{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">basisvoorwaarden: voorwaarden waaraan een business case moet voldoen, zijnde duidelijkheid omtrent een beproefde techniek, aangetoonde marktkansen, een beschouwing van de financiering van de marktintroductie en de organisatorische inbedding van de marktintroductie; bedrijfsverzamelgebouw: een gebouw bedoeld voor de huisvesting van meerdere afzonderlijke ondernemingen die in dezelfde sector of fase in het bestaan van de onderneming actief zijn; concept: een schriftelijke uitwerking van een innovatie met een onderbouwing ter voldoening aan ten minste één van de basisvoorwaarden; incubator: broedplaats die tot doel heeft om startende ondernemingen te ondersteunen in hun groei naar gezonde, goed draaiende ondernemingen, door hen huisvesting, seedcapital, administratie, technische ondersteuning, contacten en managementadvies te bieden; kennisinstelling: universiteiten, hogescholen en academische ziekenhuizen, instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs en onderzoeksinstellingen die zonder winstoogmerk onderzoek en ontwikkeling verrichten en voor minimaal 10% meerjarig structureel door de overheid worden gefinancierd; maakindustrie: het met behulp van machines bedrijfsmatig bewerken van grondstoffen en produceren van halffabricaten en eindproducten voor de commerciële markt; marktfalen: situatie waarin ondernemingen activiteiten niet of niet voldoende zouden verrichten als zij alleen naar de signalen van de markt zouden kijken; marktintroductie: overgang van de eindfase van het innovatieproces naar de pioniersfase van ondernemerschap; fase waarin afnemers en producenten van innovatieve producten overeenkomsten aangaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">MKB-onderneming: een onderneming die behoort tot de categorie kleine, middelgrote en micro-ondernemingen in de zin van artikel 2 van de bijlage bij de Aanbeveling (EG) nr. 2003/361 van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU L 124); proeftuinen: fysieke of virtuele proefomgeving voor meerdere onafhankelijke ondernemingen en organisaties waar eindgebruikers van innovatieprojecten of innovatieprocessen in participeren teneinde te komen tot versnelde marktintroducties van een innovatief product; programma: samenhangende reeks van projecten en activiteiten met een gezamenlijk doel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionale Centra voor Technologie: de stichting Achterhoeks Centrum voor Technologie te Doetinchem, de stichting Platform Creatieve Technologie te Arnhem, de stichting RCT Rivierenland te Tiel, de stichting RCT Vallei te Ede, stichting Regionaal Nijmeegs Centrum voor Technologie te Nijmegen, stichting Innovatienetwerk Stedendriehoek te Apeldoorn, de stichting Veluws Centrum voor Technologie te Nunspeet; technische haalbaarheidsstudie: een studie naar de technische onzekerheden bij de ontwikkeling van producten, processen of diensten teneinde de slagingskans van een innovatie te vergroten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.7.2 Versnellen van innovaties Food, Health en Maakindustrie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5721\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor het ten behoeve van MKB-ondernemingen laten doen van onderzoek gericht op: de fase van het innovatieproces waarbinnen ideeën worden omgezet in concepten; deelname aan programma's van de Europese Unie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5722\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren Food, Health en Maakindustrie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5723\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Valleybureaus;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionale Centra voor Technologie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5724\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste € 500.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5725\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien de subsidiabele activiteit betrekking heeft op fundamenteel onderzoek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5726\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht de subsidie zodanig aan te wenden dat per kalenderjaar per onderneming ten behoeve waarvan het onderzoek wordt uitgevoerd maximaal € 10.000 wordt aangewend en maximaal 50% van de onderzoekskosten wordt vergoed.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.7.3 Collectief onderzoek</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5731\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor: industrieel onderzoek; experimentele ontwikkeling; haalbaarheidsstudies.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5732\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren Food, Health en Maakindustrie; de subsidiabele activiteit daadwerkelijke samenwerking behelst: tussen ondernemingen waarvan er ten minste één MKB is en geen van de ondernemingen neemt meer dan 70% van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening, of tussen een onderneming en één of meer organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding, waarbij deze organisaties ten minste 10% van de in aanmerking komende kosten dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren; en de aanvrager aannemelijk maakt dat hij in staat is zelf de productie ter hand te nemen na een eventuele succesvolle marktintroductie in vervolg op de subsidiabele activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5733\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Voor subsidie als bedoeld in artikel 5.7.3.1, aanhef en onder a en b, komen in aanmerking: personeelskosten voor onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met het onderzoeksproject bezighouden; kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Indien deze apparatuur en uitrusting niet tijdens hun volledige levensduur voor het onderzoeksproject worden gebruikt, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd; kosten van gebouwen en grond voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Wat gebouwen betreft, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd. Wat grond betreft, komen de kosten voor de commerciële overdracht of daadwerkelijk gemaakte kapitaalkosten in aanmerking; kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien die op arm's length-voorwaarden worden gekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, alsmede kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor het project worden gebruikt; bijkomende algemene kosten en andere operationele uitgaven, waaronder die voor materiaal, leveranties en dergelijke producten, die rechtstreeks uit het project voortvloeien.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor subsidie als bedoeld in artikel 5.7.3.1, aanhef en onder c komen de studiekosten in aanmerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5734\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan MKB-ondernemingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5734a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.3.4a</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien: ten aanzien van de subsidiabele activiteit risicodragende financiering mogelijk is; de aanvrager of holding waartoe de aanvrager behoort in het kalenderjaar waarin de subsidie wordt aangevraagd al een subsidie heeft ontvangen op grond van deze paragraaf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5735\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 50.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5736\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met Hoofdstuk I en artikel 25 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.7.4 Projectsubsidie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5741\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor: industrieel onderzoek; experimentele ontwikkeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5742\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren Food, Health en Maakindustrie; de subsidiabele activiteit daadwerkelijke samenwerking behelst: tussen ondernemingen waarvan er ten minste één een MKB is en geen van de ondernemingen neemt meer dan 70% van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening, of tussen een onderneming en één of meer organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding, waarbij deze organisaties ten minste 10% van de in aanmerking komende kosten dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren; de aanvrager aannemelijk maakt dat hij in staat is zelf de productie ter hand te nemen na een eventuele succesvolle marktintroductie in vervolg op de subsidiabele activiteit; en de subsidiabele activiteit binnen de betreffende sector betrekking heeft op een keten van producent, leverancier en eindgebruiker.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5743\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking: personeelskosten voor onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met het onderzoeksproject bezighouden; kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Indien deze apparatuur en uitrusting niet tijdens hun volledige levensduur voor het onderzoeksproject worden gebruikt, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd; kosten van gebouwen en grond voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Wat gebouwen betreft, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd. Wat grond betreft, komen de kosten voor de commerciële overdracht of daadwerkelijk gemaakte kapitaalkosten in aanmerking; kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien die op arm's length-voorwaarden worden gekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, alsmede kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor het project worden gebruikt; bijkomende algemene kosten en andere operationele uitgaven, waaronder die voor materiaal, leveranties en dergelijke producten, die rechtstreeks uit het project voortvloeien.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5744\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan ondernemingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5745\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG wordt bij de aanvraag in elk geval een schriftelijk bewijsstuk verstrekt waar uit blijkt dat de subsidiabele activiteit binnen de betreffende sector betrekking heeft op de keten van producent, leverancier en eindgebruiker.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5746\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 250.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5747\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien: ten aanzien van de subsidiabele activiteit risicodragende financiering mogelijk is; de aanvrager of holding waartoe de aanvrager behoort in het kalenderjaar waarin de subsidie wordt aangevraagd al een subsidie heeft ontvangen op grond van deze paragraaf; of de aanvrager niet beschikt over een aantoonbaar marktaandeel van de betreffende markt waarbinnen de innovatie plaatsvindt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5748\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met artikel 25 en Hoofdstuk I van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.7.5 Onderzoeksinfrastructuur voor economische activiteiten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5751\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur waarmee economische activiteiten worden verricht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5752\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren Food, Health en Maakindustrie; de infrastructuur wordt gebruikt voor industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling; de prijs die voor de exploitatie of het gebruik van de infrastructuur wordt berekend, overeenstemt met een marktprijs; en de toegang tot de infrastructuur open staat voor meerdere gebruikers en op transparante en niet-discriminerende basis wordt verleend. Ondernemingen die ten minste 10% van de investeringskosten van de infrastructuur hebben gefinancierd, kunnen preferente toegang krijgen op gunstigere voorwaarden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5753\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking de kosten van de investeringen in immateriële en materiële activa.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5754\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 300.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5755\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met artikel 26 en Hoofdstuk I van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.7.6 Proeftuinen ten behoeve van marktintroducties</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5761\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor het: ontwikkelen van proeftuinen ten behoeve van marktintroducties door een innovatiecluster; generiek promoten van het Gelderse proeftuinklimaat; generiek promoten van het Gelderse ondernemingsklimaat voor innoverende ondernemingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5762\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt slechts verstrekt indien de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren Food, Health en Maakindustrie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.6.1, aanhef en onder c, wordt slechts verstrekt indien de aanvrager daarbij voor gezamenlijke rekening en risico samenwerkt met ten minste één andere onderneming, kennisinstelling of publiekrechtelijke rechtspersoon en de voorwaarden voor de samenwerking schriftelijk zijn vastgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5763\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.6.1, aanhef en onder a, wordt verstrekt aan de onderneming die het innovatiecluster exploiteert (de clusterorganisatie).</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.6.1, aanhef en onder b, wordt verstrekt aan Valleybureaus en Regionale Centra voor Technologie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.6.1, aanhef en onder c, wordt verstrekt aan: gemeenten; openbare lichamen als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; privaatrechtelijke rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5764\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50 % van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 200.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5765\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien de subsidiabele activiteit betrekking heeft op de realisatie, verkrijging, gebruik of beheer van onroerende zaken en infrastructuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5766\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.6.1 aanhef en onder a wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 27 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.7.7 Ondersteunen innovatieve starters</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5771\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor het uitvoeren van een programma gericht op het ondersteunen van innovatieve starters teneinde innovatie en ondernemerschap te bevorderen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5772\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren Food, Health en Maakindustrie; de begunstigde onderneming een startende onderneming is; en de begunstigde onderneming een innovatieve onderneming is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5773\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een rechtspersoon die deels of volledig statutair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van onderwijs- of kennisinstellingen en die zich blijkens zijn statuten het bevorderen van het ontstaan van jonge innoverende ondernemingen tot doel stelt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5774\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 3.000.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5775\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien samenwerking met andere door de provincie ondersteunde programma's ter bevordering van ondernemerschap ontbreekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5776\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.7.6</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 22 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.7.8 Internationalisering</h3>\n<p class=\"lf-p\">gereserveerd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.7.9 Verkleinen arbeidsmarktdiscrepantie sectoren Food, Health en Maakindustrie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5791\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, aanhef en onder c, van de SvG kan worden verstrekt voor het verkleinen van arbeidsmarktdiscrepanties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5792\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren Food, Health en Maakindustrie; en bij de voorbereiding en uitvoering van de activiteiten één of meerdere ondernemingen zijn betrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5793\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.9.