{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">blijkt, dat de vergunning volgens een onjuiste of onvolledige opgave is verleend, terwijl vaststaat dat de vergunning zou zijn geweigerd, als de opgave juist en volledig zou zijn geweest; de vergunninghouder in strijd met de verleende vergunning handelt of de aan de verleende vergunning verbonden voorschriften en/ of beperkingen niet naleeft of heeft nageleefd; daarvan gedurende 26 weken na dagtekening geen gebruik is gemaakt, of als - na aanvankelijk gebruik van de vergunning - hiervan gedurende een periode van tenminste 26 achtereenvolgende weken geen gebruik is gemaakt; hetgeen waarvoor vergunning is verleend geen betrekking meer heeft op het bedrijf of beroep dat in de onroerende zaak wordt uitgeoefend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk13Straf-, overgangs- en slotbepalingen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 13.1 Strafbepalingen, toezicht en handhaving</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13:1</span><span class=\"lf-art-t\">Strafbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De in of op grond van deze verordening vastgestelde regels en de daarbij gegeven voorschriften en/ of beperkingen moeten worden nageleefd. Het overtreden van deze regels en voorschriften en/ of beperkingen is, met uitzondering van de regels en voorschriften en/ of beperkingen van hoofdstuk 3, een strafbaar feit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening, evenwel met uitzondering van hoofdstuk 3 en de daarbij gegeven voorschriften en/ of beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij overtreding van het bepaalde in hoofdstuk 4 kan bij de eis tot strafmaatbepaling rekening worden gehouden met de boomwaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor zover de Wet op de economische delicten voorziet in strafbaarstelling, met dien verstande dat artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing is op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 11:1, 11:2, als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit, en 11:3, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder overtreding van enig voorschrift van deze verordening wordt mede begrepen het handelen in strijd met een verleende vergunning of ontheffing of met enig aan een vergunning of ontheffing verbonden voorschrift en/ of beperking, dan wel in strijd met een volgens deze verordening door het daartoe bevoegd verklaard gezag, gegeven regel, aanwijzing of aanschrijving. Onder \"handelen\" wordt in dit verband verstaan zowel “laten handelen” als \"(laten) doen\", \"(laten) hebben\" en \"(laten) nalaten\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13:2</span><span class=\"lf-art-t\">Toezicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast: de bijzondere opsporingsambtenaren, als bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering die werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de gemeente Zutphen; de door het bevoegd gezag aangewezen personen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het eerste lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b. van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de hoofdstukken 2, 4, 8 en 11 van deze verordening gegeven voorschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het eerste en tweede lid is de door het college aan te wijzen marktmeester belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het eerste en tweede lid is de door het college aan te wijzen havenmeester belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo dikwijls de zorg voor de naleving van het bij of volgens hoofdstuk 10 van deze verordening bepaalde dit vereist, wordt hierbij aan hen die met de zorg voor de naleving daarvan zijn belast, de last verstrekt al dan niet besloten ruimten, niet zijnde woningen en plaatsen, desnoods tegen de wil van de rechthebbende of gebruiker te betreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de in het eerste lid bedoelde personen vaststellen dat werkzaamheden worden verricht zonder, of in afwijking van een volgens hoofdstuk 10 van deze verordening verleende vergunning, zijn zij bevoegd te gelasten, dat die werkzaamheden worden stopgezet. Deze last kan mondeling worden gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op verzoek van de belanghebbende wordt de mondelinge lastgeving als bedoeld in het zesde lid door of vanwege het bevoegd gezag schriftelijk aan hem bekendgemaakt. Hij tot wie een dergelijk bevel wordt gericht, is verplicht daaraan onverwijld gevolg te geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De houder van een vergunning is verplicht deze vergunning op eerste vordering van een ambtenaar, belast met de zorg voor de naleving van een of meer bepalingen van deze verordening, ter inzage af te geven aan deze ambtenaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13:3</span><span class=\"lf-art-t\">Binnentreden van woning, gebouwen en terreinen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Zo dat de zorg voor de naleving van enig voorschrift van deze verordening dit vereist, wordt hierbij aan hen die met de zorg voor de naleving daarvan zijn belast of daaraan moeten meewerken, de last verstrekt gebouwen, niet zijnde woningen, en terreinen te betreden, desnoods tegen de wil van de rechthebbende.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13:4</span><span class=\"lf-art-t\">Onmiddellijke verwijdering van de markt</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een vergunninghouder of iemand die hem bijstaat of vervangt gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen als deze zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of aan bedrog of een bij of op grond van hoofdstuk 2 gestelde bepaling heeft overtreden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 13.2 Overgangs- en slotbepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13:5</span><span class=\"lf-art-t\">Hardheidsclausule</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan één of meer artikelen van hoofdstuk 2 respectievelijk hoofdstuk 6 respectievelijk hoofdstuk 10 buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang van: een ordentelijk verloop van de warenmarkt, respectievelijk de orde, de veiligheid en het milieu in of in de omgeving van de haven of de kade, of de kwaliteit van de dienstverlening in de haven of de kade, respectievelijk het aanleggen, in stand houden en opruimen van ondergrondse infrastructuren, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13:6</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekking oude regeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ingetrokken worden de:</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI) gemeente Zutphen 2020, zoals vastgesteld bij besluit van 21 september 2020;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bomenverordening gemeente Zutphen 2014, zoals vastgesteld bij besluit van 10 maart 2014;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwverordening Zutphen, zoals vastgesteld bij besluit van 27 maart 2006;</p>\n<p class=\"lf-p\">Brandbeveiligingsverordening 2010, zoals vastgesteld bij besluit van 13 september 2010;</p>\n<p class=\"lf-p\">Erfgoedverordening gemeente Zutphen 2018, zoals vastgesteld bij besluit van 5 november 2018;</p>\n<p class=\"lf-p\">Haven- en IJsselkadeverordening gemeente Zutphen 2020, zoals vastgesteld bij besluit van 14 december 2020;</p>\n<p class=\"lf-p\">Marktverordening gemeente Zutphen 2019, zoals vastgesteld bij besluit van 4 november 2019;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verordening op het Stads- en Landschapsschoon 2006, zoals vastgesteld bij besluit van 29 mei 2006.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13:7</span><span class=\"lf-art-t\">Wijzigen Algemene Plaatselijke Verordening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 2:10, 2:11, 2:12, 2:15, 2:21, 4:1 tot en met 4:6, 4:9, 4:13, 4:17 tot en met 4:19, 5:17 tot en met 5:20, 5:24 tot en met 5:28 en 5:31A tot en met 5:33a van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011, inclusief de daarbij behorende artikelsgewijze toelichting, zoals vastgesteld bij besluit van 6 december 2011 en laatstelijk gewijzigd bij besluit van 10 november 2020, vervallen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13:8</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13:9</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht algemeen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Besluiten, genomen krachtens de verordeningen, als bedoeld in artikel 13:6, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige bepalingen kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten, genomen krachtens artikelen 2:10, 2:11, 2:12, 2:15, 2:21, 4:1 tot en met 4:6, 4:9, 4:13, 4:17 tot en met 4:19, 5:17 tot en met 5:20, 5:24 tot en met 5:28 en 5:31A tot en met 5:33a van de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011, zoals vastgesteld bij besluit van 6 december 2011 en laatstelijk gewijzigd bij besluit van 10 november 2020.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het recht, zoals dat gold onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, blijft van toepassing op: de voorbereiding en vaststelling van de beschikking op een aanvraag om een vergunning of ontheffing waarvoor deze verordening overeenkomstige bepalingen kent, of een aanvraag om een beschikking tot wijziging of intrekking daarvan, als voor dat tijdstip een aanvraag is ingediend; de voorbereiding en vaststelling van een ambtshalve te geven beschikking tot wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing waarvoor deze verordening overeenkomstige bepalingen kent, als voor dat tijdstip een ontwerpbesluit ter inzage is gelegd, of een vergunning of ontheffing waarvoor deze verordening overeenkomstige bepalingen kent of een beschikking tot wijziging of intrekking daarvan, die nog niet onherroepelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In gevallen als bedoeld in het derde lid wordt: een vergunning of ontheffing gelijkgesteld met een vergunning of ontheffing op grond van deze verordening; een beschikking tot wijziging van een vergunning of ontheffing gelijkgesteld met een beschikking tot wijziging van een vergunning of ontheffing op grond van deze verordening, op het tijdstip waarop de betrokken beschikking onherroepelijk is geworden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beperkingen en/ of voorschriften waaronder een beschikking als bedoeld in het eerste of derde lid is verleend, worden gelijkgesteld met/ aan beperkingen en/ of voorschriften als bedoeld in artikel 12:4.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13:10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullend overgangsrecht hoofdstuk 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een op grond van (het overgangsrecht van) de Marktverordening gemeente Zutphen 2019 verleende vergunning of ontheffing ambtshalve vervangen door een vergunning of ontheffing op grond van deze verordening. Ambtshalve vervanging kan gepaard gaan met een wijziging van beperkingen en/ of voorschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunninghouders aan wie een vaste standplaatsvergunning voor onbepaalde tijd is verleend op grond van (het overgangsrecht van) de Marktverordening gemeente Zutphen 2019, behouden hun vergunning voor onbepaalde tijd totdat de vergunning op grond van het bepaalde in artikel 2:12 wordt ingetrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaste standplaatsvergunningen die voor onbepaalde tijd zijn verleend kunnen op grond van artikel 2:8 worden overgeschreven, met dien verstande dat bij overschrijving de vergunning in afwijking van het bepaalde in artikel 2:8, vijfde lid voor een termijn van tien jaar wordt verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De op grond van de Marktverordening gemeente Zutphen 2019 vastgestelde standplaatsverbeteringslijst geldt als lijst op grond van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaste standplaatsvergunningen die op basis van (het overgangsrecht van) de Marktverordening gemeente Zutphen 2019 zijn verleend voor een periode van 5 jaar kunnen eenmalig worden verlengd voor een periode van 5 jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13:11</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullend overgangsrecht hoofdstuk 10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als vóór het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning of ontheffing overeenkomstig hoofdstuk 10 is ingediend en op of na het tijdstip van het van kracht worden van deze verordening nog niet op de aanvraag is beslist, zijn de bepalingen van de in artikel 13:6, onder e. ingetrokken verordening van toepassing, tenzij de aanvrager de wens te kennen geeft, dat de bepalingen van deze verordening worden toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verplichtingen krachtens de in artikel 13:6, onder e. ingetrokken verordening blijven bestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handelsreclame-uitingen, die voordat deze verordening in werking is getreden, zijn aangebracht zonder de vereiste vergunning én waarvoor op grond van deze verordening geen vergunning kan worden verleend, moeten onmiddellijk worden verwijderd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13:12</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zutphen 2021.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus besloten in de openbare vergadering vande raad van de gemeente Zutphen,gehouden op: [datum]De voorzitter, de griffier,Bijlage1Begrippen en definities</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1:1</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene begrippen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder: bevoegd gezag: bestuursorgaan dat terzake bevoegd is; bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; college: het college van burgemeester en wethouders;</p>\n<p class=\"lf-p\">CRKC: de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Cultuurhistorie; gemeente: gemeente Zutphen; rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b. van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder wordt verstaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1:2</span><span class=\"lf-art-t\">Ambulante handel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van hoofdstuk 2 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: aanvrager: degene die een vergunning voor een vaste of individuele standplaats, dagplaats of standwerkersplaats aanvraagt; dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen; individuele standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Onder een individuele standplaats wordt niet verstaan: een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g. van de Gemeentewet; een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24 APV; markt: de door het college op grond van artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g. van de Gemeentewet ingestelde warenmarkt; marktmeester: degene die als zodanig is aangewezen door het college; marktterrein: de openbare of voor het publiek vrij toegankelijke oppervlakte of ruimte die door het college voor de uitoefening van de markthandel is aangewezen; standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt op het marktterrein is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; standplaatsverbeteringslijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats, die in aanmerking willen komen voor een andere standplaats; standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen artikelen te kopen; standwerkersplaats: de standplaats, die per marktdag ter beschikking is gesteld om te standwerken; vaste standplaats: de standplaats die voor een termijn van tien jaar ter beschikking is gesteld; vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats of standwerkersplaats.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1:3</span><span class=\"lf-art-t\">Bodem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van hoofdstuk 3 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwbesluit: de algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2 van de Woningwet; omgevingsvergunning voor het bouwen: vergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm;</p>\n<p class=\"lf-p\">NVN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven voornorm;</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk van deze verordening wordt mede verstaan onder: bouwwerk: een gedeelte van een bouwwerk; gebouw: een gedeelte van een gebouw.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1:4</span><span class=\"lf-art-t\">Bomen en houtopstanden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van hoofdstuk 4 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: acuut gevaar: een boom of houtopstand vormt sneller dan de termijnen die voorzien zijn in de normale aanvraagprocedure voor een vergunning een risico voor zijn omgeving. Acuut gevaar moet worden vastgesteld door een boomexpert die minimaal gecertificeerd is als Boom Veiligheids Controleur (BVC); bebouwingscontour houtkap: de bebouwingscontour houtkap als bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving; beschermde bomen: bomen die zijn vastgelegd in de Bomenlijst; bevoegd gezag: college van burgemeester en wethouders; bomeneffectanalyse: een beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een houtopstand;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bomenfonds: gemeentelijk fonds met daarin gelden die bestemd zijn voor het herbeplanten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bomenlijst: door het bevoegd gezag vastgesteld register met bomen; boom: een houtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven met een stamomtrek van minimaal 50 cm gemeten op 130 cm hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de stamomtrek van de dikste stam. In afwijking van deze minimale stamomtrek van 50 cm geldt geen minimale stamomtrek als het bomen zijn, geplant op grond van artikel 4.8 en bij bomen als bedoeld in de artikelen 4:10, 4:11 en 4:12 van deze verordening; boomwaarde: de monetaire waarde van de huidige boom en/ of houtopstand zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen; compensatieplan: overzicht waarin opgenomen: boomwaarde van alle bomen en houtopstanden in het plangebied behorend bij het project van de aanvraag; aantal en soort te plaatsen nieuwe bomen en houtopstanden in het plangebied als vervanging van aantal en soort te kappen bomen in hetzelfde plangebied; financiële bijdrage aan het Bomenfonds, zijnde boomwaarde van de bomen en houtopstanden die niet binnen het plangebied behorend bij het project van de aanvraag kunnen worden vervangen; dunning: een velling uitsluitend bedoeld als verzorgingsmaatregel ter bevordering van groei van na dunning overblijvende bomen; hakhout: boomvormers of andere houtachtige gewassen, die door een frequente kapcyclus (minstens om de 10-15 jaar) nooit het stadium van opgaand bos bereikt en na te zijn gekapt tot op de stobbe opnieuw uitlopen; herbeplanting: het opnieuw (elders) planten van een te verplanten boom; het vervangen van een gevelde boom door nieuwe aanplant; herstructurering: een binnen een begrensd gebied te realiseren plan, dat voorziet in een aanpassing en/ of gehele dan wel gedeeltelijke vervanging van het zich binnen dat gebied bevindende vastgoed en/ of een gehele dan wel gedeeltelijke herinrichting van de tot dat gebied behorende openbare ruimte, overeenkomstig een daarvoor vastgesteld omgevingsplan; houtopstand: een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of ander houtig gewas; noodkap: kap vanwege de dreiging van acuut gevaar veroorzaakt door één of meer bomen of houtopstand(en); vellen: betreft vellen of verplanten of het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; betreft het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de boom of houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1:5</span><span class=\"lf-art-t\">Erfgoed</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van hoofdstuk 5 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: archeologisch monument: terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen; archeologisch verwachtingswaardengebied: gebied, aangegeven op de archeologische waardenkaart, waarvan verwacht wordt dat in bepaalde mate archeologische vondsten of sporen in de ondergrond aanwezig zijn: archeologisch waardengebied: gebied, aangegeven op de archeologische waardenkaart, waarvan bekend is dat er zich in bepaalde mate archeologische