{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">de wijze van lozen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-35\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht onttrekken grondwater en infiltreren van water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. grondwater uit een permanente bron te onttrekken als niet voldaan wordt aan Artikel 3.3, eerste lid , onverminderd Artikel 3.7 ; b. water in de bodem te brengen, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning voor grondwateronttrekking op een diepte van meer dan 50 m beneden het maaiveld in de boringsvrije zone Salland Diep, is enkel mogelijk als het te onttrekken grondwater bestemd is voor hoogwaardig industrieel gebruik waarop de Warenwet van toepassing is en waarvoor geen alternatief voorhanden is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-36\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en opgaveverplichting voor onttrekken van grondwater en infiltratie van water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die grondwater onttrekt door een daarvoor bedoelde voorziening of water in de bodem brengt, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, meet de in elk kwartaal onttrokken hoeveelheid grondwater of in de bodem gebracht water met een nauwkeurigheid van ten minste 95%.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor kortdurende of seizoensgebonden onttrekkingen of infiltraties kan het dagelijks bestuur van het waterschap in de voorschriften van de omgevingsvergunning voor de wateronttrekkingsactiviteit of, als geen omgevingsvergunning is vereist, bij maatwerkvoorschrift bepalen dat de hoeveelheid over een kortere tijdsspanne wordt gemeten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die water in de bodem brengt, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, meet de kwaliteit van dat water door het nemen van representatieve monsters en het analyseren van de in tabel 3.1 opgenomen parameters met de in die tabel aangegeven frequentie bij het infiltreren van water .</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 3.1 Parameters en meetfrequentie bij het infiltreren van water Parameter Afkorting Frequentie bacteriën van de coligroep vierwekelijks kleur vierwekelijks zwevende stof SS vierwekelijks geleidingsvermogen voor elektriciteit vierwekelijks temperatuur T vierwekelijks zuurgraad PH vierwekelijks opgelost zuurstof O2 vierwekelijks totaal organisch koolstof TOC vierwekelijks bicarbonaat HCO3 vierwekelijks nitriet NO2 vierwekelijks nitraat NO3 vierwekelijks ammonium NH4 vierwekelijks totaal fosfaat Totaal P vierwekelijks fluoride F driemaandelijks chloride CI vierwekelijks sulfaat SO4 driemaandelijks natrium Na driemaandelijks ijzer Fe driemaandelijks mangaan Mn driemaandelijks chroom Cr driemaandelijks lood Pb driemaandelijks koper Cu driemaandelijks zink Zn driemaandelijks cadmium Ca driemaandelijks arseen As driemaandelijks cyanide CN driemaandelijks minerale olie vierwekelijks adsorbeerbaar organisch halogeen AOX vierwekelijks vluchtig organisch gebonden chloor VOC vierwekelijks vluchtige aromaten vierwekelijks polycyclische aromaten PAK driemaandelijks fenolen driemaandelijks 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De analyse van de monsters vindt plaats overeenkomstig bijlage 4 bij de Drinkwaterregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uiterlijk op 31 januari van elk jaar of, als de onttrekking of infiltratie is beëindigd, binnen een maand na het tijdstip van beëindiging, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens verstrekt: a. de in het voorgaande kalenderjaar gemeten hoeveelheden onttrokken grondwater en in de bodem gebracht water; en b. de kwaliteit van in de bodem gebracht water.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing als de onttrekking: a. binnen de provincie Overijssel plaatsvindt, de onttrekkingshoeveelheid kleiner is dan 50.000 m3 per jaar is en niet plaatsvindt op een diepte van meer dan 50 m beneden het maaiveld binnen de boringsvrije zone Salland Diep; b. binnen de provincie Drenthe plaatsvindt en de onttrekkingshoeveelheid maximaal 10 m3 per uur en maximaal 5.000 m3 per kwartaal is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-37\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7</span><span class=\"lf-art-t\">Algeheel verbod</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden in het gebied met grondwaterafhankelijke natuur, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart, grondwater te onttrekken voor beregening of bevloeiing als de onttrekkingscapaciteit groter is dan 10 m3 per uur en de grondwateronttrekking niet vóór 16 juli 2013 rechtmatig tot stand is gekomen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.1.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Grondwater uit tijdelijke bron onttrekken in werkingsgebied van grondwaterlichaam</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-38\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.8</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op: a. het onttrekken van grondwater uit een tijdelijke bron in het werkingsgebied van een grondwaterlichaam ; b. het in de bodem brengen van water voor aanvulling van het grondwater , in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is niet van toepassing op activiteiten als bedoeld in de artikelen 6.34, eerste lid, onder b en c, en 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-39\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.9</span><span class=\"lf-art-t\">Inhoud specifieke zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 3.2 is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-310\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.10</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is van toepassing op het onttrekken van grondwater uit een tijdelijke bron, als de onttrekking: a. maximaal 90 aaneengesloten dagen duurt; b. een hoeveelheid van maximaal 70.000 m3 grondwater in een aaneengesloten periode van 30 dagen bedraagt; c. niet voor beregening of bevloeiing plaatsvindt in het gebied voor bescherming van grondwaterafhankelijke natuur, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart; en d. niet dieper plaatsvindt dan 50 m beneden maaiveld in de boringsvrije zone Salland Diep, zoals aangegeven op de bij de Omgevingsverordening Overijssel behorende kaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die grondwater onttrekt, informeert het dagelijks bestuur van het waterschap zo spoedig mogelijk over ontstane schade en over de reeds door hem getroffen en nog te treffen maatregelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-311\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.11</span><span class=\"lf-art-t\">Meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden de activiteit bedoeld in Artikel 3.10, eerste lid , te verrichten zonder dit tenminste twee weken voor het begin ervan te melden als de onttrekking: a. binnen de provincie Overijssel plaatsvindt en de onttrekkingshoeveelheid 50.000 m3 of groter is; b. binnen de provincie Drenthe plaatsvindt en de onttrekkingshoeveelheid groter is dan 10 m3 per uur of groter is dan 5.000 m3 per kwartaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een melding bevat naast de gegevens en bescheiden genoemd in Artikel 1.22 : a. de omschrijving van het doel waarvoor het te onttrekken grondwater wordt gebruikt; b. een locatietekening van de onttrekking, inclusief aanduiding van filters, drains en bronnen; c. het aantal in te richten putten; d. de coördinaten van iedere put; e. de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters van iedere put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil; f. de lengte in meters van het effectieve filter of de effectieve filters in iedere put; g. de capaciteit van de put in kubieke meter per uur; h. het aantal pompen en de onttrekkingscapaciteit per pomp in kubieke meter per uur; i. de hoeveelheid water in kubieke meter water per uur, etmaal, maand en jaar, die ten hoogste wordt onttrokken; j. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en van de maatregelen of voorzieningen die zijn of worden getroffen om de negatieve gevolgen van de onttrekking te voorkomen of te beperken; en k. de wijze van lozen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-312\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht onttrekken grondwater en infiltreren van water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. grondwater uit een tijdelijke bron te onttrekken als niet voldaan wordt aan Artikel 3.10, eerste lid , onverminderd Artikel 3.14 ; b. water in de bodem te brengen, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning voor grondwateronttrekking op een diepte van meer dan 50 m beneden het maaiveld in de boringsvrije zone Salland Diep, is enkel mogelijk als het te onttrekken grondwater bestemd is voor hoogwaardig industrieel gebruik waarop de Warenwet van toepassing is en waarvoor geen alternatief voorhanden is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-313\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.13</span><span class=\"lf-art-t\">Meetverplichting bij vergunning voor tijdelijk onttrekken van grondwater en infiltratie van water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 3.6 is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-314\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.14</span><span class=\"lf-art-t\">Algeheel verbod</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 3.7 is van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Oppervlaktewater onttrekken</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.2.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Oppervlaktewater onttrekken in beperkingengebied van oppervlaktewaterlichaam</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-315\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.15</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het onttrekken van oppervlaktewater in het beperkingengebied van een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-316\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.16</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is van toepassing op het onttrekken van oppervlaktewater voor beregening of bevloeiing als de onttrekking niet plaatsvindt uit een rood gemarkeerd oppervlaktewaterlichaam op de bij deze verordening behorende kaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die de activiteit verricht, onttrekt een dusdanige hoeveelheid oppervlaktewater dat de benedenstrooms gelegen peil regulerende kunstwerken water blijven afvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die oppervlaktewater onttrekt uit een A- of B-oppervlaktewaterlichaam: a. legt de onttrekkingsvoorziening zodanig aan dat die geen belemmering is voor het efficiënt uitvoeren van onderhoud; b. verwijdert de zuigleiding en zuigkorf uit het oppervlaktewaterlichaam en van de beschermingszone als er geen onttrekking plaatsvindt; c. voorkomt dat de aan- en afvoer van het oppervlaktewater wordt belemmerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-317\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.17</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste twee werkdagen voor het begin van de onttrekking bedoeld in artikel 3.16 , eerste lid , wordt, naast de gegevens en bescheiden genoemd in Artikel 1.22 , de onttrekkingscapaciteit verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-318\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.18</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning oppervlaktewater te onttrekken: a. voor beregening of bevloeiing vanuit de rood gemarkeerde watergangen op de bij deze verordening behorende kaart; b. voor een ander doel dan beregening of bevloeiing.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bodem ontwateren</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.3.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bodem ontwateren in beperkingengebied van waterkering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-319\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.19</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het ontwateren van de bodem in het beperkingengebied van een waterkering .</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-320\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.20</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning de bodem van een waterkering te ontwateren.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.3.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bodem ontwateren in beperkingengebied van oppervlaktewaterlichaam</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-321\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.21</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het ontwateren van de bodem in het beperkingengebied van een oppervlaktewaterlichaam .</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-322\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.22</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning de bodem met greppels te ontwateren in de beschermingszone van een A-oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf  3.3.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bodem ontwateren in werkingsgebied van grondwaterlichaam</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-323\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.23</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is van toepassing op het ontwateren van de bodem in het beperkingengebied van een grondwaterlichaam .</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-324\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.24</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is van toepassing op het ontwateren van de bodem als het ontwateren plaatsvindt buiten een bruin gebied op de bij deze verordening behorende kaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die voor het ontwateren drainagebuizen aanlegt, legt die buizen: a. niet dieper dan 1,0 m beneden het maaiveld in de met groen aangegeven gebieden op de bij deze verordening behorende kaart; b. niet dieper dan 0,80 m beneden het maaiveld in de met blauw aangegeven gebieden op de bij deze verordening behorende kaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die voor het ontwateren greppels aanlegt, graaft die greppels niet dieper dan 0,30 m beneden het maaiveld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-325\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.25</span><span class=\"lf-art-t\">Meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden de activiteit bedoeld in artikel 3.24 , eerste lid , te verrichten zonder dit tenminste twee weken voor het begin ervan te melden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanleg van greppels, drainagebuizen of bijbehorende lozingsvoorzieningen vindt binnen één jaar na het melden plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een melding bevat, naast de gegevens en bescheiden genoemd in Artikel 1.22 , een ontwateringsplan waarin de diameter, h.o.h.-afstand, aanlegdiepte en afwateringsrichting van het ontwateringsmiddel zijn aangegeven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-326\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.26</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning de bodem te ontwateren in het bruine gebied op de bij deze verordening behorende kaart.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is van toepassing op lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk , dat in beheer is bij het waterschap.