{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">het overslaan van niet-inerte goederen die vrijkomen bij een werk; en d. het overslaan van niet-inerte goederen die nodig zijn in een werk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het overslaan van die goederen in de buitenlucht wordt zo veel mogelijk voorkomen dat goederen op een oppervlaktewaterlichaam geraken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het tweede lid wordt bij het laden en lossen van schepen in ieder geval voldaan als: a. de afstand tussen wal en schip zo klein mogelijk is, en in ieder geval niet groter is dan 5 m; of b. het schip waarin of waaruit wordt overgeslagen, met de wal wordt verbonden door een ponton of een morsklep.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-333\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.33</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in de artikelen 2.32 en 2.34, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de stoffen die worden opgeslagen of overgeslagen; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing op het overslaan van: a. zout voor het strooien op wegen; b. niet-inerte goederen die vrijkomen bij een werk; en c. niet-inerte goederen die nodig zijn in een werk.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.9</h3>\n<p class=\"lf-p\">LOZEN UIT GEMEENTELIJKE VOORZIENINGEN VOOR INZAMELING EN TRANSPORT VAN AFVALWATER</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-334\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.34</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van afvalwater vanuit gemeentelijke rioolstelsels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan het afvalwater afkomstig uit een openbaar ontwateringsstelsel, een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat stelsel of dat riool voorkomt op het in het gemeentelijk rioleringsplan of een gemeentelijk rioleringsprogramma opgenomen overzicht van voorzieningen en maatregelen als bedoeld in artikel 2.16, eerste lid, onder a, onder 1° tot en met 3°, van de Omgevingswet, en dat stelsel of dat riool volgens dat plan of programma is uitgevoerd en wordt beheerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-335\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.35</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van huishoudelijk afvalwater vanuit andere systemen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan huishoudelijk afvalwater afkomstig uit een systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat systeem voorkomt op het in het gemeentelijk rioleringsplan of een gemeentelijk rioleringsprogramma opgenomen overzicht van die systemen en volgens dat plan of programma is uitgevoerd en wordt beheerd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.10</h3>\n<p class=\"lf-p\">LOZEN BIJ ONTGRAVINGEN, BAGGERWERKZAAMHEDEN EN WERKZAAMHEDEN DOOR DE WATERBEHEERDER OP EEN OPPERVLAKTEWATERLICHAAM</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-336\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.36</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij ontgravingen en baggerwerkzaamheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen kunnen stoffen die vrijkomen bij ontgravingen of baggerwerkzaamheden op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd op dat oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-337\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.37</span><span class=\"lf-art-t\">Werkinstructie bij verontreinigde waterbodem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam is bij ontgravingen of baggerwerkzaamheden in een waterbodem met de kwaliteitsklasse «sterk verontreinigd», bedoeld in artikel 25d, derde lid, onder a, van het Besluit bodemkwaliteit, een werkinstructie opgesteld, waarin in ieder geval is opgenomen: a. de toe te passen baggertechniek, en b. de bij het gebruik van die techniek gehanteerde werkwijze.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-338\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.38</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij werkzaamheden door de waterbeheerder</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen kunnen stoffen die vrijkomen bij andere werkzaamheden dan bedoeld in artikel 2.38 op een oppervlaktewaterlichaam en worden verricht door of namens de waterbeheerder in het kader van het waterbeheer, worden geloosd op dat oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-339\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.39</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van algen en bacteriën</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen kunnen algen en bacteriën uit een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd op een ander oppervlaktewaterlichaam dat in beheer is bij dezelfde waterbeheerder, als die werkzaamheden plaatsvinden door of namens de beheerder in het kader van het beheer van dat oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-340\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.40</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 2.38, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de kwaliteit van de te ontgraven of te baggeren waterbodem; b. als de waterbodem de kwaliteitsklasse «sterk verontreinigd», bedoeld in artikel 25d, derde lid, onder a, van het Besluit bodemkwaliteit, heeft: de werkinstructie, bedoeld in artikel 2.39; en c. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing als de ontgraving of baggerwerkzaamheden plaatsvinden door de beheerder of ter uitvoering van een onderhoudsverplichting als bedoeld in artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.11</h3>\n<p class=\"lf-p\">LOZEN BIJ SCHOONMAKEN DRINKWATERLEIDINGEN</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-341\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.41</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van reinigingswater drinkwaterleidingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat vrijkomt bij het schoonmaken en in gebruik nemen van de middelen voor opslag, transport en distributie van drinkwater of warm tapwater als bedoeld in artikel 1 van de Drinkwaterwet, of van huishoudwater als bedoeld in artikel 1 van het Drinkwaterbesluit, op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het water dat voor het schoonmaken en in gebruik nemen wordt gebruikt, worden geen chemicaliën toegevoegd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.12</h3>\n<p class=\"lf-p\">LOZEN BIJ CALAMITEITENOEFENINGEN</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-342\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.42</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij calamiteitenoefeningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat vrijkomt bij een calamiteitenoefening, anders dan afvalwater afkomstig van een permanente voorziening voor het oefenen van brandbestrijdingstechnieken als bedoeld in artikel 3.259 van het Besluit activiteiten leefomgeving, op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-343\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.43</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 2.44, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. of er blusschuim bij de oefening wordt gebruikt; en b. welke stoffen dat blusschuim bevat.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.13</h3>\n<p class=\"lf-p\">LOZEN BIJ TELEN, KWEKEN, SPOELEN OF SORTEREN VAN GEWASSEN</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-344\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.44</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen vanuit andere gebouwen dan een kas</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.795, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater, te lozen afvalwater afkomstig van het telen of kweken van gewassen in een gebouw, anders dan een kas, ook op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd, als het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden geloosd, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool waarop kan worden aangesloten en geloosd, meer dan 40 m is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 2.6, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2.6 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarde in mg/l Onopgeloste stoffen 100 mg/l Biochemisch zuurstofverbruik 60 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 300 mg/l 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt, en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, wordt de afstand bij voortzetting van het lozen dat voor 1 januari 2013 al plaatsvond, berekend vanaf de plaats waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-345\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.45</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij spoelen van biologisch geteelde gewassen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.761, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater, te lozen afvalwater afkomstig van het spoelen van biologisch geteelde gewassen ook op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd, als het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk, waarop kan worden geloosd, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool waarop kan worden aangesloten en geloosd, meer dan 40 m is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 100 mg/l, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt, en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, wordt de afstand bij voortzetting van het lozen dat voor 1 januari 2013 al plaatsvond, berekend vanaf de plaats waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-346\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.46</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij sorteren van biologisch geteelde gewassen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.773, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater, te lozen afvalwater afkomstig van het sorteren van biologisch geteelde gewassen ook op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 2.7, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2.7 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarde in mg/l Onopgeloste stoffen 100 mg/l Biochemisch zuurstofverbruik 60 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 300 mg/l</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-347\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.47</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij omgekeerde osmose en ionenwisselaars</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het zuiveren van water door omgekeerde osmose of ionenwisselaars voor agrarische activiteiten, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 2.8, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2.8 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarde in mg/l Chloride 200 mg/l IJzer 2 mg/l 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 4.801 en 4.804 van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-348\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.48</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij ontijzeren grondwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het ontijzeren van grondwater voor agrarische activiteiten, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam als het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden geloosd en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool waarop kan worden aangesloten en geloosd, meer dan 40 m is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater is de emissiegrenswaarde voor ijzer 5 mg/l, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt, en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, wordt de afstand bij voortzetting van het lozen dat voor 1 januari 2013 al plaatsvond, berekend vanaf de plaats waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-349\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.49</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor chloride: NEN-EN-ISO 15682; b. onopgeloste stoffen: NEN-EN 872; c. voor biochemisch zuurstofverbruik: NEN-EN-ISO 5815-1/2; d. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705; en e. voor ijzerverbindingen: NEN-EN-ISO 17294-2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-350\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.50</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in de artikelen 2.46 tot en met 2.50, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.14</h3>\n<p class=\"lf-p\">LOZEN BIJ MAKEN VAN BETONMORTEL EN UITWASSEN VAN BETON</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-351\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.51</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzondering voorgeschreven lozingsroute</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als in het omgevingsplan voor afvalwater afkomstig van het reinigen van installaties en voorzieningen voor het maken van betonmortel, het inwendig reinigen van voertuigen waarin betonmortel is vervoerd of het uitwassen van beton een andere lozingsroute is toegestaan, wordt, in afwijking van de artikelen 4.140, eerste lid, en 4.158, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, het te lozen afvalwater, bedoeld in die artikelen, geloosd op een oppervlaktewaterlichaam of via die andere route.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.15</h3>\n<p class=\"lf-p\">LOZEN BIJ NIET-INDUSTRIËLE VOEDSELBEREIDING</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-352\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.52</span><span class=\"lf-art-t\">Afbakening met Besluit activiteiten leefomgeving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is niet van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van de voedingsmiddelenindustrie, bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving met uitzondering van het lozen van afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen voor personen die werken op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-353\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.53</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bereiden van voedingsmiddelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als het bereiden plaatsvindt met: a. grootkeukenapparatuur; b. één of meer bakkerijovens die chargegewijs worden beladen; of c. één of meer bakkerijovens die continu worden beladen met een nominaal vermogen of een aansluitwaarde van ten hoogste 100 kilowatt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afvalwater wordt alleen gezamenlijk met huishoudelijk afvalwater geloosd, en wordt alleen geloosd voor zover de voorzieningen voor het zuiveren van huishoudelijk afvalwater zijn berekend op het zuiveren van het afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen en daarmee samenhangende activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-354\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.54</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 2.55, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.16</h3>\n<p class=\"lf-p\">LOZEN VAN SPUIWATER UIT RECREATIEVE VISVIJVERS</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-355\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.55</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van spuiwater uit recreatieve visvijvers</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan spuiwater uit recreatieve visvijvers worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-356\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.56</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 2.57, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.17</h3>\n<p class=\"lf-p\">LOZEN VANAF VAARTUIGEN OF ANDERE DRIJVENDE WERKTUIGEN BIJ SPOELEN OF SCHEIDEN VAN ZAND OF GRIND</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-357\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.57</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van spoelwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kunnen de volgende afvalwaterstromen afkomstig van een vaartuig of ander drijvend werktuig, op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd: a. afvalwater dat vrijkomt bij het spoelen van zeezand tijdens het transport daarvan met een vaartuig of werktuig; en b. afvalwater dat vrijkomt bij het op dat vaartuig of werktuig scheiden van zand of grind.