{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Rijswijk heeft een rijkdom aan cultureel erfgoed (zie ook hoofdstuk 2). Cultureel erfgoed is essentieel voor het beleven van de kwaliteit van de leefomgeving. Onze hoofdambitie is dan ook het behouden, beheren, onderzoeken, en het toegankelijk en beleefbaar maken van het Rijswijkse erfgoed. Dit doen we in samenspraak met onze kennis- en erfgoedpartners[17]. Tegelijk zorgen we voor ons ‘nieuwe’ erfgoed door bij verdere ontwikkeling van de stad voorwaarden te stellen aan de ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdlijnen erfgoedbeleid en Erfgoednota Rijswijk Onze ambities voor het behoud en beheer van de tastbare overblijfselen van de cultuurhistorie van de stad hebben we beschreven in de Erfgoednota Rijswijk[18]. Uitgangspunt van het beleid is dat erfgoed culturele waarde toevoegt aan de leefomgeving. De hoofdlijnen van het erfgoedbeleid in de Erfgoednota zijn geconcentreerd in vier thema’s of programma’s: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als erfgoed kon spreken: Als erfgoed kon spreken vertelde het de verhalen van de Rijswijkers. De mensen die er wonen en woonden vormen samen de geschiedenis van duizenden jaren, vanaf de Nieuwe Steentijd tot aan onze eigen 21ste eeuw. Rijswijk koestert de onder- en bovengrondse monumenten en gaat zorgvuldig om met de erfgoedwaarden van archeologische, gebouwde en aangelegde (groene) monumenten zodat het behoud van het cultureel erfgoed voor de toekomst is geborgd. Dit doen we zowel fysiek (monumentendagen, lezingen, rondleidingen, publicaties, informatieborden) als via de diverse digitale kanalen. Het nieuwe erfgoed wordt in kaart gebracht, gewaardeerd en de beschermingsmogelijkheden nader onderzocht zodat het erfgoedbestand steeds kan worden geactualiseerd, behouden en zorgvuldig beheerd. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maatschappelijke waarde: Het (depot)beheer, behoud en de ontsluiting van erfgoed is een gedeelde verantwoordelijkheid van de gemeente, andere partijen en (particuliere) eigenaren. Het erfgoedbeheer, de registratie, doorzoekbaarheid en kennisborging zijn belangrijke voorwaarden voor het toegankelijk maken van erfgoed voor intern en extern gebruik. Toegankelijkheid is een wettelijke plicht en noodzaak voor goede uitvoering van kerntaken van de gemeente, zoals deskundige advisering ten behoeve van vergunningverlening. Maar toegankelijkheid vergroot ook de beleefbaarheid en daarmee de maatschappelijke waarde van erfgoed. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Erfgoed en stadsontwikkeling: Het inpassen van erfgoed in de fysieke leefomgeving betekent rekening houden met de belangen van het erfgoed, maar ook kwaliteiten en waarden van het erfgoed benoemen en als uitgangspunt nemen voor stadsontwikkeling, herbestemming en vergunningverlening zodat de historische en culturele identiteit van een plan kan worden versterkt. Degelijke advisering door archeologen en monumentendeskundigen zorgt ervoor dat cultuurhistorische waarden worden meegewogen. Om waarden te kunnen bepalen is het noodzakelijk het erfgoed te onderzoeken, te analyseren en te beoordelen op de cultuurhistorische betekenis: wat zijn de waarden van een gebouw of een gebied, wat moet daarvan worden behouden en wat kan leidend zijn in de verbouwings- en ontwikkelplannen. d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Monumenten en duurzaamheid: Voor beschermde monumenten wil de Rijksoverheid een gemiddelde CO2-reductie bereiken van 40% in 2030 en 60% in 2040. Ook monumenten kunnen door middel van energiebesparende maatregelen duurzamer worden gemaakt. Wat er wel en niet kan is afhankelijk van de unieke waarde van het gebouw, de technische staat en het belang voor de omgeving. Sommige maatregelen zijn niet geschikt voor historische gebouwen; andere wel. Het kan voorkomen dat de historische waarden zwaarder wegen dan het belang van duurzaamheid, maar dit is lang niet altijd het geval. Het is hoe dan ook belangrijk dat er energie wordt bespaard en opgewekt voor het behoud van erfgoed op de lange termijn. Ook herbestemming kan bijdragen aan duurzaamheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meewegen van cultuurhistorie in ruimtelijke plannen Cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij omgevingsvergunningen en in ruimtelijke plannen en dus in de deskundige advisering op de betreffende vakgebieden. Indien nodig worden cultuurhistorische onderzoeken gedaan om monumentale waarden te bepalen en inventariserend archeologisch onderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en veldonderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nieuwe Adviescommissie omgevingskwaliteit Rijswijk is sinds 2023 in een bredere samenstelling gaan functioneren volgens de nieuwe verordening van de Adviescommissie. Er zijn twee commissieleden vertegenwoordigd met deskundigheid op het terrein van het cultureel erfgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doorwerking van het erfgoedbeleid De zorg voor het erfgoed en de erfgoedbronnen krijgt met de erfgoednota een nieuwe impuls. De erfgoednota geeft een overzicht van de ambities van toekomstig beleid. Jaarlijks zal een uitvoeringsplan worden opgesteld. Het op orde brengen van de basis heeft prioriteit, zoals het erfgoedregister en de archeologische verslaglegging en depotvoorziening, maar ook de ontsluiting van bouwtekeningen en beeldmateriaal. We werken aan een stappenplan met een tijdlijn om hier de komende jaren verbetering in de brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het erfgoedbeleid is gericht op het borgen van het beschermingsregime in het omgevingsplan, waarbij actualisatie zal plaats vinden waar nodig. De Erfgoedverordening van Rijswijk is in 2024 geactualiseerd en aangevuld om de beschermingsinstrumenten te verruimen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Erfgoed en participatie Er is een toenemende maatschappelijke behoefte om toegang te hebben tot erfgoed en aan participatie bij erfgoed- en ontwikkelvraagstukken. Het nieuwe erfgoedbeleid bedient de burger door erfgoedkennis te delen en de openbare vindbaarheid en het publieksbereik te vergroten Monumentenzorg Het doen van onderzoek is noodzakelijk om beleidsinstrumenten zoals de erfgoednota en het omgevingsplan op te stellen, te actualiseren en toe te passen. Om te zorgen dat cultureel erfgoed aan het begin van ruimtelijke planvorming wordt meegewogen moeten cultuurhistorische inventarisaties en waardestellingen worden gemaakt om de cultuurhistorische waarden van gebouwen in een gebied te bepalen. Ook bij vergunningaanvragen voor ingrepen in beschermde monumenten (kaart: ‘rijksmonumenten’ | ‘gemeentemonumenten’) en gebieden met cultuurhistorische waarden worden de bouw-, architectuur- en cultuurhistorische waarden bepaald. Daarmee kunnen voorwaarden gesteld worden aan de vergunning. Het doel is om aan te geven welke gebouwen of elementen behouden moeten worden, herkenbaar moeten blijven of versterkt kunnen worden en welke elementen mogen verdwijnen. Onze cultuurhistorische waardenkaart geeft het kader aan voor toekomstige ontwikkelingen (kaart: ‘Cultuurhistorische waardenkaart’).</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanwijzen van nieuw cultuurhistorisch waardevol erfgoed We willen ons beleid met betrekking tot het aanwijzen van cultuurhistorisch waardevol erfgoed versterken, met name het naoorlogse erfgoed (wederopbouw en post-65). Ons voornemen is om ‘parels en structuren’ uit die periode aan te wijzen naast enkele oudere stads- en dorpsgezichten. In de verre toekomst (2050) zal het aan te wijzen erfgoed van steeds recentere datum zijn, zodat ook de iconische gebouwen van nu in de toekomst kunnen worden beschermd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cultuurlandschappen In de Erfgoednota zijn een aantal waardevolle cultuurlandschappen aangewezen, en nader omschreven. Hieronder vallen onder meer de landgoederenzone, stadsparkzone en Vlietzone (kaart: ‘Landgoederenzone’ | ‘Stadsparkzone’ | ‘Vlietzone’). Ook is er op enkele plaatsen in Rijswijk nog een historische polderverkaveling in het landschap aanwezig (kaart: ‘historische verkaveling’): Bij nieuwe ontwikkelingen sturen we op inpassing en behoud van deze gebieden. In het omgevingsplan zullen we deze gebieden waar mogelijk beschermen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landgoederenzone en provinciale erfgoedlijnen We werken samen met de provincie om natuur- en erfgoedwaarden in de provinciale erfgoedlijnen verder te ontwikkelen. Op die manier zetten we de erfgoedlijnen die het grondgebied van de gemeente doorkruisen (Landgoederenzone, Vlietzone, Atlantikwall en molenbiotoop) beter op de kaart (kaart: ‘landgoederenzone’ | ‘Vlietzone’ | ‘bunkercomplex Park Overvoorde’ | ‘molenbiotoop’).</p>\n<p class=\"lf-p\">Veel buitenplaatsen in Rijswijk hebben de beschermde status van landgoedbiotoop en worden beschermd via de provinciale omgevingsverordening en ons eigen omgevingsplan. Dat betekent dat de samenhangende structuur van de hoofd- en bijgebouwen met tuin en park en het omringende groen beschermd is, net als het blikveld, de zichtlijnen en panorama’s van de cultuurlandschappelijke aanleg (kaart: ‘Landgoederenzone (provincie)’). In de Erfgoednota Rijswijk 2024-2032 is beleid geformuleerd om de ‘functie erfgoed’ aan de hele Landgoederenzone en Vlietzone toe te kennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het koersdocument Erfgoedlijn Landgoederenzone Zuid-Holland 2030 zijn daarnaast vier ambities gedefinieerd die hier relevant zijn: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Betere buitenplaatsen: kwalitatieve doorontwikkeling in lijn met de kernwaarden; b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sterke clusters: versterken van de lokale clusters van de buitenplaatsen; c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lijn in de landgoederenzone: versterken van de samenhang en herkenbaarheid; d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naar buiten: verbinding met de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naoorlogs erfgoed De voorraad naoorlogse gebouwen, stedenbouw en openbaar groen is zeer kenmerkend voor Rijswijk en maakt een groot deel uit van de gebouwde omgeving. Herkenbaar is de strokenbouw met halfhoge portiekwoningen en hoge flats, de royale afmetingen van doorgaande wegen en een rijkdom aan laan- en plantsoenbeplanting. Om te voorkomen dat dit verdwijnt willen we zelf een voorbeeld zijn in de omgang met het moderne erfgoed. Zo hebben we het stadhuis (1967) in 2023 opnieuw als huisvesting van de gemeente in gebruik genomen, als begin van de herwaardering van het naoorlogse erfgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">De stedenbouwkundige aanleg van Rijswijk uit de naoorlogse periode is van hoge ruimtelijke kwaliteit. Het openbaar groen speelde daarbij een grote rol, maar ook aan de samenhang in architectuur, materialisatie en kleurstelling ontlenen de verschillende buurten hun karakter. De groene ruimte langs de wegen, rondom de woonblokken en in de plantsoenen en binnentuinen zorgt voor ruimtelijke verbinding. Dit willen we graag in stand houden, met het juiste onderhoud en daarvoor isinzicht in het ontwerp van de openbare ruimte en de bijbehorende beplantingsplannen van belang. In de Erfgoednota hebben we hiervoor een verwachtingswaardenkaart naoorlogs erfgoed opgenomen. Deze kaart is een belangrijk instrument om inzicht te krijgen in de aanwezige erfgoedwaarden uit de periode 1945-1990. Het is een attentiemiddel bij ontwikkelingen en biedt aanleiding voor het aanwijzen van monumenten en beeldbepalend en beeldondersteunend erfgoed, dan wel het toekennen van een erfgoedfunctie in het omgevingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Historische land- en waterwegen Rijswijk kent een aantal belangrijke historische landwegen (onder andere Van Vredenburchweg, Herenstraat, Geestbrugweg, Jaagpad, Delftweg, Winston Churchilllaan en het spoortracé), maar ook uitpaden en voetpaden waaronder het Julialaantje (kaart: ‘historische landweg’). Deze wegen zijn lang bepalend geweest voor de bereikbaarheid van Rijswijk en voor de stedenbouwkundige inrichting. Waar nodig nemen we maatregelen of zorgen we voor bescherming in het omgevingsplan om deze historische wegen te behouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook zijn er enkele historische waterwegen, die tot in de negentiende eeuw een belangrijke wijze van vervoer vormden. Naast de Vliet, Zandvaart en Spieringswetering bestaan er nog een aantal oude sloten die een belangrijke rol hebben gespeeld in de waterhuishouding van het landschap. Ook deze structuren zullen waar mogelijk worden beschermd en hersteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Archeologie Binnen de wettelijke kaders streven we ernaar om archeologie een belangrijke plaats te geven bij ruimtelijke ontwikkelingen. We doen alles wat nodig is voor behoud en goede omgang met archeologische vindplaatsen. Archeologisch onderzoek mag alleen plaatsvinden op basis van een goedgekeurd Programma van Eisen. De verantwoordelijkheid voor archeologisch erfgoed is verschoven naar de gemeente, wat een proactieve benadering vereist om onze rijke historie te bewaren en te presenteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onze ambities gaan verder dan alleen wettelijke verplichtingen. We willen onze opgravingsbevoegdheid behouden en archeologisch onderzoek in eigen beheer houden, om zo snel en efficiënt te kunnen reageren op nieuwe vondsten en ontwikkelingen. Dit draagt bij aan kennis van het lokale archeologische veld. In het kader van de Erfgoednota hebben we onze archeologische waardenkaart geactualiseerd (kaart: ‘Archeologische verwachtings- en beleidskaart’).</p>\n<p class=\"lf-p\">We actualiseren de Lokale Onderzoeks Agenda Rijswijk (LOAR), die inspeelt op zowel lokale als bredere onderzoeksvragen binnen de archeologie. Deze dient onder meer als leidraad bij de uitwerking, vraagstelling, interpretatie en rapportage van reeds voltooide opgravingen. Dit onderdeel benadrukt de ambitie om archeologie toegankelijk en relevant te maken voor een breder publiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stedenbouwkundige en ruimtelijke kwaliteit bij ontwikkelingen Nieuwe ontwikkelingen passen binnen de ruimtelijke structuur en dragen bij aan de stedenbouwkundige kwaliteit van de stad (kaart: ‘transformatie-/ontwikkellocatie’). De ontwikkelingen worden integraal aangepakt door een nauwe samenwerking tussen verschillende vakdisciplines. De ruimtevraag voor nieuwe woningen, bedrijven en maatschappelijke functies krijgt plaats binnen bestaand bebouwd gebied (verdichting). Op die manier willen we ons groen behouden en onze openbare ruimte zo veel mogelijk sparen. Het realiseren van nieuwe woningen (of andere functies) in winkelcentra, kantoorgebieden of bestaande woonwijken is tegelijk een oplossing voor leegstand en aanleiding om de ruimtelijke kwaliteit van het gebied te verhogen. Intensiveren van bebouwing bij vervangende nieuwbouw, vergroten van de bouwhoogte door optopping en de transformatie van bestaande bebouwing zijn middelen om – al dan niet gecombineerd – hiervoor extra ruimte te creëren. De mogelijkheden voor verdichting moeten per locatie worden onderzocht en bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoogbouw maakt onderdeel uit van de ruimtelijke en functionele structuur van de stad. We hebben onze uitgangspunten bepaald in een hoogbouwvisie, en werken nog aan nuancering en aanscherping daarvan. Op een aantal locaties in de stad zien we aanleiding voor een grotere bouwhoogte om daarmee de zichtbaarheid en herkenbaarheid te vergroten en de identiteit te versterken. Hoogbouw is mogelijk in daarvoor aangewezen gebieden; daarbuiten geldt een ‘nee tenzij’. De bouwhoogte is gerelateerd aan de betekenis van de plek en kent drie gradaties: structuurdragers, stedelijk accent en regionaal accent. Daarnaast zijn wijk- en buurtaccenten mogelijk (strikt genomen geen hoogbouw). Daarbij moet hoogbouw voldoen aan een aantal ruimtelijke, technische en maatschappelijke criteria. Dit resulteert in de volgende uitgangspunten:</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangewezen gebieden voor hoogbouw werken we nog nader op een kaart uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bouwhoogte is gerelateerd aan de plek en kent de volgende gradaties: wijk- en buurtaccent: oriëntatiepunt in wijk of buurt (30 à 40 m); structuurdragers: de lange lijnen in de stad (&lt; 60 m); stedelijk accent: oriëntatiepunt in de stad (70 à 80 m); regionaal accent: prominente locaties langs regionale wegen en zichtlijnen (+/- 100 m).