{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">het project behoort tot de wettelijke taken van de subsidieaanvrager; voor het project andere provinciale subsidie kan worden aangevraagd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-116-178\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidievereisten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het project wordt uitgevoerd in of is gericht op de provincie Noord-Brabant, blijkend uit een kaart van de onderzoekslocatie of onderzoekslocaties; het project is gericht op onderzoek naar het behoud of herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden; het onderzoeksvoorstel draagt bij aan de doelen als opgenomen op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart; het onderzoek resulteert in nieuwe kennis. de subsidieaanvrager heeft aantoonbaar ervaring met en kennis van het onderwerp van het onderzoek; de subsidieaanvrager kan het project binnen vijf jaar na de startdatum afronden, blijkend uit een realistische planning; aan het project ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen: op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; een sluitende en realistische begroting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-117\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: kosten van de onderzoekswerkzaamheden voor zover deze betrekking hebben op maatregelen als opgenomen op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart; kilometervergoedingen voor de werkzaamheden, bedoeld onder a, tot een maximum van € 0,19 per kilometer, inclusief btw.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder a, arbeids- of personeelsuren van de subsidieaanvrager betreffen, past de subsidieaanvrager de berekeningswijze, genoemd in artikel 3, eerste lid, onder c, van de kostenregeling toe en hanteert daarbij ingevolge artikel 6, tweede lid, van die regeling, een uurtarief van: € 60 voor werkzaamheden op MBO-niveau; € 90 voor werkzaamheden op HBO-niveau; € 110 voor werkzaamheden op WO-niveau;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder a, uitgevoerd worden door derden, bedraagt het maximum € 120 per uur, inclusief btw.</div>\n<p class=\"lf-p\">4.Indien de werkzaamheden, bedoeld onder a, uitgevoerd worden door vrijwilligers, stagiaires of studenten, bedraagt het maximum € 5,00 per uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-118\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11.8</span><span class=\"lf-art-t\">Niet subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 11.7 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking: kosten gemaakt voor de verlening van de subsidie; kosten waarvoor reeds op grond van een andere regeling subsidie is verleend; kosten voor stelposten of onvoorziene omstandigheden; kosten voor wettelijke taken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-119\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagtijdvak</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieaanvragen worden ingediend van;</p>\n<p class=\"lf-p\">15 januari 2021 tot en met 15 februari 2021;</p>\n<p class=\"lf-p\">10 januari 2022 tot en met 4 februari 2022;</p>\n<p class=\"lf-p\">27 februari 2023 tot en met 15 december 2023.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1110\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11.10</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 11.4 vast op: € 500.000 voor de periode genoemd in artikel 11.9, onder a; € 500.000 voor de periode genoemd in artikel 11.9 onder b; € 300.000 voor de periode genoemd in artikel 11.9, onder c.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11.11</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiehoogte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 100.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11.12</span><span class=\"lf-art-t\">Verdelingswijze</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>De subsidie wordt verdeeld overeenkomstig de rangschikking over opeenvolgende aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11.13</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van de subsidieontvanger</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidieontvanger: start het project binnen vier maanden na verlening van de subsidie; rondt het project af binnen vijf jaar na de in het projectplan opgenomen startdatum; maakt de bevindingen en resultaten van het project toegankelijk voor derden; overlegt na afloop van het project aan Gedeputeerde Staten een file geodatabase met de exacte locatie van het uitgevoerde onderzoek, opgebouwd volgens het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelregistratieformulier ten behoeve van het vullen van het registratiesysteem GIS subsidies natuur Noord-Brabant; houdt ingevolge artikel 21, achtste lid, van de Asv, een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.</div>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder b, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal een jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11.14</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag; het onderzoeksrapport; een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten als bedoeld in artikel 21, zevende lid, van de Asv, met gebruikmaking van de daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelverklaring.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel11.15</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting en betaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in een keer betaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1116\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel11.16</span><span class=\"lf-art-t\">Evaluatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten zenden in 2023 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-12\"><span class=\"lf-art-num\">§ 12</span><span class=\"lf-art-t\">Bestrijding invasieve exoten</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; invasieve exoten: planten- of diersoorten als bedoeld in bijlage 10 behorende bij deze regeling; bestrijding: permanent verwijderen van een invasieve exoot op een locatie; beheersing: voorkomen van verdere uitbreiding van een populatie van invasieve exoten naar nieuwe gebieden, indien bestrijding niet in afdoende mate mogelijk is; monitoring en beheer: het voorkomen van nieuwe vestiging op een locatie waar de soort eerder is verwijderd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet natuurbescherming; kostenregeling: Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen uurtarieven subsidies Noord-Brabant; uitvoeringsmaatregelen: maatregelen ter bestrijding of beheersing van invasieve exoten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doelgroep</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door: rechtspersonen; een samenwerkingsverband van rechtspersonen, natuurlijke personen of een combinatie daarvan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, onder b, geen rechtspersoonlijkheid bezit: wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband; en draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband, blijkend uit een samenwerkingsverklaring.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidievorm</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-124\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op bestrijding of beheersing van een of meer invasieve exoten, bestaande uit: het treffen van uitvoeringsmaatregelen op meerdere aaneengesloten percelen; en monitoring en beheer van de locaties waar de uitvoeringsmaatregelen hebben plaatsgevonden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-125\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien: reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met het uitvoeren van de activiteiten, bedoeld in artikel 12.4; voor het project reeds subsidie is verstrekt op grond van deze of een andere provinciale regeling; het project wordt uitgevoerd buiten de provincie Noord-Brabant.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidievereisten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant, blijkend uit een kaart van de projectlocaties; het project is gericht op de bestrijding of beheersing van invasieve exoten als bedoeld in bijlage 10 behorende bij deze regeling; het project is gericht op: het treffen van uitvoeringsmaatregelen; en monitoring en beheer van de locaties waar de uitvoeringsmaatregelen hebben plaatsgevonden gedurende drie jaar na het afronden van de uitvoeringsmaatregelen; het project is gericht op een afdoende beheersing indien volledige bestrijding op een projectlocatie niet mogelijk is; het project wordt uitgevoerd op twee of meer aangrenzende percelen van verschillende eigenaren of erfpachters; de eigenaren of erfpachters van de locaties waar het project wordt uitgevoerd, hebben toestemming verleend voor het uitvoeren van de activiteiten, bedoeld onder c, blijkend uit een verklaring; bij de bestrijding of beheersing wordt geen gebruik gemaakt van chemische bestrijdingsmiddelen; de subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de bestrijdingsmethode effectief is; indien maatregelen worden uitgevoerd in een Natura 2000-gebied, zijn de maatregelen niet in strijd met het vigerende Natura 2000–beheerplan; de uitvoeringsmaatregelen kunnen binnen twee jaar na subsidieverlening worden afgerond; aan het project ligt een projectplan ten grondslag waarin in ieder geval is opgenomen: welke maatregelen met welk doel zullen worden getroffen en welk effect van deze maatregelen, ook in samenhang bezien, wordt verwacht; op welke wijze door middel van monitoring en beheer de instandhouding van de uitvoeringsmaatregelen gedurende drie jaar wordt geborgd; op welke wijze kennis wordt overgedragen over de aanpak en resultaten van het project; op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; een sluitende en realistische begroting; een realistische planning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-127\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: kosten voor het opstellen van een projectplan ter voorbereiding op de uitvoering, mits gemaakt vanaf een jaar voor het indienen van de subsidieaanvraag; kosten voor het treffen van uitvoeringsmaatregelen; kosten voor de monitoring en het beheer van de locatie gedurende een periode van drie jaar na het treffen van de uitvoeringsmaatregelen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien kosten, bedoeld in het eerste lid, arbeids- of personeelsuren van de subsidieaanvrager betreffen, past de subsidieaanvrager de berekeningswijze, genoemd in artikel 3, eerste lid, onder c, van de kostenregeling toe en hanteert daarbij ingevolge artikel 6, tweede lid, van die regeling, een uurtarief van: € 60 voor werkzaamheden op MBO-niveau; € 90 voor werkzaamheden op HBO-niveau; € 110 voor werkzaamheden op WO-niveau.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Indien werkzaamheden worden uitgevoerd door derden, bedraagt het maximale uurtarief € 99 per uur, te vermeerderen met niet-verrekenbare en niet-compensabele btw.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-128\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12.8</span><span class=\"lf-art-t\">Niet subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 12.7 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking: kosten als bedoeld in artikel 12.7, eerste lid, onder b en c, gemaakt voorafgaand aan de indiening van de subsidieaanvraag; kosten van regulier onderhoud en beheer; kosten voor de aanschaf van machines en apparaten; kosten voor activiteiten die reeds op grond van een wettelijk taak moeten worden uitgevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-129\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagtijdvak</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieaanvragen worden ingediend: van 1 juni 2021 tot en met 30 november 2021; van 20 juni 2022 tot en met 15 december 2022; van 17 april 2023 tot en met 15 december 2023.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12.10</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond vast op: € 250.000 voor de periode, genoemd in artikel 12.9, onder a; € 355.000 voor de periode, genoemd in artikel 12.9, onder b; € 175.000 voor de periode, genoemd in artikel 12.9, onder c.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12.11</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiehoogte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De hoogte van de subsidie bedraagt:</p>\n<p class=\"lf-p\">75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 40.000, indien het project de soorten bedoeld in deel A van bijlage 10 betreft;</p>\n<p class=\"lf-p\">100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 40.000, indien het project de soorten bedoeld in deel B van bijlage 10 betreft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12.12</span><span class=\"lf-art-t\">Verdelingswijze</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>De subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen in de rangschikking die volledig gehonoreerd kunnen worden.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1213\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12.13</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van de subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger: start het project binnen zes maanden na datum van verlening van de subsidie; voert het project uit conform het projectplan, bedoeld in artikel 12.6, onder k. rondt de uitvoeringsmaatregelen uiterlijk twee jaar en het gehele project uiterlijk vijf jaar na datum van verlening van de subsdie af; overlegt bij subsidies van € 25.000 of hoger, jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag; houdt de gerealiseerde uitvoeringsmaatregelen gedurende tenminste drie jaar in stand door middel van het uitvoeren van monitoring en beheer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder c, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal een jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1214\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12.14</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidies tot € 25.000 worden op grond van artikel 20, eerste lid, onder b, van de Asv, ambtshalve vastgesteld.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bij subsidies tot € 25.000 toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van: een activiteitenverslag; foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van: een activiteitenverslag; foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1215\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel12.15</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting en betaling</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Bij subsidies tot € 25.000 verstrekken Gedeputeerde Staten, overeenkomstig artikel 23 van de Asv, een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bij subsidies van € 25.000 en hoger verstrekken Gedeputeerde Staten een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het voorschot, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt in een keer betaald.