{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Als de indeling niet leidt tot de indeling in klasse Wonen of Achtergrondwaarden (AW2000) wordt de bodemkwaliteit ingedeeld in de klasse Industrie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het effect van gehalten aan PFAS-verbindingen op de indeling in kwaliteitsklassen, zie het kopje ‘PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen’.</p>\n<p class=\"lf-p\">BodemkwaliteitszoneEen deel van een gebied waarvoor geldt dat er sprake is van een zelfde gebiedseigen bodemkwaliteit, waarbij zowel de verwachtingswaarde als de mate van variabiliteit van belang zijn. De spreiding van gehalten binnen een bodemkwaliteitszone is relatief laag. Een bodemkwaliteitszone is begrensd in het horizontale vlak én het verticale vlak (diepte).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodemvreemd materiaalOnder bodemvreemd materiaal vallen alle materialen die niet onder de definitie van grond vallen en bij ontgraving al in de bodem aanwezig zijn. Deze bijmenging mag niet opzettelijk zijn toegevoegd aan de partij of het gevolg zijn van onzorgvuldige ontgraving of sloopwerkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere omstandighedenVoor een binnen een bodemkwaliteitszone liggend gebied geldt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, als er voor dat gebied een afwijkende verwachtingswaarde geldt ten opzichte van de verwachtingswaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone. Te denken valt aan voor bodemverontreiniging verdachte locaties, onderzochte locaties, locaties waar een sanering heeft plaatsgevonden of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Ook beschermde gebieden zoals bijvoorbeeld voor de ecologie, archeologie/cultuurhistorie en aardkundige waarden vallen onder de bijzondere omstandigheden. In gebieden met bijzondere omstandigheden kunnen vanwege andere wet en regelgeving aanvullende eisen worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Diffuse chemische bodemkwaliteitDe diffuse chemische bodemkwaliteit in een bepaald gebied is de verdeling van gehalten van stoffen in dat gebied waarvoor de bodemkwaliteitskaart is vastgesteld. Deze verdeling kan worden gekwantificeerd door statistische parameters (gemiddelde, percentielwaarden).</p>\n<p class=\"lf-p\">Ernstig verontreinigde grondGrond waarvan gehalten voor één of meer stoffen de interventiewaarden van de Wet bodembescherming overschrijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geval van ernstige bodemverontreiniging (grond)In minimaal 25 m³ grond overschrijden de gehalten voor één of meer stoffen de betreffende Interventiewaarden (I-waarde).</p>\n<p class=\"lf-p\">Gevoelig bodemgebruikGevoelig bodemgebruik wordt hier gedefinieerd als zijnde Wonen met onverharde tuinen, plaatsen waar kinderen spelen (zie verderop in deze bijlage), moes-/volkstuin(complex)en.</p>\n<p class=\"lf-p\">GrondOnder dit begrip vallen onder andere: zand, veen, klei en löss. Het Besluit definieert grond als volgt: “Vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voor komende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, niet zijnde baggerspecie.” Ook verontreinigde grond die is gereinigd en ontwaterde of baggerspecie worden als grond beschouwd. Grond die in het kader van het Besluit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. Met gebiedsspecifiek beleid hebben de gemeenten hier strengere eisen aan gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">InterventiewaardeWanneer een gemeten gehalte hoger is dan de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming wordt gesproken over een sterke verontreiniging of een sterk verhoogd gehalte. De interventiewaarden zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013.</p>\n<p class=\"lf-p\">KinderspeelplaatsenHieronder wordt verstaan: openbare kinderspeelplaatsen, speelplaatsen bij scholen, speelplaatsen bij (particuliere) kinderopvanginstellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwalibo – kwaliteitsborging in het bodembeheerBij het milieuvriendelijk beheren en gebruiken van de (water)bodem moeten gegevens betrouwbaar zijn en moet netjes worden gewerkt. Hiervoor stelt Kwalibo eisen aan de kwaliteit en integriteit van personen, bedrijven en overheden die werken aan bodembeheer. In artikel 2.1 van de Regeling zijn de werkzaamheden aangewezen wanneer Kwalibo van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lokale bron (puntbron)Duidelijk aanwijsbare bron voor een eventuele bodemverontreiniging zoals bijvoorbeeld een ondergrondse huisbrandolietank, een halfverharding, boerenerven (puinverhardingen), een gedempte watergang, een ophooglaag, een chemische wasserij, gebruik bestrijdingsmiddelen, bodembedreigende activiteiten, of een (bekend) geval van ernstige bodemverontreiniging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet gezoneerd gebiedGebieden kunnen worden gezoneerd wanneer er voldoende bodemgegevens beschikbaar zijn om te voldoen aan de eisen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Wanneer er onvoldoende bodemgegevens beschikbaar zijn, kan de actuele diffuse chemische bodemkwaliteit van het gebied niet met een voldoende onderbouwing en betrouwbaarheid worden bepaald en wordt het gebied niet gezoneerd. Een gebied kan ook niet worden gezoneerd als niet wordt voldaan aan de eisen voor de spreiding van de bodemgegevens uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Een niet gezoneerd gebied kan ook ontstaan als de gemeente er bewust voor kiest een gebied niet op te nemen in de bodemkwaliteitskaart (zie ook: ‘Uitgesloten gebied’).</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderscheidende gebiedskenmerkenKenmerken in een gebied waarvan verwacht wordt dat deze een verband vertonen met de bodemkwaliteit. Bijvoorbeeld: bodemtype, geomorfologie, landgebruik, historie, gebiedsontwikkeling en huidig gebruik. Bij het actualiseren van een bodemkwaliteitskaart kan de vastgestelde bodemkwaliteit in de bestaande kaart ook als (aanvullend) onderscheidend gebiedskenmerk worden vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">OntgravingskaartDe ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. De ontgravingskwaliteit is gebaseerd op de 80-percentielwaarde van een zone en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling bodemkwaliteit. De 80-percentielwaarde geeft met betrouwbaarheid de te verwachten ontgravingsklasse in een zone aan. De ontgravingskwaliteit is van een zone en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling bodemkwaliteit. De kaart doet dus alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De ontgravingskwaliteit kan vallen in één van de vier onderscheiden klassen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse Landbouw/natuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse Wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse Industrie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse Niet toepasbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de toetsingsmethodiek voor Landbouw/natuur wordt uitgegaan van een staffel (zie tabel B2.1 bij 'Bodemkwaliteitsklasse') voor het aantal toegestane overschrijdingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000):</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B2.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2.2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit').</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse Wonen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gehalten voldoen niet aan de klasse Landbouw/natuur en de norm voor klassegrens Wonen wordt niet overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse Industrie:</p>\n<p class=\"lf-p\">De norm voor klassegrens Wonen wordt overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De norm voor klasse grens Industrie wordt niet overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klasse Niet toepasbaar:</p>\n<p class=\"lf-p\">De norm voor klassegrens Industrie wordt overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het effect van gehalten aan PFAS-verbindingen op de indeling in kwaliteitsklassen, zie het kopje ‘PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen’.</p>\n<p class=\"lf-p\">OntgravingslocatieBetreft het gebied(sdeel) waar grond ontgraven wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverharde wegbermenDe strook grond naast de verharde (klinker- en asfalt) weg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,5 meter diepte, en heeft gerekend vanaf de wegverharding een maximale breedte van 10 meter. De onverharde wegberm wordt begrensd door (zie ook figuur B1.): de erfgrens of de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of de meest nabij gelegen insteek van een natte sloot of als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor wegbermen langs dijkwegen en voor wegbermen gelegen in habitatgebieden en het Natuurnetwerk Nederland geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond toegepast worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur B1. Begrenzing wegbermen (bron: brief van het voormalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart (kenmerk RWS/DVS‐2009/2932, 19 november 2009).</p>\n<p class=\"lf-p\">OppervlaktewaterlichaamEen onderscheiden oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een meer, een waterbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een deel van een stroom, rivier of kanaal, een overgangswater of een strook kustwater.</p>\n<p class=\"lf-p\">Percentiel/percentielwaardeWaarde waar beneden een bepaald percentage van de analyseresultaten gelegen is. Bijvoorbeeld 90-percentiel: 90% van de analyseresultaten ligt beneden deze waarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen(Bron: https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/vragen/grond-baggerspecie-pfas-veldwerk-analyse-toetsing/faq/resultaten-pfas-onderzoek-toetsen-aanvulling/) De toetsing aan de PFAS-verbindingen is een aanvullende (losse) toets ten opzichte van de toetsing op de reguliere parameters en indeling in kwaliteitsklassen. Dat betekent dat eerst de toetsing plaatsvindt op basis van de reguliere parameters en op basis daarvan een indeling in kwaliteitsklasse plaatsvindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervolgens vindt de toetsing aan de voorlopige toepassingswaarden uit het tijdelijk handelingskader voor de PFAS-verbindingen plaats. Aan de hand van de aanvullende toetsing stel je vervolgens vast in hoeverre beperkingen aan de toepassing gelden, bijvoorbeeld een verbod op het toepassen onder grondwaterniveau of in oppervlaktewater. Voor PFAS zijn de bijzondere toetsregels voor het toetsen aan de Achtergrondwaarde of maximale waarde wonen niet van toepassing, omdat nog geen normen zijn opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. Ook tellen de gemeten PFAS niet mee als gemeten stoffen bij de bijzondere toetsregels voor het toetsen aan de achtergrondwaarde of maximale waarde wonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de inbouw van het handelingskader in de Regeling bodemkwaliteit wordt de wijze van toetsen aan normwaarden nader ingevuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hieronder zijn twee voorbeelden uitgewerkt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld 1Als een partij grond op basis van de overige stoffen is gekwalificeerd in de bodemkwaliteitsklasse Wonen, dan moet aanvullend de PFAS-gehalten worden getoetst aan de toepassingsnormen uit het tijdelijk handelingskader. Dit kan leiden tot de volgende drie situaties:</p>\n<p class=\"lf-p\">Als alle PFAS-gehalten zijn aangetoond beneden de rapportagegrens, dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Wonen staan en gelden geen aanvullende toepassingsvoorwaarden. De partij kan als bodemkwaliteit Wonen worden toegepast zonder aanvullende voorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de rapportagegrens maar alle PFAS-gehalten voldoen aan de toepassingsnormen voor de bodemkwaliteitsklasse Wonen (7,0 µg/kg d.s. voor PFOA en 3,0 µg/kg d.s. voor de overige PFAS), blijft de indeling in kwaliteitsklasse Wonen staan, maar gelden wel beperkingen aan de toepassing: toepassing van grond op de landbodem beneden grondwaterniveau (tenzij PFAS &lt; voorlopige achtergrondwaarden voor PFAS) en in grondwaterbeschermingsgebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de toepassingsnormen van 7,0 µg/kg d.s. voor PFOA en 3,0 µg/kg d.s. voor de overige PFAS is deze niet generiek toepasbaar. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden als in dat gebied verhoogde Lokale Maximale Waarden door het bevoegd gezag zijn vastgesteld in het kader van gebiedsspecifiek beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld 2Als een partij grond op basis van de overige stoffen is gekwalificeerd in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (&lt; Achtergrondwaarde), dan moet aanvullend de PFAS-gehalten worden getoetst aan de landelijke achtergrondwaarden (1,9 µg/kg d.s. voor PFOA en 1,4 µg/kg d.s. voor de andere PFAS) en bij overschrijding daarvan ook toetsen aan de normen voor 7,0 µg/kg d.s. voor PFOA en 3,0 µg/kg d.s. voor de overige PFAS). Dit kan leiden tot de volgende vier situaties:</p>\n<p class=\"lf-p\">Als alle PFAS-gehalten kleiner zijn dan de bepalingsgrens, blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (&lt; Achtergrondwaarden) staan en gelden geen toepassingsvoorwaarden. Kortom alle toepassingen zijn toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een PFAS-gehalte aangetoond wordt boven de rapportagegrens (0,1 µg/kg d.s.) maar beneden de landelijke achtergrondwaarden (van 1,9 µg/kg d.s. voor PFOA en 1,4 µg/kg d.s. voor de andere PFAS), dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (&lt; Achtergrondwaarden) staan, maar gelden wel toepassingsvoorwaarden: toepassing van grond op de landbodem in grondwaterbeschermingsgebieden is niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een PFAS-gehalte aangetoond wordt boven de voorlopige achtergrondwaarde (van 1,9 µg/kg d.s. voor PFOA en 1,4 µg/kg d.s. voor de andere PFAS) en onder de toepassingsnormen van 7,0 µg/kg d.s. voor PFOA en 3,0 µg/kg d.s voor de overige PFAS, dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (&lt; Achtergrondwaarden) staan, maar kan de partij uitsluitend toegepast in gebieden met de kwaliteitsklassen Wonen of Industrie als toepassingseis of in gebieden waarvoor verhoogde lokale achtergrondwaarden zijn vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de toepassingsnormen van 7,0 µg/kg d.s. voor PFOA en 3,0 µg/kg d.s voor de overige PFAS, kan de partij niet meer ingedeeld worden in een generieke kwaliteitsklasse voor toepasbare grond. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden als in dat gebied verhoogde Lokale Maximale Waarden door het bevoegd gezag zijn vastgesteld in het kader van gebiedsspecifiek beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Puin, asbestverdachtheid en asbestonderzoekAls asbest(golf)plaat en/of ander asbestverdacht materiaal (zoals bouw- en sloopafval, gemengd puin, betonpuin en metselpuin) wordt aangetroffen in de toe te passen grond, moet altijd een asbestonderzoek conform de laatste versie van de NEN 5707 of NEN 5897 plaatsvinden (de nieuwste stand der techniek) waarmee het gehalte van asbest wordt vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De NEN 5707 moet worden gebruikt bij een bijmenging met bodemvreemd materiaal tot en met 50 gewichtsprocent. Als meer dan 50 gewichtsprocent aan bijmenging met bodemvreemd materiaal is vastgesteld, moet de NEN 5897 worden gebruikt. In overleg met de Omgevingsdienst Achterhoek kan ook direct een partijkeuring worden uitgevoerd (inclusief, dan wel specifiek op asbest). Een onderzoek conform de NEN 5707 of de NEN 5897 is volgens paragraaf 4.3 van de Regeling namelijk geen erkend bewijsmiddel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Of bodemvreemd materiaal daadwerkelijk asbestverdacht is, is onder andere afhankelijk van het type puin dat aanwezig is, het historisch gebruik van de locatie (bijvoorbeeld op welk moment het puin is geproduceerd dan wel in de bodem terecht is gekomen) en de soort puinbijmenging. Alleen als voldoende kan worden onderbouwd of gemotiveerd dat het puin in de grond geen asbest kan bevatten, is de grond niet-verdacht voor asbest. In de NEN 5725 is hierover het volgende beschreven: “Of puin daadwerkelijk asbestverdacht is, is onder andere afhankelijk van het type puin dat is toegepast en het historisch gebruik van de locatie, bijvoorbeeld op welk moment het puin is geproduceerd dan wel is toegepast. Er zijn verschillende typen puin: metselpuin, betonpuin, puin van asfalt, klinkers en/of straatstenen en historisch puin15Puin van voor 1945.. Vooral bij ongedefinieerd gemengd bouw‐ en sloopafval is de kans groot dat dit asbestcementplaatmateriaal bevat (stukjes golfplaat, vlakke plaat, daklei en buis). Ook in betonpuin (vooral funderingspuin) komt incidenteel asbestcement voor in de vorm van asbestcementbuizen, verloren bekisting en stelplaatjes.