{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Som van de metalen arseen, chroom, koper, lood, nikkel en zink 1 mg/l Minerale olie 20 mg/l Polycyclische aromatische koolwaterstoffen 50 μg/l Onopgeloste stoffen 100 mg/l Som van stikstofverbindingen 10 mg/l Som van fosforverbindingen 2 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 200 mg/l</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-533\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.33</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872; b. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705; c. voor olie: NEN-EN-ISO 9377-2; d. voor arseen, chroom, koper, lood, nikkel en zink: NEN 6966 of NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 11885, waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2; e. voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen: NEN-EN-ISO 17993; f. voor nitrietstikstof en nitraatstikstof: NEN-EN-ISO 13395 of NEN-ISO 15923-1; g. voor organisch stikstof: NEN-ISO 5663 of NEN 6646; h. voor ammoniumstikstof: NEN 6646, NEN-EN-ISO 11732 of NEN-ISO 15923-1; en i. voor de som van fosforverbindingen: NEN-EN-ISO 15681-1, NEN-EN-ISO 15681-2, NEN-EN-ISO 6878, NEN-EN-ISO 11885 of NEN-EN-ISO 17294-2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-534\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.34</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij overslaan van niet-inerte goederen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam bij: a. het bedrijfsmatig overslaan van niet-inerte goederen; b. het overslaan van zout voor het strooien op wegen; c. het overslaan van niet-inerte goederen die vrijkomen bij een werk; en d. het overslaan van niet-inerte goederen die nodig zijn in een werk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het overslaan van die goederen in de buitenlucht wordt zo veel mogelijk voorkomen dat goederen op een oppervlaktewaterlichaam geraken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het tweede lid wordt bij het laden en lossen van schepen in ieder geval voldaan als: a. de afstand tussen wal en schip zo klein mogelijk is, en in ieder geval niet groter is dan 5 m; of b. het schip waarin of waaruit wordt overgeslagen, met de wal wordt verbonden door een ponton of een morsklep.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-535\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.35</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in de artikelen 5.32 en 5.34, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de stoffen die worden opgeslagen of overgeslagen; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing op het overslaan van: a. zout voor het strooien op wegen; b. niet-inerte goederen die vrijkomen bij een werk; en c. niet-inerte goederen die nodig zijn in een werk.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.9</h3>\n<p class=\"lf-p\">LOZEN UIT GEMEENTELIJKE VOORZIENINGEN VOOR INZAMELING EN TRANSPORT VAN AFVALWATER</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-536\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.36</span><span class=\"lf-art-t\">LOZEN UIT GEMEENTELIJKE VOORZIENINGEN VOOR INZAMELING EN TRANSPORT VAN AFVALWATER</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan het afvalwater afkomstig uit een openbaar ontwateringsstelsel, een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat stelsel of dat riool voorkomt op het in het gemeentelijk rioleringsplan of een gemeentelijk rioleringsprogramma opgenomen overzicht van voorzieningen en maatregelen als bedoeld in artikel 2.16, eerste lid, onder a, onder 1° tot en met 3°, van de Omgevingswet, en dat stelsel of dat riool volgens dat plan of programma is uitgevoerd en wordt beheerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-537\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.37</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van huishoudelijk afvalwater vanuit andere systemen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan huishoudelijk afvalwater afkomstig uit een systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat systeem voorkomt op het in het gemeentelijk rioleringsplan of een gemeentelijk rioleringsprogramma opgenomen overzicht van die systemen en volgens dat plan of programma is uitgevoerd en wordt beheerd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.10</h3>\n<p class=\"lf-p\">LOZEN BIJ ONTGRAVINGEN, BAGGERWERKZAAMHEDEN EN WERKZAAMHEDEN DOOR DE WATERBEHEERDER OP EEN OPPERVLAKTEWATERLICHAAM</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-538\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.38</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij ontgravingen en baggerwerkzaamheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen kunnen stoffen die vrijkomen bij ontgravingen of baggerwerkzaamheden op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd op dat oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-539\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.39</span><span class=\"lf-art-t\">Werkinstructie bij verontreinigde waterbodem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam is bij ontgravingen of baggerwerkzaamheden in een waterbodem met de kwaliteitsklasse «sterk verontreinigd», bedoeld in artikel 25d, derde lid, onder a, van het Besluit bodemkwaliteit, een werkinstructie opgesteld, waarin in ieder geval is opgenomen: a. de toe te passen baggertechniek, en b. de bij het gebruik van die techniek gehanteerde werkwijze.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-540\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.40</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij werkzaamheden door de waterbeheerder</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen kunnen stoffen die vrijkomen bij andere werkzaamheden dan bedoeld in artikel 5.38 op een oppervlaktewaterlichaam en worden verricht door of namens de waterbeheerder in het kader van het waterbeheer, worden geloosd op dat oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-541\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.41</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van algen en bacteriën</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen kunnen algen en bacteriën uit een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd op een ander oppervlaktewaterlichaam dat in beheer is bij dezelfde waterbeheerder, als die werkzaamheden plaatsvinden door of namens de beheerder in het kader van het beheer van dat oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-542\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.42</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 5.38, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de kwaliteit van de te ontgraven of te baggeren waterbodem; b. als de waterbodem de kwaliteitsklasse «sterk verontreinigd», bedoeld in artikel 25d, derde lid, onder a, van het Besluit bodemkwaliteit, heeft: de werkinstructie, bedoeld in artikel 5.39; en c. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing als de ontgraving of baggerwerkzaamheden plaatsvinden door de beheerder of ter uitvoering van een onderhoudsverplichting als bedoeld in artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.11</h3>\n<p class=\"lf-p\">LOZEN BIJ SCHOONMAKEN DRINKWATERLEIDINGEN</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-543\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.43</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van reinigingswater drinkwaterleidingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat vrijkomt bij het schoonmaken en in gebruik nemen van de middelen voor opslag, transport en distributie van drinkwater of warm tapwater als bedoeld in artikel 1 van de Drinkwaterwet, of van huishoudwater als bedoeld in artikel 1 van het Drinkwaterbesluit, op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het water dat voor het schoonmaken en in gebruik nemen wordt gebruikt, worden geen chemicaliën toegevoegd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.12</h3>\n<p class=\"lf-p\">LOZEN BIJ CALAMITEITENOEFENINGEN</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-544\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.44</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij calamiteitenoefeningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat vrijkomt bij een calamiteitenoefening, anders dan afvalwater afkomstig van een permanente voorziening voor het oefenen van brandbestrijdingstechnieken als bedoeld in artikel 3.259 van het Besluit activiteiten leefomgeving, op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-545\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.45</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 5.44, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. of er blusschuim bij de oefening wordt gebruikt; en b. welke stoffen dat blusschuim bevat.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.13</h3>\n<p class=\"lf-p\">LOZEN BIJ TELEN, KWEKEN, SPOELEN OF SORTEREN VAN GEWASSEN</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-546\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.46</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen vanuit andere gebouwen dan een kas</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.795, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater, te lozen afvalwater afkomstig van het telen of kweken van gewassen in een gebouw, anders dan een kas, ook op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd, als het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden geloosd, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool waarop kan worden aangesloten en geloosd, meer dan 40 meter is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 2.6, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2.6 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarde in mg/l Onopgeloste stoffen 100 mg/l Biochemisch zuurstofverbruik 60 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 300 mg/l 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt, en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, wordt de afstand bij voortzetting van het lozen dat voor 1 januari 2013 al plaatsvond, berekend vanaf de plaats waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-547\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.47</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij spoelen van biologisch geteelde gewassen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.761, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater, te lozen afvalwater afkomstig van het spoelen van biologisch geteelde gewassen ook op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd, als het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk, waarop kan worden geloosd, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool waarop kan worden aangesloten en geloosd, meer dan 40 meter is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 100 mg/l, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt, en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, wordt de afstand bij voortzetting van het lozen dat voor 1 januari 2013 al plaatsvond, berekend vanaf de plaats waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-548\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.48</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij sorteren van biologisch geteelde gewassen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.773, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater, te lozen afvalwater afkomstig van het sorteren van biologisch geteelde gewassen ook op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 2.7, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2.7 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarde in mg/l Onopgeloste stoffen 100 mg/l Biochemisch zuurstofverbruik 60 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 300 mg/l</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-549\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.49</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij omgekeerde osmose en ionenwisselaars</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het zuiveren van water door omgekeerde osmose of ionenwisselaars voor agrarische activiteiten, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 2.8, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2.8 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarde in mg/l Chloride 200 mg/l IJzer 2 mg/l 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 4.801 en 4.804 van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-550\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.50</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij ontijzeren grondwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het ontijzeren van grondwater voor agrarische activiteiten, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam als het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden geloosd en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool waarop kan worden aangesloten en geloosd, meer dan 40 m is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater is de emissiegrenswaarde voor ijzer 5 mg/l, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt, en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, wordt de afstand bij voortzetting van het lozen dat voor 1 januari 2013 al plaatsvond, berekend vanaf de plaats waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-551\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.51</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor chloride: NEN-EN-ISO 15682; b. onopgeloste stoffen: NEN-EN 872; c. voor biochemisch zuurstofverbruik: NEN-EN-ISO 5815-1/2; d. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705; en e. voor ijzerverbindingen: NEN-EN-ISO 17294-2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-552\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.52</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in de artikelen 5.46 tot en met 5.50, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.14</h3>\n<p class=\"lf-p\">LOZEN BIJ MAKEN VAN BETONMORTEL EN UITWASSEN VAN BETON</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-553\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.53</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzondering voorgeschreven lozingsroute</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als in het omgevingsplan voor afvalwater afkomstig van het reinigen van installaties en voorzieningen voor het maken van betonmortel, het inwendig reinigen van voertuigen waarin betonmortel is vervoerd of het uitwassen van beton een andere lozingsroute is toegestaan, wordt, in afwijking van de artikelen 4.140, eerste lid, en 4.158, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, het te lozen afvalwater, bedoeld in die artikelen, geloosd op een oppervlaktewaterlichaam of via die andere route.