{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Het is verboden een lijk naar de begraafplaats te vervoeren, te begraven of urnen met asbus bij te zetten buiten het tijdvak van 08.00 uur tot 16.00 uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet in situaties, waarin artikel 6 van de Wet op de Lijkbezorging of artikel 13 van de Wet bestrijding infectieziekten en opsporing ziekte-oorzaken van toepassing is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-582\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.2</span><span class=\"lf-art-t\">Onbetamelijk gedrag op een begraafplaats</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden op een begraafplaats nodeloos rumoer te maken of zich anderszins onbetamelijk te gedragen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-583\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.3</span><span class=\"lf-art-t\">Aanwijzingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een ieder is verplicht de aanwijzingen op te volgen, die door of namens de rechthebbende op een begraafplaats gegeven worden met betrekking tot het uitvoeren van werkzaamheden of in het belang van de orde en rust op de begraafplaats.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-584\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.4</span><span class=\"lf-art-t\">Plaatsen grafzerken e.d</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden zonder vergunning van het college op een begraafplaats een grafkelder of graftuin aan te leggen, een gedenkteken, zerk of kruis te plaatsen of een boom of ander gewas te planten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-585\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.8.5</span><span class=\"lf-art-t\">Onderhoud objecten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rechthebbende op een in artikel 5.8.4 genoemd object op een begraafplaats is verplicht dit naar behoren te onderhouden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 9 Toezicht op evenementen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-591\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.1</span><span class=\"lf-art-t\">Met de inwerkingtreding van de Evenementenverordening gemeente Maastricht per 1 januari 2017 vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-592\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.2</span><span class=\"lf-art-t\">Met de inwerkingtreding van de Evenementenverordening gemeente Maastricht per 1 januari 2017 vervallen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-593\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.3</span><span class=\"lf-art-t\">Ordeverstoring</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-593a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.9.3a</span><span class=\"lf-art-t\">Wanordelijkheden bij evenementen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden bij evenementen onnodig op te dringen, door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden of wanordelijkheden te veroorzaken Het is verboden bij evenementen messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, op een zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde of veiligheid in gevaar komt of kan komen Een ieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen van ambtenaren van politie en brandweer in het belang van openbare orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen.”</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 6 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-61\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.1</span><span class=\"lf-art-t\">Strafbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-62\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.2</span><span class=\"lf-art-t\">Toezichthouders</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aangewezen personen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-63\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.3</span><span class=\"lf-art-t\">Binnentreden woningen normale omstandigheden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-63a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.3a</span><span class=\"lf-art-t\">Binnentreden woningen in noodsituaties</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zij die belast zijn met de zorg voor de nakoming van een voorschrift van een door de burgemeester op grond van artikel 176 van de Gemeentewet vastgesteld algemeen verbindend voorschrift, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-64\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.4</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekend gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op dat tijdstip worden ingetrokken: de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Maastricht, vastgesteld bij besluit van 4 juli 1989, zoals deze sedertdien is gewijzigd; en de Algemene Politieverordening voor Maastricht 1978.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-65\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.5</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsbepaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vergunningen en ontheffingen -hoe ook genaamd- verleend krachtens verordeningen bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven -indien en voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken- na inwerkingtreding van deze verordening van kracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens verordeningen bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven -indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken- na inwerkingtreding van deze verordening van kracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing -hoe ook genaamd- op grond van een verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvrage is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een vergunning of ontheffing, bedoeld in het eerste lid, dan wel een voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, blijft een vergunning of ontheffing -hoe ook genaamd- van kracht, totdat onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens een in deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereiste, vergunning of ontheffing, indien deze aanvrage ten minste acht weken voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn bij het bevoegde bestuursorgaan is ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing vereist is krachtens deze verordening en niet voorkomend in een verordening als bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, zijn niet van toepassing: gedurende acht weken na het in werking treden van deze verordening; ook na de onder a. bepaalde termijn, voorzover degene die de vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn een aanvraag heeft ingediend, totdat onherroepelijk op deze aanvraag is beslist.</p>\n<p class=\"lf-p\">De intrekking van een verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten, indien en voorzover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-66\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6.6</span><span class=\"lf-art-t\">Citeertitel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze verordening kan worden aangehaald als \"Algemene plaatselijke verordening Maastricht 2006\" dan wel \"apv\" of “APV”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoeringsbesluiten van de Burgemeester</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.1.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Beleidsregel samenscholingsverbod Maastricht-centrum</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Burgemeester van Maastricht Overwegende: dat gelet op het uitgangspunt van het Nederlands cannabisbeleid (het scheiden van de markten in softdrugs en harddrugs) onder zéér strenge voorwaarden wordt gedoogd dat in zogenaamde coffeeshops zeer kleine hoeveelheden softdrugs worden verkocht; dat vanwege de (hierna omschreven) drugsproblematiek in Maastricht gekozen wordt voor een zeer stringent handhavingbeleid ten aanzien van coffeeshops (Damoclesbeleid Coffeeshops) en illegale verkooppunten (Damoclesbeleid Lokalen en Woningen); dat sinds 2012 het zogenoemde ingezetenencriterium onderdeel uitmaakt van het landelijke gedoogbeleid ten aanzien van coffeeshops (als opgenomen in de Aanwijzing Opiumwet), op grond waarvan niet-ingezetenen niet in de coffeeshops mogen worden toegelaten; dat in het centrum van Maastricht een aantal coffeeshops gelegen is dat jarenlang zeer populair is geweest bij grote aantallen buitenlandse bezoekers; dat de specifieke ligging van Maastricht als grensgemeente en het gegeven dat er coffeeshops zijn een aanzuigende werking heeft gehad en nog steeds heeft op handelaren in verdovende middelen buiten de coffeeshopbranche, die buiten de coffeeshops om trachten verdovende middelen te verkopen aan met name buitenlandse bezoekers; dat buitenlandse bezoekers indien zij in Maastricht (soft-)drugs willen kopen zich wenden tot illegale verkooppunten, drugsdealers en drugsrunners, die de voormalige klanten van de coffeeshops graag willen “bedienen”; dat het rondhangen en de manier van werken van groepjes drugsrunners en drugsdealers die deze potentiële klanten willen bedienen ertoe leidt dat burgers zich onveilig voelen; dat in Maastricht sprake is van verschillende illegale drugsmarkten waarop soft-, hard- en synthetische drugs worden geproduceerd en verhandeld, welke handel overlast en een grote mate van onveiligheid(sgevoelens) bij burgers in de directe omgeving tot gevolg heeft; dat het voor de overlast en de aantasting van het woon- en leefklimaat die daarmee gepaard gaat geen verschil maakt of de handel bestaat uit de verkoop van hard- en/of softdrugs: de inbreuk op de openbare orde en de aantasting van het woon- en leefklimaat is voor softdrugs en harddrugs nagenoeg identiek; dat de gemeente Maastricht het bestrijden en terugdringen van deze gevolgen van drugshandel en de daarmee gepaard gaande onveiligheid als één van de belangrijkste beleidsdoelstellingen van het Maastrichtse drugsbeleid heeft gedefinieerd; dat reeds sinds 2007 met de toepassing van gebiedsontzeggingen wordt getracht de overlast van drugsrunners en drugsdealers in de openbare ruimte te bestrijden;</p>\n<p class=\"lf-p\">dat daarnaast via project Frontière sinds mei 2012 wordt gestreefd naar een effectievere aanpak van de drugsoverlast en drugscriminaliteit in de stad, waarvan onderdeel uitmaakt de inzet van een DOEN-team van de politie dat zich met name richt op de aanpak van straathandel; dat de inzet van andere instrumenten uit de APV Maastricht (art. 2.4.7 hinderlijk gedrag op of aan de weg; art. 2.4.8 hinderlijk drankgebruik; art. 2.4.9 hinderlijk gedrag bij of in gebouwen; art. 2.4.10 gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten) en het Wetboek van Strafrecht (art. 424 baldadigheid; art. 426bis het wederrechtelijk op de openbare weg een ander in zijn vrijheid van beweging belemmeren of met een of meer anderen zich aan een ander opdringen of hem op hinderlijke wijze blijven volgen, art. 431 rumoer of burengerucht) op grond waarvan de politie al heeft opgetreden niet het beoogde effect heeft gehad; dat de drugsrunners en drugsdealers zich door de hierboven genoemde aanpak in de gaten gehouden en opgejaagd voelen en derhalve op straat opereren in grotere groepjes met een onderlinge taakverdeling, waarbij de transactie en overdracht van de drugs in tijd en plaats ontkoppeld worden, waardoor runners, dealers en klanten zich door de stad bewegen om een drugsdeal af te ronden, hetgeen betekent dat er meer overlast per drugsdeal is dan in de periode vóór 1 mei 2012; dat de drugsdealers en drugsrunners (als gevolg van het voor coffeeshops geldende ingezetenencriterium) werden geconfronteerd met een afname van het aantal potentiële klanten en derhalve hun werkwijze hebben aangepast, in die zin dat zij in tegenstelling tot het verleden niet alleen de buitenlandse drugstoerist benaderen maar nu willekeurige burgers aanspreken omdat zij meer moeite moeten doen om klanten te vinden en bijgevolg ook agressiever te werk gaan; dat de overlast verder bestaat uit hinderlijk rondhangen, lastig vallen van voorbijgangers (met het oogmerk aan hen verdovende middelen te verkopen), intimidatie en bedreiging van omwonenden en ondernemers die hierover klagen, lastig vallen van bewoners en winkeliers in de buurt etc; dat dit probleem zich vooral manifesteert in het centrum van Maastricht; dat op 21 mei 2013 is besloten tot het daadwerkelijk handhaven van het in de APV opgenomen samenscholingsverbod in het gebied “van Hasseltkade/Mosae Forum/Boschstraatkwartier” en wel ten aanzien van een bepaalde hierna te benoemen groep drugsrunners en drugsdealers; dat deze beleidsregel destijds een geldingsduur van twaalf maanden kende, echter gebleken is dat het probleem hardnekkig van aard is en een adequate aanpak een langere periode zal bestrijken;</p>\n<p class=\"lf-p\">dat handhavend optreden een positief effect heeft gehad op de situatie op straat maar sprake was van een verplaatsingseffect naar aanpalende straten en de overzijde van de Maas; dat op 13 oktober 2014 opnieuw voor een periode van achttien maanden is besloten tot deze beleidsregel met een uitbreiding naar een aantal andere straten in het centrum; dat na afloop van deze termijn is gebleken dat de drugsrunners en drugsdealers zich weer volop verzamelen in het gebied; dat Maastricht op dit moment nog steeds geconfronteerd wordt met drugsdealers en drugsrunners die trachten drugs te verkopen en gelet op het feit dat er in genoemd gebied nog steeds sprake is van de overlast als hierboven omschreven, wederom aanleiding is om de beleidsregel te verlengen; dat daarnaast gebleken is dat de drugsrunners en drugsdealers op zoek zijn en blijven naar nieuwe hotspots om hun drugs te verkopen, waardoor het probleem als hierboven omschreven zich evenzeer manifesteert in andere straten in het centrum; gelet op artikel 2.1.1.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Maastricht (APV), dat bepaalt dat het verboden is op de weg deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Besluit het samenscholingsverbod als volgt toe te passen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het zich gedurende enige tijd ophouden in een groep en het bij elkaar zijn met 2 of meer personen wordt in de onder 2 genoemde omstandigheden aangemerkt als samenscholing. Samenscholing omvat daarbij niet slechts het groepsgewijs (2 of meer) staan, ook het zich anderszins ophouden in een groep kan hieronder vallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er moet sprake zijn van gedragingen die kunnen worden aangemerkt als een (dreigende) verstoring van de openbare orde. Daarbij zij opgemerkt dat het rondhangen van straatdealers, drugsrunners, drugsgebruikers en (potentiële) drugskopers omstandigheden zijn die een belangrijke rol spelen bij de kwalificatie van “(dreigende) verstoring van de openbare orde”, om redenen als hierboven aangehaald. Hierbij kan onder meer het eerder vertoonde gedrag van een betrokken persoon, als blijkend uit politiegegevens, worden meegenomen in het oordeel of er sprake is van een aantoonbare (dreigende) verstoring van de openbare orde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het samenscholingsverbod is daarmee met name gericht op ordeverstoring van overlastgevende straatdealers, drugsrunners, drugsgebruikers en (potentiële) drugskopers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebied waarbinnen het samenscholingsverbod wordt gehandhaafd betreft het gebied dat begrensd wordt door de volgende wegen, met inbegrip van die wegen en daaraan grenzende trappen, portieken e.d, alsmede de in dit gebied gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, met inbegrip van het daarin gelegen openbare water:</p>\n<p class=\"lf-p\">Boschstraat, Maasboulevard, Maasmolendijk, Biesenwal, van Hasseltkade, Maaspromenade, Wilhelminabrug, Wilhelminasingel, Sint Maartenslaan, Parallelweg, Stationsplein, Spoorweglaan, Akerstraat, Hoogbrugplein, Hoogbrugstraat, Stenenwal, Cörversplein, Sint Servaasbrug, Kesselskade, Maaspromenade, Hoenderstraat, Markt, Grote Gracht, Brusselsestraat, Sint Nicolaasstraat, Calvariestraat, Kommel, Oude Tweebergenpoort, Keizer Karelplein, Statenstraat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit besluit geldt voor de duur van achttien maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit beleid is afgestemd met de leden van de lokale driehoek op 6 februari 2017.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maastricht, 9 februari 2017 De Burgemeester van Maastricht, J.M. Penn-te Strake Bekendgemaakt: 1Maastricht, 16 februari 2017 Inwerkingtreding: 17 februari 2017</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.1.5.