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan: ondernemingen; verenigingen van ondernemingen; kennisinstellingen; gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5794\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.9.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 200.000,-.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.7.10 Ondersteuning Valleybureaus als innovatiecluster</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-57101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.10.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, aanhef en onder d, van de SvG kan worden verstrekt voor: de bouw of het upgraden van een innovatiecluster; het exploiteren van een innovatiecluster.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-57102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.10.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien de subsidiabele activiteit plaatsvindt ten behoeve van de sector Food of Health.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-57103\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.10.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan de Valleybureaus.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-57104\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.10.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 500.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-57105\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.10.5</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 27 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.7.11 Aanjagen en stimuleren van regionale gebiedsontwikkeling</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-57111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.11.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, aanhef en onder e, van de SvG kan worden verstrekt voor activiteiten die betrekking hebben op de fysieke realisatie van een incubator, een bedrijfsverzamelgebouw of een gedeelde onderzoeksfaciliteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-57112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.11.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren Food, Health en Maakindustrie; en de bij de subsidiabele activiteit betrokken publieke en private partijen hun samenwerkingsafspraken schriftelijk hebben vastgelegd en daarbij ten minste regelingen hebben getroffen terzake de financiering van de voorgenomen fysieke realisatie en de verdeling van financiële risico's.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-57113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.11.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking: het opstellen van een ruimtelijk-planologische visie of een ruimtelijk plan; het opstellen van een business case; het financieren van een onrendabele top in de vorm van kosten van gebouwen en grond voor zover en voor zolang zij voor industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling worden gebruikt. Wat gebouwen betreft, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als subsidiabele kosten beschouwd. Wat grond betreft, komen de kosten voor de commerciële overdracht of daadwerkelijk gemaakte kapitaalkosten in aanmerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-57114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.11.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan: gemeenten; openbare lichamen als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; privaatrechtelijke rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-57115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.11.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 100.000 voor kosten als bedoeld in artikel 5.7.11.3, aanhef en onder a of b;</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidie voor kosten als bedoeld in artikel 5.7.11.3, aanhef en onder c, bedraagt ten hoogste:</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de subsidiabele kosten indien en voor zover de betreffende gebouwen en grond als bedoeld in artikel 5.7.11.1 worden gebruikt voor industrieel onderzoek;</p>\n<p class=\"lf-p\">25% van de subsidiabele kosten indien en voor zover de betreffende gebouwen en grond als bedoeld in artikel 5.7.11.1 worden gebruikt voor experimentele ontwikkeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-57116\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.11.6</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien: niet uit een marktonderzoek het nut, de noodzaak en de realiseerbaarheid van de subsidiabele activiteit volgt; de uitgangspunten van de subsidiabele activiteit niet in overleg met de provincie zijn opgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-57117\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.7.11.7</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.11.3, aanhef en onder c, wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met Hoofdstuk I en artikel 25 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 5.8 Economisch beleid</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.8.1 Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5811\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze titel wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Actieplan Vrijetijdseconomie: het actieplan zoals vastgesteld bij besluit van Gedeputeerde Staten van Gelderland van 22 mei 2012 (zaaknummer 2012-008498); arbeidsmarktdiscrepantie: kwalitatief of kwantitatief verschil tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt; basisvoorwaarden: voorwaarden waaraan een business case moet voldoen, zijnde duidelijkheid omtrent een beproefde techniek, aangetoonde marktkansen, een beschouwing van de financiering van de marktintroductie en de organisatorische inbedding van de marktintroductie; businessplan voor de fysieke bedrijfsomgeving: een uitgewerkt plan dat inzicht geeft in de knelpunten, investeringskansen op zowel publiek als privaat terrein, beoogde maatregelen inclusief begroting en een visie op toekomstig beheer en onderhoud van het desbetreffende bedrijventerrein; concept: een schriftelijke uitwerking van een innovatie met een onderbouwing ter voldoening aan ten minste één van de basisvoorwaarden; creatieve sector: sector van ondernemingen die gericht zijn op de exploitatie van kunstzinnigheid en intellectueel eigendom; economische spin-off: positieve (boven)regionale economische effecten voorafgaand aan, tijdens of na het evenement; evenement: een bestaand één- of meerdaags sport- of cultuurevenement met een (boven)regionaal karakter dat georganiseerd wordt in Gelderland en past binnen het \"Gelders Evenementenbeleid 2013-2016; Beleef de Gelderse Streken\"; kennisinstelling: universiteiten, hogescholen en academische ziekenhuizen, instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs en onderzoeksinstellingen die zonder winstoogmerk onderzoek en ontwikkeling verrichten en voor minimaal 10% meerjarig structureel door de overheid worden gefinancierd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Maakindustrie: het met behulp van machines bedrijfsmatig bewerken van grondstoffen en produceren van halffabricaten en eindproducten voor de commerciële markt; marktfalen: situatie waarin ondernemingen activiteiten niet of niet voldoende zouden verrichten als zij alleen naar de signalen van de markt zouden kijken; marktintroductie: overgang van de eindfase van het innovatieproces naar de pioniersfase van ondernemerschap; fase waarin afnemers en producenten van innovatieve producten overeenkomsten aangaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">MKB-onderneming: een onderneming die behoort tot de categorie kleine, middelgrote en micro-ondernemingen in de zin van artikel 2 van de bijlage bij de Aanbeveling (EG) nr. 2003/361 van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU L 124);</p>\n<p class=\"lf-p\">Platform Onderwijs Arbeidsmarkt: een door de provincie gefaciliteerd regionale samenwerkingsverband tussen bedrijfsleven, onderwijsinstellingen en gemeenten om het arbeidsaanbod beter en tijdig af te stemmen op de behoefte uit de markt; proeftuinen: fysieke of virtuele proefomgeving voor meerdere onafhankelijke ondernemingen en organisaties waar eindgebruikers van innovatieprojecten of innovatieprocessen in oparticiperen teneinde te komen tot versnelde marktintroducties van een innovatief product; programma: samenhangende reeks van projecten en activiteiten met een gezamenlijk doel; regiocontract: contract tussen enerzijds provincie en anderzijds regio's en steden in het kader van het Programma Stad en Regio;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionaal Programma Bedrijventerreinen: een document dat afspraken bevat tussen de betreffende regio en de provincie voor de planning en de programmering van bedrijventerreinen, waarbij voornoemde afspraken een uitwerking betreffen van de gemeentelijke, regionale en provinciale doelstellingen op het gebied van bedrijventerreinen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionale Bureaus voor Toerisme: organisaties ter bevordering van toerisme per regio zoals aangegeven op een als bijlage bij onderhavige subsidieregeling gevoegde kaart;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionale Centra voor Technologie: de stichting Achterhoeks Centrum voor Technologie te Doetinchem, de stichting Platform Creatieve Technologie te Arnhem, de stichting RCT Rivierenland te Tiel, de stichting RCT Vallei te Ede, stichting Regionaal Nijmeegs Centrum voor Technologie te Nijmegen, stichting Innovatienetwerk Stedendriehoek te Apeldoorn, de stichting Veluws Centrum voor Technologie te Nunspeet;</p>\n<p class=\"lf-p\">SBI-code: de door het Centraal Bureau voor de Statistiek opgestelde code conform de Standaard Bedrijfsindeling 2008 ter aanduiding van de belangrijkste activiteit van een onderneming die in het Handelsregister is ingeschreven; sector logistiek: sector van ondernemingen die goederen vervoeren, overslaan, sorteren of opslaan; toeristische informatie: informatie ten behoeve van (dag)recreanten die ten minste bezienswaardigheden, horeca, natuur en landschap en dagrecreatieve mogelijkheden betreft; vrijetijdseconomie: de economie die bestaat uit ondernemingen die zich in hoofdzaak bezighouden met dienstverlening ten behoeve van (dag)recreanten en toeristen;</p>\n<p class=\"lf-p\">WESP-methodiek: de door de Werkgroep Evaluatie Sportevenementen ontwikkelde meetmethodiek om de economische spin-off voorafgaand aan, tijdens of na een evenement te meten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.8.2 Verbeteren positie van starters</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5821\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder a, b en c, van de SvG kan worden verstrekt voor de uitvoering van een door meerdere partijen gezamenlijk opgesteld programma: ter verbetering van ondernemersvaardigheden; voor het opzetten van een fysieke bedrijfsomgeving; of gericht op het ondersteunen van individuele startende ondernemingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5822\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: het programma is bedoeld ter begunstiging van startende ondernemingen die tevens innovatieve ondernemingen zijn; de in artikel 5.8.2.1 bedoelde partijen hun samenwerking schriftelijk hebben vastgelegd; het programma leidt tot een research- en developmentimpuls bij ondernemingen of kennisinstellingen of het creëren van nieuwe arbeidsplaatsen; en de doelgroep van het programma bij de totstandkoming daarvan is betrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5823\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan: ondernemingen; verenigingen van ondernemingen; kennisinstellingen; gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5824\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 500.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5825\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 22 van de Algemene groepsvrijstellingingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.8.3 Versnellen van innovaties in logistiek, vrijetijdseconomie en de creatieve sector</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5831\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor het ten behoeve van MKB-ondernemingen laten doen van onderzoek gericht op: de fase van het innovatieproces waarbinnen ideeën worden omgezet in concepten; deelname aan programma's van de Europese Unie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5832\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren logistiek, vrijetijdseconomie en de creatieve sector.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5833\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan de Regionale Centra voor Technologie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5834\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt maximaal € 50.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5835\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien de subsidiabele activiteit betrekking heeft op fundamenteel onderzoek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5836\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie-ontvanger is verplicht de subsidie zodanig aan te wenden dat per kalenderjaar per onderneming ten behoeve waarvan het onderzoek wordt uitgevoerd maximaal € 10.000,- wordt aangewend en maximaal 50% van de onderzoekskosten vergoed.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.8.4 Verkleinen arbeidsmarktdiscrepantie in logistiek, vrijetijdseconomie, land- en tuinbouw en de creatieve sector</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5841\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder b, van de SvG kan worden verstrekt voor het verkleinen van arbeidsmarktdiscrepanties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5842\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren logistiek, vrijetijdseconomie, land- en tuinbouw en de creatieve sector; bij de voorbereiding en uitvoering van de activiteiten één of meerdere ondernemingen zijn betrokken; en bij de voorbereiding en uitvoering van de activiteiten afstemming heeft plaatsgevonden met het Platform Onderwijs Arbeidsmarkt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5843\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan: ondernemingen; verenigingen van ondernemingen; kennisinstellingen; gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5844\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 100.000,-.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.8.5 Collectief onderzoek</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5851\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor: industrieel onderzoek; experimentele ontwikkeling; haalbaarheidsstudies.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van het vorige lid wordt subsidie als bedoeld in artikel 5.8.5.1, aanhef en onder b, voor zover de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de creatieve sector, slechts verstrekt indien de aanvrager daarbij voor gezamenlijke rekening en risico samenwerkt met ten minste één andere onderneming die een andere SBI-code heeft dan de aanvrager en de voorwaarden voor die samenwerking schriftelijk zijn vastgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5852\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren logistiek, vrijetijdseconomie en de creatieve sector; en de subsidiabele activiteit daadwerkelijke samenwerking behelst: tussen ondernemingen waarvan er ten minste één een MKB is en geen van de ondernemingen neemt meer dan 70% van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening, of tussen een onderneming en één of meer organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding, waarbij deze organisaties ten minste 10% van de in aanmerking komende kosten dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Onverminderd het bepaalde in het vorige lid wordt subsidie als bedoeld in artikel 5.8.5.1, aanhef en onder b, voor zover de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de creatieve sector, slechts verstrekt indien de aanvrager samenwerkt met ten minste één andere onderneming die een andere SBI-code heeft dan de aanvrager. schriftelijk zijn vastgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5853\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Voor subsidie als bedoeld onder artikel 5.8.5.1, aanhef en onder a en b, komen in aanmerking: personeelskosten voor onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met het onderzoeksproject bezighouden; kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Indien deze apparatuur en uitrusting niet tijdens hun volledige levensduur voor het onderzoeksproject worden gebruikt, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd; kosten van gebouwen en grond voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Wat gebouwen betreft, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd. Wat grond betreft, komen de kosten voor de commerciële overdracht of daadwerkelijk gemaakte kapitaalkosten in aanmerking; kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien die op arm's length-voorwaarden worden gekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, alsmede kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor het project worden gebruikt; bijkomende algemene kosten en andere operationele uitgaven, waaronder die voor materiaal, leveranties en dergelijke producten, die rechtstreeks uit het project voortvloeien.