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.15</h3>\n<p class=\"lf-p\">LOZEN BIJ NIET-INDUSTRIËLE VOEDSELBEREIDING</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-554\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.54</span><span class=\"lf-art-t\">Afbakening met Besluit activiteiten leefomgeving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is niet van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van de voedingsmiddelenindustrie, bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving met uitzondering van het lozen van afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen voor personen die werken op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-555\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.55</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bereiden van voedingsmiddelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als het bereiden plaatsvindt met: a. grootkeukenapparatuur; b. één of meer bakkerijovens die chargegewijs worden beladen; of c. één of meer bakkerijovens die continu worden beladen met een nominaal vermogen of een aansluitwaarde van ten hoogste 100 kilowatt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afvalwater wordt alleen gezamenlijk met huishoudelijk afvalwater geloosd, en wordt alleen geloosd voor zover de voorzieningen voor het zuiveren van huishoudelijk afvalwater zijn berekend op het zuiveren van het afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen en daarmee samenhangende activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-556\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.56</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 5.55, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.16</h3>\n<p class=\"lf-p\">LOZEN VAN SPUIWATER UIT RECREATIEVE VISVIJVERS</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-557\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.57</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van spuiwater uit recreatieve visvijvers</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan spuiwater uit recreatieve visvijvers worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-558\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.58</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 5.57, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.17</h3>\n<p class=\"lf-p\">LOZEN VANAF VAARTUIGEN OF ANDERE DRIJVENDE WERKTUIGEN BIJ SPOELEN OF SCHEIDEN VAN ZAND OF GRIND</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-559\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.59</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van spoelwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kunnen de volgende afvalwaterstromen afkomstig van een vaartuig of ander drijvend werktuig, op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd: a. afvalwater dat vrijkomt bij het spoelen van zeezand tijdens het transport daarvan met een vaartuig of werktuig; en b. afvalwater dat vrijkomt bij het op dat vaartuig of werktuig scheiden van zand of grind.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.18</h3>\n<p class=\"lf-p\">ASVERSTROOIING</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-560\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.60</span><span class=\"lf-art-t\">Asverstrooiing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het op een oppervlaktewaterlichaam individueel verstrooien van as door de nabestaande die de zorg voor de asbus heeft, bedoeld in artikel 66a, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging, is toegestaan.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.19</h3>\n<p class=\"lf-p\">ANDERE LOZINGEN</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-561\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.61</span><span class=\"lf-art-t\">Vangnetvergunningplicht lozen op oppervlaktewater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, als daarbij stoffen of warmte worden geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod geldt niet voor: a. het lozen van stoffen of warmte op een oppervlaktewaterlichaam afkomstig van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. het lozen, bedoeld in de afdelingen 5.2 tot en met 5.18; c. het lozen van water dat afkomstig is uit dat oppervlaktewaterlichaam en waaraan geen stoffen zijn toegevoegd; en d. het lozen van stoffen of warmte afkomstig van wonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-562\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.62</span><span class=\"lf-art-t\">Vangnetvergunningplicht lozen op zuiveringtechnisch werk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk te verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod geldt niet voor het lozen van stoffen, water of warmte op een zuiveringtechnisch werk afkomstig van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.20</h3>\n<p class=\"lf-p\">AANVRAAGVEREISTEN, BEOORDELINGSREGELS EN VOORSCHRIFTEN OMGEVINGSVERGUNNING LOZINGSACTIVITEIT</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-563\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.63</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten aanvraag omgevingsvergunning lozingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het debiet in kubieke meters per uur van het te lozen afvalwater; b. de regelmaat waarmee lozingen plaatsvinden; c. een aanduiding of de lozing continu of niet-continu plaatsvindt; d. een riooltekening; e. de locaties van de lozingspunten; f. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van het lozen en de verwachte duur ervan; g. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken; h. een onderbouwing van de noodzaak om te lozen; i. de samenstelling van het afvalwater dat wordt geloosd; j. de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; k. de resultaten van de immissietoets voor de te lozen stoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en l. een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-564\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.64</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel omgevingsvergunning lozingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk is artikel 8.88 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-565\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.65</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften omgevingsvergunning lozingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk zijn de artikelen 8.92 en 8.93 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Wateronttrekkingsactiviteiten</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  6.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">ONTTREKKEN VAN GRONDWATER EN INFILTREREN VAN WATER</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-61\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.1</span><span class=\"lf-art-t\">ONTTREKKEN VAN GRONDWATER EN INFILTREREN VAN WATER</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening of het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, waarvoor op grond van deze waterschapsverordening geen omgevingsvergunning voor een wateronttrekkingsactiviteit is vereist, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het doel waarvoor het te onttrekken grondwater wordt gebruikt; b. het aantal in te richten putten; c. de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting van iedere put; d. de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters van iedere put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil; e. de lengte in meters van het effectieve filter in iedere put; f. de capaciteit van de pomp in kubieke meter per uur per put; g. de hoeveelheid water in kubieke meter water per uur, etmaal, maand en jaar, die ten hoogste wordt onttrokken; h. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken; en i. als het gaat om het in samenhang met het onttrekken van grondwater in de bodem brengen van water ter aanvulling van het grondwater:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar die ten hoogste in de bodem wordt gebracht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de diepte in meters waarop het water in de bodem wordt gebracht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>een beschrijving van de samenhang van het brengen van water in de bodem met de onttrekking;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de herkomst en samenstelling van het water dat in de bodem wordt gebracht; en 5. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de negatieve gevolgen van het brengen van water in de bodem te voorkomen of te beperken.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid geldt niet: a. voor wateronttrekkingsactiviteiten als bedoeld in de artikelen 6.34, eerste lid, onder b en c, en 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. voor zover het bepaalde in dat lid in strijd is met regels in het tijdelijke deel van deze waterschapverordening, bedoeld in artikel 4.7, onder a, onder 1°, van de Invoeringswet Omgevingswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-62\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten omgevingsvergunning wateronttrekkingsactiviteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening of het in de bodem brengen van water, voor aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het doel waarvoor het te onttrekken grondwater wordt gebruikt; b. het aantal in te richten putten; c. de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting van iedere put; d. de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters van iedere put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil; e. de lengte in meters van het effectieve filter in iedere put; f. de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per put; g. de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar, die ten hoogste wordt onttrokken; h. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; i. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken; en j. als het gaat om het in samenhang met het onttrekken van grondwater in de bodem brengen van water ter aanvulling van het grondwater:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar die ten hoogste in de bodem wordt gebracht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de diepte in meters waarop het water in de bodem wordt gebracht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>een beschrijving van de samenhang van het brengen van water in de bodem met de onttrekking;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>de herkomst en samenstelling van het water dat in de bodem wordt gebracht; en 5. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van het brengen van water in de bodem en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-63\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel omgevingsvergunning wateronttrekkingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, is artikel 8.89, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, is artikel 8.89, tweede en derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-64\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften omgevingsvergunning infiltratie van water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning voor het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, is artikel 8.94 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-65\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Meetverplichting onttrekken van grondwater en infiltratie van water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die grondwater onttrekt door een daarvoor bedoelde voorziening of water in de bodem brengt, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, meet de in elk kwartaal onttrokken hoeveelheid grondwater of geïnfiltreerd water met een nauwkeurigheid van ten minste 95%.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor kortdurende of seizoensgebonden onttrekkingen of infiltraties kan het dagelijks bestuur van het waterschap in de voorschriften van de omgevingsvergunning voor de wateronttrekkingsactiviteit of, als geen omgevingsvergunning is vereist, bij maatwerkvoorschrift bepalen dat de hoeveelheid over een kortere tijdsspanne wordt gemeten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die water in de bodem brengt, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, meet de kwaliteit van dat water door het nemen van representatieve monsters en het analyseren van de in tabel 3.1 opgenomen parameters met de in die tabel aangegeven frequentie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 3.1 Parameters en meetfrequentie Parameter Afkorting Frequentie bacteriën van de coligroep vierwekelijks Kleur vierwekelijks zwevende stof SS vierwekelijks geleidingsvermogen voor elektriciteit vierwekelijks temperatuur T vierwekelijks zuurgraad pH vierwekelijks opgelost zuurstof O2 vierwekelijks totaal organisch koolstof TOC vierwekelijks bicarbonaat HCO3 vierwekelijks nitriet NO2 vierwekelijks nitraat NO3 vierwekelijks ammonium NH4 vierwekelijks totaal fosfaat Totaal P vierwekelijks fluoride F driemaandelijks chloride Cl vierwekelijks sulfaat SO4 driemaandelijks natrium Na driemaandelijks ijzer Fe driemaandelijks mangaan Mn driemaandelijks chroom Cr driemaandelijks lood Pb driemaandelijks koper Cu driemaandelijks zink Zn driemaandelijks cadmium Ca driemaandelijks arseen As driemaandelijks cyanide CN driemaandelijks minerale olie vierwekelijks adsorbeerbaar organisch halogeen AOX vierwekelijks vluchtig organisch gebonden chloor VOC vierwekelijks vluchtige aromaten vierwekelijks polycyclische aromaten PAK driemaandelijks fenolen driemaandelijks 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uiterlijk op 31 januari van elk jaar of, als de onttrekking of infiltratie is beëindigd, binnen een maand na het tijdstip van beëindiging, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens verstrekt: a. de in het voorgaande kalenderjaar gemeten hoeveelheden onttrokken grondwater en geïnfiltreerd water; en b. de kwaliteit van het geïnfiltreerde water.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De analyse van de monsters vindt plaats overeenkomstig bijlage 4 bij de Drinkwaterregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste tot en met vijfde lid gelden niet: a. voor wateronttrekkingsactiviteiten als bedoeld in de artikelen 6.34, eerste lid, onder b en c, en 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. voor zover in deze waterschapsverordening is bepaald dat geen metingen hoeven te worden verricht.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  6.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">ONTTREKKEN VAN OPPERVLAKTEWATER</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-66\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten omgevingsvergunning wateronttrekkingsactiviteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het doel waarvoor het te onttrekken oppervlaktewater wordt gebruikt; b. de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting van ieder onttrekkingspunt; c. de capaciteit van de pomp in kubieke meter water per uur per onttrekkingspunt; d. de hoeveelheid water in kubieke meter water per uur, etmaal, maand en jaar die ten hoogste wordt onttrokken; e. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; en f. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de gevolgen te voorkomen of te beperken.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  7.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">AANVRAAGVEREISTEN OMGEVINGSVERGUNNING BEPERKINGENGEBIEDACTIVITEITEN</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-71\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten omgevingsvergunning beperkingengebiedactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een omschrijving van de activiteit, waarbij wordt vermeld op welke wijze gebruik zal worden gemaakt van het beperkingengebied; b. een toelichtende tekening en de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting van de activiteit met daarbij het ontwerp en de afmetingen van het werk of het tracé van de kabel of de leiding; c. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; d. als een waterstaatswerk wordt gekruist door een boring: een boorplan met de volgende informatie:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>een beschrijving van de horizontaal gestuurde boring overeenkomstig de Handleiding wegenbouw, ontwerp onderbouw, richtlijn Boortechnieken, uitgegeven door Rijkswaterstaat;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>een tekening met een aanduiding van de boorlijn;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>een tekening van de dwarsdoorsnede in de langsrichting van de gekozen boorlijn; en 4. gegevens over de controleberekening of sterkteberekening van de buis op basis van een grondmechanisch onderzoek; en e. als de activiteit op, in of bij een kade of waterkering plaatsvindt: een stabiliteitsberekening van de kade of waterkering.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-72\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten omgevingsvergunning beperkingengebiedactiviteit waterbodem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden, als de activiteit betrekking heeft op werkzaamheden waarbij een waterbodem geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, in aanvulling op artikel 7.1 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van de hoeveelheid te verwijderen materiaal; en b. een aanduiding van het totaal te baggeren oppervlak in kubieke meter.