{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">5 Een project betrekt nieuwe partners bij de eigen opgave en versterkt daarmee het effect van eerder gekozen methodieken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-160\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 160</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Gedeputeerde Staten verlenen subsidie voor een bijdrage in de kosten van een pro-ject, zoals bedoeld in artikel 85.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Geen subsidie wordt verstrekt voor structurele (personeels)kosten van de aanvragende of uitvoerende organisatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-161\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 161</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt ten hoogste 65 % van de subsidiabele projectkosten, met een maximum van € 50.000,- per project in 2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In naar hun oordeel bijzondere gevallen kunnen Gedeputeerde Staten afwijken van het in het eerste lid genoemde percentage.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De hoogte van de subsidie kan worden aangepast om te voldoen aan Europeesrechtelijke bepalingen voor staatssteun.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-162\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 162</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van de subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidieontvanger rapporteert voor 1 oktober 2012 over de voortgang van het project.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een project is inhoudelijk en financieel afgewikkeld voor 31 december 2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid doet de subsidieontvanger onverwijld mededeling aan Gedeputeerde Staten van omstandigheden die de voortgang van het project belemmeren of die anderszins gevolgen kunnen hebben voor de aanspraak op subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan Gedeputeerde Staten van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surséance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De subsidieontvanger dient kenbaar te maken dat het project mede wordt uitgevoerd met subsidie van de provincie Fryslân.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-163\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 163</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschotten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Op aanvraag kan een voorschot van ten hoogste 80 % van het maximale subsidiebedrag worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Gedeputeerde Staten beslissen binnen acht weken op een aanvraag tot voorschotverlening. In bijzondere gevallen kan een andere beslistermijn worden vastgesteld, daarvan wordt gemotiveerd mededeling gedaan aan de aanvrager.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In het besluit tot voorschotverlening kunnen verplichtingen worden opgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-164\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 164</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikking tot subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidieontvanger dient binnen acht weken na afloop van de activiteit of het tijdvak waarvoor subsidie is verleend een aanvraag tot subsidievaststelling in, met gebruikmaking van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld aanvraagformulier, waarop is vermeld welke bijlagen dienen te worden bijgevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag ontheffing verlenen van de in het eerste lid bedoelde termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Gedeputeerde Staten beslissen binnen 8 weken na de datum van ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 In bijzondere gevallen kunnen Gedeputeerde Staten de beslistermijn verlengen. Daarvan wordt gemotiveerd mededeling gedaan aan de aanvrager.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 18 University Campus Fryslân</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-165\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 165</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze titel wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Omnibus Decentraal Regeling (hierna: ODR): de Omnibusregeling voor provincies en gemeenten inzake de staatssteunaspecten van subsidieverstrekking ten behoeve van onderzoek, ontwikkeling en innovatie, zoals goedgekeurd door de Europese Commissie bij beschikking N 726a/2007 van 3 april 2008 en N 726b2007 van 22 april 2008.</p>\n<p class=\"lf-p\">UCF-programma: het programma UCF 2010-2014, zoals vastgesteld door provinciale staten op 26 januari 2011 met nummer 01B, inclusief wijzigingen van latere datum.</p>\n<p class=\"lf-p\">UCF-partner: een rechtspersoon die in § 2.4 van het UCF-programma als partner is genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">UCF-project: een project dat is gericht op de realisatie van één of meer onderdelen van het UCF-programma. samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband dat specifiek is opgericht voor de uitvoering van een UCF-project in de zin van deze titel. penvoerder: de rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die door alle partijen van een samenwerkingsverband is gemachtigd namens die partijen op te treden ter zake van subsidieverstrekking in de zin van deze titel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stichting UCF: de netwerk- en adviesorganisatie die is opgericht met als taak het regisseren, modereren en faciliteren van de ontwikkeling van de University Campus Fryslân.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-166\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 166</span><span class=\"lf-art-t\">Doel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidieregeling heeft als doel de realisatie van het UCF-programma.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-167\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 167</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag subsidie verstrekken voor een UCF-project.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-168\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 168</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde staten stellen ten behoeve van deze titel een meerjaren subsidieplafond vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-169\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 169</span><span class=\"lf-art-t\">Advies</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Gedeputeerde staten wijzen de Stichting UCF aan als het adviesorgaan dat tot taak heeft gedeputeerde staten te adviseren over het verstrekken van subsidies op grond van deze titel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Gedeputeerde staten geven de Stichting UCF instructies over de wijze waarop de adviestaak wordt uitgevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-170\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 170</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidieontvanger in de zin van deze titel is een UCF-partner of een samenwerkingsverband van UCF-partners.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In afwijking van het vorige lid kunnen gedeputeerden staten bij afzonderlijk besluit een rechtspersoon niet zijnde een UCF-partner aanwijzen als subsidieontvanger.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-171\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 171</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag, verdeelsystematiek en beslissing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een aanvraag kan gedurende een door gedeputeerde staten vastgestelde periode worden ingediend door inzending van een daartoe door gedeputeerde staten vastgesteld aanvraagformulier. Het aanvraagformulier vermeldt welke bijlagen bij de aanvraag dienen te worden overgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien de aanvraag betrekking heeft op een UCF-project dat wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband, wordt de aanvraag ingediend door de penvoerder en gaat de aanvraag vergezeld van de aan het samenwerkingsverband ten grondslag liggende en door alle partijen getekende samenwerkingsovereenkomst met daarin in elk geval een overzicht van de daaraan deelnemende rechtspersonen alsmede van de verdeling van de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen tussen de verschillende deelnemers.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Gedeputeerde staten stellen de aanvraag voor advies in handen van de Stichting UCF, tenzij de Stichting UCF zelf subsidieontvanger is.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Indien de aanvrager een onvolledige aanvraag, al dan niet na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht, aanvult, geldt de dag waarop de aanvulling is ontvangen met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst van de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Gedeputeerde staten beslissen op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, heeft de aanvraag die naar het oordeel van gedeputeerde staten het meest bijdraagt aan de realisatie van het UCF-programma, voorrang bij het in aanmerking komen voor subsidieverlening..</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Het besluit tot verlening van een subsidie vermeldt de beschrijving van het UCF-project, de subsidiegrondslag, de periode waarvoor aanspraak op subsidie bestaat, de subsidiabele kosten, de – voor zover niet neergelegd in een wettelijk voorschrift – aan de subsidie verbonden verplichtingen en de te realiseren effecten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-172\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 172</span><span class=\"lf-art-t\">Toetsingscriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het UCF-project past in dan wel draagt bij aan de doelstellingen van het UCF-programma.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het UCF-project mag niet in strijd zijn met Europese, nationale en provinciale wet- en regelgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De subsidieverstrekking aan één of meerdere subsidieontvangers waarmee de provincie Fryslân reeds een afzonderlijke subsidierelatie heeft, leidt niet tot vermindering van de door die partij of partijen in dat verband te verrichten prestaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Onverminderd het bepaalde in de voorgaande leden, het bepaalde in de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2006 en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de subsidie in elk geval geweigerd, indien naar het oordeel van gedeputeerde staten de financiering van het UCF-project niet sluitend is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-173\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 173</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De voor subsidie in aanmerking komende kosten zijn de kosten van het UCF-project, voor zover die naar het oordeel van gedeputeerde staten noodzakelijk en rechtstreeks aan de uitvoering van het UCF-project zijn toe te rekenen en voor zover die redelijk en billijk zijn, met dien verstande dat: voor zover het UCF-project voorziet in niet-economische onderwijsactiviteiten alleen subsidie wordt verstrekt voor het exploitatietekort zoals dat is vermeld in de aanvraag tot subsidieverlening. de reis- en verblijfskosten voor binnenlandse en buitenlandse reizen alleen voor vergoeding in aanmerking komen, voor zover deze niet inbegrepen zijn in het integrale uurtarief en mits deze redelijk en noodzakelijk zijn. de subsidiabele loonkosten worden berekend op basis van het brutoloon volgens de loonstaat van de betrokken medewerkers, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van 1.650 productieve uren per jaar bij een voltijds dienstverband van 40 uren, vermeerderd met een vaste opslag voor indirecte kosten van 30%.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidiabele kosten worden berekend op basis van een in de markt gebruikelijke en controleerbare methode, die is gebaseerd op bedrijfeconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd en die de subsidieontvanger stelselmatig toepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Onverminderd het bepaalde in lid 1 wordt in ieder geval geen subsidie verstrekt voor: kosten die op grond van de ODR niet als subsidiabele kosten worden aangemerkt, met uitzondering van kosten voor niet-economische onderwijsactiviteiten; de eventuele restwaarde van specifiek voor de subsidiabele activiteiten aangeschafte apparatuur; kosten verbonden aan de oprichting van een privaatrechtelijke rechtspersoon; kosten van aankoop of inbreng van onroerende zaken; kosten die betrekking hebben op regulier beheer en onderhoud; leges, kadaster- en financieringskosten, zoals debetrente, boetes, financiële sancties en hiermee samenhangende kosten, zoals kosten vergunningen, overdrachts-, taxatie- en makelaarskosten niet begrote kosten dan wel onvoldoende inzichtelijk gemaakte of ongespecificeerde kosten. kosten, gemaakt na de periode waarvoor aanspraak op subsidie bestaat met uitzondering van de kosten van de accountantsverklaring ten behoeve van het verzoek tot vaststelling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-174\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 174</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie voor een UCF-project dat voorziet in niet-economische onderwijsactiviteiten bedraagt maximaal 100 procent van het exploitatietekort.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidie voor een UCF-project dat voorziet in economische activiteiten bedraagt per subsidieontvanger maximaal het percentage of bedrag dat in de toepasselijke ODR-module, zoals opgenomen in de bij deze regeling opgenomen bijlage ‘Schematische samenvatting ODR’, als steunplafond is aangemerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Voor de vaststelling of een subsidieontvanger als kleine middelgrote of grote onderneming als genoemd in de ODR moet worden aangemerkt, is de situatie op de datum van indiening van de subsidieaanvraag bepalend.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Indien sprake is van een samenwerkingsverband, wordt de subsidie berekend over de begrote subsidiabele kosten per deelnemer aan dat samenwerkingsverband.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De hoogte van de subsidie kan worden aangepast om te voldoen aan Europeesrechtelijke bepalingen voor staatssteun.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-175\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 175</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van de subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidieontvanger voert het UCF-project uit in overeenstemming met de beschikking tot subsidieverlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien een subsidieontvanger een aanbestedende dienst is en sprake is van verstrekking van opdrachten voor infrastructurele werken, leveringen of diensten of als een subsidieontvanger in het UCF-project een opdracht plaatst die voor meer dan 50% rechtstreeks door aanbestedende diensten wordt gesubsidieerd en verder ook sprake is van een opdracht als bedoeld in artikel 8 van de Richtlijn 2004/18 EG moet worden voldaan aan de Europese en provinciale regelgeving voor aanbesteden, waarbij de daarvoor geldende drempels en procedures gevolgd dienen te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In aanvulling op artikel 38 van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân geldt dat ingeval loonkosten tot de subsidiabele kosten behoren, de administratie van de subsidieontvanger voorziet in een sluitende urenadministratie.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De subsidieontvanger verstrekt aan gedeputeerden staten: per kwartaal per 1 maart, 1 juni, 1 september en 1 december, een financiële rapportage; per 1 juni en 1 december, een inhoudelijke rapportage; jaarlijks een accountantsverklaring.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De subsidieontvanger dient ten minste 10 jaar nadat de vaststelling van de subsidie onherroepelijk is geworden haar administratie ten aanzien van de kosten van de uitvoering van het UCF-project te bewaren en toegankelijk te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk mededeling aan gedeputeerde staten en de Stichting UCF van feiten of omstandigheden waarvan hij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die de voortgang van het UCF-project belemmeren of dat die anderszins gevolgen kunnen hebben voor de aanspraak op subsidie, waaronder ontbinding van de rechtspersoon, verzoeken tot faillissement of tot surseance van betaling van een subsidieontvanger of de verstrekking van subsidie door één of meer andere bestuursorganen.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 De subsidieontvanger dient in alle externe communicatie omtrent het UCF-project kenbaar te maken dat het UCF-project wordt uitgevoerd in het kader van de University Campus Fryslân.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-176\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 176</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschotten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde staten kunnen al dan niet in de vorm van een termijnbetaling op verzoek van de subsidieontvanger een voorschot verlenen tot ten hoogste 80 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-177\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 177</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt ingediend door de subsidieontvanger binnen een termijn van dertien weken na het verstrijken van de periode waarvoor de subsidie is verstrekt met gebruikmaking van een daartoe ter beschikking gesteld formulier. Bij een samenwerkingsverband rust de verplichting op grond van dit artikellid op de penvoerder.