{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Indien een begunstigde een aangegane verbintenis niet verder kan nakomen omdat zijn bedrijf of een deel daarvan wordt herverkaveld of binnen een ruilverkaveling van overheidswege of een door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde ruilverkaveling valt, neemt de provincie de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de verbintenis aan de nieuwe bedrijfssituatie worden aangepast. Is deze aanpassing onmogelijk, dan eindigt de verbintenis en wordt geen terugbetaling verlangd voor de periode waarin de verbintenis daadwerkelijk is nagekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In gevallen van overmacht en de in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoelde uitzonderlijke omstandigheden hoeft de ontvangen steun niet te worden terugbetaald. De uitzonderlijke omstandigheden zijn: de begunstigde is overleden; de begunstigde is langdurig arbeidsongeschikt geworden; het bedrijf is zwaar getroffen door een ernstige natuurramp; de veehouderijgebouwen op het bedrijf zijn door een ongeluk verloren gegaan; al het vee of alle landbouwgewassen van de begunstigde of een gedeelte ervan zijn getroffen door respectievelijk een epizoötie of een plantenziekte; het volledige bedrijf of een groot deel daarvan is onteigend, indien deze onteigening op de dag van indiening van de aanvraag niet was te voorzien.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-173\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel17.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend in de periode vanaf de inwerkingtreding van dit hoofdstuk tot en met 31 december 2025.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De verdeling van het beschikbare budget vindt plaats op volgorde van binnenkomst van de aanvragen met inachtneming van artikel 2.2 AsvpU en artikel 17.7.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Bij de subsidieaanvraag worden de volgende gegevens en stukken gevoegd:</div>\n<p class=\"lf-p\">Een projectplan met daarin ten minste: het aantal ha’s extensief kruidenrijk grasland van respectievelijk type 2 en type 3 dat gerealiseerd zal worden in de projectperiode van vier jaar; een beschrijving van de wijze waarop beheer en onderhoud worden geborgd na de overgangsperiode; de wijze waarop monitoring van kwaliteit van het grasland en bodem zal plaatsvinden; kaartmateriaal waaruit blijkt in welke gebieden het project wordt uitgevoerd; als er sprake is van een samenwerkingsverband van meerdere deelnemers, een document waaruit de instemming blijkt van alle deelnemers van het samenwerkingsverband; als voor de activiteiten toestemming en medewerking vereist zijn van de eigenaar van het leefgebied, of van degene die krachtens overeenkomst of zakelijk recht gerechtigd is tot het gebruik van het leefgebied, een document waaruit die toestemming blijkt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-174\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel17.4</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd als: de subsidieaanvrager een onderneming is die in financiële moeilijkheden verkeert, als bedoeld in de Communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (PbEU 2014/C 249/01); er een uitstaand bevel tot terugvordering is ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-175\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel17.5</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie-ontvanger is verplicht: een overeenkomst te sluiten met de deelnemers aan het project Realisatie extensief kruidenrijk grasland, waarbij de subsidie-ontvanger de deelnemers selecteert;</div>\n<p class=\"lf-p\">De concept-overeenkomsten met de deelnemers worden ter goedkeuring voorgelegd aan de provincie Utrecht; ervoor zorg te dragen dat uit de overeenkomst blijkt dat: de deelnemer bereid is tot deelname aan het project gedurende in totaal vier jaar; de activiteiten, bedoeld in artikel 17.1, uiterlijk 1 jaar na de datum van de subsidieverlening worden gestart; de resultaten van de activiteiten minimaal 8 jaar na realisatie in stand worden gehouden door beheer en onderhoud; de deelnemer akkoord gaat met het afsluiten van een ANLb-beheercontract voor extensief kruidenrijk grasland, minimaal type 2, zodra dit beschikbaar komt binnen de projectperiode, voor minimaal 6 jaar; het grasland niet wordt gescheurd, gespit, geploegd of gefreesd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Percelen die al meerdere jaren blijvend en/of permanent grasland komen eerder in aanmerking voor deze subsidie dan percelen die eerder bouwland (bijvoorbeeld mais) waren, en daarvoor recent gescheurd en/of geploegd zijn; geen of zeer beperkt (maximaal 100 kg N/ha/jaar) bij voorkeur vaste mest wordt opgebracht; er afspraken over beweiding zijn gemaakt; er niet voor 15 juni gemaaid wordt, tenzij dit naar het oordeel van het collectief ten behoeve van de verschraling wel gewenst is; er bij voorkeur per maaibeurt minimaal 10% van de oppervlakte niet gemaaid of geklepeld wordt (ook de laatste snede voor de winter). De ligging van het niet-gemaaide deel mag per maaibeurt rouleren; aanwezige nesten en/of kuikens beschermd worden door: ze te ontzien van alle landbouwkundige bewerkingen; het aantoonbaar zoeken naar de nesten (nestregistratie aanwezig); tenminste minimaal 50 m2 rondom gevonden nesten niet te maaien; alleen overdag bij voldoende daglicht te maaien. er geen kunstmest op het perceel wordt gebruikt; er bij voorkeur geen chemische onkruidbestrijding plaatsvindt, alleen indien noodzakelijk en met toestemming van het Collectief, pleksgewijs (max 10% van de oppervlakte) voor haarden van probleemonkruiden, zoals akkerdistel, jacobskruiskruid, brandnetel, krulzuring en ridderzuring. Handmatige onkruidbestrijding heeft de voorkeur. Chemisch glyfosaat is niet toegestaan.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie-ontvanger deelt de bij de realisatie van extensief kruidenrijk grasland opgedane ervaringen en kennis ten minste éénmaal per jaar met andere (melk-)veehouders en de provincie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De subsidie-ontvanger neemt deel aan HERBGRAS (herkennen en beheren kruidenrijk grasland).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Op grond van de artikelen 1.4 en 6.3 AsvpU dient de subsidie-ontvanger jaarlijks voortgangsrapportages in over het voorafgaande jaar. De rapportage, inclusief kennisuitwisselingsactiviteiten, wordt uiterlijk 1 februari ingediend bij de provincie via het door de provincie vastgestelde format voortgangsverslag. Deze rapportage bevat: een financieel overzicht van de uitgekeerde bedragen aan de deelnemers; en een beschrijving van de activiteiten (inclusief bodem-, water-, mest-, gras- en/of kuilanalyses) met een vergelijking tussen de begroting en daadwerkelijke uitgaven en gerealiseerde hectares.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>De subsidie-ontvanger voegt bij het verzoek tot vaststelling van de subsidie: een verantwoording van de uitvoering van de subsidiabele activiteiten door minimaal: een omschrijving of weergave van de startsituatie; een omschrijving van de uitgevoerde werkzaamheden; een omschrijving of weergave van de eindsituatie; een GIS-kaart met daarop een overzicht en locaties van de percelen met het gerealiseerde extensieve kruidenrijk grasland type 2 en 3 in hectares; een verantwoording van de subsidiabele kosten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-176\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel17.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond in 2025 bedraagt € 1.327.800,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-177\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel17.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het maximale subsidiebedrag per Collectief bedraagt:</div>\n<p class=\"lf-p\">Lopikerwaard € 310.450 Rijn, Vecht en Venen € 163.700 Hollandse Venen € 70.700 Eemland € 782.950 3. Als door een of meer van de onder 2. genoemde collectieven een lager subsidiebedrag wordt aangevraagd dan het genoemde maximum subsidiebedrag, dan kan dit bedrag (extra) ter beschikking worden gesteld voor een of meer andere agrarische collectieven die vallen binnen het toepassingsgebied zoals aangegeven op de kaart in de bijlage bij dit hoofdstuk.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Van het subsidiebedrag is € 5000,- per Collectief bestemd voor deelname aan HERBGRAS.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-178\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel17.8</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De volgende kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 17.1 zijn subsidiabel, mits deze aantoonbaar zijn en voldoen aan artikel 4.8 van de AsvpU en de Beleidsregel projectsubsidies: plankosten, bestaande uit kosten voor: vooronderzoek, waaronder bodemonderzoek, nulmeting, graslandanalyse, mestanalyse; voorbereidend onderzoek, nodig om te bepalen hoe in te richten; begeleiding van deelnemers; projectorganisatie/begeleiding; delen van kennis en ervaringen met deelnemers en anderen; overige maatregelen voor zover noodzakelijk voor het project, zoals monitoring en onderzoek. inrichtingskosten, bestaande uit kosten voor: optimaliseren van de bodemkwaliteit (pH, C/N-verhouding, organisch stof verbeteren); inzaaien van de grond met inheemse zaadmengsels; tijdelijk uitvoeren van extra bewerkingen i.v.m. beperkingen mest/chemie; aanleggen van greppels; afschrijving en/of aanschaf van voor dit project specifiek benodigde machines voor maximaal 10% van de totale inrichtingskosten;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De plankosten bedoeld in lid 1. a mogen maximaal 20% van de subsidiabele kosten bedragen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De volgende kosten zijn niet subsidiabel: kosten voor bouw en opstallen; kosten voor parkeergelegenheid; kosten voor achterstallig onderhoud; kosten verband houdend met de uitvoering van wettelijke verplichtingen; kosten verband houdend met de uitvoering van een (publiekrechtelijk) convenant, regeling of afspraak waardoor de aanvrager bij subsidieverlening een bedrag zou ontvangen voor kosten die hij zelf dient te dragen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-179\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel17.9</span><span class=\"lf-art-t\">Staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt verleend met inachtneming van het Besluit van de Europese Commissie van 26 oktober 2018, C(2018) 6937, met betrekking tot steunmaatregel SA.44848 (2017/N) (Catalogus Groenblauwe diensten).</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk18Fieldlab Groene Hart: investeren, meten en monitoren</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-181\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel18.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In het kader van het provinciale meerjarendoel 2.4.1 (de landbouw is meer circulair, natuurinclusief, klimaatneutraal en economisch rendabel) kan subsidie worden verstrekt voor een Fieldlabproject.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie wordt slechts verstrekt als de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, voldoen aan de volgende criteria: het Fieldlabproject bestaat uit: een onderzoeks- en investeringsfase en een daaropvolgende emissiemetingenfase; of uitsluitend de emissiemetingenfase, mits de onderzoeks- en investeringsfase niet langer dan twee jaar voor de subsidieaanvraag is afgerond; het Fieldlabproject duurt maximaal vier jaar; het Fieldlabproject wordt uitgevoerd op één of meerdere veehouderijen waarvan de stalgebouwen gelegen zijn binnen het gebied zoals weergegeven op de kaart in de bijlage bij dit hoofdstuk; het gebruik van de emissiereductietechnieken leidt, al dan niet in combinatie met managementmaatregelen, tot een deugdelijk onderbouwde verwachte emissiereductie van ten minste 50% op de betreffende veehouderij(en); het Fieldlabproject draagt bij aan ten minste twee van de doelstellingen omschreven in artikel 14, derde lid onder a) tot en met g) van de Landbouwvrijstellingsverordening, waarvan ten minste één van de doelstellingen genoemd onder punten e), f) of g); de metingen, de verwerking en de analyse daarvan, worden uitgevoerd door de meetinstantie in overeenstemming met het meetplan; en de installatie en het onderhoud van het meetsysteem vindt plaats in overeenstemming met de op dat moment geldende emissiemeetrichtlijnen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-182\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel18.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieontvangers (doelgroep)</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie moet ten goede komen aan een samenwerkingsverband waaraan in ieder geval één veehouder deelneemt en één meetinstantie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie kan worden aangevraagd door één deelnemer van het samenwerkingsverband.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-183\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel18.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend van 1 november 2025 tot en met 31 januari 2026.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De verdeling van het beschikbare budget vindt plaats op basis van volgorde van ontvangst van de aanvragen met inachtneming van artikel 2.2 AsvpU.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Bij de subsidieaanvraag worden de volgende documenten gevoegd: een kadastrale kaart, waaruit blijkt dat de stalgebouwen van de deelnemende veehouderij(en) gelegen zijn binnen het gebied zoals weergegeven op de kaart in de bijlage bij dit hoofdstuk; een meetplan; een document waarin alle deelnemers van het samenwerkingsverband expliciet instemmen met de subsidieaanvraag; een deelnamebewijs uitgegeven door de Stichting Fieldlab Groene Hart waaruit blijkt dat de veehouder deelneemt aan het Fieldlabproject Groene Hart en zich conformeert aan de rechten en plichten ten aanzien van kennisontwikkeling en kennisdeling die voortvloeien uit deelname aan het Fieldlabproject; een driejarig servicecontract met een daartoe geëigende partij voor het onderhoud van het meetsysteem; een projectplan waarin ten minste is opgenomen: een omschrijving van de huidige activiteiten van de veehouderij en in welke richting en op welke wijze de veehouderij wordt verwacht zich te zullen ontwikkelen; een kwantitatieve beschrijving van de huidige milieuprestaties KPI’s UMDL van de veehouderij op basis van de data in de KringloopWijzer; de te verwachten emissiereductie en de randvoorwaarden die nodig zijn om deze verwachte reductie daadwerkelijk te behalen; een beschrijving van de emissiereductietechniek(en) waarmee de veehouderij de beoogde emissiereductie gaat realiseren en op welke wijze deze kan of kunnen worden ingepast binnen de bedrijfsvoering, in combinatie met ten minste vier van de volgende onderwerpen, waarvan in ieder geval onderdeel 5 “meer duurzaam bodembeheer” deel uitmaakt: minder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen per hectare; minder uitstoot van broeikasgassen in CO2-equivalent (eq) per hectare; minder uit- en afspoeling van nitraat en fosfaat per hectare; grotere biodiversiteit met de drie groene (natuur) KPI’s in % per hectare; meer duurzaam bodembeheer middels mest- en bodemmonsters (inclusief organische stofgehalte, pH, C/N verhouding en kalium en zwavelgehalte); meer circulariteit (bijvoorbeeld middels lager stroomgebruik kWh/koe, minder input van krachtvoer, brandstof en/of kunstmest); meer dierenwelzijn en diergezondheid (zoals de uren weidegang); de noodzaak van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet voor de uitvoering van het Fieldlabproject op de betreffende veehouderij(en); een begroting van de kosten van de emissiereductietechnieken op basis van onafhankelijke offertes; de financiële haalbaarheid voor de veehouderij van de eigen investeringskosten in de te (huur)kopen emissiereductietechnieken; en</div>\n<p class=\"lf-p\">de financiële levensvatbaarheid van de betreffende veehouderij(en).