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor subsidie als bedoeld in artikel 5.8.5.1, aanhef en onder c, komen de studiekosten in aanmerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5854\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt verstrekt aan MKB-ondernemingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van het vorige lid wordt subsidie als bedoeld in artikel 5.8.5.1, aanhef en onder b, voor zover de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de creatieve sector, verstrekt aan MKB-ondernemingen met ten minste één van de volgende SBI-codes: 5811, 5813, 5814, 5819, 5821, 5829, 59111, 59112, 5912, 5913, 5914, 5920, 6010, 6020, 6030, 7021, 7111, 7311, 7312, 7410, 74201, 7990, 8230, 90011, 90012, 90013, 9002, 9003, 90041, 91011, 91012, 91019, 91021, 91022, 9103, 93211, 93212, 94993 of 94994.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5854a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.5.4a</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG worden bij een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 5.8.5.1, aanhef en onder b, voor zover de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de creatieve sector, ingediend: een beschrijving van de wijze waarop aanvrager zich inspant om de subsidiabeleactiviteit binnen zes maanden na subsidieverlening te hebben uitgevoerd; een beschrijving van de wijze waarop en de mate waarin de subsidiabele activiteit bijdraagt aan het verminderen van milieubelasting; een beschrijving van de wijze waarop aanvrager inzake de subsidiabele activiteit samenwerkt met andere partijen dan de onderneming zoals bedoeld in artikel 5.8.5.2, tweede lid; een verklaring van Oost N.V. waaruit blijkt dat voorafgaand aan de het indienen van de aanvraag afstemming heeft plaatsgevonden met Oost N.V.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5855\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste:</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 50.000,- voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.8.5.1, aanhef en onder a en c;</p>\n<p class=\"lf-p\">25% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 50.000,- voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.8.5.1, aanhef en onder b, voor zover deze plaatsvinden in de sectoren logistiek en vrijetijdseconomie en 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 50.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.8.5.1, aanhef en onder b, voor zover deze plaatsvinden in de creatieve sector.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5855a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.5.5a</span><span class=\"lf-art-t\">Indieningstermijn aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 5.8.5.1, aanhef en onder b, wordt voor zover de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de creatieve sector ingediend tot en met 30 september 2014 of in de periode van 1 februari 2015 tot en met 30 april 2015.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5855b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.5.5b</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ontvanger van subsidie als bedoeld in artikel 5.8.5.1, aanhef en onder b, is voor zover de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de creatieve sector verplicht het resultaat van de subsidiabele activiteit of de zakelijke inhoud daarvan kenbaar te maken door vermelding daarvan op tenminste zijn eigen website of de website www.ondernemengelderland.nl.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5856\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 25 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van subsidie als bedoeld in artikel 5.8.5.1, aanhef en onder b, voor zover de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de creatieve sector.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.8.6 Projectsubsidie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5861\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor: industrieel onderzoek; experimentele ontwikkeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5862\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren logistiek, vrijetijdseconomie en de creatieve sector; de subsidiabele activiteit daadwerkelijke samenwerking behelst: tussen ondernemingen waarvan er ten minste één een MKB is en geen van de ondernemingen neemt meer dan 70% van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening, of tussen een onderneming en één of meer organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding, waarbij deze organisaties ten minste 10% van de in aanmerking komende kosten dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publicerenb. aanvrager daarbij voor gezamenlijke rekening en risico samenwerkt met meerdere andere ondernemingen of kennisinstellingen en de voorwaarden voor de samenwerking schriftelijk zijn vastgelegd; en de subsidiabele activiteit binnen de betreffende sector betrekking heeft op een keten van producent, leverancier en eindgebruiker.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5863\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking: personeelskosten voor onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met het onderzoeksproject bezighouden; kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Indien deze apparatuur en uitrusting niet tijdens hun volledige levensduur voor het onderzoeksproject worden gebruikt, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkend boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd; kosten van gebouwen en grond voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Wat gebouwen betreft, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd. Wat grond betreft, komen de kosten voor de commerciële overdracht of daadwerkelijk gemaakte investeringskosten in aanmerking; kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien die op arm's length-voorwaarden worden gekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, alsmede kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor het project worden gebruikt; bijkomende algemene kosten en andere operationele uitgaven, waaronder die voor materiaal, leveranties en dergelijke producten, die rechtstreeks uit het project voortvloeien.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5864\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan MKB-ondernemingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5865\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG wordt bij de aanvraag in elk geval een schriftelijk bewijsstuk verstrekt waar uit blijkt dat de subsidiabele activiteit binnen de betreffende sector betrekking heeft op de keten van producent, leverancier en eindgebruiker.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5866\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste:</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 250.000,- voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.8.6.1, aanhef en onder a;</p>\n<p class=\"lf-p\">25% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 250.000,- voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.8.6.1, aanhef en onder b.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5867\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.6.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien de aanvrager niet beschikt over een aantoonbaar marktaandeel van de betreffende markt waarbinnen de innovatie plaatsvindt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5868\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.6.8</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 25 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.8.7 Onderzoeksinfrastructuur voor economische activiteiten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5871\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur waarmee economische activiteiten worden verricht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5872\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren logistiek, vrijetijdseconomie en de creactieve sector; de infrastructuur wordt gebruikt voor industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling; de prijs die voor de exploitatie of het gebruik van de infrastructuur wordt berekend, overeenstemt met een marktprijs; de toegang tot de infrastructuur open staat voor meerdere gebruikers en op transparante en niet-discriminerende basis wordt verleend. Ondernemingen die ten minste 10% van de investeringskosten van de infrastructuur hebben gefinancierd, kunnen preferente toegang krijgen op gunstigere voorwaarden; en de infrastructuur is bedoeld voor MKB-bedrijven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5873\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking de kosten van de investeringen in immateriële en materiële activa.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5874\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 150.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5875\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 26 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.8.8 Proeftuinen ten behoeve van marktintroducties</h3>\n<p class=\"lf-p\">Gereserveerd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.8.9 Kwaliteitsverbetering en meeropbrengst ondernemingen vrijetijdseconomie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5891\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder d, van de SvG kan worden verstrekt voor regionale projecten ter versterking van de vrijetijdseconomie, niet zijnde marketing en promotie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5892\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien de subsidiabele activiteit: plaatsvindt in de sector vrijetijdseconomie; bijdraagt aan de doelstellingen uit het Actieplan Vrijetijdseconomie; is gericht op verhoging van de kwaliteit van de activiteiten van aanvrager, toeristische bezoekersaantallen of werkgelegenheid; leidt tot meer toeristische bestedingen; aanvrager voor gezamenlijke rekening en risico samenwerkt met ten minste vier andere ondernemingen uit eenzelfde regio en de voorwaarden voor de samenwerking schriftelijk zijn vastgelegd; en bijdraagt aan de bestaande regionale identiteit zoals die volgt uit het Actieplan Vrijetijdseconomie of aansluit bij de activiteiten uit het regiocontract.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5893\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.9.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking: uitvoering van procesbegeleiding; uitvoering van haalbaarheidsonderzoek; investeringsbijdragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5894\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.9.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan ondernemingen in de sector vrijetijdseconomie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5895\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.9.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie, voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.8.9.3 bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 25.000,-. Hiervan kan maximaal € 10.000,- worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.8.9.3, aanhef en onder c.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5896\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.9.6</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.8.10 Samenwerkingsinitiatieven vrijetijdseconomie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.10.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder d, van de SvG kan worden verstrekt voor: procesbegeleiding bij nieuwe samenwerkingsinitiatieven; conceptontwikkeling van nieuwe producten of diensten; haalbaarheidsonderzoek naar nieuwe producten of diensten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.10.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sector vrijetijdseconomie; de subsidiabele activiteit bijdraagt aan de doelstellingen uit het Actieplan Vrijetijdseconomie; de subsidiabele activiteit leidt tot meer toeristische bestedingen, hogere toeristische bezoekersaantallen of een toename van werkgelegenheid; en aanvrager voor gezamenlijke rekening en risico samenwerkt met ten minste twee andere ondernemingen en de voorwaarden voor de samenwerking schriftelijk zijn vastgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58103\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.10.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan ondernemingen in de sector vrijetijdseconomie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58104\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.10.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 15.000,-.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.8.11 Kwaliteitsverbetering routes voor wandelen, fietsen, varen, hardlopen, paardrijden en mennen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.11.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder d, van de SvG kan worden verstrekt voor: het vergroten van economisch rendement of sportief gebruik van regionaal dekkende routestructuren voor fietsen, wandelen, hardlopen, paardrijden of mennen; het maken van aanlegplaatsen voor vaartuigen; het maken van een digitaal routesysteem in de vorm van een applicatie voor wandelen, fietsen, hardlopen, varen, paardrijden of mennen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.11.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt slechts verstrekt indien het onderhoud en beheer na uitvoering van de subsidiabele activiteit zijn verzekerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.11.1, aanhef en onder c, wordt slechts verstrekt indien: de applicatie de gehele provincie Gelderland betreft; en de applicatie toeristische informatie bevat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.11.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie zoals bedoeld in artikel 5.8.11.1, aanhef en onder c, komen de kosten voor het verzamelen van data en toeristische informatie niet in aanmerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.11.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen per 1 januari 2015.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.11.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de Algemene subsidieverordeningGelderland 1998 wordt bij de aanvraag in elk geval een toelichting verstrekt in de vorm van een projectplan op de in artikel 5.8.11.2 opgenomen criteria.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58116\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.11.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 200.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58117\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.11.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien de subsidiabele activiteit: zich niet leent voor herhaalde toepassing ten aanzien van andere routestructuren dan die waar de aanvraag betrekking op heeft; plaatsvindt in een gebied met een straal van twee kilometer voor verbeteringen van wandel- en hardlooproutes respectievelijk vijf kilometer voor fiets-, ruiter- en menroutes waarbinnen bestaande alternatieve mogelijkheden aanwezig zijn; de aanleg van wandelknooppunten betreft; reguliere onderhoudswerkzaamheden betreft; geheel of gedeeltelijk bestaat uit marketing en promotie.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.8.12 Marketing en promotie vrijetijdseconomie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.12.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder d, van de SvG kan worden verstrekt voor generieke marketing en promotie van de provincie Gelderland of Gelderse regio's ter bevordering van de vrijetijdseconomie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.12.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionale Bureaus voor Toerisme;</p>\n<p class=\"lf-p\">Stichting Vrijetijdshuis;</p>\n<p class=\"lf-p\">Stichting Toerisme Gelderland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.12.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 750.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58124\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.12.4</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien de subsidiabele activiteit niet past binnen de campagne \"Gelderse Streken\".