</p>\n<p class=\"lf-p\">De ruimtelijke criteria zijn: hoogbouw kent een stedelijke laag, plint, toren en bekroning; hoogbouw is van hoge architectonische kwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De technische criteria zijn: er is aangetoond dat een aanvaardbaar windklimaat ontstaat dat past bij het gebruik van de omgeving; de bezonning van omliggende woningen voldoet aan de lichte TNO norm: niet meer dan twee uur zon op een bepaalde dag in het jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maatschappelijke criteria zijn: er is ruimte voor ontmoeting, multifunctionaliteit en flexibiliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelen Behouden, beheren, onderzoeken, en het toegankelijk en beleefbaar maken van het Rijswijkse erfgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Archeologie toegankelijk en relevant maken voor een breder publiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorgen voor ons ‘nieuwe’ erfgoed door bij ontwikkeling van de stad voorwaarden te stellen aan de ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Randvoorwaarden / uitgangspunten Cultuurhistorische waarden meewegen bij omgevingsvergunningen en in ruimtelijke plannen. Indien nodig archeologische en cultuurhistorische onderzoeken om monumentale waarden te bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Monumentenzorg: bij ruimtelijke planvorming en vergunningaanvragen voor ingrepen in beschermde monumenten en gebieden met cultuurhistorische waarden de bouw-, architectuur- en cultuurhistorische waarden bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verduurzaming monumenten: wat wel en niet kan afhankelijk van de unieke waarde van het gebouw, de technische staat en het belang voor de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Cultuurlandschappen: bij nieuwe ontwikkelingen sturen op inpassing en behoud van waardevolle cultuurlandschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naoorlogs erfgoed: in stand houden van van de naoorlogse stedenbouwkundige aanleg van de stad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Historische land- en waterwegen: waar nodig en mogelijk beschermen of herstellen van historische land- en waterwegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Archeologie: streven om archeologie een belangrijke plaats te geven bij ruimtelijke ontwikkelingen. Archeologisch onderzoek alleen op basis van een goedgekeurd Programma van Eisen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwe ontwikkelingen passen binnen de stedenbouwkundige structuur van Rijswijk en dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de stad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruimtevraag voor nieuwe woningen, bedrijven en maatschappelijke functies krijgt plaats binnen bestaand bebouwd gebied (verdichting). Mogelijkheden voor verdichting moeten per locatie worden bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op een aantal locaties is ruimte voor grotere bouwhoogten om de zichtbaarheid en herkenbaarheid te vergroten en identiteit te versterken (aangewezen gebieden werken we nog op een kaart uit); daarbuiten geldt ‘nee tenzij’ Bouwhoogte is gerelateerd aan de betekenis van de plek en kent verschillende gradaties. Daarbij moet hoogbouw voldoen aan ruimtelijke, technische en maatschappelijke criteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 4.5: Cultuurhistorische waardenkaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 4.6: Verwachtingswaardekaart naoorlogs erfgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 4.7: Archeologische verwachtings- en beleidskaart Neolithicum, Brons- en IJzertijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 4.8: Archeologische verwachtings- en beleidskaart Romeinse tijd en late Middeleeuwen / Nieuwe tijd. [17] O.a. Museum Rijswijk dat het Rijswijks Historisch Centrum en de website erfgoedrijswijk.nl beheert, Historische Vereniging Rijswijk, Stichting Historische Projecten en werkgroep Open Monumentendagen. [18] Erfgoednota Rijswijk 2024-2032 Gezichten om van te houden (2024).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.6 Groene stadsbiotoop De ontwikkeling van het Rijswijkse groen Ons doel is om het Rijswijkse groen verder te ontwikkelen en versterken, waarbij het groen gevarieerd en biodiverser wordt. Op basis van bodemeigenschappen en stedelijke ontwikkeling is Rijswijk ingedeeld in vier groensferen, met daarop afgestemde doelsoorten en eigen groene karakteristieken. Het gaat om de volgende groensferen, afbeelding 4.7 geeft de bijbehorende sfeerbeelden weer:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het oude dorp en de landgoederenzone;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het nieuwe centrum (Bogaard stadscentrum en omgeving);</p>\n<p class=\"lf-p\">20e-eeuwse woon-/werkgebieden (ten noorden van de A4);</p>\n<p class=\"lf-p\">21e-eeuwse werk-woongebieden en de stadsparkzone (ten zuiden van de A4).</p>\n<p class=\"lf-p\">Groensfeer: het oude dorp en de landgoederenzone Deze groensfeer ligt aan de noordkant van Rijswijk op een zandrug (strandwal) parallel aan de kustlijn. Door de hoge ligging ontstond hier in de middeleeuwen het dorp Rijswijk. Vanaf de 17e eeuw werden er landgoederen en buitenplaatsen aangelegd. De groensfeer bestaat uit buitenplaatsen, parken, villatuinen, lanen en oprijlanen en stenige straten met veel grote bomen. Door de lemige rijke bodem staat hier binnenduinbos bestaande uit drie lagen beplanting, namelijk kruiden, heesters en bomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoofd-boomstructuur bestaat hier uit linde, beuk, kastanje, inlandse eik en haagbeuk. Deze boomsoorten komen in bosachtige delen maar ook in smalle en brede straatprofielen voor. Daarnaast staan in de smalle straatprofielen ook bloeiende sierbomen. Onder invloed van de Engelse landschapsstijl komen hier ook prachtige parkbomen voor zoals tulpenboom en walnoot. Mooi gevormde hagen van soorten als taxus, beuk en haagbeuk horen ook bij deze groensfeer. De biotooptypes die in deze groensfeer voorkomen zijn stadsnatuur en bos- en parknatuur. De natuurwaarden van deze groensfeer zijn eiken-beukenbos met gecultiveerde heesterbegroeiing, bos- en stinzeplanten en oude holle bomen. In deze bomen komen holenbroeders als bosuil voor en koloniën vleermuizen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groensfeer: 20e eeuwse woon- en werkgebieden Deze groensfeer ligt in het midden van Rijswijk op de jonge zeeklei. Vanaf de middeleeuwen was dit gebied in gebruik als weidegebied. Vanaf 1950 ontstond hier het nieuwe Rijswijk. De eerste delen werden razendsnel gebouwd. Er ontstond een afwisseling van flats, portiekwoningen en eengezinswoningen. Vanuit de gedachte dat iedere wijk een kleine gemeenschap was, kwamen er ook voorzieningen in alle wijken. Deze groensfeer bestaat daardoor uit functionele wijken met buurtcentra, tuinstraten en buurtparkjes. Zeer kenmerkend voor deze groensfeer zijn de vele portiekflats met grote fraaie groene binnen ruimtes. Binnen deze groensfeer bevinden zich meerdere singels met een parkachtige, grazige sfeer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoofd-boomstructuur bestaat hier vaak uit linde, plataan, eik, esdoorn en berk. Er staan grotere bomen in de hoofdstraten en kleine (bloeiende) sierbomen in de andere straten. Langs de singels staan vaak treurwilgen, bloeiende sierbomen en dennen. De biotooptypes die in deze groensfeer voorkomen zijn stadsnatuur, bos- en parknatuur en water- en moerasnatuur. De natuurwaarden die hierbij horen zijn openbaar wijkgroen en bomenrijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groensfeer: Het nieuwe Centrum Deze groensfeer ligt ook op de jonge zeeklei in het midden van Rijswijk. Het is het gebruiks-intensieve gebied van Bogaard stadscentrum en het stationsgebied. De groensfeer is kleurrijk en verzorgd met tuinachtige aspecten. Er is een grote variëteit aan bomen, heesters en vaste planten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bomen in dit gebied begeleiden en verbinden de routes voor langzaam verkeer. De hoofd-boomstructuur van Rijswijk loopt langs en door dit gebied. Boomsoorten die bij deze groensfeer passen zijn linde, veldesdoorn, berk, valse christusdoorn, eik, amberboom en es. Door verschil in vorm, hoogte en dichtheid van de kroon, zorgen de bomen op straten en pleinen voor afwisseling in de uitstraling van dit centrumgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het biotooptype dat bij dit gebied hoort is stadsnatuur (de natuurinclusieve stad). De natuurwaarden die hierbij horen zijn sierlijke insectenvriendelijke vaste planten, groene elementen, plantenvakken en losse elementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groensfeer: 21ste eeuwse woon- en werkgebieden en de stadsparkzone Deze groensfeer bevindt zich in het zuiden van Rijswijk in het kleiige krekenlandschap van de Vliet en Zweth. Na ontginning ontstond hier in de middeleeuwen een slagenlandschap (strokenlandschap). De stadsparkzone is vanaf de jaren 70 op voormalige vuilstorten aangelegd. Nu is het een afwisselend waterrijk bos- en parkgebied. Het opgaande bos bestaat uit drie lagen beplanting: kruiden, heesters en bomen. In deze groensfeer komen planten als populier, els, knotwilg, rijshout en riet voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf begin van de 21e eeuw wordt ten zuiden van de stadsparkzone de nieuwbouw van RijswijkBuiten gebouwd. Kenmerken zijn de grondgebonden woningen en de afwisseling van groene woonstraten en straten met parkeerkoffers. Alle singels worden aangelegd met een natuurrijke oeverbeplanting.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoofd-boomstructuur bestaat in deze groensfeer uit els, es, populier, (knot-)wilg en abeel. Deze boomsoorten komen in bosachtige delen maar ook in brede straatprofielen voor. Als singelbeplanting zijn ook soorten als sierkers, gewone vleugelnoot en trompetboom toegevoegd. Veel smalle straatprofielen zijn ingericht als buurtboomgaard met verschillende fruitbomen. De biotooptypes die in deze groensfeer voorkomen zijn stadsnatuur, voedselrijk bos, water- en moerasnatuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landgoederenzone en stadsparkzone We gaan door met het verbeteren van de kwaliteit van onze grote regionale parkgebieden. We zorgen ervoor dat de Landgoederenzone en Stadsparkzone, ook in de toekomst de groene longen van Rijswijk blijven, en tegelijk de groen- en natuurkwaliteit aanzienlijk verbeterd worden (kaart: ‘landgoederenzone’ | ‘stadsparkzone’). Hiertoe wordt in de landgoederenzone en de stadsparkzone geïnvesteerd, zodat de parken en bossen een kwaliteitsimpuls krijgen waardoor ze optimaal kunnen meegroeien met de stad.</p>\n<p class=\"lf-p\">De buitenplaatsen van Rijswijk zijn onderdeel van het Nationaal Park Hollandse Duinen (NPHD), een landgoederenreeks die loopt van Rijswijk (via Den Haag, Voorburg, Wassenaar en Voorschoten) tot aan Lisse. De landgoederen en buitenplaatsen ontlasten de kwetsbaarste gebieden van het kustlandschap (NPHD) met rust- en natuurbeleving.</p>\n<p class=\"lf-p\">We voeren het uitvoeringsprogramma Landgoederenzone uit, waarmee het gebied de groenkwaliteit krijgt die bij de sfeer van de Landgoederenzone past: natuur (leefgebied voor oud-bossoorten als eekhoorns, boomklevers en rosse vleermuizen), cultuur (bijzondere gebouwen en monumenten), recreatie (mogelijkheden om te sporten, wandelen en fietsen), en historische groenaanleg (zie ook de provinciale bescherming van de landgoedbiotopen: dat gaat veel verder dan alleen hoofdhuis, bijgebouwen en tuinaanleg, maar ook de samenhang daartussen, de zichtassen, panorama's, blikveld en de cultuurlandschappelijke aanleg).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het stadsparkenlandschap is onderdeel van de regionale Zweth-Vlietzone, een ecologische-recreatieve groenblauwe zone die loopt van Nieuwe Waterweg tot aan Vliet (Zwethzone) en van Delft tot aan Leiden (Vlietzone) (kaart: ‘stadsparkzone en Vlietzone’).</p>\n<p class=\"lf-p\">De stadsparkzone ontwikkelen we door tot een veelzijdig park, dat op meerdere plekken met groene uitlopers is verbonden tot in Stervoorde, Sion, Muziekbuurt, Parkrijk en Pasgeld. De natuurkwaliteit en biodiversiteit zijn toegenomen. In de stadsparkzone gaan verblijfskwaliteit en natuurwaarden hand in hand. Mensen komen er graag om elkaar te ontmoeten, te recreëren, te sporten maar ook om van de natuur en de rust te genieten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groene netwerken Aanvullend daarop willen we een groenstructuur realiseren die de groengebieden aan elkaar verbindt. Zo creëren we ‘groene netwerken’ die Rijswijk groen maken tot diep in de haarvaten van de buurten en wijken. We versterken bestaande groenverbindingen en vullen ontbrekende schakels in om alle groengebieden, wijk- en stadsgroen onderling te verbinden. We maken onderscheid in de volgende soorten verbindingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurverbindingen door de stad: we zetten ons in om de natuurverbindingen in de stad, tussen de Landgoederenzone en stadsparkzone en met de omgeving te realiseren of versterken (kaart: ‘natuurverbindingszones’). Ook wijkparken, volkstuinen en begraafplaatsen maken hier onderdeel van uit. We zorgen ervoor dat de natuurstructuur zo goed mogelijk kan functioneren door het opheffen van barrières in wegen en spoorwegen. We spannen ons in met meerdere viaducten/ecoducten over de A4 zowel recreatieve verbindingen als goed functionerende natuurverbindingen tussen de gebieden ten noorden en zuiden van de weg (kaart: ‘groene verbinding’) te realiseren. We hebben een bestuursovereenkomst met het Ministerie van IenW over de A4-verbreding, waarin we afspraken hebben vastgelegd over twee brede groene overkluizingen over de A4: Van Rijnweg en Pieter Postmapad (meekoppelkansen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbindingen van bomen: ons doel is om van alle wegen, straten en lanen in Rijswijk mooie doorgaande groene structuren met biodiverse bomen te maken (kaart: ‘boomstructuur (lijnen)’). We zorgen dat op kruispunten met grote stenige oppervlakten het groen wel doorloopt, dat ziet er landschappelijk mooier uit en is beter voor natuur (geen doorbroken natuurverbindingen) en mens (aangenamere verblijfsplekken). We volgen daarbij de 3-30-300-regel: in de buurt van iedere woning staan 3 bomen, iedere buurt heeft minimaal 30% boomkroonoppervlakte en er bevindt zich een parkje op 300 meter afstand van iedere woning. Specifiek voorzien we de Prinses Beatrixlaan, Lange Kleiweg en oostzijde van de Vliet bij herinrichting van een losse boomstructuur. We vergroten de boomvakken in straten en wegen, waardoor bomen een betere groeiplaats hebben en kunnen uitgroeien tot gezonde, grotere volwassen bomen. Ook ontstaat zo meer ruimte voor gezonde biodiverse onderbeplanting. Dit zorgt voor een parkachtige sfeer en aangename schaduwrijke straten om te lopen en te fietsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Recreatieve groene verbindingen: De landgoederenzone en de stadsparkzone verbinden we via een aantal brede groene recreatieve verbindingen. Zo zorgen we dat deze groenzones met de fiets en lopend via groene routes makkelijk te bereiken zijn, ook voor Rijswijkers met een beperking. Door heel Rijswijk realiseren we een netwerk van doorgaande paadjes door het groen. Door daarmee ook het wijkgroen met elkaar te verbinden is het voor iedereen gemakkelijk een groen ommetje te maken dicht bij huis en nodigt het uit tot bewegen en beleven van de stad en het groen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurinclusieve en biodiverse stad Onze ambitie is Rijswijk als een goed functionerende ‘stadsbiotoop’: een stad waar mensen, planten en dieren een thuis hebben en zich thuis voelen. De komende jaren bepalen we de doelsoorten en doelbiotopen voor heel Rijswijk. Daardoor kunnen bij alle vormen van herinrichting, renovatie en nieuwbouw (van buitenruimte en gebouwen) steeds geschikte biotopen voor planten en dieren worden gerealiseerd. Daarbij hebben we aandacht voor dierenwelzijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">We vergroten de groenkwaliteit en biodiversiteit door gebouwen en buitenruimtes natuurinclusief te bouwen/renoveren en in te richten. Bij gebieds- en locatieontwikkelingen worden er regels gesteld voor het natuurinclusief en duurzaam inrichten van gebouwen en de buitenruimte. Op deze manier wordt gezorgd dat de kwaliteit van de natuur (de natuurwaarden) in Rijswijk wordt vergroot. Dat gebeurt door de kwalitatieve eisen voor verblijfplaatsen, voedsel, veiligheid, verbinding en variatie (de 5V’s) die natuurdoelsoorten aan hun omgeving stellen, in het ontwerp van gebouwen en buitenruimtes toe te passen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij alle nieuwe ontwikkelingen moet actief worden gezocht naar ruimte om voldoende groen te realiseren en mogelijkheden om de groenkwaliteit te verbeteren. Groen tot in de haarvaten betekent zo veel mogelijk groen in de openbare ruimte en tot op, aan en in bebouwing. Zo zullen bijvoorbeeld parkeervakken groen worden aangelegd. Daar waar op maaiveldniveau weinig ruimte is, moet gezocht worden naar andere plekken, bijvoorbeeld groen langs wanden van gebouwen (gevelgroen) en de aanleg van groene en bruine daken. Zo kan gedacht worden aan innovatieve oplossingen zoals nieuwe wijkparken of buurtgroen op gebouwen en (ondergrondse) parkeergarages.