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">https://www.gemeentemaastricht.nl/fileadmin/files/GeMa/Content_website/14261515692015_Terrassenbeleid_definitief.pdf Bekendgemaakt: STER, 13 maart 2015 Inwerkingtreding: 14 maart 2015 Artikel 2.3.1.2, derde lid DE BURGEMEESTER VAN MAASTRICHT, Overwegende, dat het op grond van het bepaalde in artikel 2.3.1.2, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) verboden is zonder vergunning van de burgemeester een inrichting als bedoeld in artikel 2.3.1.1, eerste lid onder a, sub 3 van de APV te exploiteren; dat de vergunning op grond van het bepaalde in artikel 2.3.1.2, derde lid, van de APV uitsluitend aan natuurlijke personen kan worden verleend, persoonsgebonden is en niet kan worden overgedragen; dat de burgemeester op grond van artikel 2.3.1.2, derde lid, van de APV kan bepalen dat de vergunning ten aanzien van bepaalde categorieën inrichtingen slechts aan één natuurlijk persoon kan worden verleend; dat voor de coffeeshops een stelsel van een afnemen maximum geldt, inhoudende dat geen nieuwe inrichtingen worden toegelaten en het huidige aantal door onder meer het staken van de exploitatie, sluiting van de inrichting, of intrekking van de vergunning dienovereenkomstig vermindert; dat het hanteren van dit stelsel van een afnemend maximum zijn grondslag vindt in de bescherming van het woon- en leefklimaat, opdat het niet toelaten van nieuwe vestigingen er toe zal leiden dat het aantal inrichtingen uiteindelijk in het belang van het woon- en leefklimaat omlaag zal gaan; dat het met het oog op dit gehanteerde stelsel van het afnemend maximum niet wenselijk is een vergunning op naam van meer dan één natuurlijk persoon te verlenen; gelet op artikel 2.3.1.2, derde lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening;</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUIT:</p>\n<p class=\"lf-p\">TE BEPALEN: dat de vergunningen van coffeeshops enkel aan één natuurlijk persoon kunnen worden verleend. dat het bepaalde onder 1 niet geldt voor de vergunninghouders van de coffeeshops welke reeds een coffeeshop exploiteerden op 30 november 2009, zijnde de datum van inwerkingtreding van de betreffende APV- bepaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maastricht, 20 januari 2010 De Burgemeester van Maastricht, Drs. J.H.H. Mans</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2313\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.3.1.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">DE BURGEMEESTER VAN MAASTRICHT, Overwegende,dat het op grond van het bepaalde in artikel 2.3.1.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) verboden is zonder vergunning van de burgemeester een inrichting als bedoeld in artikel 2.3.1.1, eerste lid onder a, sub 3 van de APV te exploiteren; dat onder inrichting als bedoeld in genoemd artikel wordt verstaan een voor het publiek toegankelijke ruimte waar bedrijfsmatig, al dan niet door middel van een automaat, eetwaren en/of alcoholvrije dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt; dathet vooralsnog de bedoeling is met dit vergunningstelsel de overlast rond en nabij de zogenaamde coffeeshops/theehuizen als gevolg van de handel in en gebruik van verdovende middelen tegen te gaan; datonder de begripsomschrijving niet alleen coffeeshops/theehuizen vallen, maar ook andere soorten inrichtingen, waarvan vooralsnog gesteld kan worden dat zich ten aanzien daarvan (nog) geen overlastproblemen als gevolg van drugshandel en -gebruik voordoen; dat de burgemeester krachtens artikel 2.3.1.3 van de APV bij openbaar bekend te maken besluit kan bepalen dat de vorenbedoelde vergunningplicht niet geldt voor een of meer nader aan te duiden soorten inrichtingen in de gehele gemeente dan wel in een of meer aangewezen gedeelten van de gemeente; dat op 3 mei 1994 derhalve een vrijstellingsbesluit is genomen door de burgemeester; dathet sinds 30 november 2009 op grond van het bepaalde in artikel 2.3.1.2 van de APV eveneens verboden is zonder vergunning van de burgemeester een afhaalbedrijf als bedoeld in artikel 2.3.1.1, eerste lid onder a, sub 4 van de APV te exploiteren; dat dit vrijstellingsbesluit daartoe laatstelijk gewijzigd is op 20 januari 2010; datdoor de gemeenteraad van Maastricht is bij besluiten van 20 december 2005, 17 april 2007, 26 juni 2007 en 18 november 2008 nieuw coffeeshopbeleid is vastgesteld en nader is uitgewerkt en onder meer besloten is tot het nemen van locatiespecifieke maatregelen om overlast tegen te gaan; datten behoeve van die overlastbeperkende maatregelen de indeling van de coffeeshops mogelijk verandert waardoor sprake zou kunnen zijn van een eventuele verruiming van het vloeroppervlak van de coffeeshops; dat deze verruiming van het vloeroppervlak in het kader van het hierboven genoemde nieuwe coffeeshopbeleid wordt toegestaan; dat er inmiddels ook een rookverbod in horecalokaliteiten van kracht is ingevolge de Tabakswet, welk rookverbod strijdig is met het gedoogbeleid ten aanzien van coffeeshops die juist zijn bedoeld voor het nuttige van cannabis onder voorwaarden;</p>\n<p class=\"lf-p\">datook om die reden verbouwingen in de coffeeshops onder voorwaarden dienen te worden toegestaan; dathet uitvoeringsbesluit ex artikel 2.3.1.3 daarom moet voorzien in een mogelijkheid om de inrichtingen van coffeeshops hierop aan te passen; datonverlet het voorgaande het stelsel van het afnemend maximum blijft gelden; gelet op artikel 2.3.1.3 van de Algemene Plaatselijke Verordening:</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUIT: het op grond van artikel 2.3.1.3 vastgestelde uitvoeringsbesluit te wijzigen, zodanig dat dit als volgt zal luiden:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>dat het gestelde in artikel 2.3.1.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening niet geldt voor de volgende soorten inrichtingen in de gehele gemeente: alle inrichtingen als bedoeld in artikel 2.3.1.1 eerste lid, onder a, sub 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening, zulks met uitzondering van coffeeshops, theehuizen, en dergelijke, onder welke benaming dan ook;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>dat de onder 1 geformuleerde vrijstelling slechts geldt voor zover de daar bedoelde inrichtingen reeds bestonden en feitelijk in exploitatie waren op 8 december 1993, zijnde de datum van inwerkingtreding van de zogenaamde overlastbepalingen in de APV;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>dat het gestelde in artikel 2.3.1.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening niet geldt voor de inrichtingen als bedoeld in artikel 2.3.1.1 eerste lid, onder a, sub 4 van de Algemene Plaatselijke Verordening, voor zover deze reeds bestonden en feitelijk in exploitatie waren op 30 november 2009, zijnde de datum van inwerkingtreding van de vergunningplicht voor afhaalbedrijven.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>dat nieuwe vestigingen, onverminderd het hierboven onder 1 en 2 bepaalde, vergunningplichtig zijn en blijven, waarbij onder nieuwe vestigingen mede wordt verstaan, een op 8 december 1993 bestaande onderneming: * die op of na genoemde datum door een andere exploitant is of wordt overgenomen; * die op of na genoemde datum wordt verbouwd c.q. gewijzigd en waarbij de totale oppervlakte van de vergunde inrichting wordt vergroot; * waarvan het gebruik op of na genoemde datum is of wordt gewijzigd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>dat onder nieuwe vestiging als bedoeld in onderdeel 4 van dit besluit niet wordt verstaan een coffeeshop die conform het door de gemeenteraad vastgestelde coffeeshopbeleid met toestemming wordt verbouwd.</div>\n<p class=\"lf-p\">Maastricht, 21 september 2010 De Burgemeester van Maastricht, Drs. J.H.H. Mans.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2313e\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.3.1.3e</span><span class=\"lf-art-t\">DE BURGEMEESTER VAN MAASTRICHT</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende, dat het op grond van het bepaalde in artikel 2.3.1.2. van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) verboden is zonder vergunning van de Burgemeester een inrichting als bedoeld in artikel 2.3.1.1., eerste lid, onder a, sub 3, van de APV te exploiteren; dat onder inrichting als bedoeld in genoemd artikel wordt verstaan een voor het publiek toegankelijke ruimte waar bedrijfsmatig, al dan niet door middel van een automaat, eetwaren en/of alcoholvrije dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt; dat het op grond van het bepaalde in artikel 2.3.1.3e, eerste lid, van de APV de houder van een inrichting als bedoeld in artikel 2.3.1.1., eerste lid, onder a, sub 3, verboden is andere personen dan ingezetenen in de inrichting toe te laten of daarin of aldaar te laten verblijven; dat zij die hun werkelijke woonplaats in Nederland hebben als ingezetenen worden aangemerkt; dat het vooralsnog de bedoeling is met het bepaalde in artikel 2.3.1.3e APV de overlast rond en nabij de zogenaamde coffeeshops/theehuizen als gevolg van de handel in en gebruik van verdovende middelen tegen te gaan; dat onder de begripsomschrijving echter niet alleen coffeeshops/theehuizen vallen, maar ook andere soorten inrichtingen; dat de Burgemeester kan bepalen dat het gestelde in artikel 2.3.1.3e, eerste lid, APV niet geldt voor een of meer in dat besluit aangeduide soorten inrichtingen in de gehele gemeente dan wel in een of meer daarin aangewezen gedeelten van de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op artikel 2.3.1.3e, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening, BESLUIT:</p>\n<p class=\"lf-p\">TE BEPALEN: dat het gestelde in artikel 2.3.1.3e, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening niet geldt voor de volgende soorten inrichtingen in de gehele gemeente; alle inrichtingen als bedoeld in artikel 2.3.1.1, eerste lid, onder a, sub 3 van de APV, zulks met uitzondering van coffeeshops, theehuizen en dergelijke, onder welke benaming dan ook.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maastricht, 13 juli 2006 De Burgemeester van Maastricht, Drs. G.B.M. Leers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bekendgemaakt: 26 juli 2006, Maaspost Inwerkingtreding: 27 juli 2006</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-231a\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.3.1a</span><span class=\"lf-art-t\">3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">DE BURGEMEESTER VAN MAASTRICHT;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het bepaalde in artikel 2.3.1a.3, eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Maastricht;</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUIT:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vast te stellen als maximum aantal smart- head- en growshops waarvoor vergunning kan worden verleend: 26 Welk maximum wordt bepaald conform bijgaand overzicht van smart- head- en growshops dat op het moment van inwerkingtreding van paragraaf 1a “Toezicht op smart- head- en growshops” (12 november 2003) in exploitatie is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Burgemeester van Maastricht, Drs. G. Leers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overzicht smart/head/growshops Smart/headshops:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mirakle Hoenderstraat 4 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Passe-par-tout Hoenderstraat 14 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Yangtze Minckelersstraat 4 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sirius Smart sounds Oude Tweebergenpoort 7a 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mercurius Brusselsestraat 4a 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vision Brusselsestraat 8 7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sparkle Brusselsestraat 16 8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Big Bud Grote Gracht 59 9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sfeergalerie Imagine Kleine Gracht 19a 10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sens Kleine Gracht 33 11.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sirius Smart Gallery Rechtstraat 47a 12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Spirit Stationsstraat 28 13.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mediatheek Kleine Gracht 14 Growshops:</p>\n<p class=\"lf-p\">14.</p>\n<p class=\"lf-p\">Organic Earth Brusselsestraat 83 15.</p>\n<p class=\"lf-p\">Green Spot Clavecymbelstraat 1 16.</p>\n<p class=\"lf-p\">Flower Power 2000 Volksplein 13 17.</p>\n<p class=\"lf-p\">Top Shop Fort Willlemweg 12b 18.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bertha's Fort Willemweg 12c 19.</p>\n<p class=\"lf-p\">Master Agro Materialen (MAM) Sandersweg 90 20.</p>\n<p class=\"lf-p\">Biovision/Growside Galjoenweg 81 21.</p>\n<p class=\"lf-p\">Growside Hoogbrugstraat 32 22.</p>\n<p class=\"lf-p\">Q en Q company Parallelweg 101 A04 23.</p>\n<p class=\"lf-p\">Limbo Grow Adelbert van Scharnlaan D5 24.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groenland Koning Clovisstraat 3 25.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lucky Bud Frankenstraat 200 26.</p>\n<p class=\"lf-p\">Seeds of Passion Grote Gracht 40 Beleidsregels en toetsingscriteria 'ontheffingen nachtzaken'.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiermee komen de op 29 maart 2010 door de Burgemeester vastgestelde \"criteria ontheffingen nachtzaken’ te vervallen.) De toetsingscriteria \"ontheffingen nachtzaken\" zijn de volgende:</p>\n<p class=\"lf-p\">I. Soort onderneming II. Situering III. Persoon van de bedrijfsleider/beheerder IV. Akoestische situatie I. Soort onderneming (deze regel is een resultaat van het nachtzakenbeleid, zoals verwoord in de Horecanota) Voor een ontheffing komen uitsluitend de volgende inrichtingen in aanmerking:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>inrichtingen gelegen in een horecaconcentratiegebied, als zodanig aangewezen in de Horecanota middels de horecabeleidskaart (Vrijthof, Markt en Kesselskade); Hierbij geldt een maximering als bedoeld in § 10 (pag. 37) onder ‘Relevante aspecten / Nachtzaken’ van de Horecanota 2016-2019;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>grootschalige inrichtingen met een bovenstedelijk karakter die naast horeca-activitei­ten ook activiteiten ontplooien op het gebied van cultuur. Voorbeelden van grootschalige inrichtingen met een bovenstedelijk karakter zijn het MECC, Maastricht Music Hall, La Bonbonnière, Muziekgieterij (Timmerfabriek) en AINSI. Voor eventuele nieuwe inrichtingen geldt, dat een grootschalige inrichting met een bovenstedelijk karakter wordt. gekenmerkt door:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het niet uitsluitend gericht zijn op inwoners van Maastricht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een cultureel georiënteerde functie;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een exclusief karakter voor de regio;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een versterkend karakter voor de (binnen-)stad;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een (eveneens vanuit veiligheidsoverwegingen toelaatbare) capaciteit van minimaal 300 bezoekers.</div>\n<p class=\"lf-p\">De weergegeven kenmerken gelden cumulatief. Een desbetreffende inrichting dient aldus te voldoen aan al deze kenmerken.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>studentensociëteiten. Hieronder worden verstaan studentenverenigingen welke een besloten karakter hebben.</div>\n<p class=\"lf-p\">II Situering Indien het verzoek voor de vestiging van een nachtzaak wordt ingediend door een horecabe­drijf, dat gelegen is in een horecaconcentratiegebied, gelden geen aanvullende situeringscrite­ria. De noodzaak hiertoe is niet meer aanwezig, daar men mede aan de hand van de voorma­lige situeringscriteria gekomen is tot de aanwijzing van de horecaconcentratiegebieden. Inrichtingen gelegen binnen een horecaconcentratiegebied voldoen reeds aan de situerings­criteria. (Enkele buiten het horecaconcentratiegebied gelegen inrichtingen beschikken over een nachtontheffing; deze situatie is historisch gegroeid; de nachtontheffingen buiten het concentratiegebied verdwijnen na verloop van tijd door een zogenaamde sterfhuisconstructie (bedrijfsopvolging of –voortzetting door een ander dan de houder van de ontheffing is niet toegestaan).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de inrichtingen genoemd onder 1.2 en 1.3 gelden wel aanvullende situeringsvereisten.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>In het belang van voorkoming van aantasting van de openbare orde c.q. het woon- en leefklimaat is het verlenen van een ontheffing ten behoeve van een inrichtinggenoemd onder 1.2 en I.3 mede afhankelijk van:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de specifieke ligging in relatie tot woningen van derden en overige geluidge­voelige bebouwing;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het karakter van de straat en de wijk (breedte straat, vrije ruimte rond de inrichting, mate van woonbestemming, achtergrondgeluidniveau, aantal en aard van de reeds gevestigde horeca-inrichtingen);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de exploitatiewijze van de inrichting (café, restaurant etc.).