{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De weigering van een instemming met de cessie of verpanding heeft betrekking op de gehele cessie of verpanding. De instemming wordt niet gedeeltelijk verleend. Wel bestaat de mogelijkheid om een uit te betalen bedrag in gedeelten te cederen of te verpanden. De invorderingsambtenaar moet dan bij iedere cessie of verpanding afzonderlijk beoordelen of hij daarmee instemt.Instemming met een cessie of verpanding wordt alleen geweigerd als de invorderingsambtenaar gegronde redenen heeft om aan te nemen dat instemmen met de cessie of verpanding zal kunnen leiden tot oninbaarheid dan wel onverhaalbaarheid van een ten tijde van de mededeling invorderbare belastingaanslag (of anderszins voor verrekening vatbare schuld) waarmee het uit te betalen bedrag zonder cessie of verpanding had kunnen worden verrekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De weigering voorkomt aldus dat de invordering van deze aanslag wordt gefrustreerd. Deze situatie zal zich onder meer voordoen bij een belastingschuldige die bekend staat als een notoir slechte betaler.Met nadruk wordt vermeld dat bij de beoordeling of met een cessie of verpanding moet worden ingestemd geen rekening wordt gehouden met materieel ontstane belastingschulden die nog niet zijn geformaliseerd in een belastingaanslag. De invorderingsambtenaar is verplicht met een cessie of verpanding in te stemmen als op het tijdstip van de mededeling van de cessie of verpanding ten name van de belastingschuldige geen voor verrekening vatbare (en dus geformaliseerde) schuld invorderbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De invorderingsambtenaar maakt zijn beschikking aan de belastingschuldige en aan de derde - in dit geval de pandhouder of cessionaris - bekend door middel van een gedagtekende kennisgeving, waarbij de belastingschuldige op de mogelijkheid wordt gewezen bij het college beroep in te stellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2464\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel24.6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Beroepsprocedure weigeren Instemming cessie of verpanding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het bepaalde in artikel 24 van de wet geldt met betrekking tot een beroepschrift waaruit niet direct duidelijk blijkt waarop het beroep is gebaseerd, dat de invorderingsambtenaar de indiener verzoekt het beroepschrift binnen een redelijke termijn (nader) te motiveren. De invorderingsambtenaar wijst de indiener op een mogelijke niet ontvankelijk verklaring bij het niet voldoen aan deze motiveringsplicht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2465\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel24.6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Bekendmaking beschikking college bij cessie of verpanding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beschikking van het college op het beroepschrift wordt bekend gemaakt door toezending of uitreiking van de beschikking aan zowel de belastingschuldige als de derde, in dit geval de pandhouder of cessionaris</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2466\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel24.6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Houding invorderingsambtenaar bij procedure tegen weigeren instemming met cessie of verpanding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De belastingschuldige kan zich tot de voorzieningenrechter wenden met het verzoek de invorderingsambtenaar te verbieden de instemming te weigeren. Totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan, gaat de invorderingsambtenaar niet tot verrekening over.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de rechter het verzoek afwijst, verrekent de invorderingsambtenaar niet eerder dan nadat veertien dagen zijn verstreken na de dag van de uitspraak, tenzij tegen deze uitspraak hoger beroep is ingesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de rechter het verzoek ook in hoger beroep afwijst, verrekent de invorderingsambtenaar niet eerder dan nadat de uitspraak in hoger beroep onherroepelijk vaststaat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25</span><span class=\"lf-art-t\">Uitstel van betaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 25 van de wet kan de invorderingsambtenaar - onder door hem te stellen voorwaarden - uitstel van betaling verlenen aan de belastingschuldige voor (een gedeelte van) een opgelegde belastingaanslag.Het verlenen van uitstel van betaling gebeurt in beginsel op schriftelijk of telefonisch verzoek van de belastingschuldige. In daartoe aanleiding gevende gevallen kan de invorderingsambtenaar ook ambtshalve uitstel van betaling verlenen.De invorderingsambtenaar kan een verleend uitstel van betaling bij beschikking tussentijds beëindigen.In aansluiting op artikel 25 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: de algemene uitgangspunten van het uitstelbeleid; uitstel in verband met bezwaar tegen een belastingaanslag. uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag; uitstel in verband met betalingsproblemen; betalingsregeling voor particulieren; betalingsregeling voor ondernemers; administratief beroep.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-251\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.1</span><span class=\"lf-art-t\">Algemene uitgangspunten uitstelbeleid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Algemene uitgangspunten uitstelbeleid</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Houding van de invorderingsambtenaar tijdens behandeling verzoek om uitstel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de behandeling van het verzoek om uitstel van betaling handelt de invorderingsambtenaar overeenkomstig het beleid dat wordt gevoerd als het verzoek is toegewezen.Als er aanwijzingen zijn dat de belangen van de gemeente kunnen worden geschaad, kan de invorderingsambtenaar ondanks het verzoek om uitstel wel invorderingsmaatregelen treffen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2512\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.1.2</span><span class=\"lf-art-t\">Toewijzing van het verzoek om uitstel van betaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij toewijzing van het verzoek vermeldt de invorderingsambtenaar de voorwaarden waaronder hij uitstel van betaling verleent in de beschikking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2513\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Redenen afwijzing verzoek om uitstel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een verzoek om uitstel van betaling kan in ieder geval worden afgewezen als: de medewerking van de verzoeker naar het oordeel van de invorderingsambtenaar onvoldoende is; onjuiste gegevens worden verstrekt; de gevraagde gegevens niet (volledig) binnen de door de invorderingsambtenaar daartoe gestelde termijn zijn verstrekt; de gevraagde zekerheid niet wordt gesteld (zie artikel 25.1.1, 25.2.5, 25.5.2 en 25.6.2 van deze leidraad); de waarde van vermogensobjecten in redelijkheid te gelde kan worden gemaakt teneinde daarmee de verschuldigde belasting te betalen; de berekende betalingscapaciteit zodanig is dat de schuld direct voldaan kan worden; de betalingsregeling zich over een voor de invorderingsambtenaar onaanvaardbare termijn uitstrekt; de betalingsproblemen structureel zijn en een betalingsregeling volgens de invorderingsambtenaar geen uitkomst zal bieden; sprake is van een verzoek om uitstel van betaling van een belastingaanslag in verband met betalingsmoeilijkheden en voorafgaande aan dat verzoek uitstel is genoten in verband met een bezwaar- of beroepsprocedure tegen die aanslag, terwijl gedurende die procedure betalingsmiddelen ter beschikking hebben gestaan, waarmee de belastingschuld kon worden betaald; deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente; voor zover het een bezwaar betreft dat direct of indirect gericht is tegen een onherroepelijk vaststaande WOZ-beschikking; indien de belastingschuldige reeds eerder een regeling heeft genoten, maar deze niet is nagekomen; indien er door de (belasting)deurwaarder beslag is gelegd en heeft geplakt (aankondiging verkoop); in geval van een vordering op grond van artikel 19 van de wet; het in bezwaar betwiste bedrag minder dan € 100,00 bedraagt, voor belastingaanslagen en minder dan € 500,00 bij overige bestuurlijke geldschulden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De invorderingsambtenaar is niet verplicht de belastingschuldige in de gelegenheid te stellen zijn zienswijze naar voren te laten brengen voordat hij het verzoek om uitstel geheel of gedeeltelijk afwijst. Als het verzoek om uitstel wordt afgewezen, moet gemotiveerd worden waarom tot afwijzing van het verzoek is besloten. Daarbij moeten alle afwijzingsgronden worden genoemd; er kan niet worden volstaan met het noemen van de voornaamste afwijzingsgrond.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2514\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Redenen beëindigen uitstel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het uitstel wordt in ieder geval beëindigd als: niet aan de voorwaarden wordt voldaan waaronder het uitstel is verleend; tijdens de looptijd van het uitstel blijkt dat onjuiste gegevens zijn verstrekt; de aanleiding tot uitstel van betaling is weggevallen; de financiële omstandigheden van de belastingschuldige zodanig veranderen of zijn veranderd dat het naar het oordeel van de invorderingsambtenaar onjuist is het uitstel te continueren de medewerking van de verzoeker aan de gemeente naar het oordeel van de invorderingsambtenaar onvoldoende is; zich een situatie voordoet zoals omschreven in artikel 10 van de wet en de invorderingsambtenaar van mening is dat de verhaalbaarheid van de belastingschuld waarvoor uitstel is verleend, ernstig in gevaar komt; belastingschuldige in staat van faillissement wordt verklaard, hem surseance van betaling wordt verleend of hij wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2515\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.1.5</span><span class=\"lf-art-t\">Beëindigen van een betalingsregeling met meer dan één termijn</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de belastingschuldige een betalingsregeling van meer dan één termijn niet nakomt, wordt de betalingsregeling schriftelijk beëindigd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2516\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.1.6</span><span class=\"lf-art-t\">Van rechtswege vervallen van een verleend uitstel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">ls de invorderingsambtenaar uitstel heeft verleend tot een bepaald tijdstip en dit tijdstip is verstreken, dan is daardoor het uitstel van rechtswege vervallen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2517\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.1.7</span><span class=\"lf-art-t\">Geen invordering tijdens verleend uitstel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tenzij in de leidraad anders is aangegeven, kan de invorderingsambtenaar voor een belastingaanslag waarvoor hij uitstel van betaling heeft verleend, geen invorderingsmaatregelen nemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2518\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.1.8</span><span class=\"lf-art-t\">Na (afwijzen) uitstel tien dagen wachttijd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de invorderingsambtenaar geen (verder) uitstel van betaling verleent of een verleend uitstel beëindigt, of als het college afwijzend heeft beslist op een ingediend beroepschrift tegen de afwijzing of beëindiging, wordt de vervolging in beginsel niet begonnen of voortgezet binnen een termijn van tien dagen na dagtekening van de beschikking. Hetzelfde geldt als het uitstel van betaling van rechtswege is vervallen en daarvan een mededeling is gedaan. Een dergelijke mededeling blijft overigens achterwege als op telefonisch verzoek uitstel is verleend. In dat geval geldt de termijn van tien dagen niet.Verkorting of het niet verlenen van deze termijn vindt onder meer plaats als naar het oordeel van de invorderingsambtenaar aanwijzingen bestaan dat door het niet onmiddellijk aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de gemeente worden geschaad. Verder geldt deze termijn niet als een executieverkoop wordt opgeschort en in verband daarmee uitstel van betaling is verleend in samenhang met een prolongatieovereenkomst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2519\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.1.9</span><span class=\"lf-art-t\">Uitstel voor een ambtshalve belastingaanslag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25110\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.1.10</span><span class=\"lf-art-t\">Uitstel voor een aanslag ter behoud van rechten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.1.11</span><span class=\"lf-art-t\">Uitstel voor een bestuurlijke boete</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De invorderingsambtenaar verleent uitstel van betaling voor een bestuurlijke boete in verband met bezwaar, beroep of hoger beroep tegen de bestuurlijke boete.De invorderingsambtenaar verleent ook uitstel van betaling voor een bestuurlijke boete als sprake is van een bezwaarschrift tegen een belastingaanslag en de bedragen van die belastingaanslag en die van de boetebeschikking op één aanslagbiljet zijn vermeld. De invorderingsambtenaar verleent dit uitstel niet als uit het bezwaarschrift blijkt dat het bezwaar zich niet richt tegen de bestuurlijke boete.Aan het uitstel kan de invorderingsambtenaar voorwaarden verbinden die ertoe strekken de belangen van de gemeente veilig te stellen. De invorderingsambtenaar verleent het uitstel tot het moment waarop op het bezwaarschrift is beslist.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.1.12</span><span class=\"lf-art-t\">Tijdens uitstel nieuwe aanslagen voldoen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij uitstel wegens betalingsmoeilijkheden stelt de invorderingsambtenaar de voorwaarde dat voor nieuwe belastingaanslagen geen betalingsachterstand zal ontstaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.1.13</span><span class=\"lf-art-t\">Zekerheid bij uitstel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De invorderingsambtenaar kan bij het verlenen van uitstel van betaling de voorwaarde stellen dat de belastingschuldige of een derde zekerheid stelt. Bij het stellen van zekerheid gaat de voorkeur uit naar zekerheden die op eenvoudige wijze kunnen worden gesteld, bewaakt en uitgewonnen.Een aangeboden zekerheid in de vorm van een bezitloze verpanding van voorraden is in beginsel niet aanvaardbaar vanwege de aard van deze zekerheid. De invorderingsambtenaar aanvaardt een bezitloze verpanding van voorraden slechts als aannemelijk is dat de belastingschuld niet kan worden betaald en andere zekerheidsvormen niet voorhanden zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.1.14</span><span class=\"lf-art-t\">Tijdstip indiening verzoek om uitstel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De invorderingsambtenaar neemt een verzoek om uitstel van betaling altijd in behandeling, ongeacht het tijdstip van indiening en het stadium van de invordering.De invorderingsambtenaar wijst een verzoek om uitstel van betaling in verband met betalingsproblemen in het algemeen af als het verzoek is ingediend nadat aankondiging van een ten laste van de belastingschuldige te houden executoriale verkoop in een dagblad heeft plaatsgevonden, of als publicatie daarvan niet meer is te voorkomen.Om de belangen van de gemeente niet te schaden, kan de invorderingsambtenaar de beslissing op een vlak voor de executoriale verkoop ingediend verzoek om uitstel mondeling bekend maken. De invorderingsambtenaar bevestigt deze beslissing zo spoedig mogelijk bij beschikking. In dat geval geldt uiteraard niet de termijn van tien dagen waarbinnen de invorderingsambtenaar de invordering niet mag aanvangen of voortzetten.De invorderingsambtenaar willigt geen enkel verzoek om uitstel meer in als de belastingdeurwaarder is begonnen met de executoriale verkoop.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25115\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.1.15</span><span class=\"lf-art-t\">Verzoekschriften aan andere instellingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De invorderingsambtenaar houdt de invordering aan als een verzoekschrift is ingediend bij de raad, het college of de gemeentelijke ombudsman. Onherroepelijke invorderingsmaatregelen mogen alleen worden genomen na voorafgaande toestemming van het college.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-252\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.2</span><span class=\"lf-art-t\">Uitstel in verband met bezwaar tegen een belastingaanslag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Uitstel in verband met bezwaar tegen een belastingaanslag</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2521\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Bezwaar tegen hoogte belastingaanslag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De belastingschuldige kan bezwaren tegen de hoogte van een belastingaanslag door middel van een bezwaarschrift kenbaar maken. Een in verband daarmee gevraagd uitstel van betaling kan de invorderingsambtenaar verlenen tot het moment waarop de heffingsambtenaar uitspraak op het bezwaarschrift doet. Onder een bezwaarschrift wordt ook begrepen een door de belastingschuldige ingediend (hoger) beroepschrift.Het in artikel 25.2 van deze leidraad beschreven uitstelbeleid heeft uitsluitend betrekking op het door de belastingschuldige bestreden deel van de belastingaanslag waarvoor uitstel is verzocht of verleend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2522\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">Bezwaarschrift en beroepschrift gelden als verzoek om uitstel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor het bestreden bedrag van een aanslag moet de belastingschuldige expliciet een verzoek om uitstel van betaling indienen. Het indienen van een bezwaarschrift geldt niet tevens als een verzoek om uitstel van betaling.Een beroepschrift tegen de uitspraak van de heffingsambtenaar op het bezwaarschrift en een door de belastingschuldige ingesteld beroep tegen een rechterlijke uitspraak over de juistheid van een dergelijke uitspraak, gelden niet automatisch als een verzoek om uitstel van betaling. In alle gevallen moet de belastingschuldige dus een afzonderlijk verzoek om uitstel van betaling indienen bij de invorderingsambtenaar.Als de belastingschuldige bij de invorderingsambtenaar een verzoek om uitstel indient in verband met een op korte termijn in te dienen bezwaarschrift, dan licht de invorderingsambtenaar de heffingsambtenaar daaromtrent in en wordt dit verzoek ook aangemerkt als een pro-forma bezwaarschrift.