{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">1C: KernBodegraven 1C: KernBodegraven 1D: Oudedorp Zoetermeer 1D: Oudedorp Zoetermeer 1E: Historische bebouwing Alphen a/dRijn 1E: Historische bebouwing Alphen a/dRijn 2: Historische bebouwing Krimpenerwaard 2: Historische bebouwing Krimpenerwaard 3: Historische bebouwing zeekleipolders 3: Historische bebouwing zeekleipolders 4A: Oudebebouwing 1900-1940 Gouda,Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop 4A: Oudebebouwing 1900-1940 Gouda,Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop 4B: Oude bebouwing 1900-1940 Alphen a/d Rijn 4B: Oude bebouwing 1900-1940 Alphen a/d Rijn 5: Uitbreidingen 1940-1990 (noord+oost) 5: Uitbreidingen 1940-1990 (noord+oost) 6: Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) 6: Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) 7: Recente uitbreidingen na 1970 à 1990 (hele regio) 7: Recente uitbreidingen na 1970 à 1990 (hele regio) Tabel 2.4 Voorlopige indeling deelgebieden (vervolg) Voorlopig deelgebieden Bovengrond (0-0,5 m-mv) Voorlopig deelgebieden Ondergrond (0,5-2,0 m-mv) 8A: Lintbebouwing veenweidegebied 8A: Lintbebouwing veenweidegebied 8B: Lintbebouwing Oude Rijn 8B: Lintbebouwing Oude Rijn 9: Lintbebouwing op toemaakdek 9: Lintbebouwing op toemaakdek 10: Lintbebouwing Krimpenerwaard 10: Lintbebouwing Krimpenerwaard 11: Dijkbebouwing Krimpenerwaard 11: Dijkbebouwing Krimpenerwaard 12: Lintbebouwing zeekleipolders 12: Lintbebouwing zeekleipolders 13: Oudeindustrie 13: Oudeindustrie 14: Lichteindustrie en bedrijven 14: Lichteindustrie en bedrijven 15: Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen 15: Kantoren, bedrijven na 1990 enkassen 16: Buitengebied zeekleipolders incl rand 16 t/m 19: Buitengebied 17: Buitengebied toemaakdek 18: Buitengebied boomkwekerijen 19: Buitengebied overig 2.3 Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensverwerking 2.3.1 Selecteren beschikbare gegevens De gegevens voor de bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig uit de volgende bronnen:</p>\n<p class=\"lf-p\">NAZCA-database van de ODMH (dd 23 juni 2015), aangevuld met gegevens van de bodemkwaliteitskaart Lopikerwaard [13] en bodemkwaliteitskaart Westergouwe [12].</p>\n<p class=\"lf-p\">SquitBodem-database van de ODWH (gegevens voormalige gemeente Alphen aan den Rijn en Rijnwoude) (dd 19 februari 2015), aangevuld met ontbrekende analysegegevens van 55 onderzoeken door middel van invoer door de ODMH.</p>\n<p class=\"lf-p\">SquitBodem-database van de gemeente Zoetermeer (dd 14 juli 2015).</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegevens landelijk gebied provincie Zuid-Holland in Excel-format inclusief gegevens bestrijdingsmiddelen voor de zone “Landelijk gebied Boskoop (boomkwekerijen)” (dd dec 2004) [11].</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegevens Alterra, rapport 1433, 2007 [14].</p>\n<p class=\"lf-p\">Resultaten aanvullend bodemonderzoek LievenseCSO (uitgevoerd in augustus 2015) [19].</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens uit de Nazca-database van de Omgevingsdienst Midden-Holland zijn voor het grootste deel geschikt voor de bodemkwaliteitskaart. De Omgevingsdienst beoordeelt bij invoer van de gegevens in Nazca al of deze representatief zijn voor de bepaling van de diffuse bodemkwaliteit. Alleen als ze beoordeeld worden als geschikt, worden de analysegegevens ingevoerd. Alleen de waarnemingen met een rapportdatum vanaf 1 januari 2000 zijn meegenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bodemkwaliteitskaart van de Lopikerwaardbevat een aantal waarnemingen die binnen de regio Midden-Holland liggen. Deze gegevens zijn niet in de Nazca-database opgenomen. De analysegegevens van de betreffende 6 boorpunten zijn meegenomen. Ook de waarnemingen van de bodemkwaliteitskaart van Westergouwe zijn niet in de Nazca- database opgenomen. De betreffende waarnemingen zijn meegenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens van de voormalige gemeenten Alphen aan den Rijn en Rijnwoude zijn opgenomen in de SquitBodem-database van de Omgevingsdienst West-Holland en bevat zowel geschikte als ongeschikte waarnemingen. In bijlage 3 is een overzicht opgenomen van de selecties die in het bodeminformatiesysteem zijn uitgevoerd om tot een representatieve dataset voor de bodemkwaliteitskaart te komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De SquitBodem-database van de gemeente Zoetermeer bevat zowel geschikte als ongeschikte waarnemingen. Selectie van geschikte gegevens is op dezelfde wijze uitgevoerd als de selectie van de gegevens van Alphen aan den Rijn en Rijnwoude. In bijlage 3 is deze selectiemethode toegelicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van het landelijk gebied is data beschikbaar die de provincie in 2004 verzameld heeft (door middel van het uitvoeren van veldwerk) voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart voor het landelijk gebied. Van deze waarnemingen zijn de exacte coördinaten niet bekend. Wel is per monster aangegeven in welke zone de waarneming valt. Evenals 5 jaar geleden heeft de Omgevingsdienst aangegeven van de zones die (deels) in hun beheergebied liggen alle waarnemingen mee te willen nemen. Dus ook de waarnemingen die bij de betreffende zones horen maar die formeel buiten het beheergebied van de Omgevingsdienst vallen. Dit is gerechtvaardigd omdat de zones homogeen zijn en de grenzen van de regio overschrijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens die in het kader van het aanvullend bodemonderzoek door LievenseCSO in augustus 2015 zijn verzameld zijn rechtstreeks overgenomen in de dataset.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3.2 Het samenvoegen van punt- en mengmonsters De dataset voor de bodemkwaliteitskaart bestaat uit meng- en puntmonsters met analysegegevens. De landelijke IPO Werkgroep Achtergrondgehalten heeft onderzocht wat de invloed is van het meenemen van zowel punt- als mengmonsters op de berekening van percentielwaarden [9] van de analysegegevens. De resultaten laten zien dat percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met analysegegevens van zowel punt- als mengmonsters, vrijwel identiek zijn aan percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met analysegegevens van alléén mengmonsters. Er bestaan daarom geen praktische bezwaren tegen het berekenen van de bodemkwaliteit uit een bestand met analysegegevens, afkomstig van zowel punt- als mengmonsters. In dit project zijn de analysegegevens van de mengmonsters eenmaal meegenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3.3 Het vervangen van waarden beneden de detectielimiet Bij analyses komt het vaak voor dat een bepaalde stof in het grond(meng)monster aanwezig is in een concentratie beneden de detectiegrens van de gangbare analyseapparatuur. Hoewel de werkelijke waarde onbekend is (de waarde kan variëren van nul tot de detectielimiet) leveren deze monsters wel waardevolle informatie voor de gemiddelde bodemkwaliteit in een gebied. Voor deze analyses is de methode van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten gehanteerd. Deze methode houdt in dat de gerapporteerde detectielimieten worden vermenigvuldigd met een factor 0,7 om tot een rekenwaarde te komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opgegeven detectielimiet van een bepaalde stof verschilt van rapport tot rapport. Verhoogde detectielimieten komen voor bij verstoringen in de grond(meng)monstermatrix.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast zijn de detectielimieten in de loop der jaren lager geworden doordat nauwkeurigere analyseapparatuur beschikbaar is gekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3.4 Het opsporen van uitbijters Ondanks dat er representatieve analysegegevens zijn geselecteerd, kan er sprake zijn van uitschieters in de dataset: extreem hoge gehalten als gevolg van bijvoorbeeld typefouten tijdens de invoer, onbetrouwbare analyses of lokale verontreinigingen door puntbronnen die niet als zodanig in het bodeminformatiesysteem zijn aangegeven. Hierbij worden vaak bij meerdere stoffen in hetzelfde monster relatief hoge gehalten aangetroffen. Per deelgebied en per stof zijn met een visuele methode (scatterplots) extreme gehalten gemarkeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de uitschieters tot een puntbron, type- of meetfout zijn te herleiden of als niet- representatief zijn beoordeeld in vergelijking met de andere resultaten van dat deelgebied, zijn de analyseresultaten uit het bestand verwijderd of aangepast. In bijlage 4 is een overzicht van de uiteindelijk verwijderde uitbijters opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.4 Stap 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en voorlopige deelgebieden (2/2) In samenspraak met de Omgevingsdienst Midden-Holland en de gemeente Alphen aan den Rijn is besloten om in aanvulling op de indeling van de deelgebieden (zie § 2.2) de vastgestelde kwaliteitsklasse op basis van de actuele dataset deels als gebiedsonderscheidend kenmerk te beoordelen. Hierdoor kunnen enkele deelgebieden samengevoegd worden. Deze deelgebieden worden hierdoor groter en robuuster en in de praktijk beter handhaafbaar. Ook wordt de bodemkwaliteit per deelgebied beter onderbouwd omdat er meer analysegegevens beschikbaar zijn. Twee deelgebieden (1E en 4B) met een vergelijkbare kwaliteit en bodemfunctie zijn samengevoegd. In tabel 2.5 is een overzicht opgenomen van de definitieve indeling in deelgebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2.5 Definitieve indeling deelgebieden Voorlopig deelgebied Voorlopige kwaliteitsklasse Samengevoegd deelgebied Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveldtot en met 0,5 meter diepte) 1A: Binnenstad Gouda Industrie 1A: Binnenstad Gouda 1B: Binnenstad Schoonhoven Industrie 1B: Binnenstad Schoonhoven 1C: KernBodegraven Wonen 1C: KernBodegraven 1D: Oudedorp Zoetermeer Industrie 1D: Oudedorp Zoetermeer 1E: Historische bebouwing Alphena/d Rijn Wonen 1E: Historische en oude bebouwing &lt;1940 Alphen a/d Rijn 4B: Oude bebouwing 1900-1940 Alphen a/d Rijn Wonen 2: Historische bebouwing Krimpenerwaard Industrie 2: Historische bebouwing Krimpenerwaard 3: Historische bebouwing zeekleipolders Industrie 3: Historische bebouwing zeekleipolders 4A: Oudebebouwing 1900-1940 Gouda,Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop Wonen 4: Oude bebouwing 1900-1940 Gouda, Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop 5: Uitbreidingen 1940-1990 (noord+oost) Wonen 5: Uitbreidingen 1940-1990 (noord+oost) 6: Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) Wonen 6: Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) 7: Recente uitbreidingen na 1970 à 1990 (heleregio) Landbouw/natuur 7: Recente uitbreidingen na 1970 à 1990 (hele regio) Tabel 2.5 Definitieve indeling deelgebieden (vervolg) Voorlopig deelgebied Voorlopige kwaliteitsklasse Samengevoegd deelgebied Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveldtot en met 0,5 meter diepte) 8A: Lintbebouwing veenweidegebied Wonen 8A: Lintbebouwing veenweidegebied 8B: Lintbebouwing Oude Rijn Wonen 8B: Lintbebouwing Oude Rijn 9: Lintbebouwing op toemaakdek Industrie 9: Lintbebouwing op toemaakdek 10: Lintbebouwing Krimpenerwaard Wonen 10: Lintbebouwing Krimpenerwaard 11: Dijkbebouwing Krimpenerwaard Wonen 11: Dijkbebouwing Krimpenerwaard 12: Lintbebouwing zeekleipolders Wonen 12: Lintbebouwing zeekleipolders 13: Oudeindustrie Industrie 13: Oudeindustrie 14: Lichteindustrie en bedrijven Wonen 14: Lichteindustrie en bedrijven 15: Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen Landbouw/natuur 15: Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen 16: Buitengebied zeekleipolders incl rand Landbouw/natuur 16: Buitengebied zeekleipolders incl rand 17: Buitengebied toemaakdek Industrie 17: Buitengebied toemaakdek 18: Buitengebied boomkwekerijen Wonen 18: Buitengebied boomkwekerijen 19: Buitengebied overig Wonen 19: Buitengebied overig Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) 1A: Binnenstad Gouda Industrie 1A: Binnenstad Gouda 1B: Binnenstad Schoonhoven Industrie 1B: Binnenstad Schoonhoven 1C: KernBodegraven Wonen 1C: KernBodegraven 1D: Oudedorp Zoetermeer Wonen 1D: Oudedorp Zoetermeer 1E: Historische bebouwing Alphen a/d Rijn</p>\n<p class=\"lf-p\">Wonen 1E: Historische en oude bebouwing &lt;1940 Alphen a/d Rijn 4B: Oude bebouwing 1900-1940 Alphen a/d Rijn Wonen 2: Historische bebouwing Krimpenerwaard Industrie 2: Historische bebouwing Krimpenerwaard 3: Historische bebouwing zeekleipolders Wonen 3: Historische bebouwing zeekleipolders 4A: Oudebebouwing 1900-1940 Gouda,Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop Wonen 4: Oude bebouwing 1900-1940 Gouda, Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop 5: Uitbreidingen 1940-1990 (noord + oost) Landbouw/natuur 5: Uitbreidingen 1940-1990 (noord + oost) 6: Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) Wonen 6: Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) 7: Recente uitbreidingen na 1970 à 1990 (hele regio) Landbouw/natuur 7: Recente uitbreidingen na 1970 à 1990 (hele regio) 8A: Lintbebouwing veenweidegebied Wonen 8A: Lintbebouwing veenweidegebied 8B: Lintbebouwing Oude Rijn Wonen 8B: Lintbebouwing Oude Rijn 9: Lintbebouwing op toemaakdek Wonen 9: Lintbebouwing op toemaakdek 10: Lintbebouwing Krimpenerwaard Landbouw/natuur 10: Lintbebouwing Krimpenerwaard 11: Dijkbebouwing Krimpenerwaard Wonen 11: Dijkbebouwing Krimpenerwaard 12: Lintbebouwing zeekleipolders Wonen 12: Lintbebouwing zeekleipolders 13: Oudeindustrie Wonen 13: Oudeindustrie 14: Lichteindustrie en bedrijven Landbouw/natuur 14: Lichteindustrie en bedrijven 15: Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen Landbouw/natuur 15: Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen 16 t/m 19: Buitengebied Landbouw/natuur 16 t/m 19: Buitengebied 2.5 Stap 5: Controle indeling beheergebied in deelgebieden (1/2) De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt de volgende minimale eisen 12 Voor barium, kobalt en molybdeen gelden onder bepaalde voorwaarden afwijkende eisen. [8] aan het aantal waarnemingen per deelgebied:</p>\n<p class=\"lf-p\">Per deelgebied zijn voor alle stoffen ten minste 20 waarnemingen beschikbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarnemingen liggen voldoende verspreid over het deelgebied:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor aaneengesloten deelgebieden bij een systematische indeling in 20 vakken zijn in tenminste 10 vakken één of meer waarnemingen beschikbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elk niet-aaneengesloten deel van een deelgebied zijn ten minste 3 waarnemingen beschikbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na het samenstellen van de dataset voor de bodemkwaliteitskaart en het voorbewerken van de gegevens bleek dat een aantal deelgebieden niet aan de voornoemde minimumeisen van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten voldeden. Daarom is stap 6 uitgevoerd (§ 2.6).