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Op plaatsen waar het woon- en leefklimaat reeds onder druk staat, zal vestiging niet worden toegestaan.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Nabij de horeca-inrichting moet voldoende parkeergelegenheid (gebaseerd op de vigerende parkeernormen) aanwezig zijn. Binnen een straal van 50 meter moet voldoende stallingsgelegenheid (fietsen, bromfietsen) aanwezig zijn.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De horeca-inrichting moet zodanig zijn gelegen, dat een goede bereikbaarheid voor verkeer en bezoekers is gewaarborgd.</div>\n<p class=\"lf-p\">III. Persoon van de leidinggevende Nu de ontheffing een persoonsgebonden ontheffing is en bij de beoordeling van het verzoek om ontheffing getoetst wordt in hoeverre de exploitatie van een nachtzaak door een bepaald persoon op een bepaalde plaats (negatieve) gevolgen kan hebben voor de openbare orde/het woon- en leefklimaat ter plaatse worden eveneens bepaalde eisen gesteld omtrent de persoon van de leidinggevende. Deze eisen hebben betrekking op de noodzaak tot:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>het in het bezit zijn van een Drank- en horecavergunning (in dit kader vindt toetsing plaats in hoeverre de bedrijfsleider/beheerder voldoet aan de eisen met betrekking tot sociale hygiëne en de zedelijkheidseisen);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>het bereikt hebben van de minimale leeftijd van 25 jaar en het beschikken over tenminste twee jaar ervaring (twee jaar een horecabedrijf beheerd/geëxploiteerd hebben).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>het hiervoor onder III.2 gestelde geldt niet voor leidinggevenden van een studentensociëteit. Volstaan wordt met een leeftijdsgrens van 21 jaar, welke vereist is in het kader van de Drank- en Horecawet voor de verkrijging van een drank- en horecavergunning. Ook de eis van twee jaar horeca-ervaring kan uit praktische overwegingen niet aan leidinggevenden voor de studentensociëteit gesteld worden.</div>\n<p class=\"lf-p\">IV. Akoestische situatie De akoestische kwaliteit van de inrichting ten opzichte van woningen van derden en overige geluidgevoelige bebouwing. moet afdoende zijn. De inrichting dient hiertoe te voldoen aan de geluidsvoorschriften, zoals vastgelegd in de vigerende milieuregelgeving. Daarnaast geldt, dat het maximaal toelaatbaar binnengeluidniveau ten minste 90 dB(A) Lamax dient te bedragen. gen en ander dient door aanvrager te worden aangetoond middels een door een ter zake deskundig akoestisch adviesbureau opgesteld akoestisch rapport.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende beleidsregels ter waarborging van de kwaliteit en de professionaliteitvan de nachtzaken (uitwerking van het reeds in de Horecanota verwoorde nachtzakenbeleid, § 10 (pag. 37) onder ‘Relevante aspecten / Nachtzaken’ van de Horecanota 2016-2019).</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontheffing voor bepaalde tijd Indien een aanvraag om een reguliere ontheffing van het sluitingsuur wordt gehonoreerd, wordt allereerst een proefontheffing voor de periode van één jaar afgegeven. Na afloop van deze periode wordt beoordeeld of de langere openstellingstijden eventuele nadelige gevolgen voor de openbare orde c.q. het woon- en leefklimaat teweeg hebben gebracht. Normaliter wordt na afloop van dat jaar de reguliere ontheffing verleend. Indien op enigerlei wijze is gebleken, dat de nachtexploitatie aantasting van de openbare orde tot gevolg heeft gehad, kan dit aanleiding zijn om de proefperiode te verlengen dan wel überhaupt niet te verlenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ter verdere stimulering van de kwaliteit van de nachtzaken worden reguliere ontheffingen nog uitsluitend voor bepaalde tijd verleend, te weten voor een periode van (in zijn algemeenheid) vijf jaar. Hiermee wordt de mogelijkheid geboden om na het verstrijken van die periode de situatie ter plaatse (met name omtrent het woon- en leefklimaat) wederom onder de loep te nemen. Hierdoor wordt de exploitant gedwongen om zijn nachtexploitatie scherp in de gaten te houden, terwijl voor het overige (mede gelet op de door hem gedane investeringen) zijn rechtszekerheid niet onevenredig wordt aangetast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minimale openingsdagen- en tijden nachtzaken in horecaconcentratiegebieden Ter vergroting van de professionaliteit en de kwaliteit van het nachtleven en ter regulering van de openbare orde en veiligheid worden eveneens eisen gesteld aan de minimale openingsdagen en - tijden van nachtzaken in concentratiegebieden. Hierbij geldt als uitgangspunt, dat reguliere onthef­fingen - buiten de vrijdag en de zaterdag - voor ten minste 2 dagen tot 03.00 uur worden aangevraagd (aanvraag dient aldus op minimaal 4 dagen betrekking te hebben).</p>\n<p class=\"lf-p\">Studentensociëteiten De Burgemeester is bevoegd om - afhankelijk van de situering in de omgeving – het aantal openingsdagen en de openingstijden van studentensociëteiten buiten de horecaconcentratiegebieden te beperken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Burgemeester is bevoegd om aan de nachtontheffing voorschriften te verbinden omtrent het besloten karakter van studentensociëteiten. De bezoekers van de sociëteit beperkt zich daarbij in alle gevallen tot de doelgroep studenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingevolge artikel 1.6 sub d van de APV kan een ontheffing worden ingetrokken indien van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn. Dit impliceert dat wanneer een nieuwe nachtzaak in onvoldoende mate gebruik maakt van de langere openstellingsmogelijkheden, dit grond kan zijn om de ontheffing in te trekken. Ter regulering van de openbare orde en veiligheid is het tijdens de nachtelijke uren namelijk noodzakelijk, dat een bepaald aantal nachtzaken in een bepaald gebied open zijn (herkenbaarheid).</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is sprake van het niet of slechts in zeer beperkte mate gebruik maken van een ontheffing' indien blijkt, dat een horecabedrijf met nachtontheffing in een aaneengesloten periode van drie maanden gedurende vijf weken (behoeft niet aaneengesloten te zijn) minder dan de vrijdag, de zaterdag en één doordeweekse dag tot 03.00 uur voor publiek geopend is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vorenstaande kan zich eveneens voordoen in geval van het aflopen van een proef- dan wel reguliere ontheffing. In die situatie zal bij de afweging omtrent het al dan niet verlengen van de ontheffing het desbetreffende criterium worden meegenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maastricht, 8 juli 2016 De Burgemeester van Maastricht, A. Penn-te Strake Bekendgemaakt 1Maastricht 28 juli 2016, in werking getreden 29 juli 2016.</p>\n<p class=\"lf-p\">4e wijziging gebruiksinstructie gebiedsontzeggingen Artikel 2.4.25 APV Inleiding In de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Maastricht is in artikel 2.4.25 de basis opgenomen voor het opleggen van gebiedsontzeggingen. Bij besluit van 18 september 2012 heeft de gemeenteraad van Maastricht dit artikel gewijzigd. De tekst van dit artikel luidt:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen en goederen, de verkeersvrijheid of - veiligheid en de gezondheid of zedelijkheid aan een persoon, die zich bevindt op de weg of plaats, die deel uitmaakt van een door burgemeester en wethouders aangewezen gebied, gedurende de uren daarbij genoemd, het bevel geven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">a)</span>de burgemeester aan de persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het eerste lid, een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste veertien dagen, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op de weg of plaats, die deel uitmaakt van een door burgemeester en wethouders aangewezen gebied als bedoeld in het eerste lid, gedurende de uren daarbij genoemd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">b)</span>de burgemeester aan de persoon, aan wie eerder een verbod als bedoeld onder a is opgelegd, een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste zes maanden, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op de weg of plaats, die deel uitmaakt van een door burgemeester en wethouders aangewezen gebied als bedoeld in het eerste lid, gedurende de uren daarbij genoemd;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De burgemeester beperkt het in het tweede lid, onder a en b genoemde verbod of de daarin genoemde termijn indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Het is verboden om zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het tweede lid, onder a en b.”</div>\n<p class=\"lf-p\">De aanwijzing van een gebied door het College van Burgemeester en Wethouders heeft als gevolg dat personen in dat gebied bevolen kan worden zich onmiddellijk te verwijderen, indien dit in het belang is van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen en goederen, de verkeersvrijheid of -veiligheid of de gezondheid of zedelijkheid. Dit is het zogenoemde verwijderingsbevel. Ingevolge artikel 2.4.25, tweede lid van de APV, kan aan personen aan wie ten minste een maal een verwijderingsbevel dan wel eerder een gebiedsontzegging is gegeven een verbod worden opgelegd om zich gedurende een daarin genoemde termijn te bevinden in het door het college vastgestelde gebied. Dit is de zogenoemde gebiedsontzegging. De burgemeester stelt bij dezen een gebruiksinstructie vast, waarin wordt geregeld hoe met de bevoegdheid wordt omgegaan. Deze gebruiksinstructie wordt nu voor de derde keer gewijzigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Strafbare feiten Er wordt een aantal overtredingen genoemd onder de lichte en zware feiten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de bevoegdheden van politie-ambtenaren en gemeentelijke boa’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">Duur bij overlastveroorzakers uitgaansgebied In geval van overlastveroorzakers in het uitgaansgebied wordt gekozen voor het opleggen van een gebiedsontzegging voor een afwijkende duur: geen aaneengesloten aantal dagen maar een aantal weekenden. In de voorwaarden is opgenomen wat onder een weekend moet worden verstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied Onder verwijzing naar het besluit van Burgemeester en Wethouders inzake de (gewijzigde) aanwijzing van het gebied d.d.25 juni 2013 vindt artikel 2.4.25 toepassing in 5 verschillende (deel)gebieden. In de praktijk is gebleken dat de overlast van m.n. drugsrunners verspreid over de gehele stad plaatsvindt. Aangezien het niet proportioneel is om een gebiedsontzegging op te leggen voor de gehele gemeente, wordt ervoor gekozen de gemeente te verdelen in 5 gebieden. Artikel 2.4.25 vindt vervolgens toepassing in het gebied waar het strafbare feit (onder II, het feit dat tot een verwijderingsbevel c.q. gebiedsontzegging leidt) is gepleegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een persoon achtereenvolgens in verschillende gebieden een verwijderingsbevel c.q. gebiedsontzegging krijgt (naar aanleiding van in verschillende gebieden gepleegde strafbare feiten) kan dit er uiteindelijk toe leiden dat er een bepaalde duur een ontzegging geldt voor de gehele gemeente. Dan heeft deze persoon echter wel in alle 5 gebieden een strafbaar feit gepleegd dat heeft geleid tot een gebiedsontzegging. Hiermee wordt geacht in voldoende mate tegemoet te komen aan de proportionaliteitseis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruiksinstructie I. Voorwaarden individuele gebiedsontzeggingen 1. Degene die een overtreding, misdrijf of openbare orde verstorende handeling pleegt als hierna onder II genoemd (hierna: de overtreder), moet bij de politie bekend zijn als: dealer of gebruiker van verdovende middelen als bedoeld in de Opiumwet; dak- en thuisloze; overlastveroorzaker in de openbare ruimte; overlastveroorzaker in het uitgaanspubliek.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een gebiedsontzegging kan worden opgelegd indien:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>aan de overtreder tenminste eenmaal een verwijderingsbevel als bedoeld in artikel 2.4.25, eerste lid, APV is gegeven, of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>aan de overtreder eerder een gebiedsontzegging ex artikel 2.4.25, tweede lid, APV is gegeven.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Een verwijderingsbevel c.q. gebiedsontzegging wordt opgelegd voor het (deel)gebied waarbinnen het strafbare feit, leidend tot toepassing van 2.4.25 APV, wordt gepleegd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>De overtreder wordt gehoord over zijn belang om in het (deel)gebied aanwezig te zijn.</div>\n<p class=\"lf-p\">Zijn verklaring wordt schriftelijk vastgesteld en toegevoegd aan het proces-verbaal.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Of iemand een zwaarwegend belang heeft om zich in het gebied op te houden, zal door betrokkene zelf moeten worden aangetoond. Doorgaans zal het daarbij gaan om belangen in de persoonlijke sfeer, zoals wonen, werken, het bezoek aan een huisarts, advocaat of hulpverleningsinstanties.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>Indien de overtreder kan aantonen dat hij een zwaarwegend belang heeft om zich in het gebied op te houden, worden het gebied of de tijden waarop het verbod van toepassing is dienovereenkomstig aangepast. In de gebiedsontzegging wordt aangegeven welke instanties in dat geval mogen worden bezocht en hoe betrokkene deze kan bereiken.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>In het besluit tot opleggen van een gebiedsontzegging wordt gemotiveerd aangegeven op welk feit of feiten de gebiedsontzegging is gebaseerd, alsmede voor welk tijdvak en gebied de ontzegging geldt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>In de gebiedsontzegging wordt gemotiveerd aangegeven waarom de gebiedsontzegging voor die duur wordt opgelegd.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>Als een gebiedsontzegging wordt opgelegd terwijl er al een gebiedsontzegging geldt, gaat de nieuwe gebiedsontzegging in na afloop van de eerder opgelegde gebiedsontzegging, tot een maximum van zes maanden.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>Ten aanzien van een bij de politie bekende overlastveroorzaker in het uitgaanspubliek wordt de gebiedsontzegging opgelegd voor de duur van een aantal weekenden, waarbij onder weekend wordt verstaan: van donderdagavond tot en met maandagochtend gedurende de uren van 20.00 uur tot 06.00 uur.</div>\n<p class=\"lf-p\">Overgangssituatie:</p>\n<p class=\"lf-p\">De reeds onder vigeur van de vóór 25 juni 2013 vastgestelde gebruiksinstructie (in het toen vastgestelde gebied) aanzegde verwijderingsbevelen en opgelegde gebiedsontzeggingen worden in de nieuwe situatie meegenomen als aangezegd/opgelegd in het deelgebied Centrum. Deze tellen dus nog wel mee.</p>\n<p class=\"lf-p\">II. Strafbare feiten en openbare orde verstorende handelingen Bij de hierna volgende strafbare feiten en openbare orde verstorende handelingen binnen het aangewezen gebied wordt een gebiedsontzegging gegeven:</p>\n<p class=\"lf-p\">A. lichte feiten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot de bevoegdheid van politie-ambtenaren en gemeentelijke boa’s behoren:</p>\n<p class=\"lf-p\">Overtreding van:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 2.1.1.1 lid 1 APV samenscholing en ongeregeldheden</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 2.1.1.1 lid 2 APV niet voldoen aan bevel opsporingsambtenaar bij (dreigende) wanordelijkheden</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 2.3.17 APV in een inrichting/horecabedrijf de orde verstoren</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 2.4.1 APV betreden gesloten woning of lokaal</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 2.4.5 APV betreden van plantsoenen e.d.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 2.4.6 APV rijden over bermen e.d.