{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Op het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, wordt voldaan aan artikel 1.14 en is artikel 8.89, tweede en derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-49\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.9</span><span class=\"lf-art-t\">Algeheel verbod</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden om grondwater te onttrekken voor beregening of bevloeiing uit het beperkingengebied onttrekken grondwater als bedoeld in afdeling 1.3 als het debiet van de onttrekking meer dan 10 mᶟ per uur is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-410\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.10</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften omgevingsvergunning infiltratie van water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning voor het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, is artikel 8.94 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-411\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.11</span><span class=\"lf-art-t\">Meetverplichting onttrekken van grondwater en infiltratie van water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die grondwater onttrekt door een daarvoor bedoelde voorziening of water in de bodem brengt, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, meet de in elk kwartaal onttrokken hoeveelheid grondwater of geïnfiltreerd water met een nauwkeurigheid van ten minste 95%.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor kortdurende of seizoensgebonden onttrekkingen of infiltraties kan het dagelijks bestuur van het waterschap in de voorschriften van de omgevingsvergunning voor de wateronttrekkingsactiviteit of, als geen omgevingsvergunning is vereist, bij maatwerkvoorschrift bepalen dat de hoeveelheid over een kortere tijdsspanne wordt gemeten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die water in de bodem brengt, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening, meet de kwaliteit van dat water door het nemen van representatieve monsters en het analyseren van de in tabel 4.1 opgenomen parameters met de in die tabel aangegeven frequentie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 4.1 Parameters en meetfrequentie Parameter Afkorting Frequentie bacteriën van de coligroep vierwekelijks Kleur vierwekelijks zwevende stof SS vierwekelijks geleidingsvermogen voor elektriciteit vierwekelijks temperatuur T vierwekelijks zuurgraad pH vierwekelijks opgelost zuurstof O2 vierwekelijks totaal organisch koolstof TOC vierwekelijks bicarbonaat HCO3 vierwekelijks nitriet NO2 vierwekelijks nitraat NO3 vierwekelijks ammonium NH4 vierwekelijks totaal fosfaat Totaal P vierwekelijks fluoride F driemaandelijks chloride Cl vierwekelijks sulfaat SO4 driemaandelijks natrium Na driemaandelijks ijzer Fe driemaandelijks mangaan Mn driemaandelijks chroom Cr driemaandelijks lood Pb driemaandelijks koper Cu driemaandelijks zink Zn driemaandelijks cadmium Ca driemaandelijks arseen As driemaandelijks cyanide CN driemaandelijks minerale olie vierwekelijks adsorbeerbaar organisch halogeen AOX vierwekelijks vluchtig organisch gebonden chloor VOC vierwekelijks vluchtige aromaten vierwekelijks polycyclische aromaten PAK driemaandelijks fenolen driemaandelijks 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uiterlijk op 31 januari van elk jaar of, als de onttrekking of infiltratie is beëindigd, binnen een maand na het tijdstip van beëindiging, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens verstrekt: a. de in het voorgaande kalenderjaar gemeten hoeveelheden onttrokken grondwater en geïnfiltreerd water; en b. de kwaliteit van het geïnfiltreerde water.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De analyse van de monsters vindt plaats overeenkomstig bijlage 4 bij de Drinkwaterregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste tot en met vijfde lid gelden niet: a. voor wateronttrekkingsactiviteiten als bedoeld in de artikelen 6.34, eerste lid, onder b en c, en 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. in geval van het onttrekken van grondwater met een debiet van de onttrekking van minder dan 10 mᶟ per uur of wanneer het gaat om het bestrijden van een brand met grondwater.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  4.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Onttrekken van oppervlaktewater</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-412\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.12</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is van toepassing op het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichamen als bedoeld in Afdeling 1.3.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-413\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.13</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er mag water onttrokken worden aan een oppervlaktewaterlichaam als het debiet van de onttrekking niet meer dan 10 mᶟ per uur is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-414\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.14</span><span class=\"lf-art-t\">Meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden om water te onttrekken aan een oppervlaktewaterlichaam zonder dit tenminste 14 dagen voor aanvang te melden als het debiet van de onttrekking meer dan 10 mᶟ per uur en niet meer dan 60 mᶟ per uur is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-415\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.15</span><span class=\"lf-art-t\">Indienvereisten melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een melding bevat, in aanvulling op artikel 1.9, het debiet van de onttrekking in mᶟ per uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-416\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.16</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden om zonder omgevingsvergunning water te onttrekken aan een oppervlaktewaterlichaam als: a. er geen gebruik gemaakt wordt van een pomp; of b. het debiet van de onttrekking meer dan 60 mᶟ per uur is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-417\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.17</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam die op grond van deze waterschapsverordening is vereist, worden, in aanvulling op artikel 1.10, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het doel waarvoor het te onttrekken oppervlaktewater wordt gebruikt; b. de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting van ieder onttrekkingspunt; c. het debiet van de onttrekking in kubieke meter water per uur per onttrekkingspunt; d. de hoeveelheid water in kubieke meter water per uur, etmaal, maand en jaar die ten hoogste wordt onttrokken; e. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; en f. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de gevolgen te voorkomen of te beperken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-418\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.18</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De omgevingsvergunning wordt in ieder geval verleend als voldaan wordt aan artikel 1.14 en ter plaatse van het onttrekkingspunt de oever en bodem tegen instabiliteit, afkalving en erosie worden beschermd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-419\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.19</span><span class=\"lf-art-t\">Algeheel verbod</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden om water aan een oppervlaktewaterlichaam te onttrekken zodra de afvoer over het eerste benedenstrooms gelegen peilregulerend kunstwerk stagneert.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden om water aan een oppervlaktewaterlichaam te onttrekken voor beregening of bevloeiing uit het beperkingengebied onttrekken oppervlaktewater als bedoeld in afdeling 1.3 als het debiet van de onttrekking meer dan 10 mᶟ per uur is.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangs- en slotbepalingen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht omgevingsvergunningen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning voor een activiteit op grond van de verordening zoals die luidde direct voor inwerkingtreding van deze verordening en die onherroepelijk is, geldt als een omgevingsvergunning op grond van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor al wat vóór de inwerkingtreding van deze verordening rechtmatig tot stand is gebracht wordt geacht een omgevingsvergunning ingevolge deze verordening te zijn verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning is ingediend voor een activiteit waarvoor op grond van deze verordening een verbod geldt om de activiteit zonder omgevingsvergunning te verrichten, blijft het oude recht van toepassing tot de vergunning onherroepelijk wordt. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing als die vergunning onherroepelijk wordt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht meldingen en maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een melding of kennisgeving van een activiteit die voor inwerkingtreding van deze verordening is gedaan, geldt, als op die activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening een verbod om zonder melding de activiteit te verrichten van toepassing is, als een melding van die activiteit op grond van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit die voor inwerkingtreding van deze verordening is ingediend, geldt, als op die activiteit na de inwerkingtreding van deze verordening een verbod om zonder melding de activiteit te verrichten van toepassing is, als een melding van die activiteit op grond van deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maatwerkvoorschrift voor een activiteit op grond van de waterschapsverordening zoals die luidde direct voor inwerkingtreding van deze verordening en die onherroepelijk is, geldt als een maatwerkvoorschrift op grond van deze verordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-53\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht handhavingsbesluiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de inwerkingtreding van deze verordening een overtreding heeft plaatsgevonden, een overtreding is aangevangen of het gevaar voor een overtreding klaarblijkelijk dreigde, en voor die inwerkingtreding een bestuurlijke sanctie is opgelegd voor die overtreding of dreigende overtreding, blijft het oude recht op die bestuurlijke sanctie van toepassing tot het tijdstip waarop: a. de beschikking onherroepelijk is geworden en volledig is uitgevoerd of ten uitvoer is gelegd; b. de beschikking is ingetrokken of is komen te vervallen; of c. als de beschikking gaat om de oplegging van een last onder dwangsom:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>de last volledig is uitgevoerd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de dwangsom volledig is verbeurd en betaald; of 3. de last is opgeheven.</div>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  5.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Slotbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-54\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in deze Waterschapsverordening genoemde normbladen liggen ter inzage in het waterschapskantoor, Kooikersweg 1 in Almelo.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening wordt aangehaald als: Waterschapsverordening waterschap Vechtstromen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-55\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening wordt aangehaald als: Waterschapsverordening waterschap Vechtstromen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage I Begripsbepalingen aangewezen oppervlaktewaterlichaam oppervlaktewaterlichaam dat is aangewezen en begrensd in bijlage III bouwputbemaling het onttrekken van grondwater met als doel het droog kunnen uitvoeren van werkzaamheden in de bodem dempen het geheel dicht maken of gedeeltelijk verkleinen van het profiel van een oppervlaktewaterlichaam drainagemiddelen drains, kleine sloten, greppels en andere middelen voor de afvoer van water over en door de grond met als doel de grondwaterstand kunstmatig te beïnvloeden evenement een georganiseerde, tijdelijke gebeurtenis, bijgewoond door een verzameling mensen, die zich daarvoor in een bepaald tijdvak op of in het beperkingengebied waterstaatswerken bevindt of beweegt grondroering bewerken van de bodem waardoor de stabiliteit of functie van de bodem verandert of kan veranderen insteek de overgang van het talud van een oppervlaktewaterlichaam naar het maaiveld kabel transportmedium zonder holle ruimte, veelal voor elektriciteit of communicatie, inclusief buizen met een diameter van maximaal 40 mm die gebruikt worden voor kabels worden beschouwd als een kabel leiding alle druk- of pijpleidingen die geen lozingsvoorziening zijn lozingsvoorziening een constructie om een lozingsactiviteit in een oppervlaktewaterlichaam te verrichten meanderzone aan een waterstaatswerk grenzende zone waarbinnen oppervlaktewaterlichamen door natuurlijke verplaatsing of beekherstel hun bedding kunnen verleggen NEN 6600-1 NEN 6600-1:2019: Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater, versie 2019;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN 6646 NEN 6646/C1:2015: Water - Fotometrische bepaling van het gehalte aan ammoniumstikstof en van de som van de gehalten aan ammoniumstikstof en organisch gebonden stikstof volgens Kjeldahl, door mineralisatie met seleen, met behulp van een doorstroomanalysesysteem - Ontsluiting met zwavelzuur, seleen en kaliumsulfaat, versie 2015 + C1:2015 NEN 6966 NEN 6966:2006: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten - Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2006;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN 872 NEN-EN 872:2005: Water - Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen - Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN 12566-1 NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties = 50 IE - Deel 1:</p>\n<p class=\"lf-p\">Geprefabriceerde septictanks, versie 2016;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN 13284-1 NEN-EN 13284-1:2001: Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van massaconcentratie van stof in lage concentraties - Deel 1: Manuele gravimetrische methode, versie 2001;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 5667-3 NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 5815-1 NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 5815-2 NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 6878 NEN-EN-ISO 6878:2004: Water - Bepaling van fosfor - Ammoniummolybdaat spectometrische methode, versie 2004;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 9377-2 NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water - Bepaling van de minerale-olie-index - Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gaschromatografie, versie 2000;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 10301 NEN-EN-ISO 10301:1997: Water - Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen - Gaschromatografische methoden, versie 1997;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 11732 NEN-EN-ISO 11732:2005: Water - Bepaling van ammonium stikstof -Methode voor doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie, versie 2005;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 11885 NEN-EN-ISO 11885:2009: Water - Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 12846 NEN-EN-ISO 12846:2012: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 13395 NEN-EN-ISO 13395:1997: Water - Bepaling van het stikstofgehalte in de vorm van nitriet en in de vorm van nitraat en de som van beide met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie, versie 1997;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15587-1 NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15587-2 NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15680 NEN-EN-ISO 15680:2003: Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met «purge-and-trap» en thermische desorptie, versie 2003;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15681-1 NEN-EN-ISO 15681-1:2005: Water - Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 1: Methode met een doorstroominjectiesysteem (FIA), versie 2005;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15681-2 NEN-EN-ISO 15681-2:2018: Water - Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 2: Methode met een continu doorstroomanalysesysteem (CFA), versie 2018;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 15682 NEN-EN-ISO 15682:2001: Water - Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 17294-2 NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water - Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma - Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 17852 NEN-EN-ISO 17852:2008: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-EN-ISO 17993 NEN-EN-ISO 17993:2004: Water - Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-ISO 5663 NEN-ISO 5663:1993: Water - Bepaling van het gehalte aan Kjeldahl-stikstof -Methode na mineralisatie met seleen, versie 1993;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-ISO 15705 NEN-ISO 15705:2003: Water - Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) - Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003;</p>\n<p class=\"lf-p\">NEN-ISO 15923-1 NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit - Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie - Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, orthofosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013; niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam ander oppervlaktewaterlichaam dan een oppervlaktewaterlichaam dat is aangewezen en begrensd in bijlage III. onderhoudspad pad of strook dat gebruikt wordt voor het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden onttrekkingsvoorziening een constructie om een wateronttrekkingsactiviteit in een oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam te verrichten proefbronnering het onttrekken van grondwater met als doel het onderzoeken van de hoeveelheid grondwater die tijdens toekomstige werkzaamheden moet worden onttrokken recreatief medegebruik het gebruik maken van een waterstaatswerk voor recreatieve doeleinden sleufbemaling bronbemaling bij een smalle, voortschrijdende, bouwput spanningsbemaling het onttrekken van grondwater met als doel de opwaartse druk te verlagen talud een onder helling gelegen vlak; bij water de zijdelingse begrenzing tussen waterbodem en maaiveld; bij waterkeringen de zijdelingse begrenzing tussen de horizontale bovenzijde en de teen van de waterkering waterkering kunstmatige hoogte of van nature aanwezige hoogte, die een waterkerende functie of mede een waterkerende functie heeft voor oppervlaktewater waterschap waterschap Vechtstromen werken alle door menselijk toedoen ontstane of gemaakte constructies of inrichtingen, inclusief bouwwerken, en restanten daarvan wet Omgevingswet Bijlage II Overzicht Informatieobjecten aangewezen oppervlaktewaterlichamen /join/id/regdata/ws0663/2025/giod377ad2c-2981-436c-9c1a-75d51241f045/nld@2025-10-13;130 beheergebied vechtstromen /join/id/regdata/ws0663/2025/gio24048f3b-7dc6-4bd0-bfea-51c866ac0afa/nld@2025-10-13;148 boven dinkel /join/id/regdata/ws0663/2025/gioa7bcaaff-20c4-4522-ba1e-0c9fc38f2e31/nld@2025-10-13;132 droogtestuwen /join/id/regdata/ws0663/2025/giofb38154e-4634-49ff-96d9-356014130b00/nld@2025-10-13;142 niet-aangewezen oppervlaktewaterlichamen /join/id/regdata/ws0663/2025/gioe32f6b6d-5e42-418f-8a41-9d8de656419e/nld@2025-10-13;134 onttrekken grondwater /join/id/regdata/ws0663/2025/giob3015ae3-a2ce-4566-a0c7-a98516daca0d/nld@2025-10-13;146 onttrekken oppervlaktewater /join/id/regdata/ws0663/2025/gio8c123411-0996-44bd-a4c4-88cd11e07e04/nld@2025-10-13;144 oppervlaktewaterlichamen /join/id/regdata/ws0663/2025/gio64db70b1-af57-4b8d-90db-5a4f69ead2a1/nld@2025-10-13;136 waterkeringen</p>\n<p class=\"lf-p\">/join/id/regdata/ws0663/2024/gio2f594c0b-24a0-49da-a97f-3550c0d2f755/nld@2024-10-28;97 waterstaatswerken /join/id/regdata/ws0663/2025/gio7abc640b-582a-4d06-ae95-e84e9cfa65ca/nld@2025-10-13;138 winterbed vecht /join/id/regdata/ws0663/2025/gio65b09ac7-3f5a-4213-a596-6c321e49536a/nld@2025-10-13;140 Bijlage III Aangewezen oppervlaktewaterlichamen Binnengracht (westelijke deel) Bladderswijk (Oranjekanaal) en Bargermeerkanaal Bornsche Beek Coevorden-Vechtkanaal Elsbeek Kanaal Almelo-De Haandrik (Overijsselsch Kanaal) Lateraalkanaal Linderbeek Reest en Wieden Oost, regionale kanalen Velt en Vecht, kanalen Verbindingskanaal en Buitengracht te Coevorden Bijlage IV Aanvraagvereisten vergunning onttrekken grondwater, eisen beschrijving gevolgen, maatregelen en voorzieningen 1. Projectomschrijving a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Topografische kaart met locatieaanduiding van de onttrekking b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afmetingen, ontgravings-/onttrekkingsniveau's en uitvoeringswijze c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mogelijke alternatieve uitvoeringswijze(n) 2. Inventarisatie bodemopbouw, geohydrologie en oppervlaktewater a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschrijving uitgevoerde onderzoeken en inventarisaties b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schematisatie bodemopbouw, geohydrologie en oppervlaktewater c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grondwaterstanden en stijghoogten d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grondwaterkwaliteit 3. Verwachte debieten en grondwaterstands-/stijghoogteverlagingen a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschrijving bepalings-/berekeningsmethode b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunten bepalingen/berekeningen c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bandbreedteanalyse van de onzekere parameters als grondwaterstanden, doorlatendheid, invloed van ondergrondse constructies d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschrijving debieten en invloedsgebieden 4. Beschrijving en beoordeling effecten en risico's a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Effecten op het werk 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opbarsten bodem 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Horizontale en/of verticale grondverplaatsing b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Effecten op de omgeving 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodemdaling als gevolg van zetting, klink, oxidatie, rijping of anderszins 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bebouwing, fundering en infrastructuur (autowegen, railwegen, dijken, kaden, kabels en leidingen) 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodem- en grondwaterverontreinigingen 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grondwaterbeschermingsgebieden 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoet-brak-zout grensvlak (upconing) 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuur 7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landbouw 8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Openbare groenvoorziening en particuliere tuinen 9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Archeologie en aardkundige waarden c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Effecten op overige (grondwater) onttrekkingen 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterwingebieden 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Koude-warmteopslag 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onttrekkingen van derden 5. Waterkwaliteit en lozing a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwachte waterkwaliteit opgepompte grondwater (voldoende informatie beschikbaar of analyses uitgevoerd) b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lozingsroute (in de bodem, in oppervlaktewater, hemelwater- of vuilwaterriool) en motivatie hiervan c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschrijving eventuele aanvullende zuiveringstechnische maatregelen 6. Maatregelen en monitoring a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschrijving eventuele aanvullende (compenserende) maatregelen b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschrijving eventuele alternatieve uitvoeringsmethoden c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschrijving monitoring 7. Technische principes van de onttrekking 8. Van toepassing zijnde voorschriften, vergunningen en belastingen Toelichting Algemene toelichting Grondslag Op grond van artikel 56 juncto artikel 78 van de Waterschapswet stelt het waterschap verordeningen vast die het nodig oordeelt voor het behartigen van de opgedragen taak. De taken die aan het waterschap zijn opgedragen zijn volgens artikel 1 van de Waterschapswet de zorg voor het watersysteem en zorg voor het zuiveren van afwaterwater en eventueel kunnen de zorg voor andere waterstaatsaangelegenheden worden opgedragen, bijvoorbeeld het vaarwegbeheer. Naast de Waterschapswet, die de organisatie van de waterschappen regelt, geeft de Omgevingswet (Ow) en de daarop gebaseerde regelgeving allerlei bepalingen over de inhoud van het waterbeheer. In artikel 2.5 van de Ow is de grondslag voor de waterschapsverordening opgenomen. Hierin is bepaald dat het algemeen bestuur van het waterschap één waterschapsveordening vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. In artikel 1.2 van de Ow staat dat de fysieke leefomgeving onder andere in ieder geval watersystemen, water, bodem en natuur omvat. In artikel 1.3 van de Ow zijn de maatschappelijke doelen van de wet opgenomen. Met het oog op de maatschappelijke doelen is in artikel 1.3 van de verordening opgenomen waarop de regels van de waterschapsverordening zijn gericht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de elders in de Omgevingswet en op grond van andere wetten aan het waterschapsbestuur toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, berust bij het waterschapsbestuur de taak op het gebied van het beheer van watersystemen voor zover aan het waterschap toebedeeld bij provinciale verordening (art. 2.18, tweede lid Ow) of bij ministeriële regeling (art. 2.20, derde lid Ow) en op het gebied van het waterketenbeheer voor de zuivering van stedelijk afvalwater, gebracht in een openbaar vuilwaterriool, in een zuiveringtechnisch werk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waterschapsverordening is gebaseerd op zowel de Waterschapswet als de Omgevingswet en de daarop gebaseerde regelgeving, het Omgevingsbesluit, Besluit activiteiten leefomgeving, Besluit bouwwerken leefomgeving, Besluit kwaliteit leefomgeving, Omgevingsregeling en de Aanvullingssporen Natuur, Bodem, Geluid en Grondeigendom. Ook de provinciale omgevingsverordeningen horen in deze rij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opbouw van de waterschapsverordening Voor de opbouw en structuur van deze verordening is de Omgevingswet en de daarop gebaseerde regelgeving als uitgangspunt genomen. Dit maakt dat de opbouw en structuur herkenbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk 1 zijn de algemene bepalingen opgenomen. In hoofdstuk 2 zijn de beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot waterstaatswerken opgenomen. Dit hoofdstuk wordt gevolgd met het hoofdstuk waarin de regels over lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringstechnisch werk staan. Na de regels over lozen zijn in hoofdstuk 4 de regels over wateronttrekkingsactiviteiten opgenomen. In hoofdstuk 5 en 6 zijn respectievelijk de procedurele bepalingen en overgangs- en slotbepalingen opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelsgewijze toelichting</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene bepalingen Het eerste hoofdstuk bevat begripsomschrijvingen. Hierbij is aangesloten bij de begrippen in de Omgevingswet en de daarop gebaseerde regelgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder zijn er het toepassingsgebied, de doelen en beperkingengebieden bepaald. Ook is hier bepaald tot wie de bepalingen in de verordening zijn gericht en welke zorgplicht hier bij hoort en wanneer er maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De algemene indieningsvereisten voor een melding en vergunning zijn in afdeling 1.6 opgenomen. Net als de gegevens die verstrekt moeten worden in geval van een informatieverplichting en wat gedaan moet worden als er gegevens wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afdeling 1.7 is de algemene beoordelingsregel opgenomen. Dit is de grondslag om een beslissing op een aanvraag voor een omgevingsvergunning te kunnen nemen. Dit artikel is identiek aan artikel 8.84 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  1.9</h3>\n<p class=\"lf-p\">gaat over ongewone voorvallen en Hoofdstuk 1 eindigt met een afdeling over calamiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De begrippen uit de Omgevingswet zijn rechtstreeks van toepassing op de verordening en zijn daarom niet herhaald. Bij gebruik van begrippen uit AmvB's zijn deze van toepassing. Als hierin geen omschrijving van een begrip gebruikt kon worden heeft de Aquo-standaard waar mogelijk als basis gediend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsgebied</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onder de Omgevingswet worden de regels van het waterschap ontsloten in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Om in het DSO de regels goed weer te kunnen geven moet aangegeven zijn op welk gebied de regels van toepassing zijn. Dit wordt gedaan door middel van beperkingengebieden waar bepaalde regels van toepassing verklaard kunnen worden. Het beperkingengebied is dan het gebied waarop de regels van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling geeft duidelijk aan dat de verordening bedoeld is voor het beheergebied van het waterschap. Per activiteit is bepaald welk toepassingsbereik geldt. Deze bepaling fungeert als vangnet voor alle regels waarvoor niet een specifieker toepassingsbereik is opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn waterstaatswerken in het beheergebied waarvan het beperkingengebied doorloopt in het beheergebied van een ander waterschap. In het beperkingengebied van het waterstaatswerk is de verordening dan wel van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Oogmerk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 1.3 van de Omgevingswet zijn de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet verwoord. In artikel 4.23 van de Omgevingswet zijn deze vertaald naar wateractiviteiten. In dit artikel zijn ze vertaald naar de doelen waarvoor de regels in deze verordening zijn opgesteld. Deze doelen komen overeen met de doelen zoals deze voorheen waren verwoord in artikel 2.1 van de Waterwet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Beperkingengebieden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling biedt de juridische grondslag voor de digitale kaarten met de ligging van bijvoorbeeld waterstaatswerken en bijbehorende zones. Hierdoor wordt het in het DSO mogelijk om te zien voor welk gebied een regel geldt en welke regels er op een bepaalde plek gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een beperkingengebied is een bij of krachtens de wet aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden voor activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel worden de beperkingengebieden aangewezen. In deze gebieden gelden regels op het moment dat iemand hier een activiteit wil uitvoeren. De kaarten waarop de beperkingengebieden staan zijn onderdeel van de verordening. Per activiteit is aangegeven welk beperkingengebied geldt. Voor het geheel van de verordening geldt dat het beperkingengebied het Beheergebied Vechtstromen is, zoals bepaald is in artikel 1.2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.5</span><span class=\"lf-art-t\">Beperkingengebied in geval van ontbreken geometrische aanwijzingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is bedoeld voor de situaties dat de aanleg of wijziging van waterstaatswerken is vergund of dat er een projectplan voor is vastgesteld en nog in uitvoering is of is uitgevoerd, maar nog niet geometrisch is begrensd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.6</span><span class=\"lf-art-t\">Normadressaat</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De normadressaat is degene tot wie de regels zijn gericht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die de activiteit verricht is de vergunninghouder. In het kader van handhaving kan dus ook de vergunninghouder worden aangeschreven indien een activiteit niet conform de regels wordt uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hier is de normadressaat in zijn algemeenheid voor de gehele verordening geregeld. Daar waar de normadressaat voor een specifiek geval afwijkt is dat in de betreffende regels bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bevoegd gezag hoeft niet aangewezen te worden. Dit is in paragraaf 4.1.2 van het Omgevingsbesluit geregeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.7</span><span class=\"lf-art-t\">Zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk opgenomen. Bij de activiteiten in hoofdstuk 2 , Hoofdstuk 3 en hoofdstuk 4 is indien nodig een inhoud specifieke zorgplicht bij de activiteit opgenomen. De inhoud specifieke zorgplicht van de activiteit is een nadere uitwerking. Zowel de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk als de inhoud specifieke zorgplicht is voor de betreffende activiteit van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Omgevingswet is de algemene zorgplicht opgenomen. Deze geldt als vangnet op het moment dat er in de waterschapsverordening niets is geregeld. In de waterschapsverordening is in dit geval wel een zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk opgenomen. Daardoor geldt de algemene zorgplicht uit de Omgevingswet niet voor dat wat geregeld is in de waterschapsverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk geldt altijd, eventueel aangevuld met de inhoud specifieke zorgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zorgplicht is een basisregel die als uitgangspunt geldt, deze wordt in acht genomen bij elke activiteit die uitgevoerd wordt. Deze zorgplicht geldt voor een ieder en een ieder kan op een schending van deze zorgplicht worden aangesproken. Als het handelen of nalaten onmiskenbaar in strijd is met de zorgplicht kan het bestuur bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen inzetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid, sub f Het voorkomen van de belemmering van de doorstroming in een oppervlaktewater geldt zowel tijdens de uitvoering van het werk als na de afronding van het werk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.8</span><span class=\"lf-art-t\">Maatwerkvoorschriften</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is mogelijk om in een specifieke situatie maatwerkvoorschriften op te stellen. Dit kan zowel een aanvulling als een afwijking zijn op de regels uit de verordening. Het opstellen van de maatwerkvoorschriften kan zowel ambtshalve als op verzoek gebeuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het stellen van deze maatwerkvoorschriften is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen (bezwaar en) beroep mogelijk is. De maatwerkvoorschriften richten zich op degene die de betreffende handeling verricht of gaat verrichten. Bij de toepassing van maatwerkvoorschriften moet het gaan om uitzonderingsgevallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De te stellen maatwerkvoorschriften mogen er niet toe leiden dat de te verrichten handelingen grotendeels of in het geheel geen doorgang kunnen vinden, tenzij de handelingen naar het oordeel van het bestuur ontoelaatbaar nadelige gevolgen hebben voor het watersysteem.