{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">'t Hopveld en de directe omgeving is onderdeel van het leefgebied van de steenuil. Het plangebied fungeert hierbij als foerageergebied, vaste verblijfplaatsen (nestkasten) zijn niet in het te bebouwen gedeelte van het plangebied aanwezig. Het plangebied maakt onderdeel uit van in ieder geval één en mogelijk twee territoria van steenuilen in de directe omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verdwijnen van foerageergebied van de steenuil betekent wel een negatief effect, hetzij gering. Verstoring en vernietiging van leefgebied van de steenuil is verboden en valt onder artikel 11 van de Flora- en faunawet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente neemt compenserende maatregelen voor het foerageergebied dat verdwijnt door de ontwikkelingen van het bedrijventerrein én het terrein van de gemeentewerf, brandweerkazerne en milieustraat (GBM-locatie). Zoals hierboven beschreven wordt door het ministerie van LNV, die voor dergelijke onderzoeken de toetsende instantie is, geconcludeerd dat het uitgevoerde ecologisch onderzoek voldoende adequaat en volledig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geadviseerd wordt maatregelen te treffen om verstoring van de nestlocatie van de steenuilen tijdens de bouwwerkzaamheden te voorkomen. De gemeente zal zich houden aan de aanbevelingen van LNV en hiervoor zorg dragen. Zoals ook geconcludeerd wordt in de brief van 1 mei 2009 van het ministerie van LNV moet door middel van het nemen van maatregelen verstoring zoveel mogelijk worden voorkomen. Bijvoorbeeld door het aanleggen van geschikt foerageergebied in de omgeving. De gemeente neemt dit op zich en zal voldoende mitigerende maatregelen nemen om het verloren gebied te compenseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Consequenties:</p>\n<p class=\"lf-p\">De onderzoeksresultaten van de uitgevoerde natuurtoets hebben geen consequenties voor het bestemmingplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.6 Milieuzoneringen 4.6.1 Bedrijventerrein Zonering bedrijventerrein Ten behoeve van milieuzonering is door de VNG een bedrijvenlijst11Bedrijven en milieuzonering, VNG, 2007 opgesteld, waarin bedrijven op hun milieueffecten zijn gecategoriseerd. Afhankelijk van de mate waarin de in deze lijst opgenomen bedrijven milieuhinder kunnen veroorzaken (uitgaande van de gemiddelde bedrijfssituatie), kent de lijst aan de bedrijven een categorie toe.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naarmate de milieuhinder toeneemt, loopt de categorie op van 1 tot en met 6, met bijbehorende minimale afstanden tot woongebieden. Gezien de relatief korte afstand van het plangebied tot de woongebieden, kan op 't Hopveld geen zware, milieubelastende bedrijvigheid worden toegestaan. Gelet op omringende functies, waaronder een aantal woningen en bedrijfswoningen, wordt er in de uitwerking van de bestemming 'Bedrijven' een zekere zonering aangehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betekent dat in het plangebied bedrijven in de categorie 1 tot en met 3.2 zouden zijn toegestaan. De gemeente Haaren heeft, gelet op mogelijke vestiging van ongewenste bedrijfsactiviteiten, besloten om maximaal bedrijven uit categorie 3.1 in het plangebied toe te laten. Gelet op provinciaal beleid, waarbij sprake moet zijn van duurzaam ruimtegebruik, wordt vestiging van categorie 1-bedrijven uitgesloten. Deze bedrijven zijn toegestaan in of nabij woningen. Daarnaast is de bedrijvenlijst gefilterd op bedrijfsactiviteiten die niet wenselijk zijn op het bedrijventerrein 't Hopveld (o.a. transportondernemingen).</p>\n<p class=\"lf-p\">In het zuiden van het plangebied wordt aan de Oude Baan in de toekomst een aantal woningen gerealiseerd. Naast de reeds bestaande woningen, wordt dit gebied gekenmerkt als een 'gemengd gebied', omdat hier een aantal gemengde functies (o.a. agrarisch/bedrijfswoning) zijn gevestigd. Gelet hierop wordt een afstand van 10 m van bedrijven in categorie 2 en 30 m van bedrijven in categorie 3.1 tot de uiterste situering van de gevel van een woning (die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is) toelaatbaar geacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien zijn ten noordwesten van de Kantstraat en ten oosten van de Helvoirtseweg enkele (burger)woningen aanwezig. Verder bevindt zich op het bedrijventerrein een tweetal burgerwoningen (Helvoirtseweg 4 en 6). Bovengenoemde afstandsnormering is ook op deze woningen van toepassing. Naar aanleiding van de raadsbehandeling is besloten om deze woningen en de bijbehorende gronden op te nemen binnen de bestemming 'Bedrijf', waarbij voor de Helvoirtseweg nr. 4 een gewijzigd bouwvlak is opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestaand bedrijventerrein Het bestaande bedrijventerrein ('t Hopveld I) kent hoofdzakelijk lokaal gebonden bedrijven. Het vigerende bestemmingsplan \"'t Hopveld\" kent maximaal bedrijfsacti¬viteiten toe tot en met categorie 3 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten (oudere versie). Deze zonering is in onderhavig bestemmingsplan grotendeels overgenomen. Rekening houdend met de burgerwoningen aan de Kantstraat 48 en de Helvoirtseweg 9, 9a en 11 zijn binnen een afstand van 50 m uitsluitend bedrijfsactiviteiten toegestaan tot en met categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedrijfswoningen In het vigerende bestemmingsplan \"'t Hopveld\" is tevens de vestiging van bedrijfswoningen toegestaan. Deze bedrijfswoningen zijn in het voorliggende bestemmingsplan positief bestemd, maar behoudens een drietal mogelijkheden op de hoek van de Helvoirtseweg en de nieuwe ontsluitingsweg zijn geen nieuwe bedrijfswoningen mogelijk. Op de hoek van de Helvoirtseweg met de nieuwe ontsluitingsweg wordt een tweetal bedrijfswoningen toegestaan aan de noordzijde en één bedrijfswoning aan de zuidzijde. Enerzijds is deze mogelijkheid opgenomen om de uitvoerbaarheid van het plan te garanderen en anderzijds om dit gedeelte van het bebouwingslint op een natuurlijke wijze af te ronden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.6.2 Geurhinder en veehouderij In februari 2008 is een onderzoek uitgevoerd in het kader van 'geurhinder en veehouderij'12Gebiedsvisie ten behoeve van de verordening geurhinder en veehouderij voor de gemeente Haaren, SRE Milieudienst, februari 2008. Van dit onderzoek, dat gemeentebreed is uitgevoerd, zijn onderstaand de voornaamste conclusies voor 't Hopveld opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De basis voor de gebiedsvisie vormt de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Haaren zoals deze zijn verwoord in bestaande plannen voor woningbouw, bedrijventerreinen, recreatie en toerisme en landbouwontwikkeling. De huidige situatie wordt vergeleken met de te verwachten situatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gebiedsvisie zijn twee scenario’s met andere normen voor bedrijventerreinen op het grondgebied van Haaren doorgerekend op basis van de te verwachten groei van de veehouderij en rekening houdend met de gewenste ruimtelijke ontwikkeling. De resultaten van de scenarioberekeningen zijn zowel onderling als met de huidige situatie vergeleken. Tevens is onderzocht of het milieutechnisch verantwoord is om de vaste afstand binnen de bebouwde kom en de bedrijventerreinen van gemeente Haaren te verkleinen. Daarnaast is beoordeeld of de resultaten voldoen aan de gestelde randvoorwaarden en uitgangspunten, welke zijn gesteld door de gemeente en die voorkomen in de Wet geurhinder en veehouderij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusie De gemeente Haaren heeft plannen voor het ontwikkelen van woningbouwplannen rondom bestaande woonkernen en voor het uitbreiden van bedrijventerrein 't Hopveld. In relatie tot deze ontwikkelingen is in de Gebiedsvisie het volgende geconcludeerd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een individuele norm van 14 ouE/m³ en een vaste afstand van 50 m wordt gehanteerd voor de bedrijventerreinen ('t Hopveld), en als de vaste afstand naar objecten in de bebouwde kom van 100 m naar minimaal 50 m (afhankelijk van de bedrijfsomvang) wordt verkleind, dan worden de woonkernen en de bedrijventerreinen in de gemeente Haaren afdoende beschermd tegen hogere achtergrond- en voorgrondbelasting als gevolg van geuremissie door de omliggende veehouderijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze combinatie van een andere norm en afstand zorgt er voor dat de gewenste ruimtelijke ontwikkeling (uitbreiding 't Hopveld en woningbouw) mogelijk is. Het biedt de gewenste balans tussen de bescherming van het leefklimaat en de gewenste ruimtelijke ontwikkeling en de mogelijkheden voor de veehouderij. Ook wordt voldaan aan alle gestelde randvoorwaarden en uitgangspunten welke zijn gesteld door de gemeente en die voorkomen uit de Wet geurhinder en veehouderij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het bedrijventerrein is met name de vestiging van bedrijven op het noordelijke plangedeelte van belang. De bedrijfsgebouwen dienen in beginsel op een afstand van minimaal 50 m van de agrarische bedrijven aan de zuidelijke zijde van de Helvoirtseweg te worden geprojecteerd (agrarisch bedrijf aan de Helvoirtseweg 13). De afstand tot aan de agrarische bedrijfsgebouwen bedraagt 50 m, de afstand tot het agrarische bouwblok bedraagt circa 45 m. Vooralsnog wordt er vanuit gegaan dat óf het agrarische bouwblok aan de Helvoirtseweg 13 wordt verschoven óf het bouwvlak voor de bedrijfsbebouwing op het noordelijke plangedeelte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afstand van de geplande bedrijfswoningen op 't Hopveld aan weerszijde van de nieuw aan te leggen ontsluitingsweg tot het bouwblok Helvoirtseweg 1 bedraagt niet geheel 50 m, maar valt gedeeltelijk over het bouwblok van het betreffende agrarische bedrijf. Deze afwijking is te motiveren doordat het agrarische bedrijf Helvoirtseweg 1 geen uitbreidingsmogelijkheden heeft in de richting van de woningen Helvoirtseweg 2 en 3. Daarnaast is er een in acht te nemen afstand van 100 m ten opzichte van de woning in de bebouwde kom van Groenplein 9. De reden hiervoor is dat de afstand tot de nieuwe bedrijfswoningen namelijk binnen de in acht te nemen afstand van 50 m tot de woningen Helvoirtseweg 2 en 3, en Groenplein 9 valt. Gelet hierop is de vestiging van bedrijfswoningen hier toegestaan. Er is geen sprake van een beperking/ belemmering van de uitbreidingsmogelijkheden door de nieuw te bouwen bedrijfswoningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7 Water Waterparagraaf In juli 2007 is een watertoets uitgevoerd voor de locatie 't Hopveld13Waterparagraaf 't Hopveld II, Haaren, Oranjewoud B.V., juli 2007. Deze paragraaf beschrijft de voornaamste conclusies van de waterparagraaf, waarin de ontwikkelingen, de effecten, de maatregelen en aandachtspunten met betrekking tot het watersysteem uitgebreid zijn beschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gewenste situatie Overleg gemeente en Waterschap In het kader van de watertoets is op 18 april 2007 overleg geweest tussen de gemeente Haaren, Waterschap De Dommel en Oranjewoud. Hieruit is gebleken dat afwenteling van hemelwater tot een bui die eens per 10 jaar voorkomt, moet worden voorkomen. Het hemelwater kan worden afgevoerd naar de waterberging van de milieustraat noordoostelijk van het plangebied en hiervandaan vertraagd worden afgevoerd. Het vuilwater kan niet direct worden aangesloten op het drukrioolsysteem in de Helvoirtseweg. Aanleg is noodzakelijk van een vuilwaterbuffer of een aparte persleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Huidige situatie Het plangebied ligt ondermeer aan de Helvoirtseweg te Haaren en is circa 4,5 ha groot. In de huidige situatie is het te ontwikkelen gebied in agrarisch gebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toekomstige situatie Er wordt vanuit gegaan dat het vuilwater kan worden aangesloten op de persleiding in de Helvoirtseweg, waarna het wordt afgevoerd naar de afvalwaterzuiveringsinstallatie AWZI. Onderzocht moet worden of de capaciteit van de persleiding toereikend is. Een andere mogelijkheid is om het vuilwater aan te sluiten op het gescheiden rioolstelsel van 't Hopveld I.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hemelwater afkomstig van de bebouwing wordt niet aangesloten op de gemengde riolering. Voor de berging van het hemelwater is door de gemeente ruimte gereserveerd bij de milieustraat noordoostelijk van het plangebied. Het hemelwater wordt middels een hemelwaterafvoer afgevoerd naar de bergingsvoorziening. Omdat het gebied waar de milieustraat wordt aangelegd lager ligt dan het plangebied, kan dit onder vrij verval gebeuren. In de waterberging moet van de nieuwe bebouwing circa 1.100 m³ geborgen worden. De waterberging loopt vertraagd leeg naar de Raamse Loop of de Ruysbossche Waterloop. De vertraagde afvoer is maximaal 1 l/s/ha.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aandachtspunt bij de verdere uitwerking van het watersysteem zijn de hoge grondwaterstanden. Onder andere de maximaal te accepteren peilstijging in de bergingsvoorziening wordt hierdoor bepaald. Berging is alleen mogelijk boven het hoogste grondwaterpeil en met voldoende hoogteverschil tussen plangebied en bergingsterrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitwerking watersysteem Op basis van de waterparagraaf en een onderzoek naar de grondwaterstanden in het plangebied is in april 2008 een voorstel uitgewerkt voor de vormgeving van het watersysteem14't Hopveld en GBM Haaren, Inzicht in gewenst watersysteem, Oranjewoud B.V., april 2008. Daarbij is tevens de locatie van de gemeentewerf, de brandweerkazerne en de milieustraat (GBM-locatie) beschouwd. Deze locatie bevindt zich ten noordoosten van het plangebied en biedt ruimte om een bovengrondse waterberging te realiseren. De GBM-locatie heeft voldoende mogelijkheden om het water te bergen van zowel de uitbreiding van 't Hopveld als de GBM-locatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de GBM-locatie komt een vijver/waterbergingsvlakte met een oppervlakte van 1 ha op Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) of lager. De GHG voor deze locatie is bepaald op NAP +7,50 m.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de afvoer wordt een oppervlakkig watersysteem richting de Ruijs Bossche Loop aangelegd ten noorden van de GBM-locatie. Bij een landbouwkundige afvoer van 1 l/s/ha is een watergang met een bovenbreedte van 1,7 m en een diepte van 0,5 m voldoende voor de afvoer uit de vijver/ waterbergingsvlakte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Consequenties:</p>\n<p class=\"lf-p\">De compenserende maatregelen naar aanleiding van de toename aan verharding binnen 't Hopveld worden buiten het plangebied opgelost. Hiervoor hoeft geen rekening te worden gehouden in onderhavig bestemmingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het ingezette voortraject is de eerste aanzet gegeven van het proces van de watertoets. Het Waterschap heeft inmiddels een positief wateradvies afgegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.8 Locatie- en mobiliteitseffecten Op basis van het vastgestelde stedenbouwkundig plan met bijbehorend programma is een onderzoek uitgevoerd naar de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling op het gebied van verkeer en mobiliteit15Memo 'Ontsluiting en parkeren', Oranjewoud B.V., mei 2008. Hierbij zijn aanbevelingen gedaan voor mogelijke maatregelen die anticiperen op deze ontwikkeling. Onderstaand zijn de bevindingen van het onderzoek opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verkeerskundige uitgangspunten De gemeente Haaren hanteert de volgende verkeerskundige uitgangspunten16Over het voornemen om de Helvoirtseweg als 30 km/h-gebied in te richten heeft nog geen formele besluitvorming plaatsgevonden. Een en ander wordt in het kader van het ontwerpbestemmingsplan nader geconcretiseerd.: de Helvoirtseweg (vanaf de Kantstraat) komt binnen de bebouwde kom en daarmee binnen de 30 km/u zone te liggen. De komgrens wordt in de Kantstraat niet verlegd. de inrichting van de Helvoirtseweg wordt aangesloten op de stedelijke inrichting van de Kerkstraat/Groenplein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontsluiting Bedrijventerrein 't Hopveld wordt vanaf de Helvoirtseweg ontsloten. Dit is de meest logische routing richting het omliggende wegennet. Wel dient de voorrangssituatie afgestemd te worden op de rest van de Helvoirtseweg in de bebouwde kom, zodat een eenduidige voorrangssituatie ontstaat. Het ontsluiten van het bedrijventerrein via de Kantstraat en de Oude Baan is niet wenselijk. De Kantstraat is met de huidige rijbaanbreedte van 3,5 m te krap voor een vlotte en veilige afwikkeling. Daarnaast zal extra verkeer door beide wegen de omliggende woonomgeving te zeer belasten. Dit wordt afgedwongen door de ontsluiting richting de Kantstraat te blokkeren door middel van verkeersmaatregelen. Deze aansluiting zal wel dienen als calamiteitenontsluiting.