</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.8.13 Vervallen per 1 januari 2015</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.8.14 Herstructureren van de fysieke bedrijfsomgeving</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58141\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.14.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder c, van de SvG kan worden verstrekt voor: het opstellen van een businessplan voor de fysieke bedrijfsomgeving; de uitvoering van maatregelen op het bedrijventerrein waarmee investeringskansen worden verzilverd, zoals omschreven in het businessplan voor de fysieke bedrijfsomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58142\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.14.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.14.1, aanhef en onder b, wordt slechts verstrekt indien: er sprake is van een ruimtelijk knelpunt op het bedrijventerrein die het (toekomstig) functioneren van ten minste één bedrijf bemoeilijkt, er aantoonbaar draagvlak bij de ondernemers aanwezig is en er een positief effect is op de ontwikkeling of behoud van de werkgelegenheid op het bedrijventerrein; en er een businessplan voor de fysieke bedrijfsomgeving aan de activiteit ten grondslag ligt dat voldoet aan de volgende vereisten: een omschrijving van de knelpunten, kansen, ambities en doelstellingen; een beschrijving van de projecten of deelprojecten; een beschrijving van de organisatie, communicatie, planning, kosten en financiering van de maatregelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58143\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.14.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58144\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.14.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste:</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 25.000,- voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.8.14.1, aanhef en onder a;</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de subsidiabele kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.8.14.1, aanhef en onder b.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.8.15 Bedrijfsverplaatsingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58151\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.15.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: bedrijf: een eenheid die grond, gebouwen en voorzieningen omvat waarbinnen daadwerkelijk economische activiteiten, niet zijnde primaire landbouwproductie, worden verricht; bedrijfsverplaatsing: verplaatsing van een geheel bedrijf; bedrijventerrein: terrein in gebruik van meer dan één bedrijf, dat vanwege zijn bestemming bestemd en geschikt is voor gebruik door handel, nijverheid, industrie en commerciële en niet-commerciële dienstverlening; circulaire: Circulaire schadevergoedingen, Staatscourant 1997, 246; primaire landbouwproductie: de in bijlage I bij het Verdrag betreffende de werking van de EU vermelde producten van de bodem en van de veehouderij die geen verdere bewerking hebben ondergaan die de aard van deze producten wijzigt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58152\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.15.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder c, van de SvG kan worden verstrekt voor het verstrekken van een bijdrage voor bedrijfsverplaatsing vanwege een milieuhygiënisch knelpunt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58153\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.15.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de bijdrage wordt verstrekt voor een bedrijfsverplaatsing vanwege een milieuhygiënisch knelpunt veroorzaakt door het te verplaatsen bedrijf; de bijdrage van de gemeente maximaal 50% bedraagt van de kosten voor de verplaatsing van het bedrijf; de gemeente bij het bepalen van haar bijdrage in de kosten voor de verplaatsing van het bedrijf toepassing geeft aan de circulaire; de gemeente haar bijdrage in de kosten voor de verplaatsing van het bedrijf vaststelt op basis van een taxatie die is opgesteld door een onafhankelijk taxateur; sprake is van bedrijfsverplaatsing binnen de provincie Gelderland naar een bedrijventerrein; het milieuhygiënische knelpunt blijvend wordt opgelost.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58154\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.15.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komt in aanmerking de bijdrage van de gemeente in de kosten voor de verplaatsing van het bedrijf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58155\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.15.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58156\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.15.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 500.000,-.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.8.16 Digitale bereikbaarheid</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58161\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.16.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder c, van de SvG kan worden verstrekt voor: het uitvoeren van vraagbundeling voor open breedbandinfrastructuur; het opstellen van een plan van aanpak ten behoeve van de onder a genoemde activiteit; activiteiten voor promotie van het gebruik van open breedbandnetwerken door bedrijven; het ontwerp en een kostenberekening van een open breedbandnetwerk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58162\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.16.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een vereniging van ondernemingen die gevestigd zijn op het bedrijventerrein waar de activiteiten voor worden ontwikkeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58163\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.16.3</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 10.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58164\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.16.4</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien het een investering betreft in: breedbandkabels of breedbandnetwerken; vraagbundeling van breedbandinfrastructuur ten behoeve van woningen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.8.17 Samenwerking fysieke bedrijfsomgeving</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58171\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.17.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.1, aanhef en onder c, van de SvG kan worden verstrekt voor: het opstellen van een haalbaarheidsonderzoek naar de oprichting van een rechtspersoon die het beheer van een bedrijventerrein als statutair doel heeft; het opstellen van een haalbaarheidsonderzoek naar de uitvoering van energiebesparende maatregelen op een bedrijventerrein.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58172\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.17.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.17.1, aanhef en onder a, wordt slechts verstrekt indien aanvrager daarbij voor gezamenlijke rekening en risico samenwerkt met ten minste één onderneming of gemeente en de voorwaarden voor de samenwerking schriftelijk zijn vastgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58173\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.17.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan: gemeenten en ondernemingen voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.8.17.1, aanhef en onder a; aan rechtspersonen die het beheer van een bedrijventerrein als statutair doel hebben voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.8.17.1, aanhef en onder b.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58174\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.17.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste:</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 50.000,- voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.8.17.1, aanhef en onder a;</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 25.000,- voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.8.17.1, aanhef en onder b.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.8.18 Jeugdwerkloosheid</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58181\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.18.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: centrumgemeente: een gemeente die in het kader van het actieplan jeugdwerkloosheid namens de regio een convenant heeft afgesloten met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; werkloze jongere: een als niet-werkend werkzoekend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de gemeente ingeschreven persoon tot 27 jaar oud, die beschikbaar is om minimaal twaalf uur per week arbeid te aanvaarden; werkplek: een beroepsbegeleidende leerweg gedurende ten minste zes maanden; een leerwerkplaats anders dan een beroepsbegeleidende leerweg voor ten minste zes maanden; een baan voor ten minste zes maanden en ten minste twaalf uur per week.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58182\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.18.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.8.2 van de SvG kan worden verstrekt voor het verstrekken van subsidie aan werkgevers voor het realiseren van een werkplek voor een werkloze jongere die is ingeschreven bij de gemeentelijke basisadministratie van een Gelderse gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58183\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.18.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien de subsidiabele activiteit uiterlijk op 31 december 2015 is aangevangen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58184\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.18.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan een centrumgemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58185\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.18.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt € 1.250,- per werkplek met de volgende maxima:</p>\n<p class=\"lf-p\">Apeldoorn € 553.750,-;</p>\n<p class=\"lf-p\">Arnhem € 493.750,-;</p>\n<p class=\"lf-p\">Doetinchem € 327.500,-;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ede € 187.500,-;</p>\n<p class=\"lf-p\">Nijmegen € 552.500,-;</p>\n<p class=\"lf-p\">Tiel € 278.750,-;</p>\n<p class=\"lf-p\">Amersfoort € 43.750,-;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gorinchem € 8.750,-;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zwolle € 53.750,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58186\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.18.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagperiode</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt aangevraagd voor 1 april 2014.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 5.9 Land- en tuinbouw</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.9.1 Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5911\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze titel wordt verstaan onder: aantoonbare verbetering van de ruimtelijke structuur: de verplaatsing van het glastuinbouwbedrijf, die bijdraagt aan het verwezenlijken van de doelstellingen van het Projectbureau herstructurering glastuinbouw Huissen-Angeren en het Projectbureau herstructurering tuinbouw Bommelerwaard; bedrijfsgebouw: een gebouw met bijbehorende voorzieningen dat gebruikt wordt ten behoeve van de uitoefening van een landbouwbedrijf; concentratiegebied glastuinbouw: een als zodanig begrensd gebied waarbinnen conform de Ruimtelijke Verordening Gelderland uitbreiding, hervestiging of nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven mogelijk is;</p>\n<p class=\"lf-p\">EHS: ecologische hoofdstructuur, zijnde een samenhangend netwerk van grote en kleine natuurgebieden en natuurrijke cultuurlandschappen, zoals begrensd door Provinciale Staten bij besluit van 1 juli 2009 (PS2009-260) of een daarvoor in de plaats tredende begrenzing; eigenaar: degene die de eigendom heeft over een zaak zoals bedoeld in art. 5:1 Burgerlijk Wetboek; extensiveringsgebied glastuinbouw: een als zodanig begrensd gebied waarbinnen conform de Ruimtelijke Verordening Gelderland uitbreiding van bestaande glastuinbouwbedrijven mogelijk is, maar geen nieuwvestiging; grondwaterbeschermingsgebied: gebied rondom een waterwingebied, dat door Provinciale Staten is aangewezen ter bescherming van het grondwater dat ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening wordt opgepompt en waar de verblijftijd van het grondwater tot aan de pompputten van het waterbedrijf, niet langer is dan 25 jaar; integraal masterplan glastuinbouw: plan voor de ontwikkeling van een in de Ruimtelijke verordening Gelderland aangeduid cluster voor de glastuinbouw van minimaal 5 hectare waarbij niet alleen de bedrijfslocaties worden opgenomen in het masterplan, maar ook de benodigde nutsvoorzieningen, wegen en andere voorzieningen om de bedrijven te vestigen en te ontwikkelen in de aangeduide clusters; intensiveringsgebied glastuinbouw: een als zodanig begrensd deel van een concentratiegebied glastuinbouw waarbinnen conform de Ruimtelijke Verordening Gelderland actief wordt ingezet op herstructurering van glastuinbouw; kas: constructie van glas, kunststof of een andere materiaalsoort voor een overkapte teelt of veredeling van gewassen; kleine en middelgrote onderneming: ondernemingen zoals omschreven in Aanbeveling 2003/361/EG (Pb L 124 van 20.5.2003); landbouwbedrijf: een eenheid die grond, gebouwen en voorzieningen omvat die voor de primaire landbouwproductie worden gebruikt als bedoeld in Verordening (EU) Nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014; langdurige pacht: pachtovereenkomst met betrekking tot een perceel grond met een minimale duur van 6 jaar; mestverwerking: proces waarbij de mest een behandeling ondergaat, zodat het gebruikt kan worden als grondstof voor het maken van een ander product of als grondstof voor energieopwekking; primaire landbouwproductie: de productie van de in bijlage I bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vermelde producten van de bodem en van de veehouderij die geen verdere bewerking hebben ondergaan die de aard van deze producten wijzigt; projectbureau herstructurering glastuinbouw Huissen-Angeren: het projectbureau van het publieke samenwerkingsverband tussen de provincie Gelderland en gemeente Lingewaard,</p>\n<p class=\"lf-p\">dat uitvoering geeft aan de uitvoeringsovereenkomst tussen provincie Gelderland en gemeente Lingewaard inzake de herstructurering van het glastuinbouwgebied Huissen-Angeren, d.d. december 2010; projectbureau herstructurering tuinbouw Bommelerwaard: het projectbureau van het openbaar lichaam van het samenwerkingsverband Glastuinbouwproject Bommelerwaard ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen dat uitvoering geeft aan de samenwerkingsovereenkomst 'herstructurering glastuinbouw en paddenstoelenteelt Bommelerwaard' die is afgesloten tussen provincie Gelderland, gemeente Zaltbommel, gemeente Maasdriel en het waterschap Rivierenland d.d. 9 december 2009;</p>\n<p class=\"lf-p\">SO: de gestandaardiseerde opbrengst per hectare of per dier die met het gewas of de diercategorie gemiddeld op jaarbasis wordt behaald; solitair gelegen glastuinbouwbedrijf: glastuinbouwbedrijf buiten een concentratiegebied glastuinbouw;</p>\n<p class=\"lf-p\">STEVIG: Stichting Effectief Verkavelen In Gelderland; volwaardig in gebruik: het gebruik van een agrarisch bedrijf dat naar de aard en omvang zodanig is dat het gehele inkomen afkomstig is uit het bedrijf, de gehele arbeidsinzet aan het bedrijf besteedt wordt en waarvan de continuïteit voor minimaal de afgelopen drie jaar is aangetoond.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.9.2 Landbouwstructuurverbetering</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5921\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.9.1, aanhef en onder b, van de SvG kan worden verstrekt voor het ruilen van landbouwgronden in een ruilverkaveling bij overeenkomst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5922\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover: de ruilverkaveling plaatsvindt in overeenstemming met artikel 85 van de Wet inrichting landelijk gebied; de te ruilen landbouwgronden zijn gelegen in de provincie Gelderland; en wanneer het ruilen van landbouwgronden bijdraagt aan een effectiever gebruik van landbouwgronden voor de huidige functie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5923\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Voor subsidie komen de notaris- en kadasterkosten in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De kosten die verbonden zijn aan het ruilen van bedrijfsgebouwen en het ruilen van quota die zijn ingesteld door de Europese Commissie komen niet voor subsidie in aanmerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5924\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan: kleine- en middelgrote ondernemingen die een landbouwbedrijf exploiteren; gemeenten; waterschappen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5925\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG worden bij de aanvraag in elk geval de volgende gegevens verstrekt: een beschrijving van de actuele toestand en de waarde van de ingebrachte en toe te delen percelen, alsmede de verrekening; een kavelruilovereenkomst die is ondertekend door alle deelnemende partijen; een overzicht van de deelnemende partijen, waarbij is weergegeven welke partij welke landbouwgronden met wie ruilt; kadastrale kaarten van het gebied waar kavelruil plaatsvindt, een inbreng- en toedelingskaart.