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">AAfzonderlijke verzoek om uitstel in verband met een bezwaarschrift</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de belastingschuldige een verzoek om uitstel indient bij de invorderingsambtenaar in verband met een bezwaarschrift tegen de belastingaanslag moet hij in het verzoek het bestreden bedrag van de aanslag en de berekening van dat bedrag vermelden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">BOntbrekende gegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als in het verzoek aan de invorderingsambtenaar om uitstel van betaling in verband met een ingediend bezwaarschrift het bestreden bedrag of de berekening daarvan niet zijn vermeld, stelt de invorderingsambtenaar de belastingschuldige in de gelegenheid de ontbrekende gegevens alsnog schriftelijk mee te delen. De invorderingsambtenaar kan voorts aan de belastingschuldige nadere gegevens vragen ter bepaling van de hoogte van het bestreden bedrag. De invorderingsambtenaar geeft de belastingschuldige een termijn van ten hoogste een maand vanaf de dagtekening van zijn verzoek om nadere gegevens. De invordering wordt voor die termijn geschorst.Een langere termijn (of verlenging van de eerder gegeven termijn) is mogelijk als de invorderingsambtenaar van oordeel is dat dit redelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de belastingschuldige de verleende termijn ongebruikt voorbij laat gaan, wijst de invorderingsambtenaar het verzoek om uitstel af. Hetgeen in dit artikel is vermeld is van overeenkomstige toepassing op een uitdrukkelijk verzoek om uitstel van betaling opgenomen in het bezwaarschrift zelf.Ook is hetgeen in dit artikel is vermeld van overeenkomstige toepassing op een door de belastingschuldige bij de invorderingsambtenaar ingediend verzoek om uitstel in verband met een op korte termijn in te dienen bezwaarschrift. In dit laatste geval licht de invorderingsambtenaar de heffingsambtenaar daaromtrent in en wordt het verzoek tevens aangemerkt als een pro-forma bezwaarschrift.Als sprake is van een verzoek om uitstel in verband met een ingediend beroepschrift, dient tevens een kopie van het beroepschrift te worden overgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2523\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">De beslissing op het verzoek om uitstel van betaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het algemeen wijst de invorderingsambtenaar een verzoek om uitstel van betaling in verband met een bezwaarschrift toe als aan de in de artikelen 25.2.2, 25.2.2.A en 25.2.2.B gestelde eisen is voldaan.De invorderingsambtenaar kan aan het uitstel voorwaarden verbinden. De toewijzende beslissing strekt zich niet verder uit dan tot het bestreden bedrag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2524\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Uitstel in verband met een onderlingen overlegprocedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2525\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">Zekerheid bij uitstel in verband met bezwaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als voorwaarde voor het verlenen van uitstel van betaling kan de invorderingsambtenaar zekerheid verlangen voor de bestreden belastingschuld. In beginsel vraagt de invorderingsambtenaar alleen zekerheid, als de aard en omvang van de belastingschuld in relatie tot de verhaalsmogelijkheden die bij de invorderingsambtenaar bekend zijn daartoe aanleiding geven.Bij zijn beslissing houdt de invorderingsambtenaar ook rekening met het aangifte- en betalingsgedrag in het verleden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2526\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Onherroepelijke invorderingsmaatregelen voor bestreden belastingschuld</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zolang de belastingaanslag waartegen een bezwaarschrift is ingediend niet onherroepelijk vaststaat, treft de invorderingsambtenaar voor de betwiste belastingschuld in beginsel geen onherroepelijke invorderingsmaatregelen.Als echter aanwijzingen bestaan dat de belangen van de gemeente of de belangen van de belastingschuldige door het achterwege laten van onherroepelijke invorderingsmaatregelen worden geschaad, kan de invorderingsambtenaar die maatregelen wel treffen.Het leggen van beslag dat feitelijk dienst doet als een bewaringsmaatregel geldt niet als een onherroepelijke invorderingsmaatregel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2527\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.2.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verrekening tijdens uitstel in verband met bezwaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de invorderingsambtenaar uitstel heeft verleend, blijft verrekening van het bestreden bedrag met een teruggaaf op een andere belastingaanslag of andere uit te betalen bedragen achterwege, in afwachting van de uitspraak op het bezwaarschrift, tenzij anders is bepaald in deze leidraad onder artikel 24.Ook kan hiervan worden afgeweken als de financiële situatie van de belastingschuldige zodanig is - bijvoorbeeld gelet op de solvabiliteit van diens onderneming in relatie tot de hoogte van de (bestreden) belastingschuld - dat vrees voor onverhaalbaarheid bestaat en verder niet voldoende zekerheid is gesteld.Als de invorderingsambtenaar overgaat tot verrekening, licht hij de belastingschuldige in bij de bekendmaking van de beschikking omtrent zijn beweegredenen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2528\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.2.8</span><span class=\"lf-art-t\">Geen uitstel voor het niet bestreden bedrag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als sprake is van een bestreden en niet bestreden bedrag van een belastingaanslag, dan verleent de invorderingsambtenaar uitstel onder de opschortende voorwaarde dat het niet bestreden bedrag per omgaande dan wel tijdig wordt betaald.Als niet per omgaande dan wel niet tijdig wordt betaald, wordt de invordering zonder nadere aankondiging voor de gehele belastingaanslag aangevangen dan wel voortgezet.Een nieuw verzoek om uitstel voor de betreffende belastingaanslag in verband met bezwaar neemt de invorderingsambtenaar pas in behandeling als het niet bestreden gedeelte van de belastingaanslag is voldaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2529\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.2.9</span><span class=\"lf-art-t\">Ten onrechte uitstel voor het niet bestreden bedrag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De invorderingsambtenaar trekt het uitstel van betaling in, als dit is verleend in verband met bezwaar voor het volledige bedrag van de belastingaanslag en later blijkt dat het bezwaar slechts betrekking heeft op een gedeelte van dat bedrag.De invorderingsambtenaar deelt daarbij mee dat hij een nieuw verzoek om uitstel voor de betreffende belastingaanslag in verband met bezwaar pas in behandeling neemt, als het niet bestreden gedeelte van de belastingaanslag tijdig is voldaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-253\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.3</span><span class=\"lf-art-t\">Uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2531\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Uitstel in verband met een belastingteruggaaf en andere uit te betalen bedragen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2532\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Berekening van het uit te betalen bedragen bij uitstel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2533\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Beslissing op het verzoek om uitstel van een uit te betalen bedrag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2534\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Verrekening en uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Uit te betalen bedragen waarop het uitstel geen betrekking heeft, verrekent de invorderingsambtenaar met de openstaande belastingschuld waarvoor uitstel van betaling is verleend in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag.Als volgens de invorderingsambtenaar de continuïteit van de bedrijfsvoering direct gevaar loopt als gevolg van een eventuele verrekening van teruggaven en niet hoeft te worden gevreesd voor onverhaalbaarheid van de schuld, kan hij deze teruggaven (gedeeltelijk) uitbetalen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-254\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.4</span><span class=\"lf-art-t\">Uitstel in verband met betalingsproblemen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Uitstel in verband met betalingsproblemen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2541\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.4.1</span><span class=\"lf-art-t\">Beslissing op een verzoek om uitstel in verband met betalingsproblemen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de belastingschuldige de belasting - geheel of gedeeltelijk - niet binnen de wettelijke betalingstermijnen kan voldoen, kan de invorderingsambtenaar aan de belastingschuldige op diens verzoek een betalingsregeling toestaan. De invorderingsambtenaar stelt daarbij de volgende voorwaarden ;1. er dient het standaard aanvraagformulier ingevuld te worden (bijlage II): een overzicht van alle overige schulden en lopende betalingsregelingen telefoonnummer thuis en/of mobiel nummer naam en adres werkgever of uitkeringsinstantie bijzondere opmerkingen waarmee rekening kan worden gehouden.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>er dienen kopieën overlegd te worden te weten: kopie laatste salarisstrook of uitkeringsspecificatie of ander inkomstenbron kopie bankafschriften van de laatste 2 maanden van alle in het bezit zijnde bankrekeningen (ook spaarrekeningen), van alle personen waarmee een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd indien sprake is van een eigen onderneming de jaaropgave loonbelasting en de jaarrekening van het meest recente jaar de aanvraag dient binnen 7 kalenderdagen geretourneerd te worden een aanvraag geld voor alle op dat moment openstaande vorderingen, ook die waarvan de betalingstermijn nog niet voor is verstreken Bij de beoordeling van het verzoek om uitstel spelen niet alleen de omstandigheden van dat moment een rol. Als de belastingschuldige in het verleden bijvoorbeeld niet heeft gereserveerd voor redelijkerwijs voorzienbare schulden of nalatig is geweest bij het doen van aangiften of betalingen, kan dit een rol spelen bij het toestaan en verlengen van een betalingsregeling of bij het stellen van voorwaarden bij een betalingsregeling.De invorderingsambtenaar kan een betalingsregeling weigeren als de betalingsproblemen zijn terug te voeren op structurele problemen of activiteiten die geen perspectief bieden.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2542\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Uitstel en motorrijtuigenbelasting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2543\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Verrekening tijdens een betalingsregeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens een betalingsregeling verrekent de invorderingsambtenaar belastingteruggaven en andere teruggaven met een openstaande belastingschuld.Als daar aanleiding toe is, kan de invorderingsambtenaar afzien van het verrekenen van bepaalde teruggaven Artikel25.4.4stel in verband met faillissement, WSNP en surseance van betaling Faillissementsschulden en belastingaanslagen waarop de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing is, moet de invorderingsambtenaar op de gebruikelijke wijze bij de curator of de bewindvoerder aanmelden. Voor deze schulden treft de invorderingsambtenaar geen betalingsregeling.Zo lang onzeker is of alle boedelschulden uit de boedel kunnen worden voldaan kan de invorderingsambtenaar voor de betaling daarvan uitstel verlenen.De invorderingsambtenaar kan tijdens een surseance van betaling op verzoek van de bewindvoerder uitstel van betaling verlenen voor de belastingschuld die voor de aanvang van de surseance materieel verschuldigd is geworden. De invorderingsambtenaar stelt daarbij de voorwaarde dat de belastingschuldige nieuw opkomende verplichtingen stipt nakomt.De invorderingsambtenaar kan ook tijdens de wettelijke schuldsaneringsregeling onder de gebruikelijke voorwaarden uitstel van betaling verlenen voor belastingaanslagen waarop de wettelijke schuldsaneringsregeling niet van toepassing is.Als voor belastingaanslagen zekerheid is gesteld, wint de invorderingsambtenaar deze uit. Daarna informeert hij de curator dan wel de bewindvoerder over de wijziging in de hoogte van de belastingschuld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-255\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.5</span><span class=\"lf-art-t\">Betalingsregeling voor particulieren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Betalingsregeling voor particulieren</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2551\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Duur betalingsregeling voor particulieren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt van het uitstelbeleid voor particulieren is dat een te verlenen betalingsregeling over een zo kort mogelijke periode dient uit te strekken, zodat de verschuldigde belasting, waarvan betaling binnen de wettelijke termijnen is achterwege gebleven, alsnog zo snel mogelijk wordt betaald.Voor deze categorie verzoekers geldt dat de termijn van uitstel verlening zich in beginsel uitstrekt tot een periode van ten hoogste twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum waarop op grond van de beschikking de invorderingsambtenaar de betalingsregeling toestaat. Dit voorkomt dat de betalingsregeling en de opvolgende aanslagen elkaar overlappen.Slechts als er volgens de invorderingsambtenaar bijzondere omstandigheden zijn, kan hij de belastingschuldige een langere termijn gunnen dan twaalf maanden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2552\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden aan betalingsregeling voor particulieren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De invorderingsambtenaar kan aan het verlenen van uitstel verschillende voorwaarden verbinden, zie artikel 25.4.1 van deze leidraad. In ieder geval stelt de invorderingsambtenaar aan het verlenen van een betalingsregeling de voorwaarde dat nieuw opkomende fiscale en andere financiële verplichtingen - waarvan de invordering aan de invorderingsambtenaar is opgedragen - tijdig worden nagekomen.De invorderingsambtenaar kan alvorens het uitstel te verlenen zekerheid eisen als de aard en de omvang van de schuld in relatie tot de uitsteltermijn en de bekende verhaalsmogelijkheden daartoe aanleiding geven. Ook het aangifte- en betalingsgedrag in het verleden kan aanleiding zijn voor het eisen van zekerheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2553\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.5.3</span><span class=\"lf-art-t\">Kort uitstel particulieren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2554\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.5.4</span><span class=\"lf-art-t\">Behandeling verzoek betalingsregeling particulieren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2555\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.5.5</span><span class=\"lf-art-t\">Vermogen betalingsregeling particulieren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2556\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.5.6</span><span class=\"lf-art-t\">Betalingscapaciteit en betalingsregeling particulieren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2557\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.5.7</span><span class=\"lf-art-t\">Berekening betalingscapaciteit: bijzondere uitgaven</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2558\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.5.8</span><span class=\"lf-art-t\">Berekening betalingscapaciteit: aflossingsverplichtingen aan derden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2559\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.5.9</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 25.5.9 Berekening betalingscapaciteit: extra inkomsten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel25.5.10astingschuldige stelt zelf een betalingsregeling voor Als een belastingschuldige uitstel vraagt en tegelijkertijd een betalingsregeling voorstelt waarbij de schuld binnen twaalf maanden wordt afbetaald en deze regeling afwijkt van hetgeen de invorderingsambtenaar heeft berekend, hoeft een niet al te grote afwijking niet te leiden tot afwijzing van het verzoek.Als de regeling die door de belastingschuldige is voorgesteld voor de invorderingsambtenaar niet aanvaardbaar is, maar een andere regeling wel ingewilligd kan worden, deelt de invorderingsambtenaar onder afwijzing van het verzoek de belastingschuldige mee welke regeling hij desgevraagd wel kan verlenen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.5.11</span><span class=\"lf-art-t\">Betalingstermijn langer dan twaalf maanden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-256\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.6</span><span class=\"lf-art-t\">Betalingsregeling voor ondernemers</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Betalingsregeling voor ondernemers</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2561\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Duur betalingsregeling voor ondernemers</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een betalingsregeling moet een zo kort mogelijke periode beslaan. Bij het vaststellen van de duur van de betalingsregeling houdt de invorderingsambtenaar rekening met de omstandigheden, bijvoorbeeld de aard en de omvang van de schuld, de liquiditeit- en de vermogenspositie van de onderneming en het aangifte- en betalingsgedrag in het verleden.De betalingsregeling zal in elk geval een looptijd van twaalf maanden niet te boven gaan, gerekend vanaf de aanslagdatum.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2562\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden betalingsregeling voor ondernemers</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">an het verlenen van een betalingsregeling stelt de invorderingsambtenaar de voorwaarde dat de belastingschuldige nieuw opkomende fiscale en andere financiële verplichtingen - waarvan de invordering aan de invorderingsambtenaar is opgedragen - bijhoudt.Bovendien stelt de invorderingsambtenaar de voorwaarde dat zekerheid wordt gesteld (zie artikel 25.1.13 van deze leidraad). De hoogte van de zekerheid moet gelijk zijn aan de schuld waarvoor uitstel wordt verzocht. De invorderingsambtenaar kan zekerheid stellen door het leggen van beslag (on)roerende zaken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2563\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Uitstelbeleid particulieren geldt voor ex-ondernemers</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor ex-ondernemers is het uitstelbeleid van toepassing zoals dat geldt voor particulieren, ook als de belastingschuld betrekking heeft op de ondernemingsperiode.