{"html": "<div class=\"lf-doc\"><h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-28e\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:28e</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het subsidieplafond voor de op deze paragraaf gebaseerde subsidies is gelijk aan de daarvoor in de begroting opgenomen bedragen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien het totaal van de aanvragen, met in achtneming van artikel 4:28c het subsidieplafond overschrijdt, dan geschiedt de verdeling van het beschikbare budget naar rato.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.7Beheer sociaal-culturele accommodaties</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-29\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:29</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan aan een door het college aan te wijzen organisatie die het beheer regelt voor Multifunctionele centra, buurtcentra en buurtkamers subsidie verlenen voor de salariëring, scholing en loopbaanontwikkeling van beheerpersoneel evenals voor de inzet van dat personeel ten behoeve van het beheer van accommodaties.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college kan in afwijking van het vorige lid van dit artikel de subsidie ook verlenen aan andere subsidieontvangers als naar het oordeel van het college sprake is van bijzondere omstandigheden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het college kan in specifieke door hem aan te wijzen gevallen subsidie verlenen voor andere kosten van accommodatiebeheer dan zoals beschreven in het e lid van dit artikel.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-30\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:30</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de in de subsidietoekenning 2020 opgenomen kosten, voor zover deze kosten noodzakelijk zijn en door het college zijn erkend.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van het vorige lid van dit artikel kan het college in specifieke door hem aan te wijzen gevallen de subsidie voor kosten van beheer op andere wijze berekenen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het college kan de subsidie aanpassen aan de voor het subsidietijdvak geldende begrotingsrichtlijnen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-31\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:31</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidieontvanger aan wie op grond van het eerste lid van artikel 4:30 subsidie wordt verleend, stelt in overleg met de dorpshuizen een ondersteuningsplan op, waarin wordt beschreven hoe advies en indien noodzakelijk invalkrachten geleverd worden en/of incidenteel hulp geboden bij administratie en dergelijke.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidieontvanger aan wie op grond van het eerste lid van artikel 4:30 subsidie wordt verleend, is verplicht: het beheerpersoneel waarvoor het college subsidie verleent voor beheertaken om niet aan accommodatiebesturen ter beschikking te stellen in relatie tot de openingstijden van de accommodatie en de vraag van de accommodatiebesturen zoals opgenomen in een door laatstgenoemden op te stellen beheervoorstel; om voor het inroosteren van beheerpersoneel bij de accommodaties op overeenstemming gericht overleg te voeren met de accommodatiebesturen over het aantal in te zetten uren, de openingstijden van de accommodatie en de te leveren functieniveaus. Dit overleg moet hebben plaatsgehad vóórdat de subsidieontvanger een besluit heeft genomen over de bij accommodaties in te zetten beheeruren; in het activiteitenplan en het activiteitenverslag aan te geven hoe invulling is gegeven aan de hierboven beschreven verplichtingen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het in het tweede lid onder a. en b. bepaalde is niet van toepassing als de subsidie aan een accommodatiebestuur wordt verleend in plaats van aan een door het college aangewezen organisatie die het beheer regelt voor Multifunctionele centra, buurtcentra en buurtkamers.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De subsidieontvanger aan wie op grond van artikel 4:30 subsidie wordt verleend streeft ernaar dat mensen met afstand tot de arbeidsmarkt deel uit maken van het personeelsbestand.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-32\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:32</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan een subsidieaanvraag voor personeelskosten beheer weigeren voor zover voor de kosten daarvan al door derden subsidie wordt verleend.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college kan een subsidieaanvraag voor beheer weigeren indien die kosten al gedekt worden door subsidieverlening op grond van paragraaf 4.6 van deze nadere regels.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-33\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:33</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het subsidieplafond wordt dat als volgt verdeeld: vervolgaanvragen hebben voorrang boven nieuwe aanvragen; als na bovenstaande verdeelwijze nog een deel van het subsidiebudget resteert, dan wordt dat over de nieuwe aanvragen verdeeld op basis van de volgorde waarop deze bij het college zijn binnengekomen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.8Bewonersorganisaties</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-35\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:35</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:35</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-36\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:36</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan aan een bewonersorganisatie een basissubsidie verlenen als bijdrage in de kosten voor zover die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van een bewonersorganisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan aan een bewonersorganisatie subsidie verlenen als bijdrage in de kosten van: communicatie en informatieverstrekking; activering.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college kan aan een bewonersorganisatie een aanvulling op de subsidies als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel een subsidie verlenen voor eenmalige activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-37\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:37</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van artikel 14 van de ASV bedraagt de basissubsidie voor de in artikel 4:36, eerste lid genoemde activiteiten voor bewonersorganisatie met een werkgebied van:</div>\n<p class=\"lf-p\">1-100 inwoners: € 600,--;</p>\n<p class=\"lf-p\">101-500 inwoners: € 750,--;</p>\n<p class=\"lf-p\">501-1000 inwoners: € 850,--;</p>\n<p class=\"lf-p\">1001-4.500 inwoners: € 1.250,--;</p>\n<p class=\"lf-p\">4.501 en meer inwoners: € 1.500,--.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college kan de basissubsidie indexeren aan de hand van de voor het subsidietijdvak geldende begrotingsrichtlijnen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Voor de in artikel 4:36, tweede lid genoemde activiteiten bedraagt de subsidie maximaal de noodzakelijke kosten, als volgt te berekenen: een door het college te bepalen bedrag per inwoner vermenigvuldigd met het aantal inwoners van het werkgebied. Het college maakt voor de bepaling van het aantal inwoners gebruik van de meest recente gegevens die beschikbaar zijn op het moment dat het college op de subsidieaanvraag beslist.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het college kan in afwijking van het vorige lid boven het maximum aanvullend subsidie verlenen als de subsidieaanvraag van de bewonersorganisatie daarvoor voldoende aanleiding geeft en het college daartoe voldoende middelen ter beschikking staan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Voor de in artikel 4:36, derde lid genoemde activiteiten bedraagt de subsidie maximaal de noodzakelijke kosten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-38\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:38</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De bewonersorganisatie dient de activiteiten uit het activiteitenplan in beginsel te richten op alle inwoners van haar werkgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als de bewonersorganisatie de activiteiten of een deel daarvan niet richt op alle inwoners van het werkgebied dient de bewonersorganisatie aan te geven op welke subbuurten van het werkgebied de activiteiten gericht zijn en op welke doelgroepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Als het vorige lid van toepassing is, kan het college bepalen dat de bewonersorganisatie in zijn activiteitenplan moet aangeven hoe over de voornoemde beperking in de activiteitenuitvoering naar de inwoners is gecommuniceerd en welke bezwaren hiertegen zijn ingebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De bewonersorganisatie rubriceert de activiteiten uit het activiteitenplan naar de in artikel 4:36, tweede lid genoemde categorieën.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De bewonersorganisatie begroot de kosten en de baten van elke activiteit afzonderlijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.De bewonersorganisatie is beschikbaar voor het college als aanspreekpunt voor ambtelijk of bestuurlijk overleg over aangelegenheden die van belang zijn voor de inwoners van het werkgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.De bewonersorganisatie draagt zorg voor een goede balans in de uitvoering van de activiteiten en de inzet van de verleende subsidiegelden, zulks ter beoordeling van het college. Het activiteitenplan bevat alle informatie die voor deze beoordeling noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.De bewonersorganisatie communiceert ten minste eenmaal per jaar over het activiteitenplan en het activiteitenverslag met de inwoners van het werkgebied. De bewonersorganisatie stemt de activiteiten uit het activiteitenplan af met professionele instellingen, die zelf werkzaam zijn op 1 of meer van die activiteiten, vóórdat met de uitvoering ervan wordt begonnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.De bewonersorganisatie stemt de activiteiten uit het activiteitenplan af met professionele instellingen, die zelf werkzaam zijn op 1 of meer van die activiteiten, vóórdat met de uitvoering ervan wordt begonnen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-39\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:39</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan een aanvraag voor een basissubsidie weigeren als in de 2 direct voorafgaande subsidietijdvakken geen subsidie is verleend voor de in artikel 4:36, tweede lid genoemde activiteiten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college kan een aanvraag om subsidie weigeren als en voor zover deze bedoeld is voor de permanente huur van accommodatieruimte.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het college kan een subsidieaanvraag voor de in artikel 4:36 genoemde activiteiten binnen een werkgebied weigeren als door toewijzing van de aanvraag aan meer dan 1 bewonersorganisatie binnen dat werkgebied subsidie zou worden verleend.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-40\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:40</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan een deel van het subsidiebudget reserveren voor nader door hem aan te wijzen belangenorganisaties voor bewoners.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college kan een deel van het subsidiebudget reserveren voor de in artikel 4:36, derde lid genoemde activiteiten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Wanneer de totalen van de aanvragen voor de artikel 4:36 genoemde activiteiten de hiervoor ingestelde, respectievelijke subsidieplafonds overschrijden, worden deze naar evenredigheid over de in aanmerking komende aanvragen verdeeld.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.9 Maatschappelijke activering</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-41\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:41</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten die gericht zijn op de maatschappelijke activering van burgers.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-42\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:42</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het activiteitenplan moet zijn voorzien van: een beschrijving van de doelgroep waarvoor de activiteiten worden uitgevoerd; gegevens over de deelname aan de activiteiten; gegevens over de eigen bijdragen van deelnemers aan de activiteiten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidieontvanger moet samenwerking zoeken met instellingen die soortgelijk of complementair werk verrichten als het college dat noodzakelijk acht. In het activiteitenverslag moet de subsidieontvanger aangeven hoe deze verplichting is ingevuld.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-43\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:43</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Als het totaal van de aanvragen het subsidieplafond overschrijdt dan is de verdeling hiervan als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen; als bovenstaande verdeelwijze leidt tot overschrijding van het subsidieplafond dan wordt dat naar evenredigheid over de op tijd ingediende subsidieaanvragen verdeeld; resteren er na toepassing van bovenstaande verdeelwijze nog middelen dan worden deze over de op tijd ingediende aanvragen verdeeld op basis van de volgorde waarop ze bij het college zijn binnengekomen.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.10Vrijwilligerswerk</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-44\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:44</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten ter uitvoering van onderstaande functies: bemiddeling, informatievoorziening, ondersteuning, advisering en scholing van (groepen) vrijwilligers; deskundigheidsbevordering, ondersteuning en informatievoorziening van vrijwilligers-organisaties op het terrein van: vrijwilligersmanagement ( het vinden en binden van vrijwilligers); het afstemmen van de vraag van vrijwilligersorganisaties op het aanbod van het bedrijfsleven op het gebied van maatschappelijk ondernemen; bevorderen van maatschappelijk ondernemen en het bemiddelen tussen vrijwilligersorganisaties en bedrijfsleven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-45\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:45</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De in artikel 4:44 bedoelde activiteiten moeten zijn gericht op de bevordering van de maatschappelijke participatie en betrokkenheid van burgers bij wat er in de samenleving in het algemeen en de eigen woon- en leefomgeving in het bijzonder gebeurt, een en ander binnen de door de gemeente gecreëerde randvoorwaarden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het activiteitenplan moet zijn voorzien van: een beschrijving van de wijze waarop aan het vorige lid invulling wordt gegeven; een beschrijving van de doelgroep waarvoor de activiteiten worden uitgevoerd; gegevens over het aantal vrijwilligers per activiteit; gegevens over de frequentie waarmee vrijwilligers worden ingeschakeld evenals een omschrijving van de aard en de zwaarte van de hen opgedragen taken.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-46\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:46</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Als het totaal van de aanvragen de respectievelijke subsidieplafonds overschrijdt dan is de verdeling van deze subsidieplafonds als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen; als bovenstaande verdeelwijze leidt tot overschrijding van de respectievelijke subsidieplafonds dan worden deze naar evenredigheid over de op tijd ingediende subsidieaanvragen verdeeld.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Resteren er na toepassing van bovenstaande verdeelwijze nog middelen dan worden deze over de op tijd ingediende aanvragen verdeeld op basis van de volgorde waarop ze bij het college zijn binnengekomen.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.11Maatschappelijke dienstverlening</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-47\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:47</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-48\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:48</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan subsidie verlenen in het kader van maatschappelijke en juridische dienstverlening: ter uitvoering van onderstaande functies: cliëntgerichte hulpverlening; dienstverlening; informatie en advies; voorlichting; consultatie; signalering; preventie; voor activiteiten en projecten op door de raad benoemde aandachtsgebieden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het staat de subsidieontvanger op basis van het vorige lid vrij om binnen een nader door het college aan te geven bandbreedte gedurende het subsidietijdvak andere activiteiten uit te voeren dan in de beschikking tot subsidieverlening is bepaald mits deze activiteiten passen binnen de in eerste lid genoemde functies en mits de subsidieontvanger in staat is deze activiteiten voor de verleende subsidie uit te voeren.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het college kan subsidie verlenen in het kader van Rechtswinkels ter uitvoering van onderstaande functies: voorlichting; informatie en advies.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het college kan subsidie verlenen in het kader van Slachtofferhulp ter uitvoering van onderstaande functies: dienstverlening; voorlichting; preventie; informatie en advies; signalering.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-49\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:49</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het activiteitenplan moet zijn voorzien van: een beschrijving van de doelgroep waarvoor de activiteiten worden uitgevoerd; gegevens over de frequentie waarmee de activiteiten worden uitgevoerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het activiteitenplan in het kader van subsidieaanvragen op grond van artikel 4:48, eerste lid moet tevens voorzien zijn van gegevens over de spreiding van de activiteiten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het activiteitenplan in het kader van subsidieaanvragen op grond van artikel 4:48, derde en vierde lid moet tevens voorzien zijn van gegevens over de eigen bijdragen van cliënten waarvoor de activiteiten worden uitgevoerd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend op grond van artikel 4:48, vierde lid moeten door vrijwilligers worden uitgevoerd.