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.18</h3>\n<p class=\"lf-p\">ASVERSTROOIING</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-358\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.58</span><span class=\"lf-art-t\">Asverstrooiing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het op een oppervlaktewaterlichaam individueel verstrooien van as door de nabestaande die de zorg voor de asbus heeft, bedoeld in artikel 66a, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging, is toegestaan.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.19</h3>\n<p class=\"lf-p\">ANDERE LOZINGEN</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-359\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.59</span><span class=\"lf-art-t\">Vangnetvergunningplicht lozen op oppervlaktewater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, als daarbij stoffen of warmte worden geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod geldt niet voor: a. het lozen van stoffen of warmte op een oppervlaktewaterlichaam afkomstig van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. het lozen, bedoeld in de afdelingen 2.2 tot en met 2.18; c. het lozen van water dat afkomstig is uit dat oppervlaktewaterlichaam en waaraan geen stoffen zijn toegevoegd; en d. het lozen van stoffen of warmte afkomstig van wonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-360\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.60</span><span class=\"lf-art-t\">Vangnetvergunningplicht lozen op zuiveringtechnisch werk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk te verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod geldt niet voor het lozen van stoffen, water of warmte op een zuiveringtechnisch werk afkomstig van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.20</h3>\n<p class=\"lf-p\">AANVRAAGVEREISTEN, BEOORDELINGSREGELS EN VOORSCHRIFTEN OMGEVINGSVERGUNNING LOZINGSACTIVITEIT</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-361\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.61</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten aanvraag omgevingsvergunning lozingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het debiet in kubieke meters per uur van het te lozen afvalwater; b. de regelmaat waarmee lozingen plaatsvinden; c. een aanduiding of de lozing continu of niet-continu plaatsvindt; d. een riooltekening; e. de locaties van de lozingspunten; f. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van het lozen en de verwachte duur ervan; g. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken; h. een onderbouwing van de noodzaak om te lozen; i. de samenstelling van het afvalwater dat wordt geloosd; j. de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; k. de resultaten van de immissietoets voor de te lozen stoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en l. een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-362\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.62</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel omgevingsvergunning lozingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk is artikel 8.88 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-363\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.63</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften omgevingsvergunning lozingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk zijn de artikelen 8.92 en 8.93 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten met grondwater</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het onttrekken van grondwater en het infiltreren van water.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens bij een melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een melding op grond van de afdelingen 4.2 tot en met 4.6 bevat: a. het doel waarvoor het te onttrekken grondwater wordt gebruikt; b. aantal in te richten putten; c. de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting van iedere put; d. de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters van iedere put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil; e. de lengte in meters van het effectieve filter in iedere put; f. de capaciteit van de pomp in kubieke meter per uur per put; g. de hoeveelheid water in kubieke meter water per uur, etmaal, maand en jaar, die ten hoogste wordt onttrokken; h. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken; en i. als het gaat om het in samenhang met het onttrekken van grondwater in de bodem brengen van water ter aanvulling van het grondwater:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar, die ten hoogste in de bodem wordt gebracht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de diepte in meters waarop het water in de bodem wordt gebracht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>een beschrijving van de samenhang van het brengen van water in de bodem met de onttrekking;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de herkomst en samenstelling van het water dat in de bodem wordt gebracht; en 5. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de negatieve gevolgen van het brengen van water in de bodem te voorkomen of te beperken.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid geldt niet: a. voor wateronttrekkingsactiviteiten als bedoeld in de artikelen 6.34, eerste lid, onder b en c, en 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. voor zover in deze waterschapsverordening is bepaald dat geen melding van de wateronttrekkingsactiviteit hoeft te worden gedaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-43\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten omgevingsvergunning wateronttrekkingsactiviteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening of het in de bodem brengen van water, voor aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het doel waarvoor het te onttrekken grondwater wordt gebruikt; b. het aantal in te richten putten; c. de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting van iedere put; d. de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters van iedere put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil; e. de lengte in meters van het effectieve filter in iedere put; f. de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per put; g. de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar, die ten hoogste wordt onttrokken; h. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; i. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken; en j. als het gaat om het in samenhang met het onttrekken van grondwater in de bodem brengen van water ter aanvulling van het grondwater:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar die ten hoogste in de bodem wordt gebracht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de diepte in meters waarop het water in de bodem wordt gebracht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>een beschrijving van de samenhang van het brengen van water in de bodem met de onttrekking;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de herkomst en samenstelling van het water dat in de bodem wordt gebracht; en 5. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van het brengen van water in de bodem en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-44\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel omgevingsvergunning wateronttrekkingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, is artikel 8.89, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, is artikel 8.89, tweede en derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-45\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften omgevingsvergunning infiltratie van water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning voor het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, is artikel 8.94 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-46\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Meetverplichting onttrekken van grondwater en infiltreren van water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die grondwater onttrekt door een daarvoor bedoelde voorziening of water in de bodem brengt, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, meet de in elk kwartaal onttrokken hoeveelheid grondwater of geïnfiltreerd water met een nauwkeurigheid van ten minste 95%.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor kortdurende of seizoensgebonden onttrekkingen of infiltraties kan het bestuur in de voorschriften van de omgevingsverordening of, als geen omgevingsvergunning is vereist, bij maatwerkvoorschrift bepalen dat de hoeveelheid over een kortere tijdsspanne wordt gemeten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die water in de bodem brengt, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, meet de kwaliteit van dat water door het nemen van representatieve monsters en het analyseren van de in tabel 3.3.3 opgenomen parameters met de in die tabel aangegeven frequentie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 3.3.3 Parameters en meetfrequenties Parameter Afkorting Frequentie Bacteriën van de coligroep Vierwekelijks Kleur Vierwekelijks Zwevende stof SS Vierwekelijks Geleidingsvermogen voor elektriciteit Vierwekelijks Temperatuur T Vierwekelijks Zuurgraad pH Vierwekelijks Opgelost zuurstof O2 Vierwekelijks Totaal organisch koolstof TOC Vierwekelijks Bicarbonaat HCO3 Vierwekelijks Nitriet NO2 Vierwekelijks Nitraat NO3 Vierwekelijks Ammonium NH4 Vierwekelijks Totaal fosfaat Totaal P Vierwekelijks Fluoride F Driemaandelijks Chloride Cl Vierwekelijks Sulfaat SO4 Driemaandelijks Natrium Na Driemaandelijks IJzer Fe Driemaandelijks Mangaan Mn Driemaandelijks Chroom Cr Driemaandelijks Lood Pb Driemaandelijks Koper Cu Driemaandelijks Zink Zn Driemaandelijks Cadmium Ca Driemaandelijks Arseen As Driemaandelijks Cyanide CN Driemaandelijks Minerale olie Vierwekelijks Adsorbeerbaar organisch halogeen AOX Vierwekelijks Vluchtig organisch gebonden chloor VOC Vierwekelijks Vluchtige aromaten Vierwekelijks Polycyclische aromaten PAK Driemaandelijks Fenolen Driemaandelijks 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uiterlijk op 31 januari van elk jaar of, als de onttrekking of infiltratie is beëindigd, binnen een maand na het tijdstip van beëindiging, worden aan het bestuur de volgende gegevens verstrekt: a. de in het voorgaande kalenderjaar gemeten hoeveelheden onttrokken grondwater en geïnfiltreerd water; en b. de kwaliteit van het geïnfiltreerde water.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De analyse van de monsters vindt plaats overeenkomstig bijlage 4 van de Drinkwaterregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste tot en met het vijfde lid gelden niet: a. voor wateronttrekkingsactiviteiten als bedoeld in de artikelen 6.34, eerste lid, onder b en c, en 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. voor zover in deze waterschapsverordening is bepaald dat geen metingen hoeven te worden verricht.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering en grondsanering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-47\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het onttrekken van grondwater voor bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering en grondsanering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-48\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken in gebied A voor bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering, als de onttrekking niet voldoet aan tabel 3.5.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 3.5.1 Gebied A m3 per uur m3 per maand m3 in totaal duur minder dan 60 minder dan 20.000 minder dan 50.000 korter dan 26 weken 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken in gebied B voor bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering, als de onttrekking niet voldoet aan tabel 3.5.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 3.5.2 Gebied B m3 per uur m3 per maand m3 in totaal duur m3 per jaar minder dan 60 minder dan 20.000 minder dan 50.000 korter dan 26 weken minder dan 10 minder dan 50.000 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken in gebied C voor bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering, als de onttrekking niet voldoet aan tabel 3.5.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 3.5.3 Gebied C m3 per uur m3 per maand m3 in totaal duur m3 per jaar minder dan 150 minder dan 50.000 minder dan 200.000 korter dan 26 weken minder dan 10 minder dan 50.000</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-49\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater voor bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering wordt voldaan aan de artikelen 4.10 tot en met 4.12.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 4.8.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-410\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10</span><span class=\"lf-art-t\">Meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden grondwater te onttrekken voor bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering zonder dit ten minste vijf werkdagen en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden, als de onttrekking langer dan 48 uur, maar korter dan 8 weken duurt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden grondwater te onttrekken voor bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering zonder dit ten minste drie weken voor het begin ervan te melden, als de onttrekking langer dan 8 weken duurt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een melding bevat: a. het adres of de locatie van de activiteit; b. de omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; en c. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk zijn aangegeven:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de afmetingen van de activiteit;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>een legenda; en 3. een noordpijl.</div>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De meet- en rapportageverplichting, zoals bedoeld in artikel 4.6, wordt uitgevoerd als de onttrekking plaatsvindt in gebied B of gebied C en de onttrekking meer bedraagt dan 12.000 m3 per jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-411\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste twee werkdagen voor het onttrekken van grondwater voor bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering worden aan het bevoegd gezag gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de verwachte datum van het begin van de activiteit; en b. de verwachte duur ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen twee werkdagen na het onttrekken van grondwater voor bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering of grondsanering worden aan het bevoegd gezag gegevens verstrekt over aanvang, einde en duur van de activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-412\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De freatische grondwaterstand of de stijghoogte in het watervoerende pakket wordt niet meer dan noodzakelijk verlaagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een peilbuis of meetput geplaatst om de stijghoogte te bepalen, als spanningsbemaling wordt toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het aanleggen en beheren van de voorziening voor de grondwateronttrekking wordt voorkomen dat uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorzieningen voor grondwateronttrekking worden verwijderd of gedicht na definitieve beëindiging van de onttrekking, zodat geen uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij retourbemaling wordt het grondwater teruggebracht in het watervoerende pakket waaruit het onttrokken grondwater afkomstig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nadelige gevolgen van de onttrekking worden voorkomen of zoveel mogelijk beperkt als die niet te voorkomen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuur wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd over eventuele ontstane schade en over de reeds getroffen of te treffen maatregelen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Grondwatersanering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-413\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.13</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het onttrekken van grondwater voor grondwatersanering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-414\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.14</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken voor grondwatersanering als de onttrekking plaatsvindt in gebied B of gebied C, voor zover de onttrekking: a. meer bedraagt dan 15 m3 per uur; b. meer bedraagt dan 4.200 m3 per maand; of c. langer duurt dan 4 jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-415\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater voor grondwatersanering wordt voldaan aan de artikelen 4.16 tot en met 4.18.