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5926\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste € 500,- per geruilde hectare.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5927\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.2.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien het ruilen van landbouwgronden: plaatsvindt in een gebied waar STEVIG ondersteunde kavelruil uitvoert; de doelstellingen van STEVIG belemmert.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5928\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.2.8</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 15 van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.9.3 Opstellen en uitvoeren integraal masterplan glastuinbouw</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5931\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.9.1, aanhef en onder b, van de SvG kan worden verstrekt voor: het opstellen van een integraal masterplan glastuinbouw; het aanleggen en wijzigen van de openbare infrastructuur, inrichting van de openbare ruimte en openbare nutsvoorzieningen in een masterplangebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5932\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt: wanneer door middel van verslaglegging van bijeenkomsten aangetoond kan worden dat direct betrokkenen zoals grondeigenaren en gebruikers, omwonenden en het tuinbouwbedrijfsleven bij het opstellen van het integraal masterplan glastuinbouw participeren; wanneer de aanleg of wijziging van voorzieningen, als genoemd in artikel 5.9.3.1, aanhef en onder b, bijdraagt aan de realisatie van een integraal masterplan glastuinbouw waarmee Gedeputeerde Staten vooraf hebben ingestemd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5933\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie als bedoeld in artikel 5.9.3.1, aanhef en onder a, komen slechts de kosten voor externe inhuur in aanmerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5934\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5935\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 5.9.3.1, aanhef en onder a, bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten, met een minimum van € 5.000,- en een maximum van € 30.000,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 5.9.3.1, aanhef en onder b, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten, met een minimum van € 10.000,- en een maximum van € 250.000,-.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.9.4 Verplaatsing glastuinbouwbedrijfsgebouwen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5941\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: glastuinbouwbedrijf: een eenheid die grond, gebouwen en voorzieningen omvat die voor de glastuinbouw worden gebruikt als bedoeld in de Landbouw groepsvrijstellingsverordening; glastuinbouwbedrijfsgebouw: een gebouw met bijbehorende voorzieningen dat wordt gebruikt ten behoeve van de uitoefening van een glastuinbouwbedrijf; modernisering: vervanging van een bestaand glastuinbouwbedrijfsgebouw of van bestaande voorzieningen op de nieuwe locatie door een nieuw, modern gebouw of nieuwe, moderne voorzieningen waarbij de betrokken productie, of technologie fundamenteel wordt gewijzigd; verhoging van de productiecapaciteit: indien het glastuinbouwbedrijfsgebouw na verplaatsing in staat is om meer producten voort te brengen; voorzieningen: bouwwerken of installaties die functioneel met het glastuinbouwbedrijfsgebouw zijn verbonden of benodigd zijn om het glastuinbouwbedrijfsgebouw te laten functioneren voor het productieproces.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5942\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.9.1, aanhef en onder b, van de SvG kan worden verstrekt voor: de verplaatsing van een glastuinbouwbedrijfsgebouw behorend tot een solitair gelegen klein of middelgroot glastuinbouwbedrijf naar een concentratiegebied glastuinbouw; de verplaatsing van een glastuinbouwbedrijfsgebouw behorend tot een klein of middelgroot glastuinbouwbedrijf binnen een concentratiegebied glastuinbouw.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5943\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt: wanneer de aanvrager heeft aangetoond dat het te verplaatsen glastuinbouwbedrijf volwaardig in gebruik is; wanneer alle achterblijvende glastuinbouwopstanden volledig worden gesloopt, inclusief de gebouwen, bouwwerken en voorzieningen ten dienste van het glastuinbouwbedrijf; wanneer subsidie wordt gevraagd op grond van artikel 5.9.4.2, aanhef en onder a: indien de eigenaar van de grond waarop het te verplaatsen glastuinbouwbedrijf staat: schriftelijk verklaart hierop geen nieuw glastuinbouwbedrijf te vestigen; schriftelijk verklaart deze last als kwalitatieve verplichting op te leggen aan diegenen die de grond onder bijzondere titel zullen verkrijgen; en de gemeente schriftelijk verzoekt de glastuinbouwbestemming van het oorspronkelijke perceel waar het glastuinbouwbedrijf stond en de eveneens in eigendom belendende percelen te ontdoen van de bestemming glastuinbouw voor zover het oorspronkelijke perceel niet is gelegen binnen een intensiveringsgebied; wanneer subsidie wordt gevraagd op grond van artikel 5.9.4.2, aanhef en onder b: indien de eigenaar van de grond waarop het te verplaatsen glastuinbouwbedrijf staat schriftelijk aantoont overeenstemming te hebben bereikt met het desbetreffende projectbureau herstructurering over de wijze waarop en voorwaarden waaronder de gronden beschikbaar komen voor de herstructurering; wanneer de verplaatsing, als bedoeld in artikel 5.9.4.1, aanhef en onder b, een aantoonbare verbetering van de ruimtelijke structuur tot gevolg heeft; en wanneer ten tijde van de aanvraag om subsidie de aanvrager door middel van een transportakte, koopovereenkomst of pachtovereenkomst heeft aangetoond dat de aanvrager eigenaar of langdurig pachter is of wordt van de bedrijfsgebouwen en gronden op de nieuwe vestigingslocatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5944\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie als bedoeld in artikel 5.9.4.2 komen in aanmerking: de kosten van demonteren, verhuizen en weer opbouwen van de voorzieningen van een bestaand glastuinbouwbedrijfsgebouw; de kosten voor het aankopen of het aanpassen van een glastuinbouwbedrijfsgebouw of het oprichten van een glastuinbouwbedrijfsgebouw op de nieuwe locatie, ter vervanging van een bestaand glastuinbouwbedrijfsgebouw op de bestaande locatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5945\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar of langdurig pachter van een te verplaatsen klein of middelgroot glastuinbouwbedrijf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5946\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij nader besluit wordt een termijn als bedoeld in artikel 1.5, eerste lid, van de AsG vastgesteld waarbinnen aanvragen van subsidie moeten worden ingediend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5947\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Selectie criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Bij de verdeling van de beschikbare middelen krijgen die activiteiten voorrang die door het geïndexeerde aantal vierkante meter te saneren kas de laagste uitkomst hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De vierkante meters te saneren kas worden geïndexeerd door ze te vermenigvuldigen met:</p>\n<p class=\"lf-p\">2,0 indien deze zijn gelegen in de EHS of een grondwaterbeschermingsgebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">1,8 indien deze zijn gelegen in een waardevol landschap of waardevolle open gebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">1,6 indien deze zijn gelegen in een extensiveringsgebied glastuinbouw;</p>\n<p class=\"lf-p\">1,0 indien deze zijn gelegen in een intensiveringsgebied glastuinbouw, en 1,4 indien deze zijn gelegen in overige gebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Indien na toepassing van het eerste lid aanvragen een gelijke plaats in de rangorde hebben, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van een loting voor zover toekenning van die aanvragen zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5948\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Als de verplaatsing gepaard gaat met modernisering van installaties of verhoging van de productiecapaciteit, bedraagt de subsidie voor de investeringen voor de modernisering of verhoging van de productiecapaciteit maximaal € 500.000,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De subsidie is niet hoger dan de resultante van € 30,- vermenigvuldigd met het aantal vierkante meters kas dat wordt afgebroken, bestaande uit: het te verplaatsen glastuinbouwbedrijfsgebouw; glastuinbouwbedrijfsgebouwen op andere locaties waarvan de eigenaar van de grond voldoet aan de criteria van artikel 5.9.4.3, onderdelen b en c.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De subsidie bedraagt maximaal € 1.000.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 16 van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.9.5 Groene kringlopen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5951\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.9.1, aanhef en onder c, van de SvG kan worden verstrekt voor: een investering in innovatie met een terugverdientijd van meer dan 5 jaar voor mestverwerking als onderdeel van de eigen bedrijfsvoering; een investering in innovatie die de productie van biogas versnelt operationeel maakt; een investering in innovatie waarbij mineralen uit mest gehaald worden zodat deze weer opnieuw kunnen worden gebruikt; het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek voor de onder a tot en met c genoemde activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5952\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking: met betrekking tot de activiteiten genoemd in artikel 5.9.5.1, aanhef en onder a tot en met c: de bouw en verbouw van onroerende goederen; de aanschaf van nieuwe machines en apparatuur inclusief computersoftware, tot maximaal de marktwaarde van de activa, ten behoeve van de innovatie; de inhuur van architecten, ingenieurs en adviseurs voor zover de kosten hiervan niet hoger zijn dan 10% van de subsidiabele kosten als bedoeld onder i en ii; met betrekking tot activiteiten als genoemd in artikel 5.9.5.1, aanhef en onder d, de inhuur van externen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5953\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan kleine en middelgrote ondernemingen die een landbouwbedrijf exploiteren met een SO van minimaal € 125.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5954\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 5.9.5.1, aanhef en onder a tot en met c, bedraagt ten hoogste 35% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 10.000,- en een maximum van € 100.000,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 5.9.5.1, aanhef en onder d, bedraagt ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 10.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5955\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd voor de aanschaf van: biomassakachels; mestscheiders; luchtwassers.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5956\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht de kennis en ervaring die met de subsidiabele activiteit wordt verkregen openbaar te maken door: het verzorgen van een presentatie door deel te nemen aan minimaal één studiegroep, seminar of themabijeenkomst; en minimaal één publicatie in een vakblad.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5957\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.5.7</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 14 van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.9.6 Investeringen in innovatieve installaties en bedrijfsgebouwen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5961\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.9.1, aanhef en onder c, van de SvG kan worden verstrekt voor investeringen in innovatieve installaties en bedrijfsgebouwen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5962\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor investeringen die: gericht zijn op: verlaging van de productiekosten; of verbetering en omschakeling van de productie; en verder gaan dan wat wettelijk verplicht is en gericht zijn op: verbetering van het natuurlijk milieu; verbetering van de hygiëneomstandigheden; of het verbeteren van normen inzake dierenwelzijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5963\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking: de bouw of verbetering van onroerende goederen; de koop of huurkoop van machines en materieel, met inbegrip van computersoftware, tot maximaal de marktwaarde van de activa; de kosten voor de inzet van externen in verband met de onder a en b bedoelde uitgaven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5964\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt verstrekt aan kleine en middelgrote ondernemingen die een landbouwbedrijf exploiteren met een SO van minimaal € 125.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5965\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 35 % van de subsidiabele kosten met een minimum van € 10.000,- en een maximum van € 100.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5966\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd voor het verwerven van onroerende goederen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5967\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.6.7</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 14 van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.9.7 Adviesdiensten in de landbouwsector</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5971\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 In deze paragraaf wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanbieder van de adviesdienst: de natuurlijke of rechtspersoon die het advies verstrekt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Advies: advies als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder 45, van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening;</p>\n<p class=\"lf-p\">Korte voorzieningsketen: een voorzieningsketen bestaande uit een beperkt aantal marktdeelnemers die streven naar samenwerking, plaatselijke economische ontwikkeling en nauwe geografische en sociale betrekkingen tussen producenten, verwerkers en consumenten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Producentengroepering of producentenorganisatie: een groepering of organisatie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder 43, van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening;</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Onder aanbieder van de adviesdienst worden tevens verstaan producentengroeperingen of producentenorganisaties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5972\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.9.1, eerste lid, aanhef en onder c, ten eerste, van de SvG kan worden verstrekt voor het verstrekken van advies aan ondernemingen die in de landbouw actief zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5973\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie wordt slechts verstrekt indien het advies is gericht op de ontwikkeling van een korte voorzieningsketen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5974\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan de aanbieder van de adviesdienst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5975\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt 50% van de in aanmerking komende kosten met een maximum van € 1500,- per advies.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5976\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.7.6</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien de aanbieder van de adviesdienst niet bij de aanvraag door middel van een of meerdere schriftelijke verklaringen aantoont dat het advies wordt verstrekt in opdracht van een of meerdere ondernemingen in de landbouw ten behoeve van de ontwikkeling van een korte voorzieningsketen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5977\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.7.7</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover verstrekking niet in strijd is met hoofdstuk 1 en artikel 22 van de Landbouw groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De aanvrager neemt bij de adviesverlening de in artikel 13, tweede lid, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bedoelde vertrouwelijkheidsvoorschriften in acht.