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.9</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hier staan de indieningsvereisten die gelden voor iedere melding. Per activiteit kunnen specifieke aanvullende gegevens nodig zijn. Die zijn dan in de afdeling waarin de regels voor de activiteit staan vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het tweede lid staat de wijze van aanleveren in geval de gegevens elektronisch worden aangeleverd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn situaties dat er extra informatie nodig is om een juiste beoordeling te maken. Op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht is er de mogelijkheid om dan extra gegevens op te vragen. Als blijkt dat er voor een bepaalde activiteit standaard meer gegevens opgevraagd worden, dan moet dit aan de indieningsvereisten toegevoegd worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.10</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hier staan de aanvraagvereisten die gelden voor iedere aanvraag van een vergunning. Per activiteit kunnen specifieke aanvullende gegevens nodig zijn. Die zijn dan in de afdeling waarin de regels voor de activiteit staan vermeld. Voorheen was dit opgenomen in artikel 6.24 van de Waterregeling. Gelet op het belang van waterkeringen heeft de waterbeheerder in het algemeen specifiek beleid vastgesteld over activiteiten bij waterkeringen. Als een initiatiefnemer vermoedt dat voor zijn activiteit geen stabiliteitsberekening nodig is, kan hij daarover contact opnemen met de waterbeheerder.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het tweede lid staat de wijze van aanleveren in geval de gegevens elektronisch worden aangeleverd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn situaties dat er extra informatie nodig is om een juiste beoordeling te maken. Op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht is er de mogelijkheid om dan extra gegevens op te vragen. Als blijkt dat er voor een bepaalde activiteit standaard meer gegevens opgevraagd worden, dan moet dit aan de aanvraagvereisten toegevoegd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een situatie waarin gebruik gemaakt wordt van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht is als er een aanvraag is voor het aanleggen van drainagemiddelen. Als de drainagemiddelen in de buurt van grondwaterafhankelijke natuur worden aangelegd is het noodzakelijk dat er een rapport waarin het effect op de omgeving staat wordt aangeleverd. In andere situaties is dit rapport niet altijd nodig, daarom is dit niet als standaard aanvraagvereiste bij een aanvraag voor het aanleggen van drainagemiddelen opgenomen. Via dit artikel kan deze informatie alsnog opgevraagd worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.11</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieverplichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn activiteiten die uitgevoerd mogen worden zonder dat hiervoor een meldplicht of vergunningplicht is. In sommige van deze situaties kan het wenselijk zijn voor het waterschap om wel over bepaalde informatie te beschikken. Op basis van dit artikel kan die informatie opgevraagd worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.13</span><span class=\"lf-art-t\">Wijziging gegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald hoe gehandeld moet worden als er gegevens wijzigen nadat een melding is gedaan, vergunning is aangevraagd of informatie is verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.14</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onder de Omgevingswet is de grondslag zoals deze opgenomen was in de Waterwet niet opgenomen. Het waterschap moet wel vergunningen kunnen blijven verlenen en weigeren. Om die grondslag te creeëren is deze afdeling opgenomen. Voor de opbouw en structuur van de beoordelingsregel is artikel 8.84 van het Besluit kwaliteit leefomgeving gevolgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan dit artikel wordt iedere aanvraag getoetst. Dit artikel bevat de algemene gronden waarop een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit op grond van deze verordening wordt verleend. Kort gezegd wordt de vergunning alleen verleend als de aangevraagde activiteit in overeenstemming is met de doelen van het waterbeheer. Naast dit algemene artikel zijn in de afdeling van een activiteit de activiteitspecifieke beoordelingsregels opgenomen. Een aanvraag voor een activiteit wordt getoetst aan zowel dit artikel als de activiteitspecifieke beoordelingsregel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eerste lid In dit lid is bepaald vanuit welke belangen aanvragen beoordeeld worden. De activiteit mag niet strijdig zijn met één of meerdere van de genoemde belangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid Naast het bepaalde in deze verordening zijn er nog andere programma's waarmee rekening gehouden moet worden. Als de activiteit in strijd is met één van de genoemde programma's kan in de belangenafweging dit reden zijn om een vergunning te weigeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Derde lid Bij het beoordelen van een aanvraag dient ook aan de hier genoemde punten getoetst te worden. De activiteit mag niet strijdig zijn met één of meerdere van de genoemde punten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vierde lid In dit lid staat een uitzondering op het derde lid. Als de hier genoemde situatie zich voordoet hoeft niet aan het derde lid te worden voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vijfde lid In dit lid is bepaald dat als een activiteit er toe leidt dat de doelstelling van het voorkomen van achteruitgang van de chemische en ecologische toestand van krw-oppervlaktewaterlichamen en van de chemische toestand en kwantitatieve toestand van grondwaterlichamen niet wordt bereikt een vergunning niet verleend mag worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.15</span><span class=\"lf-art-t\">Wijzigen en intrekken omgevingsvergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet stonden de gronden om een watervergunning in te trekken of te wijzigen in de Waterwet. Met de Omgevingswet zijn de gronden om een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit in te trekken of te wijzigen op verschillende plekken geregeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-515\"><span class=\"lf-art-num\">§ 5.1.5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Actualisering, wijziging, intrekking en revisievergunning van de Omgevingswet geeft in eerste instantie het kader voor het wijzigen of intrekken van omgevingsvergunningen voor wateractiviteiten. De artikelen uit deze paragraaf zijn overgenomen uit de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) en de Waterwet In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) wordt hier verder invulling aan gegeven. Afdeling 8.10 Actualisering, wijziging en intrekking van het Bkl geeft de gevallen en gronden voor het wijzigen of intrekken van omgevingsvergunningen weer. De wijzigings- en intrekkingsgronden genoemd in het Bkl hebben (vooral) betrekking op lozingsactiviteiten op oppervlaktewaterlichamen of lozingsactiviteiten op zuiveringtechnische werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In § 18.1.3 Intrekking begunstigende beschikking van de Omgevingswet regelt wanneer een Omgevingsvergunning kan worden ingetrokken als het gaat om handhaving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waterschapsverordening heeft een eigen beoordelingskader bij het verlenen van omgevingsvergunningen voor wateractiviteiten. De waterschapsverordening moet op grond van artikel 5.39 en 5.40 Omgevingswet dan ook eigen gronden bevatten om een vergunning in te trekken of te wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze gronden stonden niet in de Bruidsschat waterschapsverordening en zijn nu ook niet opgenomen in de Waterschapsverordening waterschap Vechtstromen. Het is van belang zelf wijzigings- en intrekkingsgronden in de waterschapsverordening op te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de artikelen 5.39 en 5.40 Omgevingswet worden een aantal wijzigings- en intrekkingsgronden geregeld: in gevallen of op gronden die bij algemene maatregel van bestuur worden bepaald (= Afdeling 8.10 Actualisering, wijziging en intrekking van het Bkl); als gedurende een jaar of een in de vergunning bepaalde langere termijn geen activiteiten zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; op verzoek van de vergunninghouder;in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob (= Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur); voor een milieubelastende activiteit en daarmee samenhangende lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk die gecoördineerd zijn verleend: als de omgevingsvergunning voor de samenhangende wateractiviteit respectievelijk de milieubelastende activiteit is ingetrokken; in gevallen of op gronden die in de waterschapsverordening zijn bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 1.15 worden de (overige) wijzigings- en intrekkingsgronden voor omgevingsvergunningen voor wateractiviteiten geregeld in de waterschapsverordening. Voor de leden 1, 2, 4 en 5 is aangesloten bij de wijze waarop deze eerst in artikel 6.22 van de Waterwet waren geregeld. Op deze wijze is er sprake van een beleidsneutrale overgang. Voor lid 3 is aangesloten bij het huidige artikel 8.97, lid 1, Bkl. De leden 1, 2 en 3 zijn facultatief geschreven (‘kan-bepaling’). Dit betekent dat er sprake is van een bevoegdheid en geen verplichting. Lid 4. is imperatief geschreven (‘dwingend’). Hier is dus sprake van een verplichting en geen bevoegdheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.16</span><span class=\"lf-art-t\">Wijzigen en intrekken maatwerkvoorschrift</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 1.16 worden de wijzigings- en intrekkingsgronden voor maatwerkvoorschriften geregeld. Maatwerkvoorschriften maken geen onderdeel uit van een omgevingsvergunning. Maar worden apart beschikt. Vandaar ook een aparte wijzigings- en intrekkingsgrond. Hiervoor is weer aangesloten bij de leden van artikel 1.15, maar dan voor maatwerkvoorschriften.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.17</span><span class=\"lf-art-t\">Informeren over een ongewoon voorval</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een ongewoon voorval is een gebeurtenis, ongeacht de oorzaak daarvan, die afwijkt van het normale verloop van een activiteit, zoals een storing, ongeluk, calamiteit, waardoor significante nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving ontstaan of dreigen te ontstaan. Als dit gebeurt dient het waterschap hiervan direct op de hoogte gebracht te worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.18</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Eerste lid Hier is opgenomen welke gegevens en bescheiden verstrekt moeten worden. Het is niet de bedoeling dat gewacht wordt met informatie verstrekken tot alle genoemde informatie bekend is, zodra er informatie bekend is wordt deze verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tweede lid In het tweede lid is opgenomen dat de informatie na mondeling verstrekken ook op schrift gesteld wordt. Dit is opgenomen om ook op een later moment helder en duidelijk te hebben welke gegevens en bescheiden zijn verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.19</span><span class=\"lf-art-t\">Algeheel verbod bij calamiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 19.13 van de Omgevingswet is gedefinieerd wat onder gevaar voor waterstaatswerken wordt verstaan. Dit is een omstandigheid waardoor de goede staat van een waterstaatswerk onmiddellijk wordt aangetast of dreigt te worden aangetast of dit werk ernstig beschadigd of onbruikbaar wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van calamiteiten kan het nodig zijn de waterafvoer- en aanvoer of lozingen en onttrekkingen te verbieden. Bij calamiteiten gaat het bijvoorbeeld om droogte of een overvloed aan water, maar ook (een dreiging van) een aanmerkelijke verslechtering van de waterkwaliteit of het in ongerede raken van een waterstaatswerk. Concreet kan op basis van dit artikel het bestuur bijvoorbeeld bij droogte een onttrekkingsverbod instellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.20</span><span class=\"lf-art-t\">Vrijstelling activiteiten waterschap</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 1.20 zijn de regels opgenomen over de vrijstellingen voor activiteiten van het waterschap als initiatiefnemer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Allereerst is dat de vrijstelling voor activiteiten van het waterschap als beheerder van het watersysteem en waar het gaat om onderhoud en herstel van waterstaatswerken. Het betreft de werkzaamheden die niet de ligging, vorm, afmeting en constructie van het waterstaatswerk volgens de legger van het waterschap veranderen (de normatieve toestand).</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten tweede wordt vrijstelling verleend voor het uitvoeren van activiteiten door het waterschap als initiatiefnemer het aanleggen of wijzigen van waterstaatswerken van beperkte omvang. Het betreft hier werkzaamheden, waarbij wel de normatieve toestand van het waterstaatswerk wordt aangepast. Deze vrijstelling wordt als volgt vormgegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het waterschap als initiatiefnemer krijgt een vrijstelling voor: het aanleggen of wijzigen van waterstaatswerken; niet zijnde beheer en onderhoud (want al vrijgesteld); waarbij de aanleg of wijzigingen aan het waterstaatswerk van beperkte van omvang is: het waterstaatswerk wordt niet meer dan 10 meter verplaatst; het nieuw aan te leggen of te wijzigen deel van het waterstaatswerk heeft een oppervlakte kleiner dan 15m2 (gemeten boven het maaiveld, dus niet onder de waterlijn, ter hoogte van het waterstaatswerk); het nieuw aan te leggen of te wijzigen deel van het waterstaatswerk is niet hoger dan 3 meter (gemeten boven het maaiveld, dus niet onder de waterlijn, ter hoogte van het waterstaatswerk); of de wijziging van het waterstaatswerk betreft alleen de materiaalsoort (hout wordt bijvoorbeeld beton); én er geen effect is op het vastgestelde streefpeil zoals dat geld voor de bestaande watergang/streefpeilgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het derde lid krijgt het waterschap een vrijstelling voor het aanleggen van tijdelijks stuwen in de oppervlaktewaterlichamen, zoals aangegeven in het beperkingengebied ‘droogtestuwen’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eén van de drie belangrijkste opgaven voor het waterschap is de toenemende droogte als gevolg van klimaatverandering (Watervisie 2050).</p>\n<p class=\"lf-p\">In het Waterbeheerprogramma 2022 – 2027 is bij het onderwerp klimaatverandering de ambitie geformuleerd om meer aandacht te geven aan het vasthouden van water in de bodem. Dit betekent onder andere dat bij het beheer van het watersysteem meer aandacht wordt gegeven aan het vasthouden van water in de bodem. Klimaatverandering heeft dus gevolgen voor het beheer van het watersysteem. Met onderhoud van onze kunstwerken en watergangen, peil- en maaibeheer en baggeren zorgen we dat inwoners niet te veel maar ook niet te weinig water hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om snel in te kunnen spelen op (verwachte) perioden van droogte is de behoefte ontstaan om relatief vroeg in het voorjaar, als waterbeheerder, tijdelijke maatregelen in het watersysteem te kunnen nemen om water vast te kunnen houden. In de praktijk betekent dit het plaatsen van tijdelijke stuwen bij droogte in watergangen in beheer bij het waterschap (zogenaamde ‘droogtestuwen’).