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-50\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:50</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als het totaal van de aanvragen het subsidieplafond overschrijdt dan is de verdeling hiervan als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen; als bovenstaande verdeelwijze leidt tot overschrijding van het subsidieplafond dan wordt dit naar evenredigheid over de op tijd ingediende subsidieaanvragen verdeeld; resteren er na toepassing van bovenstaande verdeelwijze nog middelen dan worden deze over de op tijd ingediende aanvragen verdeeld op basis van de volgorde waarop ze bij het college zijn binnengekomen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.12Ouderenbeleid</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-51\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:51</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-52\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:52</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan ouderenbonden of daarmee vergelijkbare partijen subsidie verlenen voor activiteiten gericht op de behartiging van gezamenlijke belangen van hun leden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-53\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:53</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 14 van de ASV is de subsidie per kalenderjaar voor de in artikel 4:52, eerste lid genoemde activiteiten gelijk aan het subsidieplafond voor deze activiteiten gedeeld door het totale aantal leden van de ouderenbonden in de gemeente Groningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-54\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:54</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">(vervallen)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-55\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:55</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als het totaal van de aanvragen de subsidieplafonds overschrijdt dan is de verdeling hiervan als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen; resteren er na toepassing van bovenstaande verdeelwijze nog middelen dan worden deze over de op tijd ingediende aanvragen verdeeld op basis van de volgorde waarop ze bij het college zijn binnengekomen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.13Maatschappelijke en vrouwenopvang, verslavingszorg en overlastbestrijding</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-56\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:56</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening en in paragraaf 4.1 wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">24-uurs opvang: opvang gedurende 1 of meerdere etmalen van de hiervoor in het eerste lid genoemde personen; begeleiding: ondersteunen van de cliënt gericht op behoud dan wel herstel van maatschappelijk functioneren; behandeling: het aanbieden van intensieve en gespecialiseerde hulp gericht op herstel van de zelfredzaamheid van de cliënt; coördinatie en afstemming: het uitvoeren van coördinatie en afstemming van hulpverlening, waarbij meerdere instanties zijn betrokken; dagopvang: opvang overdag van de onder f onder 3 genoemde personen, niet zijnde 24-uurs opvang; doelgroep: personen die dakloos zijn, thuisloos of marginaal gehuisvest; personen in een acute en ernstige crisis; zwerfjongeren; vrouwen die het slachtoffer zijn van bedreiging, mishandeling dan wel vrouwenhandel; personen die verslaafd zijn en bij wie tevens sprake is van achterstandssituaties; risicogroepen; maatschappelijk herstel: het aanbieden van activiteiten gericht op het (hernieuwd) deelnemen aan het maatschappelijk verkeer; nachtopvang: opvang ’s nachts van de onder f onder 1 en 3 genoemde personen niet zijnde 24-uurs opvang; nazorg: het bieden van ondersteuning na afloop van een klinische of deeltijdbehandeling; opvang en zorg: het bieden van een tijdelijke verblijfplaats en/of elementaire hulpverlening; outreachende hulpverlening: actieve benadering van potentiële klanten die erop gericht is om de doelgroep toe te leiden naar een gestructureerd hulpaanbod; overlast: gevoelens van onveiligheid bij burgers in de samenleving als gevolg van confrontatie met verloedering, met irritant, hinderlijk en onaangepast gedrag, met geweld en bedreiging, met criminaliteit evenals met ongewenste annexatie van openbare ruimten, mogelijkerwijs leidend tot economische schade, daling van het voorzieningenniveau en/of aantasting van de leefbaarheid; preventie: het uitvoeren van activiteiten die erop gericht zijn bij risicogroepen verslaving te voorkomen; risicogroep: groep individuen die extra ontvankelijk is voor verslaving; verblijf: het beschikbaar stellen van huisvesting in de vorm van dagopvang, nachtopvang en/of 24-uurs opvang en crisisopvang; verslaving: psychische en fysieke afhankelijkheid van alcohol, drugs, medicijnen en/of gokken; zelfhulpgroep: een groep lotgenoten die gezamenlijk verbetering tracht aan te brengen in hun eigen problematiek met betrekking tot vrouwenopvang, maatschappelijke opvang, verslavingszorg en overlastbestrijding.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-57\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:57</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten ter uitvoering van onderstaande functies: verblijf; zorgverlening; psychosociale begeleiding; outreachende hulpverlening; opvang en zorg; crisishulpverlening; begeleiding; behandeling; nazorg; maatschappelijk herstel; consultatie; coördinatie en afstemming; deskundigheidsbevordering; preventie; voorlichting, informatie en advies; beleidsadvisering; zelfhulpgroep; psychosociale behandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten of projecten op door de raad aangewezen aandachtsgebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten met als doel het voorkomen en/of verminderen van door burgers ervaren overlast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan zelfhulpgroepen subsidie verlenen voor activiteiten met als doel om over hun problematiek voortvloeiend uit verslaving, dakloosheid of huiselijk geweld onderlinge contacten te hebben en ervaringen uit te wisselen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-58\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:58</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 4:2 dienen andere subsidieaanvragen, niet zijnde vervolgaanvragen, voor de in artikel 4:57 genoemde activiteiten uiterlijk 8 weken voor het begin van de activiteiten bij het college zijn ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het activiteitenplan voor subsidieaanvragen op grond van artikel 4:57, eerste, tweede en derde lid moet zijn voorzien van: een beschrijving van de doelgroep waarvoor de activiteiten worden uitgevoerd; een groepering van de activiteitenbeschrijvingen per doelgroep; een beschrijving van de wijze waarop inhoud wordt gegeven aan het in het volgende lid bedoelde preventieve beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het activiteitenplan voor subsidieaanvragen op grond van artikel 4:57, vierde lid moet zijn voorzien van: een beschrijving van de doelgroep waarvoor de activiteiten worden uitgevoerd; gegevens over de frequentie waarmee de activiteiten worden uitgevoerd; gegevens over de wijze waarop de activiteiten worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger van subsidies op grond van artikel 4:57, eerste, tweede en derde lid voert een preventief beleid dat erop is gericht: het aantal daklozen en de duur van de dakloosheid zoveel mogelijk te verminderen; het aantal verslaafden en de duur van de verslaving zoveel mogelijk te verminderen; de door de doelgroepen veroorzaakte overlast zoveel mogelijk te beperken. De subsidieontvanger onderhoudt hiertoe contacten met instellingen die zich op dezelfde doelgroepen richten, met omwonenden en hun belangenbehartigers, met omwonende organisaties en met de politie; het aantal slachtoffers van huiselijk geweld zoveel mogelijk te verminderen en het herstel zo veel mogelijk te bevorderen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-59\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:59</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een deel van de subsidieplafonds behorend bij de subsidies op basis van artikel 4:57, eerste, tweede en derde lid reserveren voor specifiek door het college aan te wijzen activiteiten maatschappelijke opvang en vrouwenopvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het totaal van de aanvragen de respectievelijke subsidieplafonds overschrijdt dan is de verdeling van deze subsidieplafonds als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen; als bovenstaande verdeelwijze leidt tot overschrijding van de respectievelijke subsidieplafonds dan worden deze naar evenredigheid over de op tijd ingediende subsidieaanvragen verdeeld; resteren er na toepassing van bovenstaande verdeelwijze nog middelen dan worden deze over de op tijd ingediende aanvragen verdeeld op basis van de volgorde waarop ze bij het college jn binnengekomen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.14Oppasvergoeding kinderopvang voor vrijwilligers (vervallen zijn de artikelen 4:60 tot en met 4:64)</h3>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf 4.15Subsidiëring van initiatieven met en door mensen met een psychiatrische beperking of verstandelijke handicap die het meedoen in een inclusieve gemeente bevorderen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-65\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:65</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelgroep burgers met een verstandelijke beperking en /of met een psychiatrische handicap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maatschappelijke activiteit een activiteit buiten GGz-verband en buiten de verstandelijke gehandicaptenzorg Aanvraagperiode een door het college te bepalen tijdvak waarin subsidieaanvragen kunnen worden ingediend voor activiteiten waarvoor op grond van deze paragraaf subsidie kan worden verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-66\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:66</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor:het nemen van initiatieven die het meedoen van mensen met een verstandelijke handicap en/of een psychiatrische beperking in een inclusieve gemeente bevorderen. uitwisseling van ervaringen (met mee doen in de samenleving/gemeente) tussen mensen van de doelgroep onderling of tussen mensen van de doelgroep en derden. voorlichting en deskundigheidsbevordering door mensen van de doelgroep aan derden met het doel ruimte te maken voor meedoen in een inclusieve gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-67\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:67</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een aanvrager kan voor elk van de in artikel 4:66 genoemde activiteiten slechts éénmaal per kalenderjaar in aanmerking komen voor een subsidie van maximaal € 10.000,-- per activiteit.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Op de noodzakelijke kosten worden baten die rechtstreeks op subsidiabele activiteiten betrekking hebben in mindering gebracht.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het college neemt alleen kosten van overhead en ondersteuning in aanmerking die in redelijkheid aan de subsidiabele activiteiten kunnen worden toegerekend.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-68\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:68</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdeelregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het subsidieplafond voor de in artikel 4:66 genoemde activiteiten is per kalenderjaar gelijk aan het in de gemeentebegroting voor dat jaar opgenomen bedrag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college verdeelt het kalenderjaar in twee aanvraagperioden van elk zes maanden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het college stelt per aanvraagperiode een deelbudget vast van 50% van het subsidieplafond.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het college kan een overschot op het eerste deelbudget van een kalenderjaar toevoegen aan het tweede deelbudget van dat kalenderjaar.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het beschikbare deelbudget, dan wordt dat budget over de op tijd ingediende aanvragen als volgt verdeeld: een subsidieaanvraag komt eerder voor subsidie in aanmerking naarmate de activiteiten beter voldoen aan de volgende criteria: activiteiten leiden tot meer sociale contacten en/of maatschappelijke activiteiten; activiteiten worden uitgevoerd door en/of samen met mensen met een psychiatrische beperking of verstandelijke handicap; maatschappelijke verworvenheden op het gebied van ontmoeting en participatie aan de samenleving die met de activiteiten zijn bereikt blijven in stand;</div>\n<p class=\"lf-p\">In de afweging van het college wegen eerder genoemde criteria zwaarder dan later genoemde.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-69\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:69</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Uit de subsidieaanvraag moet blijken op welke wijze de activiteiten van de aanvrager voldoen aan de in artikel 4:68 lid 5 onder a bedoelde criteria.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-70\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:70</span><span class=\"lf-art-t\">SNadere verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidieontvanger maakt bij de uitvoering van zijn activiteiten zoveel mogelijk gebruik van bestaande faciliteiten en accommodaties.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat zijn activiteiten aansluiten bij reguliere voorzieningen waaronder accommodaties, vrijwilligers en mantelzorgers.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-71\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:71</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college weigert een subsidieaanvraag voor activiteiten die niet bijdragen aan participatie van de doelgroep leden in het reguliere maatschappelijke verkeer volgens de doelstelling van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-72\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:72</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college weigert een subsidieaanvraag voor activiteiten die niet bijdragen aan participatie van de doelgroepleden in het reguliere maatschappelijke verkeer volgens de doelstelling van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.16Maatschappelijke stages</h3>\n<p class=\"lf-p\">(vervallen)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.17Caribische Nederlanders in Groningen</h3>\n<p class=\"lf-p\">(vervallen)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.18 Activiteiten sociale wijkteams</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-83\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:83</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Adviseren en toeleiden: zorgvuldig gemotiveerd en gedocumenteerd advies ten behoeve van besluitvorming door het college als resultaat van het onderzoek naar de ondersteuningsvraag van inwoners alsmede het verwijzen naar de meest geschikte zorgaanbieder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Casusregie op het ondersteuningsplan en familiegroepsplan: verantwoordelijkheid voor de inhoud van de ondersteuning, het onderhouden van het contact en het bewaken van het bereiken van de doelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Checken en present zijn: aanwezig en beschikbaar zijn in de fysieke nabijheid (c.q. in de wijk) om indien nodig snel te kunnen interveniëren. ‘Vinger aan de pols contact’ waar van belang maakt hier onderdeel van uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Faciliteren van inloop, ontmoeting en ingang: het digitaal, telefonisch en fysiek faciliteren van een laagdrempelige inloop om wijkbewoners in de gelegenheid te stellen om anderen te ontmoeten, hun vragen te kunnen stellen en om eventuele diensten (zoals vrijwilligerswerkzaamheden) aan te bieden ten behoeve van de samenleving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Faciliteren en benutten sociale basis: zorgdragen dat ondersteuningskwesties die thuishoren in het normale leven daar ook zoveel mogelijk worden opgelost.</p>\n<p class=\"lf-p\">Outreachend signaleren: het vroegtijdig en actief ophalen van (potentiële) ondersteuningsvragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Normaliseren van specialistische ondersteuning: het maximaal gebruik maken van ondersteuningsmogelijkheden in de sociale basis, door individuele ondersteuningswerkzaamheden en preventie werkzaamheden aan elkaar te verbinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opstellen van ondersteuningsplan en hulp bij het opstellen van familiegroepsplan: in gezamenlijkheid met de inwoner te behalen doelen en acties vastleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Procesregie op het ondersteuningsplan en familiegroepsplan: faciliteren van samenwerking tussen inwoners, informele netwerken, professionals en/of organisaties en zorgen voor afstemming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Triageren: ondersteuningsvragen beoordelen in de zin van aard en urgentie en hier vervolgens op acteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verrichten van een integrale vraaganalyse: samen met de inwoner en zijn omgeving alle voor zijn/haar ondersteuningsbehoefte relevante leefdomeinen analyseren, met als doel om de ondersteuningsbehoefte helder te krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sociaal wijkteam: het geheel of een of meer onderdelen van de organisatie die blijkens de stukken van haar oprichting tot doel heeft het uitvoeren van (wettelijke) taken van de gemeente op het gebied van het brede sociaal domein, waaronder in elk geval begrepen taken uit hoofde van de Jeugdwet, de Wmo 2015 en de Participatiewet. Deze taken behelzen onder andere de kernactiviteiten (collectieve) preventie, ondersteuning en toegang tot voorzieningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-84\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:84</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor:</p>\n<p class=\"lf-p\">Preventief werken, met als kernactiviteiten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Faciliteren en benutten van de sociale basis;</p>\n<p class=\"lf-p\">Normaliseren van specialistische ondersteuning;</p>\n<p class=\"lf-p\">Faciliteren van inloop, ontmoeting en ingang;</p>\n<p class=\"lf-p\">Outreachend signaleren Toegang, met als kernactiviteiten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Organiseren van de toegang tot algemene en bijzondere voorzieningen in het kader van de Jeugdwet en de Wmo 2015;</p>\n<p class=\"lf-p\">Triageren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verrichten van een integrale vraaganalyse;</p>\n<p class=\"lf-p\">Opstellen van ondersteuningsplannen en hulp bij het opstellen van familiegroepsplannen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Adviseren en toeleiden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Procesregie op het ondersteuningsplan en familiegroepsplan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Checken en present zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Individueel ondersteunen, met als kernactiviteiten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bieden van ondersteuning op één of meerdere leefgebieden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Casusregie op het ondersteuningsplan en familiegroepsplan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Checken en present zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene voorziening Basis jeugdhulp in de zin van artikel 2 van de Nadere regels jeugdhulp en zoals nader omschreven in de bijlage bij deze Nadere regels.