{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Een erf- en perceelafscheiding voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als het eerder als zodanig door de welstandscommissie is goedgekeurd voor een identiek plan voor hetzelfde bouwblok of in een vergelijkbare situatie (bijvoorbeeld in dezelfde straat).</p>\n<p class=\"lf-p\">Informatie over standaardplannen is verkrijgbaar bij de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">WILT U EEN ERF- OF PERCEELSAFSCHEIDING PLAATSEN?</p>\n<p class=\"lf-p\">ERF- OF PERCEELSAFSCHEIDING Erfafscheiding op het achtererf of zijerf , meer dan 3 m terugliggend vanaf de voorgevellijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er geen standaardplan is, voldoet een erfafscheiding in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan. aan de voorzijde maximaal 1 m hoog. achter de achtergevel maximaal 2 m hoog. grenzend aan openbaar gebied: uitgevoerd in steen conform de woning of hout in een transparante constructie maximaal 80% gesloten strakke uitvoering. niet uitstekend voor de rooilijn van aangrenzende woningen achter.</p>\n<p class=\"lf-p\">ZONNEPANELEN EN -COLLECTOREN ALGEMEEN Wat is een zonnepaneel en wat is een zonnecollector?</p>\n<p class=\"lf-p\">Met een zonnecollector wordt warmte opgewekt, die via een warmwateropslag meestal wordt gebruikt voor het verwarmen van water voor huishoudelijk gebruik. Met een zonnepaneel wordt electriciteit opgewekt uit daglicht voor de electriciteitsvoorziening van een bouwwerk. De genoemde voorwaarden gelden voor zowel zonnepanelen als zonnecollectoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Excessenregeling Als een zonnepaneel en -collector vergunningvrij mogen worden gebouwd, dan worden deze niet preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand. Voor uitzonderingsgevallen is echter een zogenoemde \"excessenregeling\" ingesteld, want men kan bouwsels maken die \"in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand\". En wel zodanig dat de gemeente zich genoodzaakt voelt om in te grijpen. De eigenaar wordt dan verzocht het uiterlijk van het bouwsel aan te passen, ondanks het feit dat het bouwsel bouwvergunningvrij is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsing Bij alle plannen is ten eerste het bestemmingsplan maatgevend. Een regulier vergunningplichtig plan moet altijd ter beoordeling worden voorgelegd aan de welstandscommissie. Een licht vergunningplichtig plan mag door een gemandateerde ambtenaar worden getoetst en (eventueel) worden goedgekeurd op basis van de hierna genoemde welstandseisen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voldoet het plan niet aan deze welstandseisen, of is er sprake van een bijzondere situatie waarbij twijfel bestaat over de toepasbaarheid van de criteria, dan wordt het plan alsnog aan de welstandscommissie voor gelegd, die bij de beoordeling tevens gebruikmaakt van de gebiedsgerichte en de algemene welstandscriteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van een bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij door het Rijk, de provincie of de gemeente aangewezen beschermde monumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Standaardplan Een zonnepaneel en -collector voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als het eerder als zodanig door de welstandscommissie is goedgekeurd voor een identiek plan voor hetzelfde bouwblok of in een vergelijkbare situatie (bijvoorbeeld in dezelfde straat).</p>\n<p class=\"lf-p\">Informatie over standaardplannen is verkrijgbaar bij de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">WILT U EEN ZONNEPANEEL OF EEN ZONNECOLLECTOR PLAATSEN?</p>\n<p class=\"lf-p\">ZONNEPANEEL- OF COLLECTOR Als er geen standaardplan is, voldoet een zonnepaneel- of collector in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan de onderstaande criteria wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maatvoering:</p>\n<p class=\"lf-p\">Op schuine daken; geheel binnen het dakvlak gelegen en een gelijke hellingshoek als het dakvlak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op platte daken; geheel gelegen binnen een hoek van 15 graden vanaf de dakrand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vorm:</p>\n<p class=\"lf-p\">Paneel of collector is integraal opgenomen in het ontwerp van het bouwwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paneel of collector vormt' een geheel met de installatie voor het opslaan van water of voor de opwekking van electriciteit zo niet dan is de installatie in het bouwwerk geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Materiaal- en kleurgebruik:</p>\n<p class=\"lf-p\">De kleur is overeenkomstig met het achterliggende dakvlak of anders zwart, antraciet of donkergrijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overig:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij meerdere panelen of collectoren dient er een regelmatige rangschikking op horizontale of verticale lijn te zijn. (SCHOTEL)ANTENNES ALGEMEEN Wat is een (schotel)antenne?</p>\n<p class=\"lf-p\">In de regelgeving rondom het ver gunningvrij plaatsen van antennes wordt onderscheid gemaakt tussen een aantal soorten antennes:</p>\n<p class=\"lf-p\">Antennes ten behoeve van mobiele telecommunicatie. Dit betreft de zogenaamde GSM-antennes.</p>\n<p class=\"lf-p\">C2000 antennes. Dit zijn antennes ten behoeve van de communicatie tussen hulpdiensten, zoals politie, brandweer en ambulances.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overige antennes. Onder deze categorie vallen schotelantennes en andere antennes voor de ontvangst van radio of TV-signalen en sprietantennes, zoals bijvoorbeeld voor 27MC zendinstallaties (\"bakkies\").</p>\n<p class=\"lf-p\">Daar waar verder over antennes gesproken wordt in het navolgende, wordt deze categorie antennes bedoeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Excessenregeling Als een (schotel)antenne vergunningvrij mag worden gebouwd, dan wordt deze niet preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand. Voor uitzonderingsgevallen is echter een zogenoemde \"excessenregeling\" ingesteld, want men kan bouwsels maken die \"in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand\". En wel zodanig dat de gemeente zich genoodzaakt voelt om in te grijpen. De eigenaar wordt dan verzocht het uiterlijk van het bouwsel aan te passen, ondanks het feit dat het bouwsel bouwvergunningvrij is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsing Bij alle plannen is ten eerste het bestemmingsplan maatgevend. Een regulier vergunningplichtig plan moet altijd ter beoordeling worden voorgelegd aan de welstandscommissie. Een licht vergunningplichtig plan mag door een gemandateerde ambtenaar worden getoetst en (eventueel) worden goedgekeurd op basis van de hierna genoemde welstandseisen. Voldoet het plan niet aan deze welstandseisen, of is er sprake van een bijzondere situatie waarbij twijfel bestaat over de toepasbaarheid van de criteria, dan wordt het plan alsnog aan de welstandscommissie voorgelegd, die bij de beoordeling tevens gebruikmaakt van de gebiedsgerichte en de algemene welstandscriteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van een bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij door het Rijk, de provincie of de gemeente aangewezen beschermde monumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Standaardplan Een (schotel)antenne voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als het eerder als zodanig door de welstandscommissie is goedgekeurd voor een identiek plan voor het zelfde bouwblok of in een vergelijkbare situatie (bijvoorbeeld in dezelfde straat). Informatie over standaardplannen is verkrijgbaar bij de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">WILT U EEN (SCHOTEL)ANTENNE PLAATSEN? (SCHOTEL)ANTENNES Als er geen standaardplan is, voldoet een (schotel)antenne in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Achter de voorgevelrooilijn Maximaal diameter 2 m inclusief voet maximaal 3 m hoog Kleur donker of indien lichte achtergrond kleur licht ZONWERINGEN, (ROL)LUIKEN EN ROLHEKKEN ALGEMEEN Wat is een zonwering, (rol)luik of rolhek?</p>\n<p class=\"lf-p\">Zonweringen zijn voorzieningen om gebouwen tegen zonlicht en warmte te beschermen. (Rol)luiken en rolhekken zijn voorzieningen om ruiten van gebouwen tegen inbraak en vandalisme te beschermen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Excessenregeling Als een zonwering, (rol)luik of rolhek vergunningvrij mag worden gebouwd, dan wordt deze niet preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand. Voor uitzonderingsgevallen is echter een zogenoemde \"excessenregeling\" ingesteld, want men kan bouwsels maken die \"in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand\". En wel zodanig dat de gemeente zich genoodzaakt voelt om in te grijpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar wordt dan verzocht het uiterlijk van het bouwsel aan te passen, ondanks het feit dat het bouwsel bouw­vergunningvrij is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsing Bij alle plannen is ten eerste het bestemmingsplan maatgevend. Een regulier vergunningplichtig plan moet altijd ter beoordeling worden voorgelegd aan de welstandscommissie. Een licht vergunningplichtig plan mag door een gemandateerde ambtenaar worden getoetst en (eventueel) worden goedgekeurd op basis van de hierna genoemde welstandseisen. Voldoet het plan niet aan deze welstandseisen, of is er sprake van een bijzondere situatie waarbij twijfel bestaat over de toepasbaarheid van de criteria, dan wordt het pion alsnog aan de welstandscommissie voorgelegd, die bij de beoordeling tevens gebruikmaakt van de gebiedsgerichte en de algemene welstandscriteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van een bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij door het Rijk, de provincie of de gemeente aangewezen beschermde monumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Standaardplan Een zonwering, (rol)luik of rolhek voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als het eerder als zodanig door de welstandscommissie is goedgekeurd voor een identiek plan voor hetzelfde bouwblok of in een vergelijkbare situatie (bijvoorbeeld in dezelfde straat). Informatie over standaardplannen is verkrijgbaar bij de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">WILT U EEN ROLHEK OF (ROL)LUIK PLAATSEN?</p>\n<p class=\"lf-p\">WILT U EEN ZONWERING PLAATSEN?</p>\n<p class=\"lf-p\">ZONWERINGEN, (ROL)LUIKEN EN ROLHEKKEN Als er geen standaardplan is, voldoet een zonwering, (rol)luik of rolhek in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overeenkomstig eerdere installaties aan de gevel na 1 juli 2004 Passend binnen de gevelopening Kleur aangepast aan die van de woning RECLAME ALGEMEEN Wat is reclame?</p>\n<p class=\"lf-p\">Reclame is een publieke aanprijzing van een bedrijf, een product of een dienst. Reclames op borden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het plaatsen van een op de grond staande reclamezuil is een lichte bouwvergunning vereist. Voor de overige reclame-uitingen moet een vergunning worden aangevraagd in het kader van de gemeentelijke APV. Een welstandsbeoordeling maakt deel uit van deze vergunningprocedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hierna genoemde welstandscriteria zijn bruikbaar voor een reclame-uiting waarvoor een vergunning wordt aangevraagd. Voldoet het plan aan deze criteria, dan kan een gemandateerde ambtenaar het positieve welstandsoordeel geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voldoet het bouwplan niet aan deze criteria of is er sprake van een bijzondere situatie waarbij twijfel bestaat over de toepasbaarheid van deze criteria dan wordt het bouwplan aan de welstandscommissie voorgelegd, die bij de beoordeling tevens gebruikmaakt van de gebiedsgerichte en de algemene welstandscriteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van zo'n bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij door het Rijk, de provincie of de gemeente aangewezen beschermde monumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">WILT U EEN RECLAMEZUIL PLAATSEN?</p>\n<p class=\"lf-p\">RECLAME-UITINGEN AAN DE VOORGEVEL OF OP HET VOORERF Een reclame-uiting los van de gevel voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eén naamsbord per pand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maximaal 0,5 m2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet van binnenuit verlicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Loodrecht op of vlak met de gevel aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet aangebracht op bouwlagen met woonbestemming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op voorerf maximaal 1,5 m hoog.</p>\n<p class=\"lf-p\">BIJLAGEIBEGRIPPENKADER De matrix is opgebouwd uit een aantal zo te noemen beeldcomponenten. Deze zijn onderverdeeld in vijf hoofdcategorieën, te weten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruimte: dit betreft de functionele en ruimtelijke context van een gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsing: dit betreft de situering van de gebouwen op hun locatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdvorm: dit betreft de massa- of volumewerking van de gebouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanzichten: dit betreft de hoofdlijnen van de architectuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmaak: dit betreft het materiaal- en kleurgebruik, de details en de ornamentiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke hoofdcategorie is onderverdeeld in een aantal beeldcomponenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de meeste situaties valt er over elk beeldcomponent wel één of meer karakteristieken te duiden. Soms is een item voor een bepaalde situatie irrelevant en is dan niet van toepassing. Het is ook goed denkbaar dat er zich meer of andere beeldcomponenten aandienen. In incidentele gevallen kunnen deze altijd onder \"opmerkingen\" behandeld worden, maar als sprake is van een vaker voorkomend item, kan de matrix ook worden aangepast of aangevuld. De items in de matrix zijn weliswaar de resultaten van geteste veronderstellingen, maar ze zijn niet heilig en kunnen dus worden vervangen en uitgewisseld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruimte Hier zijn onder meer de volgende beeldcomponenten van belang:</p>\n<p class=\"lf-p\">Locatie type Hier gaat het om de aard van de situatie en de karakteristiek van het omgevingsbeeld op grotere schaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden: open landschap, woonwijk uit bepaalde periode, dorpstype (wierdedorp, dijkdorp, wegdorp en dergelijke). Voor algemene typeringen van historische nederzettingskarakteristieken ligt het voor de hand zich te baseren op de provinciale nota \"Dorpen in Groningen'.</p>\n<p class=\"lf-p\">Object type dit betreft een karakterisering van de bebouwing in het betreffende gebied naar vorm en functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden: boerderijen, villa's, bedrijfsbebouwing, woonhuizen, enzovoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beeldtypering Hier gaat het om een typering van de samenhang tussen bebouwing en ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden: laanbebouwing, dorpsbebouwing, tuindorp, planmatige uitbreiding, recreatiebouw en dergelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdsperiode Betreft globaal de periode waarin de betreffende situatie tot stand is gekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden: rond 1900, 19e eeuw, jaren 20 en 30, enzovoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsing Relatieve positie Hierbij gaat het om de onderlinge positie van de bebouwing ten opzichte van de (denkbeeldige) rooilijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden: in de rooilijn, enigszins verspringend, (sterk) wisselend, gestaffeld, onbepaald, enzovoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afstand tot de weg Hier wordt een indicatie gegeven van de afstand van de bebouwing tot de openbare weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden: direct op de weg (indicatie minder dan 2 meter), enige afstand tot de weg (indicatie 2 tot 10 meter), ruime afstand tot de weg (indicatie 10 tot 20 meter), grote afstand tot de weg (indicatie meer dan 20 meter).</p>\n<p class=\"lf-p\">Relatief verband Dit betreft de onderlinge tussen afstanden van de gebouwen en de mate waarin de ruimte tussen de gebouwen tot een open of gesloten karakter leidt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden: gesloten bebouwing, tamelijk gesloten bebouwing, open bebouwing, solitaire bebouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groepering op het erf Hier gaat het om de groepering van gebouwen op het erf in hun onderling verband.