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-13\"><span class=\"lf-art-num\">§ 13</span><span class=\"lf-art-t\">Bestrijding invasieve exoten Natura-2000</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-131\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-132\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doelgroep</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-133\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidievorm</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-134\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-135\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-136\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidievereisten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-137\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-138\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13.8</span><span class=\"lf-art-t\">Niet subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-139\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagtijdvak</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1310\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13.10</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1311\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13.11</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiehoogte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1312\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13.12</span><span class=\"lf-art-t\">Verdelingswijze</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1313\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13.13</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van de subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1314\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13.14</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1315\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel13.15</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting en betaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-14\"><span class=\"lf-art-num\">§ 14</span><span class=\"lf-art-t\">Versnelling herstel stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-141\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: agrarische onderneming: onderneming actief in de primaire landbouwproductie of de verwerking of afzet van landbouwproducten; algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187); ambitiekaart: kaart als bedoeld in artikel 1.2, derde lid, van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016;</p>\n<p class=\"lf-p\">Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; bestaande natuur: bestaande natuur als aangeduid in het Natuurbeheerplan; bevel tot terugvordering: bevel als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening of artikel 1, vijfde lid, onder a, van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening; bossen op arme zandgronden: bossen van het natuurtype N01.04, N15 en N16.03 als bedoeld in de Index natuur en landschap; bossen op rijke zandgronden: bossen van het natuurtype N01.03, N14 en N16.04 als bedoeld in de Index natuur en landschap;</p>\n<p class=\"lf-p\">EVZ: ecologische verbindingszone zijnde een langgerekt gebied waarbinnen natuur- en landschapselementen zijn of worden gerealiseerd, gericht op het verbinden van natuurgebieden als opgenomen en begrensd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant; extensieve omvorming: in relatief lage aantallen vervangende boomsoorten en struiksoorten aanbrengen; file geodatabase: specifiek bestand dat geschikt is voor opname in een geografisch informatiestysteem; habitattypen en soorten: natuurlijke habitats, habitats van soorten en de dier- en plantensoorten die op grond van de Vogel- en habitatrichtlijn worden beschermd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Index natuur en landschap: beschrijving van natuur- en landschapstypen, te raadplegen via de website: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-en-landschap/; intensieve omvorming: in relatief hoge dichtheid vervangende boomsoorten of struiksoorten aanbrengen; kosten derden: kosten verschuldigd aan derden die op factuur aantoonbaar zijn en direct voor de subsidiabele activiteiten worden gemaakt;</p>\n<p class=\"lf-p\">KRW: kaderrichtlijn water, die als doel heeft de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater in Europa te waarborgen (richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 (PBEU 200, L327); landbouwgroepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 193); mede-overheid: overheid als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Regeling informatieverstrekking sisa of waterschap;</p>\n<p class=\"lf-p\">MKB-onderneming: kleine, middelgrote of micro-onderneming als bedoeld in bijlage I bij de landbouwvrijstellingsverordening;</p>\n<p class=\"lf-p\">Natura 2000-beheerplan: plan als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet natuurbescherming, waarin is vastgelegd hoe en wanneer de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied gehaald worden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet natuurbescherming;</p>\n<p class=\"lf-p\">Natura 2000-maatregelen; maatregelen om de instandhoudingsdoelstellingen te behalen, zoals beschreven in het Natura 2000-beheerplan;</p>\n<p class=\"lf-p\">NNB: Natuur Netwerk Brabant, zijnde een samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, en is opgenomen en begrensd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant;</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurbeheerplan: plan als bedoeld in artikel 1.2 van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016;</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurpact: tussen het Rijk en de provincies op 18 september 2013 gesloten Natuurpact ontwikkeling en beheer van de natuur in Nederland, waarin de ambities en financiering van het natuurbeleid zijn vastgelegd voor de periode tot en met 2027 (Kamerstukken II 2013/14, 33 576, nr. 6); niet-productieve investeringen: investeringen die niet leiden tot een aanzienlijke stijging van de waarde of de rentabiliteit van een agrarische onderneming;</p>\n<p class=\"lf-p\">OAD-netwerk: netwerk van oude, aftakelende en dode bomen; standaard omvorming: in standaard dichtheid vervangende boomsoorten of struiksoorten aanbrengen;</p>\n<p class=\"lf-p\">OGOR: optimaal grond- en oppervlaktewaterregime; onderneming in moeilijkheden: onderneming als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening of artikel 2, onder 14, van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening; provinciaal uitvoeringsprogramma: programma van de provincie Noord-Brabant, waarin staat aangegeven hoe gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan het realiseren van de condities, die nodig zijn voor een landelijk gunstige staat van instandhouding op de locaties, waar bij aanvang van het programma sprake is van een te hoge stikstofdepositie voor stikstofgevoelige soorten en habitats;</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionaal Water en Bodem Programma: door Provinciale Staten op 3 december 2021 vastgesteld Regionaal Water en Bodem Programma Noord-Brabant 2022-2027; steenmeel: fijngemalen gesteente dat gebruikt wordt als bodemverbeteraar en meststof ineen, waardoor de bodemvruchtbaarheid en de bodemstructuur verbeteren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Vogel- en Habitatrichtlijn: richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010 L 20) en richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEU 1992 L 206); waterbeheerplan: door een waterschap op grond van de Waterwet of de Omgevingswet vastgesteld beheerplan of beheerprogramma met daarin de doelstellingen voor de periode 2022-2027 voor het waterschap en de wijze waarop aan die doelstellingen invulling wordt gegeven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-142\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel14.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doelgroep</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door: rechtspersonen; een samenwerkingsverband van rechtspersonen of natuurlijke personen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, geen rechtspersoonlijkheid bezit: wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid; en draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-143\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidievorm</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-144\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het versnellen of intensiveren van het herstel van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden of stikstofgevoelige habitattypen of soorten door middel van: bosrevitalisering; maatregelen ter verbetering van de kwaliteit van natuurgebieden, anders dan bedoeld onder a; hydrologische maatregelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-145\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien: reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project; voor het project reeds eerder een subsidie of bijdrage is verleend; het project gericht is op verwerving, functiewijziging, pachtvrij of erfpachtvrij maken of beheer van gronden; het project gericht is op bosrevitalisering en de subsidieaanvrager een agrarische onderneming is; het project gericht is op bosrevitalisering en voor het projectgebied reeds eerder subsidie is verstrekt ten behoeve van bosrevitalisering; de subsidieaanvrager een agrarische onderneming is die geen MKB-onderneming is; ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat; de subsidieaanvrager een onderneming in moeilijkheden is; de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 25.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-146\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.6</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene subsidievereisten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om voor een subsidie als bedoeld in artikel 14.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant, blijkend uit een kaart van de projectlocatie of de projectlocaties; het project is gericht op herstel van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden dan wel van stikstofgevoelige habitattypen of soorten, blijkend uit: een beschrijving van het type maatregelen dat wordt genomen in de projectperiode en de doelen, die daarbij worden nagestreefd; per categorie maatregelen als bedoeld in artikel 14.4, een overzicht van de indicatieve oppervlakten in hectare per natuurgebied; aard en omvang van het verwachte effect van het project op de betreffende habitattypen of soorten; de subsidieaanvrager heeft, indien het project fysieke uitvoeringsmaatregelen op grond betreft: zeggenschap op basis van eigendom of erfpacht over de grond waarop het project betrekking heeft; of toestemming van de eigenaar of erfpachter van de grond waarop het project betrekking heeft. het project is niet strijdig met een of meer provinciale natuur- en waterdoelstellingen; het project past binnen de tabel met maatregelen, opgenomen in bijlage 11 bij deze regeling; het project kan worden afgerond voor 1 januari 2026, blijkend uit een realistische planning; de onderbouwing van het project in relatie tot hydrologie is afgestemd met het waterschap, blijkend uit een verklaring van het waterschap; aan de aanvraag ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen: op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; een sluitende begroting; een file geodatabase met de exacte locatie van de te treffen maatregelen, opgebouwd volgens het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelregistratieformulier ten behoeve van het vullen van het registratiesysteem GIS subsidies natuur Noord-Brabant; een beschrijving van het te voeren beheer nadat het project is uitgevoerd; een beschrijving van de wijze van monitoring van zowel de voortgang van het project als het effect van de maatregelen; een overzicht van de liquiditeitsprognose van de aanvrager gedurende de looptijd van het project, indien de aangevraagde subsidie meer dan € 2.500.000 bedraagt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-147\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.7</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende vereisten bosrevitalisering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 14.6 wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 14.4, onder a, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten: het project is gericht op bosrevitalisering ten behoeve van herstel van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden dan wel van stikstofgevoelige habitattypen of soorten; het project is additioneel ten opzichte van het Natuurpact, blijkend uit extra maatregelen ten opzichte van de bestaande N2000-beheerplannen; het project is gericht op bestaande bossen op arme zandgronden dan wel op bestaande bossen op rijke zandgronden; indien het project gericht is op bossen op arme zandgronden worden de volgende omvormingsmethoden toegepast:</p>\n<p class=\"lf-p\">5% per hectare voor intensieve omvorming;</p>\n<p class=\"lf-p\">45% per hectare voor standaard omvorming;</p>\n<p class=\"lf-p\">40% per hectare voor extensieve omvorming;</p>\n<p class=\"lf-p\">10% per hectare voor omvorming tot een OAD netwerk; een behandeling van 90% van het projectgebied met steenmeel, uitgaande van 10 ton per volledig te behandelen hectare; indien het project gericht is op bossen op rijke zandgronden worden de volgende omvormingsmethoden toegepast:</p>\n<p class=\"lf-p\">0% per hectare voor intensieve omvorming;</p>\n<p class=\"lf-p\">50% per hectare voor standaard omvorming;</p>\n<p class=\"lf-p\">40% per hectare voor extensieve omvorming;</p>\n<p class=\"lf-p\">10% per hectare voor omvorming tot een OAD netwerk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-148\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.8</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende vereisten andere kwaliteitsmaatregelen</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Onverminderd artikel 14.6 wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 14.4, onder b, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten: het project draagt bij aan een versnelling en intensivering van het natuurherstel in stikstofgevoelige N2000-gebieden, blijkend uit een ecologische en hydrologische onderbouwing; het project is additioneel ten opzichte van het Natuurpact, blijkend uit extra maatregelen ten opzichte van de bestaande N2000-beheerplannen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien de maatregel zich richt op de realisering van verhoogd ambitieniveau ten opzichte van de ambitiekaart wordt, onverminderd het eerste lid, voldaan aan de volgende vereisten: het project betreft gronden die zijn gelegen binnen het Natuurnetwerk Noord-Brabant, blijkend uit een kadastrale omschrijving van het perceel en een kaart met topografische ondergrond, met een schaal van ten hoogste 1:10.000, met daarop de ligging van het perceel; het project betreft de inrichting van bestaande of gerealiseerde natuur van het natuurtype N12.02, kruidenrijk grasland of N12.06, ruigteveld, als bedoeld in de index natuur en landschap naar een hoogwaardig natuurbeheertype als bedoeld in bijlage 13 bij deze regeling; het te realiseren natuurtype, bedoeld onder b, sluit aan op ambitietypes van naastgelegen gronden, blijkend uit de onderbouwing bedoeld in het eerste lid, onder a; bij de aanvraag wordt het projectplan, bedoeld in artikel 14.6, onder h, aangevuld met: een onderbouwing van de maatregelen in relatie tot het voorkomen van onbeheersbare natuurbranden indien de aanvraag om subsidie betrekking heeft op een aaneengesloten gebied van meer dan twee hectare en het gebied is aangemerkt als risicogebied natuurbranden als aangeduid op de kaart in bijlage 14 bij deze regeling; een beschrijving van de in stand te houden, te verbeteren, aan te leggen of te verwijderen wegen en paden.