{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Door voor vaartuigen een maatvoering met een eventuele beperking van de vaarsnelheid op te nemen in deze algemene regel, wordt het waterhuishoudkundig en scheepvaartkundig belang (voor wat betreft het zogenoemde bakbeheer) voldoende gewaarborgd. Het nautisch beheer betreft de zorg voor de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer en is afdoende geregeld in de vigerende regelgeving op het gebied van scheepvaartverkeer, zoals de Scheepvaartverkeerswet, het daarop gebaseerde Binnenvaartpolitiereglement (BPR) en het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer (Babs).</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen melding nodig Er geldt geen meldingsplicht voor de in deze algemene regel genoemde werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kaart behorend bij Algemene regel WK8. Activiteiten en werken in en nabij de Slaperdijk te Kesteren en de Meidijk te Zuilichem Algemene regels oppervlaktelichamen WT1.Steigers en vlonders</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het aanleggen en behouden van een steiger en/of vlonder in een oppervlaktewaterlichaam en/of beschermingszone, voor zover: het werk aansluit op eigendom van de initiatiefnemer of rechthebbende, en; deze niet wordt aangelegd: a. binnen een natuurvriendelijke oever; b. in een oppervlaktewaterlichaam met specifieke natuurdoeleinden; c. in een vaarweg, en; deze wordt aangelegd en behouden in of aan een oppervlaktewaterlichaam met een minimale waterbreedte van 7,00 m op zomerpeil, en; de steiger niet langer dan 4,00 m wordt parallel aan het oppervlaktewaterlichaam en maximaal 1,00 m het oppervlaktewaterlichaam overkraagt, en; de vlonder wordt aangelegd langs oppervlaktewaterlichamen aan woonpercelen in stedelijk gebied (bebouwde kom).</p>\n<p class=\"lf-p\">De vlonder of steiger wordt aangelegd op minimaal 10 meter vanaf een duiker of een stuw.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: hanteert principetekening 5: steiger/vlonder als uitgangspunt voor de uitvoering. wijzigt de afmetingen van het oppervlaktewaterlichaam niet; draagt er zorg voor dat de activiteiten de water aan- en afvoer niet ontoelaatbaar belemmeren. houdt het werk en 1,00 m rondom het werk in een goede staat van onderhoud; brengt taludbescherming aan onder de steiger; plaatst geen bouwwerk op de steiger m.u.v. een hekwerk van maximaal 1 meter hoog legt de onderkant van de steiger en/of vlonder aan op minimaal 0,30 m ( in Alblasserwaard en Vijfheerenlanden: 20 cm) boven het hoogste gehanteerde peil.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste twee weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online of met behulp van het daarvoor aangeboden meldingsformulier. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van de activiteit, waaronder locatie van de steiger ten opzichte van het oppervlaktewaterlichaam en de perceelgrens, legenda en noordpijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten 2 werkdagen van te voren bij de toezichthouder (startmelding).</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, activiteiten op grond van deze algemene regel, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2014 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Als de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Peil:</p>\n<p class=\"lf-p\">In het peilbesluit vastgestelde waterstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Steiger:</p>\n<p class=\"lf-p\">Constructie die over een oppervlaktewaterlichaam is geplaatst en is verankerd in het achterliggende perceel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vlonder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Constructie op het maaiveld grenzend aan het oppervlaktewaterlichaam. Hieronder vallen ook houten vloeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurvriendelijke oever:</p>\n<p class=\"lf-p\">Oever die zo is aangelegd dat het niet alleen dient om de afvoercapaciteit van het oppervlaktewaterlichaam te verbeteren, maar ook om landschappelijke en ecologische functies te versterken. Oever aangelegd conform algemene regel ‘WT 11. Natuurvriendelijke oever’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Insteek:</p>\n<p class=\"lf-p\">Snijlijn van het bovenwatertalud van het oppervlaktewaterlichaam met het aangrenzende maaiveld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Het aanleggen en behouden van een steiger, vlonder betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk in of langs een oppervlaktewaterlichaam. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels. Om rondom de diverse waterstaatswerken doelmatig onderhoud te kunnen uitvoeren, moet voldoende ruimte aanwezig zijn voor het materieel om te kunnen manoeuvreren. Door een minimale afstand tot waterstaatswerken aan te houden, kan worden gegarandeerd dat de bestaande uitvoeringsmethode voor onderhoud kan worden behouden. Het is van belang dat de ingrepen in het waterstaatswerk goed worden uitgevoerd. Door de risicovolle locaties, zoals gevoelige natuur, uit te sluiten van deze algemene regel kan het aanleggen van steigers en vlonders onder voorwaarden worden toegestaan. Als de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of als het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OlO) worden ingediend. Het OlO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">WT2. Bruggen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het aanleggen en behouden van een brug over een oppervlaktewaterlichaam, voor zover: deze niet wordt aangelegd en behouden in aangewezen vaarwegen en in oppervlaktewaterlichamen in gebieden met specifieke natuurdoeleinden, en; deze wordt aangelegd ten behoeve van een perceelontsluiting of een infrastructurele ontsluiting, en; deze wordt aangelegd met een maximale breedte van 5,00 m, en; deze wordt aangelegd op minimaal 10,00 m van een naastgelegen ondersteunend kunstwerk, en; deze niet wordt aangelegd in de beschermingszone van een waterkering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: tast de stabiliteit van de oevers niet aan met de brughoofden; fundeert de brug zodanig dat wordt voorkomen dat deze meer zakt dan de natuurlijke maaivelddaling; damt het oppervlaktewaterlichaam, indien nodig, niet eerder af dan na overleg met de toezichthouder van het waterschap; beschermt taluds op doelmatige wijze tegen uitspoeling en inzakking en hanteert principetekening 7: brug als uitgangspunt voor de uitvoering; herstelt het oppervlaktewaterlichaam zoals het bestaande, naastgelegen profiel; construeert de hoogte onderkant brug op tenminste 0,30 m boven zomer-/streefpeil voor zover het oppervlaktewateren betreft die niet varend worden onderhouden; construeert over een minimale lengte van 2,25 m (doorvaarbreedte) de hoogte onderkant brug op tenminste 1,25 m boven zomer-/streefpeil voor zover het oppervlaktewateren betreft die door het waterschap varend worden onderhouden en hanteert principetekening 7;</p>\n<p class=\"lf-p\">Plaatst ronde pijlers onder de brug in oppervlaktewateren die varend worden onderhouden zodanig dat er een minimale doorvaarbreedte van 2,25 m aanwezig is; plaatst geen pijlers onder de brug als het oppervlaktewaterlichaam een bovenbreedte (insteek tot insteek) heeft van 7,00 meter of kleiner; plaatst de brug op een afstand van tenminste 8,00 meter van aanwezige bermobjecten zoals bomen en verkeersborden als de brug in een oppervlaktewaterlichaam wordt gelegd die door het waterschap wordt onderhouden; voldoet aan de algemene regel ‘WE 7. Uitweg’, als de brug fungeert als perceelontsluiting naar een weg in beheer bij het waterschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die in oppervlaktewaterlichamen met een A- en/of B-status activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste twee weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online of met behulp van het daarvoor aangeboden meldingsformulier. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: a. naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; b. het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; c. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van de activiteit, legenda en noordpijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten 2 werkdagen van te voren bij de toezichthouder (startmelding).</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2009 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Brug: Werk over een oppervlaktewaterlichaam dat bedoeld is voor de doorgang van een perceel aan de ene kant van het oppervlaktewaterlichaam naar een perceel aan de andere kant van het oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Peil: In het peilbesluit vastgestelde waterstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Profiel: Breedte, diepte en taludhellingen van het oppervlaktewaterlichaam als aangegeven op de legger of keurkaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestaand profiel: Het profiel van het oppervlaktewaterlichaam zoals het daadwerkelijk aanwezig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pijler: Een onderdeel van een brug dat voor ondersteuning zorgt in de vorm van een kolom.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landhoofd: De overgang van een grondlichaam naar een brug.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Voor het aanbrengen van bruggen over oppervlaktewaterlichamen met een C-status is geen melding vereist gezien het geringe waterhuishoudkundige belang. Wel moeten deze bruggen voldoen aan de gestelde voorwaarden in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aanbrengen van bruggen over de oppervlaktewaterlichamen betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels. Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het maken van een uitrit naar een weg van het waterschap bestaat een algemene regel. De uitrit naar de weg mag niet breder zijn dan is aangegeven in deze algemene regel. De afmetingen van de brug moeten hierop worden aangepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">WT3.Beschoeiing</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het plaatsen en behouden van beschoeiing in een oppervlaktewaterlichaam, voor zover: deze niet wordt geplaatst en behouden in aangewezen vaarwegen en in oppervlaktewaterlichamen in gebieden met specifieke natuurdoeleinden, en; het talud van het oppervlaktewaterlichaam steiler is dan 1:2, en; deze een maximale grondkerende hoogte heeft van:</p>\n<p class=\"lf-p\">0,30 m indien het hoogteverschil tussen het zomer/streefpeil en maaiveld meer dan 0,60 m bedraagt, of;</p>\n<p class=\"lf-p\">0,60 m indien het hoogteverschil tussen het zomer/streefpeil en maaiveld 0,60 m of minder bedraagt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: verkleint het natte profiel op zomer/streefpeil van het oppervlaktewaterlichaam niet; laat de beschoeiing niet boven maaiveld uitsteken; werkt de beschoeiing gronddicht af, zodat geen grond of aangevuld materiaal vanachter of van onder de beschoeiing in de watergang kan komen; sluit de beschoeiing geheel aan op een eventueel reeds aanwezige beschoeiing; construeert de beschoeiing zodanig dat geen ontoelaatbare vervorming kan plaatsvinden; draagt er zorg voor dat de activiteiten de watertoevoer niet ontoelaatbaar belemmeren; hanteert principetekening ‘Beschoeiing’ voor de uitvoering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste twee weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online of met behulp van het daarvoor aangeboden meldingsformulier. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van de activiteit, legenda en noordpijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten 2 werkdagen van te voren bij de toezichthouder (startmelding).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Riviernland 2009 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurvriendelijke oever:</p>\n<p class=\"lf-p\">Oever die zo is aangelegd dat het niet alleen dient om de afvoercapaciteit van het oppervlaktewaterlichaam te verbeteren, maar ook om landschappelijke en ecologische functies te versterken. Oever aangelegd conform algemene regel ‘WT 11. Natuurvriendelijke oever’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschoeiing:</p>\n<p class=\"lf-p\">Constructie in de oeverlijn om de oever tegen afkalving te beschermen. Voorbeelden hiervan zijn beschoeiingen, bestaande uit een aan één gesloten rij palen of planken en betuiningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Profiel:</p>\n<p class=\"lf-p\">Breedte, diepte en taludhellingen van het oppervlaktewaterlichaam als aangegeven op de legger of keurkaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Peil:</p>\n<p class=\"lf-p\">In het peilbesluit vastgestelde waterstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Het aanbrengen van oeverbeschermende beschoeiingen betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk in of langs het oppervlaktewaterlichaam. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels. Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via: www.waterschaprivierenland.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">WT4.Damwanden</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het plaatsen en behouden van een damwand in een oppervlaktewaterlichaam, voor zover: dit oppervlaktewaterlichaam niet is gelegen in een waterkering en/of beschermingszone, en; de damwand niet wordt geplaatst: binnen oppervlaktewaterlichamen in gebieden met specifieke natuurdoeleinden; in vaarwegen; in oppervlaktewaterlichamen in beheer en onderhoud bij het waterschap, en; de damwand op de insteek wordt aangebracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: construeert de damwand zodanig dat geen ontoelaatbare vervorming kan plaatsvinden; laat de damwand niet boven maaiveld uitsteken; werkt de damwand gronddicht af, zodat geen grond of aangevuld materiaal vanachter of van onder de damwand in de watergang terecht kan komen; sluit de damwand geheel aan op reeds aanwezige constructies; draagt er zorg voor dat de activiteiten de watertoevoer niet ontoelaatbaar belemmeren. hanteert principetekening ‘Damwand’ als uitgangspunt voor de uitvoering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste twee weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online of met behulp van het daarvoor aangeboden meldingsformulier. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van de activiteit, legenda en noordpijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten 2 werkdagen van te voren bij de toezichthouder (startmelding).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2009 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Profiel:</p>\n<p class=\"lf-p\">Breedte, diepte en taludhellingen van het oppervlaktewaterlichaam als aangegeven op de legger of keurkaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Peil:</p>\n<p class=\"lf-p\">In het peilbesluit vastgestelde waterstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Damwand: grondkerende constructie die op de insteek van een oppervlaktewaterlichaam wordt geplaatst om afkalving en instorten van de oever te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Insteek:</p>\n<p class=\"lf-p\">Snijlijn van het bovenwatertalud van het oppervlaktewaterlichaam met het aangrenzende maaiveld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurvriendelijke oever:</p>\n<p class=\"lf-p\">Oever die zo is aangelegd dat het niet alleen dient om de afvoercapaciteit van het oppervlaktewaterlichaam te verbeteren, maar ook om landschappelijke en ecologische functies te versterken. Oever aangelegd conform algemene regel ‘WT 11. Natuurvriendelijke oever’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Op een aantal locaties is het onwenselijk damwanden te plaatsen via een algemene regel, zoals in/nabij een weg, waterkering of vaarweg, omdat in deze specifieke gevallen de sterkte van de damwand berekend moet worden. Natuurvriendelijke oevers verliezen hun werking op de ecologische en chemische waterkwaliteit bij toepassing van een damwand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Buiten deze locaties betreft het aanbrengen van damwand vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig werk in of langs het oppervlaktewaterlichaam. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels. Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via: www.waterschaprivierenland.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">WT5.Versnelde afvoer via nieuw verhard oppervlak</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.4, voor het versneld afvoeren van hemelwater van nieuw verhard oppervlak naar een oppervlaktewaterlichaam voor zover: het totaal oppervlak aan nieuw verhard oppervlak in landelijk gebied niet meer bedraagt dan 1.500 m2 en in stedelijk gebied niet meer bedraagt dan 500 m2, en; de melder recht heeft op een éénmalige vrijstelling, en; niet eerder door de melder gebruik is gemaakt van de éénmalige vrijstelling, en; het geen deeluitbreiding betreft van een groter planologisch geheel/inrichting waarvoor reeds een melding is gedaan op grond van deze algemene regel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: brengt in het talud van het oppervlaktewaterlichaam een uitstroomvoorziening aan als het oppervlaktewaterlichaam waarin het hemelwater wordt geloosd, wordt onderhouden door het waterschap, en; hanteert principetekening 8: uitstroomvoorziening type A of principetekening 9: uitstroomvoorziening type B als uitgangspunt voor de uitvoering, en; voorkomt beschadigingen of verzakkingen van de voorziening, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de waterdoorvoer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 20014 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.4 van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur neerslag door nieuw verhard oppervlak versneld tot afvoer te laten komen. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Als de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Stedelijk gebied:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied dat zich bevindt binnen de door de betrokken gemeente als ‘bebouwde kom’ aangewezen gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landelijk gebied:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied buiten de bebouwde kom.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s In het stedelijk gebied worden tussen de gemeente en het waterschap afspraken gemaakt over de realisatie van de wateropgave en compensatie van toename verhard oppervlak. De compensaties van verhard oppervlak zijn in het stedelijk gebied veelal moeilijk realiseerbaar. Bij plannen kleiner dan 500 m² is er vaak geen water aanwezig en daarom worden deze ‘postzegelplannen’ vrijgesteld van compensatie. Het gemis aan waterberging wordt daarmee eigenlijk toegevoegd aan de wateropgave van de betreffende kern.