{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">in voorkomend geval een afschrift van een schriftelijke overeenkomst tot beëindiging van het recht van opstal, vruchtgebruik, erfdienstbaarheden of een de pachtovereenkomst of een afschrift van de uitspraak van de pachtkamer tot ontbinding als bedoeld in artikel 7:377 Burgerlijk Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder b, wordt in elk geval een afschrift van een schriftelijke overeenkomst tot beëindiging van de pachtovereenkomst of een afschrift van de uitspraak van de pachtkamer tot ontbinding van de pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 7:377 Burgerlijk Wetboek verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1, onder c, wordt een afschrift van de notariële akte van levering van het natuurambitieterrein en de gebouwen verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Er wordt vrijstelling verleend van de verplichting genoemd in artikel 27, derde lid, van de AsG.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 In afwijking van artikel 24, eerste lid, van de AsG dient aanvrager binnen 13 weken na inschrijving van de kwalitatieve verplichting in de openbare registers een aanvraag in tot vaststelling van de subsidie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-449\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.9</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1.3.3, eerste lid, is niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met het Besluit van de Europese Commissie van 13 juli 2011, (C2011) 4945, met betrekking tot steunmaatregel N308/2010.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.5 Verplaatsing landbouwbedrijfsgebouwen ten behoeve van het Gelders Natuurnetwerk</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-451\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor de verplaatsing van een landbouwbedrijfsgebouw.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-452\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien door verplaatsing van het landbouwbedrijfsgebouw: ten minste 5 hectares begrensde grond gelegen binnen een Natura 2000 gebied beschikbaar komen die daarna ingericht kunnen worden ten behoeve van de Natura 2000 doelstellingen van dat gebied; of ten minste 15 hectares begrensde grond gelegen in het GNN beschikbaar komen in een gebied waarvoor door Gedeputeerde Staten een grondstrategieplan is vastgesteld, welke gronden daarna ingericht kunnen worden ten behoeve van de doelstellingen genoemd in het natuurbeheerplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-453\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking: de kosten voor het demonteren, verhuizen en weer opbouwen van een bestaand landbouwbedrijfsgebouw; de kosten voor het aanpassen van een landbouwbedrijfsgebouw of het oprichten van een landbouwbedrijfsgebouw op de nieuwe locatie, ter vervanging van een bestaand landbouwbedrijfsgebouw op de bestaande locatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-454\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar of gebruiksgerechtigde van het te verplaatsen landbouwbedrijfsgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-455\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Als de verplaatsing gepaard gaat met modernisering van voorzieningen of verhoging van de productiecapaciteit, bedraagt de subsidie naast het bepaalde in het eerste lid ten hoogste 40% van de met de modernisering of verhoging van de productiecapaciteit gepaard gaande kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De subsidie bedraagt ten hoogste € 400.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-456\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidieontvanger is verplicht binnen 12 maanden na subsidieverlening: zijn landbouwbedrijfsgebouw te verplaatsen; op de als gevolg van de verplaatsing vrijkomende begrensde grond gelegen binnen het Natura 2000-gebied en het GNN een kwalitatieve verplichting te vestigen of te doen vestigen, inhoudende dat het perceel niet gebruikt zal worden als landbouwgrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Op verzoek van de subsidieontvanger kan de termijn genoemd in het eerste lid, onder a, worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het bepaalde in het eerste lid, onder b, geldt niet voor zover de provincie binnen 12 maanden na de subsidieverlening de gronden aankoopt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-457\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5.7</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.3.3, eerste lid, wordt subsidie slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 16 van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.6 Behoud van prioritaire soorten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-461\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: kweek in combinatie met introductie van een prioritaire soort in een leefgebied; introductie van een prioritaire soort in een leefgebied; handmatig bestuiven van een prioritaire plantensoort in een leefgebied; onderzoek gericht op het in kaart brengen van het voorkomen van een prioritaire soort in een leefgebied; onderzoek gericht op de effectiviteit van een maatregel ten aanzien van het behoud van een prioritaire soort; onderzoek gericht op het bepalen van maatregelen die noodzakelijk zijn voor het behoud van een prioritaire soort in een leefgebied; inrichtingsmaatregelen ten behoeve van het behoud of versterking van het leefgebied van een prioritaire soort.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-462\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt slechts verstrekt ten behoeve van activiteiten en locaties die zijn opgenomen in de Beleidsnota Actieve Soortenbescherming.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van het eerste lid kan subsidie worden verstrekt voor activiteiten waarvan op basis van onderzoek of gedocumenteerde veldervaringen aannemelijk is dat zij bijdragen aan het behoud van prioritaire soorten in Gelderland en dat deze activiteiten aanvullend dan wel gelijkwaardig zijn ten opzichte van de activiteiten bedoeld in het eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Subsidie wordt slechts verstrekt indien de activiteit bijdraagt aan het behoud van een prioritaire soort.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 [vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-463\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar van het leefgebied of degene die krachtens overeenkomst of zakelijk recht gerechtigd is tot het gebruik van het leefgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook aan andere personen dan rechtspersonen worden verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-464\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 95% van de kosten met een minimum van € 2.500 en een maximum van € 30.000 per aanvraag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-465\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt niet verstrekt ten behoeve van maatregelen die zijn opgelegd op grond van de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 of de daarvoor in de plaats tredende Wet Natuurbescherming.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 4.6.1, onder a en b, wordt slechts verstrekt indien de aanvrager bij de aanvraag een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in artikel 75 van de Flora- en Faunawet of de daarvoor in de plaats tredende bepalingen in de Wet Natuurbescherming overlegt die ziet op het betreffende leefgebied en de betreffende soort.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.7 Rustgebieden voor ganzen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-471\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor het niet verjagen van ganzen in de periode tussen 1 november en 1 april van percelen die zijn gelegen in een rustgebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-472\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: door het Faunafonds schade is getaxeerd die is veroorzaakt door overwinterende beschermde inheemse ganzen in het betreffende seizoen; en de percelen voldoen aan de in de Beleidsregels tegemoetkoming faunaschade van het Faunafonds gestelde normen om voor schadevergoeding in aanmerking te komen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-473\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar, de pachter of de erfpachter van de percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-474\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de AsG wordt een aanvraag om subsidie ingediend voor 1 juli van het jaar waarin de periode als bedoeld in artikel 4.7.1 eindigt waarop de aanvraag betrekking heeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-475\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste € 50 per hectare per seizoen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-476\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7.6</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.3.3, eerste lid, wordt subsidie slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Europese Commissie van 18 december 2013 (PbEU L 352/09).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.8 Inrichting van het Gelders Natuurnetwerk</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-481\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: de inrichting van nieuwe natuur; het treffen van PAS-maatregelen, niet zijnde de inrichting van nieuwe natuur; het uitvoeren van Natura 2000-herstelmaatregelen, niet zijnde de inrichting van nieuwe natuur; het uitvoeren van soortenbeschermingsmaatregelen, niet zijnde de inrichting van nieuwe natuur; het uitvoeren van herstelmaatregelen voor natte landnatuur, niet zijnde de inrichting van nieuwe natuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-482\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie voor inrichting van nieuwe natuur als bedoeld in artikel 4.8.1, onder a, wordt slechts verstrekt indien de inrichtingsmaatregelen de gewenste natuurkwaliteit zoals aangegeven als indicatieve verhouding beheertypen op de ambitiekaart van het natuurterrein realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van het eerste lid kan een subsidie worden verleend voor een ander natuurbeheertype of een indicatieve verhouding beheertype dan is opgenomen op de ambitiekaart, indien: de aanvrager door middel van een landschap ecologische onderbouwing aantoont dat de het vigerende natuurbeheertype of indicatieve verhouding beheertype van het natuurgebied niet realiseerbaar of doelmatig is; of het voorgestelde nieuwe natuurbeheertype invulling geeft aan hogere potenties die in het natuurterrein voorkomen en doelmatig zijn; en indien met het door de aanvrager voorgestelde natuurbeheertype de natuurkwaliteit van het natuurgebied wordt geborgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Subsidie voor PAS-maatregelen als bedoeld in artikel 4.8.1, onder b, wordt slechts verstrekt voor activiteiten opgenomen op de PAS-maatregelenkaart of de PAS-gebiedsanalyse.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Subsidie voor Natura 2000-maatregelen als bedoeld in artikel 4.8.1, onder c, wordt slechts verstrekt indien in het investeringsplan als bedoeld in artikel 4.8.5, tweede lid, voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de maatregelen bijdragen aan de beoogde kwaliteitsverbetering van het Natura 2000-gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Subsidie voor soortenbeschermingsmaatregelen als bedoeld in artikel 4.8.1, onder d, wordt slechts verstrekt indien in het investeringsplan als bedoeld in artikel 4.8.5, tweede lid, voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de maatregelen bijdragen aan behoud van een of meer prioritaire soorten of systeemherstel in de parels zoals opgenomen in de nota Actieve soortenbescherming Gelderland.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Subsidie voor herstelmaatregelen voor natte landnatuur als bedoeld in artikel 4.8.1, onder e, wordt slechts verstrekt indien in het investeringsplan als bedoeld in artikel 4.8.5, tweede lid, voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de maatregelen bijdragen aan herstel van de natte landnatuur binnen de gebieden aangegeven op de kaart Water en natuur van de Omgevingsvisie.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 In afwijking van het eerste en tweede lid geldt voor de programma aanvraag voor de activiteit inrichting nieuwe natuur als bedoeld in artikel 4.8.1, onder a, enkel het criterium dat de gronden op de ambitiekaart zijn begrensd als nieuwe natuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Indien de aanvrager een grote onderneming is, wordt subsidie slechts verstrekt indien aanvrager het stimulerend effect van de aangevraagde subsidie aantoont door middel van een beschrijving van de situatie zonder steun, te staven met bewijsstukken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-483\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van artikel 1.3.5, eerste lid, onder a en b, komen voor subsidie in aanmerking: inrichtingskosten; voorbereidingskosten die gemaakt zijn voor het opstellen van het investeringsplan als bedoeld in artikel 4.8.5, tweede lid, onderscheidenlijk het opstellen van een programma-aanvraag; onderzoekskosten die noodzakelijk zijn voor het bepalen van de te nemen inrichtingsmaatregelen; accountantskosten, indien de subsidiebeschikking een accountantsverklaring voorschrijft; aanloop- en overgangsbeheer.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 1.3.5, eerste lid, onder b, komen naast de kosten als bedoeld in het eerste lid voor subsidie als bedoeld in artikel 4.8.1, onder b, ook in aanmerking: kosten voor de uitvoering van onderzoek; kosten voor de uitvoering van monitoring.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-484\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie kan worden verstrekt aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zeggenschap heeft over het terrein waarvoor subsidie wordt aangevraagd krachtens eigendom of erfpacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een programma-aanvraag kan slechts worden aangevraagd door een gecertificeerde begunstigde.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In afwijking van het eerste lid kan een gecertificeerde begunstigde een programma-aanvraag indienen voor gronden waarover deze begunstigde geen zeggenschap heeft, mits de eigenaar of erfpachter instemt met de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-485\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Indien het natuurterrein is belast met erfpacht dient de aanvraag vergezeld te gaan van een verklaring van geen bezwaar van de eigenaar dan wel de erfpachter.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een aanvraag gaat vergezeld van een investeringsplan bestaande uit: een beschrijving van de uitgangssituatie; een beschrijving van de uit te voeren maatregelen; een beschrijving van de op de ambitiekaart opgenomen natuurbeheertype van de uit te voeren maatregelen ter uitvoering van de onder 4.8.1, onder a, genoemde activiteiten; een beschrijving van het te voeren beheer nadat de maatregelen zijn uitgevoerd; een opgave oppervlakte waarop de maatregelen zullen worden uitgevoerd; een tijdplanning waarbinnen de maatregelen zullen worden uitgevoerd en een planning van de uitgaven; een gespecificeerde begroting; topografische kaart met een schaal van ten hoogste 1:10.000 waarop de locatie van de te treffen maatregelen is weergegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Een aanvraag tot subsidieverlening voor een programma-aanvraag gaat vergezeld van: opgave van het aantal hectares nieuwe natuur per natuurgebied waarop de maatregelen ter uitvoering van de onder 4.8.1, onder a, genoemde activiteiten zal worden uitgevoerd, voorzien van een jaarplanning voor de looptijd van het programma; een beschrijving van de uit te voeren activiteiten als bedoeld in artikel 4.8.1, onder b tot en met e, met per activiteit en per natuurgebied per natuurbeheertype een beknopte beschrijving van: de uit te voeren maatregelen binnen het natuurgebied; de oppervlakte waarop de maatregelen zullen worden uitgevoerd, afgerond in hectares; een begroting; een jaarplanning van de realisatie voor de looptijd van het programma en een planning van de uitgaven. een GIS-kaart met daarin aangegeven de buitengrenzen van het natuurgebied waarin de maatregelen als bedoeld in artikel 4.8.1 worden gerealiseerd; een GIS-kaart waarop de PAS-herstelmaatregelen zijn aangeduid.