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het stedenbouwkundig plan is gekozen voor een andere ontsluiting van het bedrijventerrein om de Kantstraat te ontlasten. Naast de mogelijkheden om een efficiëntere indeling van het bedrijventerrein te creeren, wordt door deze nieuwe door zal rijden richting de Kantstraat. Het merendeel van de verkeersbewegingen wordt afgewikkeld via de Helvoirtseweg richting de N65. Verder onderneemt de gemeente maatregelen om te zorgen voor een logische routering. Deze maatregelen kunnen evenwel niet worden vastgelegd in het bestemmingsplan. Bekeken wordt in hoeverre dit met verkeersbesluiten kan worden geregeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Productie-attractie Ten gevolge van de planontwikkeling neemt het verkeer op de Helvoirtseweg toe. Een exacte inschatting van deze toename is vooralsnog niet mogelijk, omdat op dit moment nog niet bekend is welk type bedrijvigheid zich in het gebied vestigt. Daarom is uitgegaan van een worst-case benadering. Dit levert grofweg de volgende verkeersattractie17Cijfers gebaseerd op CROW-publicatie 256, 'Verkeersgeneratie woon- en werkgebieden' 2007 op:</p>\n<p class=\"lf-p\">110 vrachtvoertuigbewegingen (41% is licht tot middelzwaar vrachtverkeer/ 59% is zwaar vrachtverkeer);</p>\n<p class=\"lf-p\">535 motorvoertuigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Parkeren Het parkeren op het bedrijventerrein dient zoveel mogelijk op eigen terrein plaats te vinden. Het advies is om tussen de 1,7 en 2,2 parkeerplaatsen per 100 m2 bruto vloeroppervlak aan te houden (CROW-publicatie 182 'Parkeerkerncijfers', p. 17). Het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein is exclusief parkeerplaatsen voor bezoekers die in het wegprofiel van de interne ontsluitingsweg van 't Hopveld moeten worden opgenomen. Het gaat in dit geval om 7 parkeerplaatsen. Dit aantal is gebaseerd op 14.378 m2/ 100 (m2) * 5% (bezoekers).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor wat betreft het (brom)fietsverkeer dienen de ondernemers op eigen terrein stallingsvoorzieningen aan te leggen. Hiermee wordt het fietsen in de woon-werk relatie gestimuleerd. De fietsstalling moet: op minimale loopafstand van het bedrijf liggen, per fiets bereikbaar zijn, sociaal veilig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Openbaar Vervoer Het gebied is vanuit het openbaar vervoer gezien voldoende toegankelijk. Er ligt een bushalte langs de Helvoirtseweg waar in de spits twee keer per uur een bus halteert. Met een maximale loopafstand van 400 m is de loopafstand van de bestemmingen in het gebied naar de bushalte acceptabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.9 Inventarisatie bedrijfsbehoefte Voor de uitbreiding van 't Hopveld is een bedrijfsbehoefte-onderzoek18Onderbouwing behoefteraming bedrijventerrein 't Hopveld II te Haaren, juni 2007, Oranjewoud B.V. uitgevoerd. Met dit onderzoek is de reële behoefte aan bedrijventerrein bepaald ten behoeve van de vestiging van bedrijven. In deze paragraaf wordt voor de uitbreiding van bedrijventerrein 't Hopveld een onderbouwing van de vraag naar bedrijfsruimte gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door de ontwikkeling van bedrijventerrein Vorst en de herstructurering van bedrijventerrein Ladonk in de gemeente Boxtel lijkt in kwantitatieve zin de benodigde voorraad voor bedrijventerrein aanwezig. Het gaat hier om een regionaal bedrijventerrein en terecht wordt al in het Uitwerkingsplan Boxtel, Haaren en Sint-Michielsgestel opgemerkt dat een tekort ontstaat voor kleinschalige bedrijvigheid. Gelet op de schaal van de terreinen Ladonk en Vorst worden deze terreinen als primair vestigingsgebied voor grotere bedrijven aangewezen. De gemeente Haaren krijgt binnen de planperiode van het Uitwerkingsplan ruimte voor een paar hectare nieuw bedrijventerrein voor de lokale, kleine bedrijvigheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kijkend naar de werkgelegenheidsontwikkeling voor de periode tot 2010 dan bedraagt de bedrijventerreinbehoefte circa 1,6 ha (netto) tot en met 2010.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusie Uit de verschillende beleidsnota's en onderzoeken blijkt dat er voor de gemeente Haaren een lokale behoefte is naar bedrijventerrein. Deze ruimte wordt in het Uitwerkingsplan gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de inspraakperiode is geconstateerd dat niet van exact hetzelfde gebied is uitgegaan in het bestemmingsplan ten opzichte van de bedrijfsbehoefte raming. De uitbreiding van de gronden ten zuiden van het huidige Hopveld is tot stand gekomen om ondermeer een betere ontsluiting en een betere inrichting van het bedrijventerrein te verkrijgen. Op deze wijze kan onder andere meer bedrijventerrein worden gerealiseerd, maar is ook een betere indeling van de bedrijfspercelen mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de conclusie van de onderbouwing 'behoefteraming bedrijventerrein 't Hopveld II te Haaren' komt naar voren dat voor bedrijventerrein 't Hopveld II een actuele, specifieke vraag is van netto 3,9 hectare.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelgebied A had in de 'oude' situatie een oppervlakte van 2,5 hectare. In de nieuwe situatie bedraagt het beschikbaar oppervlakte voor deelgebied A circa 3,5 hectare. Ondanks uitbreiding van het gebied is de vraag naar bedrijventerrein voldoende. De uitgifte van de gronden is daarmee gegarandeerd. Ook zal een deel van het nieuw gecreëerde oppervlak door één van de aanwezige bedrijven worden gebruikt dat er al zit. Geconcludeerd kan worden dat er een duidelijke lokale behoefte naar bedrijfsgrond in de gemeente Haaren is.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10 Externe veiligheid Voor de uitbreiding van 't Hopveld is ondermeer een Quickscan externe veiligheid19Quickscan uitbreiding bedrijventerrein 't Hopveld, 9 februari 2006, Arcadis uitgevoerd. Voor het aspect externe veiligheid wordt in de quickscan het volgende geconcludeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het kader van externe veiligheid zijn de volgende invalshoeken relevant:</p>\n<p class=\"lf-p\">Externe veiligheid als gevolg van vervoer over de weg;</p>\n<p class=\"lf-p\">Externe veiligheid als gevolg van vervoer over het spoor;</p>\n<p class=\"lf-p\">Externe veiligheid als gevolg van vervoer over water;</p>\n<p class=\"lf-p\">Externe veiligheid bij inrichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het bepalen van risico's ondermeer als gevolg van vervoer over de weg dient er gekeken te worden naar het plaatsgebonden risico en naar het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico heeft betrekking op de theoretische kans op overlijden op een bepaalde plaats voor een persoon die zich een jaar lang op die plaats bevindt. Hiervoor geldt dat een kans groter dan 1 op de miljoen (10-6/jaar) onacceptabel wordt geacht. Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten(zoals de te realiseren woonlocaties) mogen niet binnen de zogenaamde 10-6 - contour worden gerealiseerd .Het groepsrisico wordt berekend tot aan de 10-8- risicocontour (de contour waarop de theoretische kans op overlijden 1 op de honderd miljoen is). Het groepsrisico is afhankelijk van het aantal personen dat zich op een bepaalde plaats bevindt: naarmate de groep mogelijke slachtoffers groter wordt, dient de kans op zo'n ongeval kleiner te zijn Het groepsrisico wordt opgesplitst in twee zones. De eerste zone loopt van de 10-6-contour naar de 10-7-contour met een aanwezigheidslimiet van 100 personen/ha. De tweede zone loopt van 10-7-contour naar de 10-8-contour met een aanwezigheidslimiet van 280 personen/ha. De berekende groepsrisicowaarden geven overigens geen grenswaarde maar een georiënteerde waarde. He bevoegd gezag kan hier gemotiveerd van afwijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervoer over de weg Op basis van de gegevens uit de Risicoatlas voor wegvervoer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat is getoetst of het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Rijksweg N65 een belemmering vormt voor het realiseren van woningen en voorzieningen op de verschillende locaties. De Rijksweg ligt echter op een afstand van circa 1,4 km van het plangebied. De locatie valt daardoor buiten de risicocontouren van de Rijksweg. Verder onderzoek naar de invloed van externe veiligheid als gevolg van vervoer van gevaarlijk transport is hierdoor niet nodig. Samenvattend kan worden geconcludeerd dat er voor de projecten geen belemmeringen zijn vanuit het oogpunt van transport van gevaarlijke stoffen over de weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervoer per spoor Het spoor ligt op een dusdanige afstand van het plangebied. Het vervoer per spoor heeft hierdoor geen invloed op het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervoer over het water Haaren is niet gelegen langs wateren waarover vervoer plaatsvindt van gevaarlijk afval. Vervoer via het water zal dus geen invloed hebben op externe veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inrichtingen Uit recente analyse van de gemeente blijkt dat er geen plaatsgebonden risico is van bedrijven in de buurt van 't Hopveld. Het enige bedrijf wat hiervoor in aanmerking zou kunnen komen is het bedrijf aan de Helvoirtseweg 11. Het gaat hierbij om een tank bij een agrarisch bedrijf welke in de categorie 0 valt en geen risico's voor de te ontwikkelen gebieden op zal leveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Consequenties:</p>\n<p class=\"lf-p\">Externe veiligheid als gevolg van vervoer over de weg, per spoor en over het water, vormt geen belemmering voor de bestemmingswijziging. Nader onderzoek naar externe veiligheid is volgens de quickscan uit februari 2006 niet noodzakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">In onderhavig bestemmingsplan is opgenomen dat op het bedrijventerrein geen risicovolle inrichtingen zijn toegelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">5Planuitgangspunten Op basis van een uitgebreide analyse van het gebied, relevant beleid en belangen van belanghebbenden en betrokkenen is voor het plangebied een stedenbouwkundig plan opgesteld. Het plan is het resultaat van een integrale visie op het gebied en is onderstaand nader beschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.1 De opgave De opgave betreft het uitbreiden van de bedrijvigheid aan weerszijden van het bestaande bedrijventerrein. Aan de zuidzijde betreft dit de open weiden. Deze locatie is bereikbaar via een doorsteek vanuit het bestaande bedrijventerrein en vanaf de Kantstraat. De tweede locatie ligt aan de noordzijde van het bestaande Hopveld in de punt tussen Kantstraat en Helvoirtseweg. De gedachte is dat hier ruimte komt voor bedrijven, die uit de bestaande kern willen vertrekken. Op die manier ontstaat binnen het bestaande dorp ruimte voor woningbouw. De noordelijke locatie ligt ingesloten tussen de twee linten en wordt omzoomd door statige bomenlanen. De ontwikkeling op deze locatie sluit aan bij de ontwikkeling van de GBM-locatie (gemeentewerk, brandweer en milieustraat), aan de overzijde van de Kantstraat. Bij de planvorming voor de uitbreiding van ’t Hopveld zijn twee belangrijke opgaven te definiëren:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het zoeken naar de meest efficiënte invulling voor de twee locaties. In Haaren is grote behoefte aan nieuwe bedrijfskavels; er is een aanzienlijke wachtlijst van ondernemers die in het bestaande dorp uit hun jas zijn gegroeid en op zoek zijn naar een nieuwe grotere bedrijfskavel. De locaties voor nieuwe bedrijvigheid zijn in Haaren echter beperkt, mede door de ligging in het Nationaal Landschap. Het verder uitbreiden van het bestaande bedrijventerrein in de driehoek tussen Oude Baan, Kantstraat en Helvoirtseweg ligt derhalve voor de hand. De twee uitbreidingslocaties aan weerszijden van 't Hopveld zijn echter weinig efficiënt van vorm en moeilijk te ontsluiten. Een belangrijk doel van de planvorming zal derhalve zijn om een slimme manier te zoeken om de twee locaties zo efficiënt mogelijk te kunnen ontwikkelen, met relatief veel uitgeefbaar bedrijventerrein, handige kavelmaten en een goede oriëntatie en uitstraling voor de verschillende bedrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daar tegenover staat dat binnen het Nationaal Landschap Het Groene Woud (zie §3.1.1) en de kleinschaligheid van het dorp Haaren een zorgvuldige ruimtelijke inpassing noodzakelijk is. Het noordelijke plangedeelte vormt de entree van het dorp en ligt prominent langs de Helvoirtseweg. En ook de zuidelijke locatie vraagt om een zorgvuldige inpassing tussen de bestaande woningen en aan de landelijke Kantstraat. Dit vraagt aandacht voor maat, schaal en korrel van de nieuwe bebouwing en voor de beeldkwaliteit van bebouwing en openbare ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2 Het stedenbouwkundig plan 5.2.1 Ontsluiting De eerste stap in het opstellen van een stedenbouwkundig plan voor de uitbreiding van 't Hopveld is het zoeken naar de meest efficiënte en logische ontsluiting voor beide gebieden. Kijkend naar de positie in het dorp ligt het voor de hand de nieuwe bedrijven te ontsluiten via de Helvoirtseweg en de Kantstraat en vooral de Oude Baan te handhaven als rustig woonlint.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het noordelijke plangedeelte heeft een beperkte breedte, de meest efficiënte manier is om de 3 à 4 nieuwe bedrijfskavels op deze locatie direct te ontsluiten op de Helvoirtseweg, vergelijkbaar met de overige agrarische en woonkavels langs deze weg. De nieuwe bedrijven krijgen daarmee een prominent adres in het dorp.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zuidelijke locatie ligt meer verborgen, ingeklemd tussen bestaande woonkavels en kan in principe alleen via een doorsteek vanuit het bestaande Hopveld ontsloten worden op de Helvoirtseweg. Dit zou echter een zeer inefficiënte situatie opleveren, waarbij de nieuw aan te leggen ontsluitingsroute een grote slinger zal moeten maken en voor een groot deel slechts aan één zijde kan worden gebruikt. Het voorstel is derhalve om een nieuwe doorsteek te maken naar de Helvoirtseweg, zodat een nieuwe inprikker ontstaat, die met een subtiele knik doorloopt tot aan de Kantstraat (zie figuur 12). Hier komt alleen een aansluiting voor langzaam verkeer. Op die manier ontstaat een efficiënte invulling van de plek, met aan weerszijden ruimte voor ongeveer 7 bedrijfskavels tussen de 2.000 en 3.000 m2 groot. Deze kavels liggen niet 'verborgen' in het gebied, maar hebben indirect een adres aan de Helvoirtseweg. In de aansluiting op het bestaande Hopveld zou nog een 8e kavel gerealiseerd kunnen worden, zodat binnen de gegeven situatie de meest efficiënte invulling wordt bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 12: Een efficiënte indeling door een nieuwe doorsteek naar de Helvoirtseweg 5.2.2 Inpassing nieuwe functies De tweede stap is het inpassen van de nieuwe bedrijven in de dorpse schaal van Haaren en de landelijke setting van het gebied. De omliggende linten spelen daarbij een belangrijke rol. De lintbebouwing bepaalt in Haaren voor een belangrijk deel het karakteristieke dorpse karakter en moet derhalve worden gekoesterd. Linten vormen de 'voorkanten' van het gebied, juist hier zal aandacht moeten zijn voor de beeldkwaliteit en aansluiting. Uitgangspunt is dat ieder lint zijn eigen karakter behoudt:</p>\n<p class=\"lf-p\">De Oude Baan blijft een kleinschalig woonlint en markeert de overgang tussen dorp en bedrijventerrein. Langs de Oude Baan wordt daarom ingezet op het afmaken van het woonlint met vrijstaande woningen op royale kavels.