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Als voor de uitvoering van het Fieldlabproject een omgevingsvergunning is vereist als bedoeld in de Omgevingswet, dient elke bij de subsidieaanvraag betrokken veehouderij bij de subsidieaanvraag te beschikken over: een onherroepelijke omgevingsvergunning, met zo nodig een voorafgaande milieueffectbeoordeling als bedoeld in artikel 14, vijfde lid van de Landbouwvrijstellingsverordening; een verleende omgevingsvergunning, indien een omgevingsvergunning nog niet onherroepelijk is, maar wel is verleend; een ontvangstbevestiging van het bevoegd gezag dat de aanvraag voor een omgevings-vergunning is ingediend; of een door het bevoegd gezag afgegeven schriftelijke verklaring waarin zij het Fieldlabproject gedoogt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Als de veehouderij bij de subsidieaanvraag niet voldoet aan het vereiste uit het vierde lid, dan kunnen Gedeputeerde Staten de subsidie verlenen onder de voorwaarde dat de bij de subsidie betrokken veehouderij alsnog aan voornoemd vereiste voldoet binnen de in de subsidiebeschikking bepaalde termijn.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Als voor het Fieldlabproject geen omgevingsvergunning vereist is als bedoeld in de Omgevingswet, dient elke bij de subsidieaanvraag betrokken veehouderij te beschikken over een document, onderbouwing of motivering waaruit genoegzaam blijkt dat een omgevingsvergunning niet vereist is.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-184\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel18.4</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd als: een bij de subsidieaanvraag betrokken onderneming reeds voor dezelfde activiteiten subsidie op grond van een andere subsidieregeling heeft aangevraagd of ontvangen; een bij de subsidieaanvraag betrokken onderneming een onderneming is die in financiële moeilijkheden verkeert, als bedoeld in de Communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (PbEU 2014/C 249/01); het Fieldlabproject de financiële levensvatbaarheid van de veehouder in gevaar brengt; met de uitvoering van het Fieldlabproject naar verwachting de maximale emissie op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt overschreden; het Fieldlabproject deels of geheel in strijd is met één van de doelstellingen vermeld in artikel 14 derde lid onder e), f) en g) van de Landbouwvrijstellingsverordening; met de uitvoering van de subsidiabele activiteit is begonnen voordat de aanvraag om subsidie is ingediend, met uitzondering van het opstellen van een projectplan; de uitvoering van het Fieldlabproject leidt een verminderd niveau van dierenwelzijn of van brandveiligheid op de betrokken veehouderij(en); de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 25.000,00 per aanvraag; de activiteit op grond van het project- of het meetplan naar verwachting van de provincie niet zal leiden tot de in artikel 18.1 lid 2 onder d genoemde emissiereductie; het meetplan of de meetinstantie niet voldoet aan de emissiemeetrichtlijnen of het modelmeetplan van de Stichting Fieldlab Groene Hart.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-185\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel18.5</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie-ontvanger is verplicht: gedurende ten minste twee achtereenvolgende jaren na het in werking stellen van het meetsysteem, de metingen uit te voeren voor een periode van minimaal 3 jaar; gedurende drie achtereenvolgende jaren na het in werking stellen van het meetsysteem aan te leveren aan Stichting Fieldlab Groene Hart hetzij (i) de uitdraai van de Kringloopwijzer of (ii) de KPI’s 1 t/m 9, 13 en 14 van de UMDL (eventueel met behulp van de tool van de UMDL); de metingen uit te voeren in overeenstemming met het meetplan; gedurende drie achtereenvolgende jaren na het in werking stellen van het meetsysteem deel te nemen aan de Studiegroep meten en monitoren Fieldlab Groene Hart; de voor het Fieldlabproject relevante data over de veehouderij te delen met de Stichting Fieldlab Groene Hart en toestemming te geven dat zijn data (anoniem) worden gedeeld met onderzoekers en provincie Utrecht; alle meetgegevens en -resultaten te verstrekken aan de Stichting Fieldlab Groene Hart op het door de Stichting Fieldlab Groene Hart ter beschikking gestelde onafhankelijke digitale platform voor dataopslag ten behoeve van analyse, onderzoek en/of beleidsontwikkeling; de bevindingen en de resultaten van het Fieldlabproject geanonimiseerd en geaggregeerd toegankelijk te laten maken op een openbare website; en de resultaten van de emissiemetingenfase gedurende vijf jaar beschikbaar te houden vanaf de datum waarop de resultaten op internet beschikbaar zijn gesteld.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Op grond van de artikelen 1.4 en 6.3 AsvpU dient de subsidieontvanger jaarlijks voortgangsrapportages in over het voorafgaande jaar. De rapportage wordt uiterlijk 1 februari ingediend bij de provincie via het door de provincie vastgestelde format voortgangsverslag. De opzet van dit verslag bestaat uit twee onderdelen: een inhoudelijk verslag van de inhoudelijke voortgang overeenkomstig de planning van de activiteiten; en een financieel overzicht waarin inzichtelijk is gemaakt wat de werkelijk gemaakte kosten en nog te verwachten kosten zijn ten opzichte van de bij de aanvraag ingediende begroting.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-186\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel18.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond bedraagt € 1.800.000,- voor de in artikel 18.3, eerste lid genoemde openstellingsperiode.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-187\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel18.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie bedraagt minimaal € 25.000 en maximaal € 200.000 waarvan maximaal € 70.000 voor de subsidiabele kosten genoemd in artikel 18.8 onderdeel b.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal:</div>\n<p class=\"lf-p\">65% van de subsidiabele kosten, genoemd in artikel 18.8 onderdeel a; en 100% van de subsidiabele kosten, genoemd in artikel 18.8 onderdeel b.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het percentage uit het tweede lid onder a kan worden verhoogd: tot maximaal 80% voor: investeringen in emissiereductietechnieken die verband houden met een of meer specifieke milieu- en klimaatgerelateerde doelstellingen vermeld in artikel 14 derde lid onder e), f) en g) van de Landbouwvrijstellingsverordening; en investeringen door jonge landbouwers; tot maximaal 100% voor niet-productieve investeringen in emissiereductietechnieken die verband houden met de milieu- en klimaatgerelateerde doelstellingen vermeld in artikel 14 derde lid onder e), f) en g) van de Landbouwvrijstellingsverordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-188\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel18.8</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De volgende kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 18.1 zijn subsidiabel, mits deze aantoonbaar zijn en voldoen aan artikel 4.8 van de AsvpU en de Beleidsregel projectsubsidies: de koop of huurkoop van emissiereductietechnieken en hiermee verband houdende algemene kosten, zoals het inschakelen van adviseurs, het uitvoeren van haalbaarheidsstudies en het (laten) opstellen van een projectplan; het aanschaffen en installeren van een meetsysteem door de meetinstantie, in combinatie met: het laten opstellen van een meetplan door de meetinstantie voor het meten van het effect van het gebruik van de emissiereductietechnieken op de betreffende veehouderij(en); de uitvoering van het meetplan door de meetinstantie waaronder het meten, monitoren, verzamelen en doorleveren van de meetdata aan de Stichting Fieldlab Groene Hart; en een driejarig servicecontract met een daartoe geëigende partij voor het onderhoud van het meetsysteem.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-189\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel18.9</span><span class=\"lf-art-t\">Staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt met inachtneming van artikel 14 of artikel 38 van de Landbouwvrijstellingsverordening, met inbegrip van de in die artikelen genoemde verwijzingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1810\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel18.10</span><span class=\"lf-art-t\">Vaststelling</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Gedeputeerde Staten kunnen naar aanleiding van een inhoudelijk onderbouwd, schriftelijk verzoek van de subsidieaanvrager, het in het artikel 18.1 lid 2 onder b genoemde tijdvak verlengen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidieontvanger voegt bij het verzoek tot vaststelling van de subsidie: een verantwoording van de uitvoering van de subsidiabele activiteiten door minimaal: een omschrijving of weergave van de startsituatie met behulp van het project- en meetplan; een omschrijving van de uitgevoerde werkzaamheden; een omschrijving of weergave van de eindsituatie aan de hand van de onderdelen van het project- en meetplan; en een verantwoording van de subsidiabele kosten.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 19 Kennisdelingsprogramma landbouw</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-191\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel19.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiecriteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In het kader van het provinciale meerjarendoel 2.4.1 “De landbouw is meer circulair, natuurinclusief, klimaatneutraal en economisch rendabel” kan subsidie worden verstrekt voor het organiseren en uitvoeren van activiteiten gericht op kennisdeling in de landbouwsector, bestaande uit minimaal twee van de volgende activiteiten: eenmalige informatiebijeenkomsten; studiegroepen, die gedurende minimaal twee jaar actief zijn, 3 tot 8 keer per jaar bijeenkomen en bestaan uit 5 tot 20 deelnemers, inclusief meten en monitoren; één-op-één advisering aan agrariërs, inclusief meten en monitoren; demonstratie-activiteiten door voorbeeldbedrijven voor groepen landbouwers.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie wordt slechts verstrekt als de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, voldoen aan de volgende criteria: de kennisdeling is specifiek gericht op agrariërs in de provincie Utrecht; per subsidiabele activiteit draagt de kennisdeling bij aan minstens drie van de volgende doelstellingen, waarvan in ieder geval één uit 1 t/m 4: versterken van de biodiversiteit; verbeteren van de bodem- en mestkwaliteit; verlagen van ammoniakemissies; verlagen van broeikasgassen; natuurinclusieve- en/of kringlooplandbouw; verbeteren van de diergezondheid of het dierenwelzijn; verbeteren van de waterkwaliteit en -beheer; verbeteren van de circulariteit; omgaan met en/of tegengaan van klimaatverandering; versterken van het sociaal-maatschappelijk perspectief; verdienmodel in combinatie met bovenstaande doelen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De kennisdeling wordt door minstens één kennisinstelling of agrarisch adviseur uitgevoerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De kennisinstelling of agrarisch adviseur, bedoeld in het tweede lid, beschikt over aantoonbare inhoudelijke expertise op het gebied van onderwerpen bedoeld in het tweede lid onder b, blijkend uit: minimaal 2 jaar ervaring in het overdragen van kennis aan agrariërs betreffende het onderwerp/de onderwerpen waar zij/hij op wordt ingezet; relevante opleidingen of certificeringen, zoals bijvoorbeeld DAW-coaches of een registratie in het BedrijfsAdviseringsSysteem (BAS-register); publicaties, projecten of samenwerkingen met erkende instellingen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>De in het derde lid bedoelde kennisinstelling of agrarisch adviseur heeft geen direct commercieel belang bij de toepassing van de geadviseerde maatregelen of producten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-192\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieontvangers (doelgroep)</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie kan worden verstrekt aan: een agrarisch collectief; een samenwerkingsverband van agrarische collectieven; één (of een samenwerkingsverband van) agrarische brancheorganisatie(s); een samenwerkingsverband van minimaal vijf agrariërs, zoals bijvoorbeeld een (agrarische) gebiedscoöperatie; organisaties, zoals NGO’s, terreinbeheerders, stichtingen, die zich richten op een kennisaanbod voor agrariërs.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Voor alle subsidieontvangers als bedoeld in het eerste lid geldt dat de eindbegunstigden agrariërs in de provincie Utrecht zijn.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Als eindbegunstigde van de subsidie worden grote ondernemingen uitgesloten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-193\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidieaanvragen kunnen van 1 maart tot en met 31 mei 2026 worden ingediend, waarbij een aanvrager in deze periode één aanvraag mag indienen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De verdeling van het beschikbare budget vindt plaats op basis van volgorde van ontvangst met inachtneming van artikel 2.2 AsvpU.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Bij de subsidieaanvraag worden de volgende gegevens en stukken gevoegd:</div>\n<p class=\"lf-p\">Als het een samenwerkingsverband, zoals bedoeld in 19.2.1.b tot en met 19.2.1.d, betreft dient de subsidieaanvraag tevens een door alle partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst van de deelnemende partijen te bevatten. Uit deze overeenkomst blijkt onder meer: dat de penvoerder door de deelnemende partijen aan het samenwerkingsverband is aangewezen om de aanvraag om subsidie in te dienen en bevoegd is de betaling te ontvangen; de verdeling van de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen alsook de baten en de lasten van de deelnemende partijen; dat het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een projectplan met in ieder geval: een beschrijving van de activiteiten en de wijze waarop wordt voldaan aan de vereisten in dit hoofdstuk; de verwachte kwalitatieve effecten van de activiteiten; een beknopte beschrijving van de aangeboden kennis, bestaande uit: een beschrijving van de inhoud en doelstelling; onderbouwing van de deskundigheid van de betrokken kennisinstelling of agrarisch adviseur en hun kwalificaties, als bedoeld onder 19.1.4; een toelichting op de methodiek van kennisoverdracht; een beschrijving van de manier waarop niet-leden van het agrarische collectief of agrarische brancheorganisatie worden benaderd; een toelichting van de manier waarop de route- en menukaart wordt geïntegreerd in het kennisaanbod.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als gebruik wordt gemaakt van een De-minimisverordening, een volledig ingevulde en ondertekende De-minimisverklaring.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-194\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19.4</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd als het aangevraagde subsidiebedrag minder bedraagt dan € 10.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-195\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel19.5</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidieontvanger is verplicht: de activiteiten, bedoeld in artikel 19.1, uiterlijk eind 2028 te realiseren;</div>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen naar aanleiding van een inhoudelijk onderbouwd, schriftelijk verzoek van de subsidieaanvrager, het in lid a. genoemde tijdvak verlengen; na voltooiing van de subsidiabele activiteiten een overzicht te maken van het aantal voltooide subsidiabele activiteiten (inclusief inhoudelijke onderwerpen), aantal deelnemers per activiteit en namen van de betrokken adviseurs en/of kennisinstellingen; na voltooiing van de subsidiabele activiteiten een financiële verantwoording van alle subsidiabele kosten aan te leveren; bij studiegroepen en meerjarige activiteiten: een jaarlijkse rapportage aan te leveren aan de provincie voor 1 februari; een inhoudelijke en didactische evaluatie van de activiteiten door de deelnemers te doen uitvoeren, op basis waarvan de kennisinstelling aanbevelingen doet. Een rapport met een samenvatting van de evaluaties en de aanbevelingen wordt naar de provincie gestuurd; te rapporteren over de kwalitatieve effecten van de activiteiten, bijvoorbeeld deelname aan de UMDL en/of verbeteringen ten aanzien van KPI’s UMDL; indien sprake is van activiteiten als bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, onder c, dan dienen ook de verklaringen van de eindbegunstigden (de agrariërs) te worden overgelegd, waaruit blijkt dat de maximale steunbedragen als opgenomen in artikel 22, achtste en negende lid, van de LVV niet zijn overschreden.