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om te zorgen dat er genoeg bomen en beplanting in verschillende delen van Rijswijk zijn, wordt bij herinrichtingen en herontwikkelingen in de stad de 3-30-300 regel als richtlijn gehanteerd. Ook worden bij gebiedsontwikkelingen of het verdichten van bebouwing de kansen benut om extra groen toe te voegen. Ontwikkelaars dragen bij aan het realiseren van de inrichting van het groen in het gebied en helpen bij het realiseren van de groene ambities.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door zo de stad te vergroenen pakken we meerdere opgaves tegelijk aan. Het zorgt voor meer groenbeleving, meer biodiversiteit, meer waterberging en afname van hittestress in de stad. We benutten kansen om vergroening te koppelen aan transformaties (bijvoorbeeld Bogaard stadscentrum), herinrichting van de openbare ruimte (bijvoorbeeld Oud-Rijswijk) en maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie en energie. Ook op werklocaties zien we daarvoor veel potentie, zo is ons doel dat Plaspoelpolder het groenste bedrijventerrein van de provincie wordt. De groei van de stad gaat hand in hand met de groei van het groen, zodat de leefbaarheid en de balans tussen bebouwing en natuur gewaarborgd blijven en de Rijswijkse identiteit behouden blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast willen we de belevingswaarde van het groen in Rijswijk sterk verbeteren. De verschillende groene lagen (lage, middelhoge, hoge beplanting) brengen we meer in evenwicht. Een goede balans in soorten zorgt voor veel kleurvariatie gedurende het hele jaar (groen omgeving beleven), bloemen, vruchten, nectar en stuifmeel voor dieren (biodiversiteit) en een gezonder groenbestand (minder last van ziekten en plagen). Deze soortenrijkdom helpt om de biodiversiteit te verbeteren en verrijkt de groen- en natuurbeleving van inwoners vlak bij hun huis. Naast biodiverse beplanting kiezen we er op een aantal plekken in Rijswijk voor om met bijzondere beplanting extra groene accenten aan te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt bij het aanleggen, beheer en onderhoud van groen is het verhogen van de biodiversiteit. Om dit goed te borgen stellen we een handreiking op. Daarnaast willen we in de toekomst dagelijks actueel inzicht in het groenareaal van de stad (soorten, oppervlakten, beheertypen, vervangingstermijn, staat van onderhoud) om ons groenbeheer goed op orde te hebben. Wanneer bij gebieds- en locatieontwikkelingen of bij noodzakelijk onderhoud bomen en beplantingen worden verwijderd, dan wordt het verwijderde groen op een gelijkwaardige wijze gecompenseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelen Rijswijkse groen verder ontwikkelen en versterken, waarbij het groen gevarieerd en biodiverser wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zorgen dat de Landgoederenzone en Stadsparkzone ook in de toekomst de ‘groene longen’ van Rijswijk blijven, en de groen- en natuurkwaliteit aanzienlijk verbeterd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Realiseren van een groenstructuur die de groengebieden aan elkaar verbindt; creëren van ‘groene netwerken’ die Rijswijk groen maken tot diep in de haarvaten van de buurten en wijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rijswijk als goed functionerende ‘stadsbiotoop’: een stad waar mensen, planten en dieren een thuis hebben en zich thuis voelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sterk verbeteren van de belevingswaarde van het groen in Rijswijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Randvoorwaarden / uitgangspunten Ontwikkelen en versterken van het Rijswijkse groen op basis van vier groensferen, met daarop afgestemde doelsoorten en eigen groene karakteristieken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoering geven aan het Uitvoeringsprogramma Landgoederenzone, zodat de groenkwaliteit past bij de sfeer van de Landgoederenzone (natuur, cultuur, recreatie en historische groenaanleg).</p>\n<p class=\"lf-p\">Doorontwikkelen van de Stadsparkzone als een veelzijdig park met groene uitlopers richting de stad; verblijfskwaliteit en natuurwaarden gaan hier hand in hand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Versterken bestaande groenverbindingen en invullen ontbrekende schakels om alle groengebieden, wijk- en stadsgroen onderling te verbinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurverbindingen door de stad: realiseren of versterken van natuurverbindingen in de stad, tussen de Landgoederen- en Stadsparkzone en met de omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbindingen van bomen: maken van mooie doorgaande groene structuren met biodiverse bomen langs wegen, straten en lanen in Rijswijk; volgen van de 3-30-300 regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Recreatieve groene verbindingen: verbinden Landgoederen- en Stadsparkzone via een aantal brede groene recreatieve verbindingen; door heel Rijswijk netwerk van doorgaande paadjes door het groen (wijkgroen met elkaar verbinden).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij alle vormen van herinrichting, renovatie en nieuwbouw (van buitenruimte en gebouwen) kunnen geschikte biotopen voor planten en dieren worden gerealiseerd door het bepalen van doelsoorten en doelbiotopen voor heel Rijswijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergroten van groenkwaliteit en biodiversiteit door gebouwen en buitenruimtes natuurinclusief te bouwen/renoveren en in te richten; bij gebieds- en locatieontwikkelingen worden hiervoor regels gesteld. Dat gebeurt door de kwalitatieve eisen voor de ‘5V’s’ in het ontwerp van gebouwen en buitenruimtes toe te passen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij alle nieuwe ontwikkelingen moet actief worden gezocht naar ruimte om voldoende groen te realiseren en mogelijkheden om groenkwaliteit te verbeteren. Groen tot in de haarvaten betekent zo veel mogelijk groen in de openbare ruimte en tot op, aan en in bebouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij herinrichtingen en herontwikkelingen wordt de 3-30-300 regel als richtlijn gehanteerd. Bij gebiedsontwikkelingen of verdichten worden kansen benut om extra groen toe te voegen. Ontwikkelaars dragen bij aan realiseren van de inrichting van het groen en de groene ambities.</p>\n<p class=\"lf-p\">Benutten van kansen om vergroening te koppelen aan transformaties, herinrichting openbare ruimte, maatregelen voor klimaatadaptatie en energie en op werklocaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belevingswaarde: verschillende groene lagen meer in evenwicht brengen; goede balans in soorten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgangspunt bij aanleggen, beheer en onderhoud van groen is het verhogen van de biodiversiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwijderd groen bij gebieds- en locatieontwikkelingen of noodzakelijk onderhoud wordt op gelijkwaardige wijze gecompenseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 4.9: Thematische visiekaart ‘groene stadsbiotoop’.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.7 Klimaatbestendige leefomgeving Klimaatmitigatie en klimaatadaptatie Klimaatopwarming heeft directe invloed op onze leefomgeving, zoals beschreven in paragraaf 2.5.5 Klimaat en energie. Om Rijswijk voor te bereiden op klimaatverandering, zowel nu als in de toekomst, is het essentieel in te zetten op het voorkomen van verdere klimaatopwarming (klimaatmitigatie) en het aanpassen aan de gevolgen van veranderend klimaat (klimaatadaptatie).</p>\n<p class=\"lf-p\">Ons doel is om in 2050 als gemeente klimaatneutraal te zijn door middel van mitigatie, voornamelijk via de energietransitie. Daar gaat paragraaf 4.8 Duurzame energievoorziening verder op in. Daarbij zijn we afhankelijk van acties in Nederland en wereldwijd. Tegelijkertijd zetten we ons in om onze leefomgeving klimaatbestendig[19] te maken. Ons doel is om in 2050 als gemeente klimaatbestendig te zijn door middel van adaptatie. Dit betekent dat we onze leefomgeving zo inrichten dat deze bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals hittestress, droogte en wateroverlast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Monitoring We maken gebruik van verschillende data om de gevolgen van klimaatverandering in kaart te brengen. We gaan onderzoeken of naast de openbare klimaatatlas[20] een Rijswijkse klimaatatlas kan bijdragen aan het beter inzichtelijk maken van hittestress, droogte en wateroverlast in onze gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klimaatbestendige gebouwde omgeving We integreren tools zoals het Convenant klimaatadaptief bouwen[21] en de Landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving[22] in alle ruimtelijke projecten. Maar de klimaatopwarming, in combinatie met de huidige en geplande verdichting van onze stad, vraagt om meer innovatieve tools. Nieuwbouw past daarom de laatste innovaties toe, zoals Ladder van Koeling[23] en BREEAM[24]. Daarbij schrijven we een minimaal BREEAM-score ‘good’ voor voor nieuwbouw en renovatie, en voor gebiedsontwikkeling. We waarderen in het bijzonder elke ontwikkeling die innovaties kan aantonen met zogeheten innovatiecredits. Deze innovatiecredits stimuleren en erkennen de toepassing van innovatieve oplossingen die verder gaan dan de standaard duurzaamheidsnormen. Het gaat om creativiteit en pionieren door bijvoorbeeld het zoeken naar meekoppelkansen op onderwerpen als energie-efficiëntie, materiaalgebruik, waterbeheer en klimaatadaptatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klimaatbestendige openbare ruimte Onze openbare ruimte richten we klimaatadaptief in door meer schaduwrijke plekken te creëren en stedelijke gebieden te vergroenen. We streven naar een robuust watersysteem met ruimte voor infiltratie en opvang van water. Dit geldt zowel voor nieuwe ontwikkelingen, als voor bestaande omgevingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeelden van klimaatbestendige maatregelen zijn:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanleg van groenstroken en parken voor betere waterinfiltratie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Creëren van schaduwrijke zones met bomen en pergola’s.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik van waterdoorlatende bestrating en groene daken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klimaatadaptief waterbeheer: om wateroverlast door extreme neerslag te voorkomen, is een goede balans tussen water vasthouden, bergen en afvoeren nodig. Dit geldt zowel voor nieuwe ontwikkelingen als voor de bestaande omgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Specifieke maatregelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanleg van wadi's en ‘urban waterbuffers’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbetering van de rioleringscapaciteit en inzetten op hemelwater afkoppelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stimuleren van het (her-)gebruik van regenwater voor huishoudelijk gebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterbeheer Om wateroverlast door extreme neerslag te voorkomen, is een goede balans tussen water vasthouden, bergen en afvoeren nodig. We werken nauw samen met Hoogheemraadschap van Delfland om een effectief waterbeheersysteem te realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hittestress Hittestress vormt een uitdaging, vooral in dichtbebouwde delen van de stad zoals de Stadsas. Deze gebieden zijn gevoelig voor hittestress, omdat ze relatief versteend zijn. We ontwikkelen een Lokaal Hitteplan en passen een preventieve bouwstrategie toe, zoals groene daken en gevels, en het gebruik van hittebestendige materialen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Water en bodem sturend Rijswijk sluit aan bij de nationale beleidslijn 'water en bodem sturend' om een klimaatbestendige leefomgeving te creëren. Dit betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen worden aangepast aan het water- en bodemsysteem, waarbij de kwaliteit en kwantiteit van water doorslaggevend zijn. We volgen deze lijn ook door de groei van de stad te zoeken in bestaand stedelijk gebied en in de hoogte, waardoor verdere verharding beperkt blijft en we ruimte voor groen en water sparen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodemdaling Bodemdaling is geen wijdverspreid probleem in Rijswijk maar kan lokaal voorkomen, door klimaatverandering verergeren en schade veroorzaken. We willen de risico’s in beeld brengen en preventieve maatregelen nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterkwaliteit In samenwerking met hoogheemraadschap Delfland willen we de waterkwaliteit verbeteren volgens de Kaderrichtlijn Water (KRW). We streven naar emissiereductie, natuurvriendelijke oevers en optimalisatie van de waterbeheerpraktijk. Dit bereiken we door minder vervuiling in het water toe te laten en betere voorlichting en handhaving om vervuiling te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rijswijkse strategie RAAK en zeven deelambities Om stappen te zetten richting een klimaatbestendige leefomgeving in 2050, hebben we zeven ambities voor de periode 2023-2030 vastgesteld, bekend als de Rijswijkse Adaptatiestrategie en Aanpak voor Klimaatverandering (RAAK). We willen onze uitvoeringsstrategie voortdurend bijstellen en aanscherpen om adequaat te kunnen inspelen op toekomstige ontwikkelingen. a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwetsbaarheid in beeld brengen: we actualiseren de stresstest iedere zes jaar om veranderende kwetsbaarheden in beeld te brengen. We starten met het updaten van de kaarten en voeren vervolgens een nieuwe ronde klimaatstresstesten uit. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risicodialogen: we gaan vanaf 2025 risicodialogen met stakeholders voeren. Dit proces gaan wij iedere zes jaar herhalen en herijken op basis van de actuele klimaatstresstesten. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoeringsstrategie: klimaatadaptatie vereist maatwerk per wijk, buurt en soms per straat. Bij alle nieuwe ontwikkelingen stimuleren we het gebruik van tools zoals het Convenant klimaatadaptief bouwen en de Landelijke maatlat. Daarnaast brengen we samen met regionale partners in beeld welke investeringen er nodig zijn om Rijswijk op lange termijn klimaatbestendig te maken. Hierna kan een berekening gemaakt worden, met een meerjarig investeringsprogramma klimaatadaptatie voor de periode 2026-2030. d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meekoppelkansen: we streven ernaar om de doelen van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie[25] te integreren en meekoppelkansen te benutten bij alle ruimtelijke ontwikkelingen. Dit betekent klimaatbestendigheid integreren in bredere ruimtelijke opgaven en ontwikkelingen, zoals de energietransitie en de overgang naar een circulaire economie. e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stimuleren en faciliteren: hoewel we streven naar een klimaatbestendige leefomgeving, kunnen restrisico's nooit volledig worden uitgesloten. Daarom willen we dat bedrijven, organisaties en burgers op de hoogte zijn van deze risico's, zoals ook voorgeschreven door het Rijk. Uit onze klimaatstresstesten blijkt dat naast wateroverlast en droogte, vooral hittestress en verlies van biodiversiteit momenteel een hoge prioriteit hebben in Rijswijk. Bewustwording en actie richting de inwoners zijn daarbij cruciaal. We vergroten het bewustzijn over het belang van klimaatbestendigheid via initiatieven zoals Steenbreek, en willen bewoners in Rijswijk bewust maken van het belang van klimaat, water en groen, en wat zij daar zelf aan kunnen bijdragen. f.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reguleren en borgen: klimaatadaptatie is geborgd in de verordening afvoer hemelwater en ons Gemeentelijk riolerings- en waterplan (GRP). De ‘verordening afvoer hemelwater’ is bij inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege onderdeel van het omgevingsplan geworden. Alle nieuw- en verbouwprojecten en ontwikkelingen in de openbare ruimte moeten voldoen aan het Convenant klimaatadaptief bouwen en de Landelijke Maatlat. g.