{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Aziatische duizendknopen: Japanse Duizendknoop (Fallopia japonica) , Sachalinse duizendknoop (Fallopia sachalinensis) en Boheemse duizendknoop (Fallopia x bohemica);</p>\n<p class=\"lf-p\">Basisvoorziening: fysieke voorziening, zoals een gebouw, een gedeelte of de buitenruimte van een gebouw, of een openbaar gebied waar voor iedereen toegankelijke activiteiten in het sociaal domein plaatsvinden die bijdragen aan de leefbaarheid. Voorbeelden hiervan zijn dorpshuizen en multifunctionele centra; bedrijfsverplaatsing: verplaatsing van een landbouwbedrijf waarbij de bedrijfsactiviteiten op de oorspronkelijke locatie worden beëindigd en elders worden voortgezet;</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsregel subsidiabele kosten projectsubsidies: beleid van GS waarin is aangegeven welke kosten bij projectsubsidies wel of niet subsidiabel zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermde soorten Wnb: soorten die op grond van de artikelen 11.37, 11.46 en 11.54 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wettelijk beschermd zijn; bestaande hoefdierhouder: bedrijfsmatige of hobbymatige houder van aangewezen hoefdieren die deze dieren voor 26 mei 2023 had geregistreerd in het Identificatie- en registratiesysteem van dieren, gevestigd in de provincie Utrecht of gebruikmakend van gronden voor begrazing door deze hoefdieren in de provincie Utrecht. Op 26 mei 2023 is de wolf via DNA analyse met zekerheid vastgesteld in de provincie Utrecht; biodiversiteit: de verscheidenheid aan plant- en diersoorten en de samenhang tussen die soorten; bodemdaling: bodemdaling en de daarmee verband houdende uitstoot van broeikasgassen uit veenbodems; bosreservaten: bosreservaat De Heul bij het Leersumse Veld en bosreservaat Galgenberg bij Amerongen. Voormalig cultuurbos waar het beheer is stopgezet en de bosontwikkeling wordt gevolgd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Catalogus Groenblauwe Diensten: set van steunmaatregelen waaraan de Europese Commissie met het goedkeuringsbesluit SA.44848 (2017/N)goedkeuring heeft verleend;</p>\n<p class=\"lf-p\">Centrale Database KringloopWijzer: database met bedrijfseigen kringloopwijzer gegevens van een melkveehouder, die jaarlijks ingevuld en gevalideerd worden via www.mijnkringloopwijzer.nl;</p>\n<p class=\"lf-p\">Collectief voor agrarisch natuurbeheer: een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid bestaande uit landbouwers en andere grondgebruikers van landbouwgrond, die beschikt over een certificaat collectief agrarisch natuurbeheer, overeenkomstig de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer provincie Utrecht 2016;</p>\n<p class=\"lf-p\">DAEB Kaderregeling: EU-kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst (PbEU 2012, C 8);</p>\n<p class=\"lf-p\">De-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in de betreffende De-minimisverordening;</p>\n<p class=\"lf-p\">De-minimisverordening: Verordening betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 VWEU op de De-minimissteun (Verordening (EU) Nr. 2023/2831, PbEU L van 15.12.2023) of Verordening betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 VWEU op de De-minimissteun in de landbouwsector (Verordening (EU) Nr. 1408/2013, PbEU L352/9) bij subsidie aan een onderneming actief in de primaire productie, verwerking of afzet van landbouwproducten; (erkend) deskundige: persoon die door beroep, studie of ervaring in het bijzonder bevoegd is tot het beoordelen van een zaak of het uitvoeren van een taak, vaak van specialistische aard;</p>\n<p class=\"lf-p\">Diergezondheidswetgeving: Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid; drainageplan: plan waarin wordt aangegeven hoe het waterinfiltratiesysteem wordt aangelegd, inclusief een kaart met de locaties van de verschillende typen systemen en een doorrekening van de verwachte vermindering van de CO2-emissie; eindbegunstigde: degene die de door de provincie Utrecht verstrekte subsidie of deel daarvan ontvangt van de subsidie-ontvanger;</p>\n<p class=\"lf-p\">Faunaschade Preventiekit, module wolven: overzicht van preventieve maatregelen om schade door wolven te voorkomen en te beperken zoals gepubliceerd op de website van BIJ12; fruitteler: ondernemer die appels, peren en/of kersen teelt; functieverandering: omzetten van landbouwgrond naar natuurterrein door het wijzigen van het gebruik van de grond van landbouw naar natuur of landschapselement en het vestigen van een kwalitatieve verplichting; ganzenrustgebieden: gebieden binnen de provincie Utrecht die door Gedeputeerde Staten als ganzenrustgebieden zijn aangewezen. Zij zijn bedoeld om overwinterende ganzen rust te bieden in perioden dat buiten deze gebieden ganzen opzettelijk verstoord dan wel verjaagd mogen worden met ondersteunend afschot; gebruiksgerechtigde: pachter van landbouwgrond op basis van een reguliere pachtovereenkomst of een erfpachter van landbouwgrond op basis van een overeenkomst van erfpacht, waarvan de resterende looptijd tenminste 10 jaar bedraagt; gecombineerde opgave: jaarlijkse opgave waarin landbouwers hun landbouwgrond, gewassen, mestgebruik en subsidies doorgeven aan RVO;</p>\n<p class=\"lf-p\">Groen doet Goed: programma dat er op is gericht kinderen in de leeftijd van 4 – 12 jaar bij natuur te betrekken en natuur te laten beleven. In dit programma werken de provincie Utrecht, een aantal gemeenten en IVN Natuureducatie samen zoals nader uitgewerkt op de website Groen doet goed - Groen doet goed en de daarop volgende webpagina’s van het programma Groen doet goed Utrecht met de tekst zoals die luidt op het moment van in werking treden van dit besluit;</p>\n<p class=\"lf-p\">Groen doet Goed netwerk: netwerk van de gemeentelijke trekkers van Groen doet Goed in de provincie Utrecht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Groene contour: gebieden die van belang worden geacht voor het functioneren van het NNN, maar die (nog) niet onder het NNN zelf vallen en waar op vrijwillige basis nieuwe natuur gerealiseerd kan worden. Na realisatie van deze nieuwe natuur wordt die opgenomen in het NNN; groot onderhoud: onderhoud dat valt buiten normaal regulier onderhoud voor het “dagelijkse” beheer van het waterinfiltratie systeem; grote ondernemingen: ondernemingen die niet voldoen aan de criteria die zijn opgenomen in bijlage 1 van de Landbouwvrijstellingsverordening (Verordening (EU) nr. 2022/2472 van de Europese Commissie van 14 december 2022, PbEU L327/1); herstel i.h.k.v. Invasieve exoten: maatregelen gericht op het herstellen van schade aan biodiversiteit veroorzaakt invasieve exoten, het optimaliseren en weerbaar maken van ecosystemen tegen vestiging van invasieve exoten herstel na verwijderen invasieve exoten en nazorg. De maatregelen zorgen er ook voor dat inheemse soorten en hun leefgebieden in stand blijven en kunnen herstellen naar ‘de oorspronkelijke waarden’; hervestigingslocatie: locatie waar het verplaatste landbouwbedrijf wordt voortgezet; hoefdiersoort: een van de soorten van de aangewezen hoefdieren; runderen, schapen, geiten, varkens, alpaca's en paard(-achtigen); icoonsoort: Utrechtse aandachtsoort waarvan het zwaartepunt van het verspreidingsgebied in de provincie Utrecht gelegen is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Identificatie- en Registratiesysteem van dieren: door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland beheerde Identificatie- en Registratiesysteem van elke Nederlandse landbouwhuisdierenhouder met een uniek Bedrijfsnummer (UBN); invasieve exoten: dieren, planten en micro-organismen die door menselijk handelen in een nieuw gebied terechtkomen (zoals Nederland) en die bij vestiging en verspreiding schade kunnen veroorzaken; jonge landbouwer: landbouwer die jonger is dan 40 jaar op 31 december van het jaar waarin de steun wordt aangevraagd, die bedrijfshoofd is en beschikt over de vereiste passende opleiding of vaardigheden; kleine kern: een woonkern met een inwonertal tot maximaal 10.000 inwoners conform de actuele gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); kleine landschapselementen: qua oppervlakte of volume beperkte groene componenten in het landschap, die bijdragen aan de opbouw, structuur, invulling, identiteit en belevingswaarde van dat landschap, die niet onder hoofdstuk 11 van het Besluit Activiteiten Leefomgeving vallen en die als zodanig zijn aangewezen door de provincie. Bijvoorbeeld bepaalde kleine bosjes en houtwallen, meidoornhagen in uiterwaarden, statige lanen, rijen knotwilgen, beeldbepalende bomen, bloemrijke akkerranden, alsmede bepaalde natuurvriendelijke slootkanten en poelen; koepelorganisatie: vereniging of stichting waarin een aantal belangenorganisaties vertegenwoordigd zijn. Een koepelorganisatie bundelt de belangen van haar leden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kringlooplandbouw: een vorm van duurzame landbouw waarbij de kringloop van stoffen gesloten is. Dit houdt in dat alle stoffen die door de landbouw uit een gebied verdwijnen ook weer teruggebracht worden in het gebied. Het betreft landbouw met zuinig gebruik van grondstoffen en energie en het zo min mogelijk belasten van klimaat, milieu en natuur;</p>\n<p class=\"lf-p\">KRW: Kaderrichtlijn Water, richtlijn 2000/60/EG van het Europees parlement en de raad van 23 oktober 2000, met als doel de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater in Europa te waarborgen;</p>\n<p class=\"lf-p\">KRW-oppervlaktewaterlichamen: bepaalde, op kaart vastgelegde oppervlaktewateren van aanzienlijke omvang, zoals meren, waterbekkens, stromen, rivieren, kanalen, delen van een stroom, rivier of kanaal, overgangswateren dan wel stroken kustwater; kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen: beschrijving van de Utrechtse landschappen met als doel de belangrijkste kwaliteiten te beschermen en versterken. De kwaliteitsgids wordt als richtsnoer en inspiratiebron gebruikt door professionals die werkzaam zijn in het landschap om plannen en projecten verder te helpen. Zie: koepelkatern_kwaliteitsgids.pdf; landbouwbedrijf: een eenheid die grond, gebouwen en voorzieningen omvat die voor de primaire landbouwproductie worden gebruikt; landbouwer: een ondernemer die producten voortbrengt door middel van het telen van gewassen of het houden van dieren; landbouwproductiecapaciteit: grond die bij RVO geregistreerd is als grond in landbouwkundig gebruik; landbouwsteunkader: Richtsnoeren voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden (2022/C 485/01);</p>\n<p class=\"lf-p\">Landbouwvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard, PBEU L327/1 van 21 december 2022; landelijk gebied: gebied buiten het stedelijk gebied, zie Atlas provincie Utrecht: in bijlage 1 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer provincie Utrecht 2016 opgenomen en nader beschreven landschapsbeheertype; leefbaarheid: gaat over de aantrekkelijkheid van een gebied of gemeenschap om er te wonen, leven, sporten, elkaar te ontmoeten, te spelen, elkaar hulp te vragen en dergelijke; marktwaarde: waarde van de grond vastgesteld in overeenstemming met de Mededeling van de Commissie betreffende het begrip “staatssteun” in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (2016/C 262/01) in het vrije economische verkeer vastgesteld door een onafhankelijk taxateur, gebaseerd op algemeen aanvaarde marktindicaties en taxatiecriteria; meerjarendoel: doel uit de doelenboom van de provincie Utrecht, zoals gebruikt in de planning- en controlcyclus; melkveehouder: eigenaar van melk- en kalfkoeien, waarvan de melkkoeien minimaal éénmaal hebben gekalfd en die voor de melkproductie worden gehouden; methode Somers: model dat op basis van onder andere bodemtype, peil en type water infiltratie systeem (WIS) de CO2 uitstoot kan uitrekenen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF): Natuurdatabank van Nederland. De NDFF bundelt, uniformeert en valideert natuurgegevens in Nederland. De gegevens brengen in beeld wat er bekend is over de verspreiding van planten- en diersoorten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Natura 2000-doelen: doelen voor bepaalde beschermde soorten en habitats van Natura 2000-gebieden die zijn vastgelegd in de aanwijzingsbesluiten van die gebieden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Natura 2000-gebieden: door Europa beschermde natuurgebieden die tezamen het Natura 2000-netwerk vormen en waarin bepaalde habitats en (dier)soorten met hun natuurlijke leefomgeving beschermd worden om de biodiversiteit te behouden; natuurbeheer: beheer van grond met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten; natuurbeheerplan: plan als bedoeld in artikel 1.3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer provincie Utrecht zoals geldend op het moment van de subsidieaanvraag; natuurbeheertype: in bijlage 2 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer provincie Utrecht 2016 opgenomen en nader beschreven natuurbeheertype; natuurtoestemming: onherroepelijke vigerende omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder e van de Wet jo. artikel 4.6, eerste lid, aanhef en onder e van het Omgevingsbesluit of op basis van advies en instemming met het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.25, eerste lid, aanhef en onder e Omgevingsbesluit; of onherroepelijke vigerende vergunning op grond van de Wet natuurbescherming of Natuurbeschermingswet 1998, dan wel onherroepelijke vigerende vergunning; of geldende melding op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 2.1 eerste lid onder e of artikel 2.1 eerste lid onder i (omgevingsvergunning voor het onderdeel milieu), de Wet milieubeheer of de Hinderwet; of niet vergunningplichtig, maar voldoend aan artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming; of vallend onder artikel 9.4, achtste lid van de Wet natuurbescherming; of toegestaan op de Europese referentiedatum en die niet is vervallen of geëxpireerd; niet productieve investering: investering die niet leidt tot een aanzienlijke stijging van de waarde of de rentabiliteit van het (landbouw)bedrijf; nieuwbouw: bebouwing tot 3 jaar na oplevering; nieuwe teelten: gewassen genoemd in de bijlage bij hoofdstuk 13, die onder specifieke voorwaarden worden geteeld om bij te dragen aan circulaire, natuurinclusieve en klimaatneutrale landbouw;</p>\n<p class=\"lf-p\">NNN: Natuurnetwerk Nederland, het samenhangende netwerk van bestaande en nog aan te leggen natuurgebieden. De provincies stellen de begrenzing vast. Voor de provincie Utrecht is deze te vinden in het provinciale Natuurbeheerplan, op de betreffende webkaart aangeduid als ‘Nog te ontwikkelen natuur’; omgevingsverordening: de vigerende omgevingsverordening van de provincie Utrecht; onderneming in moeilijkheden: onderneming ten aanzien waarvan zich ten minste één van de omstandigheden voordoet als bedoeld in of artikel 2 punt 18 van Verordening (EU) nr. 651/2014; paardachtige: paard, pony, ezel of zebra; praktijkscan: toets van de bedrijfsgegevens aan de Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw; programma: plan dat door Gedeputeerde Staten wordt vastgesteld op grond van artikel 3.4 van de Omgevingswet; publiek toegankelijk: voor iedereen beschikbaar, dus niet alleen voor leden van een (sport)vereniging;</p>\n<p class=\"lf-p\">PWIS: passief water infiltratie systeem. Drainagebuizen die onder water/slootpeil liggen en op deze manier water kunnen infiltreren in een perceel; reeds aanwezige natuur: binnen de provincie Utrecht gelegen grond die op kaart 1 van het Natuurbeheerplan is aangeduid als ‘reeds aanwezige natuur’;</p>\n<p class=\"lf-p\">Rode lijst: door de rijksoverheid vastgestelde lijsten van soortgroepen van planten en dieren, waarin voor elke soort staat aangegeven in welke mate deze met uitsterven bedreigd wordt;</p>\n<p class=\"lf-p\">RVS: Regionale Veenweidestrategie Utrechtse Veenweiden;</p>\n<p class=\"lf-p\">SCAN-ICT van BoerenNatuur: database met bedrijfsgegevens over agrarisch natuurbeheer, landschapsbeheer, waterbeheer en bodembeheer van natuurlijke personen of rechtspersonen die een agrarisch bedrijf uitoefenen, agrarisch grondbezitter zijn of agrarisch natuurbeheer en landschapsbeheer uitoefenen, die gevuld is door een agrarisch collectief;</p>\n<p class=\"lf-p\">SKNL: subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap; sociale cohesie: de betrokkenheid van mensen onderling, bij maatschappelijke organisaties, sociale verbanden en de samenleving als geheel, op macro-, meso- en