</p>\n<p class=\"lf-p\">Om deze tijdelijke droogtestuwen te mogen plaatsen heeft het waterschap een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit van het waterschap nodig. Door het plaatsen van tijdelijke stuwen bij droogte vrij te stellen van deze vergunningplicht kunnen droogtestuwen sneller wordt geplaatst (doorlooptijd). Daarnaast beperkt het de administratieve lasten van het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het waterschap wil dit water vasthouden waar dit zinvol is. Hiervoor is een kaart gemaakt. Op deze kaart is aangegeven in welke watergangen het vasthouden van water zinvol is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij is enerzijds gekeken naar bodemgesteldheid, droogtegevoeligheid, hoogteligging en wateraanvoermogelijkheden. Anderzijds kan het aanleggen van tijdelijke stuwen strijden met andere doelen van het waterschap in stromende Kaderrichtlijn Water (KRW) waterlichamen (R-typen), beken die zijn aangewezen als waardevolle kleine wateren (WKW) en (overige) wateren die deel uit maken van het (vis)migratienetwerk. Stuwen belemmeren dan de stroming en vormen een barrière voor de migratie van soorten. De beleidsdoelen in de genoemde wateren kunnen dan niet worden gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kaart geeft duidelijkheid waar het waterschap droogtestuwen kan plaatsen en is tegelijkertijd het handelingsperspectief en handelingskader voor het waterschap om in droge jaren water vast te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de kaart wordt voorgesteld in de Waterschapsverordening een vrijstelling voor het waterschap op te nemen om in tijde van droogte tijdelijke stuwen te plaatsen in de op de kaart aangegeven watergangen in beheer bij het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door het plaatsen van droogtestuwen ten tijde van droogte vrij te stellen kunnen deze droogtestuwen sneller wordt geplaatst. Daarnaast beperkt het de administratieve lasten van het waterschap. Met de vrijstelling is immers niet langer een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit van het waterschap (een zogenaamde vergunningen eigen dienst, v.e.d.) nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrijstelling is zo opgebouwd dat het waterschap geen omgevingsvergunning voor een wateractiviteit hoeft aan te vragen als:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het waterschap de stuw aanlegt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichamen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>en water vasthouden hydrologisch zinvol is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>en wateraanvoer in tijden van droogte mogelijk is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>en er geen sprake is van een opgave op grond van de Kaderrichtlijn Water (KRW) in het betreffende oppervlaktewaterlichaam;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>en er geen sprake is van een opgave in het kader van waardevolle kleine wateren (wkw) in het betreffende oppervlaktewaterlichaam;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>en het betreffende oppervlaktewaterlichaam geen onderdeel is van een (vis)migratienetwerk;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>en er spraken van droogte is;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>en de stuw wordt aangelegd in de periode tussen 1 maart tot 1 november (= tijdelijk).</div>\n<p class=\"lf-p\">Bovenstaande kan ook weergegeven worden in een tabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beperkingengebied ‘droogtestuwen’ is de kaart zoals in de algemene toelichting beschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De periode van 1 maart tot 1 november sluit aan bij het groeiseizoen voor gewassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De definitie van droogte luidt: een periode waarin sprake is van een sterk oplopend neerslagtekort in combinatie met lage grondwaterstanden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk  2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot waterstaatswerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 2 is, net als de andere hoofdstukkken, opgedeeld in afdelingen. Elke afdeling bevat een activiteit. Voor de betreffende activiteit staan alle regels in één afdeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opbouw van de afdeling is als volgt. Allereerst wordt aangegeven op welk beperkingengebied de afdeling van toepassing is. Aansluitend is, indien nodig in aanvulling op de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk zoals deze is opgenomen in artikel 1.7 de inhoud specifieke zorgplicht opgenomen. Als er een algemene regel geldt is deze na de inhoud specifieke zorgplicht opgenomen. Deze wordt eventueel gevolgd door de meldplicht en daarna de vergunningplicht. Als er in aanvulling op de indieningsvereisten zoals opgenomen in afdeling 1.6 aanvullende gegevens aangeleverd moeten worden staat dit hierbij vermeld. De artikelen over de vergunning eindigt met het artikel waarin de beoordelingsregel is opgenomen. Deze is eveneens in aanvulling op de algemene beoordelingsregel die in artikel 1.14 staat. Hierdoor is duidelijk waaraan de aanvraag wordt getoetst. Als er een algeheel verbod geldt eindigt de afdeling daarmee.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.1</h3>\n<p class=\"lf-p\">Bruggen Het doel is het beschermen van de functie van het oppervlaktewaterlichaam als onderdeel van het totale watersysteem. Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn het in stand houden van de hydraulische eigenschappen van het oppervlaktewaterlichaam, het waarborgen van de stabiliteit van bodem en taluds en de normale onderhoudsmogelijkheden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald op welk beperkingengebied de regels die in deze afdeling zijn opgenomen van toepassing zijn. In afdeling 1.3 is bepaald welk gebied onder het genoemde beperkingengebied valt. Daar staat de verwijzing naar de bijlage met de geometrische begrenzing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald dat voor het uitvoeren van de activiteit een vergunning nodig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat welke gegevens naast de gegevens die genoemd staan in artikel 1.10 aangeleverd moeten worden. De gegevens die in dit artikel staan zijn specifiek voor deze activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is opgenomen waaraan een aanvraag getoetst wordt. Belangrijk is om alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen Een brug wordt meestal aangelegd en in stand gehouden om een perceel te ontsluiten of om openbare wegen over oppervlaktewaterlichamen te verbinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doorstroming en waterberging Als een brug wordt aangelegd zonder ondersteunende pijlers in het profiel van het oppervlaktewaterlichaam heeft de brug vrijwel geen effect op de doorstroming van het oppervlaktewaterlichaam. Bij een lange brug worden vaak wel pijlers gebruikt. Daardoor kan de doorstroming enigszins worden beïnvloed, bijvoorbeeld door ophoping van vuil wanneer de ondersteuningspunten of pijlers te dicht op elkaar zijn geplaatst. Daarnaast kan het te laag aanleggen van een brug ook een negatieve invloed hebben op de doorstroming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderhoud Doelmatig onderhoud van het oppervlaktewaterlichaam mag door het aanleggen van een brug niet worden belemmerd. Er worden daarom eisen gesteld aan de hoogte van een brug met betrekking tot de doorvaarthoogte en &amp;ndash;breedte en de afstand tussen de eventuele pijlers. Daarnaast moet ook rekening worden gehouden met de tussenliggende afstand van kunstwerken in verband met de onderhoudsmogelijkheden. Wanneer een brug bijvoorbeeld te dicht op een andere brug of een dam met duiker wordt aangelegd zou dat kunnen betekenen dat doelmatig onderhoud met behulp van machines moeilijk wordt of niet meer mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stabiliteit Bij het aanleggen van een brug moet rekening gehouden worden met de stabiliteit van de bodem en taluds. Een brug kan een aanzienlijk gewicht hebben en als er geen sprake is van een goede ondersteuning, kan dat leiden tot het verzakken van de oevers of het talud. Er worden daarom eisen gesteld aan de positie van de brug ten opzichte van het oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast heeft een brug een negatieve invloed op begroeiing onder de brug, waardoor ook een negatieve invloed op de stabiliteit van taluds kan ontstaan. Dit moet zoveel mogelijk worden voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sub n, onder een vastgesteld ontwerp omgevingsvergunning of een verleende omgevingsvergunning valt ook de vergunning eigen dienst.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Dam met duiker Het doel is het beschermen van de functie van het oppervlaktewaterlichaam als onderdeel van het totale watersysteem. Belangrijke aspecten hierbij zijn het in stand houden van doorstroming en bergingscapaciteit, het waarborgen van de stabiliteit van de taluds en de normale onderhoudsmogelijkheden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald op welk beperkingengebied de regels die in deze afdeling zijn opgenomen van toepassing zijn. In afdeling 1.3 is bepaald welk gebied onder het genoemde beperkingengebied valt. Daar staat de verwijzing naar de bijlage met de geometrische begrenzing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald dat voor het uitvoeren van de activiteit een vergunning nodig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat welke gegevens naast de gegevens die genoemd staan in artikel 1.10 aangeleverd moeten worden. De gegevens die in dit artikel staan zijn specifiek voor deze activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.8</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is opgenomen waaraan een aanvraag getoetst wordt. Belangrijk is om alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen Een dam met duiker wordt meestal aangelegd en in stand gehouden om een perceel te ontsluiten of om wegen over oppervlaktewateren te verbinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doorstroming en bergingscapaciteit Bij het aanleggen van een dam met duiker treedt een vernauwing op van het oppervlaktewaterlichaam, waardoor de doorstroming van het water vermindert. Afhankelijk van de lengte van de dam en de diameter van de duiker treedt opstuwing en verlies aan berging op. Deze negatieve effecten moeten worden voorkomen. Afhankelijk van de functie en de afmetingen van het oppervlaktewaterlichaam worden er minimale afmetingen gesteld aan een dam met duiker; hierbij speelt de lengte van de duiker ook een rol (duikers onder infrastructurele werken).</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderhoud Het doelmatig onderhoud aan het oppervlaktewaterlichaam mag door een dam met duiker niet worden belemmerd. Om goed onderhoud te kunnen uitvoeren is het van belang dat de watergang goed bereikbaar is voor (machinaal) onderhoud. Een dam met duiker mag daarom niet te dicht bij andere (kunst)werken worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stabiliteit Bij het aanleggen van een dam met duiker moet rekening gehouden worden met de stabiliteit van de taluds en oevers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ecologie Het materiaal waaruit een dam met duiker bestaat kan van invloed zijn op de waterkwaliteit. Er kunnen daarom eisen worden gesteld aan het te gebruiken materiaal en aan de afwerking van de taluds.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sub k, onder een vastgesteld ontwerp omgevingsvergunning of een verleende omgevingsvergunning valt ook de vergunning eigen dienst.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.3</h3>\n<p class=\"lf-p\">Steiger, vlonder en overhangend bouwwerk Het doel is het mogelijk maken van voorzieningen zoals steigers, vlonders en andere soortgelijke bouwwerken, zonder dat de doorstroming wordt belemmerd. De voorzieningen mogen geen nadelige invloed hebben op de stabiliteit van het talud. Belangrijk aspect is het waarborgen van de mogelijkheden voor gewoon en buitengewoon onderhoud.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.9</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald op welk beperkingengebied de regels die in deze afdeling zijn opgenomen van toepassing zijn. In afdeling 1.3 is bepaald welk gebied onder het genoemde beperkingengebied valt. Daar staat de verwijzing naar de bijlage met de geometrische begrenzing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.10</span><span class=\"lf-art-t\">Inhoud specifieke zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is de inhoud specifieke zorgplicht opgenomen. Dit is een nadere verduidelijking van de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk zoals deze is opgenomen in artikel 1.7. Dit artikel geldt naast artikel 1.7.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.11</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald dat voor het uitvoeren van de activiteit een vergunning nodig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.12</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat welke gegevens naast de gegevens die genoemd staan in artikel 1.10 aangeleverd moeten worden. De gegevens die in dit artikel staan zijn specifiek voor deze activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.13</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is opgenomen waaraan een aanvraag getoetst wordt. Belangrijk is om alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk en de inhoud specifieke zorgplicht gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen Het aanleggen en in stand houden van een steiger kan noodzakelijk zijn om aan te meren met een (plezier)vaartuig, om zitplaatsen voor vissers te maken en om als in - en uitstappunt voor het zwemmen te fungeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doorstroming Indien een steiger ondersteund wordt door palen die in het water zijn geplaatst of indien de steiger tot op de waterlijn wordt aangelegd, kan dit tot stremming en of opstuwing leiden. Ook spelen de inrichting en peilfluctuaties van het oppervlaktewaterlichaam een rol.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderhoud Steigers mogen geen nadelige invloed hebben op het onderhoudsbeleid. Uitgangspunt is dat het onderhoud machinaal wordt uitgevoerd. Dit kan met varend materieel worden uitgevoerd (maaiboot) of met rijdend materieel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stabiliteit Een steiger kan belemmerend werken op de groei van taludbeschermende beplanting. Een oeverbescherming is dan noodzakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sub b, onder een vastgesteld ontwerp omgevingsvergunning of een verleende omgevingsvergunning valt ook de vergunning eigen dienst.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.4</h3>\n<p class=\"lf-p\">Beplanting Het doel is het beschermen van het oppervlaktewaterlichaam als onderdeel van het totale watersysteem. Door het aanbrengen en in stand houden van beplanting in en langs oppervlaktewaterlichamen kunnen de doorstroming, de waterberging, het profiel en de onderhoudsmogelijkheden nadelig worden beïnvloed. Ook de stabiliteit van de taluds kan in het geding komen. Het moet mogelijk blijven om doelmatig onderhoud uit te voeren, maar ook dat de overige functies, met name natuur behouden blijven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.14</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald op welk beperkingengebied de regels die in deze afdeling zijn opgenomen van toepassing zijn. In afdeling 1.3 is bepaald welk gebied onder het genoemde beperkingengebied valt. Daar staat de verwijzing naar de bijlage met de geometrische begrenzing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.15</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald dat voor het uitvoeren van de activiteit een vergunning nodig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.16</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat welke gegevens naast de gegevens die genoemd staan in artikel 1.10 aangeleverd moeten worden. De gegevens die in dit artikel staan zijn specifiek voor deze activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.17</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is opgenomen waaraan een aanvraag getoetst wordt. Belangrijk is om alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen Beplanting heeft een hoge belevingswaarde, maar is direct nabij een oppervlaktewaterlichaam niet altijd gewenst. Voor het onderhoud en de bereikbaarheid van het oppervlaktewaterlichaam hebben solitaire beplanting en rijbeplanting minder nadelige gevolgen dan aaneengesloten hoog opgaande beplanting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doorstroming en bergingscapaciteit Sommige beplanting bevindt zich door zijn aard of functie in het profiel van een oppervlaktewaterlichaam of bevindt zich in de directe zone daaromheen en daarmee in het beperkingengebied waterstaatswerken. Beplanting kan de doorstroming en bergingscapaciteit van het oppervlaktewaterlichaam nadelig beïnvloeden. De afweging die gemaakt moet worden, is dat een benodigd profiel zoals vastgelegd in de legger, geen hinder mag ondervinden van de beplanting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderhoud Doelmatig onderhoud van het oppervlaktewaterlichaam mag niet worden belemmerd. Als dit vanaf de kant wordt gedaan dient een strook langs het oppervlaktewaterlichaam vrij gehouden te worden. Als het onderhoud vanaf het water wordt uitgevoerd, dient voldoende doorvaartbreedte en doorvaarthoogte vrij te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stabiliteit Bij het aanbrengen van beplanting moet rekening worden gehouden met de stabiliteit van het talud. Het profiel van het oppervlaktewaterlichaam moet hiervoor geschikt zijn. Door met name grotere bomen en struiken kan het talud afschuiven door omwaaien, of instabiel worden door schaduwwerking, waardoor schade kan ontstaan aan het oppervlaktewaterlichaam en onderhoudswerkzaamheden kunnen worden belemmerd. Er worden daarom eisen gesteld aan het aanbrengen van de beplanting ten opzichte van het oppervlaktewaterlichaam en ten opzichte van elkaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ecologie/ overige gebruiksfuncties Beplanting kan van invloed zijn op de waterkwaliteit door schaduwwerking op, en te veel directe bladval in het oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sub d, onder een vastgesteld ontwerp omgevingsvergunning of een verleende omgevingsvergunning valt ook de vergunning eigen dienst.