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handelen bij calamiteit: we ontwikkelen lokale calamiteitsplannen voor weersextremen. We beginnen eerst met een Lokaal Hitteplan Rijswijk in 2024 en betrekken stakeholders en inwoners bij het nemen van maatregelen om hittestress te verminderen. Hierna zullen we ook kijken naar lokale plannen voor droogte en wateroverlast samen met regionale partners.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelen In 2050 als gemeente klimaatneutraal te zijn door middel van mitigatie (zie 4.8), en klimaatbestendig zijn door middel van adaptatie. Dat betekent onze leefomgeving zo inrichten dat deze bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals hittestress, droogte en wateroverlast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zeven ambities voor de periode 2023-2030, om stappen te zetten richting een klimaatbestendige leefomgeving in 2050: Rijswijkse Adaptatiestrategie en Aanpak voor Klimaatverandering (RAAK).</p>\n<p class=\"lf-p\">Randvoorwaarden / uitgangspunten In alle ruimtelijke projecten integreren van tools zoals het Convenant klimaatadaptief bouwen en de Landelijke maatlat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwbouw past de laatste innovaties toe, zoals de Ladder van Koeling en BREAAM. We schrijven een minimaal BREEAM-score ‘good’ voor voor nieuwbouw en renovatie en gebiedsontwikkeling. We waarderen in het bijzonder elke ontwikkeling die innovaties kan aantonen met zogenaamde innovatiecredits.</p>\n<p class=\"lf-p\">Klimaatadaptief inrichten van de openbare ruimte door meer schaduwrijke plekken te creëren en stedelijke gebieden te vergroenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Streven naar een robuust watersysteem met ruimte voor infiltratie en opvang van water; voor nieuwe ontwikkelingen en in bestaande omgevingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterbeheer: balans tussen water vasthouden, bergen en afvoeren om wateroverlast door extremen te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hittestress: ontwikkelen Lokaal Hitteplan; toepassen preventieve bouwstrategie (zoals groene daken en gevels en gebruik van hittebestendige materialen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Aansluiten bij nationale beleidslijn ’water en bodem sturend’; ruimtelijke ontwikkelingen worden aangepast aan het water- en bodemsysteem, waarbij de kwaliteit en kwantiteit van water doorslaggevend zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodemdaling: risico’s in beeld brengen en preventieve maatregelen om bodemdaling te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterkwaliteit: verbeteren van de waterkwaliteit volgens de KRW. Streven naar emissiereductie, natuurvriendelijke oevers en optimalisatie van waterbeheerpraktijk; door minder vervuiling toe te laten, voorlichting en handhaving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoering geven aan RAAK: Rijswijkse Adaptatiestrategie en Aanpak voor Klimaatverandering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meekoppelkansen: streven om meekoppelkansen te benutten bij alle ruimtelijke ontwikkelingen; integreren klimaatbestendigheid in bredere ruimtelijke opgaven en ontwikkelingen (zoals energietransitie en circulaire economie).</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 4.10: Thematische visiekaart ‘Klimaatbestendige leefomgeving’. [19] Er zijn verschillende begrippen voor aanpassing aan klimaatverandering bekend. Zo komen, vaak refererend aan nationale trajecten, de begrippen klimaatadaptief, klimaatbestendig en waterrobuust voor. We zien deze begrippen als synoniemen, en gebruiken in deze omgevingsvisie de term klimaatbestendig. Voor een definitie van een klimaatbestendige leefomgeving, zie onder meer de herijkte Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie (2020). [20] www.klimaatatlas.nl. [21] https://bouwadaptief.nl/leidraad/. [22] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/03/23/landelijke-maatlat-factsheets-en-overzichtstabel. [23] https://groenehuisvesters.nl/wp-content/uploads/2023/02/ladder-van-koeling.pdf. [24] https://richtlijn.breeam.nl/credit/klimaatadaptatie-1545. [25] https://klimaatadaptatienederland.nl/beleid/nationale-aanpak/dpra/.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.8 Duurzame energievoorziening Klimaatneutraal Rijswijk in 2050 We moeten ons aanpassen aan klimaatverandering, maar ook bijdragen aan het afremmen ervan. Een van onze belangrijkste doelen is dan ook om energieneutraal te zijn in 2050. Dit bereiken we door onze energiebehoefte te verkleinen, lokaal duurzame energie op te wekken en door over te stappen van fossiele naar duurzame (hernieuwbare) bronnen van warmte en energie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Energietransitie: overgang naar duurzame en onafhankelijke energie Om de klimaatverandering zoveel mogelijk af te remmen en energieonafhankelijk te worden, moeten we allemaal samenwerken, onder andere: de gemeente, bewoners, bedrijven, woningcorporaties, onderwijsinstellingen, welzijnsorganisaties, culturele instellingen, regiogemeenten, de provincie Zuid-Holland en het Rijk. We nemen als gemeente de regie op verduurzaming van de gebouwde omgeving, en werken hierin samen met alle partijen. Belangrijk is dat iedereen mee kan doen. We houden er daarom rekening mee dat de energietransitie toegankelijk moet zijn voor alle vastgoedeigenaren en gebruikers. De energietransitie is geen eenvoudige opgave, het vraagt technische aanpassingen aan gebouwen en daarmee financiële investeringen en formele besluitvormingsprocedures bij VvE's en corporaties. Iedere vastgoedeigenaar moet mee kunnen doen, het tempo mag verschillen. We werken samen met de woningcorporaties om een belangrijke en grote groep inwoners te bereiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De energietransitie zorgt voor druk op de schaarse ruimte in Rijswijk, boven en onder de grond. Maar er zijn ook meekoppelkansen: bijvoorbeeld om de aanleg van nieuwe energiebronnen of -netwerken te combineren met herinrichting van de openbare ruimte, aanleg van meer groen en water(berging), klimaatadaptatieve maatregelen en extra ruimte voor fiets en voetganger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verkleinen van de energiebehoefte De duurzaamste energie is niet gebruikte energie. Terugbrengen van de energiebehoefte zien we dan ook als eerste stap in de energietransitie. We zetten in op de besparing van energie door individuele woningeigenaren, Vereniging van Eigenaren (VvE), bedrijven en eigenaren van zakelijk onroerend goed te stimuleren en ondersteunen bij het nemen van energiebesparende maatregelen. Dit richt zich op het verminderen van gebouwgebonden energieverbruik. Onder gebouwgebonden energieverbruik valt het energieverbruik voor het verwarmen, koelen, verlichten en ventileren van de woning . Om het energieverbruik ten opzichte van de kosten zo efficiënt mogelijk in te richten houden we rekening met de nieuwste inzichten binnen de trias energetica [26] in relatie tot isolatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedrag en omgang met energie speelt een belangrijke rol in de energietransitie. We willen bewustwording vergroten over energiegebruik en de mogelijkheden voor verduurzaming van bestaande woningen en gebouwen naar een hoger energielabel. .De mate waarin verduurzaming naar een hoger energielabel zinvol is, hangt onder andere samen met de keuze voor de toekomstige duurzame warmtebron. De benodigde maatregelen en mogelijkheden zijn per woning verschillend. Kantoorgebouwen moeten vanaf 1 januari 2023 minimaal energielabel C hebben[27].Voor woningisolatie is het verstandig zoveel mogelijk aan te sluiten bij natuurlijke momenten, zoals een verhuizing of gepland onderhoud. Dit betekent dat iedere woningeigenaar en vastgoedeigenaar isolatiemaatregelen in zijn eigen tempo zal doorvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met name in sterk verstedelijkte en verharde omgevingen lopen de temperaturen steeds verder op [28], verkoeling in de buitenruimte en in woningen is daarom essentieel en heeft een ruimtelijke component. Bij woningisolatie is aandacht voor ventilatie en de mogelijkheid tot (passief) koelen in warme zomers voor een gezond binnenklimaat. We stimuleren en ondersteunen gebouweigenaren om natuurvriendelijk te isoleren om gebouwgebonden diersoorten te beschermen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Warmtetransitie: overgang naar duurzame warmte We willen in 2050 helemaal aardgasvrij zijn. In de Transitievisie Warmte Rijswijk (2021) hebben we dat vastgelegd. We nemen de regie en werken samen met alle betrokken partijen om de warmtetransitie te realiseren. Zo zorgen we ook dat iedereen mee kan doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast isoleren, is de overstap naar alternatieve, duurzame warmte nodig. De opgave is groot en veel partijen zijn erbij betrokken. Afbeelding 4.9 toont onze strategie per wijk uit de Transitievisie Warmte. We willen zo veel mogelijk woningen – binnen laagste maatschappelijke kosten – op een duurzaam warmtenet aansluiten. Warmtenetten zijn voor die delen van Rijswijk aangegeven in afbeelding 4.9, de maatschappelijk voordeligste manier om aardgasvrij te worden. Door aan te sluiten op een warmtenet vermijden we elektrische oplossingen (zoals warmtepompen) en verlichten daarmee (lokale en regionale) problemen van netcongestie. Naast aansluiting op een warmtenet is ook aansluiting op een WKO (warmte-koudeopslag) of installatie van een warmtepomp mogelijk. Bij de afweging voor een toekomstige warmteoplossing wordt niet alleen gekeken naar de warmtevraag, maar ook de koelbehoefte. Elektrificatie in warmtewijken zullen wij niet stimuleren, maar individuele keuzes blijven mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 4.11: Overzicht warmtetransitie per buurt (bron: Transitievisie warmte).</p>\n<p class=\"lf-p\">Warmte-infrastructuur We gaan alleen in wijken aan de slag met een warmtenet wanneer het betaalbaar is voor onze inwoners. Dit betekent dat het Rijk structureel voldoende financiële middelen beschikbaar moet stellen om inwoners te stimuleren en te helpen. Daarbij is er aandacht voor het bestrijden van energiearmoede. Daarnaast kunnen we pas starten met de uitrol van het warmtenet als ook de wet- en regelgeving op orde is. Inzet van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie is uiteindelijk essentieel om woningen van het aardgas te krijgen[29].</p>\n<p class=\"lf-p\">Duurzame restwarmte uit WarmtelinQ, geothermie en een hoge temperatuuropslag kunnen het warmtenet voeden (kaart: ‘tracé WarmtelinQ’). Door het aansluiten op lokale (geothermie) en of regionale (rest)warmtebronnen via WarmtelinQ worden we ook onafhankelijk van buitenlandse energie. In het huidige beleid is rekening gehouden met één geothermische bron. De bron (met een potentie van 25 MW) is voldoende om ongeveer 12.500 woningen te verwarmen. Er is in de ondergrond van Rijswijk meer ruimte voor het winnen van geothermie. De campusfunctie van Kessler Park met focus op de energietransitie rondom geothermiecentrum RCSG kan hierin een belangrijke rol spelen en willen we daarom verder ontwikkelen (kaart: ‘campusfunctie Kessler Park’). Een mogelijk beoogde locatie voor ons warmteoverdrachtstation inclusief alle gebouwen voor onze warmtevoorziening is in het Kruisvaarderspark (kaart: ‘centraal warmteoverdrachtstation’). Bij eventuele inpassing van dit gebouw streven we ernaar dat de impact ervan op de landgoederenzone zo klein mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook in de wijken reserveren we ruimte voor kleinere warmteoverdrachtsstations om de warmte in de wijk te krijgen (kaart: ‘decentrale warmteoverdrachtstations’). Als in de wijken een warmtenet wordt aangelegd, kijken we naar kansen voor het klimaatadaptief herinrichten van de openbare ruimte en andere meekoppelkansen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de aanleg van warmteleidingen wordt onder meer rekening gehouden met de impact ervan op het drinkwater (verhoging van de temperatuur), en de aanplant- en groeimogelijkheden van groen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor delen van de stad die niet op een warmtenet aangesloten kunnen worden, leveren we maatwerk en kijken we via de vijfjarige actualisatie van de Transitievisie Warmte welke warmtealternatieven dan voor handen zijn (het wordt per 2026 verplicht een Warmteprogramma te hebben dat de Transitievisie Warmte vervangt; de vijfjaarlijkse herziening blijft). We staan open voor innovatieve energie- en warmteconcepten. Elektrificatie van de warmtevraag verdient, gelet op netcongestie, [30] op dit moment niet de voorkeur. Juist in de wijken waar collectieve warmtenetten niet goed haalbaar zijn, ondersteunen we bewonersinitiatieven om nu al met alternatieve bronnen en systemen aardgasvrij te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bodemenergie Voor nieuwbouw maken we gebruik van bodemenergiesystemen, omdat nieuwbouw ook behoefte heeft aan koeling in de zomer en de ondergrond van Rijswijk geschikt is voor dit soort energiesystemen. Met een bodemenergieplan voor Bogaard stadscentrum en Plaspoelpolder geven we sturing aan de verdeling van de schaarse ruimte in de ondergrond en optimaal gebruik van bodemenergie (kaart: ‘Plaspoelpolder en nabije omgeving’ | Bogaard stadscentrum en nabije omgeving’). We blijven monitoren of de regelgeving voldoet en of er mogelijk voor meer gebieden afspraken nodig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Duurzame warmte is schaars in de regio. Dit betekent dat we in RES-regio (Regionale Energiestrategie) afspraken maken over de lokale inzet van de duurzame warmte die beschikbaar is via WarmtelinQ, maar ook over geothermie. Hoge temperatuur-opslag is een veelbelovende innovatieve techniek die de kosten voor warmte kan reduceren. We willen daarom opslag van hoge temperatuur mogelijk maken. Vanaf 2026 is Rijswijk verplicht om iedere vijf jaar een warmteprogramma op te stellen waarin wordt beschreven in welke wijken we de komende tijd aan de slag gaat met verduurzaming of het aardgasvrij maken. Dit biedt bewoners en andere betrokkenen duidelijkheid en handelingsperspectief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Duurzame opwekking van elektriciteit Grootschalige duurzame opweklocaties zijn door de grote mate van verstedelijking in Rijswijk niet mogelijk. Voor grootschalige duurzame opwekking zijn we dus afhankelijk van (boven) regionale afspraken. Daarbij komt dat de druk op het elektriciteitsnet de komende tijd alleen maar zal toenemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">We willen in Rijswijk de energietransitie aanjagen door nieuwe initiatieven voor opwekking van (niet grootschalige) duurzame energie aan te moedigen en mogelijk te maken. We zoeken in gezamenlijkheid naar de beste oplossingen die passen bij een compacte stad, en maken hierin een integrale afweging. Hierbij is er aandacht voor lokaal eigendom (waarbij inwoners en ondernemers zijn samen, deels, of helemaal eigenaar zijn), wat een positieve bijdrage kan leveren aan het draagvlak voor de opwekking van duurzame energie.</p>\n<p class=\"lf-p\">We streven ernaar in 2030 minstens 20% van het elektriciteitsverbruik binnen de gemeentegrens duurzaam op te wekken. Hiervoor zetten we stevig in op zonne-energie op daken en parkeerplaatsen in stedelijk gebied en benutten we van het geschikte dakoppervlak voor zonne-energie.</p>\n<p class=\"lf-p\">We wekken zoveel mogelijk zonne-energie op in de gebouwde omgeving. In het landschap of op het water heeft niet de voorkeur, zo willen we aantasting van de groene ruimte voorkomen. Daarnaast wordt gezocht naar locaties waar multifunctioneel gebruik toegepast kan worden, denk aan parkeerplaatsen en langs snelwegen (kaart: ‘RES: verder onderzoek zon’). In het programma Opwek Energie op Rijksvastgoed (OER) verkent het Rijk waar energieopwekking op rijksgronden mogelijk is. Voor een zone langs de A4 wordt de potentie voor opwekking van zonne-energie onderzocht[31].