vondsten of sporen in de ondergrond bevinden; archeologische waardenkaart: topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied of delen van het grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische waardengebieden en (bijzondere) archeologische verwachtingswaardengebieden zijn aangegeven; bijzonder archeologisch verwachtingswaardengebied: gebied, aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, dat naast een onderliggende (verwachtings)waarde ook een aanvullende bijzondere waarde met bijhorende voorschriften kent; binnenstad: gebied, aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, waarbinnen voor de verschillende archeologische waarden- en verwachtingsgebieden van deze kaart, andere voorschriften gelden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Erfgoedadviesraad: de adviesraad als bedoeld in artikel 1, onder 2. van de Verordening op de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Cultuurhistorie en de Erfgoedadviesraad 2014; gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister; karakteristieke bebouwing: onroerende zaak, niet zijnde een monument, die van algemeen belang is vanwege zijn uiterlijk en als zodanig in een bestemmingsplan of omgevingsplan is aangewezen; minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; monument: onroerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed; omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; onderzoek: een cultuurhistorisch rapport als bedoeld in artikel 5.1, aanhef en onder b. van de Regeling omgevingsrecht en een door een externe partij of door de gemeente uitgevoerd onderzoek resulterend in een schriftelijke rapportage naar: de architectonische, bouwhistorische, interieurhistorische, kleurhistorische, tuinhistorische, wetenschappelijke of cultuurhistorische ontwikkeling en waarde van een rijksmonument of een gemeentelijk monument; de esthetische kwaliteiten, de ruimtelijk (bouw)historische en kleurhistorische kenmerken evenals de wetenschappelijke en cultuurhistorische ontwikkeling en waarde van een (gemeentelijk) beschermd stads- of dorpsgezicht; plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen denkt te gaan beantwoorden; programma van eisen: programma dat het college vaststelt en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek; rijksmonument: een monument of een archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister; stads- en dorpsgezichten: groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn door hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1:6</span><span class=\"lf-art-t\">Havens en kades</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van hoofdstuk 6 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: binnenschip: schip, niet zijnde een zeeschip; bedrijfsvaartuig: een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, niet zijnde een zee-, binnen- of horecaschip, hoofdzakelijk gebruikt als of bestemd voor de uitoefening van enig bedrijf of beroep dan wel voor de uitoefening van sociaal-culturele activiteiten; bijboot: een klein vaartuig dat behoort bij een woonboot, bedrijfsvaartuig, horecaschip of historisch schip en bestemd en geschikt is voor onderhoud of het kunnen bereiken van de woonboot, bedrijfsvaartuig, horecaschip of historisch schip; exploitant: eigenaar, beheerder, rompbevrachter of ieder ander die zeggenschap heeft over het gebruik van het schip; gevaarlijke stoffen: stoffen die gevaar voor explosie, brand, corrosie, vergiftiging, bedwelming of straling kunnen opleveren, zoals vermeld in: de IMO Code voor het vervoer van verpakte gevaarlijke stoffen over zee (International Maritime Dangerous Goods Code); de Code voor de bouw en uitrusting van schepen die gevaarlijke chemicaliën in bulk vervoeren (International Bulk Chemical Code); de Internationale Code voor de bouw en uitrusting van schepen die vloeibaar gemaakte gassen in bulk vervoeren (International Gas Carrier Code), en het in de bijlage bij het Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over binnenwateren opgenomen Reglement (ADN), met uitzondering van eetbare oliën; haven: de volgende havens alsmede alle daartoe behorende kunstwerken, meergelegenheden, trappen, scheepshellingen, dokken, scheepsreparatiewerven en los- en laadplaatsen: de Houthaven; de Industriehaven; de Marshaven; de Noorderhaven, en de Vispoorthaven, zoals weergegeven op de bij deze verordening behorende kaart; historisch schip: een vaartuig dat een positieve beoordeling van de betreffende behoudsorganisatie voor historische schepen heeft gekregen en/ of door het college eveneens als behoudenswaardig wordt beoordeeld; horecaschip: een vaartuig dat is ingericht en hoofdzakelijk wordt gebruikt als hotel-, restaurant- en/ of café of voor aanverwante activiteiten; kade: de kaden langs een haven en het kadegedeelte langs de IJssel, tot de begrenzing zoals weergegeven op de bij deze verordening behorende kaart; kegelschip: een schip dat gevaarlijke of schadelijke stoffen vervoert en volgens wettelijk voorschrift overdag één of meer blauwe kegels moet voeren; ligplaatsvergunninghouders: degene aan wie het bevoegd gezag een vergunning voor een ligplaats in een haven heeft verleend;</p>\n<p class=\"lf-p\">openbaar water: alle wateren binnen de gemeente die voor het publiek toegankelijk of bevaarbaar zijn; passagiersschip: elk schip dat is ingericht voor het vervoer van meer dan twaalf passagiers en dat in het bezit is van toereikende en geldige certificaten; pleziervaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebruikt voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding; schip: elk vaartuig met inbegrip van een watervliegtuig, een draagvleugelboot, een luchtkussenvoertuig, een boorinstallatie, een werkeiland of soortgelijk object, een baggermolen, een drijvende kraan, een elevator, een ponton, een drijvend werktuig, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting; schipper: degene die de feitelijke leiding over een schip voert; tankschip: schip, gebouwd of aangepast en gebruikt voor het vervoer van onverpakte vloeibare lading in zijn laadruimten; vaartuig: een schip, pleziervaartuig, bedrijfsvaartuig, passagiersschip, historisch schip, woonboot, horecaschip, bijboot of ponton; woonark: een waterwoning op een rechthoekige stalen of betonnen ponton te water dat wordt gebruikt als woonverblijf en dat uit hoofde van deze functie in grote mate plaatsgebonden is; woonboot: een woonschip, woonark of historisch schip waarop wordt gewoond; woonschip: een vaartuig met een (metalen) scheepsromp, dat is ingericht of verbouwd voor permanente bewoning waarbij de oorspronkelijke verschijningsvorm grotendeels behouden is gebleven; zeeschip: vaartuig dat blijkens zijn constructie uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor de vaart ter zee.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1:7</span><span class=\"lf-art-t\">Hemelwaterafvoer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(Gereserveerd)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1:8</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingshinder</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van hoofdstuk 8 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Besluit: het Activiteitenbesluit milieubeheer; bromfiets: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e. van de Wegenverkeerswet 1994; collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; gevoelige gebouwen: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Besluit; gevoelige terreinen: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Besluit; houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; inrichting: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 7.1 tot en met 7.4 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Besluit; kampeermiddel: een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; motorvoertuig; wat daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt; overig Warnsveld: Warnsveld, met uitzondering van het gebied ‘Warnsveld, dorpskern’, als bedoeld onder n.; overig Zutphen: Zutphen, met uitzondering van het gebied ‘Zutphen, centrum’, als bedoeld onder o.;</p>\n<p class=\"lf-p\">Warnsveld dorpskern: gebied tussen Rijksstraatweg, Bonendaal, Vordensebinnenweg en Landweg;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zutphen centrum: gebied omsloten door de IJssel, het spoor, Fanny Blankers Koenweg, Coehoornsingel, Berkelsingel, Graaf Ottosingel, Tadamastraat, Houtwal, Vispoortplein en Martinetsingel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1:9</span><span class=\"lf-art-t\">Ondergrondse infrastructuren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van hoofdstuk 9 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: breekverbod: verbod voor het uitvoeren van breek- en graafwerkzaamheden in de grond, geldend bij een gesloten sneeuwdek en/ of vorst in de grond; coördinatieverplichting: de coördinerende rol van de gemeente over de aanleg, instandhouding en opruiming van alle kabels en leidingen in de gehele openbare grond binnen de gemeentelijke grenzen; exploitant van de kabels en/ of leidingen: de rechtspersoon die het netwerk (j) winstgevend beheert; gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 1 van de Belemmeringenwet Privaatrecht of in artikel 5.2, eerste lid van de Telecommunicatiewet; grondroerder: degene, waaronder de netbeheerder, onder wiens verantwoordelijkheid of leiding graafwerkzaamheden worden verricht; (huis)aansluiting: het gedeelte van de kabel of leiding door openbare grond dat een netwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt voor een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a. tot en met d. van de Wet Waardering Onroerende Zaken, of met een ander netwerk; instemmingsbesluit: besluit van het college op een aanvraag van voorgenomen werkzaamheden (volgens artikel 5.4, vijfde lid van de Telecommunicatiewet) maar ook geldig voor overige kabels en leidingen zoals bedoeld in de onderdelen h. en j.; kabels en leidingen: kabels en/ of leidingen als onderdeel van een net(werk), daaronder ook begrepen de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations en andere hulpmiddelen, behalve voor zover deze verbindingen en hulpmiddelen liggen binnen de installatie van een producent of van een afnemer, en ook omvattende lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken; voorbeelden van deze kabels en leidingen zijn telecommunicatie- en omroepkabels, elektriciteitskabels (koppel-, transport- en distributiekabels), gasleidingen (transport-, distributie- en dienstleidingen), waterleidingen, rioleringen (buizen) en kabels en leidingen voor industriële netwerken; marktconforme kosten: kosten zoals deze onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt; net of netwerk: samenstel van ondergrondse kabel(s) en/ of leiding(en), bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie (een, al dan niet openbaar, elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1, onder e. en h. van de Telecommunicatiewet); netbeheerder: de rechtspersoon die is aangewezen als beheerder van een net of netwerk voor levering van elektriciteit, gas of water, dan wel aanbieder is van een (al dan niet openbaar) elektronisch communicatienetwerk;</p>\n<p class=\"lf-p\">niet-openbare kabels en leidingen: kabels en/ of leidingen (dan wel het netwerk waartoe deze behoren) die niet gebruikt worden om openbare diensten aan te bieden; omwonenden: de bewoners en bedrijfsmatige gebruikers van alle percelen, grenzend aan het tracé van kabels en leidingen; openbare grond(en): openbare grond(en), als genoemd in artikel 1.1, onder aa. van de Telecommunicatiewet; registratiesysteem: geautomatiseerd systeem waarin meldingen van (graaf)werkzaamheden aan kabels en leidingen worden verwerkt door of namens de gemeente; spoedeisende werkzaamheden: reparatie of onderhoudswerk waarvan uitstel niet mogelijk is als een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening via het betreffende net is opgetreden; uitvoeringsvoorschriften: uitvoeringsvoorschriften volgens het ‘Handboek ondergrondse infrastructuren: nadere regels en uitvoeringsvoorschriften UNOG’ (voorheen: ‘Algemene voorwaarden UNOG voor het leggen, hebben en onderhouden en opruimen van kabels en leidingen van netbeheerders’);</p>\n<p class=\"lf-p\">UNOG: Uniformiteit Netbeheerders Oostelijk Gelderland: samenwerking van vijftien gemeenten waarbinnen uniforme afspraken gelden voor netbeheerders; werken: een constructie, of werkzaamheden, niet zijnde een gebouw, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; werkzaamheden: alle stadia van werkzaamheden, die verband houden met de aanleg, het houden, in stand houden en opruimen van kabels en leidingen en het daarbij behorende herstel van de openbare grond, zoals bedoeld in onderdeel n.; werkzaamheden van minder ingrijpende aard: het aanbrengen of verwijderen van kabels en leidingen in al aangebrachte voorzieningen (mantelbuizen); reparaties of onderhoudswerk aan kabels en leidingen met een lengte van minder dan vijfentwintig (25) meter en niet vallend onder onderdeel p.; het maken van (huis)aansluitingen, waarbij geen verhardingen of groenvoorzieningen worden gekruist, tot een lengte van vijfentwintig (25) meter.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1:10</span><span class=\"lf-art-t\">Stads- en landschapsschoon</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van hoofdstuk 10 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: bedrijfsterrein: grondgebied waar geconcentreerde bedrijfsactiviteiten plaatsvinden; beschermd stadsgezicht: het gebied dat bij ministeriële beschikking van 16 december 1986 op grond van de Monumentenwet 1988 als zodanig is aangewezen, met in achtneming van wijzigingen in de aanwijzing sedertdien; gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Woningwet; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van zaken of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1:11</span><span class=\"lf-art-t\">Wegen en water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van hoofdstuk 11 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Woningwet; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage2Groene Kaart behorend bij hoofdstuk 4 Bomen en houtopstanden [vervallen] Bijlage3Bomenlijst 2016 behorend bij hoofdstuk 4 Bomen en houtopstanden [vervallen] Bijlage4Kaart behorend bij hoofdstuk 6 Havens en kades Toelichting Algemene toelichting Op 1 juli 2022 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt de wetgeving en de regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Eén van de doelen van de Omgevingswet is het verminderen van regels, het bundelen van regelgeving en het toegankelijk maken van regelgeving. Daarnaast heeft de wet als doel het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na invoering van de Omgevingswet moeten de gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving worden samengebracht in één omgevingsplan voor het gehele grondgebied. Dit betreft de regels uit de huidige bestemmingsplannen maar ook de regels voor de fysieke leefomgeving die nu nog verspreid staan in diverse verordeningen. Tijdens de wettelijke overgangsfase tot en met 2029 (transitiefase) moet de gemeente veel regels uit deze verordeningen integreren in het omgevingsplan. Aangezien de regels over de fysieke leefomgeving verspreid staan over diverse verordeningen is er geen overzicht om welke regels het precies gaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om gewenste orde en overzichtelijkheid te scheppen, is vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet, als tussenstap, één Verordening fysieke leefomgeving Zutphen opgesteld waarin de regels over de fysieke leefomgeving uit de huidige verordeningen worden gebundeld. De regels uit deze verordening worden na de inwerkingtreding van de Omgevingswet (gefaseerd) verwerkt in het omgevingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de Verordening fysieke leefomgeving wordt de regelgeving voor inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en vergunningverleners overzichtelijker. De regels zijn eenvoudiger te raadplegen en te vinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze algmene toelichting wordt ingegaan op de uitgangspunten bij het opstellen van de Verordening fysieke leefomgeving. Ook wordt er een toelichting gegeven op de verschillende verordeningen en regels die op gaan in deze verordening. Voor het overzicht is een transponeringstabel opgenomen en een artikelsgewijze toelichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunten Verordening fysieke leefomgeving In de Verordening fysieke leefomgeving is een aantal verordeningen en afzonderlijke regels uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) over de fysieke leefomgeving samengevoegd. Dit is ook het criterium dat de Omgevingswet hanteert voor het opnemen van verordenende bepalingen in het omgevingsplan. Verordeningen en regels die een ander motief hebben, zoals openbare orde en veiligheid, komen daarom niet voor integratie in deze verordening in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat de Omgevingswet aan de burgemeester als bestuursorgaan geen bevoegdheden toekent, zijn ook regels die de burgemeester bevoegdheden geven (bijvoorbeeld over evenementen) niet in de Verordening fysieke leefomgeving opgenomen. Dit zijn vaak regels met het motief openbare orde en veiligheid. Deze regels komen, zoals hiervoor al aangegeven, niet voor integratie in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Verordening fysieke leefomgeving zijn de volgende verordeningen of onderdelen daarvan opgenomen: de Algemene Plaatselijke Verordening Zutphen 2011, onder andere de onderdelen in- en uitritten, standplaatsen en geluidhinder; de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI) gemeente Zutphen 2020; de Bomenverordening gemeente Zutphen 2014; de Bouwverordening Zutphen; de Erfgoedverordening gemeente Zutphen 2018; de Haven- en IJsselkadeverordening gemeente Zutphen 2020; de Marktverordening gemeente Zutphen 2019; de Verordening Stads- en Landschapsschoon 2006.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Brandbeveiligingsverordening 2010 maakt ook onderdeel uit van de inventarisatie van regels over de fysieke leefomgeving. Omdat met ingang van 1 januari 2018 landelijke regels voor de brandveiligheid van 'overige plaatsen' gelden is de Brandbeveiligingsverordening ook komen te vervallen. Om geen overbodige regels te behouden wordt deze verordening ingetrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt bij de samenvoeging van de regels over de fysieke leefomgeving in een Verordening fysieke leefomgeving is om de regels beleidsneutraal over te nemen. Deze verordening bevat beleid dat eerder al is vastgesteld door de raad. Bij het samenvoegen zijn de regels geüniformeerd, verduidelijkt en in een structuur geplaatst. Wel zijn redactionele en technische wijzigingen die de leesbaarheid en toepasbaarheid ten goede komen doorgevoerd. Deze wijzigingen zijn wel allemaal beleidsneutraal. In de verordening wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen hoofdstukken met inhoudelijke regels en hoofdstukken met procedurele regels. Wij bereiden op dit moment een Hemelwaterafvoerverordening voor. Deze regels zijn nu nog niet opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving omdat deze niet beleidsneutraal overgenomen kunnen worden. Om op termijn de regels van de Hemelwaterverordening toe te kunnen voegen aan de Verordening fysieke leefomgeving er is al wel een hoofdstuk hiervoor gereserveerd. Deze ‘Hemelwaterafvoerverordening’ wordt later dit jaar afzonderlijk aan de raad ter besluitvorming voorgelegd, waarna deze wordt geïntegreerd in de beleidsneutrale Verordening fysieke leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De meeste verordeningen en afzonderlijke regels zijn nog goed te herkennen in de Verordening fysieke leefomgeving. Twee belangrijke uitzonderingen daarop zijn de Bouwverordening en de regels uit de APV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als gevolg van wetswijzigingen de afgelopen jaren bevatte de Bouwverordening alleen nog regels voor het tegengaan van bouwen op verontreinigde grond en regels over de welstandscommissie. De welstandscommissie wordt/ werd echter al geregeld in de Verordening op de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Cultuurhistorie en de Erfgoedadviesraad 2014. Bovendien paste een regeling van een commissie niet in een verordening die beoogt regels te stellen over de fysieke leefomgeving. Door het vervallen van de regels over de welstandscommissie blijven van de Bouwverordening alleen de regels over het tegengaan van bouwen op verontreinigde grond over. Deze zijn nu opgenomen in het hoofdstuk 3 Bodem van deze verordening. Aanvullend is in hoofdstuk 3 een regel opgenomen die bepaalt dat hoofdstuk 3 moet worden aangemerkt als bouwverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels uit de APV zijn geclusterd en opgenomen in twee verschillende hoofdstukken. De regels over geluid en overige hinder (onder andere opslag, kamperen, natuurgebieden) staan in hoofdstuk 8 Omgevingshinder. De regels over wegen (onder andere inritten, aanleggen weg) en water (onder andere ligplaatsen) staan in hoofdstuk 11 Wegen en water.