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden: hoofdgebouw prominent, bijgebouwen zichtbaar, clustering, ruime setting, enzovoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">Richting van de bouwvorm Dit betreft de hoofdrichting van de bebouwing ten opzichte van de weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden: langs, dwars, schuin, indifferent en dergelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdvorm Contour Bij contour is het profiel van de bouwmassa in het geding. Dit wordt aangegeven in de karakteristieke duiding van de hoogte in relatie met het profiel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden: één bouwlaag met kap, twee bouwlagen plat en dergelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">Relatieve omvang Dit betreft de grootte van de gebouwen in hun onderlinge relatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden: onderling overeenkomstig, enig onderling verschil, onderling verschil, veel onderling verschil en dergelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geleding van de bouwmassa Hier gaat het om de indicatie hoe de bouwmassa van het gebouw is samengesteld: is er bijvoorbeeld sprake van één afleesbaar volume of bestaat het gebouw uit twee of meer afzonderlijk te benoemen bouwmassa's.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden: enkelvoudig, samengesteld Plastiek Dit betreft de kenmerkende plastische vormbehandeling van de gebouwen, is er sprake van een strakke vorm of heeft het gebouw uitbouwen of insnoeringen en dergelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden: sober, minder sober, gemiddeld, complex, zeer complex en dergelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanzichten Stijl Dit betreft een aanduiding van de bouwstijl van de bebouwing in globale zin.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden: traditioneel, afgeleid traditioneel, jaren 20/30, modern en dergelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">Compositie Hier gaat het om de architectonische geleding van de gevels, zoals deze bijvoorbeeld zichtbaar is in de vorm van de gevelopeningen en kozijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden: horizontaal, verticaal, wisselend, indifferent en dergelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">Detail en ornament Dit betreft de kenmerkende detaillering en versiering van de bebouwing, die bijdraagt aan de expressie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden: geen tot bescheiden, eenvoudig, gemiddeld, enigszins rijk, rijk en dergelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">Transparantie gevels Dit betreft de mate van openheid van de op de openbare ruimte gerichte gevels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden: open, enigszins open, gesloten en dergelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmaak Kleur Dit betreft de hoofdkleur van de gevels en daken van de bebouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden: rood, groen met zwart en dergelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kleurtoon Dit betreft de overwegende toonzetting in het kleurgebruik van de bebouwing, het goot daarbij om gradaties van helderheid in het materiaal- en kleurgebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden: lichte kleurtoon, middentoon, donkere kleurtoon en dergelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">Materiaal Dit betreft de aard van de beeldbepalende materialen van met name gevels en daken van de bebouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden: steenachtig, hout, rieten daken en dergelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenvatting matrix Elk beeldcomponent is in de matrix nader gespecificeerd. De kolom beschrijving biedt ruimte voor een korte duiding in telegramstijl van de belangrijkste kenmerken. Er is uiteraard altijd ruimte voor bemerkingen die niet onder een bepaalde component kunnen worden geschikt. Bovendien kan in de beredeneerde beschrijving van een meer uitgebreide behandeling sprake zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gradatie In de kolom gradatie wordt aangegeven in welke mate het beeldcomponent zich in het gebied voordoet. In een bepaald buitengebied komen bijvoorbeeld in hoofdzaak boerderijen voor, maar ook wel woonhuizen. In de beschrijving onder objecttype wordt bijvoorbeeld boerderijen aangegeven, waarna in de gradatiekolom kan worden geduid in welke mate de beschrijving van toepassing is. De boerderijen kunnen het beeld in het gebied bijvoorbeeld zodanig bepalen dat sprake is van een beeldbepalende gradatie. Wanneer ook andere bebouwing, zoals hier burgerwoningen een rol spelen, dan kan men ook voor de gradatie overwegend kiezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er sprake is van een zeker evenwicht in het ruimtelijk beeld, maar niettemin de boerderijen als de belangrijkste beelddragers worden gezien ligt de gradatie gevarieerd voor de hand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien beide typen van bebouwing in min of meer gelijke mate bepalend zijn voor het ruimtelijk beeld, is het meer aangewezen om in de beschrijving te kiezen voor \"boerderijen en woonhuizen\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt is dus niet primair de exacte verhouding in de mate waarin de verschillende elementen voorkomen, maar veeleer hoe deze zich in de waarneming van de beleidsmakers voordoen. Ook hier biedt de beredeneerde beschrijving uiteraard alle ruimte om mogelijke omissies in de matrix te benoemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering Onder waardering wordt voor elk beschreven beeldcomponent de waardering aangegeven van het betreffende aspect in de gebiedseigen context. Wanneer een gebied wordt bepaald door vrijstaande bebouwing op ruime erven, dan zullen deze componenten voor dit gebied altijd positief gewaardeerd worden, omdat zij intrinsiek zijn voor het gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast speelt een waardering van verschillende beeldcomponenten, die stoelt op ervaring en kennis van de opstellers van het gemeentelijk welstandsbeleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is van belang dat deze waardering niet alleen door deskundigen, maar ook door burgers en bestuurders wordt gedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook is een waardering afhankelijk van de visie die er voor een bepaald gebied bestaat. De waardering voor verschillende aspecten van ruimtelijke kwaliteit kan afhankelijk zijn van bijvoorbeeld de uitstraling die een gemeente met een bepaald gebied voorstaat. Een gemeente die zichzelf als een groene parel profileert, zal veel belang hechten aan het (openbaar) groen in de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kale erven en boomloze straten zullen in het gegevensvoorbeeld don negatief scoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de waarderingskolom bestaat de waardering uit drie smaken: positief, neutraal en negatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleid In deze kolom wordt voor de betreffende beeldcomponenten het beleid geduid, maar er is in veel gevallen natuurlijk ook sprake van beleid in meer algemene of specifieke zin, zoals dot in andere beleidsstukken van de gemeente is uitgesproken. Op basis van lokale politieke discussie zal het welstandsbeleid voor de verschillende gebieden moeten worden vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de matrix zijn hiervoor vier smaken aangegeven:</p>\n<p class=\"lf-p\">1 Handhaven Hierbij gaat het om de intentie om het bestaande ruimtelijk beeld als zodanig zoveel mogelijk te handhaven en als uitgangspunt te hanteren voor verdere ontwikkeling (dit beleid zal in ieder geval voor beschermde gezichten van toepassing zijn).</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Respecteren Bij dit beleid staat het zorgvuldig omgaan met bestaande waarden voorop. Deze hoeven niet altijd letterlijk in stand te blijven, maar dienen met respect te worden geïnterpreteerd bij nieuwe ontwikkelingen. De bestaande situatie geldt als bepalend voor verdere ontwikkelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Incidenteel wijzigen Hier krijgt het continue transformatieproces de ruimte, waarbij de bestaande situatie als leidraad wordt genomen, maar gaandeweg vervangen wordt door nieuwe oplossingen en nieuwe beelden. Veranderen is hier niet een beleidsdoel op zichzelf, maar het beleid gaat uit van de veranderbaarheid van het gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Planmatig wijzigen Dit beleid is gericht op verandering. Het gaat hier om een bewuste verandering van het ruimtelijk beeld en de ruimtelijke kwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit kan van toepassing zijn voor de verandering van een weidegebied in een woonwijk, maar geldt in het algemeen voor herstructureringsgebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">BIJLAGEIIMATRIX GEBIEDSGERICHTE BESCHRIJVING Matrix gebiedsgerichte beschrijving Gemeente: Bellingwedde Gebiedsduiding:</p>\n<p class=\"lf-p\">Diverse wegen in het buitengebied componenten codering gradatie waardering beleid ruimte B O G Po Nu Ne Hh Re Iw Pw Locatietype landwegen in half open landschap X X X Object type woon- en boerenbehuizing X X X Beeldtypering verspreide landelijke bebouwing X X X Tijdsperiode rond 1900 X X X Overig Plaatsing Relatieve positie wisselend X X X Afstand tot de weg gevarieerd X X X Relatief verband open tot solitair X X X Groepering op erf bijgebouw zichtbaar X X X Richting bouwvorm divers X X X Overig ruim groen prof iel X X X Hoofdvorm Contour één laag met kap X X X Relatieve omvang enig verschil X X X Geleding van de massa enkelvoudig X X X Plastiek eenvoudig X X X Overig Aanzichten Stijl traditioneel X X X Compositie verticaal X X X Detail en ornament eenvoudig X X X Transparantie gevels gesloten X X X Overig Opmaak Kleur rood X X X Kleurtoon middentoon X X X Materiaal steenachtig X X X Overig donkere bijgebouwen X X X Gradatie: b = beeldbepalend; o= overwegend; g= gevarieerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering: po= positief; nu= neutraal; ne= negatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleid: hh= handhaven; re= respecteren; iw= incidenteel wijzigen; pw= planmatig wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmerkingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Matrix gebiedsgerichte beschrijving Gemeente: Bellingwedde Gebiedsduiding:</p>\n<p class=\"lf-p\">Recreatieve doeleinden componenten codering gradatie waardering beleid ruimte B O G Po Nu Ne Hh Re Iw Pw Locatietype natuurlandschap X X X Objecttype verblijfsrecreatie X X X Beeldtypering recreatiebouw X X X Tijdsperiode vanaf 1980 X X X Overig aandacht voor landschappelijke inpassing X X X Plaatsing Relatieve positie wisselend X X X Afstand tot de weg onbepaald X X X Relatief verband overwegend gesloten bebouwing X X X Groepering op erf n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Richting bouwvorm gevarieerd X X X Overig Hoofdvorm Contour één laag met kap/plat X X X Relatieve omvang enige onderlinge verschillen X X X Geleding van de massa enkelvoudig X X X Plastiek sober X X X Overig Aanzichten Stijl divers X X X Compositie divers X X X Detail en ornament sober X X X Transparantie gevels open X X X Overig Opmaak Kleur divers X X X Kleurtoon lichte kleurtoon X X X Materiaal steenachtig/houtachtig X X X Overig Gradatie: b = beeldbepalend; o= overwegend; g= gevarieerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering: po= positief; nu= neutraal; ne= negatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleid: hh= handhaven; re= respecteren; iw= incidenteel wijzigen; pw= planmatig wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmerkingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Matrix gebiedsgerichte beschrijving Gemeente: Bellingwedde Gebiedsduiding:</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurlandschap componenten codering gradatie waardering beleid ruimte B O G Po Nu Ne Hh Re Iw Pw Locatietype stroomdalgebied van de Westerwoldse Aa X X X Objecttype incidenteel gemaal e.d.</p>\n<p class=\"lf-p\">X X X Beeldtypering hoofdzakelijk weilanden met boselementen en water X X X Tijdsperiode n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overig n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsing Relatieve positie n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afstand tot de weg n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Relatief verband n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groepering op erf n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Richting bouwvorm n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overig n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdvorm Contour n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Relatieve omvang n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geleding van de massa n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plastiek n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overig n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanzichten Stijl n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Compositie n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Detail en ornament n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Transparantie gevels n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overig n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmaak Kleur n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kleurtoon n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Materiaal n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overig n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gradatie: b = beeldbepalend; o= overwegend; g= gevarieerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering: po= positief; nu= neutraal; ne= negatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleid: hh= handhaven; re= respecteren; iw= incidenteel wijzigen; pw= planmatig wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmerkingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Matrix gebiedsgerichte beschrijving Gemeente: Bellingwedde Gebiedsduiding:</p>\n<p class=\"lf-p\">Lint componenten codering gradatie waardering beleid ruimte B O G Po Nu Ne Hh Re Iw Pw Locatietype verdichte wegdorpen met open gedeelten X X X Object type woonhuizen en boerderijen X X X Beeldtypering lintbebouwing X X X Tijdsperiode na 1900 X X X Overig gebieden met solitaire posities X X X Plaatsing Relatieve positie wisselend X X X Afstand tot de weg enige tot ruime afstand tot de weg X X X Relatief verband open bebouwing X X X Groepering op erf hoofdgebouw prominent X X X Richting bouwvorm hoofdzakelijk evenwijdig aan de kavelrichting X X X Overig Hoofdvorm Contour één bouwlaag met kap X X X Relatieve omvang enig onderling verschil X X X Geleding van de massa enkelvoudig X X X Plastiek gemiddeld X X X Overig opvallend grote boerderijen X X X Aanzichten Stijl traditioneel X X X Compositie verticaal X X X Detail en ornament gemiddeld X X X Transparantie gevels tamelijk gesloten X X X Overig Opmaak Kleur. rood X X X Kleurtoon middentoon X X X Materiaal steenachtig X X X Overig incidentele invulling met houten huizen en/of rieten kappen X X X Gradatie: b = beeldbepalend; o= overwegend; g= gevarieerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering: po= positief; nu= neutraal; ne= negatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleid: hh= handhaven; re= respecteren; iw= incidenteel wijzigen; pw= planmatig wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmerkingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Matrix gebiedsgerichte beschrijving Gemeente: Bellingwedde Gebiedsduiding:</p>\n<p class=\"lf-p\">Verdicht lint componenten codering gradatie waardering beleid ruimte B O G Po Nu Ne Hh Re Iw Pw Locatietype verdichte wegdorpen X X X Object type woon- en winkelbehuizing X X X Beeldtypering verdichte lintbebouwing X X X Tijdsperiode rond 1900 X X X Overig Plaatsing Relatieve positie enigszins verspringend X X X Afstand tot de weg direct tot enige afstand tot de weg X X X Relatief verband tamelijk gesloten bebouwing X X X Groepering op erf hoofdgebouw prominent X X X Richting bouwvorm varierend van evenwijdig aan de kavelrichting tot haaks op de weg X X X Overig Hoofdvorm Contour één bouwlaag met kop X X X Relatieve omvang enig onderling verschil X X X Geleding van de massa enkelvoudig X X X Plastiek gemiddeld X X X Overig Aanzichten Stijl traditioneel X X X Compositie verticaal X X X Detail en ornament gemiddeld X X X Transparantie gevels tamelijk gesloten X X X Overig Opmaak Kleur rood X X X Kleurtoon middentoon X X X Materiaal steenachtig X X X Overig Gradatie: b = beeldbepalend; o= overwegend; g= gevarieerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering: po= positief; nu= neutraal; ne= negatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleid: hh= handhaven; re= respecteren; iw= incidenteel wijzigen; pw= planmatig wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmerkingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Matrix gebiedsgerichte beschrijving Gemeente: Bellingwedde Gebiedsduiding:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijzonder lint componenten codering gradatie waardering beleid ruimte B O G Po Nu Ne Hh Re Iw Pw Locatietype historische route met doorzicht op landschap X X X Objecttype grote boerderijen afgewisseld met woon- en winkelbehuizing X X X Beeldtypering lintbebouwing X X X Tijdsperiode rond 1900 X X X Overig afwijkende bebouwing en rijke boomaanplant X X X Plaatsing Relatieve positie (sterk) wisselend X X X Afstand tot de weg enige tot grote afstand tot de weg X X X Relatief verband tamelijk open bebouwing X X X Groepering op erf bijgebouwen zichtbaar, hoofdgebouw prominent X X X Richting bouwvorm voornamelijk haaks op de weg X X X Overig opvallend veel monumenten X X X Hoofdvorm Contour één of meer bouwlagen met kap X X X Relatieve omvang veel onderling verschil X X X Geleding van de massa samengesteld X X X Plastiek gemiddeld tot complex X X X Overig Aanzichten Stijl gevarieerd traditioneel X X X Compositie verticaal (wisselend) X X X Detail en ornament gemiddeld tot rijk X X X Transparantie gevels tamelijk gesloten X X X Overig Opmaak Kleur rood X X X Kleur toon middentoon X X X Materiaal steenachtig X X X Overig opvallend veel witte ornamenten X X X Gradatie: b = beeldbepalend; o= overwegend; g= gevarieerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering: po= positief; nu= neutraal; ne= negatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleid: hh= handhaven; re= respecteren; iw= incidenteel wijzigen; pw= planmatig wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmerkingen: het betreft evt. een beschermd dorpsgezicht (alleen in Bellingwolde).