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 5.10 Prioritair Programma Energietransitie, Energie- en milieutechnologie (EMT)</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.10.1 Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51011\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsomschrijvingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze titel wordt verstaan onder: arbeidsmarktdiscrepantie: kwalitatief of kwantitatief verschil tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt; basisvoorwaarden: voorwaarden waaraan een business case moet voldoen, zijnde duidelijkheid omtrent een beproefde techniek, aangetoonde marktkansen, een beschouwing van de financiering van de marktintroductie en de organisatorische inbedding van de marktintroductie; bedrijfsverzamelgebouw: een gebouw bedoeld voor de huisvesting van meerdere afzonderlijke ondernemingen die in dezelfde sector of fase in het bestaan van de onderneming actief zijn; biobased economy: een economie waarin op duurzame en efficiënte wijze biomassa wordt ingezet voor productie van chemische grondstoffen, materialen, brandstoffen, elektriciteit en warmte zonder negatieve effecten op biodiversiteit en voedselvoorziening; biobased product: product of halfproduct voor commerciële of industriële toepassing, anders dan energie- of warmteopwekking, dat geheel of gedeeltelijk is samengesteld uit hernieuwbare grondstoffen; bodemenergie: het gebruik en de opslag van warmte of koude in de ondiepe ondergrond;</p>\n<p class=\"lf-p\">CNG: Compressed Natural Gas, ofwel aardgas dat met behulp van een compressor is gecomprimeerd tot een druk van 200 bar; concept: een schriftelijke uitwerking van een innovatie met een onderbouwing ter voldoening aan ten minste één van de basisvoorwaarden; creatieve industrie: bedrijfstak die zich in hoofdzaak bezighoudt met het scheppen van kunstwerken en het vormgeven van objecten; eigenaar-bewoner: een persoon die op grond van artikel 1 van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek eigenaar is van een koopwoning en zelf deze koopwoning bewoont;</p>\n<p class=\"lf-p\">Energy Service Company: samenwerking tussen partijen met als doel om energiebesparende maatregelen uit te voeren voor de eigenaar van een gebouw, waarbij een van de partijen risicodragend participeert; energietransitieopgave: de opgave tot het realiseren van innovaties op het gebied van energiebesparing en opwekking van duurzame energie; gaswarmtepomp: een installatie die met behulp van gas warmte verplaatst van buiten het betreffende gebouw naar binnen waarbij minimaal 75.000 m3 gas en maximaal 500.000 m3 gas wordt gebruikt per jaar; groen gas: biogas dat is gezuiverd tot aardgaskwaliteit en dat vervolgens is gecomprimeerd; hernieuwbare energie: niet-fossiele energie zoals windenergie, zonne-energie, geothermische energie, golfenergie, getijdenenergie, waterkrachtinstallaties, biomassa, stortgas, rioolwaterzuiveringsgas en biogas;</p>\n<p class=\"lf-p\">HRe-ketel: een ketel voor verwarming van een ruimte of van tapwater, die in één proces gelijktijdig thermische energie en elektrische energie opwekt; incubator: broedplaats die tot doel heeft om startende ondernemingen te ondersteunen in hun groei naar gezonde, goed draaiende ondernemingen, door hen huisvesting, seedcapital, administratie, technische ondersteuning, contacten en managementadvies te bieden; kennisinstelling: universiteiten, hogescholen en academische ziekenhuizen, instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs en onderzoeksinstellingen die zonder winstoogmerk onderzoek en ontwikkeling verrichten en voor minimaal 10% meerjarig structureel door de overheid worden gefinancierd;</p>\n<p class=\"lf-p\">LBG: Liquefied Bio Gas, ofwel biogas dat is gecomprimeerd door het te vervloeien bij een temperatuur lager dan -162 °C;</p>\n<p class=\"lf-p\">LNG: Liquid Natural Gas, ofwel aardgas dat is gecomprimeerd door het te vervloeien bij een temperatuur lager dan -162 °C; lokaal duurzaam energiebedrijf: een onderneming die hernieuwbare energie produceert waarbij de afnemers zijn gevestigd binnen een straal van 30 kilometer ten opzichte van een productielocatie van voornoemde onderneming; maakindustrie: het met behulp van machines bedrijfsmatig bewerken van grondstoffen en produceren van halffabricaten en eindproducten voor de commerciële markt; marktfalen: situatie waarin ondernemingen activiteiten niet of niet voldoende zouden verrichten als zij alleen naar de signalen van de markt zouden kijken; marktintroductie: overgang van de eindfase van het innovatieproces naar de pioniersfase van ondernemerschap; fase waarin afnemers en producenten van innovatieve producten overeenkomsten aangaan; masterplan bodemenergie: visiedocument over het optimaal gebruik van de ondergrond voor het gebruik van bodemenergie; mini warmtekrachtkoppelingsinstallatie: een installatie die in één proces gelijktijdig thermische energie en elektrische energie opwekt waarbij minimaal 75.000 m3 gas en maximaal 500.000 m3 gas wordt gebruikt per jaar;</p>\n<p class=\"lf-p\">MKB-onderneming: een onderneming die behoort tot de categorie kleine, middelgrote en micro-ondernemingen in de zin van artikel 2 van de bijlage bij de Aanbeveling (EG) nr. 2003/361 van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU L 124); ondernemingsklimaat: de hoeveelheid en kwaliteit van ruimte, randvoorwaarden en regelgeving die bepaalt hoe aantrekkelijk Gelderland is voor bedrijven en kennisinstellingen; ontwikkeling: verwerving, combinatie, vormgeving en gebruik van bestaande wetenschappelijke, technische, zakelijke en andere relevante kennis en vaardigheden voor nieuwe, gewijzigde of verbeterde producten; pilot: proefproject dat een indicatie geeft van de omvang, inpassing en haalbaarheid van een project; proeftuinen: fysieke of virtuele proefomgeving voor meerdere onafhankelijke ondernemingen en organisaties waar eindgebruikers van innovatieprojecten of innovatieprocessen in participeren teneinde te komen tot versnelde marktintroducties van een innovatief product; programma: samenhangende reeks van projecten en activiteiten met een gezamenlijk doel; rd-waarde: het warmte-isolerend vermogen van een materiaallaag;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionale Centra voor Technologie: de stichting Achterhoeks Centrum voor Technologie te Doetinchem, de stichting Platform Creatieve Technologie te Arnhem, de stichting RCT Rivierenland te Tiel, de stichting RCT Vallei te Ede, stichting Regionaal Nijmeegs Centrum voor Technologie te Nijmegen, stichting Innovatienetwerk Stedendriehoek te Apeldoorn, de stichting Veluws Centrum voor Technologie te Nunspeet; sector energie- en milieutechnologie: de sector energie- en milieutechnologie bestaande uit ondernemingen uit de sectoren Grondstoffen en Chemie, Metaal, Machines en Apparaten, Energie, Recycling en Milieudienstverlening, Handel, Research en Zakelijke Dienstverlening alsmede bedrijven die bijdragen aan de biobased economy; terugverdientijd: de subsidiabele kosten gedeeld door de verwachte jaarlijkse besparing;</p>\n<p class=\"lf-p\">Valleybureaus: Stichting Food Valley te Wageningen en de Stichting Health Valley te Nijmegen; warmtepomp: een installatie die met behulp van elektriciteit warmte verplaatst van buiten het betreffende gebouw naar binnen waarbij minimaal 150.000 kWh stroom en maximaal 1.000.000 kWh stroom wordt gebruikt per jaar; afgemeld: de procedure als bedoeld in artikel 3 van de Regeling energieprestatie gebouwen; bestaande woning: woning die is opgeleverd voor de inwerkingtreding van deze regels; coördinatieteam: team bestaande uit de zes voorzitters van de zes regionale werkverbanden; energie-index: cijfer dat het energiegebruik aangeeft op basis van de hoeveelheid energie die nodig wordt geacht voor de verschillende behoeften die verband houden met een gestandaardiseerd gebruik van de woning berekend volgens de rekenmethodiek genoemd in artikel 2, derde lid, van de Regeling energieprestatie gebouwen; energieprestatiecertificaat: certificaat als bedoeld in het Besluit energiecertificaat gebouwen; gelabelde woning: woning waarvan de eigenaar beschikt over een op die woning toegesneden energieprestatiecertificaat; labelklasse: letter die behoort bij de berekende energie-index; labelstap: verbetering van de energie-index waardoor de woning in een hogere labelklasse valt; leerwerkplaats: een authentieke werkomgeving waarin een student alle voor de beroepsuitoefening typerende werkprocessen uitvoert, met als doel het beroep te leren; sociale huurwoning: woning met een rekenhuur die lager of gelijk is aan het bedrag als genoemd in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet op de huurtoeslag; werkverbanden: de zes regionale werkverbanden, zijnde Food Valley corporaties, RNV corporaties, SWR corporaties, Corporaties Regio Stedendriehoek, Achterhoeks Corporatie Overleg en Verenigde Woningcorporaties in de Stadsregio Arnhem Nijmegen, welke alle woningcorporaties in Gelderland vertegenwoordigen; woningcorporatie: een instelling als bedoeld in artikel 70, eerste lid, van de Woningwet; zelfstandige woning: woning als bedoeld in artikel 234 van Boek 7 van het BurgerlijkWetboek; duurzaamheidsmaatregelen: energiebesparende maatregelen en voorzieningen of maatregelen en voorzieningen waarmee duurzame energie wordt opgewekt; energieneutrale woning: een woning waarvan de som van de ingaande en uitgaande energiestromen voor gebouwgebonden energie bij een normaal leefpatroon op jaarbasis gelijk is aan of lager is dan nul en met een additionele energieopwekkingscapaciteit voor gebruiksgebonden energie van ten minste:</p>\n<p class=\"lf-p\">3.150 kWh indien het een vrijstaande of half vrijstaande woning betreft;</p>\n<p class=\"lf-p\">2.700 kWh indien het een rijwoning betreft; of 1.780 kWh indien het een appartement betreft, waarbij in alle gevallen gasverbruik en elektraverbruik omgerekend kunnen worden naar Megajoules en een restverbruik aan gas gecompenseerd kan worden door de additionele opwekking van stroom; integraal plan: plan waaruit de te treffen duurzaamheidsmaatregelen blijken die aantoonbaar zullen leiden tot een woning die energieneutraal is, waarbij in ieder geval het Maatwerkadvies Energiebesparing is gevoegd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Maatwerkadvies Energiebesparing: een EnergiePrestatieAdvies-maatwerkrapport bestaande woningen als bedoeld in de Beoordelingsrichtlijn 9500, deel 2, waaruit in ieder geval de te treffen duurzaamheidsmaatregelen blijken welke zullen leiden tot een energieneutrale woning; stimuleringslening: laagrentende lening op annuïteitenbasis met een hypothecaire zekerheid ten behoeve van de financiering van de duurzaamheidsmaatregelen die leiden tot een energieneutrale woning.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.10.2 Versnellen van innovaties energie- en milieutechnologie en biobased economy</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51021\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.10.1, lid 1 onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor het ten behoeve van MKB-ondernemingen laten doen van onderzoek gericht op: de fase van het innovatieproces waarbinnen ideeën worden omgezet in concepten; deelname aan programma's van de Europese Unie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51022\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sector energieen milieutechnologie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51023\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Stichting Kennis en Innovatie in Energie- en Milieu Technologie; de Regionale Centra voor Technologie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51024\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt te hoogste € 250.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51025\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien de subsidiabele activiteit betrekking heeft op fundamenteel onderzoek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51026\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie ontvanger is verplicht de subsidie zodanig aan te wenden dat per kalenderjaar per onderneming ten behoeve waarvan het onderzoek wordt uitgevoerd maximaal € 10.000,- wordt aangewend en maximaal 50% van de onderzoekskosten vergoed.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.10.3 Collectief onderzoek</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51031\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.10.1, lid 1 onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor: industrieel onderzoek; experimentele ontwikkeling; haalbaarheidsstudies.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51032\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sector energie- en milieutechnologie; de subsidiabele activiteit daadwerkelijke samenwerking behelst: tussen ondernemingen waarvan er ten minste één een MKB is en geen van de ondernemingen neemt meer dan 70% van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening, of tussen een onderneming en één of meer organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding, waarbij deze organisaties ten minste 10% van de in aanmerking komende kosten dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren; en de aanvrager aannemelijk maakt dat hij in staat is zelf de productie ter hand te nemen na een eventuele succesvolle marktintroductie in vervolg op de subsidiabele activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51033\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Voor subsidie als bedoeld onder artikel 5.10.3.1, aanhef en onder a en b, komen in aanmerking: personeelskosten voor onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met het onderzoeksproject bezighouden; kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Indien deze apparatuur en uitrusting niet tijdens hun volledige levensduur voor het onderzoeksproject worden gebruikt, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd; kosten van gebouwen en grond voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Wat gebouwen betreft, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd. Wat grond betreft, komen de kosten voor de commerciële overdracht of daadwerkelijk gemaakte kapitaalkosten in aanmerking; kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien die op arm's length-voorwaarden worden gekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, alsmede kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor het project worden gebruikt; bijkomende algemene kosten en andere operationele uitgaven die rechtstreeks uit het project voortvloeien.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Voor subsidie als bedoeld in artikel 5.10.3.1, aanhef en onder c komen de studiekosten in aanmerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51034\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan MKB-ondernemingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51034a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.3.4a</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien: ten aanzien van de subsidiabele activiteit risicodragende financiering mogelijk is; de aanvrager of holding waartoe de aanvrager behoort in het kalenderjaar waarin de subsidie wordt aangevraagd al een subsidie heeft ontvangen op grond van deze paragraaf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51035\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 50.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51036\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 25 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.10.4 Projectsubsidie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51041\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.10.1, lid 1 onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor: industrieel onderzoek; experimentele ontwikkeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51042\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sector energie- en milieutechnologie; de subsidiabele activiteit daadwerkelijke samenwerking behelst: tussen ondernemingen waarvan er ten minste één een MKB is en geen van de ondernemingen neemt meer dan 70% van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening; of tussen een onderneming en één of meer organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding, waarbij deze organisaties ten minste 10% van de in aanmerking komende kosten dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren; de aanvrager aannemelijk maakt dat hij in staat is zelf de productie ter hand te nemen na een eventuele succesvolle marktintroductie in vervolg op de subsidiabele activiteit; en de subsidiabele activiteit binnen de betreffende sector betrekking heeft op een keten van producent, leverancier en eindgebruiker.