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de overige soorten puin (puin van asfalt, asfalt, bakstenen, dakpannen, cement, klinkers en/of straatstenen, trottoirbanden en historisch puin) zit in de regel geen asbesthoudend materiaal en de aanwezigheid daarvan maakt een locatie niet verdacht. Indien het (puin)granulaat duidelijk visueel herkenbaar is als eenduidig materiaal en voldoende kan worden onderbouwd dat dit materiaal niet vermengd kan zijn met asbesthoudend materiaal, is de (deel)locatie niet verdacht. De kans op het aantreffen van asbest is sterk afhankelijk van de herkomst en ouderdom van het materiaal. Op basis van de leeftijd van het bouw‐ en sloopafval of recyclinggranulaat is het mogelijk om de verdachtheid nader vast te stellen.”</p>\n<p class=\"lf-p\">In de onderstaande tabel is aangegeven welke kans er is op het aantreffen van asbest in relatie tot de leeftijd van het materiaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderzoek door TNO[30] naar bodemvreemd materiaal in de bodem en het voorkomen van asbest wijst uit dat ten opzichte van onverdachte locaties: hogere gehalten met asbest worden gemeten in grond met bijmengingen met bouw- en sloopafval, gemengd puin, betonpuin en metselpuin; hogere gehalten met asbest worden gemeten in grond als meer bodemvreemd materiaal in de grond aanwezig is; hogere gehalten met asbest worden gemeten in grond als er slechts spoortjes puin aan bijmenging aanwezig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor grondverzet op terreinen waar gebouwen met asbestdaken aanwezig zijn wordt voor de wijze van het uit te voeren bodemonderzoek verwezen naar de handreiking asbest en bodem[23] die is opgesteld in opdracht van het Gelders Ondergrond Overleg. Ook kan voor de juiste onderzoeksmethode contact worden opgenomen met de Omgevingsdienst Achterhoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kans op aantreffen van asbest in puin(granulaat) in relatie tot leeftijd materiaal (bron: NEN 5725)Periode Kans op aantreffen asbest Soort asbest Indicatief gehalte (mg/kg) Asbestverdacht?</p>\n<p class=\"lf-p\">Puin Vóór 1945 Gering Hechtgebonden &lt; 10 Nee 1945-1980 Groot Hechtgebonden en niet- hechtgebonden &gt; 100 Ja 1980-1993/1995 Tamelijk groot Meestal hechtgebonden 10-100 Ja 1993/1995-1998 Gering Meestal hechtgebonden Vaak &lt; 10, incidenteel &gt; 10 In principe ja 1998-2005 Incidenteel Hechtgebonden &lt; 10 Nee Na 2005 Nihil Hechtgebonden &lt;&lt; 10 Nee (Gecertificeerd) recyclinggranulaat &lt; 1998 (niet gecertificeerd) Groot Ja 1998-2005 (gecertificeerd) Tamelijk groot Ja Na 2005 (gecertificeerd) Nihil Nee Onder Certiva certificaat Nee (Gecertificeerd) recyclinggranulaat Bouw en sloopafval van project met een asbestinventarisatierapport waar door een gecertificeerd asbestinventarisatiebedrijf is aangegeven dat in het betreffende bouwwerk geen asbest aanwezig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nee (Gecertificeerd) recyclinggranulaat Bouw- en sloopafval van project met een asbestvrijgaverapport waar door een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf is aangegeven dat het al in het betreffende bouwwerk aanwezige asbest is verwijderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nee Puin dat aantoonbaar voldoet aan de SCB-007/BRL9999 en aantoonbaar is verkregen uit een sloop die aantoonbaar is uitgevoerd conform SCB- 007/BRL9999.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nee Bouw- en sloopafval dat afkomstig van een sloper en wordt geleverd met een conformiteitsverklaring volgens de SCB-007/BRL9999.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nee Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem (Generiek kader Besluit bodemkwaliteit)De toepassingskaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen. Bij de toepassingskaart wordt gekeken naar de vastgestelde bodemkwaliteit en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodemfunctieklasse Bodemkwaliteitsklasse Gemeentelijke toepassingseis @ Overig (Landbouw/natuur) Landbouw/natuur Landbouw/natuur Overig (Landbouw/natuur) Wonen Landbouw/natuur Overig (Landbouw/natuur) Industrie Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Wonen Wonen Wonen Industrie Wonen Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Industrie Wonen Wonen Industrie Industrie Industrie De gehalten aan PFAS-verbindingen moeten voldoen aan de toepassingswaarden in de meest recente versie van het tijdelijk handelingskader hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie.</p>\n<p class=\"lf-p\">ToepassingslocatieBetreft dat gebied(sdeel) waar grond wordt toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsing toepassen grondOm te beoordelen of het toepassen van grond is toegestaan wordt de kwaliteit van de toe te passen grond vergeleken met de toepassingseis die geldt voor de ontvangende bodem. De kwaliteit van de toe te passen grond kan worden bepaald op basis van een bodemkwaliteitskaart, partijkeuring of een ander erkend bewijsmiddel. De toepassingseis kan worden bepaald op basis van de bodemkwaliteitskaart (gezoneerde gebieden) of bodemonderzoek van de ontvangende bodem (niet gezoneerde gebieden).</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwaliteit toe te passen grond # Toepassingseis @ Toepassing toegestaan?</p>\n<p class=\"lf-p\">Wonen Wonen Ja Industrie Wonen Nee Landbouw/natuur Wonen Ja Wonen Industrie Ja Industrie Industrie Ja Landbouw/natuur Industrie Ja Wonen Landbouw/natuur Nee Industrie Landbouw/natuur Nee Landbouw/natuur Landbouw/natuur Ja De gemiddelde waarden van een aantal PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gehalten aan PFAS-verbindingen moeten voldoen aan de toepassingswaarden in de meest recente versie van het tijdelijk handelingskader hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toetsingswaarden Besluit en Regeling bodemkwaliteit en het Tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecieOm een zone te karakteriseren moet een toetsing plaatsvinden aan de gestelde normen uit het Besluit en de Regeling en het Tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Deze toetsingsnormen zijn in de onderstaande tabel weergegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel B2.2: Toetsingsnormen (in mg/kg ds voor standaardbodem -lutum 25%, org.stof 10%-)Stof Maximale waarden Achtergrondwaarde (AW2000, Landbouw/natuur) Maximale waarden wonen Maximale waarden industrie Arseen 20 27 76 Barium * n.v.t. n.v.t. n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cadmium 0,60 1,2 4,3 Chroom 55 62 180 Kobalt 15 35 190 Koper 40 54 190 Kwik 0,15 0,83 4,8 Lood 50 210 530 Molybdeen 1,5 88 190 Nikkel * 35 39 100 Zink 140 200 720 Som PAK 1,5 6,8 40 Som PCB 0,02 0,04 0,5 Minerale olie 190 190 500 PFOA16PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. zonder vastgestelde achtergrondwaarde 0,0019 Andere PFAS-verbindingen zonder vastgestelde achtergrondwaarde 0,0014 PFOA 0,0019 0,007 Andere PFAS-verbindingen 0,0014 0,003 De normstelling in Besluit bodemkwaliteit voor barium en nikkel zijn door het voormalige Ministerie van VROM sinds 1 april 2009 gewijzigd (Staatscourant, 7 april 2009). Voor nikkel vindt voor schone grond (klasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’) geen toetsing meer plaats aan de Maximale Waarde voor de kwaliteitsklasse ‘Wonen’. Voor barium is besloten alle toetsingsnormen tijdelijk in te trekken als aangetoond kan worden dat er geen sprake is van een verontreiniging veroorzaakt door activiteiten van de mens. Als een verhoogd gehalte van barium is veroorzaakt door een activiteit door de mens, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium: 920 mg/kg ds.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgesloten locaties en gebiedenUitgesloten locaties en gebieden zijn terreinen die op beleidsmatige grond niet kunnen worden opgenomen in de bodemkwaliteitskaart of niet voldoen aan de minimumeisen voor het aantal en de spreiding van de bodemgegevens uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Voorbeelden zijn onder andere terreinen waar de gemeente niet het bevoegd gezag voor het Besluit is zoals buitendijks gebied. Terreinen waar sprake is van een sanering of verontreiniging door een lokale activiteit worden eveneens uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Maar ook terreinen die in het beheer zijn van andere organisaties zoals Rijkswaterstaat (rijkswegen), de provincie (provinciale wegen) of de ProRail (spoorgebonden gronden) worden soms uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verdachte watergangDeze zijn gedefinieerd in art. 4.3.4.4 van de Regeling bodemkwaliteit. Het betreffen watergangen in gebieden: die zijn bebouwd, daaronder begrepen kassen- en industriegebieden; waar regelmatig beroeps- of pleziermotorvaart plaatsvindt; waar geloosd wordt na de laatste keer dat er is gebaggerd; grenzend aan wegen met een verkeersintensiteit van meer dan 500 voertuigen per dag, tenzij het betreft bermsloten op een afstand van ten minste 15 meter waarin de wegriolering niet loost; met een oeverbeschoeiing die bestaat uit met gecreosoteerde olie behandeld hout; waarvan redelijkerwijs vermoed kan worden dat deze niet voldoen aan de maximale waarden voor het verspreiden van baggerspecie of die niet zijn aangegeven in een beheerplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast worden watergangen grenzend aan voormalige boomgaarden ook als verdachte watergangen gezien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor bodemverontreiniging (niet) verdachte locatieEen locatie waar geen lokale bron (puntbron) aanwezig is (geweest), bijvoorbeeld een ondergrondse huisbrandolietank, een halfverharding, boerenerven (puinverhardingen), een gedempte watergang, een ophooglaag, een chemische wasserij, gebruik bestrijdingsmiddelen, bodembedreigende activiteiten, of een (bekend) geval van ernstige bodemverontreiniging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrij grondverzetVan vrij grondverzet is sprake als voorafgaand aan het ontgraven, het tijdelijk opslaan of het toepassen van grond de kwaliteit van de grond niet hoeft te worden vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage2Wet- en regelgeving 2.1 Landelijke wet- en regelgeving2.1.1 Besluit en Regeling bodemkwaliteitAlgemeenVoor het in werking treden van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit was de regelgeving voor het nuttig toepassen van grond en baggerspecie (hierna aangeduid als 'grond') en bouwstoffen versnipperd in diverse wet- en regelgevingen. De diverse regelgevingen waren complex, onoverzichtelijk en in de praktijk moeilijk handhaafbaar. Daarom zijn de regels herzien en is één eenduidig landelijk kader gemaakt: het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Besluit heeft betrekking op de kwaliteit van de uitvoering (Kwalibo) en het toepassen van grond en bouwstoffen. Binnen het Besluit kunnen gemeenten en waterkwaliteitsbeheerders voor het toepassen van grond aansluiten bij het landelijke, generieke, kader zoals dat in het Besluit is opgenomen. Ook bestaat de mogelijkheid om op niveau van het bodembeheergebied maatwerkbeleid te formuleren in de vorm van gebiedsspecifiek beleid. Met gebiedsspecifiek beleid kunnen knelpunten bij grondstromen onder bepaalde voorwaarden worden opgelost.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenten en waterkwaliteitsbeheerders kunnen voor hun (water)bodembeheergebied, of delen daarvan, Lokale Maximale Waarden vaststellen (zie ook § 2.2.2 van deze bijlage). Op deze wijze kunnen de toepassingseisen voor grond worden aangepast. Ook zijn er meer mogelijkheden voor een lokale invulling van het beleid als het gaat om de nuttige toepassing van grond. Gebiedsspecifiek beleid is mogelijk als: er sprake is van ‘standstill’ op het niveau van het bodembeheergebied; de Lokale Maximale Waarden het Saneringscriterium niet overschrijden; het risiconiveau van de gekozen Lokale Maximale Waarden wordt berekend met behulp van de Risicotoolbox (zie https://www.risicotoolboxbodem.nl/); de Lokale Maximale Waarden worden afgestemd met het bevoegd gezag bodemsanering; de Lokale Maximale Waarden worden vastgelegd in een nota bodembeheer; de vaststelling van de gekozen Lokale Maximale Waarden een besluit is van de Raad waarop de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het besluit alleen openstaat voor inspraak.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regeling geeft een technische invulling aan de hoofdregels van het Besluit en uitleg over de uitvoering. In de Regeling staan onder andere de normen, de wijze waarop de kwaliteit van grond en baggerspecie en bouwstoffen moet worden bepaald en de wijze waarop aan de normen wordt getoetst. Het Besluit en de Regeling vullen elkaar aan en zijn niet los van elkaar te gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nuttige toepassingen van grondHet hergebruik van grond mag uitsluitend in nuttige toepassingen plaatsvinden (Besluit, artikel 35). Als grond wordt hergebruikt in een niet-nuttige toepassing, dan wordt dit gezien als een middel om zich te ontdoen van afvalstoffen en gelden in het kader van de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen strengere regels. De hierna volgende toepassingen van grond en baggerspecie worden beoordeeld als nuttige toepassingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassing in bouw- en wegconstructies, waaronder wegen, spoorwegen en geluidswallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassing in ophogingen van industrieterreinen, woningbouwlocaties en landbouw- en natuurgronden, met het oog op het verbeteren van de bodemgesteldheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassing voor het afdekken van een saneringslocatie of als bovenafdichting voor een stortplaats, met het oog op het voorkomen van nadelige gevolgen voor mens, plant of dier door contact met het onderliggende materiaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassing in ophogingen in waterbouwkundige constructies en voor het verondiepen en dempen van een oppervlaktewaterlichaam met het oog op de hoogwaterbescherming, de doelstellingen van de Kaderrichtlijn water, bevordering van natuurwaarden en de vlotte en veilige afwikkeling van de scheepvaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassing in aanvullingen, waaronder de herinrichting en stabilisering van voormalige winplaatsen voor delfstoffen, of met het oog op onderhoud en herstel van de toepassingen bedoeld in a tot en met d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verspreiding van baggerspecie uit een watergang over de aan de watergang grenzende percelen, met het oog op het herstellen of verbeteren van de aan de watergang aangrenzende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verspreiding van baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam, uitgezonderd uiterwaarden, gorzen, slikken, stranden en platen, met het oog op de duurzame invulling van de ecologische en morfologische functies van het sediment.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdelijke opslag van grond en baggerspecie, bestemd voor de toepassingen bedoeld in onderdeel a tot en met e, gedurende maximaal drie jaar op landbodems of gedurende maximaal 10 jaar in een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdelijke opslag van baggerspecie, bestemd voor toepassingen bedoeld in a tot en met f, gedurende maximaal drie jaar op percelen gelegen naast de watergang waaruit de baggerspecie afkomstig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grootschalige bodemtoepassingenBinnen het Besluit is een verbijzondering opgenomen: het toetsingskader voor het toepassen van grond in grootschalige bodemtoepassingen. Er hoeft niet te worden getoetst aan de kwaliteit en de functie van de ontvangende bodem. Wel moet de toe te passen grond voldoen aan de emissiewaarden (opgenomen in bijlage B van de Regeling) om te voorkomen dat ontoelaatbare uitloging naar de onderliggende bodem en het grondwater plaatsvindt. De toetsing aan de emissiewaarden is een eenvoudige toetsing op basis van het rekenkundige gemiddelde van de gemeten stoffen in de toe te passen grond. De emissietoetsingswaarden komen overeen met de t-waarden uit het voormalige Bouwstoffenbesluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grootschalige bodemtoepassingen hebben een minimaal volume van 5.000 m3 en een minimale toepassingshoogte van 2 meter. Met de voornoemde eisen voor toepassingshoogten moet pragmatisch worden omgegaan. Taluds lopen bijvoorbeeld niet verticaal maar schuin af waardoor ze formeel gezien niet aan de eisen voor de toepassingshoogten voldoen. Voor (spoor)wegen geldt een minimale toepassingshoogte van 0,5 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een grootschalige bodemtoepassing moet worden afgedekt met een leeflaag van tenminste 0,5 meter dikte. Hiervan zijn grootschalige bodemtoepassingen in bermen van (spoor)wegen uitgezonderd. De leeflaag moet geschikt zijn voor de functie en passen bij de daadwerkelijke bodemkwaliteit van de omliggende bodem, of voldoen aan de bestuurlijk vastgestelde Lokale Maximale Waarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van het toetsingskader voor grootschalige bodemtoepassingen kunnen gemeenten en waterkwaliteitsbeheerders, als bevoegde gezagen van het Besluit, gebruik maken. Het is niet verplicht om van dit toetsingskader gebruik te maken. In het Besluit (artikel 63) zijn toepassingen benoemd die als grootschalige bodemtoepassingen gedefinieerd mogen worden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassingen van grond en baggerspecie in bouw- en wegconstructies, waaronder wegen, spoorwegen en geluidswallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassingen van grond en baggerspecie voor het afdekken van een saneringslocatie of een stortplaats, met het oog op het voorkomen van nadelige gevolgen voor de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassingen van grond en baggerspecie in ophogingen in waterbouwkundige constructies en voor het verondiepen en dempen van oppervlaktewater met het oog op de hoogwaterbescherming, de doelstellingen van de Kaderrichtlijn water, bevordering van natuurwaarden en de vlotte en veilige afwikkeling van de scheepvaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassing van grond en baggerspecie in aanvullingen, waaronder de herinrichting en stabilisering van voormalige winplaatsen voor delfstoffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ophogen van een industrie/bedrijventerrein of een woonwijk wordt niet als een grootschalige bodemtoepassing beschouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De initiatiefnemer van de grootschalige bodemtoepassing neemt in de planfase contact op met de gemeente waar de grootschalige bodemtoepassing wordt gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.1.2 Wet bodembeschermingDe Wet bodembescherming (Wbb) is geschreven met het oogmerk de bodem te beschermen. In de Wbb is een regeling opgenomen voor ernstig verontreinigde bodems. Op grond van de Wbb is grondverzet ter plaatse van ernstig verontreinigde locaties alleen toegestaan als hiervoor een melding ingevolge artikel 28 of een melding ingevolge het Besluit uniforme saneringen (artikel 39b) wordt verricht aan het bevoegd gezag. Eventueel geldt als aanvullende voorwaarde dat het grondverzet moet passen binnen een van te voren opgesteld en door het bevoegd gezag goedgekeurd (raam)saneringsplan. Daarom moet voorafgaand aan het grondverzet worden geverifieerd of de leverende en/of de ontvangende bodem ernstig verontreinigd is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bevoegd gezag voor het bereiken van het saneringsresultaat is het bevoegd gezag Wbb (de provincie Gelderland). Nadat het saneringsresultaat is behaald, mag grond op deze locatie nuttig worden toegepast. Daarbij moet worden nagegaan of dit niet in strijd is met de opgelegde gebruiksbeperkingen en/of nazorgverplichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwe bodemverontreinigingOp nieuw ontstane bodemverontreiniging (dat wil zeggen ontstaan na 1 januari 1987) is allereerst de zorgplicht van toepassing (artikel 13 Wbb). De zorgplicht wordt in de Omgevingswet overgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving. Het is aan het bevoegd gezag om aanwijzingen te geven over hoe de nieuwe verontreiniging dient te worden gesaneerd. Binnen inrichtingen is dit het bevoegd gezag inzake de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht[31] / Activiteitenbesluit (gemeente of provincie, soms de minister van Infrastructuur en Waterstaat), buiten inrichtingen het bevoegd gezag Wbb (gemeente met provincie als 'aanvullend' gezag). Indien het om een ongewoon voorval gaat buiten een inrichting, is de provincie bevoegd gezag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ongewoon voorvalVoor het begrip ongewoon voorval geeft de wet geen definitie, maar daarmee kan niets anders zijn bedoeld dan elke gebeurtenis die afwijkt van de normale bedrijfsactiviteit. Daaronder vallen zowel ongelukken en calamiteiten, zoals bijvoorbeeld brand en leidingbreuken, als onderhoud aan en reparatie van installaties waardoor die niet (volledig) normaal kunnen functioneren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In een uitspraak17Zie ABRvS 22 april 1999, E03.97.0229, gepubliceerd in JM september 1999, afl. 8, p.460 e.v. heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gesteld dat bij elke gebeurtenis die afwijkt van de normale bedrijfsactiviteit sprake is van een ongewoon voorval. Dus óók het falen van voorzieningen. Dit betekent ook dat een milieuvergunning daarover geen eisen mag stellen. De gewone voorvallen, zoals bijvoorbeeld het druppelen van een pomp iedere keer nadat een automobilist de slang van de pomp terughangt, moeten wel via vergunningsvoorschriften worden gereguleerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien sprake is van een ongewoon voorval gaat het vaak over calamiteiten, zoals een lekkende vrachtwagen, gedumpte vaten met onbekende inhoud, etc. In dergelijke gevallen is een adequaat optreden van de bodemmedewerker nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Saneringsregeling Wbb (historische bodemverontreiniging)De Wbb definieert gevallen van ernstige verontreiniging. Op grond van artikel 37 van de Wbb (saneringscriterium) wordt bepaald of bij een geval van ernstige verontreiniging aanleiding is voor een vorm van saneren of beheren. De saneringsdoelstelling is opgenomen in artikel 38 van de Wbb. De uitwerking van de artikelen 37 en 38 Wbb is opgenomen in de Circulaire Bodemsanering (oorspronkelijke circulaire uit 2006, in de afgelopen jaren echter meerdere malen aangepast).</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgericht beheerOp 1 juli 2012 is de aanpassing van de Wbb, die gebiedsgericht beheer van grootschalige grondwaterverontreinigingen mogelijk maakt, in werking getreden. De verwachting is dat daarmee onder andere de kosten van aanpak van verspreidingsrisico’s zullen worden gedrukt. Het gebiedsgericht beheer biedt kansen om in samenhang tussen bovengrondse en ondergrondse ontwikkelingen te komen tot meerdere kostendragers voor de te nemen maatregelen. De wettelijke verankering van gebiedsgericht beheer moet leiden tot een versnelling in de aanpak van de problematiek van de grootschalige grondwaterverontreinigingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.1.3 Besluit en Regeling Uniforme SaneringHet Besluit Uniforme Saneringen (BUS) en de daarbij behorende Regeling (RUS) is bedoeld voor eenvoudige, gelijksoortige saneringen die in korte tijd afgerond kunnen worden. In de RUS (artikel 3.1.7) is vastgelegd dat de grond in de leeflaag en andere aanvulgrond moet voldoen aan de Maximale Waarde van de kwaliteitsklasse volgens de bodemfunctieklassenkaart. Als gebiedsspecifiek beleid is vastgesteld dan gelden de hierin vastgestelde Lokale Maximale Waarden. Want naast het RUS geldt ook het Besluit. Dit is het algemeen staatsrechtelijk beginsel en is ook terug te vinden in de toelichting op het Besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 3.1.6 lid c van de RUS is aangegeven dat als Lokale Maximale Waarden zijn vastgesteld, deze waarden gelden als terugsaneerwaarden in het kader van het BUS.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.1.4 Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecieOp 8 juli 2019 is een tijdelijk handelingskader in werking getreden voor hergebruik van PFAS- houdende grond en baggerspecie. De initiatiefnemers van grondverzet moeten de kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen inzichtelijk maken in te verzetten grond en baggerspecie, die op of in de landbodem of in het oppervlaktewater wordt toegepast. Het tijdelijk handelingskader is op 29 november 2019 en op 2 juli 2020 geactualiseerd. Op 29 november 2019 zijn voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFAS-gehalten gedefinieerd, evenals voorlopige toepassingswaarden in verschillende toepassingssituaties. Op 2 juli 2020 zijn de voorlopige landelijke achtergrondwaarden aangepast en voor een aantal toepassingssituaties in een oppervlaktewaterlichaam de toepassingswaarden gewijzigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.1.5 Transport verontreinigde grondVoor het vervoer van verontreinigde grond geldt de landelijke Regeling melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke stoffen[32].</p>\n<p class=\"lf-p\">2.1.6 Overige wet- en regelgevingVanwege overig wet- en regelgeving kunnen bij grondverzet (ontgraven en toepassen van grond) aanvullende voorwaarden worden gesteld. Hierbij moet worden gedacht aan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet ruimtelijke ordening (Wro), wordt op termijn vervangen door de Omgevingswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een groot aantal toestemmingstelsels uit de Wro zijn volledig geïntegreerd in de omgevingsvergunning. Hierbij gaat het onder meer om bouwen, slopen, aanlegactiviteiten, het gebruik in strijd met een ruimtelijk plan of besluit. Als gevolg van de Wabo zijn de regels over de verlening en handhaving van die toestemmingen uit de Wro verdwenen. De Wro blijft echter de centrale wet voor het ruimtelijke ordeningsrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De financiële haalbaarheid van een plan blijft echter een belangrijk criterium en een eventuele saneringsnoodzaak kan van invloed zijn hierop. Tevens dient de bodemkwaliteit te stroken met de beoogde bestemming binnen het plan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten behoeve van bestemmingswijzigingen zal daarom in de meeste gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. In de Wro is de verplichting voor bodemonderzoek niet rechtstreeks opgenomen, in de Bro blijft de verplichting bestaan voor onderzoek naar de bodemgesteldheid (artikel 9 Bro).</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenten worden in de Wro verplicht elke 10 jaar het bestemmingsplan te actualiseren. Eventueel aan te vragen vergunningen waarbij tevens grondverzet plaatsvindt, zoals omgevingsvergunningen met activiteit bouwen of activiteit aanleggen dienen te worden getoetst aan een 'actueel' bestemmingsplan. De omgevingsvergunning moet worden aangevraagd voorafgaand aan grondverzet. In het bestemmingsplan kan een aanlegvergunning worden geëist voor ophogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontgrondingenwet, wordt op termijn vervangen door de Omgevingswet. De ontgrondingenwet en -verordening reguleren de winning van oppervlaktedelfstoffen als zand, klei en grind voor de bouwproductie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), wordt op termijn vervangen door de Omgevingswet, en Activiteitenbesluit. In het Activiteitenbesluit staan algemene regels voor inrichtingen over verschillende milieuaspecten, zoals geluid, bodem, lucht en afvalwater. De Wabo en het Besluit omgevingsrecht (Bor) bepalen al dan niet in combinatie met een deel van het Activiteitenbesluit of er sprake is van vergunningplicht; bijvoorbeeld de opslag van grond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de inwerkingtreding van de Wabo zijn de bepalingen met betrekking tot de bouwvergunning en handhaving overgeheveld uit de Woningwet naar de Wabo. Hiermee is de bouwvergunning vervangen door de omgevingsvergunning voor bouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de ontwikkeling van bouwplannen moet echter nog steeds rekening worden gehouden met de functie-eisen in relatie tot de aanwezige bodemkwaliteit. Bij aanvragen om een omgevingsvergunning voor bouwen dient de aanvrager daarom in een aantal gevallen een bodemonderzoek te overleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woningwet, wordt op termijn grotendeels vervangen door de Omgevingswet. In deze wet wordt het bouwen op verontreinigde bodem (grond en grondwater) geregeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Besluit gebruik meststoffen (Bgm). Bij het toepassen van compost of zwarte grond zijn (aanvullende) kwaliteitseisen gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Monumentenwet 1988, wordt op termijn grotendeels vervangen door de Omgevingswet. In deze wet is het verdrag van Malta opgenomen. Bij grondverzet moet rekening worden gehouden met archeologische waarden. Op kaart moet de gemeente een overzicht geven van bekende archeologische vindplaatsen. Bij grondverzet moeten andere bronnen zoals bijvoorbeeld de stadsarcheoloog worden geraadpleegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet natuurbescherming, enkele bepalingen gaan op termijn over naar de Omgevingswet. Deze wet vereist dat in planvorming rekening wordt gehouden met de aanwezige flora en fauna. Voor een groot aantal expliciet beschermde soorten is bepaald welke handelingen niet zijn toegestaan. Daarnaast is in de wet een algemene zorgplicht opgenomen, die aangeeft dat de negatieve gevolgen van ieders handelen op de aanwezige (beschermde) flora en fauna voor komen of zo veel mogelijk beperkt moet worden. De gebieden van het Natuurnetwerk Nederland zijn opgenomen in de provinciale structuurvisie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet Informatie uitwisseling ondergrondse netten en netwerken (WIBON). Doel van de WIBON is gevaar of economische schade door beschadiging van ondergrondse kabels of leidingen (zoals bijvoorbeeld: water-, elektriciteit-, gas- en telecomleidingen) te voorkomen. Bij machinale graafwerkzaamheden is een KLIC-melding verplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Arbeidsomstandighedenbesluit. De regels voor het werken in verontreinigde grond liggen vast in de Arbeidsomstandighedenwet en -besluit. Met name in het Arbeidsomstandighedenbesluit zijn regels opgenomen die werken met gevaarlijke stoffen veilig moeten houden. In het Arbeidsomstandighedenbesluit, hoofdstuk 2, afdeling 5 wordt aangegeven welke verantwoordelijkheden opdrachtgevers, ontwerpende partijen en werkgevers hebben ten aanzien van veilig en gezond werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijzigingsbesluit bodemenergiesystemen. Dit besluit bepaalt sinds 1 juli 2013 de regels met betrekking tot het installeren en in werking hebben van bodemenergiesystemen. In het besluit wordt onderscheid gemaakt tussen open en gesloten bodemenergiesystemen. De gemeente is als bevoegd gezag voor gesloten bodemenergiesystemen belast met de ontvangst en behandeling van meldingen, vergunningaanvragen, toezicht en handhaving. Ook krijgt de gemeente de bevoegdheid zogeheten “interferentiegebieden” aan te wijzen indien door drukte in de ondergrond bodemenergie inefficiënt dreigt te worden gebruikt. De nieuwe regels stellen de gemeente daarmee voor de uitdaging om het thema bodemenergie concreet in de passen in het ruimtelijk beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Op basis van de Wob is de gemeente verplicht om te zorgen voor informatie en communicatie in het kader van bodemkwaliteitsbeheer. Het is aan te bevelen binnen de gemeente/omgevingsdienst één bodeminformatiepunt (bodemloket) in te richten om de verschillende informatiestromen op elkaar af te stemmen. In de meeste gevallen zal de milieu- afdeling van een gemeente/omgevingsdienst deze taak toegewezen krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De taken van het bodemloket kunnen zijn: voorlichtingsfunctie voor gemeentelijke afdelingen, burgers en bedrijven; beheren Bodem Informatie Systeem (BIS): registratie bodemonderzoeks- en saneringsgegevens; registratie verdachte locaties; registratie grondstromen; registratie nazorg bodemsanerings- en hergebruiklocaties; referentiekader bij preventie; sturing grondstromen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb). De Wkpb moet de registratie van alle beperkingen van de overheid (publiekrechtelijke beperkingen) verbeteren zodat kopers of eigenaren makkelijker inzicht hebben in de beperkingen die voor een gebouw of stuk grond gelden. Ook bodembesluiten die leiden tot publiekrechtelijke beperkingen vallen onder de Wkpb, bijvoorbeeld een beschikking van gedeputeerde staten over het nazorgplan (art. 39d Wbb) of een bevel tot het nemen van tijdelijke beveiligingsmaatregelen, tot het verrichten van onderzoek of tot het beheren of saneren van de bodem (art. 43 Wbb). Meldingen van bodemsaneringen die worden uitgevoerd onder het Besluit uniforme saneringen (BUS) hoeven sinds 1 februari 2013 niet meer door het bevoegd gezag te worden geregistreerd in het kader van de Wkpb.