</p>\n<p class=\"lf-p\">2.6 Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie Voor de deelgebieden in de gemeente Alphen aan den Rijn waar nog onvoldoende waarnemingen beschikbaar waren, is een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd [19]. Voor de deelgebieden in de overige gemeenten is bij het opstellen van de huidige bodemkwaliteitskaart [15] een grootschalig aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd om tekort aan waarnemingen aan te vullen en zijn nu geen extra waarnemingen verzameld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aanvullend bodemonderzoek is zo opgezet, dat voor alle deelgebieden wordt voldaan aan de eis van minimaal 20 waarnemingen per deelgebied. Ook is rekening gehouden met de eis uit de Richtlijn dat de waarnemingen goed verspreid moeten liggen over de deelgebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De resultaten van het aanvullend bodemonderzoek zijn op dezelfde wijze bewerkt als de overige delen van de dataset (§ 2.3) en daarbij ook aan een uitbijteranalyse onderworpen. Alle resultaten van het bodemonderzoek zijn als representatief beoordeeld en toegevoegd aan de dataset van de bodemkwaliteitskaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.7 Stap 5: Controle indeling beheergebied in deelgebieden (2/2) 2.7.1 Aantal waarnemingen Een overzicht van het aantal analysewaarden per stof per bodemkwaliteitszone staat in bijlage 5 (kolom ‘N’). Voor het grootste deel voldoen de deelgebieden aan de eisen die de Richtlijn stelt aan het aantal waarnemingen en de spreiding van de waarnemingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conform de Richtlijn Bodemkwaliteitskaarten dienen voor ieder niet-aaneengesloten deel van een deelgebied tenminste drie waarnemingen beschikbaar te zijn. Voor het merendeel van de deelgebieden wordt deze eis gehaald. Er zijn echter enkele relatief kleine gebieden waarvoor deze eis niet wordt gehaald. Dit is reeds onderkend bij het doen van aanvullend veldwerk voor de huidige bodemkwaliteitskaart [15] in 2009. Het zou een onevenredig zware inspanning eisen en daardoor financieel onverantwoord zijn om met gemeenschapsgeld in elk klein afzonderlijk gebied 3 waarnemingen te verkrijgen. Hoewel de dataset door het beschikbaar komen van in de afgelopen jaren uitgevoerde bodemonderzoeken nog verder is aangevuld zijn er nog steeds niet-aaneengesloten delen van deelgebieden waarvoor formeel niet aan deze eis voldaan wordt. Omdat de eis van minimaal 20 waarnemingen per zone wel ruimschoots wordt behaald (in de meeste zones zelfs meer dan 100 waarnemingen voor de kritische stoffen) word de betrouwbaarheid voor de kleine afzonderlijke deelgebieden als voldoende beschouwd. Bovendien zijn de gebieden dermate klein dat er niet veel grondverzet zal zijn, zodat risico’s van ongewenst grondverzet te verwaarlozen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.7.2 Splitsen en samenvoegen van deelgebieden Splitsen van deelgebieden Op stofniveau is bekeken of er een ruimtelijke clustering aanwezig is van hoge of lage gehalten. Op basis van ervaringen van LievenseCSO bij andere bodemkwaliteitskaarten is de ruimtelijke clustering onderzocht wanneer zware metalen en minerale olie een variatiecoëfficiënt hoger dan 1,5 hebben en de stofgroepen polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en polychloorbifenylen (PCB) een variatiecoëfficiënt hoger dan 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een hoge variatiecoëfficiënt is een indicatie van een mogelijke ruimtelijke clustering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het overzicht van de variatiecoëfficiënten is opgenomen in bijlage 5 (kolom ‘VC’). Hieruit blijkt, dat in veel van de deelgebieden voor enkele stoffen hoge variatiecoëfficiënten voorkomen. Deze zijn samengevat in tabel 2.6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2.6 Deelgebieden met hoge variatiecoëfficiënten voor één of meer stoffen Deelgebied Stoffen (VC) Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveldtot en met 0,5 meter diepte) 1A: Binnenstad Gouda Kwik (1,53),Lood (1,51) en PCB (2,2) 1B: Binnenstad Schoonhoven Lood (1,55) 1E: Historische en oude bebouwing &lt; 1940 Alphena/d Rijn Kwik (1,51)en PAK (2,48) 2: Historische bebouwing Krimpenerwaard Koper (2,3),Kwik (1,67) en PAK (2,43) 3: Historische bebouwing zeekleipolders PCB (3,29) 4: Oudebebouwing 1900-1940 Gouda,Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop Koper (2,14), PAK (3,53) en Minerale oile (1,51) 5: Uitbreidingen 1940-1990 (noord+oost) PAK (2,05) 6: Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) PAK (2,74) 7: Recente uitbreidingen na 1970 à1990 (hele regio) Kwik (1,56)en PAK (3,26) 8A: Lintbebouwing veenweidegebied Molybdeen (1,75) en PAK (2,39) 8B: Lintbebouwing Oude Rijn PCB (2,43) 9: Lintbebouwing op toemaakdek Cadmium (1,62)en Molybdeen (1,62) 10: Lintbebouwing Krimpenerwaard PAK (2,31) 11: Dijkbebouwing Krimpenerwaard Lood (1,87) 13: Oudeindustrie Barium (1,55),Lood (2,03) en PAK (2,14) 14: Lichteindustrie en bedrijven Kwik (3,08)en PAK (2,64) 15: Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen PAK (2,78) Tabel 2.6 Deelgebieden met hoge variatiecoëfficiënten voor één of meer stoffen (vervolg) Deelgebied Stoffen (VC) Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveldtot en met 0,5 meter diepte) 16: Buitengebied – zeekleipolders inclrand Koper (1,97), PAK (2,53) en Minerale olie (1,55) 17: Buitengebied - toemaakdek PCB (2,52),PAK (2,26) en Minerale olie(2,04) 19: Buitengebied - veenweide PAK (2,57)en Minerale olie(2,04) Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter dieptetot en met 2,0 meter diepte) 1A: Binnenstad Gouda Zink (1,56)en PAK (2,57) 1E: Historische en oude bebouwing &lt;1940 Alphen a/d Rijn PCB (2,66)en Minerale olie(2,27) 2: Historische bebouwing Krimpenerwaard PAK (4,2) 3: Historische bebouwing zeekleipolders PAK (2,36)en Minerale olie(1,55) 5: Uitbreidingen 1940-1990 (noord+oost) Kwik (1,54), PCB (2,9), PAK (2,85) en Minerale olie (2,47) 6: Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) Koper (1,97), Koper (1,56), PAK(2,83) en Minerale olie(3,53) 7: Recente uitbreidingen na 1970 à1990 (hele regio) Kwik (1,79),Lood (2,09), PAK(3,92) en Minerale olie(1,81) 8A: Lintbebouwing veenweidegebied PAK (2,63) 8B: Lintbebouwing Oude Rijn PCB (2,47),PAK (2,47) en Minerale olie (1,58) 9: Lintbebouwing op toemaakdek Cadmium (1,61),Koper (2,04), Kwik (1,53), Lood (1,56)en PAK (2,98) 10: Lintbebouwing Krimpenerwaard Koper (2,55),Lood (1,86) en PAK (4,77) 11: Dijkbebouwing Krimpenerwaard Cadmium (1,51),Koper (3,19), Kwik (3,99),</p>\n<p class=\"lf-p\">Lood (2,74),Zink (1,75),PAK (5,24)en Minerale olie(2,19) 12: Lintbebouwing zeekleipolders Zink (1,59), PCB (4,89), PAK (2,45) en Minerale olie (2,24) 13: Oudeindustrie Koper (2,43), Lood (1,74), Zink (1,7), PAK(4,74) en Minerale olie (1,83) 14: Lichteindustrie en bedrijven PCB (2,63),PAK (2,29) en Minerale olie(1,79) 15: Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen PAK (3,21)en Minerale olie(1,71) 16 t/m 19: Buitengebied Lood (1,66), PAK (4,93) en Minerale olie (1,86) Voor alle deelgebieden geldt dat deze hoge variatiecoëfficiënten worden veroorzaakt door een beperkt aantal relatief hoge waarden. De locaties waar de relatief hoge waarden zijn vastgesteld vertonen geen ruimtelijke clustering. De relatief hoge variatiecoëfficiënten geven daarmee geen aanleiding tot het splitsen van deelgebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behalve de bovenstaande controle op hoge variatiecoëfficiënten voor alle deelgebieden is op verzoek van de Omgevingsdienst nog een extra controle uitgevoerd naar de spreiding en verdeling van waarnemingen voor zink in de bovengrond voor de deelgebieden 8A en 8B. Het vermoeden bestond dat er mogelijk sprake was van een clustering en/of onevenredige verdeling van de waarnemingen voor zink voor deze twee deelgebieden, omdat beide gebieden op basis van zinkgehalten moeten worden ingedeeld in de klasse Industrie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bekeken is waar binnen de deelgebieden de hoogste zinkgehalten voorkomen en of hierbij sprake is van clustering. Dit blijkt voor beide deelgebieden niet het geval te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis hiervan is in overleg met de Omgevingsdienst besloten de deelgebieden te handhaven en geen wijzigingen door te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenvoegen van deelgebieden Alle gebieden met naoorlogse uitbreidingen van woonbebouwing zijn ingedeeld in drie deelgebieden: deelgebied 5 met uitbreidingen in de periode 1940 – 1990 in het noordoostelijk deel van het beheergebied (Gouda, Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop en Alphen aan den Rijn), deelgebied 6 met uitbreidingen in de periode 1940 – 1970 in het zuidwestelijk deel van het beheergebied (Krimpenerwaard, Zuidplas, Waddinxveen en Zoetermeer) en deelgebied 7 met alle recentere uitbreidingen in de periode vanaf 1970 à 1990 voor het gehele beheergebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op verzoek van de Omgevingsdienst is nagegaan of het mogelijk is om de deelgebieden 5, 6 en 7 te herzien en de gebieden behorende tot deze deelgebieden in te delen in twee deelgebieden: ‘Uitbreidingen 1940 – 1970’ en ‘Uitbreidingen vanaf 1970’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om dit na te gaan zijn statistische parameters bepaald voor twee delen van deelgebied 5: het deel met uitbreidingen tot 1970 en het deel met uitbreidingen tussen 1970 en 1990. Vervolgens is beoordeeld of de uitbreidingen tot 1970 op basis van deze statistische parameters samengevoegd zouden kunnen worden met de uitbreidingen van deelgebied 6 (eveneens uitbreidingen tot 1970) en of de uitbreidingen tussen 1970 en 1990 samengevoegd zouden kunnen worden met deelgebied 7 (uitbreidingen na 1970). Dit bleek niet mogelijk te zijn. Daarom is in overleg met Omgevingsdienst besloten om de drie oorspronkelijke deelgebieden te handhaven en alleen één gebied in Gouda (uitbreiding net na 1990, oorspronkelijk ingedeeld in deelgebied 5) toe te voegen aan deelgebied 7.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.7.3 Definitieve gebiedsindeling Op basis van de uitgevoerde stappen 1 t/m 6 van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten zijn op het grondgebied van de gemeenten in de regio Midden-Holland en de gemeente Zoetermeer voor zowel de boven- als de ondergrond deelgebieden gedefinieerd. Alle (definitieve) deelgebieden voldoen aan de minimumeisen voor het aantal en grotendeels ook voor de spreiding van de waarnemingen volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (zie § 2.7).</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze definitieve deelgebieden worden de bodemkwaliteitszones. Deze zijn opgenomen in onderstaande tabel 2.7 en in kaartbijlage 7 op kaart weergegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2.7 Onderscheiden definitieve deelgebieden, bodemkwaliteitszones, per bodemlaag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Definitieve bodemkwaliteitszones Bovengrond (0-0,5 m-mv) Definitieve bodemkwaliteitszones Ondergrond (0,5-2,0 m-mv) 1A: Binnenstad Gouda 1A: Binnenstad Gouda 1B: Binnenstad Schoonhoven 1B: Binnenstad Schoonhoven 1C: KernBodegraven 1C: KernBodegraven 1D: Oudedorp Zoetermeer 1D: Oudedorp Zoetermeer 1E: Historische en oude bebouwing &lt;1940 Alphen a/d Rijn 1E: Historische en oude bebouwing &lt;1940 Alphen a/d Rijn 2: Historische bebouwing Krimpenerwaard 2: Historische bebouwing Krimpenerwaard 3: Historische bebouwing zeekleipolders 3: Historische bebouwing zeekleipolders Tabel 2.7 Onderscheiden definitieve deelgebieden, bodemkwaliteitszones, per bodemlaag. (vervolg) Definitieve bodemkwaliteitszones Bovengrond (0-0,5 m-mv) Definitieve bodemkwaliteitszones Ondergrond (0,5-2,0 m-mv) 4: Oude bebouwing 1900-1940 Gouda, Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop 4: Oude bebouwing 1900-1940 Gouda, Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop 5: Uitbreidingen 1940-1990 (noord+oost) 5: Uitbreidingen 1940-1990 (noord+oost) 6: Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) 6: Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) 7: Recente uitbreidingen na 1970 à 1990 (hele regio) 7: Recente uitbreidingen na 1970 à 1990 (hele regio) 8A: Lintbebouwing veenweidegebied 8A: Lintbebouwing veenweidegebied 8B: Lintbebouwing Oude Rijn 8B: Lintbebouwing Oude Rijn 9: Lintbebouwing op toemaakdek 9: Lintbebouwing op toemaakdek 10: Lintbebouwing Krimpenerwaard 10: Lintbebouwing Krimpenerwaard 11: Dijkbebouwing Krimpenerwaard 11: Dijkbebouwing Krimpenerwaard 12: Lintbebouwing zeekleipolders 12: Lintbebouwing zeekleipolders 13: Oudeindustrie 13: Oudeindustrie 14: Lichteindustrie en bedrijven 14: Lichteindustrie en bedrijven 15: Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen 15: Kantoren, bedrijven na 1990 enkassen 16: Buitengebied zeekleipolders incl rand 16 t/m 19: Buitengebied 17: Buitengebied toemaakdek 18: Buitengebied boomkwekerijen 19: Buitengebied overig 2.8 Stap 7: Vaststellen en karakteriseren bodemkwaliteitszones De gemiddelde gehalten van de bodemkwaliteitszones (zie bijlage 5, kolom 'Gem') zijn getoetst aan de normen uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit [2 t/m 6]. De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden, AW2000), Wonen of Industrie. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse is opgenomen in bijlage 1A onder het kopje “Bodemkwaliteitsklasse”. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse is minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (zie ook § 2.9.3 en bijlage 1A onder het kopje “Ontgravingskaart” en bijlage 1B). Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">In tabel 2.8 is aangegeven in welke bodemkwaliteitsklasse iedere bodemkwaliteitszone valt. In bijlage 5 zijn de gespecificeerde beoordelingen weergegeven. De bodemkwaliteitsklasse wordt samen met de bodemfunctieklasse gebruikt voor het bepalen van de toepassingseis (zie § 2.9.4).</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2.8 Bodemkwaliteitsklasse per bodemkwaliteitszone en bodemlaag Bodemkwaliteitszone Bodemkwaliteitsklasse Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) 1A: Binnenstad Gouda Industrie 1B: Binnenstad Schoonhoven Industrie 1C: KernBodegraven Wonen 1D: Oudedorp Zoetermeer Industrie 1E: Historische en oude bebouwing &lt; 1940 Alphen a/d Rijn Wonen 2: Historische bebouwing Krimpenerwaard Industrie 3: Historische bebouwing zeekleipolders Industrie 4: Oudebebouwing 1900-1940 Gouda, Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop Wonen 5: Uitbreidingen 1940-1990 (noord+oost) Wonen 6: Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) Wonen 7: Recente uitbreidingen na 1970 à1990 (hele regio) Landbouw/natuur 8A: Lintbebouwing veenweidegebied Wonen 8B: Lintbebouwing Oude Rijn Wonen 9: Lintbebouwing op toemaakdek Industrie 10: Lintbebouwing Krimpenerwaard Wonen 11: Dijkbebouwing Krimpenerwaard Wonen 12: Lintbebouwing zeekleipolders Wonen 13: Oudeindustrie Industrie 14: Lichteindustrie en bedrijven Wonen 15: Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen Landbouw/natuur 16: Buitengebied – zeekleipolders inclrand Landbouw/natuur 17: Buitengebied – toemaakdek Industrie 18: Buitengebied – boomkwekerijen Boskoop Wonen 19: Buitengebied - veenweide Wonen Tabel 2.8 Bodemkwaliteitsklasse per bodemkwaliteitszone en bodemlaag (vervolg) Bodemkwaliteitszone Bodemkwaliteitsklasse Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter dieptetot en met 2,0 meter diepte) 1A: Binnenstad Gouda Industrie 1B: Binnenstad Schoonhoven Industrie 1C: KernBodegraven Wonen 1D: Oudedorp Zoetermeer Wonen 1E: Historische en oude bebouwing &lt;1940 Alphen a/d Rijn Wonen 2: Historische bebouwing Krimpenerwaard Industrie 3: Historische bebouwing zeekleipolders Wonen 4: Oudebebouwing 1900-1940 Gouda, Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop Wonen 5: Uitbreidingen 1940-1990 (noord+oost) Landbouw/natuur 6: Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) Wonen 7: Recente uitbreidingen na 1970 à1990 (hele regio) Landbouw/natuur 8A: Lintbebouwing veenweidegebied Wonen 8B: Lintbebouwing Oude Rijn Wonen 9: Lintbebouwing op toemaakdek Wonen 10: Lintbebouwing Krimpenerwaard Landbouw/natuur 11: Dijkbebouwing Krimpenerwaard Wonen 12: Lintbebouwing zeekleipolders Wonen 13: Oudeindustrie Wonen 14: Lichteindustrie en bedrijven Landbouw/natuur 15: Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen Landbouw/natuur 16: Buitengebied Landbouw/natuur Controle saneringscriterium In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten staat vermeld, dat voor elke bodemkwaliteitszone met een 95-percentielwaarde (P95) boven de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming een controle op het saneringscriterium nodig is. Indien het saneringscriterium wordt overschreden is het niet verantwoord om zonder partijkeuring grondverzet vanuit de betreffende zone te laten plaatsvinden. Deze situatie komt voor bij elf bodemkwaliteitszones in de bovengrond en acht in de ondergrond (tabel 2.9).