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Een aanvraag tot subsidieverlening voor een programma-aanvraag gaat, indien de aanvrager geen zeggenschap heeft over het natuurgebied, vergezeld van een verklaring waarmee de eigenaar dan wel de erfpachter instemt met de subsidieaanvraag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-486\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt ten hoogste: voor inrichting van nieuwe natuur als bedoeld in artikel 4.8.1, onder a: 95% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 13.000 per hectare;</p>\n<p class=\"lf-p\">100% van de subsidiabele kosten voor uitvoering PAS-maatregelen, als bedoeld in artikel 4.8.1, onder b, tot de maximum subsidiebedragen per maatregel zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels;</p>\n<p class=\"lf-p\">95% van de subsidiabele kosten voor maatregelen als bedoeld in artikel 4.8.1, onder c, d en e, tot de maximale subsidiebedragen per maatregel zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Gedeputeerde Staten kunnen in bijzondere gevallen afwijken van de maximum bedragen als bedoeld in het eerste lid, op voorwaarde dat: de aanvrager aantoont dat de inrichting meer kost dan de maxima; en de kosten niet kunnen worden gemiddeld binnen het project of het programma.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-487\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt niet verstrekt voor verwijderen van bodemverontreiniging of afval.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-488\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidieontvanger is verplicht om na de uitvoering van de inrichting de gerealiseerde natuur in stand te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ontvanger van subsidie voor inrichting van nieuwe natuur als bedoeld in artikel 4.8.1, onder a, binnen een programma-aanvraag dient het natuurterrein in te richten overeenkomstig de indicatieve verhouding beheertypen op de ambitiekaart zoals die luidt op het moment van indiening van de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Op verzoek van subsidieontvanger kan voor inrichting van nieuwe natuur binnen een programma-aanvraag het natuurdoeltype of een indicatieve verhouding beheertype op de ambitiekaart gedurende de looptijd van het programma worden gewijzigd indien: de aanvrager door middel van een landschapsecologische onderbouwing aantoont dat de het vigerende natuurbeheertype of indicatieve verhouding beheertype van het natuurgebied niet realiseerbaar of doelmatig is; of het voorgestelde nieuwe natuurbeheertype invulling geeft aan hogere potenties die in het natuurterrein voorkomen en doelmatig zijn; en naar het oordeel van Gedeputeerde Staten met het door aanvrager voorgestelde natuurbeheertype de natuurkwaliteit van het natuurgebied wordt geborgd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-489\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.9</span><span class=\"lf-art-t\">Looptijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van artikel 15 van de AsG bedraagt de looptijd van de programma-aanvraag voor nieuwe natuur als bedoeld in artikel 4.8.1 onder a, drie jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 15 van de AsG bedraagt de looptijd van de andere programma-aanvragen als bedoeld in artikel 4.8.1, zes jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Gedeputeerde staten kunnen op verzoek van de aanvrager de looptijd van de programma-aanvraag ten hoogste twee maal met een jaar verlengen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4810\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.10</span><span class=\"lf-art-t\">Gescheiden boekhouding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ontvanger van subsidie als bedoeld in artikel 4.8.1, onder b, ook economische activiteiten verricht, is hij verplicht een gescheiden boekhouding te voeren overeenkomstig punt 41 van de EU-kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst (2012/C 8/03).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4811\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8.11</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Artikel 1.3.3, eerste lid, is niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover dit niet in strijd is met de Richtsnoeren van de Europese Unie voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2014-2020 (PbEU 2014/C 204/01).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.9 Functieverandering ten behoeve van het Gelders Natuurnetwerk</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-491\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor functieverandering op voorwaarde dat op de grond waarop de aanvraag betrekking heeft tevens inrichting plaatsvindt als bedoeld in artikel 4.8.1, onder a.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-492\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de grond waarvoor subsidie is aangevraagd is begrensd als N00.01 op de ambitiekaart; en de productiecapaciteit van de grond in de vijf jaren voorafgaand aan de aanvraag onafgebroken is gebruikt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-493\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Voor subsidie komt in aanmerking de door een onafhankelijke taxateur bepaalde waardedaling van de grond die aansluit op de marktsituatie op het moment van aanvraag, ontstaan door het verschil in de marktwaarde voor en de marktwaarde na functieverandering en inrichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De taxatie wordt uitgevoerd door een door de provincie in te schakelen taxateur en de kosten daarvan worden door de provincie betaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-494\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar van de grond waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-495\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag een topografische kaart met een schaal van ten hoogste 1:10.000 gevoegd waarop de grenzen van de grond zijn aangegeven, alsmede de op die grond gelegen wegen en paden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien op de grond een recht van hypotheek is gevestigd, wordt onverminderd artikel 1.2.3 bij de aanvraag een verklaring van geen bezwaar gevoegd van degene aan wie het recht van hypotheek toekomt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-496\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.9.3, eerste lid, met een maximum van 85% van de waarde van de grond als landbouwgrond.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-497\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt niet verstrekt voor functieverandering die dient tot uitvoering van wettelijke of contractuele verplichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie wordt niet verstrekt voor grond die om niet van de overheid is verkregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Subsidie kan worden geweigerd voor gronden die niet tegen marktwaarde van de overheid zijn verkregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Subsidie wordt niet verstrekt voor grond waarop nog verplichtingen rusten op grond van: de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Gelderland; de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister van economische zaken; hoofdstuk 4 of afdeling 5.1.3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Gelderland 2009; de Regeling stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden; of de Beschikking ter zake van het uit productie nemen van bouwland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-498\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Binnen twaalf weken na verlening van de subsidie sluit de subsidieontvanger met de provincie Gelderland een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht, waarin is opgenomen: de verplichting dat de subsidieontvanger de grond niet gebruikt of doet gebruiken als landbouwgrond, het terrein beheert overeenkomstig het natuurbeheertype zoals voorgeschreven in het natuurbeheerplan en datgene nalaat wat de veiligstelling van het natuurbeheertype verstoort; en dat de verplichting, als bedoeld onder a, zal overgaan op al degenen die het terrein onder bijzondere of algemene titel zullen verkrijgen en dat mede gebonden zullen zijn al degenen die van de rechthebbende een recht op gebruik van het terrein zullen krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De overeenkomst als bedoeld in het eerste lid wordt uiterlijk binnen vier weken na totstandkoming daarvan op initiatief van de subsidieontvanger en op kosten van de provincie als kwalitatieve verplichting ten aanzien van het terrein ingeschreven in de openbare registers.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Subsidieontvanger is verplicht er voor zorg te dragen dat een afschrift van de kwalitatieve verplichting binnen vier weken na inschrijving in de openbare registers in afschrift wordt toegezonden aan de provincie.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Op verzoek van de subsidieontvanger kunnen de termijnen als bedoeld in voorgaande leden van dit artikel worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Subsidieontvanger is verplicht zorg te dragen dat de grond waarvoor subsidie wordt aangevraagd ten minste 358 dagen per jaar wordt opengesteld en toegankelijk blijft voor het publiek, tenzij daarvan door gedeputeerde staten ontheffing wordt verleend;</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Ontheffing als bedoeld in lid 5 wordt verleend indien: gehele of gedeeltelijke sluiting van het terrein noodzakelijk is ter voldoening aan de bij of krachtens de Flora- en faunawet gestelde regels voor soortenbescherming of de krachtens de artikelen 10, 10a, 19, 19a en 21 van de Natuurbeschermingswet 1998 voor beschermde natuurmonumenten of Natura-2000-gebieden vastgestelde instandhouding doelstellingen en toegangsbeperkingen; het terrein door buiten de macht van de subsidieontvanger gelegen oorzaken blijvend geheel of gedeeltelijk niet bereikbaar of naar zijn aard niet begaanbaar is; sluiting van ten hoogste één hectare van het terrein wenselijk is vanwege de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; of andere belangen gehele of gedeeltelijke sluiting rechtvaardigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Subsidieontvanger is verplicht binnen twaalf weken na subsidieverlening bij het bevoegd gezag een aanvraag in te dienen tot aanpassing van de bestemming inhoudende dat de grond enkel als natuur mag worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Artikel 1.4.7 is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-499\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.9</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen bij aanvraag subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een afschrift overgelegd van het verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4910\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.10</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 21 van de AsG wordt nadat de aanvrager een afschrift heeft overgelegd van de vestiging van de kwalitatieve verplichting een voorschot uitgekeerd van ten hoogste 90%.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4911\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9.11</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Artikel 1.3.3, eerste lid, is niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met de vigerende Catalogus Groenblauwe Diensten en de Richtsnoeren van de Europese Unie voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2014-2020 (PbEU 2014/C 204/01).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.10 Inrichting ten behoeve van agrarisch natuur- en landschapsbeheer</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor het aanpassen van de fysieke condities of kenmerken van percelen landbouwgrond gelegen in een leefgebied SNLG.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: voor de percelen landbouwgrond een subsidie is verstrekt voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer op grond van artikel 3.2 van de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Gelderland 2016 of een subsidie op grond van die regeling is aangevraagd voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer voor het volgende kalenderjaar, en de inrichting bijdraagt aan de verhoging van de effectiviteit van het agrarisch natuur- en landschapsbeheer voor de soorten waarvoor het beheer op het betreffende perceel wordt uitgevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4103\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking: kosten voor het maken van een inrichtingsplan voor zover het plan betrekking heeft op maatregelen gericht op wijziging van de oppervlaktewaterstand of grondverzet; kosten voor maatregelen gericht op wijziging van de oppervlaktewaterstand; kosten van grondverzet; kosten van verwijdering van begroeiing en beplanting, en overige kosten voor zover die noodzakelijk zijn voor de inrichting van het leefgebied SNLG.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen subsidie wordt verstrekt voor het verwijderen van bodemverontreiniging of afval.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4104\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een agrarisch collectief, met dien verstande dat 15% van de subsidie wordt verstrekt aan de beheerder van het collectief indien deze het inrichtingsplan heeft opgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4105\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag gevoegd: een projectplan waarin tenminste een beschrijving van de uitgangssituatie en het te bereiken resultaat, de uit te voeren werkzaamheden en een begroting zijn vermeld; een kaart waarop de locatie van de werkzaamheden is aangeduid, en een kopie van de beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 4.10.2, aanhef en onder a, of een kopie van de aanvraag van een dergelijke subsidie als bedoeld onder b.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4106\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 95% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000,-met dien verstande dat de subsidie niet meer bedraagt dan € 8.000,- per hectare van het leefgebied SNLG.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4107\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen subsidie wordt verstrekt als voor de aangevraagde percelen al eerder een subsidie op grond van artikel 4.10.1 is verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4108\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van de subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht de subsidiabele activiteiten binnen 12 maanden na de subsidieverlening uit te voeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4109\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10.9</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met de Richtsnoeren van de Europese Unie voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2014-2020 (PbEU 2014, C 204/01).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.11 Verwijderen van drugsafval</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: drugsafval: afval dat ontstaat bij de productie van synthetische drugs; erkende verwijderaar: verwijderaar die gekwalificeerd is voor de verwijdering van drugsafval of bodemverontreinigingen; saneren: saneren als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming; synthetische drugs: uit chemische grondstoffen geproduceerde verdovende middelen; verwijdering: verwijdering als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: het verwijderen van drugsafval; het saneren van bodemverontreiniging die is ontstaan als een rechtstreeks gevolg van de aanwezigheid van drugsafval.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.3</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien de aanvrager verantwoordelijk of mede verantwoordelijk is voor: het ontstaan van het drugsafval; de aanwezigheid van het drugsafval op het terrein waarop de aanvraag betrekking heeft; of de verontreiniging van de bodem waarop de aanvraag betrekking heeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.4</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: er sprake is van illegale dumping van drugsafval; van de dumping aangifte is gedaan bij de politie; voor de verwijdering of de sanering opdracht is gegeven in 2015 of 2016; de verwijdering of de sanering uiterlijk drie maanden na opdrachtverlening is uitgevoerd; de verwijdering of de sanering is uitgevoerd door een erkend verwijderingsbedrijf of bodemsaneringsbedrijf in overeenstemming met de daarvoor geldende regels.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt verstrekt aan eigenaren van het terrein waarop het drugsafval zich bevindt of waarvan de bodem is verontreinigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4116\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag in elk geval de volgende gegevens verstrekt: een kaart met een schaal van maximaal 1:50.000 waarop de locatie is aangegeven waar het drugsafval is aangetroffen of de bodemverontreiniging is ontstaan; indien de aanvraag strekt tot subsidie voor het verwijderen van drugsafval: foto’s en een beschrijving van het aangetroffen afval; een kopie van aangifte bij de politie; bewijs dat de verwijdering of de bodemsanering is uitgevoerd; bewijs voor de gemaakte de kosten voor de verwijdering of de bodemsanering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4117\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 10.