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag ontheffing verlenen van de in het eerste lid genoemde termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het subsidiebedrag wordt naar evenredigheid verlaagd indien de werkelijk subsidiabele kosten lager worden vastgesteld dan in de subsidieverleningsbeschikking of indien de werkelijke inkomsten hoger zijn dan geraamd in de begroting die aan de verleningsbeschikking ten grondslag ligt of in de subsidieverleningsbeschikking zijn vermeld.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 19 Convenanten A7 en Westergo-zone</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-178\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 178</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze titel wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Convenant A7-zone: het convenant dat op 21 december 2006 is ondertekend door de Provincie Fryslân, de gemeente Heerenveen, de gemeente Opsterland, de gemeente Skarsterlân, de gemeente Smallingerland en de gemeente Sneek, zijnde een van de rechtsvoorgangers van de gemeente Súdwest Fryslân;</p>\n<p class=\"lf-p\">Projectenfonds A7-zone: het op 4 juli 2007 door de onder a. van dit artikel genoemde partijen opgerichte fonds ten behoeve van het subsidiëren respectievelijk het financieren van in beginsel gezamenlijke, zonaal brede activiteiten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Convenant Westergo-zone: het convenant dat op 6 maart 2008 is ondertekend door de Provincie Fryslân, de gemeente Leeuwarden, de gemeente Menaldumadeel, de gemeente Franekeradeel en de gemeente Harlingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Stuurgroep: groep die verantwoordelijk is voor de bestuurlijke aansturing van de Convenant A7-zone of de Convenant Westergo-zone en voor de uitvoering en uitwerking van het beleid dat in de respectievelijke convenanten is vastgelegd, bestaande uit vertegenwoordigers van de in onderdeel a. respectievelijk c . genoemde partijen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkplan: het door de stuurgroep voor het komende jaar vastgestelde programma bestaande uit een opsomming van de geplande activiteiten en projecten, inclusief een raming van de daarvoor te maken kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-179\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 179</span><span class=\"lf-art-t\">Doel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieregeling heeft als doel het stimuleren van activiteiten die plaatsvinden op het grondgebied van de ondertekenaars van het Convenant A7- en het Convenant Westergo-zone, om daarmee een krachtige impuls te geven aan de economische ontwikkelingen binnen die zones en zodoende bij te dragen aan de doelstellingen en beoogde effecten zoals die zijn vastgelegd in beide convenanten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-180\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 180</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag subsidie verstrekken ten behoeve van activiteiten die gericht zijn op of bijdragen aan de verwezenlijking van het in artikel 179 beschreven doel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-181\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 181</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag, verdeelsystematiek en beslissing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een aanvraag voor subsidie kan het gehele jaar worden ingediend door stichtingen bestuursorganen of samenwerkingsverbanden waarin één of meer ondernemers zijn vertegenwoordigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een aanvraag moet bij gedeputeerde staten van de provincie Fryslân worden ingediend door middel van een door gedeputeerde staten vastgesteld aanvraagformulier. Het formulier vermeldt welke bijlagen daarbij moeten worden overlegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De ingediende aanvraag wordt voor advies aan de Stuurgroep Convenant A7-zone voorgelegd voor zover het een aanvraag betreft die betrekking heeft op het Convenant A7 zone. De ingediende aanvraag wordt voor advies aan de Stuurgroep Westergo-zone voorgelegd voor zover het een aanvraag betreft die betrekking heeft op het Convenant Westergo-zone.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Gedeputeerde staten beslissen op aanvragen als bedoeld in het eerste lid op volgorde van binnenkomst, met dien verstande dat wanneer de aanvrager al dan niet met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvulling is ontvangen, als datum van ontvangst geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden wordt de onderlinge rangschikking van de aanvragen vastgesteld door middel van loting.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Gedeputeerde staten besluiten op basis van de ingediende aanvraag en het daarbij gevoegde advies van de betreffende stuurgroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Gedeputeerde staten besluiten binnen 18 weken na ontvangst van de aanvraag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-182\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 182</span><span class=\"lf-art-t\">Toetsingscriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Om voor subsidie in aanmerking te komen moet het project of de activiteit waarvoor de aanvraag is ingediend bijdragen aan de doelstellingen en beoogde effecten van de convenanten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Om voor subsidie in aanmerking te komen moet de aanvraag tevens voldoen aan de volgende criteria: de activiteit of het project dient realistisch en haalbaar te zijn, en de financiering van de activiteit of het project sluitend is, en de activiteit of het project additioneel is ten opzichte van reeds bestaande en lopende activiteiten, projecten, werkzaamheden en reguliere activiteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-183\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 183</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de naar het oordeel van gedeputeerde staten in redelijkheid te maken kosten om de activiteit of het project uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Ontvangsten en inkomsten van de subsidieontvanger die voortvloeien uit een project of activiteit waarvoor subsidie op basis van deze titel wordt gevraagd, worden in mindering gebracht op de subsidiabele kosten van het project of de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Van de kosten voor promotie en publiciteit is maximaal 10 % subsidiabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Voor zover loonkosten in aanmerking komen voor subsidie: worden de kosten bepaald aan de hand van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de loonstaat van de betrokken medewerkers, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten; vallen de kosten van inzet van ambtenaren slechts onder de subsidiabele kosten voor zover er sprake is van detachering van de betrokken ambtenaren bij dit project.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Niet tot de subsidiabele kosten worden gerekend: kosten, gemaakt vóór de datum van indiening van de subsidieaanvraag; kosten, gemaakt nà het verstrijken van het tijdvak waarvoor subsidie is verstrekt; verrekenbare kosten en belastingen, accijnzen en andere heffingen; boetes, financiële sancties en hiermee samenhangende kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-184\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 184</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 10.000,- en een maximum van € 200.000,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De hoogte van de subsidie kan worden aangepast om te voldoen aan Europees-rechtelijke bepalingen voor staatssteun.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In afwijking van het eerste lid kan een project dat betrekking heeft op investeringen in infrastructuur, te weten waterwegen en voorzieningen ten behoeve van stads- en dorpscentra, of dat betrekking heeft op investeringen in bedrijfsvestiging in aanmerking komen voor een hogere subsidie tot maximaal € 1.500.000,-. Hiervoor gelden aanvullend de volgende voorwaarden: er dienen substantiële werkgelegenheidseffecten te worden gerealiseerd; er dient sprake te zijn van duidelijke economische structuurversterking en stuwende economische effecten; de onder a en b genoemde effecten dienen gemeentegrensoverstijgend te zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-185\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 185</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van de ontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger maakt binnen zes maanden na het besluit tot subsidieverlening een aanvang met de uitvoering van het project of activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger voert het project of de activiteit uit overeenkomstig de omschrijving waarop het besluit tot subsidieverlening betrekking heeft en voltooit het uiterlijk binnen de bij de verlening vastgestelde periode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van de in het tweede lid bedoelde periode. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan gedeputeerde staten van omstandigheden die de voortgang van het project of de activiteit belemmeren of die anderszins gevolgen kunnen hebben voor de aanspraak op subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan gedeputeerde staten van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de subsidieontvanger een aanbestedende dienst is, geldt de volgende verplichting: als de aanbestedende dienst een publiekrechtelijke rechtspersoon is, dient deze voor de uitvoering van de activiteiten het eigen beleid voor het verstrekken van opdrachten aan derden toe te passen of, bij afwezigheid daarvan, het provinciale beleid voor het verstrekken van opdrachten aan derden; als de aanbestedende dienst geen publiekrechtelijke rechtspersoon is, dient deze het provinciale beleid voor het verstrekken van opdrachten aan derden toe te passen. Hiervan kan door gedeputeerde staten ontheffing worden verleend, indien de aanbestedende dienst aantoont dat haar eigen beleid voor het verstrekken van opdrachten aan derden naar Europese normen voldoende transparant, objectief en niet discriminatoir is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de activiteiten voor meer dan 50% door een aanbestedende dienst worden gesubsidieerd, dient de subsidieontvanger het provinciale beleid voor het verstrekken van opdrachten aan derden toe te passen. Hiervan kan door gedeputeerde staten ontheffing worden verleend indien op het project het beleid voor het verstrekken van opdrachten aan derden van een andere overheid van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger voert een zodanige administratie waaruit te allen tijde op eenvoudige en eenduidige wijze valt af te leiden: de aard, inhoud en voortgang van de verrichte werkzaamheden; de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Twee maal per jaar dient gerapporteerd te worden over de financiële en inhoudelijke voortgang in de realisatie van het project over de voorgaande periode. Voor projecten die binnen 18 maanden worden afgerond, geldt deze verplichting voor tussentijdse rapportage niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">In alle externe communicatie omtrent het project dient te wordt vermeld dat het project mede mogelijk is gemaakt is door een bijdrage in het kader van het convenant A7 of het convenant Westergo-zone.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-186\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 186</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschotten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Op aanvraag van de subsidieontvanger kan een eerste voorschot van 40% betaalbaar worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het verzoek wordt schriftelijk ingediend met gebruikmaking van een door gedeputeerde staten verkrijgbaar formulier, waarbij in elk geval de volgende bescheiden worden overgelegd: een schriftelijke bevestiging dat met de uitvoering van het project is begonnen; een schriftelijke verklaring omtrent de definitieve wijze waarop de financiering is zeker gesteld, vergezeld van kopieën van de financieringsovereenkomsten; de wijze waarop in voorkomende gevallen wordt voldaan aan de gestelde aanvullende voorwaarden, zoals deze zijn opgenomen in de subsidiebeschikking.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De betaalbaarstelling van vervolgvoorschotten wordt berekend naar rato van de gemaakte en betaalde projectkosten, voor zover deze nog niet eerder bij de verstrekking van een voorschot in aanmerking zijn genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 In het totaal kan het bedrag aan voorschotten niet groter zijn dan 80 % van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-187\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 187</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikking tot subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidieontvanger dient binnen drie maanden na afloop van de activiteiten of het tijdvak waarvoor subsidie is verleend een aanvraag tot subsidievaststelling in, met gebruikmaking van een daartoe door gedeputeerde staten vastgesteld aanvraagformulier.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In aanvulling op artikel 41 van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2006 gaat de aanvraag tot subsidievaststelling tevens vergezeld van een inhoudelijk eindverslag over de realisatie van het project in relatie tot de oorspronkelijke opzet en doelstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Als aanvullende voorwaarde bij de subsidieverlening kan worden verzocht om een verklaring van een accountant.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Bij de behandeling van het verzoek tot definitieve vaststelling van de subsidie bestaat de mogelijkheid dat overgegaan zal worden tot een verificatieonderzoek door een door gedeputeerde staten aan te wijzen onafhankelijke accountant. Aan de hand van de resultanten van dat onderzoek wordt vervolgens het definitieve subsidiebedrag vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Gedeputeerde staten stellen binnen 8 weken na ontvangst van de gegevens, als bedoeld in dit artikel de subsidie vast.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 20 Herstructurering Bedrijventerreinen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-188\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 188</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze titel wordt verstaan onder: herstructureringsprogramma 2010-2013: Programma op hoofdlijnen Bedrijventerreinen Provincie Fryslân, zoals vastgesteld door gedeputeerde staten op 1 juni 2010; bedrijventerreinenplan: een door de gemeenteraad vastgesteld, gemeentelijk dan wel intergemeentelijk plan, waarin de behoefte, fasering, aanleg en invulling van bedrijventerreinen voor een bepaalde periode binnen één of meerdere gemeenten is aangegeven inclusief de relatie met herstructurering en revitalisering van bestaande bedrijventerreinen en dat tot stand is gekomen in onderlinge afstemming met gemeenten in een regio en waarmee de provincie schriftelijk heeft ingestemd; samenwerkende regio: samenwerkingsverband van gemeenten dat een bedrijventerreinenplan als bedoeld onder b heeft vastgesteld; revitalisering: kwaliteitsverbetering van een bedrijventerrein door middel van verwerving, sanering of herontwikkeling van locaties, waaronder begrepen grote infrastructurele ingrepen op het terrein zelf, dan wel in het direct aanpalende gebied van het bedrijventerrein voor zover direct verband houdende met de ontsluiting van het bedrijventerrein, en waaronder ook begrepen investeringen ten behoeve van het bereiken van duurzame oplossingen op het gebied van water en energie. herprofilering: kwaliteitsverbetering van een bedrijventerrein, waarbij sprake is van functiewijziging, maar met behoud van de werkfunctie, zoals bijvoorbeeld de omzetting naar een detailhandels- of kantorenlocatie; infrastructuur: openbare onroerende voorzieningen ten behoeve van het vervoer van personen of goederen; fysieke ruimtelijke kwaliteit: tastbare verschijningsvorm van het bedrijventerrein, betrekking hebbende op zowel de inpassing in het landschap als op de hoedanigheid van het terrein zelf; achterstallig onderhoud: achterwege gebleven reguliere werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de onroerende zaak of onderdelen ervan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-189\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 189</span><span class=\"lf-art-t\">Doel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze titel heeft als doel het stimuleren van de revitalisering en herprofilering van bedrijventerreinen passend binnen de kaders van het herstructureringsprogramma 2010-2013 en het door de samenwerkende regio opgestelde bedrijventerreinenplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-190\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 190</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde staten kunnen subsidie verstrekken voor projecten die leiden tot revitalisering of herprofilering van bedrijventerreinen passend binnen de kaders van het herstructureringsprogramma 2010-2013 en het door de samenwerkende regio opgestelde bedrijventerreinenplan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-191\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 191</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag, verdeelsystematiek en beslissing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een aanvraag kan het gehele jaar door gemeenten in de provincie Fryslân worden ingediend door middel van een door gedeputeerde staten vastgesteld aanvraagformulier.