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als de subsidie door een (samenwerkingsverband van) een agrarisch collectief en/of agrarische brancheorganisatie wordt aangevraagd, dan moeten ook niet-leden benaderd worden voor deelname aan de activiteiten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-196\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond voor 2026 bedraagt € 1,6 miljoen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-197\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het minimale subsidiebedrag per aanvraag bedraagt € 10.000,-.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten en: maximaal € 1.000,- per eenmalige informatiebijeenkomst; minimaal € 5.000,- en maximaal € 48.000,- per studiegroep per jaar, waarbij een maximum van € 350,-per deelnemer per bijeenkomst geldt; maximaal € 80,- per uur en maximaal 6 uur voor één-op-één advisering per agrariër per jaar; maximaal € 1.500,- per demonstratieactiviteit voor een groep landbouwers.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De kosten ten behoeve van meten en monitoren gerelateerd aan de subsidiabele activiteiten bedragen maximaal 80% van de hieraan verbonden kosten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-198\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19.8</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De volgende kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 19.1.1 zijn subsidiabel, mits deze aantoonbaar zijn en voldoen aan artikel 4.8 van de AsvpU en de Beleidsregel projectsubsidies: kosten voor inzet van eigen personeel, externe inhuur en uitbesteding van diensten; kosten voor materialen, hulpmiddelen en huur van apparatuur en locaties; kosten voor vrijwilligers voor zover er daadwerkelijk een vergoeding voor wordt betaald tot een maximum van wat belastingvrij kan worden uitgekeerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De volgende kosten zijn niet subsidiabel: interne loonkosten van een gemeente of waterschap; kosten voor aanschaf van machines.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-199\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19.9</span><span class=\"lf-art-t\">Staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover bij de verlening van een subsidie op grond van dit hoofdstuk regeling sprake is van staatssteun als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), wordt deze verleend met inachtneming van: de Landbouwvrijstellingsverordening (LVV) (Verordening (EU) nr. 2022/2472, met name artikel 21 voor wat betreft de activiteiten bedoeld in artikel 19.1 onder a, b en d; de Landbouwvrijstellingsverordening (LVV) (Verordening (EU) nr. 2022/2472, met name artikel 22 voor wat betreft de activiteiten bedoeld in artikel 19.1 onder c; of de van toepassing zijnde De-minimisverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 20 Aanjagen gemeentelijk voedselbeleid</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-201\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 20.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiecriteria</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In het kader van het provinciale meerjarendoel 2.4.3 “Utrechtse voedselproducenten produceren meer voor de regionale markt en Utrechtse inwoners kunnen gemakkelijker kiezen voor gezond en duurzaam voedsel” kan subsidie worden verstrekt voor de volgende activiteiten: voorbereiding en uitvoering van stakeholdersessies binnen de gemeentelijke organisatie en extern in relatie tot het opzetten van gemeentelijk voedselbeleid; voorbereiding en uitvoering van campagnes ter stimulering van gedragsverandering of bevordering van betrokkenheid, bewustwording, draagvlak of beleving van inwoners, bedrijven, ondernemers of maatschappelijke organisaties; voorbereiding en uitvoering van kennisdeling, challenges, coaching en intervisie bij lokale horeca, scholen, sport- of zorglocaties; voorbereiding en uitvoering van inwonersparticipatie of wijkaanpak bij het versterken van een gezonde en duurzame voedselomgeving in kwetsbare wijken; voorbereiding en uitvoering van matching en netwerkbijeenkomsten. Onder matching wordt in dit verband verstaan: het aan elkaar verbinden van mensen en organisaties om samenwerking tot stand te brengen. uitvoering van een verkennend onderzoek naar een businesscase of haalbaarheid van voedselhubs of voedselverbindingsplekken waarin reststromen lokaal worden benut voor sociale of maatschappelijke initiatieven;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De activiteit bedoeld in het eerste lid onder a is een verplicht onderdeel van de aanvraag en dient in samenhang met minstens één van de andere activiteiten uitgevoerd te worden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Subsidie wordt slechts verstrekt als de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, bijdragen aan ten minste één van de volgende doelen: het bevorderen van de consumptie van lokaal voedsel dat natuurinclusief of biologisch geproduceerd is; het bevorderen van een plantaardig voedingspatroon; het versterken van een gezonde en duurzame voedselomgeving; het verminderen van voedselverspilling en verwerking van reststromen tot humaan voedsel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De activiteiten bedoeld in het artikel 20.1, eerst lid onderdeel b, c, e en f vinden voor minstens 75% plaats in de provincie Utrecht. De activiteiten bedoeld in het artikel 20.1, eerste lid onderdeel a en d vinden volledig plaats in de provincie Utrecht.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-202\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 20.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieontvangers (doelgroep)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt aan: gemeenten in de provincie Utrecht; een samenwerkingsverband van gemeenten in de provincie Utrecht; een samenwerkingsverband van gemeenten in de provincie Utrecht met (een) aan de provincie Utrecht grenzende gemeente(n), mits minstens de helft van de samenwerkende gemeenten in de provincie Utrecht ligt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-203\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 20.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend: vanaf de datum van inwerkingtreding van dit hoofdstuk tot en met 30 november 2026; en van 5 januari 2027 tot en met 30 november 2027.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De verdeling van het beschikbare budget vindt plaats op basis van volgorde van ontvangst met inachtneming van artikel 2.2 AsvpU.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Bij de subsidieaanvraag worden de volgende gegevens en stukken gevoegd: als er sprake is van een samenwerkingsverband van meerdere deelnemers, een document waaruit de instemming met het project blijkt van alle deelnemers van het samenwerkingsverband; in aanvulling op het gestelde in artikel 4.4 van de AsvpU, wordt bij de subsidieaanvraag ook een projectplan gevoegd, met ten minste: de doelstelling(en); een planning van de activiteiten; een analyse en omschrijving van de huidige situatie van gemeentelijk voedselbeleid. een omschrijving van relevante beleidsdocumenten van aanpalende beleidsthema’s; een onderbouwing van de bijdrage aan ten minste één van de in artikel 20.1 lid 3 genoemde doelen; een omschrijving van betrokken stakeholders/partners zoals maatschappelijke organisaties, producenten, onderwijsinstellingen of zorgorganisaties en de uitvoerende partij; een omschrijving van de gekozen doelgroep(en) zoals bijvoorbeeld inwoners, voedselinitiatieven, bedrijven, maatschappelijke organisaties als scholen en sportorganisaties, en de wijze waarop deze doelgroep(en) bij de activiteit(en) betrokken wordt; een onderbouwing waaruit blijkt dat de activiteiten bedoeld in het artikel 20.1, eerst lid onderdeel b, c, e en f voor minstens 75% plaatsvinden in de provincie Utrecht en de activiteiten bedoeld in het artikel 20.1, eerste lid onderdeel a en d volledig plaatsvinden in de provincie Utrecht; een beschrijving van de verwachte impact van de activiteiten op de gekozen doelgroep(en); een omschrijving van de wijze waarop de resultaten van de activiteiten bijdragen aan het opstellen dan wel verder ontwikkelen van het gemeentelijk voedselbeleid; een plan voor borging of opvolging van de activiteiten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-204\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 20.4</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het gestelde in artikel 1.6 wordt subsidie ook geweigerd als: de aanvrager een gemeente is en deze gemeente reeds subsidie heeft ontvangen op basis van dit hoofdstuk, hetzij individueel, hetzij als deelnemer aan een samenwerkingsverband; de aanvrager een samenwerkingsverband is en het samenwerkingsverband of één of meer deelnemende gemeenten reeds subsidie heeft ontvangen op basis van dit hoofdstuk, hetzij individueel, hetzij als deelnemer aan een ander samenwerkingsverband; het aangevraagde subsidiebedrag minder bedraagt dan € 10.000,- of meer dan €30.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-205\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 20.5</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht: binnen 6 maanden na subsidieverlening te starten met de uitvoering van de activiteiten; de activiteiten binnen 2 jaar na subsidieverlening af te ronden; de resultaten van de gesubsidieerde activiteiten na afloop middels een verslag te delen met de provincie Utrecht zodat kennisdeling en opschaling mogelijk zijn en de regeling geëvalueerd kan worden. Het verslag dient gemaild te worden naar voedselagenda@provincie-utrecht.nl en bevat minimaal de volgende componenten: een omschrijving van de uitgevoerde activiteiten; een omschrijving van de resultaten; bereik en omschrijving van de doelgroep; een overzicht van gemaakte kosten en bestede uren; een omschrijving van de status van het voedselbeleid en de uitvoering daarvan binnen de gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-206\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 20.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het subsidieplafond voor 2026 bedraagt € 200.000,-.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het subsidieplafond voor 2027 bedraagt € 100.000,-.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-207\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 20.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie bedraagt minimaal € 10.000,- en maximaal € 30.000,-.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De subsidie wordt direct vastgesteld.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-208\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 20.8</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De volgende kosten voor de activiteiten zoals bedoeld in artikel 20.1 zijn subsidiabel, mits deze aantoonbaar zijn en voldoen aan artikel 4.8 van de AsvpU en de Beleidsregel projectsubsidies inclusief de tarieventabel: kosten voor inzet van eigen personeel tot 50%; kosten voor externe inhuur en uitbesteding van diensten; kosten voor materialen, hulpmiddelen en apparatuur die direct verband houden met de activiteit; kosten voor huur van locaties, catering en inkoop van voedsel.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De volgende kosten zijn niet subsidiabel: kosten voor projecten voor verduurzaming en gezonder maken van een eigen bedrijfsrestaurant; kosten voor aanschaf van voertuigen of machines; kosten voor benodigde leges, vergunningen of ontheffingen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-209\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 20.9</span><span class=\"lf-art-t\">Staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten binnen dit hoofdstuk betreffen niet-economische activiteiten. Daarmee is er geen sprake van staatssteun zoals bedoeld in artikel 107, 108 en 109 Verdrag van de Werking van de Europese Unie (VWEU).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2010\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 20.10</span><span class=\"lf-art-t\">Tijdelijkheid en overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk vervalt op 1 januari 2028. Subsidies die op grond van dit hoofdstuk vóór 1 januari 2028 zijn aangevraagd of verstrekt, worden behandeld overeenkomstig de op dat moment geldende regelgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk21 [gereserveerd] Hoofdstuk22Thematische kennisnetwerken landbouw</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-221\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel22.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiecriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In het kader van het provinciale meerjarendoel 2.4.1 “De landbouw is meer circulair, natuurinclusief, klimaatneutraal en economisch rendabel” kan subsidie worden verstrekt aan kennisnetwerken in de landbouwsector, voor onderstaande activiteiten die in samenhang worden uitgevoerd in de provincie Utrecht: de voorbereiding en organisatie van en aanwezigheid bij bijeenkomsten, georganiseerd door een kennisnetwerk, dat zich uitsluitend richt op kennisuitwisseling met het doel een transitie naar een duurzame en rendabele landbouw te bewerkstelligen zoals geformuleerd in de landbouwvisie ‘Toekomst landbouw en voedsel provincie Utrecht’, zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Utrecht op 4 maart 2025; het bedenken en formuleren van handelingsperspectieven; het geven van advies aan overheidsinstanties over de wijze waarop bestaand en komend landbouwbeleid verbeterd zou kunnen worden vanuit het perspectief en de praktijk van het desbetreffende kennisnetwerk; verslaglegging van de bijeenkomsten en rapportage in de vorm van een activiteiten- en evaluatieverslag voor de provincie; en het breed communiceren van opgedane kennis naar agrariërs die geen deel uitmaken van het kennisnetwerk via nieuwsberichten op LaMi en op minimaal één ander platform.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Subsidie wordt slechts verstrekt als de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, voldoen aan de volgende criteria: het kennisnetwerk bestaat uit minimaal 15 leden; het kennisnetwerk organiseert minimaal vier bijeenkomsten over een periode van 24 maanden; het kennisnetwerk organiseert in samenwerking met LaMi een bijeenkomst over een periode van 24 maanden; en opgedane kennis uit bijeenkomsten wordt aan eenieder online beschikbaar gesteld via LaMi en ook op minimaal één ander platform.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-222\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel22.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieontvangers (doelgroep)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt aan een penvoerder van een kennisnetwerk landbouw in de provincie Utrecht. Hiertoe behoren de kennisnetwerken als vermeld in artikel 22.7 lid 1, en toegelicht in de begripsbepalingen in de bijlage bij hoofdstuk 1, artikel 1.1. De penvoerder is onderdeel van het desbetreffende kennisnetwerk landbouw.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-223\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel22.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Subsidieaanvragen kunnen tot en met 31 maart 2027 worden ingediend. De subsidie wordt maximaal één keer per kennisnetwerk verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De verdeling van het beschikbare budget vindt plaats op basis van volgorde van ontvangst met inachtneming van artikel 2.2 AsvpU.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Bij de subsidieaanvraag worden de volgende gegevens en stukken gevoegd: een projectplan volgens het format op de website van de provincie Utrecht; een ingevulde Samenwerkingsovereenkomst Kennisnetwerken Landbouw volgens het format op de website van de provincie Utrecht, getekend door alle leden van het kennisnetwerk; een begroting volgens het format op de website van de provincie Utrecht; indien van toepassing een machtiging voor een externe penvoerder, volgens het format op de website van de provincie Utrecht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-224\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel22.4</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd als het aangevraagde subsidiebedrag minder bedraagt dan € 5.