{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Als voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2014 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Als de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Stedelijk gebied:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied dat zich bevindt binnen de door de betrokken gemeente als ‘bebouwde kom’ aangewezen gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurvriendelijke oever:</p>\n<p class=\"lf-p\">Oever die zo is aangelegd dat het niet alleen dient om de afvoercapaciteit van het oppervlaktewaterlichaam te verbeteren, maar ook om landschappelijke en ecologische functies te versterken. Oever aangelegd conform algemene regel ‘WT 11. Natuurvriendelijke oever’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Voor het aanbrengen van antiworteldoek in oppervlaktewaterlichamen met een C-status is geen melding vereist gezien het geringe waterhuishoudkundige belang. Wel moet de aanleg van antiworteldoek in deze voldoen aan de gestelde voorwaarden in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij veel tuinen van particulieren en bedrijven wordt anti-worteldoek op het talud van oppervlaktewaterlichamen toegepast om de tuin ter plaatse een net afgewerkt karakter te geven en het onderhoud te vergemakkelijken. Het aanleggen en behouden van anti-worteldoek is vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig werk. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Als de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of als het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding Voor deze activiteit geldt geen meldingsplicht WT7.Dam met Duiker</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het aanleggen, verlengen, vervangen en behouden van een dam met duiker in een oppervlaktewaterlichaam, voor zover: dit plaatsvindt in een oppervlaktewaterlichaam met een B- en/of C-status, en; deze wordt aangelegd op minimaal 10,00 m van een bestaand ondersteunend kunstwerk en 20,00 m benedenstrooms vanaf een stuw, en; deze wordt aangelegd zonder knikpunten of bochten, en; deze bedoeld is als perceelontsluiting en aansluit op eigendom van de initiatiefnemer of rechthebbende, en; in de nieuwe situatie de volledige duiker voldoet aan de volgende maatvoering:</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel Criteria Type duiker rond Maximale totale duikerlengte Particulier gebruik 10,00 m Bedrijfsmatig gebruik 12,00 m Minimale inwendige diameter duiker in B-water Landelijk gebied 0,47 m Stedelijk gebied 0,80 m Minimale inwendige diameter duiker in C-water Landelijk gebied 0,47 m Stedelijk gebied 0,47 m Hoeveelheid lucht in de duiker t.o.v. winterpeil Droge sloot volledig Watervoerende sloot 0,20 m Uitsteken van de duiker buiten de dam 0,10 m</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: damt het oppervlaktewaterlichaam, indien nodig, niet eerder af dan na overleg met de toezichthouder van het waterschap; verwijdert slib op locatie van de aan te leggen dam met duiker legt de duiker in het midden van het oppervlaktewaterlichaam aan; voorziet verbindingen tussen duikerelementen van een waterdichte afdichting; beschermt het talud van de dam met duiker op doelmatige wijze tegen uitspoeling; fundeert de duiker dusdanig dat verzakken van deze duiker, met meer dan de natuurlijke maaivelddaling, wordt voorkomen; verwijdert bij vervanging de oude duiker volledig; verlengt een bestaande duiker met hetzelfde materiaal duikerbuis; past een betonbuis, of een PE-buis toe met een gladde egale binnenwand (geen staal en/of spirosol); plaatst een object zoals een toegangshek, container of tuinhuisje zodanig dat de toegangsfunctie van de dam behouden blijft; fundeert een object op een dam met duiker zo, dat het object eenvoudig te verwijderen is; voorziet, indien wenselijk, de uiteinden van de duiker van frontmuren conform de algemene regel ‘WT 15. Frontmuren bij dammen met duikers’; verankert de frontmuren van de duiker onderling; houdt de constructie in een goede staat van onderhoud; hanteert principetekening 12: dam met duiker in B- of C-water als uitgangspunt voor de uitvoering; houdt het doorstroomprofiel van de dam met duiker in stand; plaatst de dam met duiker op een afstand van tenminste 8,00 m van aanwezige bermobjecten zoals bomen en verkeersborden als de dam met duiker in een oppervlaktewaterlichaam wordt gelegd die door het waterschap wordt onderhouden; voldoet aan de algemene regel ‘WE 7. Uitweg’, als de dam met duiker fungeert als perceelontsluiting naar een weg in beheer bij het waterschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste twee weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online of met behulp van het daarvoor aangeboden meldingsformulier. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van de activiteit, diameter en materiaalkeuze van de duiker, legenda en noordpijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten 2 werkdagen van te voren bij de toezichthouder (startmelding).</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2014 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Duiker:</p>\n<p class=\"lf-p\">Buis in gronddam gelegen in een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stedelijk gebied:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied dat zich bevindt binnen de door de betrokken gemeente als ‘bebouwde kom’ aangewezen gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Landelijk gebied:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied buiten de bebouwde kom.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Het aanleggen, verlengen of vervangen van een dam met duiker is een veel voorkomende activiteit. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">In oppervlaktewaterlichamen met een B- en/of C-status heeft het aanbrengen van een dam met duiker een gering effect op de doorstroming van het oppervlaktewaterlichaam, indien aan de gestelde criteria en voorwaarden wordt voldaan. Om de doorstroming te waarborgen is de lengte van de duiker gelimiteerd en een minimale grootte van de diameter bepaald. De diameter verschilt in stedelijk gebied en landelijk gebied, omdat buien in stedelijk gebied in het algemeen sneller tot hogere afvoerdebieten leiden. Het betreft in deze algemene regel alleen de eerste perceelontsluiting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het maken van een uitrit naar een weg van het waterschap bestaat een algemene regel. De uitrit naar de weg mag niet breder zijn dan is aangegeven in deze algemene regel. De breedte van de dam met duiker moet hierop worden aangepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OlO) worden ingediend. Het OlO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via: www.waterschaprivierenland.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">WT8.Dempen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het dempen van een oppervlaktewaterlichaam voor zover: dit oppervlaktewaterlichaam niet is gelegen langs een weg van het waterschap, en; het een oppervlaktewaterlichaam met een C-status betreft, en; het geen oppervlaktewaterlichaam betreft met een natuurvriendelijke oever en/of specifieke natuurdoeleinden, en; het leggeroppervlak van de demping tenminste gelijkwaardig wordt gecompenseerd, waarbij: een bestaand oppervlaktewaterlichaam met een B-min en/of C-status wordt verbreed met tenminste 0,50 m en/of het graven van een nieuw oppervlaktewaterlichaam met een C-status; deze compensatie binnen hetzelfde peilgebied plaatsvindt, en; door de demping: een oppervlaktewaterlichaam niet wordt afgesloten van het watersysteem; de doorstroming niet ontoelaatbaar wordt belemmerd;</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: beschermt het talud van de demping op doelmatige wijze tegen uitspoeling en inzakking; voert de compensatie vooraf aan of gelijktijdig met de demping uit; houdt de gehele constructie in een goede staat van onderhoud; draagt ervoor zorg dat taluds van het nieuw te graven of verbreden oppervlaktewaterlichaam en het bestaande oppervlaktewater vloeiend op elkaar aansluiten en een helling hebben niet steiler dan 1:1; voert de compensatie uit conform de algemene regel ‘WT 9. Graven’. zorgt dat eventuele in het te dempen oppervlaktewaterlichaam aanwezige (hemelwater) afvoeren van aanliggende percelen hun werking behouden, zo nodig in overleg met de eigenaren/ gebruikers van de afvoeren;</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste twee weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online of met behulp van het daarvoor aangeboden meldingsformulier. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, locatie, afmetingen van het te dempen oppervlaktewaterlichaam en de te realiseren compensatie, diameter en materiaalkeuze van de eventuele duiker, legenda en noordpijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten 2 werkdagen van te voren bij de toezichthouder (startmelding).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2009 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bergingscapaciteit:</p>\n<p class=\"lf-p\">Het volume water dat geborgen kan worden tussen het streefpeil en het aanvaardbaar hoogste peil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Duiker:</p>\n<p class=\"lf-p\">Buis in gronddam gelegen in een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Peilgebied:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied als aangewezen in een peilbesluit waarbinnen eenzelfde waterstand wordt gehandhaafd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurvriendelijke oever:</p>\n<p class=\"lf-p\">Oever die zo is aangelegd dat het niet alleen dient om de afvoercapaciteit van het oppervlaktewaterlichaam te verbeteren, maar ook om landschappelijke en ecologische functies te versterken. Oever aangelegd conform algemene regel ‘WT 11. Natuurvriendelijke oever’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Het dempen van een oppervlaktewaterlichaam met een C-status is een veel voorkomende activiteit die onder voorwaarden via een algemene regel kan worden uitgevoerd. Dit betreft oppervlaktewaterlichamen met alleen een waterbergende functie. De relevante waterhuishoudkundige belangen worden voldoende gewaarborgd door de eis van het graven van nieuw water ter compensatie. Hierbij wordt aangesloten op de algemene regel ‘WT 9. Graven’. Daarnaast mag de demping zelf geen negatieve effecten hebben op de doorstroming en kwaliteit van het omliggende watersysteem, zodat het afsluiten van een oppervlaktewaterlichaam of het creëren van doodlopende oppervlaktewaterlichamen is uitgesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via: www.waterschaprivierenland.