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Kantstraat blijft een landelijk en groen lint, met een afwisseling van wonen, werken en groen. Een relatief kleinschalige bebouwing langs een informeel straatprofiel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Helvoirtseweg is de hoofdentree van het dorp, hier presenteren de bedrijven zich direct of indirect. De bebouwing sluit aan bij de karakteristieke dorpse opbouw van de bestaande agrarische bedrijfskavels, met een representatief en kleinschalig gebouw en tuin op de voorkavel en een grootschaligere loods daar achter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen uitgangspunt is dat de nieuwe bebouwing in maat, schaal en korrel en in architectuur en beeldkwaliteit aansluiting zoekt bij de bestaande kleinschalige lintbebouwing en deze bij voorkeur versterkt. Langs de Oude Baan en het eerste deel van de Helvoirtseweg gebeurt dit door middel van een bebouwingslint van vrijstaande woningen. Ter plaatse van het noordelijke plandeel en langs de Kantstraat sluiten de bedrijfskavels op sommige plekken direct aan op de linten. Hier wordt ingezet op een 'representatieve zone' van 15 m diep. In deze zone bevinden zich alleen de representatieve functies als kantoren, etalages, balie en entree. De bedrijven oriënteren zich op de linten, de rooilijn ligt iets terug zodat een royale voortuin ontstaat. De bebouwing is kleinschalig, afwisselend en heeft een hoogwaardige uitstraling, vergelijkbaar met de woonlinten in de omgeving. Inspiratie vormt zoals gezegd de ruimtelijke opbouw van de bestaande agrarische kavels, met voor- en achterkavel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doel is dat rond het driehoekige plangebied een hoogwaardige en typisch dorpse rand van kleinschalige lintbebouwing ontstaat. In het gebied dat omsloten wordt door deze hoogwaardige rand is de uitstraling van bedrijven en openbare ruimte van minder groot belang en is meer vrijheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 13: De linten als ruimtelijke drager van de nieuwe ontwikkelingen Figuur 14: Directe en indirecte oriëntatie van de kavels op de omliggende linten Het parkeren gebeurt in het gehele gebied op eigen terrein, achter de (representatieve) bebouwing. Daarmee domineren de auto's niet het beeld van de openbare ruimte en kan het oppervlakte van het verhard openbaar gebied beperkt blijven. Dit biedt tevens de mogelijkheid de huidige profielopbouw van de linten zoveel mogelijk te handhaven en het groene karakter van het gebied te continueren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 15: Principe agrarische kavels langs de Helvoirtseweg Bij het noordelijke plangedeelte verdienen twee plekken nog specifieke aandacht:</p>\n<p class=\"lf-p\">De aansluiting van deze noordelijke locatie op de Kantstraat. De locatie is te smal om zowel aan de Helvoirtseweg als aan de Kantstraat voorzijden en entrees te positioneren. Aan de Kantstraat zijn de achterzijden van de bedrijven derhalve onvermijdelijk. Om te voorkomen dat het beeld hier gedomineerd gaat worden door blinde gevels van de bedrijfspanden, of de rommelige aanblik van buitenopslag of parkeren, is er gekozen om deze zijde in te pakken in het groen. Een 8 m brede strook van opgaand groen flankeert de Kantstraat en verzorgt een groene afscherming van de bedrijfskavels. Het groen sluit aan bij de bestaande windsingels en bomenlanen en versterkt het groene karakter van de Kantstraat. Het maakt het tevens mogelijk de bestaande waardevolle laanbeplanting te behouden c.q. te vernieuwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kop van het noordelijke plangedeelte. Deze prominente plek in de oksel van de aansluiting van de Kantstraat op de Helvoirtseweg vormt met de nieuwe milieustraat en brandweerkazerne feitelijk de nieuwe entree van het dorp; een prominente zichtlocatie. Een architectonisch accent is hier op zijn plaats; de uitstraling van de bebouwing is cruciaal en vraagt om nadrukkelijke aandacht voor de architectuur. Hier liggen kansen om Haaren een nieuw gezicht te geven. Een tweezijdig, spetterend gebouw, dat als een trotse poortwachter de bezoekers het dorp in leidt. Echter ook hier moet de dorpse en groene kwaliteit van Haaren gekoesterd worden. Juist op deze prominente plek zijn de kleinschalige maat en schaal belangrijk. Geen groot en massaal complex, maar een subtiel en hoogwaardig gebouw dat zich naadloos voegt in het lint van Haaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovenstaande heeft geleid tot een stedenbouwkundig plan op hoofdlijnen dat is opgenomen op de volgende pagina.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 16: Stedenbouwkundig ontwerp ’t Hopveld Figuur 17: dwarsdoorsneden 't Hopveld (profiel 1 t/m 5 refereert naar het ontwerp in figuur 16) 5.3 Beeldkwaliteit Deze paragraaf beschrijft de eisen die worden gesteld aan de beeldkwaliteit binnen de verschillende deelgebieden van 't Hopveld II.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3.1 Bebouwing In de beeldkwaliteit van ’t Hopveld zijn twee zones te onderscheiden, vergelijkbaar met de karakteristieke indeling van de agrarische kavels langs de Helvoirtseweg; een hoogwaardige zone aan de straatzijde en een meer ingetogen zone voor loodsen en bedrijfshallen daarachter.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoogwaardige zone ligt langs de drie omsluitende linten. Hier zoekt de nieuwe bebouwing een aansluiting bij de bestaande kleinschalige en dorpse lintbebouwing. Er zijn twee oplossingen te onderscheiden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het woonlint Langs de Oude Baan en een deel van de Helvoirtseweg wordt ingezet op het vervolmaken van het woonlint. De bestaande woonkavels worden aangevuld met nieuwe vrijstaande woningen, variërend één en twee lagen met een kap, zodat een continue lintbebouwing ontstaat als afronding van het dorp. De maat, schaal en korrel van deze nieuwe woningen is hetzelfde als die van de bestaande woningen en daarmee uitgesproken kleinschalig en dorps.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nieuwe woningen krijgen een royale voortuin van minimaal 5 m en één rooilijn. Elke woning is anders dan de woning daarnaast, bijvoorbeeld doordat de kapvorm of richting varieert, of doordat het basisvolume van de woning anders is. De woningen verschillen derhalve, maar zijn wel één herkenbare familie, door een samenhangend materiaal- en kleurgebruik; een pallet van rode bakstenen en grijze pannenkappen. De architectuur van de woningen kan variëren, maar zoekt duidelijk en ingetogen aansluiting bij de architectuur van de bestaande woningen. Het parkeren gebeurt op eigen terrein, achter de voorgevelrooilijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inspiraties woonlint Het werklint Langs de Kantstraat en de Helvoirtseweg ter plaatse van het noordelijke plandeel is geen ruimte voor een rand met afschermende woningen en liggen de bedrijven direct aan het lint. Hier is gekozen voor een representatieve zone van 15 m diep, vergelijkbaar met het principe van de agrarische kavels langs de Helvoirtseweg. In deze zone is ruimte voor bedrijven, maar alleen de representatieve onderdelen daarvan, zoals kantoor, balie en/of etalage. De entree van de bedrijven ligt aan de Kantstraat en het parkeren gebeurt op eigen terrein achter de voorgevelrooilijn. De expeditie vindt echter alleen plaats via de Helvoirtseweg, vrachtverkeer is ongewenst op het bescheiden profiel van de Kantstraat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De functie is weliswaar anders, maar de bebouwing in deze representatieve zone sluit in maat, schaal en korrel aan bij het verderop gelegen woonlint. De maximale gevellengte in deze zone is 20 m en de hoogte varieert tussen de 4 en 6 m met kap; een kleinschalig en afwisselend beeld. Royale voor- en zijtuinen bepalen hier het aangezicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook in materiaalgebruik en architectuur zoekt de bedrijfsbebouwing in de representatieve zone aansluiting bij de bestaande woonlinten in Haaren; hoogwaardige materialen als baksteen en pannenkappen en een woningachtige gevelindeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inspiraties werklint Het binnengebied In het door de linten omsloten binnengebied gelden minder strikte beeldkwaliteitseisen. Achter de woningen en representatieve bedrijfsdelen is ruimte voor efficiënte bedrijfshallen en –loodsen. De richtlijnen zijn hier wat algemener en beperken zich tot:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maximale goothoogte van 6 m en een maximale nokhoogte van 10 m.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een maximale boeibordhoogte van 7,5 m indien het gebouw voorzien wordt van een platte afdekking en geen kap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minimaal 3 m afstand tot de aanliggende kavelgrenzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Entree aan de straatzijde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Parkeren op eigen terrein, bij voorkeur achter de voorgevelrooilijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Buitenopslag aan de achterzijde van het gebouw, uit het zicht van de openbare ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als inspiratie voor de architectuur van deze bedrijfshallen kan het bestaande bedrijfspand van Boom Standbouw genoemd worden; ingetogen materiaal- en kleurgebruik en mooie verhoudingen in de gevelopzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inspiratie binnengebied 5.3.2 Openbare ruimte Voor de beeldkwaliteit van de openbare ruimte gelden eenvoudige richtlijnen. Allereerst is het uitgangspunt om de bestaande inrichting en opzet van de profielen van de omliggende linten zoveel mogelijk te handhaven. Dat willen zeggen dat de groene begeleiding en de informele en dorpse inrichting van de Oude Baan en Kantstraat ongewijzigd blijven. Met de nieuwe ontwikkelingen rond 't Hopveld wordt de Helvoirtseweg voor een gedeelte binnen de bebouwde kom gebracht, waarbij het profiel in overeenstemming wordt gebracht met een 30 km/uur-zone. Op die manier kan de maximale snelheid worden teruggebracht en de veiligheid vergroot. Ter plaatse van het noordelijke plandeel zullen twee of drie extra in- en uitritten voor de nieuwe bedrijven worden gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nieuwe inprikker van de Helvoirtseweg naar de Kantstraat kan net als de bestaande inprikker een informele weg worden, met een brede rijbaan en rabatstroken aan weerszijden. Een aardige aanvulling ten opzichte van de bestaande inprikker zou kunnen zijn om rond deze nieuwe weg in te zetten op een groene aankleding, in de vorm van hagen en af een toe een boom. Dit is een relatief eenvoudige en goedkope manier om de uitstraling van de openbare ruimte en de verschillende bedrijven hier te vergroten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handhaven huidige inrichting openbare ruimte Vergroenen inprikker 6Plansystematiek Dit hoofdstuk geeft inzicht in de wijze waarop de ontwikkeling van 't Hopveld is vertaald in juridisch bindende regels, c.q. planregels, met hieraan gekoppeld een plankaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en regels over de toegelaten gebouwen. De plankaart heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de planregels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en planregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.1 Indeling van de regels De regels zijn, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen, ingedeeld in vier hoofdstukken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk I bevat de inleidende regels en bevat 2 artikelen. Het eerste artikel geeft een omschrijving van enkele in de regels gehanteerde begrippen. Door middel van dit artikel wordt vastgelegd wat onder een bepaald begrip moet worden verstaan. Dit kan ruimer of beperkter zijn dan in het normale spraakgebruik. Het tweede artikel geeft aan hoe ten aanzien van maten, oppervlakte en inhoud gemeten moet worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk II worden de verschillende bestemmingen behandeld. Per bestemming wordt aangegeven welke doeleinden zijn toegelaten op de gronden en wat en hoe er mag worden gebouwd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk III bevat de algemene regels. Dit zijn onder meer de ontheffingsmogelijk¬heden, wijzigingsbevoegdheden .</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk IV bevat de overgangs-en slotregels.</h3>\n<p class=\"lf-p\">6.2 De regels Onderstaand is een korte toelichting opgenomen van de in de regels opgenomen bestemmingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2.1 Bestemmingen De regels in verband met de bestemmingen kennen allen een min of meer gelijke opbouw en bestaan in ieder geval uit bestemmingsregels en bouwregels. Voor enkele bestemmingen zijn daarbij bijzondere gebruiksregels opgenomen en/of een ontheffingsbevoegdheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bestemmingsregels betreffen de centrale bepaling van elke bestemming. Het betreft een omschrijving waarin limitatief de functies worden genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan. In een aantal gevallen is een specificering opgenomen van de toegestane functie, welke correspondeert met aanduidingen op de plankaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsregels. Ook het gebruik van grond en bebouwing is gekoppeld aan de bestemmingsregels. In de bouwregels staan uitsluitend regels die betrekking hebben op het bouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwregels zijn dan ook alleen van toepassing bij de toetsing van aanvragen om bouwvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontheffingsbevoegdheden zijn gebaseerd op artikel 3.6 lid 1 c Wro en geven burgemeester en wethouders de bevoegdheid om onder voorwaarden ontheffing te verlenen van een specifieke regel. In de bijzondere gebruiksregels wordt uitdrukkelijk bepaald welke gebruiksactiviteiten in elk geval onder het algemene gebruiksverbod in artikel 15 (algemene gebruiksregels) vallen. Bijzondere gebruiksregels vormen derhalve een nadere concretisering van artikel 15 en een inperking van de bestemmingsregels.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span><span class=\"lf-art-t\">Agrarisch (A)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor het merendeel van de gronden ten noorden van de Kantstraat is de bestemming Agrarisch opgenomen. Hierbij is aangesloten op de plansystematiek en de gebruiks- en bouwmogelijkheden zoals die zijn opgenomen in het bestemmingsplan voor het buitengebied dat momenteel in procedure is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de Kantstraat 11 is nog sprake van een functionerend agrarisch bedrijf. De percelen die agrarisch in gebruik zijn, worden als zodanig bestemd. Binnen deze bestemming is een bouwvlak onderscheiden, waarbinnen de bebouwing zich mag bevinden. De bestemming is flexibel van opzet. In de bestemmingsomschrijving staat de agrarische functie voorop, maar worden andere (ondergeschikte) functies mogelijk gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bouwen ten behoeve van het agrarisch bedrijf is alleen toegestaan binnen het aangegeven bouwvlak. In principe dienen alle bouwwerken, inclusief mesten sleufsilo's, binnen het bouwvlak geconcentreerd te worden. Per agrarisch bouwvlak is één bedrijf toegestaan en één bedrijfswoning. Per woning zijn bijgebouwen toegestaan tot een maximum van 100 m².</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen deze beperking van de oppervlakte van het bouwvlak wordt de nodige flexibiliteit bewerkstelligd door middel van een wijzigingsbevoegdheid voor gedeeltelijke verlegging van het bouwvlak (hoepelbepaling).</p>\n<p class=\"lf-p\">In de agrarische sector werken veel buitenlandse werknemers die ook huisvesting nodig hebben. Er wordt onderscheid tussen tijdelijke en structurele huisvesting van tijdelijke werknemers. Voor de piekbelasting, de extra behoefte in de zaai-, poot- en oogstperiode is tijdelijke huisvesting op het agrarisch bedrijf mogelijk. 'Tijdelijk' betreft hier een periode van maximaal 6 maanden. Gedurende deze periode mag de agrarische ondernemer tijdelijke huisvesting aanbieden. Dit is geregeld met een ontheffing. De voorzieningen dienen te worden opgericht in bestaande (bedrijfs)bebouwing tot een maximum van 300 m². Stacaravans en woonunits zijn bedrijfsgebouwen. Hierbinnen is dus ook de tijdelijke huisvesting mogelijk. Huisvesting langer dan 6 maanden wordt gezien als structureel.