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-225\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel22.5</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidieontvanger is verplicht: om de activiteiten zoals genoemd onder 22.1, eerste lid uiterlijk 24 maanden na de start af te ronden; bij elke kennisbijeenkomst te zorgen voor verslaglegging waarin wordt opgenomen: opgedane of gedeelde kennis, de geformuleerde handelingsperspectieven, en advies over de wijze waarop bestaand en komend landbouwbeleid verbeterd zou kunnen worden; de verslaglegging op overzichtelijk wijze openbaar beschikbaar te maken en actief te delen met agrariërs in dezelfde deelsector of aanverwante deelsectoren die geen deel uitmaken van het kennisnetwerk. Dit dient te gebeuren via een nieuwsbericht op LaMi volgens het format op de website van de provincie Utrecht en via minimaal één ander platform. Dit maximaal drie maanden nadat de bijeenkomst heeft plaatsgevonden; en in de 13e maand van de projectperiode en maximaal 1 maand na afloop van de projectperiode een evaluatie- en activiteitenverslag met presentielijsten per bijeenkomst, volgens het format op de website van de provincie Utrecht te overleggen aan de provincie Utrecht, met daarin: een overzicht van het aantal daadwerkelijk georganiseerd bijeenkomsten; een presentielijst met alle deelnemers van elke bijeenkomst, waaruit tevens blijkt dat minstens 60% van de leden van het desbetreffende kennisnetwerk aanwezig was; de verslagen per bijeenkomst of een link naar een webpagina waar deze te raadplegen zijn; een overzicht van de uitgevoerde communicatie buiten het kennisnetwerk; een evaluatie van de uitgevoerde activiteiten om leerpunten over de werking van kennisnetwerken te verzamelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-226\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel22.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond bedraagt € 380.000,- voor de periode tot en met 31 maart 2027.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-227\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel22.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het te verlenen subsidiebedrag is minimaal € 5.000,- en maximaal het bedrag in deze tabel:</p>\n<p class=\"lf-p\">Kennisnetwerk Maximum subsidiebedrag Grondgebonden Utrecht West €80.000 Grondgebonden Utrecht Oost €60.000 Fruitteelt €40.000 Hokdieren €40.000 Biologische landbouw €40.000 Gemeenschapslandbouw €40.000 Jonge agrariërs €40.000 Boerinnen €40.000 2.Indien van toepassing worden de in het eerste lid genoemde maximale bedragen verminderd met het voor het kalenderjaar 2026 toegekende subsidiebedrag voor het betreffende kennisnetwerk op grond van de ‘Subsidieregeling tegemoetkoming kosten kennisnetwerken landbouw provincie Utrecht 2025-2027’.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De totale vergoeding per bijeenkomst, bedraagt maximaal € 6.000, waarbij: de vacatievergoeding per fysiek aanwezige deelnemer per bijeenkomst maximaal € 160,- bedraagt; alle overige subsidiabele kosten zoals genoemd onder artikel 22.8 opgeteld gemiddeld per bijeenkomst maximaal € 3.200 bedragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-228\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel22.8</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De volgende kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 22.1 zijn subsidiabel, mits deze aantoonbaar zijn en voldoen aan artikel 4.8 van de AsvpU en de Beleidsregel subsidiabele kosten projectsubsidies: kosten voor de instandhouding van het kennisnetwerk, daaronder begrepen de organisatie en coördinatie, het opzetten en beheren van de activiteiten, alsmede de verslaglegging van de bijeenkomsten; zaalhuur en catering; kosten voor het openbaar publiceren van kennis en handelingsperspectieven uit de bijeenkomsten via LaMi en minimaal één ander platform; vergoeding voor de kosten van presentaties door gastsprekers; vergoeding voor deelname aan bijeenkomsten van het kennisnetwerk (vacatievergoeding); kosten voor een procesbegeleider/voorzitter.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-229\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel22.9</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij toekenning van de subsidie wordt direct ambtshalve een voorschot van 50% verleend. De overige 50% wordt 12 maanden na de start van het project ambtshalve als voorschot verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel22.10</span><span class=\"lf-art-t\">Staatssteun</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend op grond van dit hoofdstuk worden aangemerkt als niet-economische activiteiten. Daarmee is bij subsidie voor deze activiteiten geen sprake van staatssteun zoals bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel22.11</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk vervalt op 31 maart 2027.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk23Slotbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-231\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 23.1</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ingetrokken worden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoeringsverordening aankoopsubsidie NNN-gronden provincie Utrecht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieregeling Agenda Vitaal Platteland provincie Utrecht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieregeling wolfwerende rasters provincie Utrecht 2023; “ Subsidieregeling Beperking Bodemdaling (SRBB) Utrechtse Veenweiden” van de provincie Utrecht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-232\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel23.2</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidies die zijn aangevraagd of verstrekt vóór de datum van inwerkingtreding van deze subsidieregeling of een wijziging hiervan, worden behandeld overeenkomstig de op dat moment geldende regelgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-233\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel23.3</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2025.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-234\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel23.4</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 10 december 2024,Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht,Voorzitter,mr. J.H. OostersVoorzitter,mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen Bijlage bij hoofdstuk 1, artikel 1.1 Begripsbepalingen aangewezen hoefdieren: runderen, schapen, geiten, varkens, paardachtigen (paard, pony, ezel en kruisingen hiervan), alpaca’s; aangewezen subsidiegebied wolf: door gedeputeerde staten van Utrecht vastgesteld gebied waarbinnen het voorkomen van wolven regelmatig te verwachten is, en waarvan de begrenzing opgenomen is in de bijlage bij hoofdstuk 15 van deze regeling. agrariër: zie landbouwer agrarisch gebruik: al dan niet bedrijfsmatig in gebruik voor landbouw;</p>\n<p class=\"lf-p\">Agroforestry, ook wel boslandbouw: een vorm van landbouw waarbij meerjarige houtige gewassen (bomen en struiken) bewust geïntegreerd worden met de teelt van gewassen of dierlijke productiesystemen, vanwege de (beoogde) ecologische en economische voordelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">ANLb: subsidie agrarisch natuur en landschapsbeheer;</p>\n<p class=\"lf-p\">AsvpU: Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022;</p>\n<p class=\"lf-p\">AVP: Agenda Vitaal Platteland;</p>\n<p class=\"lf-p\">Awb: Algemene wet bestuursrecht;</p>\n<p class=\"lf-p\">AWIS: Actief Water Infiltratie Systeem. Stelsel van drainagebuizen waar water ingepompt wordt om water te infiltreren in een perceel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aziatische duizendknopen: Japanse Duizendknoop (Fallopia japonica) , Sachalinse duizendknoop (Fallopia sachalinensis) en Boheemse duizendknoop (Fallopia x bohemica);</p>\n<p class=\"lf-p\">Basisvoorziening: fysieke voorziening, zoals een gebouw, een gedeelte of de buitenruimte van een gebouw, of een openbaar gebied waar voor iedereen toegankelijke activiteiten in het sociaal domein plaatsvinden die bijdragen aan de leefbaarheid. Voorbeelden hiervan zijn dorpshuizen en multifunctionele centra;</p>\n<p class=\"lf-p\">BAS-register: BedrijfsAdviseringsSysteem; een lijst van bedrijfsadviseurs die voldoen aan de eisen die de EU stelt aan advisering inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Deze adviseurs moeten voldoen aan strenge criteria, waaronder een vijfjarige ervaring als bedrijfsadviseur en een opleiding op minstens HBO-niveau; bedrijfsverplaatsing: verplaatsing van een landbouwbedrijf waarbij de bedrijfsactiviteiten op de oorspronkelijke locatie worden beëindigd en elders worden voortgezet;</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsregel subsidiabele kosten projectsubsidies: beleid van GS waarin is aangegeven welke kosten bij projectsubsidies wel of niet subsidiabel zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermde soorten Wnb: soorten die op grond van de artikelen 11.37, 11.46 en 11.54 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wettelijk beschermd zijn; bestaande hoefdierhouder: bedrijfsmatige of hobbymatige houder van aangewezen hoefdieren die deze dieren voor 26 mei 2023 had geregistreerd in het Identificatie- en registratiesysteem van dieren, gevestigd in de provincie Utrecht of gebruikmakend van gronden voor begrazing door deze hoefdieren in de provincie Utrecht. Op 26 mei 2023 is de wolf via DNA analyse met zekerheid vastgesteld in de provincie Utrecht; biodiversiteit: de verscheidenheid aan plant- en diersoorten en de samenhang tussen die soorten; biologische landbouw: landbouw die biologisch gecertificeerd is door Skal. Producten uit biologische landbouw zijn te herkennen aan de keurmerken: EKO, Europees biologisch en Demeter; bodemdaling: bodemdaling en de daarmee verband houdende uitstoot van broeikasgassen uit veenbodems; bosreservaten: bosreservaat De Heul bij het Leersumse Veld en bosreservaat Galgenberg bij Amerongen. Voormalig cultuurbos waar het beheer is stopgezet en de bosontwikkeling wordt gevolgd; campagne: communicatie-instrument waarbij over een langere periode een geplande reeks van communicatie en activiteiten wordt ingezet via verschillende kanalen. Op een doelgerichte manier wordt een boodschap verspreid richting één of meerdere doelgroepen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Catalogus Groenblauwe Diensten: set van steunmaatregelen waaraan de Europese Commissie met het goedkeuringsbesluit SA.44848 (2017/N)goedkeuring heeft verleend;</p>\n<p class=\"lf-p\">Centrale Database KringloopWijzer: database met bedrijfseigen kringloopwijzer gegevens van een melkveehouder, die jaarlijks ingevuld en gevalideerd worden via www.mijnkringloopwijzer.nl; challenge: onderwijsvorm waarin leerlingen en/of studenten oplossingen bedenken en uitwerken voor maatschappelijk relevante vraagstukken; circulariteit: het zuinig omgaan met grondstoffen, sluiten van kringlopen en duurzaam gebruik van hulpbronnen bevorderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Collectief voor agrarisch natuurbeheer: een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid bestaande uit landbouwers en andere grondgebruikers van landbouwgrond, die beschikt over een certificaat collectief agrarisch natuurbeheer, overeenkomstig de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer provincie Utrecht 2016;</p>\n<p class=\"lf-p\">DAEB Kaderregeling: EU-kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst (PbEU 2012, C 8);</p>\n<p class=\"lf-p\">DAW bodem- en watercoaches: coaches van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer; demonstratieactiviteit: activiteiten waarbij voorbeeldbedrijven kennis overbrengen in de vorm van voorlichtingsacties aan groepen van landbouwers;</p>\n<p class=\"lf-p\">De-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in de betreffende De-minimisverordening;</p>\n<p class=\"lf-p\">De-minimisverordening: Verordening betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 VWEU op de De-minimissteun (Verordening (EU) Nr. 2023/2831, PbEU L van 15.12.2023) of Verordening betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 VWEU op de De-minimissteun in de landbouwsector (Verordening (EU) Nr. 1408/2013, PbEU L352/9) bij subsidie aan een onderneming actief in de primaire productie, verwerking of afzet van landbouwproducten; (erkend) deskundige: persoon die door beroep, studie of ervaring in het bijzonder bevoegd is tot het beoordelen van een zaak of het uitvoeren van een taak, vaak van specialistische aard;</p>\n<p class=\"lf-p\">Diergezondheidswetgeving: Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid; drainageplan: plan waarin wordt aangegeven hoe het waterinfiltratiesysteem wordt aangelegd, inclusief een kaart met de locaties van de verschillende typen systemen en een doorrekening van de verwachte vermindering van de CO2-emissie; duurzaam voedsel: gezond voedsel binnen de grenzen van onze planeet, volgens de richtlijnen van het “planetary health diet” van de EAT-Lancet-commissie. Daarin wordt een meer plantaardig dieet geadviseerd met meer peulvruchten, granen, groentes en noten en de vermindering van voedselverspilling is van belang; eindbegunstigde: degene die de door de provincie Utrecht verstrekte subsidie of deel daarvan ontvangt van de subsidie-ontvanger; emissiemeetrichtlijnen: de meest recent gepubliceerde richtlijnen voor het bepalen van emissies uit veestallen, opgesteld door Wageningen University &amp; Research en gepubliceerde op de website Fieldlabgroenehart.nl; emissiereductie: de reductie van emissies van ammoniak en methaan uit mest; emissiereductietechnieken: (stal)technieken, uitrusting, systemen, machines en installaties die, al dan niet in combinatie met elkaar en/of met managementmaatregelen, aantoonbaar kunnen bijdragen aan de emissiereductie op de betreffende veehouderij(en); extensief kruidenrijk grasland type 2: grassenmix-plus (12-17 soorten/25 m2, 75-100 kg N/ha/jaar), zoals beschreven in de Veldgids, ontwikkelen van kruidenrijk grasland van Wim Schipper (2023); extensief kruidenrijk grasland type 3: gras-kruidenmix (15-25 soorten/25 m2, 50-75 kg N/ha/jaar), zoals beschreven in de Veldgids, ontwikkelen van kruidenrijk grasland van Wim Schipper (2023);</p>\n<p class=\"lf-p\">Faunaschade Preventiekit, module wolven: overzicht van preventieve maatregelen om schade door wolven te voorkomen en te beperken zoals gepubliceerd op de website van BIJ12;</p>\n<p class=\"lf-p\">Fieldlabproject: een samenwerkingsproject gericht op het onderzoeken van (doorbraak)innovaties op het gebied van brongerichte emissiereducties in de provincie Utrecht; fruitteler: ondernemer die appels, peren en/of kersen teelt; functieverandering: omzetten van landbouwgrond naar natuurterrein door het wijzigen van het gebruik van de grond van landbouw naar natuur of landschapselement en het vestigen van een kwalitatieve verplichting; ganzenrustgebieden: gebieden binnen de provincie Utrecht die door Gedeputeerde Staten als ganzenrustgebieden zijn aangewezen. Zij zijn bedoeld om overwinterende ganzen rust te bieden in perioden dat buiten deze gebieden ganzen opzettelijk verstoord dan wel verjaagd mogen worden met ondersteunend afschot; gebruiksgerechtigde: pachter van landbouwgrond op basis van een reguliere pachtovereenkomst of een erfpachter van landbouwgrond op basis van een overeenkomst van erfpacht, waarvan de resterende looptijd tenminste 10 jaar bedraagt; gecombineerde opgave: jaarlijkse opgave waarin landbouwers hun landbouwgrond, gewassen, mestgebruik en subsidies doorgeven aan RVO; gezonde en duurzame voedselomgeving: voedselomgeving die zo is ingericht dat inwoners gemakkelijk gezonde en duurzame voedselkeuzes kunnen maken. De voedselomgeving bestaat uit alle plekken waar eet- en drinkaanbod aanwezig is, en ook de plaatsen waar inwoners worden blootgesteld aan (online) beeldmateriaal en reclame van voedsel of dranken; gezond voedsel: voedsel dat in een voedingspatroon past volgens de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum;.