microniveau. Het omvat sociale netwerken, participatie, solidariteit en vertrouwen tussen burgers (Sociaal en Cultureel Planbureau); stedelijk gebied: een gebied met een ten opzichte van de omgeving verhoogde urbanisatiegraad. Het stedelijk gebied van de provincie Utrecht is te vinden op Atlas provincie Utrecht te ontwikkelen natuur: binnen de provincie Utrecht gelegen grond die op kaart 1 van het Natuurbeheerplan is aangeduid als ‘te ontwikkelen natuur’, ‘te ontwikkelen natuur zoekgebied' (Groene contour), of te ontwikkelen natuur zoekgebied (NNN)’; te ontwikkelen natuur buiten zoekgebied: binnen de provincie Utrecht gelegen grond buiten de terreinen die op kaart 1 van het Natuurbeheerplan zijn aangeduid als ‘te ontwikkelen natuur’, ‘te ontwikkelen natuur zoekgebied (Groene contour)’, of te ontwikkelen natuur zoekgebied (NNN)’, en die op grond van een ecologische onderbouwing en na advies van de Kopgroep Akkoord van Utrecht geschikt zijn om op voorzienbare termijn toe te voegen aan het NNN;</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitheemse rivierkreeften: Gevlekte Amerikaanse rivierkreeft (Orconectes limosus), Geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft (Orconectes virilis), Rode Amerikaanse rivierkreeft (Procambarus clarkii) en Gestreepte Amerikaanse rivierkreeft (Procambarus acutus/zonangulus);</p>\n<p class=\"lf-p\">Unielijst: de lijst met invasieve exoten die door de Europse Unie zijn aangewezen in de uitvoeringsverordeningen nr. 1141/2016 (37 soorten) en nr. 1263/2017 (12 soorten);</p>\n<p class=\"lf-p\">Utrechtse aandachtsoorten: bedreigde plant- en diersoorten zoals vastgesteld in de provinciale Natuurvisie 2016, te vinden in het bijbehorende ‘Supplement biodiversiteit’ en in de bijlage bij hoofdstuk 3 van deze subsidieregeling; zie ook Icoonsoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw (UMDL): monitor met samenhangende set van kwaliteitsindicatoren die de biodiversiteit versterken en kringlooplandbouw stimuleren, gebaseerd op de landelijke kernset die is ontwikkeld in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en gericht is op een integrale ontwikkeling van een nieuw perspectief voor de grondgebonden landbouw. De indicatoren zijn opgenomen in de bijlagen bij de hoofdstukken 11 en 12 van deze regeling; veenweidengebieden provincie Utrecht: het gebied waarvoor de subsidieregeling wordt opengesteld, deze zijn groen gemarkeerd op de kaart in de bijlage bij hoofdstuk 14. Dit gebied omvat de veengronden die in de RVS zijn beschreven als de veengronden waarop de RVS betrekking heeft (paragraaf 3.2 RVS); versteende wijken: wijken die volgens de kaart Groene stad label F hebben, zie Atlas provincie Utrecht; verwerving: verkrijging van het recht van eigendom; waardevermindering: verschil tussen enerzijds de marktwaarde van de grond bij verwerving en anderzijds de marktwaarde van de grond na omzetting in natuurterrein, gebaseerd op een onafhankelijke taxatie; waardevolle houtopstanden: oude bosgroeiplaatsen, oude boskernen, A-locatie bossen en bosreservaten. A-locatie bossen (locaties met natuurlijke bosgemeenschappen) vallen geheel binnen de NNN; waterinfiltratiesystemen: stelsel van buizen waarmee slootwater in een perceel kan worden gebracht door een rechtstreekse verbinding met het slootpeil (passief) of door middel van een pomp (actief);</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterparels: 25 ecologisch waardevolle wateren die op basis van het voorkomen van bijzondere soorten binnen de provincie Utrecht zijn geïdentificeerd. Deze gebieden met hoge potenties op het gebied van waternatuur en – kwaliteit, liggen deels binnen en deels buiten de begrenzing van het NNN en Natura 2000; weidevogelkerngebieden: door de provincie aangewezen natuur- en agrarische gebieden waar de condities voor weidevogels het meest gunstig zijn en waar beheerders en vrijwilligers gezamenlijk werken aan optimale inrichting, beheer en bescherming van weidevogels; wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de Groene contour: natuurwaarden van de NNN zoals die zijn vastgelegd in het vigerende Natuurbeheerplan van de provincie (natuurbeheertypen), bijbehorende kaart met de natuurbeheertypen en de Index Natuur en landschap van BIJ12 (natuurtypen inclusief karakteristieke soorten);</p>\n<p class=\"lf-p\">Wnb: Wet natuurbescherming; wolf-werende afrastering: afrastering om aanvallen van wolven op aangewezen hoefdieren te voorkomen. wolvenconsulent: door de provincie Utrecht aangewezen adviseur op het gebied van veebescherming tegen wolven. De wolvenconsulent geeft advies over de te realiseren afrastering en het onderhoud. zoekgebied: in de provincie Utrecht gelegen grond die op kaart 1 van het Natuurbeheerplan is aangeduid als ‘te ontwikkelen natuur’, ‘te ontwikkelen natuur zoekgebied (Groene contour)’, of te ontwikkelen natuur zoekgebied (NNN)’;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage bij hoofdstuk 3Leefgebieden bedreigde soorten Lijst met Utrechtse aandachtsoorten Wetenschappelijke naam Nederlandse naam Soortgroep Reden Rode lijst categorie Icoonsoort Triturus cristatus kamsalamander amfibieën Habitatrichtlijn bijlagen II en IV kwetsbaar icoonsoort Bufo calamita rugstreeppad amfibieën Habitatrichtlijn bijlage IV gevoelig icoonsoort Rana arvalis ssp. arvalis heikikker amfibieën Habitatrichtlijn bijlage IV Rana lessonae poelkikker amfibieën Habitatrichtlijn bijlage IV Andrena labialis donkere klaverzandbij bijen Rode Lijst bedreigd icoonsoort Coelioxys inermis gewone kegelbij bijen Rode Lijst bedreigd icoonsoort Bombus magnus grote veldhommel bijen Rode Lijst bedreigd icoonsoort Andrena denticulata kruiskruidzandbij bijen Rode Lijst bedreigd icoonsoort Anthophora retusa zwarte sachembij bijen Rode Lijst bedreigd icoonsoort Halictus maculatus blokhoofdgroefbij bijen Rode Lijst bedreigd Lasioglossum nitidiusculum borstelgroefbij bijen Rode Lijst bedreigd Bombus sylvarum boshommel bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Nomada opaca boswespbij bijen Rode Lijst bedreigd Lasioglossum lativentre breedbuikgroefbij bijen Rode Lijst bedreigd Melecta albifrons bruine rouwbij bijen Rode Lijst bedreigd Nomada fuscicornis bruinsprietwespbij bijen Rode Lijst bedreigd Lasioglossum intermedium combigroefbij bijen Rode Lijst bedreigd Andrena bimaculata donkere rimpelrug bijen Rode Lijst bedreigd Bombus subterraneus donkere tuinhommel bijen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Andrena niveata gebandeerde dwergzandbij bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Nomada guttulata gedrongen wespbij bijen Rode Lijst bedreigd Bombus distinguendus gele hommel bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Hylaeus clypearis gestippelde maskerbij bijen Rode Lijst bedreigd Eucera longicornis gewone langhoornbij bijen Rode Lijst bedreigd Coelioxys conoidea grote kegelbij bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Osmia xanthomelana grote metselbij bijen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Bombus ruderatus grote tuinhommel bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Bombus humilis heidehommel bijen Rode Lijst bedreigd Coelioxys quadridentata heidekegelbij bijen Rode Lijst bedreigd Osmia leaiana kauwende metselbij bijen Rode Lijst bedreigd Megachile ligniseca klaverbehangersbij bijen Rode Lijst bedreigd Nomada roberjeotiana kleine bonte wespbij bijen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Anthophora bimaculata kleine sachembij bijen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Andrena pilipes koolzwarte zandbij bijen Rode Lijst bedreigd Bombus soroeensis late hommel bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Bombus barbutellus lichte koekoekshommel bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Hylaeus pfankuchi moerasmaskerbij bijen Rode Lijst</p>\n<p class=\"lf-p\">bedreigd Bombus muscorum moshommel bijen Rode Lijst bedreigd Andrena marginata oranje zandbij bijen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Bombus rupestris rode koekoekshommel bijen Rode Lijst bedreigd Hylaeus variegatus rode maskerbij bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Andrena rosae roodrandzandbij bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Nomada fulvicornis roodsprietwespbij bijen Rode Lijst bedreigd Megachile circumcincta ruige behangersbij bijen Rode Lijst bedreigd Andrena nitidiuscula schermbloemzandbij bijen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Andrena fulvida sporkehoutzandbij bijen Rode Lijst bedreigd Lasioglossum quadrinotatum Andrena varians steilrandgroefbij bijen Rode Lijst bedreigd Nomada striata stomptandwespbij bijen Rode Lijst bedreigd Andrena fulvago texelse zandbij bijen Rode Lijst bedreigd Nomada integra tweekleurige wespbij bijen Rode Lijst bedreigd Andrena gravida weidebij bijen Rode Lijst bedreigd Melecta luctuosa witte rouwbij bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Dufourea halictula zandblauwtjesglansbij bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Bombus veteranus zandhommel bijen Rode Lijst bedreigd Ammobates punctatus zandloperbij bijen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Halictus sexcinctus zesbandgroefbij bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Andrena argentata zilveren zandbij bijen Rode Lijst bedreigd Halictus leucaheneus zuidelijke gouden groefbij bijen Rode Lijst ernstig bedreigd Osmia niveata zwartbronzen houtmetselbij bijen Rode Lijst bedreigd Stelis phaeoptera zwarte tubebij bijen Rode Lijst bedreigd Hesperia comma kommavlinder dagvlinders Rode Lijst bedreigd icoonsoort Thecla betulae sleedoornpage dagvlinders Rode Lijst bedreigd icoonsoort Pyrgus malvae ssp. malvae aardbeivlinder dagvlinders Rode Lijst bedreigd Satyrium ilicis bruine eikenpage dagvlinders Rode Lijst bedreigd Argynnis niobe duinparelmoervlinder dagvlinders Rode Lijst bedreigd Maculinea alcon gentiaanblauwtje dagvlinders Rode Lijst bedreigd Argynnis aglaja grote parelmoervlinder dagvlinders Rode Lijst ernstig bedreigd Nymphalis polychloros grote vos dagvlinders Rode Lijst ernstig bedreigd Argynnis paphia keizersmantel dagvlinders Rode Lijst verdwenen uit Nederland Hipparchia statilinus kleine heivlinder dagvlinders Rode Lijst ernstig bedreigd Limenitis camilla kleine ijsvogelvlinder dagvlinders Rode Lijst bedreigd Euphydryas aurinia ssp. aurinia moerasparelmoervlinder dagvlinders Rode Lijst verdwenen uit Nederland Lycaena hippothoe ssp. hippothoe rode vuurvlinder dagvlinders Rode Lijst verdwenen uit Nederland Nymphalis antiopa rouwmantel dagvlinders Rode Lijst verdwenen uit Nederland Coenonympha arcania tweekleurig hooibeestje dagvlinders Rode Lijst verdwenen uit Nederland Plebeius idas ssp. idas</p>\n<p class=\"lf-p\">vals heideblauwtje dagvlinders Rode Lijst verdwenen uit Nederland Coenonympha tullia ssp. tullia veenhooibeestje dagvlinders Rode Lijst ernstig bedreigd Melitaea cinxia veldparelmoervlinder dagvlinders Rode Lijst ernstig bedreigd Boloria selene zilveren maan dagvlinders Rode Lijst bedreigd Ephemera glaucops haften Rode Lijst ernstig bedreigd Graphoderus bilineatus gestreepte waterroofkever kevers Habitatrichtlijn bijlagen II en IV icoonsoort Lucanus cervus vliegend hert kevers Habitatrichtlijn bijlage II Hydroptila tineoides kokerjuffers Bijzonder belang Utrecht ernstig bedreigd icoonsoort Grammotaulius nigropunctatus kokerjuffers Rode Lijst ernstig bedreigd Grammotaulius nitidus kokerjuffers Rode Lijst ernstig bedreigd Limnephilus elegans kokerjuffers Rode Lijst ernstig bedreigd Limnephilus fuscicornis kokerjuffers Rode Lijst ernstig bedreigd Limnephilus griseus kokerjuffers Rode Lijst ernstig bedreigd Limnephilus incisus kokerjuffers Rode Lijst ernstig bedreigd Limnephilus nigriceps kokerjuffers Rode Lijst bedreigd Limnephilus stigma kokerjuffers Rode Lijst bedreigd Oecetis notata kokerjuffers Rode Lijst ernstig bedreigd Oligostomis reticulata kokerjuffers Rode Lijst ernstig bedreigd Stenophylax permistus kokerjuffers Rode Lijst bedreigd Cladonia squamosa doornig heidestaartje korstmossen Rode Lijst ernstig bedreigd icoonsoort Peltigera praetextata ruig leermos korstmossen Rode Lijst bedreigd icoonsoort Collema fuscovirens bolletjes-geleimos korstmossen Rode Lijst bedreigd Tuckermanopsis chlorophylla bruin boerenkoolmos korstmossen Rode Lijst bedreigd Rhizocarpon distinctum bruin landkaartmos korstmossen Rode Lijst bedreigd Lecanora aitema dennenschotelkorst korstmossen Rode Lijst bedreigd Caloplaca variabilis donkere citroenkorst korstmossen Rode Lijst ernstig bedreigd Physconia distorta fors rijpmos korstmossen Rode Lijst bedreigd Vulpicida pinastri geel boerenkoolmos korstmossen Rode Lijst ernstig bedreigd Aspicilia radiosa gelobd dambordje korstmossen Rode Lijst ernstig bedreigd Physcia aipolia gemarmerd vingermos korstmossen Rode Lijst bedreigd Verrucaria denudata groene waterstippelkorst korstmossen Rode Lijst bedreigd Ramalina fraxinea groot takmos korstmossen Rode Lijst bedreigd Micarea lignaria heideoogje korstmossen Rode Lijst bedreigd Usnea cornuta ingesnoerd baardmos korstmossen Rode Lijst bedreigd Rhizocarpon lecanorinum klein landkaartmos korstmossen Rode Lijst ernstig bedreigd Arthonia muscigena knotwilgkorst korstmossen Rode Lijst bedreigd Clauzadea metzleri mergelkorst korstmossen Rode Lijst bedreigd Rhizocarpon lavatum oever-landkaartmos korstmossen Rode Lijst ernstig bedreigd Dibaeis baeomyces roze heikorst korstmossen</p>\n<p class=\"lf-p\">Rode Lijst ernstig bedreigd Clauzadea monticola ruïnekorst korstmossen Rode Lijst ernstig bedreigd Cladonia ciliata sierlijk rendiermos korstmossen Rode Lijst bedreigd Graphis elegans sierlijk schriftmos korstmossen Rode Lijst bedreigd Stereocaulon condensatum stuifzandkorrelloof korstmossen Rode Lijst bedreigd Bagliettoa steineri tulbandkorst korstmossen Rode Lijst bedreigd Xanthoparmelia verruculifera wrattig schildmos korstmossen Rode Lijst bedreigd Peltigera neckeri zwart leermos korstmossen Rode Lijst bedreigd Lecidea lithophila zwarte granietkorst korstmossen Rode Lijst bedreigd Caloplaca cerina korstmossen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Parmeliopsis hyperopta korstmossen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Leucorrhinia pectoralis gevlekte witsnuitlibel libellen Habitatrichtlijn bijlagen II en IV kwetsbaar icoonsoort Aeshna viridis groene glazenmaker libellen Habitatrichtlijn bijlage IV kwetsbaar icoonsoort Gomphus vulgatissimus beekrombout libellen Rode Lijst bedreigd Sympetrum depressiusculum kempense heidelibel libellen Rode Lijst ernstig bedreigd Sympecma paedisca Noordse winterjuffer libellen Rode Lijst bedreigd Gomphus flavipes ssp. flavipes rivierrombout libellen Habitatrichtlijn bijlage IV Leucorrhinia caudalis sierlijke witsnuitlibel libellen Rode Lijst en Habitatrichtlijn bijlage IV verdwenen uit Nederland Entodon concinnus cilindermos mossen Bijzonder belang Utrecht gevoelig icoonsoort Sphagnum contortum trilveenveenmos mossen Rode Lijst bedreigd icoonsoort Racomitrium lanuginosum wollige bisschopsmuts mossen Rode Lijst bedreigd icoonsoort Cephalozia macrostachya aarmaanmos mossen Rode Lijst bedreigd Ptilidium pulcherrimum boomfranjemos mossen Rode Lijst bedreigd Scapania nemorea bosschoffelmos mossen Rode Lijst bedreigd Kurzia sylvatica bosspinragmos mossen Rode Lijst ernstig bedreigd Lophozia bicrenata cederhoutmos mossen Rode Lijst bedreigd Nardia scalaris echt vleugelmos mossen Rode Lijst bedreigd Frullania tamarisci flesjesroestmos mossen Rode Lijst bedreigd Scapania compacta gedrongen schoffelmos mossen Rode Lijst ernstig bedreigd Hamatocaulis vernicosus geel schorpioenmos mossen Rode Lijst en Habitatrichtlijn bijlage II bedreigd Dicranum spurium gekroesd gaffeltandmos mossen Rode Lijst bedreigd Riccardia multifida gevind moerasvorkje mossen Rode Lijst ernstig bedreigd Bartramia pomiformis gewoon appelmos mossen Rode Lijst ernstig bedreigd Barbilophozia barbata glanzend tandmos mossen Rode Lijst bedreigd Racomitrium canescens grijze bisschopsmuts mossen Rode Lijst bedreigd Scorpidium cossonii groen schorpioenmos mossen Rode Lijst bedreigd Mylia anomala hoogveenlevermos mossen Rode Lijst ernstig bedreigd Barbilophozia kunzeana</p>\n<p class=\"lf-p\">kaal tandmos mossen Rode Lijst bedreigd Buxbaumia aphylla kaboutermos mossen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Racomitrium fasciculare kale bisschopsmuts mossen Rode Lijst bedreigd Tortula subulata langkapselsterretje mossen Rode Lijst bedreigd Dicranum bonjeanii moerasgaffeltandmos mossen Rode Lijst