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-149\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvullende vereisten hydrologische maatregelen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 14.6, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 14.4, onder c, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten: het project draagt bij aan het versnellen en intensiveren van het natuurherstel in stikstofgevoelige N2000-gebieden, blijkend uit een ecologische en hydrologische onderbouwing; het project is additioneel ten opzichte van: het Natuurpact, blijkend uit extra maatregelen ten opzichte van de bestaande N2000-beheerplannen; de KRW-maatregelen uit het betreffende waterbeheerplan; het project is gericht op het bereiken van het OGOR dat nodig is voor de bescherming en instandhouding van de habitattypen en soorten; in geval van beek- en kreekherstel: voldoet het project aan de parameters voor de na te streven waterkwaliteit en de ecologische potenties van het watersysteem behorende bij de functie zoals omschreven in bijlage 3 en bijlage 4 van het Regionaal Water en Bodem Programma; wordt het project uitgevoerd conform de Handreiking Ontwikkeling Waterlopen-systematiek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1410\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.10</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten in ieder geval voor subsidie in aanmerking: kosten ten behoeve van de uitvoering van het project; voorbereidingskosten gemaakt vanaf 1 januari 2021; kosten voor onderzoek ten behoeve van de uitvoering van maatregelen als bedoeld in artikel 14.4; kosten voor een LESA-onderzoek; kosten voor communicatie ten behoeve van de uitvoering van het project; legeskosten; kosten voor aanleg van de monitoring van maatregelen, voor zover additioneel ten opzichte van bestaande monitoring; kosten van mitigerende maatregelen ter voorkoming van schade als gevolg van vernattingsmaatregelen; kosten voor nadeelcompensatie aan derden, betaald door het waterschap, in verband met: landbouwkundige opbrengstvermindering door natschade als gevolg van vernattingsmaatregelen; schade aan bebouwing als gevolg van vernattingsmaatregelen; structurele waardevermindering van grond van derden als gevolg van de betreffende uitvoeringsmaatregel, indien daarop een kwalitatieve verplichting is opgelegd; kosten derden, tot een maximum van € 99 per uur, vermeerderd met niet verrekenbare en niet compensabele btw; kosten als bedoeld onder a tot en met j, van agrarische ondernemingen, voor zover deze uitgaven voor niet-productieve investeringen betreffen. kosten van arbeids- en personeelsuren van een gemeente, mits besteed aan extra werkzaamheden die direct toerekenbaar zijn aan het project;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>In afwijking van het eerste lid, onder a, zijn kosten voor de uitvoering van projecten als bedoeld in artikel 14.4, onder a, subsidiabel: tot een maximum van € 2.560 per hectare, indien het kosten voor de omvorming van bossen op arme zandgronden betreft; tot een maximum van € 2.340 per hectare, indien het kosten voor steenmeel betreft; tot een maximum van € 1.800 per hectare, indien het kosten voor de omvorming van bossen op rijke zandgronden betreft.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Voor de berekening van subsidiabele uurtarieven van arbeids- en personeelsuren van de subsidieontvanger, past deze de berekeningswijze, genoemd in artikel 3, eerste lid, onder c, van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen uurtarieven subsidies Noord-Brabant toe en hanteert daarbij op grond van artikel 6, tweede lid, van die regeling een uurtarief van: € 70 voor werkzaamheden op MBO-niveau; € 100 voor werkzaamheden op HBO-niveau; € 120 voor werkzaamheden op WO-niveau.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>In afwijking van het derde lid, hanteert een gemeente voor de arbeids- en personeelsuren als bedoeld in het eerste lid, onder l, een uurtarief van € 100.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1411\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.11</span><span class=\"lf-art-t\">Niet subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 14.10 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking: kosten voor regulier beheer en onderhoud; kosten voor de aanschaf van machines; uitvoeringskosten gemaakt vóór indiening van de aanvraag; kosten waarvoor reeds een subsidie of bijdrage is verleend; kosten voor de uitvoering van wettelijke taken of regelingen; kosten voor de uitvoering van reeds bestaande monitoring; kosten gemaakt door agrarische ondernemingen voor: de aankoop van productierechten; de aanplant van eenjarige gewassen; afwateringswerkzaamheden; de aankoop van dieren; investeringen om aan geldende EU-normen te voldoen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1412\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.12</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagtijdvak</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieaanvragen worden ingediend van 22 november 2021 tot en met 29 juni 2023 en van 21 september 2023 tot en met 31 oktober 2023.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1413\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.13</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 14.12, vast op € 53.000.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1414\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.14</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiehoogte</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De hoogte van de subsidie bedraagt: de maximale bedragen per ha, genoemd in artikel 14.10, tweede lid, voor projecten als bedoeld in artikel 14.4, onder a;</div>\n<p class=\"lf-p\">100% van de subsidiabele kosten, voor projecten als bedoeld in artikel 14.4, onder b en c.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De maximale hoogte van de subsidie als bedoeld in het eerste lid is: voor agrarische ondernemingen, € 500.000 per project; voor overige subsidieontvangers, € 10.000.000 per project.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Indien toepassing van het eerste en tweede lid tot gevolg heeft dat de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1415\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.15</span><span class=\"lf-art-t\">Verdelingswijze</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>De subsidie wordt verdeeld overeenkomstig de rangschikking over opeenvolgende aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1416\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.16</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieverlening</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie, bedoeld in artikel 14.8, tweede lid, wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat tussen de provincie Noord-Brabant en de subsidieontvanger of tussen de provincie Noord-Brabant en de grondeigenaar, indien de subsidieontvanger niet de grondeigenaar is, een kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek wordt gevestigd, waarin in ieder geval wordt opgenomen dat degene die het terrein toebehoort, beheert of degene die het recht van erfpacht verwerft: de desbetreffende grond na aanvang van de inrichting niet gebruikt of doet gebruiken als landbouwgrond; op de desbetreffende grond voor onbepaalde tijd de ontwikkeling dan wel instandhouding van het natuurbeheertype zoals opgenomen in het projectplan, gedoogt; datgene nalaat wat de ontwikkeling dan wel instandhouding van het natuurbeheertype, bedoeld onder b, belemmert, bemoeilijkt of verhindert; effecten op de grond duldt die ontstaan door hydrologische maatregelen in de omgeving van de betreffende grond ten behoeve van natuurdoelen, een Natura 2000-gebied, de Kaderrichtlijn Water of het behoud en herstel van wijst.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De kwalitatieve verplichting, bedoeld in het eerste lid, wordt bij notariële akte opgemaakt en ingeschreven in de openbare registers.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1417\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.17</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van de subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger: rondt het project uiterlijk 31 december 2025 af; verricht op de ingerichte grond duurzaam natuur-, water-, bodem-, en landschapsbeheer; gebruikt op de ingerichte grond geen kunstmest, drijfmest of bestrijdingsmiddelen; gebruikt bij de inrichting geen beplantingssoorten genoemd in bijlage 15 bij deze regeling of in bijlage 10 bij de Regeling natuurbescherming; besteedt eventuele opbrengsten uit een door deze paragraaf gesubsidieerde investering aan kwaliteitsverbetering of beheer van natuurgebieden, indien hij een niet-agrarische onderneming is; verleent medewerking aan de landelijke monitoring, voor zover de provincie hiertoe verplicht is op grond van de Spuk versneld natuurherstel; de ontvanger beschrijft bij aanvang van de activiteiten de nulsituatie en beschrijft na afronding van de activiteiten de eindsituatie van de activiteiten; overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, meer dan twaalf maanden bedraagt; houdt bij subsidies tot € 125.000, ingevolge artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening of artikel 7, eerste lid, van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening, een administratie bij van gerealiseerde kosten, gestaafd met gespecificeerde en actuele bewijsstukken; houdt, bij subsidies vanaf €125.000, een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1418\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.18</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Bij subsidies tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag; foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; bewijsstukken als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en artikel 7, eerste lid van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening waaruit de gerealiseerde kosten blijken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag; een financieel verslag als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 1º, van de Asv; een controleverklaring als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 2º, van de Asv.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In afwijking van de voorgaande leden, toont een subsidieontvanger die een medeoverheid is, bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat de verplichtingen zijn nagekomen door middel van: een activiteitenverslag; verslaglegging conform de vereisten van de Regeling informatieverstrekking sisa, met gebruikmaking van de toepasselijke sisa-bijlage.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1419\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.19</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting en betaling</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt gedurende de looptijd van het project jaarlijks betaald in gelijke termijnen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1420\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14.20</span><span class=\"lf-art-t\">Vaststelling subsidies tot € 125.000</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Gedeputeerde Staten stellen subsidies tot € 125.000 ingevolge artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en artikel 7, eerste lid van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening, vast op basis van prestaties en gerealiseerde kosten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De vaststelling, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats overeenkomstig artikel 21, eerste tot en met vijfde, en negende lid, van de Asv.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1421\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel14.21</span><span class=\"lf-art-t\">Evaluatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten zenden in 2023 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-15\"><span class=\"lf-art-num\">§15</span><span class=\"lf-art-t\">Preventieve maatregelen wolvenschade</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-151\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangewezen leefgebied: door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant vastgesteld gebied waar een wolf zich na zes maanden aanwezigheid gevestigd heeft en daarmee het risico op schade door een gevestigde wolf aannemelijk en voorzienbaar is, zoals opgenomen in bijlage 16; aanval: aanval waarbij een of meerdere landbouwdieren zijn gedood of verwond en waarvan BIJ12 heeft geoordeeld dat niet is uit te sluiten dat een wolf de schade heeft veroorzaakt; de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EU) 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PbEU 2013, L 352) dan wel in Verordening (EU) 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352);</p>\n<p class=\"lf-p\">Faunaschade Preventiekit module wolven: overzicht van preventieve maatregelen om schade door wolven te voorkomen en beperken door middel van vaste en verplaatsbare wolfwerende afrastering zoals gepubliceerd op de website van BIJ12; landbouwhuisdieren: schapen en geiten die zijn opgenomen in het Identificatie en Registratie systeem voor schapen en geiten van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; urgentie: een situatie waarin sprake is van schade veroorzaakt door minimaal twee aanvallen op verschillende dagen binnen zeven dagen na de dag waarop het eerste dier is gedood of verwond, in een gemeente of in aangrenzende gemeenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-152\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel15.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doelgroep</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie op grond van deze regeling kan worden aangevraagd door: een houder van landbouwhuisdieren; terreinbeherende organisaties of grondeigenaren die begrazing door schapen of geiten inzetten op eigen of beheerde terreinen, niet zijnde gemeentes of waterschappen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-153\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidievorm</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze pararaaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-154\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor maatregelen gericht op vermindering en voorkoming van schade aan landbouwhuisdieren in het Aangewezen leefgebied of in geval van urgentie, in de vorm van: het aanleggen van een vaste wolfwerende afrastering als bedoeld in paragraaf 2.2. van de Faunaschade Preventiekit module wolven; het plaatsen van een verplaatsbare wolfwerende afrastering als bedoeld in paragraaf 2.2. van de Faunaschade Preventiekit module wolven; of het aanpassen van een bestaande vaste of verplaatsbare afrastering tot een wolfwerende afrastering als bedoeld in paragraaf 2.2 van de Faunaschade Preventiekit module wolven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-155\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt geweigerd indien: de maatregelen niet bijdragen aan de bescherming van landbouwhuisdieren tegen aanvallen van een wolf; de maatregelen worden genomen buiten het Aangewezen leefgebied, tenzij er sprake is van urgentie. voor de maatregelen reeds subsidie is verstrekt op grond van deze regeling, een andere regeling of een regeling van een andere overheid; de maatregelen worden genomen voor andere dieren dan landbouwhuisdieren; de maatregelen zijn gerealiseerd of aangebracht voor 28 september 2020; er sprake is van urgentie en de aanvraag niet binnen 4 weken na het optreden van die urgentie is ingediend; de subsidieaanvrager, bedoeld in artikel 15.2, onder a, het maximumbedrag aan de-minimissteun van € 20.000 al heeft overschreden over een periode van drie belastingjaren; de subsidieaanvrager, bedoeld in artikel 15.2, onder b, het maximumbedrag aan de-minimissteun van € 200.000 al heeft overschreden over een periode van drie belastingjaren.