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van grondwater bij sanering of ontwatering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van grondwater bij saneringen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan grondwater afkomstig van een bodemsanering of grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het lozen van dat grondwater in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.1, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 4.1 Emissiegrenswaarden bij lozen in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam Stof Emissiegrenswaarden in µg/l of mg/l Naftaleen 0,2 µg/l PAK’s 1 µg/l BTEX 50 µg/l Vluchtige organohalogeenverbindingen uitgedrukt als chloor 20 µg/l Aromatische organohalogeen-verbindingen 20 µg/l Minerale olie 500 µg/l Cadmium 4 µg/l Kwik 1 µg/l Koper 11 µg/l Nikkel 41 µg/l Lood 53 µg/l Zink 120 µg/l Chroom 24 µg/l Onopgeloste stoffen 50 mg/l 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het lozen van dat grondwater in een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.2, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 4.2 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarden in µg/l of mg/l Naftaleen 0,2 µg/l PAK’s 1 µg/l Minerale olie 50 µg/l Cadmium 0,4 µg/l Kwik 0,1 µg/l Koper 1,1 µg/l Nikkel 4,1 µg/l Lood 5,3 µg/l Zink 12 µg/l Chroom 2,4 µg/l Onopgeloste stoffen 20 mg/l Benzeen 2 µg/l Tolueen 7 µg/l Ethylbenzeen 4 µg/l Xyleen 4 µg/l Tetrachlooretheen 3 µg/l Trichlooretheen 20 µg/l 1,2-dichlooretheen 20 µg/l 1,1,1-trichloorethaan 20 µg/l Vinylchloride 8 µg/l Som van de vijf hier bovenstaande stoffen 20 µg/l Monochloorbenzeen 7 µg/l Dichloorbenzenen 3 µg/l Trichloorbenzenen 1 µg/l</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-43\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van grondwater bij ontwatering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan grondwater bij ontwatering worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat grondwater: a. niet afkomstig is van een bodemsanering, een grondwatersanering of een onderzoek voorafgaand aan een bodemsanering of grondwatersanering; en b. geen drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van het Besluit activiteiten leefomgeving is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen grondwater is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 50 mg/l, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid is niet van toepassing op het lozen van grondwater bij wonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-44\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor BTEX: NEN-EN-ISO 15680 ; b. voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen: NEN-EN-ISO 17993 ; c. voor tetrachlooretheen, trichlooretheen, 1,2-dichlooretheen, 1,1,1-trichloorethaan, vinylchloride, de som van de vijf hiervoor genoemde stoffen, monochloorbenzeen, dichloorbenzeen, trichloorbenzenen: NEN-EN-ISO 10301 of NEN-EN-ISO 15680 , waarbij voor vinylchloride enkel NEN-EN-ISO 15680 gebruikt kan worden; d. voor minerale olie: NEN-EN-ISO 9377-2 ; e. voor cadmium, koper, nikkel, lood, zink en chroom: NEN 6966 of NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 11885 , waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2 ; f. voor kwik: NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 12846 of NEN-EN-ISO 17852 , waarbij kwik wordt ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2 ; en g. voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872 .</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-45\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 4.2 en artikel 4.3 , worden naast de gegevens en bescheiden genoemd in Artikel 1.22 aan het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van grondwater bij ontwatering, als: a. het lozen niet langer dan 48 uur duurt; of b. het lozen plaatsvindt bij wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste en tweede lid worden de gegevens en bescheiden ten minste vijf werkdagen voor het begin van het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering verstrekt, als het lozen langer duurt dan 48 uur maar niet langer dan 8 weken.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodem beschermende voorziening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-46\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van afvloeiend hemelwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvloeiend hemelwater worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat hemelwater: a. niet afkomstig is van een bodem beschermende voorziening; b. geen drainagewater als bedoeld in paragraaf 4.77 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en c. geen overig afvalwater van een kas als bedoeld in paragraaf 4.78 van dat besluit is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid wordt afvloeiend hemelwater afkomstig van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen, alleen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam geloosd als lozen op of in de bodem redelijkerwijs niet mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid wordt afvloeiend hemelwater afkomstig van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen, alleen op een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam geloosd als lozen op of in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam of in een schoonwaterriool redelijkerwijs niet mogelijk is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-47\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste zes maanden voor de voorgenomen aanleg van buiten de bebouwde kom gelegen rijkswegen en provinciale wegen en daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken, worden naast de gegevens en bescheiden genoemd in Artikel 1.22 aan het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de aard en omvang van de lozing van afvloeiend hemelwater; en b. de verwachte datum van het begin van de lozingsactiviteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste zes maanden voor het veranderen van de lozingsactiviteit door een reconstructie of ingrijpende wijziging van die wegen en daarbij behorende bruggen, viaducten en andere kunstwerken, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van huishoudelijk afvalwater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-48\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.8</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van huishoudelijk afvalwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam wordt huishoudelijk afvalwater alleen op een oppervlaktewaterlichaam geloosd als het lozen plaatsvindt buiten een bebouwde kom of binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater wordt geloosd met een vervuilingswaarde van minder dan 2000 inwonerequivalenten, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk waarop kan worden aangesloten meer bedraagt dan: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">40 m bij niet meer dan 10 inwonerequivalenten; b.</p>\n<p class=\"lf-p\">100 m bij meer dan 10 maar minder dan 25 inwonerequivalenten; c.</p>\n<p class=\"lf-p\">600 m bij 25 of meer inwonerequivalenten maar minder dan 50 inwonerequivalenten; d.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.500 m bij 50 of meer inwonerequivalenten maar minder dan 100 inwonerequivalenten; en e.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.000 m bij 100 of meer inwonerequivalenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het huishoudelijk afvalwater vrijkomt; en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het tweede lid, aanhef en onder a, wordt de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk bij voortzetting van het lozen van huishoudelijk afvalwater in het oppervlaktewaterlichaam dat voor 1 maart 1997 al plaatsvond, berekend vanaf het gedeelte van het gebouw dat zich het dichtst bij een vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk bevindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid kan huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd: a. vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-49\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9</span><span class=\"lf-art-t\">Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam wordt huishoudelijk afvalwater dat wordt geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, geleid via een zuiveringsvoorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden bij het lozen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam de waarden, bedoeld in tabel 4.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 4.3 Emissiegrenswaarden bij lozen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam Stof Emissiegrenswaarden in mg/l Representatief etmaalmonster Steekmonster Biochemisch zuurstofverbruik 30 mg/l 60 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 150 mg/l 300 mg/l Onopgeloste stoffen 30 mg/l 60 mg/l 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden bij het lozen op een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam de waarden, bedoeld in tabel 4.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 4.4 Emissiegrenswaarden bij lozen op een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam Stof Emissiegrenswaarden in mg/l Representatief etmaalmonster Steekmonster Biochemisch zuurstofverbruik 20 mg/l 40 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 100 mg/l 200 mg/l Totaal stikstof 30 mg/l 60 mg/l Ammoniumstikstof 2 mg/l 4 mg/l Onopgeloste stoffen 30 mg/l 60 mg/l Fosfor totaal 3 mg/l 6 mg/l 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing als het huishoudelijk afvalwater minder dan zes inwonerequivalenten bevat en voor vermenging met ander afvalwater door een septictank wordt geleid: a. met een nominale inhoud van 6 m3 of meer, volgens NEN-EN 12566-1 , en met een hydraulisch rendement van niet meer dan 10 g, volgens annex B van NEN-EN 12566-1 ; of b. die is geplaatst voor 1 januari 2009 en is afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste tot en met derde lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam: a. vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-410\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor biochemisch zuurstofverbruik: NEN-EN-ISO 5815-1 of NEN-EN-ISO 5815-2 ; b. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705 ; c. voor nitrietstikstof en nitraatstikstof: NEN-EN-ISO 13395 of NEN-ISO 15923-1 ; d. voor organisch stikstof: NEN-ISO 5663 of NEN 6646 ; e. voor ammoniumstikstof: NEN 6646 , NEN-EN-ISO 11732 of NEN-ISO 15923-1 ; en f. voor totaal fosfor: NEN-EN-ISO 15681-1 , NEN-EN-ISO 15681-2 , NEN-EN-ISO 6878 , NEN-EN-ISO 11885 of NEN-EN-ISO 17294-2 .</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-411\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 4.8 , worden naast de gegevens en bescheiden genoemd in Artikel 1.22 aan het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over: a. het aantal inwonerequivalenten dat wordt geloosd; b. de wijze van behandeling van het afvalwater; en c. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam: a. vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of b. op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van koelwater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-412\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12</span><span class=\"lf-art-t\">Koelwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan koelwater dat niet afkomstig is van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het te lozen koelwater worden geen chemicaliën toegevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De warmtevracht van het te lozen koelwater is niet meer dan 1000 kJ/s bij het lozen op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De warmtevracht van het te lozen koelwater is niet meer dan 10 kJ/s bij het lozen op een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-413\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.13</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 4.12 , worden naast de gegevens en bescheiden genoemd in Artikel 1.22 aan het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de maximale warmtevracht; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij reinigen, conserveren, bouwen, renoveren of slopen van bouwwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-414\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.14</span><span class=\"lf-art-t\">Bij reinigen en conserveren geen afvalwater lozen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afvalwater afkomstig van het reinigen of conserveren van bouwwerken wordt niet geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, tenzij het gaat om: a. afvalwater afkomstig van het afwassen met water; of b. afvalwater afkomstig van het schoonspuiten met water onder een druk van ten hoogste 200 bar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-415\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15</span><span class=\"lf-art-t\">Werkinstructie bij reinigen en conserveren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam bij het reinigen of conserveren van bouwwerken: a. is een werkinstructie opgesteld; en b. wordt voor het deel van het bouwwerk dat boven de waterspiegel ligt een hulpconstructie voor de opvang van stoffen gebruikt die is afgestemd op de gebruikte techniek, de gebruikte stoffen en de stoffen die kunnen vrijkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de werkinstructie is in ieder geval opgenomen: a. welke technieken worden toegepast; b. welke stoffen kunnen vrijkomen; en c. welke stoffen worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een hulpconstructie wordt gebruikt, is in de werkinstructie ook opgenomen: a. op welke manier de vloer, de zijwanden en de bovenzijde van de hulpconstructie zijn uitgevoerd; b. wat de omvang van het bouwwerk dat wordt gereinigd of geconserveerd is en wat de omvang van de hulpconstructie is; c. of de constructie een afzuiging met permanente onderdruk heeft; d. op welke manier afvalwater wordt opgevangen, als natte technieken worden gebruikt; en e. welke aanvullende maatregelen worden getroffen als wordt gewerkt bij een windsnelheid van meer dan 8 m/s.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-416\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16</span><span class=\"lf-art-t\">Werkinstructie bij bouwen en slopen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam bij het bouwen, renoveren of slopen van bouwwerken is er een werkinstructie opgesteld, waarin in ieder geval is opgenomen: a. op welke manier wordt gebouwd, gerenoveerd of gesloopt; en b. welke maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat stoffen die worden gebruikt of die kunnen vrijkomen, in het oppervlaktewaterlichaam terechtkomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-417\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.17</span><span class=\"lf-art-t\">Beperken stof in het oppervlaktewaterlichaam</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of beperken van de verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam bij het afzuigen van lucht vanuit een hulpconstructie, is voor de emissie in de lucht de emissiegrenswaarde voor stof 10 mg/Nm3, gemeten in een eenmalige meting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-418\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.18</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het meten van stof bij het afzuigen van lucht vanuit een hulpconstructie is NEN-EN 13284-1 van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-419\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.19</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 4.14 tot en met artikel 4.16 , worden naast de gegevens en bescheiden genoemd in Artikel 1.22 aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. voor het lozen afkomstig van reinigen of conserveren van een bouwwerk: de werkinstructie, bedoeld in artikel 4.15 ; of b. voor het lozen afkomstig van het bouwen of slopen van een bouwwerk: de werkinstructie, bedoeld in artikel 4.16 .</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste en tweede lid gelden niet voor reinigingswerkzaamheden die periodiek worden uitgevoerd en waarbij alleen vuilafzetting wordt verwijderd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij opslaan en overslaan van inerte goederen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-420\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.20</span><span class=\"lf-art-t\">Inerte goederen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van deze afdeling worden in ieder geval de volgende goederen als inerte goederen beschouwd, voor zover deze niet verontreinigd zijn: a. bouwstoffen als bedoeld in paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. grond en baggerspecie als bedoeld in paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving; c.