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">WT9.Graven</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het graven, verbreden en behouden van een oppervlaktewaterlichaam voor zover: dit niet plaatsvindt langs een weg van het waterschap en/of in een waterkering en/of bijbehorende beschermingszone, en; de verbreding in een oppervlaktewaterlichaam met een B-min en/of C-status plaatsvindt, en; door het graven: geen verbinding ontstaat tussen verschillende peilgebieden, en; geen nieuw doodlopend oppervlaktewaterlichaam worden gecreëerd, en; het oppervlaktewaterlichaam in verbinding staat met het watersysteem.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: sluit taluds van het nieuw te graven of verbreden oppervlaktewaterlichaam, en het bestaande oppervlaktewater vloeiend op elkaar aan; brengt bij nieuw te graven oppervlaktewaterlichaam taluds aan met een helling niet steiler dan 1:1; handhaaft bij verbreding van een watergang minimaal de bestaande taludhelling of flauwer; beschermt taluds op doelmatige wijze tegen uitspoeling en inzakking; plaatst in de beschermingszone van een aangrenzend oppervlaktewaterlichaam een dam met duiker met een bovenbreedte van minimaal 5,00 m en voldoet aan de algemene regel ‘WT 7 Dam met duiker’ indien het nieuw te graven oppervlaktewaterlichaam wordt aangesloten op een oppervlaktewaterlichaam in onderhoud bij het waterschap; verbreedt een bestaand oppervlaktewaterlichaam met tenminste 0,50 m; houdt bij een volledig nieuw te graven oppervlaktewaterlichaam de volgende maatvoering aan:</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterbreedte Minimale bodembreedte Minimale waterdiepte t.o.v. laagst vigerend peil Tot 4,00 m 0,50 m 0,50 m Vanaf 4,00 m 1,00 m 1,00 m</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste twee weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online of met behulp van het daarvoor aangeboden meldingsformulier. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van het te graven of verbreden oppervlaktewaterlichaam en eventuele dammen met duikers, diameter en materiaalkeuze van de duiker, legenda en noordpijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten 2 werkdagen van te voren bij de toezichthouder (startmelding).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2009 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Peilgebied:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied als aangewezen in een peilbesluit waarbinnen eenzelfde waterstand wordt gehandhaafd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Duiker:</p>\n<p class=\"lf-p\">Buis in gronddam gelegen in een oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Het graven of vergraven van een oppervlaktewaterlichaam betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Door de risicovolle werkzaamheden, zoals het verbinden van verschillende peilgebieden, uit te sluiten van deze algemene regel kan het graven en vergraven van water onder voorwaarden worden toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een nieuw te graven oppervlaktewaterlichaam kan uitsluitend de C-status krijgen. Voor het graven van een nieuw oppervlaktewaterlichaam ter compensatie van versnelde afvoer vanaf nieuw verhard oppervlak of ter compensatie van de demping van een oppervlaktewaterlichaam met een A- en/of B-status, moet een watervergunning worden aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via: www.waterschaprivierenland.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">WT10.Bomen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het aanplanten en behouden van bomen in de beschermingszone van een oppervlaktewaterlichaam, voor zover: deze niet worden geplant in een waterkering en/of bijbehorende beschermingszone, en; in volgroeide vorm ten opzichte van het oppervlaktewaterlichaam, voldoet aan de bepalingen in onderstaande tabel: *5,00 m in het gebied van de Alblasserwaard, Vijfheerenlanden, Alm en Biesbosch</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: verwijdert dode, zieke, of beschadigde bomen en de wortelresten conform algemene regel ‘WW1. Verwijderen objecten’; wijzigt de afmetingen van het oppervlaktewaterlichaam zoals vastgelegd in de legger niet; onderhoudt de (knot)bomen en snoeit de (knot)bomen op zodat er geen takken afhangen binnen 5,00 m boven maaiveld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2014 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Als de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beplanting:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bomen, struiken en lage beplanting, uitgezonderd gras.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kruin boom:</p>\n<p class=\"lf-p\">Diameter van het bladerdak/kruin, horizontaal gemeten op het breedste punt Knotboom:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een boom die minstens 1 keer per 3 jaar wordt geknot Knotten:</p>\n<p class=\"lf-p\">Verwijderen van de kruin van een boom Insteek:</p>\n<p class=\"lf-p\">Snijlijn van het bovenwatertalud van het oppervlaktewaterlichaam met het aangrenzende maaiveld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Het aanleggen en behouden van bomen betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Als de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of als het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding Voor deze activiteit geldt geen meldingsplicht WT11.Natuurvriendelijke oever</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het aanleggen en behouden van een natuurvriendelijke oever langs een oppervlaktewaterlichaam, voor zover: deze niet wordt aangelegd aan een oppervlaktewaterlichaam gelegen langs een weg van het waterschap en in een waterkering en/of bijbehorende beschermingszone, en; deze wordt aangelegd langs B- en C wateren, met uitzondering van die oppervlaktewaterlichamen die door het waterschap worden onderhouden, en; geen oppervlaktewaterlichaam wordt gedempt of versmald, en; de natuurvriendelijke oever minimaal 25,00 m lang is, en; het oppervlaktewaterlichaam een minimale waterdiepte heeft van 0,50 m ten opzichte van zomer-/streefpeil.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: voorziet de plas-drasoever die wordt aangelegd met een nevengeul om de 25,00 m van een opening van minimaal 1,00 m breed; beschermt taluds op doelmatige wijze tegen uitspoeling en inzakking; voorkomt beschadigingen of verzakkingen van de beschoeiing, het talud of maaiveld, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de waterdoorvoer; hanteert principetekening ‘NVO (natuurvriendelijke oever)’ als uitgangspunt voor de uitvoering. hanteert, indien een plas-drasoever wordt aangelegd, de volgende maatgeving: de plas-drasoever is minimaal 2,00 m breed; de diepte van de plas- drasoever is 30 tot 50 cm onder zomer-/streefpeil peil; het talud onder de plas-drasoever is 1:3 of flauwer of afgewerkt met een beschoeiing; het talud boven de plas-drasoever is 1:2 of flauwer; legt, bij afwezigheid van een plas-dras oever, het gehele talud aan met een helling van minimaal 1:3; eventuele aanplant van vegetatie bestaat uit inheemse soorten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste twee weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online of met behulp van het daarvoor aangeboden meldingsformulier. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van de activiteit, waaronder taludhellingen, breedte en diepte van de eventuele plas-drasoever, bestaand en nieuw tracé, type kabel/leiding, materiaalkeuze en toe te passen bijbehorende voorzieningen, legenda en noordpijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten 2 werkdagen van te voren bij de toezichthouder (startmelding).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2009 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Beplanting:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bomen, struiken en lage beplanting, uitgezonderd gras.</p>\n<p class=\"lf-p\">Peil:</p>\n<p class=\"lf-p\">In het peilbesluit vastgestelde waterstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Profiel:</p>\n<p class=\"lf-p\">Breedte en diepte van het oppervlaktewaterlichaam als aangegeven op de legger of keurkaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Natuurvriendelijke oever:</p>\n<p class=\"lf-p\">Oever die zo is aangelegd dat het niet alleen dient om de afvoercapaciteit van het oppervlaktewaterlichaam te verbeteren, maar ook om landschappelijke en ecologische functies te versterken. Oever aangelegd conform algemene regel ‘WT 11. Natuurvriendelijke oever’.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Het aanleggen van een natuurvriendelijke oever betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig werk. De relevante waterhuishoudkundige belangen, zoals het behoudt van het doorstroomprofiel en de bescherming van het talud tegen uitspoeling, worden gewaarborgd door het stellen van voorwaarden. De criteria en voorwaarden hebben met name betrekking op de inrichting van de natuurvriendelijke oever waarmee wordt beoogd een interessante habitat te creëren voor diverse flora en fauna.</p>\n<p class=\"lf-p\">Oppervlaktewaterlichamen langs een weg of waterkering worden uitgesloten van deze algemene regel, omdat het verflauwen van het talud een negatieve invloed kan hebben op de sterkte van de oever en de functie die deze vervuld voor het naastgelegen perceel. Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via: www.waterschaprivierenland.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">WT12.Afrasteringen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de keur, voor het plaatsen en behouden van een afrastering langs een oppervlaktewaterlichaam, voor zover deze: bij een A-water wordt geplaatst op minimaal 0,50 m en maximaal 1,00 m vanaf de insteek van het oppervlaktewaterlichaam, en; bij een B-water wordt geplaatst buiten de insteek van het oppervlaktewaterlichaam (niet in talud) wordt geplaatst ten behoeve van het keren van vee.