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  8</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangs- en slotbepalingen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  8.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangs- en slotbepalingen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  8.1.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-81\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht omgevingsvergunningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een omgevingsvergunning voor een activiteit op grond van de waterschapsverordening zoals die luidde direct voor inwerkingtreding van deze verordening en die onherroepelijk is, geldt als een omgevingsvergunning op grond van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als op een activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening geen verbod om zonder omgevingsvergunning de activiteit te verrichten geldt, geldt een aan een onherroepelijke omgevingsvergunning voor die activiteit verbonden voorschrift als een maatwerkvoorschrift, voor zover het voorschrift gaat over een onderwerp waarvoor het bestuur maatwerkvoorschriften kan stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning is ingediend voor een activiteit waarvoor op grond van deze waterschapsverordening een verbod geldt om de activiteit zonder omgevingsvergunning te verrichten, blijft het oude recht van toepassing tot de vergunning onherroepelijk wordt. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing als die vergunning onherroepelijk wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een activiteit voor de inwerkingtreding van deze verordening zonder vergunning rechtmatig is verricht en bij de inwerkingtreding van deze verordening voor die activiteit een verbod om zonder omgevingsvergunning de activiteit te verrichten van toepassing wordt, geldt voor die activiteit bij de inwerkingtreding van deze verordening een omgevingsvergunning van rechtswege, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-82\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht meldingen en maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een melding of kennisgeving van een activiteit die voor inwerkingtreding van deze verordening is gedaan, geldt als een melding van die activiteit op grond van deze verordening, als op die activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening een verbod om zonder melding de activiteit te verrichten van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit die voor inwerkingtreding van deze verordening is ingediend, geldt als een melding van die activiteit op grond van deze verordening, als op die activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening een verbod om zonder melding de activiteit te verrichten van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift voor een activiteit op grond van de waterschapsverordening zoals die luidde direct voor inwerkingtreding van deze verordening en dat onherroepelijk is, geldt als een maatwerkvoorschrift op grond van deze verordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-83\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Bestuurlijke sanctie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de inwerkingtreding van deze verordening een overtreding heeft plaatsgevonden, een overtreding is aangevangen of het gevaar voor een overtreding klaarblijkelijk dreigde, en voor die inwerkingtreding een bestuurlijke sanctie is opgelegd voor die overtreding of dreigende overtreding, blijft het oude recht op die bestuurlijke sanctie van toepassing tot het tijdstip waarop: a. de beschikking onherroepelijk is geworden en volledig is uitgevoerd of ten uitvoer is gelegd; b. de beschikking is ingetrokken of is komen te vervallen; of c. als de beschikking gaat om de oplegging van een last onder dwangsom:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de last volledig is uitgevoerd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de dwangsom volledig is verbeurd en betaald; of 3. de last is opgeheven.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  8.1.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Citeertitel</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-84\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8.4</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening wordt aangehaald als: Waterschapsverordening Waterschap Rijn en IJssel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage I Begripsbepalingen aangewezen oppervlaktewaterlichaam: oppervlaktewaterlichaam dat is aangewezen en begrensd in bijlage II;oppervlaktewaterlichaam dat is aangewezen en begrensd in bijlage II; bestuur het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rijn en IJssel; bodemonderzoek alle soorten grondonderzoek, grondwateronderzoek, geotechnisch onderzoek en geohydrologisch onderzoek waarbij gesondeerd, gegraven, gepulsd of verticaal geboord wordt. Hieronder valt ook het plaatsen van peilbuizen; bronbemaling het onttrekken van grondwater voor het uitvoeren van bouwactiviteiten en ontgravingen; georganiseerde activiteiten activiteiten die in georganiseerd recreatief of bedrijfsmatig verband worden uitgevoerd; grondwater water dat vrij onder het aardoppervlak voorkomt, met de daarin aanwezige stoffen; infiltreren van water water in de bodem brengen ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater; kunstwerk waterstaatkundig bouwwerk dat van belang is voor de functie die waterstaatswerken hebben en daar ook onderdeel vanuit maakt of die ligt in, op, boven of onder een waterstaatswerk;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN 6600-1:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN 6600-1:2019: Water – Monsterneming – Deel 1: Afvalwater, versie 2019;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN 6646:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN 6646/C1:2015: Water – Fotometrische bepaling van het gehalte aan ammoniumstikstof en van de som van de gehalten aan ammoniumstikstof en organisch gebonden stikstof volgens Kjeldahl, door mineralisatie met seleen, met behulp van een doorstroomanalysesysteem – Ontsluiting met zwavelzuur, seleen en kaliumsulfaat, versie 2015 + C1:2015;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN 6966:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN 6966:2006: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2006;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN 872:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN 12566-1:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE – Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN 13284-1:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN 13284-1:2001: Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van massaconcentratie van stof in lage concentraties – Deel 1: Manuele gravimetrische methode, versie 2001;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 5667-3:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water – Monsterneming – Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 5815-1:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 5815-2:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 6878:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 6878:2004: Water – Bepaling van fosfor – Ammoniummolybdaat spectometrische methode, versie 2004;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 9377-2:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water – Bepaling van de minerale-olie-index – Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 10301:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 10301:1997: Water – Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen – Gaschromatografische methoden, versie 1997;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 11732:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 11732:2005: Water – Bepaling van ammonium stikstof – Methode voor doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie, versie 2005;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 11885:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 11885:2009: Water – Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 12846:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 12846:2012: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 13395:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 13395:1997: Water – Bepaling van het stikstofgehalte in de vorm van nitriet en in de vorm van nitraat en de som van beide met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie, versie 1997;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15587-1:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15587-2:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15680:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met «purge-and-trap» en thermische desorptie, versie 2003;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15681-1:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15681-1:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 1: Methode met een doorstroominjectiesysteem (FIA), versie 2005;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15681-2:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15681-2:2018: Water – Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 2: Methode met een continu doorstroomanalysesysteem (CFA), versie 2018;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15682:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15682:2001: Water – Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 17294-2:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water – Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma – Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 17852:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 17852:2008: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 17993:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 17993:2004: Water – Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-ISO 5663:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-ISO 5663:1993: Water – Bepaling van het gehalte aan Kjeldahl-stikstof – Methode na mineralisatie met seleen, versie 1993;.</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-ISO 15705:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-ISO 15705:2003: Water – Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) – Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-ISO 15923-1:</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit – Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie – Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013; niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam: ander oppervlaktewaterlichaam dan een oppervlaktewaterlichaam dat is aangewezen en begrensd in bijlage II. onderhoudspad pad op of langs een waterkering of kade of langs een oppervlaktewaterlichaam dat nodig is voor het plegen van onderhoud. Het pad kan zowel verhard als onverhard zijn; uitstroomvoorziening een constructie in een oppervlaktewaterlichaam waarmee water wordt geloosd. De uitstroomvoorziening is een uitstroombuis en de bijbehorende taludafwerking; wet Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage II Overzicht Informatieobjecten andere oppervlaktewaterlichamen dan de Oude IJssel en sluiscomplex Doesburg tot aan de Duitse grens /join/id/regdata/ws0152/2025/ba41ed0d0f954a988b108418d16cabc1/nld@2025-06-02;11574993 beheergebied /join/id/regdata/ws0152/2025/45164b5ff3b84df09abb10ab4c48176b/nld@2025-06-02;11574993 beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam /join/id/regdata/ws0152/2025/c3663402000d44c990c71fd459385ec4/nld@2025-06-02;11574993 beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam buiten de kernzone en beschermingszone van een primaire waterkering, regionale waterkering, zomerkade of kade /join/id/regdata/ws0152/2025/a6e8d315ef224aae963423eefba188e6/nld@2025-06-02;11574993 beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam en het beperkingengebied waterkering met uitzondering van de regionale waterkeringen in de Rijnstrangen /join/id/regdata/ws0152/2025/da83d5893d5d4a8abdad6291bdb439d4/nld@2025-06-02;11574993 beperkingengebied waterkering /join/id/regdata/ws0152/2025/c0444077dcb44876b87151c4fec53b89/nld@2025-06-02;11574993 beperkingengebied waterkering buiten de regionale waterkeringen in de Rijnstrangen /join/id/regdata/ws0152/2025/0e51c3c4afc14bcf8e65386db0d7418f/nld@2025-06-02;11574993 beperkingengebied waterstaatswerk met uitzondering van bergingsgebieden en uiterwaarden /join/id/regdata/ws0152/2025/c575507603c54c00859f501aaff633cf/nld@2025-06-02;11574993 beperkingengebied waterstaatwerk /join/id/regdata/ws0152/2025/6b41b6612c86479eb7e0d21d62c0c17f/nld@2025-06-02;11574993 beschermde gebieden grondwater /join/id/regdata/ws0152/2025/5fb6b96d940c4acb84f12af33b0a4ace/nld@2025-06-02;11574993 beschermingszone van een kade /join/id/regdata/ws0152/2025/d19db482420940e5b6cb8513f13d92a2/nld@2025-06-02;11574993 beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam /join/id/regdata/ws0152/2025/e3a6bf1785c740eb99ddf979c2a3773c/nld@2025-06-02;11574993 beschermingszone van een waterkering /join/id/regdata/ws0152/2025/b3ce821610b44f2fb3e82bfc807c5d19/nld@2025-06-02;11574993 buiten de beschermde gebieden grondwater /join/id/regdata/ws0152/2025/3e137c6f0ae7421c9a76f2bfaac948ae/nld@2025-06-02;11574993 Buiten de kernzone en beschermingszone van een primaire waterkering, regionale waterkering of zomerkade /join/id/regdata/ws0152/2025/c1b6b884b3b64ef0bb3bf598afb0fa3e/nld@2025-06-02;11574993 buitenbeschermingszone 1 van een waterkering /join/id/regdata/ws0152/2025/b7f5234cfc0a4ec1abdcf1b9496d99aa/nld@2025-06-02;11574993 buitenbeschermingszone 2 van een waterkering /join/id/regdata/ws0152/2025/8dae39e16edd4227a8919f44b78301c9/nld@2025-06-02;11574993</p>\n<p class=\"lf-p\">de Oude IJssel en sluiscomplex Doesburg tot aan de Duitse grens /join/id/regdata/ws0152/2025/dec77f70d49f43259cfb295c2984af1e/nld@2025-06-02;11574993 de Oude IJssel vanaf de brug in de Slingerparallel ter hoogte van kilometerpaal 16,8 tot aan de stuw in Ulft /join/id/regdata/ws0152/2025/030fad24876d4bef815089d4873b1037/nld@2025-06-02;11574993 de Oude IJssel vanaf de stuw in Ulft en op de Aastrang tot aan de Duitse grens /join/id/regdata/ws0152/2025/b3a45a6ae5ab4e72aaf8be487db75bc2/nld@2025-06-02;11574993 de Oude IJssel vanaf Doesburg met inbegrip van het sluizencomplex tot aan de brug in de Slingerparallel ter hoogte van kilometerpaal 16,8 /join/id/regdata/ws0152/2025/7c51665ed472425f8aadafb8446b8bdf/nld@2025-06-02;11574993 Kernzone en beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam buiten de kernzone, beschermingszone en buitenbeschermingszone 1 van een primaire waterkering, regionale waterkering of zomerkade /join/id/regdata/ws0152/2025/7333495ff2524144bb00c71674d0a8fd/nld@2025-06-02;11574993 kernzone en beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam buiten HEN, SED of natte EVZ (gebied) /join/id/regdata/ws0152/2025/5e469c08747f4efdb8078cb5cc82b337/nld@2025-06-02;11574993 kernzone en beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam en de kernzone en beschermingszone van een waterkering /join/id/regdata/ws0152/2025/227c6c79194f47cd9e39dd8001f92370/nld@2025-06-02;11574993 kernzone en beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam en de kernzone en beschermingszone van een waterkering buiten een oppervlaktewaterlichaam met de functie HEN, SED of natte EVZ /join/id/regdata/ws0152/2025/f5fef3f5a3a94a86a7323488bc509d87/nld@2025-06-02;11574993 kernzone of beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam /join/id/regdata/ws0152/2025/b99229e358e548e09e035f9caa251001/nld@2025-06-02;11574993 kernzone van een bergingsgebied of de kernzone van een uiterwaarde /join/id/regdata/ws0152/2025/71df2d1979e0479396c3fff6ec8ce709/nld@2025-06-02;11574993 kernzone van een kade /join/id/regdata/ws0152/2025/5914a39874b74f97a11fc9606f601909/nld@2025-06-02;11574993 kernzone van een oppervlaktewaterlichaam /join/id/regdata/ws0152/2025/f63eec3884bd4b578d0bc027cf21cb26/nld@2025-06-02;11574993 