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het landelijk gebied kan deze problematiek ook spelen maar is dan anders van aard. Toename van verhard oppervlak leidt in het landelijk gebied over het algemeen niet direct tot problemen vanwege het lage bebouwingsoppervlak. Het groter aandeel onverhard gebied heeft een groter bergend vermogen (sponswerking van de bodem) en intensieve neerslag leidt minder vaak tot versnelde afvoer van water naar het watersysteem. Vanwege de vertraagde afvoer en de veerkracht van het landelijk gebeid kunnen verharde oppervlakken tot 1500 m² worden vrijgesteld van compensatieplicht. Hierbij wordt daar waar mogelijk gestimuleerd de bebouwde oppervlakte niet aan te koppelen maar te infiltreren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In beginsel is het niet wenselijk dat een belanghebbende meerdere malen op eenzelfde of samenhangende percelen gebruik maakt van de vrijstelling. Er mag in die gevallen slechts eenmaal worden toegepast. Voor verdere uitbreidingen geldt dan een compensatieplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of als het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding Voor deze activiteit geldt geen meldingsplicht WT6.Anti worteldoek</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het aanleggen en behouden van anti-worteldoek voor zover deze: wordt aangelegd op het talud van een oppervlaktewaterlichaam dat grenst aan een bedrijfsperceel in stedelijk gebied en/of een particuliere tuin, en; niet wordt aangelegd op het talud van een oppervlaktewaterlichaam met een natuurvriendelijke oever, een aangewezen vaarweg en/of een oppervlaktewaterlichaam met specifieke natuurdoeleinden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: zet het anti-worteldoek zodanig vast dat voorkomen wordt dat deze in het oppervlaktewaterlichaam terecht komt of kan opwaaien; plaatst een beschoeiing in het talud conform algemene regel ‘WT 3. Beschoeiing’ waarachter het anti-worteldoek wordt vastgezet; mag het anti-worteldoek minimaal 0,20 m boven zomerpeil vastzetten met grondpennen met een minimale lengte van 0,30 m zonder een beschoeiing als het oppervlaktewaterlichamen betreft die niet in onderhoud zijn bij het waterschap; houdt eventuele begroeiing zo laag mogelijk met een maximale hoogte van 0,30 m.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2014 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Als de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Stedelijk gebied:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied dat zich bevindt binnen de door de betrokken gemeente als ‘bebouwde kom’ aangewezen gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurvriendelijke oever:</p>\n<p class=\"lf-p\">Oever die zo is aangelegd dat het niet alleen dient om de afvoercapaciteit van het oppervlaktewaterlichaam te verbeteren, maar ook om landschappelijke en ecologische functies te versterken. Oever aangelegd conform algemene regel ‘WT 11. Natuurvriendelijke oever’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Voor het aanbrengen van antiworteldoek in oppervlaktewaterlichamen met een C-status is geen melding vereist gezien het geringe waterhuishoudkundige belang. Wel moet de aanleg van antiworteldoek in deze voldoen aan de gestelde voorwaarden in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij veel tuinen van particulieren en bedrijven wordt anti-worteldoek op het talud van oppervlaktewaterlichamen toegepast om de tuin ter plaatse een net afgewerkt karakter te geven en het onderhoud te vergemakkelijken. Het aanleggen en behouden van anti-worteldoek is vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig werk. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Als de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of als het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding Voor deze activiteit geldt geen meldingsplicht WT7.Dam met Duiker</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het aanleggen, verlengen, vervangen en behouden van een dam met duiker in een oppervlaktewaterlichaam, voor zover: dit plaatsvindt in een oppervlaktewaterlichaam met een B- en/of C-status, en; deze wordt aangelegd op minimaal 10,00 m van een bestaand ondersteunend kunstwerk en 20,00 m benedenstrooms vanaf een stuw, en; deze wordt aangelegd zonder knikpunten of bochten, en; deze bedoeld is als perceelontsluiting en aansluit op eigendom van de initiatiefnemer of rechthebbende, en; in de nieuwe situatie de volledige duiker voldoet aan de volgende maatvoering:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel Criteria Type duiker rond Maximale totale duikerlengte Particulier gebruik 10,00 m Bedrijfsmatig gebruik 12,00 m Minimale inwendige diameter duiker in B-water Landelijk gebied 0,47 m Stedelijk gebied 0,80 m Minimale inwendige diameter duiker in C-water Landelijk gebied 0,47 m Stedelijk gebied 0,47 m Hoeveelheid lucht in de duiker t.o.v. winterpeil Droge sloot volledig Watervoerende sloot 0,20 m Uitsteken van de duiker buiten de dam 0,10 m</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: damt het oppervlaktewaterlichaam, indien nodig, niet eerder af dan na overleg met de toezichthouder van het waterschap; verwijdert slib op locatie van de aan te leggen dam met duiker legt de duiker in het midden van het oppervlaktewaterlichaam aan; voorziet verbindingen tussen duikerelementen van een waterdichte afdichting; beschermt het talud van de dam met duiker op doelmatige wijze tegen uitspoeling; fundeert de duiker dusdanig dat verzakken van deze duiker, met meer dan de natuurlijke maaivelddaling, wordt voorkomen; verwijdert bij vervanging de oude duiker volledig; verlengt een bestaande duiker met hetzelfde materiaal duikerbuis; past een betonbuis, of een PE-buis toe met een gladde egale binnenwand (geen staal en/of spirosol); plaatst een object zoals een toegangshek, container of tuinhuisje zodanig dat de toegangsfunctie van de dam behouden blijft; fundeert een object op een dam met duiker zo, dat het object eenvoudig te verwijderen is; voorziet, indien wenselijk, de uiteinden van de duiker van frontmuren conform de algemene regel ‘WT 15. Frontmuren bij dammen met duikers’; verankert de frontmuren van de duiker onderling; houdt de constructie in een goede staat van onderhoud; hanteert principetekening 12: dam met duiker in B- of C-water als uitgangspunt voor de uitvoering; houdt het doorstroomprofiel van de dam met duiker in stand; plaatst de dam met duiker op een afstand van tenminste 8,00 m van aanwezige bermobjecten zoals bomen en verkeersborden als de dam met duiker in een oppervlaktewaterlichaam wordt gelegd die door het waterschap wordt onderhouden; voldoet aan de algemene regel ‘WE 7. Uitweg’, als de dam met duiker fungeert als perceelontsluiting naar een weg in beheer bij het waterschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste twee weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online of met behulp van het daarvoor aangeboden meldingsformulier. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van de activiteit, diameter en materiaalkeuze van de duiker, legenda en noordpijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten 2 werkdagen van te voren bij de toezichthouder (startmelding).</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2014 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Duiker:</p>\n<p class=\"lf-p\">Buis in gronddam gelegen in een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stedelijk gebied:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied dat zich bevindt binnen de door de betrokken gemeente als ‘bebouwde kom’ aangewezen gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landelijk gebied:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied buiten de bebouwde kom.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Het aanleggen, verlengen of vervangen van een dam met duiker is een veel voorkomende activiteit. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">In oppervlaktewaterlichamen met een B- en/of C-status heeft het aanbrengen van een dam met duiker een gering effect op de doorstroming van het oppervlaktewaterlichaam, indien aan de gestelde criteria en voorwaarden wordt voldaan. Om de doorstroming te waarborgen is de lengte van de duiker gelimiteerd en een minimale grootte van de diameter bepaald. De diameter verschilt in stedelijk gebied en landelijk gebied, omdat buien in stedelijk gebied in het algemeen sneller tot hogere afvoerdebieten leiden. Het betreft in deze algemene regel alleen de eerste perceelontsluiting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het maken van een uitrit naar een weg van het waterschap bestaat een algemene regel. De uitrit naar de weg mag niet breder zijn dan is aangegeven in deze algemene regel. De breedte van de dam met duiker moet hierop worden aangepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OlO) worden ingediend. Het OlO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via: www.waterschaprivierenland.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">WT8.Dempen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het dempen van een oppervlaktewaterlichaam voor zover: dit oppervlaktewaterlichaam niet is gelegen langs een weg van het waterschap, en; het een oppervlaktewaterlichaam met een C-status betreft, en; het geen oppervlaktewaterlichaam betreft met een natuurvriendelijke oever en/of specifieke natuurdoeleinden, en; het leggeroppervlak van de demping tenminste gelijkwaardig wordt gecompenseerd, waarbij: een bestaand oppervlaktewaterlichaam met een B-min en/of C-status wordt verbreed met tenminste 0,50 m en/of het graven van een nieuw oppervlaktewaterlichaam met een C-status; deze compensatie binnen hetzelfde peilgebied plaatsvindt, en; door de demping: een oppervlaktewaterlichaam niet wordt afgesloten van het watersysteem; de doorstroming niet ontoelaatbaar wordt belemmerd;</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: beschermt het talud van de demping op doelmatige wijze tegen uitspoeling en inzakking; voert de compensatie vooraf aan of gelijktijdig met de demping uit; houdt de gehele constructie in een goede staat van onderhoud; draagt ervoor zorg dat taluds van het nieuw te graven of verbreden oppervlaktewaterlichaam en het bestaande oppervlaktewater vloeiend op elkaar aansluiten en een helling hebben niet steiler dan 1:1; voert de compensatie uit conform de algemene regel ‘WT 9. Graven’. zorgt dat eventuele in het te dempen oppervlaktewaterlichaam aanwezige (hemelwater) afvoeren van aanliggende percelen hun werking behouden, zo nodig in overleg met de eigenaren/ gebruikers van de afvoeren;</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste twee weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online of met behulp van het daarvoor aangeboden meldingsformulier. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, locatie, afmetingen van het te dempen oppervlaktewaterlichaam en de te realiseren compensatie, diameter en materiaalkeuze van de eventuele duiker, legenda en noordpijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten 2 werkdagen van te voren bij de toezichthouder (startmelding).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2009 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bergingscapaciteit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het volume water dat geborgen kan worden tussen het streefpeil en het aanvaardbaar hoogste peil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Duiker:</p>\n<p class=\"lf-p\">Buis in gronddam gelegen in een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Peilgebied:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied als aangewezen in een peilbesluit waarbinnen eenzelfde waterstand wordt gehandhaafd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurvriendelijke oever:</p>\n<p class=\"lf-p\">Oever die zo is aangelegd dat het niet alleen dient om de afvoercapaciteit van het oppervlaktewaterlichaam te verbeteren, maar ook om landschappelijke en ecologische functies te versterken. Oever aangelegd conform algemene regel ‘WT 11. Natuurvriendelijke oever’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Het dempen van een oppervlaktewaterlichaam met een C-status is een veel voorkomende activiteit die onder voorwaarden via een algemene regel kan worden uitgevoerd. Dit betreft oppervlaktewaterlichamen met alleen een waterbergende functie. De relevante waterhuishoudkundige belangen worden voldoende gewaarborgd door de eis van het graven van nieuw water ter compensatie. Hierbij wordt aangesloten op de algemene regel ‘WT 9. Graven’. Daarnaast mag de demping zelf geen negatieve effecten hebben op de doorstroming en kwaliteit van het omliggende watersysteem, zodat het afsluiten van een oppervlaktewaterlichaam of het creëren van doodlopende oppervlaktewaterlichamen is uitgesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via: www.waterschaprivierenland.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">WT9.Graven</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het graven, verbreden en behouden van een oppervlaktewaterlichaam voor zover: dit niet plaatsvindt langs een weg van het waterschap en/of in een waterkering en/of bijbehorende beschermingszone, en; de verbreding in een oppervlaktewaterlichaam met een B-min en/of C-status plaatsvindt, en; door het graven: geen verbinding ontstaat tussen verschillende peilgebieden, en; geen nieuw doodlopend oppervlaktewaterlichaam worden gecreëerd, en; het oppervlaktewaterlichaam in verbinding staat met het watersysteem.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: sluit taluds van het nieuw te graven of verbreden oppervlaktewaterlichaam, en het bestaande oppervlaktewater vloeiend op elkaar aan; brengt bij nieuw te graven oppervlaktewaterlichaam taluds aan met een helling niet steiler dan 1:1; handhaaft bij verbreding van een watergang minimaal de bestaande taludhelling of flauwer; beschermt taluds op doelmatige wijze tegen uitspoeling en inzakking; plaatst in de beschermingszone van een aangrenzend oppervlaktewaterlichaam een dam met duiker met een bovenbreedte van minimaal 5,00 m en voldoet aan de algemene regel ‘WT 7 Dam met duiker’ indien het nieuw te graven oppervlaktewaterlichaam wordt aangesloten op een oppervlaktewaterlichaam in onderhoud bij het waterschap; verbreedt een bestaand oppervlaktewaterlichaam met tenminste 0,50 m; houdt bij een volledig nieuw te graven oppervlaktewaterlichaam de volgende maatvoering aan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterbreedte Minimale bodembreedte Minimale waterdiepte t.o.v. laagst vigerend peil Tot 4,00 m 0,50 m 0,50 m Vanaf 4,00 m 1,00 m 1,00 m</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste twee weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online of met behulp van het daarvoor aangeboden meldingsformulier. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van het te graven of verbreden oppervlaktewaterlichaam en eventuele dammen met duikers, diameter en materiaalkeuze van de duiker, legenda en noordpijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten 2 werkdagen van te voren bij de toezichthouder (startmelding).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2009 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Peilgebied:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied als aangewezen in een peilbesluit waarbinnen eenzelfde waterstand wordt gehandhaafd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Duiker:</p>\n<p class=\"lf-p\">Buis in gronddam gelegen in een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Het graven of vergraven van een oppervlaktewaterlichaam betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Door de risicovolle werkzaamheden, zoals het verbinden van verschillende peilgebieden, uit te sluiten van deze algemene regel kan het graven en vergraven van water onder voorwaarden worden toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een nieuw te graven oppervlaktewaterlichaam kan uitsluitend de C-status krijgen. Voor het graven van een nieuw oppervlaktewaterlichaam ter compensatie van versnelde afvoer vanaf nieuw verhard oppervlak of ter compensatie van de demping van een oppervlaktewaterlichaam met een A- en/of B-status, moet een watervergunning worden aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via: www.waterschaprivierenland.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">WT10.Bomen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het aanplanten en behouden van bomen in de beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam, voor zover: deze niet worden geplant in een waterkering en/of bijbehorende beschermingszone, en; in volgroeide vorm ten opzichte van het oppervlaktewaterlichaam, voldoet aan de bepalingen in onderstaande tabel: *5,00 m in het gebied van de Alblasserwaard, Vijfheerenlanden, Alm en Biesbosch</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: verwijdert dode, zieke, of beschadigde bomen en de wortelresten conform algemene regel ‘WW1. Verwijderen objecten’; wijzigt de afmetingen van het oppervlaktewaterlichaam zoals vastgelegd in de legger niet; onderhoudt de (knot)bomen en snoeit de (knot)bomen op zodat er geen takken afhangen binnen 5,00 m boven maaiveld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2014 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Als de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beplanting:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bomen, struiken en lage beplanting, uitgezonderd gras.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kruin boom:</p>\n<p class=\"lf-p\">Diameter van het bladerdak/kruin, horizontaal gemeten op het breedste punt Knotboom:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een boom die minstens 1 keer per 3 jaar wordt geknot Knotten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwijderen van de kruin van een boom Insteek:</p>\n<p class=\"lf-p\">Snijlijn van het bovenwatertalud van het oppervlaktewaterlichaam met het aangrenzende maaiveld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Het aanleggen en behouden van bomen betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Als de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of als het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding Voor deze activiteit geldt geen meldingsplicht WT11.Natuurvriendelijke oever</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het aanleggen en behouden van een natuurvriendelijke oever langs een oppervlaktewaterlichaam, voor zover: deze niet wordt aangelegd aan een oppervlaktewaterlichaam gelegen langs een weg van het waterschap en in een waterkering en/of bijbehorende beschermingszone, en; deze wordt aangelegd langs B- en C wateren, met uitzondering van die oppervlaktewaterlichamen die door het waterschap worden onderhouden, en; geen oppervlaktewaterlichaam wordt gedempt of versmald, en; de natuurvriendelijke oever minimaal 25,00 m lang is, en; het oppervlaktewaterlichaam een minimale waterdiepte heeft van 0,50 m ten opzichte van zomer-/streefpeil.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: voorziet de plas-drasoever die wordt aangelegd met een nevengeul om de 25,00 m van een opening van minimaal 1,00 m breed; beschermt taluds op doelmatige wijze tegen uitspoeling en inzakking; voorkomt beschadigingen of verzakkingen van de beschoeiing, het talud of maaiveld, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de waterdoorvoer; hanteert principetekening ‘NVO (natuurvriendelijke oever)’ als uitgangspunt voor de uitvoering. hanteert, indien een plas-drasoever wordt aangelegd, de volgende maatgeving: de plas-drasoever is minimaal 2,00 m breed; de diepte van de plas- drasoever is 30 tot 50 cm onder zomer-/streefpeil peil; het talud onder de plas-drasoever is 1:3 of flauwer of afgewerkt met een beschoeiing; het talud boven de plas-drasoever is 1:2 of flauwer; legt, bij afwezigheid van een plas-dras oever, het gehele talud aan met een helling van minimaal 1:3; eventuele aanplant van vegetatie bestaat uit inheemse soorten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste twee weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online of met behulp van het daarvoor aangeboden meldingsformulier. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van de activiteit, waaronder taludhellingen, breedte en diepte van de eventuele plas-drasoever, bestaand en nieuw tracé, type kabel/leiding, materiaalkeuze en toe te passen bijbehorende voorzieningen, legenda en noordpijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten 2 werkdagen van te voren bij de toezichthouder (startmelding).