</p>\n<p class=\"lf-p\">Matrix gebiedsgerichte beschrijving Gemeente: Bellingwedde Gebiedsduiding:</p>\n<p class=\"lf-p\">Agrarisch lint componenten codering gradatie waardering beleid ruimte B O G Po Nu Ne Hh Re Iw Pw Locatietype landschappelijk open lintbebouwing X X X Objecttype woonbebouwing en boerderijen X X X Beeldtypering landschappelijke lint bebouwing X X X Tijdsperiode 20e eeuw X X X Overig Plaatsing Relatieve positie (sterk) wisselend X X X Afstand tot de weg enige tot grote afstand tot de weg X X X Relatief verband open tot solitaire bebouwing X X X Groepering op erf hoofdgebouw prominent en bijgebouwen zichtbaar X X X Richting bouwvorm haaks op de weg X X X Overig Hoofdvorm Contour één tot twee bouwlagen met kap X X X Relatieve omvang onderling verschil X X X Geleding van de massa enkelvoudig X X X Plastiek minder sober X X X Overig Aanzichten Stijl voornamelijk traditioneel X X X Compositie verticaal X X X Detail en ornament eenvoudig X X X Transparantie gevels tamelijk gesloten X X X Overig Opmaak Kleur rood X X X Kleurtoon middentoon X X X Materiaal steenachtig X X X Overig Gradatie: b = beeldbepalend; o= overwegend; g= gevarieerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering: po= positief; nu= neutraal; ne= negatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleid: hh= handhaven; re= respecteren; iw= incidenteel wijzigen; pw= planmatig wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmerkingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Matrix gebiedsgerichte beschrijving Gemeente: Bellingwedde Gebiedsduiding:</p>\n<p class=\"lf-p\">Landelijke bebouwingsclusters componenten codering gradatie woordering beleid ruimte B O G Po Nu Ne Hh Re Iw Pw Locatietype verspreide bebouwing in het landelijk gebied X X X Objecttype landarbeidersbehuizing X X X Beeldtypering bebouwing hoofdzakelijk parallel aan laan X X X Tijdsperiode na 1900 X X X Overig omgeving bossingels en merendeel onverharde lanen X X X Plaatsing Relatieve positie wisselend X X X Afstand tot de weg ruime afstand tot de weg X X X Relatief verband solitaire bebouwing X X X Groepering op erf hoofdgebouw prominent X X X Richting bouwvorm langs laan X X X Overig Hoofdvorm Contour één bouwlaag met kap X X X Relatieve omvang onderling overeenkomstig X X X Geleding van de massa enkelvoudig X X X Plastiek sober X X X Overig grote dakvlakken met flauwe dakhelling X X X Aanzichten Stijl traditioneel X X X Compositie verticaal X X X Detail en ornament geen tot bescheiden X X X Transparantie gevels gesloten X X X Overig Opmaak Kleur rood 1 X X X Kleurtoon middentoon X X X Materiaal steenachtig X X X Overig incidenteel wit geschilderd X X X Gradatie: b = beeldbepalend; o= overwegend; g= gevarieerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering: po= positief; nu= neutraal; ne= negatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleid: hh= handhaven; re= respecteren; iw= incidenteel wijzigen; pw= planmatig wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmerkingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Matrix gebiedsgerichte beschrijving Gemeente: Bellingwedde Gebiedsduiding:</p>\n<p class=\"lf-p\">Oude nieuwbouw componenten codering gradatie waardering beleid ruimte B O G Po Nu Ne Hh Re Iw Pw Locatietype oude nieuwbouw X X X Objecttype gekoppelde of geschakelde woningen X X X Beeldtypering planmatige uitbreiding X X X Tijdsperiode naoorlogs X X X Overig één verzorgingstehuis, \"De Blanckenborg\"</p>\n<p class=\"lf-p\">X X X Plaatsing Relatieve positie in de rooilijn X X X Afstand tot de weg enige afstand tot de weg X X X Relatief verband gesloten bebouwing X X X Groepering op erf clustering X X X Richting bouwvorm evenwijdig aan de weg X X X Overig Hoofdvorm Contour hoofdzakelijk Wedde + Vriescheloo één bouwlaag met kop X X X Relatieve omvang enig onderling verschil X X X Geleding van de massa enkelvoudig X X X Plastiek sober X X X Overig hoofdzakelijk Blijham + Bellingwolde twee bouwlagen met kap X X X Aanzichten Stijl jaren 50/60/70 X X X Compositie indifferent X X X Detail en ornament geen tot bescheiden X X X Transparantie gevels enigszins open X X X Overig Opmaak Kleur rood X X X Kleurtoon middentoon X X X Materiaal hoofdzakelijk steenachtig X X X Overig Gradatie: b = beeldbepalend; o= overwegend; g= gevarieerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering: po= positief; nu= neutraal; ne= negatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleid: hh= handhaven; re= respecteren; iw= incidenteel wijzigen; pw= planmatig wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmerkingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Matrix gebiedsgerichte beschrijving Gemeente: Bellingwedde Gebiedsduiding:</p>\n<p class=\"lf-p\">Jonge nieuwbouw componenten codering gradatie waardering beleid ruimte B O G Po Nu Ne Hh Re Iw Pw Locatietype nieuwbouwwijk X X X Objecttype vrijstaande en gekoppelde woningen X X X Beeldtypering woonwijkbebouwing X X X Tijdsperiode voornamelijk 1980 tot heden X X X Overig Plaatsing Relatieve positie enigszins verspringend X X X Afstand tot de weg enige afstand tot de weg X X X Relatief verband tamelijk gesloten bebouwing X X X Groepering op erf hoofdgebouw prominent en bijgebouw zichtbaar X X X Richting bouwvorm haaks op de weg c.q. evenwijdig aan de weg X X X Overig Hoofdvorm Contour één tot twee bouwlagen met kap X X X Relatieve omvang veel onderling verschil X X X Geleding van de massa enkelvoudig tot samengesteld X X X Plastiek gemiddeld X X X Overig Aanzichten Stijl afgeleid traditioneel tot modern X X X Compositie wisselend X X X Detail en ornament gemiddeld X X X Transparantie gevels enigszins open X X X Overig Opmaak Kleur variabel X X X Kleurtoon lichte tot middentoon X X X Materiaal steenachtig X X X Overig Gradatie: b = beeldbepalend; o= overwegend; g= gevarieerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering: po= positief; nu= neutraal; ne= negatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleid: hh= handhaven; re= respecteren; iw= incidenteel wijzigen; pw= planmatig wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmerkingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Matrix gebiedsgerichte beschrijving Gemeente: Bellingwedde Gebiedsduiding:</p>\n<p class=\"lf-p\">Oudeschans componenten codering gradatie waardering beleid ruimte B O G Po Nu Ne Hh Re Iw Pw Locatietype vestingsdorp X X X Objecttype kleine arbeidersbehuizing + enkele boerderijen X X X Beeldtypering dorpsbebouwing X X X Tijdsperiode eind 18e eeuw tot heden X X X Overig aan de Voorstraat detailhandel en horecagelegenheden X X X Plaatsing Relatieve positie in de rooi lijn X X X Afstand tot de weg direct tot enige afstand tot de weg X X X Relatief verband gesloten bebouwing X X X Groepering op erf hoofdgebouw prominent X X X Richting bouwvorm haaks op de weg X X X Overig enkele solitaire panden X X X Hoofdvorm Contour één bouwlaag met kap X X X Relatieve omvang enig onderling verschil X X X Geleding van de massa enkelvoudig X X X Plastiek sober X X X Overig Aanzichten Stijl traditioneel X X X Compositie verticaal X X X Detail en ornament eenvoudig X X X Transparantie gevels gesloten X X X Overig Opmaak Kleur rood X X X Kleur toon middentoon X X X Materiaal steenachtig X X X Overig Gradatie: b = beeldbepalend; o= overwegend; g= gevarieerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering: po= positief; nu= neutraal; ne= negatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleid: hh= handhaven; re= respecteren; iw= incidenteel wijzigen; pw= planmatig wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmerkingen: het betreft een beschermd dorpsgezicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Matrix gebiedsgerichte beschrijving Gemeente: Bellingwedde Gebiedsduiding:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedrijfsdoeleinden componenten codering gradatie waardering beleid ruimte B O G Po Nu Ne Hh Re Iw Pw Locatietype kleinschalig bedrijventerrein X X X Objecttype bedrijfsgebouwen met bijbehorende bedrijfswoningen X X X Beeldtypering industriële planmatige uitbreiding X X X Tijdsperiode 1990 tot heden X X X Overig één bedrijfspand is van rond 1950 X X X Plaatsing Relatieve positie enigszins verspringend X X X Afstand tot de weg enige tot ruime afstand tot de weg X X X Relatief verbond tamelijk gesloten bebouwing X X X Groepering op erf bedrijfsgebouw prominent aanwezig X X X Richting bouwvorm divers X X X Overig Hoofdvorm Contour één à twee bouwlagen plat of met kop X X X Relatieve omvang onderling verschil X X X Geleding van de massa enkelvoudig X X X Plastiek minder sober X X X Overig Aanzichten Stijl functioneel X X X Compositie wisselend X X X Detail en ornament eenvoudig tot gemiddeld X X X Transparantie gevels enigszins open X X X Overig Opmaak Kleur divers X X X Kleur toon middentoon X X X Materiaal steenachtig/plaatmateriaal X X X Overig Gradatie: b = beeldbepalend; o= overwegend; g= gevarieerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering: po= positief; nu= neutraal; ne= negatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleid: hh= handhaven; re= respecteren; iw= incidenteel wijzigen; pw= planmatig wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmerkingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">BIJLAGEIIISTRAATNAMENREGISTER Achterste Rou 10 Dalweg, 4e 1 Hoorn 1 Lindenlaan (Bellingwolde) 1-7-9 Achterstraat 11 Dalweg, 5e 1 Hoorndermeden 3 Lindenlaan (Blijham) 9 AE Dijk 4 Dorpsplein 6 Hoornderweg 4 Loosterlaan, 1e 4 Bakkersgang 11 Dorpsstraat 4-5 Iepenlaan 9 Loost erlaan, 2e 1 Batterijweg 8 Drentslaan 8 Industrieweg 5 Loosterlaan, 3e 1 Berkenpad 9 Driepoldersweg 7 Kanaaldijk Oostzijde 7 Loosterlaan, 4e 1 Berkenweg 9 Dwarsweg 1-9 Kanaaldijk Westzijde 7-9 Loosterweg 4 Beukenlaan (Bellingwolde) 9 Dijkwal 11 Kastanjelaan 9 Louwdijk 4 Beukenlaan (Blijham) 9 Dijkweg 7-9 Kempkebosweg 3 Lutjeloosterweg 4 Bisschopsweg 1 Eikenlaan (Bellingwolde) 1 Kentersweg 1-4 Lyskemeerweg 1 Blijhamsterweg 1 Eikenlaan (Blijham) 9 Kerklaan 9 Lijsterlaan 9 Boekweitlanden 1 Eikenweg 5-8 Kerkstraat 5 Markedwarsweg 9 Borgesiusweg 7 Esdoornweg 9 Kerkweg 1-9 Markeweg (Blijham) 5 Boslaan 6 Essenlaan 4 Kielhuppen 8 Markeweg (Wedde) 8-9-10 Bospad 3 Esweg (Blijham) 9 Klieve, de 10 Meerlaan 1 Bosweg 1 Esweg (Wedde) 5 Kochspad 10 Meidoornweg 9 Bouwtelaan, 1e 6 Grenslaan, 1e 1 Koeweg 1-8 Merellaan 9 Bouwtelaan, 2e 1-6 Grensweg 1 Koloniesweg 1-6-7-10 Middelweg 8 Bouwteweg 1 Groene Kruislaan 9 Körte Schoor 10 Middensingel 9 Bovenlanden 10 Gronddiep 10 Kortelaan 8 Middenweg (Blijham) 9 Bovenstreeklaan, 1e 1 Grootstukkerweg 7 Koudehoek 7 Middenweg(Wedde) 5 Bovenstreeklaan, 2e 1 Hamdijksterweg 7 Kruirad 10 Moersloot 1 Bovenstreekpad 1 Hamsterlaan 1-6 Kruisstraat 9 Molenlaan 1 Bovenvenneweg 1 Hamsterweg 7 Kwartierstraat, 1e 11 Molenlaantje, 't 4 Briolaan 8 Heemhof 1 Kwartierstraat, 2e 11 Molenpad 8 Buiskoolweg, J.</p>\n<p class=\"lf-p\">1-7 Heuvelslag 1 Laange Schoor 10 Molenweg (Oudeschans) 11 Bultsterweg 1 Hoenderkamp 5 Lageweg 4 Molenweg (Wedde) 1-2 Buringhweg, E.</p>\n<p class=\"lf-p\">1 Hoofdweg (Bellingwolde) 6 Langediepsweg 1-7 Morigerlaan , 1e 8 Dalweg, 1e 1 Hoofdweg (Blijham) 4-5 Leidijksweg 1-9-12 Morigerlaan, 3e 8 Dalweg, 2e 1 Hoofdweg (Wedde) 4-5 Lethepad 8 Morigerlaan, 4e 8 Dalweg, 3e 1 Hoofdweg Wedderveer 4 Lindenhof, 't 6 Morigerlaan, 5e 8 Morigerlaan, 6e 8 Polderweg 1 Ulsderweg 4 Winschoterweg 4-6-12 Morigerweg 8 Poortweg 11 Veelerscheiding 1 Wittenborgslaan 1 Mulderweg, Eltjo 3-4 Postkantoorlaan 6 Veelerveensterweg 4 Woningbouwlaan 8 Mussel-A Kanaal Noord 1 Raadhuisstraat 5 Veelerweg 1-8 Wubsweg, Albert 3 Mussel-A Kanaal Zuid 1 Reiderlandstraat 9 Veendiepsweg 1 Wymeersterweg 1-6 Nachtegaallaan 9 Reidersingel 6 Veendijk 8 Zand stroom 8 Nieuwe Veendijk 4 Rhederweg 4 Veenweg 1 Zodendijk 1 Nieuwe weg 1 Ribesweg 9 Veerloon 1 Zuiderstraat 9 Nieuwedijk 3 Ruiten A kanaal West 4 Vennenweg, 1e 6 Zuidwending 4 Nieuwlandseweg 1 Schanspad 11 Vennenweg, 2e 6 Zijldiep 10 Noorderstraat 1-9 Scheidingslaan 1 Venneweg (Blijham) 1 Zijlweg 1 Nummerlaan 1 Scheidingsweg 4 Venneweg (Veelerveen) 4 Oerdeweg 4 Schenkpad, Karel 3 Verbindingsweg 1-4 Omloop, de 10 Schoollaan 4 Verlengde Lutjeloosterweg 4 Onstwedderweg 1 Schoolstraat (Blijham) 4 Verlengde Schoollaan 1-3-7 Oosteinde 6 Schoolstraat (Wedde) 5 Verschedijk 1-3 Oostersingel (Bellingwolde) 1-9 Schoolweg 1 Veurste Rou 10 Oostersingel (Wedde) 4-9 Slengpad 9 Vonkslaan 1 Oosterstraat 5 Slengweg 9 Voorst raat 11 Ossedijk 8 Sluisweg 1 Voorwoldweg 1-6 Oud Wedderveen 8 Spanjaardsweg 8 Vredeslaan 10 Oude Laan 8 Spetsebrugweg 1- 4 Wedderbergenweg 1-2-3-8 Oude Lindelaan 1 Sportweg 10 Wedderhöfte 10 Oude Veldweg 1 Swienekoge 3 Weddermarke 8 Oudeschanskerweg 1-11 Swikstellen 10 Wedderweg 4-5 Oudeweg 11 Tjabbestreek 1 Werkhuislaan 8 Parallelweg 1 Tritonlaan 1 Westersingel 1-9 Parklaan 9 Turf weg 4 Westert 1 Parkweg 1 Tussenvenneweg 1 Weverslaan 1-7 Pastorielaan 1 Tweekarspelenweg 7 Wielewaallaan 9 Pastorieweg 1 Tijdenskanaal, B.L. West 4 Wilgenhof 9 Paviljoenweg 2 Tijdensweg, B.L.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Wiltslaan 8 Plantsoenweg 9 Uiterdijksweg 1 Winschoter Hogebrug 4-6 BIJLAGEIVWELSTANDSKAART BIJLAGEVRIJKSMONUMENTEN IN DE GEMEENTE BELLINGWEDDE nummer postcode adres huisnr omschrijving BELLINGWOLDE 1 520930 9695 AA Hoofdweg 3 rentenierswoning 2 8894 9695 AB Hoofdweg 37 boerderij 3,3a,3b 520905 9695 AB Hoofdweg 45, 47, 49 marechausseekazerne 4 8893 9695 AL Hoofdweg 66 boerderij 5 520922 9695 AM Hoofdweg 86 dwarshuisboerderij 6 520926 9695 AD Hoofdweg 119 oldambster boerderij 7 520935 9695 AP Hoofdweg 136 oldambster dwarshuisboerderij 8 520934 9695 AR Hoofdweg 148 oldambster dwarshuisboerderij 9 8895 9695 AS Hoofdweg 162 oorspronkelijk raadhuis 10 8896 9695 AS Hoofdweg 164 dwarshuis 11 520923 9695 AE Hoofdweg 167 villaboerderij 12 520927 9695 AG Hoofdweg 221 rentenierswoning 13 8897 9695 AV Hoofdweg 222 blokvormig pand 14 520908 9695 AG Hoofdweg 223 pastorie 15 8898 9695 AG Hoofdweg 227 N.H. kerk/toren 16 8899 9695 AH Hoofdweg 235 rechthuis 17 520933 9695 AH Hoofdweg 237 winkelwoning 18 520911 9695 AV Hoofdweg 242 rentenierswoning 19 520929 9695 AV Hoofdweg 244 rentenierswoning 20 520890 9695 AH Hoofdweg 245 villaboerderij 21 520931 9695 AV Hoofdweg 252 woonhuis 22 520928 9695 AV Hoofdweg 256 herenhuis 23 520925 9695 AH Hoofdweg 263 woonhuis 24 8900 9695 AW Hoofdweg 290 dwarshuis 25 8901 9695 AJ Hoofdweg 291/293 woning 26 8902 9695 AJ Hoofdweg 299 woning 27 520887 9695 AJ Hoofdweg 303 dwarshuisboerderij 28 8904 9695 AX Hoofdweg 306 oldambster heerd 29 8905 9695 AX Hoofdweg 312 molenaarshuis 30 8906 9695 AX Hoofdweg 314 korenmolen 31 520932 9695 EG Meerlaan 3 arbeiderswoning 32 8909 rijksgrens fleche de Leehte 33 520881 9695 XA Wijmeersterweg 1 keuterboerderij, stookhut, erf 34 520884 9695 XA Wijmeersterweg 2 keuterboerderij, stookhut BLIJHAM 35 35 35 35 35 35 36 36 36 36 36 36 37 37 37 37 37 37 38 38 38 38 38 38 39 39 39 39 39 39 40 40 40 40 40 40 41 41 41 41 41 41 OUDESCHANS 42 8907 9696 XP Koudehoek 2 boerderij 43 8913 9696 XN Molenweg 2 N.H. kerk/pastorie 44 8914 9696 XK Poortweg 1 boerderij 45 520902 9696 XH Voor straat 12 woonhuis, stelmakerij 46 8915 9696 XH Voorstraat 14 eenvoudig pand 47 8916 9696 XH Voorstraat 20 eenvoudig pand 48 8917 9696 XH Voor straat 22 eenvoudig pand 49 8918 bastion/kerkhof 50 8919 vestinggracht Aa 51 8920 Kruitbastion aan Aa VEELERVEEN 52 8921 9566 PC Loosterweg 2a molen bovenkruier VRIESCHELOO 53 8922 9699 PE Dorpsstraat 119 N.H. kerktoren 54 8923 9699 PH Dorpsstraat 6/8 boerderij 55 520917 9699 TT J. Buiskoolweg 12 ontginningsboerderij 56 8924 9699 RA Wedderweg 25a de Korenmolen WEDDE 57 8925 