{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De waarde is vooral gelegen in de stedenbouwkundige opzet met groene voortuinen en zorgvuldig vormgegeven woningen. Diverse panden en ensembles zijn door hun ligging, vorm en bouwperiode cultuurhistorisch waardevol. Een groot deel hiervan is monument of in het bestemmingsplan aangewezen als beeldbepalend pand. Behoud en herstel van historische eigenschappen van deze panden is gewenst. De dynamiek van dit gebied is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkapellen en uitbouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is binnen het beschermd gezicht gericht op behoud van het historisch stadsbeeld. Het overig gebied wordt met aandacht beheerd. Het beleid is gericht op het behoud van het samenhangende beeld en de gedifferentieerde opbouw van de woningen. Kleine wijzigingen kunnen een grote invloed hebben op het beeld en moeten zorgvuldig worden ingepast. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan de zorgvuldige detaillering en het gebruik van traditionele materialen en kleuren die harmoniëren met de omgeving. Zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken, heeft herstel van historisch wenselijke eigenschappen prioriteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 2C Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de wijkbeschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte de nokrichting is in hoofdzaak evenwijdig aan de weg, een haakse richting komt voor als accent verspringingen in de rooilijn komen voor bij individuele woningen of hebben een stedenbouwkundige aanleiding de individuele woning maakt deel uit van de compositie van het cluster Massa bouwmassa’s zijn gedifferentieerd en gevarieerd met aandacht voor ornamentiek gebouwen hebben representatieve voor- en zijgevels bouwmassa afstemmen op de samenhang in de rij of het ensemble woningen hebben in het algemeen een onderbouw van één tot twee lagen met (samengestelde) kap of twee tot drie lagen met plat dak appartementengebouwen hebben meerdere lagen met kap of plat dak accenten in hoogte en vormgeving hebben een stedenbouwkundige aanleiding uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie in de wijk afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, gevarieerd en per ensemble in samenhang baksteenarchitectuur voert de boventoon zichtbare gevels zijn representatief, waarbij de gevel aan de straatzijde de belangrijkste is en zijgevels als één geheel worden vormgegeven in de gevel ligt een nadruk op de horizontale of de verticale geleding en is er een harmonische verhouding tussen open en gesloten geveldelen traditioneel Hollandse houten kozijnen en (eenvoudige) profileringen vormen het uitgangspunt de overgang van privé naar openbaar zorgvuldig vormgeven en de oorspronkelijke erfafscheiding als gemetselde muurtjes, hekwerken en hagen zoveel mogelijk behouden Materialen en kleuren materialen zijn in beginsel traditioneel, verouderen mooi en zijn afgestemd op de omgeving gevels zijn in hoofdzaak van oranje of bruine baksteen met hier en daar stuc- en sier- metselwerkaccenten hellende daken dekken met keramische dakpannen kozijnen, lijsten en dergelijke uitvoeren in hout; ramen en kozijnen van dakkapellen ook uit te voeren in kunststof, mits voorzien van verdiepte profilering kleuren harmoniëren met de omgeving, zijn terughoudend en per ensemble in samenhang Aanvullende sneltoetscriteria Aanvullende sneltoetscriteria Voor het beschermd stadsgezicht gelden de volgende aanvullende criteria (zie voor nadere uitwerking en voorbeelden het document ‘Sneltoetscriteria Zuidelijk schil’):</p>\n<p class=\"lf-p\">Kleine plannen algemeen herstel van historisch wenselijke eigenschappen en architectonische verfijning heeft priori- teit wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig afstemmen op het hoofdgebouw bij aanpassingen blijft de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar materialen en kleuren zijn in beginsel terughoudend het Modellenboek Gevelreclame en Uitstallingen Binnenstad Leiden is van toepassing op plannen met betrekking tot reclame-uitingen. Ofschoon buiten de binnenstad gelegen, is voor de Herenstraat, Hoge Rijndijk, Van ’t Hofstraat en Zeemanlaan het Modellenboek Gevelreclame en Uitstallingen Binnenstad van toepassing, dat wil zeg- gen deze straten worden conform de criteria van ‘winkelstraten’ beoordeeld voor de in het modellenboek beschreven uitingen. Voor de overige straten zijn de criteria voor ‘overige gebieden’ uit het modellenboek van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanbouwen ten minste 3,00 m achter de voorgevelrooilijn plaatsen en bij hoekwoningen minstens 2,00 m uit de zijerfgrens gevelindeling gelijk aan gevelgeleding bestaande woning indeling kozijnen en profielen van gevels die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg gelijk aan kozijnen bestaande woning materialen gelijk aan het hoofdgebouw dan wel in hout of baksteen kleuren aan de voorkant gelijk aan het hoofdgebouw de nokhoogte is lager dan die van het hoofdgebouw Bijgebouwen en overkappingen aan de voorkant alleen overkappingen op minstens 3,00 m achter de voorgevelrooilijn, met uitzondering van fietsenhokken bij niet ontsloten achtererf fietsenhokken aan de voorkant tot 4 m2 en maximaal 1,65 m hoog totaal oppervlak hoogstens 18 m2, hoogte maximaal 3,00 m bijgebouwen aan de achterkant groter dan 10 m2: niet voorbij zijgevels gevelindeling en indeling van kozijnen en profielen rechtstreeks aan de openbare ruimte afstemmen op het hoofdgebouw materialen gevels gelijk aan het hoofdgebouw dan wel hout of baksteen overkappingen zijn van hout en open, wanden van fietsenhokken eventueel dichtzetten met gaas en begroeiing hellende daken voorzien van keramische pannen kleuren aan de voorkant gelijk aan het hoofdgebouw Kozijn- en gevelwijzigingen kozijnwijzigingen blijven binnen de bestaande gevelopening aan voorgevel gelijk aan oorspronkelijk profiel en indeling (inclusief roeden) gevelwijzigingen alleen in zijgevels en daarbij niet meer dan één nieuwe opening toe- voegen binnen de belijning van de gevelarchitectuur oorspronkelijke maatvoering behouden rolluiken alleen aan de achterkant Gebied 2 materialen gelijk aan het hoofdgebouw kleuren aan de voorkant gelijk aan overige gevelopeningen hoofdgebouw Dakkapellen en dakramen meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok zo veel als mogelijk regelmatig rangschik- ken op horizontale lijn, dus niet boven elkaar dakkapellen op het zijdakvlak altijd aan de commissie voorleggen dakkapellen raken de gootlijn als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel als onderdeel van de straatwand het hart van de dakkapel op gelijke hoogte met het hart van de vensteras of exact tus- sen twee vensterassen in breedte van de dakkapel aan de voorkant hoogstens de breedte van het kozijn dat in de vensteras ligt en aan de achterkant hoogstens 2/3 van de breedte van het dakvlak dakkapellen uitvoeren in hout, dakbedekking aan de voorkant in zink of keramisch materiaal kleuren aan de voorkant gelijk aan het hoofdgebouw, de rij of het cluster in deelgebieden 2A, 2B en de bebouwing aan de Herenstraat, Rijndijkstraat en</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoeterwoudsesingel ten noorden van de Koninginnelaan: hoogstens 0,50 m dakvlak onder de dakkapel (verticaal gemeten) hoogte van de dakkapel niet meer dan 50% van het dakvlak tot een maximum van 1,50 m aan de voorkant en 1,65 m aan de achterkant detaillering dakkapel afleiden van het hoofdgebouw zijwanden zijn verticaal aan de voorkant en op hoekwoningen met de zijgevel aan de openbare weg een staand (smal) model dakkapel met dakbedekking van zink of keramisch materiaal in deelgebied 2C met uitzondering van bebouwing aan de Herenstraat, Rijndijkstraat en Zoeterwoudsesingel ten noorden van de Koninginnelaan: bij tussenwoningen minstens 1,00 m dakvlak boven de dakkapel of het dakraam (ver- ticaal gemeten) hoogte van de dakkapel niet meer dan 50% van het dakvlak tot een maximum 1,65 m aan de achterkant zijwanden zijn verticaal hoogstens twee dakramen op het zijgeveldakvlak en op achterdakvlakken van hoek- woningen met de zijgevel aan de openbare weg (hoogstens één dakraam op het zijgeveldakvlak in deelgebied 2C met uitzondering van bebouwing aan de Herenstraat, Rijndijkstraat en Zoeterwoudsesingel ten noorden van de Koninginnelaan) dakramen niet combineren met een dakkapel dakramen maximaal 0,60 m breed en 0,80 m hoog Erfafscheidingen aan de voorkant gelijk aan de oorspronkelijke erfafscheiding binnen de betreffende architectuureenheid en indien die niet aanwezig is voorleggen aan de commissie aan de achterkant op de erfgrens en tot 2,00 m hoog Technische installaties aan de achterkant en buiten het zicht van de openbare ruimte direct op een plat dak op minstens 2,00 m uit de dakrand op of aan een balkon binnen het verticale vlak van het balkon en niet aan gevel of kozijn Zonwering in deelgebied 2C alleen markiezen toepassen Gebied 3 Noord De wijk Noord is een vroege uitbreiding in meerdere fasen gebouwd waarin laagbouwbuurten met stenige straten afgewisseld worden met clusters appartementengebouwen in het groen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelgebied De Kooi heeft in hoofdzaak rijen woningen in samenhangende clusters. In het gebied is sprake van enige functiemenging. Rooilijnen zijn evenwijdig aan de weg en per cluster in samenhang.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opbouw varieert, maar heeft in het algemeen twee lagen met een plat dak of kap. Woningen aan hoofdstraten en grachten zijn vaak hoger. Met name grotere woningen en hoekwoningen hebben een gedifferentieerde opbouw. Er komen veel aan- en uitbouwen voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering is veelal zorgvuldig en per cluster in samenhang. De rand van het dak is veelal benadrukt door een uitkragende dakgoot. Zichtbare gevels zijn representatief. Het materiaal- en kleurgebruik is per cluster in samenhang en veelal traditioneel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het overige vooroorlogse deel van Noord, de Maredijkbuurt, het Noorderkwartier en De Waard, wijkt hiervan af door het relatief grote aandeel pandsgewijs opgebouwde straatwanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het naoorlogse deel in de omgeving van het Noorderpark en het Kooiplein is de bebouwing vrijstaand, relatief grootschalig en gevarieerd in massa en opbouw. De gebouwen zijn georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte en zijn vaak onderdeel van een stedenbouwkundig patroon, waarbij de rooilijnen in samenhang zijn. De plattegrond is meestal eenvoudig. De gebouwen zijn gedifferentieerd, maar ook herhaling komt voor. De opbouw varieert en bestaat in het algemeen uit een onderbouw van meerdere lagen met een flauw hellende kap of plat dak.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering is van een gemiddeld niveau. Nieuwe gebouwen zijn in het alge- meen zorgvuldiger gedetailleerd dan oudere. Materialen en kleuren zijn overwegend traditioneel. Kleuren zijn veelal rustig en sober, met hier en daar een accentkleur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toekomstige nieuwbouw en twee overkluizingen in de omgeving van de Groenoordhallen en het Kooiplein hebben als doel de noord- en zuidkant van de Willem de Zwijgerlaan met elkaar te verbinden en een kwalitatieve impuls aan het gebied te geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De relatief hoge bouw aan de Willem de Zwijgerlaan krijgt transparante plinten met kantoren of andere commerciële functies. De rooilijn is recht en wordt slechts doorbroken als daar een stedenbouwkundige aanleiding voor is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het toekomstige woongebied ter plaatse van het Groenoordhallenterrein komt samenhang in de architectonische uitwerking: laagbouwwoningen met overste- kende kappen. Ook komen er vrijliggende paviljoens in het Noorderpark met een gelijkwaardige architectonische uitstraling, die in materiaal en kleur contrasteert met het park.Tot deze plannen hun beslag krijgen, worden de Groenoordhallen gezien als traditioneel bedrijventerrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwplannen in Nieuw Leyden zijn welstandsvrij voor zover er gebouwd wordt binnen de mogelijkheden van de bouwenvelop.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Kooi Uitgangspunten De Kooi bestaat uit gevarieerde en veelal vooroorlogse, maar wel veelal planmatig gerealiseerde bebouwing langs stenige straten. Het gebied wordt begrensd door de Kooilaan, Lage Rijndijk, Sumatrastraat en Timorstraat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitzonderingen zijn de beperkt voorkomende pandsgewijs opgebouwde straten zoals de Lage Rijndijk en delen van de Sieboldstraat en Decimastraat. De kleinschalige bebouwing in deze straten varieert per pand in architectonische uitwerking en detaillering. Andere uitzondering is de relatief jonge bebouwing in de omgeving van de Van Heussenstraat. Deze complexmatige bebouwing bevat ook appartementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere elementen zijn de relatief grootschalige en verspreid voorkomende wijkvoorzieningen als (basis)scholen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde is vooral gelegen in de stedenbouwkundige opzet met zorgvuldig vormgegeven woningen. Diverse panden zijn door hun ligging, vorm en bouwperiode cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is monument of in het bestemmingsplan aangewezen als beeldbepalend pand. Behoud en herstel van historische eigen- schappen van deze panden is wenselijk. De dynamiek van dit gebied is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkapellen en uitbouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is beheer met aandacht. Het beleid is gematigd en gericht op het behoud van een samenhangend beeld en de gedifferentieerde opbouw van de woningen. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan de zorgvuldige detaillering en het gebruik van traditionele materialen en kleuren die harmoniëren met de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 3A Criteria Ligging Massa Architectonische uitwerking Materialen en kleuren Overig vooroorlogs Noord Uitgangspunten De Maredijkbuurt, het Noorderkwartier en de Waard bestaan uit gevarieerde en veelal vooroorlogse bebouwing langs stenige straten. De gebieden bestaan uit de omgeving van de Maredijk, de Bernhardkade en de Munnikenstraat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitzonderingen zijn de diverse pandsgewijs opgebouwde straten zoals delen van de singelbebouwing, de Maredijk en de Rijnkade. De kleinschalige bebouwing in deze straten varieert per pand in architectonische uitwerking en detaillering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere elementen zijn de relatief grootschalige en verspreid voorkomende wijkvoorzieningen als (basis)scholen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde is vooral gelegen in de stedenbouwkundige opzet met zorgvuldig vormgegeven woningen. Diverse panden zijn door hun ligging, vorm en bouwperiode cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is monument of in het bestemmingsplan aangewezen als beeldbepalend pand. Behoud en herstel van historische eigenschappen van deze panden is wenselijk. De dynamiek van dit gebied is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkapellen en uitbouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is terughoudend beheer. Uitzondering is de inzet beheer met aandacht voor bouwplannen direct grenzend aan het beschermd gezicht, aan de Rijnsburgersingel, Maresingel, Herensingel en Zijlsingel en binnen de invloed- sfeer van de Kooilaan en Willem de Zwijgerlaan. Het beleid is gematigd en gericht op het behoud van een samenhangend beeld en de gedifferentieerde opbouw van de woningen. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan de zorgvuldige detaillering en het gebruik van traditionele materialen en kleuren die harmoniëren met de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 3B Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de wijkbeschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte verspringingen in de rooilijn komen voor bij individuele woningen of vormen een accent Massa bouwmassa’s zijn gedifferentieerd en gevarieerd met aandacht voor ornamentiek gebouwen hebben representatieve voor- en zijgevels bouwmassa afstemmen op de samenhang in de rij of het ensemble de onderbouw varieert in de regel van één of twee lagen aan de zijstraten tot twee of drie lagen aan de belangrijkste wegen gebouwen hebben een (samengestelde) kap of een plat dak accenten in hoogte en vormgeving binnen bebouwingsensembles hebben een stedenbouwkundige aanleiding uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie in de wijk afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, gevarieerd en per ensemble in samenhang baksteenarchitectuur voert de boventoon Materialen en kleuren materialen zijn in beginsel traditioneel en afgestemd op de omgeving gevels zijn in hoofdzaak van oranje of bruine baksteen met hier en daar stuc en siermetselwerkaccenten hellende daken bij voorkeur voorzien van pannen kleuren harmoniëren met de omgeving en zijn per ensemble in samenhang Noorderpark, Kooiplein Uitgangspunten Het Noorderpark en Kooiplein bestaan hoofdzakelijk uit sobere naoorlogse gebouwcomplexen in een ruime en groene opzet. Recente gebouwen zijn vaak zorgvuldiger gedetailleerd dan oudere. De gebieden bestaan onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Willem de Zwijgerlaan en de Surinamestraat. De Groenoordhallen zullen op termijn plaatsmaken voor woningbouw. Tot die tijd zullen bouwplannen aan deze hallen beoordeeld worden aan de hand van de criteria voor traditionele bedrijventerreinen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere elementen zijn de gebouwen met afwijkende bouwmassa’s zoals de moskee aan de Surinamestraat en het tankstation aan de Willem de Zwijgerlaan. De waarde is vooral gelegen in de ruime groene stedenbouwkundige opzet en de verscheidenheid van de bebouwing. Het beleid zoals omschreven in de beeldkwaliteitplannen is vooruitstrevend en gericht op het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Wijzigingen passen daarom binnen de uitgangspunten van de beeldkwaliteitplannen en worden zorgvuldig ingepast in de bestaande architectuur. De inzet voor welstand is terughoudend beheer. Uitzondering is de inzet beheer met aandacht voor bouwplannen binnen de invloedssfeer van de Willem de Zwijgerlaan en de Kooilaan. Daarnaast gelden voor enkele grote locaties binnen dit gebied beeldkwaliteitplannen. Het beleid is gericht op het beheer van het afwisselende beeld van de deelgebieden zonder grote dissonanten tussen de individuele gebouwen. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan samenhang op het niveau van de architectonische uitwerking en daarin het materiaal- en kleurgebruik betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 3C Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de wijkbeschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria (met uitzondering van de bestaande Groenoordhallen, waarvoor de criteria van traditionele bedrijventerreinen gelden):</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon rooilijnen aan de voorzijde van rijen behouden gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte bij de herontwikkeling van het Noorderpark zijn ook vrijstaande paviljoens in het groen met een alzijdige uitstraling voorzien Massa bouwmassa afstemmen op de samenhang in de rij of het cluster appartementengebouwen hebben in het algemeen een eenvoudige hoofdvorm en meerdere lagen zonder kap uitbreidingen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en per complex gelijk uitvoeren gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie in de wijk afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm, wat bij voorbeeld geldt voor de kenmerkende plekken uit de hoogbouwvisie (zoals langs de Willem de Zwijgerlaan) bij de herontwikkeling van het Groenoordhallenterrein zijn onder andere laagbouw- woningen met overstekende kappen voorzien Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn gevarieerd en per rij of cluster in samenhang de onderste gebouwlaag waar mogelijk transparant vormgeven in relatie met de openbare ruimte met een nadruk op entreepartijen en vergelijkbare functies (zo min mogelijk gesloten gevels aan het maaiveld) elementen zoals deuren en ramen logisch in de gevel plaatsen wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster wijzigingen en toevoegingen bij flats en appartementengebouwen complexmatig uit- voeren bij de herontwikkeling van het Groenoordhallenterrein is samenhang in architectoni- sche uitwerking uitgangspunt, in het Noorderpark krijgen de verschillende paviljoens een gelijkwaardige architectonische uitstraling Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn degelijk, ingetogen en in samenhang per complex, rij of cluster bij de herontwikkeling van het Noorderpark contrasteren materialen en kleuren van de paviljoens met de omgeving Gebied 4 Omgeving station Stadszijde Station Stadszijde heeft twee hoofdsferen. Ten zuiden van de Morssingel staat kleinschalige gevarieerde woonbebouwing, terwijl ten noorden hiervan voornamelijk vrijstaande gebouwencomplexen met diverse functies in een stenige omgeving voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten zuiden en westen van de Morssingel ligt de Transvaalbuurt met gevarieerde woningen in aaneengesloten rijen. Voortuinen komen vrijwel niet voor. In het gebied is sprake van enige functiemenging. Een deel van de bebouwing is vervangen door nieuwbouw, waarbij ook gestapelde woningbouw voorkomt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. Bebouwing is bij voorkeur georiënteerd op de weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bebouwing is gevarieerd en heeft een individueel karakter, hoewel bij rijen herhaling voorkomt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit twee lagen met gevarieerde kappen. Centraal in de buurt ligt een hofje met woningen van één bouwlaag met een kap. Nieuwbouw is daarentegen vaak hoger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Er komen veel verschillende op-, aan- en uitbouwen voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">De buurt heeft een grote diversiteit aan architectuurstijlen. De detaillering is zorg- vuldig, en varieert van sober tot rijk. Oorspronkelijke gevels hebben veel accenten terwijl bij nieuwere panden de detaillering veelal sober is. Het materiaal- en kleurgebruik is divers en voornamelijk ingetogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rond de Schipholweg, Station Stadszijde, is de bebouwing meer grootschalig met verschillende functies. De gebouwen zijn vrijstaand en variëren in massa en opbouw. Ze zijn georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte waarbij de rooi- lijnen ten opzichte van elkaar verspringen. De plattegrond varieert van eenvoudig tot complex. De gebouwen zijn individueel en gedifferentieerd, maar ook beperkte herhaling komt voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opbouw varieert en bestaat in het algemeen uit een onderbouw van meerdere lagen met een plat dak.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering is meestal van een gemiddeld niveau. Het wensbeeld van een levendig en economisch gebied vraagt echter om ingrepen met een meer zorgvuldige detaillering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Materialen zijn overwegend traditioneel, kleuren veelal rustig en sober, met hier en daar een accentkleur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Transvaalbuurt noord Uitgangspunten Transvaalbuurt noord bestaat uit gevarieerde kleinschalige bebouwing uit diverse periodes langs overwegend stenige straten. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan de Lopsenstraat, Paul Krugerstraat, Bloemfonteinstraat, de Morsweg ten oosten van het spoor en een aantal zijstraten hiervan. Uitzonderingen zijn de seriematig gebouwde woningen die verspreid over het gebied voorkomen. Hier is de individuele woning onderdeel van de rij of het ensemble. Andere uitzonderingen zijn de relatief grootschalige gebouwen die verspreid in het gebied staan. Deze gebouwen wijken af in massa, opbouw en vorm en hebben afhankelijk van hun ligging in het lint een tweezijdige oriëntatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde van de buurt is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met kleinschalige bebouwing aan stenige straten. Diverse pan- den en ensembles zijn door hun ligging, vorm en bouwperiode cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is monument of in het bestemmingsplan aangewezen als beeldbepalend pand. Behoud en herstel van historische eigenschappen van deze panden is wenselijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is beheer met aandacht. Het beleid is gematigd en gericht op behoud en versterking van variatie zonder verrommeling. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan de zorgvuldige detaillering en het gebruik van traditionele materialen en kleuren in harmonie met de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 4A Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging het kleinstedelijke karakter van het gebied behouden de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte en zo nodig meerdere voorgevels geven bijgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht en achter de voorgevelrooilijn Massa de bouwmassa en gevelopbouw harmoniëren met het kleinstedelijke karakter van het gebied gebouwen zijn in het algemeen individueel en afwisselend de individuele woning binnen een rij of ensemble is deel van het geheel de opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van één tot twee lagen met kap uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd onderge- schikt element of opnemen in de hoofdmassa bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume appartementengebouwen kunnen afhankelijk van hun positie in het lint afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en afwisselend de architectuur volgt het beeld van de kleinstedelijke bebouwing elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen kozijnen, dakgoten en dergelijke zorgvuldig detailleren wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn ingetogen en bij voorkeur traditioneel gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of een vergelijkbaar steenachtig materiaal danwel in een lichte tint pleisteren hellende daken dekken met (keramische) pannen kleuren harmoniëren met de omliggende bebouwing Station Stadszijde Uitgangspunten Station Stadszijde is een gebied met gevarieerde veelal grootschalige bebouwing en diverse functies. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan de Schipholweg, Stationsweg, Schuttersveld en de Parmentierweg. Uitzonderingen zijn de kleinschalige massa’s van de woningen in de omgeving van de Stationsweg. De straatwanden zijn ook hier pandsgewijs opgebouwd met hoofdzakelijk bebouwing van twee tot drie lagen met variërende kappen.De waarde is vooral gelegen in de stedenbouwkundige opzet, de verscheidenheid van de bebouwing en de publieke functie als verbinding tussen station en binnen- stad. Een aantal panden en ensembles aan de Stationsweg en Rijnsburgersingel is door hun ligging, vorm en bouwperiode cultuurhistorisch waardevol. Een deel hier- van is monument of in het bestemmingsplan aangewezen als beeldbepalend pand. Behoud en herstel van historische eigenschappen van deze panden is wenselijk. De inzet voor welstand is beheer met aandacht. Het beleid is gericht op het beheer van het afwisselende beeld van de deelgebieden zonder grote dissonanten tussen de individuele gebouwen. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan samenhang op het niveau van de architectonische uitwerking en daarin het materiaal- en kleurgebruik betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 4B Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de wijkbeschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging per erf of kavel is er één hoofdmassa de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar (hoofd)gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte opslag vindt in principe uit het zicht plaats Massa bouwmassa’s afstemmen op de samenhang in de rij of het cluster gebouwen hebben meerdere lagen met variërende kappen of een plat dak accenten in hoogte en vormgeving hebben een stedenbouwkundige aanleiding, wat bij voorbeeld geldt voor de kenmerkende plekken uit de hoogbouwvisie uitbreidingen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en per complex of woningtype gelijk uitvoeren bijgebouwen hebben een eenvoudige vorm grondgebonden woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee tot drie lagen met kap Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn gevarieerd en zorgvuldig accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk de onderste gebouwlaag waar mogelijk transparant vormgeven in relatie met de openbare ruimte met een nadruk op entreepartijen en vergelijkbare functies (zo min mogelijk gesloten gevels aan het maaiveld) elementen zoals deuren en ramen logisch in de gevel plaatsen wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume, het cluster of het complex de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven met bijvoorbeeld een bordes Materialen en kleuren materialen en kleuren zijn ingetogen en per complex in samenhang Gebied 5 Merenwijk De Merenwijk is gebouwd in de jaren ‘70 en ‘80 van de vorige eeuw en bestaat uit afzonderlijke woonbuurten gegroepeerd om een wijkpark en een winkelcentrum. De wijk onderscheidt zich door de losse ligging ten opzichte van de stad en het naar binnen gerichte karakter. De grootste waarde is de groenstructuur die ervoor zorgt dat de Merenwijk een rustige woonwijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Kopermolen en omgeving zijn planmatig opgezet met een vrije structuur. De openbare ruimte is rond het winkelcentrum grotendeels verhard en bestaat uit wegen met brede trottoirs en voetgangersgebieden. In Slaaghwijk is tussen de flat- gebouwen veel ruimte voor groen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De relatief grootschalige gebouwen zijn vrijstaand en variëren in massa en opbouw. Ze zijn georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte en hebben een verspringende rooilijn. De gebouwen zijn individueel en gedifferentieerd, maar ook beperkte herhalingen komen voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opbouw varieert van één winkellaag tot appartementengebouwen van ongeveer zeven lagen, veelal met een plat dak. Het hoogste gebouw van de wijk aan de Ketelmeerlaan heeft dertien lagen. Appartementen worden veelal ontsloten door een galerij of inpandige gang en zijn vaak voorzien van balkons of loggia’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering is meestal van een gemiddeld niveau. Materialen en kleuren zijn overwegend traditioneel. De kopgevels zijn vaak uitgevoerd in bak- of betons- teen, terwijl de langsgevels veelal ingevuld zijn met puien. Een deel van de gevels is gepleisterd. Het kleurgebruik is veelal rustig en sober, waarbij lichte grijzen en baksteentinten het meest aanwezig zijn. Bij hoogteaccenten en winkelpuien komen ook minder terughoudende tinten voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het woongebied bestaat uit een verzameling van woonerven ontsloten door een meanderend stratenpatroon. De vele kleine en grote groenelementen zoals het centrale wijkpark geven de Zijlwijk en Leedewijk een zeer groen uiterlijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen een erf komt in het algemeen één woningtype voor met verspringende nok- en rooilijnen. Het beeld is gedifferentieerd door een wisselende oriëntatie van geschakelde woningen ten opzichte van elkaar en de openbare ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opbouw van de woningen varieert, maar bestaat in het algemeen uit één of twee lagen met kap, waarbij verlengde daken en aanbouwen vaak voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afwisselende dakvlakken zijn vaak voorzien van dakkapellen, dakopbouwen en dakramen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering en het materiaalgebruik zijn meestal eenvoudig en seriematig met weinig accenten. De meeste gevels zijn opgebouwd uit baksteen en vaak voorzien van houten of kunststof puien of grindpanelen. Het kleurgebruik is van oorsprong terughoudend.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de zuidwesthoek van de Merenwijk ligt een goed functionerend bedrijventerrein. Dit gebied staat los van de rest van de Merenwijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Slaaghwijk en De Kopermolen Uitgangspunten Slaaghwijk en winkelcentrum de Kopermolen liggen centraal in de Merenwijk en bestaan uit een winkelgebied van één bouwlaag dat in hoofdzaak omringd wordt door gevarieerde hoogbouw met diverse functies. Het gebied ligt tussen de Slaaghsloot en het wijkpark en bestaat onder andere uit de bebouwing aan de Ketelmeerlaan, Torenmolen en de Horstenrode.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de individuele gebouwen en de grotendeels publieke functie van het gebied. De dynamiek van het gebied is laag. Ingrepen worden echter hoofdzakelijk per complex uitgevoerd, waardoor wijzigingen toch vaak ingrijpend zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is terughoudend beheer. Het beleid is gericht op het beheer van het afwisselende beeld zonder grote dissonanten tussen de individuele gebouwen. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan de samenhang op het niveau van de architectonische uitwerking en daarin het materiaal- en kleurgebruik betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 5A Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de wijkbeschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging per erf of kavel is er één hoofdmassa de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar (hoofd)gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte opslag vindt bij voorkeur uit het zicht plaats Massa gebouwen zijn in het algemeen individueel en afwisselend met een eenvoudige hoofdvorm van één of meerdere lagen zonder kap uitbreidingen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en per complex gelijk uitvoeren bijgebouwen hebben een eenvoudige vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn gevarieerd en sober accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk de onderste gebouwlaag waar mogelijk transparant vormgeven in relatie met de openbare ruimte met een nadruk op entreepartijen en vergelijkbare functies (zo min mogelijk gesloten gevels aan het maaiveld) elementen zoals deuren en ramen logisch in de gevel plaatsen wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume, het cluster of het complex Materialen en kleuren materialen en kleuren zijn ingetogen en per complex in samenhang Zijlwijk en Leedewijk Uitgangspunten Zijlwijk en Leedewijk zijn groene woonbuurten, waarin woningen in baksteenarchitectuur zijn gegroepeerd in clusters en rijen langs groene straten. Het gebied ligt aan de zijwegen van de Zwartemeerlaan, Veluwemeerlaan en Gooimeerlaan. Uitzonderingen zijn de individuele woningen aan de zuidoostrand van de wijk. Bijzondere elementen zijn verspreid voorkomende wijkvoorzieningen als (basis) scholen en sportgebouwen. Bij deze afwijkende bebouwing varieert de massa en de uitwerking per pand.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde is vooral gelegen in de hoeveelheid groen en de samenhang tussen de stedenbouwkundige eenheden met ieder hun eigen architectonische variaties. De architectuur is in het algemeen eenvoudig. De dynamiek van de wijk is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkappellen en uitbouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is terughoudend beheer. Het beleid is gericht op het behoud van enige samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan samenhang in het straatbeeld op het niveau van de architectonische uitwerking en daarin het materiaal- en kleurgebruik betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 5B Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de wijkbeschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon rooilijnen zijn per blok of cluster in samenhang gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte en zo nodig een tweede voorgevel geven bijzondere gebouwen zoals scholen kunnen vrij op de kavel staan Massa bouwmassa afstemmen op de samenhang in de rij of het cluster, waarbij met name de kapvorm sturend is uitbreidingen waaronder op- en aanbouwen zoals erkers en dakkapellen bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren aanbouwen kunnen worden uitgevoerd met doorschietende dakvlakken eventuele nokverhogingen van de belangrijkste openbare ruimte afkeren vrijstaande woningen en gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn degelijk met aandacht voor evenwicht tussen herhaling en afwisseling (alleen vrijstaande woningen hebben een individuele uitstraling) elementen zoals deuren en ramen logisch in de gevel plaatsen wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdgebouw, de rij of het cluster wijzigingen en toevoegingen bij flats en appartementengebouwen complexmatig uitvoeren Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn ingetogen en bij voorkeur in samenhang met de stedenbouwkundige eenheid gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen danwel invullen met puien, houten beschot of panelen hellende daken bij voorkeur voorzien van pannen Gebied 6 Leidse Hout Leidse Hout is een uitbreiding aan weerszijden van de Rijnsburgerweg, gebouwd in meerdere fasen met in hoofdzaak rijen woningen in één of twee lagen met of zonder kap in een veelal zorgvuldige baksteenarchitectuur langs groene straten. Voorzieningen als scholen zijn geclusterd in het Houtkwartier. Dit deelgebied bevat ook veel gestapelde woningen. De grootste waarde is de historische lintbebouwing aan de Rijnsburgerweg in combinatie met de diverse aangrenzende groene gebieden zoals het Bos van Bosman.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Rijnsburgerweg en omgeving is de bebouwingsstructuur in hoofdzaak gebaseerd op herhaling van de woning als basiseenheid, waarbij verbijzonderingen in de openbare ruimte accenten in massa en de vormgeving van hoeken en kappen hebben. Voortuinen komen veel voor en geven de smalle (zij)straten een groen karakter.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rooilijn is per cluster in samenhang en verspringt. De overgang tussen privé en openbaar gebied is vaak zorgvuldig vormgegeven door middel van bijvoorbeeld voortuinen, luifels en tuinmuurtjes. De bebouwing bestaat zowel uit vrijstaande en twee onder één kap woningen als rijen en vormt samenhangende clusters in gedifferentieerde composities.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opbouw van de woningen varieert, maar bestaat in het algemeen uit één tot drie lagen met een plat dak of een kap. Met name grotere woningen en hoekwoningen hebben een gedifferentieerde opbouw en nadrukkelijke kappen. Gevels hebben een horizontale geleding met verticale accenten. Zichtbare gevels zijn representatief. In de wijk komen veel op- en aanbouwen in diverse vormen voor. De detaillering is in het vooroorlogse deel zorgvuldig, uitgewerkt tot op het kleinste niveau en per cluster in samenhang. In het overige deel van de wijk is de detail- lering veelal eenvoudig en sober.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het materiaal- en kleurgebruik is per cluster in samenhang en overwegend traditioneel met veel baksteen en keramische dakpannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Houtkwartier en het Bos van Bosman hebben een meer vrije structuur met complexen gestapelde woningen en publieke gebouwen. Tussen de gebouwen is veel ruimte voor groen. Het Bos van Bosman maakt onderdeel uit van de landgoederenzone.</p>\n<p class=\"lf-p\">De relatief grootschalige gebouwen zijn vrijstaand en variëren in massa en opbouw. Ze zijn georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte waarbij de rooilijnen ten opzichte van elkaar verspringen. De plattegrond is meestal eenvoudig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gebouwen zijn individueel en gedifferentieerd, maar ook herhaling komt voor. De opbouw varieert en bestaat in het algemeen uit een onderbouw van ongeveer vier lagen met een plat dak. Appartementen worden veelal ontsloten met een portiek en hebben balkons of loggia’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering is meestal van een gemiddeld niveau. Materialen en kleuren zijn overwegend traditioneel. De kopgevels zijn vaak uitgevoerd in bak- of betonsteen, terwijl de langsgevels veelal ingevuld zijn met puien. Kleuren zijn veelal rustig en sober, met hier en daar een accentkleur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de overzijde van de Haarlemmertrekvaat ligt een woonwagenterrein. De architectuur van dit terrein is ingetogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leidse Hout grenst aan de westrand aan het beschermde dorpsgezicht Wilhelminapark en Geesten in Oegstgeest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rijnsburgerweg en omgeving Uitgangspunten De Rijnsburgerweg en omgeving bestaat uit gevarieerde en veelal vooroorlogse bebouwing langs groene straten. Het gebied bestaat uit de bebouwing aan de Rijnsburgerweg en diverse straten in de omgeving zoals de Johan de Wittstraat, Antonie Duycklaan en de Lijsterstraat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere elementen zijn de relatief grootschalige en verspreid voorkomende wijkvoorzieningen als (basis)scholen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde is vooral gelegen in de stedenbouwkundige opzet met groene voortuinen en zorgvuldig vormgegeven woningen. Diverse panden en ensembles zijn door hun ligging, vorm en bouwperiode cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is monument of in het bestemmingsplan aangewezen als beeldbepalend pand. Behoud en herstel van historische eigenschappen van deze panden is wenselijk. De dynamiek van dit gebied is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dak- kapellen en uitbouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is beheer met aandacht. Het beleid is gematigd en gericht op behoud van variatie zonder verrommeling. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan de zorgvuldige detaillering en het gebruik van traditionele materialen en kleuren die harmoniëren met de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">In 2012 is het Beeldkwaliteitplan Houtkwartier vastgesteld. Een gedeelte van het gebied valt binnen de plangrenzen van dit beeldkwaliteitplan, dat door de commissie gebruikt zal worden als toetsingskader voor ontwikkelingen binnen het betreffende gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 6A Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de wijkbeschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte verspringingen in de rooilijn komen voor bij individuele woningen of hebben een stedenbouwkundige aanleiding Massa bouwmassa’s zijn gedifferentieerd en gevarieerd met aandacht voor ornamentiek gebouwen hebben representatieve voor- en zijgevels bouwmassa afstemmen op de samenhang in de rij of het ensemble de onderbouw varieert in de regel van één of twee lagen aan de zijstraten tot twee of drie lagen aan de belangrijkste wegen gebouwen hebben bij voorkeur een (samengestelde) kap accenten in hoogte en vormgeving binnen bebouwingsensembles hebben een stedenbouwkundige aanleiding uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie in de wijk afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, gevarieerd en per ensemble in samenhang baksteenarchitectuur voert de boventoon in de gevel ligt een nadruk op de horizontale of de verticale geleding traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen vormen het uitgangspunt de overgang van privé naar openbaar zorgvuldig vormgeven en de oorspronkelijke erfafscheiding als gemetselde muurtjes, hekwerken en hagen zoveel mogelijk behouden Materialen en kleuren materialen zijn in beginsel traditioneel en afgestemd op de omgeving gevels zijn in hoofdzaak van oranje of bruine baksteen met hier en daar stuc- en sier- metselwerkaccenten hellende daken dekken met keramische dakpannen kozijnen, lijsten en dergelijke uitvoeren in hout; ramen en kozijnen van dakkapellen ook uit te voeren in kunststof, mits voorzien van verdiepte profilering kleuren harmoniëren met de omgeving en zijn per ensemble in samenhang Houtkwartier en Bos van Bosman Uitgangspunten Het Houtkwartier en het voormalige landgoed Bos van Bosman bestaan hoofdzakelijk uit sobere naoorlogse gebouwcomplexen die vrij staan in een groene omgeving. Recente gebouwen zijn vaak zorgvuldiger gedetailleerd dan oudere. De gebieden bestaan onder andere uit de bebouwing aan de Kagerstraat, Mariënpoelstraat, en delen van de Boerhaavelaan en de Wassenaarseweg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitzonderingen zijn de verspreid voorkomende geschakelde laagbouwwoningen, zoals aan de Mariënpoelstraat. Bijzondere elementen zijn de gebouwen met complexe bouwmassa’s zoals het Diaconessen Ziekenhuis en het revalidatiecentrum aan de Wassenaarseweg.