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 2.4.7 APV hinderlijk gedrag op of aan de weg</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 2.4.8 APV hinderlijk drankgebruik</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 2.4.9 APV hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 2.4.10 APV gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 2.4.25 APV overtreding gebiedsontzegging</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 2.4.27 APV slaapverblijf op de weg, in voertuigen en in kampeermiddelen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 2.4.28 APV bedelarij</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 4.2.2 APV natuurlijke behoefte doen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 16 Afvs.v. verbod achterlaten afvalstoffen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 424 lid 1 Sr straatschenderij</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 426 lid 1 Sr in het openbaar in staat van dronkenschap het verkeer belemmeren, de orde verstoren of anders veiligheid bedreigen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 461 Sr verboden toegang onbevoegde Tot de bevoegdheid van uitsluitend politie-ambtenaren behoren:</div>\n<p class=\"lf-p\">Overtreding van:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 435 sub 4 Sr opgeven valse identiteit</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 447e Sr niet voldoen aan legitimatieplicht</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 453 Sr openbare dronkenschap</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 22 lid 1 sub c Spoorwegwet op of langs de spoorweg rijden of lopen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>handelingen die de orde, rust, veiligheid of goede bedrijfsgang verstoren op het NS-station te Maastricht als bepaald in of krachtens de Spoorwegwet en/of het Algemeen Reglement Vervoer Verklaring afkortingen: APV: Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Maastricht Afvs.v: Afvalstoffenverordening gemeente Maastricht Sr: wetboek van Strafrecht B. zware feiten Tot de bevoegdheid van politie-ambtenaren en gemeentelijke boa’s behoren:</div>\n<p class=\"lf-p\">Overtreding van:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 2.7.1 APV openlijke handel</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 310 Sr eenvoudige diefstal</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 350 Sr vernieling Tot de bevoegdheid van uitsluitend politie-ambtenaren behoren:</div>\n<p class=\"lf-p\">Overtreding van:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 2 Opiumwet verkopen enz. van harddrugs</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 3 Opiumwet verkopen enz. van softdrugs</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 10a Opiumwet voorbereidingshandelingen verkoop harddrugs</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 13 en 27 WWM dragen verboden wapens</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 26 lid 1 WWM voorhanden hebben wapen categorie II en/of III</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 26 lid 5 WWM voorhanden hebben wapen categorie IV door personen die nog geen 18 jaar zijn</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 139 Sr lokaalvredebreuk</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 141 Sr openlijke geweldpleging</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 180 Sr wederspannigheid tegen ambtenaar</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 184 Sr negeren bevoegd gegeven ambtelijk bevel</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 185 Sr opschudding</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 186 Sr zich niet onmiddellijk na derde bevel verwijderen bij volksoploop</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 267 Sr belediging ambtenaar in functie</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 285 Sr bedreiging</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 300 Sr eenvoudige mishandeling</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 302 Sr zware mishandeling</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 311 Sr gekwalificeerde diefstal</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>artikel 312 Sr diefstal d.m.v. geweld</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>In geval van uitsluitend het aanwezig hebben van een middel als bedoeld in artikel 2 of 3 Opiumwet wordt een gebiedsontzegging opgelegd indien de aangetroffen hoeveelheid meer is dan die waarbij volgens de daarvoor geldende richtlijn politiesepot wordt toegepast.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Onder overtreding wordt ook poging tot overtreding verstaan indien hierdoor de openbare orde is of kan worden verstoord.</div>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring afkortingen: APV Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Maastricht WWM: wet wapens en munitie Sr: wetboek van Strafrecht Cumulatie van strafbare feiten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien er achtereenvolgens gedurende een incident sprake is van verschillende strafbare feiten worden deze “gestapeld”. Dit houdt in dat voor ieder afzonderlijk strafbaar feit, als hierboven genoemd in de opsomming van lichte en zware feiten, separaat een gebiedsontzegging wordt opgelegd. In voorkomende gevallen kan, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, van dit uitgangspunt worden afgeweken.</p>\n<p class=\"lf-p\">III. Duur van de gebiedsontzegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">A. lichte feiten:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gebiedsontzegging duurt ingeval van een licht feit</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bij de 1e constatering 4 x 24 uur</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bij de 2e constatering binnen een periode van 3 maanden na een eerdere g.o. wegens een licht feit 7 x 24 uur</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bij de 3e en volgende constatering binnen een nieuwe periode van 3 maanden na een eerder g.o. wegens een licht feit 14 x 24 uur De gebiedsontzegging t.a.v. overlastveroorzakers in het uitgaanspubliek duurt in geval van een licht feit:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bij de 1e constatering 3 weekenden</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bij de 2e en volgende constatering (steeds binnen een nieuwe periode van drie maanden) 6 weekenden B. zware feiten De gebiedsontzegging duurt ingeval van een zwaar feit:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bij de 1e constatering 14 x 24 uur</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bij de 2e constatering binnen een periode van 6 maanden na een eerdere g.o. wegens een zwaar feit 28 x 24 uur</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bij de 3e constatering binnen een periode van 6 maanden na een eerdere g.o. wegens een zwaar feit 3 maanden</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bij de 4e en volgende constatering binnen een periode van 6 maanden na een eerdere g.o. wegens een zwaar feit 6 maanden De gebiedsontzegging t.a.v. overlastveroorzakers in het uitgaanspubliek duurt in geval van een zwaar feit:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bij de 1e constatering 6 weekenden</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bij de 2e en volgende constatering (steeds binnen een nieuwe periode van drie maanden) 12 weekenden In geval van recidive is er in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast en/of het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat voldoende reden om een gebiedsontzegging voor een langere duur op te leggen. Immers de overtreding is dan binnen een relatief korte tijd reeds voor de tweede of meerdere keer begaan, waardoor de noodzakelijkheid in het belang van de openbare orde aanwezig is. Uit proportionaliteitsoogpunt wordt een oplopende duur gehanteerd, afhankelijk van de hoeveelste constatering het betreft.</div>\n<p class=\"lf-p\">IV. Mandaat verwijderingsbevel 1. De burgemeester mandateert de uitoefening van zijn bevoegdheid tot het aanzeggen van een verwijderingsbevel aan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Politiechef Basisteam Maastricht, met de mogelijkheid van ondermandaat;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Directeur Veiligheid en Leefbaarheid, met de mogelijkheid van ondermandaat, enkel betreffende de strafbare feiten waartoe buitengewone opsporingsambtenaren bevoegd zijn.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bij het uitoefenen van de bevoegdheid nemen de onder 1 genoemde gemandateerde personen de gebruiksinstructie in acht.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De Politiechef Basisteam Maastricht houdt van de toepassing van de gebiedsontzeggingen een adequate registratie bij. De Politiechef Basisteam Maastricht rapporteert de burgemeester eens per maand.</div>\n<p class=\"lf-p\">V. Mandaat gebiedsontzegging 1. De burgemeester mandateert de uitoefening van zijn bevoegdheid tot het opleggen van een gebiedsontzegging aan:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Politiechef Basisteam Maastricht, met de mogelijkheid van ondermandaat en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de Directeur Veiligheid en Leefbaarheid, met de mogelijkheid van ondermandaat, enkel betreffende de strafbare feiten waartoe buitengewone opsporingsambtenaren bevoegd zijn.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Bij het uitoefenen van de bevoegdheid nemen de onder 1 genoemde gemandateerde personen de gebruiksinstructie in acht.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>De Politiechef Basisteam Maastricht houdt van de toepassing van de gebiedsontzeggingen een adequate registratie bij. De Politiechef Basisteam Maastricht rapporteert de burgemeester eens per maand.</div>\n<p class=\"lf-p\">V. Inwerkingtreding Deze gewijzigde gebruiksinstructie treedt in werking op 4 oktober 2014 onder intrekking van de op 26 augustus 2013 vastgestelde gebruiksinstructie gebiedsontzeggingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maastricht, 15 september 2014 De burgemeester van Maastricht, O. Hoes Voor instemming met mandaat ex artikel 10:4 Algemene wet bestuursrecht:</p>\n<p class=\"lf-p\">De Politiechef Basisteam Maastricht, Mr. O. Laumen De Directeur Veiligheid en Leefbaarheid Gemeente Maastricht, M. Arents Besproken in het lokale driehoeksoverleg d.d. 15 september 2014 Bekendgemaakt De Ster: 3 oktober 2014 Inwerkingtreding: 4 oktober 2014</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.9.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">BURGEMEESTER VAN MAASTRICHT, Overwegende: dat de gemeenteraad op grond van 151b van de Gemeentewet de burgemeester de bevoegdheid kan verlenen om bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, met inbegrip van het daarin gelegen openbare water, aan te wijzen als veiligheidsrisicogebied; dat de burgemeester op basis van artikel 2.9.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Maastricht (APV) overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, kan aanwijzen als veiligheidsrisicogebied; dat de politie gelet op de daar geregistreerde wapen-gerelateerde incidenten gedurende het afgelopen jaar verzocht heeft tot aanwijzing van een veiligheidsrisicogebied; dat deze aanwijzing een gebied betreft in de binnenstad van Maastricht, als aangeduid op de bij dit besluit behorende bijlage; dat in dit gebied sprake is van verschillende soorten geweldsincidenten waarbij tevens wapens zijn aangetroffen; dat uit de cijfers blijkt dat in dit gebied, waar een sterke concentratie van horecagelegenheden is, diverse incidenten geregistreerd zijn waar gebruik is gemaakt van wapens dan wel gedreigd is met wapengebruik; dat in Maastricht sprake is van handel in verdovende middelen door drugsrunners en -dealers welke veelal wapens bij zich dragen; dat voor een goede handhaving van de openbare orde de noodzaak aanwezig is voor de aanwijzing als veiligheidsrisicogebied waarbinnen preventief kan worden gefouilleerd na een daartoe strekkende last van de officier van justitie op grond van de artikelen 50, 51 en 52 van de Wet Wapens en Munitie; dat overleg gevoerd is met de Officier van Justitie en dat deze heeft ingestemd met dit besluit; gelet op artikel 151b Gemeentewet juncto 2.9.1 van de APV Maastricht:</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUIT:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het navolgende gebied dat begrensd wordt door de volgende wegen, met inbegrip van die wegen en daaraan grenzende trappen, portieken e.d, alsmede de in dit gebied gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, met inbegrip van het daarin gelegen openbare water aan te wijzen als veiligheidsrisicogebied: de Noorderbrug, de Bosscherweg in zuidelijke richting, de Frontensingel, de Statensingel, het koningin Emmaplein, de Hertogsingel, het Tongerseplein, de Prins Bisschopsingel, de John F. Kennedybrug tot aan ter hoogte van de Limburglaan, de Limburglaan in zuidelijke richting, de oprit naar de John F Kennedysingel in oostelijke richting, de afrit van de John F. Kennedysingel in westelijke richting, de Renier Nafzgerstraat, de Avenue Ceramique, de Sphinxlunet, de Heerderweg, de Meerssenerweg en de Viaductweg richting de Noorderbrug.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze aanwijzing te doen gelden voor de duur van zes maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit besluit in werking te laten treden de dag na bekendmaking hiervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maastricht, 24 juni 2019 De Burgemeester van Maastricht, J.M. Penn-te Strake Bekendgemaakt: VIAMaastricht 27 juni 2019 Inwerkingtreding: 28 juni 2019 Aanwijzingsbesluit cameratoezicht januari 2019 De burgemeester van Maastricht, Gehoord de beraadslaging in het driehoeksoverleg van 11 februari 2019 met de officier van justitie en de politiechef van het basisteam Maastricht, Overwegende: dat de gemeenteraad ingevolge artikel 151c van de Gemeentewet bij verordening de burgemeester de bevoegdheid kan verlenen om, indien dat in het belang van de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is, te besluiten om voor een bepaalde duur camera’s in te zetten ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties en andere bij verordening aan te wijzen plaatsen die voor een ieder toegankelijk zijn; dat de burgemeester op grond van artikel 2.10.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Maastricht (APV) de bevoegdheid heeft om overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats; dat de burgemeester de hierboven genoemde bevoegdheid tevens heeft ten aanzien van andere voor een ieder toegankelijke plaatsen: parkeerplaatsen en parkeerterreinen; plaatsen die vanwege doelgebonden verblijf niet onder de definitie van openbare plaats uit artikel 1 van de Wet openbare manifestaties vallen; dat de burgemeester in de “Nota cameratoezicht” die op 30 mei 2017 door de gemeenteraad is vastgesteld heeft aangegeven in de gebiedsaanwijzing het reeds bestaande cameragebied zoals hieronder genoemd onder gebied 1 te willen handhaven; dat daarnaast het gebied rond het MVV-stadion als gebied wordt aangewezen zoals hieronder genoemd onder gebied 2; dat het cameratoezicht in de gebieden voldoet aan de eisen die artikel 151c van de Gemeentewet stelt aan het instellen van cameratoezicht (bijvoorbeeld kenbaarheid van cameratoezicht, proportionaliteit, subsidiariteit); dat het instellen van cameratoezicht in genoemde gebieden noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de openbare orde hetgeen gemotiveerd wordt in de Nota cameratoezicht; dat de overige maatregelen die in de bewuste gebieden zijn getroffen om een inbreuk op de openbare orde en verslechtering van het woon- en leefklimaat te voorkomen onvoldoende effect sorteren; dat het cameratoezicht in de bewuste gebieden onderdeel is van een breder handhavingsbeleid ter vergroting van leefbaarheid en veiligheid;</p>\n<p class=\"lf-p\">dat de aanwijzing van deze gebieden voor cameratoezicht naar verwachting zal bijdragen aan het verhogen van de veiligheid in het algemeen en de veiligheid in de aangewezen gebieden in het bijzonder; dat de duur van de aanwijzing en de omvang van de gebieden proportioneel zijn in relatie tot het beoogde legitieme doel; dat tweejaarlijks een rapportage zal worden opgesteld over de resultaten van het cameratoezicht in de betreffende gebieden en de volgende evaluatie zal plaatsvinden in de tweede helft van het jaar 2020; gelet op de artikelen 151c Gemeentewet en 2.10.1 van de APV Maastricht: besluit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het navolgende gebied aan te wijzen als gebied waar cameratoezicht plaatsvindt (zie verder bijlage 1 voor specificatie van het gebied): Gebied 1 binnenstad. deze gebiedsaanwijzing te doen voor de duur van vier jaar. dat in het belang van de handhaving van de openbare orde gedurende de gehele periode van gebiedsaanwijzing van vier jaar daadwerkelijk gebruik van de camera’s wordt gemaakt en de met de camera’s gemaakte beelden rechtstreeks worden bekeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het navolgende gebied aan te wijzen als gebied waar cameratoezicht plaatsvindt (zie verder bijlage 2 voor specificatie van het gebied): Gebied 2 omgeving MVV-stadion. deze gebiedsaanwijzing te doen voor de duur van vier jaar. dat in het belang van de handhaving van de openbare orde bij wedstrijden in het stadion, bij evenementen in en rond het gebied en bij demonstraties daadwerkelijk gebruik wordt gemaakt van de camera’s en de met de camera’s gemaakte beelden rechtstreeks worden bekeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit besluit wordt aangehaald als: Aanwijzingsbesluit cameratoezicht 2019.