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Onverminderd het eerste lid, wordt subsidie voor een draad-opwindsysteem of een systeem waarmee een verplaatsbare wolfwerende afrastering op- en afgewonden kan worden, geweigerd indien het gemiddeld geregistreerd aantal landbouwhuisdieren, aangetoond door vier uitdraaien van het Identificatie- en Registratiesysteem voor dieren met de peildata 1 februari, 1 mei, 1 augustus en 1 november in het jaar voorafgaand aan de aanschaf van wolfwerende maatregelen, minder is dan 100 landbouwhuisdieren.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-156\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidievereisten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: de maatregelen zijn gericht op vermindering en voorkoming van schade aan landbouwhuisdieren veroorzaakt door wolven: in het Aangewezen leefgebied; of buiten het Aangewezen leefgebied in geval van urgentie; de vaste en verplaatsbare wolfwerende afrastering en bijbehorende onderdelen of materialen voldoen aan de specificaties die staan beschreven in paragraaf 2.2. van de Faunaschade Preventiekit module wolven; aan het project ligt een projectplan ten grondslag waarin in ieder geval is opgenomen: een gespecificeerde factuur of facturen van de gerealiseerde maatregelen en bijbehorende betaalwijzen; het gemiddeld geregistreerd aantal landbouwhuisdieren van de houder van de landbouwhuisdieren die worden ingezet op het terrein waarop het project wordt uitgevoerd, aangetoond door vier uitdraaien van het Identificatie- en Registratiesysteem voor landbouwhuisdieren met de peildata 1 februari, 1 mei, 1 augustus en 1 november, in het jaar voorafgaand aan de aanschaf van wolfwerende maatregelen; een afschrift van het contract met de houder van landbouwhuisdieren waaruit het aantal landbouwhuisdieren blijkt dat wordt ingezet op het terrein waarop het project zal worden uitgevoerd, indien een aanvrager als bedoeld in artikel 15.2, onder b, de aanvraag indient; fotomateriaal van de gerealiseerde wolfwerende afrastering; een overzichtskaart met kadastraal nummer met daarop aangegeven de locatie waar de vaste wolfwerende afrastering is gerealiseerd en het aantal strekkende meters afrastering; een volledig ingevulde en ondertekende de-minimisverklaring.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Onverminderd het eerste lid wordt een: vaste wolfwerende afrastering met toebehoren ingezet in het Aangewezen leefgebied dan wel daarbuiten in geval van urgentie; verplaatsbare wolfwerende afrastering met toebehoren ten minste twee weken per kalenderjaar ingezet in het Aangewezen leefgebied dan wel zo vaak als noodzakelijk in geval van urgentie.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-157\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel15.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: aanschaf van vaste wolfwerende afrastering; aanschaf van verplaatsbare wolfwerende afrastering; laten plaatsen van vaste wolfwerende afrastering; aanschaf van een automatisch of manueel draad-opwindsyteem of systeem waarmee een verplaatsbare wolfwerende afrastering op- en afgewonden kan worden; aanschaf van stroomdraad of –lint om bestaande rasters wolfwerend te maken; aanschaf van onderdelen of materialen voor een wolfwerende afrastering die voldoen aan de normen of overige suggesties als genoemd in paragraaf 2.2. van de Faunaschade Preventiekit module wolven, waaronder in ieder geval: schrikdraadapparaat en toebehoren als een stroomapparaat of elektriciteitsvoorziening zoals een accu of zonnepaneel; poortonderdelen voor schrikdraad zoals een poortgreep, poortgreepanker of verende hekafsluiter; rasters, draden en palen voor de omheining; spanningstester, acculader, aardpen; waarschuwingsbordjes.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-158\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.8</span><span class=\"lf-art-t\">Niet subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 15.7 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking: kosten van de aanvrager voor het zelf aanleggen van vaste en verplaatsbare wolfwerende afrastering; advieskosten van derden; aanschaf van andere onderdelen dan genoemd in artikel 15.7, onder f, machines, en van systemen, gereedschappen en apparaten voor het gereed maken, in elkaar zetten en aanbrengen van vaste en verplaatsbare wolfwerende afrastering; onderhoudskosten van vaste en verplaatsbare wolfwerende afrastering; kosten ten behoeve van het gereed maken van de omgeving voor vaste en verplaatsbare wolfwerende afrastering; opslagkosten van vaste en verplaatsbare afrastering; verplaatsingskosten van vaste en verplaatsbare wolfwerende afrastering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-159\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagtijdvak</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieaanvragen worden ingediend van 1 februari 2022 tot en met 1 februari 2024.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1510\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel15.10</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 15.4 voor de periode, genoemd in artikel 15.9, vast op € 200.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.11</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiehoogte</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De hoogte van de subsidie bedraagt in totaal maximaal € 20.000.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 15.4, onder a, bedraagt: € 500, en; € 3,00 per strekkende meter vaste wolfwerende afrastering met een maximum van € 100 per dier, waarbij voor het totale aantal dieren wordt uitgegaan van het gemiddeld geregistreerd aantal landbouwhuisdieren, bedoeld in artikel 15.6, eerste lid, onderdeel c, onder 2°.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 15.4, onder b, bedraagt: € 30,- per dier, waarbij voor het totale aantal dieren wordt uitgegaan van het gemiddeld geregistreerd aantal landbouwhuisdieren, bedoeld in artikel 15.6, eerste lid, onderdeel c, onder 2°; € 4.000 voor een draad-opwindsysteem of systeem waarmee verplaatsbare wolfwerende afrastering op- en afgewonden kan worden, als de verplaatsbare wolfwerende afrastering een wolfwerende afrastering met draden is.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 15.4, onder c, bedraagt: € 250; en € 1,50 per strekkende meter vaste wolfwerende afrastering met een maximum van € 50 per dier, waarbij voor het totale aantal dieren wordt uitgegaan van het gemiddeld geregistreerd aantal landbouwhuisdieren, bedoeld in artikel 15.6, eerste lid, onderdeel c, onder 2°.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>In afwijking van de voorgaande leden, wordt aan de subsidieaanvrager maximaal een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat over een periode van drie belastingjaren het plafond voor de-minimissteun niet wordt overschreden.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1512\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.12</span><span class=\"lf-art-t\">Verdelingswijze</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>De subsidie wordt overeenkomstig de rangschikking verdeeld over opeenvolgende aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1513\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.13</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van de subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger: neemt maatregelen om diefstal van de wolfwerende afrastering en toebehoren te voorkomen; zorgt voor goed onderhoud en gaat zorgvuldig om met de wolfwerende afrastering en toebehoren; houdt de wolfwerende afrastring en toebehoren minimaal vijf jaren in eigen gebruik.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1514\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.14</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[vervallen]</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1515\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.15</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen de subsidie, overeenkomstig artikel 20, eerste lid, onder a, direct vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1516\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15.16</span><span class=\"lf-art-t\">Evaluatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten zenden in 2023 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze regeling in de praktijk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-16\"><span class=\"lf-art-num\">§ 16</span><span class=\"lf-art-t\">Regievoering GGA landelijk programma natuur</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-161\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze paragraaf wordt verstaan onder: agrarische collectieven: de coöperatieve verenigingen ANB West-Brabant, ANB Midden-Brabant en ANB Oost-Brabant; apparaatskosten: interne loonkosten en kosten derden die specifiek zijn gemaakt voor de regievoering ten behoeve van het provinciaal uitvoeringsprogramma;</p>\n<p class=\"lf-p\">Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;</p>\n<p class=\"lf-p\">GGA: gebiedsgerichte aanpak, aan de hand waarvan de provincie samen met partners werkt aan het realiseren van natuurherstel en tegelijkertijd aan het creëren van een duurzaam perspectief voor de Brabantse landbouw in de schil rondom de natuurgebieden;</p>\n<p class=\"lf-p\">GGA-team: team waarin medewerkers van de provincie en partners het gebiedsproces organiseren en begeleiden en dat per gebied varieert qua samenstelling en grootte, afhankelijk van de belangen en opgaven in het betreffende gebied; kosten derden: kosten verschuldigd aan derden die op factuur aantoonbaar zijn en direct voor de subsidiabele activiteiten worden gemaakt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet natuurbescherming; provinciaal uitvoeringsprogramma: programma van de provincie Noord-Brabant ter uitvoering van het landelijk programma natuur, waarin staat aangegeven hoe gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan het realiseren van de condities, die nodig zijn voor een landelijk gunstige staat van instandhouding op de locaties, waar bij aanvang van het programma sprake is van een te hoge stikstofdepositie voor stikstofgevoelige soorten en habitats, zoals opgenomen in bijlage 11 behorende bij deze regeling; regievoering ten behoeve van het provinciaal uitvoeringsprogramma: activiteiten als bedoeld in artikel 16.6, onder a;</p>\n<p class=\"lf-p\">Spuk versneld natuurherstel: specifieke uitkering van de minister van landbouw, natuur en voedselkwaliteit, gebaseerd op de Regeling specifieke uitkering Programma Natuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-162\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doelgroep</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door: terreinbeherende organisaties; een samenwerkingsverband van agrarische collectieven; verenigingen, anders dan die genoemd onder a of b, die binnen de gebiedsgerichte aanpak het belang van hun leden vertegenwoordigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Brabantse gemeentes, waterschappen en drinkwaterbedrijven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-163\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidievorm</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-164\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op regievoering ten behoeve van het provinciaal uitvoeringsprogramma binnen de GGA.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-165\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien: voor het project reeds eerder een subsidie of bijdrage is verleend voor dezelfde activiteiten; de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 25.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-166\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidievereisten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om voor subsidie als bedoeld in artikel 16.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het project is gericht op regievoering ten behoeve van het provinciaal uitvoeringsprogramma, bestaande uit: actieve deelname aan een of meer GGA-teams; deelname aan de verkenning, visievorming en planuitwerking in een of meer GGA-teams; het doen van voorstellen voor gebiedsgerichte maatregelen in het kader van het provinciaal uitvoeringsprogramma; deelname aan de werksessies ter voorbereiding van de aanvraag van de Spuk versneld natuurherstel; en indien de subsidieaanvrager een vereniging is, overleg met en terugkoppeling aan haar leden over de activiteiten, bedoeld onder 1° tot en met 4°; de GGA-teams waaraan wordt deelgenomen is actief in een van de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden als opgenomen in bijlage 17; het project kan uiterlijk 31 december 2023 worden afgerond. aan de aanvraag ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen: op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; een sluitende begroting, met uitsplitsing van de kosten per GGA-team.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-167\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende apparaatskosten voor subsidie in aanmerking: kosten derden tot een maximum van € 99 per uur, te vermeerderen met niet-verrekenbare en niet-compensabele btw, mits op offerte of factuur aantoonbaar; arbeids- en personeelsuren van de subsidieontvanger, berekend op de wijze, genoemd in artikel 3, eerste lid, onder c, van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen uurtarieven subsidies Noord-Brabant, waarbij op grond van artikel 6, tweede lid, van die regeling een uurtarief wordt gehanteerd van: € 70 voor werkzaamheden op MBO-niveau; € 100 voor werkzaamheden op HBO-niveau; € 120 voor werkzaamheden op WO-niveau.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-168\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.8</span><span class=\"lf-art-t\">Niet subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 16.7 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking: kosten waarvoor reeds een subsidie of bijdrage is verleend; kosten voor de uitvoering van wettelijke taken of regelingen; kosten voor de voorbereiding van concrete maatregelen ter uitvoering van het provinciaal uitvoeringsprogramma; kosten gemaakt vóór 1 januari 2021.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-169\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagtijdvak</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieaanvragen worden ingediend van 2 mei 2022 tot en met 30 juni 2023.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1610\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel16.10</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 16.9, vast op € 3.500.