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het plan is een ontheffingsregeling opgenomen voor het tijdelijk toestaan van een extra zelfstandige woonruimte in of aan de bestaande bedrijfswoning in verband met sociale, verzorgings- of sociaal-economische redenen. Bijvoorbeeld ten behoeve van de nog meewerkende boer (inwoning), in de periode dat het bedrijf wordt overgenomen door een opvolger. De oppervlakte van de extra zelfstandige woonruimte mag maximaal 80 m² zijn. Indien de noodzaak tot mantelzorg niet meer noodzakelijk is, is B&amp;W bevoegd om de ontheffing in te trekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanouds zijn agrarische bedrijven gericht op het verkrijgen van een gezinsinkomen door middel van de teelt van gewassen en/of het houden van vee. De laatste jaren richten agrarische bedrijven zich in toenemende mate ook op andere dan deze reguliere agrarische activiteiten (o.a. zorgboerderij, agro-toerisme, detailhandel en bewerking van agrarische producten etc). De neventakken zijn niet per definitie agrarisch gelieerd kan de agrariër in staat stellen om de agrarische activiteiten -de kernactiviteiten- voort te zetten. De kleinschalige activiteiten zijn met toepassing van een ontheffing binnen het bouwperceel toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenslotte is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen naar de bestemming Wonen indien het agrarische bedrijf wordt beëindigd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span><span class=\"lf-art-t\">Bedrijf (B)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bestemming is toegekend aan de bestaande bedrijven en de nieuwe bedrijven op 't Hopveld, niet zijnde horeca of detailhandelsbedrijven dan wel bedrijven of instellingen op het gebied van zakelijke of maatschappelijke dienstverlening, gelegen binnen het plangebied. Uitgezonderd zijn tevens geluidszoneringsplichtige inrichtingen alsmede bedrijven die vallen onder het Bevi of het Brzo.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien de ligging van de bedrijvigheid grenzend aan de kern op het bedrijventerrein is de vestiging van bedrijvigheid beperkt tot de vestiging van bedrijvigheid in de milieucategorieën 2 en 3.1. Hiervoor zijn de aanduidingen '(b&lt;…) - bedrijf tot en met categorie …' opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daar waar reeds bedrijfswoningen aanwezig zijn, zijn deze binnen de bestemming positief bestemd. Tevens is de mogelijkheid om bedrijfswoningen op te richten op twee locaties aan de Helvoirtseweg.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanduiding (sb-rz) is opgenomen voor de gronden aan de Kantstraat en aan de Helvoirtseweg (noordelijke plangedeelte). Deze representatieve zone kent specifieke gebruiks- en bouwmogelijkheden. Het is de bedoeling dat in deze zone representatieve gebouwen worden gebouwd (o.a. kantoren behorend bij bedrijfsvoering). Enerzijds is in de regels geregeld dat kantooractiviteiten van de aangrenzende bedrijfspercelen in deze zone moeten worden gerealiseerd. Anderzijds is voor deze gronden een bebouwingspercentage van 50% opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de bestemming Bedrijf zijn hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde toegestaan. Gebouwen (zowel hoofdgebouwen als bijgebouwen) zijn uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak toegestaan. Aanvullend is bepaald dat hoofdgebouwen op een afstand van minimaal 3 m van de bestemming Wonen dienen te worden gebouwd. Binnen deze afstand zijn evenwel bedrijfsgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot een hoogte van maximaal 3 m toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook de toegestane goot- en bouwhoogte en het bebouwingspercentage is aangegeven. In principe is de toegestane goot- en bouwhoogte vastgelegd op respectievelijk 6 en 10 m. Hiervan kan worden afgeweken indien gebouwd wordt met een plat dak. Op dat moment is een boeibordhoogte van 7,5 m toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is verder een ontheffingsbevoegdheid opgenomen voor het toestaan van een ander bedrijf mits de aard en de omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt gelijk kan worden gesteld met een bedrijf genoemd in de betreffende categorie. Voorts is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen op basis waarvan een bedrijf toegestaan kan worden dat is opgenomen in de naasthogere categorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten dan ter plaatse is toegestaan, dan wel een bedrijf dat wat betreft de aard en de omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt gelijk gesteld kan worden met een bedrijf van die naasthogere categorie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen deze bestemming is een deel van het noordelijk plangedeelte aangegeven met de aanduiding 'wro - zone - ontheffingsgebied'. Hiervoor is een ontheffingsbevoegdheid opgenomen voor het dichter bouwen bij de bomen. Hieraan zijn wel enkele voorwaarden gekoppeld, waaronder het verbeteren van de grond.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5</span><span class=\"lf-art-t\">Groen (G)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De bestemming Groen is overeenkomstig het huidige gebruik gelegd op verschillende plantsoenen, groenstroken en overige aanplanten binnen het plangebied, die kunnen worden aangemerkt als structureel groen. Gebouwen zijn binnen deze bestemming niet toegestaan. Ter plaatse van de Kantstraat is binnen deze bestemming een tweetal aanduidingen opgenomen. De aanduiding (cos) is bedoeld om de gronden te kunnen gebruiken/ inrichten als calamiteitenontsluiting voor het bedrijventerrein. De aanduiding (os) is bedoeld om de gronden te kunnen gebruiken/ inrichten als ontsluiting van het aangrenzende bedrijfsperceel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span><span class=\"lf-art-t\">Tuin (T)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voor Tuin aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In de regels is een erkerregeling opgenomen en daarnaast een ontheffingsbevoegdheid ten behoeve van het oprichten van een overkapping.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span><span class=\"lf-art-t\">Verkeer (V)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gronden voor Verkeer aangewezen zijn bestemd voor wegen en straten, wandel- en fietspaden, parkeer-, groen- en speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8</span><span class=\"lf-art-t\">Wonen (W)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gronden met de bestemming Wonen zijn bestemd voor woningen met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven en daarnaast aan huis gebonden beroepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aantal woningen binnen de bestemming mag niet meer bedragen dan het aantal, ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp van het plan, aanwezige woningen, met dien verstande dat voor zover op gronden ten tijde van de tervisielegging van dit plan nog geen woningen aanwezig zijn, het op de plankaart aangegeven maximaal aantal woningen als maximum geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de plankaart zijn bouwvlakken aangegeven, waarbinnen de hoofdgebouwen moeten worden gesitueerd. Hoofdregel is dat het hoofdgebouw het volledige bouwvlak mag beslaan. Om stedenbouwkundig ongewenste situaties te voorkomen, zijn in de regels wel enkele nuanceringen aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijgebouwen zijn zowel binnen als buiten het bouwvlak toegestaan. Bepaald is dat maximaal 50% van de gronden buiten het bouwvlak bebouwd mogen worden met bijgebouwen. Het aantal toegestane m² aan bijgebouwen is gekoppeld aan de grootte van het bouwperceel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per bouwvlak is de maximale toegestane goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen aangegeven op de plankaart. Voor de bijgebouwen geldt altijd een maximale goothoogte van 3,25 m. De maximale bouwhoogte mag maximaal de bouwhoogte van het hoofdgebouw - 2 m zijn, waarbij geldt dat de bouwhoogte in ieder geval 3 m mag bedragen en maximaal 5,5 m. Vervolgens zijn middels ontheffing aan huis gebonden bedrijven mogelijk gemaakt. Daarbij wordt uitdrukkelijk als voorwaarde gesteld dat de woonfunctie als overwegende functie gehandhaafd dient te blijven. Ook is een ontheffing opgenomen voor het gebruik van een (vrijstaand) bijgebouw als afhankelijke woonruimte. Tenslotte is het onder voorwaarden ook mogelijk om middels een ontheffing ruimten te gebruiken voor een 'bed and breakfast', maar ook om mantelzorg toe te staan binnen deze bestemming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woningsplitsing (verbouwen tot twee afzonderlijke, zelfstandige woningen, met eigen voordeuren, eigen huisnummers etc.) is uitsluitend toegestaan op twee locaties binnen het plangebied en zijn als zodanig aangegeven met de aanduiding (specifieke vorm van wonen - woningsplitsing). Woningsplitsing in maximaal twee woningen is hier toegestaan, mits de wooneenheden in één bouwmassa (de bestaande bouwmassa) blijven. Eenmaal gesplitste woningen mogen niet verder uitbreiden. Toevoeging van burgerwoningen door splitsing van gebouwen is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.2.2 Dubbelbestemmingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9</span><span class=\"lf-art-t\">Leiding - Water</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor een klein deel van het plangebied geldt de dubbelbestemming \"Leiding - Water\". Deze gronden zijn primair bestemd voor de aanwezige leiding en de bijbehorende zakelijk rechtstroken. Bouwwerken en werken zijn uitsluitend toegestaan met respectievelijk een ontheffing of een aanlegvergunning indien de belangen van de leiding niet worden geschaad.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10</span><span class=\"lf-art-t\">Waarde - Archeologie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aangezien een deel van het plangebied nog niet is onderzocht op de aanwezigheid van archeologische resten, is voor dat deel de dubbelbestemming \"Archeologisch waardevol gebied\" opgenomen. In de regels van deze dubbelbestemming is aangegeven wat is toegestaan. Zo is bouwen in principe verboden. Hiervan kan ontheffing worden verleend indien door middel van een archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn óf dat de archeologische waarden in voldoende mate zijn vastgesteld/gewaarborgd. Hetzelfde geldt voor een aantal werken en werkzaamheden. In de dubbelbestemming geldt verder een aanlegvergunningplicht indien grondroerende werkzaamheden op een bepaalde diepte worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">7Economische uitvoerbaarheid Ten behoeve van de economische uitvoerbaarheid wordt voor de uitbreiding van het bedrijventerrein 't Hopveld een exploitatieopzet opgesteld door de gemeente Haaren. Hierin zijn de baten en de lasten van het gehele plangebied (met uitzondering van de bestaande bedrijven en woningen) uitgewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente heeft het voornemen om de verwerving en de ontwikkeling van de gronden door middel van anterieure overeenkomsten te regelen. Dit is ook als zodanig geregeld. Er wordt geen gebruikgemaakt van de mogelijkheid om publiekrechtelijke instrumenten, zoals het exploitatieplan in de Wet ruimtelijke ordening, hiervoor in te zetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het maatschappelijke belang en de onderhandelingsgevoeligheid zijn de exploitatieopzet en de anterieure overeenkomsten overigens vertrouwelijke documenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">8Maatschappelijke uitvoerbaarheid Dit hoofdstuk beschrijft de wijze waarop de bevolking (in- en omwonenden van het plangebied) bij het planproces zijn betrokken. Daarnaast is aandacht voor de inspraak- en overlegprocedure die is doorlopen voor het zekerstellen van de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voorontwerpbestemmingsplan 'Bedrijventerrein 't Hopveld - Haaren'.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.1 Bevolkingscontact 8.1.1 Informatieavond Voorafgaand aan de formele planprocedure heeft op 26 maart 2007 een informele informatiebijeenkomst plaatsgevonden waarin het voornemen is gepresenteerd om 't Hopveld uit te breiden. Het voornemen is tijdens deze bijeenkomst positief ontvangen. Dit heeft de gemeente Haaren vertrouwen gegeven voor het opstarten van de verdere planvorming voor 't Hopveld.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.1.2 Inspraak Ingevolge de inspraakverordening is het voorontwerpbestemmingsplan 'Bedrijventerrein 't Hopveld' voor de inwoners van de gemeente Haaren en voor de in de gemeente een belang hebbende natuurlijke- en rechtspersonen ter inzage worden gelegd voor een periode van 8 weken. De gebruikelijke termijn van 6 weken is verlengd in verband met de zomervakantie. Gedurende de inspraakperiode zijn inspraakreacties ten aanzien van het voorontwerpbestemmingsplan naar voren worden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de samenvatting van de inspraakreacties, de beantwoording en de consequenties voor het bestemmingsplan wordt verwezen naar het afzonderlijke rapport Nota Inspraak en Overleg.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.2 Overleg In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 10 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) is het voorontwerpbestemmingsplan 'Bedrijventerrein 't Hopveld - Haaren' voorgelegd aan de relevante vooroverleginstanties. In dit kader heeft de provincie Noord-Brabant, de VROM-Inspectie Regio Zuid, het Waterschap De Dommel en Brabant Water N.V. gereageerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de samenvatting van de reacties, de beantwoording en de consequenties voor het bestemmingsplan wordt verwezen naar het afzonderlijke rapport Nota Inspraak en Overleg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 15Beeldkwaliteitplan Vogelenzang, Haaren De Welstandscommissie van de SRE Milieudienst heeft in haar welstandsadvies van 29 augustus 2012 aangegeven dat de ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van het beeldkwaliteitsplan. Wel adviseert zij dringend de woning op de hoekkavel te draaien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit advies is opgevolgd, het stedenbouwkundig plan is hierop aangepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 12 juni 2013 is de stedenbouwkundige schets op nieuwe aan Welstand voorgelegd. Welstand was akkoord op 2 kleine punten na. Deze zijn aangepast in het nieuwste stedenbouwkundige schets.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1.2 Functioneel Met de herontwikkeling van het plangebied verdwijnt de huidige agrarische functie en komt er een woonfunctie voor in de plaats. Deze functie sluit aan op de directe omgeving van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2 Beeldkwaliteit 3.2.1 Nieuwe woningen Vogelenzang Ruimtelijke aspecten, zoals hoogte en situering van de bebouwing, de ontsluiting en de situering van groen, zijn geregeld in een bestemmingsplan. De identiteit van het ontwerp en andere meer architectonische aspecten die niet in het bestemmingsplan kunnen worden geregeld, zijn geregeld door middel van beeldkwaliteit criteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door Croonen Adviseurs zijn voor de herontwikkeling van het plangebied dergelijke beeldkwaliteit criteria opgesteld. Deze criteria worden vastgesteld als onderdeel van de welstandsnota van de gemeente Haaren. De beeldkwaliteit criteria zijn hierna opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2.2 Beeldkwaliteitparagraaf Deze beeldkwaliteitparagraaf, voor de ontwikkeling van de drie Ruimte-voor-Ruimtewoningen en een seniorenwoning, geeft in woord en beeld de uitgangspunten aan voor het te ontwikkelen stedenbouwkundige en architectonische ontwerp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veel ruimtelijke aspecten, zoals hoogte en situering van de bebouwing en situering van de ontsluiting en groen, zijn geregeld in het bestemmingsplan. Het beeldkwaliteitplan richt zich op aspecten, die niet in het bestemmingsplan te regelen zijn en geeft de kaders aan voor de uiterlijke verschijningsvorm van de bebouwing in het plangebied. Het beeldkwaliteitplan gaat in op zaken als sfeer en kleur- en materiaalgebruik. Uiteindelijk is het een hulpmiddel c.q. inspiratiekader om tot een passende architectuur van de bebouwing en een passende inrichting van het plangebied te komen. Door de welstandscommissie kan het worden gebruikt als toetsingskader bij de beoordeling van bouwplannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een kwalitatief hoogwaardige ruimtelijke inpassing van bovenstaande vier woningen zijn de volgende beeldkwaliteit eisen geformuleerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Situering en oriëntatie De woningen staan in een losse stedenbouwkundige structuur met een verspringende rooilijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Losstaande bijgebouwen plaatsen achter het hoofdvolume.