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groen doet Goed: programma dat er op is gericht kinderen in de leeftijd van 4 – 12 jaar bij natuur te betrekken en natuur te laten beleven. In dit programma werken de provincie Utrecht, een aantal gemeenten en IVN Natuureducatie samen zoals nader uitgewerkt op de website Groen doet goed - Groen doet goed en de daarop volgende webpagina’s van het programma Groen doet goed Utrecht met de tekst zoals die luidt op het moment van in werking treden van dit besluit;</p>\n<p class=\"lf-p\">Groen doet Goed netwerk: netwerk van de gemeentelijke trekkers van Groen doet Goed in de provincie Utrecht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Groene contour: gebieden die van belang worden geacht voor het functioneren van het NNN, maar die (nog) niet onder het NNN zelf vallen en waar op vrijwillige basis nieuwe natuur gerealiseerd kan worden. Na realisatie van deze nieuwe natuur wordt die opgenomen in het NNN; groot onderhoud: onderhoud dat valt buiten normaal regulier onderhoud voor het “dagelijkse” beheer van het waterinfiltratie systeem; grote ondernemingen: ondernemingen die niet voldoen aan de criteria die zijn opgenomen in bijlage 1 van de Landbouwvrijstellingsverordening (Verordening (EU) nr. 2022/2472 van de Europese Commissie van 14 december 2022, PbEU L327/1); handelingsperspectieven: concrete acties en strategieën, bedacht door kennisnetwerken landbouw, die agrariërs individueel of met collega-agrariërs in dezelfde deelsector of dezelfde regio kunnen inzetten om duurzame en toekomstbestendige landbouwpraktijken te realiseren, zowel milieutechnisch als financieel;</p>\n<p class=\"lf-p\">HERBGRAS: project van Wageningen Universiteit in samenwerking met BoerenNatuur en andere partners, met als doel de monitoring van zowel de genomen beheersmaatregelen als de kruidenrijkdom van graslanden te automatiseren en data te verzamelen waarmee huidige grasgroei modellen uitgebreid kunnen worden naar alle typen grasland; herstel i.h.k.v. Invasieve exoten: maatregelen gericht op het herstellen van schade aan biodiversiteit veroorzaakt invasieve exoten, het optimaliseren en weerbaar maken van ecosystemen tegen vestiging van invasieve exoten herstel na verwijderen invasieve exoten en nazorg. De maatregelen zorgen er ook voor dat inheemse soorten en hun leefgebieden in stand blijven en kunnen herstellen naar ‘de oorspronkelijke waarden’; hervestigingslocatie: locatie waar het verplaatste landbouwbedrijf wordt voortgezet; hoefdiersoort: een van de soorten van de aangewezen hoefdieren; runderen, schapen, geiten, varkens, alpaca's en paard(-achtigen); icoonsoort: Utrechtse aandachtsoort waarvan het zwaartepunt van het verspreidingsgebied in de provincie Utrecht gelegen is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Identificatie- en Registratiesysteem van dieren: door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland beheerde Identificatie- en Registratiesysteem van elke Nederlandse landbouwhuisdierenhouder met een uniek Bedrijfsnummer (UBN); inheems zaad: zaad van een plantensoort waarvan Nederland tot het oorspronkelijke verspreidingsgebied hoort; invasieve exoten: dieren, planten en micro-organismen die door menselijk handelen in een nieuw gebied terechtkomen (zoals Nederland) en die bij vestiging en verspreiding schade kunnen veroorzaken; inwonersparticipatie: het deelnemen van inwoners bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van een plan; jonge landbouwer: landbouwer die jonger is dan 40 jaar op 31 december van het jaar waarin de steun wordt aangevraagd, die bedrijfshoofd is en beschikt over de vereiste passende opleiding of vaardigheden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kennisnetwerk Biologische landbouw: kennisnetwerk dat zich richt op biologische landbouw in brede zin maar in ieder geval de grondgebonden landbouw;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kennisnetwerk Boerinnen: kennisnetwerk dat zich specifiek richt op Boerinnen, omdat zij een belangrijke rol spelen bij de bedrijfsontwikkeling en betrokkenheid bij de omgeving. Hun kennis en kijk op zaken is belangrijk voor de ontwikkelingen in de agrarische sector;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kennisnetwerk Fruitteelt: kennisnetwerk dat zich richt op het telen van fruit;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kennisnetwerk Gemeenschapslandbouw: kennisnetwerk dat zich richt op coöperatieve landbouw waarbij burgers betrokken zijn bij de productie van voedsel, ook wel Community Supported Agriculture (CSA) genoemd. Kenmerken hiervan zijn verbinding en samenwerking tussen boer en burger met lokale, korte ketens. Duurzaamheid en voedseleducatie spelen hierbij vaak een belangrijke rol;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kennisnetwerk Grondgebonden Utrecht Oost: kennisnetwerk dat zich richt op de grondgebonden landbouw in de provincie Utrecht, met een focus op de volgende werkgebieden zoals gedefinieerd in de Gebiedsgerichte Aanpak van de provincie: Eemvallei, Utrechtse Heuvelrug, Kromme Rijnstreek, Vallei Utrecht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kennisnetwerk Grondgebonden Utrecht West: kennisnetwerk dat zich richt op de grondgebonden landbouw in de provincie Utrecht, met een focus op de volgende werkgebieden zoals gedefinieerd in de Gebiedsgerichte Aanpak van de provincie: Oostelijke Vechtplassen, Utrechtse Venen, Veenweide de Meije, Utrechtse Waarden en Vijfheerenlanden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kennisnetwerk Hokdieren: kennisnetwerk dat zich richt op de hokdiersectoren, waaronder in ieder geval de grootste sectoren in Utrecht: varkenshouderij en pluimveehouderij;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kennisnetwerk Jonge agrariërs: kennisnetwerk dat zich richt op de specifieke uitdagingen die deze doelgroep ervaart, bij bijvoorbeeld bedrijfsovername en verduurzaming. De maximale leeftijd voor deelname aan dit kennisnetwerk is 40 jaar; kennisnetwerken landbouw: zelforganisatie van Utrechtse agrariërs in groepsverband in een deelsector binnen de agrarische sector of een gebied (zie begripsbepaling Kennisnetwerk Grondgebonden Utrecht West en Kennisnetwerk Grondgebonden Utrecht Oost) die als doel hebben om kennis en ervaringen uit te wisselen over landbouwtransitie en landbouwbeleid in de desbetreffende sector of het betrokken gebied en die een Samenwerkingsovereenkomst Kennisnetwerken Landbouw hebben getekend (zoals te vinden op de website van de provincie Utrecht); kleine kern: een woonkern met een inwonertal tot maximaal 10.000 inwoners conform de actuele gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); kleine landschapselementen: qua oppervlakte of volume beperkte groene componenten in het landschap, die bijdragen aan de opbouw, structuur, invulling, identiteit en belevingswaarde van dat landschap, die niet onder hoofdstuk 11 van het Besluit Activiteiten Leefomgeving vallen en die als zodanig zijn aangewezen door de provincie. Bijvoorbeeld bepaalde kleine bosjes en houtwallen, meidoornhagen in uiterwaarden, statige lanen, rijen knotwilgen, beeldbepalende bomen, bloemrijke akkerranden, alsmede bepaalde natuurvriendelijke slootkanten en poelen; koepelorganisatie: vereniging of stichting waarin een aantal belangenorganisaties vertegenwoordigd zijn. Een koepelorganisatie bundelt de belangen van haar leden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kringlooplandbouw: een vorm van duurzame landbouw waarbij de kringloop van stoffen gesloten is. Dit houdt in dat alle stoffen die door de landbouw uit een gebied verdwijnen ook weer teruggebracht worden in het gebied. Het betreft landbouw met zuinig gebruik van grondstoffen en energie en het zo min mogelijk belasten van klimaat, milieu en natuur;</p>\n<p class=\"lf-p\">KRW: Kaderrichtlijn Water, richtlijn 2000/60/EG van het Europees parlement en de raad van 23 oktober 2000, met als doel de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater in Europa te waarborgen;</p>\n<p class=\"lf-p\">KRW-oppervlaktewaterlichamen: bepaalde, op kaart vastgelegde oppervlaktewateren van aanzienlijke omvang, zoals meren, waterbekkens, stromen, rivieren, kanalen, delen van een stroom, rivier of kanaal, overgangswateren dan wel stroken kustwater; kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen: beschrijving van de Utrechtse landschappen met als doel de belangrijkste kwaliteiten te beschermen en versterken. De kwaliteitsgids wordt als richtsnoer en inspiratiebron gebruikt door professionals die werkzaam zijn in het landschap om plannen en projecten verder te helpen. Zie: koepelkatern_kwaliteitsgids.pdf; kwetsbare wijken: wijken of buurten waar bewoners gemiddeld een lage sociaaleconomische status hebben. De sociaaleconomische status (SES) is een indicator om de maatschappelijke positie van personen of huishoudens te bepalen. Hiervoor wordt de term ‘SES-WOA score' gehanteerd; landbouwbedrijf: een eenheid die grond, gebouwen en voorzieningen omvat die voor de primaire landbouwproductie worden gebruikt; landbouwer: een ondernemer die producten voortbrengt door middel van het telen van gewassen of het houden van dieren; landbouwproductiecapaciteit: grond die bij RVO geregistreerd is als grond in landbouwkundig gebruik; landbouwsteunkader: Richtsnoeren voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden (2022/C 485/01);</p>\n<p class=\"lf-p\">Landbouwvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard, PBEU L327/1 van 21 december 2022; landelijk gebied: gebied buiten het stedelijk gebied, zie Atlas provincie Utrecht: in bijlage 1 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer provincie Utrecht 2016 opgenomen en nader beschreven landschapsbeheertype; leefbaarheid: gaat over de aantrekkelijkheid van een gebied of gemeenschap om er te wonen, leven, sporten, elkaar te ontmoeten, te spelen, elkaar hulp te vragen en dergelijke; lokaal voedsel: voedsel dat in de directe omgeving wordt geproduceerd, eventueel verwerkt, verkocht en gegeten; marktwaarde: waarde van de grond vastgesteld in overeenstemming met de Mededeling van de Commissie betreffende het begrip “staatssteun” in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (2016/C 262/01) in het vrije economische verkeer vastgesteld door een onafhankelijk taxateur, gebaseerd op algemeen aanvaarde marktindicaties en taxatiecriteria; meerjarendoel: doel uit de doelenboom van de provincie Utrecht, zoals gebruikt in de planning- en controlcyclus; meetinstantie: de entiteit die (i) samen met de veehouder het meetplan opstelt, (ii) voldoet aan de vereisten van de emissiemeetrichtlijnen en (iii) verantwoordelijk is voor het meten en monitoren; meetplan: document dat ten behoeve van één of meer veehouderijen is opgesteld door de meetinstantie in het kader van het Fieldlabproject, in overeenstemming met de emissiemeetrichtlijnen en het modelmeetplan van de Stichting Fieldlab Groene Hart en waarin de KPI’s 1 tot en met 9, 13 en 14 van de UMDL zijn verwerkt; meetsysteem: totaal van alle benodigde onderdelen om de emissiereducties en overige meet- en monitoringsresultaten te bepalen in overeenstemming met de emissiemeetrichtlijnen; melkveehouder: eigenaar van melk- en kalfkoeien, waarvan de melkkoeien minimaal éénmaal hebben gekalfd en die voor de melkproductie worden gehouden; methode Somers: model dat op basis van onder andere bodemtype, peil en type water infiltratie systeem (WIS) de CO2 uitstoot kan uitrekenen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF): Natuurdatabank van Nederland. De NDFF bundelt, uniformeert en valideert natuurgegevens in Nederland. De gegevens brengen in beeld wat er bekend is over de verspreiding van planten- en diersoorten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Natura 2000-doelen: doelen voor bepaalde beschermde soorten en habitats van Natura 2000-gebieden die zijn vastgelegd in de aanwijzingsbesluiten van die gebieden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Natura 2000-gebieden: door Europa beschermde natuurgebieden die tezamen het Natura 2000-netwerk vormen en waarin bepaalde habitats en (dier)soorten met hun natuurlijke leefomgeving beschermd worden om de biodiversiteit te behouden; natuurbeheer: beheer van grond met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten; natuurbeheerplan: plan als bedoeld in artikel 1.3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer provincie Utrecht zoals geldend op het moment van de subsidieaanvraag; natuurbeheertype: in bijlage 2 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer provincie Utrecht 2016 opgenomen en nader beschreven natuurbeheertype; natuurinclusieve landbouw: een vorm van duurzame landbouw die optimaal gebruik maakt van de natuurlijke omgeving en die deze integreert in de bedrijfsvoering. Natuurinclusieve landbouw bestaat uit drie dimensies: 1) het verminderen van impact door ongewenste emissies op de natuur (‘sparen’); 2) het inzetten van natuurlijke processen als alternatief voor externe input zoals kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen (‘benutten’); 3) het zorgen voor natuur en biodiversiteit en landschap door het nemen van maatregelen gericht op specifieke soorten of landschapselementen (‘verrijken’); natuurtoestemming: onherroepelijke vigerende omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder e van de Wet jo. artikel 4.6, eerste lid, aanhef en onder e van het Omgevingsbesluit of op basis van advies en instemming met het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.25, eerste lid, aanhef en onder e Omgevingsbesluit; of onherroepelijke vigerende vergunning op grond van de Wet natuurbescherming of Natuurbeschermingswet 1998, dan wel onherroepelijke vigerende vergunning; of geldende melding op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 2.1 eerste lid onder e of artikel 2.1 eerste lid onder i (omgevingsvergunning voor het onderdeel milieu), de Wet milieubeheer of de Hinderwet; of niet vergunningplichtig, maar voldoend aan artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming; of vallend onder artikel 9.4, achtste lid van de Wet natuurbescherming; of toegestaan op de Europese referentiedatum en die niet is vervallen of geëxpireerd; niet productieve investering: investering die niet leidt tot een aanzienlijke stijging van de waarde of de rentabiliteit van het (landbouw)bedrijf; nieuwbouw: bebouwing tot 3 jaar na oplevering; nieuwe teelten: gewassen genoemd in de bijlage bij hoofdstuk 13, die onder specifieke voorwaarden worden geteeld om bij te dragen aan circulaire, natuurinclusieve en klimaatneutrale landbouw;</p>\n<p class=\"lf-p\">NNN: Natuurnetwerk Nederland, het samenhangende netwerk van bestaande en nog aan te leggen natuurgebieden. De provincies stellen de begrenzing vast. Voor de provincie Utrecht is deze te vinden in het provinciale Natuurbeheerplan, op de betreffende webkaart aangeduid als ‘Nog te ontwikkelen natuur’; omgevingsverordening: de vigerende omgevingsverordening van de provincie Utrecht; onderneming in moeilijkheden: onderneming ten aanzien waarvan zich ten minste één van de omstandigheden voordoet als bedoeld in of artikel 2 punt 18 van Verordening (EU) nr. 651/2014; overgangsfase: periode die nodig is om te komen tot Extensief kruidenrijk grasland type 2 of 3; paardachtige: paard, pony, ezel of zebra; praktijkscan: toets van de bedrijfsgegevens aan de Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw; programma: plan dat door Gedeputeerde Staten wordt vastgesteld op grond van artikel 3.4 van de Omgevingswet; publiek toegankelijk: voor iedereen beschikbaar, dus niet alleen voor leden van een (sport)vereniging;</p>\n<p class=\"lf-p\">PWIS: passief water infiltratie systeem. Drainagebuizen die onder water/slootpeil liggen en op deze manier water kunnen infiltreren in een perceel; reeds aanwezige natuur: binnen de provincie Utrecht gelegen grond die op kaart 1 van het Natuurbeheerplan is aangeduid als ‘reeds aanwezige natuur’;</p>\n<p class=\"lf-p\">Rode lijst: door de rijksoverheid vastgestelde lijsten van soortgroepen van planten en dieren, waarin voor elke soort staat aangegeven in welke mate deze met uitsterven bedreigd wordt; route- en menukaart: de routekaart melkveehouderij Natuurinclusieve Kringlooplandbouw en bijbehorende menukaart bieden een overzicht van concrete maatregelen die boeren kunnen nemen om hun bedrijfsvoering te verduurzamen, emissies te verminderen en hun prestaties op relevante UMDL KPI’s te verbeteren via vakmanschap, kennisdeling en gerichte investeringen;</p>\n<p class=\"lf-p\">RVS: Regionale Veenweidestrategie Utrechtse Veenweiden;</p>\n<p class=\"lf-p\">SCAN-ICT van BoerenNatuur: database met bedrijfsgegevens over agrarisch natuurbeheer, landschapsbeheer, waterbeheer en bodembeheer van natuurlijke personen of rechtspersonen die een agrarisch bedrijf uitoefenen, agrarisch grondbezitter zijn of agrarisch natuurbeheer en landschapsbeheer uitoefenen, die gevuld is door een agrarisch collectief;</p>\n<p class=\"lf-p\">SKNL: subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap; sociale cohesie: de betrokkenheid van mensen onderling, bij maatschappelijke organisaties, sociale verbanden en de samenleving als geheel, op macro-, meso- en microniveau. Het omvat sociale netwerken, participatie, solidariteit en vertrouwen tussen burgers (Sociaal en Cultureel Planbureau); stedelijk gebied: een gebied met een ten opzichte van de omgeving verhoogde urbanisatiegraad. Het stedelijk gebied van de provincie Utrecht is te vinden op Atlas provincie Utrecht Studiegroep meten en monitoren Fieldlab Groene Hart: samenwerkingsverband