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Bij de aanvraag wordt een projectplan gevoegd, waarin in ieder geval de volgende gegevens zijn opgenomen: een sluitende begroting van het project, en een onderbouwing van de noodzaak van de revitalisering of herprofilering, en een plan waarin het beoogde beheer en onderhoud van het desbetreffende bedrijventerrein is geregeld en geborgd, en een beschrijving van de beoogde fysieke ruimtelijke kwaliteit van het bedrijventerrein en de daarop gerichte maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Gedeputeerde staten beslissen op aanvragen als bedoeld in het eerste lid op volgorde van binnenkomst, met dien verstande dat wanneer de aanvrager al dan niet met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvulling is ontvangen met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden wordt de onderlinge rangschikking van de aanvragen vastgesteld door middel van loting.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Gedeputeerde staten beslissen binnen acht weken na ontvangst op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-192\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 192</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde staten stellen jaarlijks het subsidieplafond vast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-193\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193</span><span class=\"lf-art-t\">Toetsingscriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een subsidie voor revitalisering of herprofilering van een bedrijventerrein wordt slechts verleend indien: uit de aanvraag blijkt dat de financiering sluitend is, en uit de aanvraag de onderbouwing van de noodzaak van de revitalisering of herstructurering blijkt, en uit de aanvraag blijkt dat het beoogde beheer en onderhoud van het desbetreffende bedrijfsterrein is geregeld en geborgd, en uit de aanvraag blijkt dat er een beschrijving is gegeven van de beoogde fysiek ruimtelijke kwaliteit en de daarop gerichte maatregelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-194\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 194</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De volgende kosten zijn subsidiabel: maximaal vijfentwintig procent van de kosten van grondaankoop, voor zover noodzakelijk voor de revitalisering of herprofilering van het bedrijventerrein; kosten van aankoop van opstallen, voor zover noodzakelijk voor de revitalisering of herprofilering van het bedrijventerrein; sloopkosten en bodemsaneringskosten, voor zover deze niet op andere wijze kunnen of moeten worden verhaald op grond van de Wet bodembescherming; aanlegkosten voor de inrichting van het openbare deel van het bedrijventerrein, waaronder de aanleg van infrastructuur, groenvoorzieningen en duurzame voorzieningen voor water en energie; kosten voor voorbereiding van het projectplan en voor begeleiding van de uitvoering, inclusief onderzoek naar duurzame oplossingen op het gebied van water en energie, tot een maximum van twaalf-en-een half procent van de totale subsidiabele projectkosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Niet voor subsidie komen in aanmerking: kosten van achterstallig onderhoud en kosten van opknappen van opstallen; kosten waarvoor verplichtingen zijn aangegaan vóór de datum van indiening van de aanvraag; kosten gemaakt na het verstrijken van het tijdvak waarvoor subsidie is verstrekt; verrekenbare kosten en belastingen, accijnzen en andere heffingen; boetes, leges, financiële sancties en hiermee samenhangende kosten; apparaatskosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-195\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 195</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal vijftig procent van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat geen subsidie wordt verstrekt indien de totale subsidiabele kosten lager zijn dan € 200.000,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De hoogte van de subsidie voor de bodemsaneringskosten als bedoeld in artikel 194, eerste lid, onder c, kan nooit meer bedragen dan € 500.000,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Kosten voor herstructurering van bedrijventerreinen die voor subsidie in aanmerking komen op grond van een andere regeling, kunnen niet op grond van deze regeling gesubsidieerd worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-196\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 196</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van de subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidieontvanger vermeldt in de externe communicatie dat de revitalisering of herprofilering van het bedrijventerrein mede mogelijk is gemaakt door subsidie van de provincie Fryslân.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Tenzij bij beschikking anders is bepaald is de subsidieontvanger verplicht de revitalisering of herprofilering van het bedrijventerrein binnen twee jaar na de subsidieverlening af te ronden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan gedeputeerde staten van omstandigheden die de voortgang van het project belemmeren of die anderszins gevolgen kunnen hebben voor de aanspraak op subsidie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-197\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 197</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschotten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Op aanvraag kan een voorschot van ten hoogste 80% van het maximale subsidiebedrag worden verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Gedeputeerde staten beslissen binnen acht weken op een aanvraag tot voorschotverlening. In bijzondere gevallen kan een andere beslistermijn worden vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In het besluit tot voorschotverlening kunnen verplichtingen worden opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Bevoorschotting vindt plaats op grond van een begroting van de subsidiabele kosten die binnen een bepaalde periode gemaakt zullen worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-198\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 198</span><span class=\"lf-art-t\">Vaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid van artikel 41 van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2006, wordt de aanvraag om vaststelling van de subsidie binnen drie maanden na realisering van het project ingediend.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 21 Interestsubsidieregeling Energiebesparing Bestaande Bouw particulieren 2013-2015</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-199\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 199</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze titel wordt verstaan onder: maatwerkadvies: na 1 januari 2008 door een volgens de beoordelingsrichtlijn BRL-9500-02 gecertificeerd adviseur verstrekt advies; energielabel: energieprestatiecertificaat voor een woning, opgesteld en afgegeven na 1 januari 2008 door een volgens de beoordelingsrichtlijn BRL-9500-01 gecertificeerd adviseur; energie-Index: index voor de energieprestatie van een woning, berekend met de software conform BRL 9501 voor het KOMO-attest voor energiegebruik berekeningsmethoden;</p>\n<p class=\"lf-p\">EPBD-register: nationaal register waarin energielabels van woningen worden geregistreerd; maatregelen: pakket van energiebesparende maatregelen die leiden tot energiebesparing in een woning en die genoemd zijn in het voor die woning of appartement afgegeven maatwerkadvies;</p>\n<p class=\"lf-p\">SVn: de Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten te Hoevelaken; marktconforme interestvoet: de op het moment van de kennisgeving van het SNN op grond van de IEBB gepubliceerde 10- of 15 jaarstarief van SVn, afhankelijk van de omvang en looptijd van de duurzaamheidslening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-200\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 200</span><span class=\"lf-art-t\">Doel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze titel heeft als doel het stimuleren van het verbeteren van de energieprestatie van bestaande particuliere woningen in de provincie Fryslân door middel van het treffen van energiebesparende maatregelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-201\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 201</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag subsidie verstrekken in de vorm van een laag-rentende lening voor het treffen van energiebesparende maatregelen waardoor de energieprestatie van de bestaande particuliere woningvoorraad verbetert.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-202\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 202</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag, verdeelsystematiek</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een aanvraag kan gedurende een door gedeputeerde staten vastgestelde periode worden ingediend door natuurlijke personen woonachtig in Fryslân door middel van een door gedeputeerde staten vastgesteld aanvraagformulier. Het formulier vermeldt welke bijlagen bij de aanvraag moeten worden gevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, dient bij de aanvraag in elk geval een nog niet voor akkoord getekende offerte voor het uitvoeren van de maatregelen door een deskundig vakbedrijf, ter onderbouwing van de kosten meegestuurd te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Gedeputeerde staten beslissen op aanvragen als bedoeld in het eerste lid op volgorde van binnenkomst, met dien verstande dat wanneer de aanvrager al dan niet met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvulling is ontvangen met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van de aanvragen vastgesteld door middel van loting.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Gedeputeerde staten beslissen binnen acht weken op een ingediende aanvraag als bedoeld in het eerste lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-203\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 203</span><span class=\"lf-art-t\">Toetsingscriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie wordt slechts verleend indien: voor de woning niet eerder een subsidie op basis van deze titel is verstrekt; de woning eigendom is van de aanvrager en dient als zijn hoofdverblijf; de woning waarvoor de aanvraag wordt ingediend een bestaande woning of appartement is, gelegen in de provincie Fryslân, en is opgeleverd vóór 1 januari 1995; de aanvrager het huidige energielabel van de woning heeft afgemeld bij het EPBD-register; de aanvrager aantoont dat door het treffen van de maatregelen uit het maatwerkadvies de Energie-Index van de woning met minimaal 0,75 verbetert tot ten minste energielabel C; de aanvrager verklaart geen aanvraag voor een lening te zullen indienen of ingediend te hebben bij zijn/haar gemeente voor activiteiten genoemd in artikel 204;</p>\n<p class=\"lf-p\">De kredietbeoordeling door SvN positief is.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Geen subsidie wordt verleend indien: de uitgevoerde maatregelen betrekking hebben op een deel van de woning dat in 1995 of later is gebouwd; verplichtingen zijn aangegaan vóór de ontvangst van de aanvraag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-204\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 204</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De volgende kosten komen voor subsidie in aanmerking: het treffen van energiebesparende maatregelen aan een woning, die leiden tot een afname van de Energie-Index van de woning met minimaal 0,75; het laten opstellen van een nieuw energielabel nadat de maatregelen als bedoeld in het eerste lid zijn uitgevoerd; kosten voor het verkrijgen van de lening; de leges voor de vereiste vergunningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-205\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 205</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt maximaal een korting van 3% op de marktconforme interestvoet, waarbij het rentepercentage van de duurzaamheidslening minimaal 0,5% bedraagt. Het leenbedrag is maximaal de subsidiabele kosten met een minimum leenbedrag van €2.500,= en een maximum leenbedrag van €15.000,= per aanvrager. De looptijd van duurzaamheidslening kan variëren van 10 of 15 jaar, afhankelijk van de omvang van het leenbedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Het maximale leenbedrag wordt verlaagd voor zover in de subsidiabele kosten Europese, nationale, provinciale of gemeentelijke subsidies, gericht op energiebesparing en woningverbetering, zijn of worden verleend, met het totale bedrag van voornoemde subsidies.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-206\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 206</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidieontvanger dient de te subsidiëren activiteiten binnen een jaar te hebben voltooid. De subsidieontvanger dient ten minste vijf jaar nadat de vaststelling van de subsidie onherroepelijk is geworden, zijn administratie ten aanzien van de kosten van de maatregelen, als bedoeld in deze regeling, te bewaren en toegankelijk te houden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-207\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 207</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Alvorens een aanvraag tot vaststelling ingediend kan worden, dient eerst het nieuwe energielabel, afgemeld te worden in het EPBD-register.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De aanvraag tot subsidievaststelling wordt binnen twaalf weken na voltooiing van de activiteiten ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van een door gedeputeerde staten vastgesteld formulier en gaat vergezeld van de in het formulier aangegeven bescheiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Gedeputeerde staten beslissen binnen twaalf weken na ontvangst van het verzoek tot vaststelling.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 22 Asbest eraf, zonnepanelen erop 2013 2014</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-208\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 208</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze titel wordt verstaan onder: agrarische onderneming: natuurlijke of rechtspersoon die als economische activiteit gewassen teelt en/of dieren houdt met als doel deze, of de producten die daaruit voortkomen, te verkopen; asbest: vezelachtige silicaten zoals actinoliet (CAS-nummer 77536-66-4), amosiet (CAS-nummer 12172-73-5), anthofylliet (CAS-nummer 77536-67-5), chrysotiel (CAS-nummer 12001-29-5), crocidoliet (CAS-nummer 12001-28-4) en tremoliet (CAS-nummer 77536-68-6). asbestdak: dak, dakgoot of gevel dat asbest bevat; bedrijfslocatie: een terrein waarop een bedrijf wordt uitgeoefend met een gebouw of meerdere gebouwen die samen een eenheid vormen vanwege eigendom of bedrijfsvoering; de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EG) Nr. 1535/2007 van de Commissie van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector, PbEU L337/35 van 21 december 2007, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen; gecertificeerd bedrijf: bedrijf dat beschikt over de volgende certificering ten behoeve van het inventariseren of verwijderen van asbest:</p>\n<p class=\"lf-p\">SC 530: Asbestverwijdering;</p>\n<p class=\"lf-p\">SC 540: Asbestinventarisatie; project: in tijd en resultaat samenhangend geheel van werkzaamheden voor het verwijderen en afvoeren van asbestdaken en het plaatsen van zonnepanelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">SO: Standaard Opbrengst: zijnde de gestandaardiseerde opbrengst per ha of per dier die met het gewas of de diercategorie gemiddeld op jaarbasis wordt behaald; zonnepanelen: photovoltaïsche panelen die zonne-energie omzetten in elektriciteit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-209\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 209</span><span class=\"lf-art-t\">Doel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze titel heeft als doel het stimuleren van het verwijderen van asbestdaken bij agrarische ondernemingen in combinatie met het plaatsen van zonnepanelen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 210</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde staten kunnen subsidie verstrekken voor een project waarin een of meerdere asbestdaken worden verwijderd en afgevoerd, onder de voorwaarde dat er zonnepanelen worden geplaatst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 211</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag, verdeelsystematiek en beslissing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een aanvraag kan vanaf 1 juli 2013 tot 1 september 2014 door een agrarische onderneming in Fryslân, van minimaal 25.000 SO, die eigenaar of (erf)pachter is van een agrarisch gebouw met asbestdak, worden ingediend door middel van een door gedeputeerde staten vastgesteld aanvraagformulier. Het formulier vermeldt welke bijlagen bij de aanvraag dienen te worden gevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Gedeputeerde staten beslissen op aanvragen als bedoeld in het eerste lid op volgorde van binnenkomst, met dien verstande dat wanneer de aanvrager al dan niet met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvulling is ontvangen met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats op basis van de hoogte van het aangevraagde subsidiebedrag, waarbij een lager aangevraagd subsidiebedrag voorgaat op een hoger aangevraagd subsidiebedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Indien toepassing van het derde lid ertoe leidt dat subsidieaanvragen op een gelijke plaats eindigen, wordt de onderlinge rangschikking van de aanvragen vastgesteld door middel van loting.