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maastricht, 19 februari 2019 De Burgemeester van Maastricht, J.M. Penn-te Strake Bekendmaking: 7 maart 2019 Inwerkingtreding: 8 maart 2019 Bijlage 1 Specificatie van het gebied als genoemd onder 1:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 1: binnenstad omvat de openbare plaatsen en andere voor een ieder toegankelijke plaatsen (als bedoeld in artikel 151c van de Gemeentewet en artikel 2.10.1 van de APV Maastricht) in het navolgende gebied dat begrensd wordt door de volgende wegen, met inbegrip van die wegen en daaraan grenzende openbare plaatsen:</p>\n<p class=\"lf-p\">As 1: Emmaplein – Brusselsestraat: via Grote Gracht en de zijstraten Capucijnenstraat-Bogaardenstraat-Batterijstraat - Markt -Wilhelminabrug - St. Maartenslaan - Station. via Oude Tweebergerpoort - Vrijthof - Platielstraat - Achter het Vleeshuis - St. Servaasbrug - Wycker Brugstraat.</p>\n<p class=\"lf-p\">As 2: Platielstraat - Grote Staat - Markt - Boschstraat/Bassin - Maasboulevard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierin zijn gelegen de navolgende straten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Achter de Barakken Maasboulevard Achter het Vleeshuis Maasmolendijk Alexander Battalaan Maaspromenade Apostelengang Maastrichter Brugstraat Batterijstraat Maastrichter Smedenstraat Bogaardenstraat Muntstraat Boschstraat Nieuwstraat Bourgognestraat Lindenkruis Brusselsestraat Maagdendries Capucijnengang Maastrichter Grachtstraat Capucijnenstraat Mariastraat Catharinastraat Markt Corversplein Mosa Forum Dominicanerplein Sint Amorsplein Dominicanerkerkstraat Sint Maartenslaan Drie Emmercour Sint Servaasbrug Franciscus Romanusweg Statensingel Fransensingel Statenstraat Frontensingel Stationsstraat Grote Gracht Stationsplein Grote Staat’ Spilstraat Gubbelstraat Spoorweglaan Heggenstraat Sporenstraat Helmstraat Turennestraat Hoenderstraat Oeverwal Hoogfrankrijk Oude Tweebergerpoort Keizer Karelplein Parallelweg Kersenmarkt Platielstraat Kesselkade Van Hasseltkade Kleine Gracht Vissersmaas Kleine Staat Vrijthof Kleine Stokstraat Wilhelminabrug Kommel Wilhelminasingel Kruisherengang Wilhelminakade Kwade Vliegencour Wycker Brugstraat Leliestraat Wolfstraat Bijlage 2 Specificatie van het gebied als genoemd onder 2:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 2: omgeving MVV-stadion omvat de openbare plaatsen en andere voor een ieder toegankelijke plaatsen (als bedoeld in artikel 151c van de Gemeentewet en artikel 2.10.1 van de APV Maastricht) in het navolgende gebied dat begrensd wordt door de volgende wegen, met inbegrip van die wegen en daaraan grenzende openbare plaatsen: dr. Schaepmansstraat, de Terblijterweg in westelijke richting, de Olympiaweg, de Discusworp in beide richtingen, de Stadionweg, de P. de Coubertinweg en het Stadionplein.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.5.2</span><span class=\"lf-art-t\">DE BURGEMEESTER VAN MAASTRICHT</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende, dat onder handelaren wordt verstaan, zij die bedoeld zijn in artikel 2.5.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Maastricht (APV); dat artikel 2.5.2 van de APV bepaalt dat een handelaar verplicht is aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register; dat artikel 2, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat een handelaar voldoet aan de verplichting ingevolge artikel 437, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht tot het aantekening houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij heeft verworven of voorhanden heeft, indien hij een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register houdt; dat er een landelijk werkend digitaal in- en verkoopregister beschikbaar is (het Digitaal Opkopersregister , DOR), dat enerzijds gebruiksvriendelijk is voor de handelaar en anderzijds veel effectiever is bij de aanpak van heling dan de papieren registers;</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUIT:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het landelijk werkend Digitaal Opkopersregister (DOR), naast het papieren register, aan te merken als doorlopend en gewaarmerkt register als bedoeld in artikel 2.5.2 van de APV en artikel 2, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit besluit ligt ter inzage bij het gemeenteloket Maastricht, 6 augustus 2014 Burgemeester O. Hoes Bekendgemaakt: Maaspost, 13 augustus 2014 Inwerkingtreding: 14 augustus 2014 Beleidsregels Stadionomgevingsverbod 2018 De Burgemeester van Maastricht Overwegende:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsregel stadionomgevingsverbod 2018 De Burgemeester van Maastricht Overwegende: dat er in het stadion de Geusselt voetbalwedstrijden worden gespeeld waarbij het eerste elftal van de betaald voetbalorganisatie (BVO) MVV als thuisspelende ploeg betrokken is, dan wel wedstrijden worden gespeeld georganiseerd door de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond, dan wel wedstrijden worden gespeeld waarbij een (andere) betaald voetbalwedstrijd betrokken is; dat de burgemeester op grond van artikel 2.11.6 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) de bevoegdheid heeft in het belang van de openbare orde aan een persoon schriftelijk het verbod op te leggen zich op te houden in de omgeving van het stadion; dat dit verbod kan gelden vanaf 4 uur voor het vastgestelde aanvangstijdstip tot 4 uur na afloop van voetbalwedstrijden en voor een bepaalde periode wordt opgelegd, niet langer dan twee jaar; dat deze maatregel in het kader van de handhaving van de openbare orde noodzakelijk kan zijn; dat eerder een beleidsregel hiertoe is vastgesteld welke aanpassing behoeft;</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUIT: in te trekken de “beleidsregel stadionomgevingsverbod” d.d. 1 juli 2010 en vast te stellen als “beleidsregel stadionomgevingsverbod”:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een stadionomgevingsverbod kan, wanneer dit in het kader van de bescherming van de openbare orde noodzakelijk is, worden opgelegd aan een persoon die daarnaast een privaatrechtelijk dan wel strafrechtelijk stadionverbod heeft gekregen, in geval van de bijlage 1 genoemde feiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het stadionomgevingsverbod wordt opgelegd binnen zes weken nadat een privaatrechtelijk dan wel strafrechtelijk stadionverbod wordt opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de openbare orde rondom het stadion in het geding is kan een stadionomgevingsverbod ook worden opgelegd aan een persoon die bij de politie bekend staat als openbare orde-verstoorder bij voetbalwedstrijden, maar geen privaatrechtelijk en/of strafrechtelijk stadionverbod heeft. Het verbod wordt alsdan opgelegd nadat is geconstateerd dat de persoon de openbare orde in/rondom het stadion heeft verstoord op de dag dat een wedstrijd wordt gespeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1 bij deze beleidsregel wordt jaarlijks vastgesteld in overeenstemming met de Richtlijn Termijn Stadionverbod van de KNVB.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een stadionomgevingsverbod wordt opgelegd in geval van de in bijlage 1 genoemde overtredingen en voor de in bijlage 1 bij die overtredingen behorende duur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een stadionomgevingsverbod geldt voor alle wedstrijden binnen de daarin genoemde geldigheidsduur, ongeacht het risicoprofiel van de wedstrijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een stadionomgevingsverbod dat wordt opgelegd in de onder 3 genoemde gevallen, wordt opgelegd voor de duur van 18 maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de persoon aan wie het stadionomgevingsverbod is opgelegd in het gebied waarvoor dit geldt woont of werkt, wordt het gebied zodanig aangepast dat die persoon een aanlooproute heeft naar en van diens woning of werklocatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het besluit tot vaststelling van bijlage 1 wordt gemandateerd aan de teammanager Veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maastricht, 9 oktober 2018 De Burgemeester van Maastricht, J.M. Penn-te Strake Bekendgemaakt: VIAMaastricht d.d. 8 november 2018 Inwerkingtreding: 9 november 2018 Bijlage 1 Gedraging Aantal mnd. SV Aantal mnd. SOV Indien de openbare orde rondom het stadion in het geding is kan een stadionomgevingsverbod ook worden opgelegd aan een persoon die bij de politie bekend staat als openbare orde-verstoorder bij voetbalwedstrijden, maar geen privaatrechtelijk en/of strafrechtelijk stadionverbod heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afhankelijk van de omschrijving en/of de gevolgen 3 tot en met 24 mnd Overtreding van de Wet op de identificatieplicht in het stadion 3 maanden (1e keer voorwaardelijk) - Overtreding van de Wet op de identificatieplicht rond het stadion (alleen in combinatie met een andere gedraging) 3 maanden (1e keer voorwaardelijk) - Overig voetbalgerelateerd wangedrag, niet nader en/of afzonderlijk vermeld in deze richtlijn, waardoor het aanzien en/of het belang van het voetbal wordt geschaad Afhankelijk van de omschrijving en/of de gevolgen 3 tot en met 36 mnd 3 tot 24 maanden Opgeven van een valse naam 3 maanden 3 maanden Overtreding van een Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 9 maanden 9 maanden Poging tot brandstichting met geringe gevaarzetting 9 maanden 9 maanden Niet voldoen aan een bevel of vordering van personen die belast zijn met de kaartcontrole en/of het handhaven van de orde, waaronder politie en stewards 9 maanden 9 maanden Valsheid in geschrift 9 maanden 9 maanden Beledigen en/of kwetsen van personen 9 maanden 9 maanden Diefstal of verduistering 9 maanden 9 maanden Openbare dronkenschap in of rond het stadion 9 maanden 9 maanden Geringe vernieling of beschadiging 9 maanden 9 maanden Baldadigheid Afhankelijk van het feit en/of de gevolgen 9 tot en met 12 mnd 9 – 12 maanden Provocatie Afhankelijk van het feit en/of de gevolgen 9 tot en met 12 mnd 9 – 12 maanden Bezit en/of gebruik van (verboden) middelen als bedoeld in de Opiumwet en/of andere middelen die het bewustzijn en gedrag van een persoon ongunstig kunnen beïnvloeden Handel cf de Opiumwet in en rond het stadion Afhankelijk van het feit en/of de gevolgen 9 tot en met 18 mnd 9 – 18 maanden 18 – 24 maanden Gooien van voorwerpen en/of vloeistoffen Afhankelijk van het feit en/of de gevolgen 9 tot en met 36 mnd 9 – 24 maanden Niet voldoen aan een verplichte combiregeling 12 maanden 12 maanden Poging tot binnendringen van het stadion 12 maanden 12 maanden Aanbieden/verkopen van toegangskaarten 18 maanden 18 maanden Bezit en/of verkoop van illegale toegangskaarten 18 maanden 18 maanden Opruiing 18 maanden 18 maanden Brandstichting met geringe gevaarzetting 18 maanden 18 maanden Wederspannigheid 18 maanden 18 maanden Eenvoudige mishandeling 18 maanden 18 maanden Openlijke geweldpleging tegen goederen 18 maanden 18 maanden Bezit en/of voorhanden hebben en/of afsteken van vuurwerk 18 maanden 18 maanden Overtreding landelijk stadionverbod (buiten het stadion) 18 maanden 18 maanden Overtreding van de Wet wapens en munitie Afhankelijk van de omschrijving en/of de gevolgen 18 tot en met 36 mnd 18 – 24 maanden Voorbereidingshandeling (alleen voor feiten waarop volgens deze richtlijn minimaal 36 maanden staat)</p>\n<p class=\"lf-p\">Afhankelijk van het feit en/of de gevolgen 18 tot en met 36 mnd 18 – 24 maanden (Ernstige) vernieling of beschadiging 24 maanden 24 maanden Poging tot brandstichting met ernstige Gevaarzetting 36 maanden 24 maanden Poging zware mishandeling 36 maanden 24 maanden Bedreiging 36 maanden 24 maanden Huisvredebreuk/lokaalvredebreuk 36 maanden 24 maanden Poging tot betreden van het (speel)veld 36 maanden 24 maanden Overtreding landelijk/lokaal stadionverbod (in het stadion) 36 maanden 24 maanden Openlijke geweldpleging tegen personen Afhankelijk van het feit en/of de gevolgen 36 tot en met 48 mnd 24 maanden Binnendringen van het stadion met geweld 48 maanden 24 maanden Betreden van het (speel)veld (erfvredebreuk) 60 maanden 24 maanden Belediging groep c.q. verspreiding discriminatoire uitlatingen 60 maanden 24 maanden Vernieling met ernstige gevolgen 60 maanden 24 maanden Bezit en/of voorhanden hebben en/of afsteken van een vuurwerkbom 60 maanden 24 maanden Mishandeling met zwaar lichamelijk letsel ten gevolge c.q. zware mishandeling 60 maanden 24 maanden Brandstichting met ernstige gevaarzetting 60 maanden 24 maanden Poging doodslag 60 maanden 24 maanden Deelneming aan een aanval en/of een vechterij 60 maanden 24 maanden Mishandeling met de dood ten gevolge 240 maanden 24 maanden Doodslag 240 maanden 24 maanden Deelneming aan aanval en/of vechterij met de dood ten gevolge 240 maanden 24 maanden Maastricht 13 maart 2019 De burgemeester van Maastricht, Namens deze, Teammanager Veiligheid M. Cornips Bekendgemaakt VIAMaastricht: 28 maart 2019 Inwerkingtreding: 29 maart 2019</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3</h3>\n<p class=\"lf-p\">DE BURGEMEESTER VAN MAASTRICHT, BESLUIT: vast te stellen de volgende “Beleidsregels handhaving seksinrichtingenbeleid (Hoofdstuk 3 APV)”:</p>\n<p class=\"lf-p\">1.Exploitatie zonder vereiste vergunning:</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien geconstateerd wordt dat zonder vereiste vergunning een seksinrichting geëxploiteerd wordt, en de exploitatie past niet binnen het seksinrichtingen-beleid, wordt door de politie van deze illegale situatie een rapport opgemaakt ten behoeve van de gemeente. Indien de exploitant ondanks een waarschuwing van de burgemeester blijft exploiteren zal door de politie proces-verbaal worden opgemaakt. Op grond hiervan zal de inrichting conform het bepaalde in artikel 3.2.4, eerste lid, onder b APV, voor onbepaalde tijd gesloten worden verklaard.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het geval dat de exploitatie zonder vereiste vergunning wel binnen het seksinrichtingenbeleid past wordt, op grond van een schriftelijke rapportage van de politie, betrokkene door de burgemeester aangezegd dat hij een vergunning dient aan te vragen bij een daarbij te stellen termijn. Tevens wordt aan hem medegedeeld dat exploitatie zonder vergunning niet mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien geen vergunning wordt aangevraagd binnen de gestelde termijn of indien op de aanvraag negatief wordt beslist, wordt de inrichting conform het bepaalde in artikel 3.2.4, eerste lid, onder b APV voor onbepaalde tijd gesloten indien de exploitatie wordt voortgezet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de verleende vergunning aan een seksinrichting wordt ingetrokken en de exploitatie zonder de vereiste vergunning wordt voortgezet wordt de inrichting conform het bepaalde in artikel 3.2.4, eerste lid, onder b APV, voor onbepaalde tijd gesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Exploitatie is in strijd met de vergunning:</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de exploitant na het verkrijgen van de vergunning of de beheerder na zijn goedgekeurde aanstelling handelingen verricht in strijd met de gedragseisen zoals genoemd in artikel 3.2.2 APV zal de inrichting conform het bepaalde in artikel 3.2.4, eerste lid, onder b APV voor bepaalde tijd gesloten worden dan wel de vergunning conform het bepaalde in artikel 3.2.4a APV worden ingetrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien geconstateerd wordt dat de inrichting geopend is zonder dat de exploitant of de beheerder aanwezig is wordt dit schriftelijk gerapporteerd aan de burgemeester. Bij een eerste overtreding volgt een schriftelijke waarschuwing. Bij een tweede overtreding binnen een half jaar na de eerste overtreding volgt op grond van het bepaalde in artikel 3.2.4, eerste lid, onder b APV, een sluiting voor de duur van 2 weken. Bij een derde overtreding binnen een half jaar na de eerste overtreding wordt de vergunning conform het bepaalde in artikel 3.2.4a APV ingetrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer uit een schriftelijke rapportage van de politie blijkt dat de exploitant/beheerder nalatig is in het houden van toezicht dat in de inrichting geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde, wordt de exploitant schriftelijk gewaarschuwd door de burgemeester. Bij een tweede overtreding binnen twee jaar na de eerste overtreding zal de inrichting op grond van het bepaalde in artikel 3.2.4, eerste lid, onder b APV, voor de duur van één maand worden gesloten. Bij een derde overtreding binnen twee jaar na de eerste overtreding zal de vergunning conform het bepaalde in artikel 3.2.4a APV worden ingetrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-24\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer uit een schriftelijke rapportage van de politie blijkt dat de exploitant/beheerder geen toezicht houdt op het voorkomen van strafbare feiten zoals bepaald in artikel 3.2.5, lid 2 onder a zal afhankelijk van de ernst van de gepleegde strafbare feiten de exploitant schriftelijk gewaarschuwd worden, de inrichting voor bepaalde tijd gesloten (artikel 3.2.4, eerste lid, onder b APV) worden dan wel de vergunning worden ingetrokken (artikel.2.4a APV).