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11.7</span><span class=\"lf-art-t\">Indieningsperiode</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 4.11.2 kunnen worden ingediend van 1 april 2017 tot 1 september 2017.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.12 Burgerbetrokkenheid bij natuur, groen en landschap</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: het aanleggen, beheren of verbeteren van de kwaliteit van natuur, groen of landschap door burgers in hun leefomgeving; het betrekken van burgers bij activiteiten op het gebied van natuur, groen of landschap in hun leefomgeving; of het delen van kennis en ervaring met het aanleggen, beheren of verbeteren van de kwaliteit van natuur, groen of landschap door burgers in hun leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Onder het betrekken van burgers als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt in ieder geval verstaan: het organiseren van bijeenkomsten en werkdagen; het opstellen en verspreiden van informatiemateriaal; het geven van voorlichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder a, wordt slechts verstrekt indien de activiteit betrekking heeft op een openbaar toegankelijk terrein.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder a, komen ook in aanmerking de kosten voor externe ondersteuning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4124\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG, wordt subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder a, uitsluitend verstrekt aan een samenwerkingsverband van ten minste vijf natuurlijke personen dat zich inzet voor natuur, groen of landschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 4.12, eerste lid, onder b, wordt uitsluitend verstrekt aan een vereniging of stichting die zich inzet voor natuur, groen of landschap, niet zijnde een bos- of landgoedeigenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG, wordt subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder c, uitsluitend verstrekt aan natuurlijke personen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4125\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, aanhef en onder a, verstrekt: een schriftelijke toestemming van de eigenaar van het perceel waarop de aanleg, beheer of kwaliteitsverbetering betrekking heeft; en, een onderbouwing waaruit blijkt dat de activiteit past binnen het bestemmingsplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder a, bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 5.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder a, ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten indien de subsidie hoger is dan € 5.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De subsidie als bedoeld in het tweede lid bedraagt maximaal € 50.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder b, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 25.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder c, bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 5.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Geen subsidie wordt verstrekt indien de subsidie minder dan € 1.000 zou bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Een aanvrager kan maximaal éénmaal per kalenderjaar subsidie ontvangen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4127\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder a wordt niet verstrekt voor zover de activiteit betrekking heeft op terreinen die zijn opgenomen in het natuurbeheerplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4128\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De ontvanger is verplicht de activiteit binnen een jaar na de verlening van de subsidie, of ingeval van een subsidie waarop artikel 25, eerste lid, van de AsG van toepassing is binnen een jaar na de vaststelling van de subsidie, te hebben uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De ontvanger van subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder a en b , is verplicht binnen vier weken na het afronden van de activiteit publiciteit aan de activiteit te geven via een website of social media.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  4.13</h3>\n<p class=\"lf-p\">Kennisontwikkeling- en overdracht duurzaam functioneren van de toplaag</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4131\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.13.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor een project dat is gericht op: het ontwikkelen van kennis over het duurzaam functioneren van de toplaag; het overdragen van kennis over het duurzaam functioneren van de toplaag, of een combinatie van a en b.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4132\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.13.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: het project wordt verricht door een kennis- of onderzoeksinstelling of een adviesbureau en tenminste een grondgebruiker; de afspraken, taken en verantwoordelijkheden van de deelnemende partijen voor de uitvoering van het project zijn vastgelegd in een overeenkomst; aantoonbaar sprake is van een kennishiaat over het duurzaam functioneren van de toplaag; de onderzoeksvragen van het project voortvloeien uit wetenschappelijk onderzoek; het onderzoek betrekking heeft op ten minste twee van de volgende onderwerpen: organische stof, bodemchemie, bodemleven, bodemstructuur, waterhuishouding of beworteling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4133\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.13.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking: de kosten van een projectleider en adviseurs; de kosten voor het verzamelen en analyseren van bestaande informatie; de kosten van onderzoek of metingen voor het verkrijgen van meetgegevens over het functioneren van de bodem en ondergrond op het gebied van de onderwerpen, genoemd in artikel 4.13.2 onder e; de kosten voor het geven van een demonstratie of voorlichting, en personeelskosten van bij de uitvoering van de activiteit betrokken personen, voor de uren die aantoonbaar ten behoeve van het project zijn gemaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4134\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.13.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een kennis- of onderzoeksinstelling of een adviesbureau.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Gelderland 2016 kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen, voor zover de aanvrager een adviesbureau is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4135\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.13.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 4.13.1 onder a, gevoegd een kaart waarop de locatie van het project is aangeduid.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 4.13.1 onder b, gevoegd een beschrijving van de wijze van kennisoverdracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4136\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.13.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie als bedoeld in artikel 4.13.1, onder a, bedraagt ten hoogste 80% van de kosten met een een maximum van € 75.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie als bedoeld in artikel 4.13.1, onder b, bedraagt ten hoogste 80% van de kosten met een een maximum van € 10.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4137\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.13.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 4.13.1 onder a wordt geweigerd indien: het onderzoek betrekking heeft op het ontwikkelen van machines voor landbouwmechanisatie of mestverwerkingsinstallaties; het onderzoek betrekking heeft op een project dat is gericht op het maximaliseren van de winst van een bedrijf of onderneming; het project kan leiden tot risico’s op bodemuitputting of bodemverontreiniging op de korte en lange termijn, of het project is gericht op het in beeld brengen van bodemverontreiniging of bemestingstoestand.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4138\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.13.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van de subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht de subsidiabele activiteiten binnen 4 jaar na de subsidieverlening uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger zendt binnen de in het eerste lid gestelde termijn een exemplaar van het onderzoeksresultaat aan Gedeputeerde Staten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de subsidie na de in het eerste lid gestelde termijn nog moet worden vastgesteld, wordt het onderzoeksrapport bij de aanvraag tot vaststelling gevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger stelt de opgedane kennis en ervaring beschikbaar aan een brede groep van grondgebruikers.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 5 Regionale bereikbaarheid en regionaal openbaar vervoer</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.1 Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: beroepsvervoer: beroepsvervoer als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet wegvervoer goederen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Beter Benutten Vervolg: programma zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten bij besluit van 20 januari 2015 inzake het gebied van de voormalige Stadsregio Arnhem-Nijmegen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestedingsplan DU: een door Gedeputeerde Staten vastgesteld plan, waarin de besteding is vastgelegd van de decentralisatie-uitkering Projecten verkeer en vervoer;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestedingsplan BDU: door Gedeputeerde Staten vastgesteld plan, waarin de besteding is vastgelegd van de brede doeluitkering als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet BDU verkeer en vervoer; communautaire vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 4 van verordening (EG) nr. 1072/2009 van de Raad van de Europese Unie van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg (PbEU L 300/72); [vervallen] gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning: een gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning; gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning: een gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning als bedoeld in artikel 4, derde lid, van Verordening 1072/2009/EG, dat bij de indiening van de aanvraag niet ouder is dan vier weken; goederenvervoer: vervoer van goederen over de weg en over water; koopovereenkomst: schriftelijke overeenkomst tussen leverancier en de subsidieaanvrager over de koop van de vrachtauto;</p>\n<p class=\"lf-p\">LNG-vrachtauto: een voertuig dat een vrachtauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet wegvervoer goederen is, valt onder categorie N2 of categorie N3 van Richtlijn 2007/46/EG en bij de feitelijke levering overeenkomstig de koopovereenkomst door de fabrikant als bedoeld in Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 september 2007 (PbEU L263) is uitgerust met een motor die als hoofdaandrijving in de vrachtauto is geplaatst en uitsluitend Liquefied Bio Gas of Liquefied Natural Gas als motorbrandstof gebruikt;</p>\n<p class=\"lf-p\">MIAM: Meerjaren InvesteringsAgenda Mobiliteit met een overzicht van alle (beoogde) projecten en programma’s die een bijdrage leveren aan regionale bereikbaarheid en regionaal openbaar vervoer; mobiliteitsmanagement: alle activiteiten gericht op het afstemmen van vraag en aanbod van verkeer en vervoer gericht op het keuzeproces en bewustwording van de reiziger en goederen; openbaar vervoer: vervoer per trein, bus, tram of regiotaxi dat wordt verzorgd door een vervoerder waaraan op grond van de Wet personenvervoer 2000 een concessie is verleend; operational lease: de lessee betaalt voor het exclusieve gebruik van een vrachtauto gedurende een met de leasemaatschappij overeengekomen periode, waarbij de eigendom van de vrachtauto bij de leasemaatschappij blijft;</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerkingsovereenkomst basismobiliteit : overeenkomst tussen provincie en in regioverband samenwerkende gemeenten waarbij de vervoerstaken van de regiotaxi worden overgedragen aan de regio’s; snelfietsroute: een door Gedeputeerde Staten als zodanig aangewezen samenhangend geheel van voorzieningen, gebruik en infrastructurele werken ten behoeve van de fiets; sociale veiligheid: objectieve veiligheid en het gevoel van veiligheid onder reizigers en personeel, ten aanzien van misdaad en wangedrag binnen het openbaar vervoer en bij halteplaatsen van het openbaar vervoer; verlader: bedrijf dat dat goederen van het ene transportmiddel overlaadt in het andere; vervoerder: de rechtspersoon die openbaar vervoer verricht, waaronder begrepen regiotaxi; vrachtauto: de vrachtauto of vrachtauto’s waar een aanvraag om verlening van subsidie, een aanvraag om vaststelling van subsidie of een verstrekte subsidie betrekking op heeft.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.2 Infrastructuurprojecten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-521\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: infrastructurele projecten waarvoor in het MIAM middelen beschikbaar zijn gesteld; en infrastructurele projecten waarvoor in de bestedingsplannen BDU en de bestedingsplannen DU middelen beschikbaar zijn gesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-522\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan publiekrechtelijke rechtspersonen en aan ProRail B.V.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-523\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie als bedoeld in artikel 5.2.1, onderdeel a, bedraagt ten hoogste 100% van de kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidie als bedoeld in artikel 5.2.1, onderdeel b, bedraagt ten hoogste het bedrag dat in de bestedingsplannen BDU is opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht erop worden voor ten hoogste 15% meegerekend in de kosten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.3 Openbaar vervoer en regiotaxi</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-531\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor het verrichten van: openbaar vervoer; vervoer in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning in de vorm van regiotaxi en de bijbehorende kosten voor het beheer van de regiotaxi.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-532\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie voor het verrichten van openbaar vervoer wordt slechts verstrekt voor de duur van de concessie of voor de duur van de overeenkomst tussen de provincie en de vervoerder.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-533\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 5.3.1, onder a, wordt verstrekt aan vervoerders.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 5.3.1, onder b, wordt verstrekt aan gemeenten en openbare lichamen in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In afwijking op het bepaalde in het tweede lid kan subsidie worden verstrekt aan een rechtspersoon waaraan de in het eerste lid genoemde aanvragers haar taak ten aanzien van de regiotaxi heeft overgedragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-534\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie als bedoeld in artikel 5.3.1, onder a, bedraagt ten hoogste het bedrag zoals is overeengekomen in de concessie. De subsidie wordt jaarlijks geïndexeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidie als bedoeld in artikel 5.3.1, onder b, bedraagt ten hoogste het bedrag zoals is overeengekomen in artikel 8 van de Samenwerkingsovereenkomst basismobiliteit.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.4 Infrastructurele openbaarvervoervoorzieningen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-541\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor de aanpassing of uitbreiding van infrastructuur en voorzieningen ten behoeve van het openbaar vervoer in het gebied van de voormalige Stadsregio.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-542\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt voor activiteiten die: een bijdrage leveren aan de doelstellingen van het OV-beleid van de provincie, zoals vastgelegd in de OV-visie (PS 2016-374) en in het coalitieakkoord 2015-2019 “Ruimte voor Gelderland” d.d. 20 april 2015; een aantoonbare meerwaarde hebben voor het gebruik en de functie van het regionale openbaar vervoer, die blijkt uit: verlaging van de kosten dan wel verbetering van de opbrengsten; verbetering van de kwaliteit en uitstraling; of verbetering van de betrouwbaarheid van de dienstregeling; en uitvoerbaar zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-543\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Onverminderd artikel 7 van de AsG worden aanvragen ingediend voor 1 maart van het jaar waarin de activiteiten zullen plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Aanvragen worden op basis van een onderlinge vergelijking in een rangorde geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Gedeputeerde Staten kunnen bij onderbesteding van het budget na 1 maart tot een tweede openstelling besluiten. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op aanvragen die in een tweede openstellingsperiode worden ingediend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-544\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingscriteria infrastructurele openbaarvervoervoorzieningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de activiteiten als bedoeld in artikel 5.4.2 wordt een score van maximaal 12 punten toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De punten worden als volgt over de criteria verdeeld: maximaal 3 punten voor het criterium, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel i; maximaal 3 punten voor het criterium, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel ii; maximaal 3 punten voor het criterium, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel iii; maximaal 3 punten voor het criterium, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder c.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de score op het criterium genoemd in het tweede lid aanhef en onder d, wordt als volgt bepaald: indien de uitvoering binnen een jaar gereed is na het besluit tot subsidieverlening 3 punten; indien de uitvoering binnen twee jaar gereed is na het besluit tot subsidieverlening 2 punten; indien de uitvoering binnen drie jaar gereed is na het besluit tot subsidieverlening 1 punt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt geweigerd indien: er geen punten worden toegekend voor het criterium, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder c; of aan de activiteiten niet ten minste een score van 5 punten wordt toegekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-545\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-546\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 90% van de kosten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.5 Sociale veiligheid</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-551\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor activiteiten ter verbetering van de sociale veiligheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-552\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt voor activiteiten die plaatsvinden in gebieden waarvoor de provincie Gelderland bij of krachtens de Wet personenvervoer 2000 verantwoordelijk is voor het openbaar vervoer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-553\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan vervoerders.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-554\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt ten hoogste 80% van de kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht worden voor ten hoogste 15% meegerekend in de subsidiabele kosten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.6 Consumentenorganisaties</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-561\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor activiteiten die ondernomen worden om de belangen van de OV-reiziger in Gelderland te behartigen in het kader van de Wet personenvervoer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-562\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan de organisatie die is aangewezen om de belangen te behartigen van de OV-reiziger in Gelderland in het kader van de Wet personenvervoer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-563\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de kosten met een maximum van € 125.000 per jaar.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.7 Fietsvoorzieningen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-571\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: de aanleg van fietsvoorzieningen in de voormalige Stadsregio; de aanleg van fietsvoorzieningen in de provincie met uitzondering van de voormalige Stadsregio; de aanleg van snelfietsroutes.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-572\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-573\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Onverminderd artikel 7 van de AsG worden aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, onder a en b, ingediend voor 1 maart van het jaar waarin de activiteiten zullen plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Aanvragen als bedoeld in het eerste lid worden op basis van een onderlinge vergelijking in een rangorde geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Gedeputeerde Staten kunnen bij onderbesteding van het budget voor aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, eerste lid, onder a en b, na 1 maart tot een tweede openstelling besluiten. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op aanvragen die in een tweede openstellingsperiode worden ingediend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-574\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, onder a en b, bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een minimum van € 35.000 en een maximum van € 500.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, onder c, bedraagt ten hoogste 90% van de kosten voor de realisatie van nieuwe snelfietsroutes.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht worden voor ten hoogste 15% meegerekend in de subsidiabele kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-575\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingscriteria infrastructurele fietsvoorzieningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd worden beoordeeld op: het doel van de infrastructurele fietsvoorziening; de lengte van de aan te leggen of te verbeteren infrastructurele fietsvoorziening; het aantal fietsers per etmaal; of er sprake is van een geheel nieuwe infrastructurele fietsvoorziening; de mate van verbetering van de bestaande infrastructurele fietsvoorziening; de mate waarin de infrastructurele fietsvoorziening wordt verkort; de mate waarin de nieuwe infrastructurele fietsvoorziening wordt gescheiden van de overige infrastructuur; de mate waarin kruisingen of oversteken worden gereduceerd; en de mate waarin fietsongevallen in de periode 2010-2015 worden aangepakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de activiteiten wordt een score van maximaal 100 punten toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De punten worden als volgt over de criteria verdeeld: maximaal 5 punten voor het criterium, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder a; maximaal 5 punten voor het criterium, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder b; maximaal 5 punten voor het criterium, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder c; maximaal 20 punten voor het criterium, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder d; maximaal 15 punten voor het criterium, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder e. maximaal 10 punten voor het criterium, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder f; maximaal 15 punten voor het criterium, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder g; maximaal 10 punten voor het criterium, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder h; maximaal 15 punten voor het criterium, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder i.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de score op het criterium genoemd in het eerste lid, aanhef en onder a, wordt als volgt bepaald: voor een infrastructurele fietsvoorziening ten behoeve van woon-werkverkeer 2 punten; voor een infrastructurele fietsvoorziening ten behoeve van woon-verkeer en recreatief fietsverkeer 3 punten; voor een infrastructurele fietsvoorziening ten behoeve van woon-verkeer en schoolfietsverkeer 4 punten; voor een infrastructurele fietsvoorziening ten behoeve van woon-werkverkeer, recreatief en schoolfietsverkeer 5 punten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de score op het criterium genoemd in het eerste lid, aanhef en onder b, wordt als volgt bepaald: voor een infrastructurele fietsvoorziening met een lengte tot en met 100 meter 1 punt; voor een infrastructurele fietsvoorziening met een lengte vanaf 100 en tot en met 500 meter 2 punten; voor een infrastructurele fietsvoorziening met een lengte vanaf 500 tot en met 1000 meter 3 punten; voor een infrastructurele fietsvoorziening met een lengte vanaf 1000 tot en met 2000 meter 4 punten; voor een infrastructurele fietsvoorziening met een lengte vanaf 2000 5 punten.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de score op het criterium genoemd in het eerste lid, aanhef en onder c, wordt als volgt bepaald: voor een infrastructurele fietsvoorziening tot 200 potentiële fietsers per etmaal 1 punt; voor een infrastructurele fietsvoorziening met meer dan 200 en tot 500 fietsers per etmaal 2 punten; voor een infrastructurele fietsvoorziening met meer dan 500 en tot 1000 fietsers per etmaal 3 punten; voor een infrastructurele fietsvoorziening met meer dan 1000 en tot 2000 fietsers per etmaal 4 punten; voor een infrastructurele fietsvoorziening met meer dan 2000 fietsers per etmaal 5 punten.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de score op het criterium genoemd in het eerste lid, aanhef en onder d, is 20 punten indien het een geheel nieuwe fietsvoorziening betreft;</p>\n<p class=\"lf-p\">8.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de score op het criterium genoemd in het eerste lid, aanhef en onder e, wordt als volgt bepaald: indien er sprake is van een verbreding van de infrastructurele fietsvoorziening van 25 tot 50 cm: 5 punten; indien er sprake is van een verbreding van de infrastructurele fietsvoorziening van 50 tot 75 cm: 10 punten; indien er sprake is van een verbreding van de infrastructurele fietsvoorziening vanaf 75 cm: 15 punten.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de score op het criterium genoemd in het eerste lid, aanhef en onder f, is 10 punten indien er sprake is van een verkorting van de infrastructurele fietsvoorziening;</p>\n<p class=\"lf-p\">10.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de score op het criterium genoemd in het eerste lid, aanhef en onder g, wordt als volgt bepaald: indien er sprake is van een fietsstrook 3 punten; indien er sprake is van een aanliggende fietsverbinding 6 punten; indien er sprake is van een fietsstraat 9 punten; indien er sprake is van een vrijliggend tweerichtingenfietspad 12 punten; indien er sprake is van vrijliggende eenrichtingsfietspad aan weerszijde van de weg 15 punten;</p>\n<p class=\"lf-p\">11.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de score op het criterium genoemd in het eerste lid, aanhef en onder h, wordt als volgt bepaald: indien er sprake is van de vermindering van één kruising of oversteek 2 punten; indien er sprake is van de vermindering van twee kruisingen of oversteken 4 punten; indien er sprake is van de vermindering van drie kruisingen of oversteken 6 punten; indien er sprake is van de vermindering van vier kruisingen of oversteken 8 punten; indien er sprake is van de vermindering van vijf kruisingen of oversteken 10 punten.</p>\n<p class=\"lf-p\">12.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de score op het criterium genoemd in het eerste lid, aanhef en onder i, wordt als volgt bepaald: indien er sprake is van een infrastructurele fietsvoorziening waarbij in de periode 2010-2015 sprake was van één fietsongeval 3 punten; indien er sprake is van een infrastructurele fietsvoorziening waarbij in de periode 2010-2015 sprake was van twee fietsongevallen 6 punten; indien er sprake is van een infrastructurele fietsvoorziening waarbij in de periode 2010-2015 sprake was van drie fietsongevallen 9 punten; indien er sprake is van een infrastructurele fietsvoorziening waarbij in de periode 2010-2015 sprake was van vier fietsongevallen 12 punten; indien er sprake is van een infrastructurele fietsvoorziening waarbij in de periode 2010-2015 sprake was van meer dan vier fietsongevallen 15 punten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-576\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.6</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingscriteria pilotprojecten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd worden beoordeeld op: de mate waarin het project vernieuwend is; de mate waarin het project bijdraagt aan het provinciaal fietsbeleid; de mate waarin het project gemonitord dan wel geevalueerd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de activiteiten wordt een score van maximaal 30 punten toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De punten worden als volgt over de criteria verdeeld: maximaal 10 punten voor het criterium genoemd in het eerste lid aanhef en onder a; maximaal 15 punten voor het criterium genoemd in het eerste lid aanhef en onder b; maximaal 5 punten voor het criterium genoemd in het eerste lid aanhef en onder c.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.8 Mobiliteitsprojecten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-581\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor haalbaarheidsstudies, onderzoek, pilots en projecten gericht op gedragsbeïnvloeding met betrekking tot mobiliteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-582\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan: gemeenten; privaatrechtelijke rechtspersonen: voor zover de activiteit gericht is op de eigen organisatie en uitsluitend voor eigen gebruik is; of die zich krachtens hun statuten inzetten voor de bevordering van mobiliteitsmanagement.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-583\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een minimum van € 5.000 en een maximum van € 50.000.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.9 Logistiek en Goederenvervoer</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-591\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: haalbaarheids- en onderzoeksstudies voor multimodaal of efficiënt en schoon goederenvervoer; investeringsprojecten infrastructuur ten behoeve van overslagvoorzieningen voor multimodaal goederenvervoer; pilots of praktijkproeven voor multimodaal of efficiënt en schoon goederenvervoer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-592\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de activiteiten worden uitgevoerd in de provincie Gelderland dan wel, in geval van een provinciegrensoverschrijdende goederenvervoerstroom, het eind- of beginpunt in Gelderland ligt; de activiteiten passen binnen het strategisch uitvoeringsprogramma logistiek en Goederenvervoer; voor zover het een activiteit betreft als bedoeld in artikel 6.9.1, onder c, de beoogde innovatie een bijdrage of besparing oplevert voor de Gelderse logistieke sector.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-593\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie als bedoeld in artikel 5.9.1, onder a, bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een minimum van € 5.000 en een maximum van € 100.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidie als bedoeld in artikel 5.9.1, onder b, bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een minimum van € 5.000 en een maximum van € 1.000.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De subsidie als bedoeld in artikel 5.9.1, onder c, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000 en een maximum van: € 100.000 voor zover de subsidie betrekking heeft op transport over de weg; € 200.000 voor zover de subsidie geen betrekking heeft op transport over de weg; € 300.000 voor zover de activiteit wordt uitgevoerd door publiekrechtelijke rechtspersonen of publiekrechtelijke instellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht worden voor ten hoogste 15% meegerekend in de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Indien de activiteit als bedoeld in artikel 5.9.1, eerste lid, aanhef en onder a is opgenomen in een lijst met initiatieven als bedoeld in artikel 2.9.2, is het maximum als bedoeld in het eerste lid niet van toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.10 Beter Benutten Vervolg</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van projecten in het kader van Beter Benutten Vervolg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover de projecten zijn opgenomen in het door Gedeputeerde Staten vastgestelde bestedingsplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5103\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van artikel 1.3.5, eerste lid onder b, zijn de kosten voor de activiteiten als bedoeld in artikel 5.10.1 die zijn gemaakt voordat de aanvraag is ontvangen, subsidiabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Artikel 1.3.6, vijfde lid, is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5104\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt aan: de gemeente Arnhem; de gemeente Nijmegen; het ministerie van Infrastructuur en Milieu; aan de dienst Rijkswaterstaat van het ministerie van Infrastructuur en Milieu;</p>\n<p class=\"lf-p\">VNO-NCW; de gemeente Rheden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5105\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de kosten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.11 Impuls goederenvervoer LNG-vrachtauto’s</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor de koop of operational lease van een of meerdere LNG-vrachtauto’s.