de sociale acceptatie en zichtbaarheid van LHBTI inwoners vergroten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Platform LGBT Groningen: Een samenwerkingsverband van in Groningen aanwezige LHBTI-organisaties met tot doel de onderlinge samenwerking tussen deze verschillende groeperingen, maar ook tussen burgers en deze groeperingen te bevorderen en de zichtbaarheid en sociale acceptatie van LHBTI inwoners te vergroten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrouwencentrum: een interculturele ontmoetingsplek in de gemeente Groningen waar vrouwen, met- en zonder kinderen, met verschillende achtergronden en culturen elkaar ontmoeten en dat is gericht op de bewustwording van de maatschappelijke positie van vrouwen door hen te wijzen op het belang van het kunnen en durven kiezen waar het gaat om de inrichting van het leven binnen bestaande mogelijkheden Zelforganisatie: een rechtspersoon die opgericht en bestuurd wordt door de in Groningen aanwezige niet-westerse etnisch culturele gemeenschappen en die functioneert op basis van inzet vrijwilligers.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-13a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:13a</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de Subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze Subsidieregeling heeft tot doel het bevorderen van activiteiten van Groningse stedelijke vrijwilligersorganisaties/zelforganisaties en maatschappelijke organisaties door ondersteuning van activiteiten die bijdragen aan de doelstellingen van het Diversiteitsbeleid, waaronder in ieder geval de instellingen genoemd in artikel 4:13 onder 8. tot en met 11.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-13b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:13b</span><span class=\"lf-art-t\">Ontvanger subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie kan worden verleend aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon die beschikt over ervaring met de doelgroep waarop de activiteit zich richt en die woonachtig (voor natuurlijke personen) dan wel statutair en feitelijk gevestigd (voor rechtspersonen) is in Groningen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien de aanvrager een natuurlijke persoon is, heeft hij ten minste twee andere Groningers bereid gevonden de aanvraag te ondersteunen.</div>\n<p class=\"lf-p\">3.Natuurlijke personen kunnen alleen als vrijwilliger subsidie aanvragen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Aan natuurlijke personen worden subsidies tot maximaal € 750,- verstrekt.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:14</span><span class=\"lf-art-t\">Relevant procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-15\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:15</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan subsidie verlenen aan een vrijwilligersorganisatie/zelforganisaties, bewonersinitiatieven of een maatschappelijke organisatie als de activiteit gericht is op één of meer van de activiteiten die: dialoog en verbinding tussen groepen bewerkstelligen, opbouw van netwerken en het bespreekbaar maken van de kernwaarden van de democratische staat. ertoe bijdragen dat meer Groningers mensen accepteren die anders zijn dan zijzelf (in afkomst, opleiding, burgerlijke staat, politieke overtuiging, levensbeschouwing of religie, ras, seksuele gerichtheid of sekse) en dat in hun gedrag laten zien; gericht zijn op het opzetten en inrichten van een vrijwilligersorganisatie voor een groep die relevant is voor het diversiteitsbeleid en voor wie nog geen vrijwilligersorganisatie bestaat in de stad, dan wel voor het aantrekken van jongeren binnen een bestaande vrijwilligersorganisatie. gericht zijn op het uitvoeren van inloop en ondersteuningsactiviteiten voor kwetsbare groepen, zoals organisaties voor oudere migranten en organisaties van voormalige vluchtelingen, met een achterban die door taalproblemen de weg naar de reguliere voorzieningen niet kan vinden. ertoe bijdragen dat emancipatie wordt vergroot. het bevorderen van het inburgeringproces, met inachtneming van de eigen identiteit en daarbij behorende behoeften door de zelforganisaties; de samenwerking bevorderen met andere sociaal-maatschappelijke organisaties en instellingen; een bijdrage leveren aan de bewustwording, participatie en integratie van de migrantengroepen in de samenleving en de spreekbuisfunctie c.q. belangenbehartiging voor deze zelforganisaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan subsidie verlenen aan de instellingen genoemd in artikel 4:13 onder 8. tot en met 11 voor activiteiten zoals die zijn beschreven in de voor die instellingen van toepassing zijnde Programma’s van Eisen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college kan aan een platform voor religie en levensbeschouwing subsidie verlenen voor: activiteiten die zijn gericht op de rol van gespreks- en netwerkpartner van de gemeente en van maatschappelijke organisaties in de gemeente Groningen; het gezamenlijk naar buiten treden met activiteiten ter bevordering van de dialoog tussen de deelnemende religies en levensbeschouwingen en de inwoners van de gemeente Groningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-16\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:16</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van artikel 4:3 bedraagt de subsidie als bedoeld in artikel 4:15 eerste lid per zelforganisatie maximaal € 1.250,- onder de voorwaarde dat maximaal twee zodanige organisaties per etnische groepering uit een niet-westers land voor de basissubsidie in aanmerking kunnen komen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van artikel 4:3 van dit hoofdstuk bedraagt de subsidie voor de in artikel 4:15 lid 3 genoemde activiteiten maximaal € 2.500,-- per jaar</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:17</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een zelforganisatie aan wie een basissubsidie is verleend, is verplicht als gesprekspartner voor het college te fungeren over: algemene zaken die betrekking hebben op onderwerpen op het gebied van diversiteit of integratie; specifieke zaken die betrekking hebben op de achterban van de subsidie-ontvangende zelforganisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd dient aanvullend te zijn op het activiteitenaanbod op het bestaande activiteitenaanbod van lokale maatschappelijke voorzieningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het platform als bedoeld in artikel 4:13 onder 7. is verplicht om deelname toe te staan van vertegenwoordigingen van elke religie of levensbeschouwing die actief in de gemeente Groningen beleden wordt.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Bij subsidieaanvragen voor activiteiten waarvan de begroting hoger is dan € 7.500 geldt een verplichte cofinanciering van minimaal:</div>\n<p class=\"lf-p\">10% voor vrijwilligersorganisaties;</p>\n<p class=\"lf-p\">30% voor maatschappelijke organisaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager geeft aan wat de overige financieringsbronnen zijn, en wat de omvang ervan is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-18\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:18</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college weigert aanvragen voor subsidie op het gebied van ontspanning, ontmoeting in eigen kring, politiek, cultuur, sport, religie of levensbeschouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidieaanvraag kan geweigerd worden indien de aanvraag betrekking heeft op dezelfde activiteit als het voorgaande jaar.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In aanvulling op het bepaalde in artikel 4:35 Awb en artikel 6 van de Verordening kan de subsidieaanvraag ongeacht de hoogte van de aanvraag geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien: er onvoldoende andere financieringsbronnen zijn gevonden; de activiteiten niet of in onvoldoende mate een aanvulling zijn op reeds bestaande activiteiten van andere (vrijwilligers- of professionele) organisaties, of zich daar niet of in onvoldoende mate van onderscheiden; de activiteiten in tegenspraak zijn of een dubbeling zijn met gemeentelijk beleid op andere beleidsterreinen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-19\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:19</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.het subsidieplafond voor de op deze paragraaf gebaseerde subsidies is gelijk aan de daarvoor in de begroting opgenomen bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan een deel van het beschikbare budget reserveren voor de in artikel 4:15 tweede lid en derde lid genoemde activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Als het totaal van de subsidieaanvragen voor een subsidie, zoals bedoeld in artikel 4:15, eerste lid, hoger is dan het hiervoor beschikbare subsidiebudget, worden de aanvragen gehonoreerd die het beste scoren op de onderstaande criteria. Daarbij weegt het eerst genoemde criterium zwaarder dan het tweede, het tweede zwaarder dan het derde enzovoort: inhoudelijke relevantie en impact in relatie tot het diversiteitsbeleid; mate van innovatie; duurzaamheid: in welke mate beklijven de resultaten? samenwerking met anderen; schaalbaarheid: in hoeverre kan het resultaat elders in de gemeente worden toegepast? projectmatige opzet.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.5 Algemeen sociaal-cultureel werk</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-20\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:20</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening en in paragraaf 4.1 wordt voor de toepassing van de paragrafen 4.5 Algemeen sociaal-cultureel werk tot en met 4.11 Vrijwilligerswerk verstaan onder: accommodatie: een multifunctioneel centrum, een buurtcentrum, een buurtkamer, een dorpshuis, speeltuingebouw of een jongerencentrum zoals bedoeld in de accommodatienota ‘Sociaal-culturele accommodaties, geharmoniseerd’ vastgesteld op 9 september 2020; accommodatiebestuur: het bestuur van een stichting of vereniging die verantwoordelijk is voor beheer en exploitatie van een accommodatie; b.v.o. (bruto vloer oppervlak): de oppervlakte van een ruimte of van een groep van ruimten behorend tot een accommodatie, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen en waarbij geldt dat: indien een binnenruimte aan een andere binnenruimte grenst, wordt gemeten tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie; indien een gebouw gebonden buitenruimte aan een binnenruimte grenst, het grondvlak van de scheidingsconstructie volledig wordt toegerekend aan de bruto-vloeroppervlakte van de binnenruimte; indien een binnenruimte grenst aan een schuin dak de bruto-vloeroppervlakte wordt bepaald op 1,5 m hoogte, gemeten tot en met de dakconstructie (dakpan). personeelskosten beheer: totale bruto werkgeverslasten vermeerderd met de kosten van begeleiding, scholing, loopbaanontwikkeling en bevordering van doorgroeimogelijkheden terzake van beheerpersoneel dat in dienst is bij een door het college aangewezen centrale beheerpool. Eventuele specifieke (loonkosten-)subsidies komen op deze kosten in mindering;</p>\n<p class=\"lf-p\">MJOP: meerjarenonderhoudsplan, opgesteld volgens richtlijnen van het college voor de betreffende accommodatie; marktconform tarief: het tarief dat accommodatiebesturen voor de commerciële verhuur van accommodatieruimten in rekening brengen; gereduceerd tarief: maximaal 50% van het marktconforme tarief, waarbij het college aan de berekening van dit tarief nadere regels kan stellen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Multifunctioneel centrum: een grote accommodatie, met een belangrijke functie voor een wijk/gebied, met ruime openingstijden. Het heeft een breed gevarieerd activiteitenaanbod voor een groot voorzieningengebied en werkt samen met (indien aanwezig) de buurtcentra en de buurtkamers in de wijk;</p>\n<p class=\"lf-p\">Buurtcentrum: een middelgrote accommodatie met een buurtfunctie met ruime openingstijden. Het heeft een breed gevarieerd activiteitenaanbod voor een buurt en werkt samen met (indien aanwezig) het Multifunctioneel centrum en de buurtkamers in de wijk;</p>\n<p class=\"lf-p\">Buurtkamer: een accommodatie met een buurtfunctie, vaak gericht op een specifieke groep bewoners. Hier vallen de buurt- en, speeltuinaccommodaties onder. Het werkt samen met (indien aanwezig) het Multifunctioneel centrum en de buurtcentra in de wijk;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dorpshuis: een accommodatie in een dorp, met een unieke functie voor het dorp (vrijwel de enige voorziening). De accommodatie heeft een breed gevarieerd activiteitenaanbod voor een klein voorzieningengebied, met veelal beperkte openingstijden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zakelijke huisvestingslasten: onroerende zaakbelasting, gemeentelijke en provinciale heffingen en rechten en verzekeringspremies voor zover het eigenaarslasten betreft en voor zover die samenhangen met de accommodatie. Lasten die niet samenhangen met het eigenaarschap van het gebouw, vallen onder exploitatielasten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doorgaande dialoog: is een onderzoekend gesprek waarin deelnemende besturen met de gemeente in gesprek zijn met als resultaat elkaar te kennen, optimaal samen te werken, kennis uit te wisselen en elkaar aan te vullen met als overstijgend doel de sociale basis te versterken. Deze dialoog met de besturen wordt gemiddeld éénmaal per twee jaar gehouden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-21\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:21</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan instellingen voor sociaal-cultureel werk subsidie verlenen voor: wijk- en/of stedelijke activiteiten ter uitvoering van onderstaande functies: ontmoeting/recreatie; vorming/educatie; cultuur/creativiteit; dienstverlening/voorlichting; belangenbehartiging/activering; opvang; afstemming/coördinatie; signalering; sport. wijkactiviteiten passend binnen de in het vorige lid genoemde functies ter uitvoering van de beheerderfunctie voor de wijk-, buurt- en wijkjongerencentra; het accommodatiemanagement voor de wijk-, buurt- en wijkjongerencentra; exploitatie en instandhouding van wijk- en andere centra. knelpunten in de uitvoering van sociaal-cultureel werk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-22\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:22</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het activiteitenplan moet zijn voorzien van: een beschrijving van de doelgroep waarvoor de activiteiten worden uitgevoerd; gegevens over de deelname aan de activiteiten; gegevens over de eigen bijdrage van de deelnemers aan de activiteiten; gegevens over de frequentie waarmee de activiteiten worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college verleent slechts subsidie voor het oplossen van knelpunten in de uitvoering van sociaal-cultureel werk voorzover de subsidieontvanger aannemelijk kan maken dat: bekostiging uit andere aan subsidieontvanger verstrekte subsidies niet mogelijk is; het knelpunt na aanwending van de gevraagde subsidie zal zijn opgelost.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidieontvanger dient een preventief beleid te voeren dat erop is gericht om door de doelgroep veroorzaakte overlast zoveel mogelijk te beperken. In het activiteitenplan moet de subsidieontvanger aangeven hoe dat beleid zal worden vormgegeven en uitgevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-23\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:23</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan een subsidieaanvraag voor de oplossing van knelpunten in de uitvoering van sociaal-cultureel werk weigeren als hiervoor al eerder aan de subsidieontvanger subsidie was verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan een subsidieaanvraag voor de in artikel 4:21 genoemde activiteiten weigeren als die activiteiten zijn gericht op jongeren in de leeftijd van 0 tot en met 23 jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-24\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:24</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Als het totaal van de aanvragen voor activiteiten als bedoeld in artikel 4:21, onder a en b hoger is dan de respectievelijke subsidieplafonds, dan is de verdeelwijze als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen; voor zover bovenstaande verdeelwijze zou leiden tot overschrijding van de subsidieplafonds worden deze naar evenredigheid over de op tijd ingediende vervolgaanvragen verdeeld; voor zover na de in de onderdelen a bedoelde verdeelwijze nog middelen resteren worden deze over de op tijd ingediende overige aanvragen verdeeld op basis van de volgorde waarop ze bij het college zijn binnengekomen; als het totaal van de aanvragen voor knelpunten in het sociaal-cultureel werk hoger is dan het subsidiebudget dan wordt dat over de op tijd ingediende subsidieaanvragen verdeeld op basis van de volgorde waarop ze bij het college zijn binnengekomen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.6 Sociaal-culturele accommodaties Algemeen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-25\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:25</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan aan een accommodatiebestuur van een Multifunctioneel centrum, een buurtcentrum of een buurtkamer subsidie verlenen voor: hypotheeklasten als de subsidieontvanger de accommodatie in eigendom heeft; kale huur; zakelijke huisvestingslasten, als de subsidieontvanger de accommodatie in eigendom heeft; exploitatielasten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college kan aan een accommodatiebestuur van een dorpshuis subsidie verlenen voor: het voortzetten van sociaal culturele activiteiten en andere noodzakelijke kosten, zoals in 2020; zakelijke huisvestingslasten, als de subsidieontvanger de accommodatie in eigendom heeft.