</p>\n<p class=\"lf-p\">A-hout en ongeshredderd B-hout; d. snoeihout; e. banden van voertuigen; f. autowrakken waaruit alle vloeistoffen zijn afgetapt bij een autodemontagebedrijf en wrakken van tweewielige motorvoertuigen waaruit alle vloeistoffen zijn afgetapt bij een demontagebedrijf voor tweewielige motorvoertuigen; g. straatmeubilair; h. tuinmeubilair; i. aluminium, ijzer en roestvrij staal; j. kunststof anders dan lege, ongereinigde verpakkingen van voedingsmiddelen, smeerolie, verf, lak of drukinkt, gewasbeschermingsmiddelen, biociden of gevaarlijke stoffen; k. kunststofgeïsoleerde kabels anders dan oliedrukkabels, gepantserde papier-loodkabels en papiergeïsoleerde grondkabels; l. papier en karton; m. textiel en tapijt; en n. vlakglas.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-421\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.21</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij opslaan van inerte goederen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan te lozen afvalwater, dat in contact is geweest met opgeslagen inerte goederen, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-422\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.22</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij overslaan van inerte goederen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan bij het overslaan van inerte goederen in de buitenlucht worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het overslaan van die goederen in de buitenlucht wordt zo veel mogelijk voorkomen dat goederen op een oppervlaktewaterlichaam geraken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het tweede lid wordt bij het laden en lossen van schepen in ieder geval voldaan als: a. de afstand tussen wal en schip zo klein mogelijk is, en in ieder geval niet groter is dan 5 m; of b. het schip waarin of waaruit wordt overgeslagen, met de wal wordt verbonden door een ponton of een morsklep.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op het overslaan van inerte goederen bij wonen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.8</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij opslaan of overslaan van andere dan inerte goederen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-423\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.23</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij opslaan van goederen die kunnen uitlogen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.1057, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater te lozen afvalwater afkomstig van het opslaan van goederen waaruit stoffen kunnen uitlogen, worden geloosd op een aangewezen oppervlaktewaterlichaam, als de afstand tot een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden aangesloten of geloosd meer dan 40 m is, gerekend vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.5, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 4.5 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarde in µg/l of mg/l Som van de metalen arseen, chroom, koper, lood, nikkel en zink 1 mg/l Minerale olie 20 mg/l Polycyclische aromatische koolwaterstoffen 50 µg/l Onopgeloste stoffen 100 mg/l Som van stikstofverbindingen 10 mg/l Som van fosforverbindingen 2 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 200 mg/l</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-424\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.24</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor onopgeloste stoffen: NEN-EN 872 ; b. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705 ; c. voor olie: NEN-EN-ISO 9377-2 ; d. voor arseen, chroom, koper, lood, nikkel en zink: NEN 6966 of NEN-EN-ISO 17294-2 of NEN-EN-ISO 11885 , waarbij de elementen worden ontsloten volgens NEN-EN-ISO 15587-1 of NEN-EN-ISO 15587-2 ; e. voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen: NEN-EN-ISO 17993 ; f. voor nitrietstikstof en nitraatstikstof: NEN-EN-ISO 13395 of NEN-ISO 15923-1 ; g. voor organisch stikstof: NEN-ISO 5663 of NEN 6646 ; h. voor ammoniumstikstof: NEN 6646 , NEN-EN-ISO 11732 of NEN-ISO 15923-1 ; en i. voor de som van fosforverbindingen: NEN-EN-ISO 15681-1 , NEN-EN-ISO 15681-2 , NEN-EN-ISO 6878 , NEN-EN-ISO 11885 of NEN-EN-ISO 17294-2 .</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-425\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.25</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij overslaan van niet-inerte goederen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam bij: a. het bedrijfsmatig overslaan van niet-inerte goederen; b. het overslaan van zout voor het strooien op wegen; c. het overslaan van niet-inerte goederen die vrijkomen bij een werk; en d. het overslaan van niet-inerte goederen die nodig zijn in een werk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het overslaan van die goederen in de buitenlucht wordt zo veel mogelijk voorkomen dat goederen op een oppervlaktewaterlichaam geraken.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het tweede lid wordt bij het laden en lossen van schepen in ieder geval voldaan als: a. de afstand tussen wal en schip zo klein mogelijk is, en in ieder geval niet groter is dan 5 m; of b. het schip waarin of waaruit wordt overgeslagen, met de wal wordt verbonden door een ponton of een morsklep.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-426\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.26</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in Artikel 4.23 en artikel 4.25 , worden naast de gegevens en bescheiden genoemd in Artikel 1.22 aan het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de stoffen die worden opgeslagen of overgeslagen; b. de verwachte datum van het begin van de activiteit; c. de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en d. de resultaten van de immissietoets voor de te lozen stoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing op het overslaan van: a. zout voor het strooien op wegen; b. niet-inerte goederen die vrijkomen bij een werk; en c. niet-inerte goederen die nodig zijn in een werk.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.9</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen uit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-427\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.27</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van afvalwater vanuit gemeentelijke rioolstelsels</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan het afvalwater afkomstig uit een openbaar ontwateringsstelsel, een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als: a. het lozen is gestart voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en b. dat stelsel of dat riool voorkomt op het in het gemeentelijk rioleringsplan of een gemeentelijk rioleringsprogramma opgenomen overzicht van voorzieningen en maatregelen als bedoeld in artikel 2.16, eerste lid, onder a, onder 1 tot en met 3, van de Omgevingswet, en dat stelsel of dat riool volgens dat plan of programma is uitgevoerd en wordt beheerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-428\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.28</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van huishoudelijk afvalwater vanuit andere systemen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan huishoudelijk afvalwater afkomstig uit een systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als dat systeem voorkomt op het in het gemeentelijk rioleringsplan of een gemeentelijk rioleringsprogramma opgenomen overzicht van die systemen en volgens dat plan of programma is uitgevoerd en wordt beheerd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.10</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij ontgravingen, baggerwerkzaamheden en werkzaamheden door de waterbeheerder</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-429\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.29</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij ontgravingen en baggerwerkzaamheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen kunnen stoffen die vrijkomen bij ontgravingen of baggerwerkzaamheden op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd op dat oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-430\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.30</span><span class=\"lf-art-t\">Werkinstructie bij verontreinigde waterbodem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam is bij ontgravingen of baggerwerkzaamheden in een waterbodem met de kwaliteitsklasse 'sterk verontreinigd', bedoeld in artikel 25d, derde lid, onder a, van het Besluit bodemkwaliteit, een werkinstructie opgesteld, waarin in ieder geval is opgenomen: a. de toe te passen baggertechniek, en b. de bij het gebruik van die techniek gehanteerde werkwijze.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-431\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.31</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij werkzaamheden door de waterbeheerder</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen kunnen stoffen die vrijkomen bij andere werkzaamheden dan bedoeld in artikel 4.29 op een oppervlaktewaterlichaam en worden verricht door of namens de waterbeheerder in het kader van het waterbeheer, worden geloosd op dat oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-432\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.32</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van algen en bacteriën</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen kunnen algen en bacteriën uit een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd op een ander oppervlaktewaterlichaam dat in beheer is bij dezelfde waterbeheerder, als die werkzaamheden plaatsvinden door of namens de beheerder in het kader van het beheer van dat oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-433\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.33</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in Artikel 4.29 , worden naast de gegevens en bescheiden genoemd in Artikel 1.22 aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de kwaliteit van de te ontgraven of te baggeren waterbodem; b. als de waterbodem de kwaliteitsklasse «sterk verontreinigd», bedoeld in artikel 25d, derde lid, onder a, van het Besluit bodemkwaliteit, heeft: de werkinstructie, bedoeld in Artikel 4.30 ; en c. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing als de ontgraving of baggerwerkzaamheden plaatsvinden door de beheerder of ter uitvoering van een onderhoudsverplichting als bedoeld in artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.11</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij schoonmaken drinkwaterleidingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-434\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.34</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van reinigingswater drinkwaterleidingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat vrijkomt bij het schoonmaken en in gebruik nemen van de middelen voor opslag, transport en distributie van drinkwater of warm tapwater als bedoeld in artikel 1 van de Drinkwaterwet, of van huishoudwater als bedoeld in artikel 1 van het Drinkwaterbesluit, op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het water dat voor het schoonmaken en in gebruik nemen wordt gebruikt, worden geen chemicaliën toegevoegd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.12</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij regenereren winput voor drinkwater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-435\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.35</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van water bij regenereren van een winput voor drinkwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan water bij het regenereren van een winput voor drinkwater worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam als voor het regenereren geen chemicaliën worden gebruikt. Het gebruik van een met zoutzuur licht aangezuurde waterstofperoxideoplossing is toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorafgaand aan de lozing wordt het water door een bezinkvoorziening geleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebruik van waterstofperoxide mag het te lozen water geen waterstofperoxide bevatten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-436\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.36</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 4.35 , worden naast de gegevens en bescheiden genoemd in Artikel 1.22 aan het dagelijks bestuur van het waterschap gegevens en bescheiden verstrekt over de aard en omvang van de lozing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-437\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.37</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning water te lozen bij het regenereren van een winput voor drinkwater als voor het regenereren andere chemicaliën worden gebruikt dan een waterstofperoxideoplossing die eventueel met zoutzuur licht is aangezuurd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.13</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij calamiteitenoefeningen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-438\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.38</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij calamiteitenoefeningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater dat vrijkomt bij een calamiteitenoefening, anders dan afvalwater afkomstig van een permanente voorziening voor het oefenen van brandbestrijdingstechnieken als bedoeld in artikel 3.259 van het Besluit activiteiten leefomgeving, op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-439\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.39</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 4.38 , worden naast de gegevens en bescheiden genoemd in Artikel 1.22 aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. of er blusschuim bij de oefening wordt gebruikt; en b. welke stoffen dat blusschuim bevat.