</p>\n<p class=\"lf-p\">Netcongestie Een sterke energie-infrastructuur is een randvoorwaarde voor de overgang naar duurzame energie en voor de groei en verduurzaming van Rijswijk. Tot 2050 zal de vermogensvraag toenemen [32]. Netcongestie belemmert de groei van de opwekking van duurzame energie, het aardgasvrij maken van woningen, elektrisch vervoer en de bouw van nieuwe woningen en bedrijven. We houden nauw contact met netbeheerder Stedin om netcongestie op het midden- en laagspanningsnet in Rijswijk te voorkomen, met name door slim gebruik en het verzwaren van het net, decentrale dagopslag en het stimuleren van gedragsverandering van bewoners en bedrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk hebben we ruimte in de ondergrond nodig. Deze ruimtevraag hebben we in beeld, met name voor de bestaande wijken en herontwikkelingslocaties zoals Havenkwartier, Kessler Park en Bogaard stadscentrum. Nieuwe lokale netwerken voor energie worden ingepast, zodat het elektriciteitsnet uitgebreid kan worden met nieuwe kabels en onderstations. Ook bij nieuwe ontwikkelingen houden we rekening met extra ruimte voor een toekomstbestendige elektriciteitsinfrastructuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elektriciteit en warmte wordt steeds meer lokaal opgewekt en gebruikt. De momenten van opwekking vallen niet altijd samen met de behoefte aan energie. Ten aanzien van warmte kijken we naar grootschalige hoge temperatuur opslag en naar decentrale dagopslagcapaciteit in of in de buurt van woningen. We zetten in op een goede afstemming van vraag en aanbod met behulp van mogelijkheden voor innovatieve (batterij-)opslag, het verkennen en stimuleren van kleinschalige energiesystemen (zogenaamde energyhubs) en de uitwisseling van energie. Technologische ontwikkelen volgen we actief om te onderzoeken in welke mate die bij kunnen dragen aan het realiseren van onze doelstellingen. Door aansluiting op een warmtenet te stimuleren in plaats van het aanbrengen van een warmtepomp verlagen we de druk op het elektriciteitsnet en de maatschappelijke investering in het elektriciteitsnetwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meekoppelkansen voor energietransitie en klimaatadaptatie Klimaatmitigatie en -adaptatie hangen nauw samen. Zo kan de uitvoering van de energietransitie de aanpak van klimaatadaptatie beïnvloeden, maar de samenhang kan ook positief zijn. We stemmen plannen op elkaar af en willen bijvoorbeeld het openbreken van straten voor de warmtetransitie zo veel mogelijk combineren met klimaatbestendige herinrichting van openbare ruimte. Alleen voor ruimtelijke adaptatie de straat openbreken is inefficiënt en ineffectief en zorgt ervoor dat kansen worden gemist, vooral in drukke stedelijke gebieden. Ook bij duurzame transformaties zoals het isoleren van bestaande gebouwen zoeken wij naar meekoppelkansen. Door gebouwen extra te isoleren, worden warmteverliezen minder in de winter, maar dat kan een risico vormen in de zomer tijdens perioden van hitte. Daarom worden de isolerende maatregelen samen met hittebestendige maatregelen uitgevoerd. Zo richten onze gebouwde omgeving klimaatneutraal en klimaatbestendig in.</p>\n<p class=\"lf-p\">Circulariteit Voor het aspect circulariteit ontbreekt in Rijswijk integraal beleid. Nieuwe ontwikkelingen vormen een kans om meer circulair te bouwen. Ook voor de inrichting van de openbare ruimte zijn circulariteit en duurzaamheid belangrijke uitgangspunten. Paragraaf 4.9 Innovatieve economie gaat ook in op de mogelijkheden voor de circulaire economie. We onderzoeken onder meer potentiële locaties zoals het golfbaanterrein op mogelijkheden voor de circulaire economie en energietransitie (kaart: ‘onderzoekslocatie’). Ons beleid op het gebied van circulariteit moeten we nog nader vormgeven. De circulaire economie zal naar verwachting extra ruimte vragen, vooral op werklocaties en extra energie om kringlopen te sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelen Energietransitie: in 2050 energieneutraal zijn, door energiebehoefte te verkleinen, lokaal duurzame energie op te wekken en over te stappen naar duurzame (hernieuwbare) bronnen van warmte en energie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Terugbrengen van de energiebehoefte, door energiebesparende maatregelen, bewustwording te vergroten over het energiegebruik en het verduurzamen van bestaande gebouwen stimuleren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Warmtetransitie: overstap naar duurzame warmtevoorziening voor gebouwen; volledig aardgasvrij in 2050.</p>\n<p class=\"lf-p\">Energietransitie aanjagen door nieuwe initiatieven van (niet grootschalige) duurzame energie aan te moedigen en mogelijk te maken. Streven om in 2030 minstens 20% van het elektriciteitsverbruik binnen de gemeentegrens duurzaam op te wekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Randvoorwaarden / uitgangspunten De energietransitie moet toegankelijk zijn voor alle vastgoedeigenaren en gebruikers.</p>\n<p class=\"lf-p\">De benodigde maatregelen en mogelijkheden voor verduurzaming van bestaande gebouwen zijn per woning verschillend; iedere woning- en vastgoedeigenaar voert isolatiemaatregelen in zijn eigen tempo door.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overgang naar duurzame warmte volgens de strategie per wijk uit de Transitievisie warmte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo veel mogelijk woningen aansluiten op een warmtenet; wanneer het betaalbaar is voor inwoners en als de wet- en regelgeving op orde is. Elektrificatie in warmtewijken stimuleren wij niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij afweging voor een toekomstige warmteoplossing niet alleen kijken naar de warmtevraag maar ook de koelbehoefte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder ontwikkelen campusfunctie Kessler Park met focus op energietransitie (winnen van geothermie) rondom geothermiecentrum RCSG.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruimte reserveren voor mogelijk warmteoverdrachtstation in Kruisvaarderspark (inpassing met zo klein mogelijke impact op de landgoederenzone), en in de wijken voor kleinere warmteoverdrachtstations.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij aanleg warmtenetten rekening houden met impact op drinkwater en groen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor delen van de stad die niet op een warmtenet kunnen worden aangesloten maatwerk via actualisatie Transitievisie warmte / Warmteprogramma; we staan open voor innovatieve energie- en warmteconcepten; elektrificatie van de warmtevraag verdient op dit moment niet de voorkeur; waar collectieve warmtenetten niet haalbaar zijn ondersteunen van bewonersinitiatieven om aardgasvrij te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij nieuwbouw gebruik maken van bodemenergiesystemen; sturing op verdeling van ruimte en optimaal gebruik via bodemenergieplan; monitoren of regelgeving voldoet en mogelijk meer afspraken nodig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regionale afspraken over de lokale inzet van duurzame warmte via WarmtelinQ en geothermie. Wens om hoge temperatuur-opslag mogelijk te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grootschalige duurzame opweklocaties zijn in Rijswijk niet mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stevige inzet op zonne-energie op daken en parkeerplaatsen in stedelijk gebied en benutten van het geschikte dakoppervlak voor zonne-energie. Zonne-energieopwekking zo veel mogelijk in de gebouwde omgeving; in het landschap of op het water heeft niet de voorkeur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sterke energie-infrastructuur is een randvoorwaarde voor de groei en verduurzaming van Rijswijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inpassen nieuwe lokale netwerken voor energie, zodat het elektriciteitsnet uitgebreid kan worden; bij nieuwe ontwikkelingen rekening houden met extra ruimte voor een toekomstbestendige energie-infrastructuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inzet op een goede afstemming van vraag en aanbod met behulp van mogelijkheden voor innovatieve opslag, verkennen en stimuleren van kleinschalige energiesystemen (energyhubs) en uitwisseling van energie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwe ontwikkelingen vormen een kans om meer circulair te bouwen; ook voor inrichting van openbare ruimte zijn circulariteit en duurzaamheid belangrijke uitgangspunten; beleid op dit gebied geven we nog nader vorm.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoeken naar meekoppelkansen energietransitie en klimaatadaptatie (o.a. combineren aanleg warmtenetten en klimaatadaptief herinrichten openbare ruimte, of isolerende en hittebestendige maatregelen aan gebouwen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 4.12: Thematische visiekaart ‘Duurzame energievoorziening’. [26] infoblad-trias-energitica-en-energieneutraal-bouwen.pdf. [27] Energielabel C | RVO.nl [https://www.rvo.nl/onderwerpen/wetten-en-regels-gebouwen/energielabel-c-kantoren]. [28] Klimaateffectatlas Nederland - Klimaateffectatlas [https://www.klimaateffectatlas.nl/nl/]. [29] Verwachting van het Rijk is dat de Wgiw op 1 juli 2025 in werking treedt. [30] ]https://capaciteitskaart.netbeheernederland.nl/. [31] In het OER-project A4-N14-A13 worden de mogelijkheden voor het opwekken van zonne- en windenergie langs dit tracé onderzocht. Het project bevindt zich in de voorverkenningsfase, en is tijdelijk gepauzeerd vanwege onduidelijkheid rondom verbreding van de A4 (MIRT-project A4 Haaglanden). [32] Verkenning van toekomstige ontwikkelingen en uitdagingen voor een klimaatneutraal elektriciteitssysteem in Nederland, 2030-2050 paragraaf 2.1 alinea 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.9 Innovatieve economie Visie op onze economie Het doel van ons economisch beleid is dat inwoners in (de regio van) Rijswijk kunnen werken in een baan die bij hen past. Een diversiteit aan bedrijven zorgt voor een gevarieerd aanbod voor mensen die werken op kantoor, in een werkplaats, een onderzoekslaboratorium, zelfstandig of onder begeleiding. Diversiteit aan bedrijven zorgt ook voor een bestendige economie waarmee de werkgelegenheid stabiel blijft. We koesteren de al aanwezige diversiteit aan bedrijven en daarmee werkgelegenheid, en versterken de sectoren gericht op innovatie, techniek en energie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om onze visie op de Rijswijkse economie[33] te realiseren zetten we in op vier pijlers: sterk profiel: benutten en versterken eigen economische kracht; sterk netwerk: versterken lokale én regionale samenwerking; sterke structuur: stimuleren innovaties en sectoren; sterke kerngebieden: realiseren toekomstbestendig vestigingsklimaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toekomstbestendig ondernemers- en vestigingsklimaat Om daarvoor te zorgen willen we samen met onze partners het ondernemers- en vestigingsklimaat versterken, juist ook voor ondernemers en organisaties die veel werkgelegenheid bieden. Door in te spelen op de regionale ontwikkelingen en goed zicht te houden op wat ondernemers bezighoudt, versterken we gericht het ondernemersklimaat voor onze lokale ondernemers en verbeteren we het vestigingsklimaat voor nieuwkomers.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het bijzonder bundelen we de krachten samen met bedrijven, kennisinstellingen en onderwijs om een verschuiving naar duurzame warmte en energie te realiseren. Het Rijswijk Centre for Sustainable Geo-energy (RSCG) kan daarin een belangrijke rol spelen. We werken samen aan slimme innovaties en kennisoverdracht en zetten in op de toepassing van duurzame technieken op het gebied van energie en warmte. Ook zoeken we naar (koppel)kansen voor de overgang naar circulariteit en de circulaire economie. Zo dragen we met onze economie ook bij aan grote maatschappelijke vraagstukken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beschikbare ruimte voor werken is een belangrijk vraagstuk op regionaal niveau. In Rijswijk ligt de focus vooral op het bieden van ruimte voor midden- en kleinbedrijf (mkb) en ‘startups’ die willen doorgroeien tot ‘scale-ups’. In Rijswijk is simpelweg geen ruimte voor écht grote ruimtevragers (zoals zware industrie en grote logistiek). We moeten creatiever omgaan met onze beschikbare ruimte voor werken, bijvoorbeeld door meerlaags ruimtegebruik en het afstemmen van functies op energienetwerken (en congestie).</p>\n<p class=\"lf-p\">We blijven ons inzetten voor de ondernemers die in Rijswijk gevestigd zijn. Aan de hand van de vier pijlers zetten we in op toekomstbestendige werklocaties en winkelgebieden (retail en horeca).</p>\n<p class=\"lf-p\">Werklocaties De ruimte voor werken op onze verschillende werklocaties willen we behouden en beter benutten (kaart: ‘bedrijventerrein’ | ‘kantoorlocaties’ | ‘gemengde werklocaties’). We hebben daarvoor een strategie voor werklocaties[34] opgesteld, waarin per werklocatie een profiel en ontwikkelrichting is uitgewerkt (zie afbeelding 4.11). De gebiedsgerichte uitwerking in hoofdstuk 5 Uitwerking visie per deelgebied gaat hier nader op in. In algemene zin zetten we, zowel lokaal als regionaal in MRDH-verband, in op vitale en toekomstbestendige werklocaties die ruimte bieden voor ondernemen en werkgelegenheid genereren. Werklocaties dragen ook bij aan de brede welvaart: door te zorgen voor banen maar ook door ruimte te bieden aan ondernemingen bijvoorbeeld actief in innovaties, digitalisering of AI waarmee maatschappelijke vraagstukken worden aangepakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 4.13: Ontwikkelrichting per werklocatie (bron: ‘Toekomstbestendige werklocaties’, 2023).</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarom vinden we het belangrijk dat de werklocaties beschikbaar blijven voor werken, en niet transformeren naar woon- of gemengde gebieden. Omdat er regionaal een tekort is aan ruimte voor werken en de provincie terughoudend is wat betreft uitbreidingsruimte, ligt er nog meer nadruk op de bestaande werklocaties. Daar komt de extra ruimtevraag voor de circulaire economie nog bij. In Rijswijk willen we daarom onze bestaande bedrijventerreinen behouden en beter benutten. Dat kan onder meer door terreinen beter in te richten en dubbel ruimtegebruik toe te passen. Specifiek is extra bescherming nodig voor zwaardere bedrijfsactiviteiten. Onze strategie voor werklocaties geeft aan waar we deze werkfuncties willen behouden. Ook in het provinciale omgevingsbeleid wordt dit vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met onze werklocaties willen we de werkgelegenheid evenredig laten groeien met het aantal woningen. Dit houdt in dat nieuwe bedrijvigheid moet bijdragen aan groei van werkgelegenheid. Extensief gebruik van de beperkte ruimte is onwenselijk en willen we voorkomen. Dit gaat ook om de wijze waarop de ruimte wordt gebruikt. Ook op bedrijventerreinen moeten we gaan verdichten om de ruimte (bouwoppervlakte, bouwhoogte) optimaal te benutten. Beter benutten is ook het optimaal gebruiken van de aanwezige bedrijfsruimte. Bepaalde functies horen niet thuis op bedrijventerreinen, zoals opslagboxen, kringloopwinkels, sportscholen, kappers, beautysalons, et cetera. Dergelijke functies staan we daarom voor nieuwvestiging op bedrijventerreinen niet toe, we onderzoeken de mogelijkheden om dit gebruik terug te dringen. Voor het behouden van kwalitatieve vestigingslocaties is ook de uitstraling van panden van belang. Voor nieuwe ontwikkelingen zullen daarom beeldkwaliteitsplannen moeten worden opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruimte voor circulaire economie De transitie naar een circulaire economie vraagt om extra ruimte, ook voor zwaardere bedrijfsactiviteiten (activiteiten die meer milieuruimte vragen). Zo is extra becijferde ruimte nodig voor de circulaire economie (die in aanvang nog naast de ‘reguliere’ economie zal blijven bestaan) in combinatie met de energietransitie (uitbreiding van energie-infrastructuur die op bedrijventerreinen een plek kan krijgen). Ook in dit licht zullen we onze werklocaties beter moeten benutten. Rijswijk heeft geen ruimte voor grote ruimtevragers. Wel onderzoeken we welke kansen en uitbreidingsmogelijkhedener binnen Rijswijk zijn, zoals het golfbaanterrein, de TNO-locatie, Event Plaza en Hof van Elsenburg en verder in de Plaspoelpolder (zie ook gebiedsgerichte uitwerking) (kaart: ‘kansen voor kringloopeconomie’ | ‘onderzoekslocatie’).</p>\n<p class=\"lf-p\">Plaspoelpolder De Plaspoelpolder blijft een belangrijke economische motor. De gebiedsindeling uit het Addendum op de Toekomstvisie handhaven we. Rondom Kessler Park, Broodfabriek en het geothermiecentrum (RCSG) faciliteren we de verdere ontwikkeling van een campusfunctie met de focus op energietransitie (kaart: ‘campusfunctie Kessler Park’). Ook bieden we meer ruimte voor daaraan gerelateerde bedrijvigheid. Het Middengebied Plaspoelpolder dient daarbij als doorgroeigebied voor het mkb en startups die willen doorgroeien naar scale-ups (lokaal en regionaal) die meer milieuruimte vragen (vergelijkbaar met voorheen milieucategorie 3.2). Daarnaast blijven we regionale sectorale ontwikkelingen volgen en willen we inspelen op kansen om economische campussen en ecosystemen (zoals die van At The Park en Bioscience DSM) met elkaar te verbinden, volgend op de ontwikkelingen binnen de ‘kennisas’ langs de Oude Lijn. De randen van Plaspoelpolder (met name Havenkwartier en noordrand) hebben we in het verleden al aangewezen voor transformatie naar gemengde werk-woongebieden (kaart: ‘werk-woongebieden’).