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de individuele gebouwen en de grotendeels publieke functie van het gebied. De dynamiek van het gebied is laag. Ingrepen worden echter hoofdzakelijk per complex uitgevoerd, waardoor wijzigingen toch vaak ingrijpend zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is terughoudend beheer. Het beleid is gericht op het beheer van het afwisselende beeld zonder grote dissonanten tussen de individuele gebouwen. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan samenhang op het niveau van de architectonische uitwerking en daarin het materiaal- en kleurgebruik betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In 2012 is het Beeldkwaliteitplan Houtkwartier vastgesteld. Een gedeelte van het gebied valt binnen de plangrenzen van dit beeldkwaliteitplan, dat door de commissie gebruikt zal worden als toetsingskader voor ontwikkelingen binnen het betreffende gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 6B Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de wijkbeschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging per erf of kavel is er één hoofdmassa de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar (hoofd)gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte opslag vindt bij voorkeur uit het zicht plaats Massa gebouwen zijn in het algemeen individueel en afwisselend met een eenvoudige hoofdvorm van meerdere lagen zonder kap uitbreidingen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en per complex of woningtype gelijk uitvoeren bijgebouwen hebben een eenvoudige vorm de individuele woning in een rij is onderdeel van het geheel Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn gevarieerd en sober accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk de onderste gebouwlaag waar mogelijk transparant vormgeven in relatie met de openbare ruimte met een nadruk op entreepartijen en vergelijkbare functies (zo min mogelijk gesloten gevels aan het maaiveld) elementen zoals deuren en ramen logisch in de gevel plaatsen wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume, het cluster of het complex Materialen en kleuren materialen en kleuren zijn ingetogen en per complex in samenhang Woonwagenterrein Trekvaartplein Uitgangspunten Het regionale woonwagencentrum aan het Trekvaartplein is dicht bebouwd met overwegend eenvoudige en losstaande bebouwing. Het terrein ligt ten oosten van de Haarlemmerweg. Een deel van de woonwagens wordt verplaatst naar het nieuwe terrein in Roomburg, waardoor de opzet in de toekomst ruimer kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde is vooral gelegen in de eenvoudige opzet en bebouwing. Het terrein ligt achter een bomenrij en is enigszins naar binnen gekeerd. De dynamiek van dit terrein is gemiddeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is terughoudend beheer. De commissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van de ingetogen architectuur en landschappelijke inpassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 6C Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de wijkbeschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen bestaande losse woonwagens die voldoen aan de gemeentelijke kwaliteitstoets kun- nen geplaatst worden Ligging gebouwen zijn vrijstaand het individuele gebouw binnen een cluster is deel van het geheel en voegt zich hier naar binnen de rooilijnen zoals opgenomen in het door de raad op 7 juli 2009 vastge- stelde stedenbouwkundig plan bijgebouwen staan bij voorkeur achter of naast het hoofdgebouw Massa nieuw te plaatsen woonwagens hebben één laag met kap nieuw te bouwen woningen hebben één tot twee lagen met kap er zijn zo min mogelijk dichte gevels aan de straat aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en maken deel uit van de totale compositie van het hoofdgebouw Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn per cluster in samenhang er is ontwerpaandacht voor alle details bijgebouwen eenvoudiger maar net zo zorgvuldig detailleren als de hoofdmassa speciale aandacht voor overgang openbare ruimte en standplaatsen door middel van groene schermen (klimop) of ontworpen erfafscheidingen wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume Materiaal en kleur gevels zijn bij voorkeur van baksteen of plaatmateriaal met een baksteenstructuur hellende daken dekken met pannen of ander materiaal met een structuur kleuren zijn eenduidig, ingetogen en in onderlinge samenhang, in aansluiting op de omgeving Gebied 7 Leeuwenhoek De Leeuwenhoek is een uitbreiding tussen Plesmanlaan en Wassenaarseweg, met voornamelijk vrijstaande gebouwencomplexen in een groene omgeving. De grootste waarde van het gebied is de economische functie voor de stad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Bio Science Park heeft een vrije structuur en een ruime groene opzet met voornamelijk bedrijven en publieke gebouwen. In de toekomst wordt dit gebied richting Oegstgeest uitgebreid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De relatief grootschalige gebouwen zijn vrijstaand en variëren in massa en opbouw. Ze zijn georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte waarbij de rooilijnen ten opzichte van elkaar verspringen. De plattegrond varieert van eenvoudig tot complex. De gebouwen zijn individueel en gedifferentieerd, maar ook beperkte herhaling komt voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opbouw varieert en bestaat in het algemeen uit een onderbouw van meerdere lagen met een plat dak.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering is meestal van een gemiddeld niveau. Het wensbeeld van een levendig en economisch gebied vereist echter dat ingrepen een meer zorgvuldige detaillering krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Materialen en kleuren zijn overwegend traditioneel. Kleuren zijn veelal rustig en sober, met hier en daar een accentkleur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt in beeldkwaliteitplan Leeuwenhoek is het beeld van een groene campus met alzijdige gebouwen. Gebouwen staan in de voorgevelrooilijn en bij voorkeur in de achtergevelrooilijn. Aan de randen van het gebied reageren gebouwen op de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Richting het station is de bebouwing meer gevarieerd in functie en korrel. Hier wordt ook gewoond. In dit deelgebied zijn ontwikkelingen voorzien die de kwaliteit van dit gebied moeten verhogen. Het beeldkwaliteitplan Station Zeezijde geeft richtlijnen voor vier bebouwingsclusters in dit deelgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Rijnsburgerwegkwartier krijgt gesloten bouwblokken met een middelgrote korrel en vlakke gevels. De nieuwe bebouwing vormt in maat en schaal een overgang tussen enerzijds de kleinschalige bebouwing aan de Rijnsburgerweg en anderzijds de meer grootschalige bebouwing aan de Albinusdreef.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gebouwen van het Leids Universitair Medisch Centrum zijn zowel in massa als in architectonische uitwerking groot en complexmatig met vlakke gevels.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bovenbouw van de bebouwing in de spoorzone krijgt een tweezijdige oriëntatie en staat los van de plint. De uitstraling van deze gebouwen is modern en zakelijk. In deze drie ensembles vormen de straatwanden de openbare ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de noordrand grenst de Leeuwenhoek aan het beschermde dorpsgezicht Wilhelminapark en Geesten in Oegstgeest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bio Science Park Uitgangspunten Het Bio Science Park bestaat in hoofdzaak uit gevarieerde naoorlogse gebouw- complexen die vrij staan in een groene omgeving. Recente gebouwen hebben een meer zorgvuldige detaillering dan oudere. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan de Einsteinweg, Zernikedreef en delen van de Wassenaarseweg. De waarde is enerzijds vooral gelegen in het afwisselende beeld van de individuele gebouwen in een groene omgeving en anderzijds in de economische functie voor de stad. De deelgebieden hebben in het algemeen een veelkleurige invulling. Het Boerhaavegebied en Gorlaeuscomplex zijn hier een uitzondering op. Nieuwe bebouwing in het Boerhaavegebied sluit aan op de aanwezige baksteenarchitectuur. Het Gorlaeuscomplex krijgt een meer open en toegankelijk karakter, waarbij de relatie met de omgeving een belangrijke rol speelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambitie is de economische functie te versterken door het aantrekken van extra bedrijvigheid en het gebied van bedrijventerrein tot een levendig stedelijk en economisch gebied te transformeren. Nieuwe gebouwen zijn daarom representatief en hebben een zorgvuldige architectonische uitwerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is terughoudend beheer. Uitzondering is de inzet beheer met aandacht binnen de invloedssfeer van de Plesmanlaan. Daarnaast gelden voor enkele grote locaties binnen dit gebied beeldkwaliteitplannen. Het beleid is gericht op het beheer van het afwisselende beeld zonder grote dis- sonanten tussen de individuele gebouwen. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan samenhang op het niveau van de architectonische uitwerking en daarin het materiaal- en kleurgebruik betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 7A Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de wijkbeschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging per erf of kavel is er één hoofdmassa de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar (hoofd)gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte opslag vindt bij voorkeur uit het zicht plaats Massa gebouwen zijn in het algemeen individueel en afwisselend met een eenvoudige hoofdvorm van meerdere lagen zonder kap accenten in hoogte hebben een stedenbouwkundige aanleiding, wat bij voor- beeld geldt voor de kenmerkende plekken uit de hoogbouwvisie (zoals langs de Plesmanlaan) uitbreidingen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en per complex gelijk uitvoeren bijgebouwen hebben een eenvoudige vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn gevarieerd en zorgvuldig accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk de onderste gebouwlaag waar mogelijk transparant vormgeven in relatie met de openbare ruimte met een nadruk op entreepartijen en vergelijkbare functies (zo min mogelijk gesloten gevels aan het maaiveld) elementen zoals deuren en ramen logisch in de gevel plaatsen wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume, het cluster of het complex Materialen en kleuren materialen en kleuren zijn ingetogen en per complex in samenhang Station Zeezijde Uitgangspunten Station Zeezijde is een gebied met gevarieerde bebouwing en diverse functies. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan de Sandifortdreef, Albinusdreef en een deel van de Wassenaarseweg.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde is vooral gelegen in de stedenbouwkundige opzet en de verscheidenheid van de bebouwing. Het beleid zoals omschreven in het beeldkwaliteitplan Station Zeezijde is vooruitstrevend en gericht op het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Wijzigingen passen binnen de uitgangspunten van het beeldkwaliteitplan en worden zorgvuldig ingepast in de bestaande omgeving. Bijzondere elementen zijn de complexe en grootschalige massa van het Leids Universitair Medisch Centrum en het afwijkende stationsgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de individuele gebouwen en de grotendeels publieke functie van het gebied. De dynamiek van het gebied is gemiddeld tot hoog.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is terughoudend beheer. Daarnaast gelden voor enkele grote locaties binnen dit gebied beeldkwaliteitplannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beleid is gericht op het beheer van het afwisselende beeld van de deelgebieden zonder grote dissonanten tussen de individuele gebouwen. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan samenhang op het niveau van de architectonische uitwerking en daarin het materiaal- en kleurgebruik betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 7B Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de wijkbeschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging per erf of kavel is er één hoofdmassa de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar (hoofd)gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte opslag vindt bij voorkeur uit het zicht plaats Massa bouwmassa’s afstemmen op de samenhang in de rij of het cluster gebouwen hebben meerdere lagen met variërende kappen of een plat dak uitbreidingen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en per complex of woningtype gelijk uitvoeren bijgebouwen hebben een eenvoudige vorm gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm, wat bij voorbeeld geldt voor de kenmer- kende plekken uit de hoogbouwvisie (zoals langs de Plesmanlaan) Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn gevarieerd en zorgvuldig accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk de onderste gebouwlaag waar mogelijk transparant vormgeven in relatie met de openbare ruimte met een nadruk op entreepartijen en vergelijkbare functies (zo min mogelijk gesloten gevels aan het maaiveld) elementen zoals deuren en ramen logisch in de gevel plaatsen wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume, het cluster of het complex de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven met bijvoorbeeld een bordes of een tuin Materialen en kleuren materialen en kleuren zijn ingetogen en per complex in samenhang Gebied 8 Morskwartier Het Morskwartier is een uitbreiding tussen Rijn en Plesmanlaan en heeft gevarieerde randen met diverse functies waartussen een aantal woongebieden liggen. De grootste waarde is de historische bebouwing van Lage Mors en Rijnoevers in combinatie met de rustige woonbuurten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Rijndijk en Hoge Morsweg zijn gevarieerde overwegend groene linten aan beide kanten van de Rijn waar ook bedrijven aan liggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Transvaalbuurt is een lint met gevarieerde kleinschalige bebouwing aan stenige straten. De oorspronkelijke bebouwing heeft kleine voortuinen en is georiënteerd op de weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lage Mors is een vooroorlogse buurt met in hoofdzaak rijen woningen van twee lagen met variërende kappen aan groene straten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bebouwing bestaat in hoofdzaak uit twee onder één kap woningen en rijen en vormt samenhangende clusters. Rooilijnen lopen evenwijdig aan de weg en zijn per cluster in samenhang. De opbouw varieert, maar bestaat in het algemeen uit twee lagen met een plat dak of een kap. Met name grotere woningen en hoekwonin- gen hebben een gedifferentieerde opbouw. Zichtbare gevels zijn representatief. Er komen veel op-, aan- en uitbouwen voor. De detaillering is veelal zorgvuldig en per cluster in samenhang. De rand van het dak is veelal benadrukt door een uitkragende dakgoot. Het materiaal- en kleurgebruik is per cluster in samenhang en veelal traditioneel. Gevels zijn grotendeels van baksteen met accenten en hellende daken zijn veelal gedekt met keramische pannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Mors, Bockhorst en Koppelstein zijn uitbreidingen gebouwd in meerdere fasen met rijen woningen van twee lagen met zadeldak in een veelal sobere bak- steenarchitectuur langs groene straten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De woningbouw heeft een samenhangende compositie door herhaling van zowel woningtype als rijen en blokken. De rooilijnen verspringen enigszins. De noklijnen zijn overwegend recht en lopen evenwijdig aan de straat. De voorgevels van de woningen zijn georiënteerd op de straat. De rijwoningen hebben een eenvoudige opbouw van twee lagen met een zadeldak waarbij verlengde daken en aanbouwen vaak voorkomen. De dakvlakken zijn regelmatig voorzien van dakkapellen. De materialisering en detaillering zijn meestal eenvoudig en seriematig met weinig accenten. De gevels zijn soms voorzien van houten of kunststof puien, daken hebben veelal donkere pannen. Samenhangend kleurgebruik is standaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Park Kweeklust heeft een vrije en groene structuur met complexen gestapelde woningen en gebouwen met andere functies.