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een bodembesluit heeft veelal betrekking op een ‘geval van ernstige verontreiniging’. Echter niet alle percelen die onder het besluit vallen hebben een publiekrechtelijke beperking. Alleen percelen die vallen binnen de ‘interventiewaardecontour’ van grond (niet grondwater) bevatten een ernstige verontreiniging die leidt tot een publiekrechtelijke beperking. De Regeling beperkingenregistratie Wet bodembescherming, die op 1 augustus 2007 in werking is getreden, schept verdere duidelijkheid over de invulling van het begrip publiekrechtelijke beperking in relatie tot bodembesluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet gesprongen explosieven (NGE). De wet- en regelgeving over de opsporing en ruiming van NGE is verspreid over diverse regelingen. Op basis van de Gemeentewet (artikelen 172, 175, 176) is de burgemeester verantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde en veiligheid en is deze bevoegd hier handelend op te treden. Conform de Brancherichtlijn Opsporing Conventionele Explosieven wordt de gemeente op wiens grondgebied de werkzaamheden uitgevoerd worden, schriftelijk geïnformeerd door het explosieven opsporingsbedrijf. Een van te voren opgesteld projectplan moet aantoonbaar goedgekeurd zijn door de opdrachtgever en de betreffende gemeente. Goedkeuring van de gemeente dient plaats te vinden door of namens de verantwoordelijke voor openbare orde en publieke veiligheid. Met het opleveren van de risicokaart voldoet de gemeente ook aan haar verantwoordelijkheid om belanghebbenden zo volledig en tijdig mogelijk te informeren en adviseren over de mogelijke risico’s en de te nemen maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Diverse gemeenten hebben een vooronderzoek naar de aanwezigheid van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog uitgevoerd. Bij toekomstige bodemingrepen moeten deze ‘bommenkaarten’ worden geraadpleegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Resterende wetten. Bovenstaand zijn een aantal wetten beschreven, die belangrijke gevolgen hebben voor gemeentelijke taken en verplichtingen met betrekking tot bodemkwaliteit. Naast bovengenoemde wetten heeft de gemeente/omgevingsdienst ook nog bodemtaken en –verplichtingen op basis van de volgende wetten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Wetboek van strafrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet op economische delicten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestrijdingsmiddelenwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2 Landelijk beleid grondstromen2.2.1 Richtlijn bodemkwaliteitskaartenIn de landelijke Richtlijn voor het opstellen van bodemkwaliteitskaarten is voorgeschreven hoe een bodemkwaliteitskaart moet worden opgesteld als deze wordt gebruikt voor hergebruik van grond onder het Besluit. Met deze Richtlijn is ook een aantal andere procedures geregeld, waaronder de te hanteren normwaarden, omgaan met extreme waarden (uitbijters), vergelijkbaarheid, omgaan met ‘bijzondere omstandigheden’ en het in een kaart weergeven van de bodemkwaliteit en mogelijkheden tot grondverzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.2.2 Lokale Maximale WaardenZoals in § 2.1.1 van deze bijlage al beschreven, hebben gemeenten en waterkwaliteitbeheerders de mogelijkheid om voor het toepassen van grond binnen haar (water)bodembeheergebied, of delen daarvan, per stof Lokale Maximale Waarden (LMW) op te stellen die afwijken van het landelijke (generieke) maximale waarden; het zogenaamde gebiedsspecifiek beleid. Aanleidingen voor gebiedsspecifiek beleid kunnen zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambitie van een gemeente. De gemeente wil strenger of minder streng beleid hanteren dan het generieke kader van het Besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de vastgestelde diffuse kwaliteit in een gebied knelpunten veroorzaakt bij het beoogde grondverzet als uitgegaan wordt van het generieke kader van het Besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze LMW kunnen variëren tussen de ‘altijd’- en ‘nooit’-grens. De ‘altijd’-grens is gebaseerd op de ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’. Partijen grond die voldoen aan de Achtergrondwaarden zijn, voor wat betreft de chemische kwaliteit, altijd toepasbaar. De 'nooit'-grens is gebaseerd op het Saneringscriterium. Partijen grond die het Saneringscriterium overschrijden leveren onaanvaardbare risico's op.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het generieke kader van het Besluit zijn voor de kwaliteit van de toe te passen grond Generieke Maximale Waarden vastgesteld die horen bij de functie van de ontvangende bodem. LMW die hoger dan de Generieke Maximale Waarden liggen moeten worden onderbouwd om aan te tonen dat geen onaanvaardbare risico's ontstaan. Het risiconiveau van de gekozen LMW wordt berekend met behulp van de Risicotoolbox (https://www.risicotoolboxbodem.nl/).</p>\n<p class=\"lf-p\">In figuur B2.1 is het voorgaande schematisch weergegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur B2.1. Generiek versus gebiedsspecifiek beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.3 Provinciaal beleidIn de Omgevingsverordening provincie Gelderland zijn door de provincie aangewezen beschermingsgebieden opgenomen die vallen onder locaties met bijzondere omstandigheden voor grondverzet. Voorafgaand aan het grondverzet moet zowel voor de ontgravingslocatie als op de toepassingslocatie worden nagegaan of er naar aanleiding van de ligging in één of meerdere beschermingsgebieden er restricties zijn ten aanzien van het grond- en baggerverzet. De provincie kan hier aanvullende eisen stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het bodembeheergebied liggen provinciale beschermingsgebieden. Voorbeelden hiervan zijn waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden, gebieden met archeologische, cultuurhistorische, of aardkundige waarden, Natura2000-gebieden of gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voormalige EHS): https://www.gelderland.nl/Kaartenencijfers). De provincie kan hier aanvullende eisen stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de ontgravings-, toepassingslocatie of de locatie voor de tijdelijke opslag van grond in een provinciaal beschermingsgebied is gelegen, moet er afstemming plaatsvinden met de provincie over de uit te voeren werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Beleidsnota “De Gelderse wegwijzer door bodemland”[5] hebben de Gelderse bevoegde gezagen wet bodembescherming (gemeenten Arnhem en Nijmegen en de Provincie Gelderland voor de overige Gelderse gemeenten) een praktische handleiding gegeven voor de uitvoering van bodemtaken en toetsingskader voor de uitvoering van onderzoek, sanering en nazorg binnen Gelderland. De nota is een voortzetting van het in 2003 ingezette en in 2008 geactualiseerde beleid. De nota bevat tevens een aantal beleidsregels in het kader van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), artikel 4:81. Ten slotte is afstemming gezocht met andere beleidsterreinen: het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit, Wet op de ruimtelijke ordening, Natuurbeschermingswet, bouwen, bemaling en archeologie.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.4 Deze nota in relatie tot de OmgevingswetNaar verwachting treedt in 2022 de Omgevingswet en diverse (aanvullings-) wetten, besluiten en Algemene maatregelen van bestuur in werking. De huidige wet- en regelgeving voor bodemsanering en het nuttig toepassen van grond en baggerspecie komt daarmee te vervallen en wordt in de Omgevingswet, de bijbehorende (aanvullings-)wetten en besluiten en Algemene maatregelen van bestuur geregeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet valt deze nota bodembeheer én de bodemkwaliteitskaart van rechtswege via het overgangsrecht direct in het tijdelijke deel van het ‘Omgevingsplan’. Het in deze nota bodembeheer geformuleerde gebiedsspecifieke beleid (zie § 2.4, § 2.5 en § 2.6 van de hoofdtekst) kan hiermee na de inwerkingtreding van de Omgevingswet (indien gewenst) worden voortgezet. Deze nota bodembeheer kan ook onderdeel uitmaken van de nog op te stellen Omgevingsvisie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een nieuw op te stellen Omgevingsplan met het oog op de bodem, krijgt een breder spectrum dan alleen bodemsanering en hergebruik van grond. Er wordt aangesloten op de gemeentelijke Omgevingsvisie. Onderwerpen zoals de aanpak van bodemverontreiniging, activiteiten in het grondwater, eventuele diffuse bodembelasting met lood, verzilting, bodemdaling, bodemafdekking (wateroverlast en hittestress), opslag van gas in de ondergrond, asbestdaken en gerelateerde bodemverontreiniging en het overgangsrecht uit de Wet bodembescherming kunnen aan de orde komen. Het verdient de aanbeveling om het hergebruik van grond terug te laten komen in een nieuw Omgevingsplan, met het oog op de bodem.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de Omgevingswet wijzigt ook het normenkader. Er komen zogenaamde ‘Voorkeurswaarden’ en ‘Maximale waarden’. De ‘Voorkeurswaarde’ (voor een bepaald bodemgebruik) is gelijk aan de huidige normen uit de Regeling voor ‘Achtergrondwaarde (AW2000)’, ‘Wonen’ en ‘Industrie’. De ‘Maximale waarde’ is gelijk aan de huidige waarden die voor het spoedcriterium van de Wet bodembescherming worden gebruikt. Tussen de ‘Voorkeurswaarde’ en ‘Maximale waarde’ hebben gemeenten de ruimte om eigen beleid te maken (zie figuur 1.1). Dit moet worden onderbouwd door de betreffende gemeente(n).</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 1.1 Normenkader bodem in de omgevingswet De huidige Interventiewaarden van de Wet bodembescherming worden in de Omgevingswet opgenomen in bijlage IIA van het Besluit Activiteiten Leefomgeving. Als gegraven gaat worden met een omvang meer dan 25 m3, en de interventiewaarde wordt overschreden, wordt het net zoals nu verplicht een geschiktheidstoets uit te voeren voor het huidige/beoogde bodemgebruik. De gemeenten krijgen de mogelijkheid om gebiedsspecifiek beleid te maken: om de interventiewaarde, ‘triggerwaarde’, voor de verplichte geschiktheidstoets hoger of lager te stellen (zie artikel 5.89j Besluit Kwaliteit Leefomgeving), bijvoorbeeld voor gebieden waar sprake is van een diffuus verspreide sterke verontreiniging; om verhoogde terugsaneerwaarden te formuleren (net zoals de Lokale Maximale Waarden binnen het Besluit).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij werkzaamheden in de grond met gehalten boven de interventiewaarden, blijft de kwaliteitsborging in het bodembeheer[33] gelden; de zogenaamde ‘Kwalibo’; bijvoorbeeld dat werkzaamheden onder erkenning en volgens beoordelingsrichtlijnen moeten worden uitgevoerd (zie artikel 2.1 van de Regeling). Opgesteld gemeentelijk/regionaal beleid (verhoogde ‘triggerwaarden’) heeft daar geen invloed op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de Omgevingswet blijft een bodemkwaliteitskaart gelden als erkend bewijsmiddel bij grondverzet. De bodemkwaliteitskaart kan ook gebruikt worden bij het huidige Activiteitenbesluit (na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt dit regel) of bij de vrijstelling van bodemonderzoek voor omgevingsvergunningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij nog niet gesaneerde en beheerde grondwaterverontreinigingen wordt de regelgeving in de Omgevingswet als volgt:</p>\n<p class=\"lf-p\">Op een natuurlijk moment (bijvoorbeeld (her)ontwikkelingsprojecten of tijdens graafwerk) moet door de initiatiefnemer de bron van de grondwaterverontreiniging worden gesaneerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afhankelijk van de urgentie en het gebruik van de boven- en ondergrond (bijvoorbeeld drinkwaterwinning) neemt de overheid initiatieven om de pluim van de grondwaterverontreiniging aan te pakken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Omgevingswet is het een doelstelling dat informatie over milieuwet- en regelgeving makkelijker en digitaal wordt ontsloten. De mogelijkheden voor het toepassen van grond en baggerspecie, worden door de gemeenten digitaal inzichtelijk gemaakt op de gemeentelijke websites en die van de Omgevingsdienst Achterhoek. Hiermee wordt al vooruitgelopen op één van de doelstellingen van de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 in werking treedt. De kaarten van deze nota bodembeheer zijn ook raadpleegbaar op de website van het Bodemloket: http://www.bodemloket.nl/kaart, een initiatief van gemeenten, provincies en het Rijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.5 Provinciale en gemeentelijke kaders die relevant zijn voor de bodemtaken[34]Provinciale Milieuverordening (PMV)In de Provinciale Milieuverordening staan verschillende regels waaraan de gemeente zich als initiatiefnemer moet houden. Er mag bijvoorbeeld geen verontreinigde grond worden toegepast in grondwaterbeschermings- en drinkwaterwingebieden. Verder kunnen in de PMV nadere eisen aan saneringsplannen en evaluatieonderzoek zijn gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeentelijk milieubeleidsplan (GMP)In het gemeentelijk milieubeleidsplan wordt het milieubeleid van de gemeente bepaald. In principe moeten alle verschillende milieu-onderwerpen behandeld worden, waaronder bodem. Voor bodem zal dus een eigen paragraaf of hoofdstuk in het GMP moeten staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbreed gemeentelijk rioleringsplan (VGRP)In het kader van de ontwikkeling van de nieuwe Omgevingswet gaan er stemmen op om het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (VGRP) te benutten als kapstok voor een programmatische aanpak van de problematiek van bodem en ondergrond. In dit programma zou dan een directe koppeling worden gelegd met gebiedsontwikkelingen met kansen voor het combineren van grondwater-/bodemsanering en warmte- en koudeopslag, afkoppelen van verhard oppervlak, waterberging en aanpak knelpunten rioolbeheer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeentelijke gedragscodeNaast de wettelijke verplichtingen die de gemeente heeft als initiatiefnemer is het ook mogelijk om een gemeentelijke gedragscode op te stellen. Deze interne gedragslijnen kunnen ervoor zorgen dat gemeenten zorgvuldig en eenduidig met bodemverontreiniging omgaan. De gedragscode heeft geen wettelijke status, maar kan wel gezien worden als een aanvulling op de wettelijke regels en beleidskaders.</p>\n<p class=\"lf-p\">BouwverordeningElke gemeente heeft een bouwverordening vastgesteld. Het indienen van een bouwaanvraag dient in principe vergezeld te gaan van een bodemonderzoeksrapport conform NEN 5740. De taak van de gemeente in deze is dat in principe bouwen op verontreinigde grond wordt tegen gegaan. Voor meer informatie over dit onderwerp zie de handreiking ‘Bodemtoets bij bestemmingsplan en omgevingsvergunning voor bouwen’. In de bouwverordening is ook opgenomen aan welke kwaliteitseisen de bodem van open erven en in gebieden moet voldoen, ook als er niet op gebouwd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze nota bodembeheer is onder voorwaarden een vrijstellingsregeling opgenomen voor het gebruik van de bodemkwaliteitskaart in plaats van het uitvoeren van een bodemonderzoek bij een omgevingsvergunningsaanvraag bouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.6 Taken en verplichtingen[34]De gemeente/omgevingsdienst heeft verschillende taken en verplichtingen op het gebied van bodemkwaliteitsbeheer. De taken en verplichtingen komen voort uit wettelijke regels en/of beleidskaders. Indien de gemeente op basis van een wet bevoegd gezag is, heeft zij bepaalde taken. Deze komen aan de orde in tabel B2.3. Als de gemeente zelf initiatief neemt is zij te beschouwen als private partij. De verplichtingen die hieruit voortvloeien komen aan de orde in tabel B2.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel B2.3 Gemeente als bevoegd gezag m.u.v. Wbb (publiekrechtelijk)wettelijk kader naam AmvB taak toelichting taak registratie / documentatie Wet bodembescherming</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zorgplicht art. 13 Wbb</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>preventie bodemverontreiniging</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodembeheerplan / verordeningen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>opgave onderzoeksgevallen en gevallen van ernstige verontreiniging (o.b.v. artikel 41 Wbb)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>melden gevallen bodemverontreiniging en calamiteiten aan Wbb bevoegd gezag</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>beoordelen mogelijk ernstige gevallen en nieuwe gevallen van bodemverontreiniging</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>register meldingsformulieren</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>register / beoordelingsformulieren</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>uitvoering werkzaamheden in het kader van het budget Decentralisatie Uitkering bodem</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodemsanering meenemen in ruimtelijke ontwikkelingen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Bodemloket: informatieverstrekking over verontreinigde locaties</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>sanering ernstige bodemverontreiniging (saneringsregeling Wbb of BUS)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>onderzoek (laten) doen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>beschikkingen aanvragen en melden</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>sanering begeleiden</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>onderzoeksrapport</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>overzicht beschikkingen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>saneringsverslag</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>handhaving binnen en buiten inrichting</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 6 t/m 11 (AMvB), artikel 13 (Zorgplicht), artikel 72 (verplicht bodemonderzoek) en artikel 95 (bestuurlijke handhaving)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>handhavingsverslag</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>uitvoering gebiedsgerichte aanpak grondwater</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het bevoegd gezag Wbb kan uitvoeringstaken in het kader van gebiedsgerichte grondwaterbeheer overdragen aan andere besturen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>monitoring van de voortang</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>communicatie betrokken instantie en bedrijven</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>overige taken</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verhaalacties entameren en begeleiden</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>begeleiding, voorlichting, advisering bij onderzoek en