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2564\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Uitstel voor ondernemers en overheidssteun/subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als het de invorderingsambtenaar bekend is dat van overheidszijde een onderzoek wordt ingesteld naar de mogelijkheid van subsidie- of steunverlening om de schuld te voldoen of een sanering mogelijk te maken, verleent de invorderingsambtenaar uitstel van betaling als hij de verwachting heeft dat het verzoek door de (potentiële) subsidiënt zal worden gehonoreerd.De belastingschuldige moet dan wel aan de lopende verplichtingen voldoen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-257\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.7</span><span class=\"lf-art-t\">Administratief beroep</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Administratief beroep</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2571\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.7.1</span><span class=\"lf-art-t\">Toetsing uitstelbeschikking door het college</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de invorderingsambtenaar een schriftelijk ingediend verzoek om uitstel afwijst of een verleend uitstel beëindigt, kan de belastingschuldige daartegen administratief beroep instellen bij het college van de gemeente. De belastingschuldige moet het beroepschrift indienen bij de invorderingsambtenaar die de beschikking heeft genomen.Gedurende de behandeling van het beroepschrift handelt de invorderingsambtenaar overeenkomstig het beleid dat wordt gevoerd als het verzoek om uitstel is toegewezen.Als er aanwijzingen zijn dat de belangen van de Staat kunnen worden geschaad, kan hij ondanks de behandeling van het beroep wel invorderingsmaatregelen treffen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2572\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.7.2</span><span class=\"lf-art-t\">Beroepsfase uitstel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met overeenkomstige toepassing van artikel 24 van de regeling geldt dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift tien dagen bedraagt. Als uit het beroepschrift niet duidelijk blijkt waarop het beroep gebaseerd is, verzoekt de invorderingsambtenaar de belastingschuldige het beroepschrift binnen een redelijke termijn (nader) te motiveren.De invorderingsambtenaar wijst daarbij op een mogelijke niet-ontvankelijkverklaring bij het niet voldoen aan deze motiveringsplicht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2573\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.7.3</span><span class=\"lf-art-t\">Beslissing college op beroepschrift bij uitstel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In alle gevallen waarin het college van de gemeente het beroep gegrond oordeelt, kan het de zaak inhoudelijk afdoen, hetzij door het verzoek alsnog toe te wijzen, hetzij door het af te wijzen onder verbetering of vervanging van de gronden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2574\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.7.4</span><span class=\"lf-art-t\">Niet tijdig beslissen op een verzoek om uitstel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De belastingschuldige kan beroep instellen bij het college tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op een verzoek om uitstel van betaling. Het indienen van een beroepschrift is in deze situatie niet aan een termijn gebonden.Als tijdens de beroepsprocedure blijkt dat de invorderingsambtenaar uitstel van betaling had moeten verlenen, hoeft het college niet te volstaan met de uitspraak dat de invorderingsambtenaar niet tijdig heeft beslist, maar kan het op het beroepschrift van de belastingschuldige inhoudelijk beslissen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2575\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.7.5</span><span class=\"lf-art-t\">Beroep of herhaald verzoek om uitstel bij de invorderingsambtenaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de belastingschuldige bij de invorderingsambtenaar bezwaar maakt tegen de beslissing op het verzoek om uitstel of voor dezelfde belastingschuld een herhaald verzoek om uitstel indient, behandelt de invorderingsambtenaar dit als een beroepschrift.Als de invorderingsambtenaar op dat moment aanleiding ziet tot een voor de belastingschuldige gunstigere beslissing, geeft hij echter een nieuwe beschikking. Als de belastingschuldige het ook met de nieuwe beschikking niet eens is, kan hij daartegen binnen tien dagen in beroep gaan bij het college.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-258\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.8</span><span class=\"lf-art-t\">Bestuursrechtelijke geldschulden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op 1 juli 2009 is de vierde tranche in werking getreden van de Algemene wet bestuursrecht. De nieuwe regels houden in dat bij betaling van geldschulden voortaan een schriftelijk besluit (beschikking) moet worden genomen en verstuurd. Daartegen is bezwaar en beroep mogelijk. Zonder betalingsbeschikking ontstaat er geen betalingsverplichting.In sommige gevallen gebeurde dit voorheen ook al, bijvoorbeeld bij terugvorderen van bijstandsuitkeringen. Vanaf 1 juli 2009 is dit ook verplicht voor onder andere: teveel uitbetaalde subsidies, salarissen, onkostenvergoedingen, of de invordering van verbeurd verklaarde dwangsommen.Verder moeten voortaan strikte regels worden nageleefd bij uitstel, verzuim en (dwang)invordering van bestuursrechtelijke geldschulden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze vereisen de nodige (juridische) expertise. Niet alle vakafdelingen beschikken daarover.Bij een verzoek om uitstel van betaling dragen de overige vakafdelingen het dossier over aan de invorderingsambtenaar. Ook de te nemen maatregelen die leiden tot (dwang)invordering van bestuursrechtelijke geldschulden worden vanaf 1 januari 2010 behandeld en afgewikkeld door de invorderingsambtenaar.Het beheer en de uitvoering van deze wettelijke taken is formeel belegd bij burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf, conform de bestuurlijke samenwerkingsafspraken tussen de gemeenten Oost- en Weststellingwerf. Zie hiervoor: “Besluit (onder)mandaat bij uitstel, verzuim en (dwang)invordering van bestuursrechtelijke geldschulden” van 15 december 2009, Officiële bekendmakingen 2010, week 2, kenmerk 2009-2823/2 Intern, in werking getreden op 1 januari 2010.In samenwerking met de invorderingsambtenaar werd het werkproces van invordering conform de vierde tranche gestroomlijnd (lees: gecentraliseerd) om de kans op procedurefouten tot een minimum terug te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Centralisering heeft de voorkeur vanwege vereiste (juridische) expertise waarover niet alle vakafdelingen in gelijke mate beschikkenUitzondering op deze gecentraliseerde aanpak vormt de afdeling Werk &amp; Inkomen. Sinds jaar en dag werkt deze afdeling met standaardprocedures rondom terugvordering en (dwang)invordering van teveel uitbetaalde uitkeringen of Wmo-voorzieningen. Deze standaardprocedures zijn al ingericht volgens de regels die nu in de vierde Tranche vastliggen.In aansluiting hierop beschrijft dit artikel het beleid over: verzuim en wettelijke rente bij te late betaling van een bestuursrechtelijke geldschuld; betalingsherinnering bij te late betaling van een bestuursrechtelijke geldschuld aanmaning bij te late betaling van een bestuursrechtelijke geldschuld; uitstel verlenen van een bestuursrechtelijke geldschuld; voorbereiden (dwang)invordering van een bestuursrechtelijke geldschuld; uitvaardigen dwangbevel invordering van een bestuursrechtelijke geldschuld; betekenen dwangbevel invordering van een bestuursrechtelijke geldschuld; verzet tegen dwangbevel invordering van een bestuursrechtelijke geldschuld; bezwaarschriftbehandeling bij bestuursrechtelijke geldschulden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2581\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Verzuim en wettelijke rente bij te late betaling van een bestuursrechtelijke geldschuld</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verzuim treedt in zodra niet binnen de voorgeschreven termijn is betaald. Niet tijdige betaling leidt tot gevolgen (wettelijke rente extra onkosten). Wie te laat betaalt krijgt wettelijke rente in rekening gebracht. De schuldenaar betaalt niet alleen de hoofdsom, maar ook de wettelijke rente. Wettelijke rente is verschuldigd over de tijd dat niet is betaald.De Invorderingsambtenaar stelt de hoogte van de wettelijke rente vast en brengt de schuldenaar de wettelijke rente in rekening. Beneden een bedrag van € 20,00 geldt de wettelijke rente niet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2582\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Betalingsherinnering bij te late betaling van een bestuursrechtelijke geldschuld</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het sturen van een betalingsherinnering is niet wettelijk verplicht. Verzending van een herinnering is een tussenstap bij invordering van bestuursrechtelijke geldschulden.De betalingsherinnering is een extra service aan de debiteur. De ervaring leert het sturen van een betalingsherinnering veel extra werk bespaart, omdat de vordering in deze fase vaak wordt voldaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2583\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanmaning bij te late betaling van een bestuursrechtelijke geldschuld</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aanmaning betekent een laatste waarschuwing dat binnen twee weken moet worden betaald. Aan de aanmaning zijn extra kosten verbonden.De invorderingsambtenaar brengt de extra kosten in rekening bij de debiteur. Betaalt de debiteur hierna nog niet, dan volgt dwanginvordering. Dit betekent nog meer extra onkosten die voor rekening van de debiteur komen.Aanmaning is een formeel vereiste om te kunnen overgaan tot dwanginvordering. De invorderingsambtenaar maakt de aanmaning op. Hij vermeldt daarin de termijn waarop de betaling binnen moet zijn (twee weken). Hij verhoogt de vordering met de wettelijke rente en aanmaningskosten. Hij waarschuwt voor dwanginvordering als niet volledig wordt betaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2584\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.8.4</span><span class=\"lf-art-t\">Uitstel verlenen van een bestuursrechtelijke geldschuld</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is mogelijk dat de schuldenaar niet binnen de gestelde termijn kan betalen. Soms kan dit in redelijkheid ook niet van de schuldenaar worden gevergd. Uitstel kan wenselijk zijn. Bijvoorbeeld om de periode van bezwaar of beroep te overbruggen, omdat indiening van bezwaar of beroep geen schorsende werking heeft.De invorderingsambtenaar stuurt de debiteur een aanvraagformulier om uitstel toe, met het verzoek de gestelde vragen te beantwoorden over de betalingscapaciteit. De invorderingsambtenaar kan een verzoek om uitstel afwijzen als het niet voldoet aan artikel 25.1.3, sub a, b, c, d, e, f, g, h, l, m en o.De invorderingsambtenaar is niet verplicht de debiteur in de gelegenheid te stellen zijn zienswijze naar voren te laten brengen voordat hij het verzoek om uitstel geheel of gedeeltelijk afwijst.Als het verzoek om uitstel wordt afgewezen, moet gemotiveerd worden waarom tot afwijzing van het verzoek is besloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarbij worden alle afwijzingsgronden genoemd; er kan niet worden volstaan met het noemen van de voornaamste afwijzingsgrond.Ook bij uitstel van betaling of betaling in termijnen brengt de invorderingsambtenaar wettelijke rente in rekening.Het verzoek om uitstel van betaling moet binnen zes weken na dagtekening van de beschikking worden ingediend bij de invorderingsambtenaar op een daartoe ingesteld verzoekformulier, als bedoeld in artikel 25.4.1. Deze formulieren zijn verkrijgbaar op aanvraag maar kunnen ook via de gemeentelijke website geprint wordenAls de invorderingsambtenaar besluit dat uitstel wordt verleend nadat aan één of meer voorwaarden is voldaan, neemt hij die voorwaarden in de beschikking op.Wanneer al kosten voor de (dwang)invordering zijn gemaakt dient de debiteur deze eerst te voldoen voordat het uitstelverzoek in behandeling wordt genomen.Als het aanvraagformulier uitstel volledig is ingediend en alle bewijsstukken zijn bijgevoegd ontvangt de debiteur een ontvangstbevestiging waarin de afhandelingstermijn wordt vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afhandelingstermijn is in principe binnen zes weken na ontvangst van het aanvraagformulier. In de ontvangstbevestiging of nadere kennisgeving kan deze termijn verlengd worden met een redelijke termijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2585\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.8.5</span><span class=\"lf-art-t\">Voorbereiden (dwang)invordering van een bestuursrechtelijke geldschuld</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het afdwingen van betaling van een bestuursrechtelijke geldschuld maakt de overheid gebruik van een ingrijpende en exclusieve bevoegdheid. De overheid vaardigt een dwangbevel uit. Het dwangbevel levert een executoriale titel op.Het dwangbevel wordt uitgevaardigd conform het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Onder het dwangbevel vallen: de hoofdsom; de aanmaningsvergoeding; de wettelijke rente; de kosten van het dwangbevel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De invorderingsambtenaar stelt het dwangbevel op en vermeldt daarin in ieder geval: aan het hoofd het woord: \"dwangbevel\"; het bedrag van de invorderbare hoofdsom; het wettelijk voorschrift waarop de geldschuld berust; de aanmaningsvergoeding en (de ingangsdatum van) de wettelijke rente; de beschikking en het wettelijk voorschrift waaruit de geldschuld voortvloeit; de kosten van het dwangbevel; de informatie dat het dwangbevel op kosten van de debiteur ten uitvoer komt; de mededeling dat tegen het dwangbevel een executiegeschil aanhangig kan worden gemaakt bij de rechtbank.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2586\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.8.6</span><span class=\"lf-art-t\">Uitvaardigen dwangbevel invordering van een bestuursrechtelijke geldschuld</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De invorderingsambtenaar ondertekent het dwangbevel en draagt ervoor zorg dat het dwangbevel wordt betekend door middel van een exploot.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2587\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.8.7</span><span class=\"lf-art-t\">Betekenen dwangbevel invordering van een bestuursrechtelijke geldschuld</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het dwangbevel wordt door tussenkomst van een deurwaarder betekend. Na betekening start de deurwaarder de executie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2588\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.8.8</span><span class=\"lf-art-t\">Verzet tegen dwangbevel invordering van een bestuursrechtelijke geldschuld</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tegen een dwangbevel is geen bezwaar of beroep mogelijk met toepassing van de Algemene wet bestuursrecht. De debiteur kan wel in verzet komen tegen de executie. Dit is mogelijk bij (de voorzieningenrechter van de) rechtbank, sector civiel.Het aanhangig maken van een executiegeschil schorst de executie niet. Wel kan de voorzieningenrechter - op verzoek van de debiteur - de executie voor bepaalde tijd schorsen.Het executiegeschil richt zich tegen de tenuitvoerlegging. Gebreken in de onderliggende beschikking of de betalingstitel kunnen in beginsel niet (meer) worden betwist.Het executiegeschil hoeft niet binnen een bepaalde termijn aanhangig te worden gemaakt. Zodra een executiegeschil is aangespannen treedt de invorderingsambtenaar in overleg met de deurwaarder over het verdere verloop van de tenuitvoerlegging.Is geen verzet gedaan, dan wordt de executie voortgezet. Indien een uitspraak is gedaan in het executiegeschil, wordt deze direct uitgevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2589\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel25.8.9</span><span class=\"lf-art-t\">Bezwaarschriftbehandeling bij bestuursrechtelijke geldschulden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bezwaar maken tegen beslissingen met betrekking tot bestuursrechtelijke geldschulden is mogelijk onder meer tegen: de vaststelling van de verplichting tot betaling; verrekening; verlenen van uitstel tot betaling; verlenen van een voorschot; de vaststelling van de verschuldigde wettelijke rente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Advisering over dergelijke bezwaarschriften is in handen van de onafhankelijke adviescommissie Bezwaarschriften.Een ingediend bezwaarschrift schorst de invordering niet. Ook de betalingsverplichting blijft gewoon bestaan. De indiener van een bezwaarschrift kan wel vragen om uitstel van betaling. Zo nodig kan de indiener de bestuursrechter vragen om schorsing van de betalingsverplichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26</span><span class=\"lf-art-t\">Kwijtschelding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 26, eerste lid, van de wet bepaalt dat bij ministeriële regeling regels worden gegeven voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. De invorderingsambtenaar verleent gehele kwijtschelding als de belastingschuldige niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar de belastingaanslag te betalen. In het algemeen zal van buitengewoon bezwaar sprake zijn als de middelen om een belastingaanslag te betalen ontbreken en ook niet binnen afzienbare tijd worden verwacht. De belastingschuldige kan alleen kwijtschelding aanvragen voor de volgende belastingsoorten:- Onroerende zaakbelastingen (OZB)- Reinigingsheffingen (Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten)- RioolheffingKwijtschelding wordt niet verleend voor de hondenbelasting, forensenbelasting, leges en andere retributies.In aansluiting op artikel 26 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: algemene uitgangspunten van het kwijtscheldingsbeleid; kwijtschelding van (rijks)belastingen voor particulieren; kwijtschelding van (rijks)belastingen voor ondernemers; administratief beroep; voortzetting van de invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding; geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing van het verzoek om kwijtschelding; geautomatiseerde kwijtschelding.