tussen de veehouders, meetinstanties en de Stichting Fieldlab Groene Hart ten behoeve van de uitwisseling van de resultaten en ervaringen van de metingen; te ontwikkelen natuur: binnen de provincie Utrecht gelegen grond die op kaart 1 van het Natuurbeheerplan is aangeduid als ‘te ontwikkelen natuur’, ‘te ontwikkelen natuur zoekgebied' (Groene contour), of te ontwikkelen natuur zoekgebied (NNN)’; te ontwikkelen natuur buiten zoekgebied: binnen de provincie Utrecht gelegen grond buiten de terreinen die op kaart 1 van het Natuurbeheerplan zijn aangeduid als ‘te ontwikkelen natuur’, ‘te ontwikkelen natuur zoekgebied (Groene contour)’, of te ontwikkelen natuur zoekgebied (NNN)’, en die op grond van een ecologische onderbouwing en na advies van de Kopgroep Akkoord van Utrecht geschikt zijn om op voorzienbare termijn toe te voegen aan het NNN;</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitheemse rivierkreeften: Gevlekte Amerikaanse rivierkreeft (Orconectes limosus), Geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft (Orconectes virilis), Rode Amerikaanse rivierkreeft (Procambarus clarkii) en Gestreepte Amerikaanse rivierkreeft (Procambarus acutus/zonangulus);</p>\n<p class=\"lf-p\">UMDL: Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw, zie Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw | provincie Utrecht Unielijst: de lijst met invasieve exoten die door de Europse Unie zijn aangewezen in de uitvoeringsverordeningen nr. 1141/2016 (37 soorten) en nr. 1263/2017 (12 soorten);</p>\n<p class=\"lf-p\">Utrechtse aandachtsoorten: bedreigde plant- en diersoorten zoals vastgesteld in de provinciale Natuurvisie 2016, te vinden in het bijbehorende ‘Supplement biodiversiteit’ en in de bijlage bij hoofdstuk 3 van deze subsidieregeling; zie ook Icoonsoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw (UMDL): monitor met samenhangende set van kwaliteitsindicatoren die de biodiversiteit versterken en kringlooplandbouw stimuleren, gebaseerd op de landelijke kernset die is ontwikkeld in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en gericht is op een integrale ontwikkeling van een nieuw perspectief voor de grondgebonden landbouw. De indicatoren zijn opgenomen in de bijlagen bij de hoofdstukken 11 en 12 van deze regeling; veehouder: landbouwer die landbouwproducten produceert door middel van het houden van dieren; veehouderij: een eenheid die grond, gebouwen en voorzieningen omvat die door een veehouder wordt gebruikt voor de productie van primaire dierlijke landbouwproducten; veenweidengebieden provincie Utrecht: het gebied waarvoor de subsidieregeling wordt opengesteld, deze zijn groen gemarkeerd op de kaart in de bijlage bij hoofdstuk 14. Dit gebied omvat de veengronden die in de RVS zijn beschreven als de veengronden waarop de RVS betrekking heeft (paragraaf 3.2 RVS); versteende wijken: wijken die volgens de kaart Groene stad label F hebben, zie Atlas provincie Utrecht; verwerving: verkrijging van het recht van eigendom; voedselhub: fysieke locatie waar voedsel en/of reststromen worden ingezameld en opgeslagen, om vanuit daar gedistribueerd te worden naar afnemers; voedselverbindingsplekken: plekken/initiatieven waar toegang tot gezond en duurzaam voedsel wordt verbonden met andere sociale vraagstukken zoals educatie en het tegengaan van eenzaamheid en armoede. Dit kunnen initiatieven zijn als buurthuizen, (volks)tuinen en volkskantines waar mensen samen tuinieren, voedsel bereiden en andere sociale initiatieven ontplooien; voorbeeldbedrijven: voor melkveehouderij en fruittelers: bedrijven die meer dan 1.500 punten scoren op de UMDL. Voor de andere agrarische sectoren; bedrijven die meerdere jaren meedoen aan een meet- of monitoringsprogramma van een universiteit, kennisinstelling, overheid of NGO op het gebied van duurzame landbouw (natuurinclusieve kringlooplandbouw); waardevermindering: verschil tussen enerzijds de marktwaarde van de grond bij verwerving en anderzijds de marktwaarde van de grond na omzetting in natuurterrein, gebaseerd op een onafhankelijke taxatie; waardevolle houtopstanden: oude bosgroeiplaatsen, oude boskernen, A-locatie bossen en bosreservaten. A-locatie bossen (locaties met natuurlijke bosgemeenschappen) vallen geheel binnen de NNN; waterinfiltratiesystemen: stelsel van buizen waarmee slootwater in een perceel kan worden gebracht door een rechtstreekse verbinding met het slootpeil (passief) of door middel van een pomp (actief);</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterparels: 25 ecologisch waardevolle wateren die op basis van het voorkomen van bijzondere soorten binnen de provincie Utrecht zijn geïdentificeerd. Deze gebieden met hoge potenties op het gebied van waternatuur en – kwaliteit, liggen deels binnen en deels buiten de begrenzing van het NNN en Natura 2000; weidevogelkerngebieden: door de provincie aangewezen natuur- en agrarische gebieden waar de condities voor weidevogels het meest gunstig zijn en waar beheerders en vrijwilligers gezamenlijk werken aan optimale inrichting, beheer en bescherming van weidevogels; wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de Groene contour: natuurwaarden van de NNN zoals die zijn vastgelegd in het vigerende Natuurbeheerplan van de provincie (natuurbeheertypen), bijbehorende kaart met de natuurbeheertypen en de Index Natuur en landschap van BIJ12 (natuurtypen inclusief karakteristieke soorten); wijkaanpak: het samen met lokale organisaties, professionals en inwoners werken aan een vraagstuk op wijkniveau;</p>\n<p class=\"lf-p\">Wnb: Wet natuurbescherming; wolf-werende afrastering: afrastering om aanvallen van wolven op aangewezen hoefdieren te voorkomen. wolvenconsulent: door de provincie Utrecht aangewezen adviseur op het gebied van veebescherming tegen wolven. De wolvenconsulent geeft advies over de te realiseren afrastering en het onderhoud. zoekgebied: in de provincie Utrecht gelegen grond die op kaart 1 van het Natuurbeheerplan is aangeduid als ‘te ontwikkelen natuur’, ‘te ontwikkelen natuur zoekgebied (Groene contour)’, of te ontwikkelen natuur zoekgebied (NNN)’;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage bij hoofdstuk 3Leefgebieden bedreigde soorten Lijst met Utrechtse aandachtsoorten Wetenschappelijke naam Nederlandse naam Soortgroep Reden Rode lijst categorie Icoonsoort Triturus cristatus kamsalamander amfibieën Habitatrichtlijn bijlagen II en IV kwetsbaar icoonsoort Bufo calamita rugstreeppad amfibieën Habitatrichtlijn bijlage IV gevoelig icoonsoort Rana arvalis ssp. arvalis heikikker amfibieën Habitatrichtlijn bijlage IV Rana lessonae poelkikker amfibieën Habitatrichtlijn bijlage IV Andrena labialis donkere klaverzandbij bijen Rode Lijst bedreigd icoonsoort Coelioxys inermis gewone kegelbij bijen Rode Lijst bedreigd icoonsoort Bombus magnus grote veldhommel bijen Rode Lijst bedreigd icoonsoort Andrena denticulata kruiskruidzandbij bijen Rode Lijst bedreigd icoonsoort Anthophora retusa zwarte sachembij bijen Rode Lijst bedreigd icoonsoort Halictus maculatus blokhoofdgroefbij bijen Rode Lijst bedreigd Lasioglossum nitidiusculum borstelgroefbij bijen Rode Lijst bedreigd Bombus sylvarum boshommel bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Nomada opaca boswespbij bijen Rode Lijst bedreigd Lasioglossum lativentre breedbuikgroefbij bijen Rode Lijst bedreigd Melecta albifrons bruine rouwbij bijen Rode Lijst bedreigd Nomada fuscicornis bruinsprietwespbij bijen Rode Lijst bedreigd Lasioglossum intermedium combigroefbij bijen Rode Lijst bedreigd Andrena bimaculata donkere rimpelrug bijen Rode Lijst bedreigd Bombus subterraneus donkere tuinhommel bijen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Andrena niveata gebandeerde dwergzandbij bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Nomada guttulata gedrongen wespbij bijen Rode Lijst bedreigd Bombus distinguendus gele hommel bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Hylaeus clypearis gestippelde maskerbij bijen Rode Lijst bedreigd Eucera longicornis gewone langhoornbij bijen Rode Lijst bedreigd Coelioxys conoidea grote kegelbij bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Osmia xanthomelana grote metselbij bijen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Bombus ruderatus grote tuinhommel bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Bombus humilis heidehommel bijen Rode Lijst bedreigd Coelioxys quadridentata heidekegelbij bijen Rode Lijst bedreigd Osmia leaiana kauwende metselbij bijen Rode Lijst bedreigd Megachile ligniseca klaverbehangersbij bijen Rode Lijst bedreigd Nomada roberjeotiana kleine bonte wespbij bijen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Anthophora bimaculata kleine sachembij bijen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Andrena pilipes koolzwarte zandbij bijen Rode Lijst bedreigd Bombus soroeensis late hommel bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Bombus barbutellus lichte koekoekshommel bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Hylaeus pfankuchi moerasmaskerbij bijen Rode Lijst</p>\n<p class=\"lf-p\">bedreigd Bombus muscorum moshommel bijen Rode Lijst bedreigd Andrena marginata oranje zandbij bijen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Bombus rupestris rode koekoekshommel bijen Rode Lijst bedreigd Hylaeus variegatus rode maskerbij bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Andrena rosae roodrandzandbij bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Nomada fulvicornis roodsprietwespbij bijen Rode Lijst bedreigd Megachile circumcincta ruige behangersbij bijen Rode Lijst bedreigd Andrena nitidiuscula schermbloemzandbij bijen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Andrena fulvida sporkehoutzandbij bijen Rode Lijst bedreigd Lasioglossum quadrinotatum Andrena varians steilrandgroefbij bijen Rode Lijst bedreigd Nomada striata stomptandwespbij bijen Rode Lijst bedreigd Andrena fulvago texelse zandbij bijen Rode Lijst bedreigd Nomada integra tweekleurige wespbij bijen Rode Lijst bedreigd Andrena gravida weidebij bijen Rode Lijst bedreigd Melecta luctuosa witte rouwbij bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Dufourea halictula zandblauwtjesglansbij bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Bombus veteranus zandhommel bijen Rode Lijst bedreigd Ammobates punctatus zandloperbij bijen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Halictus sexcinctus zesbandgroefbij bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Andrena argentata zilveren zandbij bijen Rode Lijst bedreigd Halictus leucaheneus zuidelijke gouden groefbij bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Osmia niveata zwartbronzen houtmetselbij bijen Rode Lijst bedreigd Stelis phaeoptera zwarte tubebij bijen Rode Lijst bedreigd Hesperia comma kommavlinder dagvlinders Rode Lijst bedreigd icoonsoort Thecla betulae sleedoornpage dagvlinders Rode Lijst bedreigd icoonsoort Pyrgus malvae ssp. malvae aardbeivlinder dagvlinders Rode Lijst bedreigd Satyrium ilicis bruine eikenpage dagvlinders Rode Lijst bedreigd Argynnis niobe duinparelmoervlinder dagvlinders Rode Lijst bedreigd Maculinea alcon gentiaanblauwtje dagvlinders Rode Lijst bedreigd Argynnis aglaja grote parelmoervlinder dagvlinders Rode Lijst ernstig bedreigd Nymphalis polychloros grote vos dagvlinders Rode Lijst ernstig bedreigd Argynnis paphia keizersmantel dagvlinders Rode Lijst verdwenen uit Nederland Hipparchia statilinus kleine heivlinder dagvlinders Rode Lijst ernstig bedreigd Limenitis camilla kleine ijsvogelvlinder dagvlinders Rode Lijst bedreigd Euphydryas aurinia ssp. aurinia moerasparelmoervlinder dagvlinders Rode Lijst verdwenen uit Nederland Lycaena hippothoe ssp. hippothoe rode vuurvlinder dagvlinders Rode Lijst verdwenen uit Nederland Nymphalis antiopa rouwmantel dagvlinders Rode Lijst verdwenen uit Nederland Coenonympha arcania tweekleurig hooibeestje dagvlinders Rode Lijst verdwenen uit Nederland Plebeius idas ssp. idas</p>\n<p class=\"lf-p\">vals heideblauwtje dagvlinders Rode Lijst verdwenen uit Nederland Coenonympha tullia ssp. tullia veenhooibeestje dagvlinders Rode Lijst ernstig bedreigd Melitaea cinxia veldparelmoervlinder dagvlinders Rode Lijst ernstig bedreigd Boloria selene zilveren maan dagvlinders Rode Lijst bedreigd Ephemera glaucops haften Rode Lijst ernstig bedreigd Graphoderus bilineatus gestreepte waterroofkever kevers Habitatrichtlijn bijlagen II en IV icoonsoort Lucanus cervus vliegend hert kevers Habitatrichtlijn bijlage II Hydroptila tineoides kokerjuffers Bijzonder belang Utrecht ernstig bedreigd icoonsoort Grammotaulius nigropunctatus kokerjuffers Rode Lijst ernstig bedreigd Grammotaulius nitidus kokerjuffers Rode Lijst ernstig bedreigd Limnephilus elegans kokerjuffers Rode Lijst ernstig bedreigd Limnephilus fuscicornis kokerjuffers Rode Lijst ernstig bedreigd Limnephilus griseus kokerjuffers Rode Lijst ernstig bedreigd Limnephilus incisus kokerjuffers Rode Lijst ernstig bedreigd Limnephilus nigriceps kokerjuffers Rode Lijst bedreigd Limnephilus stigma kokerjuffers Rode Lijst bedreigd Oecetis notata kokerjuffers Rode Lijst ernstig bedreigd Oligostomis reticulata kokerjuffers Rode Lijst ernstig bedreigd Stenophylax permistus kokerjuffers Rode Lijst bedreigd Cladonia squamosa doornig heidestaartje korstmossen Rode Lijst ernstig bedreigd icoonsoort Peltigera praetextata ruig leermos korstmossen Rode Lijst bedreigd icoonsoort Collema fuscovirens bolletjes-geleimos korstmossen Rode Lijst bedreigd Tuckermanopsis chlorophylla bruin boerenkoolmos korstmossen Rode Lijst bedreigd Rhizocarpon distinctum bruin landkaartmos korstmossen Rode Lijst bedreigd Lecanora aitema dennenschotelkorst korstmossen Rode Lijst bedreigd Caloplaca variabilis donkere citroenkorst korstmossen Rode Lijst ernstig bedreigd Physconia distorta fors rijpmos korstmossen Rode Lijst bedreigd Vulpicida pinastri geel boerenkoolmos korstmossen Rode Lijst ernstig bedreigd Aspicilia radiosa gelobd dambordje korstmossen Rode Lijst ernstig bedreigd Physcia aipolia gemarmerd vingermos korstmossen Rode Lijst bedreigd Verrucaria denudata groene waterstippelkorst korstmossen Rode Lijst bedreigd Ramalina fraxinea groot takmos korstmossen Rode Lijst bedreigd Micarea lignaria heideoogje korstmossen Rode Lijst bedreigd Usnea cornuta ingesnoerd baardmos korstmossen Rode Lijst bedreigd Rhizocarpon lecanorinum klein landkaartmos korstmossen Rode Lijst ernstig bedreigd Arthonia muscigena knotwilgkorst korstmossen Rode Lijst bedreigd Clauzadea metzleri mergelkorst korstmossen Rode Lijst bedreigd Rhizocarpon lavatum oever-landkaartmos korstmossen Rode Lijst ernstig bedreigd Dibaeis baeomyces roze heikorst korstmossen</p>\n<p class=\"lf-p\">Rode Lijst ernstig bedreigd Clauzadea monticola ruïnekorst korstmossen Rode Lijst ernstig bedreigd Cladonia ciliata sierlijk rendiermos korstmossen Rode Lijst bedreigd Graphis elegans sierlijk schriftmos korstmossen Rode Lijst bedreigd Stereocaulon condensatum stuifzandkorrelloof korstmossen Rode Lijst bedreigd Bagliettoa steineri tulbandkorst korstmossen Rode Lijst bedreigd Xanthoparmelia verruculifera wrattig schildmos korstmossen Rode Lijst bedreigd Peltigera neckeri zwart leermos korstmossen Rode Lijst bedreigd Lecidea lithophila zwarte granietkorst korstmossen Rode Lijst bedreigd Caloplaca cerina korstmossen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Parmeliopsis hyperopta korstmossen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Leucorrhinia pectoralis gevlekte witsnuitlibel libellen Habitatrichtlijn bijlagen II en IV kwetsbaar icoonsoort Aeshna viridis groene glazenmaker libellen Habitatrichtlijn bijlage IV kwetsbaar icoonsoort Gomphus vulgatissimus beekrombout libellen Rode Lijst bedreigd Sympetrum depressiusculum kempense heidelibel libellen Rode Lijst ernstig bedreigd Sympecma paedisca Noordse winterjuffer libellen Rode Lijst bedreigd Gomphus flavipes ssp. flavipes rivierrombout libellen Habitatrichtlijn bijlage IV Leucorrhinia caudalis sierlijke witsnuitlibel libellen Rode Lijst en Habitatrichtlijn bijlage IV verdwenen uit Nederland Entodon concinnus cilindermos mossen Bijzonder belang Utrecht gevoelig icoonsoort Sphagnum contortum trilveenveenmos mossen Rode Lijst bedreigd icoonsoort Racomitrium lanuginosum wollige bisschopsmuts mossen Rode Lijst bedreigd icoonsoort Cephalozia macrostachya aarmaanmos mossen Rode Lijst bedreigd Ptilidium pulcherrimum boomfranjemos mossen Rode Lijst bedreigd Scapania nemorea bosschoffelmos mossen Rode Lijst bedreigd Kurzia sylvatica bosspinragmos mossen Rode Lijst ernstig bedreigd Lophozia bicrenata cederhoutmos mossen Rode Lijst bedreigd Nardia scalaris echt vleugelmos mossen