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: plaatst de afrastering parallel aan het water, en; zorgt ervoor dat de draden van een afrastering over onderhouds- en schouwpaden/stroken, gemakkelijk met de hand verwijderd kunnen worden en zijn voorzien van geïsoleerde handgrepen, en; maakt de afrastering niet hoger dan 1,00 m boven maaiveld, en; realiseert de constructie zodanig dat deze eenvoudig te verwijderen is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als voor het uitvoeren van de activiteiten, bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van dit besluit een vergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2014 in werking was, worden de voorschriften van die vergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Als de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Afrastering: Eenvoudige constructie bestaande uit houten palen met draad of gaas ten behoeve van het keren van vee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Afrasteringen kunnen enerzijds worden gezien als objecten die het doelmatig onderhoud aan waterstaatswerken kunnen belemmeren, terwijl ze anderzijds, in de vorm van een veekering, juist voorkomen dat het vee de gesteldheid van waterstaatswerken aantast. Wanneer aan de criteria en voorwaarden wordt voldaan komt het doelmatig onderhoud niet in gevaar. Bovendien kunnen afrasteringen, Als nodig, vrij eenvoudig worden verwijderd. Het plaatsen van een afrastering betreft vanuit waterstaatkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante waterstaatkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Als de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of als het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning. Het gebod van artikel 2.9 eerste lid van de keur geldt niet voor de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden, gezien de aard en het karakter van het gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding Voor deze activiteit geldt geen meldingsplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">WT13.Onttrekken van oppervlaktewater</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van de verboden, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid en artikel 3.5 van de keur, voor het onttrekken van water uit een oppervlaktewaterlichaam en/of het plaatsen en behouden van een tijdelijke of permanente onttrekkingsvoorziening in een oppervlaktewaterlichaam, voor zover: uit een oppervlaktewaterlichaam met een A-status maximaal 30 m³/uur wordt onttrokken, of; uit een oppervlaktewaterlichaam met een B-status maximaal 10 m³/uur wordt onttrokken, of; uit een oppervlaktewaterlichaam met een C-status maximaal 5 m³/uur wordt onttrokken, en; de onttrekking bedoeld is voor veedrenking en droogte- en/of nachtvorstbestrijding.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: draagt er zorg voor dat de activiteiten de watertoevoer niet ontoelaatbaar belemmeren. beschermt taluds en bodem op doelmatige wijze tegen uitspoeling en inzakking; beëindigt de onttrekking direct als sprake is van een calamiteit als genoemd in artikel 3.8 van de keur; en, in geval van een tijdelijke onttrekkingsvoorziening: behoudt de voorziening niet langer dan voor het doel noodzakelijk; behoudt de voorziening in de periode van 1 maart tot 1 november; gebruikt een constructie die binnen 24 uur uit het oppervlaktewaterlichaam en/of beschermingszone kan zijn verwijderd; voorziet drijvende constructies van duidelijk zichtbare drijvers op het wateroppervlak; verwijdert de tijdelijke onttrekkingsvoorziening uit de beschermingszone van het oppervlaktewaterlichaam als noodzakelijk voor beheer- en onderhoudswerkzaamheden; en, in geval van een permanente onttrekkingsvoorziening: legt de onttrekkingsvoorziening verzonken in het talud en buiten het profiel van het oppervlaktewaterlichaam aan; fundeert de onttrekkingsvoorziening zodanig dat verzakken, met meer dan de natuurlijke maaivelddaling, wordt voorkomen; legt de onttrekkingsvoorziening zodanig aan dat de beschermingszone vrij bereikbaar en vrij van obstakels blijft; legt het ondergronds leidingwerk in de beschermingszone van het oppervlaktewaterlichaam zodanig aan dat hieraan geen schade kan ontstaan tijdens onderhoudswerkzaamheden; hanteert principetekening 10: onttrekkingsconstructie type A of principetekening 11: onttrekkingsconstructie type B als uitgangspunt voor de uitvoering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2014 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 3.5 van de keur is het verboden zonder watervergunning van het bestuur water te brengen in of te onttrekken aan oppervlaktewaterlichamen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Als de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Profiel:</p>\n<p class=\"lf-p\">Breedte, diepte en taludhellingen van het oppervlaktewaterlichaam als aangegeven op de legger of keurkaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Permanente onttrekkingsvoorziening:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een voorziening voor het onttrekken van water in oppervlaktewater met een langdurig karakter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdelijke onttrekkingsvoorziening:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een eenvoudig te verwijderen en tijdelijk benodigde voorziening voor het onttrekken van water in oppervlaktewater. Bijvoorbeeld voor het beregenen van gewassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Het onttrekken van oppervlaktewater via een voorziening betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Als de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of als het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding Voor deze activiteit geldt geen meldingsplicht WT14.Lozen van water</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van de verboden, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid en artikel 3.5 van de keur, voor het tijdelijk brengen van water in een oppervlaktewaterlichaam en/of het plaatsen en behouden van een lozingsvoorziening in een oppervlaktewaterlichaam, voor zover: het geen lozing van hemelwater en/of rioolwater betreft, en; in een oppervlaktewaterlichaam met een A-status maximaal 250 m³/uur wordt geloosd, waarbij de toezichthouder heeft ingestemd met de lozing, of; in een oppervlaktewaterlichaam met een B- of C-status maximaal 100 m³/uur wordt geloosd, waarbij de toezichthouder heeft ingestemd met de lozing, en; door de lozing geen wateroverlast ontstaat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: draagt er zorg voor dat de activiteiten de watertoevoer niet ontoelaatbaar belemmeren. beschermt taluds en bodem op doelmatige wijze tegen uitspoeling en inzakking; beëindigt de lozing direct indien sprake is van een calamiteit als genoemd in artikel 3.8 van de keur; en, in geval van een tijdelijke lozingsvoorziening: behoudt de voorziening niet langer dan voor het doel noodzakelijk; gebruikt een constructie die binnen 24 uur uit het oppervlaktewaterlichaam en/of beschermingszone kan zijn verwijderd; verwijdert de tijdelijke lozingsvoorziening uit de beschermingszone van het oppervlaktewaterlichaam indien noodzakelijk voor beheer- en onderhoudswerkzaamheden; en, in geval van een permanente lozingsvoorziening: legt de lozingsvoorziening verzonken in het talud en buiten het profiel van het oppervlaktewaterlichaam aan; fundeert de lozingsvoorziening zodanig dat verzakken, met meer dan de natuurlijke maaivelddaling, wordt voorkomen; legt de lozingsvoorziening zodanig aan dat de beschermingszone vrij bereikbaar en vrij van obstakels blijft; legt het ondergronds leidingwerk in de beschermingszone van het oppervlaktewaterlichaam zodanig aan dat hieraan geen schade kan ontstaan tijdens onderhoudswerkzaamheden; voorziet uitmondingen van drainageleidingen van een taludgoot om uitspoeling van het talud te voorkomen. De taludgoot reikt minimaal vanaf de onderkant van de drain tot aan het winterpeil of streefpeil; hanteert principetekening ‘Uitstroomvoorziening type A’of principetekening ‘Uitstroomvoorziening type B’ als uitgangspunt voor de uitvoering;</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste twee weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online of met behulp van het daarvoor aangeboden meldingsformulier. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, constructie en afmetingen van de lozingsvoorziening, legenda en noordpijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten 2 werkdagen van te voren bij de toezichthouder (startmelding).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2009 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 3.5 van de keur is het verboden zonder watervergunning van het bestuur water te brengen in oppervlaktewaterlichamen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Profiel:</p>\n<p class=\"lf-p\">Breedte, diepte en taludhellingen van het oppervlaktewaterlichaam als aangegeven op de legger of keurkaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Permanente lozingsvoorziening:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een voorziening voor het lozen van water in oppervlaktewater met een langdurig karakter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdelijke lozingsvoorziening:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een eenvoudig te verwijderen en tijdelijk benodigde voorziening voor het lozen van water in oppervlaktewater.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Het lozen van oppervlaktewater via een voorziening betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig en veel voorkomend werk. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via: www.waterschaprivierenland.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">WT15.Frontmuren bij dammen met duikers</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van de verboden, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid van de keur, voor het plaatsen en behouden van frontmuren bij dammen met duikers in oppervlaktewaterlichamen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: voorziet de uiteinden van de duiker van frontmuren van rotvrij materiaal plaatst de frontmuren op een voldoende sterke fundatie; verankert de frontmuren van de dam met duiker onderling; vult de dam, tussen de frontmuren, aan met schone grond of zand; bouwt de frontmuur rondom de duikerbuis waarbij het doorstroomprofiel van de duiker niet wordt verkleind en de duikerbuis maximaal 0,10 m voorbij de frontmuur mag uitsteken. maakt voor het maken van de frontmuren geen gebruik van uitlogende materialen;</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor op grond van deze algemene regel meldingplichtige werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2014 in werking was, worden de Voorwaarden van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor het uitvoeren van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 1 van de algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid van de keur, is het verboden zonder watervergunning gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de functie, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het waterschap algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Frontmuren worden aan de uiteinden van dammen met duikers geplaatst, waarna de ruimte tussen de frontmuren wordt opgevuld met grond, zodat de breedte van de dam met duiker optimaal kan worden benut bij de ontsluiting van een perceel. Het belang van het waterschap bestaat er voornamelijk uit dat er bij het aanbrengen van de frontmuren geen materialen in het water terecht (kunnen) komen en dat het gebruikte materiaal geen negatief effect heeft op de waterkwaliteit. Frontmuren zijn eenvoudige constructies die de waterhuishouding niet méér negatief beïnvloeden dan de dammen met duikers waar ze worden geplaatst. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Als de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan gelden de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of als het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding Voor deze activiteit geldt geen meldingsplicht WT16.Terras in talud oppervlaktewaterlichamen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van de verboden, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid van de keur, voor het aanleggen van een terras in het talud van een oppervlaktewaterlichaam, voor zover: het terras is gelegen langs oppervlaktewaterlichamen aan woonpercelen in stedelijk gebied (binnen bebouwde kom), en; het oppervlaktewaterlichaam een minimale waterbreedte van 7,00 meter op zomerpeil heeft deze wordt aangelegd op eigendom van de initiatiefnemer of rechthebbende, en; deze niet wordt aangelegd: binnen een natuurvriendelijke oever; in een oppervlaktewaterlichaam met specifieke natuurdoeleinden; in een vaarweg, en; het (zwevend)terras maximaal 1,00 m overkraagt boven het wateroppervlak, en; het terras een breedte heeft van maximaal 4,00 meter parallel aan het oppervlaktewaterlichaam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: hanteert principetekening 6: terras in talud als uitgangspunt voor de uitvoering; voert de constructie niet groter uit dan de bij dit besluit behorende tekeningen; legt de onderkant van het terras minimaal 0,30 meter boven zomerpeil en in het gebied van de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden minimaal 20 cm boven zomerpeil aan; brengt taludbescherming aan onder het overkragende deel van het terras; mag onder een zwevend terras (in het natte profiel van het oppervlaktewaterlichaam geen palen aanbrengen; construeert het terras op een duurzame en stabiele wijze; legt het terras evenwijdig aan de insteeklijn van het oppervlaktewaterlichaam en houdt altijd ten behoeve van het onderhoud het oppervlaktewaterlichaam bereikbaar; houdt het terras in goede staat. Dit betekent in ieder geval dat eventueel beschadigingen en/of verzakkingen van het terras (met bijbehorende werken direct moeten worden hersteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2014 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Als de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Peil:</p>\n<p class=\"lf-p\">In het peilbesluit vastgestelde waterstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Profiel:</p>\n<p class=\"lf-p\">Breedte en diepte van het oppervlaktewaterlichaam als aangegeven op de legger of keurkaart.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Het aanleggen en behouden van een terras in het talud van een oppervlaktewaterlichaam betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig werk in of langs een oppervlaktewaterlichaam. De relevante waterhuishoudkundige belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels. Om rondom de diverse waterstaatswerken doelmatig onderhoud te kunnen uitvoeren, moet voldoende ruimte aanwezig zijn voor het materieel om te kunnen manoeuvreren. Door een minimale afstand tot waterstaatswerken aan te houden, kan worden gegarandeerd dat de bestaande uitvoeringsmethode voor onderhoud kan worden behouden. Het is van belang dat de ingrepen in het waterstaatswerk goed worden uitgevoerd. Door de risicovolle locaties, zoals gevoelige natuur, uit te sluiten van deze algemene regel kan het aanleggen van dergelijke terrassen onder voorwaarden worden toegestaan. Als de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of als het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding Voor deze activiteit geldt geen meldingsplicht WT17.Objecten langs boezemwateren</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid van de keur, voor het plaatsen en behouden van objecten in het winterbed van boezemwateren, voor zover: de objecten zich bevinden binnen 1,00 m uit de insteek van het boezemwater, en; het een kleinschalig object betreft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: mag het aan te leggen object niet het water in laten oversteken/overkragen; plaatst geen hekwerken/tuinhekjes die hoger zijn dan 1,00 meter; mag een hekwerk/tuinhekjes zowel parallel als haaks op het water plaatsen; mag een hekwerk/tuinhekje haaks op het water tot aan de insteek aanbrengen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste twee weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online of met behulp van het daarvoor aangeboden meldingsformulier. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, constructie en afmetingen van het object, legenda en noordpijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten 2 werkdagen van te voren bij de toezichthouder (startmelding).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2009 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.2, eerste lid, van de keur, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszones door, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te leggen, te laten staan, te vervangen, te verwijderen of te vervoeren. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Kleinschalig object:</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen bouwwerken maar eenvoudige objecten zoals vlonders, tuinhekjes van 1,00 m hoog, bloempotten en bestrating.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s De boezemgebieden hebben een zeer belangrijke waterbergende functie. Als de wateren en riviertjes buiten hun oevers treden, wordt het water geborgen in de boezem. De boezem is dus een noodvoorziening die zijn functie altijd moet behouden. Op die manier wordt voorkomen dat de rivieren en wateren overstromen en daarbij grote schade aanrichten in bewoonde gebieden en aan percelen die op verschillende manieren in gebruik zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor objecten is in het algemeen volumecompensatie nodig op grond van beleidsregel nummer 5.3. Voor deze objecten geldt te allen tijde een vergunningsplicht. Voor de bewoners langs deze wateren geldt dat men in de praktijk behoefte heeft aan allerlei voorzieningen in de tuin en nabij de oever. Vanwege de noodzakelijke stabiliteit van de oever worden echter géén vergunningen verleend voor objecten als opstallen e.d., indien deze binnen 1 meter vanuit de insteek zouden zijn gewenst. Binnen die 1 meter zijn allerlei kleinschalige objecten zoals bijvoorbeeld vlonders, tuinhekjes, (sier)bestrating e.d. wel mogelijk. Dergelijke objecten zijn vanuit waterhuishoudkundig oogpunt relatief eenvoudige werken, waarbij de waterhuishoudkundige belangen gewaarborgd kunnen worden door het stellen van voorwaarden in een algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan gelden de beleidsregels. Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via: www.waterschaprivierenland.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">WT18.Varen op oppervlaktewaterlichamen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.2, vierde lid van de keur, voor het zich op een oppervlaktewaterlichaam bevinden met een vaartuig voortbewogen door mechanische kracht, voor zover het betreft: de gekanaliseerde Linge (tussen Arkel en Gorinchem), de Linge benedenstrooms van de verkeersbrug te Leerdam en het Kanaal van Steenenhoek, waarbij het vaartuig de volgende maximale afmeting en/of diepgang niet overschrijdt: maximale lengte: 60,00 meter; maximale breedte: 7,50 meter; maximale diepgang: 2,25 meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1 sub 1a mag de maximale afmeting of diepgang voor een vaartuig op de gekanaliseerde Linge en de Linge benedenstrooms van de verkeersbrug te Leerdam tot de volgende maxima worden overschreden, mits in geladen toestand een vaarsnelheid van maximaal 6 km per uur wordt aangehouden: maximale lengte: 63,00 meter; maximale breedte: 8,00 meter; maximale diepgang: 2,50 meter. de Linge bovenstrooms van de verkeersbrug te Leerdam tot 100 meter bovenstrooms van de zwaaikom te Geldermalsen, waarbij het vaartuig de volgende maximale afmeting en/of diepgang niet overschrijdt: maximale lengte: 50,00 meter; maximale breedte: 6,60 meter; maximale diepgang: 1,00 meter meer dan de peilschaal ter plaatse (benedenstrooms) van de sluizen aanwijst; de Linge van 100 meter bovenstrooms van de zwaaikom te Geldermalsen tot de mond van de Korne en de Korne zelf, waarbij het vaartuig de volgende maximale afmeting en/of diepgang niet overschrijdt: maximale lengte: 8,00 meter; maximale breedte: 3,00 meter; maximale diepgang: 0,80 meter; de Lage Boezemwateren van de Nederwaard, waarbij het vaartuig de volgende maximale afmeting en/of diepgang niet overschrijdt: maximale lengte: 10,00 meter; maximale breedte: 3,00 meter; maximale diepgang: 0,80 meter; de Lage Boezemwateren van de Overwaard, waarbij het vaartuig de volgende maximale afmeting en/of diepgang niet overschrijdt: maximale lengte: 15,00 meter; maximale breedte: 4,00 meter; maximale diepgang: 0,80 meter; de Buiten-Giessen, de Karnemelksloot, de voormalige Vluchthaven, de watergang ten zuiden van de Apollostraat en de zijtak van de Buiten-Giessen gelegen ten noorden van het Peulenplein, waarbij het vaartuig de volgende maximale afmeting en/of diepgang niet overschrijdt: maximale lengte: 20,00 meter; maximale breedte: 5,00 meter; maximale diepgang: 1,80 meter; de bevaarbare gedeelten van de wateren in de Biesbosch, waaronder de Bakkerskil; het Merwedekanaal; de Beuningse Plas te Beuningen en omgeving, zoals weergegeven op de in de bijlage opgenomen “kaart 2: Recreatief varen in Beuningen”, waarbij het vaartuig de volgende maximale waarden niet overschrijdt en een vaarsnelheid van maximaal 6 km per uur wordt aangehouden:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>maximale lengte: 7 meter;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>maakt gebruik van een mechanisch voortbewogen vaartuig met behulp van een verbrandingsmotor of elektrische motor met een door de leverancier opgegeven vermogen van maximaal 2,5 kWatt (= 3,4 Pk); het Lingemeer te Buren, waarbij het vaartuig de volgende maximale waarden niet overschrijdt en een vaarsnelheid van maximaal 6 km per uur wordt aangehouden:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>maximale lengte: 7 meter;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>maakt gebruik van een mechanisch voortbewogen vaartuig met behulp van een verbrandingsmotor of elektrische motor met een door de leverancier opgegeven vermogen van maximaal 2,5 kWatt (= 3,4 Pk); het plegen van regulier en/of grroot onderhoud aan oppervlaktewaterlichamen door volgende de legger aangewezen onderhoudsplichtigen.