sanering in opdracht van Wbb bevoegd gezag/ waterschap/ derden</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>correspondentie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>brochures</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verplichte aankoop bij ernstige bodemverontreiniging (artikel 56 t/m 63 Wbb)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bewonersregeling Wbb: op verzoek van eigenaar/bewoner aankoop woningen AMvB’s op basis van de Wet bodembescherming* Besluit bodemkwaliteit</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verantwoordelijk voor bodemkwaliteit binnen eigen beheersgebied</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>standstill principe toepassen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>beoordelen kwaliteit toe te passen grond (toetsen aan klasseniveau) met behulp van Risicotoolbox</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>toezicht herkomstlocatie en toepassingslocatie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>meldingen via centraal meldpunt</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verslagen toezicht en handhaving</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>generiek beleid</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>functiekaart opstellen, waarop de functies wonen en industrie binnen het eigen beheergebied zijn aangegeven. Zonder deze functiekaart kan alleen grond en baggerspecie worden toegepast die voldoet aan de achtergrondwaarde voor schone gebieden in Nederland (Achtergrondwaarde – AW2000)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>functiekaart beheren</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>functiekaart</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>gebiedsspecifiek beleid</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>opstellen bodemkwaliteitskaart volgens nieuwe regels (zoals opgenomen in bijlage J van de Regeling) en een bodembeheernota opstellen, waarin de lokale normen worden gemotiveerd en vastgelegd</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>handhaven gebiedsspecifiek beleid</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodembeheernota Activiteitenbesluit</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controle en handhaving ondergrondse tanks</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>registratie meldingen en saneringen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controle saneringen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controle en handhaving in gebruik zijnde tanks</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>register meldingen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controleverslagen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controleverslagen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>actie Tankslag</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>voorlichting geven (inventariseren tanks)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>begeleiding Actie Tankslag</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>financiering (eventueel)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>brochures</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controle en handhaving bodemlozingen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>registratie omvangrijke lozingen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verlenen ontheffing registratie van niet op de riolering aangesloten percelen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>register</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>correspondentie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>register Waterwet</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>slibbeheer gemeentelijke wateren</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>onderzoek kwaliteit gemeentelijke waterbodems onderhoud en sanering gemeentelijke waterbodems (deel)sanering in kader van nautisch baggeren</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>onderzoeksrapport</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>saneringsverslag</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>saneringsverslag Wijzigingsbesluit Bodemenergie- systemen Activiteitenbesluit en Besluit lozen buiten inrichtingen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>afhandeling meldingen kleine gesloten systemen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>vergunningverlening (OBM) voor grotere gesloten systemen &gt;70kW)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>algemene regels en voorschriften met betrekking tot de bescherming van de bodem en ondergrond bij gebruik bodemenergie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verwerking via OLO of AIM</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>opname systemen in WKO tool</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controle en handhaving bij aanleg, gebruiksfase en bij buitengebruikstelling</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Toezien op efficiënt gebruik bodemenergie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Buitengebruikstelling en verwijderen koelvloeistoffen bij beëindiging systeem</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controleverslag Omgevingsvergunning (Wabo/Wm)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>vergunningverlening</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodemvoorschriften opnemen in vergunningen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodemvoorschriften</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controle en handhaving vergunningen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>toetsen nul/eindsituatie-onderzoeken</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>toetsingsverslag</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controle en handhaving AMvB’s en art. 10.2 Wm en Hoofdstuk 17 Wm</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controleren op storten buiten de inrichting en calamiteiten</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controleverslag Wabo (voorheen besluit kwaliteitseisen handhaving milieubeheer) hoofdstuk 7 Bor en hoofdstuk 10 Mor</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>opstellen handhavingsbeleid en jaarlijks uitvoeringsprogramma</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>op grond van art. 2 en 3 van het besluit moeten deze beleidsgerichte taken worden uitgevoerd</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>handhavingsbeleidsplan en -programma</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>beheer en registratie handhavingsgegevens</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bewaken uitvoeringsprogramma met geautomatiseerd systeem</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>registratie gegevens (aantal controles, overtredingen, handhavingsbeschikkingen, p.v.’s, ontvangen klachten)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>geautomatiseerd systeem handhaving</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>rapportage en evaluatie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>rapportage over mate waarin doelen zijn bereikt en of afspraken (activiteiten) zijn nagekomen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>periodiek rapportage Wms (voorheen Wet milieugevaarlijke stoffen)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controle en handhaving (artikel 64)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zorg dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving in overleg met inspectie en provincie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>handhavingsverslagen Omgevingsvergunning voor bouwen/Woningwet</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>opstellen Bouwverordening</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodemonderzoek/bodemkwaliteitskaart en –toets vastleggen in bouwverordening</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controleren of bodemkwaliteit open erven en in gebieden voldoet aan gestelde eisen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>tekst bouwverordening</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verlenen omgevingsvergunning voor bouwen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>opnemen bodemvoorschriften in de omgevingsvergunning voor bouwen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodemvoorschriften</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controle en handhaving</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>beoordelen en controleren bodemtoets omgevingsvergunning voor bouwen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verlenen ontheffing bodemtoets</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>register beoordelingsformulieren</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>correspondentie Wet op de ruimtelijke ordening</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodembescherming garanderen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodemparagraaf in bestemmingsplan</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodemparagraaf</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>controle en handhaving</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodemtoets bestemmingsplanprocedures</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodemtoets omgevingsvergunning (artikel 19 procedure)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>toetsingsverslagen Wet openbaarheid van bestuur/ verdrag van Aarhus</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verzorgen informatie en communicatie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verzorgen bodemloket (intern en extern)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>op verzoek ter beschikking stellen gegevens over bodemkwaliteit</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>correspondentie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>makelaarsformulieren Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bijhouden beperkingenregister en -registratie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verzorgen informatie en communicatie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>inschrijven beperkingenbesluiten in register en doorgeven aan de landelijke voorziening</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>op verzoek aangegeven of er een beperking (bijv. saneringsplicht, gebruiksbeperking) op een bepaald perceel rust</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>register beperkingen (voorheen kadastrale registratie)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>correspondentie Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer (opgenomen als hoofdstuk 2 in het Besluit bodemkwaliteit)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>kwalibo: alleen werken met erkende bodemintermediairs</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>besluiten baseren (bijv. verlenen vergunning, afgegeven beschikking) op bodemonderzoek dat is uitgevoerd door een daarvoor erkend onderzoeksbureau</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>erkenning bij Bodem+ In deze tabel zijn alleen de AMvB’s opgenomen waarbij de afdeling bodem van de gemeente bepaalde taken heeft. Bij overige AMvB’s bij de Wbb, zoals Besluit Overige Organische Meststoffen, Stortbesluit Bodembescherming en Infiltratiebesluit Bodembescherming is de gemeente geen bevoegd gezag of houdt een andere afdeling binnen de gemeente zich hiermee bezig. Voor meer informatie over deze AMvB’s wordt verwezen naar de Leidraad Bodembescherming.</div>\n<p class=\"lf-p\">Tabel B2.4 Gemeente als eigenaar (privaatrechtelijk)wettelijk kader naam AmvB verplichting toelichting registratie / documentatie Wet bodembescherming</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>sanering in eigen beheer</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>melden voorgenomen sanering</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>saneren indien gemeente zelf eigenaar/- gebruiker/ veroorzaker is</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>onderzoeksrapport</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>saneringsverslag</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>monitoringrapportage</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zorgplicht art. 13 wbb</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>preventie bodemverontreiniging bij uitvoeren eigen werken</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>werkwijzer / werkafspraken AmvB’s op basis van de Wbb Besluit bodemkwaliteit</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>melding van hergebruik grond en bouwstoffen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>aantonen kwaliteit van grond en bouwstoffen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>registratie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>keuringsverslagen en certificaten</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>register meldingsformulieren</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>toepassingseisen naleven</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bij toepassing voldoen aan generiek danwel gebiedsspecifiek kader, toetsing kwaliteit aan ontvangende bodem</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>toetsingsresultaat Activiteitenbesluit</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>naleving regels bij gemeentelijke ondergrondse tanks</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>KIWA-keuringen laten uitvoeren</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodemonderzoek</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>keuringsverslag</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>onderzoeksrapport Wet milieubeheer</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>preventie bodemverontreiniging</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>aanvraag omgevingsvergunning/ melding doen i.h.k.v. AMvB</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>stimuleren hergebruik grond</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>toe te voegen bodemonderzoek bij aanvraag vergunning dient te zijn uitgevoerd door daarvoor erkende instantie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>initiëren van faciliteiten voor hergebruik (grondbank)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>haalbaarheidsstudie grondbank: in eigen beheer of in samenwerking Besluit melden Bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>melden transport verontreinigde grond</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>indien van toepassing: omschrijvingsformulier en/of transportbegeleidingsbonnen invullen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bij afvoer van niet-gevaarlijk afval, zijnde bedrijfsafval naar depot/reiniger: melden transport, invullen en overleggen omschrijvingsformulier en transport- begeleidingsbonnen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bij afvoer grond naar werk: buiten de locatie alleen permanente begeleidingsbrief</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bij afvoer gevaarlijk afval: lmv-formulier, melden transport, invullen omschrijvings-formulier en transportbegeleidingsformulier</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>registratie transportbegeleidingsbonnen en omschrijvingsformulieren Burgerlijk Wetboek</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bodemonderzoek en saneringen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>afdekken risico’s en aansprakelijkheid</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>onderzoeksrapporten</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>clausules bij overdrachtsakten 2.7 Verdeling bevoegdheden[34]2.7.1 Verdeling bevoegdheden bij bodemverontreinigingDecentralisatie en deregulering staan hoog genoteerd. In dit kader is ook inzake bodemkwaliteitsbeheer een toenemende verantwoordelijkheid van de gemeenten gerealiseerd en te verwachten. Een overzicht van huidige bevoegdheidsverdeling tussen gemeente enerzijds en provincie en Wbb bevoegde gemeenten anderzijds staat in tabel B2.5.</div>\n<p class=\"lf-p\">Tabel B2.5 Bevoegdheidsverdeling bij bodemverontreinigingOmschrijving Gemeente als bevoegd gezag in kader overige wetgeving Provincie en Wbb-gemeente als bevoegd gezag Wbb lokale, bestaande gevallen van bodemverontreiniging:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>niet ernstig1</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>ernstig2 X X nieuwe gevallen van bodemverontreiniging3</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>binnen inrichting:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>omgevingsvergunning4</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>buiten inrichting:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>in bodem- of grondwaterbeschermingsgebied</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>niet in beschermingsgebied5 X X X X X diffuse bodemverontreiniging:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>gebiedseigen grond</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>verhoogde achtergrondwaarden bij Wbb-sanering X X hergebruik grond:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>toepassing in het kader van Besluit bodemkwaliteit</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>hergebruiksbeleid / zonering (Besluit bodemkwaliteit)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>in (grondwater)beschermingsgebieden die zijn vastgelegd in PMV X X X Als het gaat om meer dan 50 m3 niet ernstige verontreiniging is niet de gemeente, maar de provincie (of de daarvoor aangewezen gemeenten) bevoegd gezag. Op basis van de Wet bodembescherming artikel 28 lid 4 is het Besluit overige niet-meldingsplichtige gevallen opgesteld. Hierin wordt onder andere geregeld dat voor niet- ernstige gevallen met een omvang groter dan 50 m3 grond of 100 m3 grondwater andere wettelijke kaders dan de Wbb van toepassing kunnen zijn, bijvoorbeeld de Woningwet. Hiervoor is de gemeente dan het bevoegd gezag.