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het college kan aan het door hem aan te wijzen samenwerkingsorgaan voor speeltuinverenigingen ten behoeve van de aangesloten leden subsidie verlenen voor: hypotheeklasten als de betreffende accommodatie in eigendom is bij een aangesloten lid; kale huur; zakelijke huisvestingslasten, als de subsidieontvanger de accommodatie in eigendom heeft; exploitatielasten; inrichting en onderhoud van speeltuinen en speeltoestellen; exploitatiekosten van het samenwerkingsorgaan zelf.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het college kan aan een door hem aan te wijzen samenwerkingsorgaan voor sociaal culturele accommodaties subsidie verlenen voor: belangenbehartiging van de aangesloten accommodaties; het fungeren als aanspreekpunt voor de gemeente.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>De nota sociaal-culturele accommodaties ‘Open naar elkaar’ (collegebesluit 16 januari 2024 en raadsbesluit 6 maart 2024) is van toepassing op hetgeen in deze paragraaf en de paragrafen 4.6 en 4.7 is vermeld.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Subsidieverlening vindt jaarlijks plaats aan de hand van de ‘Specificatie accommodatiebeleid’, waarin de beschikbare budgetten worden gepresenteerd en die jaarlijks wordt toegezonden aan de betrokken organisaties.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-26\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:26</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van artikel 14 van de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2024 bedraagt de subsidie voor Multifunctionele centra, buurtcentra en buurtkamers: voor de in artikel 4:25, eerste lid onder a tot en met c alsmede de in het derde lid onder a tot en met c genoemde kosten maximaal 100% daarvan, voor zover deze kosten noodzakelijk zijn en door het college zijn erkend; voor de in artikel 4:25, eerste lid onder d, evenals de in het derde lid onder d genoemde kosten voor exploitatielasten een genormeerd bedrag, zoals opgenomen in de jaarlijks toegezonden specificatie. Alsmede een genormeerd bedrag voor organisatiekosten. voor de in artikel 4:25, derde lid onder e genoemde kosten voor inrichting en onderhoud van speeltuinen en speeltoestellen geldt een genormeerd bedrag;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van artikel 14 van de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2024 bedraagt de subsidie voor dorpshuizen: voor de in artikel 4:25, tweede lid onder a genoemde kosten het bedrag waar het dorpshuis in 2020 recht op had, voor zover dit bedrag noodzakelijk is en door het college is erkend, alsmede een genormeerd bedrag voor organisatiekosten; voor de in artikel 4:25, tweede lid onder b genoemde kosten maximaal 100% daarvan, voor zover deze kosten noodzakelijk zijn en door het college zijn erkend.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In afwijking van artikel 14 van de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2024 bedraagt de subsidie voor een samenwerkingsorgaan voor speeltuinverenigingen voor de in artikel 4:25, derde lid onder f genoemde activiteiten maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>In afwijking van artikel 4:3 bedraagt de subsidie voor een samenwerkingsorgaan voor sociaal culturele accommodaties voor de in artikel 4:25, vierde lid genoemde activiteiten een bijdrage in de exploitatie tot maximaal het bedrag van het tekort op de begroting van het samenwerkingsorgaan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid onder b van dit artikel kan het college in specifieke door hem aan te wijzen gevallen de subsidie op andere wijze berekenen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>De in het eerste lid onder b en c en in het tweede lid van dit artikel genoemde bedragen zijn gebaseerd op het prijspeil 2020. Het college kan deze bedragen aanpassen aan de voor het subsidietijdvak geldende begrotingsrichtlijnen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-27\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:27</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidieontvanger stemt met bewoners van wijk/gebied en daar gevestigde maatschappelijke organisaties af aan welke activiteiten behoefte is en stemt daar het activiteitenplan op af, rekening houdend met het tweede lid van dit artikel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidieontvanger stelt in overleg met andere aanbieders van activiteiten een gezamenlijke activiteitenprogrammering op voor de wijk/gebied waarin de subsidieontvanger gebruik maakt van de accommodatie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In aanvulling op artikel 6 van de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen, dient de aanvrager te vermelden: in zijn activiteitenplan op welke wijze invulling wordt gegeven aan alle verplichtingen die krachtens deze verordening aan de subsidieverlening worden verbonden; in zijn activiteitenplan in hoeverre het activiteitenaanbod aansluit op de behoeften van wijk/gebied en geeft een verklaring voor eventuele afwijkingen daartussen; in zijn activiteitenplan hoe het activiteitenplan past in de in het tweede lid van dit artikel bedoelde activiteitenprogrammering; in zijn activiteitenverslag hoe de invulling van de verplichtingen uiteindelijk vorm heeft gekregen en de afwijkingen te verklaren tussen de voorgenomen invulling (activiteitenplan) en de realisatie daarvan; in zijn financiële en inhoudelijke verslag gegevens met betrekking tot groeperingen aan wie accommodatieruimte wordt verhuurd en de tarieven die daarbij in rekening worden gebracht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De subsidieontvanger is verantwoordelijk voor een goede balans tussen de sociaal-culturele activiteiten enerzijds en overige (eigen) activiteiten anderzijds, waarbij prioriteit gegeven wordt aan de sociaal-culturele activiteiten en bewonersactiviteiten. De subsidieontvanger is gehouden om in zijn activiteitenplan en activiteitenverslag aan te geven op welke wijze aan deze verantwoordelijkheid invulling wordt c.q. is gegeven. Besturen van accommodaties wordt toegestaan om met o.a. opbrengsten van horeca of verhuur (in verband met het feit dat er binnen dit beleidsveld geen sprake is van een kostendekkende subsidie) in te verdienen en daarmee zorg te dragen voor continuïteit en een gezonde bedrijfsvoering.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Het college kan terzake van het accommodatiegebruik aan openingstijden, ingebruikgeving, prioritering en de programmering van activiteiten in de subsidieverlening nadere voorschriften verbinden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Multifunctionele centra, buurtcentra en buurtkamers dienen accommodatieruimte inclusief beheer voor zover mogelijk in verband met een gezonde bedrijfsvoering gratis ter beschikking te stellen aan doelgroepen en activiteiten die vallen onder de functies van het algemeen sociaal-cultureel werk zoals bedoeld in artikel 4:21;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>Het college kan bepalen dat exclusief beslag op een accommodatieruimte of een deel daarvan slechts geschiedt tegen een marktconform tarief.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>De subsidieontvanger aan wie subsidie wordt verleend op grond van artikel 4:25, derde lid is verplicht om de in de voorgaande leden van dit artikel bedoelde nadere verplichtingen op te leggen aan de bij het samenwerkingsverband aangesloten speeltuinverenigingen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>De subsidieontvanger aan wie subsidie wordt verleend op grond van artikel 4:25, vierde lid dient: bij de aanvraag aan te tonen dat de subsidie noodzakelijk is voor het uitvoeren van de taak van het samenwerkingsverband; zijn leden regelmatig te consulteren teneinde te weten wat zij nodig hebben om goed te functioneren; bij de verantwoording van de subsidie aan te tonen dat de subsidie noodzakelijk was voor het uitvoeren van de taak van het samenwerkingsverband.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-28\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:28</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het subsidieplafond voor de op deze paragraaf gebaseerde subsidies is gelijk aan de daarvoor in de begroting opgenomen bedragen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het subsidieplafond wordt dat als volgt verdeeld: vervolgaanvragen hebben voorrang boven nieuwe aanvragen. als na bovenstaande verdeelwijze nog een deel van het subsidiebudget resteert, dan wordt dat over de nieuwe aanvragen verdeeld op basis van de volgorde waarop deze bij het college zijn binnengekomen.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.6a Sociaal-Culturele accommodaties Onderhoud</h3>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 4:28a relevante procedure 1. Subsidie voor de activiteiten bedoeld in deze paragraaf wordt verstrekt voor een periode van vijf jaar op basis van het MJOP (jaarlijks aan te vragen).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Onverlet het bepaalde in het eerste lid, wordt de subsidie jaarlijks aangevraagd en verleend.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Op grond van artikel 17 vierde lid ASV, in samenhang met artikel 16 eerste lid ASV, geldt voor subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf dat de aanvraag subsidievaststelling na afloop van de periode van vijf jaar bij het college ingediend wordt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Artikel 5, vierde lid ASV is van toepassing op de in deze paragraaf bedoelde subsidie.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-28b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:28b</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan subsidie verlenen voor het onderhoud van sociaal-culturele accommodaties voor zover deze accommodatie in eigendom is bij de subsidieontvanger.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien ruimten binnen de sociaal-culturele accommodatie worden gebruikt voor activiteiten die niet tot het sociaal-cultureel werk kunnen worden gerekend, zoals ten behoeve van commercieel gebruik, blijven deze ruimten buiten de bepaling van de hoogte van de subsidie.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-28c\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:28c</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Op basis van de demarcatie die is opgenomen in het MJOP, zijn de onderhoudskosten bepaald over een periode van 40 jaar. De subsidie bedraagt ten hoogste het gemiddelde bedrag aan onderhoudskosten per jaar.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van het bepaalde in het vorige lid kan het college in specifieke door hem aan te wijzen gevallen de subsidie op andere wijze berekenen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De in het eerste lid genoemde bedragen zijn gebaseerd op het prijspeil 2022. Het college kan deze bedragen aanpassen aan de voor het subsidietijdvak geldende begrotingsrichtlijnen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-28d\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:28d</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidieontvanger is verantwoordelijk voor de uitvoering van het MJOP.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidieontvanger actualiseert jaarlijks het MJOP met als doel te voldoen aan het bepaalde in het vijfde lid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het MJOP wordt eens per vijf jaar herzien door een externe partij. De subsidieontvanger is hiervoor verantwoordelijk, met dien verstande dat het college de kosten draagt voor de herziening. Het college kan bepalen op welke wijze de herziening dient plaats te vinden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De subsidieontvanger verplicht zich de subsidie te gebruiken voor de uitvoering van het MJOP.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Jaarlijks geeft de subsidieontvanger inzicht in de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van het MJOP. Daarbij wordt in ieder geval aangegeven op welke punten is afgeweken van het MJOP en wat de reden daarvoor was.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Indien de subsidie voor het betreffende jaar niet geheel wordt aangewend voor de uitvoering van het MJOP, bijvoorbeeld maar niet uitsluitend door zelfwerkzaamheid, kan de subsidie worden aangewend voor een bestemmingsfonds onderhoud als bedoeld in artikel 19 ASV.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>De besteding van dit onderhoud bestemmingsfonds moet aantoonbaar ten goede komen aan de uitvoering van het MJOP.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Na afloop van de periode van vijf jaar waarvoor de subsidie is verstrekt wordt door het college vastgesteld of de subsidie die gedurende de periode van vijf jaar is verleend, ten goede is gekomen aan de uitvoering van het MJOP. Daarbij besluit het college of een eventueel gevormd bestemmingsfonds in stand kan blijven, of dat het bestemmingsfonds geheel of gedeeltelijk dient te worden terug betaald.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>De aanvraag tot vaststelling als bedoeld in het vorige lid dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken na afloop van de periode van vijf jaar bij het college in.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-28e\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:28e</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het subsidieplafond voor de op deze paragraaf gebaseerde subsidies is gelijk aan de daarvoor in de begroting opgenomen bedragen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien het totaal van de aanvragen, met in achtneming van artikel 4:28c het subsidieplafond overschrijdt, dan geschiedt de verdeling van het beschikbare budget naar rato.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.7Beheer sociaal-culturele accommodaties</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-29\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:29</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan aan een door het college aan te wijzen organisatie die het beheer regelt voor Multifunctionele centra, buurtcentra en buurtkamers subsidie verlenen voor de salariëring, scholing en loopbaanontwikkeling van beheerpersoneel evenals voor de inzet van dat personeel ten behoeve van het beheer van accommodaties.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college kan in afwijking van het vorige lid van dit artikel de subsidie ook verlenen aan andere subsidieontvangers als naar het oordeel van het college sprake is van bijzondere omstandigheden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het college kan in specifieke door hem aan te wijzen gevallen subsidie verlenen voor andere kosten van accommodatiebeheer dan zoals beschreven in het eerste lid van dit artikel.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-30\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:30</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de in de subsidietoekenning 2020 opgenomen kosten, voor zover deze kosten noodzakelijk zijn en door het college zijn erkend. Een en ander conform de tijdelijke harmonisatienota die geldend is als voorganger van de nota zoals genoemd in lid 5 van artikel 4:25 2. In afwijking van het vorige lid van dit artikel kan het college in specifieke door hem aan te wijzen gevallen de subsidie voor kosten van beheer en/of exploitatie op andere wijze berekenen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het college kan de subsidie aanpassen aan de voor het subsidietijdvak geldende begrotingsrichtlijnen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-31\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:31</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidieontvanger aan wie op grond van het eerste lid van artikel 4:29 subsidie wordt verleend, stelt in overleg met de dorpshuizen zo nodig een ondersteuningsplan op, waarin wordt beschreven hoe advies en indien noodzakelijk invalkrachten geleverd worden en/of incidenteel hulp geboden bij administratie en dergelijke.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidieontvanger aan wie op grond van het eerste lid van artikel 4:30 subsidie wordt verleend, is verplicht: het beheerpersoneel waarvoor het college subsidie verleent voor beheertaken om niet aan accommodatiebesturen ter beschikking te stellen in relatie tot de openingstijden van de accommodatie en de vraag van de accommodatiebesturen zoals opgenomen in een door laatstgenoemden op te stellen beheervoorstel; om voor het inroosteren van beheerpersoneel bij de accommodaties op overeenstemming gericht overleg te voeren met de accommodatiebesturen over het aantal in te zetten uren, de openingstijden van de accommodatie en de te leveren functieniveaus. Dit overleg moet hebben plaatsgehad vóórdat de subsidieontvanger een besluit heeft genomen over de bij accommodaties in te zetten beheeruren; in het activiteitenplan en het activiteitenverslag aan te geven hoe invulling is gegeven aan de hierboven beschreven verplichtingen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het in het tweede lid onder a. en b. bepaalde is niet van toepassing als de subsidie aan een accommodatiebestuur wordt verleend in plaats van aan een door het college aangewezen organisatie die het beheer regelt voor Multifunctionele centra, buurtcentra en buurtkamers.