</div>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Diegene die activiteiten uitvoert zoals bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: mag als het spuilicht van de Gorinchemse Kanaalsluis brandt, met een geladen vaartuig de sluis niet passeren; moet bij het tewaterlaten en uit het water halen van het vaartuig gebruikmaken van daarvoor ingerichte tewaterlaatplaatsen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover er vóór de inwerkingtreding van de algemene regel een vergunning is verleend voor het zich op een oppervlaktewaterlichaam bevinden met een vaartuig voortbewogen door mechanische kracht, worden de voorschriften beschouwd als maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader p grond van artikel 3.2, vierde lid van de keur, is het verboden zonder watervergunning zich op een oppervlaktewater te bevinden met een vaartuig voortbewogen door mechanische kracht. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod geldt voor alle oppervlaktewateren waarop de keur van toepassing is. Gelet op de functie en het gebruik is het uitzonderen van dit verbod in bepaalde gevallen gewenst. Ten aanzien van het varen is er een onderscheid te maken in deze wateren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaarweg Zo zijn er wateren die (door de provincie) zijn aangewezen als vaarweg en waarvoor het waterschap het zogenaamde vaarwegbeheer (“bakbeheer”) uitvoert. Deze wateren waaraan een specifieke vaarwegfunctie is toegekend, worden dan ook vrijgesteld van het vaarverbod. In het belang van de functie vaarweg en de functie watersysteem worden onder andere voorwaarden gesteld aan afmetingen van de vaartuigen. Het gaat hier om de Linge, de Korne, het Kanaal van Steenenhoek inclusief de Steenenhoekse Kanaalsluis en toegangsgeul vanuit Rijksvaarwater Merwede.</p>\n<p class=\"lf-p\">Recreatief medegebruik van het watersysteem Daarnaast zijn er wateren die geen specifieke vaarwegfunctie hebben, maar waar het varen wel wordt toegestaan. Dit wordt aangemerkt als recreatief medegebruik naast het watersysteembeheer (zogenaamd “meeliften”). Hiervoor is het wenselijk om bij algemene regel onder voorwaarden gemotoriseerde vaartuigen toe te staan. Voor deze wateren worden geen specifieke maatregelen genomen ter bevordering van de bevaarbaarheid, zoals verdiepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de wateren met een vaarwegfunctie en voor enkele wateren zonder vaarwegfunctie is het waterschap tevens aangewezen als nautisch beheerder. Dat wil zeggen dat het waterschap op grond van de Scheepvaartverkeerswet verkeersbesluiten mag nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Door een maatvoering met een eventuele beperking van de vaarsnelheid op te nemen in deze algemene regel, wordt het waterhuishoudkundig en scheepvaartkundig belang (voor wat betreft het zogenoemde bakbeheer) voldoende gewaarborgd. Het nautisch beheer betreft de zorg voor de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer en is afdoende geregeld in de vigerende regelgeving op het gebied van scheepvaartverkeer, zoals de Scheepvaartverkeerswet, het daarop gebaseerde Binnenvaartpolitie-reglement (BPR) en het Besluit Administratieve bepalingen scheepvaartverkeer (BABS).</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding Voor deze activiteit geldt geen meldingsplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kaart 2: Recreatief varen in Beuningen WT19.Afkoppelen van bestaand verhard oppervlak</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.5 van de keur, voor het brengen van water in of te onttrekken aan oppervlaktewaterlichamen, voor zover: het een gemeentelijk riolering afkoppelplan betreft, en; er geen nieuwe verharding in het afkoppelplan is opgenomen, en; de totale hoeveelheid verhard oppervlak minder dan 50% bedraagt ten opzichte van het huidige rioolbemalingsgebied, en; de totale hoeveelheid af te koppelen verharding meer dan 500 m² bedraagt, en; de nieuwe rioollozingspunten zich bevinden binnen het peilvak waar de huidige riooloverstorten zich bevinden, en; de nieuwe rioollozingspunten worden aangebracht in oppervlaktewaterlichamen die worden onderhouden door het waterschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: kan aantonen middels hydrologische berekeningen dat de aanwezige kunstwerken in de oppervlaktewaterlichamen voldoende doorstroomcapaciteit herbergen; brengt in het talud van het oppervlaktewaterlichaam een uitstroomvoorziening aan; hanteert principetekening ‘Uitstroomvoorziening type A’ of principetekening “Uitstoomvoorziening type B’ als uitgangspunt voor de uitvoering; voorkomt beschadigingen of verzakkingen van de voorziening, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de waterdoorvoer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste twee weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online of met behulp van het daarvoor aangeboden meldingsformulier. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie bestaande en nieuwe rioollozingspunten, af te koppelen verharding, hoeveelheid m² verharding, hydrologische berekeningen van de kunstwerken in de wateren, afmetingen en constructie van het lozingspunt, legenda en noordpijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten 2 werkdagen van te voren bij de toezichthouder (startmelding).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een watervergunning verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor, op grond van deze algemene regel, meldingplichtige activiteiten wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien voor de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning krachtens de Keur Waterschap Rivierenland 2009 in werking was, worden de voorschriften van de watervergunning gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Indien voor het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een watervergunning is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag of melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 3.5, is het verboden zonder watervergunning van het bestuur water te brengen in of te onttrekken aan oppervlaktewaterlichamen. Op grond van artikel 3.10 van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt. Indien de activiteiten niet voldoen aan de algemene regel, dan geldt de vergunningplicht waarbij de activiteiten worden getoetst aan de beleidsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Hydrologische berekeningen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Door het afkoppelen van verharding kan het afvoerpatroon van een oppervlaktewaterlichaam toenemen waardoor de opstuwing in aanwezige dammen met duikers kan toenemen. Uit de berekeningen zal moeten blijken dat de opstuwing in de duikers binnen de acceptabele grenzen blijft (max. 5mm opstuwing per duiker).</p>\n<p class=\"lf-p\">Afkoppelen:</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestaande verharding dat afwatert naar een vuilwaterrioolstelsel wordt aangesloten op een hemelwaterrioolstelsel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s Het watersysteem is van groot belang voor de waterberging. Wateren moeten zodanig worden aangelegd dat ze zijn berekend op piekbelastingen als het hard regent. Een lozing op een water mag de waterbergingscapaciteit van dat water niet verminderen. Daarnaast is het van belang dat grote peilschommelingen worden voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een water moet voldoende doorstromen om een bepaalde hoeveelheid te lozen water af te kunnen voeren. De aanwezigheid van dammen met duikers, bijvoorbeeld, kan hierop van invloed zijn en dat moet dan ook in de berekeningen, met betrekking tot de maximaal toelaatbare hoeveelheid te lozen water, moeten worden meegenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoeveelheid te lozen water op een water kan van geval tot geval enorm verschillen. Afhankelijk van de hoeveelheid te lozen water en de snelheid waarmee het water op het oppervlaktewater wordt geloosd, kan de lozing schade aan het water veroorzaken. Waar een lozingspunt in het talud wordt aangebracht, zou aan de overliggende oever uitspoeling van grond kunnen plaatsvinden. Dit moet voorkomen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via: www.waterschaprivierenland.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene regels wegen WE1.Evenementen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 5.4 van de keur, voor het houden van evenementen op wegen voor zover: het evenement plaats vindt op een fiets- of voetpad of een weg waar een maximum snelheid geldt van 60 km per uur en; geen andere evenementen of werkzaamheden plaatsvinden gedurende het evenement en; het evenement niet langer duurt dan 7 dagen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: zorgt zelf voor de overige benodigde toestemmingen (provincie, gemeente e.d.); brengt geen schade toe aan de weg en stelt zelf van te voren vast of de weg(en) voor de activiteiten geschikt zijn; zorgt voor voldoende parkeerplaatsen om wildparkeren te voorkomen; zorgt voor de uitvoering van een plan voor eventuele noodzakelijke omleidingen en andere verkeersmaatregelen om de doorstroming van het verkeer te waarborgen en parkeerproblemen te voorkomen. Dit plan is in overleg met de politie en het waterschap opgesteld en maakt deel uit van de melding; zorgt voor de benodigde borden en plaatst ook vlakbij het evenement een bord waarop de verkeersmaatregelen worden aangekondigd en de reden daarvan; informeert omwonenden en andere belanghebbenden per brief; meldt dit vier dagen voor de aanvang van het evenement telefonisch of per e-mail aan het waterschap (contactgegevens staan vermeldt in brief); verwijdert de borden uiterlijk een dag na het einde van het evenement.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste vier weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online of met behulp van het daarvoor aangeboden meldingsformulier. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, legenda en noordpijl; aard en karakter van de activiteit; de datum aanvang en einde evenement met tijden; een omleidingsroute en een bordenplan dat in overleg met de politie en het waterschap is opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten vier werkdagen van te voren bij de toezichthouder (startmelding).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De melding is geldig voor de duur van het evenement.