</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2.9 Bodemkwaliteitszones met P95 &gt; interventiewaarde voor één of meer stoffen Bodemkwaliteitszone Stof 95-percentielwaarde (in mg/kgds) Interventiewaarde Wet bodembescherming (in mg/kgds) Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) 1A: Binnenstad Gouda Barium* 673 625* Lood 1025 530 Zink 1242 720 1B: Binnenstad Schoonhoven Lood 763 530 1C: KernBodegraven Lood 715 530 1D: Oudedorp Zoetermeer Lood 936 530 Zink 922 720 1E: Historische en oude bebouwing &lt;1940 Alphena/d Rijn Lood 589 530 3: Historische bebouwing zeekleipolders Lood 567 530 8A: Lintbebouwing veenweidegebied Lood 602 530 9: Lintbebouwing op toemaakdek Lood 637 530 11: Dijkbebouwing Krimpenerwaard Lood 921 530 Zink 760 720 13: Oudeindustrie Barium* 728 625* 17: Buitengebied - toemaakdek Lood 734 530 Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter dieptetot en met 2,0 meter diepte) 1A: Binnenstad Gouda Barium* 1262 625* Koper 193 190 Lood 1501 530 Zink 837 720 1B: Binnenstad Schoonhoven Lood 1161 530 1D: Oudedorp Zoetermeer Lood 654 530 1E: Historische en oude bebouwing &lt;1940 Alphena/d Rijn Lood 594 530 3: Historische bebouwing zeekleipolders Lood 532 530 PAK 56 40 8B: Lintbebouwing Oude Rijn Lood 578 530 9: Lintbebouwing op toemaakdek Barium* 772 625* 13: Oudeindustrie Lood 666 530 * De normen voor barium zijn ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 625 mg/kg d.s.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten dient voor deze zones een risicobeoordeling uitgevoerd te worden om na te gaan of er voor die stoffen mogelijk sprake is van risicio’s bij het betreffende bodemgebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Nota bodembeheer [20] wordt hier verder op ingegaan en wordt voor de betreffende zones beschreven welke consequenties dit heeft voor het grondverzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.9 Stap 8: Bodemkwaliteitskaart 2.9.1 Inleiding De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontgravingskaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toepassingskaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de volgende paragrafen is nader ingegaan op de hoofdkaarten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.9.2 Kaart met uitgesloten locaties en gebieden In het beheergebied van de regio Midden-Holland en de gemeente Zoetermeer is een aantal locaties en gebieden uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Een specificatie van de uitgezonderde gebieden is aangegeven in § 2.1. De ligging van de uitgesloten locaties en gebieden is vanwege het dynamische karakter niet op de kaarten weergegeven. Voor een actueel beeld wordt verwezen naar www.bodembalie.nl. Locaties die uitgesloten zijn van de bodemkwaliteitskaart en waarvan de provincie Zuid-Holland gegevensbeheerder is, zijn te vinden op www.bodemloket.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.9.3 Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft de kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond op een niet voor bodemverontreiniging verdachte locatie. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. In de nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan. De ontgravingskwaliteit is net als de bodemkwaliteitsklasse gebaseerd op het gemiddelde gehalte van een zone (zie bijlage 5, kolom 'Gem') en getoetst aan de toetsingswaarden uit het Besluit. Om het standstill-principe voor de bodemkwaliteit op gebiedsniveau te kunnen waarborgen, is de toetsing voor de kwaliteitsklasse van 'Wonen' strenger voor het bepalen van de ontgravingsklasse dan voor de het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse van ‘Wonen’. De toetsingsmethodiek is opgenomen in bijlage 1A onder het kopje “Ontgravingskaart”, ter vergelijking zie het kopje “Bodemkwaliteitsklasse”. In bijlage 1B wordt dit verschil in toetsing schematisch toegelicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In tabel 2.10 is de ontgravingsklasse per zone aangegeven. De ontgravingskaart per bodemlaag is opgenomen in kaartbijlage 8. De kleuren in tabel 2.10 komen overeen met de gebruikte kleuren op de kaarten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2.10 Ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone en bodemlaag Bodemkwaliteitszone Ontgravingsklasse Klasse-bepalende stof P95&gt; I Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) 1A: Binnenstad Gouda Industrie Lood en Zink Ja 1B: Binnenstad Schoonhoven Industrie Koper, Lood,Zink en PCB Ja 1C: KernBodegraven Industrie Lood Ja 1D: Oudedorp Zoetermeer Industrie Koper, Looden Zink Ja 1E: Historische en oude bebouwing &lt;1940 Alphena/d Rijn Industrie Zink Ja 2: Historische bebouwing Industrie Koper, Zink en PAK Nee 3: Historische bebouwing Industrie Zink en PAK Ja 4: Oude bebouwing 1900-1940 Gouda, Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop Wonen Kwik, Lood,Zink en PAK Nee 5: Uitbreidingen 1940-1990 (noord+oost) Wonen Kwik, Lood,Zink en PAK Nee 6: Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) Wonen Kwik, Looden PAK Nee 7: Recente uitbreidingen na 1970 à 1990 (heleregio) Landbouw/natuur n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nee 8A: Lintbebouwing veenweidegebied Industrie Zink Ja 8B: Lintbebouwing Oude Rijn Industrie Zink en PCB Nee 9: Lintbebouwing op toemaakdek Industrie Koper, Looden Zink Ja 10: Lintbebouwing Krimpenerwaard Wonen Kwik, Lood,Molybdeen, Zink en PAK Nee 11: Dijkbebouwing Krimpenerwaard Industrie Lood en Zink Ja 12: Lintbebouwing zeekleipolders Industrie Zink Nee 13: Oudeindustrie Industrie PCB Nee 14: Lichteindustrie en bedrijven Wonen Kwik, PCB en PAK Nee 15: Kantoren, bedrijven na 1990 en Landbouw/natuur n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nee 16: Buitengebied – zeekleipolders incl Landbouw/natuur n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nee 17: Buitengebied – toemaakdek Industrie Koper, Looden PCB Ja 18: Buitengebied – boomkwekerijen Industrie Drins, β-HCH,Heptachloor Nee 19: Buitengebied - veenweide Wonen Kwik, Lood,Molybdeen en PAK Nee Tabel 2.10 Ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone en bodemlaag (vervolg) Bodemkwaliteitszone Ontgravingsklasse Klasse-bepalende stof P95&gt; I Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter dieptetot en met 2,0 meter diepte) 1A: Binnenstad Gouda Industrie Koper, Looden Zink Ja 1B: Binnenstad Schoonhoven Industrie Koper, Looden PCB Ja 1C: KernBodegraven Wonen Kwik, Looden PAK Nee 1D: Oudedorp Zoetermeer Industrie Koper en Lood Ja 1E: Historische en oude bebouwing &lt;1940 Alphena/d Rijn Wonen Kwik, Lood,Zink en PAK Ja 2: Historische bebouwing Krimpenerwaard Wonen Kwik, Lood,Molybdeen en PAK Nee 3: Historische bebouwing zeekleipolders Industrie PAK Ja 4: Oude bebouwing 1900-1940 Gouda, Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop Wonen Koper, Kwik,Lood, Zink en PAK Nee 5: Uitbreidingen 1940-1990 (noord+oost) Landbouw/natuur n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nee 6: Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) Wonen Kwik, Looden PAK Nee 7: Recente uitbreidingen na 1970 à 1990 (heleregio) Landbouw/natuur n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nee 8A: Lintbebouwing veenweidegebied Wonen Kwik, Lood,Molybdeen en PAK Nee 8B: Lintbebouwing Oude Rijn Wonen Kwik, Lood,PCB en PAK Ja 9: Lintbebouwing op toemaakdek Wonen Kwik, Lood,Molybdeen en PAK Ja 10: Lintbebouwing Krimpenerwaard Landouw/natuur n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nee 11: Dijkbebouwing Krimpenerwaard Industrie Koper en PAK Nee 12: Lintbebouwing zeekleipolders Wonen Kwik, Looden PAK Nee 13: Oudeindustrie Industrie PCB en Minerale olie Ja 14: Lichteindustrie en bedrijven Landbouw/natuur n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nee 15: Kantoren, bedrijven na 1990 en Landbouw/natuur n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nee 16 t/m 19: Buitengebied Landbouw/natuur n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nee Grondverzet volgens het generieke beleidskader Het al dan niet mogen verrichten van grondverzet van een niet-verdachte locatie zonder partijkeuringen is volgens het generieke bodembeleidskader afhankelijk van de volgende zaken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Grondverzet zonder partijkeuring is toegestaan als de gemiddelde waarden van alle stoffen in de bodemkwaliteitszone van herkomst voldoen aan de toepassingseis in de zone van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als sprake is van een specifiek locatie-/partijonderzoek op de te ontgraven locatie, dat volgens de criteria in het Besluit bodemkwaliteit als bewijsmiddel mag dienen, dan kan geen gebruik worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel maar wordt gebruik gemaakt van de onderzoeksresultaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De partij dient te worden ontgraven uit één laag waarop de ontgravingskaart van toepassing is. Als de partij afkomstig is uit meerdere (diepere) lagen van de ontgravingskaart dient de ontgraving op deze laaggrenzen te worden afgestemd. Als een partij gemengd wordt ontgraven uit verschillende lagen is het ter beoordeling aan de Omgevingsdienst Midden-Holland of de gemeente Zoetermeer of de bodemkwaliteitskaart kan dienen als bewijsmiddel of dat de toe te passen partij moet worden gekeurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.9.4 Generieke toepassingskaart De generieke toepassingskaart is opgesteld aan de hand van de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse en de (toekomstige) functie van de bodem (zie bijlage 1A onder het kopje 'Toepassingskaart'). Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke zone de generieke toepassingseis vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">In tabel 2.11 op de volgende pagina is het resultaat van deze werkwijze voor de toepassingskaart van de regio Midden-Holland en de gemeente Zoetermeer samengevat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op kaartbijlage 9 staat per bodemlaag aangegeven welke generieke toepassingseis er geldt. De kleuren in tabel 2.11 komen overeen met de gebruikte kleuren op kaartbijlagen 6 (bodemfunctieklassenkaart) en 9 (generieke toepassingskaarten).</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2.11 Toepassingseisen per combinatie (voorkomende) bodemfunctie- en bodemkwaliteitsklasse conform het generieke kader van het Besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodemkwaliteitszone Bodemfunctie- klasse* Bodemkwaliteits- klasse Toepassingseis generiek Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) 1A: Binnenstad Gouda Wonen Industrie Wonen 1B: Binnenstad Schoonhoven Wonen Industrie Wonen 1C: KernBodegraven Wonen Wonen Wonen 1D: Oudedorp Zoetermeer Wonen Industrie Wonen 1E: Historische en oude bebouwing &lt;1940 Alphen a/d Rijn Wonen Wonen Wonen 2: Historische bebouwing Krimpenerwaard Wonen Industrie Wonen 3: Historische bebouwing zeekleipolders Wonen Industrie Wonen 4: Oude bebouwing 1900-1940 Gouda, Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop Wonen Wonen Wonen 5: Uitbreidingen 1940-1990 (noord+oost) Wonen Wonen Wonen 6: Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) Wonen Wonen Wonen 7: Recente uitbreidingen na 1970 à1990 (hele regio) Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur 8A: Lintbebouwing veenweidegebied Industrie Wonen Wonen Wonen 8B: Lintbebouwing Oude Rijn Industrie Wonen Wonen Wonen 9: Lintbebouwing op toemaakdek Wonen Industrie Wonen 10: Lintbebouwing Krimpenerwaard Wonen Wonen Wonen 11: Dijkbebouwing Krimpenerwaard Wonen Wonen Wonen 12: Lintbebouwing zeekleipolders Industrie Wonen Wonen Wonen 13: Oudeindustrie Industrie Industrie Industrie Wonen Wonen 14: Lichteindustrie en bedrijven Industrie Wonen Wonen Wonen 15: Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen 16: Buitengebied – zeekleipolders inclrand Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur 17: Buitengebied – toemaakdek Wonen Industrie Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur 18: Buitengebied – boomkwekerijen Boskoop Wonen Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur 19: Buitengebied - veenweide Industrie Wonen Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur * Binnen een bodemkwaliteitszone kunnen verschillende gebruiksfuncties voorkomen Tabel 2.11 Toepassingseisen per combinatie (voorkomende) bodemfunctie- en bodemkwaliteitsklasse conform het generieke kader van het Besluit (vervolg) Bodemkwaliteitszone Bodemfunctie- klasse* Bodemkwaliteits- klasse Toepassingseis generiek Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter dieptetot en met 2,0 meter diepte) 1A: Binnenstad Gouda Wonen Industrie Wonen 1B: Binnenstad Schoonhoven Wonen Industrie Wonen 1C: KernBodegraven Wonen Wonen Wonen 1D: Oudedorp Zoetermeer Wonen Wonen Wonen 1E: Historische en oude bebouwing &lt;1940 Alphen a/d Rijn Wonen Wonen Wonen 2: Historische bebouwing Krimpenerwaard Wonen Industrie Wonen 3: Historische bebouwing zeekleipolders Wonen Wonen Wonen 4: Oude bebouwing 1900-1940 Gouda, Wonen Wonen Wonen 5: Uitbreidingen 1940-1990 (noord+oost) Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur 6: Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west)</p>\n<p class=\"lf-p\">Wonen Wonen Wonen 7: Recente uitbreidingen na 1970 à1990 (hele regio) Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur 8A: Lintbebouwing veenweidegebied Industrie Wonen Wonen Wonen 8B: Lintbebouwing Oude Rijn Industrie Wonen Wonen Wonen 9: Lintbebouwing op toemaakdek Wonen Wonen Wonen 10: Lintbebouwing Krimpenerwaard Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur 11: Dijkbebouwing Krimpenerwaard Wonen Wonen Wonen 12: Lintbebouwing zeekleipolders Industrie Wonen Wonen Wonen 13: Oudeindustrie Industrie Wonen Wonen Wonen 14: Lichteindustrie en bedrijven Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen 15: Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen 16 t/m 19: Buitengebied Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur * Binnen een bodemkwaliteitszone kunnen verschillende gebruiksfuncties voorkomen Op kaartbijlagen 9A en 9B staat per bodemlaag aangegeven welke generieke toepassingseis er geldt. Aan de hand van de ontgravingskaart en de generieke toepassingskaart kan een generieke grondstromenmatrix worden vervaardigd. Overigens hebben de Omgevingsdienst Midden-Holland en de gemeente Zoetermeer inmiddels een gebiedsspecifieke toepassingskaart opgesteld. In de Nota bodembeheer wordt dit verder uitgewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.10 Bijzondere omstandigheden De bodemkwaliteitskaart doet geen uitspraak over de kwaliteit van de bodem ter plaatse van verdachte locaties, verontreinigde locaties of gesaneerde locaties. Op deze locaties verwacht men een afwijkende (betere of juist slechtere) bodemkwaliteit dan in de omgeving. Op terreinen die ooit een leeflaag van schone grond hebben gekregen, of gesaneerde locaties mag men bijvoorbeeld een betere kwaliteit verwachten. Een slechtere kwaliteit valt te verwachten op terreinen die (wellicht) door een puntbron verontreinigd zijn en ter plaatse van dempingen en stortplaatsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bodemkwaliteitskaart kan op de uitgesloten locaties en gebieden niet worden gebruikt als bewijsmiddel voor de grond die wordt ontgraven uit deze gebieden. Ook kan deze bodemkwaliteitskaart niet worden gebruikt om de toepassingseis te bepalen als grond op deze locaties/gebieden wordt toegepast. In de nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.11 Vaststellen bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart Met deze bodemkwaliteitskaart hebben de gemeenten een goed instrument in handen voor het toepassen van grond.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenten zijn het bevoegd gezag inzake het Besluit bodemkwaliteit voor de toepassing van grond en baggerspecie op de landbodem. In het generieke kader wordt alleen de bodemkwaliteitskaart en de bodemfunctieklassenkaart vastgesteld middels een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente waarop een procedure uit de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, Afdeling 3.4 (Art. 3:10). Binnen het gebiedsspecifieke kader mag de gemeenteraad zelf voor één of meerdere stoffen normen vaststellen, die beter aansluiten bij de gewenste bodemkwaliteit en het daadwerkelijke gebruik van de bodem dan de maximale waarden van het generieke kader.</p>\n<p class=\"lf-p\">3Conclusie en samenvatting LievenseCSO heeft in opdracht van de Omgevingsdienst Midden-Holland de bodemkwaliteitskaart opgesteld voor het beheergebied van de Omgevingsdienst Midden- Holland en de gemeente Zoetermeer. Dit beheergebied omvat het gemeentelijke grondgebied van de gemeenten Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen, Zuidplas en Zoetermeer.