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opzet Verordening fysieke leefomgeving De Verordening fysieke leefomgeving is ingedeeld in dertien hoofdstukken en meerdere bijlagen. Een hoofdstuk is vervolgens onderverdeeld in een of meer afdelingen met één of meer artikelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste hoofdstuk bevat inleidende bepalingen. Dit betreft vooralsnog alleen regeling van de begripsomschrijvingen, in samenhang met Bijlage 1 Begrippen en definities bij de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De daarop volgende hoofdstukken bevatten regelingen voor diverse onderwerpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De laatste twee hoofdstukken zijn algemeen en gelden in samenhang met elk afzonderlijk hoofdstuk. Deze hoofdstukken bevatten procedureregels en straf-, overgangs- en slotbepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt bij het opstellen van de verordening was om de regels die de te integreren verordeningen gemeen hebben (bijvoorbeeld regels over beslistermijnen en toezicht), te bundelen in één van de algemene hoofdstukken. De hoofdstukken twaalf en dertien bevatten daarom zo veel mogelijk de algemene lijn uit de verschillende verordeningen. Daar waar dit niet mogelijk was zijn specifieke bepalingen opgenomen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</h3>\n<p class=\"lf-p\">De meeste verordeningen en ook bestemmingsplannen beginnen met een opsomming van begripsbepalingen. In de Verordening fysieke leefomgeving is er echter voor gekozen om in het eerste artikel te verwijzen naar een bijlage, waarin de begrippen en definities zijn opgenomen. Hiermee wordt aangesloten bij de structuur van de Omgevingswet, waarin begrippen ook in een bijlage zijn ondergebracht. De gebruikte begrippen zijn niet gewijzigd ten opzichte van de verordeningen. Een aantal dubbele of overlappende begripsomschrijvingen is samengevoegd en opgenomen in artikel 1:1 Algemene begrippen van de Bijlage 1. In de daarop volgende artikelen 1:2 en verder zijn per hoofdstuk begrippen opgenomen die alleen voor het betreffende hoofdstuk van toepassing zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2 Ambulante handel</h3>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk 2 zijn de Marktverordening en de artikelen 5:17 tot en met 5:20 uit de APV over standplaatsen samengevoegd onder de titel 'Ambulante handel'. Dit hoofdstuk is een goed voorbeeld van vergaande integratie tussen verordeningen: de betrokken verordeningen zijn als het ware in elkaar geschoven tot één regeling, binnen het algemene systeem van de Verordening fysieke leefomgeving. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de beschrijving onder ‘Ambtshalve wijzigingen’.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3 Bodem</h3>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk 3 zijn de regels uit de Bouwverordening over het tegengaan van bouwen op verontreinigde grond opgenomen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 4 Bomen en houtopstanden</h3>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk 4 zijn de regels uit de Bomenverordening opgenomen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 5 Erfgoed</h3>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk 5 zijn de regels uit de Erfgoedverordening opgenomen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 6 Havens en kades</h3>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk 6 zijn de kaderstellende regels opgenomen die van toepassing zijn als schepen de havens, de kades langs deze havens en de IJsselkade van Zutphen aandoen. Deze verordening is tevens van toepassing op vaartuigen die buiten een haven, maar binnen de gemeente direct of indirect gemeerd liggen aan de kades, aanlegsteigers, meerpalen of andere voorzieningen in beheer bij de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiermee worden de gemeentelijke belangen beschermd en tegelijkertijd worden de rechten en plichten van zowel de scheepvaart als de havenbeheerders inzichtelijker gemaakt. Daarbij heeft deze verordening tot doel om dit alles op een overzichtelijke, duidelijke manier te regelen, ontdaan van overbodige regels en administratieve lasten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 7 Hemelwaterafvoer</h3>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is gereserveerd voor de regels uit de Hemelwaterverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 8 Omgevingshinder</h3>\n<p class=\"lf-p\">Waar de andere inhoudelijke hoofdstukken een bepaald onderwerp in positieve zin beogen te regelen, is dit hoofdstuk er juist op gericht onwenselijke effecten tegen te gaan. Het hoofdstuk bundelt het onderwerp geluidhinder en een aantal kleinere onderwerpen (overige hinder) uit de APV.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 9 Ondergrondse infrastructuren</h3>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doesburg, Doetinchem, Duiven, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Rijnwaarden, Westervoort, Winterswijk, Zevenaar en Zutphen hebben sinds vele jaren een overlegstructuur: UNOG (Uniformiteit Netbeheerders Oostelijk Gelderland). De vijftien deelnemende gemeenten werken uniform samen in de openbare ruimte met netbeheerders en de afstemming met deze partijen. Deze gemeenten hebben vanaf 2012 in het kader van eenduidigheid een uniforme Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI) eensluidend vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk 9 zijn de regels uit de AVOI opgenomen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 10 Stads- en landschapsschoon</h3>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk 10 staan de regels over onder andere handelsreclame, verlichting en rolluiken uit de Verordening Stads- en Landschapsschoon.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 11 Wegen en water</h3>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk bundelt de regels over wegen en water uit de APV.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 12 Procedureregels</h3>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk staan de uniforme regels over het indienen van een aanvraag of melding, de beslistermijn en de weigeringsgronden. Ook bevat dit hoofdstuk regels over: het stellen van voorschriften en beperkingen, het persoonlijke karakter van de vergunning of ontheffing, de geldigheidsduur, en het intrekken of wijzigen van een vergunning of ontheffing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 13 Straf-, overgangs- en slotbepalingen</h3>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk staan de uniforme regels met strafbepalingen, toezicht, het binnentreden van woningen en onmiddellijke verwijdering. Ook bevat dit hoofdstuk bepalingen over het intrekken van de tot de datum van inwerkingtreding van deze verordening geldende verordeningen, het wijzigen van bestaande regelingen, de inwerkingtreding en het overgangsrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Transponeringstabel De nummering en volgorde van de artikelen van deze verordening wijkt af van de nummering en volgorde van de artikelen uit de voorheen geldende verordeningen. Om de aansluiting tussen deze verordeningen en de nieuwe verordening gemakkelijker te maken, is hieronder een transponeringstabel opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene Plaatselijke Verordening Verordening fysieke leefomgeving</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1 artikel 1:2, 1:7 en 1:10</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Beslistermijn</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-2-167\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:2</span><span class=\"lf-art-t\">Beslistermijn</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften en beperkingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-4-169\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:4</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften en beperkingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.5</span><span class=\"lf-art-t\">Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-5-171\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:5</span><span class=\"lf-art-t\">Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.6</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-7-173\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:7</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.7</span><span class=\"lf-art-t\">Termijnen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-6-175\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:6</span><span class=\"lf-art-t\">Geldigheidsduur</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-18\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.8</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-3-177\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:3</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.10</span><span class=\"lf-art-t\">Het plaatsen van voorwerpen op een openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11-1-179\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11:1</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwerpen op of aan een openbare plaats</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.11</span><span class=\"lf-art-t\">(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11-2-181\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11:2</span><span class=\"lf-art-t\">Het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.12</span><span class=\"lf-art-t\">Maken, veranderen van een uitweg</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11-3-183\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11:3</span><span class=\"lf-art-t\">Maken, veranderen van een uitweg</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-215\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.15</span><span class=\"lf-art-t\">Hinderlijke beplanting</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11-4-185\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11:4</span><span class=\"lf-art-t\">Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-221\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.21</span><span class=\"lf-art-t\">Voorzieningen voor verkeer en verlichting</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11-5-187\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11:5</span><span class=\"lf-art-t\">Voorzieningen voor verkeer en verlichting</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1 artikel 1:7</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing collectieve festiviteiten</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-1-190\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:1</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing collectieve festiviteiten</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-43\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Kennisgeving collectieve festiviteiten</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-2-192\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:2</span><span class=\"lf-art-t\">Melding incidentele festiviteiten</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-45\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Onversterkte muziek</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-3-194\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:3</span><span class=\"lf-art-t\">Onversterkte muziek</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-46\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Overige geluidhinder</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-4-196\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:4</span><span class=\"lf-art-t\">Overige geluidhinder</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-49\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9</span><span class=\"lf-art-t\">Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11-6-198\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11:6</span><span class=\"lf-art-t\">Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-413\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.13</span><span class=\"lf-art-t\">Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-5-200\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:5</span><span class=\"lf-art-t\">Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-417\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.17</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1 artikel 1:8</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-418\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.18</span><span class=\"lf-art-t\">Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-6-203\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:6</span><span class=\"lf-art-t\">Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-419\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.19</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing kampeerplaatsen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8-7-205\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8:7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing kampeerplaatsen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-517\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.17</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1 artikel 1:2</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-518\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.18</span><span class=\"lf-art-t\">Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2-14-208\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:14</span><span class=\"lf-art-t\">Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-519\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.19</span><span class=\"lf-art-t\">Toestemming rechthebbende</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2-15-210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:15</span><span class=\"lf-art-t\">Toestemming rechthebbende</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-520\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.20</span><span class=\"lf-art-t\">Afbakeningsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2-16-212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:16</span><span class=\"lf-art-t\">Afbakeningsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-524\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.24</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwerpen op, in of boven openbaar water</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11-7-214\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11:7</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwerpen op, in of boven openbaar water</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-525\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.25</span><span class=\"lf-art-t\">Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11-8-216\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11:8</span><span class=\"lf-art-t\">Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-526\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.26</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzingen ligplaats</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11:8</span><span class=\"lf-art-t\">Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-527\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.27</span><span class=\"lf-art-t\">Verbod innemen ligplaats</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11:8</span><span class=\"lf-art-t\">Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-528\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.28</span><span class=\"lf-art-t\">Beschadigen waterstaatswerken</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11-9-220\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11:9</span><span class=\"lf-art-t\">Beschadigen waterstaatswerken</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-531\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.31</span><span class=\"lf-art-t\">A Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1 artikel 1:7</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-532\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.32</span><span class=\"lf-art-t\">Crossterreinen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:8</span><span class=\"lf-art-t\">Crossterreinen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-533\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.33</span><span class=\"lf-art-t\">Beperkingen verkeer in natuurgebieden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:9</span><span class=\"lf-art-t\">Beperkingen verkeer in natuurgebieden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-533a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.33a</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften natuurgebieden en andere terreinen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:10</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften natuurgebieden en andere terreinen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-61\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Strafbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-1-229\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:1</span><span class=\"lf-art-t\">Strafbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-62\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Toezichthouders</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-2-231\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:2</span><span class=\"lf-art-t\">Toezicht</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-63\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Binnentreden woningen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-3-233\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:3</span><span class=\"lf-art-t\">Binnentreden van woning, gebouwen en terreinen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bouwverordening</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1 artikel 1:3 (nieuw toegevoegd in verband met verwijzing Woningwet)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-1-234\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3:1</span><span class=\"lf-art-t\">Status</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-215-235\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.1.5</span><span class=\"lf-art-t\">Bodemonderzoek</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-2-236\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3:2</span><span class=\"lf-art-t\">Bodemonderzoek</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-241\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Verbod tot bouwen op verontreinigde grond</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-3-238\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3:3</span><span class=\"lf-art-t\">Verbod tot bouwen op verontreinigde grond</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-242\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-4-240\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3:4</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-106\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10.6</span><span class=\"lf-art-t\">Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere voorschriften</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-5-242\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3:5</span><span class=\"lf-art-t\">Herziening en vervanging van aangewezen normen en ander voorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bomenverordening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-243\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1 artikel 1:4</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Groene Kaart en