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De subsidieontvanger aan wie op grond van artikel 4:30 subsidie wordt verleend streeft ernaar dat mensen met afstand tot de arbeidsmarkt deel uit maken van het personeelsbestand.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-32\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:32</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan een subsidieaanvraag voor personeelskosten beheer weigeren voor zover voor de kosten daarvan al door derden subsidie wordt verleend.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college kan een subsidieaanvraag voor beheer weigeren indien die kosten al gedekt worden door subsidieverlening op grond van paragraaf 4.6 van deze nadere regels.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-33\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:33</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het subsidieplafond wordt dat als volgt verdeeld: vervolgaanvragen hebben voorrang boven nieuwe aanvragen; als na bovenstaande verdeelwijze nog een deel van het subsidiebudget resteert, dan wordt dat over de nieuwe aanvragen verdeeld op basis van de volgorde waarop deze bij het college zijn binnengekomen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.8Bewonersorganisaties</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-35\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:35</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:35</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-36\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:36</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan aan een bewonersorganisatie een basissubsidie verlenen voor communicatie en informatieverstrekking en activering. Uitgesloten van subsidie zijn de kosten voor permanente huur.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan aan een bewonersorganisatie een aanvulling verlenen voor eenmalige activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-37\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:37</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van artikel 14 van de ASV bedraagt de basissubsidie voor de in artikel 4:36, eerste lid genoemde activiteiten voor bewonersorganisatie met een werkgebied van:</div>\n<p class=\"lf-p\">1-100 inwoners: € 600,--;</p>\n<p class=\"lf-p\">101-500 inwoners: € 750,--;</p>\n<p class=\"lf-p\">501-1000 inwoners: € 850,--;</p>\n<p class=\"lf-p\">1001-4.500 inwoners: € 1.250,--;</p>\n<p class=\"lf-p\">4.501 en meer inwoners: € 1.500,--.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college kan de basissubsidie indexeren aan de hand van de voor het subsidietijdvak geldende begrotingsrichtlijnen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De subsidie bedraagt maximaal een door het college te bepalen bedrag per inwoner vermenigvuldigd met het aantal inwoners van het werkgebied. Het college maakt voor de bepaling van het aantal inwoners gebruik van de meest recente gegevens volgens de stand Gronometer van 1 september voorafgaand aan het subsidietijdvak.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het college kan in afwijking van het vorige lid boven het maximum aanvullend subsidie verlenen als de subsidieaanvraag van de bewonersorganisatie daarvoor voldoende aanleiding geeft en het college daartoe voldoende middelen ter beschikking staan.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-38\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:38</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De bewonersorganisatie is beschikbaar voor het college als aanspreekpunt voor ambtelijk of bestuurlijk overleg over aangelegenheden die van belang zijn voor de inwoners van het werkgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De bewonersorganisatie communiceert ten minste eenmaal per jaar over het activiteitenplan en het activiteitenverslag met de inwoners van het werkgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De bewonersorganisatie stemt de activiteiten uit het activiteitenplan af met professionele instellingen, die zelf werkzaam zijn op 1 of meer van die activiteiten, vóórdat met de uitvoering ervan wordt begonnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.In afwijking van het bepaalde in de ASV wordt het voor de instellingen beschikbare/ gecalculeerde subsidiebedrag zoals bepaald volgens art. 4:37 gereedgezet. Instellingen worden door het college via een mailbericht uitgenodigd de beoogde activiteiten kort te beschrijven en aan ContracteringMO@groningen.nl te bevestigen (= subsidieaanvraag) dat het daarin genoemde calculatiebedrag juist is.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Subsidieverlening vindt plaats op basis van de afgegeven bevestiging zoals opgenomen in de door de bewonersorganisatie geretourneerde e-mail. Een exploitatiebegroting kan dus achterwege blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Vaststelling van de subsidie ingevolge artikel 17 ASV vindt plaats op basis van een kort inhoudelijk verslag en een beknopte balans.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Bij een subsidiëring op basis van artikel 16 ASV kan in de subsidiebeschikking worden verzocht dat op een nader te bepalen tijdstip een kort inhoudelijk verslag en een beknopte balans wordt aangeleverd.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Indien wordt vastgesteld dat de in deze paragraaf bedoelde activiteiten door de bewonersorganisatie in voldoende mate zijn gerealiseerd en in het subsidiejaar door eigen inzet een exploitatie voordeel heeft behaald, kan dit resultaat in principe worden behouden. Hiermee wordt beoogd de continuïteit en gezonde bedrijfsvoering te borgen en het aantrekken van vrijwilligers te stimuleren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-39\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:39</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan een aanvraag voor een basissubsidie weigeren als in de twee voorafgaande subsidietijdvakken geen subsidie is verleend.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college kan een subsidieaanvraag voor de in artikel 4:36 genoemde activiteiten binnen een werkgebied weigeren als door toewijzing van de aanvraag aan meer dan één bewonersorganisatie binnen dat werkgebied subsidie zou worden verleend.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-40\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:40</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan een deel van het subsidiebudget reserveren voor nader door hem aan te wijzen belangenorganisaties voor bewoners.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college kan een deel van het subsidiebudget reserveren voor de in artikel 4:36, derde lid genoemde activiteiten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Wanneer de totalen van de aanvragen voor de artikel 4:36 genoemde activiteiten de hiervoor ingestelde, respectievelijke subsidieplafonds overschrijden, worden deze naar evenredigheid over de in aanmerking komende aanvragen verdeeld.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.9 Maatschappelijke activering</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-41\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:41</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten die gericht zijn op de maatschappelijke activering van burgers.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-42\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:42</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het activiteitenplan moet zijn voorzien van: een beschrijving van de doelgroep waarvoor de activiteiten worden uitgevoerd; gegevens over de deelname aan de activiteiten; gegevens over de eigen bijdragen van deelnemers aan de activiteiten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidieontvanger moet samenwerking zoeken met instellingen die soortgelijk of complementair werk verrichten als het college dat noodzakelijk acht. In het activiteitenverslag moet de subsidieontvanger aangeven hoe deze verplichting is ingevuld.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-43\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:43</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Als het totaal van de aanvragen het subsidieplafond overschrijdt dan is de verdeling hiervan als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen; als bovenstaande verdeelwijze leidt tot overschrijding van het subsidieplafond dan wordt dat naar evenredigheid over de op tijd ingediende subsidieaanvragen verdeeld; resteren er na toepassing van bovenstaande verdeelwijze nog middelen dan worden deze over de op tijd ingediende aanvragen verdeeld op basis van de volgorde waarop ze bij het college zijn binnengekomen.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.10Vrijwilligerswerk</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-44\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:44</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten ter uitvoering van onderstaande functies: bemiddeling, informatievoorziening, ondersteuning, advisering en scholing van (groepen) vrijwilligers; deskundigheidsbevordering, ondersteuning en informatievoorziening van vrijwilligers-organisaties op het terrein van: vrijwilligersmanagement ( het vinden en binden van vrijwilligers); het afstemmen van de vraag van vrijwilligersorganisaties op het aanbod van het bedrijfsleven op het gebied van maatschappelijk ondernemen; bevorderen van maatschappelijk ondernemen en het bemiddelen tussen vrijwilligersorganisaties en bedrijfsleven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-45\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:45</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De in artikel 4:44 bedoelde activiteiten moeten zijn gericht op de bevordering van de maatschappelijke participatie en betrokkenheid van burgers bij wat er in de samenleving in het algemeen en de eigen woon- en leefomgeving in het bijzonder gebeurt, een en ander binnen de door de gemeente gecreëerde randvoorwaarden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het activiteitenplan moet zijn voorzien van: een beschrijving van de wijze waarop aan het vorige lid invulling wordt gegeven; een beschrijving van de doelgroep waarvoor de activiteiten worden uitgevoerd; gegevens over het aantal vrijwilligers per activiteit; gegevens over de frequentie waarmee vrijwilligers worden ingeschakeld evenals een omschrijving van de aard en de zwaarte van de hen opgedragen taken.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-46\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:46</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Als het totaal van de aanvragen de respectievelijke subsidieplafonds overschrijdt dan is de verdeling van deze subsidieplafonds als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen; als bovenstaande verdeelwijze leidt tot overschrijding van de respectievelijke subsidieplafonds dan worden deze naar evenredigheid over de op tijd ingediende subsidieaanvragen verdeeld.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Resteren er na toepassing van bovenstaande verdeelwijze nog middelen dan worden deze over de op tijd ingediende aanvragen verdeeld op basis van de volgorde waarop ze bij het college zijn binnengekomen.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.11Maatschappelijke dienstverlening</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-47\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:47</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-48\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:48</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan subsidie verlenen in het kader van maatschappelijke en juridische dienstverlening: ter uitvoering van onderstaande functies: cliëntgerichte hulpverlening; dienstverlening; informatie en advies; voorlichting; consultatie; signalering; preventie; voor activiteiten en projecten op door de raad benoemde aandachtsgebieden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het staat de subsidieontvanger op basis van het vorige lid vrij om binnen een nader door het college aan te geven bandbreedte gedurende het subsidietijdvak andere activiteiten uit te voeren dan in de beschikking tot subsidieverlening is bepaald mits deze activiteiten passen binnen de in eerste lid genoemde functies en mits de subsidieontvanger in staat is deze activiteiten voor de verleende subsidie uit te voeren.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het college kan subsidie verlenen in het kader van Rechtswinkels ter uitvoering van onderstaande functies: voorlichting; informatie en advies.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het college kan subsidie verlenen in het kader van Slachtofferhulp ter uitvoering van onderstaande functies: dienstverlening; voorlichting; preventie; informatie en advies; signalering.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-49\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:49</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het activiteitenplan moet zijn voorzien van: een beschrijving van de doelgroep waarvoor de activiteiten worden uitgevoerd; gegevens over de frequentie waarmee de activiteiten worden uitgevoerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het activiteitenplan in het kader van subsidieaanvragen op grond van artikel 4:48, eerste lid moet tevens voorzien zijn van gegevens over de spreiding van de activiteiten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het activiteitenplan in het kader van subsidieaanvragen op grond van artikel 4:48, derde en vierde lid moet tevens voorzien zijn van gegevens over de eigen bijdragen van cliënten waarvoor de activiteiten worden uitgevoerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend op grond van artikel 4:48, vierde lid moeten door vrijwilligers worden uitgevoerd.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-50\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:50</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als het totaal van de aanvragen het subsidieplafond overschrijdt dan is de verdeling hiervan als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen; als bovenstaande verdeelwijze leidt tot overschrijding van het subsidieplafond dan wordt dit naar evenredigheid over de op tijd ingediende subsidieaanvragen verdeeld; resteren er na toepassing van bovenstaande verdeelwijze nog middelen dan worden deze over de op tijd ingediende aanvragen verdeeld op basis van de volgorde waarop ze bij het college zijn binnengekomen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.12Ouderenbeleid</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-51\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:51</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-52\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:52</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan ouderenbonden of daarmee vergelijkbare partijen subsidie verlenen voor activiteiten gericht op de behartiging van gezamenlijke belangen van hun leden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-53\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:53</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 14 van de ASV is de subsidie per kalenderjaar voor de in artikel 4:52, eerste lid genoemde activiteiten gelijk aan het subsidieplafond voor deze activiteiten gedeeld door het totale aantal leden van de ouderenbonden in de gemeente Groningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-54\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:54</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-55\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:55</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als het totaal van de aanvragen de subsidieplafonds overschrijdt dan is de verdeling hiervan als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen; resteren er na toepassing van bovenstaande verdeelwijze nog middelen dan worden deze over de op tijd ingediende aanvragen verdeeld op basis van de volgorde waarop ze bij het college zijn binnengekomen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.13Maatschappelijke en vrouwenopvang, verslavingszorg en overlastbestrijding</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-56\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:56</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening en in paragraaf 4.1 wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">24-uurs opvang: opvang gedurende 1 of meerdere etmalen van de hiervoor in het eerste lid genoemde personen; begeleiding: ondersteunen van de cliënt gericht op behoud dan wel herstel van maatschappelijk functioneren; behandeling: het aanbieden van intensieve en gespecialiseerde hulp gericht op herstel van de zelfredzaamheid van de cliënt; coördinatie en afstemming: het uitvoeren van coördinatie en afstemming van hulpverlening, waarbij meerdere instanties zijn betrokken; dagopvang: opvang overdag van de onder f onder 3 genoemde personen, niet zijnde 24-uurs opvang; doelgroep: personen die dakloos zijn, thuisloos of marginaal gehuisvest; personen in een acute en ernstige crisis; zwerfjongeren; vrouwen die het slachtoffer zijn van bedreiging, mishandeling dan wel vrouwenhandel; personen die verslaafd zijn en bij wie tevens sprake is van achterstandssituaties; risicogroepen; maatschappelijk herstel: het aanbieden van activiteiten gericht op het (hernieuwd) deelnemen aan het maatschappelijk verkeer; nachtopvang: opvang ’s nachts van de onder f onder 1 en 3 genoemde personen niet zijnde 24-uurs opvang; nazorg: het bieden van ondersteuning na afloop van een klinische of deeltijdbehandeling; opvang en zorg: het bieden van een tijdelijke verblijfplaats en/of elementaire hulpverlening; outreachende hulpverlening: actieve benadering van potentiële klanten die erop gericht is om de doelgroep toe te leiden naar een gestructureerd hulpaanbod; overlast: gevoelens van onveiligheid bij burgers in de samenleving als gevolg van confrontatie met verloedering, met irritant, hinderlijk en onaangepast gedrag, met geweld en bedreiging, met criminaliteit evenals met ongewenste annexatie van openbare ruimten, mogelijkerwijs leidend tot economische schade, daling van het voorzieningenniveau en/of aantasting van de leefbaarheid; preventie: het uitvoeren van activiteiten die erop gericht zijn bij risicogroepen verslaving te voorkomen; risicogroep: groep individuen die extra ontvankelijk is voor verslaving; verblijf: het beschikbaar stellen van huisvesting in de vorm van dagopvang, nachtopvang en/of 24-uurs opvang en crisisopvang; verslaving: psychische en fysieke afhankelijkheid van alcohol, drugs, medicijnen en/of gokken; zelfhulpgroep: een groep lotgenoten die gezamenlijk verbetering tracht aan te brengen in hun eigen problematiek met betrekking tot vrouwenopvang, maatschappelijke opvang, verslavingszorg en overlastbestrijding.