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de bodemkwaliteitskaart zijn op basis van historie, gebruik en diffuse bodemkwaliteit in totaal 24 bodemkwaliteitszones in de bovengrond en 21 bodemkwaliteitszones in de ondergrond onderscheiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van de volgende gebieden zijn geen gegevens meegenomen bij het opstellen van deze bodemkwaliteitskaart en daarom niet gezoneerd:</p>\n<p class=\"lf-p\">De Rijkswegen (inclusief wegbermen): A12 en A20.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Provinciale wegen (inclusief wegbermen): N11, N206, N207, N209, N210, N216, N219, N228, N456, N458, N469, N470.</p>\n<p class=\"lf-p\">Spoorgebonden gronden (NS/Prorail en HTM).</p>\n<p class=\"lf-p\">De uiterwaarden (buitendijks gebied).</p>\n<p class=\"lf-p\">Locaties die verontreinigd zijn als gevolg van een puntbron.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stortplaatsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waterbodem.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het grondwater.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zones zijn vastgesteld voor de stoffen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK 10 (VROM), som-PCB's en minerale olie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de ontgravingskaart (kaartbijlagen 8A en 8B) zijn de kwaliteitsgegevens weergegeven van de te ontgraven boven- en ondergrond. Op de generieke toepassingskaarten voor de boven- en ondergrond (kaartbijlagen 9A en 9B) zijn de toepassingseisen gegeven die gelden voor een gebied als een partij grond wordt toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overigens zijn de Omgevingsdienst Midden-Holland en de gemeente Zoetermeer inmiddels een gebiedsspecifieke toepassingskaart opgesteld. In de Nota bodembeheer wordt dit verder uitgewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In tabel 3.1 en tabel 3.2 zijn voor de onderscheiden bodemkwaliteitszones een totaaloverzicht van de voorkomende bodemfunctieklassen, ontgravingsklassen en toepassingseisen voor respectievelijk de bovengrond en de ondergrond opgenomen. De kleuren in tabel 3.1 en tabel 3.2 komen overeen met de gebruikte kleuren op de kaartbijlagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bodemkwaliteitskaart mag onder voorwaarden als bewijsmiddel dienen voor de chemische kwaliteit van de toe te passen grond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 3.1 Totaaloverzicht bodemkwaliteitszones bovengrond met bodemfunctieklassen, ontgravingsklassen en toepassingseisen Bodemkwaliteitszone Bodemfunctie- klasse Ontgravings- klasse Toepassingseis generiek Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) 1A: Binnenstad Gouda Wonen Industrie Wonen 1B: Binnenstad Schoonhoven Wonen Industrie Wonen 1C: KernBodegraven Wonen Industrie Wonen 1D: Oudedorp Zoetermeer Wonen Industrie Wonen 1E: Historische en oude bebouwing &lt;1940 Alphen a/d Rijn Wonen Industrie Wonen 2: Historische bebouwing Krimpenerwaard Wonen Industrie Wonen 3: Historische bebouwing zeekleipolders Wonen Industrie Wonen 4: Oude bebouwing 1900-1940 Gouda, Bodegraven, Reeuwijk, Boskoop Wonen Wonen Wonen 5: Uitbreidingen 1940-1990 (noord+oost) Wonen Wonen Wonen 6: Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) Wonen Wonen Wonen 7: Recente uitbreidingen na 1970 à1990 (hele regio) Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur 8A: Lintbebouwing veenweidegebied Industrie Industrie Wonen Wonen 8B: Lintbebouwing Oude Rijn Industrie Industrie Wonen Wonen 9: Lintbebouwing op toemaakdek Wonen Industrie Wonen 10: Lintbebouwing Krimpenerwaard Wonen Wonen Wonen 11: Dijkbebouwing Krimpenerwaard Wonen Industrie Wonen 12: Lintbebouwing zeekleipolders Industrie Industrie Wonen Wonen 13: Oudeindustrie Industrie Industrie Industrie Wonen Wonen 14: Lichteindustrie en bedrijven Industrie Wonen Wonen Wonen 15: Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Tabel 3.1 Totaaloverzicht bodemkwaliteitszones bovengrond met bodemfunctieklassen, ontgravingsklassen en toepassingseisen (vervolg) Bodemkwaliteitszone Bodemfunctie- klasse Ontgravings- klasse Toepassingseis generiek 16: Buitengebied – zeekleipolders inclrand Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur 17: Buitengebied – toemaakdek Wonen Industrie Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur 18: Buitengebied – boomkwekerijen Boskoop Wonen Industrie* Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur 19: Buitengebied - veenweide Industrie Wonen Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur * Bij het bepalen van de klasse zijn ook de beschikbare waarnemingen voor bestrijdingsmiddelen meegenomen. Zie ook bijlage 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 3.2 Totaaloverzicht bodemkwaliteitszones ondergrond met bodemfunctieklassen, ontgravingsklassen en toepassingseisen Bodemkwaliteitszone Bodemfunctie- klasse Ontgravings- klasse Toepassingseis generiek Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter dieptetot en met 2,0 meter diepte) 1A: Binnenstad Gouda Wonen Industrie Wonen 1B: Binnenstad Schoonhoven Wonen Industrie Wonen 1C: KernBodegraven Wonen Wonen Wonen 1D: Oudedorp Zoetermeer Wonen Industrie Wonen 1E: Historische en oude bebouwing &lt;1940 Alphen a/d Rijn Wonen Wonen Wonen 2: Historische bebouwing Krimpenerwaard Wonen Wonen Wonen 3: Historische bebouwing zeekleipolders Wonen Industrie Wonen 4: Oude bebouwing 1900-1940 Gouda, Wonen Wonen Wonen 5: Uitbreidingen 1940-1990 (noord+oost) Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur 6: Uitbreidingen 1940-1970 (zuid + west) Wonen Wonen Wonen 7: Recente uitbreidingen na 1970 à1990 (hele regio) Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur 8A: Lintbebouwing veenweidegebied Industrie Wonen Wonen Wonen 8B: Lintbebouwing Oude Rijn Industrie Wonen Wonen Wonen 9: Lintbebouwing op toemaakdek Wonen Wonen Wonen 10: Lintbebouwing Krimpenerwaard Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur Tabel 3.2 Totaaloverzicht bodemkwaliteitszones ondergrond met bodemfunctieklassen, ontgravingsklassen en toepassingseisen (vervolg) Bodemkwaliteitszone Bodemfunctie- klasse Ontgravings- klasse Toepassingseis generiek 11: Dijkbebouwing Krimpenerwaard Wonen Industrie Wonen 12: Lintbebouwing zeekleipolders Industrie Wonen Wonen Wonen 13: Oudeindustrie Industrie Industrie Wonen Wonen 14: Lichteindustrie en bedrijven Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen 15: Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen 16 t/m 19: Buitengebied Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur LITERATUURLIJST Besluit bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant 3 december 2007.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regeling bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant 20 december 2007.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijziging van de Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant nr. 67, 7 april 2009.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting per stof op de wijzigingen in de normstelling, april 2009.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervolg oplossing knelpunten toetsing van de som(parameter) PCB’s en wijziging regeling Bodemkwaliteit, november 2010.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijziging van de Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant 2 november 2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">Richtlijn bodemkwaliteitskaarten, Ministerie van VROM, Ministerie van Verkeer en waterstaat, 3 september 2007.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijzigingsblad d.d. 1 januari 2016 bij de “Richtlijn bodemkwaliteitskaarten versie 3 september 2007”, gepubliceerd op de website van het NEN, 28 september 2015 Handreiking Achtergrondgehalten. Begeleidingscommissie actief bodembeheer, TNO MEP-R98/283.IPO/TNO, 1998.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterregeling, publicatie Staatscourant 7 december 2009.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodemkwaliteitskaart op basisniveau van het landelijk gebied van Zuid-Holland, DHV, RB-SE20044147, december 2004 Bodemkwaliteitskaart en Nota Bodembeheer Westergouwe, Milieudienst Midden- Holland, rapoprtnr. 200903380, juni 2009.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodemkwaliteitskaart Lopikerwaard, CSO, rapportnr. 02.RK009, 15 februari 2002 Actief bodembeheer Toemaakdekken; Risico's van bodemverontreiniging voor de kwaliteit van veevoer en de gehalten aan lood en cadmium in orgaanvlees in het veenweidegebied, Alterra rapport 1433, 2007.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodemkwaliteitskaart regio Midden-Holland en gemeente Zoetermeer, CSO Adviesbureau, 09K187, 14 maart 2011.</p>\n<p class=\"lf-p\">Actualisatie bodemkwaliteitskaart gemeente Alphen aan den Rijn, CSO Adviesbureau, 03.K035, 29 oktober 2004.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodemkwaliteitskaart en bodembeheerplan van de gemeente Rijnwoude, Syncera De Straat B.V., B03A0710, 14 juli 2005.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodemkwaliteitskaart Rijnwoude, Grontmij, GM-0091494, revisie 2, 1 maart 2013 Aanvullend bodemonderzoek BKK Alphen aan den Rijn, LievenseCSO, 14M2027, augustus 2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nota Bodembeheer Alphen aan den Rijn, Beleid voor hergebruik van grond en bagger in de gemeente, Omgevingsdienst Midden-Holland, A-2015-000535, oktober 2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlagen Bijlage 1ABegrippenlijst Bagger(specie) Baggerspecie is materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organisch stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontgravingskaart (deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast).</p>\n<p class=\"lf-p\">De toepassingskaart (deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodemkwaliteitsklasse In het Besluit bodemkwaliteit worden bodemkwaliteitszones afhankelijk van de gemiddelde kwaliteit ingedeeld in één van de drie onderscheiden bodemkwaliteitsklassen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse Landbouw/natuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse Wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse Industrie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de toetsingsmethodiek voor Landbouw/natuur wordt uitgegaan van een staffel voor het aantal toegestane overschrijdingen van de functiewaarden (zie onderstaand). Voor de bodemkwaliteitskaart van de regio Midden-Holland, gemeente Alphen aan den Rijn en gemeente Zoetermeer is het basispakket van toepassing. Voor de klasse Wonen is een aanvullende toetsing van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel B1 Staffel toegestane aantal overschrijdingen Aantal gemeten stoffen Aantal toegestane overschrijdingen 1-6 0 Basispakket (7-15) 2 16 – 26 3 27 – 36 4 37 – 48 5 Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000):</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit').</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse Wonen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle gehalten voldoen aan de klassegrens Wonen, met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Wonen plus de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Industrie bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse Industrie:</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de indeling niet leidt tot de indeling in klasse Wonen of Achtergrondwaarden (AW2000) wordt de bodemkwaliteit ingedeeld in de klasse Industrie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodemkwaliteitszone Een deel van een beheergebied waarvoor geldt dat er sprake is van een zelfde gebiedseigen bodemkwaliteit, waarbij zowel de verwachtingswaarde als de mate van variabiliteit van belang zijn. De spreiding van gehalten binnen een bodemkwaliteitszone is relatief laag. Een bodemkwaliteitszone is begrensd in het horizontale vlak én het verticale vlak (diepte).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere omstandigheden Voor een binnen een bodemkwaliteitszone liggend gebied geldt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, als er voor dat gebied een afwijkende verwachtingswaarde geldt ten opzichte van de verwachtingswaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone. Te denken valt aan voor bodemverontreiniging verdachte locaties, onderzochte locaties, locaties waar een sanering heeft plaatsgevonden of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Ook beschermde gebieden zoals bijvoorbeeld voor de ecologie, archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie vallen onder de bijzondere omstandigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelgebied Deel van een beheergebied waarvoor geldt dat dit op eenduidige wijze kan worden gekarakteriseerd door middel van de voor het beheergebied geldende onderscheidende gebiedskenmerken. In tegenstelling tot de bodemkwaliteitszone is er voor het deelgebied nog geen toetsing uitgevoerd of het daadwerkelijk een bodemkwaliteitszone is. Wanneer een deelgebied uit meerdere terreinen bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als “niet-aaneengesloten deelgebieden”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Diffuse chemische bodemkwaliteit De diffuse chemische bodemkwaliteit in een bepaald gebied is de verdeling van gehalten van stoffen in dat gebied waarvoor de bodemkwaliteitskaart is vastgesteld. Deze verdeling kan worden gekwantificeerd door statistische parameters (gemiddelde, percentielwaarden).</p>\n<p class=\"lf-p\">Grond Onder dit begrip vallen onder andere: zand, veen, klei en löss. Het Besluit bodemkwaliteit definieert grond als volgt: “Vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, niet zijnde baggerspecie.” Ook verontreinigde grond die is gereinigd en ontwaterde of gerijpte baggerspecie worden als grond beschouwd. Grond die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. In gebiedsspecifiek beleid kunnen hieraan strengere eisen worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Heterogeniteit Wanneer de diffuse bodemverontreiniging in een zone zeer heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de zone ook kleiner. Bij zones met een hoge heterogeniteit kan de gemeente besluiten dat de bodemkwaliteitskaart in bepaalde situaties niet gebruikt mag worden als bewijsmiddel. Het vastgestelde gemiddelde gehalte heeft naar mening van de gemeente dan een te lage betrouwbaarheid. Een zekere heterogeniteit op zich hoeft overigens geen probleem te zijn zolang er geen sprake is van een gebruiksrisico. De heterogeniteit van een stof in een zone wordt bepaald door een index die volgt uit de volgende formule:</p>\n<p class=\"lf-p\">De beoordeling van de heterogeniteitsindex is als volgt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Index &lt; 0,2 : weinig heterogeniteit 0,2 &lt; Index &lt; 0,5 : beperkte heterogeniteit 0,5 &lt; Index &lt; 0,7 : er is sprake van heterogeniteit Index &gt; 0,7 : sterke heterogeniteit Interventiewaarde Wanneer een gemeten gehalte hoger is dan de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming wordt gesproken over een sterke verontreiniging of een sterk verhoogd gehalte. De interventiewaarden zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2009, zoals gewijzigd op 1 juli 2013 (gepubliceerd in de Staatscourant nr. 16675, d.d. 27 juni 2013).</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet gezoneerd gebied Gebieden kunnen worden gezoneerd wanneer er voldoende waarnemingen beschikbaar zijn om te voldoen aan de eisen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Wanneer er onvoldoende waarnemingen beschikbaar zijn, kan de actuele diffuse chemische bodemkwaliteit van het gebied niet met een voldoende onderbouwing en betrouwbaarheid worden bepaald en wordt het deelgebied niet gezoneerd. Een gebied kan ook niet worden gezoneerd als niet wordt voldaan aan de eisen voor de spreiding van de waarnemingen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Een niet gezoneerd gebied kan ook ontstaan als de gemeente er bewust voor kiest een gebied niet op te nemen in de bodemkwaliteitskaart (zie ook: Uitgesloten locaties en gebieden).