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.5</h3>\n<p class=\"lf-p\">Taludbeschermende voorzieningen Deze afdeling heeft raakvlakken met de afdelingen voor het aanlegggen en in stand houden van een brug, dam met duiker, steiger, vlonder en overhangend bouwwerk, werken algemeen, kabel en leiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het doel is het in stand houden en beschermen van het oppervlaktewaterlichaam als onderdeel van het totale watersysteem. Belangrijke aspecten daarbij zijn het in stand houden van doorstroming en bergingscapaciteit en het waarborgen van de gewone en buitengewone onderhoudsmogelijkheden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.18</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald op welk beperkingengebied de regels die in deze afdeling zijn opgenomen van toepassing zijn. In afdeling 1.3 is bepaald welk gebied onder het genoemde beperkingengebied valt. Daar staat de verwijzing naar de bijlage met de geometrische begrenzing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.19</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald dat voor het uitvoeren van de activiteit een vergunning nodig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.20</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat welke gegevens naast de gegevens die genoemd staan in artikel 1.10 aangeleverd moeten worden. De gegevens die in dit artikel staan zijn specifiek voor deze activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.21</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is opgenomen waaraan een aanvraag getoetst wordt. Belangrijk is om alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen Het waterschap is verantwoordelijk voor het functioneren van het watersysteem. In het algemeen geldt dat het aanleggen van werken in het beperkingengebied waterstaatswerken negatieve gevolgen kan hebben voor het functioneren van het watersysteem.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderhoud Om de aan- en afvoer te kunnen waarborgen voert het waterschap onderhoudstaken uit en toetst of bij het aanleggen van werken in het beperkingengebied waterstaatswerken deze taken niet in het geding komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stabiliteit Werken in het beperkingengebied van het oppervlaktewaterlichaam kunnen de constructie en stabiliteit van de taluds en eventuele reeds bestaande werken aantasten, waardoor het noodzakelijk kan zijn bescherming aan te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ecologie/ Waterkwaliteit De werken kunnen een negatief effect hebben op de waterkwaliteit. Het ecologisch functioneren van een oppervlaktewater kan ook door een werk worden belemmerd, bijvoorbeeld doordat het een barrière vormt voor migratie van bepaalde diersoorten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sub e, onder een vastgesteld ontwerp omgevingsvergunning of een verleende omgevingsvergunning valt ook de vergunning eigen dienst.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.6</h3>\n<p class=\"lf-p\">Werken algemeen Het doel is het beschermen van de functie van oppervlaktewaterlichamen en meanderzones als onderdeel van het totale waterhuishoudkundige systeem.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.22</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald op welk beperkingengebied de regels die in deze afdeling zijn opgenomen van toepassing zijn. In afdeling 1.3 is bepaald welk gebied onder het genoemde beperkingengebied valt. Daar staat de verwijzing naar de bijlage met de geometrische begrenzing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.23</span><span class=\"lf-art-t\">Inhoud specifieke zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is de inhoud specifieke zorgplicht opgenomen. Dit is een nadere verduidelijking van de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk zoals deze is opgenomen in artikel 1.7. Dit artikel geldt naast artikel 1.7.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.24</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald dat voor het uitvoeren van de activiteit een vergunning nodig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.25</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is opgenomen waaraan een aanvraag getoetst wordt. Belangrijk is om alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk en inhoud specifieke zorgplicht gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen Obstakels en bouwwerken zijn niet wenselijk, omdat deze een negatief effect kunnen hebben op de bereikbaarheid, het onderhoud en de afvoercapaciteit van een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een object of bouwwerk kan tevens meandering of herinrichting belemmeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doorstroming en waterberging Sommige werken bevinden zich vanuit hun functie in het profiel van oppervlaktewaterlichamen. Voor deze objecten en bouwwerken (bruggen, dam met duikers, taludbeschermende voorzieningen, etc). zijn afzonderlijk regels opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderhoud Werken die binnen het beperkingengebied van oppervlaktewaterlichamen worden aangelegd en in stand gehouden kunnen het doelmatig onderhoud van die oppervlaktewaterlichamen belemmeren. Een van de functies van het beperkingengebied is het kunnen uitvoeren van machinaal onderhoud. Obstakels en bouwwerken in het beperkingengebied zijn in principe dan ook niet gewenst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stabiliteit Als een werk te dicht op de insteek wordt aangelegd kan dit van invloed zijn op de stabiliteit van een oppervlaktewaterlichaam. Het talud zou daardoor kunnen verzakken waardoor de doorstroming van het water wordt belemmerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sub a, hier staat dat het bouwwerk niet in of op een oppervlaktewaterlichaam wordt aangelegd. Dit geldt voor alle bouwwerken met uitzondering van een brug of een dam met duiker. Hiervoor zijn in respectievelijk afdeling 2.1 en afdeling 2.2 afzonderlijke regels opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sub d, 1 meter is nodig voor het opbrengen van maaisel (ontvangstplicht maaisel en bagger). Op het moment dat er een werk wordt aangelegd en het onderhoud enkel nog vanaf de overzijde kan worden uitgevoerd is er ruimte nodig voor het opbrengen van maaisel en moet voorkomen worden dat de fundering van het werk een negatieve invloed op het talud heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sub h, onder een vastgesteld ontwerp omgevingsvergunning of een verleende omgevingsvergunning valt ook de vergunning eigen dienst.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.7</h3>\n<p class=\"lf-p\">Dempen Het doel is de functie van oppervlaktewaterlichamen te beschermen. Het gaat er daarbij om dat het profiel van oppervlaktewaterlichamen en daarmee de water aan- en afvoer en de waterberging tenminste hetzelfde blijven. Ook moet het mogelijk blijven om zonder belemmeringen doelmatig onderhoud en inspecties van oppervlaktewaterlichamen te kunnen uitvoeren en de eventuele vaarfuncties in stand te kunnen houden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.26</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald op welk beperkingengebied de regels die in deze afdeling zijn opgenomen van toepassing zijn. In afdeling 1.3 is bepaald welk gebied onder het genoemde beperkingengebied valt. Daar staat de verwijzing naar de bijlage met de geometrische begrenzing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.27</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald dat voor het uitvoeren van de activiteit een vergunning nodig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.28</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is opgenomen waaraan een aanvraag getoetst wordt. Belangrijk is om alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen Het dempen van oppervlaktewaterlichamen kan een negatieve invloed hebben op de werking van het watersysteem. Het uitgangspunt is dat de waterhuishouding in beginsel niet negatief mag worden beïnvloed. De afvoercapaciteit van een oppervlaktewaterlichaam mag niet verminderen. Het onderhoud moet doelmatig kunnen worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het voorkomen van negatieve invloed door demping kan gerealiseerd worden door de vermindering van het bergend vermogen te compenseren. Dit kan bijvoorbeeld door het graven van een nieuw oppervlaktewaterlichaam of het verbreden van een bestaand oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderhoud Onderhoud is noodzakelijk om een goed functioneren van het watersysteem te waarborgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het vergraven van een bestaand oppervlaktewaterlichaam, moeten doelmatige onderhoudsmogelijkheden aanwezig blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot de afmetingen van de nieuwe oppervlaktewaterlichamen moet dus niet alleen rekening gehouden worden met de afmetingen van het oppervlaktewaterlichaam zelf, maar ook met de zone daaromheen, het beperkingengebied. Dit is vooral belangrijk als er sprake is van meerdere perceelseigenaren. Met deze onderhoudsplicht, evenals het in stand houden van het obstakelvrije beperkingengebied, moet voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden door alle belanghebbenden zijn ingestemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stabiliteit Het is bij nieuwe en te vergraven oppervlaktewaterlichamen belangrijk dat de stabiliteit van oevers en taluds wordt gewaarborgd. Er worden daarom voorschriften gegeven over de taludverhouding en de afwerking van de oever. Ook het opbarsten van de bodem moet worden voorkomen. Afhankelijk van de status van het water kunnen aanvullende eisen worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ecologie Er kunnen (ongewenste) effecten optreden op een aan het oppervlaktewaterlichaam toegekende ecologische functie. Bij een demping kan de doorstroming verminderen waardoor de waterkwaliteit afneemt. De leefomstandigheden voor planten en dieren kunnen zodanig wijzigen dat het voortbestaan van specifieke planten of dieren wordt bedreigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sub d, onder een vastgesteld ontwerp omgevingsvergunning of een verleende omgevingsvergunning valt ook de vergunning eigen dienst.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.8</h3>\n<p class=\"lf-p\">Wijzigen van het profiel van een oppervlaktewaterlichaam Het doel van het beleid is de functie van oppervlaktewaterlichamen te beschermen. Het gaat er daarbij om dat het profiel van oppervlaktewaterlichamen en daarmee de water aan- en afvoer en de waterberging tenminste hetzelfde blijven. Ook moet het mogelijk blijven om zonder belemmeringen doelmatig onderhoud en inspecties van oppervlaktewaterlichamen uit te kunnen voeren en de eventuele vaarfuncties in stand te kunnen houden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.29</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald op welk beperkingengebied de regels die in deze afdeling zijn opgenomen van toepassing zijn. In afdeling 1.3 is bepaald welk gebied onder het genoemde beperkingengebied valt. Daar staat de verwijzing naar de bijlage met de geometrische begrenzing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.30</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald dat voor het uitvoeren van de activiteit een vergunning nodig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.31</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat welke gegevens naast de gegevens die genoemd staan in artikel 1.10 aangeleverd moeten worden. De gegevens die in dit artikel staan zijn specifiek voor deze activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.32</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is opgenomen waaraan een aanvraag getoetst wordt. Belangrijk is om alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen Het wijzigen van oppervlaktewaterlichamen kan een negatieve invloed hebben op de werking van het watersysteem. Het uitgangspunt is dat de waterhuishouding in beginsel niet negatief mag worden beïnvloed. De afvoercapaciteit van een oppervlaktewaterlichaam mag niet verminderen. Het onderhoud moet doelmatig kunnen worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doel van de beoordelingsregels is het voorkomen van negatieve invloed op de werking van het watersysteem als gevolg van het wijzigen van het profiel van een oppervlaktewaterlichaam: de afvoercapaciteit van het oppervlaktewaterlichaam mag niet verminderen; en het onderhoud moet doelmatig kunnen worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit wordt tot uitdrukking gebracht in deze beoordelingsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afvoercapaciteit In onderdeel a. is toegevoegd dat het wijzigen van het profiel van een oppervlaktewaterlichaam (in principe) geen effect mag hebben op het vastgestelde streefpeil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderhoud Onderhoud is noodzakelijk om een goed functioneren van het watersysteem te waarborgen. Bij het wijzigen van het profiel van het oppervlaktewaterlichaam moeten doelmatige onderhoudsmogelijkheden aanwezig blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot de afmetingen van het oppervlaktewaterlichaam moet dus niet alleen rekening gehouden worden met de afmetingen van het oppervlaktewaterlichaam zelf, maar ook met de obstakelvrije zone daaromheen. Dit is vooral belangrijk als er sprake is van meerdere perceelseigenaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de onderdelen b., c. en d. komende de verschillende manieren van het onderhoud aan de orde: tweezijdig onderhoud, enkelzijdig onderhoud en vanuit het oppervlaktewaterlichaam zelf (denk aan de maaiboot). En de benodigde ruimte die het waterschap voor dit onderhoud nodig heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er sprake is van tweezijdig onderhoud, wordt de omgevingsvergunning in ieder geval verleend als het oppervlaktewaterlichaam goed kan worden onderhouden. Hier is sprake van: bij een obstakelvrije zone van 2 meter en de bovenbreedte is niet breder dan 14 meter; of bij een obstakelvrije zone van 4 meter en de bovenbreedte is niet breder dan 22 meter; of als de breedte van de bestaande obstakelvrije zone vóór het wijzigen van het profiel van het oppervlaktewaterlichaam blijft gehandhaafd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is dus een zogenaamde alternatieve bepaling. Als aan één van de drie voorwaarden wordt voldaan, dan kan de omgevingsvergunning worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorgaande geldt ook bij het eenzijdig onderhoud. Ook dan moet het oppervlaktewaterlichaam goed kunnen worden onderhouden. De omgevingsvergunning wordt dan in ieder geval verleend: bij een obstakelvrije zone van 2 meter aan één zijde beschikbaar blijft en de bovenbreedte niet breder dan 7 meter wordt; of bij een obstakelvrije zone van 4 meter aan één zijde beschikbaar blijft en de bovenbreedte van niet breder dan 11 meter wordt; of als de breedte van de bestaande obstakelvrije zone vóór het wijzigen van het profiel van het oppervlaktewaterlichaam blijft gehandhaafd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het onderhoud plaatsvindt vanuit het oppervlaktewaterlichaam zelf, wordt de omgevingsvergunning in ieder geval verleend, als de waterbreedte van het oppervlaktewaterlichaam minimaal 5 meter blijft en de diepte van het oppervlaktewaterlichaam minimaal 0,8 meter is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovenbreedte is hierbij de afstand van insteek tot insteek van het oppervlaktewaterlichaam. Waterbreedte is de breedte ter hoogte van de waterspiegel.