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.14</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-440\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.40</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen vanuit andere gebouwen dan een kas</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.795, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater, te lozen afvalwater afkomstig van het telen of kweken van gewassen in een gebouw, anders dan een kas, ook op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd, als het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden geloosd, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool waarop kan worden aangesloten en geloosd, meer dan 40 m is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.6, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 4.6 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarde in mg/l Onopgeloste stoffen 100 mg/l Biochemisch zuurstofverbruik 60 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 300 mg/l 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt, en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, wordt de afstand bij voortzetting van het lozen dat voor 1 januari 2013 al plaatsvond, berekend vanaf de plaats waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-441\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.41</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij spoelen van biologisch geteelde gewassen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.761, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater, te lozen afvalwater afkomstig van het spoelen van biologisch geteelde gewassen ook op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd, als het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk, waarop kan worden geloosd, en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool waarop kan worden aangesloten en geloosd, meer dan 40 m is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater is de emissiegrenswaarde voor onopgeloste stoffen 100 mg/l, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt, en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, wordt de afstand bij voortzetting van het lozen dat voor 1 januari 2013 al plaatsvond, berekend vanaf de plaats waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-442\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.42</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij sorteren van biologisch geteelde gewassen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op artikel 4.773, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, kan, met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater, te lozen afvalwater afkomstig van het sorteren van biologisch geteelde gewassen ook op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.7, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 4.7 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarde in mg/l Onopgeloste stoffen 100 mg/l Biochemisch zuurstofverbruik 60 mg/l Chemisch zuurstofverbruik 300 mg/l</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-443\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.43</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij omgekeerde osmose en ionenwisselaars</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het zuiveren van water door omgekeerde osmose of ionenwisselaars voor agrarische activiteiten, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 4.8, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 4.8 Emissiegrenswaarden Stof Emissiegrenswaarde in mg/l Chloride 200 mg/l IJzer 2 mg/l 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 4.801 en 4.804 van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn niet van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-444\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.44</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bij ontijzeren grondwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het ontijzeren van grondwater voor agrarische activiteiten, worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam als het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden geloosd en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool waarop kan worden aangesloten en geloosd, meer dan 40 m is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het te lozen afvalwater is de emissiegrenswaarde voor ijzer 5 mg/l, gemeten in een steekmonster.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend: a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt, en b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het derde lid, aanhef en onder a, wordt de afstand bij voortzetting van het lozen dat voor 1 januari 2013 al plaatsvond, berekend vanaf de plaats waar het afvalwater vrijkomt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-445\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.45</span><span class=\"lf-art-t\">Meet- en rekenbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het bemonsteren van afvalwater is NEN 6600-1 van toepassing, en een monster is niet gefiltreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het conserveren van een monster is NEN-EN-ISO 5667-3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is van toepassing: a. voor chloride: NEN-EN-ISO 15682 ; b. onopgeloste stoffen: NEN-EN 872 ; c. voor biochemisch zuurstofverbruik: NEN-EN-ISO 5815-1 of NEN-EN-ISO 5815-2 ; d. voor chemisch zuurstofverbruik: NEN-ISO 15705 ; en e. voor ijzerverbindingen: NEN-EN-ISO 17294-2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-446\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.46</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 4.40 tot en met artikel 4.44 , worden naast de gegevens en bescheiden genoemd in Artikel 1.22 aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.15</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij maken van betonmortel en uitwassen van beton</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-447\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.47</span><span class=\"lf-art-t\">Uitzondering voorgeschreven lozingsroute</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als in het omgevingsplan voor afvalwater afkomstig van het reinigen van installaties en voorzieningen voor het maken van betonmortel, het inwendig reinigen van voertuigen waarin betonmortel is vervoerd of het uitwassen van beton een andere lozingsroute is toegestaan, wordt, in afwijking van de artikelen 4.140, eerste lid, en 4.158, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, het te lozen afvalwater, bedoeld in die artikelen, geloosd op een oppervlaktewaterlichaam of via die andere route.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.16</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen bij niet-industriële voedselbereiding</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-448\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.48</span><span class=\"lf-art-t\">Afbakening met Besluit activiteiten leefomgeving</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is niet van toepassing op het lozen van afvalwater afkomstig van de voedingsmiddelenindustrie, bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving met uitzondering van het lozen van afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen voor personen die werken op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-449\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.49</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen bereiden van voedingsmiddelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam, als het bereiden plaatsvindt met: a. grootkeukenapparatuur; b. één of meer bakkerijovens die chargegewijs worden beladen; of c. één of meer bakkerijovens die continu worden beladen met een nominaal vermogen of een aansluitwaarde van ten hoogste 100 kilowatt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afvalwater wordt alleen gezamenlijk met huishoudelijk afvalwater geloosd, en wordt alleen geloosd voor zover de voorzieningen voor het zuiveren van huishoudelijk afvalwater zijn berekend op het zuiveren van het afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen en daarmee samenhangende activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-450\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.50</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 4.49 , worden naast de gegevens en bescheiden genoemd in Artikel 1.22 aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.17</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van spuiwater uit recreatieve visvijvers</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-451\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.51</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van spuiwater uit recreatieve visvijvers</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kan spuiwater uit recreatieve visvijvers worden geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-452\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.52</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voor het begin van de lozingsactiviteit, bedoeld in artikel 4.51 , worden naast de gegevens en bescheiden genoemd in Artikel 1.22 aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de aard en omvang van de lozing; en b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste vier weken voordat de lozingsactiviteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het dagelijks bestuur van het waterschap.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.18</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen vanaf vaartuigen of andere drijvende werktuigen bij spoelen of scheiden van zand of grind</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-453\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.53</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van spoelwater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater kunnen de volgende afvalwaterstromen afkomstig van een vaartuig of ander drijvend werktuig, op een oppervlaktewaterlichaam worden geloosd: a. afvalwater dat vrijkomt bij het spoelen van zeezand tijdens het transport daarvan met een vaartuig of werktuig; en b. afvalwater dat vrijkomt bij het op dat vaartuig of werktuig scheiden van zand of grind.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.19</h3>\n<p class=\"lf-p\">Asverstrooiing</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-454\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.54</span><span class=\"lf-art-t\">Asverstrooiing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het op een oppervlaktewaterlichaam individueel verstrooien van as door de nabestaande die de zorg voor de asbus heeft, bedoeld in artikel 66a, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging, is toegestaan.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.20</h3>\n<p class=\"lf-p\">Andere lozingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-455\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.55</span><span class=\"lf-art-t\">Vangnetvergunningplicht lozen op oppervlaktewater</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam te verrichten, als daarbij stoffen of warmte worden geloosd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod geldt niet voor: a. het lozen van stoffen of warmte op een oppervlaktewaterlichaam afkomstig van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. het lozen, bedoeld in afdeling 4.2 tot en met afdeling 4.19 ; c. het lozen van water dat afkomstig is uit dat oppervlaktewaterlichaam en waaraan geen stoffen zijn toegevoegd; en d. het lozen van stoffen of warmte afkomstig van wonen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-456\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.56</span><span class=\"lf-art-t\">Vangnetvergunningplicht lozen op zuiveringtechnisch werk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder omgevingsvergunning een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk te verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod geldt niet voor het lozen van stoffen, water of warmte op een zuiveringtechnisch werk afkomstig van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in artikel 3.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Procedurele bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoegdheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het dagelijks bestuur van het waterschap is bevoegd om de volgende delen van de waterschapsverordening vast te stellen en te wijzigen: a. regels over vergunningplichtige activiteiten; b. regels over vergunningvrije activiteiten; c. regels over meldingsplichtige activiteiten; en d. aanwijzing van gebieden en waterstaatswerken waarop regels van toepassing zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het dagelijks bestuur van het waterschap doet één keer per jaar een schriftelijke mededeling aan het algemeen bestuur van het waterschap over het gebruik van de bevoegdheid genoemd in artikel 5.1 .</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsrecht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-61\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht omgevingsvergunningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning voor een activiteit op grond van de Keur Drents Overijsselse Delta zoals die luidde direct voor inwerkingtreding van deze verordening en die onherroepelijk is, geldt als een omgevingsvergunning op grond van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor een activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening geen verbod op grond van deze verordening geldt om zonder omgevingsvergunning de activiteit te verrichten, geldt een aan een onherroepelijke omgevingsvergunning voor die activiteit verbonden voorschrift als een maatwerkvoorschrift. Dit geldt alleen voor zover het voorschrift gaat over een activiteit waarvoor het dagelijks bestuur van het waterschap maatwerkvoorschriften kan stellen op grond van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend voor een activiteit waarvoor op grond van deze Waterschapsverordening een verbod geldt om de activiteit zonder omgevingsvergunning te verrichten, blijft het oude recht van toepassing tot de omgevingsvergunning onherroepelijk wordt. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing als die omgevingsvergunning onherroepelijk wordt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-62\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht meldingen en maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een melding of kennisgeving van een activiteit die voor inwerkingtreding van deze verordening is gedaan, geldt als een melding van die activiteit op grond van deze verordening, als op die activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening een verbod om zonder melding de activiteit te verrichten van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit die voor inwerkingtreding van deze verordening is ingediend, geldt als een melding van die activiteit op grond van deze verordening, als op die activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening een verbod om zonder melding de activiteit te verrichten van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift voor een activiteit op grond van de Keur Drents Overijsselse Delta en het Activiteitenbesluit milieubeheer zoals die luidde direct voor inwerkingtreding van deze verordening en dat onherroepelijk is, geldt als een maatwerkvoorschrift op grond van deze verordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-63\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht bestuurlijke sanctiebesluiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de inwerkingtreding van deze verordening een overtreding heeft plaatsgevonden, een overtreding is aangevangen of het gevaar voor een overtreding klaarblijkelijk dreigde, en voor die inwerkingtreding een bestuurlijke sanctie is opgelegd voor die overtreding of dreigende overtreding, blijft het oude recht op die bestuurlijke sanctie van toepassing tot het tijdstip waarop: a. de beschikking onherroepelijk is geworden en volledig is uitgevoerd of ten uitvoer is gelegd; b. de beschikking is ingetrokken of is komen te vervallen; of c. als de beschikking gaat om de oplegging van een last onder dwangsom:1˚. de last volledig is uitgevoerd;2˚. de dwangsom volledig is verbeurd en betaald; of3˚. de last is opgeheven.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Slotbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-71\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Intrekking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Keur Waterschap Drents Overijselse Delta en de Algemene regels bij de Keur Waterschap Drents Overijsselse Delta worden ingetrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-72\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2024.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-73\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening wordt aangehaald als: Waterschapsverordening Waterschap Drents Overijsselse Delta.