bedreigd Calliergon giganteum reuzenpuntmos mossen Rode Lijst bedreigd Cephaloziella rubella rood draadmos mossen Rode Lijst bedreigd Scorpidium scorpioides rood schorpioenmos mossen Rode Lijst bedreigd Mnium marginatum rood sterrenmos mossen Rode Lijst bedreigd Sphagnum rubellum rood veenmos mossen Rode Lijst bedreigd Barbilophozia attenuata steil tandmos mossen Rode Lijst bedreigd Hedwigia stellata stergranietmos mossen Rode Lijst ernstig bedreigd Campylium stellatum sterrengoudmos mossen Rode Lijst bedreigd Diplophyllum obtusifolium stomp zaagmos mossen Rode Lijst bedreigd Campyliadelphus elodes tenger goudmos mossen Rode Lijst ernstig bedreigd Orthotrichum rogeri tonghaarmuts mossen Habitatrichtlijn bijlage II gevoelig Calypogeia sphagnicola veenbuidelmos mossen Rode Lijst bedreigd Odontoschisma denudatum zanddubbeltjesmos mossen Rode Lijst ernstig bedreigd Scapania irrigua zandschoffelmos mossen Rode Lijst bedreigd Russula pseudointegra kleibosrussula paddenstoelen Bijzonder belang Utrecht icoonsoort Russula grata amandelrussula paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Dumontinia tuberosa anemonenbekerzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Sarcodon joeides avondroodstekelzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Cortinarius azureus azuursteelgordijnzwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Cortinarius simulatus bedrieglijke gordijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Inocybe decipiens bedrieglijke vezelkop paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Psathyrella seymourensis beemdfranjehoed paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Agaricus gennadii beurschampignon paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Ramariopsis tenuiramosa bezemkoraaltje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Tricholomella constricta blanke pronkridder paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Pholiotina aeruginosa blauwgroen breeksteeltje paddenstoelen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Lyophyllum gangraenosum blauwvlekkende rouwridderzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Phellodon niger blauwzwarte stekelzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Trichophaea woolhopeia bleek pelsbekertje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Boletus fechtneri bleke boleet paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Cortinarius barbatus bleke galgordijnzwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Lactarius pallidus bleke melkzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Leucoagaricus badhamii bloedende champignonparasol paddenstoelen</p>\n<p class=\"lf-p\">Rode Lijst bedreigd Ramaria botrytis bloemkoolzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Gymnopilus odini bosbrandvlamhoed paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Coprinellus angulatus brandplekinktzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hygrocybe helobia broos vuurzwammetje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Psathyrella gossypina bruinbultige franjehoed paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Agaricus cupreobrunneus bruine weidechampignon paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Inocybe fuscomarginata bruinsnedeviltkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Mycena citrinomarginata citroensnedemycena paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Lycoperdon umbrinum donkerbruine stuifzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Lactarius fuliginosus donkere fluweelmelkzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Russula cuprea donkere geelplaatrussula paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Camarophyllopsis hymenocephala donkere wasplaat paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Cerrena unicolor doolhofelfenbankje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Chamaemyces fracidus druppelparasolzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Russula cessans duinbosrussula paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Tubaria minutalis dwergdonsvoetje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hebeloma birrus dwergvaalhoed paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Otidea leporina echt hazenoor paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Phaeomarasmius erinaceus egelzwammetje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Nidularia deformis eierzakje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Pseudoinonotus dryadeus eikenweerschijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Gyrodon lividus elzenboleet paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Galerina heimansii elzenmosklokje paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Suillus variegatus fijnschubbige boleet paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Cortinarius psammocephalus fijnschubbige gordijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Tricholoma imbricatum fijnschubbige ridderzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Xerula pudens fluwelige wortelzwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Agaricus macrocarpus forse anijschampignon paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Inocybe oblectabilis forse vezelkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Otidea cochleata gedrongen hazenoor paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Boletus appendiculatus geelnetboleet paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Inocybe muricellata geelschubbige vezelkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hygrocybe flavipes geelvoetwasplaat paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Amanita franchetii geelwrattige amaniet paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Cortinarius bivelus gegordelde berkengordijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Lactarius ruginosus gekartelde fluweelmelkzwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd</p>\n<p class=\"lf-p\">Cortinarius torvus gelaarsde gordijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hypholoma ericaeoides gele moeraszwavelkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Tricholoma equestre gele ridderzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Inocybe auricoma gele witsteelvezelkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Sowerbyella radiculata gele wortelbekerzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hericium cirrhatum gelobde pruikzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hebeloma radicosum geringde vaalhoed paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Leratiomyces squamosus geschubde stropharia paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Entoloma subradiatum gestreepte satijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Entoloma olorinum gestreepte sneeuwvloksatijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Inocybe bongardii geurende vezelkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Gymnopus inodorus geurloze collybia paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Inocybe pseudohiulca gevlekte knolvezelkop paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Russula maculata gevlekte russula paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Melanogaster ambiguus gewone inkttruffel paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Anthracobia melaloma gewoon houtskoolbekertje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Lichenomphalia umbellifera gewoon veentrechtertje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Inocybe leiocephala gladhoedvezelkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Tricholoma portentosum glanzende ridderzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Xerocomus pelletieri goudplaatzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Boletus impolitus goudporieboleet paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Mycena aurantiomarginata goudrandmycena paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Dermoloma cuneifolium grauwe barsthoed paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Clitopilus caelatus grijsbruine zalmplaat paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Russula urens groene peperrussula paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Entoloma incanum groensteelsatijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Ramaria abietina groenwordende koraalzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Clavaria subfalcata sensu Maas Geest. groezelige knotszwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Disciotis venosa grote aderbekerzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Cortinarius caninus grote fraaisteelgordijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Entoloma costatum grote trechtersatijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Clitocybe geotropa grote trechterzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Peniophora laeta haagbeukschorszwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hypholoma polytrichi haarmoszwavelkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hypholoma ericaeum heidezwavelkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Entoloma infula helmsatijnzwam</p>\n<p class=\"lf-p\">paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Cortinarius allutus honinggordijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hypsizygus ulmarius iepenzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Gyroporus cyanescens indigoboleet paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Coprinopsis spelaiophila ivoorinktzwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Ramariopsis kunzei ivoorkoraaltje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Inocybe fibrosoides ivoorvezelkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hygrophorus eburneus ivoorzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Postia balsamea jeneverbeskaaszwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Russula turci jodoformrussula paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Morchella elata kegelmorielje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Aureoboletus gentilis kersrode boleet paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Mycena vulgaris kleefsnedemycena paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Dermoloma pseudocuneifolium kleine barsthoed paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Mycena clavularis kleverige schorsmycena paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Cortinarius privignoides knollige gordelsteelgordijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Agaricus langei knolloze boschampignon paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Chroogomphus rutilus koperrode spijkerzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Osmoporus odoratus korianderzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Pluteus dietrichii krakhoedhertenzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Tricholoma acerbum krulzoomridderzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Agaricus bernardii kwelderchampignon paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Omphalotus illudens lantaarnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Tricholoma psammopus lariksridderzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Mycena meliigena lilabruine schorsmycena paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Suillus granulatus melkboleet paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Russula puellula milde braakrussula paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Armillaria ectypa moerashoningzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Tricholoma terreum muisgrijze ridderzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Boletus junquilleus narcisboleet paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Squamanita odorata odeurzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Agaricus luteomaculatus okerbruine dwergchampignon paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Cortinarius tabularis okergrijze fraaisteelgordijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Russula laeta okerroze russula paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Clitopilus nitellinus oranje zalmplaat paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Mycena clavicularis palingsteelmycena paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Mycena mucor pantoffelmycena paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Lactarius decipiens pelargoniummelkzwam paddenstoelen</p>\n<p class=\"lf-p\">Rode Lijst bedreigd Russula lepida potloodrussula paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Amanita ceciliae prachtamaniet paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Thelephora caryophyllea prachtfranjezwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Boletus calopus pronksteelboleet paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hericium erinaceus pruikzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Galerina triscopa puntig mosklokje paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Agaricus subfloccosus rafelige champignon paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Macrolepiota excoriata rafelige parasolzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Entoloma farinogustus ranzige dennensatijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Mycena olida ranzige mycena paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Leucopaxillus giganteus reuzendikhoed paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Hygrocybe fornicata ridderwasplaat paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Scutellinia umbrorum rietlandwimperzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Mycena belliae rietmycena paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Cortinarius lividoochraceus rimpelige gordijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Russula rutila rode geelplaatrussula paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Flammulaster ferrugineus roestbruin vloksteeltje paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Elaphocordyceps capitata ronde truffelknotszwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Lyophyllum anthracophilum rondsporig pekzwammetje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Lactarius hysginus roodbruine melkzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hydnotrya tulasnei rosse doolhoftruffel paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Hebeloma theobrominum rossige vaalhoed paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Postia floriformis rozetkaaszwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hebeloma vaccinum ruderale vaalhoed paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Lactarius mairei ruige melkzwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Gloeopeniophorella convolvens ruwe oliecelkorst paddenstoelen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Boletus satanas satansboleet paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hygrocybe coccinea scharlaken wasplaat paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Omphalina acerosa schelptrechtertje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Inocybe margaritispora schubbige knobbelspoorvezelkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Stropharia pseudocyanea slanke kopergroenzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Gomphidius glutinosus slijmige spijkerzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Pluteus pellitus sneeuwwitte hertenzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Coprinopsis picacea spechtinktzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Russula illota spikkelsneerussula paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Cortinarius acutus spitse gordijnzwam paddenstoelen</p>\n<p class=\"lf-p\">Rode Lijst bedreigd Myxomphalia maura splijtplaat paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Laccaria fraterna steenrode fopzwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Camarophyllopsis foetens stinkende wasplaat paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Sistotrema confluens stinktolletje paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Hygrophorus pustulatus stippelsteelslijmkop paddenstoelen Rode Lijst verdwenen uit Nederland Tricholoma sejunctum streephoedridderzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Clavaria straminea strogele knotszwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Lyophyllum