Rode Lijst bedreigd Frullania tamarisci flesjesroestmos mossen Rode Lijst bedreigd Scapania compacta gedrongen schoffelmos mossen Rode Lijst ernstig bedreigd Hamatocaulis vernicosus geel schorpioenmos mossen Rode Lijst en Habitatrichtlijn bijlage II bedreigd Dicranum spurium gekroesd gaffeltandmos mossen Rode Lijst bedreigd Riccardia multifida gevind moerasvorkje mossen Rode Lijst ernstig bedreigd Bartramia pomiformis gewoon appelmos mossen Rode Lijst ernstig bedreigd Barbilophozia barbata glanzend tandmos mossen Rode Lijst bedreigd Racomitrium canescens grijze bisschopsmuts mossen Rode Lijst bedreigd Scorpidium cossonii groen schorpioenmos mossen Rode Lijst bedreigd Mylia anomala hoogveenlevermos mossen Rode Lijst ernstig bedreigd Barbilophozia kunzeana</p>\n<p class=\"lf-p\">kaal tandmos mossen Rode Lijst bedreigd Buxbaumia aphylla kaboutermos mossen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Racomitrium fasciculare kale bisschopsmuts mossen Rode Lijst bedreigd Tortula subulata langkapselsterretje mossen Rode Lijst bedreigd Dicranum bonjeanii moerasgaffeltandmos mossen Rode Lijst bedreigd Calliergon giganteum reuzenpuntmos mossen Rode Lijst bedreigd Cephaloziella rubella rood draadmos mossen Rode Lijst bedreigd Scorpidium scorpioides rood schorpioenmos mossen Rode Lijst bedreigd Mnium marginatum rood sterrenmos mossen Rode Lijst bedreigd Sphagnum rubellum rood veenmos mossen Rode Lijst bedreigd Barbilophozia attenuata steil tandmos mossen Rode Lijst bedreigd Hedwigia stellata stergranietmos mossen Rode Lijst ernstig bedreigd Campylium stellatum sterrengoudmos mossen Rode Lijst bedreigd Diplophyllum obtusifolium stomp zaagmos mossen Rode Lijst bedreigd Campyliadelphus elodes tenger goudmos mossen Rode Lijst ernstig bedreigd Orthotrichum rogeri tonghaarmuts mossen Habitatrichtlijn bijlage II gevoelig Calypogeia sphagnicola veenbuidelmos mossen Rode Lijst bedreigd Odontoschisma denudatum zanddubbeltjesmos mossen Rode Lijst ernstig bedreigd Scapania irrigua zandschoffelmos mossen Rode Lijst bedreigd Russula pseudointegra kleibosrussula paddenstoelen Bijzonder belang Utrecht icoonsoort Russula grata amandelrussula paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Dumontinia tuberosa anemonenbekerzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Sarcodon joeides avondroodstekelzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Cortinarius azureus azuursteelgordijnzwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Cortinarius simulatus bedrieglijke gordijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Inocybe decipiens bedrieglijke vezelkop paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Psathyrella seymourensis beemdfranjehoed paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Agaricus gennadii beurschampignon paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Ramariopsis tenuiramosa bezemkoraaltje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Tricholomella constricta blanke pronkridder paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Pholiotina aeruginosa blauwgroen breeksteeltje paddenstoelen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Lyophyllum gangraenosum blauwvlekkende rouwridderzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Phellodon niger blauwzwarte stekelzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Trichophaea woolhopeia bleek pelsbekertje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Boletus fechtneri bleke boleet paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Cortinarius barbatus bleke galgordijnzwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Lactarius pallidus bleke melkzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Leucoagaricus badhamii bloedende champignonparasol paddenstoelen</p>\n<p class=\"lf-p\">Rode Lijst bedreigd Ramaria botrytis bloemkoolzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Gymnopilus odini bosbrandvlamhoed paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Coprinellus angulatus brandplekinktzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hygrocybe helobia broos vuurzwammetje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Psathyrella gossypina bruinbultige franjehoed paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Agaricus cupreobrunneus bruine weidechampignon paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Inocybe fuscomarginata bruinsnedeviltkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Mycena citrinomarginata citroensnedemycena paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Lycoperdon umbrinum donkerbruine stuifzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Lactarius fuliginosus donkere fluweelmelkzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Russula cuprea donkere geelplaatrussula paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Camarophyllopsis hymenocephala donkere wasplaat paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Cerrena unicolor doolhofelfenbankje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Chamaemyces fracidus druppelparasolzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Russula cessans duinbosrussula paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Tubaria minutalis dwergdonsvoetje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hebeloma birrus dwergvaalhoed paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Otidea leporina echt hazenoor paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Phaeomarasmius erinaceus egelzwammetje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Nidularia deformis eierzakje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Pseudoinonotus dryadeus eikenweerschijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Gyrodon lividus elzenboleet paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Galerina heimansii elzenmosklokje paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Suillus variegatus fijnschubbige boleet paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Cortinarius psammocephalus fijnschubbige gordijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Tricholoma imbricatum fijnschubbige ridderzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Xerula pudens fluwelige wortelzwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Agaricus macrocarpus forse anijschampignon paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Inocybe oblectabilis forse vezelkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Otidea cochleata gedrongen hazenoor paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Boletus appendiculatus geelnetboleet paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Inocybe muricellata geelschubbige vezelkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hygrocybe flavipes geelvoetwasplaat paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Amanita franchetii geelwrattige amaniet paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Cortinarius bivelus gegordelde berkengordijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Lactarius ruginosus gekartelde fluweelmelkzwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd</p>\n<p class=\"lf-p\">Cortinarius torvus gelaarsde gordijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hypholoma ericaeoides gele moeraszwavelkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Tricholoma equestre gele ridderzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Inocybe auricoma gele witsteelvezelkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Sowerbyella radiculata gele wortelbekerzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hericium cirrhatum gelobde pruikzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hebeloma radicosum geringde vaalhoed paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Leratiomyces squamosus geschubde stropharia paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Entoloma subradiatum gestreepte satijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Entoloma olorinum gestreepte sneeuwvloksatijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Inocybe bongardii geurende vezelkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Gymnopus inodorus geurloze collybia paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Inocybe pseudohiulca gevlekte knolvezelkop paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Russula maculata gevlekte russula paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Melanogaster ambiguus gewone inkttruffel paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Anthracobia melaloma gewoon houtskoolbekertje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Lichenomphalia umbellifera gewoon veentrechtertje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Inocybe leiocephala gladhoedvezelkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Tricholoma portentosum glanzende ridderzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Xerocomus pelletieri goudplaatzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Boletus impolitus goudporieboleet paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Mycena aurantiomarginata goudrandmycena paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Dermoloma cuneifolium grauwe barsthoed paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Clitopilus caelatus grijsbruine zalmplaat paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Russula urens groene peperrussula paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Entoloma incanum groensteelsatijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Ramaria abietina groenwordende koraalzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Clavaria subfalcata sensu Maas Geest. groezelige knotszwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Disciotis venosa grote aderbekerzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Cortinarius caninus grote fraaisteelgordijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Entoloma costatum grote trechtersatijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Clitocybe geotropa grote trechterzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Peniophora laeta haagbeukschorszwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hypholoma polytrichi haarmoszwavelkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hypholoma ericaeum heidezwavelkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Entoloma infula helmsatijnzwam</p>\n<p class=\"lf-p\">paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Cortinarius allutus honinggordijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hypsizygus ulmarius iepenzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Gyroporus cyanescens indigoboleet paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Coprinopsis spelaiophila ivoorinktzwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Ramariopsis kunzei ivoorkoraaltje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Inocybe fibrosoides ivoorvezelkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hygrophorus eburneus ivoorzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Postia balsamea jeneverbeskaaszwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Russula turci jodoformrussula paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Morchella elata kegelmorielje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Aureoboletus gentilis kersrode boleet paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Mycena vulgaris kleefsnedemycena paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Dermoloma pseudocuneifolium kleine barsthoed paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Mycena clavularis kleverige schorsmycena paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Cortinarius privignoides knollige gordelsteelgordijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Agaricus langei knolloze boschampignon paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Chroogomphus rutilus koperrode spijkerzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Osmoporus odoratus korianderzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Pluteus dietrichii krakhoedhertenzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Tricholoma acerbum krulzoomridderzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Agaricus bernardii kwelderchampignon paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Omphalotus illudens lantaarnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Tricholoma psammopus lariksridderzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Mycena meliigena lilabruine schorsmycena paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Suillus granulatus melkboleet paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Russula puellula milde braakrussula paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Armillaria ectypa moerashoningzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Tricholoma terreum muisgrijze ridderzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Boletus junquilleus narcisboleet paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Squamanita odorata odeurzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Agaricus luteomaculatus okerbruine dwergchampignon paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Cortinarius tabularis okergrijze fraaisteelgordijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Russula laeta okerroze russula paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Clitopilus nitellinus oranje zalmplaat paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Mycena clavicularis palingsteelmycena paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Mycena mucor pantoffelmycena paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Lactarius decipiens pelargoniummelkzwam paddenstoelen</p>\n<p class=\"lf-p\">Rode Lijst bedreigd Russula lepida potloodrussula paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Amanita ceciliae prachtamaniet paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Thelephora caryophyllea prachtfranjezwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Boletus calopus pronksteelboleet paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hericium erinaceus pruikzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Galerina triscopa puntig mosklokje paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Agaricus subfloccosus rafelige champignon paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Macrolepiota excoriata rafelige parasolzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Entoloma farinogustus ranzige dennensatijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Mycena olida ranzige mycena paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Leucopaxillus giganteus reuzendikhoed paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Hygrocybe fornicata ridderwasplaat paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Scutellinia umbrorum rietlandwimperzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Mycena belliae rietmycena paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Cortinarius lividoochraceus rimpelige gordijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Russula rutila rode geelplaatrussula paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Flammulaster ferrugineus roestbruin vloksteeltje paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Elaphocordyceps capitata ronde truffelknotszwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Lyophyllum anthracophilum rondsporig pekzwammetje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Lactarius hysginus roodbruine melkzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hydnotrya tulasnei rosse doolhoftruffel paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Hebeloma theobrominum rossige vaalhoed paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Postia floriformis rozetkaaszwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hebeloma vaccinum ruderale vaalhoed paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Lactarius mairei ruige melkzwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Gloeopeniophorella convolvens ruwe oliecelkorst paddenstoelen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Boletus satanas satansboleet paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hygrocybe coccinea scharlaken wasplaat paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Omphalina acerosa schelptrechtertje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Inocybe margaritispora schubbige knobbelspoorvezelkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Stropharia pseudocyanea slanke kopergroenzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Gomphidius glutinosus slijmige spijkerzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Pluteus