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie kan worden verstrekt voor de kosten die voor de aanvrager volgen uit de koop- of operational leaseovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Artikel 1.3.5, aanhef en onder b, is niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt aan een vervoerder in de zin van artikel 1.1. van de Wet wegvervoer goederen of aan een verlader.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.4</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de aanvrager blijkens het Handelsregister een vestiging heeft in de provincie Gelderland; de aanvrager in geval van koop de eerste houder van het kenteken van de vrachtauto zal worden; de aanvrager in geval van operational lease de eerste gebruiker van de vrachtauto zal worden; de vrachtauto zal worden gebruikt of mede zal worden gebruikt voor vervoer vanuit een of meer bedrijfslocaties binnen de provincie Gelderland; en de aanvrager beschikt over een communautaire vergunning indien de vrachtauto zal worden gebruikt of mede zal worden gebruikt voor beroepsvervoer en op de aanvrager geen vrijstelling op grond van artikel 4 van het Besluit wegvervoer goederen van toepassing is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt maximaal € 8.000 per vrachtauto, tot een maximum van € 56.000 indien een aanvraag betrekking heeft op meerdere vrachtauto’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een aanvrager kan slechts éénmaal subsidie aanvragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5116\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.6</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien de door de aanvrager aangeschafte of geleasde vrachtauto voor 1 oktober 2016 op kenteken is gezet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5117\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag subsidieverlening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Onverminderd het bepaalde artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag om verlening van subsidie in ieder geval de volgende gegevens verstrekt: een afschrift van de koop- of operational leaseovereenkomst; een verklaring van de aanvrager dat: de vrachtauto uitsluitend zal worden gebruikt door de aanvrager zelf; de vrachtauto zal worden gebruikt of mede gebruikt voor vervoer vanuit een of meer bedrijfslocaties binnen de provincie Gelderland; ingeval van operational lease een verklaring van de de leasemaatschappij dat zij akkoord is met de aanvraag tot subsidie en dat zij zelf afziet van een aanvraag tot subsidie voor dit voertuig met dit kenteken.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien sprake is van een subsidie als bedoeld in artikel 1.2.3, vierde lid, wordt bij de aanvraag om verlening van subsidie over de subsidie als bedoeld in artikel 1.2.3, vierde lid, de volgende gegevens verstrekt: de instantie die verantwoordelijk is voor de toekenning van de subsidie; de naam en adres- en woonplaatsgegevens van de aanvrager van de subsidie; de datum en het kenmerk van de subsidie; de hoogte van de subsidie; de datum en het kenmerk van de besluiten tot verstrekking van de subsidie, voor zover reeds genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Indien de vrachtauto zal worden gebruikt of mede zal worden gebruikt voor beroepsvervoer en op de subsidieontvanger geen vrijstelling op grond van artikel 4 van het Besluit wegvervoer goederen van toepassing is, wordt bij de aanvraag een gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning van de aanvrager verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5118\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.8</span><span class=\"lf-art-t\">Beslissing op de aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 25, eerste tot en met derde lid, van de AsG en artikel 1.3.1 zijn niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5119\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.9</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt geen voorschot uitgekeerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51110\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.10</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidieontvanger zorgt ervoor dat: de feitelijke levering van de vrachtauto aan de subsidieontvanger plaatsvindt binnen zes maanden na verlening van de subsidie; in geval van koop het kenteken van de vrachtauto met ingang van de dag van feitelijke levering van de vrachtauto op naam staat van de subsidieontvanger en tenminste drie jaar onafgebroken op naam van de subsidieontvanger blijft staan; in geval van operation lease het kenteken met ingang van de dag van feitelijke levering van de vrachtauto op naam staat van de leasemaatschappij en tenminste drie jaar onafgebroken op naam van de leasemaatschappij blijft staan; de subsidieontvanger de vrachtauto, onverminderd het bepaalde in artikel 1.4.7, tenminste drie jaar onafgebroken vanaf de datum van de subsidiebeschikking gebruikt; de subsidieontvanger aan Gedeputeerde Staten jaarlijks vóór 1 februari een afschrift van de jaarlijkse APK-rapporten verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Onverminderd het bepaalde in artikel 1.4.4 meldt de subsidieontvanger aan Gedeputeerde Staten de volgende omstandigheden binnen twee weken nadat de omstandigheid heeft plaatsgevonden: de vermelding van de subsidieontvanger in het Handelsregister is ingetrokken, of gegevens in verband met die vermelding zijn gewijzigd; de tenaamstelling als bedoeld in artikel 25 van het Kentekenreglement van de vrachtauto is ingetrokken, of gegevens in verband met deze tenaamstelling zijn gewijzigd; het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994 van de vrachtauto is ingetrokken, of gegevens in dat kentekenbewijs zijn gewijzigd; of de communautaire vergunning van de subsidieontvanger is ingetrokken, of gegevens in die vergunning zijn gewijzigd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.11</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen bij aanvraag subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Onverminderd het bepaalde in artikel 1.2.3 word bij de aanvraag om vaststelling in ieder geval een afschrift van het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 36 van de Wegenverkeerswet van de vrachtauto verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien de vrachtauto wordt gebruikt of mede wordt gebruikt voor beroepsvervoer en op de subsidieontvanger geen vrijstelling op grond van artikel 4 van het Besluit wegvervoer goederen van toepassing is, wordt bij de aanvraag om vaststelling van subsidie een gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning van de subsidieontvanger verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.12</span><span class=\"lf-art-t\">Indieningstermijn aanvraag subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.4.1, eerste lid, is de subsidieontvanger verplicht om binnen 26 weken na de beschikking tot verlening van de subsidie de aanvraag om vaststelling van subsidie in te dienen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11.13</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 36 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.Hoofdstuk 6 Regionale economie</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.1 Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-611\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Actieplan Vrijetijdseconomie: het actieplan zoals vastgesteld bij besluit van Gedeputeerde Staten van Gelderland van 22 mei 2012; arbeidsmarktdiscrepantie: kwalitatief of kwantitatief verschil tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt; arm’s length-voorwaarden: de voorwaarden van de transactie tussen de contractpartijen die niet afwijken van die welke zouden zijn overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen, en die geen enkele vorm van heimelijke verstandhouding behelzen. Iedere transactie die voortvloeit uit een open, transparante en niet-discriminerende procedure wordt geacht te voldoen aan het arm's length-beginsel; basisvoorwaarden: voorwaarden waaraan een business case moet voldoen, zijnde duidelijkheid omtrent een beproefde techniek, aangetoonde marktkansen, een beschouwing van de financiering van de marktintroductie en de organisatorische inbedding van de marktintroductie; bedrijf: een eenheid die grond, gebouwen en voorzieningen omvat waarbinnen daadwerkelijk economische activiteiten, niet zijnde primaire landbouwproductie, worden verricht; bedrijfsverplaatsing: verplaatsing van een geheel bedrijf; vervallen; bedrijventerrein: terrein in gebruik van meer dan één bedrijf, dat vanwege zijn bestemming bestemd en geschikt is voor gebruik door handel, nijverheid, industrie en commerciële en niet-commerciële dienstverlening; businessplan voor de fysieke bedrijfsomgeving: een uitgewerkt plan dat inzicht geeft in de knelpunten, investeringskansen op zowel publiek als privaat terrein, beoogde maatregelen inclusief begroting en een visie op toekomstig beheer en onderhoud van het desbetreffende bedrijventerrein; circulaire: Circulaire schadevergoedingen, Staatscourant 1997, 246; concept: een schriftelijke uitwerking van een innovatie met een onderbouwing ter voldoening aan ten minste één van de basisvoorwaarden; vervallen; vervallen; economische spin-off: het realiseren van de additionele opbrengsten door het vergroten van bestedingen van bezoekers, deelnemers, media en de organisaties in Gelderland; evenement: een bestaand één- of meerdaags sport- of cultuurevenement met een (boven)regionaal karakter dat georganiseerd wordt in Gelderland en past binnen het Gelders Evenementenbeleid 2013-2016; Beleef de Gelderse Streken; evenementenkalender: een lijst van sportevenementen verspreid over een jaar of meerdere jaren; experimentele ontwikkeling: het verwerven, combineren, vormgeven en gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technologische, zakelijke en andere relevante kennis en vaardigheden, gericht op het ontwikkelen van nieuwe of verbeterde producten, procedés of diensten. Dit kan ook activiteiten omvatten die gericht zijn op de conceptuele formulering, de planning en documentering van alternatieve producten, procedés of diensten. Experimentele ontwikkeling kan prototyping, demonstraties, pilotontwikkeling, testen en validatie omvatten van nieuwe of verbeterde producten, procedés of diensten in omgevingen die representatief zijn voor het functioneren onder reële omstandigheden, met als hoofddoel verdere technische verbeteringen aan te brengen aan producten, procedés of diensten die niet grotendeels vast staan. Dit kan de ontwikkeling omvatten van een commercieel bruikbaar prototype of pilot die noodzakelijkerwijs het commerciële eindproduct is en die te duur is om te produceren alleen met het oog op het gebruik voor demonstratie- en validatiedoeleinden. Onder experimentele ontwikkeling wordt niet verstaan routinematige of periodieke wijziging van bestaande producten, productielijnen, fabricageprocessen, diensten en andere courante activiteiten, zelfs indien die wijzigingen verbeteringen kunnen inhouden;</p>\n<p class=\"lf-p\">haalbaarheidsproject: haalbaarheidsproject: een project ten behoeve van een innovatie dat bestaat uit een haalbaarheidsstudie of een combinatie van een haalbaarheidsstudie en experimentele ontwikkeling of industrieel onderzoek; haalbaarheidsstudie: het onderzoek en de analyse van het potentieel van een project, met als doel de besluitvorming te ondersteunen door objectief en rationeel de sterke en de zwakke punten van een project, de kansen en risico's in kaart te brengen, waarbij ook wordt aangegeven welke middelen nodig zijn om het project te kunnen doorvoeren en wat uiteindelijk de slaagkansen zijn; incubator: broedplaats die tot doel heeft om startende ondernemingen te ondersteunen in hun groei naar gezonde, goed draaiende ondernemingen, door hen huisvesting, seedcapital, administratie, technische ondersteuning, contacten en managementadvies te bieden; industrieel onderzoek: planmatig of kritisch onderzoek dat is gericht op het opdoen van nieuwe kennis en vaardigheden met het oog op de ontwikkeling van nieuwe producten, procedés of diensten, of om bestaande producten, procedés of diensten aanmerkelijk te verbeteren. Het omvat de creatie van onderdelen voor complexe systemen en kan ook de bouw omvatten van prototypes in een laboratoriumomgeving en/of in een omgeving met gesimuleerde interfaces voor bestaande systemen, alsmede pilotlijnen, wanneer dat nodig is voor het industriële onderzoek en met name voor de validering van generieke technologie; innovatie: het proces waarbij kennis en technologie, worden samengebracht met het benutten van marktkansen voor nieuwe of betere producten, diensten en zakelijke processen ten opzichte van wat al op de markt beschikbaar is; innovatieadviesproject: een door een kennisinstelling of een onafhankelijke adviesorganisatie, niet zijnde de aanvrager, ten behoeve van een innovatie verrichte activiteit bestaande uit het, al dan niet op basis van te verrichten nader onderzoek, adviseren over een toepassingsgerichte kennisvraag van een ondernemer, uitgaande van voor de ondernemer nieuwe kennis met betrekking tot de vernieuwing van producten, productieprocessen of diensten, dan wel het verstrekken van innovatiesteun in de vorm van innovatieadviesdiensten of innovatieondersteuningsdiensten als bedoeld in artikel 2, nummers 94 en 95 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; innovatieprogramma Topsectoren: programma zoals bedoeld in artikel 3.4.2 van de Regeling nationale EZ-subsidies en gepubliceerd in Staatscourant 2015, 10567 en te raadplegen op www.op-oost.eu of daarvoor in de plaats tredende programma’s;</p>\n<p class=\"lf-p\">innovatieve onderneming: een onderneming die aan de hand van een door een externe deskundige uitgevoerde evaluatie kan aantonen dat zij in de voorzienbare toekomst producten, diensten of procedés zal ontwikkelen die in technologisch opzicht nieuw zijn of een wezenlijke verbetering inhouden ten opzichte van de huidige stand van de techniek in deze sector, en die een risico op technologische of industriële mislukking inhouden; of waarvan de kosten voor onderzoek en ontwikkeling ten minste 10 % bedragen van haar totale exploitatiekosten in ten minste één van de drie jaren voorafgaande aan de toekenning van de steun of, in het geval van een startende onderneming zonder enige financiële voorgeschiedenis, bij de audit van haar lopende belastingjaar, gecertificeerd door een onafhankelijke accountant; kennisinstelling: een instelling zoals bedoeld in artikel 3.4.1, eerste lid, van de Regeling nationale EZ-subsidies of een daarvoor in de plaats tredende regeling; kernsport: atletiek, judo, tennis, hippische sport, volleybal en wielersport; kernsportbond: atletiek: Koninklijke Nederlandse Atletiekunie en Koninklijke Wandel Bond Nederland; hippische sport: Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie; wielersport: Koninklijke Nederlandsche Wielerunie en Nederlandse Toerfietsunie; volleybal: Nederlanse Volleybalbond; judo: Judobond Nederland; tennissport: Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond; maakindustrie: het met behulp van machines bedrijfsmatig bewerken van grondstoffen en produceren van halffabricaten en eindproducten voor de commerciële markt; maatschappelijke spin-off: de mate waarin de activiteit een stimulerend effect heeft op het bereiken van maatschappelijke doelen; marktintroductie: overgang van de eindfase van het innovatieproces naar de pioniersfase van ondernemerschap; fase waarin afnemers en producenten van innovatieve producten overeenkomsten aangaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">MKB-onderneming: een onderneming die behoort tot de categorie kleine, middelgrote en micro-ondernemingen in de zin van artikel 2 van de bijlage bij de Aanbeveling (EG) nr. 2003/361 van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU L 124); multisportevenement: een sportevenement, dat bestaat uit wedstrijden tussen georganiseerde teams of individuele sporters in meer dan twee verschillende sporten. ondersteunende sector: de sectoren ICT, water, creatieve industrie, chemie of maakindustrie; startende onderneming: een kleine onderneming tot vijf jaar na haar registratie, die nog geen winst heeft uitgekeerd en niet uit een fusie is ontstaan. Voor een onderneming die zich niet hoeft te laten registreren, kan de periode van vijf jaar geacht worden aan te vangen op het tijdstip dat de onderneming ofwel haar economische activiteiten aanvangt of belastingplichtig wordt voor haar economische activiteiten organisatie: degene die een sportevenement of programma van side events organiseert;</p>\n<p class=\"lf-p\">Nationale Topevenementenkalender: Nationale