</p>\n<p class=\"lf-p\">De relatief grootschalige gebouwen zijn vrijstaand en variëren in massa en opbouw. Ze zijn georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte waarbij de rooilijnen ten opzichte van elkaar verspringen. De plattegrond varieert en is meestal eenvoudig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opbouw varieert en bestaat in het algemeen uit een onderbouw van meerdere lagen met een plat dak. De detaillering is meestal van een gemiddeld niveau. Materialen en kleuren zijn overwegend traditioneel. Kleuren zijn veelal rustig en sober, met hier en daar een accentkleur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Centraal in de wijk ligt een groot sportpark met eenvoudige bebouwing in een groene omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rijnoevers Uitgangspunten De Rijnoevers bestaan uit gevarieerde bebouwing uit diverse periodes langs groene straten. Het gebied bestaat uit de bebouwing aan de Rijndijk en de Hoge Morsweg. Uitzonderingen zijn de relatief grootschalige nieuwbouwclusters. Deze clusters zijn zowel op de weg als op het water georiënteerd. De bebouwing bestaat veelal uit meerdere lagen zonder kap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde van de linten is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met variërende bebouwing aan groene straten. Diverse panden zijn door hun ligging, vorm en bouwperiode cultuurhistorisch waardevol. Een deel hier- van is monument of in het bestemmingsplan aangewezen als beeldbepalend pand. Behoud en herstel van historische eigenschappen van deze panden is wenselijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is beheer met aandacht. Het beleid is gematigd en gericht op behoud en versterking van variatie zonder verrommeling. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan de zorgvuldige detaillering en het gebruik van traditionele materialen en kleuren die harmoniëren met de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 8A Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria: het kleinstedelijke karakter van het gebied behouden de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte en zo nodig meerdere voorgevels geven bijgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht en achter de voorgevelrooilijn de bouwmassa en gevelopbouw harmoniëren met het kleinstedelijke karakter van het gebied gebouwen zijn in het algemeen individueel en afwisselend de individuele woning binnen een ensemble is deel van het geheel de opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van één tot twee lagen met kap of twee tot drie lagen met plat dak uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd onderge- schikt element of opnemen in de hoofdmassa bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume appartementengebouwen kunnen afhankelijk van hun positie in het lint afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en afwisselend de architectuur volgt het beeld van de kleinstedelijke bebouwing elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen kozijnen, dakgoten en dergelijke zorgvuldig detailleren traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen vormen het uitgangspunt wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume materialen en kleuren zijn ingetogen en bij voorkeur traditioneel gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of een vergelijkbaar steenachtig materiaal danwel in een lichte tint pleisteren hellende daken dekken met (keramische) pannen kleuren harmoniëren met de omliggende bebouwing Transvaalbuurt zuid Uitgangspunten De Transvaalbuurt zuid bestaat uit gevarieerde kleinschalige bebouwing uit diverse periodes langs overwegend stenige straten. Het gebied bestaat uit de bebouwing aan de Morskade, de Morsweg ten zuiden en westen van het spoor en een aantal zijstraten hiervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitzonderingen zijn de relatief grootschalige appartementengebouwen die verspreid in het lint staan. Deze gebouwen wijken af in massa, opbouw en vorm en hebben afhankelijk van hun ligging in het lint een tweezijdige oriëntatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde van de buurt is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met kleinschalige bebouwing aan stenige straten. Diverse panden zijn door hun ligging, vorm en bouwperiode cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is monument of in het bestemmingsplan aangewezen als beeldbepalend pand. Behoud en herstel van historische eigenschappen van deze panden is wenselijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is beheer met aandacht. Het beleid is gematigd en gericht op behoud en versterking van variatie zonder verrommeling. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan de zorgvuldige detaillering en het gebruik van traditionele materialen en kleuren die harmoniëren met de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 8B Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging het kleinstedelijke karakter van het gebied behouden de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte en zo nodig meerdere voorgevels geven bijgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht en achter de voorgevelrooilijn Massa de bouwmassa en gevelopbouw harmoniëren met het kleinstedelijke karakter van het gebied gebouwen zijn in het algemeen individueel en afwisselend de individuele woning binnen een rij of ensemble is deel van het geheel de opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van één tot twee lagen met kap uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd onderge- schikt element of opnemen in de hoofdmassa bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume appartementengebouwen kunnen afhankelijk van hun positie in het lint afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en afwisselend de architectuur volgt het beeld van de kleinstedelijke bebouwing elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen kozijnen, dakgoten en dergelijke zorgvuldig detailleren wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn ingetogen en bij voorkeur traditioneel gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of een vergelijkbaar steenachtig materiaal danwel in een lichte tint pleisteren hellende daken dekken met (keramische) pannen kleuren harmoniëren met de omliggende bebouwing Lage Mors Uitgangspunten Lage Mors bestaat uit gevarieerde en veelal vooroorlogse bebouwing langs groene straten. Het gebied bestaat uit de bebouwing aan de Lage Morsweg en diverse straten in de omgeving zoals de Conradstraat, Tesselschadestraat en de Vondellaan. Bijzondere elementen zijn de relatief grootschalige en verspreid voorkomende wijk- voorzieningen als (basis)scholen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde is vooral gelegen in de stedenbouwkundige opzet met zorgvuldig vormgegeven woningen. Diverse panden en ensembles zijn door hun ligging, vorm en bouwperiode cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is monument of in het bestemmingsplan aangewezen als beeldbepalend pand. Behoud en herstel van historische eigenschappen van deze panden is wenselijk. De dynamiek van dit gebied is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkapellen en uitbouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is beheer met aandacht. Het beleid is gematigd en gericht op het behoud van een samenhangend beeld en de gedifferentieerde opbouw van de woningen. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan de zorgvuldige detaillering en het gebruik van traditionele materialen en kleuren die harmoniëren met de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 8C Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de wijkbeschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte verspringingen in de rooilijn komen voor bij individuele woningen of vormen een accent Massa bouwmassa’s zijn gedifferentieerd en gevarieerd met aandacht voor ornamentiek gebouwen hebben representatieve voor- en zijgevels bouwmassa afstemmen op de samenhang in de rij of het ensemble de onderbouw varieert in de regel van één of twee lagen aan de zijstraten tot twee of drie lagen aan de belangrijkste wegen gebouwen hebben bij voorkeur een (samengestelde) kap accenten in hoogte en vormgeving binnen bebouwingsensembles hebben een stedenbouwkundige aanleiding uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie in de wijk afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, gevarieerd en per ensemble in samenhang baksteenarchitectuur voert de boventoon gevels hebben een horizontale geleding met verticale accenten traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen vormen het uitgangspunt de overgang van privé naar openbaar zorgvuldig vormgeven en de oorspronkelijke erfafscheiding als gemetselde muurtjes, hekwerken en hagen zoveel mogelijk behouden Materialen en kleuren materialen zijn in beginsel traditioneel en afgestemd op de omgeving gevels zijn in hoofdzaak van oranje of bruine baksteen met hier en daar stuc- en sier- metselwerkaccenten hellende daken dekken met keramische pannen kozijnen, lijsten en dergelijke uitvoeren in hout; ramen en kozijnen van dakkapellen ook uit te voeren in kunststof, mits voorzien van verdiepte profilering kleuren harmoniëren met de omgeving en zijn per ensemble in samenhang Woongebieden Morskwartier Uitgangspunten Hoge Mors, Bockhorst en Koppelstein zijn groene woonbuurten, waarin woningen in baksteenarchitectuur zijn gegroepeerd in clusters en rijen langs groene straten. De gebieden liggen rond de Louis Elsevierstraat en aan weerszijden van de Smaragdlaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitzonderingen zijn de appartementengebouwen aan de Opaalstraat en omgeving. Bijzondere elementen zijn verspreid voorkomende wijkvoorzieningen als (basis) scholen en sportgebouwen. Deze afwijkende bebouwing is individueel en staat vrij op de kavel. De massa en uitwerking varieert per gebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde is vooral gelegen in het rustige beeld van de overwegend smalle straten met het groen in de voortuinen. De architectuur is in het algemeen eenvoudig. De dynamiek van de wijk is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkappellen en uitbouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is terughoudend beheer. Het beleid is gericht op het behoud van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan samenhang in het straatbeeld op het niveau van de architectonische uitwerking en daarin het materiaal- en kleurgebruik betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 8D Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de wijkbeschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon rooilijnen aan de voorzijde van rijen behouden gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte Massa bouwmassa afstemmen op de samenhang in de rij of het cluster woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee lagen met zadeldak uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd onderge- schikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren aanbouwen kunnen worden uitgevoerd met doorschietende dakvlakken appartementengebouwen en gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie in de wijk afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk (alleen vrijstaande woningen hebben een individuele uitstraling) de onderste gebouwlaag waar mogelijk transparant vormgeven in relatie met de openbare ruimte met een nadruk op entreepartijen en vergelijkbare functies (zo min mogelijk gesloten gevels aan het maaiveld) elementen zoals deuren en ramen logisch in de gevel plaatsen wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster wijzigingen en toevoegingen bij flats en appartementengebouwen complexmatig uitvoeren Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn degelijk, ingetogen en in samenhang met de rij of het cluster gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen danwel invullen met puien, houten beschot of panelen hellende daken van woningen voorzien van pannen Park Kweeklust Uitgangspunten Park Kweeklust bestaat hoofdzakelijk uit sobere naoorlogse gebouwcomplexen die vrij staan in een groene omgeving. Recente gebouwen zijn vaak zorgvuldiger gedetailleerd dan oudere. De gebieden bestaan onder andere uit de bebouwing aan de Cruquiusweg, Jan Luykenlaan Verbeekstraat en delen van de Haagse Schouwweg en Vondellaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de individuele gebouwen in het groen en de grotendeels publieke functie van het gebied. De dynamiek van het gebied is laag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is terughoudend beheer. Uitzondering hierop is de inzet beheer met aandacht binnen de invloedssfeer van de Plesmanlaan. Het beleid is gericht op het beheer van het afwisselende beeld zonder grote dissonanten tussen de individuele gebouwen. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan samenhang op het niveau van de architectonische uitwerking en daarin het materiaal- en kleurgebruik betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 8E Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de wijkbeschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging per erf of kavel is er één hoofdmassa de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar (hoofd)gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte opslag vindt bij voorkeur uit het zicht plaats Massa gebouwen zijn in het algemeen individueel en afwisselend met een eenvoudige hoofdvorm van meerdere lagen zonder kap accenten in hoogte hebben een stedenbouwkundige aanleiding, wat bij voor- beeld geldt voor de kenmerkende plekken uit de hoogbouwvisie (zoals langs de Plesmanlaan) uitbreidingen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en per complex of woningtype gelijk uitvoeren bijgebouwen hebben een eenvoudige vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn gevarieerd en sober accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk de onderste gebouwlaag waar mogelijk transparant vormgeven in relatie met de openbare ruimte met een nadruk op entreepartijen en vergelijkbare functies (zo min mogelijk gesloten gevels aan het maaiveld) elementen zoals deuren en ramen logisch in de gevel plaatsen wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume, het cluster of het complex Materialen en kleuren materialen en kleuren zijn terughoudend en per complex in samenhang Gebied 9 Stevenshof Stevenshof is gebouwd in de jaren ‘90 van de 20e eeuw en bestaat uit afzonderlijke woonbuurten gegroepeerd om een wijkpark. De vele buurtparkjes geven de wijk een groen karakter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kloosterhof en Dobbewijk bestaan uit een verzameling van open hoven ontsloten door een meanderend stratenpatroon. Aan het wijkpark en op strategische plekken langs hoofdwegen staan appartementengebouwen in hogere dichtheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Centraal in de wijk aan de noordrand van het park ligt het wijkwinkelcentrum de Stevensbloem.</p>\n<p class=\"lf-p\">De woningen zijn gericht op de belangrijkste openbare ruimte. Per cluster of rij is de rooilijn in samenhang en verspringt niet. Appartementengebouwen staan in het algemeen vrij op de kavel of begeleiden een hoofdweg.</p>\n<p class=\"lf-p\">De seriematig gebouwde woningen hebben een gevarieerde en gedifferentieerde opbouw die meestal uit twee lagen met een kap of drie lagen met een plat dak bestaat. Hoeken van rijen zijn vaak verbijzonderd met uitbouwen of een extra laag. Appartementengebouwen variëren in hoogte en vorm.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering en het materiaalgebruik zijn meestal eenvoudig en seriematig met weinig accenten. De meeste gevels zijn van baksteen en voorzien van houten delen of plaatmateriaal. Hellende daken zijn gedekt met pannen. Kozijnen zijn van hout of kunststof. Samenhangend materiaal- en kleurgebruik is standaard. De overgang tussen openbaar en privé is vaak zorgvuldig vormgegeven met luifels, heggen of lage tuinmuurtjes.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de westhoek los van de rest van de wijk ligt bedrijventerrein Westwal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dobbewijk en Kloosterhof Uitgangspunten Stevenshof is een open en groene wijk aan de zuidwestkant van de stad en heeft een heldere structuur met gevarieerde woningen die per stedenbouwkundige een- heid worden herhaald. De wijk wordt begrensd door de A44, het spoor, de Rijndijk en de Stevenshofjes Polder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere elementen zijn verspreid voorkomende wijkvoorzieningen als (basis) scholen en sportgebouwen. Bij deze afwijkende bebouwing varieert de massa en de uitwerking per pand of gebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde is vooral gelegen in de rustige ligging en de eenheid op schaal van de clusters en rijen in combinatie met de variatie op schaal van de wijk. De architectuur is verzorgd en gevarieerd. De dynamiek van de wijk is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkappellen en uitbouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is terughoudend beheer. Het beleid is gericht op het beheer van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden. De commissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van de architectonische uitwerking en in het materiaal- en kleurgebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 9A Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de wijkbeschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon de individuele woning binnen een cluster, rij of blok is een deel van het geheel en voegt zich hier naar gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte bestaande rooilijnen aan de voorzijde van rijen behouden bijgebouwen staan bij voorkeur achter het hoofdgebouw bijzondere gebouwen zoals scholen kunnen vrij op de kavel staan Massa bouwmassa’s zijn gedifferentieerd stedenbouwkundige eenheden als clusters en rijen kennen een sterke onderlinge samenhang gebouwen hebben in het algemeen een onderbouw van drie lagen met plat dak of twee lagen met kap waarbij de nok evenwijdig aan de voorgevel is accenten in hoogte en vormgeving hebben een stedenbouwkundige aanleiding uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie in de wijk afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en gevarieerd herhaling in de rij of het cluster is de leidraad voor het woningontwerp alleen gebouwen met bijzondere functies hebben een individuele uitstraling wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op de architectuur van het hoofdvolume de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn ingetogen en in samenhang met de stedenbouwkundige eenheid gevels bestaan bij voorkeur uit baksteen of vergelijkbaar steenachtig materiaal, eventueel in combinatie met puien, houten beschot of panelen wijzigingen en toevoegingen in kleur en materiaal afstemmen op het hoofdvolume hellende daken voorzien van pannen Gebied 10 Zuidwest De groene wijk Zuidwest is een uitbreiding aan weerszijden van de Churchilllaan, waarin grondgebonden woningen in veelal sobere baksteenarchitectuur afgewisseld worden met gestapelde woningen. De wijk is in meerdere fasen gebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Haagweg is een gevarieerd lint waar ook bedrijven aan liggen. Naar het oosten toe wordt het lint steeds groener door de toename van voortuinen en bomen. Aan de Rijn liggen woonboten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. De gevarieerde bebouwing is bij voorkeur georiënteerd op de weg en heeft een individueel karakter.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot twee lagen met variërende kappen. Nieuwbouw is soms hoger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is een grote diversiteit aan architectuurstijlen. De detaillering varieert van sober tot rijk. Materialen en kleuren zijn divers en ingetogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De woningen in het Haagwegkwartier, Gasthuiswijk, Fortuinwijk en Boshuizen hebben een samenhangende compositie door herhaling van zowel woningtype als rijen en blokken. De woningen zijn voor het overgrote deel naoorlogs en in het Haagwegkwartier deels vooroorlogs. De rooilijnen verspringen enigszins en de voorgevels van de woningen zijn georiënteerd op de straat. In het Haagwegkwartier zijn de straatprofielen smaller en de ensembles kleinschaliger dan in de overige buurten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rijwoningen hebben een eenvoudige opbouw van twee lagen met of zonder kap. Appartementengebouwen hebben een eenvoudige plattegrond en variëren in hoogte en in mindere mate in vorm.</p>\n<p class=\"lf-p\">De materialisering en detaillering zijn meestal eenvoudig en seriematig met weinig accenten. De gevels zijn soms voorzien van houten of kunststof puien. De daken zijn meestal gedekt met donkere pannen. Samenhangend kleurgebruik is standaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">De meer recente woningen in de buurt De Coebel wijken hiervan af met een gevarieerde en gedifferentieerde opbouw. Appartementen gebouwen staan in deze buurt in het algemeen vrij op de kavel en variëren in hoogte en vorm. De bebouwing is gericht op de belangrijkste openbare ruimte. De detaillering en het materiaalgebruik zijn verzorgd en samenhangend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Winkelcentrum De Luifelbaan en omgeving zijn planmatig opgezet met een vrije structuur. De openbare ruimte rond de gebouwen is rond het winkelcentrum grotendeels verhard.</p>\n<p class=\"lf-p\">De relatief grootschalige gebouwen zijn vrijstaand en variëren in massa en opbouw. Ze zijn georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte en hebben een verspringende rooilijn. De gebouwen zijn individueel en gedifferentieerd, maar ook beperkte herhaling komt voor. De opbouw varieert en bestaat uit meerdere lagen met een plat dak. Appartementen worden veelal ontsloten door portieken en zijn vaak voorzien van balkons of loggia’s. De detaillering is meestal van een gemiddeld niveau. Materialen en kleuren zijn overwegend traditioneel. Het kleurgebruik is veelal rustig en sober.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Beeldkwaliteitplan Haagwegkwartier West geeft richtlijnen voor de ontwikkeling van grotere bouwplannen in een deel van het Haagwegkwartier en op een aantal plekken aan de Haagweg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Haagweg Uitgangspunten De Haagweg bestaat uit gevarieerde bebouwing uit diverse periodes langs een toegangsweg tot de binnenstad. Het gebied betreft de Haagweg ten westen van het spoor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijzonder element is de molen die tussen de overgebleven bedrijvigheid aan de Rijn staat. Uitzonderingen zijn de seriematige rijwoningen en (portiek)flats die verspreid in het lint voorkomen. De individuele woning is in deze ensembles onderdeel van het geheel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde van het lint is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met voornamelijk kleinschalige bebouwing aan groene straten. Diverse panden zijn door hun ligging, vorm en bouwperiode cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is monument of in het bestemmingsplan aangewezen als beeldbepalend pand. Behoud en herstel van historische eigenschappen van deze panden is wenselijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is beheer met aandacht. Daarnaast geldt voor enkele grote locaties binnen dit gebied een beeldkwaliteitplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beleid is gematigd en gericht op behoud en versterking van variatie zonder ver- rommeling. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan de zorgvuldige detaillering en het gebruik van traditionele materialen en kleuren die harmoniëren met de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 10A Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging het kleinstedelijke karakter van het gebied behouden de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar gebouwen zijn georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte en hebben zo nodig meerdere voorgevels bijgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht en achter de voorgevelrooilijn Massa de bouwmassa en gevelopbouw harmoniëren met het kleinstedelijke karakter van het gebied gebouwen zijn in het algemeen individueel en afwisselend de individuele woning binnen een ensemble is deel van het geheel de opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van één tot twee lagen met kap uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd onderge- schikt element of opnemen in de hoofdmassa bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume appartementengebouwen en gebouwen met bijzondere functies kunnen afhankelijk van hun positie in het lint afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en afwisselend de architectuur volgt het beeld van de kleinstedelijke bebouwing elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen vormen het uitgangspunt kozijnen, dakgoten en dergelijke zorgvuldig detailleren wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn ingetogen en bij voorkeur traditioneel gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of een vergelijkbaar steenachtig materiaal danwel in een lichte tint pleisteren hellende daken dekken met (keramische) pannen kleuren harmoniëren met de omliggende bebouwing Haagwegkwartier Uitgangspunten Het Haagwegkwartier is een uitbreiding in meerdere fasen gebouwd waarin grondgebonden woningen in baksteenarchitectuur afgewisseld worden met gestapelde woningen. De gebouwen zijn gegroepeerd in clusters en rijen langs groene straten. Het gebied wordt onder andere begrensd door de Boshuizerkade, Muldersstraat, de Hoflaan en de Potgieterlaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitzondering zijn de (deels) pandsgewijs opgebouwde straatwanden van bijvoorbeeld de Da Costalaan. De rooilijn van deze gevarieerde bebouwing volgt de weg en verspringingt eventueel licht. De bebouwing heeft een individueel karakter en bestaat veelal uit één tot twee lagen met een plat dak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere elementen zijn verspreid voorkomende wijkvoorzieningen als (basis) scholen. Deze afwijkende bebouwing is individueel en staat vrij op de kavel. De massa en uitwerking varieert per gebouw. Daarnaast ligt aan de Rooseveltstraat een aantal bedrijven, met een vergelijkbare opzet als de bedrijven verderop in deze straat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde is vooral gelegen in het rustige beeld van de overwegend smalle straten met het groen van de bomen en in voortuinen. De architectuur is in het algemeen eenvoudig. De dynamiek van de wijk is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkappellen en uitbouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is terughoudend beheer. Daarnaast geldt voor enkele grote locaties binnen dit gebied een beeldkwaliteitplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beleid is gericht op het behoud van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan samenhang in het straatbeeld op het niveau van de architectonische uitwerking en daarin het materiaal- en kleurgebruik betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 10B Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de wijkbeschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon rooilijnen aan de voorzijde van rijen behouden gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte Massa bouwmassa afstemmen op de samenhang in de rij of het cluster woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee lagen met zadeldak appartementengebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw tot vier lagen met plat dak of flauw hellende kap uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie in de wijk afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm, wat bij voorbeeld geldt voor de kenmerkende plekken uit de hoogbouwvisie (zoals langs de Churchilllaan) Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk en per rij of cluster in samenhang de onderste gebouwlaag waar mogelijk transparant vormgeven