deliberatum taaie rouwridderzwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Phellodon melaleucus tengere stekelzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Lactarius semisanguifluus vaalrode melkzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Lepista panaeolus vale schijnridderzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Inocybe paludinella valse satijnvezelkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Geoglossum difforme veelseptige aardtong paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Psathyrella cernua verblekende franjehoed paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Pisolithus arhizus verfstuifzwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Russula elegans vergelende netspoorrussula paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Russula subfoetens vergelende stinkrussula paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hygrophorus discoxanthus verkleurende slijmkop paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Entoloma hispidulum vezelkopsatijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Cortinarius evernius violetsteelgordijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Russula violacea violette russula paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Lactarius pterosporus vleugelspoormelkzwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Gymnopilus stabilis vlezige vlamhoed paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Lyophyllum boudieri vloksteelgrauwkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Peziza ampliata voddenbekerzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Gyromitra esculenta voorjaarskluifzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hygrocybe obrussea wantsenwasplaat paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Octaviania asterosperma welriekende sterspoortruffel paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Russula vinosopurpurea wijnpurperen russula paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Mycena tintinnabulum wintermycena paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Omphalina mutila wit heidetrechtertje paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Clavicorona taxophila wit kroonknotsje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Galerina jaapii witgeringd mosklokje paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Entoloma speculum witte bossatijnzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Tricholoma columbetta witte duifridderzwam paddenstoelen Rode Lijst</p>\n<p class=\"lf-p\">bedreigd Melanoleuca nivea witte veldridderzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Clitopilus fallax witte zalmplaat paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hymenogaster tener witte zijdetruffel paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Gymnopus terginus wolsteelcollybia paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Lyophyllum rancidum wortelende grauwkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Pluteus petasatus zaagselhertenzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Peziza echinospora zemelige brandplekbekerzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Hebeloma laterinum zoete vaalhoed paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Clavaria incarnata zonnegloedknotszwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Inocybe fuligineoatra zwarte knolvezelkop paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Helvella corium zwarte schotelkluifzwam paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Psathyrella atrolaminata zwartplaatfranjehoed paddenstoelen Rode Lijst bedreigd Pluteus atromarginatus zwartsnedehertenzwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Lyophyllum semitale zwartvlekkende rouwridderzwam paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Inocybe tenebrosa zwartvoetvezelkop paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Lyophyllum oldae zwartwordende grauwkop paddenstoelen Rode Lijst ernstig bedreigd Natrix natrix ssp. helvetica ringslang reptielen Bijzonder belang Utrecht kwetsbaar icoonsoort Lacerta agilis ssp. agilis zandhagedis reptielen Habitatrichtlijn bijlage IV kwetsbaar icoonsoort Gryllus campestris veldkrekel sprinkhanen en krekels Bijzonder belang Utrecht kwetsbaar icoonsoort Ephippiger ephippiger zadelsprinkhaan sprinkhanen en krekels Rode Lijst ernstig bedreigd Arnoseris minima korensla vaatplanten Rode Lijst bedreigd icoonsoort Eriophorum gracile slank wollegras vaatplanten Rode Lijst ernstig bedreigd icoonsoort Pinguicula vulgaris vetblad vaatplanten Rode Lijst bedreigd icoonsoort Leucojum aestivum zomerklokje vaatplanten Bijzonder belang Utrecht kwetsbaar icoonsoort Eleocharis quinqueflora armbloemige waterbies vaatplanten Rode Lijst bedreigd Silene baccifera besanjelier vaatplanten Rode Lijst bedreigd Hyoscyamus niger bilzekruid vaatplanten Rode Lijst bedreigd Cystopteris fragilis blaasvaren vaatplanten Rode Lijst bedreigd Carex hostiana blonde zegge vaatplanten Rode Lijst bedreigd Cicendia filiformis draadgentiaan vaatplanten Rode Lijst bedreigd Schoenoplectus triqueter driekantige bies vaatplanten Rode Lijst bedreigd Luronium natans drijvende waterweegbree vaatplanten Habitatrichtlijn bijlagen II en IV kwetsbaar Kickxia spuria eironde leeuwenbek vaatplanten Rode Lijst bedreigd Hypericum pulchrum fraai hertshooi vaatplanten Rode Lijst bedreigd Botrychium lunaria gelobde maanvaren vaatplanten Rode Lijst bedreigd</p>\n<p class=\"lf-p\">Valerianella rimosa geoorde veldsla vaatplanten Rode Lijst ernstig bedreigd Hypochaeris glabra glad biggenkruid vaatplanten Rode Lijst bedreigd Liparis loeselii groenknolorchis vaatplanten Rode Lijst en Habitatrichtlijn bijlagen II en IV bedreigd Gymnadenia conopsea grote muggenorchis vaatplanten Rode Lijst ernstig bedreigd Lycopodium clavatum grote wolfsklauw vaatplanten Rode Lijst bedreigd Holosteum umbellatum heelbeen vaatplanten Rode Lijst bedreigd Alchemilla glabra kale vrouwenmantel vaatplanten Rode Lijst bedreigd Carum carvi karwij vaatplanten Rode Lijst bedreigd Pyrola minor klein wintergroen vaatplanten Rode Lijst bedreigd Clinopodium acinos kleine steentijm vaatplanten Rode Lijst bedreigd Thymus serpyllum kleine tijm vaatplanten Rode Lijst bedreigd Sparganium natans kleinste egelskop vaatplanten Rode Lijst bedreigd Wahlenbergia hederacea klimopklokje vaatplanten Rode Lijst bedreigd Campanula glomerata kluwenklokje vaatplanten Rode Lijst ernstig bedreigd Alopecurus bulbosus knolvossenstaart vaatplanten Rode Lijst bedreigd Potamogeton praelongus langstengelig fonteinkruid vaatplanten Rode Lijst bedreigd Viola persicifolia melkviooltje vaatplanten Rode Lijst bedreigd Erysimum cheiri muurbloem vaatplanten Rode Lijst ernstig bedreigd Chenopodium murale muurganzenvoet vaatplanten Rode Lijst bedreigd Corrigiola litoralis riempjes vaatplanten Rode Lijst bedreigd Carex diandra ronde zegge vaatplanten Rode Lijst bedreigd Potamogeton alpinus rossig fonteinkruid vaatplanten Rode Lijst bedreigd Baldellia ranunculoides ssp. ranunculoides stijve moerasweegbree vaatplanten Rode Lijst bedreigd Anthemis cotula stinkende kamille vaatplanten Rode Lijst bedreigd Monotropa hypopitys stofzaad vaatplanten Rode Lijst bedreigd Carex dioica tweehuizige zegge vaatplanten Rode Lijst ernstig bedreigd Lepidium campestre veldkruidkers vaatplanten Rode Lijst bedreigd Carex pulicaris vlozegge vaatplanten Rode Lijst bedreigd Potentilla tabernaemontani voorjaarsganzerik vaatplanten Rode Lijst bedreigd Platanthera bifolia welriekende nachtorchis vaatplanten Rode Lijst bedreigd Juncus tenageia wijdbloeiende rus vaatplanten Rode Lijst bedreigd Fritillaria meleagris wilde kievitsbloem vaatplanten Rode Lijst bedreigd Ranunculus ololeucos witte waterranonkel vaatplanten Rode Lijst bedreigd Atropa bella-donna wolfskers vaatplanten Rode Lijst bedreigd Misgurnus fossilis grote modderkruiper vissen Habitatrichtlijn bijlage II kwetsbaar icoonsoort Lota lota kwabaal vissen Rode Lijst ernstig bedreigd icoonsoort Rhodeus amarus bittervoorn vissen Habitatrichtlijn bijlage II Alosa fallax fint vissen Habitatrichtlijn bijlage II verdwenen uit Nederland Coregonus oxyrinchus houting vissen Habitatrichtlijn bijlagen II en IV</p>\n<p class=\"lf-p\">gevoelig Cobitis taenia kleine modderkruiper vissen Habitatrichtlijn bijlage II Cottus perifretum rivierdonderpad vissen Habitatrichtlijn bijlage II kwetsbaar Lampetra fluviatilis rivierprik vissen Habitatrichtlijn bijlage II gevoelig Salmo salar zalm vissen Habitatrichtlijn bijlage II Petromyzon marinus zeeprik vissen Habitatrichtlijn bijlage II gevoelig Apus apus gierzwaluw vogels Bijzonder belang Utrecht icoonsoort Acrocephalus arundinaceus ssp. arundinaceus grote karekiet vogels Rode Lijst bedreigd icoonsoort Limosa limosa grutto vogels Bijzonder belang Utrecht gevoelig icoonsoort Vanellus vanellus kievit vogels Bijzonder belang Utrecht icoonsoort Netta rufina krooneend vogels Bijzonder belang Utrecht icoonsoort Caprimulgus europaeus ssp. europaeus nachtzwaluw vogels Vogelrichtlijn bijlage I kwetsbaar icoonsoort Ardea purpurea ssp. purpurea purperreiger vogels Rode Lijst en Vogelrichtlijn bijlage I bedreigd icoonsoort Alauda arvensis ssp. arvensis veldleeuwerik vogels Bijzonder belang Utrecht gevoelig icoonsoort Ixobrychus minutus ssp. minutus woudaap vogels Rode Lijst en Vogelrichtlijn bijlage I ernstig bedreigd icoonsoort Luscinia svecica ssp. cyanecula blauwborst vogels Vogelrichtlijn bijlage I Lullula arborea ssp. arborea boomleeuwerik vogels Vogelrichtlijn bijlage I Branta leucopsis brandgans vogels Vogelrichtlijn bijlage I Circus aeruginosus ssp. aeruginosus bruine kiekendief vogels Vogelrichtlijn bijlage I Jynx torquilla ssp. torquilla draaihals vogels Rode Lijst ernstig bedreigd Miliaria calandra ssp. calandra grauwe gors vogels Rode Lijst ernstig bedreigd Lanius collurio ssp. collurio grauwe klauwier vogels Rode Lijst en Vogelrichtlijn bijlage I bedreigd Casmerodius albus ssp. albus grote zilverreiger vogels Vogelrichtlijn bijlage I gevoelig Alcedo atthis ssp. ispida ijsvogel vogels Vogelrichtlijn bijlage I Philomachus pugnax kemphaan vogels Rode Lijst en Vogelrichtlijn bijlage I ernstig bedreigd Egretta garzetta ssp. garzetta kleine zilverreiger vogels Vogelrichtlijn bijlage I gevoelig Porzana pusilla ssp. intermedia kleinst waterhoen vogels Rode Lijst en Vogelrichtlijn bijlage I verdwenen uit Nederland Recurvirostra avosetta kluut vogels Vogelrichtlijn bijlage I Nycticorax nycticorax ssp. nycticorax kwak vogels Rode Lijst en Vogelrichtlijn bijlage I in het wild verdwenen uit Nederland Crex crex kwartelkoning vogels Vogelrichtlijn bijlage I kwetsbaar Platalea leucorodia ssp. leucorodia lepelaar vogels Vogelrichtlijn bijlage I Mergus albellus nonnetje vogels Vogelrichtlijn bijlage I Ciconia ciconia ssp. ciconia ooievaar vogels Vogelrichtlijn bijlage I Emberiza hortulana ortolaan vogels Rode Lijst en Vogelrichtlijn bijlage I</p>\n<p class=\"lf-p\">ernstig bedreigd Saxicola rubetra paapje vogels Rode Lijst bedreigd Anas acuta ssp. acuta pijlstaart vogels Rode Lijst bedreigd Porzana porzana porseleinhoen vogels Vogelrichtlijn bijlage I kwetsbaar Botaurus stellaris ssp. stellaris roerdomp vogels Rode Lijst en Vogelrichtlijn bijlage I bedreigd Falco peregrinus ssp. peregrinus slechtvalk vogels Vogelrichtlijn bijlage I gevoelig Himantopus himantopus steltkluut vogels Vogelrichtlijn bijlage I gevoelig Oenanthe oenanthe ssp. oenanthe tapuit vogels Rode Lijst bedreigd Asio flammeus ssp. flammeus velduil vogels Rode Lijst en Vogelrichtlijn bijlage I ernstig bedreigd Sterna hirundo ssp. hirundo visdief vogels Vogelrichtlijn bijlage I kwetsbaar Gallinago gallinago ssp. gallinago watersnip vogels Rode Lijst bedreigd Pernis apivorus wespendief vogels Vogelrichtlijn bijlage I Dryocopus martius ssp. martius zwarte specht vogels Vogelrichtlijn bijlage I Chlidonias niger ssp. niger zwarte stern vogels Rode Lijst en Vogelrichtlijn bijlage I bedreigd Larus melanocephalus zwartkopmeeuw vogels Vogelrichtlijn bijlage I Anisus vorticulus platte schijfhoren weekdieren Habitatrichtlijn bijlagen II en IV kwetsbaar icoonsoort Pseudanodonta complanata platte zwanenmossel weekdieren Bijzonder belang Utrecht bedreigd icoonsoort Candidula gigaxii fijngeribde grasslak weekdieren Rode Lijst bedreigd Zonitoides excavatus grofgestreepte glimslak weekdieren Rode Lijst ernstig bedreigd Helicella itala heideslak weekdieren Rode Lijst bedreigd Aegopinella pura kleine blinkslak weekdieren Rode Lijst bedreigd Monacha cartusiana kleine karthuizerslak weekdieren Rode Lijst bedreigd Myxas glutinosa kleverige poelslak weekdieren Rode Lijst ernstig bedreigd Clausilia dubia knotwilgslak weekdieren Rode Lijst bedreigd Pseudotrichia rubiginosa oever-loofslak weekdieren Rode Lijst bedreigd Gyraulus riparius oeverschijfhoren weekdieren Rode Lijst bedreigd Balea perversa schorshorentje weekdieren Rode Lijst bedreigd Pisidium pseudosphaerium sphaeriumvormige erwtenmossel weekdieren Rode Lijst bedreigd Oxyloma sarsii tweeling-barnsteenslak weekdieren Rode Lijst bedreigd Vertigo moulinsiana zegge-korfslak weekdieren Habitatrichtlijn bijlage II kwetsbaar Myotis nattereri franjestaart zoogdieren Habitatrichtlijn bijlage IV icoonsoort Microtus oeconomus ssp. arenicola noordse woelmuis zoogdieren Habitatrichtlijn bijlagen II en IV kwetsbaar icoonsoort Myotis mystacinus ssp. mystacinus baardvleermuis zoogdieren Habitatrichtlijn bijlage IV Castor fiber ssp. albicus bever zoogdieren Habitatrichtlijn bijlagen II en IV gevoelig Myotis brandti ssp. brandti brandts vleermuis zoogdieren Habitatrichtlijn bijlage IV Pipistrellus pipistrellus</p>\n<p class=\"lf-p\">gewone dwergvleermuis zoogdieren Habitatrichtlijn bijlage IV Plecotus auritus ssp. auritus gewone grootoorvleermuis zoogdieren Habitatrichtlijn bijlage IV Rhinolophus hipposideros ssp. hipposideros kleine hoefijzerneus zoogdieren Rode Lijst en Habitatrichtlijn bijlagen II en IV verdwenen uit Nederland Eptesicus serotinus ssp. serotinus laatvlieger zoogdieren Habitatrichtlijn bijlage IV kwetsbaar Myotis dasycneme meervleermuis zoogdieren Habitatrichtlijn bijlagen II en IV Eptesicus nilssoni ssp. nilssoni noordse vleermuis zoogdieren Habitatrichtlijn bijlage IV Lutra lutra ssp. lutra otter zoogdieren Rode Lijst en Habitatrichtlijn bijlagen II en IV verdwenen uit Nederland Nyctalus noctula ssp. noctula rosse vleermuis zoogdieren Habitatrichtlijn bijlage IV kwetsbaar Pipistrellus nathusii ruige dwergvleermuis zoogdieren Habitatrichtlijn bijlage IV Vespertilio murinus ssp. murinus tweekleurige vleermuis zoogdieren Habitatrichtlijn bijlage IV gevoelig Myotis myotis ssp. myotis vale vleermuis zoogdieren Rode Lijst en Habitatrichtlijn bijlagen II en IV verdwenen uit Nederland Myotis daubentoni ssp. daubentoni watervleermuis zoogdieren Habitatrichtlijn bijlage IV Bijlage bij hoofdstuk 6 Groen doet Goed De volgende organisaties kunnen subsidie aanvragen voor Groen doet Goed in 2025:</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelnemer netwerk Groen doet Goed aanvrager subsidiebedrag 1 Amersfoort Gemeente Amersfoort € 15.000,- 2 De Ronde Venen ODRU € 15.000,- 3 Houten Gemeente Houten € 15.000,- 4 Leusden Stichting De Groene Belevenis € 15.000,- 5 Nieuwegein Gemeente Nieuwegein € 15.000,- 6 Utrecht Stichting Utrecht Natuurlijk € 15.000,- 7 Vijfheerenlanden Stichting Duurzaam Vijfheerenlanden (De Groene Weelde) € 15.000,- 8 Wijk bij Duurstede VOF Natuurlijk Heel Leuk € 15.000,- 9 Woerden Gemeente Woerden óf ODRU € 15.000,- 10 Zeist ODRU € 15.000,- Totaal € 150.000,- Bijlage bij hoofdstuk7Kleine landschapselementen In deze bijlage is beschreven voor welke landschapselementen de subsidie in hoofdstuk 7 is bedoeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beschrijving is gebaseerd op de teksten in de Subsidieverordening Natuur- en landschapsbeheer provincie Utrecht 2016, bijlage 1. De codes die vóór het desbetreffende landschapselement staan (bijvoorbeeld L01.01) komen uit deze subsidieverordening. De codes en namen die achter het betreffende element staan (bijvoorbeeld II.3 Cluster Natte begroeiing) komen uit bijlage D van de Catalogus Groenblauwe Diensten, versie EU 28 augustus 2018.