pellitus sneeuwwitte hertenzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Coprinopsis picacea spechtinktzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Russula illota spikkelsneerussula paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Cortinarius acutus spitse gordijnzwam paddenstoelen</p>\n<p class=\"lf-p\">Rode Lijst bedreigd Myxomphalia maura splijtplaat paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Laccaria fraterna steenrode fopzwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Camarophyllopsis foetens stinkende wasplaat paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Sistotrema confluens stinktolletje paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Hygrophorus pustulatus stippelsteelslijmkop paddenstoelen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Tricholoma sejunctum streephoedridderzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Clavaria straminea strogele knotszwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Lyophyllum deliberatum taaie rouwridderzwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Phellodon melaleucus tengere stekelzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Lactarius semisanguifluus vaalrode melkzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Lepista panaeolus vale schijnridderzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Inocybe paludinella valse satijnvezelkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Geoglossum difforme veelseptige aardtong paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Psathyrella cernua verblekende franjehoed paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Pisolithus arhizus verfstuifzwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Russula elegans vergelende netspoorrussula paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Russula subfoetens vergelende stinkrussula paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hygrophorus discoxanthus verkleurende slijmkop paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Entoloma hispidulum vezelkopsatijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Cortinarius evernius violetsteelgordijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Russula violacea violette russula paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Lactarius pterosporus vleugelspoormelkzwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Gymnopilus stabilis vlezige vlamhoed paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Lyophyllum boudieri vloksteelgrauwkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Peziza ampliata voddenbekerzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Gyromitra esculenta voorjaarskluifzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hygrocybe obrussea wantsenwasplaat paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Octaviania asterosperma welriekende sterspoortruffel paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Russula vinosopurpurea wijnpurperen russula paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Mycena tintinnabulum wintermycena paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Omphalina mutila wit heidetrechtertje paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Clavicorona taxophila wit kroonknotsje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Galerina jaapii witgeringd mosklokje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Entoloma speculum witte bossatijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Tricholoma columbetta witte duifridderzwam paddenstoelen Rode Lijst</p>\n<p class=\"lf-p\">bedreigd Melanoleuca nivea witte veldridderzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Clitopilus fallax witte zalmplaat paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hymenogaster tener witte zijdetruffel paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Gymnopus terginus wolsteelcollybia paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Lyophyllum rancidum wortelende grauwkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Pluteus petasatus zaagselhertenzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Peziza echinospora zemelige brandplekbekerzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hebeloma laterinum zoete vaalhoed paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Clavaria incarnata zonnegloedknotszwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Inocybe fuligineoatra zwarte knolvezelkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Helvella corium zwarte schotelkluifzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Psathyrella atrolaminata zwartplaatfranjehoed paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Pluteus atromarginatus zwartsnedehertenzwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Lyophyllum semitale zwartvlekkende rouwridderzwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Inocybe tenebrosa zwartvoetvezelkop paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Lyophyllum oldae zwartwordende grauwkop paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Natrix natrix ssp. helvetica ringslang reptielen Bijzonder belang Utrecht kwetsbaar icoonsoort Lacerta agilis ssp. agilis zandhagedis reptielen Habitatrichtlijn bijlage IV kwetsbaar icoonsoort Gryllus campestris veldkrekel sprinkhanen en krekels Bijzonder belang Utrecht kwetsbaar icoonsoort Ephippiger ephippiger zadelsprinkhaan sprinkhanen en krekels Rode Lijst ernstig bedreigd Arnoseris minima korensla vaatplanten Rode Lijst bedreigd icoonsoort Eriophorum gracile slank wollegras vaatplanten Rode Lijst ernstig bedreigd icoonsoort Pinguicula vulgaris vetblad vaatplanten Rode Lijst bedreigd icoonsoort Leucojum aestivum zomerklokje vaatplanten Bijzonder belang Utrecht kwetsbaar icoonsoort Eleocharis quinqueflora armbloemige waterbies vaatplanten Rode Lijst bedreigd Silene baccifera besanjelier vaatplanten Rode Lijst bedreigd Hyoscyamus niger bilzekruid vaatplanten Rode Lijst bedreigd Cystopteris fragilis blaasvaren vaatplanten Rode Lijst bedreigd Carex hostiana blonde zegge vaatplanten Rode Lijst bedreigd Cicendia filiformis draadgentiaan vaatplanten Rode Lijst bedreigd Schoenoplectus triqueter driekantige bies vaatplanten Rode Lijst bedreigd Luronium natans drijvende waterweegbree vaatplanten Habitatrichtlijn bijlagen II en IV kwetsbaar Kickxia spuria eironde leeuwenbek vaatplanten Rode Lijst bedreigd Hypericum pulchrum fraai hertshooi vaatplanten Rode Lijst bedreigd Botrychium lunaria gelobde maanvaren vaatplanten Rode Lijst bedreigd</p>\n<p class=\"lf-p\">Valerianella rimosa geoorde veldsla vaatplanten Rode Lijst ernstig bedreigd Hypochaeris glabra glad biggenkruid vaatplanten Rode Lijst bedreigd Liparis loeselii groenknolorchis vaatplanten Rode Lijst en Habitatrichtlijn bijlagen II en IV bedreigd Gymnadenia conopsea grote muggenorchis vaatplanten Rode Lijst ernstig bedreigd Lycopodium clavatum grote wolfsklauw vaatplanten Rode Lijst bedreigd Holosteum umbellatum heelbeen vaatplanten Rode Lijst bedreigd Alchemilla glabra kale vrouwenmantel vaatplanten Rode Lijst bedreigd Carum carvi karwij vaatplanten Rode Lijst bedreigd Pyrola minor klein wintergroen vaatplanten Rode Lijst bedreigd Clinopodium acinos kleine steentijm vaatplanten Rode Lijst bedreigd Thymus serpyllum kleine tijm vaatplanten Rode Lijst bedreigd Sparganium natans kleinste egelskop vaatplanten Rode Lijst bedreigd Wahlenbergia hederacea klimopklokje vaatplanten Rode Lijst bedreigd Campanula glomerata kluwenklokje vaatplanten Rode Lijst ernstig bedreigd Alopecurus bulbosus knolvossenstaart vaatplanten Rode Lijst bedreigd Potamogeton praelongus langstengelig fonteinkruid vaatplanten Rode Lijst bedreigd Viola persicifolia melkviooltje vaatplanten Rode Lijst bedreigd Erysimum cheiri muurbloem vaatplanten Rode Lijst ernstig bedreigd Chenopodium murale muurganzenvoet vaatplanten Rode Lijst bedreigd Corrigiola litoralis riempjes vaatplanten Rode Lijst bedreigd Carex diandra ronde zegge vaatplanten Rode Lijst bedreigd Potamogeton alpinus rossig fonteinkruid vaatplanten Rode Lijst bedreigd Baldellia ranunculoides ssp. ranunculoides stijve moerasweegbree vaatplanten Rode Lijst bedreigd Anthemis cotula stinkende kamille vaatplanten Rode Lijst bedreigd Monotropa hypopitys stofzaad vaatplanten Rode Lijst bedreigd Carex dioica tweehuizige zegge vaatplanten Rode Lijst ernstig bedreigd Lepidium campestre veldkruidkers vaatplanten Rode Lijst bedreigd Carex pulicaris vlozegge vaatplanten Rode Lijst bedreigd Potentilla tabernaemontani voorjaarsganzerik vaatplanten Rode Lijst bedreigd Platanthera bifolia welriekende nachtorchis vaatplanten Rode Lijst bedreigd Juncus tenageia wijdbloeiende rus vaatplanten Rode Lijst bedreigd Fritillaria meleagris wilde kievitsbloem vaatplanten Rode Lijst bedreigd Ranunculus ololeucos witte waterranonkel vaatplanten Rode Lijst bedreigd Atropa bella-donna wolfskers vaatplanten Rode Lijst bedreigd Misgurnus fossilis grote modderkruiper vissen Habitatrichtlijn bijlage II kwetsbaar icoonsoort Lota lota kwabaal vissen Rode Lijst ernstig bedreigd icoonsoort Rhodeus amarus bittervoorn vissen Habitatrichtlijn bijlage II Alosa fallax fint vissen Habitatrichtlijn bijlage II verdwenen uit Nederland Coregonus oxyrinchus houting vissen Habitatrichtlijn bijlagen II en IV</p>\n<p class=\"lf-p\">gevoelig Cobitis taenia kleine modderkruiper vissen Habitatrichtlijn bijlage II Cottus perifretum rivierdonderpad vissen Habitatrichtlijn bijlage II kwetsbaar Lampetra fluviatilis rivierprik vissen Habitatrichtlijn bijlage II gevoelig Salmo salar zalm vissen Habitatrichtlijn bijlage II Petromyzon marinus zeeprik vissen Habitatrichtlijn bijlage II gevoelig Apus apus gierzwaluw vogels Bijzonder belang Utrecht icoonsoort Acrocephalus arundinaceus ssp. arundinaceus grote karekiet vogels Rode Lijst bedreigd icoonsoort Limosa limosa grutto vogels Bijzonder belang Utrecht gevoelig icoonsoort Vanellus vanellus kievit vogels Bijzonder belang Utrecht icoonsoort Netta rufina krooneend vogels Bijzonder belang Utrecht icoonsoort Caprimulgus europaeus ssp. europaeus nachtzwaluw vogels Vogelrichtlijn bijlage I kwetsbaar icoonsoort Ardea purpurea ssp. purpurea purperreiger vogels Rode Lijst en Vogelrichtlijn bijlage I bedreigd icoonsoort Alauda arvensis ssp. arvensis veldleeuwerik vogels Bijzonder belang Utrecht gevoelig icoonsoort Ixobrychus minutus ssp. minutus woudaap vogels Rode Lijst en Vogelrichtlijn bijlage I ernstig bedreigd icoonsoort Luscinia svecica ssp. cyanecula blauwborst vogels Vogelrichtlijn bijlage I Lullula arborea ssp. arborea boomleeuwerik vogels Vogelrichtlijn bijlage I Branta leucopsis brandgans vogels Vogelrichtlijn bijlage I Circus aeruginosus ssp. aeruginosus bruine kiekendief vogels Vogelrichtlijn bijlage I Jynx torquilla ssp. torquilla draaihals vogels Rode Lijst ernstig bedreigd Miliaria calandra ssp. calandra grauwe gors vogels Rode Lijst ernstig bedreigd Lanius collurio ssp. collurio grauwe klauwier vogels Rode Lijst en Vogelrichtlijn bijlage I bedreigd Casmerodius albus ssp. albus grote zilverreiger vogels Vogelrichtlijn bijlage I gevoelig Alcedo atthis ssp. ispida ijsvogel vogels Vogelrichtlijn bijlage I Philomachus pugnax kemphaan vogels Rode Lijst en Vogelrichtlijn bijlage I ernstig bedreigd Egretta garzetta ssp. garzetta kleine zilverreiger vogels Vogelrichtlijn bijlage I gevoelig Porzana pusilla ssp. intermedia kleinst waterhoen vogels Rode Lijst en Vogelrichtlijn bijlage I verdwenen uit Nederland Recurvirostra avosetta kluut vogels Vogelrichtlijn bijlage I Nycticorax nycticorax ssp. nycticorax kwak vogels Rode Lijst en Vogelrichtlijn bijlage I in het wild verdwenen uit Nederland Crex crex kwartelkoning vogels Vogelrichtlijn bijlage I kwetsbaar Platalea leucorodia ssp. leucorodia lepelaar vogels Vogelrichtlijn bijlage I Mergus albellus nonnetje vogels Vogelrichtlijn bijlage I Ciconia ciconia ssp. ciconia ooievaar vogels Vogelrichtlijn bijlage I Emberiza hortulana ortolaan vogels Rode Lijst en Vogelrichtlijn bijlage I</p>\n<p class=\"lf-p\">ernstig bedreigd Saxicola rubetra paapje vogels Rode Lijst bedreigd Anas acuta ssp. acuta pijlstaart vogels Rode Lijst bedreigd Porzana porzana porseleinhoen vogels Vogelrichtlijn bijlage I kwetsbaar Botaurus stellaris ssp. stellaris roerdomp vogels Rode Lijst en Vogelrichtlijn bijlage I bedreigd Falco peregrinus ssp. peregrinus slechtvalk vogels Vogelrichtlijn bijlage I gevoelig Himantopus himantopus steltkluut vogels Vogelrichtlijn bijlage I gevoelig Oenanthe oenanthe ssp. oenanthe tapuit vogels Rode Lijst bedreigd Asio flammeus ssp. flammeus velduil vogels Rode Lijst en Vogelrichtlijn bijlage I ernstig bedreigd Sterna hirundo ssp. hirundo visdief vogels Vogelrichtlijn bijlage I kwetsbaar Gallinago gallinago ssp. gallinago watersnip vogels Rode Lijst bedreigd Pernis apivorus wespendief vogels Vogelrichtlijn bijlage I Dryocopus martius ssp. martius zwarte specht vogels Vogelrichtlijn bijlage I Chlidonias niger ssp. niger zwarte stern vogels Rode Lijst en Vogelrichtlijn bijlage I bedreigd Larus melanocephalus zwartkopmeeuw vogels Vogelrichtlijn bijlage I Anisus vorticulus platte schijfhoren weekdieren Habitatrichtlijn bijlagen II en IV kwetsbaar icoonsoort Pseudanodonta complanata platte zwanenmossel weekdieren Bijzonder belang Utrecht bedreigd icoonsoort Candidula gigaxii fijngeribde grasslak weekdieren Rode Lijst bedreigd Zonitoides excavatus grofgestreepte glimslak weekdieren Rode Lijst ernstig bedreigd Helicella itala heideslak weekdieren Rode Lijst bedreigd Aegopinella pura kleine blinkslak weekdieren Rode Lijst bedreigd Monacha cartusiana kleine karthuizerslak weekdieren Rode Lijst bedreigd Myxas glutinosa kleverige poelslak weekdieren Rode Lijst ernstig bedreigd Clausilia dubia knotwilgslak weekdieren Rode Lijst bedreigd Pseudotrichia rubiginosa oever-loofslak weekdieren Rode Lijst bedreigd Gyraulus riparius oeverschijfhoren weekdieren Rode Lijst bedreigd Balea perversa schorshorentje weekdieren Rode Lijst bedreigd Pisidium pseudosphaerium sphaeriumvormige erwtenmossel weekdieren Rode Lijst bedreigd Oxyloma sarsii tweeling-barnsteenslak weekdieren Rode Lijst bedreigd Vertigo moulinsiana zegge-korfslak weekdieren Habitatrichtlijn bijlage II kwetsbaar Myotis nattereri franjestaart zoogdieren Habitatrichtlijn bijlage IV icoonsoort Microtus oeconomus ssp. arenicola noordse woelmuis zoogdieren Habitatrichtlijn bijlagen II en IV kwetsbaar icoonsoort Myotis mystacinus ssp. mystacinus baardvleermuis zoogdieren Habitatrichtlijn bijlage IV Castor fiber ssp. albicus bever zoogdieren Habitatrichtlijn bijlagen II en IV gevoelig Myotis brandti ssp. brandti brandts vleermuis zoogdieren Habitatrichtlijn bijlage IV Pipistrellus pipistrellus</p>\n<p class=\"lf-p\">gewone dwergvleermuis zoogdieren Habitatrichtlijn bijlage IV Plecotus auritus ssp. auritus gewone grootoorvleermuis zoogdieren Habitatrichtlijn bijlage IV Rhinolophus hipposideros ssp. hipposideros kleine hoefijzerneus zoogdieren Rode Lijst en Habitatrichtlijn bijlagen II en IV verdwenen uit Nederland Eptesicus serotinus ssp. serotinus laatvlieger zoogdieren Habitatrichtlijn bijlage IV kwetsbaar Myotis dasycneme meervleermuis zoogdieren Habitatrichtlijn bijlagen II en IV Eptesicus nilssoni ssp. nilssoni noordse vleermuis zoogdieren Habitatrichtlijn bijlage IV Lutra lutra ssp. lutra otter zoogdieren Rode Lijst en Habitatrichtlijn bijlagen II en IV verdwenen uit Nederland Nyctalus noctula ssp. noctula rosse vleermuis zoogdieren Habitatrichtlijn bijlage IV kwetsbaar Pipistrellus nathusii ruige dwergvleermuis zoogdieren Habitatrichtlijn bijlage IV Vespertilio murinus ssp. murinus tweekleurige vleermuis zoogdieren Habitatrichtlijn bijlage IV gevoelig Myotis myotis ssp. myotis vale vleermuis zoogdieren Rode Lijst en Habitatrichtlijn bijlagen II en IV verdwenen uit Nederland Myotis daubentoni ssp. daubentoni watervleermuis zoogdieren Habitatrichtlijn bijlage IV Bijlage bij hoofdstuk 6 Groen doet Goed [vevallen] Bijlage bij hoofdstuk7Kleine landschapselementen In deze bijlage is beschreven voor welke landschapselementen de subsidie in hoofdstuk 7 is bedoeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beschrijving is gebaseerd op de teksten in de Subsidieverordening Natuur- en landschapsbeheer provincie Utrecht 2016, bijlage 1. De codes die vóór het desbetreffende landschapselement staan (bijvoorbeeld L01.01) komen uit deze subsidieverordening. De codes en namen die achter het betreffende element staan (bijvoorbeeld II.3 Cluster Natte begroeiing) komen uit bijlage D van de Catalogus Groenblauwe Diensten, versie EU 28 augustus 2018.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene beschrijving</p></div>", "next": 238846}