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.9</h3>\n<p class=\"lf-p\">Handelingen en werkzaamheden in het winterbed van de Vecht Het doel is het beschermen van de bergende en stroomvoerende functie van het winterbed van de Vecht als onderdeel van het totale watersysteem.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.33</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald op welk beperkingengebied de regels die in deze afdeling zijn opgenomen van toepassing zijn. In afdeling 1.3 is bepaald welk gebied onder het genoemde beperkingengebied valt. Daar staat de verwijzing naar de bijlage met de geometrische begrenzing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.34</span><span class=\"lf-art-t\">Inhoud specifieke zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is de inhoud specifieke zorgplicht opgenomen. Dit is een nadere verduidelijking van de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk zoals deze is opgenomen in artikel 1.7. Dit artikel geldt naast artikel 1.7.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.35</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald dat voor het uitvoeren van de activiteit een vergunning nodig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.36</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is opgenomen waaraan een aanvraag getoetst wordt. Belangrijk is om alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk en inhoud specifieke zorgplicht gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Obstakels en bouwwerken zijn niet wenselijk, omdat deze een negatief effect (kunnen) hebben op de doorstroming en waterberging van de Vecht en het bijbehorend rivierbed.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.10</h3>\n<p class=\"lf-p\">Drainagemiddelen Ten behoeve van de taak van het waterschap, de zorg voor het watersysteem, kan het nodig zijn drainage te verbieden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.37</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald op welk beperkingengebied de regels die in deze afdeling zijn opgenomen van toepassing zijn. In afdeling 1.3 is bepaald welk gebied onder het genoemde beperkingengebied valt. Daar staat de verwijzing naar de bijlage met de geometrische begrenzing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.38</span><span class=\"lf-art-t\">Inhoud specifieke zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is de inhoud specifieke zorgplicht opgenomen. Dit is een nadere verduidelijking van de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk zoals deze is opgenomen in artikel 1.7. Dit artikel geldt naast artikel 1.7.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.39</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald dat voor het uitvoeren van de activiteit een vergunning nodig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.40</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat welke gegevens naast de gegevens die genoemd staan in artikel 1.10 aangeleverd moeten worden. De gegevens die in dit artikel staan zijn specifiek voor deze activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sub d, hier is opgenomen dat een duidelijke locatie waar de uitmondingen in het oppervlaktewaterlichaam komen te liggen moet worden aangeleverd. Dit is opgenomen omdat het soms gaat om verschillende oppervlaktewaterlichamen bij een aanvraag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.41</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is opgenomen waaraan een aanvraag getoetst wordt. Belangrijk is om alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk en inhoud specifieke zorgplicht gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de taak van het waterschap, de zorg voor het watersysteem, kan het nodig zijn drainage te verbieden. Gedacht kan worden aan verdrogingsbestrijding. Onder drainage wordt onder andere het aanleggen van een daadwerkelijk drainagesysteem als het aanleggen van ondiepe greppels verstaan.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.11</h3>\n<p class=\"lf-p\">Kabel Het aanleggen en in stand houden van kabels in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichamen komt zeer veel voor. Het aanleggen doet meestal een gespecialiseerd bedrijf in opdracht van een nutsbedrijf. De bepalingen in deze afdeling borgen de waterstaatskundige belangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het doel is het beschermen van de functie van het oppervlaktewaterlichaam als onderdeel van het totale waterhuishoudkundige systeem.De volgende doelen zijn van belang: stabiliteit en sterkte waterkering; kerende hoogte waterkering; onderhoudbaarheid waterkering door waterschap; stabiliteit en sterkte talud; vrije hoogte watergang tbv doorstromingscapaciteit; obstakelvrije watergang tbv doorstromingscapaciteit; onderhoud watergang; en waarborg gebruik vaarwegen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.42</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald op welk beperkingengebied de regels die in deze afdeling zijn opgenomen van toepassing zijn. In afdeling 1.3 is bepaald welk gebied onder het genoemde beperkingengebied valt. Daar staat de verwijzing naar de bijlage met de geometrische begrenzing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.43</span><span class=\"lf-art-t\">Inhoud specifieke zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is de inhoud specifieke zorgplicht opgenomen. Dit is een nadere verduidelijking van de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk zoals deze is opgenomen in artikel 1.7. Dit artikel geldt naast artikel 1.7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sub b is als zorgplicht opgenomen, omdat er een meldplicht is. Op het moment dat een kabel aangelegd wordt en hiervoor enkel een melding hoeft te worden gedaan is het ook van belang dat, als tijdens de werkzaamheden een kabel die buiten gebruik is wordt tegengekomen, deze verwijderd wordt. Bij een melding is niet de mogelijkheid om een voorschrift toe te voegen, daarom is deze bepaling in de zorgplicht opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als tijdens de werkzaamheden een in onbruik geraakte kabel wordt aangetroffen wordt deze verwijderd. Het is daarbij niet van belang of diegene 'eigenaar' is van de kabel. Het is niet de bedoeling om graafwerkzaamheden enkel te doen om in onbruik geraakte kabels te verwijderen. Het kan wel voorkomen dat in specifieke situaties wel wordt geëist dat in onbruik geraakte kabels worden verwijderd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.44</span><span class=\"lf-art-t\">Meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is van belang dat ingrepen in een waterstaatswerk goed worden uitgevoerd. Daarvoor is het noodzakelijk dat het waterschap toezicht kan uitoefenen op de uitgevoerde werkzaamheden. Om deze reden is de meldplicht opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald onder welke omstandigheden er een melding gedaan moet worden voordat de activiteit uitgevoerd mag worden. Hier staat ook hoeveel dagen voorafgaand aan de uitvoering van de activiteit de melding gedaan moet worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket worden ingediend. Voor een schriftelijke melding wordt gebruik gemaakt van het op de website van het Omgevingsloket beschikbaar gestelde formulier. Het Omgevingsloket is te bereiken via: www.omgevingswet.overheid.nl</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.45</span><span class=\"lf-art-t\">Indienvereisten melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat welke gegevens naast de gegevens die genoemd staan in artikel 1.9 aangeleverd moeten worden. De gegevens die in dit artikel staan zijn specifiek voor deze activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.46</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat onder welke omstandigheden voor het uitvoeren van de activiteit een vergunning nodig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.47</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat welke gegevens naast de gegevens die genoemd staan in artikel 1.10 aangeleverd moeten worden. De gegevens die in dit artikel staan zijn specifiek voor deze activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.48</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat waaraan een aanvraag getoetst wordt. Belangrijk is alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk en inhoud specifieke zorgplicht gelden. Hieraan moet altijd worden voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen Kabels kunnen zowel parallel aan als kruisend ten opzichte van het oppervlaktewaterlichaam worden aangelegd. Daarnaast kan de kruising ten opzichte van het oppervlaktewaterlichaam plaatsvinden aan of over kunstwerken of onder het oppervlaktewaterlichaam door.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doorstroming De doorstroming van het oppervlaktewaterlichaam mag niet worden gehinderd. Daarom mogen kabels niet in het profiel van het oppervlaktewaterlichaam worden aangelegd. Er zijn voorschriften die bepalen op welke wijze kabels ten opzichte van het profiel moeten worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderhoud Van belang is dat kabels niet worden beschadigd als onderhoudswerkzaamheden aan het oppervlaktewaterlichaam worden uitgevoerd. Voorschriften met betrekking tot de diepteligging beperken dit risico.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stabiliteit Kabels worden veelal aangelegd door middel van een open ontgraving of een gestuurde boring. Wanneer deze werkzaamheden te dicht op de insteek van een oppervlaktewaterlichaam worden uitgevoerd kan dat een negatief effect hebben op de stabiliteit van de oevers en de taluds. Wanneer een kabel eenmaal is aangelegd kan deze beschadigen. Er worden daarom eisen gesteld aan bijvoorbeeld de afmetingen van een ontgraving (maximale breedte en diepte van de geul) en de ligging van de kabel ten opzichte van het oppervlaktewaterlichaam. Voor de stabiliteit is niet zozeer de kabel maar de uitvoeringsmethode voor de aanleg van de kabel bepalend. Veelal leidt dit tot het stellen van aanvullende voorschriften. Tevens kan het belangrijk zijn om aanvullende voorschriften te stellen als een oppervlaktewaterlichaam voorzien is van kademuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ecologie en overige gebruiksfuncties Kabels mogen geen belemmering vormen voor de aanwezige of nog te ontwikkelen ecologische waarden. Bij meanderende oppervlaktewaterlichamen zal de ligging ervan in de tijd veranderen. Om er voor te zorgen dat de kabel niet wordt bloot gespoeld kunnen nadere eisen aan de diepteligging van de kabel worden gesteld. Hierbij kan een afweging worden gemaakt tussen de economische levensduur en de snelheid van meanderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sub f, onder een vastgesteld ontwerp omgevingsvergunning of een verleende omgevingsvergunning valt ook de vergunning eigen dienst.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.12</h3>\n<p class=\"lf-p\">Leiding Het aanleggen en in stand houden van leidingen in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichamen komt zeer veel voor. Het aanleggen doet meestal een gespecialiseerd bedrijf in opdracht van een nutsbedrijf. De bepalingen in deze afdeling borgen de waterstaatskundige belangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het doel is het beschermen van de functie van het oppervlaktewaterlichaam als onderdeel van het totale waterhuishoudkundige systeem.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende doelen zijn van belang: stabiliteit en sterkte waterkering; kerende hoogte waterkering; onderhoudbaarheid waterkering door waterschap; stabiliteit en sterkte talud; vrije hoogte watergang tbv doorstromingscapaciteit; obstakelvrije watergang tbv doorstromingscapaciteit; onderhoud watergang; en waarborg gebruik vaarwegen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.49</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald op welk beperkingengebied de regels die in deze afdeling zijn opgenomen van toepassing zijn. In afdeling 1.3 is bepaald welk gebied onder het genoemde beperkingengebied valt. Daar staat de verwijzing naar de bijlage met de geometrische begrenzing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.50</span><span class=\"lf-art-t\">Inhoud specifieke zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is de inhoud specifieke zorgplicht opgenomen. Dit is een nadere verduidelijking van de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk zoals deze is opgenomen in artikel 1.7. Dit artikel geldt naast artikel 1.7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sub c is als zorgplicht opgenomen, omdat er een meldplicht is. Op het moment dat een leiding aangelegd wordt en hiervoor enkel een melding hoeft te worden gedaan is het ook van belang dat, als tijdens de werkzaamheden een leiding die buiten gebruik is wordt tegengekomen, deze verwijderd wordt. Bij een melding is niet de mogelijkheid om een voorschrift toe te voegen, daarom is deze bepaling in de zorgplicht opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als tijdens de werkzaamheden een in onbruik geraakte leiding wordt aangetroffen wordt deze verwijderd. Het is daarbij niet van belang of diegene 'eigenaar' is van de leiding. Het is niet de bedoeling om graafwerkzaamheden enkel te doen om in onbruik geraakte leidingen te verwijderen. Het kan wel voorkomen dat in specifieke situaties wel wordt geëist dat in onbruik geraakte leidingen worden verwijderd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.51</span><span class=\"lf-art-t\">Meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is van belang dat ingrepen in een waterstaatswerk goed worden uitgevoerd. Daarvoor is het noodzakelijk dat het waterschap toezicht kan uitoefenen op de uitgevoerde werkzaamheden. Om deze reden is de meldplicht opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald onder welke omstandigheden er een melding gedaan moet worden voordat de activiteit uitgevoerd mag worden. Hier staat ook hoeveel dagen voorafgaand aan de uitvoering van de activiteit de melding gedaan moet worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket worden ingediend. Voor een schriftelijke melding wordt gebruik gemaakt van het op de website van het Omgevingsloket beschikbaar gestelde formulier. Het Omgevingsloket is te bereiken via: https://www.omgevingswet.overheid.nl</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.52</span><span class=\"lf-art-t\">Indienvereisten melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat welke gegevens naast de gegevens die genoemd staan in artikel 1.9 aangeleverd moeten worden. De gegevens die in dit artikel staan zijn specifiek voor deze activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.53</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat onder welke omstandigheden voor het uitvoeren van de activiteit een vergunning nodig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.54</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat welke gegevens naast de gegevens die genoemd staan in artikel 1.10 aangeleverd moeten worden. De gegevens die in dit artikel staan zijn specifiek voor deze activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.55</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat waaraan een aanvraag getoetst wordt. Belangrijk is alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk en inhoud specifieke zorgplicht gelden. Hieraan moet altijd worden voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen Leidingen kunnen zowel parallel aan als kruisend ten opzichte van het oppervlaktewaterlichaam worden aangelegd. Daarnaast kan de kruising ten opzichte van het oppervlaktewaterlichaam plaatsvinden aan of over kunstwerken of onder het oppervlaktewaterlichaam door.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doorstroming De doorstroming van het oppervlaktewaterlichaam mag niet worden gehinderd. Daarom mogen leidingen niet in het profiel van het oppervlaktewaterlichaam worden aangelegd. Er zijn voorschriften die bepalen op welke wijze leidingen ten opzichte van het profiel moeten worden aangelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderhoud Van belang is dat leidingen niet worden beschadigd als onderhoudswerkzaamheden aan het oppervlaktewaterlichaam worden uitgevoerd. Voorschriften met betrekking tot de diepteligging beperken dit risico.