9698 AA Hoofdweg 7 huis te Wedde 58 8927 9698 AE Hoofdweg 8 rentenierswoning 59 8926 9698 AA Hoofdweg 21 landelijke woning 60 8928 9698 AP Schoolstraat 7 N.H. kerktoren/kerkhof 61 8930 9698 XV Molenwegnaast 9 achtkantige bovenkruier WEDDERVEER 62 520924 9698 PC Hoofdweg Wedderveer 75 villa 4.3Excessenregeling De gemeente hanteert bij het toepassen van de excessenregeling het criterium dat er sprake moet zijn van een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Vaak heeft deze betrekking op:</p>\n<p class=\"lf-p\">het visueel (het aanzicht vanaf de weg) of fysiek (slecht toegankelijk voor o.a. hulpdiensten) afsluiten van een bouwwerk van zijn omgeving; ernstig verval van bouwwerken, zoals achterstallig onderhoud; het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een bouwwerk; armoedig materiaalgebruik; toepassing van felle en (sterk) contrasterende kleuren; te opdringerige reclames; een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het komt steeds vaker voor dat panden niet of onvoldoende worden onderhouden en het uiterlijk (mede) daardoor verwaarloosd. Het college heeft op grond van de Woningwet/Wabo de bevoegdheid (beginselplicht) om handhavend op te treden tegen eigenaren van vervallen panden en ze te verplichten voorzieningen te treffen aan hun pand, ten einde het pand te laten voldoen aan de criteria die voortvloeien uit de Woningwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inleiding Omdat juist de uiterlijke verwaarlozing van panden veelal de grootste ergernis voor de omgeving oplevert, is het wenselijk om ook hiertegen handhavend op te kunnen treden. Tegen deze uiterlijke verwaarlozing kan worden opgetreden als het college van oordeel is dat sprake is van ernstige strijd met redelijke eisen van welstand. Hier wordt gedoeld op de zogenaamde excessenregeling, die onderdeel uitmaakt van de welstandsnota. Bij de aanpak van vervallen panden gaat het om een nalaten te handelen. Slecht of onvoldoende onderhoud kan namelijk resulteren in verwaarlozing, waardoor de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving wordt aangetast. Om het juridisch mogelijk te maken dat de uiterlijke verwaarlozing van panden kan worden aangepakt, dient deze excessenregeling, als onderdeel van de Welstandsnota, criteria te bevatten waaraan getoetst kan worden. Het vaststellen en wijzigen van de welstandsnota is een raadsbevoegdheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Criteria bij excessen Er is sprake van een exces, indien een bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand. Bij het toepassen van de excessenregeling is het basiscriterium dat er sprake moet zijn van een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Het gaat hierbij om zaken die aantoonbaar ondeugdelijk van uitvoering zij n, verloedering van de omgeving van het bouwwerk in de hand werken, of aan de andere kant aanstootgevend zijn. Hieronder worden de criteria bij excessen aangegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is sprake van een ernstige mate van strijd met redelijke eisen van welstand: als een bouwwerk dan wel een gezichtsbepalend deel van een bouwwerk fysiek of visueel wordt afgesloten van zijn omgeving; als waardevolle architectonische bijzonderheden worden ontkend of vernietigd bij aanpassing of uitbreiding van een bouwwerk; in geval van armoedig materiaalgebruik; als felle, detonerende, sterk contrasterende of geheel van de omgeving afwijkende kleuren worden toegepast; als gebruik wordt gemaakt van te opdringerige reclames, te veelvuldig herhaalde reclames of te grote reclames en de huisstijl de gevels domineert; als gebruik wordt gemaakt van LCD of LED schermen of lichtkranten; als vernieuwd werk niet is afgestemd op het origineel zodat onderscheid bestaat in voegwerk, schilderwerk, kleurstelling, materiaalgebruik en details bij eenzelfde bouwwerk waar dit onderscheid oorspronkelijk niet bestond; als de detaillering van gevels in ernstige mate wordt verstoord door (onderdelen van) installaties of andere toevoegingen; als het bouwwerk een te grove inbreuk maakt op wat in de omgeving gebruikelijk is (zie daarvoor de gebiedsgerichte welstandscriteria).</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is verder sprake van een ernstige mate van strijd met redelijke eisen van welstand bij bestaande gebouwen of bouwwerken: bij gedeeltelijke afbraak, sloop of instorting van een gebouw of bouwwerk; wanneer sprake is van een gebouw of bouwwerk dat aan de buitenzijde geheel of gedeeltelijk in ernstige mate is beschadigd wat blijkt uit signalen als bijvoorbeeld kapotte ruiten, dichtgetimmerde ramen, verrotte houtconstructies, afbladderende verf, aangetaste gootconstructies en voegwerk, loszittende stenen, ontbrekende dakpannen etc.; wanneer het gebouw of bouwwerk of een gedeelte daarvan in zichtbare staat van verwaarlozing verkeert en/of waar sprake is van ernstig achterstallig onderhoud waardoor het oorspronkelijk karakter van het gebouw of bouwwerk (deels) te niet wordt gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovenstaande is geen limitatieve opsomming. Er kunnen zich ook andere situaties voordoen waarbij sprake is van ernstige strijd met redelijke eisen van welstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien sprake is van een bijzondere, motiverende, architectonische meerwaarde of als kan worden getwijfeld aan de toepasbaarheid van de bovenstaande criteria, kan aan de criteria worden voorbij gegaan, na een positief en gemotiveerd advies van de welstandscommissie. Het zal duidelijk zijn dat in een gebied waarvoor een aanduiding als bijzonder welstandsgebied geldt eerder sprake kan zijn van een exces dan in een gebied met een aanduiding als regulier welstandsgebied. Verder zal bij de toepassing van deze criteria eerder sprake zijn van een exces naarmate: een bouwwerk meer in het zicht staat en de openbare ruimte van groter belang is voor het aanzicht van het betreffende gebied of het landschap; een gebied een hogere cultuurhistorische waarde heeft; er meer van de genoemde criteria van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">In een aantal situaties speelt het aspect tijd een belangrijke rol bij de vaststelling of iets als een exces kan en mag worden aangemerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiermee dient bij de vaststelling rekening te worden gehouden. Zo zal bijvoorbeeld bij de aspecten 'zichtbare verwaarlozing' en 'ernstig achterstallig onderhoud' moeten worden bekeken of sprake is van een onevenredige periode (ten opzichte van gebruikelijke en algemeen geaccepteerde tijdsintervallen die hiervoor gelden) waarin geen of onvoldoende onderhoud wordt gepleegd, waardoor een object als verwaarloosd kan worden aangemerkt. Voor de beantwoording van de vraag of er sprake is van een exces zal het college advies inwinnen bij de Welstandscommissie. Op basis van dit gemotiveerd advies zal het college bepalen hoe met dit exces om te gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welstandsnota Vlagtwedde gebieden en criteria vaststelling ArtikelA:Beleidsregels De raad van de gemeente Vlagtwedde, Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op artikel 9.1 van de gemeentelijke bouwverordening en gelet op artikel 12a, eerste lid van de Woningwet, Besluiten:</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorliggende welstandsnota vast te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">ArtikelB:Overgangsbepalingen Op een aanvraag om bouwvergunning, ontheffing of toestemming anderszins, die is ingediend voor het tijdstip waarop deze beleidsregels van kracht worden en waarop op genoemd tijdstip nog niet beschikt, zijn de bepalingen van de bouwverordening van toepassing, zoals deze luidden voor de vaststelling van de onderhavige beleidsregels, tenzij de aanvrager de wens te kennen geeft dat de onderhavige beleidsregels worden toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Vlagtwedde, d.d.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.inleiding 1.1Inleiding De gemeente Vlagtwedde heeft op grond van de Woningwet 2003 besloten een welstandsnota te laten vervaardigen, deze is in 2004 vastgesteld. Na enkele jaren te hebben gewerkt met deze nota zijn nieuwe inzichten ontstaan. Bovendien bestond de wens de nota te vereenvoudigen en grotere lijnen te gebruiken. Daarbij waren duidelijkere loketcriteria nodig. Dit was de aanleiding voor de voorliggende herziening van de welstandsnota van 2004.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze herziene nota bevat het welstandsbeleid voor de gemeente. Een welstandsnota is een verschijnsel dat voortkomt uit de Woningwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welstand Wat is nu welstand? Het begrip is letterlijk het “wel staan” van bouwwerken in hun omgeving. Vanaf 1962 werd het gemeenten verplicht om een welstandscommissie in het leven te roepen. Volgens artikel 12 van de Woningwet is de welstandsbeoordeling gericht op het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bouwwerk wordt niet alleen beoordeeld op de kenmerken van het object, maar ook in relatie tot de omgeving. Dit wordt gedaan vanuit de overtuiging dat de bebouwing passend moet zijn in haar omgeving en voor een belangrijk deel het beeld van de publieke ruimte bepaalt. Iedere bouwaanvraag in Nederland wordt dus getoetst op “redelijke eisen van welstand” door welstandscommissies.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Vlagtwedde heeft de welstandscommissie ondergebracht bij de provinciale organisatie Libau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeente Vlagtwedde Deze herziening van de welstandsnota maakt op een heldere en klantvriendelijke manier de welstandseisen duidelijk. Het is voor alle partijen vooraf duidelijk aan welke criteria een bouwwerk moet voldoen. Bouwplannen die niet voldoen aan de redelijke eisen van welstand worden dan ook geweigerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van de (herziene) welstandsnota is een bijdrage te leveren aan het behoud en daar waar nodig de versterking van de schoonheid en aantrekkelijkheid van de gemeente Vlagtwedde. De nota maakt deel uit van het integrale ruimtelijke kwaliteitsbeleid en wordt daarom worden afgestemd op de bestemmingsplannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie ten aanzien van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de gemeente en de werkwijze van de welstandscommissie beschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarna volgt in hoofdstuk 3 een uiteenzetting van de wijzigingen in de Woningwet, waarna in hoofdstuk 4 de verantwoordelijkheden van de gemeente bij respectievelijk de vaststelling en uitvoering van het welstandsbeleid worden beschreven. Ook komt de inhoud van het welstandsadvies en de werkwijze van de welstandscommissie in dit hoofdstuk aan de orde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 5 bevat zowel de algemene welstandscriteria alsook de gebiedsgerichte welstandscriteria en vormt als zodanig het deel van de nota dat zal worden gebruikt voor het toetsen van bouwplannen. Op basis van dit hoofdstuk wordt door de welstandscommissie advies uitgebracht en door het college van burgemeester en wethouders een oordeel gegeven over welstand.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 6 geeft een overzicht van de beschrijving van de verschillende welstandsgebieden in de gemeente. Daarbij zijn ook de criteria te vinden.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 7 geeft uiteindelijk de beschrijving bij verschillende objecten, met de daarbij horende criteria.</h3>\n<p class=\"lf-p\">2.bestaand ruimtelijk kwaliteitsbeeld 2.1Welstandsbeleid De gemeente Vlagtwedde maakt voor de advisering op het gebied van de welstandszorg al vele jaren gebruik van de diensten van de welstands- en monumentenzorg Libau. De organisatie adviseert de gemeenten in de provincie Groningen over welstands- en monumentenzaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De adviezen van Libau worden gebaseerd op de gemeentelijke welstandsnota, de bestemmingsplannen, structuurvisies en beeldkwaliteitplannen. Daarnaast zijn in de gemeentelijke Bouwverordening algemene welstandscriteria vastgelegd. De beoordeling van bouwplannen op redelijke eisen van welstand hebben betrekking op het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk. Het gaat hierbij niet alleen om het gebouw zelf, maar ook om de relatie tot de omgeving en eventueel te verwachten ontwikkelingen in deze omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvaardbaarheid van het bouwwerk wordt bepaald door de reeds aanwezige bebouwing, de openbare ruimte en de stedenbouwkundige context. Massa, materiaal, schaal, detaillering en kleurstelling spelen hierbij een rol.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergadering commissie tot op heden De welstandscommissie vergadert eens per veertien dagen in het voormalig pakhuis Libau in Groningen. Een vaste rayonarchitect voert voor de gemeente Vlagtwedde het secretariaat. De rayonarchitect is het aanspreekpunt voor de welstandscommissie en bezoekt in principe eens per veertien dagen de gemeente. De vaste bezoekdag geldt ook als spreekuur voor de betrokkenen bij een bouwplan. Daarnaast worden de ingekomen bouwplannen besproken met de afdeling VROM van de gemeente Vlagtwedde. Daarbij geven de ambtenaren de benodigde (achtergrond)informatie aan de rayonarchitect en wordt de situatie vaak ter plekke bekeken en gefotografeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De welstandscommissie brengt vervolgens een schriftelijk advies over de bouwplannen uit. Deze worden direct bij de aanvraag getoetst op basis van de zogenaamde loketcriteria door de afdeling VROM. Bouwaanvragen voor kleine bouwplannen kunnen zo sneller worden afgehandeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kleine welstandscommissie De beoordeling van kleine plannen kan sneller worden afgehandeld door het instellen van een kleine welstandscommissie. Een dergelijke commissie levert voordelen op voor alle partijen. Zo werkt het drempelverlagend voor de aanvrager, omdat er gemakkelijker en directer contact is tussen de aanvrager en de adviseur/commissie. Tijdens deze contactmomenten bestaat de mogelijkheid van een dialoog, waardoor een plan kan ontstaan wat voor beide partijen aanvaardbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarbij kan de adviseur/commissie ook veel directer adviseren over een bouwplan. Hierdoor wordt het voor de aanvrager duidelijker hoe er naar het plan wordt gekeken en op welke wijze het plan wordt getoetst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door een hogere frequentie van vergaderen en de directere en kortere lijnen naar de adviseur/commissie, levert een kleine welstandscommissie tijdwinst op voor de aanvrager.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente onderzoekt samen met Libau of en op welke wijze en onder welke voorwaarden vorm gegeven kan worden aan een plaatselijke kleine welstandscommissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2Monumentenbeleid In 1988 is de nieuwe Monumentenwet in werking getreden, in 2007 is deze vervangen door de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). Met de inwerkingtreding van de wet werd de decentralisatie van de monumentenzorg verder vorm gegeven. Voorwaarde voor een decentrale uitvoering van het monumentenbeleid is het in het leven roepen van een monumentenverordening. In een dergelijke verordening dient minimaal het instellen van een monumentencommissie geregeld te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">In zijn vergadering van 11 april 1994, onder no. 3NI, heeft de raad van de gemeente Vlagtwedde vastgesteld de “Monumentenverordening Vlagtwedde 1994”. In deze verordening is de “Provinciale Groningse Monumentencommissie” van de Stichting Provinciaal Groningse Welstandszorg aangewezen als monumentencommissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Vlagtwedde telt 53 objecten die in het kader van de Monumentenwet 1988 zijn opgenomen in het rijksregister van “beschermde monumenten”. De gemeente Vlagtwedde kent geen gemeentelijk monumentenregister. Dit register is opgenomen in de bijlagen bij deze nota.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3Relatie tussen de welstandsnota en de verschillende beleidsdocumenten Uit het voorgaande blijkt dat de gemeente Vlagtwedde met verschillende beleidsinstrumenten werkt, die het ruimtelijk beleid vormgeven. Het is van groot belang de verschillende instrumenten op elkaar te laten aansluiten. Van elk document moet duidelijk zijn wat de reikwijdte is en hoe het is verweven met de andere documenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De welstandsnota kent in het geheel van ruimtelijke plannen vooral een relatie met het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan regelt de functie en het ruimtebeslag van de bouwwerken; de welstandsnota bepaalt het uiterlijk, de vormgeving. Gelet op de jurisprudentie is welstandsbeleid ondergeschikt aan het bestemmingsplan. De ruimte die het bestemmingsplan biedt, kan dus niet worden beperkt in een welstandsnota. De architectonische vormgeving van bouwwerken is met de wijziging van de Woningwet niet langer het domein van het bestemmingsplan. Dit is het terrein van de welstandsnota, ofwel beeldkwaliteitplannen. In de welstandsnota wordt naar relevante beeldkwaliteitplannen verwezen, wat betekent dat deze deel uitmaken van de nota.