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer uit een schriftelijke rapportage blijkt dat een inrichting overlast veroorzaakt wordt de exploitant schriftelijk gewaarschuwd. Wordt binnen een half jaar na de waarschuwing wederom overlast geconstateerd zal de inrichting op grond van het bepaalde in artikel 3.2.4, eerste lid, onder b APV voor de duur van één maand gesloten worden. Indien binnen een jaar voor de derde keer overlast wordt veroorzaakt wordt de vergunning ingetrokken (artikel 3.2.4a APV).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de exploitatie van de inrichting in strijd met de vergunningsvoorschriften plaatsvindt wordt de exploitant eerst door de burgemeester schriftelijk gewaarschuwd. Bij een tweede overtreding binnen een half jaar na de eerste overtreding volgt op grond van het bepaalde in artikel 3.2.4, eerste lid, onder b APV een sluiting voor de duur van maximaal 3 maanden. Bij een derde overtreding binnen een half jaar na de eerste overtreding wordt de vergunning ingetrokken ( artikel 3.2.4a APV).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-27\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de exploitatie van de inrichting in strijd met de nadere regels als bedoeld in artikel 3.1.3. APV plaatsvindt wordt de exploitant eerst door de burgemeester schriftelijk gewaarschuwd. Bij een tweede overtreding binnen een half jaar na de eerste overtreding volgt op grond van het bepaalde in artikel 3.2.4, eerste lid, onder b APV een sluiting voor de duur van maximaal 3 maanden. Bij een derde overtreding binnen een jaar na de eerste overtreding wordt de vergunning ingetrokken (artikel 3.2.4a APV).</p>\n<p class=\"lf-p\">Maastricht, 12 september 2000 De Burgemeester van Maastricht, Mr. Ph.J.I.M. Houben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gepubliceerd in de Maaspost d.d. 14 september 2000 Inwerkingtreding: 1 oktober 2000 Beleidsregels “Wat mag wel en wat mag niet tijdens een EK of WK voetbaltoernooi”</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de twee jaar wordt afwisselend het Europees kampioenschap (EK) en Wereldkampioenschap (WK) voetbal gespeeld. Tijdens deze toernooien worden allerlei (buurt)activiteiten georganiseerd en woningen versierd. Ook de horeca speelt in op het EK en/of WK. Om alles goed en veilig te laten verlopen zijn er speciale richtlijnen die gelden tijdens de gehele duur van een dergelijk toernooi.</p>\n<p class=\"lf-p\">Straatversieringen Versieringen in en over de straat zijn toegestaan mits er geen (brand)gevaarlijke situaties ontstaan. Voertuigen van hulpdiensten (Brandweer, Politie en GGD) mogen niet worden gehinderd. Er moet (vanaf de grond) een minimale hoogte van 4,50 meter worden vrijgehouden. De rijbaan dient vrij te zijn van obstakels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Straatfeest Als u een straatfeest wilt organiseren dient u dit vooraf te melden bij de gemeente Maastricht. Het feest moet van besloten aard zijn. Dat wil zeggen dat het niet voor iedereen toegankelijk is; alleen voor straat- en/of buurtbewoners. De voorwaarden vindt u op loket.gemeentemaastricht.nl via de zoekfunctie “straatfeest”.</p>\n<p class=\"lf-p\">Horeca Horeca-exploitanten kunnen één tv of videoscherm (maximale beelddiagonaal van 140 cm. of 55”.) plaatsen om klanten in hun bedrijf of binnen de kaders van het terrasoppervlak, naar het voetbal te laten kijken. Hiervoor gelden de regels van de reguliere terrasexploitatie, waarbij het terras uitgestald blijft. U kunt volstaan met een melding per mail naar openbareruimte@maastricht.nl Het is niet toegestaan om het tv of videoscherm zo te plaatsen dat meer mensen dan die op uw eigen terras mee kunnen kijken. Ook het samenvoegen van terrassen is niet toegestaan. Bij twijfel kunt u contact opnemen met de gemeente Maastricht op telefoonnummer 14043.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer verstoring van de openbare orde of veiligheid wordt verwacht, of om overlast te voorkomen, kan het plaatsen van een tv of videoscherm worden geweigerd of stelt de gemeente aanvullende voorwaarden/beperkingen in het kader van de veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het terras niet regulier gebruikt wordt, dus anders dan hierboven is beschreven, is de terrasvergunning plus de melding NIET toereikend.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval dat u uw terras anders wilt gaan inrichten (of niet wilt inrichten), statafels wilt gebruiken, buffetten/ tapinstallaties wilt gaan plaatsen binnen uw terraskaders, heeft u een aanvullende vergunning nodig. Uw terras voldoet dan namelijk niet meer aan de voorwaarden van uw terrasvergunning (plus melding tv of videoscherm). Hier zal echter zeer terughoudend mee worden omgegaan en een beoordeling vindt plaats in het kader van veiligheid en openbare orde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen evenementenvergunning / schermen De gemeente Maastricht geeft tijdens een EK of WK voetbal geen aparte vergunningen voor evenementen af welke gerelateerd zijn aan het EK of WK voetbal. Openbare ruimtes (pleinen en vrije ruimtes in de stad) en private ruimtes, worden dus niet voor het bekijken van de wedstrijden vrijgegeven. Ook is het niet toegestaan binnen reeds aangevraagde dan wel verleende evenementenvergunningen schermen te plaatsen voor het uitzenden van een wedstrijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maastricht, 24 februari 2014 De Burgemeester van Maastricht, O. Hoes Burgemeester.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bekendgemaakt: de Ster d.d. 14 maart 2014 In werking getreden: 14 maart 2014 Uitvoeringsbesluiten van Burgemeester en wethouders</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.1.3.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN MAASTRICHT, gelet op het bepaalde in artikel 2.1.3.1, eerste en tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Maastricht;</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUITEN:</p>\n<p class=\"lf-p\">I.aan te wijzen als dagen en uren, gedurende welke, en als wegen of gedeelten van wegen, waarop of waaraan het verboden is gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden, aan te bevelen of bekend te maken: de maandagen tot en met de vrijdagen na 12.00 uur, zulks onverminderd het bepaalde onder b: de wegen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Stationsplein, Spoorweglaan, Stationsstraat, Wycker Brugstraat, Wilhelminasingel, Akerstraat, Rechtstraat, Hoogbrugstraat, St. Servaasbrug, Maastrichter Brugstraat, Kesselskade, van Hasseltkade, Hoenderstraat, Wilhelminabrug, Stadhuisstraat, Gubbelstraat, Kleine Gracht, Maastrichter Grachtstraat, Boschstraat, Markt, het Bat, Graanmarkt, Onze Lieve Vrouweplein, Bredestraat, Hondstraat, Maastrichter Heidenstraat, Minckelersstraat, Stokstraat, Plankstraat, Havenstraat, Maastrichter Smedenstraat, Kersenmarkt, Wolfstraat, Achter het Vleeshuis, Vijfharingenstraat, St. Amorsplein, Platielstraat, Kleine Staat, Muntstraat, Jodenstraat, Mariastraat, Grote Staat, Nieuwstraat, Spilstraat, Vrijthof, Helmstraat, Dominicanerplein, Dominicanerkerkstraat, Grote Gracht, Brusselsestraat, Koningin Emmaplein,St. Annalaan, Calvariestraat, Kommel, Oude Tweebergenpoort, Keizer Karelplein, Statenstraat, Akersteenweg, Dorpstraat, Burgemeester Cortenstraat, Ambyerstraat-Noord, Ambyerstraat-Zuid, Scharnerweg (incl. de spoorwegtunnel), Bergerstraat;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>de wegen, welke uitkomen op de onder 1 genoemde wegen, over een afstand van 30 meter van die wegen; b.de zaterdagen en zondagen, Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en de beide Kerstdagen, gedurende het gehele etmaal: alle openbare wegen binnen de bebouwde kom als bedoeld in artikel 1, aanhef en sub C, van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Maastricht;</div>\n<p class=\"lf-p\">II. te bepalen dat dit besluit in werking treedt met ingang van de dag, volgende op die van haar afkondiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus vastgesteld op 3 oktober 1989.</p>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en Wethouders van Maastricht, De Secretaris, Mr. Dr. A. Lutters.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Burgemeester, Mr. Ph. Houben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Openbare kennisgeving: 31 oktober 1989.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inwerkingtreding: 1 november 1989.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.1.4.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Burgemeester en wethouders van Maastricht, Overwegende: dat bij meerdere ondernemers de behoefte bestaat commerciële diensten aan toeristen aan te bieden op de openbare weg met gebruikmaking van diverse vervoersmodaliteiten; dat deze vormen van toeristisch vervoer een passend middel kunnen zijn om de aantrekkelijkheid van Maastricht als cultuurstad en toeristenstad te promoten; dat de verkeersveiligheid of veiligheid van personen en goederen gewaarborgd moet zijn; dat dit vervoer zo min mogelijk belasting oplevert voor het milieu; dat de overlast door de gebruikers voorkomen of beperkt dient te worden; dat dit vervoer rekening houdt met het verbeteren van de luchtkwaliteit in de binnenstad; dat het wenselijk is slechts beperkt gebruik van toeristisch vervoer in Maastricht toe te staan; dat ter regulering van deze vormen van “toeristisch vervoer” het wenselijk is beleid te ontwikkelen voor het aanbieden van commerciële diensten op de openbare weg; gelet op artikel 2.1.4.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Maastricht juncto art. 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Besluiten:</p>\n<p class=\"lf-p\">I. Vast te stellen de in bijlage opgenomen beleidsregels met betrekking tot het aanbieden van commerciële diensten op de openbare weg:</p>\n<p class=\"lf-p\">II. Dit besluit treedt in werking de dag volgende op die van haar bekendmaking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus besloten door Burgemeester en Wethouders van Maastricht in hun vergadering van 18 oktober 2011.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Secretaris, Dhr. P. Buijtels.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Burgemeester, Dhr. O. Hoes.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum publicatie De Ster: 21 oktober 2011.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum publicatie Gemeenteblad: 24 oktober 2011 onder nummer C57-2011.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum inwerkingtreding: 25 oktober 2011. [Klik hier om het document te downloaden] Beleidsregels en criteria toeristisch vervoer 2011</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2.1.5.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN MAASTRICHT, Gelezen het voorstel inzake de banierenparade Gemeente Maastricht, corr.nummer: 2011.60340;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het besluit van de gemeenteraad van 14 december 2010 inzake de nota citybranding 2011-2015;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op artikel 2.1.5.1 van de APV;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de in 1990 vastgestelde procedure inzake de vlaggenparade, welke in deze nota wordt overgenomen volgens bijlage 7 van genoemd voorstel, corr.nummer: 2011.60340;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien de adviezen van de Welstandscommissie in de vergaderingen van 12 juli 2011 en 29 november 2011 inzake de evaluatie van de pilot TEFAF respectievelijk de imago versterkende citydressing voor de stad Maastricht;</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLUIT vast te stellen de volgende beleidsregels:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beleidsregels Banierenparade Gemeente Maastricht.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>De gemeente bepaalt bij welke imago- en beleidbepalende evenementen/activiteiten, waar vlaggen en/of banieren kunnen worden gehangen;</div>\n<p class=\"lf-p\">De in aanmerking komende evenementen/activiteiten worden jaarlijks op advies van het programmateam evenementen vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders in het Jaarprogramma Evenementen. Hierbij wordt gekeken naar de in de evaluatie genoemde criteria, te weten: zo terughoudend mogelijk, zoveel als mogelijk verspreid door het jaar, evenement/activiteit met een exclusief/bijzonder karakter (passend binnen stadsvisie), betrekking hebbend op imago- en beleidsversterkende evenementen/activiteiten (als bedoeld in de raadsnota evenementenbeleid) met een economische spin-off, banieren/vlaggen van een goede kwaliteit, op de daarvoor door de gemeente aangewezen plekken, op de door de gemeente bepaalde manier (soort banieren/vlaggen).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Alleen de gemeente kan dit de stad, haar inwoners, haar bezoekers en haar organisatoren aanbieden op de bruggen (Kennedybrug en Noorderbrug);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>Organisatoren van de jaarlijks door het college vastgestelde evenementen/activiteiten kunnen banieren respectievelijk vlaggen, passend binnen de daarvoor gestelde criteria, aanvragen en zelf bekostigen voor de rotondes langs de toegangswegen (bijlage 3) en de binnenstad. Betreffende organisatoren kunnen dit aanvragen bij VTH op basis van artikel 2.1.5.1 APV dan wel de herbevestigde procedure van de ‘vlaggenparade’ uit 1990) (zie bijlage 7);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>Maximaal 5 keer per jaar. Uitgangspunt: gedurende het evenement/de activiteit plus vijf dagen voorafgaand aan dit evenement/ deze activiteit, als aankondiging. Afhankelijk van de importantie/uitstraling van het evenement/ de activiteit kan deze voorperiode langer zijn, echter per keer niet langer dan netto 15 dagen (dus de dagen van ophangen en afhalen niet meegeteld). De mate van aankleding wordt vooraf door gemeente en organisator van het specifieke evenement bepaald (hier zijn dan 3 mogelijke locaties of combinaties daarvan mogelijk);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5.</span>Ten aanzien van het gestelde onder 4 geldt een hardheidsclausule: in uitzonderlijke gevallen kan het college hiervan afwijken, weliswaar passend binnen de gestelde criteria (zie punt 2).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>De toegestane grootte van de banieren wordt door de gemeente aangegeven (275 cm x 80 cm op de rotondes en bruggen);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>De vormgeving van de vlaggen/banieren wordt bij elk afzonderlijk evenement/activiteit vastgesteld volgens collegiaal advies tussen VTH, Ruimte (Ontwerp) en secretaris Welstandscommissie. Ingeval deze organisatieonderdelen er samen niet uitkomen, zal de Welstandscommissie om advies worden gevraagd.</div>\n<p class=\"lf-p\">Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de dag na publicatie in het Gemeenteblad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus besloten door Burgemeester en Wethouders van Maastricht in hun vergadering van 20 december 2011.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Secretaris, Dhr. P. Buijtels.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Burgemeester, Dhr. O. Hoes.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum publicatie De Ster: 24 februari 2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum publicatie Gemeenteblad: 27 februari 2012 onder nummer C8-2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">Datum inwerkingtreding: 28 februari 2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 2.1.5.1, lid 2 sub h.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene regels vergunningvrij plaatsen Uitvoeringsplan Laadinfrastructuur Maastricht 2016 Dit uitvoeringsplan is gebaseerd op het model voor beleidsregels oplaadinfrastructuur elektrische voertuigen Limburg, dat in 2015 is opgesteld onder penvoering van de gemeente Maastricht in samenwerking met de provincie Limburg, de Zuid-Limburgse gemeenten, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en Fier Automotive. Later hebben de gemeenten van Midden en Noord Limburg zich aangesloten bij het beleidskader.</p>\n<p class=\"lf-p\">De samenwerking heeft geresulteerd in een uitvoeringsplan dat een toetsingskader en een strategische kaart bevat, ter ondersteuning van de uitvoering van het beleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maastrichts Energieakkoord In de kaderbrief 2015 is het Lokaal (Maastrichts) Energie Akkoord gepresenteerd als uitwerking van de duurzaamheidsambitie uit het Coalitie-akkoord 2014-2018. Duurzame mobiliteit is daarin 1 van de actielijnen. Laadinfrastructuur is een van de 3 genoemde projecten binnen deze actielijn. Hierin wordt als actie gemeld: realisering van complete laadinfrastructuur voor de lokale EV markt in 2016.