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-85\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:85</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidieaanvragen zijn voorzien van een activiteitenplan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het activiteitenplan dient in elk geval in te gaan op: de in art. 4:84 opgenomen subsidiabele activiteiten; de geldende kwaliteitsregels zoals opgenomen in de geldende Jeugdwet, WMO 2015, de verordening jeugdhulp, de nadere regels jeugdhulp en de verordening Wmo 2015 en de nadere regels Wmo 2015.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-86\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:86</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college weigert een subsidieaanvraag die niet afkomstig is van de instelling die eerder subsidie heeft gekregen voor het geheel van de in artikel 4:84 genoemde activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college weigert een subsidieaanvraag als de aanvrager niet het geheel van de in artikel 4:84 genoemde activiteiten biedt.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het college weigert een subsidieaanvraag voor de in artikel 4:84 genoemde activiteiten als deze niet afkomstig is van de instelling die eerder subsidie heeft gekregen voor het geheel van de in artikel 4:84 lid 1 tot en met 3 genoemde activiteiten en als die activiteiten niet worden uitgevoerd door een sociaal wijkteam.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-87\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:87</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en Verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond voor de in artikel 4:84 genoemde activiteiten is per kalenderjaar gelijk aan het in de gemeentebegroting voor dat jaar opgenomen bedrag.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.19 Innovatie Beschermd wonen en Opvang</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-90\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:90</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Innovatie: De ontwikkeling en implementatie van nieuwe producten, diensten of modellen die in de toekomst door meer aanbieders ingezet kunnen worden en/of bestaande producten vervangen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Innovatie Beschermd wonen en Opvang: Het ontwikkelen van werkwijzen gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid en participatie van (zeer) kwetsbare inwoners waarbij de effecten geborgd kunnen worden en een kostenreductie wordt gerealiseerd door lagere productkosten of vermindering van de instroom of een verhoging van de uitstroom naar zelfstandig wonen of algemene voorzieningen en als zodanig bijdraagt aan de transformatieopgave.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Positief, sluitende businesscase: Een initiatief dient aan te tonen dat de activiteit leidt tot een besparing in de reguliere BW&amp;O zorgkosten. Daarbij wordt vooraf bewijsbaar aangetoond dat de besparing minimaal overeenkomstig is met het totale begrootte subsidiebedrag.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-91\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:91</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten Innovatie Beschermd wonen en Opvang die naar het oordeel van het college voldoen aan de innovatiekenmerken zoals deze in artikel 4:90 zijn omschreven. Daarnaast dienen activiteiten te voldoen aan: de bevordering van de uitstroom van cliënten Beschermd wonen en Opvang naar zelfstandig wonen met passende ondersteuning en daginvulling; de preventie van de instroom in een voorziening Beschermd wonen of Opvang; het bevorderen van doorstroom van maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-92\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:92</span><span class=\"lf-art-t\">De aanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De aanvraag in aanvulling op artikel 6 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Groningen 2019 vergezeld van een activiteitenplan en een positieve businesscase die bijdragen aan het bepaalde in artikel 4:90 lid 1 en 3.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-93\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:93</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordeling activiteitenplan</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college beoordeelt het activiteitenplan op basis van de positieve businesscase die aan de aanvraag ten grondslag ligt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college beoordeelt daarnaast het activiteitenplan volgens het toekennen van een score aan de hand van punten op de onderdelen: impact; draagvlak; toekomstbestendigheid; schaalbaarheid; nieuw product, dienst of model.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het initiatief kan op elk onderdeel een score krijgen van 1, 2, 3, 4, of 5 punten met een maximum van 25 punten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-94\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:94</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college weigert een aanvraag indien er geen positieve businesscase aan de aanvraag ten grondslag ligt en indien het aantal behaalde punten, toegekend volgens de systematiek van artikel 4:93, minder is dan 15 punten.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-95\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:95</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdeelregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als het totaal van de aanvragen hoger is dan het beschikbare budget, dan worden de ontvankelijke subsidieaanvragen toegewezen naar de mate waarin ze naar het oordeel van burgemeester en wethouders het meest een bewezen positief, sluitende businesscase hebben en naar de mate waarin ze naar het oordeel van burgemeester en wethouders het hoogste scoren volgens de systematiek van artikel 4:93 leden 1 en 2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-96\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:96</span><span class=\"lf-art-t\">Duur</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidietijdvak loopt van 15 maart 2021 tot en met 31 december 2021 en daarna jaarlijks van 1 januari t/m 31 december van het betreffende jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-97\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:97</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de vaststelling van de subsidie die verleend is vóór 1 maart 2021, geldt de regeling zoals deze is vastgesteld met ingang van 1 mei 2020 en bekend is gemaakt in het Gemeenteblad 2020 nr. 131185 d.d. 25 mei 2020.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting 1. ALGEMEENConform de Wmo 2015 werken de Groninger gemeenten samen op het gebied van Beschermd wonen en Opvang. De gemeente Groningen is als centrumgemeente namens alle Groninger gemeenten gedeeltelijk verantwoordelijk voor Beschermd wonen en Opvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van deze nadere regel is, conform het meerjarenprogramma ‘Beschermd Wonen en Opvang 2021 tot 2025’ , bij te dragen aan de participatie en het bevorderen van de zelfredzaamheid van kwetsbare burgers. Deze draagt bij aan de doelstelling van de programmabegroting te weten “de effectieve uitvoering van de taken als Groninger gemeenten”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de nadere regels worden specifiek de volgende doelstellingen beoogd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beweging van intensieve intramurale naar ambulante begeleiding, waarbij de cliënt zelfstandig woont;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verschuiving van intensieve naar een lichtere vorm van ambulante begeleiding;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vermindering van de instroom van cliënten in de voorzieningen beschermd wonen en opvang;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bevorderen van doorstroom vanuit maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen zoals lokale wijk- en buurtteams.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, dienen bij te dragen aan vermindering van de toestroom naar beschermd wonen te voorkomen en verschuiving van intensieve naar lichtere vormen van begeleiding. De activiteiten moeten zijn gericht op persoonlijk en maatschappelijk herstel, het voorkomen van uitval en het versterken van de zelfredzaamheid. De activiteiten dragen bij aan de uitstroom van huidige cliëntgroepen in Beschermd wonen en opvangvoorzieningen of hebben preventieve effecten op potentiele cliëntgroepen naar Beschermd wonen en opvangvoorzieningen in de regio Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij valt te denken aan activiteiten gericht op ondersteuning van zelfstandig wonen van potentiële cliënten en uitstroom van zittende cliënten Beschermd wonen en Opvang.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTINGArtikel 4:95 Subsidieplafond en verdeelregelsIn dit artikel staat hoe het subsidieplafond wordt bepaald. Het subsidieplafond voor Innovatie Beschermd Wonen en Opvang wordt jaarlijks gepubliceerd.</div>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel wordt beschreven hoe wordt omgegaan indien het totaal aangevraagde bedrag hoger is dan het beschikbare budget/plafond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf4.20Tijdelijke subsidieregeling dorps-en buurthuizen, versterken sociale basis, najaar 2023</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:96</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De instelling: het buurt- en dorpshuis en multifunctioneel centrum welke op grond van voorgaande paragrafen 4.5, 4.6 en 4.7 van dit hoofdstuk een activiteitensubsidie heeft ontvangen in de periode 2021/2022; het college kan bepalen dat een instelling die over genoemde periode geen subsidie heeft ontvangen maar wel overeenkomstige activiteiten heeft verricht, die nagenoeg volledig of in overwegende mate vallen binnen de reikwijdte en doelstellingen zoals bedoeld in voornoemde paragrafen, tot de instelling wordt gerekend in de zin van deze paragraaf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:97</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de regeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van de regeling is instellingen te stimuleren om activiteiten te ontwikkelen en uit te voeren die passen binnen de doelstelling 3C (‘het versterken van -de verbinding met- de sociale basis’) van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) dat de Nederlandse gemeenten (VNG), zorgverzekeraars en het ministerie van VWS hebben gesloten (met kenmerk 3507504-1043050). Dit akkoord betreft een fundament voor een gerichte lokale en regionale aanpak op het gebied van preventie, gezondheid en sociale basis. Dit als een beweging naar ‘de voorkant’ als bijdrage aan een gezonde samenleving. Besturen, betrokkenen, vrijwilligers en bezoekers worden aangemoedigd om tegen die achtergrond extra activiteiten te ondernemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-98\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:98</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Kosten in verband met activiteiten die gericht zijn op het versterken van de sociale basis: nieuwe activiteiten die uitnodigen tot bewegen en ontmoeten; activiteiten die de leefbaarheid in de wijk of het dorp stimuleren; activiteiten die de positieve gezondheid bevorderen (bijvoorbeeld eenzaamheid tegengaan); activiteiten die gericht zijn op het ondersteunen en stimuleren van vrijwilligers en personeel om met vertrouwen en enthousiasme zich te blijven inzetten voor de desbetreffende accommodatie; activiteiten gericht op het vergroten van de deelnemersgraad van bezoekers vanuit de wijk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-99\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:99</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagprocedure</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van het bepaalde in artikel 7 ASV dienen aanvragen te worden ingediend voor 9 oktober 2023. Deze datum geldt als uiterste datum.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvraag wordt ingediend met behulp van een daartoe beschikbaar gesteld aanvraagformulier.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvraag bevat een overzicht of beschrijving van de activiteiten die in het kader van de doelstelling zoals geformuleerd in de artikelen 4:96 en 4:97 worden georganiseerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-100\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:100</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiehoogte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidiehoogte bedraagt, ook bij een combinatie van activiteiten, maximaal € 5000,-. Verstrekking vindt plaats onder toepassing van artikel 15 van de ASV gemeente Groningen 2019.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:101</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het subsidieplafond van deze regeling bedraagt € 200.000,-.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.Toekenning vindt plaats op basis van volgorde binnenkomst aanvragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:102</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoegdheid college</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van hetgeen in voorgaande artikelen staat vermeld</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-103\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:103</span><span class=\"lf-art-t\">Tijdelijke nadere regel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze tijdelijke nadere regel geldt tot en met 31 december 2023.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf4.21Tijdelijke herstart-subsidieregeling dorps- en buurthuizen COVID-19 [vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.22 Tijdelijke herstart-subsidieregeling dorps- en buurthuizen COVID-19, voorjaar 2022</h3>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.23 Subsidieregeling Lokaal Preventieakkoord</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-120\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:120</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het bepaalde in artikel 1 van de Algemene subsidieverordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Lokaal Preventieakkoord: set afspraken tussen diverse lokale partijen waaronder de gemeente over het realiseren van gezamenlijke gezondheidsambities, zoals op het gebied van roken, overgewicht en mentale weerbaarheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:121</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de regeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het stimuleren van activiteiten en interventies die gericht zijn op het bevorderen van een gezonde leefstijl of een gezonde omgeving en passen binnen de bovengenoemde themagebieden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:122</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking, indien: deze plaatsvinden op grondgebied van de gemeente Groningen deze passen binnen het doel, zoals genoemd onder artikel 01 en wordt ingezet op versterking, vernieuwing of uitbreiding van het bestaande preventieve aanbod; deze aansluiten bij een aantoonbare behoefte of problematiek van de inwoners; er sprake is van een planmatige aanpak; deze worden uitgevoerd in het jaar van de aanvraag; de aanvrager een rechtspersoon is; er bij de uitvoering sprake is van samenwerking met andere betrokken partijen; deze een duurzaam karakter hebben en er is nagedacht over toekomstbestendigheid ingeval de subsidie stopt; na afloop wordt gecommuniceerd, gemonitord en geëvalueerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:123</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt tenminste € 2500,- en maximaal € 50.000,-</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-124\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:124</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvraag</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van het bepaalde in artikel 7 van de ASV kunnen subsidieaanvragen voor activiteiten over het kalenderjaar 2022 worden ingediend vanaf moment publicatie regeling.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidieaanvraag gaat in ieder geval vergezeld met: een omschrijving van de activiteit/het project en bij welk thema het hoort (middelenge- bruik/overgewicht); een beschrijving van het doel van de activiteit/het project; een beschrijving van de doelgroep van de activiteit/het project; een beschrijving van de partners die bij de activiteit/het project is betrokken en wat de taakverdeling/verantwoordelijkheden zijn van elke partner; op welke manier de inwoners bij het initiatief worden betrokken; wat het tijdspad is van de activiteit/het project; waar de activiteit/het project plaatsvindt; wat de haalbaarheid is van de activiteit (rekening houdend met eventuele vertragingen of bemoeilijkheden); een beschrijving van de borging van de activiteit/het project, op welke manier het een duurzaam karakter heeft; een beschrijving van de monitoring en evaluatie tijdens en na afloop van de activiteit/het project; een beschrijving op welke manier andere partijen worden geïnformeerd over de activiteit/het project; een beschrijving hoe de werkwijze en verbinding eruit ziet met breder project/programma; een reële en sluitende begroting bestaande uit de kosten die noodzakelijk zijn om de activiteit of het project uit te voeren.