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 4.14.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-416\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16</span><span class=\"lf-art-t\">Meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden grondwater te onttrekken voor grondwatersanering zonder dit ten minste vier weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een melding bevat: a. het adres of de locatie van de activiteit; b. de omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; en c. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk zijn aangegeven:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de afmetingen van de activiteit;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>een legenda; en 3. een noordpijl.</div>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De meet- en rapportageverplichting , zoals bedoeld in artikel 4.6, wordt uitgevoerd als de onttrekking plaatsvindt in gebied B of gebied C en de onttrekking meer bedraagt dan 12.000 m3 per jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-417\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.17</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste twee werkdagen voor het onttrekken van grondwater voor grondwatersanering worden aan het bevoegd gezag gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de verwachte datum van het begin van de activiteit; en b. de verwachte duur ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen twee werkdagen na het onttrekken van grondwater voor grondwatersanering wordt aan het bevoegd gezag gegevens verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-418\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.18</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De freatische grondwaterstand of de stijghoogte in het watervoerende pakket wordt niet meer dan noodzakelijk verlaagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het aanleggen en beheren van de voorziening voor de grondwateronttrekking wordt voorkomen dat uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorzieningen voor grondwateronttrekking worden gedicht of verwijderd na definitieve beëindiging van de onttrekking, zodat geen uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuur wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd over eventuele ontstane schade en over de reeds getroffen en nog te treffen maatregelen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beregening, bevloeiing en veedrenking</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-419\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.19</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het onttrekken van grondwater voor beregening, bevloeiing en veedrenking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-420\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.20</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken voor beregening, bevloeiing of veedrenking, als de onttrekking plaatsvindt in gebied B of gebied C, voor zover de onttrekking: a. meer bedraagt dan 60 m3 per uur; b. meer bedraagt dan 50.000 m3 per jaar; of c. langer duurt dan 5 aaneengesloten maanden per jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-421\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.21</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater voor beregening, bevloeiing of veedrenking wordt voldaan aan de artikelen 4.22 tot en met 4.24.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 4.20.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-422\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.22</span><span class=\"lf-art-t\">Meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden grondwater te onttrekken voor beregening, bevloeiing of veedrenking zonder dit ten minste drie weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden, als de onttrekking meer bedraagt dan 1 m3 per uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een melding bevat: a. het adres of de locatie van de activiteit; b. de omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; en c. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk zijn aangegeven:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de afmetingen van de activiteit;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>een legenda; en 3. een noordpijl.</div>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De meet- en rapportageverplichting, zoals bedoeld in artikel 4.6, wordt uitgevoerd als de onttrekking plaatsvindt in gebied B of gebied C en de onttrekking meer bedraagt dan 12.000 m3 per jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-423\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.23</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste twee werkdagen voor het onttrekken van grondwater voor beregening, bevloeiing of veedrenking worden aan het bevoegd gezag gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de verwachte datum van het begin van de activiteit; en b. de verwachte duur ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen twee werkdagen na het onttrekken van grondwater voor beregening, bevloeiing of veedrenking wordt aan het bevoegd gezag gegevens verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-424\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.24</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het aanleggen en beheren van de voorziening voor de grondwateronttrekking wordt voorkomen dat uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorziening voor grondwateronttrekking wordt na definitieve beëindiging van de onttrekking verwijderd of gedicht, zodat een uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuur wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd over eventuele ontstane schade en over de reeds getroffen en nog te treffen maatregelen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Brandblusvoorziening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-425\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het onttrekken van grondwater voor een brandblusvoorziening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-426\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.26</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken voor een brandblusvoorziening, als de onttrekking plaatsvindt in gebied A.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-427\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.27</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater voor een brandblusvoorziening in gebied B of gebied C wordt voldaan aan de artikelen 4.28 tot en met 4.30.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-428\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.28</span><span class=\"lf-art-t\">Meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden grondwater te onttrekken voor een brandblusvoorziening zonder dit ten minste drie weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een melding bevat: a. het adres of de locatie van de activiteit; b. de omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; en c. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk zijn aangegeven:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de afmetingen van de activiteit;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>een legenda; en 3. een noordpijl.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-429\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.29</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste twee werkdagen voor het onttrekken van grondwater voor een brandblusvoorziening worden aan het bevoegd gezag gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de verwachte datum van het begin van de activiteit; en b. de verwachte duur ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen twee werkdagen na het onttrekken van grondwater voor een brandblusvoorziening wordt aan het bevoegd gezag gegevens verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-430\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.30</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het aanleggen en beheren van de voorziening voor de grondwateronttrekking wordt voorkomen dat uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorziening voor grondwateronttrekking wordt verwijderd of gedicht na definitieve beëindiging van de onttrekking, zodat geen uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuur wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd over eventuele ontstane schade en over de reeds getroffen en nog te treffen maatregelen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overige grondwateronttrekkingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-431\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.31</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het onttrekken van grondwater voor overige doeleinden, anders dan bedoeld in de afdelingen 4.2 tot en met 4.5.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-432\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.32</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken voor overige doeleinden in gebied A.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken voor het drooghouden van ondergrondse bouwwerken of gietwatervoorziening in de glastuinbouw, in gebied B of gebied C, als de onttrekking meer bedraagt dan 1 m3 per uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken voor koelwater, in gebied B of gebied C, als de onttrekking: a. meer bedraagt dan 10 m3 per uur; of b. meer bedraagt dan 12.000 m3 per jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken voor het drooghouden van ondergrondse bouwwerken, gietwatervoorziening in de glastuinbouw, of koelwater in gebied B of gebied C, als de onttrekking: a. meer bedraagt dan 10 m3 per uur; of b. meer bedraagt dan 50.000 m3 per jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-433\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.33</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het onttrekken van grondwater voor overige doeleinden wordt voldaan aan de artikelen 4.34 tot en met 4.36.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 4.32.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-434\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.34</span><span class=\"lf-art-t\">Meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden grondwater te onttrekken voor overige doeleinden zonder dit ten minste drie weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden, als de onttrekking meer bedraagt dan 1 m3 per uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een melding bevat: a. het adres of de locatie van de activiteit; b. de omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; en c. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk zijn aangegeven:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de afmetingen van de activiteit;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>een legenda; en 3. een noordpijl.</div>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De meet- en rapportageverplichting, zoals bedoeld in artikel 4.6, wordt uitgevoerd als de onttrekking meer bedraagt dan 1 m3 per uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-435\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.35</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste twee werkdagen voor het onttrekken van grondwater voor overige doeleinden worden aan het bevoegd gezag gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de verwachte datum van het begin van de activiteit; en b. de verwachte duur ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen twee werkdagen na het onttrekken van grondwater voor overige activiteiten wordt aan het bevoegd gezag gegevens verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-436\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.36</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het aanleggen en beheren van de voorziening voor de grondwateronttrekking wordt voorkomen dat uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorzieningen voor grondwateronttrekking worden verwijderd of gedicht na definitieve beëindiging van de onttrekking, zodat geen uitwisseling van grondwater tussen de verschillende watervoerende pakketten plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuur wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd over eventuele ontstane schade en over de reeds getroffen en nog te treffen maatregelen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten bij wegen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Onderhoud aan wegbermen en het plaatsen van verkeersborden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het uitvoeren van onderhoud aan wegbermen en het plaatsen van verkeersborden in het beperkingengebied weg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen wegbermen onderhoud en verkeersborden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning onderhoud aan een wegberm uit te voeren, als het onderhoud in een duin- of strandgebied wordt uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning onderhoud aan een wegberm uit te voeren, als het onderhoud anders is dan het roven en aanvullen van een berm langs een weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning verkeersborden te plaatsen in de wegberm in de kernzone van een waterkering of de beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam, als de verkeersborden in een duin- of strandgebied worden geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning verkeersborden te plaatsen in de wegberm in de kernzone van een waterkering of de beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam, als de: a. verkeersborden niet worden geplaatst vanwege de verkeersveiligheid; of b. verkeersborden in het dijktalud worden geplaatst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-53\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het uitvoeren van onderhoud aan een wegberm en het plaatsen van een verkeersbord in de wegberm wordt voldaan aan artikel 5.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 5.2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-54\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle materialen die vrijkomen worden afgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dijktalud en de beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam worden niet gebruikt als opslagplaats voor materiaal of materieel.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Palen van verkeersborden worden niet voorzien van een betonnen voet.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De palen worden in de grond geslagen of gedrukt tot een maximale diepte van 0,90 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wegberm wordt aangevuld met uit de werkzaamheden voortgekomen grond.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de grond wordt beweid, wordt de aangevulde grond ingezaaid met een graszaadmengsel: a. type D1; b.</p>\n<p class=\"lf-p\">100-150 kg/ha inzaai; en c.</p>\n<p class=\"lf-p\">50-75 kg/ha doorzaai.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de grond niet wordt beweid, wordt de aangevulde grond ingezaaid met een graszaadmengsel: a. type D2; b.</p>\n<p class=\"lf-p\">100-150 kg/ha inzaai; en c.</p>\n<p class=\"lf-p\">50-75 kg/ha doorzaai.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer op 1 oktober op de waterkering en de bijbehorende beschermingszone geen grasmat aanwezig is of de grasmat zich in slechte staat bevindt, worden alle maatregelen getroffen om een adequate erosiebestendige waterkering te garanderen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Evenementen en standplaatsen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-55\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het houden van evenementen, het plaatsen van borden bij evenementen en het innemen van standplaatsen in het beperkingengebied weg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-56\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een evenement te houden of een bord bij een evenement te plaatsen, als de bruikbaarheid van de weg voor langer dan 1 dag wordt beperkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een evenement te houden of een bord bij een evenement te plaatsen, als wedstrijdachtige activiteiten met motorvoertuigen op de weg deel uitmaken van het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een evenement te houden of een bord bij een evenement te plaatsen, als op de weg gedurende het evenement andere werkzaamheden of andere evenementen plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een evenement te houden of een bord bij een evenement te plaatsen, als een gebiedsontsluitingsweg moet worden afgesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een evenement te houden of een bord bij een evenement te plaatsen, als het evenement op de volgende gebiedsontsluitingswegen wordt gehouden buiten de tijdvakken op maandag tot en met vrijdag tussen 9.00 uur en 15.30 uur: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rotterdamseweg te Ridderkerk; b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbindingsweg te Ridderkerk; c.