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage I Begripsbepalingen A-oppervlaktewaterlichaam oppervlaktewaterlichaam dat als zodanig is aangegeven op de bij verordening behorende kaart aangeheelde waterkering waterkering waarbij de hoogte van de achterliggende gronden tot op minimaal 10 meter landinwaarts op kunstmatige wijze op gelijke hoogte of hoger dan de kruin van de waterkering is gelegen en waarbij de aanheling tenminste 10 meter lang is aangewezen oppervlaktewaterlichaam oppervlaktewaterlichaam dat is aangewezen en begrensd in Bijlage III van deze verordening afrastering afscheiding met vrij doorzicht, uitgevoerd als een paal-draad constructie B-oppervlaktewaterlichaam oppervlaktewaterlichaam dat als zodanig is aangegeven op de bij verordening behorende kaart bebouwde kom de door de gemeente bepaalde bebouwde kom en voor zover die niet is bepaald de structurele samenhang van bebouwing, zoals aaneengesloten woonbebouwing beperkingengebied bij of krachtens de verordening aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object beplanting bomen, struiken en overige planten, uitgezonderd gras bergingsgebied gebied waaraan op grond van de Omgevingswet een functie voor waterstaatkundige doeleinden is toegedeeld, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam of onderdeel daarvan, dat dient ter verruiming van de bergingscapaciteit van een of meer watersystemen en dat ook als bergingsgebied op de legger is opgenomen beschermingszone aan een waterstaatswerk grenzende zone, waarin ter bescherming van dat werk voorschriften en beperkingen kunnen gelden beschoeiing grondkerende constructie in de oeverlijn om de oever dan wel het talud tegen afkalving te beschermen bodem het vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen bouwen plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten, met dien verstande dat ten aanzien van gebouwen onder bouwen wordt verstaan plaatsen, geheel oprichten of geheel vernieuwen na sloop van het oorspronkelijke gebouw waarbij alleen de fundering resteert bouwwerk constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart</p>\n<p class=\"lf-p\">bron een plaats waar water uit de grond komt buitenkruinlijn de als zodanig in de legger aangegeven lijn, of voor zover daarin niet aangegeven de lijn, die overeenkomt met de snijlijn van het buitentalud van de waterkering met de kruin van de waterkering damwand grondkerende constructieve, niet zijnde beschoeiing, die langs een oppervlaktewaterlichaam wordt geplaatst, om afkalving en instorten van de oever/talud te voorkomen dempen geheel of gedeeltelijk verkleinen van het profiel van een oppervlaktewaterlichaam evenement kortdurende activiteit gebouw bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt gewas planten die geteeld worden in de tuinbouw, akkerbouw of sierteelt graven het wijzigen of vergroten van het profiel van een bestaand oppervlaktewaterlichaam of het nieuw graven van een oppervlaktewaterlichaam grondwater water dat zich onder het bodemoppervlak in de verzadigde zone bevindt en dat in direct contact met de bodem of ondergrond staat grondwaterlichaam afzonderlijke grondwatermassa in een of meer watervoerende lagen grootvee ander vee dan kleinvee hek afscheiding met vrij doorzicht, niet zijnde afrastering infiltreren van water in de bodem brengen van water ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater, door een daarvoor bedoelde voorziening insteek snijlijn van het bovenwatertalud van het oppervlaktewaterlichaam met het aangrenzende maaiveld kabel geleider, veelal voor elektriciteit of of communicatie, zonder holle ruimte klein object objecten als een tuinhuisje, een hok voor het houden van kleine dieren (zoals kippen, konijnen en duiven), tuinhaard en recreatieve voorzieningen zoals bankje, prullenbak, fietsenrek en informatiebord klein onderhoud aan een weg vervangen van verharding van een weg waarbij de fundering niet wordt aangepast kleinvee schapen en geiten legger legger als bedoeld in artikel 2.39 van de Omgevingswet als het gaat om ligging, vorm, afmeting en constructie, of als bedoeld in artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet als het gaat om onderhoudsplichtigen of onderhoudsverplichtingen leiding buis waardoor een gas, vloeistof, of vaste stof in suspensie wordt getransporteerd lozingsvoorziening een constructie om water in een oppervlaktewaterlichaam te laten stromen mantelbuis drukloze buis ter bescherming van kabels of leidingen NEN 6600-1 NEN 6600-1:2019: Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater, versie 2019 NEN 6646 NEN 6646/C1:2015: Water - Fotometrische bepaling van het gehalte aan ammoniumstikstof en van de som van de gehalten aan ammoniumstikstof en organisch gebonden stikstof volgens Kjeldahl, door mineralisatie met seleen, met behulp van een doorstroomanalysesysteem - Ontsluiting met zwavelzuur, seleen en kaliumsulfaat, versie 2015 + C1:2015</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN 6966 NEN 6966:2006: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten - Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2006 NEN-EN 872 NEN-EN 872:2005: Water - Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen - Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005 NEN-EN 12566-1 NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties kleiner of gelijk aan 50 IE - Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016 NEN-EN 13284-1 NEN-EN 13284-1:2001: Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van massaconcentratie van stof in lage concentraties - Deel 1: Manuele gravimetrische methode, versie 2001 NEN-EN-ISO 5667-3 NEN-EN-ISO 5667-3:2012: Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2012 NEN-EN-ISO 5815-1 NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019 NEN-EN-ISO 5815-2 NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003 NEN-EN-ISO 6878 NEN-EN-ISO 6878:2004: Water - Bepaling van fosfor - Ammoniummolybdaat spectometrische methode, versie 2004 NEN-EN-ISO 9377-2 NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water - Bepaling van de minerale-olie-index - Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gaschromatografie, versie 2000 NEN-EN-ISO 10301 NEN-EN-ISO 10301:1997: Water - Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen - Gaschromatografische methoden, versie 1997 NEN-EN-ISO 11732 NEN-EN-ISO 11732:2005: Water - Bepaling van ammonium stikstof - Methode voor doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie, versie 2005 NEN-EN-ISO 11885 NEN-EN-ISO 11885:2009: Water - Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009 NEN-EN-ISO 12846 NEN-EN-ISO 12846:2012: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012 NEN-EN-ISO 13395 NEN-EN-ISO 13395:1997: Water - Bepaling van het stikstofgehalte in de vorm van nitriet en in de vorm van nitraat en de som van beide met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie, versie 1997 NEN-EN-ISO 15587-1 NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002 NEN-EN-ISO 15587-2 NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15680 NEN-EN-ISO 15680:2003: Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met «purge-and-trap» en thermische desorptie, versie 2003 NEN-EN-ISO 15681-1 NEN-EN-ISO 15681-1:2005: Water - Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 1: Methode met een doorstroominjectiesysteem (FIA), versie 2005 NEN-EN-ISO 15681-2 NEN-EN-ISO 15681-2:2018: Water - Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 2: Methode met een continu doorstroomanalysesysteem (CFA), versie 2018 NEN-EN-ISO 15682 NEN-EN-ISO 15682:2001: Water - Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001 NEN-EN-ISO 17294-2 NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water - Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma - Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016 NEN-EN-ISO 17852 NEN-EN-ISO 17852:2008: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008 NEN-EN-ISO 17993 NEN-EN-ISO 17993:2004: Water - Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004 NEN-ISO 5663 NEN-ISO 5663:1993: Water - Bepaling van het gehalte aan Kjeldahl-stikstof - Methode na mineralisatie met seleen, versie 1993 NEN-ISO 15705 NEN-ISO 15705:2003: Water - Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) - Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003 NEN-ISO 15923-1 NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit - Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie - Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, orthofosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013 niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam ander oppervlaktewaterlichaam dan een oppervlaktewaterlichaam dat is aangewezen en begrensd in Bijlage III van deze verordening object beplanting of vaste substanties die geen werk zijn en die niet zijn voortgekomen uit menselijke creatie omgevingsvergunning omgevingsvergunning als bedoeld in afdeling 5.1 van de wet onderhoudspad pad dat op of langs een waterstaatswerk is gelegen en waarvan het waterschap gebruik maakt voor onderhoud of inspectie van waterstaatswerken ontwateren afvoer van water uit percelen over en door de grond en eventueel door drainagebuizen en greppels naar een stelsel van grotere waterlopen</p>\n<p class=\"lf-p\">oppervlaktewaterlichaam samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, en de bijbehorende bodem en oevers, alsmede flora en fauna overig oppervlaktewaterlichaam een ander oppervlaktewaterlichaam dan een A- of B-oppervlaktewaterlichaam overige waterkering waterkering in beheer bij het waterschap, die geen primaire of regionale waterkering is profiel van vrije ruimte de ruimte, als vastgelegd in de legger, ter weerszijden van en boven een waterstaatwerk of een toekomstig waterstaatswerk die naar het oordeel van de beheerder nodig is voor toekomstige verbeteringen schutting afscheiding zonder vrij doorzicht teen de als zodanig in de legger aangegeven lijn, of voor zover daarin niet aangegeven de lijn, die overeenkomt met de snijlijn van het talud van de waterkering met het horizontaal gelegen maaiveld, dan wel met de bodem van het aangrenzende water, of bij natuurlijke hoogten of hooggelegen gronden de grenzen van een doorlopende strook van deze hoogten of gronden ter breedte van 10 meter vee door de mens gedomesticeerde dieren die in de landbouw om economische redenen gehouden worden, doorgaans als voedselbron verbouwen gedeeltelijk vernieuwen, gedeeltelijk oprichten, veranderen of vergroten van een gebouw, anders dan vernieuwen na sloop van het oorspronkelijk gebouw waarbij alleen de fundering resteert verharding bodemoppervlak dat kunstmatig is gewijzigd door het aanbrengen (bijna) ondoorlaatbare materialen, waardoor regenwater snel afstroomt en geen tijd krijgt om in de grond te trekken verheelde waterkering waterkering waarbij de hoogte van de achterliggende gronden tot op minimaal 10 m landinwaarts op natuurlijke wijze op gelijke hoogte of hoger dan de kruin van de waterkering is gelegen en waarbij de verheling tenminste 10 meter lang is vlonder vloerconstructie grenzend aan het oppervlaktewaterlichaam waterkering kunstmatige hoogte en de bijbehorende gronden, natuurlijke hoogte of gedeelte daarvan, of hoge gronden met ondersteunende kunstwerken, die een waterkerende of mede een waterkerende functie hebben waterstaatswerk oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk watersysteem samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken werk constructies, die geen bouwwerk zijn, die bedoeld zijn om korte tijd ter plaatse te functioneren, zoals een tijdelijke bouwsteiger werkingsgebied een ruimtelijk gebied waarop een juridische regel betrekking heeft</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage II Overzicht Informatieobjecten bergingsgebied_beperkingengebied /join/id/regdata/ws0664/2023/7gio284/nld@2023-11-27;26 grondwaterlichaam_werkingsgebied /join/id/regdata/ws0664/2023/7gio287/nld@2023-11-27;26 oppervlaktewaterlichaam_beperkingengebied_ab /join/id/regdata/ws0664/2023/7gio301/nld@2024-09-12;27 oppervlaktewaterlichaam_categorie_a /join/id/regdata/ws0664/2023/7gio304/nld@2023-11-27;26 oppervlaktewaterlichaam_categorie_b /join/id/regdata/ws0664/2023/7gio305/nld@2023-11-27;26 oppervlaktewaterlichaam_peilgebiedgrens /join/id/regdata/ws0664/2023/7gio283/nld@2023-11-27;26 oppervlaktewaterlichaam_waterstaatswerk_ab /join/id/regdata/ws0664/2023/7gio303/nld@2024-09-12;27 profiel_van_vrije_ruimte_beperkingengebied /join/id/regdata/ws0664/2023/7gio288/nld@2023-11-27;26 waterkering_beperkingengebied /join/id/regdata/ws0664/2023/7gio289/nld@2023-11-27;26 waterkering_beschermingszone_a /join/id/regdata/ws0664/2023/7gio290/nld@2023-11-27;26 waterkering_beschermingszone_b /join/id/regdata/ws0664/2023/7gio291/nld@2023-11-27;26 waterkering_beschermingszone_c /join/id/regdata/ws0664/2023/7gio292/nld@2023-11-27;26 waterkering_overige /join/id/regdata/ws0664/2023/7gio293/nld@2023-11-27;26 waterkering_primaire_of_regionale /join/id/regdata/ws0664/2023/7gio294/nld@2023-11-27;26 waterkering_uitgebreid_beperkingengebied /join/id/regdata/ws0664/2023/7gio295/nld@2023-11-27;26 waterkering_waterstaatswerk /join/id/regdata/ws0664/2023/7gio296/nld@2023-11-27;26 waterkwaliteit_werkingsgebied /join/id/regdata/ws0664/2023/7gio286/nld@2023-11-27;26 Bijlage III Aangewezen oppervlaktewaterlichamen Aangewezen oppervlaktewaterlichamen als bedoeld in deze waterschapsverordening zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beilervaart Drentsche Hoofdvaart Ganzendiep en Goot Hoogeveensche Vaart Verlengde Hoogeveensche Vaart Linthorst Homankanaal Mallegat Meppelerdiep Oranjekanaal Stadsgrachten en havens te Zwolle Vecht, vanaf stuw Vechterweerd tot het Zwarte Water Venerietekanaal Toelichting Algemene toelichting Toelichting op de waterschapsverordening Grondslag van de waterschapsverordening Op grond van artikel 56 in combinatie met artikel 78 van de Waterschapswet stelt het waterschap verordeningen vast die het nodig oordeelt voor de behartiging van de opgedragen taken. De taken die aan waterschap worden opgedragen betreffen, volgens artikel 1 van de Waterschapswet, de zorg voor het watersysteem en zorg voor het zuiveren van afvalwater. Eventueel kunnen nog de zorg voor andere waterstaatsaangelegenheden worden opgedragen, bijvoorbeeld vaarwegbeheer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de Waterschapswet, die de organisatie van de waterschappen regelt, geven de Omgevingswet en de daarop gebaseerde regelgeving allerlei bepalingen over de inhoud van het waterbeheer, bijvoorbeeld in de vorm van doelstellingen en concrete normen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 2.5 van de Omgevingswet is bepaald: “Het algemeen bestuur van het waterschap stelt één waterschapsverordening vast waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen.”</p>\n<p class=\"lf-p\">De keur is gebaseerd op zowel de Waterschapswet als de Omgevingswet, en de daarop gebaseerde landelijke regelgeving alsook de provinciale omgevingsverordeningen van Drenthe en Overijssel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lex silencio positivo is niet van toepassing, omdat de bepalingen in de waterschapsverordening niet zien op diensten in de zin van de Dienstenwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opbouw van de waterschapsverordening en inhoud op hoofdlijnen H oo f d stuk 1 Algemene bepalingen In dit hoofdstuk staan artikelen over: begripsomschrijvingen het toepassingsgebied en de doelen van deze verordening. aanwijzing en begrenzing van beperkingengebieden (waar bepalingen van toepassing zijn) normadressaat (tot wie de verordening is gericht) calamiteiten specifieke zorgplicht en maatwerkvoorschriften gegevens en bescheiden die bepaalde situatie verstrekt moeten worden beoordelingsregels voor de behandeling van vergunningaanvragen en algemene voorschriften omgevingsvergunning eigen werk of projectbesluit van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn verschillende beperkingengebieden (gebieden waarvoor bepalingen gelden). Soms gaat het om het gehele beheergebied. In andere gevallen gaat het om een waterstaatswerk of beschermingszone, dan wel profiel van vrije ruimte. De beschermingszone heeft als doel de bescherming van het waterstaatswerk. Het profiel van vrije ruimte beschermt tevens ruimte voor toekomstige verbetering van het waterstaatwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beperkingengebieden worden vastgelegd in een bijlagen/kaarten bij de verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de verordening wordt gesproken over overige oppervlaktewaterlichamen. Daarbij gaat om de andere oppervlaktewaterlichamen dan die als A- of B-oppervlaktewaterlichaam zijn aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart. Informeel worden die ook wel aangeduid als ‘C-watergang’.</p>\n<p class=\"lf-p\">H oo f d stuk 2 Beperkingengebiedactiviteiten In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen over allerlei activiteiten. Daarbij komen, al dan niet in combinatie, aan de orde een algeheel verbod, algemene regels, voorschriften voor vergunningsvrije activiteiten, een meldplicht, een informatieplicht of soms een uitwerking van de zorgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dagelijks bestuur is bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen. Dit bestuur kan, aanvullend op de in deze verordening opgenomen beoordelingsregels, beleidsregels vaststellen ten aanzien van zijn bevoegdheid vergunningen te verlenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">H oo f d stuk 3 Wateronttrekkingsactiviteiten en infiltratie van water In dit hoofdstuk gaat het om het onttrekken van grondwater uit een permanente of tijdelijke bron, het onttrekken van oppervlaktewater en het ontwateren van de bodem. Ook komt infiltreren van water komt aan de orde, maar dan altijd ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Infiltreren is niet hetzelfde als retourbemaling. Het terugbrengen van het onttrokken grondwater in de bodem is geen infiltreren in de zin van deze waterschapsverordening. Het terugbrengen gebeurt niet ter aanvulling van het grondwater met het doel om dat water weer te onttrekken. Het is in juridische zin een lozing in de bodem.