</p>\n<p class=\"lf-p\">5.De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een vergunning krachtens de Wegenverordening Waterschap Rivierenland 2011 verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingsplichtige werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien voor het uitvoeren van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 1, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een vergunning krachtens de Wegenverordening Waterschap Rivierenland 2011 is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag dan wel melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 5.4 van de keur is het verboden om zonder vergunning een weg te gebruiken in strijd met het doel daarvan. Het houden van evenementen is in strijd met het doel van een weg. Op grond van artikel 5.5, derde lid van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Evenement:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een door een rechtspersoon georganiseerd evenement waarbij tijdelijk de weg niet kan worden gebruikt waarvoor deze is bedoeld, een veilige en doelmatige doorstroming van verkeer en toegang tot aanliggende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s In het gebied de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden beheert het waterschap veel wegen buiten de bebouwde kom. Het waterschap is verantwoordelijk voor de veiligheid op de weg en een doelmatige doorstroming van het verkeer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn evenementen die volledig of voor een deel op de weg plaatsvinden. Het gaat om bijvoorbeeld wielerwedstrijden, hardloopwedstrijden, skeelertochten, braderieën, optochten en markten. Dit soort evenementen komt regelmatig voor. Daarom heeft het waterschap regels gemaakt waaraan moet worden voldaan. Als u één van de hiervoor genoemde evenementen wilt organiseren en u voldoet aan de voorwaarden die hieronder staan, hoeft u geen vergunning aan te vragen. Een melding is dan voldoende.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het houden van kortdurende evenementen kan worden toegestaan als aan een aantal voorschriften wordt voldaan. Het instandhouden van de weg en het verkeersbelang kan in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel. Voor de veiligheid van het verkeer en de staat van de weg is het van belang dat het waterschap toezicht kan uitoefenen tijdens de voorbereidingen van het evenement, het houden van het evenement zelf en het terugbrengen van de weg in de oorspronkelijke staat. Daarom is de meldplicht in deze algemene regel opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via: www.waterschaprivierenland.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">WE2.Borden en verkeersspiegels</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 5.4 van de keur, voor het plaatsen en houden van borden en/of spiegels langs wegen voor zover: deze niet wordt geplaatst in een waterkering en/of oppervlaktewaterlichaam en bijbehorende beschermingszones, en; deze zich in zijn geheel buiten zone B vallen, zoals aangegeven op de afbeelding van wegen behorende bij de keur, en; het tijdelijke borden betreft ten behoeve van een aankondiging van een evenement en de daaraan verbonden verkeersmaatregelen, of; het toeristische of overige bewegwijzeringsborden betreft, die voldoen aan de Richtlijn bewegwijzering 2014, publicatie 322 van het CROW. Dit geldt voor locatie, vormgeving, maatvoering en kleurstelling of; het verkeersspiegels betreft die de verkeersveiligheid bevorderen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: zorgt dat deze geen hinder veroorzaken voor weggebruikers en dat de borden in goede staat van onderhoud worden gehouden; mag in geval van een bord ten behoeve van een evenement geen groter bord plaatsen dan 1 bij 1 meter; houdt rekening met de eventuele ligging van kabels en leidingen. Voor meer informatie verwijzen wij u naar de website van het kadaster (www.kadaster.nl/klick) verwijdert borden met een tijdelijk doel (zoals bij evenementen en campagnes) direct na het vervallen van dit doel; toeristische en/of bewegwijzeringsborden mogen niet worden geplaats op wegmeubilair; onderhoudt de berm in een strook van 1 meter rondom het bord of spiegel; kan geen schade aan het bord of spiegel verhalen bij het waterschap; is zelf verantwoordelijk voor de juiste afstelling van de verkeersspiegel en kan geen schade verhalen ten gevolge van de plaats, afstelling en/of gebruik van de verkeersspiegel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste twee weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online of met behulp van het daarvoor aangeboden meldingsformulier. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen van de activiteit ten opzichte van de waterkering, legenda en noordpijl; beschrijving van het soort bord of spiegel.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten 2 werkdagen van te voren bij de toezichthouder (startmelding).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een vergunning krachtens de Wegenverordening Waterschap Rivierenland 2011 verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingsplichtige werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien voor het uitvoeren van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 1, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een vergunning krachtens de Wegenverordening Waterschap Rivierenland 2011 is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag dan wel melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4</span><span class=\"lf-art-t\">Toelichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Kader Op grond van artikel 5.4 van de keur is het verboden om zonder vergunning enig werk aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen boven, op, in of onder de weg. Het plaatsen van borden en spiegels vallen onder deze vergunningsplicht. Op grond van artikel 5.5, derde lid van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels. Daarnaast wordt in deze algemene regel verstaan onder:</p>\n<p class=\"lf-p\">Evenement:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een door een rechtspersoon georganiseerd evenement waarbij tijdelijk de weg niet kan worden gebruikt waarvoor deze is bedoeld, een veilige en doelmatige doorstroming van verkeer en toegang tot aanliggende percelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wegmeubilair: geleiderail, lantaarnpalen, prullenbakken, kasten voor nutsvoorzieningen e.d.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mottoborden: borden bedoeld om de weggebruiker verkeersrelevante informatie te verschaf­fen als­mede, om aandacht te schenken aan veilig verkeersgedrag. Een voorbeeld hiervan is: 'Bob jij of Bob ik?'.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s In het gebied de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden beheert het waterschap veel wegen buiten de bebouwde kom. Het waterschap is verantwoordelijk voor de veiligheid op de weg en een doelmatige doorstroming van het verkeer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zijn objecten zoals borden en spiegels die zich in de berm van de weg bevinden. Het gaat bijvoorbeeld om borden ten behoeve van evenementen, mottoborden, toeristische en wegbewijzeringsborden. Dit soort borden komt veel voor. Indien deze voldoen aan de criteria kunnen deze borden en spiegels onder algemene voorschriften worden toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarom heeft het waterschap algemene regels gemaakt waaraan moet worden voldaan. Als u één van de hiervoor genoemde borden en verkeersspiegels wilt aanbrengen en u voldoet aan de voorwaarden die hierin staan, hoeft u geen vergunning aan te vragen. Een melding is dan voldoende.</p>\n<p class=\"lf-p\">De noodzaak van borden in relatie tot evenementen is vastgelegd in de Algemene regel 1 “Het houden van evenementen”.</p>\n<p class=\"lf-p\">De noodzaak van mottoborden wordt in eerste instantie bepaald door de organisatie die deze belangen behartigt en daarover voorlichting geeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De noodzaak van toeristische of overige bewegwijzeringsborden is gewaarborgd als die voldoen aan de Richtlijn bewegwijzering 2014, publicatie 322 van het CROW. De noodzaak van een verkeersspiegel wordt in eerste instantie door de gebruiker bepaald. Het is een afweging in het kader van zijn eigen verkeersveiligheid. De overige relevante wegen- en verkeerstechnische belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van een algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de veiligheid van het verkeer en de staat van de weg is het van belang dat het waterschap toezicht kan uitoefenen tijdens het plaatsen van het bord of spiegel. Om deze reden is de meldplicht in deze algemene regel opgenomen. Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via: www.waterschaprivierenland.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">WE3.Objectbeschermende obstakels in wegberm</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 5.4 van de keur, voor het plaatsen en houden van obstakels in de wegberm voor zover: op het gedeelte van de weg waar de woning/bezitting staat een maximum snelheid van 60 km/uur geldt en; het object zich buiten zone B bevindt, zoals aangegeven op de afbeelding van wegen behorende bij de keur; op het gedeelte van de weg waar de woning/bezitting staat is sprake van lintbebouwing, dat wil zeggen een vrijwel aaneengesloten huizenrij langs de weg en; de grond waarop het obstakel zich bevindt in eigendom is van de eigenaar van het te beschermen object.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1: plaatst het object zover mogelijk van de rijbaan van de weg; zorgt er voor dat het object geen scherpe of uitstekende delen heeft; schildert de obstakels wit, plaatst reflectoren op de obstakels en zorgt dat ze in deze staat worden gehouden; verwijdert de obstakels indien dit noodzakelijk is voor het onderhoud van de weg; kan geen schade aan de obstakel verhalen op het waterschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste twee weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online of met behulp van het daarvoor aangeboden meldingsformulier. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, constructie en afmetingen van de object(en), legenda en noordpijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten 2 werkdagen van te voren bij de toezichthouder (startmelding).