Topevenementenkalender als bedoeld in het Beleidskader sportevenementen van de minister van VWS, bekendgemaakt op 17 maart 2015; potentiële kernsport: golf, gymnastiek, handbal, hockey, schaatsen (inclusief skeeleren), schermen, vrouwenvoetbal, waterpolo en zwemmen; primaire landbouwproductie: de in bijlage I bij het Verdrag betreffende de werking van de EU vermelde producten van de bodem en van de veehouderij die geen verdere bewerking hebben ondergaan die de aard van deze producten wijzigt; proeftuinen: fysieke of virtuele proefomgeving voor meerdere onafhankelijke ondernemingen en organisaties waar eindgebruikers van innovatieprojecten of innovatieprocessen in participeren teneinde te komen tot versnelde marktintroducties van een innovatief product; programma van side events: een plan tot uitvoering van twee of meer side events; programma: samenhangende reeks van projecten en activiteiten met een gezamenlijk doel; regiocontract: contract tussen enerzijds provincie en anderzijds regio's en steden in het kader van het Programma Stad en Regio;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionale Bureaus voor Toerisme: organisaties ter bevordering van toerisme per regio zoals aangegeven op een als bijlage bij onderhavige subsidieregeling gevoegde kaart;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionale Centra voor Technologie: de stichting Achterhoeks Centrum voor Technologie te Doetinchem, de stichting Platform Creatieve Technologie te Arnhem, de stichting RCT Rivierenland te Tiel, de stichting RCT Vallei te Ede, stichting Regionaal Nijmeegs Centrum voor Technologie te Nijmegen, stichting Innovatienetwerk Stedendriehoek te Apeldoorn, de stichting Veluws Centrum voor Technologie te Nunspeet; vervallen; side event: nevenactiviteit voor, tijdens of na het sportevenement, dat een duidelijke verbinding heeft met het sportevenement en gericht is op het vergroten van de maatschappelijk of economische spin-off van het sportevenement; sportbond: vereniging die op nationaal niveau representatief is voor een of meer takken van sport en aangesloten is bij een internationale bond; sportevenement: één- of meerdaags samenhangend geheel van sportwedstrijden, of een topsportwedstrijd indien binnen de betreffende kernsport geen samenhangend geheel van sportwedstrijden wordt georganiseerd; sporttalent: sporter, woonachtig in Gelderland, aan wie door NOC*NSF de Topsport Talentstatus is toegekend of door Stichting Topsport Gelderland de status van Gelders sporttalent; toeristische informatie: informatie ten behoeve van (dag)recreanten die ten minste bezienswaardigheden, horeca, natuur en landschap en dagrecreatieve mogelijkheden betreft; vrijetijdseconomie: de economie die bestaat uit ondernemingen die zich in hoofdzaak bezighouden met dienstverlening ten behoeve van (dag)recreanten en toeristen;</p>\n<p class=\"lf-p\">WESP-methodiek: richtlijnen van de landelijke Werkgroep Evaluatie Sportevenementen;</p>\n<p class=\"lf-p\">S3-sector: de sectoren (Agro)Food, Health, High Tech Systemen &amp; Materialen of Energie- en Milieutechnologie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionaal multisporttalentencentrum: een organisatie gericht op de opleiding van een geselecteerde groep talenten in diverse sporten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionaal Talentencentrum: een organisatie gericht op de opleiding van een geselecteerde groep talenten binnen een kernsport;</p>\n<p class=\"lf-p\">Long Term Athlete Development: model, toegepast door NOC/NSF en de stichting Topsport Gelderland, dat specifieke informatie bevat over training, competitie en herstel gebaseerd op de ontwikkeling van sporters op verschillende niveaus en in alle leeftijdsfasen; sporter met een beperking: sporter met een motorische, zintuiglijke of verstandelijke beperking of met psychosociale problematiek, waardoor hij wordt gehinderd in zijn handelingen en bewegingen. sportgenerieke knowhow: kennis en vaardigheden op de volgende deelgebieden: de mentale kant van prestatiegedrag, sportvoeding en gezonde leefstijl, krachttraining, sport medische kunde, combinatie school en sport, antidoping en communicatie en media; sportparkorganisatie: een rechtspersoon zonder winstoogmerk, die het beheer voert over een terrein met gebouwen, velden en andere voorzieningen voor meer dan een sportvereniging sportvereniging: een vereniging of andere rechtspersoon zonder winstoogmerk voor personen die met elkaar een of meer sporten beoefenen of hierbij nauw betrokken zijn topsporttalentschool: een school die beschikt over een licentie Topsporttalentschool als bedoeld in de Beleidsregel verstrekking licentie Topsporttalentschool VO van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; topsportvriendelijke school: een school voor voortgezet, middelbaar of hoger beroepsonderwijs of universiteit met een specifiek beleid gericht op topsport en onderwijs, op grond waarvan sporttalenten tijd en begeleiding krijgen om opleiding en sportcarrière te combineren; tweederingskernsport: golf, gymnastiek, handbal, hockey, schaatsen (inclusief skeeleren), schermen, vrouwenvoetbal, waterpolo of zwemmen; uitvoeringsbeleid Gelderland Sport: het Uitvoeringsbeleid van Gedeputeerde Staten ter uitvoering van het programma Gelderland Sport! 2016-2019 (PS2015-589).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.2 Verbeteren positie van starters</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 13 juli 2016</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.3 Versnellen van innovaties in logistiek, vrijetijdseconomie en de creatieve sector</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 13 juli 2016</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.4 Verkleinen arbeidsmarktdiscrepantie in logistiek, vrijetijdseconomie, land- en tuinbouw en de creatieve sector</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 1 mei 2016</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.5 Collectief onderzoek</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 13 juli 2016</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.6 Projectsubsidie</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 13 juli 2016</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.7 Onderzoeksinfrastructuur voor economische activiteiten</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 13 juli 2016</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.8 Kwaliteitsverbetering en meeropbrengst ondernemingen vrijetijdseconomie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-681\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor regionale projecten ter versterking van de vrijetijdseconomie, niet zijnde marketing en promotie;</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van activiteiten ter uitvoering van de beleidsuitwerking Lange termijnvisie economie (PS2011-644) en Het Gelders evenementenbeleid 2013-2016; Beleef de Gelderse Streken (PS2013-477), zover deze betrekking hebben op de versterking van de vrijetijdseconomie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-682\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien de subsidiabele activiteit: plaatsvindt in de sector vrijetijdseconomie; bijdraagt aan de doelstellingen uit het Actieplan Vrijetijdseconomie; is gericht op verhoging van de kwaliteit van de activiteiten van aanvrager, toeristische bezoekersaantallen of werkgelegenheid; leidt tot meer toeristische bestedingen; aanvrager voor gezamenlijke rekening en risico samenwerkt met ten minste vier andere ondernemingen uit eenzelfde regio en de voorwaarden voor de samenwerking schriftelijk zijn vastgelegd; en bijdraagt aan de bestaande regionale identiteit zoals die volgt uit het Actieplan Vrijetijdseconomie of aansluit bij de activiteiten uit het regiocontract.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-683\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking de kosten voor: uitvoering van procesbegeleiding; uitvoering van haalbaarheidsonderzoek; investeringsbijdragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-684\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.8.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt verstrekt aan ondernemingen in de sector vrijetijdseconomie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-685\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.8.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 25.000. Hiervan kan ten hoogste € 10.000,- worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 6.8.3, onder c.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.9 Samenwerkingsinitiatieven vrijetijdseconomie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-691\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: procesbegeleiding bij nieuwe samenwerkingsinitiatieven; conceptontwikkeling van nieuwe producten of diensten; haalbaarheidsonderzoek naar nieuwe producten of diensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van activiteiten ter uitvoering van de beleidsuitwerking Lange termijnvisie economie (PS2011-644) en Het Gelders evenementenbeleid 2013-2016; Beleef de Gelderse Streken (PS2013-477), zover deze betrekking hebben op de versterking van de vrijetijdseconomie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-692\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sector vrijetijdseconomie; de subsidiabele activiteit bijdraagt aan de doelstellingen uit het Actieplan Vrijetijdseconomie; de subsidiabele activiteit leidt tot meer toeristische bestedingen, hogere toeristische bezoekersaantallen of een toename van werkgelegenheid; en aanvrager voor gezamenlijke rekening en risico samenwerkt met ten minste twee andere ondernemingen en de voorwaarden voor de samenwerking schriftelijk zijn vastgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-693\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.9.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt verstrekt aan ondernemingen in de sector vrijetijdseconomie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-694\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.9.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een maximum van € 15.000.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.10 Kwaliteitsverbetering routes voor wandelen, hardlopen, fietsen, mountainbiken, varen, paardrijden en mennen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.10.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: het verbeteren van de kwaliteit van regionaal dekkende routestructuren voor wandelen, hardlopen, fietsen, mountainbiken, varen, paardrijden of mennen; het maken van nieuwe aanlegplaatsen voor recreatieve vaartuigen; de aanleg van ontbrekende schakels tussen bestaande wandel-, fiets- of ruiterrroutes indien: er binnen een straal van twee kilometer geen alternatieve mogelijkheden bestaan voor recreatief wandelen; er binnen een straal van vijf kilometer geen alternatieve mogelijkheden bestaan voor recreatief fietsen of paardrijden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.10.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien het onderhoud en beheer na uitvoering van de subsidiabele activiteit voor minimaal 5 jaar zijn verzekerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6103\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.10.3</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie als bedoeld in artikel 6.10.1, onder a, komen de kosten voor aanleg, wijziging of onderhoud van infrastructurele kunstwerken niet in aanmerking;</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6104\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.10.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag om subsidie onderbouwd hoe het bepaalde in artikel 6.10.2 geborgd is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6105\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.10.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een maximum van €50.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6106\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.10.6</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien de subsidiabele activiteit: de aanleg van nieuwe wandel-, fiets- of ruiterroutes betreft; reguliere onderhoudswerkzaamheden betreft; en geheel of gedeeltelijk bestaat uit marketing en promotie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie zoals bedoeld in artikel 6.10.1, onder a, wordt geweigerd indien de activiteit wordt verricht in een gebied waarvoor in de tien jaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag voor eenzelfde type routestructuur overheidssubsidie is verleend.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.11 Marketing en promotie vrijetijdseconomie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.11.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor generieke marketing en promotie van de provincie Gelderland of Gelderse regio's ter bevordering van de vrijetijdseconomie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van activiteiten ter uitvoering van de beleidsuitwerking Lange termijnvisie economie (PS2011-644) en Het Gelders evenementenbeleid 2013-2016; Beleef de Gelderse Streken (PS2013-477), zover deze betrekking hebben op de versterking van de vrijetijdseconomie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.11.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionale Bureaus voor Toerisme;</p>\n<p class=\"lf-p\">Stichting Toerisme Gelderland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.11.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een maximum van € 750.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.11.4</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien de activiteit niet past binnen het Actieplan Vrijetijdseconomie.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.12 Haalbaarheidsprojecten MKB</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor de uitvoering van een haalbaarheidsproject passend binnen het innovatieprogramma Topsectoren voor een van de volgende sectoren:</p>\n<p class=\"lf-p\">High Tech Systemen &amp; Materialen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Agri en Food;</p>\n<p class=\"lf-p\">Life Sciences and Health;</p>\n<p class=\"lf-p\">Chemie en Energie (inclusief Biobased Economy);</p>\n<p class=\"lf-p\">Tuinbouw en Uitgangsmaterialen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien de subsidiabele activiteit: innovatief is, te bepalen op basis van de mate waarin aannemelijk is gemaakt dat: de innovatie uniek is voor Nederland; de innovatie zich onderscheidt ten opzichte van internationale ontwikkelingen of alternatieven; de innovatie een technologisch of organisatorisch risico met zich meebrengt om het project als innovatie te rechtvaardigen; economisch perspectief heeft, te bepalen op basis van de mate waarin aannemelijk is gemaakt dat: de innovatie marktperspectief heeft; het beoogde verdienmodel haalbaar is; het intellectueel eigendom beschermd kan worden; de aanvrager kan aantonen dat hij een marktbenadering kan uitvoeren; en technisch-financieel uitvoerbaar is, te bepalen op basis van de mate waarin aannemelijk is gemaakt dat: de subsidiabele activiteit binnen de in artikel 6.12.8 gestelde termijn gerealiseerd kan worden; de uitvoerders vakbekwaam zijn om de subsidiabele activiteit uit te voeren; de risico’s voor de uitvoering en bijbehorende beheersmaatregelen zijn uitgewerkt; de subsidiabele activiteit binnen het budget kan worden uitgevoerd; de aanvrager in aanvulling op de subsidie de beschikking heeft over de financiële middelen voor de subsidiabele activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de subsidiabele activiteit wordt een score van maximaal 50 punten toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De punten worden als volgt over de criteria verdeeld: maximaal 15 punten voor het criterium, genoemd in artikel 6.12.2, eerste lid, aanhef en onder a; maximaal 20 punten voor het criterium, genoemd in artikel 6.12.2, eerste lid, aanhef en onder b; maximaal 15 punten voor het criterium, genoemd in artikel 6.12.2, eerste lid, aanhef en onder c.