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 4 Lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam of een</h3>\n<p class=\"lf-p\">zuiveringtechnisch werk De bepalingen in dit hoofdstuk zijn met name overgenomen uit de zgn. landelijke Bruidsschat waterschapsverordening.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 5 Procedurele bepalingen</h3>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofd gaat het om toedeling van bevoegdheden aan het dagelijks bestuur en de over de verantwoording van het gebruik van die bevoegdheden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 6 Overgangsrecht</h3>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk regelt het overgangsrecht voor omgevingsvergunningen, die voor inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend. Ook gaat het over overgangsrecht voor meldingen, maatwerkvoorschriften en bestuurlijke sanctiebesluiten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 7 Slotbepalingen</h3>\n<p class=\"lf-p\">Het laatste hoofdstuk regelt de intrekking van de keur en de algemene regels bij de keur. Ook bevat het een bepaling over de inwerkingtreding en een citeertitel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelsgewijze toelichting</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  1.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen Vanwege leesbaarheid/toegankelijkheid is in de Omgevingswet en de daarop gebaseerde regels ervoor gekozen de begrippen in bijlagen op te nemen en niet in het besluit zelf. Deze verordening sluit daarbij aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De begrippen uit de Omgevingswet zijn rechtstreeks van toepassing op de waterschapsverordening en hoeven niet herhaald te worden. De begrippen uit de algemene maatregelen van bestuur zijn niet rechtstreeks van toepassing. Voor begrippen in de verordening die ook in de bijlagen I van het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving en het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn opgenomen, wordt daarnaar verwezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als begrippen niet zijn opgenomen in de Omgevingswet of de algemene maatregelen van bestuur, dan is bestuurlijk afgesproken om gebruik te maken van de begrippen en definities uit de Aquo- standaard. Dit uit oogpunt van duidelijkheid door uniform gebruik van begrippen. Daarnaast zijn de begrippen van de Aquo-standaard gebruikt bij vormgeven van het Digitaal stelsel Omgevingswet (DSO).</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsgebied</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling geeft duidelijk aan dat de verordening bedoeld is voor het beheergebied van het waterschap en voor beperkingengebieden die zich uitstrekken tot buiten de grenzen van het beheergebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Doelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De verwijzing naar de maatschappelijke doelen van 1.3 Omgevingswet maakt duidelijk dat het waterschap vanuit de eigen (beheer)taken een bijdrage levert aan de maatschappelijke doelen die worden beoogd met de Omgevingswet en de na te streven waterdoelen niet op zichzelf staan. Artikel 2.1, eerste lid, van de Omgevingswet, schrijft voor dat bestuursorganen de taken en bevoegdheden op grond van de wet uitoefenen met het oog op deze maatschappelijke doelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat geldt dus ook voor de bevoegdheid van het waterschap om, op basis van artikel 2.5 van de Omgevingswet, één waterschapsverordening vast te stellen waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 10.29a van de Wet milieubeheer moet het waterschap bij het stellen van regels in de waterschapsverordening ook rekening houden met de in dat artikel opgenomen voorkeursvolgorde voor het omgaan met afvalwater. Deze voorkeursvolgorde gold ook voor de voormalige rijksregels die in dit hoofdstuk zijn opgenomen. Bij het opstellen van de regels over lozingen in een oppervlaktewaterlichaam in hoofdstuk 4 is daarom niet alleen rekening gehouden met de bescherming van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en de doelmatige werking van zuiveringtechnische werken, maar ook met bijvoorbeeld de voorkeur om afvalwater, dat qua biologische afbreekbaarheid niet overeenkomt met huishoudelijk afvalwater, zo nodig na retentie of zuivering bij de bron te hergebruiken of lokaal terug te brengen in het milieu. Daarom is in verschillende artikelen in dit hoofdstuk bepaald dat afvalwaterstromen onder voorwaarden op een oppervlaktewaterlichaam kunnen worden geloosd. Hierbij is een afweging gemaakt tussen enerzijds de bescherming van de kwaliteit van het oppervlaktewaterlichaam (dat leidt tot beperking van lozingen op een oppervlaktewaterlichaam) en anderzijds de bescherming van de doelmatige werking van zuiveringtechnische werken en de voorkeur voor lokale verwerking van afvalwater (dat leidt tot beperking van lozingen op de vuilwaterriolering). Waar het oogmerk ‘doelmatig beheer van afvalwater’ staat, duidt dit erop dat deze afweging heeft gespeeld.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  1.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aanwijzing en begrenzing van beperkingengebieden en werkingsgebieden De beperkingengebieden zijn opgenomen ten behoeve van het digitale stelsel. Zij bieden de juridische grondslag voor de digitale kaart met de ligging van bijv. waterstaatswerken en bijbehorende zones.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Beperkingengebieden voor waterkeringen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de onderstaande illustratie is het beperkingengebied van een waterkering weergegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermingszone C maakt deel uit van het ‘uitgebreid beperkingengebied van een waterkering’. Dat is een apart beperkingengebied, waarbinnen de impact van het plaatsen van een windturbine wordt bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.6</span><span class=\"lf-art-t\">Beperkingengebieden voor oppervlaktewaterlichamen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de onderstaande illustratie is het beperkingengebied van een oppervlaktewaterlichaam weergegeven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.10</span><span class=\"lf-art-t\">Voorlopige aanwijzing en begrenzing beperkingengebied</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel regelt de omvang van een beperkingengebied zolang het beperkingengebied nog niet geometrisch is begrensd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.11</span><span class=\"lf-art-t\">Nadere uitwerking beperkingengebied</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel werkt het beperkingengebied voor waterstaatswerken nader uit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.12</span><span class=\"lf-art-t\">Nadere uitwerking bij voorlopige aanwijzing en begrenzing beperkingengebied</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel geeft een nadere uitwerking in geval van een voorlopige aanwijzing en begrenzing van een beperkingengebied.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.13</span><span class=\"lf-art-t\">Normadressaat</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt tot wie de deze verordening zich richt en dat degene die de activiteit verricht, moet voldoen aan de regels over activiteiten van deze verordening. Binnen het stelsel van de Omgevingswet wordt degene die de activiteit verricht primair verantwoordelijk geacht voor de naleving van de regels die gelden voor het verrichten van die activiteit. Voor vergunningplichtige activiteiten is dat expliciet verwoord in artikel 5.37, eerste lid, van de Omgevingswet. Het gaat daarbij om degene die verantwoordelijk is voor het verrichten van de activiteiten, zoals de eigenaar of de opdrachtgever. Deze moet de vergunningvoorschriften zelf naleven en ervoor zorgen dat deze door zijn werknemers of contractanten worden nageleefd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bevat een soortgelijke bepaling voor de activiteiten die worden geregeld met algemene regels: degene die de activiteiten verricht, moet voldoen aan de regels van deze verordening, en ervoor zorgen dat de mensen of bedrijven die voor haar of hem werkzaamheden verrichten zich aan de regels over de activiteiten houden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.15</span><span class=\"lf-art-t\">Algeheel verbod bij calamiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van calamiteiten kan het nodig zijn de waterafvoer en -aanvoer of lozingen en onttrekkingen te verbieden. Of te verbieden grondwater te onttrekken, water te infiltreren of activiteiten uit te voeren in een beperkingengebied. Bij calamiteiten gaat het om bijvoorbeeld om droogte of een overvloed aan water, maar ook (een dreiging van) een aanmerkelijke verslechtering van de waterkwaliteit of het in ongerede raken van een waterstaatswerk. Concreet kan op basis van dit artikel het dagelijks bestuur bijvoorbeeld bij droogte een onttrekkingsverbod instellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.16</span><span class=\"lf-art-t\">Zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bevat zorgplichten ten aanzien van het watersysteem en zuiveringtechnische werken. Deze zorgplicht geldt voor een ieder en een ieder kan op een schending van deze zorgplicht worden aangesproken. Als het handelen of nalaten onmiskenbaar in strijd is met de zorgplicht, kan het dagelijks bestuur bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen inzetten. Een eventueel opgelegde last moet wel voldoende duidelijk worden omschreven, anders ontstaat er strijd met de rechtszekerheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de hoofdstukken 2, 3 en 4 wordt voor sommige activiteiten de zorgplicht nader invulling gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het derde lid specifieke zorgplicht nader uitgewerkt voor lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam en lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werk. De formulering van deze specifieke zorgplicht is gelijk aan die van artikel 2.11 van het Bal. Het eerste lid van artikel 1.17 bevat de omschrijving van de zorg die iedereen die een lozingsactiviteit verricht moet betrachten. Het derde lid bevat een nadere uitwerking van de elementen die in ieder geval tot die zorg behoren. De specifieke zorgplicht van dit artikel geldt naast de meer uitgewerkte artikelen over lozingsactiviteiten in de afdelingen 4.2 tot en met 4.18. De specifieke zorgplicht treedt dus (anders dan de algemene zorgplicht van de Omgevingswet) niet terug als er meer uitgewerkte regels zijn gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De specifieke zorgplicht geldt ook voor lozingsactiviteiten waarvoor een omgevingsvergunning op grond van afdeling 4.19 is vereist. Dit sluit aan op de keuze die het Rijk heeft gemaakt over de werking van de specifieke zorgplichten van het Bal. De specifieke zorgplicht fungeert zoals een basisnorm voor alle lozingsactiviteiten die onder de reikwijdte van dit hoofdstuk vallen. De algemene regels van de afdelingen 4.2 en verder en de voorschriften die aan een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit worden verbonden, zijn een nadere uitwerking van de specifieke zorgplicht voor een concrete lozingsactiviteit. Die algemene regels en vergunningvoorschriften moeten steeds passen binnen de oogmerken van artikel 1.4 (waarnaar in het eerste lid van dit artikel wordt verwezen) en de strekking die in het derde lid van dit artikel is opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze brede werking van de specifieke zorgplicht maakt het mogelijk om maatregelen, die voor zich spreken en die ieder redelijk denkend mens zal nemen, niet uit te schrijven in de algemene regels van dit hoofdstuk en in vergunningvoorschriften. De specifieke zorgplicht waarborgt dat zulke vanzelfsprekende maatregelen worden genomen. Deze specifieke zorgplicht is de opvolger van de zorgplichten die in artikel 2.1 van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, artikel 2.1 van het voormalige Besluit lozen buiten inrichtingen en artikel 4 van het voormalige Besluit lozing afvalwater huishoudens waren opgenomen. Tegen een overtreding van de specifieke zorgplicht kan handhavend worden opgetreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handhavend optreden ligt voor de hand bij evidente overtredingen van de specifieke zorgplicht. Daarvan is sprake in situaties waarin het handelen of nalaten van degene die de activiteit verricht onmiskenbaar in strijd is met de specifieke zorgplicht. Er kunnen ook situaties aan de orde zijn waarin niet direct duidelijk is of van onmiskenbare strijd sprake is. Het bevoegd gezag zal dan een keuze moeten maken tussen een handhavingstraject of het eerst verduidelijken wat de specifieke zorgplicht inhoudt. Die verduidelijking kan in de vorm van het stellen van een maatwerkvoorschrift (zie het navolgende artikel) maar dat hoeft niet. Ook wanneer het bevoegd gezag degene die de activiteit verricht mondeling of schriftelijk informeert over wat er in een concreet geval onder de specifieke zorgplicht moet worden verstaan, is het voor diegene na ontvangst van die informatie duidelijk wat er verwacht wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als daar geen gevolg aan wordt gegeven, is er sprake van onmiskenbare strijd met de specifieke zorgplicht. Een uitgebreidere uiteenzetting van de mogelijkheden om handhavend op te treden tegen overtredingen van de specifieke zorgplicht is opgenomen in de nota van toelichting bij het Bal.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.17</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ingevolge artikel 4.5 Omgevingswet moeten de onderwerpen worden aangewezen waarvoor maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld. In artikel 4.8 en artikel 4.10 Omgevingswet is geregeld dat het dagelijks bestuur bevoegd is voor het stellen van de maatwerk- c.q. vergunningvoorschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevoegdheid om maatwerkvoorschriften te stellen betreft een ruime bevoegdheid: maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld over de specifieke zorgplicht van artikel 1.17, over de algemene regels over ongewone voorvallen en over de algemene regels in deze verordening. De keuze om maatwerkvoorschriften generiek mogelijk te maken sluit aan bij de keuze die het Rijk heeft gemaakt in het Besluit activiteiten leefomgeving. De bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften is tevens de opvolger van onder meer de maatwerkbevoegdheden ter uitwerking van de zorgplichten van artikel 2.1 van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer, artikel 2.1 van het voormalige Besluit lozen buiten inrichtingen en artikel 4 van het voormalige Besluit lozing afvalwater huishoudens, en de specifieke maatwerkbevoegdheden die in diverse artikelen van die besluiten waren opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het verruimen van de bevoegdheid om maatwerkvoorschriften te stellen, wordt overigens niet beoogd dat het bevoegd gezag vaker dan voor inwerkingtreding van de Omgevingswet gebruik zal maken van die bevoegdheid. Maatwerk blijft een uitzondering; de algemene regels in dit hoofdstuk voldoen in de meeste gevallen. Maar als lokale omstandigheden of een bijzondere bedrijfsvoering maatwerk nodig maken, dan kan daarin wel worden voorzien.