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-125\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:125</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt voor 2022 € 239.000,- en voor 2023 € 200.000,-; verstrekking vindt plaats op volgorde van binnenkomst van een complete aanvraag tot dat het subsidieplafond is bereikt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:126</span><span class=\"lf-art-t\">Duur van de subsidieregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze regeling geldt tot en met 31 december 2023</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.24 Voortgezette Tijdelijke subsidieregeling Energiefonds maatschappelijke organisaties</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-127\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:127</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Maatschappelijke organisaties: organisaties/instellingen/stichtingen/verenigingen, zijnde een rechtspersoon, met een locatie in de gemeente Groningen die zonder winstoogmerk activiteiten verrichten in, dan wel een bijdrage leveren aan, de sociaal-maatschappelijke infrastructuur en gemeentelijke beleidsdoelstellingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-128\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:128</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de regeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regeling heeft als doel financiële ondersteuning bieden aan maatschappelijke organisaties die als gevolg van de sterk gestegen energieprijzen in hun continuïteit en voortbestaan worden bedreigd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-129\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:129</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verstrekken voor de extra energiekosten die als gevolg van prijsstijgingen op energiemarkt in de periode 1 januari 2023 tot 1 januari 2024 zijn/worden gemaakt in vergelijking tot dezelfde periode van een voorgaand jaar waarbij het voorschotbedrag van januari 2022 als referentiepunt geldt; een en ander bij nagenoeg gelijkblijvende beoogde activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-130\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:130</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/weigeringsgronden</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Geen subsidie wordt verstrekt als aanvrager gebruik kan maken van of in overwegende mate wordt gefinancierd uit andere (vangnet)regelingen die van overheidswege (Rijk/Provincie e.d.) of vanuit koepelorganisaties in het leven zijn geroepen. De algemene regeling van het Prijsplafond valt hier buiten; deze wordt wel meegewogen in de hoogte van de subsidie.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.Geen subsidie wordt verstrekt als de maatschappelijke organisatie de kostenstijging(en) kan opvangen en er gelet op de liquiditeitspositie (current ratio 1.0 of hoger) geen sprake is van een dreigende betalingsonmacht.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Voor maatschappelijke organisaties die al gebruik hebben gemaakt van de oorspronkelijke regeling Energiefonds geldt dat alleen subsidie verstrekt kan worden voor meerkosten in de periode 1 april 2023 tot 1 januari 2024.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-131\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:131</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagprocedure</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De uiterste datum voor het indienen van een aanvraag is 1 december 2023.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.De aanvraag wordt ingediend met behulp van een daartoe beschikbaar gesteld aanvraagformulier.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De aanvraag dient vergezeld te gaan van: een bewijs dat de kosten van m3 gas en kWh over de periode zoals genoemd in artikel 4:129 zijn gestegen als gevolg van buitengewone prijsverhogingen op de energiemarkt; een beschrijving waarin aanvrager aangeeft op welke wijze het energieverbruik inmiddels is of zal worden beperkt, inclusief aangevuld met in te plannen of gerealiseerde duurzaamheidsmaatregelen voor de korte en lange termijn; een verklaring dat de recente energiekosten niet gedekt kunnen worden uit het vrij besteedbare eigen vermogen of opgevangen kunnen worden in de lopende exploitatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Bij aanvragen boven de € 5000,- dient het effect van de onttrekking aan het eigen vermogen door gestegen energiekosten op de financiële gezondheid van de maatschappelijke organisatie inzichtelijk te worden gemaakt met behulp van de gangbare financiële ratio’s.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-132\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:132</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte en beoordeling subsidie</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Bij subsidieaanvragen tot maximaal € 5000,- wordt de hoogte van de subsidie bepaald aan de hand van de aangeleverde gegevens. Deze subsidies worden verleend en vastgesteld onder toepassing van artikel 15 van de Algemene subsidie verordening (ASV).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidieaanvragen boven de grens van € 5000,- worden intrinsiek/aanvullend en maatgericht beoordeeld, met name op hetgeen dat in het vierde lid van artikel 4:131 is benoemd. Te subsidiëren organisaties dienen op 1 januari 2023 een current ratio van 1.0 of hoger te hebben. Overeenkomstig de ASV vindt definitieve vaststelling van de subsidie in deze categorie plaats op basis van nadien te overleggen financiële verantwoordingsinformatie.</div>\n<p class=\"lf-p\">3.Subsidiabel is maximaal het bedrag van de prijsstijging van de energiekosten met dien verstande dat een eventueel batig saldo op de liquiditeitsbegroting hierop in mindering zal worden gebracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-133\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:133</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdeelregel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidieplafond van deze regeling bedraagt € 1,4 miljoen minus de bedragen die op grond van de voormalige gelijknamige subsidieregeling zijn of nog worden uitgekeerd; aanvragen worden afgehandeld op volgorde van binnenkomst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-134\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:134</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoegdheid college/hardheidsclausule</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van hetgeen in voorgaande artikelen staat vermeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-135\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4:135</span><span class=\"lf-art-t\">Tijdelijke nadere regel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze tijdelijke subsidieregeling vervalt met ingang van 1 januari 2024.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 4.25 Subsidieregeling samen gezond en actief</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-136\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:136</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het bepaalde in artikel 1 van de Algemene subsidieverordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">GALA: het Gezond en Actief Leven Akkoord waarmee de Nederlandse gemeenten (VNG), zorgverzekeraars en het ministerie van VWS de volgende gemeenschappelijke doelen nastreven: terugdringen gezondheidsachterstanden; een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten; het versterken van (de verbinding met) de sociale basis; een gezonde leefstijl; versterking van de mentale weerbaarheid en mentale gezondheid; vitaal ouder worden; domeinoverstijgende inzet vanuit een regionale preventie-infrastructuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sportakkoord: Het Nationaal sportakkoord II waarmee de Nederlandse gemeenten (VNG en VSG), het ministerie van VWS, het Platform Ondernemende Sportaanbieders (POS) en het Nederlands Olympisch Comité*Nederlandse Sport Federatie (NOC*NSF) streven naar de volgende doelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Stevig fundament: voorwaarden om te kunnen sporten en daar plezier aan te beleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groter bereik: meer mensen voelen zich uitgenodigd om te gaan sporten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meer betekenis van sport: maatschappelijke waarde van sport, bijvoorbeeld voor gezondheid en sociale relaties van mensen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Spuk-regeling GALA: de regeling specifieke uitkering sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis 2023–2026 (met kenmerk 3507504-1043050-PG).</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdelen: de uit te voeren onderdelen zoals genoemd in de artikelen 2.2 lid a, 3.2 en 4.2 van de Spuk-regeling GALA.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plan van aanpak: het plan “Samen gezond en actief, GALA en Sportakkoord II gemeente Groningen” dat is opgesteld voor uitvoering van de Spuk-regeling GALA.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-137\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:137</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de regeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het stimuleren van activiteiten en interventies die zich richten op de doelen zoals beschreven in artikel 4:136 en verband houden met de onderdelen daarbij in het bijzonder een inzet beogen ten aanzien van: (het terugdringen van achterstanden op) de onderdelen van de spuk-regeling GALA. een integrale en toekomstbestendige aanpak van meerdere doelen van de GALA, waar mogelijk in samenhang met bestaande activiteiten die specifiek in/met de buurt worden georganiseerd. de wijken en dorpen waar bovengemiddeld veel personen met een gezondheidsachterstand woonachtig zijn zoals nader gedefinieerd in artikel 4:140 sub b.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-138\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:138</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking, indien: deze plaatsvinden op grondgebied van de gemeente Groningen; deze passen binnen het doel zoals omschreven in artikel 4:137 en minimaal 6 punten scoren zoals beschreven bij artikel 4:141 sub c; voor zover de subsidiabele kosten meer zijn dan € 5.000,-- de aanvraag volledig is ingediend voor 1 oktober van het voorafgaande jaar of 1 januari, 1 april of 1 juli van het lopende jaar; het kosten betreft die gemaakt worden in het lopende jaar voor daadwerkelijke uitvoering of voor de ontwikkeling en borging daarvan op lange termijn; er wordt voldaan aan de voorwaarden die in spuk-regeling GALA worden gesteld aan bepaalde activiteiten; aanvragen voor het sportakkoord voldoen aan de subsidiabele aspecten zoals opgenomen in het Gronings Sportakkoord II. deze aansluiten bij een aantoonbare behoefte of problematiek van de inwoners; er sprake is van een planmatige aanpak; deze worden uitgevoerd in het jaar van de aanvraag; de aanvrager een rechtspersoon is of bij aanvragen tot € 5.000,-- een natuurlijk persoon met minstens twee aanvullende en ondertekende steunverklaring; deze een duurzaam karakter hebben en er is nagedacht over toekomstbestendigheid ingeval de subsidie stopt; in de aanvraag voldoende is toegelicht hoe bekendheid wordt gegeven aan de gesubsidieerde activiteiten en hoe er over de bereikte resultaten wordt gecommuniceerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-139\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:139</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieaanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvraag gaat in ieder geval vergezeld met: een omschrijving van de activiteit/het project en bij welk thema het hoort (middelengebruik/overgewicht); een beschrijving van het doel van de activiteit/het project; een beschrijving van de doelgroep van de activiteit/het project; een beschrijving van de partners die bij de activiteit/het project is betrokken en wat de taakverdeling/verantwoordelijkheden zijn van elke partner; op welke manier de inwoners bij het initiatief worden betrokken; wat het tijdspad is van de activiteit/het project; waar de activiteit/het project plaatsvindt; wat de haalbaarheid is van de activiteit (rekening houdend met eventuele vertragingen of bemoeilijkheden); een beschrijving van de borging van de activiteit/het project, op welke manier het een duurzaam karakter heeft; een beschrijving van de monitoring en evaluatie tijdens en na afloop van de activiteit/het project; een beschrijving op welke manier andere partijen worden geïnformeerd over de activiteit/het project; een beschrijving hoe de werkwijze en verbinding eruit ziet met breder project/programma; een reële en sluitende begroting bestaande uit de kosten die noodzakelijk zijn om de activiteit of het project uit te voeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-140\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:140</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor activiteiten zoals bedoeld in hoofdstuk 3 onderdeel 3 van het plan van aanpak en die die plaatsvinden in wijken en dorpen waar bovengemiddeld veel personen met een gezondheidsachterstand woonachtig zijn, geldt als subsidieplafond het bedrag dat daartoe in de gemeentelijke begroting is opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wijken en dorpen bij sub a. betreffen de noordelijke NPLV-wijkvernieuwingswijken (Vinkhuizen, Paddepoel, Selwerd, Indische buurt, De Hoogte en Oosterparkwijk) en postcodegebieden die gemiddeld net zo hoog of hoger dan deze wijken scoren op de indicatoren waarmee ons gezondheidsbeleid wordt gemonitord (zie hoofdstuk 4 van de nota Gezond Leven in 050). Daaronder vallen (delen van) Hoogkerk, Lewenborg, Beijum en De Wijert.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieplafonds voor de overige op deze subsidieregeling gebaseerde subsidies zijn gelijk aan de bedragen die daarvoor jaarlijks in de gemeentelijke begroting zijn opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-141\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:141</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag- en beoordelingsprocedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieaanvragen voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 4:140 sub a die minder bedragen dan € 5.000 worden door de betreffende sociale gebiedsontwikkelaar voorzien van een advies zodra deze volledig zijn ingediend en daarna de eerste dag van elke maand beoordeeld op de voorwaarden van deze regeling. Deze worden verstrekt zolang het subsidieplafond bij artikel 4:140 sub a of een totaalbedrag van € 90.000 niet is bereikt en conform het plan van aanpak kan worden verdeeld over de verschillende gebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieaanvragen voor het onderdeel Sportakkoord (zoals genoemd in artikel 2.2 lid a van de Spuk-regeling GALA) worden beoordeeld op basis van een zwaarwegend advies door de Kopgroep Sportakkoord Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overige subsidieaanvragen die volledig en op tijd zijn ingediend en voldoen aan de voorwaarden van deze regeling worden beoordeeld door het kernteam GALA aangevuld met een medewerker van de afdeling CMO. Deze worden beoordeeld na het verstrijken van de in artikel 3:138 sub c genoemde datum en verstrekt zolang het betreffende subsidieplafond niet is bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor deze beoordeling krijgen aanvragen 1 punt voor elk doel uit het GALA waar het enig maar onvoldoende effect heeft, 3 punten waar het een voldoende effect op heeft en 5 punten waar het effect is zoals bedoeld in het gezond en actief leven akkoord. Dit wordt in elk geval getoetst aan het gemeentelijk beleid en de voorwaarden van de spuk-regeling GALA.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien worden 3 extra punten gescoord als het plan aansluit bij bestaande activiteiten die specifiek voor/met de betreffende buurt worden georganiseerd en 1 extra punt voor elk van de volgende voorwaarden waaraan wordt voldaan in het kader van toekomstbestendigheid en buurtgerichtheid:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plan zet in op borging van de activiteiten zodat het bijdraagt aan duurzame veranderingen op bovenstaande doelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarbij wordt specifiek gelet op de financiële borging na 2025/2026 zodat de activiteiten ook voortbestaan na wegvallen van de spuk GALA.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de activiteiten wordt samengewerkt samen met partners in de buurt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager heeft een breder aanbod van activiteiten op de doelstellingen dan alleen de activiteiten binnen deze aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plan is erop gericht om de activiteiten binnen deze aanvraag te integreren in dit bredere aanbod.