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12.3</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien de subsidiabele activiteit niet voor ten minste 60% van de subsidiabele kosten betrekking heeft op een haalbaarheidsstudie en voor ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten betrekking heeft op experimentele ontwikkeling of industrieel onderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien de aanvrager op grond van artikel 6.12.1 binnen het ten tijde van de aanvraag geldende subsidieplafond reeds subsidie heeft ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover door verstrekking van subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden, wordt de subsidie geheel geweigerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt geweigerd indien: er voor enig criterium, genoemd in artikel 6.12.2, eerste lid, een score van minder dan 10 punten wordt toegekend; of aan de subsidiabele activiteit niet ten minste een score van 30 punten wordt toegekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6124\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover de subsidie betrekking heeft op experimentele ontwikkeling of industrieel onderzoek komen in aanmerking: personeelskosten voor onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met het onderzoeksproject bezighouden; kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Indien deze apparatuur en uitrusting niet tijdens hun volledige levensduur voor het onderzoeksproject worden gebruikt, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkend boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd; kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien die op arm's length-voorwaarden worden gekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, alsmede kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor het project worden gebruikt; bijkomende algemene kosten en andere operationele uitgaven, waaronder die voor materiaal, leveranties en dergelijke producten, die rechtstreeks uit het project voortvloeien.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover de subsidie betrekking heeft op een haalbaarheidsstudie komen de kosten van de studie in aanmerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6125\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan MKB-ondernemingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de AsG wordt een aanvraag om subsidie ingediend tenminste zeven weken voor de aanvang van de subsidiabele activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag een schriftelijke onderbouwing verstrekt waar uit blijkt op welke wijze aan de criteria als bedoeld in artikel 6.12.2 wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag kan worden ingediend vanaf 9.00 uur op 11 april 2017.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6127\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 24.999.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6128\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidiabele activiteit is binnen twaalf maanden na datum van de beschikking tot subsidieverlening afgerond.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6129\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12.9</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 25 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.12a Innovatieadviesprojecten MKB</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-612a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12a</span><span class=\"lf-art-t\">1 Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor een innovatieadviesproject passend binnen het innovatieprogramma Topsectoren voor een van de volgende sectoren:</p>\n<p class=\"lf-p\">High Tech Systemen &amp; Materialen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Agri en Food;</p>\n<p class=\"lf-p\">Life Sciences and Health;</p>\n<p class=\"lf-p\">Chemie en Energie (inclusief Biobased Economy);</p>\n<p class=\"lf-p\">Tuinbouw en Uitgangsmaterialen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12a</span><span class=\"lf-art-t\">2 Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien de subsidiabele activiteit: innovatief is, te bepalen op basis van de mate waarin aannemelijk is gemaakt dat: de innovatie uniek is voor Nederland; de innovatie zich onderscheidt ten opzichte van internationale ontwikkelingen of alternatieven; de innovatie een technologisch of organisatorisch risico met zich meebrengt om het project als innovatie te rechtvaardigen; economisch perspectief heeft, te bepalen op basis van de mate waarin aannemelijk is gemaakt dat: de innovatie marktperspectief heeft; het beoogde verdienmodel haalbaar is; het intellectueel eigendom beschermd kan worden; de aanvrager kan aantonen dat hij een marktbenadering kan uitvoeren; en technisch-financieel uitvoerbaar is, te bepalen op basis van de mate waarin aannemelijk is gemaakt dat: de subsidiabele activiteit binnen de in artikel 6.12a.9 gestelde termijn gerealiseerd kunnen worden; de uitvoerders vakbekwaam zijn om de subsidiabele activiteit uit te voeren; de risico’s voor de uitvoering en bijbehorende beheersmaatregelen zijn uitgewerkt; de subsidiabele activiteit binnen het budget kan worden uitgevoerd; de aanvrager in aanvulling op de subsidie de beschikking heeft over de financiële middelen voor de subsidiabele activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de subsidiabele activiteit wordt een score van maximaal 50 punten toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De punten worden als volgt over de criteria verdeeld: maximaal 15 punten voor het criterium, genoemd in artikel 6.12a.2, eerste lid, aanhef en onder a; maximaal 20 punten voor het criterium, genoemd in artikel 6.12a.2, eerste lid, aanhef en onder b; maximaal 15 punten voor het criterium, genoemd in artikel 6.12a.2, eerste lid, aanhef en onder c.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12a</span><span class=\"lf-art-t\">3 Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien de aanvrager voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag, reeds verplichtingen is aangegaan jegens de derde(n) die aanvrager voor het innovatieadviesproject wil inschakelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien de aanvrager op grond van artikel 6.12a.1 binnen het ten tijde van de aanvraag geldende subsidieplafond reeds subsidie heeft ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover door verstrekking van subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden, wordt de subsidie geheel geweigerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt geweigerd indien: er voor enig criterium, genoemd in artikel 6.12a.2, eerste lid, een score van minder dan 5 punten wordt toegekend; of aan de subsidiabele activiteit niet ten minste een score van 30 punten wordt toegekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12a</span><span class=\"lf-art-t\">4 Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking de kosten voor innovatieadviesdiensten en innovatieondersteuning zoals bedoeld in artikel 28, tweede lid, sub c van de Algemene groepsvrijstellingsverordening met uitzondering van kosten voor het leveren van goederen, het geven van cursussen of de verkoop van producten of diensten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12a</span><span class=\"lf-art-t\">5 Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan MKB-ondernemingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag kan worden ingediend vanaf 9.00 uur op 11 april 2017.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12a</span><span class=\"lf-art-t\">6 Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de AsG wordt een aanvraag om subsidie ingediend tenminste zeven weken voor de aanvang van de subsidiabele activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag een schriftelijke onderbouwing verstrekt waar uit blijkt op welke wijze aan de criteria als bedoeld in artikel 6.12a.2 wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag de navolgende gegevens verstrekt: een ongetekende offerte van de kennisinstelling of adviesorganisatie die ten behoeve van de subsidiabele activiteit wordt ingeschakeld; een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat de kennisinstelling of adviesorganisatie die ten behoeve van de subsidiabele activiteit wordt ingeschakeld organisatorisch en financieel onafhankelijk is van de aanvrager.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12a</span><span class=\"lf-art-t\">7 Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50 % van de subsidiabele kosten met een maximum van € 10.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.12a</span><span class=\"lf-art-t\">8 Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidiabele activiteit is binnen twaalf maanden na datum van de beschikking tot subsidieverlening afgerond.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.13 Collectief onderzoek</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 13 juli 2016</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.14 Projectsubsidie</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 13 juli 2016</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.15 Onderzoeksinfrastructuur voor economische activiteiten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6151\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.15.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur waarmee economische activiteiten worden verricht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6152\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.15.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren Food, Health of Maakindustrie; de infrastructuur wordt gebruikt voor industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling; de prijs die voor de exploitatie of het gebruik van de infrastructuur wordt berekend, overeenstemt met een marktprijs; en de toegang tot de infrastructuur open staat voor meerdere gebruikers en op transparante en niet-discriminerende basis wordt verleend. Ondernemingen die ten minste 10% van de investeringskosten van de infrastructuur hebben gefinancierd, kunnen preferente toegang krijgen op gunstigere voorwaarden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6153\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.15.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking de kosten van de investeringen in immateriële en materiële activa.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6154\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.15.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 300.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6155\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.15.5</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.3.3, eerste lid, wordt subsidie slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met artikel 26 en hoofdstuk I van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.16 Proeftuinen ten behoeve van marktintroducties</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6161\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.16.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: het ontwikkelen van proeftuinen ten behoeve van marktintroducties door een innovatiecluster; het generiek promoten van het Gelderse proeftuinklimaat; het generiek promoten van het Gelderse ondernemingsklimaat voor innoverende ondernemingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6162\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.16.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt slechts verstrekt indien de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren Food, Health of Maakindustrie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 6.16.1, onder c, wordt slechts verstrekt indien de aanvrager daarbij voor gezamenlijke rekening en risico samenwerkt met ten minste één andere onderneming, kennisinstelling of publiekrechtelijke rechtspersoon en de voorwaarden voor de samenwerking schriftelijk zijn vastgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6163\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.16.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 6.16.1, onder a, wordt verstrekt aan de onderneming die het innovatiecluster exploiteert (de clusterorganisatie).</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 6.16.1, onder b, wordt verstrekt aan Valleybureaus en Regionale Centra voor Technologie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Subsidie als bedoeld in artikel 6.16.1, onder c, wordt verstrekt aan: gemeenten; openbare lichamen als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; privaatrechtelijke rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6164\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.16.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de kosten met een maximum van € 200.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6165\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.16.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien de subsidiabele activiteit betrekking heeft op de realisatie, verkrijging, gebruik of beheer van onroerende zaken en infrastructuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6166\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.16.6</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.3.3, eerste lid, wordt subsidie als bedoeld in artikel 6.16.1, onder a, slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 27 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.17 Ondersteunen innovatieve starters</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 13 juli 2016</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.18 Innovatieve starters Novio Tech Campus</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6181\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.18.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: consulting, bijstand en opleiding ter bevordering van ondernemerschap; huur van bedrijfsruimte.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6182\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.18.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren Food, Health of Maakindustrie; de aanvrager een startende onderneming is; de aanvrager een innovatieve onderneming is; en de aanvrager statutair en feitelijk is gevestigd op de Novio Tech Campus zoals aangeduid en begrensd door de gemeenteraad van Nijmegen in zijn besluit van 29 april 2015 tot vaststelling van het bestemmingsplan Nijmegen Goffert-Winkelsteeg-4 (NTC).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6183\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.18.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt verstrekt aan ondernemingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6184\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.18.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In afwijking van artikel 7, eerste lid, AsG dient de aanvraag om subsidie te worden ingediend tenminste 4 weken voor de aanvang van de activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Onverminderd artikel 1.2.3 wordt bij de aanvraag in elk geval een door de verhuurder en aanvrager ondertekende huurovereenkomst gevoegd waaruit blijkt dat de aanvrager voor een periode van ten minste drie jaren vanaf het moment van subsidieverlening bedrijfsruimte huurt op de Novio Tech Campus.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6185\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.18.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt ten hoogste:</p>\n<p class=\"lf-p\">75% van de kosten met een maximum van € 5.000 voor de subsidiabele activiteit als bedoeld in artikel 6.18.1, onder a;</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de kosten met een maximum van € 24.500 voor de subsidiabele activiteit als bedoeld in artikel 6.18.1, onder b.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidie als bedoeld in artikel 6.18.1, onder b, kan worden aangevraagd voor een periode van ten hoogste twee aaneengesloten kalenderjaren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6186\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.18.6</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager van subsidie zoals bedoeld in artikel 6.18.1, onder b, is verplicht om vanaf het moment van subsidieverlening gedurende een periode van ten minste drie jaren statutair en feitelijk gevestigd te blijven op de Novio Tech Campus.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6187\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.18.7</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.3.3, eerste lid, wordt subsidie slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 22 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.19 Verkleinen arbeidsmarktdiscrepantie sectoren Food, Health of Maakindustrie</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 1 mei 2016</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.20 Ondersteuning Valleybureaus als innovatiecluster</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 13 juli 2016</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.21 Aanjagen en stimuleren van regionale gebiedsontwikkeling</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 13 juli 2016</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.22 Herstructurering van een bedrijventerrein</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6221\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.22.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: het opstellen van een herstructureringsplan voor een bedrijventerrein; de uitvoering van maatregelen op het bedrijventerrein, zoals omschreven in het herstructureringsplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6222\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.22.