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2009 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beplanting:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bomen, struiken en lage beplanting, uitgezonderd gras.</p>\n<p class=\"lf-p\">Peil:</p>\n<p class=\"lf-p\">In het peilbesluit vastgestelde waterstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Profiel:</p>\n<p class=\"lf-p\">Breedte en diepte van het oppervlaktewaterlichaam als aangegeven op de legger of keurkaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurvriendelijke oever:</p>\n<p class=\"lf-p\">Oever die zo is aangelegd dat het niet alleen dient om de afvoercapaciteit van het oppervlaktewaterlichaam te verbeteren, maar ook om landschappelijke en ecologische functies te versterken. Oever aangelegd conform algemene regel ‘WT 11. Natuurvriendelijke oever’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Het aanleggen van een natuurvriendelijke oever betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig werk. De relevante waterhuishoudkundige belangen, zoals het behoudt van het doorstroomprofiel en de bescherming van het talud tegen uitspoeling, worden gewaarborgd door het stellen van voorwaarden. De criteria en voorwaarden hebben met name betrekking op de inrichting van de natuurvriendelijke oever waarmee wordt beoogd een interessante habitat te creëren voor diverse flora en fauna.</p>\n<p class=\"lf-p\">Oppervlaktewaterlichamen langs een weg of waterkering worden uitgesloten van deze algemene regel, omdat het verflauwen van het talud een negatieve invloed kan hebben op de sterkte van de oever en de functie die deze vervuld voor het naastgelegen perceel. Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via: www.waterschaprivierenland.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">WT12.Afrasteringen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het plaatsen en behouden van een afrastering langs een oppervlaktewaterlichaam, voor zover deze: bij een A-water wordt geplaatst op minimaal 0,50 m en maximaal 1,00 m vanaf de insteek van het oppervlaktewaterlichaam, en; bij een B-water wordt geplaatst buiten de insteek van het oppervlaktewaterlichaam (niet in talud) wordt geplaatst ten behoeve van het keren van vee.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: plaatst de afrastering parallel aan het water, en; zorgt ervoor dat de draden van een afrastering over onderhouds- en schouwpaden/stroken, gemakkelijk met de hand verwijderd kunnen worden en zijn voorzien van geïsoleerde handgrepen, en; maakt de afrastering niet hoger dan 1,00 m boven maaiveld, en; realiseert de constructie zodanig dat deze eenvoudig te verwijderen is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als voor het uitvoeren van de activiteiten, bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van dit besluit een vergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2014 in werking was, worden de voorschriften van die vergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Als de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Afrastering: Eenvoudige constructie bestaande uit houten palen met draad of gaas ten behoeve van het keren van vee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Afrasteringen kunnen enerzijds worden gezien als objecten die het doelmatig onderhoud aan waterstaatswerken kunnen belemmeren, terwijl ze anderzijds, in de vorm van een veekering, juist voorkomen dat het vee de gesteldheid van waterstaatswerken aantast. Wanneer aan de criteria en voorwaarden wordt voldaan komt het doelmatig onderhoud niet in gevaar. Bovendien kunnen afrasteringen, Als nodig, vrij eenvoudig worden verwijderd. Het plaatsen van een afrastering betreft vanuit waterstaatkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante waterstaatkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Als de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of als het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning. Het gebod van artikel 2.9 eerste lid van de keur geldt niet voor de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden, gezien de aard en het karakter van het gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding Voor deze activiteit geldt geen meldingsplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">WT13.Onttrekken van oppervlaktewater</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van de verboden, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid en artikel 3.5 van de keur, voor het onttrekken van water uit een oppervlaktewaterlichaam en/of het plaatsen en behouden van een tijdelijke of permanente onttrekkingsvoorziening in een oppervlaktewaterlichaam, voor zover: uit een oppervlaktewaterlichaam met een A-status maximaal 30 m³/uur wordt onttrokken, of; uit een oppervlaktewaterlichaam met een B-status maximaal 10 m³/uur wordt onttrokken, of; uit een oppervlaktewaterlichaam met een C-status maximaal 5 m³/uur wordt onttrokken, en; de onttrekking bedoeld is voor veedrenking en droogte- en/of nachtvorstbestrijding.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: draagt er zorg voor dat de activiteiten de watertoevoer niet ontoelaatbaar belemmeren. beschermt taluds en bodem op doelmatige wijze tegen uitspoeling en inzakking; beëindigt de onttrekking direct als sprake is van een calamiteit als genoemd in artikel 3.8 van de keur; en, in geval van een tijdelijke onttrekkingsvoorziening: behoudt de voorziening niet langer dan voor het doel noodzakelijk; behoudt de voorziening in de periode van 1 maart tot 1 november; gebruikt een constructie die binnen 24 uur uit het oppervlaktewaterlichaam en/of beschermingszone kan zijn verwijderd; voorziet drijvende constructies van duidelijk zichtbare drijvers op het wateroppervlak; verwijdert de tijdelijke onttrekkingsvoorziening uit de beschermingszone van het oppervlaktewaterlichaam als noodzakelijk voor beheer- en onderhoudswerkzaamheden; en, in geval van een permanente onttrekkingsvoorziening: legt de onttrekkingsvoorziening verzonken in het talud en buiten het profiel van het oppervlaktewaterlichaam aan; fundeert de onttrekkingsvoorziening zodanig dat verzakken, met meer dan de natuurlijke maaivelddaling, wordt voorkomen; legt de onttrekkingsvoorziening zodanig aan dat de beschermingszone vrij bereikbaar en vrij van obstakels blijft; legt het ondergronds leidingwerk in de beschermingszone van het oppervlaktewaterlichaam zodanig aan dat hieraan geen schade kan ontstaan tijdens onderhoudswerkzaamheden; hanteert principetekening 10: onttrekkingsconstructie type A of principetekening 11: onttrekkingsconstructie type B als uitgangspunt voor de uitvoering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2014 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 3.5 van de keur is het verboden zonder watervergunning van het bestuur water te brengen in of te onttrekken aan oppervlaktewaterlichamen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Als de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Profiel:</p>\n<p class=\"lf-p\">Breedte, diepte en taludhellingen van het oppervlaktewaterlichaam als aangegeven op de legger of keurkaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Permanente onttrekkingsvoorziening:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een voorziening voor het onttrekken van water in oppervlaktewater met een langdurig karakter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdelijke onttrekkingsvoorziening:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een eenvoudig te verwijderen en tijdelijk benodigde voorziening voor het onttrekken van water in oppervlaktewater. Bijvoorbeeld voor het beregenen van gewassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Het onttrekken van oppervlaktewater via een voorziening betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Als de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of als het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding Voor deze activiteit geldt geen meldingsplicht WT14. Lozen van water</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van de verboden, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid en artikel 3.5 van de keur, voor het tijdelijk brengen van water in een oppervlaktewaterlichaam en/of het plaatsen en behouden van een lozingsvoorziening in een oppervlaktewaterlichaam, voor zover: het geen lozing is van hemelwater en/of rioolwater afkomstig van een gemeentelijke riolering, en; in een oppervlaktewaterlichaam met een A-status maximaal 250 m³/uur wordt geloosd, waarbij de toezichthouder heeft ingestemd met de lozing, of; in een oppervlaktewaterlichaam met een B- of C-status maximaal 100 m³/uur wordt geloosd, waarbij de toezichthouder heeft ingestemd met de lozing, en; door de lozing geen wateroverlast ontstaat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: draagt er zorg voor dat de activiteiten de watertoevoer niet ontoelaatbaar belemmeren. beschermt taluds en bodem op doelmatige wijze tegen uitspoeling en inzakking; beëindigt de lozing direct indien sprake is van een calamiteit als genoemd in artikel 3.8 van de keur; en, in geval van een tijdelijke lozingsvoorziening: behoudt de voorziening niet langer dan voor het doel noodzakelijk; gebruikt een constructie die binnen 24 uur uit het oppervlaktewaterlichaam en/of beschermingszone kan zijn verwijderd; verwijdert de tijdelijke lozingsvoorziening uit de beschermingszone van het oppervlaktewaterlichaam indien noodzakelijk voor beheer- en onderhoudswerkzaamheden; en, in geval van een permanente lozingsvoorziening: legt de lozingsvoorziening verzonken in het talud en buiten het profiel van het oppervlaktewaterlichaam aan; fundeert de lozingsvoorziening zodanig dat verzakken, met meer dan de natuurlijke maaivelddaling, wordt voorkomen; legt de lozingsvoorziening zodanig aan dat de beschermingszone vrij bereikbaar en vrij van obstakels blijft; legt het ondergronds leidingwerk in de beschermingszone van het oppervlaktewaterlichaam zodanig aan dat hieraan geen schade kan ontstaan tijdens onderhoudswerkzaamheden; voorziet uitmondingen van drainageleidingen van een taludgoot om uitspoeling van het talud te voorkomen. De taludgoot reikt minimaal vanaf de onderkant van de drain tot aan het winterpeil of streefpeil; hanteert principetekening 8: uitstroomvoorziening type A of principetekening 9: uitstroomvoorziening type B als uitgangspunt voor de uitvoering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste twee weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online of met behulp van het daarvoor aangeboden meldingsformulier. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: a. naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; b. het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; c. een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, constructie en afmetingen van de lozingsvoorziening, legenda en noordpijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten 2 werkdagen van te voren bij de toezichthouder (startmelding).</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingsplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2009 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 3.5 van de keur is het verboden zonder watervergunning van het bestuur water te brengen in oppervlaktewaterlichamen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Profiel: Breedte, diepte en taludhellingen van het oppervlaktewaterlichaam als aangegeven op de legger of keurkaart. Permanente lozingsvoorziening: Een voorziening voor het lozen van water in oppervlaktewater met een langdurig karakter. Tijdelijke lozingsvoorziening: Een eenvoudig te verwijderen en tijdelijk benodigde voorziening voor het lozen van water in oppervlaktewater.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Het lozen van oppervlaktewater via een voorziening betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Een schriftelijke melding kan worden gedaan door het meldingsformulier via het OLO te printen en dit ingevuld op te sturen naar het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">WT15.Frontmuren bij dammen met duikers</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van de verboden, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid van de keur, voor het plaatsen en behouden van frontmuren bij dammen met duikers in oppervlaktewaterlichamen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: voorziet de uiteinden van de duiker van frontmuren van rotvrij materiaal plaatst de frontmuren op een voldoende sterke fundatie; verankert de frontmuren van de dam met duiker onderling; vult de dam, tussen de frontmuren, aan met schone grond of zand; bouwt de frontmuur rondom de duikerbuis waarbij het doorstroomprofiel van de duiker niet wordt verkleind en de duikerbuis maximaal 0,10 m voorbij de frontmuur mag uitsteken. maakt voor het maken van de frontmuren geen gebruik van uitlogende materialen;</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor op grond van deze algemene regel meldingplichtige werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2014 in werking was, worden de Voorwaarden van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor het uitvoeren van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 1 van de algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid van de keur, is het verboden zonder watervergunning gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de functie, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het waterschap algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Frontmuren worden aan de uiteinden van dammen met duikers geplaatst, waarna de ruimte tussen de frontmuren wordt opgevuld met grond, zodat de breedte van de dam met duiker optimaal kan worden benut bij de ontsluiting van een perceel. Het belang van het waterschap bestaat er voornamelijk uit dat er bij het aanbrengen van de frontmuren geen materialen in het water terecht (kunnen) komen en dat het gebruikte materiaal geen negatief effect heeft op de waterkwaliteit. Frontmuren zijn eenvoudige constructies die de waterhuishouding niet méér negatief beïnvloeden dan de dammen met duikers waar ze worden geplaatst. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Als de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan gelden de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of als het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding Voor deze activiteit geldt geen meldingsplicht WT16.Terras in talud oppervlaktewaterlichamen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van de verboden, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid van de keur, voor het aanleggen van een terras in het talud van een oppervlaktewaterlichaam, voor zover: het terras is gelegen langs oppervlaktewaterlichamen aan woonpercelen in stedelijk gebied (binnen bebouwde kom), en; het oppervlaktewaterlichaam een minimale waterbreedte van 7,00 meter op zomerpeil heeft deze wordt aangelegd op eigendom van de initiatiefnemer of rechthebbende, en; deze niet wordt aangelegd: binnen een natuurvriendelijke oever; in een oppervlaktewaterlichaam met specifieke natuurdoeleinden; in een vaarweg, en; het (zwevend)terras maximaal 1,00 m overkraagt boven het wateroppervlak, en; het terras een breedte heeft van maximaal 4,00 meter parallel aan het oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: hanteert principetekening 6: terras in talud als uitgangspunt voor de uitvoering; voert de constructie niet groter uit dan de bij dit besluit behorende tekeningen; legt de onderkant van het terras minimaal 0,30 meter boven zomerpeil en in het gebied van de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden minimaal 20 cm boven zomerpeil aan; brengt taludbescherming aan onder het overkragende deel van het terras; mag onder een zwevend terras (in het natte profiel van het oppervlaktewaterlichaam geen palen aanbrengen; construeert het terras op een duurzame en stabiele wijze; legt het terras evenwijdig aan de insteeklijn van het oppervlaktewaterlichaam en houdt altijd ten behoeve van het onderhoud het oppervlaktewaterlichaam bereikbaar; houdt het terras in goede staat. Dit betekent in ieder geval dat eventueel beschadigingen en/of verzakkingen van het terras (met bijbehorende werken direct moeten worden hersteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2014 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Als de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Peil:</p>\n<p class=\"lf-p\">In het peilbesluit vastgestelde waterstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Profiel:</p>\n<p class=\"lf-p\">Breedte en diepte van het oppervlaktewaterlichaam als aangegeven op de legger of keurkaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Het aanleggen en behouden van een terras in het talud van een oppervlaktewaterlichaam betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig werk in of langs een oppervlaktewaterlichaam. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels. Om rondom de diverse waterstaatswerken doelmatig onderhoud te kunnen uitvoeren, moet voldoende ruimte aanwezig zijn voor het materieel om te kunnen manoeuvreren. Door een minimale afstand tot waterstaatswerken aan te houden, kan worden gegarandeerd dat de bestaande uitvoeringsmethode voor onderhoud kan worden behouden. Het is van belang dat de ingrepen in het waterstaatswerk goed worden uitgevoerd. Door de risicovolle locaties, zoals gevoelige natuur, uit te sluiten van deze algemene regel kan het aanleggen van dergelijke terrassen onder voorwaarden worden toegestaan. Als de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of als het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding Voor deze activiteit geldt geen meldingsplicht WT17.Objecten langs boezemwateren</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid van de keur, voor het plaatsen en behouden van objecten in het winterbed van boezemwateren, voor zover: de objecten zich bevinden binnen 1,00 m uit de insteek van het boezemwater, en; het een kleinschalig object betreft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: mag het aan te leggen object niet het water in laten oversteken/overkragen; plaatst geen hekwerken/tuinhekjes die hoger zijn dan 1,00 meter; mag een hekwerk/tuinhekjes zowel parallel als haaks op het water plaatsen; mag een hekwerk/tuinhekje haaks op het water tot aan de insteek aanbrengen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste twee weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online of met behulp van het daarvoor aangeboden meldingsformulier. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, constructie en afmetingen van het object, legenda en noordpijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten 2 werkdagen van te voren bij de toezichthouder (startmelding).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2009 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Kleinschalig object:</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen bouwwerken maar eenvoudige objecten zoals vlonders, tuinhekjes van 1,00 m hoog, bloempotten en bestrating.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s De boezemgebieden hebben een zeer belangrijke waterbergende functie. Als de wateren en riviertjes buiten hun oevers treden, wordt het water geborgen in de boezem. De boezem is dus een noodvoorziening die zijn functie altijd moet behouden. Op die manier wordt voorkomen dat de rivieren en wateren overstromen en daarbij grote schade aanrichten in bewoonde gebieden en aan percelen die op verschillende manieren in gebruik zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor objecten is in het algemeen volumecompensatie nodig op grond van beleidsregel nummer 5.3. Voor deze objecten geldt te allen tijde een vergunningsplicht. Voor de bewoners langs deze wateren geldt dat men in de praktijk behoefte heeft aan allerlei voorzieningen in de tuin en nabij de oever. Vanwege de noodzakelijke stabiliteit van de oever worden echter géén vergunningen verleend voor objecten als opstallen e.d., indien deze binnen 1 meter vanuit de insteek zouden zijn gewenst. Binnen die 1 meter zijn allerlei kleinschalige objecten zoals bijvoorbeeld vlonders, tuinhekjes, (sier)bestrating e.d. wel mogelijk. Dergelijke objecten zijn vanuit waterhuishoudkundig oogpunt relatief eenvoudige werken, waarbij de waterhuishoudkundige belangen gewaarborgd kunnen worden door het stellen van voorwaarden in een algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan gelden de beleidsregels. Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via: www.waterschaprivierenland.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">WT18.Varen op oppervlaktewaterlichamen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, vierde lid van de keur, voor het zich op een oppervlaktewaterlichaam bevinden met een vaartuig voortbewogen door mechanische kracht, voor zover het betreft: het Kanaal van Steenenhoek, mits de volgende maxima niet worden overschreden: maximale lengte: 60,00 meter; maximale breedte: 7,50 meter; maximale diepgang: 2,50 meter; de gekanaliseerde Linge, inclusief het Kanaal van Steenenhoek vanaf de Merwedesluis tot aan de Gorinchemse Kanaalsluis, mits de volgende maxima niet worden overschreden: maximale lengte: 70 meter; maximale breedte 7,50 meter; maximale diepgang 2,50 meter; de Linge tussen Arkel en de verkeersbrug te Leerdam, mits de volgende maxima niet worden overschreden: maximale lengte: 67 meter; maximale breedte 7,50 meter; maximaal toegestane diepgang 2,50 meter; de Linge bovenstrooms van de verkeersbrug te Leerdam tot 100 meter bovenstrooms van de zwaaikom te Geldermalsen, mits de volgende maxima niet worden overschreden: maximale lengte: 50,00 meter; maximale breedte: 6,60 meter; maximale diepgang: 1,00 meter meer dan de peilschaal ter plaatse (benedenstrooms) van de sluizen aanwijst; de Linge van 100 meter bovenstrooms van de zwaaikom te Geldermalsen tot de mond van de Korne en de Korne zelf, mits de volgende maxima niet worden overschreden: maximale lengte: 8,00 meter; maximale breedte: 3,00 meter; maximale diepgang: 0,80 meter; de Lage Boezemwateren van de Nederwaard, mits de volgende maxima niet worden overschreden: maximale lengte: 10,00 meter; maximale breedte: 3,00 meter; maximale diepgang: 0,80 meter; de Lage Boezemwateren van de Overwaard, alsmede de Buiten-Giessen tussen het perceel gelegen aan de Buitendams 217 en de Damsluis, mits de volgende maxima niet worden overschreden: maximale lengte: 15,00 meter; maximale breedte: 4,00 meter; maximale diepgang: 0,80 meter; de Buiten-Giessen, tussen de Peulensluis en het perceel gelegen aan de Buitendams 217, de Karnemelksloot, de voormalige Vluchthaven en de watergang ten zuiden van de Apollostraat, mits de volgende maxima niet worden overschreden: maximale lengte: 20,00 meter; maximale breedte: 5,00 meter; maximale diepgang: 1,80 meter; het bevaarbare gedeelte van de Bakkerskil;</p>\n<p class=\"lf-p\">Merwedekanaal, waarbij wordt opgemerkt dat het vaarwegbeheer van het Merwedekanaal ligt bij de provincie; de Beuningseplas te Beuningen, mits de volgende maxima niet worden overschreden: maximale lengte: 7,00 meter; maakt gebruik van een mechanisch voortbewogen vaartuig met behulp van een verbrandingsmotor of elektrische motor met een door de leverancier opgegeven vermogen van maximaal 2,5 kWatt (= 3,4 Pk); het Lingemeer te Buren, mits de volgende maxima niet worden overschreden: maximale lengte 7 meter; maakt gebruik van een mechanisch voortbewogen vaartuig met behulp van een verbrandingsmotor of elektrische motor met een door de leverancier opgegeven vermogen van maximaal 2,5 kWatt (=3,4 Pk); het plegen van regulier en/of groot onderhoud aan oppervlaktewaterlichamen door volgens de legger aangewezen onderhoudsplichtigen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Diegene die activiteiten uitvoert zoals bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: mag als het spuilicht van de Gorinchemse Kanaalsluis brandt, met een geladen vaartuig de sluis niet passeren zonder toestemming van de bedienaar van de hefbrug van de Gorinchemse Kanaalsluis; mag de Gorinchemse Kanaalsluis niet passeren als de stroomsnelheid gemeten in de Gorinchemse Kanaalsluit groter is dan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeten stroomsnelheid in de Gorinchemse Kanaalsluis Maximaal toegestane afmetingen van het vaartuig 0,65 meter per seconde 2,35 meter 0,75 meter per seconde 2,25 meter 0,80 meter per seconde 2,00 meter houdt rekening met de diepgang van het vaartuig welke afhankelijk is van de waterstand aangegeven op de benedenstroomse peilschaal van de Gorinchemse Kanaalsluis;</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterstand Maximaal toegestane diepgang NAP +0,80 meter of hoger 2,50 meter NAP +0,70 meter - +0,80 meter 2,40 meter NAP +0,60 meter - +0,70 meter 2,30 meter NAP +0,50 meter - +0,60 meter 2,25 meter moet bij het tewaterlaten en uit het water halen van het vaartuig gebruikmaken van daarvoor ingerichte tewaterlaatplaatsen; moet de inzinkingsmerken bestaande uit een rechthoek met een lengte van 0,30 meter en een hoogte van 0,04 meter duidelijk zichtbaar aanbrengen overeenkomstig artikel 4.04 van het Binnenschepenbesluit; moet als het schip opgelopen wordt door een ander groot schip zonder bijzondere beperkingen zo volledig mogelijk stoppen om het andere schip voorbij te laten; moet zich houden aan de ter plaatse aangeduide vaarsnelheid, tenzij: het een beladen schip betreft dat groter is dan 60,00 meter bij 7,50 meter en/of een diepgang groter is dan 2,25 meter. In dit geval mag de snelheid van 6 km/uur niet worden overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het een ongeladen schip betreft dat groter is dan 60,00 meter bij 7,50 meter. In dit geval mag de snelheid van 7,5 km/uur niet worden overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de onder criteria 5 en 6 genoemde Beuningseplas en het Lingemeer geldt een maximale vaarsnelheid van 6 km per uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover er vóór de inwerkingtreding van de algemene regel een vergunning is verleend voor het zich op een oppervlaktewaterlichaam bevinden met een vaartuig voortbewogen door mechanische kracht, worden de voorschriften beschouwd als maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, vierde lid van de keur, is het verboden zonder watervergunning zich op een oppervlaktewater te bevinden met een vaartuig voortbewogen door mechanische kracht. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod geldt voor alle oppervlaktewateren waarop de Keur van toepassing is. Gelet op de functie en het gebruik is het uitzonderen van dit verbod gewenst. Ten aanzien van het varen is er een onderscheid te maken in de wateren genoemd onder artikel 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaarweg Zo zijn er wateren die (door de provincie) zijn aangewezen als vaarweg en waarvoor het waterschap het zogenaamde vaarwegbeheer (“bakbeheer”) uitvoert. Deze wateren waaraan een specifieke vaarwegfunctie is toegekend, worden dan ook vrijgesteld van het vaarverbod. In het belang van de functie vaarweg en de functie watersysteem worden voorwaarden gesteld aan afmetingen van de vaartuigen. Het gaat hier om de Linge, de Korne, het Kanaal van Steenenhoek inclusief de Steenenhoekse Kanaalsluis en de toegangsgeul vanuit Rijksvaarwater Merwede. Het vaarwegebeheer van het Merwedekanaal ligt bij de provincie. De provincie kan daaraan beperkingen opleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Recreatief medegebruik van watersysteem Daarnaast zijn er wateren die geen specifieke vaarwegfunctie hebben, maar waar het varen wel is toegestaan. Dit wordt aangemerkt als recreatief medegebruik naast het watersysteembeheer (zogenaamd “meeliften”). Hiervoor is het wenselijk om bij algemene regel onder voorwaarden gemotoriseerde vaartuigen toe te staan. Voor deze wateren worden geen specifieke maatregelen genomen ter bevordering van de bevaarbaarheid, zoals verdiepen. De maatvoering genoemd in de criteria geldt ter bescherming van waterstaatswerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de wateren met een vaarwegfunctie en voor enkele wateren zonder vaarwegfunctie zoals de boezemwateren is het waterschap tevens aangewezen als nautisch beheerder. Dat wil zeggen dat het waterschap op grond van de Scheepvaartverkeerswet ten behoeve van de daarin genoemde belangen maatregelen mag treffen en verkeersbesluiten mag nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook wordt recreatief medegebruik toegestaan op de Beuningseplas en het Lingemeer waar het waterschap alleen oppervlaktewaterbeheerder is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Door voor vaartuigen een maatvoering met een eventuele beperking van de vaarsnelheid op te nemen in deze algemene regel, wordt het waterhuishoudkundig en scheepvaartkundig belang (voor wat betreft het zogenoemde bakbeheer) voldoende gewaarborgd. Het nautisch beheer betreft de zorg voor de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer en is afdoende geregeld in de vigerende regelgeving op het gebied van scheepvaartverkeer, zoals de Scheepvaartverkeerswet, het daarop gebaseerde Binnenvaartpolitiereglement (BPR) en het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer (Babs).