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1611\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel16.11</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiehoogte</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 40.000 voor elk GGA-team waaraan aanvrager deelneemt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien toepassing van het eerste lid tot gevolg heeft dat de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1612\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.12</span><span class=\"lf-art-t\">Verdelingswijze</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>De subsidie wordt verdeeld overeenkomstig de rangschikking over opeenvolgende aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1613\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.13</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van de subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger: rondt het project uiterlijk 31 december 2023 af; overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, meer dan twaalf maanden bedraagt; houdt een urenregistratie bij waarbij per GGA-team een uitsplitsing wordt gemaakt, voor zover het activiteiten betreft die zijn verricht na 1 april 2023, en overlegt deze urenregistratie desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1614\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.14</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van een activiteitenverslag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag; een financieel verslag als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 1º, van de Asv; een controleverklaring als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 2º, van de Asv.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In afwijking van de voorgaande leden, toont een subsidieontvanger die een gemeente of waterschap is, bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat de verplichtingen zijn nagekomen door middel van: een activiteitenverslag; verslaglegging conform de vereisten van de Regeling informatieverstrekking sisa, met gebruikmaking van de toepasselijke sisa-bijlage.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1615\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.15</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting en betaling</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt betaald in twee gelijke gedeelten, verdeeld over twee gelijke termijnen, gedurende de looptijd van het project.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1616\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 16.16</span><span class=\"lf-art-t\">Evaluatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten zenden in 2024 aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-17\"><span class=\"lf-art-num\">§ 17</span><span class=\"lf-art-t\">Boscompensatie buiten Natuurnetwerk Brabant</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-171\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.1</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze regeling wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Catalogus Groenblauwe Diensten: set van steunmaatregelen waaraan de Europese Commissie met het goedkeuringsbesluit SA.44848 goedkeuring heeft verleend; element: bostype zoals omschreven in bijlage 19 bij deze regeling;</p>\n<p class=\"lf-p\">EVZ: ecologische verbindingszone, zijnde een gebied waarbinnen natuur- en landschapselementen zijn of worden gerealiseerd, gericht op het verbinden van natuurgebieden, en dat is opgenomen en begrensd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant; file geodatabase: bestand dat geschikt is voor opname in een geografisch informatiesysteem; functiewijziging: het wijzigen van de functie van grond van landbouwgrond naar natuurbos; grote onderneming: onderneming waar minstens 250 personen werkzaam zijn of waarvan de jaaromzet 50 miljoen EUR of het jaarlijkse balanstotaal 43 miljoen EUR overschrijdt, als bedoeld in artikel 2, bijlage I van Verordening (EU) nr. 702/2014, PB EU 2014 L 193;</p>\n<p class=\"lf-p\">Index natuur en landschap: beschrijving van natuur- en landschapstypen, te raadplegen via de website: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-en-landschap/;</p>\n<p class=\"lf-p\">Kaderrichtlijn Water: Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PbEU 2000, L 327); kosten derden: kosten verschuldigd aan derden die op factuur aantoonbaar zijn en direct voor de subsidiabele activiteiten worden gemaakt; landbouwgrond: landbouwareaal als bedoeld in artikel 2.4, onder 50 van de Landbouwrichtsnoeren, niet zijnde gronden als bedoeld in artikel 2.10, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB; mede-overheid: overheid als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Regeling informatieverstrekking sisa of waterschap;</p>\n<p class=\"lf-p\">Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet natuurbescherming; natuurbos: natuurtype N14 of N15, als bedoeld in de Index natuur en landschap;</p>\n<p class=\"lf-p\">Nederlandse rassenlijst bomen: door de Raad voor plantengewassen opgestelde lijst van boomsoorten, te raadplegen op www.rassenlijstbomen.nl;</p>\n<p class=\"lf-p\">NNB: Natuurnetwerk Brabant, zijnde een samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, en is opgenomen en begrensd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant; verbonden persoon: door middel van een deelneming, een samenwerkingsverband of op andere wijze verbonden natuurlijke of rechtspersoon.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-172\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel17.2</span><span class=\"lf-art-t\">Doelgroep</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door: rechtspersonen; natuurlijke personen; een samenwerkingsverband van rechtspersonen of natuurlijke personen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, onder c, geen rechtspersoonlijkheid bezit, draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband, blijkend uit een samenwerkingsverklaring.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-173\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel17.3</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidievorm</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-174\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel17.4</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op boscompensatie in de vorm van: inrichting van natuurbos in combinatie met functiewijziging; of inrichting van natuurbos.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-175\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.5</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie wordt geweigerd indien: het project wordt uitgevoerd op gronden gelegen binnen het NNB; krachtens het geldende bestemmingsplan de bestemming bouwvlak of de bestemming wonen rust: op de grond waarop het project wordt uitgevoerd; of op grond gelegen binnen 10 meter daarvandaan die in eigendom, erfpacht of pacht is van de aanvrager of een met hem verbonden persoon; het project wordt uitgevoerd binnen de bebouwde kom als bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; het project wordt uitgevoerd in bebouwd gebied als bedoeld op de landschapstypenkaart, opgenomen in bijlage 18 bij deze regeling; voor het project reeds subsidie is verstrekt op grond van deze of een andere subsidieregeling; reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project; op de grond waarop het project betrekking heeft verplichtingen rusten op grond van deze regeling of enige andere regeling op grond waarvan een subsidie is verstrekt met betrekking tot agrarisch natuurbeheer of natuurbeheer; het project reeds uitgevoerd dient te worden op grond van verplichtingen voortvloeiend uit wetgeving, regelgeving, een convenant of andere afspraken; de subsidieaanvrager actief is in de commercieel levensvatbare houtwinning, het vervoer van hout of de verwerking van hout of andere bosrijkdommen tot producten of tot energiebronnen; het project functiewijziging betreft en de subsidieaanvrager de bestaande functie hoe dan ook moet stopzetten, wegens het niet voldoen aan relevante Europese of nationale wet- en regelgeving, zoals wet- en regelgeving met betrekking tot dieren, planten, volksgezondheid, sanitair, ethiek of milieu; de subsidieaanvrager een onderneming in financiële moeilijkheden is als bedoeld in de Richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden (PbEU 2014, C 249); ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard; de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 25.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-176\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.6</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidievereisten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Om voor subsidie in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten: het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant, blijkend uit een kadastrale omschrijving van het perceel en een kaart met topografische ondergrond, met een schaal van ten hoogste 1:10.000, met daarop de ligging van het perceel; het project wordt uitgevoerd buiten het NNB en omvat: een aaneengesloten oppervlakte van minimaal 1 ha, indien het project wordt uitgevoerd aangrenzend aan het NNB of aangrenzend aan een natuurbos buiten het NNB; een aaneengesloten oppervlakte van minimaal 5 ha, in overige gevallen; indien het project wordt uitgevoerd aangrenzend aan het NNB of aangrenzend aan een natuurbos buiten het NNB: is de boscompensatie zoveel mogelijk verbonden met N2000-gebieden; of versterkt de boscompensatie EVZ’s en verbindt N2000-gebieden of onderdelen daarvan; indien het project niet wordt uitgevoerd aangrenzend aan het NNB of aan een natuurbos buiten het NNB, wordt een onderbouwing gegeven van de ecologische meerwaarde van het project voor de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, ondanks de geïsoleerde ligging; het bestuur van de gemeente waarbinnen het project wordt uitgevoerd, heeft de intentie het bos planologisch te borgen en ziet vanuit landschappelijke inpassing geen bezwaren, blijkend uit een verklaring; het project betreft de realisering van bos conform een of meerdere van de N14- of N15-bostypen als bedoeld in de Index natuur en landschap; het project wordt uitgevoerd in overeenstemming met bijlagen 18 en 19 bij deze regeling; het project maakt bij de inrichting uitsluitend gebruik van de soorten, opgenomen in de Nederlandse rassenlijst bomen; het project maakt geen deel uit van een ruimtelijke ontwikkeling waarin natuurontwikkeling dan wel compensatie een verplichting is; het project is niet strijdig met een of meer provinciale natuur- en waterdoelstellingen en is in overeenstemming met eventueel aanwezige landschappelijke waardes; voor zover noodzakelijk is de onderbouwing van het project in relatie tot hydrologie afgestemd met het waterschap, blijkend uit een verklaring van het waterschap; het project kan worden afgerond voor 31 december 2025, blijkend uit een realistische planning; aan de aanvraag ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen: op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; een overzicht van de oppervlakte van het aan te leggen bos in hectares; een overzicht van de bij aanleg te gebruiken soorten, uitgedrukt als percentage van de totale aanleg;</div>\n<p class=\"lf-p\">een sluitende begroting; een file geodatabase met de exacte locatie van de te treffen maatregelen, opgebouwd volgens het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelregistratieformulier ten behoeve van het vullen van het registratiesysteem GIS subsidies natuur Noord-Brabant; een beschrijving van de wijze waarop de instandhouding en het beheer wordt gewaarborgd nadat de inrichting van het natuurbos gerealiseerd is; een onderbouwing van de maatregelen in relatie tot het voorkomen van onbeheersbare natuurbranden indien de aanvraag om subsidie betrekking heeft op een aaneengesloten gebied van meer dan twee hectare en het gebied is aangemerkt als risicogebied natuurbranden als aangeduid op de kaart in bijlage 14 bij deze regeling; een overzicht van de liquiditeitsprognose van de aanvrager gedurende de looptijd van het project, indien de aangevraagde subsidie meer dan € 2.500.000 bedraagt.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Onverminderd het eerste lid wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 17.4, onder a, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten: de subsidieaanvrager: beschikt over de volle eigendom van de grond waarop het project betrekking heeft dan wel heeft toestemming van de eigenaar van de grond om het project uit te voeren, blijkend uit een verklaring; en is voornemens de functie en bestemming van de grond te wijzigen of te laten wijzigen naar natuur of bos; de landbouwproductiecapaciteit is in de laatste vijf jaar voorafgaand aan de functiewijziging onafgebroken gebruikt; indien het project gericht is op verwerving of functiewijzing van een perceel dat in eigendom is van een gemeente, overlegt de subsidieaanvrager een verklaring van de desbetreffende gemeente dat deze: de inkomsten uit de verkochte grond of functiewijzing voor 50% investeert in groene doelen; of de vergoeding voor onderbedeling bij kavelruil voor 50% investeert in groene doelen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Onverminderd de voorgaande leden, overlegt de subsidieaanvrager die een grote onderneming is, bewijsstukken waaruit blijkt dat zonder de subsidie het project economisch niet levensvatbaar zou zijn.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-177\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel17.7</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen de volgende kosten in aanmerking voor subsidie: voor projectonderdelen betreffende functiewijziging: de waardevermindering van de grond door functiewijziging, gebaseerd op de in opdracht van de provincie Noord-Brabant door twee onafhankelijke taxateurs uitgevoerde taxatie, bestaande uit: de marktwaarde van het perceel voor functiewijziging, tot een maximum van 150% van de regioprijs per hectare, opgenomen in bijlage 20 bij deze regeling; verminderd met de marktwaarde van de grond na functiewijziging; voor projectonderdelen betreffende inrichting: kosten derden tot een maximum van € 99 per uur, vermeerderd met niet verrekenbare en niet compensabele btw; overige kosten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Voor de berekening van subsidiabele uurtarieven van arbeids- en personeelsuren, past de subsidieontvanger de berekeningswijze, genoemd in artikel 3, eerste lid, onder c, van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen uurtarieven subsidies Noord-Brabant toe en hanteert daarbij op grond van artikel 6, tweede lid, van die regeling een uurtarief van: € 70 voor werkzaamheden op MBO-niveau; € 100 voor werkzaamheden op HBO-niveau; € 120 voor werkzaamheden op WO-niveau.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-178\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.8</span><span class=\"lf-art-t\">Niet-subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 17.7 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking: voorbereidingskosten gemaakt vóór 1 januari 2021; uitvoeringskosten gemaakt vóór indiening van de subsidieaanvraag; kosten voor verwijdering bodemverontreiniging of afval; kosten voor bouw opstallen; kosten voor aanschaf machines; kosten voor aanschaf of plaatsing recreatieve voorzieningen; kosten voor aanleg parkeergelegenheid; kosten voor wegwerken achterstallig onderhoud; kosten voor het verwerven van grond, pachtafkoop en beheer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-179\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.9</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraagtijdvak</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieaanvragen worden ingediend van 23 mei 2022 tot en met 28 september 2023.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1710\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel17.10</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 17.9, vast op € 9.680.000.