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51043\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking: personeelskosten voor onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met het onderzoeksproject bezighouden; kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Indien deze apparatuur en uitrusting niet tijdens hun volledige levensduur voor het onderzoeksproject worden gebruikt, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd; kosten van gebouwen en grond voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Wat gebouwen betreft, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd. Wat grond betreft, komen de kosten voor de commerciële overdracht of daadwerkelijk gemaakte investeringskosten in aanmerking; kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien die op arm's length-voorwaarden worden gekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, alsmede kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor het project worden gebruikt; bijkomende algemene kosten en andere operationele uitgaven waaronder die voor materiaal, leveranties en dergelijke producten, die rechtstreeks uit het project voortvloeien.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51044\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan ondernemingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51045\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG wordt bij de aanvraag in elk geval een schriftelijk bewijsstuk verstrekt waar uit blijkt dat de subsidiabele activiteit binnen de betreffende sector betrekking heeft op de keten van producent, leverancier en eindgebruiker.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51046\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 500.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51047\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien: ten aanzien van de subsidiabele activiteit risicodragende financiering mogelijk is; de aanvrager of holding waartoe de aanvrager behoort in het kalenderjaar waarin de subsidie wordt aangevraagd al een subsidie heeft ontvangen op grond van deze paragraaf; of de aanvrager niet beschikt over een aantoonbaar marktaandeel van de betreffende markt waarbinnen de innovatie plaatsvindt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51048\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 25 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.10.5 Onderzoeksinfrastructuur voor economische activiteiten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51051\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.10.1, lid 1 aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur waarmee economische activiteiten worden verricht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51052\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sector energie- en milieutechnologie; de infrastructuur wordt gebruikt voor industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling; de prijs die voor de exploitatie of het gebruik van de infrastructuur wordt berekend, overeenstemt met de marktprijs; en de toegang tot de infrastructuur open staat voor meerdere gebruikers en op transparante en niet-discriminerende basis wordt verleend. Ondernemingen die ten minste 10% van de investeringskosten van de infrastructuur hebben gefinancierd, kunnen preferente toegang krijgen op gunstigere voorwaarden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51053\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking de kosten van de investeringen in immateriële en materiële activa.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51054\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 300.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51055\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 26 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.10.6 Proeftuinen ten behoeve van marktintroducties</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51061\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.10.1, lid 1 onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor: ontwikkelen van proeftuinen ten behoeve van marktintroducties door een innovatiecluster; generiek promoten van het Gelderse proeftuinklimaat; generiek promoten van het Gelderse ondernemingsklimaat voor innoverende ondernemingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51062\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt slechts verstrekt indien de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sector energie- en milieutechnologie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 5.10.6.1, aanhef en onder c, wordt slechts verstrekt indien de aanvrager daarbij voor gezamenlijke rekening en risico samenwerkt met ten minste één andere onderneming, kennisinstelling of publiekrechtelijke rechtspersoon en de voorwaarden voor de samenwerking schriftelijk zijn vastgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51063\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie als bedoeld in artikel 5.10.6.1, aanhef en onder a, wordt slechts aan de privaatrechtelijke rechtspersoon die het innovatiecluster exploiteert (de clusterorganisatie).</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie als bedoeld in artikel 5.10.6.1, aanhef en onder b, wordt verstrekt aan Valleybureaus en Regionale Centra voor Technologie.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Subsidie als bedoeld in artikel 5.10.6.1, aanhef en onder c, wordt verstrekt aan: gemeenten; openbare lichamen als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; privaatrechtelijke rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51064\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 200.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51065\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien de subsidiabele activiteit betrekking heeft op de realisatie, verkrijging, gebruik of beheer van onroerende zaken en infrastructuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51066\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.10.6.1 aanhef en onder a wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 27 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.10.7 Verkleinen arbeidsmarktdiscrepantie in EMT-sector</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51071\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.10.1, lid 1 onder c, van de SvG kan worden verstrekt voor het verkleinen van arbeidsmarktdiscrepanties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51072\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sector energie- en milieutechnologie, en; bij de voorbereiding en uitvoering van de activiteiten één of meerdere ondernemingen zijn betrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51073\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan: ondernemingen; verenigingen van ondernemingen; kennisinstellingen; gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51074\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 200.000,-.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.10.8 Ondersteuning Programmabureau EMT als innovatiecluster</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51081\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.10.1, lid 1 onder d, van de SvG kan worden verstrekt voor: de bouw of het upgraden van een innovatiecluster; het exploiteren van een innovatiecluster.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51082\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien de subsidiabele activiteit plaatsvindt ten behoeve van de sector energie- en milieutechnologie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51083\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan de Stichting Kennis en Innovatie in Energie- en Milieu Technologie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51084\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.8.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 500.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51085\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.8.5</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 27 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.10.9 Aanjagen en stimuleren van regionale gebiedsontwikkeling</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51091\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.10.1, lid 1 onder e, van de SvG kan worden verstrekt voor activiteiten die betrekking hebben op de fysieke realisatie van incubators, bedrijfsverzamelgebouwen of gedeelde onderzoeksfaciliteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51092\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sector energie- en milieutechnologie, en; de bij de subsidiabele activiteit betrokken publieke en private partijen hun samenwerkingsafspraken schriftelijk hebben vastgelegd en daarbij ten minste regelingen hebben getroffen terzake de financiering van de voorgenomen fysieke realisatie en de verdeling van financiële risico's.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51093\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.9.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking: het opstellen van een ruimtelijk-planologische visie of een ruimtelijk plan; het opstellen van een business case; het financieren van een onrendabele top in de vorm van kosten van gebouwen en grond voor zover en voor zolang zij voor industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling worden gebruikt. Wat gebouwen betreft, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als subsidiabele kosten beschouwd. Wat grond betreft, komen de kosten voor de commerciële overdracht of daadwerkelijk gemaakte kapitaalkosten in aanmerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51094\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.9.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan: gemeenten; openbare lichamen als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; privaatrechtelijke rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51095\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.9.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 100.000,- voor kosten als bedoeld in artikel 5.10.9.3, aanhef en onder a of b.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidie voor kosten als bedoeld in artikel 5.10.9.3, aanhef en onder c, bedraagt ten hoogste:</p>\n<p class=\"lf-p\">50% van de subsidiabele kosten indien en voor zover de betreffende gebouwen en grond worden gebruikt voor industrieel onderzoek;</p>\n<p class=\"lf-p\">25% van de subsidiabele kosten indien en voor zover de betreffende gebouwen en grond worden gebruikt voor experimentele ontwikkeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51096\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.9.6</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien: niet uit een marktonderzoek het nut, de noodzaak en de realiseerbaarheid van de subsidiabele activiteit volgt; de uitgangspunten van de subsidiabele activiteit niet in overleg met de provincie zijn opgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51097\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.9.7</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie ten behoeve van de onrendabele top in de zin van artikel 5.10.9.3, aanhef en onder c, wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 25 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.10.10 Tenderregeling BioBest</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.10.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.10.1, lid 1 onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor de ontwikkeling van biobased products.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.10.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan MKB-ondernemingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510103\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.10.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG wordt bij de aanvraag in elk geval een toelichting verstrekt in de vorm van een projectplan op de in artikel 5.10.10.4 opgenomen criteria en een planning.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bij nader besluit wordt een termijn als bedoeld in artikel 1.5, eerste lid, van de AsG vastgesteld waarbinnen aanvragen van subsidie moeten worden ingediend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510104\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.10.4</span><span class=\"lf-art-t\">Selectie criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Bij de verdeling van de beschikbare middelen krijgen die activiteiten voorrang die: ten opzichte van activiteiten van andere aanvragers in hogere mate leiden tot vervanging van aardolie als grondstof voor het betreffende product; aantoonbare marktpotentie hebben in die zin dat met behulp van een business case is onderbouwd dat de terugverdientijd ligt binnen 5 jaar na indiening van de subsidieaanvraag; leiden tot de ontwikkeling van een biobased product binnen één jaar na subsidieverlening ten behoeve van de betreffende ontwikkeling; resulteren in een biobased product dat ten opzichte van activiteiten van andere aanvragers in hogere mate onderscheidend is wat betreft presentatie en vormgeving; in samenwerking met de creatieve industrie worden verricht; in hogere mate in house door medewerkers van aanvrager worden verricht ten opzichte van activiteiten van andere aanvragers; in hogere mate in samenwerking met kennisinstellingen plaatsvinden; leiden tot een hogere mate van herbruikbaarheid van het product, productonderdelen of materiaal als gevolg van het ontwerp als zodanig; voorzien in de wijze waarop het biobased product na ontwikkeling kan worden geproduceerd en afgezet op de markt; leiden tot biobased products die in hogere mate in de praktijk toepasbaar zijn op vergelijkbare of afgeleide wijze.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De mate waarin aan de in het eerste lid genoemde onderdelen a tot en met j wordt voldaan, wordt door middel van de toekenning van punten gewaardeerd waarbij per onderdeel maximaal 10 punten wordt toegekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510105\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.10.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50 % van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 150.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510106\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.10.6</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien de aanvragen ingevolge de waardering als bedoeld in artikel 5.10.10.4, tweede lid, minder dan 55 punten krijgen toegekend.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.10.11 Haalbaarheidsstudie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.11.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.10.1, tweede lid, van de SvG kan worden verstrekt voor het doen uitvoeren van haalbaarheidsstudies voor nieuw te ontwikkelen installaties en infrastructuur gericht op energiebesparing of de opwek van hernieuwbare energie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.11.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien een haalbaarheidsonderzoek, als bedoeld in artikel 5.10.11.1 het volgende bevat: een beschrijving van de projectopzet; een opgave van de deelnemende of anderszins te betrekken partijen; een omschrijving van hun rol in het project; het vermogen en de energieopbrengst (in Joules); de globale kosten en baten; een schatting van de opbrengst in termen van CO2-emissiebeperking; en eventuele andere milieueffecten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.11.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen uitsluitend de kosten van de studie in aanmerking die worden gemaakt door de opsteller van de haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 5.10.11.1.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.11.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan: de stichting Programmabureau EMT; de regionale centra voor technologie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.11.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie voor de aanvrager als bedoeld in artikel 5.10.11.3, aanhef en onder a, bedraagt ten hoogste € 200.000,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Subsidie voor de aanvrager als bedoeld in artikel 5.10.11.3, aanhef en onder b, bedraagt ten hoogste € 50.