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het totaal van de subsidieaanvragen in een bepaalde maand (sub a) of jaar (sub b) zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond dan is de verdeelwijze als volgt: aanvragen met de hoogste score; vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen; aanvragen die betrekking hebben op wijken en dorpen zoals bedoeld in artikel 140 lid b hebben voorrang boven andere aanvragen; naar evenredigheid van het aangevraagde bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van voorgaande bepalingen, onder andere met oog op een evenredige verdeling van de middelen over de wijken en dorpen van de gemeente Groningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4-142\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4:142</span><span class=\"lf-art-t\">Duur van de regeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling geldt tot en met 31 december 2026 Hoofdstuk5Sport en bewegen Paragraaf5.1Sport algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaan onder: sportclub: verband waar mensen met enige regelmaat samen sporten: in verenigingsverband, of anders georganiseerd en gevestigd in de gemeente Groningen; clubgebouw: een gebouw of deel daarvan dat grotendeels gebruikt wordt door de leden van de subsidieontvanger, anders dan voor de beoefening van sport; duurzame sportmaterialen: materialen bestemd voor het beoefenen van een binnensport, die niet behoren tot de basisuitrusting van een gemeentelijke binnensportaccommodatie en die onder normale omstandigheden een levensduur hebben van tenminste 3 jaren; seizoensaanvraag: een roosteraanvraag bij Sport050 om huur van een sportaccommodatie voor de duur van een sportseizoen; sportseizoen: het tijdvak lopend van 1 augustus tot en met 31 juli daaropvolgend. Als de landelijke sportbond waarbij de subsidieaanvrager is aangesloten een ander tijdvak hanteert, geldt dat laatstgenoemde tijdvak; gemeentelijke sportaccommodatie: een sportaccommodatie die het eigendom is van de gemeente Groningen; sportverenigingstarief: het tarief voor verenigingen, bestaande uit seniorentarief en jeugdtarief, zoals gehanteerd door Sport050; sportinfrastructuur: het geheel aan gebouwen, velden, sportmaterialen en overige fysieke zaken die noodzakelijk zijn om sportuitoefening mogelijk te maken; sportief kapitaal: de verzameling van fysiologische, sociale en psychologische competenties en ervaringen die een individu stimuleren en motiveren om op de lange termijn deel te nemen aan sport en bewegen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Adviescommissie voor de Sport: commissie door de gemeenteraad ingesteld die tot taak heeft gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen aan het college van Burgemeester &amp; Wethouders en/of gemeenteraad ten aanzien van de algemene beleidsvoorbereiding en beleidsondersteuning op het terrein van sport en bewegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf5.2Co-financieringsfonds Sport</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan sportclubs subsidie verlenen in de kosten van sportinfrastructuur: aanschaf van duurzame sportmaterialen die bijdragen aan het realiseren van aanvullende of nieuwe activiteiten; investeringen in nieuwbouw, uitbreiding of vernieuwing van clubgebouwen die bijdragen aan het versterken van het clubgevoel en het creëren van een ontmoetingsplek; investeringen in nieuwbouw, uitbreiding, of vernieuwing van sportaccommodaties die een aanvulling zijn op het gemeentelijke aanbod van sportaccommodaties en bijdragen aan het realiseren van aanvullende of nieuwe activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van artikel 14 van de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2019 bedraagt de subsidie:</div>\n<p class=\"lf-p\">Voor de in het vorige artikel, onder a. genoemde activiteiten maximaal 50% van de noodzakelijke kosten met een maximum van € 6.000,- per aanvraag;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de in het vorige artikel, onder b. genoemde activiteiten maximaal 50% van de noodzakelijke kosten met een maximum van € 45.000,- per aanvraag;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de in het vorige artikel, onder c. genoemde activiteiten maximaal 50% van de noodzakelijke kosten met een maximum van € 45.000,- per aanvraag.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In bijzondere gevallen kan het college ten gunste van de subsidieontvanger afwijken van de in het eerste lid van dit artikel genoemde maxima.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:4</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In de subsidieaanvraag wordt beschreven hoe door middel van de gewenste investering wordt bijgedragen aan het ontwikkelen van sportief kapitaal in Groningen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college legt subsidieaanvragen op basis van artikel 5:2 onder b. en c. voor advies voor aan de Adviescommissie voor de Sport.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college wijst een subsidieaanvraag voor de in artikel 5:2, onder b. en c. genoemde activiteiten, af als het bouwplan niet voldoet aan de eisen die het bouwbesluit stelt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Subsidie op grond van deze paragraaf wordt geweigerd indien de aanvraag betrekking heeft op de nieuwbouw, uitbreiding of vernieuwing van kleedkamers in eigendom van de gemeente op gemeentelijke sportaccommodaties.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Subsidie op grond van deze paragraaf wordt geweigerd indien de aanvraag betrekking heeft op de nieuwbouw, uitbreiding of vernieuwing van kleedkamers in eigendom van aanvrager op gemeentelijke sportaccommodaties, waarvoor de aanvrager een operationele vergoeding en/of ingebruikgevingsvergoeding voor gebruik van kleedkamers ontvangt.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor subsidieaanvragen zoals bedoeld in artikel 5:2 onder a. gelden de volgende regels: het subsidieplafond bedraagt het budget “duurzame sportmaterialen” dat voor het betreffende subsidietijdvak door het college wordt vastgesteld;</div>\n<p class=\"lf-p\">Het college verdeelt het subsidiebedrag over de aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie op volgorde van binnenkomst.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Voor subsidieaanvragen zoals bedoeld in artikel 5:2 onder b. en c. gelden de volgende regels: het subsidieplafond bedraagt het budget “duurzame sportfaciliteiten” dat voor het betreffende subsidietijdvak door het college wordt vastgesteld; als het totaal van de aanvragen hoger is dan het subsidieplafond, dan honoreert het college de aanvragen die aan de voorwaarden voldoen in deze volgorde: aanvragen afkomstig van subsidieontvangers die nog niet eerder op basis van artikel 5:2 onder b. en c. subsidie ontvangen hebben gaan voor; de mate waarin de subsidieaanvragen bijdragen aan het ontwikkelen van sportief kapitaal in Groningen. resteert er na bovenstaande verdeelwijze nog een deel van het subsidiebudget dan honoreert het college aanvragen die na 1 oktober worden ingediend en die aan de voorwaarden voldoen, in de volgorde waarop ze bij het college zijn binnengekomen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting indieningstermijnen (paragraaf 5.2)De indieningstermijnen voor de subsidies in deze paragraaf vallen onder de regels daarvoor, zoals in de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2019 bedoeld. Dat betekent dat voor de subsidie bedoeld in artikel 5:2 onder a. (“duurzame sportmaterialen”) gedurende het gehele jaar aangevraagd kan worden (zie artikel 7 tweede lid ASV). Voor de subsidies bedoeld in artikel 5:2 onder b. en c. (“duurzame sportfaciliteiten”) dient de aanvraag voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de subsidie gebruikt zal gaan worden, ingediend te worden (zie artikel 7 eerste lid ASV).</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf5.3Compensatie huur niet gemeentelijke sportaccommodaties</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan sportclubs die een seizoensaanvraag bij gemeente Groningen hebben ingediend, maar die niet in een gemeentelijke accommodatie terecht kunnen een subsidie verlenen voor de compensatie van de huur bij het gebruik van niet gemeentelijke sportaccommodaties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:8</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 14 van de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2019 bedraagt de subsidie het verschil tussen het gemeentelijke sportverenigingstarief en het tarief van de niet gemeentelijke sportaccommodatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:9</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In afwijking van artikel 7 van de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2019 dienen subsidieaanvragen in het kader van deze paragraaf, uiterlijk 8 weken na het vaststellen van het rooster van de sportaccommodaties voor het sportseizoen door Sport050, bij het college te worden ingediend.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een subsidieaanvraag kan alleen ingediend worden als het subsidiebedrag hoger is dan € 100,--.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Een subsidieaanvraag kan alleen ingediend worden bij gebruik van minimaal 12 achtereenvolgende weken.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een aanvraag voor subsidie voor de compensatie van de huur bij het gebruik van een niet gemeentelijke sportaccommodatie weigeren als de subsidieaanvrager naar het oordeel van het college van een gemeentelijke accommodatie gebruik kan maken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:11</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het subsidieplafond bedraagt het budget “compensatie huur niet gemeentelijke sportaccommodaties” dat voor het betreffende subsidietijdvak door het college wordt vastgesteld.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bij overschrijding van het subsidieplafond verdeelt het college het budget naar evenredigheid over de op tijd ingediende subsidieaanvragen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf5.4Talenthub Groningen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:12</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionaal Trainingscentrum (RTC): een door de betreffende sportbond erkend trainingscentrum, waarbinnen talenten uit de regio (extra) training krijgen met als doel uiteindelijk door te stromen in de landelijke senioren topsportprogramma’s van de sportbonden, dat aan de volgende criteria voldoet: de trainingen vinden in de gemeente Groningen plaats; het programma is door de betreffende sportbond erkend; er is sprake van samenwerking tussen RTC en onderwijs; er is sprake van cofinanciering van het RTC; er trainen erkende talenten middels een status vanuit de bond; het programma heeft een looptijd van minimaal vier jaar. talentvereniging: een sportclub waar individuele talenten trainen, die niet onder een RTC vallen. Een talentvereniging wordt gelijkgesteld met een RTC. talent: een sporter met erkenning middels een door diens sportbond afgegeven status die voldoet aan tenminste twee van de volgende criteria: de sporter woont in gemeente Groningen; de sporter is lid van een sportclub in gemeente Groningen; de sporter gaat naar school of studeert in gemeente Groningen. topsporttraining: training middels een door de betreffende sportbond erkend opleidingsprogramma, waarbij gebruik gemaakt wordt van de door de betreffende sportbond aangewezen begeleiding en faciliteiten voor die specifieke doelgroep. De trainingen worden gegeven door een gekwalificeerde trainer. gekwalificeerde trainer: een door de betreffende sportbond erkende en gekwalificeerde trainer die door Topsport NOORD is goedgekeurd. De gekwalificeerde trainer is een combinatiefunctionaris die: talenten coacht in een RTC; conform het activiteitenprogramma, bedoeld in artikel 5:15 activiteiten/ clinics geeft of doet geven binnen het onderwijs. penvoerder: de instelling die namens de erkende RTC’s alle correspondentie voert betreffende de subsidieverstrekking als bedoeld in deze paragraaf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:13</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan subsidie verlenen aan in Groningen gevestigde RTC’s voor topsporttrainingen onder leiding van een gekwalificeerde trainer, waarbij de subsidie kan worden ingezet voor: het voldoen van de loonkosten van de trainer; het voldoen van de huurkosten van een accommodatie of het voldoen van de kosten van materialen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college erkent maximaal zeven RTC’s in Groningen, op basis van de Lijst Topsport- en Internationale wedstrijdsportdisciplines 2021-2024, zoals door NOC*NSF vastgesteld. Alleen deze kunnen voor subsidie in aanmerking komen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Topsport NOORD adviseert het college in de keuze van de RTC’s.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:14</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 14 van de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2019 bedraagt de subsidie voor de in artikel 5:13 genoemde activiteiten per activiteit maximaal 50% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-15\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:15</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie wordt verstrekt onder de voorwaarde dat tussen de erkende RTC’s en een door deze RTC’s aangewezen penvoerder een samenwerkingsovereenkomst wordt gesloten. In deze overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: welke taken de deelnemers aan de penvoerder opdragen; welke verantwoordelijkheden de penvoerder en de deelnemers hebben, zowel gezamenlijk als ieder voor zich; hoe de subsidie onderling tussen de deelnemers wordt verdeeld; dat de deelnemers de penvoerder machtigen om namens de deelnemers op te treden; hoe een deelnemer uit de overeenkomst kan treden; hoe de gevolgen worden geregeld die het uittreden uit de overeenkomst met zich meebrengen; dat de overeenkomst inhoudelijk wordt afgestemd met het college.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien de aanvragers deelnemers in een samenwerkingsverband zijn, wordt de subsidie verstrekt aan de deelnemers gezamenlijk en betaald aan penvoerder om subsidie in de zin van deze nadere regel is opgetreden, hierna te noemen de penvoerder.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De aanvraag gaat vergezeld van een activiteitenplan per deelnemer aan het samenwerkingsverband en een begroting voor het de activiteiten per deelnemer.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De penvoerder is verantwoordelijk voor de doorbetaling van de subsidie, inclusief eventuele voorschotten, aan de deelnemers in het samenwerkingsverband.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Indien de aanvraag een project betreft dat wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband vermeldt de beschikking tot subsidieverlening de hoogte van de verleende subsidie per deelnemer in het samenwerkingsverband.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Elke deelnemer in het samenwerkingsverband is tot ten hoogste de verleende subsidie aansprakelijk voor terugbetaling van de subsidie aan de penvoerder, voor zover de subsidieontvangers daartoe verplicht zijn.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>De penvoerder is aansprakelijk voor de terugbetaling van de subsidie, voor zover de subsidieontvangers daartoe verplicht zijn, aan het college.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Met betrekking tot de in artikel 5:13 genoemde activiteiten adviseert Topsport NOORD het college op basis van de volgende informatie: of er sprake is van cofinanciering van het RTC; de hoogte van de noodzakelijke kosten van het RTC-programma; de kwaliteit van de samenwerkingsverbanden ten behoeve van het RTC (bijvoorbeeld onderwijs, medische begeleiding etc.); het percentage talenten dat een hogere status behaalt en/of doorstroomt naar een vervolgprogramma in de betreffende tak van sport; het aantal erkende talenten middels een status vanuit de bond dat deelneemt aan het RTC-programma; de kwaliteit van het trainingsprogramma van het RTC; de kwaliteit van de trainer; de toekomstbestendigheid van het RTC.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>Met betrekking tot de in artikel 5:13 genoemde activiteiten zijn de volgende verplichtingen van toepassing: de gekwalificeerde trainer geeft als combinatiefunctionaris minimaal twee activiteiten/clinics binnen het onderwijs of zorgt ervoor dat die geven worden; bij de subsidieaanvraag wordt een activiteitenprogramma gevoegd, waarin beschreven wordt hoe de gekwalificeerde trainer invulling geeft aan de verplichting onder a; bij de subsidieaanvraag worden de noodzakelijke kosten van de onder 5:13 genoemde subsidiabele activiteiten afzonderlijk inzichtelijk gemaakt en onderbouwd in een gespecificeerde begroting; in de subsidieaanvraag wordt aangegeven wat de stand van zaken is van bij derden aangevraagde gelden; na afloop van de activiteit wordt gerapporteerd over de uitvoering van het activiteitenprogramma.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-16\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:16</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het subsidieplafond dan is de verdeelwijze als volgt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het totaal van de in artikel 5:13 genoemde activiteiten is het subsidieplafond gelijk aan de in de begroting hiervoor opgenomen bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beschikbare budget wordt verdeeld op basis van het activiteitenplan bedoeld in artikel 5:15 derde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als na bovenstaande verdeelwijze nog middelen resteren dan worden die toegevoegd aan het budget Talenthub Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf5.5Bslim bewegingsonderwijs en naschools aanbod</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:17</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bslim wijken: de Groningse wijken Hoogkerk, Vinkhuizen, Selwerd-Paddepoel-Tuinwijk (SPT), Indische Buurt-De Hoogte (IBDH), Zuid (Corpus Den Hoorn/De Wijert Noord), Beijum, Lewenborg en Oosterparkwijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bslim bewegingsonderwijs: kinderen in het reguliere basisonderwijs krijgen minimaal twee keer in de week kwalitatief goed bewegingsonderwijs, gegeven door een brede vakdocent in een Bslim wijk. De deelnemers worden door de brede vakdocent gestimuleerd lid te worden van een sportclub.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bslim naschools aanbod: voor jeugd van 4 tot 12 jaar wordt een laagdrempelig buitenschools sport- en beweegaanbod gerealiseerd, begeleid door een brede vakdocent in een Bslim wijk, met als doel dat kinderen meer en veelzijdiger gaan bewegen en sporten, dat overgewicht en bewegingsarmoede afnemen en gezondheid en motorische vaardigheden bij (inactieve)kinderen toeneemt. De deelnemers worden door de brede vakdocent gestimuleerd lid te worden van een sportclub.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brede vakdocent: een ALO opgeleide docent, met bij voorkeur binnen- en buitenschoolse taken. Op verzoek van de school en na overleg met de gemeente kan deze functie ook worden ingevuld door een groepsleerkracht mét een leergang bewegingsonderwijs.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-18\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:18</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan scholen subsidie verlenen voor Bslim bewegingsonderwijs.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college kan scholen subsidie verlenen voor Bslim naschools aanbod.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-19\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:19</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie voor de artikel 5:18, eerste lid genoemde activiteiten bedraagt maximaal € 24.750,- per fte met een maximum van 11,9 fte als deze volledig wordt ingezet op de in artikel 5:18, eerste lid genoemde activiteiten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie voor de artikel 5:18, tweede lid genoemde activiteiten bedraagt maximaal € 66.000,- per fte met een maximum van 2,77 fte als deze volledig wordt ingezet op de in artikel 5:18, tweede lid genoemde activiteiten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In bijzondere gevallen, te beoordelen door het college, kan het college ten gunste van de subsidieontvanger afwijken van de in dit artikel genoemde maxima.