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een vergunning krachtens de Wegenverordening Waterschap Rivierenland 2011 verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingsplichtige werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien voor het uitvoeren van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 1, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een vergunning krachtens de Wegenverordening Waterschap Rivierenland 2011 is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag dan wel melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 5.4 van de keur is het verboden om zonder vergunning enig werk aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen boven, op, in of onder de weg. Het plaatsen van objecten vallen onder deze vergunningsplicht. Op grond van artikel 5.5 derde lid van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s In het gebied de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden beheert het waterschap veel wegen buiten de bebouwde kom. Het waterschap is verantwoordelijk voor de veiligheid op de weg en een doelmatige doorstroming van het verkeer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De grens van de weg wordt geacht te liggen op ten minste 1,50 meter uit de kant van de voor het verkeer bestemde banen. Deze strook van 1,50 meter moet in beginsel vrij gehouden worden van obstakels. Er staat echter ook veel bebouwing op deze strook. Aanwonenden willen hun bezittingen die direct langs de weg liggen, zoals woningen, schuren, hagen en tuinen beschermen tegen het verkeer. Dat willen zij doen door het plaatsen van obstakels direct langs de weg. Het gaat om stenen, keien, bloembakken, betonblokken, palen etc.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plaatsen van dit soort objecten komt regelmatig voor. Daarom heeft het waterschap regels gemaakt waaraan het plaatsen van dit soort objecten moet voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de veiligheid van het verkeer en de staat van de weg is het van belang dat het waterschap toezicht kan uitoefenen tijdens het plaatsen van het obstakel. Daarom is de meldplicht in deze algemene regel opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via: www.waterschaprivierenland.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">WE4.Afrastering langs onbebouwde percelen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 5.4 van de keur, voor het plaatsen en houden van een afrastering voor zover: de afrastering wordt geplaatst langs wegen en onbebouwde percelen, en; de afrastering buiten zone C is geplaatst, zoals aangegeven op de afbeelding van wegen behorene bij de keur, en; de grond waarop de afrastering zich bevindt in eigendom is van de eigenaar van het te beschermen object.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: plaatst de afrastering zover mogelijk van de rijbaan van de weg; zorgt er voor dat de afrastering niet is voorzien van prikkeldraad of andere scherp of uitstekende delen; maakt de afrastering niet hoger dan 1 meter; verwijdert de afrastering indien dit noodzakelijk is voor het onderhoud van de weg. kan geen schade aan de afrastering verhalen op het waterschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste twee weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online of met behulp van het daarvoor aangeboden meldingsformulier. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen en materiaalkeuze van de afrastering, legenda en noordpijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten 2 werkdagen van te voren bij de toezichthouder (startmelding).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een vergunning krachtens de Wegenverordening Waterschap Rivierenland 2011 verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingsplichtige werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien voor het uitvoeren van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 1, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een vergunning krachtens de Wegenverordening Waterschap Rivierenland 2011 is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag dan wel melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 5.4 van de keur is het verboden om zonder vergunning enig werk aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen boven, op, in of onder de weg. Het plaatsen van afrastering valt onder deze vergunningsplicht. Op grond van artikel 5.5, derde lid van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s In het gebied de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden beheert het waterschap veel wegen buiten de bebouwde kom. Het waterschap is verantwoordelijk voor de veiligheid op de weg en een doelmatige doorstroming van het verkeer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De grens van de weg wordt geacht te liggen op ten minste 1,50 meter uit de kant van de voor het verkeer bestemde banen. Deze strook van 1,50 meter moet in beginsel vrij gehouden worden van obstakels. Langs onbebouwde percelen staat meestal een afrastering. Op dijkpercelen staan de afrasteringen vaak dichter bij de weg dan 1.50 meter. Dit heeft te maken met de geringe breedte van de wegberm.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grondeigenaren plaatsen deze afrastering om hun perceelgrens af te schermen van de openbare weg voor het tegenhouden van vee. Daarom heeft het waterschap regels gemaakt waaraan het plaatsen van dit soort objecten moet voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de veiligheid van het verkeer en de staat van de weg is het van belang dat het waterschap toezicht kan uitoefenen tijdens het plaatsen van de afrastering. Om deze reden is de meldplicht in deze algemene regel opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via: www.waterschaprivierenland.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">WE5.Tijdelijke (bouw)materialen in wegberm</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 5.4 van de keur, voor het tijdelijk plaatsen van (bouw)materialen in de berm van een weg voor zover: op het gedeelte van de weg waar de opslag plaatsvindt een maximum snelheid van 60 km/uur geldt, en; het (bouw)materiaal zich in ieder geval buiten zone C bevindt, zoals aangegeven op de afbeelding van wegen behorende bij de keur, en; er geen alternatieve ruimte beschikbaar is voor de tijdelijke opslag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: plaatst het (bouw)materiaal zichtbaar en herkenbaar in de berm en zodanig dat er geen gevaar of hinder ontstaat voor de overige weggebruikers; plaatst het (bouw)materiaal zover mogelijk van de rijbaan van de weg; maakt niet langer gebruik van de tijdelijke opslag dan strikt noodzakelijk; plaatst aan beide zijden van het (bouw)materiaal een zogenoemd geleidebaken (zie principetekening ‘Werkzaamheden bij wegen’) zorgt er voor dat het (bouw)materiaal geen scherpe of uitstekende delen heeft; kan geen schade aan het (bouw)materiaal verhalen op het waterschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste twee weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online of met behulp van het daarvoor aangeboden meldingsformulier. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie, afmetingen, duur en wijze van opslag, legenda en noordpijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten 2 werkdagen van te voren bij de toezichthouder (startmelding).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een vergunning krachtens de Wegenverordening Waterschap Rivierenland 2011 verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingsplichtige werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien voor het uitvoeren van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 1, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een vergunning krachtens de Wegenverordening Waterschap Rivierenland 2011 is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag dan wel melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 5.4 van de keur is het verboden om zonder vergunning enig werk aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen boven, op, in of onder de weg. Het plaatsen van (bouw)materialen vallen onder deze vergunningsplicht. Op grond van artikel 5.5, derde lid van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s In het gebied de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden beheert het waterschap veel wegen buiten de bebouwde kom. Het waterschap is verantwoordelijk voor de veiligheid op de weg en een doelmatige doorstroming van het verkeer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is soms niet mogelijk om (bouw)materialen op eigen terrein op te slaan. Het tijdelijk plaatsen van (bouw)materialen in de berm komt regelmatig voor. Daarom heeft het waterschap regels gemaakt waaraan het tijdelijk plaatsen van bouwmaterialen in de berm moet voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als u voldoet aan de voorwaarden die hierin staan, hoeft u geen vergunning aan te vragen. Een melding is dan voldoende.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de veiligheid van het verkeer en de staat van de weg is het van belang dat het waterschap toezicht kan uitoefenen tijdens de opslag van de (bouw)materialen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via: www.waterschaprivierenland.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">WE6.Struiken en heggen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 5.4 van de keur, voor het planten van struiken en heggen in de berm van een weg voor zover: de heg of struiken zich bevinden buiten zone C zoals aangegeven op de afbeelding van wegen behorende bij de keur, en; de diameter van de takken en de stammen van nature kleiner is dan 0,08 m, en; het perceel waar de struik of heg wordt geplant in eigendom is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: zorgt dat de takken van de heg of struik niet op kortere afstand dan 0,50 meter van de kant van het asfalt komen; kan geen schade aan struiken of heggen verhalen op het waterschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste twee weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online of met behulp van het daarvoor aangeboden meldingsformulier. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie en soort heggen/struiken, legenda en noordpijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten 2 werkdagen van te voren bij de toezichthouder (startmelding).