</p>\n<p class=\"lf-p\">IJsselmonde Randweg te Barendrecht; d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hendrik Ydenweg te Hendrik Ido Ambacht; en e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Munnikensteeg te Zwijndrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een standplaats in te nemen met een voertuig, kraam of tent voor verblijf of verkoop van waren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-57\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het houden van een evenement en het plaatsen van een bord bij evenementen wordt voldaan aan artikelen 5.8 tot en met 5.10.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 5.6.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8</span><span class=\"lf-art-t\">Meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden een evenement te houden of een bord bij een evenement te plaatsen zonder dit ten minste drie weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een melding bevat: a. het adres of de locatie van de activiteit; b. de omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; c. de aard en omvang van het evenement en omschrijving van het gebruik van de weg; d. een routebeschrijving; en e. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>eventuele bebording en bewegwijzering omleiding;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>een legenda; en 3. een noordpijl.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-59\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste twee werkdagen voor het houden van een evenement of het plaatsen van een bord bij een evenement worden aan het bevoegd gezag gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de verwachte datum van het begin van de activiteit; en b. de verwachte duur ervan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er worden maatregelen genomen om: a. de veiligheid van de overige weggebruikers te garanderen; b. de bereikbaarheid voor hulpdiensten te waarborgen; c. de bereikbaarheid van achterliggende percelen, bedrijven en woningen te waarborgen; en d. schade aan de weg te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij eventuele schade aan paden of wegen als gevolg van het evenement wordt het waterschap zo snel mogelijk geïnformeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het noodzakelijk is voor de organisatie van het evenement worden er tijdelijk verkeersborden en markeringen geplaatst in verband met het omleiden van het verkeer.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verkeersborden en markeringen worden conform CROW 96b en NEN-EN 12899-1 geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verkeersborden en markeringen voor het evenement worden niet langer dan strikt noodzakelijk geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">De weg en het bijbehorende wegmeubilair worden tijdens en na afloop van het evenement schoon gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omwonenden en andere belanghebbenden worden geïnformeerd over de verkeersmaatregelen die getroffen worden, door deze minimaal één week voor aanvang van het evenement bekend te maken door een kennisgeving in de plaatselijke krant of op een andere geschikte wijze.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Uitwegen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.11</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het maken van uitwegen in het beperkingengebied weg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-512\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.12</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een uitweg te maken, als deze in het beperkingengebied waterkering wordt aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een uitweg te maken, als het kadastraal perceel al ontsloten is door een uitweg.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een uitweg te maken, als deze niet aansluit op een erftoegangsweg type 1 of type 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een uitweg te maken, als de breedte: a. meer dan 8,00 meter is bij ontsluiting van een landbouwperceel; b. meer dan 4,50 meter is bij ontsluiting van een bedrijfsperceel waar voor de reguliere bedrijfsvoering grote voertuigen in en uit moeten rijden; of c. meer dan 3,50 meter is voor ontsluiting van overige percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een uitweg te maken, als deze niet op ten minste 5,00 meter afstand ligt van uitwegen, bochten, kruisingen en zebrapaden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een uitweg te maken, als het zicht vanuit de uitweg op de openbare weg wordt gehinderd binnen een afstand van 5,00 meter naar beide kanten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-513\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.13</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het maken van een uitweg wordt voldaan aan de artikelen 5.14 tot en met 5.16.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 5.12.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-514\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.14</span><span class=\"lf-art-t\">Meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden een uitweg te maken zonder dit ten minste drie weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een melding bevat: a. het adres of de locatie van de activiteit; b. de omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; en c. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>afmetingen van de activiteit ten opzichte van de weg;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>een legenda; en 3. een noordpijl.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-515\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.15</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste twee werkdagen voor het maken van een uitweg worden aan het bevoegd gezag gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de verwachte datum van het begin van de activiteit; en b. de verwachte duur ervan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-516\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.16</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitweg wordt voorzien van afwijkend, gesloten verhardingsmateriaal, anders dan grasbetontegels, schors, schelpen of grind, over een breedte van ten minste 1,00 meter, gezien vanuit de zijkant van de verharding van de openbare weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitweg wordt voorzien van een funderingsconstructie, die afgestemd is op de ondergrond ter plaatse en het gebruik van de uitweg.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitweg sluit blijvend gelijkmatig aan op de weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitweg wordt zodanig geconstrueerd dat voertuigen bij het in- en uitrijden niet door de berm rijden, door de uitweg te voorzien van afgeschuinde hoeken van 45 graden en maximaal 1,50 meter lang.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitweg wordt voorzien van een gelijkwaardige afwatering, zodanig dat het water niet afvloeit naar de weg of daarop blijft staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitvoering van de activiteiten levert geen gevaar op voor de verkeersveiligheid.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Veekerende afrastering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-517\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.17</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het plaatsen van veekerende afrasteringen in het beperkingengebied weg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-518\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.18</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een veekerende afrastering in de beschermingszone van een weg te plaatsen, als deze: a. het zicht belemmert en niet botsvriendelijk is; b. niet minimaal 1,00 meter uit de kant van de wegverharding wordt geplaatst; of c. hoger is dan 1,20 meter boven maaiveld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een veekerende afrastering in de beschermingszone van een weg te plaatsen, als deze in een duin- of strandgebied wordt geplaatst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-519\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.19</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het plaatsen van een veekerende afrastering wordt voldaan aan artikel 5.20.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 5.18.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-520\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.20</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afrastering wordt in goede staat onderhouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afrastering bevat geen uitstekende delen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitvoering van de activiteiten levert geen gevaar op voor de verkeersveiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het plaatsen van een veekerende afrastering worden veiligheidsmaatregelen toegepast die voldoen aan de CROW-publicatie PM.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beplanting</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-521\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.21</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het aanbrengen, hebben, onderhouden en verwijderen van beplantingen in het beperkingengebied weg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-522\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.22</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning beplantingen aan te brengen, te hebben, te onderhouden of te verwijderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning gras of eenjarige gewassen aan te brengen of te behouden, als het betreffende perceel geen agrarische bestemming heeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-523\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.23</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het aanbrengen of onderhouden van beplanting wordt voldaan aan de artikelen 5.24 en 5.25.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 5.22.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-524\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.24</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste dertig werkdagen voor het aanbrengen, onderhouden of verwijderen van beplanting worden aan het bevoegd gezag gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de verwachte datum van het begin van de activiteit; en b. de verwachte duur ervan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-525\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.25</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschrift</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het planten, vellen of rooien van beplanting kan het bestuur bij maatwerkvoorschrift voorschriften en aanwijzingen geven.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Kabels en leidingen bij wegen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-526\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.26</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het leggen, wijzigen en behouden van kabels en leidingen in het beperkingengebied weg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-527\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.27</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een kabel of leiding te leggen, wijzigen of behouden parallel aan de weg, als deze niet op een afstand van de wegverharding wordt gelegd die ten minste gelijk is aan de diepte waarop de kabel of leiding wordt gelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een kabel of leiding te leggen, wijzigen of behouden kruisend met een weg in een beperkingengebied weg buiten een waterkering, als deze: a. de weg niet haaks kruist door middel van een sleufloze techniek; of b. op minder dan 1,25 meter onder het wegdek wordt aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een kabel of leiding te leggen, wijzigen of behouden kruisend met een weg in een beperkingengebied weg binnen een waterkering, als deze: a. de weg niet haaks kruist door middel van een open ontgraving; of b. waarbij de kabel of leiding onder maatgevend hoogwater of boven de kleilaag wordt aangebracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-528\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.28</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het leggen, wijzigen of behouden van kabels en leidingen wordt voldaan aan de artikelen 2.48, 2.56 en 5.29 tot en met 5.31.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 5.27.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-529\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.29</span><span class=\"lf-art-t\">Meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden een kabel of leiding te leggen of te wijzigen zonder dit ten minste drie weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een melding bevat: a. het adres of de locatie van de activiteit; b. de omschrijving van de activiteit en wijze van uitvoering; en c. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk zijn aangegeven:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de afmetingen van de activiteit ten opzichte van het waterstaatswerk;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>bestaand en nieuw tracé;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>type kabel of leiding;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>materiaalkeuze en toe te passen bijbehorende voorzieningen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>een legenda; en 6. een noordpijl.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-530\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.30</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste twee werkdagen voor het aanleggen of wijzigen van een kabel of leiding worden aan het bevoegd gezag gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de verwachte datum van het begin van de activiteit; en b. de verwachte duur ervan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-531\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.31</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kabel of leiding wordt niet gelijk of groter dan een 45-graden lijn gemeten vanaf de zijkant van de wegverharding gelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uit de sleuf afkomstige grond wordt ontgraven en zodanig opgeslagen dat de bovenlaag met een dikte van 0,15 meter tot 0,20 meter niet vermengd wordt met de overige grond.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een sleuf in de wegberm wordt als volgt aangevuld: a. een sleuf in de wegberm wordt met het uitgekomen materiaal aangevuld, in omgekeerde volgorde, en in lagen van 0,20 meter; b. iedere laag wordt apart verdicht tot een proctordichtheid van 98%; en c. als bovenlaag wordt de uitkomende grasmat teruggebracht of de bovenlaag wordt ingezaaid met bermgraszaadmengsel.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wegafzettingen worden toegepast die voldoen aan de CROW-publicatie 96b.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wegverharding wordt hersteld volgens de voorwaarden in afdeling 5.8.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Verwijderen objecten bij wegen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-532\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.32</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het verwijderen van objecten in het beperkingengebied weg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-533\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.33</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een object te verwijderen, als het: a. niet gelegen is op een perceel waarvan initiatiefnemer rechthebbende is; b. gelegen is onder een 45-graden lijn gemeten vanuit de zijkant wegverharding; c. een grond- of waterkerende functie heeft; d. een noodzakelijke verkeersfunctie vervult; e. onderdeel uitmaakt van de constructie van de weg; of f. de wegverharding opbreekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-534\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.34</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het verwijderen van objecten wordt voldaan aan de artikelen 5.35 tot en met 5.37.