</p>\n<p class=\"lf-p\">Actielijn Duurzame mobiliteit Met duurzame mobiliteit wordt mobiliteit bedoeld, die de CO2 uitstoot, luchtverontreiniging, geluidhinder en stank vermindert; bijdraagt aan een aantrekkelijke stad om te wonen, werken en te verblijven; een hoogwaardig stedelijk ontwerp bevordert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Randvoorwaarden daarbij zijn dat duurzame mobiliteit verkeersveilig is en de bereikbaarheid in en buiten Maastricht niet in gevaar brengt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elektrische voertuigen De gemeente wil in het kader van duurzaamheid en vermindering van de luchtvervuiling, de uitstoot van lokale emissies alsmede ook van CO2 uitstoot reduceren, door middel van het stimuleren van zero emissie mobiliteit en meer in het bijzonder van het elektrisch rijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elektrisch rijden is zeker voor personenvervoer een relevant en aantrekkelijk toekomst perspectief. De lokale emissie van fijn stof en stikstofoxiden is bij elektrisch vervoer nihil. Dat betekent dat de bijdrage aan de verbetering van de luchtkwaliteit in de stad potentieel groot is. Ook de emissie van CO2, verantwoordelijk voor het klimaateffect, daalt aanzienlijk met ieder elektrisch voertuig , dat een brandstofmotor aangedreven auto vervangt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien de grote potenties van elektrisch rijden zijn de Nederlandse doelstellingen m.b.t. elektrisch rijden daarom ook ambitieus. In het SER energieakkoord van september 2013 is de doelstelling opgenomen de mobiliteitsgerelateerde CO2-emissies in 2030 met 17% verlaagd te hebben ten opzichte van 1990 en zelfsmet 60% te verlagen in 2050. Via een ingroeimodel moeten vanaf 2035 alle nieuw verkochte personenauto’s in staat zijn om CO2-emissievrij te rijden; in 2050 geldt dit voor alle personenauto’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het SER-energieakkoord is richtinggevend voor onze klimaatdoelstellingen t.a.v. duurzame mobiliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen Om gebruik van elektrische auto’s te stimuleren is, is het nodig de aanschaf van elektrische auto’s aantrekkelijk te maken, door fiscaal financiële maatregelen. Dit is een verantwoordelijkheid van het Rijk. Maar anderzijds is een goede oplaadinfrastructuur noodzakelijk. Hier hebben met name gemeenten een rol en verantwoordelijkheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het streven is hierbij wel dat de overheid op termijn een afnemende rol heeft en dat er een toenemende rol voor marktpartijen zal zijn naar uiteindelijk een volledig volwassen markt voor laadinfra. De stimulerende rol van de overheid zal dan meer een faciliterende en uiteindelijk regulerende rol zijn (het reguleren van het gebruik van de openbare ruimte).</p>\n<p class=\"lf-p\">In 2012 is in samenwerking met de landelijke stichting E-Laad, een samenwerkingsverband van de Nederlandse netwerkbeheerders, gestart met het plaatsen van laadpalen in Maastricht. Die samenwerking heeft geresulteerd in het plaatsen van 10 laadpalen voor elektrische auto’s met 17 parkeervakken in de openbare ruimte in Maastricht. De stichting E-Laad heeft echter eind 2012 laten weten geen nieuwe aanvragen meer te kunnen honoreren. Uitbouw van de laadinfrastructuur voor elektrische auto's kon dus niet meer binnen deze overeenkomst plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sindsdien is vorm gegeven aan samenwerking op Zuid Limburgs niveau om te komen tot een complete laadinfrastructuur in de regio. Gezien de intensieve woon-werk en sociaal recreatieve verkeersbewegingen door de hele regio is een visie op regio niveau effectiever dan een visie en aanpak per gemeente. In samenwerking met de gemeenten van, en met de provincie Limburg en het rijk (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) is daarom begin 2014 een beleidsinventarisatie gestart. Later heeft zich ook de gehele Parkstad aangesloten. Hiermee hebben we een keuze kunnen maken voor een adequate laadinfrastructuur in Maastricht en Zuid Limburg Strategie Het doel van het realiseren van de laadinfrastructuur is om potentiële gebruikers van elektrische voertuigen het vertrouwen te geven dat er altijd voldoende laadmogelijkheden zijn. Niet alleen een structuur met een duidelijke strategie op locatiekeuzes, maar ook in het soort laadpaal. De mogelijke keuzes op locatie en soort laadpaal worden ondersteund door de strategische kaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoeringskader De gemeente streeft naar minimale dekking, waarbij EV-rijders in staat zijn tot laden op een redelijke afstand nabij huis of bij de werkplek; het optimaal faciliteren van EV-rijders in Maastricht, Hierbij zijn een aantal uitgangspunten van belang, om zo snel mogelijk gezond te kunnen exploiteren:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een vraaggestuurde markt: met een vaste gebruiker van de laaddiensten die voor een gegarandeerde kWh afname zorgt Kostenefficiëntie: alleen publiek laden als er geen private mogelijkheid is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beschikbaarheid: als een EV-rijder structureel niet terecht kan bij een laadobject moet beter gehandhaafd worden of dient een laadobject bijgeplaatst te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Laad ladder Er bestaan verschillende standaard situaties waarin wordt geladen: de zogenaamde laadprofielen. Vanwege het effectiviteitsaspect van deze verschillende profielen, heeft de gemeente de volgende ´Laad ladder´ opgesteld: Een soort voorkeursvolgorde van verschillende laadprofielen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Privaat laden; In de ladder wordt de voorkeur gegeven aan een private laadpaal of voorziening, vanwege de lage kosten, het niet hoeven gebruiken van de openbare ruimte en geen overheidsbemoeienis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Semi-publiek laden; Indien privaat laden niet mogelijk is, is semi-publiek laden een alternatief. Laadpalen of voorzieningen bevinden zich in dat geval op privaat terrein, dat publiek toegankelijk is voor opladen. De kosten zijn laag, een positieve business case is mogelijk te realiseren. De bedrijven of organisaties op wiens terrein dit mogelijk zou is worden in dit plan stakeholders genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Publiek laden; Onderaan de ‘ladder van laden’ staat het laden bij publieke laadpalen. Indien voorgaande varianten niet mogelijk zijn, kan worden overgegaan tot installatie van een publieke laadpaal, waarbij de laaddienst voor iedereen 24 uur per dag toegankelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het besluit over de situatie die aan de orde is wordt genomen tijdens een aanvraagprocedure, waarbij de aanvraag wordt getoetst op de volgende factoren. Deels zijn deze factoren vast gelegd op de strategische kaart, te weten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het adres van de aanvrager;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het type wijk De mogelijkheden tot laden op privé terrein;</p>\n<p class=\"lf-p\">De huidige laadinfrastructuur in nabije omgeving (binnen loopafstand van ca. 300 meter);</p>\n<p class=\"lf-p\">Lopende aanvragen voor laadinfrastructuur in de nabije omgeving (binnen loopafstand van ca. 300 meter, mogelijkheid tot clustering);</p>\n<p class=\"lf-p\">Publiek toegankelijke parkeergelegenheden in nabije omgeving (binnen loopafstand van ca. 300 meter bij stakeholders, mogelijkheid tot clustering);</p>\n<p class=\"lf-p\">Publieke toegankelijkheid van privé terrein (binnen loopafstand van ca. 300 meter, bij stakeholder aanvragen, mogelijkheid tot clustering).</p>\n<p class=\"lf-p\">De parkeerdruk direct nabij de laadpaal (&lt; 80 %);</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van een bestaand parkeervak / bestaande parkeervakken;</p>\n<p class=\"lf-p\">De belemmering en veiligheid van verkeer (auto, fiets, voetganger, rolstoel etc.);</p>\n<p class=\"lf-p\">De belemmering ten aanzien van ander straatmeubilair of (openbaar) groen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het straatbeeld (past de laadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur in het straatbeeld);</p>\n<p class=\"lf-p\">Eventueel geplande reconstructies of andere infrastructurele ontwikkelingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De vindbaarheid en zichtbaarheid van de eventuele laadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Specifieke locatiesituatie elektriciteitsnetwerk (de capaciteit en eventuele andere gebruikers). Coördinerende rol voor EVnetNL.</p>\n<p class=\"lf-p\">Iedere aanvraag wordt op basis van deze factoren getoetst. De verschillende profielen zijn nader uitgewerkt in de bijlage 1. Hiervoor dient onder andere de strategische kaart (bijlage 3). Deze kaart geeft een geografisch overzicht met daarin o.a. de socio-economische data, huidige laadinfrastructuur, verwachte laadbehoefte, potentiele laadlocaties bij stakeholders etc. Op basis van de kaart kunnen locaties benoemd worden waarvoor al een verkeersbesluit is genomen om de locaties voor te bereiden op plaatsing van laadpalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rol en verantwoordelijkheden gemeente versus rol aanbieder De uitvoering van het realiseren van laadpalen wordt in handen gelegd van een aanbiedende partij. De wijze waarop de aanbieder dit zal doen, de rol ten opzichte van gemeente en aanvrager en de verantwoordelijkheden worden vastgelegd in een overeenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die overeenkomst zal worden afgesloten tussen de gemeente Maastricht en de aanbieder (fase 1) en later tussen de provincie Brabant en de gemeente Maastricht zodra de provincie Brabant een opdracht verleent aan een aanbieder (fase 2).</p>\n<p class=\"lf-p\">De overeenkomst ziet onder meer op de wijze waarop aanvragen om laadpalen procedureel worden behandeld en inhoudelijk worden getoetst, op het beheer en onderhoud van de laadpalen en op de eigendoms- en aansprakelijkheidsverhoudingen. De overeenkomst zal in ieder geval een geldigheidsduur van 10 jaar hebben. Dit plan dient als toetsingskader voor het beoordelen van de aanvragen voor een laadpaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Fase 1 is voorzien voor het jaar 2016 en fase 2 voor de periode 2017 t/m 2019.</p>\n<p class=\"lf-p\">Green Deal Op 9 juni 2015 is een Green Deal Openbaar Toegankelijke Elektrische Laadinfrastructuur in werking getreden die de verdere ontwikkeling van openbaar toegankelijke laadinfrastructuur beoogt te stimuleren. Samen met de provincie Limburg en de Provincie Brabant zullen we vanuit deze green deal medefinanciering voor de verdere uitrol van publieke laadinfrastructuur organiseren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze samenwerking zien we tevens als een basis voor publieke laadinfrastructuur ook op langere termijn. Enerzijds door de ontwikkeling van de laadinfrastructuur op de lange termijn bij te kunnen buigen, anderzijds verbreden van de korte termijn strategie door innovaties in de vorm van lokaal opgewekte duurzame energie en slim laden van elektrische voertuigen. Kortom voor het faciliteren van de energietransitie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verkeersbesluit Voor het bestemmen van een parkeervak voor het opladen van elektrische voertuigen is een Verkeersbesluit nodig. We zullen zoveel mogelijk streven naar clustering van laadpalen op locaties die zich goed lenen voor laden, gezien de ligging in de wijk en de parkeersituatie ter plekke en de onderlinge nabijheid van andere aanvragers. De meest logische locaties zullen op basis van de strategische kaart al worden benoemd als laadlocaties in een Verkeersbesluit. Daarnaast blijft het altijd mogelijk een individueel Verkeersbesluit te nemen op een aanvraag voor een locatie die niet vooraf door ons is benoemd, maar wel aan de voorwaarden voldoet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Fiscaal parkeer regime In 2014 is door de gemeente besloten om bestaande rijders van elektrische auto’s te faciliteren door hen tijdens het laden vrij te stellen van parkeerbelasting en de parkeerduur van 2 uur te verlengen naar 4 uur. Dit is besloten omdat er nog geen nieuwe laadpalen geplaatst konden worden en E-rijders in het centrum alleen gebruik konden maken van betaalde parkeerplaatsen voor het opladen van elektrische auto’s. Omdat er nu sprake is van een plan waarbinnen de laadinfrastructuur sterk kan worden uitgebreid is het niet langer nodig de huidige gebruikers nog langer te compenseren. Daarom zal het besluit van juli 2014 op 1 augustus 2016 worden ingetrokken. Dat betekent dat vanaf 1 augustus 2016 voor een parkeervak waar kan worden opgeladen altijd het parkeerregime geldt dat ook voor de hele parkeersectie geldt waarin de parkeervakken zijn gelegen, zoals bijvoorbeeld vergunningparkeren of betaald parkeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">APV Het is verboden om zonder vergunning van de gemeente de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan (APV art. 2.1.5.1). Uitgezonderd zijn door de gemeente aangewezen gevallen, mits de algemene regel worden nageleefd (APV art. 2.1.5.1.lid 2 onder h). Het besluit waarmee dit uitvoeringsplan wordt vastgesteld behelst tevens het besluit dat dit plan fungeert als de door de gemeente aangewezen gevallen. Daarmee wordt voorkomen dat voor iedere aanvraag een afzonderlijke vergunning in het kader van de APV moet worden verleend. Tevens worden de voorwaarden voor het realiseren van een laadpaal ook in de overeenkomst opgenomen, conform dit uitvoeringsplan. Ook daarmee is geborgd dat dit gebeurt met oog voor de veiligheid en gemeentelijke eisen voor de openbare ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Precariobelasting Het gebruik van de grond zal worden geregeld in de overeenkomst. De grond van de oplaadlocatie (laadpaal) wordt (om niet) in gebruik gegeven aan de infraprovider (de aanbieder en beheerder) van laadpalen. Omdat de grond daarmee niet openbaar is, is precarioheffing niet aan de orde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omgevingsvergunning In artikel 2.2 van het Besluit Omgevingsrecht wordt verwezen naar een bijlage waarin zaken staan opgenomen waarvoor geen vergunning nodig is. Bijlage 2, artikel 18 is hierbij relevant. Hierin is voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde een uitzondering gemaakt voor het opladen van accu’s van voertuigen. Op basis van dit artikel is dus geen omgevingsvergunning nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verlengde private aansluiting (VPA) In een landelijke pilot is de mogelijkheid onderzocht van een laadsituatie waarbij in de openbare ruimte wordt geparkeerd en de laadpaal in de openbare ruimte is geplaatst, maar waarbij de stroomvoorziening is aangesloten op de meterkast van de particulier. Dit is een situatie die wenselijk zou kunnen zijn indien eigen terrein (erf of oprit) ontbreekt of te klein is. Bijkomend voordeel is de lage stroomprijs voor de gebruiker.</p>\n<p class=\"lf-p\">Echter er zijn nog een aantal nadelen en onzekerheden aan verbonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belangrijkste onzekerheid is dat laadpunten in de publieke ruimte door natrekking eigendom van de gemeente zijn, tenzij dit geregeld wordt door middel van opstal of erfpacht. De gemeente blijft in het geval van een VPA echter de ogenschijnlijke ‘bezitter’, en daarmee ook de aansprakelijke partij. De gevolgen van die aansprakelijkheid kan een gemeente middels een private overeenkomst (modelcontract) grotendeels bij de aanvrager van het VPA neerleggen, maar niet geheel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het heeft derhalve onze voorkeur dat de laadpaal altijd wordt aangesloten op het elektriciteitsnet in de openbare ruimte. Voor de gebruiker betekent dit dat weliswaar een hoger stroomtarief aan de orde is, hoewel door de Europese aanbesteding binnen het kader van de Green deal een scherp tarief kan worden gehanteerd. Bovendien vervallen voor de gebruiker de investeringskosten in de laadpaal zelf. Voor deze gebruikers bestaat de mogelijkheid om gewoon een laadpaal in de openbare ruimte aan te vragen. Waarbij de keuze van de locatie bij de gemeente komt te liggen, zodat meer sturing op de kwaliteit van de openbare ruimte mogelijk is en meer rekening met andere gebruikers kan worden gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Derhalve zullen wij geen APV vergunning verlenen voor het realiseren van verlengde private aansluitingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kabels over trottoir Het zelfde geldt voor situaties waarbij vanuit huis of bedrijfsvestiging wordt geladen, maar dan zonder laadpaal in de openbare ruimte. Hierbij lopen dan de kabels over de openbare weg of trottoir. Om risico’s uit te sluiten, zal de gemeente deze oplossing niet toestaan op basis van de APV.