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1711\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel17.11</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiehoogte</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De hoogte van de subsidie bedraagt:</div>\n<p class=\"lf-p\">100% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 17.7, eerste lid, onder a;</p>\n<p class=\"lf-p\">100% van de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 17.7, eerste lid onder b, tot een maximum van € 15.000 per ha.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien toepassing van het eerste lid tot gevolg heeft dat de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1712\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.12</span><span class=\"lf-art-t\">Verdelingswijze</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>De subsidie wordt verdeeld overeenkomstig de rangschikking over opeenvolgende aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1713\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.13</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieverlening</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De subsidie voor functiewijziging als bedoeld in artikel 17.4, onder a, wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat tussen de provincie Noord-Brabant en de subsidieontvanger of tussen de provincie Noord-Brabant en de grondeigenaar, indien de subsidieontvanger niet de grondeigenaar is, een kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek wordt gevestigd, waarin in ieder geval wordt opgenomen dat degene die het terrein toebehoort, beheert of degene die het recht van erfpacht verwerft: de desbetreffende grond na aanvang van de inrichting niet gebruikt of doet gebruiken als landbouwgrond; op de desbetreffende grond voor onbepaalde tijd de ontwikkeling dan wel instandhouding van het bostype zoals opgenomen in het projectplan, gedoogt; op de ingerichte grond geen kunstmest, drijfmest of chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt; datgene nalaat wat de ontwikkeling dan wel instandhouding van het bostype, bedoeld onder b, belemmert, bemoeilijkt of verhindert; effecten op de grond duldt die ontstaan door hydrologische maatregelen in de omgeving van de betreffende grond ten behoeve van natuurdoelen, een Natura 2000-gebied, de Kaderrichtlijn Water of het behoud en herstel van wijst.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De kwalitatieve verplichting, bedoeld in het eerste lid, wordt bij notariële akte opgemaakt en ingeschreven in de openbare registers.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1714\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.14</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van de subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger: rondt het project uiterlijk 31 december 2025 af; verricht op de ingerichte grond duurzaam natuur-, water-, bodem-, en landschapsbeheer; maakt bij de inrichting uitsluitend gebruik van soorten, opgenomen in de Nederlandse rassenlijst bomen; zorgt voor het slopen of onherroepelijk sluiten van eventuele betrokken landbouwproductiecapaciteit; realiseert de uitvoering in overeenstemming met bijlage 19 bij deze regeling; overlegt de bij de subsidieverlening verplicht gestelde gegevens ten behoeve van de landelijke monitoring van de maatregelen; beschrijft bij aanvang van de activiteiten de nulsituatie en beschrijft na afronding van de activiteiten de eindsituatie van de activiteiten; overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, meer dan twaalf maanden bedraagt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1715\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.15</span><span class=\"lf-art-t\">Verantwoording</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Bij subsidies tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag; foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; bewijsstukken waaruit de gerealiseerde kosten blijken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag; foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; een financieel verslag als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 1º, van de Asv; een controleverklaring als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 2º, van de Asv.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>In afwijking van de voorgaande leden, toont een subsidieontvanger die een medeoverheid is, bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat de verplichtingen zijn nagekomen door middel van: een activiteitenverslag; verslaglegging conform de vereisten van de Regeling informatieverstrekking sisa, met gebruikmaking van de toepasselijke sisa-bijlage.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1716\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.16</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting en betaling</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Het voorschot met betrekking tot subsidie voor inrichting van natuurbos, wordt afhankelijk van de looptijd van het project jaarlijks in gelijke terrmijnen betaald.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Het voorschot met betrekking tot subsidie voor functiewijziging wordt in één keer uitbetaald, nadat de subsidieaanvrager een notariële akte heeft overlegd, waaruit blijkt dat de kwalitatieve verplichting, bedoeld in artikel 17.13, is gevestigd.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1717\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.17</span><span class=\"lf-art-t\">Vaststelling subsidies tot € 125.000</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Gedeputeerde Staten stellen subsidies tot € 125.000 vast op basis van prestaties en gerealiseerde kosten.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>De vaststelling, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats overeenkomstig artikel 21, eerste tot en met vijfde, en negende lid, van de Asv.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1718\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 17.18</span><span class=\"lf-art-t\">Evaluatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten zenden in 2024 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-18\"><span class=\"lf-art-num\">§ 18</span><span class=\"lf-art-t\">Slotbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 18.1 intrekking De Subsidieregeling biodiversiteit Noord-Brabant wordt ingetrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-182\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel18.2</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidieaanvragen waarop op het moment van inwerkingtreding van deze regeling nog niet is beslist, blijft de Subsidieregeling biodiversiteit Noord-Brabant zijn werking behouden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-183\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel18.3</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-184\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 18.4</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling natuur Noord-Brabant. ’s-Hertogenbosch, 24 januari 2017Gedeputeerde Staten voornoemd,de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van den Donkde secretarismw. ir. A.M. Burger Bijlage 1behorende bij de Subsidieregeling natuur Noord-Brabant Lijst prioritaire soorten Soort nr Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Soortgroep Rode lijst Provinciale zeldzaamheid Beheertypes Agrarisch natuurbeheer 1 Absintalsem Vaatplanten KW schaars Ruderaal 2 Akkerandoorn Vaatplanten KW vrij algemeen N12.05 Az, 3 Akkerleeuwenbek Vaatplanten KW vrij algemeen N12.05 Az,Dv,M 4 Beemdkroon Vaatplanten KW schaars N12.03, N11.01, N12.01 5 Beenbreek Vaatplanten KW zeldzaam N06.04 6 Bevertjes Vaatplanten KW zeldzaam N10.01, N10.02, N12.03, N12.01 7 Bijenorchis Vaatplanten TNB schaars N11.01, N12.03 8 Bitterling (G) Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N12.04 9 Blaasvaren Vaatplanten BE zeer zeldzaam N14.03, N01.04 10 Blauw kweldergras Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.04 11 Blauw walstro Vaatplanten KW zeldzaam N12.01, N12.05 12 Blauwe knoop Vaatplanten GE schaars N06.04, N10.01 13 Bleek kweldergras Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.04 14 Bleekgele hennepnetel Vaatplanten KW algemeen N12.05 Az,Dv,M 15 Blonde zegge Vaatplanten BE zeer zeldzaam N10.01 16 Bochtige klaver Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.03, N12.01, N11.01 17 Bolderik Vaatplanten KW zeldzaam N12.05 Az,Dv,M 18 Borstelgras Vaatplanten GE algemeen N07.01 19 Bosaardbei Vaatplanten GE schaars N16.02 20 Bosbingelkruid Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N14.03, N01.04 21 Bosmuur Vaatplanten TNB zeldzaam N14.01, N14.03, N01.04 22 Bospaardenstaart Vaatplanten KW zeer zeldzaam N14.01, N14.03, N01.04 23 Brede ereprijs Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N11.01 24 Brede orchis Vaatplanten KW zeldzaam N10.02, N10.01 25 Brede waterpest Vaatplanten GE vrij algemeen N04.02, N01.03 26 bruin cypergras Vaatplanten TNB zeldzaam N02.01, N01.03 27 Dennenorchis Vaatplanten TNB Zeer zeldzaam N15.02, N01.04 28 Dennenwolfsklauw Vaatplanten KW zeer zeldzaam N07.01, N15.02, N01.04 29 Doffe ereprijs Vaatplanten KW zeldzaam N12.05 30 Draadklaver Vaatplanten BE zeer zeldzaam N12.05 31 Draadrus Vaatplanten TNB zeldzaam N10.02, N10.01 32 Draadzegge Vaatplanten KW vrij algemeen N06.06, N05.01, N06.05, N01.03 33 Driekantige bies Vaatplanten BE Zeldzaam N02.01, N01.03 34 Drijvende egelskop Vaatplanten KW zeer zeldzaam N06.05 35 Drijvende waterweegbree Vaatplanten KW vrij algemeen N04.02, N03.01, N06.05, N01.03, N01.04 Dv 36 Dubbelloof Vaatplanten GE algemeen N15.02, N14.03, N01.04 37 Duits viltkruid Vaatplanten TNB vrij zeldzaam N11.01, N12.05 38 Dwergbloem Vaatplanten BE zeer zeldzaam N06.04 39 Dwergrus Vaatplanten BE zeer zeldzaam N06.05 Dv 40 Echt lepelblad Vaatplanten BE zeer zeldzaam</p>\n<p class=\"lf-p\">N05.01, N01.03 41 Echte guldenroede Vaatplanten KW schaars N15.02, N01.04 42 Heemst Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.06 43 Karwij Vaatplanten BE zeldzaam N12.03 44 eenarig wollegras Vaatplanten KW zeldzaam N06.04, N06.03 45 Eenbes Vaatplanten TNB zeldzaam N14.01, N14.03, N01.04 46 Eironde leeuwenbek Vaatplanten BE zeer zeldzaam N12.05 47 Engels gras Vaatplanten KW zeldzaam N12.04 48 Fraai hertshooi Vaatplanten BE zeer zeldzaam N07.01, N15.02, N14.03, N01.04 49 Galigaan Vaatplanten KW zeldzaam N14.02, N05.01, N06.05, N01.04, N01.03 50 Gaspeldoorn Vaatplanten TNB schaars N07.01 51 Gegolfd fonteinkruid Vaatplanten GE zeer zeldzaam N03.01 52 Gele zegge Vaatplanten KW zeer zeldzaam N10.01 53 Genadekruid Vaatplanten BE zeer zeldzaam N12.04, N05.01, N01.03 54 Gesteeld glaskroos Vaatplanten TNB schaars N06.05 55 Gestreepte klaver Vaatplanten KW zeldzaam N12.01, N11.01 56 Gevlekte orchis Vaatplanten GE schaars N06.04, N10.01 57 Gewone agrimonie Vaatplanten GE schaars N12.01, N12.03 58 Gewone vleugeltjesbloem s.l.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaatplanten KW zeer zeldzaam N11.01, N07.01 59 Glad biggenkruid Vaatplanten BE zeer zeldzaam N12.05 Az,M 60 Glanzige hoornbloem Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.04 61 Goudhaver Vaatplanten TNB schaars N12.03, N12.01 62 Graslathyrus Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N12.03, N12.01 63 Groene bermzegge Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N11.01 64 Groenknolorchis Vaatplanten BE zeer zeldzaam N10.01 65 Grondster Vaatplanten KW schaars N06.04, N07.01 66 Groot bronkruid Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N03.01, N01.04 67 Groot glaskruid Vaatplanten TNB zeer zeldzaam Ruderaal 68 Grote biesvaren Vaatplanten BE zeer zeldzaam N06.05 69 Grote bremraap Vaatplanten BE zeer zeldzaam N07.01, N11.01 70 Grote keverorchis Vaatplanten TNB schaars N17.01, N14.03, N12.01, N14.01, N01.04, N01.03 71 Grote leeuwenklauw Vaatplanten TNB zeldzaam N12.05 M 72 Grote tijm Vaatplanten TNB zeldzaam N11.01 73 Grote wolfsklauw Vaatplanten BE zeer zeldzaam N07.01 74 Heidekartelblad Vaatplanten KW zeldzaam N06.04, N10.01 75 Hondstarwegras Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N14.01, N01.04, N01.03 76 Hondsviooltje Vaatplanten GE schaars N07.01, N11.01 77 Jeneverbes Vaatplanten GE schaars N07.02, N07.01 78 Kale vrouwenmantel Vaatplanten BE zeldzaam N10.02 79 Kamgras Vaatplanten GE vrij algemeen N12.02, N12.01 G,M,Dv 80 Karwijvarkenskervel Vaatplanten KW zeldzaam N12.04, N12.03, N12.01 81 Kattendoorn Vaatplanten GE zeldzaam N12.03, N12.01 82 Klavervreter Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.03, N12.01 Ak,M 83 Klein blaasjeskruid Vaatplanten KW Vrij zeldzaam N06.06, N05.01, N01.03 84 Klein glidkruid Vaatplanten BE zeldzaam N14.01, N06.04, N10.01, N01.04 85 Klein nimfkruid Vaatplanten BE zeer zeldzaam N03.01, N01.04 86 Klein sterrenkroos Vaatplanten GE zeer zeldzaam N02.01, N01.03 87 Klein warkruid Vaatplanten KW vrij zeldzaam N07.01 88 Kleine biesvaren Vaatplanten BE zeer zeldzaam N06.05 89 Kleine kattenstaart Vaatplanten GE zeer zeldzaam N02.01, N01.03 90 Kleine pimpernel Vaatplanten TNB zeldzaam N11.01 91 Kleine ratelaar Vaatplanten GE schaars N12.03, N12.01 92 Kleine ruit Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N11.01 93 kleine rupsklaver Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N11.01 94 Kleine steentijm Vaatplanten BE zeer zeldzaam N11.01 95 Kleine valeriaan Vaatplanten KW zeldzaam N10.02, N10.01 96 Kleine veenbes Vaatplanten TNB zeldzaam N06.06, N06.04, N06.03 97 Kleine wolfsmelk Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.05 Ak 98 Kleinste egelskop Vaatplanten BE zeldzaam N06.05 99 Klimopklokje Vaatplanten BE zeer zeldzaam N06.04 100 Klimopwaterranonkel Vaatplanten KW schaars N03.01 101 Klokjesgentiaan Vaatplanten GE schaars N06.01, N06.04, N10.01 102 Kluwenklokje Vaatplanten EB zeer zeldzaam N12.03, N12.01 103 Knikkend nagelkruid Vaatplanten KW zeer zeldzaam N14.03 104 Knolsteenbreek Vaatplanten BE zeldzaam N10.01, N12.03</p>\n<p class=\"lf-p\">Dv 105 Knopig doornzaad Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.01 106 Koprus Vaatplanten EB zeer zeldzaam N10.01 Dv 107 Korenbloem Vaatplanten GE vrij algemeen N12.05 Az,Dv,M 108 Korensla Vaatplanten BE zeer zeldzaam N12.05 Az,Dv,M 109 Krabbenscheer Vaatplanten GE zeldzaam N04.02, N04.01, N01.03 Lv 110 Kranskarwei Vaatplanten EB zeer zeldzaam N10.01 111 Kruipbrem Vaatplanten KW vrij algemeen N07.01, N11.01 112 Kruipend moerasscherm Vaatplanten EB zeer zeldzaam N12.04 Dv 113 Kruipende moerasweegbree Vaatplanten KW zeldzaam N06.05, N10.01 114 Kruisbladwalstro Vaatplanten KW zeldzaam N11.01 115 Kwelderzegge Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N12.04 116 Lange ereprijs Vaatplanten TNB schaars N05.01, N01.03 117 Langstekelige distel Vaatplanten GE zeer zeldzaam N02.01, N01.03 118 Langstengelig fonteinkruid Vaatplanten BE zeer zeldzaam N02.01, N04.02, N01.03 Lv 119 Lavendelhei Vaatplanten KW zeldzaam N06.06, N06.01, N06.03 120 Liggende ereprijs Vaatplanten EB afwezig N12.03, N12.01, N11.01 121 Liggende vleugeltjesbloem Vaatplanten KW zeldzaam N07.01, N10.01 122 Loos blaasjeskruid Vaatplanten TNB schaars N04.02, N01.03 123 Maasraket Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N02.01, N01.03 124 Melkviooltje Vaatplanten BE zeer zeldzaam N10.02, N10.01 125 Moerasbasterdwederik Vaatplanten GE schaars N10.02, N05.01, N01.03 126 Moerashertshooi Vaatplanten KW vrij algemeen N06.05 127 Moeraskartelblad Vaatplanten KW zeldzaam N06.01, N10.02, N10.01 128 Moerassmele Vaatplanten EB zeer zeldzaam N06.05, N06.04 129 Moerasstreepzaad Vaatplanten TNB zeldzaam N10.02, N14.01, N10.01, N01.04 130 Moeraswespenorchis Vaatplanten KW zeer zeldzaam N10.01, N12.04 131 Moeraswolfsmelk Vaatplanten KW zeldzaam N05.01, N01.03 132 Moesdistel Vaatplanten TNB zeldzaam