kernzone van een oppervlaktewaterlichaam of de kernzone van een waterkering /join/id/regdata/ws0152/2025/f558a89a0e1246a1adf3dca992997c6a/nld@2025-06-02;11574993 kernzone van een waterkering /join/id/regdata/ws0152/2025/ec70b383450345869d82650586e77212/nld@2025-06-02;11574993 kernzone van een waterkering of de beschermingszone van een waterkering</p>\n<p class=\"lf-p\">/join/id/regdata/ws0152/2025/dfe57195047e416f99e4416d3485069c/nld@2025-06-02;11574993 kernzone van een waterkering op andere dan de daarvoor bestemde plaatsen, behalve op de regionale waterkeringen in de Rijnstrangen /join/id/regdata/ws0152/2025/01c84e046f9c410abb6923a8c4ecfb95/nld@2025-06-02;11574993 kernzone van een waterkering, beschermingszone van een waterkering of profiel van vrije ruimte /join/id/regdata/ws0152/2025/296d69a1b26d41d7a9b56cbd4fd38c05/nld@2025-06-02;11574993 kernzone, beschermingszone of buitenbeschermingszone 1 van een waterkering /join/id/regdata/ws0152/2025/6148e74926f64ee0a83118e3444a0034/nld@2025-06-02;11574993 natte EVZ /join/id/regdata/ws0152/2025/a6e7e64fde6d42dda83a0ff005993e39/nld@2025-06-02;11574993 natte landnatuur /join/id/regdata/ws0152/2025/af508a0d8c37421e92b7941d7526f5fe/nld@2025-06-02;11574993 oppervlaktewaterlichaam waar varend onderhoud wordt gepleegd /join/id/regdata/ws0152/2025/c1edd5dbd19647c2a2bc8c9bf17c15f4/nld@2025-06-02;11574993 oppervlaktewaterlichaam binnen de kernzone, beschermingszone of buitenbeschermingszone 1 van een primaire waterkering, regionale waterkering, zomerkade of kade /join/id/regdata/ws0152/2025/88958f9a585c45f196c01e8347e73fd8/nld@2025-06-02;11574993 oppervlaktewaterlichaam met de functie HEN of SED /join/id/regdata/ws0152/2025/ca2c392ba2fd48fd9883450d5f8d001d/nld@2025-06-02;11574993 profiel van vrije ruimte van een waterkering /join/id/regdata/ws0152/2025/80bbd660cd22451dab6e951bb134bb20/nld@2025-06-02;11574993 werkingsgebied algemene regel drainage /join/id/regdata/ws0152/2025/dab566ddb67d4da5bece312a64e9985e/nld@2025-06-02;11574993 werkingsgebied algemene regels brug /join/id/regdata/ws0152/2025/da7c996873594a30891472b7579c293a/nld@2025-06-02;11574993 werkingsgebied algemene regels parallelle kabels en leidingen oppervlaktewaterlichamen /join/id/regdata/ws0152/2025/f225cc3113f8443b9e1041fecfc7ebcf/nld@2025-06-02;11574993 Bijlage III Waterstaatswerken die niet geometrisch begrensd zijn 1 Primaire waterkering Kernzone: van binnenteen tot buitenteen van de waterkering Beschermingszone: binnen- en buitendijks 15 meter uit de teen, vermeerderd met een denkbeeldige lijn vanaf dat punt dalend met een helling van 1:5 Buitenbeschermingszone 1: binnen- en buitendijks vanaf de teen tot een afstand van 100 meter Buitenbeschermingszone 2: binnen- en buitendijks vanaf de teen tot een afstand van 250 meter Profiel van vrije ruimte: nvt 2 Regionale waterkering Kernzone: van binnenteen tot buitenteen van de waterkering Beschermingszone: binnen- en buitendijks 10 meter uit de teen, vermeerderd met een denkbeeldige lijn vanaf dat punt dalend met een helling van 1:5</p>\n<p class=\"lf-p\">Buitenbeschermingszone 1: binnen- en buitendijks vanaf de teen tot een afstand van 100 meter Buitenbeschermingszone 2: nvt Profiel van vrije ruimte: nvt 3 Zomerkade Kernzone: van binnenteen tot buitenteen van de waterkering Beschermingszone: binnen- en buitendijks 10 meter uit de teen, vermeerderd met een denkbeeldige lijn vanaf dat punt dalend met een helling van 1:5 Buitenbeschermingszone 1: binnen- en buitendijks vanaf de teen tot een afstand van 50 meter Buitenbeschermingszone 2: nvt Profiel van vrije ruimte: nvt 4 Oppervlaktewaterlichaam Kernzone oppervlaktewaterlichaam: insteek + 50cm tot insteek 50cm of maatwerk (bij meer ‘natuurlijke’ situaties, onduidelijke insteek of inundeerbare zones).</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermingszone oppervlaktewaterlichaam: insteek tot 5m uit insteek of 4,5m naast kernzone ooppervlaktewaterlichaam (bij meer ‘natuurlijke’ situaties, onduidelijke insteek of inundeerbare zones).</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Kade Kernzone kade: buitenteen + 50cm tot binnenteen + 50cm (theoretisch) beschermingszone kade = 5m uit Kernzone kade aan binnendijkse zijde 6 Uiterwaarde Kernzone uiterwaarde: buitenkruinlijn kade tot buitenkruinlijn kade of insteek aan overzijde (bij eenzijdige kade) 7 Bergingsgebied Kernzone bergingsgebied: Begrenzing zoals aangegeven in bestemmingsplan (op basis van buitenkruinlijn, kunstwerken en hoge gronden) 8 Kunstwerk Kernzone duiker: 2,5m bufferzone aan weerszijde hartlijn Kernzone overige waterstaatskundige kunstwerken: 2,5m bufferzone rondom object 9 HEN, SED en EVZ Kernzone oppervlaktewaterlichaam HEN, SED en EVZ: oppervlaktewaterlichaam onderdeel uitmakend van door de provincie vastgestelde HEN, SED en EVZ wateren 10 Varend onderhoud Kernzone oppervlaktewaterlichaam varend onderhoud: oppervlaktewaterlichaam waar met varend materieel onderhoud gepleegd wordt 11 Vaarweg Oude IJssel Kernzone oppervlaktewaterlichaam vaarweg Oude IJssel: oppervlaktewaterlichaam dat onderdeel is van de vaarweg Oude IJssel Bijlage IV Aangewezen en niet aangewezen oppervlaktewaterlichamen 1 Aangewezen oppervlaktewaterlichamen Aangewezen oppervlaktewaterlichamen als bedoeld in deze waterschapsverordening zijn: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aastrang b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Barchemse Veengoot c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bolksbeek d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Didamse Wetering e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dommerbeek f.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eefse Beek en Molenbeek g.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elsbeek h.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grote Waterleiding i.</p>\n<p class=\"lf-p\">Keizersbeek j.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meibeek / Nieuwe Waterleiding k.</p>\n<p class=\"lf-p\">Oosterwijkse Vloed l.</p>\n<p class=\"lf-p\">Oude IJssel m.</p>\n<p class=\"lf-p\">Oude Schipbeek n.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stroomkanaal Hackfort o.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vierakkerselaak p.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wehlse Beek q.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijde Wetering en Zevenaarse Wetering r.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zuidelijk Afwateringskanaal 2 Aangewezen oppervlaktewaterlichamen Waterschap Rijn en IJssel Aangewezen oppervlaktewaterlichamen Waterschap Rijn en IJssel 3 Niet aangewezen oppervlaktewaterlichamen Waterschap Rijn en IJssel Niet aangewezen oppervlaktewaterlichamen Waterschap Rijn en IJssel Toelichting Algemene toelichting 1 Opbouw van de Waterschapsverordening De kern van de waterschapsverordening bestaat uit regels over activiteiten van burgers, bedrijven en mede-overheden die van invloed zijn op het watersysteem, de waterveiligheid en de zuiveringtechnische werken (rioolwaterzuiveringsinstallaties, RWZI). Voor de opbouw van de waterschapsverordening is daarom gekozen naar een indeling in de verschillende soorten activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 2 van deze waterschapsverordening bevat alle regels over activiteiten bij waterstaatswerken, zoals oppervlaktewaterlichamen en waterkeringen. Dit zijn regels over bijvoorbeeld het aanleggen van bruggen of steigers bij oppervlaktewaterlichamen, het aanleggen van kabels bij waterkeringen of het lozen van water in of onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 3 van deze waterschapsverordening gaat over activiteiten met betrekking tot grondwater. Daarbij kan gedacht worden aan grondwateronttrekkingen voor bijvoorbeeld beregening, veedrenking of bronneringen, maar ook het infiltreren van water in de bodem en het aanbrengen van drainage.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 4 van deze waterschapsverordening bevat de regels over het aansluiten van de gemeentelijke riolering op de RWZI.</h3>\n<p class=\"lf-p\">In de hoofdstukken 5, 6 en 7 van deze waterschapsverordening zijn de regels opgenomen die afkomstig zijn uit de bruidsschat (de voormalige rijksregels die niet terugkomen onder de Omgevingswet). Hoofdstuk 5 gaat over lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam of de RWZI. Hoofdstuk 6 bevat de aanvraagvereisten, beoordelingsregels en meetvoorschriften voor wateronttrekkingsactiviteiten (het onttrekken van grondwater en het infiltreren van water in de bodem in samenhang met dergelijke onttrekkingen, en het onttrekken van oppervlaktewater). In hoofdstuk 7 staan de aanvraagvereisten voor beperkingengebiedactiviteiten (activiteiten bij oppervlaktewaterlichamen en waterkeringen, zoals de eerder genoemde bruggen, kabels en dergelijke).</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de activiteitgerichte hoofdstukken, bevat deze waterschapsverordening algemene bepalingen in hoofdstuk 1 en slotbepalingen in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 1 bevat onder meer de aanwijzing van de werkingsgebieden van deze verordening, de normadressaat voor de regels over activiteiten, de specifieke zorgplicht, algemene indieningsvereisten voor meldingen en bepalingen over bijzondere omstandigheden en ongewone voorvallen. Hoofdstuk 8 bevat het overgangsrecht en de citeertitel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de hoofdstukken 2 en 3 is een vaste indeling van regels gekozen. Deze hoofdstukken zijn onderverdeeld in paragrafen, die ieder over een specifieke activiteit gaan. Binnen de paragraaf zijn de artikelen opgebouwd volgens het uitgangspunt “ja, mits”. Dat betekent dat eerst de regels worden gegeven voor vaak voorkomende activiteiten die relatief weinig risico opleveren voor de belangen die het waterschap behartigt. Vaak kan daarvoor met de specifieke zorgplicht of enkele algemene regels worden volstaan. Daarna volgen de regels voor activiteiten met grotere impact, waarvoor een melding is vereist of een beoordeling vooraf in de vorm van een vergunningplicht. Elke paragraaf bevat daarom – voor zover nodig – de volgende artikelen: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het toepassingsbereik: over welke activiteit gaat de paragraaf? b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een verdere uitwerking van de specifieke zorgplicht voor de activiteit. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanwijzing van algemene regels: in welke gevallen gelden welke algemene regels? d.</p>\n<p class=\"lf-p\">De concrete algemene regels, gerangschikt naar onderwerp. e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meldingsplichten. f.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanwijzing van vergunningplichtige gevallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Inhoud van de Waterschapsverordening De waterschapsverordening is de verordening op grond van de Omgevingswet, waarin vrijwel alle regels over de fysieke leefomgeving van het waterschap zijn opgenomen. Vrijwel alle regels, omdat enkele onderwerpen op grond van artikel 2.2 van het Omgevingsbesluit buiten de waterschapsverordening moeten blijven. Dat betreft als eerste de regels over onderhoudsplichten. Voor de aanwijzing van onderhoudsplichten en onderhoudsplichtigen blijft de legger op grond van artikel 78 lid 2 van de Waterschapswet bestaan (de zogeheten onderhoudslegger). De regels over de inhoud van de onderhoudsplichten, die voorheen in hoofdstuk 2 van de keur waren opgenomen, komen daarom niet terug in deze waterschapsverordening. Die regels worden opgenomen in de onderhoudslegger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast mag de waterschapsverordening volgens het Omgevingsbesluit geen strafbepalingen bevatten. De strafbaarstelling van overtredingen van de waterschapsverordening is immers al geregeld in artikel 1, onderdeel 1° en onderdeel 3°, van de Wet op de economische delicten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot moeten ook de regels over de belastingen van het waterschap buiten de waterschapsverordening blijven. Voor de watersysteemheffing, de zuiveringsheffing en de verontreinigingsheffing blijven aparte verordeningen bestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eerste versie van de Waterschapsverordening Rijn en IJssel ontstaat van rechtswege bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Die waterschapsverordening bevat (op basis van artikel 22.14 van de Omgevingswet en artikel 4.7 van de Invoeringswet Omgevingswet): a. de regels die zijn opgenomen in de Keur Waterschap Rijn en IJssel 2009, met uitzondering van hoofdstuk 2 (over de onderhoudsplichten); b. de regels die zijn opgenomen in de Aansluitverordening Rijn en IJssel; c. de regels die zijn opgenomen in de Algemene regels, nadere regels en verplichtingen i.v.m. Keur Waterschap Rijn en IJssel 2009; d. artikel 8 Verkeersbesluit Oude IJssel; e. de zones rond waterstaatswerken, die zijn opgenomen in de legger op grond van artikel 5.1 van de Waterwet; en f. de zogeheten “bruidsschat”: voormalige rijksregels (met name over lozingsactiviteiten), die onder de Omgevingswet niet op rijksniveau terugkeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eerste wijziging van de Waterschapsverordening Rijn en IJssel heeft tot doel om de waterschapsverordening die van rechtswege is ontstaan te integreren tot een goed geordende versie, die conform de toepasselijke standaarden is vormgegeven en van de benodigde annotaties en digitale werkingsgebieden is voorzien. Dit zorgt ervoor dat de waterschapsverordening volledig raadpleegbaar en doorzoekbaar is in de functionaliteit “regels op de kaart” van het Digitaal Stelsel Omgevingswet en dat deze kan dienen voor het ontsluiten van toepasbare regels in de functionaliteit “checken” (de vergunningcheck) en “aanvragen”. De wijziging van de waterschapsverordening is grotendeels beleidsneutraal. Dat wil zeggen dat er bijna geen inhoudelijke wijzigingen in de regels zijn aangebracht; de verplichtingen voor burgers en bedrijven blijven in principe gelijk. De wijzigingen die zijn aangebracht betreffen met name de opbouw van de verordening en de formulering van artikelen, om te zorgen dat de regels goed aansluiten bij de Omgevingswet. De inhoudelijke wijzigingen die zijn doorgevoerd betreffen enerzijds het oplossen van een aantal praktische problemen in de regels (waaronder de gesloten periode die nu minder streng is) en het toevoegen van regels en zones voor windmolens. Ook zijn de zoneringen voor watersysteem opnieuw (nauwkeuriger) ingetekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Werkingsgebieden Een nieuw element in de waterschapsverordening is dat alle regels een digitaal werkingsgebied hebben. Deze werkingsgebieden stonden voorheen (deels) in de legger op grond van de Waterwet, maar komen in de legger op grond van de Omgevingswet niet terug. De werkingsgebieden verschillen per type activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan iedere regel in deze waterschapsverordening is het juiste werkingsgebied gekoppeld. In het Digitaal Stelsel Omgevingswet kan, bij het raadplegen van regels op de kaart, daarmee steeds het exacte werkingsgebied van een regel getoond worden. De werkingsgebieden worden daarnaast gebruik voor de automatische beantwoording van vragen in de vergunningcheck.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Lozingsactiviteiten en wateronttrekkingsactiviteiten uit oppervlaktewater Lozingsactiviteiten zijn volgens de Omgevingswet activiteiten die bestaan uit het brengen van stoffen, warmte of water direct op een oppervlaktewaterlichaam. Het werkingsgebied van de regels over lozingsactiviteiten omvat dus alle oppervlaktewaterlichamen die in beheer zijn bij het waterschap. Het begrip oppervlaktewaterlichaam is ook gedefinieerd in de Omgevingswet: samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, en de bijbehorende bodem en oevers, alsmede flora en fauna. Deze definitie geeft ook de begrenzing van oppervlaktewaterlichamen aan: een oppervlaktewaterlichaam houdt op waar de oever over gaat in de landbodem. Dat is meestal bij de insteek van de oever. De geometrische begrenzing is vastgelegd in het digitale werkingsgebied “oppervlaktewaterlichaam” (zie artikel 1.1.2.3). De regels over lozingsactiviteiten zijn opgenomen in paragraaf 2.1.1 en hoofdstuk 5 (dat hoofdstuk is afkomstig uit de bruidsschat). De regels over wateronttrekkingsactiviteiten uit oppervlaktewater staan in paragraaf 2.1.