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2611\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Kwijtschelding van betaalde belastingschulden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De invorderingsambtenaar verleent ook kwijtschelding van belastingaanslagen die al zijn betaald, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:</p>\n<p class=\"lf-p\">De belastingschuldige dient het verzoek om kwijtschelding in binnen twee maanden nadat de (laatste) betaling op de belastingaanslag heeft plaatsgevonden;</p>\n<p class=\"lf-p\">De belastingschuldige heeft betaald onder omstandigheden die aanleiding zouden hebben gegeven tot kwijtschelding als hij daar eerder om had verzocht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2612a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.1.2a</span><span class=\"lf-art-t\">Het indienen van een verzoek om kwijtschelding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het verzoek om kwijtschelding moet zo spoedig mogelijk na dagtekening van de aanslag worden ingediend bij de invorderingsambtenaar op een daartoe ingesteld verzoekformulier. Deze formulieren zijn verkrijgbaar op aanvraag maar kunnen ook via de gemeentelijke website geprint worden.Als de belastingschuldige een verzoek om kwijtschelding indient, maar dit niet doet op het daartoe bestemde formulier, neemt de invorderingsambtenaar het verzoek niet in behandeling. De invorderingsambtenaar zendt een verzoekformulier aan de belastingschuldige terug en stelt deze in de gelegenheid het verzoek alsnog binnen twee weken in te dienen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2612b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.1.2b</span><span class=\"lf-art-t\">Ontvangstbevestiging</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als het aanvraagformulier kwijtschelding volledig is ingediend en alle bewijsstukken zijn bijgevoegd ontvangt de belastingschuldige een ontvangstbevestiging waarin de afhandelingstermijn wordt vermeld. De afhandelingstermijn is in principe binnen acht weken na ontvangst van het aanvraagformulier. In de ontvangstbevestiging of nadere kennisgeving kan deze termijn verlengd worden met een redelijke termijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2613\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.1.3</span><span class=\"lf-art-t\">Niet ingevuld of onjuist ingevuld verzoekformulier om kwijtschelding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de invorderingsambtenaar een uitgereikt of toegezonden verzoekformulier onvolledig ingevuld terugontvangt, stelt hij de belastingschuldige in de gelegenheid de ontbrekende gegevens, binnen 14 dagen, alsnog te verstrekken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2614\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en normen ten tijde van indiening verzoek om kwijtschelding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoordeling van het verzoek zijn de gegevens en normen van belang die gelden op het moment van indiening van het verzoek, tenzij in de leidraad anders is aangegeven. De normstelling is gebaseerd op de normstelling die het Ministerie van Financiën twee maal per jaar vast stelt en communiceert via de website (zie ook de Staatscourant).De normbedragen die gelden bij de beoordeling van een verzoek om kwijtschelding zijn afgeleid van de uitkeringen op grond van de Wet werk en bijstand. Zij bedragen 100% van de uitkering inclusief het maandelijkse vakantiegeld. Een andere betekenis van het woord 'kwijtscheldingsnorm' is 'kosten levensonderhoud'.Er gelden echter minimum- en maximum normbedragen die verschillen per huishoudtype. Er zijn drie huishoudtypen: echtgenoten/samenwonenden alleenstaande ouder alleenstaande</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2615\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.1.5</span><span class=\"lf-art-t\">Toewijzing van het verzoek om kwijtschelding onder voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de invorderingsambtenaar besluit dat kwijtschelding zal worden verleend nadat aan één of meer voorwaarden is voldaan, neemt hij die voorwaarden in de beschikking op.Als de invorderingsambtenaar in de voorwaarden heeft opgenomen dat verrekening zal plaatsvinden van uit te betalen bedragen, stelt hij tevens de termijn vast waarin verrekening van die bedragen zal plaatsvinden. De termijn bedraagt maximaal drie jaar, te rekenen vanaf de dagtekening van de kennisgeving, of - als dit minder is - de tijd die nog overblijft voordat de verjaring van de belastingaanslag intreedt.Als tot de voorwaarden de voldoening van een deel van de schuld behoort, moet de invorderingsambtenaar de belastingschuldige uitnodigen om binnen een termijn van tien dagen een voorstel te doen met betrekking tot de betaling van dat deel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij is het uitstelbeleid (zie artikel 25 van deze leidraad) van toepassing. Als tot de voorwaarden naast de voldoening van een deel van de schuld ook de verrekening van teruggaven behoort, wordt het te betalen bedrag niet beïnvloed door de hoogte van de verrekende teruggaven.Indien bij de berekening van de betalingscapaciteit blijkt dat de belastingschuldige een deel van de belastingaanslag kan betalen, vermeldt de ambtenaar belast met de invordering het te betalen deel op de beschiking gedeeltelijke toewijzing kwijtschelding. Wanneer al kosten voor de (dwang)invordering zijn gemaakt verleend de invorderingsambtenaar kwijtschelding onder de voorwaarde dat deze kosten worden voldaan. Indien hieraan niet wordt voldaan bestaat er geen recht op kwijtschelding voor deze aanslag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2616\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.1.6</span><span class=\"lf-art-t\">Motivering afwijzing van het verzoek om kwijtschelding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de invorderingsambtenaar het verzoek om kwijtschelding afwijst, moet hij motiveren waarom hij tot afwijzing van het verzoek heeft besloten. Daarbij moet hij alle afwijzingsgronden noemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2617\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.1.7</span><span class=\"lf-art-t\">Na afwijzen kwijtschelding tien dagen wachttijd bij voortzetting invordering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de invorderingsambtenaar geen kwijtschelding verleent, of als het college afwijzend heeft beslist op een ingediend beroepschrift tegen de afwijzing, wordt de vervolging in beginsel niet begonnen of voortgezet binnen een termijn van tien dagen na dagtekening van de beschikking.Deze termijn wordt niet of niet geheel verleend als naar het oordeel van de invorderingsambtenaar aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de gemeente worden geschaad.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2618\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.1.8</span><span class=\"lf-art-t\">Mondeling meedelen afwijzen kwijtschelding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om de belangen van de gemeente niet te schaden, kan de invorderingsambtenaar de beslissing op een kort voor de executoriale verkoop ingediend verzoek om kwijtschelding mondeling bekend maken. De invorderingsambtenaar bevestigt deze beslissing zo spoedig mogelijk bij beschikking. In dat geval geldt niet de termijn van tien dagen waarbinnen de invorderingsambtenaar de invordering niet mag aanvangen of voortzetten.Evenzo geldt voor een, kort voor de executoriale verkoop gedaan, verzoek dat niet is ingediend op een verzoekformulier of op een verzoekformulier dat onvolledig is ingevuld, dat de invorderingsambtenaar de belastingschuldige niet in de gelegenheid stelt het verzoek in te dienen op het daartoe bestemde formulier of de belastingschuldige niet in de gelegenheid stelt de ontbrekende gegevens aan te vullen (zoals bepaald in de artikelen 26.1.2 en 26.1.3 van deze leidraad), maar het verzoek afwijst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2619\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.1.9</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer wordt geen kwijtschelding verleend</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt geen kwijtschelding verleend als: de gevraagde gegevens voor de beoordeling van het verzoek niet volledig, onjuist, of niet op het door de invorderingsambtenaar uitgereikte formulier (zie ook de artikelen 26.1.2 en 26.1.3 van deze leidraad) zijn verstrekt; uit de verstrekte gegevens voor de beoordeling van het verzoek een onevenredige verhouding blijkt tussen de omvang van de uitgaven enerzijds en het inkomen anderzijds en de belastingschuldige de in dat verband door de invorderingsambtenaar gevraagde opheldering niet – of naar het oordeel van de invorderingsambtenaar - in onvoldoende mate verschaft; een bezwaarschrift tegen de hoogte van de belastingaanslag in behandeling is bij de heffingsambtenaar, of een beroepschrift tegen de hoogte van de belastingaanslag in behandeling is bij de rechtbank of (in hoger beroep) bij het gerechtshof. Een eventuele vermindering of vernietiging van de belastingaanslag dient namelijk aan kwijtschelding vooraf te gaan. De belastingschuldige wordt meegedeeld dat een nieuw verzoek om kwijtschelding niet eerder kan worden ingediend dan nadat op het bezwaarschrift of beroepschrift (in hoger beroep) is beslist; voor de desbetreffende belastingaanslag zekerheid is gesteld; er sprake is van meer dan één belastingschuldige; een derde nog voor de belastingschuld aansprakelijk kan worden gesteld; het aan de belastingschuldige kan worden toegerekend dat de belastingaanslag niet kan worden voldaan. Daarvan is onder andere sprake als:a. het aan opzet of grove schuld van de belastingschuldige is te wijten dat te weinig belasting is geheven;b. (vervallen)c. een uitbetaald bedrag (bijvoorbeeld een belastingteruggaaf) niet is aangewend ter voldoening van de schuld waarvan kwijtschelding wordt gevraagd, tenzij het een voorlopige teruggaaf betreft voor zover die niet voor beslag vatbaar is;d. vanaf de bekendmaking van de belastingaanslag tot aan de indiening van het verzoek om kwijtschelding op enig moment voldoende middelen aanwezig waren om de aanslag te kunnen voldoen;e. de belastingschuldige wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat een belastingaanslag zou worden opgelegd en nalatig is gebleven in verband daarmee middelen te reserveren;f. deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente;g. deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente; h. de belastingschuldige geen gebruik heeft gemaakt van het recht op aanvullende bijstand, waardoor de belastingaanslag (gedeeltelijk) zou kunnen worden betaald.i. deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente;j. de belastingschuldige in surseance van betaling of in staat van faillissement verkeert, tenzij een akkoord is gesloten als bedoeld in de artikelen 138 en 252 FW;k. ten aanzien van de belastingschuldige de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, tenzij sprake is van een akkoord als bedoeld in artikel 329 FW, of van een belastingaanslag, niet zijnde een belastingaanslag als bedoeld in artikel 8, tweede lid van de regeling, voor zover die materieel verschuldigd is geworden op een tijdstip of over een tijdvak dat is gelegen na de uitspraak waarbij de schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard en niet kan worden aangemerkt als een boedelschuld;l. door de invorderingsambtenaar nadere voorwaarden zijn gesteld en aan die voorwaarden nog niet is voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zodra aan de gestelde voorwaarden is voldaan, kan alsnog kwijtschelding worden verleend;m. als sprake is van een te laat ingediend verzoek worden de kosten die inmiddels zijn ontstaan niet kwijtgescholden, tenzij het ontstaan van de kosten niet aan de belastingschuldige is te wijten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook wordt geen kwijtschelding verleend voor het bedrag van de te betalen belasting waarop het verzoek betrekking heeft als aannemelijk is dat dit bedrag kan worden voldaan omdat: binnen twee jaren na het verzoek als gevolg van sterk wisselende inkomens een hoger inkomen is te verwachten; binnen een jaar na indiening van het verzoek een verbetering is te verwachten in de financiële omstandigheden; binnen een jaar na het verzoek een belastingteruggaaf, anders dan de voorlopige teruggaaf, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de regeling kan worden verwacht. De vraag of buitengewoon bezwaar bestaat de verschuldigde belasting te betalen, kan immers slechts betrekking hebben op een per saldo verschuldigd bedrag. Alleen voor dat saldo moeten de aanwezige financiële middelen worden aangesproken. Dit houdt in dat geen kwijtschelding kan worden verleend als de belastingaanslag binnen een jaar door middel van verrekening kan worden aangezuiverd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26110\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.1.10</span><span class=\"lf-art-t\">Begrip 'ex-ondernemer' en kwijtschelding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als een ex-ondernemer om kwijtschelding vraagt, past de invorderingsambtenaar het kwijtscheldingsbeleid voor particulieren toe.Er is geen sprake van een ex-ondernemer als (een deel van) het bedrijfsvermogen nog aanwezig is. In dat geval zal het verzoek om kwijtschelding moeten worden behandeld overeenkomstig het bepaalde in artikel 26.3 van deze leidraad. Het nog aanwezige bedrijfsvermogen zal geheel moeten worden gebruikt ter aflossing van de openstaande (zakelijke) belastingaanslagen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.1.11</span><span class=\"lf-art-t\">Verzoekschriften aan andere instellingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De invorderingsambtenaar houdt de invordering aan als een verzoekschrift is ingediend bij het college, de raad of de gemeentelijke ombudsman. Als naar het oordeel van de invorderingsambtenaar aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de gemeente worden geschaad, kan de invorderingsambtenaar toch invorderingsmaatregelen treffen.Onherroepelijke invorderingsmaatregelen mogen alleen worden genomen na voorafgaande toestemming van het college.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-262\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.2</span><span class=\"lf-art-t\">Kwijtschelding van belastingen voor particulieren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Kwijtschelding van belastingen voor particulieren</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2621\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.2.1</span><span class=\"lf-art-t\">Vermogen en kwijtschelding particulieren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onder vermogen wordt verstaan de waarde in het economische verkeer van de bezittingen van de belastingschuldige en zijn echtgenoot, verminderd met de schulden van de belastingschuldige en de echtgenoot die hoger bevoorrecht zijn dan de rijksbelastingen.Ook als de belastingschuldige onder huwelijkse voorwaarden is getrouwd, of bij ongehuwd samenlevenden als sprake is van een samenlevingscontract, is het voorgaande van overeenkomstige toepassing ondanks het feit dat de partner niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de voldoening van de belastingaanslag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2622\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.2.2</span><span class=\"lf-art-t\">De inboedel en kwijtschelding particulieren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De waarde van de inboedel wordt niet als vermogensbestanddeel in aanmerking genomen als deze bij gedwongen verkoop niet meer dan € 2.269 bedraagt.Als de waarde meer bedraagt, wordt de volle waarde als vermogen in aanmerking genomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2623\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.2.3</span><span class=\"lf-art-t\">De auto en kwijtschelding particulieren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De waarde van de personenauto wordt niet als vermogensbestanddeel in aanmerking genomen als deze op het moment waarop het verzoek wordt ingediend een waarde heeft van € 2.269 of minder. Als de waarde meer bedraagt, wordt de volle waarde als vermogen in aanmerking genomen.Als op de auto voor een financier een pandrecht is gevestigd, moet ter vaststelling van de actuele (over)waarde de financieringsschuld in mindering worden gebracht.Een auto wordt niet als een vermogensbestanddeel in aanmerking genomen als de belastingschuldige aan de invorderingsambtenaar - zo nodig na een verzoek daartoe - aannemelijk kan maken dat die auto absoluut onmisbaar is voor de uitoefening van het beroep of absoluut onmisbaar is in verband met invaliditeit of ziekte van de belastingschuldige of zijn gezinsleden.Met gezinsleden wordt bedoeld de echtgenoot van belastingschuldige, of zijn kind(eren) voor zover deze geen eigen inkomen/vermogen heeft (hebben) waaruit de auto in beginsel zou kunnen worden betaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2624\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.2.4</span><span class=\"lf-art-t\">Saldo op bankrekening en kwijtschelding voor particulieren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Incidentele ontvangsten op een bank- of girorekening (zoals vakantiegeld) worden voor de bepaling van een aanwezig vermogensbestanddeel ook in aanmerking genomen, tenzij bij de berekening van de betalingscapaciteit met dat bedrag rekening is gehouden. Deze situatie zal zich voornamelijk voordoen bij de vakantiegelduitkering.De nog beschikbare kredietruimte van een doorlopend krediet wordt in de kwijtscheldingsregeling niet als een vermogensbestanddeel aangemerkt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2625\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.2.5</span><span class=\"lf-art-t\">De eigen woning en kwijtschelding voor particulieren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De waarde van onroerende zaken die een belastingschuldige in zijn bezit heeft, wordt aangemerkt als een vermogensbestanddeel. Voor de waardebepaling van de onroerende zaak is uitgangspunt de waarde van de onroerende zaak bij verkoop vrij te aanvaarden.Als de aanwezigheid van vermogen vastgelegd in onroerende zaken leidt tot de afwijzing van een verzoek om kwijtschelding en de belastingaanslag wordt vervolgens niet betaald, kan de voortzetting van de invordering bij oudere belastingschuldigen die hun laatste levensjaren in hun eigen woning willen slijten, leiden tot een onverdedigbare hardheid. Een gedwongen verhuizing in verband met de verkoop van de woning zal voor deze groep belastingschuldigen een onevenredig grotere belasting zijn dan voor andere belastingschuldigen.In die gevallen kan de invorderingsambtenaar in overleg met de belastingschuldige afzien van prompte invordering en in plaats daarvan uitstel van betaling verlenen, gedekt door een hypotheek op de eigen woning of door het leggen van een beslag op de woning. De hypotheek moet opeisbaar zijn na het overlijden van de langstlevende of bij een eerder vrijkomen van de woning. Het verlenen van een zodanig uitstel blijft beperkt tot uitzonderlijke gevallen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2626\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.2.6</span><span class=\"lf-art-t\">Vermogen van kinderen en kwijtschelding voor particulieren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als bij de belastingschuldige kinderen thuis wonen die over een eigen vermogen beschikken, wordt dat vermogen bij de beoordeling van het door de ouder ingediende verzoek om kwijtschelding niet in aanmerking genomen, tenzij die ouder (een deel van) zijn vermogen heeft toebedeeld aan zijn kind(eren) om daaruit een fiscaal voordeel te behalen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2627\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.2.7</span><span class=\"lf-art-t\">Nalatenschappen en kwijtschelding voor particulieren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de beoordeling van een verzoek om kwijtschelding van belastingaanslagen ten name van overledenen zijn de financiële omstandigheden van de erfgenamen in beginsel niet van belang. Alleen de vraag of de belastingaanslagen uit het actief van de nalatenschap (hadden) kunnen worden voldaan is van belang.Dit uitgangspunt geldt niet als het verzoek wordt gedaan door de overblijvende partner/erfgenaam. In dat geval worden de persoonlijke financiële omstandigheden wel mee in aanmerking genomen, ook al zouden bijvoorbeeld de kinderen als mede erfgenamen voor een deel van de belastingschuld kunnen worden aangesproken.Als een erfgenaam op grond van een ingediend verzoek voor kwijtschelding in aanmerking zou komen, wordt de betrokkene bij beschikking voor zijn aandeel in de belastingschuld ontslag van betalingsverplichting verleend. Deze werkwijze wordt ook gevolgd als de partner van de erflater het verzoek om kwijtschelding indient.