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-20\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:20</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een gezonde actieve leefstijl wordt actief gestimuleerd in het bewegingsonderwijs en het naschools sport- en beweegaanbod.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Er wordt gezorgd voor een doorgaande lijn binnen- en buitenschools aanbod.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Scholen hebben een visie op en beleid aangaande bewegingsonderwijs, gezonde leefstijl, een gezond schoolklimaat en deskundigheidsbevordering en deze vastgelegd in hun schoolplan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Scholen zorgen ervoor dat de voor bewegingsonderwijs bevoegde leerkrachten en (brede) vakdocenten hun kennis en vaardigheden actueel houden door (bij)scholing.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>De scholen zorgen ervoor dat er inzicht in de bewegingsactiviteiten, de gezondheid en de motorische vaardigheden van kinderen in de basisschoolleeftijd verkregen wordt middels het leerlingvolgsysteem Volgmij.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>De scholen zorgen ervoor dat er gewerkt wordt met een werkagenda waarin de organisatie, personeelsbeleid, aansturing en professionalisering van de brede vakdocenten is vastgelegd.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-21\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:21</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het subsidieplafond bedraagt maximaal € 294.525,- voor de activiteiten genoemd in artikel 5:18, eerste lid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het subsidieplafond bedraagt maximaal € 182.820,- voor de activiteiten genoemd in artikel 5:18, tweede lid.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Als het totaal van de aanvragen hoger is dan het subsidieplafond, dan wordt de subsidie toebedeeld naar rato van het bedrag van de verschillende subsidieaanvragen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf5.6Bslim buurtsport</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-22\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:22</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bslim buurtsport: sport- en beweegaanbod gericht op jeugd van 4 tot 15 jaar met als doel de jeugd die niet of weinig beweegt, te stimuleren tot een sportieve en gezonde leefstijl en kinderen te stimuleren lid te worden van een sportclub.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-23\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:23</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan een instelling subsidie verlenen voor de inzet van buurtsportcoaches ter uitvoering van Bslim buurtsportprogramma’s.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het college kan een instelling subsidie verlenen voor de kosten die gemaakt worden voor Bslim buurtsport, anders dan in het eerste lid bedoeld.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-24\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:24</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie voor de artikel 5:23 eerste lid genoemde activiteiten bedraagt maximaal het door het college vastgestelde normbedrag per fte met een maximum van 11 fte als deze volledig wordt ingezet op de in artikel 5:23, eerste lid genoemde activiteiten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De subsidie voor de in artikel 5:23, tweede lid genoemde gemaakte kosten bedraagt maximaal het in de begroting opgenomen bedrag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In bijzondere gevallen, te beoordelen door het college, kan het college ten gunste van de subsidieontvanger afwijken van de in dit artikel genoemde maxima.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5-25\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel5:25</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het subsidieplafond is gelijk aan de in de begroting hiervoor opgenomen bedragen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als het totaal van de aanvragen hoger is dan het subsidieplafond, dan wordt de subsidie toebedeeld naar rato van het bedrag van de verschillende subsidieaanvragen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk6 Cultuur</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.1Cultuur algemeen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaan onder: de cultuurnota: de door de gemeenteraad van Groningen vastgestelde, op dit moment geldende cultuurnota; aanvraagperiode: een door het college te bepalen tijdvak waarin subsidieaanvragen kunnen worden ingediend voor activiteiten waarvoor op grond van dit hoofdstuk subsidie kan worden verleend; noodzakelijke: kosten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van activiteiten kosten waarvoor het college op grond van dit hoofdstuk subsidie kan verlenen onder aftrek van de op die activiteiten betrekking hebbende baten, met als minimum de inkomstennorm; inkomstennorm: het percentage van de overheidsbijdragen dat instellingen minimaal aan eigen inkomsten verwerven, zoals publieksinkomsten of sponsoring. Het percentage bedraagt tenminste 21,5%; eigen inkomsten: publieksinkomsten, inkomsten uit particuliere fondsen, overige inkomsten, zijnde directe opbrengsten, sponsorinkomsten en overige inkomsten; indirecte opbrengsten en overige bijdragen. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan, overige bijdragen uit publieke middelen, rentebaten en overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap; kernvoorziening: een grote instelling met een breed aanbod voor een breed publiek, een en ander zoals bedoeld in de geldende cultuurnota; specifieke voorzieningen: voor de looptijd van de geldende cultuurnota gesubsidieerde instellingen van zeer verschillende aard, kleinschaliger dan kernvoorzieningen en waarvan het aanbod een aanvulling vormt op dat van de kernvoorzieningen, een en ander zoals bedoeld in de geldende cultuurnota; amateurkunst: een activiteit op het gebied van muziek, dans, toneel, beeldende en audiovisuele kunst en literatuur, beoefend in de vrije tijd, die voor de kunstbeoefenaar geen primaire inkomstenbron oplevert; kunstvakopleiding: elke door de rijksoverheid erkende beroepsopleiding voor kunstenaars op Universitair of HBO niveau; kunstprofessional: vakmatig beoefenaar van kunst en cultuur met professionele kennis en ervaring;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kunstraad Groningen: onafhankelijke instelling die voor de provincie en de gemeente Groningen (onder meer) subsidieaanvragen voor kunst- en:cultuurprojecten beoordeelt en daarover adviseert, dan wel subsidies in mandaat verleent; [vervallen.] actieve kunstdeelname: het zelf beoefenen van een kunst- of cultuurdiscipline, zoals muziek, dans, toneel, beeldende en audiovisuele kunst en literatuur; podiumkunsten: verzamelnaam voor kunstvormen die een tijdelijk waarneembaar:product opleveren, waarvoor ze afhankelijk zijn van uitvoerende:kunstenaars, bijvoorbeeld toneel, opera, muziek, cabaret en dergelijke; beeldende kunst: verzamelnaam van kunstvormen die een duurzaam, optisch waarneembaar object voortbrengen, dat onafhankelijk van zijn schepper voort bestaat; daarmee is zij tegengesteld aan podiumkunsten; voorbeelden zijn schilderkunst, grafische kunst, film en beeldhouwkunst; immaterieel erfgoed: sporen uit het verleden in het heden, in de vorm van gebruiken, verhalen en gewoonten; materieel erfgoed: sporen uit het verleden in het heden, die zichtbaar en tastbaar aanwezig zijn, zoals voorwerpen in musea, archeologische vondsten, archieven, monumenten en landschappen; letteren: activiteiten die zich richten op de promotie of productie van:literatuur en poëzie of vallen onder de kerntaken van de openbare bibliotheek zoals benoemd in de bibliotheekvisie, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 30 maart 2011; culturele beurzen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidies in de vorm van een geldbedrag voor een door het college uitgeschreven uitdaging, toe te kennen op basis van beoordeling door een jury. cultuurnota: het document met de titel Kunst en Cultuur voor Iedereen, Cultuurnota 2021-2024 zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 18 november 2020.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:2</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Op de paragrafen 6.6 tot en met 6.10 van dit hoofdstuk is de uitgebreide procedure, zoals opgenomen in de verordening van toepassing, waarbij subsidie verleend wordt voor de gehele periode van de geldende cultuurnota. In afwijking van artikel 7, lid 1 van de verordening stelt het college de aanvraagperiode vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Op de paragrafen 6.2, 6.4 en 6.5 is de reguliere procedure, zoals opgenomen in de verordening van toepassing, met de volgende toevoegingen: de termijn voor het indienen van een aanvraag is altijd 13 weken voor aanvang van de activiteit; artikel 20 eerste lid van de verordening is van toepassing op alle subsidies die op grond van dit hoofdstuk worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Op de paragrafen 6.3 en 6.11 van dit hoofdstuk is de lichte procedure, zoals opgenomen in de verordening van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:3</span><span class=\"lf-art-t\">Toetsingscriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de paragrafen 6.2 en 6.4 geldt als drempelcriterium dat een aanvraag voldoende artistieke kwaliteit moet hebben. Indien dat het geval is, dan worden de volgende toetsingscriteria gehanteerd om te bepalen of een aanvraag in aanmerking komt voor subsidie: aanvullend op het aanbod; cultureel ondernemerschap; deelnemers- en/of publieksbereik; degelijkheid van de financiële onderbouwing; stevigheid van de organisatie; kans van slagen van het project.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:4</span><span class=\"lf-art-t\">Reproductie/openbaarmaking/publiciteit/toegankelijkheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de incidentele subsidies, zoals bedoeld in paragraaf 6.2 tot en met 6.5 gelden de volgende voorwaarden:</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager verleent het college indien van toepassing toestemming voor verveelvoudiging of openbaarmaking van beelden of andere reproducties van het project of het kunstobject door middel van beeld- of promotiemateriaal of op welke andere wijze ook.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger dient door middel van publiciteit ruchtbaarheid te geven aan de publieke uiting van het project.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht in zijn publiciteitsuitingen te vermelden dat de activiteit mede tot stand is gekomen dankzij subsidie van de gemeente Groningen. De subsidieontvanger maakt daarbij gebruik van het door het college voorgeschreven logo.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat het project toegankelijk is voor het publiek door uitvoering of plaatsing in de openbare ruimte of in een openbaar of voor publiek opengesteld gebouw binnen de provincie Groningen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.2Incidentele activiteiten cultuur</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:5</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan subsidie verlenen als bijdrage aan incidentele activiteiten cultuur die voldoen aan de criteria van artikel 6.3.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voor de in het vorige artikel, eerste lid genoemde activiteiten bedraagt maximaal 30% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Een aanvrager kan per kalenderjaar voor maximaal € 20.000 aan subsidie op grond van deze paragraaf in aanmerking komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college kan in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd afwijken van het bepaalde in lid 2 en 3.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:7</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidieontvanger is verplicht een naar het oordeel van het college redelijke financiële eigen bijdrage te leveren aan de uitvoering van de activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Voor zover van toepassing is de subsidieontvanger verplicht een naar het oordeel van het college redelijk bedrag als entree te heffen van de bezoekers van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidieontvanger is verplicht om de relatie aan te geven tussen de activiteiten waarvoor op grond van deze paragraaf subsidie wordt gevraagd en zijn reguliere activiteiten als hij daarvoor subsidie ontvangt krachtens een gemeentelijke subsidieregeling of van een derde.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De subsidieontvanger die naast de activiteiten waarvoor subsidie krachtens deze paragraaf wordt gevraagd tevens andere activiteiten uitvoert, dient: bij de aanvraag tot subsidieverlening een begroting te voegen van al zijn baten en lasten tenzij hij deze begroting reeds eerder bij het college heeft ingediend, en bij de aanvraag tot subsidievaststelling een rekening van al zijn baten en lasten te voegen tenzij hij deze rekening reeds eerder bij het college heeft ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Subsidie wordt alleen verstrekt voor een activiteit, niet voor investeringen in goederen of huisvesting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college weigert een aanvraag voor een in artikel 6:5 genoemde activiteit als: het een project betreft rond materieel erfgoed, behalve als daarin door middel van een actieve scheppingsdaad de verschillende elementen van het verleden in een hernieuwd kader worden vervat en zo een eigen vitale betekenis krijgen; die activiteit plaatsvindt in het kader van een opleiding van de subsidieontvanger of een publicatie van wetenschappelijke werken en/of leermethoden; de subsidieontvanger een volgens de cultuurnota structureel gesubsidieerde voorziening is; de activiteit wordt geïnitieerd door amateurs; het project ondersteund wordt vanuit het NPG of Toukomst;</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan voorts een subsidieaanvraag weigeren: die primair betrekking heeft op publicaties en beeld- en geluidsdragers die geen uniek kunstwerk betreffen; als de aanvrager een beroep doet op artikel 6:5, tweede lid niet bereid is om een andere locatie te kiezen voor de uitvoering van het community artproject of de plaatsing van een kunstobject in gevallen dat het algemene belang zich tegen de voorgenomen locatie verzet; voor zover die betrekking heeft op onderhouds- of instandhoudingskosten van een bestaand kunstobject.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:9</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Per kalenderjaar is het subsidieplafond voor de in artikel 6:5 genoemde activiteiten gelijk aan het daarvoor in de begroting van gemeente en provincie Groningen opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan per kalenderjaar een of meer aanvraagperioden vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college bepaalt jaarlijks voor alle aanvraagperioden de uiterste datum waarop de subsidieaanvraag in bezit moet zijn van het college.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het college kan per aanvraagperiode een deelbudget vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Het college kan een eventueel overschot op een deelbudget toevoegen aan een deelbudget van een daaropvolgende aanvraagperiode. Dit geldt niet voor de laatste aanvraagperiode van het kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Het college kan een eventueel overschot op een deelbudget ook toevoegen aan een deelbudget dat betrekking heeft op paragraaf 6.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Het college brengt in de subsidieaanvragen voor de in artikel 6:5 genoemde activiteiten een rangschikking aan waarbij de aanvragen hoger worden gerangschikt naarmate ze: voor het eerste lid beter voldoen aan de in artikel 6:3 genoemde criteria; voor het tweede lid beter voldoen aan de in dat lid genoemde criteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.In de afweging van het college wegen de in artikel 6:3 eerder genoemde criteria zwaarder dan later genoemde.</p>\n<p class=\"lf-p\">9.Het college kan besluiten om de behandeling van een subsidieaanvraag uit te stellen tot een volgende aanvraagperiode mits het college met in achtneming van de daarvoor geldende termijn de gelegenheid heeft een besluit te nemen voordat de activiteit wordt uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">10.In uitzonderlijke gevallen kan het college gemotiveerd besluiten om subsidie te verlenen voor de in artikel 6:5 genoemde activiteiten in afwijking van de in het zevende lid bedoelde rangschikking.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.3Basissubsidies amateurkunst</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:10</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan statutair in de gemeente Groningen gevestigde verenigingen en stichtingen die actief zijn op het gebied van amateurkunst subsidie verlenen in de kosten van deskundige artistieke leiding en de huur van repetitieruimten (basissubsidie).