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-57\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:57</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten ter uitvoering van onderstaande functies: verblijf; zorgverlening; psychosociale begeleiding; outreachende hulpverlening; opvang en zorg; crisishulpverlening; begeleiding; behandeling; nazorg; maatschappelijk herstel; consultatie; coördinatie en afstemming; deskundigheidsbevordering; preventie; voorlichting, informatie en advies; beleidsadvisering; zelfhulpgroep; psychosociale behandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten of projecten op door de raad aangewezen aandachtsgebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten met als doel het voorkomen en/of verminderen van door burgers ervaren overlast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan zelfhulpgroepen subsidie verlenen voor activiteiten met als doel om over hun problematiek voortvloeiend uit verslaving, dakloosheid of huiselijk geweld onderlinge contacten te hebben en ervaringen uit te wisselen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-58\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:58</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 4:2 dienen andere subsidieaanvragen, niet zijnde vervolgaanvragen, voor de in artikel 4:57 genoemde activiteiten uiterlijk 8 weken voor het begin van de activiteiten bij het college zijn ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het activiteitenplan voor subsidieaanvragen op grond van artikel 4:57, eerste, tweede en derde lid moet zijn voorzien van: een beschrijving van de doelgroep waarvoor de activiteiten worden uitgevoerd; een groepering van de activiteitenbeschrijvingen per doelgroep; een beschrijving van de wijze waarop inhoud wordt gegeven aan het in het volgende lid bedoelde preventieve beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het activiteitenplan voor subsidieaanvragen op grond van artikel 4:57, vierde lid moet zijn voorzien van: een beschrijving van de doelgroep waarvoor de activiteiten worden uitgevoerd; gegevens over de frequentie waarmee de activiteiten worden uitgevoerd; gegevens over de wijze waarop de activiteiten worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger van subsidies op grond van artikel 4:57, eerste, tweede en derde lid voert een preventief beleid dat erop is gericht: het aantal daklozen en de duur van de dakloosheid zoveel mogelijk te verminderen; het aantal verslaafden en de duur van de verslaving zoveel mogelijk te verminderen; de door de doelgroepen veroorzaakte overlast zoveel mogelijk te beperken. De subsidieontvanger onderhoudt hiertoe contacten met instellingen die zich op dezelfde doelgroepen richten, met omwonenden en hun belangenbehartigers, met omwonende organisaties en met de politie; het aantal slachtoffers van huiselijk geweld zoveel mogelijk te verminderen en het herstel zo veel mogelijk te bevorderen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-59\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:59</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een deel van de subsidieplafonds behorend bij de subsidies op basis van artikel 4:57, eerste, tweede en derde lid reserveren voor specifiek door het college aan te wijzen activiteiten maatschappelijke opvang en vrouwenopvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het totaal van de aanvragen de respectievelijke subsidieplafonds overschrijdt dan is de verdeling van deze subsidieplafonds als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen; als bovenstaande verdeelwijze leidt tot overschrijding van de respectievelijke subsidieplafonds dan worden deze naar evenredigheid over de op tijd ingediende subsidieaanvragen verdeeld; resteren er na toepassing van bovenstaande verdeelwijze nog middelen dan worden deze over de op tijd ingediende aanvragen verdeeld op basis van de volgorde waarop ze bij het college jn binnengekomen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.14Oppasvergoeding kinderopvang voor vrijwilligers (vervallen zijn de artikelen 4:60 tot en met 4:64)</h3>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf 4.15Subsidiëring van initiatieven met en door mensen met een psychiatrische beperking of verstandelijke handicap die het meedoen in een inclusieve gemeente bevorderen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-65\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:65</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep burgers met een verstandelijke beperking en /of met een psychiatrische handicap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maatschappelijke activiteit een activiteit buiten GGz-verband en buiten de verstandelijke gehandicaptenzorg Aanvraagperiode een door het college te bepalen tijdvak waarin subsidieaanvragen kunnen worden ingediend voor activiteiten waarvoor op grond van deze paragraaf subsidie kan worden verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-66\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:66</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor:het nemen van initiatieven die het meedoen van mensen met een verstandelijke handicap en/of een psychiatrische beperking in een inclusieve gemeente bevorderen. uitwisseling van ervaringen (met mee doen in de samenleving/gemeente) tussen mensen van de doelgroep onderling of tussen mensen van de doelgroep en derden. voorlichting en deskundigheidsbevordering door mensen van de doelgroep aan derden met het doel ruimte te maken voor meedoen in een inclusieve gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-67\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:67</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een aanvrager kan voor elk van de in artikel 4:66 genoemde activiteiten slechts éénmaal per kalenderjaar in aanmerking komen voor een subsidie van maximaal € 10.000,-- per activiteit.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Op de noodzakelijke kosten worden baten die rechtstreeks op subsidiabele activiteiten betrekking hebben in mindering gebracht.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het college neemt alleen kosten van overhead en ondersteuning in aanmerking die in redelijkheid aan de subsidiabele activiteiten kunnen worden toegerekend.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-68\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:68</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdeelregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het subsidieplafond voor de in artikel 4:66 genoemde activiteiten is per kalenderjaar gelijk aan het in de gemeentebegroting voor dat jaar opgenomen bedrag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college verdeelt het kalenderjaar in twee aanvraagperioden van elk zes maanden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het college stelt per aanvraagperiode een deelbudget vast van 50% van het subsidieplafond.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het college kan een overschot op het eerste deelbudget van een kalenderjaar toevoegen aan het tweede deelbudget van dat kalenderjaar.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het beschikbare deelbudget, dan wordt dat budget over de op tijd ingediende aanvragen als volgt verdeeld: een subsidieaanvraag komt eerder voor subsidie in aanmerking naarmate de activiteiten beter voldoen aan de volgende criteria: activiteiten leiden tot meer sociale contacten en/of maatschappelijke activiteiten; activiteiten worden uitgevoerd door en/of samen met mensen met een psychiatrische beperking of verstandelijke handicap; maatschappelijke verworvenheden op het gebied van ontmoeting en participatie aan de samenleving die met de activiteiten zijn bereikt blijven in stand;</div>\n<p class=\"lf-p\">In de afweging van het college wegen eerder genoemde criteria zwaarder dan later genoemde.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-69\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:69</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Uit de subsidieaanvraag moet blijken op welke wijze de activiteiten van de aanvrager voldoen aan de in artikel 4:68 lid 5 onder a bedoelde criteria.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-70\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:70</span><span class=\"lf-art-t\">SNadere verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidieontvanger maakt bij de uitvoering van zijn activiteiten zoveel mogelijk gebruik van bestaande faciliteiten en accommodaties.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat zijn activiteiten aansluiten bij reguliere voorzieningen waaronder accommodaties, vrijwilligers en mantelzorgers.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-71\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:71</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college weigert een subsidieaanvraag voor activiteiten die niet bijdragen aan participatie van de doelgroep leden in het reguliere maatschappelijke verkeer volgens de doelstelling van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-72\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:72</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college weigert een subsidieaanvraag voor activiteiten die niet bijdragen aan participatie van de doelgroepleden in het reguliere maatschappelijke verkeer volgens de doelstelling van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.16Maatschappelijke stages</h3>\n<p class=\"lf-p\">(vervallen)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.17Caribische Nederlanders in Groningen</h3>\n<p class=\"lf-p\">(vervallen)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.18 Stichting WIJ Groningen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-83\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:83</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Adviseren en toeleiden: zorgvuldig gemotiveerd en gedocumenteerd advies ten behoeve van besluitvorming door het college als resultaat van het onderzoek naar de ondersteuningsvraag van inwoners alsmede het verwijzen naar de meest geschikte zorgaanbieder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Casusregie op het ondersteuningsplan en familiegroepsplan: verantwoordelijkheid voor de inhoud van de ondersteuning, het onderhouden van het contact en het bewaken van het bereiken van de doelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Checken en present zijn: aanwezig en beschikbaar zijn in de fysieke nabijheid (c.q. in de wijk) om indien nodig snel te kunnen interveniëren. ‘Vinger aan de pols contact’ waar van belang maakt hier onderdeel van uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Faciliteren van inloop, ontmoeting en ingang: het digitaal, telefonisch en fysiek faciliteren van een laagdrempelige inloop om wijkbewoners in de gelegenheid te stellen om anderen te ontmoeten, hun vragen te kunnen stellen en om eventuele diensten (zoals vrijwilligerswerkzaamheden) aan te bieden ten behoeve van de samenleving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Faciliteren en benutten sociale basis: zorgdragen dat ondersteuningskwesties die thuishoren in het normale leven daar ook zoveel mogelijk worden opgelost.</p>\n<p class=\"lf-p\">Outreachend signaleren: het vroegtijdig en actief ophalen van (potentiële) ondersteuningsvragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Normaliseren van specialistische ondersteuning: het maximaal gebruik maken van ondersteuningsmogelijkheden in de sociale basis, door individuele ondersteuningswerkzaamheden en preventie werkzaamheden aan elkaar te verbinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opstellen van ondersteuningsplan en hulp bij het opstellen van familiegroepsplan: in gezamenlijkheid met de inwoner te behalen doelen en acties vastleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Procesregie op het ondersteuningsplan en familiegroepsplan: faciliteren van samenwerking tussen inwoners, informele netwerken, professionals en/of organisaties en zorgen voor afstemming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Triageren: ondersteuningsvragen beoordelen in de zin van aard en urgentie en hier vervolgens op acteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verrichten van een integrale vraaganalyse: samen met de inwoner en zijn omgeving alle voor zijn/haar ondersteuningsbehoefte relevante leefdomeinen analyseren, met als doel om de ondersteuningsbehoefte helder te krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stichting WIJ Groningen: de organisatie die blijkens de stukken van haar oprichting tot doel heeft het uitvoeren van (wettelijke) taken van de gemeente op het gebied van het brede sociaal domein, waaronder in elk geval begrepen taken uit hoofde van de Jeugdwet, de Wmo 2015 en de Participatiewet. Deze taken behelzen onder andere de kernactiviteiten (collectieve) preventie, ondersteuning en toegang tot voorzieningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-84\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:84</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen aan Stichting WIJ Groningen voor:</p>\n<p class=\"lf-p\">Preventief werken, met als kernactiviteiten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Faciliteren en benutten van de sociale basis;</p>\n<p class=\"lf-p\">Normaliseren van specialistische ondersteuning;</p>\n<p class=\"lf-p\">Faciliteren van inloop, ontmoeting en ingang;</p>\n<p class=\"lf-p\">Outreachend signaleren Toegang, met als kernactiviteiten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Organiseren van de toegang tot algemene en bijzondere voorzieningen in het kader van de Jeugdwet en de Wmo 2015;</p>\n<p class=\"lf-p\">Triageren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verrichten van een integrale vraaganalyse;</p>\n<p class=\"lf-p\">Opstellen van ondersteuningsplannen en hulp bij het opstellen van familiegroepsplannen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Adviseren en toeleiden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Procesregie op het ondersteuningsplan en familiegroepsplan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Checken en present zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Individueel ondersteunen, met als kernactiviteiten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bieden van ondersteuning op één of meerdere leefgebieden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Casusregie op het ondersteuningsplan en familiegroepsplan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Checken en present zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene voorziening Basis jeugdhulp in de zin van artikel 2 van de Verordening jeugdhulp en zoals nader omschreven in de bijlage bij deze Verordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-85\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:85</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidieaanvragen zijn voorzien van een activiteitenplan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het activiteitenplan dient in elk geval in te gaan op: de in art. 4:84 opgenomen subsidiabele activiteiten; de geldende kwaliteitsregels zoals opgenomen in de geldende Jeugdwet, WMO 2015, de verordening jeugdhulp, de nadere regels jeugdhulp en de verordening Wmo 2015 en de nadere regels Wmo 2015.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-86\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:86</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en Verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond voor de in artikel 4:84 genoemde activiteiten is per kalenderjaar gelijk aan het in de gemeentebegroting voor dat jaar opgenomen bedrag.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.19 Innovatie Beschermd wonen en Opvang</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-90\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:90</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Innovatie: De ontwikkeling en implementatie van nieuwe producten, diensten of modellen die in de toekomst door meer aanbieders ingezet kunnen worden en/of bestaande producten vervangen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Innovatie Beschermd wonen en Opvang: Het ontwikkelen van werkwijzen gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid en participatie van (zeer) kwetsbare inwoners waarbij de effecten geborgd kunnen worden en een kostenreductie wordt gerealiseerd door lagere productkosten of vermindering van de instroom of een verhoging van de uitstroom naar zelfstandig wonen of algemene voorzieningen en als zodanig bijdraagt aan de transformatieopgave.