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Beperkingengebiedenactiviteiten Beperkingengebieden zijn in de Omgevingswet gedefinieerd als “bij of krachtens de wet aangewezen gebieden waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object”. Ieder gebied waar een regel geldt ter bescherming van een oppervlaktewaterlichaam, waterkering of bergingsgebied is dus onderdeel van het beperkingengebied met betrekking tot dat waterstaatswerk. De wet geeft ook een definitie van beperkingengebiedactiviteiten: dat zijn alle activiteiten in het beperkingengebied. In deze waterschapsverordening staan de regels over beperkingengebiedactiviteiten in hoofdstuk 2, vanaf paragraaf 2.1.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beperkingengebieden die Waterschap Rijn en IJssel hanteert zijn onderverdeeld in verschillende zones. Die zones worden gebruikt om te variëren in de inhoudelijke regels over activiteiten. Zo gelden in het algemeen in de kernzone van waterkeringen strengere regels dan in de beschermingszone, en zijn er in de buitenbeschermingszone alleen voor een aantal specifieke activiteiten vergunningplichten ingesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is voor gekozen om het toepassingsbereik van iedere paragraaf over de verschillende beperkingengebiedactiviteiten bij oppervlaktewaterlichamen en waterkeringen steeds het beperkingengebied met betrekking tot een waterstaatswerk als werkingsgebied te geven. De inhoudelijke regels over die activiteiten in de betreffende paragraaf hebben vaak een beperkter werkingsgebied (zoals de kernzone of de kernzone plus beschermingszone). Door het artikel over het toepassingsbereik het ruimste werkingsgebied te geven, is voor alle activiteiten in dat gebied in ieder geval de specifieke zorgplicht van artikel 1.1.4.1 van toepassing is. De specifieke zorgplicht fungeert daarmee als vangnet voor activiteiten die niet aan andere inhoudelijke algemene regels of een vergunningplicht zijn gebonden. Zo heeft het waterschap altijd een grond om een initiatiefnemer aan te spreken als diegene een activiteit verricht die potentiële schade voor een waterstaatswerk kan opleveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam is onderverdeeld in: a. kernzone van een oppervlaktewaterlichaam; b. kernzone van een waterstaatkundig kunstwerk c. kernzone van een uiterwaarde d. beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam; e. kernzone van een kade; en f. beschermingszone van een kade.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiernaast zijn er beperkingengebieden voor de bescherming van waterbergingsgebieden (kernzone waterberging), grondwateronttrekkingen, drainage, wateren met ecologische doelstellingen (HEN, SED en EVZ), wateren waar varend onderhoud wordt gepleegd en waar aanvullende regels gelden tav de vaarweg Oude IJssel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Al deze beperkingengebieden hebben als doel de bescherming van de waterstaatswerken of het onderhoud ervan. Hierbij wordt zo goed mogelijk aangesloten bij de werkelijke situatie, dus bijvoorbeeld onderhoudsstroken (binnen de beschermingszone oppervlaktewater) daar waar daadwerkelijk onderhoud plaatsvindt. De begrenzing van het oppervlaktewater is zoveel mogelijk gebaseerd op de situatie het veld. Het onderscheidt tussen de bovengenoemde beperkingengebieden maakt het mogelijk om specifieke regels te koppelen aan de verschillende onderdelen van een watersysteem.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beperkingengebieden zijn geen ‘statisch gegeven’. Veranderingen in het veld, onderhoudsregime, beleid, inzichten en uitgangspunten kunnen ertoe leiden dat de gebieden veranderen. Echter beschermen wat nodig is, dus niet te veel en niet te weinig, blijft ten alle tijden het uitgangspunt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor waterkeringen is het beperkingengebied onderverdeeld in: a. kernzone van een waterkering; b. beschermingszone van een waterkering; c. buitenbeschermingszone 1 van een waterkering; d. buitenbeschermingszone 2 van een waterkering; en e. profiel van vrije ruimte van een waterkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogwaterveiligheid is niet alleen afhankelijk van de dijk of waterkerende constructie zelf. De omliggende grond en de ondergrond spelen een rol in de stabiliteit van de dijk of waterkerende constructie. De bovengenoemde zoneringen zijn bedoeld om de waterkering veilig en stabiel te houden, zodat het achterliggende gebied voldoende kan worden beschermd tegen hoge waterstanden op de rivieren en beken. Hoe verder een zone van de waterkering afligt, hoe minder een werk of activiteit van invloed is op de waterkering en hoe minder beperkingen er gelden. Daar waar wel beperkingen gelden kunnen voorschriften worden gesteld om ervoor te zorgen dat een activiteit of werk geen negatieve invloed heeft op de waterkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kernzone van een waterkering is de dijk of waterkerende constructie. Meestal is de waterkering buiten zichtbaar als grondlichaam (dijk) of waterkerende constructie (damwand of kademuur). De kernzone is op enkele meters uit de waterkering begrensd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beschermingszone is ondersteunend aan de kernzone en zorgt ervoor, dat de dijk of waterkerende constructie bij hoogwater stabiel blijft. De beschermingszone wordt bepaald door de opbouw van de ondergrond, de vorm, constructie en afmetingen van de waterkering zelf en de mate waarin de waterkering bij hoog water wordt belast. Deze zone is zoveel mogelijk op maat gemaakt aan de hand van berekeningen, zodat we niet te veel, maar ook niet te weinig beschermen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De buitenbeschermingszone 1 is de zone waarin permanente afgravingen ervoor kunnen zorgen dat er ongewenste waterstromen onder de waterkering door plaats kunnen vinden, die ervoor kunnen zorgen dat de grond onder de waterkering wegspoelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De buitenbeschermingszone 2 is bedoeld om ervoor te zorgen, dat windmolens zodanig worden geplaatst dat ze geen bedreiging voor de waterkering vormen door trilling of bezwijken van de windmolens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het profiel van vrije ruimte is een reservering voor toekomstige dijkversterkingen. Dijkversterkingen zijn een terugkerend fenomeen. Ook in de toekomst hebben we voldoende ruimte nodig om de waterkeringen te kunnen versterken om het achterliggende gebied veilig te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Wateronttrekkingsactiviteiten grondwater Het onttrekken van grondwater en het infiltreren van water in samenhang met die onttrekking is volgens de Omgevingswet ook een wateronttrekkingsactiviteit. Grondwater kan in principe overal worden onttrokken, dus het werkingsgebied van de regels over grondwateronttrekkingen is het hele beheergebied van het waterschap. Bij enkele regels wordt een specifieker werkingsgebied gehanteerd, zoals natte landnatuur, de beschermingszone van natte landnatuur, Natura 2000 gebied en de beïnvloedingzone van Natura 2000. Dit zijn bijzondere gebieden die aanvullende bescherming nodig hebben. Ook deze gebieden zijn als digitale werkingsgebieden opgenomen in de verordening. De regels over het onttrekken van grondwater en het infiltreren van water in de bodem staan in hoofdstuk 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Aansluiting openbare riolering et waterschap draagt zorg voor de zuivering van stedelijk afvalwater in zuiveringtechnische werken (rioolwaterzuiveringsinstallaties, RWZI). Ter bescherming van de zuiveringtechnische werken zijn regels gesteld over het aansluiten van de openbare riolering – die beheerd wordt door de gemeente – op het zuiveringtechnische werk. Zuiveringtechnische werken omvatten volgens de definitie in de Omgevingswet ook de werken voor het transport van stedelijk afvalwater (de gemalen en persleidingen) die in beheer zijn bij het waterschap. Het werkingsgebied van de regels over aansluiten op de RWZI bestaat strikt genomen uit alle overnamepunten: de punten waar de openbare riolering van de gemeente wordt aangesloten op een gemaal of persleiding van het waterschap. Deze overnamepunten zijn niet als digitaal werkingsgebied opgenomen. Ze zouden in het DSO nauwelijks zichtbaar zijn, en bovendien zijn de regels alleen relevant voor gemeenten en niet voor burgers en bedrijven. De gemeenten weten zelf ook precies waar de overnamepunten liggen. Voor het werkingsgebied van de regels is daarom het hele beheergebied gekozen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels over aansluiten van de openbare riolering op de RWZI staan in hoofdstuk 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelsgewijze Toelichting</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 1.1.1 Begripsbepalingen</h3>\n<p class=\"lf-p\">In het eerste lid van dit artikel zijn de begripsbepalingen van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) van toepassing verklaard op deze waterschapsverordening. Dit bevordert de eenduidigheid van begrippen in het nieuwe stelsel. In aanvulling op de begrippen van de wet en de AMvB’s, bevat bijlage I bij deze verordening de overige begripsbepalingen die nog nodig zijn voor de goede toepassing van deze verordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het eerste lid van dit artikel zijn de begripsbepalingen van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) van toepassing verklaard op deze waterschapsverordening. Dit bevordert de eenduidigheid van begrippen in het nieuwe stelsel. In aanvulling op de begrippen van de wet en de AMvB’s, bevat bijlage I bij deze verordening de overige begripsbepalingen die nog nodig zijn voor de goede toepassing van deze verordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel omgevingsvergunning wateractiviteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid van dit artikel bevat de algemene gronden waarop een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit op grond van deze verordening wordt verleend. Een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit wordt alleen verleend als, kort gezegd, de aangevraagde activiteit in overeenstemming is met de doelen van het waterbeheer. Als de aangevraagde activiteit niet met deze doelen verenigbaar is, dan wordt de aanvraag voor een dergelijke omgevingsvergunning geweigerd. Deze beoordelingsregel sluit aan op de beoordelingsregel die het Rijk hanteert voor aanvragen voor omgevingsvergunningen voor wateractiviteiten als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet (zie artikel 8.84, eerste lid, van het Bal).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede en derde lid van dit artikel bevatten de beoordelingsregels die volgens de instructieregel van artikel 6.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in de waterschapsverordening moeten worden opgenomen. Inhoudelijk zijn deze leden een voortzetting van de regel die voorheen in artikel 6.1a van het Waterbesluit was opgenomen, maar dan beter toegesneden op de eisen die de Kaderrichtlijn Water stelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op deze algemene beoordelingsregels, zijn specifieke beoordelingsregels voor lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam, lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werk, wateronttrekkingsactiviteiten en beperkingengebiedactiviteiten die betrekking hebben op een waterstaatswerk opgenomen in de hoofdstukken 5 tot en met 7.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Begrenzing waterstaatswerken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn verschillende zones van een waterstaatswerk waarvoor de bepalingen uit dewaterschapsverordening gelden:- de kernzone (komt overeen met het waterstaatswerk);- de beschermingszone (aansluitend aan de kernzone);- de buitenbeschermingszone (alleen bij waterkeringen, aansluitend aan de beschermingszone);- het profiel van vrije ruimte (alleen bij waterkeringen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de kernzone bevat de waterschapsverordening de meeste verbodsbepalingen. De kernzone vaneen watergang bestaat globaal gezegd uit de watergang, de strook waar vanaf het onderhoud plaatsvindt en eventuele kades. De kernzone van een waterkering bestaat globaal gezegd uit de waterkering zelf.Voor de beschermingszone gelden minder verboden. Vooral het graven, bouwen en het planten vanbomen en struiken zijn in deze zone verboden. Bij watergangen is er globaal gezegd alleen een beschermingszone langs kades en in sommige gevallen langs de onderhoudsstroken. Bij waterkeringen is er altijd een beschermingszone. De breedte is afhankelijk van de locatie, maar minimaal 5 meter, aansluitend aan de kernzone. Daarbuiten loopt de zone schuin weg in de ondergrond.In de buitenbeschermingszone 1 gelden alleen nog verboden voor explosiegevaarlijke materialen/inrichtingen en werken met overdruk en dergelijke. Dit is een zone van 100 meter (primaire waterkering) of 50 m (overige waterkeringen) langs de waterkeringen. De buitenbeschermingszone 2 wordt alleen gebruikt in de regels over windturbines.Het profiel van vrije ruimte is de ruimte langs en boven waterkeringen die nodig is voor toekomstigeverbeteringen van de waterkeringen. Globaal wordt hier uitgegaan van de dijkverzwaring die nodig is bij een dijkverhoging van 1 meter. In deze zone is het alleen verboden om bouwwerken teplaatsen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.6</span><span class=\"lf-art-t\">Waterstaatswerken die niet geometrisch begrensd zijn</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor waterstaatswerken die niet geometrisch zijn begrensd en waarvoor de ligging niet volgt uit een projectbesluit of omgevingsvergunning, gelden de grenzen van het waterstaatswerk, de beschermingszone, buitenbeschermingszone en het profiel van vrije ruimte, opgenomen in bijlage II.