</p>\n<p class=\"lf-p\">Architectuur, bouwmassa en dakvorm Eigentijdse landelijke architectuur met ingetogen vormgeving en materiaalgebruik (geen uitgesproken architectuur).</p>\n<p class=\"lf-p\">De architectuur sluit aan op de dorpse context van de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een eenduidig concept waarbij de architectuur, compositie, materiaalgebruik en detaillering een samenhangend geheel vormen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrijstaande woningen zijn individueel afleesbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan- uit en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en zijn qua maat, schaal en kleurgebruik afgestemd op het hoofdvolume.</p>\n<p class=\"lf-p\">De woonbebouwing bestaat uit 1 tot 1,5 bouwlaag met kap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De woningbouwvolumes hebben een duidelijke hoofdmassa met een kap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het zadeldak is de hoofdvorm eventueel met wolfeinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dakkapellen zijn qua grootte ondergeschikt aan het dak en dienen onder in het dakvlak te worden geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Erfafscheidingen De erfafscheiding moet passen binnen het open en groene karakter van de agrarische omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De erfafscheiding bij voortuinen uitvoeren als een lage haag van een inheemse soort.</p>\n<p class=\"lf-p\">De erfafscheiding aan de achterzijde en op plaatsen waar achtertuinen aan het openbaar gebied grenzen bij voorkeur uit te voeren als opgaande hagen of houtwallen (inheemse soorten). Open gaas- en hekwerken zijn toegestaan, mits zorgvuldig ingepast (gesloten hekwerken zijn niet toegestaan).</p>\n<p class=\"lf-p\">Materiaal, kleur en detaillering Natuurlijk materiaalgebruik (baksteen en hout) is het uitgangspunt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het basismateriaal voor de gevels is baksteen (natuurlijke kleuren).</p>\n<p class=\"lf-p\">Accenten uitvoeren in natuurlijke materialen zoals hout en glas.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan- en bijgebouwen zijn in materiaal en kleur afgestemd op de hoofdmassa.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een veelheid van materiaalgebruik per volume dient te worden vermeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het basismateriaal bij dakvlakken zijn keramische pannen (glanzende of geglazuurde pannen zijn niet toegestaan). De kleur van de dakbedekking is zwart of antraciet. Bij het gebruik van riet mag hiervan worden afgeweken, in dat geval is de natuurlijke kleur van riet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kleurpalet is ingetogen (natuurlijke kleuren), felle kleuren zijn niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2.3 Woning Vogelenzang 3A Voor de woning Vogelenzang 3A is reeds een ontwerp gemaakt passend binnen bovenstaande beeldkwaliteitseisen. In onderstaande figuren is het ontwerp zichtbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 16Beeldkwaliteitplan Kerkeind 21, Haaren 1.INLEIDING 1.1.Aanleiding De gemeente Haaren heeft het verzoek gekregen van een particulier voor het mogen oprichten van een woning op een open plek tussen de lintbebouwing ten zuiden van het Kerkeind in de bebouwde kom van de kern Haaren. Het betreft de nieuwbouw van een vrijstaande seniorenwoning met bijbehorende bijgebouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente is bereid medewerking te verlenen aan het realiseren van een nultredenwoning, door het bestemmingsplan voor de gronden in het plangebied te herzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.2.Ligging plangebied Het plangebied is gelegen aan de zuidwestzijde van de kern Haaren tussen de lintbebouwing ten zuiden van het Kerkeind. Het Kerkeind is onderdeel van de doorgaande route door het dorp en vormt de verbinding met de kern Oisterwijk in het zuidwesten en de kern Helvoirt in het noorden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Globale begrenzing plangebied (rode omkadering) Bron: http://maps.google.nl Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.3.Geldend bestemmingsplan Voor de gronden in het plangebied geldt op dit moment het bestemmingsplan ‘Kom Haaren’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Haaren op 18 april 2013.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plangebied heeft de bestemming ‘Agrarisch’ zonder bouwvlak. De bouw van een seniorenwoning met bijgebouw is binnen deze bestemming niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitsnede verbeelding ter hoogte van het plangebied met begrenzing plangebied (rode omkadering) Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken zal het geldende bestemmingsplan voor de gronden in het plangebied herzien moeten worden ex artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro).</p>\n<p class=\"lf-p\">1.4.Leeswijzer Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie in het plangebied beschreven; in hoofdstuk 3 volgt een beschrijving van het ruimtelijke beleidskader dat van toepassing is op het bestemmingsplan; in hoofdstuk 4 wordt het voorgenomen plan beschreven; in hoofdstuk 5 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod; in hoofdstuk 6 volgt de beschrijving van het juridische deel van het plan; in hoofdstuk 7 komt de economische uitvoerbaarheid aan bod; in hoofdstuk 8 tenslotte worden de resultaten uit overleg en inspraak besproken en behandeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.BESTAANDE SITUATIE 2.1.Historie De kern Haaren is ontstaan op de hoge dekzandrug nabij het beekdal van de Ruijsbossche Waterloop en heeft zich als lintdorp ontwikkeld langs de linten ‘Helvoirtseweg - Groenplein - Kerkstraat - Langeweg – Kerkeind’ en ‘Driehoeven - Haarendijk - Eind'. De ruimtelijke structuur van Haaren laat duidelijk zien dat de kern meerdere locaties heeft gekend. Van de nederzetting ‘Kerkeind’ is de oorspronkelijke verkavelingstructuur ongewijzigd. Ook de bochtige verkeersstructuur is nog aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Kerkeind is onderdeel van het lint dat verder wordt gevormd door de Langeweg, Kerkstraat, Groenplein en de Helvoirtseweg. Dit lint vormt de doorgaande verbinding tussen Helvoirt en Oisterwijk. Van oudsher sluiten diverse (zand)wegen aan vanuit het buitengebied op dit dorpslint. Langs het lint (en de zandwegen) is de bebouwing organisch gegroeid en zijn de verschillende locaties met elkaar verbonden. Tussen de verschillende woningen heeft in de loop van de tijd tevens enige verdichting plaatsgevonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De doorgaande functie en het bebouwingsbeeld, maken dat het lint een belangrijke ruimtelijke drager van het dorp is. Dit wordt verder versterkt door de ligging van historische bebouwing, diverse voorzieningen en het winkelhart. Aan het Kerkeind staat nog de uit 1472 stammende toren van de Sint Lambertuskerk. Aangezien de kerk in een zeer bouwvallige staat verkeerde werd in 1853 een groot deel van het gebouw afgebroken. Alleen de huidige toren staat nog overeind.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2.Ruimtelijke &amp; functionele structuur Omgeving De organisch gegroeide lintstructuur uit zich in een losse bebouwingstructuur met hoofdzakelijk (half)vrijstaande woningen. De rooilijnen, oriëntatie (haaks of evenwijdig aan de weg), goot- en bouwhoogten en de vormgeving variëren, waardoor een kleinschalig en gedifferentieerd bebouwingsbeeld ontstaat. De bebouwing langs het lint heeft een overwegend traditioneel karakter. Tussen het lint en de hierop aansluitende (zand)wegen is het dorp min of meer planmatig gegroeid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook in de directe omgeving van het plangebied komen voornamelijk (half)vrijstaande woningen voor. Direct ten noorden van het plangebied bevindt zich daarnaast een garagebedrijf, met ten oosten daarvan (recht tegenover het plangebied) een bedrijfswoning (gemeentelijk monument). Hieronder een impressie van de bedrijfswoning en het garagebedrijf:</p>\n<p class=\"lf-p\">Direct ten oosten van het plangebied bevindt zich ook een gemeentelijk monument op het perceel Kerkeind 17 – 19. Hieronder een impressie van dit pand:</p>\n<p class=\"lf-p\">De ook op bovenstaande foto zichtbare zandweg langs deze woning betreft een openbare weg, op enige afstand ten zuidoosten van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied ten zuiden van het plangebied is in agrarisch gebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nabij het plangebied heeft de bebouwing een bouwhoogte van 1 à 2 bouwlagen met kap. De historische bebouwing heeft daarbij een hoogte van 1 ruime laag met kap. Het plangebied is verder gelegen in een overgangsgebied ten aanzien van de rooilijnbehandeling. In oostelijke richting staat de bebouwing kort of op de erfgrens. Hierdoor vindt een duidelijke markering van de aanwezigheid van de oude kern plaats. In westelijke richting heeft de bebouwing, als overgang richting het buitengebied, een grotere afstand ten opzichte van de erfgrens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plangebied Het plangebied bestaat uit een kortgemaaid stuk grasland zonder opgaande beplanting in de bestaande lintbebouwing ten zuiden van het Kerkeind. Het perceel heeft een omvang van circa 900 m2. Feitelijk betreft het een onderbreking van de lintstructuur, invulling van deze locatie door middel van woningbouw is derhalve passend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.BELEIDSKADER 3.1.Nationaal beleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld. In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. Anders dan in de Nota Ruimte gaat de structuurvisie uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van nationale en provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) respectievelijk provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ladder voor duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is per 1 oktober 2012 op onderdelen gewijzigd. In artikel 3.1.6 van het Bro is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' opgenomen. Deze ladder stelt eisen aan de onderbouwing in bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiervoor moeten dan 3 stappen worden doorlopen: er wordt beschreven dat een voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte (trede 1); er wordt beschreven in hoeverre de behoefte zoals beschreven in trede 1 binnen bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen (trede 2); indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen wordt aanvullend beschreven in hoeverre locaties buiten bestaand stedelijk gebied passend ontsloten zijn of zodanig worden ontwikkeld, gebruik makend van verschillende middelen van vervoer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eerste vraag is echter: is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Het begrip stedelijke ontwikkeling is als volgt gedefinieerd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. In de totstandkoming van deze bepaling is opgenomen dat de ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen, zodat overheden nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen standaard dienen te motiveren.20Nota van Toelichting; Stb. 2012, 388 Het begrip woningbouwlocatie dat wordt gebruikt in de omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling is niet gedefinieerd in het Bro. In de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling ontbreekt21Nota van Toelichting; Stb. 2012, 388 een toelichting op de definitiebepaling van het begrip stedelijke ontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van het begrip bestaand stedelijk gebied is in de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling22Nota van Toelichting, blz. 50; Stb. 2012, 388 opgenomen dat in de praktijk zal moeten worden beoordeeld in hoeverre lineaire bebouwing (lintbebouwing) langs wegen, waterwegen of dijken als bestaand stedelijk gebied moet worden aangemerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien er sprake is van kleinschalige woningbouw dan voorziet het plan niet in een woningbouwlocatie als opgenomen in het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ uit het Bro.23Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, 18-12-2013, 201302867/1/R4 en Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (voorlopige voorziening), 14-01-2014, 201308263/2/R4 Met de toevoeging van één extra burgerwoning is sprake van zeer kleinschalige woningbouw, zodat de ladder duurzame verstedelijking uit het Bro niet van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2.Provinciaal beleid Structuurvisie ruimtelijke ordening Op 1 januari 2011 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening in werking getreden. De structuurvisie bevat de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid van het provinciale bestuur op de ontwikkeling van Noord-Brabant.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op nevenstaande uitsnede van de ‘Structurenkaart’ is te zien dat het plangebied ligt binnen de stedelijke structuur en de aanduiding 'kernen in het landelijk gebied' heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kernen in het landelijk gebied moeten conform het provinciale beleid, voorzien in de opvang van de lokale verstedelijkingsbehoefte voor wonen, werken en voorzieningen. Hierbij moet zoveel mogelijk gezocht worden naar ruimte binnen het bestaande ruimtebeslag van de kernen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderhavig plan betreft de bouw van 1 seniorenwoning met bijgebouw binnen bestaand bebouwd gebied in het lint aan de zuidzijde van het Kerkeind.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betekent dat onderhavig plan past binnen het provinciale beleid uit de Structuurvisie ruimtelijke ordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verordening ruimte Op 14 juli 2014 is de Verordening ruimte 2014 vastgesteld. Deze Verordening stelt regels aan de inhoud van ruimtelijke plannen voor die aspecten waar provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De locatie is gelegen in “bestaand stedelijk gebied, kern in landelijk gebied”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het plan zijn specifiek de artikelen 4.2 en 4.3 van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebiedBestemmingsplannen die voorzien in een stedelijke ontwikkeling zijn uitsluitend gelegen in bestaand stedelijk gebied Aan deze voorwaarde wordt voldaan gezien de ligging binnen ‘bestaand stedelijk gebied’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwbouw van woningen De toelichting bij een bestemmingsplan gelegen in bestaand stedelijk gebied dat voorziet in nieuwbouw van woningen bevat een verantwoording over de wijze waarop: de afspraken die daarover zijn gemaakt in het regionaal ruimtelijk overleg bedoeld in artikel 37.4, onder b, worden nagekomen; de beoogde nieuwbouw zich verhoudt tot de afspraken bedoeld onder a, en tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder harde plancapaciteit voor woningbouw als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt verstaan de capaciteit voor nieuw te bouwen woningen waarover een gemeente beschikt, die: wordt uitgedrukt in aantallen woningen; is opgenomen in een vastgesteld bestemmingsplan waarvan de bestemming nog niet is verwezenlijkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Verordening ruimte is opgenomen dat gemeenten regionale woningbouwafspraken maken in het Regionaal Ruimtelijk Overleg. Die afspraken dienen ter onderbouwing voor ruimtelijke plannen waarin in woningbouw is voorzien. De gemeente Haaren maakt onderdeel uit van de regio Noordoost-Brabant en maakt afspraken binnen de subregio 's-Hertogenbosch. De bestuursovereenkomst tussen de Provincie Noord-Brabant en de gemeente Haaren van 29 februari 2008 maakt onderdeel uit van de regionaal gemaakte woningbouwafspraken. Door deze afspraken is de gemeente Haaren in staat een inhaalslag te plegen, nadat eerder jarenlang nauwelijks is gebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betekent dat onderhavig plan past binnen het provinciale beleid uit de Verordening ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cultuurhistorische waardenkaart Op de provinciale cultuurhistorische waardenkaart is te zien dat het buurtschap Kerkeind is aangeduid als ‘historische stedenbouw’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betekent