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene beschrijving In de loop der eeuwen zijn in het Nederlandse landschap diverse landschapselementen verschenen. Sommige van deze landschapselementen zijn al eeuwen oud. De functie was vaak meerledig: zo dienden dergelijke landschapselementen als perceelsscheiding, veekering of drinkwatervoorziening voor het vee maar ze leverden ook gebruikshout op. Door de komst van prikkeldraad, de schaalvergroting en ruilverkavelingen zijn vele kilometers en hectares van deze elementen verdwenen. Deze landschapselementen vertegenwoordigen vaak een hoge natuurwaarde, doordat veel dieren en planten er beschutting, dekking en voedsel vinden. De lijnvormige landschapselementen worden gebruikt als migratieroute door veel zoogdieren als vleermuizen en das. De blauwe landschapselementen dienen als voortplantingsplaats van amfibieën en insecten. Veel vogels vinden nestgelegenheid in de dichte begroeiing of juist in de ontstane holtes als gevolg van het intensieve beheer dat bij deze landschapselementen plaatsvindt. Planten en insecten profiteren optimaal van de vele microklimaten die de landschapselementen bieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">L01.01 Poel en klein historisch water (II.3 Cluster Natte begroeiing) Algemene beschrijving Poelen zijn natuurlijke of gegraven laagtes, gemaakt om over water voor vee te kunnen beschikken. Andere al dan niet gegraven kleine wateren met een historische betekenis zijn bijvoorbeeld voorraadbassins voor bluswater, visvijvers, schapenwasplaatsen, pingoruïnes en veenputten. Vaak vervulden poelen meerdere functies. De mens heeft altijd water nodig gehad en daarvoor zijn zowel bestaande natuurlijke wateren als zelf gegraven laagtes gebruikt. Ook uit de middeleeuwen zijn putten en kuilen bekend. Tot op de dag van vandaag worden poelen gegraven en gebruikt. Poelen en kleine wateren in het landschap kunnen dus al eeuwen oud zijn, alhoewel sommige van zeer recente datum zijn, denk aan nieuw gegraven amfibieënpoelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beheertype Poel en klein historisch water is te vinden in heel Nederland. Er zijn diverse vormen bekend. In het waterrijke West-Nederland dienden de sloten veelal als veedrinkplek en waren poelen dan ook minder noodzakelijk. In dit gebied vinden we de veenputten die door het kleinschalig afgraven van veen zijn ontstaan. Als drinkplaats voor vee zijn poelen daar te vinden waar ander drinkwater niet voorhanden was. Vooral in Oost- en Zuid-Nederland zijn poelen veel voorkomende landschapselementen. Openheid rondom (een deel van) de poel kan de zichtbaarheid en beleefbaarheid vergroten en is van belang om een goed voortplantingsbiotoop voor amfibieën te behouden. In het verleden was zeker bij veedrinkpoelen het element bereikbaar voor vee en dus in ieder geval deels onbegroeid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaak stonden er wel enkele bomen bij een poel voor schaduw voor de dieren en tegen verdamping. Soms kennen poelen gemetselde randen, zoals uit Zuid-Limburg bekend is. Poelen zijn van groot belang als voortplantingsbiotoop voor amfibieën en libellen in het cultuurlandschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbakening Zowel een poel als een klein historisch water is doorgaans een geïsoleerd stilstaand water dat gevoed wordt door grond- en/of regenwater;</p>\n<p class=\"lf-p\">De oppervlakte van een poel is minimaal 0,5 are en maximaal 50 are. De waterdiepte in de diepste delen van de poel is minimaal 0,5 m in de periode tussen 1 oktober en 1 april.</p>\n<p class=\"lf-p\">L01.02 Houtwal en houtsingel (II.1 Cluster opgaande begroeiing) Algemene beschrijving Houtwallen en houtsingels komen in heel Nederland voor en er zijn vele lokale varianten zoals; graften, grubben, dykswâlen, schurvelingen of houtkaden. Houtwallen komen vooral voor in cultuurlandschappen in het Zandgebied, Heuvelland en het Duingebied. Lijnvormige landschapselementen met wallichaam in het laagveengebied worden houtkade genoemd. Deze lijnvormige landschapselementen kennen een sterke samenhang met het omringende landschap. Houtwallen en houtsingels zijn bepalend voor het kleinschalige kampenlandschap op de zandgronden. Deze lijnvormige elementen vormen een belangrijk biotoop voor aan struwelen en zomen gebonden flora en fauna in het cultuurlandschap. Ze zijn tevens van belang ter oriëntatie voor vleermuizen en als verbindingszone voor fauna.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbakening Een houtwal of houtsingel is een vrij liggend lijnvormig en aaneengesloten landschapselement, al dan niet groeiend op een aarden wal, met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en/of struiken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Maximale breedte van houtwal is 20 meter en van houtsingel 50 meter;</p>\n<p class=\"lf-p\">De begroeiing wordt als hakhout beheerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften Beschermen tegen schade als gevolg van beweiding of bewerking op aangrenzende gronden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanplant gebruik maken van inheemse bomen en struiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">L01.03 Elzensingel (II.1 Cluster opgaande begroeiing) Algemene beschrijving Elzensingels zijn lijnvormige landschapselementen die bestaan uit een enkele rij zwarte elzen, en vaak langs slootkanten staan. Deze elzensingels komen vooral voor in het laagveen-, zand- of rivierengebied en zijn zeer kenmerkend voor de Friese Wouden en komen in verscheidene andere delen van Nederland voor, zoals het Groninger Westerkwartier, de Gelderse Vallei, Midden-Brabant en de gebieden rond Staphorst en Vriezeveen. Elzensingels zijn van belang voor schuilmogelijkheden voor fauna in het cultuurlandschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbakening Een elzensingel is een vrij liggend lijnvormig en aaneengesloten éénrijig landschapselement dat grotendeels bestaat uit Zwarte els en als hakhout wordt beheerd. Losse bomenrijen horen niet tot dit beheertype, maar tot het beheertype L01.13 Bomenrij/solitaire boom;</p>\n<p class=\"lf-p\">Windsingels om boomgaarden en kwekerijen horen niet tot dit beheertype.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften Beschermen tegen schade als gevolg van beweiding of bewerking op aangrenzende gronden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanplant gebruik maken van inheemse bomen en struiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">L01.04 Bossingel en bosje (II.1 Cluster opgaande begroeiing) Algemene beschrijving Een bossingel of een bosje zijn houtopstanden die vroeger vaak aangeplant en beheerd werden als hakhout, maar doorgeschoten zijn. Ze komen in veel gebieden in Nederland voor. Ook de meer recentere landinrichtingsbosjes en kleine bosjes die geen hakhoutbeheer gekend hebben behoren tot dit type.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbakening Een bossingel is een vrij liggend lijnvormig en aaneengesloten landschapselement met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een bosje is een vrij liggend vlakvormig en aaneengesloten landschapselement met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermen tegen schade als gevolg van beweiding of bewerking op aangrenzende gronden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanplant gebruik maken van inheemse bomen en struiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">L01.05 Knip- of scheerheg (II.1 Cluster opgaande begroeiing) Algemene beschrijving Heggen zijn al eeuwen te vinden in het Nederlandse cultuurlandschap. Waar in natte delen van Nederland sloten als eigendoms- of perceelscheiding dienden, werden in drogere delen veelal heggen gebruikt. De doornige meidoorn kon daarnaast ook nog een veekerende functie hebben. Ook op landgoederen en forten is het gebruik van meidoornhagen bekend. De introductie van het prikkeldraad rond 1900 heeft gezorgd voor het verdwijnen van veel heggen. Heggen komen in heel Nederland voor, maar zijn vooral te vinden rondom dorpen en boerderijen. In Zuid-Limburg is de knip- en scheerheg ook een karakteristiek landschapselement in het landelijke gebied. Door het regelmatig knippen heeft de heg een strak en recht uiterlijk. Heggen zijn van belang als leefgebied en migratieroute. Daarnaast bieden heggen schuilmogelijkheden voor de fauna in het cultuurlandschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbakening Een knip- of scheerheg is een vrij liggend lijnvormig landschapselement, met een aaneengesloten begroeiing van inheemse bomen en/of struiken, dat wordt geknipt of geschoren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Windsingels om boomgaarden en kwekerijen horen niet tot dit beheertype.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermen tegen schade als gevolg van beweiding of bewerking op aangrenzende gronden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanplant gebruik maken van inheemse bomen en struiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">L01.06 Struweelhaag (II.1 Cluster opgaande begroeiing) Algemene beschrijving In de loop der eeuwen zijn in het Nederlandse landschap diverse lijnvormige landschapselementen verschenen met houtige gewassen. Sommige van deze landschapselementen zijn al eeuwen oud. De functie van dergelijke landschapselementen was perceelsscheiding en veekering. Door de komst van prikkeldraad en de schaalvergroting en ruilverkavelingen zijn vele kilometers van deze elementen verdwenen. Struweelhagen komen in heel Nederland voor en er zijn vele lokale varianten. Karakteristieke heggenlandschappen zijn terug te vinden langs de grote rivieren Maas en IJssel, in Zuid-Beveland en op Walcheren. Deze landschapselementen kennen een sterke samenhang met het omringende landschap. Het verschil met een knip- of scheerheg is dat een struweelhaag minder frequent wordt gesnoeid en daardoor meer en breder uitgroeit. Soms is er sprake van speciale beheervormen zoals bij vlechtheggen. Struweelhagen vormen een belangrijk leefgebied voor aan struwelen en zomen gebonden flora en fauna in het cultuurlandschap. Ze zijn tevens van belang ter oriëntatie voor vleermuizen en als verbindingszone voor fauna.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbakening Een struweelhaag is een vrij liggend lijnvormig landschapselement met een aaneengesloten opgaande begroeiing van inheemse, overwegend doornachtige, struiken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Hagen die minimaal eenmaal per 3 jaar worden gesnoeid horen tot het beheertype L01.05 Knip- of scheerheg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermen tegen schade als gevolg van beweiding of bewerking op aangrenzende gronden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanplant gebruik maken van inheemse bomen en struiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">L01.07 Laan (II.1 Cluster opgaande begroeiing) Algemene beschrijving Lanen zijn wegen die aan beide zijde met een of meerdere rijen bomen zijn beplant. Lanen vormen sinds de 17e eeuw belangrijke dragers van landgoederen en buitenplaatsen. Lanen werden niet alleen aangeplant uit esthetische motieven, maar dienden ook als beschutting tegen weersinvloeden en voor de houtproductie. Lanen blijven populair in de diverse tuinstijlen. Nog altijd worden nieuwe lanen aangelegd. Lanen komen voor in heel Nederland, vaak op en rond landgoederen. Soms herinneren lanen aan vroegere landgoederen op die locatie. Lanen zijn belangrijke onderdelen van landgoederen en geven vaak de structuur aan. Niet zelden bevindt zich het landhuis aan het eind van een laan, of biedt een laan een ver zicht naar een markant punt in de omgeving. Zeker oudere lanen met markante bomen kunnen zeer indrukwekkende landschapselementen zijn. Lanen zijn van belang voor aan oude bomen of boomholten gebonden vogels en vleermuizen. Verder zijn ze van belang voor op bomen groeiende mossen en korstmossen en oude lanen waar jaarlijks weinig strooisel blijft liggen zijn van groot belang voor zeldzame mycorrhizapaddenstoelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbakening Een laan is een weg of pad, die aan beide zijden met een of meerdere rijen bomen is beplant en is bedoeld en aangelegd als laan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een laan gaat het meestal om bomen van dezelfde soort en leeftijd en er is sprake van een herkenbaar en regelmatig plantverband;</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder dit beheertype vallen ook dijken met een weg, bovenop de kruin van de dijk, die aan beide zijden met bomen is beplant;</p>\n<p class=\"lf-p\">Losse bomenrijen horen niet tot dit beheertype, maar tot het beheertype L01.13 Bomenrij/solitaire boom.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermen tegen schade als gevolg van beweiding of bewerking op aangrenzende gronden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanplant gebruik maken van inheemse bomen en struiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">L01.08 Knotboom (II.1 Cluster opgaande begroeiing) Algemene beschrijving Knotbomen zijn bomen met een opgaande stam, waarbij periodiek de boven op die stam groeiende takken (of pruik) worden geoogst. Door die oogst ontstaat er op deze hoogte een vergroeiing van de stam: de knot. De knotboom levert gemakkelijk oogstbaar hout op dat op een plaats groeit waar het vee er niet bij kan. Knoteiken worden traditioneel een keer in de zeven tot acht jaar geknot. Bij knotessen gebeurde dat eens in de vijf tot zes jaar en knotwilgen en knotpopulieren worden meestal eens in de vier jaar geknot. Al van voor het begin van onze jaartelling zijn er vermeldingen bekend van knotbomen. Het gaat dan om de soorten wilg, populier, es, els, eik en haagbeuk. Knotessen, knothaagbeuken en knoteiken kunnen bijzonder oud worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook wilgen en bijvoorbeeld populieren worden als knotboom veel ouder dan wanneer ze vrijuit groeien. Voor grote delen van vooral Laag Nederland is de knotwilg een zeer kenmerkend landschapselement. Utrecht en Zuid-Holland zijn de provincies met de meeste knotbomen, geschat wordt dat het alleen daar al om honderdduizenden exemplaren gaat. Het silhouet van knotbomen is uit veel regio's bekend. Per gebied verschillen echter wel de boomsoorten die ervoor worden gebruikt. In het oosten van het land staan knoteiken, essen en wilgen in houtwallen en als overstaanders in heggen. Maar ze zijn daar en in het zuiden ook te vinden in graften, langs holle wegen en terras- en bosranden. Ze komen zelfs midden in bossen voor als markering van vroegere hakhoutpercelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Knotelzen staan vaak op armere gronden, ze zijn vooral kenmerkend voor akkerranden in landschappen met kampontginningen, slagenlandschappen en esdorpenlandschappen. Ze kwamen vroeger op veel plaatsen in Nederland voor, langs slootkanten als geknotte elzenhagen, maar ook in rijen tussen akkers en weilanden. In laagveengebieden en langs rivieren en dijken staan verschillende wilgen- en populierensoorten, maar daar en vooral in het laagveengebied worden ook gewone essen gebruikt. De bodem heeft daar weinig draagkracht en essen kunnen geknot veel ouder worden dan doorgroeiende essen. Knotbomen bieden broedgelegenheid aan diverse vogels, waaronder de Steenuil en Wilde eend. Vooral oude knotbomen kunnen zeldzame hierop groeiende mossen en korstmossen herbergen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbakening Een knotboom is een inheemse loofboom, waarvan de stam periodiek op een hoogte van minimaal 1,0 meter boven maaiveld wordt afgezet (geknot);</p>\n<p class=\"lf-p\">Knotbomen worden aangetroffen als solitaire boom, in rijen of in kleine groepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermen tegen schade als gevolg van beweiding of bewerking op aangrenzende gronden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanplant gebruik maken van inheemse bomen en struiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">L01.09 Hoogstamboomgaard (II.1 Cluster opgaande begroeiing) Algemene beschrijving Een hoogstamboomgaard is een boomgaard of boomweide met fruitrassen of notenbomen. Hoogstamboomgaarden zijn al bekend uit de middeleeuwen bij kloosters en kastelen, zowel voor eigen gebruik als handel. Ook bij boerderijen komen boomgaarden dan ook al eeuwen voor en sommige locaties kunnen heel oud zijn. De bomen zelf worden vaak niet ouder dan honderd jaar. De stijgende prijzen voor fruit zorgden voor een ware explosie van het aantal boomgaarden tussen 1850 en 1900. Na de Tweede Wereldoorlog verdwenen veel hoogstammen voor de efficiëntere teelt in eerst half- en vervolgens laagstammen. Rooipremies hebben in het hele land veel hoogstamboomgaarden doen verdwijnen. Inmiddels worden er uit landschappelijke