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Positief, sluitende businesscase: Een initiatief dient aan te tonen dat de activiteit leidt tot een besparing in de reguliere BW&amp;O zorgkosten. Daarbij wordt vooraf bewijsbaar aangetoond dat de besparing minimaal overeenkomstig is met het totale begrootte subsidiebedrag.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-91\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:91</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten Innovatie Beschermd wonen en Opvang die naar het oordeel van het college voldoen aan de innovatiekenmerken zoals deze in artikel 4:90 zijn omschreven. Daarnaast dienen activiteiten te voldoen aan: de bevordering van de uitstroom van cliënten Beschermd wonen en Opvang naar zelfstandig wonen met passende ondersteuning en daginvulling; de preventie van de instroom in een voorziening Beschermd wonen of Opvang; het bevorderen van doorstroom van maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-92\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:92</span><span class=\"lf-art-t\">De aanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvraag in aanvulling op artikel 6 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Groningen 2019 vergezeld van een activiteitenplan en een positieve businesscase die bijdragen aan het bepaalde in artikel 4:90 lid 1 en 3.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-93\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:93</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordeling activiteitenplan</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college beoordeelt het activiteitenplan op basis van de positieve businesscase die aan de aanvraag ten grondslag ligt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college beoordeelt daarnaast het activiteitenplan volgens het toekennen van een score aan de hand van punten op de onderdelen: impact; draagvlak; toekomstbestendigheid; schaalbaarheid; nieuw product, dienst of model.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het initiatief kan op elk onderdeel een score krijgen van 1, 2, 3, 4, of 5 punten met een maximum van 25 punten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-94\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:94</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college weigert een aanvraag indien er geen positieve businesscase aan de aanvraag ten grondslag ligt en indien het aantal behaalde punten, toegekend volgens de systematiek van artikel 4:93, minder is dan 15 punten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-95\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:95</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdeelregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als het totaal van de aanvragen hoger is dan het beschikbare budget, dan worden de ontvankelijke subsidieaanvragen toegewezen naar de mate waarin ze naar het oordeel van burgemeester en wethouders het meest een bewezen positief, sluitende businesscase hebben en naar de mate waarin ze naar het oordeel van burgemeester en wethouders het hoogste scoren volgens de systematiek van artikel 4:93 leden 1 en 2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-96\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:96</span><span class=\"lf-art-t\">Duur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidietijdvak loopt van 15 maart 2021 tot en met 31 december 2021 en daarna jaarlijks van 1 januari t/m 31 december van het betreffende jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-97\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:97</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de vaststelling van de subsidie die verleend is vóór 1 maart 2021, geldt de regeling zoals deze is vastgesteld met ingang van 1 mei 2020 en bekend is gemaakt in het Gemeenteblad 2020 nr. 131185 d.d. 25 mei 2020.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting 1. ALGEMEENConform de Wmo 2015 werken de Groninger gemeenten samen op het gebied van Beschermd wonen en Opvang. De gemeente Groningen is als centrumgemeente namens alle Groninger gemeenten gedeeltelijk verantwoordelijk voor Beschermd wonen en Opvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van deze nadere regel is, conform het meerjarenprogramma ‘Beschermd Wonen en Opvang 2021 tot 2025’ , bij te dragen aan de participatie en het bevorderen van de zelfredzaamheid van kwetsbare burgers. Deze draagt bij aan de doelstelling van de programmabegroting te weten “de effectieve uitvoering van de taken als Groninger gemeenten”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de nadere regels worden specifiek de volgende doelstellingen beoogd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beweging van intensieve intramurale naar ambulante begeleiding, waarbij de cliënt zelfstandig woont;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verschuiving van intensieve naar een lichtere vorm van ambulante begeleiding;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vermindering van de instroom van cliënten in de voorzieningen beschermd wonen en opvang;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bevorderen van doorstroom vanuit maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen zoals lokale wijk- en buurtteams.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, dienen bij te dragen aan vermindering van de toestroom naar beschermd wonen te voorkomen en verschuiving van intensieve naar lichtere vormen van begeleiding. De activiteiten moeten zijn gericht op persoonlijk en maatschappelijk herstel, het voorkomen van uitval en het versterken van de zelfredzaamheid. De activiteiten dragen bij aan de uitstroom van huidige cliëntgroepen in Beschermd wonen en opvangvoorzieningen of hebben preventieve effecten op potentiele cliëntgroepen naar Beschermd wonen en opvangvoorzieningen in de regio Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij valt te denken aan activiteiten gericht op ondersteuning van zelfstandig wonen van potentiële cliënten en uitstroom van zittende cliënten Beschermd wonen en Opvang.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTINGArtikel 4:95 Subsidieplafond en verdeelregelsIn dit artikel staat hoe het subsidieplafond wordt bepaald. Het subsidieplafond voor Innovatie Beschermd Wonen en Opvang wordt jaarlijks gepubliceerd.</div>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel wordt beschreven hoe wordt omgegaan indien het totaal aangevraagde bedrag hoger is dan het beschikbare budget/plafond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf4.20Tijdelijke subsidieregeling dorps-en buurthuizen, versterken sociale basis, najaar 2023 [vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.21 Subsidie jeugdhulp</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-104\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:104</span><span class=\"lf-art-t\">Doelgroep</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor subsidie als bedoeld in deze paragraaf komen in aanmerking: aanbieders van jeugdzorg; en organisaties die ondersteunende taken bieden ten behoeve van de jeugdzorg;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Onder jeugdzorg in dit artikel wordt verstaan jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen die jeugdbescherming en jeugdreclassering uitvoeren in de provincie Groningen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-105\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:105</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verstrekken voor de activiteiten van de in artikel 4:104 bedoelde doelgroepen die bijdragen of ondersteunend zijn aan de taken van het college op grond van artikel 2.6 en 2.8 van de Jeugdwet, of het belang van artikel 2, onder b, van de Centrumregeling Jeugdregio Groningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-106\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:106</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-107\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:107</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor zover op grond van artikel 11 ASV wordt afgeweken van artikel 17 ASV, wordt dit opgenomen in de verleningsbeschikking.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In de verleningsbeschikking kan worden besloten dat in plaats van een accountantsverklaring een andere vorm van financiële verantwoording wordt verlangd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Aan de subsidieverlening kan het college de verplichting verbinden tot het aangaan van een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 4:36 Algemene wet bestuursrecht.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-108\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:108</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college weigert een subsidieaanvraag die niet afkomstig is van in artikel 4:104 genoemde doelgroep, of die ziet op een ander soort activiteit dan beschreven in artikel 4.105.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-109\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:109</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een subsidieplafond vaststellen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.23 Subsidieregeling Lokaal Preventieakkoord</h3>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.24 Voortgezette Tijdelijke subsidieregeling Energiefonds maatschappelijke organisaties</h3>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.25 Subsidieregeling samen gezond en actief</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-136\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:136</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het bepaalde in artikel 1 van de Algemene subsidieverordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">GALA: het Gezond en Actief Leven Akkoord waarmee de Nederlandse gemeenten (VNG), zorgverzekeraars en het ministerie van VWS de volgende gemeenschappelijke doelen nastreven: terugdringen gezondheidsachterstanden; een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten; het versterken van (de verbinding met) de sociale basis; een gezonde leefstijl; versterking van de mentale weerbaarheid en mentale gezondheid; vitaal ouder worden; domeinoverstijgende inzet vanuit een regionale preventie-infrastructuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sportakkoord: Het Nationaal sportakkoord II waarmee de Nederlandse gemeenten (VNG en VSG), het ministerie van VWS, het Platform Ondernemende Sportaanbieders (POS) en het Nederlands Olympisch Comité*Nederlandse Sport Federatie (NOC*NSF) streven naar de volgende doelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Stevig fundament: voorwaarden om te kunnen sporten en daar plezier aan te beleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groter bereik: meer mensen voelen zich uitgenodigd om te gaan sporten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meer betekenis van sport: maatschappelijke waarde van sport, bijvoorbeeld voor gezondheid en sociale relaties van mensen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Spuk-regeling GALA: de regeling specifieke uitkering sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 2023–2026 (met kenmerk 3507504-1043050-PG).</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdelen: de uit te voeren onderdelen zoals genoemd in de artikelen 2.2 lid a, 3.2 en 4.2 van de Spuk-regeling GALA.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plan van aanpak: het plan “Samen gezond en actief, GALA en Sportakkoord II gemeente Groningen” dat is opgesteld voor uitvoering van de Spuk-regeling GALA.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-137\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:137</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de regeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het stimuleren van activiteiten en interventies die zich richten op de doelen zoals beschreven in artikel 4:136 en verband houden met de onderdelen daarbij in het bijzonder een inzet beogen ten aanzien van: (het terugdringen van achterstanden op) de onderdelen van de spuk-regeling GALA. een integrale en toekomstbestendige aanpak van meerdere doelen van de GALA, waar mogelijk in samenhang met bestaande activiteiten die specifiek in/met de buurt worden georganiseerd. de wijken en dorpen waar bovengemiddeld veel personen met een gezondheidsachterstand woonachtig zijn zoals nader gedefinieerd in artikel 4:140 sub b.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-138\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:138</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking, indien: deze plaatsvinden op grondgebied van de gemeente Groningen; deze passen binnen het doel zoals omschreven in artikel 4:137; het kosten betreft die gemaakt worden in het lopende jaar voor daadwerkelijke uitvoering of voor de ontwikkeling en borging daarvan op lange termijn; er wordt voldaan aan de voorwaarden die in spuk-regeling GALA worden gesteld aan bepaalde activiteiten; aanvragen voor het sportakkoord voldoen aan de subsidiabele aspecten zoals opgenomen in het Gronings Sportakkoord II. deze aansluiten bij een aantoonbare behoefte of problematiek van de inwoners; er sprake is van een planmatige aanpak; deze worden uitgevoerd in het jaar van de aanvraag; de aanvrager een rechtspersoon is of bij aanvragen tot € 5.000,-- een natuurlijk persoon met minstens twee aanvullende en ondertekende steunverklaring; deze een duurzaam karakter hebben en er is nagedacht over toekomstbestendigheid ingeval de subsidie stopt; in de aanvraag voldoende is toegelicht hoe bekendheid wordt gegeven aan de gesubsidieerde activiteiten en hoe er over de bereikte resultaten wordt gecommuniceerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-139\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:139</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvraag gaat in ieder geval vergezeld met: een omschrijving van de activiteit/het project en bij welk thema het hoort (middelengebruik/overgewicht); een beschrijving van het doel van de activiteit/het project; een beschrijving van de doelgroep van de activiteit/het project; een beschrijving van de partners die bij de activiteit/het project is betrokken en wat de taakverdeling/verantwoordelijkheden zijn van elke partner; op welke manier de inwoners bij het initiatief worden betrokken; wat het tijdspad is van de activiteit/het project; waar de activiteit/het project plaatsvindt; wat de haalbaarheid is van de activiteit (rekening houdend met eventuele vertragingen of bemoeilijkheden); een beschrijving van de borging van de activiteit/het project, op welke manier het een duurzaam karakter heeft; een beschrijving van de monitoring en evaluatie tijdens en na afloop van de activiteit/het project; een beschrijving op welke manier andere partijen worden geïnformeerd over de activiteit/het project; een beschrijving hoe de werkwijze en verbinding eruit ziet met breder project/programma; een reële en sluitende begroting bestaande uit de kosten die noodzakelijk zijn om de activiteit of het project uit te voeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-140\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:140</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor activiteiten zoals bedoeld in hoofdstuk 3 onderdeel 3 van het plan van aanpak en die die plaatsvinden in wijken en dorpen waar bovengemiddeld veel personen met een gezondheidsachterstand woonachtig zijn, geldt als subsidieplafond het bedrag dat daartoe in de gemeentelijke begroting is opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wijken en dorpen bij sub a. betreffen de noordelijke NPLV-wijkvernieuwingswijken (Vinkhuizen, Paddepoel, Selwerd, Indische buurt, De Hoogte en Oosterparkwijk) en postcodegebieden die gemiddeld net zo hoog of hoger dan deze wijken scoren op de indicatoren waarmee ons gezondheidsbeleid wordt gemonitord (zie hoofdstuk 4 van de nota Gezond Leven in 050). Daaronder vallen (delen van) Hoogkerk, Lewenborg, Beijum en De Wijert.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieplafonds voor de overige op deze subsidieregeling gebaseerde subsidies zijn gelijk aan de bedragen die daarvoor jaarlijks in de gemeentelijke begroting zijn opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-141\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:141</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag- en beoordelingsprocedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieaanvragen voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 4:140 sub a die minder bedragen dan € 10.000 worden door het betreffende gebiedsteam voorzien van een advies zodra deze volledig zijn ingediend. Deze subsidies worden verstrekt zolang het subsidieplafond bij artikel 4:140 sub a of een totaalbedrag van € 90.000 niet is bereikt en conform het plan van aanpak worden verdeeld over de verschillende gebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieaanvragen voor het onderdeel Sportakkoord (zoals genoemd in artikel 2.2 lid a van de Spuk-regeling GALA) worden beoordeeld op basis van een zwaarwegend advies van de Kopgroep Sportakkoord Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overige subsidieaanvragen die beleidsintegraal, beleidsoverstijgend en wijkgericht van aard zijn en die volledig en op tijd zijn ingediend en voldoen aan de voorwaarden van deze regeling worden beoordeeld door het kernteam GALA aangevuld met een medewerker van de afdeling CMO.