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn verschillende zones van een waterstaatswerk waarvoor de bepalingen uit dewaterschapsverordening gelden:- de kernzone (komt overeen met het waterstaatswerk);- de beschermingszone (aansluitend aan de kernzone);- de buitenbeschermingszone 1 en 2 (alleen bij waterkeringen, aansluitend aan debeschermingszone);- het profiel van vrije ruimte (alleen bij waterkeringen).Voor de kernzone bevat de waterschapsverordening de meeste verbodsbepalingen. De kernzone van een watergang bestaat globaal gezegd uit de watergang, de strook waar vanaf het onderhoud plaatsvindt en eventuele kades. De kernzone van een waterkering bestaat globaal gezegd uit dewaterkering zelf.Voor de beschermingszone gelden minder verboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vooral het graven, bouwen en het planten vanbomen en struiken zijn in deze zone verboden. Bij watergangen is er globaal gezegd alleen een beschermingszone langs kades en in sommige gevallen langs de onderhoudsstroken. Bij waterkeringen is er altijd een beschermingszone. De breedte is afhankelijk van de locatie, maar minimaal 5 meter, aansluitend aan de kernzone. Daarbuiten loopt de zone schuin weg in de ondergrond.In de buitenbeschermingszone 1 gelden alleen nog verboden voor explosiegevaarlijke materialen/inrichtingen en werken met overdruk en dergelijke. Dit is een zone van 100 meter (primaire waterkering) of 50 m (overige waterkeringen) langs de waterkeringen.Het profiel van vrije ruimte is de ruimte langs en boven waterkeringen die nodig is voor toekomstigeverbeteringen van de waterkeringen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Globaal wordt hier uitgegaan van de dijkverzwaring die nodigis bij een dijkverhoging van 1 meter. In deze zone is het alleen verboden om bouwwerken teplaatsen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.7</span><span class=\"lf-art-t\">Normadressaat</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eigenaren, overige zakelijk gerechtigden tot en gebruikers van de grond zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de nakoming van verplichtingen, die ingevolge de verordening op de eigenaar van de grond rusten. Veelal is niet de eigenaar, maar de feitelijke gebruiker van de grond degene die bij machte is aan die verplichtingen te voldoen of die bij de voldoening aan die verplichtingen is gebaat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.8</span><span class=\"lf-art-t\">Zorgplicht watersysteem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel draagt er toe bij dat het waterschap maatregelen van de derde kan eisen of alvast zelf maatregelen kan treffen bij (dreigende) schade, als omschreven in dit artikel. De kosten kan het waterschap verhalen op die derde, indien en voor zover die schade aan die derde is toe te rekenen.Het waterschap voorkomt hiermee dat investeringen die zijn gedaan om aan zijn verschillende wateropgaven te voldoen, weer teniet worden gedaan. Het waterschap moet er immers alles aandoen om die wateropgaven te halen, mede in het licht van de Wet Naleving Europese regelgeving door mede overheden. Dat betekent dat het waterschap alle instrumenten waarover het beschikt,inzet om Europese verplichtingen na te komen. Het waterschap dient dan ook te voorkómen dat anderen het werk van het waterschap frustreren. Naast een goed toezicht op de naleving van regels waarvoor het waterschap het bevoegde gezag is, is het nuttig dat het waterschap ook de zorgplicht die burger en bedrijf hebben ten aanzien van watersystemen, afdwingt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.12</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing bijzondere omstandigheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 19.0 van de Omgevingswet biedt de mogelijkheid om bij waterschapsverordening een onderwerp aan te wijzen als een ‘bijzondere omstandigheid in de fysieke leefomgeving’. Door dit tedoen kan het dagelijks bestuur met een besluit afwijken van de regels uit de verordening, op het moment dat de bijzondere omstandigheid zich voordoet.Als zich een omstandigheid zoals genoemd in dit artikel voordoet, kan het dagelijks bestuur van het waterschap dus beslissen om bijvoorbeeld uitzonderingen op de vergunningplicht geheel ofgedeeltelijk op te schorten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.13</span><span class=\"lf-art-t\">Algeheel verbod bij bijzondere omstandigheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel worden regels gesteld in geval zich calamiteiten voordoen. Het bestuur kan dan bijvoorbeeld verbieden water te lozen in of water te onttrekken aan oppervlaktewaterlichamen. Erwordt dan afgeweken van de normaal geldende regels. Verleende vergunningen verliezen tijdelijk hun werking. De Omgevingswet (artikelen 19.13 tot en met 19.16) stelt regels over het gevaar voorwaterstaatswerken. Deze artikelen geven de waterbeheerder ruime bevoegdheden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.14</span><span class=\"lf-art-t\">Ongewoon voorval</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een ongewoon voorval is een gebeurtenis, ongeacht de oorzaak daarvan, die afwijkt van het normale verloop van een activiteit, zoals een storing, ongeluk, calamiteit, waardoor significante nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving ontstaan of dreigen te ontstaan, waaronder: a. een geval vaneen inbreuk op vergunningsvoorwaarden als bedoeld in artikel 8 van de richtlijn industriële emissies, of b. een zwaar ongeval als bedoeld in artikel 3, onderdeel 13, van de Seveso-richtlijn.Het bestuur moet direct worden geïnformeerd over een ongewoon voorval. Dit artikel bepaalt dat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.15</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzondering beheeractiviteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In die gevallen waarin het waterschap optreedt als een ‘derde’ (bijvoorbeeld als het een nieuw kantoorgebouw aanlegt in de beschermingszone van een primaire waterkering), heeft het voor de uitvoering van verboden handelingen een vergunning nodig, net zoals die derde. Voor handelingen die in opdracht van het bestuur worden verricht in het kader van reguliere onderhoudswerkzaamheden en beheermaatregelen gelden de regels van de waterschapsverordening niet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is van belang dat de werkzaamheden op de juiste wijze worden uitgevoerd. Daarvoor is het noodzakelijk dat het waterschap toezicht kan uitoefenen op de werkzaamheden. Daarom is de meldplicht opgenomen. Het is aan te raden om mogelijke belanghebbenden, voorafgaand aan de werkzaamheden, daarvan in kennis te stellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onttrekkingen van water, met name aan kleine watergangen, hebben invloed op het beheer en het peil. Daar komt nog bij dat in periodes van droogte de kans aanwezig is dat meerdere belanghebbenden tegelijkertijd zullen willen onttrekken. In die situatie kan onttrekking van water leiden tot problemen voor het beheer. Dit noopt ertoe de vergunningplicht voor onttrekking van water laag te houden en al in te laten gaan bij een onttrekking van meer dan 1 m³ per uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels over afrasteringen zijn bedoeld om vee te weren, zonder daarbij het onderhoud aan waterstaatswerken te bemoeilijken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.10</span><span class=\"lf-art-t\">Wijze van plaatsing van afrasteringen langs oppervlaktewaterlichamen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regels over afrasteringen zijn bedoeld om vee te weren, zonder daarbij het onderhoud aan waterstaatswerken te bemoeilijken. Het is het streven van het waterschap om onderhoudsstroken te krijgen met een breedte van 4 meter, waarbij de onderhoudsmachine achter de afrastering langsrijdt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.12</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen en vervangen van kabels, leidingen en mantelbuizen langs, onder of over waterstaatswerken. Voor het verwijderen van bestaande kabels, leidingen en mantelbuizen moet worden voldaan aan de paragraaf uit de waterschapsverordening over het verwijderen van kunstwerken, werken, objecten, bomen en beplanting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.13</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De initiatiefnemer is in het kader van de zorgplicht verplicht om verzakkingen te herstellen, die zijn ontstaan binnen een jaar na de gereedmelding van de werkzaamheden. Deze verplichting geldt één jaar, zodat het waterschap kan beoordelen of het werk onder alle seizoenen onveranderd blijft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.14</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regel parallelle kabels en leidingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om te voorkomen dat het waterschap of derden schade kunnen toebrengen aan een kabel of leiding, bijvoorbeeld tijdens het uitvoeren van onderhoud aan een watergang, moeten kabels en leidingen die in de lengterichting langs een watergang worden gelegd, met minimaal 0,7 meter gronddekking worden aangelegd. De afstand tot de insteek van de watergang moet minimaal 1 meter bedragen. Tenslotte moet bij het leggen van een kabel of leiding over een bestaande duiker een minimale gronddekking van 0,5 meter worden gehanteerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.16</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel kruisende kabels of leidingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanleg van kabels en leidingen kan leiden tot verstoring van de afvoer van watergangen en aantasting van voorzieningen en waarden in en om de watergangen, zoals beschoeiingen, taluds, bomen en struiken. Daarom is het verboden de watergang te kruisen door middel van een open ontgraving, tenzij de kabel of leiding een duiker aan de bovenzijde kruist.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.17</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel alle kabels en leidingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Markeringsbordjes die de ligging van de kabel of leiding aanduiden, zijn niet zonder meer toegestaan in de kern- en/of beschermingszone van de watergang omdat deze door onderhoud aan de watergang beschadigd kunnen worden. Hiervoor moet een vergunning worden aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de aangelegde kabel of leiding in de toekomst een obstakel vormt voor het door het waterschap uit te voeren beheer en/of onderhoud of anderszins de zorg voor het watersysteembelemmert, moet de meldingsplichtige de kabel of leiding op eigen kosten verwijderen. Deze bepaling ligt in lijn met het gestelde in de artikelen 5.39 en 5.40 van de Omgevingswet.Ook indien een kabel of leiding op aanzegging van het waterschap verwijderd moet worden, moet hierbij worden voldaan aan de bepalingen uit de paragraaf over het verwijderen van kunstwerken, werken, objecten, bomen en beplanting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de kabel of leiding zijn functie heeft verloren, moet de meldingsplichtige deze (laten) verwijderen. Hiervoor gelden de bepalingen uit de paragraaf over het verwijderen van kunstwerken, werken, objecten, bomen en beplanting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.18</span><span class=\"lf-art-t\">Meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is van belang dat de werkzaamheden in en nabij de watergang op de juiste wijze worden uitgevoerd. Daarvoor is het noodzakelijk dat het waterschap toezicht kan uitoefenen op de werkzaamheden. Daarom is deze meldplicht opgenomen. Het is aan te raden om mogelijke belanghebbenden, voorafgaand aan de werkzaamheden, daarvan in kennis te stellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.19</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht parallelle kabels of leidingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het leggen of vervangen van kabels en leidingen parallel aan een watergang met een natuurfunctie (HEN/SED/natte EVZ) is vanwege mogelijke verstoring van de ecologie niet vergunningvrij. Bij deze wateren moet ruimte blijven bestaan voor toekomstige ontwikkelingen, zoals de aanleg van eenplas- drasoever of (her)meandering. Deze ontwikkelingen kunnen belemmerd worden door de aanwezigheid van een ondergrondse kabel of leiding. Voor deze watergangen geldt dan ook de vergunningplicht.Kabels en leidingen in of nabij een waterkering of kade moeten in verband met risico’s voor de veiligheid van de waterkering en kade zoveel mogelijk worden voorkomen. In deze gevallen geldt altijd de vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is niet toegestaan een kabel of leiding aan te leggen waarbij een damwand, een bestaande duiker of inspectieput wordt doorboord. Deze waterstaatswerken mogen niet worden aangetast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het inblazen of doorvoeren van een kabel of leiding in een bestaande mantelbuis is vrijgesteld van de vergunningplicht indien het intrede- en uittredepunt buiten de zoneringen van het oppervlaktewaterlichaam liggen. Er zijn bij deze werkzaamheden geen risico`s te verwachten voor het watersysteem, want de werkzaamheden worden buiten het oppervlaktewaterlichaam uitgevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.20</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht kruisende kabels of leidingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Kabels en leidingen in of nabij een waterkering moeten in verband met risico’s voor de veiligheid van de waterkering en kade zoveel mogelijk worden voorkomen. In deze gevallen geldt altijd de vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is niet toegestaan een kabel of leiding aan te leggen waarbij een damwand, een bestaande duiker of inspectieput wordt doorboord. Deze waterstaatswerken mogen niet worden aangetast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het inblazen of doorvoeren van een kabel of leiding in een bestaande mantelbuis is vrijgesteld van de vergunningplicht indien het intrede- en uittredepunt buiten de zoneringen van het oppervlaktewaterlichaam liggen. Er zijn bij deze werkzaamheden geen risico`s te verwachten voor het watersysteem, want de werkzaamheden worden buiten het oppervlaktewaterlichaam uitgevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.21</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht voor kabels of leidingen waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Kabels en leidingen in of nabij een waterkering moeten in verband met risico’s voor de veiligheid van de waterkering en kade zoveel mogelijk worden voorkomen. In deze gevallen geldt altijd de vergunningplicht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.25</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden om zonder omgevingsvergunning van het bestuur gebruik te maken van de kernzone of beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam voor het uitvoeren van agrarische werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden om zonder omgevingsvergunning van het bestuur gebruik te maken van de kernzone van een waterkering voor het uitvoeren van agrarische werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderhoudsstroken die geen eigendom zijn van het waterschap blijven beschikbaar voor normaal agrarische werkzaamheden. Voor zover het gaat om kaden in de kernzone mag daarin geen grondbewerking (ploegen en spitten) plaatsvinden, omdat daardoor de kaden te veel worden beschadigd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.31</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht varen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden om zonder omgevingsvergunning in watergangen te varen met voer- of vaartuigen, die door mechanische middelen worden aangedreven. Dit verbod geldt niet voor het gedeelte van de Oude IJssel dat door de provincie Gelderland als scheepvaartweg is aangewezen, het daarop volgende gedeelte van de Oude IJssel tot aan de stuw in Ulft en voor kleinere boten in het traject van de Oude IJssel vanaf de Stuw Ulft tot aan de Duitse grens en in de Aastrang tot aan de Duitse grens.