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 6.22.1, onder a, wordt slechts verstrekt indien er sprake is van door ondernemers en gemeente gesignaleerde ruimtelijke knelpunten op een bedrijventerrein die het optimaal functioneren van bedrijven op het bedrijventerrein bemoeilijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 6.22,1 onder b, wordt slechts verstrekt indien sprake is van aantoonbare betrokkenheid van betrokken ondernemers bij de uitvoering van de maatregelen; en aan de activiteit een herstructureringsplan ten grondslag ligt dat de volgende elementen bevat: een beschrijving van de ruimtelijke knelpunten op het bedrijventerrein; de uit te voeren maatregelen; een financieringsplan; en een planning van de uitvoering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6223\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.22.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6224\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.22.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste:</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de kosten tot een maximum van €25.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 6.22.1,onder a;</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de kosten tot een maximum van €500.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 6.22.1, onder b.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6225\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.22.5</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 1.3.5 komen voor subsidie niet in aanmerking kosten voor: regulier onderhoud; en de aanleg van of onderhoud aan de riolering.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.23 Bedrijfsverplaatsingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6232\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.23.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6233\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.23.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6234\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.23.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6235\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.23.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6236\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.23.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.24 Samenwerking fysieke bedrijfsomgeving</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6241\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.24.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: het opstellen van een haalbaarheidsonderzoek naar de oprichting van een rechtspersoon die het beheer van een bedrijventerrein als statutair doel heeft; het opstellen van een haalbaarheidsonderzoek naar de uitvoering van energiebesparende maatregelen op een bedrijventerrein.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6242\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.24.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 6.24.1, onder a, wordt slechts verstrekt indien aanvrager daarbij voor gezamenlijke rekening en risico samenwerkt met ten minste één onderneming of gemeente en de voorwaarden voor de samenwerking schriftelijk zijn vastgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6243\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.24.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan: gemeenten en ondernemingen voor activiteiten als bedoeld in artikel 6.24.1, onder a; aan rechtspersonen die het beheer van een bedrijventerrein als statutair doel hebben voor activiteiten als bedoeld in artikel 6.24.1, onder b.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6244\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.24.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste:</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de kosten met een maximum van € 50.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 6.24.1, onder a;</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de kosten met een maximum van € 25.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 6.24.1, onder b.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.25 Economische impact - Sportevenementen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6251\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.25.1</span><span class=\"lf-art-t\">Evenementenkalender</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen een evenementenkalender vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op aanvraag van de organisator wordt een sportevenement op de kalender geplaatst als aan de volgende vereisten wordt voldaan: het evenement heeft betrekking op een kernsport; het evenement wordt in Gelderland uitgevoerd; het evenement houdt in: een Europees of wereldkampioenschap; een Nederlands kampioenschap, dat aan een of meer van de volgende vereisten voldoet: tenminste 50% van de deelnemers is 21 jaar of jonger; het betreft een kampioenschap waarin bedrijven tegen elkaar uitkomen in één of meer takken van sport, die op een hoog niveau worden beoefend; het betreft een kampioenschap voor sporters met een beperking, niet zijnde een verstandelijke beperking; of een vergelijkbare internationale of nationale wedstrijd waarin sporters op het hoogste competitieniveau tegen elkaar uitkomen en die, voor zover het een nationale wedstrijd betreft, voor het eerst wordt gehouden en niet als eenmalig evenement is bedoeld; aannemelijk is dat aan de volgende vereisten wordt voldaan: het evenement trekt tenminste 3.000 deelnemers en bezoekers in Gelderland; het evenement wordt voor tenminste de helft bekostigd met private middelen; het evenement heeft een aanzienlijke positieve economische en maatschappelijke impact binnen de provincie Gelderland; en in samenhang met het evenement wordt een programma van side events uitgevoerd dat voldoet aan de subsidievereisten, genoemd in artikel 6.25.5, derde lid onder b tot en met e; aannemelijk is dat het evenement in het Uitvoeringsbeleid Gelderland Sport past.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op aanvraag van de organisator wordt een multisportevenement of ander sportevenement voor sporters met een verstandelijke beperking op de kalender geplaatst, als het een nationaal of internationaal karakter heeft en voldoet aan de voorwaarde van het tweede lid, onder e, alsmede door aanvrager aannemelijk wordt gemaakt dat: het aantal deelnemers meer dan 500 bedraagt; het aantal bezoekers meer dan 500 bedraagt, en het aantal gemeenten, zorg- en andere maatschappelijke organisaties en sportverenigingen uit de regio, dat actief bij de organisatie betrokken is, tenminste vier bedraagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op aanvraag van de organisator wordt een evenement, dat betrekking heeft op een tweederingskernsport, op de kalender geplaatst, als: het evenement voldoet aan de vereisten van het tweede lid, onder b, d en e; het evenement een Nederlands, Europees of wereldkampioenschap inhoudt; en in geval het een Nederlands kampioenschap betreft, gebruik wordt gemaakt van accommodatie die met subsidie van de provincie tot stand is gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een sportevenement dat een activiteit inhoudt voor sporters met een beperking, niet zijnde een verstandelijke beperking, wordt op de kalender geplaatst als het voldoet aan de vereisten, vermeld in het tweede lid, onder a tot en met e, met dien verstande dat de vereisten ten aanzien van de economische impact en de bekostiging met private middelen niet van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aansprekend internationaal evenement, dat niet voldoet aan een of meer vereisten, vermeld in het tweede tot en met vijfde lid, kan niettemin op de kalender worden geplaatst als het uitzonderlijk van aard en omvang is en aannemelijk is dat het een grote positieve economische en maatschappelijke impact voor de provincie Gelderland zal hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vereiste van het tweede lid, onder d, 2e, is niet van toepassing op evenementen als bedoeld in het tweede lid, onder c, 3e,, indien het een nationale wedstrijd betreft, die voor het eerst wordt gehouden en niet als eenmalig evenement is bedoeld, mits aannemelijk is dat alleen voor het eerste evenmeent niet aan het vereiste kan worden voldaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6252\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.25.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag en besluit plaatsing op evenementenkalender</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag voor plaatsing van een sportevenement op de evenementenkalender wordt uiterlijk negen maanden voorafgaande aan de uitvoering van het evenement ingediend. Gedeputeerde Staten kunnen in bijzondere gevallen van deze termijn ontheffing verlenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten nemen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag een beslissing omtrent plaatsing. Zij kunnen deze termijn eenmaal met maximaal acht weken verlengen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6253\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.25.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 11 van de AsG kan worden verstrekt voor: de uitvoering van een sportevenement; de uitvoering van een programma van side events; de uitvoering van een of meer side events als bedoeld in artikel 6.25.5, vierde lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6254\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.25.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag bevat een beschrijving van de side events, waaruit blijkt dat deze betrekking hebben op twee of meer themagebieden, genoemd in het Uitvoeringsbeleid Gelderland Sport. Indien de aanvraag één side event betreft als bedoeld in artikel 6.25.5, vierde lid, bevat deze een beschrijving waaruit blijkt dat het side event betrekking heeft op een van de themagebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de aanvraag voor een programma van side events door een ander dan de organisator van het sportevenement wordt ingediend, wordt bij de aanvraag een verklaring de organisator overgelegd, waaruit blijkt dat deze met de aanvraag instemt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6255\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.25.5</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie voor de uitvoering van een sportevenement wordt alleen verstrekt als: het evenement op de evenementenkalender staat; in samenhang met het evenement een programma van side events wordt uitgevoerd, dat voldoet aan de vereisten van het derde lid, onder b tot en met e; en het evenement voldoet aan de vereisten van artikel 6.25.1, tweede lid onder a, b en c en voorts aan devereisten genoemd in artikel 6.25.1, tweede lid onder d.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing voor multisportevenementen en andere sportevenementen voor sporters met een verstandelijke beperking.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie voor uitsluitend de uitvoering van een programma van side events wordt alleen verstrekt als: het programma samenhangt met een sportevenement dat op de evenementenkalender staat, waarvoor geen subsidie wordt verleend op grond van artikel 6.25.3, onder a; de aanvraag wordt ingediend door de organisator van het evenement dan wel een ander met instemming van de organisator; het programma wordt uitgevoerd in Gelderland; het programma activiteiten omvat binnen twee of meer themagebieden, genoemd in het Uitvoeringsbeleid Gelderland Sport, die zorgen voor een aanzienlijke positieve economische en maatschappelijke impact van het evenement binnen de provincie Gelderland; en de activiteiten zoveel mogelijk worden verspreid over andere gemeenten in Gelderland dan de gemeente of de gemeenten waarin het sportevenement plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van een of meer side events, die samenhangen met een op de Nationale Topevenementenkalender opgenomen evenement dat buiten Gelderland wordt gehouden, inhoudende een Europees of wereldkampioenschap. De vereisten van het derde lid, onder b tot en met e, zijn van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie voor uitsluitend de uitvoering van een programma van side events kan ook worden verstrekt wanneer het programma samenhangt met twee of meer sportevenementen van dezelfde organisator, als: de evenementen op de evenementenkalender staan en daarvoor geen subsidie wordt verleend; en het programma voldoet aan de vereisten van het derde lid, onder b tot en met e.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6256\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.25.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de uitvoering van een sportevenement bedraagt voor een Nederlands kampioenschap: in 2017: maximaal € 75.000, waarvan voor het sportevenement ten hoogste 50% van de kosten daarvan met een maximum van € 55.000 en voor het programma van side events ten hoogste 50% van de kosten daarvan met een maximum van € 20.000; in 2018: maximaal € 65.000, waarvan voor het sportevenement ten hoogste 50% van de kosten daarvan met een maximum van € 45.000 en voor het programma van side events ten hoogste 50% van de kosten daarvan met een maximum van € 20.000; in 2019: maximaal € 55.000, waarvan voor het sportevenement ten hoogste 50% van de kosten daarvan met een maximum van € 35.000 en voor het programma van side events ten hoogste 50% van de kosten daarvan met een maximum van € 20.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de uitvoering van een sportevenement bedraagt voor een Europees kampioenschap maximaal € 150.000, waarvan voor het sportevenement ten hoogste 50% van de kosten daarvan met een maximum van € 120.000 en voor het programma van side events ten hoogste 50% van de kosten daarvan met een maximum van € 30.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de uitvoering van een sportevenement voor een wereldkampioenschap maximaal € 200.000, waarvan voor het sportevenement ten hoogste 50% van de kosten daarvan met een maximum van € 160.000 en voor het programma van side events ten hoogste 50% van de kosten daarvan met een maximum van € 40.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de subsidie voor vergelijkbare wedstrijden als bedoeld in artikel 6.25.1, tweede lid onder c, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6257\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.25.7</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte subsidie side events</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor uitsluitend de uitvoering van een programma van side events bedraagt ten hoogste 50% van de kosten van het programma met een maximum van: € 20.000 voor een Nederlands kampioenschap; € 30.000 voor een Europees kampioenschap; € 40.000 voor een wereldkampioenschap; € 20.000 voor een vergelijkbare wedstrijd als bedoeld in artikel 6.25.1, tweede lid onder c.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien voor een evenement meer aanvragen voor uitsluitend de uitvoering van een programma van side events worden ingediend, bedraagt de subsidie voor de programma’s tezamen niet meer dan het bedrag genoemd in het eerste lid onder a, b, c of d.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de uitvoering van een of meer side events als bedoeld in artikel 6.25.5, vierde lid, bedraagt in totaal bij een Europees kampioenschap maximaal € 20.000 en bij een wereldkampioenschap maximaal € 25.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de uitvoering van een programma van side events als bedoeld in artikel 6.25.5, vijfde lid, bedraagt ten hoogste 50% van de kosten, tot ten hoogste de som van de bedragen, die volgens het eerste lid voor de evenementen afzonderlijk zouden kunnen worden verkregen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6258\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.25.8</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte subsidie overige evenementen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de uitvoering van een nationaal of internationaal multisportevenement of ander sportevenement voor sporters met een verstandelijke beperking en een eventueel programma van side events bedraagt maximaal € 160.000.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de subsidie voor de uitvoering van sportevenementen als bedoeld in artikel 6.25.1, zesde lid, met het daarmee samenhangende programma van side events wordt door Gedeputeerde Staten per evenement bepaald. Zij overleggen daarover tevoren met Provinciale Staten of de betrokken statencommissie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6259\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.25.9</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie voor een sportevenement of voor uitsluitend een programma van side events of een of meer side events als bedoeld in artikel 6.25.5, vierde lid, wordt geweigerd als dit niet voldoet dan wel deze niet voldoen aan het Uitvoeringsbeleid Gelderland Sport.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-62510\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.25.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag vaststelling</span></h4></div>", "next": 239913}