</p>\n<p class=\"lf-p\">Stadsverzorgende economie Naast het behouden van ruimte voor (ook zwaardere) bedrijvigheid op werklocaties is het van belang om ook voldoende ruimte te bieden voor stadsverzorgende economie. We hanteren een percentage van 10% gekoppeld aan woningbouwontwikkelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Retail en horeca Onze economische visie hebben we ook uitgewerkt in retail- en horecabeleid[35]. Daarin hebben we de gewenste retail- en horecastructuur voor Rijswijk bepaald en uitgewerkt in een toekomstperspectief per centrum. De gebiedsgerichte uitwerking in hoofdstuk 5 gaat nader op de verschillende centra in. Onze doelen hierbij zijn: het bieden van een zo compleet en divers mogelijk voorzieningenaanbod voor inwoners van binnen en buiten Rijswijk; toewerken naar levendige en aantrekkelijke buurtcentra die voorzien in de dagelijkse behoeften aan winkels, ontmoeting en zorg; het realiseren van een aantrekkelijk en dynamisch ondernemersklimaat dat uitnodigt tot investeringen; het strategisch benutten van locaties waar horeca een ondersteunende rol kan vervullen of een bijzondere bestemming met zelfstandige aantrekkingskracht kan bieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beoogde hoofdstructuur bestaat uit de volgende centra:</p>\n<p class=\"lf-p\">Twee onderling complementaire hoofdcentra: Bogaard stadscentrum en Oud-Rijswijk (kaart: ‘Oud-Rijswijk’ | ‘Bogaard stadscentrum’).</p>\n<p class=\"lf-p\">Vijf ondersteunende buurtcentra: Hendrik Ravesteijnplein, Prinses Irenelaan, Henri Dunantlaan, Doctor H. Colijnlaan en De Koploper (RijswijkBuiten) (kaart: ‘buurtcentrum’).</p>\n<p class=\"lf-p\">Een buurtsteunpunt in het Havenkwartier (kaart: ‘buurtsteunpunt’).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bogaard stadscentrum wordt getransformeerd van regionaal winkelcentrum naar stadscentrum. Het blijft een hoofdcentrum voor de hele gemeente. Het is dé plek voor gemeenteverzorgende (winkel-)functies. Hier is het meest complete en grootste aanbod gevestigd, met grotere zaken en landelijk bekende ketens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Oud-Rijswijk positioneren we als recreatief centrumgebied én als ‘dorpscentrum’ voor de gemeente. De eigen identiteit en het historische karakter geven dit centrum een charme die uniek is binnen de gemeente. Hier gaan inwoners van Rijswijk en buurgemeenten en recreatieve bezoekers naar toe voor een diversiteit aan kwaliteitszaken en specialistisch aanbod.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om aanbod te concentreren in deze kansrijke centrumgebieden zijn nieuwe locaties buiten de genoemde locaties niet gewenst. Bestaand aanbod dat buiten een van deze locaties is gevestigd behoudt haar rechten, maar we werken niet mee aan nieuwe zelfstandige winkels en horecazaken wanneer die nu planologisch niet zijn toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Buiten deze hoofdstructuur is nieuwe (verspreide) horeca mogelijk op drie specifieke locaties in Rijswijk:</p>\n<p class=\"lf-p\">Wilhelminapark: lichte horeca aansluitend bij recreatief dagbezoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landgoederenzone: doelgerichte exclusieve horeca concepten in bestaande panden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rondom campus Kessler Park (westzijde Plaspoelpolder / zuidzijde stationsgebied) : horeca gericht op de reizigers en nieuwe inwoners.</p>\n<p class=\"lf-p\">We geven uitvoering aan dit beleid door regels over horeca-activiteiten in het omgevingsplan, op basis van de nieuwe horecacategorieën (inclusief ondergeschikte horeca) uit het retail- en horecabeleid. Daarnaast werken we nog aan terrassen- en uitstallingenbeleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat betreft hotels is de markt in Rijswijk verzadigd. Toevoeging van nieuwe hotels is daarom niet wenselijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelen Inwoners in (de regio van) Rijswijk kunnen werken in een baan die bij hen past.</p>\n<p class=\"lf-p\">Koesteren van de al aanwezige diversiteit aan bedrijven en daarmee werkgelegenheid, en versterken van de sectoren gericht op innovatie, techniek en energie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gericht versterken van het ondernemersklimaat voor lokale ondernemers en verbeteren van het vestigingsklimaat voor nieuwkomers. Aan de hand van de vier pijlers uit de Economische visie inzetten op toekomstbestendige werklocaties en winkelgebieden (retail en horeca).</p>\n<p class=\"lf-p\">Werklocaties: behouden en beter benutten van de ruimte voor werken op onze verschillende werklocaties; vitale en toekomstbestendige werklocaties die ruimte bieden voor ondernemen en werkgelegenheid genereren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Retail- en horeca: gewenste structuur uitgewerkt in toekomstperspectief per centrumgebied. Doelen:- bieden van een zo compleet en divers mogelijk voorzieningenaanbod voor inwoners binnen en buiten Rijswijk;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>toewerken naar levendige en aantrekkelijke buurtcentra die voorzien in de dagelijkse behoeften aan winkels, ontmoeting en zorg;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>realiseren aantrekkelijk en dynamisch ondernemersklimaat dat uitnodigt tot investeringen;- benutten van strategische locaties voor horeca met ondersteunende rol of zelfstandige aantrekkingskracht.</div>\n<p class=\"lf-p\">Randvoorwaarden / uitgangspunten Krachten bundelen met bedrijven en kennisinstellingen om een verschuiving naar duurzame warmte en energie te realiseren. Inzet op toepassing duurzame technieken in energie en warmte. Zoeken naar (koppel)kansen op gebied van circulariteit en kringloopeconomie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Focus op ruimte voor midden- en kleinbedrijf (mkb) en ‘startups’ die willen doorgroeien tot ‘scale-ups’. Er is geen ruimte voor nieuwe écht grote ruimtevragers in Rijswijk. Creatiever omgaan met beschikbare ruimte (bijvoorbeeld meerlaags ruimtegebruik en afstemmen op energienetwerken).</p>\n<p class=\"lf-p\">Werklocaties: profiel en ontwikkelrichting uitgewerkt per werklocatie (strategie werklocaties).</p>\n<p class=\"lf-p\">Belangrijk dat werklocaties beschikbaar blijven voor werken; bestaande bedrijventerreinen behouden en beter benutten; extra bescherming voor zwaardere bedrijfsactiviteiten (behouden werkfuncties volgens strategie werklocaties).</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwe bedrijvigheid moet bijdragen aan groei van werkgelegenheid; extensief ruimtegebruik is onwenselijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beter benutten werklocaties door o.a. beter inrichten, toepassen dubbel ruimtegebruik, verdichten, optimaal gebruiken aanwezige bedrijfsruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalde functies (zoals opslagboxen, kringloopwinkels, sportscholen, kappers, beautysalons etc.) horen niet thuis op bedrijventerreinen, nieuwvestiging daar niet toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitstraling panden van belang voor behoud kwalitatieve vestigingslocaties; voor nieuwe ontwikkelingen moeten beeldkwaliteitsplannen worden opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Extra becijferde ruimte nodig voor circulaire economie, in combinatie met de energietransitie. Geen ruimte voor grote ruimtevragers in Rijswijk; onderzoeken kansen en uitbreidingsmogelijkheden (zoals golfbaanterrein, TNO-locatie, Event Plaza, Hof van Elsenburg, Plaspoelpolder).</p>\n<p class=\"lf-p\">Plaspoelpolder blijft belangrijke economische motor; handhaven gebiedsindeling Addendum Toekomstvisie Plaspoelpolder. Rondom Kessler Park, Broodfabriek en RCSG faciliteren verdere ontwikkeling campusfunctie met focus op energietransitie; ruimte voor daaraan gerelateerde bedrijvigheid. Middengebied als doorgroeigebied voor mkb en startups/scale-ups die meer milieuruimte vragen. Randen Plaspoelpolder (met name Havenkwartier, noordrand) aangewezen voor transformatie naar werk-woongebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stadsverzorgende economie: voldoende ruimte voor stadsverzorgende economie; percentage van 10% gekoppeld aan woningbouwontwikkelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Retail en horeca: beoogde hoofdstructuur met twee complementaire hoofdcentra, vijf ondersteunende buurtcentra en een buurtsteunpunt. Aanbod concentreren in deze kansrijke centrumgebieden; nieuwe retail en horeca (naast al bestaand aanbod) daarbuiten niet gewenst. Buiten hoofdstructuur horeca mogelijk op drie specifieke locaties: Wilhelminapark, Landgoederenzone en campus Kessler Park.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwe hotels zijn niet wenselijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 4.14: Thematische visiekaart ‘Innovatieve economie’. [33] Economische Visie 2030 ‘Rijswijk Onderneemt’ (2023). [34] Toekomstbestendige werklocaties – Economische analyse en strategie (2023). [35] Gemeente Rijswijk – Retail- en horecabeleid (2023).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.10 Goede bereikbaarheid Veranderingen in mobiliteit zijn nodig Zoals blijkt uit paragraaf 2.5.6 Mobiliteit kent Rijswijk op het gebied van mobiliteit een aantal uitdagingen, die aanleiding geven tot ingrijpen in ons mobiliteitssysteem. Zo neemt het aantal verkeersongevallen toe en is er sprake van relatief slechte luchtkwaliteit en geluidhinder. Maar bovenal zal Rijswijk en de omliggende regio de komende tijd sterk groeien. Dit zal leiden tot meer vraag naar mobiliteit (meer verplaatsingen), terwijl de fysieke ruimte gelijk blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onze hoofdambitie op het gebied van mobiliteit is daarom het vinden van een nieuw evenwicht tussen bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid in een stad die groeit. Om de kwaliteiten die Rijswijk heeft als fijne woonomgeving en ondernemende stad te behouden zal de Rijswijkse mobiliteit toekomstbestendig moeten worden. Als we niks doen, komen er meer ongelukken, meer overlast, een slechtere gezondheid en loopt Rijswijk vast. Daarom zijn keuzes nodig en een verandering in mobiliteitsgedrag. Samengevat ziet dat er als volgt uit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Strategische keuzes voor een brede welvaart Met onze nieuwe mobiliteitsstrategie[36] maken we daarom een aantal strategische keuzes, om met onze mobiliteit bij te dragen aan de brede welvaart van onze inwoners. Zo kiezen we ervoor om prioriteit te geven aan vervoermiddelen die schoon zijn, weinig ruimte innemen, veiliger zijn en minder schadelijke effecten op gezondheid hebben. We hanteren daarbij het ‘STOMP-principe’ (op volgorde: Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, ‘Mobility as a service’, Privéauto).</p>\n<p class=\"lf-p\">Onze ambitie hebben we doorvertaald in een zevental strategische keuzes, die meerdere doelen dienen en richting geven aan hoe mobiliteit kan bijdragen aan brede welvaart: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nabijheid – We maken reisafstanden korter door meer functies in een gebied toe te staan, woningen vooral in de Stadsas te bouwen, en te zorgen dat de belangrijkste voorzieningen in de buurt zijn. Dit zorgt ervoor dat mensen voorzieningen vlak bij hun woning hebben. Korte afstanden maken dat lange reizen niet nodig zijn en inwoners zich makkelijk in de buurt kunnen verplaatsen. b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ruimte – We kiezen voor eerlijk, efficiënt en dubbel ruimtegebruik, zodat zoveel mogelijk Rijswijkers gebruik kunnen maken van de beschikbare openbare ruimte. Bij woningbouw waar sprake is van sterke verdichting sturen we maximaal op het gebruik van vervoersmiddelen met een laag ruimtegebruik en zo min mogelijk luchtvervuiling. c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doorstroming – We zorgen dat ieder vervoermiddel goed kan doorstromen. Daarvoor werken we prioritering en voorrang uit volgens de netwerkopbouw (hoofd-, stedelijke en basisnetwerken) en het STOMP-principe. Dat betekent dat auto’s op hoofdwegen meer prioriteit krijgen. Fietsers krijgen meer prioriteit op de andere wegen. d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Keuzevrijheid – Rijswijkers hebben de vrijheid zelf te bepalen welk vervoersmiddel ze gebruiken. We zorgen ervoor dat reizigers het vervoersmiddel kunnen kiezen dat het best past bij hun reis en dat reizigers voor één reis makkelijk meerdere vervoersmiddelen kunnen gebruiken. We zorgen voor goede overstapplekken en vervolg-vervoer e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veiligheid – We nemen maatregelen om het aantal ongelukken zoveel mogelijk te beperken. De meest kwetsbare verkeersdeelnemers beschermen we het meest. f.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leefbaarheid – We beperken overlast en richten de openbare ruimte fijn in voor de gebruikers van de ruimte. In woonwijken betekent dat bijvoorbeeld meer ruimte voor spelen, ontspanning en groen. Op bedrijventerreinen betekent dat beter gebruik van beschikbare parkeergelegenheden en ruimte voor laden en lossen. g.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezondheid – We beperken de schadelijke effecten van mobiliteit en proberen de gezonde effecten juist te stimuleren. Zowel voor degene die zelf van A naar B gaat, als voor de omgeving waar die doorheen gaat. We stimuleren lopen, fietsen en emissieloze mobiliteit. Ook een betere verkeersveiligheid is positief voor de gezondheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebiedsgerichte benadering van mobiliteit Deze zeven strategische keuzes werken we uit in een gebiedsgerichte benadering. Hieruit volgen de keuzes en inrichting van de verschillende typen wijken (vooroorlogse en naoorlogse wijken, gebiedsontwikkelingen, winkelgebieden en werklocaties). Zo passen we de prioritering van modaliteiten volgens het STOMP-principe ook toe in een wijkgerichte aanpak. Zo krijgt het principe bijvoorbeeld op bedrijventerreinen een andere uitwerking dan in woonwijken. Op basis van de kenmerken van de wijk, het mobiliteitsgedrag en bewonersparticipatie zetten we in alle wijken een aanpak op om bewoners een handelingsperspectief te bieden om andere mobiliteitskeuzes te maken. Vervolgens zorgen we voor samenhang tussen de wijken om te komen tot een goed functionerend mobiliteitssysteem voor heel Rijswijk. Daarvoor nemen we verschillende maatregelen op netwerkniveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Integraal mobiliteitsnetwerk en maatregelen in netwerken Op basis van de integrale keuzes en gebiedsgerichte benadering zetten we in op verschillende maatregelen in onze mobiliteitsnetwerken. Voor alle netwerken hebben we de concrete veranderingen op een kaart aangegeven. De kaart in afbeelding 4.13 (‘integraal mobiliteitsnetwerk’) geeft het integrale netwerk 2040 weer.</p>\n<p class=\"lf-p\">We nemen de volgende maatregelen op netwerkniveau:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij kruising van verschillende wegen wordt prioriteit aangegeven en krijgen schone, veilige en ruimte-efficiënte vervoermiddelen voorrang. Op belangrijke autowegen zal de auto meer voorrang krijgen op overstekende fietsers. Bij kruisingen met het hoofdfietsnetwerk is dit het omgekeerde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belangrijke ruggengraat van het netwerk blijft het hoofdautonetwerk. Hier rijden de auto’s 50 km/u; andere wegen worden (gebiedsontsluitingswegen met) 30 km/u. Dit maakt het veiliger, leefbaarder en verbetert de doorstroming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nieuwe woningen worden ontwikkeld met een striktere parkeernorm en extra inzet op lopen, fiets, deelvervoer en ov. Om te voorkomen dat omliggende wijken met parkeeroverlast te maken krijgen wordt in een straal van 500 m om de ontwikkelingen heen gereguleerd parkeren ingevoerd. Bij nieuwe ontwikkelingen is parkeren op eigen terrein het uitgangspunt. Als dit niet mogelijk is, heeft parkeren ondergronds en/of in hubs de voorkeur. Zo spelen we ook extra ruimte vrij voor groen in de woonomgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">We zetten sterk in op verbetering van het openbaar vervoer. Hiervoor hebben we een gewenst ov-netwerk opgesteld, te zien in afbeelding 4.14. We willen onze ov-verbindingen uitbreiden en intensiveren (meer en frequentere lijnen), en zetten in op een aantal routes voor hoogwaardig openbaar vervoer (hov). Belangrijke maatregelen zijn (afbeelding 4.14: ‘gewenst ov-netwerk’):</p>\n<p class=\"lf-p\">We zetten op (boven-)regionaal niveau in op het versterken van de railverbinding (frequentieverhoging) over de ‘Oude lijn’, als belangrijke ov-ruggengraat van de zuidelijke Randstad. De groei van het aantal woningen nabij het station rechtvaardigt meer stops in Rijswijk, en zorgt ervoor dat de trein voor veel inwoners een aantrekkelijker alternatief wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegelijk willen we het bestaande station Rijswijk kwalitatief verbeteren, en geven we de stationsomgeving een upgrade om hier een aantrekkelijk woon- en verblijfsgebied van te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Langs de Oude lijn zetten we in op een nieuw station RijswijkBuiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er loopt een plan- en studiefase voor de uitwerking van een nieuwe hov-verbinding (tram) tussen de Binckhorst en Delft via de Geestbrugweg, de precieze invulling wordt uitgewerkt (project CID/Binckhorst).