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college behandelt een volledige aanvraag voor subsidie van een project op volgorde van binnenkomst, totdat het subsidieplafond is bereikt. Hierbij krijgen oude aanvragers voorrang op nieuwe aanvragers. Bij de beoordeling van de subsidieaanvraag zijn de volgende voorwaarden van toepassing:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plan zet in op borging van de activiteiten zodat het bijdraagt aan duurzame veranderingen op bovenstaande doelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarbij wordt specifiek gelet op de financiële borging na 2025/2026 zodat de activiteiten ook voortbestaan na wegvallen van de spuk-regeling GALA.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de activiteiten wordt samengewerkt samen met partners in de buurt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager heeft een breder aanbod van activiteiten op de doelstellingen dan alleen de activiteiten binnen deze aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plan is erop gericht om de activiteiten binnen deze aanvraag te integreren in dit bredere aanbod.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van voorgaande bepalingen, onder andere met oog op een evenredige verdeling van de middelen over de wijken en dorpen van de gemeente Groningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-142\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:142</span><span class=\"lf-art-t\">Duur van de regeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling geldt tot en met 31 december 2026</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.26 Subsidieregeling Landelijke voorziening vreemdelingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-143\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:143</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV): een samenwerkingsverband tussen gemeenten en het Rijk om intensief samen te gaan werken om een landelijk netwerk van begeleidings- en opvangvoorzieningen te realiseren voor migranten zonder recht op verblijf of rijksopvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ongedocumenteerde: vreemdeling zonder recht op verblijf en rijksopvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Intake: oriënterend gesprek met de ongedocumenteerde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Screening: onderzoeken of de ongedocumenteerde in aanmerking komt voor de LVV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Casemanagement: vanuit de gemeente zorg dragen voor de individuele begeleiding en activering van de ongedocumenteerden bij het realiseren van een duurzame oplossing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerking: samenwerking met andere partijen betrokken bij de LVV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Juridische begeleiding: begeleiding gericht op verblijfsmogelijkheden in Nederland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toekomst oriëntatie: begeleiding (individueel of groepsgewijs) waarin de ongedocumenteerde zich oriënteert op verschillende opties: een perspectief (in de illegaliteit) in Nederland, in het land van herkomst of in een derde land. Kerndoel is het motiveren en activeren van de doelgroep voor het vervolgtraject.</p>\n<p class=\"lf-p\">Terugkeerbegeleiding: begeleiding gericht op terugkeer naar het land van herkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Activering: het doen van vrijwilligerswerk of stage of het volgen van een opleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maatschappelijke begeleiding: begeleiding gericht op activering en/of sociale aspecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">LSO: het Lokaal Samenwerkingsoverleg wordt onder regie en voorzitterschap van de gemeente georganiseerd. Dit overleg stemt af, werkt samen en zoekt naar zo bestendig mogelijke oplossingen voor de doelgroep. Deelnemers aan het overleg zijn: Stichting Inlia, Vluchtelingwerk Noord Nederland, Vreemdelingenpolitie (AVIM), een nader te bepalen terugkeer NGO, Immigratie en naturalisatiedienst, Dienst Terugkeer en Vertrek en de gemeente Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Perspectiefplan: een plan waarin het persoonlijk perspectief en de activiteiten en doelen staan beschreven waar de ongedocumenteerde aan gaat werken om dat perspectief te realiseren en op welke termijn er verwacht wordt het perspectief te bereiken en op welke termijn er tussentijdse evaluatiemomenten worden ingepland. Deze evaluatie zal ten minste iedere zes maanden plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Casusoverleg of Lokaal Samenwerkingsoverleg (LSO): Een overlegstructuur waarin professionals van verschillende bij de LVV betrokken organisaties deelnemers van de LVV bespreken om tot een perspectiefbepaling te komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Convenant: Convenant Pilot-LVV gemeente Groningen april 2019</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-144\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:144</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de regeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van deze subsidieregeling is om een duurzaam perspectief te creëren voor ongedocumenteerden ter uitvoering van het convenant Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) en daartoe financiële ondersteuning te bieden aan initiatieven binnen de gemeente Groningen die gericht zijn op het faciliteren van fysieke opvang voor vreemdelingen, zijnde ongedocumenteerden en het bevorderen van effectieve terugkeerbegeleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze subsidieregeling wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Fysieke Opvang: verblijf, huisvesting, sanitair, eten/drinken, slaapgelegenheid en ontspanning. +Subsidieaanvragen gericht op het fysiek opvangen van vreemdelingen moeten voldoen aan de kwaliteitscriteria en maatschappelijke standaarden zoals die ook geldend zijn in kader van Wmo voorzieningen Beschermd wonen (BW) en Maatschappelijke opvang (MO).</p>\n<p class=\"lf-p\">Terugkeer oriëntatie: Subsidieaanvragen gericht op terugkeer oriëntatie moeten aantoonbaar bijdragen aan effectieve programma's die de terugkeer van vreemdelingen ondersteunen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-145\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:145</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidieaanvragen dienen ingediend te worden volgens de procedure zoals vastgelegd in de Algemene Subsidieverordening Gemeente Groningen en dienen te voldoen aan de specifieke criteria zoals beschreven in deze regeling.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Aanvrager moet duidelijk aangeven of de subsidieaanvraag betrekking heeft op de fysieke opvang (verblijf/huisvesting e.d.) of op de terugkeer oriëntatie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Subsidieaanvraag moet voorzien zijn van een gedetailleerd plan van aanpak.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Een subsidieaanvrager kan niet opteren voor beide opties, zoals genoemd in artikel 4:144.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-146\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:146</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De volgende activiteiten komen voor subsidie in aanmerking: intake/screening en het regelen van opvang, huisvesting en verblijf voor de doelgroep; woon-, juridische en maatschappelijke begeleiding; activiteiten in verband met toekomstoriëntatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet subsidiabel zijn uitvoerende activiteiten gerelateerd aan het realiseren van terugkeer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-147\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:147</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvrager en vereisten subsidieaanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor subsidie komt in een aanmerking een rechtspersoon zonder winstoogmerk 2. Subsidieaanvragen voor 2024 kunnen worden ingediend tot 1 juni 2024; voor de jaren daarna geldt de aanvraagprocedure zoals opgenomen in de ASV 3. De subsidieaanvraag gaat in ieder geval vergezeld met een omschrijving van de activiteit/het project en beschrijving van het doel van de activiteit/het project.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-148\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:148</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordeling subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieaanvragen worden beoordeeld door een team van deskundigen, bestaande uit tenminste een inhoudelijk beleidsadviseur en een contractmanager van de gemeente Groningen, geformuleerd in een uit te brengen advies aan het college. Directeur DMO heeft mandaat om aanvragen toe te kennen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-149\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:149</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdeelregel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond voor de activiteiten zoals genoemd in artikel 4:146 onder a. en b is gelijk aan het bedrag dat daartoe jaarlijks in de gemeentebegroting is opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond voor de activiteiten in verband met toekomst-oriëntatie bedraagt: € 500.000,- Aanvragen, die compleet zijn, worden afgehandeld op volgorde van binnenkomst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-150\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:150</span><span class=\"lf-art-t\">Duur van de regeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling geldt tot en met 31-12-2025, onder voorbehoud van continuering van de Landelijke Vreemdelingen Voorziening in 2025.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk5Sport en bewegen Paragraaf5.1Sport algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaan onder: sportclub: verband waar mensen met enige regelmaat samen sporten: in verenigingsverband, of anders georganiseerd en gevestigd in de gemeente Groningen; clubgebouw (kantine): een gebouw of deel daarvan dat grotendeels gebruikt wordt door de leden van de subsidieontvanger, anders dan voor de beoefening van sport; duurzame sportmaterialen: materialen bestemd voor het beoefenen van een binnensport, die niet behoren tot de basisuitrusting ten behoeve van het bewegingsonderwijs van een gemeentelijke binnensportaccommodatie en die onder normale omstandigheden een levensduur hebben van tenminste 3 jaren; seizoensaanvraag: een roosteraanvraag bij Sport050 om huur van een sportaccommodatie voor de duur van een sportseizoen; sportseizoen: het tijdvak lopend van 1 augustus tot en met 31 juli daaropvolgend. Als de landelijke sportbond waarbij de subsidieaanvrager is aangesloten een ander tijdvak hanteert, geldt dat laatstgenoemde tijdvak; gemeentelijke sportaccommodatie: een sportaccommodatie die het eigendom is van de gemeente Groningen; sportverenigingstarief: het tarief voor verenigingen, bestaande uit seniorentarief en jeugdtarief, zoals gehanteerd door Sport050 en aangesloten bij een sportbond en erkend door NOC*NSF en ingeschreven bij de Kamer van Koophandel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Sportinfrastructuur: het geheel aan gebouwen, velden, sportmaterialen en overige fysieke zaken die noodzakelijk zijn om sportuitoefening mogelijk te maken of bewegen te stimuleren; sportief kapitaal: de verzameling van fysiologische, sociale en psychologische competenties en ervaringen die een individu stimuleren en motiveren om op de lange termijn deel te nemen aan sport en bewegen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Adviescommissie voor de Sport: commissie door de gemeenteraad en het college van B&amp;W ingesteld die tot taak heeft gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen aan het college van Burgemeester &amp; Wethouders en/of gemeenteraad op het terrein van sport en bewegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf5.2Co-financieringsfonds Sport</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan sportclubs subsidie verlenen in de kosten van sportinfrastructuur: aanschaf van duurzame sportmaterialen die bijdragen aan het realiseren van nieuw aanvullend aanbod van de club. investeringen in noodzakelijke uitbreiding of vernieuwing van clubgebouwen (kantines) die verband houden met de groei en/of veranderd gebruik van het gebouw. investeringen in nieuwbouw, uitbreiding, of vernieuwing van sportaccommodaties die een aanvulling zijn op het gemeentelijke aanbod van sportaccommodaties en leiden tot meer sportieve activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Met toepassing van artikel 14 lid 2 van de ASV bedraagt de subsidie:</div>\n<p class=\"lf-p\">Voor de in het vorige artikel, onder a. genoemde activiteiten maximaal 50% van de noodzakelijke kosten met een maximum van € 4.000,- per aanvraag;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de in het vorige artikel, onder b. genoemde activiteiten maximaal 50% van de noodzakelijke kosten met een maximum van € 45.000,- per aanvraag;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de in het vorige artikel, onder c. genoemde activiteiten maximaal 50% van de noodzakelijke kosten met een maximum van € 45.000,- per aanvraag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:4</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In de subsidieaanvraag wordt beschreven hoe door middel van de gewenste investering wordt bijgedragen aan het ontwikkelen van sportief kapitaal in Groningen. Nadere informatie wat daaronder wordt verstaan, staat beschreven in het aanvraagformulier.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college informeert de Adviescommissie voor de Sport over de verdeling van de middelen. Indien het budget wordt overvraagd, brengt de Adviescommissie voor de Sport advies uit over de verdeling van middelen, over gelijkwaardige aanvragers, na toepassing van de verdelingsregels.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college wijst een subsidieaanvraag voor de in artikel 5:2, onder b. en c. genoemde activiteiten af, als het bouwplan niet voldoet aan de eisen die het bouwbesluit stelt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie op grond van deze paragraaf wordt geweigerd indien de aanvraag betrekking heeft op de nieuwbouw, uitbreiding of vernieuwing van kleedkamers in eigendom van de gemeente op gemeentelijke sportparken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Subsidie op grond van deze paragraaf wordt geweigerd indien de aanvraag betrekking heeft op de uitbreiding of vernieuwing van kleedkamers in eigendom van de aanvrager op gemeentelijke sportparken, als de noodzaak daartoe ontbreekt (geen veranderend gebruik) en er geen schriftelijke toestemming wordt verleend door Sport050.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Subsidie op grond van deze paragraaf wordt geweigerd indien de aanvraag betrekking heeft op duurzaamheidsmaatregelen en reguliere vervangingsinvesteringen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor subsidieaanvragen zoals bedoeld in artikel 5:2 onder a. gelden de volgende regels: het subsidieplafond bedraagt het budget “duurzame sportmaterialen” dat voor het betreffende subsidietijdvak door het college wordt vastgesteld; het college verdeelt het subsidiebedrag over de aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie op volgorde van binnenkomst.</div>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidie kan eens in de vijf jaar worden aangevraagd.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Voor subsidieaanvragen zoals bedoeld in artikel 5:2 onder b. en c. gelden de volgende regels: het subsidieplafond bedraagt het budget “duurzame sportfaciliteiten” dat voor het betreffende subsidietijdvak door het college wordt vastgesteld;</div>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidie kan eens in de vijf jaar worden aangevraagd. als het totaal van de aanvragen hoger is dan het subsidieplafond, dan honoreert het college de aanvragen die aan de voorwaarden voldoen in deze volgorde: aanvragen afkomstig van subsidieontvangers die nog niet eerder op basis van artikel 5:2 onder b. en c. subsidie ontvangen hebben gaan voor; de mate waarin de subsidieaanvragen bijdragen aan het ontwikkelen van sportief kapitaal in Groningen. resteert er na bovenstaande verdeelwijze nog een deel van het subsidiebudget dan verzamelt het college subsidieaanvragen die voor 1 april zijn ingediend. Het college honoreert deze aanvragen op dezelfde wijze als die voor 1 oktober zijn ingediend, rekening houdend met dezelfde verdelingsregels zoals genoemd in dit artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na 1 april worden er geen aanvragen voor het lopende kalenderjaar in behandeling genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting indieningstermijnen (paragraaf 5.2)De indieningstermijnen voor de subsidies in deze paragraaf vallen onder de regels daarvoor, zoals in de ASV bedoeld. Dat betekent dat voor de subsidie bedoeld in artikel 5:2 onder a. (“duurzame sportmaterialen”) gedurende het gehele jaar aangevraagd kan worden (zie artikel 7 tweede lid ASV). Voor de subsidies bedoeld in artikel 5:2 onder b. en c. (“duurzame sportfaciliteiten”) dient de aanvraag voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de subsidie gebruikt zal gaan worden, ingediend te worden (zie artikel 7 eerste lid ASV).