</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet-verdachte locatie voor bodemverontreiniging Een locatie waar geen puntbron aanwezig is (geweest), bijvoorbeeld een ondergrondse huisbrandolietank of een chemische wasserij, of een (bekend) geval van ernstige bodemverontreiniging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nota bodembeheer Een nota bodembeheer is een beleidsdocument waarin de onderbouwing voor het gebiedsspecifiek beleid is opgenomen. In de nota bodembeheer komen de volgende aspecten aan de orde: één of meerdere kaarten met de begrenzing van het bodembeheergebied en de bodemfuncties; een (water)bodemkwaliteitskaart; een toelichting op de maatschappelijke opgave en het grondverzet en de verwachte ruimtelijke ontwikkelingen in de toekomst; (indien van toepassing) de vastgestelde Lokale Maximale Waarden, inclusief motivatie en de resultaten van de risicotoolbox; (indien van toepassing) de maximale gewichtspercentage bodemvreemd materiaal inclusief onderbouwing en motivatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast kan in een nota bodembeheer aandacht worden besteed aan de regels en procedures rondom grondstromen, wet- en regelgeving bij grondstromen, duurzaam bodembeheer en/of de (diepere) ondergrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderscheidende gebiedskenmerken Kenmerken in een gebied waarvan verwacht wordt dat deze een verband vertonen met de bodemkwaliteit. Bijvoorbeeld: bodemtype, geomorfologie, landgebruik, historie, gebiedsontwikkeling en huidig gebruik. Bij het actualiseren van een bodemkwaliteitskaart kan de vastgestelde bodemkwaliteit in de bestaande kaart ook als (aanvullend) onderscheidend gebiedskenmerk worden vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft de kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. De ontgravingskwaliteit is gebaseerd op de gemiddelde gehalten van een zone en getoetst aan de toetsingswaarden uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in één van de drie onderscheiden ontgravingskwaliteitsklassen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse Landbouw/natuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse Wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse Industrie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse Niet toepasbaar Bij de toetsingsmethodiek voor Landbouw/natuur wordt uitgegaan van een staffel (zie tabel B1 bij 'Bodemkwaliteitsklasse') voor het aantal toegestane overschrijdingen van de functiewaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000):</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overschrijding lager is dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit').</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse Wonen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gehalten voldoen niet aan de klasse Landbouw/natuur en de norm voor klassegrens Wonen wordt niet overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse Industrie:</p>\n<p class=\"lf-p\">De norm voor klassegrens Wonen wordt overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De norm voor klasse grens Industrie wordt niet overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse Niet toepasbaar:</p>\n<p class=\"lf-p\">De norm voor klassegrens Industrie wordt overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Percentiel/percentielwaarde Waarde waar beneden een bepaald percentage van de analyseresultaten gelegen is. Bijvoorbeeld 90-percentiel: 90% van de analyseresultaten ligt beneden deze waarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Puntbron Duidelijk aanwijsbare bron voor bodemverontreiniging zoals bijvoorbeeld een ondergrondse tank voor de opslag van olie, een ontvettingsbad of een afleverzuil voor brandstof(fen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Standaarddeviatie Ook wel “standaardafwijking” genoemd. Het geeft de mate aan voor de spreiding van waarnemingen in een dataset. De berekening hiervan is als volgt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij is n het aantal analyseresultaten, x een individueel analyseresultaat en x het gemiddelde van de analyseresultaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassingskaart Deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen. Bij de toepassingskaart wordt gekeken naar de vastgestelde bodemkwaliteit en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt aan elke zone de toepassingseis vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodemfunctieklasse Bodemkwaliteitsklasse Toepassingseis Overig(Landbouw/natuur) Landbouw/natuur Landbouw/natuur Overig(Landbouw/natuur) Wonen Landbouw/natuur Overig(Landbouw/natuur) Industrie Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Wonen Wonen Wonen Industrie Wonen Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Industrie Wonen Wonen Industrie Industrie Industrie Toetsing grondverzet Om te beoordelen of grondverzet is toegestaan wordt de kwaliteit van de aan te brengen grond vergeleken met de toepassingseis. De kwaliteit van de aan te brengen grond kan worden bepaald op basis van een bodemkwaliteitskaart, partijkeuring of een ander erkend bewijsmiddel. De toepassingseis op basis van de bodemkwaliteitskaart (gezoneerde gebieden) of bodemonderzoek van de ontvangende bodem (niet gezoneerde gebieden).</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwaliteit toe te passen grond Toepassingseis Toepassing toegestaan?</p>\n<p class=\"lf-p\">Wonen Wonen Ja Industrie Wonen Nee Landbouw/natuur Wonen Ja Wonen Industrie Ja Industrie Industrie Ja Landbouw/natuur Industrie Ja Wonen Landbouw/natuur Nee Industrie Landbouw/natuur Nee Landbouw/natuur Landbouw/natuur Ja Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit Om een zone te karakteriseren moet een toetsing plaatsvinden aan de gestelde normen uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. Deze toetsingsnormen zijn in de onderstaande tabel weergegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel B2 Toetsingsnormen (in mg/kg ds voor standaardbodem -lutum 25%, org.stof 10%-) Stof Maximale waarden Achtergrondwaarde (AW2000, Landbouw/natuur) Maximale waarden wonen Maximale waarden industrie Arseen 20 27 76 Barium * - - - Cadmium 0,60 1,2 4,3 Chroom 55 62 180 Kobalt 15 35 190 Koper 40 54 190 Kwik 0,15 0,83 4,8 Lood 50 210 530 Molybdeen 1,5 88 150 Nikkel** 35 39 100 Zink 140 200 720 Som PAK 1,5 6,8 40 Som PCB 0,02 0,04 0,5 Minerale olie 190 190 500 * De normen voor barium zijn ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 625 mg/kg d.s. *De normstelling in Besluit bodemkwaliteit voor nikkel is door het voormalige Ministerie van VROM sinds 1 april 2009 gewijzigd (Staatscourant, 7 april 2009). Voor nikkel vindt voor schone grond (klasse Landbouw/natuur) geen toetsing meer plaats aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitbijters Een uitbijter is een gehalte in het gegevensbestand die niet representatief is voor de diffuse chemische bodemkwaliteit in een deelgebied. De (potentiële) uitbijters worden met een visuele methode (scatterplots) inzichtelijk gemaakt. Het niet representatieve gehalte is het gevolg van duidelijk aantoonbare menselijke activiteiten: puntverontreinigingen, verdachte locaties, typfouten tijdens invoer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgesloten locaties en gebieden Uitgesloten locaties en gebieden zijn terreinen die op beleidsmatige grond niet kunnen worden opgenomen in de bodemkwaliteitskaart of niet voldoen aan de minimumeisen voor het aantal en de spreiding van de waarnemingen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden zijn onder andere terreinen waar sprake is van een sanering of verontreiniging door een lokale activiteit worden eveneens uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Ook terreinen die in het beheer zijn van andere organisaties zoals Rijkswaterstaat (rijkswegen), de provincie (provinciale wegen) of de SBNS (spoorgebonden gronden) worden soms uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Variabiliteit Mate waarin de gehalten binnen een bodemkwaliteitszone varieert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Variatiecoëfficiënt Maat voor de spreiding in gehalten (standaarddeviatie gedeeld door het gemiddelde).</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrij grondverzet Van vrij grondverzet is sprake als voorafgaand aan het grondverzet de kwaliteit van de grond niet hoeft te worden vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1BToetsing bodemkwaliteitsklasse en ontgravingsklasse In onderstaand schema is weergegeven wat het verschil is in toetsing tussen de bodemkwaliteitsklasse en de ontgravingsklasse.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 2Historie en achtergronden gebiedsindeling Algemene historie regio Midden-Holland De geschiedenis van Midden-Holland wordt gekenmerkt door de voortdurende strijd tegen het water, maar heeft ook veel welvaart te danken aan het water. Nog steeds is dit duidelijk zichtbaar in het landschap in de vorm van dijken, kades, sloten, plassen en rivieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lange tijd was de regio een onbewoonbaar veengebied, waar alleen op de hoger gelegen donken (rivierduinen) en stroomruggen bebouwing mogelijk was. Van de periode tot 50 voor Christus zijn nagenoeg geen archeologische vondsten gevonden. Rond het begin van de jaartelling maakt een deel van Nederland deel uit het Romeinse Rijk en de Oude Rijn is de noordelijkste grens van het Rijk, de limes. De grens bestond uit een combinatie van forten, wachtposten en legerplaatsen verbonden door middel van een weg. Een fort, ook wel castellum genoemd, is aangetroffen in Bodegraven en Alphen aan den Rijn. Er zijn enkele archeologische vondsten gedaan, zoals een helm en een speer. Aan de Romeinse tijd komt met de invallen van de Germanen in de 4de en 5de eeuw een einde. Tot aan het einde van de Vroege Middeleeuwen (10de/11de eeuw) is er weinig over bekend. Geschiedschrijving ontbreekt bijna volledig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bekend is dat het gebied aan het einde van de Vroege Middeleeuwen deels toebehoorde aan de Graven van Holland en deels aan het Bisdom van Utrecht. In deze periode worden de eerste mottekastelen aangelegd. Dit zijn opgehoogde en versterkte plaatsen met een kasteel. Naast een verdedigende of controlerende functie zetelde hier ook vaak de adel. In de regio is bekend dat Gouda een motte had. Van de motte zelf is niets meer terug te zien, echter in het stratenpatroon is nog wel te herkennen waar deze ooit gelegen heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf de Bronstijd was de veengroei gestaag verder gegaan. Het gebied was relatief nat, maar niet zoals wel gedacht wordt laaggelegen. Door het hele veengebied liepen kleinere (Vlist, Gouwe) en grotere rivieren (Oude Rijn, Lek) waarlangs gewoond kon worden. In de 9de, 10de en 11de eeuw wordt begonnen met de ontginning van de veengebieden. Eerst gebeurt dit ongereguleerd en later komt het Cope-stelsel op waarin alle percelen een vaste maatvoering kregen. De meeste dorpen en steden in de regio Midden-Holland kennen hun ontstaan in deze periode. Vaak was er sprake van lintbebouwing langs een vaarweg. Om het overtollige water af te kunnen voeren werden hier haaks op sloten aangelegd en langs de achterzijde van een perceel werd een achtersloot gegraven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op deze wijze is in de Middeleeuwen het typische ontginningspatroon ontstaan zoals tot op vandaag nog grotendeels te zien is in de Krimpenerwaard, het gebied rond Driebruggen en ten noorden van de Oude Rijn. Met de ontginningen werd het land bewoonbaar gemaakt en gebruikt voor de landbouw. Om overstromingen tegen te gaan werden rivieren zoals de Hollandse IJssel, Oude Rijn en Lek bedijkt of afgedamd. Hiermee werd de loop vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf de late Middeleeuwen wordt meer en meer het veen ook ontgonnen voor de turf productie. Met de turfproductie daalde het maaiveld niveau steeds sneller en er ontstonden grote gaten in het veen. Deze vulden zich op met water en groeiden steeds verder totdat de grote veenplassen ontstonden: de Reeuwijkse Plassen, de Zuidplas en de Noordplas. De steeds grotere veenplassen bedreigden dorpen en steden. Als gevolg hiervan werden de plassen ingepolderd en met behulp van windmolens droogbemalen. De bekendste voorbeelden hiervan zijn de Zuidplaspolder en Noordplaspolder, maar ook de Tempelpolder is op deze wijze gevormd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 16de en vooral de 17de eeuw waren perioden van grote voorspoed in de Nederland en ook in de regio. De dorpen en steden groeiden in deze tijd en er was veel handel. Dit was zowel regionaal, zoals de kaasmarkt van Gouda, als internationaal. Andere voorbeelden zijn de productie van aardewerk en pijpen (Gouda) en zilver- en smeedwerken (Schoonhoven).</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast hebben de Tachtigjarige oorlog en de daarop volgende oorlogen hebben ook hun sporen achtergelaten. Het beste voorbeeld hiervan zijn de vestingwerken en schansen. Ook de oude Hollandse waterlinie liep door het gebied. Het gebied tussen de Eerste en Dubbele Wiericke vormde het inundatiegebied van deze linie. Het gebied kon onder water gezet worden om te voorkomen dat de vijand de steden in West-Nederland kon bedreigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat steden, dorpen en bebouwing in Midden-Holland nagenoeg geheel op veengrond zijn gebouwd, waren ophogingen noodzakelijk om droge voeten te houden. Dit heeft zijn weerslag gehad op de bodemkwaliteit. Afval werd eeuwenlang gebruikt om de binnensteden en dorpskernen op te hogen, maar in de jaren ’50 en ’60 van de 20e eeuw zijn ook nog eens circa 5000 sloten in het landelijk gebied gedempt met allerhande afvalstoffen. Een ander voorbeeld is het toemaakdek in grote delen van het landelijk gebied: stadsafval en bagger uit de grachten van Gouda en Leiden werd uitgereden over de weilanden tussen Gouda en Alphen aan den Rijn. Boeren waren destijds blij met deze vorm van bemesting en ophoging van hun land.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelukkig zijn recente nieuwbouwwijken (vanaf de jaren ’70 van de 20e eeuw) veelal eerst opgehoogd met (enkele meters) schoon zand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Achtergrond en totstandkoming indeling in deelgebieden Een belangrijke fase in het maken van een bodemkwaliteitskaart is het indelen van de gemeente in deelgebieden waar op basis van onderscheidende kenmerken een afwijkende bodemkwaliteit wordt verwacht. De gemeente Nederlek was in 1996 de eerste gemeente in de regio met een bodemkwaliteitskaart en daarmee ook één van de eersten in heel Nederland [lit a]. Een update van deze kaart is in 2000 uitgevoerd [b].</p>\n<p class=\"lf-p\">De rest van de regio Midden-Holland volgde in de periode 2002-2003. Per gemeente is er onder begeleiding van de Milieudienst een bodemkwaliteitskaart vervaardigd. De indeling in deelgebieden is daarbij tot stand gekomen middels gesprekken met (oud-)gemeente- ambtenaren die de historie en ophooggeschiedenis van de gemeente goed kennen, bijvoorbeeld oud-medewerkers van de civiele- of groenafdeling die reeds geruime tijd bij de gemeente werkzaam zijn. Medewerkers van de Milieudienst hebben de gesprekken gevoerd en vertaald in een kaart met deelgebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de gesprekken zijn de volgende onderwerpen aan bod gekomen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Indeling van het stedelijk gebied in deelgebieden ten aanzien van ouderdom en menselijk gebruik. Ter wille van de uniformiteit is voor de gemeenten binnen het beheersgebied van de Milieudienst in principe de volgende indeling aangehouden: voor 1900, 1900-1940, 1940-1970, 1970-1990 en na 1990. Deze indeling in jaartallen is onder andere gebaseerd op eeuwenoude activiteiten (voor 1900), de eerste grootschalige woningbouw (1900-1940), het gebruik van kolenkachels (tot midden jaren '60) en de inwerkingtreding van de Wet bodembescherming (1987). Lint of -dijkbebouwing is veelal als aparte eenheid beschouwd door de gevarieerde ouderdom (eeuwenoude bebouwing wordt afgewisseld met nieuwe woningen) en het andere karakter van activiteiten (veelal agrarisch gebruik).