Bomenlijst</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-1-245\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:1</span><span class=\"lf-art-t\">Bomenlijst</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span><span class=\"lf-art-t\">Kapverbod Groene Kaart en Bomenlijst</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-2-247\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:2</span><span class=\"lf-art-t\">Kapverbod Groene Kaart en Bomenlijst</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria ontheffing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-3-249\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria ontheffing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5</span><span class=\"lf-art-t\">Kapverbod overig</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-4-251\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:4</span><span class=\"lf-art-t\">Kapverbod overig</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria vergunning</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-5-253\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:5</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria vergunning</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-6-255\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekking of wijziging</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:7</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekking of wijziging van een vergunning of ontheffing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9</span><span class=\"lf-art-t\">Beperking geldigheidsduur</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere voorschriften</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-7-259\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:7</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere voorschriften</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11-260\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11</span><span class=\"lf-art-t\">Herplant /instandhoudingsplicht</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-8-261\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:8</span><span class=\"lf-art-t\">Herplant /instandhoudingsplicht</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-262\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12</span><span class=\"lf-art-t\">Schadevergoeding</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-9-263\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:9</span><span class=\"lf-art-t\">Schadevergoeding</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13</span><span class=\"lf-art-t\">Afstand tot de erfgrenslijn</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-10-265\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:10</span><span class=\"lf-art-t\">Afstand tot de erfgrenslijn</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-14-266\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14</span><span class=\"lf-art-t\">Bestrijding van boomziekten</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-11-267\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:11</span><span class=\"lf-art-t\">Bestrijding van boomziekten</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-268\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15</span><span class=\"lf-art-t\">Bescherming gemeentelijke houtopstanden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-12-269\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:12</span><span class=\"lf-art-t\">Bescherming gemeentelijke houtopstanden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-270\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16</span><span class=\"lf-art-t\">Strafbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:1</span><span class=\"lf-art-t\">Strafbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17-271\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17</span><span class=\"lf-art-t\">Toezicht en opsporing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:2</span><span class=\"lf-art-t\">Toezicht</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-18-272\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18</span><span class=\"lf-art-t\">Betreden van gebouwen en terreinen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:3</span><span class=\"lf-art-t\">Binnentreden van woning, gebouwen en terreinen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-19\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-9-274\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:9</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht algemeen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-20\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 20</span><span class=\"lf-art-t\">Slotbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-12-276\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:12</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Erfgoedverordening</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1 artikel 1:5</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Gemeentelijk erfgoedregister</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-1-277\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:1</span><span class=\"lf-art-t\">Gemeentelijk erfgoedregister</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing als gemeentelijk monument</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-2-278\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing als gemeentelijk monument</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span><span class=\"lf-art-t\">Voornemen tot aanwijzing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-3-279\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:3</span><span class=\"lf-art-t\">Voornemen tot aanwijzing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5</span><span class=\"lf-art-t\">Voorbescherming</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-4-280\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:4</span><span class=\"lf-art-t\">Voorbescherming</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span><span class=\"lf-art-t\">Advies Erfgoedraad</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-5-281\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:5</span><span class=\"lf-art-t\">Advies Erfgoedraad</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span><span class=\"lf-art-t\">Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-6-282\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:6</span><span class=\"lf-art-t\">Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8</span><span class=\"lf-art-t\">Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbenden en inschrijving</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-7-283\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:7</span><span class=\"lf-art-t\">Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbende en inschrijving</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-8-284\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10</span><span class=\"lf-art-t\">Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing monument</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-9-285\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:9</span><span class=\"lf-art-t\">Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing monument</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11</span><span class=\"lf-art-t\">Instandhoudingsplicht gemeentelijk monument</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-10-286\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:10</span><span class=\"lf-art-t\">Instandhoudingsplicht gemeentelijk monument</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsvergunning gemeentelijk monument</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-11-287\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:11</span><span class=\"lf-art-t\">Omgevingsvergunning gemeentelijk monument</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekken van de omgevingsvergunning</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:7</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekking of wijziging van de vergunning of ontheffing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-12-288\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:12</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15</span><span class=\"lf-art-t\">Advies omgevingsvergunning rijksmonument</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-13-289\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:13</span><span class=\"lf-art-t\">Advies omgevingsvergunning rijksmonument</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing als beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-14-290\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:14</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing als beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17</span><span class=\"lf-art-t\">Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-15-291\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:15</span><span class=\"lf-art-t\">Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18</span><span class=\"lf-art-t\">Verbodsbepaling en aanvraag vergunning</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-16-292\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:16</span><span class=\"lf-art-t\">Verbodsbepaling en aanvraag vergunning</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19</span><span class=\"lf-art-t\">Strafbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:1</span><span class=\"lf-art-t\">Strafbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 20</span><span class=\"lf-art-t\">Toezichthouders</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:2</span><span class=\"lf-art-t\">Toezicht</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21</span><span class=\"lf-art-t\">Vangnet Archeologie</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-17-294\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:17</span><span class=\"lf-art-t\">Vangnet archeologie</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22</span><span class=\"lf-art-t\">Opgravingen en begeleiding</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-18-296\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:18</span><span class=\"lf-art-t\">Opgravingen en begeleiding</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 23</span><span class=\"lf-art-t\">Procedure</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-19-298\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:19</span><span class=\"lf-art-t\">Procedure</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-24\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 24</span><span class=\"lf-art-t\">Bestemmingsplannen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-20-300\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:20</span><span class=\"lf-art-t\">Bestemmingsplannen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 25</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekken oude regeling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 26</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-8-303\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:8</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-27\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 27</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullend overgangsrecht voor hoofdstuk 5</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-28\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:12</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Haven- en IJsselkadeverordening</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene bepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1 artikel 1:6</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsgebied</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-1-306\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:1</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsgebied</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span><span class=\"lf-art-t\">Beslistermijn</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:2</span><span class=\"lf-art-t\">Beslistermijn</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften en beperkingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:4</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften en beperkingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5</span><span class=\"lf-art-t\">Geldigheidsduur vergunning of ontheffing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:6</span><span class=\"lf-art-t\">Geldigheidsduur</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span><span class=\"lf-art-t\">Weigerings-, wijzigings- en intrekkingsgronden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:3</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van houders van een vergunning of ontheffing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-2-307\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:2</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van houders van een vergunning of ontheffing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8</span><span class=\"lf-art-t\">Normadressaat</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-3-308\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:3</span><span class=\"lf-art-t\">Normadressaat</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing havenmeester</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:2</span><span class=\"lf-art-t\">Toezicht</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10</span><span class=\"lf-art-t\">Nadere regels</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-4-309\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:4</span><span class=\"lf-art-t\">Nadere regels</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11</span><span class=\"lf-art-t\">Verkeerstekens</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-5-310\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:5</span><span class=\"lf-art-t\">Verkeerstekens</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12</span><span class=\"lf-art-t\">Ligplaatsenoverzicht</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-6-311\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:6</span><span class=\"lf-art-t\">Ligplaatsenoverzicht</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13</span><span class=\"lf-art-t\">Verbod nemen ligplaats</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-7-312\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:7</span><span class=\"lf-art-t\">Verbod nemen ligplaats</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14</span><span class=\"lf-art-t\">Duur verblijf in haven of aan kade</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-8-313\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:8</span><span class=\"lf-art-t\">Duur verblijf in haven of aan kade</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15</span><span class=\"lf-art-t\">Voorzieningen en voorwerpen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-9-314\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:9</span><span class=\"lf-art-t\">Voorzieningen en voorwerpen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16</span><span class=\"lf-art-t\">Verhalen van schepen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-10-315\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:10</span><span class=\"lf-art-t\">Verhalen van schepen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17</span><span class=\"lf-art-t\">Gebruik van voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-11-316\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:11</span><span class=\"lf-art-t\">Gebruik van voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18</span><span class=\"lf-art-t\">Plezier- en zeilvaart in de haven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-12-317\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:12</span><span class=\"lf-art-t\">Plezier- en zeilvaart in de haven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19</span><span class=\"lf-art-t\">Overlast aan schepen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-13-318\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:13</span><span class=\"lf-art-t\">Overlast aan schepen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 20</span><span class=\"lf-art-t\">Melding bedrijfsstoring, gebrek of schade</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-14-319\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:14</span><span class=\"lf-art-t\">Melding bedrijfsstoring, gebrek of schade</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21</span><span class=\"lf-art-t\">Maatregelen bij ijsgang of dichtgevroren water</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-15-320\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:15</span><span class=\"lf-art-t\">Maatregelen bij ijsgang of dichtgevroren water</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzen gebieden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-16-321\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:16</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzen gebieden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 23</span><span class=\"lf-art-t\">Verontreiniging van lucht; stank, hinder of risico veroorzakende stoffen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-17-322\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:17</span><span class=\"lf-art-t\">Verontreiniging van lucht; stank, hinder of risico veroorzakende stoffen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 24</span><span class=\"lf-art-t\">Gebruik afvalverbrandingsoven</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 6:18 gebruik afvalverbrandingsoven</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 25</span><span class=\"lf-art-t\">Melding en verwijdering van te water geraakte stoffen of voorwerpen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-19-323\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:19</span><span class=\"lf-art-t\">Melding en verwijdering van te water geraakte stoffen of voorwerpen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 26</span><span class=\"lf-art-t\">Veilige toegang</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-20-324\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:20</span><span class=\"lf-art-t\">Veilige toegang</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 27</span><span class=\"lf-art-t\">Verbod gebruik hoofdmotor</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-21-325\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:21</span><span class=\"lf-art-t\">Verbod gebruik hoofdmotor</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28</span><span class=\"lf-art-t\">Laden en lossen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-22-326\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:22</span><span class=\"lf-art-t\">Laden en lossen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 29</span><span class=\"lf-art-t\">Gebruik van ankers</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-23-328\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:23</span><span class=\"lf-art-t\">Gebruik van ankers</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-30\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 30</span><span class=\"lf-art-t\">Gebruik generator door binnenschepen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-24-330\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:24</span><span class=\"lf-art-t\">Gebruik generator door binnenschepen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 31</span><span class=\"lf-art-t\">Verrichten van werkzaamheden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-25-332\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:25</span><span class=\"lf-art-t\">Verrichten van werkzaamheden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-32\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 32</span><span class=\"lf-art-t\">Ontsmetten van schepen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-26-334\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:26</span><span class=\"lf-art-t\">Ontsmetten van schepen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-33\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 33</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-27-336\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:27</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-34\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 