en ecologische motieven weer hoogstambomen aangeplant, maar de oppervlakte is nog maar een fractie van de oppervlakte die kort na de Tweede Wereldoorlog bestond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overal in Nederland komen hoogstamboomgaarden voor, vooral als onderdeel van het boerenerf. Ook bij landgoederen en buitenplaatsen waren vaak (grootschalige) boomgaarden te vinden. Niet overal in Nederland komen hoogstamboomgaarden evenveel voor. Vooral in de traditionele fruitgebieden, zoals Zuid-Limburg en het rivierengebied liggen nu nog veel restanten van oude boomgaarden. Voor de provincie Utrecht zijn oude boomgaarden in het Kromme Rijngebied en in het rivierengebied van belang. Boomgaarden zijn dikwijls verbonden aan boerderijen. Enkele grotere complexen horen bij landgoederen en buitenplaatsen of dateren uit de tijd van de grote groei (1850-1900). Boomgaarden worden vaak door een heg, haag of sloot afgescheiden van de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondergrond van de hoogstamboomgaard is vaak een begraasd grasland: de hoogte van de stammen zorgden er immers voor dat het vee geen fruit kon eten! In het rivierengebied komen oude boomgaarden op de kleigronden voor. Naast hun functie voor fruitproductie hebben hoogstamboomgaarden ook een belangrijke landschappelijke betekenis en vormen ze het leefgebied voor diverse diersoorten zoals bijvoorbeeld steenuil. In oude boomgaarden groeien vaak ook bijzondere zeldzame fruitrassen en in de ondergroei van de hoogstammen handhaaft zich vaak een soortenrijke kruidenvegetatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbakening Slechts in enkele gebieden van de provincie Utrecht komen hoogstamboomgaarden in aanmerking voor subsidie voor aanleg en herstel. Deze karakteristieke gebieden staan in tabel 3 van het Natuurbeheerplan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een hoogstamboomgaard is een verzameling van fruitbomen, met een stam van minimaal 1,5 meter hoog en waarvan de onderbegroeiing bestaat uit een grazige of kruidenrijke vegetatie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een hoogstamboomgaard bestaat uit minimaal 10 fruitbomen en heeft een dichtheid van minimaal 50 en maximaal 150 bomen per hectare;</p>\n<p class=\"lf-p\">Maximaal 10% van de bomen bestaat uit walnoten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een hoogstamboomgaard is vaak in een cluster geplant en duidelijk afgescheiden van de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermen tegen schade als gevolg van beweiding of bewerking op aangrenzende gronden.</p>\n<p class=\"lf-p\">L01.10 Struweelrand (II.1 Cluster opgaande begroeiing) Algemene beschrijving Struweelranden kunnen zich ontwikkelen vanuit een extensief beheerde situatie, of aangeplant worden. Afhankelijk van het beheer kunnen randen ontstaan die gedomineerd worden door ruigtekruiden, struiken of een combinatie van beide. Kenmerk van een struweelrand is dat deze zowel vrij liggend, als aansluitend aan een ander element kan liggen. Struweelranden kunnen daarmee dienen als overgangsgebied tussen agrarisch gebruikte percelen en bossen, en zijn in die vorm vooral te beschouwen als een naar voren geschoven bosrand. Met een gunstige ligging kunnen struweelranden bijdragen aan een warmer microklimaat, en zijn dan vooral van belang voor insecten, amfibieën en reptielen. Wanneer dat microklimaat ontbreekt, kunnen struweelraden vooral van belang zijn voor broedvogels en planten van een meer extensief beheer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbakening Een struweelrand is een aaneengesloten rand met een mozaïek van struweel (bramen en/of andere inheemse bomen of struiken) en een kruidachtige begroeiing van inheemse grassen en kruiden die zich spontaan kan ontwikkelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Maximaal 50% van de oppervlakte van de rand wordt ingenomen door inheemse bomen en/of struiken;</p>\n<p class=\"lf-p\">De struweelrand kan langs een bosrand of een landschapselement liggen maar ook vrij in het veld, bijvoorbeeld langs een perceelsrand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermen tegen schade als gevolg van beweiding of bewerking op aangrenzende gronden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanplant gebruik maken van inheemse bomen en struiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">L01.11 Hakhoutbosje (II.1 Cluster opgaande begroeiing) Algemene beschrijving Boeren hebben al eeuwenlang behoefte aan hout voor allerlei doeleinden. Het kan hierbij gaan om brandhout, staken voor de groentetuin of hout voor gereedschapsstelen. Dit soort bosjes wordt in de volksmond ook wel geriefhoutbosje genoemd. In de loop der tijd zijn deze bosjes vaak in onbruik geraakt omdat er steeds minder behoefte aan het hout kwam. Ook werden in sommige regio’s deze bosjes gebruikt om aan ziekten doodgegaan vee te dumpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbakening Een hakhoutbos(je) is een vrijliggend vlakvormig landschapselement, met inheemse bomen en/of struiken dat als hakhout wordt beheerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kleine vrijliggende bosjes zonder hakhoutbeheer of met een zeer beperkte vorm van hakhoutbeheer behoren tot het beheertype L01.04 Bossingel en Bosje.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermen tegen schade als gevolg van beweiding of bewerking op aangrenzende gronden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanplant gebruik maken van inheemse bomen en struiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">L01.12 Griendje (II.1 Cluster opgaande begroeiing) Algemene beschrijving In bepaalde delen van het land, was het verbouwen van wilgen lange tijd vrij gebruikelijk in vooral moerassige streken. Deze wilgen werden op enige tientallen centimeters boven de grond afgezet in een 4-6 jarige cyclus. Het hier vanaf komend hout (vaak wilgentenen genoemd) werd o.a. gebruikt als rijshout ter bescherming van waterkeringen. Deze wilgengrienden zijn ook nu nog in het landschap terug te vinden en het eraf komend hout wordt nog steeds gebruikt voor rijshout, maar kent inmiddels ook moderner toepassingen als tuinschermen etc. Vooral de oude wilgengrienden hebben vaak een rijke ondergroei van hogere planten, varens en mossen. Faunistisch zijn ze van belang als schuilplaats voor kleine zoogdieren en broedgebied voor zangvogels. Ook reeën vinden een geschikte schuilgelegenheid in wilgengrienden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbakening Een griendje is een vrij liggend vlakvormig landschapselement met inheemse wilgensoorten dat als hakhout wordt beheerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Grienden die machinaal gemaaid worden behoren niet tot dit type.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermen tegen schade als gevolg van beweiding of bewerking op aangrenzende gronden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanplant gebruik maken van inheemse bomen en struiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">L01.13 Bomenrij en solitaire boom (II.1 Cluster opgaande begroeiing) Algemene beschrijving Bomenrijen komen in heel Nederland voor en zijn vaak zeer bepalende elementen in het landschap, met een grote verscheidenheid aan vormen. Op de zandgronden komen bomenrijen voor langs perceelsgrenzen en langs paden. In het zeekleigebied zijn bomenrijen vaak terug te vinden op de slapende dijken. Ze kunnen bestaan uit één of meerdere boomsoorten, vrij in het veld staan of langs een watergang, schouwpad, weg of anderszins. In deze vorm hebben bomenrijen niet alleen een landschappelijke waarde maar ook waarde als broedgebied voor vogels, of als ecologische corridor, bijvoorbeeld voor vleermuizen. Solitaire bomen zijn eveneens zeer kenmerkend voor het landschap, en vanuit die optiek waardevol om te behouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbakening Een bomenrij/solitaire boom is een vrijliggend landschapselement van inheemse loofbomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedoeld worden solitaire bomen of bomen in een groep of rij staande op of langs landbouwgrond;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bomen die een onderdeel vormen van een ander beheertype van deze index of deel uitmaken van een bomenrij als bedoeld in dit beheertype kunnen niet als solitaire boom of verzameling van solitaire bomen aangevraagd worden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vlakvormige boomweides behoren niet tot dit beheertype;</p>\n<p class=\"lf-p\">Solitaire knotbomen of een rij knotbomen behoren tot het beheertype L01.08 Knotboom;</p>\n<p class=\"lf-p\">Windsingels om boomgaarden en kwekerijen horen niet tot dit beheertype.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermen tegen schade als gevolg van beweiding of bewerking op aangrenzende gronden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanplant gebruik maken van inheemse bomen en struiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">L01.14 Rietzoom en klein rietperceel (II.2, Cluster overgang nat-droog) Algemene beschrijving Rietzomen bestaan uit smalle rietstroken die grenzen aan agrarisch gebruikte percelen. Deze rietstroken kunnen zowel individueel als in samenhang met elkaar voorkomen, en in de laatste vorm soms vele kilometers lengte beslaan. Vanwege een extensief gebruik van deze rietzomen, zijn ze een belangrijk broedgebied voor rietvogels, en eveneens van belang voor amfibieën, ringslang, libellen en moerasvegetaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbakening Een rietzoom bevindt zich langs een waterloop en bestaat uit riet-, biezen en/of zeggevegetaties;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een klein rietperceel is een vlakvormig element met een vegetatie die overwegend uit riet bestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een klein rietperceel heeft een maximale omvang van 1,5 hectare.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een rietzoom is minimaal 3 en maximaal 10 meter breed.</p>\n<p class=\"lf-p\">L01.15 Natuurvriendelijke oever (II.2, Cluster overgang nat-droog) Algemene beschrijving Natuurvriendelijke oevers komen in heel Nederland voor langs waterlopen maar het meest karakteristiek zijn de natuurvriendelijke oevers voor Laag-Nederland. Natuurvriendelijke oevers zijn door de mens aangebracht in de vorm van een plas- of dras berm of een flauw talud langs een bestaande waterloop. De begroeiing bestaat uit plantensoorten van natte ruigten en natte graslanden. Door de kenmerkende flora en fauna hebben deze oevers een hoge ecologische waarde. Zij zijn gebonden aan typische terreinomstandigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbakening Een natuurvriendelijke oever is een aaneengesloten oever langs een bestaande waterloop, in de vorm van een plas- of drasberm of flauw talud (minimaal 1:3) met een begroeiing van inheemse planten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurvriendelijke oevers zijn minimaal 3 en maximaal 10 meter breed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergoeding op basis van werkelijke kosten voor arbeid, machines en materiaal;</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder profiel brengen van de oevers. De vorm van het profiel is afhankelijk van de geformuleerde doelstelling;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overige inrichtingsmaatregelen noodzakelijk om de geformuleerde doelstelling te kunnen realiseren komen voor vergoeding in aanmerking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschermen tegen schade als gevolg van beweiding of bewerking op aangrenzende gronden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage bij hoofdstuk 11 Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw Melkveebedrijven Onderdeel A: de 15 indicatoren van de Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw voor melkveebedrijven Indicator (KPI) Toelichting Eenheid 1. Stikstofbodemoverschot* (3 jaar gemiddelde) Het totale stikstofbodemoverschot, als aanvoer van kunstmest, organische mest, weidemest, mineralisatie, depositie en vlinderbloemigen minus de afvoer van geoogste producten. (Met behulp van de data uit Kringloopwijzer) *Voor veengronden wordt gebruik gemaakt van een omrekenfactor. Hierbij wordt uitgegaan van: 1,99 kg N/hectare voor elke %-aandeel veengrond van het bedrijfsareaal. (Mede afhankelijk van rekenwijze ontwikkelingen bij KWL.) (kg N/ha) 2. Fosfaatbodemoverschot (3 jaar gemiddelde) Het totale fosfaatbodemoverschot, als het mineralenoverschot fosfaat (P2O5 per hectare). (Met behulp van data uit de Kringloopwijzer) (kg P2O5/ha) 3. Ammoniakuitstoot (3 jaar gemiddelde) Ammoniakemissie, als totale emissie van ammoniak (NH3) van graasdieren per hectare. (Met behulp van data uit de Kringloopwijzer) (kg NH3/ha) 4. Weidegang (3 jaar gemiddelde) Het aantal uren weidegang per jaar, met behulp van data uit de Kringloopwijzer en/of via weidegang app en registratie jongvee beweiding. (uur/jaar) 5. Tankmelkureum (3 jaar gemiddelde) Jaargemiddelde, met behulp van data uit de KringloopWijzer of zuivelbedrijf. Indicator voor de stikstofbenutting van de koeien. (mg/100g) 6. Broeikasgasemissie* (3 jaar gemiddelde) Broeikasgasemissie, met behulp van data uit de KringloopWijzer als emissie van CO2equivalenten uit pensfermentatie, opgeslagen mest, produceren voer, energiebronnen en aanvoerbronnen uitgedrukt per hectare. *We maken gebruik van een omrekenfactor om de CO2-emissies uit veengrond te verdisconteren. Hierbij wordt uitgegaan van een correctie van 3,50 gram CO2 eq. per kg melk per procentpunt veengrond van het totale areaal van het bedrijf (bij 100% veengrond wordt een correctie van 350 gram CO2-eq per kg melk toegepast). (Mede afhankelijk van rekenwijze ontwikkelingen bij KWL.) (CO2-eq./ha) 7. Eiwit van eigen land (3 jaar gemiddelde) Aandeel eigen geteeld eiwit, met behulp van data uit de KringloopWijzer als percentage eiwit in geteeld veevoer tov eiwit in verbruikt veevoer. Indien mogelijk wordt eiwit van perceel aangevoerd &lt;20 km eigen locatie melkveebedrijf, wordt dit meegenomen. (%) 8. Chemische middelen (per jaar) Aantoonbaar bewijs dat géén chemische middelen worden toegepast op het bedrijf (via SKAL-certificaat). Of overal alleen pleksgewijs gebruik van middelen en géén glyfosaat wordt toegepast op het bedrijf (via zuivelorganisatie of deelname Otwt PlanetProof) of deelname Beterleven Keurmerk (2 of 3 sterren) en deelname van de ingehuurde loonwerker(s) aan het project ‘Schoon Water’. Of MBP jaarlijks ingevuld en ingeleverd. MBP is de totale milieubelasting gewasbeschermingsmiddelen per bedrijf (MBP/ha), zoals berekend met CLM Milieumeetlat. Op alle 3 onderdelen moet de MBP op bedrijfsniveau (bodemleven, grondwater en oppervlaktewater) ≤ 100 MBP/ha zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Certificaat of via ANLb (pleksgewijs) aanleveren MBP of met de Milieumeetlat (CLM) 9. Blijvend grasland (3 jaar gemiddelde) Aandeel blijvend grasland (&gt; 6 jaar), niet ploegen, frezen of spitten, als percentage blijvend grasland van de totale bedrijfsoppervlakte, via de RVO. (%) 10. Extensief kruidenrijk grasland (per jaar) Percentage extensief kruidenrijk grasland, zoals vastgelegd in contracten (ANLb) en/of BBM pakketten bij Agrarische Collectieven - geregistreerd in de database van BoerenNatuur (%) 11. Natuur en Landschap (per jaar) Percentage agrarisch natuurbeheer, zoals vastgelegd in contracten (ANLb) en/of BBM pakketten bij Agrarische Collectieven - geregistreerd in de database van BoerenNatuur (%) 12. Groenblauwe dooradering (per jaar) Percentage groenblauwe dooradering, zoals vastgelegd in contracten (ANLb) en/of BBM pakketten bij Agrarische Collectieven - geregistreerd in de database van BoerenNatuur (%) 13. Energieverbruik en energieopwekking (wind, zon) (per jaar) Energieverbruik (kWh/koe) en energieopwekking, met behulp van data uit de KringloopWijzer (wind, zon) (kWh/koe of %) 14. Levensduur (3 jaar gemiddelde) Gemiddelde levensduur bij afvoer (voor slacht of destructie) van de koeien van het bedrijf. (jaren+maanden) 15. Sociaal-maatschappelijk (per jaar) Meerdere van de volgende activiteiten moeten plaatsvinden of aanwezig zijn: website (en/of bedrijfsmatig actief op social media), ontvangstruimte, zorg, kinderopvang, winkel, educatie (erkend stagebedrijf), meerjarige (natuur/water/bodem) monitoring, open dagen, wandelpad, erkend demobedrijf, bestuurswerk en/of B&amp;B. (aantal activiteiten) Onderdeel B: scoretabel Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw, voor de melkveehouderij Indicator (KPI) en doel Score melkveehouder Punten 1. Stikstofbodemoverschot* (kg N/ha) verlagen ≤ 40 ≤ 80 ≤ 120 ≤ 160 200 150 100 50 2. Fosfaatbodemoverschot (kg P2O5/ha) verlagen ≤ 0 ≤ 5 ≤ 10 150 100 50 3. Ammoniakuitstoot (kg NH3/ha) verlagen ≤ 40 ≤ 50 ≤ 60 300 150 100 4. Weidegang (uur/jaar) verhogen ≥ 2.880 ≥ 2.160 ≥ 1.440 ≥ 720 200 150 100 50 5. Tankmelkureum (mg/100g) verlagen ≤ 17 ≤ 19 ≤ 21 150 100 50 6. Broeikasgasemissie* (CO2eq./ha) verlagen ≤ 10.000 ≤ 15.000 ≤ 20.000 ≤ 25.000 200 150 100 50 7. Eiwit van eigen land (%) verhogen ≥ 85% ≥ 75% ≥ 65% ≥ 55% 200 150 100 50 8. Chemische middelen gebruik verlagen géén middelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">150 Beterleven Keurmerk, alleen pleksgewijs; OtwtPP;</p>\n<p class=\"lf-p\">100 invulde MBP of Milieumeetlat 50 9. Blijvend grasland (%) verhogen ≥ 100% ≥ 90% ≥ 80% ≥ 70% 200 150 100 50 10. Extensief kruidenrijk grasland (%) verhogen ≥ 20% ≥ 15% ≥ 10% ≥ 5% 200 150 100 50 11. Natuur en Landschap (%) verhogen ≥ 15% ≥ 10% ≥ 5% 150 100 50 12. Groenblauwe dooradering (%) verhogen ≥ 10% ≥ 8% ≥ 5% ≥ 2,5% 300 250 200 100 13. Energieverbruik (kWh/koe) verlagen en energieopwekking (%) (wind, zon) verhogen ≤ 400 kWh/koe of ≥ 100% ≤ 500 kWh/koe of ≥ 80% ≤ 600 kWh/koe of ≥ 60% 150 100 50 14. Levensduur (jaren+maanden) verhogen ≥ 7 jr+2 mn ≥ 6 jr ≥ 5 jr+2 mn 150 100 50 15. Sociaal-maatschappelijk (lokale betrokkenheid) verhogen ≥ 4 activiteiten 3 activiteiten 2 activiteiten 200 150 100 Onderdeel C: beloningscategorieën Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw Score melkveehouder Beloning deelname innovatieproject per melkveehouder Categorie 1 300 - 1.399 €1 per punt + € 250 Categorie 2 1.400 - 1.899 €1 per punt + € 500 Categorie 3 1.900 - 2.399 €1 per punt + € 1.500 Categorie 4 2.400 - 2.900 €1 per punt + € 2.100 Voortgangsrapportage UMDL met informatie per deelnemer (per gemeente) op basis van de volgende jaren:</p>\n<p class=\"lf-p\">Jaar 1: KPI data (2022, 2023 en 2024) …. score per KPI € ….