dat onder andere bij de situering, de goot- en bouwhoogte, de materialisering en de kapvorm van de woning rekening wordt gehouden met de bebouwing in de directe omgeving. Het gaat met name om de gemeentelijke monumenten Kerkeind 17 - 19 op het perceel direct ten oosten van het plangebied (zie onderstaande afbeelding) en Kerkeind 16 (bedrijfswoning) direct ten noorden van het plangebied, aan de overzijde van de weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">De woning op het perceel direct ten westen van het plangebied bestaat uit 1 bouwlaag met kap en is enkele jaren geleden compleet herbouwd. Dit pand heeft geen bijzondere cultuurhistorische waarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.Gemeentelijk beleid Structuurvisie De gemeente heeft op 22 januari 2015 de Structuurvisie Haaren vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk 2 (Deel A van de Structuurvisie) is het woonbeleid als volgt uitgewerkt. Het beleid ten aanzien van wonen heeft betrekking op wonen in één van de vier dorpen binnen de gemeente Haaren en nadrukkelijk ook in het buitengebied. Doel van beleid is dat het voor iedereen fijn wonen is in de gemeente Haaren. Een leefbare woonomgeving houdt in dat er een goede balans bestaat tussen woningvoorraad en woningbehoefte. Beschreven dominante trends als krimp, vergrijzing en de economische recessie kunnen consequenties hebben voor het type woningen dat gebouwd moet worden en hoe we met de bestaande voorraad omgaan. Voor de gemeente is daarom flexibiliteit in meerdere opzichten van belang, zodat aanpassing aan de veranderende eisen mogelijk is en ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofduitgangspunt voor het beleid ten aanzien van wonen is dat, in het kader van de leefbaarheid, de veranderingen in de aard en omvang van de woningvoorraad niet geënt worden op de kwantiteit van de voorraad, maar op de kwaliteit van de voorraad. De gemeente Haaren vormt hierdoor een aantrekkelijk landelijk woongebied tussen de grote steden Tilburg, ’s-Hertogenbosch en Eindhoven. Door in te zetten op kwaliteit wil de gemeente een voorraad bieden die bijdraagt aan de sociale binding van mensen met de gemeente, maar die ook is afgestemd met de omgevingskwaliteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Één van de doelgroepen binnen de gemeente betreft (de huisvesting van) senioren. Ten aanzien van reguliere seniorenwoningen gelden de volgende doelstellingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Waar mogelijk faciliteren van aanpassingen aan de eigen woning voor senioren met een relatief lage zorgbehoefte;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bouwen van nultredenwoningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus past onderhavige ontwikkeling van 1 seniorenwoning, rekening houden met de dorpse en landelijke karakteristieken, binnen het beleid zoals opgenomen in de Structuurvisie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woonvisie 2011-2015, 'Jouw kruiwagen naar mooi wonen' In de Woonvisie 2011 - 2015, vastgesteld op 7 juli 2011, wordt beschreven hoe het gemeentelijke woonbeleid er de komende jaren uit zal zien. De werkingstermijn van de Woonvisie is tot 1-1-2017 verlengd. De Woonvisie geeft inzicht in de actuele vraag naar en het aanbod van woningen en in de woningbouwplannen die in ontwikkeling en voorbereiding zijn. Tot 1-1-2017 is het streven om circa 540 nieuwe woningen te realiseren, waarbij het bouwen van de juiste woningen belangrijker is dan het aantal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het huidige woningaanbod is niet evenwichtig. De gemeente Haaren heeft weinig goedkope en middeldure woningen, zowel huur als koop. In de dure prijsklasse is het aanbod groot. De gemeente Haaren staat voor groen wonen met als bouwstenen contrastrijk, flexibiliteit, continuïteit en differentiatie. Als je jong bent, een starter op de woningmarkt of een smalle beurs hebt, dan is er onvoldoende aanbod in onze gemeente. Dit geldt ook voor senioren die op zoek zijn naar een woning met alle voorzieningen op de begane grond.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Haaren kent prioriteit toe aan de doelgroepen starters, jongeren, jonge gezinnen en senioren. Binnen de doelgroepen krijgt de toename van één- tot tweepersoonshuishoudens extra aandacht. De prioriteit ligt daarom bij de bouw van goedkope en middeldure huur- en koopwoningen. Juist in die prijsklassen concentreert zich in de huidige markt de vraag naar woningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderhavige ontwikkeling betreft een particulier initiatief voor de bouw van 1 woning. De woning zal een zogenaamde “nultredenwoning” zijn, specifiek geënt op één doelgroep, namelijk senioren en mindervaliden. Een nultredenwoning houdt in dat deze zonder traplopen vanaf de straat bereikbaar is, de externe toegankelijkheid. Daarnaast dienen op de begane grond ook een slaapkamer, badkamer en toilet aanwezig te zijn, die vanuit de woonkamer eveneens zonder traplopen bereikbaar zijn. Daarbij moet de woning drempelvrij zijn en alle voorzieningen moeten rolstoeltoegankelijk zijn. Het bestemmingsplan zal hiertoe de planologisch-juridische ruimte bieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groenbeleidsplan De gemeente Haaren profileert zich met de slogan \"Haaren, een moderne gemeente in een groene omgeving\" nadrukkelijk als groene gemeente. Het groen in de kernen van de gemeente bepaalt in hoge mate de kwaliteit van de dagelijkse leefomgeving. Het zorgt voor een aangename en dorpse sfeer, het geeft een beleving van natuur, groei en seizoenen, het verbindt de kernen met het omliggende landschap en herbergt gebruiksfuncties zoals wandelen, spelen, uitzicht geven of afschermen van ongewenste beelden. Tegelijkertijd staan grote delen van het openbaar groen onder druk: ze worden volgebouwd, plekken zijn sociaal onveilig, bomen komen in de knel en/of worden gekapt en groenstroken worden uitgegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De huidige opbouw van het dorp is gegroeid op basis van het landschap, andere ontwikkelingen zoals de aanleg van wegen en veranderende planologische inzichten. Elk onderdeel van de stedenbouwkundige structuur (bijvoorbeeld centrum, lintbebouwing of naoorlogse woonwijk) heeft een eigen identiteit en kwaliteit, maar kent ook specifieke problemen in de groenstructuur. De groenstructuur dient derhalve de stedenbouwkundige structuur te versterken om dorpsidentiteiten te vergroten en moet tegelijkertijd waar mogelijk structurele problemen in de stedenbouwkundige opzet mee helpen oplossen, door bijvoorbeeld onduidelijke hoofdwegen en dorpscentra te versterken met een stevige of onderscheidende bomenstructuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De historische kenmerken en actuele karakteristieken van de dorpsontwikkelingen hebben geleid tot stedenbouwkundige kenmerken. Deze kenmerken bepalen mede de uitgangspunten voor de groenstructuur en zullen waar gewenst of mogelijk worden ondersteund door de opbouw van het openbaar groen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderhavige ontwikkeling betreft een particulier initiatief voor de bouw van 1 woning. Er is ter plaatse geen sprake van openbaar groen. Het plangebied betreft een kortgemaaid stuk grasland zonder bijzondere waarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dorpsontwikkelingsplan In 2008 is door en voor de 4 dorpen van de gemeente Haaren een Dorpsontwikkelingsplan opgesteld. Binnen het dorpsontwikkelingsplan van het dorp Haaren worden voor diverse aspecten verschillende doelen gesteld. Voor het aspect wonen wordt onder andere het volgende doel gesteld: \"Het realiseren van een gevarieerd woningbestand met voldoende woningen voor jongeren en ouderen zodat een evenwichtige bevolkingsopbouw kan worden gewaarborgd\".</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorgenomen ontwikkeling past binnen deze kaders.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welstandsnota De welstandsnota van de gemeente Haaren (juni 2004) bevat de basisvoorwaarden, waaraan bouwaanvragen op welstandsaspecten getoetst worden. Het legt voor een bepaald gebied een beoordelingskader vast. Dit is opgesteld vanuit een visie op de toekomst van het gebied en vanuit een beeld van aanwezige waarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De welstandsnota werkt aanvullend op voorliggend bestemmingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4.Conclusie Het plan voldoet aan het nationale -, provinciale - en gemeentelijke beleidskader.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.PLANBESCHRIJVING 4.1.Stedenbouwkundig plan Uitgangspunten Cultuurhistorie Om de woning op juiste wijze in de omgeving in te passen, is het noodzakelijk om vooraf stedenbouwkundige randvoorwaarden op te stellen. Het behoud van het cultuurhistorisch waardevolle bebouwingsbeeld van de lintstructuur vormt daarbij een belangrijk uitgangspunt. Op de provinciale cultuurhistorische waardenkaart is te zien dat het buurtschap Kerkeind is aangeduid als ‘historische stedenbouw’. Dit betekent dat onder andere bij de situering, de goot- en bouwhoogte, de materialisering en de kapvorm van de woning rekening wordt gehouden met de bebouwing in de directe omgeving. Het gaat met name om de gemeentelijke monumenten Kerkeind 17 - 19 op het perceel direct ten oosten van het plangebied (zie onderstaande afbeelding) en Kerkeind 16 (bedrijfswoning) direct ten noorden van het plangebied, aan de overzijde van de weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Quickscan wegverkeerslawaai Door middel van een quickscan is inzicht verkregen in de geluidhinder als gevolg van de Kerkeind, zie ook hoofdstuk 5.2. Daarbij is reeds rekening gehouden met de reconstructie/herinrichting en snelheidsverlaging naar 30 km/u (inmiddels ingevoerd). In onderstaande afbeelding zijn de 48, 53, 58 en 63 dB contouren weergegeven ten gevolge van de Kerkeind op begane grondniveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geluidscontouren Kerkeind De geluidsbelasting op de voorgevel zal maximaal 58-59 dB bedragen. Dit is hoger dan de voorkeursgrenswaarde, echter is het vaststellen van een hogere grenswaarde niet mogelijk/noodzakelijk vanwege de maximum snelheid ter plaatse. Wel houdt dit in dat de geluidwerendheid van de voorgevel 30-31 dB moet bedragen. Verder maakt de afbeelding inzichtelijk dat de woningen een duidelijke afschermende werking hebben en er sprake is van geluidluwe achterzijden. Dit zal ook het geval zijn bij de te realiseren woning op het onderhavige perceel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedrijvigheid Aan de hand van de richtafstanden conform bijlage 1 van de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” is nagegaan of het plangebied overlap kent met deze contouren. De Kerkeind is onderdeel van het historische lint door de kern. Van oudsher is langs dit lint sprake van diverse functies. Mede hierdoor onderscheidt het lint zich ten opzichte van de (monofunctionele) naoorlogse woonbuurten. Tevens heeft dit lint een doorgaande verkeersfunctie tussen Helvoirt en Oisterwijk. Derhalve kan het lint beschouwd worden als een gemengd gebied. Dit betekent dat de te hanteren richtafstanden één afstandsstap terug kunnen gaan ten opzichte van bijlage 1 van de VNG-brochure.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de beoordeling zoals weergegeven in hoofdstuk 5.5 volgt dat er geen belemmeringen aanwezig zijn voor de realisatie van onderhavige woning. Andersom geldt dat de aanwezige bedrijven niet belemmerd worden in de bedrijfsvoering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stedenbouwkundige inpassing Met bovenstaande uitgangspunten is het mogelijk om de woning in te passen op het perceel. Rekening houdend met de cultuurhistorische waarden en de milieukundige randvoorwaarden betekent dit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Positionering op perceel Aangezien het een verdichting van het bestaande lint betreft, wordt de woning logischerwijs aan de oostzijde gesitueerd: in de richting van de oude nederzetting Kerkeind rondom de Lambertustoren. Om voldoende afstand te houden tot het naastgelegen perceel / gemeentelijk monument, is de minimale afstand ten opzichte van de zijdelingse perceelsgrens 3 meter (conform gemeentelijke standaard).</p>\n<p class=\"lf-p\">Plangebied gelegen in overgangszone, nieuwe woning aan oostzijde perceel situeren Rooilijn De rooilijn van de woning bevindt zich op de rooilijn van de woning op Kerkeind 25, zodat daarmee in het straatbeeld maximaal zicht blijft op het gemeentelijk monument Kerkeind 17.</p>\n<p class=\"lf-p\">Oriëntatie De woning zal met de lange gevel, min of meer evenwijdig aan de weg, worden gesitueerd, een zogenaamde langsgevel. Door het gebruik van een dergelijke oriëntatie zal de hoofdmassa zich hoofdzakelijk aan de noordzijde van het perceel bevinden, oftewel op de grootst mogelijke afstand van de agrarische gronden aan de zuidzijde. Verder zal een dergelijke positionering tot een kleinere inperking van de bezonning van het perceel Kerkeind 17 leiden. Overigens zijn direct aan de zijde van het plangebied op dat perceel de inrit en garage gelegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Massa De woning heeft een maximale hoogte van 1 laag met een kap, zoals in het straatbeeld veel voorkomt. Dit vertaalt zich in het bestemmingsplan naar een goot- en bouwhoogte van maximaal 3,5 respectievelijk 7,5 meter. Gezien de omvang van het perceel zal, gelijk aan de gemeentelijke standaard, maximaal 100 m2 aan bijgebouwen worden toegestaan. Vanwege het feit dat de woning (inclusief aan- en uitbouwen) een nultredenwoning betreft, wordt de maximale massa vastgelegd (650 m3).</p>\n<p class=\"lf-p\">Beeldkwaliteit Passend binnen het beeld van het historisch lint krijgt de woning een traditionele hoofdvorm. Dit wordt verder ondersteund door ook gebruik te maken van overwegend traditionele materialen als baksteen, hout, gebakken dakpannen e.d. Overigens betekent dit niet per definitie een “kopie” van bestaande bebouwing of historiserende architectuur, in de vormentaal is het uiteraard toegestaan om ook hedendaagse vormgeving en detaillering te gebruiken. Dit zou zelfs een bijdrage leveren aan het zichtbaar maken van de organische groei van het lint (echter geen vereiste).</p>\n<p class=\"lf-p\">De kleurstelling moet passen in het veelzijdige “pallet” van het lint. Bij een traditionele hoofdvorm hoort een traditionele kap: een zadeldak, schilddak of een mansardedak. Het gebruik van wolfseinden is toegestaan en draagt bij aan het historiserende karakter van de plek. Vanwege de zichtbaarheid vanuit westelijke richting zal, naast de werkelijke voorgevel die gericht is op de openbare weg, ook de westgevel van de woning als voorgevel beschouwd moeten worden (met de daarbij horende zorgvuldigheid).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2.Verkeer &amp; parkeren De nieuwe woning wordt ontsloten via een inrit op het Kerkeind.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nieuwe woning in het plangebied beschikt over minimaal 2 parkeerplaatsen op eigen erf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiermee voldoet het plan aan de normen uit het CROW. Een nultredenwoning/ seniorenwoning is niet specifiek opgenomen in het CROW. Een ‘aanleunwoning of serviceflat’ is wel opgenomen, maar onderhavige woning wordt zelfstandig bewoond. De bewoners zullen daarom een hogere zelfredzaamheid en mobiliteit hebben dan bewoners van een aanleunwoning of serviceflat. Daarom is uitgegaan van een reguliere vrijstaande koopwoning, in “rest bebouwde kom” van de kern Haaren (zie bijlage Verkeersgeneratie en parkeren). Hiervoor geldt de eis van minimaal 2 parkeerplaatsen en maximaal 3. Hieraan wordt derhalve voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.MILIEU- &amp; OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden alle relevante milieu- en omgevingsaspecten voor het plangebied behandeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.1.Bodem In opdracht van de heer Van den Oever heeft Search Ingenieursbureau B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Kerkeind, naast nummer 17, te Haaren. Het onderzoek is integraal als bijlage opgenomen bij de toelichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als onderzoekslocatie is het toekomstig bouwblok aangehouden. Aan de hand van de beschikbare historische gegevens is het onderzoek uitgevoerd op basis van de Nederlandse Norm, NEN 5740, met als uitgangspunt een onverdachte locatie. De onderzoekslocatie is onverdacht op de aanwezigheid van bodemverontreiniging, aangezien er voor zover bekend geen bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden op de locatie. Doel van het onderzoek was vast te stellen of er op de locatie bodemverontreiniging aanwezig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onderzochte terrein heeft een oppervlakte van circa 310 m2. Verdeeld over het terrein zijn 2 boringen tot 0,5 m-mv, 1 boringen tot 2,0 m-mv en 1 boring tot 4,0 m-mv verricht. In het diepste boorgat is een peilbuis geplaatst. Er is 1 grondmengmonster van de bovengrond en 1 grondmengmonster van de ondergrond onderzocht op het NENgrondpakket. Het grondwater is geanalyseerd op het NEN-grondwaterpakket.