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.de woningwet 3.1Algemeen Volgens de Woningwet (1 januari 2003) is een toetsing van bouwwerken aan redelijke eisen van welstand nog slechts mogelijk indien die eisen nader zijn geconcretiseerd in een door de gemeenteraad vast te stellen welstandsnota. De criteria in de welstandsnota moeten zo concreet mogelijk zijn en zoveel mogelijk toegespitst zijn op concrete gebieden. Vóór de vaststelling van de welstandsnota dient gelegenheid te worden geboden tot inspraak conform de gemeentelijke Inspraakverordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Woningwet kent een tweedeling van vergunningplichtige en vergunningsvrije bouwwerken. Binnen de vergunningplichtige bouwwerken wordt onderscheid gemaakt in regulier vergunningplichtige en licht vergunningplichtige bouwwerken. De opsomming van de vergunningsvrije en licht vergunningplichtige bouwwerken is - in verband met de omvang en gedetailleerdheid - niet in de wet zelf maar in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De welstandsnota De Woningwet geeft meer de verantwoordelijkheid aan het gemeentebestuur. Zo is de gemeenteraad verantwoordelijk voor het opstellen en vastleggen van de welstandstoetsingskaders en heeft het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om in bepaalde gevallen af te wijken van het advies van de welstandscommissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaststelling door de gemeenteraad De gemeentelijke welstandsnota wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Vanaf het moment van vaststelling is de welstandsbeoordeling van nieuwe bouwplannen gebaseerd op de criteria zoals die in deze welstandsnota zijn neergelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na de vaststelling van de welstandsnota is de werking ervan door de gemeenteraad geëvalueerd. Jaarlijks brengt het college van burgemeester en wethouders hiertoe een verslag uit over de wijze waarop zij uitvoering hebben gegeven aan het welstandstoezicht. In dit verslag komen aan de orde: de wijze waarop het college van burgemeester en wethouders zijn omgegaan met de welstandsadviezen; in welke gevallen zij zijn overgegaan tot aanschrijving (en bestuursdwang) op grond van ernstige strijdigheid met redelijke eisen van welstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naar aanleiding van de evaluatie kan de gemeenteraad besluiten dat aanpassing van de welstandsnota noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoering door het college van burgemeester en wethouders De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het afgeven van de bouwvergunning ligt in de Woningwet bij het college van burgemeester en wethouders. Zij hebben een eigen verantwoordelijkheid voor het welstandsoordeel dat tot stand komt aan de hand van de in de welstandsnota opgenomen criteria. In vele gevallen speelt het advies van de de welstandscommissie daarbij een belangrijke rol.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij elke reguliere en lichte bouwvergunningaanvraag dient het college van burgemeester en wethouders advies in te winnen bij de welstandscommissie. Als de reguliere bouwvergunning op verzoek van de aanvrager wordt gefaseerd, vindt de welstandsbeoordeling plaats in de eerste fase. Als het plan voldoet aan redelijke eisen van welstand krijgt de indiener de gelegenheid om het plan verder uit te werken, waarna in de tweede fase geen toetsing op welstandsgronden meer plaatsvindt. Als de tweede fase een ingrijpende wijziging van het plan inhoudt, kan de planindiener door het college van burgemeester en wethouders worden verzocht om een gewijzigde aanvraag (weer) voor de eerste fase in te dienen die opnieuw op welstand wordt getoetst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders volgen in hun oordeel in principe het advies van de welstandscommissie. In een aantal uitzonderlijke gevallen kunnen zij afwijken van dit advies: op inhoudelijke gronden, omdat zij van oordeel zijn dat de commissie de criteria niet juist heeft geïnterpreteerd of niet de juiste criteria heeft toegepast of omdat zij op inhoudelijke gronden tot een ander oordeel komen dan de commissie. In dit geval legt zij de bouwaanvraag voor een second opinion voor aan de beroepscommissie van Libau of vraagt zij dit aan een andere welstandscommissie. op advies van de welstandcommissie (hardheidsclausule). Hiervan kan sprake zijn indien bouwplannen weliswaar niet voldoen aan de gebiedsgerichte criteria, maar wel aan de algemene criteria en indien de architectonische en ruimtelijke kwaliteiten niettemin in bijzondere mate bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot geeft artikel 44 lid 1d van de Woningwet het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid een bouwvergunning te verlenen aan een bouwplan dat strijdig is met redelijke eisen van welstand op grond van andere zwaarwegende redenen van bijvoorbeeld economische of maatschappelijke aard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwijkingen van het welstandsadvies worden in de beslissing op de bouwvergunningaanvraag gemotiveerd en ter kennis gebracht aan de welstandscommissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bezwaren Binnen zes weken na het besluit van het college van burgemeester en wethouders op de bouwvergunningaanvraag kunnen belanghebbenden bezwaar aantekenen tegen deze beslissing. In de bezwaarschriftenprocedure heroverweegt het college van burgemeester en wethouders het besluit na advies te hebben ingewonnen van de commissie Bezwaar- en Beroepschriften. Belanghebbenden worden in dat geval uitgenodigd om tijdens een hoorzitting hun standpunten nader toe te lichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen 10 weken neemt het college van burgemeester en wethouders daarna een beslissing op het bezwaar. Belanghebbenden die het met de heroverweging niet eens zijn, kunnen hiertegen in beroep gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de initiatiefnemers of derde belanghebbenden bezwaren hebben tegen het welstandsoordeel dient men zich tot het college van burgemeester en wethouders te richten. Zij immers oordelen over de welstandsaspecten. Dat het college van burgemeester en wethouders in het algemeen de adviezen van de welstandscommissie volgt, doet niet af aan hun specifieke eigen verantwoordelijkheid in deze. Uiteraard kan het college van burgemeester en wethouders de eigen of een derde welstandscommissie om een second opinion vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lopende de procedure kunnen de initiatiefnemers de welstandscommissie om een toelichting vragen of overleg voeren. Hoor en wederhoor kan leiden tot een bijstelling van het welstandsadvies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welstandscommissie De belangrijkste wettelijke taak van de welstandscommissie is het uitbrengen van advies aan het college van burgemeester en wethouders ten aanzien van de vraag of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk - waarvoor een aanvraag om een bouwvergunning is ingediend - in strijd zijn met redelijke eisen van welstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als tweede wettelijke taak dient jaarlijks een verslag te worden opgesteld van de werkzaamheden van de commissie als bedoeld in artikel 12b lid 3 van de Woningwet. De commissie kan daarbij onder meer aanbevelingen doen ter bijstelling van de welstandsnota ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.welstandszorg in de gemeente vlagtwedde In het voorgaande hoofdstuk zijn de belangrijkste aspecten uit de Woningwet beschreven. In dit hoofdstuk worden de organisatie en werkwijze van de welstandszorg uiteengezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.1Proces en gedragslijn De welstandsnota bevat de welstandscriteria waaraan bouwplannen worden getoetst. Het is dus voor een aanvrager van een bouwvergunning van te voren duidelijk aan welke criteria moet zijn voldaan om een positief welstandsadvies te kunnen krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegelijk moet worden onderstreept dat deze criteria niet het karakter van voorschriften hebben. Er is altijd sprake van interpretatie bij de vraag of in voldoende mate aan de criteria is voldaan. De criteria kunnen bovendien in geen geval los gezien worden van de eveneens in de welstandsnota opgenomen beschrijvingen, waarderingen en beleidsintenties.</p>\n<p class=\"lf-p\">De welstandscriteria zijn zoals gezegd geen voorschriften, maar een hulpmiddel om te komen tot bouwplannen die aan redelijke eisen van welstand voldoen; bouwwerken die goed passen op de plaats waar ze zijn gebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de ontwikkeling van een bouwplan heeft de aanvrager van een bouwvergunning: de verplichting om het bouwwerk zo vorm te geven dat daadwerkelijk aan redelijke eisen van welstand wordt voldaan; en recht op welstandszorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de verplichting kan de aanvrager inhoud geven door voor het ontwerp van zijn/haar gebouw een deskundige ontwerper in te schakelen, en daarbij goed kennis te nemen van de welstandscriteria die van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het recht op welstandszorg wordt door de gemeente inhoud gegeven door het inschakelen van de onafhankelijke welstandscommissie en de welstandsadviseur (rayonarchitect) Proces van welstandszorg In sommige gevallen kan het gewenst zijn dat de aanvrager eerst een voorlopig ontwerp voorlegt. Er vindt dan een eerste welstandstoets plaats waarbij door de welstandsadviseur, en bij een omvangrijk of erg belangrijk plan wellicht door de gehele welstandscommissie, beargumenteerd tips en aanwijzingen kunnen worden gegeven. Ook een gesprek is in deze fase mogelijk en vaak wenselijk. Van belang is dat een dialoog ontstaat waarbij zowel het belang van welstand als het belang van de aanvrager wordt betrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een belangrijk moment is wanneer een bouwplan bij de gemeente is ingediend met een aanvraag voor een bouwvergunning. Er komt in deze fase een officieel welstandsadvies, gericht aan het gemeentebestuur. In een aantal gevallen kan het advies meteen positief zijn. Er is voldaan aan redelijke eisen van welstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">In veel gevallen echter wordt er in het welstandsadvies op gewezen dat een positief advies nog niet direct kan worden gegeven, omdat verbeteringen op het gebied van de vormgeving mogelijk zijn en dat het de moeite waard is om hieraan extra aandacht te besteden. In deze fase is er daadwerkelijk sprake van welstandszorg, waarbij er één of, indien nodig, meer keren contact kan zijn tussen de aanvrager eventueel samen met zijn/haar architect, en de welstandsadviseur. Gezamenlijk wordt gestreefd naar het in de gegeven omstandigheden best denkbare bouwplan, waarbij ook heel zorgvuldig de belangen en de mogelijkheden van de aanvrager in beeld zijn. In vrijwel alle gevallen leidt dit proces van welstandszorg tot een verbeterd bouwplan waar een positief welstandsadvies op kan worden gegeven. In de praktijk wordt dit proces van welstandszorg door de aanvragers ook als een positieve bijdrage ervaren omdat zij zelf gebaat zijn bij een zo goed mogelijk plan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In een beperkt aantal gevallen moet het welstandsadvies meteen duidelijk negatief zijn, namelijk wanneer zonneklaar op essentiële punten niet aan de welstandscriteria is voldaan. Dit komt niet vaak voor maar ook in die gevallen volgt een proces van welstandszorg waarbij door de welstandsadviseur in samenspraak met de aanvrager wordt nagegaan in welke richting de oplossing moet worden gezocht. Veelal leidt ook dit proces van welstandszorg dan uiteindelijk toe een welstandshalve aanvaardbaar bouwplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedragslijn karakteristieke panden In de welstandsnota zijn geen aparte criteria opgenomen voor bijzondere objecten zoals karakteristieke panden. Karakteristieke panden komen in veel deelgebieden voor en daarvoor gelden dan de welstandscriteria die voor dat deelgebied zijn geformuleerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grote boerderijen zijn vaak karakteristiek. Uitgangspunt in de welstandsnota is het behoud van de waardevolle bebouwingskarakteristiek. Dit vraagt echter wel in sommige gevallen, bijvoorbeeld bij een nieuwe functie voor een grote boerderij, om een soepele houding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiertoe is de volgende gedragslijn ontwikkeld die bij bouwplannen met betrekking tot karakteristieke panden bij de welstandsbeoordeling zal worden gevolgd. uitgangspunt is het behoud van de karakteristiek. bij functieverandering (dit geldt vooral voor monumentale boerderijen) is een soepele houding gerechtvaardigd, gericht op behoud van de hoofdvorm en kenmerkende karakteristiek zoals materiaal en kleur, maar met ruimte voor aanpassing aan de nieuwe functie en modernisering. bij onafwendbaar verlies het hanteren van meer algemene criteria, met ruimte voor nieuwe bouwvormen die evenzeer passend kunnen zijn in de betreffende omgeving. Dus in een dergelijk geval geen noodzaak van kopiëren van het oude.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2Aanwijzing van de commissie De welstandscommissie is een door de gemeenteraad benoemde onafhankelijke commissie die aan het college van burgemeester en wethouders advies uitbrengt inzake de welstand conform de Woningwet 2003. Mede op grond van haar contract met Libau wijst de gemeente de Stichting Libau, welstands- en monumentenzorg Groningen, kortweg Libau, aan als de organisatie onder wiens verantwoordelijkheid de welstandscommissie van de gemeente functioneert.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.3Jaarlijkse verantwoording De commissie De commissie stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden voor de gemeenteraad, waarin tenminste aan de orde komt: op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de welstandsnota; de werkwijze van de commissie; op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen; de aard van de beoordeelde plannen; de bijzondere projecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De commissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders leggen de gemeenteraad jaarlijks een verslag voor waarin zij uiteenzetten: op welke wijze zij zijn omgegaan met de adviezen van de commissie; in welke categorieën van gevallen zij tot aanschrijving op grond van art. 19 WW zijn overgegaan en daarbij de keuze hebben gelaten tussen het ofwel uitvoeren van de aanschrijving, ofwel het slopen van het bouwwerk of de standplaats en of zij bij of na de aanschrijving zijn overgegaan tot toepassing van bestuursdwang op grond van art. 26 WW.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.4Termijn van advisering De commissie dan wel een gemandateerd lid is bij de beoordeling van lichte, reguliere of gefaseerde bouwaanvragen gebonden aan de in de bouwverordening genoemde termijnen voor het uitbrengen van een advies;</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de in de bouwverordening genoemde termijnen voor het uitbrengen van advies kan de welstandscommissie dan wel een gemandateerd lid het advies aanhouden indien meer informatie of een toelichting van de ontwerper wenselijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.5Vooroverleg Voorafgaande aan de indiening van een bouwaanvraag kan vooroverleg plaatsvinden met de welstandscommissie of een door haar gemandateerd lid over de interpretatie van de welstandscriteria met betrekking tot het bouwinitiatief;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vooroverleg hoeft niet in de openbare vergadering plaats te vinden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Van het vooroverleg wordt een schriftelijk verslag dan wel een advies opgesteld dat in het betreffende dossier wordt opgenomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De commissie draagt zorg voor een consistente beoordeling in de verschillende fasen van de planontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.6Openbaar vergaderen Openbaarheid De behandeling van bouwaanvragen door de commissie dan wel door de haar gemandateerde leden is openbaar tenzij de gemeente op grond van het gestelde in de Wet openbaarheid van bestuur gronden aanwezig acht om de behandeling besloten te doen plaatsvinden Agenda De behandeling van de bouwplannen wordt op de voor de gemeente gebruikelijke wijze bekend gemaakt. Libau bericht zo spoedig mogelijk, uiterlijk de eerste dag van de week die volgt op het reguliere rayonbezoek, aan de gemeente welke plannen wanneer en waar en op welke wijze worden behandeld. De plannen worden in principe in Pakhuis Libau te Groningen behandeld door de zogenaamde grote of kleine commissie. Deze informatie is tevens terug te vinden op de website van Libau, www.libau.