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien bestaat er geen noodzaak meer voor dergelijke oplossingen omdat dit uitvoeringsplan een goede en betaalbare laadpaal kan bieden via een aanvraagprocedure bij de infraprovider, waarmee de gemeente een overeenkomst heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 1 Omschrijving laadprofielen volgens de laadladder Laadinfrastructuur op privé terrein Een aanvrager die kan parkeren en laden op eigen terrein zal geen aanvraag kunnen doen voor een laadpaal in de openbare ruimte. Deze zal dus een De eigenaar van de laadinfrastructuur is vrij om te bepalen of deze ook ter beschikking wordt gesteld aan andere EV-rijders. Alleen door erkende installateurs geïnstalleerde officiële laadpunten komen in aanmerking voor openbaar beschikbaar stellen en zijn zichtbaar op de strategische kaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente zal aangeven dat opladen op privé terrein de enige mogelijkheid is. Hierdoor is het niet nodig om een laadpaal te plaatsen in de publieke ruimte of aan te sluiten op het openbare elektriciteits netwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente beveelt het gebruik van groene stroom aan voor Laadinfrastructuur op publiek toegankelijke ruimte Afhankelijk van de gegevens van de aanvraag , kan de keuze worden gemaakt voor een laadpaal op publiek openbaar terrein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zijn er meerdere aanvragen in de nabije omgeving, of is er een verwachting dat er in het desbetreffende gebied meerdere aanvragen kunnen komen, dan zal de mogelijkheid tot clustering van de laadpunten worden onderzocht om te komen tot een geschikte centrale locatie. Daarbij valt te denken aan een strategische locatie waarbij uitbreiding van laadpunten gemakkelijk te realiseren is. Dit kan zowel op publiek terrein alsmede op privaat terrein van een stakeholder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn twee scenario’s voor laadinfrastructuur in publiek toegankelijk terrein. Een publiek toegankelijk privaat terrein en een publiek toegankelijke openbaar terrein. Bij de aanvraag van EV-rijder(s) voor een laadpaal in de publieke ruimte, worden beide mogelijkheden onderzocht. Deze twee scenario’s worden in de onderstaande artikelen toegelicht.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Een publiek toegankelijke parkeerplek op privaat terrein met laadpunt Eigenaren en beheerders van publiek toegankelijke parkeerplekken, zoals horeca- en recreatieondernemers, parkeerterreinen en -garages en bedrijventerreinen, kunnen laadpunten plaatsen die publiek toegankelijk zijn. Deze partijen worden gezien als potentiële stakeholders voor laadinfrastructuur. De grote stakeholders zijn aangegeven op de strategische kaart.</div>\n<p class=\"lf-p\">Aanvraag stakeholder Wanneer een stakeholder overweegt een laadpunt te realiseren moedigt de gemeente het aan dat het desbetreffende laadpunt openbaar wordt gesteld. De gemeente zal in dat geval een ondersteunende rol vervullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvraag EV-rijder(s) / strategische locaties Bij een of meerdere aanvragen van EV-rijders of door de gemeente geïdentificeerde strategische locaties worden de mogelijkheden tot het realiseren van een laadpunt op privaat terrein van stakeholders onderzocht. De gemeente zal contact opnemen met de stakeholder en de mogelijkheden tot het realiseren van een laadpunt bespreken. Wanneer de stakeholder besluit een laadpaal te installeren en openbaar te stellen, zal de gemeente een ondersteunende rol vervullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondersteunende rol vanuit gemeente De gemeente heeft een ondersteunende rol in het scenario van publiek toegankelijke laadpunten op privaat terrein bij een stakeholder.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondersteuning zal in de praktijk plaatsvinden door de realisatie van de laadpaal te laten plaatsvinden door de infraprovider met wie de gemeente een overeenkomst heeft afgesloten. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de aanvraagprocedure via de infraprovider.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aansprakelijkheid De infraprovider van de laadinfrastructuur is aansprakelijk voor alle schade die door het gebruik van de laadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur of anderszins aan derden wordt veroorzaakt. De gemeente is op geen enkele manier aansprakelijk voor eventuele schade die door de laadpaal en/of andere infrastructuur is veroorzaakt. De beheerder vrijwaart hiervoor de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Openbaarheid laadpaal/infrastructuur De laadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur is 24 uur per dag en 7 dagen per week openbaar toegankelijk, in die zin dat deze voor iedereen te gebruiken is voor het opladen van zijn / haar elektrische voertuig. De beheerder zorgt voor zoveel mogelijk actuele informatie richting het publiek over de aanwezigheid en beschikbaarheid van het oplaadpunt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Marktconform tarief De stakeholder mag de laadpaal financieel exploiteren door deze tegen een financiële vergoeding aan te bieden aan derden. Echter de gemeente stelt de eis dat dit maximaal tegen een marktconform tarief wordt aangeboden.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Een openbare parkeerplek en publiektoegankelijk laadpunt in de openbare ruimte EV-rijders die geen mogelijkheid hebben om te laden met één van de hiervoor beschreven oplossingsrichtingen zijn aangewezen op de publiektoegankelijke laadpunten in de openbare ruimte. Het plaatsen, beheer en onderhoud van de laadpalen is in handen van infraproviders. Deze infraproviders sluiten een overeenkomst af met de gemeente, waarbij aanvragen aan dit plan worden getoetst..</div>\n<p class=\"lf-p\">Rol infraprovider Wanneer een strategische locatie in de openbare ruimte wordt geïdentificeerd, en door de gemeente is geaccordeerd, dan zal de infraprovider het initiatief nemen om laadinfrastructuur te realiseren waarbij de infraprovider de betreffende laadinfrastructuur zal plaatsen, exploiteren, beheren en onderhouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente zal dan een verkeersbesluit nemen tot het aanwijzen van parkeerplaatsen voor het opladen van elektrische voertuigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Financiële bijdrage gemeente:</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente zal financiële ondersteuning bieden aan de laadpaal wanneer er een combinatie gemaakt zal worden met de Green Deal ‘Openbaar Toegankelijke Elektrische Laadinfrastructuur’, waarbij het Rijk, de provincie Limburg en Enexis tevens een financiële bijdrage zal leveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de periode waarin geen sprake is van een Green Deal draagt de gemeente de kosten voor de inrichting van de parkeervakken door het plaatsen van een verkeersbord en een stempel in het parkeervak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bereikbaarheid De infraprovider van laadinfrastructuur van de laadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur is 24 uur per dag en 7 dagen per week bereikbaar voor EV-rijders, hulpdiensten en gemeenten in het geval van vragen, storingen en calamiteiten. De telefoonnummers van de storingsdienst en de helpdesk zijn vermeld op de laadpaal/-infrastructuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handhaving De gemeente zal , binnen de grenzen van haar competentie, zorgdragen voor toezicht en parkeerbeheer volgens het op de betreffende oplaadlocatie geldende fiscale regime. Daarnaast zal de gemeente bevorderen dat andere toezichthoudende, beherende en handhavende instanties op een constructieve wijze reageren indien er op een niet correcte wijze gebruik gemaakt wordt van een oplaadlocatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Openbaarheid laadpaal/infrastructuur De laadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur is 24 uur per dag en 7 dagen per week openbaar toegankelijk, in die zin dat deze voor iedereen te gebruiken is voor het opladen van zijn / haar elektrische voertuig. De beheerder zorgt voor zoveel mogelijk actuele informatie richting het publiek over de aanwezigheid en beschikbaarheid van het oplaadpunt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Betaald parkeren/vergunninghouders/blauwe zone In gebieden waar betaald parkeren of vergunninghouders parkeren is ingevoerd of waar een maximale parkeerduur (blauwe zone) of enige andere restrictie geldt, geldt deze restrictie onverminderd ook voor de oplaadvakken, tenzij anders vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Intrekken/wijzigen van vergunning en verkeersbesluit Indien de infraprovider van de laadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur zich niet houdt aan de regels uit het uitvoeringsplan, wordt daarmee niet voldoen aan de regels die zijn verbonden aan de APV, deze situatie geldt dan als niet vergund. De gemeente kan in dat geval ook het verkeersbesluit, waarbij de parkeerplaatsen voor het opladen van elektrische voertuigen zijn aangewezen, intrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente kan de vergunning en/of het verkeersbesluit tevens intrekken, wanneer er in de praktijk niet of nauwelijks gebruik wordt gemaakt van de laadpaal en/of oplaadinfrastructuur. Het is niet gewenst dat daardoor een of meerdere parkeerplaatsen (nagenoeg) geheel onbenut blijven. In deze gevallen heeft de aanbieder het recht en de plicht de laadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur binnen een door de gemeente aan te geven termijn te verwijderen. De hiermee samenhangende kosten zijn voor de rekening van de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente kan de vergunning ook wijzigen of intrekken, indien er een wegreconstructie plaatsvindt als gevolg waarvan de aangewezen parkeerplaatsen zullen verdwijnen. In dat geval zal de gemeente samen met de beheerder bezien of er een alternatieve locatie voor een laadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur met bijbehorende parkeerplaats(en) in de directe nabijheid mogelijk is. Verplaatsingskosten hiervoor zijn voor rekening van de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Informatie over gebruik oplaadinfrastructuur De infraprovider van een laadpaal en/of oplaadinfrastructuur geeft op verzoek van de gemeente inzicht in het feitelijke gebruik hiervan op kwartaal niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere omstandigheden De gemeente beseft dat de ontwikkelingen op het gebied van elektrisch rijden en laadinfrastructuur nieuw en nog volop in ontwikkeling zijn. Met dit uitvoeringsplan wil de gemeente duidelijkheid verschaffen over de voorwaarden, criteria en condities die van toepassing zijn op het realiseren van laadpalen en/of andere oplaadinfrastructuur in de gemeente. In specifieke, bijzondere of onvoorziene omstandigheden kan de gemeente besluiten van deze regels af te wijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aansprakelijkheid De infraprovider van de laadinfrastructuur is aansprakelijk voor alle schade die door het gebruik van de laadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur of anderszins aan derden wordt veroorzaakt. De gemeente is op geen enkele manier aansprakelijk voor eventuele schade die aan en door de laadpaal en/of andere infrastructuur is veroorzaakt. De beheerder vrijwaart hiervoor de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 2 Begripsbepalingen en definities In dit uitvoeringsplan wordt verstaan onder: elektrisch motorvoertuig: een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wegenverkeerswet 1994, dat bij de RDW staat geregistreerd als auto en geheel of gedeeltelijk door een elektromotor wordt aangedreven waarvoor de elektrische energie geleverd wordt door een batterij en waarvan de batterij (mede) kan worden opgeladen door middel van een voorziening buiten het voertuig; oplaadinfrastructuur: het geheel van oplaadsystemen op basis van stekker aansluitingen, palen, aansluitingen op het elektriciteitsnet en andere voorzieningen in de openbare ruimte op of aan de weg, bestemd voor het opladen van elektrische voertuigen; laadpaal: een oplaadobject met een aansluiting voor het opladen van elektrische voertuigen. De term laadpaal wordt gebruikt als verzamelnaam voor alle vormen van oplaadunits, en kan betreffen een laadpaal, een laadunit die aan muur en/of paal gehangen kan worden (wallbox) en eventuele andere vormen; oplaadpunt: een aansluiting voor een stekker waar een elektrische auto opgeladen kan worden. Een laadpaal kan meerdere oplaadpunten hebben; laadkabel: een kabel, in gebruik of in eigendom bij de EV-rijder, benodigd om de EV op te laden door deze aan te sluiten op een oplaadpunt; strategische kaart: een geografisch overzicht met daarop zichtbaar de verschillende factoren die van invloed zijn op de keuze per locatie voor het soort oplaadinfrastructuur dat op die specifieke plek het meest aan te bevelen is. In de strategische kaart worden onder andere als factoren meegenomen: de socio-economische huishoudens klasse, huishouddichtheid, (succes van) huidige openbaar beschikbare laadinfrastructuur en (potentiële) stakeholders; aanvrager: Een aanvrager kan een particulier of een (publieke of private) stakeholder zijn, met interesse in een laadpaal. Een aanvrager dient een aanvraag in voor een laadpaal bij de gemeente;</p>\n<p class=\"lf-p\">VPA: Verlengde Privé Aansluiting. Een oplaadpunt op openbaar terrein waarbij de aanschaf, installatie, bekostiging en beheer vallen onder de verantwoording van een privé persoon. stakeholder: een bedrijf en/of organisatie, gevestigd in de gemeente, met publiektoegankelijke parkeerplaatsen op privé terrein. Hierbij valt te denken aan bedrijven/organisaties in de recreatie sector (woonboulevard, winkelcentra, autoboulevard, pretparken, horeca, etc.), parkeergarages/terreinen en werkgevers (ziekenhuizen, scholen/universiteiten, etc.) een overheidsinstantie zoals de gemeente die openbare laadpunten wil realiseren in de openbare ruimte of op eigen locaties (zoals bij gemeentehuis) EV-rijder: een particulier die eigenaar en/of bezitter is van een elektrisch voertuig en een laadpas die op een oplaadlocatie zijn of haar elektrische auto wil opladen en woonachtig en/of werkzaam is in de gemeente of bezoeker is van deze gemeente; netbeheerder: de partij die is berust met de wettelijke taak voor het beheer en onderhoud van het elektriciteitsnet, evenals het verzorgen van nieuwe aansluitingen op het elektriciteitsnet; serviceprovider: aanbieder van laaddiensten aan gebruikers (zoals de uitgifte van laadpassen); infraprovider: de infraprovider is exploitant en eigenaar van laadpalen die verantwoordelijk is voor beheer en onderhoud en het oplossen van storingen en klachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 3 Strategische kaart - laadinfrastructuur Bekend gemaaktin 1Maastricht: d.d. 28 juli 2016 Inwerkinggetreden: d.d. 29 juli 2016 Algemene regels voor vergunningvrij tijdelijk plaatsen van containers en steigers buiten het centrum op, aan of boven de weg Op grond van artikel 2.1.5.1, lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening Maastricht 2006 (APV) is het verboden voorwerpen of stoffen op, aan of boven de openbare weg te plaatsen zonder een vergunning van het college. Hiertoe behoort onder meer het plaatsen van een container of steiger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van artikel 2.1.5.1, lid 2 sub h APV heeft het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om in een beleidsregel gevallen aan te wijzen waarvoor het bovenbedoelde verbod niet geldt, en de algemene regels vast te stellen waaraan in dat geval dient te worden voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit past in het streven van de overheid om te dereguleren en daar waar mogelijk een vergunningplicht om te zetten in algemene regels. Concreet betekent dit dat er geen vergunning meer nodig is wanneer de voorwerpen of stoffen die op, aan of boven de openbare weg worden geplaatst passen binnen de hieronder opgenomen algemene regels. Uiteraard is een ieder zelf verantwoordelijk voor het correct en veilig plaatsen van die voorwerpen of stoffen. Eventuele schade die uit de plaatsing daarvan zou voortvloeien is dan ook voor eigen rekening en risico.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het voorgaande besluit het college: door vaststelling van deze algemene regels het plaatsen van een container en steiger buiten het centrum aan te wijzen als geval waarvoor de vergunplicht als bedoeld in artikel 2.1.5.1, lid 1 APV niet geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanwijzing Hierbij wijst het college op grond van het bepaalde in artikel 2.1.5.1, lid 2 sub h APV, het plaatsen van een container en steiger buiten het centrum[1] aan als gevallen waarvoor de vergunningplicht als bedoeld in artikel 2.1.5.1, lid 1 APV niet geldt. In dat geval dient wel te worden voldaan aan de volgende algemene regels:</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden voor melding tijdelijk plaatsen container buiten het centrum</span></h4></div>", "next": 239696}