</p>\n<p class=\"lf-p\">Resultaten en conclusie De lichte verontreiniging met lood in de bovengrond is waarschijnlijk direct te relateren aan de sporen van baksteen en kolengruis die zijn aangetroffen in het mengmonster van de bovengrond. De ondergrond is niet verontreinigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het grondwater zijn licht verhoogde gehaltes aan barium gemeten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien de relatief lage gehalten en de toekomstige bestemming van de locatie is er geen aanleiding tot het verrichten van vervolgonderzoek met een aangepaste hypothese. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek hoeven er vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien, geen beperkingen te worden gesteld aan het toekomstig gebruik van de locatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.Geluid Wanneer in een plan nieuwe geluidsgevoelige ruimten, zoals woningen worden gerealiseerd, stelt de Wet geluidhinder (Wgh) de verplichting akoestisch onderzoek uit te voeren naar de geluidsbelasting op de nieuwe woningen ten gevolge van omliggende wegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wegverkeerslawaai Het Kerkeind is een weg waar een maximale snelheid van 30 km/uur geldt (binnen de bebouwde kom). Dat betekent dat de weg geen geluidszone heeft conform de Wgh. Omdat het Kerkeind onderdeel uitmaakt van de hoofdroute door het dorp ‘Kerkeind - Langeweg - Kerkstraat - Groenplein - Helvoirtseweg' en het een redelijk drukke route is, is desondanks een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd (Pouderoyen Compagnons, nr. 204-002, d.d. februari 2013) in het kader van een goede ruimtelijke ordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geluidsbelasting op de gevel bedraagt 58 dB (afhankelijk van de exacte ligging). Hierdoor dient de minimale geluidwerendheid van de gevel 30 dB te bedragen. Aan deze voorwaarde wordt voldaan. Dit is in de regels met een voorwaardelijke verplichting als zodanig vastgelegd. Omdat de weg geen geluidszone heeft, is een procedure hogere grenswaarden niet nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aspect wegverkeerslawaai vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3.Externe veiligheid Bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor kwetsbare objecten (zoals woningen) dient het aspect externe veiligheid meegewogen te worden. Nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten moeten buiten de risicocontour van bestaande risicobronnen (inrichtingen, transport gevaarlijke stoffen, ondergrondse leidingen e.a.) gerealiseerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoordeling van een ruimtelijk plan en externe veiligheid zijn de volgende vragen relevant:</p>\n<p class=\"lf-p\">Is ter plaatse van de nieuwe ontwikkeling een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang kwetsbaar object) Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen bedrijf en omgeving).</p>\n<p class=\"lf-p\">De risiconormen voor externe veiligheid voor zogenaamde stationaire bronnen (bijvoorbeeld bedrijven) zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het Bevi verplicht het bevoegd gezag op basis van de Wet milieubeheer om veiligheidsafstanden aan te houden tussen gevoelige objecten en risicovolle bedrijven. In het besluit zijn gevoelige objecten gedefinieerd als kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. De uitwerking van het besluit vindt in de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de beoordeling van risico’s van transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water is het Bevt van toepassing. Voor buisleidingen gelden het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Bevb.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de risico’s ter plaatse van het plangebied te achterhalen is er een analyse gemaakt van de externe veiligheidssituatie rondom het plangebied, met behulp van de provinciale risicokaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit deze kaart (zie bovenstaande uitsnede) blijkt dat in het plangebied zelf geen risicovolle inrichtingen of transportleidingen aanwezig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de nabijheid van de locatie zijn de volgende twee, mogelijke risicovolle objecten aanwezig:</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwekerij aan de Köppenstraat 4;</p>\n<p class=\"lf-p\">Twee transportleidingen aan de zuidkant van het plangebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwekerij Aan de Köppenstraat 4 is een kwekerij gevestigd met een propaantank van 13 m3. Uit het Revi blijkt dat propaantanks met een inhoud tussen 13-50 m3 en een maximale doorzet van 600 m3 /jaar een plaatsgebonden risicocontour van 55 meter hebben. Het bijbehorende invloedsgebied is 150 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plangebied ligt op ruim 300 meter. Deze inrichting vormt derhalve geen belemmering voor het voornemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Twee transportleidingen Op ruim 200 m ten zuiden van het plangebied liggen 2 transportleidingen: een 36 inch K1-leiding voor ruwe olie met een maximale werkdruk van 43 bar en een 24 inch K1-leiding voor 'overige producten’ met een maximale werkdruk van 62 bar. Uit de risicokaart blijkt dat deze leidingen een 10-6/jr plaatsgebonden risicocontour (PR-contour) hebben van 45,2 m respectievelijk 30,6 m. Het invloedsgebied bedraagt respectievelijk 45 en 36 m.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien de afstand tot de buisleidingen l(ruim 200 meter) ligt het plangebied ruimschoots buiten de plaatsgebonden risicocontour en het invloedsgebied ten gevolge van het groepsrisico. Deze buisleidingen vormen derhalve geen belemmering voor het voornemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aspect externe veiligheid vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4.Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de wijziging van de ‘Wet milieubeheer’ in werking getreden. De paragraaf luchtkwaliteit in de ‘Wet milieubeheer’ voorziet ondermeer in een gebiedgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de AMvB ‘NIBM’ en de bijbehorende regeling zijn bestemmingen met bijbehorende grenzen opgenomen die per definitie niet bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit ‘in betekenende mate’. De NIBM-grens voor een woningbouwlocatie (3% criterium) bedraagt: &lt; 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg, met een gelijkmatige verkeersverdeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt 1 nieuwe woning mogelijk gemaakt. Dit betekent dat het plan voldoet aan het NIBM criterium en geen toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd hoeft te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.5.Milieuzonering In de publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (editie 2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zijn indicatieve richtafstanden voor woningbouw nabij verschillende typen bedrijven opgenomen. De richtafstanden gelden tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is. Binnen deze richtafstanden is hinder ten gevolge van het betreffende bedrijf niet uit te sluiten. Woningbouw binnen deze richtafstand is inpasbaar, indien aangetoond wordt dat (eventueel na het treffen van maatregelen) voor het betreffende bedrijf een kleinere richtafstand van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat het Kerkeind onderdeel uitmaakt van de hoofdroute door het dorp ‘Kerkeind - Langeweg - Kerkstraat - Groenplein - Helvoirtseweg', het een redelijk drukke route is richting Oisterwijk en (van oudsher) sprake is van functiemenging kan het plangebied aangemerkt worden als ‘gemengd gebied’. Dit betekent dat de richtafstanden uit de VNG-publicatie, die gelden ten opzichte van een rustige woonwijk, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat met 1 afstandsstap kunnen worden verlaagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het garagebedrijf direct tegenover het plangebied op Kerkeind 16 is te kenmerken als een ‘handel in auto’s, reparatie- en servicebedrijven’ (SBI: 451, 452, 453). Een dergelijk bedrijf valt in milieucategorie 2. Omdat het een gemengd gebied betreft kan de richtafstand van 30 m voor het maatgevende aspect geluid teruggebracht worden tot 10 m. Aan deze richtafstand tot het plangebied wordt voldaan. Bovendien is de bestaande woning aan het Kerkeind 20 dichter bij het garagebedrijf gelegen en dus maatgevend met betrekking tot eventuele milieuhinder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder in noordwestelijke richting is boomteeltbedrijf Van den Oever (Kerkeind 22) gelegen. Dit betreft een bedrijf in milieucategorie 2, met een richtafstand van 30 m. Hier is eveneens sprake van gemengd gebied zodat ook hier de richtafstand terug gebracht kan worden tot 10 m. Verder zijn tussen het bedrijf en de locatie reeds bestaande woningen aanwezig die maatgevend zijn. Derhalve vormt dit bedrijf geen belemmering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Spuitzones In onderstaande afbeelding is de toevoeging van de nultredewoning weergegeven. Voor een goed woon- en leefklimaat dient rekening gehouden te worden met eventuele spuitzones in geval van boom- of fruitteelt op de nabijgelegen agrarische percelen. De omgeving van de planlocatie is reeds dusdanig bestemd, dat de toevoeging van de woning niet leidt tot verdergaande beperkingen voor spuitzones. De daarvoor aan te houden richtafstand betreft in beginsel 50 meter. Deze afstand is in onderstaande uitsnede uitgezet t.o.v. het hoekperceel van de naastgelegen woningen aan Kerkeind 25 en Kerkeind 15 (rode contouren). Daarnaast is de 50 meter contour uitgezet t.o.v. de uiterste punt van het woonperceel van de planlocatie (blauwe contour). Zoals in de afbeelding is te zien, leidt de extra woning niet tot verdere beperking van eventuele spuitmogelijkheden. Andersom bepalen omliggende woningen reeds dat er ter plaatse een goed woon- en leefklimaat aanwezig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor nieuwe woningen wordt echter in de bestemmingsplannen geregeld dat spuiten binnen de spuitcontour van 50 m niet is toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geur agrarische bedrijvigheid Geurhinder In het licht van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) heeft de gemeente Haaren de Gebiedsvisie bij verordening geurhinder en veehouderij, 9 oktober 2009, uitgewerkt op basis van onderzoek uitgevoerd naar de geuruitstoot van veehouderijen en de betekenis hiervan op ruimtelijke plannen. De Wgv beschermt geurgevoelige objecten tegen geurhinder uit veehouderijbedrijven. Bij aanvraag om een milieuvergunning vindt toetsing aan wettelijk vastgelegde standaardwaarden plaats. Gemeenten mogen afwijken van deze standaard binnen een vastgelegde bandbreedte. Daartoe heeft de gemeenteraad op 21 januari 2010 de Verordening Geurhinder en veehouderij vastgesteld. De afwijkende waarde gelden in een bepaald gebied waarvoor de gemeente de gewenste ontwikkeling in onderhavige gebiedsvisie heeft vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt voor de gebieden in de bebouwde kom is een norm van 3 ouE/m³. Op basis van deze normstelling wordt de vergunningverlening van omliggende veehouderijbedrijven sterk beperkt. Op basis daarvan kan worden geconstateerd dat op onderhavige locatie het aspect geur niet in de weg staat aan een goed woon- en leefklimaat. Gezien de omgeving, waarin een aaneenschakeling van burgerwoningen bestemd is, zal de toevoeging van deze seniorenwoning ook de bedrijfsmogelijkheden van agrariërs niet verdergaand beperken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aspect milieuzonering vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.6.Flora &amp; fauna Het plangebied bestaat uit een kortgemaaid stuk grasland zonder opgaande beplanting. In het plangebied zijn daarom geen indicaties voor de aanwezigheid van beschermde soorten. De gemeente acht een nader onderzoek dan ook niet noodzakelijk in het kader van de voorbereiding van dit bestemmingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wel geldt altijd het algemene zorgplichtartikel. Dit wil zeggen dat bij de bouw en/of sloop van gebouwen altijd zorgvuldig gehandeld moet worden. Dit wil zeggen dat er gedurende de uitvoering van de activiteiten er geen wezenlijke invloed is op beschermde diersoorten en dat schade aan soorten zoveel mogelijk moet worden voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.7.Archeologie In verband met de wijziging van de Monumentenwet 1988 per 1 september 2007 en de implementatie van het Europese verdrag van Malta wil de gemeente de archeologische en cultuurhistorische waarden structureel meewegen in het ruimtelijke planvormingsproces.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hamaland Advies heeft in opdracht van Search Ingenieursbureau B.V. een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied Kerkeind, naast nummer 17 te Haaren, gemeente Haaren. De onderzoeksrapportage is integraal als bijlage gevoegd bij deze toelichting. Het plangebied ligt conform de Archeologische verwachtingskaart, in een gebied met een hoge archeologische waarde (Archeologisch waardevol gebied 3). Hier is conform het gemeentelijk beleid, een archeologisch vooronderzoeknoodzakelijk bij ingrepen waarvan het oppervlak groter is dan 100 m2 en dieper dan 50 centimeter onder het huidige maaiveld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door overschrijding van de vrijstellingsgrens dient er archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd, conform de Wet op de archeologische monumenten zorg (Wamz). Het door Hamaland Advies uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek gecombineerd met een verkennende booronderzoek, waarbij een archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld, de bodemintactheid is getoetst en archeologische vindplaatsen vast zijn gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusie Op grond van de bestudeerde bronnen en gezien de waarnemingen in de omgeving, kan geconcludeerd worden dat het plangebied een hoge trefkans heeft op archeologische resten uit de periode van de Steentijd tot en met heden. Door het gebruik van het plangebied als boomkwekerij is de bodem naar verwachting verstoord geraakt tot op een diepte van circa 50 cm-mv. Door de aanwezigheid van een 70-80 cm dik eerddek kunnen onderliggende archeologische vindplaatsen beschermd zijn gebleven. Dit zal met het booronderzoek moeten worden bevestigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om het verwachtingsmodel te toetsen is een karterend booronderzoek uitgevoerd. De aangetroffen bodemopbouw bestaat uit een subrecente bouwvoor met daaronder een 40 tot 50 cm dikke eerdlaag die scherp over gaat in het onderliggende dekzandpakket. Er is geen inspoelingshorizont (podzol B) aangetroffen. Getuige het aangetroffen vondstmateriaal in het landbouwdek is de eerdlaag ontstaan in de late 18e of het begin van de 19e eeuw en betreft het een relatief jonge ontginning Selectieadvies Op grond van het ontbreken van concrete aanwijzingen voor een archeologische vindplaats, adviseren wij om geen vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren. Het plangebied betreft een relatief jonge ontginning die teruggaat tot het eind van de 18e of het begin van de 19e eeuw. Tijdens de ontginning is (de E- en B-horizont en) de top van het dekzand verloren gegaan (verspit), waarmee naar verwachting ook eventuele archeologische spoorniveaus verloren zijn gegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aspect archeologie vormt hiermee geen belemmering voor de realisatie van het initiatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.8.Waterhuishouding De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleid Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap De Dommel. Het beleid van het waterschap is uiteengezet in een aantal beleidsdocumenten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterbeheerplan (2009);</p>\n<p class=\"lf-p\">Kadernota Stedelijk Water (2006);</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsnota Stedelijk Water (2000);</p>\n<p class=\"lf-p\">Notitie ontwikkelen met duurzaam wateroogmerk (2006);</p>\n<p class=\"lf-p\">Handreiking watertoets (juni 2010).