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">Spreekrecht Tijdens de vergadering van de commissie wordt de mogelijkheid geboden om plannen toe te lichten door belanghebbenden als opdrachtgevers, ontwerpers en gemeentelijke vertegenwoordigers. De voorzitter bepaalt de duur van de spreektijd, die in principe beperkt is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De commissieleden krijgen de mogelijkheid tot het stellen van vragen aan de sprekers. Na beantwoording daarvan wordt de toelichtende fase afgesloten en begint de beraadslaging van de commissie waarna het advies wordt geformuleerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7procedure VROM Inname van bouwplannen geschiedt door VROM. Daar worden aanvragen geselecteerd op voorlopig, licht-vergunningplichtig, vergunningplichtig, of monumenten. Ten behoeve van de behandeling inzake welstand- en monumentenzorg wordt nagegaan of de aanvraag van de nodige gegevens en bescheiden is voorzien, conform AMvB ‘Indieningvereisten aanvraag bouwvergunning’.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rayonarchitect van Libau bezoekt de gemeente tenminste eens per veertien dagen. Hij neemt met een vertegenwoordiger van VROM de ingekomen bouwplannen van de afgelopen periode door en handelt de plannen waarvoor hij gemandateerd is af met een positief advies. Er worden achtergronden ingewonnen met betrekking tot de adviesaanvragen eventueel door middel van overleg met de initiatiefnemers. Tijdens deze bijeenkomsten op een vast tijdstip en op een vaste plaats kunnen belanghebbenden hun plannen toelichten, overleggen over reeds behandelde bouwplannen en informatie krijgen over de interpretatie van de welstandscriteria voor een bepaalde locatie of bouwwerk. Het rayonbezoek fungeert kortom tevens als spreekuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rayonarchitect Het kan voorkomen dat een bouwplan ter plaatse niet positief geadviseerd kan worden en ook na oriëntatie ter plaatse niet tot een positief advies kan worden besloten, of dat de afhandeling van de aanvraag buiten zijn mandaat valt. In dergelijke gevallen kan het plan worden beoordeeld in de kleine commissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten behoeve van de behandeling in de commissie bezoekt de rayonarchitect de betreffende locatie ten behoeve van nadere informatie. Hij maakt foto’s van het object, de locatie en de omgeving ten behoeve van behandeling in de commissie en spreekt in voorkomende gevallen met de direct betrokkenen over het hoe en waarom van de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kleine commissie Zoals reeds eerder vermeld onderzoekt de gemeente, samen met Libau, of en op welke wijze en onder welke voorwaarden vorm gegeven kan worden aan een plaatselijke kleine welstandscommissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grote commissie De grote commissie van externe deskundigen vergadert in de regel eens per veertien dagen, zoveel mogelijk gekoppeld aan de week waarin de gemeenten worden bezocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rooster en publicatie Libau hanteert in principe een veertiendaagse cyclus waarbij in de eerste week alle gemeenten bezocht worden en in de tweede week de plannen worden afgehandeld. Indien de gemeente na het bezoek van de rayonarchitect ten gemeentehuize en op haar website de in de respectievelijke commissies te behandelen plannen bekend maakt,. kan de planafhandeling in de eerste cyclus van veertien dagen plaatsvinden. Indien een en ander in de geëigende media wordt aangekondigd vindt afhandeling aan het eind van de tweede veertiendaagse cyclus plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.8Mandaat Mandaat namens de welstandscommissie De commissie kan de advisering over een aanvraag om advies mandateren aan één of meer daartoe aangewezen leden. Bouwplannen waarvan volgens deze leden het oordeel van de welstandscommissie als bekend mag worden verondersteld worden door de aangewezen leden geadviseerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Licht-vergunningplichtige, andere bescheiden bouwwerken en herhalingsplannen kunnen door het gemandateerde lid tevens rayonarchitect ter plaatse afgehandeld;</p>\n<p class=\"lf-p\">In elk geval van twijfel wordt het bouwplan alsnog voorgelegd aan de commissie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Eén gemandateerd lid kan over reguliere bouwvergunningaanvragen zelfstandig alleen positief adviseren. Negatieve adviezen steunen altijd op het oordeel van tenminste twee gemandateerde leden;</p>\n<p class=\"lf-p\">De behandeling van bouwplannen onder mandaat is openbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.9 Het welstandsadvies 1. Inhoud Conform artikel 12, lid 1 van de Woningwet 2003 wordt in het welstandsadvies door de commissie uitgesproken of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk zowel op zichzelf als in relatie met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd is met redelijke eisen van welstand. De commissie baseert zich daarbij op de criteria zoals deze zijn opgenomen in de welstandsnota. Het advies spreekt zich uit over de welstandsaspecten van het ingediende bouwplan, daarbij kunnen dus geen andere argumenten worden aangevoerd dan die welke de welstand raken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In een welstandsadvies moet een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen bezwaren die ondervangen dienen te worden of suggesties die de kwaliteit van het plan ten goede kunnen komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naar aanleiding van een bepaalde bouwaanvraag kunnen adviezen ook meer algemene beleidszaken betreffen. In adviezen zal echter steeds de bouwaanvraag als uitgangspunt worden genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Persoonlijke voorkeuren van commissieleden alsook opmerkingen die de persoon van de aanvrager of de ontwerper raken horen in een welstandsadvies niet thuis.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het schriftelijk advies Het welstandsadvies wordt altijd schriftelijk uitgebracht in begrijpelijke taal. Een negatief advies is altijd voorzien van een leesbare en deugdelijke motivatie. Wanneer een positief advies aanvankelijk niet expliciet gemotiveerd is, kan daarin bijvoorbeeld op verzoek van het college van burgemeester en wethouders in een later stadium worden voorzien.</div>\n<p class=\"lf-p\">Een positief advies is altijd schriftelijk gemotiveerd indien er sprake is van afwijking van de criteria uit de nota. De commissie geeft dan aan waarom er in dit bijzondere geval reden is om van de criteria af te wijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het advies vormt de basis van elk overleg met betrokkenen. Uit oogpunt van rechtszekerheid van de betrokkenen kunnen in een vervolgstadium geen nieuwe opmerkingen meer worden ingebracht, die in een eerder stadium al onderkend hadden kunnen worden, tenzij wijzigingen in het bouwplan daartoe aanleiding geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het advies kent de volgende opzet, waarbij niet alle elementen in elk advies aan de orde hoeven komen. in voorkomende gevallen: kort overzicht of verwijzingen naar eerdere fasen en adviezen in de procedure; in voorkomende gevallen: beknopt verslag van de inbreng van de planindieners; korte kenschets van de omgeving en de aard van de bouwactiviteit in dat verband -verwijzing naar de bij de beoordeling toegepaste welstandscriteria; het feitelijke advies waarbij achtereenvolgens de situatie, de hoofdvorm, de architectonische uitwerking en de detaillering en kleuren en materialen aan de orde kunnen komen; in voorkomende gevallen: vrijblijvende suggesties die de ruimtelijke kwaliteit van het bouwwerk ten goede kunnen komen.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Uitkomst van het advies Het welstandsadvies kan de volgende uitkomsten hebben: a Voldoet De commissie is van oordeel dat het plan volgens de van toepassing zijnde criteria niet in strijd is met redelijke eisen van welstand; er kunnen vrijblijvende suggesties worden gedaan die de ruimtelijke kwaliteit van het bouwwerk ten goede kunnen komen. b Voldoet mits De commissie is van oordeel dat het plan volgens de van toepassing zijnde criteria op een aantal punten in strijd is met redelijke eisen van welstand, tenzij de geformuleerde bezwaren worden ondervangen. In het advies wordt aangegeven of de commissie de gekozen aanpassingen nog wil beoordelen of dit door VROM kan worden afgedaan. c Voldoet niet De commissie is van oordeel dat het plan volgens de van toepassing zijnde criteria in strijd is met redelijke eisen van welstand. Het plan behoeft een ingrijpende wijziging in uitwerking of uitgangspunten om aan redelijke eisen van welstand te kunnen voldoen. d Aanhouden De commissie kan het advies aanhouden wanneer zij meer informatie of toelichting noodzakelijk acht om tot een adequate beoordeling te kunnen komen. Een en ander in overleg met VROM in verband met de beschikbare termijnen. e Toelichting op het advies De planindieners kunnen te allen tijde verzoeken om een toelichting op het advies. In eerste instantie is het gemeentelijk spreekuur tijdens het rayonbezoek daartoe het meest aangewezen. Wanneer dit naar het oordeel van de initiatiefnemers niet volstaat kan men uiteraard ook bij de commissie terecht. f Second opinion Alvorens bij derden een second opinion in te winnen bieden het college van burgemeester en wethouders eerst de commissie de mogelijkheid tot heroverweging van het eerder uitgebrachte advies, waarbij wordt aangegeven op welke punten naar de mening van het college van burgemeester en wethouders de houdbaarheid van het advies mogelijk in het geding is.</div>\n<p class=\"lf-p\">Indien alsnog een second opinion wordt gevraagd, wordt dit ter kennis gebracht van de commissie. Bij een second opinion wordt de adviesaanvraag voorgelegd aan een elders in Nederland functionerende welstandscommissie. De gemeente neemt daartoe contact op met de Federatie Welstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10Uitvoering door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders heeft een eigen verantwoordelijkheid voor het welstandsoordeel, zoals dat tot stand komt aan de hand van de in de welstandsnota opgenomen welstandscriteria. het college van burgemeester en wethouders volgen in principe het advies van de welstandscommissie; zij kunnen van dit advies afwijken, op inhoudelijke gronden, omdat zij van mening zijn dat de commissie niet juist heeft geïnterpreteerd of niet de juiste criteria heeft toegepast of omdat zij op inhoudelijke gronden tot een ander oordeel komen dan de commissie. In dat geval volgt zij de procedure als beschreven onder second opinion. om zwaarwegende andere redenen, omdat het plan weliswaar strijdig wordt geacht met redelijke eisen van welstand, maar dat op grond van artikel 44 lid d van de Woningwet 2003 het college van burgemeester en wethouders bouwvergunning verlenen op grond van andere zwaarwegende redenen van bijvoorbeeld economische of maatschappelijke aard. het college van burgemeester en wethouders kunnen ook afwijken van de welstandscriteria, hiervan kan sprake zijn indien bouwplannen niet voldoen aan de in de nota genoemde gebiedsgerichte of objectgerichte criteria, maar wel aan de algemene criteria en indien de architectonische en ruimtelijke kwaliteiten niettemin in bijzondere mate bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. De afwijking geschiedt op grond van een daartoe strekkend gemotiveerd advies van de welstandscommissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.11Excessenregeling Deze nota geeft de regels voor het welstandstoezicht in de gemeente Vlagtwedde. De gemeente spant zich in om deze regels ook daadwerkelijk na te leven. In het gemeentelijk handhavingsbeleid ligt de nadruk op het voorkomen van het bouwen zonder of in afwijking van de verleende vergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een bouwwerk is in ernstige mate in strijd met redelijke eisen van welstand indien sprake is van excessen. Hiervan is sprake indien flagrante strijdigheid bestaat met de in deze welstandsnota opgenomen criteria. Van excessen kan bijvoorbeeld sprake zijn bij te opdringerige reclame-uitingen, toepassing van felle of contrasterende kleuren en/of armoedig materiaalgebruik. Bij het repressieve welstandstoezicht ligt - conform het gemeentelijke handhavingsbeleid - een hoge prioriteit bij het voorkomen van excessen in de kwetsbare gebieden zoals het buitengebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.12Handhaven Het beleid wat betreft de handhaving is vastgelegd in de Handhavingsnota van de gemeente Vlagtwedde.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.welstandscriteria In dit hoofdstuk worden de welstandscriteria genoemd die worden gebruikt voor de kleine en middelgrote bouwplannen die zich voegen binnen de bestaande ruimtelijke structuur van Vlagtwedde. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen algemene en gebiedsgerichte criteria. De algemene criteria liggen ten grondslag aan elke planbeoordeling, omdat ze het uitgangspunt vormen voor de uitwerking van de gebiedsgerichte welstandscriteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">De welstandsnota bevat geen welstandscriteria voor ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken. Dergelijke welstandcriteria kunnen immers niet worden opgesteld zonder dat er een concreet stedenbouwkundig plan aan ten grondslag ligt. Voorheen was het gebruikelijk de eisen voor de stedenbouwkundige en architectonische vorm en structuur in een “beeldkwaliteitplan” te benoemen. In de wetgeving is het “beeldkwaliteitplan” vervallen en wordt het gezien als onderdeel van het welstandsbeleid van de welstandsnota.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de stedenbouwkundige planvoorbereiding wordt - in overleg met de welstandscommissie - bekeken of voor de projectontwikkeling nieuwe welstandscriteria moeten worden vastgesteld. Voor dergelijke aanvullingen geldt dat de inspraak wordt gekoppeld aan de reguliere inspraakregeling bij de stedenbouwkundige planvoorbereiding. Na afronding van de ontwikkelingsfase worden voor reguliere welstandscriteria opgesteld die zijn gericht op het beheer van het gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.1Algemene criteria Kwaliteitskader In bijzondere situaties, wanneer de gebiedsgerichte en de objectgerichte welstandscriteria ontoereikend zijn, kan het nodig zijn expliciet terug te grijpen op meer algemene welstandscriteria. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een bouwplan is aangepast aan de gebiedsgerichte welstandscriteria, maar het bouwwerk zelf zo onder de maat blijft dat het zijn omgeving negatief beïnvloedt. Ook wanneer een bouwplan afwijkt van de bestaande of toekomstige omgeving, maar door bijzondere schoonheid wèl een kwalitatieve toevoeging aan zijn omgeving vormt, kan worden teruggegrepen op algemene welstandscriteria. De welstandscommissie kan het college van burgemeester en wethouders in zo’n geval gemotiveerd adviseren van de hardheidsclausule gebruik te maken en af te wijken van de gebiedsgerichte of objectgerichte welstandscriteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de praktijk betekent dit dat het betreffende plan alleen op grond van de algemene welstandscriteria wordt beoordeeld en dat de bijzondere schoonheid van het plan met deze criteria overtuigend kan worden aangetoond. Het niveau van ‘redelijke eisen van welstand’ ligt dan uiteraard hoog, Het is immers redelijk dat er hogere eisen worden gesteld aan de zeggingskracht en het architectonisch vakmanschap naarmate een bouwwerk zich sterker van zijn omgeving onderscheidt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Relatie tussen vorm, gebruik en constructie Een bouwwerk wordt primair gemaakt om te worden gebruikt. Hoewel het welstandtoezicht is gericht op de uiterlijke verschijningsvorm, kan de vorm van het bouwwerk niet los worden gedacht van de eisen vanuit het gebruik en de mogelijkheden die materialen en technieken bieden om een doelmatige constructie te maken. Gebruik en constructie staan aan de wieg van iedere vorm. Daarmee is nog niet gezegd dat de vorm altijd ondergeschikt is aan het gebruik of de constructie. De verschijningsvorm is méér dan een rechtstreekse optelsom van gebruik en constructie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn daarnaast andere factoren die hun invloed kunnen hebben, zoals de omgeving en de associatieve betekenis van de vorm in de sociaal-culturele context. Maar als de vorm in tegenspraak is met het gebruik en de constructie dan verliest zij daarmee aan begrijpelijkheid en integriteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Relatie tussen bouwwerk en omgeving Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de omgeving groter is. Het bestaansrecht van een gebouw ligt niet in het eigen functioneren alleen, maar ook in de betekenis die het gebouw heeft in zijn stedelijke of landschappelijke omgeving. Cultuurhistorisch gezien komen rieten daken bijvoorbeeld op het grondgebied van de gemeente Vlagtwedde niet voor. Ook van een gebouw dat contrasteert met zijn omgeving mag worden verwacht dat het zorgvuldig is ontworpen en de omgeving niet ontkent. Waar het om gaat, is dat het gebouw een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de omgeving en de te verwachten ontwikkeling daarvan. Over de wijze waarop dat bij voorkeur moet gebeuren, kunnen de gebiedsgerichte welstandscriteria duidelijkheid verschaffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Betekenissen van vormen in de sociaal-culturele context Voor vormgeving gelden in iedere cultuur bepaalde regels. Een bouwwerk wordt verwarrend of saai als de regels van de architectonische vormgeving niet bewust worden gehanteerd. Als vormen regelmatig in een bepaald verband zijn waargenomen, krijgen zij een zelfstandige betekenis en roepen zij, los van gebruik en constructie, bepaalde associaties op.