N10.02, N10.01 133 Moeslook Vaatplanten KW zeldzaam N12.03, N12.01 134 Muurbloem Vaatplanten EB zeer zeldzaam Ruderaal 135 Muurhavikskruid Vaatplanten KW zeer zeldzaam Ruderaal 136 Naakte lathyrus Vaatplanten EB zeer zeldzaam N12.05 137 Oeverkruid Vaatplanten KW schaars N06.05 138 Ondergedoken moerasscherm Vaatplanten BE schaars N06.05 139 Ongelijkbladig fonteinkruid Vaatplanten KW zeldzaam N03.01, N04.02, N06.05, N01.04, N01.03 Lv 140 Oosterse morgenster Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.03, N12.01 141 Overblijvende hardbloem Vaatplanten EB zeer zeldzaam N11.01 142 Paarbladig fonteinkruid Vaatplanten TNB zeldzaam N04.02, N02.01, N01.03 Lv,Ak,G 143 Parnassia Vaatplanten KW Zeldzaam N10.01, N12.04 Lv,Ak,G 144 Pilvaren Vaatplanten TNB vrij zeldzaam N06.05 145 Plat fonteinkruid Vaatplanten KW zeldzaam N02.01, N03.01, N04.02, N01.04, N01.03 146 Rapunzelklokje Vaatplanten KW zeldzaam N12.03, N12.01, N11.01 G,M 147 Rechte driehoeksvaren Vaatplanten GE zeer zeldzaam N14.03, N01.04 148 Rijstgras Vaatplanten KW zeldzaam N05.01, N01.03</p>\n<p class=\"lf-p\">149 Rode ogentroost Vaatplanten GE algemeen N12.04, N10.02 150 Ronde zegge Vaatplanten BE zeer zeldzaam N10.01 151 Ronde zonnedauw Vaatplanten GE schaars N06.01, N06.04, N06.06 152 Rozetsteenkers Vaatplanten TNB zeldzaam N11.01, Ruderaal 153 Ruige anjer Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.03, N12.01, N11.01 154 Ruige leeuwentand Vaatplanten KW zeldzaam N02.01, N12.04, N01.03 155 Ruige weegbree Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.03, N12.01 156 Selderij Vaatplanten KW zeer zeldzaam N05.01, N12.04, N01.03 157 Sierlijke vetmuur Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.04 158 Slijkzegge Vaatplanten VN afwezig N06.06 159 Slofhak Vaatplanten KW schaars N12.05, N11.01 160 Snavelruppia Vaatplanten KW zeer zeldzaam N04.04 161 Spaanse ruiter Vaatplanten KW zeer zeldzaam N06.04, N10.01 162 Spiesleeuwenbek Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.05 Ak,M 163 Spindotterbloem Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N05.01, N14.01, N01.03 164 Spiraalruppia Vaatplanten BE zeer zeldzaam N04.04 165 Spits fonteinkruid Vaatplanten KW zeldzaam N04.02, N01.03 Lv 166 Spits havikkruid Vaatplanten EB zeer zeldzaam N11.01 167 Steenanjer Vaatplanten KW schaars N11.01 168 Stekelbrem Vaatplanten GE algemeen N06.04, N07.01 169 Stijf vergeet-mij-nietje Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.05 170 Stijve moerasweegbree Vaatplanten BE zeldzaam N06.05 171 Stinkende kamille Vaatplanten BE zeer zeldzaam N12.05 Ak,M 172 Stippelvaren Vaatplanten TNB zeldzaam N15.02, N01.04 173 Stippelzegge Vaatplanten GE zeer zeldzaam N11.01 174 Stomp fonteinkruid Vaatplanten KW schaars N04.02, N01.03 175 Strandbiet Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N11.01 176 Teer guichelheil Vaatplanten TNB zeldzaam N06.05, N10.01 177 Teer vederkruid Vaatplanten KW zeldzaam N03.01, N06.05, N04.02, N01.04, N01.03 178 Tripmadam Vaatplanten KW zeldzaam N12.01, N11.01 179 Trosdravik Vaatplanten KW zeldzaam N10.02 180 Valse kamille Vaatplanten KW schaars N12.05 181 veenbies Vaatplanten KW vrij zeldzaam N06.04, N06.01 182 Veenbloembies Vaatplanten EB zeer zeldzaam N06.06 183 Veenmosorchis Vaatplanten EB Zeer zeldzaam N06.06, N06.01 184 Veenreukgras Vaatplanten KW zeer zeldzaam N10.01, N10.02 185 Veldgerst Vaatplanten TNB zeldzaam N10.01, N10.02 Ak,G,M 186 Veldsalie Vaatplanten KW zeldzaam N12.03, N12.01, N11.01 187 Verfbrem Vaatplanten BE zeer zeldzaam N07.01, N11.01 188 Vetblad Vaatplanten BE zeer zeldzaam N10.01, N06.05 189 Vleeskleurige orchis Vaatplanten KW zeer zeldzaam N06.01, N05.01, N10.02, N10.01, N01.03 190 Vlottende bies Vaatplanten KW vrij algemeen N03.01, N06.05, N01.04 191 Vlottende waterranonkel Vaatplanten BE zeer zeldzaam N03.01, N01.04 192 Vlozegge Vaatplanten BE zeer zeldzaam N10.01 193 Voorjaarszegge Vaatplanten KW zeer zeldzaam N11.01 194 Voszegge Vaatplanten TNB zeldzaam N12.04, N05.01, N12.03, N01.03 195 Waterdrieblad Vaatplanten</p>\n<p class=\"lf-p\">GE vrij algemeen N14.02, N06.01, N05.01, N10.01, N01.04, N01.03 196 Waterlepeltje Vaatplanten BE zeer zeldzaam N06.05, N05.01, N01.03 197 Waterlobelia Vaatplanten EB zeer zeldzaam N06.05 198 Weidekervel Vaatplanten KW zeer zeldzaam N10.02, N10.01 199 Welriekende nachtorchis Vaatplanten BE zeer zeldzaam N06.01, N06.04, N10.01 200 Wijdbloeiende rus Vaatplanten BE zeer zeldzaam N06.04, N10.01 Dv 201 Wilde averuit Vaatplanten EB zeer zeldzaam N12.01, N11.01 G,M 202 Wilde gagel Vaatplanten GE vrij algemeen N14.02, N06.01, N06.04, N01.04, N01.03 203 Wilde ridderspoor Vaatplanten EB zeer zeldzaam N12.05 Az,M 204 Wilde/ Grote? tijm Vaatplanten TNB vrij zeldzaam N11.02, N12.01 205 Witte rapunzel Vaatplanten BE zeer zeldzaam N14.01, N14.03 206 Witte snavelbies Vaatplanten KW vrij zeldzaam N06.06, N06.04, N06.03 207 Witte waterranonkel Vaatplanten BE zeldzaam N06.05 208 Wondklaver Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N11.01 209 Zacht loogkruid Vaatplanten KW zeer zeldzaam N11.01 210 Zandwolfsmelk Vaatplanten EB zeer zeldzaam N12.01, N11.01 211 Zeealsem Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.04 212 Zeegerst Vaatplanten BE zeer zeldzaam N12.04 213 Zeerus Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.04 214 Zeeweegbree Vaatplanten KW zeer zeldzaam N12.04 215 Zeewinde Vaatplanten TNB zeer zeldzaam N12.01 216 Zilt torkruid Vaatplanten BE zeer zeldzaam N05.01, N12.04, N01.03 217 Zwartblauwe rapunzel Vaatplanten BE zeer zeldzaam N10.02, N14.01, N14.03 218 Zwartsteel Vaatplanten TNB schaars Ruderaal 219 Sikkel klaver Vaatplanten KW Zeldzaam N12.03, N02.01, N01.03 220 Waterscheerling Vaatplanten KW zeldzaam N05.02, N05.01, N01.03 221 Slanke sleutelbloem Vaatplanten TNB Vrij zeldzaam N17.01, N14.01, N12.03, N14.03 Dv, 222 Baardman Vogels TNB Zeldzaam N05.01, N05.02, N01.03 223 Blauwborst Vogels TNB Vrij zeldzaam N05.01, N05.02, N06.01, N12.06, N06.03, N01.03 224 Blauwe kiekendief Vogels GE zeer zeldzaam N09.01, N05.01, N05.02, N01.03 225 Bontbekplevier Vogels KW zeer zeldzaam N04.04, N09.01 226 Bonte vliegenvanger Vogels TNB schaars N14.01, N 14.03, N15.02, N17.03, N01.04, N01.03 227 Boomleeuwerik Vogels TNB schaars N07.01, N07.02 228 Brilduiker Vogels GE zeer zeldzaam N04.02, N04.04, N01.03 229 Bruine kiekendief Vogels TNB zeldzaam N05.01, N05.02, N04.04, N01.03 230 Dodaars Vogels TNB schaars N04.04, N06.05, N06,06 231 Draaihals Vogels EB zeer zeldzaam N07.01, N07.02 232 Dwergstern Vogels KW zeer zeldzaam N04.04, N09.01 233 Geelgors Vogels TNB schaars N07.01, N17.02, N16.01 Az,Dv,M 234 Gele kwikstaart Vogels GE vrij algemeen N13.01, N12.05 G,Ak,Az 235 Geoorde fuut Vogels TNB zeldzaam N04.04, N06.05, N06.06 236 glanskop Vogels TNB Zeldzaam N14.01, N14.03 237 Graspieper Vogels GE algemeen N06.04, N13.01, N07.01, N09.01 Lv,G,Ak,Az 238 Grauwe klauwier Vogels BE zeer zeldzaam</p>\n<p class=\"lf-p\">N06.04, N07.01, N06.03 M 239 Groene specht Vogels KW vrij algemeen N14.03, N17.03, N15.02, N16.01, N16.02, N01.03 240 grote gele kwikstaart Vogels TNB Schaars N03.01 241 Grote karekiet Vogels BE zeer zeldzaam N05.01, N05.02, N01.03 242 Grutto Vogels GE zeldzaam N12.04, N13.01 G,(Az),(Lv) 243 Houtsnip Vogels TNB Zeldzaam N14.02, N15.02, N14.01, N01.04, N01.03 244 Huiszwaluw Vogels GE vrij algemeen Agrarisch Lv,G,Ak,Az,Dv 245 Ijsvogel Vogels TNB schaars N03.01, N04.01, N14.01, N01.04, N01.03 246 Kemphaan Vogels EB afwezig N10.01, N10.02, N13.01 247 Kerkuil Vogels KW schaars Agrarisch Lv,G,Ak,Az,Dv 248 Kievit Vogels TNB algemeen N12.05, N13.01, N13.02, Agrarisch G,Ak,Az 249 klapekster Vogels EB Schaars N07.01, N07.02, N06.03, N06.04 250 Kleine bonte specht Vogels TNB Schaars N14.01, N14.02, N14.03, N17.03, N15.02, N01.04, N01.03 251 Kleine plevier Vogels TNB vrij algemeen N09.01, N04.04 252 Kleine zilverreiger Vogels GE afwezig N14.01, N14.03, N04.04, N01.04, N01.03 253 Kleine zwaan Vogels NB Schaars N13.02 Ak,G 254 Kluut Vogels TNB zeer zeldzaam N09.01, N12.04, N04.04 255 Kneu Vogels GE algemeen N12.06, N13.03 G,Ak,Az 256 Korhoen Vogels EB afwezig N07.01, N07.02, N06.04 257 Kraanvogel Vogels TNB zeer zeldzaam N06.03, N14.01, N01.04, N01.03 Az 258 Kuifduiker Vogels TNB zeer zeldzaam N04.04 259 Kwak Vogels VNW zeer zeldzaam N14.01, N05.01, N01.04, N01.03 260 Kwartel Vogels TNB Schaars N12.05, N13.01, N10.02 261 Kwartelkoning Vogels KW zeer zeldzaam N10.01, N10.02, N12.04 262 Lepelaar Vogels TNB zeldzaam N09.01, N04.04, N05.01, N01.03 263 Matkop Vogels GE vrij algemeen N14.02, N16.02, N16.01, N14.01, N01.04, N01.03 264 middelste bonte specht Vogels TNB vrij algemeen N14.03, N17.03, N15.02, N01.04 265 Nachtegaal Vogels KW zeldzaam N14.01, N12.06, N17.01, N14.02, N14.03, N16.02, N01.04, N01.03 266 Nachtzwaluw Vogels KW zeldzaam N06.04, N07.01, N07.02 267 Noordse stern Vogels TNB zeer zeldzaam N09.01, N04.04 268 Oehoe Vogels TNB Zeldzaam N14.03, N15.02, N01.04 269 Oeverzwaluw Vogels TNB Vrij algemeen N04.02, N04.04, N01.03 G,Az,(Ak,Av) 270 Paapje Vogels BE zeer zeldzaam N06.04, N10.01, N10.02 271 Patrijs Vogels KW schaars N12.05, N13.01 G,Ak,Az 272 Pijlstaart Vogels BE zeer zeldzaam N04.04 273 Porseleinhoen Vogels KW zeer zeldzaam N05.01, N10.02, N13.01, N01.03 274 Purperreiger Vogels BE zeer zeldzaam N05.01, N14.01, N01.04, N01.03 275 Raaf Vogels GE Schaars N15.02, N16.01, N14.03, N16.02, N01.04 276 Ransuil Vogels KW schaars N14.03, N15,02, N16.01, N01.04 Dv,M 277 Rietzanger Vogels TNB Schaars N05.01, N05.02, N01.03 278 Rode wouw Vogels TNB Schaars N14.03, N15.02, N14.01, N01.04 279 Roek Vogels TNB Schaars Agrarisch Az,Dv,(G) 280 Roerdomp Vogels BE zeer zeldzaam N05.01, N05.02, N14.01, N01.03 281 Roodborsttapuit Vogels TNB vrij algemeen</p>\n<p class=\"lf-p\">N06.04, N07.01, N12.06, N13.01, N13.02, N06.03 G,Az 282 scholekster Vogels TNB Schaars N09.01, N04.04 G,Ak,Az 283 Slobeend Vogels KW schaars N13.01, N04.04, N04.02, N01.03 Lv,G 284 Snor Vogels KW zeer zeldzaam N05.01, N05.02, N01.03 285 Spotvogel Vogels GE Vrij algemeen N17.01, N13.01, N14.03, N14.01, N01.04, N01.03 Dv,M 286 Steenuil Vogels KW vrij algemeen Agrarisch Lv,G,Ak,Az,Dv,M 287 Steltkluut Vogels GE zeer zeldzaam N04.04, N09.01 288 Strandplevier Vogels BE zeer zeldzaam N04.04, N09.01 289 Taigarietgans Vogels TNB Zeldzaam Agrarisch 290 Tapuit Vogels BE zeer zeldzaam N07.02, N07.01 291 Tureluur Vogels GE zeldzaam N10.01, N10.02, N09.01, N13.01, N12.04, N04.04 G 292 Veldleeuwerik Vogels GE algemeen N06.04, N07.01, N13.01, N12.05 G,Ak,Az 293 Velduil Vogels EB zeer zeldzaam N09.01, N04.04 294 Visarend Vogels TNB afwezig N04.04, N14.01, zoetwater getijdegebied, N01.03 295 Visdief Vogels KW zeldzaam N09.01, N04.04, N05.01, N01.03 296 Waterral Vogels TNB zeldzaam N05.01, N05.02, N01.03 297 Watersnip Vogels BE zeldzaam N10.01, N10.02, N13.01, N05.01, N01.03 Lv,G 298 Wespendief Vogels TNB schaars N15.02, N14.03, N14.01, N01.04, N01.04, N01.03 299 Wielewaal Vogels KW Schaars N14.01, N14.02, N14.03, N17.03, N15.02, N16.02, N01.04, N01.03 300 Wintertaling Vogels KW schaars N13.01, N05.01, N06.05, N06.06, N04.02, N01.03 301 Woudaap Vogels EB zeer zeldzaam N05.01, N05.02, N04.02, N01.03 302 Wulp Vogels TNB schaars N06.04, N07.01, N13.01 G,Ak,Az 303 Zeearend Vogels TNB zeer zeldzaam N14.01, N04.04, N01.03 304 Zomertaling Vogels KW zeldzaam N13.01, N05.01, N03.01 305 Zomertortel Vogels KW schaars N14.01, N14.03, N15.02, N01.04, N01.03 Dv,M 306 Zwarte specht Vogels TNB vrij algemeen N14.03, N17.03, N15.02, N16.01, N01.04 307 Zwarte stern Vogels BE zeer zeldzaam N06.03, N06.06, N05.01, N01.03 Lv 308 Zwarte wouw Vogels TNB zeldzaam N14.01, N01.03, N04.04, N01.04, N01.03 309 Zwartkopmeeuw Vogels TNB zeer zeldzaam N06.05, N06.06, N04.04, N09.01 310 Boerenzwaluw Vogels GE algemeen Agrarisch Lv,G,Ak,Az,Dv 311 Grote lijster Vogels TNB zeldzaam N14.01, N14.03, N15.02, N16.01, N16.02, N17.03, N01.04, N01.03 Dv,M 312 Houtduif Vogels TNB algemeen N14.01, N14.03, N15.02, N16.01, N16.02, N17.03, N01.04, N01.03 Az,Dv,M 313 Braamsluiper Vogels TNB zeer zeldzaam N10.02, N12.02, N13.01 M,Dv 314 Torenvalk Vogels TNB schaars N06.04, N07.01, N07.02 Lv,G,Ak,Az,Dv,M 315 Gekraagde roodstaart Vogels TNB Vrij algemeen N16.01, N07.01, N07.02 M,Dv 316 Ringmus Vogels GE algemeen Agrarisch Az,Dv,M 317 Rotgans Vogels NB zeer zeldzaam N09.01, N04.04 Ak 318 Spreeuw Vogels TNB Algemeen N14.01, N14.03, N15.02, N17.03, N01.04, N01.03 Lv 319 Ruigpootbuizerd Vogels NB zeer zeldzaam N13.01, N13.02 G 320 Barbeel Vissen KW zeer zeldzaam N03.01, N02.01 321 Beekforel</p>\n<p class=\"lf-p\">Vissen BE zeer zeldzaam N03.01, N04.01 322 Beekprik Vissen BE zeer zeldzaam N03.01, N04.01 323 Bittervoorn Vissen TNB schaars N04.01, N04.02, N04.04, N02.01, N01.04, N01.03, N03.01 Lv,G,Ak 324 Elft Vissen TNB afwezig N02.01, N04.04, N01.03 325 Elrits Vissen GE afwezig N03.01, N02.01, N01.03 326 Fint Vissen VN afwezig N02.01, N04.04, N01.03 327 Grote modderkruiper Vissen KW zeer zeldzaam N04.02, N04.04, N02.01, N01.04, N01.03, N03.01 Lv,Ak,G 328 Kleine modderkruiper Vissen TNB vrij algemeen N04.01, N04.02, N04.04, N02.01, N01.04, N01.03, N03.01 Lv,G,Ak 329 Kopvoorn Vissen KW zeldzaam N03.01, N02.01, N01.04, N01.03 330 Kroeskarper Vissen KW zeldzaam N04.02, N04.04, N02.01, N01.04, N01.03 Lv,G,Ak 331 Kwabaal Vissen EB zeer zeldzaam N04.01, N04.02, N03.01, N02.01, N04.04, N01.04, N01.03 332 Rivierdonderpad Vissen KW zeldzaam N04.01, N04.02, N03.01, N02.01, N04.04, N01.04 333 Riviergrondel Vissen TNB vrij algemeen N04.01, N04.02, N03.01, N02.01, N04.04, N01.04, N01.03 334 Rivierprik Vissen GE zeer zeldzaam N02.01, N04.04, N01.03 335 Serpeling Vissen KW zeer zeldzaam N03.01, N02.01, N01.04, N01.03 336 Sneep Vissen KW zeer zeldzaam N02.01, N01.03 337 Vetje Vissen TNB schaars N04.01, N04.02, N04.04, N02.01, N01.04, N01.03 338 Zalm Vissen TNB afwezig N02.01, N04.04, N01.04, N01.03 339 Zeeprik Vissen GE zeer zeldzaam N02.01, N04.04, N01.03 340 Houting Vissen GE Zeldzaam N02.01, N04.04, N01.03 341 Diklipharder Vissen NB zeer zeldzaam N02.01, N01.03 342 Paling Vissen TNB Vrij zeldzaam N02.01, N04.04, N01.04, N01.03, N03.01 343 Spiering Vissen KW zeer zeldzaam N02.01, N04.04, N01.03 344 Atlantische Steur Vissen VN Zeldzaam N02.01 345 Gestippelde alver Vissen KW Afwezig N02.01 346 Alver Vissen KW Vrij zeldzaam N02.01, N04.04, N01.04, N01.03, N03.01 347 Bont dikkopje Dagvlinders KW Vrij zeldzaam N11.01, N12.01, N12.02 Dv 348 Bruin blauwtje Dagvlinders GE Vrij algemeen N11.01, N12.01 349 Bruine eikenpage Dagvlinders BE zeldzaam N15.02 Dv,Az 350 Bruine vuurvlinder Dagvlinders KW Zeer zeldzaam N11.01 351 Donker pimpernelblauwtje Dagvlinders EB Zeer zeldzaam N10.01 352 Gentiaanblauwtje Dagvlinders BE Zeldzaam N06.04, N10.01 353 Grote weerschijnvlinder Dagvlinders EB zeer zeldzaam N14.01 354 Heideblauwtje Dagvlinders GE Vrij algemeen N06.04, N07.01 355 Heivlinder Dagvlinders GE Vrij zeldzaam N07.01, N07.02 356 Kleine ijsvogelvlinder Dagvlinders BE Zeldzaam N07.01, N11.01 357 Kommavlinder Dagvlinders BE zeldzaam N11.01, N07.01 358 Pimpernelblauwtje Dagvlinders EB zeer zeldzaam N10.01 359 Sleedoornpage Dagvlinders BE zeer zeldzaam Ruderaal M 360 Spiegeldikkopje Dagvlinders BE zeer zeldzaam N06.03, N14.01 361 Grote parelmoervlinder Dagvlinders EB Zeer zeldzaam N10.01 363 Iepenpage Dagvlinders EB Zeer zeldzaam N14.01, Ruderaal 364 Argusvlinder</p>\n<p class=\"lf-p\">Dagvlinders TNB Vrij zeldzaam N10.02, N11.01, N12.01, N12.05 Ak, 365 Groene glazenmaker Libellen KW afwezig N04.01, N03.01, N01.04 366 Bandheidelibel Libellen TNB schaars N03.01 367 Bosbeekjuffer Libellen BE schaars N03.01, N01.04 368 Bruine korenbout Libellen TNB schaars N05.01, N05.02, N04.01, N04.02, N01.03, N01.04, N03.01 369 Plasrombout Libellen TNB schaars