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:11</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in artikel 6:10 genoemde activiteiten bedraagt 30% van het totaal van de honoraria voor deskundige artistieke leiding en de huur van repetitieruimten met een gezamenlijk maximum van € 1.589,-- per subsidieontvanger per jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:12</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.In afwijking van de reguliere procedure, zoals opgenomen in de verordening, is de uiterste datum waarop een subsidieaanvraag voor de in artikel 6:10 genoemde activiteiten in bezit moet zijn van het college 1 december van het voorafgaande jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidieontvanger dient ten minste 1 maal per jaar een openbare presentatie in de gemeente Groningen te geven. Hiertoe wordt niet gerekend een presentatie, die plaatsvindt in het kader van onderwijs, als onderdeel van een levensbeschouwelijke of politieke bijeenkomst of als onderdeel van een bedrijfsactiviteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidieontvanger wordt verzocht zich aan te melden bij VRIJDAG huis van de amateurkunst Groningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Een subsidieontvanger levert naar het oordeel van het college een redelijke eigen bijdrage in de kosten via contributie van de actieve leden en andere inkomstenbronnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Artikel 6:12, lid 3</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:13</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college weigert een subsidie: voor de in artikel 6:10 genoemde activiteiten als de subsidieontvanger statutair niet in de gemeente Groningen is gevestigd; voor de in artikel 6:10 genoemde activiteiten als subsidieontvanger niet de repetitieruimte in de gemeente Groningen heeft; voor de in artikel 6:10 genoemde activiteiten als de subsidieontvanger minder dan twee jaar staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel; voor de in artikel 6:10 genoemde activiteiten als de subsidieontvanger onderdeel is van of gelieerd is aan rechtspersonen zonder primaire doelstellingen op het gebied van de amateurkunst; indien de presentaties op grond van artikel 6:12, tweede lid niet in de gemeente Groningen uitgevoerd worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:14</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor de in artikel 6:10 genoemde activiteiten is het subsidieplafond gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als het totaal van de subsidieaanvragen op basis van artikel 6:10 het subsidieplafond overschrijdt dan worden deze naar evenredigheid over de op tijd ontvangen subsidieaanvragen verdeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:14</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafonds en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Klik hier om het document te downloaden]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.4Plusregeling amateurkunst</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-15\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:15</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen aan producties of projecten op het gebied van de amateurkunst die voldoen aan de criteria van artikel 6.3 en die vallen onder: uitvoeringen, die een mate van bijzonderheid hebben ten opzichte van reguliere uitvoeringen en die zich onderscheiden op het gebied van artistieke kwaliteit, participatie/bereik, samenwerking en/of scholing op niet-individueel niveau; samenwerkingsprojecten met andere partners uit het amateurveld; festivals; inhoudelijke, niet individuele deskundigheidsbevordering (scholing, workshops, trainingen); investeringen in infrastructuur zoals repetitieruimtes of podia die naar het oordeel van het college ten goede komen aan de totale sector van de brede amateurkunst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Artikel 6:15, onder a en e</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-16\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:16</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie voor de in artikel 6:15 genoemde activiteiten bedraagt maximaal twee derde deel van de naar het oordeel van het college noodzakelijke kosten.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.Een aanvrager kan per kalenderjaar voor maximaal € 15.000,-- aan subsidie op grond van deze paragraaf in aanmerking komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college kan in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd afwijken van het bepaalde in het vorige lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-17\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:17</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Als de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd een presentatie is, heft de subsidieontvanger een naar het oordeel van het college redelijk bedrag als entreegeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als een subsidieontvanger ook subsidie ontvangt op grond van paragraaf 6.3 van dit hoofdstuk geeft hij in zijn subsidieaanvraag de meerwaarde aan van de activiteiten waarvoor op grond van deze paragraaf subsidie wordt gevraagd ten opzichte van zijn overige, door de gemeente Groningen gesubsidieerde activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Bij de voorbereiding van de activiteiten maakt de subsidieontvanger gebruik van de expertise van ter zake deskundigen. In het activiteitenplan, geeft de subsidieontvanger aan hoe deze voorwaarde zal worden vervuld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-18\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:18</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college weigert een subsidieaanvraag: als minder dan de helft van de actieve leden en/of actieve deelnemers in de gemeente Groningen woont. Dit dient te worden aangetoond met een door het bestuur gewaarmerkte deelnemers- en/of ledenlijst, dat wil zeggen getekend door tenminste twee bestuursleden; als de subsidieaanvrager onderdeel is van of gelieerd is aan een of meer rechtspersonen zonder statutaire doelstellingen op het gebied van de amateurkunst; als de uitvoering niet plaatsheeft in de gemeente Groningen voor de in artikel 6:15 genoemde activiteiten als subsidieontvanger niet de repetitieruimte in de gemeente Groningen heeft.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren als aan de uitvoerenden voor hun medewerking een financiële vergoeding wordt verstrekt. Deze bepaling geldt niet als de vergoeding voor artistieke leiding wordt verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Artikel 6:18, onder a</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-19\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:19</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond voor de in artikel 6:15 genoemde activiteiten bedraagt het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan per kalenderjaar meerdere aanvraagperioden vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college kan per aanvraagperiode een deelbudget vaststellen. Het deelbudget van een aanvraagperiode is gelijk aan het subsidieplafond gedeeld door het aantal aanvraagperioden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het college kan een eventueel overschot op een deelbudget toevoegen aan het deelbudget van de daaropvolgende aanvraagperiode. Dit geldt niet voor de laatste aanvraagperiode van het kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Het college kan een eventueel overschot op een deelbudget ook toevoegen aan een deelbudget dat betrekking heeft op paragraaf 6.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Het college brengt in de ontvangen subsidieaanvragen een rangorde aan op basis van de in artikel 6:3 genoemde criteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.In de afweging van het college wegen eerder genoemde criteria zwaarder dan later genoemde.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.Als het totaal van de subsidieaanvragen voor een aanvraagperiode hoger is dan het beschikbare subsidiebudget of hoger dan een deelbudget zoals bedoeld in het derde lid van dit artikel, dan wordt het budget over de aanvragen verdeeld op basis van de rangorde zoals bedoeld in het vijfde lid van dit artikel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-20\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:20</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie in verband met Coronamaatregelen (geldend tot 31 december 2022)</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidieontvangers die op basis van deze paragraaf een reguliere/incidentele subsidie ontvangen of potentiële gegadigden die onder de reikwijdte vallen van deze paragraaf kunnen in aanmerking komen voor een subsidie die voorziet in gemaakte extra kosten als gevolg van de coronacrisis-maatregelen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Als subsidiabele kosten worden aangemerkt: door de coronamaatregelen veroorzaakte extra kosten voor de uitvoering van activiteiten (bijvoorbeeld hogere zaalhuur, digitaliseringskosten, publiciteit); compensatie van gederfde inkomsten veroorzaakt door de coronamaatregelen (bijvoorbeeld teruglopende publieksinkomsten of contributiegelden).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Bij de aanvraag dient een overzicht te worden meegezonden, met daarin opgenomen een berekening van de feitelijke schade/extra kosten en een kwalitatieve omschrijving van de genomen maatregelen/acties die hebben geleid tot extra kosten of minder inkomsten. Ook dient de aanvrager aan te geven of er uit andere bronnen in verband met de coronacrisis financiële tegemoetkomingen zijn ontvangen ter compensatie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Het maximum bedrag aan subsidie per aanvrager bedraagt € 5000,-, waarbij een mix van kostensoorten, zoals genoemd in lid 2, mogelijk is.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Het subsidieplafond is gelijk aan het bedrag dat daartoe in de begroting is opgenomen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Indien het totaal van de toe te laten aanvragen dit budget overschrijdt, vindt verlaagde toekenning plaats naar evenredigheid van het aangevraagde subsidiebedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.In bijzondere gevallen kan het college afwijken van vorenstaande artikelleden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.5Stimuleringsregeling cultuurparticipatie in de wijk (De wijk als werkplaats) (vervallen zijn de artikelen 6:20 t/m 6:24).</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.6Podiumkunsten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-25\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:25</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan stichtingen of verenigingen subsidie verlenen voor activiteiten in het kader van de podiumkunsten, zoals bedoeld in de cultuurnota. Hierbij betrekt het college het door de Kunstraad Groningen hierover uitgebrachte advies op basis van de in de cultuurnota genoemde criteria.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-26\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:26</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-27\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:27</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien een nieuwe instelling zich nog niet bewezen heeft, gedurende een cultuurnotaperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien de Kunstraad op basis van artikel 6.25 een negatief advies uitbrengt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-28\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:28</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond voor de in artikel 6:25 genoemde activiteiten is gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college verdeelt het in de begroting opgenomen bedrag op basis van het in artikel 6.25 bedoelde advies.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.7Beeldende kunst</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-29\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:29</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan stichtingen of verenigingen subsidie verlenen voor activiteiten in het kader van de beeldende kunst, zoals bedoeld in de cultuurnota, met name voor collectievorming, museale presentaties, opdrachten aan aansprekende beeldende kunstenaars, instandhouding collectie of productie. Hierbij betrekt het college het door de Kunstraad Groningen hierover uitgebrachte advies op basis van de in de cultuurnota genoemde criteria.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-30\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:30</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-31\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:31</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien een nieuwe instelling zich nog niet bewezen heeft, gedurende een cultuurnotaperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien de Kunstraad op basis van artikel 6.29 een negatief advies uitbrengt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-32\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:32</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond voor de in artikel 6:29 genoemde activiteiten is gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college verdeelt het in de begroting opgenomen bedrag op basis van het in artikel 6:29 bedoelde advies.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.8Materieel Erfgoed</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-33\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:33</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan instellingen subsidie verlenen voor het in stand houden en onder de aandacht brengen van materieel erfgoed, zoals bedoeld in de cultuurnota. Hierbij betrekt het college het door de Kunstraad Groningen hierover uitgebrachte advies op basis van de in de cultuurnota genoemde criteria.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-34\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:34</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-35\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:35</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien een nieuwe instelling zich nog niet bewezen heeft, gedurende een cultuurnotaperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien de Kunstraad op basis van artikel 6.33 een negatief advies uitbrengt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-36\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:36</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond voor de in artikel 6:33 genoemde activiteiten is gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college verdeelt het in de begroting opgenomen bedrag op basis van het in artikel 6:33 bedoelde advies.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.9Immaterieel Erfgoed</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-37\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:37</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan instellingen subsidie verlenen voor het in stand houden en onder de aandacht brengen van immaterieel erfgoed.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-38\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:38</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-39\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:39</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvraag voor immaterieel erfgoed bevat gegevens over: het tijdsverloop tussen het subsidiebesluit van het college en de dag dat de activiteit plaatsvindt; de uiterlijke verschijningsvorm waarbij de subsidieontvanger ingaat op: het risico van overlast en hinder voor de omgeving; risico’s voor de verkeersveiligheid of de veiligheid in het algemeen. de locatie waar de activiteit plaatsvindt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-40\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:40</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een subsidieaanvraag voor immaterieel erfgoed weigeren als: de activiteit naar het oordeel van het college niet voldoende toegankelijk is voor het algemene publiek; het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien een nieuwe instelling zich nog niet bewezen heeft, gedurende een cultuurnotaperiode.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-41\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:41</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond voor de in artikel 6:38 genoemde activiteiten is gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het subsidieplafond dan is de verdeelwijze als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen; als na bovenstaande verdeelwijze nog middelen resteren dan worden deze over de overige, op tijd ingediende subsidieaanvragen verdeeld.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.10Letteren</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-42\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:42</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan aan instellingen subsidie verlenen voor activiteiten in het kader van de letteren, zoals bedoeld in de cultuurnota en/of de bibliotheekvisie. Hierbij betrekt het college het door de Kunstraad Groningen hierover uitgebrachte advies op basis van de in de cultuurnota genoemde criteria.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-43\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:43</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-44\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:44</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien een nieuwe instelling zich nog niet bewezen heeft, gedurende een cultuurnotaperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan een subsidieaanvraag weigeren indien de Kunstraad op basis van artikel 6.42 een negatief advies uitbrengt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-45\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:45</span><span class=\"lf-art-t\">Subsid0ieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het subsidieplafond voor de in artikel 6:42 genoemde activiteiten is gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college verdeelt het in de begroting opgenomen bedrag op basis van het in artikel 6:42 bedoelde advies.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.11Culturele beurzen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-46\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:46</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan subsidie verlenen, in de vorm van een beurs, naar aanleiding van een prijsvraag of als stipendium. De volgende beurzen komen voor subsidie in aanmerking:</p>\n<p class=\"lf-p\">Hendrik de Vriesstipendium;</p>\n<p class=\"lf-p\">George Verbergstipendium;</p>\n<p class=\"lf-p\">Andrea Elkenbrachtfonds;</p>\n<p class=\"lf-p\">Stadsdichter;</p>\n<p class=\"lf-p\">Stipendium Samenleven met cultuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Om in aanmerking te komen voor subsidie dient voldaan te worden aan de bij uitschrijving van de beurs relevante criteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidie wordt toegekend op basis van beoordeling door een jury.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-47\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:47</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-48\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:48</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidiebedrag dient aangewend te worden voor de realisering van een kunstuiting van de subsidieontvanger, zoals bedoeld in de regels van de relevante culturele beurs.