in relatie met de openbare ruimte met een nadruk op entreepartijen en vergelijkbare functies (zo min mogelijk gesloten gevels aan het maaiveld) elementen zoals deuren en ramen logisch in de gevel plaatsen wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster wijzigingen en toevoegingen bij flats en appartementengebouwen complexmatig uitvoeren Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn degelijk, ingetogen en in samenhang met de rij of het cluster gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen danwel invullen met puien, houten beschot of panelen hellende daken van woningen voorzien van pannen Naoorlogs Zuidwest Uitgangspunten Gasthuiswijk, Fortuinwijk en Boshuizen zijn naoorlogse groene woonbuurten, waarin grondgebonden woningen in baksteenarchitectuur afgewisseld worden met gestapelde woningen. De gebouwen zijn gegroepeerd in clusters en rijen langs groene straten. De gebieden liggen aan weerszijden van de Churchilllaan en het westelijke deel van de 5 Meilaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitzondering is de rand aan de Korte Vliet. Ingrepen in deze rand leiden waar mogelijk tot een tweezijdige oriëntatie op zowel de weg als het water. Bijzondere elementen zijn verspreid voorkomende wijkvoorzieningen als (basis) scholen. Deze afwijkende bebouwing is individueel en staat vrij op de kavel. De massa en uitwerking varieert per gebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde is vooral gelegen in het rustige beeld van de brede straten met het groen van grasvelden, bomen en voortuinen. De architectuur is in het algemeen eenvoudig. De dynamiek van de wijk is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkappellen en uitbouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is terughoudend beheer. Het beleid is gericht op het behoud van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan samenhang in het straat- beeld op het niveau van de architectonische uitwerking en daarin het materiaal- en kleurgebruik betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 10C Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de wijkbeschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon rooilijnen aan de voorzijde van rijen behouden gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte Massa bouwmassa afstemmen op de samenhang in de rij of het cluster woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee lagen met of zonder kap appartementengebouwen hebben in het algemeen een eenvoudige hoofdvorm en meerdere lagen zonder kap uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie in de wijk afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm, wat bij voorbeeld geldt voor de kenmerkende plekken uit de hoogbouwvisie (zoals langs de Churchilllaan) Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk en per rij of cluster in samenhang de onderste gebouwlaag waar mogelijk transparant vormgeven in relatie met de openbare ruimte met een nadruk op entreepartijen en vergelijkbare functies (zo min mogelijk gesloten gevels aan het maaiveld) elementen zoals deuren en ramen logisch in de gevel plaatsen wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster wijzigingen en toevoegingen bij flats en appartementengebouwen complexmatig uitvoeren Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn degelijk, ingetogen en in samenhang met de rij of het cluster gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen danwel invullen met puien, houten beschot of panelen hellende daken van woningen voorzien van pannen De Coebel Uitgangspunten De Coebel is een open en groene wijk ten zuiden van de Haagweg en heeft een heldere structuur met gevarieerde woningen die per stedenbouwkundige eenheid worden herhaald. De buurt bestaat onder andere uit de bebouwing aan de Coebelweg, Duke Ellingtonstraat en Noachstraat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere elementen zijn verspreid voorkomende wijkvoorzieningen als (basis) scholen en sportgebouwen. Bij deze afwijkende bebouwing varieert de massa en de uitwerking per pand of gebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde is vooral gelegen in de eenheid op schaal van de clusters en rijen in combinatie met de variatie op schaal van de wijk. De architectuur is verzorgd en gevarieerd. De dynamiek van de wijk is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkappellen en uitbouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is terughoudend beheer. Het beleid is gericht op het beheer van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden. De commissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van de architectonische uitwerking en in het materiaal- en kleurgebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 10D Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de wijkbeschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon de individuele woning binnen een cluster, rij of blok is een deel van het geheel en voegt zich hier naar de woningen zijn gericht op de belangrijkste openbare ruimte bestaande rooilijnen aan de voorzijde van rijen behouden bijgebouwen staan bij voorkeur achter het hoofdgebouw bijzondere gebouwen zoals scholen kunnen vrij op de kavel staan Massa bouwmassa’s zijn gedifferentieerd stedenbouwkundige eenheden als clusters en rijen kennen een sterke onderlinge samenhang gebouwen hebben in het algemeen een onderbouw van drie lagen met plat dak of twee lagen met kap waarbij de nok evenwijdig aan de voorgevel is accenten in hoogte en vormgeving hebben een stedenbouwkundige aanleiding uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie in de wijk afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en gevarieerd herhaling in de rij of het cluster is de leidraad voor het woningontwerp alleen gebouwen met bijzondere functies hebben een individuele uitstraling wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op de architectuur van het hoofdvolume de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn ingetogen en in samenhang met de stedenbouwkundige eenheid gevels bestaan bij voorkeur uit baksteen of vergelijkbaar steenachtig materiaal, eventueel in combinatie met puien, houten beschot of panelen hellende daken voorzien van pannen wijzigingen en toevoegingen in kleur en materiaal afstemmen op het hoofdvolume Winkelcentrum De Luifelbaan Uitgangspunten Winkelcentrum de Luifelbaan ligt centraal in Zuidwest en bestaat uit een winkelgebied van één bouwlaag met daarboven en eromheen gevarieerde bebouwing met diverse functies. Een groot deel van het winkelcentrum is recent vernieuwd waarbij gebouwen met een zorgvuldige architectonische uitwerking zijn toegevoegd. Het gebied ligt aan de 5 Meilaan en bestaat onder andere uit de bebouwing aan de Segaarstraat en een deel van het 5 Meiplein, de Boshuizerlaan en de Van Randwijkstraat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de individuele gebouwen en de grotendeels publieke functie van het gebied. De dynamiek van het gebied is na oplevering van het vernieuwde winkelcentrum laag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is terughoudend beheer. Het beleid is gericht op het beheer van het afwisselende beeld zonder grote dissonanten tussen de individuele gebouwen. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan de samenhang op het niveau van de architectonische uitwerking en daarin het materiaal- en kleurgebruik betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 10E Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de wijkbeschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging per erf of kavel is er één hoofdmassa de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar (hoofd)gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte opslag vindt bij voorkeur uit het zicht plaats Massa gebouwen zijn in het algemeen individueel en afwisselend met een eenvoudige hoofdvorm van één of meerdere lagen zonder kap accenten in hoogte hebben een stedenbouwkundige aanleiding, wat bij voor- beeld geldt voor de kenmerkende plekken uit de hoogbouwvisie (zoals langs de Churchilllaan) uitbreidingen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en per complex gelijk uitvoeren bijgebouwen hebben een eenvoudige vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn gevarieerd accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk de onderste gebouwlaag waar mogelijk transparant vormgeven in relatie met de openbare ruimte met een nadruk op entreepartijen en vergelijkbare functies (zo min mogelijk gesloten gevels aan het maaiveld) elementen zoals deuren en ramen logisch in de gevel plaatsen wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume, het cluster of het complex Materialen en kleuren materialen en kleuren zijn terughoudend en per cluster of complex in samenhang Aanvullende objectcriteria reclame onder de luifel plaatsen bescheiden lichtbakken haaks op de gevel zijn de standaard reclame evenwijdig aan de gevel is onderdeel van de pui Gebied 11 Cronestein Cronestein is een uitbreiding aan weerszijden van de Lammenschansweg met woonbuurten en bedrijventerreinen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De woningen in de Fruitbuurt hebben een samenhangende compositie door herhaling van zowel woningtype als rijen en blokken. De rooi- en noklijnen zijn recht en de voorgevels zijn georiënteerd op de straat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rijwoningen hebben een eenvoudige opbouw van twee lagen met kap. Appartementengebouwen hebben een eenvoudige plattegrond en hoogstens vier lagen met kap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De materialisering en detaillering zijn meestal eenvoudig en seriematig met grote variatie in uitwerking tussen de verschillende bouwperiodes. Samenhangend kleurgebruik is standaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">De meer recente woningen op de inbreidingslocaties in de omgeving van de Mary Beystraat, de Smederijstraat en de Hans Flusstraat wijken hiervan af met een gevarieerde en gedifferentieerde opbouw. Appartementengebouwen staan in deze buurt in het algemeen vrij op de kavel en variëren in hoogte en vorm. De bebouwing is gericht op de belangrijkste openbare ruimte. De detaillering en het materiaalgebruik zijn verzorgd en samenhangend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Lammenschanspark heeft een vrije en groene structuur met vrijstaande publieke gebouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De relatief grootschalige gebouwen zijn vrijstaand en variëren in massa en opbouw. Ze zijn georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte waarbij de rooi- lijnen ten opzichte van elkaar verspringen. De gebouwen zijn individueel en gedifferentieerd met variërende plattegronden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opbouw varieert en bestaat in het algemeen uit een onderbouw van meerdere lagen met een plat dak.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering is meestal van een gemiddeld niveau. Materialen en kleuren zijn overwegend traditioneel. Kleuren zijn veelal rustig en sober, met hier en daar een accentkleur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rest van het gebied bestaat uit de bedrijventerreinen Cronestein, het Kanaalpark en de omgeving Rooseveltstraat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Fruitbuurt Uitgangspunten De Fruitbuurt is een uitbreiding in meerdere fasen gebouwd waarin grondgebonden woningen in een sobere baksteenarchitectuur afgewisseld worden met gestapelde woningen aan de randen. De gebouwen zijn gegroepeerd in clusters en rijen langs smalle straten. Het gebied wordt onder andere begrensd door de Lammenschansweg, Veilingkade en Zoeterwoudseweg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitzonderingen zijn de twee hoogbouwflats aan de Corbuloweg en de Plantijnstraat. Deze relatief grootschalige bebouwing is individueel en staat vrij op de kavel. Andere uitzondering is de gevarieerde bebouwing aan een deel van de Zoeterwoudseweg. Deze kleinschalige bebouwing heeft een individueel karakter en varieert in opbouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde is vooral gelegen in het rustige beeld van de veelal smalle straten met het groen van de bomen en in voortuinen. De architectuur varieert per woningtype en is in het algemeen eenvoudig. De dynamiek van de wijk is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkappellen en uitbouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is terughoudend beheer. Uitzondering hierop is de inzet beheer met aandacht binnen de invloedssfeer van de Lammenschansweg. Het beleid is gericht op het behoud van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan het behoud van herhaling in rooilijnen en gevelindeling en samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal en kleur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 11A Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de wijkbeschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon rooilijnen aan de voorzijde van rijen behouden gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte Massa bouwmassa afstemmen op de samenhang in de rij of het cluster woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee lagen met zadeldak appartementengebouwen hebben een onderbouw tot vier lagen met flauw hellende kap accenten in hoogte hebben een stedenbouwkundige aanleiding, wat bij voorbeeld geldt voor de kenmerkende plekken uit de hoogbouwvisie (zoals langs de Lammenschansweg) uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk de onderste gebouwlaag waar mogelijk transparant vormgeven in relatie met de openbare ruimte met een nadruk op entreepartijen en vergelijkbare functies (zo min mogelijk gesloten gevels aan het maaiveld) elementen zoals deuren en ramen logisch in de gevel plaatsen wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster wijzigingen en toevoegingen bij flats en appartementengebouwen complexmatig uit- voeren Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn degelijk, ingetogen en in samenhang met de rij of het cluster gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen danwel invullen met puien hellende daken van woningen voorzien van pannen Inbreidingslocaties Cronestein Gebouwen oriënteren op de belang- rijkste openbare ruimte De individuele woning binnen een cluster of rij is onderdeel van het geheel Accenten in hoogte en vormgeving heb- ben een stedenbouwkundige aanleiding Uitgangspunten De inbreidingslocaties van Cronestein zijn open en groene of waterrijke buurten en hebben een heldere structuur met gevarieerde woningen die per steden- bouwkundige eenheid worden herhaald. De buurten bestaan onder andere uit de bebouwing in de omgeving van de Mary Beystraat, de Smederijstraat en de Hans Flusstraat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde is vooral gelegen in de eenheid op schaal van de clusters en rijen in combinatie met de variatie op schaal van de wijk. De architectuur is verzorgd en gevarieerd. De dynamiek van de wijk is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkappellen en uitbouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is terughoudend beheer. Het beleid is gericht op het beheer van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden. De commissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van de architectonische uitwerking en in het materiaal- en kleurgebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 11B Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de wijkbeschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon de individuele woning binnen een cluster, rij of blok is een deel van het geheel en voegt zich hier naar woningen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte bestaande rooilijnen aan de voorzijde van rijen behouden bijgebouwen staan bij voorkeur achter het hoofdgebouw bijzondere gebouwen zoals scholen kunnen vrij op de kavel staan Massa bouwmassa’s zijn gedifferentieerd stedenbouwkundige eenheden als clusters en rijen kennen een sterke onderlinge samenhang gebouwen hebben in het algemeen een onderbouw van drie lagen met plat dak of twee lagen met kap accenten in hoogte en vormgeving hebben een stedenbouwkundige aanleiding, wat bij voorbeeld geldt voor de kenmerkende plekken uit de hoogbouwvisie (zoals langs de Voorschoterweg) uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd onderge- schikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie in de wijk afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en gevarieerd herhaling in de rij of het cluster is de leidraad voor het woningontwerp alleen gebouwen met bijzondere functies hebben een individuele uitstraling gevels hebben bij voorkeur een horizontale belijning wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op de architectuur van het hoofdvolume de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn ingetogen en in samenhang met de stedenbouwkundige eenheid gevels bestaan bij voorkeur uit baksteen of vergelijkbaar steenachtig materiaal, even- tueel in combinatie met puien, houten beschot of panelen wijzigingen en toevoegingen in kleur en materiaal afstemmen op het hoofdvolume hellende daken voorzien van pannen Lammenschanspark Uitgangspunten Het Lammenschanspark bestaat hoofdzakelijk uit sobere naoorlogse scholencomplexen die vrij staan in een stenige omgeving. Recente gebouwen zijn zorgvuldiger gedetailleerd dan oudere.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de individuele gebouwen en de grotendeels publieke functie van het gebied. De dynamiek van het gebied is laag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is terughoudend beheer. Het beleid is gericht op het beheer van het afwisselende beeld zonder grote dissonanten tussen de individuele gebouwen. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan samenhang op het niveau van de architectonische uitwerking en daarin het materiaal- en kleurgebruik betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 11C Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de wijkbeschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging per erf of kavel is er één hoofdmassa de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar (hoofd)gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte opslag vindt bij voorkeur uit het zicht plaats Massa gebouwen zijn in het algemeen individueel en afwisselend met een eenvoudige hoofdvorm van meerdere lagen zonder kap uitbreidingen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en per complex of woningtype gelijk uitvoeren bijgebouwen hebben een eenvoudige vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn gevarieerd en sober accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk de onderste gebouwlaag waar mogelijk transparant vormgeven in relatie met de openbare ruimte met een nadruk op entreepartijen en vergelijkbare functies (zo min mogelijk gesloten gevels aan het maaiveld) elementen zoals deuren en ramen logisch in de gevel plaatsen wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume, het cluster of het complex Materialen en kleuren materialen en kleuren zijn ingetogen en per complex in samenhang Gebied 12 Roomburg De wijk Roomburg ligt aan de oostkant van de stad en bestaat uit losstaande deelgebieden met elk zijn eigen karakteristiek. De grootste waarde is de historische bebouwing van de Hoge Rijndijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevarieerde bebouwing aan de Hoge Rijndijk is voornamelijk geschakeld en in korte rijtjes gebouwd. In het gebied is sprake van enige functiemenging. De rooilijn van de bebouwing volgt de krommingen van de dijk en heeft kleine verspringingen. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit twee lagen en een kap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De detaillering en het materiaalgebruik zijn meestal traditioneel, zorgvuldig en divers. Het kleurgebruik is ingetogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Waardeiland bestaat uit een verzameling van woonerven ontsloten door een meanderend stratenpatroon. Parken en waterlopen geven de buurt een zeer groen uiterlijk. Binnen een erf komt in het algemeen één woningtype voor met verspringende nok- en rooilijnen. Het beeld is gedifferentieerd door een wisselende oriëntatie van geschakelde woningen ten opzichte van elkaar en de openbare ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opbouw van de woningen varieert, maar bestaat in het algemeen uit één of twee lagen met kap, waarbij verlengde daken en aanbouwen vaak voorkomen. De detaillering en het materiaalgebruik zijn meestal eenvoudig en seriematig met weinig accenten. Het kleurgebruik is van oorsprong ingetogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meerburg en Rivierenwijk zijn uitbreidingen met voornamelijk rijen woningen van twee lagen met zadeldak en portiekflats in een sobere baksteenarchitectuur langs groene straten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De woningbouw heeft een samenhangende compositie door herhaling van zowel woningtype als rijen en blokken. De rooi- en noklijnen zijn recht, de voorgevels zijn georiënteerd op de straat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rijwoningen hebben een eenvoudige opbouw van twee lagen met een zadeldak. Appartementengebouwen hebben een eenvoudige plattegrond en hebben meerdere lagen met een plat dak of flauw hellende kap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De materialisering en detaillering zijn meestal eenvoudig en seriematig met weinig accenten. Samenhangend kleurgebruik is standaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">De meer recente woningen in Roomburg wijken hiervan af met een gevarieerde en gedifferentieerde opbouw tot drie lagen met of zonder kap. Hoeken van rijen zijn vaak verbijzonderd met uitbouwen of een extra laag. Appartementen gebouwen staan in deze buurt in het algemeen vrij op de kavel en variëren in hoogte en vorm. De bebouwing is gericht op de belangrijkste openbare ruimte, waarbij de overgang tussen openbaar en privé zorgvuldig is vormgegeven en per rij of cluster in samenhang is. De detaillering en het materiaalgebruik zijn verzorgd en samenhangend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de hoek van de Concordiastraat en Besjeslaan komt een woonwagenterrein en in de zuidwesthoek van het gebied ligt bedrijventerrein Roomburg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoge Rijndijk Uitgangspunten De Hoge Rijndijk heeft gevarieerde (woon)bebouwing uit diverse periodes op een hoger gelegen stroomrug. Het gebied bestaat uit de bebouwing aan een deel van het Utrechtse Jaagpad en de Hoge Rijndijk en tussenliggende straten. Uitzonderingen zijn de panden met daarin winkels en bedrijven. Deze hebben veelal een afwijkende begane grond met luifels, zonwering, etalageruimte en reclameborden. Bijzonder element is het Park Die Leythe waar de individuele woningen rond een brink zijn gegroepeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde van het lint is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met overwegend kleinschalige bebouwing. Diverse panden en ensembles zijn door hun ligging, vorm en bouwperiode cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is monument of in het bestemmingsplan aangewezen als beeldbepalend pand. Behoud en herstel van historische eigenschappen van deze panden is wenselijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is beheer met aandacht. Het beleid is gematigd en gericht op behoud van variatie zonder verrommeling. De commissie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan het behoud van de hoofdoriëntatie van de bebouwing en het kleinschalige historische karakter, zonder wijzigingen en nieuw- bouw onmogelijk te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 12A Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging het kleinstedelijke karakter van het gebied behouden de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte en zo nodig meerdere voorgevels geven bijgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht en achter de voorgevelrooilijn Massa de bouwmassa en gevelopbouw harmoniëren met het kleinstedelijke karakter van het gebied gebouwen zijn in het algemeen individueel en afwisselend de individuele woning binnen een rij of cluster is deel van het geheel de opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd woningen hebben bij voorkeur een onderbouw twee lagen met kap of drie lagen zonder kap uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en afwisselend de architectuur volgt het beeld van de kleinstedelijke bebouwing elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen kozijnen, dakgoten en dergelijke zorgvuldig detailleren traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen vormen het uitgangspunt wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn ingetogen en bij voorkeur traditioneel gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of een vergelijkbaar steenachtig materiaal danwel in een lichte tint pleisteren hellende daken dekken met (keramische) pannen kleuren harmoniëren met de omliggende bebouwing Waardeiland Uitgangspunten Waardeiland is een groene woonbuurt, omgeven door en doordrongen met water, waarin woningen in baksteenarchitectuur zijn gegroepeerd in clusters en rijen langs groene straten. Het gebied wordt omsloten door de Oude Rijn, Nieuwe Rijn en het Rijn-Schiekanaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitzonderingen zijn de vrijstaande gebouwen zoals de villa en het appartementencomplex bij de jachthaven. Deze gebouwen hebben een individuele uitstraling en wijken af in massa, opbouw en vorm.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde is vooral gelegen in de samenhang tussen de stedenbouwkundige eenheden met ieder hun eigen architectonische variaties. De architectuur is in het algemeen eenvoudig. De dynamiek van de wijk is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkappellen en uitbouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is terughoudend beheer. Het beleid is gericht op het behoud van enige samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden. De com- missie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan samenhang in het straatbeeld op het niveau van de architectonische uitwerking en daarin het materiaal- en kleurgebruik betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 12B Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de wijkbeschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon rooilijnen zijn per blok of cluster in samenhang gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte en zo nodig een tweede voorgevel geven Massa bouwmassa afstemmen op de samenhang in de rij of het cluster, waarbij met name de kapvorm sturend is uitbreidingen waaronder op- en aanbouwen zoals erkers en dakkapellen bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren aanbouwen kunnen worden uitgevoerd met doorschietende dakvlakken eventuele nokverhogingen van de belangrijkste openbare ruimte afkeren vrijstaande woningen en gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking de architectonische uitwerking en detaillering zijn degelijk met aandacht voor even- wicht tussen herhaling en afwisseling (alleen vrijstaande woningen hebben een individuele uitstraling) elementen zoals deuren en ramen logisch in de gevel plaatsen wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdgebouw, de rij of het cluster wijzigingen en toevoegingen bij flats en appartementengebouwen complexmatig uit- voeren Materiaal en kleur materialen en kleuren zijn terughoudend en bij voorkeur in samenhang met de stedenbouwkundige eenheid gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen danwel invullen met puien, houten beschot of panelen hellende daken bij voorkeur voorzien van pannen Meerburg en Rivierenwijk Uitgangspunten Meerburg en Rivierenwijk zijn open groene buurten, omgeven door en doordrongen met water en hebben een heldere structuur met gevarieerde woningen die per stedenbouwkundige eenheid worden herhaald. De wijk bestaat onder andere uit de bebouwing aan de Meerburgerkade, Zaanstraat, Spaarnestraat, en Lekstraat. Uitzonderingen zijn de vrijstaande woningen aan de Roomburgerweg en de Kasteelhof. Bijzondere elementen zijn verspreid voorkomende wijkvoorzieningen als (basis)scholen. Deze afwijkende bebouwing is individueel en staat meestal vrij op de kavel. De massa en uitwerking varieert per gebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde is vooral gelegen in de samenhang tussen de stedenbouwkundige eenheden met ieder hun eigen architectonische variaties. De architectuur is in het algemeen eenvoudig. De dynamiek van de wijk is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkappellen en uitbouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inzet voor welstand is terughoudend beheer. Het beleid is gericht op het behoud van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden. De commis- sie zal bij de advisering met name aandacht schenken aan samenhang in het straat- beeld op het niveau van de architectonische uitwerking en daarin het materiaal- en kleurgebruik betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 12C Criteria Bouwplannen worden in samenhang met de wijkbeschrijving en uitgangspunten getoetst aan de hand van de volgende criteria:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ligging gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon rooilijnen aan de voorzijde van rijen behouden gebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte Massa bouwmassa afstemmen op de samenhang in de rij of het cluster woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee lagen met zadeldak appartementengebouwen hebben bij voorkeur vier lagen met plat dak uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren aanbouwen kunnen worden uitgevoerd met doorschietende dakvlakken vrijstaande woningen, appartementengebouwen en gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie in de wijk afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking</p></div>", "next": 239597}