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stabiliteit Leidingen worden veelal aangelegd door middel van een open ontgraving of een gestuurde boring. Wanneer deze werkzaamheden te dicht op de insteek van een oppervlaktewaterlichaam worden uitgevoerd kan dat een negatief effect hebben op de stabiliteit van de oevers en de taluds. Wanneer een leiding eenmaal is aangelegd kan deze beschadigen. Er worden daarom eisen gesteld aan bijvoorbeeld de afmetingen van een ontgraving (maximale breedte en diepte van de geul) en de ligging van de leiding ten opzichte van het oppervlaktewaterlichaam. Voor de stabiliteit is niet zozeer de leiding maar de uitvoeringsmethode voor de aanleg van de leiding bepalend. Veelal leidt dit tot het stellen van aanvullende voorschriften. Tevens kan het belangrijk zijn om aanvullende voorschriften te stellen als een oppervlaktewaterlichaam voorzien is van kademuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ecologie en overige gebruiksfuncties Leidingen mogen geen belemmering vormen voor de aanwezige of nog te ontwikkelen ecologische waarden. Bij meanderende oppervlaktewaterlichamen zal de ligging ervan in de tijd veranderen. Om er voor te zorgen dat de leiding niet wordt bloot gespoeld kunnen nadere eisen aan de diepteligging van de leiding worden gesteld. Hierbij kan een afweging worden gemaakt tussen de economische levensduur en de snelheid van meanderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sub f, onder een vastgesteld ontwerp omgevingsvergunning of een verleende omgevingsvergunning valt ook de vergunning eigen dienst.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.13</h3>\n<p class=\"lf-p\">Aanleggen lozingsvoorziening of onttrekkingsvoorziening De volgende doelen zijn van belang: stabiliteit en sterkte talud; obstakelvrije watergang tbv doorstromingscapaciteit; en onderhoud watergang.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.56</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald op welk beperkingengebied de regels die in deze afdeling zijn opgenomen van toepassing zijn. In afdeling 1.3 is bepaald welk gebied onder het genoemde beperkingengebied valt. Daar staat de verwijzing naar de bijlage met de geometrische begrenzing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.57</span><span class=\"lf-art-t\">Inhoud specifieke zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is de inhoud specifieke zorgplicht opgenomen. Dit is een nadere verduidelijking van de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk zoals deze is opgenomen in artikel 1.7. Dit artikel geldt naast artikel 1.7.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.58</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald onder welke voorwaarden de activiteit uitgevoerd mag worden. In deze situaties is het niet nodig een melding te doen of een vergunning aan te vragen. Belangrijk is om alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk en inhoud specifieke zorgplicht gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het brengen van water in een oppervlaktewaterlichaam of onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam tot 60 mᶟ per uur is een relatief eenvoudig en vooral in de agrarische sector een veel voorkomende handeling waarvoor een permanente lozings- of onttrekkingsvoorziening in het talud van het oppervlaktewaterlichaam wordt aangelegd en in stand gehouden. Het is daarbij van belang dat het doelmatig onderhoud van het oppervlaktewater niet wordt belemmerd door de aanwezigheid van de voorziening. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze regel ziet niet op afvoer van hemelwater dat rechtstreeks via een werk in het oppervlaktewaterlichaam wordt gebracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.59</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat onder welke omstandigheden voor het uitvoeren van de activiteit een vergunning nodig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.60</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat welke gegevens naast de gegevens die genoemd staan in artikel 1.10 aangeleverd moeten worden. De gegevens die in dit artikel staan zijn specifiek voor deze activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.61</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat waaraan een aanvraag getoetst wordt. Belangrijk is alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk en inhoud specifieke zorgplicht gelden. Hieraan moet altijd worden voldaan.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.14</h3>\n<p class=\"lf-p\">Afrastering Het doel is het beschermen van de functie van oppervlaktewaterlichamen en meanderzones als onderdeel van het totale waterhuishoudkundige systeem.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende doelen zijn van belang: toegankelijkheid waterkering; onderhoudbaarheid waterkering door waterschap; onderhoud watergang; natuurvriendelijke oevers; en obstakelvrije watergang tbv doorstromingscapaciteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.62</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald op welk beperkingengebied de regels die in deze afdeling zijn opgenomen van toepassing zijn. In afdeling 1.3 is bepaald welk gebied onder het genoemde beperkingengebied valt. Daar staat de verwijzing naar de bijlage met de geometrische begrenzing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.63</span><span class=\"lf-art-t\">Inhoud specifieke zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is de inhoud specifieke zorgplicht opgenomen. Dit is een nadere verduidelijking van de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk zoals deze is opgenomen in artikel 1.7. Dit artikel geldt naast artikel 1.7.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.64</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald onder welke voorwaarden de activiteit uitgevoerd mag worden. In deze situaties is het niet nodig een melding te doen of een vergunning aan te vragen. Belangrijk is om alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk en de inhoud specifieke zorgplicht gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eerste lid Grondgebruikers zijn verplicht langs hun gronden in de buurt van oppervlaktewaterlichamen, waterkeringen, bergingsgebieden of ondersteunende kunstwerken afrasteringen aan te brengen en in stand te houden om daarmee te voorkomen dat dieren deze waterstaatswerken beschadigen of de werking ervan belemmeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van de algemene regel is: a. het beschermen van waterstaatswerken en onderhoudspaden door de aanwezigheid van afrasteringen voor te schrijven langs de hieraan grenzende percelen indien op deze percelen dieren worden gehouden; en b. dat de afrasteringen om dieren te weren niet zodanig worden gesitueerd en geconstrueerd dat ze een obstakel zijn voor een effectief en efficiënt onderhoud van deze werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Motivering van de algemene regel Het aanbrengen en in stand houden van een afrastering is een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk, dat door de verordening verplicht is gesteld. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de verordening worden onder werken verstaan: alle door menselijk toedoen ontstane of nog te maken constructies met toebehoren. Hieronder dient onder andere te worden begrepen het aanbrengen, hebben en onderhouden van afrasteringen. Met afrasteringen worden hekwerken, paal-draad constructies en dergelijke bedoeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Derde lid De in dit lid genoemde grens met het onderhoudspad, natuurvriendelijke oevers en oeverbeplanting betreft de eigendoms- of gebruiksgrens. In geval de grens nader bepaald moet worden, wordt het waterschap hierover geraadpleegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vierde lid Lid 4 geeft aan dat niet altijd een afrastering verplicht is. Wanneer onderhoud wordt uitgevoerd door middel van begrazing om natuurontwikkeling te bevorderen, hoeft geen afrastering aangebracht te worden. Van natuurontwikkeling is sprake wanneer in een bepaald terrein een complex van maatregelen wordt getroffen om de natuurwaarden daar te (laten) vergroten. Hierbij kan gedacht worden aan het aanleggen van flauwe oevers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiervoor is een ontheffing van het dagelijks bestuur nodig. Deze ontheffing kan zowel ambtshalve als op verzoek verleend worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.65</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat onder welke omstandigheden voor het uitvoeren van de activiteit een vergunning nodig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.66</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat welke gegevens naast de gegevens die genoemd staan in artikel 1.10 aangeleverd moeten worden. De gegevens die in dit artikel staan zijn specifiek voor deze activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.67</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat waaraan een aanvraag getoetst wordt. Belangrijk is alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk en inhoud specifieke zorgplicht gelden. Hieraan moet altijd worden voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen Afrasteringen en hekwerken zijn niet wenselijk, omdat deze een negatief effect kunnen hebben op de bereikbaarheid, het onderhoud en de afvoercapaciteit van een oppervlaktewaterlichaam. Dit betreft niet de afrasteringen als veekering, waarvoor in artikel 2.64 de algemene regel is opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderhoud Om de aan- en afvoer te kunnen waarborgen voert het waterschap onderhoudstaken uit en toetst of bij de aanleg van werken in het beperkingengebied waterstaatswerken deze taken niet in het geding komen. Daar waar onderhoudspaden in eigendom bij die beheerder zijn, is afrastering of hekwerk onwenselijk in verband met belemmering van efficiënt en effectief uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stabiliteit Werken in het beperkingengebied kunnen de constructie en stabiliteit van de taluds en eventuele reeds bestaande werken aantasten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sub a Onder een vastgesteld ontwerp omgevingsvergunning of een verleende omgevingsvergunning valt ook de vergunning eigen dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sub b Onderhoudspaden langs waterlopen in eigendom bij de beheerder zijn aangekocht met als doel om onderhoudswerkzaamheden op de meest efficiënte en effectieve manier uit te voeren van(af) dit onderhoudspad. Afrasteringen worden op deze onderhoudspaden zo veel mogelijk geweigerd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.15</h3>\n<p class=\"lf-p\">Recreatief medegebruik Het doel is recreatief medegebruik toe te staan, zonder dat dit een negatieve invloed heeft op het watersysteem.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.68</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald op welk beperkingengebied de regels die in deze afdeling zijn opgenomen van toepassing zijn. In afdeling 1.3 is bepaald welk gebied onder het genoemde beperkingengebied valt. Daar staat de verwijzing naar de bijlage met de geometrische begrenzing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.69</span><span class=\"lf-art-t\">Inhoud specifieke zorgplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is de inhoud specifieke zorgplicht opgenomen. Dit is een nadere verduidelijking van de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk zoals deze is opgenomen in artikel 1.7. Dit artikel geldt naast artikel 1.7.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.70</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel wandelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald onder welke voorwaarden de activiteit uitgevoerd mag worden. In deze situaties is het niet nodig een melding te doen of een vergunning aan te vragen. Belangrijk is om alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk en inhoud specifieke zorgplicht gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende doelen zijn van belang: stabiliteit en sterkte waterkering; stabiliteit en sterkte talud; obstakelvrije watergang tbv doorstromingscapaciteit; en overlastbeperking omwonenden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.71</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel fietsen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald onder welke voorwaarden de activiteit uitgevoerd mag worden. In deze situaties is het niet nodig een melding te doen of een vergunning aan te vragen. Belangrijk is om alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk en inhoud specifieke zorgplicht gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende doelen zijn van belang: stabiliteit en sterkte waterkering; stabiliteit en sterkte talud; obstakelvrije watergang tbv doorstromingscapaciteit; en overlastbeperking omwonenden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.72</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat onder welke omstandigheden voor het uitvoeren van de activiteit een vergunning nodig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende doelen zijn van belang: stabiliteit en sterkte waterkering; stabiliteit en sterkte talud; obstakelvrije watergang tbv doorstromingscapaciteit; en overlastbeperking omwonenden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.73</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat welke gegevens naast de gegevens die genoemd staan in artikel 1.10 aangeleverd moeten worden. De gegevens die in dit artikel staan zijn specifiek voor deze activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.74</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat waaraan een aanvraag getoetst wordt. Belangrijk is alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk en inhoud specifieke zorgplicht gelden. Hieraan moet altijd worden voldaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.75</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel ruiter- en mensport</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald onder welke voorwaarden de activiteit uitgevoerd mag worden. In deze situaties is het niet nodig een melding te doen of een vergunning aan te vragen. Belangrijk is om alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk en de inhoud specifieke zorgplicht gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende doelen zijn van belang: stabiliteit en sterkte waterkering; stabiliteit en sterkte talud; obstakelvrije watergang tbv doorstromingscapaciteit; en overlastbeperking omwonenden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.76</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat onder welke omstandigheden voor het uitvoeren van de activiteit een vergunning nodig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende doelen zijn van belang: stabiliteit en sterkte waterkering; stabiliteit en sterkte talud; obstakelvrije watergang tbv doorstromingscapaciteit; en overlastbeperking omwonenden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.77</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat waaraan een aanvraag getoetst wordt. Belangrijk is alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk en inhoud specifieke zorgplicht gelden. Hieraan moet altijd worden voldaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.78</span><span class=\"lf-art-t\">Meldplicht evenement</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald onder welke omstandigheden er een melding gedaan moet worden voordat de activiteit uitgevoerd mag worden. Hier staat ook hoeveel dagen voorafgaand aan de uitvoering van de activiteit de melding gedaan moet worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende doelen zijn van belang: stabiliteit en sterkte waterkering; kerende hoogte waterkering; onderhoudbaarheid waterkering door waterschap; wateroppervlakte watergang; stabiliteit en sterkte talud; obstakelvrije watergang tbv doorstromingscapaciteit; en overlastbeperking omwonenden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.79</span><span class=\"lf-art-t\">Indienvereisten melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat welke gegevens naast de gegevens die genoemd staan in artikel 1.9 aangeleverd moeten worden. De gegevens die in dit artikel staan zijn specifiek voor deze activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.80</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat onder welke omstandigheden voor het uitvoeren van de activiteit een vergunning nodig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende doelen zijn van belang: stabiliteit en sterkte waterkering; kerende hoogte waterkering; onderhoudbaarheid waterkering door waterschap; wateroppervlakte watergang; stabiliteit en sterkte talud; obstakelvrije watergang tbv doorstromingscapaciteit; en overlastbeperking omwonenden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.81</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat welke gegevens naast de gegevens die genoemd staan in artikel 1.10 aangeleverd moeten worden. De gegevens die in dit artikel staan zijn specifiek voor deze activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.82</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat waaraan een aanvraag getoetst wordt. Belangrijk is alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk en inhoud specifieke zorgplicht gelden. Hieraan moet altijd worden voldaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.83</span><span class=\"lf-art-t\">Inhoud specifieke zorgplicht sportvissen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is de inhoud specifieke zorgplicht sportvissen opgenomen. Dit is een nadere verduidelijking van de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk zoals deze is opgenomen in artikel 1.7 en de inhoud specifieke zorgplicht zoals deze is opgenomen in artikel 2.69. Dit artikel geldt naast artikel 1.7 en artikel 2.69.