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.33</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze algemene regel voor alle waterkeringen en watergangen binnen het beheergebied van het waterschap, behalve het deel van de Oude IJssel van Doesburg tot aan de brug Slingerparallel in de Oude IJssel bij Doetinchem. Voor activiteiten in dit deel van de Oude IJssel geldt vanwege de beroepsvaart de vergunningplicht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.34</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht georganiseerde activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er mag geen schade optreden aan het waterstaatswerk als gevolg van de activiteit. Wanneer wel schade ontstaat dan is de melder verantwoordelijk om de schade te herstellen.In het algemeen geldt dat schade aan de waterkering of de watergang als gevolg van de voorbereiding of uitvoering van de recreatieve activiteit, moet worden voorkomen.Degene die de activiteiten organiseert, zorgt voor het opruimen en afvoeren van afval en alle gebruikte materialen. Dit moet direct na afloop van de activiteit gebeuren.Het aanbrengen of ingraven van (tijdelijke) werken en/of objecten in of nabij een watergang (in de waterbodem, de taluds of de onderhoudsstroken) is toegestaan, mits de gegraven gaten worden hersteld na de activiteit.De doorstroming van een watergang moet tijdens de activiteit gewaarborgd blijven. Het aanbrengen van objecten of werken die de doorstroming van de watergang kunnen belemmeren is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die de activiteit organiseert is zelf verantwoordelijk om vooraf te bekijken of de watergang of waterkering toegankelijk is voor de geplande recreatieve activiteit op dat moment. Het waterschap voert (onderhouds-)werkzaamheden uit aan waterkeringen en watergangen. Daarom kan niet worden gegarandeerd dat de gewenste locatie op dat moment (goed) toegankelijk is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.35</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Recreatieve activiteiten in, op of nabij een watergang met een natuurfunctie (HEN/SED/natte EVZ) vallen vanwege mogelijke verstoring van de ecologie niet onder algemene regels. Hiervoor geldt de vergunningplicht. Recreatieve activiteiten op en/of nabij waterkeringen die zich beperken tot de verharde onderhoudsstroken en wegen op de waterkering zijn toegestaan. Bepaalde dijkvakken zijn niet voor toegang opengesteld, dit is met verbodsborden aangegeven. Deze verbodsborden moeten worden nageleefd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het varen met motorisch aangedreven vaartuigen is niet toegestaan vanwege eventuele beschadigingen aan de taluds en onderhoudsstroken van de watergang. Daarnaast kan door roering van de waterbodem de waterkwaliteit afnemen. Het houden van hondentrainingen is eveneens uitgesloten van deze algemene regel vanwege de kans op schade en verstoring van de ecologie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.36</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel georganiseerde activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het voldoen aan de bepalingen in deze algemene regel sluit niet uit dat bij gebruik van eigendommen of percelen van derden mogelijk privaatrechtelijke toestemming van de eigenaren nodig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.37</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel voor georganiseerde activiteiten in of nabij een oppervlaktewaterlichaam</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Recreatieve activiteiten die plaatsvinden nabij een stuw of overlaat zijn gevaarlijk. Deelnemers en publiek moeten daarom minimaal 50 meter afstand houden van een stuw. Aanwezige ballenlijnen in de watergang mogen niet worden gepasseerd.Degene die de activiteit organiseert is zelf verantwoordelijk om vooraf te bekijken of de watergang of waterkering toegankelijk is voor de geplande recreatieve activiteit op dat moment. Het waterschap voert (onderhouds-)werkzaamheden uit aan waterkeringen en watergangen. Daarom kan niet worden gegarandeerd dat de gewenste locatie op dat moment (goed) toegankelijk is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.38</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel voor georganiseerde activiteiten in of nabij een waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De dijkbekleding (erosiebestendige grasmat of steenbekleding) van een waterkering mag niet worden beschadigd. Het aanbrengen of ingraven van (tijdelijke) werken en/of objecten in of nabij een waterkering is daarom niet toegestaan. Het aanbrengen van objecten aan aanwezige palen is wel toegestaan.Het houden van een georganiseerde fiets- of mountainbiketocht op onverharde wegen bij een waterkering is niet toegestaan vanwege mogelijke schade aan de dijkbekleding. Het rijden of wandelen met rij- of lastdieren buiten verharde wegen bij waterkeringen is eveneens niet toegestaan. Paardrijden, slipjachten en crosswedstrijden bij waterkeringen blijven vergunningplichtig omdat deze activiteiten over het algemeen een negatief effect hebben op de grasmat van de waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.39</span><span class=\"lf-art-t\">Meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is van belang dat de activiteiten in en nabij de watergang of waterkering op de juiste wijze worden uitgevoerd. Daarvoor is het noodzakelijk dat het waterschap toezicht kan uitoefenen op de activiteiten. Daarom is deze meldplicht opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.40</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Recreatieve activiteiten in, op of nabij een watergang met een natuurfunctie (HEN/SED/natte EVZ) vallen vanwege mogelijke verstoring van de ecologie niet onder algemene regels. Hiervoor geldt de vergunningplicht. Recreatieve activiteiten op en/of nabij waterkeringen die zich beperken tot de verharde onderhoudsstroken en wegen op de waterkering zijn toegestaan. Bepaalde dijkvakken zijn niet voor toegang opengesteld, dit is met verbodsborden aangegeven. Deze verbodsborden moeten worden nageleefd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.42</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden om zonder omgevingsvergunning van het bestuur gebruik te maken van de kernzone of beschermingszone van een waterstaatswerk of in het profiel van vrije ruimte van een waterkering door, anders dan in overeenstemming met de functie, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder opgaande (hout)beplantingen aan te brengen of te behouden.Het verbieden van het aanbrengen van bomen in het profiel van de vrije ruimte heeft als strekking de toekomstige verbetering van de waterkering veilig te stellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.44</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht bruggen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De initiatiefnemer is verplicht om verzakkingen en schade aan de watergang en taluds, die zijn ontstaan na de gereedmelding van de werkzaamheden, te herstellen. Deze verplichting geldt voor een periode van één jaar, zodat het waterschap kan beoordelen of het werk onder alle seizoenen onveranderd blijft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.45</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het aanleggen of vervangen van een brug met een maximale breedte van 4 meter over een watergang, betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig werk. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.47</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regels talud brug</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Omdat de maaikorven van de onderhoudsmachines niet reiken tot onder de brug moet taludverdediging worden aangebracht onder de brug. Deze taludverdediging moet doorlopen tot de bodem van de watergang en 2 meter uitsteken aan weerszijden van de brug.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.48</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel onderhoudspaden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om de doorgang van onderhoudsmachines zeker te stellen moeten onderhoudsstroken langs de watergang volledig vrij blijven van obstakels zoals uitstekende brugdelen, bijvoorbeeld leuningen.Daarnaast moeten de onderhoudsstroken vloeiend aansluiten op het brugdekniveau.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.50</span><span class=\"lf-art-t\">Meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is van belang dat de werkzaamheden in en nabij een watergang op de juiste wijze worden uitgevoerd. Daarvoor is het noodzakelijk dat het waterschap toezicht kan uitoefenen op de werkzaamheden. Daarom is de meldplicht opgenomen. Het is aan te raden om mogelijke belanghebbenden, voorafgaand aan de werkzaamheden, daarvan in kennis te stellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.51</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het aanleggen van een brug in een watergang waar het onderhoud varend wordt uitgevoerd is vergunningplichtig. De reden hiervoor is dat het bepalen van de doorvaarthoogte maatwerk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien voor de aanleg van een brug een watergang geheel of gedeeltelijk moet worden afgedamd, is er sprake van een vergunningplichtige handeling. Dit houdt verband met de waarborging van de doorstroming van de watergang.Het leggerprofiel moet in stand worden gehouden. Dit betekent dat er geen pijlers in de watergang of taluds geplaatst mogen worden. Om te voorkomen dat de brug(constructie) een obstakel vormt in de waterafvoer moet de onderzijde van de brugconstructie worden aangelegd op minimaal maaiveldniveau.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.52</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een uitstroomvoorziening is een constructie in een watergang waarmee water wordt geloosd. De uitstroomvoorziening betreft het gezamenlijke werk van de uitstroombuis en de bijbehorende taludafwerking. Deze algemene regel is van toepassing op alle uitstroomvoorzieningen, ongeacht de toepassing. Met uitzondering van het aansluiten van een leggerwatergang of een niet-leggerwatergang (kavelsloot, bermsloot etc.) op een leggerwatergang. Voor deze toepassing worden over het algemeen duikers gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen, wijzigen en behouden van een uitstroomvoorziening in het beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam.Voor het verwijderen van bestaande uitstroomvoorzieningen moet worden voldaan aan de paragraaf uit de waterschapsverordening over het verwijderen van kunstwerken, werken, objecten,bomen en beplanting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.54</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het aanleggen van een uitstroomvoorziening betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudige en veel voorkomende activiteit in een watergang. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen voor de meeste gevallen voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels.De risico’s op schade aan waterkeringen zijn echter te groot om te reguleren middels algemene regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een uitstroomvoorziening waarbij de uitstroombuis schuin is afgewerkt in het talud, vormt niet of nauwelijks een belemmering voor het uit te voeren onderhoud aan de watergang en voldoet daarom aan de algemene regels. Maar een uitstroomvoorziening met een uitstroombak kan niet voldoen aan de algemene regel voor schuine afwerking van de uitstroombuis in het talud, waardoor de algemene regels hiervoor niet gelden. Voor uitstroomvoorzieningen met een uitstroombak geldt een vergunningplicht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.55</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel uitstroomvoorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het leggerprofiel moet in stand worden gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitstroomvoorziening (buis) moet haaks, dwars op de as van het oppervlaktewaterlichaam, op de watergang worden aangelegd. Dit heeft tot doel de uitstroomvoorziening zo kort mogelijk te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitstroomvoorziening moet een minimaal gronddek van 50 cm krijgen in het onderhoudspad. Dit om te voorkomen dat schade ontstaat aan de uitstroomvoorziening door bijvoorbeeld het uitvoeren van onderhoud door het waterschap of door het uitvoeren van werkzaamheden door derden. Dit minimale gronddek wijkt af van de minimale gronddek bij kabels en leidingen, omdat het om een klein traject gaat in het onderhoudspad. Het onderhoudspad zal doorgaans gekruist worden, waardoor de kans op schade kleiner is. Daarnaast zijn de belangen en de impact van beschadigingen aan een uitstroomvoorziening, kleiner. Dit in tegenstelling bij kabels en leidingen, waarbij lange trajecten parallel aan de watergang gelegd worden en een grote groep belanghebbenden getroffen wordt bij beschadigingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het grootste potentiële risico van uitstroomvoorzieningen is uitspoeling van het talud. Daarom is het voorschrift opgenomen dat de uitstroomvoorziening niet zorgt voor uitspoeling van de bodem of het talud.Om dit te waarborgen zijn naast dit algemene voorschrift in de algemene regel over taludafwerking concrete voorschriften opgenomen die borgen dat het risico van uitspoeling van het talud tot een minimum beperkt blijft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.56</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel taludafwerking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het leggerprofiel moet in stand worden gehouden. Daarnaast mag de uitstroomvoorziening geen obstakel vormen voor het door of namens het waterschap uit te voeren onderhoud. Daarom is het belangrijk dat de uitmonding van de buis schuin wordt afgewerkt, zodat deze aansluit op de helling van het talud. Concreet betekent dit dat de buis in dezelfde hellingshoek moet worden afgezaagd en niet mag uitsteken uit de taludlijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het grootste potentiële risico van uitstroomvoorzieningen is uitspoeling van het talud. Daarom zijn regels opgenomen die borgen dat het risico van uitspoeling van het talud tot een minimum beperkt blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het aanleggen van een uitstroomvoorziening in een natuurvriendelijke oever of verflauwd talud, flauwer dan 1:3, of in een watergang met de functie HEN, SED of natte EVZ moet een natuurlijke inpassing in het landschap worden gerealiseerd. Dit gebeurt onder meer door de materiaalkeuze en de afwerking van het talud zoals omschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het grootste potentiële risico van uitstroomvoorzieningen is uitspoeling van het talud. Daarom zijn deze regels opgenomen die borgen dat het risico van uitspoeling van het talud tot een minimum beperkt blijft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.57</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel verwijderen uitstroomvoorziening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de aangelegde uitstroomvoorziening in de toekomst een obstakel vormt voor het door het waterschap uit te voeren beheer en/of onderhoud of anderszins de zorg voor het watersysteem belemmert, moet de meldingsplichtige de uitstroomvoorziening op eigen kosten verwijderen. Deze bepaling ligt in lijn met het gestelde in de artikelen 5.39 en 5.40 van de Omgevingswet. Ook indien op aanzegging van het waterschap een uitstroomvoorziening verwijderd moet worden, moet eerst toestemming verkregen worden in de vorm van een vergunning of bevestiging melding, voordat met de werkzaamheden kan worden gestart. Onder voorwaarden kan worden volstaan met een melding op basis van de paragraaf uit de waterschapsverordening over het verwijderen van kunstwerken, werken, objecten, bomen en beplanting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de uitstroomvoorziening zijn functie heeft verloren, moet de meldingsplichtige deze (laten) verwijderen. (Ook) Indien op aanzegging van het waterschap een uitstroomvoorziening verwijderd moet worden, moet eerst toestemming verkregen worden in de vorm van een vergunning of bevestiging melding, voordat met de werkzaamheden kan worden gestart. Onder voorwaarden kan worden volstaan met een melding op basis van de paragraaf uit de waterschapsverordening over het verwijderen van kunstwerken, werken, objecten, bomen en beplanting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.58</span><span class=\"lf-art-t\">Meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is van belang dat de werkzaamheden in en nabij een watergang op de juiste wijze worden uitgevoerd. Daarvoor is het noodzakelijk dat het waterschap toezicht kan uitoefenen op de werkzaamheden. Daarom is de meldplicht opgenomen. Het is aan te raden om mogelijke belanghebbenden, voorafgaand aan de werkzaamheden, daarvan in kennis te stellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.59</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De risico’s op schade aan waterkeringen zijn te groot om te reguleren middels algemene regels.Daarom geldt voor het aanleggen, wijzigen en behouden van een uitstroomvoorziening nabij een waterkering de vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een uitstroomvoorziening waarbij de uitstroombuis schuin is afgewerkt in het talud, vormt niet of nauwelijks een belemmering voor het uit te voeren onderhoud aan de watergang en voldoet daarom aan de algemene regels. Een uitstroomvoorziening met een uitstroombak voldoet hier niet aan en is daarom vergunningplichtig.