34</span><span class=\"lf-art-t\">Strafbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:1</span><span class=\"lf-art-t\">Strafbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-35\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 35</span><span class=\"lf-art-t\">Toezichthoudende ambtenaren</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:2</span><span class=\"lf-art-t\">Toezicht</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-36\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 36</span><span class=\"lf-art-t\">Binnentreden van woningen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:3</span><span class=\"lf-art-t\">Binnentreden van woning, gebouwen en terreinen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-37\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 37</span><span class=\"lf-art-t\">Hardheidsclausule</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-5-341\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:5</span><span class=\"lf-art-t\">Hardheidsclausule</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-38\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 38</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:8</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-39\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 39</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:12</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Marktverordening</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1 artikel 1:2</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Inrichting van de markt, branche-indeling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2-1-344\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:1</span><span class=\"lf-art-t\">Inrichting van de markt, branche-indeling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span><span class=\"lf-art-t\">Nadere regels</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2-2-345\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:2</span><span class=\"lf-art-t\">Nadere Regels</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften en beperkingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:4</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften en beperkingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2-3-346\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:3</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span><span class=\"lf-art-t\">Vereisten</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2-4-347\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:4</span><span class=\"lf-art-t\">Vereisten</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span><span class=\"lf-art-t\">Vrijgekomen standplaats, standplaatsverbeteringslijst</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2-5-348\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:5</span><span class=\"lf-art-t\">Vrijgekomen standplaats, standplaatsverbeteringslijst</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8</span><span class=\"lf-art-t\">Doorhalen van plaatsing op de standplaatsverbeteringslijst</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2-6-349\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:6</span><span class=\"lf-art-t\">Doorhalen van plaatsing op de standplaatsverbeteringslijst</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9</span><span class=\"lf-art-t\">Vaste standplaatsvergunning, toekenning volgens selectiestelsel</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2-7-350\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:7</span><span class=\"lf-art-t\">Vaste standplaatsvergunning, toekenning volgens selectiestelsel</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10</span><span class=\"lf-art-t\">Overschrijven vaste standplaatsvergunning</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2-8-351\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:8</span><span class=\"lf-art-t\">Overschrijven vaste standplaatsvergunning</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11</span><span class=\"lf-art-t\">Toewijzing dagplaats</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2-9-352\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:9</span><span class=\"lf-art-t\">Toewijzing dagplaats</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12</span><span class=\"lf-art-t\">Toewijzing standwerkersplaats</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2-10-353\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:10</span><span class=\"lf-art-t\">Toewijzing standwerkersplaats</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13</span><span class=\"lf-art-t\">Persoonlijk innemen standplaats, bijstand en vervanging</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2-11-354\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:11</span><span class=\"lf-art-t\">Persoonlijk innemen standplaats, bijstand en vervanging</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekken en schorsen vaste standplaatsvergunning</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2-12-355\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:12</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekken en schorsen vaste standplaatsvergunning</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15</span><span class=\"lf-art-t\">Uitsluiting vergunninghouder van een dagplaats of standwerkersplaats</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2-13-356\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:13</span><span class=\"lf-art-t\">Uitsluiting vergunninghouder van een dagplaats of standwerkersplaats</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16</span><span class=\"lf-art-t\">Toezicht</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:2</span><span class=\"lf-art-t\">Toezicht</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17</span><span class=\"lf-art-t\">Onmiddellijke verwijdering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-4-357\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:4</span><span class=\"lf-art-t\">Onmiddellijke verwijdering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18</span><span class=\"lf-art-t\">Strafbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:1</span><span class=\"lf-art-t\">Strafbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19</span><span class=\"lf-art-t\">Hardheidsclausule</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:5</span><span class=\"lf-art-t\">Hardheidsclausule</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 20</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekking oude regeling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-6-358\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:6</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekking oude regeling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:8</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-10-359\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullend overgangsrecht voor hoofdstuk 2</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 23</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:12</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1 artikel 1:9</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Toepasselijkheid</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-1-360\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:1</span><span class=\"lf-art-t\">Toepasselijkheid</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span><span class=\"lf-art-t\">Nadere regels</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-2-361\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:2</span><span class=\"lf-art-t\">Nadere regels</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span><span class=\"lf-art-t\">Instemmingsvereiste</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-3-362\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:3</span><span class=\"lf-art-t\">Instemmingsvereiste</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvragen en melden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-4-363\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvragen en melden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevensverstrekking</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-5-364\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:5</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevensverstrekking</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span><span class=\"lf-art-t\">Termijnen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:6</span><span class=\"lf-art-t\">Beslistermijnen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften en/ of beperkingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-7-365\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:7</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften en/ of beperkingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9</span><span class=\"lf-art-t\">(Mede)Gebruik van voorzieningen en vooroverleg</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:8</span><span class=\"lf-art-t\">(Mede)Gebruik van voorzieningen en vooroverleg</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10</span><span class=\"lf-art-t\">Verleggen van netten</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:9</span><span class=\"lf-art-t\">Verleggen van netten</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11</span><span class=\"lf-art-t\">Breekverbod</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-10-368\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:10</span><span class=\"lf-art-t\">Breekverbod</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12</span><span class=\"lf-art-t\">Eigendom</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-11-369\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:11</span><span class=\"lf-art-t\">Eigendom</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-openbare kabels en leidingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-12-370\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:12</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-openbare kabels en leidingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-13-371\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:13</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieplicht</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15</span><span class=\"lf-art-t\">Digitale gegevens</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-14-372\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:14</span><span class=\"lf-art-t\">Digitale gegevens</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16</span><span class=\"lf-art-t\">Overleg</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-15-373\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:15</span><span class=\"lf-art-t\">Overleg</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17</span><span class=\"lf-art-t\">Toezicht</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:2</span><span class=\"lf-art-t\">Toezicht en opsporing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18</span><span class=\"lf-art-t\">Strafbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:1</span><span class=\"lf-art-t\">Strafbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19</span><span class=\"lf-art-t\">Naleving voorschriften</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-16-374\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:16</span><span class=\"lf-art-t\">Naleving voorschriften</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 20</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoegdheid college</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9-17-375\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9:17</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoegdheid college</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21</span><span class=\"lf-art-t\">Hardheidsclausule</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:5</span><span class=\"lf-art-t\">Hardheidsclausule</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 24</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:9</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht algemeen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verordening Stads- en Landschapsschoon</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Definities</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1 artikel 1:10</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag vergunning</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-1-376\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10:1</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag vergunning</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span><span class=\"lf-art-t\">Adviserende instanties</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-2-377\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10:2</span><span class=\"lf-art-t\">Adviserende instanties</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span><span class=\"lf-art-t\">Beslissen en vergunning</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-3-378\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10:3</span><span class=\"lf-art-t\">Beslissen en vergunning</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-4-379\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10:4</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekken vergunning</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12:7</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekking of wijziging van een vergunning of ontheffing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span><span class=\"lf-art-t\">A Verbodsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-5-380\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10:5</span><span class=\"lf-art-t\">Verbodsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span><span class=\"lf-art-t\">B Aanvraag om omgevingsvergunning voor het plaatsen van handelsreclame</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-6-381\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10:6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag om omgevingsvergunning voor het plaatsen van handelsreclame</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzonderingen op verbodsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-7-382\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10:7</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzonderingen op verbodsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9</span><span class=\"lf-art-t\">Handhaving</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-8-383\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10:8</span><span class=\"lf-art-t\">Handhaving</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10</span><span class=\"lf-art-t\">Verbodsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-9-384\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10:9</span><span class=\"lf-art-t\">Verbodsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzonderingen op verbodsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-10-385\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10:10</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzonderingen op verbodsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12</span><span class=\"lf-art-t\">Verbodsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-11-386\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10:11</span><span class=\"lf-art-t\">Verbodsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzonderingen op verbodsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-12-387\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10:12</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzonderingen op verbodsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14</span><span class=\"lf-art-t\">Handhaving</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-13-388\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10:13</span><span class=\"lf-art-t\">Handhaving</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15</span><span class=\"lf-art-t\">Verbodsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-14-389\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10:14</span><span class=\"lf-art-t\">Verbodsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzondering op verbodsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-15-390\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10:15</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzondering op verbodsbepaling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17</span><span class=\"lf-art-t\">Handhaving</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-16-391\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10:16</span><span class=\"lf-art-t\">Handhaving</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18</span><span class=\"lf-art-t\">Relatie met ‘Nadere Regels’</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-17-392\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10:17</span><span class=\"lf-art-t\">Relatie met ‘Nadere Regels’</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 19</span><span class=\"lf-art-t\">Strafbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:1</span><span class=\"lf-art-t\">Strafbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 20</span><span class=\"lf-art-t\">Toezicht en opsporing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:2</span><span class=\"lf-art-t\">Toezicht en opsporing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 21</span><span class=\"lf-art-t\">Vrijstellingsmogelijkheden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-18-393\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10:18</span><span class=\"lf-art-t\">Afwijkingsmogelijkheden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 22</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-11-394\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:11</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullend overgangsrecht voor hoofdstuk 10</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 23</span><span class=\"lf-art-t\">Slotbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10-19-395\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10:19</span><span class=\"lf-art-t\">Slotbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 24</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:12</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 25</span><span class=\"lf-art-t\">Tijdstip van inwerkingtreding</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13:8</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkintreding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikelsgewijze toelichting</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel worden de in deze verordening gehanteerde begrippen en definities omschreven, waarbij is verwezen naar een bijlage. Op deze Bijlage 1 met begripsomschrijvingen wordt hieronder een toelichting gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1, Artikel 1:1 Algemene begrippen Bevoegd gezag Het begrip bevoegd gezag is gereserveerd voor de toekenning van bevoegdheden met betrekking tot vergunningen, die op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) als omgevingsvergunning moeten worden aangemerkt. Zie hiervoor ook artikel 2.2, eerste lid, onder b., g., d., en e. van de Wabo.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van de Wabo wordt een omgevingsvergunning als hoofdregel verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar het project in hoofdzaak zal worden verricht. In een beperkt aantal gevallen berust de bevoegdheid tot verlenen van toestemming niet bij het college van burgemeester en wethouders, maar bij gedeputeerde staten en in enkele gevallen bij een minister. Het bevoegd gezag is integraal verantwoordelijk voor het te nemen besluit en is tevens belast met de bestuursrechtelijke handhaving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwwerk Deze omschrijving is overgenomen van artikel 1.1, eerste lid van de Bouwverordening Zutphen: “elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren”.