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.84</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel sportvissen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald onder welke voorwaarden de activiteit uitgevoerd mag worden. In deze situaties is het niet nodig een melding te doen of een vergunning aan te vragen. Belangrijk is om alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk, inhoud specifieke zorgplicht en inhoud specifieke zorgplicht sportvissen gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende doelen zijn van belang: stabiliteit en sterkte waterkering; stabiliteit en sterkte talud; obstakelvrije watergang tbv doorstromingscapaciteit; overlastbeperking omwonenden; en veiligheid recreant.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.85</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat onder welke omstandigheden voor het uitvoeren van de activiteit een vergunning nodig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende doelen zijn van belang: stabiliteit en sterkte waterkering; stabiliteit en sterkte talud; obstakelvrije watergang tbv doorstromingscapaciteit; overlastbeperking omwonenden; en veiligheid recreant.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.86</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat waaraan een aanvraag getoetst wordt. Belangrijk is alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk, inhoud specifieke zorgplicht en inhoud specifieke zorgplicht sportvissen gelden. Hieraan moet altijd worden voldaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.87</span><span class=\"lf-art-t\">Inhoud specifieke zorgplicht varen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is de inhoud specifieke zorgplicht varen opgenomen. Dit is een nadere verduidelijking van de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk zoals deze is opgenomen in artikel 1.7 en de inhoud specifieke zorgplicht zoals deze is opgenomen in artikel 2.69. Dit artikel geldt naast artikel 1.7 en artikel 2.69.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.88</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel ongemotoriseerd varen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald onder welke voorwaarden de activiteit uitgevoerd mag worden. In deze situaties is het niet nodig een melding te doen of een vergunning aan te vragen. Belangrijk is om alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk, inhoud specifieke zorgplicht en inhoud specifieke zorgplicht varen gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende doelen zijn van belang: stabiliteit en sterkte talud; obstakelvrije watergang tbv doorstromingscapaciteit; overlastbeperking omwonenden; en veiligheid recreant.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.89</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat onder welke omstandigheden voor het uitvoeren van de activiteit een vergunning nodig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende doelen zijn van belang: stabiliteit en sterkte talud; obstakelvrije watergang tbv doorstromingscapaciteit; overlastbeperking omwonenden; en veiligheid recreant.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.90</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat waaraan een aanvraag getoetst wordt. Belangrijk is alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk, inhoud specifieke zorgplicht en de inhoud specifieke zorgplicht varen gelden. Hieraan moet altijd worden voldaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.91</span><span class=\"lf-art-t\">Algeheel verbod</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is niet wenselijk dat er gevaren wordt op de Boven Dinkel in de periode van 1 april tot en met 31 augustus. Een reden hiervoor is het broedseizoen en broedgedrag van zeldzame vogels. Er geldt hier een algeheel verbod. Dit betekent dat hiervoor dan ook geen vergunning verleend wordt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.92</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel zwemmen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald dat de activiteit uitgevoerd mag worden. In deze situaties is het niet nodig een melding te doen of een vergunning aan te vragen. Belangrijk is om alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk en inhoud specifieke zorgplicht gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende doelen zijn van belang: obstakelvrije watergang tbv doorstromingscapacteit; en overlastbeperking omwonenden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het waterschap garandeert niet dat elk oppervlaktewater de kwaliteit van zwemwater heeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.93</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel schaatsen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald dat de activiteit uitgevoerd mag worden. In deze situaties is het niet nodig een melding te doen of een vergunning aan te vragen. Belangrijk is om alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk en inhoud specifieke zorgplicht gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende doelen zijn van belang: obstakelvrije watergang tbv doorstromingscapaciteit; en overlastbeperking omwonenden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  2.16</h3>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen] De activiteiten uit hoofdstuk 2 die het waterschap uitvoert ten behoeve van de wettelijke taken, worden met dit artikel vrijgesteld van de vergunningplicht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.94</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald op welk beperkingengebied de regels die in deze afdeling zijn opgenomen van toepassing zijn. In afdeling 1.3 is bepaald welk gebied onder het genoemde beperkingengebied valt. Daar staat de verwijzing naar de bijlage met de geometrische begrenzing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.95</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onder de Omgevingswet is het uitgangspunt dat alles mag, tenzij anders is bepaald. Dit is ook in deze waterschapsverordening op die manier doorgevoerd. Om de omzetting beleidsneutraal te houden en te voorkomen dat er ergens een hiaat is in de regels, is dit artikel opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat dat voor activiteiten die niet in de verordening genoemd staan en binnen het beperkingengebied Waterstaatswerken uitgevoerd gaan worden een vergunning nodig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.96</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is opgenomen waaraan een aanvraag getoetst wordt. Belangrijk is om alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk geldt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is van toepassing op lozingsactiviteiten op oppervlaktewaterlichamen die in het beheergebied van het waterschap liggen en lozingsactiviteiten op zuiveringtechnische werken die in beheer zijn bij het waterschap. De artikelen in dit hoofdstuk zijn ook van toepassing op lozingsactiviteiten die afkomstig zijn van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal. In dat geval zijn de artikelen maatwerkregels als bedoeld in artikel 2.12 van dat besluit. Als een artikel niet van toepassing is op lozingen afkomstig van zo'n milieubelastende activiteit, is dat in het artikel zelf aangegeven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is ontleend aan de Omgevingsregeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel omgevingsvergunning lozingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of op een zuiveringtechnisch werk zijn de beoordelingsregels van het Bkl van overeenkomstige toepassing. Dat sluit aan op de situatie die gold voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschriften omgevingsvergunning lozingsactiviteit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ook de voorschriften die op grond van het Bkl aan een omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit moeten worden verbonden, zijn van overeenkomstige toepassing. Dit sluit eveneens aan bij de regeling op grond van de Waterwet.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling  3.2</h3>\n<p class=\"lf-p\">Lozen van water op een oppervlaktewaterlichaam Het doel is het voorkomen van een overbelasting van het watersysteem. Het brengen van water in oppervlaktewaterlichamen heeft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt namelijk een effect op de bergingscapaciteit van die oppervlaktewaterlichamen, en ook de doorstroming en de waterkwaliteit kunnen worden beïnvloed. Aan de hand van de afmetingen en capaciteit en de status van een oppervlaktewaterlichaam kan de maximaal toelaatbare hoeveelheid te lozen water worden bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende doelen zijn van belang: overschot oppervlaktewater; stabiliteit en sterkte talud; diepte watergang tbv doorstromingscapaciteit; en obstakelvrije watergang tbv doorstromingscapaciteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald op welk beperkingengebied de regels die in deze afdeling zijn opgenomen van toepassing zijn. In afdeling 1.3 is bepaald welk gebied onder het genoemde beperkingengebied valt. Daar staat de verwijzing naar de bijlage met de geometrische begrenzing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene regel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is bepaald onder welke voorwaarden de activiteit uitgevoerd mag worden. In deze situaties is het niet nodig een melding te doen of een vergunning aan te vragen. Belangrijk is om alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk geldt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.7</span><span class=\"lf-art-t\">Meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is van belang om inzicht te hebben in de hoeveelheden water die worden geloosd, zodat beleid hierop kan worden afgestemd. Voor het lozen van water is een meldplicht opgenomen indien de capaciteit van de pomp waarmee water wordt geloosd meer dan 10 mᶟ per uur en niet meer dan 60 mᶟ per uur is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tevens is hier aangegeven hoeveel dagen voorafgaand aan de uitvoering van de activiteit de melding gedaan moet worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket worden ingediend. Voor een schriftelijke melding wordt gebruik gemaakt van het op de website van het Omgevingsloket beschikbaar gestelde formulier. Het Omgevingsloket is te bereiken via: www.omgevingswet.overheid.nl.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.8</span><span class=\"lf-art-t\">Indienvereisten meldplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat welke gegevens naast de gegevens die genoemd staan in artikel 1.9 aangeleverd moeten worden. De gegevens die in dit artikel staan zijn specifiek voor deze activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.9</span><span class=\"lf-art-t\">Vergunningplicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat onder welke omstandigheden voor het uitvoeren van de activiteit een vergunning nodig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.10</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagvereisten vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat welke gegevens naast de gegevens die genoemd staan in artikel 1.10 aangeleverd moeten worden. De gegevens die in dit artikel staan zijn specifiek voor deze activiteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.11</span><span class=\"lf-art-t\">Beoordelingsregel vergunning</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel staat waaraan een aanvraag getoetst wordt. Belangrijk is alert te zijn op het feit dat ook de zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk geldt. Hieraan moet altijd worden voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afvoercapaciteit Een oppervlaktewaterlichaam en watersysteem moeten voldoende doorstromen om een bepaalde hoeveelheid te lozen water te kunnen afvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stabiliteit De hoeveelheid te brengen water in een oppervlaktewaterlichaam kan van geval tot geval enorm verschillen. Afhankelijk van de hoeveelheid te brengen water en de snelheid waarmee het water op het oppervlaktewaterlichaam wordt geloosd, kan dit schade aan het oppervlaktewaterlichaam veroorzaken. Er kan schade ontstaan aan het talud waarin wordt geloosd of waarin een lozingswerk in aangebracht. Daarnaast kunnen peilschommelingen leiden tot instabiliteit van de taluds. Dit moet voorkomen worden. Daarom kan het waterschap in de vergunning hiervoor aanvullende eisen stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ecologie en overige gebruiksfuncties In specifieke oppervlaktewaterlichamen met bijzondere natuurlijke waarden kan een lozing onaanvaardbare gevolgen hebben voor het ecologische systeem. Bijvoorbeeld omdat flora en fauna worden aangetast door de hoge stroomsnelheid. Dat kan reden zijn om de vergunning te weigeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.12</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van grondwater bij saneringen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afvalwater afkomstig van het saneren van de bodem of het grondwater (of een aan een grondwatersanering voorafgaand onderzoek) is qua biologische afbreekbaarheid niet vergelijkbaar met huishoudelijk afvalwater. In lijn met de voorkeursvolgorde voor het omgaan met afvalwater, opgenomen in artikel. 10.29a van de Wet milieubeheer, heeft het de voorkeur om dit afvalwater na zuivering lokaal terug te brengen in het milieu en niet af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) via het openbare vuilwaterriool. Daarom is in dit artikel het lozen op een oppervlaktewaterlichaam toegestaan. Deze afdeling geldt ook voor lozingen afkomstig van milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal. In dat geval zijn de regels van deze afdeling maatwerkregels op grond van artikel 2.12 van dat besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het saneren kunnen, naast het positieve milieueffect dat de sanering heeft, ook nadelige gevolgen optreden. Om de nadelige gevolgen voor de oppervlaktewaterkwaliteit van bij het saneren vrijkomend afvalwater te beperken, zijn in dit artikel emissiegrenswaarden opgenomen voor het lozen daarvan. Vaak wordt dit water ter plaatse gezuiverd. Het afvalwater wordt vervolgens in het oppervlaktewater geloosd. Voor lozingen in het oppervlaktewater zijn emissiegrenswaarden geformuleerd voor oppervlaktewateren die voor lozingen geen bijzondere bescherming nodig hebben, en wateren waarbij een bijzondere bescherming wel aan de orde kan zijn. De emissiegrenswaarden zijn overgenomen uit het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en het voormalige Besluit lozen buiten inrichtingen. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen lozingen op aangewezen oppervlaktewaterlichamen en niet-aangewezen oppervlaktewaterlichamen. De aangewezen oppervlaktewaterlichamen, die een grotere omvang hebben en daardoor minder kwetsbaar zijn voor lozingen, zijn opgenomen in bijlage III bij deze verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Besluit lozen buiten inrichtingen was ook bepaald dat het afvalwater doelmatig moest kunnen worden bemonsterd. Die regel is nu opgenomen in artikel 1.7 Zorgplicht watersysteem en zuiveringtechnisch werk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.13</span><span class=\"lf-art-t\">Lozen van grondwater bij ontwatering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Grondwater bij ontwatering is de algemene term voor grondwater dat vrijkomt bij bijvoorbeeld bronneringen en water uit drainagebuizen. Dit kunnen kleinschalige activiteiten betreffen die bijvoorbeeld na een paar uur zijn afgerond, maar ook grootschalige projecten (vooral in de bouw) die jaren kunnen duren en waar zeer grote hoeveelheden grondwater worden weggepompt.De regeling voor het lozen van grondwater heeft de voorkeursvolgorde voor het beheer van afwater (artikel 10.29a van de Wet milieubeheer) als uitgangspunt. Over het algemeen kan het grondwater dat lokaal bij ontwatering vrijkomt zonder problemen lokaal in het milieu teruggebracht worden. Maar het is niet uitgesloten dat afhankelijk van de locatie waar het vrijkomt grondwater in enige mate verontreinigd kan zijn of van nature stoffen bevat, waarvan de lozing bezwaarlijk kan zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veelal is dit lokaal bekend uit gegevens bij het bedrijf zelf of bij de overheid. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van degene die loost om het waterschap te informeren over de bekende gegevens over de samenstelling en eventuele verontreiniging van het grondwater. Dit is met name van belang daar waar de samenstelling van het grondwater afwijkt van de in het gebied voorkomende grondwaterkwaliteit. Bij twijfel over de vraag of hiervan sprake zou kunnen zijn is het raadzaam om contact op te nemen met het waterschap om na te gaan of er in een bepaald gebied nog stoffen in de bodem aanwezig zijn, waarvan lozing tot problemen zou kunnen leiden. In dit artikel is een emissiegrenswaarde voor onopgeloste bestanddelen opgenomen.</p></div>", "next": 239511}