</p>\n<p class=\"lf-p\">Grootschalige ophogingen. Indien in het stedelijke gebied grootschalige ophogingen met grond of ander materiaal hebben plaatsgevonden is dit van belang voor de bodemkwaliteit. Ook is het mogelijk dat als gevolg van het aanwezige veen een zone integraal of partieel is opgehoogd met zand om voldoende civieltechnische draagkracht te creëren. Het blijkt dat elke gemeente haar eigen methode heeft bij het grootschalig bouwrijp maken van woonwijken (bijvoorbeeld: de woonwijk Goverwelle in Gouda is integraal opgehoogd met een dik zandpakket, terwijl de gemeente Ouderkerk alleen de infrastructuur voorbelast en particulieren dus individueel moeten zorgen voor ophoging).</p>\n<p class=\"lf-p\">Diffuse beïnvloeding vanuit de lucht. Hierbij moet gedacht worden aan neerslag van verontreiniging vanuit de lucht bij grootschalige bedrijfsmatige activiteiten die hebben plaatsgevonden waardoor de bodem over een substantieel oppervlak (vermoedelijk) verontreinigd is geraakt. Uit de gesprekken met de gemeente bleek echter dat in de regio Midden-Holland dergelijke grootschalige diffuse beïnvloeding niet of nagenoeg niet aanwezig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebieden die door een bepaald gebruik 'schone of viezer zijn dan het overige gedeelte van de gemeente. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan tuinbouwgebieden die door jarenlang gebruik van gewasbeschermingsmiddelen verhoogde achtergrondconcentraties hebben voor deze stoffen, maar ook toemaakdekken. De zogenaamde toemaak is een mengsel van stalmest, huisvuil, slootbagger en (duin-)zand. Dit is eeuwenlang gebruikt als bemesting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van de gesprekken zijn verslagen gemaakt. De betrokkenen zijn vooraf door de Milieudienst geïnformeerd met betrekking tot bovenstaande punten en dus in de gelegenheid gesteld vooraf alle relevante historische informatie te verzamelen. Zo zijn bijvoorbeeld luchtfoto's en topografische- en historische kaarten geraadpleegd en kon de bebouwingsgeschiedenis worden afgeleid uit het archief van Bouw- en Woningtoezicht. Er is gebruik gemaakt van de bodemkaart van Alterra.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van de verkregen informatie is een voorlopige indeling gemaakt van het bebouwd gebied in gebieden met een (homogene) verwachte vergelijkbare bodemkwaliteit, ook wel een voorlopige zoneringskaart genoemd. Bij deze indeling van voorlopige deelgebieden is nog geen gebruik gemaakt van de aanwezige concentraties van de gemeten stoffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij alle gemeenten is daaruit de volgende (of een vergelijkbare) zone-indeling ontstaan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing voor 1900 Bebouwing 1900-1940 Bebouwing 1940-1970 Bebouwing 1970-1990 Bebouwing na 1990 Lint- en of dijkbebouwing Op deze wijze zijn destijds in totaal bijna 100 deelgebieden onderscheiden. Een dergelijk groot aantal gebieden is onnodig, omdat veel gebieden van vergelijkbare kwaliteit zijn. Daarom zijn deze gebieden samengevoegd tot zones. Hierbij zijn de volgende criteria gebruikt: geografische ligging en waterstaatkundige eenheid (polders) grondsoort (veen, klei) bekende bodemkwaliteit Van 5 gemeenten zijn de historische kernen apart gehouden, vanwege de slechte bodemkwaliteit: Gouda, Schoonhoven, Zoetermeer, Alphen en Bodegraven. Vervolgens zijn een aantal subregio’s onderscheiden, waarbinnen de kwaliteit en ontstaansgeschiedenis min of meer hetzelfde is:</p>\n<p class=\"lf-p\">Veenweidegebied: een groot gebied, van de Krimpenerwaard in het zuiden tot de Meijpolder en Lagenwaardse polder in het noorden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Oude Rijn en de Lek: Lint- en dijkbebouwingen langs deze rivieren liggen op kleigronden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Droogmakerijen (oude zeekleipolders): Het veen is grotendeels veen ontgraven tot op de zeeklei en in de 19e eeuw weer drooggemalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toemaakdekken: Gebleken is dat lintbebouwingen in toemaakdekken meer zijn verontreinigd dan elders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zones met dezelfde bebouwingsgeschiedenis zijn per subregio samengevoegd, dus bijvoorbeeld alle dorpskernen in het veenweidegebied, alle woonwijken van na 1990 in de zeekleipolders etc.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aparte indeling is aangehouden voor bedrijfsterreinen en kassen: zware industrie, veelal voor 1960 of zelfs al voor 1940 (zellingen langs de Hollandse IJssel) lichte industrie en bedrijven kantoren en onverdachte bedrijven, lichte industrie van na 1990 kassen Deze indeling is Midden-Holland-breed gehanteerd, dus er is geen onderscheid gemaakt in gemeente of subregio.</p>\n<p class=\"lf-p\">De indeling van het landelijk gebied is vooralsnog overgenomen van de bodemkwaliteitskaart van de provincie Zuid-Holland uit 2004. Aan de totstandkoming van deze provincie brede zones voor het landelijk gebied hebben de volgende uitgangspunten en overwegingen ten grondslag gelegen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorlopige zone indeling van de bodemkwaliteitskaart van het landelijk gebied is gemaakt op basis van de combinatie van het bodemtype, het landgebruik en de gebruikshistorie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bodemtype, en breder gezien de bodemopbouw, is een verklaring voor de natuurlijke variabiliteit in gehalten. Door verschillen in geologische ontstaansgeschiedenis en bodemvormingsprocessen is de bodemopbouw een onderscheidende factor voor zones.</p>\n<p class=\"lf-p\">Soms is de bodemopbouw in het verleden door de mens beïnvloed, bijvoorbeeld bij het opbrengen van toemaakdekken, deze handelingen hebben een zeer bepalend effect op de bodemopbouw. Toemaakdekken zijn daardoor een apart onderscheiden zone.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het landgebruik en de gebruikshistorie zijn naast de bodemopbouw een belangrijk onderscheidend kenmerk waarin de meer diffuse verontreiniging als gevolg van menselijk handelen tot uiting komt. Aangezien deze diffuse verontreiniging voornamelijk in de bovenste laag van de bodem plaats vindt, heeft (historisch) landgebruik vaak alleen betrekking op de bovengrondzonering en niet op de ondergrondzonering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de voorlopige zone indeling zijn de kaarten van het bodemtype en (historisch) landgebruik gecombineerd tot unieke gebieden op regionaal niveau. Op deze manier zijn 21 voorlopige deelgebieden voor de bovengrond en 10 voor de ondergrond geformuleerd, welke uiteindelijk geresulteerd hebben in 19 bovengrondzones en 10 ondergrondzones voor de gehele provincie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeentespecifieke historie en achtergronden In de oude gemeentelijke bodemkwaliteitskaarten waren gemeentespecifieke aspecten, historie en achtergronden over de betreffende gemeente opgenomen. Om deze destijds verzamelde gegevens niet verloren te laten gaan is hieronder per gemeente deze informatie opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze teksten zijn grotendeels rechtstreeks overgenomen uit de rapportages van vroegere bodemkwaliteitskaarten en waar deze info niet voorhanden of onvolledig was zijn deze aangevuld met beschrijvingen uit andere bronnen. In de literatuurlijst op de laatste bladzijde van deze bijlage is een overzicht opgenomen van de gebruikte bronnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Alphen aan den Rijn Op 1 januari 2014 zijn de voormalige gemeenten Alphen aan den Rijn, Boskoop en Rijnwoude gefuseerd tot een nieuwe gemeente, die de naam \"Alphen aan den Rijn\" kreeg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding i: Gemeente Alphen aan den Rijn (Bron: J.W. van Aalst, www.opentopo.nl) Buiten de grootste plaats binnen de gemeente, Alphen aan den Rijn, bestaat de gemeente uit de kernen Aarlanderveen, Benthuizen, Boskoop, Hazerswoude-Dorp, Hazerswoude-Rijndijk, Koudekerk aan den Rijn, Oudshoorn en Zwammerdam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voormalige gemeente Alphen aan den Rijn Het gebied bij Alphen aan den Rijn werd 2000 jaar geleden al bewoond. In de Romeinse tijd was de Oude Rijn de hoofdtak van de Rijn. De rivier zette bij overstromingen zand en klei af, waardoor een landschap van oeverwallen en kommen ontstond. In Alphen is dit nog steeds herkenbaar in de naamgeving van de stadsdelen \"Hoge zijde\" en \"Lage zijde\", aan de linker- respectievelijk de rechteroever van de rivier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de plek waar zich nu het centrum van Alphen aan den Rijn bevindt stond in Romeinse tijden het castellum Albanianae. De Romeinen bouwden toen ook de eerste brug over de Oude Rijn. Vanaf de regering van de Romeinse keizer Claudius I (41 - 54 na Chr.) waren er afdelingen van het Romeinse leger gelegerd. De noordelijke grens van het Romeinse Rijk lag namelijk langs de huidige Oude Rijn, en hier werden dan ook door de Romeinen diverse versterkte legerplaatsen gebouwd. Zo zijn in het dichtbijgelegen dorp Zwammerdam resten van het Romeins castellum Nigrum Pullum gevonden, evenals resten van zes Romeinse platbodems. Al in de Romeinse tijd ontwikkelde zich handel en nijverheid, waardoor Alphen aan den Rijn langzaam uitgroeide tot een belangrijk handelscentrum in de regio. Germaanse aanvallen maakten daar echter in 240 na Chr. een einde aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na veel strubbelingen en problemen met overstromingen, vooral in Utrecht en Leiden, werd de Oude Rijn in 1122 bij Wijk bij Duurstede afgedamd. De aftakking die eerst als 'Lek' begon werd de hoofdstroom van de rivier. Sindsdien trad de Oude Rijn niet meer buiten zijn oevers. In en na de Middeleeuwen was Alphen een ambachtsheerlijkheid onder de naam Alphen en Rietveld.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de 17e eeuw kwam Alphen verder tot bloei. Het was toen een pleisterplaats voor postrijders en handelsverkeer over land en water. Op gedeelten langs de Oude Rijn is nu nog het jaagpad te zien waarlangs de trekschuiten werden voortgetrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf 1950 begon het dorp sterk te groeien. Er werden grote uitbreidingen aan de noordzijde van het dorp gebouwd, die oorspronkelijk met afschuw als 'die flats' werden bekeken door de oude Alphenaren. Vanaf de jaren 1990 werd ook een grote woonwijk ten zuiden van de spoorlijn gebouwd, Kerk en Zanen. Alphen ontwikkelde zich tot forensenstad, waar echter binnen de grenzen ook steeds meer werkgelegenheid kwam.</p>\n<p class=\"lf-p\">In 1918 werden Alphen, Aarlanderveen en Oudshoorn samengevoegd tot één gemeente; Oudshoorn groeide later aan Alphen vast. In 1964 werd ook Zwammerdam aan de gemeente Alphen aan den Rijn toegevoegd. Die kende inmiddels een forse industrie en bleef in daaropvolgende decennia groeien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aarlanderveen Aarlanderveen dat in 1918 zijn zelfstandigheid verloor en met Alphen en Oudshoorn de gemeente Alphen aan den Rijn vormde was te onderscheiden in twee dorpsdelen. Het eigenlijke Dorp lag in het polderland en het andere deel strekte zich uit langs de Oude Rijn van de Aarbrug bij Oudshoorn tot aan de Ziende bij Zwammerdam, de Lage Zijde genaamd. De Lage Zijde werd beschouwd als het economische en bestuurlijke centrum, hier stond ook het Raadhuis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Oorspronkelijk leefden de bewoners van de verbouw van graan en hennep. Toen deze teelt te weinig meer opbracht vond men in de afgraving van veen een bron van (neven)inkomsten. Het veen werd zo diep afgegraven en uitgebaggerd dat het grootste deel van de landerijen veranderde in een watervlakte, slechts op hoger gelegen land kon nog gewoond worden. In de achttiende eeuw is begonnen met de bedijking en droogmaking van het gebied. De Molenviergang werd in fasen voltooid en pompt tot op de dag van vandaag het overtollige water naar de Oude Rijn. De boeren gingen zich toeleggen op veeteelt en landbouw en delen nu in de algehele malaise die leidt tot het verdwijnen van veel boerenbedrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Oudshoorn Tot 1918, het jaar waarin Oudshoorn, Aarlanderveen en Alphen samengevoegd werden tot de gemeente Alphen aan den Rijn, was Oudshoorn een zelfstandig dorp dat zich uitstrekte langs de Oude Rijn van de Aarbrug tot de Gnephoek en de Ridderbuurt in het noorden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hoogste gezag berustte van 1226 tot 1795 bij de ambachtsheer. Straatnamen zoals Cornelis de Vlamingstraat en Van Reedestraat herinneren nog aan deze illustere heren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Nederlands Hervormde kerk uit 1665 aan de Oudshoornseweg met zijn gebrandschilderde ramen is een bekend monument in Alphen aan den Rijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">In 1664 werd het jaagpad langs de Oude Rijn van Leiden naar Utrecht voltooid. Dit gebeuren was heel belangrijk voor de ontwikkeling van Oudshoorn omdat door de Oude Rijn, Gouwe, Kromme Aar en Heimanswetering de steden Rotterdam, Gouda, Leiden, Utrecht en Amsterdam met elkaar verbonden werden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De goede verbindingen waren voor rijke kooplieden en industriëlen (er werden kalkovens en steen- en pannenbakkerijen gevestigd) aanleiding langs de Oude Rijn buitenhuizen te bouwen. Door de groei van de steden en de daaruit voortvloeiende behoefte aan brandstof werd in de 17de en 18de eeuw veel turf gestoken en kwamen polders onder water te staan. Aan het einde van de 18de eeuw werden de polders weer drooggemalen en werd het poldergebied weer bewoonbaar. Aanvankelijk vestigden er zich vee- en zuivelboeren, later ging men zich toeleggen op akkerbouw. De eeuwenlang gevestigde industrieën zijn in de 20ste eeuw van lieverlede verdwenen, de laatste pannenfabriek in de negentiger jaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zwammerdam Zwammerdam heeft een kleine en compacte oude kern met kronkelende straatjes en met historische bebouwing. Zwammerdam is, in tegenstelling met lintbebouwing, een van de weinige dorpen in de Rijnstreek die gebouwd zijn rondom een plein.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het jaar 1960 vierde Zwammerdam haar 1000-jarig bestaan. De gemeente werd in 960 aangeduid als Svattingaburch hetgeen versterkte grensplaats betekent (svat of zwade is grens en burch betekent versterkte plaats). Later wordt de naam verbasterd tot Swadeburch. Als in de 12de eeuw graaf Floris III van Holland een dam in de Rijn opwerpt om de waterhuishouding van zijn gebied aan de oostzijde te regelen ontstaat de naam Swadenburgerdam wat later dan Zwammerdam wordt. Aan het einde van de Brugstraat staat sinds 1971 op een hoge sokkel aan het water het beeldje Barbarossa dat herinnert aan de roerige periode die ontstond na de (illegale) afdamming. Barbarossa was de bijnaam van keizer Frederik I van Duitsland en leenheer van de Graaf van Holland. Hij bemiddelde in het conflict tussen graaf Floris en het bisdom Utrecht over de ontstane situatie ten gevolge van de afdamming. Tijdens de inval van de Franse troepen in 1672 is Zwammerdam door brandstichting vrijwel met de grond gelijk gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wederopbouw is voortvarend ter hand genomen vanuit het enige pand in de Brug(ge)straat dat gespaard gebleven is. Rond 1920 heeft Bodegraven een mislukte poging ondernomen het grondgebied van Zwammerdam op te eisen. In deze periode is het \"volkslied\" geschreven dat in de zestiger jaren van de afgelopen eeuw weer uit de kast gehaald is toen de overheid de onafhankelijkheid van Zwammerdam ter discussie stelde. Ondanks heel veel inspanning van de inwoners is de gemeente in 1964 bij Alphen aan den Rijn gevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voormalige gemeente Boskoop Boskoop is gesitueerd aan beide oevers van de Gouwe en ligt daarbij tussen Alphen aan den Rijn in het noorden en Waddinxveen in het zuiden, die ook beide aan deze rivier grenzen. Het dorp wordt in het westen begrensd door de voormalige gemeente Rijnwoude en in het oosten en zuidoosten door Reeuwijk en Bodegraven. De beide oevers van de Gouwe worden verbonden door een hefbrug die aan de oostzijde doorloopt in het Reijerskoop en aan de westkant in de belangrijkste verbindingsweg in Boskoop, de Zijde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot 1 januari 2014 was Boskoop een zelfstandige gemeente, sindsdien behoort het tot de fusiegemeente Alphen aan den Rijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De veenmoerassen die op de plaats van het huidige Boskoop waren gelegen werden in de 12e eeuw in cultuur gebracht door middel van cope-ontginning. Hieraan ontleent Boskoop zijn naam: de cope van Bucki of Buckeskop.