</p>\n<p class=\"lf-p\">Jaar 2: KPI data (2023, 2024 en 2025) …. score per KPI € ….</p>\n<p class=\"lf-p\">Jaar 3: KPI data (2024, 2025 en 2026) …. score per KPI € ….</p>\n<p class=\"lf-p\">Jaar 4: KPI data (2025, 2026 en 2027) …. score per KPI € ….</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage bij hoofdstuk 12 Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw Fruitteelt Onderdeel A: 17 indicatoren van de Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw voor fruittelers Indicator (KPI) Toelichting Eenheid 1. Variatie in soorten in windhagen De variatie in soorten (bij voorkeur inheemse en streekeigen soorten) in windhagen, binnen één haag of tussen windhagen op het bedrijf. Daarbij gaat het om meerdere individuen van één soort en dus niet de (enkele) spontaan opgekomen soorten, zoals wilgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantal soorten in dezelfde haag of in meerdere hagen 2. Aandeel windhagen Naast variatie in soorten in windhagen is ook het aandeel van belang. Dit wordt bepaald door het percentage areaal windhagen t.o.v. het totaal areaal. % areaal windhagen t.o.v. totaal areaal 3. Aandeel kruidenrijk werkstrook met minimaal 8 soorten Het percentage kruidenrijke werkstroken (bij voorkeur inheemse kruiden) van het totale areaal aan werkstroken, waarbij ten minste 8 soorten dienen voor te komen. % kruidenrijk van totaal areaal werkstrook 4. GWB schadelijk voor nuttigen Sommige gewasbeschermingsmiddelen hebben een negatieve impact op bestuivers en nuttige insecten, weergegeven op de milieumeetlat met een code B of C. De dosering (en eventuele pleksgewijze toepassing) kan verschillen en daarom wordt dit meegenomen als aantal kilo’s werkzame stof van B- en C-middelen per hectare.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kgs. Werkzame stof/ha GWB-middelen schadelijk voor nuttigen 5. Milieubelasting oppervlaktewater Milieubelasting wordt berekend aan de hand van de spuitregistraties (gespoten middelen) van de teler. Meer informatie op de Milieumeetlat. Milieubelastingspunten worden berekend voor: oppervlaktewater (waterleven), grondwater en bodemleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantal MB-punten oppervlaktewater 6. Milieubelasting grondwater Zie KPI 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantal MB-punten grondwater 7. Stikstofbedrijfoverschot Stikstofbedrijfsoverschot wordt berekend aan de hand van het aantal kg N/ha. De aanvoer wordt bepaald door de hoeveelheid bemesting (organische en kunstmest) en de afvoer door de opbrengst fruit. Voor opbrengst fruit is gerekend met de combinatie van appels, kersen en peren waarbij 1,5 ton fruit ongeveer 1 kg stikstof bevat. kg N/ha (N-aanvoer minus afvoer via fruitoogst) 8. Aandeel druppelirrigatie Veel fruittelers leggen (deels) druppelirrigatie aan, waardoor er in totaal minder water nodig is. Hier wordt het aandeel fruitareaal met druppelirrigatie (enkele of dubbele leiding) t.o.v. het totale fruitareaal bepaald. % areaal met druppelirrigatie (enkel of dubbel) 9. Erfemissies verminderen Uit de erfemissiescan (www.erfemissiescan.nl) wordt duidelijk op hoeveel punten (oranje en rood) er verbeteringen mogelijk zijn om de emissies van het erf te verminderen. Oranje kost een half punt, rood een heel punt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantal risicolocaties uit erfemissiescan (invullen) 10.Milieubelasting GWB naar bodem Zie KPI 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantal MB-punten bodemleven 11. Overschot op de organische stof (OS) balans Overschot op de OS-balans is het saldo van aan- en afvoer van organische stof van het bedrijf. Aanvoer: organische nutriënten, snoei- en bladafval en vastlegging in de grasbaan. Afvoer: opbrengst (appels, kersen en peren), afbraak van organisch materiaal en een inschatting van afvoer van snoeiafval. De OS-balans voor fruitteelt is op dit moment de best beschikbare én door telers beïnvloedbare indicator. (www.os-balans.nl). Deze OS-balans maakt deel uit van het PlanetProof certificaat waar veel fruittelers over beschikken. kg OS/ha in de NMI OS-balans (www.OS-balans.nl) 12. Aandeel organische nutriënten Het percentage stikstof dat uit aangevoerde organische mest komt, ten opzichte van het totaal aandeel aangevoerde stikstof. De teler kan een keuze maken tussen kunstmest (incl. bladbemesting) en organische mest. % N van totale N-gift in organische vorm 13. Verbruik N-kunstmest Het aantal kilogrammen stikstof per hectare dat toegepast wordt vanuit kunstmest. kg N in kunstmest: korrel, ureum, (blad)meststoffen 14. Duurzame energiebalans (%) Fruitbewaring wordt zowel zelf geregeld danwel uitbesteed en dit geeft een ongelijk beeld in het stroomverbruik. Veel bedrijven die zelf de fruitbewaring organiseren hebben zonnepanelen. Duurzame energiebalans wordt bepaald met het aandeel duurzaam opgewerkte en/of ingekochte stroom t.o.v. het totale stroomverbruik. % opgewekte/ingekochte groene stroom als aandeel van totale stroomverbruik 15. CO2-vastlegging Hoewel fruitteelt als blijvende teelt met bomen een belangrijke ‘vastlegger’ van CO2 is, bestaat er nog geen gedetailleerde onderbouwing van hoeveel er precies wordt vastgelegd. Om deze belangrijke bijdrage toch mee te nemen, wordt dit voorlopig meegenomen als de gemiddelde leeftijd van de bomen in de boomgaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gem. leeftijd bomen in jaren, per boom gemiddeld over alle percelen 16. Herkomst organische meststoffen Utrecht is een regio van fruitteelt en (melk)veehouderij. Als de fruitteelt gebruik maakt van organische meststoffen ligt het voor de hand eerst te kijken naar aanbod in de buurt. Deze indicator wordt bepaald door het aantal kilogrammen fosfaat per hectare dat toegepast wordt op het bedrijf, wat van binnen -hemelsbreed- 20 kilometer van herkomst gebruikt wordt. # kgs. Fosfaat/ha van &lt; 20 km 17. Sociaal-maatschappelijke activiteiten (per jaar) Meerdere van de volgende activiteiten moeten plaatsvinden of aanwezig zijn: website (en/of bedrijfsmatig actief op social media), ontvangstruimte, zorg, kinderopvang, winkel, educatie (erkend stagebedrijf), meerjarige (natuur/water/bodem) monitoring, open dagen, wandelpad, erkend demobedrijf, bestuurswerk en/of B&amp;B. aantal activiteiten Onderdeel B: scoretabel Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw, voor de fruitteelt Indicator (KPI) en eenheid Score fruitteler Punten 1. Variatie in soorten windhagen Aantal soorten in dezelfde haag of in meerdere hagen &gt; 5 2 – 5 1 150 100 50 2. Aandeel windhagen % areaal windhagen t.o.v. totaal areaal &gt; 15% 15 – 10% 10 – 5% &lt; 5 – 2,5 % 200 150 100 50 3. Aandeel kruidenrijk werkstrook met minimaal 8 soorten % kruidenrijk van totaal areaal werkstrook &gt; 60 30 – 60 10 – 30 150 100 50 4. GWB schadelijk voor nuttigen Kgs. Werkzame stof/ha GWB-middelen schadelijk voor nuttigen 0 1- 4 5 - 6 6 - 7 200 150 100 50 5. Milieubelasting oppervlaktewater Aantal MB-punten oppervlaktewater &lt; 200 &lt; 400 &lt; 600 &lt; 900 200 150 100 50 6. Milieubelasting grondwater Aantal MB-punten grondwater &lt; 300 &lt; 500 &lt; 1.000 &lt; 2.000 200 150 100 50 7. Stikstofbedrijfoverschot kg N/ha (N-aanvoer minus afvoer via fruitoogst) ≤ 40 ≤ 80 ≤ 120 ≤ 160 200 150 100 50 8. Aandeel druppelirrigatie % areaal met druppelirrigatie (enkel of dubbel) &gt; 90% 51 – 90% 26 – 50% 150 100 50 9. Erfemissies verminderen Aantal risicolocaties uit erfemissiescan (invullen) 0 1 2 150 100 50 10. Milieubelasting GWB naar bodem Aantal MB-punten bodem &lt; 200 &lt; 400 &lt; 600 &lt; 900 200 150 100 50 11. Overschot op de OS balans kg OS/ha in de NMI OS-balans (www.OS-balans.nl) &gt; 6.000 &gt; 5.000 &gt; 4.000 150 100 50 12. Aandeel organische nutriënten % N van totale N-gift in organische vorm &gt; 65% 41 – 65% 20 - 40 % 150 100 50 13. Verbruik N-kunstmest (korrel, ureum, (blad)meststoffen) kgs N in kunstmest/ha &lt; 50 &lt; 80 &lt; 100 &lt; 120 200 150 100 50 14. Duurzame energiebalans % opgewekte/ingekochte groene stroom als aandeel van totale stroomverbruik &gt; 90% &gt; 65% &gt; 40% 150 100 50 15. CO2-vastlegging Gem. leeftijd bomen in jaren, per boom gemiddeld over alle percelen</p>\n<p class=\"lf-p\">&gt; 25 jr.</p>\n<p class=\"lf-p\">16 – 25 jr.</p>\n<p class=\"lf-p\">10 – 15 jr.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 – 9 jr.</p>\n<p class=\"lf-p\">200 150 100 50 16. Herkomst organische meststoffen kgs Fosfaat/ha van &lt; 20 km &gt; 25 % &gt; 15 % &gt; 5 % 150 100 50 17. Sociaal-maatschappelijke (lokale betrokkenheid) verhogen Aantal activiteiten ≥ 4 activiteiten 3 activiteiten 2 activiteiten 200 150 50 Onderdeel C: beloningscategorieën Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw Score fruitteler Beloning deelname innovatieproject per fruitteler Categorie 1 300 - 1.399 €1 per punt + € 250 Categorie 2 1.400 - 1.899 €1 per punt + € 500 Categorie 3 1.900 - 2.399 €1 per punt + € 1.500 Categorie 4 2.400 - 3.000 €1 per punt + € 2.000 Voortgangsrapportage UMDL met informatie per deelnemer (per gemeente) op basis van de volgende jaren:</p>\n<p class=\"lf-p\">Jaar 1: KPI data ((2023) en 2024) …. score per KPI € ….</p>\n<p class=\"lf-p\">Jaar 2: KPI data (2025) …. score per KPI € ….</p>\n<p class=\"lf-p\">Jaar 3: KPI data (2026) …. score per KPI € ….</p>\n<p class=\"lf-p\">Jaar 4: KPI data (2027) …. score per KPI € ….</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage bij hoofdstuk13:Stimulering en kennisdeling nieuwe teelten Naam gewas Transitievergoeding (€) per hectare per teeltjaar Jaar 1 Jaar 2 Jaar 3 Jaar 4 Vezelhennep Cannabis Sativa 800 600 400 200 Vlas Linum Ysitatissimum 2000 0 0 0 Sorghum Sorghum Bicolor 800 600 400 200 Riet Phragmites Australis 900 900 900 900 Olifantsgras Miscanthus × giganteus 2500 500 500 500 Wilg Salix alba &amp; Salix vinimalis 900 900 900 900 Kalmoes Acorus calamus 900 900 900 900 Zonnebloem Helianthus annuus 600 600 600 600 Bijlage bij hoofdstuk 14Beperken bodemdaling Overzichtskaart Veenweide gebieden Provincie Utrecht Bijlage bij hoofdstuk15Wolfwerende rasters Aangewezen subsidiegebied wolf Op deze kaart is de begrenzing vastgesteld van het gebied waarbinnen subsidie kan worden aangevraagd, te weten ‘De Utrechtse Heuvelrug’, ruim begrensd via de buitengrenzen van de gemeenten: Amersfoort, Soest, Baarn, De Bilt, Bunnik, Zeist, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede, Woudenberg, Rhenen, Renswoude, Houten en Leusden (het Aangewezen subsidiegebied wolf).</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij de Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied provincie Utrecht Algemene toelichting Deze subsidieregeling valt onder de Algemene Subsidieregeling provincie Utrecht (AsvpU). Hierin staan de algemene beleidsregels voor het verlenen van subsidies. Deze regels zijn opgesteld met als doel geen onnodige administratieve verplichtingen voor de subsidieontvanger en de provincie Utrecht op te werpen en de regelgeving overzichtelijk te presenteren. De algemene spelregels over de wijze van verantwoorden, de vastgestelde beslistermijnen en de algemene subsidieverplichtingen zijn te vinden in de AsvpU. Subsidies die worden verstrekt in het kader van de Subsidieregeling Leefomgeving landelijk gebied moeten daarom ook passen binnen de regels van de AsvpU.</p>\n<p class=\"lf-p\">De AsvpU gaat uit van het principe dat gewerkt wordt vanuit vertrouwen. Het aantal informatieverplichtingen is daarom verminderd; de verantwoordelijkheid ligt bij de subsidieontvanger. Deze moet op grond van artikel 6.1 van de AsvpU onverwijld melden wanneer de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel zal worden voldaan aan de subsidieverplichtingen. In dat geval kunnen Gedeputeerde Staten ambtshalve de subsidieverlening wijzigen of intrekken, de subsidie lager of op nihil vaststellen, voorschotten opschorten of verplichtingen aanpassen. Indien er geen melding is gedaan en pas bij een aanvraag voor vaststelling of bij een steekproef blijkt dat er wel een melding gedaan had moeten worden, kan dit leiden tot volledige terugvordering inclusief wettelijke rente. In geval van misbruik wordt dit geregistreerd. Onder de meldingsplicht van artikel 6.1 van de AsvpU valt eveneens het melden van het wijzigen van gebruikte materialen. In dat geval wordt immers de activiteit niet geheel verricht als de activiteit waarvoor subsidie is verleend.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-14-168\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidie-aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voordat een aanvraag wordt ingediend, wordt geadviseerd in gesprek te gaan met de provincie Hiermee kunnen vragen en onduidelijkheden worden voorkomen hetgeen de kans op een gehonoreerde aanvraag vergroot. Na een prétoets wordt de aanvraag formeel ingediend bij het subsidieloket van de provincie Utrecht. Dit gebeurt d.m.v. het invullen van een digitaal formulier op de site van de provincie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mocht een aanvraag incompleet zijn of niet voldoen aan de aanvraagvereisten conform artikel 4.4 van de AsvpU, dan wordt de aanvrager een hersteltermijn geboden om aanvullende informatie aan te leveren. Een aanvraag die na hersteltermijn niet voldoet, wordt niet in behandeling genomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16-169\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.6</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de AsvpU worden redenen aangegeven waarom een subsidie wordt geweigerd. Het is belangrijk hiervan kennis te nemen, zie artikel 4.6 van de AsvpU . Kort samengevat is het belangrijk dat in het projectplan wordt onderbouwd hoe wordt aangesloten op de subsidiecriteria. Ook moet duidelijk gemaakt worden dat het project technisch en financieel uitvoerbaar is, er geen sprake is van staatssteun is en dat de opbrengst van het project opweegt tegen de ongewenste neveneffecten. Voor het aantonen van de haalbaarheid is het nodig dat een realistische planning en begroting en een sluitende financiële dekking worden aangeleverd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2 Aankoop en ontpachting NNN-gronden</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene toelichting Dit hoofdstuk maakt subsidie mogelijk voor de verwerving van gronden die als ‘nog te realiseren natuur’ in het Natuur Netwerk Nederland (NNN) liggen. Het gaat daarbij meestal om landbouwgrond die wordt omgezet naar natuur. Daarnaast is subsidie mogelijk voor het beëindigen van pachtovereenkomsten en erfpacht op gronden binnen het NNN, zodat ook hier natuur kan worden gerealiseerd. Iedereen die duurzaam natuurbeheer verricht of voldoende aannemelijk maakt dat hij duurzaam natuurbeheer kan en zal verrichten, kan subsidie aanvragen. Daarnaast heeft dit hoofdstuk betrekking op de verwerving van gronden buiten de terreinen die op kaart 1 van het Natuurbeheerplan zijn aangeduid als ‘te ontwikkelen natuur’, ‘te ontwikkelen natuur zoekgebied (Groene contour)’, of te ontwikkelen natuur zoekgebied (NNN)’, die op basis van een ecologische onderbouwing en na advies van de Kopgroep Akkoord van Utrecht geschikt zijn om op voorzienbare termijn toe te voegen aan het NNN.