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  1.7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Gegevens en bescheiden In deze afdeling staan de indieningsvereisten die gelden voor de verstrekking van gegevens en bescheiden in kader van een melding of informatieverplichting. Per specifieke activiteit kunnen aanvullende gegevens en bescheiden nodig zijn. Die worden dan bij die specifieke regels vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast staan in deze afdeling de indieningsvereisten die gelden voor een vergunningaanvraag. Per specifieke activiteit kunnen aanvullende gegevens en bescheiden nodig zijn. Die worden dan bij die specifieke regels vermeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.23</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden op verzoek van het dagelijks bestuur van het waterschap</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij de aanvraag om een maatwerkvoorschrift worden alle gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn voor de beslissing over dat maatwerkvoorschrift, en waarover degene die de aanvraag doet redelijkerwijs de beschikking kan krijgen; dit volgt uit artikel 4:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Die regeling ziet alleen op aanvragen. Artikel 1.24 regelt daarom dat gegevens en bescheiden moeten worden verstrekt aan het bevoegd gezag, als dat bevoegd gezag die gegevens en bescheiden nodig heeft om voor een specifieke activiteit of een specifieke locatie te beoordelen of de algemene regels en eventuele maatwerkvoorschriften die voor die activiteit of die locatie gelden, nog volstaan. Het gaat om gegevens en bescheiden waar het bevoegd gezag om vraagt. Degene die de activiteit verricht hoeft in beginsel niet uit eigen beweging gegevens of bescheiden te verstrekken. Ook kan in het kader van toezicht op de naleving om gegevens worden gevraagd. Zulke bevoegdheden van toezichthouders zijn geregeld in titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht; dit artikel staat daar niet aan in de weg. Het gaat in dit artikel alleen om de situatie dat het bevoegd gezag wil bekijken of de algemene regels en maatwerkvoorschriften voor de activiteit nog toereikend zijn gezien ontwikkelingen van de technische mogelijkheden, bijvoorbeeld tot het beschermen van de waterkwaliteit en de ontwikkelingen van die waterkwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van de waterkwaliteit kan gedacht worden aan het beschikbaar komen van nieuwe passende preventieve maatregelen of de actualisatie van de beste beschikbare technieken. De ontwikkelingen die zien op de waterkwaliteit kunnen bijvoorbeeld aan de orde zijn als er door cumulatie van activiteiten een verslechtering van de waterkwaliteit optreedt. Met deze formulering is aangesloten op dezelfde regeling voor vergunningplichtige gevallen, zoals opgenomen in artikel 16.56 in samenhang met artikel 5.38 van de Omgevingswet. Gegevens waarover degene die de activiteit niet redelijkerwijs de beschikking kan krijgen hoeven uiteraard niet te worden verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.24</span><span class=\"lf-art-t\">Informeren over een ongewoon voorval</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat het bevoegd gezag onverwijld over een ongewoon voorval moet worden geïnformeerd. Om de gepaste mate van spoed uit te drukken, is gekozen voor het begrip onverwijld. Dit houdt in dat zodra vastgesteld is dat er sprake is van een ongewoon voorval het bevoegd gezag direct moet worden geïnformeerd; vertraging is gezien de gevolgen voor van een ongewoon voorval, voor bijvoorbeeld de veiligheid of waterkwaliteit, niet wenselijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid bepaalt dat de informatieplicht niet geldt bij lozingsactiviteiten afkomstig van milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal en afkomstig van wonen. Het Bal bevat zelf al een informatieplicht voor ongewone voorvallen. Ongewone voorvallen bij de activiteit wonen komen zelden voor, en ook op grond van het oude recht gold daarvoor geen informatieplicht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.25</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is omschreven welke gegevens en bescheiden over het ongewoon voorval aan het bevoegd gezag moeten worden verstrekt, zodra deze informatie beschikbaar is. Dat hoeft dus niet met dezelfde spoed als het informeren over het ongewone voorval zelf. Uit onderdeel d volgt dat ook informatie moet worden verstrekt over de maatregelen die worden genomen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewone voorval te voorkomen of te beperken. Voor het ‘voorkomen van de nadelige gevolgen van ongewone voorvallen’ is aangesloten bij de uitleg die daarover wordt gegeven in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.26</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens bij wijzigen naam, adres of normadressaat</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bevat een plicht om gegevens te verstrekken in twee situaties. Het eerste lid regelt dat een naams- of adreswijziging wordt doorgegeven aan het bevoegd gezag vóórdat de wijziging een feit is. Dat is vooral voor de initiatiefnemer zelf van belang: diegene is er immers bij gebaat dat correspondentie van het bevoegd gezag op het juiste adres aankomt. Het tweede lid regelt dat bij het verrichten van de activiteit door iemand anders, de daardoor gewijzigde gegevens aan het bevoegd gezag worden verstrekt. Bijvoorbeeld in de situatie dat een bedrijf onder dezelfde bedrijfsnaam en op hetzelfde adres wordt voorgezet, maar wisselt van eigenaar. Dit sluit aan op artikel 5.37 van de Omgevingswet, waar hetzelfde over vergunninghouders is geregeld.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  1.8</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beoordelingsregels en algemene voorschriften omgevingsvergunning In deze afdeling staan beoordelingsregels voor omgevingsvergunningen op het gebied van wateractiviteiten, lozingsactiviteiten en wateronttrekkingsactiviteiten. Het dagelijks bestuur kan, aanvullend op deze beoordelingsregels, beleidsregels vaststellen ten aanzien van zijn bevoegdheid omgevingsvergunningen te verlenen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.32</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel omgevingsvergunning wateractiviteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid van dit artikel bevat de algemene gronden waarop een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit op grond van deze verordening wordt verleend. Een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit wordt alleen verleend als, kort gezegd, de aangevraagde activiteit in overeenstemming is met de doelen van het waterbeheer. Als de aangevraagde activiteit niet met deze doelen verenigbaar is, dan wordt de aanvraag voor een dergelijke omgevingsvergunning geweigerd. Deze beoordelingsregel sluit aan op de beoordelingsregel die het Rijk hanteert voor aanvragen voor omgevingsvergunningen voor wateractiviteiten als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet (zie artikel 8.84, eerste lid, van het Bkl). Het tweede en derde lid van dit artikel bevatten de beoordelingsregels die volgens de instructieregel van artikel 6.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in de waterschapsverordening moeten worden opgenomen. Inhoudelijk zijn deze leden een voortzetting van de regel die voorheen in artikel 6.1a van het Waterbesluit was opgenomen, maar dan beter toegesneden op de eisen die de Kaderrichtlijn Water stelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In aanvulling op deze algemene beoordelingsregels, zijn specifieke beoordelingsregels voor lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam, lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werk en wateronttrekkingsactiviteiten opgenomen in de artikelen 1.34 en 1.35.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.33</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel omgevingsvergunning lozingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of op een zuiveringtechnisch werk zijn de beoordelingsregels van het Bkl van overeenkomstige toepassing. Dat sluit aan op de situatie die gold voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.34</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel omgevingsvergunning wateronttrekkingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beoordelingsregel van het Bkl voor omgevingsvergunningen voor het onttrekken van grondwater en het infiltreren van water in de bodem is van overeenkomstige toepassing op vergunningplichtige wateronttrekkingsactiviteiten. Dit sluit aan bij de wijze waarop dit in de Waterwet was geregeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.39</span><span class=\"lf-art-t\">Geen vergunningplicht en meldplicht eigen werk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het waterschap voert veel activiteiten uit ten behoeve van beheer en onderhoud aan waterstaatswerken. De activiteiten uit de met name genoemde artikelen die het waterschap uitvoert ten behoeve van de wettelijke taken, zijn vrijgesteld van de vergunningplicht. Dit zijn activiteiten waarvoor ook geen projectbesluit is vereist. Deze activiteiten zijn vaak overeenkomstig de functie van het betreffende waterstaatswerk. Dit soort beheeractiviteiten kunnen dus zonder voorafgaand besluit worden verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het waterschap heeft wel een vergunning nodig voor activiteiten die het waterschap buiten zijn rol als beheerder verricht, bijvoorbeeld als eigenaar van grond of gebouwen. Verder heeft het waterschap ook een vergunning nodig voor het realiseren van werken of het verrichten van activiteiten, waarbij het afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in het water brengt (hoofdstuk 4 van deze verordening).</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gevallen waarin het waterschap voor zijn activiteiten wel een vergunning nodig heeft, is er tegelijk bestuursrechtelijke rechtsbescherming te voorzien (zo’n vergunning wordt ook wel “vergunning eigen dienst” genoemd).</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.40</span><span class=\"lf-art-t\">Werk of ander object verwijderen op initiatief van het waterschap</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is opgenomen naar analogie van artikel 6.15 van het Besluit activiteiten leefomgeving.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Afrastering plaatsen, in stand houden of veranderen Deze afdeling regelt afrasteringen langs erf- en perceelgrenzen die in het beperkingengebied van een waterstaatwerk liggen. Het gaat hierbij om andere afrasteringen dan afrasteringen voor het houden van dieren. Eerder werd deze regel aangeduidt als onverplichte afrastering. Afrasteringen voor het houden van dieren, eerder verplichte afrasteringen genoemd, is opgenomen bij de activiteit weiden van vee en is niet meer als een aparte activiteit geregeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afrasteringen zijn paal-draad constructies met eventueel een draaihek voor toegang tot het perceel. Andere constructies vallen onder de activiteit plaatsen en behouden van een hek, dan wel van een schutting.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Mest op of in de bodem brengen Het aanbrengen van mest in het beperkingengebied van een oppervlaktewaterlichaam valt onder de zorgplicht. Hierbij gaat het om aanbrengen van mest op de landbodem en niet in het oppervlaktewater. Het brengen van mest in het oppervlaktewaterlichaam is een lozingsactiviteit en valt niet onder een beperkingengebiedsactiviteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het aanbrengen van mest in het beperkingengebied van een waterkering wordt het volgende opgemerkt: Op de bij deze verordening behorende kaart is aangegeven op welke waterkeringen het aanbrengen van kunstmest of vaste mest niet is toegestaan. Onderstaande illustratie geeft weer wat ten aanzien van bemesten mogelijk is voor waterkeringen die opgenomen zijn op bovengenoemde kaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bemesten op aangewezen waterkeringen Verklaring kleuraanduiding:Groen:toegestaanOranje: zonder vergunning verboden Onderstaande illustratie geeft weer wat ten aanzien van bemesten mogelijk is voor waterkeringen die niet opgenomen zijn op bovengenoemde kaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bemesten op niet-aangewezen waterkeringen Verklaring kleuraanduiding:Groen:toegestaanOranje: zonder vergunning verboden</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Weiden van dieren Langs veel oppervlaktewaterlichamen zijn weidegronden gelegen. Uit waterhuishoudkundig oogpunt is het geen bezwaar om in de beschermingszone dieren te weiden.Wanneer geweid wordt langs oppervlaktewaterlichamen die volgens de legger in onderhoud zijn bij het waterschap, geldt een afrasteringsverplichting. Deze afrasteringsplicht is als een uitvoeringsvoorschrift in deze afdeling opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het weiden van dieren op een waterkering moet de sterkte van de grasmat op de waterkering gegarandeerd blijven. Trapschade moet beperkt en voorkomen worden. In deze verordening wordt een onderscheid gemaakt tussen kleinvee en grootvee. Een belangrijk detail is dat paarden niet onder de definities van kleinvee en grootvee vallen. Afgelopen jaren vindt meer beweiding met paarden plaats met aanzienlijk meer trapschade aan het grasmat van de waterkering. In deze verordening is er voor gekozen om het weiden van paarden op een waterkering met een vergunning toe te staan, waarbij alleen beweiding met paarden op een niet aangewezen overige waterkering hiervan is uitgezonderd. Aangezien de doelstellingen in het algemeen niet in gevaar komen bij beweiding binnen de gestelde criteria, wordt hiervoor met inachtneming van de voorschriften vrijstelling van de vergunningplicht gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er kleinvee door of in opdracht van het waterschap wordt geweid (anders dan bij pachtcontract), gebeurt dat ter bevordering van de dichtheid van de grasmat. Dat is een vorm van onderhoud die op grond van deze verordening niet vergunningplichtig is. De volgende illustraties geven weer wat mogelijk is wat betreft beweiden van waterkeringen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het houden van klein- en grootvee op een verheelde of aangeheelde waterkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het houden van klein- en grootvee op een niet-verheelde of niet-aangeheelde waterkering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring kleuraanduiding:Geel: toegestaan binnen criteria en voorschriften van de algemene regelOranje: zonder vergunning verboden</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bodem bewerken Grond bewerken, zoals spitten, ploegen, steken van zoden of ander grondbewerkingen, is in deze verordening als een aparte activiteit opgenomen in plaats van de meeromvattende agrarische activiteiten. Bewust is gekozen om ook particulieren onder deze regel te laten vallen, omdat grond bewerken in de beschermingszone deel A een waterkering nadelig effect heeft op het functioneren van het waterstaatswerk. Daar tegenover staat dat grond bewerken in beschermingszone deel B nu onder zorgplicht valt en niet meer vergunningplichtig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grondbewerkingen die voorkomen bij andere beperkingengebiedsactiviteiten in deze verordening, zoals bijvoorbeeld het plaatsen van beplanting of een klein object, vallen onder die betreffende activiteit en niet onder de activiteit grond bewerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderstaande illustratie geeft weer wat ten aanzien van grond bewerken mogelijk is nabij waterkeringen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring kleuraanduiding:Groen:toegestaanOranje: zonder vergunning verboden Onderstaande illustratie geeft weer wat ten aanzien van grond bewerken mogelijk is bij een oppervlaktewaterlichaam zonder onderhoudspad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring kleuraanduiding:Groen:toegestaanOranje: zonder vergunning verboden</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Gewas telen In de beschermingszones van waterkeringen en oppervlaktewaterlichamen vinden veel agrarische activiteiten plaats, waaronder het telen van gewassen. Vanuit