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Gedeputeerde staten beslissen binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 212</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidieplafond</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde staten stellen het subsidieplafond vast</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-213\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 213</span><span class=\"lf-art-t\">Toetsingscriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie als bedoeld in artikel 210 wordt slechts verleend indien: het te verwijderen en af te voeren asbestdak of asbestdaken een oppervlak heeft van ten minste 400M³; de inventarisatie van het te verwijderen asbestdak of asbestdaken is uitgevoerd door een daartoe gecertificeerd bedrijf; op het gesaneerde dak zonnepanelen worden geplaatst of als de ligging ten opzichte van de zon gunstiger is, zonnepanelen worden geplaatst op een evenwaardig, asbestvrij dak van een bedrijfsgebouw gesitueerd op de bedrijfslocatie van de aanvrager en in eigendom , erfpacht of pacht bij de aanvrager; de gebouwen of het gebouw waarvan het asbestdak wordt gesaneerd dient te zijn gelegen op een bedrijfslocatie in de provincie Fryslân; nog niet eerder op basis van deze regeling subsidie is verstrekt; het project is aangevangen na indiening van de subsidieaanvraag, en deze volledig en ontvankelijk is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-214\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 214</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De hoogte van de subsidie bedraagt € 3,00 per m2 asbestdak dat verwijderd en afgevoerd wordt, tot een maximum van € 7.500,00.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De totaal verstrekte subsidie aan een subsidieaanvrager over een periode van drie belastingjaren bedraagt maximaal €7.500,=.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-215\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 215</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van de subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Het verwijderen en afvoeren van het asbestdak dient te worden uitgevoerd door een gecertificeerd bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De te plaatsen zonnepanelen dienen een capaciteit te hebben van ten minste 15 kiloWatt-piek geïnstalleerd vermogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Het gehele project, dat wil zeggen de verwijdering en afvoer van asbest en het plaatsen van zonnepanelen, dient uiterlijk 31 oktober 2014 afgerond te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De zonnepanelen dienen geplaatst te worden op een asbestvrij dak.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De aanvrager beschikt over de noodzakelijke vergunningen en voldoet aan de geldende procedurevoorschrifen voor het uitvoeren van de subsidiabele activiteit en het plaatsen van zonnepanelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Gedeputeerde staten moet inzicht worden geboden in de gegevens over de betreffende bedrijfslocatie in het Landelijk Asbest Volgsysteem.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Voldaan moet worden aan de eisen van de-minimussteun.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-216\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 216</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting en betaling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er worden op de verleende subsidie geen voorschotten verstrekt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-217\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 217</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Binnen vier weken na realisatie van het project, doch uiterlijk vier weken na 31 oktober 2014, dient een aanvraag tot vaststelling van de subsidie door middel van een door gedeputeerde staten vastgesteld formulier ingediend te worden bij gedeputeerde staten van Fryslân. Dit formulier vermeldt welke bijlagen bij de aanvraag tot vaststelling dienen te worden gevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Gedeputeerde staten beslissen binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-218\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 218</span><span class=\"lf-art-t\">Vervaldatum</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze titel vervalt met ingang van 1 september 2014, met dien verstande dat deze titel van toepassing blijft op subsidieaanvragen ontvangen voor 1 september 2014.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 23 Toerisme Natuurlijk Fryslân 2013-2015 (STINAF II)</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-219\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 219</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze titel wordt verstaan onder: de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EG) Nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag (PbEU L 379/5);. investering: het aanschaffen van bedrijfsmiddelen die een levensduur hebben van meer dan één jaar en een aanzienlijke waarde vertegenwoordigen. Bedrijfsmiddelen zijn zaken die voor het drijven van de onderneming worden gebruikt. investeringsproject: een technisch, functioneel en in tijd samenhangend geheel van investeringen die leiden tot een voor de consument zichtbare verbetering op het gebied van (economische) kwaliteitsverbetering, duurzaamheid en/of toegankelijkheid binnen een bestaande toeristische onderneming. investeringsplan: een plan waarin de volgende aspecten met betrekking tot het project zijn uitgewerkt: omschrijving ondernemingsactiviteiten, doelgroep en omvang van de onderneming; strategische visie op de toekomstige ontwikkelingen van de onderneming voor de komende 3 tot 5 jaar; beschrijving van het investeringsproject met daarin minimaal opgenomen: omschrijving van de investeringen; investeringsbegroting; financieringsplan; tijdsplanning. onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm, die een economische activiteit uitoefent. toeristische onderneming: een toeristische onderneming voldoet in ieder geval aan de volgende voorwaarden: de onderneming past wat betreft haar bedrijfsactiviteiten in de bedrijfsgroepen die jaarlijks bekend worden gemaakt; de onderneming is een kleine of middelgrote onderneming waarbij voor het bepalen van de status van kleine of middelgrote onderneming wordt aangesloten bij de definitie van bijlage I van Verordening (EG) nr. 800/2008 van de Europese Commissie van 6 augustus 2008 (Algemene groepsvrijstellingsverordening); de toeristische onderneming voldoet in ieder geval aan één van de volgende voorwaarden: er wordt jaarlijks een minimale omzet van € 15.000,00 per jaar gegenereerd met de toeristische onderneming; of de toeristische onderneming heeft ten minste 4 voor de verhuur bestemde kamers en/of appartementen waarbij tevens sprake is van een zekere mate van dienstverlening door de ondernemer, zoals het schoonhouden van kamers, verblijfsruimten en sanitair en het verstrekken van maaltijden en/of ontbijt; of de toeristische onderneming heeft ten minste 26 voor de verhuur bestemde standplaatsen op een kampeerterrein, inclusief wasgelegenheid en toiletten; of</p>\n<p class=\"lf-p\">de toeristische onderneming heeft ten minste 26 voor de verhuur bestemde lig-plaatsen in de jachthaven. de onderneming exploiteert reeds minimaal zes maanden een toeristische activiteit en behaalt hier omzet mee. In deze zes maanden dient er sprake te zijn van een voldoende actieve en professionele bedrijfsuitoefening. Na de periode van zes maanden is er sprake van een bestaande toeristische onderneming in de zin van de STINAF II en kan de onderneming in aanmerking komen voor subsidie. De ontvangstdatum van de aanvraag is bepalend voor het moment waarop teruggekeken wordt op de afgelopen zes maanden; er dient sprake te zijn van een voldoende actieve en professionele bedrijfsuitoefening. Bijverdiensten of beleggingsactiviteiten zijn van de regeling uitgesloten; de onderneming moet reeds gevestigd zijn in de provincie Fryslân.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groep: economische eenheid waarin organisatorisch zijn verbonden: enerzijds een natuurlijk persoon, een privaatrechtelijke rechtspersoon of een onderneming die direct of indirect meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan, volledig aansprakelijk vennoot is van, of overwegende zeggenschap heeft over één of meer rechtspersonen, vennootschappen of andere ondernemingen en anderzijds laatstbedoelde rechtspersonen, vennootschappen of ondernemingen. aantal werkzame personen: het aantal werkzame personen komt overeen met het aantal arbeidsjaareenheden (AJE), dat wil zeggen het aantal personen dat het gehele desbetreffende jaar voltijds in de betrokken onderneming of voor rekening van deze onderneming heeft gewerkt. Het werk van personen die niet het gehele jaar hebben gewerkt, deeltijdwerk ongeacht de duur ervan en seizoenarbeid worden in breuken van AJE uitgedrukt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-220\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 220</span><span class=\"lf-art-t\">Doel van de regeling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze titel heeft als doel het stimuleren van activiteiten van bestaande kleine of middelgrote toeristische ondernemingen in de provincie Fryslân op het gebied van kwaliteitsverbetering, duurzaamheid en/of toegankelijkheid en werkgelegenheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-221\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 221</span><span class=\"lf-art-t\">Categorieën van ondernemingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie kan worden verstrekt aan kleine of middelgrote toeristische ondernemingen, die volgens het handelsregister van de Kamer van Koophandel een vestiging hebben in de provincie Fryslân en daar toeristische ondernemingsactiviteiten uitvoeren. Het project dient uitsluitend dan wel nagenoeg uitsluitend betrekking te hebben op de betreffende ondernemingsactiviteit. Enkel investeringen gericht op de toeristische activiteiten van de onderneming zijn subsidiabel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-222\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 222</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten en kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie kan worden verstrekt aan toeristische ondernemingen voor het uitvoeren van een investeringsproject. De investeringen dienen nieuw voor de onderneming te zijn of moeten een duidelijke additionele meerwaarde voor de onderneming vertegenwoordigen. Het investeringsproject heeft geen betrekking op reguliere investeringen of reguliere onderhoudswerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Als subsidiabele kosten waarvoor de verplichtingen zijn aangegaan op of na de datum van ontvangst van de aanvraag komen in aanmerking, investeringen gericht op: verhoging van de bestaande kwaliteit van een toeristische onderneming, duurzaamheid waarbij de investering betrekking heeft op: de aanschaf van duurzame materialen, recycling van grondstoffen, verduurzaming van sanitaire voorzieningen, vermindering van energiegebruik, installaties waarbij duurzame energie opgewekt kan worden. toegankelijkheid voor mindervaliden in infrastructuur en/of faciliteiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-223\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 223</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een aanvraag kan worden ingediend met ingang van 18 november 2013 tot uiterlijk 1 september 2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Aanvragen worden ingediend door inzending van het daartoe vastgestelde formulier. Het formulier vermeldt welke bijlagen bij de aanvraag dienen te worden overgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-224\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 224</span><span class=\"lf-art-t\">Verdeelsystematiek en beslissing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Jaarlijks wordt het subsidieplafond bekend gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Gedeputeerde Staten beslissen op volgorde van binnenkomst, met dien verstande dat wanneer de aanvrager, al dan niet met toepassing van art. 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvulling is ontvangen, met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Gedeputeerde Staten beslissen binnen 8 weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 In bijzondere gevallen kunnen Gedeputeerde Staten de beslistermijn verlengen. Daarvan wordt gemotiveerd mededeling gedaan aan de aanvrager.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-225\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 225</span><span class=\"lf-art-t\">Weigeringsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het bepaalde in de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2006 en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidie in elk geval geweigerd, indien:</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvragende onderneming niet belastingplichtig is in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 of van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969;</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvragende onderneming en/of het project niet voldoen aan de voorschriften van deze regeling;</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvragende onderneming niet voldoet aan de voorwaarden van de-minimissteun, zoals vastgelegd in verordening (EG) 1998/2006;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het project niet in overeenstemming is met het doel van deze regeling;</p>\n<p class=\"lf-p\">De te verlenen subsidie voor een investeringsproject minder dan € 40.000,00 bedraagt;</p>\n<p class=\"lf-p\">De financiering van het project, naast de gevraagde subsidie, niet is zeker gesteld binnen uiterlijk drie maanden na het versturen van de verleningsbeschikking;</p>\n<p class=\"lf-p\">De benodigde vergunningen voor het project niet zijn aangevraagd binnen uiterlijk drie maanden na het versturen van de verleningsbeschikking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Een procedure tot wijziging van het bestemmingsplan loopt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het project gaat over vuilwaterinzamelingsvoorzieningen bij jachthavens en jachtverhuurders, tenzij het een voorziening betreft die vanaf alle individuele ligplaatsen de daar liggende boten kan bedienen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de activiteit subsidie is verstrekt op grond van een andere (provinciale) subsidieregeling;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het een onderneming in financiële moeilijkheden betreft;</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegen het project anderszins overwegende bezwaren bestaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-226\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 226</span><span class=\"lf-art-t\">Aard en hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidie bedraagt ten hoogste 40 procent van de subsidiabele kosten van het investeringsproject, met dien verstande dat het subsidiebedrag maximaal € 100.000,00 bedraagt. Het minimum aan te vragen subsidiebedrag is € 40.000,00.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De kosten van investeringen ter verwerving van grond zijn subsidiabel tot maximaal 10% van de totale subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De kosten van investeringen die betrekking hebben op het opwekken van duurzame energie zijn subsidiabel tot maximaal 25% van de totale subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Op de subsidieverstrekking is de-minimisverordening (EG) 1998/2006 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 Het maximale subsidiebedrag wordt verlaagd, indien normen van de Europese Commissie daartoe nopen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-227\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 227</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van de subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Bij iedere subsidieverlening gelden de volgende verplichtingen:</p>\n<p class=\"lf-p\">De bedrijfsmiddelen waarin is geïnvesteerd dienen permanent op de bedrijfslocatie aanwezig te zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">De investering dient binnen 24 maanden na subsidieverlening gerealiseerd te zijn. Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing van deze verplichting verlenen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De ten behoeve van de uitvoering van het project gemaakte en betaalde kosten dienen op eenduidige wijze uit de administratie van de ondernemer zijn af te leiden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht dient hiervan onverwijld melding te worden gedaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Zodra aannemelijk is dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan dient hiervan onverwijld melding te worden gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondernemer heeft na vaststelling van de subsidie een instandhoudingsplicht van drie jaar voor de bedrijfsmiddelen waarin is geïnvesteerd. Indien hier niet aan wordt voldaan, kan op basis van artikel 4:49, eerste lid onder a Awb de vaststelling worden ingetrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Een projectwijziging dient vooraf door de subsidieontvanger te worden gemeld. Het gewijzigde project dient binnen de projectbeschrijving die in de aanvraag is gegeven te blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De subsidieontvanger dient tenminste tien jaar nadat de vaststelling van de subsidie onherroepelijk is geworden haar administratie ten aanzien van de kosten van de uitvoering van het project te bewaren en toegankelijk te houden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-228\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 228</span><span class=\"lf-art-t\">Wijzigings- of intrekkingsgronden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Indien het project niet wordt uitgevoerd in overeenstemming met het doel en de voorschriften van deze regeling kan de subsidie op grond van artikel 4:48 en 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht worden ingetrokken of ten nadeel van de subsidieontvanger worden gewijzigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidie wordt ingetrokken indien het aantal werkzame personen in de onderneming gedurende de projectperiode is afgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-229\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 229</span><span class=\"lf-art-t\">Bevoorschotting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Op aanvraag van de subsidieontvanger kan een voorschot tot ten hoogste 80% van het maximale subsidiebedrag worden verleend, wanneer tenminste 50% van de subsidiabele kosten zijn gemaakt en betaald. Ten behoeve van de voorschotaanvraag is een formulier vastgesteld, waarop is vermeld, welke bijlagen bij de aanvraag dienen te worden ingezonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Gedeputeerde Staten nemen binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag tot voorschotverlening een besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In bijzondere gevallen kunnen Gedeputeerde Staten de beslistermijn verlengen. Daarvan wordt gemotiveerd mededeling gedaan aan de aanvrager.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Bij de verlening van een voorschot wordt de verplichting opgelegd dat als voorschot uitbetaalde bedragen onmiddellijk worden terugbetaald, indien en voor zover: de subsidie lager wordt vastgesteld dan het uitbetaalde voorschot; het verleningsbesluit wordt ingetrokken of gewijzigd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-230\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 230</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De aanvraag tot subsidievaststelling wordt uiterlijk acht weken na de realisatieperiode waarvoor subsidie is verleend ingediend, met gebruikmaking van een daartoe vastgesteld formulier, waarop is vermeld welke bijlagen dienen te worden bijgevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Gedeputeerde Staten nemen binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie een besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 In bijzondere gevallen kunnen Gedeputeerde Staten de beslistermijn verlengen. Daarvan wordt gemotiveerd mededeling gedaan aan de aanvrager.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Het subsidiebedrag wordt vastgesteld op basis van de subsidiabele kosten die door de subsidieontvanger zijn gemaakt en betaald ten behoeve van het project.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-231\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 231</span><span class=\"lf-art-t\">Toezicht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Ten behoeve van de uitvoering van deze regeling kunnen toezichthouders worden aangewezen als bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De in het eerste lid bedoelde toezichthouders zijn belast met het toezicht op de naleving van de in of krachtens de Algemene wet bestuursrecht en bij of krachtens deze regeling gegeven voorschriften.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 24     Fûns Skjinne Fryske Enerzjy.</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-232\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 232</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze titel wordt verstaan onder: doelonderneming: rechtspersoon die in aanmerking wil komen voor financiering door het FSFE B.V. en hiertoe een voorlopig of definitief projectplan heeft ingediend bij de fondsbeheerder, dan wel een financieringsovereenkomst heeft afgesloten met FSFE B.V.; financieringsovereenkomst: overeenkomst tussen FSFE B.V. en de doelonderneming omtrent de financiering van een energietransitie project conform de definitie in het Investeringsreglement FSFE;</p>\n<p class=\"lf-p\">FSFE: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Fûns Skjinne Fryske Enerzjy B.V.; investeringsreglement FSFE: het door gedeputeerde staten op 12 november 2013 vastgestelde investeringsreglement FSFE of de actuele versie daarvan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-234\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 234</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuur van FSFE kan aan een doelonderneming subsidie in de vorm van een lening of garantie verstrekken voor projecten die passen binnen het investeringsreglement FSFE.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-235\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 235</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van de subsidieontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieontvanger moet voldoen aan de eisen die aan de financiering worden gesteld in het investeringsreglement FSFE en in de voor het project overeengekomen financieringsovereenkomst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-236\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 236</span><span class=\"lf-art-t\">(gereserveerd)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-237\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 237</span><span class=\"lf-art-t\">(gereserveerd)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-238\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 238</span><span class=\"lf-art-t\">(gereserveerd)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-239\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 239</span><span class=\"lf-art-t\">(gereserveerd)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-240\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 240</span><span class=\"lf-art-t\">(gereserveerd)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-241\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 241</span><span class=\"lf-art-t\">(gereserveerd)</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 25     Gereserveerd.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 26 ANNO</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-252\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 252</span><span class=\"lf-art-t\">Begripsbepalingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deze regeling wordt verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">ANNO: het meerjarenprogramma Agenda Netwerk Noordoost, inclusief de door het college van gedeputeerde staten goedgekeurde aanpassingen en aanvullingen, zijnde de uitwerking van het sociaal-economisch masterplan naar concrete projecten met een regionale meerwaarde die bijdragen aan de gezamenlijke ambities van de deelnemende gemeenten en de provincie Fryslân, zoals vastgesteld door provinciale staten op 21 december 2011 en vastgelegd in de gezamenlijk ondertekende Regionale Afspraken Uitvoering Agenda Netwerk Noordoost, inclusief de daarbij behorende bijlagen.. partijen: de gemeenten Achtkarspelen, Dantumadiel, Dongeradeel, Ferwerderadiel, Kollumerland c.a., Tytsjerksteradiel en de provincie Fryslân.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-253\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 253</span><span class=\"lf-art-t\">Doel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieregeling heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de uitvoering van ANNO om daarmee de ruimtelijke en sociaal-economische ontwikkelingen van de regio Noordoost Fryslân te stimuleren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-254\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 254</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag subsidie verstrekken ten behoeve van de realisatie van projecten, die ten behoeve van een provinciale bijdrage in het meerjarenprogramma ANNO zijn opgenomen en die gericht zijn op of bijdragen aan de verwezenlijking van het in artikel 253 beschreven doel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-255\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 255</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag, verdeelsystematiek en beslissing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Subsidie kan het gehele jaar door deelnemende gemeenten bij gedeputeerde staten worden aangevraagd, en gaat in ieder geval vergezeld van: een projectplan, waarin is opgenomen een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen, met daarbij vermeld per activiteit de daarvoor benodigde personele en materiële middelen en een toelichting daarop, en een projectplanning; een begroting van kosten en opbrengsten, voorzien van een duidelijke toelichting; een omschrijving van projectrisico’s en beheersmaatregelen die de subsidieontvanger hanteert ter bestrijding daarvan; een schriftelijke verklaring omtrent de definitieve wijze waarop de financiering is zeker gesteld, vergezeld van kopieën van de financieringsovereenkomsten of andere bewijsmiddelen; en een positief advies van de Stuurgroep ANNO.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Indien een aanvraag een project of activiteit betreft die wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband, dan dient één der deelnemende partijen in het samenwerkingsverband de aanvraag mede namens de andere deelnemers in.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Gedeputeerde staten besluiten binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-256\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 256</span><span class=\"lf-art-t\">Toetsingscriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvraag moet voldoen aan de afspraken die door partijen zijn vastgelegd in de ondertekende Regionale Afspraken, inclusief de daarbij behorende bijlagen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-257\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 257</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Uitsluitend subsidiabel zijn de kosten die naar het oordeel van gedeputeerde staten noodzakelijk zijn en rechtstreeks aan de uitvoering van het project zijn toe te rekenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Niet tot de subsidiabele kosten worden gerekend: kosten, gemaakt na het verstrijken van het tijdvak waarvoor subsidie is verstrekt; verrekenbare kosten en belastingen, accijnzen, leges en andere heffingen; boetes, financiële sancties en hiermee samenhangende kosten en kosten voor juridische ondersteuning met betrekking tot de subsidieverlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Opbrengsten of inkomsten van de subsidieontvanger die voortvloeien uit het project, kunnen in mindering worden gebracht op de verleende subsidie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-258\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 258</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie en cofinanciering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De te verlenen subsidie is nooit hoger dan het bedrag dat de aanvrager aan het project bijdraagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De te verlenen subsidie bedraagt nooit meer dan het bedrag dat voor het project is opgenomen in het Meerjarenprogramma ANNO.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Door gedeputeerde staten verstrekte provinciale middelen komen niet als cofinanciering in aanmerking. Gedeputeerde staten kunnen vanwege een zwaarwegend provinciaal belang hier van afwijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De hoogte van de subsidie kan worden aangepast om te voldoen aan Europeesrechtelijke bepalingen voor staatssteun.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-259\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 259</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van de ontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidieontvanger maakt binnen zes maanden na het besluit tot subsidieverlening een aanvang met de uitvoering van het project of de activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidieontvanger dient bij de uitvoering van het project en de activiteiten de Europese en nationale wet- en regelgeving aangaande het verstrekken van overheidsopdrachten na te leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 De subsidieontvanger voert een zodanige administratie waaruit te allen tijde op eenvoudige en eenduidige wijze is af te leiden. de aard, inhoud en voortgang van de verrichte werkzaamheden; de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De subsidieontvanger rapporteert overeenkomstig hetgeen hierover in de Regionale Afspraken en bijlagen is opgenomen. Tenzij gedeputeerde staten anders besluiten, dient er twee maal per jaar gerapporteerd te worden over de financiële en inhoudelijke voortgang in de realisatie van het project over de voorgaande periode. Deze rapportage vindt plaats via de BERAP en/of de daarvoor in de stuurgroep ANNO gehanteerde rapportagelijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-260\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 260</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschotten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Gedeputeerde staten verstrekken vooruitlopend op de vaststelling van de verplichting tot betaling van het subsidiebedrag een voorschot van maximaal 80%.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De betaalbaarstelling van vervolgvoorschotten wordt berekend naar rato van de gemaakte en betaalde projectkosten, voor zover deze nog niet eerder bij de verstrekking van een voorschot in aanmerking zijn genomen, tenzij daar gemotiveerd in de toekenning van wordt afgeweken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-270\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 270</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidieontvanger dient binnen zes maanden na afronding van het project een aanvraag tot subsidievaststelling in.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In aanvulling op het bepaalde in artikel 41 van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2006 gaat de aanvraag tot subsidievaststelling tevens vergezeld van een inhoudelijk eindverslag over de realisatie van het project in relatie tot de oorspronkelijke opzet en doelstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Gedeputeerde staten beslissen binnen acht weken op de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Gedeputeerde staten kunnen de beslistermijn eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-271\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 271</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze regeling wordt aangehaald als Subsidieregeling ANNO.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 27 Koploperproject Duurzaam Ondernemen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-272\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 272</span><span class=\"lf-art-t\">Doel</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze titel heeft als doel om met behulp van een netwerk van MKB-bedrijven binnen een gemeente duurzaam werken en maatschappelijk verantwoord ondernemen te stimuleren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-273\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 273</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele activiteiten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag van een gemeente subsidie verstrekken ten behoeve van projecten die gericht zijn op of bijdragen aan de verwezenlijking van het in artikel 272 beschreven doel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-274\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 274</span><span class=\"lf-art-t\">Aanvraag, verdeelsystematiek en beslissing</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Een aanvraag kan tot 1 januari 2016 worden ingediend door een gemeente in Fryslân, met gebruikmaking van een door gedeputeerde staten vastgesteld aanvraagformulier.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Gedeputeerde staten beslissen op aanvragen, als bedoeld in het eerste lid op volgorde van binnenkomst, met dien verstande dat wanneer de aanvrager al dan niet met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvulling is ontvangen, als datum van ontvangst geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden wordt de onderlinge rangschikking van de aanvragen vastgesteld door middel van loting.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Gedeputeerde staten besluiten binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-275\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 275</span><span class=\"lf-art-t\">Toetsingscriteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente kan voor een subsidie in aanmerking komen indien zich minimaal 3 en maximaal 12 MKB-ondernemers aan het project verbonden hebben.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-276\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 276</span><span class=\"lf-art-t\">Subsidiabele kosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Voor subsidie komen in aanmerking de kosten van een duurzaamheidsscan en de bijkomende organisatiekosten tot een maximum van 10% van het totale bedrag aan subsidiabele kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Niet tot de subsidiabele kosten worden gerekend, kosten gemaakt vóór de datum van indiening van de subsidieaanvraag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-277\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 277</span><span class=\"lf-art-t\">Hoogte van de subsidie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt ten hoogste 85% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 8.000,- en een maximum van € 40.000,-.