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 5.33.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-535\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.35</span><span class=\"lf-art-t\">Meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden een object te verwijderen zonder dit ten minste drie weken en ten hoogste een jaar voor het begin ervan te melden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een melding bevat: a. het adres of de locatie van de activiteit; b. de omschrijving van de activiteiten en wijze van uitvoering; en c. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk zijn aangegeven:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de afmetingen van de activiteit (inclusief fundering) ten opzichte van het waterstaatswerk of de weg;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>een legenda; en 3. een noordpijl.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-536\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.36</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste twee werkdagen voor het verwijderen van een object worden aan het bevoegd gezag gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de verwachte datum van het begin van de activiteit; en b. de verwachte duur ervan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-537\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.37</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het object wordt volledig uit wegberm verwijderd, met uitzondering van boomwortels onder de weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de verwijdering worden niet meer dan noodzakelijk grondroeringen verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschadigingen of verzakkingen van de weg worden voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wegberm wordt hersteld, eventuele ontgravingen worden tot maaiveld gedicht en het oppervlak wordt afgewerkt zoals het naastgelegen profiel.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit te graven grond wordt niet binnen 1,00 meter uit de kant verharding opgeslagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt zorg voor gedragen dat uitvoering van de activiteiten geen gevaar opleveren voor de verkeersveiligheid en dat het verkeer zo min mogelijk hinder van de werkzaamheden heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gerooide bomen, takken, wortels en andere boom- of struikresten worden afgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kabel of leiding wordt volledig uit de weg verwijderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het verwijderen van een kabel of leiding wordt een sleuf voor een wegkruising in asfalt altijd op klinkermaat gezaagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het herstel van wegverhardingen gebeurt volgens de voorwaarden in afdeling 5.8.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.8</h3>\n<p class=\"lf-p\">Herstel wegopbrekingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-538\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.38</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het herstellen van opgebroken wegverhardingen in het beperkingengebied weg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-539\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.39</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het herstellen van opgebroken wegverharding wordt voldaan aan de artikelen 5.40 en 5.43.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-540\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.40</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zo spoedig mogelijk worden voor het herstellen van opgebroken wegverharding aan het bevoegd gezag gegevens en bescheiden verstrekt over: a. aard en noodzaak van de activiteit; b. de verwachte datum van het begin van de activiteit; en c. de verwachte duur ervan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-541\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.41</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel graven van sleuven of gaten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Langs wegen wordt de uit te graven grond niet opgeslagen op de wegverharding of op de bermen binnen 1 meter uit de kant van de wegverharding.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voordat met het graven van de sleuf wordt begonnen, wordt de indringingsweerstand van de te ontgraven grond bepaald door middel van sonderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het sonderen gelden de volgende voorwaarden: a. per 100 m sleuflengte wordt één sondering verricht; b. het aantal sonderingen per sleuf bedraagt minimaal drie; c. de sonderingen worden zodanig uitgevoerd dat een redelijk beeld van de indringingsweerstand over de diepte van de te ontgraven sleuf wordt verkregen; d. de indringingsweerstand wordt gemeten met behulp van een continu registrerend sondeerapparaat; en e. het meetbereik van het sondeerapparaat moet tenminste 5 MPa bedragen en het dieptebereik ten minste 1,0 m.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De meetgegevens van het sonderen worden gedateerd en voorzien van een plaatsaanduiding.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-542\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.42</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel aanvullen van de sleuven of gaten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De sleuven of gaten worden zoveel mogelijk aangevuld met de uitgekomen grond.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvulling van de sleuven of gaten moet zodanig worden uitgevoerd dat de verschillende grondsoorten zoveel mogelijk op hun oorspronkelijke plaats terugkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdichting van de aanvulling van de sleuven of gaten is: a. gelijkwaardig aan de verdichting die is gemeten voorafgaand aan het graven; en b. bepaald met eenzelfde sondeerapparaat dat is gebruikt voor de bepaling van de indringingsweerstand van de grond voorafgaand aan het graven.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bevroren grond wordt niet verwerkt in de aanvulling van de sleuven of gaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij ongeschiktheid van de vrijgekomen materialen voor sleufherstel, omdat de vereiste verdichtingsgraad niet meer kan worden bereikt, worden de sleuven of gaten aangevuld met een materiaal dat een gelijkwaardige funderingsopbouw geeft als de onderliggende ondergrond van de weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot het tijdelijk herstellen van een bestrating behoort ook het toepassen van het benodigde straat- en afstrooizand.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-543\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.43</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel herstel van opgebroken wegverharding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het aanbrengen van de definitieve verharding of de tijdelijke elementenverharding wordt door het waterschap de totale omvang van de wegopbreking opgemeten voor afrekening van de kosten voor het definitieve herstel op basis van de tarieven vergoeding in bijlage IV van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er een semi verharding wordt toegepast, gelden bij herstel van de opgebroken wegverharding de volgende voorwaarden: a. de deklaag van het semi verhardingsmateriaal heeft een gelijkwaardige sterkte en kwaliteit als de aansluitende deklaag van het bestaande profiel; b. tot één jaar na uitvoering van de herstelwerkzaamheden wordt de semi verharding indien nodig opnieuw vlak gemaakt 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er een elementenverharding wordt toegepast, gelden bij herstel van de opgebroken wegverharding de volgende voorwaarden: a. de losse bestratingsmaterialen worden voorzichtig uitgenomen en netjes opgetast; b. na het uitvullen van de sleuf of van het gat wordt het materiaal weer in de oorspronkelijke samenstelling en verbanden aangebracht, zo nodig na reiniging van de materialen; c. keien, klinkers of tegels, die door het uitgevoerde werk zijn gebroken of beschadigd, worden door gelijksoortige nieuwe elementen vervangen; d. de elementenverharding wordt afhankelijk van de situatie licht bollend of vlak aangebracht; e. de elementenverharding veroorzaakt geen trilling- of geluidsoverlast; f. tot aan het definitieve herstel door het waterschap wordt de elementenverharding indien nodig opnieuw vlak gemaakt; g. het waterschap voert het definitieve herstel van de elementenverharding uit; en h. de kosten voor het definitieve herstel van de elementenverharding worden door het waterschapberekend en in rekening gebracht op basis van de tarieven vergoeding voor elementenverharding in IV van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er een gesloten verharding wordt toegepast, gelden bij herstel van de opgebroken wegverharding de volgende voorwaarden: a. het eerste herstel wordt met behulp van een tijdelijke klinkerverharding uitgevoerd; b. de tijdelijke klinkerverharding moet de sleuf goed gesloten afdichten; c. afhankelijk van de situatie wordt de tijdelijke klinkerverharding licht bollend of vlak aangebracht; d. de tijdelijke klinkerverharding veroorzaakt geen trilling- of geluidsoverlast; e. tot aan het definitieve herstel door het waterschap wordt de tijdelijke klinkerverharding indiennodig opnieuw vlak gemaakt; f. het waterschap voert binnen één jaar na afronding van de herstelwerkzaamheden het definitieve herstel van de gesloten verharding uit; en g. de kosten voor het definitieve herstel van de gesloten verharding worden door het waterschapberekend en in rekening gebracht op basis van de tarieven vergoeding voor gesloten verharding in IV van deze verordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-544\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.44</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschrift</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met een maatwerkvoorschrift kan artikel 5.41 worden verruimd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.9</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overige activiteiten en werken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-545\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.45</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het verrichten van activiteiten en het plaatsen van werken in het beperkingengebied weg, anders dan bedoeld in de afdelingen 5.1 tot en met 5.7.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-546\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.46</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen gebruik, aanleg en veranderen van een weg</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een weg te gebruiken in strijd met het doel daarvan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een weg aan te leggen of veranderingen aan de weg aan te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een werk aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning stoffen, modder, voorwerpen of dieren aan te brengen of te hebben.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aansluiting openbaar riool</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  6.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aansluiting openbaar riool</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-61\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het aansluiten van een openbaar riool op en het brengen van afvalwater in een zuiveringtechnisch werk in beheer bij Waterschap Hollandse Delta.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-62\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing vergunningplichtige gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een openbaar riool aan te sluiten op of afvalwater vanuit het openbaar riool te brengen in een zuiveringtechnisch werk, als geen afvalwaterakkoord is overeengekomen met de gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-63\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij de aanvraag van een vergunning worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt: a. de technische gegevens van het openbaar riool, waaronder de verschillende aansluitpunten en een overzichtstekening van het rioleringsgebied; b. het aantal particuliere huishoudens per aansluitpunt dat is en zal worden aangesloten op het openbaar riool; c. het aantal en de aard van de bedrijven per aansluitpunt die zijn en zullen worden aangesloten op het openbaar riool; d. een raming van de per aansluitpunt te lozen hoeveelheid afvalwater uitgedrukt in m3/h, gedifferentieerd naar droogweerafvoer en regenweerafvoer en gegevens over de pompovercapaciteit uitgedrukt in m3/h; e. een raming van de per aansluitpunt te lozen hoeveelheden afvalstoffen, uitgedrukt in inwonerequivalenten en gedifferentieerd naar inwoners en bedrijven; f. per aansluitpunt het aantal hectare verhard oppervlak waarvan het afvloeiend hemelwater wordt afgevoerd via het openbaar riool; en g. gegevens over de in het kader van beheer en onderhoud van het openbaar riool te ondernemen activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-64\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuur kan alleen voorschriften aan de vergunning verbinden: a. zodat de nakoming van de artikelen 4.608 tot en met 4.612 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt verzekerd; b. over de bescherming van het zuiveringtechnische werk en tot verzekering van de doelmatige werking daarvan; of c. tot het voorkomen of beperken van verontreiniging van het oppervlaktewaterlichaam waarin het effluent van het zuiveringtechnisch werk wordt gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorschriften kunnen in ieder geval inhouden dat: a. emissiegrenswaarden voor aan te wijzen stoffen worden gesteld; of b. signaleringswaarden voor aan te wijzen stoffen worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuur houdt bij het verbinden van voorschriften aan de vergunning rekening met de maatwerkvoorschriften die over de artikelen 4.608 tot en met 4.612 van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn gesteld op grond van artikel 2.13 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-65\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Overschrijding emissie- en signaleringswaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de emissiegrenswaarden en signaleringswaarden, bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, incidenteel significant of stelselmatig worden overschreden, wordt het bestuur hierover geïnformeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij incidenteel significante of stelselmatige overschrijding van de emissiewaarden en signaleringswaarden kunnen de vergunningvoorschriften worden gewijzigd om een toename van de geconstateerde overschrijding van de betreffende emissie- of signaleringswaarde te voorkomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-66\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Onderzoeksverplichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de emissiegrenswaarden en signaleringswaarden worden overschreden kan het bestuur als voorschrift aan de vergunning verbinden: a. te onderzoeken wat de oorzaken zijn van de overschrijdingen en hoe deze voorkomen, beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden; b. binnen welke termijn en de wijze waarop het onderzoek wordt uitgevoerd; c. binnen welke termijn en de wijze waarop de resultaten van het onderzoek worden overlegd; en d. binnen welke termijn en de wijze waarop de vergunninghouder op basis van de resultaten van het onderzoek maatregelen treft om overschrijdingen ongedaan te maken, te beperken of te voorkomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-67\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.7</span><span class=\"lf-art-t\">Advies</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het verlenen van een vergunning en bij het voornemen om ambtshalve een vergunning te wijzigen of in te trekken, stelt het bestuur de volgende overheidsorganen in de gelegenheid advies te geven: a. de gemeente; b. de Inspectie Leefomgeving en Transport; en c. de beheerder van het oppervlaktewaterlichaam, als vanuit het zuiveringtechnisch werk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam wordt gebracht dat niet in het beheer bij Waterschap Hollandse Delta is.