</p>\n<p class=\"lf-p\">College Het college van burgemeester en wethouders van Zutphen. Bevoegdheden in deze verordening die niet aan het bevoegd gezag op grond van de Wabo toekomen, zijn bij het college van burgemeester en wethouders belegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechthebbende Hieronder wordt verstaan de rechthebbende naar burgerlijk recht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Weg De omschrijving van ‘weg’ haakt aan bij de definitie ervan in artikel 1, eerste lid, onder b. van de WVW 1994. Concreet gaat het om alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten. Hiertoe behoren ook trottoirs, voetpaden, voetgangersgebieden, rijwielpaden en parkeerplaatsen of -terreinen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de begripsomschrijving van ‘openbare plaats’ (zie Bijlage 1, artikel 1:10) blijkt dat de weg daar onderdeel van uitmaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1, Artikel 1:2 Ambulante handel Individuele standplaats Het hebben van een individuele standplaats ziet op het te koop aanbieden van goederen vanaf een vaste plaats. Dit is dan ook het onderscheidend criterium ten opzichte van het venten met goederen. Bij het venten met goederen wordt er immers vanuit gegaan dat de venter voortdurend zijn goederen vanaf een andere plaats in de openbare ruimte aanbiedt. Met andere woorden: de venter is ambulant, de standplaatshouder niet. Degene die op een door het college ingestelde markt een standplaats wil innemen zal zich moeten houden aan de regels die voor de markt gelden. Een afbakening met de snuffelmarkt is niet nodig, omdat snuffelmarkten in gebouwen plaats vinden en standplaatsen worden ingenomen in de open lucht. Voor het innemen van een standplaats op een bepaald evenement is de APV van toepassing, waarbij de bepalingen met betrekking tot het innemen van een standplaats niet van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaste standplaats Vaste standplaatsvergunningen gelden in principe voor 10 jaar. Uit een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 november 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2927) blijkt dat verleende vergunningen voor onbepaalde tijd zich niet altijd verdragen met het formele gelijkheidsbeginsel. Bij schaarse vergunningen (meer aanvragers dan beschikbare vergunningen of een beperkte beschikbare ruimte) kan immers het gevolg zijn dat de markt voor nieuwe aanbieders feitelijk ontoegankelijk wordt. Vaste standplaatsvergunningen op de markt zijn schaars gelet op de beschikbare ruimte en de brancheverdeling. Dit betekent dat deze vergunningen niet voor onbepaalde tijd meer mogen worden verleend op grond van deze uitspraak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1, Artikel 1:3 Bodem Bouwwerk en gebouw De definitie van bouwen in artikel 1 van de Woningwet maakt gebruik van de als bekend veronderstelde term bouwwerk. De inhoud van de term bouwwerk wordt bepaald door de begripsomschrijving in de Model-Bouwverordening (MBV) en de jurisprudentie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Woningwet maakt op diverse plaatsen onderscheid tussen gebouwen en bouwwerken, niet zijnde een gebouw. Het begrip gebouw is bepaald in artikel 1 van de Woningwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1, Artikel 1:4 Bomen en houtopstanden Bomeneffectanalyse (BEA) Waardevolle bomen worden regelmatig (ernstig) beschadigd of vernietigd door bouw en aanleg van huizen, wegen, rioleringen of kabels en leidingen. Vaak gebeurt dit ongewenst en onbedoeld, omdat er te laat is gekeken naar de gevolgen voor de bomen, waardoor ze niet ingepast of (onherstelbaar) beschadigd raken. De bomeneffectanalyse (BEA) is een nauwgezette en onafhankelijke beoordeling, voorafgaand aan voorgenomen bouw of aanleg. De BEA waarborgt de boomtechnische kwaliteit en garandeert een goede beoordeling van alle effecten en mogelijke alternatieven. Een BEA moet uitgevoerd worden door een deskundig boomverzorger of boomtechnisch adviseur. De resultaten van deze beoordeling kunnen vervolgens worden meegenomen in de besluitvorming rond bouw of aanleg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Boom Afbakening van het begrip boom is van belang in verband met het aangeven van de ondergrens van de bescherming. Het betreft zowel vitaal als afgestorven houtachtig gewas. Hiermee kan voorkomen worden dat een kwaadwillende boomeigenaar ervoor zorgt dat een gezonde boom doodgaat of ‘bij vergissing’ een gezonde boom kapt. Het kan tevens wenselijk zijn om dode bomen te bewaren vanwege hun ecologisch waardevolle functies of omdat er wettelijk beschermde diersoorten in nestelen. Door de minimale omtrek en de meerstammigheid kunnen zeer oude struiken ook juridisch beschermd zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dunning Dunning is een vorm van vellen die slechts zo ver mag gaan dat hiermee de conditie van de overblijvende delen van de houtopstand zullen verbeteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Houtopstand Een begrip van deze verordening, dat vooral van belang is om aan te geven dat bestrijding van boomziekten en bescherming van gemeenteboom tegen vandalisme, betrekking heeft op meer houtige gewassen dan alleen bomen met een stamomtrek van meer dan 55 cm.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vellen Elke wijze van het te gronde richten van bomen ongeacht of dit gedeeltelijk is, bijvoorbeeld bij snoeien, of volledig, zoals bij rooien (inclusief stobbe verwijderen). Ook ingrepen die een ingrijpende wijziging betekenen, zoals kandelaberen of het snoeien van meer dan 20 procent van het kroonvolume, vallen onder vellen. Dit om het ernstig beschadigen of ontsieren van een boomkroon tegen te kunnen gaan. De eerste keer kandelaberen of knotten is vergunning- of ontheffingplichtig. Het in stand houden door periodieke snoei van de door kandelaberen of knotten ontstane kroonvorm is niet vergunning- of ontheffingplichtig. Het verwijderen van hoofdwortels, waarvan kan worden aangenomen dat daardoor de houtopstand ernstige schade oploopt, valt eveneens onder het begrip vellen. Door de verordening ook van toepassing te laten zijn op het ernstig beschadigen of ontsieren van samengestelde verschijningsvormen, worden grootschalige ingrepen in bomen eveneens vergunning- of ontheffingplichtig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1, Artikel 1:5 Erfgoed De wettelijke definities uit artikel 1.1 van de Erfgoedwet gelden onverkort voor de begrippen die gebruikt worden in deze verordening, nu deze verordening berust op artikel 3.16 van de Erfgoedwet en derhalve in samenhang met de Erfgoedwet moet worden gelezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voor deze verordening relevante begrippen uit de Erfgoedwet zijn: archeologisch monument: terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen; archeologische vondst: overblijfsel, voorwerp of ander spoor van menselijke aanwezigheid in het verleden afkomstig van een archeologisch monument; cultureel erfgoed: uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden; kerkelijk monument: monument dat eigendom is van een kerkgenootschap, een zelfstandig onderdeel daarvan, een lichaam waarin kerkgenootschappen zijn verenigd, of van een ander genootschap op geestelijke grondslag en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor het gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuiging; monument: onroerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed; normaal onderhoud: noodzakelijke reguliere werkzaamheden die gericht zijn op het behoud van monumentale waarde; rijksmonument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister; rijksmonumentenregister: register als bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1, Artikel 1:6 Havens en kades De begrippen die in hoofdstuk 6 worden gebruikt worden in dit artikel omschreven. Deze begrippen behoeven geen nadere toelichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1, Artikel 1:7 Hemelwaterafvoer (Gereserveerd) Bijlage 1, Artikel 1:8 Omgevingshinder Besluit Het Activiteitenbesluit milieubeheer, hierna aangeduid als Besluit, biedt de mogelijkheid om in de gemeentelijke verordening voorwaarden te stellen aan festiviteiten ter voorkoming of beperking van geluidhinder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inrichting Op grond van de Wet milieubeheer moeten inrichtingen die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken ofwel over een milieuvergunning beschikken, of voldoen aan een algemene maatregel van bestuur (AMvB), die artikelen met betrekking tot de bescherming van het milieu bevat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de definitie van begrippen die aan aanpalende regelgeving – waaronder het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Wet milieubeheer – ontleend zijn, wordt aangesloten bij de betekenis uit die regelgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kampeermiddel Dit gaat het in het algemeen over een tent, tentwagen, kampeerwagen en caravan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1, Artikel 1:9 Ondergrondse infrastructuren Breekverbod In dit hoofdstuk zijn bepalingen over het breekverbod opgenomen die het college de bevoegdheid geven een verbod op te leggen tot uitvoering van breekwerkzaamheden bij extreme weersomstandigheden (bijvoorbeeld wateroverlast, zware sneeuwval of ijzel, strenge vorst). Dat wil zeggen dat er niet in de grond gegraven mag worden zolang het breekverbod geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Instemmingsbesluit Werkzaamheden als bedoeld in dit hoofdstuk moeten vooraf gemeld worden, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen reguliere (graaf)werkzaamheden, werkzaamheden van minder ingrijpende aard en spoedeisende werkzaamheden als gevolg van een ernstige belemmering of storing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onderscheid tussen reguliere (graaf)werkzaamheden, werkzaamheden van minder ingrijpende aard is volgens artikel 5.4, vijfde lid van de Telecommunicatiewet ook bedoeld, maar niet uitsluitend voor telecommunicatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de reguliere (graaf)werkzaamheden en werkzaamheden van minder ingrijpende aard geldt dat pas gestart mag worden met die werkzaamheden als op basis van een aanvraag een instemmingsbesluit is verleend. Daarnaast zal het in de praktijk zo zijn dat de doorlooptijd van aanvragen voor werkzaamheden van minder ingrijpende aard korter is dan die van aanvragen voor reguliere werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor spoedeisende werkzaamheden is het mogelijk dat melden vooraf onmogelijk is. Alleen in dit uitzonderingsgeval is het toegestaan het werk achteraf te melden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kabels en leidingen Hoofdstuk 9 Ondergrondse infrastructuren ziet enerzijds op netwerken bestaande uit fysieke kabels en/ of leidingen inclusief ondergrondse ondersteuningswerken (zoals mantelbuizen, kabelgoten, handholes, lasdozen, duikers), beschermingswerken, signaalinrichtingen (zoals optische en elektrische versterkers en kasten) en dergelijke en anderzijds op componenten voor het verbinden van kabels en leidingen in de openbare grond met die in de gebouwen. Inhoudelijk is er procedureel geen onderscheid gemaakt in de begrippen kabels en leidingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Net of netwerk De definitie is afgeleid van de omschrijving zoals die gehanteerd wordt in de Wet Informatie-uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netten (WIBON). De omschrijving maakt met name duidelijk dat het om ondergrondse netten gaat, en dan zowel de distributie- en transportnetten voor energie (gas, water, elektriciteit, riool) als de elektronische communicatienetwerken (zoals specifiek geregeld in en krachtens de Telecommunicatiewet).</p>\n<p class=\"lf-p\">In de tekst wordt geen inhoudelijk onderscheid gemaakt tussen de termen net en netwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Netbeheerder Het begrip netbeheerder wordt gehanteerd als uniforme term voor enerzijds de beheerders van de netten voor de levering van energie en anderzijds de aanbieders van (niet-)openbare elektronische communicatienetwerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaak zal de netbeheerder in het geval van voorgenomen graafwerkzaamheden de rol van opdrachtgever op zich nemen. In aansluiting bij de recente wet- en regelgeving op het gebied van graafrechten wordt de opdrachtgever meer dan voorheen medeverantwoordelijk gehouden voor een juiste uitvoering en naleving van de rechten en verplichtingen met betrekking tot graafwerkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkzaamheden Hoewel gezien de consequenties ervan de bepalingen van hoofdstuk 9 Ondergrondse infrastructuren vooral betrekking hebben op mechanische werkzaamheden, vallen handmatige werkzaamheden er ook onder. Voor zover die beperkt van karakter zijn, zullen ze overigens vaak betrekking hebben op de separaat te onderscheiden categorieën spoedeisende werkzaamheden of minder ingrijpende werkzaamheden. Tot de werkzaamheden die hoofdstuk 9 Ondergrondse infrastructuren betreffen behoren eveneens de werkzaamheden in verband met het medegebruik van voorzieningen, zoals dat van mantelbuizen, kabelgoten of geleidingen. Vanuit de te behartigen belangen kan het nastreven of voorschrijven van medegebruik door de gemeente gestimuleerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1, Artikel 1:10 Stads- en landschapsschoon Handelsreclame Handelsreclame kan bestaan uit opschriften, aankondigingen, afbeeldingen en naamsaanduidingen etc. die vanaf de weg of vanaf een andere voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar zijn. Ook vlaggen en andere voorwerpen kunnen vallen onder de definitie van handelsreclame.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1, Artikel 1:11 Wegen en water Gebouw Deze omschrijving verwijst naar artikel 1, eerste lid van de Woningwet: “bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Openbaar water Een ‘openbaar water’ in de zin van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is ieder water, dat open staat voor het publiek. ‘Openbaar’ is hier dus synoniem aan ‘feitelijk voor het publiek toegankelijk’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Openbare plaats Hiervoor is aangehaakt bij de Wet openbare manifestaties (Wom). Artikel 1, eerste lid van de Wom bepaalt wat een openbare plaats is, namelijk een plaats die krachtens bestemming of vast gebruik open staat voor het publiek. Deze definitie kent dus twee criteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten eerste moet de plaats open staan voor het publiek. Dat wil volgens de MvT zeggen “dat in beginsel eenieder vrij is om er te komen, te vertoeven en te gaan; dit houdt in dat het verblijf op die plaats niet door de gerechtigde aan een bepaald doel gebonden mag zijn (...). Dat de plaats \"open staat\" betekent verder dat geen sprake is van een meldingsplicht, de eis van voorafgaand verlof, of de heffing van een toegangsprijs voor het betreden van de plaats”. Op grond hiervan zijn bijvoorbeeld stadions, postkantoren, warenhuizen, restaurants, musea, ziekenhuizen en kerken geen ‘openbare plaatsen’. Ook de hal van het gemeentehuis valt buiten het begrip ‘openbare plaats’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede criterium is dat het open staan van de plaats moet zijn gebaseerd op bestemming of vast gebruik. “De bestemming ziet op het karakter dat door de gerechtigde aan de plaats is gegeven blijkens een besluit of blijkens de uit de inrichting van de plaats sprekende bedoeling. Een openbare plaats krachtens vast gebruik ontstaat wanneer de plaats gedurende zekere tijd wordt gebruikt als had deze die bestemming, en de rechthebbende deze feitelijke toestand gedoogt”, aldus de MvT (Kamerstukken II 1985/86, 19 427, nr. 3, p. 16).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden van openbare plaatsen in de zin van artikel 1, eerste lid van de Wom zijn: openbare wegen, plantsoenen, speelweiden en parken en vrij toegankelijke gedeelten van overdekte passages, van winkelgalerijen, van stationshallen en van vliegvelden, openbare waterwegen en recreatieplassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat de definitie van het begrip ‘openbare plaats’ ook een aantal ’besloten plaatsen’ als bedoeld in artikel 6, tweede lid van de Grondwet kan omvatten, is in artikel 1, tweede lid van de Wom expliciet aangegeven dat onder een openbare plaats niet wordt begrepen een gebouw of besloten plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid van de Grondwet (Kamerstukken II 1986/87, 19 427, nr. 5, p. 11-13 en nr. 6).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2 Ambulante handel</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 2.1 Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:1</span><span class=\"lf-art-t\">Inrichting van de markt, branche-indeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het eerste lid, onder a. stelt het college het aantal standplaatsen op de markt vast met onder meer als doel het aantrekkelijk maken van de markt voor de consumenten. Bij de opstelling en indeling van de markt als bedoeld in het eerste lid, onder c. wordt rekening gehouden met de verschillende branches. Voor de orde op de markt is het van belang te bepalen welke materialen (kraam of ook andere verkoopmaterialen) worden toegelaten en waar deze kunnen worden opgesteld. De onder b. vermelde afmetingen van de standplaatsen kunnen overigens ook een beperking geven voor bepaalde materialen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid is facultatief bedoeld. Het schept de mogelijkheid een beperkt aantal kooplieden per branche toe te laten. Hierdoor wordt bereikt dat op de markt een zo groot mogelijke verscheidenheid aan branches aanwezig is en wordt voorkomen dat te veel kooplieden van één branche op de markt optreden. Hierdoor wordt de markt aantrekkelijker voor de consument.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij bijzondere redenen (derde lid) kan besloten worden dat er geen markt wordt gehouden of dat deze op een andere locatie wordt gehouden. Daarbij kan gedacht worden aan zaken als extreme weersomstandigheden, noodzakelijke reconstructiewerkzaamheden, bepaalde evenementen (bijvoorbeeld kermis).</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:2</span><span class=\"lf-art-t\">Nadere regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 2.2 Vergunningen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:3</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het innemen van een standplaats heeft zowel betrekking op een vaste standplaats als op een dagplaats.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:4</span><span class=\"lf-art-t\">Vereisten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Door de koppeling van de vergunning aan een natuurlijke persoon wordt een zo eerlijk mogelijke verdeling van vergunningen bereikt. Uiteraard kan het wel zo zijn dat de natuurlijke persoon een onderneming drijft in de vorm van een rechtspersoon. Ook dan wordt een natuurlijke persoon (bijvoorbeeld de bedrijfsleider) aangemerkt als vergunninghouder. Het is dus niet mogelijk de vergunning op naam van de rechtspersoon te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doordat de eis van handelingsbekwaamheid niet gekoppeld is aan een minimumleeftijd komen ook zestien- en zeventienjarigen, aan wie door de kantonrechter handlichting is verleend, in aanmerking voor een vergunning. Er is geen reden om minderjarigen die in het rechtsverkeer als handelingsbekwaam beschouwd worden, van de vergunning uit te sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vereiste ‘gerechtigd in Nederland arbeid te verrichten’ ziet met name op vreemdelingen die een vergunning op grond van de Wet arbeid vreemdelingen nodig hebben.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:5</span><span class=\"lf-art-t\">Vrijgekomen standplaats, standplaatsverbeteringslijst</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel ziet niet op de verlening van nieuwe vergunningen, maar alleen op een wijziging van een al verleende vergunning vanwege de toewijzing van een andere, (veelal) betere vaste standplaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als op een markt een vaste standplaats vrijkomt, kan deze worden toegewezen aan de hoogstgeplaatste op de standplaatsverbeteringslijst. Om te voorkomen dat eerst geïnventariseerd moet worden of er vergunninghouders zijn die van dit recht gebruik willen maken, wordt een standplaatsverbeteringslijst gehanteerd. De datum waarop de eerste vergunning voor een vaste standplaats is verleend, is bepalend voor de volgorde van inschrijving op de lijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er op grond van de standplaatsverbeteringslijst geen gegadigden zijn voor de betreffende standplaats, vindt toekenning van een vaste standplaatsvergunning plaats volgens artikel 2:7.