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-49\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:49</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college verleent geen subsidie, indien de inzendingen voor de beurs naar het oordeel van de jury van onvoldoende kwaliteit zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6:12 Activiteiten Groninger Forum</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-50\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:50</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening en in paragraaf 6.1 wordt voor de toepassing van de paragraaf 6.12 verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Groninger Forum :</p>\n<p class=\"lf-p\">Een openbare, multifunctionele cultuurinstelling in Groningen, met een vernieuwende interdisciplinaire programmering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-51\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:51</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Het college kan subsidie verlenen voor een integraal aanbod van de volgende activiteiten in één publieks- en cultuurinstelling (Groninger Forum), op het gebied van: de voorbereiding van de opening van het Groninger Forum; ontmoeting en debat; kennis en informatie; lezen en literatuur; leesbevordering; film; cultuur educatie; netwerktaken zoals omschreven in de Bibliotheekvisie; culturele activiteiten.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college houdt bij de verlening van subsidie op basis van het eerste lid onder b. tot en met i. rekening met het door de Kunstraad Groningen hierover uitgebrachte advies.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De Kunstraad Groningen houdt in zijn advies aan het college rekening met de in de cultuurnota genoemde criteria, alsmede met de volgende toetsingscriteria: aanvullend op het aanbod; cultureel ondernemerschap; deelnemers- en/of publieksbereik; degelijkheid van de financiële onderbouwing; stevigheid van de organisatie; kans van slagen van het project.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-52\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:52</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie voor de in artikel 6:51 genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-53\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:53</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Met betrekking tot de subsidie op basis van de Nadere regel zijn de volgende bepalingen van toepassing. De subsidieontvanger stelt een jaarlijks te actualiseren integraal activiteitenplan op. Dat moet zijn voorzien van: een beschrijving van de doelgroep waarvoor de activiteiten worden uitgevoerd; gegevens over de deelname aan de activiteiten; gegevens over de eigen bijdrage van de deelnemers aan de activiteiten; gegevens over de frequentie waarmee de activiteiten worden uitgevoerd een beschrijving van welk percentage van de inkomsten uit eigen inkomsten afkomstig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger dient vrijwilligersbeleid te formuleren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger dient vrijwilligers die actief zijn binnen de organisatie, alsmede inwoners te betrekken bij zowel bij de ontwikkeling als bij de uitvoering van activiteiten en programma’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger dient goede bereikbaarheidsinformatie op te nemen in diens marketinguitingen (zowel in print als online) en zich in te spannen om alle informatie ook zo goed mogelijk beschikbaar maakt voor mensen met een auditieve of visuele beperking en anderstaligen (in elk geval Engels en Duits).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Met betrekking tot de subsidie op basis van de Nadere regel zijn de volgende verplichtingen van toepassing:</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger dient tot aan de opening jaarlijks gemiddeld 5% van de toegekende subsidie te reserveren voor het opbouwen van voldoende weerstandsvermogen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger rapporteert driemaandelijks aan het college over de activiteiten genoemd in artikel 6:51 lid 1 onder a.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het kader van het vorige sub lid zorgt de subsidieontvanger voor een sluitende exploitatie en adequate governance en rapporteert daar over aan het college.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-54\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:54</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Het college kan een subsidieaanvraag voor de in artikel 6:51 bedoelde activiteiten weigeren als er onvoldoende vorderingen in verband met de in artikel 6:51 lid 1 onder a. bedoelde activiteiten wordt geconstateerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan een subsidieaanvraag (gedeeltelijk) weigeren indien de Kunstraad op basis van artikel 6.51 lid 2 een negatief advies uitbrengt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college kan een subsidieaanvraag (gedeeltelijk) weigeren indien niet wordt voldaan aan de verplichting zoals genoemd in artikel 6:53 lid 2 onder a.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het college kan een subsidieaanvraag (gedeeltelijk) weigeren indien de subsidieontvanger niet voldoet aan de Code Cultural Governance.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Het college kan een subsidieaanvraag (gedeeltelijk) weigeren indien de subsidieontvanger niet voldoet aan de voorwaarden zoals die zijn gesteld in de Kadernota Cultuur Ruimte voor vernieuwing, vernieuwing voor ruimte ten aanzien van cultureel ondernemerschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Het college kan een subsidieaanvraag (gedeeltelijk) weigeren indien er onvoldoende weerstandsvermogen opgebouwd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.Het college kan een subsidieaanvraag (gedeeltelijk) weigeren indien het integraal activiteitenplan te weinig kwaliteit heeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-55\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:55</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor het totaal van de in artikel 6:51 lid 1 genoemde activiteiten is het subsidieplafond gelijk aan de in de begroting hiervoor opgenomen bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelgewijze toelichting Artikelgewijze toelichting</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.13 Cofinancieringsfonds</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-56\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:56</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-57\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:57</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor projecten die sector overstijgend zijn op het gebied van cultuur en ruimtelijke ordening of cultuur en maatschappij.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-58\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:58</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal 75% van de noodzakelijke kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Een aanvrager kan per kalenderjaar voor maximaal € 30.000 aan subsidie op grond van deze paragraaf in aanmerking komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college kan in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd afwijken van het bepaalde in het vorige lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-59\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:59</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De activiteiten dienen een bijdrage te leveren aan de strategieën zoals genoemd in de cultuurnota en aan één of meer van de onderstaande voorwaarden te voldoen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Door middel van kunst en cultuur een bijdrage te leveren aan maatschappelijke vraagstukken bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, zorg en sociale cohesie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door middel van culturele activiteiten in de openbare ruime een bijdrage leveren aan gebiedsontwikkeling en het vergroten van het publieksbereik van de culturele sector.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De subsidieontvanger is verplicht: een naar het oordeel van het college redelijke financiële eigen bijdrage te leveren aan de uitvoering van de activiteiten evenals een redelijke bijdrage van derden. voor zover van toepassing een naar het oordeel van het college redelijk bedrag als entree te heffen van de bezoekers van de activiteit. om de relatie aan te geven tussen de activiteiten waarvoor op grond van deze paragraaf subsidie wordt gevraagd en zijn reguliere activiteiten als hij daarvoor subsidie ontvangt krachtens een gemeentelijke subsidieregeling of van een derde.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.De subsidieontvanger die naast de activiteiten waarvoor subsidie krachtens deze paragraaf wordt gevraagd tevens andere activiteiten uitvoert, dient: bij de aanvraag tot subsidieverlening een begroting te voegen van al zijn baten en lasten tenzij hij deze begroting reeds eerder bij het college heeft ingediend, en bij de aanvraag tot subsidievaststelling een rekening van al zijn baten en lasten te voegen tenzij hij deze rekening reeds eerder bij het college heeft ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Subsidie wordt alleen verstrekt voor een activiteit, niet voor investeringen in goederen of huisvesting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-60\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:60</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan een subsidieaanvraag weigeren als de activiteiten gericht zijn op het behalen van winst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-61\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:61</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Per kalenderjaar is het subsidieplafond voor de in artikel 6:57 genoemde activiteiten gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college verdeelt het subsidiebedrag over de aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie op volgorde van binnenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Toelichting</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.14 Vernieuwingsfonds</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-62\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:62</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 13 ASV worden aanvragen om subsidieverlening ingediend uiterlijk 8 weken voor de aanvang van de activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-63\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:63</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten die bijdragen aan de strategieën genoemd in de cultuurnota. Deze paragraaf heeft betrekking op nieuwe initiatieven die niet op grond van paragraaf 6.13 Cofinancieringsfonds voor subsidie in aanmerking komen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-64\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:64</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.De subsidie voor de in het vorige artikel genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten met een maximum van € 20.000,- per aanvrager.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan in uitzonderlijke gevallen gemotiveerd afwijken van het bepaalde in het vorige lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-65\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:65</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om voor een subsidie op grond van deze paragraaf in aanmerking te komen moet de activiteit of de aanvrager een positief advies van de Kunstraad Groningen hebben.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-66\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:66</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond en verdelingsregels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Per kalenderjaar is het subsidieplafond voor de in artikel 6:63 genoemde activiteiten gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het college kan per kalenderjaar een of meer aanvraagperioden vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Het college bepaalt jaarlijks voor alle aanvraagperioden de uiterste datum waarop de subsidieaanvraag in bezit moet zijn van het college.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.Het college kan per aanvraagperiode een deelbudget vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.Het college kan een eventueel overschot op een deelbudget toevoegen aan een deelbudget van een daaropvolgende aanvraagperiode. Dit geldt niet voor de laatste aanvraagperiode van het kalenderjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.Het college verdeelt het subsidiebedrag over de aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie op basis van welke subsidieaanvragen het beste voldoen aan artikel 6:63.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Toelichting Paragraaf6.15Pronkjewail Fonds [vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.16 Tijdelijke regeling culturele instellingen COVID-19</h3>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 6.17 Tweejarige bewezen talentregeling</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-83\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:83</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de regeling</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De regeling biedt de mogelijkheid een subsidie te verstrekken voor initiatieven van beginnende professionele kunstenaars om hen in de gelegenheid te stellen een eigen signatuur te ontwikkelen en zo een betekenisvolle bijdrage leveren aan de hedendaagse kunst in de gemeente Groningen. Door te kunnen experimenteren en “vlieguren” te maken, wordt de kans op een beroepspraktijk vergroot, het oeuvre gestimuleerd en het zichtbaarheid en cultureel ondernemerschap vergroot.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De regeling is beschikbaar voor initiatieven op het gebied van de podiumkunsten (dans, muziek, theater), beeldende kunst, literaire en audiovisuele kunst, of combinaties daarvan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De aanvrager richt zich met de activiteiten op publiek.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-84\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:84</span><span class=\"lf-art-t\">Relevante procedure</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie op grond van deze paragraaf wordt verstrekt voor een periode van twee jaar.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Voor deze paragraaf geldt dat het college zich laat adviseren door de Kunstraad over de aanvragen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De wijze waarop de Kunstraad tot het advies komt, waaronder in ieder geval de door de Kunstraad gevolgde systematiek, zal de Kunstraad tijdig, dat wil zeggen in ieder geval voor de aanvang van de indieningstermijn van de aanvragen als bedoeld in het zevende lid, op de website van de Kunstraad bekendmaken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Om versnippering van het beschikbare budget te voorkomen wordt per subsidietijdvak van twee jaar zoals bedoeld in het eerste lid aan maximaal drie initiatieven subsidie verstrekt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>De Kunstraad zal in de wijze waarop zijn advies tot stand komt als bedoeld in het derde lid, tevens bekend maken op welke wijze de maximaal drie initiatieven worden geselecteerd om te worden voorgedragen voor subsidie.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Indien het college voornemens is af te wijken van het advies van de Kunstraad, zal het college dit voornemen eerst bespreken met de Kunstraad.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>In afwijking van artikel 7 ASV, besluit het college wanneer en hoelang deze regeling wordt opengesteld voor het indienen van aanvragen. Dit besluit wordt bekend gemaakt op overheid.nl</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-85\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:85</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het college kan subsidie verstrekken aan culturele instellingen of initiatieven die naar de mening van het college zoveel talent hebben dat met ondersteuning van een subsidie op grond van deze regeling een eigen signatuur kan worden ontwikkeld en de kans vergroot dat het talent tot wasdom komt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-86\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:86</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie per activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal € 80.000 per twee jaar per aanvrager.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-87\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:87</span><span class=\"lf-art-t\">Eisen aan de aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag omvat, naast de vereisten van de ASV, in ieder geval:</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteitenplan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een overzicht van de door de subsidieontvanger voorgenomen activiteiten, uit te voeren binnen de periode.</p>\n<p class=\"lf-p\">De te subsidiëren activiteiten dienen in overwegende mate gericht te zijn op de gemeente of haar ingezetenen en dragen bij aan de gemeentelijke doelstellingen zoals geformuleerd in de kadernota cultuur 2021-2028.</p>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten dienen uitgevoerd te worden door en/of onder begeleiding van professionele kunstenaars.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begroting:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een op activiteiten gerichte begroting (productbegroting) van de kosten en de inkomsten van deze activiteiten, waaruit duidelijk blijkt waarvoor de subsidie wordt aangewend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een bijdrage van maximaal € 80.000 voor 2 jaar, als tegemoetkoming voor projecten en activiteiten (minimaal 2/3 van de begroting) en in materiaal, huisvesting, tijd en diensten van derden (maximaal 1/3 van de begroting).</p>\n<p class=\"lf-p\">De begroting bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten (dekkingsplan) en indien van toepassing een opgave van de gehanteerde uurtarieven en overheadkosten en de wijze waarop deze zijn opgebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minimaal 21,5% van de totale inkomsten dient door eigen inkomsten gefinancierd te worden. Onder eigen inkomsten wordt verstaan: directe opbrengsten, sponsorinkomsten en overige inkomsten; indirecte opbrengsten; subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan; overige bijdragen uit publieke middelen; rentebaten; overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap; bijdrage in natura worden niet gerekend tot inkomsten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-88\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel6:88</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bepalingen/verplichtingen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor een subsidie op basis van deze regeling kan slechts in aanmerking komen de organisatie of natuurlijke persoon die: overwegend of in belangrijke mate activiteiten ontplooit in de Gemeente Groningen; als doel heeft het uitvoeren van professionele kunsten voor publiek; hierbij geen winstoogmerk heeft;</div></div>", "next": 239909}