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangs- en slotbepalingen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  7.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-71\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht omgevingsvergunningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een omgevingsvergunning voor een activiteit op grond van de waterschapsverordening zoals die luidde direct voor inwerkingtreding van deze verordening en die onherroepelijk is, geldt als een omgevingsvergunning op grond van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als op een activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening geen verbod geldt om zonder omgevingsvergunning de activiteit te verrichten, gelden voorschriften uit een onherroepelijke omgevingsvergunning voor die activiteit als maatwerkvoorschrift, voor zover het bevoegd gezag over die activiteit maatwerkvoorschriften kan stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend voor een activiteit waarvoor op grond van deze verordening een verbod geldt om de activiteit zonder omgevingsvergunning te verrichten, blijft het oude recht van toepassing tot de omgevingsvergunning onherroepelijk wordt. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing als die omgevingsvergunning onherroepelijk wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een activiteit voor de inwerkingtreding van deze verordening zonder vergunning rechtmatig is verricht en bij de inwerkingtreding van deze verordening voor die activiteit een verbod om zonder omgevingsvergunning de activiteit te verrichten van toepassing wordt, geldt voor die activiteit bij de inwerkingtreding van deze verordening een omgevingsvergunning van rechtswege voor een termijn van twee jaar, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-72\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht meldingen en maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een melding of kennisgeving van een activiteit die voor inwerkingtreding van deze verordening is gedaan, geldt, als op die activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening een verbod om zonder melding de activiteit te verrichten van toepassing is, als een melding van die activiteit op grond van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een melding of kennisgeving van een activiteit die voor inwerkingtreding van deze verordening is gedaan, geldt, als voor die activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening een verplichting geldt om gegevens of bescheiden te verstrekken, als het verstrekken van gegevens en bescheiden voor die activiteit op grond van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit die voor inwerkingtreding van deze verordening is ingediend, geldt, als op die activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening een verbod om zonder melding de activiteit te verrichten van toepassing is, als een melding van die activiteit op grond van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift voor een activiteit op grond van de waterschapsverordening zoals die luidde direct voor inwerkingtreding van deze verordening en dat onherroepelijk is, geldt als een maatwerkvoorschrift op grond van deze verordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-73\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht handhavingsbesluiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de inwerkingtreding van deze verordening een overtreding heeft plaatsgevonden, een overtreding is aangevangen of het gevaar voor een overtreding klaarblijkelijk dreigde, en voor die inwerkingtreding een bestuurlijke sanctie is opgelegd voor die overtreding of dreigende overtreding, blijft het oude recht op die bestuurlijke sanctie van toepassing tot het tijdstip waarop: a. de beschikking onherroepelijk is geworden en volledig is uitgevoerd of ten uitvoer is gelegd; b. de beschikking is ingetrokken of is komen te vervallen; of c. als de beschikking gaat om de oplegging van een last onder dwangsom:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de last volledig is uitgevoerd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de dwangsom volledig is verbeurd en betaald; of 3. de last is opgeheven.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  7.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Slotbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-74\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit wijzigingsbesluit treedt in werking op [2 januari 2024]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-75\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening wordt aangehaald als: Waterschapsverordening Waterschap Hollandse Delta.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage I Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: aangewezen oppervlaktewaterlichaam: oppervlaktewaterlichaam dat is aangewezen en begrensd in bijlage II; afrastering eenvoudige constructie bestaande uit palen met draad of gaas; bergingscapaciteit volume water dat geborgen kan worden tussen het streefpeil en het aanvaardbaar hoogste peil; beschermingszone aan een waterstaatswerk grenzende zone, waarin ter bescherming van dat werk voorschriften en beperkingen kunnen gelden; beschoeiing constructie in de oeverlijn om de oever tegen afkalving te beschermen. Voorbeelden hiervan zijn beschoeiingen, bestaande uit een aan één gesloten rij palen of planken en betuigingen; bestaand profiel profiel van het waterstaatswerk zoals het daadwerkelijke aanwezig is; bestuur dagelijks bestuur van het waterschap Hollandse Delta; binnenkruinlijn lijn die de overgang markeert tussen de kruin van de waterkering en het binnentalud; duiker buis in gronddam gelegen in een oppervlaktewaterlichaam; elementenverharding het deel van de weg waar het verkeer direct overheen gaat en die bestaat uit losse elementen, die in meer of mindere mate los met elkaar verbonden zijn en in een bepaald verband zijn aangebracht, zoals klinkers, keien, stenen en tegels. freatisch grondwater het eerste grondwater dat men aantreft als men gaat graven en staat rechtstreeks in verbinding met atmosferische luchtdruk; gebiedsontsluitingsweg een weg die grote (landelijke) gebieden en woonkernen naar stroomwegen ontsluit; gestuurde boring een sleufloze boortechniek waarbij obstakels zoals oppervlaktewaterlichamen diep onder het maaiveld kunnen worden gepasseerd; grondwatersanering het onttrekken van verontreinigd grondwater met als doel de verontreinigde bodem te reinigen of het verontreinigde grondwater te verwijderen; infiltreren van water in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater; insteek het punt waar het talud van een opppervlaktewaterlichaam en het maaiveld elkaar snijden; kabel een geïsoleerde draadvormige elektrische geleider, bedoeld voor het transport van elektrische energie of elektrische signalen, of een mantelbuis met een diameter van maximaal 40 mm bestemd voor de doorvoer van kabels of glasvezelkabels; kruin van waterkering het platte vlak tussen de kruinlijnen; kruinlijn PM; legger legger als bedoeld in artikel 2.39 van de wet of in artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet; natuurvriendelijke oever oever die zo is aangelegd dat het niet alleen dient om afvoercapaciteit van het oppervlaktewaterlichaam te verbeteren, maar ook om landschappelijke en ecologische functies te versterken;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN 6600-1 NEN 6600-1:2019: Water – Monsterneming – Deel 1: Afvalwater, versie 2019;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN 6646 NEN 6646/C1:2015: Water – Fotometrische bepaling van het gehalte aan ammoniumstikstof en van de som van de gehalten aan ammoniumstikstof en organisch gebonden stikstof volgens Kjeldahl, door mineralisatie met seleen, met behulp van een doorstroomanalysesysteem – Ontsluiting met zwavelzuur, seleen en kaliumsulfaat, versie 2015 + C1:2015;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN 6966 NEN 6966:2006: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2006;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN 872:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN 12566-1:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE – Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN 13284-1 NEN-EN 13284-1:2001: Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van massaconcentratie van stof in lage concentraties – Deel 1: Manuele gravimetrische methode, versie 2001;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 5667-3:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water – Monsterneming – Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 5815-1:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 5815-2:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 6878:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 6878:2004: Water – Bepaling van fosfor – Ammoniummolybdaat spectometrische methode, versie 2004;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 9377-2:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water – Bepaling van de minerale-olie-index – Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 10301:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 10301:1997: Water – Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen – Gaschromatografische methoden, versie 1997;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 11732:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 11732:2005: Water – Bepaling van ammonium stikstof – Methode voor doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie, versie 2005;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 11885:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 11885:2009: Water – Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 12846:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 12846:2012: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 13395:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 13395:1997: Water – Bepaling van het stikstofgehalte in de vorm van nitriet en in de vorm van nitraat en de som van beide met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie, versie 1997;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15587-1:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15587-2:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15680:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met «purge-and-trap» en thermische desorptie, versie 2003;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15681-1:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15681-1:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 1: Methode met een doorstroominjectiesysteem (FIA), versie 2005;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15681-2:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15681-2:2018: Water – Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 2: Methode met een continu doorstroomanalysesysteem (CFA), versie 2018;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15682:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15682:2001: Water – Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 17294-2:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water – Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma – Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 17852:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 17852:2008: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 17993:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 17993:2004: Water – Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-ISO 5663:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-ISO 5663:1993: Water – Bepaling van het gehalte aan Kjeldahl-stikstof – Methode na mineralisatie met seleen, versie 1993;.</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-ISO 15705:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-ISO 15705:2003: Water – Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) – Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-ISO 15923-1:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit – Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie – Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013; niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam: ander oppervlaktewaterlichaam dan een oppervlaktewaterlichaam dat is aangewezen en begrensd in bijlage II. ondersteunend kunstwerk kunstwerken die van belang zijn voor de taakuitoefening van het waterschap, voor de waterkering, voor het functioneren van de waterhuishouding; onttrekken onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam of van grondwater door middel van een onttrekkingsinrichting; peil in het peilbesluit vastgestelde waterstand; peilgebied gebied als aangewezen in een peilbesluit waarbinnen eenzelfde waterstand wordt gehandhaafd; permanente lozings- of onttrekkingsvoorziening een voorziening voor het onttrekken en/of lozen van water in oppervlaktewater met een langdurig karakter; proefbronnering het onttrekken van grondwater met als doel het onderzoeken van de hoeveelheid grondwater dat tijdens toekomstige activiteiten moet worden onttrokken. Een proefbronnering is veelal kortdurend en duurt maximaal 30 dagen; profiel afmetingen van het waterstaatswerk aangegeven op de legger; recreatief medegebruik gebruik door recreanten van terreinen, wateren en objecten die een niet-recreatieve hoofdfunctie hebben en waarbij het medegebruik ondergeschikt is aan de hoofdfunctie; spanningsbemaling onttrekken van grondwater uit het watervoerende pakket met als doel de opwaartse druk te verlagen om opbarsten van de bodem te voorkomen; steiger of vlonder constructie die over een oppervlaktewaterlichaam is geplaatst of daaraan grenst en is verankerd in het achterliggende perceel; teen van de waterkering lijn of knikpunt, waar het hellende vlak van de waterkering en maaiveld elkaar snijden of geacht worden elkaar te snijden; tijdelijke lozings- of onttrekkingsvoorziening eenvoudig te verwijderen en tijdelijk benodigde voorziening voor het onttrekken en/of lozen van water in oppervlaktewater. Bijvoorbeeld voor het beregenen van gewassen; verkeersborden borden die voldoen aan bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990; waterhuishoudkundige functie functie die de provincie of het waterschap aan een waterstaatswerk heeft toegekend; waterkering kunstmatige hoogte natuurlijke hoogte of gedeelte daarvan, of hoge gronden met ondersteunende kunstwerken, die een waterkerende of mede een waterkerende functie hebben; en watervoerend pakket</p>\n<p class=\"lf-p\">bodemlaag die water doorvoert en die aan boven- en onderzijde begrensd wordt door een ondoorlatende laag of door oppervlaktewater.