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het waterbeheerplan 'Krachtig Water' is een strategisch document voor de periode 2010 - 2015, waarin de doelen en inspanningen van het waterschap zijn beschreven. Er zijn 2 prioriteiten benoemd: het voorkomen van wateroverlast; het herstellen van Natura 2000-gebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het waterbeheerplan vormt geen direct toetsingskader voor deze watertoets.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kadernota Stedelijk Water is een (interne) beleidsnotitie voor het waterschap, waarin de visie op stedelijk water is neergelegd en prioriteiten in het uitvoeringsprogramma zijn aangegeven voor de periode tot 2009. Deze nota bevat niet direct richtlijnen voor de watertoets.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beleidsnota Stedelijk Water richt zich op het waterbeheer in het stedelijk gebied. Onder stedelijk water wordt verstaan het grondwater, oppervlaktewater en de neerslag (watersysteem) zoals die zich in de stedelijke en de verharde gebieden manifesteren. De voor bestemmingsplannen relevante uitgangspunten en randvoorwaarden zijn opgenomen in de 'handreiking watertoets'.</p>\n<p class=\"lf-p\">De notitie 'Ontwikkelen met duurzaam wateroogmerk' maakt inzichtelijk welke hydrologische consequentie(s) ruimtelijke ontwikkelingen kunnen hebben op het watersysteem. Het bevat beleidsuitgangspunten, voorwaarden en normen om de negatieve hydrologische consequenties te compenseren. Ter ondersteuning is een toetsinstrumentarium (HNO-tool) ontwikkeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Getoetst wordt aan het “Gemeentelijke Rioleringsplan Haaren 2013-2017”. De retentie moet worden gedimensioneerd aan de hand van de HNO-tool. In deze situatie is een retentie benodigd van 19 m3. Ten aanzien van voorliggend plan zijn de volgende richtlijnen van belang: een waterkolom van minimaal 9 mm op de terreinverharding moet op eigen terrein geborgen worden; een nooduitlaat naar het gemeentelijk riool dient bovengronds uitgevoerd te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Huidig waterhuishoudkundig systeem Huidig gebruik Het terrein is onverhard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoogteligging terrein Het plangebied ligt op een hoogte van ongeveer 9,6 m +NAP (bron: www.ahn.nl).</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterdoorlatendheid Voor de berekening van de waterberging wordt een aanname gedaan en een waterdoorlatendheid van 1 m/dag aangehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Oppervlaktewater Binnen het plangebied zelf is geen oppervlaktewater aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grondwater De gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) ligt tussen de 0,4 en 0,8 m -mv.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hemelwaterberging Door de bouw van de woning neemt de verharding toe:</p>\n<p class=\"lf-p\">Extra bebouwing (dakoppervlak in het horizontale vlak): 250 m2;</p>\n<p class=\"lf-p\">Extra terreinverharding: 150 m2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In totaal neemt het verhard oppervlak toe met circa 400 m2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het waterschap stelt eisen ten aanzien van de benodigde bergingscapaciteit. Een gemeente kan er voor kiezen om aanvullende eisen te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangezien het verhard oppervlak in de nieuwe situatie toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie, stelt het waterschap eisen aan de hemelwaterafvoer. De aan te leggen bergingscapaciteit vanuit de richtlijnen van het waterschap (berekend met de HNO-tool) is circa 19 m3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Haaren hanteert als richtlijn dat 9 mm water op het bestaand verhard oppervlak op eigen terrein geborgen moet worden. Het verhard oppervlak binnen het plan wordt circa 400 m2. De benodigde berging is dus 0,009 m x 400 m2 = 3,6 m3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de totale benodigde berging moeten de eisen van het waterschap en gemeente bij elkaar worden opgeteld. De minimaal benodigde berging binnen het plangebied bedraagt dus: 19 m3 + 3,6 m3 = 22,6 m3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bergingscapaciteit wordt gerealiseerd in de vorm van een infiltratiesloot achter op het perceel, die aansluit op de bestaande sloot langs het zandpad. Bij een noodoverlaat op de sloot is geen aansluiting meer nodig op het hemelwaterriool van de gemeente. Hiervoor is meer dan voldoende ruimte in de directe nabijheid van het plangebied beschikbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hemelwaterafvoer Er vindt in 2013 een reconstructie van het Kerkeind plaats. Onderdeel van deze reconstructie is de aanleg van een nieuw hemelwaterriool. De gemeente Haaren biedt de mogelijkheid om af te zien van infiltratie- en bergingsvoorzieningen binnen het plangebied indien de HWA van de nieuwe woning op dit hemelwaterriool worden aangesloten. Hiervoor vraagt de gemeente een vaste eenmalige bijdrage per woning. De retentiesloot zal echter worden aangesloten op de sloot aan het zandpad, waardoor een noodoverlaat op het hemelwaterriool niet aan de orde is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Situatieschets infiltratiesloot met mogelijke overstort naar de bestaande sloot aan het zandpad (bron: Pouderoyen Compagnons) Afvalwaterafvoer Uitgangspunt is dat het vuile afvalwater en het schone hemelwater worden gescheiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterkwaliteit In het plan worden geen uitlogende materialen toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusies Samenvattend kan worden geconcludeerd dat: aan alle beleidsuitgangspunten van het waterschap wordt voldaan; het afvalwater en het hemelwater gescheiden worden aangeboden; het hemelwater wordt afgevoerd door middel van een retentiesloot die aansluit op de bestaande sloot aan het zandpad; er geen uitlogende materialen worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.9.MER In de nabijheid van de locatie Kerkeind zijn 2 Natura 2000-gebieden gelegen. Zie navolgende afbeelding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitsnede verbeelding Natura 2000-gebieden (rode ster betreft de locatie, donker oranje vlakken betreffen Natura2000-gebieden) (bron: www.synbiosys.alterra.nl/natura2000) Ten noordwesten van het plangebied betreft dit de Loonse en Drunense Duinen &amp; Leemkuilen. Ten zuidoosten van het plangebied betreft dit de Kampina &amp; Oisterwijkse Vennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toevoeging van één woning op een afstand van ruim 1,5 kilometer tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, met daartussen diverse wegen gelegen, zal geen significant negatieve effecten hebben op deze Natura 2000-gebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.JURIDISCH ASPECTEN De beleidsdoelstellingen zijn juridisch vertaald in de regels en de bijbehorende verbeelding. De basis voor de verbeelding zijn een recente kadastrale ondergrond en topografische gegevens. Op de verbeelding is de grens van het plangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende bestemmingen met verschillende kleuraanduidingen weergegeven. Voorts zijn aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.1.Algemeen De regels zijn opgedeeld in 4 hoofdstukken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 1 bevat de begrippen (artikel 1) en een bepaling over de wijze van meten (artikel 2); deze worden opsommingsgewijs in alfabetische volgorde aangegeven en dienen als referentiekader voor de overige regels.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2 bevat een uitleg over de bestemmingen. Deze artikelen hebben een vaste opbouw.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3 bevat enkele algemene regels, zoals de anti-dubbeltelregel, algemene bouw- en gebruiksregels en algemene afwijkings- en wijzigingsregels.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 4 bevat tenslotte het overgangsrecht en de slotregel, met daarin de titel van het bestemmingsplan.</h3>\n<p class=\"lf-p\">6.2.Artikelsgewijze bespreking</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 1: Inleidende regels</h3>\n<p class=\"lf-p\">Begrippen In artikel 1 is een aantal begrippen nader gedefinieerd teneinde onduidelijkheid te voorkomen. Voor de definitie van de begrippen is aansluiting gezocht bij de definitie zoals deze wordt gehanteerd in het bestemmingsplan ‘Kom Haaren’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijze van meten In artikel 2 wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden bij het beoordelen of de maatvoering in overeenstemming is met de regels. Verder is ook een bepaling opgenomen voor ondergeschikte bouwdelen, zoals regenpijpen, luifels, balkons et cetera. Voor het toepassen van de wijze van meten worden deze buiten beschouwing gelaten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels</h3>\n<p class=\"lf-p\">In het plan zijn de volgende bestemmingen opgenomen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Tuin De voor Tuin aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de regels is een erkerregeling opgenomen en daarnaast een afwijkingsbevoegdheid ten behoeve van het oprichten van een overkapping.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wonen De voor Wonen aangewezen gronden zijn, ter plaatse van de aanduiding ‘vrij’ bestemd voor vrijstaande woningen met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, tuinen en erven en daarnaast aan huis gebonden beroepen. Daarnaast is door middel van een aanduiding vastgelegd dat de woning uitsluitend een zogenaamde nultredenwoning mag betreffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de verbeelding is een bouwvlak aangegeven, waarbinnen het hoofdgebouw moeten worden gesitueerd. Hoofdregel is dat het hoofdgebouw het volledige bouwvlak mag beslaan. Om stedenbouwkundig ongewenste situaties te voorkomen, zijn in de regels wel enkele nuanceringen aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zijn zowel binnen als buiten het bouwvlak toegestaan. Bepaald is dat maximaal 50 % van het bouwperceel bebouwd mag worden met bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen. Het toegestane aantal vierkante meters aan bijgebouwen is gekoppeld aan de grootte van het bouwperceel. De term ‘bouwperceel’ is nader omschreven in de begripsbepalingen in artikel 1. Hiermee wordt bedoeld alle gronden die behoren bij de woning. Meestal is dit het kadastrale perceel, dus inclusief de gronden die zijn bestemd als ‘Tuin’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per bouwvlak is de maximale toegestane goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen aangegeven op de verbeelding. Voor de bijgebouwen geldt altijd een maximale goothoogte van 3,25 m. De maximale bouwhoogte mag maximaal de bouwhoogte van het hoofdgebouw minus 2,0 m zijn, waarbij geldt dat de bouwhoogte in ieder geval 3,0 m mag bedragen en maximaal 5,5 m.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervolgens zijn door middel van een afwijkingsbevoegdheid aan huis gebonden bedrijven mogelijk gemaakt. Daarbij wordt uitdrukkelijk als voorwaarde gesteld dat de woonfunctie als overwegende functie gehandhaafd dient te blijven. Ook is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het gebruik van een (vrijstaand) bijgebouw als afhankelijke woonruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het achterterrein, direct achter de tuin, waar de waterretentievoorziening wordt gerealiseerd, is de bestemming voorzien van de aanduiding voor de waterretentie. Deze maakt de aanleg mogelijk en regelt de instandhouding van het element.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3: Algemene regels</h3>\n<p class=\"lf-p\">Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel is rechtstreeks overgenomen uit het Bro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene bouwregels In dit artikel is een regeling opgenomen m.b.t. het ondergronds bouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene gebruiksregels In de algemene regels zijn enkele algemene gebruiksregels opgenomen die voor de bestemming geldt, zoals het verbod om gronden en gebouwen te gebruiken voor prostitutiedoeleinden en als stort-/ opslagplaats voor grond en afval.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene aanduidingsregels In de algemene aanduidingsregel is de parkeernormering opgenomen voor deze locatie, overeenkomstig het komplan Haaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene afwijkingsregels In dit artikel is een algemene afwijkingsregeling opgenomen voor de maatvoering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 10 %.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen teneinde bestemmingsgrenzen te kunnen wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overige regels In dit artikel is opgenomen welke voorschriften van stedenbouwkundige aard uit de bouwverordening wel en niet van toepassing blijven.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 4: Overgangsrecht en slotregel</h3>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsrecht In dit artikel is een regeling opgenomen voor bestaande zaken en rechten die niet in overeenstemming zijn met de overige regelingen in dit bestemmingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels voor het overgangsrecht zijn overgenomen uit het Bro, waarin standaard overgangsrecht voor bestemmingsplannen is opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Slotregel De slotregel bevat de titel van het bestemmingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe is voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een overeenkomst “grondexploitatie &amp; planschade” afgesloten. In de overeenkomst worden de wettelijk verplichte plankosten doorberekend aan de initiatiefnemer. Voor de realisatie van het plan hoeft door de gemeente geen investering gedaan te worden. Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de getekende overeenkomst. In de overeenkomst is tevens opgenomen dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingevolge artikel 6.12 Wro is het opstellen van een exploitatieplan verplicht indien een bestemmingsplan de realisatie van een bouwplan mogelijk maakt. Hetzelfde artikel bepaalt verder dat deze verplichting niet geldt indien het verhaal van de kosten, genoemd in de artikelen 6.2.3 tot en met 6.2.5 Bro, op een andere wijze is geregeld en het stellen van locatie-eisen niet noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat er voor de gemeente in voorliggende situatie geen aanleiding is voor het stellen van locatie-eisen, en de gemeentelijke kosten door middel van de getekende anterieure overeenkomst worden gedekt, is het ingevolge artikel 6.12 Wro niet verplicht om een exploitatieplan op te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1.Overleg Het bestemmingsplan is op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden aan de volgende instanties:</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterschap De Dommel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Provincie Noord-Brabant.</p>\n<p class=\"lf-p\">De provincie heeft geen vooroverlegreactie gegeven. De reactie van het waterschap is in de toelichting verwerkt. Beide reacties zijn als bijlage toegevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">8.2.Zienswijzen Het ontwerp van het bestemmingsplan is op grond van de Algemene wet bestuursrecht gedurende 6 weken voor een ieder ter visie gelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiertegen zijn 2 (ontvankelijke) zienswijzen ingediend. De weergave van de zienswijzen, alsmede de gemeentelijke reactie daarop, zijn verwoord in de Nota van zienswijzen, welke onderdeel vormt van het vaststellingsbesluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 17Beeldkwaliteitplan Langeweg 10-10a, Haaren bestaande situatie suggestie nieuwe situatie Aanleiding De heer bezit een woning (Langeweg 10) en een winkel met bedrijfsruimte en opslagruimte aan de Langeweg 10a in de gemeente Haaren.</p></div>", "next": 239898}