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:6</span><span class=\"lf-art-t\">Doorhalen van plaatsing op de standplaatsverbeteringslijst</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:7</span><span class=\"lf-art-t\">Vaste standplaatsvergunning, toekenning volgens selectiestelsel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is een selectiestelsel uitgewerkt waarmee aanvragen voor de te verlenen nieuwe vaste standplaatsvergunningen op bepaalde aspecten kunnen worden beoordeeld. Op deze wijze kan beoordeeld worden welke aanvrager de grootste bijdrage levert aan de verbetering en/ of het behoud van de kwaliteit van de markt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoordeling van het assortiment kan betrokken worden of het artikel op de markt ontbreekt of te weinig wordt aangeboden, of het artikel vernieuwend is en of het zich richt op een onderbedeelde maar gewenste doelgroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoordeling van de uitstalling (inclusief kraam/ verkoopwagen) kunnen de presentatie, hygiëne, kwaliteit en maatvoering betrokken worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat betreft de beoordeling van het marktverleden van de aanvrager kan gekeken worden naar diens klantvriendelijkheid en service. Hierbij kunnen ook referenties betrokken worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:8</span><span class=\"lf-art-t\">Overschrijven vaste standplaatsvergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel regelt de gevallen en voorwaarden waaronder het mogelijk is om, in afwijking van het selectiestelsel van artikel 2:7, een vaste standplaatsvergunning over te schrijven. Het gaat om overschrijving van een vaste standplaatsvergunning met alle daaraan verbonden voorwaarden en beperkingen, waaronder dus de nader bepaalde individuele standplaats. Dat houdt tevens in dat standplaatsverbetering volgens artikel 2:5 niet van toepassing is in geval van overschrijving van een vaste standplaatsvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de situaties vermeld in het eerste lid moet het op sociale overwegingen gerechtvaardigd worden geacht dat de vergunning voor een vaste standplaats op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner (als bedoeld in artikel 1:80a van het Burgerlijk Wetboek) of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde, kan worden overgeschreven. Hieraan is toegevoegd dat overschrijving van de vergunning op een kind, broer of zus van de vergunninghouder ook mogelijk is. Op deze wijze kan het familiebedrijf in stand blijven en wordt tegemoet gekomen aan de wens van marktondernemers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van gedeeltelijke bedrijfsbeëindiging is sprake als de houder van een vaste standplaats vooruitlopend op een definitieve bedrijfsbeëindiging zijn standplaats al laat overnemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het tweede lid is overschrijving van een vergunning op een mede-eigenaar of medewerker alleen mogelijk is als duidelijk is dat zij een zekere feitelijke verbondenheid met de markt hebben. Deze verbondenheid blijkt uit het feit dat deze persoon via de vergunninghouder minimaal één jaar als mede-eigenaar heeft gefunctioneerd of als werknemer werkzaam is bij de vergunninghouder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een werknemer in loondienst toont zijn arbeidsrelatie aan door het overleggen van fiscale jaaropgaven voor de inkomstenbelasting en een arbeidsovereenkomst. Een mede-eigenaar van het bedrijf kan dit bijvoorbeeld aantonen door de inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel te overleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door het stellen van de eis van één jaar verbondenheid wordt ook voorkomen dat de vaste standplaatsvergunning een verhandelbaar goed wordt en daarmee een economische waarde krijgt. Zonder het stellen van die eis zou het bijvoorbeeld mogelijk zijn dat een vergunninghouder kort voordat hij met de markt stopt een werknemer in dienst neemt zodat het college gehouden is zijn vergunning op de werknemer over te schrijven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:9</span><span class=\"lf-art-t\">Toewijzing dagplaats</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om tot een objectieve verdeling van de dagplaatsen te komen, is hiervoor in dit artikel een aantal regels opgenomen. Deze behoeven geen nadere toelichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:10</span><span class=\"lf-art-t\">Toewijzing standwerkersplaats</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om tot een objectieve verdeling van de standwerkersplaatsen te komen, is hiervoor in dit artikel een aantal regels opgenomen. Deze behoeven geen nadere toelichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:11</span><span class=\"lf-art-t\">Persoonlijk innemen standplaats, bijstand en vervanging</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De vergunninghouder is verplicht zelf op zijn standplaats aanwezig te zijn. Dit kan zeker voor wat grotere marktondernemingen als beperkend worden ervaren. Door de mogelijkheid van een vervanger in de vergunning op te nemen kan de betreffende marktonderneming op meerdere markten tegelijkertijd staan. Daarnaast wordt het hierdoor wellicht eenvoudiger nieuwe marktondernemingen aan te trekken en standplaatsen op de markt ingenomen te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is limitatief aangegeven wie als vaste vervanger op de vergunning kunnen worden bijgeschreven om ongewenste situaties tegen te gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De plicht om de standplaats het minimum aantal vastgestelde keren in te nemen, geldt uiteraard alleen voor de vaste vergunninghouder en niet voor de dagplaatshouder of standwerker. Dit is noodzakelijk om de continuïteit in de bezetting te waarborgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is wel noodzakelijk dat de marktmeester van elke verhindering zo tijdig mogelijk op de hoogte wordt gesteld, mede gelet op de mogelijkheid om de vaste standplaats als dagplaats toe te wijzen. Tijdig houdt in dat de verhindering zo spoedig als mogelijk, doch in ieder geval vóór aanvang van de markt, wordt gemeld. Dit zal natuurlijk niet mogelijk zijn als iemand kort daarvoor bijvoorbeeld ziek is geworden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden staat het college de vergunninghouder van een vaste standplaats toe zich op zijn standplaats tijdelijk te laten vervangen, als hij geen vaste vervanger heeft. Op deze wijze wordt een continue bezetting van de vaste standplaatsen zoveel mogelijk gewaarborgd. In geval van vakantie is een ontheffing met een maximum termijn van zes weken gebruikelijk. De ontheffing wordt aan een maximum van twee jaar gebonden in geval van ziekte. Als de ziekte langer dan twee jaar duurt, is vaak sprake van blijvende arbeidsongeschiktheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voorbeeld van een bijzondere omstandigheid, als bedoeld in het achtste lid, kan gedacht worden aan: het voldoen aan een wettelijke verplichting; het huwelijk van de vergunninghouder of van bloed- en aanverwanten in de eerste en tweede graad; bevalling van de vergunninghouder of diens echtgenote of partner; ernstige ziekte van de echtgeno(o)t(e), partner, ouders of kinderen; overlijden van de echtgeno(o)t(e), partner, ouders, kinderen, bloed- en aanverwanten tot de vierde graad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze opsomming is niet limitatief. Per situatie kan beoordeeld worden of sprake is van een bijzondere omstandigheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het spreekt voor zich dat de vervanger optreedt namens de vergunninghouder en evenzeer gebonden is aan alle verplichtingen die voor de vergunninghouder gelden. Dit geldt zowel voor de vaste als de tijdelijke vervanger.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 2.3 Intrekken en schorsen vergunningen, uitsluiting</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:12</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekken en schorsen vaste standplaatsvergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de in het eerste lid vermelde gronden zich voor doen, wordt altijd tot intrekking van de vaste standplaatsvergunning overgegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het tweede lid worden de gronden vermeld op basis waarvan een vergunning voor een vaste standplaats kan worden ingetrokken of geschorst. Dit lid heeft daarmee een facultatief karakter. Het hangt van de omstandigheden af of tot intrekking of schorsing wordt overgegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij dag- en standwerkersplaatsen ligt intrekking van de vergunning minder voor de hand. Daarom is deze bepaling beperkt tot de vaste standplaatsvergunning. Bij een vergunninghouder van een dagplaats of standwerkersplaats zal eerder worden overgegaan tot uitsluiting op grond van artikel 2:13 of onmiddellijke verwijdering op grond van artikel 12:4.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:13</span><span class=\"lf-art-t\">Uitsluiting vergunninghouder van een dagplaats of standwerkersplaats</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 2:12 is de intrekking of schorsing van een vergunning voor een vaste standplaats geregeld. Intrekking of schorsing ligt uiteraard minder voor de hand bij niet-vaste standplaatsen, maar in de praktijk is het van belang gebleken om naast de bevoegdheid tot onmiddellijke verwijdering (artikel 12:4) ook een vergunninghouder van een dagplaats of standwerkersplaats langduriger van de markt te kunnen verwijderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is dan ook de mogelijkheid opgenomen om in de daarin vermelde gevallen de vergunninghouder voor maximaal vier marktdagen uit te sluiten van de toewijzing van een dagplaats of een standwerkersplaats.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 2.4 Individuele standplaatsen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:14</span><span class=\"lf-art-t\">Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning voor het hebben van een standplaats, hoe eenvoudig ook, wordt noodzakelijk en evenredig geacht. De vergunning dient om te voorkomen dat de openbare orde wordt verstoord en overlast wordt tegengegaan. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld: geluidsoverlast, stankoverlast, verkeershinder en overlast door zwerfafval.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het tweede lid: De generieke weigeringsgronden zijn opgenomen in artikel 11:3. Nadere uitleg daarvan vindt men in de toelichting bij dat artikel. De weigeringsgrond “redelijke eisen van welstand” kan gehanteerd worden als een of meer standplaatsen worden ingenomen op een zodanige plaats dat het straatbeeld ernstig verstoord wordt. Met deze weigeringsgrond kan niet alleen verkapte marktvorming worden tegengegaan, ook wordt daarmee het aanzien van monumentale gebouwen of stedenbouwkundige ensembles gewaarborgd. Het college bepaalt zelfstandig de inhoud van deze weigeringsgrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Redelijk verzorgingsniveau (tweede lid, onder b.) In het verleden is het beschermen van een redelijk voorzieningenniveau in de gemeente voor de consument als een openbare orde-belang aangemerkt. De gedachte was dat gevestigde winkeliers geconfronteerd worden met hoge exploitatiekosten die niet in verhouding staan tot de vrij lage exploitatiekosten van de straathandelaren. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State blijkt dat het reguleren van de concurrentieverhoudingen niet als een huishoudelijk belang van de gemeente wordt aangemerkt. Hierop wordt door de Afdeling slechts één uitzondering toegestaan, namelijk wanneer het voorzieningenniveau voor de consument in een deel van de gemeente in gevaar komt. Wil het gemeentebestuur op basis hiervan een vergunning weigeren dan moet worden aangetoond, mede aan de hand van de boekhouding van de plaatselijke winkelier, dat het voortbestaan van de winkel in gevaar komt als vanaf een standplaats dezelfde goederen aangeboden worden. De Dienstenrichtlijn staat deze weigeringsgrond voor standplaatsen die (mede) diensten verlenen niet toe, omdat dit wordt beschouwd als een economische, niet toegestane, belemmering voor het vrij verkeer van diensten. Het blijft echter nog wel mogelijk om deze weigeringsgrond te hanteren voor het verkopen van goederen. De Dienstenrichtlijn is daarop immers niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestemmingsplan (tweede lid, onder c.) Als het bestemmingsplan standplaatsen ter plaatse niet toelaat, is het moeilijk uit te leggen dat de vergunning weliswaar wordt verleend, maar dat daarvan geen gebruik gemaakt kan worden wegens strijd met het bestemmingsplan. Strijd met het bestemmingsplan is daarom als weigeringsgrond opgenomen. Blijkens jurisprudentie is dit aanvaardbaar omdat een dergelijke bepaling geen zelfstandige planologische regeling bevat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:15</span><span class=\"lf-art-t\">Toestemming rechthebbende</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel verbiedt de rechthebbende op een terrein toe te laten dat een standplaats wordt ingenomen, zonder dat hiervoor een vergunning is verstrekt. Met dit verbod is het mogelijk niet alleen maatregelen te nemen tegen degene die zonder vergunning een standplaats inneemt, maar ook tegen de eigenaar van de grond die het innemen van een standplaats zonder vergunning toestaat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2:16</span><span class=\"lf-art-t\">Afbakeningsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het eerste lid vindt afbakening plaats met de Wet beheer rijkswaterstaatswerken en het Provinciaal wegenreglement, het tweede lid ziet op afbakening met de Woningwet.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3 Bodem</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3:1</span><span class=\"lf-art-t\">Status</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is nieuw toegevoegd vanwege de verplichting om een Bouwverordening in de zin van artikel 8 van de Woningwet vast te stellen. Het bepaalde in hoofdstuk 3 wordt mede aangemerkt als Bouwverordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3:2</span><span class=\"lf-art-t\">Bodemonderzoek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen over het bodemonderzoek hebben tot doel te bevorderen dat niet wordt gebouwd op verontreinigde grond. Artikel 3:3 bevat het verbod tot bouwen op verontreinigde grond. Bij dit artikel is een uitvoerige toelichting geplaatst waarin de hele route van een bodemonderzoek wordt beschreven, de van toepassing zijnde normen en de relatie wordt aangeduid met de voorschriften uit de Woningwet en de Regeling omgevingsrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hierna vermelde toelichting per artikellid is beknopt. Een uitvoeriger beschrijving van het hele proces staat vermeld in de toelichting bij artikel 3:3. Beide toelichtingen moeten in combinatie met elkaar worden gelezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het eerste lid: Uit de systematiek van NEN 5740:2009+A1:2016nl volgt dat voorafgaand aan het milieuhygiënisch bodemonderzoek eerst een vooronderzoek volgens NEN 5725 wordt uitgevoerd - ook wel historisch onderzoek genoemd - ten behoeve van het formuleren van de onderzoekshypothese en een eventuele onderverdeling van het terrein. Als het vooronderzoek naar de historie en de bodemgesteldheid uitwijst dat de locatie onverdacht is, kan het bevoegd gezag op basis van het derde lid besluiten af te wijken van de verplichting tot het uitvoeren van het verkennend onderzoek. Het bodemonderzoek volgens NEN 5740:2009+A1:2016nl is niet toereikend om asbest in grond te onderzoeken. Daartoe is de NEN 5707:2015nl ontwikkeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het derde lid: De mogelijkheid om geen onderzoeksgegevens op te vragen wordt geboden door artikel 4.4, tweede lid Besluit omgevingsrecht (Bor). Er komt geen afzonderlijk besluit tot het afwijken, geen beschikking. De omgevingsvergunning van de Wabo is er immers op gericht alles in één brede omgevingsvergunning te regelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het vierde lid: Bouwwerken met een beperkte instandhoudingtermijn kunnen velerlei zijn, van klein tot groot en voor een zeer divers gebruik. Vermelding van deze categorie betekent niet dat in alle gevallen kan worden afgeweken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport. Het gemeentebestuur kan hiervoor beleid ontwikkelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De strekking van het vijfde lid is het tegengaan dat een bodemonderzoek plaatsvindt voordat de bestaande bebouwing wordt gesloopt en eventueel ten gevolge van deze werkzaamheden een bodemverontreiniging optreedt die dan niet wordt gesignaleerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betekent dat het resultaat van een bodemonderzoek niet altijd kan worden overgelegd bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen. Daarom behoort dit onderzoek tot de bescheiden die ook later kunnen worden ingediend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3:3</span><span class=\"lf-art-t\">Verbod tot bouwen op verontreinigde grond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het tweede lid van artikel 8 van de Woningwet wordt aan de gemeenteraden de opdracht gegeven om in de bouwverordening voorschriften op te nemen over het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem. In het derde lid van dit artikel 8 is uitgewerkt op welke bouwwerken deze voorschriften betrekking moeten hebben. Het woord uitsluitend in de redactie van dit derde lid duidt erop dat aanvulling in de bouwverordening niet is toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De indieningvereisten voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, waartoe het bodemonderzoek behoort, staan in de Regeling omgevingsrecht. De structuur is als volgt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen moet een onderzoeksrapport betreffende de bodemgesteldheid worden overgelegd, aldus artikel 2.4 onder d. van de Regeling omgevingsrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 4.4, tweede lid van het Bor bepaalt dat gegevens en bescheiden waarover het bevoegd gezag al beschikt, niet opnieuw behoeven te worden verstrekt. Dit geldt in beginsel ook voor gegevens die zijn verstrekt in de periode dat de Wabo nog niet in werking was getreden, en die als archiefbescheiden in bewaring worden gehouden als bedoeld in artikel 3 van de Archiefwet 1995. Uit het algemene bestuursrecht volgt dat het bevoegd gezag wel gehouden is de volledigheid en actualiteit te toetsen van de gegevens en bescheiden die de aanvrager niet bij de aanvraag verstrekt, omdat deze al in het bezit van het bevoegd gezag zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als blijkt dat de ingediende bescheiden (waaronder het bodemonderzoeksrapport) onvoldoende zijn en dit gebrek niet kan worden opgelost door het stellen van een voorwaarde bij de vergunningverlening, wordt de aanvrager in overeenstemming met artikel 4:5 van de Awb in de gelegenheid gesteld de ontbrekende gegevens aan te vullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de aard van het bouwplan daartoe aanleiding geeft, kan het bevoegd gezag in een voorwaarde bij de omgevingsvergunning bepalen dat de desbetreffende gegevens en bescheiden alsnog moeten worden verstrekt voordat met de bouw mag worden begonnen. Tevens wordt hierbij een termijn gesteld en een exacte aanduiding welke gegevens en bescheiden worden verlangd, aldus de Regeling omgevingsrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gezondheidsrisico’s voor de mens bij het gebruik van het bouwwerk vormen in deze benadering het onderscheidend criterium. Veiligheid en gezondheid zijn immers sinds de invoering van de Woningwet in 1901 belangrijke grondslagen van de wet. Gelet op de uitgangspunten van de Woningwet, kan de schade voor het milieu geen motief zijn voor de voorschriften in de bouwverordening met betrekking tot het tegengaan van bouwen op verontreinigde grond. Dit in tegenstelling tot de Wet bodembescherming waarbij het herstel van de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant en dier centraal staat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de inwerkingtreding van de Wabo is dit onderscheid minder van belang. Deze wet verenigt in een overkoepelend vergunningstelsel milieueisen, bouw- en sloopeisen. Zie artikel 6.2, onder c. van de Wabo.