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage II Aangewezen oppervlaktewaterlichamen 1 Aangewezen oppervlaktewaterlichamen Waterschap Hollandse Delta Aangewezen oppervlaktewaterlichamen als bedoeld in deze waterschapsverordening zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Boezemvliet Devel Haven van Brielle Haven te Spijkenisse Haven van Strijen Havens van Middelharnis Jachthaven van Zwartewaal Kanaal door Voorne Koopvaardijhaven te Hellevoetsluis Scheepvaart-/Voedingskanaal Zuiderdiep 2 Niet-aangewezen oppervlaktewaterlichamen Waterschap Brabantse Delta Bijlage III Overzicht Informatieobjecten Aangewezen oppervlaktewaterlichamen Waterschap Hollandse Delta /join/id/regdata/ws0655/2023/6dc502186386495d91c75d7659de38a2/nld@2024-05-21;06025624 beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam /join/id/regdata/ws0655/2022/c5a3e8d51a4d4f7881dac42f2df10e95/nld@2024-05-21;06025624 beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam binnen een duin- of strandgebied /join/id/regdata/ws0655/2022/4be1cfe2001a4ef39181ba02df442e37/nld@2024-05-21;06025624 beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam binnen het beperkingengebied waterkering /join/id/regdata/ws0655/2022/45d98961a80b49ccbb0e69d4a41d65b9/nld@2024-05-21;06025624 beperkingengebied primaire waterkering /join/id/regdata/ws0655/2022/42f4b1caf11940e4996a3d8fd67cb1b1/nld@2024-05-21;06025624 beperkingengebied waterkering /join/id/regdata/ws0655/2022/5a4ea6ef2f374acc850065cf5b7ea1aa/nld@2024-05-21;06025624 beperkingengebied waterstaatswerk /join/id/regdata/ws0655/2022/f05d9c3b11db4099a4fee0270d1ca155/nld@2024-05-21;06025624 beperkingengebied weg /join/id/regdata/ws0655/2022/9a7efd8f5d8742ebb787ffc0d1a1fb38/nld@2024-05-21;06025624 beperkingengebied weg binnen een waterkering /join/id/regdata/ws0655/2022/bf8a3516615b4242b0b000319529ec23/nld@2024-05-21;06025624 beperkingengebied weg buiten een waterkering /join/id/regdata/ws0655/2022/784b81aca5d04eaa8a1616e6afb8ed17/nld@2024-05-21;06025624 beschermingszone binnendijks van een waterkering /join/id/regdata/ws0655/2022/5c6285cce1694d798a416a8b285155e5/nld@2024-05-21;06025624 beschermingszone buitendijks van een waterkering /join/id/regdata/ws0655/2022/d281c6ade0244105acd548c685d6179b/nld@2024-05-21;06025624 beschermingszone en buitenbeschermingszone van een waterstaatswerk /join/id/regdata/ws0655/2022/3691689b94494469bd23ed10a2634114/nld@2024-05-21;06025624 beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam /join/id/regdata/ws0655/2022/83c57948cbcf4f758d657c0fcb002625/nld@2024-05-21;06025624 beschermingszone van een waterkering /join/id/regdata/ws0655/2022/30b477f1b0b84876a4ad81923992f40f/nld@2024-05-21;06025624 beschermingszone van een waterstaatswerk /join/id/regdata/ws0655/2022/1b529ae1198d44ecb327ae4619ecc187/nld@2024-05-21;06025624 beschermingszone van een weg /join/id/regdata/ws0655/2022/a7ad93c5cddf4e52bbdd42141d4704f2/nld@2024-05-21;06025624</p>\n<p class=\"lf-p\">binnen een strook van 250 meter, horizontaal gemeten vanaf de kernzonegrens van de primaire waterkering /join/id/regdata/ws0655/2022/d6243c3477974b869b04bb92fac247d0/nld@2024-05-21;06025624 de Waal /join/id/regdata/ws0655/2022/629c7b0be7824b42bb06c39988898bf6/nld@2024-05-21;06025624 dijksloot /join/id/regdata/ws0655/2022/87d054ecc775476582e416c270d6dab4/nld@2024-05-21;06025624 duin- of strandgebied /join/id/regdata/ws0655/2022/24c2f94b87e84724870f7592c5cc223b/nld@2024-05-21;06025624 gebied A /join/id/regdata/ws0655/2022/f70faac22aa047afb1258a5ff3a0f061/nld@2024-05-21;06025624 gebied B /join/id/regdata/ws0655/2022/3b21a332f6c04c5b805e4a0479fa2b36/nld@2024-05-21;06025624 gebied C /join/id/regdata/ws0655/2022/2c8b996fbbc64a53b5e736069a79f093/nld@2024-05-21;06025624 kernzone van een waterkering /join/id/regdata/ws0655/2022/618fdbf64c734886a3ee45626a5500c4/nld@2024-05-21;06025624 landelijk gebied /join/id/regdata/ws0655/2022/04fb3dfb490c4ed3ac2a68ae97c98e21/nld@2024-05-21;06025624 Niet-aangewezen oppervlaktewaterlichamen waterschap Hollandse Delta /join/id/regdata/ws0655/2023/c2a827247b2d4a06be3a333df05cea96/nld@2024-05-21;06025624 oppervlaktewaterlichaam /join/id/regdata/ws0655/2022/e901ba200bbc4916bea6415e2d44e029/nld@2024-05-21;06025624 oppervlaktewaterlichaam binnen het beperkingengebied waterkering /join/id/regdata/ws0655/2022/3ac6d5d10dd74285bd6bfa746d4a7016/nld@2024-05-21;06025624 oppervlaktewaterlichaam dat in beheer is bij het waterschap /join/id/regdata/ws0655/2022/20576f29990f4df4bafc3bc4fcb23888/nld@2024-05-21;06025624 oppervlaktewaterlichaam dat niet in beheer is bij het waterschap /join/id/regdata/ws0655/2022/15b242b60af84d80b803ce6342c2dcd6/nld@2024-05-21;06025624 oppervlaktewaterlichaam met specifieke doeleinden /join/id/regdata/ws0655/2022/fde765d93c614c04a7eafb1d30527220/nld@2024-05-21;06025624 oppervlaktewaterlichaam met specifieke natuurdoeleinden /join/id/regdata/ws0655/2022/756448d1fd56463784078150c0f41be0/nld@2024-05-21;06025624 primaire watergang /join/id/regdata/ws0655/2022/fe3de0c6d3c5454994928b3229f01810/nld@2024-05-21;06025624 primaire watergang, met uitzondering van het binnenwater de Waal /join/id/regdata/ws0655/2022/e72deaf1931049a7afe0e013bc565263/nld@2024-05-21;06025624 secundaire watergang /join/id/regdata/ws0655/2022/5841c6a665e14640bb8afd07cc138314/nld@2024-05-21;06025624 spoorsloot /join/id/regdata/ws0655/2022/3851c2c788324c3da1c590b5d6e7465c/nld@2024-05-21;06025624 stedelijk gebied /join/id/regdata/ws0655/2022/6b67da7ed66847baa9209fbb2c06683c/nld@2024-05-21;06025624</p>\n<p class=\"lf-p\">vaarweg /join/id/regdata/ws0655/2022/485be51f1eab48a39c475eaf0c2f4b59/nld@2024-05-21;06025624 Bijlage IV Vergoeding voor herstel van wegopbrekingen 1 Tarieventabel De tarieven zijn de vergoeding voor de kosten die het waterschap maakt voor het uitvoeren van het definitieve herstel van de wegverharding. De tarieven zijn exclusief btw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tarieventabel Verharding oppervlak euro's per m2 Elementenverharding:</p>\n<p class=\"lf-p\">Betonstraatstenen minder dan 15 m2 7,70 Betonstraatstenen meer dan 15 m2 5,85 Tegelbestrating minder dan15 m2 5,05 Tegelbestrating meer dan 15 m2 4,30 Gesloten verharding:</p>\n<p class=\"lf-p\">Asfalt 187,00 Toelichting Algemene toelichting 1 Doelen, strekking en uitgangspunten 1.1 Algemeen De Waterschapsverordening Hollandse Delta bevat de regels van het waterschap over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de watersystemen, de zuiveringtechnische werken en de wegen die in beheer zijn bij het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.2 Strekking De waterschapsverordening berust op artikel 2.5 van de Omgevingswet en vervangt de Keur en de algemene regels die gebaseerd zijn op de Keur. Bovendien bevat het regels over lozingen, die voorheen op het niveau van de centrale overheid waren geregeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.3 Verbeterdoelen van de stelselherziening De waterschapsverordening is onderdeel van de stelselherziening van het omgevingsrecht. De invoering van de waterschapsverordening draagt bij aan de landelijke verbeterdoelen van de Omgevingswet: een inzichtelijk omgevingsrecht, waarin de leefomgeving centraal staat, waarin ruimte is voor maatwerk en waarin besluitvorming over projecten sneller en beter verloopt.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.4 Basisvariant van de waterschapsverordening Het bestuur van het waterschap heeft gekozen voor een beleidsneutrale overgang van de Keur naar de waterschapsverordening. Dat betekent dat de waterschapsverordening qua vorm en inhoud voldoet aan de uitgangspunten van de Omgevingswet, terwijl de veranderingen ten opzichte van de oude regels inhoudelijk beperkt zijn. Hiervoor is gekozen om de continuïteit en daarmee de betrouwbaarheid van de regels in de overgang van het oude naar het nieuwe stelsel te kunnen garanderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.5 Activiteitgerichte opbouw Een tweede verandering in vergelijking met de huidige Keur is dat in de opzet van dewaterschapsverordening het accent is verlegd naar het perspectief van burgers en bedrijven door een activiteitgerichte opbouw. De oude objectgerichte benadering van de Keur wordt daarmee verlaten. In plaats van de waterstaatswerken als aangrijpingspunt van de regels te hanteren, zijn de regels aangeknoopt bij de verschillende activiteiten die burgers en bedrijven willen verrichten. Dat betekent dat de verschillende hoofdstukken en paragrafen zijn geordend naar alle relevante activiteiten, waarbij een clustering van activiteiten is gehanteerd die aansluit bij de terminologie van de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.6 Digitalisering Nieuw is dat de regels over activiteiten zijn gekoppeld aan geometrisch aangewezen en begrensde werkingsgebieden, die in bijlage 2 van de verordening zijn opgenomen en op een digitale kaart voor gebruikers aanklikbaar zijn. Deze digitalisering is onderdeel van het landelijke Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), waarin ook de regelgeving van Rijk, provincie, gemeenten en andere waterschappen digitaal ontsloten wordt.De digitalisering van de waterschapsverordening in het DSO gaat gepaard met een verbeterde dienstverlening aan gebruikers van de digitale voorziening door middel van zogenoemde toepasbare regels en vragenbomen. Via toepasbare regelswordt de juridische tekst van de verordening toegankelijk gemaakt aan de hand van vragen(bomen) dieburgers naar de op hun activiteit en locatie toepasselijke juridische regels leiden. Zo kan een gebruiker eenvoudig nagaan of een activiteit op een bepaalde locatie is toegestaan, of een vergunning- of meldplicht geldt en aan welke algemene regels eventueel moet worden voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.7 Opbouw van de toelichting Het algemeen deel van deze toelichting gaat eerst in op (2) de verhouding tot het stelsel vande Omgevingswet waarbinnen de waterschapsverordening zal werken, (3) de werkingssfeervan de verordening en (4) de verhouding tot andere instrumenten van het waterschap onderde Omgevingswet. Vervolgens wordt (5) de inhoud van de verordening op hoofdlijnen beschreven met aandacht voor de belangrijkste wijzigingen. Tot slot (6) is er aandacht voor de voorbereiding en de uitvoering van de waterschapsverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Verhouding tot het stelsel van de omgevingswet 2.1 Taken en verantwoordelijkheden De waterschapsverordening is gebaseerd op artikel 2.5 van de Omgevingswet. Op grond van dat artikel stelt het algemeen bestuur van het waterschap één waterschapsverordening vast waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. Anders dan de Keur is de w aterschapsverordening dus niet vastgesteld met gebruik van de autonome verordenende bevoegdheid in de zin van de Waterschapswet, maar worden de regels gesteld in medebewind op basis van de Omgevingswet. De Omgevingswet stelt daarbij uitdrukkelijke regels over de gebruikte instrumenten, zoals algemene regels, maatwerkvoorschriften of verboden om activiteiten te verrichten zonder omgevingsvergunning, zonder melding, zonder het leveren van informatie of in absolute zin.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2 Instructieregels besluit kwaliteit leefomgeving en Zuid-Hollandse omgevingsverordening Bij de vaststelling van de waterschapsverordening spelen instructieregels een rol. Voor zover hier van belang zijn dat enkele regels van het Rijk (vastgesteld in hoofdstuk 6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving) of de Provincie Zuid-Holland (Omgevingsverordening) die gaan over de inhoud of de motivering van de waterschapsverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3 Decentralisatie van de lozingen en bruidsschat Het beleid voor lozingen van stoffen was tot dusver centraal geregeld. De meeste algemene regels staan nu in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het Rijk was voornemens de lozingen decentraal te regelen, waarmee tegemoet zou worden gekomen aan het uitgangspunt om maximaal lokaal maatwerk te kunnen leveren.De Unie van Waterschappen en de organisaties voor de landbouwsector hebben zich er sterk voor gemaakt om in ieder geval de regels voor lozingen uit de land- en tuinbouw centraal te blijven regelen. Dit om het zogenaamde level-playing-field voor deze bedrijven in stand te houden. De lozingsregels voor de glastuinbouw, akkerbouw en veehouderij worden daarom, in ieder geval tot 2027, ondergebracht in het Besluit activiteiten leefomgeving.Andere regels voor lozingen ‘verhuizen’ wel van het Rijk naar de waterschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiervoor heeft het Rijk een Invoeringsbesluit opgesteld, dit wordt ook wel de ‘bruidsschat’ genoemd. Met het invoeringsbesluit kunnen de lozingsregels rechtstreeks als onderdeel van de waterschapsverordening gelden. Het waterschap heeft ervoor gekozen deze regels over te nemen en nog niet aan te passen. De regels zijn grotendeels opgenomen in hoofdstuk 3 van de waterschapsverordening.In de bruidsschat wordt nog onderscheid gemaakt tussen aangewezen en niet aangewezen waterlichamen. De aangewezen wateren zijn ook wateren die zijn aangewezen op grond van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW).De regels voor lozen in de bruidsschat betreft een set van ca. 20 onderwerpen, variërend van de algemene zorgplicht tot lozingen van huishoudelijk afvalwater en hemelwater, van lozingenbij grondwatersaneringen tot lozingen op zuiveringtechnische werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er spelen dus vele verschillende typen belangen op het gebied van waterkwaliteitsbeheer, waterkwantiteitsbeheer enafvalwaterzuivering. De regels per activiteit uit de bruidsschat zijn in deze waterschapsverordening overgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Werkingssfeer 3.1 Watersystemen en onderdelen daarvan in beheer bij het waterschap De waterschapsverordening is van toepassing in het beheergebied van het waterschap, voor zover het gaat over de watersystemen of onderdelen daarvan die in beheer zijn bij het waterschap. Wat onder watersysteem moet worden verstaan vloeit voort uit de Omgevingswet, zoals dat eerder op basis van de Waterwet het geval was: een samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken. Daarbij geldt dat oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk als waterstaatswerken worden aangemerkt. Welke watersystemen of onderdelen daarvan in beheer zijn bij het waterschap, wordt bepaald bij provinciale verordening die gebaseerd is op artikel 2.18, tweede lid, van de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2 Geometrisch bepaalde werkingsgebieden concrete regels De regels over activiteiten zijn steeds gekoppeld aan werkingsgebieden. Waar geen specifiek werkingsgebied is benoemd, geldt het hele beheergebied van het waterschap als werkingsgebied. Zie voor de uitwerking hiervan de artikelsgewijze toelichting bij artikelen 1.3 en 1.4.De digitalisering van de waterschapsverordening brengt nieuwe informatiebehoeften over de beheerobjecten van het waterschap met zich mee, vooral in verband met aanwijzing en begrenzing van werkingsgebieden. In de waterschapsverordening worden de werkingsgebieden (de gebieden, waarin bepaalde regels uit de verordening van toepassing zijn, zoals beperkingengebieden met betrekking tot waterkeringen of oppervlaktewaterlichamen) aangewezen en geometrisch begrensd.Deze werkingsgebieden berusten op informatie over de ligging van het waterstaatswerk zelf(de kernzones) en over de beschermingszones die daarop aansluiten. Voor deze waterschapsverordening is een eenduidige naamgeving doorgevoerd, waardoor duidelijker is benoemd welk onderdeel van het watersysteem wordt bedoeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Verhouding tot andere regelingen 4.1 Delegatiesystematiek en delegatiebesluit De Omgevingswet vereist dat de Waterschapsverordening te allen tijde actueel is. Dat maakthet nodig parallel aan de voorbereiding van de Waterschapsverordening een afzonderlijk delegatiebesluit op te stellen, waarin het algemeen bestuur de onderdelen van dewaterschapsverordening benoemt die het dagelijks bestuur kan wijzigen of aanvullen. Datgeldt niet voor de wezenlijke kenmerken van de verordening (zoals de oogmerken van de regels of, op hoofdlijnen, welke activiteiten zij bestrijkt) maar wel voor andersoortige onderwerpen, zoals de wijziging van beperkingengebieden. In de waterschapsverordening zelf komen dus geen delegatiegrondslagen voor.Voorop staat dat de hoofdelementen van de waterschapsverordening door het algemeen bestuur worden vastgelegd. Regels van uitvoeringstechnische of administratieve aard, uitwerking van de details of van meet- en rekenvoorschriften, regels die dikwijls wijziging behoeven en regels waarvan te voorzien is dat zij mogelijk met grote spoed moeten worden vastgesteld, moeten echter ook door het dagelijks bestuur te stellen zijn. Dit zijn twee uitersten van een spectrum, waarop steeds voor concrete onderwerpen keuzes gemaakt kunnen worden in het delegatiebesluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2 Verhouding tot de onderhoudslegger De Keur bevatte in hoofdstuk 2 algemene onderhoudsverplichtingen voor waterstaatswerken.In de onderhoudslegger zijn de onderhoudsplichtigen van de waterstaatswerken genoemd. Deonderhoudslegger is gebaseerd op artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet. In het stelsel van de Omgevingswet mogen deze onderhoudsplichten niet in de Waterschapsverordening opgenomen worden. Bij invoering van de Waterschapsverordening zullen deze onderdelen van de Keur daarom niet vervallen, maar op basis van de Waterschapswet blijven bestaan (als “onderhoudskeur”). Bij de voorgenomen actualisatie van de onderhoudslegger, zal deze onderhoudskeur te zijner tijd worden vervangen door een vast te stellen gemoderniseerde “onderhoudsverordening” met onderhoudslegger.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.3 Verhouding tot projectbesluit en vergunning eigen dienst Onder de Waterwet is voor de aanleg of wijziging van waterstaatswerken door het waterschap een projectplan vereist. In de Omgevingswet wordt het projectplan vervangen door een projectbesluit, dat voor het waterschap verplicht is voor de aanleg en wijziging van primaire waterkeringen.Voor de andere gevallen van aanleg en wijziging van waterstaatswerken door het waterschap, waarvoor nu nog een projectplan geldt, laat de Omgevingswet de keuze aan het waterschap om deze categorie vrij te laten, een projectbesluit of een vergunning eigen dienst voor te schrijven. Voor het uitvoeren van beheer en onderhoud geldt nu en onder de waterschapsverordening geen vergunningvereiste het waterschap. Ook onder de Keur gold geen vergunningvereiste. Hier verandert dus niets.