</p>\n<p class=\"lf-p\">We onderzoeken het verbeteren van de oostwest-verbinding van ov richting Westland en Ypenburg / Zoetermeer (Zuid-westlandcorridor).</p>\n<p class=\"lf-p\">We verkennen de mogelijkheden voor een hov-verbinding over de Prinses Beatrixlaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">We verkennen de mogelijkheden voor verbetering van ov-verbindingen naar RijswijkBuiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiervoor zullen we onder meer lobbyen in de regio. We werken samen met Rijk, provincie en andere gemeenten aan het versterken van het regionale vervoersnetwerk om onze steden beter aan elkaar te verbinden en meer banen bereikbaar te maken voor meer mensen.</p>\n<p class=\"lf-p\">We bekijken de mogelijkheden voor het realiseren van mobiliteitshubs, gekoppeld aan ov-haltes, met een concentratie aan voorzieningen (parkeren, deelmobiliteit, laadinfrastructuur, stadslogistiek en mogelijk andere voorzieningen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook verbeteren we het voor- en natransport, met betere verbindingen van en naar de stations en voorzieningen voor lopen, fietsen en deelmobiliteit. Bij nieuwe woningbouwontwikkelingen zal ov ook als belangrijk onderdeel worden meegenomen in het mobiliteitsconcept.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de fiets hebben we het gewenste netwerk vastgesteld in het Fietsplan 2040. Hierin staan de hoofdfietsroutes, stedelijke en regionale fietsroutes. We verbeteren kwaliteit, comfort, snelheid en veiligheid van fietsroutes om fietsen te stimuleren. Inzet is onder meer een nieuwe fietsbrug over de Vliet (verbinding Wilhelminapark – Zuiderweg).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor lopen hebben we een kaart met de gebieden waar de voetganger voorop staat. We verbeteren looproutes met name rondom scholen, winkelcentra en stations. Belangrijke locaties zijn station Rijswijk, Bogaard stadscentrum en Oud-Rijswijk. Ook een toekomstig station RijswijkBuiten moet zo ingericht zijn dat lopen een logische keus wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">We zorgen voor een fijnmazig netwerk voor langzaam verkeer als verbinding tussen ov-haltes, wijken, centra en groengebieden. Routes maken we aantrekkelijker door ze groen en verkeersveilig in te richten en toegankelijk te maken voor iedereen.</p>\n<p class=\"lf-p\">We verbeteren langzaam verkeersverbindingen bij en over drukke wegen; bijvoorbeeld in combinatie met afwaarderingen (zie boven) en bij de kwaliteitsverbetering van de Prinses Beatrixlaan (kaart: ‘kwaliteitsverbetering Prinses Beatrixlaan’). We versterken de verbinding tussen de centra en het station en nieuwe ontwikkelingen in de Stadsas met onder meer een groene corridor voor langzaam verkeer, waardoor een samenhangend stedelijk gebied ontstaat (kaart: ‘verbinding tussen de centra’). Verder zorgen de groene overkluizingen over de A4 ook voor betere verbindingen voor langzaam verkeer tussen het noordelijk en zuidelijk deel van de stad (kaart: ‘groene verbindingen’).</p>\n<p class=\"lf-p\">We zetten stevig in op een toekomstbestendige herinrichting van de Prinses Beatrixlaan waarbij we onder andere de doorstroming van auto’s, leefbaarheid, verkeersveiligheid, oversteekbaarheid en luchtkwaliteit verbeteren. Hierbij werken we samen met onder andere de MRDH, gemeente Den Haag, provincie Zuid-Holland en het ministerie van IenW om te komen tot een oplossing die bijdraagt aan deze doelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doelen Vinden van een nieuw evenwicht tussen bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid in een stad die groeit; toekomstbestendige Rijswijkse mobiliteit om de kwaliteiten als fijne woonomgeving en ondernemende stad te behouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met onze mobiliteit bijdragen aan de brede welvaart van inwoners, aan de hand van zeven strategische keuzes (Mobiliteitsstrategie).</p>\n<p class=\"lf-p\">Prioriteit geven aan vervoermiddelen die schoon zijn, weinig ruimte innemen, veiliger zijn en minder schadelijke effecten op gezondheid hebben, volgens het ‘STOMP-principe’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toewerken naar een integraal mobiliteitsnetwerk (hoofd, stedelijk en basis) voor geheel Rijswijk, door diverse maatregelen op netwerkniveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Randvoorwaarden / uitgangspunten Uitvoering geven aan strategische keuzes in een gebiedsgerichte benadering:- Nabijheid: kortere reisafstanden door meer functies in een gebied toe te staan, woningen en voorzieningen op korte afstand van elkaar;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Ruimte: eerlijk, efficiënt en dubbel ruimtegebruik; bij woningbouw waar sprake is van sterke verdichting maximaal sturen op vervoer met laag ruimtegebruik en zo min mogelijk vervuiling;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Doorstroming: prioritering en voorrang uitwerken volgens de netwerkopbouw en STOMP;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Keuzevrijheid: keuze voor vervoersmiddel(en) passend bij de reis; goede overstapplekken en vervolg-vervoer;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Veiligheid: maatregelen op ongelukken zo veel mogelijk te beperken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Leefbaarheid: inrichten openbare ruimte fijn voor gebruikers, afhankelijk van het type gebied;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Gezondheid: stimuleren van lopen, fietsen en emissieloze mobiliteit.</div>\n<p class=\"lf-p\">Prioritering volgens het STOMP-principe in een wijkgerichte aanpak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoering geven aan de maatregelen op netwerkniveau:- prioritering aangeven bij kruisingen; voorrang voor schoon, veilig en ruimte-efficiënt;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>hoofdautonetwerk blijft belangrijke ruggengraat; hier 50 km/u, andere wegen (gebiedsontsluitingswegen) 30 km/u;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>nieuwe ontwikkelingen: striktere parkeernorm en extra inzet op lopen, fietsen, deelvervoer en ov; gereguleerd parkeren in een straal van 500 m om ontwikkelingen; parkeren op eigen terrein als uitgangspunt, anders voorkeur voor parkeren ondergronds en/of in hubs;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>sterke inzet op verbetering openbaar vervoer; ov-verbindingen uitbreiden en intensiveren (meer en frequentere lijnen), inzet op aantal routes voor hov; uitgewerkt in gewenst ov-netwerk met bijbehorende maatregelen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bekijken mogelijkheden van mobiliteitshubs, gekoppeld aan ov-haltes, met concentratie aan voorzieningen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verbeteren voor- en natransport, betere verbindingen van en naar stations en voorzieningen voor lopen, fietsen en deelmobiliteit. Bij nieuwe woningbouwontwikkelingen wordt ov als belangrijk onderdeel meegenomen in het mobiliteitsconcept;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verbeteren kwaliteit, comfort, snelheid en veiligheid van fietsroutes; gewenst fietsnetwerk uitgewerkt (Fietsplan 2040);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>verbetering looproutes, met name rondom scholen, winkelcentra en stations;- zorgen voor een fijnmazig langzaam verkeernetwerk tussen ov-haltes, wijken, centra en groengebieden. Routes aantrekkelijk maken door ze groen, veilig en toegankelijk in te richten. Focus op verbetering langzaam verkeersbewegingen bij en over drukke wegen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 4.15: Integraal mobiliteitsnetwerk (bron: Mobiliteitsstrategie, versie 1 mei 2024).</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 4.16: Wensbeeld openbaar vervoernetwerk (bron: Mobiliteitsstrategie, versie 1 mei 2024). [36] Mobiliteitsstrategie Rijswijk – Een nieuw evenwicht tussen bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid in een stad die groeit (2024).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.11 Integrale omgevingsvisiekaart In de paragrafen hiervoor zijn de ambities en gewenste ontwikkelingen voor de gemeente Rijswijk toegelicht in tekst, beeld en kaarten. De belangrijkste ambities en ontwikkelingen hebben we getoond op de omgevingsvisiekaart die hier te zien is. Deze kaart moet worden gezien als visiekaart en niet als omgevingsplankaart. Een omgevingsvisie is namelijk niet juridisch bindend voor de burger. Wel laat de kaart, in combinatie met de tekst, goed zien wat onze ambities zijn voor het behoud en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Rijswijk. Deze kaart vormt de basis voor de gebiedsgerichte uitwerking die in het volgende hoofdstuk is opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 4.17: Integrale omgevingsvisiekaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Uitwerking visie per deelgebied 5.1 Inleiding Hoofdstuk 4 Uitwerking visie per thema beschrijft per thema onze visie en doelen voor de toekomst. Deze ambities zullen ergens binnen Rijswijk een plaats krijgen. Waar en hoe die in de praktijk precies uitwerken, hangt af van de plek binnen de gemeente. Zo zullen onze ambities voor de innovatieve economie vooral terechtkomen op onze bedrijventerreinen, terwijl in de landgoederenzone meer nadruk zal liggen op het creëren van een groene stadsbiotoop.</p>\n<p class=\"lf-p\">In deze omgevingsvisie hebben we de gemeente daarom opgedeeld in verschillende gebieden. We onderscheiden de volgende vijf deelgebieden binnen Rijswijk: a.</p>\n<p class=\"lf-p\">Oud-Rijswijk; b.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bogaard stadscentrum; c.</p>\n<p class=\"lf-p\">Woongebieden; d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werken (en werk-woongebieden); e.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groenzones.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit hoofdstuk beschrijven we wat de thematische ambities uit hoofdstuk 4 Uitwerking visie per thema voor deze deelgebieden van de gemeente betekenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit zijn vooral ‘typen’ gebieden, die zijn samengesteld uit verschillende kleinere gebieden met vergelijkbare kenmerken en functies. Zo bestaat het gebied ‘woonwijken’ uit allerlei verschillende wijken en buurten, die ook weer hun eigen karakteristieken hebben. Wat ze alle gemeen hebben, is dat ze in hoofdzaak een woonfunctie hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">We kiezen voor deze indeling in typen gebieden, vanuit de gedachte dat we in die gebieden op eenzelfde manier willen sturen om onze visie en doelen te bereiken. Verschillen en accenten binnen een gebied zullen we waar dat relevant is ook benoemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per deelgebied gaat dit hoofdstuk in op de volgende onderdelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Identiteit en kwaliteit: deze paragraaf beschrijft beknopt het karakter van het deelgebied. Dat zijn bijvoorbeeld de ruimtelijke kenmerken en kwaliteiten van het gebied. Algemeen uitgangspunt is dat ontwikkelingen bijdragen aan of aansluiten bij het karakter van het gebied waar ze plaatsvinden. Deze gebiedsbeschrijving vormt daarvoor de basis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitdagingen: hier beschrijven we beknopt de belangrijkste uitdagingen die specifiek voor dat deelgebied gelden. Ten opzichte van het thematische hoofdstuk zijn dat geen ‘nieuwe’ punten, maar wel een nadere uitwerking of invulling daarvan. Hier geven we aan hoe bepaalde thematische onderwerpen specifiek in een gebied een plek krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Koers: onder koers geven we de visie en richting aan voor het desbetreffende deelgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwegingskader: Het afwegingskader (zie ook hoofdstuk 3) is een beeldende weergave van de koers van de gemeente. Het afwegingskader omvat de negen belangrijkste ambities van de omgevings­visie. Op gemeenteniveau wordt ervan uitgegaan dat alle ambities even belangrijk zijn. Niet alle ambities passen echter in alle gebieden in gelijke mate. Per deelgebied kan die balans dus anders zijn. Zo is de ambitie ‘innovatieve economie’ in gebiedstype bedrijventerreinen logischerwijs meer van belang dan in een woonwijk. Daarom hebben we ook het afwegingskader per gebiedstype uitgewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Referentiebeelden: Deze set beelden biedt inspiratie voor het behouden van de bestaande kwaliteiten (beelden uit Rijswijk) en het toevoegen van nieuwe kwaliteiten (beelden van elders).</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwegingskader Het afwegingskader werkt als volgt. Iedere as vertegenwoordigt een ambitie en bestaat uit vijf punten. Als het bolletje in het midden staat (plek drie) betekent dit dat het ambitieniveau gelijk is aan het gemiddelde van de omgevingsvisie. Meer punten (meer naar buiten) betekent dat de ambitie in het betreffende gebied meer nadruk krijgt dan gemiddeld. Minder punten (meer naar binnen) betekent dus dat de ambitie in dit gebied minder belangrijk is dan gemiddeld. Deze puntenverdeling is relatief, namelijk ten opzichte van de andere deelgebieden. Een lager puntenaantal voor één thema betekent dus een minder grote inzet op van het betreffende aspect in het betreffende deelgebied dan in andere deelgebieden. We hebben in de interne en externe participatie deelnemers gevraagd hierin mee te denken. Daarbij hebben we als regel meegegeven dat als er één schuifje omhoog ging, er ergens anders een schuifje omlaag moest.</p>\n<p class=\"lf-p\">We hebben hieronder per type deelgebied alleen de afwijkingen ten opzichte van het gemiddelde toegelicht en als een plusje een minnetje opheft waardoor het resultaat op drie blijft staan. We gebruiken het afwegingskader onder andere bij het ontwikkelen van nieuw beleid, het opstellen van het omgevingsplan en het toetsen van nieuwe (buitenplanse) initiatieven. Het afwegingskader maakt namelijk in één oogopslag duidelijk welke ontwikkelrichting wenselijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2 Oud-Rijswijk 5.2.1 Inleiding Kenmerkend voor Rijswijk zijn de twee centra: het historische dorpscentrum van Oud-Rijswijk en het nieuwe Bogaard stadscentrum. Naast deze twee onderling complementaire hoofdcentra, zijn er verspreid in de woonwijken van Rijswijk een aantal kleinere buurtcentra met winkels en voorzieningen aanwezig, maar die maken deel uit van het deelgebied Woonwijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5.1: Visiekaart deelgebied Oud-Rijswijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.2 Identiteit en kwaliteiten De dorpskern van Rijswijk heeft een sterk historisch karakter. Veel panden zijn intact gebleven. Oud-Rijswijk heeft daardoor nog altijd een historische sfeer, met monumentale herenhuizen en diverse bezienswaardigheden. De markantste voorbeelden zijn de Oude Kerk en het Tollenshuis, waarin het Museum Rijswijk zit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door de vestiging van winkeliers en andere voorzieningen is hier in de loop der tijd een levendig centrum ontstaan. Het gebied herbergt tientallen winkels, restaurants en cafés en biedt een gevarieerd aanbod aan diensten en ambachtszaken, wat bijdraagt aan de unieke sfeer en aantrekkelijkheid van het centrum. Het winkelgebied van Oud-Rijswijk is het één na grootste in de gemeente. Oud-Rijswijk biedt een kleinschaliger en specifieker winkelaanbod dan Bogaard stadscentrum en onderscheidt zich door zijn charmante karakter en kleinschalige, zelfstandige ondernemingen. Verder is er elke zaterdag een goed bezochte markt rondom de Oude Kerk en vinden er regelmatig andere evenementen plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dankzij dit aanbod aan voorzieningen en evenementen fungeert Oud-Rijswijk als een belangrijke ontmoetingsplek voor de inwoners van Rijswijk. Het winkelgebied vervult voornamelijk een boodschappenfunctie voor de omliggende buurten, maar trekt met zijn specialistische aanbod ook een breder publiek aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kernwinkelgebied omvat de Herenstraat, het zuidelijke deel van de Kerkstraat, het zuidelijke deel van de Tollensstraat en het noordelijke deel van de Kerklaan. De aanloopstraten bestaan uit de noordelijke delen van de Kerkstraat en de Tollensstraat, de Kerklaan tot de Emmastraat, het brede deel van de Herenstraat tot de Willemstraat en de Willemstraat tot aan de Emmastraat.