het oogpunt van beheer is er geen bezwaar om gewassen te telen binnen de criteria gesteld in deze verordening. Over de teelt van eenjarige gewassen langs B-oppervlaktewaterlichamen wordt het volgende opgemerkt: voor de rechthebbenden van de betreffende percelen blijven de gedoogplichten onverminderd van toepassing, namelijk om onderhouds- en herstelwerkzaamheden aan waterstaatswerken te gedogen en om specie en maaisel te ontvangen die tot regulier onderhoud van het oppervlaktewaterlichaam worden verwijderd. Landelijke regelgeving op het gebied van bijvoorbeeld teeltvrije zones, blijft vanzelfsprekend van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderstaande illustratie geeft weer wat ten aanzien van gewassen telen mogelijk is bij niet-verheelde of niet-aangeheelde waterkeringen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderstaande illustratie geeft weer wat ten aanzien van gewassen telen mogelijk is bij verheelde of aangeheelde waterkeringen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderstaande illustratie geeft weer wat ten aanzien van gewassen telen mogelijk is bij oppervlaktewaterlichamen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring kleuraanduiding:Groen:toegestaanGeel: toegestaan binnen criteria en voorschriften van de algemene regelOranje: zonder vergunning verboden</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Chemische gewasbeschermingsmiddelen gebruiken Aanwijzing van waterkeringen voor het verbod om zonder een vergunning chemische bestrijdingsmiddelen te gebruiken vindt plaats met het oog op natuurtechnisch beheer. Dat beheer is gunstig voor een erosiebestendige grasmat. Sommige plantensoorten op aangewezen waterkeringen mogen wel pleksgewijs met de genoemde middelen bestreden worden, omdat die soorten nadelig zijn voor de grasmat dan wel moeilijk op een andere wijze bestreden kunnen worden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Anti-worteldoek plaatsen, in stand houden of veranderen Bij veel tuinen van particulieren en bedrijven wordt anti-worteldoek op het talud van oppervlaktewaterlichamen toegepast. Op plaatsen waar anti-worteldoek wordt toegepast kan het bij onderhoud door het waterschap aan het betreffende oppervlaktewaterlichaam echter lastig zijn om maaisel ‘op de kant te zetten’. Daarnaast zijn grote stroken met anti-worteldoek bedekte taluds niet bevorderlijk voor de ecologie rondom en in oppervlaktewaterlichamen. Het aanbrengen en behouden van anti-worteldoek in oppervlaktewaterlichamen betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval in de bebouwde kom en in bepaalde situaties ook buiten de bebouwde kom voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.8</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beplanting plaatsen of in stand houden Beplanting op of nabij een waterkering kan effect hebben op het waterkerende vermogen van de waterkering, het onderhoud belemmeren, leiden tot aantasting van het talud of negatieve invloed hebben op de ecologie. De gestelde criteria houden hier rekening mee. De voorschriften dekken risico’s voor het waterkerende vermogen af.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderstaande afbeelding geeft weer wanneer beplanting bij verheelde of aangeheelde waterkeringen mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderstaande afbeelding geeft weer wanneer beplanting bij een niet-verheelde en niet-aangeheelde waterkering mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring kleuraanduiding:Geel: toegestaan binnen criteria en voorschriften van de algemene regelOranje: zonder vergunning verboden Bij beplanting in of nabij een oppervlaktewaterlichaam wordt het volgende opgemerkt: een natuurvriendelijke oever valt niet onder het aanbrengen of behouden van beplanting. De aanleg daarvan, het wijzigen van het profiel, valt onder de vangnetbepaling en is daarmee vergunningplichtig. Voor vergunningverlening voor natuurvriendelijke oevers zijn beleidsregels vastgesteld.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.9</h3>\n<p class=\"lf-p\">Klein object plaatsen, in stand houden of veranderen Het plaatsen van kleine objecten betreft vanuit waterstaatkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. Het gaat om kleine objecten die verplaatsbaar of eenvoudig demontabel zijn. Deze kleine objecten kunnen worden verwijderd of verplaatst wanneer dit noodzakelijk is, bijvoorbeeld voor het uitvoeren van groot onderhoud of dijkverbetering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het realiseren van kleine objecten op de waterkering of in beschermingszone deel A kleven verschillende waterstaatkundige risico's, in het bijzonder met betrekking tot (noodzakelijke) ontgravingen en eventuele verzakking van de waterkering en/of beschermingszone na plaatsen van een klein object. Met de criteria en voorschriften worden de risico's afgedekt. Daarbij is ook rekening gehouden met het voorkomen van kwel en piping en met de stabiliteit van de waterkering. Het is van belang dat er slechts beperkte ontgravingen plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de stabiliteit van de waterkering is het van belang dat de ingrepen in het waterstaatswerk en de beschermingszone goed worden uitgevoerd. Daarvoor is het noodzakelijk dat het waterschap toezicht kan uitoefenen op de uitgevoerde werkzaamheden aan het waterstaatswerk en in de beschermingszone. Om deze reden is de meldplicht in deze algemene regel opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderstaande afbeelding geeft weer wanneer plaatsen van kleine objecten bij verheelde of aangeheelde waterkeringen mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderstaande afbeelding geeft weer wanneer plaatsen van kleine objecten bij een niet-verheelde en niet-aangeheelde waterkering mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring kleuraanduiding:Groen:toegestaanGeel: toegestaan binnen criteria en voorschriften van de algemene regelOranje: zonder vergunning verboden</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.10</h3>\n<p class=\"lf-p\">Hek plaatsen, in stand houden of veranderen Bij het plaatsen of in stand houden van hekken gaat het hier niet om voldoende kerende afrasteringen die gebruikt worden voor het houden van dieren of erfafscheidingen die zijn gelegen op of nabij waterstaatswerken. Deze (on)verplichte afrasteringen zijn opgenomen in de regels voor plaatsen en behouden afrastering en het weiden van vee.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van het hek wordt begrensd vanwege het beperken van de windvang en de daarmee samenhangende diepte van de palen en het visueel unnen inspecteren van de kering. Daarnaast is het van belang is dat onderhoudspaden langs waterkeringen toegankelijk zijn voor inspectie en onderhoud.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderstaande afbeelding geeft weer wanneer plaatsen van hekken bij verheelde of aangeheelde waterkeringen mogelijk is Onderstaande afbeelding geeft weer wanneer plaatsen van hekken bij een niet-verheelde en niet-aangeheelde waterkering mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring kleuraanduiding:Groen: toegestaanGeel: toegestaan binnen criteria en voorschriften van de algemene regelOranje: zonder vergunning verboden</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.11</h3>\n<p class=\"lf-p\">Schutting plaatsen, in stand houden of veranderen Schuttingen zijn werken die geen vrij doorzicht hebben en bestaan veelal uit in de grond geplaatste palen met daartussen een gesloten scherm van opgroeiende beplanting, hout, beton of andersoortige materialen. Door de gesloten constructie kunnen schuttingen veel wind vangen en is het noodzakelijk om een schutting dieper aan te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de schutting wordt begrensd vanwege het beperken van de windvang en de daarmee samenhangende diepte van de palen en het visueel kunnen inspecteren van de kering. Van belang is dat onderhoudspaden langs waterstaatwerken toegankelijk zijn voor inspectie en onderhoud.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderstaande afbeelding geeft weer wanneer plaatsen van schuttingen bij verheelde of aangeheelde waterkeringen mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderstaande afbeelding geeft weer wanneer plaatsen van schuttingen bij een niet-verheelde en niet-aangeheelde waterkering mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring kleuraanduiding:Groen: toegestaanGeel: toegestaan binnen criteria en voorschriften van de algemene regelOranje: zonder vergunning verboden</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.12</h3>\n<p class=\"lf-p\">Straatlantaarn of verkeersbord plaatsen, in stand houden of veranderen Bewust is gekozen om hier niet te spreken van wegmeubilair, omdat het begrip wegmeubilair breder is dan alleen straatlantaarns en verkeersborden. Bijvoorbeeld prullenbakken, fietsenrekken en bankjes vallen ook onder wegmeubilair. In deze verordening worden deze objecten als kleine objecten beschouwd en vallen daarmee onder een andere activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op veel waterkeringen zijn wegen aanwezig. Voor de verkeersveiligheid is het in sommige gevallen noodzakelijk dat er straatlantaarns en verkeersborden worden geplaatst. Aan het plaatsen van straatlantaarns en verkeersborden op een waterkering zijn risico’s verbonden. In het bijzonder valt te denken aan hinder voor doelmatig beheer en onderhoud van de waterkering en toegankelijkheid van het buitentalud bij hoogwater. Door de voorwaarden in deze regel worden deze risico’s afgedekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderstaande afbeelding geeft weer wanneer plaatsen van straatlantaarns en verkeersborden bij een waterkering mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring kleuraanduiding:Groen:toegestaanGeel: toegestaan binnen criteria en voorschriften van de algemene regel Straatlantaarns en verkeersborden in de beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam zijn vrijgesteld van een vergunningplicht. Om doelmatig beheer en onderhoud aan het waterstaatswerk uit te kunnen voeren is het van belang dat de objecten niet te dicht op elkaar geplaatst worden. In deze regel zijn hieraan voorwaarden gesteld.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.13</h3>\n<p class=\"lf-p\">Vlonder bouwen of in stand houden Het bouwen en in stand houden van een vlonder is een veel voorkomend en vanuit waterhuishoudkundig oogpunt relatief eenvoudig werk in of langs een oppervlaktewaterlichaam. Het te gebruiken materiaal voor de vlonders mag niet uitlogen (lozing) en valt onder de zorgplicht.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.14</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beschoeiing of damwand aanleggen, plaatsen, in stand houden of veranderen Het plaatsen van beschoeiing en damwand is vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk in of langs een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het begrip bebouwde kom is in de begripsomschrijvingen omschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om te voorkomen dat grond vanachter de beschoeiing of de damwand in het oppervlaktewaterlichaam komt, wordt zonodig een gronddicht doek geplaatst. Wanneer de beschoeiing of de damwand aansluit op een bestaande beschoeiing of de damwand langs een naburig perceel, wordt de beschoeiing of de damwand aansluitend op deze beschoeiing of de damwand geplaatst en qua vorm en afmeting gelijk gehouden. Het zich verplaatsen of overhellen van een niet-verankerde beschoeiing of damwand kan worden voorkomen door twee-derde van de totale lengte van de gebruikte palen of delen in de vaste bodem te slaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het te gebruiken materiaal voor de beschoeiing mag niet uitlogen (lozing) en valt onder de zorgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is van belang dat de ingrepen in het waterstaatswerk goed worden uitgevoerd. Daarvoor is het noodzakelijk dat het waterschap toezicht kan uitoefenen op de uitvoering. Om deze reden is een meldplicht in deze regel opgenomen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.15</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bodemonderzoek verrichten Onder bodemonderzoek wordt in deze regel verstaan het uitvoeren van grond-mechanisch, geohydrologisch en milieu-hygiënisch onderzoek. Deze regel is niet van toepassing op archeologisch onderzoek en seismisch onderzoek, omdat graafactiviteiten en de trillingen die hierbij worden veroorzaakt een gevolg kunnen hebben voor de instandhouding van het waterstaatswerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor bodemonderzoek worden vaak grondboringen en sonderingen uitgevoerd en peilbuizen en waterspanningsmeters aangebracht en verwijderd binnen waterstaatswerken en bijbehorende beschermingszones. In de meeste gevallen hebben dergelijke werkzaamheden een zeer gering effect op de staat van een waterstaatswerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor instandhouding van het waterstaatswerk is het van belang dat bodemonderzoek in het waterstaatswerk, in deel A van de beschermingszone bij waterkringen en in de beschermingszones bij oppervlaktewaterlichamen goed worden uitgevoerd. Daarvoor is het noodzakelijk dat het waterschap toezicht kan uitoefenen. Om deze reden is de meldplicht in deze regel opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderstaande illustraties geven aan wat wel en niet mogelijk is bij een waterkering en oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring kleuraanduiding:Groen: toegestaanGeel: toegestaan binnen de criteria en voorschriften van deze regel met meldingsplichtOrange: verboden zonder vergunning</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.16</h3>\n<p class=\"lf-p\">Gebouw bouwen of in stand houden Het begrip “gebouw” is omschreven bij de begripsomschrijvingen. Aan het realiseren van een gebouw in beschermingszone deel B zijn minder risico’s voor de waterkering verbonden. Desondanks is het in verband met het voorkomen van kwel en piping en voor de stabiliteit van de waterkering van belang dat er slechts beperkte ontgravingen plaatsvinden. De toegestane diepte voor ontgraven t.b.v. de fundering en dat de algemene regel niet van toepassing is op een kelder, beperken de reikwijdte van de algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de stabiliteit van de waterkering is het van belang dat de ingrepen in het waterstaatswerk en de beschermingszone goed worden uitgevoerd. Daarvoor is het noodzakelijk dat het waterschap toezicht kan uitoefenen op de uitgevoerde werkzaamheden aan het waterstaatswerk en in de beschermingszone. Om deze reden is de meldplicht in deze regel opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kassen in de polder de Koekoek In de Koekoek is veel glastuinbouw. Het gebruik van een deel van de beschermingszone van A-oppervlaktewaterlichamen voor kassen heeft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt geen bezwaar.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.17</h3>\n<p class=\"lf-p\">Gebouw verbouwen Vanwege het beperkte belang dat het waterschap heeft bij het uitvoeren van kleine verbouwingen die voldoen aan de criteria, geldt daarvoor geen vergunningplicht. Het vergroten van het oppervlak van gebouwen op of nabij een waterkering kan grote invloed hebben op toekomstige dijkverbetering en op het waterkerend vermogen en de stabiliteit van de waterkering. Daarom is deze algemene regel daarop niet op van toepassing. Dat geldt ook voor uitbreidingen of verbouwingen waarbij een aanpassing aan de fundering of verlaging van het vloerpeil noodzakelijk is.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.18</h3>\n<p class=\"lf-p\">Dempen Het dempen van een oppervlaktewaterlichaam heeft een aantal hydrologische gevolgen: de freatische grondwaterstand stijgt; de oppervlaktewaterberging neemt af; de sponswerking van de bodem neemt toe.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dempen van een oppervlaktewaterlichaam heeft veelal een positief effect op de hogere, droge gronden, omdat daarmee meer water wordt vastgehouden en de afvoerpiek wordt verlaagd en vertraagd.</p></div>", "next": 239728}