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Hoofdlijnen van de inhoud 5.1 Indeling De waterschapsverordening bestaat uit zes hoofdstukken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste hoofdstuk bevat algemene bepalingen over begrippen, de aanwijzing en begrenzing van beperkingengebieden en enkele algemene onderwerpen die relevant zijn voor de gehele verordening zoals de specifieke zorgplicht en maatwerkvoorschriften. Deze zorgplicht geldt altijd, dus ook naast bijvoorbeeld een meldplicht of vergunningplicht.De hoofdstukken 2 tot en met 6 zijn gewijd aan regels over activiteiten. Daarbij is de aard van de activiteiten bepalend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 2 bevat regels over activiteiten die worden verricht bij waterstaatswerken. Dan gaat het over het realiseren van steigers en vlonders, bruggen, grondkerende constructies, natuurvriendelijke oevers, het onttrekken van oppervlaktewater en de aanleg van onttrekkingsvoorzieningen, het versneld afvoeren van hemelwater naar een oppervlaktewaterlichaam via nieuw verhard oppervlak, het aanleggen en behouden van gesloten erfverharding, kabels en leidingen, dammen met duiker, graven, verbreden en behouden van oppervlaktewaterlichamen, dempen van oppervlaktewaterlichamen, het aanplanten en behouden van bomen, het plaatsen en behouden van hekwerken, schuttingen en veekerende afrasteringen, het aanleggen en behouden van anti-worteldoeken, het plaatsen en behouden van tijdelijke of eenvoudig demontabele objecten, het verwijderen van objecten, het uitvoeren van bodemonderzoek, het plaatsen, wijzigen, vervangen, verwijderen of behouden van werken en, tenslotte, als restcategorie, nog het verrichten van overige activiteiten bij waterstaatswerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 3 bevat de artikelen over lozingen die van rechtswege in de waterschapsverordening zijn gekomen. Het gaat om regels over lozingen op oppervlaktewater van het waterschap. Dit betreft lozing van grondwater bij grondwatersanering, bodemsanering of ontwatering, lozing van afvloeiend hemelwater dat niet van een bodembeschermende voorziening afkomt, huishoudelijk afvalwater, koelwater, afvalwater afkomstig uit diverse activiteiten en asverstrooiing. Ook voor andere lozingen op een oppervlaktewater van een waterschap, plaatst de bruidsschat regels in de waterschapsverordening. Die regels houden in dat er een omgevingsvergunning nodig is voor de lozing (afdeling 2.19 van de waterschapsverordening). Deze vergunningplicht geldt niet als de lozing afkomstig is van een milieubelastende activiteit in het Bal. Het Bal bepaalt voor die lozingen in welke gevallen een omgevingsvergunning is vereist.Voor lozingen op een zuiveringtechnisch werk plaatst de bruidsschat een vergunningplicht in de waterschapsverordening. Deze vergunningplicht geldt niet als de lozing afkomstig is van een milieubelastende activiteit in het Bal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 4 gaat over activiteiten met grondwater. Na enkele algemene bepalingen gaat het over bouwputbemaling, sleufbemaling, proefbronnering en grondsanering, over grondwatersanering, over beregening, bevloeiing en veedrenking, over brandblusvoorziening, en tenslotte, als restcategorie, over overige grondwateronttrekkingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 5 heeft betrekking op activiteiten bij wegen. Dan gaat het over onderhoud aan wegbermen en het plaatsen van verkeersborden, over evenementen en standplaatsen, over uitwegen, over veekerende afrasteringen, over beplanting, over kabels en leidingen bij wegen, over het verwijderen van objecten bij wegen, over het herstel van wegopbrekingen, en tenslotte, als restcategorie, over het verrichten van overige activiteiten en werken bij wegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 6 bevat regels over het aansluiten van een openbaar riool op en het brengen van afvalwater in een zuiveringtechnisch werk in beheer bij het waterschap.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 7 bevat de overgangs- en slotbepalingen.</h3>\n<p class=\"lf-p\">De bijlagen bij de waterschapsverordening zijn:-de begripsbepalingen (bijlage I)-overzicht informatieobjecten (bijlage II)-vergoeding voor herstel van wegopbrekingen (bijlage III)De bijlagen vormen een integraal onderdeel van de juridische tekst.</p>\n<p class=\"lf-p\">OvergangsrechtHet overgangsrecht voor de invoering van de waterschapsverordening is geregeld in hoofdstuk 4 van de Invoeringswet Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de artikelen 4.1, 4.3, 4.4, 4.5, 4.13 en 4.14 is voorzien in de overgang van lopende procedures en wat de consequenties zijn van het vervallen vanvergunningenplichten of het ontstaan van nieuwe vergunningplichten. Werken die overeenkomstig de huidige regels zijn gerealiseerd mogen op grond van het overgangsrecht inde waterschapsverordening in stand blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Bijlagen 6.1 Bijlagen 1 Steigers en Vlonders 2 Bruggen 3 Beschoeiing 4 Damwanden 5 Dam met duiker 6 Natuurvriendelijke oever 7 Permanente lozings-onttrekkingsvoorziening 8 Drainageleidingen Artikelsgewijze Toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het eerste lid van dit artikel zijn de begripsbepalingen van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) van toepassing verklaard op deze waterschapsverordening. Dit bevordert de eenduidigheid van begrippen in het nieuwe stelsel. In aanvulling op de begrippen van de wet en de AMvB’s, bevat bijlage I bij deze verordening de overige begripsbepalingen die nog nodig zijn voor de goede toepassing van deze verordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Begrenzing beheergebied</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling geeft duidelijk aan dat de verordening bedoeld is voor het beheergebied van het waterschap.In bijlage III is de geometrische begrenzing van het beheergebied, benoemd als geometrisch informatieobject ‘beheergebied’, vastgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Begrenzing waterstaatswerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is nodig ten behoeve van het digitale stelsel. Deze bepaling biedt de juridische grondslag voor de digitale kaart met de ligging van de waterstaatswerken.In bijlage III komt de noemer “waterstaatswerken” terug met een url (identificatiecode) met verwijzing naar geografische coördinaten (zie TPOD Waterschapsverordening). Zo wordt het voor deze locaties mogelijk om deze digitaal te bekijken of erop in te zoomen en de voor de gebruiker relevante regels zichtbaar te maken.In de bijlage wordt per werkingsgebied aangegeven wat de noemer is van dat werkingsgebied, of het werkingsgebied exact is begrensd of indicatief en in welk geometrisch informatieobject (GIO) het werkingsgebied is opgenomen. Het GIO wordt met een uniek ID aangeduid. Door het opnemen daarvan in de bijlage, worden de GIO’s met daarin de werkingsgebieden een integraal onderdeel van de verordening. De noemer van het werkingsgebied is de naam die het werkingsgebied heeft in de juridische tekst. De GIO-link is de hyperlink in de juridische tekst naar het werkingsgebied, zoals deze bij inwerkingtreding is ingetekend in het Digitale Stelsel Omgevingswet. Via dehyperlink is het mogelijk de exacte ligging van het werkingsgebied te achterhalen op een digitale kaart.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Begrenzing oppervlaktewaterlichamen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De geometrische begrenzing van oppervlaktewaterlichamen en de onderdelen daarvan zijn opgenomen in bijlage III bij deze verordening. Een oppervlaktewater is het samenhangend geheel van water dat vrij aan het aardoppervlak voorkomt. Ook de stoffen die in het water zitten, vallen onder het oppervlaktewaterlichaam. Dit geldt ook voor de oevers, planten en dieren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.5</span><span class=\"lf-art-t\">Begrenzing weg</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze bepaling is beschreven dat de geometrische begrenzing van wegen en de onderdelen daarvan zijn opgenomen in bijlage III bij deze verordening. Het gaat daarbij om de brijbanen, paden, trottoirs, wegmeubilair en alles wat daarbij hoort zoals bermen, parkeergelegenheden en bermsloten. Een weg kan ook een geïsoleerd fietspad of voetpad zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.6</span><span class=\"lf-art-t\">Waterstaatswerken die niet geometrisch begrensd zijn</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is bedoeld voor de gevallen dat de aanleg of wijziging van waterstaatswerken is vergund of dat er een projectbesluit voor is vastgesteld maar nog in uitvoering is of is uitgevoerd, maar nog niet geometrisch is begrensd. De tekst is gebaseerd op afdeling 3.4 van het Omgevingsbesluit waarin dit is opgenomen voor waterstaatswerken van het Rijk.Dit artikel geeft een vangnet voor waterstaatswerken en wegen, in beheer bij het waterschap, die nog niet zijn aangewezen en geometrisch zijn begrensd in bijlage III.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.7</span><span class=\"lf-art-t\">Normadressaat</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat degene die de activiteit verricht, moet voldoen aan de regels over activiteiten van dit hoofdstuk. Binnen het stelsel van de wet wordt degene die de activiteit verricht primair verantwoordelijk geacht voor de naleving van de regels die gelden voor het verrichten van activiteiten. Voor omgevingsvergunningplichtige activiteiten is dat expliciet verwoord in artikel 5.37, eerste lid, van de wet. Het gaat daarbij om degene die verantwoordelijk is voor het verrichten van de activiteiten: de vergunninghouder. Dit is bijvoorbeeld de eigenaar of opdrachtgever. Deze moet de vergunningvoorschriften zelf naleven en zorgen dat deze door zijn werknemers of contractanten worden nageleefd. Dit artikel bevat een soortgelijke bepaling voor de activiteiten die worden geregeld met algemene regels: degene die de activiteiten verricht, moet voldoen aan de regels van deze verordening, en ervoor zorgen dat de mensen of bedrijven die voor haar of hem werkzaamheden verrichten zich aan de regels over de activiteit houden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.8</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er is sprake van een specifieke zorgplicht om het verschil tot uitdrukking te brengen met de algemene zorgplicht die in artikel 1.6 en 1.7 van de Omgevingswet is opgenomen. Die algemene zorgplicht geldt op grond van artikel 1.8 van de Omgevingswet niet voor zover er specifieke regels gelden die worden nageleefd. De specifieke zorgplicht in artikel 1.8 van deze waterschapsverordening is een dergelijke specifieke regel.Deze specifieke zorgplicht stelt dus algemene regels die gelden voor alle activiteiten die eronder vallen, ongeacht of voor die activiteiten op grond van deze waterschapsverordening nog andere regels gelden, zoals een meldingsplicht of een omgevingsvergunningplicht.Specifieke zorgplichten geven voor een activiteit het doel aan dat bij de bescherming van de fysieke leefomgeving moet worden bereikt zonder daarbij aan te geven met welke middelen dat doel bereikt moet worden, en zonder dat doel in kwantificeerbare termen te omschrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De specifieke zorgplichten houden daarmee het midden tussen de algemene zorgplicht van de wet ende meer uitgewerkte doelvoorschriften en middelvoorschriften. Ze kunnen bij een evenwichtig gebruik een positieve rol spelen in verschillende situaties:a) Ze dragen bij aan het beperken van gedetailleerde regels, zonder dat dit afbreuk doet aan de duidelijkheid voor zowel degene die de activiteit verricht als het bevoegd gezag;b) Ze voorzien in bescherming van de leefomgeving bij nieuwe activiteiten of het op een andere manier dan gebruikelijk verrichten van bestaande activiteiten, waarmee bij het opstellen van regels geen rekening kon worden gehouden;c) Ze geven aan hoe gehandeld moet worden in gevallen waarin vanwege de verschillen in de fysieke leefomgeving een algemene regel niet kwantificeerbaar kan worden gemaakt;d) Ze geven een maatstaf voor handelen in bijzondere situaties, waarin de bescherming van de leefomgeving tijdelijk een andere of aanvullende inspanning vraagt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.9</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 4.5 Omgevingswet moeten de onderwerpen worden aangewezen waarvoor maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften kunnen worden gesteld, waarmee de algemene regels worden aangevuld of daarvan wordt afgeweken. In artikel 4.8 en 4.10 Omgevingswet is geregeld dat het dagelijks bestuur bevoegd is voor het stellen van de maatwerk- c.q. vergunningvoorschriften.Dit artikel maakt het mogelijk om maatwerkvoorschriften op te leggen voor een wateractiviteit om de specifieke zorgplicht van artikel 1.8 te concretiseren. Een maatwerkvoorschrift is een specifiek voorschrift voor het verrichten van een activiteit in een concreet geval. Het gaat dus niet om regels die voor meer personen of gevallen gelden maar op individuele situaties gerichte voorschriften.Het gaat hier om een brede bevoegdheid tot het opleggen van dit soort maatwerkvoorschriften. Dat kan van belang zijn voor activiteiten die niet duidelijk vallen onder een meer concreet hoofdstuk en de in die hoofdstukken gegeven bevoegdheden tot maatwerkvoorschriften. Activiteiten die dus alleen onder de zorgplicht van artikel 1.8 vallen, kunnen zodoende toch, waar nodig, met een maatwerkvoorschrift bijgestuurd worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.10</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene gegevens bij een melding of informatieverplichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hier staan de indieningsvereisten die gelden voor iedere melding of informatieplicht. Per specifieke activiteit kunnen daar aanvullende gegevens nodig zijn. Die worden dan bij die specifieke regels vermeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.11</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten omgevingsvergunning beperkingengebiedactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel zijn de indieningsvereisten overgenomen die voorheen in het voormalige artikel 6.24 van de Waterregeling stonden. Gelet op het belang van waterkeringen heeft de waterbeheerder in het algemeen specifiek beleid vastgesteld over activiteiten bij waterkeringen. Als een initiatiefnemer vermoedt dat voor zijn activiteit geen stabiliteitsberekening nodig is, kan hij daarover contact opnemen met de waterbeheerder.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.12</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel omgevingsvergunning wateractiviteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid van dit artikel bevat de algemene gronden waarop een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit op grond van deze verordening wordt verleend. Een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit wordt alleen verleend als, kort gezegd, de aangevraagde activiteit in overeenstemming is met de doelen van het waterbeheer. Als de aangevraagde activiteit niet met deze doelen verenigbaar is, dan wordt de aanvraag voor een dergelijke omgevingsvergunning geweigerd. Deze beoordelingsregel sluit aan op de beoordelingsregel die het Rijk hanteert voor aanvragen voor omgevingsvergunningen voor wateractiviteiten als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet (zie artikel 8.84, eerste lid, van het Bal).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede en derde lid van dit artikel bevatten de beoordelingsregels die volgens de instructieregel van artikel 6.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in de waterschapsverordening moeten worden opgenomen. Inhoudelijk zijn deze leden een voortzetting van de regel die voorheen in artikel 6.1a van het Waterbesluit was opgenomen, maar dan beter toegesneden op de eisen die de Kaderrichtlijn Water stelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op deze algemene beoordelingsregels, zijn specifieke beoordelingsregels voor lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam, lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werk, wateronttrekkingsactiviteiten en beperkingengebiedactiviteiten die betrekking hebben op een waterstaatswerk opgenomen in de hoofdstukken 2 tot en met 4.</p></div>", "next": 239962}