</p>\n<p class=\"lf-p\">In iedere bouwstijl wordt gebruik gemaakt van verwijzingen en associaties naar wat eerder of elders reeds aanwezig was of naar wat in de toekomst wordt verwacht. De kracht of de kwaliteit van een bouwwerk ligt echter vooral in de wijze waarop die verwijzingen en associaties worden verwerkt en geïnterpreteerd binnen het kader van de actuele culturele ontwikkelingen, zodat concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit Bij restauraties is sprake van herstel van elementen uit het verleden, maar bij nieuw- of verbouw in een bestaande (monumentale) omgeving betekent dit dat duidelijk moet zijn wat authentiek is en wat nieuw is toegevoegd. Een ontwerp kan worden geïnspireerd door een bepaalde tijdsperiode, maar dat is iets anders dan het imiteren van stijlen, vormen en detailleringen uit het verleden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Associatieve betekenissen zijn van groot belang om een omgeving te ‘begrijpen’ als beeld van de tijd waarin zij is ontstaan, als verhaal van de geschiedenis, als representant van een stijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarom is het zo belangrijk om ook bij nieuwe bouwplannen zorgvuldig met stijlvormen om te gaan, zij vormen immers de geschiedenis van de toekomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Evenwicht tussen helderheid en complexiteit Een belangrijke eis die aan een ontwerp voor een gebouw mag worden gesteld, is dat er structuur wordt aangebracht in het beeld. Een heldere structuur biedt houvast voor de waarneming en is bepalend voor het beeld dat men vasthoudt van een gebouw. Symetrie, ritme, herkenbare maatreeksen en materialen maken het voor de gemiddelde waarnemer mogelijk de grote hoeveelheid visuele informatie die de gebouwde omgeving geeft, te reduceren tot een bevattelijk beeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het streven naar helderheid mag echter niet ontaarden in simpelheid. Een bouwwerk moet de waarnemer blijven prikkelen en intrigeren en zijn geheimen niet direct prijsgeven. Er mag best een beheerst beroep op de creativiteit van de voorbijganger worden gedaan. Van oudsher worden daarom helderheid en complexiteit als complementaire begrippen ingebracht bij het ontwerpen van bouwwerken. Complexiteit in de architectonische compositie ontstaat vanuit de stedenbouwkundige eisen en het programma van eisen voor het bouwwerk. Bij een gebouwde omgeving met een hoge belevingswaarde zijn helderheid en complexiteit tegelijk aanwezig in een evenwichtige en spanningsvolle relatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schaal en maatverhoudingen Ieder bouwwerk heeft een schaal die voortkomt uit de grootte of de betekenis van de betreffende bouwopgave. Grote bouwwerken kunnen uiteraard binnen hun eigen grenzen geleed zijn, maar worden onherkenbaar en ongeloofwaardig als ze er uitzien alsof ze bestaan uit een verzameling losstaande kleine bouwwerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarnemer ervaart bewust of onbewust de maatverhoudingen van een bouwwerk, maar waarom de maatverhoudingen van een bepaalde ruimte aangenamer, evenwichtiger of spannender zijn dan die van een andere, valt nauwelijks vast te stellen. Duidelijk is dat de kracht van een compositie groter is naarmate de maatverhoudingen een sterke samenhang en hiërarchie vertonen. Mits bewust toegepast, kunnen ook spanning en contrast daarin hun werking hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afmetingen en verhoudingen van gevelelementen vormen tezamen de compositie van het gevelvlak. Hellende daken vormen een belangrijk element in de totale compositie. Als toegevoegde elementen (zoals een dakkapel, een aanbouw of een zonnecollector) te dominant zijn ten opzichte van de hoofdmassa en/of vlakverdeling, verstoren zij het beeld; niet alleen van het object zelf maar ook van de omgeving waarin het is geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Materiaal, textuur, kleur en licht Door middel van materialen, kleuren en lichttoetreding krijgt een bouwwerk uiteindelijk zijn visuele en tactiele kracht: het wordt zichtbaar en voelbaar. De keuze van materialen en kleuren is tegenwoordig niet meer beperkt tot wat lokaal aan materiaal en ambachtelijke kennis voorhanden is. Die keuzevrijheid maakt de keuze moeilijker en het risico van een onsamenhangend beeld groot. Als materialen en kleuren teveel losstaan van het ontwerp en daarin geen ondersteunende functie hebben, maar slechts worden gekozen op grond van decoratieve werking, wordt de betekenis ervan toevallig en kan het afbreuk doen aan de zeggingskracht van het bouwwerk. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het gebruik van materialen en kleuren een juiste interpretatie van de aard en ontstaansperiode van het bouwwerk in de weg staat.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2Gebiedsgerichte criteria Voor de gemeente was in de welstandsnota een gebiedsindeling voorgesteld. Na deze enkele jaren te hebben gehanteerd, heeft de gemeente geconstateerd dat de indeling vereenvoudigd kon worden. Bij de nieuwe indeling is rekening gehouden met de ruimtelijke structuren en verbanden in de verschillende gebieden. Dit heeft geresulteerd in de indeling zoals die in deze (herziene) welstandsnota te zien is (hoofdstuk 6).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het raadplegen van de welstandscriteria gelden zowel de – uitgebreide – gebiedsschema’s (de uitleg van de systematiek en het begrippenkader zijn toegevoegd als bijlage) als de direct achter het omschreven beleid volgende gebiedscriteria als samenvatting van het schema. In de gebiedsschema’s staat concreet per deelaspect welke keuze is gemaakt voor het te hanteren welstandsbeleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handhaven – hierbij gaat het om de intentie om het bestaande ruimtelijk beeld als zodanig zoveel mogelijk te handhaven en als uitgangspunt te hanteren voor verdere ontwikkelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Respecteren – bij dit beleid staat het zorgvuldig omgaan met bestaande waarden voorop. Deze hoeven niet altijd letterlijk in stand te blijven, maar dienen met respect te worden geïnterpreteerd bij nieuwe ontwikkelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Incidenteel wijzigen – hier krijgt het continue transformatieproces de ruimte, waarbij de bestaande situatie weliswaar als leidraad wordt genomen, maar gaandeweg wordt vervangen door nieuwe oplossingen en nieuwe beelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Planmatig wijzigen – dit beleid is gericht op verandering. Het gaat hier om een bewuste verandering van het ruimtelijk beeld en de ruimtelijke kwaliteit. In verband met het verdelen van de gebieden in grotere eenheden zijn er geen gebieden die geheel in deze categorie vallen. Bij transformatie van een gebiedsonderdeel – bijvoorbeeld voor de aanleg van een nieuwe woonwijk – worden tegelijk met het maken van een stedenbouwkundig plan gebiedscriteria geformuleerd (beeldkwaliteitplan) die voor de bouwkundige plannen van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3Objectgerichte criteria Kunstobjecten en herinneringsmonumenten Voor kunstobjecten en herinneringsmonumenten die in de openbare ruimte worden geplaatst is het gebruikelijk dat deze worden begeleid door een commissie waar o.a. deskundigheid op het gebied van kunst en ruimtelijke vormgeving in is vertegenwoordigd. Ook kan het voorkomen dat een kunstwerk of een herinneringsmonument aan de gemeenschap wordt geschonken door b.v. een vereniging of een stichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is niet zinvol in beide gevallen alsnog een welstandsadvies in te winnen. Er dient te worden voorkomen dat de ene commissie de andere “overruled“. Daarom zijn in deze nota voor kunstobjecten en herinneringsmonumenten in de openbare ruimte geen specifieke toetsingscriteria opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.beschrijving per gebied buitengebied 1.historisch landschap Analyse gebied Algemeen Dit gebied wordt gevormd door het historische stroomdallandschap, het stroomgebied van de Ruiten Aa. Het is een noord-zuid gerichte relatief smalle zone bestaande uit een aaneenschakeling van hogere esgronden afgewisseld met lagere gebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bebouwing in dit gebied is ontstaan in een periode vanaf het eind van de 18de eeuw. In eerste instantie in kleine clusters gegroepeerd, later (vanaf circa 1900) in meer uitgestrekte bebouwingslinten tussen de oudere nederzettingen. Zowel de clusters als de linten bestonden aanvankelijk uit agrarische bebouwing. Later in de 20ste eeuw zijn ze verder ingevuld met gewone woonhuizen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruimte De bebouwing in de clusters is in groepjes gesitueerd en niet nadrukkelijk op de huidige verbindingsweg gericht. De clusters hebben een gesloten structuur. De bebouwing in de tussenliggende linten is op de weg georiënteerd. De linten hebben een meer open structuur door de onregelmatige afstanden tussen de verschillende bebouwde erven. De linten worden wisselend ondersteund door boombeplanting of een houtwal. In de rest van dit gebied is meer variatie in beplantingsvormen aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsing Per erf is veelal sprake van een samenhangende groepering van bebouwing waarbij het hoofdgebouw dominant is. De nokoriëntatie en de afstand van de bebouwing tot de weg is wisselend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdvorm/aanzichten/opmaak De bebouwing bestaat overwegend uit panden met een omvang van één bouwlaag met een zadeldak. Incidenteel is bij woonhuizen sprake van twee bouwlagen met een kap. De hoofdvorm bestaat voornamelijk uit een enkelvormige bouwmassa met een sobere plasticiteit in een traditionele bouwstijl en een beelddominante kap. De gesloten baksteenarchitectuur kent een verticale geleding, bescheiden detaillering en over het algemeen weinig ornament. De dakbedekkingen bestaan overwegend uit dakpannen, verschillende kleuren en materialen zijn hierin mogelijk Waardering De waarde van dit gebied wordt bepaald door de ontwikkelingsgeschiedenis ervan en, in verband daarmee, door de verbondenheid tussen de bebouwing en het historische stroomdallandschap van de Ruiten Aa.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsintenties Zowel landschappelijk, stedenbouwkundig, als architectonisch wordt ingezet op het behoud van de bestaande waarden. Voor de bebouwing betekent dit een beleid van respecteren; wijzigingen zijn incidenteel mogelijk. Eventuele inbreidingen en vervangende nieuwbouw dienen een bijdrage te leveren aan de afleesbare ontwikkelingsgeschiedenis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welstandscriteria Plaatsing bij vervanging positie en (nok)oriëntatie bij voorkeur baseren op bestaande; compacte clustering op erf, aansluitend bij bestaande thematische opzet ter plaatse; hoofdgebouw/ representatieve deel; hoofdgebouw is dominant Hoofdvorm lineaire hoofdvorm; eenvoudige, niet samengestelde hoofdvorm met een kap; vakbekwame compositie Aanzichten voorgevel representatief; terughoudende vormgeving; baksteenarchitectuur met een verticale geleding; bijgebouwen met kleine gevelopening Opmaak terughoudende vormgeving; rood(bruin) gekleurde baksteen; voor de gevels van bijgebouwen ook donker gekleurd hout of plaat mogelijk; kleur pannen voor het dak aanpassen bij die van de aanwezige bebouwing (in de omgeving); eenvoudige detaillering; geen opvallende ornamentering.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.ontginningsgebied Analyse gebied Algemeen Het ontginningsgebied, waaronder in deze welstandsnota zowel de veld- als de veenontginningen wordt verstaan, komt zowel ten westen als ten oosten van het stroomdallandschap van de Ruiten Aa voor. Het is te karakteriseren als een open landschap waarin vanaf het begin van de 20e eeuw solitaire boerderijen en landarbeiderswoningen zijn gebouwd. Tussen de verschillende kernen van de gemeente zijn, buiten het stroomdallandschap van de Ruiten Aa, langs wegen in de jaren ’20 en ’30 ook bebouwingslinten ontstaan. Deze zijn karakteristiek voor het veenontginningslandschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere (veen)ontginningsgebieden zijn het Hebrecht en het Rhederveld. Deze gebieden onderscheiden zich van de overige ontginningsgebieden door de planmatige en sterk rationele opzet. Er is sprake van een eenduidige maatvoering voor de boerderijkavels die door de aanwezigheid van ontginningskanalen zichtbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De erven in dit welstandsgebied zijn clustergewijs bebouwd, al of niet voorzien van (erf)beplanting, maar altijd goed herkenbaar in het vlakke agrarische land. Opvallend is dat niet altijd het hoofdgebouw beelddominant is. Soms overheersen de bijgebouwen het oorspronkelijke hoofdgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruimte In het ontginningsgebied staat de bebouwing voornamelijk op royale percelen op ruime afstand van elkaar. De bebouwing bestaat uit zowel vrijstaande woonhuizen als agrarische bebouwing. De bebouwingsstructuur wordt plaatselijk ondersteund door (boom)beplanting.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het Hebrecht en het Rhederveld concentreert de bebouwing zich langs de wegen. De erven liggen op regelmatige afstanden van elkaar. In het Hebrecht is telkens één boerderij aan een ontginningskanaal gekoppeld, terwijl in het Rhederveld telkens twee boerderijen bij elkaar staan, aan elke zijde van het kanaal één. Er is langs de wegen sprake van een sterke lineaire open structuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsing Met uitzondering van de solitaire agrarische bedrijven, staat de meeste bebouwing in een denkbeeldige rooilijn, op een gelijke afstand van de weg. De afstand tussen de bebouwing onderling verschilt echter.