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een vergunning krachtens de Wegenverordening Waterschap Rivierenland 2011 verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingsplichtige werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien voor het uitvoeren van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 1, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een vergunning krachtens de Wegenverordening Waterschap Rivierenland 2011 is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag dan wel melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 5.4 van de keur is het verboden om zonder vergunning enig werk aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen boven, op, in of onder de weg. Het planten van struiken of heggen valt onder deze vergunningsplicht. Op grond van artikel 5.5 derde lid van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de Keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s In het gebied de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden beheert het waterschap veel wegen buiten de bebouwde kom. Het waterschap is verantwoordelijk voor de veiligheid op de weg en een doelmatige doorstroming van het verkeer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het uitgangspunt is dat de wegbermen zo veel mogelijk vrij blijven van obstakels in verband met de veiligheid voor de weggebruikers en meer algemeen de bruikbaarheid van de weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regelmatig krijgt het waterschap het verzoek om struiken of heggen in de wegberm te mogen aanbrengen. Hoe ver beplanting uit de kant van de voor het verkeer bestemde banen moet staan, hangt voornamelijk af van de functie van de weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beplanting dicht bij de rijbaan geeft een visuele versmalling waardoor de snelheid van het verkeer afneemt. Dit geeft vaak een verbetering van de verkeersveiligheid. De beplanting mag echter geen botsonvriendelijk obstakel vormen. Als de diameter van takken en stammen kleiner is dan 8 cm mag de struik of heg geplant worden binnen zone C. Voor de verschillende wegen is deze afstand aangegeven op de afbeelding in de bijlage van de keur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze algemene regel geldt niet voor bomen. Deze algemene regel geldt niet als de weg op een waterkering ligt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de veiligheid van het verkeer en de staat van de weg is het van belang dat het waterschap toezicht kan uitoefenen tijdens het planten van de heggen en struiken. Om deze reden is de meldplicht in deze algemene regel opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning Melding De melding kan digitaal en schriftelijk worden gedaan. Een digitale melding kan via het Omgevingsloket Online (OLO) worden ingediend. Het OLO is te bereiken via: www.omgevingsloket.nl. Het is ook mogelijk om de melding schriftelijk te verrichten. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een door het waterschap beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier is te bereiken via: www.waterschaprivierenland.nl.</p>\n<p class=\"lf-p\">WE7.Uitweg naar openbare weg</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel1</span><span class=\"lf-art-t\">Criteria</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 5.4 van de keur, voor het maken van een uitweg naar de openbare weg voor zover: de uitweg aansluit op een erftoegangsweg (maximum snelheid van 60 km per uur) en; de uitweg zich niet bevindt op een waterkering of een A-water kruist en; de uitweg de enige ontsluiting van het perceel is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel2</span><span class=\"lf-art-t\">Voorwaarden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel: zorgt dat de uitweg zodanig is gemaakt dat het voor de overige weggebruikers duidelijk is dat het een uitweg is en geen zijweg of tak van een kruispunt; past over een breedte van tenminste 1,00 m een andere verhardingssoort of kleur toe dan die van de weg waarop de uitweg aansluit en maakt het verhardingsoppervlak van de uitweg niet breder dan 5,00 m, en; maakt voor de volgende toepassingen de uitweg niet breder dan hieronder aangegeven: uitweg bij woningen, ten behoeve van personenauto’s, niet breder dan 3,50 m; uitweg bij bedrijven, ten behoeve van grote voertuigen (truck met oplegger), niet breder dan 4,50 m; uitweg bij landbouwbedrijven en landbouwpercelen ten behoeve van landbouwvoertuigen, niet breder dan 8,00 m. maakt binnen een afstand van 1,50 m - haaks gemeten vanuit de verharding van de betrokken weg - geen opstaande constructies (obstakels); maakt de aansluiting op de openbare weg met een verbreding, vormgegeven door afgeschuinde hoeken van 45 graden en 1,50 m lang; sluit de uitweg zo aan op de openbare weg, dat de afwatering vanaf de openbare weg altijd ongehinderd kan plaatsvinden; legt de verharding van de uitweg aan onder een helling van 1:20 afwaterend van de weg; sluit de uitweg zonder hoogteverschil aan op de bestaande wegverharding en zorgt dat er ook in de toekomst geen hoogteverschil ontstaat; houdt de aansluiting op de openbare weg schoon en in goede staat; beschadigt, als er bomen in de wegberm staan, de boomwortels niet; mag een boom eventueel verplaatsen in overleg met de eigenaar, als een boom de aanleg van de uitweg belemmert. De aanwijzingen van het waterschap moeten daarbij worden opgevolgd; kan een boom herplanten, indien de boom niet verplaatst kan worden. De aanwijzingen van het waterschap moeten worden opgevolgd; voor alle werkzaamheden aan bomen zoals het kappen, verplaatsen, stobbenfrezen en planten is vooraf toestemming nodig van het waterschap. De aanwijzingen van het waterschap moeten daarbij worden opgevolgd; kan door het waterschap tot een financiële compensatie worden verplicht van € 150,00 per boom voor het in stand houden van ons bomenareaal, als herplant niet mogelijk is; zorgt ervoor dat het verkeer zo min mogelijk hinder van de werkzaamheden heeft en zorgt ervoor dat de werkzaamheden duidelijk worden aangegeven, bijvoorbeeld door (waarschuwings)borden; voert minimaal één week voordat het werk aanvangt overleg met het Team Wegen, tel. (0344) 64 90 90 over deze waarschuwingsborden;</p>\n<p class=\"lf-p\">gebruikt wegafzettingen die voldoen aan de CROW-publicatie 96b; werkt alleen tussen zonsopkomst en zonsondergang aan de aansluiting op de weg. Als een gedeelte van de weg moet worden opgebroken om de uitweg aan te sluiten, moet dat gedeelte in ieder geval tussen zonsondergang en zonsopkomst weer dicht en verhard zijn; gaat, voordat het werk begint, na of er kabels, leidingen en/of kranen en dergelijke in de wegberm liggen; is verantwoordelijk voor alle verplichtingen die met deze melding te maken hebben. mag met de werkzaamheden geen schade of overlast voor anderen veroorzaken. betaalt de gemaakte kosten als het waterschap het nodig vindt om tijdelijk verkeerstekens/verkeersborden te plaatsen of weg te halen;</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel3</span><span class=\"lf-art-t\">Melding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt dit tenminste twee weken voor aanvang van de activiteiten aan het waterschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.De melding wordt schriftelijk of digitaal gedaan via het Omgevingsloket Online of met behulp van het daarvoor aangeboden meldingsformulier. Daarbij wordt in ieder geval vermeld: naam, adres en telefoonnummer van meldingsplichtige, aannemer en/of uitvoerder; het adres of de locatie waar de activiteiten plaatsvinden; een situatietekening op een goed leesbare schaal waarop duidelijk is aangegeven: locatie en afmetingen van de uitweg, legenda en noordpijl.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.Degene die activiteiten uitvoert als bedoeld in artikel 1 van deze algemene regel, meldt de aanvang van de activiteiten 2 werkdagen van te voren bij de toezichthouder (startmelding).</p>\n<p class=\"lf-p\">4.De uitvoering van de toegestane werken start binnen een jaar na dagtekening van de instemmingsbrief van het waterschap. Als dit niet het geval is, vervalt de instemming.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel4</span><span class=\"lf-art-t\">Overgangsrecht</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">1.Een vergunning krachtens de Wegenverordening Waterschap Rivierenland 2011 verleend voor inwerkingtreding van deze algemene regel voor ingevolge deze algemene regel meldingsplichtige werkzaamheden, wordt aangemerkt als een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">2.Indien voor het uitvoeren van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 1, direct voor inwerkingtreding van deze algemene regel een vergunning krachtens de Wegenverordening Waterschap Rivierenland 2011 is aangevraagd of een melding is gedaan en nog niet op die aanvraag dan wel melding is beslist, wordt de aanvraag gelijkgesteld met een melding als bedoeld in deze algemene regel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting Kader Op grond van artikel 5.4 van de keur is het verboden om zonder vergunning enig werk aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen boven, op, in of onder de weg. Het maken van een uitweg die aansluit op de openbare weg valt onder deze vergunningsplicht. Op grond van artikel 5.5, derde lid van de keur kan het bestuur algemene regels stellen die een vrijstelling van die vergunningplicht inhouden. In deze algemene regel is hiervan gebruik gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Begripsbepaling De begrippen die zijn gedefinieerd in de keur zijn ook van toepassing voor de bepalingen in deze algemene regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Perceel:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een woonperceel eventueel gecombineerd met een bedrijfsperceel, waarop één of meerdere samenhangende activiteiten worden uitgevoerd, waarbij ontsluiting op de openbare weg noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitweg:</p>\n<p class=\"lf-p\">Een verharde aansluiting van een particulier perceel op de openbare weg. Ook wel in-, op, af-, toe of uitrit genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Risico’s In het gebied de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden beheert het waterschap veel wegen buiten de bebouwde kom. Het waterschap is verantwoordelijk voor de veiligheid op de weg en een doelmatige doorstroming van het verkeer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het uitgangspunt is dat de wegbermen zo veel mogelijk vrij blijven van obstakels in verband met de veiligheid voor de weggebruikers en meer algemeen de bruikbaarheid van de weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om een (huis)perceel te kunnen gebruiken, is het nodig dat er een uitweg naar de openbare weg is. Het maken van een uitweg komt veel voor. Daarom heeft het waterschap regels gemaakt waaraan een uitweg moet voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als u een uitweg wilt maken en u voldoet aan de voorwaarden die hierin staan, hoeft u geen vergunning aan te vragen. Een melding is dan voldoende.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze algemene regel geldt niet als de uitweg op een waterkering ligt of een A-water kruist.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de veiligheid van het verkeer en de staat van de weg is het van belang dat het waterschap toezicht kan uitoefenen tijdens het planten van de heggen en struiken. Om deze reden is de meldplicht in deze algemene regel opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning Melding</p></div>", "next": 239297}