</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding Voor deze activiteit geldt geen meldingsplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">WT19.Afkoppelen van bestaand verhard oppervlak</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.5 van de keur, voor het brengen van water in of te onttrekken aan oppervlaktewaterlichamen, voor zover: het een gemeentelijk riolering afkoppelplan betreft, en; er geen nieuwe verharding in het afkoppelplan is opgenomen, en; de totale hoeveelheid verhard oppervlak minder dan 50% bedraagt ten opzichte van het huidige rioolbemalingsgebied, en; de totale hoeveelheid af te koppelen verharding meer dan 500 m² bedraagt, en; de nieuwe rioollozingspunten zich bevinden binnen het peilvak waar de huidige riooloverstorten zich bevinden, en; de nieuwe rioollozingspunten worden aangebracht in oppervlaktewaterlichamen die worden onderhouden door het waterschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: kan aantonen middels hydrologische berekeningen dat de aanwezige kunstwerken in de oppervlaktewaterlichamen voldoende doorstroomcapaciteit herbergen; brengt in het talud van het oppervlaktewaterlichaam een uitstroomvoorziening aan; hanteert principetekening ‘Uitstroomvoorziening type A’ of principetekening “Uitstoomvoorziening type B’ als uitgangspunt voor de uitvoering; voorkomt beschadigingen of verzakkingen van de voorziening, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de waterdoorvoer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste twee weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online of met behulp van het daarvoor aangeboden meldingsformulier. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie bestaande en nieuwe rioollozingspunten, af te koppelen verharding, hoeveelheid m² verharding, hydrologische berekeningen van de kunstwerken in de wateren, afmetingen en constructie van het lozingspunt, legenda en noordpijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten 2 werkdagen van te voren bij de toezichthouder (startmelding).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2009 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.5, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur water te brengen in of te onttrekken aan oppervlaktewaterlichamen. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Hydrologische berekeningen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Door het afkoppelen van verharding kan het afvoerpatroon van een oppervlaktewaterlichaam toenemen waardoor de opstuwing in aanwezige dammen met duikers kan toenemen. Uit de berekeningen zal moeten blijken dat de opstuwing in de duikers binnen de acceptabele grenzen blijft (max. 5mm opstuwing per duiker).</p>\n<p class=\"lf-p\">Afkoppelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestaande verharding dat afwatert naar een vuilwaterrioolstelsel wordt aangesloten op een hemelwaterrioolstelsel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Het watersysteem is van groot belang voor de waterberging. Wateren moeten zodanig worden aangelegd dat ze zijn berekend op piekbelastingen als het hard regent. Een lozing op een water mag de waterbergingscapaciteit van dat water niet verminderen. Daarnaast is het van belang dat grote peilschommelingen worden voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een water moet voldoende doorstromen om een bepaalde hoeveelheid te lozen water af te kunnen voeren. De aanwezigheid van dammen met duikers, bijvoorbeeld, kan hierop van invloed zijn en dat moet dan ook in de berekeningen, met betrekking tot de maximaal toelaatbare hoeveelheid te lozen water, moeten worden meegenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoeveelheid te lozen water op een water kan van geval tot geval enorm verschillen. Afhankelijk van de hoeveelheid te lozen water en de snelheid waarmee het water op het oppervlaktewater wordt geloosd, kan de lozing schade aan het water veroorzaken. Waar een lozingspunt in het talud wordt aangebracht, zou aan de overliggende oever uitspoeling van grond kunnen plaatsvinden. Dit moet voorkomen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via: www.waterschaprivierenland.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">WT20 Nachtvaartverbod bij evenementen op vaarwegen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 4.1, eerste lid van de keur is bepaald dat het verboden is om de vaarwegen te bevaren met een vaartuig voortbewogen door mechanische kracht tussen een half uur na zonsondergang en een half uur voor zonsopgang (nachtvaarverbod).</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit verbod geldt niet voor het varen op de Linge tussen Arkel en de sluis te Asperen en de gekanaliseerde Linge.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de overige vaarwegen wordt vrijstelling van het nachtvaartverbod verleend indien er sprake is van een evenement.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: maakt gebruik van de vrijstelling van het nachtvaartverbod specifiek voor het traject en het evenement dat wordt gemeld; zorgt ervoor dat het overige scheepvaartverkeer niet onnodig wordt gestremd; zorgt ervoor dat de terugvaart naar het beginpunt binnen een uur na het einde van het evenement plaatsvindt; houdt er rekening mee dat de overige regelgeving onverminderd van kracht blijft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste vier weken voor aanvang van het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarbij wordt in ieder geval gemeld: naam, adres en telefoonnummer van de meldingsplichtige; datum, begin- en eindtijd en omschrijving van het evenement; het traject waarop gevaren wordt; gegevens van de (rondvaart)boot waarmee gevaren wordt; eventueel het kenmerk van de vergunning voor de (rondvaart)boot waarmee gevaren wordt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader In artikel 4.1, vierde lid van de keur is bepaald dat het verboden is om de vaarwegen te bevaren met een vaartuig voortbewogen door mechanische kracht tussen een half uur na zonsondergang en een half uur voor zonsopgang (nachtvaarverbod).</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Recreatief medegebruik van watersysteem Boezemwateren hebben geen specifieke vaarwegfunctie, maar varen is hier wel toegestaan. Dit wordt aangemerkt als recreatief medegebruik naast het watersysteembeheer (zogenaamd “meeliften”). Algemene regel WT18 geeft aan onder welke voorwaarden gemotoriseerde vaartuigen worden toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de wateren met een vaarwegfunctie en voor enkele wateren zonder vaarwegfunctie is het waterschap tevens aangewezen als nautisch beheerder. Dat wil zeggen dat het waterschap op grond van de Scheepvaartverkeerswet en de daarin genoemde belangen verkeersbesluiten mag nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing op de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Evenement: Een speciale, tijd- en plaatsgebonden gebeurtenis, gericht op een publieks- of algemeen belang, die door een initiatiefnemer (individu, groep of organisatie) bewust is gepland en die gericht is op een bepaalde doelgroep om met een bewust gekozen vorm een bepaald doel te realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Door een algemene regel in te stellen voor vrijstelling van het nachtvaartverbod voor evenementen, wordt het waterhuishoudkundig en scheepvaartkundig belang voldoende gewaarborgd. Het nautisch beheer betreft de zorg voor de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer en is afdoende geregeld in de vigerende regelgeving op het gebied van scheepvaartverkeer, zoals de Scheepvaartverkeerswet, het daarop gebaseerde Binnenvaartpolitiereglement (BPR) en het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer (Babs).</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OlO) worden ingediend. Het OlO is te bereiken via: .</p>\n<p class=\"lf-p\">WT21 Haaks afmeren</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 4.3, voor het haaks op de lengterichting van de vaarweg af te meren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Diegene die activiteiten uitvoert zoals bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel:</p>\n<p class=\"lf-p\">Neemt alleen een ligplaats in of ankert met een vaartuig (afmeren) op de daarvoor bestemde plaatsen zoals genoemd in de Keur of zijn vastgelegd in het Verkeersbesluit ligplaatsen Linge.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorgt ervoor dat het vaartuig niet in het doorvaartprofiel (vaargeul) van de vaarweg ligt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Nederwaard en Overwaard: afmeren is toegestaan waarbij de in algemene regel WT18 genoemde maximaal toegestane breedte van het vaartuig niet wordt overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend geldt voor de Buiten Giessen en gedeelte Binnen-Giessen: afmeren is toegestaan onder voorwaarde dat buiten de vaargeul wordt afgemeerd zoals aangegeven op de bij het Verkeersbesluit afmeerverbod Buiten-Giessen en gedeelte Binnen-Giessen behorende kaarten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Linge: afmeren is toegestaan binnen de in het vigerende Verkeersbesluit ligplaatsen Linge vastgelegde ligplaatszones.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er een vergunning voor een haakse steiger aan ten grondslag ligt, mag haaks worden afgemeerd waarbij het vaartuig niet verder mag reiken dan de steiger.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste twee weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap;</p>\n<p class=\"lf-p\">De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket online. Daarbij wordt in ieder geval vermeld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Naam, adres en telefoonnummer van de meldingsplichtige;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het adres of locatie waar ligplaats wordt ingenomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een situatietekening waarop duidelijk de locatie van de afmeerlocatie staat aangegeven;</p>\n<p class=\"lf-p\">Afmetingen van het vaartuig waarmee ligplaats wordt ingenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten twee werkdagen van tevoren bij de toezichthouder.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitvoering van de toegestane werken start binnen één jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming</p></div>", "next": 239346}