</div>\n<p class=\"lf-p\">Gevallen van ernstige bodemverontreiniging kleiner dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater vallen sowieso niet onder de meldingsplicht, evenzo gevallen van bodemverontreiniging kleiner dan 50 m3 grond of 100 m3 grondwater, de gemeente is dan bevoegd gezag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontstaan/veroorzaakt na 1 januari 1987. Naast de typering ‘nieuwe gevallen’ kent de Wet bodembescherming ook het ‘ongewone voorval’. Dit is een bijzondere gebeurtenis waarbij verontreiniging of aantasting van de bodem is opgetreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afhankelijk van wie bevoegd gezag is in het kader van de Wabo/Activiteitenbesluit. De inrichtingen die vallen onder de bevoegdheid van de minister van I&amp;M zijn hier buiten beschouwing gelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente is het eerste aanspreekpunt bij de aanpak van nieuwe bodemverontreiniging buiten inrichtingen. De gemeente neemt hierbij de formele besluiten aangaande instemming met de voorgenomen sanering van deze gevallen. Hierbij is wel afstemming vereist met de provincie. De provincie kan aanvullende eisen stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.7.2 OmgevingsdienstenSinds januari 2013 hebben gemeenten, provincies en Rijk hun taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) ondergebracht bij Omgevingsdiensten ook wel Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) genoemd. Het gaat om minimaal de VTH taken op het gebied van milieu en mogelijk ook bouwen, natuur en water.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenten en provincies hebben ook hun VTH taken met betrekking tot bodem overgedragen aan de Omgevingsdienst. In het kader hieronder zijn de basistaken met betrekking tot bodem weergegeven die bij de Omgevingsdienst zijn neergelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot de basistaken met betrekking tot bodem van de Omgevingsdienst/RUD horen: het milieutoezicht bij bedrijfsmatige activiteiten die vallen onder het Besluit bodemkwaliteit voor zover het die activiteiten betreft; het milieutoezicht bij bodemsanering, sanering van bedrijfsterreinen en lozing van grondwater bij bodemsanering en proefbronnering voor zover het die activiteiten betreft; het milieutoezicht bij bedrijfsmatige activiteiten met betrekking tot gevaarlijke afvalstoffen, bedrijfsafvalstoffen en ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen, asbest, vuurwerk, bouwstoffen, grond, baggerspecie, meststoffen, dierlijke vetten, radioactief schroot, destructiemateriaal, explosieven voor civiel gebruik of andere gevaarlijke stoffen voor zover het die activiteiten betreft. Het gaat hierbij om ketengericht milieutoezicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast hebben gemeenten en provincie ook nog een aantal bodemtaken die zij vrijwillig kunnen overdragen aan de omgevingsdienst Bijlage3AStatistische parameters organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB; waarden standaardbodem) Bijlage 3BStatistische parameters PFAS-verbindingen per bodemlaag/bodemkwaliteitszone (gemeten waarden) Bijlage3CStatistische parameters andere stoffen per bodemkwaliteitszone getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (waarden standaardbodem) Bijlage4Mogelijkheden vrij grondverzet Bijlage5Verschillende toets- en risiconormen voor arseen in de grond Tabel B5.1 Verschillende toets- en risiconormen voor arseen in de grondNorm arseen (in mg/kg ds, standaardbodem) Bron 20</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Achtergrondwaarde – AW2000; Regeling bodemkwaliteit.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Kritisch bodemgehalte ecologische risico’sA voor de bodemgebruiksfunctie ‘Natuur’; RIVM rapport 711701053[35].</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Provinciaal/gemeentelijk beleid (zie § 2.4.7 ‘Toepassing in bijzondere gebieden’ van de eerder vastgestelde nota bodembeheer voor de gemeenten Lochem en Zutphen) 27</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Maximale waarde voor de bodemfunctie Wonen; Regeling bodemkwaliteit.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Kritisch bodemgehalte ecologische risico’sB voor de bodemgebruiksfuncties ‘Wonen met tuin’, ‘Plaatsen waar kinderen spelen’, ‘Moestuinen/volkstuinen’, ‘Landbouw (zonder boerderij en erf)’, ‘Groen met natuurwaarden (voor sport, recreatie en stadsparken)’; RIVM rapport 711701053.</div>\n<p class=\"lf-p\">76</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Maximale waarde voor de bodemfunctie Industrie; Regeling bodemkwaliteit.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Interventiewaarde landbodem, Circulaire bodemsaneringC.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Kritisch bodemgehalte ecologische risico’sD voor de bodemgebruiksfunctie ‘Ander groen bebouwing, infrastructuur en industrie’; RIVM rapport 711701053.</div>\n<p class=\"lf-p\">97</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Kritisch bodemgehalte humane risico’s voor de bodemgebruiksfunctie ‘Moestuinen/volkstuinen’; RIVM rapport 711701053.</div>\n<p class=\"lf-p\">430</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Kritisch bodemgehalte humane risico’s voor de bodemgebruiksfunctie ‘Wonen met tuin’ (en beperkte gewasconsumptie); RIVM rapport 711701053.</div>\n<p class=\"lf-p\">560</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Kritisch bodemgehalte humane risico’s voor de bodemgebruiksfunctie ‘Plaatsen waar kinderen spelen’/veel bodemcontact zonder gewasconsumptie; RIVM rapport 711701053.</div>\n<p class=\"lf-p\">2600</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Kritisch bodemgehalte humane risico’s voor de bodemgebruiksfuncties ‘Natuur’, ‘Groen met natuurwaarden (voor sport en recreatie, stadsparken)’ en ‘Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie’; RIVM rapport 711701053.</div>\n<p class=\"lf-p\">Generieke ecologische risico’s:organismen/processen/planten/kringlopen/LSF (van doorvergiftiging is (waarschijnlijk) geen sprake) én specifieke ecologische risico’s: inclusief doorvergiftiging sleutel- en doelsoorten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Generieke ecologische risico’s: organismen/processen/planten/kringlopen/LSF.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderbouwing LAC-2006 signaalwaarden en overzicht van bodem – plant relaties ten behoeve van de Risicotoolbox, Een overzicht van gebruikte data en toegepaste methoden, rapport 1442, ISSN 1566-7197, Alterra, 2007.</p>\n<p class=\"lf-p\">Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, publicatie Staatscourant, nr. 16675, 27 juni 2013.</p>\n<p class=\"lf-p\">KaartbijlageN1Bodemfunctieklassenkaart KaartbijlagenN2Ligging bodemkwaliteitszones KaartbijlagenN3Ontgravingskaarten KaartbijlagenN4Toepassingskaarten – grond van buiten de gemeente Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen KaartbijlagenN5Kaartbijlagen N5 Toepassingskaarten – grond uit de gemeente Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart Regio Achterhoek 1 Inleiding1.1 InleidingBij het tijdelijk opslaan en toepassen van grond maken de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen (hierna ‘de gemeenten’) gebruik van bodemkwaliteitskaarten die in 2011 en 2012[1] zijn opgesteld. Om te voldoen aan de geldigheidstermijnen van bodemkwaliteitskaarten vanuit het Besluit bodemkwaliteit[2] (artikel 53; hierna ‘Het Besluit’) en de Regeling bodemkwaliteit [3] (artikel 4.3.5; hierna ‘de Regeling’) willen de gemeenten de bodemkwaliteitskaarten actualiseren. Bij de actualisatie willen de gemeenten een gezamenlijke regionale bodemkwaliteitskaart opstellen en de bodemfunctieklassenkaarten actualiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 8 juli 2019 is een tijdelijk handelingskader in werking getreden voor hergebruik van PFAS18Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn.-houdende grond en baggerspecie[4]. De initiatiefnemers van grondverzet moeten de kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen inzichtelijk maken in te verzetten grond en baggerspecie, die op of in de landbodem of in het oppervlaktewater wordt toegepast. Het tijdelijk handelingskader is op 29 november 2019[5] en op 2 juli 2020[6] geactualiseerd. Op 29 november 2019 zijn voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFAS-gehalten gedefinieerd, evenals voorlopige toepassingswaarden in verschillende toepassingssituaties. Op 2 juli 2020 zijn de voorlopige landelijke achtergrondwaarden aangepast en voor een aantal toepassingssituaties in een oppervlaktewaterlichaam de toepassingswaarden gewijzigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze rapportage staat beschreven hoe de bodemfunctieklassenkaarten zijn aangepast, hoe de nieuwe gezamenlijke bodemkwaliteitskaart is opgesteld en wat de resultaten zijn. Een toelichting op de in dit rapport gebruikte begrippen is opgenomen in bijlage 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">1.2 DoelstellingHet doel van het aanpassen van de bodemfunctieklassenkaart, is dat op de grondgebieden van de gemeenten de ligging van gebieden met de bodemfuncties 'Industrie' en 'Wonen' beter wordt weergegeven, en nieuwe bestemmingswijzigingen zijn doorgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het doel van het opstellen van de nieuwe gezamenlijke bodemkwaliteitskaart is om een actueel en dekkend beeld te krijgen van de te verwachten diffuse chemische bodemkwaliteit van de gemeenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De achterliggende doelstelling is de wens van de gemeenten om met de bodemkwaliteitskaart gebruik te kunnen blijven maken van de mogelijkheden die het Besluit biedt: als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van vrijkomende grond en van de ontvangende bodem (hierdoor hoeven minder partijkeuringen en bodemonderzoeken te worden uitgevoerd wat een kosten- en tijdbesparende factor is bij grondverzet); bij het toepassen en tijdelijk opslaan van grond en baggerspecie op en in de landbodem; als bewijsmiddel bij kleinschalig grondverzet; om het gemeentelijke grondstromenbeleid te kunnen blijven uitvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 BodemfunctieklassenkaartOp de bodemfunctieklassenkaart (zie kaartbijlage B1) wordt de ligging van gebieden met de (toekomstige) bodemfuncties 'Industrie', 'Wonen' en ‘Landbouw/natuur’ aangegeven. De bodemfunctieklassenkaart wordt gebruikt voor: het mede bepalen van de kwaliteitseisen waaraan de toe te passen grond moet voldoen (zie ook § 3.7.4 en bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem’); het vaststellen van terugsaneerwaarden bij bodemsaneringen in het kader van de Wet bodembescherming[7].</p>\n<p class=\"lf-p\">De eerder bestuurlijk vastgestelde bodemfunctieklassenkaarten van de gemeenten zijn aangepast. Met de aanpassingen zijn de gebieden met de bodemfuncties 'Industrie' en 'Wonen' beter weergegeven en enkele bestemmingswijzigingen van de afgelopen jaren doorgevoerd. In tabel 2.1 is de indeling van gebruiksvormen gegeven die in de bodemfunctieklassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’ vallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de definitie van onverharde wegbermen wordt hier volstaan met een verwijzing naar de nota bodembeheer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 2.1 Indeling gebruiksvormen in bodemfunctieklassenBodemfunctieklasse Gebruiksvorm Industrie</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Huidige en toekomstige industrie- en bedrijfsterreinen inclusief groenpercelen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Infrastructuren: rijkswegen, provinciale wegen, spoorwegen en geasfalteerde gemeentelijke wegen in het buitengebied (inclusief bermen).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Percelen in het buitengebied met de bestemming 'bedrijven' of 'industrie'.</div>\n<p class=\"lf-p\">Wonen</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Huidige en toekomstige woonwijken, lintbebouwing en delen van de bebouwde kom waar gemengd woonfuncties en bedrijven/industrie voorkomen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>(Sport)parken, recreatieterreinen en ander recreatief openbaar groen in de bebouwde kom.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Begraafplaatsen in de bebouwde kom.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Lokale wegen door woonwijken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Permanent bewoonde recreatie, bungalowparken en campings in het buitengebied.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Percelen op industrie-/bedrijventerreinen met de bestemming 'wonen'.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Percelen in het buitengebied met de bestemming 'wonen'.</div>\n<p class=\"lf-p\">Overig (landbouw/natuur)</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Landbouw- en natuurgebieden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>(Sport)parken en recreatieterreinen in het buitengebied.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Volkstuinen en moestuin(complex)en.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Begraafplaatsen buiten de bebouwde kom.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Recreatieterreinen in het buitengebied en intensief (gebruikt) groen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">•</span>Provinciale beschermingsgebieden zoals Natura2000 en Natuurnetwerk Nederland.</div>\n<p class=\"lf-p\">3 BodemkwaliteitskaartDe eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaarten zijn geactualiseerd volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten[8]. Er is gewerkt volgens het in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten opgenomen stappenplan. Hieronder zijn de verschillende stappen weergegeven, die in de hierna volgende paragrafen nader worden toegelicht. In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten is aangegeven dat de stappen niet chronologisch gevolgd hoeven te worden. Wel is het noodzakelijk dat alle stappen terugkomen in de werkwijze bij het vervaardigen van de bodemkwaliteitskaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 1:</p>\n<p class=\"lf-p\">Opstellen programma van eisen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 2:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaststellen onderscheidende gebiedskenmerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 3:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegevensverzameling en gegevensbewerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 4:</p>\n<p class=\"lf-p\">Indelen bodembeheergebied in deelgebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 5:</p>\n<p class=\"lf-p\">Controle indeling van het bodembeheergebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 6:</p>\n<p class=\"lf-p\">Verzamelen aanvullende informatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 7:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaststellen bodemkwaliteitszones.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stap 8:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodemkwaliteitskaart (kaart uitgesloten locaties/gebieden, ontgravingskaart en toepassingskaart).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.1 Stap 1: Opstellen programma van eisenVoor deze nieuwe gezamenlijke bodemkwaliteitskaart zijn de volgende definities vastgesteld:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beheergebied van de bodemkwaliteitskaart omvat het grondgebied van de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de landbodem van het beheergebied voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2 meter diepte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende locaties en gebieden zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart:</p>\n<p class=\"lf-p\">Defensieterreinen (een andere beheerorganisatie dan de gemeenten).</p>\n<p class=\"lf-p\">Locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende19Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen. en verwerkende bedrijven)20Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica., inzet blusschuim21Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvelden (burgerluchtvaart). en secundaire bronnen22Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers).) (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart ten aanzien van PFAS-verbindingen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voormalige stortplaatsen (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart).</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterbodems (ander bevoegd gezag; Rijkswaterstaat of het Waterschap Vallei en Veluwe of het Waterschap Rijn en IJssel) met uitzondering van de drogere oevergebieden zoals gedefinieerd in de Waterregeling[9].