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2628\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.2.8</span><span class=\"lf-art-t\">[vervallen]</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2629\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.2.9</span><span class=\"lf-art-t\">Beroepsvermogen Wet werk en inkomen kunstenaars (Wik) en kwijtschelding voor particulieren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">ls sprake is van een belastingschuldige die een uitkering ontvangt als gevolg van de Wet werk en inkomen kunstenaars, wordt het vermogen dat noodzakelijk is voor de uitoefening van het beroep van kunstenaar niet als vermogensbestanddeel in aanmerking genomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.2.10</span><span class=\"lf-art-t\">Betalingscapaciteit en kwijtschelding voor particulieren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als is vastgesteld dat geen of onvoldoende vermogensbestanddelen aanwezig zijn om de openstaande belastingaanslag te voldoen, moet worden beoordeeld in hoeverre de aanwezige betalingscapaciteit voldoende is om de belastingaanslag te voldoen.De betalingscapaciteit wordt gevormd door het positieve verschil tussen het gemiddeld per maand te verwachten netto besteedbaar inkomen van de belastingschuldige en de gemiddeld per maand te verwachten kosten van bestaan in de periode van twaalf maanden vanaf de datum waarop het verzoek om kwijtschelding is ingediend.Het netto besteedbare inkomen van de belastingschuldige wordt vermeerderd met het gemiddeld per maand te verwachten netto besteedbaar inkomen van zijn echtgenoot in de periode van twaalf maanden vanaf de datum waarop het verzoek om kwijtschelding is ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook wanneer de belastingschuldige onder huwelijkse voorwaarden is getrouwd of bij ongehuwd samenlevenden wanneer sprake is van een samenlevingscontract, is het voorgaande van toepassing, ondanks het feit dat de partner niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de voldoening van de belastingaanslag. De vaststelling van het totale netto besteedbaar inkomen staat los van de aansprakelijkheid tot betaling van de aanslagen waarvan kwijtschelding wordt verzocht.De verantwoordelijkheid van de echtgenoot, voor schulden van de belastingschuldige, wordt beperkt tot de (materiële) belastingschulden die stammen uit de huwelijkse periode of uit de periode waarin de gezamenlijke huishouding is gevoerd. Dat kan tot gevolg hebben dat in voorkomende gevallen de belastingaanslag moet worden gesplitst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vermogen en de betalingscapaciteit van de echtgenoot van belastingschuldige, worden dus buiten beschouwing gelaten voor zover een door de belastingschuldige ingediend verzoek om kwijtschelding betrekking heeft op belastingschulden die zijn ontstaan vóór de aanvang van de huwelijkse periode of de gezamenlijke huishouding. Het toe te passen normbedrag is in dit geval - afhankelijk van de omstandigheden - het normbedrag voor een alleenstaande dan wel het normbedrag voor een alleenstaande ouder (zie artikel 16 van de regeling).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.2.11</span><span class=\"lf-art-t\">Vakantiegeld en kwijtschelding voor particulieren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tot het inkomen wordt ook het vakantiegeld gerekend. Het vakantiegeld kan worden gesteld op 7% van de - aan loonheffing onderworpen - inkomsten waarbij aanspraak bestaat op vakantiegeld.Als uit het ingediende verzoekformulier blijkt, of de invorderingsambtenaar uit eigen wetenschap bekend is dat het reëel genoten vakantiegeld meer of minder bedraagt dan 7%, wordt het reëel genoten vakantiegeld in aanmerking genomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.2.12</span><span class=\"lf-art-t\">Studiefinanciering en kwijtschelding voor particulieren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij de berekening van het netto besteedbare inkomen wordt rekening gehouden met inkomsten die studenten ontvangen op grond van de WSF 2000 en hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS VO-18+ ).Studenten in het hoger en middelbaar beroepsonderwijs hebben recht op een normbudget voor levensonderhoud: in het kader van de kwijtscheldingsregeling is dit normbudget de optelsom van basisbeurs, maximale aanvullende beurs en maximale basislening. Daarbij wordt rekening gehouden met het feit of de student thuiswonend, of uitwonend is. In voorkomend geval wordt dit normbudget verhoogd met de partnertoeslag of de één-oudertoeslag.De inkomsten van een student worden gesteld op een forfaitair bedrag(de bedragen worden elk jaar per 1 januari en per 1 juli door de regering aangepast).A. Voor studenten in het hoger onderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 57.B. Voor studenten in het middelbaar beroepsonderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 50 en met het bedrag aan onderwijsretributie groot € 84,42.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de belastingschuldige naast studiefinanciering beschikt over eigen inkomsten wordt eveneens uitgegaan van de forfaitaire inkomsten, zoals hiervoor berekend onder A en B.Als de daadwerkelijk genoten studiefinanciering (exclusief het ontvangen collegegeldkrediet voor studenten in het hoger onderwijs) en de eigen inkomsten uitstijgen boven de voor het desbetreffende huishoudtype maximaal geldende kosten van bestaan wordt om de betalingscapaciteit te kunnen berekenen de navolgende formules gebruikt:Formule 1: (P + Q) – R – S = X.In deze formule wordt met P aangegeven het totaal van de daadwerkelijk genoten studiefinanciering (exclusief het ontvangen collegegeldkrediet voor studenten in het hoger onderwijs).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het totaal van de eigen inkomsten wordt aangegeven met Q. Met R wordt aangegeven het voor de kwijtschelding geldende normbudget voor levensonderhoud. Het in mindering te brengen bedrag van de daadwerkelijk ontvangen basislening wordt aangeduid met S. De uitkomst van deze berekening wordt aangegeven met X, met dien verstande dat X altijd tenminste nul bedraagtFormule 2: X + Y = T.In deze formule wordt met Y aangegeven het forfaitaire bedrag aan inkomsten van de betreffende student zoals bedoeld onder A of B. Het resultaat van de berekening volgens formule 1 (X) vermeerderd met Y is het inkomen (T). Dit inkomen vormt vervolgens het uitgangspunt om het nettobesteedbaar inkomen te kunnen berekenen en de betalingscapaciteit.In sommige gevallen bestaat de studiefinanciering zelfs geheel uit een lening.</p>\n<p class=\"lf-p\">In die situaties wordt ook uitgegaan van de vorenvermelde forfaitaire inkomsten en is hetgeen in dit artikel is vermeld van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26213\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.2.13</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere bijstand/ouderlijke bijdrage en kwijtschelding voor particulieren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Uitkeringen die worden ontvangen in het kader van bijzondere bijstand en die zijn bestemd voor bestrijding van specifieke kosten waarin de reguliere bijstandsuitkering niet voorziet, worden niet als inkomen in aanmerking genomen.De bijzondere (aanvullende) bijstand voor personen jonger dan 21 jaar, wordt daarentegen wél als inkomen in aanmerking genomen, evenals de ouderlijke bijdrage in geld die deze jongeren ontvangen. In dat geval is de bijzondere bijstand niet bestemd voor bestrijding van specifieke kosten waarin de reguliere bijstandsuitkering niet voorziet.De bijzondere bijstand voor jongeren dient ter aanvulling van de zeer lage bijstandsnorm, als de ouderlijke bijdrage - die geacht wordt deze lage bijstandsnorm aan te vullen tot het niveau van de bijstandsnorm voor personen van 21 tot 65 jaar - geheel of gedeeltelijk ontbreekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26214\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.2.14</span><span class=\"lf-art-t\">Betalingen op belastingschulden en kwijtschelding voor particulieren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij de berekening van het netto besteedbaar inkomen wordt geen rekening gehouden met belastingaanslagen die in de loop van de periode van twaalf maanden vanaf de datum waarop het verzoek is ingediend, nog zullen worden opgelegd.Tot betalingen op belastingschulden worden naast betalingen aan rijksbelastingen ook de betalingen gerekend die worden verricht op gemeentelijke belastingen (met uitzondering van de rechten die zijn vermeld in artikel 229 van de Gemeentewet) en andere belastingen en heffingen van lokale overheden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26215\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.2.15</span><span class=\"lf-art-t\">Woonlasten en kwijtschelding van belasting van voorhuwelijkse belastingschulden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als het verzoek om kwijtschelding wordt gedaan voor belastingschulden die zijn ontstaan voor de aanvang van de huwelijkse periode, of de gezamenlijke huishouding in de zin van artikel 3 Wwb (zie artikel 26.2.10 van deze leidraad), worden de woonlasten in aanmerking genomen tot ten hoogste 50% van het bedrag dat de uitkomst is van de berekening op grond van artikel 15, eerste lid, onderdeel b, van de regeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26215a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.2.15a</span><span class=\"lf-art-t\">Woonlasten van meerpersoonshuishoudens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het geval de belastingschuldige met tenminste twee personen van 18 jaar of ouder een gezamenlijke huishouding voert alsmede in het geval de belastingschuldige met één of meer bloedverwanten in de eerste graad van 18 jaar of ouder een gezamenlijke huishouding voert of anderszins op één adres verblijf houdt, wordt bij de berekening van de betalingscapaciteit geen rekening gehouden met de netto woonlasten, tenzij de belastingschuldige aannemelijk maakt dat de woonlasten niet gedeeld kunnen worden.Het vorenstaande geldt niet als sprake is van commerciële verhuur, te weten als sprake is van kostgangers of kamerhuurders.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26216\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.2.16</span><span class=\"lf-art-t\">Uitgaven in verband met onderhoudsverplichtingen en kwijtschelding voor particulieren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Naast de alimentatieverplichtingen wordt bij de berekening van het netto besteedbaar inkomen de daadwerkelijk betaalde onderhoudsbijdrage - de bijdrage die een gemeente op grond van de Wwb van een ex-partner vordert in de kosten van bijstand - in mindering gebracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26217\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.2.17</span><span class=\"lf-art-t\">Kwijtschelding tijdens WSNP</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als sprake is van een belastingschuldige ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard en die belastingschuldige verzoekt om kwijtschelding van nadien opgekomen belastingschulden die niet zijn aan te merken als boedelschuld, wordt het verzoek behandeld overeenkomstig het bestaande beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betekent dus onder meer dat bij de berekening van de betalingscapaciteit op het inkomen van de belastingschuldige niet in mindering wordt gebracht dat deel van het inkomen dat onder beheer van de bewindvoerder naar de boedel gaat. Verder wordt opgemerkt dat de middelen die de boedel vormen en onder beheer van de bewindvoerder berusten, niet beschouwd worden als vermogen in de zin van artikel 12 van de regeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26218\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.2.18</span><span class=\"lf-art-t\">Wet werk en inkomen kunstenaars (Wik)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Van de kunstenaar die in het voorafgaande kalenderjaar geen Wik-uitkering heeft genoten worden de totale inkomsten gesteld op het bedrag van de voor hem geldende bijstandsnorm, met inbegrip van de maximale toeslag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26219\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.2.19</span><span class=\"lf-art-t\">Normpremie ziektekostenverzekering begrepen in de bijstandsuitkering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag, voor zover is begrepen in de bijstandsnorm, bedraagt voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder € 44 per maand en voor echtgenoten € 81 per maand (de bedragen worden elk jaar per 1 januari en per 1 juli door de regering aangepast).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26220\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.2.20</span><span class=\"lf-art-t\">Onderhoud gezinsleden in het buitenland</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De hier te lande alleenwonende gehuwde belastingschuldige die zijn in het buitenland verblijvende echtgenote en/of kinderen daadwerkelijk onderhoudt, wordt voor de berekening van de betalingscapaciteit niet als een alleenstaande aangemerkt. Uitgegaan wordt van het normbedrag voor echtgenoten in de zin van artikel 3 Wwb. Als huur wordt de hier te lande betaalde huur in aanmerking genomen.Door toepassing van het normbedrag voor echtgenoten in de zin van artikel 3 Wwb, wordt in het kwijtscheldingsbeleid op forfaitaire wijze rekening gehouden met de bedragen die de buitenlandse werknemer aan zijn bloed- of aanverwanten overmaakt voor de kosten van levensonderhoud. Met de werkelijke bedragen die de buitenlandse belastingschuldige overmaakt, wordt geen rekening gehouden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-263\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.3</span><span class=\"lf-art-t\">Kwijtschelding van belastingen voor ondernemers</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Kwijtschelding van belastingen voor ondernemers</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2631\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Kwijtschelding voor ondernemers bij een saneringsakkoord</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Kwijtschelding voor ondernemers vindt alleen plaats bij een saneringsakkoord tussen de schuldenaar en alle schuldeisers tot gedeeltelijke betaling van de schuld tegen finale kwijting.Deze kwijtschelding komt pas aan de orde nadat alle gestelde zekerheden zijn uitgewonnen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2632\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aansprakelijkheid en kwijtschelding voor ondernemers</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voordat de invorderingsambtenaar toetreedt tot een saneringsakkoord gaat hij na of de mogelijkheid bestaat (een) derde(n) aansprakelijk te stellen voor onbetaald gebleven belastingschuld. Als de (te verwachten) opbrengst uit de aansprakelijkstelling zodanig is dat het aanbod tot een saneringsakkoord voor de invorderingsambtenaar geen betere perspectieven biedt, treedt de invorderingsambtenaar niet toe tot het akkoord.Bij toetreding tot een saneringsakkoord kan de invorderingsambtenaar er van afzien derden alsnog aansprakelijk te stellen. In dat geval moet bij de vaststelling van het bedrag dat aan de invorderingsambtenaar moet worden voldaan rekening worden gehouden met het bedrag dat uit de aansprakelijkstelling geïnd had kunnen worden.Als de invorderingsambtenaar toetreedt tot een saneringsakkoord en daarnaast nog derden aansprakelijk stelt, blijft bij de vaststelling van het bedrag dat in het akkoord moet worden voldaan een (eventuele) opbrengst uit de aansprakelijkstelling buiten beschouwing. In de situatie dat de aansprakelijkgestelde zijn regresrecht op de gesaneerde onderneming uitoefent en het bedrijf daardoor opnieuw in moeilijkheden komt, eist de invorderingsambtenaar niet dat de onderneming het ontstane tekort alsnog aanvult. Als later blijkt dat de aansprakelijkgestelde niet kan betalen, eist de invorderingsambtenaar evenmin het ontstane tekort op.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2633\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden tot deelname aan een saneringsakkoord</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De invorderingsambtenaar verleent geen medewerking aan een saneringsakkoord waarbij één of meer schuldeisers het gedeelte van hun vordering dat niet wordt voldaan niet kwijtschelden maar overdragen aan een derde of omzetten in aandelenkapitaal.