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-278\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 278</span><span class=\"lf-art-t\">Verplichtingen van de ontvanger</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidieontvanger zorgt ervoor dat binnen drie maanden na het besluit tot subsidieverlening een aanvang met de uitvoering van het project wordt gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 De subsidieontvanger laat het project uitvoeren overeenkomstig de omschrijving waarop het besluit tot subsidieverlening betrekking heeft waarbij het project uiterlijk binnen de bij de verlening vastgestelde periode moet zijn voltooid.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van de in het tweede lid bedoelde periode. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan gedeputeerde staten van omstandigheden die de voortgang van het project belemmeren of die anderszins gevolgen kunnen hebben voor de aanspraak op subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">5 De subsidieontvanger voert een zodanige administratie waaruit te allen tijde op eenvoudige en eenduidige wijze valt af te leiden: de aard, inhoud en voortgang van de verrichte werkzaamheden; de aan het project verbonden uitgaven en inkomsten.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 De subsidieontvanger legt aan de deelnemende ondernemers de verplichting op dat zij zich aansluiten bij het Koploperplatform Goodstart.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Vóór, gedurende en na de uitvoering van het project wordt door de subsidieontvanger bij elke vorm van publiciteit kenbaar gemaakt dat het project mede wordt uitgevoerd met subsidie van de provincie Fryslân.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-279\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 279</span><span class=\"lf-art-t\">Voorschotten</span></h4>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>Op aanvraag kan een voorschot van ten hoogste 80% van het maximale subsidiebedrag worden verleend.</div>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-280\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 280</span><span class=\"lf-art-t\">Beschikking tot subsidievaststelling</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 De subsidieontvanger dient binnen drie maanden na afloop van het project of het tijdvak waarvoor subsidie is verleend een aanvraag tot subsidievaststelling in, met gebruikmaking van een daartoe door gedeputeerde staten vastgesteld aanvraagformulier.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 In aanvulling op artikel 41 van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2006 gaat de aanvraag tot subsidievaststelling tevens vergezeld van een inhoudelijk eindverslag over de realisatie van het project in relatie tot de oorspronkelijke opzet en doelstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Gedeputeerde staten stellen binnen 8 weken na ontvangst van de gegevens, als bedoeld in dit artikel de subsidie vast.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3 Slotbepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-281\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 281</span><span class=\"lf-art-t\">Inwerkingtreding en overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1 Deze regeling wordt aangehaald als Uitvoeringsregeling projectsubsidies economie, recreatie en toerisme en treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">2 Titel 2 werkt terug tot 1 januari 2008.</p>\n<p class=\"lf-p\">3 Subsidies die zijn verleend op grond van de Subsidieverordening Versnelling onderhoudsbaggeren Friese Meren Project worden geacht te zijn verleend op basis van titel 3 van de Uitvoeringsregeling projectsubsidies economie, recreatie en toerisme.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 Op aanvragen voor Titel 3, Onderhoudsbaggeren Fries Meren Project die zijn ingediend voor 12 oktober 2012 is het recht van toepassing zoals dat luidde voor deze datum 5 Op aanvragen voor Titel 3, Onderhoudsbaggeren Friese Meren Project die zijn ingediend voor 19 april 2011 is het recht van toepassing zoals dat luidde voor deze datum.</p>\n<p class=\"lf-p\">6 Op aanvragen op grond van Titel 5, Stimuleren elektrisch varen in Fryslân, die zijn ingediend voor 1 mei 2012 is het recht van toepassing zoals dat luidde voor deze datum.</p>\n<p class=\"lf-p\">7 Op aanvragen op grond van Titel 11, Subsidieregeling Innovatieve Energieprojecten Bestaande Bouw woningcorporaties 2010-2013, die zijn ingediend voor 1 juni 2012 is het recht van toepassing zoals dat luidde voor deze datum.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 Het bepaalde in artikel 138, vijfde lid, is alleen van toepassing op aanvragen op grond van Titel 14, Stimuleren oplaadpunten elektrisch varen, die zijn ingediend na 1 juli 2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">9 Op aanvragen op grond van titel 10, Friese Energiepremie 2013-2015 die zijn ingediend vóór 1 oktober 2013 is het recht van toepassing zoals dat luidde voor deze datum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Leeuwarden, 23 oktober 2007 voorzitter drs. E.H.T.M. Nijpels secretaris mr. J. Wibier Toelichting Uitvoeringsregeling projectsubsidies economie, recreatie en toerisme, gepubliceerd bij initiële vaststelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene toelichting De grondslag voor de Uitvoeringsregeling projectsubsidies economie, recreatie en toerisme : de Subsidieverordening projectsubsidies economie, recreatie en toerisme In de Subsidieverordening projectsubsidies economie, recreatie en toerisme (hierna: Subsidieverordening) staat onder meer dat gedeputeerde staten op aanvraag een projectsubsidie kunnen verstrekken voor activiteiten die passen binnen door provinciale staten in de Subsidieverordening genoemde thema’s van activiteiten. De Subsidieverordening bepaalt daarmee op hoofdlijnen voor welke activiteiten gedeputeerde staten de mogelijkheid van subsidiëring moeten openen. De Subsidieverordening biedt gedeputeerde staten de mogelijkheid om daarnaast overige thema’s van activiteiten te benoemen. In de Subsidieverordening is bepaald dat gedeputeerde staten ter uitvoering van deze verordening nadere regels stellen. Deze overdracht van regelgevende bevoegdheid, als bedoeld in art. 152 van de Provinciewet, is uitgewerkt in de Uitvoeringsregeling projectsubsidies economie, recreatie en toerisme (hierna: Uitvoeringsregeling).</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van de Subsidieverordening stellen gedeputeerde staten voor elk thema van activiteiten een subsidieplafond vast. Het subsidieplafond is het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies. Gedeputeerde staten kunnen het subsidieplafond onderverdelen ten behoeve van bepaalde activiteiten of doelgroepen. Indien in een thema meerdere subsidiabele activiteiten zijn opgenomen, kunnen gedeputeerde staten voor elk van deze activiteiten een subsidieplafond vaststellen. Het subsidieplafond is een instrument van begrotingsbeleid. Het maakt de uitgaven beheersbaar. Een subsidie wordt geweigerd voor zover door subsidieverstrekking het subsidieplafond zou worden overschreden. In de begroting stellen provinciale staten budget beschikbaar ter uitvoering van de Subsidieverordening. Gedeputeerde staten verdelen dat bedrag dus over de diverse thema’s van activiteiten en zonodig over concrete activiteiten en/of doelgroepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Subsidieverordening bepaalt dat gedeputeerde staten na het verstrijken van elk begrotingsjaar verslag doen van de op grond van de Subsidieverordening aangevraagde, verstrekte en afgewezen subsidies. Deze rapportage geeft een beeld van de praktische toepassing van de Uitvoeringsregeling en kan mede aanleiding zijn om het beleid (op onderdelen) aan te passen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De relatie met de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2006De Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2006 (hierna: ASV) is het door provinciale staten vastgestelde procedureel kader, waarbinnen subsidieverstrekking op grond van deze Uitvoeringsregeling plaatsvindt. In de ASV staat dat gedeputeerde staten bevoegd zijn om subsidie te verstrekken. Tevens is bepaald dat subsidie alleen wordt verstrekt voor zover dit past binnen het provinciale beleid en de door provinciale staten vastgestelde begroting. Beleid en budget vormen daarmee belangrijke randvoorwaarden bij het verstrekken van subsidie op grond van deze Uitvoeringsregeling. Ook ten aanzien van door gedeputeerde staten benoemde overige thema’s van activiteiten, zoals bedoeld in de Uitvoeringsregeling, geldt dus steeds dat deze moeten passen binnen het beleid en het door provinciale staten beschikbaar gestelde budget.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidieverstrekking op grond van deze Uitvoeringsregeling zijn de hoofdstukken 1, 3, 4 en 5 van de ASV van belang. In hoofdstuk 1, 4 en 5 zijn bepalingen opgenomen, die gelden voor alle subsidieverstrekkingen. Hoofdstuk 3 heeft betrekking op projectsubsidies, dat wil zeggen subsidies die eenmalig worden verstrekt voor bepaalde activiteiten. De Uitvoeringsregeling ziet uitsluitend op het verstrekken van projectsubsidies.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eisen die worden gesteld aan een aanvraag voor een projectsubsidie staan in hoofdstuk 3 van de ASV. Zo moet de aanvraag uiterlijk vier weken voor de aanvang van de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd worden ingediend en moeten er bepaalde gegevens worden overgelegd. Naast de in hoofdstuk 3 genoemde gegevens kunnen gedeputeerde staten aanvullende gegevens vragen die zij nodig hebben voor een goede beoordeling van de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van de ASV beslissen gedeputeerde staten binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag, tenzij door hen anders is bepaald. Dat kan bijvoorbeeld in geval van een subsidietender of als gevolg van Europeesrechtelijke bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de aanvraag wordt gehonoreerd leidt dat in de regel tot een subsidieverleningsbeschikking, die een voorwaardelijke aanspraak op financiële middelen vestigt. In bepaalde gevallen kunnen gedeputeerde staten ook besluiten om het besluit tot subsidieverlening te laten samenvallen met het besluit tot subsidievaststelling. Het bedrag van de subsidie wordt dan direct vastgesteld. Aan het besluit tot vaststelling kunnen gedeputeerde staten onder andere de verplichting verbinden dat de subsidieontvanger een verklaring verstrekt dat de gesubsidieerde activiteit daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ASV noemt een aantal verplichtingen voor de ontvanger van een projectsubsidie met betrekking tot de te voeren administratie, de controle daarop en de bewaartermijn. Daarnaast kunnen gedeputeerde staten aan de subsidie-ontvanger bij de subsidieverlening overige verplichtingen opleggen met betrekking tot wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval er een besluit tot subsidieverlening is genomen, moet de subsidieontvanger uiterlijk acht weken na de realisatie van de activiteit een aanvraag tot subsidievaststelling indienen. Gedeputeerde staten kunnen bij de subsidieverlening een kortere of langere termijn stellen. Bij de aanvraag moeten, afhankelijk van het subsidiebedrag, bepaalde bescheiden worden overgelegd. Gedeputeerde staten kunnen bij de subsidieverlening nadere eisen stellen en verlangen dat daarnaast overige bescheiden worden overgelegd. Gedeputeerde staten beslissen binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling. Die termijn kan met maximaal vier weken worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde staten kunnen, eventueel op aanvraag, een voorschot verlenen. Het subsidiebedrag worden binnen zes weken na de subsidievaststelling betaald, uiteraard onder verrekening van de betaalde voorschotten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 1 Thema Cofinanciering Waddenfonds</h3>\n<p class=\"lf-p\">Deze titel voorziet in het verstrekken van subsidie voor projecten die gericht zijn op of bijdragen aan één of meerdere doelstellingen van de Wet op het Waddenfonds, te weten: het vergroten en versterken van de natuur- en landschapswaarden van het waddengebied, het verminderen of wegnemen van externe bedreigingen van de natuurlijke rijkdom van de Waddenzee, een duurzame economische ontwikkeling in het waddengebied dan wel gericht zijn op een substantiële transitie naar een duurzame energiehuishouding in het waddengebied en de direct aangrenzende gebieden en het ontwikkelen van een duurzame kennishuishouding ten aanzien van het waddengebied. De regeling voorziet in cofinanciering, parallel aan subsidieverlening op grond van de Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds, die door de minister van VROM wordt uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Administratieve lastenBij het opstellen van de regeling is rekening gehouden met de administratieve lasten die de regeling voor de aanvragers met zich meebrengt. De administratieve lasten voor subsidieaanvragers hangen samen met het doen van de aanvraag. Daarnaast zijn er lasten tijdens de uitvoering van het project (bijhouden projectadministratie, aanvragen voorschotten) en met betrekking tot de eindverantwoording (aanvraag subsidievaststelling). Om dubbel werk te voorkomen is er zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij informatieverplichtingen die bestaan op grond van de Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 1: Thema Cofinanciering Waddenfonds: Artikelsgewijze toelichting</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 1</h3>\n<p class=\"lf-p\">artikel 1In dit artikel zijn enkele in de regeling voorkomende bepalingen gedefinieerd. artikel 2Op subsidieverstrekking op grond van deze Uitvoeringsregeling is de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2006 (ASV) van toepassing. Dat volgt overigens ook al uit de ASV zelf, maar voor alle duidelijkheid is het in de Uitvoeringsregeling nog eens herhaald. De Uitvoeringsregeling moet dus steeds in samenhang met de ASV worden gelezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Uitvoeringsregeling is uitdrukkelijk bedoeld voor subsidieverstrekking voor een eenmalige activiteit en niet voor een zogenaamde voortdurende activiteit, waar art. 4:51 van de Algemene wet bestuursrecht op ziet. In dat geval is er sprake van een gesubsidieerde activiteit die naar haar aard van onbeperkte duur is. De Uitvoeringsregeling sluit daarmee overigens niet uit dat aan dezelfde aanvrager vaker subsidie wordt verstrekt, mits er maar sprake is van een nieuwe eenmalige activiteit. Het eenmalig karakter van de subsidieverstrekking komt ook tot uitdrukking in de bepaling dat op grond van de Uitvoeringsregeling geen subsidie wordt verstrekt voor een activiteit waarvoor al een budgetsubsidie of een structurele subsidie wordt verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidieverstrekking op grond van de Uitvoeringsregeling is bedoeld om door het provinciaal bestuur gewenste activiteiten op het terrein van economie, recreatie en toerisme financieel te ondersteunen. Als deze activiteiten een overwegend politiek karakter hebben, dan wordt op grond van de Uitvoeringsregeling geen subsidie verstrekt. artikel 3In hoofdstuk 2 zijn bij elk van de subsidiabele activiteiten bepalingen opgenomen over de subsidiabele kosten. Daarnaast geldt voor alle gevallen dat er nooit meer subsidie wordt verstrekt dan er feitelijk aan kosten is gemaakt of betaald. Voor kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd, wordt geen subsidie verleend. Ingevolge artikel 4:46, derde lid, Awb blijven deze kosten bij de subsidievaststelling buiten beschouwing. artikel 4 Op grond van dit artikel kan bij de subsidieverlening worden bepaald dat bv. in een programmaboekje of een uit te geven boek wordt opgenomen dat de activiteit (mede) tot stand is gekomen met subsidie van de provincie Fryslân. artikel 5Artikel 5 noemt de beleidsdoelen die gedeputeerde staten met inzet van het subsidie-instrument wensen te realiseren. De doelen stemmen overeen met de doelstelling van het Waddenfonds. artikel 6De activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd moeten in de eerste plaats zijn gericht op of bijdragen aan de in artikel 5 genoemde doelen. Met het vaststellen van het subsidieplafond kunnen gedeputeerde staten bepalen dat voor bepaalde doelen in enige periode meer of minder middelen beschikbaar zijn. Daarnaast moet het gaan om activiteiten die geheel of in overwegende mate op het grondgebied van de provincie Fryslân worden uitgevoerd. Voor zover een project buiten Fryslân wordt uitgevoerd is subsidiëring toch mogelijk indien het projectresultaat naar het oordeel van gedeputeerde staten in overwegende mate gericht is op of ten goede zal komen aan de provincie Fryslân. artikel 7Er worden door gedeputeerde staten jaarlijks een of meerdere tenderperiodes opengesteld, waarin aanvragen voor subsidie ingediend kunnen worden. Deze periodes lopen parallel met de tenderperiodes op basis van de Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds. artikel 8Een aanvraag kan worden ingediend door een bestuursorgaan, een niet-gouvernementele organisatie of een natuurlijk persoon die geen onderneming drijft. Op grond van artikel 87 en 88 van het EG-verdrag en diverse Verordeningen, Communautaire kaderregelingen en richtsnoeren van de Commissie van de Europese Gemeenschappen gelden er beperkingen op de subsidies die ondernemingen mogen ontvangen. Bij het verlenen van subsidies in het kader van het Waddenfonds moet rekening gehouden worden met de Europeesrechtelijke kaders omtrent staatssteun. Op basis van het Europees recht worden, ter voorkoming van oneerlijke concurrentie, grenzen gesteld aan de maximaal te verlenen steun aan ondernemingen. Alleen wanneer een subsidie steun aan een onderneming in de zin van het Europese recht betreft, is er mogelijk sprake van ongeoorloofde staatssteun. In het kader van het Waddenfonds zijn diverse Europese kaders met betrekking tot staatssteun van belang. Momenteel zijn deze kaders nog niet in de regeling verwerkt. Aan ondernemingen in Europeesrechtelijke zin kan dus (voorlopig) geen subsidie worden verleend op grond van het Waddenfonds.