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verloop van de geschiedenis van Boskoop heeft veel te maken met het feit dat de gemeente op een gebied met een dikke veenlaag ligt. Het is merkwaardig, dat in Boskoop nooit op grote schaal turf is gewonnen, zoals op veel andere plekken in het Groene Hart. Dat kan niet worden toegeschreven aan de afstand tot omliggende steden, Gouda lag vlakbij en de Gouwe was al vroeg een bruikbare waterweg. Echter overal in het Hollandse binnenland gold dat de veengronden langs een riviertje van de vervening werden uitgezonderd wegens de afwijkende, voor turf minder geschikte samenstelling. In bepaalde perioden zou de abdij de afgraving van de veenlaag op haar grondgebieden niet hebben toegelaten. Om gronden voor de boomkwekerij te verbeteren is er veel grond van buiten aangevoerd (‘opgevaren’). Daardoor heeft de bodem van Boskoop een bijzondere, in hoge mate door de mens bepaalde samenstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanouds beschouwt men de bodem onder Boskoop als bijzonder geschikt voor de boomteelt. Eeuwenlang heeft Boskoop zich met name toegelegd op de teelt van fruit en fruitbomen (met name appels). Van de 15e tot de 17e eeuw werden er steeds meer bomen geproduceerd en deden ook andere siergewassen hun intrede, zoals Azalea’s. Zo kwam het dat Boskoop aan het einde van de 19e eeuw startte met de export van zijn producten, met Duitsland als eerste afnemer. Opmerkelijk is dat veel Boskoopse ’boomkwekerijen’ vooral sierteeltbedrijven zijn, want veel van de gekweekte boomsoorten zijn eigenlijk nog maar stekjes op het moment van verkoop.</p>\n<p class=\"lf-p\">Boskoop levert vanwege zijn veenbodem en de talrijke boomkwekerijen een bijzondere aanblik. De vele sloten, de schouwen (bootjes), de ‘moerbomen’ op de kwekerijen, draaibruggetjes, ophaalbruggen, houten schuurtjes in combinatie met enkele diepe veenpolders in de omgeving maken het landschap apart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Al in de Middeleeuwen was in de gemeente ongeveer 2000 kilometer aan sloten aangelegd, met daartussen langgerekte eilanden van vaak maar zo’n 15 meter breed. Opmerkelijk is dat veel afmetingen in het Boskoopse kwekerijgebied steeds worden bepaald aan de hand van de Rijnlandse roede, een oude Hollandse lengtemaat van 3,76 m, of 14,19m². Dit geldt voor bijvoorbeeld de omvang van een kwekerij en de plantafstand tussen laanbomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tussen de eilanden bevonden zich soms ook ‘elzenakkertjes’, windkerende houtwallen op heel smalle eilandjes. Veel van het vervoer in Boskoop werd dan ook tot voor kort via het water verricht, vaak met houten ‘schouwen’. Later besloot men, vooral vanwege het bouwen van veel loodsen en kassen en de komst van zwaar vrachtverkeer veel sloten te dempen en over te gaan tot het samenvoegen van kleinere stukken land in grotere delen. Toch zijn er in het begin van de 21e eeuw in Boskoop nog veel waterwegen en kwekerijen die daar voor de aan- en afvoer van bepaalde materialen van afhankelijk zijn. Men noemt Boskoop dan ook wel eens `Klein Giethoorn'.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het oude centrum (voor 1900) ligt rond de hefbrug aan de Gouwe. Vanuit het oude centrum zijn vanaf 1900 linten naar het westen en oosten bebouwd: Reijerskoop en Zijde. Lintbebouwing van voor 1900 komt in Boskoop niet voor. Naoorlogse woningbouw is vooral in het zuidwestelijk deel van Boskoop geconcentreerd. Alle woonwijken zijn gerealiseerd op de veenbodem zonder eerst grootschalig op te hogen. De gemeente kent een relatief homogene bodemopbouw met hoofdzakelijk veengrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Langs de Gouwe liggen twee oude industriegebieden (Zuidkade en Burg. Colijnstraat). Deze zijn ingedeeld bij het deelgebied “voor 1900” en niet als apart deelgebied aangegeven vanwege de geringe omvang. In het bodembeheerplan voor grondverzet worden deze gebieden als verdachte locaties beschouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Boskoop heeft een lange geschiedenis in de teelt van sierplanten –en bodem. Het sierteeltgebied is als apart deelgebied onderscheiden. Volgens informatie van de gemeente ligt het noordwestelijk deel van het sierteeltgebied op zogenaamde toemaakdekken. Dit zijn eeuwenoude ophogingen van stadsafval en bagger. Bij de indeling in deelgebieden is hier rekening mee gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van de verkregen informatie is een voorlopige indeling gemaakt van het bebouwd gebied in gebieden met een (homogene) verwachte vergelijkbare bodemkwaliteit (voorlopige zoneringskaart).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voormalige gemeente Rijnwoude De gemeente bestond uit de dorpen Benthuizen, Hazerswoude-Dorp, Hazerswoude-Rijndijk (gemeentehuis) en Koudekerk aan den Rijn, en omvatte daarnaast de buurtschappen Bent, Benthorn, Groenendijk en Hogeveen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rijnwoude ontstond in 1991 als Rijneveld uit een fusie van de toen opgeheven gemeenten Benthuizen, Hazerswoude en Koudekerk aan den Rijn. In 1993 werd de gemeente omgedoopt tot Rijnwoude.</p>\n<p class=\"lf-p\">Benthuizen De naam van het ambacht 'Benthusen' wordt voor het eerst genoemd in documenten in de 13e eeuw. In 1282 krijgt Dirk van Teylingen van Floris V, graaf van Holland, een gebied in bruikleen rond Waddinxveen. De grens van dat gebied wordt in de leenakte aangegeven met een aantal ambachten, waaronder 'Benthusen'. Het dorp moet dan ook voor die tijd ontstaan zijn, waarschijnlijk in de tiende en elfde eeuw. Tijdens deze periode nam de bevolking snel toe en werden de uitgestrekte veenwildernissen in dit gebied ontgonnen. Het toponiem 'Benthuizen' is een samenstelling van de uitgang '-huizen', dat een gangbare aanduiding voor een woongebied was vanaf de Karolingische periode, en 'bent' dat (onder andere en in dit geval waarschijnlijk) een andere benaming is voor struisgras.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afsteken van turf uit de veengronden in de omliggende gebieden vormde eeuwenlang een belangrijke bron van inkomsten voor de inwoners van het dorp, zoals ook terugkomt in het wapen van de gemeente (de langwerpige blokjes zijn turfbriketten). De intensieve turfwinning leidde tot het veranderen van grote stukken land in veenplassen. De bevolking van Benthuizen nam hierdoor af. De gehuchten Benthorn en Hogeveen raakten door deze ontwikkeling zelfs ontvolkt en zouden later bij de gemeente Benthuizen worden gevoegd. Na het inpolderen van de grote watermassa's nam de bevolking weer toe en kreeg het dorp een sterk agrarisch karakter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de periode van grote woningbouwprojecten buiten de grote steden in de jaren 60 en 70 van de 20e eeuw verrees ook in Benthuizen veel nieuwbouw. Dit zorgde voor een aanzienlijk vergroting van het dorp en instroom van veel nieuwe bewoners van buiten de regio. In 2005 werd ten oosten van Benthuizen gestart met de aanleg van de HSL-Zuid (de tunnel van de HSL- Zuid onder het Groene Hart begint bij Benthuizen) en ten zuiden/zuidoosten van het dorp wordt het Bentwoud aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hazerswoude-Dorp/Hazerswoude-Rijndijk In de prehistorie is het gebied rond Hazerswoude onbewoond. De zee zet het land onder water. Hierdoor rot de begroeiing langzaam weg, die voornamelijk uit helm en gras bestaat. In de loop der jaren wordt het water echter zoeter, en groeien er planten en bomen. Er ontstaat een veenachtige bodem. De Rijnoevers zijn in deze tijd zeer bosrijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ongeveer 50 jaar na Chr. bouwen de Romeinen nederzettingen langs de Rijn. Zo ook in Hazerswoude. Over de periode hierna is weinig bekend. Wel maken oude kronieken melding van woeste stormen en overstromingen in het gebied. Een hevige orkaan moet in de negende eeuw het grootste gedeelte van de bebossing hebben verwoest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer Hazerswoude precies is ontstaan, is niet met zekerheid te zeggen. Het staat wel vast dat Hazerswoude in 1281 al als ambacht bestaat. De boeren hogen hun landerijen op met bagger en leggen dijken aan. Een grasmat van afgestoken graszoden moet de dijk beschermen. Ook start men met het ontginnen van het Hollandse 'moer', een barre veenwildernis. De bewoners van het gebied ontdekken dat door het graven van sloten het moeraswater wegloopt en de bovenste veenlagen droog komen te liggen. Door die afgravingen verkrijgen zij goede brandstof, de zogeheten moer (turf), en vruchtbare bouwgrond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het land wordt nog verder uitgediept maar nu alleen vanwege de turfwinning. Dit blijft niet zonder gevolgen. En zo wordt Hazerswoude in de vijftiende eeuw omringd door water, een grote ramp voor de inwoners. De meesten vertrekken omdat er geen bouwgrond meer beschikbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In 1514 kent Hazerswoude een lichte economische opleving. Er wordt voor het eerst melding gemaakt van huisnijverheid, namelijk het weven van kaasdoeken. Ook de agrarische sector leeft op en legt zich onder andere toe op het kweken van elzen. De kwekerijen vestigen zich op de nog niet uitgeveende landen langs de Voorweg en de Loete.</p>\n<p class=\"lf-p\">In 1759 wordt het water weggemalen met behulp van molens. Het drooggevallen land wordt ingepolderd, waardoor de Hazerswoudse Droogmakerijen ontstaan. Zo groeit Hazerswoude langzaam uit van een kleine veennederzetting tot een belangrijk dorp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hazerswoude bestaat uit twee dorpen, Hazerswoude-Rijndijk en Hazerswoude-Dorp. Van oudsher staan op de Rijndijk voornamelijk boerderijen. Later vestigen zich daar ook diverse industrieën, mede door de aanwezigheid van de Rijn en de Rijksweg. In het dorp is nooit echt sprake geweest van industrie. De groei van beide dorpen is in de loop van de jaren gelijk opgegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Koudekerk aan den Rijn Koudekerk aan den Rijn is een oud dorp met een geschiedenis beginnend in de 12e eeuw (overigens staat vast dat er ook in de vroege middeleeuwen al bewoning en ontginning was). Volgens de historicus Oudaan, zou de naam van het dorp te danken zijn aan een oud Germaans volk, de Chauken. Een andere uitleg is dat hier een kerk werd gesticht op een zeer koude plaats. Beide verklaringen berusten hoogstwaarschijnlijk op een fabeltje. Nieuwere inzichten stellen dat \"koude\" een middeleeuwse uitlating is voor \"verlaten\". \"Koudekerk\" zou dan betekenen \"plaats waar een verlaten kerkje was\". Helemaal niet zo vreemd als men bedenkt dat de Vikingen tijdens hun strooptochten verschillende keren vlak langs Koudekerk zijn gevaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waarschijnlijk legden ze zelfs wel aan omdat eb en vloed in de Rijn, voor haar verzanding bij Katwijk in de 11e eeuw, tot Koudekerk merkbaar was.</p>\n<p class=\"lf-p\">In tegenstelling tot veel oude plaatsen die in het Hollandse laagland verder van de Oude Rijn afliggen had de graaf van Holland hier geen directe invloed op de ontginning. De toenmalige Koudekerkers hadden al een strook met een diepte van een paar honderd meter tot een kilometer noord vanaf de Rijnoever tot akkerland omgewerkt voordat de graaf zich met de ontginning ging bemoeien. De Koudekerkers kregen het privilege op eigen doft tot een diepte van ongeveer twee kilometer noord van de Rijn akkerland te creëren met als grens de aan te leggen Ruige-kade. Noord daarvan ging de door de graaf geleide ontginning van start. Bijzonder is dat diezelfde Ruige-kade altijd de grens is geweest van voorheen de heerlijkheid en later de gemeente Koudekerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot 1 januari 1991 was Koudekerk aan den Rijn een zelfstandige gemeente waarna het onderdeel werd van Rijneveld, wat tussen 1993 en 2013 Rijnwoude heette. Vanaf 1 januari 2014 valt Koudekerk onder de gemeente Alphen aan den Rijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Bodegraven-Reeuwijk Bodegraven-Reeuwijk is een gemeente ontstaan per 1 januari 2011 na de fusie van de voormalige gemeenten Bodegraven en Reeuwijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding ii: Gemeente Bodegraven-Reeuwijk (Bron: J.W. van Aalst, www.opentopo.nl) De gemeente bestaat uit Bodegraven, Driebruggen, De Meije, Nieuwerbrug, Reeuwijk-Brug, Reeuwijk-Dorp, Sluipwijk, Tempel en Waarder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voormalige gemeente Bodegraven Bodegraven werd al in de Romeinse tijd bewoond. Toentertijd lag het aan de Noordgrens van het Romeinse Rijk, de 'Limes'. Aan de Romeinse kant van deze Limes waren er veel militaire en handelsactiviteiten. De Romeinen legden er kampementen, havens en een weg aan. De grens werd op min of meer regelmatige afstand versterkt met grensforten (castella), bemand door Romeinse legioenen en hulptroepen. Daarnaast waren er langs de weg die naast de Limes liep op vele plekken nederzettingen ontstaan, waaronder het huidige Bodegraven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarna bleef het lange tijd stil rondom Bodegraven. Volgens de overlevering zou er op een inmiddels zoekgeraakte kaart uit 809 de heerlijkheid Bodelo worden vermeld. Zeker is dat rond het jaar 1050 er een kleine nederzetting was ontstaan, waarschijnlijk rond de huidige Dorpskerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Twee eeuwen werd er getwist over het eigendomsrecht tussen de bisschop van Utrecht en de graven van Holland, aan wie ze het stadje in leen gegeven hadden. Geleidelijk werd echter de positie van Holland sterker en die van het Sticht zwakker. Ten slotte kwam het bij het Graafschap Holland.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de late middeleeuwen werd er rondom Bodegraven, dat in een moerassig gebied lag, veel land ontgonnen. Deze ontginningen gebeurden vanaf de hoger gelegen rivieroevers zoals de Oude Rijn, de Meije en de Oude Bodegrave. Haaks op deze waterlopen werden kavelsloten gegraven, en zo'n 1250 meter verder werd een zogenaamde achtersloot gegraven. Door deze ontginningen ontstond de typische verkavelingsvorm. Na de bouw van een sluis rond 1350 had Bodegraven voorgoed haar bestaansrecht verdiend.</p>\n<p class=\"lf-p\">In 1672 toen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden de oorlog was verklaard door Engeland, Frankrijk, Keulen en Münster, lag Bodegraven vlak achter de Hollandse Waterlinie. Deze was geïnundeerd, en vormde zo een barrière voor de oprukkende Franse troepen. Echter in de winter bevroor het water en konden de Fransen via het ijs dat zich over de ondergelopen polders had gevormd voorwaarts trekken. Zij rukten op naar de Meije en verder naar Zwammerdam. Tussen Zwammerdam en Alphen werden zij echter staande gehouden en uiteindelijk teruggedreven. Inmiddels was het gaan dooien en was de enige vluchtweg via de dijk langs de oude Rijn. Zij kwamen daardoor langs Bodegraven, dat met de grond werd gelijk gemaakt. Na deze ramp werd ten oosten van het dorp de Wierickerschans gebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot 1870 floreerde Bodegraven weer. Helaas brak er in dat jaar in een bakkerij een brand uit, die een groot deel van het toenmalige stadje in de as legde. Toen de branden achter de rug waren bleken er 130 gezinnen dakloos te zijn geworden en meer dan 100 huizen afgebrand. Mede door een landelijke collecte kon Bodegraven relatief snel weer worden opgebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de 20e eeuw ging Bodegraven steeds verder uitbreiden. Rond de eeuwwisseling werd de ruimte tussen de Rijn en de spoorlijn, die inmiddels aan de zuidkant het dorp passeerde, volgebouwd. in het Interbellum werd aan de noordkant van Bodegraven gebouwd en vanaf halverwege de jaren 50 werd de strook tussen de spoorlijn en de autosnelweg A12 opgevuld met huizen en bedrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de specifiek in Bodegraven voorkomende aspecten zijn voor de indeling in deelgebieden afspraken gemaakt en uitgangspunten gehanteerd met betrekking tot:</p>\n<p class=\"lf-p\">Dijk- en Lintbebouwing buiten de bebouwde kom zijn samengenomen als één deelgebied. Deze bebouwing wordt in het kader van de bodemkwaliteitskaart gezien als stedelijk gebied. Lintbebouwing ‘Nieuwebrug 1970-1990’ wordt ingedeeld in deelgebied 1970-1990.