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwwerken bestemd voor het verblijf van mensen Het doel van het artikel is en blijft: Het doel van de voorschriften is dat niet wordt gebouwd op een bodem die dusdanig verontreinigd is, dat hierdoor gevaar voor de gezondheid van personen ontstaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat verstaan moet worden onder ‘bouwwerken waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven’ wordt in de Memorie van toelichting bij de Wet tot wijziging van de Woningwet inzake het tegengaan van bouwen op verontreinigde grond (TK 1995-1996, 24 809, nr. 3) nader omschreven. Het betreft hier bouwwerken waarin dagelijks gedurende enige tijd dezelfde mensen verblijven, bijvoorbeeld om te werken of onderwijs te geven of te genieten. Bij ‘enige tijd’ moet gedacht worden aan een verblijfsduur van twee of meer uren per (werk)dag. Het gaat dus niet om een enkele keer twee of meer uren, maar om een meer structureel (over een langere periode dan één dag) twee of meer uren verblijven van dezelfde mensen in het gebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebouwen voor het opslaan van materialen of goederen, voor het telen of kweken van land- en tuinbouw producten evenals gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen, zoals elektriciteitshuisjes en gebouwen voor de waterhuishouding of -zuivering, worden in de Memorie van Toelichting genoemd als voorbeelden van bouwwerken waarin niet voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen verblijven. De omstandigheid dat in deze bouwwerken wel eens mensen aanwezig zijn, bijvoorbeeld voor het verrichten van over het algemeen kort durende werkzaamheden, zoals onderhoudswerkzaamheden, maakt die gebouwen nog niet tot gebouwen die feitelijk zijn bestemd voor het verblijven van mensen. In de Nota naar aanleiding van het verslag (TK, 1997-1996, 24809, nr. 5, p. 6) wordt naar aanleiding van Kamervragen verder opgemerkt dat een recreatiewoning (in termen van het Bouwbesluit een logiesverblijf) onder het begrip ‘voortdurend of nagenoeg voortdurend verblijven van mensen’ valt, terwijl dit niet geldt voor een schuur of garage bij een woning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwwerken die de grond niet raken Hierbij moet gedacht worden aan dakkapellen en het realiseren van een extra verdieping op een gebouw. De Memorie van Toelichting noemt in dit kader ook vergunningplichtige inpandige verbouwingen, werkzaamheden aan een fundering of het maken van een kelder als voorbeeld. Als de bouwwerkzaamheden gepaard gaan met een functiewijziging kan echter onverminderd bodemonderzoek worden geëist.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bevoegd gezag bij ernstig en niet-ernstig geval van bodemverontreiniging Het college is het bevoegde gezag om te beslissen of bij niet-ernstige gevallen van bodemverontreiniging mag worden gebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde staten of het college van de gemeenten, die daartoe zijn aangewezen, zijn het bevoegde gezag ten aanzien van de te nemen saneringsmaatregelen, als sprake is van een ernstig geval van verontreinigde grond zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij Besluit aanwijzing bevoegd gezag gemeenten Wet bodembescherming (Besluit van 12 december 2000) zijn gemeenten aangewezen die voor de toepassing van delen van deze wet worden gelijk gesteld met een provincie (artikel 88, zevende lid Wet bodembescherming). Het gevolg is dat de provincie bevoegd gezag is en dat de vier grote steden op grond van de Wbb plus nog 25 aangewezen gemeenten bevoegd gezag zijn krachtens genoemd Besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de invoering van de Waterwet is het waterbodembeheer van de Wet bodembescherming overgegaan naar de Waterwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe werkt de verbodsbepaling in de praktijk Als uit een bodemonderzoek noch op basis van een redelijk vermoeden kan worden gesteld dat sprake is van een ernstig geval van verontreiniging geldt er voor de omgevingsvergunning voor het bouwen geen aanhoudingsverplichting en moet het bevoegd gezag beslissen op de bouwaanvraag. Het feit dat geen sprake is van een ernstig geval van verontreiniging neemt echter niet weg dat toch sprake kan zijn van een verontreinigingsgraad waarbij gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers van het bouwwerk. Hoewel het bevoegd gezag de omgevingsvergunning voor het bouwen in deze gevallen formeel kan weigeren, zal echter veelal volstaan kunnen worden met het stellen van aanvullende voorwaarden dat bepaalde voorzieningen worden getroffen. Zie hiervoor de toelichting onder artikel 2.4.2 van de Model-Bouwverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor gevallen met een ernstige bodemverontreiniging geldt een aanhoudingsverplichting totdat het bevoegde gezag als bedoeld in de Wet bodembescherming een saneringsplan heeft goedgekeurd. Zodra het saneringsplan is goedgekeurd moet een beslissing worden genomen op de bouwaanvraag. Ook in deze gevallen kan de vergunning in de regel verleend worden onder de voorwaarde dat vooruitlopend op de aanvang van de bouwwerkzaamheden, de op grond van het goedgekeurde saneringsplan noodzakelijke voorzieningen worden getroffen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3:4</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Niet ernstige gevallen van bodemverontreiniging, waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag toch nog sprake is van een onaanvaardbare verontreinigingsgraad, zijn meestal overzichtelijke gevallen. Op korte termijn en zonder de noodzaak van saneringsonderzoek is aan te geven op welke wijze het verontreinigingsprobleem kan worden ondervangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit soort niet ernstige gevallen hoeft de conclusie, dat het terrein verontreinigd is, niet te leiden tot weigering van de omgevingsvergunning voor het bouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het bouwen kan aangegeven worden op welke wijze het terrein gesaneerd moet worden en - in relatie tot de bouw - op welk tijdstip. Als saneringsvoorwaarden valt te denken aan: de voorwaarde, dat onder het bouwwerk een isolerende en dampremmende laag wordt aangebracht; de voorwaarde, dat een bepaald deel van de bodem wordt afgegraven en afgevoerd, alsmede het aanbrengen van een schone bodemlaag; de voorwaarde, dat een pompinstallatie ter zuivering van het grondwater wordt aangebracht en gedurende een aantal jaren na de totstandkoming van het bouwwerk in stand wordt gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt op gewezen, dat sanering in deze gevallen in principe een verantwoordelijkheid van de aanvrager om omgevingsvergunning voor het bouwen is. Het kan in het belang van de aanvrager zijn, als deze bij het overleggen van de aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen voor het bouwen op een verontreinigde bodem tevens aangeeft hoe deze de sanering denkt te laten plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook bouwaanvragen waarbij sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging kunnen op grond van dit artikel worden afgedaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3:5</span><span class=\"lf-art-t\">Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere voorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel heeft betrekking op de door het Nederlands Normalisatie-instituut (NNI) uitgegeven normen (NEN’s), voornormen (NVN’s) en praktijkrichtlijnen (NPR’s).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 4 Bomen en houtopstanden</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:1</span><span class=\"lf-art-t\">Bomenlijst</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel behoeft geen toelichting. De bomenlijst wordt door het bevoegd gezag, zijnde het college van burgemeester en wethouders, vastgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:2</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik kapverbod</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria ontheffing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:4</span><span class=\"lf-art-t\">Kapverbod overig</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:5</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel behoeft geen toelichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel behoeft geen toelichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:7</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere voorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:8</span><span class=\"lf-art-t\">Herplant- en instanthoudingsplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Herplantvoorschriften, ook bij illegale kap, zijn concreet en eenduidig en moeten zeer gedetailleerd soort, locatie en plantwijze voorschrijven. De wijze waarop deze zelfstandige herplant- en instandhoudingsplicht wordt uitgevoerd, gebeurt ook op beleidsmatige wijze. De uitwerking kan deel uitmaken van een breder opgezet handhavingsbeleid. Factoren die daarbij een rol spelen, zijn: de ernst van de overtreding, de mate van (on)verantwoordelijkheid die aan de overtreder kan worden toegekend en de feitelijke mogelijkheden tot uitvoering van een herplant.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:9</span><span class=\"lf-art-t\">Schadevergoeding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:10</span><span class=\"lf-art-t\">Afstand tot de erfgrenslijn</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om te voorkomen dat van bomen die eigendom van de gemeente zijn, de verwijdering op grond van artikel 5:42, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek kan worden gevorderd, is de afstand van de standplaats van deze bomen, heesters en heggen tot de erfgrens, op nihil gesteld. De reden hiervoor is dat deze bomen een groot algemeen belang dienen en dat hun standplaats gerechtvaardigd is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:11</span><span class=\"lf-art-t\">Bestrijding van boomziekten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel behoeft geen toelichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:12</span><span class=\"lf-art-t\">Bescherming gemeentelijke houtopstanden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is onder andere bedoeld om te voorkomen dat gemeentelijke houtopstand beschadigd raakt door voorwerpen zoals verlichtingsdraden die lange tijd in houtopstanden blijven hangen wat overlast veroorzaakt, houtopstand afknelt en snoeiwerk onmogelijk maakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vierde lid zondert werkzaamheden uit die worden uitgevoerd de aanleg, instandhouding inclusief het nemen van maatregelen, waaronder de verplaatsing en opruiming van kabels en leidingen in of op openbare gronden uit.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 5 Erfgoed</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 5.1 Algemeen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:1</span><span class=\"lf-art-t\">Gemeentelijk erfgoedregister</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het gemeentelijk erfgoedregister heeft betrekking op al het (beschermd) gemeentelijk aangewezen cultureel erfgoed als dat krachtens (dit hoofdstuk van) deze verordening is gebeurd. Het gaat om door het gemeentebestuur zelf aangewezen monumenten en stads- of dorpsgezichten. Daarnaast is in het tweede lid geregeld dat ook informatie over rijksmonumenten die in de gemeente zijn gelegen in het gemeentelijk erfgoedregister worden opgenomen. Op grond van de Erfgoedwet ontvangt het college deze informatie in afschrift van de minister bij de inschrijving in het rijksmonumentenregister.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel geeft uitvoering aan de verplichting van artikel 3.16, derde lid van de Erfgoedwet en is daarmee van toepassing op al het cultureel erfgoed dat is aangewezen op grond van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het woord “onherroepelijk” betekent hier dat tegen de aanwijzing geen beroep (of voorafgaand bezwaar) is ingesteld of dat het is afgewezen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 5.2 Aanwijzing gemeentelijk monument</h3>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing als gemeentelijk monument</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel regelt de toekenning van de status van gemeentelijk monument aan een monument of archeologisch monument (een tuin en een park vallen binnen het begrip ‘monument’; natuurlandschap niet). De aanwijzing vindt ambtshalve plaats. De mogelijkheid voor belanghebbenden om een monumentenstatus aan te vragen is komen te vervallen. De aanwijzing vergt een belangenafweging tussen het met de aanwijzing te dienen belang en de overige bij de aanwijzing betrokken belangen, waaronder planologische en/ of economische belangen of het gebruik van het monument of archeologisch monument. Deze formulering is ontleend aan de artikelen 3.1, eerste lid en 3.16, tweede lid van de Erfgoedwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college heeft beleidsvrijheid bij de aanwijzing van een monument of archeologisch monument als beschermd gemeentelijk monument; er geldt bovendien niet zoiets als de voorheen gehanteerde vijftigjarengrens voor monumenten. Bij de afweging van belangen die daarbij een rol spelen moeten ook de belangen van het gebruik ten opzichte van de te beschermen monumentale waarde uitdrukkelijk en gemotiveerd naar voren komen. Bij de voorbereiding van een aanwijzing moeten deze belangen derhalve concreet worden onderzocht. Voor de aanwijzing als gemeentelijk monument voegt de bepaling over het gebruik van het (archeologisch) monument geen belang toe dat niet al op grond van artikel 3:4, eerste lid van de Awb moet worden meegewogen. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gaat het bij een besluit over de aanwijzing als beschermd monument om de afweging van het algemeen belang dat is gemoeid met de bescherming van het cultureel erfgoed tegen de belangen die de eigenaar heeft bij al dan niet aanwijzing. Het gebruik van het monument wordt beschouwd als een aspect van de belangen van de eigenaar en behoeft daarom niet afzonderlijk te worden benoemd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:3</span><span class=\"lf-art-t\">Voornemen tot aanwijzing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het eerste lid: Ieder monument is gegeven de begripsomschrijving van artikel 1.1 van de Erfgoedwet per definitie een onroerende zaak (het gebouw). Ieder archeologisch monument omvat ten minste één onroerende zaak (het terrein, dat vanwege en samen met de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen, gegeven de begripsomschrijving van artikel 1.1 van de Erfgoedwet wordt aangemerkt als archeologisch monument). Voor alle zakelijk gerechtigden op de betreffende onroerende zaken is ontvangst van het voornemen van een aanwijzing door het college van belang, niet alleen voor de eigenaar. Zie ook artikel 1, onder a., onderdeel 1 jo. artikel 1, onder b., onderdeel 5 van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken. Onder zakelijk gerechtigden vallen ook hypothecaire schuldeisers bij de onroerende zaak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het tweede lid: De aanwijzing van kerkelijke monumenten vereist voorafgaand overleg met de eigenaar. Het gaat dan per definitie om een monument dat eigendom is van een kerkgenootschap, een zelfstandig onderdeel daarvan, een lichaam waarin kerkgenootschappen zijn verenigd, of van een ander genootschap op geestelijke grondslag en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor het gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuiging (artikel 1.1 van de Erfgoedwet). Dit lid stemt overeen met de vergelijkbare eis in artikel 3.1 van de Erfgoedwet en artikel 3.2a van de Wabo en doet recht aan de bijzondere positie van het kerkelijk monument als plaats voor het gezamenlijk belijden van godsdienst of levensovertuiging. Dit geldt naast de algemene regel van artikel 4:8 van de Awb op grond waarvan belanghebbenden zoals eigenaren moeten worden gehoord.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:4</span><span class=\"lf-art-t\">Voorbescherming</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is wenselijk ook bij gemeentelijke monumenten in voorbescherming te voorzien. Dat gebeurt met dit artikel. De voorbescherming start zodra het college het voornemen tot aanwijzing heeft bekendgemaakt aan de zakelijk gerechtigden. Het is vergelijkbaar met de voorbescherming voor rijksmonumenten die voortvloeit uit artikel 5 van de Monumentenwet 1988 (dat, zoals dat luidde voor inwerkingtreding van Erfgoedwet, tot inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft gelden voor rijksmonumenten).</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:5</span><span class=\"lf-art-t\">Advies Erfgoedadviesraad</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat advies wordt gevraagd aan de Erfgoedadviesraad bij het voornemen van het college voor de aanwijzing van een gemeentelijk monument zoals bedoeld in de artikel 5:2, eerste lid. Ook bij adviesaanvragen van de minister voor de aanwijzing van rijksmonumenten zoals bedoeld in artikel 3.1, tweede lid van de Erfgoedwet vraagt het college advies aan de Erfgoedadviesraad. In dit artikel worden tevens de termijnen bepaald waarin dit advies verstrekt wordt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:6</span><span class=\"lf-art-t\">Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel worden de termijnen vermeld waarbinnen het college een beslissing moet nemen (eerste lid). Door de besluitvorming aan een termijn te binden, weten alle belanghebbenden waar ze aan toe zijn. In het kader van de vermindering van administratieve lasten moet goed nagedacht worden over de specifieke invulling van de duur van de termijnen. Over het algemeen geldt hoe korter de termijnen zijn, des te minder de administratieve lasten voor de burger zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid van dit artikel regelt de eisen waaraan een aanwijzing moet voldoen. Het doel hiervan is zo goed als mogelijk de begrenzing van het monument te definiëren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het artikel bevat geen bepalingen over bekendmaking van het besluit, omdat de Awb dat afdoende regelt (afdeling 3.6).</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:7</span><span class=\"lf-art-t\">Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbenden en inschrijving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid van dit artikel geldt naast de algemene verplichting tot bekendmaking van besluiten op basis van de Awb. Ontvangst van de aanwijzing door het college is voor alle zakelijk gerechtigden van belang, niet alleen voor de eigenaar. Zie ook artikel 1, onder a., onderdeel 1 jo. artikel 1, onder b. onderdeel 5 van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken. Op een aanwijzingsbesluit is deze wet ook van toepassing. Onder zakelijk gerechtigden vallen ook hypothecaire schuldeisers.</p>\n<p class=\"lf-p\">De registratie van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister is een louter administratieve verrichting en niet een besluit. Overigens zal van de aanwijzing ook inschrijving in het gemeentelijke beperkingenregister en in het kadaster plaatsvinden op grond van artikel 1, onder c. en e. van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (tweede lid).</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om in spoedeisende gevallen een monument of archeologisch monument als gemeentelijk monument aan te wijzen. In dat geval wordt de Erfgoedadviesraad, zoals bedoeld in artikel 5:5, pas ingeschakeld na de voorlopige aanwijzing. De bescherming op grond van afdeling 5.3 geldt echter vanaf het moment dat belanghebbenden schriftelijk in kennis zijn gesteld van de voorlopige aanwijzing. Een bezwaarschrift heeft geen opschortende werking en daarmee kan de voorlopige aanwijzing dus niet eenvoudig omzeild worden. Als de aanwijzing definitief wordt door de opname in het erfgoedregister loopt deze bescherming door. Als er uiteindelijk geen opname in het erfgoedregister plaatsvindt vervalt de bescherming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5:9</span><span class=\"lf-art-t\">Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing monument</span></h4></div>", "next": 239515}