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510116\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.11.6</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht om: per onderneming ten behoeve waarvan de subsidiabele activiteit wordt uitgevoerd maximaal € 25.000,- te verstrekken; de onderneming, ten behoeve waarvan de subsidiabele activiteit wordt uitgevoerd, te verplichten om ten minste 50% van de kosten van de subsidiabele activiteit zelf te dragen; de opdracht tot uitvoering van de subsidiabele activiteit te verstrekken binnen een jaar nadat de subsidie is verleend; ervoor zorg te dragen dat de subsidiabele activiteit binnen een jaar na het verlenen van de opdracht is voltooid; en het haalbaarheidsonderzoek openbaar te maken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510117\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.11.7</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 25 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.10.12 Businesscase</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.12.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.10.1, tweede lid, van de SvG kan worden verstrekt voor het opstellen van een business case voor: het realiseren van installaties en energie infrastructuur gericht op energiebesparing of de opwek van hernieuwbare energie; het oprichten van een lokaal duurzaam energiebedrijf gericht op energiebesparing of de opwek van hernieuwbare energie; of een Energy Service Company gericht op energiebesparing of de opwek van hernieuwbare energie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.12.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien de business case, als bedoeld in artikel 5.10.12.1 het volgende bevat: een toelichting op de hoedanigheid van de aanvrager, waaronder in ieder geval de juridische en de bestuurlijke structuur en een opgave van de partners; een haalbaarheidsanalyse; een financiële haalbaarheidsanalyse waarbij de volgende zaken worden meegenomen: projecties van de winst- en verliesrekening over een periode van 5 jaar; projecties van de balans over een periode van 5 jaar; een liquiditeitsprognose per maand over een periode van 2 jaar; een omschrijving van de betrokken patenten; en een beschrijving van de gegenereerde energieopbrengst, een beschrijving van het opgewekte vermogen en een schatting van het resultaat in joules; de beoogde locatie van de installaties en energie infrastructuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.12.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen niet in aanmerking:</p>\n<p class=\"lf-p\">Kosten voor eigen personele inzet van de onderneming ten behoeve waarvan de businesscase wordt gemaakt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kosten van communicatie en het werven van leden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kosten voor energiescans bij woningen of bedrijven;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kosten voor automatisering;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kosten voor de bouw van installaties en energie infrastructuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510124\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.12.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten, met een minimum van € 7.500,- en een maximum van € 25.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510125\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.12.5</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie-ontvanger is verplicht om de business case openbaar te maken.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.10.13 Lokale hernieuwbare energieprojecten en participatie doornatuurlijke personen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510131\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.13.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.10.1, tweede lid onder b, van de SvG kan worden verstrekt voor de uitvoering van lokale hernieuwbare energieprojecten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510132\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.13.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien de projecten, als bedoeld in artikel 5.10.13.1, voldoen aan de volgende voorwaarden: minimaal 50 natuurlijke personen nemen deel middels een financiële bijdrage; de financiële deelname van voornoemde personen bedraagt minstens 25% van de subsidiabele kosten; de bijdrage per natuurlijk persoon bedraagt minimaal € 50,-; het lokale hernieuwbare energieproject heeft een terugverdientijd van minimaal vijf jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510133\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.13.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan lokale duurzame energiebedrijven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510134\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.13.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG wordt bij de aanvraag een document verstrekt met een overzicht van NAW-gegevens van de deelnemende natuurlijke personen en van de hoogte van het ingezette bedrag per natuurlijke persoon.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510135\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.13.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 25% van de subsidiabele kosten, met een minimum van € 5.000,- en een maximum van € 200.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510136\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.13.6</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd: indien minder dan 50 natuurlijke personen financieel deelnemen; indien de financiële deelname van voornoemde personen minder dan 25% van de subsidiabele kosten bedraagt; indien de bijdrage per natuurlijk persoon niet minimaal € 50,- bedraagt; voor lokale hernieuwbare energieprojecten met een terugverdientijd van minder dan vijf jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510137\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.13.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht om ervoor zorg te dragen dat de bijdrage van natuurlijke personen, als genoemd in artikel 5.10.13.4, minimaal 5 jaar beschikbaar blijft voor de subsidiabele activiteit.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.10.14 Woningisolatie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510141\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.14.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.10.1, tweede lid onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor het verstrekken van subsidie voor woningisolatie van koopwoningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510142\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.14.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien de aanvrager beschikt over een subsidieregeling op grond waarvan aan een eigenaar-bewoner subsidie kan worden verstrekt voor: het aanbrengen van vloerisolatie met een Rd-waarde van minimaal 2,5 m² K/W; het aanbrengen van dakisolatie met een Rd-waarde van minimaal 2,5 m² K/W, waarbij isolatie van de vloer van een niet-verwarmde vliering wordt beschouwd als dakisolatie; het aanbrengen van muurisolatie door middel van het aanbrengen van spouwmuurisolatie in de bestaande spouw, of door middel van het aanbrengen van andere gevelisolatie waarbij de Rd-waarde 2,5 m² K/W is; of het vervangen van bestaand glas door HR++-glas.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510143\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.14.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510144\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.14.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt niet meer dan een derde van de subsidiabele kosten per koopwoning met een maximum van € 500,- per koopwoning.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien de aanvrager een isolatiesubsidie verstrekt aan ten minste zes eigenaren van koopwoningen binnen de gemeente, waarbij iedere eigenaar-bewoner de aanvraag moet ondertekenen, bedraagt de subsidie niet meer dan een derde van de subsidiabele kosten per koopwoning met een maximum van € 750,- per koopwoning.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het aantal koopwoningen dat voor subsidie in aanmerking komt bedraagt maximaal 20% van het aantal woningen dat binnen de gemeente voldoet aan de criteria van artikel 5.10.14.2. onder b en c.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510145\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.14.5</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager is verplicht om in de subsidieregeling als bedoeld in artikel 5.10.14.2 te bepalen dat: de subsidie aangevraagd wordt door de eigenaar-bewoner van de koopwoning waaraan de subsidie ten goede komt; de subsidie aangevraagd wordt voor 31 december 2015; de subsidie uitsluitend wordt verstrekt voor isolatie van woningen die een woonbestemming hebben.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.10.15 Masterplan bodemenergie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510151\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.15.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.10.1, tweede lid, van de SvG kan worden verstrekt voor het doen opstellen van een masterplan bodemenergie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510152\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.15.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De kosten voor eigen personele inzet van de aanvrager komen niet voor subsidie in aanmerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510153\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.15.3</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien de subsidiabele activiteit gericht is op het: voorkomen van de negatieve onderlinge beïnvloeding van bodemenergiesystemen; voorkomen van negatieve beïnvloeding van andere bodemfuncties door bodemenergiesystemen; of benutten van positieve interactie tussen bodemenergiesystemen onderling en tussen bodemenergiesystemen en ander bodemgebruik.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510154\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.15.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510155\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.15.5</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 10.000,-.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.10.16 Rijden op biogas: bedrijfsmatig te gebruiken wegvervoermiddelen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510161\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.16.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.10.1, tweede lid, van de SvG kan worden verstrekt voor de aanschaf van nieuwe wegvervoermiddelen die geschikt zijn voor het rijden op CNG, groen gas, LNG of LBG.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510162\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.16.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen de extra investeringskosten voor een wegvervoermiddel dat rijdt op CNG, groen gas, LNG of LBG, ten opzichte van de investeringskosten voor een vergelijkbaar wegvervoermiddel dat op diesel of benzine rijdt in aanmerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510163\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.16.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt verstrekt aan: ondernemingen; publiekrechtelijke rechtspersonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510164\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.16.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 35% van de subsidiabele kosten indien het betrokken wegvervoermiddel een massa heeft van: minder dan 3500 kilogram en rijdt op CNG, groen gas, LNG of LBG, met een maximum van € 2.000,- per wegvervoermiddel en met een totaal maximum, indien aanvrager meerdere wegvervoermiddelen aanschaft, van € 12.000,-; meer dan 3500 kilogram en rijdt op CNG of groen gas, met een maximum van € 6000,- per wegvervoermiddel en met een totaal maximum, indien aanvrager meerdere wegvervoermiddelen aanschaft, van € 30.000,-; meer dan 3500 kilogram en rijdt op LNG of LBG, met een maximum van € 15.000,- per wegvervoermiddel, en met een totaal maximum, indien aanvrager meerdere wegvervoermiddelen aanschaft, van € 60.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510165\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.16.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien: voertuigen in het kader van een concessie tussen een overheidsinstantie en een aanvrager worden aangeschaft; de aanvrager subsidie ontvangt, op basis van andere soortgelijke subsidieregelingen, voor hetzelfde wegvervoermiddel of dezelfde wegvervoermiddelen als waarvoor aanvrager onderhavige subsidie aanvraagt, waardoor de totale subsidie, te weten de subsidie die aanvrager wenst te ontvangen op basis van deze regeling en mogelijke andere soortgelijke subsidieregelingen, boven de maximale subsidiehoogte komt zoals beschreven in artikel 5.10.16.4; of de aanvrager het (de) wegvervoermiddel(en) heeft aangeschaft vóór het moment van inwerkingtreding van deze regels.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510166\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.16.6</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht kentekenhouder te worden van het aan te schaffen voertuig.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510167\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.16.7</span><span class=\"lf-art-t\">Communautair toetsingskader</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 36 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.10.17 Rijden op biogas: particulieren</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510171\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.17.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.10.1, tweede lid, van de SvG kan worden verstrekt voor de aanschaf van nieuwe wegvervoermiddelen die geschikt zijn voor het rijden op CNG, groen gas, LNG of LBG.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510172\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.17.2</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen de extra investeringskosten voor een wegvervoermiddel dat rijdt op CNG, groen gas, LNG of LBG, ten opzichte van de investeringskosten voor een vergelijkbaar wegvervoermiddel dat op diesel of benzine rijdt in aanmerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510173\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.17.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvrager</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt aan particulieren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510174\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.17.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste € 1.000,- per wegvervoermiddel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510175\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.17.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgrond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien: subsidie wordt aangevraagd voor meer dan één wegvervoermiddel; of de aanvrager het (de) wegvervoermiddel(en) heeft aangeschaft vóór het moment van inwerkingtreding van deze regels.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510176\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.17.6</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger is verplicht kentekenhouder te worden van het aan te schaffen voertuig.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 5.10.18 Warmtekrachtkoppeling, warmtepomp of gaswarmtepomp</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510181\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.18.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie als bedoeld in artikel 5.10.1, tweede lid, van de SvG kan worden verstrekt voor de aanschaf en installatie van een mini warmtekrachtkoppelingsinstallatie, een warmtepomp of een gaswarmtepomp.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510182\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.18.2</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de mini warmtekrachtkoppelingsinstallatie, de warmtepomp of de gaswarmtepomp een terugverdientijd heeft van meer dan vijf jaren; het geraamde energieverbruik over de gehele terugverdientijd, uitgedrukt in petajoules, bij het gebruik van de mini warmtekrachtkoppelingsinstallatie, de warmtepomp of de gaswarmtepomp, niet minimaal 20% minder is dan het geraamde energieverbruik over deze periode wanneer er geen gebruik wordt gemaakt van voormelde installaties, hetgeen is aangetoond door een onafhankelijke deskundige.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510183\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.18.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidie komen in aanmerking de kosten voor: aanschaf van de mini warmtekrachtkoppelingsinstallatie, de warmtepomp of de gaswarmtepomp; inhuur van het bedrijf dat de mini warmtekrachtkoppelingsinstallatie, de waterpomp of de gaswarmtepomp installeert.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510184\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.10.18.4</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4></div>", "next": 239826}