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grenzen tussen zones zijn gebaseerd op perceelsgrenzen. In de bodemkwaliteits-kaart is dat echter niet altijd duidelijk aan te geven. Het uitgangspunt van ‘grens op perceelsniveau’ is echter leidend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Industriegebieden zijn niet als aparte zone aangemerkt, omdat de meeste bedrijfsmatige activiteiten in deze gemeente niet bodembedreigend zijn (geweest).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voormalige gemeente Reeuwijk Reeuwijk is ontstaan als middeleeuwse veenontginning, en werd in 1248 voor het eerst genoemd. Relatief laat, want andere kernen in het gebied waren al eerder ontstaan. Het gebied maakte vanaf de 18e eeuw een periode van bloei door toen het laagveen werd opgebaggerd en gedroogd, om als turf te worden gebruikt in de industrie van Gouda. Zo ontstonden de Reeuwijkse Plassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In 1855 werd de gemeente Middelburg toegevoegd, in 1857 Oukoop, en in 1870 de gemeenten Sluipwijk en Stein. Per 1 januari 1989 werd de jonge gemeente Driebruggen (gesticht in 1964) opgeheven en werden de kernen Waarder en Driebruggen bij Reeuwijk gevoegd. Op 1 januari 2011 is de gemeente Reeuwijk met de gemeente Bodegraven samengevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voormalige gemeente Reeuwijk bestaat uit de plaatsen Driebruggen, Hogebrug, Reeuwijk- Brug, Reeuwijk-Dorp, Sluipwijk, Tempel en Waarder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Driebruggen De naam Driebruggen verwijst naar alle waarschijnlijkheid naar een drietal bruggen: de brug over de Grote of Dubbele Wiericke, de brug aan het einde van de dorpskern nabij het dorpshuis Custwijc en vroeger was er tussen deze twee bruggen nog een derde brug nabij het kruispunt van de Kerkweg met de Sierkersstraat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Echte historische gebouwen zijn er in Driebruggen nog nauwelijks te vinden. Het Hooge Huys aan de Dubbele Wiericke, het voormalig doktershuis aan de Kerkweg (1885), en het voormalig gemeentehuis (1928) zijn daar een uitzondering op. In de voormalige gemeente vindt nog veel veeteelt plaats, voornamelijk melkveehouderij, in mindere mate schapen- en varkenshouderij. In het dorp bevinden zich nog enkele technische bedrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hogebrug Hogebrug is een buurtschap dat ligt tussen de Enkele Wiericke en de Dubbele Wiericke, een vaarverbinding tussen Oude Rijn en Hollandse IJssel en ligt aan de spoorlijn van Gouda naar Woerden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hogebrug behoorde tot de gemeente Lange Ruige Weide die bij een gemeentelijke herindeling in 1964 opging in de nieuwe gemeente Driebruggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rondom Hogebrug vindt veel veeteelt plaats, voornamelijk melkveehouderij en in mindere mate schapen- en varkenshouderij. In de buurtschap bevindt zich een houtverwerkingsbedrijf, van oorsprong een trappen- en kozijnenfabriek (VIOS).</p>\n<p class=\"lf-p\">Reeuwijk-Brug Het dorp is ontstaan langs de Breevaart, een middeleeuwse vaart die oorspronkelijk van Gouda naar Bodegraven voerde. De aanleg van de tolweg tussen die twee plaatsen bracht de ontwikkeling van het dorp pas goed op gang, en gedurende de negentiende eeuw werd Reeuwijk-Brug het bestuurlijke centrum van de gemeente Reeuwijk, ten koste van Reeuwijk- Dorp. Lange tijd was het dorp een belangrijk centrum voor de turfwinning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na de Tweede Wereldoorlog werd het dorp uitgebreid. In eerste instantie ten westen van de Breevaart, maar later ook ten oosten daarvan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reeuwijk-Brug ligt ingeklemd tussen de A12 en de Reeuwijkse Plassen. Het dorp wordt doorsneden door de Breevaart. In het zuiden is het vastgegroeid aan Gouda. In het noorden grenst het aan recreatiegebied De Reeuwijkse Hout. In het zuiden van het dorp, tegen Gouda aan, bevindt zich bedrijventerrein Zoutman, waar het grootste deel van de bedrijvigheid zich bevindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reeuwijk-Dorp Reeuwijk-Dorp werd rond de 13e eeuw gesticht. Tot de 18e eeuw was Reeuwijk-Dorp de hoofdplaats van de gemeente Reeuwijk, daarna ging die plaats over naar Reeuwijk-Brug.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reeuwijk-Dorp is gelegen in de polders tussen Reeuwijk-Brug, Waddinxveen, Gouda en Bodegraven, en is ontstaan aan de kruising van een aantal wegen, die nu de Dorpsweg, Kerkweg en Nieuwdorperweg heten. Deze structuur is heden ten dage nog steeds te herkennen. In de negentiende eeuw heeft een Rooms-Katholiek complex zich in het dorp gevestigd, met een kerk, klooster, school en landbouwcooperatie. Hierdoor maakte het dorp in die periode een groei door.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de periode na de Tweede Wereldoorlog is aan de noordwestzijde een kleine nieuwbouwwijk aan het dorp toegevoegd. De meest recente uitbreiding vond plaats aan het einde van de jaren nul van de 21ste eeuw in zuidelijke richting.</p>\n<p class=\"lf-p\">In en rond het dorp zijn ongeveer tachtig agrarische bedrijven gevestigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sluipwijk Sluipwijk is een dorp dat ligt op een dijk midden tussen de Reeuwijkse plassen en telt 360 inwoners. Tot 1870 was Sluipwijk een zelfstandige gemeente. In dat jaar werd het aan de gemeente Reeuwijk toegevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tempel Tempel is een buurtschap dat ligt ten noorden van Reeuwijk een stukje voorbij Oud-Reeuwijk en heeft 210 inwoners.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waarder Waarder is ontstaan op een verhoging in het veenontginningsgebied langs het veenriviertje de Oude Wetering en beslaat o.a. de volgende polders: Oosteinderpolder, Westeinderpolder, Korte Waarder en Kerverland.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op een nog bestaande verhoging is rond 1500 de huidige Nederlandse hervormde kerk gebouwd; de westgevel is volgens een dateringssteen uit 1774. De eerste maal dat er over het dorp Waarder werd gesproken was in 1108. In Waarder, een voormalig ambachtsheerlijkheid, heeft vroeger een commanderij van de Johannieterorde gestaan: de Hof van Waarder, waarvan niets meer over is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de jaren zeventig is men begonnen met een uitbreiding aan de Kosterdijk, om vervolgens achter de Molendijk een nieuwbouwwijk te maken. De laatste uitbreidingen vonden plaats aan Hof van Waarder, parallel lopend aan het middeleeuwse Kerkelaantje, en het Jenneke E. Bijlhof.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het dorp is van de oude bebouwing weinig over, slechts de N.H.-kerk, de oude openbare school (1882) en een paar boerderijen. Buiten het dorp zijn nog een groot aantal boerderijen in hun originele staat (b.v. aan het Westeinde).</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten oosten van Waarder is in 1986 een olie- en gasveld ontdekt, het Papekopveld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indeling deelgebieden De voormalige gemeente Reeuwijk bestaat voor een groot deel uit lintbebouwing. Alle lintbebouwing buiten de bebouwde kom is in eerste instantie samengenomen als één deelgebied. Deze bebouwing wordt in het kader van de bodemkwaliteitskaart beschouwd als stedelijk gebied. Als grens voor de lintbebouwing zijn zoveel mogelijk bebouwde percelen aangehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente kent geen duidelijke dorpskernen van voor 1900. Alle bebouwing van voor 1900 valt in het deelgebied lintbebouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reeuwijk kent geen grootschalige industriegebieden. Er zijn wel enkele bedrijfsterreinen met hoofdzakelijk kantoren of lichte bedrijvigheid. Deze zijn niet als apart deelgebied beschouwd, omdat aangenomen wordt dat deze activiteiten niet hebben kunnen leiden tot diffuse bodemverontreiniging.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voormalige gemeente Reeuwijk kent meerdere kernen: Reeuwijk-Dorp, Reeuwijk-Brug, Driebruggen, Waarder. Vooralsnog is aangenomen dat de te verwachte bodemkwaliteit per deelgebied gelijk is omdat bij de aanleg van woonwijken dezelfde werkwijze is gehanteerd en er dezelfde bodemopbouw is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen Reeuwijk-Brug heeft grote woningbouwlocaties. De andere kernen hebben ook wel woonwijken van na 1900, maar deze zijn aanzienlijk kleiner van omvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van verkregen informatie van de provincie Zuid-Holland blijkt dat er in het westelijk deel van Reeuwijk mogelijk toemaakdekken zijn gelegen. Dit zijn eeuwenoude ophogingen van stadsafval en bagger. De grens van het toemaakdekgebied ligt op de Korssendijk en Lecksdijk. Bij de indeling in bodemkwaliteitszones is met het voorkomen van toemaakdek rekening gehouden door van deelgebieden met voldoende waarnemingen (lintbebouwing) te onderzoeken of er op toemaakdekgrond hogere gehalten worden aangetroffen dan op niet- toemaakdekgronden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van de verkregen informatie is een voorlopige indeling gemaakt van het bebouwd gebied in gebieden met een (homogene) verwachte vergelijkbare bodemkwaliteit (voorlopige zoneringskaart).</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Gouda Rond het jaar 1000 was het gebied waar nu Gouda ligt drassig en bedekt met een moerasbos, met daarin kleine riviertjes, zoals de Gouwe. In de 11e en 12e eeuw begon men met het ontginnen van veen ten oosten en westen van de stad en langs de oevers van de Gouwe. In 1143 werd de naam Gouda voor het eerst vermeld in een oorkonde van de graaf van Holland.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de 13e eeuw werd het riviertje de Gouwe door een kanaal verbonden met de Oude Rijn en de monding in de Hollandse IJssel werd uitgebreid tot een haven. Aan de rand van de stad verrees in de 14e eeuw het kasteel van Gouda, dat de haven moest beschermen. Door deze ontwikkelingen ontstond een vaarroute, die werd gebruikt voor handel tussen Vlaanderen en Frankrijk met Holland en het Oostzeegebied. In 1272 verleende Graaf Floris V stadsrechten aan Gouda, dat inmiddels een belangrijke plaats geworden was.</p>\n<p class=\"lf-p\">In 1361 en 1438 richtten stadsbranden grote schade aan in de stad. Zo zouden bij de stadsbrand van 1438 slechts vier huizen gespaard zijn gebleven. Na de verovering van Gouda door de Geuzen op 21 juni 1572 werd het kasteel van Gouda in 1577 gesloopt, om het zo niet in handen te laten vallen van de Spanjaarden bij een eventuele herovering. Het is echter maar de vraag of dit de daadwerkelijke reden van de afbraak was, of dat de Goudse bevolking de oorlog aangreep om zich van het kasteel en haar eigenaar te verlossen. De definitieve afbraak van het kasteel werd pas in 1808 voltooid, toen de Chartertoren werd gesloopt. Nog voordat het kasteel volledig was gesloopt, verrees ter hoogte van de vroegere binnenplaats op de fundering van het kasteel een molen. Nadat deze molen in 1831 was afgebrand, werd deze een jaar later vervangen door de molen 't Slot, die nog altijd overeind staat.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het laatste kwart van de 16e eeuw had Gouda ernstige economische problemen. In de eerste helft van de 17e eeuw krabbelde de stad weer op en tussen 1665 en 1672 kende de stad zelfs een tijd van grote vooruitgang en bloei. Toen in het rampjaar 1672 echter de Hollandse Oorlog uitbrak kende de stad opnieuw een economische terugval. Hoewel de economie na 1700 nog eenmaal opveerde, zou de terugval uiteindelijk tot ver in de 19e eeuw duren. In 1673 werd Gouda voor de vierde en ergste maal getroffen door de pest. De epidemie kostte 2.995 mensen het leven, ongeveer 20% van de bevolking. Bovendien kreeg Gouda te maken met opstandige boeren uit de omgeving, die in juni 1672 het stadhuis 24 uur lang bezetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de 19e eeuw werden de stadsmuren van Gouda gesloopt; de laatste stadspoort werd in 1854 afgebroken. In deze periode had Gouda ook te maken met cholera-epidemieën, de eerste uitbraak was in 1832 een feit. Onder andere dankzij het aanleggen van een riolering en een waterleidingnet wist men de ziekte aan het eind van de 19e eeuw terug te dringen. Rond diezelfde tijd begon Gouda ook eindelijk te profiteren van het betere economische klimaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedrijven als de Stearine Kaarsenfabriek en de Goudsche Machinale Garenspinnerij hadden hierin een belangrijk aandeel. In 1855 werd het station Gouda in gebruik genomen aan de nieuwe spoorlijn Utrecht - Rotterdam. Vijftien jaar later volgde ook de spoorverbinding met Den Haag. In het begin van de 20e eeuw, begon de stad met uitbreiden buiten de singels. De wijken Korte Akkeren, Kort Haarlem en Kadebuurt werden in de eerste helft van deze eeuw gebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Tweede Wereldoorlog was Gouda door zijn strategische ligging aan water-, auto- en spoorwegen een doelwit van bombardementen door de geallieerden. In 1944 werd het station getroffen tijdens zo'n bombardement, dat bedoeld was om de spoorweg te vernietigen die Den Haag en Rotterdam verbindt met Utrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na de bezetting breidde Gouda zich verder uit en werden de wijken Oosterwei, Bloemendaal en Goverwelle gerealiseerd. In 1940 werd met de demping van de Nieuwehaven een begin gemaakt met het dichten van de grachten in de binnenstad. Na de Tweede Wereldoorlog werden ook de Raam, het Nonnenwater, de Naaierstraat en de Achter de Vismarkt gedempt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mede door de protesten vanuit de burgerij en de veranderde inzichten bij stedenbouwkundigen werd echter niet verder gegaan met het dempen van de historisch waardevolle stadsgrachten. In 1977 verdween de wekelijkse varkensmarkt, de grootste in Nederland, uit de stad. De wekelijkse kaasmarkt op donderdag bleef alleen als toeristisch fenomeen gehandhaafd. Het huidige hoofdstation is gebouwd in 1984, maar het gebied rond het station, de Spoorzone, wordt anno 2015 onder handen genomen. Tevens breidt de stad na de realisering van Goverwelle in de jaren 80 en 90 weer uit met de wijk, Westergouwe.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding iii: Gemeente Gouda (Bron: J.W. van Aalst, www.opentopo.nl) Het beheersgebied is ingedeeld in deelgebieden waarvan verwacht wordt dat de bodemkwaliteit in grote mate vergelijkbaar is. Voor het indelen van het beheersgebied in bodemkwaliteitszones is het noodzakelijk om vast te stellen welke kenmerken binnen het beheersgebied van wezenlijke invloed zijn op de bodemkwaliteit. Voor het beheersgebied van de gemeente Gouda zijn naar verwachting de volgende aspecten van belang: historische ontwikkeling bebouwd gebied; gebruik (wonen/industrie); ophogingen (partieel/integraal); bodemopbouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van oud kaartmateriaal en gesprekken met gemeenteambtenaren is een kaart met de historische ontwikkeling van Gouda vervaardigd. Naast de historie is het gebruik mogelijk onderscheidend voor de diffuse bodemkwaliteit. Gouda kan worden onderverdeeld in twee typen gebruik: industrie- en bedrijventerreinen en wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Delen van de gemeente Gouda zijn integraal opgehoogd, andere delen partieel. Integraal wil zeggen dat hele wijken in zijn geheel een grondverbetering hebben ondergaan, zowel het openbare gebied als de uitgegeven terreinen. Door middel van zandophogingen (afhankelijk van de grondgesteldheid 1,5 tot 5 meter) is een redelijk zettingsarme ondergrond ontstaan van circa 0.01meter zetting per jaar. De compensatie van deze bodemdaling kan in het gewone grootschalig onderhoudsprogramma worden opgenomen. De verwachting is dat dit voorlopig</p></div>", "next": 239855}