N04.01, N04.02, N01.03, N01.04 370 Venglazenmaker Libellen KW schaars N06.06, N06.03, N01.04 371 Venwitsnuitlibel Libellen KW vrij algemeen N06.06, N06.03, N01.04 372 Vroege glazenmaker Libellen TNB vrij algemeen N05.01, N05.02, N06.05, N03.01, N04.01, N04.02, N01.03, N01.04 373 Gaffellibel Libellen BE zeer zeldzaam N02.01, N01.03 374 Gevlekte glanslibel Libellen BE zeer zeldzaam N05.01, N05.02, N01.04, N01.03, N14.01 375 Gewone bronlibel Libellen BE zeer zeldzaam N03.01 376 Hoogveenglanslibel Libellen EB zeer zeldzaam N06.03 377 Kempense heidelibel Libellen EB zeer zeldzaam N06.05, N01.04 379 Rivierrombout Libellen TNB zeer zeldzaam N02.01, N03.01 380 Speerwaterjuffer Libellen EB zeer zeldzaam N06.05, N01.04 381 Zuidelijke oeverlibel Libellen GE zeer zeldzaam N03.01 382 Beekoeverlibel Libellen TNB zeldzaam N03.01 383 Beekrombout Libellen BE zeldzaam N02.01, N03.01, N01.03, N01.04 384 Gevlekte witsnuitlibel Libellen KW zeldzaam N06.05, N04.01, N04.02, N05.01, N05.02, N01.04 385 Tengere pantser juffer Libellen TNB vrij algemeen N06.03, N06.06, N01.04 386 Bruine winterjuffer Libellen TNB Algemeen N06.05, N01.04, N01.03 387 Glassnijder Libellen TNB Algemeen N06.05, N05.01, N05.02, N01.03, N01.04 388 Blauwvleugelsprinkhaan Sprinkhanen &amp; krekels TNB zeldzaam N07.02 389 Moerassprinkhaan Sprinkhanen &amp; krekels TNB vrij algemeen N10.01, N10.02, N06.04 390 Schavertje Sprinkhanen &amp; krekels TNB zeer zeldzaam N07.01 391 Veenmol Sprinkhanen &amp; krekels TNB zeer zeldzaam N06.03 392 Veldkrekel Sprinkhanen &amp; krekels KW zeldzaam N07.01 393 Wrattenbijter Sprinkhanen &amp; krekels EB verdwenen N07.01 394 Zompsprinkhaan Sprinkhanen &amp; krekels KW zeer zeldzaam N10.01, N10.02, N06.04 395 Wekkertje Sprinkhanen &amp; krekels TNB Zeer zeldzaam N10.01, N10.02 396 Baardvleermuis Vleermuis TNB Schaars N04.02, N02.01, N15.02, N14.03, N01.03, N01.04 397 Bosvleermuis Vleermuis TNB Zeer Zeldzaam N15.02, N14.03, N01.04 398 Gewone grootoorvleermuis Vleermuis TNB Vrij algemeen N15.02, N14.03, N01.04 399 Franjestaart Vleermuis TNB zeldzaam N15.02, N14.03, N01.04 400 Gewone dwergvleermuis Vleermuis TNB Algemeen 401 Grijze grootoorvleermuis Vleermuis KW zeer zeldzaam N12.02, N12.05 402 Ingekorven vleermuis Vleermuis KW Zeer zeldzaam 403 Laatvlieger Vleermuis KW vrij algemeen N17.03 404 Meervleermuis Vleermuis TNB schaars N04.02, N12.05, N12.02, N01.03 406 Rosse vleermuis Vleermuis KW</p>\n<p class=\"lf-p\">vrij algemeen N15.02, N14.03, N01.04 407 ruige dwergvleermuis Vleermuis TNB Vrij algemeen N15.02, N14.03, N01.04 408 tweekleurige vleermuis Vleermuis GE Zeer zeldzaam 409 Watervleermuis Vleermuis TNB Algemeen N15.02, N14.03, N01.04 410 Bever Zoogdieren GE zeldzaam N02.01, N03.01, N05.01, N04.02, N01.03, N01.04 411 Boommarter Zoogdieren KW zeer zeldzaam N15.02, N16.01, N14.03, N01.04 412 Bunzing Zoogdieren OG schaars Agrarisch/natuurlijke overgangen Lv,G,Ak,Az,Dv,M 413 Das Zoogdieren TNB zeldzaam Agrarisch/natuurlijke overgangen Az,Dv,M 414 Dwergmuis Zoogdieren TNB schaars N05.02, N12.06, N12.05 415 Edelhert Zoogdieren TNB zeer zeldzaam N06.04, N07.01, N15.02, N14.03, N01.04 416 Hermelijn Zoogdieren GE zeldzaam Agrarisch/natuurlijke overgangen Lv,G,Ak,Az,Dv,M 417 Lynx Zoogdieren VN afwezig N15.02 418 Noordse woelmuis Zoogdieren KW afwezig N05.01, N05.02, N01.03 419 Ondergrondse woelmuis Zoogdieren OG schaars N12.01, N12.03, N12.05 Dv,M 420 Otter Zoogdieren VN zeer zeldzaam N03.01, N05.01, N01.03, N01.04 421 Steenmarter Zoogdieren TNB Schaars Ruderaal 422 Waterspitsmuis Zoogdieren KW zeldzaam N02.01, N03.01, N01.03, N01.04 Lv,G,Ak,Dv,M 423 Wezel Zoogdieren GE zeldzaam N11.01, N12.01, N12.05, N12.06, N15.02, N01.04 Lv,G,Ak,Az,Dv,M 424 Wild zwijn Zoogdieren TNB zeldzaam N15.02, N14.03, N01.04 425 Wilde kat Zoogdieren VN zeer zeldzaam N06.04, N07.01, N15.02, N16.01, N01.04 426 Wisent Zoogdieren TNB Zeldzaam N15.02, N07.01, N12.01, N14.03, N01.04 427 Boomkikker Amfibieën BE zeldzaam N10.01, N10.02, L01.01, N01.04 Dv,M 428 Knoflookpad Amfibieën BE zeer zeldzaam N12.05, N10.02, L01.01, N01.04 429 Rugstreeppad Amfibieën GE schaars N12.03, N01.04, N12.04, N01.04 Lv,G,Ak 430 Kamsalamander Amfibieën KW schaars N06.05, N15.02, L01.01, N01.04 Dv,M 431 Vinpootsalamander Amfibieën KW vrij algemeen N06.06, N06.05 M 433 Heikikker Amfibieën TNB vrij algemeen N06.06, N06.04, N06.03, N06.01 434 Poelkikker Amfibieën TNB schaars N06.05, N06.06 Dv,M 435 Alpenwatersalamander Amfibieën TNB Algemeen N14.03, N14.01, L01.01, N01.04 Dv,M 436 Kleine watersalamander Amfibieën TNB Algemeen N14.03, L01.01, N06.04, N01.04 437 Gladde slang Reptielen BE zeer zeldzaam N06.04, N07.01, N06.03, N01.04 438 Levendbarende hagedis Reptielen GE vrij algemeen N06.04 439 Zandhagedis Reptielen KW zeer zeldzaam N07.01, N07.02, N01.04 440 Adder Reptielen KW Afwezig N06.04, N07.01, N06.03, N01.04 441 Hazelworm Reptielen TNB zeldzaam N15.02, N06.04, N07.01, N01.04 445 Ringslang Reptielen KW Afwezig N01.03, N01.04 446 Beekdikkopmos Brachythecium rivulare Mossen KW zeldzaam N03.01, N14.01, N01.03, N01.04 447 Beekschoffelmos Scapania undulata Mossen BE zeer zeldzaam N03.01, N01.04 448 Blauw boomvorkje Metzgeria fruticulosa Mossen TNB zeldzaam N14.03, N14.02, N14.01, N01.03, N01.04</p>\n<p class=\"lf-p\">449 Bol gladkelkje Leiocolea badensis Mossen GE zeer zeldzaam N12.04 450 Boompjesmos Climacium dendroides Mossen TNB schaars N10.01, N05.01, N10.02, N01.03 451 Bosschoffelmos Scapania nemorea Mossen BE schaars N06.04, N15.02, N14.03, N01.04 452 Cederhoutmos Lophozia bicrenata Mossen BE schaars N07.01, N15.02, N01.04 453 Dicht stompmos Cladopodiella francisci Mossen BE zeldzaam N06.04 454 Dof veenmos Sphagnum majus Mossen BE zeer zeldzaam N06.06 455 Dwerghaarmuts Orthotrichum pumilum Mossen TNB zeldzaam N14.02, N14.03, N15.02, N01.03, N01.04 456 Dwergwratjesmos Cololejeunea minutissima Mossen TNB zeldzaam N14.01, N14.02, N01.03, N01.04 457 Echt vleugelmos Nardia scalaris Mossen BE schaars N06.04 458 Eekhoorntjesmos Leucodon sciuroides Mossen KW zeldzaam N14.02, N14.01, N01.03, N01.04 459 Flesjesroestmos Frullania tamarisci Mossen BE zeer zeldzaam N14.01, N01.03 460 Gedrongen schoffelmos Scapania compacta Mossen EB zeer zeldzaam N07.01, N07.02 461 Geel boogsterrenmos Plagiomnium elatum Mossen KW zeer zeldzaam N14.01, N10.01, N10.02, N01.03, N01.04 462 Geel hauwmos Phaeoceros carolinianus Mossen TNB Vrij zeldzaam Pionier 463 Gekromd vedermos Fissidens incurvus Mossen TNB zeer zeldzaam N14.01, N12.04, N01.03, N01.04 464 Gerimpeld gaffeltandmos Dicranum polysetum Mossen KW vrij zeldzaam N15.02, N07.01, N01.04 465 Gestekeld tandmos Barbilophozia hatcheri Mossen EB zeer zeldzaam N07.02, N07.01 466 Getande haarmuts Orthotrichum scanicum Mossen GE zeldzaam N14.01, N15.02, N17.01, N01.03, N01.04 467 Geveerd sikkelmos Warnstorfia exannulata Mossen KW zeldzaam N06.05, N10.01 468 Gewoon appelmos Bartramia pomiformis Mossen EB zeer zeldzaam N15.02, N01.04 469 Gewoon hauwmos Anthoceros agrestis Mossen TNB Vrij zeldzaam N12.05 470 Gewoon pelsmos Porella platyphylla Mossen TNB zeldzaam N17.01, N15.02, N14.01, N01.03, N01.04 471 Gewoon tuitmos Lejeunea cavifolia Mossen VN Zeer zeldzaam N17.01, N15.02, N14.01, N01.03 472 Glad kringmos Neckera complanata Mossen TNB zeer zeldzaam N14.03, N17.01, N01.04 473 Glanzend tandmos Barbilophozia barbata Mossen BE zeldzaam N07.01 474 Glanzend veenmos Sphagnum subnitens Mossen KW zeldzaam N06.03, N06.06, N10.01 475 Goudklauwtjesmos Hypnum imponens Mossen EB zeer zeldzaam N06.04 476 Goudsikkelmos Drepanocladus polygamus Mossen KW zeldzaam N05.01, N10.01, N01.03 477 Grof snavelmos Eurhynchium angustirete Mossen GE zeer zeldzaam N15.02, N01.04 478 Groot gaffeltandmos Dicranum majus Mossen TNB zeer zeldzaam N15.02, N01.04 479 Groot touwtjesmos Anomodon viticulosus Mossen KW zeer zeldzaam N17.01, N14.01, N01.03, N01.04 480 Groot varentjesmos Plagiochila asplenioides Mossen BE zeer zeldzaam N14.03, N01.04 481 Groot vedermos Fissidens adianthoides Mossen KW zeldzaam N05.01, N10.01, N01.03</p>\n<p class=\"lf-p\">482 Grote viltmuts Pogonatum urnigerum Mossen TNB Vrij zeldzaam N06.04 483 Heidefranjemos Ptilidium ciliare Mossen KW schaars N06.04, N15.02, N01.04 484 Hoogveenveenmos Sphagnum magellanicum Mossen KW zeer zeldzaam N06.03, N06.01, N06.06 485 Ijl stompmos Cladopodiella fluitans Mossen BE zeldzaam N06.03, N06.04, N06.06, N06.01 486 Kaal tandmos Barbilophozia kunzeana Mossen BE zeer zeldzaam N07.01, N06.04 487 Kalksnavelmos Oxyrrhynchium schleicheri Mossen BE zeer zeldzaam N14.03, N01.04 488 Klein kantmos Lophocolea minor Mossen EB zeer zeldzaam N14.01, N01.03 489 Klein kringmos Neckera pumila Mossen KW zeer zeldzaam N14.01, N01.04 490 Klein oortjesmos Jungermannia caespiticia Mossen BE zeer zeldzaam N06.04 491 Klein schoffelmos Scapania curta Mossen EB zeer zeldzaam N15.02, N07.01, N01.04 492 Klein touwtjesmos Anomodon attenuatus Mossen KW zeer zeldzaam N17.01, N14.01, N01.03 493 Klein tuitmos Microlejeunea ulicina Mossen EB zeer zeldzaam N15.02, N14.01, N01.03, N01.04 494 Klein vleugelmos Nardia geoscyphus Mossen BE schaars N06.04, N15.02, N01.04 495 Kortharig kronkelsteeltje Campylopus brevipilus Mossen EB zeer zeldzaam N06.04 496 Kroosmos Ricciocarpos natans Mossen TNB Zeldzaam N02.01, N05.01, N10.01, N01.03 497 Krulbladmos Nowellia curvifolia Mossen TNB Zeer zeldzaam N15.02, N01.04 498 Kussentjesmos Leucobryum glaucum Mossen TNB vrij algemeen N14.03, N15.02, N05.01, N10.01, N01.03, N01.04 499 Kussentjesveenmos Sphagnum compactum Mossen KW Vrij zeldzaam N06.04, N10.01 500 Langhalsmos Trematodon ambiguus Mossen GE zeer zeldzaam N06.04 501 Moerasdikkopmos Brachythecium mildeanum Mossen TNB schaars N05.01, N10.01, N01.03 502 Moerasgaffeltandmos Dicranum bonjeanii Mossen BE zeer zeldzaam N05.01, N10.01, N05.02, N06.04, N01.03 503 Noors mos Oligotrichum hercynicum Mossen TNB zeldzaam N06.04, 07.01, N15.02, N01.04 504 Ongezoomd ertsmos Scopelophila cataractae Mossen GE zeer zeldzaam Ruderaal 505 Recht palmpjesmos Isothecium alopecuroides Mossen TNB schaars N14.03, N01.04 506 Reuzenpuntmos Calliergon giganteum Mossen BE zeer zeldzaam N05.01, N10.01, N01.03 507 Ronde haarmuts Orthotrichum patens Mossen TNB zeldzaam N15.02, N17.01, N14.01, N01.03, N01.04 508 Rood oortjesmos Jungermannia hyalina Mossen GE zeer zeldzaam N06.04 509 Rood sterrenmos Mnium marginatum Mossen BE zeldzaam N17.01, N14.01, N01.03 510 Rood veenmos Sphagnum rubellum Mossen BE zeer zeldzaam N06.01, N06.03, N06.06 511 Ruig boomvorkje Metzgeria temperata Mossen GE zeer zeldzaam N15.02, N01.04 512 Schubmos Myrinia pulvinata Mossen GE zeer zeldzaam N17.01 513 Slank veenmos Sphagnum flexuosum Mossen KW zeldzaam N06.01, N14.02, N01.03, N01.04 514 Sparrig veenmos Sphagnum teres Mossen KW zeer zeldzaam N06.01, N05.01, N10.01, N01.03</p>\n<p class=\"lf-p\">515 Stekeltjesmos Pterigynandrum filiforme Mossen GE zeer zeldzaam N17.01, N15.02, N14.01, N01.04 516 Sterrengoudmos Campylium stellatum Mossen BE zeer zeldzaam N05.01, N10.01, N06.04, N01.03 517 Stijf kroesmos Ulota coarctata Mossen GE zeer zeldzaam N17.01, N14.01, N01.03, N01.04 518 Stijf veenmos Sphagnum capillifolium Mossen KW zeer zeldzaam N14.02, N06.04, N06.01, N01.03, N01.04 519 Stomp boogsterrenmos Plagiomnium ellipticum Mossen TNB schaars N17.01, N05.01, N10.01, N14.01, N01.03, N01.04 520 Stomp zaagmos Diplophyllum obtusifolium Mossen BE zeldzaam N06.04 521 Stompe haarmuts Orthotrichum obtusifolium Mossen TNB zeldzaam N15.02, N01.04 522 Tonghaarmuts Orthotrichum rogeri Mossen GE zeer zeldzaam N17.01, N14.01, N15.02, N01.03, N01.04 523 Trilveenveenmos Sphagnum contortum Mossen BE zeer zeldzaam N10.01, N06.01, N05.01, N01.03 524 Uitgebeten veenmos Sphagnum riparium Mossen GE zeer zeldzaam N06.05, N06.01, N14.02, N01.03, N01.04 525 Veendubbeltjesmos Odontoschisma sphagni Mossen KW Zeldzaam N06.06, N06.04 526 Vierkantsmos Preissia quadrata Mossen KW zeer zeldzaam N05.01, N10.01, N01.03 527 Violet veenmos Sphagnum russowii Mossen TNB zeer zeldzaam N06.01, N06.06, N14.02, N01.03, N01.04 528 Vlierhaarmuts Orthotrichum consimile Mossen GE zeer zeldzaam N17.01, N14.01, N01.03, N01.04 529 Week veenmos Sphagnum molle Mossen KW zeer zeldzaam N06.04 530 Weerhaakmos Antitrichia curtipendula Mossen TNB zeldzaam N17.01, N15.02, N01.04 531 Wrattig veenmos Sphagnum papillosum Mossen KW schaars N06.03, N06.06 532 Zacht veenmos Sphagnum tenellum Mossen KW zeldzaam N06.04, N10.01 533 Zanddubbeltjesmos Odontoschisma denudatum Mossen EB zeer zeldzaam N07.01, N07.02 534 Zandschoffelmos Scapania irrigua Mossen BE zeer zeldzaam N06.04 535 Zwart hauwmos Anthoceros punctatus Mossen KW zeer zeldzaam N12.05, N10.02 536 Zwartsteelsterrenmos Pseudobryum cinclidioides Mossen BE zeer zeldzaam N06.05, N06.01, N14.01, N01.04 537 Bataafse stroommossel Aquatische weekdieren VN afwezig N02.01, N01.03 538 Kleverige poelslak Aquatische weekdieren EB zeer zeldzaam N03.01, N01.04 Lv,G,Ak 539 Platte schijfhoorn Aquatische weekdieren KW zeer zeldzaam N06.05, N06.06, N06.01 Lv 540 Platte zwanenmossel Aquatische weekdieren BE zeer zeldzaam N02.01, N01.03 541 Sphaeriumvormige erwtenmossel Aquatische weekdieren BE zeldzaam N05.01, N06.01, N01.03 542 Fijngeribde grasslak Terrestrische weekdieren BE zeer zeldzaam N12.02 543 Gestreepte korfslak Terrestrische weekdieren BE zeer zeldzaam N14.03, N01.04 544 Grofgestreepte glimslak Terrestrische weekdieren EB zeer zeldzaam N14.03, N01.04 545 Knotwilgslak Terrestrische weekdieren BE zeer zeldzaam N15.02, N17.01, N01.04 546 Zeggekorfslak Terrestrische weekdieren</p>\n<p class=\"lf-p\">KW afwezig N10.01, N05.01, N01.03 547 wijngaardslak Terrestrische weekdieren KW zeer zeldzaam N11.01 548 Nauwe korfslak Terrestrische weekdieren BE zeer zeldzaam N15.02, N14.03, N14.01, N01.03, N01.04 549 Kleine blinkslak Terrestrische weekdieren BE N14.03, N01.04 550 Schorshorentje Terrestrische weekdieren BE zeldzaam N17.01 551 Kleine karthuizerslak Terrestrische weekdieren BE zeldzaam N12.02 552 Oever-loofslak Terrestrische weekdieren BE zeer zeldzaam N14.01, N12.03, N01.03, N01.04 553 Gladde clausilia Terrestrische weekdieren KW zeer zeldzaam N14.03, N14.02, N14.01, N01.03, N01.04 554 Tandloze korfslak Terrestrische weekdieren KW zeldzaam N05.01, N05.02, N06.01, N01.03 555 Dikke korfslak Terrestrische weekdieren KW zeldzaam N05.01, N05.02, N06.01, N01.03 556 Dwerg korfslak Terrestrische weekdieren KW algemeen N12.03, N14.01, N05.01, N01.03, N01.04 557 Oorvormige glasslak Terrestrische weekdieren GE zeer zeldzaam N14.02, N14.01, N14.03, N01.03, N01.04 558 Turfsnelloper Agonum ericeti Loopkevers zeer zeldzaam N06.03 559 Glanzende drietandglimmer Amara kulti Loopkevers zeer zeldzaam N10.02, N12.02 560 Heideroodkruin Anisodactylus nemorivagus Loopkevers Zeer zeldzaam N06.03, N06.04 561 Schoudervlekpriemkever Bembidion humerale Loopkevers zeer zeldzaam N06.03 562 Boszandloopkever Cicindela sylvatica Loopkevers zeldzaam N07.01, N15.02 563 Duintandklauw Calathus mollis Loopkevers zeer zeldzaam N07.02 564 Kale heidenachtloper Cymindis humeralis Loopkevers zeer zeldzaam N07.01 565 Harige heidenachtloper Cymindis macularis Loopkevers Afwezig N07.01, N07.02 566 Duitse zandloopkever Cylindera germanica Loopkevers zeer zeldzaam N06.06, N06.05 567 Grote oeverloopkever Blethisa multipunctata Loopkevers Zeer zeldzaam N06.06, N06.05 568 Goudrandschallebijter Carabus nitens Loopkevers Zeldzaam N06.04, N07.01 569 Gele kruiper Harpalus flavescens Loopkevers Zeer zeldzaam N07.02 570 Smaragdkruiper Harpalus smaragdinus Loopkevers zeldzaam N11.01, N07.01 571 Blauwe baardloper Leistus spinibarbis Loopkevers zeldzaam N07.01, N11.01 572 Noordelijke steelhals Miscodera arctica Loopkevers zeer zeldzaam N07.01 573 Moerasschallebijter</p></div>", "next": 239942}