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.61</span><span class=\"lf-art-t\">Specifieke zorgplicht verwijderen van werken, objecten, bomen en beplanting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De meldingsplichtige is verplicht om verzakkingen van de taluds te herstellen, die zijn ontstaan tijdens de werkzaamheden of binnen één jaar na de gereedmelding van de werkzaamheden. Het waterschap kan op deze manier beoordelen of het werk onder alle seizoenen onveranderd blijft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.62</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzing algemene regels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het verwijderen van werken heeft in het algemeen een positief effect op de waterhuishouding en het doelmatige onderhoud door of vanwege het waterschap. Het aantal obstakels zal als gevolg van de verwijdering afnemen waardoor de doorstroming van de watergang verbetert. Het belang van het waterschap bij het verwijderen van een of meerdere kunstwerken, (bouw)werken en/of beplanting is er in gelegen dat de watergang na het verwijderen in goede staat wordt hersteld en de doorstroming gewaarborgd blijft. De risico's bij het verwijderen van een (kunst)werk, object en/of beplanting zijn dusdanig gering dat kan worden volstaan met een algemene regel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.63</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel werken, objecten, bomen en beplantingen verwijderen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het verwijderen van werken heeft in het algemeen een positief effect op de waterhuishouding en het doelmatige onderhoud door of vanwege het waterschap. Het aantal obstakels zal als gevolg van de verwijdering afnemen waardoor de doorstroming van de watergang verbetert. Het belang van het waterschap bij het verwijderen van een of meerdere, (bouw)werken en/of beplanting is er in gelegen dat de watergang na het verwijderen in goede staat wordt hersteld en de doorstroming gewaarborgd blijft. De risico's bij het verwijderen van een (kunst)werk, object en/of beplanting zijn dusdanig gering dat kan worden volstaan met een algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om zettingen te voorkomen moet het aanvullen en verdichten van de grond gelijkmatig worden uitgevoerd waarbij de aan te brengen grond zoveel mogelijk dezelfde dichtheid heeft als de omringende niet geroerde grond.</p>\n<p class=\"lf-p\">De meldingsplichtige is verantwoordelijk voor eventuele vervolghandelingen als gevolg van het verwijderen van een werk. Daarbij kan worden gedacht aan kabels en leidingen die bloot komen te liggen door het verwijderen van een dam met duiker. Deze kabels en leidingen moeten in dat geval in de bodem worden gebracht met voldoende gronddekking en de juiste afwerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.64</span><span class=\"lf-art-t\">Meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is van belang dat de werkzaamheden in en nabij de watergang op de juiste wijze worden uitgevoerd. Daarvoor is het noodzakelijk dat het waterschap toezicht kan uitoefenen op de werkzaamheden. Daarom is deze meldplicht opgenomen. Het is aan te raden om mogelijke belanghebbenden, voorafgaand aan de werkzaamheden, in kennis te stellen van de voorgenomen werkzaamheden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.65</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De risico’s op schade aan een waterkering zijn te groot om te reguleren middels algemene regels.Daarom geldt voor het verwijderen van werken, objecten of beplanting nabij een waterkering de vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er geldt een vergunningplicht indien de verwijdering plaatsvindt door of namens een ander dan de onderhoudsplichtige, zoals vastgelegd in de onderhoudslegger/beheerregister van het waterschap, of de (kadastraal) eigenaar (indien het werk, object of beplanting niet is opgenomen in de legger).Om mogelijke negatieve invloeden op de waterhuishouding te voorkomen vallen peilregulerende kunstwerken (bijvoorbeeld (knijp)stuwen, vaste overlaten of overige knijpconstructies) of kunstwerken die onderdeel uitmaken van een onderhoudsroute (veelal dammen met duikers of bruggen) niet onder algemene regels. Hiervoor geldt altijd de vergunningplicht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.69</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht werk plaatsen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid van dit artikel verbiedt het brengen van werken en houtbeplantingen in het profiel van de vrije ruimte. De strekking is toekomstige verbetering van de waterkering veilig te stellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.71</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht werk met overdruk plaatsen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel verbindt een vergunningplicht aan het plaatsen van een werk met overdruk in de kernzone, beschermingszone of buitenbeschermingszone van een waterkering.Het verbod om zonder vergunning in de buitenbeschermingszone werken met een overdruk te plaatsen en te hebben, is alleen geldig als de schade die bij een beschadiging van het werk met overdruk optreedt (de krater, die volgens de berekeningen kan ontstaan) tot in de beschermingszone reikt. De beschermingszone bestaat uit een horizontaal deel en een deel dat schuin wegloopt in de ondergrond. Als het horizontale deel van de beschermingszone smaller is dan 15 meter, wordt echter niet uitgegaan van de beschermingszone, maar van een zone waarvan het horizontale deel van de beschermingszone is verbreed tot 15 meter.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.74</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht permanente afgraving, seismisch onderzoek en explosiegevaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel heeft betrekking op de buitenbeschermingszone bij een waterkering. Deze zone ligt naast de beschermingszone en is op de legger waterkeringen aangegeven. In deze zone gelden verboden voor handelingen die de stabiliteit van de waterkeringen kunnen aantasten. Het betreft alleen de primaire waterkeringen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.78</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht activiteit in kernzone waterkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De vergunningplicht voor bemesting in de kernzone strekt ertoe te voorkomen dat door bemesting de begroeiing van de waterkering wordt aangetast. Dijkbekleding bestaat veelal uit een grasmat.Andere materialen (steenbekleding) vallen ook onder dit begrip. Het is verboden de dijkbekleding aan te tasten. Het bepaalde in lid 3 houdt in dat in de kernzone dieren alleen gehouden kunnen worden op daarvoor bestemde plaatsen. Het hebben van schapen in de kernzone is niet verboden. Het waterschap is eigenaar van de primaire waterkeringen. In de pachtcontracten wordt geregeld welk aantal schapen per hectare mag worden gehouden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.82</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor primaire waterkeringen is op 1 januari 2017 de nieuwe normering van kracht geworden. In veel gevallen leidt dit tot een verruiming van de beschermingszone (zonering die direct grenst aan de waterkering) en het profiel van vrije ruimte (reservering voor toekomstige dijkversterkingen).</p>\n<p class=\"lf-p\">De verruiming van de zoneringen brengt grote beperkingen met zich mee voor reguliere tuin- en onderhoudswerkzaamheden zoals het aanbrengen van beplanting, schoffelen en overige vergelijkbare kleine, tijdelijke graafwerkzaamheden. Deze beperkingen gaan verder dan nodig om onze dijken te beschermen. Om die reden worden in deze algemene regel tuinwerkzaamheden en verschillende werkzaamheden die daarmee samenhangen, onder voorwaarden, uitgezonderd van de vergunningplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groene waterkeringen Deze algemene regel is van toepassing op groene waterkeringen. Deze waterkeringen hebben duidelijke taluds en een kruin en zijn erosiebestendig afgewerkt met een grasmat of steenbekleding. De algemene regel is niet van toepassing op langsconstructies (denk aan damwanden, kistdammen, keermuren, kwelschermen en schuiven) en een samengestelde waterkering (groene dijk met een langsconstructie).</p>\n<p class=\"lf-p\">Verholen waterkering Deze algemene regel is van toepassing op verholen waterkeringen. Een verholen waterkering bestaat in tegenstelling tot een groene waterkering uit een aaneengesloten grondlichaam omringd door andere grond en is daarmee niet separaat in het veld aanwijsbaar. Een verholen waterkering ontleent als grondlichaam zijn robuustheid aan de grootte van het gehele grondlichaam in combinatie met de gekozen kerende hoogte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnendijks De landzijde van een waterkering, die door de waterkering wordt beschermd tegen invloeden van de grote rivieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Permanente verlaging maaiveld Een permanente verlaging van het maaiveld is niet toegestaan. Tijdelijke afgravingen ten behoeve van het aanleggen van werken en het uitvoeren van werkzaamheden in het kader van deze algemene regel zijn toegestaan. Deze afgravingen dienen echter van zo kort mogelijke duur te zijn en mogen niet langer plaatsvinden dan verwacht voor het uitvoeren van dat specifieke werk. De afgraving moet worden opgevuld tot de hoogte van het omliggende maaiveld en met grond die dezelfde draagkracht en samenstelling heeft als de omliggende grond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beplanting Heesters, struiken en lage beplanting, uitgezonderd gras dat deel uitmaakt van de erosiebestendige bekleding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bomen Beplanting met opgaande stam(men) van hout.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnenteen De onderrand (knikpunt) van het dijklichaam aan de binnendijkse zijde van de dijk (de overgang van dijk naar maaiveld).</p>\n<p class=\"lf-p\">Tuininrichting Het gedeelte van het terrein dat wordt ingericht als particuliere tuin. Het gaat daarbij om het aanbrengen van beplanting en semi-permanente (bouw)werken, zoals terrassen, verlichting en borderranden. Denk hierbij ook aan plaatselijke ophogingen in de tuin. Het gaat hier uitdrukkelijk niet om het aanleggen van kabels en leidingen, het aanplanten van bomen of om het plaatsen van erfafscheidingen. Deze werken zijn onder een ander lid in de algemene regel opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Erfafscheidingen De erfafscheiding is een semi-permanent (bouw)werk waarmee de grens tussen twee erven wordt aangegeven. Denk aan een schutting of een raster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Permanente en semi-permanente (bouw)werken Zowel permanente als semi-permanente (bouw)werken op en nabij de waterkering kunnen de stabiliteit van de waterkering nadelig beïnvloeden. Het waterschap maakt onderscheid in de beoordeling omdat semi-permanente (bouw)werken doorgaans relatief eenvoudig te verwijderen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Permanente (bouw)werken zijn duurzaam met de grond verenigd en hebben doorgaans een fundering. Deze werken zijn niet zonder vergunning toegestaan. Denk hierbij aan huizen, garages, schuren, en grotere tuinhuizen, met een vorstvrije fundering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Semi-permanente bouwwerken betreffen werken die eenvoudig en zonder veel kosten te verwijderen zijn. Denk hierbij aan het plaatsen van kleine tuinhuisjes en overkappingen (al dan niet geplaatst op tegels en/of betonbanden), erfafscheidingen, bestratingen, tuinverlichting, borderranden en meubilair.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dwarsprofiel waterkering waterkering Dwarsprofiel waterkering langsconstructie</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.88</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze algemene regel zijn bovengrondse uitbreidingen in de beschermingszone die aan de bestaande bebouwing worden aangebracht vrijgesteld van vergunningplicht. Voorbeelden hiervan zijn het aanbrengen van een dakkapel, of een balkon. Een dergelijke uitbreiding in de beschermingszone heeft geen effect op de waterkering en het beheer van de waterkering. In de kernzone van de waterkering zijn uitbreidingen niet zonder meer mogelijk, omdat het kan leiden tot het niet meer bereikbaar zijn van de waterkering voor inspectie en onderhoud. In het geval dat bebouwing in de beschermingszone staat, maar een uitbreiding (zoals een balkon) in of boven het vlak van de kernzone is voorzien, is deze algemene regel dus niet van toepassing. Er geldt in dit geval een reguliere vergunningplicht waarbij zal worden getoetst wat de (on)mogelijkheden zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Particulieren, bedrijven en overheden De algemene regel is bedoeld voor alle mogelijke eigenaren en gebruikers van gebouwen waar sprake is van werken of werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestaande permanente bebouwing Deze algemene regel is van toepassing op bestaande permanente bebouwing. Met bestaande bebouwing worden permanente (bouw)werken bedoeld die bij het in werking treden van deze algemene regel al aanwezig waren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Permanente en semi-permanente (bouw)werken Zowel permanente als semi-permanente (bouw)werken op en nabij de waterkering kunnen de stabiliteit van de waterkering nadelig beïnvloeden. Het waterschap maakt onderscheid in de beoordeling omdat semi-permanente (bouw)werken doorgaans relatief eenvoudig te verwijderen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Permanente (bouw)werken zijn duurzaam met de grond verenigd, hebben doorgaans een fundering en zijn doorgaans robuust gebouwd. Deze werken zijn niet zonder vergunning toegestaan. Denk hierbij aan huizen, garages, schuren, en grotere tuinhuizen, met een vorstvrije fundering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Semi-permanente (bouw)werken betreffen werken die eenvoudig en zonder veel kosten te verwijderen zijn, maar zijn doorgaans minder robuust gebouwd. Denk hierbij aan het plaatsen van kleine tuinhuisjes en overkappingen (al dan niet geplaatst op tegels en/of betonbanden), erfafscheidingen, bestratingen, tuinverlichting, borderranden en meubilair.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze algemene regel is alleen van toepassing op permanente (bouw)werken, omdat werkzaamheden en nieuwe werken in of aan dergelijke gebouwen veelal niet van invloed zijn op de waterkering. Voor werkzaamheden en werken aan semi-permante (bouw)werken wordt verwezen naar de algemene regel voor tuinwerkzaamheden waterkeringen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leidingen in en aan bestaande bebouwing Normaliter is het aanleggen en hebben van leidingen in de buitenbeschermingszone verboden, omdat bij bezwijken een negatief effect op de waterkering kan ontstaan, zoals het ontstaan van een erosiekrater in de grond. Echter, veel voorkomende leidingen in en aan bebouwing hebben gezien de locatie van de leidingen bij bezwijken geen mogelijk negatief effect op de waterkering. Daarom wordt bij vergunningverlening voor een bouwwerk (zoals een woning) doorgaans geaccepteerd dat er leidingen worden aangebracht naar en in de woning. Dit is nu eenmaal onlosmakelijk met elkaar verbonden. Doorgaans wordt aan leidingwerk binnen bebouwing geen eisen gesteld, maar wel aan leidingwerk naar de woning toe, zoals het tracé en materiaaleisen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij industriële gebouwen kan het zijn dat wel eisen aan zwaardere leidingen binnen de bebouwing nodig zijn. Voor deze algemene regel is een zo ruim mogelijke vrijstelling voor leidingen gehanteerd, die in vrijwel alle gevallen van toepassing zal zijn, en zonder verzwarende eisen te stellen. Hierbij is voor de maatvoering aangesloten bij de huidige beleidsregels voor leidingen die in de buitenbeschermingszone in de grond worden aangelegd. Bij leidingen tot en met 3 bar en/of 110 mm doorsnede volstaat regulier standaard materiaal. Bij grotere en/of zwaardere leidingen worden verzwarende eisen gesteld aan bijvoorbeeld materiaalsoort en wanddikte. Voor de eenduidigheid wordt in deze algemene regel dezelfde maatvoering gehanteerd.</p></div>", "next": 239745}