</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook het grondwater is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onderstaande locaties/gebieden zijn ook uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart, maar voor PFAS-verbindingen maken deze locaties wél onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart:</p>\n<p class=\"lf-p\">Rijkswegen, provinciale wegen, spoorgebonden gronden, geasfalteerde wegen in het buitengebied met de bodemfunctieklasse ‘Industrie’, inclusief onverharde bermen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Locaties met, of die verdacht zijn voor, een lokale bodemverontreiniging, maar niet voor PFAS-verbindingen (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart).</p>\n<p class=\"lf-p\">Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart).</p>\n<p class=\"lf-p\">De bodemlaag dieper dan 2 meter onder het maaiveld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de stoffen arseen, barium (zie ook bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). In deze bodemkwaliteitskaart is de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte ter plaatse van de gebieden die verdacht zijn voor diffuus verhoogde gehalten met organochloorbestrijdinbgsmiddelen (OCB; -voormalige- boomgaard- en fruitteeltpercelen, -voormalige- kassen et cetera) ook voor OCB vastgesteld. Voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,0 meter diepte is de bodemkwaliteitskaart ook voor PFAS-verbindingen23Het betreft 30 PFAS-verbindingen die zijn opgenomen in de advieslijst van Bodem+ d.d. 12 juli 2019:https://www.bodemplus.nl/publish/pages/164708/1907012-pfas_-_advieslijst_tbv_tijdelijk_handelingskader_v4.pdf. vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de tussenlaag (0,5-1,0 m-mv) en de ondergrond (1,0-2,0 m-mv) wordt de kwaliteit voor de stoffen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie, PCB en PAK gelijk gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenten willen het huidige beleid voortzetten waarbij de classificatie van de bodem- en ontgravingskwaliteit plaatsvindt op basis van de 80-percentielwaarden, in plaats van op het gemiddelde. De 80-percentielwaarde geeft meer betrouwbaarheid aan de te verwachten ontgravingsklasse in een bodemkwaliteitszone.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens voor de bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig vanuit de bodeminformatiesystemen van de gemeenten waarin zij haar bodeminformatie (laten) registreren en beheren. Om meetgegevens te verzamelen voor PFAS-verbindingen en te voldoen aan de minimumeisen uit de Richtlijn zijn de resultaten van uitgevoerde onderzoeken naar PFAS-verbindingen in de dataset van de nieuwe gezamenlijke bodemkwaliteitskaart verwerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ter plaatse van het plangebied Noorderhaven-Spoorzone, op het zuidelijk deel van bedrijventerrein De Mars in de bodemkwaliteitszones ‘Zutphen: Industrie voor 1945’ heeft de afgelopen jaren een grootschalige ontwikkeling doorgemaakt. Ter plaatse van het plangebied Noorderhaven-Spoorzone is vanwege het opgestelde gebiedsspecifie beleid in 2017 zeer veel schone grond (kwaliteitsklasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000)) toegepast[1]. Ook zijn verschillende historische gevallen van ernstige bodemverontreiniging gesaneerd. De geregistreerde gegevens in het bodeminformatiesysteem van de gemeente Zutphen geven vanwege deze ontwikkelingen de bodemkwaliteit niet meer representatief weer. Als gevolg van de grootschalige herontwikkeling met de bijbehorende ingrepen ter plaatse van het plangebied Noorderhaven-Spoorzone is de bodemkwaliteitskaart aangepast naar de huidige situatie: kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000)’.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het noordwestelijke deel van bedrijventerrein De Mars ligt de voormalige stortplaats Fort de Pol. De stortplaats is in verschillende fasen gesaneerd en herontwikkeld tot het huidige bedrijventerrein. Bij de sanering was het doel de locatie geschikt te maken voor bedrijventerrein. Tijdens de sanering is een leeflaag aangebracht die bij de functie bedrijventerrein past: kwaliteitsklasse ‘Industrie’. Als gevolg hiervan is de bodemkwaliteitskaart aanpast naar de huidige situatie: kwaliteitsklasse ‘Industrie’[1].</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2 Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden (1/2)De basis van deze bodemkwaliteitskaart is het identificeren van deelgebieden met onderscheidende gebiedskenmerken. De verwachting is dat de kwaliteit tussen deelgebieden kan verschillen als gevolg van de verschillende gebiedskenmerken. Op basis van de gebruikshistorie, de ontwikkeling van wijken of gebieden, het huidig gebruik en de verwachte bodemkwaliteit zijn de deelgebieden gedefinieerd. Binnen een deelgebied wordt de bodemkwaliteit homogeen verondersteld (vergelijkbare kwaliteit).</p>\n<p class=\"lf-p\">In overleg met de gemeenten Bronckhorst, Doetinchem, Oude IJsselstreek en Zutphen en de Omgevingsdienst Achterhoek (namens de andere gemeenten), hier aangeduid als ‘de werkgroep Besluit bodemkwaliteit regio Achterhoek’ is voor de gebiedsindeling uitgegaan van de bodemkwaliteitszones die in de eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaarten zijn gedefinieerd (zie de kaartbijlagen B2).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is de verwachting dat er geen clustering van hogere of lagere PFAS-gehalten voorkomt in de gemeenten. Met deze verwachting worden voor de PFAS-verbindingen in het horizontale vlak de hiervoor benoemde deelgebieden samengevoegd, waardoor 1 PFAS-deelgebied ontstaat. In het verticale vlak worden voor de PFAS-verbindingen 2 bodemlagen onderscheiden: (1) vanaf het maaiveld tot 0,5 meter diepte en (2) vanaf 0,5 meter tot 1,0 meter diepte onderscheiden. Deze bodemlagen zijn mogelijk verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen door atmosferische depositie, grondroering en uitspoeling van de bovengrond naar de ondergrond. De bodemlaag dieper dan 1 meter wordt conform het tijdelijk handelingskader van 2 juli 2020 vooralsnog niet verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen beschouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze bodemkwaliteitskaart worden de gebieden die verdacht zijn voor diffuus verhoogde OCB-gehalten als deelgebied voor de bodemlaag 0-0,5 m-mv opgenomen. Omdat deze percelen zeer verspreid en niet-aaneengesloten voorkomen is in overleg met de werkgroep Besluit bodemkwaliteit regio Achterhoek afgeweken van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Voor dit deelgebied is besloten dat meer dan 30 waarnemingen met bestrijdingsmiddelen aanwezig moeten zijn, maar dat niet per niet-aaneengesloten gebied 3 waarnemingen noodzakelijk zijn. Op basis van deze gegevens wordt een uitspraak gedaan over de diffuse bodemkwaliteit ten aanzien van OCB. In de nota bodembeheer wordt gebiedsspecifiek beleid opgenomen voor grondverzet op de gebieden die verdacht zijn voor diffuus verhoogde OCB-gehalten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3 Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensverwerking3.3.1 Selecteren beschikbare gegevensDe gegevens voor deze bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig van representatieve bodemonderzoeken uit de bodeminformatiesystemen van de gemeenten. In bijlage 2 staat een overzicht van de selecties die zijn uitgevoerd om tot een representatieve dataset voor deze bodemkwaliteitskaart te komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om meetgegevens van PFAS-verbindingen te verzamelen zijn al uitgevoerde bodemonderzoeken met analyseresultaten van PFAS-verbindingen aan de dataset van de bodemkwaliteitskaart toegevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.2 Het samenvoegen van punt- en mengmonstersDe dataset voor deze bodemkwaliteitskaart bestaat uit meng- en puntmonsters met meetgegevens. De landelijke IPO Werkgroep Achtergrondgehalten heeft onderzocht wat de invloed is van het meenemen van zowel punt- als mengmonsters op de berekening van percentielwaarden van de meetgegevens[10]. De resultaten laten zien dat percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van zowel punt- als mengmonsters, vrijwel identiek zijn aan percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van alléén mengmonsters. Er bestaan daarom geen praktische bezwaren tegen het berekenen van de bodemkwaliteit uit een bestand met meetgegevens, afkomstig van zowel punt- als mengmonsters. In dit project zijn de meetgegevens van de mengmonsters éénmaal meegenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.3 Het vervangen van waarden beneden de detectielimietBij analyses komt het vaak voor dat een bepaalde stof in het grond(meng)monster aanwezig is in een concentratie beneden de detectiegrens van de gangbare analyseapparatuur. Hoewel de werkelijke waarde onbekend is (de waarde kan variëren van nul tot de detectielimiet) leveren deze monsters wel waardevolle informatie voor de gemiddelde bodemkwaliteit in een gebied. Voor deze analyseresultaten is de methode van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten gehanteerd. Deze methode houdt in dat de gerapporteerde detectielimieten worden vermenigvuldigd met een factor 0,7 om tot een rekenwaarde te komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opgegeven detectielimiet van een bepaalde stof verschilt van rapport tot rapport. Verhoogde detectielimieten komen voor bij verstoringen in de grond(meng)monstermatrix. Daarnaast zijn de detectielimieten in de loop der jaren lager geworden doordat nauwkeuriger analyseapparatuur beschikbaar is gekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vastgesteld is dat voor de stofgroep PCB en individuele organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) relatief hoge detectielimieten in de dataset aanwezig zijn. In overleg met de werkgroep Besluit bodemkwaliteit regio Achterhoek is besloten dat:</p>\n<p class=\"lf-p\">De verhoogde detectielimieten voor de individuele OCB worden gecorrigeerd naar de betreffende Achtergrondwaarden (AW2000). Sommige detectielimieten van individuele OCB zijn namelijk hoger dan de Achtergrondwaarden (AW2000) waardoor er nog steeds een vertekend beeld van de bodemkwaliteit zou ontstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hogere detectielimieten voor PCB zijn gecorrigeerd naar de (lagere) detectielimieten die normaliter worden vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met deze extra voorbewerkingen hebben de verhoogde detectielimieten geen storende invloeden bij de karakterisering van de bodemkwaliteitszones.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.4 Het opsporen van uitbijtersOndanks dat er representatieve meetgegevens zijn geselecteerd, kan er sprake zijn van uitschieters in de dataset: extreem hoge of lage gehalten als gevolg van bijvoorbeeld typefouten tijdens de invoer, onbetrouwbare analyses of verontreinigingen door lokale bronnen die niet als zodanig in de bodeminformatiesystemen van de gemeenten zijn aangegeven. Hierbij worden vaak bij meerdere stoffen in hetzelfde monster relatief hoge gehalten aangetroffen. Per deelgebied en per stof zijn met een visuele methode (scatterplots) extreme gehalten gemarkeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de uitbijters is nagegaan of deze tot een lokale bron, type- of meetfout zijn te herleiden. In die situaties zijn de analyseresultaten uit de dataset verwijderd of aangepast. In bijlage 3 staat een overzicht van de uiteindelijk verwijderde uitbijters.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.4 Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden (2/2)Op basis van een eerste berekening van de kwaliteit per deelgebied is bepaald of de oorspronkelijke hypothese (onderscheid in bodemkwaliteit per deelgebied op basis van kenmerken van het gebied) juist is. Daarbij is vastgesteld dat de bodemkwaliteit in veel van de oorspronkelijk gedefinieerde gebieden in de gemeenten Lochem en Zutphen hetzelfde is. Op gemeentelijk niveau zijn de deelgebieden daarom samengevoegd tot homogene zones van dezelfde bodemkwaliteit. In tabel 3.1 is een overzicht gegeven van de deelgebieden die op basis van kwaliteit zijn gedefinieerd en waarmee de uiteindelijke bodemkwaliteitskaart is opgesteld (zie ook de kaartbijlagen B3).</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 3.1 Onderscheiden deelgebieden per dieptetrajectDeelgebied Voorlopige bodemkwaliteitsklasse / ontgravingsklasse / (kwaliteitsklasse bepalende stof) (Samengevoegd) deelgebied Bovengrond (dieptetraject 0-0,5 m-mv) Wonen voor 1970 (8 gemeenten*) Wonen Wonen voor 1970 (8 gemeenten*) Overig (8 gemeenten*) Landbouw/natuur Overig (8 gemeenten*) Lochem: Wonen 1900-1945 Wonen / Industrie Lochem: Wonen 1900-1945 Lochem: Wonen voor 1900 Wonen Lochem: Overig wonen Lochem: Wonen 1945-1970 Wonen Lochem: Wonen na 1970 Wonen Lochem: Industrie 1945-1970 Landbouw/natuur Lochem: Industrie Lochem: Industrie na 1970 Landbouw/natuur Lochem: Buitengebied Landbouw/natuur Lochem: Buitengebied Zutphen: Wonen voor 1900 Wonen / Industrie Zutphen: Wonen voor 1945 Zutphen: Wonen 1900-1945 Wonen / Industrie Zutphen: Wonen 1945-1970 Wonen Zutphen: Wonen vanaf 1945 Zutphen: Wonen 1970-heden Wonen Zutphen: Industrie voor 1945 (plangebied Noorderhaven-Spoorzone) Landbouw/natuur $ Zutphen: Industrie voor 1945 (plangebied Noorderhaven-Spoorzone) Zutphen: Industrie voor 1945 (overig gebied) Wonen / Industrie Zutphen: Industrie voor 1945 (overig gebied) Zutphen: Industrie 1945-1970 (stortplaats Fort de Pol) Industrie Zutphen: Industrie vanaf 1945 (stortplaats Fort de Pol) Zutphen: Industrie 1945-1970 (overig gebied) Landbouw/natuur Zutphen: Industrie vanaf 1945 (overig gebied) Zutphen: Industrie na 1970 Landbouw/natuur Zutphen: Buitengebied Landbouw/natuur Zutphen: Buitengebied Gebieden met diffuus verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen (bodemlaag 0-0,5 m-mv)** Industrie Gebieden met diffuus verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen (bodemlaag 0-0,5 m-mv) Ondergrond (dieptetraject 0,5-2,0 m-mv) Wonen voor 1970 (8 gemeenten*) Landbouw/natuur Wonen voor 1970 (8 gemeenten*) Overig (8 gemeenten*) Landbouw/natuur Overig (8 gemeenten*) Lochem: Wonen voor 1900 Landbouw/natuur Lochem: Ondergrond Lochem: Wonen 1900-1945 Landbouw/natuur Lochem: Wonen 1945-1970 Landbouw/natuur Lochem: Wonen na 1970 Landbouw/natuur Lochem: Industrie 1945-1970 Landbouw/natuur Lochem: Industrie na 1970 Landbouw/natuur Lochem: Buitengebied Landbouw/natuur Zutphen: Wonen voor 1900 Wonen / Industrie Zutphen: Wonen voor 1900 Zutphen: Wonen 1900-1945 Wonen Zutphen: Wonen 1900-1945 Zutphen: Industrie voor 1945 (plangebied Noorderhaven-Spoorzone) Landbouw/natuur $ Zutphen: Industrie voor 1945 (plangebied Noorderhaven-Spoorzone) Zutphen: Industrie voor 1945 (overig gebied) Wonen / Industrie Zutphen: Industrie voor 1945 (overig gebied) Ondergrond (dieptetraject 0,5-2,0 m-mv) Zutphen: Industrie 1945-1970 (stortplaats Fort de Pol)</p>\n<p class=\"lf-p\">Industrie Zutphen: Industrie 1945-1970 (stortplaats Fort de Pol) Zutphen: Industrie 1945-1970 (overig gebied) Wonen Zutphen: Industrie 1945-1970 (overig gebied) Zutphen: Industrie na 1970 Landbouw/natuur (95P arseen &gt; I-waarde) Zutphen: Industrie na 1970 Zutphen: Wonen 1945-1970 Landbouw/natuur Zutphen: Overig ondergrond Zutphen: Wonen 1970-heden Landbouw/natuur Zutphen: Buitengebied Landbouw/natuur De gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de ligging van de percelen met diffuus verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen (bijvoorbeeld boomgaard- en fruitteeltpercelen in de periode 1945-2000[11]) wordt verwezen naar de website www.topotijdreis.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwaliteitsklasse is gebaseerd op het in 2017 vastgestelde gebiedsspecifieke beleid[1] en de grootschalige herontwikkelingen met de bijbehorende ingrepen in dit gebied de afgelopen jaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.5 Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied (1/2)De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt de volgende minimale eisen aan het aantal en de spreiding van meetgegevens per deelgebied:</p>\n<p class=\"lf-p\">Per deelgebied zijn voor alle stoffen ten minste 20 meetgegevens beschikbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De meetgegevens liggen voldoende verspreid over het deelgebied:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor aaneengesloten deelgebieden bij een systematische indeling in 20 vakken zijn in tenminste 10 vakken één of meer meetgegevens beschikbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elk niet-aaneengesloten deel van een deelgebied zijn ten minste 3 meetgegevens beschikbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de PFAS-verbindingen zijn, verspreid over de gemeenten minimaal 30 meetgegevens per bodemlaag beschikbaar. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de systematiek van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten voor het eventueel uitbreiden van een bodemkwaliteitskaart voor de stoffen kobalt, molybdeen en PCB.