</p>\n<p class=\"lf-p\">Activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt Subsidie is beschikbaar voor twee soorten activiteiten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwerving van gronden gelegen binnen de categorie ‘nog te realiseren natuur’ op de Natuurbeheerplankaart van de provincie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Beëindiging van een pachtovereenkomst en erfpacht op gronden binnen het Natuur Netwerk Nederland (kortweg NNN).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de verwerving van grond (categorie a) wordt de waardevermindering betaald. Het gaat dan om het verschil tussen de huidige waarde (vaak agrarische waarde) van een perceel en de toekomstige waarde als het perceel is omgevormd naar natuur (natuurwaarde). De aankoopsubsidie is niet bedoeld voor aankoop van bestaande natuur, omdat hiermee geen natuur wordt gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de afkoop van (erf)pacht (categorie b) gaat het om gronden binnen het NNN, die de eigenaar in bezit heeft gekregen met de (erf)pachter er (nog) op en waarbij de (erf)pacht aan de daadwerkelijke omvorming naar natuur in de weg staat. Heeft de huidige eigenaar de (erf)pachter er zelf op gezet, dan is de ontpachting of het erfpachtvrij maken niet subsidiabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieontvanger toont aan duurzaam natuurbeheer te kunnen verrichten In lijn met het besluit van de Europese Commissie van 13 juli 2011 (N308/2010) kan in beginsel aan eenieder subsidie worden verleend die duurzaam natuurbeheer verricht of voldoende aannemelijk maakt dat hij duurzaam natuurbeheer kan en zal verrichten. Dat betekent dat een aanvrager over voldoende deskundigheid moet beschikken of externe deskundigheid moet inschakelen. Voor de vraag wie in aanmerking komt voor subsidie, is onder meer van belang welk type natuurbeheer is voorgeschreven. Complexe natuurbeheertypen stellen hogere eisen dan eenvoudiger typen. In voorkomend geval zal van een aanvrager een nadere onderbouwing van zijn aanvraag worden verlangd om te bepalen of die aanvrager op dit onderdeel voldoet, bijvoorbeeld in de vorm van een plan van aanpak, het overleggen van een certificaat op grond van de SVNL of een samenwerking met een organisatie die over een dergelijk certificaat beschikt. Met de Europese Commissie zijn Gedeputeerde Staten van oordeel dat dit hoofdstuk een goed evenwicht bevat tussen de behoefte aan rechtszekerheid en de wens geen aanvragers op voorhand uit te sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verschillende stappen in het subsidieproces staan in tijdbalk Onderaan deze toelichting is een tijdbalk opgenomen voor de subsidie voor aankoop van grond en voor de afkoop van pacht. Hierin zijn de verschillende stappen in de tijd weergegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Relatie met Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur- en Landschapsbeheer (functieverandering en inrichting) Via de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur- en Landschapsbeheer (kortweg SKNL) is het mogelijk om voor functieverandering subsidie te ontvangen voor het omvormen van landbouwgrond naar natuur (binnen de categorie ‘nog te realiseren natuur’ in het Natuurbeheerplan). Om SKNL-subsidie te krijgen, moet de aanvrager al eigenaar zijn van de grond. Bij de aankoopsubsidie NNN kan degene die eigenaar wil worden van een terrein ‘nog te realiseren natuur’ subsidie aanvragen, al voor de akte gepasseerd is. Zodoende hoeft de nieuwe eigenaar de waardevermindering die optreedt door de functieverandering naar natuur niet geheel voor te financieren. De aanvrager kan desgewenst in de koopovereenkomst een ontbindende voorwaarde opnemen in die zin dat het terrein alleen wordt overgedragen wanneer subsidie wordt verleend. Ook is er tijd na de aankoop om een inrichtingsplan op te stellen en uit te voeren, omdat bij de aanvraag van de aankoopsubsidie in eerste instantie volstaan kan worden met een inrichtingsschets. Afkoop van (erf)pacht is binnen de SKNL niet mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om in aanmerking te komen voor subsidie op grond van de aankoopsubsidie NNN dient het terrein te worden ingericht. Voor de inrichting van het nieuwe natuurterrein kan de nieuwe eigenaar inrichtingssubsidie aanvragen via de SKNL. De inrichting van het nieuwe natuurterrein dient plaats te vinden voordat de Kwalitatieve Verplichting wordt gevestigd. In de verleningsbeschikking zal worden opgenomen dat er op het moment van verlening van de subsidie 90% van het subsidiebedrag wordt uitgekeerd en dat de laatste 10% bij vaststelling zal worden betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelsgewijze toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een subsidieaanvraag gaat vergezeld van een inrichtingsschets, die later moet uitmonden in een inrichtingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de Ambitiekaart, behorend bij het vigerende Natuurbeheerplan (zie de webkaart van de provincie Utrecht op Externe link:https://webkaart.provincie-utrecht.nl; open de kaartlaag Themakaart - Natuur – Natuurbeheerplan - Ambitiekaart), is per perceel aangegeven wat het gewenste beheertype is vanuit de provincie (klik op het perceel voor de prioritering van de beheertypen). Het is de bedoeling dat een van de beheertypes met prioriteit 1 op het perceel wordt gerealiseerd; welke precies dient in samenspraak met de provincie bepaald te worden. Als op de betreffende locatie geen van de beheertypen gerealiseerd kan worden, kan, in samenspraak met de provincie, gekeken worden of een beheertype met een lagere prioriteit wel mogelijk is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het eerste lid, onder b, is de subsidieontvanger verplicht het verworven terrein direct na verwerving of pachtvrij maken als natuur te beheren. De wijze van beheer is mede afhankelijk van het natuurdoeltype en het daarbij behorende gebruik. Dit wordt vastgelegd in een, binnen twee weken na subsidieverlening te sluiten overeenkomst. De subsidieontvanger is op grond van het derde lid, onder a, verplicht voor het verworven terrein een inrichtingsplan te maken, dat moet worden goedgekeurd door GS. In de te sluiten overeenkomst zal voor het maken van een inrichtingsplan doorgaans een termijn van 2 jaar worden genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het wijzigen van de bestemming staat in het eerste lid, onder h, geen termijn. In de af te sluiten overeenkomst zal een termijn van drie maanden na de goedkeuring van het Inrichtingsplan worden genoemd, waarbinnen de Eigenaar verplicht is om bij de verantwoordelijke gemeente een verzoek in te dienen om de planologische medewerking te verkrijgen die nodig is voor de uitvoering van het Inrichtingsplan en voor de ontwikkeling en instandhouding van de bedoelde Natuur- en landschapsbeheertypen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het achtste lid wordt met een gescheiden boekhouding het volgende bedoeld. De Europese Commissie heeft in haar besluit van 13 juli 2011 (N308/2010) de aankoop van terreinen voor de realisering van het NNN gekwalificeerd als DAEB. Daarbij heeft zij als eis opgenomen dat wanneer een onderneming activiteiten verricht die zowel binnen als buiten de werkingssfeer van de DAEB vallen, in de interne boekhouding de kosten en de inkomsten die met die DAEB verband houden, en die welke met andere diensten verband houden, gescheiden moeten worden aangegeven alsmede de parameters voor de toerekening van die kosten en inkomsten. Deze eis is gebaseerd op de DAEB-kaderregeling (Mededeling van de Commissie van 11 januari 2011, PbEU 2012, C8/15) en op Richtlijn 2006/111/EG van de Commissie van 16 november 2006, PbEG 2006, L318 (Transparantierichtlijn) die op dit onderdeel is geïmplementeerd in artikel 25b van de Mededingingswet. Uit deze bepalingen volgt dat de afgescheiden boekhouding zodanig is ingericht dat: de registratie van de lasten en baten van de DAEB gescheiden is van de overige activiteiten. De Transparantierichtlijn spreekt over interne rekeningen die voor verschillende activiteiten gescheiden moeten zijn. Dat dienen afzonderlijke en betrouwbare rekeningen te zijn; alle lasten en baten, op grond van consequent toegepaste en objectief te rechtvaardigen beginselen inzake kostprijsadministratie, correct worden toegerekend; en de beginselen inzake kostprijsadministratie volgens welke de administratie wordt gevoerd, duidelijk zijn vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het doel hiervan is om te waarborgen dat de uit andere activiteiten resulterende kosten niet aan de DAEB inzake grondverwerving kunnen worden toegerekend. Op grond van artikel 25b, eerste lid, van de Mededingingswet bestaat de verplichting om de onder a, b en c genoemde gegevens ten minste vijf jaar te bewaren, gerekend vanaf het einde van het boekjaar waar de gegevens betrekking op hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovengenoemde verplichtingen gelden ook voor andere DAEB’s dan die in verband met grondverwerving voor realisatie van het NNN.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld verloop proces aankoop (fictieve data) 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum X:</p>\n<p class=\"lf-p\">Koopovereenkomst tussen aanvrager en derde (met eventueel subsidieverlening als voorwaarde);</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">1 juli 2019:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvraag subsidie. Uiterlijk 1 dag voor de notariële overdracht, maar om gehele voorfinanciering door aanvrager te voorkomen is het in de praktijk wenselijk dat de aanvrager de subsidieaanvraag ten minste 12 weken voor de notariële overdracht indient.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">1 oktober 2019:</p>\n<p class=\"lf-p\">Verlening subsidie uiterlijk 12 weken na indiening van de aanvraag (Asv). Bij subsidieverlening wordt een voorschot van 90% van de totale subsidie verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">14 oktober 2019:</p>\n<p class=\"lf-p\">Sluiten uitvoeringsovereenkomst binnen twee weken na subsidieverlening. Hierin worden de uitwerking van het inrichtingsplan, uitvoering van de inrichting en de vestiging van de kwalitatieve verplichting als verplichting opgenomen, inclusief een termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">1 januari 2020:</p>\n<p class=\"lf-p\">Uiterste datum notariële overdracht: binnen 12 weken na subsidieverlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum Y (afhankelijk van de termijnen in de uitvoeringsovereenkomst en het moment van aanvragen van de vaststelling door de aanvrager):</p>\n<p class=\"lf-p\">Uiterlijk 6 maanden na aankoop en notariële inschrijving van de kwalitatieve verplichting dient de aanvrager een aanvraag in tot vaststelling van de kwalitatieve verplichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum Z (afhankelijk van stap 6):</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij vaststelling van de subsidie wordt de resterende 10% van de subsidie uitgekeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld proces pachtafkoop (fictieve data) 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">1 juli 2019:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvraag subsidie. Uiterlijk 1 dag voor de beëindiging van de pacht, maar om gehele voorfinanciering door aanvrager te voorkomen is het in de praktijk wenselijk dat de aanvrager de subsidieaanvraag ten minste 12 weken voor de pachtbeëindiging indient.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.</p>\n<p class=\"lf-p\">1 oktober 2019:</p>\n<p class=\"lf-p\">Verlening subsidie uiterlijk 12 weken na indiening van de aanvraag (Asv). Bij subsidieverlening wordt een voorschot van 90% van de totale subsidie verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.</p>\n<p class=\"lf-p\">14 oktober 2019:</p>\n<p class=\"lf-p\">Sluiten uitvoeringsovereenkomst binnen twee weken na subsidieverlening. Hierin worden de uitwerking van het inrichtingsplan, uitvoering van de inrichting en de vestiging van de kwalitatieve verplichting als verplichting opgenomen, inclusief een termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.</p>\n<p class=\"lf-p\">1 januari 2020:</p>\n<p class=\"lf-p\">Uiterste datum beëindiging pacht: binnen 12 weken na subsidieverlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum Y (afhankelijk van de termijnen in de uitvoeringsovereenkomst en het moment van aanvragen van de vaststelling door de aanvrager):</p>\n<p class=\"lf-p\">Uiterlijk 6 maanden na beëindiging van de pachtovereenkomst en notariële inschrijving van de kwalitatieve verplichting dient de aanvrager een aanvraag in tot vaststelling van de kwalitatieve verplichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum Z (afhankelijk van stap 6):</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij vaststelling van de subsidie wordt de resterende 10% van de subsidie uitgekeerd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3 Leefgebieden bedreigde soorten</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene toelichting Sinds 1 januari 2017 zijn provincies verantwoordelijk voor een actief soortenbeleid. Dit volgt uit artikel 1.12 van de oude Wet natuurbescherming (Wnb). Deze verantwoordelijkheid is per 1 januari 2024 overgenomen in de Omgevingswet (artikel 3.57 uit het Besluit Kwaliteit Leefomgeving). Provincie Utrecht heeft haar actief soortenbeleid vastgelegd en uitgewerkt in de Natuurvisie en het daarbij behorende Supplement Biodiversiteit. Deze beleidsnotities zijn op 12 december 2016 door Provinciale Staten van Utrecht vastgesteld. Het doel van het actieve soortenbeleid is het duurzaam in stand houden van alle in de provincie Utrecht van nature voorkomende soorten planten en dieren. Het beleid richt zich daarbij op het behoud en herstel van de voor die soorten benodigde levensomstandigheden. Speciaal wordt daarbij gericht op een selectie van in de provincie Utrecht van nature voorkomende soorten van de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn en een selectie van met uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende van nature in de provincie Utrecht in het wild voorkomende dier- en plantensoorten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het supplement Biodiversiteit heeft de provincie haar ambities voor het actieve soortenbeleid benoemd. Dit beleid loopt in de provincie Utrecht via vier sporen: systeemherstel binnen Natuur Netwerk Nederland (hierna: NNN), agrarisch natuurbeheer buiten NNN, informatieverstrekking aan eigenaren/beheerders van terreinen met bedreigde soorten, extra inspanning voor leefgebieden en biotopen die onvoldoende via voorgenoemde sporen worden bediend en waarvoor de provincie Utrecht een bovengemiddelde verantwoordelijkheid draagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap ziet op spoor 1, het Subsidiestelsel Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer ziet op spoor 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als aanvulling van spoor 1, kunnen terreineigenaren voor actief soortenbeleid, voor soortgerichte (inrichtings-)maatregelen binnen het NNN sinds 2018 gebruik maken van de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap provincie Utrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 3 van deze subsidieregeling ziet op de sporen 3 en 4 en deels spoor 1 voor zover projecten buiten de reikwijdte van de SKNL blijven. Met dit hoofdstuk wordt beoogd doelstellingen uit het Supplement Biodiversiteit te realiseren door gebruik te maken van het instrument subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelsgewijze toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiecriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1</p></div>", "next": 239784}