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvraag wordt gericht aan gedeputeerde staten. Om de administratieve lasten zo beperkt mogelijk te houden is zoveel mogelijk aangesloten bij eisen die de minister aan de aanvraag stelt. artikel 9De verdeling van de beschikbare middelen vindt plaats op basis van rangschikking. Bij subsidieverstrekking op grond van deze regeling is sprake van cofinanciering. Er is dus een duidelijke koppeling tussen de subsidieverstrekking door de minister en gedeputeerde staten. Op rijksniveau worden de bij de minister ingediende aanvragen getoetst op ontvankelijkheid aan de hand van de in artikel 6 van de Wet op het Waddenfonds genoemde criteria. Wordt een aanvraag door de minister niet–ontvankelijk verklaard dan wordt de bij gedeputeerde staten ingediende aanvraag eveneens afgewezen. Dat geldt ook indien de minister besluit de aanvraag niet te honoreren. Concreet betekent dit dat subsidie steeds wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat ook de minister subsidie verstrekt. Het vervullen van deze voorwaarde is nodig om aan de beschikking tot subsidieverlening een recht op aanspraak op subsidie te kunnen ontlenen. De subsidie wordt voorts geweigerd indien de aanvraag niet of onvoldoende voldoet aan de toetsingscriteria of door verlening het door provinciale staten beschikbaar gestelde bedrag wordt overschreden. artikel 10In artikel 10 zijn de toetsingscriteria opgenomen. In de eerste plaats wordt getoetst aan de mate waarin de subsidieaanvragen bijdragen aan de doelstellingen van het Waddenfonds. In de tweede plaats worden de aanvragen getoetst aan de provinciale beleidskaders met betrekking tot de Waddenzee en het Waddengebied. Daartoe behoren in elk geval (…) Gedeputeerde staten rangschikken de aanvragen zodanig, dat een aanvraag hoger wordt gerangschikt indien die naar het oordeel van gedeputeerde staten meer voldoet aan de criteria. Het door provinciale staten beschikbaar gestelde bedrag wordt verdeeld overeenkomstig de rangschikking. artikel 11Het op een subsidieaanvraag toe te kennen subsidiebedrag wordt bepaald op een percentage van de subsidiabele kosten. De subsidie uit het Waddenfonds bedraagt nooit meer dan de genoemde percentages. Voor duurzame economische ontwikkeling geldt een lager subsidiepercentage (maximaal 30%) dan voor de overige doelen (5%). Bij een project dat meerdere doelen dient, moet de aanvrager de subsidiabele kosten daarom toerekenen naar de verschillende doelen. Cumulatie van de subsidie met andere subsidies, tot maximaal 100% van de subsidiabele kosten, wordt alleen toegestaan indien staatssteunaspecten daaraan niet in de weg staan</p>\n<p class=\"lf-p\">artikel 12In dit artikel is opgenomen welke soort kosten precies tot de subsidiabele kosten gerekend worden. Bij afschrijving is uit de aard der zaak geen sprake van betaalde kosten, vandaar dat expliciet wordt genoemd dat het bij de subsidiabele kosten ook om afschrijvingskosten kan gaan. Indien loonkosten subsidiabel zijn, worden ze berekend op de wijze omschreven in het tweede lid. Loonkosten van ambtenaren, voor zover ze in reguliere overheidsdienst werkzaam zijn ten behoeve van de uitvoering van een project, vallen niet onder de subsidiabele kosten. Alleen de loonkosten van aan het project gedetacheerde ambtenaren zijn subsidiabel. Met kosten die zijn gemaakt voor de indiening van de aanvraag worden alle kosten bedoeld die voortvloeien uit reeds voor indiening van de aanvraag aangegane verplichtingen, ook al zijn deze kosten nog niet betaald. Voorbereidingskosten die zijn gemaakt voor het opstellen van de subsidieaanvraag worden ook niet tot de subsidiabele kosten gerekend. artikel 13 – artikel 15In deze bepalingen zijn enkele verplichtingen voor de subsidie-ontvanger geformuleerd. Gedeputeerde staten kunnen in het besluit tot subsidieverlening ook overige verplichtingen opnemen. Om de administratieve lasten zo beperkt mogelijk te houden is de verslagverplichting van de subsidieontvanger gekoppeld aan de verslagverplichting zoals opgenomen in de Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds. artikel 16Dit artikel voorziet in de mogelijkheid om voorschotten op de subsidie te verstrekken. Zolang aan een subsidieverlening de opschortende voorwaarde van artikel 9, derde lid, kleeft, worden geen voorschotten verstrekt. Gedeputeerde staten kunnen een verzoek tot het verstrekken van een voorschot in elk geval afwijzen op de gronden opgenomen in het vijfde lid. De voorschotten bedragen ten hoogste 80 procent van het maximale subsidiebedrag. In het geval dat de subsidieontvanger een provincie, gemeente, waterschap is, kan de voorschotverlening 100 procent bedragen artikel 17Een besluit tot subsidievaststelling wordt op grond van de ASV binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag genomen. Naast een activiteitenverslag dient op grond van de ASV een accountantsverklaring te worden overgelegd, indien de subsidie meer bedraagt dan € 50.000,-. Aan de hand van de overgelegde stukken beoordelen gedeputeerde staten of de subsidie-ontvanger aan de voorwaarden heeft voldaan. artikel 18Technische bepaling Toelichting gepubliceerd bij 2e wijziging: Onderhoudsbaggeren Friese Merenproject:</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen Met deze regeling wordt titel 3 “Onderhoudsbaggeren Friese Merenproject” ingevoegd in de door gedeputeerde staten vastgestelde Uitvoeringsregeling projectsubsidies economie, recreatie en toerisme.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verhouding van deze Uitvoeringsregeling tot de door provinciale staten vastgestelde Subsidieverordening economie, recreatie en toerisme en de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2006:</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Subsidieverordening projectsubsidies economie, recreatie en toerisme (hierna: Subsidieverordening) staat onder meer dat gedeputeerde staten op aanvraag een projectsubsidie kunnen verstrekken voor activiteiten die passen binnen door provinciale staten in de Subsidieverordening genoemde thema’s van activiteiten. De Subsidieverordening bepaalt daarmee op hoofdlijnen voor welke activiteiten gedeputeerde staten de mogelijkheid van subsidiëring moeten openen. De Subsidieverordening biedt gedeputeerde staten de mogelijkheid om daarnaast overige thema’s van activiteiten te benoemen. In de Subsidieverordening is bepaald dat gedeputeerde staten ter uitvoering van deze verordening nadere regels stellen. Deze overdracht van regelgevende bevoegdheid, als bedoeld in art. 152 van de Provinciewet, is uitgewerkt in de Uitvoeringsregeling projectsubsidies economie, recreatie en toerisme (hierna: Uitvoeringsregeling).</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van de Subsidieverordening stellen gedeputeerde staten voor elk thema van activiteiten een subsidieplafond vast. Het subsidieplafond is het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies. Gedeputeerde staten kunnen het subsidieplafond onderverdelen ten behoeve van bepaalde activiteiten of doelgroepen. Indien in een thema meerdere subsidiabele activiteiten zijn opgenomen, kunnen gedeputeerde staten voor elk van deze activiteiten een subsidieplafond vaststellen. Het subsidieplafond is een instrument van begrotingsbeleid. Het maakt de uitgaven beheersbaar. Een subsidie wordt geweigerd voor zover door subsidieverstrekking het subsidieplafond zou worden overschreden. In de begroting stellen provinciale staten budget beschikbaar ter uitvoering van de Subsidieverordening. Gedeputeerde staten verdelen dat bedrag dus over de diverse thema’s van activiteiten en zonodig over concrete activiteiten en/of doelgroepen. In art. 4 van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2006 staat bovendien : “Indien in de door Provinciale Staten vastgestelde begroting een post is opgenomen die blijkens de daarbij behorende omschrijving uitsluitend is bestemd als subsidie ten behoeve van bepaalde activiteiten, geldt deze begrotingspost als subsidieplafond voor die activiteiten”. In dat geval zullen gedeputeerde staten dat bedrag als subsidieplafond bekend maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Subsidieverordening bepaalt dat gedeputeerde staten na het verstrijken van elk begrotingsjaar verslag doen van de op grond van de Subsidieverordening aangevraagde, verstrekte en afgewezen subsidies. Deze rapportage geeft een beeld van de praktische toepassing van de Uitvoeringsregeling en kan mede aanleiding zijn om het beleid (op onderdelen) aan te passen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De relatie met de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2006De Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2006 (hierna: ASV) is het door provinciale staten vastgestelde procedureel kader, waarbinnen subsidieverstrekking op grond van deze Uitvoeringsregeling plaatsvindt. In de ASV staat dat gedeputeerde staten bevoegd zijn om subsidie te verstrekken. Tevens is bepaald dat subsidie alleen wordt verstrekt voor zover dit past binnen het provinciale beleid en de door provinciale staten vastgestelde begroting. Beleid en budget vormen daarmee belangrijke randvoorwaarden bij het verstrekken van subsidie op grond van deze Uitvoeringsregeling. Ook ten aanzien van door gedeputeerde staten benoemde overige thema’s van activiteiten, zoals bedoeld in de Uitvoeringsregeling, geldt dus steeds dat deze moeten passen binnen het beleid en het door provinciale staten beschikbaar gestelde budget.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidieverstrekking op grond van deze Uitvoeringsregeling zijn de hoofdstukken 1, 3, 4 en 5 van de ASV van belang. In hoofdstuk 1, 4 en 5 zijn bepalingen opgenomen, die gelden voor alle subsidieverstrekkingen. Hoofdstuk 3 heeft betrekking op projectsubsidies, dat wil zeggen subsidies die eenmalig worden verstrekt voor bepaalde activiteiten. De Uitvoeringsregeling ziet uitsluitend op het verstrekken van projectsubsidies.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eisen die worden gesteld aan een aanvraag voor een projectsubsidie staan in hoofdstuk 3 van de ASV. Zo moet de aanvraag uiterlijk vier weken voor de aanvang van de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd worden ingediend en moeten er bepaalde gegevens worden overgelegd. Naast de in hoofdstuk 3 genoemde gegevens kunnen gedeputeerde staten aanvullende gegevens vragen die zij nodig hebben voor een goede beoordeling van de aanvraag. Voor de subsidieaanvraag hebben gedeputeerde staten een formulier vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van de ASV beslissen gedeputeerde staten binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag, tenzij door hen anders is bepaald. Dat kan bijvoorbeeld als gevolg van Europeesrechtelijke bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de aanvraag wordt gehonoreerd leidt dat tot een subsidieverleningsbeschikking, die een voorwaardelijke aanspraak op financiële middelen vestigt. Subsidie kan ingevolge de ASV slechts worden verleend, indien daarvoor door provinciale staten in de provinciale begroting voor het desbetreffende boekjaar middelen beschikbaar zijn gesteld. Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt zij verleend onder de voorwaarde dat door provinciale staten voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. Voor een subsidie die over het begrotingsjaar heen gaat wordt dus steeds het begrotingsvoorbehoud gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ASV noemt een aantal verplichtingen voor de ontvanger van een projectsubsidie met betrekking tot de te voeren administratie, de controle daarop en de bewaartermijn. Daarnaast kunnen gedeputeerde staten aan de subsidie-ontvanger bij de subsidieverlening overige verplichtingen opleggen met betrekking tot wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval er een besluit tot subsidieverlening is genomen, moet de subsidieontvanger uiterlijk acht weken na de realisatie van de activiteit een aanvraag tot subsidievaststelling indienen. Gedeputeerde staten kunnen bij de subsidieverlening een kortere of langere termijn stellen. Bij de aanvraag tot vaststelling, waarbij gebruik moet worden gemaakt van het door gedeputeerde staten vastgesteld formulier, moeten, afhankelijk van het subsidiebedrag, bepaalde bescheiden worden overgelegd. Gedeputeerde staten kunnen bij de subsidieverlening nadere eisen stellen en verlangen dat daarnaast overige bescheiden worden overgelegd. Gedeputeerde staten beslissen binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling. Die termijn kan met maximaal vier weken worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag, een voorschot verlenen. Het subsidiebedrag worden binnen zes weken na de subsidievaststelling betaald, uiteraard onder verrekening van de betaalde voorschotten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Subsidie voor onderhoudsbaggeren is tot op heden gebaseerd op de door provinciale staten vastgestelde verordening “Versnelling onderhoudsbaggeren Friese Meren Project”, vastgesteld op 1 februari 2006. Als gevolg van het project Deregulering is er voor gekozen om autonome subsidies te verstrekken op basis van een door gedeputeerde staten per beleidsprogramma vast te stellen Uitvoeringsregeling. Deze delegatie van regelgevende bevoegdheid vindt zijn grondslag in bovengenoemde door provinciale staten vastgestelde Subsidieverordening economie, recreatie en toerisme.</p>\n<p class=\"lf-p\">De werking van de verordening Versnelling onderhoudsbaggeren Friese Meren Project is in 2008 geëvalueerd. De leerervaringen uit die evaluatie zijn in de nieuwe regeling verwerkt. Overigens betekent dit niet dat de systematiek van subsidieverstrekking en de daarmee samenhangende rechten en verplichtingen wezenlijk zijn veranderd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 3: Onderhoudsbaggeren Friese Merenproject: Artikelsgewijs</h3>\n<p class=\"lf-p\">artikel I, onderdelen A, B en C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel I voegt een tweetal begripsbepalingen toe aan artikel 1 van de Uitvoeringsregeling en formuleert de tekst van titel 2. Deze titel voorziet in het verstrekken van subsidie voor baggerwerkzaamheden in het Friese recreatieve vaarnetwerk, uitgevoerd door gemeenten en natuurlijke- en rechtspersonen. Het verbeteren van de bevaarbaarheid van het recreatieve vaarnetwerk en de jachthavens is een belangrijk onderdeel van het Friese Merenproject. Een deel van het beheer van dit vaarnetwerk ligt bij gemeenten. Met deze regeling worden gemeenten gestimuleerd gedurende de looptijd van het Friese Merenproject, baggeronderhoud uit te voeren conform het provinciale beleid. Hieronder worden de betreffende artikelen kort besproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">A artikel 1 onder hIn artikel 1 van de Uitvoeringsregeling zijn enkele in de regeling voorkomende bepalingen gedefinieerd. Het Fries vaarnetwerk, zoals genoemd onder g, is gebaseerd op bestaand provinciaal beleid, te weten het Provinciaal verkeers- en vervoersplan en het Plan Kleine Waterrecreatie 2002-2010.</p>\n<p class=\"lf-p\">B artikel 28Artikel 28 noemt het doel dat gedeputeerde staten met inzet van het subsidie-instrument wensen te realiseren. Dit doel stemt overeen met de doelstelling van het Friese Merenproject. artikel 29 en 30In deze bepalingen worden de subsidiabele activiteiten benoemd, alsmede de partijen die voor deze activiteiten subsidie kunnen aanvragen. De kring van aanvragers is beperkt tot gemeenten en natuurlijke- en privaatrechtelijke rechtspersonen. Voor natuurlijke- en privaatrechtelijke rechtspersonen uitsluitend voor zover zij een jacht- of passantenhaven bedrijfsmatig in stand houden. Privéhavens of verkoophavens vallen uitdrukkelijk niet onder het bereik van deze verordening. Uitgangspunt voor de subsidieverstrekking aan gemeenten is dat het baggerwerk onderdeel is van een meerjarige aanpak, gericht op het structureel uitvoeren van de baggeropgave. Het meerjarenperspectief dient tenminste een tijdvak van twee opeenvolgende jaren te beslaan. De regeling voor gemeenten is gericht op niet-verontreinigde bagger, omdat de baggerkosten voor saneringswerken aanzienlijk hoger zijn en hierdoor het subsidiebudget onevenredig zou worden belast. Voor jachthaveneigenaren geldt deze bepaling niet, omdat het subsidiebijdrage gelimiteerd is op basis van een vergoeding per m³.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvragen kunnen tot een half jaar voor het aflopen van het Friese Merenproject worden ingediend. Gedeputeerde staten maken het vastgestelde subsidieplafond bekend in een regionaal dagblad en voorts op de provinciale website.