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bebouwing staat voornamelijk met het woongedeelte naar de weg gekeerd. Over het algemeen staat de (hoofd)bebouwing met de nok haaks op de wegas gesitueerd. Per kavel is de bebouwing in clusters gegroepeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het Hebrecht en Rhederveld is sprake van een krachtige rooilijn waarin de hoofdgebouwen met de nok haaks op de wegas zijn gesitueerd. De bebouwing is op een gelijkmatige afstand van elkaar gesitueerd. De oorspronkelijke bijgebouwen, met dezelfde nokoriëntatie als de hoofdgebouwen, staan allemaal op identieke wijze achter deze hoofdgebouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdvorm/aanzichten/opmaak Het overwegende beeld wordt bepaald door een enkelvoudige bebouwing. Hoewel de grootte sterk varieert wordt het bouwvolume bijna altijd gevormd door één bouwlaag met een beelddominante kap. Er is sprake van geringe plasticiteit en een traditionele gesloten baksteenarchitectuur, met een overwegend verticale gevelgeleding zonder aangezette detaillering. De kleur van de baksteen varieert, incidenteel komt een niet oorspronkelijke wit geschilderde gevel voor. Voor de daken van de hoofdgebouwen zijn voornamelijk pannen toegepast. De schuren en andere bijgebouwen zijn daarnaast ook in moderne materialen zoals profielplaat voor de gevels en golfplaat voor de daken uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering De waarde van het gebied wordt bepaald door de ruimtelijke en functionele relatie tussen landschap en bebouwing. Dit beeld is in de meeste gevallen zeer sterk, wat leidt tot een sterk samenhangend beeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsintenties Het respecteren van de landschappelijke en stedenbouwkundige aspecten staat voorop. Er zijn echter mogelijkheden voor het incidenteel wijzigen van de bestaande bebouwing. Eventuele nieuwbouw moet gebaseerd zijn op de bestaande hoofdvorm en plaatsing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welstandscriteria Plaatsing bij vervanging positie en (nok)oriëntatie bij voorkeur baseren op bestaande; compacte clustering op erf, aansluitend bij bestaande thematische opzet ter plaatse; hoofdgebouw/ representatieve deel hoofdgebouw is dominant Hoofdvorm bij vervanging: hoofdvorm baseren op bestaand; lineaire hoofdvorm; omvang hoofdgebouw dominant t.o.v. bijgebouw; vakbekwame compositie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanzichten sobere vormgeving; baksteenarchitectuur met een verticale geleding; bijgebouwen in baksteen, hout en/of profielplaat; bescheiden detaillering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmaak bij vervanging positie en (nok)oriëntatie bij voorkeur baseren op bestaande; incidenteel, met name ten zuiden van Ter Apel, rieten bedekking geen bezwaar; terughoudende vormgeving; rode baksteen in middentoon; verschillende kleuren pannen voor het dak; gevels bijgebouwen van baksteen of donker gekleurd hout of profielplaat; daken bijgebouwen rood of antracietkleurig; licht gekleurd schilderwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.veenkoloniaal lint Analyse gebied Algemeen Het veenkoloniale lint bevindt zich in het zuiden en het zuidwesten van de gemeente. Hier heeft zich vanaf ongeveer 1900 een gemengde bebouwing (boerderijen, woningen, winkels en bedrijfsbebouwing) ontwikkeld langs het Stadskanaal, Ter Apelkanaal en het Ter Apel Compascuumkanaal. Beginnend bij de overgangen en de sluizen is in de loop der tijd aan weerszijden van het doorgaande water het bebouwingsbeeld steeds verder verdicht waardoor er een groot contrast is ontstaan tussen de begrensde ruimte langs het water en de zeer open ruimte die zich achter de bebouwing bevindt. Tussen de bebouwing is het open landschap wel steeds goed zichtbaar. Uitzondering op dit beeld vormen het gebied tussen Ter Apel en Burgemeester Beinsdorp waar sprake is van een eenzijdige bebouwing en het verstedelijkte lint van Ter Apel dat in deze nota tot de kern van het dorp wordt gerekend. Behalve een grote verscheidenheid aan bebouwingsfuncties is ook de architectonische kwaliteit nogal uiteenlopend. Hoewel de bebouwing over het algemeen sober van karakter is, komen ook opvallende voorbeelden van bouwkunst uit de jaren ‘30 van de vorige eeuw voor. Aan de Westerstraat in Ter Apel bevindt zich een rijtje vrijstaande en dubbele woningen die als een vroeg voorbeeld van sociale woningbouw moet worden gezien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruimte De afstand tussen de bebouwing varieert. De bebouwing staat veelal op diepe percelen die vooral wanneer er sprake is van een verdichting door een concentratie van woonhuizen verhoudingsgewijs nogal smal zijn (breedte halve heem = 10 m). Erfbeplanting komt aan de voorzijde alleen bij sommige boerderijen en grote woonhuizen voor die t.o.v. het overheersende beeld wat naar achteren zijn gerooid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsing De bebouwing staat overwegend op een vrij geringe afstand tot de weg. Er is sprake van een enigszins verspringend rooilijnverloop. De bebouwing is voornamelijk met de nok haaks op de weg gesitueerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdvorm/aanzichten/opmaak De hoofdbouwmassa is sterk gevarieerd zowel wat betreft de grootte als de bouwhoogte die varieert van een tot twee bouwlagen met kap. Er is over het algemeen sprake van een enkelvoudige bouwmassa met weinig plasticiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beeld laat een gesloten baksteen architectuur zien met een verticale gevelgeleding en een sobere detaillering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevels zijn voornamelijk opgetrokken met een rode baksteen. Incidenteel komen witte gestucte gevels voor. De daken zijn overwegend gedekt met een blauw-zwarte en rode (gebakken) pan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering De waarde van dit gebied wordt voor een belangrijk deel bepaald door de nederzettingstypologie die onlosmakelijk verbonden is met de ontwikkelingsgeschiedenis van de veenkoloniën. Hoewel de bebouwing onderling sterk varieert, is er toch samen met de structurerende werking van het kanaal en de evenwijdig daaraan lopende wegen sprake van een waardevolle ruimtelijke samenhang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsintenties Er zal ruimte zijn voor het wijzigen van de aanwezige bebouwing hoewel in incidentele gevallen (bijvoorbeeld bij beeldbepalende voorbeelden van een bepaalde bouwperiode) de mogelijkheden beperkt zullen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zal vooral op het behoud van de stedenbouwkundige structuur worden ingezet. Voor de bebouwing betekent dit een zorgvuldige afweging van de afstand tot de weg en een consequente houding ten aanzien van de noklijn die haaks op de wegas is georiënteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welstandscriteria Plaatsing bij vervanging positie en (nok)oriëntatie bij voorkeur baseren op bestaande; bij invullingen rooilijnenverloop van de belendingen respecteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdvorm eenvoudige, niet samengestelde hoofdvorm met een kap; sobere plastiek; naast bebouwing uit de jaren ‘30 van de vorige eeuw samengestelde hoofdvorm mogelijk evenals meer plasticiteit; vakbekwame compositie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanzichten gesloten baksteenarchitectuur met een verticale gevelgeleding; naast de bebouwing uit de jaren ‘30 van de vorige eeuw ook horizontale gevelelementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmaak baksteen in rode middentoon; rode of blauw/grijs tot antracietkleurige pannen voor het dak; de bebouwing uit de jaren ‘30 van de vorige eeuw ook paars rood; profielplaat voor gevels van bijgebouwen en schuren donker; donker gekleurde daken van bijgebouwen toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.bedrijventerrein buitengebied Analyse gebied Algemeen In het zuidwestelijk deel van het gemeentelijk grondgebied bevindt zich een tweetal bedrijventerreinen in het buitengebied. Het nabij Jipsingboermussel gelegen bedrijventerrein wordt grotendeels in beslag genomen door het aardappelmeelconcern AVEBE, Ten Kate en Vlapro. Het meer zuidelijk gelegen gebied, het voormalige NAVO- complex, wordt thans ingevuld door Sindorf. Beide gebieden manifesteren zich in landschappelijk/stedenbouwkundig opzicht als autonome bebouwde gebieden. Vooral het complex van AVEBE is van een enorme omvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruimte Grootschalige concentratie van bebouwing die als een groot eiland in de ruimte van het ontginningslandschap is gelegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsing De bebouwing is gesitueerd langs een intern ontsluitingscircuit. Bij het nieuwe industrieterrein is gedeeltelijk sprake van een intern ontsluitingscircuit. Daarnaast is het ook gedeeltelijk gericht op de A.G. Wildervanckweg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdvorm/aanzichten/opmaak Typische industriële bebouwing zowel wat betreft hoofdvorm als de aanzichten van de gevels. De omvang van de verschillende gebouwen varieert sterk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering Sterke eigentijdse industrievormgeving. De waarde van dit gebied schuilt daarnaast in de verbeelding van de economische betekenis van de aardappelteelt in het veenkoloniale gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsintenties Zeker voor wat betreft het AVEBE-complex zal ook met betrekking tot de uiterlijke verschijningsvorm het bestemmingsplan maatgevend zijn. In het uitbreidingsplan is een zichtzone opgenomen waarin de bebouwing aan een hogere architectonische kwaliteit moet voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welstandscriteria Plaatsing bebouwing in de rooilijn plaatsen; opslagterrein wordt afgeschermd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdvorm eenduidige krachtige hoofdvorm; vakbekwame compositie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanzichten functionele uitstraling; (representatieve) kantoorgedeeltes op de ontsluiting georiënteerd Opmaak naturel, eerlijk materiaalgebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.recreatieterreinen Analyse gebied Algemeen De recreatieterreinen die onder dit welstandsgebied vallen zijn aangelegd vanaf de jaren ’60 en kenmerken zich door een parkachtige aanleg waarin recreatieverblijven van bescheiden omvang zijn gesitueerd. Het gaat hierbij om de volgende terreinen: “De Papaver” te Sellingerbeetse, camping “Iemborg” in Jipsingboertange, natuurcamping aan de Borgerweg in Sellingen, bungalowpark “Zeven Meren” te Jipsingbourtange, “De Borkhoorn”, “De Bronzen eik” en “Zonnegloren” te Sellingen en “Plathuis” te Bourtange. Van een directe confrontatie met het open landschap is veelal geen sprak omdat de terreinen zijn opgenomen in een bosachtige omgeving. Nabij de toegang tot deze terreinen bevindt zich veelal een centrum of entreegebouw van beperkte omvang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruimte De situering van de recreatiewoningen is meestal kleinschalig van karakter. Soms vormt de bebouwing plekken die recreatief kunnen worden gebruikt. Daarnaast komen ook meer lineaire structuren voor waarin de woningen op regelmatige afstanden langs een ontsluitingsweggetje zijn gesitueerd. Bijna altijd is er beschutting van opgaand groen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsing De onderlinge afstand tussen de bebouwing varieert. Per erf bestaat de bebouwing merendeels uit een hoofdgebouw met een al of niet aangebouwd bijgebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdvorm/aanzichten/opmaak De enkelvoudige bouwmassa is opgebouwd uit één bouwlaag met een plat- of lichthellend dak en bezit weinig plasticiteit. Er is weinig onderling verschil in de omvang van de bouwmassa. Er is sprake van een traditionele bouwstijl. De gevels met een horizontale geleding zijn opgebouwd uit schijven metselwerk, in een middentoon rood, met houten puien. De detaillering is sober.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering De waarde wordt bepaald door het kleinschalige karakter van de recreatieterreinen en de ingedekte positie van bebouwing ten opzichte van het open landschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsintenties Er zal ruimte zijn voor het wijzigen van de aanwezige bebouwing. Er zal vooral op worden toegezien dat er onderlinge samenhang bestaat en dat het bebouwd oppervlak beperkt blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welstandscriteria Plaatsing bij vervanging positie en (nok)oriëntatie bij voorkeur baseren op bestaande; eventuele bijgebouwtjes dichtbij en achter het hoofdgebouw situeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdvorm eenvoudige plat afgedekte hoofdvorm, danwel een flauwe dakhelling maximaal 300; vakbekwame compositie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanzichten metselwerkvlakken met puien; baksteenarchitectuur met een horizontale geleding Opmaak rode baksteen in een middentoon; antracietkleurige plaatmaterialen of bitumen daken; doelmatige detaillering; grote vlakken in gedekte kleuren; gevels van bijgebouwen en schuren in donker hout of metselwerk; donker gekleurde daken van bijgebouwen toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.parc emslandermeer Analyse gebied Algemeen Parc Emslandermeer is een park met recreatiewoningen. Vanaf de jaren ’90 van de vorig eeuw is men met de ontwikkeling ervan begonnen. Het park omvat recreatiewoningen en bijbehorende voorzieningen zoals een restaurant, diverse sportaccommodaties en een overdekt zwembad. Tevens is een golfbaan aanwezig. De recreatiewoningen zijn aan een stelsel van ontsluitingsweggetjes gesitueerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruimte In een open bebouwingsstructuur staan de recreatiewoningen op een vrij geringe afstand tot de weg. Planmatig karakter. De voorzieningen zijn nabij de haven gesitueerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsing De afstand tot de weg is vrij gering. Samenhang per cluster ook door gelijkmatige onderlinge afstanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdgebouwen zijn dominant t.o.v. de bijgebouwen. Per cluster van recreatiewoningen nokoriëntatie vrijwel gelijk, tussen de clusters wisselend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdvorm/aanzichten/opmaak De woonbebouwing bestaat voornamelijk uit enkelvoudige bouwmassa’s in één laag met kap opgebouwd uit baksteen met wisselende gevelcomposities variërend van “gesloten baksteenarchitectuur” tot meer een open gevelarchitectuur bestaande uit schijven met puien. In alle gevallen is sprake van een eenvoudige detaillering zonder noemenswaardig ornament. De kleur van de baksteen en pannen is per cluster wisselend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering De waarde van dit gebied wordt bepaald door het samenhangende beeld. De projectmatige aanleg met geclusterde woningtypen in een parkachtige aanleg leidt tot een informeel totaalbeeld dat past bij het recreatieve doel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsintenties De beleidsintentie is gericht op het behoud van de ruimtelijke karakteristiek van het park. Wel zullen incidentele wijzigingen mogelijk moeten zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welstandscriteria Plaatsing bij vervanging positie en (nok)oriëntatie bij voorkeur baseren op bestaande; bij invullingen rooilijnenverloop van de belendingen respecteren; hoofdgebouw dominant t.o.v. bijgebouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdvorm eenvoudige, niet samengestelde hoofdvorm met een kap; weinig plasticiteit; vakbekwame compositie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanzichten anticiperen op de verschillende gevelcomposities; eenvoudige detaillering; geen ornament.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmaak baksteen gevels met kozijnen en/of puien; gevelkleur en pannen zijn per cluster wisselend; middentonen; losse bijgebouwen niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.burgemeester beinsdorp Analyse gebied Algemeen Burgemeester Beinsdorp is een ruim opgezette woonwijk waarvan de bebouwing bestaande uit dubbele en vrijstaande huizen stamt uit een periode die zich uitstrekt vanaf de jaren ’20 en ’30 tot aan de jaren ’45-’50 van de vorige eeuw. Hoewel geen tuindorp in de ware zin heeft het onmiskenbaar de karaktertrekken ervan. Een deel van de bebouwing, met name de Sluisstraat en omgeving, is gerealiseerd tussen ‘40 en ‘45 in een vroege vorm van systeembouw waarin het binnenspouwblad uit halmplank (geperst stro) is opgebouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruimte Er is sprake van een ruime (planmatige) stedenbouwkundige opzet waarbij de woningen duidelijk op het royale openbare gebied zijn gericht. Het tuindorpachtige karakter uit zich o.a. in de schuin geplaatste bebouwing op een aantal hoeksituaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsing De open bebouwingstructuur staat op enige afstand tot de weg. Het rooilijnenverloop is enigszins verspringend en de nokoriëntatie wisselend. De positie van de hoofdgebouwen is dominant t.o.v. de bijgebouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdvorm/aanzichten/opmaak De traditioneel opgezette bebouwing bestaat uit een bouwlaag met een flauwe kap aan de Sluisstraat en met een steilere kap in het overige deel. De hoofdgebouwen zijn dominant t.o.v. de bijgebouwen. De gesloten baksteenarchitectuur kent weinig ornament en is sober gedetailleerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Sluisstraat zijn in de loop der tijd veel lichte tinten aangebracht. Voor het overige is een baksteen van een middentoon toegepast. De daken bestaan voornamelijk uit rode pannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waardering De waarde van dit gebied wordt bepaald door de stedenbouwbouwkundige opzet in samenhang met de architectuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Architectuur en stedenbouw sluiten op elkaar aan. Daarnaast echter staat het beeld met name ter plaatse van de Sluisstraat onder druk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsintenties Het beleid is vooral gericht op het handhaven van de ruimtelijke structuur. Aspecten als rooilijnenverloop en de open bebouwingsstructuur spelen hierin een belangrijke rol. De bebouwing kan incidenteel worden gewijzigd waarbij er aandacht dient te bestaan voor het onderlinge verband waardoor de samenhang in het bebouwingsbeeld gehandhaafd blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Welstandscriteria Plaatsing positie, (nok)oriëntatie en rooilijnenverloop handhaven. hoofdgebouwen dominant t.o.v. bijgebouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdvorm eenvoudige, niet samengestelde hoofdvorm met een kap; onderling verband tussen de bebouwing; sobere plasticiteit; vakbekwame compositie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanzichten gesloten baksteenarchitectuur met een verticale geleding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmaak rode baksteen in een middentoon; uitsluitend rode pannen; eenvoudige detaillering; profielplaat voor gevels van bijgebouwen en schuren donker;</p></div>", "next": 239829}