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2634\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.3.4</span><span class=\"lf-art-t\">Toepassingsbereik saneringsakkoord</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoordeling van het aangeboden saneringsakkoord bekijkt de invorderingsambtenaar welke belastingaanslagen in het akkoord kunnen worden betrokken. Uitgangspunt hierbij is de formele belastingschuld ten tijde van het verzoek.Bij de behandeling van het aangeboden akkoord is het de taak van de belastingschuldige/ondernemer er voor te zorgen dat de formele schuld zo nauwkeurig mogelijk overeenstemt met de materiële schuld. Als de belastingschuldige niet de gegevens overlegt die (kunnen) leiden tot een juiste vaststelling van de verschuldigde belasting, is er geen aanleiding voor de invorderingsambtenaar toe te treden tot het aangeboden akkoord.Naast de Rijksbelastingdienst heeft ook de gemeente de inspanningsverplichting om de te saneren schuld zo volledig mogelijk en tot het juiste bedrag vast te stellen en de eventueel nog (materieel) verschuldigde belastingen over tijdvakken tot aan het tijdstip waarop het verzoek om sanering is ingediend, te formaliseren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2635\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.3.5</span><span class=\"lf-art-t\">Ten minste dubbele percentage en saneringsakkoord</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2636\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.3.6</span><span class=\"lf-art-t\">Bestuurlijke boeten en saneringsakkoord</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bestuurlijke boeten moeten ook integraal in het akkoord worden betrokken. Uitgangspunt is dat het heffingstraject moet worden afgewerkt voordat tot sanering kan worden overgegaan. Daarna past de invorderingsambtenaar het akkoordpercentage toe op de belastingschuld én op de bestuurlijke boete.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2637\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.3.7</span><span class=\"lf-art-t\">Rente en kosten en saneringsakkoord</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De invorderingsambtenaar betrekt rente en kosten integraal in het akkoord. Het bedrag dat op basis van het akkoord is betaald, wordt in afwijking van artikel 7 van de wet op de hoofdsom afgeboekt. De invorderingsambtenaar vermeldt dit in de beschikking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2638\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.3.8</span><span class=\"lf-art-t\">Speciale crediteuren en saneringsakkoord</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aantal crediteuren neemt een zodanige positie in dat zij niet noodzakelijkerwijs tot een akkoord hoeven toe te treden om (een deel van) de vordering die zij hebben te kunnen innen. Tot die crediteuren behoren onder meer:</p>\n<p class=\"lf-p\">Pandhouders, omdat het recht van voorrang van de pandhouder op het in pand gegeven goed boven het voorrecht van de fiscus gaat, staat het niet deelnemen van de pandhouder aan het akkoord niet aan een deelname daaraan door de invorderingsambtenaar in de weg. Vanzelfsprekend zal in aanmerking moeten worden genomen dat het recht van voorrang van de pandhouder afhankelijk is van - en dus qua belang beperkt is tot - de waarde van het in pand gegeven goed. Voor het niet door pand gedekte gedeelte van zijn vordering kan de pandhouder slechts als concurrent schuldeiser worden aangemerkt. De bezitloos pandhouder wiens pandrecht betrekking heeft op een zaak als bedoeld in artikel 21, tweede lid, tweede volzin van de wet is voor die zaak lager bevoorrecht dan de fiscus. Voor hem geldt het voorgaande dus niet. Vordering van de gemeente moeten als concurrente vorderingen worden aangemerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leveranciers die de eigendom van de geleverde zaak hebben voorbehouden. Als een leverancier de eigendom van de geleverde zaak heeft voorbehouden, moet bij het bepalen van de grootte van zijn vordering rekening worden gehouden met dat eigendomsvoorbehoud. Het voorgaande is niet van toepassing als de (rijks)invorderingsambtenaar met toepassing van het bodemrecht beslag heeft gelegd op deze zaak. In dat geval wordt door de (rijks)invorderingsambtenaar integrale voldoening van de waarde van de bodemzaak worden geëist en voor het restant van de fiscale vordering (ten minste) het dubbele percentage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cessionarissen, als sprake is van rechtsgeldige gecedeerde uit te betalen bedragen en de invorderingsambtenaar heeft eveneens met de cessie ingestemd, wordt bij een akkoord de vordering van de crediteur/cessionaris in aanmerking genomen met inachtneming van de te verwachten uit te betalen bedragen. De hoogte van de vordering van de invorderingsambtenaar wordt bepaald zonder rekening te houden met de te verwachten - maar rechtsgeldig gecedeerde - uit te betalen bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder 'dwangcrediteuren' worden verstaan leveranciers die niet bereid zijn aan een akkoord mee te werken omdat de onderneming zonder hen niet verder kan werken.Hiermee vergelijkbaar is de adviseur/boekhouder die de stukken moet produceren die voor de beoordeling van het aanbod nodig zijn. Bij de beoordeling van het akkoord houdt de invorderingsambtenaar rekening met de volledige betaling van de vordering van de adviseur/boekhouder.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-264\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.4</span><span class=\"lf-art-t\">Administratief beroep</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Administratief beroep</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2641a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.4.1a</span><span class=\"lf-art-t\">Administratief beroep tegen de afwijzing van een verzoek om kwijtschelding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de belastingschuldige zich niet kan verenigen met de beschikking van de invorderingsambtenaar op het verzoek om kwijtschelding, kan hij binnen tien dagen na de kennisgeving, een gemotiveerd beroepschrift richten tot het college. Het beroepschrift wordt ingediend bij de invorderingsambtenaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2641b\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.4.1b</span><span class=\"lf-art-t\">Tijdigheid van een beroepschrift</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een beroepschrift is tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de beroepstermijn is ontvangen. Bij verzending per post is het beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van die termijn per post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Indien het beroepschrift binnen één week na het verstrijken van de beroepstermijn wordt ontvangen, kan worden aangenomen dat het beroepschrift tijdig per post is bezorgd.Blijkt echter uit de dagtekening van het beroepschrift of afgestempelde postzegel (met leesbare datum en plaats), dat de verzending heeft plaatsgevonden na afloop van de beroepstermijn, dan dient de belastingschuldige in zijn beroep niet ontvankelijk te worden verklaard.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2641c\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.4.1c</span><span class=\"lf-art-t\">Ontvangstbevestiging beroepschrift</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In alle gevallen dat een beroepschrift wordt ontvangen, zal een ontvangstbevestiging worden verzonden. Hierin dient de belastingschuldige te worden gewezen op de mogelijkheid dat hij op zijn verzoek kan worden gehoord</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2641d\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.4.1d</span><span class=\"lf-art-t\">Horen voor de beslissing op een beroepschrift</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voordat het college op een beroepschrift beslist, dient belanghebbende op zijn verzoek in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord. Hiervan kan worden afgezien als: het beroep niet-ontvankelijk is; aan het beroep volledig wordt tegemoet gekomen; de belastingschuldige heeft verklaard niet te willen worden gehoord; het beroep kennelijk ongegrond is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2641e\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.4.1e</span><span class=\"lf-art-t\">Hoorverslag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het horen dient ten kantore plaats te vinden, tenzij de belastingschuldige instemt met telefonisch horen. Van het horen dient een verslag te worden opgemaakt. Het verslag moet een korte weergave bevatten van het besprokene. Het verslag moet worden gedagtekend en ondertekend door de opsteller. De inhoud van het verslag moet aan de belastingschuldige bekend gemaakt worden. Dit kan door het verslag in de uitspraak op het beroepschrift te verwerken of door een kopie van het verslag aan de belastingschuldige toe te zenden. De belastingschuldige heeft geen recht het verslag te wijzigen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2642\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.4.2</span><span class=\"lf-art-t\">Herhaald verzoek om kwijtschelding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De invorderingsambtenaar behandelt een herhaald verzoek om kwijtschelding als een beroepschrift dat gericht is aan het college. Als de invorderingsambtenaar aanleiding ziet om een gunstigere beslissing te nemen dan in zijn eerdere beschikking, handelt hij het herhaalde verzoek zelf af.De invorderingsambtenaar behandelt een herhaald verzoek om kwijtschelding als een eerste verzoek als het verzoek is afgewezen als gevolg van een duidelijke, ambtelijke fout. In deze gevallen kan de belastingschuldige na de beslissing van de invorderingsambtenaar een beroepschrift indienen bij het college.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2643\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.4.3</span><span class=\"lf-art-t\">Beroepsfase en het inwinnen van nadere gegevens</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In verband met het uit te brengen advies aan het college vraagt de invorderingsambtenaar zonodig opnieuw nadere gegevens aan de belastingschuldige met het verzoek deze binnen tien dagen te verstrekken. Indien hieraan geen gevolg wordt gegeven stelt de invorderingsambtenaar het college daarvan in kennis en adviseert om die reden niet aan het beroepschrift tegemoet te komen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2644\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.4.4</span><span class=\"lf-art-t\">Gegevens en normen eerste verzoek om kwijtschelding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij de behandeling van het beroepschrift of het herhaalde verzoek om kwijtschelding zijn de gegevens en normen van belang die van toepassing waren bij de beoordeling van het eerste verzoek.Wanneer echter blijkt dat het inkomen van de belastingschuldige ten opzichte van het eerste verzoek zodanig is gedaald dat de betalingscapaciteit destijds in belangrijke mate tot een te hoog bedrag is vastgesteld, vindt een herberekening plaats.Ook wijzigingen in de aanspraak inzake huurtoeslag en zorgtoeslag kunnen leiden tot een herberekening. Een herberekening vindt niet plaats bij wijzigingen in de kosten van bestaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2645\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.4.5</span><span class=\"lf-art-t\">Beslissing college op beroep bij kwijtschelding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In alle gevallen waarin het college het beroep gegrond oordeelt, kan het college de zaak inhoudelijk afdoen. Hetzij door het verzoek alsnog toe te wijzen, hetzij door het af te wijzen onder verbetering of vervanging van de gronden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2646\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.4.6</span><span class=\"lf-art-t\">Invordering na administratief beroep en herhaald verzoek om kwijtschelding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als een verzoek om kwijtschelding wordt afgewezen, wordt de invordering niet eerder voortgezet dan nadat tien dagen zijn verstreken. Artikel 9 van de regeling is van overeenkomstige toepassing. Als binnen de termijn van tien dagen een beroepschrift wordt ingediend, wordt gedurende de behandeling van dit beroepschrift ook gehandeld overeenkomstig artikel 9 van de regeling.Indiening van het beroepschrift na de termijn van tien dagen leidt tot niet ontvankelijkheid. Dit neemt echter niet weg dat - als het belang van de invordering zich daartegen niet verzet - van het college mag worden verwacht dat het alsnog ambtshalve de grieven die in het beroepschrift zijn aangedragen op hun waarde beoordeeld. Ook in dat geval wordt gehandeld overeenkomstig artikel 9 van de regeling.Of het belang van de invordering zich tegen ambtshalve behandeling verzet, hangt af van de omstandigheden. Hiervan is echter in ieder geval sprake als inmiddels onherroepelijke invorderingsmaatregelen zijn genomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2647\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.4.7</span><span class=\"lf-art-t\">Niet tijdig beslissen op een verzoek om kwijtschelding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de invorderingsambtenaar nalaat om binnen acht weken een beslissing te nemen op een verzoek om kwijtschelding, kan de belastingschuldige hiertegen beroep instellen bij het college. Hieraan is geen termijn gebonden.Als tijdens de beroepsprocedure blijkt dat de invorderingsambtenaar kwijtschelding had moeten verlenen, hoeft het college niet te volstaan met de uitspraak dat de invorderingsambtenaar niet tijdig heeft beslist, maar kan het college op het beroepschrift van de belastingschuldige inhoudelijk beslissen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-265\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.5</span><span class=\"lf-art-t\">Voortzetting van de invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voortzetting van de invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2651\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.5.1</span><span class=\"lf-art-t\">Invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de invorderingsambtenaar afwijzend heeft beslist op een verzoek om kwijtschelding of een aangeboden akkoord, of het college heeft afwijzend beslist op een ingediend beroepschrift tegen een afwijzende beschikking van de invorderingsambtenaar, moet de belastingschuldige het op de belastingaanslag(en) verschuldigde bedrag binnen tien dagen na dagtekening van de afwijzende beschikking of binnen de betaaltermijnen die op het aanslagbiljet zijn aangegeven, voldoen.De termijn van tien dagen geldt niet als sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 10 van de wet. Na deze termijn kan de invorderingsambtenaar de invordering aanvangen of voortzetten. In geval van deelname aan de automatische incasso wordt het nog te betalen bedrag automatisch afgeschreven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2652\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">Geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing verzoek om kwijtschelding (niet verder bemoeilijken)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de belastingschuldige niet in aanmerking komt voor kwijtschelding maar de invorderingsambtenaar voortzetting van de invordering niet gewenst vindt, wijst de invorderingsambtenaar het verzoek om kwijtschelding af. De invorderingsambtenaar neemt in die beschikking op in hoeverre hij geen invorderingsmaatregelen zal treffen.Als de invorderingsambtenaar besluit tot het niet meer nemen van invorderingsmaatregelen voor de nog openstaande schuld zonder dat hij daaraan voorwaarden verbindt, heeft de beslissing voor de belastingschuldige materieel dezelfde gevolgen als kwijtscheldingDe invorderingsambtenaar kan ook besluiten geen invorderingsmaatregelen meer te nemen voor de nog openstaande schuld onder de voorwaarde dat eventuele uit te betalen bedragen verrekend worden met de buiten de invordering gelaten schuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De termijn waarbinnen verrekening plaatsvindt bedraagt maximaal drie jaar, te rekenen vanaf de datum van de beschikking, of - als dit minder is - de tijd die nog overblijft voordat de verjaring van de belastingaanslag intreedt. De invorderingsambtenaar neemt deze verrekeningsvoorwaarde uitdrukkelijk in de beschikking op.Als de invorderingsambtenaar besluit voorlopig geen invorderingsmaatregelen meer te nemen, zal hij in zijn beschikking voorwaarden of een tijdsbepaling opnemen. Anders dan kwijtschelding is een dergelijke beschikking herroepelijk. Als de belastingschuldige de voorwaarden niet nakomt, neemt de invorderingsambtenaar een nieuwe beschikking, waarbij hij zijn eerdere beschikking intrekt De invorderingsambtenaar kan hier pas toe overgaan nadat hij de belastingschuldige een brief heeft gestuurd over zijn voornemen de eerdere beschikking in te trekken als niet binnen veertien dagen alsnog aan de voorwaarden of de tijdsbepaling is voldaan</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-266\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.6</span><span class=\"lf-art-t\">Geautomatiseerde kwijtschelding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De hoofdregel is dat kwijtschelding alleen wordt verleend na een daartoe ingediend verzoek. De bepalingen in de Ministeriële regeling geven geen ruimte om bepaalde groepen in de samenleving zonder meer collectief kwijtschelding te verlenen. Wel mag geautomatiseerd kwijtschelding worden verleend, mits eerst een inkomens- en vermogenstoets heeft plaatsgevonden.De gemeente Weststellingwerf heeft het gebruik van de mogelijkheid van geautomatiseerde kwijtschelding in voorbereiding genomen. Vanaf het belastingjaar 2011 wordt getoetst in het laatste kwartaal van het jaar voorafgaande aan het belastingjaar waarvoor de kwijtschelding eventueel kan worden verleend.De toetsing vindt plaats door het Inlichtingenbureau. Dit bureau vergelijkt bestanden van mensen die het voorgaande jaar kwijtschelding hebben gehad voor gemeentelijke belastingen. Het gaat hierbij om gegevens van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), de Belastingdienst en de Dienst Wegverkeer (RDW). Als op grond van deze toetsing geen recht bestaat op geautomatiseerde kwijtschelding kan in een later stadium alsnog een individueel verzoek worden ingediend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-267\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.7</span><span class=\"lf-art-t\">Drempelbedrag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer uit de kwijtscheldingsberekening blijkt dat de betalingscapaciteit kleiner is of minder bedraagt van de verschuldigde belasting, wordt de aanslag gedeeltelijk kwijtgescholden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-268\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel26.8</span><span class=\"lf-art-t\">Geautomatiseerde kwijtschelding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de gemeente gebruik maakt van de mogelijkheid van geautomatiseerde kwijtschelding, wordt er getoetst in het laatste kwartaal van het jaar voorafgaande aan het belastingjaar waarvoor de kwijtschelding eventueel kan worden verleend.De toetsing vindt plaats door het Inlichtingenbureau aan de hand van jaarlijks vastgestelde criteria. Deze criteria worden vastgesteld door het Ministerie van Financiën. Als op grond van deze toetsing geen recht bestaat op geautomatiseerde kwijtschelding kan in een later stadium alsnog een individueel verzoek worden ingediend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-27\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel27</span><span class=\"lf-art-t\">Verjaring</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 27 van de wet bepaalt dat het recht tot dwanginvordering en het recht tot verrekening verjaren door verloop van vijf jaren: na de aanvang van de dag volgende op die waarop die belastingaanslag geheel invorderbaar is; of - als dit tot een later tijdstip leidt - vijf jaren na de aanvang van de dag volgende op die waarop de invorderingsambtenaar de laatste akte van vervolging heeft betekend (stuiting van de verjaring).