</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf5.3Compensatie huur niet gemeentelijke sportaccommodaties</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan sportclubs die een seizoensaanvraag bij de gemeente Groningen hebben ingediend, maar die niet in een gemeentelijke accommodatie terecht kunnen, een subsidie verlenen voor de compensatie van de huur bij het gebruik van niet-gemeentelijke sportaccommodaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitvraag seizoensplanning wordt jaarlijks medio april door Sport050 aan alle gebruikers verstuurd. Nieuwe clubs kunnen contact opnemen met Sport050 voor informatie over een geschikte accommodatie via verhuur@sport050.nl</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:8</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 14 van de ASV bedraagt de subsidie nooit meer dan een vergoeding voor de uren die zijn aangevraagd via het aanvraagformulier voor de seizoensplanning bij Sport050; de huurperiode is minimaal 3 maanden. Voor deze subsidieregeling geldt een maximum bedrag van 25% bovenop de gemeentelijke tarieven voor het gebruik van een niet-gemeentelijke sportaccommodatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:9</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van artikel 7 van de ASV dienen subsidieaanvragen in het kader van deze paragraaf, uiterlijk 8 weken na aanvang van de zomervakantie (Primair Onderwijs), bij het college te worden ingediend.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een subsidieaanvraag wordt in behandeling genomen als het subsidiebedrag hoger is dan € 500,--.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Een subsidieaanvraag wordt in behandeling genomen als blijkt dat het gaat om gebruik van minimaal 12 achtereenvolgende weken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>In afwijking van artikel 16 van de ASV dient de verleende subsidie te worden verantwoord. De aanvrager zal moeten aantonen dat de verleende subsidie is ingezet ter bekostiging van de hogere huur van de niet gemeentelijke accommodaties.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een aanvraag voor subsidie voor de compensatie van de huur bij het gebruik van een niet-gemeentelijke sportaccommodatie weigeren als de subsidieaanvrager naar het oordeel van het college van een gemeentelijke accommodatie gebruik kan maken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:11</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het subsidieplafond bedraagt het budget “compensatie huur niet gemeentelijke sportaccommodaties” dat voor het betreffende subsidietijdvak door het college wordt vastgesteld.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als het totaal van de aanvragen hoger is dan het subsidieplafond, dan honoreert het college de aanvragen naar evenredigheid over de op tijd ingediende subsidieaanvragen. Dit kan betekenen dat de subsidiebijdrage voor het betreffende jaar lager kan uitvallen dan de maximale 25%.</div>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf5.4Talenthub Groningen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:12</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionaal Trainingscentrum (RTC): een door de betreffende sportbond erkend trainingscentrum, waarbinnen talenten uit de regio (extra) training krijgen met als doel uiteindelijk door te stromen in de landelijke senioren topsportprogramma’s van de sportbonden, dat aan de volgende criteria voldoet: de trainingen vinden in de gemeente Groningen plaats; het programma is door de betreffende sportbond erkend; er is sprake van samenwerking tussen RTC en onderwijs; er is sprake van cofinanciering van het RTC; er trainen erkende talenten middels een status vanuit de bond; het programma heeft een looptijd van minimaal vier jaar. talentvereniging: een sportclub waar individuele talenten trainen, die niet onder een RTC vallen. Een talentvereniging wordt gelijkgesteld met een RTC. talent: een sporter met erkenning middels een door diens sportbond afgegeven status die voldoet aan tenminste twee van de volgende criteria: de sporter woont in gemeente Groningen; de sporter is lid van een sportclub in gemeente Groningen; de sporter gaat naar school of studeert in gemeente Groningen. topsporttraining: training middels een door de betreffende sportbond erkend opleidingsprogramma, waarbij gebruik gemaakt wordt van de door de betreffende sportbond aangewezen begeleiding en faciliteiten voor die specifieke doelgroep. De trainingen worden gegeven door een gekwalificeerde trainer. gekwalificeerde trainer: een door de betreffende sportbond erkende en gekwalificeerde trainer die door Topsport NOORD is goedgekeurd. De gekwalificeerde trainer is een combinatiefunctionaris die: talenten coacht in een RTC; conform het activiteitenprogramma, bedoeld in artikel 5:15 activiteiten/ clinics geeft of doet geven binnen het onderwijs. penvoerder: de instelling die namens de erkende RTC’s alle correspondentie voert betreffende de subsidieverstrekking als bedoeld in deze paragraaf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:13</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan subsidie verlenen aan in Groningen gevestigde RTC’s voor topsporttrainingen onder leiding van een gekwalificeerde trainer, waarbij de subsidie kan worden ingezet voor: het voldoen van de loonkosten van de trainer; het voldoen van de huurkosten van een accommodatie of het voldoen van de kosten van materialen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college erkent maximaal zeven RTC’s in Groningen, op basis van de Lijst Topsport- en Internationale wedstrijdsportdisciplines 2021-2024, zoals door NOC*NSF vastgesteld. Alleen deze kunnen voor subsidie in aanmerking komen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Topsport NOORD adviseert het college in de keuze van de RTC’s.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:14</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 14 van de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2019 bedraagt de subsidie voor de in artikel 5:13 genoemde activiteiten per activiteit maximaal 50% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-15\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:15</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie wordt verstrekt onder de voorwaarde dat tussen de erkende RTC’s en een door deze RTC’s aangewezen penvoerder een samenwerkingsovereenkomst wordt gesloten. In deze overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: welke taken de deelnemers aan de penvoerder opdragen; welke verantwoordelijkheden de penvoerder en de deelnemers hebben, zowel gezamenlijk als ieder voor zich; hoe de subsidie onderling tussen de deelnemers wordt verdeeld; dat de deelnemers de penvoerder machtigen om namens de deelnemers op te treden; hoe een deelnemer uit de overeenkomst kan treden; hoe de gevolgen worden geregeld die het uittreden uit de overeenkomst met zich meebrengen; dat de overeenkomst inhoudelijk wordt afgestemd met het college.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien de aanvragers deelnemers in een samenwerkingsverband zijn, wordt de subsidie verstrekt aan de deelnemers gezamenlijk en betaald aan penvoerder om subsidie in de zin van deze nadere regel is opgetreden, hierna te noemen de penvoerder.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De aanvraag gaat vergezeld van een activiteitenplan per deelnemer aan het samenwerkingsverband en een begroting voor het de activiteiten per deelnemer.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De penvoerder is verantwoordelijk voor de doorbetaling van de subsidie, inclusief eventuele voorschotten, aan de deelnemers in het samenwerkingsverband.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Indien de aanvraag een project betreft dat wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband vermeldt de beschikking tot subsidieverlening de hoogte van de verleende subsidie per deelnemer in het samenwerkingsverband.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Elke deelnemer in het samenwerkingsverband is tot ten hoogste de verleende subsidie aansprakelijk voor terugbetaling van de subsidie aan de penvoerder, voor zover de subsidieontvangers daartoe verplicht zijn.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>De penvoerder is aansprakelijk voor de terugbetaling van de subsidie, voor zover de subsidieontvangers daartoe verplicht zijn, aan het college.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Met betrekking tot de in artikel 5:13 genoemde activiteiten adviseert Topsport NOORD het college op basis van de volgende informatie: of er sprake is van cofinanciering van het RTC; de hoogte van de noodzakelijke kosten van het RTC-programma; de kwaliteit van de samenwerkingsverbanden ten behoeve van het RTC (bijvoorbeeld onderwijs, medische begeleiding etc.); het percentage talenten dat een hogere status behaalt en/of doorstroomt naar een vervolgprogramma in de betreffende tak van sport; het aantal erkende talenten middels een status vanuit de bond dat deelneemt aan het RTC-programma; de kwaliteit van het trainingsprogramma van het RTC; de kwaliteit van de trainer; de toekomstbestendigheid van het RTC.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>Met betrekking tot de in artikel 5:13 genoemde activiteiten zijn de volgende verplichtingen van toepassing: de gekwalificeerde trainer geeft als combinatiefunctionaris minimaal twee activiteiten/clinics binnen het onderwijs of zorgt ervoor dat die geven worden; bij de subsidieaanvraag wordt een activiteitenprogramma gevoegd, waarin beschreven wordt hoe de gekwalificeerde trainer invulling geeft aan de verplichting onder a; bij de subsidieaanvraag worden de noodzakelijke kosten van de onder 5:13 genoemde subsidiabele activiteiten afzonderlijk inzichtelijk gemaakt en onderbouwd in een gespecificeerde begroting; in de subsidieaanvraag wordt aangegeven wat de stand van zaken is van bij derden aangevraagde gelden; na afloop van de activiteit wordt gerapporteerd over de uitvoering van het activiteitenprogramma.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-16\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:16</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het subsidieplafond dan is de verdeelwijze als volgt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het totaal van de in artikel 5:13 genoemde activiteiten is het subsidieplafond gelijk aan de in de begroting hiervoor opgenomen bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beschikbare budget wordt verdeeld op basis van het activiteitenplan bedoeld in artikel 5:15 derde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als na bovenstaande verdeelwijze nog middelen resteren dan worden die toegevoegd aan het budget Talenthub Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf5.5Bslim bewegingsonderwijs en naschools aanbod</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:17</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bslim wijken: de Groningse wijken Hoogkerk, Vinkhuizen, Selwerd-Paddepoel-Tuinwijk (SPT), Indische Buurt-De Hoogte (IBDH), Zuid (Corpus Den Hoorn/De Wijert Noord), Beijum, Lewenborg en Oosterparkwijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bslim bewegingsonderwijs: kinderen in het reguliere basisonderwijs krijgen minimaal twee keer in de week kwalitatief goed bewegingsonderwijs, gegeven door een brede vakdocent in een Bslim wijk. De deelnemers worden door de brede vakdocent gestimuleerd lid te worden van een sportclub.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bslim naschools aanbod: voor jeugd van 4 tot 12 jaar wordt een laagdrempelig buitenschools sport- en beweegaanbod gerealiseerd, begeleid door een brede vakdocent in een Bslim wijk, met als doel dat kinderen meer en veelzijdiger gaan bewegen en sporten, dat overgewicht en bewegingsarmoede afnemen en gezondheid en motorische vaardigheden bij (inactieve)kinderen toeneemt. De deelnemers worden door de brede vakdocent gestimuleerd lid te worden van een sportclub.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brede vakdocent: een ALO opgeleide docent, met bij voorkeur binnen- en buitenschoolse taken. Op verzoek van de school en na overleg met de gemeente kan deze functie ook worden ingevuld door een groepsleerkracht mét een leergang bewegingsonderwijs.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-18\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:18</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan scholen subsidie verlenen voor Bslim bewegingsonderwijs.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college kan scholen subsidie verlenen voor Bslim naschools aanbod.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-19\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:19</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie voor de artikel 5:18, eerste lid genoemde activiteiten bedraagt maximaal € 24.750,- per fte met een maximum van 11,9 fte als deze volledig wordt ingezet op de in artikel 5:18, eerste lid genoemde activiteiten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie voor de artikel 5:18, tweede lid genoemde activiteiten bedraagt maximaal € 66.000,- per fte met een maximum van 2,77 fte als deze volledig wordt ingezet op de in artikel 5:18, tweede lid genoemde activiteiten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In bijzondere gevallen, te beoordelen door het college, kan het college ten gunste van de subsidieontvanger afwijken van de in dit artikel genoemde maxima.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-20\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:20</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een gezonde actieve leefstijl wordt actief gestimuleerd in het bewegingsonderwijs en het naschools sport- en beweegaanbod.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Er wordt gezorgd voor een doorgaande lijn binnen- en buitenschools aanbod.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Scholen hebben een visie op en beleid aangaande bewegingsonderwijs, gezonde leefstijl, een gezond schoolklimaat en deskundigheidsbevordering en deze vastgelegd in hun schoolplan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Scholen zorgen ervoor dat de voor bewegingsonderwijs bevoegde leerkrachten en (brede) vakdocenten hun kennis en vaardigheden actueel houden door (bij)scholing.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>De scholen zorgen ervoor dat er inzicht in de bewegingsactiviteiten, de gezondheid en de motorische vaardigheden van kinderen in de basisschoolleeftijd verkregen wordt middels het leerlingvolgsysteem Volgmij.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>De scholen zorgen ervoor dat er gewerkt wordt met een werkagenda waarin de organisatie, personeelsbeleid, aansturing en professionalisering van de brede vakdocenten is vastgelegd.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-21\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:21</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het subsidieplafond bedraagt maximaal € 294.525,- voor de activiteiten genoemd in artikel 5:18, eerste lid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het subsidieplafond bedraagt maximaal € 182.820,- voor de activiteiten genoemd in artikel 5:18, tweede lid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Als het totaal van de aanvragen hoger is dan het subsidieplafond, dan wordt de subsidie toebedeeld naar rato van het bedrag van de verschillende subsidieaanvragen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf5.6Bslim buurtsport</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-22\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:22</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bslim buurtsport: sport- en beweegaanbod gericht op jeugd van 4 tot 15 jaar met als doel de jeugd die niet of weinig beweegt, te stimuleren tot een sportieve en gezonde leefstijl en kinderen te stimuleren lid te worden van een sportclub.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-23\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:23</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan een instelling subsidie verlenen voor de inzet van buurtsportcoaches ter uitvoering van Bslim buurtsportprogramma’s.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college kan een instelling subsidie verlenen voor de kosten die gemaakt worden voor Bslim buurtsport, anders dan in het eerste lid bedoeld.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-24\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:24</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie voor de artikel 5:23 eerste lid genoemde activiteiten bedraagt maximaal het door het college vastgestelde normbedrag per fte met een maximum van 11 fte als deze volledig wordt ingezet op de in artikel 5:23, eerste lid genoemde activiteiten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie voor de in artikel 5:23, tweede lid genoemde gemaakte kosten bedraagt maximaal het in de begroting opgenomen bedrag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In bijzondere gevallen, te beoordelen door het college, kan het college ten gunste van de subsidieontvanger afwijken van de in dit artikel genoemde maxima.