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.3 Uitdagingen Oud-Rijswijk kent de volgende uitdagingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een grote verscheidenheid aan terrassen, inrichtingselementen in de buitenruimte en reclame-uitingen doen afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit en staan op gespannen voet met het historische karakter.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitdaging is dan ook de ruimtelijke kwaliteit van zowel de bebouwing, als de inrichting en het gebruik van de openbare ruimte te verhogen en meer in overeenstemming te brengen met het historische karakter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is behoefte aan het verbeteren van de entrees van het gebied op onderwerpen als toegankelijkheid, parkeren, groen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op de levendigheid is het belangrijk een aaneengesloten winkel- en voorzieningenfront te behouden. De Functionele Zonering belemmert dit (Retail- en horecabeleid, 2023).</p>\n<p class=\"lf-p\">De horeca ligt (te) verspreid over het gebied en de concentratie van avondhoreca bij de kerk geeft overdag een doods beeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitdaging is om een goede balans te vinden en te behouden tussen levendigheid en leefbaarheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bereikbaarheid van zowel het economische, als het historische hart van Oud-Rijswijk is een doorlopend aandachtspunt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op termijn zal er sprake zijn van een toename van bezoekers en mobiliteitsbewegingen als gevolg van de grootschalige woningbouwontwikkelingen in de Binckhorst.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.2.4 Koers Gezien de aanwezige mix van horeca, winkels (kwaliteitszaken en specialistisch aanbod) en overige voorzieningen positioneren we Oud-Rijswijk als recreatief centrumgebied én als ‘dorpscentrum’ voor de gemeente. De eigen identiteit en het historische karakter geven Oud-Rijswijk een charme die uniek is binnen de gemeente. We willen ook in de toekomst inwoners van Rijswijk en buurgemeenten en recreatieve bezoekers hier naartoe trekken. Daarom hebben we aandacht voor beeldkwaliteit van zowel de bebouwing, als inrichting en gebruik van de openbare ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">We streven naar een compacter centrum rondom een levendige en gevulde Herenstraat. De uitgangspunten voor horeca- en winkelvoorzieningen zijn nader uitgewerkt in het retail- en horecabeleid. Daarin zijn ook gebiedsprofielen opgenomen (aantrekkelijk verblijven, ‘couleur locale’, doelgericht, gevarieerde centrumstraat, publieksgerichte aanloopstraten, overige aanloopstraten, wonen en werken). De Willemstraat (publieksgerichte aanloopstraat) is in beginsel geschikt voor dienstverlening, ambachten en bezorghoreca. De Kerkstraat, Tollenstraat en het eerste deel van de Kerklaan zijn aanloopstraten. Ook hier worden publieksgerichte functies toegestaan, maar ook wonen op de begane grond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Twee volwaardige supermarkten zijn passend bij de functie van Oud-Rijswijk binnen de gemeentelijke voorzieningenstructuur. Daarnaast is het behoud van een kleinere doelgroepensupermarkt wenselijk. Alleen nieuwvestiging van lichte en middelzware horeca is gewenst. In het voetgangersgebied van Oud-Rijswijk is bezorghoreca niet passend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de Herenstraat is het wenselijk dat een herinrichtingsplan wordt gemaakt. Voor de westkant is dit ook gewenst. Verder moeten er meer (veilige) stallingsmogelijkheden voor de fiets komen, verbeteren we de toegankelijkheid voor mindervaliden en voorkomen we overlast van scooters.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwegingskader Oud-Rijswijk Afbeelding 5.2: De Roos van Oud-Rijswijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3 Bogaard stadscentrum 5.3.1 Inleiding Zoals hiervoor toegelicht onderscheiden we Bogaard stadscentrum als eigen deelgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5.3: Visiekaart deelgebied Bogaard stadscentrum.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3.2 Identiteit en kwaliteiten Het winkelcentrum 'In de Bogaard' werd in 1963 geopend. Het was destijds een van de modernste en eerste overdekte winkelcentra in Nederland, geïnspireerd op de grote Amerikaanse ‘malls’. Het winkelcentrum groeide in de jaren erna uit tot een belangrijk centrum voor zowel de lokale bevolking als bezoekers van buitenaf. ‘Bogaard stadscentrum’, zoals het nu heet, is nog steeds het grootste winkelgebied van de gemeente. Het centrum huisvest een breed scala aan winkels en horecagelegenheden. Het winkelaanbod varieert van landelijke ketens tot lokale ondernemers. Naast winkels en horeca zijn er ook verschillende andere voorzieningen, zoals een sportschool.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bogaard stadscentrum is een overzichtelijk winkelgebied voor bezoekers. De hoofdassen van het winkelgebied bestaan uit de Prins Johan Friso Promenade, de Prins Constantijn Promenade en de Prins Willem-Alexander Promenade. Het winkelcentrum is goed bereikbaar per auto door de omliggende grote wegen en ruime parkeergelegenheden, en per openbaar vervoer door de korte afstand tot het treinstation en tram- en bushaltes in de directe omgeving. Ook zijn er een beveiligde stalling en verschillende fietsenrekken rondom het centrum te vinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van het Masterplan In de Bogaard (waaronder ook de overzijde van de Prinses Beatrixlaan valt) ondergaat Bogaard stadscentrum en omgeving een grootschalige transformatie, waarbij een aanzienlijk oppervlak aan winkels en kantoren plaatsmaakt voor met name woningen en verblijfsfuncties. Op verschillende plekken wordt al volop gewerkt aan deze transformatie. Zo zijn onder meer de woontorens De Generaal en The Minister opgeleverd, is het Bogaardplein heringericht tot een groene en aantrekkelijke verblijfsruimte en er wordt gebouwd aan The Orchards.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3.3 Uitdagingen Het gebied heeft de volgende uitdagingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bogaard stadscentrum verloor de laatste jaren zijn aantrekkingskracht als regionaal winkelcentrum. Daardoor is er sprake van een grote structurele leegstand van zowel winkels als kantoren. De gemeente heeft al plannen vastgesteld voor de transformatie naar een gemengd gebied met ruimte voor wonen, winkelen en verblijven. De uitdaging is om deze plannen daadwerkelijk te realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Bogaardplein en het winkelcentrum missen na sluitingstijd levendigheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Prinses Beatrixlaan is een drukke verkeersader die afbreuk doet aan de verblijfskwaliteit in Bogaard stadscentrum. De uitdaging is om de kwaliteit van de inrichting van de Prinses Beatrixlaan te verbeteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als geheel heeft het gebied een versteend karakter, waardoor ook klimaatadaptatie en met name het tegengaan van hittestress belangrijke aandachtspunten zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.3.4 Koers Het hoofddoel van het Masterplan In de Bogaard (2019) is om het gebied te ontwikkelen tot een levendig en groen winkel-, woon en verblijfsgebied: een multifunctioneel gebied voor de stad. Belangrijk onderdeel hiervan is dat de winkeloppervlakte sterk afneemt. Het winkelcentrum wordt compacter, maar sterker verbonden met de omliggende buurten, met een aanbod dat aansluit bij de gewenste functie als één van de twee hoofdcentra van de gemeente. Daarbij passen drie volwaardige supermarkten, aangevuld door een of enkele kleinere doelgroepensupermarkten. De uitgangspunten voor horeca- en winkelvoorzieningen zijn nader uitgewerkt in het retail- en horecabeleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rondom en in het winkelcentrum is ruimte voor toevoeging van nieuwe woningen. Het gebied is een van de belangrijkste locaties om de woningbouwopgave van Rijswijk te realiseren. Nieuwe woningen worden voornamelijk gerealiseerd door transformatie en verdichting in het gebied. Daarbij kan op diverse plekken ook de hoogte in worden gebouwd, waardoor er meer ruimte voor groen en een aantrekkelijk verblijfsgebied overblijft. Daardoor is er ook ruimte voor meer maatschappelijke voorzieningen en andere verblijfsfuncties zoals horeca en wordt het stadscentrum een aantrekkelijk ontmoetingspunt voor zowel bewoners als bezoekers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze transformatie is deels al gaande. Zo is onder meer de woontoren De Generaal al opgeleverd en is het Bogaardplein heringericht tot een groene en aantrekkelijke verblijfsruimte. Behalve locaties binnen het bestaand bebouwde gebied staat voor de toekomst de ‘ontwikkelstrook’ aan de westzijde op de rol. Deze strook kan ontstaan door een herinrichting van de Prinses Beatrixlaan. Door verlegging van de rijbaan ontstaat een strook die ruimte biedt voor nieuwbouw. Dit kan gepaard gaan met een kwaliteitsverbetering en vergroening van de Prinses Beatrixlaan. De precieze variant voor deze herinrichting en ontwikkelstrook moet nog worden bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook leegstaande kantoorlocaties ten westen van de Prinses Beatrixlaan (dus net buiten Bogaard stadscentrum) bieden kansen voor transformatie en herontwikkeling naar woningbouw en nieuwe hoogbouw. Recent is de woontoren The Minister opgeleverd en isde transformatie van Markenlaan 5 nagenoeg afgerond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belangrijk uitgangspunt bij de herontwikkeling van het gebied is dat de openbare ruimte, die zo vrijkomt, groener en attractiever wordt ingericht. Daarbij worden er onder meer nieuwe openbare verblijfsplekken gecreëerd, en – met het oog op de bereikbaarheid voor langzaam verkeer - een nieuwe oost-westverbinding voor voetgangers en fietsers door het centrum heen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwegingskader Bogaard stadscentrum Afbeelding 5.4: De Roos van Bogaard stadscentrum.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4 Woongebieden 5.4.1 Inleiding Rondom de twee centra – Oud-Rijswijk en Bogaard stadscentrum – bestaat Rijswijk uit een groot aantal wijken en buurten die in de eerste plaats een woonfunctie hebben. De Woongebieden van Rijswijk zijn grofweg te verdelen in vooroorlogse wijken, naoorlogse wijken, moderne uitbreidingswijken en binnenstedelijke verdichtingen. Deze hoofdindeling is vooral een stedenbouwkundige typering, van woongebieden die overeenkomsten hebben qua bouwperiode, ruimtelijke opzet en/of woningtypen. Daarbinnen bevinden zich weer verschillende buurten die hun eigen kenmerken hebben. Ook zijn er diverse kleinere buurtcentra met winkels en voorzieningen te vinden. Wat de activiteiten betreft, zijn er geen redenen om verder onderscheid tussen de verschillende woongebieden te maken. Deze paragraaf beschrijft daarom weliswaar het karakter van de verschillende typen woonwijken, maar het blijft één deelgebied dat ook als zodanig één koers heeft gekregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afbeelding 5.5: Visiekaart deelgebied Woongebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4.2 Identiteit en kwaliteiten De vooroorlogse wijken variëren van dichtbevolkte arbeidersbuurten tot de lommerrijker jaren ’30 buurten. In de arbeidersbuurten, zoals Cromvliet, het Rembrandtkwartier en het Havenkwartier, zijn de straten vaak relatief smal en versteend, op de bomenrijen na. Hier staan eengezinswoningen en meergezinswoningen in koop en (sociale) huur. Buurten zoals Leeuwendaal en Welgelegen, ontwikkeld in reactie op de verstedelijking en de groeiende woningbehoefte, zijn verkeersluwe buurten met veel groen. Hier staan statige eengezinswoningen en herenhuizen uit de jaren '20 en '30 van de vorige eeuw, gekenmerkt door prachtige originele elementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de decennia na de Tweede Wereldoorlog en met name vanaf de tweede helft van de jaren ’50 is Rijswijk in rap tempo gegroeid. Zo breidde de stad vanuit het vooroorlogse Rijswijk steeds verder in westelijke richting uit. Rijswijk bouwde niet alleen voor eigen behoefte, maar ook voor die van de regio. Mede door die snelle groei heeft Rijswijk zijn zelfstandigheid behouden en annexatie door Den Haag kunnen voorkomen. De naoorlogse woningnood werd bestreden met ruim opgezette uitbreidingen. De naoorlogse wijken bestonden aanvankelijk uit veel laagbouw en portiekwoningen, later ook aangevuld met (middel)hoogbouw. Kenmerkend voor deze wijken zijn relatief veel appartementen en portiekflats in een (half)open stedenbouwkundige structuur en met een samenhangend bebouwingsbeeld die de verschillende wijken een herkenbare en eigen identiteit geeft. In deze wijken is ruimte voor groene zones/speelplekken, brede trottoirs, straten waar de fiets en auto de ruimte delen en in de meeste gevallen voldoende parkeergelegenheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na 1990 hebben uitbreidingen aan de west- en zuidkant van de stad plaatsgevonden. Dit zijn wijken uit de (pre-)Vinex-periode. In vergelijking met de naoorlogse wijken tot de jaren ’70 zijn hier minder appartementen en gestapelde bouw en meer grondgebonden eengezinswoningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoekpolder en Vrijenban zijn gebouwd eind jaren ’80, net voor de Vinex-periode. Strijp is gebouwd in de jaren ’90 en valt in de vroege Vinex-periode. Hier is sprake van een gevarieerdere bouw dan de wijken uit de jaren ’80. Eikelenburg is een wijk van na het jaar 2000 met een meer duurzaam profiel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sinds 2013 werkt de gemeente Rijswijk samen met ontwikkelaars aan de bouw van de duurzame nieuwbouwwijk RijswijkBuiten, gelegen tussen het centrum van Rijswijk en Delft aan de zuidkant van de A4. In dit gebied, dat vroeger werd gebruikt voor glastuinbouw, worden tot 2030 meer dan 3.500 duurzame woningen gerealiseerd in de deelgebieden Sion, Parkrijk en Pasgeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4.3 Uitdagingen De meeste vraagstukken liggen in de vooroorlogse en de vroeg-naoorlogse woonwijken. Het gaat om de volgende uitdagingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De vooroorlogse wijken kenmerken zich door smalle straten, waar een hoge druk op de openbare ruimte is. Van speelplekken voor kinderen, bomen, gedeelde straten voor auto en fiets, smalle trottoirs en ruimte voor het parkeren voor de fiets en de auto; alles moet in de beperkte ruimte die er is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vooral in de vroeg-naoorlogse wijken in Rijswijk zijn de opgaven rond bijvoorbeeld verduurzaming, woonkwaliteit en wonen met zorg groot.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leefbaarheid en het leefbaarheidsgevoel gaat in een aantal gebieden achteruit (actualisatie Woonvisie 2015-2025). In de naoorlogse wijken verhindert de eenzijdige woningvoorraad dat jonge gezinnen en senioren kunnen doorstromen in de wijk. Op sommige plaatsen leidt dit er toe dat de sociale cohesie en leefbaarheid onder druk staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een groot deel van de inwoners van deze wijken is alleenstaand, heeft geen vast inkomen of staat nog aan het begin van zijn/haar carrière. Het gemiddelde inkomen van inwoners is relatief laag. Deze wijken scoren minder goed op het gebied van sociale cohesie, overlast en veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De brede wegen tussen de naoorlogse woonwijken vormen barrières tussen de wijken en zorgen ervoor dat wijken weinig onderlinge verbinding hebben. Het is een uitdaging om betere loop- en fietsverbindingen tussen de wijken/ buurten en belangrijke bestemmingen/voorzieningen in de omgeving te realiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.4.4 Koers Vooroorlogse wijken In de vooroorlogse wijken zetten we in op een aantrekkelijke, gezonde en klimaatadaptieve omgeving. Daarom creëren we meer ruimte voor groen, spelen, ontmoeten en lopen. Met behulp van parkeerregulering voorkomen we langparkeerders uit andere gemeenten en overlast door te veel geparkeerde auto's. Voetgangers en fietsers kunnen de wegen tussen de wijken beter oversteken als de snelheid van 50 naar 30 km/uur wordt teruggebracht. Ook zorgt dit voor een flinke verbetering van verkeersveiligheid en vermindering van schadelijke emissies (lucht en geluid).</p>\n<p class=\"lf-p\">Naoorlogse wijken</p></div>", "next": 239117}