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid van dit artikel bepaalt limitatief in welke gevallen er sprake is van verlenging van de verjaringstermijn (schorsing van de verjaring).Na intreding van de verjaring maakt de invorderingsambtenaar geen gebruik van de mogelijkheid om in te vorderen door middel van een dagvaarding.In aansluiting op artikel 27 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: versnelde invordering en verjaring; aansprakelijkgestelden en verjaring; stuiting van de verjaring; schorsing van de verjaring; afstand van verjaring; rente en kosten en verjaring.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-271\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel27.1</span><span class=\"lf-art-t\">Versnelde invordering en verjaring</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de invordering is aangevangen met toepassing van artikel 10 van de wet begint de verjaringstermijn te lopen op het moment dat de belastingaanslagen onmiddellijk en tot het volle bedrag invorderbaar werden. De oorspronkelijke vervaldag heeft op dat moment voor de verjaring geen belang meer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-272\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel27.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aanprakelijkgestelden en verjaring</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aansprakelijkheidschuld (beschikking ex artikel 49 van de wet) is niet voor zelfstandige verjaring vatbaar. Door verjaring van de belastingaanslag terzake waarvan aansprakelijk is gesteld, eindigt ook het recht van dwanginvordering en verrekening van de aansprakelijkheidvordering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel27.3ting van de verjaring De invorderingsambtenaar stuit de verjaring door de betekening aan de belastingschuldige van een akte van vervolging. Als de betekening van een dwangbevel uitsluitend plaatsvindt om de verjaring te stuiten, licht de invorderingsambtenaar de belastingschuldige in over het doel van de betekening. Deze betekening is kosteloos.Om de verjaring te stuiten kan een dwangbevel meer dan eenmaal worden betekend.Als de ontvanger de verjaring van een rechtsvordering tot betaling stuit door een schriftelijke mededeling, maakt hij die schriftelijke mededeling bekend aan de belastingschuldige.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-274\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel27.4</span><span class=\"lf-art-t\">Schorsing van de verjaring</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Uitstel van betaling voor een gedeelte van de belastingaanslag verlengt de verjaringstermijn voor de gehele belastingaanslag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-275\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel27.5</span><span class=\"lf-art-t\">Afstand van verjaring</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Van eenmaal verkregen verjaring kan afstand worden gedaan. De invorderingsambtenaar beroept zich echter alleen op afstand van verjaring, als zonder meer duidelijk is dat de belastingschuldige daadwerkelijk bedoelt afstand van de verjaring te doen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-276\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel27.6</span><span class=\"lf-art-t\">Rente en kosten van verjaring</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De op een belastingaanslag belopen rente en kosten zijn onlosmakelijk met de belastingaanslag verbonden. Als voor een belastingaanslag de verjaring is ingetreden, laat de invorderingsambtenaar dus ook voor de rente en kosten invordering en verrekening achterwege.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-277\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel27.7</span><span class=\"lf-art-t\">Na verjaring geen civiele invordering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Na intreding van de verjaring maakt de invorderingsambtenaar geen gebruik van de mogelijkheid om in te vorderen door middel van een dagvaarding.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-277a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel27.7a</span><span class=\"lf-art-t\">Betalingskorting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-28\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel28</span><span class=\"lf-art-t\">Invorderingsrente</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 28 van de wet regelt het in rekening brengen en vergoeden van invorderingsrente.In aansluiting op artikel 28 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: correctie berekende invorderingsrente; vermindering terecht in rekening gebrachte invorderingsrente; verzuim van de gemeente en invorderingsrente; rente- of schadevergoeding; kwijtschelding invorderingsrente niet mogelijk; verminderingen en toepassing artikel 28, zesde lid, van de wet. drempelbedrag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-281\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel28.1</span><span class=\"lf-art-t\">Cheque buitenland en invorderingsrente</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-282\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel28.2</span><span class=\"lf-art-t\">Correctie berekende invorderingsrente</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De invorderingsambtenaar corrigeert de renteberekening als daarbij onjuiste gegevens zijn gebruikt. Dit geldt ook voor een belastingaanslag waaraan een nieuwe dagtekening wordt toegekend die leidt tot een ander aanvangstijdstip voor de renteberekening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-283\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel28.3</span><span class=\"lf-art-t\">Vermindering terecht in rekening gebrachte invorderingsrente</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de invorderingsambtenaar als gevolg van een te late betaling terecht rente in rekening brengt, kan slechts in uitzonderlijke situaties aanleiding bestaan die rente te verminderen. De invorderingsambtenaar moet dan van mening zijn dat het niet tijdig voldoen van de belastingschuld niet kan worden verweten aan de belastingschuldige en bovendien dat de invordering van rente onredelijk en onbillijk is.De invorderingsambtenaar kan slechts naar aanleiding van een ingediend bezwaarschrift de verschuldigde rente verminderen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-284\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel28.4</span><span class=\"lf-art-t\">Verzuim van de gemeenten en invorderingsrente</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de behandeling van een bezwaarschrift meer tijd heeft gevergd dan gebruikelijk is, moet de hierdoor belopen rente volledig worden voldaan. Slechts als sprake is van een buitensporig lange behandeling zonder dat de belastingschuldige daarop invloed heeft kunnen uitoefenen, kan er voor de invorderingsambtenaar aanleiding bestaan om met betrekking tot de rente een tegemoetkoming te verlenen. Het moet gaan om extreme, schrijnende situaties en de geleden schade moet hoofdzakelijk het gevolg zijn van een duidelijk verzuim van de gemeente.De belastingschuldige moet het aan de gemeente te wijten rente nadeel aannemelijk maken. De invorderingsambtenaar vermindert de rente in overeenstemming met het aangetoonde rentenadeel.De invorderingsambtenaar kan slechts naar aanleiding van een ingediend bezwaarschrift de verschuldigde rente verminderen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-285\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel28.5</span><span class=\"lf-art-t\">Rente- of schadevergoeding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als na formalisering van een uit te betalen bedrag de daadwerkelijke uitbetaling veel langer op zich laat wachten dan gebruikelijk is en deze vertraging is aan de gemeente te wijten, vergoedt de invorderingsambtenaar rente over de periode waarin van vertraging sprake is geweest.De invorderingsambtenaar moet een gehele of gedeeltelijke afwijzing van een verzoek om rente- of schadevergoeding motiveren. Als de rechthebbende verzoekt om herziening van de beschikking van de invorderingsambtenaar, stuurt de invorderingsambtenaar dit verzoek door aan het college.De invorderingsambtenaar beslist op een verzoek om rente- of schadevergoeding binnen acht weken. Als dit niet mogelijk is, stelt de invorderingsambtenaar de verzoeker hiervan in kennis onder vermelding van de termijn waarbinnen wel kan worden beslist.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-286\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel28.6</span><span class=\"lf-art-t\">Kwijtschelding invorderingsrente niet mogelijk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Kwijtschelding van uitsluitend invorderingsrente is niet mogelijk. De invorderingsambtenaar doet ook geen toezegging dat de rente niet zal worden ingevorderd.Dit laat onverlet dat de invorderingsambtenaar kwijtschelding verleent of rente buiten invordering laat, als hij de hoofdsom kwijtscheldt of buiten invordering laat op grond van het bepaalde in artikel 26 van deze leidraad.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-287\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel28.7</span><span class=\"lf-art-t\">Verminderingen en toepassing artikel 28, zesde lid, van de wet</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-288\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel28.8</span><span class=\"lf-art-t\">Drempelbedrag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als een belastingschuldige niet binnen de vastgestelde termijn betaalt, is hij invorderingsrente verschuldigd. Voor het in rekening brengen van invorderingsrente is een minimumbedrag vastgesteld. Dit minimumbedrag is vastgesteld op € 0,00 per openstaande vordering.Voor de berekening van de verschuldigde invorderingsrente geldt als dag van betaling bij een girale betaling de dag van bijschrijving op de bank- of girorekening van de gemeente Weststellingwerf. Bij contante betalingen geldt als dag van de betaling de dag van storting. In de Invorderingswet is de hoogte van het percentage van de invorderingsrente geregeld. Wijziging van het percentage kan plaatsvinden per 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober van een jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel29</span><span class=\"lf-art-t\">Er zijn in deze leidraad op artikel 29 van de wet geen beleidsregels gemaakt</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-30\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel30</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikking betalingskorting en invorderingsrente</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 30 van de wet bepaalt dat de invorderingsambtenaar het bedrag van de betalingskorting en de invorderingsrente vaststelt bij een voor bezwaar vatbare beschikking. Op deze beschikking is hoofdstuk V van de AWR van toepassing. De invorderingsambtenaar kan geen betalingskorting verlenen van belastingen.In aansluiting op artikel 30 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: beschikking terug te nemen betalingskorting; verzoek tot vermindering rente is bezwaar; betalingskorting en invorderingsrente: (hoger) beroep en cassatie; teruggenomen betalingskorting en invorderingsrente: uitstel van betaling; geen bezwaar mogelijk tegen de niet verleende betalingskorting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-301\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel30.1</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikking terugnemen betalingskorting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. Beschikking betalingskorting en invorderingsrente</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-302\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel30.2</span><span class=\"lf-art-t\">Verzoek tot vermindering rente is bezwaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een verzoek van de belastingschuldige tot vermindering van in rekening gebrachte rente merkt de invorderingsambtenaar aan als een bezwaarschrift.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-303\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel30.3</span><span class=\"lf-art-t\">Betalingskorting en invorderingsrente: (hoger) beroep en cassatie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de belastingschuldige in beroep gaat tegen de uitspraak op het bezwaar, handelt de invorderingsambtenaar overeenkomstig de voorschriften van het Besluit beroep in belastingzaken 2005, met dien verstande dat de invorderingsambtenaar in een procedure niet dezelfde stukken hoeft over te leggen als de heffingsambtenaar.De invorderingsambtenaar kan zich beperken tot de stukken die in de procedure over de toepassing van de regeling betalingskorting dan wel invorderingsrente relevant zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-304\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel30.4</span><span class=\"lf-art-t\">Teruggenomen betalingskorting en invorderingsrente: uitstel van betaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het beleid omtrent teruggenomen betalingskorting is niet van toepassing voor de gemeente.Indiening van een bezwaar- of beroepschrift (in hoger beroep) schort de verplichting om de invorderingsrente te betalen niet op. Als om uitstel van betaling wordt verzocht is het beleid van artikel 25 van deze leidraad en artikel 34 van de regeling van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-305\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel30.5</span><span class=\"lf-art-t\">Geen bezwaar mogelijk tegen de niet verleende betalingskorting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel31 en 31a Let op!Het college kan een regeling vaststellen waarbij de ministeriële regeling bedoeld in artikel 31 van de wet (de Uitvoeringsregeling invorderingswet 1990) niet, of gedeeltelijk van toepassing is verklaard.De gemeente heeft de bevoegdheid zelfstandig regels te stellen voor de, bij de berekening van de invorderingsrente, toe te passen afrondingen en voor het niet in rekening brengen van invorderingsrente die een bepaald bedrag niet te boven gaat.Verder zijn in deze leidraad op de artikelen 31 en artikel 31a van de wet geen beleidsregels gemaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-32-360\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel32</span><span class=\"lf-art-t\">Samenloop fiscale en civiele aansprakelijkheidsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 32 van de wet bepaalt dat naast de aansprakelijkheidsbepalingen die in hoofdstuk VI van de wet zijn opgenomen, de invorderingsambtenaar ook een beroep kan doen op aansprakelijkheidsbepalingen in andere wettelijke regelingen. De invorderingsambtenaar kan dus ook een beroep doen op aansprakelijkheidsbepalingen uit bijvoorbeeld het Burgerlijk Wetboek of het Wetboek van Koophandel.In aansluiting op artikel 32 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: keuze aansprakelijkheid; gemeenschapsschulden en aansprakelijkheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-321-361\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel32.1</span><span class=\"lf-art-t\">Keuze aansprakelijkheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In situaties waarin de invorderingsambtenaar feitelijk de keuze heeft tussen de toepassing van zowel een aansprakelijkheidsbepaling uit de wet als een aansprakelijkheidsbepaling uit het civiele recht, geldt in beginsel hetgeen is vermeld in artikel 3.1 van deze leidraad.In de belangenafweging die aan de aansprakelijkstelling voorafgaat, wordt in beginsel doorslaggevend gewicht toegekend aan die aansprakelijkheidsbepaling waarbij de aansprakelijke in de gelegenheid is zich te disculperen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-322-362\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel32.2</span><span class=\"lf-art-t\">Gemeenschapsschulden en aansprakelijkheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De invorderingsambtenaar merkt een belastingschuld in principe aan als een gemeenschapsschuld. De ontbinding van een goederengemeenschap ontheft de echtgenoten niet van hun aansprakelijkheid voor gemeenschapsschulden die zijn ontstaan vóór de ontbinding van de gemeenschap. Ieder van de echtgenoten blijft aansprakelijk voor het geheel van de gemeenschapsschulden waarvoor hij/zij voordien aansprakelijk was.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-33-363\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel33</span><span class=\"lf-art-t\">Aansprakelijkheid van bestuurder, leider vaste inrichting, vaste vertegenwoordiger en vereffenaar voor alle belastingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze regels dienen ertoe om, als op het in dit artikel genoemde lichaam geen verhaal meer kan worden uitgeoefend, die personen voor de nog verschuldigde belasting aan te spreken, die in een nauwe betrekking staan of stonden tot het desbetreffende lichaam en invloed (hadden) kunnen uitoefenen op het betalen van de belastingschulden.In aansluiting op artikel 33 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: leider vaste inrichting en vaste vertegenwoordiger; feitelijke vestiging; lichaam dat is ontbonden; vereffenaar; bestuurder; gewezen bestuurder</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-331-364\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel33.1</span><span class=\"lf-art-t\">Leider vaste inrichting en vaste vertegenwoordiger bij aansprakelijkheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De begrippen ‘vaste inrichting’ en ‘vaste vertegenwoordiger’ zijn dezelfde als bij de heffing van de diverse belastingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-332-365\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel33.2</span><span class=\"lf-art-t\">Feitelijke vestiging bij aansprakelijkheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het begrip 'gevestigd' in artikel 33, eerste lid, onderdeel b, van de wet, heeft een feitelijke betekenis. Waar een lichaam is gevestigd, moet worden beoordeeld naar de omstandigheden van het geval.De invorderingsambtenaar moet hierbij aansluiting zoeken bij het materiële vestigingsbegrip van artikel 4, eerste lid, van de AWR.