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het aanvragen van subsidie moet gebruik worden gemaakt van het door gedeputeerde staten vastgestelde aanvraagformulier. Dit formulier kan worden aangevraagd bij het Projectbureau Friese Meren van de provincie Fryslân of is te downloaden van de provinciale website. artikel 31Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien de baggerdiepte voldoet aan de normdiepte zoals opgenomen in de tabel bij artikel 1 van de Regeling. In bepaalde gevallen kunnen gedeputeerde staten hiervan afwijken. Deze mogelijkheid is opgenomen omdat niet alle vaarwegen in het provinciale beleid voldoen aan de gestelde uitgangspunten. In die gevallen geeft het beleid de gewenste (toekomstige) situatie weer. artikel 32Het subsidiebedrag wordt bepaald op basis van een percentage van de kosten, zoals in het eerste en tweede lid genoemd. artikel 33Voorwaarde is dat het project wordt uitgevoerd conform het bij de aanvraag ingediende projectplan en afgerond wordt voor het einde van het Fries Merenproject (eind 2013). Verder zijn in dit artikel enkele verplichtingen voor de subsidieontvanger geformuleerd. artikel 34Dit artikel voorziet in de mogelijkheid om voorschotten op de subsidie te verstrekken. artikel 35De aanvrager dient op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2006 binnen acht weken na afloop van de activiteit een aanvraag tot vaststelling van het subsidie in te dienen. Voor de aanvraag tot vaststelling moet gebruik worden gemaakt van het door gedeputeerde staten vastgestelde formulier. Dit formulier kan worden aangevraagd bij het Projectbureau Friese Meren van de provincie Fryslân of is te downloaden van de provinciale website. Aan de hand van het aanvraagformulier beoordelen gedeputeerde staten of de subsidie-ontvanger aan de voorwaarden heeft voldaan. Een besluit tot subsidievaststelling wordt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de subsidie meer bedraagt dan € 50.000,- moet op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2006 een accountantsverklaring worden overgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">C artikel Technische bepaling en overgangsrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel IIIn artikel II is het door provinciale staten op vastgestelde overgangsrecht geformuleerd. Reeds verstrekte subsidies zijn gebaseerd op de door provinciale staten vastgestelde subsidieverordening “Versnelling onderhoudsbaggeren Friese Meren Project”. Uitsluitend provinciale staten kunnen dan ook besluiten dat voor de op grond van deze verordening vastgestelde subsidies een gewijzigde grondslag geldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel IIIInwerkingtredingsbepaling TOELICHTING UITVOERINGSREGELING PROJECTSUBSIDIES ECONOMIE, TOERISME EN RECREATIE gepubliceerd bij 3e wijziging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene toelichting De grondslag voor de Uitvoeringsregeling projectsubsidies economie, toerisme en recreatie : de Subsidieverordening projectsubsidies economie, toerisme en recreatie delegatie van regelgevende bevoegdheid In de Subsidieverordening projectsubsidies economie, toerisme en recreatie (hierna: Subsidieverordening) staat onder meer dat gedeputeerde staten op aanvraag een projectsubsidie kunnen verstrekken voor activiteiten die passen binnen door provinciale staten in de Subsidieverordening genoemde thema’s van activiteiten. De Subsidieverordening bepaalt daarmee op hoofdlijnen voor welke activiteiten gedeputeerde staten de mogelijkheid van subsidiëring moeten openen. De Subsidieverordening biedt gedeputeerde staten de mogelijkheid om daarnaast overige thema’s van activiteiten te benoemen. In de Subsidieverordening is bepaald dat gedeputeerde staten ter uitvoering van deze verordening nadere regels stellen. Deze overdracht van regelgevende bevoegdheid, als bedoeld in art. 152 van de Provinciewet, is uitgewerkt in de Uitvoeringsregeling projectsubsidies economie, toerisme en recreatie (hierna: Uitvoeringsregeling).</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van de Subsidieverordening stellen gedeputeerde staten voor elk thema van activiteiten een subsidieplafond vast. Het subsidieplafond is het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies. Gedeputeerde staten kunnen het subsidieplafond onderverdelen ten behoeve van bepaalde activiteiten of doelgroepen. Indien in een thema meerdere subsidiabele activiteiten zijn opgenomen, kunnen gedeputeerde staten voor elk van deze activiteiten een subsidieplafond vaststellen. Het subsidieplafond is een instrument van begrotingsbeleid. Het maakt de uitgaven beheersbaar. Een subsidie wordt geweigerd voor zover door subsidieverstrekking het subsidieplafond zou worden overschreden. In de begroting stellen provinciale staten budget beschikbaar ter uitvoering van de Subsidieverordening. Gedeputeerde staten verdelen dat bedrag dus over de diverse thema’s van activiteiten en zonodig over concrete activiteiten en/of doelgroepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Subsidieverordening bepaalt dat gedeputeerde staten na het verstrijken van elk begrotingsjaar verslag doen van de op grond van de Subsidieverordening aangevraagde, verstrekte en afgewezen subsidies. Deze rapportage geeft een beeld van de praktische toepassing van de Uitvoeringsregeling en kan mede aanleiding zijn om het beleid (op onderdelen) aan te passen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De relatie met de Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2006De Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2006 (hierna: ASV) is het door provinciale staten vastgestelde procedureel kader, waarbinnen subsidieverstrekking op grond van deze Uitvoeringsregeling plaatsvindt. In de ASV staat dat gedeputeerde staten bevoegd zijn om subsidie te verstrekken. Tevens is bepaald dat subsidie alleen wordt verstrekt voor zover dit past binnen het provinciale beleid en de door provinciale staten vastgestelde begroting. Beleid en budget vormen daarmee belangrijke randvoorwaarden bij het verstrekken van subsidie op grond van deze Uitvoeringsregeling. Ook ten aanzien van door gedeputeerde staten benoemde overige thema’s van activiteiten, zoals bedoeld in de Uitvoeringsregeling, geldt dus steeds dat deze moeten passen binnen het beleid en het door provinciale staten beschikbaar gestelde budget.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor subsidieverstrekking op grond van deze Uitvoeringsregeling zijn de hoofdstukken 1, 3, 4 en 5 van de ASV van belang. In hoofdstuk 1, 4 en 5 zijn bepalingen opgenomen, die gelden voor alle subsidieverstrekkingen. Hoofdstuk 3 heeft betrekking op projectsubsidies, dat wil zeggen subsidies die eenmalig worden verstrekt voor bepaalde activiteiten. De Uitvoeringsregeling ziet uitsluitend op het verstrekken van projectsubsidies.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eisen die worden gesteld aan een aanvraag voor een projectsubsidie staan in hoofdstuk 3 van de ASV. Zo moet de aanvraag uiterlijk vier weken voor de aanvang van de activiteit waarvoor de subsidie wordt aangevraagd worden ingediend en moeten er bepaalde gegevens worden overgelegd. Naast de in hoofdstuk 3 genoemde gegevens kunnen gedeputeerde staten aanvullende gegevens vragen die zij nodig hebben voor een goede beoordeling van de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van de ASV beslissen gedeputeerde staten binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag, tenzij door hen anders is bepaald. Dat kan bijvoorbeeld in geval van een subsidietender of als gevolg van Europeesrechtelijke bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de aanvraag wordt gehonoreerd leidt dat in de regel tot een subsidieverleningsbeschikking, die een voorwaardelijke aanspraak op financiële middelen vestigt. In bepaalde gevallen kunnen gedeputeerde staten ook besluiten om het besluit tot subsidieverlening te laten samenvallen met het besluit tot subsidievaststelling. Het bedrag van de subsidie wordt dan direct vastgesteld. Aan het besluit tot vaststelling kunnen gedeputeerde staten onder andere de verplichting verbinden dat de subsidieontvanger een verklaring verstrekt dat de gesubsidieerde activiteit daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ASV noemt een aantal verplichtingen voor de ontvanger van een projectsubsidie met betrekking tot de te voeren administratie, de controle daarop en de bewaartermijn. Daarnaast kunnen gedeputeerde staten aan de subsidie-ontvanger bij de subsidieverlening overige verplichtingen opleggen met betrekking tot wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval er een besluit tot subsidieverlening is genomen, moet de subsidieontvanger uiterlijk acht weken na de realisatie van de activiteit een aanvraag tot subsidievaststelling indienen. Gedeputeerde Staten kunnen bij de subsidieverlening een kortere of langere termijn stellen. Bij de aanvraag moeten, afhankelijk van het subsidiebedrag, bepaalde bescheiden worden overgelegd. Gedeputeerde staten kunnen bij de subsidieverlening nadere eisen stellen en verlangen dat daarnaast overige bescheiden worden overgelegd. Gedeputeerde staten beslissen binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling. Die termijn kan met maximaal vier weken worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedeputeerde Staten kunnen, eventueel op aanvraag, een voorschot verlenen. Het subsidiebedrag worden binnen zes weken na de subsidievaststelling betaald, uiteraard onder verrekening van de betaalde voorschotten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 4:  Bezinningstoerisme: Algemene toelichting</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen Deze titel voorziet in het beschikbaar stellen van subsidies voor projecten die een bijdrage leveren aan het faciliteren van het bezinningstoerisme.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veel mensen gebruiken hun vrije tijd om te onthaasten, om het hectische leven te laten voor wat het is en bewust tijd te nemen voor bezinning en bezieling. Niet alleen kerken en kloosters, die hun oorsprong vinden in zingeving, bieden hiervoor een ideale omgeving. Maar ook de rust en de ruimte van het platteland kunnen een inspirerend decor vormen voor waardevolle belevenissen. Fryslân mag zich in dit opzicht een rijke provincie noemen. In het veelzijdige Friese cultuurlandschap is relatief veel van het oorspronkelijke karakter bewaard gebleven. De weidse landschappen, het water, de terpen, oude dijken, stadjes en dorpjes nodigen uit tot bezinning en bezichtiging. Daarnaast beschikt Fryslân over een rijk religieus erfgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met deze regeling wil de provincie een bijdrage leveren aan het verder ontwikkelen van de veelzijdige ’toeristische topattractie Fryslân’. Waarmee ook een bijdrage wordt geleverd aan het benutten en in stand houden zowel van het cultureel als van het religieus erfgoed en de cultuurlandschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1, onder i Activiteiten in het kader van het bezinningstoerisme worden als volgt gerubriceerd: a. cultuur: beeldende kunst, vormgeving, fotografie, musea, taal en letteren, verhalen; b. erfgoed: kerken, kloosters, zerken, klokkenstoelen, bibliotheken en archieven; c. landschap: kerkenpaden, pelgrimsroutes, kloosterpaden; d. beleving: festivals, evenementen, nieuwe media.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is de bedoeling dat voormelde rubrieken elkaar aanvullen en versterken, bijvoorbeeld door de ontwikkeling van integrale producten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 36</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 36 noemt de beleidsdoelen die gedeputeerde staten met inzet van het subsidie-instrument wensen te realiseren. In het kader van ondersteunende activiteiten kan worden gedacht aan organisatiekosten, kosten voor brochures, kosten ten behoeve van het bouwen van websites, etc</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 37</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd moeten in de eerste plaats zijn gericht op of bijdragen aan ten minste twee van de in artikel 36 genoemde doelen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 38</span><span class=\"lf-art-t\">In dit artikel is de verdeelsystematiek uitgewerkt. Er wordt beslist op volgorde van binnenkomst</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 39</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 38 zijn de criteria opgenomen waaraan een aanvraag wordt getoetst. Door de aanvrager worden daartoe alle benodigde gegevens en bescheiden bij de aanvraag overgelegd. In de eerste plaats wordt getoetst aan de mate waarin subsidieaanvragen bijdragen aan tenminste twee van in artikel 36 genoemde doelen van deze subsidieregeling. In de tweede plaats wordt beoordeeld of activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd realistisch en haalbaar zijn. In dat kader wordt bijvoorbeeld gekeken naar het realiteitsgehalte van de financiële onderbouwing van de activiteiten en de praktische uitvoerbaarheid Er zijn drie verplichte weigeringsgronden geformuleerd. Om verschillende aanvragers en diverse activiteiten met deze regeling te kunnen bedienen is bepaald dat geen subsidie wordt verstrekt indien op grond van deze regeling reeds eerder subsidie is verleend voor naar aard en schaal gelijksoortige activiteiten. Ook moeten de subsidiabele kosten tenminste € 4500,- bedragen. Tevens kan voor dezelfde activiteiten niet tegelijkertijd aanspraak worden gemaakt op subsidie op basis van meerdere provinciale subsidieregelingen. Indien reeds subsidie is verstrekt op grond van een andere subsidieregeling, dan komt aanvrager niet (meer) in aanmerking voor subsidie op grond van deze regeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 40</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel is opgenomen welke soort kosten in zijn algemeenheid tot de subsidiabele kosten worden gerekend en welke nadrukkelijk niet. Voorbereidingskosten die zijn gemaakt voor het opstellen van de subsidieaanvraag worden niet tot deze kosten gerekend. Datzelfde geldt voor alle mogelijke kosten die komen kijken bij het oprichten van een stichting, vereniging dan wel wat voor rechtspersoon dan ook Kosten die betrekking hebben op de exploitatie en op het zogenaamde regulier beheer en onderhoud liggen meer in de lijn van de gebruikelijke, jaarlijks terugkerende kosten om een organisatie of object in stand te houden. Onderhavige subsidiegelden zijn bedoeld voor de meer incidentele activiteiten, met andere woorden niet voor regelmatig terugkerende vaste lasten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tevens is deze regeling in elk geval nadrukkelijk niet bedoeld ter financiering van fysieke bouwactiviteiten, zoals de aanleg van paden, het oprichten van sanitaire voorzieningen en het rolstoeltoegankelijk maken van locaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zelfwerkzaamheid wordt een uurtarief van € 27,50 gehanteerd. Bij de eindafrekening dient terzake een urenverantwoording te worden overgelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 41</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie bedraagt tenminste € 4500,- en ten hoogste € 50.000,-, maar nooit meer dan 50 procent van de subsidiabele kosten. Om de hoogte van subsidiebijdrage te bepalen worden financiële bijdragen van derden op de subsidiabele kosten in mindering gebracht</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 42</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het eerste lid zijn enkele verplichtingen voor de subsidie-ontvanger geformuleerd. In het tweede lid is opgenomen dat gedeputeerde staten in het besluit tot subsidieverlening ook overige verplichtingen kunnen opnemen, waaronder de onder a en b genoemde</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 7: Stimuleren vulpunten voor duurzame transportbrandstoffen</h3>\n<p class=\"lf-p\">Algemene toelichting De colleges van de provincies Drenthe, Groningen en Fryslân hebben in juni 2008 de toekomstagenda en het Actieplan 2008-2011 biotransportbrandstoffen en duurzame mobiliteit vastgesteld. Kortweg wordt dit het 100.000 voertuigenplan genoemd, want de ambitie is dat in 2015 in de drie noordelijke provincies 100.000 voer- of vaartuigen op duurzame brandstoffen rijden of varen. Ook elektrisch rijden en varen valt hier onder. Het 100.000 voertuigenplan zet in op stimulering van distributie en gebruik van duurzame transportbrandstoffen. Rijden op duurzame transportbrandstoffen is niet aantrekkelijk zolang deze niet of nauwelijks verkrijgbaar zijn. Met deze subsidieregeling willen gedeputeerde staten van Fryslân stimuleren dat er in de provincie Fryslân vulpunten worden gerealiseerd waar duurzame transportbrandstoffen verkrijgbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eén van de actiepunten uit het 100.000 voertuigenplan is, dat er in Drenthe, Groningen en Fryslân in ieder geval per provincie zeven vulpunten worden gerealiseerd waar duurzame transportbrandstoffen kunnen worden getankt. De gekozen duurzame transportbrandstoffen zijn: aardgas als voorloper van groengras, bio-ethanol, of biodiesel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidie is bestemd voor het realiseren van vulpunten. Verder kan €5.000,= subsidie worden verleend, wanneer een bestaand vulpunt wordt omgebouwd. Voorwaarde die wordt gesteld is dat een vulpunt waarvoor subsidie is verleend na ingebruikname ten minste drie jaar in gebruik blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regeling is als nieuwe titel 7 ingevoegd in de al bestaande Uitvoeringsregeling projectsubsidies economie, recreatie en toerisme. De begripsbepalingen, daarmee wordt bedoeld de uitleg van wat in deze verordening wordt verstaan onder een tankstation of een vulpunt, zijn opgenomen in artikel 1 van de Uitvoeringsregeling projectsubsidies economie, recreatie en toerisme. In dit artikel staan alle begripsbepalingen genoemd. Ze staan dus niet in de nieuwe titel 7.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 7: Stimuleren vulpunten voor duurzame transportbrandstoffen</h3>\n<p class=\"lf-p\">Artikelgewijze toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 57</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dit artikel wordt het doel van de regeling beschreven. Subsidie wordt verstrekt voor het realiseren van vulpunten waar duurzame transportbrandstoffen kunnen worden getankt</p></div>", "next": 239568}