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na het samenstellen van de dataset voor de bodemkwaliteitskaart (§ 3.3.1),de voorbewerkingen (§ 3.3.3 en § 3.3.4), is gebleken dat het aantal gegevens voor een aantal niet-aaneengesloten deelgebieden van de bovengrond in de gemeenten Lochem en Zutphen niet voldoet. In overleg met de gemeente Lochem en Zutphen is stap 6 uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.6 Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie en vaststellen definitieve deelgebiedenZoals in § 3.5 is aangegeven voldoen een aantal niet-aaneengesloten deelgebieden van de bovengrond in de gemeenten Lochem en Zutphen niet voldoet. Om de nog noodzakelijke meetgegevens te verzamelen is aanvullend bodemonderzoek[12] uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn toegevoegd aan de dataset van de bodemkwaliteitskaart. Ook zijn er voorbewerkingen uitgevoerd (zie § 3.3.3 en § 3.3.4). Er zijn geen uitbijters geïdentificeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.7 Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied (2/2)3.7.1 Aantal en spreiding meetgegevensNa het uitvoeren van het aanvullend bodemonderzoek voldoen alle (niet aaneengesloten) deelgebieden aan de minimumeisen van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (aantal en spreiding, zie § 3.5).</p>\n<p class=\"lf-p\">3.7.2 Splitsen van deelgebiedenOp stofniveau is bekeken of er een ruimtelijke clustering aanwezig is van hoge of lage gehalten. Op basis van ervaringen van Lievense bij andere bodemkwaliteitskaarten is de ruimtelijke clustering onderzocht wanneer zware metalen, minerale olie en PFAS-verbindingen een variatiecoëfficiënt hoger dan 1,5 hebben en de stofgroepen polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en polychloorbifenylen (PCB) een variatiecoëfficiënt hoger dan 2. Een hoge variatiecoëfficiënt is een indicatie van een mogelijke ruimtelijke clustering met hogere of lagere gehalten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het overzicht van de variatiecoëfficiënten staat in bijlage 4 (kolom ‘VC’). Hieruit blijkt, dat bij een aantal deelgebieden met name voor PAK maar ook PFOS24PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim. (som, lineair), PFOSA25PFOSA: Perfluoralkaansulfonamides; over het gebruik van deze PFAS-verbinding in producten is weinig informatie te achterhalen., 8:2 diPAP26diPAP: polyfluoralkyl fosforzuur; over het gebruik van deze PFAS-verbinding is bekend dat deze zijn gebruikt bij de producten van vet- en waterafstotend papier dat bijvoorbeeld gebruikt wordt voor het verpakken van voedsel. en soms ook voor enkele zware metalen sprake is van een hoge variatiecoëfficiënt. Deze hoge variatiecoëfficiënten worden veroorzaakt door een beperkt aantal relatief hoge waarden. De locaties waar de relatief hoge waarden zijn vastgesteld vertonen binnen de deelgebieden zelf geen ruimtelijke clustering. De relatief hoge variatiecoëfficiënten geven daarmee geen aanleiding tot het splitsen van deelgebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.8 Vaststellen definitieve deelgebiedenDe (samengevoegde) deelgebieden die zijn benoemd in tabel 3.1 worden daarom definitief vastgesteld. De definitieve deelgebieden worden de bodemkwaliteitszones van de gemeenten. Vanwege mogelijke verschillen in gehalten van PFAS-verbindingen is er een scheiding gemaakt tussen de bovengrond en de ondergrond door een tussenlaag te definiëren. Voor de tussenlaag en de ondergrond is de kwaliteit voor de stoffen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, PCB en PAK en minerale olie gelijk gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onderscheiden bodemkwaliteitszones voor de bodemlagen (0-0,5 m-mv, 0,5-1,0 m-mv en 1,0-2,0 m-mv) zijn in tabel 3.2 en op de kaartbijlagen B2 weergegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 3.2 Onderscheiden bodemkwaliteitszones, per dieptetrajectOnderscheiden bodemkwaliteitszones Bovengrond (dieptetraject 0-0,5 m-mv) Wonen voor 1970 (8 gemeenten*) Overig (8 gemeenten*) Lochem: Wonen 1900-1945 Lochem: Overig wonen Lochem: Industrie Lochem: Buitengebied Zutphen: Wonen voor 1945 Zutphen: Wonen vanaf 1945 Zutphen: Industrie voor 1945 (plangebied Noorderhaven-Spoorzone) Zutphen: Industrie voor 1945 (overig gebied) Zutphen: Industrie vanaf 1945 (stortplaats Fort de Pol) Zutphen: Industrie vanaf 1945 (overig gebied) Zutphen: Buitengebied Gebieden met diffuus verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen (bodemlaag 0-0,5 m-mv)** PFAS regio Achterhoek Tussenlaag (dieptetraject 0,5-1,0 m-mv) Wonen voor 1970 (8 gemeenten*) Overig (8 gemeenten*) Lochem: Ondergrond Zutphen: Wonen voor 1900 Zutphen: Wonen 1900-1945 Zutphen: Industrie voor 1945 (plangebied Noorderhaven-Spoorzone) Zutphen: Industrie voor 1945 (overig gebied) Zutphen: Industrie 1945-1970 (stortplaats Fort de Pol) Zutphen: Industrie 1945-1970 (overig gebied) Zutphen: Industrie na 1970 Zutphen: Overig ondergrond PFAS regio Achterhoek Onderscheiden bodemkwaliteitszones Ondergrond (dieptetraject 1,0-2,0 m-mv) Wonen voor 1970 (8 gemeenten*) Overig (8 gemeenten*) Lochem: Ondergrond Zutphen: Wonen voor 1900 Zutphen: Wonen 1900-1945 Ondergrond (dieptetraject 1,0-2,0 m-mv) Zutphen: Industrie voor 1945 (plangebied Noorderhaven-Spoorzone) Ondergrond (dieptetraject 1,0-2,0 m-mv) Zutphen: Industrie voor 1945 (overig gebied) Zutphen: Industrie 1945-1970 (stortplaats Fort de Pol) Zutphen: Industrie 1945-1970 (overig gebied) Zutphen: Industrie na 1970 Zutphen: Overig ondergrond De gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de ligging van de percelen met diffuus verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen (bijvoorbeeld boomgaard- en fruitteeltpercelen in de periode 1945-2000[11]) wordt verwezen naar de website www.topotijdreis.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.9 Stap 7: Vaststellen en karakteriseren bodemkwaliteitszonesDe gemeenten willen hun huidige beleid handhaven, waarbij de bodemkwaliteitsklasse niet wordt gebaseerd op het gemiddelde, maar op de 80-percentielwaarden van de bodemkwaliteitszone (zie bijlage 4, kolom '80P') en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling én de voorlopige toepassingswaarden die zijn benoemd in het ‘tijdelijke handelingskader hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’. De PFAS- verbindingen zijn voor alle bodemkwaliteitszones getoetst aan de 80-percentielwaarden. In de gemeenten is geen clustering van hogere gehalten aan PFAS-gehalten aangetoond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitzondering hierop is de bodemkwaliteitszone ‘Gebieden met diffuus verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen (bodemlaag 0-0,5 m-mv)’. Vanwege de statistische ‘scheve’ verdeling (zie figuur 3.1), waarbij het gemiddelde (Gem.) hoger is dan de 80-percentielwaarde (80P), is in overleg met de Werkgroep regio Achterhoek besloten deze bodemkwaliteitszone te karakteriseren op basis van de gemiddelde gehalten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Figuur 3.1. Scheve verdeling waarbij met gemiddelde van een dataset met gegevens hoger is den de 80-percentielwaarde De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden, AW2000), Wonen of Industrie. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ is voor de bodemkwaliteitsklasse minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (zie ook § 3.10.3 en bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart’). Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Dit kan zich met name voordoen bij licht verontreinigde industriegebieden. Deze situatie doet voor in de volgende bodemkwaliteitszones:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovengrond (0-0,5 m-mv)Lochem: Wonen 1900-1945.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zutphen: Wonen voor 1945 (overig gebied).</p>\n<p class=\"lf-p\">Zutphen: Industrie voor 1945.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondergrond (0,5-2,0 m-mv)Zutphen: Wonen voor 1900.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zutphen: Industrie voor 1945 (overig gebied).</p>\n<p class=\"lf-p\">In tabel 3.4 is aangegeven in welke bodemkwaliteitsklasse iedere bodemkwaliteitszone valt. In bijlage 4 zijn de gespecificeerde beoordelingen weergegeven. De bodemkwaliteitsklasse wordt samen met de bodemfunctieklasse gebruikt voor het bepalen van de toepassingseis (zie § 3.10.4). Op basis van bekende PFAS-gegevens in de gemeenten nemen de gehalten aan PFAS-verbindingen af in de diepere bodemlagen. Gezien dit gegeven is het de verwachting dat de ongeroerde bodemlaag dieper dan 1,0 meter niet verdacht is voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Controle saneringscriteriumIn de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten staat vermeld, dat voor elke bodemkwaliteitszone met een 95-percentielwaarde boven de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming een controle op het saneringscriterium nodig is. Bij een overschrijding is het niet verantwoord om zonder partijkeuring grondverzet vanuit de betreffende zone te laten plaatsvinden. Deze situatie komt voor bij de bodemkwaliteitszone van de ondergrond “Zutphen: Industrie na 1970” voor arseen (zie tabel 3.3). De sterk verhoogde arseengehalten hebben een natuurlijke oorzaak. In de nota bodembeheer wordt nader ingegaan op het hergebruik van nature arseenhoudende grond. Om deze reden is geen controle op het saneringscriterium uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor PFAS-verbindingen zijn er geen interventiewaarden beschikbaar maar er zijn Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV’s) voor PFOS, PFOA en GenX27INEV’s: PFOS: 110 µg/kg ds; PFOA: 1.100 µg/kg ds; GenX: 97 µg/kg ds. [13] vastgesteld. De 95-percentielwaarden liggen zeer ruim onder de INEV’s (factor 136 tot 2.075). Ook zijn de 95-percentielwaarden van de PFAS-verbinding nagenoeg gelijk of liggen ruim onder de toepassingswaarden voor de bodemfuncties Wonen en Industrie (factor 3,7 tot 13,2).</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 3.3 Bodemkwaliteitszones waar de 95-percentielwaarde de interventiewaarde overschrijdtBodemkwaliteitszone Stof 95-percentielwaarde* (in mg/kg ds op basis van gemeten waarden) [gestandaardiseerde waarde] Interventiewaarde Wbb* (in mg/kg ds op basis van gemiddelde lutum en organisch stof percentage **) [gestandaardiseerde waarde] Ondergrond (dieptetraject 0,5-2,0 m-mv) Zutphen: Industrie na 1970 Arseen 72 [114] 48,4 [76] De in deze tabel weergegeven gemeten waarden zijn niet de in bijlage 4 gepresenteerde ‘waarden voor standaardbodem’, maar vanwege het gebruik van het rekenprogramma Sanscrit de ‘gemeten waarden’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemiddelde lutum- en organisch stofpercentage is per bodemkwaliteitszone weergegeven in bijlage 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">HeterogeniteitNaast de percentielwaarden en variatiecoëfficiënt is ook de heterogeniteit van de meetgegevens berekend, volgens de methodiek zoals beschreven onder het kopje ‘Heterogeniteit’ in bijlage 1. In 16 van de 29 de bodemkwaliteitszones is sprake van sterke heterogeniteit voor één of meerdere stoffen (zie tabel 3.4). Een overzicht van de heterogeniteitsindex per stof en per bodemkwaliteitszone staat in bijlage 4 (kolom 'Heterogeniteit').</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de diffuse bodemkwaliteit in een bodemkwaliteitszone sterk heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van de verwachte kwaliteit in de zone kleiner. Doordat de gemeenten de bodemkwaliteitszones hebben gekarakteriseerd op hogere percentielwaarden dan het gemiddelde, wordt meer betrouwbaarheid verkregen bij de te verwachten bodemkwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast bevatten de betreffende stoffen in de bodemkwaliteitszones ruim voldoende meetgegevens om de kwaliteitsklasse goed te beschrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 3.4 Bodemkwaliteitsklasse en heterogeniteit per bodemkwaliteitszone en bodemlaagBodemkwaliteitszone Bodemkwaliteitsklasse (op basis van de 80-percentielwaarden) Kwaliteitsklasse bepalende stof Sterke heterogeniteit [aantal meetgegevens] Bovengrond (dieptetraject 0-0,5 m-mv) # Wonen voor 1970 (8 gemeenten*) Wonen Kwik, lood, zink, PCB, PAK - Overig (8 gemeenten*) Landbouw/natuur - - Lochem: Wonen 1900-1945 Wonen Kwik, lood, zink, PAK Lochem: Overig wonen Wonen Kwik, lood, PAK - Lochem: Industrie Landbouw/natuur - Minerale olie [150] Lochem: Buitengebied Landbouw/natuur - - Bovengrond (dieptetraject 0-0,5 m-mv) # Zutphen: Wonen voor 1945 Wonen Koper, kwik, lood, zink, PCB, PAK Lood [199], Zink [203], Minerale olie [210] Bovengrond (dieptetraject 0-0,5 m-mv) # Zutphen: Wonen vanaf 1945 Wonen Kwik, lood, zink, PCB, PAK - Zutphen: Industrie voor 1945 (plangebied Noorderhaven-Spoorzone) Landbouw/natuur $ - - Zutphen: Industrie voor 1945 (overig gebied) Wonen Kwik, lood, zink, PCB, PAK Zink [69], Minerale olie [74] Zutphen: Industrie vanaf 1945 (stortplaats Fort de Pol) Industrie $$ Divers Niet bekend Zutphen: Industrie vanaf 1945 (overig gebied) Landbouw/natuur - Minerale olie [241] Zutphen: Buitengebied Landbouw/natuur - - Gebieden met diffuus verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen (bodemlaag 0-0,5 m-mv)** Industrie α-HCH, α-Endosulfan - Tussenlaag (dieptetraject 0,5-1,0 m-mv) # Wonen voor 1970 (8 gemeenten*) Landbouw/natuur - - Overig (8 gemeenten*) Landbouw/natuur - - Lochem: Ondergrond Landbouw/natuur - - Zutphen: Wonen voor 1900 Wonen Kobalt, koper, Kwik, lood, zink, PCB, PAK Zink [155] Zutphen: Wonen 1900-1945 Wonen Kobalt, kwik, lood, PCB Minerale olie [65] Zutphen: Industrie voor 1945 (plangebied Noorderhaven-Spoorzone) Landbouw/natuur $ - - Zutphen: Industrie voor 1945 (overig gebied) Wonen Kobalt, kwik, lood, zink, PCB, PAK Minerale olie [69] Zutphen: Industrie 1945-1970 (stortplaats Fort de Pol) Industrie $$ Divers Niet bekend Zutphen: Industrie 1945-1970 (overig gebied) Wonen Kobalt, zink, PCB Nikkel [92], Minerale olie [107] Zutphen: Industrie na 1970 Landbouw/natuur - Arseen [49] Zutphen: Overig ondergrond Landbouw/natuur - - Ondergrond (dieptetraject 1,0-2,0 m-mv) ## Wonen voor 1970 (8 gemeenten*) Landbouw/natuur - - Overig (8 gemeenten*) Landbouw/natuur - - Lochem: Ondergrond Landbouw/natuur - - Zutphen: Wonen voor 1900 Wonen Kobalt, koper, Kwik, lood, zink, PCB, PAK Zink [155] Zutphen: Wonen 1900-1945 Wonen Kobalt, kwik, lood, PCB Minerale olie [65] Zutphen: Industrie voor 1945 (plangebied Noorderhaven-Spoorzone) Landbouw/natuur $ - - Zutphen: Industrie voor 1945 (overig gebied)</p>\n<p class=\"lf-p\">Wonen Kobalt, kwik, lood, zink, PCB, PAK Minerale olie [69] Zutphen: Industrie 1945-1970 (stortplaats Fort de Pol) Industrie $$ Divers Niet bekend Zutphen: Industrie 1945-1970 (overig gebied) Wonen Kobalt, zink, PCB Nikkel [92], Minerale olie [107] Zutphen: Industrie na 1970 Landbouw/natuur - Arseen [49] Zutphen: Overig ondergrond Landbouw/natuur - - De gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de ligging van de percelen met diffuus verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen (bijvoorbeeld boomgaard- en fruitteeltpercelen in de periode 1945-2000[11]) wordt verwezen naar de website www.topotijdreis.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 80-percentielwaarden van de PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen liggen deze boven de bepalingsgrens.</p>\n<p class=\"lf-p\">De niet geroerde ondergrond (traject 1,0-2,0 m-mv) is niet verdacht voor PFAS-verbindingen en daarom niet onderzocht op deze stofgroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwaliteitsklasse is gebaseerd op het in 2017 vastgestelde gebiedsspecifieke beleid[1] en de grootschalige herontwikkelingen met de bijbehorende ingrepen in dit gebied de afgelopen jaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwaliteitsklasse is gebaseerd op de aangebrachte leeflaag om de saneringsdoelstelling voor stortplaats De Pol te behalen[1].</p>\n<p class=\"lf-p\">3.10 Stap 8: Bodemkwaliteitskaart3.10.1 InleidingDe bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontgravingskaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toepassingskaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de hoofdkaarten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.10.2 Kaart met uitgesloten locaties en gebiedenDe uitgesloten gebieden zijn niet op een los kaartblad weergegeven, maar toegevoegd aan de ontgravings- en toepassingskaarten (zie de kaartbijlage B3 en B4). Een deel van de uitgesloten gebieden is niet op kaart afgebeeld. Soms vanwege het dynamische karakter van een locatie/gebied en/of het relatief kleine oppervlak. Een volledig overzicht is opgenomen in hoofdstuk 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bodemkwaliteitskaart mag op de uitgesloten locaties en gebieden niet worden gebruikt als bewijsmiddel voor de grond die wordt ontgraven vanuit deze gebieden. Ook mag deze bodemkwaliteitskaart niet worden gebruikt om de toepassingseis te bepalen als grond op deze locaties/gebieden wordt toegepast. In de nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.10.3 OntgravingskaartDe ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond op een voor de bodemkwaliteitskaart niet uitgesloten locatie/gebied. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt of de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken.</p></div>", "next": 239756}