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-333\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel33.3</span><span class=\"lf-art-t\">Lichaam dat is ontbonden bij aansprakelijkheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ontbinding van het lichaam waarop artikel 33, eerste lid, onderdeel c, van de wet doelt, kan - behalve op grond van de verschillende formele ontbindingsbepalingen - onder omstandigheden ook worden afgeleid uit handelingen van vennoten of organen van rechtspersonen.Voor de berekening van de driejaarstermijn wordt de stilzwijgende ontbinding - bedoeld in de vorige volzin - geacht zich te hebben voltrokken ten tijde van het verrichten van de handelingen.Als ontbinding kan niet worden aangemerkt het feitelijk staken van de bedrijfsuitoefening en/of het voortzetten van de activiteiten van de vennootschap in een andere rechtsvorm, het zogenaamde 'leeg' maken van het lichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-334\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel33.4</span><span class=\"lf-art-t\">Vereffenaar bij aansprakelijkheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Niet alleen degene die met de vereffening is belast, is aansprakelijk op grond van artikel 33, eerste lid, onderdeel c, van de wet, maar ook degene die feitelijk als vereffenaar is opgetreden zonder dat van een uitdrukkelijke lastgeving sprake is.De invorderingsambtenaar moet aannemelijk maken dat het niet-betalen van de belastingschuld is te wijten aan kennelijk onbehoorlijk bestuur van de vereffenaar. De betekenis van het begrip kennelijk onbehoorlijk bestuur in dit lid is dezelfde als in artikel 36 van de wet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-335\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel33.5</span><span class=\"lf-art-t\">Bestuurder bij aansprakelijkheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van artikel 33, eerste lid, onderdeel a, van de wet wordt als bestuurder niet alleen degene aangemerkt die als zodanig in het Handelsregister staat ingeschreven. Ook wordt als bestuurder aangemerkt degene die zich feitelijk als bestuurder heeft gedragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-336\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel33.6</span><span class=\"lf-art-t\">Gewezen bestuurder bij aansprakelijkheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De invorderingsambtenaar kan de gewezen bestuurder aansprakelijk stellen voor de belastingschuld waarvoor hij ten tijde van zijn bestuursperiode hoofdelijk aansprakelijk was, te weten de schuld die in deze periode materieel is ontstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel34 t/m 47 Deze bepalingen zijn niet van toepassing voor de gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-48\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel48</span><span class=\"lf-art-t\">Beperking aansprakelijkheid erfgenamen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 48 van de wet regelt niet de aansprakelijkheid van de erfgenaam, maar geeft aan dat de erfgenaam - als rechtsopvolger van de erflater – niet voor alle belastingaanslagen voor het volle bedrag zal worden aangesproken.In aansluiting op artikel 48 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: beneficiaire aanvaarding; invordering ten laste van een erfgenaam blijft achterwege.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-481\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel48.1</span><span class=\"lf-art-t\">Beneficiaire aanvaarding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als een nalatenschap onder het voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard, wordt de vereffening van de boedel afgewacht, met dien verstande dat de invorderingsambtenaar maatregelen neemt ter beveiliging van zijn rechten (zie echter ook artikel 14.1.3 van deze leidraad).Aantasting van het vermogen van de erfgenamen blijft uiteraard achterwege.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-482\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel48.2</span><span class=\"lf-art-t\">Invordering ten laste van een erfgenaam blijft achterwege</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als voor een belastingaanslag ten name van een overledene niet meer tegen de gezamenlijke erfgenamen kan worden opgetreden, blijft invordering ten laste van een erfgenaam slechts onder bijzondere omstandigheden achterwege.De gemeente hanteert hierbij geen drempelbedrag.Er kan ook aanleiding bestaan een gering restbedrag op tactische gronden buiten invordering te laten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-49\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel49</span><span class=\"lf-art-t\">Formele bepalingen voor aansprakelijkstelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 49 van de wet regelt de formele bepalingen voor aansprakelijkstellingen. Het geeft aan op welke wijze een materiële aansprakelijkheid wordt omgezet in een formele aansprakelijkstelling. De bepalingen gelden niet alleen voor de in de wet opgenomen aansprakelijkheidsregels, maar gelden ook voor de aansprakelijkheid in enige andere wettelijke regeling, bijvoorbeeld in het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Koophandel.De aansprakelijkstelling vindt plaats bij voor bezwaar vatbare beschikking, en wel afzonderlijk voor een ieder die aansprakelijk wordt gesteld.In aansluiting op artikel 49 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: aansprakelijkstelling voor bestuurlijke boete; aansprakelijkstelling voor invorderingsrente; de aansprakelijkstelling - in gebreke zijn; informatieverstrekking in beschikking aansprakelijkstelling keten- en inlenersaansprakelijkheid; informatieverstrekking aan aansprakelijkgestelden; eerst uitwinning belastingschuldige; volgorde van aansprakelijkstellen; bezwaar en uitstel van betaling; overgangsrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel49.1elijkstelling voor bestuurlijke boete De invorderingsambtenaar kan de beschikking aansprakelijkstelling voor de bestuurlijke boete opnemen in dezelfde brief waarbij hij ook de beschikking voor de aansprakelijkstelling voor de belastingschuld bekendmaakt. De invorderingsambtenaar moet dan in de beschikking de gronden vermelden waarop de aansprakelijkstelling voor de boete berust.Als geen gebruik wordt gemaakt van de gelegenheid om de gronden, waarop het voornemen tot een aansprakelijkstelling voor de vergrijpboete berust, te betwisten of de invorderingsambtenaar is van oordeel dat de betwisting van de aansprakelijke ongegrond is, dan zal hij de derde daarvan op de hoogte stellen en overgaan tot aansprakelijkstelling voor de bestuurlijke boete op de voet van artikel 49, eerste lid, van de wet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-492\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel49.2</span><span class=\"lf-art-t\">Aansprakelijkstelling voor invorderingsrente</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als aan de aansprakelijkgestelde invorderingsrente in rekening moet worden gebracht, dan wordt de rente berekend over het bedrag waarvoor hij aansprakelijk is gesteld.Voor zover in het bedrag van de aansprakelijkstellingsbeschikking tevens een bedrag aan invorderingsrente is opgenomen, wordt over dat bedrag geen rente in rekening gebracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-493\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel49.3</span><span class=\"lf-art-t\">De aansprakelijkstelling - in gebreke zijn</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aansprakelijkstelling - in gebreke zijn</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4931\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel49.3.1</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer in gebreke</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De belastingschuldige is in gebreke als de betaling van zijn belastingschuld niet heeft plaatsgevonden binnen de betalingstermijn die voor de belastingaanslag geldt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4932\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel49.3.2</span><span class=\"lf-art-t\">Nieuw Artikel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De belastingschuldige wordt ook geacht in gebreke te zijn als de belastingaanslag op grond van artikel 10 van de wet terstond invorderbaar is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4933\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel49.3.3</span><span class=\"lf-art-t\">Nieuw Artikel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de invorderingsambtenaar aan de belastingschuldige een beschikking heeft gestuurd waarin hij toezegt geen verdere invorderingsmaatregelen tegen de belastingschuldige meer te nemen, kan een derde voor de desbetreffende belastingschuld niettemin aansprakelijk worden gesteld.In dat geval is sprake van een ‘in gebreke zijn’ van de belastingschuldige als bedoeld in het eerste lid van artikel 49 van de wet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-494\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel49.4</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieverstrekking in beschikking aansprakelijkstelling keten- en inlenersaansprakelijkheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-495\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel49.5</span><span class=\"lf-art-t\">Informatieverstrekking aan aansprakelijkgestelden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van het bepaalde in artikel 49, zesde lid, van de wet moet de invorderingsambtenaar de aansprakelijkgestelde desgevraagd op de hoogte stellen van de gegevens over de belasting waarvoor hij aansprakelijk is gesteld.Tot de gegevens die op grond van genoemde bepaling moeten worden verstrekt, behoren in elk geval de stukken die op de zaak betrekking hebben als bedoeld in de artikelen 7:4 en 8:42 Awb. Hieronder worden verstaan alle stukken die bij het nemen van het besluit een rol hebben gespeeld. Naast de gegevens die zijn vastgelegd in de genoemde stukken moeten desgevraagd ook andere gegevens worden verstrekt, mits die gegevens redelijkerwijs van belang kunnen worden geacht voor het maken van bezwaar of het instellen van beroep.De gegevens worden - na een daartoe strekkend verzoek van de aansprakelijk gestelde - vooruitlopend op het indienen van een bezwaarschrift of op het instellen van beroep verstrekt.Hoewel artikel 49, zesde lid, van de wet betrekking heeft op de gegevens over de belasting, is goedgekeurd dat de gegevensverstrekking zich daartoe niet beperkt, maar mede betrekking heeft op (alle) andere aspecten van de aansprakelijkheidsbeslissing. Voorwaarde is wel dat deze gegevens hetzij gerekend kunnen worden tot de stukken die op de zaak betrekking hebben als hiervoor genoemd, hetzij redelijkerwijs van belang kunnen worden geacht voor het maken van bezwaar tegen de aansprakelijkheidsbeschikking of het instellen van beroep tegen daarop volgende beslissingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-496\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel49.6</span><span class=\"lf-art-t\">Aansprakelijkheid: eerst uitwinning belastingschuldige</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De invorderingsambtenaar zal zich in beginsel eerst verhalen op vermogensbestanddelen van de belastingschuldige voordat hij overgaat tot uitwinning van de vermogensbestanddelen van de aansprakelijkgestelde, tenzij zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel 14.1.4, laatste volzin, van de leidraad.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-497\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel49.7</span><span class=\"lf-art-t\">Volgorde aansprakelijk stellen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de invorderingsambtenaar een derde aansprakelijk kan stellen op grond van meer dan één fiscale of civielrechtelijke aansprakelijkheidsbepaling, dan hoeft hij daarbij geen volgorde in acht te nemen. Hetzelfde geldt als de invorderingsambtenaar verscheidene derden op grond van dezelfde dan wel op grond van verschillende aansprakelijkheidsbepalingen aansprakelijk kan stellen.Dit geldt niet in de gevallen waarvoor in de wet of deze leidraad anders is bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-498\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel49.8</span><span class=\"lf-art-t\">Bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie tegen de beschikking aansprakelijkstelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie tegen de beschikking aansprakelijkstelling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4981\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel49.8.1</span><span class=\"lf-art-t\">Bezwaar en uitstel van betaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepalingen zijn niet van toepassing voor de gemeente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4982\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel49.8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Vervallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-499\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel49.9</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsrecht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4991\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel49.9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Bij civiele procedure geen invordering of verrekening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de civiele procedure volgend op een betwisting op grond van het tot 1 december 2002 geldende recht vinden geen invorderingsmaatregelen plaats. Bij vrees voor onverhaalbaarheid kunnen wel conservatoire maatregelen worden genomen.Eveneens vindt tijdens de civiele procedure geen verrekening plaats van uit te betalen bedragen ten name van de aansprakelijkgestelde met een aansprakelijkheidsschuld. Bij vrees voor onverhaalbaarheid kan conservatoir beslag worden gelegd op het uit te betalen bedrag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4992\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel49.9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Wijziging eis</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De invorderingsambtenaar wijzigt zijn eis als in de fiscale procedure die de belastingschuldige voert een onherroepelijke uitspraak is gedaan met betrekking tot de hoogte van de belastingaanslag die leidt tot aanpassing van het bedrag van de aansprakelijkheidsschuld, en artikel 50, zesde lid, van de wet (oud) van toepassing is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel51</span><span class=\"lf-art-t\">Conservatoir beslag bij aansprakelijkheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De versnelde invordering op grond van de artikelen 10 en 15 van de wet is niet van toepassing op een aansprakelijkgestelde. Wel heeft de invorderingsambtenaar de mogelijkheid om conservatoir beslag te leggen op grond van artikel 51 van de wet met toepassing van de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.In aansluiting op artikel 51 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over conservatoir beslag en uitstel in verband met bezwaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel51.1</span><span class=\"lf-art-t\">Conservatoir beslag en uitstel in verband met bezwaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als er conservatoir beslag ligt en de aansprakelijkgestelde verzoekt om uitstel van betaling in verband met een bezwaar tegen de beschikking, dan verleent de invorderingsambtenaar alleen uitstel van betaling als er zekerheid wordt gesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel52</span><span class=\"lf-art-t\">Betalingstermijn beschikking aansprakelijk stelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 52, eerste lid, van de wet heeft de aansprakelijkgestelde een betalingstermijn van zes weken na dagtekening van de beschikking van de aansprakelijkstelling.Als na het verstrijken van deze termijn geen betaling heeft plaatsgevonden en geen bezwaarschrift tegen de beschikking is ingediend, is het in de beschikking vermelde bedrag invorderbaar.In aansluiting op artikel 52 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over vermindering van de belastingaanslag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-521\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel52.1</span><span class=\"lf-art-t\">Vermindering van de belastingaanslag en aansprakelijkstelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de heffingsambtenaar de aanslag vermindert, past de invorderingsambtenaar het bedrag van de aansprakelijkstellingsbeschikking aan voor zover dat voortvloeit uit de vermindering en deelt dat mee aan de aansprakelijkgestelde.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-53\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel53</span><span class=\"lf-art-t\">Aansprakelijkheid: verhaalsrechten en kwijtschelding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De invorderingsambtenaar heeft op grond van het bepaalde in artikel 53 recht om ook de regels voor de verrekening (artikel 24 van de wet met uitzondering van het derde lid) toe te passen voor eenaansprakelijkgestelde. Dit leidt ertoe dat een openstaande aansprakelijkheidsschuld kan worden verrekend met een aan de aansprakelijkgestelde uit te betalen bedrag. Als de aansprakelijkgestelde niet in staat is - anders dan met buitengewoon bezwaar - de belastingschuld waarvoor hij aansprakelijk is gesteld geheel of gedeeltelijk te voldoen, dan kan aan hem op verzoek ontslag van betalingsverplichting worden verleend.In aansluiting op artikel 53 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over geen zelfstandige verjaring van de aansprakelijkheidsschuld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-531\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel53.1</span><span class=\"lf-art-t\">Geen zelfstandige verjaring van de aansprakelijkheid schuld</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een aansprakelijkheid schuld (beschikking ex artikel 49 van de wet) is niet voor zelfstandige verjaring vatbaar. Door verjaring van de belastingaanslag waarvoor aansprakelijk is gesteld, eindigt ook het recht van dwanginvordering en verrekening van de aansprakelijkheidsvordering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-54\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel54</span><span class=\"lf-art-t\">Mededeling aan de aansprakelijk gestelde</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 54 van de wet regelt de uitbetaling van een teruggaaf aan de aansprakelijkgestelde die het gevolg is van een vermindering van de belastingaanslag waarvoor hij aansprakelijk is gesteld.In aansluiting op artikel 54 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over geen zelfstandige verjaring van de aansprakelijkheidsschuld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-541\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel54.1</span><span class=\"lf-art-t\">Betaling teruggaaf aanhouden bij aansprakelijkstelling</span></h4></div>", "next": 239361}