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-25\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:25</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het subsidieplafond is gelijk aan de in de begroting hiervoor opgenomen bedragen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als het totaal van de aanvragen hoger is dan het subsidieplafond, dan wordt de subsidie toebedeeld naar rato van het bedrag van de verschillende subsidieaanvragen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk6 Cultuur Paragraaf6.1Cultuur algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de ASV 2024 wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaan onder: de cultuurnota: de door de gemeenteraad van Groningen vastgestelde, op dit moment geldende cultuurnota; noodzakelijke kosten: kosten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van activiteiten waarvoor het college op grond van dit hoofdstuk subsidie kan verlenen onder aftrek van de op die activiteiten betrekking hebbende baten, met als minimum de inkomstennorm; inkomstennorm: het percentage van de overheidsbijdragen dat instellingen minimaal aan eigen inkomsten verwerven, zoals publieksinkomsten of sponsoring. Het percentage bedraagt tenminste 21,5%; eigen inkomsten: publieksinkomsten, inkomsten uit particuliere fondsen, overige inkomsten, directe opbrengsten, sponsorinkomsten en overige inkomsten; indirecte opbrengsten en overige bijdragen; subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan, overige bijdragen uit publieke middelen, rentebaten en overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap; specifieke voorzieningen: voor de looptijd van de geldende cultuurnota gesubsidieerde instellingen van zeer verschillende aard, kleinschaliger dan kernvoorzieningen en waarvan het aanbod een aanvulling vormt op dat van de kernvoorzieningen, een en ander zoals bedoeld in de geldende cultuurnota; amateurkunst: een activiteit op het gebied van muziek, dans, toneel, beeldende en audiovisuele kunst en literatuur, beoefend in de vrije tijd, die voor de kunstbeoefenaar geen primaire inkomstenbron oplevert; kunstvakopleiding: elke door de rijksoverheid erkende beroepsopleiding voor kunstenaars op Universitair of HBO niveau; kunstprofessional: vakmatig beoefenaar van kunst en cultuur met professionele kennis en ervaring;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kunstraad Groningen: onafhankelijke instelling die voor de provincie en de gemeente Groningen (onder meer) subsidieaanvragen voor kunst- en cultuurprojecten beoordeelt en daarover adviseert, dan wel subsidies in mandaat verleent; actieve kunstdeelname (cultuurparticipatie): het zelf beoefenen van een kunst- of cultuurdiscipline, zoals muziek, dans, toneel, beeldende en audiovisuele kunst en literatuur; podiumkunsten: hier wordt muziek, dans, theater onder 1 noemer genoemd verzamelnaam voor kunstvormen die een tijdelijk waarneembaar: product opleveren, waarvoor ze afhankelijk zijn van uitvoerende kunstenaars, bijvoorbeeld: toneel, opera, muziek, cabaret en dergelijke; beeldende kunst: verzamelnaam van kunstvormen die een duurzaam, optisch waarneembaar object voortbrengen, dat onafhankelijk van zijn schepper voort bestaat; daarmee is zij tegengesteld aan podiumkunsten; voorbeelden zijn schilderkunst, grafische kunst, film en beeldhouwkunst; immaterieel erfgoed: sporen uit het verleden in het heden, in de vorm van gebruiken, verhalen en gewoonten; materieel erfgoed: sporen uit het verleden in het heden, die zichtbaar en tastbaar aanwezig zijn, zoals voorwerpen in musea, archeologische vondsten, archieven, monumenten en landschappen; letteren: activiteiten die zich richten op de promotie of productie van literatuur en poëzie of vallen onder de kerntaken van de openbare bibliotheek zoals benoemd in de bibliotheekvisie, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 30 maart 2011; culturele beurzen (stipendia): subsidies in de vorm van een geldbedrag voor een door het college uitgeschreven uitdaging, toe te kennen op basis van beoordeling door een jury.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cultuurnota (2021): het document met de titel Kunst en Cultuur voor Iedereen, Cultuurnota 2021-2024 zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 18 november 2020.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kadernota cultuur 2021-2028: het kader waarin het gemeentelijk cultuurbeleid is geformuleerd voor de jaren 2021-2028;</p>\n<p class=\"lf-p\">Cultuurnota 2025-2028: het uitvoeringsplan waarin de gemeente aangeeft op welke manier ambities waargemaakt gaan worden en welke instrumenten daarop worden ingezet. professionele kunstinstelling: een organisatie in de cultuursector werkend met beroepskrachten of kunstprofessionals; uitvoerende amateurkunstinstelling of lesaanbieder: een instelling of vereniging waar men les kan volgen of uitvoering geeft aan de in lid g genoemde activiteiten. erfgoedinstelling: een instelling die zich bezighoudt met collectievorming en -beheer, presentatie en educatie van cultuurhistorisch erfgoed; cultuurpijlers: instellingen met een landelijke uitstraling en cofinanciering vanuit het Rijk. Deze instellingen zijn een belangrijke pijler binnen hun sector en bieden ondersteuning aan andere instellingen door bijvoorbeeld samenwerking. Eurosonic Noorderslag (popmuziek), Groninger Museum (musea), Noordwoord (letteren), Noorderzon (festivals), NNO (klassieke muziek), Het Houten Huis (jeugdtheater), Club Guy&amp;Roni en NITE (dans en toneel), Kunstpunt (gemeentelijke cultuurpijler beeldende kunst), Grand Theatre (gemeentelijke cultuurpijler talent), Vera/ Simplon (gemeentelijke cultuur popmuziek); steunfunctie: een ondersteunende provinciale instelling die culturele instellingen bijstaat door inzet en expertise en versterkt hiermee de culturele sector); kernvoorziening: een grote instelling met een breed aanbod voor een breed publiek, een en ander zoals bedoeld in de geldende cultuurnota; ontwikkelingsinstelling: een instelling die werkt aan een omslag/ koerswijziging. Museum aan de A, Centrum voor Kunst en Cultuur Haren; artistiek-inhoudelijke kwaliteit: de artistieke-inhoudelijke kwaliteit drukt de culturele waarde van een organisatie uit op het gebied van presentatie, productie of inhoudelijke, ondersteunende en educatieve activiteiten. Het profiel van de instelling bepaalt de context voor de artistieke kwaliteit; bedrijfsmatige gezondheid: bedrijfsmatige gezondheid gaat over professionaliteit van de organisatie en ondernemerschap. Het gaat om de beoordeling van de in het plan voorziene mensen, middelen en marketing in relatie tot de uitvoering van de voorgenomen inhoudelijke activiteiten. En de toepassing van de culturele codes; maatschappelijke betekenis: daaronder verstaat de gemeente Groningen dat de activiteiten bijdragen aan realisatie van één of meerdere ambities en strategieën overeenkomstig het de kadernota cultuur 2021-2028;</p>\n<p class=\"lf-p\">Fair Practice Code: gedragscode voor ondernemen en werken in kunst, cultuur en de creatieve industrie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Governance Code Cultuur: een normatief kader voor goed bestuur en toezicht in culturele organisaties Code culturele diversiteit: instrument om culturele diversiteit structureel in de instelling te verankeren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Code Diversiteit en Inclusie: De Code Diversiteit &amp; Inclusie is een gedragscode van, voor en door de Nederlandse culturele en creatieve sector over diversiteit en inclusie. De code is een instrument van zelfregulering; cultuuronderwijs: het doelbewust leren over en met kunst, erfgoed en media via gerichte instructie, zowel binnen als buiten school.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:2</span><span class=\"lf-art-t\">Toetsingscriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de paragrafen 6.4 geldt als drempelcriterium dat een aanvraag voldoende artistieke kwaliteit moet hebben. Indien dat het geval is, dan worden de volgende toetsingscriteria gehanteerd om te bepalen of een aanvraag in aanmerking komt voor subsidie: aanvullend op het aanbod; cultureel ondernemerschap/ bedrijfsmatige gezondheid; deelnemers- en/of publieksbereik; degelijkheid van de financiële onderbouwing; stevigheid van de organisatie; kans van slagen van het project.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:3</span><span class=\"lf-art-t\">Reproductie/openbaarmaking/publiciteit/toegankelijkheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de subsidies zoals bedoeld in paragraaf 6.2 tot en met 6.4 gelden de volgende voorwaarden: de aanvrager verleent het college indien van toepassing toestemming voor verveelvoudiging of openbaarmaking van beelden of andere reproducties van het project of het kunstobject door middel van beeld- of promotiemateriaal of op welke andere wijze ook. de subsidieontvanger dient door middel van publiciteit ruchtbaarheid te geven aan de publieke uiting van het project. de subsidieontvanger is verplicht in zijn publiciteitsuitingen te vermelden dat de activiteit mede tot stand is gekomen dankzij subsidie van de gemeente Groningen. De subsidieontvanger maakt daarbij gebruik van het door het college voorgeschreven logo. de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat het project toegankelijk is voor het publiek door uitvoering of plaatsing in de openbare ruimte of in een openbaar of voor publiek opengesteld gebouw binnen de provincie Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf6.2Incidentele activiteiten cultuur</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:5</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen] Paragraaf6.3Basissubsidies amateurkunst</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:8</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan aan statutair in de gemeente Groningen gevestigde verenigingen en stichtingen die actief zijn op het gebied van amateurkunst subsidie verlenen in de kosten van deskundige artistieke leiding en de huur van repetitieruimten (basissubsidie).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidie voor de hier bedoelde activiteiten bedraagt 30% van het totaal van de honoraria voor deskundige artistieke leiding en de huur van repetitieruimten met een gezamenlijk maximum van € 1.589,-- per subsidieontvanger per jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:9</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In afwijking van het bepaalde in de ASV geldt als uiterste datum waarop een subsidieaanvraag moet ingediend zijn 1 december van het voorafgaande jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidieontvanger dient ten minste eenmaal per jaar een openbare presentatie in de gemeente Groningen te geven. Hiertoe wordt niet gerekend een presentatie, die plaatsvindt in het kader van onderwijs, als onderdeel van een levensbeschouwelijke of politieke bijeenkomst of als onderdeel van een bedrijfsactiviteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidieontvanger wordt verzocht zich aan te melden bij VRIJDAG huis van de amateurkunst Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Een subsidieontvanger levert naar het oordeel van het college een redelijke eigen bijdrage in de kosten via contributie van de actieve leden en andere inkomstenbronnen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college weigert voor de in artikel 6:8 lid 1 genoemde activiteiten een subsidie als de subsidieontvanger: statutair niet in de gemeente Groningen is gevestigd; niet de repetitieruimte in de gemeente Groningen heeft; minder dan twee jaar staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel; onderdeel is van of gelieerd is aan rechtspersonen zonder primaire doelstellingen op het gebied van de amateurkunst; de presentaties op grond van artikel 6:9, tweede lid niet in de gemeente Groningen uitvoert</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:11</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor de in artikel 6:8 lid 1 genoemde activiteiten is het subsidieplafond gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als het totaal van de subsidieaanvragen op basis van artikel 6:8 het subsidieplafond overschrijdt dan worden deze naar evenredigheid over de op tijd ontvangen subsidieaanvragen verdeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf6.4Plusregeling amateurkunst</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:12</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen aan producties of projecten op het gebied van de amateurkunst die voldoen aan de criteria van artikel 6:2 en die vallen onder: uitvoeringen, die een mate van bijzonderheid hebben ten opzichte van reguliere uitvoeringen en die zich onderscheiden op het gebied van artistieke kwaliteit, participatie/bereik, samenwerking en/of scholing op niet-individueel niveau; samenwerkingsprojecten met andere partners uit het amateurveld; festivals; inhoudelijke, niet individuele deskundigheidsbevordering (scholing, workshops, trainingen); investeringen in infrastructuur zoals repetitieruimtes of podia die naar het oordeel van het college ten goede komen aan de totale sector van de brede amateurkunst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:13</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voor de in artikel 6:12 genoemde activiteiten bedraagt maximaal twee derde deel van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Een aanvrager kan per kalenderjaar voor maximaal € 15.000,-- aan subsidie op grond van deze paragraaf in aanmerking komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college kan in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd afwijken van het bepaalde in het vorige lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:14</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Als de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd een presentatie is, heft de subsidieontvanger een naar het oordeel van het college redelijk bedrag als entreegeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als een subsidieontvanger ook subsidie ontvangt op grond van paragraaf 6.3 van dit hoofdstuk geeft hij in zijn subsidieaanvraag de meerwaarde aan van de activiteiten waarvoor op grond van deze paragraaf subsidie wordt gevraagd ten opzichte van zijn overige, door de gemeente Groningen gesubsidieerde activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Bij de voorbereiding van de activiteiten maakt de subsidieontvanger gebruik van de expertise van ter zake deskundigen. In het activiteitenplan, geeft de subsidieontvanger aan hoe deze voorwaarde zal worden vervuld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-15\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:15</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college weigert een subsidieaanvraag: als minder dan de helft van de actieve leden en/of actieve deelnemers in de gemeente Groningen woont. Dit dient te worden aangetoond met een door het bestuur gewaarmerkte deelnemers- en/of ledenlijst, dat wil zeggen getekend door tenminste twee bestuursleden; als de subsidieaanvrager onderdeel is van of gelieerd is aan een of meer rechtspersonen zonder statutaire doelstellingen op het gebied van de amateurkunst; als de uitvoering niet plaatsheeft in de gemeente Groningen; voor de in artikel 6:12 genoemde activiteiten als subsidieontvanger niet de repetitieruimte in de gemeente Groningen heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren als aan de uitvoerenden voor hun medewerking een financiële vergoeding wordt verstrekt. Deze bepaling geldt niet als de vergoeding voor artistieke leiding wordt verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-16\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:16</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond voor de in artikel 6:12 genoemde activiteiten bedraagt het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan per kalenderjaar meerdere aanvraagperioden vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college kan per aanvraagperiode een deelbudget vaststellen. Het deelbudget van een aanvraagperiode is gelijk aan het subsidieplafond gedeeld door het aantal aanvraagperioden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het college kan een eventueel overschot op een deelbudget toevoegen aan het deelbudget van de daaropvolgende aanvraagperiode. Dit geldt niet voor de laatste aanvraagperiode van het kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Het college kan een eventueel overschot op een deelbudget ook toevoegen aan een deelbudget dat betrekking heeft op paragraaf 6.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Het college brengt in de ontvangen subsidieaanvragen een rangorde aan op basis van de in artikel 6:2 genoemde criteria, waarbij criterium a zwaarder weegt dan b, b zwaarder dan c, etc.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Als het totaal van de subsidieaanvragen voor een aanvraagperiode hoger is dan het beschikbare subsidiebudget of hoger dan een deelbudget zoals bedoeld in het derde lid van dit artikel, dan wordt het budget over de aanvragen verdeeld op basis van de rangorde zoals bedoeld in het vijfde lid van dit artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf6.5Podiumkunsten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:17</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan stichtingen of verenigingen subsidie verlenen voor activiteiten in het kader van de podiumkunsten, zoals bedoeld in de cultuurnota. Hierbij betrekt het college het door de Kunstraad Groningen hierover uitgebrachte advies op basis van de in de cultuurnota genoemde criteria.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-18\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:18</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-19\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:19</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien een nieuwe instelling zich naar het oordeel van het college nog niet bewezen heeft, gedurende een cultuurnotaperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien de Kunstraad op basis van artikel 6:17 een negatief advies uitbrengt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-20\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:20</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond voor de in artikel 6:17 genoemde activiteiten is gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p></div>", "next": 239922}